Page 4

overgegeven, die hen tot alle boosheid verzoekt en verleidt; 1 Sam. 16:15; Matth. 6:13. in de begeerlijkheden hunner

harten

In Rom. 1:26 wordt hetzelfde gezegd, tot oneerlijke bewegingen; niet dat God zulke oneerlijke begeerlijkheden of bewegingen werkt, want die zijn uit God niet; Jak. 1:13; 1 Joh. 2:16; zie hiervan breder de voorgaande 59 aantekeningen. tot

onreinigheid, om hun lichamen onder elkander te onteren; 25. Als die de waarheid Gods Dat is de kennis, die zij van God hadden. Zie Rom. 1:18. veranderd hebben in de leugen, Of, verwisseld voor leugenachtige verzinselen van ijdele goden en godsdiensten. en het

schepsel geeerd en gediend hebben boven den Schepper, Dat is, meer van den Schepper zelf, die zij nevens hunne afgoden wel somwijlen, maar weinig hebben gediend, Hand. 17:23, of ook den Schepper voorbijgaande, dien het merendeel van hen noch hebben gekend noch gediend; Gal. 4:8.

Die te prijzen is in der eeuwigheid, amen. 26. Daarom heeft God hen overgegeven tot oneerlijke bewegingen; Grieks bewegingen der oneer; dat is, oneerlijke of schandelijke bewegingen. Want gelijk 1 Thess. 4:4,5, wij vermaand worden, ons vat te bezitten in ere, dat is onze lichamen te onthouden van onkuisheid, alzo degenen, die zich tot onkuisheid begeven, die onteren zichzelven en hunne lichamen, 1 Cor. 6:18, voornamelijk die zulke stomme zonden toen bedreven, hetzij dat zij zulks deden, of leden. want

ook hun vrouwen hebben het natuurlijk gebruik veranderd in het gebruik tegen nature; 27. En insgelijks ook de mannen, nalatende het natuurlijk gebruik der vrouw, zijn verhit geworden in hun lust tegen elkander, mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende, en de vergelding van hun dwaling, Dat is, de rechtvaardige straf

van hun afgodendienst of het rechte loon. Want de afgodendienst, die geestelijke hoererij is, wordt gemeenlijk van God gestraft met lichamelijke, gelijk men die twee zonden gemeenlijk bij elkander ziet regeren. Zie Num. 25:1,2; Openb. 17:1,2, enz. die daartoe

behoorde, in zichzelven ontvangende. 28. En gelijk het hun niet goed gedacht heeft God in erkentenis Namelijk die zij uit de wet der natuur en het aanschouwen der geschapen dingen hadden ontvangen, Rom. 1:20. te houden, Grieks

zo heeft God hen overgegeven in een verkeerden zin, te

hebben.

Grieks tot een zin zonder recht oordeel, of een verwerpelijken zin; dat is, die het goed van het kwaad, het eerlijke van het oneerlijke niet beproeft of onderscheidt. om te doen

dingen, die niet betamen; 29. Vervuld zijnde met alle ongerechtigheid, Hier beginnen verhaald te worden de zonden, die onder de heidenen heerschappij hadden, tegen de tweede tafel der wet; waarvan de ongerechtigheid de fontein is, uit welke de andere als beken vloeien. hoererij, boosheid, Of, ergheid.

gierigheid, kwaadheid, vol van nijdigheid, moord, twist, bedrog, kwaadaardigheid; Dat is, verkeerdheid van zinnen, als men alles ten kwaadste duidt. 30. Oorblazers, achterklappers, Of, tegensprekers. haters Gods, Of, van God gehaat. Doch alzo hier gesproken wordt van de heersende zonden der heidenen, zo wordt het beter in dezen zin genomen; gelijk Rom. 8:7, de wijsheid des vleses vijandschap Gods gezegd wordt. Want die worden met recht gezegd God te haten, die liefhebben hetgeen God haat en haten hetgeen God gebiedt; Exod. 20:5. smaders, hovaardigen, Dat is, die smaadheid of ongelijk anderen aandoen met woorden of werken. laatdunkenden, Of, roemgierigen,

vinders van kwade dingen, den ouderen ongehoorzaam; 31. Onverstandigen, verbondbrekers, zonder natuurlijke liefde, Het Griekse pochers.

Romeinen  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you