Page 34

gedaan, en door Mozes en andere profeten menigmalen vernieuwd; Hand. 2:39; Ef. 2:12. 5. Welker zijn de vaders, Dat is, welke afkomstig zijn van de patriarchen en andere voorvaders, die Gods vrienden en profeten waren. en uit welke Christus is, Namelijk Joden, zoals het woordje en aanwijst. Want Christus is gesproten uit den stam van Juda; Hebr. 7:14; Openb. 5:5. zoveel het vlees aangaat, Of, naar het vlees, dat is, naar Zijn menselijke natuur; Rom. 1:3. Dewelke is God boven allen Namelijk dingen, namelijk naar Zijn goddelijke natuur. te prijzen in der eeuwigheid. Door dezen titel wordt de waarachtige en eeuwige God onderscheiden van alle anderen, wien deze naam zou mogen gegeven worden; Rom. 1:25. Zodat daarmede de Heere Christus verklaard wordt te zijn de waarachtige en eeuwige God met den Vader en den Heiligen Geest. Amen.

6. Doch ik zeg dit niet,

Namelijk van de

verwerping der Joden, Rom. 9:3.

alsof het

woord Gods

Dat is, de beloften van God aan Abraham en zijne nakomelingen gedaan, en door de profeten doorgaans herhaald. ware uitgevallen; Dat is, teniet of krachteloos gemaakt, gelijk een aarden pot, iemand ontvallende, in stukken gebroken wordt. want die zijn niet allen Israel, Dat is, rechte Israëlieten, daar Gods beloften eigenlijk op gezien hebben. die uit Israel

zijn. Dat is, van Jakob afkomstig zijn. 7. Noch omdat zij Abrahams zaad zijn, Dat is, van Abraham naar het vlees geboren. zijn zij allen kinderen; Dat is, ware

maar: In Izaak zal u het zaad genoemd worden. Dat is, het ware zaad, dat een kinderen en erfgenamen der beloften.

erfgenaam zal zijn der beloften; en niet in Ismaë, die van de beloofde erve uitgesloten is, hoewel hij ook van Abraham vleselijk geboren was.

8. Dat is, niet de kinderen des vleses, Dat is, die alleen naar het vlees uit Abraham geboren zijn. die zijn kinderen Gods;

maar de kinderen der beloftenis

Dat is, die, gelijk Izak, uit kracht der belofte Gods,

tegen den loop der natuur geboren is, alzo ook door kracht van Gods verkiezing en belofte tot het geloof zouden gebracht worden. worden voor het zaad

gerekend.

Namelijk aan welke God Zijn geestelijken zegen en Zijn erfdeel belooft.

9. Want dit is het woord der beloftenis: Omtrent dezen tijd zal Ik komen, Namelijk in het toekomende jaar. en Sara zal een zoon hebben. 10. En niet alleenlijk deze, Omdat in het voorgaande voorbeeld enige ongelijkheid scheen te zijn, waarom God Izak boven Ismaël verkoren had, als die een zoon was van ene dienstmaagd en nu tot enige jaren gekomen, waarin hij enige tekenen van verkeerdheid getoond had, zo komt hij nu tot het tweede voorbeeld van Ezau en Jakob, waarin gene ongelijkheid tussen de personen, noch in hunne geboorte noch in hunne werken, kon bespeurd worden, maar alleen door Gods genadige en onverdiende verkiezing. maar

ook Rebekka is daarvan een bewijs, als zij uit een bevrucht was, namelijk Izaak, onzen Vader. 11. Want als de kinderen nog niet geboren waren, Dat is, nog in het lichaam van de moeder waren; Gen. 25:22,23. noch iets goeds Namelijk waardoor zij van elkander konden worden onderscheiden; want anderszins waren zij alrede in zonden ontvangen, en in het lichaam der moeder levende, toen dit goddelijke antwoord over hen geschiedde. Zodat God op het geloof in hen niet heeft gezien, dewijl de ware gelovigen niet kunnen gezegd worden den ongelovigen gelijk te zijn, alzo zij, door den Geest Gods geheiligd zijnde, beter zijn dan de ongelovigen; Rom. 5:19. of kwaads

gedaan hadden, opdat het voornemen Gods, Dat is, het genadige besluit van God, van sommigen uit het menselijke geslacht in Christus te verkiezen; Ef. 1:4. Of, opdat het voornemen, dat naar de verkiezing Gods is, vast bleve. dat naar de

verkiezing is, vast bleve, niet uit de werken, maar uit den Roepende; Dat is, uit de onverdiende genade en gunst van

Romeinen