Page 15

dat ons hetzelve tot een voorbeeld is voorgesteld. aan Welken hij geloofd

heeft, namelijk God, Die de doden levend maakt, Dit is het eerste steunsel des geloofs, namelijk Gods almacht, hetwelk Abrahams geloof van node had, om vastelijk te geloven dat hij nu in zijnen ouderdom, als verstorven zijnde, kracht zou krijgen om een vader te worden van vele volken. en roept

de dingen,

Of, noemt; dat is door zijn woord doet zijn en hun wezen hebben; Ps. 33:9; 2 Cor. 4:6. die niet zijn, alsof zij

waren; 18. Welke Namelijk Abraham. tegen hoop Namelijk die de mens uit zijn eigen vernuft of rede zou hebben kunnen scheppen. op

hoop Namelijk van Gods waarheid en macht. geloofd heeft, Dat is, vertrouwd heeft. dat hij zou worden een vader van vele volken; volgens hetgeen gezegd was: Alzo zal uw zaad wezen. Namelijk als de sterren aan den hemel.

19. En niet verzwakt zijnde in het geloof, heeft hij zijn eigen lichaam niet aangemerkt, Namelijk om uit de aanmerking der zwakheid in zijn betrouwen verzwakt, te worden. Want anderszins heeft hij zelfs zijnen ouderdom en den ouderdom van Sara God voorgehouden; Gen. 17:17. dat

alrede verstorven was, alzo hij omtrent honderd jaren oud was, noch ook dat de moeder Grieks de verstorvenheid der baarmoeder van Sara. in Sara verstorven was. 20. En hij heeft aan de beloftenis Gods Dit is het andere steunsel van het geloof van Abraham, namelijk de verzekerdheid die hij had van Gods trouw en standvastigheid in zijne beloften; Hebr. 6:17,18. niet getwijfeld door ongeloof;

maar is gesterkt geweest in het geloof, gevende God de eer; Dat is, hiermede betonende te geloven dat God kon en zou doen hetgeen Hij beloofd had; en heeft alzo verzegeld dat God waarachtig is; Joh. 3:33.

21. En ten volle verzekerd zijnde, dat hetgeen beloofd was, Hij ook machtig was te doen. Namelijk al scheen het tegen alle menselijke rede te zijn.

22. Daarom is het hem ook tot rechtvaardigheid gerekend. 23. Nu is het niet alleen om zijnentwil geschreven, Hier besluit de apostel de verklaring van het voorgaande hoofdstuk, en betuigt dat alle gelovigen alzo zullen worden gerechtvaardigd, gelijk Abraham gerechtvaardigd is. dat het hem

toegerekend is; 24. Maar ook om onzentwil, welken het zal toegerekend worden, namelijk dengenen, die geloven in Hem, Dat is, betrouwen op Hem, want dit is ook hetgeen waar ons geloof op steunt, naar het voorbeeld van het geloof van Abraham, namelijk eerst Gods mogendheid en trouw, die Hij naar Zijne belofte getoond heeft in het opwekken van Christus uit de doden, en ten tweede de dood en opstanding van Jezus Christus, alzo wij door den dood met God verzoend en door de opstanding deze verzoening deelachtig worden. Die Jezus,

onzen Heere, uit de doden opgewekt heeft; 25. Welke overgeleverd is Namelijk van God Zijnen Vader; Rom. 8:32. om onze zonden, Namelijk te verzoenen en teniet te doen;; 1 Joh. 1:7, en 1 Joh. 2:2. en opgewekt om onze rechtvaardigmaking. Namelijk overmits God door deze opwekking betoond heeft dat Hij den dood Zijns Zoons voor een genoegzaam rantsoen voor onze zonden heeft aangenomen, en zijn volkomen gehoorzaamheid wil aannemen tot rechtvaardigheid voor allen, die in Hem geloven. Want indien Christus in den dood gebleven ware, zo zou Zijne voldoening niet volkomen geweest zijn, en Hij zou ons de kracht van die niet hebben kunnen toeĂŤigenen.

Romeinen  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you