Page 12

van den apostel in het navolgende hoofdstuk met het voorbeeld van Abraham en David klaarlijk zal bewezen worden.

29. Is God een God der Joden alleen? Namelijk nu in het Nieuew Testament, wanneer het onderscheid tussen Joden en heidenen is weggenomen; Ef. 2:16,17,18. en

is Hij het niet ook der heidenen? Ja, ook der heidenen; 30. Nademaal Hij een enig God is, Die de besnijdenis Dat is, de Joden. rechtvaardigen zal uit het geloof, en de voorhuid door het geloof. Dat is, de heidenen van afkomst.

31. Doen wij dan de wet te niet door het geloof? Dat zij verre; maar wij bevestigen de wet. Namelijk omdat de leer des Evangelies verklaart dat Christus de wet voor ons heeft volbracht, tot onze rechtvaardigmaking; en dat Hij degenen, die gerechtvaardigd worden, ook door Zijnen Geest alzo vernieuwt, dat zij naar alle geboden Gods hun leven zoeken te richten; Rom. 8:1,2,3. Niet om daardoor voor God gerechtvaardigd te worden, maar om God voor deze Zijne weldaad behoorlijke dankbaarheid te bewijzen, zijnen naaste te stichten, en van zijne eigen rechtvaardigmaking voor God meer en meer verzekerd te worden; gelijk Paulus hierna Rom. 6, Rom. 7, Rom. 8, breder zal verklaren. Romeinen 4

1. Wat zullen wij dan zeggen, dat Abraham, onze vader, verkregen heeft Grieks gevonden heeft. naar het vlees? Sommigen nemen dit woord vlees voor den stand van een onherboren mens; maar dat kan hier niet zijn, omdat Abraham al lang tevoren wedergeboren is geweest, en God had gediend, eer deze getuigenis, Gen. 15;6, hem is gegeven. Anderen daarom voegen dit woord met het voorgaande, onzen vader naar het vlees. Doch dit woord kan ook bekwamelijk genomen worden voor naar de werken, die men uiterlijk ziet, en prijswaardig acht, gelijk Rom. 4:2 dit alzo verklaart, en dit woord vlees alzo genomen wordt Filipp. 3:3,4.

2. Want indien Abraham uit de werken gerechtvaardigd is, zo heeft hij roem, Dat is, oorzaak om te roemen. maar niet bij God. Namelijk heeft hij oorzaak om te roemen. Waaruit dan noodzakelijk volgt, dat hij uit de werken voor God niet is gerechtvaardigd; hetwelk hij daarna breder bewijst.

3. Want wat zegt de Schrift? En Abraham geloofde God, Dat is, de beloften Gods van Hem een schild en groot loon te zullen zijn, en van Hem een erfgenaam te geven, en Zijn zaad te vermenigvuldigen, Gen. 15:1,4,5,6, waardoor niet alleen een vleselijk zaad, maar inzonderheid Christus verstaan wordt, de zoon Abrahams, in welken alle geslachten der aarde zouden gezegend worden. Zie hierna Rom. 4:11,12,13, gelijk ook Paulus verklaart Gal. 3:16. Zie ook Joh. 8:56. en het is hem gerekend De Hebreeuwse tekst Gen. 15:6 zegt: en Hij, namelijk God, heeft het hem gerekend. Doch het is enerlei zijn, waardoor verstaan wordt dat God hem de gerechtigheid, die hij in zichzelven niet had, door het geloof op het beloofde zaad uit genade heeft geschonken.

tot rechtvaardigheid. 4. Nu dengene, die werkt,

Namelijk met mening van door zijn werk de rechtvaardigheid te verkrijgen of te verdienen. wordt het loon niet

toegerekend naar genade, maar naar schuld. Namelijk wordt gegeven; want geven naar schuld en toerekenen uit genade worden hier tegen elkander gesteld als tegen elkander strijdende. 5. Doch dengene, die niet werkt, Dat is, die zulke werken van verdienste niet kan noch durft tevoorschijn brengen. maar gelooft

in Hem,

Dat is, stelt zijn vertrouwen op de

genade Gods in Christus, Rom. 4:24,25.

den goddeloze rechtvaardigt,

Die

Dat is, die in zichzelven nog onrein en met zonden besmet is, gelijk alle mensen, zelfs ook de wedergeborenen, voor God zijn, naar de getuigenis van David in de volgende verzen. wordt zijn geloof Niet dat het geloof, ten aanzien dat het een werk is, dit verdient, of in

Romeinen  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you