Page 10

12. Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; Dat is, onbekwaam om goed te doen, gelijk verrotte en stinkende dingen, die men wegwerpt. er

is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe. 13. Hun keel is een geopend graf; Namelijk waar niets dan vuiligheid in is, en niets dan stank uitkomt. met hun tongen

plegen zij bedrog; slangenvenijn is, dodelijk vergif van kwaad spreken.

Dat

is

onder hun lippen. 14. Welker mond vol is van vervloeking en bitterheid; 15. Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten; Dat is, allerlei wreedheid en geweld te doen.

16. Vernieling en ellendigheid Namelijk die zij anderen aandoen. is in hun wegen; 17. En den weg des vredes Namelijk om zelf in rust te leven, en anderen in rust te laten. hebben zij niet gekend.

18. Er is geen vreze Gods Namelijk die de grond en fontein is van alle andere deugden, waarmede de apostel besluit, niet dat al deze ondeugden in alle natuurlijke mensen even krachtig altijd uitbreken, maar omdat de kwade fontein van deze alle in hen is, en dat altijd enige daarvan in hun leven openbaar zijn. voor hun ogen.

19. Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degenen, Deze reden doet de apostel daarbij, om te tonen dat hij dit terecht op de Joden duidt, dewijl God in zijn Woord door Zijne profeten tot de Joden spreekt. die onder de wet

zijn; opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij. Dat is der verdoemenis, of des rechtvaardigen oordeels Gods schuldig.

20. Daarom zal uit de werken der wet Hier besluit Paulus uit het geheel voorgaande bewijs van Rom. 1:17 tot hier toe, dat de mens door zijne werken niet kan gerechtvaardigd worden voor God. geen

vlees

Dat is, geen levend mens; Ps. 143:2;

Gal. 2:16.

gerechtvaardigd worden,

Hetwelk niet betekent rechtvaardigheid of heiligheid instorten; want het zou geen zin hier hebben, geen vlees kan de rechtvaardigheid in gestort worden voor God; maar het betekent voor Gods oordeel van de verdoemenis vrijgesproken, en voor rechtvaardig gehouden worden. Zie Job 9:2,3; Ps. 143:2; Rom. 8:33,34; Gal. 2:16,17, enz.

voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde. Namelijk wanneer de wet den mens voorstelt wat God gebiedt en verbiedt; en de conscientie des mensen hem overtuigd, dat hij daartegen met gedachten, lusten, woorden en werken heeft misdaan; Rom. 7:7; Gal. 3:19,22.

21. Maar nu is de rechtvaardigheid Gods Dat is, die voor God geldt, en die God schenkt. geopenbaard geworden zonder de wet, Dat is, niet door de wet, die volkomen gehoorzaamheid van den mens zelven eist, maar door het Evangelie, dat ons op Christus' gehoorzaamheid wijst; Rom. 1:16,17. hebbende getuigenis van de

wet

Dat is, van de schriften van Mozes, die van de rechtvaardigheid Gods door Christus getuigen, gelijk ook de profeten. Zie Joh. 5:46; Hand. 15:11, en Hand. 26:22, enz. en de

profeten: 22. Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven; want er is geen onderscheid. Namelijk tussen Joden en Grieken, als zij maar geloven.

23. Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods; Grieks Hysterountai; hetwelk betekent eigenlijk in het verkrijgen van enige zaken, inzonderheid in het lopen naar den prijs, verachteren of tekortkomen en derhalve dien moeten derven; gelijk alle mensen tekortkomen, die door hunne werken de heerlijkheid Gods, dat is het eeuwige leven zoeken te verkrijgen. 24. En worden Van hier voort beschrijft de apostel al de oorzaken en eigenschappen van de rechtvaardigmaking des geloofs, die ons in het Evangelie geopenbaard is. De opperste

Romeinen  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you