Issuu on Google+

Dossier

200703 lastenboek Verbouwen van 3 appartementen tot 1 woning

Opdrachtgever: Dhr. en Mevr. Smans - Verbeeck Bouwplaats: FloraliĂŤnlaan 415, Antwerpen Berchem Architect Erik Verbeeck Twaalf Apostelenstraat 29, 2800 Mechelen


Hoofdstuk

1 ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN EN VOORWAARDEN VAN DE AANBESTEDING. Algemene voorwaarden. 1 Voorwerp en omvang van de aanneming. Verbouwen van 3 appartementen tot 1 woning Te 2600Antwerpen - Berchem, Floraliënlaan 415, kadaster Wijk C nr 292 Z4 Voor rekening van: Dhr. en Mevr. Smans - Verbeeck Coremansstraat 26 - bus 11, 2600 Antwerpen - Berchem 0478 82 57 17 - 0473 67 36 38 gsmans@hotmail.com; lienverbeeck@hotmail.com

Volgens plannen en bestek opgemaakt door Architecten Verbeeck bvba Twaalf Apostelenstraat 29, 2800 MECHELEN, 015 20 73 47 erik.verbeeck4@telenet.be

1.1 Zijn in de aanneming begrepen: Ruwbouw - en dakdichtingswerken van het hierboven vermelde gebouw e.e.a. volgens specificaties van bestek en contract.

1.2 Aard van de aanneming. De aanneming gebeurt op basis van een overeenkomst met relatieve aannemingssom tegen globale prijs. Enkele artikelen zijn te verrekenen volgens eenheidsprijzen (deze artikelen zijn in de meting aangeduid met V.H.). Enkele artikelen worden in het bestek aangegeven met V.S.(voorziene te verrekenen som); de werkelijk hiervoor gemaakte kosten worden aan de hand van gedetailleerde kostennota’s ter goedkeuring voorgelegd en verrekend. Bij sommige artikelen is de handelswaarde van het materiaal (H.W.) opgegeven; deze prijs verstaat zich franco werf en zonder BTW. De aannemer voegt hierbij de kosten voor plaatsing.

1.3 Aanbestedingsdocumenten. Als grondslag voor de aanneming dienen: • Het Algemeen Bestek voor de Uitvoering van privé -bouwwerken (uitgave WTCB, FAB en NCB) - laatste uitgave - EERSTE DEEL en TWEEDE DEEL. • Voor alle technische voorschriften en voorwaarden welke in vorige bestekken niet voorkomen geldt bestek nr. 104 van het M.O.W. -uitgave 1963 met addenda en verwijzingsbescheiden. • De Europese en Belgische Normen (NBN) voor zover ze van toepassing zijn.


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

2

-

3 1

• het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (A.R.A.B.) • de Eengemaakte Technische Specificaties (STS) van de VHM. • de Technische Voorlichtingsnota’s (TV) van het WTCB • het Algemeen Bestek KV sector 1/94l (VHM) • Dit bijzondere bestek • De plannen en detailtekeningen opgemaakt door de architect. De plannen en het lastenboek vullen elkaar aan. Bij twijfel of afwijking tussen het Algemeen Bestek voor Uitvoering van privé -bouwwerken (ABPB) en het Bijzonder Bestek (BB), gelden steeds de bepalingen van het Bijzonder Bestek.

1.4 Wijze van aanbesteding. Beperkte aanbesteding. De inschrijvingen worden bezorgd aan de architect of de opdrachtgever ten laatste op de datum die in het begeleidende schrijven werd vermeld. De aannemers blijven gedurende een termijn van 60 kalenderdagen gebonden door hun inschrijving. De inschrijver wordt verondersteld, met volle kennis van zaken, volgens zijn eigen berekeningen en ramingen zijn prijsopgave te hebben gemaakt. Hij wordt ondersteld zich volkomen rekenschap te hebben gegeven van al zijn verplichtingen en van de juiste omvang en moeilijkheidsgraad van het werk. Hij heeft kennis genomen van het bouwterrein, de toegangswegen en de plaatselijke verordeningen. Na het ondertekenen van het aannemingscontract kan hij zich niet meer beroepen op eventuele fouten of onregelmatigheden welke in de aanbestedingsdocumenten zouden voorkomen. De aannemer is verplicht inzage te nemen van alle aanbestedingsdocumenten en zich ter plaatse te hebben vergewist van de staat van de bouwgrond. De opdrachtgever is niet verplicht de werken aan de minst biedende toe te wijzen, noch tot het toewijzen van de werken over te gaan. De architect zal de rekenkundige bewerkingen van de inschrijvers nazien en zo nodig verbeteren. Voor abnormale lage of hoge eenheidsprijzen wordt een bevestiging gevraagd.

Inschrijvingslijst – hoeveelheden De bij dit bestek geleverde uitgebreide en samenvattende metingen worden uitsluitend verstrekt als inlichting. Er wordt verondersteld, dat vooraleer de aannemingsovereenkomst te hebben afgesloten, alle hoeveelheden zowel door aannemer als door de opdrachtgever werden gecontroleerd en nagerekend. Verrekeningen ten gevolge van fouten in deze opmeting kunnen nooit voor rekening van de architect worden opgesteld. De hoeveelheden opgegeven in het bestek ‘Uitgebreide Meting’ en/ of ‘Samenvattende Opmeting’ worden niet beschouwd als maat of begrenzing van uit te voeren werk; de aannemer zal zich, na het ondertekenen van het aannemingscontract, niet kunnen beroepen op leemten of onnauwkeurigheden welke in voornoemde documenten zouden voorkomen. Afkortingen gebruikt in uitgebreide en samenvattende meting: FH:

Forfaitaire Hoeveelheid. Deze hoeveelheid voor dit artikel staat vast en kan niet veranderen tijdens het werk. Fouten of leemten wordt gesignaleerd voor het ondertekenen van de aannemingsovereenkomst. De hoeveelheden worden dan aangepast en de overeenkomst wordt afgesloten met de verbeterde hoeveelheden.

VH:

Vermoedelijke Hoeveelheid. Deze hoeveelheid staat NIET vast bij de aanbesteding. De hoeveelheden worden opgemeten tijdens de uitvoering van het werk. De berekeningsnota wordt bij de eerstvolgende vorderingsstaat gevoegd. Vermoedelijke hoeveelheden worden altijd toegepast voor alle graafwerken, funderingswerken en structurele staal- & betonwerken en voor alle ander artikelen aangeduid met VH.

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

HW:

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

3

-

3 1

Handelswaarde. Wanneer voor een bepaald materiaal (vb. voor de aankoop van de gevelsteen) geen definitieve keuze is gemaakt wanneer de werken worden aanbesteed, dan wordt hiervoor een handelswaarde opgenomen in de meting. Dit bedrag = de particuliere verkoopprijs exclusief BTW, geleverd op de werf voor dit materiaal.

2 Uitvoering van de aannemingsovereenkomst. 2.1 Aannemingsbescheiden en voorwerpen. Binnen de VIJFTIEN dagen volgend op de dag waarop aan de aannemer kennis werd gegeven van de goedkeuring van zijn aanbieding, wordt het aannemingscontract, het bestek met bijlagen en de plannen ondertekend in zoveel exemplaren als er partijen zijn. Alle opmerkingen dienen duidelijk te worden vermeld en opgenomen in het aannemingscontract. De aannemer ontvangt TWEE exemplaren van alle aanbestedingsdocumenten en van verdere tekeningen. Bijkomende exemplaren worden afgeleverd tegen kostprijs. “Registratie” van de aannemingsovereenkomst wordt niet gevraagd.

2.2 Verantwoordelijkheid van de aannemer. De aannemer is verantwoordelijk en moet zich gedragen naar de wetten en deze toepassen: • Voor zijn personeel, werklieden, onderaannemers en hun werklieden. • Voor alle ongevallen en schade aan derden of hun eigendommen • Voor zijn werken en voor de materialen die door de opdrachtgever worden aangekocht. Ingeval het gehele werk niet door een (algemene) aannemer wordt uitgevoerd, is de aannemer verplicht - vooraleer zijn werkzaamheden te beginnen - de al uitgevoerde werken te aanvaarden. Indien de aannemer de opdrachtgever en de architect hierover niet schriftelijk inlicht, wordt ondersteld dat hij de al uitgevoerde werken aanvaardt als uitgevoerd volgens de regels van het goede vakmanschap; later verhaal wordt niet aanvaard.

2.3 Verzekeringen. De aannemer is verplicht alle voorzorgsmaatregelen te treffen voor gebeurlijke ongevallen. Hij is gehouden zijn werklieden te verzekeren. De bouwwerken dienen verzekerd te zijn, en ook de nog niet verwerkte materialen tot op de dag van de aanvaarding. Schade aan derden dient eveneens verzekerd. Door het werk aan te vatten erkent de aannemer hiermee in orde te zijn. De aannemer zal alle schade aan derden, door om het even welke oorzaak, voor zijn rekening nemen, zonder hiervoor van de opdrachtgever enige vergoeding te kunnen eisen. De opdrachtgever wordt eigenaar van het gebouw naarmate de materialen worden verwerkt. De overdracht van de risico’s bedoeld bij art. 1788 en 1789 van het Burgerlijk Wetboek en de schade veroorzaakt door storm, overmacht e.d. zal maar slechts gebeuren bij de aanvaarding. De aannemer is gehouden zijn beroepsverantwoordelijkheid te verzekeren. Behoudens conceptiefout kan de architect niet in solidum met de aannemer worden aangesproken voor uitvoeringsfouten of materiaalgebrek.

2.4 Erkenning uitvoeringsmogelijkheden. Door het ondertekenen van de inschrijving erkent de aannemer de mogelijkheid van goede uitvoering van de onderneming en de perfecte werking van de installaties. Hij erkent het bouwterrein onderzocht te hebben en zich rekening te hebben gegeven van de toegang ervan, van de aard, het peil, de ligging, de staat van de grond en de ondergrond. Vooraleer zijn werkzaamheden aan te vangen gaat de aannemer na of de al uitgevoerde werken in orde zijn; in het tegengestelde geval is hij verplicht de architect en de opdrachtgever schriftelijk op de hoogte te brengen van eventuele onvolkomenheden of gebreken die van invloed kunnen zijn op de door hem uit te voeren werken.

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

4

-

3 1

Aannemer en opdrachtgever erkennen dat zij plannen en lastenboek minstens veertien dagen voor de ondertekening van het contract in hun bezit hebben, zodat eventuele fouten, contradicties of niet uitvoerbaarheid kunnen vastgesteld zijn en gewijzigd. Met uitzondering van de artikelen aangeduid met V.H., kan bij de ondertekening een juiste aannemingssom en een uitvoerbaar plan in overeenstemming met een voldoende beschrijving worden vastgelegd tussen aannemer en opdrachtgever. Van meerprijzen kan dan enkel nog sprake zijn na schriftelijke vraag van opdrachtgever tot wijziging van plannen en/ of lastenboek.

2.5 Uitvoering der werken. De aannemer moet de werken beginnen op de in het contract of de bestelbrief vastgestelde datum en ze voltooien binnen de vastgestelde termijn. De aannemers van de verschillende vakgroepen zullen de vooruitgang der werken nagaan om op het gepaste ogenblik met de uitvoering te starten. De aannemer legt binnen de veertien dagen na de bestelling een uitvoeringsschema voor aan de architect. De aannemer is gehouden zich te gedragen naar alle politiereglementen en gemeenteverordeningen welke van toepassing zijn. Alle overtredingen vallen ten laste van de aannemer, evenals de schade veroorzaakt door de werken aan het openbaar of privĂŠ - gebied (wegens, riolering,). De aannemer dient zich te schikken naar de onderrichtingen van de architect ten einde de andere aannemingen niet te belemmeren. De aannemer dient zich in verbinding te stellen met de maatschappijen die instaan voor de bedelen van de nutsvoorzieningen teneinde de juiste modaliteiten voor de aansluiting te kennen en uit te voeren. Gedurende ongunstige weersomstandigheden heeft de architect het recht de uitvoering van de werken op te schorten voor een termijn die hij nuttig acht in het belang der werken. Dit geeft geen aanleiding tot schadevergoeding aan de aannemers; de uitvoeringstermijn wordt in overeenstemming verlengd indien de aannemer geen schuld heeft aan de verlenging.

2.6 Onderhoud der werken - Herstellingen. De aannemer zal de werken in goede staat houden en de nodige reparaties uitvoeren op eigen kosten. De aannemer staat vanzelfsprekend ook in voor de werken uitgevoerd door zijn onderaannemers. Vanaf de aanvaarding staat de opdrachtgever in voor het normaal onderhoud van het gebouw (zie hiervoor Onderhoudsboekje van gebouwen -uitgave FAB en WTCB). Indien de aannemer de reparatie niet uitvoert binnen de 20 dagen na schriftelijke aanmaning, zal de opdrachtgever op kosten van de aannemer deze werken laten uitvoeren.

2.7 Aanvaarding der materialen. De bevoorrading der materialen is voor rekening van de aannemer, tenzij dit uitdrukkelijk anders is overeengekomen. De materialen dienen van goede hoedanigheid te zijn en te beantwoorden aan de voorschriften; die hieraan niet voldoen dienen binnen de 24 uur van de werf verwijderd. Indien de aannemer deze verplichting niet naleeft, is hij verplicht de onkosten die hieruit voortspruiten voor zijn rekening te nemen. Bepaalde materialen kunnen door de opdrachtgever worden geleverd. Het verwerken ervan, houdt in dat deze materialen door de aannemer gekeurd, en aanvaard zijn. Wanneer de opdrachtgever bepaalde werken zelf zou uitvoeren en de materialen hiervoor op de werf worden aangeleverd, staat de aannemer in voor hulp bij het lossen hiervan en voor het stapelen op de werf.

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

5

-

3 1

2.8 Uitvoeringswijze. De aannemer zal alle schade aan derden voor zijn rekening nemen, zonder van de opdrachtgever enige vergoeding te kunnen eisen. De aannemer zal over het nodige aantal bekwame werknemers beschikken om een snelle en goede uitvoering van het werk te verzekeren. De architect heeft het recht voor om de toegang tot de werf te ontzeggen aan werknemers of onderaannemers die niet over voldoende kwalificaties beschikken. De aannemer wordt op de werf vertegenwoordigd door een bekwame werfleider.

2.9 Door de opdrachtgever geleverde materialen. Wanneer bepaalde materialen door de opdrachtgever zelf worden aangekocht staat de aannemer in voor het lossen, stapelen en bewaren hiervan. Ingeval de aannemer oordeelt dat de geleverde materialen niet conform zijn, moet hij onmiddellijk zijn voorbehoud formuleren. Door het feit deze materialen te verwerken, erkent de aannemer hun goede hoedanigheid.

3 Uitvoering van de aanneming. 3.1 Uitvoeringstermijn. De werken dienen begonnen te worden op het tijdstip bepaald in het aannemingscontract en te worden opgeleverd binnen de voorziene termijn. De werken zullen met bekwame spoed worden voorgezet tot de volledige voltooiing binnen de aangegeven termijn. Indien de aannemer om enige reden oordeelt de werken te moeten stilleggen zal hij per aangetekend schrijven de opdrachtgever en de architect hiervan op de hoogte brengen, en dit behoudens ingeval van overmacht - uiterlijk acht dagen vooraleer de werken worden stopgezet. Zo de werken van de aanneming niet voltooid zouden zijn binnen de gestelde termijn, zal de opdrachtgever een boete kunnen eisen van 1/4000 van het totale aannemingsbedrag, exclusief BTW per kalenderdag vertraging, en dit vanaf de datum van een aangetekende ingebrekestelling aan de aannemer. Met een maximum van 5 % van het aannemingsbedrag. Deze boete moet het karakter hebben van een vergoeding voor werkelijk door de opdrachtgever geleden schade: Er is geen sprake van boete indien de laattijdigheid te wijten is aan overmacht, staking e.d. of indien de laattijdigheid de normale vooruitgang van de (andere) aannemingen niet in het gedrang brengt.

3.2 Briefwisseling. De aannemer zendt alle briefwisseling (begrotingen, facturen, vorderingsstaten, e.d.) aan de opdrachtgever en aan de architect. Iedere mededeling waarvan de architect geen dubbel heeft ontvangen, wordt als ongeldig beschouwd.

3.3 Betalingen. De betalingen gebeuren op basis van de werken die daadwerkelijk werden voltooid (met uitsluiting van de materialen die door de aannemer werden aangevoerd maar nog niet verwerkt zijn). De betalingen gelden in geen enkel geval als aanvaarding der werken en laten de verantwoordelijkheid van de aannemer geheel bestaan. De aanvraag tot betaling zal gerechtvaardigd zijn door vorderingstaten door de aannemer op te maken en goed te keuren door de architect. Het is de aannemer toegelaten ‘voorschotten’ te vragen; deze voorschotten kunnen slechts maximaal 90 % van de waarde van de werkelijk uitgevoerde werken belopen. De betalingsaanvragen zullen gebeuren in schijven van ca. 20% van het bedrag van de totale aanneming; de facturen zijn betaalbaar binnen de 30 kalenderdagen na het goedkeuren van de vorderingsstaat. De prijzen van de inschrijving worden beschouwd als vast en onveranderlijk; ze zijn niet onderhevig aan verrekening als gevolg van schommelingen van materialen of loonindex (herziening).

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

6

-

3 1

Bouw- en fiscale taksen en de BTW zijn voor rekening van de opdrachtgever. De opdrachtgever vergoedt gelijktijdig met de betaling ook de BTW Verrekeningen in min of in meer worden opgemaakt bij de aanvaarding op basis van de eenheidsprijzen van de inschrijving of, bij ontstentenis aan E.P., volgens vooraf schriftelijk overeengekomen bedragen. ALLEEN de wijzigingen waartoe uitdrukkelijk schriftelijk bevel werd gegeven door opdrachtgever of architect komen in aanmerking voor verrekening. De opdrachtgever meldt aan de architect iedere betaling. Wanneer minderwaardig werk werd geleverd, zal een tijdelijke minwaarde worden toegepast (genoteerd in werfboek of werfverslag). Deze minderwaardige werken zullen herstelde worden tegen volgende werfvergadering, waarop de ingehouden betaling zal vereffend worden.

4 Einde van de aannemingsovereenkomst. 4.1 Aanvaarding der werken. De aanvaarding wordt door de aannemer schriftelijk aangevraagd bij architect en opdrachtgever; de rondgang voor de aanvaarding heeft normaal plaats binnen de 14 dagen na ontvangst hiervan. De aanvaarding der werken zal slechts kunnen gebeuren wanneer de (hoofd-)werken die het voorwerp van de aanneming uitmaken volledig afgewerkt zijn, d.w.z. zorgvuldig gereinigd, ontdaan van alle afval. In een woord: gereed om in gebruik te worden genomen. Tot de aanvaarding kan slechts worden overgegaan wanneer de eindafrekening van de uitgevoerde werken, de meer- en minwerken werd voorgelegd aan de architect. Van deze aanvaarding wordt een proces - verbaal opgemaakt met eventuele opmerkingen en/ of voorbehoud betreffende de werken en materialen. Opmerkingen die tijdens de uitvoering schriftelijk werden gemaakt door de architect, en waaraan nog geen voldoening is gegeven, worden gehecht aan de lijst met opmerkingen bij de aanvaarding. Bij de aanvaarding wordt overeengekomen binnen welke termijn de aannemer de opmerkingen dient in orde te brengen en/ of de eventueel uitgestelde werken dienen uitgevoerd te zijn. Na het uitvoeren hiervan wordt de helft van de borgtocht vrijgemaakt. Het geheel of gedeeltelijk in gebruik nemen van de woning geldt als aanvaarding. De termijn van 10 - jarige aansprakelijkheid gaat in op de dag van de aanvaarding. Indien de architect en de opdrachtgever van oordeel zijn dat er belangrijke tekortkomingen of gebreken bestaan, zal de aanvaarding worden geweigerd en wordt hiervan een proces verbaal opgemaakt. De aannemer staat in voor het herstellen van eventuele schade aan derden of aan het openbare domein (wegenis, nutsvoorzieningen, e.d.). De verzekeringen van de aannemer lopen tot na uitvoering van de opmerkingen gemaakt bij de aanvaarding. Vanaf dat ogenblik is de opdrachtgever gehouden zelf de nodige verzekeringen af te sluiten en in te staan voor het normaal onderhoud.

4.2 Waarborgperiode Na de aanvaarding is er een waarborgperiode van 12 maanden. In deze periode is de aannemer verantwoordelijk voor zijn werken; echter is hij na de aanvaarding niet meer verantwoordelijk voor schade waarvan hij bewijst dat zij veroorzaakt werd door overmacht, door derden of door de opdrachtgever. Bij het beĂŤindigen van de waarborgperiode wordt nagegaan of er verborgen gebreken zijn.

4.3 Dagboek der werken. Het bijhouden van een dagboek der werken, door de aannemer, is verplicht. Alles wat op de aanneming betrekking heeft wordt erin opgetekend (datum en nummer van werkdag, uitgevoerde werken, wijzigingen, inlichtingen, bezoeken van architect, opdrachtgever en studiebureau,‌).

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

7

-

3 1

Zo nodig wordt het werfboek aangevuld door werfverslagen, waarvan een exemplaar bij het werfboek wordt gevoegd. Wijzigingen of werken waarvan geen melding wordt gemaakt in dagboek en/ of werfverslag komen niet in aanmerking voor verrekening.

4.4 Oorzaken van ontbinding van de aannemingsovereenkomst. Sterfgeval van de aannemer: de opdrachtgever heeft het recht het contract onmiddellijk te

vernietigen. Al daags nadien is het de opdrachtgever toegelaten, op kosten van de erfgenamen, door een deskundige een beschrijving en schatting van de op dat ogenblik uitgevoerde werken te laten opstellen. Bij overlijden is de opdrachtgever gehouden aan de nalatenschap de waarde van de uitgevoerde werken en materialen in evenredigheid te betalen met de bedongen prijs, doch alleen indien die werken of bouw stoffen van nut zijn. Faillissement van de aannemer: wordt niet beschouwd als overmacht en stelt geen einde aan

het contract. De opdrachtgever kan de ontbinding van de overeenkomst vorderen ofwel vragen dat het werk door een andere aannemer zou voltooid worden voor rekening van de gefailleerde (de derde aannemer zal door de rechtbank benoemd worden). Bij het bekendmaken van het failliet wordt op kosten van de schuldeisers een beschrijving van de op dat ogenblik uitgevoerde werken opgesteld door een deurwaarder die dan het proces-verbaal opstelt binnen de dertig dagen en de belangen van de aannemer behartigt. In beide gevallen (overlijden en faillissement) zal men zich verder richten naar de bepalingen van de overeenstemmende Staatslastenboeken. De registratie van de aannemer is vereist. De aannemer is gehouden de architect en de op-

drachtgever onmiddellijk en aangetekend op de hoogte te brengen indien zijn registratie wordt geschrapt of opgeschort. In dat geval behoudt de opdrachtgever zich het recht voor de aannemingsovereenkomst te verbreken, zonder enig recht op schadevergoeding voor de aannemer. De al verrichte betalingen worden dan vervallen verklaard.

5 Verantwoordelijkheden en waarborgen. De aannemer kan nooit aanzien worden als de onbevoegde slaafse uitvoering van de technische oplossingen die door de ontwerper worden voorgesteld. In zijn hoedanigheid van vakman draagt de aannemer de technische verantwoordelijkheid van de uitvoering.

5.1 Geschillen Door het aangaan van de overeenkomst verklaren opdrachtgever en aannemer akkoord te zullen gaan met de interpretatie van plannen en lastenkohier welke door de architect worden bepaald. Eventuele andere geschillen worden voorgelegd aan de plaatselijke scheikamer voor geschillen in de bouwnijverheid. Alle inbreuken op de bepalingen van het contract, daarin begrepen het niet - naleven van de instructies van de architect, worden schriftelijk vastgesteld. De aannemer moet zijn verplichtingen volbrengen of zijn verweermiddelen laten kennen per aangetekend schrijven aan architect en opdrachtgever binnen de vijftien kalenderdagen na verzending van een aangetekende ingebrekestelling of na vermelding in het werfboek of in werfverslag. Na verloop van die termijn, wordt het stilzwijgen van de aannemer aanzien als erkenning van de vastgestelde feiten.

6 Bijzondere richtlijnen: De bijzondere aandacht van de aannemer wordt gevestigd op volgende punten Verantwoordelijkheid van de uitvoerders.

Daar verschillende onderdelen door diverse aannemers worden uitgevoerd is het van groot belang dat een goede onderlinge verstandhouding en coรถrdinatie bestaat. De verschillende onderaannemers dienen hier rekening mee te houden. Door het ondertekenen van de overeenkomst verklaart de aannemer zich te zullen houden aan de coรถrdinatie - instructies die hierover door de architect worden gegeven.

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

8

-

3 1

Door het werk aan te vatten verklaart de aannemer zich akkoord met de toestand van het gebouw waarin het zich bevindt; in het andere geval zal hij niet tot de uitvoering overgaan. Hij neemt onmiddellijk contact met architect en opdrachtgever en deelt mee dat hij niet akkoord kan gaan met de al uitgevoerde werken. De architect zal in dat geval een beslissing treffen die bindend is voor de diverse aannemers. Materialen en leveringen.

Al de te gebruiken materialen zullen van eerste keuze of kwaliteit zijn, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld; geplaatste materialen die niet beantwoorden aan het bestek zullen van de werf verwijderd worden en de daardoor veroorzaakte kosten vallen voor rekening van de aannemer. Kap- en boorwerk en bevestigingsmateriaal zijn voor rekening van de diverse aannemers; openingen voor kokers e.d. worden door in de ruwbouwfase uitgespaard en dienen aangewerkt door de aannemers waarvoor deze uitsparingen zijn gehouden. Alle reparaties die nodige zijn door verkeerd uitvoeren van werken zullen door de aannemer of door derden op zijn kosten moeten hersteld worden. Hoeveelheden.

De bij dit bestek geleverde uitgebreide en samenvattende opmeting werd gratis uitgevoerd. De opgegeven hoeveelheden worden uitsluitend verstrekt als inlichting. Er wordt verondersteld, dat vooraleer de aannemingsovereenkomst te hebben afgesloten, alle hoeveelheden zowel door aannemer als door de opdrachtgever werden gecontroleerd en nagerekend. Verrekeningen ten gevolge van fouten in deze opmeting kunnen nooit voor rekening van de architect worden opgesteld. De hoeveelheden opgegeven in het bestek ‘Uitgebreide Meting’ en/ of ‘Samenvattende Opmeting’ worden niet beschouwd als maat of begrenzing van uit te voeren werk; de aannemer zal zich, na het ondertekenen van het aannemingscontract, niet kunnen beroepen op leemten of onnauwkeurigheden welke in voornoemde documenten zouden voorkomen. Wijzigingen aan de hoeveelheden opgenomen in de aannemingsovereenkomst (behalve voor posten met aanduiding VH, HW of VS) zijn niet toegelaten. Ingeval van opmeting der werken, zal dit gebeuren volgens de meetcode welke per artikel wordt voorzien in het bestek. Hoeveelheden mogen nooit ‘dubbel’ worden gerekend (vb. in beton en in metselwerk). Keuring.

De betaling van afkortingen mag niet beschouwd worden als keuringen bij gedeelten van de aanneming. Ze moeten aanzien worden als voorschotten op de betaling van de eindafrekening, waarbij de verantwoordelijkheid van de aannemer behouden blijft. Onderaannemers.

De architect behoudt zich het recht voor bepaalde onderaannemers te weren. De aannemer blijft steeds verantwoordelijk voor de door zijn onderaannemers uitgevoerde werken. Werken in beton.

De aannemer is gehouden de architect te verwittigen twee dagen voor het storten van beton, zodat een grondige controle van wapening en uitsparingen mogelijk is. De aannemer volgt de richtlijnen i.v.m. openingen in muren, welfsels, betondelen, e.d. Openingen in betonplaten worden uitgespaard d. m. v. van blokken geëxpandeerd polystyreen, stukken buis, enz. e.e.a. volgens noodzaak. Opgemaakt te Mechelen, vrijdag 24 januari 1997

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

Gezien en goedgekeurd voor gelijkvormige uitvoering, de aannemer,

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


Hoofdstuk 2

2

TECHNISCHE BEPALINGEN Technische bepalingen en beschrijvend lastenboek Vooraf: In het Bijzonder Bestek wordt de nummering het Algemeen Bestek voor de Uitvoering van PrivĂŠ Bouwwerken, uitgegeven door de FAB, het WTCB en NCB niet gevolgd. Maar alle titels van de afleveringen en artikelen die van toepassing zijn uit de desbetreffende voorschriften van het ABPB blijven integraal van toepassing. In geval van tegenstrijdigheid heeft het BB voorrang op het ABPB. De aannemer is echter verplicht in dat geval de architect opmerkzaam te maken op eventuele ongerijmdheden die in de aanbestedingsdocumenten zouden voorkomen. In deze beschrijving worden soms materialen met merknaam en type beschreven. Dat gebeurt voor de esthetische, gecombineerd met de technische aspecten. Indien de inschrijver gelijkwaardige maar goedkopere varianten wil voorstellen, dan is dit toegelaten, op voorwaarde dat dit duidelijk bij zijn offerte vermeld wordt. Indien bij de offerte geen melding gemaakt wordt van varianten, dan wordt verondersteld dat minstens het beschreven materiaal moet geleverd worden, en dat de uitvoering precies volgens de richtlijnen van deze fabrikant moet uitgevoerd kunnen worden.

1 Algemeen 1.1 Materialen. Materialen die verwerkt zijn, worden verondersteld goedgekeurd te zijn door de aannemer. Alle materialen worden op de werf gekeurd.

1.2 Gemeenschappelijke prestaties voor alle bouwvakken 1.2.1 Schoonmaken van de bouwplaats en omgeving. Toevoer en opslag van materiaal gebeuren in overleg met de bewoners. Alle afval wordt wekelijks afgevoerd. Er dient strikt te worden gelet op het regelmatig schoonmaken van de omgeving van de bouwplaats. Alleen de aannemer is verantwoordelijk indien hierover moeilijkheden ontstaan met aanpalende eigenaars. In dat geval wordt door de aannemer - ruwbouw een afrekening opgesteld voor het schoonmaken en opruimen van het werk van goede staat achterlaten dat de aannemers die hem opvolgen of gelijktijdig werken hun werk kunnen uit voeren zonder hinder. Voor de voorlopige oplevering wordt een grondige schoonmaak van de bouwplaats uitgevoerd. De aannemers moeten het door hen uitgevoerde werk tijdens de uitvoeringsfase onderhouden en in stand houden tot bij de oplevering. Bij een onderbreking moeten alle maatregelen genomen worden om het werk in stand te houden en te bewaren. Alleen de aannemer is verantwoordelijk voor de schade aan de omgeving (vb. straat, voetpad...), tot de voorlopige oplevering. Eventuele beschadiging dient onmiddellijk en zonder bijkomende vergoeding hersteld te worden.


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

2 -

3 1

1.2.2 Organisatie en coördinatie. De verschillende aannemers & onderaannemers zijn verplicht met elkaar in contact te treden voor de coördinatie van het werk. (O.a. aannemer ruwbouw met aannemer dak timmerwerk, zinkwerk, dakdichting; enz.) Door het deelnemen aan de aanbesteding erkennen de aannemers deze coördinatie plicht. De uitvoeringstermijn wordt bij contract bepaald. De algemene kosten worden door de hoofdaannemer (ruwbouw) gedragen en door hem in zijn offerte verrekend. Worden beschouwd als vaste kosten: • De bewaking van bouwplaats voor de duur der werken. • schaftlokalen, kleedkamers, e.d. • De kosten die gepaard gaan met algemene maatregelen voor veiligheid, hygiëne en politietoezicht. • De kosten voor verbruik van elektriciteit, water e.d. zijn voor rekening van de opdrachtgever. Meting: Deze kosten zijn inbegrepen in de post werfinrichting (1.1)

1.3 Isolatie Het gebouw moet voldoen aan de Energieprestatieregelgeving. De berekeningen hiervoor en de administratieve afhandeling hiervan gebeuren door de EPB – verslaggever. Deze berekent en controleert de tekeningen, bestekbeschrijvingen, de technische fiches en de uitvoering. Nieuwbouw: Het totale isolatiepeil K van de woning moet kleiner zijn dan of gelijk zijn aan K 45. De U-waarden van de constructiedelen moeten kleiner zijn dan de opgelegde maxima uit onderstaande tabel: constructiedeel

maximale U-waarde

dak of plafond naar niet-geïsoleerde zolder

0,4 W/m²K

buitenmuur

0,6 W/m²K

vloer boven buitenomgeving

0,6 W/m²K

andere vloeren

0,4 W/m²K

gemene muur naar buurgebouw

1,0 W/m²K

vensters (raamprofiel + beglazing)

2,5 W/m²K

beglazing

1,6 W/m²K

deuren en poorten

2,9 W/m²K

De invloed van goed thermisch geïsoleerde constructiedelen (met dikkere of betere isolatie dan verplicht) wordt in rekening gebracht in het E-peil. Verbouwing: De U-waarden van de constructiedelen die nieuw zijn of verbouwd of vervangen worden, moeten voldoen aan de opgelegde maxima uit bovenstaande tabel.

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

3 -

3 1

2 Algemene bouwwerken – ruwbouw onder dak. 2.1 Werkzaamheden vooraf. 2.1.1 Sloopwerken Meting: SOG Alle materiaal, afkomstig van de sloopwerken, wordt eigendom van de aannemer door hem conform de wettelijke voorschriften afgevoerd en gestort. Inbegrepen zijn: sorteren en laden, transport. Verder breek- en kapwerken die nodig zijn om de nieuwe werken te kunnen uitvoeren, bevestigen, verankeren zijn inbegrepen, maar worden niet afzonderlijk gemeten of beschreven. Ook inbegrepen zijn alle schoor-, afsluit- en beschermwerken, nodig om de bestaande en te behouwen delen te vrijwaren. 1.

Deel van het gebouw

Een deel van het gebouw wordt gesloopt. Op de tekeningen van de bestaande toestand zijn de delen die gesloopt moeten worden gearceerd. In de uitgebreide meting is dit ook nog eens beschreven. Verdere breek- en kapwerken die nodig zijn om de nieuwe werken te kunnen uitvoeren, bevestigen, verankeren zijn inbegrepen, maar worden niet afzonderlijk gemeten of beschreven. Ook inbegrepen zijn alle schoor-, afsluit- en beschermwerken, nodig om de bestaande en te behouwen delen te vrijwaren. 2.

Slopen interieur

In het deel van het gebouw , dat behouden blijft, worden onderdelen gesloopt zoals: binnen- en buitenschrijnwerk, technische installaties (verwarming, sanitaire en elektrische installatie), schouwen, vloeren, pleisterwerk muren, valse plafonds, daken enz. In de meetstaat en op de plannen staat en nauwkeurige omschrijving van deze werken. 3.

Tuin

In de tuin worden alle verhardingen, alle struiken en bomen verwijderd 4.

Slopen samen met ruwbouwwerken

In hoofdzaak werken die een tussenkomst van de ruwbouwaannemer vragen vooraleer ze kunnen starten (onderstutten, schoren…). In dit werk zijn dit: • de achtergevel en de zijgevel van de bestaande keuken op de beganegrond. • De borstweringen onder de ramen van de achterste slaapkamer en de badkamer die uitgeven op het dak van de veranda 2.1.2 Werfinrichting Meting: SOG De werfinrichting omvat: het klaarmaken van het terrein voor de aanvang der werken, het uitpiketten, de aanvoer van machines en loodsen, de afsluiting en signalisatie en alle door de wet vereiste inrichtingen en maatregelen. Inbegrepen: • •

Plaatsbeschrijvingen: de aannemer beslist of hij een plaatsbeschrijving van de aanpalende percelen en/ of de openbare weg laat uitvoeren. Bouwplaatsschutting: de werken worden uitgevoerd in een rijwoning, waarvan de achterliggende tuin rondom is afgesloten. Tijdens de werken wordt de voordeur afgesloten. Tijdens de toevoer en afvoer van materialen en machines worden tijdelijke schuttingen op het voetpad geplaatst. De aannemer is verantwoordelijk voor de bewaring van de materialen en van de uitgevoerde werken en voor de bescherming ervan (tegen vandalisme, diefstal, enz.) Toegangswegen: het bouwterrein ligt aan de openbare weg en is rechtstreeks toegankelijk voor normaal verkeer. Schade aan de openbare weg en aanpalende eigendommen door werfverkeer is voor rekening van de aannemer. Hij dient deze onmiddellijk en degelijk te herstellen of te vergoeden.

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

• • •

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

4 -

3 1

Ruimte voor materiaalopslag & kantoorruimte: kan ingericht worden in een lokaal van het bestaande gebouw. Alle aanbestedingsdocumenten, en alle documentatie die betrekking heeft op het verloop van de werken, moeten op de werf, in de kantoorruimte ter inzage kunnen genomen worden tijdens de gehele duur der werken. Water en elektriciteit. De bestaande huisaansluitingen water en elektriciteit kunnen gebruikt worden. Het verbruik is voor rekening van de opdrachtgever. Bouwlijn, oriëntatiepunten, hoogtepeilen. De aannemer bakent het werkentracé af volgens de plannen. De 0.00 pas = de bestaande dorpel van de voordeur. Werfinrichting op de openbare weg: Volgens wettelijke en gemeentelijke voorschriften. De aannemer vraagt vergunning bij gemeentelijke bouwdienst en/of politie. Inclusief signalisatie, verlichting, afsluitingen.

2.1.3 Veiligheid Meting: SOG Alle voorzieningen worden getroffen inzake veiligheid en gezondheid en alle werken worden uitgevoerd overeenkomstig de voorschriften van de “ Wet op het Welzijn “ van 04/08/96 en het KB van 25/01/2001 (verschenen in het Belgisch staatsblad van 07/02/2001) betreffende tijdelijke of mobiele bouwplaatsen. De aannemer voegt de documenten, zoals bepaald in art 30 van het KB 25/01/2001, toe aan zijn inschrijving, zodanig dat de veiligheidscoördinator-ontwerp de overeenstemming ervan kan beoordelen met zijn veiligheids- en gezondheidsplan. een document (risico - analyse) dat verwijst naar het VGP en waarin zij beschrijven op welke wijze zij het bouwwerk zullen uitvoeren om rekening te houden met dit VGP • een afzonderlijke prijsberekening in verband met de door het VGP bepaalde preventiemaatregelen en -middelen, inbegrepen de buitengewone individuele beschermingsmaatregelen en middelen. Het totaal van deze afzonderlijke prijsberekening dient overeen te stemmen met het totaal zoals opgenomen in artikel 04.00 van de samenvattende opmeting. Tijdens de verwezenlijking worden alle besproken wijzigingen in overleg met de coördinator verwezenlijking, in volgorde van voorkomen toegevoegd, zodat het veiligheids- en gezondheidsplan op elk moment de stand van de werken weerspiegelt. •

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

5 -

3 1

2.2 Grondwerk Het graafwerk omvat: graven en opstapelen van de grond en de werken en leveringen nodig voor een degelijke uitvoering van de werken en de veiligheid op de bouwplaats. Tenzij anders vermeld in de meting, blijft alle grond ter plaatse. Afval dient van de bouwplaats te worden verwijderd. Steen en betonpuin mogen, in overleg, verwerkt worden in de ondergrond van verharde toegangswegen, maar niet in het tracé voor nutsvoorzieningen of rioleringen. Bij graafwerken langs scheimuren en keermuren wordt de ingenieur stabiliteit geraadpleegd. Nabij bestaande muren wordt vooraf gecontroleerd hoe en op welke diepte deze gefundeerd zijn. In elk geval wordt nooit dieper gegraven dan de funderingen. 2.2.1 Sleuven Na uitgraven de van bouwput worden de sleuven uitgegraven (ca. 25 cm dieper dan de bouwput.) De sleuven mogen machinaal worden uitgegraven De bodem van de sleuven en putten zal effen en vlak zijn. Het graafwerk voor de sleuven van leidingen, putten e.d. is vervat in deze artikelen. Meting: per m³ 2.2.2 Funderingszolen in stortbeton Overeenkomst met relatieve aannemingssom. Als tijdens de uitvoering blijkt dat de bodem niet de onderstelde eigenschap pen zou bezitten, wordt in overleg met architect en ingenieur beslist welke bijkomende maatregelen dienen genomen. Voor min/ meerwerk wordt een verrekening opgemaakt. De funderingszolen worden uitgevoerd in stortbeton met volgende eigenschappen: A B C C 20/25 OB S3 Specificaties volgens NBN B15-001 Voor de dikte van de funderingszolen: zie meting Meting: m³,

D 20 - 28

2.2.3 Ondergronds metselwerk in betonblokken Uit te voeren in volle grindbetonblokken. De blokken dragen het keurmerk Benor en NBN 21-001, en hebben een drukweerstand van 20 N/mm². Wateropslorping kleiner dan 8 % Mortel: 350 KG P32.5 per m³ zand Alle stootvoegen moeten zorgvuldig worden dicht gemorteld. 

Meting: per m³ 2.2.4 Kruipkelderverluchtingen Uit te voeren met dikwandige PVC buizen (door funderingsmuren) aan de buitenzijde voorzien van T in PVC, bovenzijde afgedekt met Alu rooster. Onder de T, tot op de funderingszolen opvullen met steenslag of grind. ∅ 200 mm. Meting: per stuk - inclusief rooster, 2.2.5 Vochtisolatie. Kunststoffolie tegen opstijgend en doorslaand vocht. Materiaal HDPe (vb Diba, DPC) met een dikte van ca. 1 mm of gelijkwaardig. Steeds aan te brengen tussen twee lagen mortel. Overlap minimum 20 cm. 1 ste laag: 2 de laag:

3 de laag:

onmiddellijk onder de welfsels van de kruipkelder. Breedte: minimum 5 cm breder dan de funderingsmuren. Buitenmuren: trapsgewijs ingewerkt, vertrekkend op de funderingsmuren, in de spouw naar boven en boven de eerste laag van de binnenmuurstenen naar binnen. In de gevelsteen, ca 30 cm boven het afgewerkte maaiveld.

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

6 -

3 1

Binnenmuren: Verder:

Boven de eerste laag binnenmuurstenen. Bij elk linteel boven ramen en deuren trapsgewijs ingewerkt, vertrekkend onmiddellijk boven de kantlaag gevelsteen, in de spouw naar boven, en ca 15 cm hoger, boven de eerstvolgende binnenmuursteen naar binnen. Bij slagen van ramen en deuren, wordt bijkomend een laagje thermische isolatie van minimum 1 cm dik tussen gevel- en binnenmuursteen aangebracht. Meting: SOG 2.2.6 Aanaarden. Van toepassing: buiten de woning en binnen de woning op plaatsen waar geen kruipkelder wordt uitgevoerd. Het aanaarden gebeurt in lagen van maximaal 30 cm dikte die goed aangedamd worden met een trilmachine. Het mag slechts gebeuren nadat beton, metselwerk en cementering voldoende verhard zijn (min. 3 dagen oud), nadat de bitumen voldoende droog zijn. Verder aanaarden (verhogen maaiveld, terreinaanleg) en het uitspreiden van overtollige grond maken geen deel uit van deze aanneming. Ze zijn onderdeel van het dossier tuinaanleg. Aanvulzand: per m³ 2.2.7 Afvoer grond Uitgegraven en overtollige grond wordt eigendom van de aannemer en afgevoerd. Inbegrepen transport, stortvergoedingen en alle - door de wet vereiste - maatregelen. Meting: per m³ 2.2.8 Betonplaat op volle grond (vloerverwarming) Alleen van toepassing bij de zones zonder kruipkelder binnen het gebouw. (Onder terrassen en verharde toegangswegen buiten worden NOOIT waterdichte betonplaten toegepast) De gewapende ondervloeren worden uitgevoerd met stortklaar beton, afkomstig van een betoncentrale met Benorattest. Het beton voldoet aan de specificaties van NBN B15-001. Er wordt steeds beton met waterwerende toeslagstof (Tixo) toegepast, met een minimum aan aanmaakwater. A B C D C 25/30 2b S1 + tixo 20 - 28 Wapening: betonstaalnet 15/15/6, of zwaarder indien de stabiliteitsstudie (voor rekening van de aannemer) dit vereist. Dikte: minimum 12 cm Vooraf wordt de ondergrond degelijk genivelleerd en aangedamd. Onder het beton wordt een laag polyethyleenfolie met dikte 2/10 mm aangebracht. Rondom wordt deze folie tegen de buitenmuren naar boven omgeplooid. Hierop wordt de ondervloer gestort. Afwerkpeil: ca. 180 mm onder de afgewerkte vloerpas. Meting: ·per m² ondervloer, per m², PE folie inbegrepen

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

7 -

3 1

2.3 Riolering De werken omvatten leveringen van materiaal, plaatsing, bevestiging en ondersteuningswerken, graafwerk, funderingen en aanaarden buiten het gebouw. Afvoerbuizen en hulpstukken in de kleur RAL 8023 en RAL 7037, met vaste rubberdichting. -

diameter : min 90 mm tot max 200 mm; lengte : min 1 m tot max 5 m

-

keurmerk BENOR SN4 - SN2 volgens NBN EN 1401, of fabrieksnorm

-

hulpstukken met keurmerk BENOR, voorzien van steekmof en vaste rubberdichting, buizen met gladde einden (ongemoft) of buizen voorzien van steekmof en vaste rubberdichting Mateririaal:

hard PVC met Benor keurmerk. De stukken hebben een minimale wanddikte van 3 mm (tot ∅ 110 mm) en 3,2 mm (groter). Vaste elastische dichtingen. Geen O ringen. Helling: minimum 1 cm/m. voor regenwater en huishoudelijke rioleringen. 1,5 cm/m voor WC leidingen, overloop septische put en leiding van controleput naar straatriool. Het rioleringssysteem wordt uitgevoerd als een gescheiden systeem: Voor regenwaterleidingen RWA worden grijze buizen toegepast, voor afvalwaterleidingen (WC, keuken, badkamer, wasplaats – Droog Weer Afvoer DWA) wordt gebruik gemaakt van oranje buizen. Beide leidingen worden tot aan de afkoppelingsput aan de perceelsgrens aangelegd. Wanneer het bouwterrein paalt aan een open gracht of een waterloop, dan wordt de regenafvoerleiding daarop aangesloten. Putten in opritten, parkeerplaatsen of verhardingen voor vb. brandweer, worden bijkomend afgedekt met een gewapende betonplaat die voorzien voor de te verwachten belastingen. Alle putten binnen het gebouw (ook in bergplaatsen en garages) worden altijd voorzien van een dubbel gasdicht deksel. 2.3.1 Afvoerleidingen Plaatsing: zie funderingsplan. Indien hiervan wordt afgeweken moet een nieuw schema met het juiste verloop opgemaakt worden door de aannemer De leidingen eindigen steeds met een mof ca. 10 cm onder de afgewerkte pas . Degelijk af te dichten tijdens de werken. Bevestigingen en ondersteuningen in de kruipkelder: volgens voorschriften van de fabrikant. Meting: per m en per ∅, hulpstukken worden niet afzonderlijk gemeten. 2.3.2 Regenwaterfilter Sinusfilter SF: filterbehuizing van polyethyleen (PE), filter van roest vrij staal met kunststof weefsel, maasgrootte 0.55 mm. Aansluitingen: toevoer, afvoer naar tank en afvoer naar riool 110 mm Wordt boven op de regenwater^put geplaatst. Type voor een dak met een horizontale oppervlakte tot 150 m²

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

8 -

3 1

Aankoopwaarde particulier ca € 240,- excl. Btw Meting: per stuk 2.3.3 Regenwaterput Prefab beton/kunststof inhoud minimum 3000 L of meer wanneer dit vermeld wordt op de plannen of in de meetstaat . Inplanting volgens tekening. Te voorzien van mangat en gegalvaniseerd stalen deksel op niveau afgewerkt terrein. Opstand in gecementeerd metselwerk in volle steen of gewapend beton. Inbegrepen: •

aanzuigleiding in kunststof: vertrekkend in de put en eindigend in de kelder/bergplaats/garage.

Overloopsifon met rooster (tegen ongedierte)

Meting: per stuk, SOG. 2.3.4 Septische put Prefab beton/kunststof. Model met 2 kamers. Inhoud: 6 I.E. of 1800 L of meer wanneer dit vermeld wordt op de plannen of in de meetstaat . Inplanting volgens tekening. Diepte volgens straatriolering en rekening houden met een minimum verval van 1 m/m voor huishoud- en regenwater en 1,5 cm/m voor wc leidingen. Te voorzien van mangat en dubbel geurdicht gegalvaniseerd stalen deksel op niveau afgewerkt terrein. Opstand in gecementeerd metselwerk in volle steen. De standleiding van de wc’s wordt doorgetrokken tot boven het dak en dient tegelijk als ventilatie van de septische put. Meting: per stuk, SOG. 2.3.5 Toezichtputten Van toepassing: als controleput op een plaats waar verschillende leidingen samenkomen. Inbegrepen: verlengstuk om de puthoogte aan te passen aan het niveau van het afgewerkte terrein + PVC afsluitdeksels en afgedekt met teelaarde. Meting: per stuk 2.3.6 Reukafsnijder Van toepassing: te ding in de kelder

plaatsen op de hoofdlei-

Prefabelement of lende onderdelen tingen idem als

samengesteld uit verschilin PVC: materiaal en dichrioleringsleidingen.

Bij de inplanting rekening houden met de bereikbaarheid van de controledop. Te ondersteunen met een console in metselwerk, of degelijk te bevestigen aan de muur met passende beugels. Meting: per stuk 2.3.7 Aansluiting op de openbare riolering De bestaand aansluiting op de openbare riolering blijft behouden. Meting: PM

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

9 -

3 1

2.4 Metselwerk Alle buitengevels worden als volgt uitgevoerd: • Buitenwand in halfsteens metselwerk. • Matig verluchte spouw 3 cm. • Isolatieplaten (zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.). • binnenwand: dragende muur De binnenwand wordt met de buitenwand verbonden met speciale roestvrije spouwhaken, voorzien voor de bevestiging van spouwplaten tegen de binnenmuur. Deze haken worden geplaatst elke 60 cm in horizontale en verticale richting. Er wordt een voegwapening aangebracht in het gevelwerk boven raamopeningen groter dan 90 cm (iedere laag tot een hoogte van 1/5 van de overspanning; opleg minimum 20 cm) en op alle plaatsen waar aangeduid op de plannen. Bij gebruik van spouwisolatie met niet gevulde spouw wordt gebruik gemaakt van bijzondere ankers met drukrand. Model voor te leggen. De werken dienen aangezet nauwkeurig volgens de maten aangeduid op de plannen. De afmetingen worden door de aannemer nagezien en ingeval er een missing in voorkomt, zal hij dadelijk de architect hiervan verwittigen alvorens voort te werken. Bij verwaarlozing hiervan is alle schade of uitvoering van wijzigingen voor zijn rekening. Maten van de gevels mogen - alleen in overleg met de architect - aangepast worden aan het moduleformaat van de gevelsteen. In principe moeten alle maten steeds overeenstemmen met een veelvoud van hele of halve stenen. De muren moeten te lood en goed vlak worden uitgevoerd. Alle stootvoegen moe ten zorgvuldig dicht gemorteld worden. Bij droog winderig weer of bij regen moet het metselwerk zorgvuldig worden af gedekt om voortijdig uitdrogen of uitspoelen te voorkomen. Er worden klossen voorzien voor de verankering van het binnen- en buiten schrijnwerk. Aan de zijkanten minimum 2 bevestigingsblokken, minstens 20 cm uit de hoeken. Maximale afstand tussen de bevestigingspunten: 70 cm. Aan de bovenzijde: 1 bevestiging per m. Zichtbaar blijvend metselwerk moet tegen bevuilen te worden beschermd: daarom dient het beschermd te worden tegen spatten en lekken van cementmelk, bij het storten van de vloerplaten. Mortel   

1 deel cement P32.5 of P42.5 1 deel vette kalk (Supercalco) 6 delen droog scherp zand

2.4.1 Metselwerk in volle baksteen Van toepassing voor de verhoging van bestaande scheidingsmuren, het hermetselen van schouwkoppen bij de buren en het dichtmetselen van holtes en openingen die ontstaan zijn door de sloopwerken, Materiaal conform wettelijke voorschriften: volle baksteen of vorstbestendige snelbouwstenen (maximum 15% perforaties), gevoegd achter de hand. Er mag gebruik gemaakt worden van recuperatiesteen van hetzelfde formaat als het bestaande metselwerk. Wanneer de aanpalende eigenaars een andere uitvoering wensen (vb gevelsteen), dan maakt de aannemer daar met hen een overeenkomst over, en rekent ook rechtstreeks met hen af. De opdrachtgever en architect wordt vooraf van deze overeenkomst op de hoogte gebracht door de aannemer. Meting: per m³, voegwerk achter de hand inbegrepen. 2.4.2 Binnenmuren in snelbouw. Materiaal: Silka kalkzandsteen (of gelijkwaardig alternatief).

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

1 0 -

3 1

Van toepassing voor alle binnenmuren: dragende muren: MB 14 (29/14/14), niet-dragende muren MB 9 (29/9/14), model voorzien van een ergonomische handgreep. De stenen voldoen aan NBN B21-003, verwerking volgens NBN B 24-301en richtlijnen van de steenfabrikant: http://www.xella.be/downloads/bel/BROCHURES/Verwerking_en_afwerking.pdf Mortel (= zg. basterdmortel) Meting: per m² 2.4.3 Opgaand metselwerk in cellenbeton Van toepassing onmiddellijk boven de plaat van de verdieping onder de gevelsteen, om thermische bruggen te vermijden. Ytong C4/06 (580 kg/m3), volgens NBN B21-002. De blokken dragen het Benor keurmerk. Te verlijmen met Ytocol, volgens de voorschriften van de steenfabrikant. Meting: per m³ 2.4.4 Gevelsteen Handelswaarde geleverd op de werf: € 27.5/m² - 85 St./m². Moduleformaat: WF 50 (100 x 210 x 50 mm) Voor de gevels wordt gebruik gemaakt van rode gladde strengpers gevelsteen. Drukweerstand: 85 kg /cm² Baktemperatuur: minimum 1100°.  Vochtopslorping: maximum 6.5 % na 48 uur onderdompeling - volgens NBN B24-203 Zeer vorstbestendig volgens NBN B 27-009  Uithollingen: geen volgens NBN B24-209  De stenen worden verwerkt in halfsteens verband.  Er worden verschillende verpakkingen gelijktijdig geopend, en de stenen van de verschillende verpakkingen worden gemengd. De voegen dienen gelijkmatig uitgeschraapt tot op een diepte van 15 mm achter het gevelvlak.  

Alle voegen dienen gelijkmatig vol en gelijkmatig te zijn. Bij spouwmuren wordt ervoor gezorgd dat invallende specie verwijderd wordt (vb. spouwlat / open stenen). Boven de dichtingfolie onder aan de muur en boven de lintelen wordt om de drie stootvoegen 1 voeg opengelaten voor de verluchting van de spouw. Bij deur- en raamopeningen wordt een aanslag gemaakt van 3 a 4 cm Meting: per m², openingen kleiner dan 0.5 m² worden niet afgetrokken 2.4.5 Spouwisolatie mineraalwol Materiaal: mineraalwol (Isover Easypan, Rockwool Rockfit of gelijkwaardig alternatief) dikte minimum 75 mm (Ug.max ≤ 0.6). . Halfstijve mineraalwolplaten, waarvoor de fabrikant beschikt over een ATG goedkeuringsattest. Van toepassing bij alle baksteengevels. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de nauwkeurige uitvoering van dit werk. De platen moet langs de rij gesneden worden en nauw aansluiten tegen de binnenmuur. Er worden aangepaste spouwankers toegepast. (Model voor te leggen) Aan de bovenzijde worden de platen doorgetrokken tot aan de muurplaat. Meting: per m² 2.4.6 Isolatie scheidingsmuren Materiaal: mineraalwol (Isover party-wall, Rockwool Rockfit of gelijkwaardig alternatief), dikte minimum 20, 25, 30 mm (Ug.max ≤ 1.0).. Halfstijve mineraalwolplaten, waarvoor de fabrikant beschikt over een ATG goedkeuringsattest. Van toepassing bij alle scheidingsmuren.

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

1 1 -

3 1

Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de nauwkeurige uitvoering van dit werk. De platen moet langs de rij gezaagd of gesneden worden en nauw aansluiten tegen de binnenmuur. Er worden aangepaste spouwankers toegepast. (Model voor te leggen) Meting: per m² 2.4.7 Arduin Zichtzijden geschuurd, hoeken licht afgeschuind. Van toepassing bij alle deur- en raamdorpels op de beganegrond en verdieping. Deuren en ramen tot op de grond, te voorzien van tegentrede 15 hoog. De dorpels van de overige ramen steken 5 cm uit aan de voorzijde, en zijn aan de zijkanten 5 cm ingewerkt in het gevelmetselwerk. Uitstekende dorpels zijn voorzien van een druiprand. Helling 10 % naar buiten. Achterzijde achter de slag: Ramen met rolluik: 85 mm achter zijdelingse aanslag Ramen zonder rolluik: 30 mm achter zijdelings aanslag  Schuifdeuren: 50 mm  Garagepoort: 30 mm  Detailtekeningen strikt te volgen. Onder de voegen van dorpels of dekstenen moet steeds een loden afwateringsgootje voorzien worden. De voegen tussen arduin worden afgekit met grijze mastiek, die speciaal ontwikkeld is voor gebruik bij arduin.  

Meting: per m³ 2.4.8 Voegwerk achteraf – gekleurde voegen Vooraf dient de voeger te ondiepe voegen uit te bikken, te smalle stootvoegen bij te werken en geschonden stenen te vervangen. Verontreinigingen dienen verwijderd met een geschikt oplosmiddel. De te voegen muren worden bevochtigd met zuiver water. Het uitvoeren van voegwerk bij regen of bij gevaar voor vorst is niet toegelaten. Bij sterk drogend weer dient het voegwerk tegen voortijdige drogen beschermd. Het voegen gebeurt met een platvolle gladde voeg. De kleur van de mortel wordt bepaald na plaatsing van enkele stalen. De schouwen worden gevoegd en geschilderd voor de plaatsing van de leien. Uit te voeren door een gespecialiseerd (onder)- aannemer. Voor een gekleurde voeg die samen gaat met de kleur van de gevelsteen verwijzen samengestelde mortels van o.a. Seifert en Beamix. Meting: per m² netto oppervlak. 2.4.9 Voegwerk achter de hand Van toepassing bij de scheidingsmuren – aan de kant van de buren. Betonblokken worden altijd opgevoegd met grijze voegmortel die de kleur van de steen benadert. Bij silicaatsteen wordt witte voegmortel gebruikt, baksteen middengrijs. Indien de weersomstandigheden een goede uitvoering tijdens het metselen niet mogelijk maken, dient hiermee gewacht en moeten de voegen worden uitgeschraapt. De samenstelling van de voegmortel kan variëren in functie van de gewenste kleur.  Basis: 200 kg cement P40 vermengd met 100 kg hydraulische kalk per m³ zand  Type zand voor een grijze kleur: rijnzand, voor een crème kleur: duinenzand, voor een bleke kleur: wit zand Meting: per m² netto oppervlak

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

1 2 -

3 1

2.5 Beton & staal 2.5.1 Studie De berekening van de kolommen, balken en vloerplaten wordt toevertrouwd aan een ingenieur stabiliteit voor rekening van de aannemer/opdrachtgever. Ze wordt uitgevoerd in overeenstemming met NBN B13-103. De maximale doorbuiging f max. dient kleiner te zijn dan 1/1300 van de overspanning Vloerplaten worden berekend voor volgende lasten Eigen gewicht Gebruikslast 250 kg/m²  Dakplaten worden berekend voor volgende lasten  Eigen gewicht, sneeuw en windlast  Gebruikslast 150 kg/m² Er mogen geprefabriceerde elementen toegepast worden, wanneer de uitvoeringsplannen vooraf voorgelegd worden.  

Uitsparingen voor leidingen en in te bouwen verlichtingstoestellen te voorzien volgens uitvoeringsplannen - uit te voeren in overleg met de elektricien. Algemeen voor alle prefabelementen: Van al deze elementen worden vooraf uitvoeringstekeningen en legplannen opgemaakt en goedgekeurd, vooraleer de productie en/of de montage aan te vatten. Het transport, de manipulatie en de montage gebeurt steeds volgens de voorschriften van de producent. Deze voorschiften moeten steeds op de werf beschikbaar zijn. Wapeningen. Volledig van toepassing. De wapeningen voldoen aan NBN A 24-301 en draagt Benor keurmerk. De wapeningen opgegeven door de stabiliteitsstudie dienen strikt te worden gevolgd en zijn te beschouwen als minimum. Betonsamenstelling. Specificaties volgens NBN B15-001 A B C 25/30 GB

C S3 + Tixo

D 20 - 28

2.5.2 Betonnen balken, lintelen & kolommen Voor balken boven gevelopeningen smaller dan 1 m mogen geprefabriceerde lintelen gebruikt worden. Er moet op gelet worden dat er geen koudebruggen ontstaan. Overige betonnen elementen mogen geprefabriceerd worden wanneer de uitvoeringsplannen vooraf goedgekeurd worden. Zo nodig wordt een super - plastificeerder toegevoegd. Het beton wordt met een molen aangemaakt. Voorkeur gaat naar beton van centrales met Benor keurmerk. Meting: per m³ en per type netto volume(volgend uit betonstudie, inbegrepen: bekisting wapening. Meer - hoeveelheden (bv. om te corresponderen met hoogte metselwerklagen, om gemak van uitvoering) worden niet in beton gerekend. 2.5.3 Vloerplaat met potten en balken Materiaal: voorgespannen betonnen liggers met onderzijde in terracotta. Vulpotten in terracotta. Merk Koraton. Type balken en potten volgens de technische richtlijnen van de fabrikant. Ondersteuningen tijdens de uitvoering, druklaag en dwarsverstevigingen idem. Meting: per m²druklaaf altijd inbegrepen 2.5.4 Ter plaatse gestorte betonplaat De werken omvatten het leveren en plaatsen van: - de voorbereiding van de oplegvlakken,

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

1 3 -

3 1

de ondersteuningen en eventuele bekistingen, de vloerelementen zoals hierna beschreven, de bijkomende wapening, de druklaag, de nodige voorzieningen voor uitsparingen en doorvoeren, het wegnemen van de hulpstukken en het eventueel reinigen van de zichtzijden en de afwerking van de randen. Ter plaatse te storten betonplaat: uit te voeren volgens plannen en voorschriften van de stabiliteitsstudie. Minimum dikte 14 cm. Betonplaten die gepleisterd worden, worden op een ruwe bekisting gegoten, zonder gebruik van ontkistingsolie. Betonplaten die niet gepleisterd worden, worden zonder meerprijs op een gladde gegoten -

Meting: gewone bekisting per m², gladde bekisting per m², wapening per kg, vulbeton per m³. 2.5.5 XPs verloren bekisting Van toepassing: ter voorkoming van koudebruggen in betonbalken en platen Materiaal: geëxtrudeerd polystyreen, voorzien van een geprofileerd ruw oppervlak en bedoeld om te kunnen bepleisteren. Dikte 30 - 50 mm. (Ug.max ≤ 0.4). Type vb DOW Wallmate WB of gelijkwaardige alternatief. Uitvoering: de platen worden zorgvuldig op maat gezaagd of gesneden en nauw aaneensluitend in de bekisting geplaatst. Naargelang de toepassing worden er al dan niet bijkomende verankeringen toegepast. Meting: per m² en per dikte 2.5.6 Stalen profielen Van toepassing als kolom of balk. Maten en uitvoering volgens stabiliteitsstudie. In het zicht blijvende delen worden behandeld met twee lagen roestwerende verf. Kolommen te voorzien van voet- & kopplaten met bevestigingsgaten. Met inbegrip van montagemateriaal en laswerk voor de verbindingen onderling en aan de omliggende constructie. Meting: per kg 2.5.7 Roestvrijstalen kolommen Inox 304L, geslepen of geparelstraalde ronde buisprofielen voorzien van voet en kopplaat met 4 montagegaten Ø 16 mm + centrale opening . De stabiliteitstudie bepaalt of bijkomende wapening moet toegepast worden. Ø

Wanddikte mm

Kop & voetplaat

As montagegaten

Vulopenigen

154

2

200 x 200

150 x 150

Ø 142 of 100 x 100

204

2

250 x 250

200 x 200

Ø 247 of 175 x 175

Toelevering: Welding & Piping, Noordstraat 2, Mechelen 015 34 74 95, fax 015 34 74 96, kris.vermoesen1@yucom.be De aannemer maakt een uitvoeringsschets voor de atelierproductie op met netto lengte, maten in mm. De voorziene eenheidsprijs omvat: montage, inwendige wapening vulling met beton en bescherming Meting: per ¯ en per m

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

1 4 -

3 1

2.6 Timmerwerk Materiaal Europees naaldhout (Douglas den) of Oregon. Selectieniveau S6 of beter, volgens de Kar methode (STS 04), of een ander door een controleorganisme erkende methode. Houtvochtigheid < 24 %. Alle timmerhout wordt van hoogte geschaafd. Behandeling Meting: P. M., te begrijpen in de eenheidsprijzen van de betreffende onderdelen. Alle hout dient beschermd te zijn tegen schimmel, zwam en insecten, volgens STS 31 en 32 behandeling A. Iedere levering moet vergezeld zijn van een behandelingsattest volgens model Butgb. Alle achteraf vrijgekomen delen (na schaven, zagen, boren...) moeten bijkomend behandeld worden met een verenigbaar product met dezelfde beschemklasse. 2.6.1 Raveelconstructie Van toepassing voor het maken van openingen voor trapgaten, koepels en dakramen. Afmetingen aan te passen aan de kunststof koepelopstand volgens een uitvoeringdetail. Belangrijk: alle maten van deze opstand moeten beschikbaar zijn Bij grote openingen worden de balken aan weerszijden van de koepel versterkt. Meting: SOG 2.6.2 Metalen zwaluwstaart vloerplaten

Van toepassing: vloeren van natte ruimtes en ruimtes die betegeld worden Materiaal: in de vorm van een zwaluwstaart geprofileerde stalen platen met een profielhoogte van ca 16 mm, die worden gebruikt om zeer dunne en dus relatief lichte betonvloeren op een houten ondergrond te maken. (vb LEWIS http://www.reppel.nl/ of DUOFOR http://www.duofor.com/ of gelijkwaardig alternatief) â&#x20AC;&#x201C; wordt verdeeld via handelaars in bouwmaterialen. Afmeting: dikte 16 mm, werkende breedte 610 mm, voorraadlengtes 1220, 1530 1830 en 2000 mm. Maatwerk (levertijd!) van 500 tot 6000 mm. Vooral worden de bestaande houten balken gecontroleerd op draagkracht. Plaatsing: in halfsteens verband met de lengterichting haaks op de houten balken. Bevestiging met nagels en/of schroeven in de houten balken en volgens de verwerkingsadviezen van de fabrikant. Deze vloer wordt later afgewerkt met een glad afgestreken kiftbetonlaag van ca 35 mm waarop de vloertegels gekleefd worden (beton en tegels horen niet bij deze aannemeng) Uitvoering als geluidsisolerende vloer:

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

1 5 -

3 1

Boven op elke balk wordt vooraf een strook minerale wol (vb Rockwool 501/RT – dikte 20-25 mm, breedte: balkbreedte + 10 mm) geplaatst (lijmen). In dit geval worden de platen niet bevestigd aan de onderliggende balken. Ze worden onderling aan elkaar bevestigd met poprivetten. Bij aansluitingen tegen de muren gebruik maken van stroken randisolatie in hetzelfde materiaal. Te kleven tegen de opgaande muren. Uitvoering als watervaste vloer: Bij de aansluitingen tegen opgaande muren wordt dunne randisolatie in polethyleenschuim gebruikt (type Ektafoam of gelijkwaardig alternatief.) Op de kiftbeton en tegen de opgaande muren wordt een waterdicht vlies (vb Schluter Kerdi of gelijkwaardig alternatief) gekleefd vooraleer er betegeld wordt- (dit pakket hoort niet bij deze aanneming maar bij de afwerking) 2.6.3 Isolatie platte daken met houten balklagen Materiaal: - Isover Isoconfort 35 of gelijkwaardige alternatief met ATG keuring. Rolbreedte 1200 mm, dikte 60/80/100/120/140/160/200 mm (Ug.max ≤ 0.4).

2.6.4 Damp- & luchtscherm -

Isover Flamex, polyethyleenfolie dikte 0.185 mm, breedte 2 m. Brandklasse A1, Dampschermklasse E2. Dörken Delta-Reflex: Waterdicht en corrosievrije aluminiumlaag aangebracht tussen een zeer transparante polyesterfolie en polyethyleenfolie met bewapening (Brandgedrag B1, scheurweerstand 450 N / 5 cm, Dd meer dan 100 m, gewicht ca 180 g/m², breedte 1.5 en 3m

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

1 6 -

3 1

2.7 Zink, koper & lood De overeenkomst omvat: Leveren en plaatsen van goten en pijpen voor de afvoer van regenwater, met in begrip van de aansluiting op het rioleringsstelsel (d.m.v. van een aangepast soepel en reukdicht overgangsstuk. De loodgieter neemt tijdig contact met de uitvoerder van het daktimmerwerk, om alle uitvoeringsdetails te overleggen. 2.7.1 Afvoerbuizen – standleidingen in kunststof Van toepassing: voor alle afvoerbuizen binnen het gebouw. In bepaalde gevallen is deze leiding tegelijk de standleiding voor de afvoer van het sanitair. Dit werk moet worden gepland in overleg met de loodgieter. Materiaal: PEhd, Uitvoering: Degelijk te bevestigen met vaste en glijbeugels en de voorzien van passende (gasdichte) aansluitingen op de binnenriolering en de tapgaten en dakdoorgangen. Beugelafstand i.f.v. het materiaal, de diameter en de toepassing – volgens technische richtlijnen van de fabrikant. Op de plaatsen waar later sanitairaflopen moeten worden aangesloten, worden T-stukken en ontstoppingsstukken geplaatst Alle standleidingen die door woonkamers, burelen of slaapkamer lopen, worden rondom bekleed met akoestische isolatie. Zolang de binnenriolering niet is aangesloten op de straatriool, worden de regenafvoeren hier niet op aangesloten, maar wordt – met tijdelijke leidingen – alle regenwater buiten het gebouw afgevoerd. Meting: per m, T-, ontstoppingsstukken en akoestische isolatie worden afzonderlijk gerekend. 2.7.2 Afvoerbuizen Van toepassing; voor alle afvoerbuizen aan de buitenzijde van het gebouw. Materiaal: zink, natuurkleur 0.8 mm Rond ∅ 80 mm naadloos gelast in delen van 2 m. Aangepaste inoxen scharnierbeugels. Maximale afstand tussen de beugels 1.5 m. Naden zoveel mogelijk achter de beugels plaatsen. Aan te sluiten op de riolering met passend overgangsstuk. Meting: per m, bevestigingsmateriaal en bochten inbegrepen.

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

1 7 -

3 1

2.9 Platte daken Omvat leveren en plaatsen van, hellingchape, dichting en alle erbij horende aansluitingen nodig voor een perfecte afwerking. De aannemer neemt hiertoe tijdig contact met de ruwbouwaannemer. 2.9.1 Isolerende hellingchape. De betonplaat op de platte daken ligt vlak. Vooraleer deze werken worden uitgevoerd, moeten de elektriciteitsleidingen voor het onderliggende plafond worden aangebracht.

Op de proper gemaakte draagvloer wordt een laag isolerende polystyreenmortel, gespoten en uitgestreken op een dikte van 1 tot 2 cm. In deze bedding worden isolatieplaatjes gedrukt. Deze platen zijn uit PU met als afmeting 40 x 120 cm of PSe met als afmeting 33 x 100 cm. Aan de waterafvoeren worden PU plaatjes geplaatst en verderop PSe plaatjes. De dikte van de platen wordt berekend volgens de gewenste helling, deze platen worden op 3 tot 5 cm van elkaar gelegd en gevoegd met isolerende mortel, waarop dan over de volledige oppervlakte een laag isolerende mortel van min. 4 cm wordt uitgestreken. Tegen opgaande muren en in hoeken wordt de hellingschape niet uitgerond maar met scherpe hoeken uitgevoerd (in overleg met de uitvoerders van de dakdichtingsfolie) De mortel wordt voldoende effen afgestreken om de waterdichting rechtstreeks op de isolatielaag te kunnen plaatsen. De isolerende mortel bestaat uit een mengeling van geëxpandeerde vermiculiet-, perliet- en zuiver gerecycleerde PSe korrels van 1 tot 4 mm, vezels en toeslagstoffen met cement als bindmiddel. De mortel wordt gemengd met een dwangmenger en ter plaatse gepompt. Helling 2 cm/m, gemiddelde dikte 16,5 cm (Ug.max ≤ 0.4). Het isolatiesysteem heeft een ATG goedkeuring. Suggestie onderaannemer: - Pirotherm Brechtsebaan 114 B, 2900 Schoten T: 03 658 68 61, F: 03 658 55 72. Voor kleine hoeveelheden kan dit werk door de ruwbouwaannemer uitgevoerd worden met voorgemengde Styrobet. Meting: per m³. 2.9.2 WBP plaat bevestigen op metselwerk Toepassing: voor de afdekking van: -

Gevelsteen (ca 9 cm breed), wanneer de isolatie tot tegen de gevelsteen gegoten is

-

Gevelsteen + spouw +cellenbeton (ca 30 cm breed)

Watervaste multiplexplaat, ca 18 mm dik. Degelijk bevestigen met schroeven (h.o.h ca 40 cm) en plugs op de onderliggende metselwerk. Uitlijnen en onderspieën waar nodig. Meting: per m en per breedte 2.9.3 WBP plaat bevestigen op hellend dak Toepassing voor de afdekking van: -

Wanneer een plat aansluit tegen de dakvoet van een hellend dak

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

1 8 -

3 1

Watervaste multiplexplaat, ca 18 mm dik. Vastnagelen of –schroeven op de kepers of daksporen. Uitlijnen en onderspieën waar nodig. Uitvoering in overleg met de timmerman en de plaatser van het onderdak en de dakbedekking van het hellende dak. Juist afspreken zodat water van het onderdak altijd boven de dichting van het platte dak uitkomt. Meting: per m³. 2.9.4 Kunststof isolatieplaten Toepassing alle uit het dak stekende delen, die nog niet geïsoleerd zijn na de uitvoering van de hellingchape zoals betonnen koepelopstanden, dakranden. Materiaal: kunststof isolatieplaten in geëxtrudeerd polystyreen of gecacheerd polyurethaan - afhankelijk van de dichtingfolie en de bevestiging ervan. Dikte minimum 6 cm Uitvoering: lijmen of mechanisch bevestigen met geïsoleerde paddenstoelpluggen. Meting: per netto m² 2.9.5 Dakdichting met kunststoffolie Toepassing bij alle nieuwe platte daken. Materiaal: kunststoffolie EPDM vb. merk FDT (onderzijde voorzien van vlies) of gelijkwaardig alternatief. Dit materiaal mag in geen enkel geval toegepast worden onder - of in de nabijheid van terrassen die schoongemaakt kunnen worden met agressieve producten zoals bleekwater. Uitvoering: met toepassing van alle – door de fabrikant voorgeschreven tussenlagen en hechtingproducten - te kleven op hellingchape en opstanden. Uitvoering volledig volgens voorschriften en garantievoorwaarden van de fabrikant. Tegen opgaande muren wordt de folie afgedicht met een loden slab. Suggestie onderaannemer: - Wouter Dupont. wouter.dupont@busmail.net, Dieltjens Dakwerken info@dieltjens.net Meting: per netto m², opkanten worden meegerekend. Loden slabben worden afzonderlijk gemeten. 2.9.6 Bitumineuze dakdichting Toepassing: als variante voor 2.9.4 en voor aanpassingen aan bestaande platte daken met bitumineuze dichtingen. Materiaal: bitumenfolie Derbigum, De Boer of gelijkwaardig alternatief. Uitvoering: met toepassing van alle – door de fabrikant voorgeschreven tussenlagen en hechtingproducten - te kleven met koudlijm, warme bitumen of branden op hellingchape en opstanden. Uitvoering volledig volgens voorschriften en garantievoorwaarden van de fabrikant. Tegen opgaande muren wordt de folie afgedicht met een loden slab. Meting: per netto m², opkanten worden meegerekend. Loden slabben worden afzonderlijk gemeten. 2.9.7 Koepelopstand Type Skylux PRV of gelijkwaardig alternatief met ATG goedkeuring van dezelfde fabrikant als de overige koepelonderdelen. De koepelopstand is vervaardigd uit witte glasvezelversterkte polyesterharsen. Ze is dubbelwandig en geïsoleerd met 10 mm (H-model) of 20 mm (D-model) PUR en voorzien om verschillende types dakafdichtingsbanen aan de opstand te lassen. De binnenzijde is glad afgewerkt d.m.v. een gelcoat en vraagt geen extra behandeling na plaatsing van de opstand.

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

1 9 -

3 1

De opstand is voorzien om beugels en scharnieren stevig in te bevestigen. Volgende uitvoeringen zijn beschikbaar: standaard, Duits model, vierkant/rond, ventilatoropstand, golfplaatmodel, met verluchtingsrooster. Plaatsing volgens montagehandleiding van de fabrikant. Te bevestigen met schroeven op de betonnen dakplaat of met Tek7 lijm op de cellenbeton opstand. Meting: per stuk, 2.9.8 Acrylaatkoepel Type Skylux acrylaat of gelijkwaardig alternatief met ATG goedkeuring - van dezelfde fabrikant als de overige koepelonderdelen. Koepel in geĂŤxtrudeerde polymetylmetacrylaat kunststofplaten, dubbelwandig met de buitenste schaal in opalen uitvoering. Plaatsing volgens montagehandleiding van de fabrikant,met inbraakwerende one-way schroeven op een geĂŻsoleerde polyester opstand (minimumhoogte 15 cm), die bevestigd (schroeven of lijm) wordt op de draagstructuur van het platte dak. Meting: per stuk, 2.9.9 Dakkolken. Van toepassing bij afvoeren in het platte dak.

Type in kunststof, van dezelfde fabrikant als de dakdichtingsfolie, zorgvuldig op het juiste peil plaatsen in de hellingschape. Aansluiting op de folie door middel, van een bij de kolk bijgeleverde spanring in rvs. Meting: per stuk 2.9.10 Ventilatiekappen Van toepassing voor de dakdoorvoer van ventilatieleidingen en leidingen voor de ontluchting en/of verluchting van rioleringsleidingen. Type: samengesteld geheel in kunststof PEhd en metaal (aluminium, inox of verzinkt staal), voorzien voor op de aansluiting van de dichtingsfolie voor de platte daken. Verluchtingkap voorzien op de afvoer van inwendig condenswater naar het dak. Diameter te bepalen in overleg met de installateur van de binnenleidingen. Uitvoering: zorgvuldig en op het juiste peil plaatsen in isolerende mortel. De opening in de dakplaten wordt bij voorkeur met een passende klokboor gemaakt. De inplanting gebeurt in functie van de draagstructuur van het dak en op een minimumafstand van dakranden, koepels en ramen. Meting: per stuk en per Ă&#x2DC;

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

2 0 -

3 1

2.9.11 Schouwdoorgangen Van toepassing: voor de dakdoorvoer van schouw en de luchtaanvoer voor de verwarmingsketel. (let op: buiten deze schouwdoorgang blijft er een extra onder- en bovenventilatie van de stookplaats wettelijk verplicht). Boven het aansluitpunt van de ketel heeft de schouw een minimumhoogte van 4 m, zoniet wordt er een ketel met gesloten verbrandingskamer en geforceerde rookgasafvoer toegepast Type: UBBINK ROLUX 4G HR: individuele schouw voor rookgasafvoer en luchtafvoer voor gasgestookte condensatieketels met gesloten verbranding. Dubbelwandig & parallel. Buitenste delen bij voorkeur in dezelfde kleur als de dakbedekking. Dit onderdeel maakt deel uit van de verwarmingsinstallatie en wordt geleverd door de CV- installateur. De plaatsing in inbegrepen in de dakwerken. Uitvoering: zorgvuldig en op het juiste peil plaatsen in isolerende mortel. De opening in de dakplaten wordt bij voorkeur met een passende klokboor gemaakt. De inplanting gebeurt in functie van de draagstructuur van het dak en op een minimumafstand van dakranden, koepels en ramen. Meting: per stuk

2.9.12 Slabben - aansluiting plat dak tegen opgaande gevel. Van toepassing bij de aansluiting van een plat dak tegen een opgaande muur. De dakdichtingfolie wordt tegen de muur gekleefd tot net onder de slab. Boven de slab wordt een metselwerkvoeg ingeslepen waarin een zinken slab wordt geplaatst. De voeg wordt afgedicht cementmortel (zie art 2.4.8.) Meting: per m 2.9.13 Kunststof dakrandprofielen Composiet glasvezelversterkt polyesterprofiel, kleur grijs. Hoogte 80 mm, staartlengte 90 mm. Bevestigen op de dakdichtingsfolie met schroeven en plugs in het metselwerk. Bevestigen volgens richtlijnen van de fabrikant (h.o.h max 40 cm en max 5 cm van het einde). Bij kopse en hoekverbindingen, de voorziene koppel- en hoekverstevigingen toepassen, rekening houden met de noodzakelijke ruimte voor uitzetting & krimp. Zorgvuldig reinigen, ontvetten en ontstoffen. Voorzien van een primerlaag en plaatsen op de dakdichtingfolie Nadien bijkomend afdichten met een strook dakdichtingsfolie. De naad tussen de folie en het profiel wordt afgekit met siliconenmastiek. Meting: per m

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

-

V E R B E E C K

A N T W E R P E N

-

B E R C H E M

2 1 -

3 1

OPDRACHTGEVER: .......................................................................................................................... I DHR. EN MEVR. SMANS - VERBEECK ............................................................................................... I BOUWPLAATS: FLORALIËNLAAN 415, ANTWERPEN - BERCHEM ..................................................... I ARCHITECT ERIK VERBEECK ............................................................................................................. I TWAALF APOSTELENSTRAAT 29, 2800 MECHELEN .......................................................................... I ALGEMENE VOORWAARDEN. ........................................................................................................ 1 1

2

3

4

5 6

VOORWERP EN OMVANG VAN DE AANNEMING. ............................................................................... 1 1.1 Zijn in de aanneming begrepen: ................................................................................... 1 1.2 Aard van de aanneming............................................................................................... 1 1.3 Aanbestedingsdocumenten.......................................................................................... 1 1.4 Wijze van aanbesteding. .............................................................................................. 2 UITVOERING VAN DE AANNEMINGSOVEREENKOMST.......................................................................... 3 2.1 Aannemingsbescheiden en voorwerpen. ...................................................................... 3 2.2 Verantwoordelijkheid van de aannemer. ...................................................................... 3 2.3 Verzekeringen. ............................................................................................................ 3 2.4 Erkenning uitvoeringsmogelijkheden............................................................................ 3 2.5 Uitvoering der werken. ................................................................................................ 4 2.6 Onderhoud der werken - Herstellingen. ........................................................................ 4 2.7 Aanvaarding der materialen. ....................................................................................... 4 2.8 Uitvoeringswijze. ......................................................................................................... 5 2.9 Door de opdrachtgever geleverde materialen. ............................................................. 5 UITVOERING VAN DE AANNEMING. ............................................................................................... 5 3.1 Uitvoeringstermijn....................................................................................................... 5 3.2 Briefwisseling. ............................................................................................................. 5 3.3 Betalingen. .................................................................................................................. 5 EINDE VAN DE AANNEMINGSOVEREENKOMST. ................................................................................. 6 4.1 Aanvaarding der werken.............................................................................................. 6 4.2 Waarborgperiode ........................................................................................................ 6 4.3 Dagboek der werken.................................................................................................... 6 4.4 Oorzaken van ontbinding van de aannemingsovereenkomst. ....................................... 7 VERANTWOORDELIJKHEDEN EN WAARBORGEN. ............................................................................... 7 5.1 Geschillen .................................................................................................................... 7 BIJZONDERE RICHTLIJNEN: .......................................................................................................... 7

TECHNISCHE BEPALINGEN.............................................................................................................. 1 TECHNISCHE BEPALINGEN EN BESCHRIJVEND LASTENBOEK........................................................... 1 1

ALGEMEEN ............................................................................................................................ 1 1.1 Materialen. ................................................................................................................. 1 1.2 Gemeenschappelijke prestaties voor alle bouwvakken ................................................. 1 1.2.1 1.2.2

2

Schoonmaken van de bouwplaats en omgeving. .................................................................... 1 Organisatie en coördinatie. ................................................................................................... 2

1.3 Isolatie ........................................................................................................................ 2 ALGEMENE BOUWWERKEN – RUWBOUW ONDER DAK. ...................................................................... 3 2.1 Werkzaamheden vooraf. ............................................................................................. 3 2.1.1 2.1.2 2.1.3

2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5 2.2.6

Sloopwerken......................................................................................................................... 3 Werfinrichting ...................................................................................................................... 3 Veiligheid.............................................................................................................................. 4

Grondwerk .................................................................................................................. 5 Sleuven................................................................................................................................. 5 Funderingszolen in stortbeton............................................................................................... 5 Ondergronds metselwerk in betonblokken ............................................................................ 5 Kruipkelderverluchtingen ...................................................................................................... 5 Vochtisolatie. ........................................................................................................................ 5 Aanaarden. ........................................................................................................................... 6

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


S M A N S

-

2.2.7 2.2.8

2.3

3 1

Metselwerk in volle baksteen ................................................................................................ 9 Binnenmuren in snelbouw..................................................................................................... 9 Opgaand metselwerk in cellenbeton.................................................................................... 10 Gevelsteen ......................................................................................................................... 10 Spouwisolatie mineraalwol ................................................................................................. 10 Isolatie scheidingsmuren..................................................................................................... 10 Arduin ................................................................................................................................ 11 Voegwerk achteraf â&#x20AC;&#x201C; gekleurde voegen ............................................................................... 11 Voegwerk achter de hand ................................................................................................... 11

Beton & staal ............................................................................................................ 12 Studie ................................................................................................................................. 12 Betonnen balken, lintelen & kolommen............................................................................... 12 Vloerplaat met potten en balken ......................................................................................... 12 Ter plaatse gestorte betonplaat........................................................................................... 12 XPs verloren bekisting ......................................................................................................... 13 Stalen profielen .................................................................................................................. 13 Roestvrijstalen kolommen................................................................................................... 13

Timmerwerk .............................................................................................................. 14 Raveelconstructie ............................................................................................................... 14 Metalen zwaluwstaart vloerplaten ...................................................................................... 14 Isolatie platte daken met houten balklagen ......................................................................... 15 Damp- & luchtscherm ......................................................................................................... 15

Zink, koper & lood ..................................................................................................... 16

2.7.1 2.7.2

2.9

2 2 -

Metselwerk ................................................................................................................. 9

2.6.1 2.6.2 2.6.3 2.6.4

2.7

B E R C H E M

Afvoerleidingen .................................................................................................................... 7 Regenwaterfilter ................................................................................................................... 7 Regenwaterput ..................................................................................................................... 8 Septische put ........................................................................................................................ 8 Toezichtputten ..................................................................................................................... 8 Reukafsnijder........................................................................................................................ 8 Aansluiting op de openbare riolering ..................................................................................... 8

2.5.1 2.5.2 2.5.3 2.5.4 2.5.5 2.5.6 2.5.7

2.6

-

Riolering...................................................................................................................... 7

2.4.1 2.4.2 2.4.3 2.4.4 2.4.5 2.4.6 2.4.7 2.4.8 2.4.9

2.5

A N T W E R P E N

Afvoer grond......................................................................................................................... 6 Betonplaat op volle grond (vloerverwarming) ........................................................................ 6

2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.3.6 2.3.7

2.4

V E R B E E C K

Afvoerbuizen â&#x20AC;&#x201C; standleidingen in kunststof.......................................................................... 16 Afvoerbuizen ...................................................................................................................... 16

Platte daken .............................................................................................................. 17

2.9.1 2.9.2 2.9.3 2.9.4 2.9.5 2.9.6 2.9.7 2.9.8 2.9.9 2.9.10 2.9.11

Isolerende hellingchape. ..................................................................................................... 17 WBP plaat bevestigen op metselwerk.................................................................................. 17 WBP plaat bevestigen op hellend dak .................................................................................. 17 Waterdichte folie EPDM ...................................................................................................... 18 Koepelopstand.................................................................................................................... 18 Acrylaatkoepel .................................................................................................................... 19 Dakkolken. .......................................................................................................................... 19 Ventilatiekappen................................................................................................................. 19 Schouwdoorgangen ............................................................................................................ 20 Slabben - aansluiting plat dak tegen opgaande gevel. ...................................................... 20 Kunststof dakrandprofielen............................................................................................. 20

0 7 0 3 B E S T E K . D O C X

A R C H I T E CT

E R I K

V E R B E E C K

7 - 2 - 2 0 0 8


Gert & Lien