Page 3

ceo.

Waar Brink het netwerken tot kunst verhief, cultiveerde Scheringa juist de positie van buitenstaander en weigerde hij zich te confirmeren aan het old boys network van de Nederlandse bankwereld. Voor hem geen flonkerende kantoren met gouden deurknoppen aan de Amsterdamse Zuidas, nee, hij was gewoon gebleven, ‘gewoon Dirk’.9 En als oprichter wist hij wat het beste was voor zijn bedrijf. Daarom had hij, ondanks de groei van dsb, geweigerd de macht uit handen te geven. Het gevolg was dat hij eindverantwoordelijk bleef voor nagenoeg alle beslissingen, ook al gingen deze zijn kennis vaak ver te boven.10 Eigenlijk vertrouwde hij niemand behalve zichzelf – een heel enkele noodzakelijke en gelijkgestemde uitzondering zoals zijn rechterhand Hans van Goor, daargelaten. Volgens sommige medewerkers deinsde Scheringa er bijvoorbeeld niet voor terug om kantoren van afluisterapparatuur te voorzien.11 Mogelijk is dat een werkvloerfabel, maar feit is dat hij op alle mogelijke manieren de touwtjes in handen wilde hebben én houden. Zo bepaalde hij als grootaandeelhouder van dsb Bank wie zitting namen in de Raad van Commissarissen en de Raad van Bestuur, waardoor er nauwelijks mensen waren die tegenwicht boden tegen zijn weinig prudente manier van werken.12 Deze manier van leidinggeven past in het beeld dat Kets de Vries geeft van de paranoïde organisatie. Scheringa’s handelen was gericht op het scheppen van (schijnbare) veiligheid om zijn bedrijf te beschermen tegen gevaren van buiten af. Hij hield het liefst overal een vinger in de pap en bekleedde zodoende functies met tegenstrijdige belangen. Als ceo van dsb Bank verstrekte hij bijvoorbeeld onverantwoord

hoge leningen aan dsb Beheer, waarvan hij aandeelhouder en directeur was, om zo zijn voetbalclub AZ en kunstcollectie te kunnen financieren.13 Die achterdocht en belangenverstrengeling zouden uiteindelijk belangrijke oorzaken blijken voor het faillissement van dsb.14

Het bedrijf, dat ben ik Ondanks de grote verschillen, is er ook een duidelijke overeenkomst tussen Dirk Scheringa en Nina Brink, een overeenkomst die voor veel ondernemers geldt die zich ergens op het spectrum tussen hen beiden bevinden: een sterke identificatie met het bedrijf. De (apocriefe) uitspraak van Louis XIV, ‘l’état, c’est moi,’ geeft die houding goed weer: Scheringa en Brink gaven geen leiding aan een bedrijf, zij waren het bedrijf. Die vergaande identificatie blijkt onder meer uit de vele uitspraken die beiden deden in de pers. Zo zocht Brink talloze malen de publiciteit op om te benadrukken dat er absoluut geen sprake was van wanbeleid of een angstcultuur onder haar leiding, zij stuurde haar bedrijf net zo aan als haar gezin: zij zorgde ervoor dat er een open, gezellige sfeer hing die haar werknemers stimuleerde en de kans bood zich te ontwikkelen. Ook kwam het niet in haar op om te overleggen met investeerders voordat zij naar de pers stapte, zelfs niet wanneer het beursgevoelige informatie betrof. Verbaasd en woest reageerde ze als aandeelhouders of leden van de Raad van Bestuur hun zeggenschap deden gelden en haar plannen dwarsboomden: waar bemoeiden ze zich mee, zij was toch het bedrijf? Bij Scheringa blijkt de nauwe persoonlijke

Eva Rovers De duimen van Nina en de sokken van Dirk • 

De duimen van Nina en de sokken van Dirk  

Dirk Scheringa en Nina Brink: zowel hun persoonlijkheid als hun wijze van ondernemen zijn diametraal tegengesteld. Maar juist deze twee uite...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you