Issuu on Google+

De laatste paardenvissers ter wereld

Š Eva Nowe


Colofon Hoofdredacteur Eva Nowe Fotograaf Eva Nowe Eric Delanghe Dirk Van Hove Lay-out Eva Nowe

Met dank aan Dominique Vandendriessche Johan Vandendriessche Xavier Vabillemont Eddy D’Hulster Yoshi Delancker Marius Dugardein Raymond Devos Johan Casier Johan Vanmassenhove Thomas Vanmassenhove Bernard Debruyne Gregory Debruyne Chris Vermote Stefaan Hancke Jan Loones Maja Wolny Christiane Moncarey Siegfried Depoorter Eric Delanghe Peter-Jan Bogaert Hildegard Lemeire Edith Cardoen Louis DuprÊ Wided Bouchrika Kurt Amerlynck Charles Nowe In opdracht van Arteveldehogeschool Gent

2

Contactgegevens evanowe@student.arteveldehs.be


Beste lezer,

U bent op zoek naar niet-alledaagse, uitzonderlijke verhalen. De verhalen die u niet leest in de krant of hoort op kantoor. Verhalen die ontspannen en informeren tegelijkertijd. U neemt de tijd om kennis te vergaren en u bent leergierig en nieuwsgierig.

U slaat in het weekend uw favoriete magazines open om op de hoogte te zijn van de recente ontwikkelingen in de wereld van cultuur, politiek, reizen, buitenland, mode, interieur en zo veel meer. U bent een wereldburger met een breed interesseveld, een kenmerk dat eigen is aan een persoon uit de hogere sociale klasse.

U wilt op de hoogte blijven van wat er rond u gebeurt en pikt er de merkwaardige artikelen uit. U bent op zoek naar uitdieping, achtergrond en pakkende, persoonlijke getuigenissen. U wilt meer weten over actuele thema’s en houdt ervan om u te verdiepen in een bepaald dossier. U snakt naar meerwaarde en bent bereid om daarvoor te betalen. Een sterk portret of een onbekend onderwerp geniet uw voorkeur, want dat zijn zaken die niet iedereen te lezen krijgt. Tijdens de week bent u druk in de weer, want u combineert uw werk met uw huishouden. U woont hoogstwaarschijnlijk in de stad of net buiten de stad. U houdt van culturele uitstappen en van de natuur. U bent een rijpe dertiger, een jonge zestiger of iets daar tussenin. U bent op een of andere manier geëngageerd en u houdt ervan om met gelijkgestemden te discussiëren over wat u ergens las of zag.

Nu de zomer voor de deur staat, mag u zich opnieuw verwachten aan een artikelenreeks over toerisme in Vlaanderen en Wallonië. Ook de herkauwde bijdragen over de Belgische kust zullen dit jaar niet ontbreken in de magazines. Maar u weet graag net dat ietsje meer en leest graag net dat beetje extra.

Daarom ging ik voor u op zoek naar een uitzonderlijk verhaal. Een verhaal over een unicum in de wereld, over een nationale trots en over een eeuwenoud ambacht. Ik stel u met veel trots de laatste paardenvissers ter wereld voor. Veertien mannen oefenen met een enorme passie hun bijberoep uit op het Noordzeestrand. U ontdekt hun persoonlijk verhaal en de manier waarop het ambacht van vader op zoon wordt overgedragen. U komt meer te weten over de geschiedenis van het garnaalvissen en over de voor- en nadelen van het kusttoerisme en hoe daarmee om te gaan.

U leert waarom de paardenvissers onlangs een Unesco-erkenning in de wacht sleepten en waarom ze op de Representatieve Lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid prijken. Maar u krijgt bovenal een impressie van het unieke leven van deze kleine, gereserveerde groep mensen. Geniet ervan.

Uw hoofdredacteur, Eva Nowe

3


Garnaalvissers te paard erkend als Immaterieel Cultureel Erfgoed

Toerisme versus authenticiteit: een belangrijke evenwichtsoefening

Met veertien zijn ze nog, de laatste paardenvissers ter wereld. Deze zomer trekken ze opnieuw naar het strand van Oostduinkerke om er hun eeuwenoude ambacht te beoefenen. Het is meteen ook de eerste zomer dat ze de zee ingaan als Unesco Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid. Acht jaar lang hebben ze voor die titel gestreden en daar hebben ze een goede reden voor: de instandhouding en de authenticiteit van het vissersambacht verzekeren. In december vorig jaar voegde Unesco de garnaalvisserij te paard officieel toe aan de Representatieve Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid. Om als ‘levend erfgoed’ op die lijst te kunnen prijken, moet je wel aan enkele voorwaarden voldoen. Zo moet het erfgoed belangrijk zijn voor de gemeenschappelijke identiteit van een bepaalde groep mensen en moet het van generatie op generatie worden doorgeven.

De paardenvisserij is sterk verankerd in de lokale gemeenschap van Koksijde en Oostduinkerke. “De paardenvissers zijn hier de local heroes”, vertelt Jan Loones, Eerste Schepen van Koksijde en Oostduinkerke. “Het voortbestaan van het ambacht ligt bovendien volledig in de handen van de vissersfamilies. De stiel wordt al eeuwen overgedragen van vader op zoon en gaat vaak drie generaties ver.” Maar het is vooral de manier waarop de mannen vissen die voor Unesco doorslaggevend was. Unesco beschouwt de combinatie van paard, mens en zee als uitzonderlijk en wil deze op gepaste wijze beschermen.

4

Borgingscomité In maart mochten de paardenvissers de Unesco-oorkonde dan eindelijk ontvangen uit handen van Joke Schauvliege, minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur. “Het is de kroon op vele jaren hard werk”, vertelt Loones, die ook Schepen van Erfgoed is. “De procedure voor de erkenning is streng en duurt lang. Het was dan ook een eer om te horen dat Unesco ons dossier omschrijft als een voorbeeld voor de andere kandidaten.” De Stad Oostduinkerke werkt nauw samen met het Nationaal Visserijmuseum NAVIGO en met de veertien paardenvissers om een gepast gevolg te geven aan de erkenning. Maja Wolny, directrice van het NAVIGO, legt uit: “We onderzochten dossiers vanuit alle hoeken van de wereld en merkten dat alle succesverhalen een comité hadden opgericht na de Unesco-erkenning. Daarom lanceerden ook wij een speciaal borgingscomité.” Het voornaamste doel van het borgingscomité is om de authenticiteit van de paardenvisserij te vrijwaren. “Zo neemt het comité de rol van bemiddelaar op zich als er een conflict ontstaat tussen de paardenvissers en lokale instanties”, verduidelijkt Wolny. “We houden ook praktische zaken in het oog, zoals voldoende parkeerplaats voorzien voor toeristen.” Het comité gebruikt de Unesco-conventie als wettelijk kader en ziet erop toe dat de erkenning niet misbruikt wordt voor commerciële doeleinden. “Zo is het strikt verboden om zonder toestemming van Unesco het logo te gebruiken om een product of een evenement te promoten. Een Unesco-erkenning gaat niet gepaard met een


financiële bonus waardoor er geen druk is om te presteren. Maar het is een ereverplichting (sic) om geen winst te maken op de kap van de organisatie.” NAVIGO en Stad Oostduinkerke

Het NAVIGO werkt als doorgeefluik tussen de paardenvissers en Unesco. Wolny: “Een keer per jaar rapporteren wij aan Unesco over de geboekte vooruitgang. We geven een overzicht van alle initiatieven die we hebben genomen om de paardenvisserij in een positief daglicht te stellen. Dat kan gaan van workshops voor jongeren tot folkloristische evenementen.” Maar zelfs lang voor de Unesco-erkenning konden de paardenvissers al op bijval rekenen van de Stad Oostduinkerke. Sinds 1950 ontvangen ze tijdens de zomermaanden een vergoeding voor hun ritjes naar het strand, omdat ze dan te weinig garnalen vangen om er iets aan over te houden. Loones: “Omdat we de paardenvissers financieel steunen, kunnen ze het zich veroorloven om ook ’s zomers de zee in te trekken. Op die manier hopen we meerwaardetoeristen aan te trekken die oprecht benieuwd zijn naar het ambacht.” De Stad zoekt ook naar weilanden voor de paarden en stelt ze gratis ter beschikking van de paardenvissers. “Dat is geen overbodige luxe voor die mannen. Zoek langs de kust maar eens een weiland waarop nog niet gebouwd is”, verduidelijkt Loones.

“Paardenvisserij is allesbehalve entertainment” Maja Wolny, directrice NAVIGO

Toerisme Een opname in de Representatieve Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid heeft ook gevolgen voor het toerisme. Uit een schatting van Unesco blijkt dat het toerisme rond het ‘levend erfgoed’ op een gemiddelde stijging van 30 procent mag rekenen. Toch gaat die stijging volgens Wolny niet automatisch gepaard met een

© Eva Nowe

Toeristen verzamelen zich rond de paardenvissers op het strand.

commercialisering van de paardenvisserij. “Het paardenvissen is veel te onregelmatig om ten prooi te vallen aan commercialisering. Je kan de paardenvissers niet bezoeken van tien tot acht, zoals je een uitstap naar Disneyland zou plannen.” Om de paardenvissers aan het werk te zien, moet je als toerist veel geduld hebben. “Er is geen comfort aan het strand, je moet door weer en wind gaan en je moet de sereniteit van het ambacht respecteren. Paardenvisserij is allesbehalve entertainment en het is buitengewoon puur”, vervolgt Wolny. “Ook de garnaalvangst valt niet uit te buiten, want de paardenvissers vangen veel te weinig om een lucratieve handel op te starten.” Bovendien is het borgingscomité voorbereid op de toename van het toerisme. Loones licht toe: “In het borgingscomité zetelen mensen uit technische en toeristische diensten die perfect op de hoogte zijn

5


Links: Eddy D’Hulster, tweede van links. Xavier Vanbillemont, vijfde van links.

© Gemeente Koksijde Dirk Van Hove

van de capaciteit die onze gemeente aankan. Een stijging van 30 procent is perfect mogelijk zonder dat het voor overlast zorgt voor de paardenvissers of de bewoners.” Volgens Loones is de erkenning een katalysator voor de regionale en de lokale ontwikkeling en kan dat enkel iets positiefs betekenen.

“We willen meerwaardetoeristen aantrekken” Jan Loones, Schepen van Erfgoed

Meer dan folklore Toch is het belangrijk dat toeristen beseffen dat paardenvisserij meer is dan alleen folklore. Voor veertien mannen is het een volwaardig bijberoep en velen schikken er hun hele leven naar. Ilse Chamon, communicatieverantwoordelijke van de Stad Oostduinkerke en lid van het borgingscomité, onderstreept de belangrijke rol die het NAVIGO op dat vlak speelt. “In het Visserijmuseum kunnen toeristen terecht om het ontstaan en de geschiedenis van het ambacht te ontdekken. Er is een volledige zaal gewijd aan de paardenvisserij en in 2015 staat er zelfs een project op stapel met fotograaf Stephan Vanfleteren.” Wolny beaamt dat er in de toekomst nog meer

6

Rechts: Jan Loones © Gemeente Koksijde Dirk Van Hove

aandacht zal uitgaan naar de paardenvisserij. “Het museum vormt een alternatief bij slecht weer of als de getijden ongunstig zijn voor de toeristen. De paardenvissers vissen bij laagwater, maar als dat ‘s ochtends vroeg of ‘s avonds laat valt, kunnen ze hier terecht om toch iets bij te leren over het ambacht.” Het NAVIGO organiseert ook tweemaal per jaar de opening en de sluiting van het garnaalseizoen. De paardenvissers geven er dan demonstraties en komen er vertellen over hun ervaring. “Die evenementen zijn voor ons enorm belangrijk. Ze bevestigen de band tussen de paardenvissers en het museum. NAVIGO wil zoveel mogelijk toeristen bewust maken van wat er allemaal bij het ambacht komt kijken. Zo blijft het toerisme gezond en dat is in het belang van de paardenvissers.” Gevaar voor zichzelf

De paardenvissers zijn ironisch genoeg zelf de grootste bedreiging voor hun authenticiteit. Daar zijn sommigen zich enorm van bewust. Paardenvisser Xavier Vanbillemont vertelt: “Als de puurheid van de stiel ooit verloren gaat, zal het de schuld zijn van de paardenvissers zelf. Het is een niet te onderschatten risico dat sommige mannen het geld of de aandacht zullen verkiezen boven hun passie.” Eddy D’Hulster, woordvoerder van de paardenvissers, beaamt Xaviers bezorgdheid. “De media-aandacht voor de paardenvissers is de afgelopen jaren flink toegenomen en zal door de erkenning enkel nog meer stijgen. Zo veel aandacht kan een mens veranderen. Ik kan enkel maar hopen dat de paardenvissers het in de toekomst


Maja Wolny

W

at is Immaterieel Cultureel Erfgoed?

Immaterieel Cultureel Erfgoed is niet-tastbaar of levend erfgoed. Het is een traditie die mensen zo belangrijk vinden dat ze er alles aan doen om het in stand te houden. © Eva Nowe

niet te hoog in hun bol krijgen. De dag dat ze de zee intrekken bij hoogwater, wanneer er niets te vissen valt, is het verloren. Dan blijft er enkel nog een show over”, besluit hij.

“Als de puurheid verloren gaat, is het de schuld van de paardenvissers zelf”

Xavier Vanbillemont, paardenvisser Het is nog te vroeg om uit te maken of de bezorgdheid van de paardenvissers gegrond is, maar Wolny heeft er geen slecht oog in. “Ik besef dat er een kans bestaat dat de paardenvissers ooit zullen afstappen van hun kerntaak en dat ze hun ambacht als decor zullen gebruiken voor toeristische en commerciële doeleinden. Maar met de huidige groep mannen is dat volgens mij absoluut niet het geval. Ze beseffen wat kan en wat niet en ze hebben een sterk eergevoel. Als daar ooit verandering in komt, staat het borgingscomité klaar om in te grijpen.” Loones wijst ook op de druk die er in de groep zelf zou ontstaan: “Als iemand het ambacht commercieel begint uit te buiten, zal dat afgekeurd worden door de andere paardenvissers.” De tijd zal uitwijzen of het toerisme een zegen of een vloek is voor de laatste paardenvissers ter wereld. “Zolang we voor onszelf blijven vissen en voor niemand anders, komt het goed”, besluit Vanbillemont.

Immaterieel Cultureel Erfgoed wordt bijgevolg vaak doorgegeven van generatie op generatie. Zowel rituelen, mondelinge tradities, ambachtelijke vaardigheden, podiumkunsten als sociale gewoonten komen in aanmerking om door Unesco te worden opgenomen op de Lijst van Meesterwerken van het Immateriële Erfgoed van de Mensheid. Zo behoren ook bepaalde volksdansen, carnavalsstoeten en ambachten als kantklossen tot de Lijst. Immaterieel Cultureel Erfgoed is bovendien dynamisch. Als gevolg van bepaalde evoluties en van interactie met de omgeving kan het Erfgoed doorheen de tijd een nieuwe betekenis of functie krijgen.

Unesco zette de garnaalvisserij te paard op haar lijst omdat het ambacht een kleine, lokale traditie is die de verbondenheid tussen natuur, mens en dier benadrukt.

De Unesco-oorkonde. © Gemeente Koksijde Dirk Van Hove


“Je bent pas echt rijk als je van je hobby je beroep maakt”

© Eva Nowe

8


VAN VADER OP ZOON

De toekomst van de paardenvisserij ligt in de handen van de vissersfamilies. Ervaren vissers geven de kneepjes van het vak door aan hun zonen en die maken op hun beurt hun nakomelingen warm voor het ambacht. Johan Vandendriessche (65) is al vijfentwintig jaar paardenvisser en moest amper moeite doen om de fakkel door te geven aan zijn zoon Dominique (25). “Integendeel zelfs, ik moest hem bij de paarden weghouden of hij vertrok zomaar naar zee.” Zesentwintig jaar geleden verkocht Johan, toen al paardenmenner van beroep, een Brabants trekpaard aan paardenvisser Roland Vanbillemont. Op dat moment had Johan nog nooit een voet in Oostduinkerke gezet, laat staan dat hij iets afwist van de paardenvisserij. “Toen ik het paard ging leveren, trok ik mee de zee in met Roland. Ik was op slag verliefd op het hele gebeuren. Kort daarna zijn mijn vrouw en ik verhuisd van Stasegem naar Oostduinkerke. We kochten er een boerderijtje en we zijn nooit meer weggegaan.”

Was het een droom die in vervulling kwam toen Dominique jaren later ook paardenvisser werd? Johan Vandendriessche: “Ik was enorm trots en gelukkig dat hij van zijn passie zijn beroep maakte, maar ik heb hem nooit gedwongen om mijn stiel over te nemen. De liefde voor de paarden zat er bij Dominique al van jongs af in. Ik heb hem nooit gevraagd of hij mee wou vissen, want voor ik het wist was hij zelf al weg naar zee.” Dominique Vandendriessche: “Ik mocht pas vanaf mijn zestiende officieel paardenvissen, want anders zou ik in de proble-

men raken met de verzekering. Maar ik was al op veel jongere leeftijd elke dag in de weer met de trekpaarden. Mijn vader leerde me hoe ik het vertrouwen van de paarden moest winnen en hoe ik hen moest verzorgen. Op mijn achttiende volgde ik ook een opleiding tot hoefsmid, maar het meeste had ik al meegekregen van thuis.” Wou je niet hetzelfde doen als je leeftijdsgenoten: op kot gaan en een wild studentenleven leiden? Dominique: “Dat heeft me nooit, never, jamais geïnteresseerd. Ik was zo blij als ik achttien was en als het middelbaar erop zat. Ik kon me eindelijk van ’s ochtends tot ‘s avonds bezighouden met de paarden. Ik herinner mij nog dat ik na het lager onderwijs al wou kiezen voor een opleiding die met de paarden- of boerenstiel te maken had.” Johan: “Zijn moeder wilde dat hij verder studeerde, wat begrijpelijk is. Financieel gezien was het verstandiger geweest, want als hoefsmid en paardenvisser word je niet rijk. Het spreekwoord zegt: ‘Mensen met paarden hebben de hemel op aarde, maar komen ze te sterven, dan valt er niets meer te erven.’ (lacht) Maar wat is rijk zijn? Een miljoen euro

op je rekening hebben en elke dag tegen je zin naar het werk gaan? Of een appeltje voor de dorst aan de kant kunnen zetten en elke dag met plezier opstaan? Je bent pas echt rijk als je van je hobby je beroep kan maken.”

JONGE VISSERS

Als je later een zoon krijgt, zou je hem dan graag in jouw voetsporen zien treden? Dominique: “Absoluut. Maar ik wil het gerust ook doorgeven aan een dochter, hoor.” (lacht)

Johan: “Er zijn de voorbije jaren steeds meer jonge gasten geïnteresseerd in de stiel. We hopen vooral dat de nieuwe, jonge vissers het werk blijven volhouden. Ze beginnen er vaak aan vol goede moed, maar geven het na een tijdje toch op. Er komt heel wat kijken bij het paardenvissen en zonder passie hou je het niet vol.” Van de veertien paardenvissers zijn er slechts drie jonger dan dertig. Is dat niet heel weinig? Johan: “Eigenlijk niet. Dominique is lang de enige jonge paardenvisser geweest. Het enthousiasme van de jonge vissers is groot en er zijn nog zonen die klaarstaan om hun vaders op te

9


VAN VADER OP ZOON

volgen. Ik denk bovendien dat alle paardenvissers doorgaan met vissen tot ze erbij neervallen. Ze noemen ons al dertig jaar een uitstervend ras, maar we zijn er nog altijd.”

Unesco noemt de overdracht binnen de vissersfamilies het fundament van de paardenvisserij. Wat doet die Unescoerkenning met jullie? Dominique: “Met ons doet de erkenning eerlijk gezegd niets. Het maakt niet uit wie er op dat paard zit, hoor. Het gaat erom dat de manier waarop we vissen gerespecteerd wordt. En het is prachtig om dat bevestigd te zien. Als je hoogmoed krijgt omdat je een erkenning ontvangt, heb je het niet goed begrepen.”

Johan: “De paarden vormen de spil van de erkenning. Als het gezond moet blijven, mag je bovendien niet denken dat je uniek of speciaal bent. Dan begint je nek te groeien en dat is nooit goed.” (lacht)

DE PERFECTE COMBINATIE

© Eva Nowe

“Je wordt verliefd op een paard net zoals je verliefd wordt op een vrouw” Dominique

10

Jullie zijn als hoefsmid en paardenmenner elke dag in de weer met de trekpaarden. Wat betekenen de dieren voor jullie? Dominique: “Alles. Echt waar, schrijf het zo maar op. Mijn paard, Ward, is niet zomaar een stuk materiaal waarmee ik ga vissen. Zo ’n paard wordt je beste vriend en je collega. Je kan


VAN VADER OP ZOON

verliefd worden op een paard net zoals je verliefd wordt op een vrouw. Maar het mooie eraan is dat het paard niet kan spreken en dat je elkaar begrijpt zonder een woord te zeggen.” (lacht) Johan: “Het zijn de paarden die ons ambacht zo mooi maken. Een paardenliefhebber is sowieso ook een natuurliefhebber, dus er is voor ons geen betere bezigheid dan garnaalvissen. De zee, het strand, de paarden … Het is de perfecte combinatie. Brabantse trekpaarden zijn de braafste dieren die ik ken. Ze hebben elk hun eigen karakter en het is hard werken om hun vertrouwen te winnen. Je moet er verdomd veel geduld mee hebben, maar dat is wat het zo uitdagend maakt.” Is er ook een minder leuke kant die bij het werk komt kijken? Johan: “Op mijn paard kruipen. (lacht) Ik sukkel wat met mijn knie, dus voorlopig rijd ik vooral met de huifkarren. Maar zodra mijn gezondheid het toelaat, spring ik opnieuw op mijn paard. Iets wat je graag doet, is nooit moeilijk of lastig.”

Dominique: “Als hoefsmid sta ik soms dagenlang voorovergebogen te werken, maar dat maakt mij niet uit. Je zou verbaasd zijn van hoeveel je overhebt voor een job die je gelukkig maakt. Ik hou van wat ik doe en ik blijf het doen tot ik erbij neerval.”

© Eva Nowe

“We zijn zogezegd al dertig jaar een uitstervend ras” Johan

11


5 dingen die u niet wist over het Belgisch trekpaard

1

De held van het Pajottenland, de Brabander of nog, het Brabants trekpaard, heeft zijn roots in het kleine dorpje Vollezele, te midden het Pajottenland. Tijdens de industriële revolutie raakte het robuuste werkpaard wereldwijd bekend omdat het perfect gebouwd was om zware machines te trekken. De dieren werden al snel uitgevoerd naar landen als Canada, Rusland, Zweden, Frankrijk en de Verenigde Staten.

2

Het Belgisch trekpaard was jarenlang een van de bekendste exportproducten van ons land. Doorheen de jaren verdween het economische nut van het sterkste trekpaard ter wereld en na de Tweede Wereldoorlog daalde hun aantal drastisch. In een poging om de dieren te beschermen, kende de Vlaamse dienst Monumenten en Landschappen hen in 1992 de titel ‘Levend Cultureel Erfgoed van België’ toe.

3 4 5

Ook vandaag nog ontvangen Johan en Dominique kopers uit alle hoeken van de wereld. Het uitzonderlijke Belgische ras trekt zelfs paardenkoetsen voort in Parijs en Monaco. De trekpaarden komen voor in zeven verschillende vachtkleuren, het ene al zeldzamer dan het andere. Het oude Gemeentehuis van Vollezele doet dienst als Museum van het Belgisch trekpaard en er is zelfs een speciale Dag van het Belgisch trekpaard. Dit jaar vieren we die dag op 19 oktober.

Het Brabants trekpaard maakt sinds 1980 deel uit van het logo van het Belgische bier PALM. De Brouwerij PALM zet zich tot op vandaag in voor de bescherming en de promotie van het robuuste raspaard.

12


© Eva Nowe

13


TERUG IN DE TIJD

De geschiedenis van de paardenvissers begint rond het jaar 1500. Op dat moment zijn er zowel aan de Franse, Nederlandse en Belgische kust peerdevisschers actief. In de oude Duinenabdij in Koksijde zijn geschriften gevonden waarin vermeld stond dat een peerdevisscher de huur van zijn visserhuisje had betaald door verse garnalen aan de paters te bezorgen. De vissers waren Ijslandvaarders die zes maanden doorbrachten op zee en zes maanden thuis. Ze moesten voldoende eten voorzien voor hun gezin en bewerkten daarom het land rondom hun huis met behulp van muilezels of paarden. Omdat ze geen meststof hadden om het land vruchtbaar te houden, trokken ze naar zee om algen, kleine visjes en krabben te vissen en om ze te gebruiken als meststof. Ze brachten ook regelmatig pladijs, tong of garnaaltjes mee in hun netten. Op die manier voedden ze hun gezin en losten ze hun schulden af.

Š Collectie NAVIGO - Nationaal Visserijmuseum

1500 1800 Š Collectie NAVIGO - Nationaal Visserijmuseum

Heel wat later in de geschiedenis, rond het jaar 1800, heerste Napoleon over de Belgische kust. Zijn baljuw zwaaide de plak in Oostduinkerke en ging zelf op garnaalvangst. Zijn grootste concurrenten waren de paardenvissers en daarom verbood hij hen om hun ambacht uit te oefenen. Hij voerde strenge boetes in en gooide zelfs ooit een paardenvisser in de cel. Op die manier kon hij zelf zijn garnalen verkopen aan de bevolking. Maar Napoleon verdween en zijn baljuw verdween met hem mee. De paardenvissers konden opnieuw opgelucht ademhalen.

14


Uit de eerste toeristische folders die in 1900 opdoken, blijkt dat de paardenvissers in Oostduinkerke enorm populair waren. Toeristen kwamen uit alle hoeken van het land naar de kust en ze klampten de paardenvissers aan om verse vis en garnalen te kopen. Het is de eerste keer dat toerisme en garnaalvisserij elkaar kruisen. Vlak voor de Eerste Wereldoorlog vond de eerste telling van de paardenvissers plaats. Nieuwpoort, Oostduinkerke en Koksijde kenden op dat moment 57 actieve paardenvissers. Als gevolg van het kusttoerisme maakten steeds meer vissers de overstap naar de horeca omdat ze zo meer verdienden. Het waren vooral de mannen die een paard gebruikten voor hun hoofdberoep die als bijberoep garnalen bleven vissen. De melkboer en de kolenhandelaar gingen rond met paard en kar en trokken dus als bijverdienste met hun paard naar zee. Het garnaalvissen is tot op de dag van vandaag een bijberoep gebleven.

1900

© Collectie NAVIGO - Nationaal Visserijmuseum

1950 In 1950 trok de Garnaalstoet voor het eerst door de straten van Oostduinkerke. Honoré Loones, de toenmalige burgemeester, organiseerde de Garnaalfeesten ter ere van de paardenvissers. Ook vandaag nog vinden de festiviteiten plaats tijdens de laatste week van juni. Loones is de grondlegger van het Nationaal Visserijmuseum en zette zich zijn hele leven in voor de bescherming van de garnaalvissers. Hij zorgde ervoor dat de paardenvissers ‘s zomers ook naar het strand trokken zodat de vele toeristen hen konden bewonderen.

© Collectie NAVIGO - Nationaal Visserijmuseum

15


TERUG IN DE TIJD

Rond 1960 werd de schee vervangen door het systeem dat vandaag nog altijd gebruikt wordt. Twee afzonderlijke planken, scheerborden genoemd, houden nu het vissersnet open. Een zware ketting sleept over het zand en doet de garnalen opspringen. De boei of vlotter houdt de bovenzijde van het net drijvend. In 1963 bleven er nog maar drie vissers over. Amandus Vanbillemont was er een van. Hij was de stamvader van de garnaalvissers en was zowel kolenhandelaar, café-uitbater als paardenvisser. Henri Durant en Marcel Dedrie vervolledigden het driemanschap. De mannen gaven de liefde voor het vak door aan hun nakomelingen, zoals dat vandaag nog altijd gebeurt. Er ontstond een nieuwe generatie paardenvissers en de meesten van hen vissen vandaag nog altijd te paard.

© Eva Nowe

1960 2013 - heden 2013 was het jaar waarin Gregory Debruyne (17) en Thomas Vanmassenhove (16) tot paardenvissers werden benoemd. Ze leerden het ambacht van hun vader en zijn nu de jongste paardenvissers ter wereld. Op 4 december 2013 maakte Unesco bekend dat de garnaalvisserij te paard officieel op de Lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed kwam te staan. Op 21 maart 2014 ontving de oudste paardenvisser, Eddy D’Hulster, de oorkonde uit de handen van minister Joke Schauvliege. De jaarlijkse Garnaalfeesten vinden dit jaar plaats op zaterdag 28 en zondag 29 juni in het centrum van Oostduinkerke. © Gemeente Koksijde Dirk Van Hove

16


Š Collectie NAVIGO - Nationaal Visserijmuseum


Mee op zee Het is half tien ’s ochtends, of nog: vier uur voor laag water. Hoewel er een stevig onweer voorspeld was aan de kust, straalt de zon in volle glorie en zorgt een licht briesje voor de nodige verkoeling. In en rond Oostduinkerke halen veertien mannen hun waterdichte gele jekkers en groene botten naar boven. Ze trekken vandaag gezamenlijk de zee in om de opening van het garnaalseizoen in te luiden en om de toeristen van verse geirnaars te voorzien. Ze hebben nog twee uur de tijd om paard, kar en zichzelf klaar te maken en om zich naar het strand te begeven.

Š Eva Nowe


“We zijn een soort familie”

© Eva Nowe

20


MEE OP ZEE

E

en jonge, blonde kerel gehuld in een stoere trui van een bekend surfmerk en casual jeansbroek is druk in de weer met zijn Brabants trekpaard. Je zou het niet denken, maar Yoshi Delancker (19) is sinds enkele jaren officieel een paardenvisser. Zijn trekpaard Thomas kampt met een ochtendhumeur en weigert zich te laten kleden. “Thomas heeft een sterk karakter en hij laat zich door niemand anders berijden dan Yoshi”, vertelt Dominique Vandendriessche (25). Hij haalt zijn paard Ward erbij om Thomas op andere gedachten te brengen. “Ward is zowat het braafste dier ter wereld. Als hij Thomas niet kan kalmeren, vrees ik dat we hier nog even zullen staan. Zo’n gigantisch beest heeft ook zijn eigen wil.”

De jonge vissers blijven uitzonderlijk geduldig en slagen er na een halfuur toch in om hun vierbenige collega’s aan de kar te spannen. Het typische paardenvisserskarretje ziet eruit als een simpele aanhangwagen. “Dat is het ook”, bekent Yoshi, “maar bij ons wordt het getrokken door een enkele PK.” Hij verzamelt een paar grote rieten manden, geurende visnetten en een gele vissersuitrusting en laadt ze gezwind op de kar. Op de rug van zijn paard rusten enkele oude dekens, een zadel en een houten constructie. Het ziet er allesbehalve comfortabel uit, zeker als je bedenkt dat de vissers ongeveer drie uur lang aan het werk zijn. “Geen zorgen, we hebben nog een zak vol stro mee om onder ons zitvlak te leggen. Ik ben die zak ooit vergeten mee te nemen en ik kan

je verzekeren dat het geen twee keer zal gebeuren!” Dominique is net als de meeste paardenvissers een vat vol komische anekdotes. Yoshi helpt zijn vriendin op de kar en springt er vervolgens zelf ook op. “Maak je klaar voor een hobbelige rit”, waarschuwt hij. “Sommigen vinden het ritme van de paarden rustgevend, anderen houden er enkel een pijnlijke rug aan over.” Opmerkelijke doortocht

Met een serieuze schok schieten de paarden in actie. Hun hoeven raken het asfalt op een vast ritme en het geluid werkt hypnotiserend. De Brabanders stappen aan een uitzonderlijk rustig tempo en banen zich een weg door grote en kleine wegen langsheen de zandduinen. Ze doen er een klein uur over om zich van hun stal tot aan het strand te verplaatsen. Hun doortocht gaat gepaard met de nodige aandacht. Zowat alle auto’s, wielertoeristen en wandelaars houden halt om het tafereel te aanschouwen. “En als de bewoners het gekletter van de hoeven horen, komen ze naar buiten om naar ons te zwaaien”, vertelt paardenvisser Xavier Vanbillemont (42) die ook op weg is naar zee. “Het is fijn om iedereen ne goeiendag te wensen.” Hoewel de mannen al snel een ellenlange file achter zich verzamelen, lijken de automobilisten zich er niet aan te storen. “De meeste mensen genieten ervan om ons in de gaten te houden en blijven geduldig achter ons rijden”, vertelt Xavier. Toch zijn er af en toe een paar waaghalzen die de karretjes aan een gevaarlijk tempo voorbij-

21


MEE OP ZEE

steken. Dominique trekt er zich niets van aan. “Wij zitten op ons gemak, hoor. En elke keer als ik langs een raam passeer, bekijk ik mijn paard in de reflectie. Er is niets mooier dan een Brabants trekpaard te zien wandelen.” Wanneer de vissers op de zeedijk arriveren, wachten hun collega’s hen al op. Een niet-alledaags tafereel ontpopt zich: veertien stoere mannen hullen zich in een gigantische, gele overall en sommigen werken hun outfit af met een geel vissershoedje. Er worden handen geschud, schouderklopjes uitgedeeld en de laatste nieuwtjes worden uitgewisseld. “Omdat het de opening is van het garnaalseizoen gaan we allemaal samen vissen, maar dat is uitzonderlijk. Iedereen is vrij om naar zee te gaan wanneer hij dat wil. Toch zie ik de andere paardenvissers vaker dan mijn eigen broers. We zijn echt een soort van familie”, vertelt paardenvisser Bernard Debruyne (50). De groeven in zijn gezicht zijn eigen aan een rasechte visser en er zit op elk moment een sigaret tussen zijn lippen gebeiteld. Hij vist al sinds zijn veertiende en werkt tijdens het weekend zodat hij gedurende de week elke dag naar zee kan. “Of toch zo goed als elke dag. Zelfs in de winter als het ijskoud is en ik weet dat de vangst niet groot zal zijn. Ik zie mezelf niks anders doen dan dit.”

22

Verse vis De vissers trekken in colonne richting zee, dwars over het strand. Het spektakel lokt heel wat nieuwsgierige toeristen. Wanneer de mannen bij het water aankomen, koppelen ze hun paard en kar van elkaar los en maken ze de visnetten en de manden vast aan hun 900 kilo zware partner. Er ontstaat een drukte vanjewelste. Kinderen, jonge koppeltjes en volwassenen verzamelen zich rond de vissers als bijen op honing. Sommige paardenvissers poseren nog snel voor een foto, anderen zijn de eerste golfjes al voorbij. “We hebben niet veel tijd te verliezen”, vertelt Chris Vergote (38), “want we kunnen slechts een uur en een half voor en na laagwater vissen. We trekken allemaal de zee in en lopen evenwijdig met de strandlijn.” Twee uur voordat het eb wordt, valt de stroming in zee weg. De garnalen wachten op dat dode tij om uit het zand te komen en zichzelf te voeden. Als de vloed terugkomt, kruipen de garnalen opnieuw onder het zand en valt er niets meer te vissen. Dominique is de eerste die na een dik halfuur zijn vangst komt lossen. Hij ledigt zijn net in een grote, feloranje mand en de toeristen worden laaiend enthousiast als ze de buit zien. Visjes, krabben, garnalen en giftige pietermannen


Dominique en Yoshi maken de paarden klaar voor vertrek. Bovenop het houten kader leggen ze nog een zak stro zodat ze comfortabel zitten tijdens het vissen.

© Eva Nowe

De paardenvissers trekken allemaal samen naar zee. Hun karren zijn volgeladen met materiaal.

© Eva Nowe © Eva Nowe

Xavier Vanbillemont hijst zich op zijn paard. De liefde voor het garnaalvissen zit in zijn genen, want zijn vader en zijn grootvader deden het hem al voor.

23


MEE OP ZEE glibberen gezellig heen en weer. “Ik giet alles uit in twee zeefmanden. De grote vissen en de giftige pietermannen blijven op de eerste zeef liggen. De veel te kleine garnalen vallen door de tweede.” Alles wat geen garnaal is, giet Dominique zonder verpinken terug in zee. “Als ik straks thuiskom, zal ik alles nog eens deftig controleren. Nu moet het snel gaan, want ik wil opnieuw de zee in.” De toeristen bestoken hem echter met vragen en Dominique beantwoordt alles met een hartelijke nonchalance die eigen is aan een paardenvisser. Er komen nog vissers aan op het strand en de toeristen verleggen hun focus naar de verse vangst. Dominique maakt van de gelegenheid gebruik om de zee in te vluchten. Geheim recept

Na drie uur door de golven te ploeteren, keren de meeste vissers terug naar het strand. Ook Xavier zeeft er zijn laatste vangst. Hij schudt zijn net uit, spoelt het en bergt de verse garnalen op in de rieten manden. “Ik ga rechtstreeks naar huis, want de garnaaltjes moeten nog levend zijn als ik ze bereid.” Hij spant zijn paard opnieuw in voor de terugrit, die minstens evenveel kijklustigen lokt als de heenrit. Wanneer hij even later thuis aankomt, begint het echte werk. Terwijl hij alle overbodige vissen en krabben uit zijn vangst sorteert, vertelt hij geanimeerd verder: “Elke paardenvisser heeft zijn eigen manier om de garnalen te bereiden. Iedereen heeft een geheim ingrediënt en iedereen denkt dat zijn eigen garnalen de beste zijn.”

24

De paardenvissers hebben thuis een traditioneel kookvuur staan dat ze opstoken met hout. Xavier zet een grote pot water op en wacht tot het begint te borrelen. De gekuiste garnalen verdwijnen in de pot. Wat hij aan het water toevoegt, vertelt hij liever niet. “Het is niet voor niets een geheim recept.” Een kleine tien minuten later begint het water te schuimen. De garnalen hebben door het kookproces een mooie roze kleur opgedaan. “Voilà, tijd om de geirnaars op de koelziften te leggen.” Net zoals vrouwen de was buiten hangen, leggen deze stoere mannen hun garnalen te drogen op een plank die op een droogrek gelijkt. Het is vertederend om te zien met hoeveel liefde en precisie de paardenvissers hun garnalen bereiden.

Terwijl de garnalen afkoelen, is het tijd om de paarden te voederen. Omdat ze heel wat energie hebben verbrand, krijgen ze een stevige portie haver voorgeschoteld. Het dier wordt behandeld als een koning. “Logisch ook, want een paardenvisser houdt van zijn paard”, vertelt Xavier. De garnaaltjes worden dezelfde dag nog verkocht aan vrienden en kennissen van de paardenvissers. “De garnalen blijven maar twee dagen vers en toch zijn we ze binnen de kortste keren kwijt.” Sommige vissers gebruiken ze om heerlijke vispannetjes of zelfgemaakte garnaalkroketten van te maken. Of ze garnalen nog niet beu zijn gegeten? Dominique laat er geen twijfel over bestaan: “Absouut niet. De smaak van onze garnalen valt met niks anders te vergelijken. Ik kan ze elke dag naar binnen spelen”, zegt hij, “en ze worden enkel maar beter en beter.”


Als het visnet vol is, komt de visser het legen op het strand. Hij giet eerst alles uit in een grote mand.

© Eva Nowe

Daarna zeeft hij de vangst zodat alles wat te groot of te klein is, verdwijnt. Enkel de garnalen met de perfecte afmetingen blijven over.

© Eva Nowe © Eva Nowe

De garnalen verdwijnen in de grote rieten manden die aan weerszijden van het paard hangen. De visser trekt opnieuw de zee in om zijn net te vullen met een tweede portie garnalen.

25


Links: De vangst wordt thuis nog eens uitgezuiverd voordat de garnalen de kookpot ingaan.

Rechts: Na het koken krijgen de garnalen hun bekende, roze kleur. Š Eva Nowe

26


© Eva Nowe

Van links naar rechts: paardenvisser Marius Dugardein, Xavier Vanbillemont en Chris Vermote .

© Eva Nowe

Bij thuiskomst gaan de paarden opnieuw op stal en krijgen ze te eten. Dominique ontdoet zijn paard Ward van het materiaal op zijn rug.

© Eva Nowe

27


Wist je dat...

... ...

er slechts 300 gram overblijft na het pellen van een volledige kilo garnalen?

de kleine pietermannen tot de giftigste dieren in Europa behoren? De paardenvissers zijn dan ook ex- treem voorzichtig wanneer ze de visjes uit hun vangst halen.

...

de paardenvisserij enkel nog in Oostduinkerke beoefend wordt omdat het strand er zich perfect toe leent? Het is een breed en licht glooiend strand zonder golfbrekers. Er is amper stroming waardoor de zandbanken zich niet vaak verplaatsen en er zijn relatief weinig gevaarlijke putten in het zandoppervlak.

... ...

... ... ...

28

garnalen ook wel ‘de kaviaar van de Noordzee’ worden genoemd?

zeemeeuwen dol zijn op de paardenvissers? Ze weten namelijk dat de vissers hen de overschotten uit de vorige vangst voederen.

garnalen in oktober op hun best zijn? Ze zijn dan op hun grootst en op hun sappigst.

het typische, gele paardenvissershoedje een ‘zuidwester’ wordt genoemd?

de Noordzeegarnaal zowel mannelijk als vrouwelijk is? De garnaal gaat eerst een vrouwelijke fase door en krijgt daarna het mannelijke geslacht.


Ontdek het zelf! Wilt u zelf de paardenvissers aan het werk zien op het strand van Oostduinkerke-bad? Dat kan! Op onderstaande data trekken ze samen de zee in. Op de dagen die in het vet gedrukt staan, kunt u op de dijk terecht voor vers gekookte garnalen. Houd de website www.paardevissers.be in de gaten voor meer informatie. JUNI

16/06: 09.30 uur 17/06: 10.30 uur 20/06: 13.00 uur 23/06: 16.30 uur 28/06: 08.00 uur

JULI

01/07: 09.30 uur 03/07: 10.45 uur 07/07: 14.30 uur 09/07: 16.45 uur 15/07: 09.15 uur 16/07: 10.00 uur 18/07: 11.30 uur 22/07: 16.30 uur 24/07: 18.00 uur 28/07: 08.15 uur 29/07: 08.30 uur 31/07: 09.30 uur

AUGUSTUS

01/08: 10.15 uur 04/08: 12.30 uur 06/08: 15.00 uur 07/08: 16.15 uur 12/08: 08.15 uur 13/08 09.00 uur 14/08: 09.30 uur 18/08: 13.00 uur 21/08: 17.00 uur 27/08: 08.15 uur 28/08: 08.45 uur 29/08: 09.30 uur

SEPTEMBER

03/09: 13.15 uur 04/09: 15.30 uur 11/09: 08.15 uur 12/09: 09.15 uur

Ook het Nationaal Visserijmuseum in Oostduinkerke-dorp is een bezoek waard. Het museum is tijdens de zomermaanden open van dinsdag tot en met vrijdag van 10.00 uur tot 18.00 uur. Tijdens het weekend en op feestdagen kunt u er terecht van 14.00 uur tot 18.00 uur. Meer info op de website www.navigomuseum.be. Naast het museum ligt estaminet De Peerdevisscher, waar u geniet van een typische paardenvissersmaaltijd en van het smaakvolle trappistje ‘n Peerdevisscher’. De estaminet wordt uitgebaat door een rasechte paardenvissersfamilie. Twijfel dus niet om te vragen naar de geschiedenis achter de vele foto’s die aan de muren prijken.

29


w

De ancien & de toekomst

Š Eva Nowe


Van de veertien paardenvissers zijn er maar vier jonger dan dertig. Hoewel de jongemannen in de minderheid zijn, is het uitzonderlijk dat ze met zo veel zijn. Vanaf je zestiende kan je officieel benoemd worden tot paardenvisser, op voorwaarde dat je het ambacht minstens twee jaar hebt beoefend. De oudste actieve paardenvisser, Eddy D’Hulster, heeft al meer dan vijftig jaar ervaring op zak. Yoshi Delancker maakt net geen vijf jaar deel uit van de groep en staat symbool voor de toekomst van de paardenvisserij.

Š Eva Nowe


“Als ik ’s ochtends vroeg op zee zit en de zon komt op, dan is de wereld van mij”

© Eva Nowe

32


De ancien...

Paardenvisser ben je voor het leven. Dat bewijst Eddy D’Hulster (71), stamvader van de paardenvissers en zelf al meer dan vijftig jaar een beoefenaar van het ambacht. Hij was nog een tiener toen hij voor het eerst de zee in trok met zijn schoonvader Henri Durant, die aan de kust beter bekend was als ‘De Rosten Durang’. “Mijn schoonvader verhuurde tijdens de zomermaanden zadelpaarden op het strand en in de winter trok hij ermee in zee. Ik was amper achttien toen ik voor het eerst met hem meeging, maar ik was al veel langer dol op paardrijden. Na een vijftal jaren met hem te vissen, kocht ik ook mijn eigen paard en kar en werd ik officieel paardenvisser. Ik werkte destijds voor de radio en ik plande mijn shifts zo in dat ik bij laagwater kon vissen. Toen ik het ambacht leerde kennen, was er nog een behoorlijk aantal paardenvissers actief aan de kust. Maar de oudere vissers zetten een punt achter hun carrière en voor ik het goed en wel besefte, bleven er slechts een drietal mannen over.” Buitenechtelijke relatie

“Net zoals ik de passie van mijn schoonvader overnam, volgde mijn schoonzoon mij op. En ook mijn dochter trekt graag eens de zee in om geirnaars te vangen. Ik heb door de jaren heen zo’n vijf of zes paarden gehad en ik kan je verzekeren dat ik er dagenlang ziek van was als ik afscheid van hen moest nemen. Een paardenvisser is een beetje getrouwd met zijn paard. Tijdens de tien of vijftien jaren dat je samen vist, bouw je een soort buitenechtelijke relatie op. Soms ben je zelfs liever tegen je paard dan tegen je eigen vrouw. (lacht) Het paard moet zijn visser volledig vertrouwen en omgekeerd.

Op die manier ontstaat er een eenwording tussen mens, paard en zee. Dat is waarvoor ik het doe.” De koning te rijk

“Ik vind het prachtig dat paardenvissen geen exacte wetenschap is. Je kan geen enkel boek bestuderen om de stiel onder de knie te krijgen. De enige manier waarop je het ambacht kan leren is door belevenis en ervaring. Daarom is het zo belangrijk dat ervaren vissers hun liefde voor het vak doorgeven aan de jonge garde. Een onmetelijke passie voor de natuur mag bij een paardenvisser niet ontbreken. Als ik ’s ochtends vroeg op zee zit en de zon komt op, dan ben ik de koning te rijk. Ik ben omringd door niets anders dan water en op dat moment is de wereld van mij. En er is niemand in de buurt om mij te vertellen dat wat ik zeg niet waar is.” (lacht) Authenticiteit behouden

“De Unesco-erkenning ontvangen was een van de mooiste momenten uit mijn carrière. Het is ongelooflijk om te beseffen dat onze eeuwenoude traditie zo gewaardeerd wordt. Er is in vijftig jaar tijd veel veranderd aan de mentaliteit van de paardenvissers. Terwijl het vroeger eerder een groepsgebeuren was, werkt iedereen nu veel meer op zichzelf. Ik maak me soms ook zorgen over de groeiende media-aandacht. Maar de Unesco-erkenning en de oprichting van het borgingscomité wijzen erop dat het behoud van de authenticiteit de prioriteit is en blijft. Ik wil dat de paardenvisserij er in het jaar 3000 nog net hetzelfde uitziet als nu. En als dat niet het geval is, kom ik terug om iemand een schop onder zijn kont te geven.”

33


En de toekomst...

“Ik ben mijn liefde verloren aan het paard en mijn passie aan het vissen”

Yoshi Delancker is amper negentien jaar oud, maar hij is al sinds zijn vijftiende volledig bezeten door de paardenvisserij. In tegenstelling tot de meeste paardenvissers nam Yoshi het ambacht niet over van zijn vader of schoonvader. Sterker nog, er is niemand in zijn familie die een band heeft met de paardenvisserij. “Mijn vader heeft een bakkerij in Oostduinkerke-bad waarlangs de paardenvissers passeren op weg naar de zee. Ik zag hen tijdens de zomermaanden voorbij wandelen terwijl ik crèmekes verkocht. Ik droomde ervan om op dat paard te zitten in plaats van binnen te werken, want dat vond ik maar saai. Op een dag stond er een oud mevrouwtje in de bakkerij die me verzekerde dat ze me in contact kon brengen met de paardenvissers. Zij sleurde me mee naar Eddy (D’Hulster, red.) en via hem belandde ik uiteindelijk bij Johan (Vandendriessche, red.). Hij nodigde me uit om eens langs te komen en ik stond diezelfde avond nog aan zijn deur.” Eerst zien en dan geloven

“In het begin waren de paardenvissers een beetje argwanend, wat perfect verstaanbaar is. Ze zien veel mannen opduiken die het ambacht willen aanleren en die na de zomer plots verdwijnen omdat er dan geen toeristen meer zijn die hen bewonderen. Mijn vader was ook van het principe ‘eerst zien en dan geloven’. Maar

34

ze hadden al snel door dat het voor mij menens was. Ik was niet bang om stront te scheppen en om de stallen uit te kuisen. Dat hoort er nu eenmaal bij. Langzamerhand leerde ik de stiel en ik kocht uiteindelijk ook mijn eigen paard, Thomas. Nu voel ik mij op mijn gemak tussen de andere paardenvissers en ze noemen mij nog altijd ‘de kleinen’. Onlangs zijn er nochtans twee nieuwe, jonge paardenvissers bijgekomen dus eigenlijk ben ik de jongste niet meer.” (lacht) Weg van alles “Ik werk in de bouwsector waardoor het moeilijk is om vaak naar zee te gaan. Ik sta veel op de werf als het laagwater is en ben enkel vrij in het weekend. Tijdens het bouwverlof profiteer ik ervan om elke dag op mijn paard te kruipen. Ik zou graag meer gaan vissen, maar het paardenvissen is nooit een volwaardig beroep geweest en ik moet ook mijn boterham verdienen. Het gaat er bij mij bovendien niet om hoeveel kilo geirnaars ik vang. Ik ben mijn liefde verloren aan het paard en mijn passie aan het vissen. Ik ga naar zee om even weg te zijn van alles. Ik laat mijn gsm in de auto liggen en ik vertrek. Soms neem ik ook mijn vrienden mee naar zee en achteraf verkoop ik geirnaars aan hun ouders. Zo is iedereen tevreden. (lacht) Ik verdien een centje bij, maar ik heb vooral een prachtige hobby. Wat wil je nog meer? Ik ben een gelukkig man.”


© Eva Nowe

35



De laatste paardenvissers ter wereld