Page 1

Identiteitsdocument

Š Evangelisch College Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt, op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever.

Stichting Evangelisch College Zonnebloemstraat 4 3333 SW Zwijndrecht www.evangelisch-college.nl


Imitatio Christi Nadere uitwerking van de evangelische identiteit van het Evangelisch College (Conform statuten van stichting Evangelisch College, artikel 2, sub 3.c)

Het Evangelisch College (EC) bestaat sinds 1 september 2011 en is ontstaan uit een fusie van stichting Evangelische Theologische Academie (ETA) en stichting Evangelische Bijbel Scholen (EBS). In dit identiteitsdocument wordt in aanvulling op de statuten van stichting Evangelisch College de ‘evangelische’ identiteit nader uiteengezet. De term ‘evangelisch’ De term ‘evangelisch’ wordt niet eenduidig gebruikt en behoeft een nadere toelichting. Op de website van de Evangelische Alliantie (EA; een platform van christelijke organisaties waarvan het EC één van de deelnemers is) staat hierover het volgende: ‘Evangelisch’ is een term die soms voor verwarring zorgt. Zijn het mensen uit een evangelische gemeente of uit vrije groepen? Met de evangelische beweging doelen wij op de vernieuwingsbeweging die te vinden is over de gehele breedte van de christelijke kerk in Nederland, van gereformeerd (vrijgemaakt) en rooms-katholiek tot charismatisch. Mensen die elkaar vinden op de hoofdpunten van het christelijk geloof en verlangen naar eenheid.1

De EA vat het woord ‘evangelisch’ breed op en dat is ook de wijze waarop het EC deze term verstaat. Het EC wil een interkerkelijk opleidingsinstituut zijn, toegankelijk voor christenen uit de breedte van de evangelische beweging, die elkaar vinden in de fundamenten en elkaar inspireren tot een leven in navolging van Christus. Deze fundamenten benoemen wij als volgt (mede gebaseerd op het werk van Alister McGrath2, David Bebbington3 en de Britse Evangelical Alliance4).

Fundamenten 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

1

Het soevereine gezag van de Schrift. De majesteit van Jezus Christus. Het verlossingswerk van Christus als enige weg tot behoud. De realiteit van de Heilige Geest in het christenleven. De noodzaak van persoonlijke bekering. Het belang van de christelijke gemeenschap. Het uitleven van het evangelie in woord en daad.


Het is belangrijk te benadrukken dat deze fundamenten geen geloofsbelijdenis vormen en niet zijn bedoeld ter vervanging van bijvoorbeeld de Apostolische Geloofsbelijdenis. Het gaat om accenten, fundamenten ofwel ‘identity-markers’ van de evangelische beweging. Ook vormen de fundamenten geen definitie van een ‘christen’, maar willen juist aangeven waarin ‘evangelische’ christenen verschillen van andere christenen. Tevens zijn deze identitymarkers geen exclusief ‘bezit’ van de evangelische beweging, maar het is het geheel van de fundamenten en het accentueren ervan wat de evangelische identiteit maakt tot wat ze is. Buiten deze fundamenten geldt: We agree that we disagree. Het behoort tot de evangelische identiteit dat christenen van mening mogen verschillen over de kerkleer, de positie van de vrouw, de doop, Israël, de eindtijd, etc. Want alleen op deze wijze kan er werkelijk van een interkerkelijke beweging sprake zijn. De Imitatio Christi dringt ons wel om hierover in liefde en respect met elkaar in gesprek te blijven. Het Evangelisch College doet dit vanuit een positie die stevig is verankerd in de historische wortels die hieronder worden beschreven.

Theologische positie ‘Evangelische’ theologie wordt bedreven vanuit de bedding van de evangelische beweging. Verworteld in de gemeenschappelijke fundamenten is er ruimte voor een diversiteit aan specifieke theologische posities. Deze eenheid in diversiteit van de evangelische theologie wordt bijvoorbeeld weerspiegeld in het Handbook of Evangelical Theologians.5 Alhoewel het evangelisch theologisch bedrijf zeker ook plaatsvindt binnen en ten dienste van de evangelische beweging, staat zij ook in dialoog met het bredere spectrum van de theologie en wil zij ook substantiële bijdragen leveren aan het theologisch debat.

Historische wortels Vijf periodes die van groot historisch belang zijn geweest voor de vorming van de evangelische traditie en identiteit zijn de apostolische periode, de Vroege Kerk, de protestantse Reformatie, de grote evangelische opwekkingsbewegingen (Awakenings) van de achttiende en negentiende eeuw en de recentere controverse tussen fundamentalisten en modernisten.6 In de apostolische periode is het fundament gelegd voor de Kerk en het christelijk geloof door de openbaring van Jezus Christus, zoals verkondigd door de apostelen en hun naaste medewerkers. In de periode van de Vroege Kerk (ca. 100-500) is de canon van gezaghebbende geschriften gevormd (de Bijbel) en zijn fundamentele dogma’s (Drie-eenheid, twee naturen van Christus e.d.) verankerd. Tevens is het apostolisch geloof vastgelegd in belangrijke credo’s (Nicea-Constantinopel; Apostolische Geloofsbelijdenis), die als leeswijzer van de apostolische geschriften fungeren. De Reformatie bracht vooral de rechtvaardiging door geloof en het gezag van de Schrift (opnieuw) voor het voetlicht. Tevens bracht deze vernieuwingsbeweging Bijbelvertalingen in de ‘taal van het volk’ voort. De Awakenings – die wortelden in puritanisme en piëtisme – benadrukten het belang van persoonlijke bekering en werden verder gekenmerkt door het zingen van liederen, massa-evangelisatie, zending, het oprichten van Bijbelgenootschappen en christelijke sociale hervorming.

2


In het begin van de twintigste eeuw ontstond het ‘fundamentalisme’, een stroming die in een tijd van liberalisme opkwam voor de orthodoxie en haar naam ontleende aan de publicatie van The Fundamentals (1909) waarin het orthodoxe christendom werd verdedigd. Tegen het midden van de twintigste eeuw werd dit fundamentalisme echter steeds meer gekenmerkt door anti-intellectualisme en sektarisme waartegen de jongere generatie zich in toenemende mate verzette. Zij meende dat christenen ook intellectueel en cultureel ontwikkeld en sociaal betrokken moesten zijn. Ter onderscheiding van het oudere fundamentalisme werd de term ‘evangelisch’ (evangelical) gerehalibiliteerd. Leidende figuren van deze evangelicals waren onder meer Billy Graham, John Stott, Carl Henry en D. Martyn Lloyd-Jones. Dit leidde ondermeer tot de oprichting van de National Association of Evangelicals (NAE, 1942), Fuller Theological Seminary (1947), en het tijdschrift Christianity Today (1956). Overige stromingen en invloeden die mede bepalend zijn voor de kleur van de hedendaagse evangelische beweging zijn ondermeer het Baptisme, de Nadere Reformatie, de Heiligingssbeweging, het Réveil, het Dispensationalisme (vooral via de Scofield Reference Bible), de Pinksterbeweging, de Charismatische vernieuwingsbeweging en de recentere Third Wave (Vineyard; Wagner, Wimber). Deze historische ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat de evangelische beweging vandaag de dag de verschijning heeft van een veelkleurige palet, waarbij, ondanks de verschillen, men elkaar blijft vinden in de bovengenoemde fundamenten; de ene regenboog met vele kleuren.

Navolging Het focaal punt van de evangelische beweging is Jezus Christus en, daaraan verbonden, een leven in navolging van Hem. De evangelische identiteit betreft dus niet alleen een aantal fundamentele geloofsovertuigingen, maar ook de consequentie voor het dagelijks leven. Sterker nog, het appèlleren aan de praktische christelijke levenswandel is in principe het meest karakteristieke van de evangelische beweging die toch vooraleerst een levensveranderende vernieuwingsbeweging wil zijn: Wie zegt dat hij met God verbonden is, moet zelf leven zoals Jezus geleefd heeft. (1 Joh. 2:6; WV)

In de Vroege Kerk gaat de christelijke leer en dienovereenkomstig leven hand in hand. Wanneer het christendom vanaf de vierde eeuw meer en meer met macht, politiek en cultuur verweven raakt, ontstaat een meer diffuse situatie en is het niet meer altijd vanzelfsprekend dat het predicaat ‘christen’ staat voor een leven in navolging. In alle tijden zijn er echter christenen geweest die, op basis van de Schrift, het belang van een christelijke levenswandel hebben gepredikt en geleefd. Hierbij valt vooral te denken aan de op Augustinus teruggaande middeleeuwse spiritualiteit, zoals deze wordt verwoord door Bernardus van Clairvaux en later door Thomas à Kempis in zijn beroemde De Imitatio Christi, Over de Navolging van Christus. De in dit geschrift gepredikte radicale navolging is mede een inspiratiebron geweest voor volgende generaties en in het bijzonder het piëtisme, het puritanisme, de opwekkingen onder Wesley, de Great Awakenings en het Réveil en spreekt ons ook vandaag opnieuw aan: Wie Mij volgt, wandelt niet in de duisternis (Joh. 8:12), zegt de Heer. Dit zijn de woorden van Christus, en wij worden erdoor aangemaand zijn leven en gedragingen na te volgen, wanneer wij waarlijk

3


verlicht willen worden en bevrijd van alle blindheid van hart (vgl. Ef. 4:18). Ons voornaamst streven moet dus zijn: ons in het leven van Jezus Christus te verdiepen.7

Deze imitatio omvat het gehele leven en heeft daarmee ook een ethische vector. Wie Jezus volgt, wordt opgeroepen dagelijks het kruis op te nemen (Luk. 9:23), of, zoals Paulus het verwoordt, de oude mens af te leggen en de nieuwe aan te doen (Ef. 4:22 e.v.; Col. 3:9 e.v.), kortom, te streven naar een heilige levenswandel.

Studeren en doceren aan het EC; werkveld Het EC leidt mensen op voor verantwoordelijke taken in Kerk en samenleving. Wie kiest voor het EC, kiest bewust voor een opleiding vanuit een evangelische identiteit. Van (potentiële) studenten en docenten mag daarom worden aangenomen dat zij zich verbonden weten met en door de fundamenten en zich aangesproken weten op hun levenswijze. Middels een studie aan het EC worden studenten (mede) toegerust en geïnspireerd tot een leven en functioneren in Kerk en samenleving in navolging van Christus. Aangezien een functie binnen het brede spectrum van de geestelijke verzorging veelal te maken krijgt met vertrouwensrelaties, is het van groot belang dat de student zich tijdens de studie in voldoende mate ontwikkelt tot een professional, die zowel vakbekwaam als geloofwaardig zijn of haar beroep zal kunnen uitoefenen. Binnen de specifieke evangelische context geldt bovendien dat zowel de achterban als de directe werkomgeving zal verwachten dat de (afgestudeerde) student in zijn of haar functie ook qua levenswijze een voorbeeldfunctie bekleedt en derhalve zich ervoor inspant een godvruchtig leven te leiden. Eindnoten http://www.ea.nl/evangelisch. Bezocht: 2 april 2012. Alister McGrath, Toekomst voor het christelijk geloof: invloed en betekenis van het evangelicalisme (Kampen: Voorhoeve, 2000), 58-99. Oorspronkelijke titel: Evangelicalism and the Future of Christianity (London: Hodder & Stoughton, 1994). 3 David W. Bebbington Evangelicalism in Modern Britain: A History from 1730 to the 1980s, London: Unwin Hyman, 1 2

1989, 2-19. 4

http://www.eauk.org/connect/about-us/upload/Evangelicalism-a-brief-definition.pdf. Bezocht: 2 april 2012.

Walter A. Elwell, Handbook of Evangelical Theologians (Grand Rapids, MI: Baker Books, 1993, 1998). Zie ook Olson, A-Z of Evangelical Theology voor een bespreking van de verschillende standpunten die door evangelische theologen kunnen worden ingenomen. 6 Timothy George, “If I’m an Evangelical, What Am I?”, Christianity Today, 9, 62 (August 1999). Zie ook McGrath, Toekomst, 7 1, 1-3. Gerard Wijdeveld. Thomas A Kempis. De navolging van Christus. Klassiek Licht, Barneveld: Nederlands Dagblad (2008), 25. 5

4

Identiteitsdocument Evangelisch College  

Identiteitsdocument Evangelisch College, versie oktober 2012

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you