Page 1

sep2012 Jouw agrarische jongerenblad

marja oudhuis: “Kenia heeft het perfecte klimaat om rozen te telen� peter en heleen stam runnen een agrarisch bedrijf in ethiopie Rens Kuijten wil een quinoaketen opzetten in Nederland Thema :

Boeren in Internationaal Perspectief


Tijdelijk beschikbaar: VMS Smart Connected Limite d e d i t io n !

Observatiesysteem

Remote Farm Connection pakket RFC

Uniek VMS station

iPad incl. unieke DeLaval app

De VMS Smart Connected is een gelimiteerde oplage van een VMS station met daarbij verschillende producten om uw station en bedrijf op afstand te kunnen bedienen. Zo heeft u, waar u ook bent, altijd controle over uw bedrijf. Informeer naar de voorwaarden.

DelPro koppeling met CRV

DeLaval BV - Steenwijk - 0521 537 500 - info.nl@delaval.com - www.delaval.nl


wilco xxxxx

Waar sta jij?

Waar je bedrijf ook staat in Nederland, het zal altijd een onderdeel zijn van de internationale markt. Door steeds snellere inzichten en commerciële en financiële belangen in de agrofoodsector wereldwijd, krijgen ook wij steeds meer te maken met invloeden van ‘buitenaf’. Kijk bijvoorbeeld naar de droogte in de Verenigde Staten en alle commotie die daardoor is ontstaan. Nu gaat dit over een behoorlijke omvang, maar jaren geleden was die commotie veel verder weg dan nu. De internationale markt is belangrijk voor onze bedrijfsvoering en daarom biedt NAJK jou de kans om je als NAJK-lid internationaal te ontwikkelen: in december gaan we op studiereis naar India en het project ‘Boeren in Internationaal Perspectief’ biedt jou de kans om onze positie in de agrarische wereld beter te begrijpen. Daarnaast kun je via Agriterra op een missie gaan, waarbij je jouw kennis en kunde van coöperaties en organisaties kunt overbrengen op collega’s van minder ontwikkelde landen. Als voorzitter van NAJK heb ik veel van Nederland en de wereld mogen zien. Vanaf 1 oktober zal ik mijn eigen bedrijf en omgeving beter gaan bekijken, daar heb ik enorm veel zin in na een hele mooie periode bij NAJK. Als dagelijks bestuur mogen we trots zijn op wat NAJK heeft neergezet en ik wens hen dan ook veel succes met het verder versterken van NAJK. Daarbij wil ik ook mijn beoogde opvolger John veel succes wensen met zijn uitdagende nieuwe rol als voorzitter van NAJK en wil ik iedereen bedanken waarmee ik in de afgelopen jaren met veel plezier heb samengewerkt.

10

16

inhoud

Wilco de Jong, voorzitter NAJK

20

In dit septembernummer 4 Een voor allen, allen voor een 6 NAJK in het nieuws 9 Boeren in internationaal perspectief 10 Marja Oudhuis: rozen telen onder de zon 12 Jonge boeren en tuinders over agrarisch ondernemerschap in het buitenland 13 In het hooi met… Sabina Voogd van Oxfam Novib 15 Bedrijfsovername 16 Peter en Heleen Stam: Nederlands(e) boeren in Ethiopië 18 MaïsChallenge maakt zich op voor oogst 19 ‘Landje pik’ 20 Rens Kuijten: brutalen hebben de halve wereld 23 Op studiereis naar India 24 Oud&Nieuw: Christian van Bommel uit Castenray 26 Trekkerbehendigheid… een wedstrijd voor jong en oud! 27 Het voedselvraagstuk 28 Uit alle hoeken 31 Bint & Sudokoe Colofon BNDR wordt uitgegeven onder verantwoordelijkheid van Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt en verschijnt vijf keer per jaar. Een abonnement op BNDR kost 21 euro en loopt per kalenderjaar. Opzegging voor 1 december. Een abonnement aanvragen of opzeggen kan via info@najk.nl. Het blad is gratis voor NAJK-leden. Losse nummers zijn verkrijgbaar door storting van 5 euro op bankrekening 3945.38.501 t.n.v. NAJK te Utrecht, onder vermelding van het gewenste nummer van BNDR. Artikelen of illustraties kunnen alleen na overleg met de redactie worden overgenomen. Vragen of opmerkingen over de adressering? Neem contact op met één van de onderstaande organisaties: Provinciale AJK’s: Friesland 0512-305280, Groningen 0512-305283, Drenthe 0512-305281, Flevoland 0512-305282, Overijssel 030-2769869, Utrecht 030-2769869, Gelderland 026-3846233, Hollanden 088-888 6666 (nakiesnr. 3811), Zeeland 0113-247729, Brabant 073-2173636, Limburg 0475-381777 of NAJK: 030-2769869. Redactie: Ellen van den Manacker, NAJK, 030-2769863, binder@najk.nl Advertenties: PSH Media Sales, Marco Jansen, 026-7501845, marco.jansen@pshmediasales.nl Vormgeving: DUO-ontwerp, Utrecht Druk: Drukmotief bv, Apeldoorn Op de cover: Rens Kuijten

BNDR

3


thema

Een voor allen, allen voor een ‘De Nederlandse boer en de boer duizenden kilometers verderop hebben elkaar nodig’ Nederland is één van de dichtstbevolkte landen ter wereld: een grote stad ten opzichte van de wereld, met relatief veel groen en water. Ondanks de kleine oppervlakte is Nederland een uitblinker in de landbouw. Ons land is de op één na grootste exporteur van agrarische producten ter wereld. Iets om trots op te zijn. Maar vergeet niet dat de Nederlandse landbouw voor zijn import en export sterk verbonden met- en afhankelijk is van het buitenland. Daarom is het belangrijk om eens onder de loep te nemen welke invloed het handelen van de Nederlandse landbouw heeft in internationaal perspectief. Tekst: Wolter Neutel / Illustratie: Henk van Ruitenbeek

Import Om te kunnen produceren is de Nederlandse landbouw voor een deel afhankelijk van buitenlandse grondstoffen die geïmporteerd moeten worden. Zo worden onmisbare producten als brandstoffen, mineralen, kunstmest en soja uit het buitenland gehaald. Kunstmest In Europa wordt relatief veel kunstmest gebruikt waarmee grote oogsten behaald worden. Voor deze kunstmest wordt fosfor gebruikt, een grondstof die gewonnen wordt uit fosforiet, een uniek en onvervangbaar gesteente die slechts in vijf landen gewonnen kan worden. Uit onderzoek is gebleken dat de vraag voor fosfor in 2035 het aanbod zal overschrijden. Deze voorspelling heeft grote gevolgen voor het functioneren van de Westerse landbouw: prijzen van kunstmest zullen stijgen met als gevolg lagere oogsten wereldwijd en minder voedselzekerheid. Om schaarste te voorkomen zal men efficiënter met fosfor 4

BNDR

moeten omgaan in de landbouw. Kijk op www. fosfaatrecycling.nl wat jij kan doen om het tekort aan fosfor tegen te gaan. Soja Nederland is een van de grootste importeurs van soja. Een gebied zo groot als een derde van het totale Nederlandse landbouwareaal, wordt in het buitenland gebruikt om aan de sojavraag van de Nederlandse veehouderij te kunnen voldoen. Omdat ook in andere landen de sojavraag toeneemt, wordt wereldwijd steeds meer grond gebruikt voor sojaproductie. Dit heeft negatieve gevolgen, zoals het verdwijnen van grote stukken tropisch regenwoud in het Amazonegebied. Deze ontbossing heeft een negatief effect op de plaatselijke biodiversiteit en kan uiteindelijk zelfs tot wereldwijde klimaatverandering leiden. Sojaproductie en de gevolgen daarvan worden steeds belangrijker op de wereldmarkt. Ook organisaties in Nederland zetten daarin hun beste beentje voor: negentien organisaties in de Nederlandse voedselketen, verenigd in de Taskforce Duurzame Soja, hebben gezamen-

lijk besloten om volledig over te schakelen op verantwoorde soja. Deze soja moet voldoen aan criteria op het gebied van onder andere watergebruik, bescherming van de biodiversiteit en welzijn van inheemse bevolking.

Export De Nederlandse agrosector is na de Verenigde Staten de grootste exporteur van agrarische producten ter wereld. Jaarlijks exporteert ons land ongeveer € 72,8 miljard aan agrarische producten (17,5% van de totale Nederlandse export). Nederlandse landbouwexport De grote kennis van de Nederlandse boeren, het gunstige klimaat, de vruchtbare grond, de goede infrastructuur en het hoge ambitieniveau zorgen ervoor dat de Nederlandse landbouw erg productief is. Hierdoor is Nederland in staat veel meer te produceren dan voor eigen gebruik nodig is. Een groot deel van onze landbouwproducten wordt afgezet binnen Europa. Duitsland importeerde afgelopen jaar voor 18,8 miljard euro aan Nederlandse landbouwproducten. Een


deel van onze export vindt ook plaats naar landen buiten Europa, soms naar ontwikkelingslanden. De sierteeltproducten en planten, vlees en zuivel beslaan het grootste deel van de export. Ook de tuinbouw is voor een belangrijk deel gericht op het exporteren van producten. Gevolgen export voor ontwikkelingslanden Welke invloed heeft het exporteren van onze producten naar ontwikkelingslanden? Verdrukken de Nederlandse producten niet het werk van de lokale boeren? Veel agrarische ondernemers en organisaties uit Nederland houden zich met deze vragen bezig en proberen op hun manier een steentje bij te dragen in ontwikkelingslanden. Zo exporteert FrieslandCampina niet alleen naar Nigeria en Vietnam, maar helpt het lokale boeren om de melkproductie naar een hoger niveau te tillen en door deze melk te kopen. Een organisatie als Agriterra, waarin ook NAJK participeert, helpt bij het opzetten van agrarische projecten in ontwikkelingslanden. Nederlandse boeren gaan voor Agriterra naar het buitenland om daar advies te geven en kennis uit te wisselen met collegaboeren. Wil jij ook iets betekenen voor Agriterra? Surf dan naar www.agriterra.org.

De toekomst Er zijn verschillende factoren die steeds meer invloed op de internationale voedselmarkten

hebben. Zo worden door de klimaatverandering grote delen landbouwgrond minder goed bruikbaar en zullen er door de onvoorspelbare weersomstandigheden schommelingen optreden in de opbrengsten, wat uiteindelijk effect heeft op de voedselprijzen. Schommelende prijzen zorgen op hun beurt voor onzekerheid op de voedselmarkten en voor nog meer armoede in ontwikkelingslanden. Veranderingen Een andere factor is het toenemende gebruik van biobrandstoffen. Inmiddels wordt 30% van de Amerikaanse maïs tot brandstof verwerkt. Een duurzame methode, maar wel met gevolgen voor de wereldwijde voedselvoorziening. Ook de groei van de wereldbevolking is een spelende factor: in 2050 moet er 70% meer

voedsel geproduceerd worden, terwijl het landbouwareaal met nog maar 15% zal toenemen. Daarnaast zullen door de toenemende welvaart voedselpatronen veranderen in opkomende landen zoals China. Productiestijging Is het dan allemaal echt zo somber? Nee, door innovatie en verspreiding van kennis kan de productiviteit van de landbouw wereldwijd nog flink worden opgeschroefd. Daarvoor is wel een internationale focus nodig. Samenwerking is het toverwoord. De Nederlandse boer en de boer die duizenden kilometers verderop actief is, hebben elkaar nodig en kunnen elkaar versterken. In deze BNDR worden verschillende opties genoemd om boeren in ontwikkelingslanden bij te staan.

Wat kunnen wij doen?

NAJK vindt het van groot belang dat jonge agrarische ondernemers, overal ter wereld, perspectief hebben op een goede toekomst. Om de wereldbevolking te kunnen voeden moet de productiviteit omhoog en moet voedselverlies voorkomen worden. De Nederlandse landbouw moet zich ervan bewust zijn dat de sector niet op zichzelf staat maar functioneert in internationaal verband. Voor onze grondstoffen en onze export zijn we afhankelijk van het buitenland. Om stil te staan bij de positie van de rol van de Nederlandse landbouw in de wereld heeft NAJK het project ‘Boeren in Internationaal Perspectief’ opgezet. Op www.najk.nl en op pagina 9 in de BNDR lees je meer over dit project.

BNDR

5


nieuws

Joris Baecke over zijn rol tijdens RIO+20 NK Veebeoordelen 2012

Op 29 september 2012 organiseert NAJK, in samenwerking met CRV Holding BV, het jaarlijkse NK Veebeoordelen in het centrum van Venray. Op het Schouwburgplein komen deze dag meer dan zestig afgevaardigde jonge koeienkenners uit alle provincies van Nederland bij elkaar om zwartbonte en roodbonte koeien te keuren op frame, robuustheid, uier, beenwerk en het algemeen voorkomen. De wedstrijd begint om 10.00 uur en is om 16.00 uur afgelopen. Gedurende de dag zal er naast het spectaculaire NK Veebeoordelen ook genoeg vertier zijn voor jong en oud, dus kom gerust langs!

NAJK verbaasd

over graancommotie

Door droogte in de Verenigde Staten en lagere hectareopbrengsten in Zuid- en Oost-Europa is een krapte op de graanmarkt ontstaan. Dit heeft ertoe geleid dat de prijs van graan is opgelopen naar € 270,- per ton. Verschillende media berichtten, tot verbazing van NAJK, half augustus over deze zogenaamde ‘hoge’ prijzen: “We vragen ons bij NAJK af of het wel reëel is om van hoge prijzen te spreken als de boer met dit prijsniveau een normaal of zelfs gewenst rendement kan halen”, aldus Eric Pelleboer, portefeuillehouder akkerbouw bij NAJK. Ook gaf NAJK zijn mening over de bijkomende commotie over voorraadbeheer: “Het is nog niet zo lang geleden dat we grote voedselvoorraden hadden. Het aanhouden van deze voorraden was geen succes. Mede hierdoor is het Europees landbouwbeleid op de schop gegaan”, aldus NAJK-voorzitter Wilco de Jong. Lees de hele reactie op de graancommotie terug op www.najk.nl onder het kopje ‘nieuws’.

6

BNDR

Afgelopen juni vertegenwoordigde CEJA-voorzitter en dagelijks bestuurder NAJK, Joris Beacke, de jonge boeren en tuinders op de Rio+20 conferentie in Brazilië. Samen met collega’s van de World Farmers’ Organisation (WFO) heeft Joris ervoor gezorgd dat er in de uiteindelijke tekst ook een link met landbouw is gelegd. Realiteitszin vond Joris belangrijk tijdens de bijeenkomst: “Samen met de andere leden van de WFO-delegatie hebben we geprobeerd om de realiteit te laten zegevieren. Wij wilden het echte verhaal vertellen en samen tot oplossingen komen. We moeten met elkaar duidelijk aangeven hoe we de manier van produceren binnen de landbouwsector verduurzamen. Meer met minder doen en onze voetafdruk op de aarde verkleinen.” In de toekomst blijft de CEJA-voorzitter erop letten dat regeringsleiders zich houden aan de tijdens Rio+20 conferentie gemaakte afspraken: “EU beleidsmakers zijn bezig met het hervormen van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Wat we hebben besproken in Rio is bij uitstek goed in te passen in het nieuwe beleid. We blijven dan ook zeker met de Raad, de Europese Commissie en het Europees Parlement in gesprek hierover”, aldus Joris. Lees het hele artikel over de ervaringen van Joris Beacke op de Rio+20 conferentie terug op www.najk.nl onder het kopje ‘nieuws’.

NAJK verwelkomt en neemt afscheid

van bestuurders tijdens ALV

Tijdens de algemene ledenvergadering (ALV) op donderdag 28 juni heeft NAJK in een mooi programma afscheid genomen van dagelijks bestuurder, penningmeester en portefeuillehouder melkveehouderij Jurgen Veron. Voorzitter Wilco de Jong bedankte Jurgen voor zijn volledige inzet de afgelopen drie jaar en zijn kritische blik op de melkveehouderij. Nieuwkomer Koen Bolscher (28) uit het Overijsselse Bornerbroek, waar hij samen met zijn ouders een melkveebedrijf met 185 melkkoeien runt, neemt de portefeuille melkveehouderij over van Jurgen. Ook Jan Enthoven werd tijdens de ALV unaniem verkozen tot portefeuillehouder tuinbouw in het dagelijks bestuurder van NAJK. Jan runt een glastuinbouwbedrijf in ’s Gravenzande, waar de teelt van pioenrozen centraal staat. Na een aangekondigd afscheid van voorzitter Wilco de Jong, stelde Wilco zich tijdens de ALV onverwacht herkiesbaar. Wilco heeft ervoor gekozen om zijn functie goed en volledig over te dragen aan zijn beoogde opvolger John en neemt daarom per 1 oktober afscheid. Ook NAJKbestuurders Bas Bassa (HAJK), René van Arkel (HAJK) en Jan-Jaap van der Meer (FAJK) namen tijdens de ALV na een periode van vier jaar afscheid van het NAJK-bestuur.

NAJK tekent Convenant Weidegang niet

Ruim 50 partijen tekenden op 18 juni het convenant weidegang. Dit convenant is een initiatief van de Duurzame Zuivelketen, wat ertoe moet leiden dat toeleveranciers, NGO’s, retail en overheid een actievere en duidelijkere rol gaan vervullen omtrent het thema weidegang. Het gemis van duidelijke afspraken en het opzetten van een actieve rol voor elke partner in het convenant heeft ertoe geleid dat NAJK het convenant weidegang niet heeft ondertekend. “In de gesprekken die vooraf hebben plaatsgevonden heeft NAJK meermaals geprobeerd het convenant weidegang meer gewicht te geven, dit is echter niet gelukt. Hierdoor heeft NAJK afgezien van ondertekening”, aldus Jurgen Veron, portefeuillehouder melkveehouderij NAJK. Lees meer over de reden waarom NAJK het convenant weidegang niet heeft ondertekend op www.najk.nl onder het kopje ‘nieuws’.


DB

studiereis naar India Begin december organiseert NAJK een studiereis naar India, waar de thema’s ‘voedselzekerheid’ en ‘voedselveiligheid’ centraal zullen staan. Lees meer over de studiereis op pagina 23 of meld je aan op www.najk.nl. Let op: de inschrijving sluit op 18 september 2012.

Jonge Landbouwersregeling

open van 1 tot 26 oktober 2012 Jonge landbouwers kunnen vanaf 1 oktober subsidie aanvragen voor investeringen in grond, gebouwen, machines, verplaatsbare installaties en overige landbouwinvesteringen. De subsidie is voor agrarische ondernemers die jonger zijn dan 40 jaar en die minder dan drie jaar geleden een bedrijf hebben overgenomen of zijn gestart. Aanvragen kant tot en met 26 oktober 2012 via ‘Mijn dossier’ van Dienst Regelingen. Kijk voor meer informatie op pagina 15 of op www. bedrijfsovernameportal.nl.

samen werken, samen leven

Nieuw jaarthema:

Aankomend seizoen gaat NAJK aan de slag met een nieuw jaarthema: samen werken, samen leven. Met dit nieuwe thema legt NAJK het aankomende jaar de focus op het versterken van samenwerkingen binnen, tussen en buiten de agrarische sector. Dit kan gaan over een samenwerking tussen bedrijfshoofd en opvolger, maar ook over een samenwerking tussen de sector en de maatschappij. Lees meer informatie over het nieuwe jaarthema op www.najk.nl onder het kopje ‘projecten en activiteiten’.

De week van….

Dagelijks bestuurd Enthoven (30) teer Jan tomaten en pioen elt in ’s- Gravenzande rozen portefeuille tuinbo(ZH) uw

Jan enthoven Sinds 28 juni 2012 ben ik officieel lid van het dagelijks bestuur (DB) van NAJK. Binnen het bestuur ben ik verantwoordelijk voor de portefeuille tuinbouw. Ik combineer deze bestuursfunctie met mijn eigen tuinbouwonderneming in het Westland, daar teel ik op 1,5 hectare pioenrozen en ben ik actief op het tomatenteeltbedrijf van mijn ouders.

Mijn week: Maandag: Maandochtend help ik mijn ouders met het sorteren en verpakken van (losse) tomaten. Doordat er twee dagen niet geoogst is, duurt dit tot in de middag. Om 15.00 uur stopt het personeel en ga ik werk voorbereiden, mijn mailbox leegmaken en neem ik een kijkje bij de pioenen. Na het avondeten vertrek ik naar de vergadering van het dagelijks bestuur van Tuinbouwjongeren Westland. Dinsdag: ’s Morgens in de kantine vertel ik het personeel wat er vandaag moet gebeuren. Vandaag is dat gewasverzorging. We gaan de onderste drie bladeren van de tomatenplant verwijderen en het gewas omhangen en laten zakken, zodat de tomaten weer op een oogstbare hoogte komen te hangen. ’s Avonds loop ik mijn mail nog na en lees ik me in voor de vergadering met LTO-glaskracht Nederland van morgen. Woensdag: Na het ontbijt zet ik alles klaar bij de sorteermachine, waarna het personeel kan beginnen met het oogsten van de tomaten. Aangezien er maar één dag tussen de vorige oogstdag zit, zijn we op tijd klaar. Om 12.00 uur vertrek ik naar de vergadering met LTO-glaskracht Nederland in Zaltbommel. Donderdag: Vandaag ga ik in de ochtend aan het werk in de pioenen. Er zijn genoeg klusjes blijven liggen de afgelopen tijd, waaronder het nemen van een grondmonster. Dit doe ik om te weten wat de voedingswaarde is van de bodem. Aan de hand van de resultaten van het grondmonster bepaal ik welke meststoffen ik moet toevoegen. ’s Middags ga ik naar Utrecht om te vergaderen met het dagelijks bestuur van NAJK. Vrijdag: We beginnen met de laatste tomatenoogst voor deze week. Na het oogsten maken we met het personeel de laatste werkzaamheden af en dan is het voor hun weekend. Zelf ben ik op zaterdag en zondag nog op het bedrijf te vinden, er is vaak nog genoeg te doen. Spelen er bij jou tuinbouwgerelateerde zaken? Stuur mij een mail: jenthoven@najk.nl

BNDR

7


”Tot

1 kg méér melk

per koe per dag”

• Havera is gras waarvan u direct méér melkt! Zowel vers als ingekuild kan de meeropbrengst oplopen tot 1 kg* per koe per dag. *bron: onderzoeken naar meerwaarde tetraploïd gras 1993 – 2005.

• Havera-weiden scoren op productiviteit, smakelijkheid en voedingswaarde. Dat komt door hogere gehalten aan koolhydraten (suikers) en lagere concentraties aan onverteerbare vezels (celwanden). • Wagenings onderzoek (Smit/2005) heeft aangetoond dat melkkoeien een sterke voorkeur hebben voor zulk gras en er beduidend méér van opnemen.

MENGSELSAMENSTELLINGEN

HAVERA

HAVERA 4

HAVERA EKO HAVERA 4 EKO

Engels raaigras middentijds tetraploïd

40%

40%

Engels raaigras laat tetraploïd

30%

20%

70%

60%

Engels raaigras middentijds diploïd

15%

10%

-

-

Engels raaigras laat diploïd

15%

15%

30%

25%

-

15%

-

15%

Timothee

doe mee via www.limagrain.nl/topkuil

www.limagrain.nl | tel. 0113 - 55 71 00

Advanta® is a registered trademark of Advanta Netherlands Holdings BV

• Door de betere voerefficiëntie voorziet u veel sneller in de vereiste hoeveelheid VEM’s voor een economische melkproductie met minder krachtvoerverbruik.


Boeren

project

in internationaal perspectief Welke gevolgen hebben jouw keuzes voor boeren in ontwikkelingslanden? Waarom is het belangrijk dat wij jonge boeren in ontwikkelingslanden een handje helpen? Zijn ‘gunstige’ voedselprijzen wel altijd zo gunstig voor boeren wereldwijd? Dit zijn een aantal vragen die beantwoord worden in het NAJK-project ‘Boeren in Internationaal Perspectief’. Met dit project wil NAJK laten zien wat de invloed van jouw bedrijfsvoering op de wereldwijde landbouw is.

Tekst: Marjon Schultinga / Illustratie: Henk van Ruitenbeek

Bedrijfsvoering Klimaatverandering, voedselschaarste en voedselprijzen: veelgebruikte termen als het gaat om de landbouw wereldwijd. Keuzes die boeren in Nederland maken hebben invloed op de situatie van boeren in ontwikkelingslanden, al is dit soms lastig te beseffen. Wanneer jij er bijvoorbeeld bewust voor kiest om maïs of hennep te verbouwen in plaats van soja te gebruiken in het voer, heeft dit invloed op het behoud van tropisch regenwoud elders op de wereld. NAJK vindt het belangrijk dat jonge boeren en tuinders zich bewust zijn van de invloed van de keuzes die zij maken. Met het project ‘Boeren in Internationaal Perspectief’ biedt NAJK daarom handelingsperspectieven voor duurzame bedrijfsvoeringen met oog voor consument, maatschappij en collega’s wereldwijd.

Standpunt Maar niet alleen de keuzes op bedrijfsniveau hebben invloed op klimaat en voedselproblematiek, ook de koers van grote internationale coöperaties zoals FrieslandCampina en The Greenery spelen een grote rol. Onder de noemer van MVO* hebben dergelijke organisaties projecten en fabrieken in derde wereldlanden.

Als je lid bent van zo’n coöperatie, kun je invloed uitoefenen op het beleid van de organisatie. Dus niet alleen de keuzes die jij maakt op je eigen bedrijf hebben gevolgen, maar ook jouw standpunt met betrekking tot klimaatverandering en voedselproblematiek zijn belangrijk. Heb je zelf een duidelijke mening over onderwerpen als voedselschaarste en klimaatverandering? Of heb je er misschien nog nooit zo over nagedacht en ga je mee in de standpunten van je ouders of vrienden? Met het project ‘Boeren in Internationaal Perspectief’ helpt NAJK jou om je standpunt te bepalen en laat je zien hoe je dit kunt uitdragen. * MVO: Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Gezamenlijk belang Net als jij zijn ook boeren in ontwikkelingslanden gebaat bij stabiele voedselprijzen en inkomenszekerheid. Grote verschillen in voedselprijzen zorgen op langere termijn voor speculaties op de voedselmarkt, wat voor geen enkele boer gunstig is: hogere voedselprijzen zorgen vrijwel nooit voor een hoger inkomen voor de boer, de extra inkomsten komen vaak terecht bij de tussenhandel. Door samen te

streven naar een markt met stabiele voedselprijzen, wordt de inkomenszekerheid hier én daar versterkt. Met ‘Boeren in Internationaal Perspectief’ leer je wat jij kunt doen om bij te dragen aan eerlijke en stabiele voedselprijzen wereldwijd.

‘Boeren in Internationaal Perspectief’

Avond

Ben jij geïnteresseerd in internationale voedselproblematiek en klimaatverandering? Als afdeling kun je van september tot december 2012 een avond aanvragen. Tijdens deze avond zal door middel van maximaal vier verschillende onderwerpen gediscussieerd worden over jouw rol wereldwijd en de gevolgen van bijvoorbeeld klimaatverandering, ‘landje pik’ of prijsstijgingen voor jou. Een leuke en interessante avond waar de zaalhuur, hapjes en drankjes deels door NAJK worden gefinancierd. Kijk voor meer informatie op www.najk.nl of stuur een mail naar khaanraads@najk.nl.

BNDR

9


thema

Te weinig zonlicht, te hoge loon- en stookkosten en milieuoverwegingen deden Nederlandse kwekers ruim tien jaar geleden uitwijken naar Kenia, Zuid-Afrika, Tanzania en Ethiopië. De Nederlandse rozenkweker Zuurbier & Co nam in 2000 ook de beslissing om een vestiging te openen naast het Naivashameer, het centrum van de Keniaanse flora-industrie. Marja Oudhuis (30) is bedrijfsopvolger en ziet veel uitdagingen in de 13 hectare rozen in Nederland en 29 hectare rozen in Kenia.

Rozen telen onder

Firma Zuurbier & Co teelt 42 hectare rozen Tekst en beeld: Ellen van den Manacker

If you can’t beat them… Met twee vestigingen in Heerhugowaard beplant met 13 hectare rozen is Zuurbier & Co een van de grootste snijrozenproducenten van Nederland. Daarnaast heeft Zuurbier & Co een vestiging met 29 hectare rozen in Kenia: “In 2000 zagen we dat de Nederlandse roos onder druk kwam te staan. Veel rozentelers trokken naar het buitenland en wij dachten: if you can’t beat them, join them. Mijn vader en Cor Zuurbier, eigenaren van Zuurbier & Co, hebben toen verschillende plekken in de wereld bezocht op zoek naar de perfecte plek om rozen te telen”, vertelt Marja. “Kenia heeft het perfecte klimaat om rozen te kweken: veel zonuren en koele nachten. Er is volop

“Kenia heeft het perfecte klimaat om rozen te kweken: veel zonuren en koele nachten” arbeid beschikbaar en het vliegveld is goed voorbereid op de hele stroom snijbloemen.” Het bedrijf is gevestigd naast het Naivashameer, waardoor watertoevoer geen probleem is. “Het is het mooiste plekje op aarde”, vindt Marja. “Als je veel aandacht moet besteden aan een bedrijf in het buitenland, dan moet je er ook voor zorgen dat het een mooi plekje is, waar je met veel plezier heen gaat.”

Vallen en opstaan De start van het bedrijf in Kenia ging met vallen en opstaan: “Op de plek die wij gekocht 10

BNDR

hebben, stond het frame van een kassencomplex, achtergelaten door een Franse investeerder”, legt Marja uit. “De wet en regelgeving in Kenia is anders, waardoor de aankoop van grond of gebouwen de nodige problemen gaf. Zo merkten we bijvoorbeeld dat het lastig is om in een land dat we niet goed kennen een betrouwbare notaris te vinden”, vertelt Marja.

“We moesten alles opnieuw ontdekken” “We zijn begonnen met één hectare. Mijn vader heeft in het begin veel op en neer gereisd tussen Nederland en Kenia om het bedrijf op te starten.” Inmiddels is Joost, de zoon van Cor, vier jaar geleden verhuisd naar Kenia en stuurt hij 6.600 kilometer verder het bedrijf aan. Elke dag hebben de bedrijven in Nederland en Kenia contact met elkaar en zo’n acht keer per jaar vliegt Marja naar Kenia. “De teelt in Nederland en de teelt in Kenia zijn niet met elkaar te vergelijken. Een roos is een roos, maar de klimaatomstandigheden maken het teeltproces anders”, vertelt Marja. “We hebben alles opnieuw moeten ontdekken toen we daar aan de slag gingen. Dat is mijn valkuil ook als ik daar kom, ik ga dingen doen zoals ze in Nederland gebeuren, maar dat werkt daar gewoon niet.”

Cultuurshock Ook de cultuur was wennen voor het Nederlandse bedrijf: “Hier in Nederland kunnen we op ons personeel vertrouwen. Iedereen is er elke dag, we hebben toekomstperspectief en we gaan er met zijn allen voor.” In Kenia was dat anders: “Als mensen hun geld binnen hadden van een of twee dagen werken, dan

Bedrijfsgegevens Heerhugowaard 2 vestigingen 13 hectare 70 vaste medewerkers 120 scholieren 7 rassen rozen

Kenia 29 hectare 500 medewerkers 10 rassen rozen

hadden ze voldoende en waren ze weer vetrokken”, vertelt Marja. “In de twaalf jaar dat wij daar nu zitten is de arbeidsethos enorm verbeterd. De wetgeving aangaande milieu en human resources zijn enorm aangescherpt en vakbonden hebben meer inspraak gekregen.” Dat mens en milieu ook van belang zijn voor de Keniaanse rozen, legt Marja uit: “Onze afnemers willen zien dat wij goed zorgen voor ons Keniaanse personeel en het Keniaanse milieu.”

Ontwikkelingshulp Mede daarom doet Zuurbier & Co ook aan ontwikkelingshulp in hun omgeving in Kenia. “In 2010 hebben we een middelbare school opgebouwd. Dit heeft een positief effect op de kansen van jonge Kenianen. Daarnaast ondersteunen we de lokale medische kliniek en zorgen we voor schoon drinkwater in het dorp”, vertelt Marja.

Groei Inmiddels is het bedrijf in Kenia gegroeid naar een 29 hectare tellende onderneming waarin Nederlandse teelttechnieken worden toegepast. “Onze rozen worden geteeld op substraat, waardoor we al het drainwater op kunnen vangen. Hier in Nederland is dat heel


de zon

in Nederland en Kenia normaal, maar in Kenia zijn wij een van de weinigen”, vertelt Marja. “Daarnaast verwarmen we de kassen met behulp van een groot zonnepaneel, waardoor we minder gewasbeschermingsmiddelen hoeven te gebruiken.”

Teeltverschil De rozen die in Kenia geteeld worden moeten vervoerd kunnen worden zonder dat ze beschadigen. “In Kenia telen we vooral de korte lengtes en harde kleuren, met een hoge productie, waarvan er veel in een doos kunnen”, legt Marja uit. “In Nederland telen we de duurdere, zwaardere en meer gespecialiseerde roos met lange steel.”

“Er is een tweedeling ontstaan” Als opvolger is Marja heel blij dat er een vestiging in Kenia is: “Op dit moment is het een uitdaging om als rozenteler in Nederland overeind te blijven. Met de vestiging in Kenia blijven we in balans”, vertelt Marja. Toch vindt Marja niet dat de Nederlandse roos onder druk van de Keniaanse komt te staan: “Door aanhoudend slecht weer in Kenia, is de productie het afgelopen seizoen lager geweest. Maar de prijs van onze Nederlandse roos is niet gestegen. Er is een tweedeling ontstaan

tussen de buitenlandse kleine roosjes en de Nederlandse rozen.”

Tweede tak: tomatenzaad Naast de rozen, is Zuurbier & Co recentelijk begonnen met een tweede tak om het bedrijf een stabieler te maken: het telen van tomatenzaad. “We werden benaderd door een zaadleverancier, zij zochten buitenlandse kassen om hun zaad op te kweken. We hebben nu een hectare tomaten staan voor het zaad”, aldus Marja.

Toekomst “In Kenia hebben we nog 8 hectare ruimte om uit te breiden. In Nederland hebben we die plannen voor uitbreiding ook, maar we moeten eerst zien wat de toekomst ons brengt. We hebben veel plannen”, vertelt Marja. Ook de bedrijfsovername zal de aankomende tijd een grote rol spelen: “Het is een heel groot en dynamisch bedrijf”. De daghandel, de arbeid en de energie waarmee het bedrijf met drie vestigingen elke dag werkt, gaven voor Marja de doorslag om een uitdaging te zien in bedrijfsopvolging. “We moeten overal tegelijk mee bezig zijn en dat vind ik leuk”, vertelt Marja enthousiast. “We zijn nu verschillende scenario’s aan het schetsen om uiteindelijk uit te komen bij de beste manier om in het bedrijf te treden.”

Geschiedenis

Ooit teelde familie Zuurbier anjers in Heerhugowaard. “Via een cursus rozen kweken, ontmoette meneer Zuurbier mijn vader. Ze gingen samenwerken en mijn vader richtte, in dienst van Zuurbier, een rozentak op. In 1967 zijn mijn vader en Zuurbier samen in de rozenteelt verder gegaan onder de naam Zuurbier & Co. Inmiddels wordt het bedrijf nog steeds aangestuurd door twee families en bestaat Zuurbier & Co uit een kwekerij in Nederland en een in Kenia. Kijk voor meer informatie over het bedrijf op www.zuurbier.com.

BNDR

11


leden

agrarisch ondernemerschap in het buitenland:

Jonge boeren en tuinders over

Bas van Middelaar | Amerika | FAJK “Dat Amerika een groot aandeel heeft op de graanmarkt is daar wel tot me doorgedrongen”

Kees Vlot | Ierland | HAJK “Het is belangrijk om kennis uit te wisselen met ontwikkelingslanden, dat is ook in ons voordeel” Ingeborg van der Steeg | Argentinië | GrAJK “Argentijnen zullen vanwege de politiek nooit hun bouwplan aanpassen aan bewegingen op de wereldmarkt” Klaas Pieter Rietema | Argentinië | GrAJK “Ondanks de stijgende productie per hectare, zal het uiteindelijk niet tippen aan de vraag”

Ruurd Abma | lid kernteam ‘Boeren in Internationaal Perspectief’ | AJF “Jonge ondernemers moeten alle zeilen bijzetten om straks aan de vraag naar voedsel te voldoen”

Philip Lenaers | Armenië | LAJK “Kennis en kunde overbrengen is voor boeren in ontwikkelingslanden belangrijker dan een zakje geld” Theo Hogendoorn | lid kernteam ‘Boeren in Internationaal Perspectief’ | FAJK “Door bewuste keuzes te maken, kun je meer invloed uitoefenen op boeren in ontwikkelingslanden dan je denkt”

Erik Smale | Vietnam | GAJK “95% van de bedrijven in Vietnam heeft 8 tot 12 melkkoeien” 12

BNDR

Joris Hanenberg | Argentinië | BAJK “In Argentinië kan met goed beleid zoveel meer soja, vlees en melk geproduceerd worden”


In het hooi met… Sabina Voogd van

Tekst: Ellen van den Manacker Beeld: Alice Leijten

oxfam Novib Meer dan een miljard mensen lijden honger in de wereld, ten opzichte van een miljard mensen die aan obesitas lijden. Een scheef contrast. Vooral de mensen in ontwikkelingslanden zijn degene die door de armoede geen voedsel hebben en geen voedsel kunnen verbouwen. Makkelijk inspelen op klimaatverandering, infrastructuur, afzetmarkten en leningen is voor boeren in ontwikkelingslanden niet vanzelfsprekend. Oxfam Novib is een wereldwijde organisatie die opkomt voor deze boeren die leven in armoede. Sabina Voogd (48) is lobbyist voor Oxfam Novib en vertelt wat zij doen voor jonge boeren en tuinders in ontwikkelingslanden. Hoe weten jullie wat de behoeften zijn van boeren in ontwikkelingslanden? “We werken nauw samen met organisaties uit ontwikkelingslanden. Die organisaties geven aan wat ze lokaal nodig hebben, wij spelen daarop in. Zo komen wij nu bijvoorbeeld met de vierjarige GROW-campagne op voor ‘landje pik’ en investeren we in kleinschalige landbouw in landen als Afghanistan, Burundi en Sudan.” Investeren in kleinschalige landbouw, terwijl bedrijven in Europa steeds groter worden… “Kleinschalige landbouw is te realiseren in ontwikkelingslanden, het is voor de samenleving een manier om over eigen voedsel te beslissen. Als er meer kleinschalige boeren zijn die hun eigen gewassen telen, blijft ook nog eens de biodiversiteit van het land in stand.” Wat kunnen jonge boeren en tuinders doen om collega’s in ontwikkelingslanden te helpen? “Het is goed om met organisaties, zoals Agriterra, op missie naar het buitenland te gaan om daar de kennis die jij als jonge boer of tuinder hebt uit te wisselen met boeren en tuinders daar.” En verder? “Donateur worden is ook één van de opties om ons te steunen. Maar het hoeft niet per se met geld, klimaatverandering is bijvoorbeeld een groot probleem in ontwikkelingslanden. In Nederland kunnen wij die verandering van het klimaat beperken door bijvoorbeeld te car-

poolen, minder vlees te eten of meer schone energie te gebruiken.” Hebben wij niet allemaal last van die klimaatverandering? “Daar hebben wij zeker allemaal last van, ook hier in Nederland. Maar wij hebben veel meer middelen om op klimaatverandering in te spelen. Als je heel erg arm bent, dan heb je heel weinig mogelijkheden om uit te wijken.” Moet de productie in ontwikkelingslanden niet omhoog? “De productiviteit omhoog schroeven is niet de enige oplossing. In ontwikkelingslanden staan veel oogsten te verrotten op het land. Dit heeft verschillende redenen: ze hebben geen opslagmogelijkheden, ze hebben geen mensen die helpen bij de oogst en er is een slechte infrastructuur. Daarnaast kampen boeren in ontwikkelingslanden ook met structurele problemen: ‘landje pik’, enorme schommelingen in voedselprijzen en de toegenomen vraag naar biobrandstoffen. Om aan al die problemen het hoofd te bieden, zouden boeren in ontwikkelingslanden zich meer moeten gaan verenigen.” Waarom verenigen ze zich nu nog niet? “Boeren staan in ontwikkelingslanden het laagst op de maatschappelijke ladder. Een kleine boer heeft ongeveer één hectare, als er dus één boer wegvalt, dan kijkt daar niemand van op. Ze zijn te klein om tegen de

Hoofd Ellen van derendacMteanur stelt prikkelende vr acker agen. Aan boer In het hooi.enGedenreburgers. venheid, passie, bo Het komt aludleembeaaweringen. In het hooi ml etaa…n bod.

hele samenleving of tegen de rijkelui op te boksen. Als boeren in ontwikkelingslanden gaan samenwerken, ontstaat er een massa waar men rekening mee gaat houden.” Hoe willen jullie ervoor zorgen dat we in 2050 voldoende voedsel hebben om 9 miljard monden te voeden? “Het zou ideaal zijn als boeren in ontwikkelingslanden daarin zelfvoorzienend kunnen zijn. Dat zij voor zichzelf kunnen zorgen, maar ook de markt op kunnen. Nu komen er veel buitenlandse bedrijven die grond in ontwikkelingslanden goedkoop aankopen en daarmee de lokale boeren van hun land verjagen of hun water inpikken. Door land op te kopen in een ontwikkelingsland, halen zij ook de voedselvoorziening van dat land weg. Het gevolg is dat de samenleving hier honger moet lijden.”

Een soort van ‘landje pik’? “’Landje pik’ gaat over grondaankopen in een ontwikkelingsland. Rijke landen, of investeringsmaatschappijen kopen land van de regering voor een bedrag dat vaak veel lager is dan wat het waard is. De mensen die op dat stuk land wonen en boeren zijn daar niet in gekend en worden van het land afgegooid, zonder enige toekomst of tegemoetkoming. Inmiddels worden er richtlijnen opgesteld voor ‘landje pik’ door de Wereldbank en de Commissie voor voedselzekerheid onder de Wereldvoedselorganisatie (FAO).” Jullie vinden dat de prijzen voor voedsel in ontwikkelingslanden omlaag moet, krijgen boeren dan niet te weinig betaald voor hun productie? “We moeten de voedselprijzen onder controle krijgen. Regeringen moeten sociale vangnetten creëren om de armste families op te vangen als ze niet voldoende voedsel kunnen kopen. In Europa geven we ongeveer 10% van ons inkomen uit aan voedsel, in ontwikkelingslanden is dat 80%. Als de voedselprijzen over de kop gaan, dan is dat voor mensen uit ontwikkelingslanden desastreus.”

BNDR

13


‘HONDERDTONNERS: EEN KROON OP ONS WERK!’ Fam. Ter Maat, Ruurlo

MET CRV NAAR EEN HOGE LEVENSPRODUCTIE De productieaanleg, gezondheidskenmerken

uitstekend scoren op deze kenmerken.

en exterieurkenmerken zijn sterk bepalend voor een hoge levensproductie. CRV heeft

Ze zorgen voor verhoging van uw bedrijfsrendement door koeien die probleemloos

stieren voor u van uiteenlopende rassen die

produceren jaar in jaar uit.

RAS + BASIS

CRICKET

KODAK

VIGOR

REMCO

HF ZB

RHF RB

BS RB

MRIJ LOKAAL

NVI

223

217

269

213

LVD

604

696

863

415

UIERGEZONDHEID

110

106

107

105

CELGETAL

113

105

108

105

BETTER COWS | BETTER LIFE

CRV4ALL.COM


De Olympische Spelen zijn weer voorbij. Wat een (media)spektakel is dat, met duizenden sporters, miljoenen toeschouwers en miljarden aan investeringen. Londen én de sporters hebben zich wereldwijd fl ink in de spo(r)tlights gezet en profi teren daar nog jaren van. Wij als agrarisch ondernemers houden volgens mij continu Olympische Spelen. Het produceren van de beste primaire producten ter wereld is dagelijkse topsport, wat veel passie, inspanning en coaching (op alle fronten) vergt. En, net als in Londen, breken wij ook (productie) records en blijven we innoveren voor nog betere en effi ciëntere resultaten. Maar daarmee houdt de gelijkenis wel op. Want wat doen wij boeren en tuinders om onze prestaties in de spotlights te zetten? Helaas nog (te) weinig! Een enkeling twittert, organiseert een uitdeelactie of open dag. Maar het gros gelooft het wel, zeker zodra het product het erf verlaat. Heel jammer, want waarom niet zelf actief je product promoten? Ik merk in mijn werk en thuis op het bedrijf dat steeds meer consumenten interesse hebben in (lokale) voedselproductie. Ze vinden het prachtig dat er bij hen om de hoek zoveel moois groeit en bloeit en willen daar graag meer van weten. Actief communiceren levert dus absoluut veel op, te beginnen met waardering. Want topprestaties zijn ook afhankelijk van je omgeving. Is die positief over jou en je bedrijf, dan komt dat je bedrijfsontwikkeling ten goede. Dus blijf topsporten, wees trots op het resultaat en zoek de spotlights zodat iedereen mee kan genieten; ‘be good and tell it’!

BeDRIJFsoVeRName

Jonge landbouwers Jonge Landbouwersregeling opent

JaNNY

In de spo(r)tlights

Janny Trouw 0 ) is opgegroeid in de vo(3 bouw, werkzaamllegrondstuinvollegrondstuinbouwals specialist en woont samen bij ZLTO bouwer en kersen met akkerVerschure in Raatemler Hubert sdonk.

opgelet!

1 oktober 2012

Illustratie: Henk van Ruitenbeek

Op 1 oktober 2012 gaat de Jonge Landbouwersregeling weer open. De openstelling van de regeling is dit jaar verkort naar 4 weken tot 26 oktober 2012. Zoals eerder vermeld is ook het totale subsidiebedrag verlaagd naar € 5,3 miljoen. Om toch zoveel mogelijk jonge landbouwers te helpen heeft het ministerie het maximaal subsidiabel bedrag verlaagd van € 100.000 naar € 80.000. Hierdoor kan er maximaal € 20.000 per aanvraag uitgekeerd worden. Mocht je een aanvraag in willen dienen voor de regeling van 2012, zorg dan dat je je aanvraag zo volledig mogelijk invult en de juiste documenten meestuurt. In 2011 heeft Dienst Regelingen achter veel documenten aan moeten bellen, wat veel tijd kost en ten koste gaat van het budget van de regeling. Dus lever alles volledig aan en werk bijvoorbeeld met verzamelfacturen voor de overzichtelijkheid, zodat er zoveel mogelijk budget besteed kan worden aan aanvragen van jonge landbouwers. Dien je een aanvraag in, kijk dan op de website van Dienst Regelingen en hou de bedrijfsovernameportal van NAJK (www.bedrijfsovernameportal.nl) in de gaten voor tips en aandachtspunten.

Verzekeringen

Bij bedrijfsovername komt het puntje verzekeringen nauwelijks tot niet aan bod. Omdat de overnameperiode een financieel zware periode is en je in die periode geen tegenslagen kan gebruiken, is het belangrijk risico’s zo goed mogelijk af te dekken. Om die reden heeft NAJK in samenwerking met Interpolis enkele praktijkvoorbeelden genoemd met de bijbehorende verzekeringen. Hierbij moet gedacht worden aan het helpen van de buurman, je schoolgaande zoon die meehelpt op het bedrijf of het werken op het eigen landbouwbedrijf en als ZZP’er. Op de bedrijfsovernameportal van NAJK (www.bedrijfsovernameportal.nl) onder het kopje verzekeringen worden deze zaken benoemt. Neem eens een kijkje om te zien of de geschetste scenario’s op jou van toepassing zijn en of je jouw risico’s op een goede manier hebt afgedekt. BNDR

15


thema

ter Stam Naam: Pde: 28 jaar Leeftij a de MAS in nd: N ee stages in Achtergreom en tw Peter Gorinch n en Canada werden ging e Denemarrk in de kassenbouwouders op ’ e P Z t zijn Z tschap mfe met 35 koeien. a a m in ij h eebedrij het melkv

Nederlands(e) boer Peter en Heleen Stam runnen een agrarisch “Het was en is nog steeds knokken”, zeggen Peter (28) en Heleen (26) Stam over hun agrarisch ondernemerschap in Ethiopië. Na gereageerd te hebben op een advertentie in het Agrarisch Dagblad vertrok het Nederlandse stel drieënhalf jaar geleden naar Debre Zeit om daar mee te helpen met het opzetten van een melkveebedrijf. Tekst: Ellen van den Manacker / Beeld: Peter en Heleen Stam

Inburgeren “De bureaucratie van het land valt ons het meest tegen. Cultuur speelt een hele belangrijke rol in ons bedrijf. Voor buitenlandse investeerders heeft Ethiopië veel regels. De overheid controleert stevig”, vertelt Peter. Een goede boekhouding, een open bedrijfsvoering en dezelfde visie in het bedrijf blijven aanhouden zijn daarin leidend voor het bedrijf. “De overheid weet inmiddels dat wij niet gaan wijken en ook niet met geld gaan spelen.”

Een sprong in het diepe Toch heeft het Nederlandse stel geen spijt van hun keuze. “Wij zijn nog steeds heel blij dat wij deze stap ooit genomen hebben en zoveel kunnen betekenen voor de melkveesector in Ethiopië”, vertelt Peter. Na een studie aan de middelbare landbouwschool en twee stages in het buitenland ging Peter in maatschap met zijn ouders op het melkveebedrijf in NieuwLekkerland. Het liefst wilde Peter zijn eigen onderneming in het buitenland. Zijn vrouw Heleen zag dat minder zitten, maar reageerde wel positief op de advertentie, waarin ondernemer Bert Flier op zoek was naar een jong stel die met 16

BNDR

zijn investeringen een melkveebedrijf in Ethiopië wilde opzetten. “Na diverse gesprekken zijn we tien dagen in Ethiopië geweest om de mogelijkheden voor het op te bouwen melkveebedrijf te bekijken. Het enige dat we toen zagen was een lap grond waar het bedrijf moest komen te staan. Een sprong in het diepe dus”, vertelt Heleen.

Vrije uitloopstal met compostbodem In 2008 begon de bouw van een vrijloopstal van 20 meter diep en 10 meter vrije uitloop, met compostbodem. “De mest van de koeien droogt zo snel, dat het een ideaal ligbed is.” Doordat in de lokale melkvee veel inteelt zit en de koeien over het algemeen een lage melkproductie hebben, besloten Peter en Heleen vorig jaar om melkvee uit Nederland te importeren. “Op dit moment hebben we 50 vaarzen, 40 pinken en 30 kalveren. Vanuit deze veestapel willen wij uiteindelijk met Nederlands sperma doorgroeien naar 200 melkkoeien.”

Snijmaïs “Ook zijn we vrij snel begonnen met het verbouwen van snijmaïs voor ons vee en voor het vee van lokale boeren in het dorp. Door de maïs te verbouwen zijn de voerkosten voor

lokale boeren met 60% gedaald en is de melkproductie gemiddeld van 5 naar 7,5 liter per koe gestegen, dat is voor Ethiopische begrippen een enorme stijging”, aldus Peter. Om de lokale boeren te helpen met een betere melkproductie, wordt het voer tegen de kostprijs verkocht. “Onze winst halen we uit de melkproductie. Daarvoor krijgen we 9,4 birr, dat is omgerekend 40 eurocent per liter melk.”

“De overheid weet inmiddels dat wij niet gaan wijken en ook niet met geld gaan spelen” Ideaal klimaat Het klimaat in Debre Zeit is ideaal voor het melkvee en de snijmaïs: “We wonen in een bergachtig gebied, 1900 meter boven de zeespiegel. Gemiddeld is de temperatuur hier 25 tot 29 graden. Een ideale temperatuur voor het melkvee”, vertelt Heleen. “Van juli tot september hebben we hier het regenseizoen. In die periode valt er ongeveer een meter water. Daarnaast hebben we voor het snijmaïs enorm


ren in ethiopie bedrijf in Ethiopië veel aanvoer van grondwater. We kunnen ruim 100 kuub per uur uit een bron trekken, zonder dat het waterniveau zakt.”

Uitbreiding Naast de melkveetak heeft de familie Stam in de afgelopen drieënhalf jaar samen met twee andere stellen een varkenstak en vleesstierentak opgezet. “De ontwikkelingen van het bedrijf gingen heel snel, waardoor het voor ons te veel werd. Inmiddels is er een stel bijgekomen die de varkenstak beheert en een stel die zich ontfermt over de voerteelt. Ieder heeft zijn eigen specialiteiten, waarmee we elkaar perfect aanvullen”, vertelt Heleen.

Varkens “In de Ethiopische varkenssector zit enorm veel inteelt en een slechte vleesgroei. Toch zijn we met lokaal vee aan de slag gegaan. We zetten uit verschillende stallen varkens bij elkaar, om zo uiteindelijk een genetisch goed varken te verwekken”, vertelt Peter. Op dit moment heeft het bedrijf 30 zeugen, met intentie om in de toekomst te groeien naar 60 zeugen.

Vleesstieren Met de vleesstieren wil het bedrijf kwaliteitsvlees leveren. “In Ethiopië leven ze vooral op de korte termijn: een stier kopen, vetmesten en weer verkopen”, vertelt Peter. “Wat wij doen is goed voer geven om na 12 tot 16 maanden een stier te verkopen met kwalitatief goed vlees.”

Investeren in ontwikkelingssamenwerking Als buitenlandse investeerders wil het bedrijf verschil maken in Ethiopië. “Investeren in ontwikkelingssamenwerking was één van de

eisen die in de advertentie stond, wij kunnen ons daar goed in vinden. Zo proberen we zoveel mogelijk werkgelegenheid te creëren voor de lokale bevolking. We hebben nu 32 mensen in dienst, die we veel kunnen leren. Ze zijn de manier van werken die wij hier hanteren niet gewend. Wij hebben bijvoorbeeld de enige draaiende melkstal hier in het land”, vertelt Heleen. “Maar we moeten ook erg wennen aan de cultuur. Slecht nieuws zullen ze nooit brengen, alles is ‘no problem’. Kleine problemen kunnen zo heel erg uit de hand lopen.”

Ontwikkeling Dat Ethiopië op het gebied van ontwikkeling achterloopt, merken ook Peter en Heleen: “Met de moderne technieken uit Nederland lopen wij hier in Ethiopië erg voorop, dus sparren met collega’s over hoe zaken verlopen zit er niet bij. Datzelfde geldt voor dierziektes bijvoorbeeld. Welke dierziekten hier ronddwalen weet niemand precies en ik heb heel lang moeten zoeken naar een veearts die de keizersneden op ons bedrijf kon doen.”

Mogelijkheden en uitdagingen “Qua ondernemen zijn de mogelijkheden en uitdagingen hier in Ethiopië groter dan in Nederland. In Nederland zijn er zoveel dingen die je remmen als ondernemer. Wij zitten hier niet vast aan een melkquotum, mestwetgeving of een maximale omvang”, aldus Peter. Maar makkelijk om hier te settelen was het niet: “We merken dat het hier op sommige momenten heel lastig is en we moeten veel in huis hebben om alles te managen in dit ontwikkelingsland, ons geloof zorgt ervoor dat wij elke dag zien als een uitdaging”, vertelt Heleen.

Naam: Heleen Stam Leef Achtergrond: Ntiajd: 26 jaar havo-diploma is H het behalen van haar als medisch admin eleen aan de slag gegaan In 2004 maakteistratief medewerkster. de fractie in het E ze de overstap naar ChristenUnie en uropees Parlement van als office manager SGP. Daar werkte ze vo Bas Belder en Horan parlementariërs s Blokland.

Toekomst “De meeste investeringen zijn nu achter de rug. Afgelopen maand hebben we de gangbare kosten kunnen betalen, maar de investeringen nog niet. Dat heeft ook te maken met de ontwikkelingen en de snelheid waarmee we investeren.” Opgeven doet de familie Stam daarom zeker niet: “De bouwfase nadert zijn voltooiing en we zien een stijgende lijn in alle werkzaamheden die we doen. Voor de toekomst hebben we nog plannen om te investeren in luzerne, een eiwitgewas, waar hier veel behoefte aan is. Daarnaast willen we meer gaan investeren in trainingen voor ons personeel en de lokale bevolking”, aldus Heleen.

Volg Peter en Heleen in Ethiopië Wil jij meer weten over de werkzaamheden van Peter en Heleen in Ethiopië, volg dan hun blog op www.stamtaal.nl.

Ethiopië

De reden om te investeren in een melkveebedrijf in Ethiopië, is omdat er in de Ethiopische melkveesector veel te verbeteren valt. Peter: “Er zitten hier heel veel agrarische bedrijven, maar die zijn niet groter dan twee tot vier melkkoeien, welke achter het huis worden gehouden in een armoedige situatie.”

BNDR

17


MaisChallenge maakt Deelnemer Stefan van Dijke uit Hasteren (Noord-Brabant) Deelnemer Mayco ten Kate uit Nederweert (Limburg)

zich op voor oogst De MaïsChallenge, de wedstrijd waarin 41 NAJK-leden dit seizoen met het aankomende en veelbelovende nieuwe maïsras LG 30.224 uitmaken wie de maïsteelt het best in de vingers heeft, maakt zich alweer op voor de oogst. Tijdens een heuse masterclass ‘Oogstmanagement’ in het Gelderse Laren kregen de deelnemers onlangs nog wat laatste tips en adviezen over het hakselen en inkuilen en is met ‘MaïsManager’ de eerste app voor het bepalen van het optimale oogsttijdstip geïntroduceerd. De maïswedstrijd is inmiddels vergevorderd en met de oogst voor de deur gaat het er om spannen. De scores die de eerste veldbeoordeling, teeltregistratie en satellietdata van MijnAkker tot nu toe hebben opgeleverd, liggen nog dicht bij elkaar, maar in de volgende fase zal het deelnemersveld zich naar verwachting spreiden. Het afrijpen, oogsten, inkuilen en resultaat van de voederwaarde-analyse kunnen weleens voor een spannende ontknoping zorgen. In totaal zijn er op zo’n 13 criteria nog punten te verdienen, het speelveld ligt dus nog geheel open. Iedereen maakt in deze fase van de competitie onverminderd kans om straks in december één van de drie hoofdprijzen in ontvangst te nemen.

App voor oogstbepaling Het oogsttijdstip van snijmaïs luistert nauw: te vroeg of te laat hakselen vertaalt zich direct door in de kuilkwaliteit en daarmee in de uiteindelijke prestaties van de veestapel. Het is om die reden dat Limagrain de deelnemers op 4 september tijdens een masterclass heeft laten zien hoe ze het best een maïsgewas op zijn oogstrijpheid beoordelen: aan de hand van het kolfaandeel en de afzonderlijke drogestofpercentages 18

BNDR

Met de nieuwe MaïsManager-app kan met de telefoon het optimale oogstmoment worden bepaald

Volg de MaïsChallenge

Nieuws, tussenstanden en andere actualiteiten rondom de MaïsChallenge vind je op www.limagrain.nl/maischallenge, de NAJK-website en op facebook.com/maischallenge. Hier is ook de presentatie van Herman van Schooten over inkuilmanagement te downloaden.

van korrel en stengel/blad kun je het totale drogestofgehalte van de plant vaststellen. Met een nieuwe speciale app die Limagrain voor dit doel heeft ontwikkeld, kun je vervolgens dan ook het optimale oogsttijdstip laten berekenen. Een zeer praktische tool waarvan de MaïsChallengetelers de primeur hebben. Herman van Schooten, voedergewassenspecialist van Wageningen UR Livestock Research, gaf aanvullend nog wat praktische tips over het goed conserveren van snijmaïs, met als uitgangspunt voor zijn presentatie ‘beter ruwvoer door minder verliezen’. Verlies van energie kan plaatsvinden tijdens de veldperiode, inkuilen en vervoedering.

Download LG-MaisManager-app Ga naar www.maismanager.nl en download de app voor het bepalen van het optimale oogsttijdstip. De app is beschikbaar voor zowel iPhone als Android.


landje pik

Wat is ‘Landje pik’, waarom gebeurt het en wie zijn de belangrijkste spelers?

Vroeger was ‘Landje pik’ letterlijk een kinderspel. Tegenwoordig is ‘Landje pik’ een handelsspel waar miljoenen in rondgaan en waarin boeren in ontwikkelingslanden de grote verliezer zijn. Doordat de mondiale vraag naar voedsel stijgt, klimaatverandering doorzet, water schaarser wordt en gewassen voor biobrandstoffen concurreren met de voedselproductie, wordt de race om vruchtbaar land heviger. Dit ten koste van boeren in ontwikkelingslanden, die zonder tegenprestatie van hun land en woonplek worden weggejaagd door grote investeerders. ‘Landje pik’ is hiervoor het verzamelwoord, waarmee steeds meer actiegroepen en NGO’s de media voeden. Tijd voor meer duidelijkheid: wat is ‘Landje pik’, waarom gebeurt het en wie zijn de belangrijkste spelers?

meer waard worden. De financiële sector en grote internationale investeerders zijn, na het instorten van de huizen- en aandelenmarkt, zeer geïnteresseerd in deze nieuwe investeringsmogelijkheid. Daarnaast verandert het voedselpatroon in opkomende economieën als China en India. De vraag naar vlees wordt groter. Meer vraag naar vlees zal leiden tot meer vraag naar landbouwgrond.

Tekst: Ellen van den Manacker

Wie zijn de belangrijkste spelers bij ‘Landje pik’? De slachtoffers zijn kleine boeren die, zonder enige compensatie, het veld moeten ruimen voor investeringen in het land waar zij van leven. Investeerders die producten verbouwen op landbouwgrond van ontwikkelingslanden, verdienen veel geld aan ‘Landje pik’. De plattelandsbevolking in ontwikkelingslanden kan ook profi teren van deze investeringen, maar dan moeten misstanden voorkomen worden met regelgeving en toezicht, geven actiegroepen en NGO’s aan. Zij vinden dat investeerders verantwoord moeten ondernemen en rekening moeten houden met mensenrechten en milieueffecten. Volgens organisaties als Oxfam Novib en OneWorld kunnen ontwikkelingslanden pas echt profi teren als investeringen leiden tot een hogere productiviteit van lokale boeren en er meer werk komt voor de lokale bevolking.

Wat is ‘Landje pik’? ‘Landje pik’ of landgrabbing houdt in dat kleine boeren van hun land worden verdreven om het veld te ruimen voor grootschalige plantages. Investeringsmaatschappijen uit kapitaalkrachtige landen met voedseltekorten, zoals SaudiArabië, China en India, investeren wereldwijd steeds meer in het kopen of pachten van vruchtbaar grond in ontwikkelingslanden. In de afgelopen tien jaar hebben investeerders op deze manier ruim 200 miljoen hectare land gekocht of gepacht. Door ‘Landje pik’ worden duizenden mensen van hun land verjaagd en beroofd van hun voornaamste bron van inkomsten: hun landbouw. Waar vindt ‘Landje pik’ plaats? Het meeste ‘Landje pik’ vindt plaats in Afrika, Azië en Zuid-Amerika. Door gebrek aan kennis, kunde en middelen halen boeren in deze landen minder productie van het land dan mogelijk is. Met onder andere geld kunnen deze landen zich verder ontwikkelen. Plaatselijke regeringen vinden buitenlandse investeerders een goede bron van inkomsten en gaan daarom akkoord met hun investeringsplannen. Concurrentie tussen ontwikkelingslanden om investeerders en dus geld binnen te slepen, zorgt ervoor dat er deals worden gesloten met

gunstige voorwaarden voor investeerders, maar waar de plattelandsbevolking niet van profi teert. Zijn investeringen in de landbouw niet juist gunstig voor ontwikkelingslanden? Investeringen in de landbouw zijn noodzakelijk voor ontwikkelingslanden. Dit kan in de vorm van buitenlandse investeerders die land opkopen of pachten en hun eigen bedrijf starten, maar ook in de vorm van ondersteuning aan plaatselijke kleine boeren. Investeringen van buitenlandse investeerders kunnen dus geen kwaad, zolang de bevolking er qua werkgelegenheid en voedselzekerheid van kan profiteren. In veel gevallen van ‘Landje pik’ wordt echter de gehele productie geëxporteerd naar de thuisbasis en wordt niet geïnvesteerd in lokale werkkrachten. Wat zijn de oorzaken van ‘Landje pik’? Een toenemende wereldbevolking vereist een hogere voedselproductie. Dit is alleen mogelijk door meer productie uit een lap grond te halen. Omdat veel landen te weinig landbouwgrond hebben om de bevolking te voeden, wenden ze zich tot ontwikkelingslanden om voldoende voedsel te produceren. Doordat landbouwgrond schaarser wordt, zal grond

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door Oxfam Novib en OneWorld. Ga voor meer informatie over ‘Landje pik’ naar www.oxfamnovib.nl en www.oneworld. nl. Lees op deze websites ook wat jij kunt doen om ‘Landje pik’ tegen te gaan en boeren in ontwikkelingslanden dezelfde kans als jou te geven: het recht om te boeren.

BNDR

19


Brutalen hebben de

Rens Kuijten onderzoekt de mogelijkheden voor Brutalen hebben de halve wereld, dat moest de oprichter van het Nuffield Scholarship, Lord Nuffield, gedacht hebben toen hij in 1943 in Engeland zijn beurs oprichtte. Het Nuffield Scholarship geeft jonge agrarische ondernemers de kans en financiering om een onderzoek gericht op hun bedrijf binnen een jaar internationaal uit te voeren. Rens Kuijten (34) uit Sterksel solliciteerde afgelopen jaar op een Nuffieldbeurs en zit nu middenin zijn onderzoek over het opzetten van een quinoaketen in Nederland. Tekst: Ellen van den Manacker

Krachtvoer Samen met een compagnon runde Rens tot zes jaar geleden een adviesbedrijf gericht op veldkrachtvoeders voor de melkveesector. “Ik heb vaak gezocht naar een economisch goede bijdrage voor krachtvoer. Een zaadleverancier attendeerde mij toen op quinoa”, vertelt Rens. Quinoa is een Zuid-Amerikaans gewas en familie van de ganzenvoet. De plant quinoa levert een eetbaar zaadje op, waar relatief veel eiwitten in zitten. “Voor de melkveesector was het economisch niet interessant vergeleken met het al aanwezige krachtvoer, maar voor mensen bezit quinoa de beste kwaliteit plantaardige eiwitten.”

Sollicitatie En zo solliciteerde Rens bij het Nuffield Scholarship met zijn vraagstuk: is het haalbaar om in Nederland een quinoaketen op te zetten? Het Nuffield Scholarship is een eenjarig traject waarin jonge agrariërs de kans krijgen om een vraagstuk van het eigen bedrijf internationaal en met behulp van het Nuffieldnetwerk te onderzoeken. “Ik heb omtrent mijn vraagstuk een projectplan geschreven. Dit projectplan moest aansluiten op de thema’s ondernemerschap, ketens en duurzaamheid. Daarnaast moest het plan toekomstgericht en interessant zijn voor de Nederlandse landbouw”, aldus Rens. “Na een schriftelijke sollicitatie en een 20

BNDR

motivatiegesprek, werd de beurs aan mij toegekend en mocht ik mijn onderzoek starten.”

Leren van elkaar Het Nuffield Scholarship start elk jaar in februari met een congres van een week. In deze week komen alle scholars met verschillende vraagstukken uit negen landen bij elkaar. “Met zestig scholars en verschillende sprekers uit de hele wereld komen we bijeen om onze blik te verruimen, onderwerpen en thema’s te bespreken en in discussie te gaan met elkaar”, vertelt Rens. “De wisselwerking en het begrijpen van elkaars denkwijzen, ondernemerswijzen en cultuur is heel interessant om uiteindelijk terug te koppelen naar je eigen vraagstuk en je eigen bedrijf.”

Het onderzoek Via de Nuffieldbijeenkomsten en via literatuuronderzoek kwam Rens erachter dat er quinoaketens in Canada, Frankrijk, Tasmanië en Zuid-Amerika zitten. “Ik heb in drie weken verschillende bedrijven uit de quinoaketen in Bolivia bezocht. Bolivia is de hoofdstad van de quinoateelt, ze telen daar meer dan 60.000 hectare quinoa”, vertelt Rens. “Na Bolivia ben ik naar Canada gegaan, waar een bedrijf zit dat al 15 jaar in de quinoa zit. In Canada heb ik gebruik gemaakt van mijn Nuffieldnetwerk”, vertelt Rens. “Als je wordt toegelaten tot het

Nuffield Scholarship, dan krijg je een boekje met daarin meer dan 1000 volgers van het Nuffield Scholarship over de hele wereld. Al deze scholars mag je benaderen met vraagstukken of om een keer bij hen op het bedrijf te kijken. In Canada heb ik verschillende Nuffieldscholars benaderd, zij hebben mij op sleeptouw genomen en veel van de quinoateelt en het agrarische leven in hun omgeving laten zien.”

Bolivia: quinoateler in

Eigen quinoaketen Met alle informatie die Rens nu heeft verzameld over de quinoaketen wil hij uiteindelijke een eigen quinoaketen opzetten in Nederland. “Ik zou graag zien dat er in Nederland een keten van de grond komt, die in samenwerking met buitenlandse producenten de groeiende vraag in West-Europa gaat dekken”, vertelt Rens. “In de toekomst hebben we steeds meer planten nodig met veel eiwitten om uiteindelijk die voorspelde 9 miljard monden te voorzien van voldoende eiwitten. Met alleen de veehouderij lukt dat niet, dat kan het milieu niet aan. Quinoa is een goede aanvulling op de opkomende vraag naar plantaardige eiwitten.” In februari 2013 moet het onderzoek afgerond zijn: “Dan ligt er een kant en klaar plan om de quinoaketen in Nederland te realiseren.”


een quinoaketen in Nederland

thema

halve wereld

Bolivia, het schonen van quinoa op de hoogvlakte in de Andes (aan de rand van Salar de Uyuni)

34 jaar uid / n e t ij u Rens K K Eindhoven-Z hip J rs Lid van Aer Nuffield Scholaaalbaar om Deelnem raagstuk: is het h en op te sv et Onderzoedkerland een quinoakgemaakt door: in Ne Mede mogelijk tuurgroep zetten? /ld Scholarship en Sbant (LIB) / Nuffie Innovatie Bra a.blogspot.com Landbouwwww.dutchquino Meer info:

Nuffield Scholarship

zijn veld

Alle Nuffield Scholars 2012

a’s met la m d e i b e g t l e uinoa te Bolivia: q

Heb jij een interessant vraagstuk op je bedrijf gericht op ondernemerschap, ketens en/of duurzaamheid, die je internationaal wilt onderzoeken? Ben je tussen de 22 en 45 jaar en kun je een HBO+ niveau aan? Spreek jij een aardig woordje Engels en kun je minimaal zes weken in het buitenland onderzoek doen? Kun jij dit alles botvieren met een beurs van €7.500,-? Bezoek dan de Nederlandse Nuffi eld Scholarship bijeenkomst op 27 september 2012, neem een kijkje op de website: www.nuffi eldinternational.org, schrijf jouw motivatiebrief naar Nuffi eld Scholarship of vraag meer informatie over het Nuffi eld Scholarship bij manager van Nuffi eld Nederland Elise Keurentjes (elise@ prinsconsult.nl).

Quinoa

Bolivia, geoogste quinoa op de hoogvlakte in de Andes.

Quinoa is een van origine biologisch en glutenvrij product, afkomstig uit ZuidAmerika. In Nederland wordt quinoa nog niet commercieel geteeld en is er alleen een proefveld met quinoa in Limburg te vinden. Voor de Europese samenleving is quinoa tot op heden een luxeproduct, met een graanachtige notensmaak. De teelt van quinoa is een eenjarige teelt: het product wordt gezaaid in april en in augustus geoogst.

“De wisselwerking en het begrijpen van elkaars denkwijzen, ondernemerswijzen en cultuur is heel interessant.” BNDR

21


Wij zorgen voor gezonde voeding, elke dag... FrieslandCampina voorziet mensen wereldwijd van al het goede van melk. Baby- en kindervoeding, zuiveldranken, kaas, melk, yoghurts, toetjes, boter, room, melkpoeder, zuivelingrediĂŤnten en vruchtendranken zijn producten die een belangrijke rol spelen in de voeding en het welzijn van mensen. Wij zijn samen met onze leden-melkveehouders expert in melk en breiden onze kennis over toepassingen ervan voortdurend uit; van de kwaliteit van het grasland waarop de koeien grazen tot het op de markt brengen van smakelijke en gezonde producten. Dat doen we op een duurzame manier.

...voor een miljard mensen wereldwijd

www.frieslandcampina.com • adv FrCamp A5 liggend.indd 1

24-08-12 12:29

MEER WETEN OVER ONZE OPLEIDINGEN? Bezoek een open dag

OPEN DAGEN Bachelor zaterdag 17 november 2012 Master donderdag 6 december 2012

www.wageningenuniversity.nl/opendag

22

BNDR


Op studiereis naar NAJK gaat weer op reis! Net als de afgelopen jaren organiseert NAJK een studiereis waarin de land- en tuinbouw centraal zal staan. Nieuw is dat de reis aan een thema gekoppeld wordt: voedselzekerheid en voedselveiligheid. Deze thema’s zullen de komende jaren een steeds grotere rol spelen in het nieuws en in het publieke debat. Dit is jouw kans om daar in een andere omgeving, op een leuke en praktische manier, samen met andere NAJK-leden meer over te leren.

Tekst: Wolter Neutel

India Waar kunnen we ons nu beter verdiepen in deze thema’s dan in een land als India? Een land met 1,15 miljard inwoners en een economie die gemiddeld 8,5% per jaar groeit en een land waar 37% van de mensen onder de armoedegrens leeft. India is een grote speler in de agrarische wereld en de agrarische sector zet grote

stappen. Het land produceert meer dan genoeg voedsel om de eigen bevolking te voeden en toch lijden mensen honger. Wat gaat er mis?

Voedselzekerheid en voedselveiligheid Met een groeiende wereldbevolking, een toenemende welvaart en een veranderend klimaat is het belangrijk dat er voldoende voedsel geproduceerd wordt, met een goede kwaliteit.

Wanneer en wat (onder voorbehoud):

Datum: 1 tot 11 december 2012 (onder voorbehoud) Programma: Dag 1: vertrek Amsterdam, aankomst New Delhi Dag 2: bezoek Nederlandse ambassade, bezoek agrarische organisatie of ministerie Dag 3: bezoek Agrotech 2012 beurs (http://www.agrotech-india.com), gesprek agrarische studenten Dag 4: bezoek agrarische bedrijven provincie Punjab, bezoek verwerkende industrie, bezoek markt Dag 5: bezoek agrarische bedrijven Dag 6: vrije tijd, reis naar provincie Andhra Pradesh Dag 7: bezoek agrarische bedrijven, bezoek verwerkende industrie, bezoek markt Dag 8: bezoek agrarische bedrijven Dag 9: bezoek instanties, afsluiting op Nederlands consulaat Dag 10: vrije tijd, vertrek naar Bangalore, vlucht naar Amsterdam Dag 11: aankomst Amsterdam Voor wie: > NAJK-leden met een brede interesse, dus ook in verschillende sectoren. > Leden die nog niet eerder met een studiereis van NAJK mee zijn geweest hebben voorrang > Er is plek voor 15 deelnemers Wat wordt er van jou verwacht: > Eigen bijdrage: € 1250,- per persoon. Hierin zijn vlucht, visum, overnachtingen, maaltijden, vervoer en reisbegeleiding vanuit NAJK inbegrepen > Actieve deelname in het uitdiepen van de thema’s > Na afloop van de reis zet de deelnemer zich in om datgene wat tijdens de reis geleerd is bij een breder publiek bekend te maken

Deze reis wordt mede mogelijk gemaakt door het ministerie van EL&I.

Aan de hand van vragen diepen we de thema’s ‘voedselzekerheid en voedselveiligheid’ uit. Heeft India een efficiënte voedselproductie? Wat doet de overheid om de productie te stimuleren? Komt het voedsel op de juiste plaats terecht? Hoe functioneert de markt? In hoeverre wordt er gebruik gemaakt van bestrijdingsmiddelen? En vindt de verwerking van voedsel hygiënisch plaats?

Programma Tijdens bedrijfsbezoeken en gesprekken gaan we op zoek naar het antwoord op deze en andere vragen. In tien dagen tijd proberen we een zo breed mogelijk beeld van de Indiase landbouw te krijgen: van de kleine boeren met een of twee koeien tot de megabedrijven, van rijst-, graanof fruitteelt tot melkveehouderij. Hoe ziet de Indiase boer zijn toekomst? Ook onderzoeken we wat de Nederlandse en de Indiase landbouw voor elkaar kunnen betekenen: onlangs hebben onze staatssecretaris van Landbouw Henk Bleker en de Indiase minister van Landbouw een samenwerkingsovereenkomst ondertekend. In deze overeenkomst wordt gestreefd naar een intensievere samenwerking op het gebied van onder andere voedselzekerheid, innovatie en het terugdringen van verliezen. Ook hebben beide landen afgesproken de onderlinge handel te verdrievoudigen.

Een unieke kans… Deze reis vormt een mooie kans om meer te leren over de thema’s voedselzekerheid en voedselveiligheid. Bovendien een unieke kans om een land met een rijke historie en een enorme veelkleurigheid te leren kennen op een manier die voor de meeste toeristen niet weggelegd is. Ga mee en leer tijdens een gezellige reis met andere jonge boeren en tuinders hoe collega’s in een ander land hun bedrijf vormgeven!

Meer informatie? Voor meer informatie en actuele updates over de reis kun je kijken op www.najk. nl. Hier zijn ook de voorwaarden voor inschrijving en het inschrijvingsformulier te downloaden. Let op: de inschrijving sluit op dinsdag 18 september.

BNDR

23

op reis

India


ouD

Bedrijfsgegevens: Maatschap van Bommel 4 maatschapsleden 148.000 legkippen (opfok) 4 locaties in Castenray en Koningslust

Tekst en beeld: Ellen van den Manacker

“De kinderen houden ons jong, zij brengen

vernieuwing in het bedrijf”

Een zelfstandig bedrijf runnen is niet altijd even eenvoudig. Het advies van Gerard en Johanna aan hun kinderen was daarom ook om verder te kijken dan hun pluimvee opfokbedrijf in Castenray en Koningslust en een beroep te vinden waar ze gelukkig van worden. Dat uiteindelijk beide zoons Christian en Pieter het bedrijf willen overnemen hadden ze niet zien aankomen. De afgelopen jaren stond daardoor voor maatschap Van Bommel in het teken van groei. Met inmiddels vier locaties in de Limburgse dorpen Castenray en Koningslust, zorgen de vier vennoten voor de opfok van zo’n 148.000 legkippen.

Geschiedenis Johanna: “Mijn vader en moeder hadden vroeger het grootste pluimvee opfokbedrijf van Nederland. Toen ik Gerard, een drukker, leerde kennen zei mijn vader tegen hem: als je een cent bij wilt verdienen, dan mag je op zaterdag hier komen werken. Gerard is daar op ingegaan en in de sector blijven hangen. Samen zijn we 34 jaar geleden een nieuw pluimvee opfokbedrijf gestart. We zijn begonnen met drie kleine stallen. Toentertijd werkte Gerard naast het opfokbedrijf nog bij de kuikenbroederij, om zo voldoende te verdienen om het gezin te onderhouden.”

In bedrijf Johanna: “Wij hadden niet verwacht dat Christian geïnteresseerd was om bij ons in het bedrijf te stappen. Zelfstandig ondernemen is niet altijd eenvoudig, maar hij bleef bij zijn standpunt.” Christian: “Na de AOC in Horst heb ik 24

BNDR

nog een eenjarige opleiding gevolgd, puur op pluimvee gericht. Toen ik van het AOC afkwam, hadden we één stal: een opfokbatterij voor 30.000 legkippen. Omdat ik in het bedrijf kwam, hebben we in 2003 een locatie in Koningslust aangekocht, waar we 40.000 opfoklegkippen konden huisvesten. Vlak daarna brak de vogelpest uit. We moesten alles ruimen omdat we in het vogelpestgebied zaten.” Johanna: “Na vijf maanden mochten we de stallen weer vol zetten.” Christian: “Samen met mijn vader ben ik daarna verder gaan kijken in onder andere Polen en België naar mogelijkheden voor uitbreiding. Uiteindelijk konden we in 2005 kalkoenenstallen in Castenray overnemen, waar wij 70.000 opfoklegkippen kunnen vestigen.”

Uitbreiding Johanna: “In 2005 kwam onze andere zoon Pieter, die in militaire dienst zat, onverwacht met het nieuws dat hij ook het bedrijf in wilde.

Gezien we met vier man van het bedrijf moesten leven, hebben we toen nog een bedrijf in Castenray aangekocht.” Christian: “Inmiddels houden we op vier locaties in Castenray en Koningslust totaal 148.000 opfoklegkippen.” Johanna: “Het voordeel van verschillende locaties is dat je niet alles in één keer hebt, ook voor onze kuikenbroeier: die hoeft niet in één keer 148.000 kuikens te leveren.”

Maatschap Christian: “Het idee is dat Koningslust straks door mijn broer gerund wordt en Castenray door mij. Het aansturen doen we apart, maar we blijven wel samenwerken onder één naam. Het belangrijke van de maatschap is dat we veel samen kunnen doen, dat scheelt onder andere in de kosten.” Johanna: “Tegenwoordig zoek ik de leuke klusjes uit op het bedrijf en verder sturen Gerard en ik links en rechts nog aan. Hoe lang Gerard en ik nog in maatschap blijven, dat zien we wel.”

Samenwerken Johanna: “Het voordeel van samenwerken met familie is dat de personeelskosten laag blijven, we kunnen op elkaar bouwen en het vertrouwen is een stuk makkelijker. Het nadeel is dat we zowel privé als zakelijk goed door één deur moeten kunnen.”


NIeuw

Chris Pluimvteiean van Bommel Castenray opfokbedrijf in en Konings lust 3 6 Lid van A jaar JK Helden

“In het begin was het lastig om met mijn ouders

samen te werken”

Christian: “In het begin was het lastig om met mijn ouders samen te werken. Hiervoor werkte ik in een bedrijf waar ik een baas had, nu moeten we een lijn zoeken in wie waar beslissingen over neemt en hoe we het bedrijf voortzetten. We hebben allemaal andere inzichten en zijn daarin wel zeven dagen in de week op elkaar aangewezen.” Johanna: “Zolang we respect voor elkaar hebben en af en toe eigen ideeën of meningen laten varen, dan gaat het heel lang goed.”

Veranderingen Johanna: “De kinderen houden ons jong, zij brengen vernieuwing in het bedrijf. Achterover hangen is er niet bij. Door de kinderen zijn we altijd bij de tijd met ons bedrijf. Qua ontwikkelingen denken we wel eens: wat hebben ze nu weer in hun hoofd gehaald, maar uiteindelijk komt het altijd goed.” Christian: “Er is veel veranderd ten opzichte van vroeger. Onder andere het volume, maar ook veel handwerk is geautomatiseerd. Het werk wordt steeds lichter en makkelijker gemaakt. Maar het proces van opfokken is nog steeds hetzelfde als hoe mijn opa dat deed.”

Easyjump Christian: “Eén van die veranderingen is dat kippen tegenwoordig, om aan scharrelkwalificaties te voldoen, springtechnieken moet leren. In nieuwe stallen wordt het plafond berekend op hangende rekken, waar de kippen tussen kunnen leren springen. Maar onze ‘oude’ stallen zijn daar niet op berekend. Daarom hebben we zelf een constructie ontworpen, waar de springtechniek vanaf de grond wordt opgebouwd. Deze constructie heet ‘Easyjump’* en hebben we, als neventak van ons bedrijf, ook op de markt gebracht.”

Taakverdeling Johanna: “We hebben geen vaste taakverdeling. Dat hebben we bewust gedaan, om niet bedrijfsblind te worden. We zijn allemaal verantwoordelijk voor de werkzaamheden die moeten gebeuren.” Christian: “Er is iemand die een voorzet doet, de rest kijkt ernaar en schuift aan als diegene het leuk vindt. De werkzaamheden gaan altijd in goed vertrouwen en overleg.”

Eimago Christian: “Ik vind het heel belangrijk dat

“Ik vind het heel belangrijk dat we de burger laten zien waar we mee bezig zijn”

we de burger laten zien waar we mee bezig zijn. In de agrarische sector worden we in een hoek gedreven. De media laat heel eenzijdig zien hoe het eraan toe gaat in de intensieve veehouderij. Daarom heb ik me aangesloten bij de stichting ‘Blij met een ei’. Ik pak de tak ‘Eimago’ op: zorgen dat pluimveebedrijven gezien worden door de samenleving. Zo hebben wij bijvoorbeeld een bord bij de weg staan, waarop voor mensen die langs lopen of fietsen precies staat wat er allemaal op ons bedrijf gebeurt. Maar we geven ook informatie aan pluimveehouders over hoe ze een open dag kunnen organiseren of hoe ze social media kunnen inzetten.”

Toekomst Johanna: “De jongens moeten kijken hoe ze het bedrijf verder willen inrichten. Ik heb geen uitdagingen meer nodig, maar als ze er zijn dan doe ik daaraan mee. Ik werk niet meer volledig mee op het bedrijf, maar wil als ze me nodig hebben volledig inzetbaar zijn.” Christian: “De basis wat betreft opfok willen we zo houden. Wel zijn we aan het kijken naar een bijtak, we weten alleen nog niet wat voor een bijtak. We hebben bijvoorbeeld nagedacht over een legtak ernaast, maar die investering is zo hoog dat we het er waarschijnlijk financieel gezien niet uit kunnen halen. Groter worden in de opfok willen we niet, we willen kwaliteit blijven leveren en geen kwantiteit.” * Kijk voor meer informatie over easyjump op www.easyjump.nl en voor Eimago op www.enzohebikernogmeer.nl. BNDR

25


aJK

trekkerbehendigheid…

een wedstrijd voor jong en oud!

Op vrijdag 6 juli was het weer zover, AJK Krimpenerwaard organiseerde voor de tweede keer de wedstrijd Trekkerbehendigheid. Net als de vorige keer bleek het ook dit jaar een groot succes: er waren maar liefst 40 deelnemers die hun kunsten wilden vertonen. Dit konden ze doen op zes onderdelen. Elk onderdeel had zijn eigen trekker waarmee de opdracht uitgevoerd moest worden. Tekst: Marjon Schultinga

Organisatie “Met acht bestuurders en ongeveer 10 vrijwilligers van de afdeling AJK Krimpenerwaard hebben we de activiteit georganiseerd”, aldus Tineke Vermeulen, secretaris en penningmeester van AJK Krimpenerwaard. Net als de vorige keer konden de trekkers worden geregeld bij de dealers uit de buurt. Dit jaar had AJK Krimpenerwaard een nieuwe klasse voor shovels. Tineke: “Op deze manier konden ook de shovelmachinisten onder ons laten zien wat ze in huis hebben.”

Twee aparte competities “Er komen allerlei deelnemers op af, boerenzonen- en dochters, loonwerkers en ook mensen die op een andere manier betrokken zijn bij de agrarische sector”, vertelt Tineke. Er zijn twee aparte competities: een voor mannen en een voor vrouwen. “Dit hebben we zo gedaan omdat mannen over het algemeen veel meer trekkeruren maken dan vrouwen. Als ze allemaal in dezelfde competitie zouden strijden, zou dit niet eerlijk zijn”, legt Tineke uit. 26

BNDR

Opvallend in de uitslag is dat de mannen altijd dicht bij elkaar zitten qua puntenscore. Bij de vrouwen is altijd sprake van een duidelijke winnaar. De activiteit is voor jong en oud: “Met al die jonge deelnemers willen de ouderen natuurlijk ook graag laten zien wat zij in huis hebben.” Ook aan de kinderen werd op deze dag gedacht: “Zij hadden hun eigen spelletjes waar ze aan mee konden doen.”

“Competitie met een knipoog” “Zo’n behendigheidswedstrijd is natuurlijk heel anders dan het werk thuis. Het draait niet alleen om snelheid, maar ook om concentratie en precisie”, vertelt Tineke. Ondanks dat de behendigheid in de vorm van een competitie wordt getest, is de sfeer ontspannen en gezellig: “Competitie met een knipoog”, aldus Tineke. Het presteren onder druk gaat de deelnemers prima af, legt Tineke uit: “Zelfs op die lastige wip lukt het de deelnemers om een mooi resultaat neer te zetten, en ook bij het onderdeel waar de deelnemer zoveel mogelijk

water moet verzamelen met behulp van een gieter achter de trekker, gooien ze rustig 25 liter in de bak.”

Niet de laatste keer “Trekkerbehendigheid zal in de toekomst zeker weer georganiseerd worden. We zijn in de wijde omtrek de enige organisatie die een activiteit als deze organiseert, dus er is altijd veel animo voor”, vertelt Tineke. “Daarnaast hebben we relatief veel leden in een niet al te grote regio en zijn we erg actief.” Kortom, een leuke geslaagde activiteit waar zeker een vervolg op zal komen als het aan AJK Krimpenerwaard ligt.

NK Trekkerbehendigheid

Op 22 september vindt het NK Trekkerbehendigheid plaats in Numansdorp. Houd www.najk.nl in de gaten voor meer informatie.


Het voedselvraagstuk

Berry Marttin, lid raad van bestuur Rabobank Nederland, over mondiale voedselvoorziening en voedselzekerheid

De wereld telt vandaag de dag een populatie van 7,2 miljard mensen. Dat zijn 7,2 miljard monden die gevoed moeten worden. Naar verwachting stijgt deze populatie binnen veertig jaar naar 9 miljard mensen. De vraag die wereldwijd nu al gesteld wordt is: hoe gaan we al die mensen voeden? Berry Marttin, lid raad van bestuur Rabobank Nederland, geeft aan hoe de Rabobank meehelpt aan voedselvoorziening wereldwijd, nu, maar ook met blik op de toekomst.

Tekst: Ellen van den Manacker Hoe wordt de wereldbevolking gevoed in 2050? “Agrarisch ondernemen wordt anders in de toekomst: wij moeten er met minder boeren voor zorgen dat we een dubbele productie van hetzelfde, beschikbare agrarische land gaan halen.” Dat klinkt simpel… “Het algemene probleem ligt niet alleen bij het verhogen van de productie, maar ook bij het vinden van een opvolger voor boerenbedrijven. De gemiddelde leeftijd van boeren is te hoog, dat is een wereldwijd probleem. In Amerika zijn er bijvoorbeeld 350.000 boeren boven de 75 en 55.000 onder de 25.” Waarom daalt het percentage opvolgers? “Boer worden is niet sexy. De opbrengsten zijn slecht, land kopen is duur en het is heel hard werken. Veel boerenzonen en –dochters kiezen voor een baan in de stad, waarin ze met minder werk net zoveel verdienen. De Rabobank vindt het belangrijk om ervoor te zorgen dat het weer aantrekkelijk wordt om boer te zijn.” Hoe willen jullie dat gaan aanpakken? “We zien steeds meer schaarste in de markt. Als het langere tijd niet regent in Amerika hebben we opeens een groot graanprobleem. Als we naar het verleden kijken, dan was de totale productie in de wereld genoeg om zulke tekorten op te vullen. Tegenwoordig is er te weinig land om schaarste te voorkomen. De vraag naar voedsel gaat de komende jaren dus stijgen en de jonge boer is een van de weinigen die aan die vraag wil en kan voldoen. Het beeld van de samenleving draait daarin mee: boeren voeden de wereld en daar moeten we als maatschappij respect voor hebben en in investeren.” Hoe stimuleren jullie boeren om een hogere productie van hun land te halen? “In de ontwikkelde gebieden, zoals Europa en Amerika, geven wij ondersteuning in de sector. Met kennisoverdracht helpen wij de boe-

ren om de complexiteit van het ondernemen te managen. Zo sturen wij in deze ontwikkelde continenten bijvoorbeeld aan op verduurzaming: alleen produceren wat de consument gaat kopen en afval in de keten reduceren.” En de minder ontwikkelde landen? “Er zijn veel landen in de wereld waar de kennis en kunde ontbreekt. Met ‘Rabo Development’ zetten wij in ontwikkelingslanden de basis op om de samenleving toegang tot financiële diensten te geven. Dat doen we door een minderheidsbelang te nemen in plaatselijke rurale partnerbanken, waarbij we het platteland helpen ontwikkelen. Daarnaast hebben we ook de ‘Rabobank Foundation’ opgericht. Hiermee helpen wij boeren in ontwikkelingslanden om zichzelf te ontwikkelen of om kleine coöperaties op te zetten. ” Waarom is het voor de Rabobank belangrijk om hier een handje te helpen? “Wij hebben een unieke rol als financier. Wij werken vanuit Rabobank in 47 landen, waarvan we met Rabo Development in 7 ontwikkelingslanden gevestigd zijn. In deze ontwikkelingslanden willen wij een aanjagersfunctie hebben: kennis en kunde overbrengen en de samenleving zelf de touwtjes in handen geven. Wij helpen ze met organiseren, kennis vergaren en ketens opzetten.” Ketens… is het richten op een gezond teeltproces niet belangrijker? “Dat is zeker belangrijk, maar de ketens worden vaak vergeten. Goed georganiseerde ketens zijn heel belangrijk, vooral in ontwikkelingslanden. Als de keten niet werkt, dan komt het product nooit op de juiste eindbestemming aan.” Welke rol kunnen jonge boeren en tuinders uit Nederland spelen in ontwikkelingslanden? “Als jij de ondernemer, de rural entrepreneur, bent die de stap durft te nemen om met het bedrijf naar een ontwikkelingsland te verhuizen, klop dan eens aan bij de Rabobank. Als Nederlandse jonge boer of tuinder zijn er

gigantisch veel kansen om de landbouw in een ontwikkelingsland te helpen ontwikkelen en er zijn weinig agrariërs die dat willen doen.” Stimuleren jullie daarmee ‘landje pik’? “Landje pik houdt in dat je plaatselijke boeren verjaagd om er zelf te gaan boeren. Rabobank doet het tegenovergestelde, wij helpen coöperaties van kleine boeren financieel en organisatorisch weerbaar en vitaal te maken. Als er een stuk land braak ligt, dan kun je dat juist goed benutten en zorgen dat de kennis die je als Westerse hebt, overbrengt op de bevolking daar, zodat zij daarvan kunnen profiteren. Als ergens uit blijkt dat wij als Rabobank meedoen aan ‘landje pik’, dan steek ik daar meteen een stokje voor. Wij proberen juist honderdduizenden boeren in ontwikkelingslanden te helpen om succesvol te zijn.”

Rabo Development en Rabobank Foundation Lees op www.najk.nl onder het kopje ‘BNDR’ meer informatie over Rabo Development en de Rabobank Foundation.

BNDR

27


AJF trapt seizoen af met avond

‘Baan Buiten Bedrijf’

Op maandag 17 en dinsdag 18 september trapt AJF het seizoen voor afdelingsbestuurders af met een startavond die in het teken staat van ‘Baan Buiten Bedrijf’. Pieter van der Valk zal namens AB Fryslan een belangrijke rol spelen deze avond. Hij zal ingaan op vragen als: hoe vind ik werk dat bij mij past? Waar en hoe zoek ik vacatures? Hoe kom ik goed over bij toekomstige werkgevers? En hoe maak ik goede afspraken met een werkgever? Ook zal er deze avond een agrarische jongere, die naast het bedrijf thuis ook buiten de deur werkt, vertellen over zijn ervaringen. Tevens zal er deze avond een korte toelichting worden gegeven over wat AJF en NAJK de afdelingen het komende seizoen te bieden hebben.

ZAJK zet

ambtenaren aan het werk

regiocoördinator LAJK Nieuwe

Sinds juli 2012 is Rebecca Steinbusch-Lacroix de nieuwe LAJK regiocoördinator. Rebecca heeft hiermee het stokje van Heidi Schlepers overgenomen. Rebecca heeft 2 zoontjes (3 jaar en 10 maanden) en is getrouwd met Michel Steinbusch. Michel zit met zijn ouders en broer in maatschap, samen runnen zij een gemengd bedrijf met melkvee en fruitteelt. Rebecca helpt waar nodig, vooral administratief, mee op de boerderij. Daarnaast verzorgt ze rondleidingen en speurtochten op de boerderij onder de naam ‘Lacro-i-Agro’ en is ze aangesloten bij ‘Boerderij Educatie Limburg’. De toekomst van Rebecca ligt in de agrarische sector en de nieuwe functie als regiocoördinator voor het LAJK ziet ze als een geweldige uitdaging: “Ik hoop binnen in mijn nieuwe functie de agrarische sector en de mensen binnen deze sector beter te leren kennen”, aldus Rebecca.

op bezoek in de Achterhoek en Twente

AJF De Bouhoeke organiseerde in juli haar jaarlijkse meerdaagse reis. In drie dagen was er een programma met gevarieerde adressen in verscheidende agrarische sectoren. Dit keer ging de tocht door de Achterhoek en Twente. Met een ploeg van 24 akkerbouwers, loonwerkers, veehouders en geïnteresseerden, was er genoeg animo om er een leuke reis van te maken. In de drie dagen is er een bezoek gebracht aan machinefabrikant Amazone, drie akkerbouwers, een kuikenbroederij, een betonfabriek en aan de alom bekende bierbrouwerij in de omgeving. De reis heeft inzicht gegeven in het reilen en zeilen van de agrarische bedrijven in een andere omgeving. Al met al, drie leuke dagen die niet snel vergeten worden.

FAJK neemt afscheid van drie dagelijks bestuursleden Tijdens een geslaagd uitje van het dagelijks bestuur van FAJK hebben drie dagelijks bestuurders afscheid genomen: Rob ter Haar, Jan Jaap van der Meer en Bettie Persoon-Tijsseling. Alle drie zijn in 2008 begonnen. Rob is drie jaar voorzitter geweest. Rob, Jan Jaap en Bettie kijken terug op vier leuke, interessante jaren. Het bestuurswerk heeft ze veel gebracht: “Je doet veel bestuurservaring op, leert ontzettend veel mensen in de sector kennen, ervaart hoe een organisatie als NAJK werkt en wat er allemaal in de landbouw speelt. Daarnaast hebben we ook veel plezier gehad met zijn allen.” Kortom, een periode die ze niet hadden willen missen.

‘ bedrijfsovername voor partners’ in Drenthe

Dit najaar start in Drenthe een nieuwe cursus: bedrijfsovername voor partners. Deze cursus is gericht op de partner van jong agrarische ondernemers. Met deze cursus spelen DAJK en NAJK in op de vraag die vorig seizoen tijdens de ‘Ladies Nights’ naar voren kwam. In deze nieuw ontwikkelde cursus ‘bedrijfsovername voor partners’ komen verschillende onderwerpen aan bod die op je pad komen als je vriend(in) (potentieel) opvolger is van een agrarisch bedrijf. Hoe gaan jullie de zaken straks fiscaal en financieel regelen? Ga je meewerken op het bedrijf en wat verdien je daar dan mee? Trouwen jullie in gemeenschap van goederen of op huwelijkse voorwaarden? Wat is precies een maatschap en welke rol spelen andere familieleden in het hele proces? Ook wordt er aandacht besteed aan communicatie (met schoonouders). De cursus beslaat vier avonden en zal eind september van start gaan. Lijkt het jou leuk om deel te nemen aan deze cursus, neem dan contact op met Marchien Ensing (0512-305283 of mensing@najk.nl). 28

BNDR

Illustratie: Henk van Ruitenbeek

Cursus

Het ZAJK heeft afgelopen zomer provincieambtenaren en landbouwgedeputeerde Kees van Beveren laten zien hoe boerenbedrijven werken. Op woensdag 4 juli hebben de gedeputeerde en de ambtenaren van Provincie Zeeland zes verschillende bedrijven van jonge boeren bezocht. Omdat de regels waaraan landbouwers zich moeten houden worden bedacht door de politiek en behandeld worden door ambtenaren, vond ZAJK het belangrijk dat zij weten hoe het is om boer te zijn en wat de gevolgen zijn van al die regels. ZAJK heeft deze dag de ambtenaren en gedeputeerde laten zien dat de agrarische sector in de provincie een sector van belang is met enthousiaste en deskundige ondernemers.

AJF De Bouhoeke


bestuur

Het bestuur van…

AJK Veenkolonien Erik Bouwman (29) is vijf jaar actief binnen het bestuur van AJK Veenkoloniën. Aankomend seizoen is het laatste seizoen dat Erik als voorzitter de gezellige club van AJK Veenkoloniën zal leiden. Hij wil ruimte maken voor jonge enthousiaste nieuwkomers en zich meer richten op het akkerbouw-, melkvee- en loonbedrijf dat hij samen met zijn vader in het Groningse Noordbroek runt. Hoe ben je vijf jaar geleden in het bestuur terecht gekomen? “Ik was altijd fanatiek aanwezig bij de georganiseerde activiteiten en zo werd ik gevraagd voor het bestuur. Aankomend seizoen is mijn laatste seizoen, dan geef ik het stokje over aan nieuwe, jonge bestuurders.” Wat is jouw functie binnen AJK Veenkoloniën? “Samen met het bestuur bedenken we leuke en interessante activiteiten. Als voorzitter probeer ik de organisatie van die activiteiten in goede banen te leiden en zorg ik dat iedereen zijn functie binnen het bestuur uitvoert.”

Wat maakt het bestuur van AJK Veenkoloniën zo leuk? “Het is leuk om met elkaar veel activiteiten te organiseren die interessant zijn voor ons als jonge agrariërs. Maar ook het sociale aspect maakt AJK Veenkoloniën erg leuk. Als AJK staan we in de omgeving bekend als een zeer gezellige club, waarbij de discussies soms tot in de late uurtjes doorgaan onder het genot van een drankje.” Wat doet AJK Veenkoloniën voor haar leden? “We organiseren zes keer per jaar een avond met een spreker die ingaat op actuele thema’s, twee keer per jaar organiseren we een bedrijfsbezoek en een paar keer per jaar

hebben we een sociale activiteit, zoals barbecueën of waterskiën. Daarnaast organiseren we elk jaar een trekkertrek voor jonge agrariërs uit de omgeving. We proberen elk seizoen een goede balans te vinden in theoretische avonden en excursies. Hoe betrekken jullie zoveel mogelijk jonge agrariërs bij AJK Veenkoloniën? “We proberen op de jaarlijkse trekkertrek jonge agrariërs enthousiast te maken om lid te worden. Omdat we bekend staan als een actieve club agrariërs, melden nieuwe leden zichzelf ook aan. We hebben meer dan 90 leden en het aantal groeit nog steeds, daar zijn wij erg trots op als AJK!”

Voorstellen Kandidaat Voorzitter

John Hilhorst (27) uit het Gelderse Laag Keppel zal zich met de komende ALV op 27 september 2012 voorstellen als kandidaat voorzitter van het dagelijks bestuur NAJK. John runt samen met zijn ouders een melkveebedrijf met 100 melkkoeien en werkt daarnaast als assistent accountant bij een adviesen accountantsbureau. “Ik ben veel bestuurlijk actief geweest en vind het voorzitterschap van het dagelijks bestuur NAJK een mooie uitdaging”, vertelt John. “Ik vind het belangrijk om de frisse uitstraling die NAJK heeft te behouden. Ik streef ernaar dat de leden van NAJK weten wat wij doen en wij weten wat onze leden willen.” Lees meer over kandidaat voorzitter John op www.najk.nl.

Avond ‘Baan

Buiten Bedrijf’ Van september tot december 2012 kan je als afdeling een informatieavond ‘Baan Buiten Bedrijf’ aanvragen. Een avond ‘Baan Buiten Bedrijf’ gaat in op het vinden en het regelen van een baan naast het ouderlijk bedrijf. Tijdens de avond zal er informatie verschaft worden over de ervaring en de financiële aspecten van een baan buiten het bedrijf en hoe dit te combineren is met het bedrijf thuis. Ook zal een werkbemiddelaar tips geven over hoe je werk kan vinden en hoe je uiteindelijk aangenomen wordt. Kortom: een leuke en leerzame avond waar de zaalhuur, hapjes en drankjes door NAJK gefinancierd worden. Meer informatie of een avond aanvragen? Kijk op www.najk.nl onder het kopje ‘projecten’ of mail Agaath: atimmerman@najk.nl.

Vrijkaarten voor EuroTier? EUROTIER inclusief BioEnergy Decentral is met meer dan 1900 standhouders uit 14 landen ’s werelds grootste internationale beurs op het gebied van dierhouderij en management. Dit jaar is de beurs inclusief de World Poultry Show. Agrarische ondernemers uit tal van landen komen hier bijeen om de nieuwste innovaties en trends te zien en om verschillende standpunten te bediscussiëren. Ook zal er dit jaar op 15 november een Young Farmers Party georganiseerd worden. Wat je allemaal kan verwachten van de EuroTier 2012 kun je lezen op www.najk.nl in het interview met projectleider EuroTier Karl Schlösser. Wil jij kans maken op vrijkaarten voor de EuroTier in Hannover? Houd dan www.najk.nl goed in de gaten.

Meld je aan voor de Herd Navigator battle!

Herd Navigator van DeLaval is een mini laboratorium wat daadwerkelijk alles uit jouw melkkoeien haalt. Met de introductie van de Herd Navigator start DeLaval voor NAJK-leden de Herd Navigator battle. Een battle waarin NAJK-leden tegen elkaar gaan strijden om, samen met de Herd Navigator en persoonlijke begeleiding, zoveel mogelijk uit hun melkkoeien te halen. DeLaval zoekt hiervoor melkveebedrijven welke met hun (toekomstige) DeLaval melkstal of Vrijwillig Melk Systeem (VMS) alles uit hun melkkoeien willen halen. Kijk voor meer informatie over deze battle op www.najk.nl, onder het kopje ‘nieuws’.

BNDR

29


www.cahdronten.nll

De ondernemer staat centraal Marijn Schreurs studeert Agrarisch ondernemerschap ,,Mijn keuze voor de studie Agrarisch ondernemerschap was niet zo moeilijk. Ik wil later graag het bedrijf van mijn ouders overnemen. Om een onderneming te kunnen runnen, heb je verschillende competenties nodig en die ik leer ik tijdens deze studie. Mijn vooropleiding, mao, sluit goed aan op deze studie. De modules zijn afwisselend en volledig gericht op het agrarisch bedrijf met een duidelijk accent op de financiële kant van een onderneming. De meerwaarde van deze studie is de perfecte combinatie van theorie en praktijk; voldoende aandacht voor zowel technische als financiële vakken. Zo moet je bijvoorbeeld de lesstof terugkoppelen naar het eigen bedrijf en krijg je specifieke ondernemerschapsmodules. Na

mijn studie wil ik eerst nog een aantal jaar werken bij bijvoorbeeld een bank of accountant.’’

Coco Bruyère kiest voor Dier- en veehouderij ,,De melkveehouderijsector interesseert mij enorm. Kenmerkend voor de studie Dier- en veehouderij is de combinatie van praktijk en theorie. Naast de lessen moet je voor elke

module wel een opdracht op een praktijkbedrijf uitoefenen, de theoriekennis doe je op deze manier nog beter op. De meerwaarde van mijn opleiding is dat ik niet alleen kan kiezen voor

het ondernemerschap, maar ook voor de richting technisch adviseur of specialist. Je leert veel over het onderzoeken van problemen op de bedrijven en hoe je daarmee om moet gaan.

Ondernemers vragen ook vaak om de inzet van studenten voor bepaalde problemen op hun bedrijf. De ondernemers willen de studenten graag iets leren en voor de ondernemers zelf is het weer een voordeel dat ze op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen in de sector.’’

Arjan Ottens studeert Financiële dienstverlening agrarisch ,,Ik kom niet van een agrarisch bedrijf, maar deze sector interesseert mij enorm. Met deze

studie breng je continu de opgedane financiële en agrarische kennis in de praktijk. De meerwaarde van een afgestudeerde die Financiële dienstverlening agrarisch heeft gevolgd, is volgens mij dat een ondernemer iemand aan tafel krijgt die weet wat er in de markt speelt. Hij kan de risico’s in kaart brengen, is financieel goed onderlegd, kent de belastingfaciliteiten en nog wel het meest belangrijke: een vertrouwenspersoon die de taal van de agrarisch ondernemer spreekt. Na mijn studie wil ik graag bij een accountantskantoor werken en me opwerken tot een agrarisch bedrijfsadviseur. Ook een baan als termijnmarktspecialist of marktspecialist lijkt mij erg interessant.’’

Meer weten?

Kijk op www.cahdronten.nl

De Drieslag 4, 8251 JZ Dronten, tel. 088 - 020 60 00


stRIp suDoKoe

Vul de puzzel zo in dat in elke rij, kaarWtjeins: vtowee in elke kolom en in elk blok van EUROTIEor de R! negen vakjes nooit dezelfde koeien staan. De oplossing is de naam van de koe in het gekleurde vakje. Stuur of mail je oplossing vóór 16 november naar binder@najk.nl of naar: Redactie BNDR Postbus 816, 3500 AV Utrecht Stuur het goede antwoord met je naam, adres, telefoonnummer en mailadres op naar bovenstaande gegevens en misschien loop jij in november over ’s werelds grootste internationale beurs op het gebied van dierhouderij en management in Hannover. Wouter van Breugel uit Nieuwolda puzzelde uit dat koe Liesbeth de oplossing was van de vorige Sudokoe. Hij heeft daarmee de taart gewonnen.

Agaath

Liesbeth

Marjon

Wolter

Matilde

Carina

Kirsten

Maurice

Bernadette BNDR

31


Het wordt helemaal jouw bedrijf. Dat is het idee. Als je het bedrijf van je ouders gaat overnemen, wordt het steeds meer jouw bedrijf. Met ruimte voor je eigen ideeën en aanpak. Maar de tijd ontbreekt vaak om je blik op de horizon te richten. Het Rabo Opvolgers Perspectief brengt je een stap vooruit. Je ontdekt waar je eigen kracht ligt en wat je financiële mogelijkheden zijn. Ontwikkel net als Ruud van Leeuwen en zijn broer Tom een strategie die past bij jou en je bedrijf. En bepaal jouw plek op de horizon.

Ontwikkel je eigen strategie met het Rabo Opvolgers Perspectief. Rabobank. Een bank met ideeën.

www.rabobank.nl/agrarisch

BNDR September  

Het blad voor jonge boeren en tuinders! | Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt | NAJK | Werkgever en werknemer | BNDR

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you