Issuu on Google+

Joep van de Bool teelt 50 biologische tuin- en akkerbouwgewassen henk smith gebruikt bloemen in plaats van bestrijdingsmiddelen

Gewasbescherming Thema :

xxxxx

FeB2012 Jouw agrarische jongerenblad


xxxxx

“Tot 0,5 liter méér melk per koe!” Peter Huiberts in Zeewolde, 88 melkkoeien

“Dat is hét bewijs dat u met LG 30.211 en LG 30.218, twee unieke snijmaïsrassen met het LG Animal Nutrition-keurmerk, gegarandeerd méér melk produceert! Voor het tweede achtereenvolgende jaar hebben onafhankelijke wetenschappers van het toonaangevende Schothorst Feed Research deze meeropbrengst overduidelijk in diervoederproeven aangetoond. Ten opzichte van het landelijke controleras gaven melkkoeien in midlactatie bij een gelijke drogestofopname van LG 30.211 en LG 30.218 tot gemiddeld 0,5 liter méér meetmelk per dag! De winst zit hem in de veel betere benutting van LG Animal Nutrition-maïs; naast de zetmeelrijke kolven levert óók de hoge celwandverteerbaarheid van de restplant extra VEM’s op voor de melkproductie. Kies net als Peter Huiberts ook voor de kwaliteiten van LG 30.211 of LG 30.218 en verzeker uzelf van een topmelkproductie!” Leo Gerritsen, maïsadviseur Limagrain Nederland Uw maïskuil is geld waard! Speel met uw kuilanalyse mee voor gratis maïszaad van LG 30.211 of LG 30.218 en ontvang onze unieke 0,5 liter speakerset!* Schrijf u in op www.lganimalnutrition.nl en maak elke week extra kans op gratis voederwaarde-onderzoek. * zolang de voorraad strekt

www.lganimalnutrition.nl

Nr.1 met 50.000 (!) ha in 2011

zeer vroeg met hoogste VEM-opbrengst


wilco xxxxx

Beschermend

Als NAJK zijn we nauw betrokken bij de toekomst van voedsel in Europa. Daar hoort het onderwerp voedselveiligheid ook bij. In discussies over voedselveiligheid komt het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en GGO’ s* veelvuldig voor. Vaak worden ze in een adem genoemd: door het gewas genetisch te sterken kan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen verlaagd worden. Er hangt zowel gebrek aan kennis, betreffende gevolgen op lange termijn, als emotie boven de combinatie van deze twee. Toch kun je stellen dat we als ‘landbouwland’ niet mee kunnen en mogen in de ontwikkeling op dit gebied, terwijl we qua genetica altijd tot de top hebben behoord – waarbij kleine ondernemingen slimme en betere rassen ontwikkelden. Tegenwoordig zien we dat bedrijven het gewas ‘kweken’ én het middel maken. Dat lijkt efficiënt, maar hoeveel keus en concurrentie heb je dan als boer en tuinder? Eigenlijk willen we dat niet, maar we willen ook bij de top van de wereld horen. Opvallend in deze discussie is dat bijvoorbeeld BASF zijn GGO*-bedrijf verplaatst buiten Europa omdat ze niet verwachten dat er binnenkort veel gaat veranderen in de toelating daarvan. Blijkbaar is de markt hier te klein. In de toekomst kan het dus gebeuren dat er in de grote productiegebieden in de wereld meer mag dan bij ons, waardoor er voor ‘chemische’ bedrijven geen financiële noodzaak is om betere middelen en genetica te ontwikkelen voor de onrendabele Nederlandse markt. Voor de jonge boer en tuinder van vandaag de vraag: kunnen we straks onze gewassen voldoende beschermen en hebben we zelf de genetica in ons om bij de top de blijven horen? *GGO: Genetisch Gemodificeerd Organisme

4

12

inhoud

Wilco de Jong, voorzitter NAJK

16

In dit februarinummer 4 Gewasbescherming: welke kant gaan we op? 6 NAJK in het nieuws 9 In het hooi met… Drees Peter van den Bosch van Willem&Drees 11 Bedrijfsovername 12 Tim van den Berg: van bloembol naar beleving 15 Boer zoekt boer 16 Joep van de Bool: bio(logisch) 18 Maïschallenge 19 De vergister van morgen 20 Oud&Nieuw: Erik Kamphuis uit Arriën 23 Bye bij? 24 GLB-update 25 Leergierige boeren 26 Henk Smith: kleurrijke akkerranden 28 Uit alle hoeken 31 Bint & Sudokoe Colofon BNDR wordt uitgegeven onder verantwoordelijkheid van Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt en verschijnt vijf keer per jaar. Abonnementen op BNDR kosten 21 euro en lopen per kalenderjaar. Opzegging voor 1 december. Het blad is gratis voor NAJK-leden. Losse nummers zijn verkrijgbaar door storting van 5 euro op bankrekening 3945.38.501 t.n.v. NAJK te Utrecht, onder vermelding van het gewenste nummer van BNDR. Artikelen of illustraties kunnen alleen na overleg met de redactie worden overgenomen. Vragen of opmerkingen over de adressering? Neem contact op met één van de onderstaande organisaties: Provinciale AJK’s: Friesland 0512-305280, Groningen 0512-305283, Drenthe 0512-305281, Flevoland 0512-305282, Overijssel 030-2769869, Utrecht 030-2769869, Gelderland 026-3846233, Hollanden 088-888 6666 (nakiesnr. 3811), Zeeland 0113-247729, Brabant 073-2173636, Limburg 0475-381777 of NAJK: 030-2769869. Redactie: Ellen van den Manacker, NAJK, 030-2769863, binder@najk.nl Advertenties: Sander Bon, NAJK, 06-15071784, sbon@najk.nl Vormgeving: www.duo-ontwerp.nl Druk: Drukmotief bv, Apeldoorn Op de cover: Joep van de Bool, foto Ellen van den Manacker

BNDR

3


Gewasbescherming

Welke kant gaan we op? Gewasbescherming is een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering in de land- en tuinbouwbedrijven. Er is de afgelopen jaren veel tijd en energie gestoken in vermindering van emissie naar bodem, water en lucht. Er is afscheid genomen van vervuilende stoffen en technische hoogstandjes, als het gebruik van GPS, hebben hun intrede gedaan op bedrijven. Je zou als gebruiker van gewasbescherming denken dat je de zaken dezer dagen goed voor elkaar hebt. Toch is er druk vanuit de maatschappelijke organisaties om het gebruik en de afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen te verminderen. Tegelijkertijd verschijnen er in de media verhalen over bijensterfte mogelijk als gevolg van gewasbeschermingsmiddelen en wordt er een onderzoek opgestart naar de gezondheidsrisico’s voor omwonenden. Kortom: gewasbescherming blijft in de belangstelling staan. Een reden om niet achterover te leunen? Of moeten we het met elkaar toch anders doen?

Tekst: Harjo Hoiting / Illustratie: Henk Ruitenbeek

Wat is gewasbescherming? Allereerst terug naar de oorsprong van gewasbescherming. Wat is het eigenlijk? Boeren en telers gebruiken gewasbeschermingsmiddelen om hun gewassen te beschermen tegen onkruid, ziekten en plagen. Deze middelen staan ook bekend als bestrijdingsmiddelen of pesticiden. Dat de middelen schadelijk kunnen zijn voor het milieu, leefomgeving en de gebruiker werd in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw al erkend. Betere middelen werden gezocht en ook gevonden. Vooral de bestrijding met natuurlijke vijanden leverde een goede bijdrage in het terugdringen van de chemie. Vanaf de jaren tachtig zijn er steeds meer andere middelen ontwikkeld om het gewas te beschermen. De toelatingseisen voor nieuwe en bestaande middelen zijn strenger en uitgebreider geworden. Nu zijn de middelen meer toegespitst op effectiviteit en milieuvriendelijkheid. Deze ontwikkelingen

hebben ertoe geleid dat er vergeleken met 20 jaar geleden een kleine 90% minder stoffen wordt gebruikt. Er wordt nu dan ook gesproken over geïntegreerde teeltmethoden. Hierbij wordt chemische gewasbescherming pas toegepast nadat biologische vijanden en eventuele natuurlijke bestrijdingsmethoden – het gebruik van plantextracten, micro-organismen en dergelijke – niet voldoende hebben gewerkt.

Roep uit de samenleving Gewasbescherming is in bepaalde delen van de samenleving steeds vaker punt van aandacht en zorg. Partijen als Stichting Natuur en Milieu, Milieudefensie, Foodwatch en de milieufederaties vinden dat gewasbeschermingsmiddelen zeer schadelijk zijn voor de gezondheid van de gebruiker, haar leefomgeving en last but not least ook schadelijk voor de eindgebruiker, de consument. Een steeds grotere groep consumenten wil meer weten over de manieren waarop hun voedsel

Peter Leendertse van CLM over de spagaat “Chemische stoffen worden toegevoegd aan de natuurlijke omgeving om ziektes te bestrijden of plagen te doden. Voor de beleving van derden maakt het niet uit of dit nu een kas met rozen is, of een akker koolzaad. Het gebruik heeft neveneffecten: denk aan drinkwaterwinning en de leefomgeving. Sinds 2003 hebben critici, waaronder de milieubeweging, druk gezet op vermindering van gewasbescherming door volksgezondheid te koppelen aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Als er dan vervolgens bijensterfte bij wordt betrokken heb je de eerste kamervragen alweer gehad. De goede argumenten vanuit de gebruikers over het relatieve schone productieniveau in Nederland verbleken bij het thema volksgezondheid.”

4

BNDR

is geproduceerd en stellen steeds kritischer vragen over de noodzaak van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

Bijensterfte In 2011 kwam bijensterfte op de politieke agenda te staan. Door de universiteit van Utrecht werd een verband gelegd tussen sterfte en het gebruik van een specifieke soort stof, de neonicotinoïden, een insecticide dat veel gebruikt wordt bij behandeling van onder andere zaaizaad. Nader onderzoek bleek gewenst. Voorlopig lijkt het erop dat bijensterfte vele oorzaken kent: ziekten en parasieten, achteruitgang van foerageermogelijkheden, ‘dracht’, sterke vergrijzing en het hobbymatige karakter van de imkerij, globalisering en klimaatveranderingen, maar ook het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

Alternatieven? Land- en tuinbouw zeggen niet zonder gewasbeschermingsmiddelen te kunnen, maar zijn er alternatieven? In de biologische landbouw worden geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Ondanks de aanhoudende groei blijft biologische voeding vooralsnog een niche.


Weggevallen middelen In de landbouwpraktijk heerst de mening dat er steeds meer middelen wegvallen en dat er geen breed middelenpakket meer overblijft. Zorgen zijn er met name voor de kleinere teelten. Middelen gaan weg, omdat ze na herbeoordeling niet meer mogen worden toegelaten, of omdat de kosten die de toelatingshouder moet maken om zo´n middel te behouden, te hoog zijn. Veel ´oude´ middelen hebben een bredere toelating dan hun opvolgers/vervangers. De gevolgen voor de praktijk zijn dat er bij een aantal teelten minder keuze is tussen verschillende middelen. Ondanks de mening in de landbouwpraktijk zijn er volgens een inventarisatie van het ministerie van EL&I meer middelen toegelaten en ook meer verschillende werkzame stoffen (bron CTGB):

Niet meer dan 1,7% van de omzet aan voedingsmiddelen is als biologisch aan te merken. In verscategorieën als eieren (7,2%), zuivel (4,5%), en AGF*(3,0%) ligt het marktaandeel boven het gemiddelde. (bron Food: Holland). *AGF = Aardappelen, groente en fruit

Biotechnologie Een ander alternatief dat in de toekomst zou kunnen liggen, is het gebruik van (transgene) biotechnologie om resistenties van gewassen tegen bepaalde ziektes versneld in te kruisen. Hierdoor zou het gewas beter in staat zijn om

Gewasbescherming, klein maar fijn

Als accountant kijk je al gauw naar het financiële effect van de bedrijfsvoering, zoals gewasbeschermingsmaatregelen. Volgens onze jaarlijkse publicatie ‘Cijfers die Spreken’, is het aandeel van de kosten voor gewasbescherming op een gemiddeld melkveebedrijf een half procent van de omzet. Waar praten we over?! In de bespreking van de jaarcijfers is het amper de moeite er aandacht aan te besteden. Anders wordt het als je in het groeiseizoen samen met de boer de verwoestende werking van bijvoorbeeld ritnaalden in mais ziet, of emelten in grasland. Het is niet alleen dat beeld, maar daar komen ook extra kosten bij die fors meer bedragen dan bovengenoemd percentage. In de discussie over dit thema hebben we alle begrip voor critici die wijzen op het gebruik van oneigenlijke stoffen in het milieu. Onze balans slaat echter door naar de zorgvuldige praktijk van de boer en zijn loonwerker, zoals we dat in ons land kennen. K. Remmelink, bedrijfsadviseur Alfa Accountants en Adviseurs, kremmelink@alfa-accountants.nl

2007

2009

697 toegelaten

759 toegelaten

middelen

middelen

218 verschillende

232 verschillende

werkzame stoffen

werkzame stoffen

Houding Aan het eind van de vorige eeuw zijn centrale afspraken gemaakt over de vermindering van onder andere emissies naar de omgeving. De land- en tuinbouw heeft bewezen dat er een grote vooruitgang is geboekt: zo is de milieubelasting van het oppervlaktewater met 85% gedaald. We zijn op de goede weg, maar er moet ook wel wat gebeuren. Uit controles van de AID in het najaar van 2011 is gebleken dat 35% van de gebruikers de regels rondom driftbeperking niet of onvoldoende naleeft. Dit terwijl die regels juist zijn opgesteld om zoveel mogelijk middelen te kunnen behouden..

Einde Het lijkt er dus op dat we gewasbeschermingsmiddelen nog wel een tijdje nodig zullen hebben. Maatschappelijke organisaties blijven aan de bel trekken en ondanks het feit dat er heel wat verbeterd is op het gebied van emissies, zal de druk op gewasbescherming blijven. Genoeg stof om over na te denken dus! BNDR

5

theMA

zonder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen toch nog goede opbrengsten te genereren. Deze techniek staat nog in de kinderschoenen en de maatschappelijke acceptatie vanuit de samenleving lijkt er ook nog niet echt te zijn. Voor cisgene-techniek lijken de bezwaren minder groot te zijn. Bij deze techniek wordt DNA-materiaal gebruikt van eenzelfde soort plant die wel tegen een bepaald middel kan, in plaats van ‘vreemd’ materiaal toe te voegen zoals bij transgene biotechnologie gebeurt. Bij deze moderne veredelingstechniek kan er veel meer snelheid gemaakt worden bij het veredelen van gewassen. Denk aan versneld inbrengen van resistenties.


NIeuws

NAJK aan het lobbyen in

NAJK verwelkomt nieuwe bestuurder akkerbouw:

Brussel

In Brussel hebben dagelijks bestuurder Jurgen Veron en medewerker Sander Kerkhoffs, tijdens de vijftigste ‘verjaardag’ van het GLB, met collega’s van CEJA vergaderd over wat de Europese jonge boeren en tuinders vinden van de plannen voor het toekomstige GLB. Deze keer ging het over de marktmaatregelen en de tweede pijler. Onderwerpen die besproken zijn tijdens deze vergadering: de suikerquotering, producentenorganisaties en de Jonge Landbouwersregeling. In februari 2012 is de volgende bijeenkomst en tot die tijd wordt hard verder gewerkt aan een CEJA-reactie op de voorstellen van eurocommissaris Çiolos. Tijdens het verblijf in Brussel hebben Jurgen en Sander ook de maandelijkse landbouwborrel en een aantal Nederlandse Europarlementariërs bezocht. Bij de landbouwborrel gaf staatssecretaris Bleker een korte toespraak waarin hij ook aan de jonge ondernemers refereerde. De bezochte Europarlementariërs horen graag hoe NAJK over het GLB denkt en ze geven ook aan de positie van jonge ondernemers te ondersteunen. Concrete toezeggingen doen ze echter nog niet. Heb je vragen of opmerkingen over het Europese landbouwbeleid, dan kun je een mail sturen naar internationaal@najk.nl.

Eric Pelleboer

Tijdens de algemene ledenvergadering (ALV) op donderdag 22 december 2011 heeft NAJK de 27-jarige akkerbouwer uit de Noordoostpolder Eric Pelleboer, unaniem verkozen tot dagelijks bestuurder akkerbouw. De algemene ledenvergadering in Utrecht werd bezocht door zestien afgevaardigden van de provincies en het dagelijks bestuur van NAJK. De ALV stond in het teken van de begroting voor 2012, welke door de aanwezigen is goedgekeurd en de verkiezing van de nieuwe dagelijks bestuurder akkerbouw. De kandidaatstelling van Eric Pelleboer als dagelijks bestuurder met de portefeuille akkerbouw volgde op een half jaar waarin hij met het dagelijks bestuur heeft meegelopen. Die periode heeft hij gebruikt om te kijken of de portefeuille bij hem past. Eric vertelt dat het hem goed bevalt om op deze manier voor de sector actief te zijn. “Ik vind het van groot belang om het akkerbouwgeluid naar voren te brengen”, aldus Eric, “ik zal dit dan ook met enthousiasme voor de agrarische jongeren doen.”

Delaval en NAJK slaan handen weer ineen NAJK en DeLaval hebben een nieuwe sponsorovereenkomst ondertekend, waardoor DeLaval stersponsor van NAJK blijft. Op woensdag 7 december is het contract met een looptijd tot en met 2014 officieel ondertekend door Gijs Baas, verkoopleider DeLaval, Erik Pel, Market Development Manager DeLaval en Wilco de Jong, voorzitter NAJK. DeLaval en NAJK hebben steeds gewerkt aan een versterking van de interactie met de jonge melkveehouders. In de komende jaren zal een verdere versterking van die interactie en de discussie met NAJK-leden centraal staan. Bijvoorbeeld op het gebied van nieuwe concepten, producten, bedrijfsontwikkeling en bedrijfsinrichting op het vlak van melken, voeren, koelen en stalinrichting.

Klimaatgericht boeren?

In december is het project Climate Farmers afgerond. Met het project is NAJK samen met Europese collega’s op zoek gegaan naar praktische maatregelen waarmee kan worden bijgedragen aan een lagere uitstoot van broeikasgassen uit de landbouw. Van een aantal maatregelen die door jonge ondernemers uit verschillende lidstaten bezocht zijn, is een overzicht in een boekje gebundeld. De afgelopen weken hebben NAJK en CEJA veel positieve reacties vanuit heel Europa gekregen. Uit de reacties blijkt dat jonge ondernemers hebben laten zien dat ze een ingewikkeld probleem als klimaatverandering aan durven te pakken. Samen met de Europese collega’s moet nu nagedacht worden over mogelijke vervolgstappen of voorstellen waarmee naar de politiek gestapt kan worden om een licence to produce te houden en het probleem verder aan te pakken. Wil je weten wat de resultaten van het project zijn, ga dan naar www.climatefarmers.eu. Als je een boekje met de best-practices toegestuurd wilt krijgen, stuur dan een mail naar info@climatefarmers.eu.

6

BNDR


Na de vettaks verovert nu de suikertaks Europa. Per 1 januari 2012 heeft naast Hongarije en Finland ook Frankrijk de belasting op suikerhoudende dranken of voeding ingevoerd. NAJK ziet geen heil om zowel een vettaks als een suikertaks in te voeren in Nederland. NAJK vindt het belangrijk dat men niet extra moet betalen voor ‘slechte’ grondstoffen in voedsel, maar juist bewust wordt gemaakt op de regelmaat en hoeveelheden waarmee voedsel genuttigd wordt. “Het probleem ligt niet bij de ongezonde voedingsmiddelen, maar bij de porties en de regelmaat waarmee iets gegeten wordt. Veel mensen denken in hoeveelheden, terwijl er gedacht moet worden in opname van bepaalde voedingsmiddelen per dag”, aldus NAJK-voorzitter Wilco de Jong.

Agriterra en NAJK op bezoek in

Moldavië

Marco van Westerlaak (NAJK), Adri van Bergen (NAJK) en Bertken de Leede (Agriterra) zijn op uitnodiging van Agriterra een week naar Moldavië geweest om daar de National Farmers Federation Moldova (NFFM), de belangenbehartiger van agrarische ondernemers in Moldavië, te voorzien van meer informatie over ledenadministratie. De NFFM heeft dezelfde organisatiestructuur als NAJK (landelijk, regionaal en lokaal) en is sterk qua lobbyen bij de overheid. NAJK heeft haar ledenadministratiesysteem, KIS, uitgelegd en gekeken wat er voor NFFM mogelijk is voor de administratie van leden. Uiteindelijk zijn NAJK, Agriterra en NFFM tot de conclusie gekomen dat het KIS-systeem nog een te grote stap is voor de mensen die ermee moeten werken. Gezamenlijk hebben de organisaties een Excel-sjabloon gemaakt, waarmee de agrarische vereniging in Moldavië toch snel en eenvoudig leden kan registreren. Ook is er een inschrijfformulier voor nieuwe leden ontwikkeld.

DB

NAJK pleit voor gezonde porties voedsel

De week van….

Dagelijks be Rameijer (26st) uisurder Inge countmanager bij projectacwoonachtig op DLV en veebedrijf in Soeeestn melkPortefeuille: Intern (Ut). Multifunctionele laationaal en ndbouw

Inge Rameijer Binnen het dagelijks bestuur ben ik verantwoordelijk voor de portefeuilles ´Internationaal´ en ´Multifunctionele landbouw´. Daarnaast zit ik in de communicatiewerkgroep van NAJK, waarbij wij als groep nadenken over de huisstijl van de website, BNDR en het promotiemateriaal. Naast het dagelijks bestuur ben ik sinds januari werkzaam bij DLV in Deventer als projectaccountmanager voor de rundveehouderijprojecten.

Mijn week: Maandag: Vandaag staat een CEJA-vergadering in Brussel op de planning. Samen met Sander Kerkhoffs, medewerker Internationaal, ben ik zondagavond al naar Brussel vertrokken. Op de agenda staan GLB-onderwerpen: wetsvoorstel over maatregelen voor marktbeheer, producentenorganisaties, suikerquotum en de wijn- en olijvenproductie. Als portefeuillehouder ‘Internationaal’ is het aan mij de taak om de Nederlandse stem van jonge boeren en tuinders goed te verwoorden binnen de CEJA-vergaderingen. Dinsdag: Vandaag zijn we nog steeds in Brussel. Er staan vier gesprekken op de planning: met Geert Kits Nieuwenkamp (Landbouwattaché bij de permanente vertegenwoordiging), Luc Groot (lobbyist namens de LTO), Tom Berendsen (assistent van Esther de Lange, CDA) en met Bas Eickhout (Europarlementariër, GroenLinks). Het is van belang om contact met parlementariërs en permanente vertegenwoordigers in Brussel te houden, zodat zij ook op de hoogte blijven van de visie en standpunten van jonge boeren en tuinders in Nederland. Woensdag: Dit is mijn laatste werkdag voor de kerst bij mijn voormalige werkgever. Ga de laatste zaken afronden, mijn bureau opruimen en afscheid nemen van collega’s. Donderdag: ’s Ochtends heb ik mijn deelname in de jury voor de studieprijs Multifunctionele Landbouw bevestigd. Rond het middaguur vertrek ik naar Utrecht voor een NAJKvergadering met alle provincies. In deze vergadering vertellen afgevaardigden van alle provincies welke activiteiten zij op de planning hebben staan. Wij als dagelijks bestuur houden hen op de hoogte van actuele zaken die binnen onze portefeuilles spelen. Aansluitend heb ik van mijn voormalige werkgever een afscheidsetentje/kerstborrel. Vrijdag: Vandaag geen NAJK-activiteiten, maar voorbereidingen treffen voor de kerst aankomend weekend.

BNDR

7


Venray - 28, 29 februari en 1 maart 2012 Hét trefpunt voor de intensieve veehouderij

Hét trefpunt voor rundveehouders uit Zuid-Oost Nederland, Duitsland, België en Luxemburg e en aankomende De vakbeurzen voor alle huidig willen blijven van de nieuwste ondernemers die op de hoogte en specifieke sector. ontwikkelingen binnen hun eig Evenementen

HAL

HARDENBERG GORINCHEM VENRAY

www.evenementenhal.nl/venray

Ons evenement. UW MOMENT.

? d i l n e e Nog g ajk.nl

.n w w w

Volg ons... www.najk.hyves.nl

8

BNDR

Voor jonge boeren met visie en lef!

Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt

@DBNAJK


In het hooi met… Drees Peter van den Bosch van

willem&Drees In Nederland telen we voor het buitenland en buitenlandse producten liggen in de schappen van de Nederlandse supermarkten. ‘Eigenlijk te gek voor woorden’, dachten ex-Unilever-managers Willem Treep en Drees Peter van den Bosch en richtten in 2009 Willem&Drees op: een concept om groenten en fruit van boeren uit de buurt verkrijgbaar te maken in winkels in de buurt. Inmiddels zijn 100 telers aangesloten en worden 70 artikelen en 180 rassen aangeboden in schappen door heel Nederland.

Tekst: Ellen van den Manacker / Foto: Colinda van Ekris Waarom hebben jullie Willem&Drees in het leven geroepen? “Toen ik op een zondagmorgen aan het fietsen was, kwam ik mijn buurman, een fruitteler, tegen. We hadden het over zijn appels. Mijn buurman kon zijn appels niet kwijt in Nederland en in de Nederlandse schappen liggen alleen maar appels uit het buitenland. Toen dacht ik bij mezelf: waar zijn we mee bezig?” En toen? “Willem en ik hebben toen alle hoofdkantoren van supermarktketens in Nederland gebeld. We zijn daar uitgenodigd op de koffie en hebben mooie presentaties gegeven. Na drie maanden kwamen we er echter achter dat alle kopjes koffie goed smaakten, maar we geen klap verder waren.” Niet opgegeven? “Zeker niet. We hebben toen tien supermarkten in Amersfoort persoonlijk benaderd of we voor tien weken proef mochten draaien. Alle supermarkten wilden de uitdaging aangaan en waren na tien weken nog enthousiaster: ze wilden het concept graag voortzetten.”

De logistiek… dat doen jullie er ook nog bij? “In eerste instantie werkten we met een derde partij die de logistiek voor ons deed. Maar nu we groeien hebben we de logistiek in eigen handen genomen. Het plannen van die logistiek is een behoorlijke klus. ’s Middags rond vier uur krijgen wij de orders van supermarkten voor die dag erna binnen.” Een strakke planning… “Waarin veel mis kan gaan, ja. De ene keer is er een chauffeur ziek, de andere keer is er een hele pallet omgevallen of heeft de boer de schuur op slot gedaan en kunnen wij niet bij de producten. Het vergt veel tijd om dat allemaal in goede banen te leiden, maar achteraf kunnen we er meestal om lachen.” Wat is de kracht van jullie concept? “Het romantische boerenleven willen wij niet benadrukken. Wel willen wij benadrukken dat als je duurzaam wilt eten, je seizoensproducten uit de buurt moet eten. Ook streven we ernaar om de één op één relatie tussen boer en burger weer terug te brengen. Bedrijfsvoeringen veranderen omdat boeren worden aangesproken door buren die hun product hebben gegeten.” En dat alles met een Willem&Drees-keurmerk? “Voor ons maken keurmerken en icoontjes niet veel uit. In de streek zit je met je neus op

Hoofd Ellen van derendacMteanur stelt prikkelende vr acker Aan boeren en bu agen. In het hooi. Gedre rgers. passie, boude bew venheid, Het komt allemaa eringen. In het hooi ml etaa…n bod.

de teelt. Als je wilt kan je precies zien wanneer je product gezaaid, bewerkt en geoogst wordt. Dat is een uniek keurmerk.” Aan welke eisen moet een product voldoen om in jullie assortiment te worden opgenomen? “Het product moet te onderscheiden zijn in de massa. Alleen ‘lokaal’ is niet genoeg. Dit onderscheid moet zitten in duurzamere teelt, bijzondere smaak en mooie presentatie. Daarom liggen in onze schappen veel biologische producten en ‘vergeten’ groenten. Wij werken niet alleen met biologische producten, maar de fi losofie sluit wel goed aan bij onze principes en vanuit de winkels is er een behoefte om lokaal en biologisch te combineren. De winkels richten zich op consumenten. De ene consument gaat voor goedkoop eten, de andere consument vindt de afkomst van het product heel belangrijk. Voor de consument die altijd goedkoop wil, kunnen wij geen gangbare aardappelen in het schap leggen, want onze streekproducten zullen altijd duurder zijn dan de goedkoopste zak.” Wanneer komt een product uit de buurt? “Dat ligt aan een product en de teler. Ons streven is om producten zo dicht mogelijk uit de buurt te leveren. Dit kan één kilometer zijn, maar ook veertig. In het begin boden we bijvoorbeeld in het zuiden van Nederland asperges aan, maar in Amsterdam niet, want in die omstreken telen ze geen asperges. Een boze klant belde toen op. Hij had ons met asperges op de foto zien staan, maar kon het niet terugvinden in zijn assortiment. Uiteindelijk hebben we toen besloten om bijvoorbeeld wel asperges in Amsterdam te verkopen. Maar we blijven heel transparant in waar het vandaan komt. Bij die asperges hangt bijvoorbeeld een foto van een teler uit Brabant. Dat blijft ook ons motto: transparant en eerlijk.” Hoe kunnen jonge boeren en tuinders leverancier worden bij Willem&Drees? “Op onze website www.willemendrees.nl kunnen ze hun contactgegevens achterlaten en dan nemen wij zo snel mogelijk contact met ze op.”

BNDR

9


Een betrokken sponsor en ervaren adviseur in één Bij Alfa hebben we iets met jonge ondernemers in

Bij Alfa heb je te maken met adviseurs die je passie

de agrarische sector. Daarom zijn we stersponsor van

delen. En die ook graag hun kennis met je delen.

NAJK. En we hebben ook iets vóór jonge onderne-

Maak gerust een afspraak.

mers: een compleet pakket aan diensten. We helpen je op weg, nemen alle administratieve zaken uit

www.alfa-accountants.nl

handen en zijn er om je continu te wijzen op verbeterpunten.

Alfa is stersponsor van NAJK. We zijn vooral actief in de agrarische sector en in het midden- en kleinbedrijf. Met ruim 850 professionals en 31 vestigingen zijn we thuis in elke regio van Nederland.

Volg ons: AlfaAccountants

De ondernemende mens centraal

Binder februari 185x124_fc.indd 1

BEWUST ONDERNEMEN »» WELK TRAJECT PAST BIJ JOU?

FINANCIEEL INZICHT » Ik wil weten hoe het bedrijf er financieel voor staat. » Ik wil weten hoe het eigen vermogen zich heeft ontwikkeld de laatste jaren. » Ik wil de accountant goed kunnen volgen in gesprek en de juiste vragen stellen.

ROP - RABO OPVOLGERS PERSPECTIEF

» Ik neem het bedrijf over en wil nagaan wat de toekomstmogelijkheden van het bedrijf zijn. » Ik wil weten welke acties ik moet nemen om mijn plannen te kunnen financieren. » Ik wil meer inzicht in mijzelf als persoon en als ondernemer.

6-2-2012 16:40:52

MAAK JE KEUZE » BONO » Ik wil het bedrijf overnemen en weten wat ik daarvoor allemaal moet regelen. » Ik wil weten wanneer en voor welke waarde ik het bedrijf over kan nemen. » Ik wil meer zicht op mijn ondernemerskwaliteiten.

INDIVIDUEEL COACHINGSTRAJECT

» Ik wil individueel gecoacht worden om te bepalen wat voor mij de juiste stappen zijn. » Ik heb een specifieke bedrijfsmatige of persoonlijke vraag voor mijn eigen situatie die ik graag wil bespreken met een coach.

MEER INFORMATIE? AANMELDEN CURSUS? WWW.BEDRIJFSOVERNAMEPORTAL.NL 10

BNDR


Gewasbescherming. Helaas een noodzakelijk kwaad dat in de maatschappij gevoelig ligt. Maatschappelijk verantwoord ondernemen is al een standaard geworden. Zoveel mogelijk preventief biologisch produceren, waar nodig curatief spuiten. Jammer dat wij als sector niet naar buiten dragen dat wij de hoeksteen zijn van verantwoord ondernemen. Als wij hier niet aan bijdragen geeft de natuur ons namelijk een mindere oogst terug. Daarnaast zuiveren onze planten gratis de lucht en dringen we de CO2-uitstoot omlaag. Jammer genoeg moeten we voor dit alles wel eens ingrijpen met een middel dat we liever niet gebruiken. We worden door de Monsanto’s van deze wereld gek gemaakt met zaligmakende middelen die alle plagen en schimmels aanpakken, mits we maar vaak genoeg met voldoende middel spuiten. Terwijl het juist met onze producten de kunst is om het natuurlijk evenwicht op te zoeken en hierdoor ook meer weerstand te hebben. Rene Jochems heeft hier een mooi en inspirerend boek over geschreven genaamd ‘Boerenwijsheid’. Een aanrader voor iedereen die met de natuur en ondernemen te maken heeft. Wij zijn hier al enkele jaren mee bezig. Zowel op gebied van biologisch evenwicht als op het gebied van schimmels en insecten. Hier komt ook uit naar voren dat de bodemschimmels niet alleen de groei van de plant verbeteren, maar dat ook nog eens de weerbaarheid tegen ziektes en plagen verbetert en we daar dus minder acties voor hoeven te ondernemen. Naast het feit dat het binnen je eigen bedrijf rust brengt in je gewasbescherming, is in mijn ogen ook dit het stukje verantwoord ondernemen dat we de maatschappij moeten laten weten. Juist onze boerenwijsheid maakt ook hier het verschil!

JohAN

Boerenwijsheid, maar natuurlijk!

Johan Jans producent van viensu(26) is kelijke tuinplanten.eel aantrekde productie van Hij heeft arrangement in zaadje tot en zit rechtstreekseigen hand eindafnemer om mtaet zijn fel.

Bewust ondernemen BeDRIJFsoVeRNAMe

Bewust en kritisch naar je bedrijf kijken en naar jezelf als (toekomstig) ondernemer, is van belang om gezond de toekomst (van je bedrijf) in te gaan. Om dit te realiseren wil NAJK je helpen bij het maken van de juiste keuzes voor zowel je persoonlijke ontwikkeling als die van je bedrijf. Samen met de GKC (Groene Kennis Coöperatie, een samenwerkingsverband van alle groene scholen), JOOST, LTO Noord Advies en Rabobank biedt NAJK jou een aantal cursussen aan. Cursussen die

helpen inzicht te krijgen in je bedrijf, in jezelf en in je toekomst! Ook worden er informatieavonden ‘Bedrijfsovername’ gegeven bij jouw AJK. Tijdens een informatieavond ‘Bedrijfsovername’ wordt ingegaan op de belangrijkste aandachtspunten van het overnameproces en eigen kennis kan op deze avond getoetst worden. Mocht jij geïnteresseerd zijn in een informatieavond of één van de cursussen over bedrijfsovername, kijk dan op www.bedrijfsovernameportal.nl voor meer informatie.

! Discussiestuk ‘Bedrijfsovername’

Het aankomende discussiestuk van NAJK gaat ook over bedrijfsovername. In het discussiestuk vertellen verschillende deskundigen hoe zij aankijken tegen bedrijfsovername over 30 jaar. Dit discussiestuk is, net als de andere discussiestukken, van groot belang voor de visie van NAJK over bedrijfsovername voor nu en in de toekomst. Dus draag er met zijn allen zorg voor dat het geluid van jullie provincie in dit discussiestuk gehoord wordt. Houd jouw provinciale website in de gaten voor het discussiestuk en de discussie in jouw provincie. BNDR

11


Tim van den Berg 25 jaar Bloembollenkweker in Breezand Lid van AJK Noordelijk Zandgebied

bloembol

Bloembollenteler Tim van den Berg over lelies en Van naar be Bloemen uit Amsterdam zijn wereldberoemd. Nergens kunnen ze zulke goede tulpen en lelies kweken zoals wij dat hier kunnen. Een eeuwenoude ambacht waar we trots op zijn. De vrolijk gekleurde bloemenvelden trekken veel toeristen en het levert onze economie jaarlijks 1,2 miljard euro op. Toch zijn er critici die beweren dat de gewasbeschermingsmiddelen die gespoten worden op lelies, risico’s opleveren voor de gezondheid en een bedreiging zijn voor het milieu en het landschap. Volgens bloembollenteler Tim van den Berg (25) uit Breezand is dit beeld zwaar overtrokken. Tekst en beeld: Ellen van den Manacker In het Noord-Hollandse Breezand is bloemenbollenkwekerij Boltha gevestigd. Op 32 hectare land teelt de familie Van den Berg naast lelies, tulpen en narcissen ook bijzondere bolgewassen als: Muscari, Triteleia, Sparaxis en Iris reticulata. Daarnaast wordt er op contract 60 hectare lelies in Limburg geteeld. De geschiedenis van het bedrijf 12

BNDR

Boltha gaat terug naar 1979. “Mijn vader en opa hebben in 1979 het bedrijf overgenomen van familie”, vertelt Tim. Met 6 hectare grond en een enorme schuld begon het bedrijf met het telen van narcissen. “Mijn ouders hebben het bedrijf grootgemaakt. Door de jaren heen is er land bijgekocht en zijn er nieuwe schuren gebouwd. Inmiddels betelen we 32 hectare op eigen land: 16 hectare bij huis en 16 hectare verderop in het dorp. Daarnaast

betelen we ook nog een aantal hectare op huurland.”

Mountains Future Naast het ouderlijk bedrijf heeft Tim in 2004 met zijn broer een eigen bedrijf opgestart, genaamd ‘Mountains Future’. “In dit bedrijf laten we bollen op contract telen. We zijn begonnen met de tulp Cummins, op advies van onze opa. Hij was ervan overtuigd dat de Cummins een echte top-


“Mijn passie ligt bij de lelies”

gewasbescherming eleving “Sommige jongens kopen op jonge leeftijd een auto, wij hebben geïnvesteerd in bollen” per was en dat bleek uiteindelijk ook zo te zijn. Inmiddels telen we naast tulpen ook Iris reticulata en lelies op contract”, aldus Tim. Anderhalf jaar geleden is ook de jongste broer van Tim firmant bij ‘Mountains Future’ geworden. “Het bedrijf staat los van het ouderlijk bedrijf. We kunnen onze ouders altijd om advies vragen, maar wij hebben bijvoorbeeld onze eigen bank en eigen accountant. In ons bedrijf geven we de voorkeur aan jonge adviseurs.” Getwijfeld aan ‘Mountains Future’ heeft Tim nooit. “Sommige jongens kopen op jonge leeftijd een auto, wij hebben geïnvesteerd in bollen.”

Aandeelhouder “We zijn met drie broers die allemaal het ouderlijk bedrijf willen overnemen. Mijn broer zit al in het bedrijf, hij heeft in 2010 aandelen gekocht. Aankomend jaar wil ik ook aandelen gaan kopen. Mijn doel is om uiteindelijk voor

“Mijn passie ligt bij de lelies. Naast het bedrijf staat een kleine kas. Daarin broei ik alle soorten lelies uit die wij telen. Eén keer broei ik de lelies vroeg uit en één keer laat. Dit is grotendeels een hobby, maar op deze manier leer ik de soorten goed kennen. Als een afnemer problemen heeft, dan kan ik gerichter antwoord geven.” Om de eindconsument een zo goed mogelijk product aan te kunnen bieden, geeft bloembollenbedrijf Boltha zoveel mogelijk teelteigenschappen van de producten mee aan de afnemers. “Dit doen we natuurlijk voor een goede verstandhouding met onze afnemers, maar ook omdat wij graag zien dat ons product optimaal geteeld wordt.”

Liefde voor de teelt Op het bedrijf is Tim grotendeels verantwoordelijk voor de bemesting, gewasbescherming en de assortimentsbepaling van de lelies. “Het is moeilijker om rassen weg te gooien, dan nieuwe aan te schaffen. Oude rassen hebben we ooit aangeschaft omdat we daar een bepaalde verwachting van hadden. De tulpenrassen die wij telen, komen allemaal van het veredelingsbedrijf van mijn opa. Bij de lelies kijken we ook naar het aanbod van andere veredelingsbedrijven.”

Spuitenfobie “Gewasbescherming is nodig in de leliesector om de teelt te beschermen tegen ziekten en plagen. Linke ziekten zijn wortellesieaaltje en bladaal. Daarnaast spuiten we wekelijks tegen luizen”, vertelt Tim. “Omdat we elke week met een spuit door het land rijden, kan ik me voorstellen dat mensen daar vraagtekens bij hebben. Maar het spuiten tegen luizen is heel onschuldig. Ten eerste wordt er een minimum gespoten op het gewas en ten tweede is het grote deel wat er gespoten wordt een onschadelijke olie. Daar komt nog bij dat wij een spuit met luchtdrukondersteuning hebben, waardoor het middel op de gewenste plek terecht komt en dus niet wegwaait.” Belangrijk vindt Tim dat zijn spuit op orde is. “Soms zie je spuiten die er onverzorgd uitzien of spuiten die lekken. Ik snap dat de omgeving zich dan afvraagt wat er daar gebeurt en wat er voor schadelijks in die spuit zit.” Zelf hoort de familie Van den Berg weinig over de overlast van het spuiten. “Veel mensen uit het dorp werken in de bollensector of hebben er gewerkt. Zij weten wat er speelt en weten ook dat we op een verantwoordelijke manier met gewasbeschermingsmiddelen

omgaan. Er loopt een fietspad naast ons perceel, waar veel passanten genieten van de bloembollenvelden. En die passanten draaien echt niet om als wij aankomen met onze spuit.”

“Als teler streven wij ernaar om het middel zo zorgvuldig mogelijk op de plek te brengen waar het middel bedoeld is” “Wij doen ons best…” “Als teler streven wij ernaar om het middel zo zorgvuldig mogelijk op de plek te brengen waar het middel bedoeld is. Daarnaast doen we ook zeker ons best om steeds minder te spuiten. Europese wetgeving zie ik daarin als een oplossing. Als ze steeds meer gaan verbieden, vertrekken kwekers naar het buitenland. Dat is zonde voor de economie en het verleggen van het probleem”, aldus Tim. “Gewasbescherming is een hoge kostenpost, daarom proberen we er zelf ook zoveel mogelijk aan te doen om dit te reduceren. Wij houden proeven bij PPO* goed in de gaten, we zijn actief in studiegroepen en overleggen veel met collega-kwekers.” * PPO: Praktijkonderzoek Plant en Omgeving

Nieuwe technieken maken efficiënt Daarnaast kan, volgens Tim, door middel van nieuwe technieken ook steeds efficiënter gebruik worden gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen. “Wij zijn nu naar bedden van 1,80 meter gegaan. Hierdoor hebben we minder rijpaden en minder keerpunten op het land. En door de komst van precisielandbouw kan het perceel nog beter ingericht worden”, aldus Tim. “Ook zijn er veel bedrijven bezig om milieuvriendelijke alternatieven te vinden. Zo is er reeds een apparaat ontwikkeld dat door middel van geluidsgolven in agrarische watertoepassing, diverse schimmels, virussen en bacteriën uitschakelt.” Op den duur een biologische bollenteelt durft Tim niet te garanderen, maar hij ziet het wel positief in: “Als we de lijn van afgelopen jaren qua vermindering van de middelen blijven aanhouden, dan gaan we geleidelijk aan de goede kant op.”

BNDR

13

theMA

een derde deel aandeelhouder te zijn van het bedrijf”, aldus Tim. “Op dit moment zijn mijn vader, moeder, broer, de vriendin van mijn broer en ik werkzaam op het bedrijf. Daarnaast hebben wij vier vaste medewerkers in dienst. In de seizoenen werken wij met Polen en scholieren. Op de drukste dagen werken hier zo’n 50 mensen”, vertelt Tim.


Familie Kok, van harte gefeliciteerd met het behalen van 660.000 kg melk op uw VMS-station inclusief beweiding.

Het VrijwilligMelkSysteem van DeLaval kenmerkt zich door de juiste melktechniek, het volledig automatisch aansluiten van iedere uier en het DelPro-managementpakket. Door deze kenmerken heeft de VMS de hoogste capaciteit zodat u zorgeloos nét wat extra koeien kunt melken of er voor kunt kiezen om te beweiden. Ga naar www.delaval.nl voor meer informatie of scan de QR-code en bekijk de film “Familie Kok over VMS en beweiding” op YouTube.

DeLaval BV - Steenwijk - 0521 537 500 - info.nl@delaval.com - www.delaval.nl


pRoJect

Boer zoekt boer Gezocht: boeren zonder opvolger en jonge boeren zonder bedrijf om op te volgen! NAJK ziet veel agrarische bedrijven eindigen, omdat er geen opvolger is. Tegelijkertijd zijn er veel jongeren die heel graag boer willen worden, maar geen bedrijf hebben om op te volgen. Reden genoeg om boeren zonder opvolgers en agrarische jongeren zonder bedrijf bij elkaar te brengen. Een bedrijf overdragen of overnemen is een complex proces en gaat niet van vandaag op morgen. Des te belangrijker dat boeren al in een vroeg stadium aangeven dat ze een opvolger zoeken. Op die manier kunnen boer en potentiële opvolger elkaar goed leren kennen en hebben ze voldoende tijd om in die samenwerking tot een contract te komen en uiteindelijk het bedrijf weer een nieuwe toekomst te geven. Het is een uitdagende stap en het is niet eenvoudig om naar een dergelijke samenwerking toe te werken.

Tekst: Auke de Jong Karel Remmelink, adviseur bij Alfa Accountants: “Boeren zonder opvolgers en agrarische jongeren zonder bedrijf bij elkaar brengen is een aantrekkelijke mogelijkheid, maar we kennen maar weinig voorbeelden. Er zijn veel ‘jonge zoekers’ en er zijn ook veel boeren die geen opvolger hebben.” Wat is de reden dat zo’n vorm van bedrijfsoverdracht maar weinig voorkomt? “Het is de kern van het grote probleem bij overdracht. Er is veel vermogen dat overgenomen moet worden en het rendement is daarvoor meestal onvoldoende. Alfa Accountants biedt daar mogelijkheden voor, maar wij zijn niet de enige speler op dit gebied. De fi scus wil precies weten of alles wat betrokkenen beogen wel belastingproof is. Nog belangrijker is dat beide partijen het moeten zien zitten en dat ze er een goed gevoel bij hebben”, aldus Karel Remmelink.

Fiscaal Fiscalist Hugo Chardon van Alfa Accountants: “Een boer die het bedrijf wil overdragen aan derden is een liefhebber, hij of zij vindt het jammer dat het bedrijf niet wordt voortgezet. Deze persoon staat open voor samenwerking met derden en zal uiteindelijk genoegen nemen met minder contanten. Als er al drempels zijn,

liggen die niet op het fiscale vlak.” Zijn collega Monique Bieleman voegt hieraan toe: “Fiscaal is het inderdaad niet zo ingewikkeld. De prikkel voor de stoppende overdrager kan de fiscaal geruisloze doorschuiving zijn én de samenwerking met een geleidelijke overgang.”

Commitment Karel Remmelink: “Maar we kijken ook verder dan de overdrager en de overnemer. Hebben ze elk een partner, dan gaat het inmiddels over vier personen. Veelal hebben eventuele kinderen van de overdragende partij ook een stem in het kapittel, zodat de groep direct betrokkenen de handvol al te boven gaat. We hebben inmiddels van de fiscalisten begrepen dat de overdrager toch genoegen moet nemen met minder en dat er moet worden samengewerkt. Dat vraagt commitment, het gaat om ‘geven en nemen’. De overdrager ontvangt de continuïteit van het bedrijf, met alles wat daarbij hoort: groei, bloei, waardering en voldoening. En, wat te denken van een frisse jonge kracht op een moment dat het allemaal wat zwaarder valt bij het klimmen van de jaren? Daarbij laat hij iemand toe tot de kern van zijn bedrijf, de dagelijkse gang van zaken met al zijn beslissingen over de te varen koers, dat moet wel klikken!”

Aantrekkelijk Karel Remmelink: “Het kan een mooi plaatje zijn. Het bedrijf is in goede en vertrouwde handen. De overdrager trekt zich langzaamaan terug uit de dagelijkse gang van zaken. Hij heeft wat minder ‘op de bank’ staan dan zijn collega die de boerderij verkocht heeft, maar hij heeft genoeg en hij hoort met enige trots dat zijn opvolger een goede reputatie opbouwt. Het is goed uitgepakt, maar er lag ook een goed plan onder en hij heeft er goed over nagedacht. Alle onderdelen van het proces zijn nadrukkelijk doorlopen en mocht er wat gebeuren, dan zijn de rechten goed vastgelegd. Je kunt vandaag de dag niet meer zonder uitvoerig advies en begeleiding.”

Aanmelden

Ben jij de enthousiaste jongere die altijd al boer wil worden of ben jij die ondernemer die geen opvolger heeft en het voortbestaan van zijn bedrijf zeker wilt stellen? Meld je dan nu aan op www. bedrijfsovernameportal.nl, onder het kopje ‘Boer zoekt boer’. Voor meer informatie kun je terecht bij Auke de Jong: adejong@najk.nl.

BNDR

15


theMA

Bio(logisch) Joep van de Bool teelt 50 biologische tuin- en akkerbouwgewassen. De afzet van biologische producten is groeiende. Supermarkten

hebben steeds meer biologische producten in de schappen liggen en biologische boeren innoveren, investeren en gaan met de tijd mee. “De geitenwollensokkenwereld wordt volwassen”, aldus biologische teler Joep van de Bool (27). Tekst: Colinda van Ekris / Beeld: Ellen van den Manacker De leemhoudende zandgrond in Neer, MiddenLimburg, is goed bewerkbaar, waterdoorlatend en bijna alle percelen kunnen beregend worden. Zeer geschikt dus voor de productie van diverse tuinbouwproducten. Dit biedt mogelijkheden voor het bedrijf van Joep van de Bool. Onder de naam ‘de Waog’ teelt het familiebedrijf 50 verschillende biologische producten met als hoofdgewassen: aardappelen, uien, pompoenen, kolen, knolselderij, bladgewassen, suikermaïs en de granen: tarwe, rogge en spelt. Dit allemaal op 15,5 hectare. Joep: “Mijn ouders zijn ruim 30 jaar geleden begonnen met biologisch telen. Daarnaast hebben zij 10 jaar lang een bezorgdienst gehad waarmee ze hun producten rechtstreeks aan de consument leverden.” De bezorgdienst werd een groot succes en de klantenkring breidde zich snel uit. Echter, het hart lag bij de tuinbouw “dat was voor mijn ouders de reden om in 2004 deze tak te verkopen en zich weer volledig op de tuinderij en boerderijwinkel te richten”, vertelt Joep.

Uitbreiding Joep heeft, na zijn opleiding Tuinbouw en akkerbouw aan de HAS Den Bosch, 5 jaar elders gewerkt als teeltbegeleider in de conservengroenteteelt. “In 2010 kregen wij de mogelijkheid om grond te kopen van onze buren en zo onze huiskavel te verdubbelen. Zo’n kans krijg je niet dagelijks.” Gezien de mogelijke uitbreiding moest er serieus nagedacht worden over Joeps toekomst. “Mijn ouders hebben mij gevraagd of de interesse voor het bedrijf er was en of ik toekomst in de tuinderij zag. Voorheen was het bedrijf in mijn ogen te klein om mee verder te kunnen, maar deze kans bood mogelijkheden.” Naast de gewassen die Joep met zijn ouders teelt, heeft 16

BNDR

hij nog eigen teelten. “Mijn ouders vinden het belangrijk dat ik zelfstandig nog meer ervaring opdoe”, aldus Joep.

De massa voor zijn “Je ziet dat biologische tuinderijen grootschaliger en gespecialiseerder gaan werken. Onze kracht ligt juist in de kleinschalige teelten, zo kunnen wij ons onderscheiden van de rest.”

“Onze kracht ligt juist in de kleinschalige teelten” Door de gunstige ligging van het bedrijf is het telen van primeurgroenten, zoals aardappels en uien, altijd al een specialiteit van ‘de Waog’ geweest. “Wij streven ernaar om elk jaar onze producten als eerste op de markt aan te bieden: zo kunnen wij de massa voor zijn. Op deze manier proberen wij de beste prijzen te krijgen voor onze producten.” Door het telen

van primeurgroenten wordt veel risico genomen: “een fl inke nachtvorst in mei kan voor ons een gigantische catastrofe zijn. Het telen van minder bekende of vergeten groenten is voor ons tevens een uitdaging. Wij moeten het van de niche hebben.”

Balans Joep is ervan overtuigd dat biologisch telen goed is: “Ik denk dat de natuur op een bepaalde manier in balans is. Dit zie je bijvoorbeeld als je luizen in je gewas hebt: binnen de kortste keren komen daar lieveheersbeestjes op af. Hierin hoef je niet te sturen, de natuur kan zichzelf voor een groot deel redden.” Voor het gewas is het niet altijd ideaal om biologisch te zijn. “Je bent als biologische teler kwetsbaar voor opbrengstderving door plagen, ziektes en schimmels. Het is daarom belangrijk dat de bodem gezond is. Wij streven naar een ruime vruchtwisseling van minimaal 1 op 6, dit bevordert de vruchtbaarheid van de bodem.” Er bestaan verschillende technieken en middelen om de ziektes tegen te houden. “We

Bedrijfsgegevens Biologische tuinderij ‘De Waog’ Biologisch tuin- en akkerbouwbedrijf: 15,5 hectare Hoofdgewassen: vroege aardappelen, vroege uien, pompoenen, kolen, knolselderij, diverse bladgewassen, suikermaïs, gras/ klaver en granen: zomertarwe, rogge, spelt. Boerderijwinkel is geopend op vrijdag van 17:00 – 20:00 uur en zaterdag van 9:00 – 16:00 uur. www.boerwiel.nl


Joep van de Bool 27 Biologischejatuarinakkerbouwer in N en (bestuurs)lid van eer Helden-LeudalAJK

kunnen gebruikmaken van twee biologische middelen tegen schadelijke insecten. Deze gebruiken we alleen in noodgevallen omdat de nuttige insecten ook veel te lijden hebben van deze middelen.” Het gebruik van 100% biologische mest is ook een streven van ‘de Waog’. Joep: “Een goed principe in de biologische landbouw is: je voedt de bodem, de plant pakt hieruit wat ze nodig heeft.”

Hard werken “Een biologische teelt vergt vaak meer handwerk dan een ‘gewone’ teelt. Zo ben je meer tijd kwijt aan het schoffelen en wieden van onkruid.” Ook het oogsten neemt voor ‘de Waog’ meer tijd in beslag. “Het oogsten wordt bij ons grotendeels met de hand gedaan en gedeeltelijk machinaal. Het is belangrijk dat dit goed gebeurt. Door te oogsten wat rijp is en dat regelmatig te herhalen krijg je een constante, goede kwaliteit groenten. Met als gevolg een hogere opbrengt en het maximale slagingspercentage. Ik geloof in het efficiënt bewerken van grond, het maximale uit iedere vierkante meter halen.”

Geitenwollensokkenwereld “Er komen steeds meer verantwoorde mogelijkheden in de biologische sector, je ziet deze wereld groeien. Het geitenwollensokkenwe-

reldje wordt volwassen in alle opzichten”, aldus Joep. Het bedrijf werkt hard aan technische vernieuwingen om zo bij te blijven, het werk eenvoudiger en lichter te maken. “De laatste jaren hebben wij geïnvesteerd in nieuwe teelttechnieken, mechanisatie en een nieuwe machineloods. Zo hebben wij onlangs een GPS-systeem aangeschaft voor zowel de tractoren als de machines en maken we in een aantal teelten gebruik van biologisch afbreekbaar mulchfolie.” Dit folie is gemaakt van polymelkzuren uit zetmeel van planten, zoals mais. De voordelen van het gebruik van mulchfolie zijn vervroeging van de teelt, onkruidonderdrukking met als gevolg geen wortelbeschadiging omdat er niet geschoffeld hoeft te worden, daarnaast minder schimmelziektes en schonere producten.” ‘De Waog’ is het enige bedrijf in Nederland dat op deze manier teelt. “Het is interessant om nieuwe technieken uit te proberen en we zien geweldige resultaten.”

Afnemers “Wij leveren onze producten voor een groot deel aan groothandelaren die ze vervolgens aan biologische winkels leveren. Deze manier vinden wij fi jn omdat je zo flexibel blijft en niet afhankelijk bent van grote anonieme afnemers.” Dit is tevens een van de redenen waarom ‘de Waog’ niet op contract werkt. “Het is

voor afnemers belangrijk dat wij continuïteit bieden en betrouwbaar zijn. De afnemer kan ervan uitgaan dat, als zij ergens om vragen, wij dit product kunnen telen en leveren.”

Rechtstreeks aan de consument Naast het leveren aan groothandelaren worden veel van hun producten verkocht via de boerderijwinkel. “Met zo’n 1800 verschillende biologische producten is het eigenlijk een complete boerderijsupermarkt. We laten zelfs brood maken van onze eigen granen.” Joep en zijn ouders hebben ervoor gekozen om de winkel alleen op vrijdag en zaterdag open te doen. “De rest van de week hebben wij de tijd nodig voor de productie. Ongeveer 50 producten uit de winkel telen we zelf. Deze worden zo kort mogelijk voor de opening van de winkel geoogst om zo een kraakvers product aan te bieden.”

Toekomst Uitbreiden qua bedrijfsgrootte staat voorlopig nog niet op de planning: “We moeten er eerst voor zorgen dat we de veranderingen van de laatste jaren verwerken. Al willen we wel voorblijven in ontwikkelingen en blijven we kijken naar vernieuwingen. Het blijft voor ons de uitdaging en tevens de sport om de massa steeds een stap voor te zijn.” BNDR

17


Veel deelnemers aan

MaïsChallenge 2012 De inschrijvingen voor de MaïsChallenge 2012, die NAJK samen met zaaizaad- en veredelingsbedrijf Limagrain organiseert, zijn binnen. Het aantal deelnemers dat komend seizoen de competitie aangaat, is uiteindelijk op 41 uitgekomen. Daaruit kunnen we opmaken dat mede met het oog op het jaar 2015 jonge ondernemers ook zeer zeker gedreven zijn om meer uit hun ruwvoerteelt te halen. Het kaartje in onderstaand kader geeft de spreiding van de deelnemers over Nederland weer. Op de website www.najk. nl vind je meer details. Alle deelnemers ontvangen voor de inzaaiperiode zes eenheden (3 ha) van het splinternieuwe en nog in beproeving zijnde ras LG 30.224 Animal Nutrition, dat centraal zal staan in de MaïsChallenge. De maïs wordt gekenmerkt door uitstekende landbouwkundige eigenschappen die samen met goede voederwaardecriteria zorgen voor een maximale energieopbrengst per hectare. In potentie hebben we het hier over het hoogstopbrengende ras van dit moment (VEM-opbrengst = 107!)* dat kandidaat is voor opname in de Rassenlijst 2013. Aan de deelne-

mers van de MaïsChallenge dit jaar de eer en uitdaging om met deze nieuwste genetica meer en vooral beter ruwvoer van eigen land te winnen. *bron: Rassenbulletin CSAR 2012

Vier beoordelingstrajecten De percelen van de deelnemers worden gedurende vier trajecten beoordeeld, waarmee punten te verdienen zijn. De verschillende beoordelingsronden, uitgevoerd door ruwvoerspecialisten van Limagrain, starten aan

Deelnemers aan de maïschallenge

De bedrijfsgrootte van de deelnemers varieert van 50 melkkoeien tot 320, met een gemiddelde omvang van 136 stuks melkvee. Een heeft een vleesveebedrijf en twee bedrijven zijn gemengd met zowel melkvee als vleesvee. Qua leeftijd is 32,5% van de deelnemers 25 jaar of jonger en 25% is tussen de 26 en 30 jaar. De spreiding over de grondsoorten laat zien dat de helft van de bedrijven is gevestigd op zand/löss/dalgrond en de andere helft op klei.

18

BNDR

het begin van het groeiseizoen. Dan wordt eerst gekeken naar de keuze van het perceel, bemesting en details rondom de inzaai. Halverwege wordt beoordeeld op teelthandelingen en bij de oogst op oogsttijdstipbepaling, drogestofgehalte, opbrengst en inkuiltechniek. Tot slot wordt de maïskuilkwaliteit onder de loep genomen. Tussentijds rapporteren de telers voortdurend over de stand van hun gewas, zodat ervaringen binnen NAJK gedeeld kunnen worden, want de MaïsChallenge is bovenal een kennisproject.

Kennisproject Voor de winnaars met de hoogste totaalscores liggen mooie prijzen in het verschiet. De hoofdprijs is een geheel verzorgde studiereis voor twee personen naar de Limagne-streek, hét maïscentrum van Frankrijk, inclusief bezoek aan de grootste internationale livestock vakbeurs ‘Sommet de l’élevage’. De tweede prijs is een tablet-pc en de derde prijs een full HD-camcorder. Zoals gezegd is het in de MaïsChallenge straks vooral te doen om het uitwisselen van informatie en ervaringen, hier in BNDR, op www.najk.nl en op Twitter via #MaisChallenge. Inzet is per slot van rekening een efficiëntere ruwvoerwinning, teneinde meer te kunnen melken van een hectare. Houd de berichtgeving over de Challenge in de gaten en lees hoe de deelnemers binnenkort de strijd aangaan.


De vergister van morgen Rabobank: Rendement door markt in verdrukking! Vergisting van biomassa is een nog jonge sector in Nederland. Ondernemers en adviseurs kunnen de uitgangspunten van de businessplannen lastig toetsen in de praktijk. Daarom stelde de Rabobank een benchmark* vergisting op aan de hand van definitieve jaarcijfers van vergisters en opgevraagde productiegegevens. Met deze praktijkgegevens en de verwachte ontwikkelingen is een doorkijk gemaakt naar de toekomst. * Benchmark: een testprocedure om de prestaties van apparaten, systemen of organisaties met elkaar te kunnen vergelijken.

Tekst: Ellen van den Manacker en Rabobank Nederland

Terugblik 2010/2011

Conclusie

2009 2010 Overige inkomsten* Grondstofkosten (input+output) Onderhoudskosten vergister+WKK Arbeid/advies/overige Afschrijvingen+rente

maken voor bijvoorbeeld de transportsector. De uitdagingen liggen nog in het verkrijgen van een gegarandeerde afzet en een opbrengstprijs die kan concurreren met de SDE, rekening houdend met extra logistieke kosten. “Onzekerheden over accijnzen en het Nederlandse systeem van biotickets zorgen er mede voor dat er in de praktijk in Nederland nog geen business case is.”

– 0,3 7,3 1,6 1,6 5,4

– 0,2 7,8 1,8 1,8 5,3

25% laagste kostprijs 2010 – 0,2 7,1 1,4 1,1 3,8

Inschatting Nieuwbouw Rabobank 2011 SDE – 0,2 8,0 1,8 1,8 5,3

8,0** 1,7 1,7 6,0

* Niet zijnde stroom- en subisidie-inkomsten (voornamelijk warmte-inkomsten) ** Door warmtebenutting d.m.v. droging krijgen nieuwe projecten onder SDE lagere afzetkosten digestaat dan onder huidige MEP

De grondstofkosten stegen vooral in de tweede helft van 2010 en dit heeft zich verder doorgezet in 2011. De onderhoudskosten en overige kosten stegen ook, waarbij de verschillen tussen de vergisters en soms per boekjaar groot zijn. Voor 2011 verwacht de Rabobank een verdere stijging van de grondstofkosten bij een nagenoeg gelijk blijvende grijze stroomprijs en overige kosten. Om deze reden zal 2011 gemiddeld genomen met een nog groter verlies worden afgesloten.

MEP versus SDE Er is een grote ongelijkheid tussen de inkomsten voor MEP*- en SDE**-vergisters. “Wanneer een vergister onder SDE zijn warmte benut ontvangt hij gemiddeld 3 cent per kWh meer voor zijn stroom dan een MEP-vergister. Al deze (co)vergisters zitten echter op dezelfde grondstoffenmarkt. Voor het langetermijnperspectief zijn voor de MEP-vergisters extra inkomsten bittere noodzaak. De meest voor de hand liggende route ligt in de benutting van de restwarmte van de WKK’s***”, aldus Hans van den Boom, sectormanager Duurzame Energie bij de Rabobank. “Aanpassing van de voorgestelde warmtebonus voor MEP-vergisters onder de SDE 2012 moet resulteren in passende vergoeding voor de benutting van warmte door bijvoorbeeld het plaatsen van drogers waardoor het rendement zich kan herstellen en er meer duurzame energie wordt geproduceerd.” *MEP: Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie **SDE: Stimulering Duurzame Energie **WKK: Warmtekrachtkoppeling

Ontwikkeling van nieuwe projecten Investeringskosten De investeringskosten, inclusief opslag coproducten, rollend materieel etc. bedragen

gemiddeld € 3 miljoen per MWe opgesteld vermogen, wat overeen komt met 3,7 miljoen m3 biogas. Groen gras projecten vragen per m3 ruw biogas een hogere investering bij een capaciteit van < 8 miljoen m3. Opstartkosten en aanloopverliezen De bouw van een vergister en het onder de knie krijgen van de operationele aansturing is meestal volledig nieuw voor de ondernemer. In de praktijk zien we dat gemiddeld € 300.000 per MWe nodig is om deze fase te overbruggen. “Een bedrag dat vaak niet wordt opgenomen in de investeringsbegroting”, vertelt Van den Boom. Groene stroom De vergoeding voor benutting van restwarmte maakt een steeds groter deel uit van de uiteindelijke subsidie. Onder de SDE+ 2011 en de voorstellen voor SDE 2012 kan een groen stroomproject alleen rendabel draaien met volledige warmtebenutting door bijvoorbeeld het plaatsen van een droger, ruimteverwarming of hygiënisatie. Groen gas De eerste groen gas projecten zijn operationeel en bevestigen dat omvang nodig is om tot een acceptabele kostprijs van groen gas te komen. Of groen gas de beste optie is onder de SDE 2012 zal per locatie verschillen. 100% mestvergisting Mestvergisting staat onder grote belangstelling door de milieuvoordelen en de ‘gratis’ biomassakosten. “De investeringskosten en onderhoudskosten per m3 liggen echter zodanig hoog dat bij een subsidieperiode van 12 jaar en de huidig bekende gegevens de kostprijs meer dan 25% hoger ligt dan bij grootschalige covergisting”, vertelt Hans van den Boom. Vloeibaar Biogas (LBG) en Gecomprimeerd Biogas (CBG) Technisch is het mogelijk om biogas geschikt te

Wanneer in de toekomst de vergoeding voor duurzame energie wordt vergoed op basis van energie-inhoud ongeacht of er warmte, ruw biogas, groen gas of groene stroom wordt geproduceerd zal de locatie zeer bepalend zijn welke omzetting het biogas gaat krijgen. “Uiteindelijk zal de kostprijs per kWh geproduceerde energie bepalen welke vorm van biogasomzetting als sterkste uit de bus komt. Het blijft maatwerk”, aldus Hans van den Boom. “Met de huidige gekozen strategie van de overheid om de goedkoopste vorm van duurzame energie te ondersteunen hebben vooral grootschalige projecten de beste papieren.” Wanneer een ondernemer zijn installatie (ver)bouwt, is het advies om alleen te investeren in bewezen techniek. “Rendement toerekenen aan innovatieve technieken met weinig tot geen ‘track record’ leidt doorgaans tot teleurstellingen.” Lees de hele publicatie ‘Thema-update: Vergisting’ terug op www.rabobank.nl/agrarisch.

Succes- en faalfactoren

De diversiteit aan vergisters vraagt om een zorgvuldige analyse van de specifieke bedrijfssituatie. De belangrijkste succes- en faalfactoren zijn: > Warmtebenutting (voor groene stroom vergisters); > Operationeel management moet een stevig probleemoplossend vermogen hebben, sterk zijn met techniek en/of biologie, beschikken over gedegen financieel inzicht en snel kunnen beslissen; > E  en sober en degelijk uitgeruste vergister met ruim voldoende vergisterinhoud en bewezen techniek realiseert momenteel de laagste kostprijs; > Stabiliteit van het menu en de biologie met focus op verlaging van overige kosten zijn even belangrijk dan enkel verlaging van de grondstofkosten; > Grondstofkosten bedragen ca. 50% van de kostprijs. Optimalisatie is om die reden cruciaal. Hierbij moet verlaging van grondstofkosten wel uiteindelijk tot een lagere kostprijs leiden.

BNDR

19


ouD

Bedrijfsgegevens: VOF Kamphuis Arriën 3 vennoten 4 varkensstallen 7700 vleesvarkens

Tekst en beeld: Ellen van den Manacker

"Eerlijkheid

is de kortste klap om een goede onderneming op te bouwen” In 1997 leek het te mooi om waar te zijn. Henk (53) en Henny (56) Kamphuis volgden hun droom om van het gemengde koeien- en varkensbedrijf een algeheel varkensbedrijf neer te zetten. Het melkquotum was verkocht en de nieuwe varkensstal was in aanbouw toen de varkensrechten ingevoerd werden. Na een lang traject van zes jaar gesprekken met het ministerie, de gemeente en de AID kregen ze het uiteindelijk voor elkaar om de varkensrechten te kopen. En met succes, want inmiddels is het bedrijf in het Overijsselse Arriën uitgegroeid, met zoon Erik (31) in vennootschap, tot ruim 7000 vleesvarkens. Henk: “Toen ik nog met mijn vader in maatschap zat, hadden we 50 melkkoeien, het nodige jongvee en 700 vleesvarkens. Mijn hart lag meer bij de varkens, dan bij de koeien. Toen de Vamil* in 1997 voorbijkwam hebben we besloten om het melkquotum te verkopen en te herinvesteren in een nieuwe varkensstal.” * Vamil = Willekeurige afschrijving milieuinvesteringen. De regeling maakt investeringen in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen uit de milieulijst belastingtechnisch een stuk aantrekkelijker. 20

BNDR

Bittere tijden Henk: “Maar toen kwam het grote probleem. De varkensrechten kwamen opzetten toen wij de nieuwe stal aan het bouwen waren. De stal hadden we begroot, maar de hele som geld die de varkensrechten moesten gaan kosten, niet.” Henny: “Wat moesten we? De stal was bijna af, de vergunning was helemaal rond, we hadden alleen niet het ‘recht’ om varkens te houden. Toen hebben we besloten om door te gaan. De varkens zijn zonder varkensrecht gekomen op het bedrijf.”

Henk: “Na een zesjarig proces van gesprekken met het ministerie, AID en de gemeente is het uiteindelijk goedgekomen en kregen we duidelijkheid omtrent de varkensrechten.”

Groei Henny: “In 2002 was Erik klaar met zijn studie Veehouderij aan de CAH Dronten. Op het bedrijf was toen nog geen plek voor hem. Hij is toen eerst bij een varkensfokker gaan werken.” Henk: “Na anderhalf jaar zijn wij om tafel gaan zitten. Als Erik in het bedrijf wilde, dan


NIeuw

Erik Kamp Varkenshou huis in Arriënder 3 Lid van A1 jaar JK- Omme n

beste varkenshouders

“we willen bij de 20% van Nederland horen” maar kennissen zijn beter. Als varkensboer moet de samenleving achter ons staan. Ook aankomend jaar zijn we weer van plan om een open dag te organiseren.”

moesten we gaan uitbreiden. En zo hebben we in 2004 een stal met 1500 varkens bijgebouwd en is Erik in maatschap gekomen.” Erik: “We hebben toen afgesproken dat als alles goed zou lopen we nogmaals zouden uitbreiden. Zo gezegd, zo gedaan. In 2007 en in 2010 hebben we nog twee stallen bijgebouwd. Totaal houden we nu gemiddeld zo’n 7200 vleesvarkens.”

A-label Erik: “De eerste stal in 1997 is gelijk gebouwd als groen-label stal, daar hebben we nu de regelgeving in 2013 strenger wordt, veel profi jt van. Al onze stallen voldoen aan de regels.” Henk: “Het feit dat we zo gegroeid zijn is natuurlijk niet aan komen waaien. We hebben zeker wel eens wind mee gehad. Zo werd het gebied waarin wij wonen bekroond tot landbouwontwikkelingsgebied. De vergunning om een nieuwe stal te bouwen ging toen iets makkelijker. Maar het is ook wilskracht. Ik moest een keer voor een vergunning in Zwolle zijn en ze gaven mij 1% kans dat ik met een getekend contract weer naar huis zou gaan. Ik ben naar Zwolle gereden voor die 1% en ging aan het einde van de dag met een krabbel onderaan het papier weer naar huis.”

Taakverdeling Henk: “Mede doordat Erik in maatschap is

gekomen, is het bedrijf gigantisch gegroeid. Totaal hebben we nu vier stallen. Ik neem twee stallen voor mijn rekening en Erik doet er twee. Wij lopen niet door elkaar en dat geeft ook een stuk rust en vertrouwen. Ook richting Erik. Hij krijgt zijn eigen verantwoordelijkheid. Als er iets is, dan overleggen we dat. In het bedrijf spelen we altijd open kaart. Eerlijkheid is de kortste klap om een goede onderneming op te bouwen.” Erik: “In een familiebedrijf weet je wat je aan elkaar hebt. We hebben dezelfde doelstellingen binnen het bedrijf en dat maakt ook dat we het snel met elkaar eens zijn. Alles is bespreekbaar in het bedrijf.”

Open dagen Henk: “De varkenssector is steeds vaker slachtoffer van de media. Daarom moeten we altijd in de verdediging. Als grotere varkensboer hebben wij juist besloten om in de aanval te gaan. We werken samen met verschillende verenigingen in de buurt en nodigen ze uit om bij ons het bedrijf te komen bezichtigen.” Erik: “Op een monumentendag afgelopen jaar hebben we meer dan 200 bezoekers op het bedrijf gehad. Dan krijgt de samenleving een heel ander beeld van hoe de varkens leven in deze stallen. Klanten krijgen zo een totaalbeeld en geen waanbeeld.” Henk: “Ik zeg altijd maar: kennis is goed,

Verbetering Erik: “We proberen ons bedrijf altijd te verbeteren. We hebben altijd gezegd dat we bij de 20% beste varkenshouders van Nederland willen horen. We komen zeker in die richting. Het streven is er altijd. De laatste jaren hebben we boven gemiddeld gedraaid. De kunst van het ondernemen is het inspelen op de markt. Een optimale benutting van de stal, maar geen overbenutting. De precieze dosis voer en ga zo maar door.” Henk: “Maar ook op andere plekken in het bedrijf gaan we steeds efficiënter te werk. Zo zijn we nu bezig met zonnepanelen. We hebben groen licht gekregen om de zonnepanelen te plaatsen. Daarmee verdienen we de helft van onze stroomvoorziening terug.”

Toekomst Henk: “Aankomend jaar gaan we op zoek naar een bedrijf met fokzeugen om eventueel over te nemen. Zo kunnen we ook de opfok van onze biggen in eigen hand nemen. Als het perfecte bedrijf nu op ons pad komt, dan grijpen we de kans met beide handen aan, maar het heeft geen haast.” Erik: “Verder zijn we op de goede weg. Alle investeringen voor 2013 hebben we gehad. We blijven innovatief bezig en staan daar ook voor open. We willen kansen zien en aanpakken. In meer produceren hoeft niet altijd meer werk te zitten.” BNDR

21


in concert

Zaterdag 3 maart 2012 Evenementenhal Venray Zaal open: 20.30 uur

: ramma nd g o r p r Voo overba

al C

Norma

Evenementen

HAL

HARDENBERG GORINCHEM VENRAY

Evenementenhal Venray De Voorde 30 5807 EZ Venray T 0478 - 51 97 90 F 0478 - 51 97 80 E venray@evenementenhal.nl

Voor meer info en ticketverkoop: www.evenementenhal.nl/venray

Ons evenement.

UW MOMENT.

14820 Mooi Wark 185x124mm.indd 1

02-02-2012 16:15:44

MEER WETEN OVER ONZE OPLEIDINGEN? Bezoek een open dag

OPEN DAGEN Bachelor zaterdag 14 april 2012 Master donderdag 8 maart 2012

www.wageningenuniversity.nl/opendag

22

BNDR


NIeuws

Bye bij? Het mysterie van de bijensterfte

Percentage wintersterfte van bijen in Nederland :

De honingbij is een onmisbare schakel in onze voedselproductie. De bij bestuift ongeveer 80 procent van alle geteelde voedselgewassen. Die bestuiving maakt dat de honingbij in Nederland een economische waarde van een miljard euro per jaar vertegenwoordigt. Maar het gaat slecht met de bijen. In ons land steeg de gemiddelde wintersterfte van bijen de afgelopen jaren van 10-15 procent naar 15-26 procent. Deze stervende bijenlijn strekt zich uit over de hele wereld met uitzondering van delen van Zuid-Amerika, Afrika en Australië.

Tekst en beeld: Ellen van den Manacker Zowel de samenleving, imkers als wetenschappers zetten vraagtekens bij deze stijgende lijn in de bijensterfte. Dat het speelt in de wereld, waaronder ook in Nederland, blijkt uit tal van gedane onderzoeken door onder andere de Utrechtse Universiteit en Wageningen UR, uit 40.000 bezorgde Nederlanders die de petitie ‘Stop de bijensterfte’ tekenden en de uitroeping van ‘2012: Het jaar van de bij’. Boze monden wijzen naar de boeren: gewasbescherming maakt de bijen volgens hen kapot. Tegelijkertijd moeten wij, boeren en tuinders, vrezen voor een bestuivingscrisis.

Uiteenlopende verklaringen Wetenschappers komen met uiteenlopende verklaringen. De Wageningse bijenonderzoeker Tjeerd Blacquière schrijft de Nederlandse bijensterfte vooral toe aan ziekteverwekkers, met als belangrijkste de Varroa-mijt. Spaanse onderzoekers zien de oorzaak in de opmars van een eencellige parasiet: Nosema ceranae. Utrechtse onderzoeker Jeroen van der Sluijs richt zijn pijlen op gewasbescherming. Een groep van ‘neonicotinen’, als imidacloprid en clothianidine zouden volgens hem de boosdoener zijn.

Verbod op gewasbeschermingsmiddelen Waar onder andere Frankrijk, Duitsland, Italië en Slovenië imidacloprid en clothianidine inmiddels verboden hebben, heeft het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) in Nederland daarentegen de gebruiksmogelijkheden van deze stoffen gestaag verruimd voor insectenbestrijding. Imidacloprid en clothianidine worden in Nederland onder andere gebruikt voor behandeling van zaaizaad van suiker- en voederbieten.

Combinatie van factoren Voor wetenschappers is het lastig dé oorzaak van de toegenomen bijensterfte aan te wijzen. Tegen alle hierboven genoemde verdachten is bewijs gevonden, maar dat bewijs is zelden waterdicht. Zo zijn sommige kolonies die met de Varroa-mijt geïnfecteerd zijn, compleet gezond en in gebieden waar met veel imidacloprid bestreden wordt, gaan lang niet alle bijen dood. Waarschijnlijk is de toegenomen bijensterfte dan ook het gevolg van een combinatie van de factoren.

De oplossing Een ‘simpele’ oplossing is volgens de wetenschappers om het gebruik van pesticiden te verminderen of helemaal te verbieden. Oftewel: een klus die in 2012 niet haalbaar is. Zorgen voor een groter en gevarieerder stuifmeelaanbod is daarom ook een mogelijkheid. Door het inzaaien en/of aanplanten van drachtplanten (een groep planten die veel

nectar en goed stuifmeel leveren) verbetert de voedselvoorziening en worden bijen vitaler. Het blijkt lastig om de Varroa-mijt te bestrijden. Bovendien zijn de middelen om deze mijt te bestrijden vaak zo agressief dat een verkeerd gebruik tot averechtse gevolgen kan leiden. Andere ziekten als virussen en Nosema ceranae kunnen nog niet worden bestreden.

Toekomst Het Europees Parlement (EP) heeft afgelopen november aangegeven onderzoek te willen naar nieuwe medicijnen om bijensterfte te voorkomen. Daarnaast wil het EP dat er speciale trainingsprogramma’s voor boeren worden opgezet, die inzicht moeten geven in het effect van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op bijenpopulaties. Dit voorstel is met een ruime meerderheid aangenomen.

De factoren van bijensterfte:

Meer informsiteatie De web fte.nl www.bijenstlaeratste volgt de wtjes’ ‘ bijennieu oet. op de v

Ziekteverwekkers: > De bloedzuigende parasiet ‘Varroa-mijt’ verzwakt de bij en brengt diverse virusziekten over. Een infectie van de Varroa-mijt laat de bij niet sterven, maar maakt de bij vatbaar voor allerlei infectieziekten, die uiteindelijk noodlottig kunnen zijn. > De parasiet ‘Nosema ceranae’ komt voor in de darmen van bijen en tast de gezondheid aan. Een besmette bij sterft uiteindelijk van de honger of doordat zijn darm letterlijk uit elkaar klapt. Pesticiden: Het bestrijdingsmiddel ‘imidacloprid’ dat onder andere als een coating rond het zaad van maïs en zonnebloemen ligt, grijpt het zenuwstelsel van de honingbij aan. Hetzelfde geldt voor het bestrijdingsmiddel ‘clothianidine’. De bij raakt gedesoriënteerd en is ten dode opgeschreven. Voedsel: Naast honing als energiebron heeft een bij ook stuifmeel nodig. Een tekort aan stuifmeel of eenzijdig stuifmeel (van slechts een enkele plant) leidt tot verzwakking van de gezondheid. Deze verzwakking maakt de bijen extra vatbaar voor infecties met parasieten als de Varroa-mijt en Nosema ceranae.

BNDR

23


Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid in 2012

GlB update Langzamerhand zijn door de rookgordijnen van afgelopen jaar de eerste contouren van een GLB na 2013 te zien. Eind oktober heeft de Europese Commissie een koers uitgezet en ook de Nederlandse regering heeft haar voorkeuren kenbaar gemaakt. Het jaar 2012 zal in het teken staan van onderhandelingen in Brussel, waarbij alle lidstaten zullen proberen hun wensen en eisen voor het GLB in te passen. Op deze pagina een update over de veranderingen van het GLB en de standpunten van NAJK voor 2012.

Tekst: Kirsten Haanraads en Ellen van den Manacker / Illustratie: Henk van Ruitenbeek

24

Heb jij een voor de stantdo-evp oeging van NAJK? Stuunten dan een mail n ur internationaal@ aar najk.nl.

Wat vindt NAJK? > NAJK is voorstander van een overgang van het model van historische toeslagrechten naar een regionale basisbetaling; > NAJK is voorstander van een verduurzaming en vergroening van het GLB-beleid; > NAJK is tegenstander van een verplichte vergroening op straffe van het niet ontvangen van de basisbetaling; > NAJK is tegenstander van de maatregelen voor vergroening zoals door de Europese Commissie voorgesteld; > NAJK pleit voor meer keuzevrijheid in de maatregelen ter vergroening; > NAJK pleit voor vergroening door verduurzaming en vergroening van de bedrijfsvoering; > NAJK is voorstander van een toeslag op de directe betaling voor jonge agrarische ondernemers in de eerste 5 jaar na bedrijfsovername. > NAJK pleit voor een verruiming van de vereisten bij de ‘top-up’ voor jonge boeren. > NAJK is voorstander van de aangepaste cofinancieringsverhouding voor de Jonge Landbouwersregeling.

Veranderingen

Wist je dat…

De belangrijkste veranderingen voor jonge boeren en tuinders in de laatst gedane voorstellen (oktober 2011): > Het historische model van toeslagrechten verdwijnt. In plaats daarvan ontvang je een basisbetaling per hectare. Je hebt recht op deze basisbetaling als je in 2011 een toeslagrecht hebt benut. Het benutten van één toeslagrecht is voldoende om in 2014 voor je hele areaal voor de basisbetaling in aanmerking te komen. > Niet het hele budget van de directe betalingen zal bestemd worden voor die basisbetaling; 30% daarvan wordt gereserveerd voor vergroening (het verduurzamen van de agrarische sector en het bijdragen van die sector aan natuur en natuurbeheer). Je ontvangt dit bovenop de basisbetaling maar er worden wel eisen gesteld: > Het aandeel permanent grasland moet gehandhaafd blijven; > Akkerbouwers moeten 7% van het bedrijfsoppervlak reserveren voor ecologisch beheer; > Akkerbouwers moeten gewasdiversificatie toepassen. > Als je niet aan de vergroening wilt voldoen, ontvang je niet de 30% vergroeningspremie, maar waarschijnlijk ook niet de basisbetaling per hectare. > Jonge boeren kunnen straks bovenop de basisbetaling en de vergroeningspremie nog een extra toeslag ontvangen, ter ondersteuning van de eerste jaren na de bedrijfsovername; > De steunmaatregel voor jonge boeren of ook bekend als de ‘Jonge Landbouwersregeling’ blijft ook in het nieuwe GLB bestaan. Via deze regeling ontvang je subsidie op investeringen. Nu betaalt de Europese Unie voor 50% mee aan die subsidie, de rest is afkomstig van de Nederlandse staat. In het voorstel voor het nieuwe GLB zal de Europese Unie 80% van deze subsidie betalen. Bij hetzelfde Nederlandse budget is er in totaal dan dus meer beschikbaar.

> De GLB-onderhandelingen vroeger in Brussel werden uitgevoerd tussen de lidstaten en de Europese Commissie? > Het Europees Parlement nu ook meedoet in die onderhandelingen? > De onderhandelingen voor het nieuwe GLB daardoor waarschijnlijk moeilijker zullen worden? > Het GLB uit zeven verschillende verordeningen (wetten) bestaat, namelijk: directe betalingen, platteland, gemeenschappelijke marktordening (GMO), financieel/controle, overgangsbeleid, wijn en tabak? > Voor elke verordening een raadswerkgroep bestaat, waarbij ambtenaren uit de 27 lidstaten de artikelen uit de verordening bespreken en het met elkaar eens proberen te worden? > Het aankomende half jaar er maar liefst 40 raadswerkgroepen staan gepland?

BNDR


AJK

Inform Onderwerp: saatmieenactiviteit w en AOC Tererraking GrAJK Project: O Start projectn: dberegnemen Doel: naamsbekenin 2011 ledenwerving en jo dheid, boeren meer inzicnge toekomstige ondernemerschhtapge.ven in

Leergierige boeren GrAJK en AOC Terra slaan de handen ineen

Tekst: Colinda van Ekris / Beeld: Bert de Jonge

GrAJK en de opleiding Veehouderij van het AOC Terra hebben iets gemeen: beide werken ze met leergierige jonge boeren. Echter, waar de Groningse AJK zich voornamelijk bezighoudt met de praktijk, houdt het AOC Terra zich bezig met de theoretische kant van het boerenvak. De theorie en praktijk samenbrengen is gelijk aan krachten bundelen, zo dachten GrAJK en het AOC Terra. En zo kwam in 2011 het project ‘Ondernemen’ tot stand.

Actuele kennis Na een aantal discussies met verschillende leerlingen van het AOC Terra over actuele onderwerpen in de sector, waaronder megastallen en bedrijfsovername, kwamen de ideeën naar boven. GrAJK wilde meer met het AOC Terra. In het najaar van 2011 is de werkgroep AOC om tafel gegaan met leraren van de opleiding Veehouderij om de samenwerking verder uit te bouwen. “Uit dit gesprek kwam naar voren dat het voor een school soms moeilijk is om actuele kennis aan de leerlingen over te dragen. Actuele zaken ontwikkelen zich in een hoog tempo, wat het voor scholen moeilijk maakt”, aldus GrAJK-voorzitter Bart Ensink. GrAJK doet zijn best om de leden zo actueel mogelijk te informeren. “Deze actuele kennis

gaan we delen met het AOC Terra in de vorm van een nieuw project: Ondernemen.”

Wisselwerking Henk Stavenga (26), initiatiefnemer en contactpersoon van het AOC Terra vertelt: “Het idee achter het project ‘Ondernemen’ is om laatstejaars van de opleiding Veehouderij meer inzicht te geven op het ondernemerschap.” Henk heeft zelf ook op het AOC Terra gezeten en weet daarom heel goed wat de leerlingen doorstaan. “Als je van school afkomt, loop je tegen verschillende dingen aan. Je mist ervaring en een manier van aanpakken. In de praktijk is het toch anders dan in theorie. Ons project wil hier verandering in brengen. Door leerlingen in contact te laten komen met boeren zien zij hoe het in de praktijk gaat. Maar als ze ook echt met het bedrijf aan de slag moeten, leren ze ook het ondernemerschap.”

“Wij hebben de contacten en zij onze doelgroep. Het is een win-winsituatie.” Onderzoeken Naast praktijkervaring zorgt het project ‘Ondernemen’ ook voor oplossingen. “Boeren hebben problemen waar ze tegenaan lopen of hebben plannen voor bijvoorbeeld een nieuwe schuur. Leerlingen gaan onderzoeken wat

de mogelijkheden voor de boer zijn. Met hulp van experts ontstaat er een realistisch plan. Vervolgens wordt dit plan door de studenten gepresenteerd aan de boer in kwestie”, aldus Henk. Het is aan de boer zelf of het plan gerealiseerd wordt: “Er zit natuurlijk ook een financiële kant aan en de boer moet achter het advies staan.”

Win-win situatie “Een wisselwerking met het AOC Terra is voor de hand liggend. Wij hebben de contacten en zij onze doelgroep. Het is een win-winsituatie.” Het project is de eerste ronde door: “De eerste leerlingen hebben hun eindpresentatie achter de rug. In september 2011 zijn zo’n 20 leerlingen begonnen aan dit project.” De eerste reacties van hen waren afwachtend, maar na een rondleiding over het bedrijf werd er hevig gediscussieerd over de mogelijkheden, ze werden enthousiast. Bart: “Ons project is een verplicht onderdeel van de opleiding geworden. Leerlingen pakken het serieus aan omdat het onder meer meetelt op hun cijferlijst. De boeren hebben er ook baat bij omdat er een resultaat op tafel wordt gelegd waarmee ze daadwerkelijk aan de slag kunnen.”

Integreren Het project loopt nu alleen in samenwerking met de veehouderijklassen. “Het moet geïntegreerd worden in het lespakket en heeft daarom tijd nodig. Het zou mooi zijn als GrAJK in de toekomst een soortgelijk project opstart met de akkerbouwopleiding,” aldus Bart. BNDR

25


Henk Smith gebruikt bloemen in plaats van bestrijdingsmiddelen Kleurrijke akkers Rondom het met wintertarwe en suikerbieten gevulde land van Henk Smith (31) staan van april tot oktober bloemen. Veel bloemen. Ruim vijftig hectare zware kleigrond in het Groningse Beerta is ingezaaid met een zorgvuldig samengesteld mengsel van vijftien verschillende plantensoorten. Opeenvolgende bloeiende kruiden waar insecten graag op afkomen. Een deel van die insecten voedt zich ook met landbouwplagen: ze vreten onder andere luizen en ander ongedierte die de gewassen aantasten. Tekst: Ellen van den Manacker

Vergroening “Tijdens mijn studie plantenteelt op de HAS in Dronten werd er voornamelijk gehamerd op productie. Na dit een aantal jaren in de praktijk te hebben gebracht dacht ik: is dit alles in de boerensector? Leven we alleen maar om te produceren? Vier jaar geleden zag ik aankomen dat we vanuit het GLB iets met vergroening moesten doen en zo ben ik mij meer gaan 26

BNDR

interesseren voor natuur. Natuur heeft veel raakvlakken met het agrarisch bedrijf.” Na een voorlichtingsavond over Bloeiend Bedrijf, georganiseerd door de Agrarische Natuurvereniging Oost Groningen (ANOG), besloot Henk om deel te nemen. “In dit project ga je vanuit de FAB*-rand op een andere manier naar de populatie plaaginsecten en je insecticidenbespuiting kijken.”

* FAB staat voor Functionele Agrobiodiversiteit. Slim gebruik van Functionele Agrobiodiversiteit draagt bij aan minder afhankelijkheid van hulpstoffen of -middelen als (kunst)mest, bestrijdingsmiddelen en beregening. Dit met behoud van de opbrengsten.

Boeiende bijeenkomsten Het opdoen en uitdragen van kennis en


theMA

Zweefvliegen ervaring staat centraal bij Bloeiend Bedrijf. Daarom worden de akkerranden en naastliggende gewassen regelmatig bezocht. “In kleine groepjes gaan we het veld in om te kijken welke insecten er in de gewassen leven en wat daartegen wordt gespoten. Er werd bijvoorbeeld verteld hoeveel luizen één sluipwesp opeet, heel interessant.” Om in kaart te brengen welke en hoeveel insecten er in een gewas leven, heeft Merijn Bos, bioloog van het Louis Bolk Instituut, de insecten in het gewas van Henk bemonsterd. “We hebben een vangschaal één nacht in de FAB-rand gezet. Na die nacht zag de schaal helemaal zwart van onder andere zweefvliegen en gaasvliegen.” Zweefvliegen en gaasvliegen worden aangetrokken door de bloemen in de rand. Hun larven gaan bladluizen in nabijgelegen landbouwgewassen te lijf. “Een ander voorbeeld zijn loopkevers die we in grote getale in bodemvalletjes hebben gezien. Loopkevers zijn een zeer diverse groep natuurlijke vijanden van bijvoorbeeld naaktslakken”, vertelt Henk.

Insecticiden Als de randen goed werken, hoeft er minder

Loopkevers of niet met insecticiden gewerkt te worden. “Afgelopen jaar heb ik niet gespoten, of dat door de FAB-rand komt durf ik niet te zeggen. Ik spuit pas als het echt nodig is. Maar ik heb een vijf meter brede FAB-rand langs een 450 meter breed graangewas staan, dus ik betwijfel of het effect van deze rand het hele perceel dekt”, aldus Henk. Bang dat de bloemen volgend jaar terugkomen als ‘onkruid’ in het gewas, is Henk niet. “Zodra je geoogst hebt, mogen de akkerranden in principe weggehaald worden. Je kan de rand ook laten staan voor de akkervogels. Uiteindelijk moet je toch spuiten tegen onkruid. Het extra onkruid neem je dan mee tijdens de nieuwe teelt.”

“Veel positieve en nieuwsgierige reacties” De kleurrijke akkerranden kunnen de voorbijganger niet ontgaan. “Mijn akkers liggen deels aan de openbare weg, collega-boeren die wel met hun randen aan openbare wegen zitten krijgen veel positieve en nieuwsgierige reacties”, vertelt Henk. Wat betreft de boeren die nog niet aangesloten zijn bij het pro-

ject: “Ik denk dat collega-boeren eerst moeten wennen aan zo’n bloemrijke akkerrand, voordat ze meedoen aan een nieuw project en ze bewust worden van wat zo’n rand allemaal kan doen.” Afgelopen jaar deden er landelijk ruim 300 boeren mee, waarvan bijna 80 in Oost-Groningen. “En het aantal blijft groeien, naar wat ik gehoord heb zijn er alweer nieuwe aanmeldingen binnen.”

Resultaten Het driejarige project is dit jaar van start gegaan. “Tot nu toe bevalt het project goed. In Oost- Groningen wordt alles goed geregeld door ANOG, zoals informatie en bijeenkomsten.” Henk Smith kan de FABranden ook aanraden aan collega-boeren: “In de akkerbouw zie je voornamelijk resultaat. Daar worden gewasbeschermingsmiddelen gebruikt en zijn akkerranden goed inpasbaar. Er staat een leuk bedrag tegenover en je wordt veel bewuster van de microorganismen in het gewas.”

Bloeiend Bedrijf

? Meer informatie Kijk op ijf.nl edr www.bloeienindfob rmatie. voor meer

Met steun van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en en het Europese Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling werken honderden boeren in heel Nederland aan kruidenrijke akkerranden die speciaal zijn ontwikkeld voor natuurlijke vijanden. In 2011 deden 300 ondernemers mee, in 2012 zijn dat er al 500 geworden. Het samenwerkingsverband wordt begeleid door tientallen agrarische natuurverenigingen, het Louis Bolk Instituut, Veelzijdig Boerenland, ZLTO en De Natuurweide. De bloemrijke akkerranden kunnen natuurlijke vijanden van landbouwplagen stimuleren en plagen zoals bladluis helpen te voorkomen. Bovendien maken de bloeiende planten een aantrekkelijk bedrijfsplaatje, wordt uitspoeling van meststoffen voorkomen en hoeft er minder gespoten te worden.

BNDR

27


Project ‘Klimaat

neutraal produceren’ van start!

Eind 2011 is het project ‘Klimaat neutraal produceren’ bij AJF van start gegaan. De eerste activiteit is een workshop over energiebesparing in samenwerking met FrieslandCampina. De startavonden in februari dienen als motivatie voor afdelingen om activiteiten te organiseren onder ‘Klimaat neutraal produceren’. Activiteiten die vallen onder één van de 3 thema’s: energie, voerspoor en diermanagement en bodem- en bemestingsmaatregelen. Op een bijeenkomst of excursie is een expert aanwezig en een lid van de werkgroep die de avond begeleidt. Leden die verdieping willen, kunnen meedoen aan een praktijknetwerk, een soort studiegroep van 8 à 10 deelnemers rond een bepaald thema.

Friese

AJF in gesprek met gedeputeerde Op vrijdag 13 januari heeft het dagelijks bestuur AJF officieel kennisgemaakt met de Friese gedeputeerde Johannes Kramer. Samen met landbouwdeskundige bij de provincie Friesland, Truus Steenbruggen, is hij ontvangen op het melkveehouderijbedrijf van Durk Jappie en Marloes Zwaagstra in Oldeboorn om vanuit de praktijk de ganzenproblematiek te horen. Andere gespreksonderwerpen waren de Jonge Landbouwersregeling, schaalvergroting, het agrarische onderwijs en provinciale belangenbehartiging. Uit het hele gesprek blijkt dat Kramer erg geïnteresseerd is in de mening van de agrarische jongeren in Friesland.

GrAJK aan de slag met klimaat Met het project ‘Klimaatbestendig produceren’ kunnen leden van het GrAJK dit jaar aan de slag met klimaat. Hierbij wordt gekeken naar klimaatmaatregelen die het bedrijfsrendement ook nog eens verbeteren: dubbele winst dus! Voorbeelden zijn: vermindering kunstmestgebruik, verhoging organisch stofgehalte van de grond, verhoging melkproductie of slimmer voeren. Als je je aanmeldt ga je met een groep collega’s aan de slag om je bedrijf klimaatbestendig te maken. Samen ontwikkelen jullie een ‘Top 10’ van klimaatmaatregelen. Hierbij kan je de hulp inroepen van specifi eke deskundigen. Dit is nog niet alles. Jullie klimaatplan kan ook nog eens voor een leuke prijs in aanmerking komen. Bel voor meer informatie met Tom de Jong, 0512-305283 of tdejong@grajk.nl

28

BNDR

BAJK-dag 2012

‘Verdien je eigen toekomst!’

De tijd van geïsoleerd ondernemen is voorbij. De jonge agrariër moet zich ervan bewust zijn dat hij de maatschappij nodig heeft. Daarom houdt het BAJK op 16 maart 2012 voor de eerste maal de BAJK-dag met als thema ‘Verdien je eigen toekomst!’. De vraagstelling die aan deze dag ten grondslag ligt is: waar sta jij in 2025? Sprekers als Ruud Koornstra, duurzaam ondernemer en Ruud Zanders van de Venco Groep maken de aanwezigen bewust van het feit dat het hedendaagse ondernemen aan verandering onderhevig is. Frank Lammers leidt als dagvoorzitter de discussie in goede banen. De BAJK-dag vindt plaats in het Philips Stadion te Eindhoven en duurt van 14.00 tot 20.30 uur. Meer informatie over de BAJK-dag is te vinden www.bajk.nl.

Gelderse Statenleden op bezoek bij GAJK Woensdag 30 november bracht een delegatie van de Gelderse Statencommissie Landelijk Gebied, Cultuur en Jeugdzorg een werkbezoek aan het GAJK. Op boerderij de Mezenberg in Doornspijk kwamen actuele thema’s aan de orde en werd een rondleiding gegeven. Met acht geïnteresseerde Statenleden werd over thema’s gesproken als: schaalvergroting, kavelruil, blauw-groene diensten, bouwblokgrootte en imago van de boer. Het GAJK nodigt de commissie elk jaar uit voor een werkbezoek om onder het genot van een kopje koffi e informatie, meningen en visies uit te wisselen over knelpunten bij bedrijfsovername en bedrijfsontwikkelingen van onze leden.

Rabobank en DAJK ondertekenen

sponsorcontract

Tijdens de Landbouw Vakbeurs, die van 17 tot en 19 januari jl. plaatsvond in de TT Hall in Assen, hebben Rabobank Food & Agri team Drenthe en het DAJK hun samenwerking bekrachtigd door ondertekening van een sponsorovereenkomst. De overeenkomst is een verlenging van de bestaande samenwerking tussen Rabobank en DAJK. Opnieuw zijn beide partijen een verbintenis aangegaan en mag Rabobank zich vier jaar lang hoofdsponsor van het DAJK noemen. Het DAJK is verheugd met het feit dat de Rabobank ook op deze wijze wil investeren in de toekomst van jonge boeren en tuinders in Drenthe.


bestuur

Het bestuur van…

AJK de Liemers Lieke Stam (26) zit al vijf jaar in het bestuur van AJK de Liemers. In de Achterhoek groeide zij op tussen de agrarische bedrijven. Na een studie ‘dierhouderij’ aan de HAS Den Bosch en ‘dierwetenschappen’ aan de Wageningen Universiteit werd Lieke aangenomen als nutritionist bij De Heus. Voor twee van de acht fabrieken schrijft Lieke het receptuur voor rundvee en pluimvee. Hoe ben je in het bestuur van AJK de Liemers gekomen? “Mijn neef nodigde mij uit om mee te gaan naar een AJK-avond. We gingen toen karten en dat vond ik hartstikke leuk. Op een gegeven moment zochten ze bestuursleden en hebben ze mij gevraagd. Ik kan het altijd proberen, dacht ik toen. Inmiddels zit ik al bijna vijf jaar in het bestuur.” Wat is je functie binnen AJK de Liemers? “Op dit moment ben ik algemeen bestuurslid. Hiervoor heb ik tweeënhalf jaar de voorzitterstaak op mij genomen. Door onder andere mijn werk had ik geen tijd meer voor het voorzitterschap en er was iemand die mij graag wilde opvolgen.” Wat heb je in die vijf jaar bereikt met het bestuur? “Elk jaar komt er een programmaboekje uit van

AJK de Liemers. Ik ben daar druk mee bezig, regel advertenties, interviews en verslagen van de excursies. Daarnaast maken we als bestuur aan het begin van elk seizoen een planning van de aankomende excursies . Die planning wordt verdeeld onder het bestuur, elk bestuurslid krijgt een avond om te organiseren .” Wat doet AJK de Liemers voor haar leden? “Eén keer in de maand, in het seizoen van oktober tot maart, doen we een thema-avond. Die avonden gaan bijvoorbeeld over bedrijfsovername, personeel, ondernemen of maatschappelijke thema’s als Q-koorts. Eén keer in het jaar hebben we een algemene ledervergadering, die gaat gepaard met een gezellige activiteit, zoals bowlen of karten. De eerste avond van het seizoen is altijd een praktijkavond, dus op een agrarisch bedrijf.”

Hoe betrekken jullie zoveel mogelijk leden bij AJK de Liemers? “We zijn bezig met een website. Maar ook hebben we leden geworven in een stand op de plaatselijke trekkertrek en hebben we laatst twee avonden presentaties gegeven over onze AJK op de plaatselijke AOC Terra. Door deze activiteiten hebben we er vijftien leden bijgekregen. Dat zijn leuke dingen.” Wat hoop je nog te bereiken met AJK de Liemers? “Nog meer aansluiten bij de wensen van leden. We hoorden onder andere dat het meer interactief moest zijn. Zo hebben we laatst een debatavond georganiseerd, deze was goed bezocht en we kregen veel positieve reacties. Die lijn is zeker goed om door te zetten.”

verduurzaming ‘ veehouderij’ in Gelderland Themadag

Eten met de boer

Op 25 januari had ZAJK zijn eerste etentje van ‘Eten met de Boer’. Zo’n twintig burgers waren op de uitnodiging van ZAJK ingegaan en kwamen naar het bedrijf van Carlo de Schipper in Wemeldinge om mee te eten. Jonge boeren van het ZAJK waren aanwezig om de vragen van burgers uit Zeeland te beantwoorden. Veel actuele onderwerpen kwamen voorbij, zoals de schaalvergroting en de vraag waarom iemand eigenlijk nog boer wil worden. De reacties van de mensen waren erg positief, iedereen waardeerde het initiatief enorm. Het ZAJK gaat daarom, in samenwerking met onze afdelingen, al weer snel aan de slag met het volgende etentje!

Op woensdag 18 januari jl. is op het Gelderse provinciehuis een bijeenkomst geweest over verduurzaming van de veehouderij in Gelderland. Doel was om te oriënteren wat de provincie hieraan kan bijdragen. Tijdens deze bijeenkomst is gesproken over de uitvoeringsagenda ‘duurzame veehouderij’ en over duurzame ketenprojecten. Tijdens het tweede deel van de bijeenkomst werd gesproken over het rapport van Hans Alders (van Mega naar Beter) en over het advies van de commissie Van Doorn, waarbij een zorgvuldige veehouderij centraal staat. Namens het GAJK heeft Tom Keuper aangegeven dat bouwblokgrootte geen indicator is voor duurzaamheid. Ruimte voor nieuwe stalsystemen levert immers een grote bijdrage aan dierwelzijn en diergezondheid.

AB Brabant nieuwe stersponsor BAJK

Het BAJK en AB Brabant hebben de handen ineengeslagen om, samen met andere partners van het BAJK, het tweede seizoen van het project Boer & Baas uit te werken. Met deze nieuwe sponsorovereenkomst profileert AB Brabant zich als organisatie die het belang van ontwikkeling van de jonge agrariërs vooropstelt. Begin dit jaar hebben Eppo Timmer (directeur AB Brabant) en Anne Huijbers (voorzitter BAJK) hun handtekening gezet onder een tweejarige overeenkomst. Naast financiële en materiële steun komt de samenwerking nadrukkelijk in projecten tot uiting. BNDR

29


www.cahdronten.nll

De ondernemer staat centraal Marijn Schreurs studeert Agrarisch ondernemerschap ,,Mijn keuze voor de studie Agrarisch ondernemerschap was niet zo moeilijk. Ik wil later graag het bedrijf van mijn ouders overnemen. Om een onderneming te kunnen runnen, heb je verschillende competenties nodig en die ik leer ik tijdens deze studie. Mijn vooropleiding, mao, sluit goed aan op deze studie. De modules zijn afwisselend en volledig gericht op het agrarisch bedrijf met een duidelijk accent op de financiële kant van een onderneming. De meerwaarde van deze studie is de perfecte combinatie van theorie en praktijk; voldoende aandacht voor zowel technische als financiële vakken. Zo moet je bijvoorbeeld de lesstof

terugkoppelen naar het eigen bedrijf en krijg je specifieke ondernemerschapsmodules. Na mijn studie wil ik eerst nog een aantal jaar werken bij bijvoorbeeld een bank of accountant.’’

Coco Bruyère kiest voor Dier- en veehouderij ,,De melkveehouderijsector interesseert mij enorm. Kenmerkend voor de studie Dier- en veehouderij is de combinatie van praktijk en theorie. Naast de lessen moet je voor elke module wel een opdracht op een praktijkbedrijf uitoefenen, de theoriekennis doe je op deze manier nog beter op. De meerwaarde van mijn opleiding is dat ik niet alleen kan kiezen voor het ondernemerschap, maar ook voor de richting technisch adviseur of specialist. Je leert veel over het onderzoeken van problemen op de bedrijven en hoe je daarmee om moet gaan. Ondernemers vragen ook vaak om de inzet van studenten voor bepaalde problemen op hun bedrijf. De ondernemers willen de studenten graag iets leren en voor de ondernemers zelf is het weer een voordeel dat ze op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen in de sector.’’

Arjan Ottens studeert Financiële dienstverlening agrarisch ,,Ik kom niet van een agrarisch bedrijf, maar deze sector interesseert mij enorm. Met deze

studie breng je continu de opgedane financiële en agrarische kennis in de praktijk. De meerwaarde van een afgestudeerde die Financiële dienstverlening agrarisch heeft gevolgd, is volgens mij dat een ondernemer iemand aan tafel krijgt die weet wat er in de markt speelt. Hij kan de risico’s in kaart brengen, is financieel goed onderlegd, kent de belastingfaciliteiten en nog wel het meest belangrijke: een vertrouwenspersoon die de taal van de agrarisch ondernemer spreekt. Na mijn studie wil ik graag bij een accountantskantoor werken en me opwerken tot een agrarisch bedrijfsadviseur. Ook een baan als termijnmarktspecialist of marktspecialist lijkt mij erg interessant.’’

Meer weten?

Kijk op www.cahdronten.nl

De Drieslag 1, 8251 JZ Dronten, tel. 0321 - 38 61 00


strip sudokoe

Vul de puzzel zo in dat in elke rij, in elke kolom en in elk blok van negen vakjes nooit dezelfde koeien staan. De oplossing is de naam van de koe in het gekleurde vakje. Stuur of mail je oplossing v贸贸r 16 maart naar binder@najk.nl of naar: Redactie BNDR Postbus 816, 3500 AV Utrecht Vergeet niet je adres te vermelden, want wie weet win jij de heerlijke slagroomtaart die wordt verloot onder de juiste inzendingen! Roelof Wildeboer uit Staphorst puzzelde uit dat koe Anne de oplossing was van de vorige Sudokoe. Hij heeft daarmee de taart gewonnen.

Ramon

Jurgen

Eric

Wilco

Jan

Inge

Joris

Tom

Kirsten BNDR

31


Het wordt helemaal jouw bedrijf. Dat is het idee. Als je het bedrijf van je ouders gaat overnemen, wordt het steeds meer jouw bedrijf. Met ruimte voor je eigen ideeën en aanpak. Maar de tijd ontbreekt vaak om je blik op de horizon te richten. Het Rabo Opvolgers Perspectief brengt je een stap vooruit. Je ontdekt waar je eigen kracht ligt en wat je financiële mogelijkheden zijn. Ontwikkel net als Jan Pennings een strategie die past bij jou en je bedrijf. En bepaal jouw plek op de horizon.

Ontwikkel je eigen strategie met het Rabo Opvolgers Perspectief. Rabobank. Een bank met ideeën.

www.rabobank.nl/agrarisch


BNDR Februari 2012