Issuu on Google+

Jouw agrarische jongerenblad

Jan Speksnijder Maakt kaas op eigen bodem Piebe Wester startte een melkveebedrijf in Zweden Sanne van Rijs “Boer zijn is een levenswijze�

Thema:

Nederland, het land voor jonge boeren en tuinders?!

KATe RN Agrar is opleid che ingen

DeC2011

Extra :


Agrifirm Jongerendag 2012

“Ik weet zeker dat Nederlandse consumenten een positiever beeld van de landbouw hebben dan wij binnen de sector zelf denken. Een goed imago is belangrijk, al was het alleen al om jonge werknemers in de sector te krijgen en te houden. Het thema van de Agrifirm Jongerendag 2012 is helemaal van deze tijd: zet deze dag daarom meteen in je agenda!” Johan Barendregt (25) – akkerbouwer in Schermerhorn

Agrifirm Jongerendag 2012

Thema: De rol van imago en communicatie in de agrarische sector Datum: Woensdag 25 januari 2012 Locatie: Schouwburg & Congrescentrum Orpheus te Apeldoorn Kijk voor alle info en meld je aan op www.hierstaik.com @hierstaik

schakel in succes


We wonen en werken in een veelzijdig land waar alles tot in de details geregeld is. Maar we zien ook dat de eisen steeds scherper gesteld worden als het gaat over onze toekomst. Is onze toekomst wel gegarandeerd in het Nederland van nu en van de komende 20 jaar? Veel van onze collega’s vonden dat niet en vertrokken naar het buitenland. Ondanks dat er al velen vertrokken of gestopt zijn, blijft het nog best ‘krap’ in ons kleine land. Met alle gevolgen van dien voor grondprijzen en regelgeving. Ik ben ervan overtuigd dat er toekomst is voor de Nederlandse boer en tuinder, omdat we ons als geen ander weten aan te passen aan de omstandigheden. Als het moeilijk wordt, zetten we de schouders er nog eens extra onder. Dit onderscheidt ons nog steeds in de markt ten opzichte van landen waar veel meer potentie en misschien wel mogelijkheden zijn, maar minder wilskracht en kennis is. Mijn ervaring in Rusland tijdens een kort verblijf bij de studiereizen van NAJK heeft dit nog eens versterkt. De minister van landbouw wilde zelfs een Hollanddorp stichten om ons zo snel mogelijk op ons gemak te stellen en daarmee productie te realiseren in dit immense land. We konden bij wijze van spreken een dartpijltje gooien op de kaart om zo een plek te bemachtigen. Uiteindelijk vind ik het best bijzonder dat in grote steden van deze wereld gesproken wordt over stadslandbouw om zo steden, zo groot of groter dan Nederland, te kunnen voeden. Wij zitten al in een dichtbevolkt gebied waardoor dit plaatje voor ons al bijna op gaat. Het is dus mooi om veel ruimte te hebben om te ondernemen, maar uiteindelijk moet je wel je afnemers om de hoek hebben. Mooi dat Nederland geografisch om de ‘hoek’ ligt.

wilco

Beloofde land?

4

7

14

In dit decembernummer 4 Wie willen er nog boeren in Nederland? 6 NAJK in het nieuws 9 Climate Farmers: boeren naar een beter klimaat 10 Piebe Wester: Grenzeloos boeren 13 In het hooi met… Karel de Jong van Federatie Particulier Grondbezit 14 Wat eten we morgen? 16 Nederland, het land voor jonge boeren en tuinders? 17 Agrarisch opleidingen katern 26 Oud&Nieuw: Frank van der Meijs uit Maasland 29 Bedrijfsovername 30 Jonge agrariërs willen een boterham+ verdienen 31 Landbouw verkeer(d)? 33 Biet it: De weg naar een bietenquotumloos tijdperk 34 Jan Speksnijder: Kaas van eigen bodem 36 Uit alle hoeken 39 Bint & Sudokoe Colofon BNDR wordt uitgegeven onder verantwoordelijkheid van Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt en verschijnt vijf keer per jaar. Een abonnement op de BNDR kost 21 euro en loopt per kalenderjaar. Opzegging voor 1 december. Het blad is gratis voor NAJK-leden. Losse nummers zijn verkrijgbaar door storting van 5 euro op bankrekening 3945.38.501 t.n.v. NAJK te Utrecht, onder vermelding van het gewenste nummer van BNDR. Artikelen of illustraties kunnen alleen na overleg met de redactie worden overgenomen. Vragen of opmerkingen over de adressering? Neem contact op met één van de onderstaande organisaties: Provinciale AJK’s: Friesland 0512-305280, Groningen 0512-305283, Drenthe 0512-305281, Flevoland 0512-305282, Overijssel 030-2769869, Utrecht 030-2769869, Gelderland 026-3846233, Hollanden 088-888 6666 (nakiesnr. 3811), Zeeland 0113-247729, Brabant 073-2173636, Limburg 0475-381777 of NAJK: 030-2769869. Redactie: Ellen van den Manacker, NAJK, 030-2769863, binder@najk.nl Advertenties: Sander Bon, NAJK, 06-15071784, sbon@najk.nl Vormgeving: www.duo-ontwerp.nl Druk: Drukmotief bv, Apeldoorn Op de cover: Jan Speksnijder, foto Ellen van den Manacker

inhoud

Wilco de Jong, voorzitter NAJK


Wie wil er nog boeren in

Nederland?

In de loop van de vijftiger jaren verdween het harde, maar kalme werken

op de boerderij. De stoptrein van het boerenleven moest een sneltrein worden. Het werk moest sneller gebeuren. De boerenleenbanken sloten grote leningen af. Handwerk werd vervangen door machines. Maar de trein moest niet alleen sneller, hij moest ook meer capaciteit krijgen. Meer grond, meer koeien, meer kassen. Melkbussen verdwenen en de melktank kwam ervoor in de plaats. Een bedrijfsopvolger komt in zicht. Er moet ge誰nvesteerd worden. Nieuwe stallen, nieuwe schuren, nieuwe kassen met de nieuwste mechanisatie. Maar dan komt er een halte. De keus om als bedrijfsopvolger uit de trein te stappen of in sneltreinvaart door te gaan. Wat doe je? Tekst: Ellen van den Manacker / Illustratie: Henk Ruitenbeek 4

BNDR


Dit seizoen staat NAJK stil bij de mogelijkheden of onmogelijkheden die Nederland biedt aan jonge agrarische ondernemers. Het perspectief om een succesvol ondernemer te worden hangt aan veel draadjes. Hoe staat het ouderlijk bedrijf erbij? Wat zijn de geografische en demografische eigenschappen van het bedrijf: denk aan bodemsoort, grondwaterspiegel en perceelsvormen- en grootte, of de afstand tot steden en markten. En wat heb je tegenwoordig aan je opleiding, word je gesteund door je familie, heb je talent? Ook zien we een verschuiving in de eisen die gesteld worden aan het hedendaagse boeren. De samenleving heeft steeds vaker een mening over jouw manier van ondernemen. Wetgeving en ruimtelijke plannen veranderen, maatschappelijke discussies worden gevoerd. De knoppen van de Nederlandse regelgeving worden opeens Europees aangestuurd en tegelijkertijd moet je als jonge agrariër ook nog innovatief, duurzaam en efficiënt te werk gaan.

Minder jonge boeren en tuinders in Nederland Er gebeurt genoeg op agrarisch niveau. Positief en negatief. Maar wat betekent dit voor jou als jonge ondernemer en wat betekent dit voor agrarisch Nederland? Het aantal boeren in Nederland vermindert. Uit onderzoek van het CBS blijkt dat dagelijks zes agrarische bedrijven de deuren sluiten. Op 1 april 2011 waren er nog ruim 70 duizend landbouwbedrijven in Nederland. Dat is 3 procent minder dan vorig jaar. Jonge boeren beginnen langzamerhand een beschermd mensensoort te worden: 4% van de boerengeneratie is nog onder de 35 jaar, ten opzichte van 44% die 55-plus is.

Ben jij een manager? Het aantal boeren neemt af, maar het aantal dieren en hectares in Nederland blijft gemiddeld gelijk. Het gevolg is dat agrarische bedrijven steeds groter worden. Als jonge boer krijg je dan de keuze om een gigantisch bedrijf over te nemen en een grote schuld voor lief te

nemen. Zijn de bedrijven tegenwoordig nog toekomstbestendig en rendabel? Is het een uitdaging om het bedrijf zo efficiënt mogelijk draaiende te houden? Wil en kan je als jonge boer zo’n bedrijf managen?

Kunnen we opboksen tegen de mondige samenleving? Niet alleen de boeren en tuinders zien hun bedrijf steeds groter worden, ook de samenleving kijkt met open mond toe. Hoe wordt hun eten geproduceerd? Hoe is het met het dierenwelzijn gesteld? Wat gebeurt er in die dichte stallen, waarom lopen koeien niet meer buiten en moet er stront gereden worden als de was net lekker buiten hangt? Experts geven aan dat agrarische bedrijven doorzichtiger moeten worden. De samenleving moet kunnen zien wat er gebeurt. Veel jonge boeren en tuinders pakken dit advies op en organiseren open dagen, geven rondleidingen of bouwen een zichtstal. Maar willen we dat? Willen we vreemde mensen op ons erf hebben? Tot waar kan en mag de samenleving zich bemoeien met het agrarische bedrijfsleven? Welke verantwoordelijkheid hebben wij als dragers van het platteland? Of is het juist mooi dat we onze trots kunnen laten zien?

Tweede inkomen biedt zekerheid? De boerenmarkt is een markt met schommelende prijzen. Het ene jaar verdienen we meer dan het andere jaar. De kunst is om het ene jaar wat achter te houden voor het andere jaar. Maar er zijn meer mogelijkheden die een vaster inkomen garanderen. Denk aan een tweede tak op het bedrijf, zoals een vergister, een kinderboerderij of een boerderijwinkel. De tijd is gekomen van het creatief denken en het inspelen op je inkomen. Maar wat gebeurt er als de subsidies voor zo’n tweede tak wegvallen? Wat zijn de voordelen van verbreding en is het inpasbaar in jouw bedrijf?

(On)verwacht bezoek Is socialiteit niet een kracht van het platteland? Boeren helpen elkaar als het nodig

Nederland, het land voor jonge boeren en tuinders!

De relatie tussen een ondernemer en de plaats waar hij onderneemt heeft wel wat weg van een partner zoeken. Hoe meer moeite je ervoor moet doen, hoe meer voldoening je hebt. Je kunt wel een aantal bezwaren opnoemen tegen boer worden in Nederland, maar er zijn ook veel voordelen. Bezwaren gaan door de mondialisering ook steeds meer gelden voor andere landen, terwijl de sterke punten die Nederland heeft, blijven. Denk daarbij aan onze infrastructuur en aanwezige kennis. Alfa is nauw betrokken bij jonge ondernemers. Niet alleen als stersponsor van NAJK, maar vooral ook als specialist in de agrarische sector. Wij hebben vertrouwen in de agrarische sector en zien volop toekomst voor jonge boeren in Nederland. De aanmoediging voor jonge ondernemers vind je terug in de plannen voor het toekomstig GLB, de vele fiscale voorzieningen en de ondersteuning bij innovaties. Bij alle vraagstukken kan Alfa Accountants en Adviseurs jullie ondersteunen met een passend en betrokken advies. D. Slagman, bedrijfsadviseur Alfa Accountants en Adviseurs. dslagman@alfa-accountants.nl

Discussiestukken

TheMA

Nederland, het land voor jonge boeren en tuinders?

Naast het jaarthema, heeft NAJK elk jaar ook drie discussiestukken. De discussiestukken gaan dit seizoen over: maatschappelijk debat schaalvergroting, gewasbescherming en bedrijfsopvolging. Discussieer mee met je provinciale AJK over deze onderwerpen. De standpunten die uit de provinciale discussies voortkomen, gebruikt NAJK om dagelijks te lobbyen in Den Haag en Brussel. Kijk voor meer informatie op www.najk.nl.

is. Ze maken tijd voor een praatje en onverwacht bezoek is altijd welkom. Maar krijgen we het met schaalvergroting, verbreding en het zo efficiënt mogelijk werken niet te druk voor deze sociale controle? Komen adviseurs alleen nog langs als er geld valt te halen? En staat de buurman alleen op de stoep als je je bedrijf gaat verkopen? Of is de verbondenheid nog net zo sterk als vroeger? En is personeel ook een goede sfeermaker binnen het bedrijf?

Regel de regels Ook de regelgeving kan bepalend zijn in je onderneming. Regelgeving die je bedrijf een zetje in je rug kan geven, maar ook beperkingen kan opleggen. Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) is daarin een belangrijke factor. De afgelopen maanden is politiek Europa druk bezig met dit GLB. In 2014 wordt er een nieuw beleid van kracht, maar hoe moet die eruit gaan zien? Waarin moeten wij als jonge boer ondersteund worden? Kan de Jonge Landbouwersregeling de behoefte van jonge agrariërs nog bevredigen? Ook jij hebt daarin een stem. NAJK lobbyt in Den Haag en Brussel voor een zo goed mogelijk beleid voor jonge boeren en tuinders. Op bladzijde 14 zie je de verschillende activiteiten die NAJK omtrent het GLB voor haar leden organiseert.

Uitstappen? Is Nederland het land voor jonge boeren en tuinders? Het land waar je je passie voor het boer of tuinder zijn kan laten zien? Het land waar je fluitend over je erf loopt? Weerhouden torenhoge schulden en mondige burgers je niet om door te gaan? Vind jij het een uitdaging om mee te gaan met de golven? Is het voor jou een sport om te investeren op de juiste plek, om te luisteren naar de consument en geniet je elke dag van de buitenlucht en het prachtige eindproduct dat je aflevert aan de markt? Of is Nederland toch te duur qua produceren, te goedkoop op de markt en te mondig om als jonge boer nog overeind te blijven? Praat mee met het jaarthema van NAJK: ‘Nederland, het land voor jonge boeren en tuinders?!’ Houd jouw AJK in de gaten voor een mondige discussie over de mogelijkheden en onmogelijkheden van agrarisch Nederland. BndR

5


nieuws

Gezocht: boeren zonder opvolger en jonge boeren zonder bedrijf om op te volgen

NAJK in gesprek met

Niet elke agrarische ondernemer heeft een opvolger en niet elke jonge boer heeft een bedrijf om op te volgen. Daarom lanceert NAJK op 15 december een digitaal trefpunt waar ondernemers zonder opvolger en potentiële agrarische ondernemers zonder ouderlijk bedrijf met elkaar in contact worden gebracht. Voor dit trefpunt is NAJK nog hard op zoek naar agrarische ondernemers die zich in bovenstaand plaatje herkennen. Ben jij die enthousiaste jongen die altijd al boer wil worden of ben jij die ondernemer die geen opvolger heeft en het voortbestaan van zijn bedrijf zeker wil stellen? Meld je dan nu aan op www.bedrijfsovernameportal.nl, onder het kopje ‘Boer zoekt Boer’.

Limagrain en NAJK dagen je uit!

staatssecretaris Bleker Doe jij mee met de Mais Challenge 2012? Op maandag 21 november bracht het dagelijks bestuur van NAJK een bezoek aan staatssecretaris Bleker van het ministerie van EL&I. In de eerste plaats heeft NAJK haar zorgen uitgesproken over het budget voor de Jonge Landbouwersregeling in 2012. Ook de staatssecretaris deelde deze zorgen. Hij gaf aan dat er gezocht moet worden naar mogelijkheden om met minder middelen toch zo veel mogelijk te bereiken. Daarnaast is een groot deel van het gesprek met de staatssecretaris besteed aan het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. NAJK heeft onder andere gepleit voor een korte overgangsperiode en voor een nationale reserve van toeslagrechten voor elk jaar na 2014. Ook is er omtrent het GLB gesproken over de vergroeningseisen die door de Europese Commissie zijn voorgesteld. Net zoals NAJK vindt ook Bleker de huidige voorstellen omtrent de vergroeningseisen niet passen binnen de Nederlandse situatie. Hij zal in Brussel pleiten voor een breder palet aan mogelijkheden, zodat er voor iedere lidstaat voldoende mogelijkheden zijn om de vergroening door te voeren. Lees het hele verslag over het gesprek met staatssecretaris Bleker op www.najk.nl onder het kopje ‘nieuws’.

In 2012 zal veredelingsbedrijf Limagrain (LG) met NAJK een Mais Challenge onder melkveehouders organiseren. Jij wordt uitgedaagd om aan deze challenge mee te doen en meer uit je snijmaisteelt te halen. In de aanloop naar 2015, met de afschaffing van het melkquotum, worden hogere melkopbrengsten tegen lagere voerkosten steeds belangrijker. Limagrain ontwikkelt daarom nieuwe rassen met een hoge voerefficiëntie. Dit veredelingsprogramma is bekend onder de naam LG Animal Nutrition. NAJK-leden krijgen van Limagrain (gratis!) de beschikking over het allernieuwste maisras LG 30.224 Animal Nutrition, dat nog niet op de markt beschikbaar is. In vier trajecten worden je maisperceel en maiskuil beoordeeld en in december 2012 zal de winnaar bekend worden gemaakt. Heb jij interesse om mee te doen? Kijk dan op [www.najk.nl/maischallenge] voor meer informatie en om je aan te melden

Jongeren maken GLB toegankelijk via

Waarom hebben boeren en tuinders zoveel geld nodig? Hoe gaan we met dieren om? En willen jonge mensen nog wel boer worden? Wie gaat dan ons voedsel produceren? Met die vragen klopte de Youth Food Movement (YFM) bij ons aan. In een 6-delige videoblogserie geven jonge boeren en een tuinder inzicht in hun bedrijf en antwoord op bovenstaande vragen. De videoblogserie is op 12 oktober gelanceerd en inmiddels is de laatste video met een reactie van staatssecretaris Bleker op de wensen, dromen en verwachtingen van jonge boeren en tuinders omtrent een nieuw GLB ook al uit. Bekijk de videoblogserie op www.toekomstglb.nl en praat mee over onderwerpen als ‘vergroening’, ‘vermaatschappelijking’ en ‘voedselzekerheid’.

Flevolander Gerben Oordt

Nederlands Kampioen Veebeoordelen 2011 Op zaterdag 24 september is FAJK’er Gerben Oordt in Amersfoort bekroond tot Nederlands Kampioen Veebeoordelen 2011. Gerben nam het op tegen 60 jonge koeienkenners uit heel Nederland en slaagde erin om de roodbonte en zwartbonte koeien het best te keuren. Met een sterke schriftelijke ronde en maar liefst een 8,8 voor zijn mondeling ging Gerben Oordt uit Dronten er met de wisseltrofee vandoor. Nick Pinkert uit Markelo (OV) werd tweede en Florus Pellikaan uit Meerkwerk (ZH) ging met de derde prijs naar huis. Henry Kamphuis uit Oene (GL) was beste nieuwkomer en ontving de aanmoedigingsprijs. Bekijk een foto-impressie op de Facebook van NAJK (zoekwoord: Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt).

6

BNDR

videoblogserie


NAJK feliciteert de

Adrian en Annely Langereis uit Ten Boer zijn de 4.000e aanvrager van de Jonge Landbouwersregeling. NAJK feliciteerde het echtpaar daarom afgelopen september met de nieuwbouw van hun ligboxenstal voor 230 melkkoeien. Met deze openbare felicitaties wil NAJK benadrukken dat de regeling succesvol en belangrijk is voor jonge ondernemers. “Het is mooi dat er een regeling is die stimuleert om het bedrijf verder te ontwikkelen na de overname. Ook kunnen we hierdoor extra investeringen doen die innovatief en duurzaam zijn en die we anders niet hadden gedaan”, aldus Annely.

dB

4.000e aanvrager van Jonge Landbouwersregeling

De week van….

Dagelijks best Tom van Horriukurder is fokkerij-adviseur(23) TOPIGS Nederla bij woonachtig in Som nd en Portefeuille: inteernsen (Br). ief

Tom van horrik Vanaf december 2010 maak ik deel uit van het dagelijks bestuur van NAJK. Binnen het bestuur ben ik verantwoordelijk voor de portefeuille ‘intensief’. In juli 2011 ben ik geslaagd voor de studie ‘Dier- en veehouderij’ aan de HAS Den Bosch en sindsdien ben ik in dienst bij TOPIGS Nederland. Op zaterdag werk ik op het varkens- en pluimveebedrijf van mijn ouders. Naast mijn passie voor de intensieve veehouderij, heb ik ook een passie voor voetbal. Zelf voetbal ik in Someren, geef ik training aan een jeugdteam en bezoek ik de thuiswedstrijden van Ajax.

Mijn week:

Staatssecretaris Joop Atsma in gesprek

met nAJK

Op donderdag 15 september heeft het dagelijks bestuur van NAJK een bezoek gebracht aan het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M). Hier hebben zij om tafel gezeten met Joop Atsma, staatssecretaris van I&M. Tijdens het overleg is onder andere gesproken over de mogelijkheden en knelpunten voor de tuinbouw bij CO2-opslag. De staatssecretaris gaf aan dat hij deze onderwerpen intern nader zou bespreken. Ook is er aandacht besteed aan de standpunten van NAJK ten aanzien van het mestbeleid en het gewasbeschermingsmiddelenbeleid. Zelf gaf Atsma aan dat hij voor NAJK belangrijke ontwikkelingen ziet op het vlak van de duurzaamheidsmonitor, het achterblijven van de biodiversiteit, waterkwaliteit en fi jnstof. Atsma en NAJK hebben afgesproken hier regelmatig contact over te onderhouden.

Maandag: Vandaag moet ik invallen voor een collega en bezoek ik een kernfokbedrijf. Op dit bedrijf heb ik eerst biggen geselecteerd voor de verkoop. Daarna heb ik pasgeboren biggen getatoeëerd. De biggen die getatoeëerd worden, zijn allemaal volledig zuiver ras en worden ingezet voor de fokkerij. Naast deze werkzaamheden hebben we spek- en spierdikte gemeten bij de varkens die bijna klaar zijn voor inzet in de fokkerij/KI-station. Hierna heb ik nog een andere fokker bezocht waar ik dekrijpe varkens heb geselecteerd voor de verkoop. Dinsdag: ’s Morgens ben ik aan de slag gegaan met de administratie van mijn werk. Hierna ben ik naar Utrecht gereden voor een vergadering met het dagelijks bestuur van NAJK. Tijdens de DB-vergaderingen bespreken we alle projecten van NAJK, denken we na over nieuwe projectvoorstellen en bepalen we welke delen van de organisatie verbeterd kunnen worden en hoe we daarmee aan de slag gaan. De afgelopen DB-vergadering stond ook in het teken van het gesprek met staatssecretaris Bleker. We moesten bepalen welke punten we bij hem onder de aandacht wilden brengen. Na de vergadering ben ik snel naar huis gegaan om de studieclub varkenshouderij in Someren te bezoeken. Woensdag: Woensdag heb ik op mijn werk ‘les’ gekregen van een collega over het gebruik van de verschillende managementprogramma’s in de varkenshouderij. ’s Middags heb ik nog achterstallig administratief werk gedaan. ’s Avonds ben ik naar de werkgroepavond van het BAJK geweest. Donderdag: Vandaag heb ik bij een fokker van eindberen van TOPIGS gewerkt. Hier hebben we bij de dieren spek- en spierdikte gemeten. Daarnaast werden de dieren ook gewogen en gekeurd. Vrijdag: ’s Morgens vroeg ben ik naar de slachterij in Druten gegaan. Hier voert TOPIGS uitsnijdingen uit om vleeskwaliteitskenmerken te monitoren en terug te koppelen naar de fokkerij. ’s Middags heb ik voor TOPIGS op een open dag gestaan.

BndR

7


Venray

28, 29 februari en 1 maart 2012 13.00-22.00 uur

Hét trefpunt voor de intensieve veehouderij

nray 2e editie in Ve

en g a d k a V e e v d : Run y a r n e V in W U NIE rt 2012 ruari t/m 1 maa 28 feb

en beide vakbeurz ijs w e sb g n a g n toe Bezoek met éé

Evenementen

HAL

HARDENBERG GORINCHEM VENRAY

Evenementenhal Venray Wattstraat 2 5807 GB Venray T 0478 - 51 97 90 F 0478 - 51 97 80 E venray@evenementenhal.nl I www.evenementenhal.nl

Ons evenement. UW MOMENT.


PRoJecT

Climate Farmers:

boeren naar een beter klimaat Climate Farmers is hèt project waarmee NAJK en CEJA op zoek gingen naar antwoorden op de vraag hoe de landbouw omgaat met de uitstoot van broeikasgassen. Dat het klimaat verandert, is allang bekend. Dat de landbouw daarmee in één adem wordt genoemd met de uitstoot van vooral methaan en lachgas is ook geen nieuws meer. Wat doen boeren eigenlijk met deze informatie? Samen met CEJA verzamelde NAJK best practices van Europese melkveehouders en akkerbouwers die de strijd aangingen om de uitstoot van broeikasgassen op hun bedrijf te minderen.

Tekst: Janita Schimmel

Best Practices Natuurlijk wordt niet elke maatregel zomaar uitgeroepen tot best practice. Er zijn drie vragen die daarbij een belangrijke rol spelen: vermindert de maatregel daadwerkelijk de uitstoot van broeikasgassen? Is de maatregel gemakkelijk te implementeren op een agrarisch bedrijf? Is het ook nog eens kosteneffectief? Met recht mag van een best practice gesproken worden als het antwoord op al deze vragen ‘ja’ is. Wat blijkt: praktijkvoorbeelden zijn er in alle soorten en maten, waarbij één ongeschreven regel altijd geldt: het resultaat van de maatregel wordt mede bepaald door de inzet en motivatie van de boer.

Voorbeelden uit de praktijk … door melkveehouders Duidelijk is dat verschillende boeren inmiddels de trend hebben gezet door klimaatvriendelijke

methoden in te zetten. Zo passen bijvoorbeeld zowel Ierse als Nederlandse melkveehouders het zogeheten ‘pure graze’ systeem toe. Deze boeren laten hun melkkoeien zo lang mogelijk, in Ierland zo’n 300 dagen per jaar, buiten lopen. Dat vraagt om een nieuwe manier van werken. De koeien kalven in het voorjaar af, zodat het grasaanbod en de kwaliteit van het grasaanbod beter passen bij de behoefte van de koeien. In de winter, als het grasaanbod beperkt is, staan de koeien droog en hebben zij minder voer nodig. Maar wat zijn nu precies de voordelen voor het klimaat? Doordat de koeien zelf ‘oogsten’ en ‘bemesten’ heb je minder diesel nodig. Een ander voordeel is een forse daling in de uitstoot van lachgas. Door minder te ploegen, vindt er minder mineralisatie van organische stof en minder uitstoot van lachgas plaats. Tot slot kan er in krachtvoer bespaard worden, doordat op het bedrijf vraag en aanbod van het voer parallel lopen.

… door akkerbouwers Ook akkerbouwers passen hun bedrijfsvoering aan voor een beter klimaat. Een voorbeeld is de direct-zaaimethode. Terwijl collega-boeren hun land nog altijd ploegen, bewerken deze boeren het land nog maar één keer per seizoen. De zaaimachine met GPS-uitrusting helpt hen daarbij. Deze manier van werken levert op verschillende manieren een lagere uitstoot van broeikasgassen op. Eén daarvan is dat er nu minder diesel nodig is om het land te bewerken. Hierdoor vindt er minder C02-uitstoot plaats. De minimale grondbewerking resulteert ook in een lagere mineralisatie van de organische stof. Zo blijft er meer koolstof in de bodem opgeslagen. Tot slot leidt het hogere organische stofgehalte in de bodem tot minder verlies van lachgas. Terwijl er nu minder kunstmest nodig is, behalen de akkerbouwers toch dezelfde opbrengst in vergelijking met de traditionele manier van werken.

Ideeën voor jouw bedrijf? Benieuwd geworden naar andere klimaatvriendelijke methoden die collega’s in Europa toepassen? Wil je ideeën opdoen om ook te kunnen boeren voor een beter klimaat? Houd dan de website www.climatefarmers.eu in de gaten. Hier vind je vanaf 19 december het boekje waarin alle informatie en praktijkvoorbeelden gebundeld zijn.

Broeikasgassen en de agrarische sector

Voor sommigen is het misschien even opfrissen. Hoe zit het ook alweer met de broeikasgassen en de agrarische sector? Onze sector is vooral verantwoordelijk voor de uitstoot van lachgas en methaan. Methaan komt voornamelijk vrij bij de vertering van voer door herkauwers. Als gevolg van de melkquotering is de hoeveelheid melkvee kleiner geworden, waardoor de methaanuitstoot afnam. Lachgas ontstaat vooral bij de bemesting van de bodem. Ook de uitstoot van lachgas in de landbouw heeft al een fl inke daling meegemaakt. Dit komt vooral door de afname van stikstofbemesting. In de periode 1990 – 2009 is het stikstofoverschot op de landbouwgrond vrijwel gehalveerd. Om te weten waar we naartoe moeten werken, heeft de VN in 1990 het Kyoto-protocol opgesteld. Nederland wil de totale uitstoot van broeikasgassen in de periode tot 2020 met twintig procent verlagen ten opzichte van basisjaar 1990.

BndR

9


BedRIJF

Is Nederland het land voor jonge boeren en tuinders? Of biedt het buitenland meer mogelijkheden? Piebe Wester (31) is samen met zijn vriendin van het Friese Tirns verhuisd naar het Zweedse dorpje Lövestad. Met zijn interesse voor de agrarische sector en zonder een ouderlijk bedrijf lagen er voor Piebe veel mogelijkheden om in Zweden een melkveebedrijf te starten.

Piebe Wester startte samen met zijn vriendin een melkveebedrijf in Zweden

Grenzeloos Tekst: Ellen van den Manacker

Werken over de grens In het Friese dorpje Tirns groeide Piebe Wester op. Zelf niet afkomstig van de boerderij, maar wel met een grote interesse in het agrarische ondernemerschap vertrok Piebe in 2000 met een mas-diploma op zak naar Denemarken. “Vroeger hielp ik in mijn vrije tijd in Tirns op een melkveebedrijf. Dit melkveebedrijf verhuisde tijdens mijn studie naar Denemarken. Toen ik klaar was met de mas had ik de keus om mijn koffer te pakken en mee te helpen op het bedrijf in Denemarken. In Denemarken ben ik uiteindelijk zes jaar blijven hangen op verschillende bedrijven in verschillende functies.” Al snel kreeg Piebe door dat het starten van een melkveebedrijf in Denemarken veel goedkoper was dan in Nederland. “Het boeren in Denemarken voelde goed. Ik werkte inmiddels als bedrijfsleider en dacht als ik er een stap bij doe, kan ik een eigen bedrijf starten”, vertelt Piebe. “Helaas stegen de prijzen van grond en bedrijven gigantisch in de zes jaar dat ik in Denemarken zat. Financieel was het voor mij niet meer aantrekkelijk om een bedrijf te starten in Denemarken. Maar de droom was er nog wel”, vertelt Piebe.

Op zoek naar een eigen plek “Samen met mijn vriendin ben ik verder gaan kijken. Een makelaar wees ons op de mogelijkheden van Zweden. Hij had verschillende bedrijven in de aanbieding. Daar zijn we toen gaan kijken”, vertelt Piebe. “Zweden voldeed aan onze wensen. Het klimaat is er goed, op sociaal gebied lijkt Zweden op Nederland en de 10

BndR

markt is nog niet verzadigd door collega-immigranten”, aldus Piebe. “Een ander voordeel is dat de melkveesector nog niet heel vooruitstrevend is. Met de kennis die ik in de afgelopen jaren had opgedaan, kon ik dus veel bereiken.” Maar één van de grootste voordelen van Zweden vindt Piebe het melkquotum. “In Zweden hebben ze geen melkquotum, dat is erg aantrekkelijk. Het melkquotum maakte het voor mij vrijwel onmogelijk om een bedrijf in Nederland op te starten. Ook de grond is in verhouding met Nederland goedkoop in Zweden.”

Knopen doorhakken Na een aantal vakanties en bezoeken aan Zweedse melkveebedrijven hebben Piebe en zijn vriendin de knoop doorgehakt. “We kwamen met iemand in contact die zijn bedrijf wilde verkopen. Een oud bedrijf met 50 koeien

en 65 hectare grond konden we voor een mooi prijsje overnemen. Al vrij snel hebben we de voerloods omgebouwd en zijn we 120 koeien gaan melken. Inmiddels hebben we 150 koeien, 110 hectare in eigendom en 40 hectare pacht. In Denemarken heb ik gezien dat de waarde van grond enorm kan stijgen. Dus het kopen van grond is ook een soort belegging voor ons”, vertelt Piebe.

Dichtbij Nederland De schok voor het thuisfront was klein, toen Piebe vertelde dat hij zijn eigen bedrijf in Zweden wilde gaan beginnen. “Mijn vriendin en ik woonden inmiddels al zes jaar in Denemarken. Onze ouders waren dus al gewend dat we niet meer om de hoek woonden. We hebben wel bewust in het zuiden van Zweden naar bedrijven gezocht. De afstand naar Nederland is


boeren “Het melkquotum maakte het voor mij vrijwel onmogelijk om een bedrijf in Nederland te starten” hierdoor kleiner, ongeveer 850 kilometer”, vertelt Piebe. “Zo’n drie keer per jaar worden we bezocht door onze familie. Wij proberen zelf ook één keer per jaar naar Nederland te gaan. In het begin was dat lastig. Je bent een bedrijf aan het opzetten en dat moet je wel een week achter kunnen laten. Als er iets gebeurt, zijn we niet binnen één uur op locatie. Afgelopen jaar hebben we tijdens onze vakantie een Nederlandse bedrijfshulp gehad, dat ging erg goed. Daarnaast hebben we ook nog een vaste medewerker voor 30 uur in de week die op zo’n moment ook veel taken op zich kan nemen”, aldus Piebe.

Cursus emigreren Het klinkt allemaal erg makkelijk. Je neemt een zak geld mee en kiest een mooi bedrijf uit, waar je vervolgens een kast van een stal neerzet. Maar zo makkelijk gaat dat niet. “In Denemarken hebben mijn vriendin en ik een cursus ‘emigreren’ gevolgd. Deze cursus ging onder andere in op waar we op moeten letten bij het aankopen van een bedrijf. Hoe je een bedrijf moet taxeren en een bedrijfsplan opstelt. Voor ons was deze cursus een goede ondersteuning van het emigratieproces”, vertelt Piebe. “Voor sommige boeren is alles misschien heel vanzelfsprekend. Het runnen van een agrarische onderneming heeft altijd in mijn bloed gezeten. Maar doordat ik niet ben opgegroeid op een boerderij, heb ik het idee dat ik soms ken-

nis mis, bijvoorbeeld de administratieve kant van zo’n bedrijf. De emigratiecursus heeft ons met de neus op de feiten gedrukt en laten zien dat niet alles rooskleurig is.”

Inburgeren De Zweedse taal onder de knie krijgen was geen probleem voor de familie Wester. “De taal was makkelijk te beheersen omdat we ook al Deens konden. We hebben in het begin één keer per week Zweedse les gehad.” Ook over de inburgering is Piebe te spreken. “De omgeving bekijkt altijd eerst wat voor vlees ze in de kuip hebben. Het is aftasten, maar wij hebben een hele oude boerderij opgekocht en mooi opgeknapt. Dus al gauw kwamen verschillende mensen het resultaat bekijken. Nu de kinderen naar school gaan, komen er steeds meer contacten bij.” Wel geeft Piebe toe sociale contacten te missen. “Vrienden uit je schoolklas, ja die mis ik wel. Die contacten heb je hier niet opgebouwd. Maar dat moet je nemen zoals het is.”

Afhankelijk “In de afgelopen vijf jaar heb ik gemerkt dat we niet altijd de wind mee kunnen hebben. Toen ik begon in Zweden had ik veel dromen. Inmiddels ben ik erachter gekomen dat we afhankelijk zijn van meer factoren om het doel dat wij voor ogen hebben te bereiken. Met geduld bereiken we die doelen uiteindelijk wel. We hebben een vergunning voor 400 melk-

Piebe Wester 31 jaar Melkveehouder in Lövestad 150 koeien, 110 hectare in eigendom, 40 hectare pacht

koeien. Volgend jaar hoop ik een nieuwe stal te bouwen en op weg te gaan naar die 400 melkkoeien.”

Zweden versus Nederland “Of de regelgeving van Zweden veel verschilt met die van Nederland, durf ik niet te zeggen. Ik heb weinig met de regelgeving in Nederland te maken gehad. Wel denk ik dat de sociale controle groter is in Nederland, dat komt voornamelijk door de dichtbevolktheid”, aldus Piebe. “Een ander verschil met Nederland is dat de koeien hier verplicht zes uur per dag naar buiten moeten en helaas schommelt de melkprijs hier in Zweden ook nog onder die van Nederland. Nu krijg ik ongeveer 30 cent per kilo”, vertelt Piebe.

De juiste keuze? “Ik ben heel blij met de keuzes die ik gemaakt hebt. Ik had in mijn leven in Nederland nooit kunnen bereiken wat ik nu bereikt heb. In Zweden denken ze soms heel conservatief. Doordat ik in verschillende landen de bedrijfsvoering heb meegemaakt, kan ik daar mijn voordeel uithalen”, vertelt Piebe. “Of ik emigreren kan aanraden? Natuurlijk. Maar zorg dat je eerst werkervaring opdoet in het buitenland. De cultuur en het boeren in een ander land zijn simpelweg anders. Een tip die ik meegeef is: altijd jezelf blijven en niet met geld gaan klooien. In Zweden laat de makelaar bijvoorbeeld mensen tegen elkaar opbieden. Wij hebben het bedrijf zonder makelaar gekocht. Dat scheelde ons op zijn minst 6% over de koopsom.” BndR

11


Een betrokken sponsor en ervaren adviseur in één Bij Alfa hebben we iets met jonge ondernemers in

Bij Alfa heb je te maken met adviseurs die je passie

de agrarische sector. Daarom zijn we stersponsor van

delen. En die ook graag hun kennis met je delen.

NAJK. En we hebben ook iets vóór jonge onderne-

Maak gerust een afspraak.

mers: een compleet pakket aan diensten. We helpen je op weg, nemen alle administratieve zaken uit handen en zijn er om je continu te wijzen op

Lees nu de eindejaarstips op www.alfa-accountants.nl

verbeterpunten.

Alfa is stersponsor van NAJK. We zijn vooral actief in de agrarische sector en in het midden- en kleinbedrijf. Met ruim 800 professionals en 31 vestigingen zijn we thuis in elke regio van Nederland.

Volg ons: AlfaAccountants

De ondernemende mens centraal

Binder december 185x124_fc.indd 1

24-11-2011 11:04:08

Landbouwmechanisatie Melktechniek Advies en financiering Duurzame landbouw Stalinrichting Veevoeder Toelevering akkerbouw Precisielandbouw Landbouwinnovaties

DE PLEK OM SLIM TE BOEREN!

13 t/m 16 december WTC EXPO LEEUWARDEN

www.nederlandselandbouwbeurs.nl

Van dinsdag 13 december t/m vrijdag 16 december vindt de Ne derlandse Landbouwbeurs plaats in het WTC Expo te Leeuwarden. Tijd ens de beurs organiseert Troostwijk Vei lingen kijkdagen en een veiling voor de agrarische sector. De Nederlandse Landbo uwbeurs is de plek voor boeren om zich te laten informeren om slim, duu rzaam en effectief te boeren.

OPENINGSTIJDEN Heliconweg 52 - Leeuwarden (Ingang West - Slauerhoffweg) Tel. 058 - 2941 500 - info@wtcexpo.nl

12

BNDR

DI. 13 DECEMBER 10.00 - 18.00 uur WO. 14 DECEMBER 10.00 - 21.00 uur DO. 15 DECEMBER 10.00 - 18.00 uur VR. 16 DECEMBER 10.00 - 18.00 uur


In het hooi met… Karel de Jong van

Federatie Particulier Grondbezit Grond is een schaars goed. Een schaars goed dat tegenwoordig voor hoofdprijzen over de toonbank vliegt. Landbouwgrond wordt voor een paar ruggen opgekocht door de overheid en feilloos ingericht als natuurgebied, recreatiegebied of voor stedenbouw. Maar niet alleen de overheid zwaait met de fl appen. Ook het beleggen in grond is tegenwoordig een hotspot. Hoeveel boeren kunnen over tien jaar nog een vorkje meeprikken in deze lust naar grond? Karel de Jong (40) is melkveehouder en lid van de Federatie Particulier Grondbezit (FPG). Een organisatie die opkomt voor de belangen van particuliere grondbezitters.

Tekst: Ellen van den Manacker / Foto: Colinda van Ekris Wat is de toegevoegde waarde van FPG binnen onze samenleving? “FPG is een vereniging van particuliere eigenaren van onder andere landbouwgronden, landgoederen, bossen en natuurterreinen. Zo’n 1800 leden zijn bij ons aangesloten en gezamenlijk vertegenwoordigen wij bijna 200.000 hectare grond in Nederland. Als melkveehouder ben ik aangesloten omdat grond een belangrijke factor is in mijn bedrijf. Grond is de basis en grond is beperkt. Daarom is het belangrijk dat de belangen van grondbezitters, waaronder agrariërs, goed behartigd worden.” Grond is gewild voor veel doeleinden. Vliegen jullie leden elkaar nooit in de haren? “Wij proberen een perfecte afstemming tussen onze leden te vinden. Wij zijn niet de organisatie die zegt

zoveel procent van de grond in Nederland moet landbouwgrond zijn. Grondeigenaren moeten zelf de juiste invulling geven aan hun stukje bezit. Wij ondersteunen onze leden in de keuzes die ze maken.” Een vuistregel is dat iedere 10 jaar de grondprijs verdubbelt. Hoe kunnen jonge boeren dat straks nog financieren? “Het steeds duurder worden van grond is zeker een probleem. Een probleem dat ook binnen onze organisatie speelt. Samen met LTO en de Rabobank zijn wij in gesprek om hier een oplossing voor te vinden.” In welk opzicht behartigen jullie de belangen van jonge boeren? “Wij ondersteunen jonge boeren in de bedrijfsovername en dan voornamelijk gericht op de overname van grond. Het is belangrijk dat grond in eigendom van de familie blijft. Met verschillende politieke partijen zijn we in gesprek om grondovername soepeler te laten verlopen.”

Hoofd Ellen van derendacMteanur stelt prikkelende vr acker agen. Aan boer In het hooi.enGedenreburgers. venheid, passie, bo Het komt aludleembeaaweringen. In het hooi ml etaa…n bod.

Is landbouwgrond waardevol? “Puur economisch is landbouwgrond niet waardevol. Landschappelijk gezien is landbouwgrond wel waardevol. Het is moeilijk om zoiets in geld uit te drukken. Landbouw is belangrijk voor bijvoorbeeld het milieu en de natuur.” Grond is een schaars goed, is dat positief of negatief? “Het is positief en negatief. Positief omdat het duur is en je dus als grondbezitter iets waardevols bezit. Negatief omdat het rendement van grond laag is. In de landbouw staat de prijs van grond niet in verhouding met de opbrengst.” Hoe zal de verdeling van grond er over tien jaar uit zien? “Ik denk dat de lijn zoals die er nu is, doorgezet zal worden. Het percentage landbouwgrond in Nederland zal dus afnemen, maar niet schrikbarend veel. Wij kunnen weinig doen aan deze grondinrichting. In onze organisatie ligt die verantwoordelijkheid bij de grondbezitters zelf. Als de eigenaar besluit zijn grond te verkopen aan een ander doel, dan kunnen wij daar weinig van zeggen.” Welk soort grond is het meest gewild in Nederland? “Een bepaald soort grond bekronen tot de beste grond van Nederland gaat niet. De eigenschappen, locatie en het doel van de grond spelen hierin een belangrijke rol.” Zien jullie ook dat grondbezitters hun grond niet verkopen omdat de prijs stijgende is? “Ik denk niet dat mensen grond vasthouden omdat de prijs stijgende is. Als men land vasthoudt dan zullen daar andere redenen voor zijn. Denk aan emotionele binding, het eventueel overnemen door een familielid. Land niet benutten of verpachten hoeft uiteindelijk niet meer op te leveren dan de prijsstijging van grond in de loop der jaren.” Tegenwoordig is het populair om te beleggen in grond, stimuleren jullie dit? “Jazeker. Beleggen in grond heeft tot gevolg dat financiële problemen van grondbezitters opgelost worden door beleggers. Op die manier blijft grond in het bezit van particuliere grondbezitters en belandt het niet in handen van bijvoorbeeld de overheid.” BndR

13


De hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

Wat eten we mo In 1959 werd het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) ingevoerd. De verwoestingen en de voedselschaarste van tijdens, en vlak na de Tweede Wereldoorlog lagen nog vers in het geheugen. Het was toen vooral zaak om de productiviteit snel en duurzaam te verhogen om de voedselvoorziening veilig te stellen en sociale onrust te voorkomen. Boeren moesten kunnen rekenen op een redelijke levensstandaard en consumenten op betaalbare prijzen. Tekst: Sander Kerkhoffs, Kirsten Haanraads en Ellen van den Manacker In de loop der jaren is het GLB een aantal keer drastisch veranderd. Productieoverschotten, het mestprobleem, melkplassen, boterbergen en quota’s: alles heeft onder andere met dank aan het GLB de revue gepasseerd. En tijden veranderen nog steeds, daarom verandert het GLB mee. In 2014 wordt een nieuw GLB van kracht. Het GLB is een Europese aangelegenheid, waarbij alle 27 lidstaten van de Europese Unie hun eigen wensenlijstje hebben. In alle lidstaten wordt nu dus ook gebogen over de invulling van dat nieuwe GLB. Ook NAJK houdt zich druk bezig met de hervorming van het GLB. Inge Rameijer (dagelijks bestuurder NAJK) laat zien waar NAJK zich op het gebied van GLB mee bezighoudt. De hervorming van het GLB gebeurt in Brussel. Hoe kan NAJK daar invloed op uitoefenen? “Onze staatssecretaris en Nederlandse Europarlementariërs hebben een belangrijke stem in Brussel. Maar het is zeker belangrijk om ook de stem van de Nederlandse boer en tuinder in Brussel te laten horen. Daarom is NAJK aangesloten bij CEJA, de Europese vereniging voor jonge boeren en tuinders. De standpunten die door NAJK-leden gevormd zijn in Nederland neem ik mee naar CEJA in Brussel. CEJA zorgt ervoor dat alle aangesloten verenigingen voor jonge agrariërs gehoord worden. Uiteindelijk legt CEJA namens 27 Europese verenigingen één standpunt neer bij de Europese Commissie.” Waarom moet het GLB vernieuwd worden? “Het gaat bij het GLB om veel geld, geld van de belastingbetaler. Vandaar dat vermaatschappelijking een belangrijk speerpunt

14

BNDR

binnen de hervorming van het beleid is. Met vermaatschappelijking wordt bedoeld dat de inkomenssteun van het GLB meer verbonden wordt met maatschappelijke thema’s als natuur, milieu, landschap, waterbeheer,

GLB-debat

klimaat en dierenwelzijn. Daarnaast vinden veel partijen, waaronder NAJK, het belangrijk dat de steun niet meer afhankelijk moet zijn van wat je vroeger produceerde. Een aspect dat in 2014 gaat veranderen. Daarnaast is het

De voorstellen van de Europese Commissie liggen op tafel, maar wat vinden we daar als jonge boeren en tuinders nu eigenlijk van? In september en oktober zijn verspreid over het land 4 debatten georganiseerd over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Ook communiceert NAJK op haar website, via www.glbdebat.nl en via Twitter (@GLBdebat) over de aankomende hervorming. Op de debatavonden zijn AJK-ers onder leiding van een debatleider met elkaar in debat gegaan over drie thema’s rond het GLB: verjonging, voedselzekerheid en vermaatschappelijking. NAJK krijgt zo op een leuke en interactieve manier input over hoe er over het GLB gedacht wordt. Deelnemers aan de avond krijgen meer te weten over het GLB en kunnen hun debatvaardigheden oefenen. Wil je met je afdeling een avond over het GLB organiseren, neem dan contact op met NAJK-Internationaal. Je mening laten horen kan altijd. Gebruik Twitter of Facebook, of stuur een mail naar internationaal@najk.nl. De komende maanden kunnen we nog invloed hebben op de voorstellen, dus wat vind jij?


rgen? GLB de afgelopen jaren meer marktgericht geworden en zijn exportsubsidies en importheffingen al sterk afgebouwd. In het nieuwe GLB zal dat onderdeel, het marktbeleid, alleen nog een vangnet vormen in tijden van crisis. ” Hoe kunnen leden van NAJK hun stem laten horen? “NAJK organiseerde in september en oktober debatten door het hele land waarbij de jonge boeren en tuinders hun visie konden geven op het GLB na 2013. De uitslagen van de debatten zijn terug te vinden op www.glbdebat. nl. Ook via Twitter (@GLBdebat) kun je de vorderingen van de hervorming van het GLB volgen. Daarnaast heeft NAJK in samenwerking met de Youth Food Movement (YFM) een 6-delige videoblogserie gemaakt: De toekomst van ons voedsel. Via persoonlijke portretten worden de wensen, dromen en verwachtingen rond een nieuw GLB in beeld gebracht door onder andere NAJK-leden. In de laatste aflevering worden deze wensen, dromen en verwachtingen besproken met staatssecretaris Bleker. De afleveringen zijn te zien op www. toekomstglb.nl. Via deze website hebben jullie, leden van NAJK, ook de mogelijkheid om jullie mening te geven over thema’s als voedselzekerheid, vermaatschappelijking en dierenwelzijn. Heb je zelf een sterk issue wat door NAJK mee moet worden genomen in haar standpunten? Stuur dan een mail naar mij: irameijer@najk.nl.”

Proces hervorming GLB 2014-2020

18 november 2010

29 juni 2011

12 oktober 2011

2011-2012

eind 2012/begin 2013

2014

Mededeling van de Commissie ‘Het GLB tot 2020’

Voorstellen van de Commissie over het MKF* 2014-2020

*Meerjarig Financieel Kader

Voorstellen van de Commissie over het GLB 2014-2020

Debat in Raad van Landbouwministers en het Europese Parlement

Vaststelling van de Verordeningen en uitvoeringsbesluiten

Bron: Ministerie van EL&I

2014-2020

Inwerkingtreding nieuwe Europeselandbouwbeleid

De GLB-voorstellen van de Europese Commissie gericht op jonge boeren en tuinders Lees alle GLB-voorstellen op: ec.europa.eu/agriculture Nu: > Jonge Landbouwersregeling: voor iedere Europese euro, moet Nederland een euro bijleggen (50%-50%). > Inkomenssteun: Een deel van de boeren ontvangt dit, op basis van historische productiecijfers

Straks:

e Jonge Landbouwersregeling: De Europese Commissie

draagt voortaan 80% bij. Met hetzelfde Nederlandse budget kunnen dan meer jonge boeren ondersteund worden. Inkomenssteun: voor iedere hectare kan een basispremie aangevraagd worden. Bovenop deze betaling kun je als jonge ondernemer 5 jaar lang een zogenaamd top-up krijgen ter waarde van 25% van het basistoeslagrecht. Deze top-up geldt voor 25 hectare. Tot 2% van het budget wordt beschikbaar gesteld voor deze regeling. NAJK pleit ervoor niet maximaal, maar minimaal 2% in te zetten. Inkomenssteun: er komen extra vergroeningseisen voor de inkomenssteun. Om daarvoor in aanmerking te komen moet je 7% van je grond inzetten voor ecologisch beheer, gewasdiversificatie toepassen en permanent grasland behouden.

e

u

GLB Blog: De toekomst van ons voedsel

De afgelopen weken heeft NAJK (in samenwerking met YFM) een videoblogserie gemaakt over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en de toekomst van ons voedsel. Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de Europese Unie raakt alle jonge agrarische ondernemers. Melkquotum, GMO, agrarisch natuurbeheer en inkomenstoeslag: ook dit is allemaal onderdeel van het GLB. Het budget? Zo’n 50 miljard euro per jaar. Waarom hebben boeren en tuinders zoveel geld nodig? Willen jonge mensen nog wel boer worden? En wie gaat dan ons voedsel produceren? De samenleving heeft vragen en de boeren hebben de antwoorden. Iedere aflevering staat daarom een ander onderwerp centraal waarbij jonge boeren en een tuinders hun zegje doen. Met trots laten zij alle hoeken van hun bedrijf zien! De afleveringen gaan over verjonging, maatschappelijke diensten, voedselveiligheid, dierenwelzijn en voedselzekerheid. In de laatste aflevering worden de kwesties besproken met staatssecretaris Bleker van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Op www.toekomstglb.nl zijn de filmpjes te zien. Daar kan je ook meedoen met de discussie over deze onderwerpen. Laat ook jouw stem horen!

BNDR

15


TheMA

Overleg NAJK-bestuur met Rabobank Nederland

Jonge agrariers willen een

boterham+ verdienen

Duurzaamheid, specialisatie, sociale druk en financieringsmogelijkheden: een aantal termen die op dinsdag 13 september 2011 over tafel zijn gegaan in het hoofdgebouw van Rabobank Nederland. Het voltallige NAJK-bestuur en het managementteam van Food & Agri Nederland van de Rabobank kwamen deze dag tezamen om van gedachten te wisselen over de situatie in de diverse agrarische bedrijfstakken en over het vereiste agrarische ondernemerschap.

Tekst: Ellen van den Manacker en Rabobank Nederland

Startproblemen NAJK-voorzitter Wilco de Jong beet het spits af. Hij sprak zijn zorgen uit over de afzetproblemen in de varkenshouderij en tuinbouw, waardoor het voor ‘overnemers’ extra lastig wordt om te starten. “Bovendien nemen de eisen met betrekking tot duurzaamheid ook nog eens toe. Dit vraagt extra investeringen en dus aanvullende financieringsruimte”, aldus Wilco. “Continuïteit van een bedrijf en duurzaamheid liggen in elkaars verlengde”, antwoordde Wim Thus, afdelingsdirecteur Landbouw van Rabobank Nederland, daarop. “Alle vraagstukken met betrekking tot duurzaamheid hoeven op een bedrijf niet in één keer te worden aangepakt. Stel een plan op voor een gefaseerde aanpak en voer dat opeenvolgend uit. De mate waarin bedrijven ‘verduurzamen’ is verschillend, omdat bedrijven nogal divers en moeilijk met elkaar te vergelijken zijn. Het vergt nogal wat van het vakmanschap van een ondernemer om duurzaamheid goed in te bedden in een bedrijf. Maar de koers is wel helder, bedrijven worden vooral gespecialiseerde bedrijven”, aldus Wim Thus.

het belangrijk dat het bedrijf er bijvoorbeeld representatief uitziet. Daarom is er gesproken over een cursus boerderijpresentatie.

Financieringsmogelijkheden Het NAJK-bestuur en Rabobank Nederland spraken ook over de financieringsmogelijkheden van agrarische ondernemingen. Er werd onder andere stilgestaan bij ‘andere’ financieringsvormen zoals leasen, afnemers- en toeleverancierskrediet en groen. Met nadruk werd door beide partijen gesteld dat ondernemers bewust moeten kunnen kiezen voor dergelijke financieringen en niet vanuit een noodzaak. Het advies

16

BndR

Onduidelijkheid Ook heeft NAJK het gehad over de toelichting die de Rabobank geeft bij het tekenen van aktes met betrekking tot financiering van een bedrijf. Vaak lopen jonge boeren en tuinders na het tekenen van een akte tegen veel onduidelijkheden aan. Afgesproken is dat er in een artikel in de BNDR verschijnt dat meer duidelijkheid geeft over de aktes.

Tuinbouwsector Op 27 september 2011 ging ook Tuinbouw Jongeren Nederland (TJN) om tafel met de Rabobank. Tijdens dit gesprek stond de vraag ‘Waar gaan we heen?’ centraal. Onder andere werd er gesproken over het huidige afzetprobleem en het onderlinge vertrouwen. Beide partijen waren het erover eens dat de manier waarop en de waarde van Nederlandse tuinders meer onder de aandacht moet worden gebracht bij de consument. Eén van de adviezen van Rabobank Nederland is om meer openheid in de tuinbouwsector te geven en mogelijke gezondheidsclaims te benadrukken. Ook hecht Rabobank steeds meer waarde aan de marktinformatie en de manier waarop de ondernemer hierop anticipeert. “Als er schakels zijn die geen waarde toevoegen aan je product, moeten zij uit de keten worden gehaald”, aldus de Rabobank.

Internetveiling

Boerderijpresentatie Niet iedere ondernemer kan even goed omgaan met de ‘sociale druk’ die door derden wordt opgelegd. Toch komt er steeds meer waardering voor de agrarische sector. NAJK en Rabobank constateerden dat kostprijs en omgeving in toenemende mate een eenheid vormen, met als gevolg dat er steeds meer nieuwe labels en concepten in de markt worden gezet. Door beide partijen werd aangegeven dat het agrarisch maatschappelijk en verantwoord ondernemen (MVO) dichterbij de consument moet worden gebracht, waarbij het helpt als de jonge ondernemer het MVO-gedachtegoed van huis uit en/of via opleidingen heeft meegekregen. Bij het openstellen van een agrarisch bedrijf is

de markt te halen. Hieruit kun je concluderen dat het niet verstandig is om je geld van de bank te halen en thuis ergens op te bergen.

van de Rabobank aan jonge boeren en tuinders is dan ook om in zo’n geval een accountant of bankier te betrekken. Het Management Team van de Rabobank gaf ook aan dat er op termijn gelden beschikbaar komen van ‘groene instellingen’ voor concrete duurzame toepassingen.

Marktwerking Op het gebied van financiering werd door de Rabobankvertegenwoordigers opgemerkt dat de Rabobank niet zo gauw zal omvallen, gezien het eigen vermogen en het vermogen van de Rabobank om nog steeds veel geld uit

Tijdens het overleg tussen TJN en de Rabobank is ook aandacht besteed aan de internetveiling van glastuinbouwbedrijven. De online veiling wordt door de Rabobank als erg succesvol ervaren, de waarde van onroerende goederen is door de veiling licht gestegen en een aantal bedrijven zijn al voor de veiling verkocht voor een hogere prijs dan men in gedachten had. Als tip geeft de Rabobank mee dat als bedrijven niet verkocht worden, ze dan te laten slopen met behulp van het saneringsfonds. De grond blijft dan wel leeg liggen, maar er kan niet meer op geteeld worden. Rabobank probeert hieraan mee te werken, zolang deze gronden niet verkocht worden onder de marktprijs en er weer tegen een lagere kostprijs geteeld wordt.


BIJlAGe

Agrarische opleidingen katern Een opleiding kiezen is niet makkelijk. Hoe gaat jouw toekomst eruit zien en wat wil je leren? Welke studie interesseert je en hoe ziet het verloop van die studie er dan uit? Wil je nog vier jaar studeren? Hoe is de sfeer op school en wil je op kamers? In het agrarisch opleidingen katern staan verschillende jonge ondernemers die hun ervaring omtrent hun school en agrarische opleiding graag met jou delen.

“Ik heb goede han vatten gekregen omdin de toekom succesvol onderstnemeen te worden” er

erst de n e t e o m e “J kennen, da theorie het pas in de kun je ijk brengen” prakt

Inhoudsopgave

“Het studeren en wonen in Wageningen is een echte aanrader”

18 Hogeschool Van Hall Larenstein 20 PTC+ 21 CAH Dronten 22 HAS Den Bosch 24 Wageningen University Colofon Het agrarische opleidingen katern is een katern die jaarlijks terugkomt in de decembereditie van de BNDR, het ledenblad van NAJK. Redactie: Colinda van Ekris, cvanekris@najk.nl Eindredactie: Ellen van den Manacker, binder@najk.nl Contactpersoon: Sander Bon, NAJK, 030-2769869, sbon@najk.nl Vormgeving: www.duo-ontwerp.nl Druk: Drukmotief bv, Apeldoorn Met dank aan: Hogeschool Van Hall Larenstein, PTC+, CAH Dronten, HAS Den Bosch en Wageningen University

BndR

17


> hoGeschool VAn hAll lARensTeIn

”Theorie en praktijk, en dat samenvoegen”

Ad Melkveehouderij De interesse voor de melkveehouderij is er, maar gelijk vier jaar studeren, dat is een hele stap. Heb je hier nog wel zin in en genoeg energie voor, en ga je die vier jaar wel redden? Bij Hogeschool Van Hall Larenstein kun je kiezen voor de Associate Degree (AD) Melkveehouderij. Een korte hbo-opleiding waarin het melkveebedrijf, en alles wat hierbij komt kijken, centraal staat. De opleiding is voor studenten vanuit het mbo in één jaar te volgen. Voor studenten van de havo of andere Mbo-opleidingen duurt deze AD opleiding 2 jaar. Chiel Sinnige (22) en Antsje Meekma (22) zijn erg enthousiast over de AD Melkveehouderij, die zij volgden aan Hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden. Beiden zijn zij van mbo-veehouderij niveau 4 overgegaan naar AD Melkveehouderij, de eenjarige variant. Ze vonden zichzelf te jong om al aan het werk te gaan. AD Melkveehouderij is een laagdrempelige manier om toch hbo te doen. Antsje: “Het is een makkelijke brug van mbo naar hbo. Als het tegenvalt, kun je één jaar wel halen en heb je niet gelijk 4 jaar verspild.”

Scherp Tijdens de opleiding worden thema’s als gezondheidszorg, voeding, boekhouding, bedrijfsontwikkeling en management behandeld. Ook de rol als adviseur is belangrijk. Chiel: “Je wordt getraind in het adviseren van agrarische ondernemingen, dit kun je terugkoppelen naar je eigen bedrijf.” Chiel komt van een melkveebedrijf in Hardegarijp en wil in de toekomst graag het bedrijf opvolgen. “De adviserende onderdelen van de opleiding geven mij een bredere kijk op de keuzes die we in ons bedrijf maken”, aldus Chiel. Als eindopdracht moesten de jonge Friezen een bedrijfsontwikkelingsplan schrijven. Chiel koos ervoor om het melkveebedrijf als leidraad te nemen en schreef een plan voor bedrijfssplitsing. Antsje ging voor een nieuwe melkstal in combinatie met een nieuwe voersysteem. Antsje: “Het plan moest tot in detail uitgewerkt worden, we konden er zo mee naar de bank.”

Diepgang De basis voor veehouderij wordt, volgens Chiel, op het mbo gegeven. Chiel: “Op het mbo leer je hoe je iets doet, nu weet ik ook

18

BndR

waarom. De achterliggende gedachte vond ik belangrijk om te weten. Hier gaan ze op het hbo dieper op in.” Het gaat er bij de AD Melkveehouderij om dat de studenten theorie en praktijk kennen en kunnen, en dat samenvoegen. Antsje: “Tijdens de opleiding leren we vanuit het probleem opzoek te gaan naar oplossingen, het is een manier van werken.” Chiel: “De sfeer bij Hogeschool Van Hall Larenstein is erg prettig. Het is wel een grote

school maar het clubje veehouderij is klein. Hierdoor zijn de contacten met medestudenten goed en de lijnen met de leraren kort. AD Melkveehouderij is bedoeld voor leerlingen die niet het hele hbo willen doen en van plan zijn om een bedrijf over te nemen.” Antsje: “Je hebt meer inzicht in veel dingen die altijd van pas komen.” Ook vinden Chiel en Antsje de opleiding een aanrader omdat het puur gericht is op melkveehouderij. “Je kunt je volledig op melkveehouderij richten.”

Ch HardegarieijlpSinnige AD Melkv / 22 jaar afgerond / eehouderij Hall Larens Hogeschool Van Lid van A tein Leeuwarden JK Dantu mdeel

eekma Antsje M/ 22 jaar Deinumlkveehouderij AD Med / Hogeschool afgeron all Larenstein Van H uwarden Lee


Lex Ver Zoetermeer/Whagoog 21 jaar / 4e-jaenarins gen International A grib and Trade / Van usiness Larenstein Wagen Hall ingen

Mini-onderneming

Niek Meijs 0 jaar /2 Sprang CapInelleternational 2e-jaars and Trade A gribusinessl Larenstein / Van Hal ingen Wagen

“Het internationale aspect maakt de opleiding leuk!” Bedrijfskunde en agribusiness International Agribusiness and Trade is een major van de opleiding Bedrijfskunde en agribusiness. De naam ‘International Agribusiness and Trade’ zegt het al: Bedrijfskunde, maar dan met een agrarisch tintje en internationaal. De voltijd hbo-opleiding voor jonge ondernemers die op internationaal bedrijfsniveau in agrarische producten willen handelen, dat is de major International Agribusiness and Trade die te volgen is bij Hogeschool Van Hall Larenstein in Wageningen. Lex Verhoog (21) uit Zoetermeer en Niek Meijs (20) uit Sprang Capelle begonnen met veel plezier aan deze agrarische studie bij Hogeschool Van Hall Larenstein in Wageningen. Niek: “Thuis hebben wij een tuinbouwbedrijf in komkommers. Door deze achtergrond ben ik geïnteresseerd in het bedrijf en de sector, maar vooral de handel in de sector spreekt me aan.”

Stage Het eerste studiejaar is een vrij algemeen jaar, waarin wordt ingegaan op de algemene onderdelen van de studie, zoals marketing,

financieel, logistiek, recht, management en inkoop. Daarna ga je dieper in op bepaalde onderwerpen en krijg je meer specialistische vakken. Een buitenlandstage is een echte aanrader volgens Lex, die van een schapenexportbedrijf komt. Hij is voor zijn stage bij een slachterij- en vleesverwerkingsbedrijf in Zam-

Ook een onderdeel van het tweede jaar is de mini-onderneming. Niek: “Iedereen krijgt een gedeelte in de kas toegewezen. Door een lening bij de bank kun je zaden inkopen. Je moet dan je eigen teelt bijhouden en zorgen dat je de producten gaat verkopen.” Hierdoor leren de studenten de markt kennen en samenwerken.

Internationaal International Agribusiness and Trade is een volledig Engelstalige major. “Alle colleges worden in deze taal gegeven, behalve het vak Spaans natuurlijk”, aldus Lex. “Het is eerst wel even een omschakeling maar het went heel snel. Engels is een belangrijk onderdeel van de studie, in de praktijk krijgen we hier later ook veel mee te maken”, vertelt Lex. Hogeschool Van Hall Larenstein werkt veel samen met buitenlandse studenten uit onder andere China. Niek: “Het is goed om met andere culturen om te gaan. Dit is belangrijk voor later als je gaat handelen met bijvoorbeeld China. Ze hebben toch andere gewoontes.” Ook de taal, schommelende valuta, en andere producten kunnen moeilijkheden geven. “Hier leer je mee omgaan tijdens de opleiding”, vertelt Lex. “Het internationale aspect maakt de opleiding wel erg leuk!” De kwaliteit van de major van Hogeschool Van Hall Larenstein in Wageningen is kwalitatief erg goed. Theorie en praktijk sluiten mooi op elkaar aan”, vertelt Lex. Beide studenten wonen op kamers in Wageningen. “Wageningen staat goed aangeschreven als agrarisch opleidingsgebied”, aldus Niek.

Hogeschool Van Hall Larenstein

Hogeschool Van Hall Larenstein is een bijzondere hogeschool. Ons opleidingsaanbod richt zich op natuur en omgeving, de gezondheid van mens en dier en verantwoord ondernemerschap. Combinaties van deze vakgebieden leveren bijzondere en uitdagende hboopleidingen met majors op die uniek zijn in de wereld! Maar wij bieden meer dan hbo-opleidingen alleen. Ook masteropleidingen, post-hboopleidingen, cursussen en advies op nationaal en internationaal terrein behoren tot ons dienstenpakket. Zo zijn we niet alleen een hogeschool, maar ook een kennisonderneming voor maatschappelijke en economische vraagstukken. Als Hogeschool Van Hall Larenstein maken we deel uit van Wageningen UR. Hiermee is het aanbod aan hbo- en universitaire studies en onderzoek enorm en zijn er altijd prima doorstroommogelijkheden. Wij werken vanuit drie locaties in Nederland: Leeuwarden, Velp en Wageningen. Kijk voor meer informatie op onze website: www.vanhall–larenstein.nl.

BndR

19

BIJlAGe

bia geweest. “Ik heb hier een systeem opgezet om de kwaliteit van het bedrijf te waarborgen en de hygiëne te verbeteren. Dit was echt een leuke en leerzame ervaring.” Niek: “Door de stages krijg je veel praktische kennis.”


> PTc+

“Je moet even hard aan de bak, maar dan heb je ook wat!”

Managementtraining Melkveehouderij Veevoeding, diergezondheid en het managen van een melkveebedrijf, dat wilde hij leren. De 21-jarige Jelle Veer uit Vasse is van jongs af aan al geïnteresseerd in het melkveebedrijf. Een korte vervolgopleiding na de mas bleek meerwaarde te hebben. De Managementtraining Melkveehouderij (MTM) was dan ook echt wat voor hem.

Jelle Veer / Vasse 21 jaar / OudManagementtracuinrsist Melkveehouderijing cursusjaar 2009 PTC+ Oenkerk-2010

Jelle kende het PTC+ opleidingscentrum al van zijn mas-opleiding. Dat beviel hem zo goed dat een jaar MTM hem aansprak. “Ik heb echt een leerzame tijd gehad in Oenkerk.” Ook over de docenten is hij enthousiast. “Bij docenten kun je altijd terecht, ze hebben me goed begeleid en bij problemen werd altijd naar een oplossing gezocht.”

MTM is een goede aanvulling op het mbo, het is een praktijkgerichte training voor wie in de toekomst melkveehouder wil worden. Wat Jelle erg goed aan de opleiding vindt, is de combinatie van theorie en praktijk. “Diervoeding en diergezondheid vind ik interessant, ook het theoretische gedeelte, al zaten er moeilijke onderdelen bij. Je moet eerst theorie kennen, dan kun je het pas in de praktijk brengen.” De managementvaardigheden die nodig zijn om een melkveebedrijf te runnen heeft Jelle nu helemaal onder de knie. Momenteel werkt Jelle bij verschillende agrarische bedrijven waaronder het bedrijf van zijn ouders. “We melken 65 koeien en het is de bedoeling dat ik dit in de toekomst ga overnemen. De MTM heeft een goede bodem gecreeerd voor het maken van goede keuzes om ons bedrijf zo gezond mogelijk te maken.”

“Vanuit het lokaal loop je zo de stal in”

Praktijk-ToP Melkveehouderij Nick Berger (21) zit al van jongs af aan tussen de beesten. Na zijn driejarige mbo-opleiding veehouderij wilde hij meer weten van melkveehouderij. Insemineren, klauwen kappen en observeren interesseerden hem. De keuze voor PraktijkTOP Melkveehouderij bij PTC+ in Oenkerk was dan ook snel gemaakt. “Het is echt wat ik ervan verwacht had, en meer.” Nick Berger uit het schilderachtige Nieuw Niedorp is erg enthousiast over de training Praktijk-TOP Melkveehouderij die hij vorig trainingsjaar bij PTC+ in Oenkerk volgde. “Het is een goede school met een hoge kwaliteit van scholing. De docenten hebben echt verstand van zaken. Docenten nemen de tijd voor je en als je onderwerpen lastig vindt, leggen ze het gerust nog eens uit.” De training in Oenkerk loopt van september tot maart. “Ik wilde niet nog eens vier jaar studeren, in 6 maanden heb ik exact geleerd wat ik wilde leren,” vertelt Nick. De praktijk, daar draait het om bij PraktijkTOP Melkveehouderij. “Bij PTC+ loop je vanuit je lokaal zo de stal in”, aldus Nick. Van insemineren en klauwenkappen tot het observeren van melkvee. “Mechanisatie trekt me niet, ik zit liever tussen de koeien.” Ook theorie is een belangrijk onderdeel van de training, zoals de

20

BndR

financiële kant van de melkveehouderij. “Al is kostenberekening soms lastig, het is wel essentieel en interessant. Ook hier krijg je in de praktijk mee te maken”, aldus Nick. Nick Berger is na deze cursus aan de slag gegaan als zzp’er in de melkveehouderij. “Ik heb erg veel aan deze cursus gehad. De vaardigheden die ik geleerd heb, pas ik dagelijks toe, soms onverwachts.”

Vooropleiding Duur Wat leer je

Wat kun je er mee Wat kost het Meer weten?

ieuwNick Berger // 2N1 jaar Niedorp raktijk-TOP dOu cursisteePhouderij Melkv -2011 cursusjaar 2rk010/ Lid van PTC+ OenDkee Noord AJK

Managementtraining Melkveehouderij (MTM) 4-jr.mbo-opleiding Veehouderij 25 weken in Oenkerk

Praktijk-TOP Melkveehouderij 3-jr.mbo-opleiding Veehouderij 9 weken in Oenkerk 2 x 2 weken stage Praktische vaardigheden zoals koeien insemineren, maar ook kennis over o.a. veevoeding en gezondheidszorg.

Praktische kennis over o.a voederproductie, veevoeding, gezondheidszorg maar ook bedrijfsbeoordeling, financieel en fi scaal management Melkveehouder, bedrijfsleider, Melkveehouder, medewerker verkoper of voorlichter 5900 euro incl. lesmateriaal 3600 euro incl. lesmateriaal Kijk op www.ptcplus.com of desk.oenkerk@ptcplus.com MTM heeft een voorlichtingsdag op 8 maart 2012

De inhoud van de opleidingen wordt voortdurend aangepast aan de actuele ontwikkelingen


BIJlAGe

> cAh dRonTen

Scheurrsswijk n j i r a M /Winte s r n Drontejaar / 3e-jaa erschap m 20 Onderne id van L ch A grarisH Dronten /interswijk CA Aalten/W AJK

Dronten: “Doelen stellen en verwezenlijken” CAH iets voor jou?

Agrarisch ondernemerschap

Je bent ondernemer of je bent het niet. Marijn Scheurs (20) uit Winterswijk is overtuigd: ondernemen zit in zijn bloed. Maar hoe word je een succesvol ondernemer en wat komt er om de hoek kijken bij het runnen van je eigen bedrijf? Daar kwam hij achter tijdens zijn opleiding ‘Agrarisch Ondernemerschap’ aan de Christelijke Agrarische Hogeschool (CAH) in Dronten. Bij zijn eerste bezoek aan de CAH Dronten, tijdens een open dag, was Marijn om. “Het was gelijk vertrouwd, alsof ik mijn oude basisschool binnenstapte.” Na drie jaar mas koos hij voor de opleiding Agrarisch Ondernemerschap op de CAH. Wat hem aanspreekt is de sfeer die er heerst binnen de school. “Het is geen lesfabriek.” Het kleinschalige met een ons-kent-ons cultuur beviel hem. Ook docenten overtuigden hem van zijn keuze. “Ze laten je in je waarde en zijn op de hoogte van de laatste ontwikkelingen”, aldus Marijn.

Leerpunten “Je denkt dat je heel wat weet als je van de mas komt, maar er komt meer bij een agrarisch bedrijf kijken dan je denkt. Je kunt bijvoorbeeld zoveel meer uit een boekhoudrapport halen dan alleen wat cijfers.” Dit verbaasde hem. Onderdelen van de studie zijn financieel, technisch maar ook sectorgerichte onderwerpen. “Woensdag is vakdag.” Als zoon van een melkveehouder ziet Marijn hoe het ondernemen er thuis aan toe gaat. De kennis

van de opleiding kan Marijn mooi terugkoppelen naar het bedrijf. “Het gaat altijd over je eigen bedrijf, of dat van je ouders. Mijn ouders en docenten hebben de ervaring die ik mis, daar leer ik veel van.” Toch kunnen vernieuwingen goed zijn en Marijn ziet ook verbeterpunten die hij thuis toe kan passen. “Het aannemen en doorvoeren van verbeteringen, dat is het ondernemerschap.” De grootste ontwikkeling die Marijn de afgelopen jaren heeft doorlopen, is dat hij meer onderlegd is. “Je leert uitleggen waarom je iets wil. Dit kan omdat je de achterliggende gedachte kent. Ook praktisch toepasbare dingen, als investeringen doorberekenen en het maken van een bedrijfsprognose, zijn erg goed om te weten. Moet ik een maaier kopen, een schuur bouwen of kan ik beter afl ossen en wat is het resultaat hiervan? Deze vragen komen onder andere op je af”, vertelt Marijn.

Sociaal Ook sociale vaardigheden staan hoog op de lijst in Dronten. Onder andere studentenver-

Dier- en veehouderij, Tuinbouw en Akkerbouw, Agrotechniek en management, International Foodbusiness, Hippische bedrijfskunde, Dier & gezondheidszorg, Financiële dienstverlening agrarisch, Bedrijfskunde en agribusiness, Voeding & gezondheid of toch (Ad) Agrarisch ondernemerschap? CAH Dronten heeft veel opleidingen, dus voor ieder wat wils! Meer weten? Kom dan eens naar een open dag! Vrijdag 10 februari 2012 Zaterdag 10 maart 2012 Zaterdag 09 juni 2012

13.30 – 16.30 uur 11.00- 16.00 uur 11.00 - 16.00 uur

Ook een dagje meelopen bij één van de opleidingen is mogelijk. Geef je op via de website www. cahdronten.nl. Hier vind je nog veel meer informatie over de hogeschool en haar opleidingen.

enigingen werken hier hard aan mee. Marijn zit bij een actieve studentenvereniging die regelmatig feestavonden geeft en leuke activiteiten organiseert. Marijn raadt aan om het eerste jaar op de campus te gaan wonen. “Op de campus leer je op een laagdrempelige manier mensen kennen.” Er zijn verschillende mogelijkheden om aan studentencommissies deel te nemen via school en studentenverenigingen, voor Marijn is dit een leuke bijkomstigheid. Marijn wil in de toekomst zijn eigen boontjes doppen. “Ondernemen is iets waar ik mijn passie in kwijt kan. Doelen stellen en die verwezenlijken, dat is de uitdaging.”

BndR

21


> hAs den Bosch

“Ik heb goede handvatten gekregen om in de toekomst een succesvol ondernemer te worden”

Bedrijfskunde en agribusiness “Om een goede ondernemer te worden, heb je meer nodig dan een mbo-opleiding”. Dat vindt Job Visser, afkomstig uit Zeeland. Marketing, logistiek en financieel, daar moet je wel wat van weten. De hbo-opleiding Bedrijfskunde en agribusiness aan Hogeschool HAS Den Bosch biedt hier de juiste handvatten voor. De 22-jarige Job Visser heeft één duidelijk doel voor ogen: hij wil in de toekomst een eigen hoveniersbedrijf runnen. Daar hoort een theoretische basis bij, vindt hij. Na het afronden van zijn mbo-hoveniersopleiding wilde hij doorleren. Job: “Ik zocht een theoretische basis om verder te komen en mijn doelen te verwezenlijken.” De keuze is gevallen op Bedrijfskunde en agribusiness aan HAS Den Bosch. “Ik vind HAS Den Bosch een kwalitatief goede school. De projecten van de opleiding zijn erg goed, dit reflecteert de kwaliteit van de opleiding.” Job vindt de persoonlijke manier van onderwijs erg prettig. “Docenten kennen je en je telt echt mee. HAS Den Bosch is vrij extern georiënteerd, want je bent veel met de branche bezig. Hierdoor krijg je een goede opzet naar het bedrijfsleven.”

22

BndR

Pijlers “Bedrijfskunde en agribusiness is een vrij brede opleiding. Je leert diverse aspecten van bedrijfskunde en je kunt je daarbinnen specialiseren. De drie pijlers binnen de opleiding zijn marketing, logistiek en financieel.” Job koos voor marketing en een beetje financieel. “Ik vind marketing interessant. Marketing is het verkopen van een product en alles wat daarbij komt kijken, de creatieve kant van bedrijfskunde.” “Als je echt voor je studie gaat, kun je vrij unieke projecten doen. Als je een goed plan hebt, word je hierin gemotiveerd en krijg je hier goede ondersteuning bij.” Job heeft een groot project gedaan op het gebied van melkveehouderij en techniek. “Het bedrijf wilde iets innovatiefs en groots. Samen met mijn projectgroep hebben we een exportrapport opgesteld en de logistiek uitgewerkt voor het bedrijf. Wij hebben voor hen uitgezocht wat de exportkansen in het buitenland zijn en welke mogelijkheden ze hebben.” Over de projecten voor bedrijven is Job erg enthousiast: “In het begin zijn bedrijven sceptisch maar achteraf merken ze dat het voor hen toch ook wel interessant is. Ik vind deze projecten voor bedrijven een goede manier van onderwijs, je bouwt hiermee gelijk een netwerk op.”

J Den Bosocbh Visser 22 jaar / /Aachterkerk B en agribuseindrijfskunde Hogeschool ess / Den BoscHh AS

Het Topklas Ondernemen-traject “Het Topklas Ondernemen-traject, dat was de doorslaggevende factor voor mijn keuze voor HAS Den Bosch. Op deze manier kan ik een start maken met een onderneming.” Topklas Ondernemen is een bijzondere afstudeervariant waarmee je een eigen onderneming opzet. Je wordt intensief gecoacht door docenten en mensen uit het bedrijfsleven. “Studenten van iedere opleiding kunnen hieraan deelnemen. Het is een toegevoegde waarde: naast je hbo-diploma heb je ook je eigen bedrijf.” Job is druk bezig met het opzetten van een hoveniersbedrijf. “We willen een merk neerzetten, een duidelijke naam maken voor een hoveniersbedrijf. Topklas Ondernemen is de ultieme manier om tijdens je studie alvast de praktijk te ervaren.” Inmiddels is Job in het laatste jaar van zijn studie. “Ik heb de basis gehad maar een deel kun je niet in de schoolbanken leren, het is een kwestie van doen. Ik heb goede handvatten gekregen om in de toekomst een succesvol ondernemer te worden.”


BIJlAGe

“Jonge en ambitieuze mensen zijn nodig om de groeiende populatie te voeden”

Tuinbouw en akkerbouw/ horticulture & Business Management Een Engelstalige variant van de opleiding Tuinbouw en akkerbouw, dat is Horticulture & Business Management. Een internationale studie voor studenten die een toekomst in de internationale tuinbouwwereld zien. Hogeschool HAS Den Bosch brengt in de opleiding verschillende culturen bij elkaar. De 26-jarige Peter Meinhardt uit Oost-Duitsland begon in 2009 aan zijn studie Horticulture & Business Management aan HAS Den Bosch. Een meerwaarde van HAS Den Bosch vond Peter het Topklas Ondernemen-traject. “Ik was de eerste internationale student die aan het Topklas Ondernemen-traject mocht meedoen”, vertelt Peter. Tijdens een open dag van HAS Den Bosch viel hem de stand van Topklas Ondernemen op. “Mijn Nederlands was niet erg goed maar ik heb het risico genomen. Het was niet makkelijk maar ik houd van een uitdaging.” De keuze voor HAS Den Bosch

was een bewuste keuze: “Ik heb altijd naar de beste opleiding gezocht. Het internationale, innovatieve en het bedrijfsgerichte vind ik goed aan de hogeschool.”

Peter Meinhardt Den Bosch/Halle (saale) Oost-Duitsland / 26 jaar Horticulture and Businessmanagement / Hogeschool HAS Den Bosch

Praktijk Genoeg praktijkervaring heeft Peter inmiddels wel. “Ik heb de afgelopen jaren bij verschillende internationale bedrijven gewerkt in NoordAmerika, Spanje en Duitsland. Het was een bewuste keuze om eerst te werken en op ‘latere’ leeftijd te studeren. Ik vind het belangrijk om

Hogeschool HAS Den Bosch, the heartbeat of your future

Je zoekt een eigentijdse hogeschool die inspireert? Je wilt een studie doen waarbij je je hart en hoofd gebruikt om de wereld om je heen mooier en beter te maken? Welkom bij hogeschool HAS Den Bosch, waar je kunt kiezen uit 14 geweldige opleidingen en tientallen afstudeerrichtingen die in het teken staan van food, business, design, landschap en milieu, bloem en plant of dier. Uitdagingen: daar draait het om bij HAS Den Bosch. Dat zit hem in de grote, relevante thema’s van onze opleidingen: natuur, milieu en voeding. Dat zit hem in de innovatie, creativiteit, de praktische aanpak en de actuele kennis. HAS Den Bosch is daarmee dé hogeschool voor mensen met een grenzeloze nieuwsgierigheid. Letterlijk: je stage in het buitenland is mogelijk de opstap naar een internationale functie. Onze hogeschool aan de Onderwijsboulevard – op steenworp afstand van het NS-station – telt zo’n 1750 studenten en 230 medewerkers. Zij werken samen in een ondernemende, eigentijdse en ongedwongen sfeer. De onderlinge betrokkenheid is groot, ook door de vele studie- en studentenverenigingen die aan HAS Den Bosch verbonden zijn. Vanzelfsprekend bieden we je de modernste faciliteiten, zoals ict-voorzieningen, een kassencomplex, de schooltuin, de proeffabriek voor voedingsmiddelen, een bierbrouwerij, het Food Design Center, de techniekhal, de milieuhal en diverse laboratoria. Last but not least: de HAS staat in Den Bosch (141.000 inwoners), een Bourgondische stad die bruist van de activiteiten. Niet voor niets werd Den Bosch in 2010 uitgeroepen tot de ‘Meest gastvrije stad van Nederland’. Meer weten? www.hasdenbosch.nl

eerst praktijkervaring op te doen en dan te studeren. Als je de ervaring hebt, weet je echt wat je wilt.” Het internationale aspect vindt Peter boeiend: “Als tuinder kun je overal op de wereld werken. Tuinders zitten meestal op de mooiste plekjes van de wereld.” Je hebt veel contact met het bedrijfsleven tijdens de studie. “Ik ben veel internationale studenten tegengekomen tijdens de projecten in mijn studieprogramma. Alle studenten hebben verschillende karakters, het is een uitdaging om met elkaar een project te doen. We leren veel van elkaar en van elkaars culturen. Je bouwt een goed netwerk op, ook met bedrijven door stages en excursies.”

Belevenisboerderijwinkel “Topklas Ondernemen is een bijzonder programma, het is een unieke mogelijkheid om onder begeleiding een onderneming te starten”, aldus Peter. Peter is begonnen met het schrijven van een businessplan voor een belevenisboerderijwinkel. “Het is de bedoeling om de consument naar de producent te trekken. Door middel van een kenniscentrum met groenteproductie kunnen bezoekers zien waar de producten die ze kopen vandaan komen.” Peter is aan zijn laatste studiejaar begonnen en merkt dat hij veel geleerd heeft de afgelopen jaren. “Er is veel gebeurd in twee jaar.” Van zijn keuze heeft hij geen spijt gehad. “Voedselzekerheid wordt een belangrijk speerpunt in de samenleving. Jonge en ambitieuze mensen zijn nodig om de wereld te voorzien van voedsel. Onder het motto ‘Go green’ wil ik daar een bijdrage aan leveren.”

BndR

23


> wAGenInGen unIVeRsITY

“Boeiende studies, gezellige verenigingen en leuke Studeren in Wageningen: dat wilden Conner Pelgrim, Tijs Vinken en Rachel Schipp Wageningen een kleinschalige studentenstad is met boeiende studies, gezellige ve tenavonden. Dat natuurlijk, maar de opleidingen Plantenwetenschappen, Animal S waren voor Conner, Tijs en Rachel doorslaggevend om uiteindelijk naar Wagening

Bsc Agrotechnolog

Pelgrim gen Conner W agenin Warffum2/0 jaar Sc 2e-jaarsenBschappen t Plantenwgeen University Wagenin

Bsc Plantenwetenschappen Hoewel hij voor een andere studie kwam, belandde Conner Pelgrim (20) tijdens de Open Dag van Wageningen University onverwachts bij een voorlichtingsronde voor de opleiding Plantenwetenschappen. Het boeide hem en na een meeloopdag was de Groninger om. Inmiddels is Conner begonnen aan zijn tweede studiejaar en heeft hij geen moment spijt gehad van zijn keuze. “De opleiding is voor een universitaire studie praktijkgericht en up-to-date. Onderwerpen die nu spelen, daar gaan we tijdens de colleges op in.” Van jongs af aan werkt Conner al op een akkerbouwbedrijf, hier komt zijn interesse voor plantenwetenschappen vandaan. Het eerste studiejaar is algemeen,

24

BndR

daarna kan iedere student zijn eigen route uitstippelen en de richting kiezen die hij zelf wil. Teelt en biologie interesseren Conner: “Het gaat niet alleen over wat een aardappel is, het gaat veel verder dan dat.” Wat plantenwetenschappen voor Conner boeiend maakt is dat een plant nooit hetzelfde is, het is weersafhankelijk. “Je kunt niet van tevoren zeggen wat een plant gaat doen, ze passen zich aan aan de omstandigheden.” “Het studeren en wonen in Wageningen is een echte aanrader”, aldus Conner. Naast gezellige kroegavonden zijn er ook studiegerichte activiteiten. “Je moet het nuttige met het aangename combineren.”

Via haar vader had Rachel Schipper (20) uit Heerhugowaard al een connectie met Wageningen. Al hadden ze thuis geen agrarisch bedrijf, interesse in biologie en plantenwetenschappen had ze wel. Tijdens een bezoek aan de Open Dag van Wageningen University ontdekte Rachel de stand van de opleiding Agrotechnologie. “Ik had er nog nooit van gehoord”, aldus Rachel. Een meeloopdag bevestigde de interesse in de wetenschap. Wat haar aansprak was de combinatie van verschillende vakgebieden. Van biologie, techniek, maar ook de samenleving. “De schakel tussen de techneut en de boer, je kunt met allebei praten, dat vind ik boeiend.” De opleiding leert verbeteringen te bedenken op gebied van landbouw, hierbij heb je kennis nodig in theorie en praktijk. De inhoud van de studie kun je zelf bepalen door je eigen richting te kiezen. “Mijn interesse gaat uit naar plantproductie. Ik vind het interessanter om te kijken hoe een plant zich ontwikkelt in een kas.” Voor haar bachelorscriptie is Rachel momenteel bezig met een project over het telen van zeewier. “Zeewier is een biomassaproduct en de teelt is in opkomst. Ik bedenk een methode voor de zeewieroogst.” In de toekomst hoopt Rachel met productontwikkeling bezig te zijn: “Ik vind het leuk om creatief bezig te zijn, het out-of-the-box denken en ergens een oplossing voor te creëren.” Het wonen in Wageningen vindt Rachel alleen maar fi jn. “Het is goed voor je ontwikkeling om uit huis te wonen, daarnaast scheelt het een hoop reistijd.”


BIJlAGe

studentenavonden” er wel. Maar waarom? Omdat renigingen en leuke studenciences en Agrotechnologie en te gaan.

gie

Rachel Schipper Heerhugowaard/Wageningen 20 jaar / 3e-jaars BSc Agrotechnologie Wageningen University

Msc Animal sciences Na de has-veehouderij koos Tijs Vinken ervoor om te gaan reizen. Na een reis door Australië en Nieuw Zeeland besloot de Brabander om verder te studeren. Dieren trokken zijn aandacht: “Daar kun je meer mee dan planten.” Animal Sciences aan Wageningen University was voor hem de perfecte studie. Inmiddels is hij begonnen aan zijn afstudeeronderzoek met als onderwerp: ‘de milieu-impact van mestvergisting’. De specialisatie die Tijs heeft gevolgd is veevoeding. Vertering, gezondheid, voedingsmiddelen en productie van de brok zijn enkele thema’s waarover gesproken wordt. Tijs: “Ik wil graag resultaat zien, van-

Tijs Vinke Deurne/Wagenninge 25 jaar / Laatste n MSc Animal Scienjaar Wageningen Univer ces Lid van AJK de Psity eel

daar de keuze voor voeding. Je kunt hiermee sturen en zien wat het oplevert, daar doe je het voor.” Op de universiteit kun je in een gemoedelijke sfeer studeren en docenten nemen de tijd voor je. Ook Wageningen is een prima stad om te wonen en te studeren. Er zijn verschillende studentenverenigingen. “Zelf zit ik bij ‘de Veetelers’. Door deze studievereniging leer je veel studenten kennen die dezelfde interesses hebben. Dit maakt studeren nog leuker.” In het weekend werkt Tijs op het bedrijf van een melkveehouder bij hem in de buurt. Zo houdt hij ook contact met de praktijk.

Studeren in Wageningen: voor ieder wat wils

Bij Wageningen University kun je kiezen uit 20 bacheloropleidingen en 32 masteropleidingen. Om aan een bacheloropleiding te beginnen, zoals Agrotechnologie, Plantenwetenschappen en Dierwetenschappen, moet je een vwo-diploma hebben. Na het behalen van de bachelortitel of met een hbo-diploma kun je doorstuderen voor je master, bijvoorbeeld voor de studie Animal Sciences, Plant Sciences of Biosystems Engineering. Meer informatie vind je op www.wageningenuniversity.nl. Je kunt ook een kijkje nemen op de bachelor Open Dag op 14 april of de master Open Dag op 8 maart.

BndR

25


oud

Bedrijfsgegevens: Firma van der Meijs Berkel en Rodenrijs 4 firmanten 3 hectare kas Teelt: Red Naomi http://www.avance-roses.nl/

Tekst en beeld: Ellen van den Manacker

“Voor de economische situatie is het om uit te breiden”

noodzakelijk

Jos (56) en Joke (55) hebben 2 locaties, 3 afdelingen, 6 hectare kas en 4 bedrijfsopvolgers. Klinkt ingewikkeld? Dat valt mee. In Maasland staat het ouderlijk bedrijf, waar zoons Bart (22) en Daan (22) klaargestoomd worden om 3 hectare kas over te nemen. In Berkel en Rodenrijs hebben zoons Robin (30) en Frank (26) de touwtjes in handen. Vader en moeder zijn de spil in beide bedrijven: zij kijken toe of alles op beide bedrijven verloopt zoals het moet verlopen. Jos: “Ik ben opgegroeid in de rozen. Samen met mijn twee broers heb ik het ouderlijk bedrijf voortgezet. Daar zijn we uitgekocht door beheer landbouwgronden, we moesten wijken voor recreatie. Met zijn drieën stonden we voor de keus om samen verder te gaan of ieder voor zich. Iedereen is toen voor zichzelf op zoek gegaan naar een eigen bedrijf. In Maasland stond een hectare kas te koop die ik destijds samen met mijn vrouw gekocht heb. Later klopte ook de broer van de oude eigenaar bij ons aan. Hij had 9000 vierkante meter die hij ook graag wilde verkopen. Ook dat stuk hebben we er toen bijgekocht.”

Uitbreiding Jos: “Toen vier jaar geleden duidelijk werd dat 26

BndR

de twee oudste zonen interesse in het bedrijf hadden, hebben we nog eens 3 hectare kas in Berkel en Rodenrijs aangekocht. Voor de economische situatie is het noodzakelijk om uit te breiden. Handelaren willen grote partijen in één keer opkopen van dezelfde aanbieder. Zij willen eenzelfde kwaliteit aanbieden aan hun afnemers.” Joke: “De uitbreiding is ook gedaan om toekomst te bieden voor onze opvolgers. Vier van de vijf kinderen willen het bedrijf overnemen. Dat is heel bijzonder en ik ben heel trots dat ons bedrijf wordt overgenomen door onze zoons. Met zijn allen hebben we veel meegemaakt op het bedrijf, we hebben menig crisis doorstaan en toch willen ze het bedrijf nog doorzetten. Dat geeft een goed gevoel.”

Verschillende teelten Jos: “In 17 jaar hebben we acht teelten gehad. Om de zes jaar hebben we een nieuwe teelt. Die teelt speelt altijd in op de marktvraag. Het moet vernieuwend zijn, de productie moet goed zijn, de roos moet houdbaar zijn, er moet vraag uit de markt zijn en hij moet niet in het buitenland worden geteeld. Nu telen we de ‘Red Naomi’. Een ijzersterke rode roos met een goede houdbaarheid en de roos is minder gevoelig voor ziektes.” Frank: “We hebben ervoor gekozen om zes hectare vol te zetten met de ‘Red Naomi’. Dat is geen risicospreiding, maar wel een specialisatie. Rood blijft een gewilde kleur en het is een jong ras. Een ras gaat ongeveer 17 jaar mee op de markt. Bij dit ras weten we dat het nog minstens 10 jaar heeft, voordat men erop uit is gekeken.”


nIeuw

Frank van d Rozenteelerr Meijs Berkel en Ro 26 jaardenrijs Lid van T JW

massa

“wij verdwijnen in de van het buitenland” “We willen de Nederlandse roos onderscheiden op de wereldmarkt”

Schommelende markt

Familiebedrijf

Jos: “De prijs van rozen verandert op de bloemenveiling met de dag. Daar leer je mee omgaan en daar moeten we ook in meegaan. We kunnen de teelt er niet op aanpassen. Elke dag is de prijs anders. Het enige wat wij kunnen doen is zorgen voor een goede kwaliteit.”

Joke: “In Maasland runnen Jos en ik samen met onze jongste twee zoons ook een kas. Samen staan we heel sterk. De lijntjes binnen onze twee bedrijven zijn kort. Er wordt bij ons veel over rozen gepraat. We hebben allemaal hetzelfde doel voor ogen en we vullen elkaar aan waar nodig.” Frank: “Elk bedrijf heeft zijn eigen firma, eigen personeel, eigen bosmachine, etc. Maar er zijn ook zaken die we samen organiseren. De inkoop van energie bijvoorbeeld, die doen we gelijk voor twee bedrijven. Dat scheelt kosten.“ Frank: “Mijn ouders hebben de kennis en ervaring. Zij hebben veel dingen uitgeprobeerd en zijn in hun teeltprocessen al veel tegengekomen. Dat scheelt ons weer tijd en geld. Met vragen kunnen wij altijd bij ze terecht.”

Buitenland

Bedrijfsovername

Frank: “Door de massa rozen die uit het buitenland komt, zijn de Nederlandse rozen heel onbekend. Dat is zonde, wij verdwijnen in de massa van het buitenland. Dat terwijl de Nederlandse roos kwalitatief heel goed is.” Jos: “15% van de rozenmarkt ligt in handen van Nederland, dat is ongeveer 380 hectare. Samen met verschillende rozentelers hebben we de krachten gebundeld. We hebben een campagne ontwikkeld om de Nederlandse roos te promoten. Tijdens de FloraHolland Tradefair in november is de campagne met het keurmerk ‘Rosebrand’ gelanceerd. Hiermee willen we de Nederlandse roos onderscheiden op de wereldmarkt.” Joke: “Met onze teelt verhuizen naar het buitenland, ja daar hebben we ook aan gedacht. Acht jaar geleden gingen we kijken in Kenia. Maar het klimaat en de cultuur zijn daar zo anders. Je moet wel in het plaatje van het buitenland passen en wij hadden dat gevoel niet.

Frank: “In het begin heb ik veel getwijfeld of ik het bedrijf wilde overnemen. Toen ik klaar was met mijn mbo toen had ik nog niet het gevoel om het bedrijfsleven in te stappen. Ik ben door gaan studeren. Hbo Bedrijfskunde schiep voor mij meer mogelijkheden. Toen er de mogelijkheid kwam om samen met mijn broer Robin het bedrijf in Berkel en Rodenrijs over te nemen, was ik om.” Joke: “Robin heeft eerst bij een andere rozenteler gewerkt en daar veel ervaring opgedaan. Die ervaring brengt hij nu in praktijk bij ons op het bedrijf.”

Firma Frank: “Robin en ik zijn vier jaar geleden in firma gegaan met mijn ouders. De firma is tegelijk ontstaan met de aankoop van het bedrijf in Berkel en Rodenrijs. Met zijn vieren dragen wij de zorg voor de teelt van drie hectare rozen.”

Passie Frank: “De uitdaging binnen het bedrijf ligt voor mij in de ontwikkeling. Betere teelt, betere inkopen. De kick is om zoveel mogelijk uit een plant en het bedrijf te halen. Zo hebben we net een nieuwe bosmachine aangekocht. Als de bosmachine staat, is het even genoeg geweest qua investeringen.” Frank: “De droom van mij en mijn broers is om ooit met zijn vieren één bedrijf op één locatie te runnen. Qua uitbreiding en financiën is die droom nu nog niet haalbaar, maar wie weet in de toekomst. BndR

27


www.cahdronten.nll

De ondernemer staat centraal Marijn Schreurs studeert Agrarisch ondernemerschap ,,Mijn keuze voor de studie Agrarisch ondernemerschap was niet zo moeilijk. Ik wil later

graag het bedrijf van mijn ouders overnemen. Om een onderneming te kunnen runnen, heb je verschillende competenties nodig en die ik leer ik tijdens deze studie. Mijn vooropleiding, mao, sluit goed aan op deze studie. De modules zijn afwisselend en volledig gericht op het agrarisch bedrijf met een duidelijk accent op de financiële kant van een onderneming. De meerwaarde van deze studie is de perfecte combinatie van theorie en praktijk; voldoende aandacht voor zowel technische als financiële vakken. Zo moet je bijvoorbeeld de lesstof

terugkoppelen naar het eigen bedrijf en krijg je specifieke ondernemerschapsmodules. Na mijn studie wil ik eerst nog een aantal jaar werken bij bijvoorbeeld een bank of accountant.’’

Coco Bruyère kiest voor Dier- en veehouderij ,,De melkveehouderijsector interesseert mij enorm. Kenmerkend voor de studie Dier- en veehouderij is de combinatie van praktijk en theorie. Naast de lessen moet je voor elke

module wel een opdracht op een praktijkbedrijf uitoefenen, de theoriekennis doe je op deze manier nog beter op. De meerwaarde van mijn opleiding is dat ik niet alleen kan kiezen voor

het ondernemerschap, maar ook voor de richting technisch adviseur of specialist. Je leert veel over het onderzoeken van problemen op de bedrijven en hoe je daarmee om moet gaan. Ondernemers vragen ook vaak om de inzet van studenten voor bepaalde problemen op hun bedrijf. De ondernemers willen de studenten graag iets leren en voor de ondernemers zelf is

het weer een voordeel dat ze op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen in de sector.’’

Arjan Ottens studeert Financiële dienstverlening agrarisch ,,Ik kom niet van een agrarisch bedrijf, maar deze sector interesseert mij enorm. Met deze studie breng je continu de opgedane financiële en agrarische kennis in de praktijk. De meerwaarde van een afgestudeerde die Financiële dienstverlening agrarisch heeft gevolgd, is volgens mij dat een ondernemer iemand aan tafel krijgt die weet wat er in de markt speelt. Hij kan de risico’s in kaart brengen, is financieel goed onderlegd, kent de belastingfaciliteiten en nog wel het meest belangrijke: een vertrouwenspersoon die de taal van de agrarisch ondernemer spreekt. Na mijn studie wil ik graag bij een accountantskantoor werken en me opwerken tot een agrarisch bedrijfsadviseur. Ook een baan als termijnmarktspecialist of marktspecialist lijkt mij erg interessant.’’

Meer weten?

Kijk op www.cahdronten.nl

De Drieslag 1, 8251 JZ Dronten, tel. 0321 - 38 61 00


Zou de land- en tuinbouw nog toekomst hebben in Nederland? Oftewel is Nederland hét land voor de jonge agrariër? Op dit moment denk ik: nee. Maar waarom? Volgens mij gaat het puur om de kosten. Er gaat zoveel geld door de molen, waardoor er zoveel geproduceerd moet worden om het enigszins rendabel te maken. Eén vingerknip, denk aan een EHEC-drama, en heel groenteNederland ligt op apegapen. En niemand die daar op dat moment wat aan kan doen, maar de kosten gaan op zo’n moment wel door en dat is het probleem. Ligt dat aan het feit dat we in Nederland wonen, of ligt dat aan het feit dat we op dat moment de afzet niet op orde hadden? En daardoor ben ik aan het denken gegaan: is Nederland nou wel zo slecht? Op dit moment denk ik dat het absoluut niet uitmaakt waar je woont of wat je doet. Jijzelf moet zorgen dat je de afzet, de klanten en de kostprijs (hoog of laag) geregeld hebt. Aan de hand daarvan moet je een klantenkring opbouwen en zorgen dat er altijd verbeterpunten zijn. Want op zo’n relatie kun je bouwen en daarmee ben je niet afhankelijk van wethouders en onderzoekers die roepen dat – daar haal ik weer de EHEC aan – alle groenten besmet zijn met een bacterie. Op zo’n moment is het goed om een vaste klantenkring te hebben en één op één aangeven met onderzoeken dat jouw producten niet besmet zijn. Maar is dan alles weer koek en ei? Nee, want er is maar één klant die uiteindelijk overtuigd moet worden en dat is de eindklant. Hoe je op die eindklant inspeelt? Niet, want die klant doet wat hij wil. Wel kunnen wij ervoor zorgen dat ons product continu kwalitatief en prijstechnisch goed is. Waar je ook ter wereld zit, ik denk dat de beste overtuiging naar de eindklant is: positief blijven, creatief blijven, je niet gek laten maken en hopen op betere tijden…

AleTTe

Holland

Alette van der V heeft met haar ouelden (23) glastuinbouwbedrijf ders een potplanten en zaadmet paprika’s, Drentse Klazienav teelt in het column schrijft zeeen. In deze bezighoudt op haarwat haar bedrijf.

Waarom moet mijn BedRIJFsoVeRnAMe

partner ook tekenen? NAJK krijgt steeds vaker vragen binnen over waarom het kan zijn dat de partner ook moet tekenen bij een financieringsaanvraag van een bank. Een mooi moment om deze vraag voor te leggen aan Jan van Beekhuizen, sectormanager Food&Agri bij Rabobank Nederland. Waarom moet de partner ook tekenen? In sommige gevallen vraagt de bank in een aangeboden offerte om een handtekening van de partner, terwijl deze zelf geen ondernemer is. Dit kan 2 redenen hebben: 1) In sommige gevallen wordt toestemming van je partner gevraagd: je tekent dan uit hoofde van Artikel 1:88 BW.* Als de partner tekent uit hoofde van Artikel 1:88 BW dan wordt hij/zij niet aansprakelijk voor de schulden, maar hij/zij geeft bij tekenen aan dat deze op de hoogte is van het handelen van de ondernemer. 2) In andere gevallen verzoekt de bank je partner om ook daadwerkelijk hoofdelijk aansprakelijk te worden voor (een deel van) de financiering terwijl deze geen ondernemer is: je wordt dan mede-debiteur. * Kijk voor alle situaties waarbij de partner moet tekenen uit hoofde van Artikel 1:88 BW op www.bedrijfsovernameportal.nl.

Hoofdelijke aansprakelijkheid van partner In specifieke gevallen kan het zijn dat de bank je partner verzoekt om (mede)debiteur te worden, ook wanneer deze zelf geen mede-ondernemer is. Dit heeft veelal te maken met de afhankelijkheid van het inkomen of de inbreng van de partner voor de continuïteit van het bedrijf. Wanneer een bedrijf wordt overgenomen, ontstaat er meer dan eens de situatie dat alle winst van het bedrijf nodig is om de schuldenlast van het bedrijf naar een gezond niveau te brengen of om de ontwikkeling van een bedrijf mogelijk te maken. In die gevallen kan het inkomen – of de werkzaamheden op het bedrijf - van de partner noodzakelijk zijn om privéuitgaven mogelijk te maken of om

het bedrijf verder te laten ontwikkelen. In dat geval is het inkomen en/of de werkzaamheden van de partner ook echt nodig in de onderneming en is een deel van de financiering hierop gebaseerd. Wat zijn de gevolgen als mijn partner niet tekent? Als de bank vraagt om een handtekening van de partner, maar die weigert, dan zal de bank niet bereid zijn de financiering te verstrekken. Bedrijfsovernameportal Kijk voor alle informatie over ‘waarom moet mijn partner ook tekenen?’ op www.bedrijfsovernameportal.nl.

Artikel 1:88 BW

Wanneer je gaat trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaat, ga je ervan uit dat je samen een goede toekomst tegemoet gaat. Dit is ook een goed uitgangspunt, echter in sommige gevallen gaat dit in financieel opzicht niet altijd op. Daarom zullen partners voor een aantal handelingen tegen elkaar beschermd moeten worden. Om die reden is Artikel 1:88 in het Burgerlijk Wetboek (BW) opgenomen. De basisgedachte achter dit artikel is dat wanneer een echtgenoot of geregistreerd partner een financiële verbintenis met een derde aangaat dit gevolgen kan hebben voor de financiële positie van het gezin. Overigens is Artikel 1:88 BW geen regeling die in alle gevallen bescherming biedt.

BndR

29


leden

Nederland, het land voor jonge boeren en tuinders? Reino van der Louw | HAJK | Melkveehouder “Het spreekt mij aan om met koeien te werken en te ondernemen in een land dat vooroploopt met kennis en innovatie”

Iris Mensink | FAJK | Hippische sector “Ik geniet van de vrijheid en diversiteit die de hippische sector te bieden heeft”

Jan de Vries | GAJK | Biologische melkveehouder “Het verzorgen van mijn melkvee voor een goed resultaat, dat is het mooie van het vak” Sanne van Rijs | AJF | Melkveehouder “Boer zijn is een levenswijze, een levenswijze waar ik mij thuis voel!”

Wilco van Hateren | FAJK | Akkerbouw “Als boer ben je eigen baas van een onderneming met veel mogelijkheden”

Kees Vreugdenhil | HAJK | Bloementeelt “Het is mooi om een goed product te telen en anderen daarvan te zien genieten”

Ron Kleinsman | DAJK | Melkveehouder “Mijn passie als melkveehouder is, de variatie van werkzaamheden in een land waar kansen liggen voor jonge agrariërs”

Ruben ter Braak | OAJK | Vleeskuikensector “Mijn passie voor het vak is om het uiterste uit mijn bedrijf en mezelf te halen” Marijn Vijverberg | HAJK | Groenteteelt “Nederland is het middelpunt van de agrarische wereld. Kennis, ervaring en vakmanschap komen hier samen”

Jan Menting | FAJK | Bloembollen “Ik zie de bloem-bollenteelt als één grote uitdaging” 30

BNDR

Marijn Willems | LAJK | Varkenshouder “De varkens, de onderneming en gericht werken aan resultaten: dat is mijn passie!”


AJK

Scherpe uitstekende delen?

Te vol?

Te breed?

AJK NOP schenkt aandacht aan de regels en wetten van landbouwverkeer op de openbare weg

Informatie Datum: 4 auguacsttiviteit Onderwerp: Vervous 2011 erseisen van landb Door: AJK Nouoowrdverkeer oo en LTO stpolder A anwezig: 250Nooagrd rariërs

landbouw verkeer(d)? Wie is er aansprakelijk als modder op de weg de oorzaak van een ongeluk is? Hoe breed mag een machine zijn? Hoe hard mag je rijden met een trekker op de openbare weg en moet een kipper altijd afgedekt worden? Jaarlijks gebeuren er gemiddeld 16 dodelijke ongevallen, 97 ongevallen met ziekenhuisopname en 144 ongevallen met lichtgewonden waarbij landbouwvoertuigen betrokken zijn. Aanleiding voor de provincie Flevoland om strenger te controleren op landbouwverkeer. Maar waar controleren ze op? Waar moet een landbouwvoertuig anno 2011 aan voldoen om veiligheid te bieden op openbare wegen en hoe kunnen boeren ervoor zorgen dat het aantal verkeersongevallen vermindert? AJK Noordoostpolder en LTO Noord sloten de handen ineen en organiseerden een informatieavond voor hun leden.

Tekst en beeld: Ellen van den Manacker Het begon allemaal toen de Flevolandse politie in de media aangaf meer te gaan controleren op landbouwverkeer. “We zijn jaren niet gecontroleerd. Dan ga je je toch afvragen waar ze dan op gaan controleren en wat de regels voor landbouwverkeer überhaupt zijn”, vertelt initiatiefnemer en AJK NOP-lid Eric Pelleboer. “Samen met LTO besloten we meer aandacht te besteden aan het veel besproken en onduidelijke onderwerp ‘landbouwverkeer op de openbare weg’.” Op 4 augustus 2011 kwamen meer dan 250 agrariërs in Emmeloord bij elkaar om hun kennis over het landbouwverkeer op de proef te stellen.

De proef op de som “We hadden politie Flevoland en de verzekeringsspecialist van Rabobank Noordoostpolder uitgenodigd om deze avond vorm te geven. Politie Flevoland hield een presentatie over waar zij op letten met de verkeerscontroles en de verzekeringsspecialist gaf aan wat de gevolgen zijn als je je landbouwgerei niet goed hebt verzekerd of wat de gevolgen zijn als je tegen de regels in op de openbare weg zit en een ongeluk veroorzaakt.” Om te kijken waar het niveau van de Noordoostpolderse agrariers lag, had de organisatie voor het gebouw diverse akkerbouw- en veehouderijmachines

opgesteld. “Bij aanvang kon het publiek voor zichzelf keuren welke machines wel over de weg mochten en welke niet. Later in de presentatie gaven de verkeersspecialisten aan wat volgens de wet wel kon en wat niet.”

Ouderwetse regelgeving De avond was duidelijk geen gezellig theekransje. “Een aantal regels zijn twintig jaar geleden vastgelegd en nooit met de tijd meegegaan. Neem bijvoorbeeld de breedte van machines. In de wet staat omschreven dat een machine maximaal 3,5 meter breed mag zijn. Het grote gros van de machines zijn over het algemeen breder. Het is heel dubbel. Aan de ene kant krijgen we subsidies om duurzame machines aan te schaffen, die duurzame machines zijn in sommige gevallen breder dan 3,5 meter. Vervolgens krijgen we een boete van diezelfde overheid die ons subsidies verschaft”, vertelt Eric. “Tot een conclusie konden we niet komen. Het is nu eenmaal de wet waar wij, maar ook de politie zich aan moet houden.”

Onduidelijkheid “Ook zijn de verkeersregels voor landbouwmachines over het algemeen erg onbekend. Voor auto’s en brommers zijn de regels veel makkelijker te vinden. Er is geen boek dat duidelijk omschrijft wat de regels zijn voor landbouw-

machines. We zijn allemaal van goede zin om de verkeersveiligheid te bevorderen, maar de regels die wij als agrariër in acht moeten nemen zijn summier beschreven. Zelfs mechanisatiebedrijven weten de regels niet exact”, aldus AJK-lid Martijn Potappel.

Roekeloos Tevens ontstond bij de aanwezigen de vraag of er alleen gecontroleerd wordt op landbouwverkeer. “Natuurlijk willen wij ongelukken voorkomen. Maar wij zijn niet de enigen in het verkeer. Wij kunnen over de weg rijden met een volle lading en netjes ons knipperlicht aandoen, terwijl automobilisten het nog steeds in hun hoofd halen om roekeloos in te halen”, vertelt Eric. “Om de bewustwording van het overige verkeer te vergroten heeft LTO spandoeken opgehangen waarop staat aangegeven dat het oogstseizoen is begonnen.”

Positieve uitwerking “Natuurlijk willen we met zijn allen horen dat we het goed voor elkaar hebben. Maar dat is helaas niet zo. Het is goed dat er zo’n enorme opkomst was. Dat geeft aan dat de sector het belang van de verkeersveiligheid inziet”, aldus Eric. “Doordat er aandacht aan besteed is, heeft iedereen weer zijn machinepark nagelopen.” Ook Martijn is positief over de avond: “Ik heb het idee dat de avond een positieve uitwerking heeft gehad op beide kanten. Door de avond is er over en weer meer begrip gekomen.”

Aanrader? “Het is zeker een aanrader voor andere AJK’s. Iets wat vanzelfsprekend is voor de boer hoeft voor een andere weggebruiker nog niet zo te zijn. Zo’n avond maakt je weer alert op de gevaren van landbouwverkeer op de openbare weg”, aldus Eric. BndR

31


WANTED

die s y o b Cow aag r g e z at w n e o d ... n e l l i w

innovators in agriculture

...Zijn geen dag in het leven echt aan het werk. Zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en dynamiek, je vindt het allemaal in de banen bij een van de meest innovatieve bedrijven in het Westen van Nederland. Lely is een internationaal opererende groep van ondernemingen die wereldwijd actief is in de agrotechniek. Ontwikkeling, productie en marketing van geavanceerde landbouwmachines en melkrobotsystemen vormen onze kernactiviteiten. Wegens sterke groei van de organisatie zoeken wij, op alle niveaus en bij verschillende afdelingen, creatieve en gedreven persoonlijkheden. Werken bij Lely is leuk. Bij ons zijn de lijnen kort en persoonlijk en kan iedereen alles met iedereen bespreken. Eigen initiatief wordt gestimuleerd en gewaardeerd. Laat ons vrijblijvend weten of ook jij eens een kijkje bij ons in de keuken wilt nemen. Live Life Lely

Kijk voor een baan op

www.le lyjobs .com adv NAJK nov 2011_190x126_Q07041.indd 1

11/2/2011 1:42:49 PM

Onderneem het! Wil je ondernemen in de agrarische sector? Heb je een MAS/mbo-opleiding (niveau 4) en minimaal drie jaar werkervaring in een ondernemende omgeving? Dan is het nu tijd voor de volgende stap. De wereld om het bedrijf heen verandert snel. Dit vraagt om visie en strategische keuzes. Kies voor de Associate Degree Ondernemerschap en haal je diploma in twee jaar. AD Ondernemerschap is een korte, krachtige opleiding die je naast je werk kunt volgen. Gedurende twee jaar ga je een dag in de week naar school om jezelf en je bedrijf verder te onwikkelen.

Start februari 2012 in Leeuwarden Op het gebied van Landbouw en management bieden we ook de volgende hbo-opleidingen: Dier- en veehouderij, Bedrijfskunde en agribusiness, Tuin- en akkerbouw of de ĂŠĂŠn- of tweejarige AD Melkveehouderij. Van Hall Larenstein werkt samen met de Dairy Campus. Kijk voor meer informatie op www.vanhall-larenstein.nl of mail naar info@vanhall-larenstein.nl. www.vanhall-larenstein.nl

32

BNDR


nIeuws

De weg naar een bietenquotumloos tijdperk

Biet it! Vorig jaar gaf Dacian Ciolos, eurocommissaris van Landbouw, het al aan tijdens het NAJK-congres in Utrecht: hij ziet naast het melkquotum ook het liefst het Europese bietenquotum verdwijnen. “De prijs van Europese suikerbieten ligt lager dan de prijs van suikerbieten uit overige landen”, was zijn argument. CIBE, de Europese organisatie van bietentelers, geeft hier echter niet aan toe. Zij zien liever dat de suikermarktordening in de Europese Unie blijft om schommelende suikerprijzen te voorkomen. Afgelopen juni kon CIBE zich gelukkig prijzen. Het Europees Parlement stemde in met het verlengen van de interne suikermarktordening tot tenminste 2020. Nu blijkt uit uitgelekte plannen voor de toekomst van het landbouwbeleid dat Ciolos de quotering van suikerbieten versneld wil afbouwen. Dit houdt in dat we niet in 2020, zoals het Europarlement wil, maar in 2016 een bietenquotumloos tijdperk instappen.

Tekst: Ellen van den Manacker Suikerbieten zijn voor akkerbouwers een welkome teelt. Teelttechnisch zitten er weinig risico’s aan vast en economisch is de suikerbiet een welkome en stabiele factor. Twee jonge akkerbouwers geven aan of zij klaar zijn voor een tijdperk zonder het bietenquotum.

Anne Douwe van der Zee | Zeeland De Zeeuwse akkerbouwer Anne Douwe van der Zee is tegen de afschaffing van het suikerbietenquotum. “Voor een stabiele situatie hebben telers, fabrikanten en afnemers belang

bij een quotering. Volgens mij moet de EU bij tekorten ingrijpen door surplussuiker* op te waarderen naar quotumsuiker”, vertelt Anne Douwe. “We hebben net een herstructurering achter de rug. We hebben 30% in moeten leveren. Dat was een behoorlijke klap en nu willen ze het landbouwbeleid weer omgooien?” Wel ziet Anne Douwe in dat er een tekort aan suiker in de markt is. “We produceren nu lang niet genoeg voor de Europese markt. Er wordt nu geïmporteerd in plaats van geëxporteerd.” Fluctuerende prijzen zijn volgens Van der Zee het gevolg van de afschaffing. Dit zal uiteindelijk uitmonden in overschotten en een lage prijs voor de suikerbieten. Zijn tip aan Ciolos is om te kijken naar het Canadese quotumsysteem. Anne Douwe: “Bij een hoge vraag wordt het quotum verhoogd en bij een dalende vraag wordt er gekort op hectares.”

Arnout den Ouden | Zuid-Holland

Anne Douwe van der Zee | Akkerbouwer in Zaamslag | In maatschap met ouders en broer 200 ha waarvan 24 ha suikerbieten

Arnout den Ouden uit Zuidland ziet zowel voordelen als nadelen in een bietenquotumloos tijdperk. “Persoonlijk ben ik voor marktwerking, in die zin is afschaffing van het quotum een voordeel. Op het moment dat de markt te voelen is, zullen telers er alles aan doen om de suikeropbrengst per hectare te verhogen”, vertelt Arnout. Toch weet hij niet

Arnout den Ouden Akkerbo er in Zuidland |uw schap metInvamdeaar t100 ha waarvan suikerbieten 17 ha

of afschaffing van het suikerbietenquotum de juiste oplossing is. “De vrije suikermarkt is relatief onbekend voor Nederlandse telers. Ik durf niet te zeggen hoe de Nederlandse marktwerking zal zijn bij afschaffing van het quotum.” Als Arnout mag kiezen, dan kiest hij voor een situatie zoals die nu is. “De suikerverwerking is op dit moment goed geregeld in Nederland. Bij afschaffing van het quotum zal de stabiliteit van de teelt afnemen. Door de jaren heen waren het niet de suikerbieten die de portemonnee rijkelijk vulden, maar de teelt van suikerbieten is wel een stabiele factor in de inkomsten”, aldus Arnout. “Daarnaast staan we met het huidige systeem sterk tegen de groeiende concurrentie van bijvoorbeeld grote rietsuikerfabrikanten. Deze kunnen nog veel grotere stappen maken in opschaling en efficiëntie dan de Europese telers.” * Surplussuiker is suiker dat buiten het quotum wordt afgeleverd. Afhankelijk van de markt wordt surplussuiker vaak lager dan de quotumprijs verkocht. BndR

33


Kaas Jan Speksnarijder 25 ja en MelkveehouLdekerkerkerk kaasmaker s)inlid van AJK (Bestuur enerwaard Krimp

Melkveebedrijf en kaasmakerij Speksnijder In 1988 zijn het melkveebedrijf en de kaasmakerij verhuisd van Berkenwoude naar de huidige locatie in Lekkerkerk. “We hadden de mogelijkheid om te verhuizen naar een boerderij met een nieuwere stal en meer uitbreidingsmogelijkheden. Verhuizen was voor ons goedkoper, dan het verbouwen van de oude stal”, vertelt Jan. In Lekkerkerk is nu de melkveehouderij en kaasmakerij van Speksnijder gevestigd. Hier houden zij 85 koeien en jongvee en telen zij gras op 45 hectare grond. Het melkquotum is ruim 6 ton. Per week wordt er zo’n 800 kilo kaas gemaakt. Kaasboerderij Speksnijder biedt 8 verschillende smaken kaas aan. Benieuwd naar het proces van kaasmaken, de verschillende kazen of meer informatie over de boerderij? Kijk dan op www.kaasboerderijspeksnijder.nl.

34

BNDR


eigen bodem

Jan Speksnijder verwerkt zijn eigen melk tot Goudse kaas en verkoopt deze vanuit huis

van

Het optimale uit je product halen. Dat willen we allemaal. De één kiest voor

duurzaam, de ander voor biologisch. Jan Speksnijder (25) koos er samen met zijn ouders voor om zijn eigen product te verwerken en te verkopen. Onder de rook van Rotterdam, in de Krimpenerwaard, runt hij samen met zijn ouders een melkveehouderij en kaasmakerij. Jan houdt zich voornamelijk bezig met de 85 melkkoeien en zijn ouders zijn vijf ochtenden in de week druk in de weer met het maken van kaas. Tekst en beeld: Ellen van den Manacker / Foto’s: Jan Speksnijder

Vroeger “De kaasmakerij zit al sinds mensenheugenis bij ons op de boerderij. Ik weet niet beter. Oma is begonnen met de kaasverkoop vanaf haar keukenblok. Inmiddels zijn de tijden veranderd. De kaasmakerij is uitgegroeid tot een kaaswinkel aan huis waar wij wekelijks rond de 400 klanten ontvangen”, vertelt Jan.

Goudse kaas Echte Goudse kaas komt uit de grote tobbe waar 2000 liter melk van eigen bodem ingaat. “Vroeger maakte iedereen in Gouda en omstreken zomers kaas. Maar ook het aantal kaasboeren neemt af. Dat komt voornamelijk door de hoge eisen die aan het produceren van kaas worden gesteld. Het leveren van kaas aan de handel kan voor ons als boer bijna niet meer uit. Daarom verkopen wij vanuit huis”, aldus Jan. Zes dagen in de week is de winkel in Lekkerkerk geopend en vier á vijf dagen in de week wordt er kaas gemaakt. “Voor één kilo kaas heb je ongeveer 10 liter melk nodig. In onze tobbe gaat 2000 liter, dus we maken gemiddeld 200 kilo kaas per dag. Door de kaas vanuit huis te verkopen kan het uit ten opzichte van de melkprijs.”

Verbouwing In 2006 heeft de familie Speksnijder de kaasmakerij uitgebreid. “De vraag naar kaas steeg en de ruimte was verouderd, dus er moest ruimte komen om meer te produceren”, vertelt Jan. “Afgelopen jaar hebben we ook de ligboxenstal uitgebreid. De melkstal was zo’n 30 jaar oud en de stal werd te klein. De verbouwing hebben we grotendeels zelf gedaan. Er zijn 70 boxen bijgekomen en het is volledig onderkelderd voor de mestopslag.”

Vergaderzaal Boven de vernieuwde stal zweeft sinds 2010 ook een vergaderruimte. “Er is een ruimte boven onze stal die bijvoorbeeld als vergaderruimte gebruikt kan worden. Tot nu toe heeft deze ruimte nog geen specifiek doel. Natuurlijk is het een mooie bestemming om de burger te laten zien wat we doen, of een prachtige vergaderlocatie met uitzicht op de koeien. Maar vergeet niet dat daar ook weer geld in gaat zitten. We moeten personeel regelen en er moet voldoende eten en drinken zijn voor de bezoekers. Op dit moment hebben we daar de tijd niet voor. We hebben het gebouwd, omdat de ruimte er was en het makkelijk inpasbaar was. Volledig ongebruikt laten we het ook niet. Laatst kwam er bijvoorbeeld een schoolklas uit de buurt op bezoek, ja dan is zo’n ruimte mooi”, aldus Jan.

Winkel “In de winkel verkopen we kaas en streekproducten. Wekelijks ontvangen we in de winkel tussen de 350 en 400 klanten. Rond de kerst hebben we topdrukte. Grote orders, voor bijvoorbeeld kerstpakketten, hebben we het liefst op bestelling. Afhankelijk van de kaas die je wilt, moet het ongeveer 6 weken rijpen. Honderd kleine kaasjes voor in het kerstpakket hebben we dus niet altijd op voorraad”, vertelt Jan. Vier à vijf ochtenden in de week maken de ouders van Jan kaas. “Omdat we de winkel er ook naast hebben, hebben we vijf ochtenden in de week hulp in de winkel.”

Zware tijden Ook bij verbreding gaat het niet altijd over rozen. “De kaasproductie loopt iets terug. Je ziet tegenwoordig een hype ontstaan in de kant en klare plakjes kaas. Daarnaast hebben we ook nog een naklap van de crisis. We hebben gemerkt dat

mensen minder kaas kochten.” Op dit moment komt de familie Speksnijder nog goed rond van de kaasproductie. “We profiteren van mondop-mondreclame en meer is niet nodig. Wij hebben kwaliteit hoog in het vaandel staan. Meer reclame betekent automatisch meer werk en we willen het ook leuk houden voor onszelf.”

Voordeel kaasmakerij “Het voordeel van kaas is dat het goed blijft. Als de jonge kaas niet verkocht wordt, verkopen we het als oud. Zo kunnen we goed inspelen op de vraag, zonder verlies te draaien. Het blijft moeilijk om steeds op te boksen tegen het groeiende assortiment van supermarkten. Maar onze productie raken we altijd kwijt en het produceren van kaas blijft leuk”, vertelt Jan.

Aanrader? “Het mooie van onze kaasmakerij is dat je je eigen product maakt van begin tot eind en je ziet je eigen klanten. Je haalt de sociale factor in je bedrijf en het brengt een mooi zakcentje met zich mee. Als wij de kaasmakerij niet hadden, hadden we het vast ook gered, maar nu halen we meer uit onze melkproductie”, aldus Jan. “Maar je moet niet denken dat ga ik even doen. Het is een vak apart. Een klantenkring moet je opbouwen. Kwaliteit is erg belangrijk. De eerste kaas verkopen gaat meestal wel, maar klanten moeten terugkomen voor de tweede kaas.”

Nederland, het land voor jonge melkveehouders? “Voor mij is er toekomst. Het klimaat plus de grond zijn perfect hier. Het enige is dat je het echt moet willen. Door de kaasmakerij en de winkel is een vakantie plannen nog lastiger geworden. Maar in het boerenleven is er altijd wel wat en daar moet je mee om kunnen gaan.” BNDR

35


BAJK middenin de maatschappij Het al aangekondigde BAJK-congres zal plaatsvinden op vrijdag 16 maart 2012. Houd deze dag alvast vrij in je agenda. De titel van het congres is: ‘Middenin de maatschappij: Verdien je eigen toekomst!’ De centrale vraag op deze dag zal zijn: Waar wil jij staan in 2025?

De kracht van

je bestuur

AJF heeft met veel positieve kracht het nieuwe seizoen ingeluid. Tijdens de kaderavond van AJF bij Aepos in Nijbeets lieten Esther en Anko de krachten van de verschillende AJFbesturen naar boven komen. Tijdens de avond is onder andere gesproken over wat de besturen willen uitstralen. De één wil doorzettingsvermogen, regelmaat, kracht en vernieuwing uitstralen. De andere afdeling gaat voor sfeer, gezelligheid en humor. Esther voegt daaraan toe dat in de praktijk slechts een klein deel van wat je zegt je boodschap bepaalt, het is grotendeels wat je uitstraalt. Een opfrissende presentatie waarmee de regionale Friese besturen weer met veel kracht van start kunnen gaan in het nieuwe seizoen.

Een knallende start van het beursseizoen in Overijssel In oktober ging het beursseizoen voor NAJK in Hardenberg van start. De beurzen ‘LIV’ en ‘Rundvee & Akkerbouw’ werden goed bezocht. De enthousiaste vrijwilligers uit Overijssel, Flevoland, Drenthe, Gelderland en Friesland heetten veel (nieuwe) leden welkom in de stand van NAJK. Ook kennismaken met NAJK op de agrarische beurzen? Op www.najk.nl staat op welke beurzen we dit seizoen nog te vinden zijn.

Boer&Baas gaat van start Workshop

TJN is trots!

De workshop van Boer&Baas gaat weer van start. In de workshop wordt ingegaan op wat de werkzaamheden op jouw bedrijf zijn en hoe efficiënt die werkzaamheden worden verricht. Vervolgens wordt er gekeken of de werkzaamheden efficiënter kunnen en welke rol vreemde arbeid daarbij speelt. Kijk op www.boerenbaas.nl voor meer informatie en plan ook een workshop Boer&Baas in bij jouw AJK. Je kunt je ook aanmelden voor een workshop bij: nicky@ bajk.nl.

Van alle sectoren en huishoudens in Nederland, heeft de land- en tuinbouw sinds 1995 het hoogste energiebesparingstempo bereikt, namelijk gemiddeld 2,6 procent per jaar. Dat staat in een onlangs verschenen rapport van de Algemene Rekenkamer. Met een aandeel van 80 procent in het energieverbruik van de landen tuinbouw, is vooral de glastuinbouw verantwoordelijk voor het hoge tempo van besparing. De glastuinbouw heeft in 1997 in het GLAMI-convenant afgesproken dat in 2010 de energie-efficiëntie per eenheid product met 65% moest zijn verbeterd ten opzichte van 1980. Dit doel was in 2009 al bijna bereikt.

Antibiotica in de intensieve veehouderij De werkgroep Intensief van OAJK en GAJK had afgelopen maand Jurgen van Leuteren op bezoek over antibiotica in de intensieve veehouderij. Er bestaan vijf manieren om bacteriën te doden en sinds 1977 zijn er geen nieuwe manieren meer bijgekomen. Dat betekent dat dieren steeds resistenter worden voor de toegediende antibiotica. Welke risico’s brengt dit met zich mee voor de dier- en volksgezondheid? En hoe zit het met de voedselveiligheid? MRSA en ESBL zijn twee bacteriën die tegenwoordig niet alleen bij dieren voorkomen, maar ook bij mensen. Door zorgvuldig om te gaan met het toedienen van antibiotica kunnen we vanuit de intensieve veehouderijsector al veel betekenen. De reductie van het antibioticumgebruik staat hoog op de politieke agenda, mede hierdoor is de gehele sector in beweging. Om de reductiedoelstelling van 50% in 2013 te realiseren is onder andere een gedragsverandering van de dierenartsen en een versterking van hun rol als poortwachter noodzakelijk. Heb je interesse en/of wil je op de hoogte gehouden worden? Stuur dan een mail naar edefeber@oajk.nl. Op 12 december en 9 januari zijn de volgende bijeenkomsten voor intensieve veehouders in Wilp.

36

BNDR


bestuur

Het bestuur van…

AJ Purmerend Rens Kooijman (28) is vijf jaar actief binnen het bestuur van AJ Purmerend en zal na dit seizoen ruimte maken voor enthousiaste nieuwkomers. Rens is opgegroeid op een melkveebedrijf in Schellinkhout (NH) en heeft na zijn studie Veehouderij aan de Hogeschool Van Hall Larenstein ervoor gekozen om eerst buiten het bedrijf te gaan werken. Op dit moment werkt hij als agrarisch accountmanager in Leeuwarden, met als marktgebied Noord-Holland en geheel Friesland. In de toekomst wil Rens het ouderlijk bedrijf met 70 melkkoeien overnemen. Je gaat het stokje doorgeven? “De afgelopen drie jaar ben ik met veel plezier secretaris geweest van het bestuur van AJ Purmerend. Dit jaar is mijn overgangsjaar, collega-bestuurder Hans Scheringa gaat het secretarisschap van mij overnemen. Na vijf jaar als bestuurder te hebben gefungeerd, wil ik het stokje graag doorgeven. Het is goed om vernieuwing te hebben in het bestuur.” Wat is er de afgelopen vijf jaar ontwikkeld binnen het bestuur van AJ Purmerend? “Naast de informatieve avonden en ons jaarlijkse feest, hebben we in de afgelopen jaren ook de jaarlijkse dagexcursie geïntroduceerd. Tijdens de dagexcursie vinden wij het belangrijk om naast een akkerbouw of melkveebedrijf, ook een bedrijf buiten de agrarische sector te bezoeken. Het is goed om je blik te verruimen. Als afsluiter hebben we elk

Succesvolle start

LAJK-seizoen!

Op 29 september jl. is het nieuwe LAJKseizoen op succesvolle wijze ingeluid en wel middels een startavond in de gloednieuwe vleesvarkensstal van de familie Classens in Veulen. Na een korte presentatie door LAJKvoorzitter Sjef Classens over het ontstaan van de Classens Groep, gaf vader Toon een boeiende uitleg over de nieuwe vleesvarkensstal, die is ingericht met het Nedap Sorting system. Zowel sponsoren, AJK-afdelingsbesturen, AJK-afgevaardigden en werkgroepleden waren aanwezig. Een heerlijk buffet en een goede sfeer zorgden ervoor dat tot laat in de avond nog volop genetwerkt werd.

jaar een whiskyproeverij en een bierproeverij bezocht, dit doet het altijd goed bij de leden.” Hoe ben je in het bestuur van AJ Purmerend terechtgekomen? “Dat is gegroeid vanuit de middelbare landbouwschool. Mijn klasgenoten gingen naar de activiteiten van AJ Purmerend en zo ging ik een aantal keren mee. Ik vond het meteen een leuke vereniging en een enthousiaste groep jonge boeren. Na mijn opleiding ben ik het bestuur gaan versterken.” Welke tegenslagen ben je tegengekomen als bestuurder? “In Purmerend hebben we een AJK afdeling en tot voorkort hadden we ook een JAV afdeling. Als agrarische verenigingen werkten we altijd nauw met elkaar samen. Het laatste jaar moest de JAV helaas stoppen vanwege te

weinig animo. Erg jammer, maar dat wil niet zeggen dat er voor de agrarische vrouwen geen ruimte meer is binnen onze vereniging. Integendeel, zij zijn van harte welkom. Na het opheffen van de JAV, hebben wij als bestuur besloten om ook een vrouwelijk bestuurslid aan te nemen. Het is goed om diverse invalshoeken te hebben binnen het bestuur. Afgelopen seizoen is Elles Pronker ons bestuur komen versterken en hier zijn wij erg blij mee.“ Wat hoop je nog te bereiken met het bestuur? “Ik denk dat we als bestuur trots mogen zijn op de plek waar wij nu staan als agrarische jongeren in Purmerend en omstreken. Het is echter belangrijk dat wij ons actief blijven inzetten voor het werven van nieuwe leden, hier moet de vereniging het immers van hebben.”

FAJK in gesprek Op donderdag 16 november 2011 kregen elf agrarische jongeren van FAJK de kans om in gesprek te gaan met staatssecretaris Bleker. De gespreksonderwerpen waren: het mineralenbeleid, het stimuleren van innovaties, de toelating van gewasbeschermingsmiddelen in kleine teelten, het nieuwe GLB en het stimuleren van jonge boeren en hun ondernemerschap. Bleker was erg geïnteresseerd in de mening van jonge Flevolandse boeren. Over veel punten waren de jonge boeren en Bleker het eens, zoals: verwerkte mest moet als kunstmestvervanger worden gezien, innovaties moeten uit de sector komen en de vergroeningseis van 7% is niet acceptabel. Over dit laatste is Bleker heel duidelijk: de vergroeningseis komt er, hoewel het percentage nog niet vast staat. Voor de agrariërs is het belangrijk om hier op een slimme, nuchtere manier oplossingen voor te bedenken. Het was een zeer interessant en leerzaam gesprek. Over een aantal punten mag FAJK in de toekomst mee gaan denken. “Bleker hoort, zeker weten, nog vaker van ons!”

Ondernemersbesluiten neem je zo!

Dit jaar wordt de jaarlijkse Dag van LTO Noord in Fryslân voor het eerst georganiseerd samen met de AJF en de Friese Rabobanken en vindt plaats in het WTC te Leeuwarden. Het programma begint om 10.00 uur en het thema is ‘Ondernemersbesluiten neem je zo!’ Onder meer de specialist in familieverhoudingen Else-Marie van den Eerenbeemt en het hoofd-economisch onderzoek van de Rabobankgroep Allard Bruinshoofd, gaan in op de omstandigheden waaronder ondernemersbesluiten tot stand komen. De leden van de AJF worden uitgenodigd op woensdagmorgen 14 december. Na het middagmaal sluit de AJF af voor AJF-leden met de Algemene Leden Vergadering (ALV) van de AJF. Tijdens deze ALV worden onder andere bestuursverkiezingen gehouden en het nieuwe project van de AJF zal worden toegelicht. AJF-leden kunnen daarna gratis naar de Nederlandse landbouwbeurs. BNDR

37


Payroll: jij vindt je personeel, wij betalen ze uit!

?l d i l n e e Nog g najk.n w.

ww

Jouw personeel op onze loonlijst. Heb je personeel en heb je geen trek in de risico’s? Dan is Payrolljobs iets voor jou! Wil je meer weten over de mogelijkheden? Bel dan 0321 - 38 79 74 of neem contact op met Hans Hartemink, 06 - 22 60 92 94

Op zoek naar meer? www.najk.hyves.nl

Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt info@payrolljobs.nl - www.payrolljobs.nl

@DBNAJK

MEER WETEN OVER ONZE OPLEIDINGEN? Bezoek een open dag

OPEN DAGEN Bachelor zaterdag 14 april 2012 Master donderdag 8 maart 2012

www.wageningenuniversity.nl/opendag

38

BndR


strip sudokoe

Vul de puzzel zo in dat in elke rij, in elke kolom en in elk blok van negen vakjes nooit dezelfde koeien staan. De oplossing is de naam van de koe in het gekleurde vakje. Stuur of mail je oplossing v贸贸r 14 januari naar binder@najk.nl of naar: Redactie BNDR Postbus 816, 3500 AV Utrecht Vergeet niet je adres te vermelden, want wie weet win jij de heerlijke slagroomtaart die wordt verloot onder de juiste inzendingen! Koe Jurgen was de oplossing van de vorige Sudokoe. Alle inzenders met het juiste antwoord van de sudokoe uit de BNDR september hebben twee vrijkaarten gewonnen voor de AGRITECHNICA.

Wilco

Bas

Sjef

Anne

Piet Jan

Bart

Wim

Jan

Gert BNDR

39


Het wordt helemaal jouw bedrijf. Dat is het idee. Als je het bedrijf van je ouders gaat overnemen, wordt het steeds meer jouw bedrijf. Met ruimte voor je eigen ideeën en aanpak. Maar de tijd ontbreekt vaak om je blik op de horizon te richten. Het Rabo Opvolgers Perspectief brengt je een stap vooruit. Je ontdekt waar je eigen kracht ligt en wat je financiële mogelijkheden zijn. Ontwikkel net als Stef Meurs een strategie die past bij jou en je bedrijf. En bepaal jouw plek op de horizon.

Ontwikkel je eigen strategie met het Rabo Opvolgers Perspectief. Rabobank. Een bank met ideeën.

www.rabobank.nl/agrarisch


BNDR December