Page 1

Dit is een commerciële uitgave van European Media Partner bij deze krant.

ANALYSE MAATSCHAPPIJ

CONTENT WITH A PURPOSE

NR. 5 MEI 2018

ANALYSEMAATSCHAPPIJ.NL

MET FOCUS OP VASTGOED EN SMART CITIES

Cora van Nieuwenhuizen – Minister van Infrastructuur en Waterstaat

VASTGOED

Lees meer artikelen op analysemaatschappij.nl

Energieneutraal, bestand tegen extreem weer en volledig circulair – zo moeten onze woningbouw en infrastructuur eruitzien in 2050. Dat is ambitieus. Maar zonder ambitie geen resultaat. Onze mobiliteit moet slimmer en groener, we moeten ruimte maken voor de regen en we moeten zorgen dat al ons afval een nieuwe grondstof wordt. Alleen op die manier kunnen we met zoveel mensen door op onze planeet. Er is iets nieuws aan de gang. Op televisie zien we minutenlange nieuwsitems over gasloos bouwen. Over het aantal zonnepanelen op huizen dat opeens een enorme vlucht neemt. Over elektrische vrachtwagens en bussen. We organiseren klimaattafels en stellen agenda’s op met concrete plannen. De energie om dit thema met z’n allen aan te pakken, was niet eerder zo groot. Met de Bouwagenda hopen we dit alles te versnellen. Bouwbedrijven, kennisinstellingen en overheden werken samen en versterken elkaar. Als ik naar mijn eigen portefeuille kijk, Infrastructuur en Waterstaat, dan is ook daar een hoop te doen.

Lees meer op pagina 4

IN SAMENWERKING MET

SMART CITIES

KAJSA OLLONGREN

MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

‘Ik wil gemeenten oproepen om van wonen prioriteit nummer 1 te maken’

Nico Zornig – Director Smart Cities bij TNO “Andere landen kunnen vaak sneller doorpakken. In Nederland heerst een poldercultuur, waarbij iedereen zijn zegje moet kunnen doen. Prima voor het draagvlak en de integraliteit, maar niet voor de snelheid van de besluitvorming. In andere landen is minder democratisering, en wordt er gewoon een besluit genomen en gehandeld. Daarnaast zie je dat er in landen met minder legacy, dus minder geschiedenis op het gebied van bijvoorbeeld infrastructuur, systeemsprongen kunnen worden gemaakt. Neem bijvoorbeeld telefonie. In India kunnen ze vanuit de achterstand die ze hebben op dat gebied, het hele vaste telefoonnetwerk overslaan, en naar de toekomst kijken: mobiel. Maar goed, ook daar geldt: wat is smart?”

Lees meer op pagina 22

Lees meer op pagina 10 VASTGOED

SMART CITIES

Smart lighting cruciaal

Duurzaam en circulair: ‘Gewoon’ Doen

VASTGOED

Lees meer op pagina 6

De juridische en fiscale vastgoedpartner

Wanneer we gloeilampen en ledverlichting naast elkaar leggen, blijft er weinig van de eerste variant over. De Europese Commissie heeft voorgerekend dat het verdwijnen van de gloeilamp een besparing van 40 miljard kWh oplevert en 15 miljard kilo aan CO2-uitstoot scheelt. Lees meer op pagina 21

Duurzaam én gezond bouwen continu in ontwikkeling

Lees meer op pagina 8


2 INLEIDING – ANALYSEMAATSCHAPPIJ.NL

ANALYSE MAATSCHAPPIJ

PROFIELEN IN DEZE PUBLICATIE

European Media Partner presenteert Analyse Maatschappij met focus op vastgoed en smart cities. De verwachting is dat bijna 70% van de wereldbevolking in 2050 in steden zal wonen. Welke invloed heeft dit op het vastgoed in Nederland en hoe moet de bouw hierop inspelen? En wat betekent dit voor de stedelijke omgeving?

moet echter nog een flinke slag maken. Hoe gaan zij het energieakkoord halen?

Jan van Zanen, burgemeester van Utrecht en voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten gelooft in een duurzame en circulaire aanpak wanneer het gaat om de bouw in Nederland. Om dit te realiseren moeten opdrachtgevers en uitvoerders voortdurend met elkaar in gesprek blijven.

Volgens Nico Zornig, director Smart Cities bij TNO gaat het bij het realiseren van slimme steden vooral om samenwerking en het creëren van een slim samenspel tussen de verschillende aspecten van de stad, zoals mobiliteit, economie, milieu en infrastructuur.

Duurzaam vastgoed wordt de komende jaren goedkoper, terwijl niet-duurzaam vastgoed juist duurder wordt. In de nieuwbouw wordt dan ook al veel duurzaam ontwikkeld, stelt Annemarie van Doorn van het Dutch Green Building Council. De bestaande bouw

Op pagina 10 geeft minister Kajsa Ollongren haar mening over vastgoed in Nederland. Sla dit artikel dus vooral niet over! Johan Konst & Aloïs Kleijnen Campagne Manager

Cora van Nieuwenhuizen Minister van Infrastructuur en Waterstaat

INHOUD VASTGOED 4 Voorwoord: Cora van Nieuwenhuizen 6 Duurzaam en circulair 8 Duurzaam én gezond bouwen 10 Profiel: Kajsa Ollongren 12 Smart Buildings 14 Bouwstenen voor Smart Cities 16 Thomas Rau over circulaire economie

Yvonne Kemmerling Voorzitter Future City Foundation

Wilt u er zeker van zijn dat u voorbereid bent op de stad én de bouw van de toekomst? Dan bent u bij deze campagne aan het juist adres.

SMART CITIES 18 Voorwoord: Yvonne Kemmerling 20 Een veilig IoT 21 Smart Lighting 22 Profiel: Nico Zornig 24 3 Slimme steden 26 Slimme Containers 27 Energieakkoord geen klimaatakkoord

Nico Zornig Director Smart Cities bij TNO

Wij wensen u veel leesplezier!

ANALYSEMAATSCHAPPIJ.NL

JOHAN & ALOÏS TIPPEN!

Kajsa Ollongren Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, viceminister-president

Naast een sterke focus op vastgoed, ligt de focus ook op de verdere ontwikkeling van het stedelijk gebied. Wat kan het internet of things bijvoorbeeld betekenen voor de stad en het bedrijfsleven daarbinnen?

CONTENT WITH A PURPOSE

EXCLUSIEF VOOR HET WEB

ANALYSE MAATSCHAPPIJ

DIGITALE CONTENT

Campagne Manager: Johan Konst & Aloïs Kleijnen

DIGITALE KRONIEK

Chief Content Officer Redacteur: Layout: Tekst: Coverfoto: Gedistribueerd: Drukkerij:

johan.konst@europeanmediapartner.com alois.kleijnen@europeanmediapartner.com

Managing Director:

POPULAIRE ARTIKELEN OP ANALYSEMAATSCHAPPIJ.NL Peter Savelberg: ‘We moeten groter denken!’

Foto: Studio Roosegaarde

“De steden van nu zijn machines die pijn doen”, aldus Daan Roosegaarde, kunstenaar, innovator en technopoëet. “Dat kan, nee, dat moet anders. Het gaat erom dat je technologie creatief gebruikt.” Wilt u meer lezen over dit soort innovaties? Op analysemaatschappij.nl vindt u de gehele kroniek.

Volg ons digitaal:

“De focus moet op innovatieve vastgoedconcepten, nieuwe infrastructuur, een nieuwe wereld. Er is zoveel gaande op technologisch gebied, denk aan zelfrijdende auto’s, e-commerce, e-learning. Dit heeft grote implicaties voor de vastgoedsector.” Foto: Eljee Bergwerff

Energie opwekken zonder aardgas

Zo’n halve eeuw geleden deed Nederland er amper acht jaar over om alle huishoudens van aardgas(leidingen) te voorzien. De transitie naar aardgasloze wijken gaat veel meer tijd kosten. Inzet van ICT – van slimme meters en big data management tot intelligente netten – wordt cruciaal.

Bekijk exclusieve films en video's op onze campagne website.

Op onze campagne website vindt u nog veel meer interessante artikelen en interviews.

Amanda Ghidoni Mats Gylldorff Marjon Kruize Rowan Brandt Aäron van der Sanden Mandy Kraakman Jerry Huinder Marjon Kruize Hugo Schrameyer Joris Brussel Ger de Gram Mark van der Heijden Tseard Zoethout Angelina Hammond Rijksoverheid TNO VNG Het Financieele Dagblad 2018 RODI Rotatiedruk

CONTENT WITH A PURPOSE

Foto: Fotolia

European Media Partner Nederland B.V Kleine-Gartmanplantsoen 21, 1017 RP Amsterdam Tel: +31 202 622 010 Email: nl@europeanmediapartner.com www.europeanmediapartner.com

@europeanmediapartner

analysemaatschappij.nl

European Media Partner is gespecialiseerd in contentmarketing en native advertising. Wij combineren redactionele inhoud met themakranten die bij toonaangevende dagbladen zijn bijgevoegd. Wij zorgen ervoor dat de boodschap van uw merk wordt overgebracht, en uw doelgroep de juiste beslissingen neemt.

Recycle of geef het magazine door!

ADVERTORIAL - GESPONSORDE CONTENT

NOG EEN WERF! Bouwgroep Willy Naessens heeft met prefab beton al duizenden bedrijfspanden gerealiseerd voor kleine en middelgrote ondernemingen. Van kantoren en distributiecentra tot opslagruimtes voor gevaarlijke stoffen. Sinds 2015 is het Belgische familiebedrijf ook in Nederland actief en inmiddels niet meer weg te denken uit de Nederlandse bouwindustrie. De specialist in het bouwen van bedrijfshuisvesting staat voor het perfecte bouwsysteem in prefab beton: structureel, esthetisch en waardevast. Prefab beton is geschikt voor tal van toepassingen en levert daardoor, al dan niet in combinatie met staal, een multifunctioneel eindresultaat op. Daarnaast is het degelijk, flexibel, duurzaam en brandveilig. Dit maakt het uiterst geschikt voor logistieke bedrijfspanden en opslag van gevaarlijke stoffen. Unieke werkwijze De Willy Naessens Groep kenmerkt zich door zijn Verticale Integratie. Alle essentiële aspecten binnen een bouwproces worden door de Naessens groep zelf beheerd. Van ontwerp, constructie, grondwerk, transport en montage tot en met de

totale productie van de prefab betonelementen. Hierdoor wordt gezorgd voor een overzichtelijk bouwproces waarin planning en kwaliteit zijn gewaarborgd. Optimalisatie van begin tot eind De verticale integratie maakt het mogelijk om vroeg aan tafel te schuiven bij de klant waardoor efficiënt gewerkt kan worden en snel een koppeling kan worden gerealiseerd tussen de bouwkavel, de behoeften en de bouwmethodiek. Meedenken vanaf de eerste penstreep op papier, waardoor optimalisatie zal plaatsvinden van begint tot eind. De Willy Naessens Group heeft de omvang van een multinational, maar het hart van een familiebedrijf. Een prettige combinatie van volume, zekerheid en toegankelijkheid. Zo wordt bouwen een feestje!

www.willynaessens.nl


A M ST E R D A M ’ S M O ST I C O N I C D E V E LO P M E N T S LU I S H U I S . N L

R E A L ESTAT E D E V E LO P M E N T BY

A RC H I T EC T U R E BY


4 VOORWOORD VASTGOED – ANALYSEMAATSCHAPPIJ.NL

Foto: Rijksoverheid

CONTENT WITH A PURPOSE

Foto: Fotolia

VERJONGING EN VERNIEUWING, DUURZAAM EN INNOVATIEF Cora van Nieuwenhuizen, minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Energieneutraal, bestand tegen extreem weer en volledig circulair – zo moeten onze woningbouw en infrastructuur eruitzien in 2050. Dat is ambitieus. Maar zonder ambitie geen resultaat. Onze mobiliteit moet slimmer en groener, we moeten ruimte maken voor de regen en we moeten zorgen dat al ons afval een nieuwe grondstof wordt. Alleen op die manier kunnen we met zoveel mensen door op onze planeet.

alles te versnellen. Bouwbedrijven, kennisinstellingen en overheden werken samen en versterken elkaar. Als ik naar mijn eigen portefeuille kijk, Infrastructuur en Waterstaat, dan is ook daar een hoop te doen.

Er is iets nieuws aan de gang. Op televisie zien we minutenlange nieuwsitems over gasloos bouwen. Over het aantal zonnepanelen op huizen dat opeens een enorme vlucht neemt. Over elektrische vrachtwagens en bussen. We organiseren klimaattafels en stellen

Onze infrastructuur staat weliswaar in de top-3 van de wereld, maar ze is op veel plekken verouderd. Veel van onze duizenden tunnels, bruggen en viaducten dateren uit de jaren ’50 en ’60. En net zoals babyboomers inmiddels vaak een nieuwe knie of een staaropera-

agenda’s op met concrete plannen. De energie om dit thema met z’n allen aan te pakken, was niet eerder zo groot. Met de Bouwagenda hopen we dit

tie nodig hebben, zijn ook deze betonnen en ijzeren ‘babyboomers’ aan verjonging en vernieuwing toe. We staan aan de vooravond van de grootste onderhoudsopgave uit onze geschiedenis en dat gaan we zo duurzaam en innovatief mogelijk doen. Daarnaast hebben we steeds vaker te

de verstedelijking. Al die extra woningen die in de stad steeds dichter op elkaar staan, moeten wel bereikbaar blijven. Hoe doen we dat? Hoe pakken we deze vraagstukken aan? In ieder geval door elkaar op te zoeken, kennis te delen en samen te werken. De werelden van infrastructuur en wonen hebben elkaar veel te bieden.

Dat geldt ook voor de gevolgen van

Voor de metropoolregio Amsterdam en voor Rotterdam en Den Haag werken we aan gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma’s, zodat we in die sterk groeiende regio’s knelpunten op de weg en in het openbaar vervoer kunnen voorkomen. Ook in Brabant en voor de goederencorridor A15 werken we aan slimme oplossingen en nieuwe

maken met extreem weer. Afgelopen zomer was op 35 dagen in delen van het land code geel van kracht. Met als gevolg ondergelopen tunnels en overlopende riolen. Hitte in de steden veroorzaakt veel problemen bij ouderen. Wij kunnen daar in onze manier van bouwen wat aan doen.

infrastructuur om de groei in de mobiliteit op te kunnen vangen.

Ik zie het resultaat met vertrouwen te-

gemoet. Met de typisch Nederlandse innovatie- en daadkracht werken we samen aan een duurzaam, klimaatneutraal, mooi Nederland.

Cora van Nieuwenhuizen Minister van Infrastructuur en Waterstaat

INNOVATIEF BOUWEN Om aan het klimaatakkoord te kunnen voldoen, zullen we innovatiever met de bouw om moeten gaan. Op analysemaatschappij.nl leest u er nog veel meer over. ADVERTORIAL - GESPONSORDE CONTENT

Foto: Lucas van der Wee – CEPEZED

THE GREEN HOUSE: BETALEN VOOR GEBRUIK The Green House is een circulair horecaconcept in hartje Utrecht. Binnen dit circulaire horecaconcept is TRILUX als één van de pay for use partners verantwoordelijk voor de functie licht. “De ontwikkelaars van het concept kwamen bij ons met de vraag om voor het prachtige horecapaviljoen dat ze realiseren mee te denken over een circulaire vorm van verlichting”. zo begint Willem Dammers, Managing Director van TRILUX Benelux, een van origine Duits familiebedrijf met ruim honderd jaar ervaring in de productie van professionele verlichting. Dammers vervolgt: “Wij leveren in dit project niet alleen licht, maar zijn ook vijftien jaar verantwoordelijk voor het optimaal functioneren. Na vijftien jaar zal het paviljoen verdwijnen en dan moet er een herbestemming komen voor onze verlichting. Dat is leuk, we worden uitgedaagd om flexibel te zijn. Dat past goed bij een productie- en familiebedrijf als TRILUX, omdat wij innovaties kunnen drijven en nadenken over de lange termijn.”

033 - 455 77 10

Modewoord Circulariteit lijkt een modewoord te zijn, maar wordt nu echt concreet. Dammers: “Er wordt heel veel gesproken over circulariteit, maar nauwelijks iets gedaan. Wat wij gaan doen, is producten toepassen waarvan de grondstoffen maximaal recyclebaar zijn. Ook gaan we producten tussentijds refurbishen, upgraden en terugbrengen in het gebouw.” Perfecte oplossing Dammers: “We zijn in The Green House de komende vijftien jaar ook continu bezig met het toevoegen van functionaliteit aan het licht. Omdat wij ons als pay for use partner verbinden aan het project, voelen wij de noodzaak om de installatie gedurende de looptijd van de samenwerking optimaal te laten presteren. Om het nóg energie efficiënter te laten functioneren, of door functionaliteiten toe te voegen waarop wij samen met de eindgebruiker weer nieuwe businessmodellen kunnen creëren. Hiermee heeft de gebruiker altijd de perfecte verlichtingsoplossing. Wij gaan hier iets moois ontwikkelen om door te geven aan volgende generaties!”

info@trilux.nl

www.trilux.com


Gevormd naar eigen hand

Frans Schrofer ontwierp de draaifauteuil Caruzzo als eerbetoon aan het vakmanschap van Leolux. Met uw persoonlijke combinatie van kleuren en bekledingen creĂŤert u uw eigen Caruzzo (vanaf â‚Ź 2.540,- in stof). Ontdek Caruzzo bij een van de Leolux Select Stores of onze Design Centers in Eindhoven, Utrecht en Brussel. Of stel uw eigen ontwerp samen met de Leolux Creator op www.leolux.nl/caruzzo Daar kunt u ook terecht voor adressen, een compleet dealeroverzicht of jaarboek aanvragen.


6 VASTGOED – ANALYSEMAATSCHAPPIJ.NL

CONTENT WITH A PURPOSE

DUURZAAM EN CIRCULAIR: Waren ‘duurzaamheid’ en ‘circulariteit’ tien jaar geleden nog ideologische termen, vandaag de dag hangt de vlag er anders bij. Steeds vaker zijn gebouwen duurzaam en in sommige gevallen zelfs circulair gerealiseerd. Naast het Centraal Station van

Utrecht is sinds enkele weken The Green House geopend. Een toonbeeld van waar Nederland op het gebied van zowel duurzaam als circulair bouwen en ondernemen naartoe moet. “In alle opzichten state of the art. Het is er groen en als The Green House over tien of vijftien jaar wil verhuizen, dan kan dat, want alle bouwmaterialen zijn opnieuw te gebruiken.” Aan het woord is Jan van Zanen, naast burgemeester van Utrecht ook voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Zowel als burgemeester en als VNG-voorzitter wordt hij helemaal blij wanneer The Green House ter sprake komt. “Het toont aan dat als je de uitdaging met elkaar aangaat en net iets verder gaat dan je normaal doet, er heel veel mogelijk is. En daar is niet eens een euro subsidie voor nodig! De stad van de toekomst moet nu gebouwd worden. Wij willen als overheden onze verantwoordelijkheid nemen en dat zo doen dat het optimaal bijdraagt aan de leefbaarheid van onze inwoners.”

Daar is ook Willem Dammers, managing director bij Trilux Benelux het mee eens. “The Green House is een mooi voorbeeld van duurzaamheid: alle activiteiten zijn gebaseerd op re-duce, reuse, re-cycle en re-connect. Dat betekent dus het verminderen of

terugdringen van afval, energie en watergebruik, hetgeen bijdraagt aan een schoner milieu.” En dat is ook nodig. “We zijn

inmiddels op een punt aanbeland waarbij we een tekort krijgen aan grondstoffen en materialen”, vertelt Dammers. “Ik heb het gevoel dat we nu iets moeten doen om straks de wereld leefbaar te houden. Steeds meer mensen worden zich hiervan bewust, maar het blijft een uitdaging.” Volgens Van Zanen moet tegelijker-

tijd duurzaam en circulair bouwen een vanzelfsprekendheid worden. En dat kan. “Net zoals we nu als vanzelfsprekend papier en plastic scheiden: dat was vroeger ook niet het geval.” Dat, in tegenstelling tot zijn voorbeeld, duurzaam en circulair bouwen elkaar nu nog regelmatig bijten, daar is hij zich terdege van bewust. “Moeten we echt driedubbel glas hebben? Het maakt de woning inderdaad heel erg energiezuinig, maar er zijn ook wel heel veel grondstoffen voor nodig om dit te realiseren.” Een kwestie van continu afwegingen maken dus. Opdrachtgevers zouden zich daarom op voorhand niet te veel moeten bemoeien met hóe iets gerealiseerd wordt, voegt hij toe. “Als je erop staat dat alles zo duurzaam mogelijk wordt, dan moet je soms inbinden wat betreft circulariteit en andersom. Opdrachtgevers en uitvoerders moeten daarom juist met elkaar in gesprek blijven, ook na de gunning, om te kijken wat er in alle redelijkheid het beste is.” Opdrachtgevers van bouwprojecten

mogen de lat gerust wat hoger leggen. “Uitvoerende partijen kunnen

vaak meer dan opdrachtgevers in de gaten hebben. Tenderen is een vak. Er zijn gevallen bekend waarbij het duurzaamheidsniveau van wat een uitvoerder kan realiseren uiteindelijk stukken hoger ligt dan waar de opdrachtgever oorspronkelijk om had gevraagd. Aan de kant van de opdrachtgevers mag de lat gerust wat hoger worden gelegd.” De mogelijkheden zijn immers groot en de opstap richting duurzaam bouwen is een heel stuk laagdrempeliger geworden dan tien, twintig jaar geleden, erkent ook Van Zanen: “Eerst was het óf te kneuterig, of juist te duur. Initiatieven zoals The Green House tonen aan dat de angst voor kneuterigheid of onbetaalbare projecten niet meer gegrond is.” Met geweldige initiatieven tot gevolg, zoals de verticale bossen van de Italiaanse architect Stefano Boeri, in onder meer Utrecht en Eindhoven. “Het ziet er prachtig uit en past perfect binnen het gezond stedelijk leven: dat is toch mooi, beter kan niet.” Ook de Bouwagenda, opgele-

verd door de Taskforce Bouw, onder leiding van voormalig VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes, helpt bij het aanjagen van duurzame initiatieven. Met de tussentijdse deadlines 2020 (energie neutrale nieuwbouw van woningen en utiliteitsgebouwen) en 2030 (50 procent minder gebruik van primaire grondstoffen) zit de druk er in ieder geval flink op. Alle partijen in de keten, van idee tot gebouw, zullen daarom samen moeten gaan werken. “De aannemers, onderaannemers, beleggers, opdrachtgevers: het is belangrijk dat iedereen erachter staat, zijn rol doordenkt en bereid is een deel van de nog ADVERTENTIE

Smart and healthy work environments a sustainable solution for talent retention

www.experience.tech


VASTGOED – ANALYSEMAATSCHAPPIJ.NL

CONTENT WITH A PURPOSE

‘GEWOON’ DOEN! Foto: VNG

bestaande risico’s op te vangen en te delen”, zegt Van Zanen. Aan de opdrachtgevers vervolgens de taak om dit gehele proces zo aan te sturen dat de betrokken partijen ook daadwerkelijk op één lijn blijven. Maar met sturende opdrachtgevers

Van Zanen: “Uitvoerende partijen kunnen vaak meer dan opdrachtgevers in de gaten hebben.” Foto: Fotolia

alleen zijn ‘2030’ en ‘2050’ nog steeds geen zekerheden. Er zijn wel degelijk remmende factoren die massale verduurzaming en ‘circularisering’ van de bouwsector hinderen. Zo toont een studie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) aan dat knelpunten op de arbeidsmarkt de geplande energietransitie kunnen gaan belemmeren. “Er zijn 14.000 tot 15.000 fte’s per jaar extra nodig om deze transitie tot een succes te maken. Voor de beeldvorming: op dit moment werken er zo’n 293.000 werknemers in de bouwsector. Er moeten dus ongelofelijk veel werknemers bijkomen.” Er ligt een fikse klus klaar voor de Nederlandse onderwijsinstellingen, maar duurzame beroepsgroepen worden wel steeds interessanter. “Zo wordt op het ROC van de Utrechtse wijk Overvecht samengewerkt met een coöperatie die zo duurzaam mogelijk wil renoveren. Zij bieden deze ROC-studenten werk- en stagemogelijkheden aan, terwijl het ROC op zijn beurt de leerlingen opleidt voor de duurzaamheidsberoepen. Dan zie je dat mbo-studenten Administratie vervolgens overstappen naar deze duurzame opleidingen, omdat ze daar wél in geloven.” De verduurzaming van de Neder-

landse bouwsector is niet alleen een verplichting die de sector van hogerhand opgelegd heeft gekregen, volgens Van Zanen. Integen-

VRAGEN AAN LÉON BORKES EN BEREND ZWART Foto's: Anne Timmer

deel: partijen die nu met deze transitie aan de slag gaan, kunnen ook internationaal weleens de vruchten hiervan plukken, in een wereld die sterk verstedelijkt. Edwin Koster, manager Economie van de gemeente Utrecht: “Nederland is een perfect praktijklab, om aan de wereld te laten zien wat er allemaal mogelijk is wat betreft duurzaam en circulair bouwen.” Daarnaast: als bouwbedrijven in het bureaucratische Nederland zaken voor elkaar krijgen, moet dat in minder gereguleerde markten alleen maar eenvoudiger mogelijk zijn. “Natuurlijk hebben we in Nederland ook een verstedelijkings- en verdichtingsagenda, maar dat stelt niets voor ten opzichte van wat er in Azië allemaal gebeurt. Door hier alle kennis en vaardigheden rondom duurzaam en circulair bouwen verder aan te scherpen, kan dit door onze Nederlandse bouwbedrijven elders worden verzilverd”, aldus Van Zanen. Daarom wil Van Zanen de sector een

spiegel voorhouden. Van Zanen “Er ligt een ongelofelijk grote markt voor jullie open, maar er is méér nodig. Hebben we elkaar al gevonden? Vragen we wel genoeg van elkaar? Hoe kunnen we elkaar helpen om van deze hele verduurzaming een succes te maken?” Vragen die misschien een beetje schuren, maar dat mag ook wel: zonder wrijving immers geen glans. Aäron van der Sanden

VERDUURZAMING VAN DE BOUW De bouw moet duurzamer, stelt Jan van Zanen. Op analysemaatschappij.nl leest u hier nog veel meer over.

Partners Bij Rechtstaete.

Is er verschil tussen fiscaal en civiel recht? Borkes: “Fiscaal recht betreft de fiscale behandeling, zoals omzet-, overdrachts-, inkomsten- en vennootschapsbelasting, van diverse situaties waarin onroerende zaken zich bij de ondernemers bevinden.” Zwart: “Met civiel recht worden rechten en verplichtingen tussen partijen geregeld. Partijen kunnen zelf juridisch vastleggen wat commercieel overeengekomen is.”

Welke praktijkgevallen zijn er?

Borkes: “Bijvoorbeeld ontwikkelexploitatie en de transactiefases van onroerende zaken.” Zwart: “Ik zie vooral gevallen waarbij projecten goed op de rails gezet worden met deugdelijke en heldere contracten. Zo voorkom je later overbodige kosten en onduidelijkheden.”

Wanneer is de inzet van een jurist noodzakelijk?

Zwart: “Bij het begeleiden van transacties, het opstellen van contracten en procederen in geval van geschillen. In de crisisjaren werd veel geprocedeerd en zag je minder transacties, terwijl er nu volop wordt gehandeld en er minder procedures zijn. Inhoudelijk is het werk onveranderd, maar als civiel advocaat moet je nu commercieel meedenken en adviseren.” Borkes: “Bij alle vastgoedcyclusfases, namelijk ontwikkelings-, exploitatie- en de sloopfase is de fiscaliteit essentieel en veelal bepalend of een transactie/exploitatie voldoende rendabel is.”

Angelina Hammond

ADVERTENTIE

Circulaire aanpak Ahrend wint terrein binnen bedrijven en de overheid De vraag naar kantoormeubilair dat binnen een duurzame visie past wordt de laatste jaren steeds groter. Deze ontwikkeling wordt aangemoedigd door Ahrend, voorloper op het gebied van circulair inrichten. ‘We zetten al jaren in op circulariteit, bijvoorbeeld via hergebruik van materialen’ zegt Arnold Struik, directeur concept en innovatie bij Ahrend. ‘Er is nog veel werk te verrichten om circulariteit echt breed omarmd te krijgen, maar nu het langzaamaan meer gemeengoed wordt, krijgen we steeds meer profijt van de circulaire designfilosofie die we al meer dan 25 jaar hanteren.’ Duurzaam DNA ‘Waar circulariteit een paar jaar geleden nog een buzzword was, begint het nu bij de overheid en bedrijven echt vorm te krijgen, zegt Struik. ‘Vanuit diverse overheidsinitiatieven en sustainability agenda’s van bedrijven worden er nieuwe eisen gesteld, dus ook als er gekeken wordt naar kantoorinrichting.’ Voor Ahrend is duurzaamheid al jaren de gewoonste zaak van de wereld. De fabriek staat in het midden in het Brabantse dorp Sint-

Oedenrode, omringd door een woonwijk en een 1000 jaar oud bos. Lang voordat termen als MVO en duurzaamheid gemeengoed werden, maakte Ahrend er al een sport van om haar directe omgeving op geen enkele manier te belasten met geluid, trillingen, geur of afval. Die lokale werkwijze heeft zich ontwikkeld tot een wereldwijde duurzaamheidsvisie die in het DNA van Ahrend verankerd zit. Circulariteit in zes stappen Het duurzame DNA heeft Ahrend uitgewerkt in een 6-stappenmodel. ‘Terwijl de meeste klanten en producenten zich voornamelijk concentreren op onderhoud, hergebruik en recyclebaarheid, gaan daar bij Ahrend nog drie belangrijke stappen aan vooraf: ontwerp, herkomst van grondstoffen en duurzame productie’, zegt Struik. ‘Het meest duurzame product dat je kunt maken is immers een tijdloos, mooi en modulair product dat je niet hoeft af te danken of af te breken, maar ‘gewoon’ kunt hergebruiken.’ Een goed voorbeeld daarvan is de - toen al modulair opgebouwde - Ahrend 220 bureaustoel uit 1994. Het gebruik van ecologisch verantwoorde grondstoffen

7

‘Het meest duurzame product dat je kunt maken is een tijdloos, mooi en modulair product dat je niet hoeft af te danken of af te breken, maar ‘gewoon’ kunt hergebruiken.’

was hierbij het uitgangspunt. Daarbij kon al elk onderdeel vervangen worden om zo de levensduur te verlengen. Het bewijs? De bureaustoel wordt na 24 jaar nog steeds veelvuldig op Marktplaats verkocht voor hergebruik. En dezelfde filosofie gaat nu zelfs een stap verder met het Ahrend Assetmanagement Systeem. Hiermee wordt inzicht gegeven in de actuele staat van al het meubilair. Dankzij de slimme technologie kan tijdig gestuurd worden op onderhoud, waardoor de levensduur van meubilair verlengd of zelfs verdubbeld kan worden.

binnen de branche. Het is een positie die hen niet is komen aanwaaien, maar die – net als bij hun producten– ontstaan is op de tekentafel in Sint-Oedenrode. Het is een positie die gestoeld is op maatschappelijke betrokkenheid en verantwoordelijkheid voor de wereld. Struik: ‘Wat wij doen is natuurlijk maar één van de manieren om een wereldwijd probleem aan te pakken. Daarom is het goed dat onze circulaire aanpak terrein wint binnen bedrijven en de overheid.’

Cradle to future Ahrend is het eerste en enige Cradle to Cradle bedrijf

Meer informatie www.ahrend.com/circulair


8 VASTGOED – ANALYSEMAATSCHAPPIJ.NL

Foto: GBC

Foto: NEVAP

CONTENT WITH A PURPOSE

VRAGEN AAN PETER SCHREUTER Foto: PROVADA

Frenken: “Vastgoed is meer dan alleen de stenen.”

Werkhoven: “Het gezondheidsstreven ontbreekt nu nog in het Bouwbesluit.”

DUURZAAM ÉN GEZOND BOUWEN CONTINU IN ONTWIKKELING Door de klimaatdoelstellingen van Parijs weet ook de bouwwereld wat hen te doen staat: over pakweg 32 jaar moeten alle Nederlandse gebouwen energieneutraal zijn. Hoewel er al veel wordt ondernomen om deze deadline te halen, gaat de transitie niet snel genoeg.

Duurzaamheid was tien jaar geleden nog amper een onderwerp binnen de bouwsector, maar inmiddels staat het hoog op de agenda van alle ondernemingen binnen de vastgoedbranche. Onder meer Dutch Green Building Council (DGBC) heeft de afgelopen jaren sterk ingezet op het onderwerp ‘duurzaamheid’ en ziet dat dit inmiddels zijn vruchten afwerpt. “Er vindt inmiddels veel overleg plaats binnen de wereld van het vastgoed, maar het is belangrijk dat er nu ook echt actie wordt ondernomen”, schetst Annemarie van Doorn, directeur van DGBC, de urgentie van vandaag de dag. “Vastgoed is meer dan alleen de

stenen”, vindt Guido Frenken, voorzitter van Green Business Club (GBC) Nederland. GBC gelooft dat het creëren van een duurzame omgeving van groot belang is bij het verduurzamen van vastgoed en dat de eigen medewerkers hierbij actief betrokken moeten worden. Door lokaal opgerichte GBC's wordt het delen van gezamenlijke kennis op het gebied van het verduurzamen van vastgoed tussen bedrijven

bevorderd en kunnen ook nieuwe kansen in het gedeelde gebied rondom het vastgoed worden ontdekt. Maar het meeste werk zit in het

renoveren van gebouwen. Van Doorn: “In de nieuwbouw wordt al veel duurzaam ontwikkeld, maar de bestaande bouw moet nog een flinke slag maken.” Wat betreft de aanpak wordt er weinig sturing gegeven: 2050 staat vast en hoe pandeigenaren dit gaan bereiken is aan henzelf om te bepalen. Dit zorgt ervoor dat een groot deel van het peloton nog in beweging moet komen. Wel is er inmiddels het door DGBC ontwikkelde Deltaplan Duurzame Renovatie, ontwikkeld om de verduurzaming van bestaand vastgoed te versnellen. Met dit plan kunnen partijen direct aan de slag. Het ‘Deltaplan Duurzame Renovatie’

gaat niet alleen over het gebouw, maar ook over de gezondheid van de bewoners en de omgeving rondom de panden die gerenoveerd moeten worden. Van Doorn: “Op deze manier kunnen we in Nederland in grotere getalen panden duurzaam gaan renoveren en hoeven partijen niet iedere keer het wiel opnieuw uit te vinden. Daarnaast: hoe groter de massa waarvoor je maatregelen kunt treffen, des te lager zullen de kosten per gebouw zijn.” Ook is DGBC druk bezig om rele-

vante informatie zoveel mogelijk

te bundelen. “We willen een stappenplan opstellen, waarbij we per gebouwtype en -functie zo specifiek mogelijk voorleggen wat er allemaal moet gebeuren”, legt Van Doorn uit. “Op deze manier hopen we dat partijen sneller aan de slag gaan.” Frenken illustreert hoe de GBC en

de DGBC elkaar versterken: “We zijn twee verschillende huizen, maar we delen de voortuin.” Dankzij de kennisbank waarin lokale GBC's hun ervaringen en projecten delen, worden de verschillende partijen nog meer tot concrete actie aangezet.

Ook NEVAP (Nederlands Vast-

goedexploitatie Platform) is drukdoende om de klimaatdoelstellingen van Parijs te realiseren. In de ogen van Ilja Werkhoven, directeur NEVAP, is duurzaam bouwen en renoveren slechts een klein onderdeel van het totale kostenplaatje. Werkhoven: “Als je kijkt naar de total cost of ownership van een kantoor inclusief de processen, dan is circa vijf procent van de kosten bouwgerelateerd en de andere 95 procent gerelateerd aan het human capital dat van het gebouw gebruikmaakt. Als door een gezond klimaat bijvoorbeeld de arbeidsproductiviteit met twee procent stijgt, of het ziekteverzuim met tien procent daalt, is

de investering die je moet doen, binnen een paar jaar terugverdiend. Sterker nog: de waarde van het vastgoed wordt hoger!” Naast duurzaamheid zou ook ge-

zondheid, zoals het gebruik van de trap in plaats van de lift, veel meer gestimuleerd moeten worden door het ontwerp van het gebouw. Het Bouwbesluit mag daarin een gezonde ambitie hebben volgens Werkhoven. “Op die manier weten partijen beter waar ze aan toe zijn. Zoals nu het gasloos wonen wél een duidelijk statement bevat. Betrokken organisaties weten dan waar ze naartoe moeten werken. Dat gezondheidsstreven ontbreekt nu nog in het Bouwbesluit”, aldus Werkhoven. Zeven miljoen woningen en 70.000 kantoorpanden die moeten verduurzamen: het zijn geen bescheiden cijfers, erkent Werkhoven. “Maar duurzaam vastgoed bestaat al! Het is nu noodzakelijk om dit op te schalen. Ambities zijn er voldoende, nu is het zaak om als vastgoedbranche daadkrachtig op te treden.” Frenken is het daarmee eens: “Geen Powerpoints, geen lange verhalen, maar doen.”

Managing director PROVADA.

Wat houdt het thema ‘Educate-Innovate-Integrate’ in?

“Deze drie woorden zijn, wat ons betreft, onlosmakelijk met elkaar verbonden. De vastgoedbranche staat op een keerpunt. We moeten onszelf onderwijzen, innoveren en vervolgens deze veranderingen in onze bedrijfsprocessen integreren. Dit houdt in dat we zowel binnen de organisatie, als met externe partijen op meer vlakken moeten gaan samenwerken.”

Wat voor extra waarde biedt een vastgoedbeurs?

“Wij willen bezoekers over hun eigen schutting heen laten kijken. Met ons nieuwe systeem ‘Take a seat’, brengen wij mensen in contact met onverwachte vakgenoten uit verschillende sectoren. Je vindt er alle relevante partijen binnen en buiten de branche en als je zeker wilt weten dat je de komende tien jaar met innovatieve en duurzame partijen zaken gaat doen, moet je zeker naar zo’n beurs toe.”

Wat zijn de huidige trends in de vastgoedsector?

“Slimme gebouwen. Dat komt aan de ene kant door nieuwe ontwikkelingen binnen de technologie en aan de andere kant doordat de nieuwe generatie een compleet andere vraag naar vastgoed creëert. Zij kijken anders naar het gebruik van een woning, kantoor of winkelcentrum en hier moet de vastgoedsector op inspelen.”

Mandy Kraakman

Aäron van der Sanden

GEZONDER BOUWEN? Hoe kunnen we de gebouwde omgeving zowel duurzamer als gezonder maken? U leest erover op analysemaatschappij.nl.

ADVERTENTIE

SAMEN BOUWEN WIJ DE TOEKOMST

l

www.devriesverburg.n

8,4 KLANTTEVREDENHEID


ADVERTENTIE

Remontabel kantoor Triodos Bank

Marco Peppel

Pablo van den Bosch

Met materialenpaspoort bouwen aan de circulaire toekomst Modulair bouwen

“ In de nabije toekomst bouwen we smart cities voor smart citizens. Voor ons als aannemer betekent dit gebouwen zó slim ontwikkelen, engineeren én realiseren dat ze blijven passen bij de rol die van ze gevraagd wordt. Want die rollen wijzigen sneller dan de termijn waarvoor we tot nu toe bouwden.” Aan het woord is Marco Peppel, directeur van J.P. van Eesteren. Het bouwbedrijf met de Rotterdamse mentaliteit is bekend van onder andere de Euromast, de Kuip en de Markthal. Maar ook van projecten als de renovatie van het Rijksmuseum, de duurzame renovatie en uitbreiding voor het kantoor van de Goede Doelen Loterijen en het nieuwe super duurzame hotel QO Amsterdam. J.P. van Eesteren maakt als zelfstandig bedrijf deel uit van TBI, een van de belangrijkste techniek-, bouw- en infraconcerns in Nederland. J.P. van Eesteren is ook een van de aanjagers – ofwel Kennedy’s – van Madaster, het platform voor het registreren en delen van het DNA van gebouwen. Door letterlijk vast te leggen welke onderdelen er in een gebouw gaan, ontstaat een materialenpaspoort met alle exacte eigenschappen en specificaties van alle onderdelen. Madaster is het geesteskind van architect en visionair Thomas Rau. Samen met Pablo van den Bosch leidt Rau de Madaster Foundation die het platform beheert waarop aangesloten partijen gegevens delen. De twee vonden elkaar op het bouwproject voor het nieuwe kantoor voor Triodos Bank, een ontwerp van Rau dat J.P. van Eesteren bouwt in Driebergen in opdracht van JOIN (een joint venture van Triodos Bank en OVG Real Estate).

Digitale bouwstenen “Na de tijd van de fysieke bouwstenen is dit het tijdperk van de digitale bouwstenen”, vertelt Van den Bosch. “Moderne technologie stelt ons in staat een ongelooflijke schat aan informatie over gebouwen te verzamelen, vast te leggen en te delen. Maar technologie heeft ons meer gebracht: het inzicht dat onze natuurlijke hulpbronnen eindig zijn. ING heeft bijvoorbeeld voorgerekend dat we vier planeten Aarde nodig hebben, willen we het huidige tempo van consumeren volhouden. Dat betekent dat de hoeveelheid grondstoffen zo snel afneemt, dat we echt circulair moeten gaan werken: bouwen

met al eens gebruikte grondstoffen. Dat kan, zo lang we vastleggen waarmee we nu bouwen; dat zijn namelijk de grondstoffen van de toekomst. Daarvoor is Madaster.”

BIM als basis “De mogelijkheid tot vastlegging is ontstaan met BIM”, vertelt Peppel. “BIM is het Bouw Informatie Model, een op 3D-modellen gebaseerde methode voor het plannen, ontwerpen, bouwen en beheren van gebouwen en de complete technische infrastructuur. Vroeger legden we vast wat we bouwden, in blauwdrukken, later in 3D-renderings. Met BIM als tool leggen we, samen met alle betrokken partijen op een bouwproject, vast wat en hoe we bouwen. Madaster voegt daar een dimensie aan toe: waarmée bouwen we. In Madaster leggen we exact vast welke materialen we gebruiken bij een bouwproject: de hoeveelheid, afmetingen, specificaties van elk onderdeel. Van den Bosch: “Omdat het een cloud platform is, waarop partijen kunnen aansluiten, hoeft elke leverancier slechts eenmaal de specificaties van zijn producten in te voeren. Madaster zorgt voor de koppelingen zodat van geregistreerd vastgoed direct inzichtelijk en up-to-date is welke materialen zijn toegepast. Zo is altijd duidelijk welke grondstoffen een gebouw kan leveren zodra het einde van z’n levenscyclus is. Madaster geeft daarbij een compleet overzicht van de waarde die nog in een gebouw zit.”

Nu al zorgen BIM en Madaster voor duurzamere en slimmere bouwmethoden. Peppel: “Compleet inzicht in wat exact gebouwd wordt en waar materialen vandaan komen, maakt het mogelijk veel efficiënter te produceren en personeel beter in te zetten. We bouwen nu al meer modulair en maken kant-en-klare onderdelen van gebouwen die we in elkaar zetten op de bouwplaats. Dat verlegt een groot deel van onze activiteit van de steeds drukkere binnenstedelijke gebieden - waar onze projecten nu vooral te vinden zijn - naar onze productielocaties. En maakt dat personeel optimaal is in te zetten omdat we het werk nauwkeuriger kunnen plannen.”

“Na de tijd van de fysieke bouwstenen is dit het tijdperk van de digitale bouwstenen.” Technologie laat rollen veranderen “Doordat steeds transparanter wordt wat er in een gebouw zit en hoe het wordt gebruikt, zullen we ook toegroeien naar andere afrekenmodellen”, vertelt Van den Bosch. “Waarbij betalen naar gebruik de boventoon zal voeren. Dat zien we nu al gebeuren: er zijn kantoorgebouwen waar gebruikers betalen voor een hoeveelheid licht of verticale vervoersbewegingen, en niet voor een licht- of liftinstallatie.” Peppel vervolgt: “Voor onze sector betekent die grotere rol van technologie ook dat we anders met elkaar gaan werken. Als bouwer waren we al gewend de regie te nemen op een project. Het schakelen tussen opdrachtgever en gebruiker enerzijds en alle partijen waarmee je samen een gebouw realiseert anderzijds: architecten, constructeurs, installateurs, onderaannemers, toeleveranciers, noem maar op. Bij circulair bouwen moeten deze ‘traditionele partijen’ accepteren dat ieders rol verandert. Het is niet langer een lineaire keten, maar een netwerk. Opdrachtgevers gaan denken vanuit toekomstige rollen van hun gebouw, architecten ontwerpen gebouwen die passen in meerdere scenario’s. Als aannemer brengen wij onze bouwkundige kennis in en verbinden die met de expertise van opdrachtgever, architect en de technische partners.”

Nieuwe kaders Peppel vervolgt: “Circulair werken schept nieuwe kaders. Want de architect moet iets ontwerpen wat niet langer alleen esthetisch klopt, binnen het financiële plaatje past en functioneel is, maar ook voldoet aan onze veranderende norm om toekomstvast met materialen om te gaan. Een opdrachtgever moet onderzoeken welke functies zijn gebouw in de toekomst kan krijgen en daar een business case op baseren. En wij blijven gebouwen slimmer maken. De bouwer zorgt daarbij dat de toepassing van materiaal optimaal is afgestemd op beschikbare materialen nu en het hergebruik van materialen in de toekomst.”


10 PROFIEL VASTGOED – ANALYSEMAATSCHAPPIJ.NL

CONTENT WITH A PURPOSE

‘DE OPGAVE IS URGENT, DE VRAAG GROOT’ Een overspannen woningmarkt, zowel voor koop- als huurwoningen. En tegelijkertijd de opgave van een enorme energietransitie. De positie van de minister van Wonen, Kajsa Ollongren, is niet te benijden. Toch? “Afgezet tegen de crisisjaren wordt er gelukkig meer gebouwd. Maar het is niet genoeg. Er moet flink versneld worden.” ‘Ik bood 100.000 euro meer dan de

vraagprijs en nog werd ik overboden.’ ‘Die Amsterdammers pikken al onze mooie huizen in Utrecht in.’ ‘Ook in de omgeving van de grote steden beginnen woningen onbetaalbaar te worden.’ Zomaar wat veelgehoorde opmerkingen in gesprekken over de huidige staat van de Nederlandse (lees: Randstedelijke) woningmarkt.

‘Waar de vorige minister door de crisis noodzakelijkerwijs bezig was met de vraag te stimuleren, gaat het nu juist om het stimuleren van het aanbod’ Gelukkig is er ook goed nieuws. Vol-

gens verschillende onderzoeken hebben diverse investeerders geld op de plank liggen om te investeren in de Nederlandse woningmarkt. In 2017 was het beschikbare investeringsvolume 6 miljard euro, een stijging van 20 procent ten opzichte van het jaar 2016. En voor 2018 is maar liefst 7,5 miljard beschikbaar om te investeren in Nederlandse huurwoningen door institutionele, particuliere en buitenlandse beleggers.

Maar ondanks deze feiten, moge het duidelijk zijn voor iedereen die het laatste jaar een krant heeft opengeslagen of een nieuwssite heeft bezocht: minister Kajsa Ollongren van Wonen staat voor een zeer uitdagende opgave. “De opgave is urgent, de vraag groot. De kranten staan iedere dag vol dat er te weinig woningen zijn. We moeten alle zeilen bijzetten. De mensen mogen niet de dupe worden.” U bent nu een half jaar minister van Wonen. Hoe gaat het?

“Iedereen is flink aan het bouwen. 15.000 woningen in de metropoolregio Amsterdam bijvoorbeeld. Dat is een all time high. Dus er wordt hard gewerkt daar waar nodig is. En dat moet ook, want we staan voor een nieuwe, grote ruimtelijke ordeningsopgave: de verstedelijkingsopgave. Oftewel de grote vraag naar hoogwaardig wonen en werken in de stad, en hoe daaraan te voldoen. En de bouwproductie in met name de Randstad blijft achter bij de vraag. Er is becijferd dat er tot 2040 landelijk 1 miljoen extra woningen nodig zijn. Dat is een geweldige opgave.” Wat is uw rol in het vervullen van deze opgave?

“Waar het knel loopt, help ik. Ik maak nu een ronde langs de meest urgente regio’s. Met bestuurders, investeerders en corporaties leggen we de plannen langs de lat. Hoeveel moet erbij en wat is daarvoor nodig. Ik ben volop in gesprek met de regio’s waar de nood het hoogst is – de Metropoolregio Amsterdam, de regio rond Utrecht, Groningen, en de

steden Rotterdam en Den Haag.” Wat is uw boodschap aan deze gemeenten?

“Maak tijdig plannen! Hoe eerder, hoe beter. Zodat we het zorgvuldig kunnen doen, en in samenhang met andere ruimtelijke belangen. Zoals de benodigde infrastructuur. De tijd dat vanuit Den Haag bepaald wordt waar en hoeveel er gebouwd moet worden ligt achter ons. De woningmarkt is regionaal verschillend. Het zijn de gemeenten en de provincies die het best weten wat er nodig is. Mijn boodschap is dat de opgave van de woningbouw centraler moet komen te staan binnen gemeenten. En het moment daarvoor is nu, want er wordt nu onderhandeld over nieuwe colleges, nieuwe beleidsplannen. Ik wil gemeenten oproepen om van wonen prioriteit nummer 1 te maken. Het beleid van de komende jaren wordt op dit moment bepaald.” En wat moet er dan concreet in dat beleid staan?

“Voor alles: de plancapaciteit, die bepaalt waar er gebouwd mag worden, moet op orde zijn. Simpeler gezegd: gemeenten en provincies moeten met bouwlocaties over de brug komen. En dan niet met precies voldoende grond om aan de bouwopgave te voldoen, maar met meer dan voldoende grond. Er moet voldoende rek in zitten, want er kan altijd iets misgaan. Daarnaast moeten er goede herbestemmingsplannen in het beleid komen, zodat bijvoorbeeld oude scholen, fabrieksterreinen en havens ontwikkeld kunnen worden voor woningbouw. Indien nodig

moet er gekeken worden of er ook bijvoorbeeld aan de grenzen van de stad locaties nodig zijn. Wellicht niet het meest populaire onderwerp, maar ik wil dit punt toch op tafel leggen. Kan ook niet anders, want veel mensen willen in en rond de stad wonen. Er moet rekening gehouden worden met het risico dat binnenstedelijke plannen niet meer voldoen. En als we over de stadsgrenzen gaan, dan moet het zorgvuldig, dus moet erover nagedacht worden, beleid voor komen, en het moet in samenhang met andere ruimtelijke opgaven.” Welke maatregelen kunt u landelijk nemen?

“Ik ben bezig met een aanpassing van de Crisis- en Herstelwet. Deze wet, die zorgt dat er afgeweken kan worden van geldende regels, is aan een update toe. Woningbouwprojecten moeten sneller van de grond kunnen komen. Bijvoorbeeld door de tijd van inspraak en bezwaren in te korten van 12 naar 6 maanden, zodat gemeenten sneller bouwvergunningen kunnen verstrekken. Daarnaast ben ik aan het kijken naar een fonds voor voorfinanciering bij transformatie. Dit fonds kan geld uitlenen om oude bedrijventerreinen en oude havens bouwrijp te maken, om zo de drempel te verlagen. Waar de vorige minister door de crisis noodzakelijkerwijs bezig was met de vraag te stimuleren, gaat het nu juist om het stimuleren van het aanbod.” En dat aanbod moet dan ook nog eens mee in de energietransitie waar ons land mee bezig moet.

“Ook daar hebben we inderdaad

grote ambities. Het kabinet zet in op de bouw van energiezuinige woningen en het aardgasvrij maken van jaarlijks 30.000 tot 50.000 bestaande woningen aan het eind van de kabinetsperiode, om zo de uitstoot van CO2 omlaag te brengen. Dit moet oplopen naar 200.000. Voor de nieuwbouw schrapt minister Wiebes per 1 juli 2018 de aansluitplicht. Gebouwen waarvan de vergunning na 1 juli 2018 wordt ingediend zullen in beginsel zonder aardgas worden opgeleverd. Voor bestaande bouw is er voor dit jaar 90 miljoen beschikbaar gekomen om woonwijken aardgasvrij te maken. Deze wijken dienen als proef voor de rest van Nederland, om van te leren en innovaties te stimuleren. Gemeenten kunnen plannen indienen voor wijken voor 1 juli, en we denken ongeveer 20 aanvragen te kunnen honoreren.” Dit alles om ervoor te zorgen dat de woningmarkt over 3,5 jaar, aan het einde van uw termijn…

“Echt in de juiste versnelling is gekomen. Woningen bouw je nu eenmaal niet in een half jaar of een jaar, zeker niet de hoeveelheid die op dit moment gevraagd wordt. Het is mijn doel om er de komende jaren voor te zorgen dat de toekomst van wonen in Nederland er positief uitziet.” Jerry Huinder

MEER OVER VASTGOED? Niet alleen Kajsa Ollongren, maar ook Thomas Rau en Peter Savelberg gaven hun mening over vastgoed. Op analysemaatschappij.nl leest u er nog veel meer over. ADVERTENTIE

Ontmoet de Metropoolregio Amsterdam Provada 2018

5, 6, 7 juni

RAI Amsterdam

Hal 12, stand 01

De economische groei en de toegenomen vraag naar vastgoed maakt dat de druk op de vastgoedmarkt in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) onverminderd hoog is. Er bestaat behoefte aan meer dan 230.000 nieuwe woningen tot 2040 in de MRA. Op de kantorenmarkt zien we dat transformaties tot een grote daling van de kantorenleegstand hebben gezorgd, waardoor ruimte is ontstaan nieuwe kantoren te realiseren. De ruimtevraag van logistieke partijen blijft groot als gevolg van de toenemende bestedingen en handelsvolume. Graag ontmoeten we u op MRA-stand en gaan wij in gesprek over de investerings- en ontwikkelmogelijkheden in de hele Metropoolregio Amsterdam. Deelnemers MRA-stand: Gemeente Almere, Amstelveen, Amsterdam, Haarlem, Haarlemmermeer, Lelystad, Purmerend, Zaanstad, Zuidas, Port of Amsterdam en Lelystad Airport Businesspark, PlaBeKa, SADC.

ROTTERDAM den haag

SCHIEDAM ZOETERMEER

LANSINGERLAND NISSEWAARD Maassluis CAPPELLe AAN DEN IJSSEL AAN DEN IJSSEL

Samenwerken maakt sterker. Samen naar Provada 2018. Hal 12 Stand 05 06.


PROFIEL VASTGOED – ANALYSEMAATSCHAPPIJ.NL 11

CONTENT WITH A PURPOSE

Foto: Rijksoverheid

AGILE OMGAAN MET VASTGOED LEVERT WAARDE! Voordat je begint met de bouw van een smart building, zou je eigenlijk eerst naar de gebruikerswaarde moeten kijken. “De bouw en vastgoedwereld kijkt vaak alleen naar de stenen als er een businesscase gemaakt wordt”, vertellen Onno Willemse, Global Business Director Smart Buildings en Ellis ten Dam, Business Development Director van Royal HaskoningDHV. “Maar je moet juist naar het bedrijf en de mensen daarbinnen kijken, hoe kan vastgoed en techniek bijdragen aan hun gezondheid en prestaties?” Vertelt Ten Dam. En om van een business case naar prestaties te komen, moet de user journey vertaald worden naar concrete oplossingen, stelt Onno Willemse. “Dit is momenteel een knelpunt, vooral omdat de business case rond het verbeteren van operationele prestaties een combinatie is van verschillende budgetten. We moeten transformeren van een vastgoed model rond kosten en risico’s, naar een model rond operationele performance indicatoren zoals het efficiënter gebruik maken van vastgoed of het aantrekken van talent. Dat betekent dat budgetten van verschillende partijen binnen een bedrijf vrijgemaakt en gebundeld moeten worden voor deze maatregelen. Dit is een compleet andere manier van werken en vraagt een ander businessmodel.” Ten Dam sluit zich daarbij aan. “Een slim gebouw kan ook beter inzicht geven en aantonen welke waarde het bijdraagt aan de gebruiker en de business. Hiermee wordt beter gebruik door eindgebruikers en optimalisatie van het bestaand vastgoed ook eenvoudiger. Willemse concludeert “Om eindgebruikers een antwoord te kunnen geven op thema’s als klimaat, het aantrekken van talent en het adaptief vermogen rond het gebruik van hun vastgoed, moeten we die route op.”

FEITEN Kajsa Ollongren is sinds oktober 2017 minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en viceminister-president. Ze begon haar carrière als beleidsmedewerker bij het Ministerie van Economische Zaken, waarna een succesvolle loopbaan bij verschillende ministeries volgde. Voor haar ministerschap was ze wethouder en locoburgemeester in Amsterdam.

Marjon Kruize

ADVERTORIAL - GESPONSORDE CONTENT

Gispen staat verwant aan circulariteit Het oer-Nederlandse merk Gispen, fabrikant van duurzaam designmeubilair, staat niet alleen bekend om zijn tijdloze meubelontwerpen, maar ook om zijn circulaire principes. Die twee overtuigingen gaan hand in hand. Gispen, dat in 1916 werd opgericht door industrieel ontwerper Willem Hendrik Gispen, hoeft niet veel uit te leggen. Dat wil zeggen: daar waar andere fabrikanten en leveranciers op zoek gaan om een ‘groene’ emotie aan hun merk te koppelen, horen circulaire en duurzaamheidsprincipes tot het erfgoed van de Nederlandse fabrikant. “De aandacht die de circulaire economie nu krijgt, behoort van meet af aan tot één van onze kernwaarden. Gispen is altijd al gericht geweest op het produceren van designmeubilair met een hoog duurzaam karakter”, stelt Rick Veenendaal, manager circulaire economie bij Gispen. Circulariteit Belangstelling voor circulaire economie kent nu een breed maatschappelijk draagvlak. Klanten leggen om verschillende redenen motivatie aan de dag voor dit vraagstuk, constateert Rick Veenendaal. Er bestaat een groep klanten die de beslissing neemt vanuit kostenargumentatie: herge-

bruikte meubels kunnen goedkoper uitpakken dan nieuwe exemplaren. De tweede groep hecht veel waarde aan de eigen voorbeeldfunctie als duurzame partij. “Dan spelen kosten een minder grote rol en dan is het bijvoorbeeld ook mogelijk om een kast tot zitmeubel om te bouwen. Dan zit je in een hoger prijsniveau, terwijl de inrichting dan duidelijk aanhaakt bij de eigen duurzaamheidsambities.” En daarmee komen we aan bij de derde groep, die de duurzaamheidskwaliteiten koppelt aan de intrinsieke waarde van het eigen bedrijf. “Dan kan er ook ruimte zijn voor aanvullend onderzoek. In die context hecht de opdrachtgever waarde aan bewijslast. Dan moet het ook evident blijken dat een gerefurbished of gerecycled meubel daadwerkelijk een bijdrage levert aan de circulaire economie.” Die trend tekent zich sowieso vaker af, benadrukt Veenendaal. Bedrijven die behoefte hebben om aan te haken bij de circulaire economie zoeken een toelichtende getuigenis. Verschillende klanten waar Gispen mee samenwerkt, waaronder de NS, het UWV en diverse overheidsinstellingen, verlangen steeds vaker bewijs dat hergebruik meerwaarde oplevert voor hun duurzaamheidsdoelstellingen.

Parallelweg West 23 4104 AZ Culemborg T +31 (0)345 474 211 E info@gispen.nl www.gispen.com

Rick Veenendaal

Manager circulaire economie bij Gispen.


12 VASTGOED – ANALYSEMAATSCHAPPIJ.NL

SLIM GEBOUW NIET PER SE GEZOND Dankzij nieuwe technologische oplossingen zijn gebouwen steeds slimmer geworden. Maar die vooruitgang leidt niet automatisch tot een gezondere werkomgeving.

De mens staat centraal. Technologie is ondergeschikt. Tenminste, zo zou het moeten zijn. Geen mens wil werken in een ultraslim gebouw volgestouwd met technologie waar het qua binnenklimaat amper valt uit te houden. Toch moeten we voorzichtig zijn niet al te hard die kant op te hollen, constateert CEO Lara Muller van Blue Building Institute, een kennisinstituut en platform op het vlak van gezondheid en welzijn in de gebouwde omgeving. “Ik maak me best zorgen. De ontwikkeling van gebouwen is nu vooral technologisch gedreven. De hausse aan nieuwe digitale trends worden gretig toegepast. Het risico bestaat dat we daardoor het menselijk welbevinden uit het oog verliezen.” Even heel praktisch dan, waar moe-

ten we aan denken? Nou, reageert Muller, denk dan aan de mogelijkheid om mensen te monitoren. Willen we straks toestaan dat werkgevers de handel en wandel van hun personeel tot op de seconde in kaart kunnen brengen? Mag de baas straks weten hoeveel minuten we per dag op de wc doorbrengen? Toch bestaat er net zo goed een

reële kans dat het zo’n vaart niet zal lopen, reageert Muller in tweede instantie. Want kijk bijvoorbeeld

Foto: TU Eindhoven

Foto: Blue Building Institute

Muller: “Het risico bestaat dat we daardoor het menselijk welbevinden uit het oog verliezen.”

Nelissen: “Ik twijfel niet over de kennis over slimme toepassing van technologische innovatie.”

naar social media. Nu onze privacy in het geding blijkt, worden we voorzichtiger met het delen van informatie en komt er een maatschappelijk debat op gang. “Wij zijn betrokken bij de ontwikkeling en uitrol van de Well Building Standard in Nederland, een nieuw keurmerk op het gebied van gezondheid en welzijn in gebouwen en hun omgeving. Nu deze standaard steeds meer bekendheid krijgt, is te constateren dat er steeds meer rekening wordt gehouden met het werk- en leefklimaat. Mooi voorbeeld is het nieuwe WTC in Utrecht, dat zich zeker ook op dit onderdeel onderscheidt.” En dat is niet meer dan terecht, be-

nadrukt ze tot slot. Personeelskosten zijn goed voor veruit het leeuwendeel van de operationele kosten, meer dan 90% zelfs. Productiviteit en gezondheid van het personeel verdienen daarom de grootste zorg van elke organisatie.

Probleem met regels en voorschrif-

ten is dat deze weliswaar houvast bieden, maar dan moeten ze ook worden nageleefd. Als een school dusdanig wordt ontworpen dat een gezond leefklimaat wordt gewaarborgd bij maximaal 25 leerlingen per klas, dan moet je er ook geen 30 in stoppen. “Maar in de praktijk gebeurt dat natuurlijk wel”, constateert bouwkundige Elphi Nelissen van TU Eindhoven. “Ik twijfel niet over de kennis die er bestaat over slimme toepassing van technologische innovatie. Soms wel discutabel is de wijze waarop die ontwikkeling in de pas loopt met het leefklimaat in gebouwen. We weten een heleboel over productontwikkeling, maar ik twijfel of er voldoende kennis bestaat over verduurzaming en ambiance in bebouwing.” Wat in haar reactie tussen de regels

valt door te lezen, is dat er van kwade opzet geen sprake is. Het is meer een kwestie van onwetendheid. Zo is

DIGITALE KRONIEK

WOUTER TRUFFINO Foto: Holland ConTech & PropTech

het klimaat op werkplekken meestal prima in te regelen. Dat is op basis van de huidige techniek een fluitje van een cent. Tegelijkertijd bestaat er ook zoiets als onvoorspelbaar menselijk gedrag. “Licht, energieverbruik en klimaatbeheersing van vergaderkamers vallen prima af te stemmen op de agenda van medewerkers. Als mensen zich hun afspraken niet actueel houden, schiet je daar eigenlijk weinig mee op.” Wat Nelissen daar nog aan wil toevoe-

gen, is dat je de prestaties van een gebouw niet los mag zien van zijn omgeving. Door voortschrijdende technologie ontstaan er nieuwe mogelijkheden voor transities tussen gebouwen, mobiliteit, voorzieningen, noem maar op. “Die ontwikkeling gaat grote impact krijgen op de leefbaarheid in gebouwen. Duurzaamheid, waarbij je rekening houdt met onderlinge vraag en aanbod van energie, betekent ook dat je meer rekening houdt met het binnenklimaat. Als je beter bouwt, functioneren mensen beter, zijn ze fitter, gezonder en leveren ze betere prestaties.” Hugo Schrameyer

SLIMMER BOUWEN Op analysemaatschappij.nl vindt u nog veel meer interessante artikelen over slimme gebouwen en andere innovaties in de bouw.

CONTENT WITH A PURPOSE

Founder & CEO Holland ConTech & PropTech.

De nieuwe goudkoorts is te zien aan de hoeveelheid investeringen en ontwikkelingen die plaats vinden op het gebied van Artificiële Intelligentie. In 1848 startte de vorige goudkoorts in Californië en 150 jaar later is Artificiële Intelligentie het nieuwe goud. Kunstmatige intelligentie verandert de fundamentele structuur van elke industrie. Jawel elke industrie, dus ook bouw en vastgoed. Natuurlijk zijn diverse organisaties uit onze industrie al jaren bezig met Big Data. Daarna kwam de Cloud en als laatste Machine Learning. En nu gaat het heel snel veranderen naar Artificiële Intelligentie, dat is goed te zien aan het enorme bedrag dat geïnvesteerd wordt. Er werd in 2017 141% meer geïnvesteerd in Artificiële Intelligentie dan het jaar ervoor. Volgens CB Insights namelijk 15,2 miljard dollar in slechts één jaar tijd. Als je dit vergelijkt met de investeringen in blockchain startups, dan was dat in 2017 slechts 1,03 miljard dollar. Maar wat kan je met Artificiële Intelligentie? Een voorbeeld: in 2010 maakte een computer nog bijna 30% van de tijd een fout als het ging om gezichtsherkenning. En mens maakt slecht in 6% van de gevallen een fout. Maar tegenwoordig doet een computer het ruim beter dan een mens. De ontwikkelingen gaan dus razendsnel. HET GEHELE ARTIKEL LEEST U OP: ANALYSEMAATSCHAPPIJ.NL

ADVERTORIAL - GESPONSORDE CONTENT

Smart Buildings die verder gaan dan de standaard Nuuka is een Fins software bedrijf met een zeer geavanceerd BIG DATA platform, geschikt voor commerciële en publieke gebouwen om het energieverbruik, de luchtkwaliteit en duurzaamheid te bevorderen. Maar Nuuka levert ook geïntegreerde systemen die verschillende aspecten kunnen monitoren én bijsturen: van verwarming, ventilatie, luchtkwaliteit tot en met air conditioning. Daarbij wordt er altijd gestuurd op een efficiëntere en dus duurzamere manier van energieverbruik.

De klant kan dus rekenen op customized oplossingen, gebaseerd op realtime data. Deze oplossingen zorgen ervoor dat gebouwen geoptimaliseerd en getransformeerd worden tot een prestatiebevorderende omgeving: smart buildings voor mens en machine. De Nuuka Solutionsaanpak levert Smart Buildings die verder gaan dan de standaard versies. Het is veel meer dan alleen beschikbare data verzamelen. De focus ligt juist op de combinatie van realtime data met de

gedrags- en leefpatronen binnen gebouwen. Of het nu gaat om wonen, werken of winkelen in het gebouw, Nuuka optimaliseert de user experience in de woonkamer, het kantoor en in de winkel. De gebruikersgerichte benadering, gebaseerd op beschikbare én relevante data, omvat ook de bundeling van informatiestromen. Alleen op die manier is men verzekerd van gebruikersgerichte oplossingen én levert het de best mogelijke user

experience. Nuuka Solutions, voor klimaatbeheersing en ioT systemen, zijn flexibel en kunnen aan wisselende omstandigheden aanpassen. Kortom, de klant krijgt geen standaardoplossingen maar op maat gemaakt oplossingen. Smart Buildings zijn een ‘blijvertje’ en steeds meer bedrijven erkennen de voordelen en verschillende opties om workflows en geautomatiseerde systemen efficiënter en kostenbesparend te maken.

Bijvoorbeeld: energiebeheer bedrijven zijn erin geslaagd om significante verbeteringen door te voeren voor een efficiënter energieverbruik. Zij maakten gebruik van analyse en reporting tools van Nuuka. Het energieverbruik werd op jaarbasis met 35% efficiënter en daarbij werd ook nog de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Nuuka voorziet bedrijven van die devices, tools, expertise en oplossingen zodat zij topprestaties kunnen blijven leveren. Voor nu én in de toekomst!


SPIE - SPECIALIST IN DE INSTALLATIEBRANCHE

“WIJ ZIJN EEN ESSENTIËLE SCHAKEL IN DE WERELD WAARIN WE WERKEN, WONEN EN LEVEN.”

Smart city

e-fficient buildings

Industry services

SMART CITY

Energies

SPIE is klaar om een voortrekkersrol te nemen bij de uitdagingen waar industrie, steden en maatschappij op het gebied van energie en communicatie voor staan. Om mee te bouwen aan een toekomst die duurzaam is ingericht voor generaties na ons.

SPIE, een gezamenlijke ambitie

www.spie-nl.com

ADvFD SPIE (265x395) b.indd 1

 08-05-18 14:51


14 VASTGOED – ANALYSEMAATSCHAPPIJ.NL

CONTENT WITH A PURPOSE

DE BOUW- EN INSTALLATIEBRANCHE: BOUWSTENEN VOOR SMART CITIES Smart Cities hebben de toekomst. Hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor de bouw- en installatiebranche.

Vanuit zijn rol als voorzitter van de Taskforce Bouwagenda zet Bernard Wientjes zich in voor verduurzaming binnen de bebouwde omgeving. Een ambitieuze uitdaging. Er moet immers nogal wat gebeuren om aan de duurzaamheidseisen te voldoen. “De overheid heeft ons de opdracht gegeven dat de bebouwde omgeving in 2050 helemaal CO2-neutraal moet zijn. Dat betekent dat we tot dat moment dagelijks 1.000 gebouwen moeten verduurzamen. Op dit moment zitten we op tien à twintig gebouwen per dag. Oftewel: als we op deze manier doorgaan, halen we deze klimaatakkoord-doelstelling in 2350. Daarom hebben we iedereen in de gebouwde omgeving nodig, van aannemer tot installateur om met slimmere, goedkopere en snellere oplossingen te komen.”

goedkoper worden. Dit vraagt om publiek-private samenwerking op het gebied van innovatie; een aanpak die in de topsectoren bewezen heeft te werken.”

De Taskforce Bouwagenda heeft

Innovatie is volgens Wientjes

zich sterk gemaakt voor het feit dat de bouw vanaf nu de faciliteiten krijgt van de topsectoren. Een uiterst belangrijke ontwikkeling volgens Wientjes. “De uitdaging om CO2-neutraal te zijn in 2050, is alleen haalbaar als het bedrijfsleven, de overheid, onderzoekscentra, universiteiten en hogescholen samenwerken. We moeten de krachten bundelen om dit te laten slagen. Daarom hebben wij nu een gezamenlijk innovatiecentrum opgericht. Zo moeten warmtepompen bijvoorbeeld kleiner, geruislozer en

Ook Internet of Things (IoT) speelt volgens Terpstra een belangrijke rol. “Zonder IoT geen Smart Cities. De koppeling van technische systemen aan internet maakt het mogelijk om energie te besparen, meer comfort en veiligheid te bieden en onze steden bereikbaar te houden. Gebouwen worden in hoog tempo ‘Smart Buildings’. In moderne gebouwen vind je installaties die data verzamelen en met elkaar verbonden zijn. Sensoren verzamelen gegevens waar de installatie op reageert. Zo spelen de verwarming en de luchtbehandelingsinstallatie in op de buitentemperatuur en de luchtvochtigheid. En de verlichting gaat alleen aan als er mensen in het gebouw zijn.”

Foto: Henriëtte Guest

Foto: Taskforce Bouwagenda

Wientjes: “We hebben iedereen in de gebouwde omgeving nodig om met slimmere oplossingen te komen.”

cruciaal om de ambitieuze duurzaamheidsdoelstellingen te behalen. “Vergelijk de tegenwoordige bakstenen met die uit het jaar 1500. Die zijn bijna gelijk. Maar voor de huidige verduurzaming van gebouwen kunnen we nu gebruik maken van bouwmateriaal dat met 3D-printers wordt vervaardigd. Dergelijke innovatieve technieken zijn noodzakelijk, omdat we te weinig vakmensen en tijd hebben om alles ambachtelijk te vervaardigen. Digitalisering en innovatieve oplossingen moeten hand in hand gaan met verduurza-

Terpstra: “Zonder IoT geen Smart Cities.”

ming als we willen transformeren naar duurzame, CO2-neutrale Smart Cities.” Ook UNETO-VNI, de ondernemers-

organisatie voor de installatiebranche en de technische detail-

‘Dankzij de installatiebranche maken we van onze steden ‘smart cities.’ handel, steunt de initiatieven van de Taskforce Bouwagenda om de bouw richting topsector-status te

Digitalisering van gebouwen en ste-

den heeft veel voordelen. Zo helpt een app Amsterdammers aan een parkeerplek, zijn er in Eindhoven initiatieven om led-straatverlichting ‘connected’ te maken en Utrecht gaat data slim koppelen om bijvoorbeeld fietsendiefstal tegen te gaan. “Dat is digitale techniek op zijn best,” besluit Terpstra.

krijgen. Voorzitter Doekle Terpstra ziet voor de installatiebranche een belangrijke taak op het gebied van Smart Cities. “Niet voor niets is Smart Cities een belangrijk thema binnen Connect2025, de toekomstverkenning voor de installatiesector. Metropoolregio’s breiden uit en groeien verder naar elkaar toe. Dat vraagt om nieuwe technologieën en ‘connected’ oplossingen. Alleen zo kunnen we de balans vinden tussen welvaart en welzijn. En tussen economische groei, gezondheid en sociale veiligheid in steden. We kunnen verkeersstromen sturen en verdelen, door elektrisch rijden kunnen we de hoeveelheid fijnstof in de stad reduceren, we kunnen led-straatverlichting inzetten en geavanceerde diensten bieden voor veiligheid en parkeren.”

Joris Brussel

DE BOUW WORDT SLIMMER In 2050 moet de bebouwde omgeving volledig CO2-neutraal zijn. Dat vraagt om een hoop verandering. Op analysemaatschappij. nl leest u hoe we de bouw slimmer kunnen maken. ADVERTORIAL - GESPONSORDE CONTENT

Erik Groen, ENGIE:

“Smart Buildings moeten geen innovaties maar eindgebruikers dienen” De ontwikkeling van Smart Buildings neemt de laatste jaren een vlucht. Maar alleen maar inzetten op slimme toepassingen moet niet het doel op zich zijn. Deze filosofie sluit aan bij de visie van system integrator ENGIE. Ze combineert slimme Smart Building-oplossingen door ze te integreren binnen efficiënte prestatiecontracten. ENGIE logotype_gradient_BLUE_PANTONE 14/04/2015

24, rue Salomon de Rothschild - 92288 Suresnes - FRANCE Tél. : +33 (0)1 57 32 87 00 / Fax : +33 (0)1 57 32 87 87 Web : www.carrenoir.com

“Een Smart Building of Smart Area inrichten wordt vaak gelinkt aan de passie van techneuten voor mooie gadgets zoals dashboards en sensoren. Dat is zeker van belang om een veilige en efficiënte werkomgeving te creëren. Maar de focus moet te allen tijde bij de eindgebruiker liggen. En niet bij de innovatie of techniek. De productiviteit en het welzijn van de werknemers in het pand staan immers voorop.” Aan het woord is Erik Groen; verantwoordelijk voor Smart Buildings bij ENGIE Nederland. Smart & Healthy Buildings ENGIE wil bijdragen aan een gezonde leefomgeving

en zet zich daarom in voor de realisatie van Smart & Healthy Buildings: gebouwen waarbij de gezondheid, het welzijn en aansluitend de productiviteit en tevredenheid van werknemers centraal staan. Groen: “De ‘3-30-300-vuistregel’ illustreert onze strategie. Een organisatie is per vierkante meter 3 euro kwijt aan energie, 30 euro aan faciliteiten en 300 euro aan personeel. We kunnen dan wel alle pijlen richten op alleen maar energiebesparing, maar het is interessanter om de productiviteit van je medewerkers te optimaliseren.” ENGIE gaat daarom het eigen kantoor in Bunnik als living lab inrichten. Diverse pilots en metingen gaan leiden tot concrete aanpak

RÉFÉRENCES COULEUR

PANTONE PROCESS CYAN C

en instrumentarium voor beheersing van de prestatiegaranties. Drie focusgebieden ENGIE heeft, als system integrator, een drietal focusgebieden, Smart Areas, Smart Building en Smart Industry, waarin zij een duurzame samenleving nastreeft door verschillende disciplines, innovaties en technieken te bundelen in één integrale eindoplossing. Daarbij richt ze zich niet op één bepaald systeem of afhankelijkheid van een specifieke leverancier.

Zone de protection 1 Zone de protection 2 Zone de protection 3


ADVERTORIAL - GESPONSORDE CONTENT

Van luchthaven en kantoorlocatie naar Smart AirportCity Luchthaven Schiphol verbindt Nederland Schiphol is een unieke plek. De luchthaven verwelkomde in 2017 ruim 68 miljoen mensen. Het is ook de locatie waar ruim 65.000 mensen werkzaam zijn bij meer dan 600 bedrijven. Het is een plek die mensen en bedrijven in verbinding brengt met elkaar en de rest van de wereld. Bouwen aan een Smart AirportCity Schiphol Real Estate (SRE) creëert plekken op de luchthaven waar je als bedrijf, maar vooral als mens, graag wilt verblijven en werken. Het is de ambitie van SRE om thought leader te worden in de ontwikkeling en toepassing van smart technology in kantooromgevingen. Hierbij zijn flexibiliteit, duurzaamheid, verbinding en digitalisering belangrijke pijlers. Gebruikers moeten zich goed voelen in het gebouw en een optimaal gebruiksgemak ervaren. Door intelligente gebouwen met het omliggende gebied te verbinden, bouwt Schiphol aan de eerste Smart AirportCity van de wereld. Twee praktijkvoorbeelden Voor de ontwikkeling van de Smart AirportCity werkt SRE actief samen met technologiepartners. Een goed voorbeeld is de upgrade van kantoorgebouw The Outlook op Schiphol met o.a. huurders Microsoft en Spaces. Het gebouw uit 2009 wordt voorzien van een netwerk aan sensoren. Dit netwerk communiceert met de gebouwinstallaties en genereert realtime, gedetailleerde data over het gebruik van het kantoor en de parkeergarage. Door deze sensoren – die alles meten, positioneren en aansturen – verandert het gebouw in een soort smartphone waarop allerlei applicaties kunnen worden geïnstalleerd, zoals een slimme werkplek-app. De data van gebruikers wordt gecombineerd met externe factoren (buitentemperatuur, gebruikerstijden etc.). Vervolgens worden met Artificial Intelligence patronen geïdentificeerd. Op basis van deze patronen past het gebouw zich aan om zo de gebruikers van het gebouw

een hoger gebruikscomfort te bieden. Denk hierbij aan klimaat aanpassing afhankelijk van gebruik, indoor-navigatie, het reserveren van vergader- en kantoorruimten en het vinden van een parkeerplaats, collega of beschikbare werkplek. Daarnaast kan de facility manager kosten besparen door bijvoorbeeld gerichte schoonmaak (je weet of en hoe intensief een ruimte is gebruikt) en preventief onderhoud (storingen zijn op basis van data vroegtijdig te signaleren). Als bedrijf kan er doelgericht invulling worden gegeven aan duurzaamheidsambities; waarom een ruimte die niet wordt gebruikt koelen of verwarmen? Een tweede voorbeeld is de ontwikkeling van kantoorgebouw The Base. Deze wordt uitgebreid met The Base D, een nieuwe toren van circa 6.000m² kantoorruimte. The Base D wordt net als The Outlook voorzien van smart technology en wordt medio 2019 opgeleverd. Het eigen kantoor als proeftuin SRE wil voorloper zijn in smart building innovaties. Hiervoor gebruikt zij ook een deel van het eigen kantoor als proeftuin. Zo test SRE de nieuwste technologie- en productontwikkelingen in de eigen werkomgeving. Hiermee doen ze ervaring op om de juiste keuzes te maken voor (combinaties van) systemen die de meeste voordelen opleveren op het gebied van efficiency, wellbeing en duurzaamheid – voor zowel SRE als haar huurders. Er wordt op dit moment geëxperimenteerd met interactieve verlichting. Net zoals bij daglicht, verandert het licht op de werkvloer tijdens de dag van intensiteit en kleur. Deze lichtveranderingen sluiten goed aan op het menselijk bioritme en zorgen daarmee voor een prettige werkomgeving. Gebruiksoptimalisatie van beschikbare ruimte Door het bundelen van gebouw- en gebiedsdata stelt Schiphol het gebruikscomfort, de efficiëntie en duurzaamheid centraal. Hierdoor kunnen gebruikers het gebied op een slimme manier bereiken, er parkeren, werken en verblijven. Een voorbeeld van efficiënt gebruik van het gebied is Spacemaker – een marktplaats voor vergaderlocaties. Huurders op Schiphol kunnen op dit platform hun vergaderruimtes aanbieden voor de uren dat de ruimte niet gebruikt wordt. Dit levert een optimaal gebruik van kantoorruimte op en gebruikers kunnen naar behoefte kiezen voor een andere sfeer of locatie. Een ander voorbeeld van het optimaliseren van beschikbare ruimte is Parkflex. Met deze SRE ontwikkeling kunnen huurders op termijn extra parkeerplaatsen huren van andere huurders op Schiphol. Zo helpen ze elkaar om piek- en dalmomenten op te vangen. Een ruimtelijke personal assistant In de nabije toekomst verwacht SRE dat zij door het toepassen van smart technology haar gebouwen steeds slimmer en proactiever kan beheren. De gebouwen én het gebied functioneren dan als een ruimtelijke personal assistant voor gebruikers in dat gebied. Dit leidt tot een prettige, duurzame en efficiënte werk- en verblijfsomgeving. Met de ontwikkeling van de Smart AirportCity wil Schiphol een voorbeeld zijn voor haar huurders.

www.kantooropschiphol.nl


16 VASTGOED – ANALYSEMAATSCHAPPIJ.NL

CONTENT WITH A PURPOSE

“PAS ALS WE UIT EIGEN INTERESSE DINGEN ANDERS GAAN DOEN, VOLGT ER EEN FUNDAMENTELE VERANDERING.” Thomas Rau schuwt de grote woorden niet. “Duurzaamheid verkwanselt onze mentale gesteldheid die nodig is voor een echte verandering.” Nee, niet de economie moet veranderen, maar de ziel van de economie. Macht en verantwoordelijkheid over een product moeten daarvoor weer in één hand komen, een aanpak die zijn architectenbureau RAU al toepast. Rau: “Je koopt geen product meer, maar mag het product gebruiken. De producent blijft verantwoordelijk voor zijn product.”

Foto: Hans Lebbe

Hoe weet je na die 15 jaar waar de bruikbare materialen zich bevinden?

“Daarom zijn we zeven jaar geleden begonnen met het materialenpaspoort. We documenteren het hele gebouw op materiaalbasis. We hebben dus niet alleen een depot gemaakt, we weten ook exact waar het materiaal zich bevindt. De materiaalwaarde blijft zo 16 tot 19 procent van de nieuwbouwwaarde. Dat schrijf je dus niet meer af tot 0.”

Thomas Rau (57) maakte al op jonge

Is het mogelijk dit ook nog bij bestaande gebouwen te doen?

leeftijd kennis met de vergankelijkheid van het leven. Een barbecue, een steekvlam, en de nog maar 10-jarige Thomas lag een jaar in het ziekenhuis met hevige brandwonden. “Toen werd ik geconfronteerd met de tijdelijkheid van het zijn. Dat is zo existentieel, dat ik sindsdien altijd heb geprobeerd dingen langs deze as te doen.” Wat de geboren Duitser daarmee wil

zeggen, is dat voor hem toen duidelijk werd dat niet alleen zijn leven, maar alles tijdelijk is: van de op aarde beschikbare middelen tot het gebruik van producten. Rau: “De aarde is een gesloten systeem, alles daarin is een limited edition. Ook alles wat we daarin organiseren is van tijdelijke aard.” In uw boek Material Matters laat u zien dat producenten bijna het tegenovergestelde nastreven.

“Inderdaad. Producten zijn designed to fail, designed to be outdated of designed to be outfashioned. Ze worden gemaakt om zo snel mogelijk onbruikbaar, nutteloos dan wel uit de mode te zijn. Producten die eerst een oplossing boden, zijn door

verlies uit het gemeentehuis, het depot, halen.”

Rau: “In de huidige maatschappij liggen macht en verantwoordelijkheid niet bij één partij.”

technische manipulaties een georganiseerd probleem geworden.” Hoe kan dit ontstaan?

“In de huidige maatschappij liggen macht en verantwoordelijkheid niet bij één partij. Laten we eens kijken naar Airbnb, het grootste hotelbedrijf ter wereld. Jij en ik weten dat ze vanochtend niet één laken hebben verschoond. Ze hebben de maximale macht, zonder verantwoordelijkheid. Die ligt bij de bewoners, buurtbewoners en de stad.” Er wordt volop gesproken over een duurzame samenleving. Dat is toch een oplossing?

“De manier waarop we duurzaamheid nu organiseren weer-

houdt verandering. Het optimaliseert het systeem zoals het nu is. Macht en verantwoordelijkheid moeten bij elkaar gebracht worden. Je koopt dus geen product meer, maar mag het product gebruiken. De producent blijft dan verantwoordelijk voor zijn product.” Mag ik het product nadat ik het niet meer nodig heb aan de producent teruggeven?

“Ja. In plaats van dat we na de looptijd afscheid nemen van het product, wordt het bij terugkomst bij de producent ineens weer waardevol. Daarmee bereiken we dat producenten uit eigen interesse dingen anders gaan doen. En als we uit eigen interesse dingen anders

gaan doen, volgt er een fundamentele verandering.” Hoe pas je dit principe als architect toe?

“Het eerste gebouw waarbij we zo gedacht hebben, was het gemeentehuis in Brummen. De gemeente wilde een tijdelijke huisvesting voor 15 jaar. We hebben voor hen in feite een materialendepot ontworpen, dat nu als gemeentehuis dienstdoet. Dat betekent dat je anders ontwerpt, andere materialen gebruikt. Met de consequentie dat het meer waarde heeft in de toekomst. We kunnen het gebouw niet enkel demonteren, maar ook remonteren. Alles kunnen we zonder waarde-

“We zijn daarvoor eind september het Madaster gestart, een online platform waarin particulieren, bedrijven en overheden van gebouwen een digitaal materialenpaspoort kunnen vastleggen. Het platform is zo ingericht dat 10 miljoen objecten daarin kunnen worden opgenomen. Zo behoudt je materiaal een blijvende identiteit. Alles wat je afschrijft is waardeloos, maar alles wat je opschrijft is juist waardevol.” Mark van der Heijden

FEITEN Thomas Rau richtte in 1992 het architectenbureau RAU op. Vanaf 2011 werkt hij daarnaast in zijn bedrijf Turntoo aan nieuwe businessmodellen voor de circulaire economie.

ALLES IS LIMITED EDITION Volgens Thomas Rau is er een verandering van mindset nodig als we echt anders willen gaan bouwen. U leest er meer over op analysemaatschappij.nl ADVERTENTIE

Circulair inrichten is slim, maar waarom? Overstappen op een circulair interieurconcept is slim, duurzaam én kostenbesparend. Investeer niet langer enorme bedragen in nieuw meubilair dat vervolgens bij de eerste verbouwing, verhuizing of nieuwe trend weer op de afvalberg belandt. Die tijd van verspilling is voorbij. Door te kiezen voor circulair inrichten met Desko en zeker te zijn van een terugkoopgarantie aan het eind van de contractperiode, bent u duurzaam en innovatief. Gebruikt meubilair heeft waarde. Dat betekent dat we op een andere manier moeten omgaan met de meubels die nu nog bij u op kantoor staan en die u wilt vervangen. Het kan duurzamer, economischer en rendabeler door gebruik te maken van de waarde van deze meubels. Waar het dus in de kern om draait? Restwaarde. Meubels hebben een intrin-

sieke gebruikswaarde; ze bestaan uit grondstoffen, arbeid en energie. Daar hangt altijd een waarde aan, ook als een bureaustoel al 10 jaar op kantoor staat. Weggooien of refurbishen? De keuze is aan u: gooit u de stoel weg of gaat u voor behoud? Door het bestaande op te waarderen – ook wel refurbishen genoemd – heeft u met een kleine investering nieuwe waarde in handen. Eventueel gecombineerd met nieuwe meubelen heeft u binnen een handomdraai een volledig nieuw interieur op kantoor. Het wordt pas echt circulair door onze terugkoopgarantie. We maken samen goede afspraken zodat u het meubilair altijd en tegen een gegarandeerde restwaarde weer aan ons kunt terug leveren. Zo heeft u uiteindelijk opnieuw waarde in handen voor de ontwikkeling van nieuwe werkplekken!

U kiest, wij regelen Ontzorging, dat is wat u zoekt in een partner. Daarom staan uw behoeften centraal en zijn er verschillende mogelijkheden hoe we onze samenwerking vormgeven. Van leasen tot pay for use en van huren, kopen tot koop met terugkoopgarantie: bij Desko is alles mogelijk. We inventariseren de waarde van uw huidige meubilair, stellen een interieurplan op en zorgen ervoor dat alle collega’s binnen no time in een prettige werkomgeving zitten. Nieuw of gebruikt meubilair en van sloop tot opbouw – u kiest, wij regelen. De herontwikkeling van nieuwe werkplekken of inrichting van het kantoorgebouw is een hele verantwoordelijkheid. Vaak wordt er gedacht aan de aanschaf van nieuw kantoormeubilair. Zonde, want er is zoveel meer mogelijk.

Volg de vijf simpele stappen uit het e-book van Desko en circulair succes is binnen handbereik.

gratis k e-boo

5stappen In

ir circulaen! inricht

Vraag het gratis e-book aan via info@desko.nl of 020 - 4801020

WWW.DESKO.NL


Grensoverschrijdend woon-werkklimaat als economische katalysator De situatie in de Nederlandse woonmarkt is oververhit met stijgende huizenprijzen en een toenemende behoefte aan woonruimte. Dat geldt zeker voor de hoofdstad, waar de gemeentelijke ambities niet makkelijk om te zetten zijn naar een (pro)actief woonbeleid. “Dat is een gemiste kans”, zo noemt Sicco Behrens de situatie waarbij de gemeente graag bekende buitenlandse bedrijven wil aantrekken, maar daarbij bepaalde ontwikkelingen -inclusief een woonprobleem- over het hoofd ziet. Behrens, medeoprichter van Booking.com en nu directeur van Your Amsterdam Housing B.V. ziet het als volgt: “De wereld blijft veranderen en de internationale sociaaleconomische ontwikkelingen moet je op de voet blijven volgen én erop inspelen. Bijvoorbeeld: de woon-werksituatie is enorm veranderd door verschillende factoren: - Groei aantal hoogopgeleiden; - Reizen is toegankelijker geworden en daardoor is de internationale uitwisseling ook makkelijker - Lifetime employment wordt steeds meer een uitzondering. Behrens: “Een urban nomad is bereid overal te wonen en werken. Daarnaast wordt werk ook steeds internationaler. Deze wereldburgers willen hun ambities waarmaken en willen daarbij ook beschikken over tijdelijke huisvesting die ze wel als “hun woning” kunnen ervaren. De meesten van hen zijn vaak jonge dertigers, volop bouwend aan hun eigen toekomst en daarbij bijdragend aan de dynamiek en economie van de stad waarin zij wonen én werken. “Daarom vind ik het een gemiste kans als de stad Am-

sterdam, met zoveel ambities, onvoldoende inspeelt op deze situatie. Momenteel kent de gemeente eigenlijk alleen woningen en hotels en is er een uitsterf beleid voor de tussenvorm. Het zou toch mooi zijn, als juist Amsterdam kaders creëert voor serviced apartments en het tijdelijk huisvesten van deze jonge werkende. Met de verkiezingen voor de boeg is het een mooi moment om hier vorm aan te geven. Dan trek je pas echt talenten en buitenlandse bedrijven naar de hoofdstad. En zo zorg je voor een gunstig economisch klimaat, die de stad, de genoemde wereldburgers en Amsterdammers zelf ten goede komt. “ Your Amsterdam Housing met bewoners werkzaam bij o.a. Nike, Oracle en Diageo kent de vraag en behoeften van de multinationals en andere bedrijven, die hun werknemers tijdelijk in Amsterdam moeten huisvesten. Die partijen doen daarom ook heel vaak een beroep op Your Amsterdam Housing als verschaffer voor tijdelijke woonlocaties. Behrens: “Die vraag zal alleen maar toenemen, zeker als je bedenkt dat organisaties zoals het EMA (European Medicines Agency) en de Dollar Shave Club zich hier komen vestigen. Waar moeten hun werknemers wonen?” Heeft Sicco Behrens nog een concreet advies voor de gemeente Amsterdam? “Jazeker! Blijf de positie als vrije stad met internationaal karakter koesteren én versterken. Want dat is een kostbaar en uniek goed in Europa, zelfs in de wereld. Daarnaast zou ik de gemeente willen adviseren om regelgeving te maken voor woonlocaties van minder dan 6 maanden voor de zakelijke markt om een duidelijker onderscheid te maken tussen vakantieverhuur en serviced apartments”

Sicco Behrens Directeur van Your Amsterdam Housing B.V

ADVERTORIAL - GESPONSORDE CONTENT

STEELCASE ÉÉN VAN DE FINALISTEN BIJ DE CIRCULARS ’s Werelds grootste award voor circulaire economie ziet Steelcase als een van de zeven koplopers. De Circulars, een initiatief van het World Economic Forum en het Forum of Young Global Leaders, in samenwerking met Accenture Strategy, is ‘s werelds grootste award programma op het gebied van circulaire economie. De awards worden elk jaar uitgereikt bij de jaarlijkse bijeenkomst van het World Economic Forum in Davos. Steelcase was dit jaar een van de zeven genomineerden, samen met nog zeven andere multinationale organisaties, omdat wij zowel groei als duurzaamheid realiseren. De finalisten werden gekozen uit 300 inzendingen uit meer dan 45 verschillende landen. IKEA won de multinational categorie en daarnaast waren ook Google, grondstoffen recyclebedrijf GEM, elektriciteits- en gasmaatschappij Enel en modeketens C&A en H&M genomineerd. De nominatie laat zien dat Steelcase na 106 jaar in de meubelindustrie nog altijd vooroploopt op het gebied van circulariteit en duurzaamheid. Steelcase werd genomineerd op basis van de volgende aspecten: - Onze inzet op het gebied van circulair gedachtegoed én een circulaire strategie - Marktleider met meer dan 50 Cradle to Cradle Certified™ producten en een continue focus op het aanbrengen van verbeteringen op het gebied van design. - Het erkennen van de toegevoegde waarde van circulaire businessmodellen doormiddel van product-service systemen als asset recovery en herschikkingsprogramma’s (Eco’Services), pay-per-use en andere modellen voor alternative ownership.

- Het onderzoeken van nieuwe business modellen en technologieën om innovatie op het gebied van circulaire economie te realiseren. - Onze manier van implementatie waarin, doormiddel van een 20+ workstream roadmap, innovatiemogelijkheden op het gebied van circulaire economie worden opgezet, de duurzaamheid van materiaal en producten worden overwogen en de fundatie voor excellente businessmodellen wordt gelegd. De Steelcase Series 1 is vormgegeven voor duurzaamheid, kwaliteit, ergonomisch comfort, schoonheid en is goed geprijsd. Deze is gemaakt van tot wel 23% gerecycled materiaal en is zelf wel 95% recyclebaar. Door de New Black bekleding, gemaakt door PET van gerecyclede flessen te mixen met gesmolten restmateriaal, laat de stoel een nog kleinere voetafdruk achter.

OCS+Steelcase en ce in nederland Al meer dan 10 jaar werkt de lokale partner OCS+ Steelcase in Nederland aan een volledig circulair model. In samenwerking met visionnaire koploper Thomas Rau en TurnToo zijn de huidige performance based services ontwikkeld. Steeds meer van onze klanten kiezen voor een Circulaire inrichting zoals Vodafone, Microsoft, Duurzaamheid.nl en de Duurzaamheidsfabriek. Bereikte resultaten: Bij Vodafone bijvoorbeeld bestaat de huidige inrichting voor 94% uit recyclebare materialen en 33% uit Cradle to Cradle producten. Een potentieel van 63.100 kilo materiaal wat niet op de afvalberg zal belanden over een periode van 10 jaar. Wesley Bosma – Sustainability & Marketing Manager at OCS+ Steelcase: “Alles binnen de circulaire economie draait om bewustzijn. Bewust in duurzaamheid voor ons is als ademen, een eenvoudig maar tegelijkertijd complex proces. Het is inherent aan het leven. Daarom is éen van de belangrijkste aspecten van duurzaamheid dat we het integreren en insluiten in onze levensstijl van het begin tot en met het einde.” Voor meer info ga naar: https://www.ocs-steelcase.nl


18 VOORWOORD SMART CITIES – ANALYSEMAATSCHAPPIJ.NL

Foto: Future City Foundation

CONTENT WITH A PURPOSE

Foto: Fotolia

SMART IS NORMAAL Yvonne Kemmerling, Voorzitter Future City Foundation.

Elk jaar in november wordt in Barcelona de Smart City Expo gehouden. Drie dagen lang verzamelen smart city deskundigen van over de hele wereld zich daar in de Beurshallen. Die deskundigen zijn vooral techneuten. Vrouwen en mannen die geloven dat de stad maakbaar is. En dat de smart city door hen wordt gemaakt. Nou, zo gaat het niet gebeuren. De

stad bestaat tenslotte al. Al eeuwen om precies te zijn. En in al die eeuwen is het wezen van de stad niet veranderd. Dat wezenlijke is dat de stad mensen verzamelt die daar komen om bij elkaar te zijn. Omdat ze zich beschermd voelen, handel willen drijven, hun goden aanbidden. De smart city is allang gebouwd.

Rond de grachten van Amsterdam, aan de lanen in Den Haag en langs de kust van de Noordzee.

Wat er wel verandert, is de manier

waarop we die stad gebruiken. De smart city gaat over ons, de burgers van die stad. Technologie verandert ons. Laat ons anders samenleven, werken, wonen, recreëren. En dat is nog maar net begonnen. Onze kinderen leven al weer heel anders dan wij. Dat zorgt voor een nieuwe stedenbouwkundige opgave, waarin verbondenheid centraal staat, maar waar ook behoefte is aan identiteit. Want als we alles overal kunnen doen (en dat kan), waarom doen we het dan hier? En niet ergens anders?

Het vraagt ook om professionals

die hiermee om kunnen gaan. Om

‘De vernieuwing van de stad, de opkomst van technologie biedt enorme uitdagingen.’

wat een sensor doet.

Het vraagt om stedenbouwers die nadenken, onderzoeken, oefenen, met nieuwe stedenbouwkundige principes. Om beheerders die dataspecialisten worden en zo verstandige beslissingen nemen.

burgers. Laten we die uitdagingen ter hand nemen zodat we door de goede keuzes optimaal kunnen genieten van onze slimme stad.

Yvonne Kemmerling, Voorzitter Future City Foundation

Maar het vraagt vooral om burgers

bestuurders die begrijpen dat er nieuwe ethische dilemma’s op ons afkomen. Die snappen dat privacy een ruimtelijk principe is en ontworpen kan worden. Die weten wat een algoritme is en snappen

die begrijpen dat de wereld om hen heen in rap tempo verandert. Om burgers die zich durven te verdiepen in vernieuwing en daar wat van vinden. Niet vanuit angst, maar vanuit kennis. De vernieuwing van de stad, de opkomst van technologie biedt enorme uitdagingen. Voor bestuurders, ontwerpers, techneuten, maar zeker voor de gebruikers van de stad, de

OPTIMAAL GENIETEN Ook weten hoe we een smart city het beste kunnen inrichten? Op analysemaatschappij.nl leest u er nog veel meer over. ADVERTENTIE

ERVAAR DE LUXE

VAN EVEN HELEMAAL NIETS... • Mogelijkheid tot door Piet Boon ontworpen watervilla. • Luxe Harbour club met horeca, wellness en jachthaven. • In Zuid-Nederland op de grens van Zeeland/Noord-Brabant en nabij Antwerpen. • Aankopen voor eigen gebruik of als belegging. • Interessante financieringsmogelijkheden met marktconforme rentetarieven. • Financiering mogelijk tot 75% van de marktwaarde. * Prijzen woningen v.a. € 371.250,- v.o.n. excl. btw (incl. eigen grond) Prijzen hotel-appartementen v.a. € 217.500,- v.o.n. excl. btw

OPEN HUIS

verkoop LUXE HOTEL-

zondag 20 mei

APPARTEMENTEN (reeds 45% verkocht)

B O U W G E S TA R T

RENDEMENT GARANTIE 5%*

& VAAR MEE OP ONZE RIB!

kom dit weekend kijken

(11.00 - 16.00 uur) Oesterdam 3, Tholen

verkoop-oesterdam.nl

tel. 0166 - 60 46 97

Parkadres: Oesterdam 3, Tholen | verkoop-oesterdam.nl | tel. +31 166 - 60 46 97


Mobility professionals

making your plans

a reality

W I J S T ELLE N ONS GRA AG AAN U VOOR… Spyng Mobility zorgt voor de juiste verbinding! Spyng Mobility is een nieuwe maar toch zeer ervaren internationale speler op het gebied van mobiliteitsstrategieën en verkeersmanagement. Ons doel is het ontzorgen van opdrachtgevers bij complexe vraagstukken op het gebied mobiliteit en verkeersmanagement; van strategie tot en met implementatie. Door onze flexibele aanpak, ruime ervaring in binnen- en buitenland en een groot netwerk is een oplossing altijd binnen handbereik. Wij werken wereldwijd aan… • de ontwikkelingen van beleid en strategieën • effectiever verkeersmanagement • het adviseren op het vlak van verkeer en mobiliteit • het integreren van verschillende verkeersmanagement systemen tot maatwerkoplossingen • het implementeren van (verkeersmanagement) systemen • het verzorgen van operationele (verkeers)diensten

ONZ E TOEGE VOEGDE WA A RDE In onze visie zien wij een toekomst waar (mobiliteits)plannen werkelijkheid worden en waar beleid en strategieën daadwerkelijk tot leven komen. Wij realiseren dit door een uitgekiende mix van kennis en het toepassen van technologie. De toekomst zal nog meer dan nu leiden tot synergie tussen software, hardware en “humanware”. Deze synergie leidt in onze optiek tot een betere wereld op het vlak van mobiliteit, doorstroming en duurzaamheid. Wij slaan de brug tussen onze klanten en productleveranciers en combineren bewezen producten van diverse leveranciers tot klantspecifieke oplossingen; wij doen dit steeds op maat voor iedere opdrachtgever. De mensen achter Spyng Mobility hebben meer dan 50 jaar ervaring op het vlak van verkeersmanagement en mobiliteit. Dat onze aanpak succesvol is, blijkt uit de ervaring die we op gedaan hebben bij projecten zoals: tunnelverkeerssystemen, verkeersmanagementsystemen, groene golven voor fietsers, omgevingsgestuurde verkeersregelingen, etc.

Wilt u meer weten? Neem dan contact op met Spyng en ontdek wat er voor u mogelijk is! Wa a l b a ndijk 8B , Nijme ge n 0 2 4 4 2 0 00 65

www.spy ng- m ob i l i ty.com i nfo@ spy ng- m ob i l i ty.com

h e eft ant wo ord o p u w v ra gen ove r m ob il ite it va n d e to eko mst

i nfo@ lo e nd e rs lo ot g ro ep. nl BP-G18498-LS-ADV-265x395-20180413-06.indd 1

w w w.lo en ders lo otgro ep.n l 13-05-18 23:01


20 SMART CITIES – ANALYSEMAATSCHAPPIJ.NL

CONTENT WITH A PURPOSE

MET EEN VEILIG IOT KUN JE MOOIE DINGEN DOEN Foto: Fotolia

We staan anno 2017 meer in verbinding met elkaar dan ooit. Of het nu gaat om broodroosters met wifi (echt) of uitgebreide monitoringsapparatuur voor het bedrijfsleven: dankzij het internet of things wordt onze wereld steeds meer ‘connected’. Maar hoe veilig is dat eigenlijk?

‘Apparaten zijn door alle connectiviteit veel vatbaarder voor lekken’

‘Het internet of things (IoT) komt

eraan.’ Deze zin had tien jaar geleden ook al opgeschreven kunnen worden, maar lange tijd stond het gebrek aan een goede en veilige verbinding met het netwerk echte baanbrekende oplossingen in de weg. Er zijn enge voorbeelden van beveiligingscamera’s die zo slecht beveiligd zijn dat er door derden op afstand in je huis gekeken kan worden. En niet zo heel lang geleden kwam de CIA nogal negatief in het nieuws doordat de instantie de interne camera van je smarttv zelfs als ‘ie uit stond kon gebruiken. Maar toch heeft dat niet zoveel

met IoT te maken, zo stelt Wienke Giezeman, oprichter van The Things Network: “Beveiliging is altijd een ding. Er gaat in dat soort situaties zoveel mis, terwijl je bij het slimmer maken van producten gewoon rekening moet houden met goede encryptie.” The Things Network is een communi-

ty om een IoT-netwerk op te zetten met de LoRaWAN-technologie. LoRa, dat staat voor Long Range Low Power, kan kleine hoeveelhe-

Giezeman ontwikkelde met zijn bedrijf onder meer een toepassing voor de haven van Amsterdam, waarbij chauffeurs op afstand kunnen zien of er ruimte is om hun vrachtwagen op de kade te parkeren.

den informatie uitwisselen tussen objecten en systemen bij een ultralaag stroomverbruik. The Things Network maakt met deze techniek slimme oplossingen voor iedereen die het maar wil. Giezeman ontwikkelde met zijn

bedrijf onder meer een toepassing voor de haven van Amsterdam, waarbij chauffeurs op afstand kunnen zien of er ruimte is om hun vrachtwagen op de kade te parkeren. Hoe? Via slimme sensoren op stoeptegels en een app. De Amsterdammer maakt met betrekking tot veiligheid de vergelijking met het ‘gewone’ internet. “Als Gmail gehackt wordt, dan heeft zo’n beetje de hele wereld een probleem.

Daarmee is het belang van veiligheid ontzettend groot. Dat is bij IoT precies zo.” De oplossing schuilt volgens Gieze-

man in end-to-end encryptie. Dat is echter nog niet zo heel eenvoudig, meent Sanket Khandare, VP technology van het Indiase Winjit, een bedrijf dat zich focust op cloud-oplossingen rondom IoT-technologie. “Apparaten zijn door alle connectiviteit veel vatbaarder voor lekken. Het is nog steeds een uitdaging om dat allemaal goed te gaan doen.” Volgens Khandare brengt IoT grote veranderingen met zich mee, zowel op persoonlijk als zakelijke vlak. “Encryptie is van vitaal belang,

maar daar zijn inmiddels gelukkig goede standaarden voor. Zorg je voor apparaten en verbindingen met end-to-end encryptie, dan kom je al heel erg ver.” Giezeman sluit zich hierbij aan. Vol-

gens hem is end-to-end encryptie momenteel steeds gangbaarder. Daarbij is het echt heel moeilijk een bepaald systeem te kraken. “Uiteindelijk gaat het altijd om data. Waar die data uitkomt, is bij IoT niet anders dan bij andere online oplossingen, namelijk het netwerk. Je moet dus dezelfde aandacht aan veiligheid geven als bij andere systemen.” Is die encryptie goed geregeld, dan

kun je mooie dingen doen. Hele

mooie dingen zelfs, zegt Giezeman. “De gemeente Amsterdam heeft een heel complex riolensysteem. Als het regent gaan alle pompen aan. Alles draait op honderd procent om er zeker van te zijn dat de boel nergens overstroomt. Dat kost ontzettend veel onnodige energie. Met sensoren weet je waar een pomp wel en niet hoeft te draaien.” En dan kun je volgens Giezeman nog verder denken. “Als je weet wanneer er een storm vanuit Duitsland binnenkomt dan kun je ook daar rekening mee houden. Dan hou je automatisch rekening met alle factoren en kun je als maatschappij echt duurzaam te werk gaan. Prachtig.” Ger de Gram

LANG LEVE SLIMME STEDEN In slimme steden is alles via sensoren en het internet of things met elkaar verbonden. Hoe we dit optimaal kunnen inzetten? Daar leest u meer over op analysemaatschappij.nl.

WIST U DIT AL OVER SMART CITIES? In 2015 waren 78,6 miljard apparaten binnen de publieke dienstverlening in Smart Cities met elkaar verbonden, in 2018 zullen 167,4 miljard objecten binnen de publieke dienstverlening in Smart Cities met elkaar verbonden zijn.

In 2015 werd er 14,85 miljard dollar geïnvesteerd in Smart Cities over de hele wereld, in 2020 zal dit bedrag gestegen zijn naar 34,35 miljard dollar. Bron: smartcityinfo.nl, statista.com

Amsterdam is onlangs uitgeroepen tot de nieuwe capital of innovation van Europa.


SMART CITIES – ANALYSEMAATSCHAPPIJ.NL 21

CONTENT WITH A PURPOSE

SMART LIGHTING CRUCIAAL VOOR VERDERE VERDUURZAMING Philips-gloeilampen zijn verleden tijd: Ledverlichting – en daarmee smart lighting – is de toekomst.

Foto: Fotolia

Wanneer we gloeilampen en ledver-

lichting naast elkaar leggen, blijft er weinig van de eerste variant over. Gloeilampen zijn bijvoorbeeld bijzonder inefficiënt en milieuonvriendelijk: de Europese Commissie heeft voorgerekend dat het verdwijnen van de gloeilamp een besparing van 40 miljard kWh oplevert en 15 miljard kilo aan CO2-uitstoot scheelt. Geen kleine cijfers, die het uitfaseren van de gloeilamp sinds 2009 uitstekend verklaren. Geen technologie met zoveel dichtheid als die van verlichting, dus dat hier veel winst mee valt te behalen hoeft niet te verbazen. Jacqueline Cramer, voormalig minis-

ter van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (een Ministerie dat vandaag de dag niet meer bestaat, veel taken zijn anno 2018 ondergebracht bij onder meer het Ministerie van Infrastructuur en Milieu), heeft nog helder voor ogen wanneer ze deze uitfasering startte en daarna wettelijk wist vast te leggen in Brussel. “Honderd dagen na mijn aantreden als minister kondigde ik met Philips samen het initiatief aan. In 2009 volgde het besluit tot uitfasering en vastlegging in Europese wetgeving.” Niet dat iedereen stond te springen om led te gaan gebruiken, maar toch besloot Cramer er haar nek voor uit te steken. Ze is daarover nog steeds heel tevreden. Cramer: “Doordat led met behulp van digitale hulpmiddelen gereguleerd kan worden, is er zoveel meer mee mogelijk dan

worden gebruikt om mensen te sturen richting specifieke plekken, zodat iemand pas op de ene verdieping gaat zitten werken wanneer de andere verdieping vol zit.” Zo hoeven het licht en de klimaatcontrole niet op iedere verdieping aan en wordt er veel energie bespaard. Hebben we het nu nog over ‘LEDifi-

Ledverlichting is de toekomst.

met gloei- en spaarlampen. Kijk alleen al naar alle mooie initiatieven die ontstaan.” Zo wordt er in Eindhoven veelvuldig

met ledlampen geëxperimenteerd, bijvoorbeeld in de uitgangsstraat van de stad, het Stratumseind. Al jarenlang is de gemeente, in samenwerking met verschillende technologiebedrijven en de technische universiteit, bezig om de veiligheid in de kroegstraat te verbeteren. Ook wordt led-licht gebruikt om te achterhalen in hoeverre bepaalde kleuren en lichtsterktes de gemoedstoestand van mensen beïnvloeden. Cramer: “Een geweldig voorbeeld van samenwerking tussen technologiebedrijven, de overheid én burgers.” In de openbare ruimte kan ledver-

lichting dus worden gebruikt om gedrag en het gevoel van veiligheid te sturen, maar in huis en op kantoor is led uitermate geschikt

om licht efficiënt te gebruiken. Rolf Heynen, directeur van GOOD!, dat binnen duurzaamheidssectoren marktonderzoek doet, events organiseert en consultancywerkzaamheden verricht, ziet dat hier nog ongelofelijk veel in mogelijk is. “Als je led ziet als elektronica, ga je verlichting veel meer als een integraal onderdeel van het gebouw en de omgeving zien. Je kunt je ledverlichting bijvoorbeeld koppelen aan je alarmsysteem en zo instellen dat het op bepaalde momenten aan- en uitgaat, wanneer je niet thuis bent.” Door ledverlichting in sensoren te

verwerken, kunnen flexwerkplekken veel efficiënter met licht en beschikbare werkplekken omgaan. “De sensoren in de ledverlichting registreren dat er niemand zit, dus dat lampen uit kunnen blijven. Iemand die het gebouw binnenkomt, kan vervolgens met zijn smartphone controleren waar plek is om te werken. Anderzijds kan verlichting

cation’ en ‘smart lighting’, langzaam maar zeker schuiven we op naar human centric lighting: verlichting die in dienst staat van de mens. Heynen: “ledverlichting die een prettig en efficiënt werkklimaat creëert, dat per gewas kan worden aangepast, om de interne landbouw te helpen. Licht dat helpt om de gezondheid te bevorderen: blauw licht in de ochtend, om wakker te worden, meer rood licht gedurende de avond, om tot rust te komen.” Allemaal wetenschappelijk bewezen concepten, die binnen nu en vijf jaar een vlucht gaan nemen, verwacht Heynen. Aäron van der Sanden

FEITEN Door de opkomst van ledverlichting, wat erg lang meegaat en veel energie bespaart, zijn er ook nieuwe verdienmodellen ontstaan. Een vorm, die steeds meer aftrek vindt, is het leasen van verlichting. ‘Light as a service’ dus. Iemand betaalt een vast bedrag per maand voor verlichting. In dit bedrag zit bijvoorbeeld ook het onderhoud van de lichtbron inbegrepen.

DIGITALE KRONIEK

DAAN ROOSEGAARDE Foto: Studio Roosegaarde

kunstenaar, innovator en technopoëet.

De steden van nu zijn machines die pijn doen. In Peking en Krakau worden de normen voor luchtvervuiling ruimschoots overschreden. Dat kan, nee, dat moet anders. Het gaat erom dat je technologie creatief gebruikt. Vrijwel alle problemen van tegenwoordig – zoals luchtvervuiling en klimaatverandering – komen voort uit een slecht ontwerp. Dan kan je anderen de schuld geven, of eruit stappen en goede ontwerpen maken. Ik heb dat gedaan met schone luchtparken in Rotterdam en China, met lichtgevende fietspaden in Brabant. Centraal staat de schoonheid in steden. Schoonheid als verbeelding, schoonheid in de zin van schone lucht en schone energie. We moeten afstappen van het idee dat schoonheid enkel een Louis Vuitton tasje of een Ferrari is. Dat is oude economie. Schoonheid zit ingebakken in de natuur. Een mierenhoop kent geen file. Janine Benyus noemt het nabootsen van natuurlijke processen en vormen ‘biomimicry’. Een van haar regels is ‘nature as a master’. Wij zijn hier om te leren. Aan geld is geen gebrek, dat is een illusie. Wel is er gebrek aan verbeelding. Geen meningen spuien maar met voorstellen komen, zeg ik altijd.

LIGHT AS A SERVICE Meer weten over het leasen van verlichting. Op analysemaatschappij.nl leest u meer over het belang van goed licht.

HET GEHELE ARTIKEL LEEST U OP: ANALYSEMAATSCHAPPIJ.NL

ADVERTENTIE

Stroomvoorziening Smart Cities Bij de transformatie naar Smart Cities speelt de inrichting van de openbare ruimte een grote rol. Met de aansluitkasten van ELEQ kunnen alle objecten veilig en compact aangesloten worden op het elektriciteitsnetwerk. Denk hierbij aan de slimme lichtmast, abri’s, telecom, laadpalen, routesystemen en camera’s. ELEQ biedt voor elke aansluiting de ideale oplossing.

+31 (0) 521 533 333

info@eleq.com

www.eleq.com


22 PROFIEL SMART CITIES – ANALYSEMAATSCHAPPIJ.NL

CONTENT WITH A PURPOSE

‘EEN SLIMME STAD WEET ZICHZELF AAN TE PASSEN EN TE ONTWIKKELEN’ Samenwerken, het grote plaatje blijven zien en continu bijsturen om te kunnen inspelen op nieuwe omstandigheden en te werken met de nieuwste ontwikkelingen. Als dat lukt, dan is de stad volgens Nico Zornig écht slim. “Als je aan één knopje draait dan heeft dit effect op heel veel gebieden.” Dé uitdaging van steden? Volgens

Nico Zornig een slim samenspel creëren van mobiliteit, economie, milieu en infrastructuur. Sturen op één aspect werkt volgens de Director Smart Cities bij TNO allang niet meer. Als voorbeeld geeft hij het verbeteren van de luchtkwaliteit. De simpele oplossing? Minder (vracht) auto’s toelaten in de stad. Maar dat heeft effect op de economie en de aantrekkelijkheid van een stad, dus zo’n op zichzelf staande maatregel werkt volgens Zornig niet. “Geloof me, de simpele oplossingen zijn al wel doorgevoerd. Wat rest is een samenspel tussen de verschillende aspecten, in een wereld waar innovaties zichzelf steeds sneller opvolgen.” Het is volgens de Smart City-expert essentieel dat we daarbij samenwerken. En dan bedoelt hij iedereen: burgers, bedrijven, overheid en kennisinstellingen. “We moeten inclusiviteit creëren: het gezamenlijk doen, over de domeinen heen. Anders komen we er niet.” U bent nu bijna een jaar director Smart Cities bij TNO: hoe smart zijn de Nederlandse steden?

“Eigenlijk noemt iedere stad zichzelf een Smart City, het is echt een buzzwoord. Dus in die zin zijn alle Nederlandse steden smart. Maar als ik het heb over een Smart City, dan heb ik het over continu leren, over elke keer weer kennis en informatie tot je nemen, daar feitelijk mee

omgaan en integraal kijken naar de problematiek. Steden moeten niet meer per beleidsdomein een probleem benaderen, maar integraal, over de domeinen heen. Daarnaast moeten steden een grote mate van adaptiviteit bezitten, ze moeten continu kunnen bijsturen. Dát is slim.” En als u dan de vraag moet beantwoorden: hoeveel steden zijn smart in Nederland?

“Dan zijn het maar heel weinig steden. Er wordt veel te veel naar processen gekeken, en te weinig naar het uiteindelijke doel. Er moet vooral integraler gewerkt worden. Als je aan één knopje draait dan heeft dit effect op heel veel gebieden. En op het uiteindelijke doel.” Is het u meegevallen of tegengevallen?

“Als je kijkt naar innovatie dan is Nederland als geheel goed bezig, op sommige gebieden zoals logistiek vervullen we zelfs een voorbeeldfunctie. We zijn een land waar geïnnoveerd wordt, en waar mensen het ook leuk vinden om aan de slag te gaan met een innovatie.” Maar?

“Als je kijkt hoe er nu overwegend gewerkt wordt, dan ben ik bevestigd in mijn beeld: te weinig integraal en te procesmatig. Dat laatste komt grotendeels door onze traditie van aanbestedingen. Bij een aanbeste-

ding is er een winnaar en die moet er uiteindelijk gewoon voor zorgen dat het gebouw of die snelweg er komt binnen de gestelde afspraken en volgens de mogelijkheden die er op dat moment zijn. Maar de wereld en de omgeving verandert constant. Dus wellicht blijkt na een jaar dat er betere of goedkopere mogelijkheden zijn om het doel te bereiken. Er moet een flexibiliteit zijn waar die mogelijkheden ook toegepast kunnen worden. We moeten dus naar gedeeld eigenaarschap, waarbij er niet wordt gekeken naar of degene die de aanbesteding heeft gewonnen doet wat ‘ie heeft beloofd, maar naar of alle partijen samen nog steeds bezig zijn het doel te bereiken, rekening houdend met alle mogelijke nieuwe technieken.” Kunt u eens een specifiek voorbeeld geven?

“Veel steden zijn momenteel bezig met het vervangen van vervuilende bussen voor elektrische bussen. Dat duurt 10 jaar, en dus wordt er nu een aanbesteding gedaan voor dat tijdsbestek, maar daarbij wordt maar beperkt rekening gehouden met de technieken van overmorgen. Terwijl die technieken elk jaar beter en slimmer worden. Dat moet je dus niet doen, je hebt adaptiviteit nodig, waarbij het doel vaststaat maar de manier waarop je dat gaat bereiken flexibel is. Dan ben je slim bezig.”

Waar ligt de kracht van Nederlandse Smart Cities?

“Zoals gezegd: in Nederland zijn we goed in het adopteren van innovaties. We staan open voor veranderingen. Daarnaast zijn we goed in samenwerken. Vanuit die gedachte moeten we in staat zijn om minder verkokerd te acteren. Tenslotte wordt er in ons land aan alle kanten geprobeerd om data open en toegankelijk te krijgen. Heel belangrijk voor een Smart City, want je kan pas smart zijn als data ontsloten is en iedereen ervan kan profiteren.” Is Nederland niet één grote Smart City?

“Je hebt de Randstad plus Eindhoven met in het midden het Groene Hart dat kan figureren als Central Park. Als je dat gebied vanuit het gezichtspunt van een Londenaar of een New Yorker bekijkt, dan zou je kunnen zeggen: ja, dat is eigenlijk één grote stad. Maar zo zijn we bestuurlijk niet georganiseerd én zo ziet het buitenland ons ook niet. Die zien Rotterdam en Amsterdam echt als twee totaal verschillende steden. Het heeft ook voordelen om het apart te doen. Zo heeft elke stad zijn eigen focus: Rotterdam met zijn haven, Amsterdam als handelsstad, Eindhoven als ‘de slimste regio’. De grote steden zijn bezig zich op verschillende manieren te positioneren, maar willen daarnaast ook kennis delen. Zo kunnen ze elkaar versterken.”

Tenslotte: waar ligt de kracht van het buitenland?

“Andere landen kunnen vaak sneller doorpakken. In Nederland heerst een poldercultuur, waarbij iedereen zijn zegje moet kunnen doen. Prima voor het draagvlak en de integraliteit, maar niet voor de snelheid van de besluitvorming. In andere landen is minder democratisering, en wordt er gewoon een besluit genomen en gehandeld. Daarnaast zie je dat er in landen met minder legacy, dus minder geschiedenis op het gebied van bijvoorbeeld infrastructuur, systeemsprongen kunnen worden gemaakt. Neem bijvoorbeeld telefonie. In India kunnen ze vanuit de achterstand die ze hebben op dat gebied, het hele vaste telefoonnetwerk overslaan, en naar de toekomst kijken: mobiel. Maar goed, ook daar geldt: wat is smart? Kijk je dan naar hoe snel je nieuwe dingen kunt implementeren? Ook dat is maar tijdelijk. Ze moeten ook daar adaptiviteit inbouwen, ze moeten zorgen voor een lerend systeem, anders lopen ze over een paar jaar weer achter.” Jerry Huinder

SNELLER DOORPAKKEN Als we willen dat onze cities slimmer worden, moeten we meer actie ondernemen. Op analysemaatschappij.nl leest u wat we precies kunnen doen. ADVERTENTIE


PROFIEL SMART CITIES – ANALYSEMAATSCHAPPIJ.NL 23

CONTENT WITH A PURPOSE

Foto: TNO

VRAGEN AAN GER BARON Foto: Gemeente Amsterdam

CTO smart cities Amsterdam.

Wat is het belang van smart cities? “Voor mij gaat het over de mogelijkheden en risico’s die technologie met zich meebrengt in de stedelijke omgeving. Die impact is zowel sociaal en fysiek als economisch enorm en gaat over de manier waarop we werken, wonen, organiseren, leren en spelen. Best belangrijk dus.”

Welke rol kan de burger binnen smart cities innemen?

Merwedekanaalzone 4 Masterplan, Utrecht, NL “Eigenlijk elke rol: die van kriti-

sche consument, kiezer, familielid, eigenaar van een energiebedrijf of journalist. Veel mensen hebben geen besef dat algoritmen en software steeds meer beslissingen voor ze nemen. Gelukkig wordt dat steeds duidelijker, een aantal schandalen zoals sjoemelsoftware of het Cambridge Analytica datamisbruik helpen daarbij. Meer aandacht in de media en de politiek is dringend gewenst.”

© SVP

Wat is het belang van het smart city Event 2018 voor steden, bedrijven en kennisinstellingen?

“Bedrijven, kennisinstellingen en overheden zijn zoekend naar hun rol in een nieuwe wereld. De enige manier om daar vooruitgang in te boeken is door, in alle openheid, van elkaar te leren. Dit evenement levert daar een bijdrage aan, mede door de opzet waarin kleine maar relevante dialogen worden gevoerd en elke bezoeker deelneemt.”

Tseard Zoethout

ADVERTORIAL - GESPONSORDE CONTENT

© SVP

Nico Zornig is Director Smart Cities bij TNO. Zijn motto? Make the world a good place to live in. Zornig heeft de ambitie om innovaties ook daadwerkelijk in de praktijk in te zetten, dus niet innoveren om te innoveren. Voorheen bereikte hij dit met Smart Mobility-oplossingen en Sustainable Transport en Logistics. Zornig werkt sinds 2004 bij TNO.

© SVP

FEITEN

Arup’s visie: Designing for urban childhood Client BPD Ontwikkeling BV

Arup supported BPD by advicing on principles for Als je verschillende perspectieven, inzichten en ervaringen samenbrengt, kom je tot nieuwe en creatieve Key collaborators healthying the city, specifically related to Child-friendly oplossingen. Verder kijken, Urban Design: SVP dat nodig is om het verschil te maken. Filosoof, ingenieur en grondlegger Sir developments which translate into principles and criteria Landscape Architect: OKRA Ove Arup had deze diepgewortelde overtuiging onze oprichting in 1946. of the masterplan. for a seriesalofbijdisciplines and elements

Key facts This developmenthoudt will realise 600 en data om steden te analyseren en de juiste verbeteringsvoorstellen te Het beste antwoord op een ontwerpvraag altijd rekening met houses ofbenadering which is 20% wij voor urban SMARTliving DESIGN.” ‘the bigger picture’. De holistische vansocial Arup impliceertBPD een is formuleren. developingZoa zorgen new healthy quarter of 600 housingvoor and 800 m2 commercial gevoel van verantwoordelijkheid de aarde. dwellings and some commercial program in the city of Utrecht. program. Arup is een serie onderzoeken gestart ’ Cities Alive’, waarbij de mens “Engineering-vraagstukken zijn niet eenduidig en er zijn vele oplossingen. One of the motivations was to expand their market to families as centrale aanpak moet zorgen voor een andere denkwijze. Deze moet Keyoplossing services provided De kunst is om tot een goede te komen. Daar is creativiteit voor well as new starters. Arup gave advice on how to realise these tot toekomstgericht ontwerp en management van steden. Een Child friendly planning goals inleiden the development. nodig, gevoed door verbeelding, intuïtie en bewuste keuzes.” van de onderzoeken is Design for Urban Childhoods. Sustainability and Climate Sir Ove Arup Throughout its development, the masterplan was assessed against Transport planning De urgentie van Design for Urban Childhoods blijktitsook uit CBS Zijn visie heeft zich als DNA door de organisatie Energy master planning verweven en verbindt the criteria and recommendations made to improve potential cijfers. for Die voorspellen dat 80% de bevolking 2050 in steden al 70 jaar onze medewerkers over de hele wereld met elkaar. Arup is– accounting compromises andvan trade-offs. In in this way, the woont. Hetoptimised bevolkingscijfer stijgtthe totdesign 20 miljoen, waarvan meer dan 3 een onafhankelijk en multidisciplinair ingenieursburea met ontwerpers, masterplan was during process, while miljoen kinderen in steden zullen wonen. consultants, ingenieurs en technisch specialisten en telt meer dan 13.000 addressing conflicts and site constraints. Arup worked in medewerkers wereldwijd en heeft ruim 80 kantoren in 35 landen. workshops with stakeholders and the design team and series of In het Arup-onderzoek worden de bedreigingen, kansen en praktisch analyses for each discipline to evaluate the masterplan toepasbare oplossingen uiteengezet. Bijvoorbeeld in Utrecht waar 600 Laurens Tait leidt het Planning team in Nederland, dat hun thuisbasis throughout the process and help masterplan to woningendesign in de Merwedekanalzone zijnprepare gebouwdthe en Arup advies heeft aan de Naritaweg 118 in Amsterdam heeft. Het team richt zich op de present to the City Authorities. gegeven voor een kindvriendelijke en veilige woonomgeving. Dat is verbetering van Nederlandse steden. gelukt! Meer weten over onze aanpak? Die verbeteringen worden gevoed door input van SMART Tools, zoals Tait aangeeft. ”Steden hoeven niet noodzakelijkerwijs SMART te zijn, maar wij gebruiken wel tools zoals artificial intelligence (AI)www.arup.com www.arup.com


3

24 SMART CITIES – ANALYSEMAATSCHAPPIJ.NL

CONTENT WITH A PURPOSE

SLIMME STEDEN Foto: Fotolia

Singapore: aanpak van bovenaf Bovenaan alle lijstjes van slimme

steden in de wereld staat Singapore, de kleinste stadstaat van Azië aan het ‘einde van het schiereiland’ (zoals het ook in het Maleis heet). Met een oppervlakte vergelijkbaar met de Noordoostpolder en een vergrijzende bevolking van circa 5,9 miljoen mensen heeft het de laatste jaren sterk ingezet op nieuwe technieken als GPS, data analyse, kunstmatige intelligentie en IoT voor vervoer en (zieken)zorg. De Republiek, al decennia geleid

door dezelfde arbeiderspartij, moet ook wel: door het ontbreken van natuurlijke bronnen, restricties op

buitenlandse werknemers en haar bevolkingsopbouw richt Singapore zich vooral op de dienstensector en hightech industrie. Burgers zijn hoog opgeleid (analfabetisme komt niet voor) en er zijn aanzienlijk meer mobiele telefoons dan mensen. In het openbaar vervoer wordt met chipcards betaald. Bussen zijn tevens met GPS uitgerust zodat vervoerders precies kunnen bepalen waar en hoe snel de bus rijdt en hoeveel passagiers erin meegaan. Op die manier wordt congestie in het verkeer tegengegaan. Vorig jaar heeft de regering haar plan-

nen gelanceerd om tot een ‘smart nation’ uit te groeien. De komende vijf

Barcelona: burgers centraal Barcelona heeft een andere koers

voor de smart city ingezet. Het beschikt over 500 kilometer glasfiber, gratis WiFi via lantaarns en sensoren die van alles meten, van de luchtkwaliteit en vrijkomende parkeerplaatsen tot water voor parken en stadsfonteinen en het legen van vuilnisbakken. Maar pas sinds Ada Colau, een voormalig huisactivist, burgemeester is geworden staat de burger centraal. In 2016 trok ze Francesca Bria als CTO voor de Catalaanse hoofdstad aan. Haar opdracht? “We moeten de slimme stad opnieuw uitvinden, van de grond af en ons richten op service aan de burger in plaats van ons te laten leiden

jaar is 17,6 miljard euro uitgetrokken voor elektrische auto’s en verbeterd openbaar vervoer. Nu nog rijden er circa honderd elektrische auto’s op 250 laadpunten maar als het aan premier Lee ligt, zullen dat er in 2023 respectievelijk 10.000 en 2.000 zijn. De omschakeling naar een slimme stad gaat volgens de regering niet snel genoeg. Daarom is een nieuwe minister voor de ‘smart nation’ aangesteld die informatie van overheidsdiensten beter op elkaar moet afstemmen. Sommige deskundigen denken dat deze benadering initiatieven van onderaf in de kiem smoort.

Foto: Fotolia

door een technologie push.” Een aantal projecten is een succes

geworden, van andere heeft de stad veel geleerd. Dankzij IoT bespaart Barcelona ruim 30% op energie en 25% op water. De vervanging van 1100 straatlampen door leds leverde bijvoorbeeld niet alleen energiebesparing op maar ook een onvoorzien neveneffect: in plaats van dat ambtenaren de leds dimden op plaatsen waar niemand was, ontstaken ze die juist om gasten naar festiviteiten te lokken. Volgens Colau is het afstemmen van verschillende systemen en een gemeenschappelijk platform bepa-

Foto: Fotolia

lend voor de slimme stad. Daartoe heeft ze een nieuw strategisch plan ‘naar technologische soevereiniteit’ opgesteld. Hierin wordt een sensorisch netwerk in open source modus verbonden aan het gemeentehuis waarvan de informatie met burgers en producenten wordt gedeeld. Speciale aandacht heeft Colau voor betaalbare huuren koopwoningen: op een digitale kaart kan iedereen zien waar die zich bevinden. Tevens kunnen de inwoners gemeentelijke contracten lezen en corruptie signaleren. “Ontwerp moet ten dienste staan van leveranties en wie daarvoor verantwoordelijk is”, luidt het nieuwe adagium.

Zuidas: Aerotropolis De Amsterdamse Zuidas, vroeger bekend als kantorendistrict voor de juridische en financiële sector, maakt een ware transformatie door. Het ligt op een kwartier rijden van de binnenstad en niet eens tien minuten van de luchthaven Schiphol en wordt daarom ook wel Europa’s eerste Aerotropolis genoemd. Met slechts 2300 inwoners en 700 bedrijven (als ABN AMRO en Google) heeft het een van de hoogste vierkante meterprijzen van ons land. De inwoners zijn vaak internationaal georiënteerd, hoogopgeleid of expats, in ieder geval altijd kapitaalkrachtig. Stond vijf jaar geleden het behalen van

een zo hoog mogelijke score op de duurzaamheidladder centraal, tegenwoordig krijgen IoT en leefbaarheid meer aandacht op de Zuidas. Het vijftien verdiepingen tellende The Edge, gerealiseerd door OVG Real Estate, is daarvan een mooi voorbeeld. Met een warmte/koudesysteem, PV panelen en maar liefst 28.000 sensoren die data, ventilatie, water, led verlichting en energie meten en regelen, is The Edge sinds 2014 het meest duurzame kantorencomplex ter wereld. The Edge geeft tevens een voorschot op digitale gebiedsintegratie, oftewel de slimme wijk. Water, vervoer en verkeer zijn speerpunten. Volgend

jaar zal bijvoorbeeld projectbureau Zuidasdok ringweg A10, een groot obstakel voor doorstroming, gaan ondertunnelen terwijl de parkeergarage ruimte voor wateropslag heeft. Tevens ontwikkelt projectbureau Zuidas veel groene ruimte. Dankzij sensoren wordt, net als in The Edge, het watervolume gemeten. Camera’s houden de wijk in de gaten; bezoekers kunnen met apps precies weten of en waar ze in de, met sensors uitgeruste parkeergarage de auto dienen te plaatsen. Zo wordt de omgeving optimaal gebruikt. Tseard Zoethout

ADVERTENTIE

PEFC_5dec2016.indd 1

28-11-16 14:02


ADVERTORIAL - GESPONSORDE CONTENT

“Met ons verhuurmodel zijn we per definitie al ingespeeld op de circulaire deeleconomie waarin de dienst gebruiken belangrijker is dan het product bezitten.”

Mobiele energie-opslag als versneller in de energietransitie De energietransitie en de ontwikkeling naar onder meer energieneutrale gebouwen en Smart Cities betekent een uitdaging voor bedrijven die van oudsher werken met traditionele brandstoffen als diesel, gas en kolen. Bredenoord, leverancier van mobiele stroom, grijpt de kans om slimme nieuwe systemen te ontwikkelen, zoals mobiele energie-opslag. Manager New Business Margien Storm van Leeuwen. “Het zijn opwindende tijden waarin we op nieuwe manieren onze belofte aan de klant om betrouwbare mobiele stroom op locatie te leveren kunnen waarmaken.” Storm van Leeuwen verwacht de komende vijf tot tien jaar grote verschuivingen in energievoorzieningen, zeker in West-Europa. “Gas, kolen en diesel zullen in een rap tempo vervangen gaan worden door alternatieve en meer circulair opgewekte brandstoffen. We zien ook steeds meer dat energievoorzieningen verschuiven van centraal naar decentraal. De talloze kleinere, decentrale energiecoöperaties die ontstaan zijn daar een voorbeeld van. Zij zijn een nieuwe, krachtige doelgroep, die vooral geïnteresseerd is in een betrouwbare afstemming van vraag en aanbod, op een schone manier. Connectiviteit, technologische datagedreven ontwikkelingen om die afstemming voor elkaar te krijgen wordt daarbij steeds belangrijker. Je ziet steeds meer startups die zich daarop toeleggen, maar ook voor bestaande bedrijven zoals Bredenoord zie ik mooie kansen.” Nieuwe rollen en businessmodellen “De druk om klimaatverandering tegen te gaan en binnen de twee graden opwarming van de aarde te blijven neemt ook toe,” stelt Storm van Leeuwen. “Grote steden nemen daarin steeds meer het voortouw. En dat betekent dat heel veel bedrijven, met name in energie en infrastructuur, naar hun rol moeten gaan kijken. Bouwplaatsen en evenementen moeten schoner worden en

veel bedrijven zullen anders moeten gaan werken. Hun positie in de waardeketen verandert. Als je verdienmodel gebaseerd is op fossiele brandstoffen, moet je op zoek naar een nieuw businessmodel. Dat is een uitdaging. Bij Bredenoord werken we daarom al jaren aan uiteenlopende duurzame oplossingen, waarbij energie-opslag de nieuwste tak is.” Circulair werken “Met ons verhuurmodel zijn we per definitie al ingespeeld op de circulaire deeleconomie waarin de dienst gebruiken belangrijker is dan het product bezitten. Daarnaast zijn we met partners nieuwe systemen gaan ontwikkelen voor hernieuwbare energie. Onze eerste stap op het gebied van energie-opslag was toen we probeerden om diesel te vervangen door zonnepanelen. Daarbij heb je een accu nodig. Toen deze ESaver er eenmaal was, bleek dat alleen de accu, zonder de panelen, het aggregaat al aanzienlijk verduurzaamde. Het aggregaat hoeft veel minder vaak aan te slaan en werkt dan op vol vermogen. Dat betekent een gemiddelde besparing van brandstof en CO2-uitstoot van 70%. Het mooie is dat we dat dankzij online monitoring tot op de komma inzichtelijk kunnen maken voor elke individuele klant. En daarmee ook de besparing in de total cost of operation. En alle klanten samen hebben inmiddels al meer dan een half miljoen liter diesel bespaard in ruim vijf jaar!”

worden. Veel van onze klanten zouden de technologie juist willen inzetten bij tijdelijke projecten met een grote stroomvraag. We zijn dus in die vraag gedoken en lanceren in juni een unieke mobiele storage voor grote vermogens: de Big Battery Box. Het gepatenteerde systeem is zo ontworpen dat het veilig en eenvoudig te transporteren is en dus ideaal om direct in te zetten en voor kortere klussen op bijna elke denkbare locatie. Met dit nieuwe product kunnen we energie-inzet nog verder flexibiliseren en vraag en aanbod optimaal afstemmen.” Groei van duurzame toepassingen Familiebedrijf Bredenoord heeft innovatie in de genen zitten en Storm van Leeuwen ziet dan ook van kansen in de dynamiek die de energietransitie met zich meebrengt. “Je voelt aan alles dat zowel vraag naar als aanbod van duurzame oplossingen in korte tijd exponentieel zal toenemen. Met Bredenoord kunnen we onze kennis van energie, duurzame technieken en informatietechnologie combineren om klanten op de schoonst mogelijke manier van mobiele en tijdelijke stroom te voorzien. Zo bieden we hen energiezekerheid in een tijdperk met steeds minder fossiele brandstoffen. Ik ben ervan overtuigd dat we in de maatschappij binnen vijf tot tien jaar een grote stap in de energietransitie hebben gezet. En ik ben er trots op dat we als Bredenoord-experts daaraan kunnen bijdragen.”

Missing link: grotere storage De ESaver is vooral bedoeld voor kleinere vermogens en wordt vaak ingezet op bouwplaatsen. Storm van Leeuwen: “Je kunt de installatie ook nog eens zo inregelen dat deze ’s nachts niet aan slaat, en dat is een grote meerwaarde in de bebouwde omgeving.” Maar de vraag naar energie-opslag voor grotere vermogens neemt sterk toe. “Tot voor kort was het probleem dat grote batterijen niet verplaatst kunnen

Tel: email: web: Adres:

+31 (0) 55 30 18 501 info@bredenoord.com www.bredenoord.com Zutphensestraat 319, 7325 WT Apeldoorn


26 SMART CITIES – ANALYSEMAATSCHAPPIJ.NL

CONTENT WITH A PURPOSE

SLIMME CONTAINERS VOOR SMART CITIES Menig gemeente heeft zichzelf de naam ‘Smart City’ toegeëigend. Het doel: de stad nog beter te laten functioneren dankzij data en slimme technologie. Eén van de deelgebieden hierin is het duurzaam oplossen van vraagstukken rondom veiligheid en vervoer.

route voor inzamelvoertuigen kan worden bepaald.

ROVA, is hierbij een belangrijke

partner voor 23 gemeentes in Nederland. Zij verzorgen voor deze gemeenten de afvalinzameling – al spreken we tegenwoordig liever van grondstoffeninzameling – en voor een deel van de gemeenten het beheer van openbare ruimte. Deze publieke dienstverlener werkt in totaal voor 23 gemeenten, waaronder Amersfoort en Zwolle met een totaal van 900.000 inwoners. In grote delen van de gemeenten worden grondstoffen ingezameld middels ondergrondse containers. Deze systemen zijn veelal voorzien van elektronica voor toegangscontrole. Deze autoriseert de toegang van de systemen voor de burgers. Vroeger werden de containers peri-

odiek geledigd op basis van vaste inzamelroutes (plat gezegd: vaste rondjes om de kerk rijden op de verschillende werkdagen). Om te zorgen dat de containers niet te vol

Foto: Fotolia

Op basis van smart data kan er efficiënter gewerkt worden.

raakten (en daarmee onbruikbaar voor burgers), werden de containers al vroeg geleegd. Landelijk onderzoek toonde destijds aan dat containers vaak al geleegd werden als ze slechts vijftig tot zestig procent vol zaten. Hoe vaker je een container leegt, hoe meer voertuigbewegingen (van inzamelvoertuigen) je krijgt in de stad en hoe meer onderhoud er aan de container gepleegd moet worden. Een aantal jaar geleden is ROVA

als een van de eersten gestart met dynamische routeplanning. Dat wil zeggen: containers pas legen wan-

neer ze tachtig tot negentig procent gevuld zijn en daarbij geen vaste inzamelroute aanhouden. De dynamische route wordt aangepast naar prioriteit van lediging. Alleen hoe weet een inzamelaar wanneer de container voor tachtig tot negentig procent gevuld is? Om dit te kunnen inschatten, heeft de inzamelaar big data nodig. Deze data worden door verschillende partners verzameld en omgezet naar belangrijke stuurgegevens voor de planning van de inzameling. Eén van die gegevens is de vul-

graad van containers. Dit is op

verschillende manieren te meten, onder meer met slimme elektronica. De data die deze elektronica verzamelt, wordt middels draadloze IoT-netwerken doorgestuurd naar backoffice-software. Omdat deze data dagelijks meermaals wordt geüpdatet, kan worden gezien hoe snel de containers vol raken en kan dus worden ingeschat wanneer deze bijna vol zitten. Zo kan het beste ledigingsmoment worden voorspeld. Deze big data is gekoppeld aan een routeplanningssysteem zodat er een optimale planning van de afvalinzameling en dus de optimale

Door deze dynamische manier van plannen wordt een inzamelvoertuig, middels een boordcomputer, enkel naar die containers gestuurd die ook daadwerkelijk geleegd moeten worden. Oftewel, ondergrondse containers die nog niet vol genoeg zitten, worden door het navigatiesysteem overgeslagen. Door bij een hogere vulgraad te ledigen, wordt het aantal ledigingen sterk gereduceerd. De voertuigen rijden beduidend minder kilometers en in de stad wordt daardoor het verkeer van inzamelvoertuigen sterk verminderd. Bijkomend voordeel: de kans dat een container te vol is en daardoor niet beschikbaar is voor gebruik, wordt veel kleiner. Dit verkleint weer de kans dat er afvalzakken naast geplaatst worden, wat het schone karakter van de stad vergroot. Ook is de intensiteit van onderhoud verminderd, omdat de containers minder vaak in en uit de betonputten worden getakeld. Kortom, op basis van de smart data kan er efficiënter gewerkt worden en leven burgers in een veiligere en schonere stad. Marjon Kruize

ADVERTENTIE

NIEUWSTE TECHNOLOGIE, VERTROUWDE KWALITEIT Wat in de jaren tachtig begon met enkel containerconcepten is VConsyst inmiddels uitgegroeid tot het leveren van een totaaloplossing voor de inzameling van huishoudelijk afval. Halverwege de jaren negentig startte zij met het toevoegen van toegangselektronica aan ondergrondse inzamelcontainers. Door de jaren heen heeft zij dit verder doorontwikkeld, waardoor er inmiddels sprake is van de achtste generatie elektronica. Elektronica die in contact staat met software die big data vertaalt naar relevante, begrijpelijke stuurinformatie voor inzamelbedrijven.

Nieuwste technologieën Begin jaren negentig begon VConsyst met het inzetten van vaste telefoonverbindingen voor het verzenden van informatie. Inmiddels maken we gebruik van de nieuwste communicatietechnologieën: GSM in combinatie met IoT-netwerken zoals Sigfox en NB-IoT. De elektronica zelf gaat steeds meer lijken op een smartphone met LED kleurendisplays, die elke handeling op de container communiceert. Middels realtime sensoren of stortgegevens uit aantal klepbewegingen wordt bijgehouden hoe snel de container vol gaat raken. Zo is goed te voorspellen wanneer de container geledigd moet gaan worden. VConsyst heeft inmiddels ruim 10.000 van dit soort systemen actief in Nederland. Ook internationaal (Noorwegen) draaien reeds enkele honderden systemen. Het draait om big data VConsyst Dynamics is de drijvende kracht achter alle oplossingen van VConsyst. Hierin draait het eigenlijk allemaal om duidelijke, begrijpelijke stuurinformatie voor optimale bedrijfsvoering. Big data wordt verzameld en door VConsyst Dynamics verrijkt tot bruikbare informatie. Deze informatie is voor inzamelbedrijven erg relevant, en dan met name voor planning van afvalinzameling. De informatie wordt namelijk in een routeoptimalisatiesysteem vertaald tot de meest ideale inzamelroutes voor inzamelvoertuigen. Op die manier worden zowel voertuigen als mensen zo efficiënt mogelijk ingezet. VConsyst kan de optimalisatie van het inzamelproces van A tot Z voor haar partners verzorgen. Grootste Europese leverancier Naast de software en elektronica die VConsyst verzorgt, is zij de grootste Europese leverancier van ondergrondse afvalinzamelsystemen, onder de merknaam Metro®. Deze volledig doorgelaste, metalen inzamelsystemen worden in haar eigen productiefaciliteiten vervaardigd. Robuust, compact en onderhoudsarm, zijn eigenschappen

die Metro® ondergrondse containers typeren. Zowel de inwerpzuil, het opnamesysteem als vorm en kleur zijn variabel, waardoor een ondergrondse container van VConsyst altijd past bij de klantwens en het straatbeeld. Op klantverzoek worden deze ook voorzien van (toegangs)elektronica en sensoren. Dit zijn de zogenoemde ‘slimme containers’. Met haar softwareplatform VConsyst Dynamics maakt zij het inzamelproces volledig beheersbaar voor gemeentes. Ook verzorgt zij onderhoudsdiensten zoals reiniging en reparatie voor haar partners. Vereenvoudiging van complexe processen Gedreven door de overtuiging van eenvoud, werkt VConsyst sinds haar bestaan aan de versimpeling van complexe processen. Met het leveren van een totaaloplossing ondersteunen en ontzorgen wij onze nationale en internationale partners in de inzameling van waardevolle grondstoffen. Wilt u meer weten? Bekijk voor meer informatie vconsyst.com/inzamelprocessen.


SMART CITIES – ANALYSEMAATSCHAPPIJ.NL 27

CONTENT WITH A PURPOSE

Foto: Fotolia

ENERGIEAKKOORD IS (NOG) GEEN KLIMAATAKKOORD Den Blanken: “CO2-reductie is vooral aan andere broeikasgassen toe te schrijven, aan recycling van afval en aan waterzuivering.”

Het SER Energieakkoord heeft nauwelijks voor de energietransitie gezorgd. De CO2-uitstoot is weer toegenomen. Er moet hoognodig een tandje bij.

Dat stellen Kees den Blanken en Ad van Wijk. Beide heren hebben een lange loopbaan op CEO-niveau in de energiesector achter de rug. Volgens hen ontbreekt het aan samenhang, urgentie op deelgebieden en worden de verkeerde keuzes gemaakt. Hoe definieert u de energietransitie?

Den Blanken: “Meer duurzame

‘In de gebouwde omgeving en bij de industrie moeten meer verplichtingen komen. Mocht dat niet gebeuren, dan volgen er sancties.’

energie is niet het hele verhaal. Transitie vraagt om nieuw systeemontwerp. In een samenhangend systeem gaat energie nooit verloren, bij omzetting komt alleen CO2 vrij en raken we kwaliteit kwijt. In het huidige beleid ontbreekt de samenhang tussen warmte en elektriciteit.” Van Wijk: “De transitie moet tot een echt duurzaam energiesysteem leiden, dus meer dan alleen CO2 neutraal. Met bijstook van biomassa in kolencentrales zitten we op de verkeerde weg. Biomassa draagt alleen aan de transitie bij als de chemie de daarin gelegen koolstof ook nuttig gebruikt.”

Wat is op dit moment de status van het Energieakkoord?

“Belabberd,” reageert Den Blanken. “Bij het Energieakkoord werden kolen en duurzaam tegen elkaar uitgeruild. Sinds de ondertekening zijn we met het klimaat niet opgeschoten. CO2-reductie is vooral aan andere broeikasgassen toe te schrijven, aan recycling van afval en aan waterzuivering. Ik betwijfel of de verwachte innovaties wel op tijd komen om onze consumptie (van vlees, vliegverkeer, douchewater) binnen de perken te houden.” “Ik ben hoopvol. Tenders voor wind op zee komen zonder subsidies op gang maar er kan zeker een

‘Groene waterstof kan de rol van aardgas in de industrie, op de weg en in de gebouwde omgeving overnemen’

tandje bij”, nuanceert Van Wijk. “We zullen elk jaar minimaal drie Gigawatt aan windturbines offshore moeten bouwen terwijl het installeren van zonnepanelen sneller dient te gaan. In de gebouwde omgeving en bij de industrie moeten meer verplichtingen komen. Mocht dat niet gebeuren, dan volgen er sancties.” Hoe kan de industrie en de gebouwde omgeving slagen maken?

“De industrie voorziet in onze spullen maar ik vrees dat we daarvan het volume moeten terugbrengen zodat we minder plastic, staal en dergelijke nodig hebben”, zegt Den Blanken. “We moeten echt op integratie en cascadering inzetten, bijvoorbeeld door het overschot

aan windenergie op de Noordzee in waterstof op te slaan. Op land kan dat dan worden omgezet in producten en in warmte en kracht voor de industrie, tuinbouw en gebouwde omgeving.” “Wat de transitie parten speelt”, meent Van Wijk, “is traagheid in het systeem. Het is veel meer dan duurzame energie produceren. Enkel het elektriciteitsnet verzwaren is een erg dure, trage oplossing. Ons aardgasnet kunnen we snel en goedkoop ombouwen naar een waterstofnet waarin waterstof de rol van aardgas overneemt. Niet alleen als buffer voor wisselend aanbod uit duurzame bronnen maar ook voor de industrie, om op te rijden en zelfs voor het verwarmen van woningen. Het is te stom voor woorden dat voor nieuwbouw nog steeds een aardgasnet wordt aangelegd.” Hoe ziet u de toekomst?

“De regering durft geen echte keuze te maken”, zegt Den Blanken. “Hoe langer we duurzame maatregelen echter uitstellen, des te moeilijker het wordt om klimaatverandering binnen de perken te houden, stelde het Stern rapport uit 2006 al. Het optuigen van een oorlogseconomie tegen klimaatverandering wordt met de dag noodzakelijker.” “Duurzame energie”, reageert

Van Wijk, “levert veel meer groei en werkgelegenheid op dan de inzet van fossiele brandstoffen. Ook de productie van groene waterstof kan voor veel nieuwe banen zorgen. Ik ben bang dat CO2 afvang en opslag – nu ook gefinancierd vanuit de SDE+ regeling - een rem op de productie van duurzame energie en groene waterstof zet.”

Tseard Zoethout

FEITEN Kees den Blanken was onder meer 14 jaar CEO van Cogen Nederland, belangenbehartiger voor bedrijven die zelf stoom en stroom opwekken. Sinds 2016 leidt hij consultancybureau 4EEES. Ad van Wijk is duurzame energieondernemer en sinds 2011 deeltijd professor ‘future energy systems’ aan de TU Delft. Eerder was hij negen jaar CEO van Econcern.

KOLEN TEGEN DUURZAAM Er moet nog veel gebeuren om het SER Energieakkoord te doen slagen. U leest er meer over op analysemaatschappij.nl


Bestel NU uw kaarten online €105,- (excl. BTW) www.provada.nl (kaarten zijn ook verkrijgbaar aan de kassa in de RAI Amsterdam)

Alfred van den Bosch

Alijd van Doorn

Daan Markwat

Kajsa Ollongren

Esther Akkerman

Robert-Jan Peters

Carl Smeets

Erik Faber

Mark Boumans

Wouter van den Wildenberg

Anja van Balen

Ingrid Janssen

Adri Bom-Lenstra

Dirk Brounen

Karin van Dijk

Diederik Samsom

SPREKERS OP PROVADA

Ronald Huikeshoven

Marjet Rutten

Egbert Kunst

Raimond de Prez

Arnoud Leerling

Wabe van Enk

Wouter Truffino

Peter Göbel

Ruud Veltenaar

Desirée Uitzetter

Erwin Drenth

Geert van der Heijden

Margriet Drijver

Peter Boelhouwer

Nicole Maarsen

Annette Pasveer

Johannes Osinga

Sander Middendorp

Jan van Zanen

Jeroen Lokerse

Roel van de Bilt

Eric Borggreve

Jan Brugman

Jimmy Kools

Oscar van Opstal

Johan van Hoof

Tom van ‘t Hek

Wim Wensing

Jop Fackeldey

Kenan Aksular

Jeroen Hermus

www.provada.nl *onder voorbehoud van wijzigingen

Analyse Maatschappij #5  

Distributed with Het Financieele Dagblad 17th of May 2018

Analyse Maatschappij #5  

Distributed with Het Financieele Dagblad 17th of May 2018