Page 1

Thuis in de wereld At home in the world Erasmus Universiteit Rotterdam

Erasmus 2013 • Strategiedocument • Strategy document


At home in the world

Thuis in de wereld

ERASMUS, ROTERODAMI NATUS, 1466

ERASMUS, ROTERODAMI NATUS, 1466

This motto attributed by all to world citizen Erasmus is not a literal citation, but a free interpretation of statements Erasmus made at various moments during his life. Emeritus professor Jan van Herwaarden says that with a little imagination the statement can be derived from correspondence between Erasmus and the Swiss reformer Zwingli in 1522 in which Erasmus says ‘I want to be a citizen of the world,’ later followed in 1523 by: ‘I want to be a citizen of the world, not of a city.’ In 1529 Erasmus once again refers to the role of the homeland in a letter to his Antwerp business minder: ‘ubi bene, ibi patria’, freely translated ‘where you feel comfortable, that is your home.’ Nor in his adagium Quaevis terra patria is there a statement from Erasmus, but a reference to the quoting of Socrates via a Greek oracular saying (recorded from tradition): ‘the whole earth is one’s homeland.’

Dit motto dat alom aan wereldburger Erasmus wordt toegedicht is geen letterlijk citaat maar een vrije interpretatie op basis van uitspraken die Erasmus op uiteenlopende momenten in zijn leven heeft gedaan. Emeritus hoogleraar Jan van Herwaarden stelt dat de uitspraak met enige fantasie kan worden ontleend aan een briefwisseling tussen Erasmus en de Zwitserse hervormer Zwingli in 1522 waarin Erasmus stelt ‘ik wil een burger van de wereld zijn’, later in 1523 gevolgd door ‘ik wil een burger van de wereld zijn en niet van een stad’. In 1529 refereert Erasmus opnieuw aan de rol van het vaderland in een schrijven aan zijn Antwerpse zaakwaarnemer: ‘ubi bene, ibi patria’, vrij vertaald ‘waar je je lekker voelt daar is je vaderland’. Ook in zijn adagium Quaevis terra patria is geen sprake van een uitspraak van Erasmus, maar van een verwijzing naar het citeren van Socrates via een (uit overlevering opgetekende) Griekse orakelspreuk: ‘de hele aarde is het vaderland’.


Contents Foreword

Inhoud 4

Voorwoord

5

Ch.1 Erasmus 2007: who are we?

8

H1 Erasmus 2007: wie zijn wij?

Ch.2 Social questions:

12

H2 Maatschappelijke vragen: wat komt op ons af?

22

H3 Erasmus 2013: wat willen we zijn

32

H4 Onderwijs: gedifferentieerd aanbod voor veelkleurig talent

40

H5 Onderzoek: selectief versterken en valoriseren

Ch.6 Haven Rotterdam

48

H6 Thuishaven Rotterdam

Ch.7 International campus

54

H7 Internationale campus

Ch.8 Economic and

58

H8 Economische en maatschappelijke valorisatie

Ch.9 Finances

64

H9 FinanciĂŤn

Ch.10 Working on implementation

76

H10 Werken aan uitvoering

Annex 1: Achieved results of

84

the Strategic Plan 2004-2008

85

Bijlage 1: Behaalde resultaten Strategisch Plan 2004-2008

what do we face? Ch.3 Erasmus 2013: what do we want to be? Ch.4 Education: a differentiated package for multicoloured talent Ch.5 Research: strengthen and valorise selectively

social valorisation


Foreword At the initiative of several enterprising Rotterdam businessmen the Nederlandse HandelsHoogeschool (or Netherlands School of Commerce) was founded in 1913. Enterprise and focus on society are therefore in our university’s genes. In the 1960s, the School of Law and the Faculty of Social Sciences were founded, in later decades followed by Philosophy, History and Arts and Business Administration. The Rotterdam Medical Faculty was also founded in the 1960s. In 1973, the Rotterdam Medical Faculty and the Netherlands School of Commerce joined to form Erasmus University Rotterdam (EUR). This vision document marks the period from the present to the centennial of our university in 2013. It is the result of a broad discussion within our institution about developments in higher education, the strengths and weaknesses of the EUR, the differences and the cohesion between the faculties, and our ambitions for the coming years. All relevant documents from this discussion can be found on the website www.eur.nl/erasmus2013. The conclusions of the discussion have been laid down in this strategy document. It describes our ambition to further develop the EUR into a world-class international university firmly rooted in the city. In 2013, our institution will be a proud, driven university that ‘cultivates’ relevant talent for the good of mankind and society and produces relevant knowledge, plays in the Champions League and is connected with the city of Rotterdam. But the document does not limit itself to just describing this ambition. The importance of this strategic document is also that ambitions are translated into a strategic agenda. An implementation plan will be drawn up in 2008 on the basis of this agenda, in which all objectives will be linked to actors and time schemes. This document therefore expresses the - typically Rotterdam - idea that ambitions only have meaning once they are converted into concrete actions. This strategy document has been put together by both the Executive Board and the deans. The document has garnered the approval of the University Council and has been approved by the Supervisory Board. The Executive Board and the deans take joint responsibility for the implementation of the strategy. But this implementation will only be successful if everyone within our institution is inspired to make a contribution. May this document be our common agenda for the coming years. Jan Willem Oosterwijk MSc Chairman of the Executive Board

4


Voorwoord In 1913 werd op initiatief van enkele ondernemende Rotterdamse zakenlieden de Nederlandse Handels-Hoogeschool gesticht. Ondernemerschap en gerichtheid op de samenleving zitten daarmee in de genen van onze universiteit. In de jaren ‘60 van de twintigste eeuw werden de faculteiten Rechtsgeleerdheid en Sociale Wetenschappen opgericht, in latere decennia volgden Wijsbegeerte, Historische en Kunstwetenschappen en Bedrijfskunde. In de jaren ‘60 werd tevens de Medische Faculteit Rotterdam ingesteld. In 1973 gingen de Medische Faculteit Rotterdam en de Nederlandse Economische Hogeschool samen verder als Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Dit visiedocument markeert de periode vanaf heden tot het eeuwfeest van onze universiteit in 2013. Het is het resultaat van een breed binnen onze instelling gevoerde discussie over ontwikkelingen in het hoger onderwijs, over de sterktes en zwaktes van de EUR, over de verschillen en de samenhang tussen faculteiten, en over onze ambities voor de komende jaren. Alle relevante documenten uit deze discussie zijn te raadplegen op de website www.eur.nl/erasmus2013. De conclusies van de discussie zijn in dit strategiedocument neergelegd. Het beschrijft onze ambitie om de EUR verder te ontwikkelen tot een internationale, in de stad gewortelde universiteit van wereldklasse. Onze instelling is in 2013 een trotse, gedreven universiteit die voor mens en samenleving relevant talent ‘kweekt’ en relevante kennis produceert, in de Champions League speelt en met Rotterdam verbonden is. Maar het blijft niet slechts bij de beschrijving van die ambitie. De betekenis van het strategisch document is ook dat ambities zijn vertaald in een strategische agenda. Op basis van deze agenda wordt in 2008 een uitvoeringsplan opgesteld, waarin alle doelstellingen zijn verbonden met actoren en termijnen. Uit dit document spreekt dus de - typisch Rotterdamse - opvatting dat ambities pas betekenis krijgen als ze worden omgezet in concrete acties. Dit strategiedocument is opgesteld door het College van Bestuur én de decanen. Het document heeft instemming verworven van de Universiteitsraad en is goedgekeurd door de Raad van Toezicht. Het college en de decanen nemen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor de uitvoering. Maar die uitvoering zal slechts dán succesvol zijn als allen binnen onze instelling geïnspireerd zijn om hun bijdragen te leveren. Moge dit document onze gezamenlijke agenda voor de komende jaren zijn. Drs. Jan Willem Oosterwijk voorzitter College van Bestuur

5


Erasmus 2013 MOTTO

‘At home in the world’ Erasmus, Roterodami natus, 1466

MISSION

To cultivate talent and produce knowledge at the academic level to benefit mankind, business and society, internationally, nationally and regionally

PROFILE

On the basis of an excellent reputation in the areas of economics, business administration and health, strengthened by law, social sciences, history and arts and philosophy, the EUR will be navigating its own course in the coming years as: • melting pot for talent with • excellent Dutch and English-language bachelor’s programmes as the basis for leading international master’s specialisations at the interface of economics, health and society • focused on excellent fundamental and applied research • firmly rooted in Rotterdam • for students in every phase of their lives and from various cultural backgrounds • in an open and inspiring learning and working environment.

6


Erasmus 2013 MOTTO

“Thuis in de wereld” Erasmus, Roterodami natus, 1466

MISSIE

Voor mens, bedrijf en samenleving, internationaal, nationaal en regionaal kweken we talent en produceren we kennis op academisch niveau

PROFIEL

• •

• • • •

Op basis van een uitstekende reputatie op de terreinen Economie, Bedrijfskunde en Gezondheid, versterkt met Rechtsgeleerdheid, Sociale Wetenschappen, Historische en Kunstwetenschappen en Wijsbegeerte, vaart de EUR in de komende jaren haar eigen koers als: smeltkroes voor talent met uitstekende Nederlands- en Engelstalige bacheloropleidingen als basis voor internationaal trendsettende masterspecialisaties op het snijvlak van economie, gezondheid en maatschappij geënt op uitstekend fundamenteel en toegepast onderzoek met een stevige verankering in Rotterdam voor studenten in alle levensfasen en van diverse culturele achtergronden in een open en inspirerende leer- en werkomgeving.

7


1

Erasmus 2007: who are we? Erasmus 2007: wie zijn wij?


FOCUS ON A SELECT NUMBER OF

FOCUS OP EEN SELECT AANTAL DISCIPLINES

De EUR herbergt een select aantal disciplines, met concentratie op de terreinen Geneeskunde en Gezondheid, Economie en Bedrijfskunde, Recht, Cultuur en Maatschappij. De universiteit ontleent haar kracht aan uitstekend onderwijs en onderzoek op de afzonderlijke terreinen en op uitdagende verbindingen tussen deze disciplines, alsmede op inhoudelijke samenwerking met instellingen voor hoger beroepsonderwijs. Uitbreiding van disciplines of institutionele verbinding met instellingen voor hoger beroepsonderwijs staan niet op de agenda.

DISCIPLINES

EUR houses a select number of disciplines, with a concentration in the areas of Medicine and Health, Economics and Business Administration, Law, Culture and Society. The university derives its strength from excellent education and research in the individual areas and from challenging connections between these disciplines, as well as substantive cooperation with institutions for higher vocational education (HBO). Expanding disciplines or institutional connections with HBO institutions are not on the agenda. MELTING POT OF CULTURES

The largest share of our bachelor’s students

SMELTKROES VAN CULTUREN

Het grootste deel van onze bachelorstudenten komt uit Rotterdam en omstreken. Een relatief groot deel van die studenten is van niet-westerse herkomst. Van alle Nederlandse universiteiten kenmerken de studentenpopulaties van de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) en van de EUR zich door de grootste diversiteit. Van oudsher heeft de EUR ook relatief veel internationale studenten, onder meer door de Engelstalige bacheloropleidingen International Business Administration en International Bachelor Economics and Business Economics, en door een aantal Engelstalige masteropleidingen. Aan de Erasmus Universiteit studeren 2400 internationale studenten van meer dan 100 nationaliteiten. De studentenpopulatie is daarmee een ware smeltkroes van culturen.

comes from Rotterdam and environs. A relatively large share of these students is of non-Western descent. Of all Dutch universities, the student populations of the Free University Amsterdam (VU) and the EUR are characterised by the most diversity. Traditionally EUR also has a relatively large number of international students, partly because of the English-language bachelor’s degree programmes International Business Administration and International Bachelor in Economics and Business Economics, and because of a number of English-language master’s degree programmes. 2,400 international students of more than 100 nationalities study at Erasmus University, making the student population a true melting pot of cultures.

9


1 • ERASMU S 2007: W H O A RE W E?

CLEAR ORIENTATION ON SOCIETY

BROAD RANGE OF EDUCATION

From its founding as the Netherlands School of

The Dutch-language bachelor’s degree

Commerce, the institution’s clear social

programmes of EUR are on average of a good

orientation has been an essential characteristic

level, with the exception of a few programmes

of EUR. This orientation is reflected among other

(business administration, criminology,

things in the applied research in areas like

psychology), which are among the best in the

logistics, safety, sustainability, health, social

Netherlands. A number of master’s degree

quality, and integration. It is also evidenced by

programmes are developing into leading

the fact that a relatively high number of alumni

programmes internationally. EUR is Dutch

ultimately end up in leadership positions in the

market leader in postgraduate education, both

business sector and in government, and by the

in size and in quality of education.

strong (market) position of EUR in postgraduate education. Providing expertise for the

WOUDESTEIN AND HOBOKEN

management of complex changes and

Woudestein offers adequate and predominantly

contributing to solving complex social issues are

functional accommodation in many respects for

in our university’s very DNA.

the non-medical disciplines at EUR. The campus has too much the character of a day campus,

INTERNATIONAL LEADER IN RESEARCH IN A

where work and study takes place primarily

NUMBER OF AREAS

during office hours.

A number of research groups in the area of

Hoboken houses Erasmus MC. Both locations

Medicine (including Cardiovascular research,

will undergo major renovation within the next

Neurosciences, Genetics/Cellular biology,

15 years.

Oncology), Economics (econometrics in the group Economics of healthcare), Business

REALISATION OF STRATEGIC PLAN 2004-2008

Administration (Innovation), Law (Law and

The Strategic Plan 2004-2008 centred on three

Economics), Psychology (the Cognitive

topics: concentration on the three domains, high

Psychology of Learning) and Philosophy and

quality education, and concentration of

Early Modern History (Erasmus Centre for Early

spearheads in top research. The objectives that

Modern Studies) belong to the top in Europe,

were set focused on these topics. Most of the

and in the world in some cases.

objectives have since been achieved. Some

The quality of research cannot be said to be of

aspects have not yet been adequately addressed

the same level in all areas in the non-medical

and are on the agenda for the coming years.

disciplines however. This emerges from the

This includes topics like effecting an increase in

limited number of veni, vidi and vici subsidies

study completion rates, more attention to

secured, and from the results in the second flow

international accreditation, strengthening the

(indirect government) funding, among other

personnel policy and further development of an

things.

internationally leading campus. You can find more information about the results achieved with regard to Strategic Plan 20042008 in the annex (page 84).

10


ERASMUS 2007: WIE ZIJN WIJ? • 1

niveau, met uitzondering van enkele opleidingen (Bedrijfskunde, Criminologie, Psychologie) die tot de Nederlandse top behoren. Een aantal masteropleidingen ontwikkelt zich tot internationaal toonaangevende opleidingen. De EUR is Nederlands marktleider in postinitieel onderwijs, zowel in omvang als in kwaliteit van het onderwijs.

UITGESPROKEN ORIËNTATIE OP DE SAMENLEVING

Vanaf haar ontstaan als Nederlandsche Handels-Hoogeschool is de uitgesproken maatschappelijke oriëntatie een wezenlijk kenmerk van de EUR. Deze oriëntatie blijkt onder meer uit toegepast onderzoek op terreinen als logistiek, veiligheid, duurzaamheid, gezondheid, sociale kwaliteit en integratie. Daarnaast blijkt zij uit het feit dat relatief veel alumni uiteindelijk terechtkomen in leidinggevende posities in het bedrijfsleven en bij de overheid, en uit de sterke (markt)positie van de EUR in postinitieel onderwijs. Het leveren van expertise voor het management van complexe veranderingen en het bijdragen aan het oplossen van complexe maatschappelijke vraagstukken zit in het dna van onze universiteit.

WOUDESTEIN EN HOBOKEN

Woudestein biedt in menig opzicht een adequaat en overwegend functioneel onderkomen voor de niet-medische disciplines van de EUR. De campus heeft te veel het karakter van een dagcampus, waar vooral tijdens kantooruren gewerkt en gestudeerd wordt. Hoboken is het onderkomen van het Erasmus MC. Beide locaties zullen in de komende vijftien jaar ingrijpend worden gemoderniseerd.

OP EEN AANTAL TERREINEN INTERNATIONALE TOP IN HET ONDERZOEK

Een aantal onderzoeksgroepen op het gebied van de Geneeskunde (waaronder: Cardiovasculair onderzoek, Neurosciences, Genetica/Celbiologie, Oncologie), Economie (econometrie in de groep Economie van de gezondheidszorg), Bedrijfskunde (Innovatie), Rechten (Law and Economics), Psychologie (de Cognitieve Psychologie van het Leren) en Wijsbegeerte en Vroeg Moderne Geschiedenis (Erasmus Center for Early Modern Studies) behoort tot de Europese top, en in enkele gevallen tot de wereldtop. In de niet-medische disciplines is de kwaliteit van onderzoek nog lang niet op alle terreinen goed genoeg. Dat blijkt onder meer uit de beperkte toekenningen van veni-, vidi- en vici-subsidies, en uit de resultaten in de tweede geldstroom.

REALISATIE STRATEGISCH PLAN 2004-2008

In het Strategisch Plan 2004-2008 stonden drie thema’s centraal: concentratie op de drie domeinen, onderwijs van hoge kwaliteit en concentratie van speerpunten in toponderzoek. De gestelde doelen richtten zich op deze thema’s. Inmiddels is het merendeel van de doelstellingen gerealiseerd. Sommige onderwerpen zijn nog niet voldoende opgepakt en staan voor de komende jaren op de agenda. Het betreft onder meer onderwerpen als sturen op verhoging van onderwijsrendementen, meer aandacht voor internationale accreditatie, versterken van het personeelsbeleid en verdere ontwikkeling van een internationaal toonaangevende campus. Meer informatie over de behaalde resultaten met betrekking tot het Strategisch Plan 2004-2008 vindt u in de bijlage (pagina 85).

BREED ONDERWIJSAANBOD

De Nederlandstalige bacheloropleidingen van de EUR zijn van een gemiddeld goed 11


2

Social questions: what do we face? Maatschappelijke vragen: wat komt op ons af?


New groups of students signing up

Nieuwe groepen studenten dienen zich aan

The number of students in higher education in

Het aantal studenten in het Nederlandse hoger onderwijs zal naar verwachting tot 2013 met meer dan 20% stijgen. Meer dan nu zal de Nederlandse studentenpopulatie bestaan uit vrouwen, studenten met een verscheidenheid aan culturele achtergronden, stapelaars en life-long learners. Het aantal internationale studenten en wetenschappers neemt toe onder invloed van een groeiende internationale oriĂŤntatie van onderwijs en onderzoek. Ongeveer 60% van de studenten van de EUR komt nu uit de directe omgeving. Ook binnen die groep zal in de komende jaren de culturele diversiteit verder toenemen. Voor de EUR is het de uitdaging om goed en aantrekkelijk onderwijs te bieden voor grotere groepen met grotere culturele diversiteit uit de directe omgeving als wel voor nieuwe groepen internationale studenten.

the Netherlands is expected to increase by more than 20% by 2013. More than is the case now, the Dutch student population will consist of women, students from a variety of cultural backgrounds, students who already have a higher vocational education degree and life-long learners. The number of international students and academics is on the rise due to the growing international orientation of education and research. About 60% of our students now come from Rotterdam and the surrounding area. Cultural diversity within this group will also increase in the coming years. For EUR the challenge is to offer good and appealing education for larger culturally diverse groups from the immediate environment as well as for new groups of international students.

Higher education is becoming more competitive International higher education is becoming

Het hoger onderwijs wordt competitiever

more competitive. Highly talented individuals (from students to professors, from office

Het internationale hoger onderwijs wordt competitiever. Toptalent (van student tot hoogleraar, van officemanager tot executive) lijkt in toenemende mate af te komen op universiteiten en scholen met een consistent hoge internationale positie in de relevante (zowel wetenschappelijk als mediagedreven) rankings. Internationale ranking en benchmarking worden in toenemende mate onderdeel van het functioneren van universiteiten, niet alleen in het academische domein maar ook voor de ondersteunende staf en de fysieke infrastructuur. Meer dan nu wordt het - op alle terreinen - ijken van de universitaire prestaties langs de internationale meetlat onderdeel van de universitaire praktijk.

managers to executives) seem increasingly to choose universities and schools with a consistently high position on the relevant rankings (both academic and media-driven). International ranking and benchmarking are increasingly becoming a part of the functioning of universities, not only with regard to the academic domain but also for the support staff and physical infrastructure. Measuring university performance - in all areas - against the international yardstick will become a more important part of university practice than it is today.

13


2 • SOCIAL QU ESTION S: W H AT D O W E FA CE?

Knowledge development is taking place in a new way

Increasing demand for knowledge workers

The relationship between knowledge producers

There is an increasing demand for knowledge

and knowledge users is changing.1 The

workers with academic and professional

traditional linear knowledge model, starting

competences and skills. There is a growing

with generic scientific knowledge and theory

conviction that modern society’s ability to

followed by specific applications, is being

discover, develop and apply talent and

abandoned and replaced by new, more iterative

knowledge is of crucial importance to the

and interactive concepts of knowledge

preservation of prosperity and welfare. The

production which focus on different forms of

combined effects of the dejuvenation and

communication, cooperation, co-creation and

ageing of the population mean there is an

emancipation of knowledge users.

increasing scarcity of talent. More than ever before tracking down and developing talent is a principal social task. Within this context, the demand for knowledge is reflected in a different way in different areas.

1

See for example KennisCoCreatie , Samenspel tussen wetenschap en praktijk, a publication from the Advisory council for research on spatial planning, nature and the environment (RMNO), June 2007.

14


M A ATSCH A PPEL IJ K E VRAGEN: WAT KOMT ER OP ONS AF? • 2

Kennisontwikkeling vindt op nieuwe wijze plaats

Stijgende vraag naar kenniswerkers Er is een stijgende vraag naar kenniswerkers met academische en professionele competenties en vaardigheden. De overtuiging groeit dat het vermogen van een moderne samenleving om talent en kennis te ontdekken, tot ontwikkeling te brengen en toe te passen, van cruciaal belang is voor het behoud van welvaart en welzijn. Door de combinatie van ontgroening en vergrijzing is er toenemende schaarste aan talent. Meer dan ooit tevoren is het opsporen en ontwikkelen van talent een voorname maatschappelijke opgave.

De relatie tussen kennisproducenten en kennisgebruikers verandert.1 Het klassieke lineaire kennismodel, startend bij generieke wetenschappelijke kennis en theorie gevolgd door specifieke toepassingen, wordt verlaten en vervangen door nieuwe, meer iteratieve en interactieve concepten van kennisproductie waarbij andere vormen van communicatie, samenwerking, co-creatie en emancipatie van kennisgebruikers centraal staan.

Binnen deze context uit zich de vraag naar kennis op verschillende wijze op verschillende terreinen.

1

Zie bijvoorbeeld KennisCoCreatie , Samenspel tussen wetenschap en praktijk, publicatie van de Raad voor Ruimtelijk, Milieu- en Natuuronderzoek, juni 2007.

15


2 • SOCIAL QU ESTION S: W H AT D O W E FA CE?

RESEARCH

Increasing complexity of social issues

Increasing attention for careers and accreditation

High quality fundamental research is at the root of all research and education activities at the

An important part of the competition between

university. Helping explain and solve complex

institutions takes place in the recruitment of top

social issues increasingly requires the ability to

academics and top support professionals.

create connections between mono-disciplinary

Universities that want to compete internationally

knowledge and insights. It is precisely at the

are consequently compelled to offer academics

interface of disciplines that space for innovation

and support professionals an attractive working

and renewal is created.

environment in every phase of their career. More and more institutions around the globe are

Increasing competition and performance measurements

changing over to an accredited support structure.

Scientific knowledge and skills must prove

Increasing attention to visibility and impact of research

themselves on a playing field of ever tougher international competition. Along with this, more and more research is taking place in an

Recognising and properly evaluating the social

international context. Scientific quality is

value of research is in the spotlight at the

increasingly tested against international

moment. The need to increase the visibility and

benchmarks. The strength of research

impact of scientific research during researchers’

programmes and results in international

careers has grown considerably as a result. The

rankings and benchmarking translate into

traditional knowledge production model is

opportunities to secure international research

supplemented with notions of accessibility,

funding and boost EUR’s ability to attract top

visibility, and impact of knowledge on science

level researchers from the Netherlands and

and society.1

abroad.

1 See for example ‘Zichtbaar maken van maatschappelijke relevantie van kennis’, Practical Guide to the sci_Quest method

for university and higher vocational education publications from VSNU, NWO, COS, KNAW, HBO council / June 2007

16


M A ATSCH A PPEL IJ K E VRAGEN: WAT KOMT ER OP ONS AF? • 2

ONDERZOEKEN

Toenemende complexiteit van maatschappelijke vraagstukken

Toenemende aandacht voor carrières en accreditatie

Fundamenteel onderzoek van hoge kwaliteit ligt ten grondslag aan alle onderzoeks- en onderwijsactiviteiten van de universiteit. Het bijdragen aan de verklaring en oplossing van complexe maatschappelijke vraagstukken vraagt in toenemende mate om het vermogen om monodisciplinaire kennis en inzichten met elkaar te verbinden. Juist op het snijvlak van disciplines ontstaat ruimte voor innovatie en vernieuwing.

Competitie tussen instellingen voltrekt zich in belangrijke mate door competitie bij de werving van topacademici en topsupport-professionals. Universiteiten die internationaal willen meetellen, zijn hierdoor genoodzaakt om wetenschappers en support-professionals in iedere fase van de carrière een aantrekkelijke werkomgeving te bieden. Instellingen gaan internationaal steeds meer over op een geaccrediteerde supportstructuur.

Toenemende competitie en prestatiemetingen

Toenemende aandacht voor zichtbaarheid en impact van onderzoek

Wetenschappelijke kennis en kunde moet zich bewijzen in een speelveld van almaar scherpere internationale competitie. Daarbij vindt steeds meer onderzoek plaats in internationaal verband. Wetenschappelijke kwaliteit wordt steeds vaker aan internationale benchmarks getoetst. Kracht van onderzoeksprogramma’s en resultaten van internationale rankings en benchmarking vertalen zich in kansen op internationale financiering van onderzoek en aantrekkingskracht van de EUR op toponderzoekers uit binnen- en buitenland.

Het herkennen en op een juiste wijze beoordelen van de maatschappelijke waarde van onderzoek staat volop in de belangstelling. De behoefte om de zichtbaarheid en impact van wetenschappelijke onderzoek gedurende de carrière van onderzoekers te vergroten, is daardoor sterk gegroeid. Het traditionele kennisproductiemodel wordt aangevuld met noties van toegankelijkheid, zichtbaarheid en impact van de kennis op wetenschap en samenleving.1

1 Zie bijvoorbeeld Zichtbaar maken van maatschappelijke relevantie van kennis, Gids voor de praktijk van de sci_Quest

methode voor universiteit en hbo_uitgaven van VSNU, NWO, COS, KNAW, HBO-raad, juni 2007

17


2 • SOCIAL QU ESTION S: W H AT D O W E FA CE?

EDUCATION

Rising student numbers in higher education

The government stimulates internationalisation and differentiation

The rapid growth in the number of students in

The policy of the national government is aimed

Dutch higher education underlines the

at educating more students for the international

importance of good referral systems within

labour market. In addition to a higher influx of

education. For universities this means that they

students, this also means reducing drop-out

must make their own academic profile more

rates through measures like smaller-scale forms

specific and give students a clear picture of the

of education, study support and more

opportunities and risks of a university study. In

customised education. A larger degree of

addition, they must make good agreements

differentiation makes it possible to respond to

with secondary schools and higher vocational

talent among students, fight the student culture

schools to ensure that every student ends up in

of settling for mediocre marks, and give specific

the right place. The range of degree

attention to weaker student groups.

programmes must also be developed in such a

Programmes with proven quality are expected to

way that suitable university training is available

be rewarded. Training will boost the level of

to various groups of students.

teachers.

Open borders, new markets

New demands on quality

Partly because of the introduction of the

The development of an international university

bachelor’s-master’s structure, a European

education market also entails that quality must

educational space is rapidly developing, with

be accounted for on an international basis.

elements like competition for the best students,

Development of an authoritative international

competition for academic talent and

system of quality assurance and growing

competition and cooperation between

attention for (inter)national benchmarking place

institutions. In addition, there is an increasing

demands on internal quality assurance systems

demand for education from Asia and South

and on the information on which they are

America.

based.

Universities must therefore focus on areas in

Life-long learning

which they deliver distinguished quality internationally.

A sizeable market for life-long learning is developing. In the coming years the demand for advanced education and training of knowledge workers, managers and executives is expected to grow considerably, both from the business sector and the government.

18


M A ATSCH A PPEL IJ K E VRAGEN: WAT KOMT ER OP ONS AF? • 2

OPLEIDEN

Stijgende studentenaantallen in het hoger onderwijs

De overheid stimuleert internationalisering en differentiatie

De snelle groei van het studentenaantal in het Nederlandse hoger onderwijs onderstreept het belang van goede verwijzing binnen het onderwijs. Voor de universiteiten betekent dit dat zij het eigen academische profiel moeten aanscherpen en studenten een helder beeld moeten geven van kansen en risico’s van een universitaire studie. Daarnaast moeten zij goede afspraken maken met de middelbare scholen en met het hbo om er voor te zorgen dat iedere student op de juiste plaats terecht komt. Verder moet het aanbod van opleidingen zo worden ontwikkeld dat voor diverse groepen studenten een passend universitair aanbod beschikbaar is.

Het beleid van de rijksoverheid is er op gericht om meer studenten op te leiden voor de internationale arbeidsmarkt. Naast een hogere instroom betekent dit vermindering van uitval via maatregelen als schaalverkleining, studiebegeleiding en meer onderwijs op maat. Een grotere mate van differentiatie maakt het mogelijk om in te spelen op talent onder de studenten, de zesjescultuur te bestrijden en gerichte aandacht aan de zwakkere studentengroeperingen te geven. Opleidingen met bewezen kwaliteit zullen naar verwachting worden beloond. Via scholing zal het niveau van de docenten worden verhoogd.

Nieuwe eisen aan kwaliteit Open grenzen, nieuwe markten

De ontwikkeling van een internationale markt van universitair onderwijs brengt met zich mee dat ook kwaliteit internationaal moet kunnen worden verantwoord. Ontwikkeling van een internationaal gezaghebbend stelsel van kwaliteitszorg en groeiende aandacht voor (inter-) nationale benchmarking stellen eisen aan interne kwaliteitszorgsystemen en aan de informatie die daaraan ten grondslag ligt.

Onder andere door invoering van de bachelor-masterstructuur ontwikkelt zich in snel tempo een Europese onderwijsruimte, met elementen als concurrentie om de beste studenten, concurrentie om talent in de wetenschap en concurrentie én samenwerking tussen instellingen. Daarnaast is er vanuit Azië en Zuid-Amerika sprake van een toenemende vraag naar onderwijs. Universiteiten moeten zich dus richten op terreinen waarin ze internationaal onderscheidende kwaliteit leveren.

Levenslang leren Er ontwikkelt zich een omvangrijke markt voor levenslang leren. In de komende jaren zal naar verwachting de vraag naar voortgezette opleiding en training van kenniswerkers, leidinggevenden en executives aanzienlijk groeien, zowel vanuit het bedrijfsleven als vanuit de overheid.

19


2 • SOCIAL QU ESTION S: W H AT D O W E FA CE?

VALORISATION

degree of social importance and capitalise on

Developing a knowledge economy

this. EUR especially is faced with great

Ambitious objectives have been formulated in

opportunities here, given its close connections

Europe for the development of a knowledge

with the business sector and social institutions.

economy. More than in the past universities are

Development of the third and fourth flow

called to account for the way in which they

funding, in all their variants, is therefore a

contribute to economic development and help

principal task.

solve complex social issues. EUR must

Rotterdam

consequently take into account that there is a clear demand for knowledge to benefit society

In addition to the physical growth of its port,

to a greater extent.

associated industry and various forms of service provision, Rotterdam aims to strengthen the

Change in granting of research funds

innovative power of the region. The city also

The government is making less and less research

envisions attracting internationally operating

funds available to universities directly. This has

companies and promoting the start-up of new

consequences for first flow research funding.

businesses. This city has a high-grade economy,

First of all, the Ministry of Education, Culture

but its social structure is characterised by a

and Science (OCW) will be gradually reducing

relatively high number of poor and uneducated

the provision of first flow (direct) research funds

residents and a relatively high unemployment

to all universities to a maximum of 100 million

rate. Urban challenges like promoting social

euro as of 2011.

cohesion and building on its intercultural

Furthermore, OCW has added extra resources to

identity are high on Rotterdam’s agenda.

the university funding for research at the

Rotterdam wants to increasingly position itself as

‘young’ universities (EUR, Maastricht University,

a place for young potentials.

Tilburg University) and for the arrears in

The city demands and expects a contribution

financing for humanities and social sciences,

from the university (both in education and

since these have systematically received too little

research) in realising these ambitions.

money for research activities.

Universities becoming emancipated from the government Regulation by the Dutch government of the international market for higher education is decreasing. More and more, universities are going their own way. The development of the institution’s own relationships with social stakeholders is extremely important in this. New forms of public-private partnerships create room for innovation in education and research. For universities the trick here is to see the opportunities and seize on them, and to give the treasury of the university an even stronger

20


M A ATSCH A PPEL IJ K E VRAGEN: WAT KOMT ER OP ONS AF? • 2

ties met maatschappelijke stakeholders is daarbij van eminent belang. Nieuwe vormen van publiek-private samenwerking scheppen ruimte voor innovatie in onderwijs en onderzoek. Voor universiteiten is het de kunst om hiervan de kansen te zien en deze te grijpen, en de schatkamer van de universiteit in nog sterkere mate maatschappelijke betekenis te geven én te gelde te maken. Juist voor de EUR, met haar nauwe verbindingen met het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen, ligt hier een grote kans. Ontwikkeling van de derde en vierde geldstroom, in al haar varianten, is dus een voorname opgave.

VALORISEREN

Ontwikkelen kenniseconomie In Europa zijn ambitieuze doelstellingen geformuleerd voor ontwikkeling van de kenniseconomie. Meer dan voorheen worden universiteiten aangesproken op de wijze waarop zij een bijdrage leveren aan economische ontwikkeling en aan het oplossen van complexe maatschappelijke vraagstukken. De EUR moet derhalve rekening houden met een uitgesproken vraag om kennis in sterkere mate ten goede te laten komen aan de samenleving.

Verandering toekenning onderzoeksmiddelen

Rotterdam

De overheid stelt steeds minder onderzoeksmiddelen direct beschikbaar aan universiteiten. Dit heeft consequenties voor de eerste geldstroom voor onderzoek. Allereerst kort het ministerie OCW alle universiteiten geleidelijk op hun onderzoeksinkomsten in de eerste geldstroom tot een maximum van 100 M€ per 2011. Daarnaast voegt OCW extra middelen toe aan de universitaire bekostiging voor onderzoek van de jonge universiteiten (EUR, UM, UvT) en voor de achterstand van de bekostiging in alfa/gammawetenschappen, omdat deze structureel te weinig geld ontvangen hebben voor het uitoefenen van onderzoeksactiviteiten.

Naast de fysieke groei van haar haven, bijbehorende industrie en uiteenlopende vormen van dienstverlening zet Rotterdam in op het versterken van de innovatiekracht van de regio. Ook beoogt de stad internationaal opererende bedrijven aan te trekken en het starten van nieuwe ondernemingen te bevorderen. Deze stad heeft een hoogwaardige economie, maar haar sociale structuur kenmerkt zich door relatief veel arme en slecht opgeleide bewoners en een relatief hoge werkloosheid. Grootstedelijke uitdagingen zoals het bevorderen van de sociale cohesie en het uitbouwen van de interculturele identiteit staan hoog op de Rotterdamse agenda. Rotterdam wil zich in toenemende mate positioneren als vestigingsplaats voor young potentials. De stad vraagt en verwacht een bijdrage van de universiteit (onderwijs én onderzoek) aan het realiseren van deze ambities.

Universiteiten emanciperen weg van de overheid De internationale markt van hoger onderwijs wordt in afnemende mate gereguleerd door de Nederlandse overheid. Universiteiten gaan meer en meer hun eigen weg. Ontwikkeling van eigen rela-

21


3

Erasmus 2013: what do we want to be? Erasmus 2013: wat willen we zijn?


Erasmus 2013 heeft natuurlijk nog de kenmerken van 2007, maar de universiteit heeft zich verder ontwikkeld. Zij wil bijdragen aan beantwoording van de vragen die de samenleving stelt. De EUR is in 2013 uitgegroeid tot een trotse, impact gedreven universiteit die uitstekend academisch onderwijs biedt voor alle fasen van het leven binnen een gefocused, herkenbaar profiel. De universiteit brengt kennis op internationaal competitief niveau voort en effectueert deze kennis in de eigen regio, nationaal en internationaal. Valorisatie is een vanzelfsprekende opgave van onderwijs en onderzoek. Deze uit zich in een brede ‘range’ aan activiteiten en innovaties die mens en samenleving direct raken. Rotterdam is voor de EUR de natuurlijke biotoop. De universiteit fungeert als laboratorium voor de stad en vice versa. Het internationale en cultureel diverse karakter van de EUR en van de stad maken studeren en werken in de Maasstad tot een unieke ervaring.

Erasmus 2013 will of course still have the characteristics it had in 2007, but the university will have further developed. It wants to contribute to answering the questions posed by society. In 2013 EUR will have grown into a proud, impact-driven university that offers excellent academic education for all phases of life within a focused, recognisable profile. The university will produce knowledge on an internationally competitive level and implement this knowledge in its own region, nationally and internationally. Valorisation is an obvious task of education and research. This is manifested in a broad range of activities and innovations that have a direct effect on people and society. Rotterdam is EUR’s natural biotope. The university functions as a laboratory for the city and vice versa. The international and culturally diverse characters of EUR and the city make studying and working here a unique experience. STUDENTS AT EUR

Graduates of Erasmus University distinguish themselves as: • Socially and internationally oriented; • Enterprising; • Well prepared for management functions

STUDENTEN AAN DE EUR

in both the private and public sector; • Managing well in a multicultural and urban environment.

• • •

23

Afgestudeerden van de Erasmus Universiteit onderscheiden zich, omdat zij: maatschappelijk en internationaal georiënteerd zijn; ondernemend zijn; voorbereid zijn op latere leidinggevende functies in het private én het publieke domein; goed uit de voeten kunnen in een multiculturele en stedelijke omgeving.


3 • ERASMUS 2013: W H AT D O W E WA N T TO BE?

The number of Dutch students that want to

INNOVATIONS IN EDUCATION

follow a degree programme in higher education

EUR regards both degree and non-degree

will grow substantially in the coming years (by

education as equally valuable, essential and

more than 20% by 2013). EUR wants to

strategically vital forms of education. In the

accommodate the growth in student numbers

areas covered by EUR, bachelor’s education

as well as it can and help ensure that students

encompasses a broad range of discipline-

find the right place for them in Dutch higher

oriented Dutch-language and English-language

education. In that context EUR will ensure

programmes (thematically oriented or

further differentiation of the range of

challenging combinations of disciplines) as well

programmes, increased differentiation within

as a broad society-oriented bachelor’s degree

programmes, a stronger academic profile of the

programme. The programmes have a

bachelor’s degree programmes and coordination

considerably improved study completion rate in

with higher vocational education with respect to

2013 and education will mostly be on a smaller

mutual referrals. The combination of expansion

scale and more interactive than in 2007.

and further differentiation in education as well as more attention for the qualities of incoming

The international, selective master’s education

students leads to substantial, yet managed

will be expanded, with new programmes at the

growth of student numbers.

interface of disciplines that are present at the university. A number of existing master’s degree

In 2013 about 28,500 bachelor’s and master’s

programmes will be expanded into PhD

students will be attending our institution. That is

programmes. Other possibilities for integration

an increase of about 30% (7000 students)

of master’s and PhD programmes will be

compared to current numbers. The increase will

explored.

be primarily due to a very strong absolute

In all areas covered by EUR a cohesive package

increase in the number of foreign students

of degree and postgraduate programmes and

(3800), a greater number of (mainly master’s)

courses are being developed. Erasmus University

students from other parts of the Netherlands

Rotterdam wants to continue to be the market

(about 1000) and the effect of new bachelor’s

leader in the Netherlands for postgraduate

degree programmes. In absolute terms the

education and in doing so portray itself as a

number of students from the region will increase

university that focuses on people, their working

(by about 2000), but in relative terms their share

lives, the quality of life and the organisation of

in the student population will decline by 8%.

change and innovation.

There will be even stronger growth in postgraduate education.

Alumni are welcome at their alma mater after graduation as well. A differentiated package of

Managing the qualities of incoming students will

alumni services has been developed. Alumni

become increasingly important in the coming

activities organised by faculties and student

years. The possibilities of the existing instruments

associations will be lent professional support.

(good intake and information/study advice and selection of students, differentiation after admittance, binding study advice, mutual referral system with HBO) will be used optimally in 2013.

24


ERASMUS 2013: WAT WILLEN WE ZIJN? • 3

Sturen op kwaliteiten van aankomende studenten wordt in de komende jaren steeds belangrijker. De mogelijkheden van de bestaande instrumenten (goede intake en voorlichting en selectie van studenten, differentiatie na de poort, bindend studieadvies, wederzijdse doorverwijzing met het hbo) worden in 2013 maximaal benut.

Het aantal Nederlandse studenten dat een opleiding in het hoger onderwijs wil volgen, zal de komende jaren substantieel stijgen (met meer dan 20% tot 2013). De EUR wil de groei van het aantal studenten zo goed mogelijk opvangen en er aan bijdragen dat studenten op de juiste plek in het Nederlandse hoger onderwijs terecht komen. In dat verband zal de EUR zorgen voor verdere differentiatie van het aanbod van opleidingen, voor vergroting van differentiatie binnen opleidingen, voor versterking van het academisch profiel van de bacheloropleidingen en voor afstemming met het hbo over onderlinge verwijzing. De combinatie van uitbouw en verdere differentiatie in het onderwijs én meer aandacht voor sturen op kwaliteiten van aankomende studenten leidt tot een substantiële, maar nog beheerste groei van de studentenaantallen.

VERNIEUWINGEN IN HET ONDERWIJS

De EUR beschouwt het initiële en het niet-initiële onderwijs beide als gelijkwaardige, essentiële en strategisch vitale vormen van onderwijs. Op de terreinen die de EUR bestrijkt, kent het bacheloronderwijs een breed pakket van disciplinegerichte Nederlands- en Engelstalige opleidingen (thematisch gericht of uitdagende combinaties van disciplines) alsmede een brede maatschappijgerichte bacheloropleiding. De opleidingen hebben in 2013 een aanzienlijk beter studierendement en het onderwijs is veelal kleinschaliger en interactiever opgezet dan in 2007.

In 2013 studeren ongeveer 28.500 bachelor- en masterstudenten aan onze instelling. Dat is een stijging van ongeveer 30% (7000 studenten) ten opzichte van het huidige aantal. De stijging wordt vooral veroorzaakt door een zeer sterke absolute stijging van het aantal buitenlandse studenten (3800), een groter aantal (vooral master-) studenten uit andere delen van Nederland (ongeveer 1000) en door het effect van nieuwe bacheloropleidingen. In absolute termen stijgt het aantal studenten uit de regio (met ongeveer 2000 studenten), maar in relatieve termen neemt hun aandeel met 8% af. Op het gebied van het postinitieel onderwijs zal sprake zijn van een sterkere groei.

Het internationale, selectieve masteronderwijs wordt uitgebouwd, met nieuwe opleidingen op het snijvlak van disciplines die binnen de universiteit aanwezig zijn. Een aantal bestaande masteropleidingen zal worden uitgebouwd tot PhDtrajecten. Andere mogelijkheden voor integratie van masters en PhD-trajecten zullen worden verkend. Op alle terreinen die de EUR bestrijkt, wordt een samenhangend aanbod van initiële en postinitiële opleidingen en cursussen ontwikkeld. De Erasmus Universiteit Rotterdam wil in Nederland marktleider blijven op het gebied van

25


3 • ERASMUS 2013: W H AT D O W E WA N T TO BE?

FUNDAMENTAL AND SOCIALLY RELEVANT

RELATIONSHIPS WITH THE CITY AND

RESEARCH

BUSINESS SECTOR

EUR produces high quality knowledge. Our

The connections with the city of Rotterdam have

scientific research is persuasive to relevant

become more intense and more visible.

academics around the world (evidenced by peer

Academics contribute to the development of the

reviews and citation scores). The university has a

business sector and the attainment of a social

strong influence on the social environment via

and safe Rotterdam through research and

its graduates, valorises its knowledge and

consultancy. Community service by students has

contributes to innovations, in the long and short

social significance and also contributes to their

term, locally and internationally. EUR also

own development. All EUR students come into

systematically scores in the highest quartile in

contact with enterpreneurship during their

the relevant international rankings. Since 2007

education.

selective stimulation of top level research has

The Hoboken/Woudestein axis is developing into

resulted in a number of groups retaining their

a vibrant Student City. The university and

leading position and several new top level

Erasmus MC have jointly set up a venue in the

research groups arising. The quality of research

city centre for cultural activities, debates, and

at Woudestein (non-medical disciplines) has

communication on developments in education

increased substantially.

and science. By 2013 EUR will have grown into an open organisation that invites cooperation with the

CLOSE RELATIONS WITH ERASMUS MC

The formation of Erasmus MC in 2003 (a

business sector and with public parties in the

merging of the School of Medicine and the

Netherlands and abroad, also together with

Academic Hospital) has contributed to

other educational institutions. An organisation

intensified cooperation between the Rotterdam

in which academics and support staff work

School of Medicine and the other faculties. A

together, each with their own prospects for a

number of agreements were made when

blossoming career.

Erasmus MC was formed to prevent the university and Erasmus MC from growing apart. There is now intensive cooperation in the area of research (internationally leading projects, for example in the area of the economics of healthcare and ‘Generation R’) and education (for example, the development of joint master’s degree programmes). The cooperation also concerns the presence in the city (by joint establishment of a university centre in the city centre). Because of this diversity of collaborative activities and because of the excellent quality of the research at Erasmus MC, Erasmus MC’s close connection with EUR is a basic element for the development of our organisation.

26


ERASMUS 2013: WAT WILLEN WE ZIJN? • 3

menwerking tussen de Rotterdamse faculteit der Geneeskunde en de andere faculteiten. Bij de vorming van het Erasmus MC is een aantal afspraken gemaakt om te voorkomen dat de universiteit en het Erasmus MC uit elkaar zouden groeien. Inmiddels is er intensieve samenwerking op het gebied van het onderzoek (internationaal toonaangevende projecten, bijvoorbeeld op het gebied van economie van de gezondheidszorg en ‘Generation R’) en het onderwijs (bijvoorbeeld de ontwikkeling van gezamenlijke masteropleidingen). De samenwerking geldt ook de aanwezigheid in de stad (door gezamenlijke vestiging van een universitair centrum in de binnenstad). Door deze diversiteit aan samenwerkingsactiviteiten en vanwege de excellente kwaliteit van het onderzoek van het Erasmus MC is de nauwe verbondenheid van het Erasmus MC met de EUR een dragend element voor de ontwikkeling van onze organisatie.

postinitieel onderwijs en profileert zich daarbij als een universiteit met een focus op de mens, op diens werkzame leven, op de kwaliteit van leven en op het organiseren van verandering en innovatie. Ook na hun afstuderen kunnen alumni bij hun alma mater terecht. Er is een gedifferentieerd pakket van diensten voor alumni ontwikkeld. Alumni-activiteiten van faculteiten en verenigingen worden professioneel ondersteund. FUNDAMENTEEL EN MAATSCHAPPELIJK RELEVANT ONDERZOEK

De EUR produceert kennis van hoge kwaliteit. Ons wetenschappelijk onderzoek is overtuigend voor relevante andere wetenschappers in de wereld (blijkend uit oordelen van peers en uit citatiescores). De universiteit heeft nadrukkelijk invloed op de maatschappelijke omgeving via haar afgestudeerden, valoriseert haar kennis en draagt bij aan innovaties, op korte en lange termijn, lokaal en internationaal. Voorts scoort de EUR systematisch in het hoogste kwartiel van de relevante internationale rankings. Sinds 2007 heeft selectieve stimulering van toponderzoek er toe geleid dat een aantal groepen haar vooraanstaande positie heeft behouden en dat enkele nieuwe toponderzoeksgroepen zijn ontstaan. De kwaliteit van het onderzoek op Woudestein (niet-medische disciplines) is substantieel toegenomen.

RELATIES MET DE STAD EN HET BEDRIJFSLEVEN

De verbindingen met de stad Rotterdam zijn geïntensiveerd en beter zichtbaar geworden. Wetenschappers dragen door onderzoek of advisering bij aan de ontwikkeling van het bedrijfsleven en aan het realiseren van een sociaal en veilig Rotterdam. Community service van studenten heeft maatschappelijke betekenis en draagt tevens bij aan hun eigen ontwikkeling. Alle EUR-studenten komen in het onderwijs in aanraking met ondernemerschap. De as Hoboken/Woudestein ontwikkelt zich tot een levendige Student City. In het centrum van de stad hebben de uni-

HECHTE RELATIES MET HET ERASMUS MC

De vorming van het Erasmus MC in 2003 (een samengaan van de medische faculteit en het Academisch Ziekenhuis) heeft bijgedragen aan intensivering van sa-

27


3 • ERASMUS 2013: W H AT D O W E WA N T TO BE?

AN OPEN ORGANISATION

The EUR organisation of 2013 is dominated by an enterprising culture, in which taking risks and

EDUCATION

personal responsibility is stimulated and

Disciplinary and multi-disciplinary

rewarded. The professional quality of the

Publicly and privately financed

employees is manifested in the active pursuit of

Top level talent and HBO graduates

international accreditations for both the

Regional and international

educational programmes and the support organisation. There is active incoming and

RESEARCH

outgoing international mobility of students and

Fundamental and applied

staff, both academic and non-academic. The

Publicly and privately financed

campus has metropolitan allure and will have

Independent and in conjunction with

grown into an attractive meeting place for

businesses

people in all phases of their active lives, with a

Regional and international

range of backgrounds and nationalities. In daily life the campus will function as a cultural

STUDENTS

meeting and interaction place with strong

Regional and international

connections with the city and the region as a

For businesses, society and for science

whole.

Focused on private and public

As such the university will display the rich and

ROTTERDAM

varied picture of a versatile, internationally-

Laboratory and community service

oriented university, firmly rooted in Rotterdam.

Closely connected and independent CAMPUS

Learning and living Closed and oriented on the city ORGANISATION

Cohesion and independent divisions Strong administration and academic autonomy

28


ERASMUS 2013: WAT WILLEN WE ZIJN? • 3

versiteit en Erasmus MC een gezamenlijke vestiging voor culturele activiteiten, debat en communicatie over ontwikkelingen in onderwijs en wetenschap. De EUR is anno 2013 uitgegroeid tot een open organisatie die uitnodigt tot samenwerking met het bedrijfsleven en met publieke partijen in binnen- en buitenland, óók met collega-onderwijsinstellingen. Waarin academici en ondersteuners samenwerken, elk met een eigen perspectief op een bloeiende carrière.

ONDERWIJS

Disciplinair én multidisciplinair Publiek én privaat gefinancierd Toptalent én stapelaars Regionaal én internationaal ONDERZOEK

Fundamenteel én toegepast Publiek én privaat gefinancierd Zelfstandig én samen met bedrijven Regionaal én internationaal

EEN OPEN ORGANISATIE

In de EUR-organisatie van 2013 heerst een ondernemende cultuur, waarin het nemen van risico’s en eigen verantwoordelijkheid wordt gestimuleerd en beloond. De professionele kwaliteit van de medewerkers uit zich door het actief nastreven van internationale accreditaties van zowel de inhoudelijke programma’s als van de ondersteunende organisatie. Er is een actieve in- en uitgaande internationale mobiliteit van studenten en medewerkers, zowel academisch als niet-academisch. De campus heeft grootstedelijke allure en is uitgegroeid tot een aantrekkelijke ontmoetingsplaats voor mensen in alle fasen van hun werkzame leven met een scala aan achtergronden en nationaliteiten. In het dagelijks leven fungeert de campus als een culturele interactie- en ontmoetingsplaats met sterke verbindingen met de stad en de bredere regio.

STUDENTEN

Regionaal én internationaal Voor bedrijf, samenleving én voor de wetenschap Gericht op privaat én publiek ROTTERDAM

Laboratorium én community service Nauw verbonden én zelfstandig CAMPUS

Leren én leven Besloten én gericht op de stad ORGANISATIE

Samenhang én zelfstandige onderdelen Krachtig bestuur én wetenschappelijke autonomie

Zo vertoont de universiteit het rijke en gevarieerde beeld van een veelzijdige, internationaal georiënteerde universiteit, geworteld in Rotterdam.

29


3 • ERASMUS 2013: W H AT D O W E WA N T TO BE?

Strengthening the connection between

EUR’S CHOICES

A number of new emphases are laid down in

university and society is expressed in countless

this strategy document. These relate to:

actions and activities. For example, there is a

• A better quality and internationalisation of

much stronger emphasis than in the past on knowledge valorisation, both in economic and

education;

social terms. The relationship with the city will

• Stronger connections between university

be strengthened: the Student City will be

and society.

developed, academics will contribute to the Further improvement to education is in the first

handling of urban problems and community

place aimed at the existing programmes,

service by students will be encouraged. Relations

including objectives to increase study

with our alumni will be strengthened and

completion rates, strengthen small scale

attention will systematically be devoted to

approaches and introduce didactics focused on

relationships with large companies located in

active learning. In the coming years the range of

the Netherlands.

programmes offered will also become more In addition to new emphases, EUR’s current

international and diverse:

distinguishing characteristics will continue to enjoy attention as well. EUR will maintain its

• New English-language bachelor’s degree programmes (including a broad Erasmus

select range of disciplines and continue to focus

bachelor’s);

on the development of top level research.

• Master’s degree programmes at the In this way, Erasmus University Rotterdam will

interfaces of disciplines;

further develop in the coming years into a

• New joint degree programmes with other

melting pot for talent and an international

universities;

centre for education and research focused on

• A strong expansion of postgraduate

people and society.

education, aimed at ‘full service education’ for students of different cultural backgrounds in all phases of life.

30


ERASMUS 2013: WAT WILLEN WE ZIJN? • 3

Versterking van de verbinding tussen universiteit en samenleving komt in tal van acties en activiteiten tot uitdrukking. Zo ligt er veel meer dan voorheen een sterke nadruk op kennisvalorisatie, zowel in economisch als in maatschappelijk opzicht. De relaties met de stad worden aangehaald: Student City wordt ontwikkeld, wetenschappers leveren een bijdrage aan de aanpak van grootstedelijke problematiek en community services door studenten wordt gestimuleerd. Relaties met onze alumni zullen worden aangehaald en er wordt systematisch aandacht geschonken aan de relaties met grote in Nederland gevestigde bedrijven.

DE KEUZES VAN DE EUR

In dit strategiedocument wordt een aantal nieuwe accenten gelegd. Deze hebben betrekking op: • een betere kwaliteit en internationalisering van het onderwijs; • het versterken van verbindingen tussen universiteit en samenleving. Verdere onderwijsverbetering is in de eerste plaats gericht op de bestaande opleidingen, onder meer door verhoging van het rendement, versterking van kleinschaligheid en een op actief leren gerichte didactiek. Voorts zal in de komende jaren het opleidingenaanbod internationaler en diverser worden:

Naast nieuwe accenten houden natuurlijk ook bestaande profielkenmerken de aandacht. De EUR handhaaft haar selecte aanbod van disciplines en blijft sturen op de ontwikkeling van toponderzoek.

• nieuwe Engelstalige bacheloropleidingen

(waaronder een brede Erasmus-bachelor); • masteropleidingen op de grensvlakken

van disciplines; • nieuwe joint-degree opleidingen met

Op deze wijze ontwikkelt de Erasmus Universiteit Rotterdam zich in de komende jaren verder als smeltkroes voor talent en als internationaal centrum voor mens- en maatschappijgericht onderwijs en onderzoek.

andere universiteiten; • een sterke uitbreiding van het

postinitieel onderwijs, gericht op ‘fullservice onderwijs’ voor studenten in alle levensfasen met diverse culturele achtergronden.

31


4

Education: a differentiated package for multicoloured talent Onderwijs: gedifferentieerd aanbod voor veelkleurig talent


EUR offers a ‘full-service’ educational package. In the area it covers, the university offers education for students of all ages, suited to their phase of life. Erasmus 2013 wants to stimulate the development of various talents by: • Offering students from the region the best possible bachelor’s and master’s education;

• Interest students from other parts of the Netherlands in following a Dutch-language or English-language programme in Rotterdam;

• Offering students from other parts of the world English-language bachelor’s and master’s degree programmes that are internationally competitive;

• Offering working students customised courses and programmes, aimed at developing leadership, professional retraining and refresher courses, and further professional development;

• Offering interested individuals from the region various courses in order to become acquainted with science; • Ensuring in close coordination with higher vocational education that the right students end

up in the right place in education. In the area of education the university will

realise the following objectives in the coming years.

De EUR biedt een ‘full-service’-onderwijspakket. Op het terrein dat de universiteit bestrijkt, biedt de universiteit onderwijs voor studenten van alle leeftijden, passend bij hun levensfase. Erasmus 2013 wil uiteenlopende talenten stimuleren zich te ontwikkelen door: studenten uit de regio het best mogelijke bachelor- en masteronderwijs aan te bieden; studenten uit andere delen van Nederland te interesseren voor het volgen van een Nederlandstalige of Engelstalige opleiding in Rotterdam; studenten uit andere delen van de wereld Engelstalig bachelor- en masteronderwijs te bieden dat internationaal competitief is; werkende studenten maatwerkcursussen en -opleidingen te bieden, gericht op leiderschapsontwikkeling, vakmatige bijen nascholing en verdere professionele ontwikkeling; belangstellenden uit de regio uiteenlopende cursussen te bieden om kennis te maken met de wetenschap; in nauwe afstemming met het hoger beroepsonderwijs er voor te zorgen dat de juiste student op de juiste studieplaats terecht komt. Op het gebied van het onderwijs realiseert de universiteit in de komende jaren de volgende doelstellingen.

33


4 • EDUCATION : A D IF F EREN TIATED PA CK A G E F OR M U LTICOL OU RED TALENT

A SELECT RANGE OF BACHELOR’S DEGREE

The objectives of Erasmus 2013 in the area of

PROGRAMMES; QUALITY IS KEY

education are:

The university will maintain its current profile • To have all our Dutch-language bachelor’s

with a select number of disciplines and

degree programmes among the top 3 in the

associated programmes.

Netherlands;

The primary concern for the coming years is a

• A substantial increase in the study

significant increase in the study completion rate

completion rate of bachelor’s degree

by means of more interactive and smaller scale

programmes;

educational forms. Starting points for this

• To strengthen small scale educational

innovation of education are (following on the

forms and greater emphasis on interactive

design of the bachelor’s degree programme in

education;

Psychology):

• Within each bachelor’s degree programme

• Attracting the most suitable talent; • Small scale;

positive differentiation for 8% of the students

• Challenging education and active learning;

and special support to the bottom 20%, or even better customised education;

• A limited number of topics;

• For EUR to offer a range of at least five

• Fewer resits of exams;

bachelor’s degree programmes with a joint or

• Binding study advice (Bsa) after the first

double degree character, that is, programmes

and second year. In the year 2006/2007;

with a combination of disciplines from EUR or

• Effective use of ICT support.

with a combination of one EUR discipline and one from another (Dutch or international)

All the faculties/schools will, in a way suitable

university;

for them, express these starting points in their

• To have the English-language bachelor’s

educational plans in the coming years.

degree programmes IBA and IBEB among the

In addition, the range of bachelor’s degree

top 5 in Europe;

programmes will be expanded, taking into

• To offer English-language bachelor’s

account the wishes of potential Dutch and foreign students. This expansion shall be realised

degree programmes also at the Erasmus School

in a number of areas: Dutch-language and

of Law, Faculty of Social Sciences, Faculty of History and Arts and Erasmus MC by 2013;

English-language, disciplinary and broad/multi-

• For EUR to offer a broad English-language

disciplinary, as EUR programmes and as

bachelor’s with an Erasmus profile by 2013.

programmes in inter-university partnerships. By 2013 this will result in a differentiated package of high quality bachelor’s degree programmes, with good study completion rates, meeting the wishes of regional students, other Dutch students and international students.

34


ON D ERW IJ S: G ED IF F EREN TIEERD AANBOD VOOR VEELKLEURIG TALENT • 4

De doelstellingen van Erasmus 2013 op het gebied van onderwijs zijn:

EEN SELECT AANBOD AAN BACHELOROPLEIDINGEN; KWALITEIT STAAT VOOROP

• • • • • • •

De universiteit handhaaft het huidige profiel met een select aantal disciplines en daarbij behorende opleidingen. De eerste zorg voor de komende jaren is een forse verhoging van het studierendement door middel van interactiever en kleinschaliger onderwijs. Uitgangspunten bij deze innovatie van het onderwijs zijn (in navolging van de opzet van het bacheloronderwijs bij Psychologie): het aantrekken van het meest passend talent; kleinschaligheid; uitdagend onderwijs en actief leren; een beperkt aantal thema’s; minder herkansingen; bindend studieadvies (Bsa) na het eerste en tweede jaar. In het jaar 2006/2007; effectief gebruik van ICT-ondersteuning.

• al onze Nederlandstalige bachelor-

• • •

Alle faculteiten zullen, op een voor hen passende wijze, in de komende jaren deze uitgangspunten in hun onderwijsopzet tot uitdrukking brengen. Daarnaast wordt het aanbod van bacheloropleidingen uitgebouwd, rekening houdend met wensen van potentiële Nederlandse en buitenlandse studenten. Deze uitbouw zal op verschillende terreinen worden gerealiseerd: Nederlandstalig én Engelstalig, disciplinair én breed/multidisciplinair, als EUR-opleiding én als opleiding in een interuniversitair samenwerkingsverband. In 2013 zal dit resulteren in een gedifferentieerd aanbod van bacheloropleidingen, met een hoge kwaliteit, goede rendementen, aansluitend bij wensen van regionale studenten, andere Nederlandse studenten en internationale studenten.

• •

35

opleidingen behoren tot de top 3 van Nederland; een substantiële stijging van het rendement van de bacheloropleidingen; versterking van kleinschaligheid en grotere nadruk op interactief onderwijs; binnen iedere bacheloropleiding positieve differentiatie voor 8% van de studenten en gerichte steun aan de onderste 20%, dan wel nog beter maatgericht onderwijs; de EUR ontwikkelt een aanbod van tenminste vijf bacheloropleidingen met een joint of double-degree karakter, dat wil zeggen opleidingen met een combinatie van disciplines uit de EUR, of met een combinatie van een discipline van de EUR met één van een andere (Nederlandse of internationale) universiteit; de Engelstalige bacheloropleidingen IBA en IBEB behoren tot de top 5 in Europa; de faculteiten Rechtsgeleerdheid, Sociale Wetenschappen, Historische en Kunstwetenschappen en het Erasmus MC bieden in 2013 ook een Engelstalige bacheloropleiding aan; de EUR biedt in 2013 een brede Engelstalige bachelor aan met een Erasmus-profiel.


4 • EDUCATION : A D IF F EREN TIATED PA CK A G E F OR M U LTICOL OU RED TALENT

Another condition for success is the

THE RIGHT STUDENT IN THE RIGHT PLACE

With the increase in student numbers it will be

development of a campus with an international

essential to focus on the quality of incoming

atmosphere and outstanding facilities for

students. It is important for both students and

international students (for more on this see the

the institutions of higher education that every

following chapters).

effort be made to ensure that every student The objectives are:

ends up in the right place in higher education.

• Dutch-language master’s degree programmes in the top 3 in the

The objectives are:

Netherlands;

• To make agreements with higher

• English-language master’s degree

vocational schools about referrals of incoming

programmes in the top 10 in Europe;

students and graduated bachelor’s students to

• Substantial increase in the influx from

the right place for (further) study;

other Dutch universities.

• To more actively address the quality of students entering bachelor’s degree programmes by clarifying and specifying the academic profile

A VARIED RANGE OF ACCREDITED 1

of programmes, providing customised

NON-DEGREE PROGRAMMES

information for different groups of students,

EUR is currently relatively strong in non-degree

selecting students for international programmes,

programmes, but there is still much room for

intensive support in the first weeks of the

improvement. Especially from the business

programme, continuing the binding study advice

sector there is a growing demand for continued

and closely monitoring results.

education and continued degree programmes, both in the area of professional and executive

HIGH QUALITY MASTER’S DEGREE

education and training programmes.

PROGRAMMES WITH ATTENTION TO

The package of programmes at Erasmus

INTERDISCIPLINARITY

University is far from cohesive, nor is there

The mobility of Dutch bachelor’s graduates is

uniform management aimed at strengthening

expected to increase strongly in the coming

this cohesion. The decision to organise a great

years. The competition on the international

part of these programmes as a private limited

market will also get tougher, more and more

company (BV) has had a clear positive effect on

European universities are active on the

the growth and development of individual

international education markets. Expanding a

programmes, but the connections between the

package of high quality master’s degree

programmes leave much to be desired.

programmes is therefore a high priority for EUR. The current European Master in Law and Economics (recognised by the European Commission as ‘one of the top 5 master’s in Europe’) and the MSc in Business Administration at RSM (which entered the European top 10 of the Financial Times in 2007) serve as examples for this. 1 Or in the process of being accredited

36


ON D ERW IJ S: G ED IF F EREN TIEERD AANBOD VOOR VEELKLEURIG TALENT • 4

in Law and Economics (door de Europese commissie erkend als ‘one of the top 5 masters of Europe’) en de MSc Business Administration van de RSM (in 2007 binnengekomen in de Europese top 10 van de Financial Times). Een voorwaarde voor succes is overigens de ontwikkeling van een campus met internationale uitstraling en de ontwikkeling van uitstekende voorzieningen voor internationale studenten (zie daarvoor ook de volgende hoofdstukken).

JUISTE STUDENT OP DE JUISTE PLAATS

Met de toename van het studentenaantal is het zaak om te sturen op kwaliteiten van aankomende studenten. Zowel voor studenten als voor de instellingen van hoger onderwijs is het van belang om maximale inspanningen te plegen, zodat iedere student op de juiste plaats in het hoger onderwijs terecht komt. De doelstellingen zijn: • afspraken maken met het hbo over

verwijzing en doorverwijzing van aankomende studenten en van afgestudeerde bachelors naar de goede plaats voor (verdere) studie; • actiever sturen op kwaliteiten van aankomende studenten van bacheloropleidingen door verheldering en aanscherping van het academisch profiel van opleidingen, voorlichting op maat voor verschillende groepen studenten, selectie van studenten in internationale opleidingen, intensieve begeleiding in de eerste weken van de studie, voortzetten van het bindend studieadvies en nauwlettend volgen van resultaten.

De doelstellingen zijn: • Nederlandstalige masteropleidingen

behoren tot de top 3 in Nederland; • Engelstalige masteropleidingen behoren

tot de top 10 in Europa; • substantiële stijging van instroom uit

andere Nederlandse universiteiten. EEN GEVARIEERD AANBOD VAN NIETINITIËLE GEACCREDITEERDE 1 OPLEIDINGEN

De EUR is nu relatief sterk in niet-initiële opleidingen, maar er valt nog veel te verbeteren. Vooral vanuit het bedrijfsleven is sprake van een sterk toenemende vraag naar vervolgonderwijs en vervolgopleidingen, zowel op het terrein van professionele als op dat van executive opleidingen en trainingen. Binnen de Erasmus Universiteit is nog lang geen sprake van een samenhangend pakket aan opleidingen, noch van een eenduidige sturing gericht op versterking van die samenhang. Het besluit om een groot deel van deze opleidingen als BV te organiseren heeft een uitgesproken positief effect gehad op groei en ontwikkeling van afzonderlijke opleidingen, maar de verbanden over de opleidingen heen laten te wensen over.

HOOGWAARDIGE MASTEROPLEIDINGEN MET AANDACHT VOOR INTERDISCIPLINARITEIT

Naar verwachting zal in de komende jaren de mobiliteit van Nederlandse afgestudeerde bachelorstudenten sterk toenemen. Ook de concurrentie op de internationale markt wordt scherper; steeds meer Europese universiteiten bewegen zich op internationale onderwijsmarkten. Voor de EUR heeft het uitbouwen van een pakket van hoogkwalitatieve masteropleidingen dan ook hoge prioriteit. Als voorbeeld gelden onder meer de huidige European Master

1 Of in het proces naar accreditatie toe

37


4 • EDUCATION : A D IF F EREN TIATED PA CK A G E F OR M U LTICOL OU RED TALENT

Our university has the ambition of gaining a

In the coming years Erasmus University wants to

position as market leader in the Netherlands in

operate more actively in its networks. At the

this area in 2013 as well. This means that at

moment these networks are not well

least the following objectives must be achieved:

maintained. The relationships with public and private parties, regionally and nationally, will be expanded professionally.

• The Erasmus School of Law, Erasmus School of Economics, Faculty of Social Sciences, RSM

EUR has formulated the following ambitions for

Erasmus University and Erasmus MC offer a

its alumni policy through 2013:

cohesive range of degree and non-degree

• Substantial increase to the number of

programmes aimed at life-long learning;

alumni with which EUR maintains contact and

• The student numbers for non-degree

expansion of our package of services;

education will have substantially risen in the

• Closer cooperation between all those

years up to and including 2013 (that is,

involved in the alumni policy and fundraising;

considerably more than the increase in the

• Establishment of an alumni body to further

number of students in degree education).

flesh out the connections between the university and alumni;

The Executive Board, in consultation with the

• The renewal and interactive updating of

deans, will evaluate the contents, structure and organisation of the entire postgraduate

the relationship administration, in order to

education system at EUR in 2009. A decision on

maintain better ties with alumni and other relevant social partners;

further development will be taken on the basis

• Improved communication and promotion

of this evaluation.

of EUR’s reputation by publishing a newsletter, brochure for graduates, organising local

EXCELLENT RELATIONS WITH ALUMNI AND

chapters and local dinners;

SOCIAL PARTNERS

• Strengthened connection with the

Good contacts between the university and its alumni are of essential importance to both

university during study years, for example by

parties. Alumni retain their access to knowledge

intensification of the study and by organising

and facilities and can support the university by

graduation sessions.

contributing ideas, organising events and lending financial support. The university thus profits from the experience that alumni bring with them from ‘outside.’ In addition, good contact with our graduates is important in building and maintaining relations with the business sector, government and social organisations, in providing information about career opportunities to secondary school students and current students, in attracting guest lecturers and with an eye on philanthropy, in the form of donations to the alma mater.

38


ON D ERW IJ S: G ED IF F EREN TIEERD AANBOD VOOR VEELKLEURIG TALENT • 4

schappelijke organisaties, bij de voorlichting over carrièremogelijkheden aan scholieren en huidige studenten, bij het aantrekken van gastdocenten en met het oog op filantropie, in de vorm van schenkingen aan de alma mater.

Onze universiteit heeft de ambitie om ook op dit terrein in 2013 marktleider in Nederland te zijn. Dat betekent dat in ieder geval de volgende doelstellingen zijn gerealiseerd: • de faculteiten Rechtsgeleerdheid,

In de komende jaren wil de Erasmus Universiteit actiever in haar netwerken opereren. Momenteel zijn die netwerken niet op orde. De betrekkingen met publieke en private partijen, regionaal en nationaal, zullen professioneel worden uitgebouwd.

Economische Wetenschappen en Sociale Wetenschappen, RSM Erasmus University en het Erasmus MC bieden een samenhangend aanbod van initiële en niet-initiële opleidingen gericht op een leven lang leren; • het studentenaantal voor niet-initieel onderwijs zal in de periode tot en met 2013 substantieel zijn gestegen (d.w.z. aanzienlijk meer dan de stijging van het aantal studenten in het initieel onderwijs).

Het College van Bestuur zal, in overleg met decanen, in 2009 de inhoud, de opzet en de organisatie van het gehele postinitiële onderwijs evalueren. Op grond van deze evaluatie wordt een besluit over de verdere ontwikkeling genomen.

• UITSTEKENDE RELATIES MET ALUMNI EN MET MAATSCHAPPELIJKE PARTNERS

Goede contacten tussen de universiteit en haar alumni zijn voor beide partijen van wezenlijke betekenis. Alumni behouden hun toegang tot kennis en voorzieningen en kunnen de universiteit ondersteunen door meedenken, organiseren en financiële steun te verlenen. De universiteit profiteert zo van de ervaring die alumni van ‘buiten’ meebrengen. Daarnaast is een goed contact met onze afgestudeerden van belang voor het opbouwen en onderhouden van relaties met bedrijfsleven, overheid en maat-

39

De EUR formuleert tot 2013 de volgende ambities in haar alumnibeleid: het substantiële verhoging van het aantal alumni waarmee de EUR contact onderhoudt en uitbreiding van ons dienstenpakket; een intensievere samenwerking tussen alle betrokkenen bij het alumnibeleid en de fondsenwerving; het instellen van een alumni-overleg om banden tussen universiteit en alumni verder vorm te geven; het vernieuwen en interactief actueel houden van het relatiebestand, om zo beter de relatie met alumni en andere relevante maatschappelijke partners te kunnen onderhouden; verbetering van communicatie en reputatiebehartiging door het uitbrengen van een nieuwsbrief, boekje voor afgestudeerden, organiseren van local chapters en local dinners; versterken van de band met de universiteit tijdens de studententijd, bijvoorbeeld door intensivering van de studie en door het organiseren van afstudeersessies.


5

Research: strengthen and valorise selectively Onderzoek: selectief versterken en valoriseren


De universiteit bestaat bij de gratie van hoogwaardig onderzoek. De EUR kent fundamenteel en toegepast onderzoek in alle soorten en maten. De onderzoeksambities voor Erasmus 2013 liggen zowel op het behouden en het uitbouwen van vooraanstaande topposities in internationale context als op multidisciplinairiteit en maatschappelijke valorisatie. Talent ontwikkelen, behouden en aantrekken staat in de aanpak centraal.

The university only exists thanks to high quality research. EUR has fundamental and applied research of all sorts and sizes. The research ambitions for Erasmus 2013 lie both in maintaining and expanding leading positions in an international context as well as in multidisciplinarity and social valorisation. Developing, maintaining and attracting talent are central to the approach. PROMOTING FUNDAMENTAL TOP LEVEL RESEARCH

Fundamental research that in some areas is

BEVORDEREN VAN FUNDAMENTEEL

among the best in the world is essential for

TOPONDERZOEK

Fundamenteel onderzoek dat op enkele gebieden tot de wereldtop behoort, is essentieel voor de internationale reputatie van de EUR. In 2007 heeft de universiteit gekozen voor selectieve stimulering van een beperkt aantal onderzoeksgroepen. Bij deze groepen is sprake van internationaal bewezen topkwaliteit van onderzoek, researchmasters en PhD-trajecten met internationale aantrekkingskracht. Er heerst een klimaat waarin jong talent wordt gestimuleerd, onder meer door het verwerven van veni-, vidi- en vici-subsidies. In 2007/2008 vindt een eerste vorm van financiĂŤle stimulering plaats door het toekennen van senior tenure tracks, gericht op het vinden van wetenschappelijk toptalent. Hiertoe is het Tinbergen-programma ontwikkeld. Het geld wordt toegekend op basis van matching. Het grootste deel (80%) van de voor dit programma beschikbare middelen wordt gebruikt voor het stimuleren van een beperkt aantal onderzoeksgroepen; de middelen worden toegekend op basis van bewezen topkwaliteit, zoals bijvoorbeeld aan de onderzoeksgroepen Economics and Health/Econometrie, Management Innovatie en Cognitie van het leren. Het resterende gedeelte wordt ingezet voor diversiteitsbeleid.

EUR’s international reputation. In 2007 the university opted for selective stimulation of a limited number of research groups. These groups provide internationally proven top quality research, research master’s, and PhD programmes that attract international talent. The climate is one in which young talent is encouraged, among other ways by the securing of veni, vidi and vici grants. In 2007/2008 a first form of financial stimulation took place by the granting of senior tenure tracks, aimed at finding top academic talent. The Tinbergen programme was developed for this purpose. The funds were granted on the basis of matching. The largest part (80%) of the funds available for this programme was used to stimulate a limited number of research groups; the resources were granted on the basis of proven top quality, to the research groups Economics and Health/Econometrics, Management Innovation and Cognition of Learning, for instance. The remaining part of the funds was used to support diversity policy.

41


5 • RESEARCH : STREN G TH EN A N D VA L ORISE SEL ECTIV ELY

The objectives in the area of fundamental top

The two changes to the education budget have

level research are:

the following consequences for the university.

• To have at least five Woudestein research

The structural increase in the granting of SOC (Strategic Considerations Component) for the

groups among the top 5 in Europe in their

social sciences and humanities and for the

discipline by 2013. At least two candidates in

young universities will yield 1.7 million € in

each of these groups should receive their

2008 and 2.4 million € in 2009. These research

doctorates each year. Every three years each of

funds will be permanently used for the selective

these groups should receive at least one vici, two vidi or three veni subsidies;

stimulation of (potential) top level research at

• By 2013 five areas of the Erasmus MC

Woudestein and for stimulating diversity among the academic staff.

should be among the top 6 in Europe. An area

OCW’s reduction of first flow research funds will

belongs to the top if one or more research

result in a dip in funding of 5.8 million € to EUR

groups/departments active in the relevant area

as of 2011. The consequences of losing these

get a score of at least twice the world average

first flow funds will be spread over the faculties

of the normalised field citation score (CPP/FCSm)

according to a model.

from the Centre for Science and Technology

The university is therefore facing a major two-

Studies. In addition, these groups must have at least 100 publications in a four year period;

part task: to cut back on existing programmes

• Every faculty/school must be among the top

on the one hand, in connection with the transfer of resources from first flow funding,

national regions for the number of personal

and on the other hand selectively invest in

subsidies secured, such as veni, vidi or vici

(potential) top level research in connection with

grants.

the increase in SOC resources.

42


ON D ERZOEK : SEL ECTIEF VERSTERKEN EN VALORISEREN • 5

De doelstellingen op het gebied van fundamenteel toponderzoek zijn: • in 2013 behoren ten minste vijf onderzoeksgroepen van Woudestein tot de top 5 van Europa in hun vakgebied. Bij elk van deze groepen promoveren jaarlijks ten minste twee promovendi. Elke drie jaar ontvangt elk van deze groepen ten minste een vici, twee vidi’s of drie veni’s; • in 2013 behoren vijf gebieden van het Erasmus MC tot de top 6 in Europa. Een gebied behoort tot de top als een of meerdere groepen/afdelingen werkzaam op het betreffende gebied een score van minimaal twee maal het wereldgemiddelde hebben van de genormaliseerde veldcitatiescore (CPP/FCSm) van het Centrum voor Wetenschaps- en Technologie Studies. Daarnaast hebben deze groepen minimaal honderd publicaties in een vierjaarsperiode; • elke faculteit behoort tot de hoogste landelijke regionen in verworven persoonsgebonden subsidies, zoals veni-, vidi- en vicibeurzen.

De twee wijzigingen in de onderwijsbegroting betekenen voor de universiteit het volgende. De structurele verhoging van de toekenning van de SOC (Strategische Overwegingen Component) voor de alfa- en gammawetenschappen en voor de jonge universiteiten levert 1,7 M€ in 2008 op en 2,4 M€ in 2009. Deze onderzoeksmiddelen zullen blijvend worden ingezet voor selectieve stimulering van (potentieel) toponderzoek binnen Woudestein en voor stimulering van diversiteit binnen de wetenschappelijke staf. De korting van OCW op de onderzoeksgelden in de eerste geldstroom bedraagt per 2011 voor de EUR 5,8 M€. De consequenties van het verlies aan middelen uit de eerste geldstroom worden modelmatig verdeeld over de faculteiten. De universiteit staat dus voor een majeure dubbele opgave: aan de ene kant bezuinigen op bestaande programma’s in verband met de overheveling van middelen uit de eerste geldstroom en aan de andere kant selectief investeren in (potentieel) toponderzoek in verband met de toename van de SOC-middelen.

43


5 • RESEARCH : STREN G TH EN A N D VA L ORISE SEL ECTIV ELY

PROMOTING THE BASIC QUALITY OF

In the first place, partnerships in five areas will

RESEARCH

be developed between Woudestein and Hoboken disciplines in the coming years:

Promoting quality in research certainly does not only relate to top level research. In Erasmus

• Economics of healthcare;

2013 all the university research is of a high level.

• The ageing individual;

For Erasmus MC, Erasmus School of Economics

• Monitoring and Compliance;

and Rotterdam School of Management, Erasmus

• Social Innovation;

University a measurement will be carried out

• The prospective epidemiological

every two years using the ‘Field Normalised

population study Generation R.

Citation Impact’ of the CWTS. This instrument

Both the outcomes of fundamental scientific

provides a reliable measure of quality for these

research and the social significance of the

academic areas. For the other faculties quality

research are important in the partnership.

will be measured by visitations according to the system of research quality of the Dutch

A second emphasis lies on the contributions that

universities (the Standard Evaluation Protocol).

EUR researchers make to the development of the local business sector and the development

The following objective applies in these

of a healthy, safe, and social Rotterdam. A great

measurements:

number of activities are taking place in these areas, from applied research to consultancy. The

• all faculties should be among the top 3 in

university provides the city of Rotterdam with its

the Netherlands:

very own laboratory. The university can test

-> Erasmus MC, Economics and Business

scientific approaches and work them out in the

Administration are number 1 in the Netherlands;

practical reality of the city. The university’s

-> Economics and Business Administration are

contributions will be made more visible in the

among the top 10 in Europe;

coming years and stimulated where necessary.

-> Medicine is in the top 7 of Europe.

A third area is to capitalise on the results of

KNOWLEDGE TRANSFER

Not only producing knowledge, but also having

research and attract external funding for

knowledge benefit business and society and

research. Within Erasmus MC the support for

capitalising on this knowledge are essential

raising research funding from external sources

components of EUR’s research policy. This is

and for patenting of research is organised in a

approached in several ways.

professional way. At Woudestein a powerful conglomerate of private limited companies is active, each of which is successful in its own area in securing and carrying out contract education and research. Expansion of third flow funding for research can have an important impact on the capacity and quality of research at EUR. The possibility of bringing more cohesion and focus to this area by means of a number of specific activities will be explored.

44


ON D ERZOEK : SEL ECTIEF VERSTERKEN EN VALORISEREN • 5

KENNISTRANSFER

BEVORDEREN VAN BASISKWALITEIT

Niet alleen het produceren van kennis, maar ook het ten nutte maken van kennis voor bedrijfsleven en samenleving, én het voor de universiteit te gelde maken van die kennis zijn een wezenlijk onderdeel van het onderzoeksbeleid van de EUR. De aanpak verloopt langs verschillende lijnen.

ONDERZOEK

Bevordering van kwaliteit in het onderzoek heeft zeker niet alleen betrekking op toponderzoek. In Erasmus 2013 is al het universitaire onderzoek van hoog niveau. Voor Erasmus MC, de faculteit der Economische Wetenschappen en Rotterdam School of Management, Erasmus University zal iedere twee jaar een meting worden uitgevoerd aan de hand van de ‘Field Normalized Citation Impact’ van de CWTS (Centrum voor Wetenschaps- en Technologiestudies). Voor deze wetenschapsgebieden biedt dit instrument een betrouwbare maat voor kwaliteit. Voor de overige faculteiten wordt de kwaliteit gemeten bij visitaties volgens het stelsel van onderzoekskwaliteit van de Nederlandse universiteiten (het Standaard Evaluatie Protocol).

• • • • •

Bij deze metingen gelden de volgende doelstelling: • alle faculteiten behoren tot de top 3 van Nederland, waarbij: -> Erasmus MC, Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde nummer 1 zijn in Nederland; -> Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde tot de top 10 van Europa behoren; -> Geneeskunde tot de top 7 van Europa behoort.

In de eerste plaats worden in de komende jaren samenwerkingsverbanden ontwikkeld tussen disciplines van Woudestein en Hoboken op vijf terreinen: Economie van de gezondheidszorg; De ouder wordende mens; Toezicht en Compliance; Sociale Innovatie; het prospectieve populatie epidemiologisch onderzoek Generation R. In de samenwerking zijn zowel de uitkomsten van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek als de maatschappelijke betekenis van het onderzoek belangrijk. Een tweede accent ligt in de bijdragen die EUR-onderzoekers leveren aan de ontwikkeling van het lokale bedrijfsleven en aan de ontwikkeling van een gezond, veilig en sociaal Rotterdam. Op deze terreinen vinden tal van activiteiten plaats, van toegepast onderzoek tot advisering. De stad Rotterdam heeft in de universiteit haar eigen laboratorium. De universiteit kan wetenschappelijke benaderingen toetsen en uitwerken in de praktijk van de stad. De bijdragen die de universiteit levert zullen in de komende jaren beter zichtbaar worden gemaakt en waar nodig gestimuleerd.

45


5 • RESEARCH : STREN G TH EN A N D VA L ORISE SEL ECTIV ELY

• Every faculty/school participates, either

A fourth area is the further development of ‘fourth flow’ funding. The possibilities for

individually or in mutual cooperation, in at least

creating interest on the part of private parties to

one subsidy application in the 8th and 9th EU framework programme;

participate in the development of the university’s

• The university’s contributions to the

education, research or accommodation are expected to increase. In the coming years efforts

development of local business and of Rotterdam

will therefore be made to build on relationships

will be made more visible in the coming years

with these private parties. Academic enterprise

and where necessary stimulated;

is required to seize on the opportunities in this

• More cohesion and focus will be

area. The recently established Centre for

introduced in the approach to and organisation

Entrepreneurship will play a stimulating role in

of third flow funded education and research at Woudestein campus;

this.

• An active approach will be taken to The following objectives have been formulated

building on relationships with private parties,

for this area of knowledge transfer:

focused on making the most of opportunities to increase fourth flow funding.

• Four multi-disciplinary research groups (MTI’s) and the prospective epidemiological population study (Generation R) all carry out research with important social cachet. They also secure 400,000 - 600,000 € per year in external funding;

46


ON D ERZOEK : SEL ECTIEF VERSTERKEN EN VALORISEREN • 5

Om de kansen op dit terrein te kunnen grijpen, is academisch ondernemerschap vereist. Het recent opgerichte Centrum voor Ondernemerschap zal hierbij een stimulerende rol vervullen.

Een derde terrein is het te gelde maken van de resultaten van onderzoek en het extern verwerven van middelen voor onderzoek. Binnen Erasmus MC is de ondersteuning bij het verwerven van externe onderzoeksfinanciering en bij patentering en octrooiering van onderzoek op professionele wijze opgezet. Binnen Woudestein functioneert een krachtig conglomeraat van BV’s die op hun eigen terrein succesvol zijn in het verwerven en uitvoeren van opdrachtonderzoek en -onderwijs. Uitbreiding van het derde geldstroom onderzoek kan belangrijke betekenis hebben voor de capaciteit en de kwaliteit van het onderzoek binnen de EUR. De mogelijkheid zal worden verkend om door een aantal gerichte activiteiten op dit terrein meer samenhang en focus aan te brengen.

Een vierde terrein is het verder tot ontwikkeling brengen van de ‘vierde’ geldstroom. De verwachting is dat de mogelijkheden om private partijen te interesseren om deel te nemen in de ontwikkeling van onderwijs, onderzoek of de huisvesting van de universiteit, zullen toenemen. In de komende jaren wordt daarom gewerkt aan het uitbouwen van relaties met deze private partijen.

47

Op dit terrein van kennistransfer gelden de volgende doelstellingen: vier multidisciplinaire onderzoeksgroepen (MTI’s) en het prospectieve populatie epidemiologisch onderzoek (Generation R) voeren onderzoek uit met belangrijke maatschappelijke uitstraling, waarbij ze bovendien 400.000 - 600.000 € per jaar aan externe inkomsten verwerven; elke faculteit participeert, al dan niet in onderlinge samenwerking, in minimaal één subsidieaanvraag in het 8e en 9e kaderprogramma van de EU; de bijdragen die de universiteit levert aan de ontwikkeling van het lokale bedrijfsleven en aan de ontwikkeling van Rotterdam worden in de komende jaren beter zichtbaar gemaakt en waar nodig gestimuleerd; er wordt meer samenhang en focus aangebracht in aanpak en organisatie van derde geldstroom onderwijs en -onderzoek op campus Woudestein; er is sprake van een actieve aanpak van uitbouw van relaties met private partijen, gericht op het benutten van mogelijkheden om de vierde geldstroom te vergroten.


6

Haven Rotterdam Thuishaven Rotterdam


De EUR is onlosmakelijk verbonden met Rotterdam. Als leverancier van kennis(werkers) en als thuisbasis van een verscheidenheid aan studenten heeft de EUR de potentie een innovatieve bijdrage te leveren aan de economische, sociale en culturele ontwikkeling van de stad. Op haar beurt biedt de stad de EUR een dynamische grootstedelijke omgeving met een schat aan onderwerpen van studie en vele potentiële afnemers van onderwijs en onderzoek.

EUR is inextricably linked to Rotterdam. As supplier of knowledge and knowledge workers and as home base for a variety of students, EUR has the potential to deliver an innovative contribution to the economic, social and cultural development of the city. In turn the city offers EUR a dynamic metropolitan environment with a wealth of research topics and many potential customers for education and research. EUR AND THE CITY: PARTNERS IN DEVELOPMENT

With its rich diversity of students, its enterprising culture and international orientation, EUR pre-

EUR EN STAD: PARTNERS IN ONTWIKKELING

Met haar rijke schakering aan studenten, haar ondernemingsgerichte cultuur en haar internationale oriëntatie heeft de EUR bij uitstek de potentie om de ambities van de stad te ondersteunen. Een actieve en zichtbare kennistransfer, het verhogen van het opleidingsniveau in Rotterdam en het stimuleren van de vestiging van studenten en wetenschappers in de stad zijn daarbij belangrijke doelstellingen.

eminently has the potential to support the city’s ambitions. An active and visible knowledge transfer, the increase in the educational level in Rotterdam, and the stimulation of students and academics taking up residence in the city are important goals in this respect. AN ACTIVE AND VISIBLE TRANSFER OF KNOWLEDGE

Stimulating an active transfer of knowledge which brings together demand and supply of knowledge efficiently and effectively is of decisive importance to both the city and the

EEN ACTIEVE EN ZICHTBARE TRANSFER VAN

university. This primarily means that our

KENNIS

Het stimuleren van een actieve kennistransfer waarbij vraag en aanbod van kennis op efficiënte en effectieve wijze bij elkaar gebracht worden, is van doorslaggevend belang voor zowel de stad als de universiteit. Primair betekent dit dat onze universiteit de vraagstukken en opgaven waarvoor de stad Rotterdam zich geplaatst ziet, (her)kent en dat er langs de weg van wetenschap(pers) en studenten vruchtbare en bij voorkeur structurele verbindingen en netwerken tot stand komen.

university recognises the issues and tasks Rotterdam is faced with and that fruitful and preferably structural connections and networks are created via science (and scientists) and students.

49


6 • HAVEN ROTTERD A M

Current urban issues can be classified into five

INCREASING VISIBILITY

topic areas, which largely coincide with the

EUR has emphatically set itself the goal in the

central themes of the social top institutes at

coming years to make its relationship with the

EUR. These are:

city more visible, both to Rotterdam residents

• Social cohesion and identity;

and to its own students and staff. An active

• Logistics and transport;

transfer of knowledge and numerous university

• Health;

activities in the area of culture, scientific

• Climate;

communication, and debate for external target

• Enterpreneurship.

groups will be organised by various research groups at various locations in the city. Some of

Students as knowledge-bearers

the cultural events for students will also take

Students become bearers of knowledge in a

place in the city centre. At the moment EUR

number of ways, one of which is by being active

lacks (physical) visibility in Rotterdam. Because of

as a volunteer in some way, either as part of

the campus’s location just outside of the heart

their curriculum or of their own initiative. Seen

of the city and EUR’s dual location (Hoboken

from a university viewpoint, community service

and Woudestein), the university and Erasmus

is primarily valuable when students acquire,

MC have therefore set their sights on opening a

practice or further develop knowledge and skills

visible EUR location in the city centre, as an

that are relevant for their study and further

inspiring anchor point for knowledge transfer

career. For the city the social added value is

and cultural activities.

central and community service contributes to promoting social cohesion in a very natural way.

MORE HIGHLY EDUCATED PROFESSIONALS

Increasing the educational level of the

Academics as knowledge-bearers

population and generating more knowledge

Academics contribute by starting research

workers with higher qualifications with an

and/or disclosing research results and making

international orientation forms a second pillar

them suitable for social application, in addition

and condition for economic growth for

to various forms of consultancy for local

Rotterdam and for regional innovation.

businesses. University and businesses and

For many of EUR’s bachelor’s degree programmes

institutions are obvious partners in this.

the Rotterdam region is the most important

Interesting examples of ongoing studies that fit

supplier of students. In comparison to the other

within the topic areas mentioned above are the

universities in the four largest cities, the influx of

epidemiological study ‘Generation R’ (and

students of ethnic backgrounds is relatively

‘ERGO’), the EUR’s contribution to the

highest in Rotterdam. EUR is proud of this position

‘Rotterdam Climate Initiative’ for a better

and is will make unabated efforts to maintain and

climate in Rotterdam and various research

further expand this position. Where necessary

projects in the area of social cohesion and

suitable support arrangements and good mutual

identity. New partnership projects with urban

referrals between different Rotterdam institutions

partners will be initiated by the aforementioned

of higher learning are employed to support the

social top institutes, and others. Topics like the

envisioned academic success. The relationship

ageing individual, enterprise, social innovation,

with higher vocational education will be

and economics of healthcare are central to this.

intensified to this end.

50


THUISHAVEN ROTTERDAM • 6

• • • • •

(en ‘ERGO’), de bijdrage van de EUR aan het ‘Rotterdam Climate Initiative’ voor een beter Rotterdams klimaat en diverse onderzoeken op het terrein van sociale cohesie en identiteit. Nieuwe samenwerkingsprojecten met stedelijke partners zullen worden geïnitieerd onder meer vanuit de eerder genoemde maatschappelijke topinstituten. Thema’s als de ouder wordende mens, ondernemerschap, sociale innovatie en economie van de zorg staan hierin centraal.

Actuele grootstedelijke vraagstukken laten zich bundelen op vijf themagebieden, die in belangrijke mate samenvallen met de centrale thematiek van de maatschappelijke topinstituten binnen de EUR. Het gaat hierbij om: Sociale cohesie en identiteit; Logistiek en transport; Gezondheid; Klimaat; Ondernemerschap.

Studenten als kennisdragers Studenten manifesteren zich onder meer als kennisdrager door op enigerlei wijze actief te zijn als vrijwilliger, al dan niet als onderdeel van het curriculum. Bezien vanuit de universiteit is community service vooral waardevol als studenten kennis en vaardigheden opdoen, oefenen of verder ontwikkelen die relevant zijn voor hun opleiding en verdere loopbaan. Voor de stad staat de maatschappelijke meerwaarde centraal en levert community service op natuurlijke wijze een bijdrage aan de bevordering van de sociale cohesie.

VERGROTEN VAN DE ZICHTBAARHEID

De EUR stelt zich de komende jaren nadrukkelijk ten doel de relatie met de stad beter zichtbaar te maken, zowel voor Rotterdammers als voor de eigen studenten en medewerkers. Een actieve transfer van kennis en tal van universitaire activiteiten op het gebied van cultuur, wetenschapscommunicatie en debat voor externe doelgroepen worden vanuit uiteenlopende onderzoeksgroepen en op uiteenlopende locaties in de stad georganiseerd. Ook een deel van de culturele evenementen voor studenten vindt in het centrum plaats. Vooralsnog ontbreekt het de EUR aan (fysieke) zichtbaarheid in Rotterdam. Vanwege de ligging van de campus net buiten het stadshart en de bilocatie van de EUR (Hoboken en Woudestein) zetten de universiteit en Erasmus MC derhalve in op het openen van een zichtbare EUR-vestiging in het centrum van de stad, als inspirerend ankerpunt voor kennistransfer en culturele activiteiten.

Wetenschappers als kennisdragers Wetenschappers leveren een bijdrage door onderzoek te entameren en/of onderzoeksresultaten te ontsluiten en geschikt te maken voor maatschappelijke toepassing, naast uiteenlopende vormen van advisering in de richting van het lokale bedrijfsleven. Universiteit en bedrijven en instellingen zijn hierbij vanzelfsprekende partners. Aansprekende voorbeelden van lopende onderzoeken die passen binnen de hierboven genoemde themagebieden zijn het epidemiologisch onderzoek ‘Generation R’

51


6 • HAVEN ROTTERD A M

The relationship between EUR and the city will

ROTTERDAM: HAVEN FOR STUDENTS

be expanded along the following lines:

AND STAFF

• Application of research results in the

Rotterdam is not known as the Netherlands’ most popular student city. Moreover, the city

innovation of products and services from

does not manage to hold on to its graduates

Rotterdam businesses and institutions

and often does not succeed in tempting

(knowledge transfer) by students and scientists

employees trained in Rotterdam to settle in the

in the topic areas of climate, social cohesion and

municipality.

identity, health, enterprise and logistics and transport;

The municipality and housing corporation

• Promotion of participation and academic

Stadswonen will take the lead in the coming years to increase the city’s appeal as a pleasant

success of students from Rotterdam, particularly

living environment and a youthful city.

those of ethnic backgrounds, partly by active cooperation with higher vocational schools;

Stadswonen is applying the concept of the

• Increasing the city’s appeal and EUR’s

Hoboken-Woudestein knowledge axis in its efforts, supported by EUR.

visibility to students, recent graduates, and

Many academics work in Rotterdam but live

employees by pursuing an active HR policy,

outside the city, often even outside the region.

expanding student housing and establishing a

In its HR policy EUR aims to stimulate its

venue of both the university and Erasmus MC in

employees to live in Rotterdam. Attractive

the city centre.

housing for middle and higher incomes must be available if this is to succeed.

52


THUISHAVEN ROTTERDAM • 6

dam, maar wonen buiten de stad, vaak zelfs buiten de regio. In haar HR-beleid zet de EUR in op het stimuleren van vestiging van haar medewerkers in Rotterdam. De beschikbaarheid van aantrekkelijke huisvesting voor midden en hogere inkomens vormt daarbij een voorwaarde.

MEER HOGER OPGELEIDEN

Het verhogen van het opleidingsniveau van de bevolking en het genereren van meer en hoger opgeleide kenniswerkers met een internationale oriëntatie vormen een tweede pijler en voorwaarde voor economische groei van Rotterdam en voor regionale innovatie. Voor veel bacheloropleidingen van de EUR is de regio Rotterdam de belangrijkste toeleverancier van studenten. In vergelijking met de andere universiteiten in de vier grote steden is de instroom van allochtone studenten in Rotterdam relatief het hoogst. De EUR is trots op deze positie en zet er onverminderd op in deze te behouden en verder uit te bouwen. Waar nodig wordt met behulp van passende begeleidingsarrangementen en goede onderlinge verwijzing binnen het Rotterdamse hoger onderwijs het beoogde studiesucces ondersteund. De relatie met het hbo zal daartoe worden geïntensiveerd.

De relatie tussen EUR en stad zal langs de volgende lijnen worden uitgebouwd: • toepassing van onderzoeksresultaten in de vernieuwing van producten en diensten van Rotterdamse bedrijven en instellingen (kennistransfer) door studenten en wetenschappers op de themagebieden klimaat, sociale cohesie en identiteit, gezondheid, ondernemerschap en logistiek en transport; • bevordering van deelname en studiesucces van studenten uit Rotterdam, in het bijzonder van allochtone herkomst, onder meer door actieve samenwerking met het hbo; • vergroting van de aantrekkelijkheid van de stad en de zichtbaarheid van de EUR voor studenten, pas afgestudeerden en medewerkers door actief HR-beleid, de uitbouw van studentenhuisvesting en de vestiging van een centrum van universiteit en Erasmus MC in de binnenstad.

ROTTERDAM THUISHAVEN VOOR STUDENTEN EN MEDEWERKERS

Rotterdam staat niet bekend als dé studentenstad van Nederland. Bovendien weet de stad afgestudeerden niet goed aan zich te binden en slaagt zij er vaak niet in om werknemers die in Rotterdam zijn opgeleid te verlokken tot vestiging in de gemeente. De gemeente en de wooncorporatie Stadswonen nemen de komende jaren het voortouw om de stad als woon- en jongerenstad aantrekkelijk te maken. Stadswonen zet daarbij, ondersteund door de EUR, in op het concept kennisas Hoboken-Woudestein. Veel wetenschappers werken in Rotter-

53


7

International campus Internationale campus


Campus Woudestein ontwikkelt zich tot een stimulerende leer-, werk- en woonomgeving, nauw verbonden met de stad, met een uitstraling die past bij een internationaal georiĂŤnteerde universiteit. Campusontwikkeling is een langdurig proces. In de jaren tot 2013 zullen concrete stappen worden gezet, maar de omvorming van de campus gaat nog vele jaren daarna door.

The Woudestein campus is developing into a stimulating environment for learning, working and living, closely connected with the city, with an atmosphere that befits an internationallyoriented university. Campus development is a long-term process. Concrete steps will be taken in the years leading up to 2013, but the transformation of the campus will continue for many years after that. The campus means different things to different

De campus heeft voor verschillende gebruikers verschillende betekenissen. Voor de Nederlandse studenten is de campus in de eerste plaats een leeromgeving en moet daarom voorzien in goede onderwijsfaciliteiten en uitnodigen tot ontmoeting. Veel internationale, jonge kenniswerkers zullen een paar jaar doorbrengen op de EUR. De campus is voor hen een plek om te wonen, te studeren en te werken, en functioneert daarnaast als internationale ontmoetingsplaats. Goede huisvestingsmogelijkheden en goede ontmoetingsruimten zijn van bijzonder belang. De campus dient ook als een assimilatieplaats voor internationale studenten aan de EUR. Vanuit hun eerste woning op de campus vertrekken zij in de regel na enige tijd naar de stad. De campus moet voldoende woon- en studiecomfort bieden om bij te dragen aan die assimilatie. Bovendien moet Woudestein studenten een ontmoetingsplaats bieden en moeten er uitstekende ondersteunende voorzieningen zijn.

users. For Dutch students the campus is in the first place a learning environment and must therefore provide good educational facilities and be an inviting meeting place. Many young, international knowledge workers will spend a few years at EUR. For them the campus is a place to live, study and work, and functions additionally as an international meeting place. Good housing opportunities and spaces to meet with others are particularly important. The campus also serves as a point of assimilation for EUR’s international students. As a rule they branch out from their first residence on campus to live in the city after some time. The campus must offer adequate comfortable places for living and studying in order to contribute to this assimilation. Moreover Woudestein must offer students a meeting place and excellent support facilities.

55


7 • INTERNATION A L CA M PU S

For Dutch academic and support personnel the

THE CAMPUS OFFERS OPPORTUNITIES FOR

campus is above all a work environment. For

LIVING AND RELAXATION

them the education and research facilities must

This means:

be in good condition. The office environment

• Facilities for sport, recreation, retail and culture;

must be modern and customised to their needs,

• Housing for (international) students;

and the facilities (for ICT, catering, shops,

• Possibilities for organising events and festivities.

parking and sports) must be able to compete with international standards.

THE CAMPUS MUST HAVE AN ATMOSPHERE

The concept of a campus is broader, however,

BEFITTING AN INTERNATIONALLY-ORIENTED

than just the Woudestein and Hoboken

TOP-LEVEL UNIVERSITY

locations. Students regard places in the city at

This means:

some distance from the university as part of the

• Appealing entrances;

campus as well. Campus development thus

• Attractive public spaces with a permanently

meshes with the development of Rotterdam as a

green and car-free centre;

Student City, with a concentration on the

• Elements of allure, worthy of a top university.

Hoboken/Woudestein axis. SUSTAINABILITY IS THE STARTING POINT FOR

Campus development will be realised along the

CAMPUS DEVELOPMENT

following lines:

Sustainability is addressed in Rotterdam via the Rotterdam Climate Initiative. Within the

THE CAMPUS IS CLOSELY CONNECTED WITH

university, staff departments, shared service

THE CITY

centres and faculties are working on a sustainable university as part of the ‘Greening

This means:

the campus’ programme.

• Good and safe connections for all modes

The objective is to position EUR as a sustainable

of transport;

university, in which sustainability:

• Open and accessible 24 hours a day, 7 days

• is embedded in the policy and operations of the

a week;

university;

• Campus as component of the ‘knowledge axis’,

• is known to a large group of stakeholders.

with a showcase of EUR in the city centre. THE CAMPUS IS A STIMULATING LEARNING

A programme manager will be appointed and

AND WORKING ENVIRONMENT

concrete targets determined in 2008.

This means: • Up-to-date educational facilities, including sufficient study places; • Office environment that invites working together; • Meeting places, inside and outside, for the international and multicultural community.

56


INTERNATIONALE CAMPUS • 7

voor de internationale en multiculturele gemeenschap.

Voor het Nederlandse wetenschappelijk en ondersteunend personeel is de campus in de eerste plaats een werkomgeving. Voor hen moeten de onderwijs- en onderzoeksfaciliteiten in orde zijn. De kantooromgeving moet modern en aan de maat zijn, en de voorzieningen (ict, restauratieve voorzieningen, winkels, parkeren en sport) moeten de toets van internationale vergelijking kunnen doorstaan. Het begrip campus is overigens breder dan alleen de locaties op Woudestein en Hoboken. Studenten beschouwen plekken in de stad op enige afstand van de universiteit ook wel als campus. Campusontwikkeling loopt dus over in de ontwikkeling van Rotterdam als Student City, met een concentratie op de as Hoboken/Woudestein.

DE CAMPUS BIEDT MOGELIJKHEDEN VOOR ONTSPANNING EN WONEN

Dat betekent: • faciliteiten voor sport, recreatie, retail en

cultuur; • huisvesting van (buitenlandse) studenten; • mogelijkheden voor het organiseren van

evenementen en festiviteiten. DE CAMPUS HEEFT EEN UITSTRALING PASSEND BIJ EEN INTERNATIONAAL GEORIËNTEERDE TOPUNIVERSITEIT

Dat betekent: • aansprekende entrees; • aantrekkelijke openbare ruimten met

een blijvend groen en autoluw hart; • elementen van allure, een topuniversiteit

waardig. Ontwikkeling van de campus zal langs de volgende lijnen worden gerealiseerd:

DUURZAAMHEID IS UITGANGSPUNT BIJ DE CAMPUSONTWIKKELING

Duurzaamheid krijgt in Rotterdam aandacht via het Rotterdam Climate Initiative. Binnen de universiteit werken stafafdelingen, shared service centra en faculteiten in het programma ‘Greening the campus’ aan een duurzame universiteit. De doelstelling is om de EUR te positioneren als een duurzame universiteit, waarbij duurzaamheid: • verankerd is in het beleid en de bedrijfsvoering van de universiteit; • bij een grote groep stakeholders bekend is. In 2008 wordt een programmamanager benoemd en worden concrete targets vastgesteld.

DE CAMPUS IS NAUW VERBONDEN MET DE STAD

Dat betekent: • goede en veilige verbindingen voor alle

vervoersmodaliteiten; • open en 7x24 uur toegankelijk; • campus als onderdeel van de ‘kennisas’

met daarbij een etalage van de EUR in de binnenstad. DE CAMPUS IS EEN STIMULERENDE LEEREN WERKOMGEVING

Dat betekent: • up-to-date onderwijsvoorzieningen,

inclusief voldoende studieplekken; • kantooromgeving die uitnodigt tot

samenwerken; • ontmoetingsplaatsen, binnen en buiten,

57


8

Economic and social valorisation Economische en maatschappelijke valorisatie


Verbinding met de samenleving zit in de genen van de EUR. Kennisvalorisatie, het ten goede laten komen van kennis aan de maatschappij, is voor de universiteit dus geenszins een nieuw thema. Wel heeft dit thema in de afgelopen jaren aan actualiteit en urgentie gewonnen. Meer dan in het verleden wordt de betekenis van wetenschappelijke kennis voor duurzame economische ontwikkeling onderkend. Ook wordt toenemend belang gehecht aan het systematisch benutten van kennis voor het oplossen van hardnekkige maatschappelijke vraagstukken. In de komende jaren staat het thema van de kennisvalorisatie dus hoog op de agenda, zowel in haar economische als in haar maatschappelijke betekenis.

Connection with society is in EUR’s very genes. Knowledge valorisation, using knowledge to benefit society, is thus in no way new to the university. This topic has won in currency and urgency over the past few years however. More than in the past the importance of scientific knowledge for sustainable economic development is being recognised. Increasing importance is also being attached to the systematic use of knowledge to solve stubborn social problems. In the coming years the topic of knowledge valorisation will therefore be high on the agenda, both in its economic and social significance. Social valorisation centres on making scientific knowledge available and applicable for purposes in society. Social valorisation is taking place in a large number of areas in all our

Maatschappelijke valorisatie richt zich op het beschikbaar en toepasbaar maken van wetenschappelijke kennis voor doeleinden in de samenleving. Maatschappelijke valorisatie vindt op een groot aantal terreinen in al onze faculteiten plaats. De kern van economische valorisatie is het omzetten van kennis in producten die verkoopbaar zijn. Dat kan bijvoorbeeld door het aanvragen van octrooien en patenten. Economische kennisvalorisatie vindt thans vooral binnen het Erasmus MC plaats. In de komende jaren zullen op dit punt ook op Woudestein nieuwe initiatieven worden genomen. Het binnenkort te openen Centrum voor Ondernemerschap zal hierbij een stimulerende rol spelen. Activiteiten op het gebied van kennisvalorisatie spelen zich af op een groot aantal terreinen, die veelal ook elders in dit document zijn genoemd.

faculties/schools. The essence of economic valorisation is converting knowledge into products that can be sold. That is possible for instance by applying for patents. Economic knowledge valorisation is now mainly taking place at Erasmus MC. In the coming years new initiatives will also be taken in this field at Woudestein. The soon to be opened Centre for Entrepreneurship will play a stimulating role in this. Activities in the area of knowledge valorisation are taking place in many areas, most of which are also mentioned elsewhere in this document.

59


8 • ECONOMIC A N D SOCIA L VA L ORISATION

• Further development of fourth flow

EDUCATION

Postgraduate education

funding by sparking private parties’ interest to

As a supplement and continuation to degree

participate in the university’s development.

programmes, EUR already offers many non-

Boosting academic enterprise is a requirement for this;

degree programmes, aimed at government and

• Expanding third flow funded research by

the business sector. The demand for these programmes is expected to grow. EUR’s

capitalising on research results and external

educational programmes will further develop in

fundraising for research. This can be very

the coming years into ‘full-service’ education,

significant for the research capacity and quality

that is to say, academic education for students in

at EUR.

every phase of life. In this way the university makes knowledge accessible to a broad range of

RELATIONSHIP WITH THE CITY

groups within society.

Social valorisation regularly takes place close to home in the case of EUR and the city of

The establishment of the Centre for

Rotterdam. The city is the academic workplace

Entrepreneurship is also important from the

of EUR, the ‘lab’ where answers are sought to

perspective of valorisation. All EUR students

research questions.

come into contact with enterprise during their

This primarily means that our university

study. The centre will also contribute in other

recognises the issues and tasks the city of

ways to the development of academic enterprise

Rotterdam is faced with and that preferably

at the university.

structural connections and networks of science (and scientists) and students are created around crucial topics.

RESEARCH

In the area of research, social and economic

Visibility and the participation of EUR’s students,

valorisation takes place, for example, via:

academic and support personnel in the city, in social networks and in the business sector,

• The development of partnerships between Hoboken and Woudestein and among the

reinforce the knowledge exchange between the

faculties/schools at Woudestein. The

parties and the development of networks for

cooperation focuses on making fundamental

knowledge exchange. As a result Erasmus

research suitable for social applications.

University Rotterdam can constantly attune its

Examples are the collaborations in the areas of

research to the wishes and needs of the city and

Economics of Healthcare and Monitoring and

region, and the city and region can incorporate

Compliance;

new insights into their policy. The development of incentives to bring about this exchange is an

• Researchers’ contributions to the

important task for the coming years.

development of a healthy, safe and social Rotterdam. This takes place through, among other ways, the implementation of applied research or consultancy projects for social institutions, businesses and municipalities. The BVs are a good construction for carrying out these activities;

60


ECON OM ISCH E EN MAATSCHAPPELIJKE VALORISATIE • 8

onderzoek of adviesopdrachten voor maatschappelijke instellingen, bedrijven en gemeenten. De BV’s vormen een goed construct voor de uitvoer van deze activiteiten; • verder ontwikkelen van de vierde geldstroom door het interesseren van private partijen om deel te nemen aan de ontwikkeling op de universiteit. Het stimuleren van academisch ondernemerschap is hiervoor een vereiste; • uitbreiding van derde geldstroomonderzoek door het te gelde maken van onderzoeksresultaten en het extern verwerven van middelen voor onderzoek. Dit kan een belangrijke betekenis hebben voor de capaciteit en de kwaliteit van het onderzoek binnen de EUR.

ONDERWIJS

Postinitieel onderwijs In aanvulling en als vervolg op de initiële opleidingen biedt de EUR nu al veel nietinitiële opleidingen, gericht op de overheid en het bedrijfsleven. Naar verwachting gaat de vraag naar deze opleidingen toenemen. Het onderwijs van de EUR zal zich in de komende jaren verder ontwikkelen tot ‘full-service’ onderwijs, dat wil zeggen academisch onderwijs voor studenten uit alle levensfasen. Op deze wijze maakt de universiteit kennis beschikbaar voor een breed scala aan groepen binnen de samenleving. Uit een oogpunt van valorisatie is ook de oprichting van het Centrum voor Ondernemerschap van belang. Alle EURstudenten komen in hun opleiding in aanraking met ondernemerschap. Het centrum zal ook op andere manieren bijdragen aan het ontwikkelen van academisch ondernemerschap op de universiteit.

RELATIE MET DE STAD

Maatschappelijke valorisatie speelt zich in het geval van de EUR en de stad Rotterdam regelmatig dicht bij huis af. De stad is de academische werkplaats van de EUR, het ‘lab’ waar antwoorden gezocht worden op onderzoeksvragen. Primair betekent dit dat onze universiteit de vraagstukken en opgaven waarvoor de stad Rotterdam zich geplaatst ziet, (her)kent en dat er rondom cruciale thema’s bij voorkeur structurele verbindingen en netwerken met wetenschap(pers) en studenten tot stand komen. Zichtbaarheid en participatie van studenten, wetenschappelijk en ondersteunend personeel van de EUR in de stad, in sociale netwerken en in het bedrijfsleven versterken de onderlinge kennisuitwisseling en de ontwikkeling van netwerken om kennisuitwisseling plaats te laten vinden. Zo kan de Erasmus Universiteit Rotterdam haar onderzoek continu afstemmen op de wensen en behoeften van stad en

ONDERZOEK

Op het gebied van onderzoek vindt maatschappelijke en economische valorisatie bijvoorbeeld plaats door: • het ontwikkelen van samenwerkingsverbanden tussen Hoboken en Woudestein en onderling tussen faculteiten op Woudestein. De samenwerking richt zich op het geschikt maken van fundamenteel onderzoek voor maatschappelijke toepassingen. Voorbeelden zijn de samenwerking op het gebied van Economie van de gezondheidszorg en Toezicht en Compliance; • de bijdragen van onderzoekers aan de ontwikkeling van een gezond, veilig en sociaal Rotterdam. Dit gebeurt onder meer door de uitvoering van toegepast 61


8 • ECONOMIC A N D SOCIA L VA L ORISATION

The university’s presence in Rotterdam also

STRATEGIC COOPERATION

contributes to the presence of highly educated

An important condition for successful

individuals in the city. Retaining and attracting

knowledge valorisation is close cooperation with

highly educated professionals to Rotterdam and

a number of strategic partners. The

the region contributes to economic valorisation:

development and maintenance of relationships

it makes Rotterdam appealing as a place to

with strategic partners is therefore high on the

establish businesses. In the coming years this will

Executive Board’s agenda. In the coming years

be a joint task to be undertaken by the

the Board will make agreements with public

university and the municipality of Rotterdam

institutions and bodies, the business sector and knowledge institutions on how they can join forces to stimulate both the development and valorisation of knowledge.

62


ECON OM ISCH E EN MAATSCHAPPELIJKE VALORISATIE • 8

regio, en kunnen stad en regio nieuwe inzichten meenemen in hun beleid. Het ontwikkelen van incentives om deze uitwisseling tot stand te brengen is een belangrijke opgave voor de komende jaren. De aanwezigheid van de universiteit in Rotterdam draagt ook bij aan de aanwezigheid van hoogopgeleiden in de stad. Het behouden en aantrekken van hoogopgeleiden voor Rotterdam en haar regio draagt bij aan de economische valorisatie: het maakt Rotterdam aantrekkelijk als vestigingsplaats voor bedrijven. Komende jaren is dit een gezamenlijke opgave van universiteit en de gemeente Rotterdam.

STRATEGISCHE SAMENWERKING

Een belangrijke conditie voor succesvolle kennisvalorisatie is hechte samenwerking met een aantal strategische partners. Het ontwikkelen en onderhouden van relaties met strategische partners staat derhalve hoog op de agenda van het College van Bestuur. In de komende jaren zal het college met publieke instellingen en organen, bedrijfsleven en kennisinstellingen afspraken maken over de wijze waarop gezamenlijk zowel de ontwikkeling als de valorisatie van kennis kan worden gestimuleerd.

63


9

Finances FinanciĂŤn


INTRODUCTION

INLEIDING

In de voorgaande hoofdstukken is de visie op ‘Erasmus 2013’ met bijbehorende doelstellingen uiteengezet. Bij een dergelijke strategieontwikkeling is het van groot belang te onderzoeken of een en ander ook realistisch is gegeven de financiële randvoorwaarden en mogelijkheden van onze universiteit. Vanzelfsprekend met als doel om te voorkomen dat weldoordachte voornemens en doelstellingen achteraf niet haalbaar blijken vanwege een tekort aan middelen. Dit hoofdstuk biedt een nader inzicht in de beschikbare middelen voor de financiering van de beschreven visie ‘Erasmus 2013’.

The preceding chapters set out the vision on ‘Erasmus 2013’ and the accompanying objectives. With this kind of strategy development, it is very important to investigate whether the objectives are feasible given the financial conditions and possibilities of our university. In order, of course, to prevent that well thought-out plans and objectives prove unfeasible in retrospect because of a lack of resources. This chapter provides further insight into the resources available for financing the described ‘Erasmus 2013’ vision.

65


9 • FINANCES

• Financing of campus renovation will be

First of all it can be said that EUR is currently in a good financial position. The healthy starting

entirely financed from the central budgets.

position is the result of a prudent policy and

The financing of all the initiatives included in this

somewhat conservative budgeting over the past

document will therefore take place from both

years.

faculty and central/university budgets. The

Both the university as a whole and its composite

implementation programme to be put together

parts have booked positive operating results and

in the first half of 2008 will specifically indicate

have reserves that serve as adequate buffer for

the sources of financing for each initiative.

any drawbacks in future.

This chapter offers insight into the budgetary

That this position cannot be taken for granted is

scope available on the central level for the

evidenced by the fact that reorganisations have

initiatives announced in this strategic document.

taken place at three faculties over the past years. The most recent - and most sweeping -

AVAILABLE RESOURCES

example is the Erasmus School of Economics. At

An analysis of the available resources indicates

the moment the supporting services, united in

that there is 90 million € available on the

the University Office, are undergoing

central level for strategic investments up to and

reorganisation.

including 2013. Of this amount 50 million €

Nor to be taken for granted is the endurance of

had already been included in the long-term

the favourable starting position, given the

estimates. The additional 40 million € is

mounting competition and the changes to the

composed of extra resources from the social

financing system within higher education that

sciences and humanities (14 million €), extra

are at hand.

tuition (12 million € assuming 25% growth), release of innovation impulse (6 million €) and

The implementation of the university strategy

extra scope created by operations (8 million €).

will require that investments from the university (‘central resources’) and from the various

The following assumptions have been taken into

faculties (‘decentral resources’) be combined to

account in the available scope:

achieve a part of the objectives.

• Extra funds for social sciences/humanities

The Executive Board holds the view that the

based on the OCW budget 2008;

nature of the activities will determine the

• The estimated growth in student numbers

primary financing source in this process. A few

(25%) is realised;

examples to illustrate:

• The shift of first flow to second flow

• The extra resources for social sciences and

funding, as announced in the 2008 national

humanities will be used for fundamental top

budget (running up to 5.8 million €), will be at

level research;

the expense of faculty budgets;

• Improving study completion rates and the

• There are no major effects from the

development of customised education will as a

changes to university funding.

rule be financed from the education budgets of the faculties; • Start-up costs for new programmes will as a rule be partly financed by central budgets;

66


FINANCIËN • 9

ontwikkeling van maatwerk in het onderwijs worden in de regel gefinancierd uit de onderwijsbudgetten van faculteiten; • aanloopkosten voor nieuwe opleidingen worden in de regel medegefinancierd uit centrale budgetten; • financiering van vernieuwing van de campus wordt geheel gefinancierd uit centrale budgetten.

Allereerst kan worden gesteld dat de EUR er momenteel goed voorstaat op financieel gebied. De gezonde uitgangspositie is het resultaat van het voeren van een prudent beleid en het enigszins conservatief begroten in de afgelopen jaren. Zowel de universiteit als geheel alsook haar samenstellende delen boeken positieve exploitatieresultaten en hebben reserveposities die een afdoende buffer zijn voor eventuele tegenvallers. Dat deze positie niet vanzelfsprekend is, blijkt wel uit het feit dat in de afgelopen jaren in drie faculteiten is gereorganiseerd. Het meest recente - en meest omvangrijke - voorbeeld is de faculteit der Economische Wetenschappen. Momenteel zijn de ondersteunende diensten, verenigd in het Bureau van de Universiteit, in reorganisatie. Evenmin vanzelfsprekend is het standhouden van de gunstige uitgangspositie, gegeven de verhevigende concurrentie en de op handen zijnde aanpassing in de bekostigingssystematiek binnen het hoger onderwijs.

De financiering van alle in dit stuk opgenomen initiatieven vindt dus plaats uit facultaire én centrale / universitaire budgetten. In het uitvoeringsprogramma, dat in de eerste helft van 2008 wordt opgesteld, zal specifiek worden aangegeven uit welke bron financiering plaatsvindt. Dit hoofdstuk biedt inzicht in de beschikbaarheid van vrije ruimte op centraal niveau voor de in dit strategisch document aangekondigde initiatieven. BESCHIKBARE MIDDELEN

Uit een analyse van de beschikbare middelen blijkt dat er op centraal niveau tot en met 2013 90 M€ beschikbaar is voor strategische investeringen. Van dit bedrag was reeds 50 M€ opgenomen in de meerjarenramingen. De aanvullende 40 M€ is opgebouwd uit extra alfa-/gammamiddelen (14 M€), extra collegegelden (12 M€ op basis van 25% groei), vrijval vernieuwingsimpuls (6 M€) en extra ruimte vanuit exploitatie (8 M€).

Bij de implementatie van de universitaire strategie zullen investeringen vanuit de universiteit (‘centrale middelen’) en vanuit de verschillende faculteiten (‘decentrale middelen) moeten worden gecombineerd om een deel van de doelstellingen te verwezenlijken. In de visie van het College van Bestuur zal daarbij de aard van de activiteit bepalend zijn voor de primaire financieringsbron. Ter illustratie enkele voorbeelden: • de extra alfa-/gammamiddelen worden ingezet voor fundamenteel toponderzoek; • verbetering van rendementen en

De volgende veronderstellingen zijn verdisconteerd in de beschikbare ruimte: • extra geld voor alfa/gamma op basis van begroting OCW 2008; • de geraamde groei van het aantal studenten (25%) wordt gerealiseerd;

67


9 • FINANCES

Research

A (relatively large) share of the 90 million € has already been committed. In total this share

In the 2008 national budget the government

comes to roughly 55 million €, allocated to:

announced it would structurally make extra resources available for the ‘young universities’

• Research (11 million € for, among other things, the Tinbergen Tenure Track programme,

and for research in the social sciences and

MTls, revitalising School of Economics, Virtual

humanities. EUR can count on an extra

Knowledge Studio, Research funds for

contribution of 13.7 million € for the period to

criminology and NWO/KNAW incentive

the end of 2013. This contribution will be

premium, centre for entrepreneurship);

entirely devoted to realising the objectives for

• Education (20 million € for, among

non-medical research at Woudestein with regard

other things, education marketing, blackboard,

to fundamental top level research and social

research master’s, quality assurance, Basic

valorisation (in line with the ambitions described

Teaching Qualification,

in chapter 5). In the first half of 2008

impersonal/anonymous/mass education,

agreements will be made on how these funds

major/minor);

will be spent. For the rest, the government granted one-off

• Other (24 million € lump sum subsidy to Stichting Sportvoorziening Rotterdam SSVR,

funds in 2006 for strengthening fundamental

minor campus improvements, diversity policy,

research. EUR used these to start the tenure

introduction of SAP, improvement to Planning

tracks in the Tinbergen programme.

and Control, electronic examinations).

The total available uncommitted funds for research up to and including 2013 therefore amount to 15 million €.

The list above shows that the strategic scope is to be used for a variety of initiatives, to which

Education

the label of ‘strategic’ does not always strictly apply.

The central funds for education will primarily be

From the viewpoint of purity it seems wise to

used to contribute to the start-up and

clear the strategic scope of items that have

preparation costs for new programmes. This

nothing to do with strategy. This does not

strategy document includes proposals for new

produce extra strategic funds, however.

Dutch-language and English-language bachelor’s

At the same time the existing commitments

degree programmes, and proposals for further

within the strategic scope could be

research into the possibilities for starting joint

reconsidered, thereby creating some extra

and double degree programmes. In the period

latitude.

up to and including 2013, 12.5 million € of the strategic resources can be freed up for

GRANTING UNCOMMITTED CENTRAL

contributions to the costs of preparing new

STRATEGIC RESOURCES TO VARIOUS TOPICS

programmes.

As indicated earlier, on the basis of current insights the amount of available uncommitted

About 6 million € in start-up costs must be

funds in the strategic scope is, until the end of

considered for the launch an entirely new

2013, about 35 million €. This budgetary scope

bachelor’s degree programme in an academic

is divided as follows among the various topics in

area new for the EUR. Given the fact that a new

this strategy document.

bachelor’s can certainly not start before 2009,

68


FINANCIËN • 9

Tegelijkertijd zouden ook de bestaande verplichtingen binnen de strategische ruimte heroverwogen kunnen worden om op die wijze wat extra vrije ruimte te creëren.

• de overheveling van de eerste naar de

tweede geldstroom, zoals aangekondigd in de rijksbegroting 2008 (oplopend tot 5,8 M€) gaat ten laste van facultaire budgetten; • er zijn geen majeure gevolgen van wijzigingen in de bekostiging van de universiteiten.

TOEKENNING VAN VRIJE CENTRALE STRATEGISCHE MIDDELEN AAN VERSCHILLENDE THEMA’S

Voor een (relatief groot) deel rusten op het bedrag van 90 M€ reeds verplichtingen. In totaliteit gaat het daarbij grofweg om 55 M€, verdeeld over: • onderzoek (11 M€ voor bijvoorbeeld Tinbergen Tenure Track programma, MTl’s, revitalisering FEW, Virtual Knowledge Studio, Onderzoeksgeld criminologie en stimuleringspremie NWO/KNAW, center for entrepreneurship); • onderwijs (20 M€ voor bijvoorbeeld onderwijsmarketing, blackboard, research masters, kwaliteitszorg, basiskwalificatie onderwijs, massaliteit/anonimiteit, major/minor); • overig (24 M€ Lumpsumsubsidie Stichting Sportvoorziening Rotterdam SSVR, kleinschalige campusverbeteringen, diversiteitsbeleid, invoering SAP, verbetering Planning en Control, elektronisch tentamineren).

Zoals eerder aangegeven ligt op basis van de huidige inzichten het vrij beschikbare bedrag aan strategische ruimte tot en met het jaar 2013 rond de 35 M€. Deze vrije ruimte wordt als volgt verdeeld over de verschillende thema’s in dit strategiedocument.

Onderzoek In de rijksbegroting 2008 is aangekondigd dat het kabinet structureel extra middelen beschikbaar zal stellen voor de ‘jonge universiteiten’ en voor alfa- en gammaonderzoek. Voor de EUR kan in de periode tot en met 2013 worden gerekend op een extra bijdrage van 13,7 M€. Deze bijdrage zal (conform de in hoofdstuk 5 beschreven ambities) geheel bestemd worden voor het realiseren van de doelstellingen voor het niet-medische onderzoek van Woudestein ten aanzien van fundamenteel toponderzoek en van maatschappelijke valorisatie. In de eerste helft van 2008 zullen afspraken worden gemaakt over toewijzing van deze middelen. Overigens heeft het kabinet in 2006 eenmalig middelen toegekend voor het versterken van fundamenteel onderzoek. De EUR heeft hiermee de tenure tracks in het Tinbergenprogramma gestart. De totale beschikbare vrije ruimte voor onderzoek tot en met 2013 komt daarmee op 15 M€.

Uit bovenstaande opsomming blijkt dat de strategische ruimte gebruikt wordt voor een veelheid aan initiatieven, waarbij de vlag van ‘strategische ruimte’ niet altijd de lading dekt. Uit het oogpunt van zuiverheid lijkt het verstandig om de strategische ruimte te schonen voor die zaken die niets met de strategie te maken hebben. Extra strategisch geld levert dit echter niet op.

69


9 • FINANCES

that the start-up costs are spread over a period

Should this procedure result in the desire to start

of seven years, and that the possible new

more than three new programmes, there are a number of possibilities:

programmes mentioned in the strategy

• The strategic scope now amounts to 5%

document do not all concern entirely new academic areas, the 12.5 million € mentioned

of the first flow funding. Raising this percentage

above (in the event that the financing only

could be considered. Every percentage point of increase represents 1.5 million € per year;

comes from central strategic resources), could fund the start up of three new bachelor’s degree

• The contribution from the central strategic

programmes, for instance, during the plan

budgetary scope to each initiative could be

period.

lowered, in which case the relevant faculty/school would be required to make a supplementary contribution;

In the first half of 2008 the conditions for

• Seeking supplementary financing

granting resources for new educational initiatives will be worked out. This procedure will

possibilities from outside the university (fourth

in any event include:

flow funding). In the longer term, strengthening the third and

• Setting up a business case for each activity, which will give insight into the nature of the

(especially) fourth flow funding is extremely

initiative, a market survey, a competition

important to the university’s ability to develop

analysis, the necessary investment, the expected

new initiatives on an international level. In 2008

exploitation;

and 2009 an incentive system will be developed to stimulate individual employees and faculties

• Talks between the faculty and the

to take further steps in this area.

Executive Board about the financing arrangement for the necessary investments (financing from central strategic resources,

If investing in a new programme yields returns in

financing via loans to faculties, financing from

the long run (in other words, the programme

faculty resources, hybrid forms);

makes a profit over time), extra investments can

• Central strategic resources are allocated by

be made.

the Executive Board, after consultation with the deans.

70


FINANCIËN • 9

Onderwijs

van het initiatief, een marktverkenning, een concurrentieanalyse, de benodigde investering, de verwachte exploitatie; • gesprekken tussen faculteit en College van Bestuur over het financieringsarrangement voor de benodigde investeringen (financiering uit centrale strategische middelen, financiering middels lening aan faculteiten, financiering uit facultaire middelen, mengvormen); • toekenning van centrale strategische middelen geschiedt door het College van Bestuur, na overleg met decanen.

De centrale middelen voor onderwijs zullen vooral worden bestemd voor bijdragen aan de financiering van aanloop- en voorbereidingskosten voor nieuwe opleidingen. In dit strategiedocument zijn voorstellen opgenomen voor nieuwe Nederlandstalige en Engelstalige bacheloropleidingen, en voorstellen voor verder onderzoek naar de mogelijkheden voor de start van joint en double degree-opleidingen. Uit de strategische middelen kan in de periode tot en met 2013 12,5 M€ worden vrijgemaakt voor bijdragen in de kosten van voorbereiding van nieuwe opleidingen.

Mocht deze procedure resulteren in de wens om meer dan drie nieuwe opleidingen te starten, dan zijn er verschillende mogelijkheden: • De strategische ruimte bedraagt nu 5% van de eerste geldstroommiddelen. Overwogen zou kunnen worden dit percentage te verhogen. Iedere procent verhoging staat gelijk aan 1,5 M€ per jaar; • Per initiatief wordt de bijdrage vanuit de centrale strategische ruimte verlaagd, waarbij de betreffende faculteit een aanvullende bijdrage levert; • Gezocht wordt naar aanvullende financieringsmogelijkheden van buiten de universiteit (vierde geldstroom). Op langere termijn is versterking van de derde en (vooral) vierde geldstroom van groot belang om nieuwe initiatieven op internationaal niveau te kunnen ontwikkelen. In 2008 en 2009 zal een incentivesysteem worden ontwikkeld om individuele medewerkers en faculteiten te stimuleren om op dit terrein verdere stappen te zetten.

Voor het starten van een volledig nieuwe bacheloropleiding op een voor de EUR nieuw wetenschapsgebied moet gerekend worden met aanloopkosten van om en nabij de 6 M€. Gegeven het feit dat een nieuwe bachelor zeker niet kan starten voor 2009, dat de aanloopkosten zijn uitgesmeerd over een periode van zeven jaar en dat de in het strategiedocument vermelde mogelijke nieuwe opleidingen niet allemaal een nieuw wetenschapsgebied betreffen, kunnen met genoemde 12,5 M€ in de planperiode (in het geval financiering alleen uit centrale strategische middelen plaatsvindt) bijvoorbeeld drie nieuwe bacheloropleidingen worden gestart. In de eerste helft van 2008 worden de voorwaarden voor toekenning van middelen voor nieuwe onderwijsinitiatieven uitgewerkt. Onderdeel van de procedure zal in ieder geval zijn: • per activiteit opstellen van een businesscase, die inzicht geeft in de aard

71


9 • FINANCES

Housing and other topics

It should be clear that the 7.5 million €

EUR’s long-term budget for the period up to and

mentioned above is far from sufficient to

including 2013 takes into account regular

comprehensively finance the remaining topics

investments in maintenance and renovation. All

from the vision document. In particular the

items that fall outside of this regular financing

development of a campus of international

will have to be financed from the resources

standing will require a multiple of this sum. This

made available for the Strategic Programme

is not necessarily an unsolvable problem,

Erasmus 2013.

however. The favourable assets position/solvency of the EUR ensures that the university can

The plans for further campus development will

borrow substantial sums.

be fleshed out in more concrete terms in the

This does mean, however, that a part of the

course of the coming year. On the basis of this a

investment does not need to be earned back via

decision will be made on whether new priorities

operational cash flows. But the larger part of it does.

should be set for the resources reserved at this In even more concrete terms this means that:

point, or if (additional) extra resources should be found to be able to achieve a campus of

• The student housing to be developed is

international standing.

theoretically exploitation-neutral for the university; • Making the heart of the campus a low-

7.5 million € of the strategic resources is reserved for the campus and other topics in this

traffic area goes hand in hand with flanking

plan (including: relationship with the city,

mobility policy in which car mobility is discouraged, partly with a view to a sustainable campus;

alumni, HRM, Institutional Research and

• A hard look must be taken at the commercial

scientific information provision). The implementation plan (first half of 2008) will

exploitation possibilities and possible fourth flow

contain concrete plans and the financing

funding for the expansion of the level of

thereof.

facilities and increasing the appeal of the campus.

72


FINANCIËN • 9

Het moge duidelijk zijn dat de hierboven genoemde 7,5 M€ bij lange na niet voldoende is om de overige thema’s uit de visienota integraal te financieren. Met name de ontwikkeling van een campus met internationale allure zal een veelvoud van dit bedrag kosten. Dit hoeft echter geen onoplosbaar probleem te zijn. De gunstige vermogenspositie/solvabiliteit van de EUR zorgt er voor dat de universiteit een royale leencapaciteit heeft. Dit betekent wel dat een gedeelte van de investering niet door middel van operationele kasstromen hoeft te worden terugverdiend. Het overgrote deel echter wel.

Indien investeren in een nieuwe opleiding op termijn rendement oplevert (oftewel: op termijn maakt de opleiding winst), kan extra geïnvesteerd worden.

Huisvesting en overige thema’s In de meerjarenbegroting van de EUR is in de periode tot en met 2013 rekening gehouden met reguliere investeringen in onderhoud en renovatie. Alle posten die niet binnen deze reguliere financiering vallen, zullen uit de voor het Strategisch Programma Erasmus 2013 beschikbare middelen gefinancierd moeten worden. In de loop van komend jaar worden de plannen voor verdere campusontwikkeling concreter ingevuld. Aan de hand daarvan wordt beslist of binnen de nu gereserveerde middelen herprioritering nodig is, of dat (daarnaast) additionele middelen moeten worden gevonden om de ambities voor een campus van internationale allure te kunnen uitvoeren.

Nog concreter betekent het dat: • de te ontwikkelen studentenhuisvesting

in principe voor de universiteit exploitatieneutraal is; • het autoluw maken van het campushart gepaard gaat met flankerend mobiliteitsbeleid waarbij, mede gelet op een duurzame campus, de automobiliteit ontmoedigd wordt; • bij de uitbouw van het voorzieningenniveau en het aantrekkelijker maken van de campus heel nadrukkelijk gekeken moet worden naar de commerciële exploitatiemogelijkheden en eventuele vierde geldstroom.

Voor het totaal van campus en overige thema’s uit dit plan (onder meer: relatie met de stad, alumni, HRM, Institutional Research en wetenschappelijke informatievoorziening) wordt uit de strategische middelen 7,5 M€ gereserveerd. In het uitvoeringsplan (eerste helft 2008) worden concrete plannen en financiering daarvan opgenomen.

73


9 • FINANCES

In general EUR is positive about the possibilities

CONCLUSIONS

EUR, both as a whole and its various

to actually realise a large share of the initiatives

components, are financially healthy in terms of

mentioned.

operations and reserve position. This provides an

In cases where the strategic funds available are

excellent starting position for the Strategic

not enough, alternative financing will have to be

Programme Erasmus 2013.

sought within the existing operations (increasing

Until the end of 2013 the total central

percentage of strategic scope, reconsidering

investment scope amounts to 90 million €. 55

existing commitments). Other alternatives are

million € of this has already been committed. Of

the development of fourth flow funding and/or

the reaming 35 million €, 15 million € is

borrowing money (given our favourable solvency

destined for stimulating research, 12.5 million €

position), but this will require meeting

for new initiatives in the area of education and

performance criteria.

7.5 million € for improving the campus and other initiatives in the context of this strategy

The implementation plan to be drawn up will

document.

elaborate the method for allocating the strategic

It must be noted here that the amounts cited

financial scope to education, research, housing

can be seen somewhat as ‘current market

and other expenses. The starting point in this is

values,’ with the total of the available

that for every individual initiative, the expected

investment scope being the result of a number

costs and yields must be examined on the basis

of variables that are uncertain by nature. One of

of a business case. Decisions will be taken by the

these variables is for example the 25% growth

Executive Board, after discussion with the deans.

in student numbers used in the calculations. The Executive Board will therefore check periodically if the starting points described here are still accurate. The board will adjust the plans if necessary.

74


FINANCIËN • 9

Over het algemeen gesproken is de EUR positief gestemd over de mogelijkheden om een groot deel van genoemde initiatieven daadwerkelijk te realiseren. Daar waar de strategische vrije ruimte tekort schiet, zal binnen de bestaande exploitatie naar alternatieve financiering moeten worden gezocht (ophogen percentage strategische ruimte, heroverwegen bestaande verplichtingen). Andere alternatieven zijn de ontwikkeling van een vierde geldstroom en/of het lenen van geld (gegeven onze gunstige solvabiliteitspositie), waar dan wel rendementseisen tegenover staan.

CONCLUSIES

De EUR, zowel het geheel als de verschillende onderdelen, zijn qua exploitatie en reservepositie financieel gezond. In het kader van het Strategisch Programma Erasmus 2013 biedt dit een prima uitgangspositie. Tot en met 2013 bedraagt de totale centrale investeringsruimte 90 M€. Daarvan is 55 M€ reeds bestemd qua verplichtingen. Van de resterende 35 M€ wordt 15 M€ bestemd voor stimulering van onderzoek, 12,5 M€ voor nieuwe initiatieven op het gebied van het onderwijs en 7,5 M€ voor campusverbetering en overige initiatieven in het kader van dit strategiedocument. Hierbij moet worden opgemerkt dat de genoemde bedragen enigszins het karakter hebben van ‘dagkoersen’, waarbij het totaal van de beschikbare investeringsruimte de resultante is van een aantal variabelen die in hun aard onzeker zijn. Een van die variabelen is bijvoorbeeld de groei van 25% in het aantal studenten waarmee gerekend is. Het College van Bestuur zal daarom periodiek toetsen of nog steeds aan de hier beschreven uitgangspunten wordt voldaan. Zonodig zal het college de plannen bijstellen.

In het op te stellen uitvoeringsplan wordt de werkwijze bij de toekenning van de strategische financiële ruimte voor onderwijs, onderzoek, huisvesting en overige uitgaven uitgewerkt. Uitgangspunt is daarbij dat voor elk afzonderlijk initiatief de te verwachten kosten en opbrengsten op basis van een business case worden getoetst. Beslissingen worden genomen door het College van Bestuur, na bespreking met decanen.

75


on implementation 10 Working Werken aan uitvoering


Universitaire strategie blijft niet zelden steken in het formuleren van goede bedoelingen en mooie ambities. Het succes van de strategie staat of valt met een krachtige én gezamenlijke aanpak. Het realiseren van de ambities die in dit document beschreven zijn is geen ‘business as usual’. Het zal slechts lukken als voor die uitvoering mensen en middelen worden vrijgemaakt, als goede projecten en programma’s worden beschreven, en als de uitvoering systematisch wordt bewaakt. Om een goede uitvoering te kunnen realiseren moet in ieder geval aan de volgende voorwaarden worden voldaan.

University strategy often gets stuck in the formulation of good intentions and admirable ambitions. The success of the strategy is entirely dependent on a powerful and joint approach. The realisation of the ambitions described in this document is in no way ‘business as usual.’ It will only succeed if people and resources are freed up for this implementation, if good projects and programmes are described, and if the implementation is systematically monitored. In order to be able to realise sound implementation, the following conditions must in any event be met. JOINT APPROACH

This document describes the unified nature of EUR. In everyday practice, however, it is more

GEZAMENLIJKHEID IN DE AANPAK

In dit document wordt de gezamenlijkheid van de EUR beschreven. In de praktijk van alle dag is veeleer sprake van onderwijs en onderzoek op verschillende terreinen, die zich, in afzonderlijke faculteiten georganiseerd, gescheiden van elkaar ontwikkelen. Meer gezamenlijkheid in het vormgeven van universitaire ontwikkeling is een noodzakelijke voorwaarde om Erasmus 2013 tot leven te brengen. Die gezamenlijkheid krijgt op verschillende manieren vorm. Om te beginnen natuurlijk in grensoverschrijdende initiatieven op het gebied van onderwijs en onderzoek (zoals beschreven in hoofdstuk 4 en 5), maar ook in goede studentenvoorzieningen, die voor studenten van alle faculteiten toegankelijk zijn. Essentieel is bovendien gezamenlijkheid bij de sturing van de universiteit door het College van Bestuur en de decanen. Goede interactie met vertegenwoordigers van de staf en studenten (zoals vertegenwoordigd in raden, maar ook in een variëteit van andere vormen van consultatie) hoort daar zeker ook toe.

common for education and research to take place in different areas, which, organised in separate faculties/schools, develop independently of each other. A more unified approach to shaping university development is a necessary condition in order to bring Erasmus 2013 to life. This unity is given form in various ways. First of all in cross-border initiatives in the area of education and research (as described in chapters 4 and 5), of course, but also in good student facilities, accessible to students of all faculties. Moreover unity in managing the university by the Executive Board and the deans is essential. Good interaction with representatives of the staff and students (as represented in councils, but also in a variety of other forms of consultation) is certainly a part of this as well.

77


10 • WORKING ON IM PL EM EN TATION

II. Increasing diversity in the EUR’s workforce

A STRONG SUPPORT ORGANISATION

A professional support organisation is needed to

offers new opportunities for developing talent.

realise the ambitious university plans. A

The objective is to increase the participation of

reorganisation of the University Office will be

women and non-Dutch professors in senior

completed in early 2008. After that the faculty

positions. A number of spearheads and

support organisations will also be reviewed. In

measures have been formulated to achieve this,

the development of the support organisation,

partly in the context of the EQUAL programme.

the following will be given priority:

Deans act as ambassadors for these spearheads.

• Strengthening the organisation that III. In the coming year several pilots will be

supports and facilitates international students;

launched at faculties for the development of a

• Developing a university-wide Institutional Research (administrative information,

cohesive personnel policy with regard to

management information, monitoring);

academic personnel. Attracting and developing young talent, developing an effective approach

• Further development of the University Library and the Medical Library as an up-to-date

to performance reviews and appraisals, the

study environment for students and a rich

development of a training policy and the

information environment for researchers;

strengthening of the possibilities for an educational career are central to this. Using the

• The development and implementation of programmes in the area of Human Resource

experience with the pilots, further conclusions

Management, like management development

on the development of Human Resource

and competency development for academic and

Management will be drawn in the course of

support personnel. Development of an inspiring

2009.

approach to personnel policy is one of the priorities for the coming year. A number of important steps were taken in the past year: I. In autumn 2007 decisions were made on the introduction of a tenure track system and the Tinbergen programme was set up. Candidates are senior university lecturers or professors at Woudestein who can grow into regular professors within four years. The envisioned target group for the Tinbergen programme is the external pool of doctorate holders and talented academics from the Netherlands and abroad, who have a) extensive experience; b) proven educational and research qualities; c) the potential to reach the level of professor within a foreseeable period. Academics who already have a European or NWO subsidy are naturally at an advantage.

78


WERKEN AAN UITVOERING • 10

hoogleraar. De beoogde doelgroep voor het Tinbergenprogramma is de externe pool van gepromoveerde en talentvolle wetenschappers uit binnen- en buitenland met a) ruime ervaring; b) bewezen onderwijs- en onderzoekskwaliteiten; c) de potentie het binnen afzienbare termijn tot hoogleraar te brengen. Wetenschappers die al beschikken over een Europese of NWO-subsidie zijn uiteraard in het voordeel.

EEN STERKE ONDERSTEUNENDE ORGANISATIE

Een professionele ondersteunende organisatie is noodzakelijk om de ambitieuze universitaire plannen te realiseren. In het begin van 2008 zal een reorganisatie van het Bureau van de Universiteit worden afgerond. Daarna zullen ook de facultaire ondersteunende organisaties tegen het licht worden gehouden. Bij de ontwikkeling van de ondersteunende organisatie wordt prioriteit gegeven aan: het versterken van de organisatie voor ondersteuning en facilitering van buitenlandse studenten; het ontwikkelen van een universiteitsbrede Institutional Research (bestuurlijke informatie, managementinformatie, monitoring); verdere ontwikkeling van de Universiteitsbibliotheek en de Medische bibliotheek als een up-to-date studieomgeving voor studenten en een rijke informatieomgeving voor onderzoekers; het ontwikkelen en uitvoeren van programma’s op het gebied van Human Resource Management, zoals management development en competentieontwikkeling voor wetenschappelijk en ondersteunend personeel. Ontwikkeling van een inspirerende aanpak van personeelsbeleid is één van de prioriteiten voor het komende jaar. In het afgelopen jaar is een aantal belangrijke stappen gezet:

II. Vergroting van diversiteit binnen het personeelsbestand van de EUR biedt nieuwe mogelijkheden voor de ontwikkeling van talent. De doelstelling is om de deelname van vrouwelijke en niet-Nederlandse hoogleraren in hogere functies te vergroten. Om dit te bereiken is een aantal speerpunten en maatregelen geformuleerd, mede in het kader van het EQUAL-programma. Decanen treden op als ambassadeurs van deze speerpunten. III. In het komende jaar worden binnen faculteiten enkele pilots gestart voor de ontwikkeling van samenhangend personeelsbeleid ten behoeve van het wetenschappelijk personeel. Daarbij staan het aantrekken en het ontwikkelen van jong talent, het ontwikkelen van een effectieve aanpak van functionerings- en beoordelingsgesprekken, de ontwikkeling van een opleidingsbeleid en de versterking van de mogelijkheden voor een onderwijscarrière centraal. Aan de hand van de ervaringen met de pilots zullen in de loop van 2009 verdere conclusies over de ontwikkeling van Human Resource Management worden getrokken.

I. Najaar 2007 zijn besluiten genomen over de invoering van een tenure track systeem en is het Tinbergenprogramma ingesteld. Deelnemers zijn uhd’s of hoogleraren op Woudestein die binnen vier jaar kunnen doorgroeien tot gewoon

79


10 • WORKING ON IM PL EM EN TATION

IV. Securing international accreditation for parts

A UNIVERSITY RENEWAL PROGRAMME LED

of the support organisation, like units in the

BY THE DEANS AND THE EXECUTIVE BOARD

areas of HR, student affairs and ICT, for instance.

The implementation of the strategic programme is organised as a university renewal programme.

V. Setting up an administrative staff that

The programme will be led by the chairman and

supports the Executive Board and the deans in

rector of the Executive Board and two deans.

the implementation of Erasmus 2013.

A member of the strategic staff will be appointed programme leader.

Objectives and targets will be determined for

Latitude for strategic renewal will be created in

each of the areas listed above in the course of

the budget for the implementation of the

2008.

programme. The programme administration (see above) will make proposals for spendings from the fund. The programme leader is in charge of managing the fund. Formal decision-making on university strategy is undertaken by the Executive Board, after consultation with the deans.

80


WERKEN AAN UITVOERING • 10

IV. Het verwerven van internationale accreditatie voor onderdelen van de ondersteunende organisatie, zoals bijvoorbeeld de eenheden op het gebied van personeelszaken, studentenzaken en ict.

EEN UNIVERSITAIR VERNIEUWINGSPROGRAMMA ONDER AANSTURING VAN DECANEN EN HET COLLEGE VAN BESTUUR

De uitvoering van het strategisch programma wordt georganiseerd als een universitair vernieuwingsprogramma. De sturing van het programma geschiedt door de voorzitter en de rector van het College van Bestuur en twee decanen. Een lid van de strategische staf is programmaleider. Voor de uitvoering van het programma wordt binnen de begroting ruimte voor strategische vernieuwing gecreĂŤerd. Het programmabestuur (zie boven) doet voorstellen voor bestedingen uit het fonds. Het beheer van het fonds ligt bij de programmaleider. Formele besluitvorming over de universitaire strategie geschiedt door het College van Bestuur, na overleg met decanen.

V. Het inrichten van een bestuursstaf die het College van Bestuur en de decanen ondersteunt bij de uitvoering van Erasmus 2013. Voor elk van bovengenoemde terreinen worden in de loop van 2008 doelstellingen en targets vastgesteld.

81


10 • WORKING ON IM PL EM EN TATION

IMPLEMENTATION AS COMPONENT OF

• A summary of the agreements already

UNIVERSITY PLANNING AND CONTROL

made with each faculty individually on

The implementation will be further safeguarded

contributions to the implementation of Erasmus

by describing all the results to be achieved in

2013. Agreements will also be made with each

project terms. Individuals will be appointed and

faculty on drawing up strategic faculty plans

will be made responsible for the implementation

(including strength/weakness analyses, choices,

of the projects. The monitoring of the

long-term budgets) that fit in with Erasmus 2013;

implementation will be embedded in the

• A description of all activities that will be

university’s planning and control mechanisms. Progress will be monitored in all consultations

carried out under the responsibility of the

with the faculties/schools on the basis of faculty

Executive Board, as well as project descriptions

and university zero-measurements and the

for the activities to be launched in 2008;

inclusion of the results to be achieved in a

• An up-to-date overview of the additional

university and faculty strategic agenda. Periodic

resources available for the implementation of

reports will display the progress made and

Erasmus 2013 (following on chapter 8 of the

ambitions will be reassessed and adjusted where

strategic document), as well as the procedures

necessary.

and criteria on the basis of which these resources will be allocated. The starting point in

The Executive Board will adopt an

this is that resources will only be made available

implementation plan for Erasmus 2013, in

on the basis of a business case for activities that support the choices described in chapter 3;

consultation with the deans, in spring 2008. This

• Concrete details of the programme

plan will in any event contain:

organisation for Erasmus 2013 (programme

• A phasing of the implementation of all ambitions. Proposals for the start of

leader, project leaders, management by

implementation in the years 2008 through 2012

Executive Board and deans, reports, etc.).

inclusive;

82


WERKEN AAN UITVOERING • 10

afspraken over bijdragen aan de uitvoering van Erasmus 2013. Tevens komen er per faculteit afspraken over het opstellen van facultaire strategische plannen (inclusief sterkte/zwakte-analyses, keuzes, meerjarenbegrotingen) passend binnen Erasmus 2013; • een beschrijving van alle activiteiten die onder verantwoordelijkheid van het College van Bestuur worden uitgevoerd, alsmede projectbeschrijvingen voor de in 2008 te starten activiteiten; • een actueel overzicht van de voor uitvoering van Erasmus 2013 beschikbare additionele middelen (in vervolg op hoofdstuk 8 van het strategisch document), alsmede de procedures en criteria waarmee deze middelen worden verdeeld. Uitgangspunt daarbij is dat slechts middelen beschikbaar worden gesteld op basis van een business case voor activiteiten die de in hoofdstuk 3 beschreven keuzes ondersteunen; • concrete invulling van de programmaorganisatie Erasmus 2013 (programmaleider, projectleiders, sturing door College van Bestuur en decanen, rapportages, etc.)

UITVOERING ALS ONDERDEEL VAN DE UNIVERSITAIRE PLANNING EN CONTROL

De uitvoering wordt verder geborgd door alle te behalen resultaten in projecttermen te beschrijven. Voor de uitvoering van de projecten worden verantwoordelijken aangewezen. De bewaking van de uitvoering wordt ingevlochten in de universitaire planning en control. Op basis van facultaire en universitaire nulmetingen, en het vastleggen van te bereiken resultaten in een universitaire en facultaire strategische agenda wordt de voortgang gevolgd in alle overleggen met de faculteiten. In periodieke rapportages wordt de voortgang zichtbaar gemaakt en worden ambities waar nodig herijkt en bijgesteld. Het College van Bestuur stelt in het voorjaar van 2008, in samenspraak met de decanen, een uitvoeringsplan Erasmus 2013 vast. Dit plan bevat in ieder geval: • een fasering van de uitvoering van alle ambities in de tijd. Voorstellen voor start van uitvoering in de jaren 2008 t/m 2012; • een samenvatting van de met elke faculteit afzonderlijk reeds gemaakte

83


ARCHIEVED RESU LTS OF TH E STRATEG IC PL A N 2004-2008

Annex 1: ACHIEVED RESULTS OF THE STRATEGIC PLAN

EDUCATION

Improving the quality of education enjoyed the

2004-2008

highest priority. Objectives were:

RESEARCH

The objectives in the Strategic Plan 2004-2008

• To increase study completion rates;

were aimed at the organisation of research, the

• To participate in international benchmarks;

quality of research, the accessibility of results,

• To advise students on and select them for

and the contribution of research to city and

the educational programme most suitable for

region. An important share of these objectives

them.

was achieved:

In order to achieve this, a quality cycle was set up, a selection policy developed and transfer possibilities to HBO facilitated. English-language

• Research was organised into research

master’s degree programmes were also set up.

schools recognised by KNAW; • The Tinbergen programme was realised;

The target completion rates in the previous plan

• The premiere of second flow funding

were not realised because of the introduction of

applications was introduced in the

the bachelor’s-master’s system and the shifts in

distribution model;

registration that this entailed. Various

• Research master’s degree programmes for

instruments were realised however for advising

educating new researchers were set up;

and selecting students regarding the education

• An internal quality system was set up to

programme most suitable for them. Possibilities for concrete implementation of this were

upplement the external visitations;

expanded, for example by setting up an Erasmus

• The number of recipients of doctorates is

Honours Programme and faculty honours

rising annually.

programmes, transfer arrangements to HBO and Participation in international accreditation

expansion of the English-language bachelor’s

processes is not taking place as yet.

and master’s degree programmes. This will be

EUR contributed to the social issues in the city

reinforced in the coming years.

and region by, among other things, the launch of two top institutes (Pharma and Health Science & Technology) and participation in the Economic Development Board Rotterdam (EDBR).

84


BEH A A L D E RESULTATEN STRATEGISCH PLAN 2004-2008

Bijlage 1:

ONDERWIJS

Kwaliteitsverbetering van het onderwijs kende de hoogste prioriteit. Doelstellingen waren: • het verhogen van de rendementen; • het deelnemen aan internationale benchmarks; • studenten adviseren over en selecteren voor het voor hen meest geschikte onderwijstraject. Om dit te bereiken is een kwaliteitscyclus ingericht, selectiebeleid ontwikkeld en doorstroom naar hbo gefaciliteerd. Voorts zijn Engelstalige masteropleidingen ingericht. De streefrendementen zijn in het vorige plan niet gerealiseerd vanwege de invoer van het bachelor-mastersysteem en de verschuivingen in de registratie die dit met zich meebracht. Wel zijn verschillende instrumenten gerealiseerd voor het adviseren en selecteren van studenten voor het voor hen meest geschikte onderwijstraject. De mogelijkheden om hieraan invulling te geven zijn uitgebreid, bijvoorbeeld door het inrichten van Erasmus Honours Programme en facultaire honours programmes, doorstroomregelingen naar het hbo en uitbreiding van het Engelstalige bachelor- en masteronderwijs. Dit wordt in de komende jaren versterkt.

BEHAALDE RESULTATEN STRATEGISCH PLAN 2004-2008 ONDERZOEK

De doelstellingen in het Strategisch Plan 2004-2008 waren gericht op de organisatie van het onderzoek, de kwaliteit van het onderzoek, de toegankelijkheid van resultaten en de bijdrage van het onderzoek aan stad en regio. Een belangrijk deel van deze doelstellingen is gerealiseerd: • onderzoek is ondergebracht in door de

KNAW erkende onderzoeksscholen; • het Tinbergenprogramma is gerealiseerd; • premiering van tweede

geldstroomaanvragen is doorgevoerd in het verdeelmodel; • research masters voor het opleiden van nieuwe onderzoekers zijn opgericht; • in aanvulling op de externe visitaties is een intern kwaliteitssysteem opgesteld; • het aantal promovendi stijgt jaarlijks. Deelname aan internationale accrediteringsprocessen vindt vooralsnog niet plaats. Een bijdrage aan de maatschappelijke vraagstukken in stad en regio biedt de EUR onder meer door de start van twee topinstituten (Pharma en Health Science & Technology) en participatie in de Economic Development Board Rotterdam (EDBR).

85


ARCHIEVED RESU LTS OF TH E STRATEG IC PL A N 2004-2008

PERSONNEL

STUDENTS

Erasmus University Rotterdam feels it is

The personnel policy contributes to realising the

important that students know what they can

objectives of the university and rewards the

expect from EUR and what the university

efforts and quality of its employees.

expects of them. That they be involved in the

The policy concentrates on the development of

organisation, policymaking, the environment of

the abilities and talents of individual employees.

the university and society at large. The

This means deepening of knowledge of one’s

curriculum includes the improvement of social

field on the one hand, and professionalisation

cohesion between students and teachers and

on the other. In conclusion it is important to

among students themselves.

increase the diversity of the workforce.

The diversity of students at EUR is increasing. It is important to stimulate the various groups at

Some of the objectives related to this area have

our institution to complete their degrees quickly

been achieved:

and successfully. Various projects focused on

• A management qualification programme

social cohesion and international cohesion have

for professional management;

been launched. In addition to this, EUR also

• Specific policy for academic personnel;

facilitates cultural and social projects and

• An EQUAL study into increasing diversity;

initiatives. Finally, students are involved in

• Reinforced attention to integrity (by

policymaking on student affairs via participation

including this topic in performance reviews and

in advisory workgroups.

by introducing a regulation on ancillary jobs, among other things). To a certain degree the realisation of the objectives is still underway: attention to integrity could be further reinforced, diversity is further fleshed out via the Tinbergen programme, and the implementation of the EQUAL programme is ongoing. How the ‘overburdening of academic staff with management tasks’ can be avoided is being further worked out.

86


BEH A A L D E RESULTATEN STRATEGISCH PLAN 2004-2008

PERSONEEL

STUDENTEN

De Erasmus Universiteit Rotterdam vindt het belangrijk dat studenten weten wat zij van de EUR kunnen verwachten en wat de universiteit van hen verwacht. Dat ze betrokken zijn bij de instelling, de beleidsvorming, de omgeving van de universiteit en de maatschappij. In de vormgeving van het curriculum is het verbeteren van de sociale cohesie tussen studenten en docenten en studenten onderling. De diversiteit van studenten aan de EUR stijgt. Het is belangrijk om de verschillende groepen aan onze academie te stimuleren om snel en succesvol hun studie af te ronden. Er zijn verschillende projecten, gericht op sociale cohesie en internationale oriëntatie, gestart. Daarnaast faciliteert de EUR culturele en maatschappelijke projecten en initiatieven. Tot slot worden studenten door deelname aan adviserende werkgroepen betrokken bij de beleidsvorming over studenten.

Het personeelsbeleid draagt bij aan het realiseren van de doelstellingen van de universiteit en beloont inzet en kwaliteit van haar medewerkers. Het beleid richt zich op ontwikkeling en ontplooiing van individuele medewerkers. Dit betekent enerzijds vakinhoudelijke verdieping en anderzijds professionalisering. Tot slot is het belangrijk de diversiteit van het personele bestand te vergroten.

• • • •

87

Een deel van de bijbehorende doelstellingen is gerealiseerd: een leergang managementkwalificatie voor professioneel management; specifiek beleid voor wetenschappelijk personeel; een EQUAL-onderzoek naar vergroten diversiteit; versterken van aandacht voor integriteit (onder meer door dit onderwerp mee te nemen in functioneringsgesprekken en een regeling voor nevenwerkzaamheden in te voeren). Deels is de realisatie van doelstellingen in ontwikkeling: aandacht voor integriteit kan verder versterkt worden, diversiteit wordt verder uitgewerkt middels het Tinbergenprogramma, de implementatie van het EQUAL-programma loopt. De wijze waarop ‘overmatige belasting van wetenschappelijk personeel door managementtaken’ kan worden voorkomen, wordt nader uitgewerkt.


ARCHIEVED RESU LTS OF TH E STRATEG IC PL A N 2004-2008

A large part of the financial objectives were

RELATIONSHIPS

The objective with regard to relationship

achieved: adequate financial scope to manage

management was two-fold: maintaining a life-

the organisation was created on the central

long relationship with alumni and entering into

level, growth of income from third and fourth

strategic partnerships with relevant parties,

flow funding was established, and the

regional, national and international. A Customer

stimulation of personal subsidies has started, but

Relationship system is currently being

is not yet completed. EUR is in a position to

implemented to structurally maintain EUR’s

achieve a structurally balanced budget.

relationships. The development of a structured

Plans are currently underway for the

alumni policy is being elaborated. In order to

development of the campus. Thanks to a

strengthen EUR’s corporate identity, university

wireless network, students and employees are

communication tools in terms of house style

already able to carry out their activities partly

have been brought in line with each other.

independent of time and place. ICT possibilities in this area are being further developed.

SUPPORTING ACTIVITIES

Here, too, a two-fold objective had been

A number of new targets have been formulated

formulated: on the one hand the financial side

for the period until 2013. In cases where the

with incentives to direct education and research

objectives above have not been completed or

policy and provide insight into the relationship

where they advanced to a next phase, they will

between policy and realisation. On the other

again be included in the Strategic Plan Erasmus

hand, to develop a ‘cité universitaire’ in

2013.

cooperation with the municipality of Rotterdam: a combination of academic activity, other knowledge activities, art, culture, recreation, sports and living.

88


BEH A A L D E RESULTATEN STRATEGISCH PLAN 2004-2008

Op financieel gebied is een groot deel van de doelstellingen gerealiseerd: er is op centraal niveau voldoende financiële ruimte gecreëerd om te kunnen sturen, groei van inkomsten uit de derde en vierde geldstroom is opgezet en het stimuleren van persoonsgebonden subsidies is gestart, maar nog niet afgerond. De EUR is in staat een structureel sluitend resultaat te realiseren. Voor de ontwikkeling van de campus worden momenteel plannen gemaakt. Dankzij een wireless netwerk zijn studenten en medewerkers inmiddels wel in staat om hun activiteiten deels onafhankelijk van tijd en plaats uit te voeren. ICT-mogelijkheden op dit terrein worden verder ontwikkeld.

RELATIES

De doelstelling t.a.v. relatiebeheer was tweeledig: het onderhouden van een levenslange relatie met alumni en het aangaan van strategische partnerships met relevante partijen, regionaal, nationaal en internationaal. Momenteel wordt een Customer Relationship systeem geïmplementeerd voor het structureel bijhouden van de relaties van de EUR. De ontwikkeling van gestructureerd alumnibeleid wordt verder uitgewerkt. Om de corporate identity van de EUR te versterken, zijn universitaire communicatiemiddelen qua huisstijl op elkaar afgestemd. ONDERSTEUNENDE ACTIVITEITEN

Ook hier was sprake van een tweeledige doelstelling: enerzijds de financiële kant met stimulansen om het onderwijs- en onderzoeksbeleid te sturen en de relatie tussen beleid en realisatie inzichtelijk te maken. Anderzijds het, samen met de gemeente Rotterdam, ontwikkelen van een cité universitaire: een combinatie van wetenschappelijke bedrijvigheid, andere kennisactiviteiten, kunst, cultuur, recreatie, sport en wonen.

Tot 2013 is een aantal nieuwe streefpunten geformuleerd. Daar waar bovenstaande doelstellingen niet volledig zijn afgerond of in een volgende fase zijn beland, komen ze terug in het Strategisch Plan Erasmus 2013.

89


COLOPHON COLOFON PUBLICATION

UITGAVE

Erasmus Universiteit Rotterdam Š TEXT

TEKST

Andersson Elffers Felix, Utrecht, EUR/Proces Verbaal, Rotterdam TRANSLATION

VERTALING

BTS, Rotterdam DESIGN

ONTWERP

Studio Bauman BNO, Rotterdam IMAGES

BEELD

Beeldbank EUR / Imagebank EUR / Michelle Muus, Maarten Laupman, Lloyd Huyshest, Levien Willemse, Ronald van den Heerik, Juurlink + Geluk, Paula Delfos PRINT

DRUK

Veenman Drukkers COPIES

OPLAGE

1000 April 2008 www.eur.nl/erasmus2013

90


Thuis in de wereld / At home in the world  

Erasmus 2013 - Strategiedocument - Stategy document

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you