Page 1

Voorbeeldlessen Kinderwerkmethode Er op uit!

1


Er op uit! is een initiatief van Ronald en Ina Blonk Wij verlangen er naar dat veel kinderen voordeel zullen hebben van deze methode. Om de methode te ontwikkelen hebben wij veel tijd en geld geĂŻnvesteerd en wij willen je vragen om op Koninklijke manier om te gaan met de beschikbaar gestelde informatie. Dus delen van informatie met anderen om hen enthousiast te maken voor Er op uit!, ja graag. Het kopiĂŤren en gebruiken van de informatie zonder onze toestemming is niet toegestaan. April 2016

2


Leeswijzer De lessen die we hier tonen, zijn lessen zoals ze in de methode zitten. Hiermee krijg je een indruk van hoe de lessen zijn opgebouwd. We laten een les voor de jongere kinderen (6-9 jaar) en een van de oudere groep (10-12 jaar) zien. Een les bestaat altijd uit twee verwerkingen die te maken hebben met het thema van de les. EĂŠn verwerking (meestal de eerste) proberen we in een actieve spelvorm te gieten, zodat ze even wat beweging hebben. Daarna kunnen ze even stilzitten, als dat nodig is en naar het verhaal luisteren (bij de jongere kinderen) of zelf de Bijbel onderzoeken (oudere kinderen). De tweede verwerking na de Bijbeltijd borduurt voort op het thema. Een les kan altijd binnen een uur gegeven worden. De moestuinlessen worden in het moestuinseizoen gegeven, vanaf eind maart tot eind september. Deze worden aansluitend aan de kinderdienst gegeven en er wordt meestal een geestelijke link in de les ingebouwd. Het eerste voorbeeld is voor de jongere kinderen (6-9 jaar). Dit is alleen een geestelijke les zonder moestuinles daaraan gekoppeld. Hij wordt begin januari gegeven. Les 2 maakt deel uit van een serie van tien lessen over de schepping. Bij deze les zit een Xpeditie (huiswerk opdracht voor thuis) van vorige week. Daar wordt over teruggevraagd in deze les. Om de twee weken krijgen ze een Xpeditie mee naar huis. Het tweede voorbeeld is voor de oudere kinderen (10-12 jaar). Een geestelijke les in combinatie met Xpeditie voor thuis en een moestuinles. De les wordt gegeven na Pinksteren. Les 156 maakt deel uit van een serie van tien lessen over Abraham en Sara. De moestuinles duurt een half uur en vindt buiten plaats in dit geval. Wij hopen dat je hiermee een voldoende beeld hebt over de opbouw van de lessen. Voor meer informatie kun je terecht op de website. Wanneer je meer interesse hebt, neem dan contact op via het contactformulier op de website of stuur een email naar ronald@kinderwerkeropuit.nl. Hopelijk tot hoors! Het Er op uit! team

3


Les 2 De mens is de kroon op de schepping Lesdoel(en)

Bespreek voordat je met de verwerkingen begint met de kinderen wat ze vandaag gaan leren en check aan het einde wat ze hebben geleerd.  De Bijbel is een boek over God, maar net zo goed over mensen. Vandaag ontdekken we hoe bijzonder de mens is voor God.

Voorbereiding

Neem de complete lesuitwerking vooraf door (duur ca. 30 minuten). Voor het zingen van themalied: Thuis goed oefenen en laptop of gitaar meenemen . Verwerking 1: Meenemen: kranten/tijdschriften + plakband / schilderstape. Groen en rood papier. Stopwatch. Prijzen voor de winnaars. Verwerking 2: Regelen: beamer, laptop om de PPT presentatie te laten zien.

Lesstructuur/planning Stel de les samen uit elementen die hieronder staan. Kies verwerking(en) uit die bij jou passen en bepaal hoeveel tijd je eraan wilt besteden. Het is handig de hele les te printen en tijden erbij te zetten. Verwerking 1 10 minuten Ontvangst van de kinderen 15 minuten

Bij ontvangst: direct verwerking 1 Boom bouwen    

Vertel wat we vandaag gaan leren (lesdoel(en) hierboven) Laat 2 of 3 kinderen hun verhaal vertellen Bid voor de kinderen, hun verhaal en de les Vraag terug naar vorige week en behandel Xpeditie (zie vragen na verwerking 1 beneden)

Zingen 5 minuten

 Themalied: God maakte de aarde Neem een laptop mee om het mee te kunnen zingen.

Verhaal 10 minuten

Scheppingsverhaal: De mens als kroon op Zijn schepping

Verwerking 1 5 minuten

Tussenstrijd: Boom bouwen

Verwerking 2 15 minuten

De Boom nader bekeken: quiz

Verwerking 1 10 minuten

Eindstrijd + Jurering: Boom bouwen

Na de verwerking

Check of de lesdoelen zijn gehaald (zie hierboven)

4


Geestelijke toerusting van de kinderwerker Leesgedeelten: Genesis 1:1 – 31, Psalm 1:3, Lucas 8: 4-15 Twee scheppingsverhalen Deze week staat de mens als koning centraal. Deze les gaan we ontdekken hoe de mens in Gods ogen verweven is met water en planten en wat de positie van de mens is. In enkele verzen wordt de wereld tevoorschijn gebracht door God. Schijnbaar zonder moeite. En wat oneindig complex is, wordt door God teruggebracht tot een overzichtelijke ordening. En juist in dit terugbrengen tot eenvoud, daarin herkennen we de meester. Want wie, dan alleen de Meester, kan dit alles overzien? Over dit eerste hoofdstuk van de Bijbel kunnen we ons al enorm verwonderen. De Bijbel kent echter vele lagen, die voortbouwen op elkaar. Gedurende de methode zullen we doorkijkjes hiervan geven aan de kinderen. Vandaag staan we stil bij Psalm 1, die in het leesrooster van de driejarige ToraCyclus gelezen wordt bij Genesis 1. De thematiek die in Psalm 1 aan de orde komt, sluit nauw aan bij de thematiek van Genesis 1. Het versterkt wat er al staat, het legt uit wat er in Genesis 1 tot en met 3 wordt gezegd en het onthult meer van Gods scheppingsplan. De mens wordt in Psalm 1 vergeleken met een boom, geplant aan waterstromen. 2 maar die zijn vreugde vindt in de wet* van de HEERE en Zijn wet* dag en nacht overdenkt. 3 Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, waarvan het blad niet afvalt; al wat hij doet, zal goed gelukken. * De wet betekent hier de onderwijzing van God door de Bijbel. De boom is in IsraÍl en in de Bijbel zeer belangrijk. Bomen zijn de grootste gestalten onder het groen van Gods schepping, net zoals de mensen in heerschappij de grootsten zijn onder de roodbloedige wezens. De manier waarop een boom vruchten voortbrengt, laat de mens zien hoe er in zijn leven iets kan groeien, wat uiteindelijk wordt geoogst. Waar bomen vruchten voortbrengen, brengen mensen daden voort. Een menselijke daad is een vrucht van zijn karakter. Dat karakter is ontstaan op de bodem waarop hij zijn identiteit heeft laten volgroeien. Heel concreet laat God de vruchten zien die mensen voortbrengen en hoe die vruchten, wanneer zij volgroeid zijn, geoogst worden. De mens is bedoeld te heersen over de schepping als een koning, naar het voorbeeld en als afgezanten van Jezus Christus de grote Koning. De Satan, Gods tegenstander, was en is dit een doorn in het oog. Hij heeft de mens tijdelijk onttroont. Maar dat betekent niet dat de mens niet kan leven naar de bedoeling van God. We moeten ons niet laten verleiden om te leven als leiders en koningen, die zich niet laten leiden door Gods woord. Als we in de kracht van de Heilige Geest gaan leven naar Gods onderwijzing, dan gaan we vanzelf vruchten voortbrengen die we uit eigen kracht niet kunnen genereren, zoals liefde, gastvrijheid, barmhartigheid, rechtvaardigheid, etc. Veel zegen bij de voorbereiding en uitvoering van de les!

5


Uitvoering Wedstrijdje een boom bouwen van kranten (10 min) Ons voorstel is om ze dit spel in etappes te laten doen, te beginnen als ze binnenkomen. Dit om ze hun energie kwijt te laten raken. Dus bij binnenkomst 10 minuten. Na het verhaal 5 minuten en dan de eindstrijd na verwerking 2 nog 10 minuten. Wanneer er onvoldoende tijd is, is de voorkeur de wedstrijd aan het einde van de les te doen in 10 minuten. Verdeel de groep in 2 of meerdere teams van minstens 3 of 4 personen per team. Geef ze de opdracht om van kranten een zo hoog mogelijke boom te bouwen. Om te winnen, moet je voldoen aan twee criteria: hoogte en het meest lijkend op een vruchtdragende boom Het bouwwerk is alleen maar een boom als er takken aan zitten met blaadjes en vruchten. Geef de kinderen tijdschriften en oude kranten. Plakband / schilderstape. Verzin zelf een prijs: Bijvoorbeeld een zak appels of snoep. Xpeditie (5 min) Behandeling bij de algemene ontvangst Bespreek met de kinderen of ze het filmpje op Youtube samen met hun ouders hebben bekeken en of ze het spel met de maan hebben kunnen naspelen. Wie van hen heeft de maan ’s avonds kunnen bekijken? Wie kan vertellen op welk kwartier de maan nu staat? Het verhaal (10 min) In het begin maakte God de hemel en de aarde. Maar de aarde was helemaal leeg. Er waren geen dieren en planten en ook geen mensen. Alles stond onder water en het was helemaal donker. God keek ernaar en Hij dacht: Dit is niks. Ik ga er wat moois van maken. Het eerste wat God zei, was: ‘Er moet licht komen!’ En er kwam licht. Er waren nog geen zon, maan en sterren. Waar kwam dat licht dan vandaan? Dat licht was Jezus, de Zoon van God. En dat licht is zo mooi, dat je dat met je mensenogen niet kunt verdragen. Daar kunnen je ogen gewoon niet tegen. In dat schitterende licht begon God te scheppen. Hij ging de aarde mooi maken. En weet je hoe Hij dat deed? Hij sprak gewoon. Hij zei: ‘Al het water moet samenvloeien en het droge moet te voorschijn komen.’ En het gebeurde! En God noemde het droge “aarde” en het water “zeeën”. Hij liet allerlei planten groeien en bomen en Hij zorgde dat er zaad in zat, zodat er steeds meer planten en bomen konden groeien. Daarna zei God: ’Dat er sterren aan de hemel komen om licht te geven op de aarde, om verschil te maken tussen licht en duisternis, dag en nacht, zomer en winter.’ En God maakte de sterren en de zon en de maan … en Hij hing ze op in het heelal, allemaal netjes op hun plaats. De maan en de sterren waren er om licht te geven in de nacht en overdag scheen de zon. Hij noemde het TOV. Daarmee zei Hij dat het zeer goed was. Nu zul je wel denken: ja, maar er was toch al licht? Dat klopt. Maar Jezus bleef niet op de aarde. Hij woonde in de hemel en daar zou Hij weer naar teruggaan. Totdat Hij als klein kindje geboren zou worden in een donkere stal in Bethlehem … Maar zover was het toen nog niet. Na de lichten schiep God de dieren: de vissen, de vogels, het vee en de wilde dieren, zoals apen en leeuwen. Hij schiep de heel kleine diertjes en de heel grote, allemaal naar hun eigen aard. En Hij zegende de dieren en zei: ’Wees vruchtbaar!’ Dat betekent dat er veel babydieren geboren zouden

6


worden, zodat de hele aarde vol zou worden met dieren. Er waren toen nog geen “roof”dieren. Alle beesten aten planten die God speciaal voor hen liet groeien. Vijf dagen had God gewerkt aan de aarde, er waren sterren, dieren, planten en het was prachtig, ´TOV´ zei God. Maar toen kwam het allermooiste. God zei: ‘Laten we mensen maken die op ons lijken.’ God schiep een man en een vrouw en samen zijn ze het beeld van God. Dit ging als volgt: Eerst maakte Hij Adam uit de aarde. En nadat Hij hem gemaakt had, blies Hij van zichzelf Zijn Geest in hem. Heel bijzonder. Adam was daarmee Gods zoon, vergelijkbaar met de Here Jezus. God was heel trots op Adam. En God gaf Adam een belangrijke opdracht. Hij moest de dieren een naam geven. Dat was nog een hele klus, want het waren er heel veel! Toen al die dieren twee aan twee, als mannetje en vrouwtje, langs hem liepen, dacht Adam: De dieren zijn allemaal met z’n tweeën en ik ben helemaal alleen! En hij keek of er iemand bij zou zijn met wie hij samen kon leven. Helaas, hij vond niemand die bij hem paste. En Adam was een beetje verward hierover. God had een prachtig plan. Hij liet Adam in een diepe slaap vallen. Toen voerde Hij een goddelijke operatie uit. Hij haalde een rib uit Adam en bouwde daarvan een vrouw. Een vrouw die precies bij Adam paste. Toen Adam wakker werd, stelde God haar aan hem voor. En Adam riep heel blij uit: ‘Dit is eindelijk iemand van mijn eigen soort. Ze heeft hetzelfde vlees als ik en dezelfde beenderen. Zij past bij mij.’ Adam omhelsde haar en zei: ‘Ik noem je mannin, omdat je uit de man genomen bent.’ God was net zo blij met Adam en Eva, als zij met elkaar waren. En God herkende zichzelf in hun vreugde en hun relatie, maar het was nog niet af. God bevestigde Adam en Eva namelijk meteen in het huwelijk, als man en vrouw. Daarmee zei God: ‘Jullie horen onverbrekelijk bij elkaar, daar mag niemand tussen komen.’ Hier in de hof van Eden werd het eerste huwelijk op aarde voltrokken. Dat deed God zelf. Hij zei tegen Adam en Eva: ‘Ik maak jullie vruchtbaar, zodat jullie veel kinderen krijgen en de hele aarde vol wordt met mensen.’ Adam gaf zijn vrouw nog een andere naam erbij: Eva. Omdat zij de moeder zou worden van alle mensen. God had alle vertrouwen in de mens en Hij gaf hun de opdracht om te heersen over de dieren en de aarde aan zich te onderwerpen. Zij bezaten alle vaardigheden om goed voor Zijn schepping te zorgen. En Hij verlangde er naar om samen met Zijn kinderen te genieten van dit alles, zoals een Vader graag met zijn kinderen speelt in de tuin of in huis. En zonder dat Adam en Eva het wisten, waren zij Koningskinderen. Verwerking 1: Tussenstrijd Boom bouwen (5 min) Verwerking2: De Boom nader bekeken: quiz (15 min) We gaan eerst kijken naar wat wij van een boom kunnen leren voor ons koningschap! Bij het maken van de Hof van Eden besteedt God speciale aandacht aan de bomen. Ze zijn aantrekkelijk om naar te kijken en dragen heerlijke vruchten. In de Bijbel zien we dat God mensen die van Hem houden, vergelijkt met bomen. En dat doet God omdat wij veel kunnen leren van bomen. Een voorbeeld hiervan is Psalm 1. 2 De jongen of het meisje die zijn vreugde vindt in de wet* van de HEERE en Zijn wet* dag en nacht overdenkt.

7


3 zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, waarvan het blad niet afvalt; al wat hij doet, zal goed gelukken. Quiz over bomen Wie kunnen er allemaal wonen er in een boom? Insecten, vogels, eekhoorns, etc. Voor wie zijn de vruchten van een boom? Voor de mensen, de dieren, maar ook voor de boom zelf om voort te planten. Wie weet wat mensen in- en uitademen? Inademen: Zuurstof (O2) en Uitademen: CO2 (Koolstofdioxide, giftig voor de mens) Wat ademen bomen in? In: CO2 (Koolstofdioxide) Uit: O2 (zuurstof). Wie weet hoe hoog bomen kunnen worden? Meer dan 20 meter, 50 meter, 75 meter, 100 meter. (de hoogste boom ter wereld is 115,55 meter) Wat is de naam voor de takken van een boom? Een hoed, een bladerdak, een kroon, een steen (Laat de PPT zien en bespreek de punten kort.) Vruchten als voedsel voor anderen Bomen hebben een aantal hele bijzondere kenmerken: Ze zijn een schuilplaats 1. Ze brengen een ongelofelijke variĂŤteit aan vruchten voort. Ze produceren zuurstof, een levensbron voor (Het is leuk allerlei vruchten bij je te hebben. Appels, noten, bloemen, etc.) anderen VOEDSEL VOOR ANDEREN De takken zijn een kroon van de koning der 2. Ze bieden leven aan heel veel andere planten en dieren. planten (Insecten, vogels, mensen, andere planten, schimmels etc.) Een SCHUILPLAATS VOOR ANDEREN 3. De bomen zorgen voor de opname van koolstofdioxide (CO2) die giftig is voor ons, en zij geven er zuurstof (O2) voor terug! ZE ZIJN EEN LEVENSBRON VOOR ANDEREN 4. De takken van de boom worden de KROON van de boom genoemd. Dat laat ook iets koninklijks zien. En ze zijn de grootste levende organismes op aarde, tot wel 115 meter hoog en enorm in omvang. (de dikste boom heeft een diameter van 10 meter) Het laat iets zien van de mens als goede HEERSER en KONING over mens en schepping. Dus als we goed naar die voor het oog eenvoudige, stilstaande, saaie bomen gaan kijken, dan gaan we ineens snappen, dat God de bomen als de koningen onder de groene planten heeft gekroond. En God ziet ons als de kroon op Zijn schepping. Niets is mooier dan de mens. Hij heeft zijn liefde aan Hem verklaard. Wij zijn nog bijzonderder gemaakt dan bomen. Wij zijn gemaakt naar Zijn beeld, man en vrouw, maar wat belangrijker is, we zijn gemaakt om te leven als kinderen van de Vader, als familie. Zing Opwekking 244/Psalm 1: Welzalig de man die niet wandelt Eindverwerking: Boom bouwen (10 min)

Check of de lesdoelen zijn behaald

8


Les 1 Ritme: dag en nacht

Hoi ontdekkingsreiziger, Vandaag heb je geleerd hoe de maan werkt. Vertel dit aan je ouders en probeer het spelletje met de zon, de aarde en de maan thuis na te spelen . Vraag aan je ouders of je deze week een keer later op mag blijven om de maan te bekijken. De maan kun je vaak ook wel overdag zien of aan het begin van de avond. Als dit nu allemaal niet lukt, omdat het bewolkt is of omdat de maan toch niet te zien is, kun je ook op internet kijken naar de maanstand: http://www.kalender-365.nl/maan/actuele-maanstand.html Schrijf hieronder op of het een wassende (groeiende) maan is of een afnemende maan en de nummers van de bijbehorende maandstanden van deze week. Deze week hebben we een _______________________ maan gezien en dat zijn nummer _____ en nummer __________ Veel plezier en tot volgende week!

9


Leuke weetjes over de maan:  De maan draait langzaam om haar eigen as. Echter, precies in het tempo dat de maan 1 rondje om de aarde maakt. Daarom zien wij altijd dezelfde kant van de maan.  De maan reflecteert het zonlicht en geeft zelf geen licht.  Quiz: Als je een hamer en een veertje van dezelfde hoogte laat vallen op de maan, wat raakt dan als eerste de grond? Beide vallen even snel! Is wel een filmpje over op youtube. Ook op aarde vallen voorwerpen even snel. Laat maar eens een dun boek en een even groot dik boek van dezelfde hoogte op de grond vallen. Proefje: Stel je neemt een veertje en een boek en je laat ze afzonderlijk vallen. Het boek is dan eerder op de grond. Nu leg je het veertje op het boek en laat het boek vallen. Als het veertje door de luchtbeweging er niet af dwarrelt, vallen ze even snel.  Er is geen sprake van erosie (afbraak), dus de voetstappen van Neil Armstrong, de eerste mens op de maan, staan er nog steeds.  Er is een spiegeltje gezet op de maan om de afstand te kunnen meten (met laserstraal licht heen en weer laten gaan en tijd meten). Bij mijn weten gaat de maan elk jaar 4 cm verder weg van de aarde. Check http://hemel.waarnemen.com/FAQ/Maan/013.html.

10


Powerpoint Bijlage

11


156 God ontmoeten Lesdoel(en)

Bespreek voordat je met de verwerkingen begint met de kinderen wat ze vandaag gaan leren en check aan het einde wat ze hebben geleerd.  We ontdekken dat je Jezus kunt ontmoeten als je gaat doen wat Hij heeft opgedragen.  We ontdekken dat dit in heel alledaagse situaties tot uiting kan komen.  We brengen in praktijk wat Jezus zegt in Mattheüs 25. Zie de moestuinles

Voorbereiding

Neem de complete lesuitwerking vooraf door (duur ca. 30 minuten). Voor het zingen van themalied: Thuis goed oefenen en laptop of gitaar meenemen Printen: Xpeditie Verwerking 1:  Kaartjes met emoties/omstandigheden: arm – koud – eenzaam – ziek – dorst – honger – gevangen – moe – dakloos  Koffer met attributen: iets eetbaars – jas – sleutel – medicijnen – drinken – kussen – enzovoorts Verwerking 2:  Rustige (praise)muziek voor presentatie  Lied 'Zoek ze op' van Herman Boon via Youtube

Lesstructuur / planning Stel de les samen uit elementen die hieronder staan. Kies verwerking(en) uit die bij jou passen en bepaal hoeveel tijd je er aan wilt besteden. Het is handig de hele les te printen en tijden er bij te zetten. Ontvangst van de kinderen 10 minuten

 Vertel wat ze vandaag gaan leren (lesdoel(en) hierboven).  Laat 2 of 3 kinderen hun verhaal vertellen.  Bid voor de kinderen, hun verhaal en de les.

Verwerking 1 10 minuten

Wat is er nodig?

Bijbeltijd 15 minuten

Genesis 18:1-15. Het verhaal dat God verschijnt aan Abraham. Matteüs 25:34-46 Ik had honger en u gaf me te eten, etc.

Verwerking 2 20 minuten

Zoek ze op! Jezus’ oproep in de praktijk brengen.

Extra 10 minuten

Een vertegenwoordiger van een lokaal hulpproject uit de gemeente uitnodigen.

Na de verwerking

Check of de lesdoelen zijn gehaald (zie hierboven).

De moestuin 30 minuten

Zie de moestuinles

12


Geestelijke toerusting van de kinderwerker Genesis 18:1-15, Matteüs 25:34-46 God verschijnt niet iedere dag aan ons als mens. Wereldwijd kan het wel zijn dat Hij dagelijks verschijnt, dat kunnen wij niet overzien. Uit vele getuigenissen kunnen we opmaken dat Jezus ook fysiek regelmatig verschijnt in deze tijd. Deze week staan we erbij stil dat God - en er wordt algemeen aangenomen dat dit Jezus was - langs kwam bij Abraham. Genesis 18 1De HEER verscheen opnieuw aan Abraham, bij de eiken van Mamre. Op het heetst van de dag zat Abraham in de ingang van zijn tent. 2Toen hij opkeek, zag hij even verderop plotseling drie mannen staan. Onmiddellijk snelde hij de tent uit, naar hen toe. Hij boog diep 3en zei: ‘Heer, wees toch zo goed uw dienaar niet voorbij te gaan. 4Ik zal wat water voor u laten halen zodat u uw voeten kunt wassen, maak het u hier onder de boom intussen gemakkelijk. 5Ik zal u ook iets te eten brengen, zodat u weer op krachten kunt komen voordat u verdergaat. Daarvoor bent u immers bij uw dienaar langsgekomen?’ Zij antwoordden: ‘Wij nemen uw uitnodiging graag aan.’ Dit is letterlijk en figuurlijk een ver-van-ons-bed geschiedenis als we de tekst lezen als het verhaal van Abraham, dat 4000 jaar geleden gebeurd is. Maar als we de tekst koppelen aan Mattheüs 25, dan wordt het verbazingwekkend actueel en dan kunnen we de tekst op een andere manier tot ons hart laten spreken. Mattheüs 25 34Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: ‘Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. 35Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, 36ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.’ ……….. 40En de koning zal hun antwoorden: ‘Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.’ Jezus sprak hier niet in een gelijkenis, maar over een tijd die komen gaat. Een bemoediging voor hen die Hem volgen, dat Hij letterlijk en figuurlijk dagelijks met ons is en dat we Hem persoonlijk kunnen voeden, verzorgen en helpen. Is het niet prachtig om te zien? De gelijkenis tussen de twee verhalen is treffend. Abraham die de reizigers niet voorbij laat gaan. Hij is zich bewust van zijn (priesterlijke/koninklijke) taak om te zorgen voor de vreemdeling/de reiziger. Jezus/God wordt getroffen door Abrahams zorg en besluit zijn uitnodiging aan te nemen en om Zijn hart te openen voor Abraham. Er zijn vele dingen te leren uit dit verhaal. Nu staan we erbij stil dat Jezus ook vandaag onder ons is, maar dat we onze ogen wel open moeten doen. We moeten gaan doen wat Hij ons heeft opgedragen: werken van barmhartigheid doen. En als we dat in volledige afhankelijkheid van Hem doen, dan zal Hij ons kennen en zullen wij ook meer inzicht krijgen in en zicht krijgen op Zijn Koninkrijk. Hij kan ons gaan zegenen met geestelijke gaven (inzicht in Zijn plannen en het eeuwige leven) en soms ook materiële gaven (bij Abraham en Sara een zoon). En Hij wil ons dan zelfs ook betrekken in Zijn plannen en naar ons bidden luisteren (Sodom en Gomorra). Hoe bijzonder! Veel zegen bij de voorbereiding en uitvoering van de les!

13


Uitvoering In les 153 hebben kinderen een nieuwe naam gekregen waarin iets van de Here God weerspiegeld wordt. Vandaag ontdekken we dat er iets van God weerspiegeld wordt in wat je doet voor anderen. Sterker nog: door dit te doen, kun je Hem zelf ontmoeten, zelfs zonder dat je dit in de gaten hebt. Verwerking 1: Wat is er nodig? (10 min) De leiding heeft kaartjes met daarop een emotie/omstandigheid geschreven waar hulp bij nodig is: arm, te weinig kleren, vreemdeling, gevangen, honger, dorst, verdrietig. Hij/zij haalt een kind naar voren en geeft hem of haar een kaartje. Het kind beeldt deze omstandigheid zonder woorden uit. Een ander kind mag nu naar voren komen en uitbeelden wat de speler in deze omstandigheden nodig heeft. Hij/zij mag hierbij gebruik maken van attributen uit de koffer. Bijbeltijd: God komt in hoogsteigen persoon bij Abraham op bezoek (15 min) Lees met elkaar Genesis 18:1-15. Het verhaal dat God verschijnt aan Abraham Lees aansluitend Matteüs 25:34-46 Bespreek met elkaar deze gedeelten aan de hand van de volgende vragen: 1. Wat doe jij als er iemand op bezoek komt? 2. Heb jij weleens iets gedaan voor mensen in je omgeving (ouders, familie, vrienden, klas/buurtgenoten)? 3. Wat zegt Jezus hier precies: 'ik was hongerig en jij gaf mij te eten'. Degene die je helpt kan Jezus dus vertegenwoordigen! Hoe kijk je vanuit die gedachte naar de mensen in nood? Verwerking 2: Zoek ze op! (20 min) Luister nu naar het lied van Herman Boon 'zoek ze op' En lees daarna het getuigenis van Pepe en Dimitri voor. Een getuigenis ter illustratie hoe wij Jezus kunnen ontmoeten wanneer wij gaan doen wat Jezus ons opdraagt. Pepe (een Fin), de man met bril, is een evangelist die het op zijn hart kreeg om gevangenen in Siberië op te zoeken en hen het evangelie te brengen. Een bepaald hachelijke onderneming. Toen Pepe de eerste keer naar Rusland ging en de eerste keer bij een ter dood veroordeelde werd gelaten, ontmoette hij Dimitri. Dimitri was 24 jaar. Toen Pepe bij hem in de cel was, wist hij geen woord uit te brengen, omdat de ellende van de situatie hem te machtig werd en woorden over het evangelie niet op zijn plek leken. Toen ze een paar minuten ongemakkelijk grijnzend tegenover elkaar zaten, begon Dimitri te spreken: ”Weet u dat Jezus voor u aan het kruis is gestorven, dat dit het belangrijkste in het leven is om te weten?” Pepe was perplex. Was hij niet gekomen om hem dat te vertellen? Toen ze verder spraken met elkaar bleek dat toen Dimitri in de gevangenis kwam, hij een Bijbeltje had gekregen. Hij is erin gaan lezen en had zelf dit geheim ontdekt. Het werd hem ook duidelijk dat hij dit nieuws wilde delen met iedereen die hij ook maar kon bereiken, totdat hij gedood zou worden. Deze ontmoeting met Dimitri heeft Pepe zo bemoedigd, dat Pepe niet anders meer kon dan doorgaan met deze onderneming. Pepe zag deze ontmoeting als een persoonlijke ontmoeting met Jezus. Opdracht:

14


Jullie hebben nu dit lied gehoord en het getuigenis. Ik zou jullie willen vragen in groepjes van 3 of 4 kinderen na te denken over op wat voor manier je mensen uit jouw omgeving kunt helpen. Schrijf op wat jullie bedenken. Geef ze het blad van Xpeditie nu. Tip: Kies één ding uit om echt te gaan doen deze week. Bereid dit voor zover mogelijk al voor en spreek met elkaar af wanneer je dit in praktijk gaat brengen. Voorbeelden;  Geef een stel kleren of schoenen weg, bijvoorbeeld aan een vriendje of vriendinnetje waarvan je weet dat ze het niet zo breed hebben of aan het Leger des Heils.  Maak of koop iets lekkers voor iemand die het niet zo breed heeft en breng dit bij hem/haar thuis (denk aan uitdelen groenten uit je groentetuin)  Nodig iemand die alleen is of in lastige omstandigheden zit thuis te eten uit  Breng iemand die eenzaam is zomaar een bezoekje (iemand uit de kerk, een oudtante)  Nodig iemand met weinig vrienden uit om mee te gaan spelen  Doe een klusje voor iemand die slecht ter been is  Enzovoorts Afsluiting Van elk groepje vertelt iemand wat ze gaan doen. Ondertussen kan er rustige muziek worden gedraaid om de presentatie te ondersteunen. Bij het wisselen van groep kan het volume even omhoog. Extra verwerking: Een vertegenwoordiger van een hulpproject uit de gemeente uitnodigen Deze les leent zich er goed voor om aandacht te besteden aan mensen of organisaties die zich inzetten voor hun medemens. Je zou wat informatie kunnen opzoeken of iemand uit kunnen nodigen die vertelt wat de kinderen kunnen doen voor mensen uit hun omgeving. Dit kan een organisatie zijn, maar ook iemand uit je eigen kennissenkring, kerk of omgeving die iets wil delen. Denk aan  Kledingbank  Voedselbank  Stichting Gave http://www.gave.nl/  Micha Nederland http://www.michanederland.nl/  Stichting present http://stichtingpresent.nl/  Leger des Heils http://www.legerdesheils.nl/  Maatschappelijk werkers, welzijnswerkers, enzovoorts Toelichting voor eindpresentatie: Bij de eindpresentatie wordt verwerking 1 gecombineerd met het resultaat van Xpeditie. Twee kinderen (hulpvrager – hulpbieder) beelden iets uit (bijvoorbeeld honger-eten geven), aansluitend komt een groepje naar voren om te vertellen wat zij rond dit thema hebben gedaan.

Check of de lesdoelen zijn behaald (3 min) Zorg dat ze Xpeditie meenemen

15


Les 156 God ontmoeten

Hoi ontdekkingsreiziger, Vandaag heb je de volgende dingen geleerd over het grote plan van God.  Je kunt Jezus ontmoeten als je gaat doen wat Hij heeft opgedragen.  Dit kan in heel alledaagse situaties tot uiting komen.  In Mattheüs 25: 34-46 vertelt Jezus van welke dingen Hij blij wordt als je die doet. Schrijf hier op wat je met je groepje hebt bedacht wat jij deze week kunt doen om gehoor te geven aan Jezus’ vraag om verschil te maken in de wereld. Doe bij een ander wat je zelf fijn vindt Wat ga je doen en voor wie?

Wanneer ga je het doen deze week?

Wat vindt je moeilijk of lastig bij wat je hebt opgeschreven?

Hoe denk je dat de ander zal reageren wanneer je dit voor hem doet?

Vraag gebed en advies van anderen (je ouders of iemand anders) en bedenk samen met hen wat je kunt doen om het jezelf gemakkelijker te maken om de opdracht uit te voeren.

Veel zegen en plezier en tot volgende week De kinderleiding

16


Moestuinles 156: Pompoen planten Lesdoelen  De kinderen weten hoe ze Pompoen in de volle grond planten;  De kinderen weten het verschil tussen onkruid en hetgeen gezaaid of gepoot is;  De kinderen zorgen met liefde voor jonge plantjes;  De kinderen kunnen in groepjes samenwerken.  (De kinderen weten hoe ze het gras kunnen bijhouden.) Benodigdheden o Handharkjes; o Emmers (voor onkruid); o Opbindmateriaal (voor suikererwt); o Gieters (liefst met sproeikop); o Bij gras: Heggenscharen (grasroller); o Bij straatstenen: Bezem en veegblik; o Veger (om gereedschap schoon te vegen); o Plastic zakken (om met je knieën op te zitten); o Verbanddoosje; o Laarzen (voor gastkinderen) maat 33 t/m 38. Voorbereiding o Print bijlage 1 ‘Pompoen planten en onderhoudklusjes’ één keer en doe ze eventueel in plastic hoesjes; o Zorg dat je de tuinregels en de plattegrond bij de hand hebt (zie basis moestuindocument); o Mail ouders als herinnering dat ze de Pompoenplantjes meenemen; o Lees de les inclusief de werkbeschrijvingen (klusjes) goed door; o Leg het tuingereedschap bij de buitendeur of het liefst op de tuin klaar per klusje. Deze les duurt een half uur. Tekst met een rechte letter is instructie voor de kinderwerker. Tekst met een schuine letter is tekst die je letterlijk tegen de kinderen kunt zeggen. Intro (3 minuten) Lesdoelen We gaan vandaag een Pompoen planten in de volle grond op de moestuin. Ik hoop dat jullie het verschil weten tussen de jonge plantjes en onkruid bij het wieden. Ook leren we voorzichtig (met liefde) om te gaan met tere jonge plantjes en dit alles gaan we in samenwerking met elkaar doen. Geestelijke link: Vandaag gaan we onkruid verwijderen. De Here Jezus vertelde een gelijkenis over de zaaier. Daar speelt onkruid een belangrijke rol. Wie weet wat God doet met onkruid dat opkomt? Hij laat het staan. Waarom zou Hij het laten staan? Bij het wieden zouden de goede planten kunnen beschadigen. Denken jullie dat God houdt van het onkruid, ondanks dat Hij het laat staan? Nee. Wat kunnen we dan leren van dit verhaal van de Here Jezus, als het gaat om onze kleine plantjes? We moeten ze heel voorzichtig en met zorg behandelen.

17


Instructie (5 minuten) Verdeel de kinderen in drie groepen, zodat iedere groep een klusje heeft. Kies voor ieder groepje een geschikte groepsleider. Deel de ´klusjes´ uit door aan de groepsleider een uitdraai van het ´klusje´ te geven. Als je assistentie op de tuin hebt, neemt diegene niet de rol van groepsleider over, maar begeleidt de groepsleider. Ik verdeel jullie in groepjes en degene die het klusje op papier krijgt, is de groepsleider. De groepsleider verdeelt de taken van die klus. De groepsleider is verantwoordelijk voor het goed uitvoeren van de klus. Op de tuin loop ik langs alle groepjes om te helpen of advies te geven. De verschillende werkzaamheden worden nu niet meer voorgedaan, maar ik zal wel even helpen met het planten van de Pompoen. Als je goed leest, moet het goed kunnen gaan. Hierna gaan jullie zelfstandig aan de slag. Lees nu samen je ‘klusje’ helemaal door. Als jullie denken dat je klaar bent met de klus, roep je mij om samen met jullie te kijken of het ook echt goed gedaan is. Is het klusje klaar dan zal ik vertellen wat je dan mag gaan doen. Dit kan zijn: helpen bij een ander klusje of even vrij spelen op een daarvoor aangewezen plek. Zijn hier nog vragen over? Benoem de tuinregels. Verwerking/zelfstandig (18 minuten) Er zijn vandaag drie klusjes te doen. Zie de bijlage. Er wordt vandaag in de volgende vakken gewerkt: Vak Vruchtgewas, Koolgewas en Bladgewas. In het vak vruchtgewas wordt de Pompoen geplant. Kies van de Pompoenplantjes de meest veelbelovende om in de tuin te zetten. Gebruik hierbij de volgende punten: grootte, gewenning aan weersomstandigheden en wortelgestel. De overige plantjes mogen worden weggegeven of met kinderen die dat graag willen mee naar huis. De kinderen gaan zelfstandig aan de slag. Op de tuin loop je langs alle groepjes om te helpen of advies te geven. Afsluiten/evalueren (5 minuten) Laat alle kinderen even bij elkaar zitten of staan op een centrale plek bij de tuin. Jullie hebben hard gewerkt en er is weer veel gedaan op de moestuin! Wie heeft er iets gedaan wat hij nog nooit eerder heeft gedaan? Zo ja, vraag even wat het was. Wat ging er goed bij het samenwerken? Kunnen jullie ‘tops’ noemen van de groepsleider? Complimenten Kunnen jullie ‘tips’ noemen van de groepsleider? Verbeterpunten Als er nog tijd over is, kun je per groepje of per vak bekijken en bespreken wat waar is gebeurd. Verdeel de spullen over de kinderen, zodat alles weer netjes terug wordt gebracht. Gezamenlijk loop je terug naar de binnenruimte.

18


Geef na afloop van de les bij de moestuincoรถrdinator door welke werkzaamheden wel zijn gedaan en welke niet.

Bijlagen: 156 tuin bijlage 1. Pompoen planten en onderhoudklusjes

19


Tuinles 156 Bijlage 1 Pompoen planten en onderhoudklusjes


Klusje 1: Pompoen planten in de volle grond 1. Ga naar het vak Vruchtgewas en kijk hoe het vak er bij ligt. 2. Kijk op het Tuinplan waar de Pompoen moet komen. 3. Plantbed klaarmaken: haal het onkruid met wortel en al weg. Hark de aarde tot de kluiten helemaal fijn zijn. Hark daarna de aarde glad. 4. Kies samen met de leiding de Pompoenplant die er het best uit ziet. 5. Graaf met een schepje een flinke kuil, iets dieper dan de kluit aan de plant. 6. Giet water in de kuil tot de rand. 7. Pompoenplant planten: Zet het plantje met de kluit wortels en aarde in de kuil. Zorg dat er 3 cm van de groene steel in de aarde staat en dat de rest van de plant boven de grond uitsteekt. 8. Vul de kuil met aarde en klop het een beetje aan. 9. Zet er een naambordje bij. 10. Knip de grasrand of veeg de grond terug in het vak. 11. Vraag aan de leiding of je klaar bent. 12. Maak het gereedschap schoon met een veger. 13. Ruim het gereedschap op en je bent klaar!


Klusje 2 1. Ga naar het vak Bladgewas. 2. Doe het netje voorzichtig aan de kant. Kijk hoe de plantjes erbij staan en of er al wat plantjes opkomen. 3. Onkruid wieden: Pak met je vingers het onkruid beet en trek het met wortel en al uit. Ruim (zo’n 10 centimeter) om de plantjes heen. Bij twijfel plantjes laten staanď Š. 4. Geef water als de grond droog is. Voorzichtig met de gieter met sproeikop op de aarde. Niet op de plantjes als de zon fel schijnt (anders verbranden ze). 5. Knip de grasrand of veeg de grond terug in het vak. 6. Vraag aan de leiding of je klaar bent. 7. Als er een netje tegen de vogels over zat, doe dit er weer netjes sluitend over heen. Maar als de plantjes al wat groter zijn dan 15 cm kun je het netje opbergen in de kist. 8. Maak het gereedschap schoon met een veger. 9. Ruim het gereedschap op en je bent klaar.


Klusje 3 1. 2. 3. 4.

5. 6. 7. 8.

9. 10.

Ga naar het vak Koolgewas. Doe voorzichtig het netje aan de kant. Kijk hoe de plantjes erbij staan en of er al wat plantjes opkomen. Onkruid wieden: Pak met je vingershet onkruid beet en trek het met wortel en al uit. Ruim (zo’n 10 centimeter) om de plantjes heen. Bij twijfel plantjes laten staanď Š. Geef water als de grond droog is. Voorzichtig met de gieter met sproeikop op de aarde. Niet op de plantjes als de zon fel schijnt (anders verbranden ze). Knip de grasrand of veeg de grond terug in het vak. Vraag aan de leiding of je klaar bent. Als er een netje tegen de vogels over zat, doe dit er weer netjes sluitend over heen. Als de plantjes al wat groter zijn dan 15 cm kun je het netje opbergen in de kist. Maak het gereedschap schoon met een veger. Ruim het gereedschap op en je bent klaar.


Klusje voor de groepjes die het eerst klaar zijn:

Vak Braak: Niets aan doen is hier het motto. 1. Kijk en ontdek wat er groeit in dit vak. 2. Laat onkruid staan en hark niet!!! 3. Knip de grasrand of veeg de grond terug in het vak. 4. Maak het gereedschap schoon met een veger. 5. Ruim het gereedschap op en je bent klaar.


Klusje voor de groepjes die het eerst klaar zijn:

Buiten de vakken: 1. 2. 3. 4. 5.

Maai het gras op de looppaden met de grasmaaier of heggenschaar (met toezicht). Verwijder onkruid tussen de stenen. Veeg de grond terug in de vakken. Maak het gereedschap schoon met een veger. Ruim het gereedschap op en je bent klaar.

Voorbeeldlessen Er op uit!  

De lessen die we hier tonen, zijn lessen zoals ze in de methode zitten. Hiermee krijg je een indruk van hoe de lessen zijn opgebouwd. We lat...