Issuu on Google+

gezondheid, sport & life sciences opleidingen 2011-2012

voltijd Amsterdam/Diemen


over Hogeschool Inholland  –  05 over ons onderwijs  –  06 kies een opleiding die bij je past  –  08

Hogeschool Inholland Amsterdam/Di biologie & medisch laboratorium­on biotechnologie  –  22 chemie  –  27 medisch beeldvormende & radioth mondzorgkunde  –  40 verloskunde  –  46 verpleegkunde (hbo-v)  –  54 praktische informatie  –  62

2


iemen  –  11 nderzoek  –  16

herapeutische technieken  –  33

3


over Hogeschool Inholland Op negen locaties, verspreid over de hele Randstad, biedt Hogeschool Inholland negentig bacheloropleidingen aan op alle vakgebieden: van gezondheidszorg tot economie, van techniek tot onderwijs. Daarnaast hebben we zes Associate-degreeprogramma’s en zeven masteropleidingen in huis. Ook in Paramaribo, Suriname bieden we opleidingen aan. Direct aan de slag  Hogeschool Inholland leidt je op voor een beroep, helpt je verder op weg of een andere weg in te slaan. We helpen je bij het maken van keuzes. We begeleiden jou en je medestudenten tijdens je studie en brengen jullie in contact met bedrijven voor stages en afstudeeropdrachten: een opleiding van A tot Z. Als je afgestudeerd bent, beschik je over veel kennis en kun je direct aan de slag of een volgende stap in je carrière maken. Hogeschool Inholland maakt haar studenten bewust van de kracht van ondernemerschap en innovatie. We leren je dat het erom gaat dat je kennis kunt gebruiken om zaken te veranderen. We leren je echter bovenal allerlei vakbekwaamheden aan. Ook bereiden we je voor op de internationale omgeving waarin je terecht kunt komen. We doen dit door je ook buitenlandse stages aan te bieden. Zo kom je in aanraking met veel culturen.

We leren je dat het erom gaat je kennis te gebruiken om zaken te veranderen.

Een hogeschool met ambitie  Hogeschool Inholland stelt de kwaliteit van haar onderwijs voorop. We bieden intensieve onderwijsprogramma’s. We streven ernaar dat je roosters kloppen en dat je cijfers op tijd bekend zijn. Hoge­school Inholland werkt er voortdurend aan om deze zaken op orde te hebben. Je mag ons daar dan ook op aanspreken.

Als student krijg je bij ons alle mogelijkheden om je te ontwikkelen. Maar Hoge­school Inholland verwacht dan wel dat jij je van je beste kant laat zien. We willen niet dat je bij Hogeschool Inholland de kantjes ervan afloopt. We verwachten van je dat je aanwezig bent bij colleges, actief meewerkt aan groepsmatige projecten en je serieus inzet voor je studie. We gaan er vanuit dat je gemotiveerd bent en dat je

5


een serieuze studiehouding hebt. Studeren bij Inholland betekent studeren bij een ambitieuze instelling. Wij willen met ons onderwijs het beste uit je halen. Geworteld in de praktijk  Praktijkgerichte opleidingen met een solide theoretische basis: dat is het onderwijs van Hogeschool Inholland in een notendop. Wat je van ons leert kun je direct toepassen in je eerste baan. Om dit waar te maken onderhoudt Hogeschool Inholland een breed netwerk van bedrijven en instellingen. Jij en je medestudenten lopen er stage en zorgen zo voor kennisuitwisseling tussen de hogeschool en de praktijk. Met de juiste combinatie van kennis, praktijkervaring en beroepshouding bereiden we je optimaal voor op de arbeidsmarkt. over Hogeschool Inholland

over ons onderwijs Studeren aan Hogeschool Inholland kan in verschillende vormen: voltijd, deeltijd of duaal. Hoewel er grote verschillen zijn tussen de studievormen, ontvangt elke student aan het einde van zijn opleiding hetzelfde diploma. Voltijd studeren  Voltijd studeren betekent dat studenten vier jaar lang veel tijd besteden aan hun studie. Ze volgen colleges, werken in projectgroepen aan praktijkopdrachten en ze studeren zelfstandig. In het derde jaar lopen ze een stage in binnen- of buitenland. Bij de pabo lopen ze gedurende hun hele opleiding stage. In het vierde jaar ronden ze hun opleiding af met een afstudeeropdracht bij een bedrijf of instelling. Deeltijd studeren  Wie al een baan heeft en zich verder wil ontwikkelen, kiest vaak voor een deeltijdopleiding. Als deeltijdstudent besteden ze ongeveer twintig uur per week aan hun studie. De colleges vinden meestal plaats op een doordeweekse avond. Afhankelijk van hun vooropleiding en ervaring duurt de opleiding minimaal drie jaar. Duaal studeren  Een duale opleiding is een combinatie van werk en studie. Wat de studenten leren, brengen ze direct in de praktijk. Aan het begin van de studie sluiten ze een onderwijsarbeidsovereenkomst met hun nieuwe werkgever én de opleiding af. Bachelors en masters  De meeste Europese landen hebben hun hoger onderwijs ingedeeld in bachelors en masters. Dit betekent dat iemand die in Nederland bijvoorbeeld een bachelordiploma Economie behaalt, vergelijkbare kwalificaties heeft als iemand die dat diploma behaalt in Engeland of Frankrijk. 6


Het major-minormodel  Sinds 2004 werkt Hogeschool Inholland met het major-minormodel. De major is de ruggengraat van de opleiding. De verschillende minors zijn gericht op de vaardigheden die studenten later nodig hebben als ze gaan werken. Onderwijsconcept Backbone  Hogeschool Inholland kiest voor competentiegericht onderwijs. Dat krijgt vorm in ons onderwijsconcept Backbone. Daarin is leren een actief proces, is het onderwijs sterk praktijkgericht en lijken de leertaken zoveel mogelijk op de beroepspraktijk. Het basis­curriculum staat vast, maar tussen dezelfde opleidingen op verschillende locaties van Inholland is variatie mogelijk. Zo sluit elke opleiding aan bij de wensen en eisen van de regio en het bedrijfsleven. Studiebegeleiding  Hogeschool Inholland doet er alles aan om je studie vlekkeloos te laten verlopen. De hogeschool heeft speciaal daarvoor medewerkers die je ondersteunen en bij wie je altijd terecht kunt voor informatie of advies: coaches, vakdocenten en studieloopbaanbegeleiders. Modern onderwijs gericht op de praktijk  Je studeert om straks een baan te hebben. Daarom moet het onderwijs goed aansluiten op de beroepspraktijk. Hogeschool Inholland houdt dan ook rekening met de dagelijkse praktijk: individueel of in groepsverband werk je aan praktische projectopdrachten. Net als op de werkvloer stellen de projecten hoge eisen aan zelfstandigheid, gevoel voor verantwoordelijkheid en organisatiever­mogen. Docenten en een studieloopbaanbegeleider coachen daarbij en bewaken het leerproces. Persoonlijk tintje  Hogeschool Inholland werkt met majors en minors. De verschillende minors zijn gericht op de vaardigheden die je later nodig hebt als je gaat werken.Het major-minormodel bij Hogeschool Inholland bestaat uit drie delen: —— De major: in de major leer je de basisvaardigheden die nodig zijn in een bepaald werkveld en voor een aantal beroepen. —— De specialisatieminor: deze minor is gericht op de vaardigheden die nodig zijn in een specifiek beroep en sluit nauw aan bij de major. —— De differentiatieminor: met de differentiatieminor kun je je eigen programma samenstellen. Dit is een onderdeel van het studieprogramma vanaf het derde studiejaar.

“Zo sluit elke opleiding aan bij de wensen en eisen van de regio en het bedrijfsleven”

Je kunt je opleiding dus voor een deel inrichten zoals je zelf wilt. Bij Hogeschool Inholland is het mogelijk om 25% van het onderwijspakket zelf samen te stellen.

7


Studenten met een functiebeperking en topsporters  Voor studenten met dyslexie, een chronische ziekte of een andere fysieke of psychische aandoening, kan studeren lastiger zijn dan voor studenten zonder een functiebeperking. Toch is het heel goed mogelijk. Hogeschool Inholland biedt studenten met een functiebeperking ondersteuning in de vorm van voorzieningen, regelingen en begeleiding. Denk aan: —— aangepast onderwijs; —— aangepaste voorzieningen; —— begeleiding bij het aanvragen van extra tijd voor studiefinanciering. Heb jij een functiebeperking? Maak dan aan het begin van je studie een afspraak met de studentendecaan, ook als je denkt (nog) niets nodig te hebben. Meer informatie vind je op www.inholland.nl/studerenmeteenfunctiebeperking. Ook voor topsporters zijn er regelingen waardoor ze hun intensieve sport kunnen combineren met een studie. Als je hiervan gebruik wilt maken, is het nood­zakelijk dat je de topsportstatus hebt of een erkend topsporter bent. Neem voor meer informatie contact op met een studentendecaan. Topsporter of student met een functiebeperking: Hogeschool Inholland helpt je op weg. over Hogeschool Inholland over ons onderwijs

kies een opleiding die bij je past Weet je al wat je gaat studeren? En waar? Of welke opleiding bij je past? Hogeschool Inholland helpt je op weg. Studiekeuze Adviescentrum  Heb je nog geen idee wat je wilt gaan studeren, of twijfel je nog, dan kun je bij het Studiekeuze Adviescentrum vijf dagen per week terecht met al je vragen. Loop binnen of maak een afspraak voor een studiekeuzegesprek. Kijk op: www.inholland.nl/studiekeuze/studiekeuzeadviescentrum. Studiekeuzetest  Via www.inholland.nl/studiekeuzetest kun je direct een studiekeuzetest doen. Wil je weten welke studiemogelijkheden aan­sluiten op jouw interesses? Ga naar het Studiekeuze Adviescentrum voor een studiekeuzegesprek.

8


Open Dagen  Ben je benieuwd hoe onze gebouwen er van binnen uitzien en wil je informatie verzamelen over opleidingen die bij jou passen? Wil je studenten en docenten ontmoeten? Kom dan naar een van onze Open Dagen. Kijk op www.inholland.nl/opendagen voor het overzicht. Proefstuderen  Weet je al welke opleiding je voorkeur heeft? Dan is een dagje proefstuderen iets voor jou. Je kunt een hele dag meelopen en kennismaken met de lesstof, de docenten, de studenten en de manier waarop je straks je studie gaat volgen. Kijk op www.inholland.nl/proefstuderen voor het overzicht. Van mbo naar hbo  Als je na je mbo-opleiding verder studeert aan het hbo, dan verandert je arbeidsperspectief. In beroepen op mbo-niveau ben je vaak alleen uitvoerend bezig. Bij beroepen op hbo-niveau leer je met meer afstand naar je vakgebied te kijken. Met een hbo-diploma heb je ook meer doorgroeimogelijkheden in je carrière. Het verschil tussen een mbo- en een hbo-opleiding zit vooral in de manier van werken en in de wijze waarop het onderwijs wordt aangeboden. Je krijgt minder uitleg van docenten en gaat meer zelf aan de slag. Gedetailleerde informatie vind je bij de opleidings­informatie op www.inholland.nl. Van havo naar hbo  Als je na de havo naar het hbo gaat, wordt er meer dan voorheen een beroep gedaan op je zelfstandigheid. Je bent zelf verantwoordelijk voor het verloop van je studie. Je moet nog steeds een hoeveelheid theoretische 9


kennis in je opnemen, maar veel vaker gaat het erom dat je dingen leert begrijpen en toepassen. Ook in de organisatie van je studie speel je zelf een belangrijke rol. Een groot deel ervan kun je namelijk zelf invullen. Gedetailleerde informatie vind je bij de opleidingsinformatie op www.inholland.nl. Van vwo naar hbo  Anders dan op het vwo ga je op het hbo meer in projecten werken. In de organisatie van je studie speel je zelf een belangrijke rol. Een groot deel ervan kun je namelijk zelf invullen. In sommige gevallen levert je vwo-diploma vrijstellingen op. Gedetailleerde informatie hierover vind je bij de opleidingsinformatie op www.inholland.nl.

Bij beroepen op hbo-niveau leer je met meer afstand naar je vakgebied te kijken.

21+ toets  Voldoe je niet aan de toelatingseisen en ben je ouder dan 21 jaar? Dan kun je meedoen aan een toelatings­toets. Kijk voor meer informatie op www.inholland.nl/21plustoets.

Intakeprocedure  Je hebt je oog laten vallen op een opleiding aan Hogeschool Inholland. Maar weet je al wat die opleiding precies inhoudt? En heb je enig idee wat die opleiding kan betekenen voor je carrière? Passen jouw capaciteiten bij de opleiding? Weet je wat er van je verwacht wordt en heb je de juiste studie­ houding voor het hbo? Hogeschool Inholland wil graag dat je een antwoord krijgt op al deze vragen. ­Dan weet je waar je aan toe bent als je aan je opleiding begint. Want je zult na een half jaar maar tot de ontdekking komen dat de opleiding die je gekozen hebt, niet aan je verwachtingen voldoet! Om dit te voorkomen neem je, als je bij Hogeschool Inholland komt studeren, deel aan een intakeprocedure. Hiervoor krijg je een uitnodiging zodra je je hebt ingeschreven. De intakeprocedure bestaat uit twee onderdelen: een digitale test en een gesprek. De digitale test maak je op de hogeschool. Die test bestaat uit vragen over onder meer motivatie, zekerheid van studiekeuze en leerstijl. Daarnaast krijg je een aantal capaciteitentesten. De rapportage hiervan krijg je per mail toegestuurd. Als uit de test blijkt dat je mogelijk wat extra hulp nodig hebt om van jouw opleiding een succes te maken, dan krijg je een uitnodiging voor een intakegesprek met een docent. Hulp kan bijvoorbeeld bestaan uit studeertips, doorverwijzing naar een bijspijkercursus op taal- of rekengebied of, in het uiterste geval, het advies om je studiekeuze te heroverwegen. Als uit de test blijkt dat niets een succesvolle start van je opleiding in de weg staat, dan bespreek je het rapport tijdens de eerste studieweken met een docent. Als blijkt dat je bovengemiddeld scoort, dan kun je ook de mogelijkheden voor een verzwaard programma bespreken.

10


over Hogeschool Inholland over ons onderwijs kies een opleiding die bij je past

locatie

Amsterdam/Diemen Bij Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen krijg je als student de kans om je talenten breed te ontwikkelen. Onze docenten stimuleren je om nieuwe dingen te ontdekken en niet bang te zijn voor vernieuwingen. Studeren bij Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen betekent bovendien studeren in een wereldstad. Onze hogeschool staat open voor iedereen, ongeacht zijn of haar levensovertuiging of afkomst. Dat zie je ook aan de verschillende nationaliteiten van onze studenten, maar liefst zeventig in totaal. Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen is maatschappelijk betrokken en ambitieus. Er wordt voortdurend gewerkt aan de kwaliteit van de opleidingen. Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen heeft vier verschillende gebouwen. Twee in Amsterdam, één in Amstelveen en één in Diemen. Alle vier zijn ze goed ­ te bereiken zijn met het openbaar vervoer. Onderwijslocatie Wildenborch in Diemen  Op de locatie van Hogeschool Inholland in Diemen zijn de opleidingen op het gebied van communicatie, media, vrije tijd, toerisme, finance, economie en management gevestigd. Naast de hogeschool, aan de overkant van de Bergwijkdreef, staan enkele honderden studenten(container)woningen. Onderwijslocatie De Boelelaan in Amsterdam  In Amsterdam, aan de De Boelelaan, staat sinds 2006 het OZW-gebouw (Opleidingsinstituut Zorg en Welzijn). Daarin zijn opleidingen op het gebied van zorg ondergebracht op zowel mbo-, als hbo-, als wo-niveau. Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen huisvest er de opleidingen in de categorieën gezondheid, sport, welzijn, life science, pedagogiek en sociaal werk. Onderwijslocatie Gustav Mahlerlaan in Amsterdam  De opleiding Mondzorgkunde bevindt zich ook in Amsterdam en ‘woont in’ bij het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA). Het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA), de Stichting Bijzondere Tandheelkunde (SBT) en 11


de opleiding Mondzorgkunde (van Hogeschool Inholland) hebben in de zomer van 2010 een nieuw gebouw betroken naast het VUmc, tegenover het OZW-gebouw. Onderwijslocatie Prof. J.H. Bavincklaan in Amstelveen  Vanaf begin 2010 zijn de opleidingen op het gebied van onderwijs, theologie en levensbeschouwing hier gevestigd. Ook de Taal- en Schakelcursus wordt hier gegeven. De ICT-voorzieningen in het gebouw zijn van hoge kwaliteit en afgestemd op de laatste ontwikkelingen. Met een eigen e-mailadres en internetaccount heb je toegang tot ons moderne ICT-netwerk. Inholland maakt gebruik van het draadloos netwerk van Eduroam. Dit is een voor­ziening die beveiligd draadloos toegang biedt tot het Inhollandnetwerk. Nieuwbouw in 2014 aan de Zuidas  Hogeschool Inholland brengt op termijn al haar vestigingen in de Amsterdamse regio onder op de campus van de Vrije Universiteit aan de Zuidas in Amsterdam. Inholland ontwikkelt daarvoor aan de De Boelelaan in Amsterdam 29.000 m2 nieuwbouw en huurt gefaseerd het naastgelegen OZW-gebouw in zijn geheel van de VU. Inholland beschikt daarmee over ca. 50.000 m2 onderwijsruimte. De opleidingen in Diemen en Amstelveen verhuizen in 2014 naar de Zuidas. Sinds november 2007 hebben de VU en Hogeschool Inholland een overeenkomst ten behoeve van samenwerking, die zich nu uit in de verhuizing van Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen naar de VU-campus. De verhuizing biedt de kans om de samenwerking tussen het hbo en het wo te versterken en nog meer gebruik te maken van elkaars expertise. Het doel is op de VU-campus tot een zo volledig mogelijk hogeronderwijsaanbod te komen. Het ontstaan van de gezamenlijke campus biedt nieuwe mogelijkheden voor samenwerking op het gebied van onderwijs en onderzoek. Beide onderwijsinstellingen hebben de intentie die samenwerking uit te breiden en te intensiveren als het gaat om praktijkgerichte masteropleidingen, onderzoek, overstapmogelijkheden voor studenten en honourstrajecten.

“De stad heeft een enorm cultureel aanbod in de vorm van musea, galeries, theaters, filmhuizen en schouwburgen”

Stad en omgeving  Onze hoofdstad aan de Amstel en ‘t IJ is de perfecte plaats om te studeren. Nergens in Nederland vind je zoveel hippe cafés, bruine kroegen, clubs en bioscopen. De stad heeft een enorm cultureel aanbod in de vorm van musea, galeries, theaters, filmhuizen en schouwburgen. En dan hebben we het nog niet eens over de talloze festivals en evenementen die in de stad worden georganiseerd. Clubs en podia als Paradiso en de Melkweg zijn natuurlijk beroemd, maar ook in minder bekende uitgaansgelegenheden zul je je uitstekend vermaken. ‘Shop till you drop’ krijgt een wel heel letterlijke betekenis als je ziet wat er allemaal te koop is in de Kalverstraat, aan de Nieuwendijk, in de vele winkeltjes in de Jordaan en op markten als de Albert Cuyp en die op het Waterlooplein. Na afloop kun je bijkomen op een van de vele gezellige terrasjes langs de grachten. 13


Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen verpleegkunde

“ Als hbo-verpleegku je zieke mensen. Je sleutelrol op een af

14


undige verzorg e speelt vaak de fdeling� Je neemt beslissingen en lost complexe problemen op. Je bent de schakel tussen uitvoering en organisatie. Kortom: een boeiend en dynamisch beroep, waarbij de mens centraal staat.

15


over Hogeschool Inholland over ons onderwijs kies een opleiding die bij je past Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen

opleiding

biologie & medisch laboratorium­ onderzoek Waarom wordt iemand ziek? En hoe kan iemand weer beter worden? Bij de opleiding Biologie & Medisch Laboratorium­onderzoek (BML) draait het om onderzoek naar chemische processen in levende organismen. Tijdens deze vierjarige opleiding word je opgeleid tot analist. Je krijgt inzicht in de chemische en celbiologische processen in het menselijk lichaam. Hoe verloopt de stofwisseling precies, hoe werkt het immuun­systeem? Om op dit soort vragen een antwoord te vinden, onderzoek je menselijk en dierlijk materiaal. Je leert DNA-technieken en doet kennis op over microbiologie, klinische chemie en biochemie. Kenmerken van de opleiding BML  Bij Inholland Life Sciences & Chemistry kun je kiezen. De opleiding Biologie & Medisch Laboratoriumonderzoek begint met een gezamenlijke propedeuse samen met de andere laboratoriumopleidingen, waardoor je kijk krijgt op het brede domein van Life Sciences & Chemistry. Na de propedeuse volgt een gezamenlijk 2e studiejaar van de Life Sciences opleidingen, aan het eind van dat jaar kies je definitief voor een van de Life Sciences opleidingen (BML of biotechnologie). Kies je voor BML dan zijn er nog twee mogelijkheden, binnen BML kun je namelijk kiezen uit twee uitstroomprofielen: medische diagnostiek en bioresearch. Bij medische diagnostiek doe je onderzoek naar patiëntenmateriaal om de arts te ondersteunen in het stellen van een juiste diagnose. Bioresearch bereidt je voor op het doen van fundamenteel onderzoek naar biochemische processen in levende organismen.

16


Het 3e studiejaar begint met een stage bij een bedrijf of instelling gericht op medische diagnostiek of bioresearch. Daarna volg je minoren die specifiek gericht zijn op medische diagnostiek of bioresearch en tenslotte studeer je af met een op je uitstroomprofiel gericht afstudeerproject. Biologie & Medisch Laboratoriumonderzoek: iets voor jou?  Naast aanleg voor bètavakken zijn communicatieve vaardigheden (Nederlands in woord en schrift) en samenwerkingsvaardigheden van belang. Beschik je over deze vaardig­heden – of heb je de motivatie deze te ontwikkelen – en aanleg voor bètavakken, dan is het echt wat voor jou om de lesstof van deze opleiding uit te pluizen! Kom te weten wat er achter de gesloten deuren van het ziekenhuis gebeurt terwijl je aan het wachten bent op de uitslag van het bloedonderzoek. Kom te weten wat ze met jouw plasje doen. Leer hoe het maken van wijn in zijn werk gaat. Leer de genetica van levende organismen begrijpen en hoe genetische informatie te beïnvloeden is. Lever een bijdrage aan de genezing van bijvoorbeeld kanker, aids of hersen­vliesontsteking.

“Kortom, een gevarieerde en brede opleiding, zeer de moeite waard”

Als je naar het hoger laboratoriumonderwijs wilt maar nog niet een definitieve keus hebt gemaakt voor een bepaalde richting, dan biedt Inholland Life Sciences & Chemistry je mogelijkheden om je te oriënteren en pas tijdens je studie je keuze te bepalen.

De ervaring leert dat taalvaardigheid, rekenvaardigheid en kennis van basischemie studenten in het eerste jaar parten kan spelen. De opleiding richt hier dan ook in het eerste studiejaar de nodige aandacht op. Toch loont het voor veel studenten de moeite om te zorgen dat zij al beschikken over een voldoende niveau bij aanvang van hun studie. De Inholland Life Sciences & Chemistry opleidingen bieden daarom elk voorjaar een instroomcursus aan tegen kostprijs. Deze cursus bestaat uit tien bijeenkomsten en wordt gegeven in de avonduren, zodat zowel mbo-studenten als middelbare scholieren hiervan gebruik kunnen maken. Hou voor data de website van de opleiding in de gaten. Beroepsprofiel  Beroepen waar je na de medisch diagnostische opleiding in terecht kunt komen zijn: —— klinisch chemisch analist —— microbiologisch analist —— moleculair biologisch analist —— medisch biologisch analist

17


Als Bachelor of Applied Science met een medisch diagnostisch profiel kun je gaan werken in ziekenhuislaboratoria. De analyses van het diagnostisch onderzoek geven je informatie over de gezondheid van de patiënt. Jij controleert en interpreteert de uitslagen van de apparatuur. Je verricht taken in een laboratorium of geeft hierbij leiding. Na het afronden van deze opleiding met een bioresearch profiel kun je gaan werken in (academische) onderzoeksinstellingen en in het bedrijfsleven. Voorbeelden van onderzoeksinstellingen buiten de universiteit zijn: —— het Nederlands Kanker Instituut —— TNO —— Sanquin —— het Koninklijk Instituut voor de Tropen —— NIZO —— NIOZ Voorbeelden uit het bedrijfsleven zijn: —— Solvay —— Galapagos —— DSM —— Cargill —— Kerry —— Bejo zaden —— Crucell —— Centocor Je voert experimenten uit en je analyseert en rapporteert de resultaten. Je doet onderzoek naar het ontstaan, het verloop en het bestrijden of voorkomen van allerlei ziekten, naar het produceren van producten door bacteriën, naar het afbreken van verontreinigende stoffen door bacteriën, of naar het verbeteren van planten. Het doel is dan bijvoorbeeld om meer over de ziekten te weten te komen. Biochemische en moleculair biologische technieken zijn hierbij een belangrijk hulpmiddel. Op dit moment vinden alle afgestudeerde studenten een baan. Of ze kiezen voor het vervolgen van hun opleiding bij een universiteit. Analyses over de arbeidsmarkt voor dit soort opleidingen wijzen op een groeiende vraag aan afgestudeerden en een dalend aanbod aan studenten. Waarom de opleiding Biologie & Medisch Laboratorium­onderzoek (BML) aan Inholland Amsterdam/Diemen?  Op de campus van de Vrije Universiteit staat het nieuwe en opvallende Onderwijsinstituut Zorg en Welzijn (OZW). Dit gebouw is de leslocatie, terwijl voor de praktijk gebruik gemaakt wordt van de laboratoria van de VU. Omdat de capaciteit van deze laboratoria beperkt is kan het voorkomen dat je sommige onderwijsperiodes één dag per week gebruik maakt van onze laboratoria in Alkmaar. 19


Het OZW-gebouw is goed bereikbaar via tram 5 en sneltram 51. Ook per spoor is de opleiding makkelijk bereikbaar, het station Zuid/WTC bevindt zich op loopafstand. Inholland Life Sciences & Chemistry heeft een modern onderwijsprogramma, met goed theorie onderwijs, training van laboratorium vaardigheden en projecten. Het programma begint met een brede oriëntatie en biedt keuzemogelijkheden na het eerste en tweede studiejaar. Naast de opleiding biologie & medisch laboratoriumonderzoek heeft Inholland ook de aantrekkelijke opleidingen chemie en biotechnologie in huis. De tweede helft van je studie geeft je de mogelijkheid je te verdiepen door het volgen van specifiek op medische diagnostiek of bioresearch gerichte minoren, stage en afstuderen op een plaats binnen het werkveld van chemie. Wat zijn de studievormen?  De Life Sciences & Chemistry opleidingen hanteren zogenaamde leerlijnen. —— Een leerlijn die ervoor zorgt dat je voldoende kennis opdoet, met als werk­ vormen colleges, werkcolleges en zelfstudie. —— Een vaardigheden leerlijn die ervoor zorgt dat je de nodige laboratorium vaardigheden ontwikkelt. Je brengt minstens een dag per week op het laboratorium door. —— Een leerlijn waarin je een projectmatige aanpak ontwikkelt. Hoe zit het met studiebegeleiding?  Inholland Life Sciences & Chemistry probeert begeleiding te geven op maat. Wie weinig ondersteuning nodig heeft, krijgt dit ook niet. Wie veel ondersteuning nodig blijkt te hebben, zal dit ook krijgen. De begeleiding is in het begin van je studie intensiever maar naarmate je vordert in je studie, zul je over het algemeen minder begeleiding nodig hebben. Studieloopbaanbegeleiding is verder gericht op snel thuis raken binnen Inholland en de opleiding, hoe het onderwijs in elkaar zit en hoe je effectief kunt studeren. Tweedejaarsstudenten helpen je zo snel mogelijk wegwijs binnen de opleiding. Binnen studiebegeleiding worden ook een aantal aspecten aangeboden die je direct kunt toepassen binnen je studie. Major/minor  De opleiding BML is ingedeeld volgens het major-minormodel. Binnen de major, die de helft van je opleiding beslaat, ligt de nadruk op een oriëntatie op het gebied van Life Sciences & Chemistry, het ontwikkelen van goede laboratoriumvaardigheden, het ontwikkelen van voldoende kennis van de chemie en het vermogen projectmatig te werken. Daarna ga je verder de diepte in en volg je minoren met onderwerpen als: —— Medische diagnostiek: —— Ziekten en afweer —— Klinische casuistiek —— Bioreserach: —— proteomics: alles wat met eiwitten te maken heeft —— genomics: alles wat met genen te maken heeft 20


Het eerste jaar  Je raakt zo snel mogelijk thuis binnen de opleiding Biologie & Medisch Laboratoriumonderzoek en went snel aan de werkwijze, die elke onderwijsperiode consequent wordt doorgevoerd. De propedeuse bestaat uit een brede oriëntatie op het gebied van Life Sciences & Chemistry. Er zijn voldoende contacturen om je te ondersteunen in je studie, er zijn minstens zestien uur lesuren per week plus andere activiteiten als studieloopbaanbegeleiding. Daarnaast studeer je zelfstandig, in studiegroepen of een projectgroep. Aan het eind van de propedeuse word je geacht het proces van de analist op basaal niveau te beheersen: opstellen van een onderzoeksplan, het uitvoeren van experimenten en het rapporteren/presenteren van resultaten. Aan het eind van het jaar wordt getoetst of je geschikt bent voor de opleiding en welke richting je het beste ligt.

“Je voert experimenten uit en je analyseert en rapporteert de resultaten”

Het tweede jaar  Je hebt nu een stevige basis en gaat je verder verdiepen op het terrein van Life Sciences. De opzet van het onderwijs is als in de propedeuse, maar er wordt van je verwacht dat je zelfstandiger kunt werken. Ook is het aantal lesuren is iets minder dan in de propedeuse. Tegen het eind van het tweede studiejaar wordt getoetst of je klaar bent om te beginnen aan de stage. Aan het eind van het tweede studiejaar heb je een grondige basis op het terrein van Life Sciences en kies je definitief voor de opleiding Biologie & Medisch Laboratoriumonderzoek. Het derde jaar  Het derde studiejaar van Biologie & Medisch Laboratorium­ onderzoek begint met een stage van een halfjaar, je wordt zowel vanuit de opleiding als vanuit de stage-instelling begeleid. De stage vindt plaats binnen een bedrijf of instelling en zou ook kunnen plaatsvinden in het buitenland. Tijdens de stage staan de competenties onderzoeken en experimenteren centraal. De tweede helft van het derde studiejaar volg je minoren, die specifiek gericht zijn op medische diagnostiek of bioresearch. Deze minoren zijn gericht op verdieping in specifieke onderwerpen, denk aan eiwittechnologie, anatomie, fysiologie, pathologie, immunologie, moleculaire diagnostiek, hematologie, recombinant DNA-technologie, etc. Het vierde jaar  In het begin van het vierde studiejaar volg je ook nog minoren, maar ben je ook bezig met het voorbereiden van het afstuderen. Het laatste halfjaar van de opleiding is helemaal gewijd aan een onderzoek in het kader van je afstuderen. Je krijgt een opdracht van een laboratorium naar jouw keuze, je maakt je eigen planning en je voert in dat laboratorium zelf het onderzoek uit. Je sluit je studie af met een presentatie en een eindgesprek, waarin je de uitvoering en resultaten van je afstudeerproject verdedigt. Je kunt in Nederland, maar zeker ook in het buitenland afstuderen. De opleiding heeft goede contacten in Engeland, Spanje en de Verenigde Staten.

21


Verkorte leerroute  De opleiding duurt in principe vier jaar, in uitzonderlijke gevallen kan worden bekeken of een verkorte leerroute kan worden gevolgd. Een driejarige route is in ieder geval mogelijk voor mlo-instromers. Mlo’ers volgen aanvankelijk vrijwel het reguliere programma. Aan het eind van het eerste en halverwege het tweede studiejaar wordt gekeken of een driejarig programma reëel is. Als dat er niet in zit, kunnen zij alsnog het reguliere vierjarige programma blijven vervolgen. Kijk voor meer informatie op www.inholland.nl/bml over Hogeschool Inholland over ons onderwijs kies een opleiding die bij je past Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen

opleiding

biotechnologie In de biotechnologie worden levende organismen gebruikt met als doel het produceren van bruikbare stoffen. Daarvoor worden geschikte micro-organismen geselecteerd of wordt het genetisch materiaal (DNA) van de organismen aangepast. Een biotechnoloog gebruikt het mooie en het slimme van de natuur. De laatste jaren is de kennis van moleculair biologische, chemische en technologische processen sterk toegenomen. Door samen­voeging van deze disciplines zijn we steeds beter in staat deze processen te beïnvloeden. Biotechnologie is een boeiend en dynamisch vakgebied en van zeer groot belang voor de mens. Het is inzetbaar in veel verschillende toepassingsgebieden, waaronder de gezondheidszorg, milieu, voeding en land- en tuinbouw. Biotechnologie draagt bij aan duurzaamheid en is daarom van zeer groot belang voor mens en milieu, nu en in de toekomst. Tijdens deze vierjarige opleiding word je opgeleid tot analist. Je krijgt inzicht in de chemische en celbiologische processen. Hoe verloopt de stofwisseling precies, hoe werkt het immuunsysteem? Om op dit soort vragen een antwoord te vinden, onderzoek je menselijk en dierlijk materiaal. Je leert DNA-technieken en doet kennis op over microbiologie, klinische chemie en biochemie.

22


Kenmerken van de opleiding Biotechnologie  Bij Inholland Life Sciences & Chemistry kun je kiezen. De opleiding Biotechnologie begint met een gezamenlijke propedeuse samen met de andere laboratoriumopleidingen, waardoor je kijk krijgt op het brede domein van Life Sciences & Chemistry. Na de propedeuse volgt een gezamenlijk tweede studiejaar van de Life Sciences opleidingen, aan het eind van dat jaar kies je definitief voor Biotechnologie of kun je nog doorgaan met Biologie & Medisch Laboratoriumonderzoek (BML), met als uitstroomprofielen bioresearch en medische diagnostiek. Kies je definitief voor Biotechnologie, dan loop je in het derde jaar stage bij een bedrijf dat zich bezig houdt met biotechno­ logie, je volgt minoren specifiek gericht op dat vakgebied en tenslotte studeer je af met een op biotechnologie gericht afstudeerproject. De opleiding Biotechnologie: iets voor mij?  Naast aanleg voor bètavakken zijn communicatieve vaardigheden (Nederlands in woord en schrift) en samenwerkingsvaardigheden van belang. Beschik je over deze vaardigheden – of heb je de motivatie deze te ontwikkelen – en aanleg voor bètavakken, dan is het echt wat voor jou om de lesstof van deze opleiding uit te pluizen! Bier wordt gebrouwen door de aanwezige suikers te laten gisten tot smaakvolle alcohol en yoghurt ontstaat door melkzuurbacteriën toe te voegen aan melk. De smaak van lekker eten danken we vaak aan aroma’s die gemaakt worden door micro-organismen. Tevens kunnen micro-organismen worden ingezet om onze bodem, lucht en water te zuiveren. Biotechnologische technieken worden in de medische wereld toegepast maar ook om plantenrassen te verbeteren, met als resultaat dat er minder bestrijdingsmiddelen maar ook licht of voedingsstoffen hoeft te gebruiken. Bijna dagelijks worden er nieuwe teelt- en productiemethoden ontwikkeld met behulp van biotechnologie. Als dit werk je aanspreekt, dan ben je van harte welkom bij de opleiding Biotech­nologie van Hogeschool Inholland. Als je naar het hoger laboratoriumonderwijs wilt, maar nog niet een definitieve keus hebt gemaakt voor een bepaalde richting, dan biedt Inholland Life Sciences & Chemistry je mogelijkheden om je te oriënteren en pas tijdens je studie je keuze te bepalen.

“Mijn perspectief is breder geworden, zo creëer je een goede basis en dat geeft je een meerwaarde op de arbeidsmarkt”

De ervaring leert dat taalvaardigheid, rekenvaardigheid en kennis van basischemie studenten in het eerste jaar parten kan spelen. De opleiding richt hier dan ook in het eerste studiejaar de nodige aandacht op. Toch loont het voor veel studenten de moeite om te zorgen dat zij al beschikken over een voldoende niveau bij aanvang van hun studie. De Inholland Life Sciences & Chemistry opleidingen bieden daarom elk voorjaar een instroomcursus aan tegen kostprijs. Deze cursus bestaat uit tien bijeenkomsten en wordt gegeven in de avonduren, zodat zowel mbo-studenten als middelbare scholieren hiervan gebruik kunnen maken. Hou voor data de website van de opleiding in de gaten.

23


Beroepsprofiel  Inmiddels is het mogelijk in bijna alle natuurlijke processen in te grijpen. Dit noemen we biotechnologie. De ingrepen in organismen, of het selecteren van bepaalde organismen, zijn erop gericht een waardevol product te ontwikkelen. De opleiding Biotechnologie leidt op tot een analist die onderzoekt hoe wetenschap en technologie kunnen worden aangewend om levende organismen te gebruiken om voor de mens bruikbare producten te produceren. Enkele voorbeelden van functies die je kunt vervullen na je opleiding tot bio­ technologisch analist zijn: biotechnologisch laboratoriummedewerker (analist) en adviseur/voorlichter. Dit kan bijvoorbeeld bij: —— wetenschappelijke onderzoeksinstituten (TNO, Sanquin, universiteiten) —— de voedingsmiddelenindustrie (DSM, Unilever, Numico) —— zaadbedrijven (Rijk Zwaan, De Ruyter Seeds, Enza Zaden) —— biotechnologische bedrijven (DSM, Crucell, Centocor) Waarom de opleiding Biotechnologie bij Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen?  Op de campus van de Vrije Universiteit staat het nieuwe en opvallende Onderwijsinstituut Zorg en Welzijn (OZW). Dit gebouw is de leslocatie, terwijl voor de praktijk gebruik gemaakt wordt van de laboratoria van de VU. Omdat de capaciteit van deze laboratoria beperkt is kan het voorkomen dat je sommige onderwijsperiodes één dag per week gebruik maakt van onze laboratoria in Alkmaar. Het OZW-gebouw is goed bereikbaar via tram 5 en sneltram 51. Ook per spoor is de opleiding makkelijk bereikbaar, het station Zuid/WTC bevindt zich op loopafstand.

Naast Biotechnologie heeft Inholland ook de aantrekkelijke opleidingen Chemie en Biologie & Medisch Laboratoriumonderzoek (BML) in huis.

Inholland Life Sciences & Chemistry heeft een modern onderwijsprogramma, met goed theorie onderwijs, training van laboratorium vaardigheden en projecten. Het programma begint met een brede oriëntatie en biedt keuzemogelijkheden na het eerste en tweede studiejaar. Naast Bio­technologie heeft Inholland ook de aantrekkelijke opleidingen Chemie en Biologie & Medisch Laboratorium­onderzoek (BML) in huis. De tweede helft van je studie geeft je de mogelijkheid je te verdiepen door het volgen van specifiek op buitechnologie gerichte minoren, stage en afstuderen op een plaats binnen het werkveld van biotechnologie. Wat zijn de studievormen?  De Life Sciences & Chemistry opleidingen hanteren zogenaamde leerlijnen. —— Een leerlijn die ervoor zorgt dat je voldoende kennis opdoet, met als werk­ vormen colleges, werkcolleges en zelfstudie. —— Een vaardigheden leerlijn die ervoor zorgt dat je de nodige laboratorium vaardigheden ontwikkelt. Je brengt minstens een dag per week op het laboratorium door. —— Een leerlijn waarin je een projectmatige aanpak ontwikkelt.

24


Hoe zit het met studiebegeleiding?  Inholland Life Sciences & Chemistry probeert begeleiding te geven op maat. Wie weinig ondersteuning nodig heeft, krijgt dit ook niet. Wie veel ondersteuning nodig blijkt te hebben, zal dit ook krijgen. De begeleiding is in het begin van je studie intensiever maar naarmate je vordert in je studie, zul je over het algemeen minder begeleiding nodig hebben. Studieloop­ baanbegeleiding is verder gericht op snel thuis raken binnen Inholland en de opleiding, hoe het onderwijs in elkaar zit en hoe je effectief kunt studeren. Tweedejaarsstudenten helpen je zo snel mogelijk wegwijs binnen de opleiding. Binnen studiebegeleiding worden ook een aantal aspecten aangeboden die je direct kunt toepassen binnen je studie. Major/minor  De opleiding Biotechnologie is ingedeeld volgens het majorminormodel. Binnen de major, die de helft van je opleiding beslaat, ligt de nadruk op een oriëntatie op het gebied van Life Sciences & Chemistry, het ontwikkelen van goede laboratoriumvaardigheden, het ontwikkelen van voldoende kennis van de chemie en het vermogen projectmatig te werken. Daarna ga je verder de diepte in en volg je minoren met onderwerpen als: —— biochemie en procestechnologie —— duurzaamheid Het eerste jaar  Je raakt zo snel mogelijk thuis binnen de opleiding Biotechnologie en went snel aan de werkwijze, die elke onderwijsperiode consequent wordt doorgevoerd. De propedeuse bestaat uit een brede oriëntatie op het gebied van Life Sciences & Chemistry. Er zijn voldoende contacturen om je te ondersteunen in je studie, er zijn minstens zestien uur lesuren per week plus ander activiteiten als studieloopbaanbegeleiding. Daarnaast studeer je zelfstandig, in studiegroepen of een projectgroep. Aan het eind van de propedeuse wordt je geacht het proces van de analist op basaal niveau te beheersen: opstellen van een onderzoeksplan, het uitvoeren van experimenten en het rapporteren/presenteren van resultaten. Aan het eind van het jaar wordt getoetst of je geschikt bent voor de opleiding en welke richting je het beste ligt. Het tweede jaar  Je hebt nu een stevige basis en gaat je verder verdiepen op het terrein van Life Sciences. De opzet van het onderwijs is als in de propedeuse, maar er wordt van je verwacht dat je zelfstandiger kunt werken. Ook is het aantal lesuren is iets minder dan in de propedeuse. Tegen het eind van het 2e studiejaar wordt getoetst of je klaar bent om te beginnen aan de stage. Aan het eind van het tweede studiejaar heb je een grondige basis op het terrein van Life Sciences en kies je definitief voor de opleiding Biotechnologie. Het derde jaar  Het derde studiejaar begint met een stage van een halfjaar, je wordt zowel vanuit de opleiding als vanuit de stage-instelling begeleid. De stage vindt plaats binnen een bedrijf of instelling en zou ook kunnen plaatsvinden in het buitenland. Tijdens de stage staan de competenties onderzoeken en experi­ menteren centraal. De tweede helft van het derde studiejaar volg je minoren, die specifiek gericht zijn op biotechnologie. Deze minoren zijn gericht op verdieping in 26


specifieke onderwerpen, denk aan eiwittechnologie, moleculaire diagnostiek, recombinant DNA-technieken, bio-informatica, duurzaamheid, et cetera. Het vierde jaar  In het begin van het vierde studiejaar volg je ook nog minoren, maar ben je ook bezig met het voorbereiden van het afstuderen. Het laatste halfjaar van de opleiding is helemaal gewijd aan een onderzoek in het kader van je afstuderen. Je sluit je studie af met een presentatie en een eindgesprek, waarin je de uitvoering en resultaten van je afstudeerproject verdedigt. Je kunt in Nederland, maar zeker ook in het buitenland afstuderen. De opleiding heeft goede contacten in Engeland, Spanje en de Verenigde Staten. Verkorte leerroute  De opleiding duurt in principe vier jaar, in uitzonderlijke gevallen kan worden bekeken of een verkorte leerroute kan worden gevolgd. Een driejarige route is in ieder geval mogelijk voor mlo-instromers. Mlo’ers volgen aanvankelijk vrijwel het reguliere programma. Aan het eind van het eerste en halver­wege het tweede studiejaar wordt gekeken of een driejarig programma reëel is. Als dat er niet in zit kunnen zij alsnog het reguliere vierjarige programma blijven vervolgen. Kijk voor meer informatie op www.inholland.nl/bt over Hogeschool Inholland over ons onderwijs kies een opleiding die bij je past Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen

opleiding

chemie Als je de natuur opdeelt in steeds kleinere stukjes kom je in een andere wereld terecht. Kijk jij met verbazing naar deze wereld van moleculen en atomen dan is de vierjarige bacheloropleiding Chemie tot chemisch analist geknipt voor jou. Bij Inholland staat chemie voor analytische chemie. Met analytisch chemie werk je aan het ontwerpen en realiseren van chemische verbindingen met nieuwe toepassingsmogelijkheden die onze samenleving op een duurzame wijze verrijken. Voorbeelden van werkplekken waar je na je afstuderen terecht kunt komen zijn: —— onderzoekslaboratoria, bijvoorbeeld van Shell Research 27


—— de levensmiddelenindustrie, bijvoorbeeld Unilever —— een forensisch laboratorium —— de chemische industrie Kenmerken  Bij Inholland Life Sciences & Chemistry kun je kiezen. De opleiding Chemie begint met een gezamenlijke propedeuse samen met de Life Sciences opleidingen, waardoor je kijk krijgt op het brede domein van Life Sciences & Chemistry. Na de propedeuse kies je definitief voor Chemie, maar kun je ook nog kiezen voor een Life Sciences opleiding zoals, Biologie & Medisch Laboratorium­ onderzoek (BML), Bioresearch of Biotechnologie. Deze Life Sciences opleidingen hebben nog een gemeenschappelijk tweede studiejaar waarna definitief een keus gemaakt moet worden voor Biotechnologie of BML (met uitstroomprofielen: medische diagnostiek en bioresearch). Iets voor jou?  Naast aanleg voor bètavakken zijn communicatieve vaardig­ heden (Nederlands in woord en schrift) en samen­werkingsvaardig­heden van belang. Beschik je over deze vaardigheden of heb je de motivatie deze te ontwikkelen? Heb je een onderzoekende natuur, interesse in de samenstelling en eigenschappen van materie en hoe deze te maken en aan te passen? Dan klikt het zeker tussen jou en de opleiding Chemie! Als je naar het hoger laboratoriumonderwijs wilt maar nog niet een definitieve keus hebt gemaakt voor een bepaalde richting, dan biedt Inholland Life Sciences & Chemistry je mogelijkheden om je te oriënteren en pas tijdens je studie je keuze te bepalen.

“Je bent betrokken bij de opzet van het onderzoek én de uitvoering”

De ervaring leert dat taalvaardigheid, rekenvaardigheid en kennis van basischemie studenten in het eerste jaar parten kan spelen. De opleiding richt hier dan ook de nodige aandacht op in het eerste studiejaar. Toch loont het voor veel studenten de moeite om te zorgen dat zij al beschikken over een voldoende niveau bij aanvang van hun studie. De Inholland Life Sciences & Chemistry opleidingen bieden daarom elk voorjaar een instroomcursus aan tegen kostprijs. Deze cursus bestaat uit tien bijeenkomsten en wordt gegeven in de avonduren, zodat zowel mbo-studenten als middelbare scholieren hiervan gebruik kunnen maken. Hou voor data de website van de opleiding in de gaten. Beroepsprofiel  Wanneer je bent afgestudeerd aan de opleiding Chemie kun je onder meer voor de voedingsmiddelenindustrie, farmaceutische en petrochemische industrie nieuwe stoffen, materialen, producten of technieken ontwikkelen. Je werk bestaat voor een groot deel uit zelf onderzoek doen of daarbij leidinggeven. Je zult analyses verrichten in het laboratorium en de resultaten interpreteren, waarna je ze rapporteert. Kies je niet voor analytische chemie maar voor biochemie, dan richt bioresearch zich vooral op fundamenteel en toegepast onderzoek in de Life Sciences. Het gaat dan bijvoorbeeld om: 28


—— het aanpakken van oncologische vraagstukken bij het NKI (Nederlands Kanker Instituut) —— plantenveredeling genetisch ontwikkelen en beschrijven bij een zaadveredelaar zoals Bejo Zaden, ENZA Zaden of Syngenta —— erfelijke ziekten onderzoeken in het AMC of VUmc —— afbraak van milieuverontreinigende stoffen met behulp van micro-organismen onderzoeken bij TNO —— onderzoek aan bacteriën in de oceaan in het kader van CO2-huishouding bij NIOZ Je bent betrokken bij de opzet van het onderzoek én de uitvoering. Maar het gaat dus zeker niet om dagelijks patiëntenonderzoek. Belangrijke werkgevers zijn: —— VU(-mc) —— AMC —— NKI —— Sanquin —— NIOZ —— het Nederlands Forensisch Instituut —— Corus IJmuiden —— Energie Centrum Nederland —— Shell Research Amsterdam Beroepen  Je kunt gaan werken als: —— analytisch chemisch analist —— forensisch analist —— moleculair biologisch analist —— researchanalist —— applicatiespecialist —— voedingsmiddelen- en warenonderzoeker Werkveld  Chemisch analisten/laboratoriumingenieurs vinden snel een baan met een hlo-diploma! Voor de komende jaren wordt er een groot gebrek aan analisten voorspeld. Met een bachelorgraad in Applied Sciences kun je terecht in de chemische industrie, onderzoeksinstellingen en ziekenhuizen. Het werkveld is breed. Met de opleiding Bachelor of Applied Science met een chemisch profiel kun je aan de slag bij bijna elk laboratorium waar analyses worden uitgevoerd. Zo kun je terecht bij: —— onderzoeksinstellingen op het gebied van water, energie, land- en tuinbouw of visserij —— universiteitslaboratoria —— ziekenhuizen —— milieuorganisaties —— bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie —— bedrijven in de farmaceutische industrie —— bedrijven in de petrochemische industrie

29


Waarom de opleiding Chemie bij Hogeschool Inholland Amsterdam?  Op de campus van de Vrije Universiteit staat het nieuwe en opvallende Onderwijsinstituut Zorg en Welzijn (OZW). Dit gebouw is de leslocatie, terwijl voor de praktijk gebruik gemaakt wordt van de laboratoria van de VU. Omdat de capaciteit van deze laboratoria beperkt is kan het voorkomen dat je sommige onderwijsperiodes één dag per week gebruik maakt van onze laboratoria in Alkmaar. Per periode zijn dit dan maximaal zeven dagen. Het OZW-gebouw is goed bereikbaar via tram 5 en sneltram 51. Ook per spoor is de opleiding makkelijk bereikbaar, het station Zuid/WTC bevindt zich op loopafstand. Inholland Life Sciences & Chemistry heeft een modern onderwijsprogramma, met goed theorieonderwijs, training van laboratorium vaardigheden en projecten. Het programma begint met een brede oriëntatie en biedt keuzemogelijkheden na het eerste en tweede studiejaar. Naast Chemie heeft Inholland ook de aantrekkelijke opleidingen Biotechnologie en Biologie & Medisch laboratoriumonderzoek (BML) in huis. De tweede helft van je studie geeft je de mogelijkheid je te verdiepen door het volgen van specifiek op chemie gerichte minoren, stage en afstuderen op een plaats binnen het werkveld van chemie. Wat zijn de studievormen?  De Life Sciences & Chemistry opleidingen hanteren zogenaamde leerlijnen. —— Een leerlijn die ervoor zorgt dat je voldoende kennis opdoet, met als werk­ vormen colleges, werkcolleges en zelfstudie. —— Een vaardigheden leerlijn die ervoor zorgt dat je de nodige laboratorium vaardigheden ontwikkelt. Je brengt minstens een dag per week op het laboratorium door. —— Een leerlijn waarin je een projectmatige aanpak ontwikkelt. Hoe zit het met studiebegeleiding?  Inholland Life Sciences & Chemistry probeert begeleiding te geven op maat. Wie veel ondersteuning nodig blijkt te hebben, zal dit ook krijgen. De begeleiding is in het begin van je studie intensiever maar naarmate je vordert in je studie, zul je over het algemeen minder begeleiding nodig hebben. Studieloopbaanbegeleiding is verder gericht op snel thuis raken binnen Inholland en de opleiding, hoe het onderwijs in elkaar zit en hoe je effectief kunt studeren. Tweedejaarsstudenten helpen je zo snel mogelijk wegwijs binnen de opleiding. Binnen studiebegeleiding worden ook een aantal aspecten aangeboden die je direct kunt toepassen binnen je studie. Major/minor  De opleiding Chemie is ingedeeld volgens het major-minor­ model. Binnen de major, die de helft van je opleiding beslaat, ligt de nadruk op een oriëntatie op het gebied van Life Sciences & Chemistry, het ontwikkelen van goede laboratoriumvaardigheden, het ontwikkelen van voldoende kennis van de chemie en het vermogen projectmatig te werken. Daarna ga je verder de diepte in en volg je minoren met onderwerpen als: —— separation methods —— drug development —— industriële chemie 31


Het eerste jaar  Je raakt zo snel mogelijk thuis binnen de opleiding en went snel aan de werkwijze van de opleiding, die elke onderwijsperiode consequent wordt doorgevoerd. De propedeuse bestaat uit een brede oriëntatie op het gebied van Life Sciences & Chemistry. Er zijn voldoende contacturen om je te ondersteunen in je studie, er zijn minstens zestien uur lesuren per week plus andere activiteiten als studieloopbaanbegeleiding. Daarnaast studeer je zelfstandig, in studiegroepen of een projectgroep. Aan het eind van de propedeuse wordt je geacht het proces van de analist op basaal niveau te beheersen: het opstellen van een onderzoeksplan, het uitvoeren van experimenten en het rapporteren/presenteren van resultaten. Aan het eind van het jaar wordt getoetst of je geschikt bent voor de opleiding en welke richting je het beste ligt. Je kiest definitief voor chemie of voor een van de Life Sciences opleidingen. Het tweede jaar  Je hebt nu een stevige basis en gaat je alleen nog maar verder verdiepen op het terrein van chemie. De opzet van het onderwijs is als in de propedeuse, maar er wordt van je verwacht dat je zelfstandiger kunt werken. Ook is het aantal lesuren is iets minder dan in de propedeuse. Aan het eind van het tweede studiejaar heb je een grondige basis op het terrein van analytische chemie. Tegen het eind van het tweede studiejaar wordt getoetst of je klaar bent om te beginnen aan de stage. Het derde jaar  Het derde studiejaar begint met een stage van een halfjaar waarbij je zowel wordt begeleid vanuit de opleiding als vanuit de stage-instelling. De stage vindt plaats binnen een bedrijf of instelling. Deze zou ook kunnen plaatsvinden in het buitenland. Tijdens de stage staan de competenties onderzoeken en experimenteren centraal. De tweede helft van het derde studiejaar volg je minoren, die specifiek gericht zijn op chemie. Deze minoren zijn gericht op verdieping in specifieke onderwerpen, denk aan het beheersen van geavanceerde scheidings­ technieken, het ontwikkelen van nieuwe medicijnen, bulkchemie, etc.

De opleiding heeft goede contacten in Engeland, Spanje en de Verenigde Staten.

Het vierde jaar  In het begin van het vierde studiejaar volg je ook nog minoren, maar ben je ook bezig met het voorbereiden van het afstuderen. Het laatste halfjaar van de opleiding is helemaal gewijd aan een onderzoek in het kader van je afstuderen. Je sluit je studie af met een presentatie en een eind­ gesprek, waarin je de uitvoering en resultaten van je afstudeerproject verdedigt. Je kunt in Nederland, maar zeker ook in het buitenland afstuderen. De opleiding heeft goede contacten in Engeland, Spanje en de Verenigde Staten. Verkorte leerroute  De opleiding duurt in principe vier jaar, in uitzonderlijke gevallen kan worden bekeken of een verkorte leerroute kan worden gevolgd. Een driejarige route is in ieder geval mogelijk voor mlo-instromers. Mlo’ers volgen aanvankelijk vrijwel het reguliere programma. Aan het eind van het eerste en 32


halverwege het tweede studiejaar wordt gekeken of een driejarig programma reëel is. Als dat er niet in zit kunnen zij alsnog het reguliere vierjarige programma blijven volgen. Kijk voor meer informatie op www.inholland.nl/chemie over Hogeschool Inholland over ons onderwijs kies een opleiding die bij je past Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen

opleiding

medisch beeldvormende & radiotherapeutische technieken Spreken techniek en werken met mensen jou aan? Techniek, gezondheidszorg en mensen. Deze combinatie vind je bij de vierjarige bachelor­opleiding Medisch Beeldvormende & Radiotherapeutische Technieken (MBRT). Na je opleiding ga je aan de slag als MBB (medisch beeldvormings- en bestralings­deskundige) op een afdeling medische beeldvorming (radiologie of nucleaire geneeskunde) of een bestralingsafdeling (radio­therapie). Het werken op een afdeling medische beeldvorming of een bestralings­afdeling varieert van een röntgenfoto maken van een gebroken been tot het maken van een bestralingsplan voor de behandeling van een patiënt met kanker, van het maken van een berekening van een te hard werkende schildklier tot een echografie van de bloedvaten in de buik. Het patiënt­contact is de ene keer van korte duur en de andere keer van langere duur. Kortom: zeer afwisselend! 33


Extra eisen  Vanwege de technische aard van de opleiding is het van belang dat je voldoende vaardig bent in wiskunde. Daarom maakt wiskunde onderdeel uit van het onderwijs op de MBRT. Naast wiskunde zijn aspecten binnen de natuur­ kunde ook belangrijk. Te denken valt aan kernfysica. Zowel de wis- als natuurkunde onderdelen worden getoetst. Het startniveau van de wis- en natuurkunde onder­ delen hebben een havoniveau. Heb je moeite met wis- en/of natuurkunde, dan kan je voor het startniveau kijken op www.medischebeeldvorming.nl welke stof en wat voor vorm aan bod komt in de eerste periodes van de opleiding MBRT. Werkveld  De opleiding MBRT leidt je op voor een paramedischtechnisch beroep in de high tech healthcare. Dit wil zeggen dat je als medisch beeldvormer of bestralingsdeskundige mensen onderzoekt of behandelt met behulp van straling, magnetisme of geluidsgolven. Je kunt uiteindelijk gaan werken op de afdelingen radiologie, nucleaire genees­kunde, echografie of radiotherapie. Wat zijn de studievormen?  Zoals bij elke hbo-opleiding wordt theorie steeds gekoppeld aan praktijksituaties. Dit gebeurt onder andere in de vorm van: —— colleges —— practica —— besprekingen met de onderwijsgroep —— projecten Naast het maken van individuele opdrachten, werk je veel samen in groepjes. Het merendeel van de lessen vindt plaats in onderwijsgroepen van zo’n twaalf studenten; tijdens practica werk je veelal samen drie studenten. Met praktijkvoorbeelden wordt geoefend en getoetst in het skillslab. Dit gebeurt zowel begeleid als zonder bege­leiding. Als student heb je tijdens de praktijklessen ook regelmatig de rol van patiënt.

“De opleiding is erg praktijkgericht en ook dat zorgt weer voor afwisseling naast de colleges die gegeven worden”

Enkele uren in de week heb je als groep een vaste bege­ leider: de tutor. Jouw aanspreekpunt voor de onderwijsgroep en voor jou als individu. De docent staat altijd klaar om je te ondersteunen en te coachen. Regelmatig staat een beroepscasus of probleemtaak centraal die je met de onderwijsgroep in een aantal stappen uitwerkt. Er wordt van jou verwacht dat je zelfstandig bent en dat je je verantwoordelijkheid neemt.

Welke onderwijseenheden worden er gegeven?  De meeste onderwijseenheden staan niet op zich zelf, maar worden geïntegreerd aangeboden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan anatomie. Dat heb je nodig om op medische beelden structuren en organen te herkennen. Het grootste deel van het onderwijs bestaat uit de volgende onderdelen: —— anatomie —— fysiologie en pathologie 34


—— medisch beeldvormende technieken —— radiotherapeutische technieken —— stralingsdeskundigheid/stralingsfysica —— algemene gezondheidszorg —— beroepsoriëntatie —— wettelijke aspecten —— sociale vaardigheden —— studieloopbaanbegeleiding De studieonderdelen worden door verschillende docenten begeleid. Zij hebben uiteraard allemaal de benodigde praktijkervaring. Hoe zit het met studiebegeleiding?  Tijdens de gehele studie word je bijgestaan bij het ontwikkelen van de competenties. Een studieloopbaanbegeleider begeleidt je in je keuzes tijdens je studie. Maar ook als je bijvoorbeeld moeite hebt met het maken van een planning of met de vraag hoe je je manier van studeren aanpakt. Je studieloopbaanbegeleider zie en spreek je regelmatig als individu en met de onderwijsgroep waar je deel van uit maakt. Ieder jaar rond je af met een beoordelend studieloopbaangesprek. Daarin kijk je terug op je eigen ontwikkeling in kennis, vaardigheden en houdings­aspecten, je presenteert je studievoortgang en de studieloopbaanbegeleider beoordeelt jou. Major-minor  Elke bacheloropleiding bij Hogeschool Inholland bestaat uit een algemeen deel (de major), een specialisatie en een differen­tiatie (minors). De major is het algemene onderdeel en is gericht op het verwerven van verschillende competenties. Je ontwikkelt kennis, inzichten, vaardigheden en houdingen in onderlinge samenhang. Daarbij gaat het natuurlijk vooral om vaardigheden en kennis die je als MBB nodig hebt. Stralingsdeskundigheid maakt daar een belangrijk onderdeel van uit. Waarom Hogeschool Inholland Amsterdam?  De opleiding MBRT heeft twee locaties: Haarlem en Amsterdam. Op locatie Haarlem zijn uitgebreide MBRTskillslabfaciliteiten aanwezig. MBRT-locatie Haarlem bestaat sinds de oprichting van de opleiding in 1989. MBRT-locatie Amsterdam is in 2005 gestart. Op beide locaties is het onderwijsprogramma hetzelfde. Wat zijn de studievormen?  Zoals bij elke hbo-opleiding wordt theorie steeds gekoppeld aan praktijk. Dit gebeurt onder andere in de vorm van colleges, practica, besprekingen met de onderwijsgroep en projecten. Naast het maken van individuele opdrachten, werk je veel samen in groepjes. Het merendeel van de lessen vindt plaats in onderwijsgroepen van ca. 12 studenten; tijdens practica werk je veelal samen met ca. 3 studenten. Met praktijkvoorbeelden wordt geoefend en getoetst in het skillslab. Dit gebeurt zowel begeleid als zonder begeleiding. Als student heb je ook regelmatig de rol van patiënt tijdens de praktijklessen. Enkele uren in de week heb je als groep een vaste begeleider: de tutor. Jouw

35


aanspreekpunt voor de onderwijsgroep en voor jou als individu. De docent staat altijd klaar om je te ondersteunen en te coachen. Ook werk je met probleemgestuurd onderwijs (PGO). Bij PGO staat een beroeps­ casus of probleemtaak centraal die je met de onderwijsgroep in een aantal stappen uitwerkt. Er wordt van jou verwacht dat je zelfstandig bent en dat je je verantwoordelijkheid neemt. Naast het verplichte materiaal van de boekenlijst maak je gebruik van lesmateriaal dat wordt aangeboden op de elektronische leeromgeving Blackboard. Naast materiaal plaatst de opleiding op Blackboard onder andere ook mededelingen, beoordelingsformulieren, toetsuitslagen en vacatures. Blackboard is ook toegankelijk vanuit thuis. Welke vakken worden er gegeven?  De meeste vakken staan niet op zich zelf, maar worden geïntegreerd aangeboden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan anatomie. Dat heb je nodig om op medische beelden structuren en organen te herkennen. Het grootste deel van het onderwijs bestaat uit de volgende onderdelen: anatomie, fysiologie en pathologie, medisch beeldvormende technieken, radiotherapeutische technieken, stralingsdeskundigheid/stralingsfysica, algemene gezondheidszorg, beroepsoriëntatie en wettelijke aspecten, sociale vaardigheden en studieloopbaanbegeleiding. De studieonderdelen worden door verschillende docenten begeleid en hebben uiteraard allemaal de benodigde praktijkervaring. Hoe zit het met studiebegeleiding?  Tijdens de gehele studie word je bijgestaan bij het ontwikkelen van de competenties. Een studieloopbaanbegeleider begeleidt je in je keuzes tijdens je studie. Maar ook als je bijvoorbeeld moeite hebt met het maken van een planning of met de vraag hoe je je manier van studeren aanpakt. Je studieloopbaanbegeleider zie en spreek je regelmatig als individu en met de onderwijsgroep waar je deel van uit maakt. Ieder jaar rond je af met een beoordelend studieloopbaangesprek. Daarin kijk je terug op je eigen ontwikkeling in kennis, vaardigheden en houdingsaspecten, je presenteert je studievoortgang en de studieloopbaanbegeleider beoordeelt jou. Major-minor  Elke bacheloropleiding bij Hogeschool Inholland bestaat uit een algemeen deel, de major, een specialisatie en een differentiatie, allebei minors. De major is het algemene onderdeel en is gericht op het verwerven van verschillende competenties. Je ontwikkelt kennis, inzichten, vaardigheden en houdingen in onderlinge samenhang. Daarbij gaat het natuurlijk vooral om vaardigheden en kennis die je als MBB nodig hebt. Stralingsdeskundigheid maakt daar een belangrijk onderdeel van uit. Kijk bij het studieprogramma voor meer inhoudelijke informatie.

36


Het eerste jaar  In het eerste jaar, de propedeutische fase, maak je kennis met de verschillende vakgebieden. Je oriënteert je op: —— de mogelijkheden binnen de opleiding —— het beroep van medisch beeldvormings- en bestralingsdeskundige (MBB) —— de gezondheidszorg in het algemeen Dit doe je door theorie te bestuderen en systematisch problemen aan te pakken. In het MBRT-skillslab oefen je met apparatuur, zoals die ook in de ziekenhuizen staat, aan de hand van beroepsgerelateerde cases. Verder loop je korte stages in een ziekenhuis. Zo kun je direct kennismaken met de praktijk. Je legt de basis voor je studie en je maakt kennis met een breed en gevarieerd onderwijsaanbod. In dit jaar kijken het docententeam en jij zelf of je beroepsgeschikt bent. Vanwege de technische aard van de opleiding is het van belang dat je voldoende vaardig bent in wiskunde. Daarom maakt wiskunde onderdeel uit van het onderwijs op de MBRT. Naast wiskunde zijn aspecten binnen de natuurkunde ook belangrijk. Te denken valt aan kernfysica. Zowel de wis- als natuurkunde onderdelen worden getoetst. Het startniveau van de wis- en natuurkunde onderdelen hebben een havoniveau. Het tweede jaar  In het tweede jaar werk je aan verbreding en verdieping van de theorie en de praktische vaardigheden uit het eerste jaar. Complexere onder­ zoeken en patiëntengroepen staan centraal. Ook dit oefen je weer in het MBRTskillslab. Je werkt verder aan de ontwikkeling van je competenties. Je leert de theorie toe te passen in gesimuleerde praktijksituaties. In het tweede jaar kijken het docententeam en jij zelf of je stagebekwaam bent.

38


Het derde jaar  Tijdens dit jaar doe je twee verschillende beroeps­ gerelateerde stages die elk twintig weken duren. Tijdens de stages werk je voor­ namelijk aan de MBRT-specifieke competenties. Je past je kennis en vaardigheden direct toe in de praktijk en je leert omgaan met patiënten, collega’s en de ziekenhuissfeer. Gedurende de stageperiodes kijk jij zelf, de praktijkbegeleider en je studieloopbaanbegeleider of je voldoende ontwikkeling van de competenties en professioneel gedrag doormaakt. Uiteraard wordt dat ook beoordeeld. De stageactiviteiten worden afgewisseld met terugkom­momenten op de opleiding. Het vierde jaar  In dit afsluitende jaar werk je aan verbreding en/of ver­ dieping binnen de differentiatieminors. Dit zorgt ervoor dat iedere student MBRT zijn eigen accent kan leggen. Die minors volg je op de hogeschool. Dit kan op diverse locaties van Inholland zijn. De verdiepende MBRT-minors worden aange­ boden op locatie Haarlem.

“Je werkt veel in projecten waarbij de mogelijkheid wordt geboden om het project bij een organisatie uit te voeren”

Daarnaast werk je aan je afstudeerproject. Het afstudeerproject wordt in groepjes van 3 uitgevoerd. Dit alles rond je af met een onderzoeksverslag, een presentatie en een eindgesprek. Stage  Stages vormen een belangrijk onderdeel van je leerproces. Al aan het begin van de opleiding maak je kennis met de beroepspraktijk en hebben de korte stages nog een duidelijk oriënterend karakter. In het derde jaar zijn de stages (twee van twintig weken) bedoeld om de competenties die je hebt verworven en je professioneel gedragsaspecten verder te ontwikkelen. De opleiding helpt je aan een stageadres. Natuurlijk wordt hierbij zo veel mogelijk rekening gehouden met je voorkeur.

Tijdens de stages krijg je de mogelijkheid om praktische vaardigheden en theore­ tische kennis toe te passen. Ook leer je omgaan met patiënten en collega’s. Je kunt rekenen op een goede ondersteuning van twee begeleiders. Op je stageplaats is je praktijkbegeleider je aanspreekpunt. De stagedocent van de opleiding MBRT volgt je vorderingen en houdt contact met jou en je praktijkbegeleider. Ook krijg je feedback van je medestudenten op terugkommomenten. Op deze momenten komen verschillende onderdelen aan bod zoals: —— presentaties van onderzoeken van patiënten die jezelf hebt onderzocht of behandeld —— gesprekken met je stagedocent —— intervisiebijeenkomsten In het vierde jaar heb je de mogelijkheid om een stage in het buitenland te doen. Deze stage maakt deel uit van een differentiatieminor.

39


Afstudeerrichtingen en differentiatieminors  Voor het invullen van je differentiatieminor kun je een programma kiezen dat aansluit bij je interesses, ontwikkelingen en competenties. De MBRT is een brede opleiding. Je studeert niet af in slechts één werkveld. Je behaalt een breed MBRT-diploma, waarbij je zelf een accent legt met je differentiatieminor(s) en met het onderwerp van het afstudeer­ project. Je verdiept je bijvoorbeeld in specifieke bestralingstechnieken. Maar het kan ook zijn dan je je wilt ver­breden in communicatietechnieken. Het verschil in minors maakt dat iedere MBRT’er zijn eigen accent kan leggen. Het doorlopen van de differentiatie­minor kan deels in het buitenland. Specialiseren in één van de vakgebieden is na de opleiding mogelijk. Je kunt daarvoor posthbo-cursussen of een master volgen. Afstuderen  In het vierde jaar werk je aan je afstudeerproject. Voor de opleiding MBRT geldt dat de meeste projectaanvragen uit het werkveld komen en dus praktijkgericht zijn. Het afstudeerproject wordt in groepjes van drie studenten uitgevoerd. Dit alles rond je af met een schriftelijk product, een presentatie en een eindgesprek. Kijk voor meer informatie op www.inholland.nl/mbrt over Hogeschool Inholland over ons onderwijs kies een opleiding die bij je past Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen

opleiding

mondzorgkunde Wat maakt de mondhygiënist nou zo onmisbaar? Verzorging van het gebit is voor veel mensen heel belangrijk. Wie wil nu niet een mond zonder pijn en een prachtige glimlach? En dan natuurlijk zo lang mogelijk! Mensen behouden steeds langer hun eigen tanden en kiezen. Dit heeft tot gevolg dat er specifieke begeleiding nodig is voor verschillende patiëntengroepen. Voor elke leeftijdscate­gorie geef je als mondhygiënist individuele informatie en instructies. Aan een jonge moeder met een baby geef je instructies over zuigflesjes en poetsen van de eerste tandjes. Gedragsverandering teweegbrengen is een belangrijk onderdeel van het werk. 40


Communicatie én contact maken met de patiënt is van groot belang. Het voorkomen van mondproblemen is het uitgangspunt van de mondhygiënist. Je bent ook preventiespecialist! Wil jij als mondhygiënist mensen een gezonde en pijnloze mond bezorgen? Wil jij bijdragen aan die prachtige glimlach bij een jongen van 17 en bij die mevrouw van 80? De opleiding Mondzorgkunde leert je alle taken die een mondhygiënist kan uitvoeren. Onze speciale website Poetstechnieken geeft een duidelijk beeld van alle mogelijke indicaties en de toepassingen van de verschillende middelen. Het is een mooie tool voor studenten (maar ook voor patiënten) om alle technieken (nog) eens te bekijken.

“Je moet op de milli­ meter nauwkeurig zijn en dit vergt veel concentratie en energie”

Kenmerken  De opleiding Mondzorgkunde leidt je op tot mond­hygiënist, Bachelor of Health. Preventie staat centraal binnen de opleiding. De mondhygiënist is dan ook de preventiespecialist binnen de mondzorg. Naast preventie is het aanleren van boren en vullen van eenvoudige gaatjes een van de vaardigheden, die je tijdens de vier­ jarige studie aanleert. De opleiding heeft een numerus fixus van honderd plaatsingen per jaar. Wil je meedoen aan de loting van opleiding Mondzorgkunde, meld je dan aan via Studielink.

Iets voor jou?  Ben je op zoek naar afwisselend, verantwoordelijk, zorggericht, teamgericht en zelfstandig werk? Ben je iemand die goed kan samenwerken, houd je van communiceren met mensen én wil je graag binnen de gezondheidszorg werken? Dan is Mondzorg­kunde voor jou de perfecte opleiding om je tanden in te zetten. Waarom de opleiding Mondzorgkunde bij Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen?  De hoofdlocatie van de opleiding is het OZW-gebouw, gelegen aan de De Boelelaan 1109 in Amsterdam. In het OZW-gebouw bevinden zich meer opleidingen van Inholland, zodat samenwerking met andere paramedische opleidingen gegarandeerd is. Het klinische deel (patiëntenbehandeling en fantoom onderwijs) wordt gegeven in het Academische Centrum Tandheelkunde Amsterdam ( ACTA). Het ACTA is gevestigd in een zeer innovatief en modern gebouw aan de Zuidas van Amsterdam, gelegen naast het VU Medisch Centrum, schuin tegenover het OZW-gebouw. In twee moderne en goed uitgeruste kliniek­ zalen worden patiënten behandeld en leer je alle vaardigheden aan. Er wordt samengewerkt met studenten Tandheel­kunde binnen het zogenaamde teamconcept. Wat zijn de studievormen?  De opleiding Mondzorgkunde verzorgt competentiegericht onderwijs. Dit betekent onder andere dat gebruik wordt gemaakt van zeer diverse studievormen. zodat er altijd een studievorm aan bod komt die bij jou past. Hierdoor is je studietijd zeer afwisselend en geen moment saai. Praktijk en theorie wisselen elkaar af. Je volgt hoorcolleges, werkt samen in projectgroepen maar werkt ook individueel aan opdrachten. Tijdens het praktische deel leer je eerst de instrumenten te gebruiken via zogenaamde fantoomkoppen. 41


Vervolgens oefen je op je medestudent en daarna mag je ‘echte’ patiënten gaan behandelen. De opleiding vraagt veel zelfstandigheid en discipline van je. Daarom krijg je vanaf het eerste jaar een studieloopbaanbegeleider die je ondersteunt in je leerproces. Hij of zij leert je te denken en werken als een hbo-student. Tijdens je opleiding maak je intensief gebruik van een digitale leeromgeving (Blackboard). Sommige overleggen met je medestudenten vinden via Blackboard plaats. Welke onderwijseenheden worden er gegeven? —— Parodontologie: je leert alles over aandoeningen van het tandvlees, hoe ze te voorkomen en te behandelen —— Cariologie: je leert alles over het ontstaan van gaatjes, hoe deze te voorkomen en eventueel te behandelen —— Kwaliteitszorg: binnen Mondzorgkunde is dit een zeer belangrijk onderdeel dat vanaf het eerste jaar aandacht krijgt —— Evidence Based Practise: hebben de behandelingen wel effect? Waarom geef je bij de ene patiënt die uitleg en bij de ander niet? Je toetst al je handelingen, leert artikelen op waarde te beoordelen en je voert zelfstandig of in groepsverband een Toegepast Wetenschappelijk Onderzoek uit. Zeer goed geschoolde docenten begeleiden je hierbij. —— Ondernemerschap/bedrijfsvoering: als beginnend mondhygiënist mag je een zelfstandige praktijk starten. Hoe doe je dat en wat komt daarbij kijken?

“Het oefenen doe je onder begeleiding, maar er is voldoende mogelijkheid om dit zelfstandig te doen”

Major/minor  De vierjarige opleiding Mondzorg­ kunde bestaat uit drie onder­delen: de major, de speciali­ satieminor en de differentiatieminor. De major vormt de helft van je opleiding en biedt je algemene kennis van de tandheelkundige gezondheidszorg. Daarbij komen ook sociale vaardigheden aan de orde. De specialisatieminor heeft betrekking op thema’s en vaardigheden die specifiek binnen jouw vakgebied belangrijk zijn. De differentiatieminor biedt je de mogelijkheid onderwijscombinaties te maken die aansluiten bij je persoonlijke interesses en ambities.

Het eerste jaar  Tijdens het eerste jaar (de propedeutische fase) maak je kennis met je toekomstige beroep en het werkveld. Je oriënteert je en krijgt een goede indruk of de opleiding wel iets voor jou is. Je verdiept je in preventie, gezondheid en ziekte. De onderwijseenheid communicatie en voorlichting maakt een onmisbaar deel uit van de propedeutische fase. Een bekwame mondhygiënist weet wat hij of zij zeggen moet en hoe. Je moet dus een vertrouwensrelatie kunnen opbouwen en je kunnen inleven in de patiënt. In het eerste jaar wordt veel tijd besteed aan gebitsreiniging. Naast het aanleren van deze vaardigheden leer je ook tandheelkundige vaardigheden: het boren en vullen van eenvoudige gaatjes. Dit leer je eerst op kunsttanden in een fantoomkop, voordat 42


je dat (in derde jaar) bij echte patiënten mag gaan uitvoeren. De opleiding heeft een website ontwikkeld waar je deze technieken kunt bekijken. Zo krijgen studenten ondersteuning bij het leerproces. Het leren instrumenteren gaat nu eenmaal eenvoudiger als je gebruik kunt maken van heldere demonstraties, op elke locatie en elk gewenst tijdstip (skills lab methode). Het tweede jaar  Het tweede jaar staat vooral in het teken van verdieping en veel praktisch oefenen. Je loopt in je tweede jaar ook stage binnen een algemene praktijk. Zo leer je nog sneller om te gaan met diverse patiëntengroepen. Het derde jaar  In het derde jaar kies je een differentiatieminor. De minoren die worden aangeboden zijn vooral verdiepend. Denk daarbij aan verschillende werkvelden als: —— ziekenhuis —— parodontologie —— geriatrie —— psychiatrische patiënten —— gehandicapte patiënten —— kindertandheelkunde Je kunt ook kiezen voor een verbredende minor. Meer informatie hierover vind je op de interne site van Inholland. De samenwerking met studenten Tandheelkunde wordt in het derde jaar intensiever. In de OWP, onderwijspraktijk ACTA of locatie ACTA in Almere en bij afdeling Kindertandheelkunde vindt deze samenwerking plaats. Het vierde jaar  In het vierde jaar werk je aan de afstudeeropdracht (thesis). Als je deze goed afrondt, bewijs je dat je beschikt over alle kwaliteiten waarover een goede mondhygiënist moet beschikken. Naast deze theoretische afsluiting is je praktische afsluiting natuurlijk ook een belangrijk vereiste. 44


De stage neemt een groot deel van het vierde jaar in beslag. Je bent dan ook bijna klaar om echt aan de slag te gaan als startbekwame mondhygiënist. Stage  Tijdens de opleiding Mondzorgkunde loop je meerdere stages. Zo maak je kennis met de praktijk en met de taken van de mondhygiënist. De stages in het tweede, derde en vierde jaar staan in het teken van de beroepsvoorbereidende stages, zowel binnen- als buitenschools. Tijdens de beroepsvoorbereidende stage maak je een begin met het zelfstandig uitvoeren van mondhygiënische werkzaamheden. Het streven is dat iedere student die dat wil vanaf het derde jaar gebruik kan maken van een internationale (Erasmus- en Socrates) uitwisseling van drie maanden. Ook wereldwijd is er intensief contact ter verbetering van het internationale stagenetwerk (o.a. Amerika, Zweden, Zuid Afrika). In een later stadium van je bachelor­ opleiding volg je een beroepsvoorbereidende stage, waarin je min of meer zelf­ standig werkt als mondhygiënist in een algemene praktijk of parodontologiepraktijk. Ook zijn er stageplaatsen in de gehandicaptenzorg, in ziekenhuizen en bij afdelingen van de tandheelkundige faculteit. Je kunt ook kiezen voor een stage in het buitenland, bijvoorbeeld op de Nederlandse Antillen of in Spanje, Duitsland, Italië of Indonesië. Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen beschikt over een uitgebreid en groeiend netwerk van internationale contacten. Zo is er een samenwerkingsverband met bacheloropleidingen in: —— Stockholm —— Kopenhagen —— Arhus —— Helsinki —— Turku —— Bologna —— New York —— Melbourne Bij bedrijven die gespecialiseerd zijn in mondverzorgingsproducten worden steeds vaker studenten ingeschakeld. Differentiatieminors  Je kiest een differentiatieminor in het derde jaar en voert deze vooral in het vierde jaar uit. Met de differentiatie onderscheid je je van andere studenten en werk je aan je eigen specialisme. Voor het invullen van je differentiatieminor kun je een programma kiezen dat aansluit bij je specialisatie, bijvoorbeeld: —— kindertandheelkunde —— parodontologie —— geriatrie Maar je kunt ook minors kiezen van andere opleidingen. Kijk voor meer informatie op www.inholland.nl/mzk

45


over Hogeschool Inholland over ons onderwijs kies een opleiding die bij je past Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen

opleiding

verloskunde De Academie Verloskunde Amsterdam - Groningen (AVAG) verzorgt de opleiding tot verloskundige. Verloskunde is een medisch vakgebied met als centrale visie de overtuiging dat zwangerschap en bevalling in beginsel normale fysiologische processen zijn. De verloskundige is een professional die zelf­standig werkt in de verloskundige zorgketen. Tot deze keten behoren de gynaecologen, huisartsen, kinderartsen, verpleegkundigen en kraamverzorgenden. In Nederland werken circa 2.400 verloskundigen, zowel in de eerste lijn als ook in de tweede lijn. Verloskunde is een boeiende en uitdagende studie, waarbij een groot beroep op je zelfstandigheid wordt gedaan. Wat houdt deze opleiding in?  Als je aan mensen vraagt wat een verlos­ kundige doet, is het eerste dat de meesten te binnen schiet: helpen bij bevallingen. Het vak omvat echter veel meer dan dat. Officieel hebben verloskundigen de volgende functie-omschrijving: —— Ze oefenen een deel van de geneeskunde uit, namelijk de fysiologische verloskunde —— Ze zijn autonoom beslissingsbevoegd tot medische handelingen in hun deel­ gebied van de geneeskunde —— Ze verrichten autonoom de risicoselectie voor de totale groep van zwangere vrouwen —— Ze vervullen de poortwachtersfunctie voor de eerstelijns verloskunde, net als de huisarts voor de algemene medische zorg De verloskundige zelf begeleidt vrouwen (en hun partner) bij een normaal ver­ lopende zwangerschap en bevalling en gedurende de kraamperiode. Dit wordt de fysiologische verloskunde genoemd. Tijdens de zwangerschap voert de verloskundige verschillende controles uit: onder meer van de groei, ligging en hart­ activiteit van de baby. Ook geeft zij gezondheidsadviezen. Na de bevalling begint de kraam­periode. De verloskundige voert tijdens die periode controles uit bij moeder en kind en geeft instructies aan de kraamverzorgende. 46


Een erg belangrijke taak is het signaleren van problemen. Als er risico’s ontstaan tijdens de zwangerschap of bij de bevalling, kan de verloskundige besluiten een gynaecoloog in te schakelen. Ze kan ook besluiten bij een thuisbevalling om alsnog naar het ziekenhuis te gaan. Extra eisen  Om deze studie te kunnen doen, moet je voldoende aanleg en geschiktheid hebben voor de uitoefening van het beroep. Dat geldt vooral voor de benodigde sociaalcommunicatieve en reflectieve vaardigheden. Ook moet je de verantwoordelijkheid aankunnen die je als verloskundige draagt. Kenmerken  De verloskundige is één van de drie beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg die bevoegd zijn zelfstandig medische handelingen te verrichten en beslissingen te nemen. De andere twee zijn de arts en de tandarts. De verlos­ kundige werkt solistisch en kan niet meteen terugvallen op een medisch team bij spoedgevallen of als zich complicaties voordoen. De verantwoordelijkheid die dit met zich meebrengt stelt hoge eisen aan de betrokkenheid, kennis en vaardigheid van de verloskundige.

“Tijdens de zwangerschap voert de verloskundige verschillende controles uit: onder meer van de groei, ligging en hart­ activiteit van de baby”

Iets voor jou?  Als verloskundige heb je een verantwoordelijke baan. Je neemt medische beslissingen waarop zwangere vrouwen en hun partners feilloos moeten kunnen vertrouwen. Bovendien heb je onregel­matige werktijden en moet je bereid zijn je hele leven te blijven leren. Ben jij nauwkeurig, zelfstandig, stressbestendig en heb je veel doorzettingsvermogen? Dan ben jij een geboren verloskundige. Beroepsprofiel  Het beroep van verloskundige is in vele opzichten een bijzonder beroep. Het is hard werken, vaak onregelmatig en op tijden dat andere mensen slapen of hun vrije tijd vieren. Het werkterrein van de verloskundige heeft een enorme invloed op het leven van mensen: zwangerschap en geboorte. Het vak van verloskundige staat dan ook in hoog aanzien.

Het is ook een beroep van tegenstellingen: pure wetenschap, gevoel en emotie komen in het werk van de verloskundige bij elkaar, evenals hoogtepunten en dieptepunten. Het geluk van mensen bij de geboorte van een gezond kind is nergens mee te vergelijken. Maar de angst als een geboorte niet goed verloopt en het verdriet als het is misgegaan, zijn ook onbeschrijflijk. Beroepen  Als afgestudeerd verloskundige kun je verschillende kanten op. Zo kun je bijvoorbeeld: —— een eigen praktijk beginnen, alleen of met andere verloskundigen —— gaan werken in een ziekenhuis of gezondheidscentrum —— gaan werken bij een opleiding 48


—— aan de slag gaan als tijdelijk waarnemer —— als verloskundige gaan helpen in ontwikkelingslanden —— jezelf specialiseren in de echoscopie, het wetenschappelijk onderzoek of de tweedelijns verloskunde Werkveld  In Nederland kunnen vrouwen met een normaal verlopende zwangerschap voor een bevalling thuis of poliklinisch in het ziekenhuis kiezen. Dat betekent dat de verloskundige haar werk zowel bij mensen thuis als in het ziekenhuis verricht. Ongeveer 35% van alle bevallingen vindt thuis plaats. Daarmee vormt Nederland in de westerse wereld een uitzondering. In de meeste andere landen wordt de bevalling vooral gezien als een risicovolle gebeurtenis en is het volstrekt normaal dat die in het ziekenhuis plaatsvindt, onder begeleiding van een gynaecoloog. Verreweg de meeste verloskundigen werken als zelfstandig ondernemer, meestal samen met andere verloskundigen in een duo- of groepspraktijk. Het voordeel van werken in een duo- of groepspraktijk is dat er volgens een dienstenstructuur gewerkt kan worden. De verloskundige hoeft hierdoor niet zeven dagen per week, 24 uur per dag beschikbaar te zijn. Slechts 9% werkt als solist. Andere verloskundigen werken in loondienst in een ziekenhuis of als waarnemer. Wat zijn de studievormen? Op welke manier het onderwijs plaatsvindt, is afhankelijk van wat er moet worden geleerd. Er wordt gewerkt in grote of kleinere groepen, individueel en met of zonder docent. Veel gebruikte werkvormen zijn: —— hoorcollege —— werkcollege —— werkgroep —— projectgroep —— casusgroep —— zelfstudie —— practicum —— stage De ‘kenniskring’ is de overkoepelende naam voor het theorie- en vaardig­heden­ onderwijs. De kenniskring is een flexibele onderwijsvorm, waarin aandacht is voor de meest recente inzichten en voor onderwerpen uit de actualiteit. In de kenniskring worden studenten aangesproken als jonge beroepsbeoefenaren. Iedereen leert. Niet alleen studenten, maar ook docenten en verloskundigen in de praktijk. Zij komen allemaal bijeen in de kenniskring. Welke onderwijseenheden worden er gegeven?  Voor het ontwikkelen van competenties die de reikwijdte van de afzonderlijke thema’s overstijgen, zijn er vier leerlijnen aangebracht. Een leerlijn is een opeenvolging van studie-onderdelen die zich over meerdere studiejaren uitstrekken. 49


Wetenschappelijke leerlijn  In de wetenschappelijke leerlijn vindt vooral de theoretische vorming plaats: —— concepten —— modellen —— theorieën —— kritisch denken —— relaties tussen leerstof ontdekken —— verbanden zien Samengevat richt deze leerlijn zich op: —— wetenschappelijke informatie kritisch lezen en gebruiken —— methodes, theorieën en technieken aanleren en verantwoorden —— relevante onderzoeksvragen opstellen, verrichten van literatuuronderzoek en deelnemen aan eenvoudig toegepast onderzoek Gezien deze uitgangspunten is de wetenschappelijke leerlijn gericht op de ontwikkeling van theoretische kennis, het in de praktijk gebruikmaken van theorie en de kunst van het onderzoeken. Onderdelen van de wetenschappelijke leerlijn zijn: —— theoretische vorming en ontwikkeling van verloskundige kennis —— kritisch selecteren, lezen en gebruiken van wetenschappelijke literatuur —— wetenschappelijk denken, waarbij onder meer de volgende kernbegrippen van toepassing zijn: objectief, rationeel, kritisch, samenhangend, in termen van oorzaak en gevolg, meerdere oplossingen voor een probleem —— toetsen van eigen ervaring aan bestaande theorie —— methoden en technieken van wetenschappelijk onderzoek —— ontwerpen en toetsen van onderzoeksvragen en hypothesen bij deelname aan eenvoudig toegepast onderzoek In de loop van de opleiding neemt de moeilijkheidsgraad van deze leerlijn toe. Het begint met begripsvorming en eenvoudige modellen, gevolgd door complexere theorie en theorievorming. Het eindigt via literatuuronderzoek en methodologie bij het zelfstandig uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek. Leerlijn vaardigheden  In deze leerlijn komen de volgende thema’s aan de orde: —— puur verloskundige vaardigheden, zoals het onderzoeken van de groei van het kind, het uitvoeren van inwendig onderzoek, het begeleiden van de baring en het nakijken van de pasgeborene —— communicatieve vaardigheden, zoals gesprekstechniek, onderhandelen en het geven van voorlichting —— schrijfvaardigheden, zoals het schrijven van een verslag of artikel —— managementvaardigheden, zoals het voeren van de praktijkorganisatie en leidinggeven —— ICT-vaardigheden, zoals het werken met elektronische cliëntendossiers en het zoeken naar wetenschappelijke literatuur

51


Leerlijn SLB  In de leerlijn studieloopbaanbegeleiding (SLB) staat het ontwikkelingsproces van de student centraal. De manier waarop de student zich ontwikkelt tot verloskundige en de keuzes die ze maakt, worden gedurende de opleiding nauwlettend gevolgd. Waar nodig vindt begeleiding en ondersteuning plaats. In de SLB draait het om persoonlijke reflectie op de studie, eigen inzet voor de opleiding en motivatie voor de beroepsuitoefening. Belangrijke leermiddelen bij de SLB zijn het portfolio en het persoonlijke ontwikkelingsplan, waarmee de student haar studie plant en vormgeeft. Deze leerlijn is om verschillende redenen van belang: —— Het kunnen reflecteren en het kunnen sturen van de eigen loopbaan zijn basisvoorwaarden voor het uitoefenen van het soloberoep dat verloskunde is —— Verloskundigen dienen permanent bij te blijven op hun vakgebied. Om maatschappelijke, technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen te kunnen volgen is ‘life long learning’ noodzakelijk. Met andere woorden, de studieloopbaan eindigt niet als de opleiding afgelopen is. Daarna gaat die door, maar dan wel op eigen kracht —— Een groot deel van de ontwikkeling van professioneel gedrag vindt plaats via deze leerlijn Studieprogramma  De moderne verloskundige is een zelfstandige en professionele beroepsbeoefenaar. Ze werkt samen met verschillende zorgverleners, zoals gynaecologen, huisartsen, verpleegkundigen en kraamverzorgenden. Ook heeft de verloskundige te maken met kritische cliënten. In de toekomst zal ze regelmatig moeten bewijzen dat ze op basis van bekwaamheid voor herregistratie in aanmerking komt. De verloskundige vervult verschillende rollen, waarvan zorgverlener en poortwachter de meest in het oog springende zijn. De opleiding tot verloskundige kent twee fasen: de propedeuse en de hoofdfase. In beide fasen heb je te maken met verschillende werkvormen en leerlijnen.

De moderne verloskundige is een zelfstandige en professionele beroepsbeoefenaar.

Het eerste jaar  Het eerste studiejaar richt zich op een brede oriëntatie op studie en beroep. Alle facetten van het beroep en de opleiding komen in het propedeutisch jaar aan bod. Op deze wijze krijgt de student een realistisch beroepsbeeld en kan zij vaststellen of het aansluit bij eerdere verwachtingen. Daarnaast is de propedeuse bedoeld voor selectie vanuit de opleiding: is de student wel of niet geschikt? Eventueel vindt verwijzing plaats. Het eerste studiejaar is opgedeeld in vier blokperioden van tien weken. Stages beginnen al in de eerste blokperiode.

Het tweede jaar  In de hoofdfase vindt verdieping van verloskundige kennis en vaardigheden plaats. In het tweede studiejaar wordt net als in de propedeuse gewerkt in blokperioden van tien weken. Er is toenemende aandacht voor onderzoeksvaardigheden en methodologie.

52


Het derde/vierde jaar  In het derde en vierde studiejaar vindt verdieping én verbreding van de verloskunde plaats. Elk jaar bestaat uit twee semesters van twintig weken. In deze periodes kun je kiezen uit een tweetal grote projecten op het gebied van: —— vrouwengezondheidszorg —— praktijkmanagement In het derde (tweede semester) of vierde jaar (eerste semester) word je in de gelegenheid gesteld een minor te volgen. Er is een keuze uit de volgende minoren: —— Echo —— Public Health Promotion —— Evidence Based Practice De opleiding wordt afgesloten met een onderzoekssemester waarin je zelf onderzoek zult uitvoeren. Stage  Elke blokperiode en elk semester bevat een praktijkdeel, bestaande uit een kortere of langere stage. Hoe lang de stage is en waar die wordt gelopen, is afhankelijk van de doelstelling. Het totaal aan stages omvat ongeveer de helft van de gehele studie. Uiteraard loopt een student in de periode van de minor ook stage. Het is immers onmogelijk aan alle stage­verplichtingen te voldoen als de minor een stagevrije periode van een halfjaar zou zijn. De hoeveelheid stages en de soort stage hangen af van de inhoud van de minor. Minors  De minor is een samenhangend geheel van onderwijseen­heden, met een looptijd van twintig weken. De AVAG kiest voor aan het beroep gerelateerde minoren. Studenten werken ook in hun minor aan de competenties van verloskundige. Elke student kiest aan het eind van het tweede studiejaar één minor. Dat kan op twee momenten in de opleiding: —— halverwege het derde jaar —— aan het begin van het vierde jaar Er worden zowel in Amsterdam als in Groningen minors aangeboden. Dat zijn verschillende minors. Amsterdamse studenten kunnen voor een Groningse minor kiezen en andersom. Sommige minors worden twee keer per jaar aange­ boden, andere niet. Kijk voor meer informatie op www.inholland.nl/verloskunde

53


over Hogeschool Inholland over ons onderwijs kies een opleiding die bij je past Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen

opleiding

verpleegkunde (hbo-v) Opleiding verpleegkunde (hbo-v): een gevarieerde opleiding die je toegang geeft tot diverse werkvelden in de gezondheidszorg. Wil jij graag werken met mensen en iets voor hen betekenen? Dan is Verpleegkunde de ultieme opleiding voor jou. Na het behalen van je diploma kun je als verpleegkundige aan de slag in verschillende sectoren in de zorg. Bijvoorbeeld in een ziekenhuis, in de psychiatrie of in de thuiszorg. Waar je ook werkt, je speelt een belangrijke rol in de zorg­verlening aan de patiënt. Je verleent niet alleen zorg, maar coördineert en regisseert deze ook. Met behulp van de hbo-opleiding Verpleegkunde ontwikkel je je tot een goed regisserende zorgverlener. In welke varianten is de opleiding verpleegkunde mogelijk? De opleiding verpleegkunde wordt aangeboden in de volgende vormen: voltijd, duaal en de verkorte variant. De verkorte variant is alleen toegankelijk voor verpleegkundigen met een BIG-registratie (verpleegkundigen niveau 4 of verpleegkundigen met een in-service-opleiding). Wat houdt de opleiding Verpleegkunde (hbo-v) in?  De reguliere bacheloropleiding Verpleegkunde (hbo-v) leidt je in vier jaar op tot verpleeg­ kundige op hbo-niveau (kwalificatieniveau 5). Je wordt breed opgeleid. Je kunt later aan de slag in bijvoorbeeld een ziekenhuis, de psychiatrie, de verslavingszorg, de thuiszorg, de verstandelijk gehandicaptenzorg of de jeugdzorg. Als hbo-verpleegkundige verzorg je zieke mensen. Je speelt vaak de sleutelrol op een afdeling. Je neemt beslissingen en lost complexe problemen op. Je werkt daarbij samen met andere zorgverleners zoals artsen, maatschappelijk werkers en fysiotherapeuten. Daarnaast ben je betrokken bij het afdelingsbeleid en het coachen en begeleiden van collega’s en stagiaires. Je bent de schakel tussen uitvoering en organisatie. 54


Kortom: een boeiend en dynamisch beroep, waarbij de mens centraal staat. Het verkorte programma Verpleegkunde (hbo-v) bereidt je in twee jaar en drie maanden voor op een verantwoordelijke functie in de verpleegkunde. Met je huidige opleiding en/of baan als basis bouw je je kennis en kunde verder uit. Je professionaliseert je verder in de beroepsrollen van zorgverlener, regisseur, ontwerper, coach en beroepsbeoefenaar. Als regisseur ben je in staat om in multi­ disciplinaire teams een coördinerende positie te vervullen tussen zorgvrager en zorgverlener. Technische Verpleegkunde  Wil je later werken op intensieve zorg­ afdelingen als spoedeisende hulp, intensive care of anesthesie, dan is het Honours Programme Technische Verpleegkunde interessant. Hogeschool Inholland biedt als enige onderwijsinstelling dit extra programma aan dat je voorbereidt op acute zorgsituaties, waarin elke minuut telt. De opleiding beschikt over een geavanceerd patiëntsimulatiesysteem, waarmee je technieken kunt oefenen. Je volgt het programma naast de bacheloropleiding Verpleegkunde. Het brengt een verzwaring van de studielast met zich mee, maar het kan ook tijdwinst opleveren in je verdere carrière als verpleegkundige. Na afronding van het programma ontvang je een officieel hbo Honours certificaat. Daarin staat aangegeven welke extra competenties je hebt behaald. Voorbeelden zijn deelcertificaten voor reanimatie en het beoor­ delen van ECG’s. Als je het Honours Programme Technische Verpleegkunde succesvol hebt afgerond, ben je zeer aantrekkelijk voor werkgevers in de gezondheidszorg. Vaak kun je meteen aan het werk op een intensieve afdeling en direct doorstromen naar een vervolgopleiding. Met de deelcertificaten van het programma worden soms vrijstellingen verleend voor onderdelen van vervolgopleidingen tot IC-verpleegkundige, verpleegkundige op de eerste hulp en de hartbewaking en voor de opleiding tot anesthesiemedewerker. Dit wordt echter niet door de hogeschool bepaald, maar door het ziekenhuis waar je gaat werken en het instituut dat de vervolgopleidingen verzorgt. Besluit je om niet op een intensieve zorgafdeling te gaan werken, dan is Technische Verpleegkunde beslist een waardevolle aanvulling op de opleiding Verpleegkunde. Dit Honours Programme is iets voor jou als je een extra inspanning wilt en kunt leveren. Tijdens het eerste en tweede jaar van de opleiding mag er geen studieachterstand ontstaan. Gebeurt dat wel, dan kun je natuurlijk altijd verder met de reguliere hbo-v. Alle examenprofielen van het voortgezet onderwijs geven toegang tot Technische Verpleegkunde. Je hebt wel veel voordeel wanneer je eindexamen hebt gedaan in biologie.

“De colleges anatomie, geneeskunde en sociologie vond ik heel interessant”

De opleiding Verpleegkunde (hbo-v): iets voor mij?  Als aanstormend verpleegkundige wil je graag iets voor anderen betekenen. Je bent sociaal en communicatief ingesteld. Naast het uitvoeren van zorg moet je deze ook coördineren. Je bent de centrale persoon in de zorgver­lening aan de patiënt.

55


Beroepen  Beroepen die met deze opleiding binnen bereik komen zijn onder meer: —— kinderverpleegkundige —— ambulant psychiatrisch verpleegkundige —— aidsconsulent —— oncologieverpleegkundige —— intensivecareverpleegkundige —— unitmanager kliniek —— onderzoeksverpleegkundige —— spoedeisendehulpverpleegkundige —— freelanceverpleegkundige in de thuiszorg Werkveld  Verpleegkundigen kom je tegen in alle sectoren van de gezondheidszorg. Ze werken bijvoorbeeld in: —— ziekenhuizen —— verpleeghuizen —— psychiatrie —— verslavingszorg —— thuiszorg —— jeugdzorg —— consultatiebureau —— ambulance Je komt verpleegkundigen ook tegen in werkvelden daarbuiten, bijvoorbeeld: —— leger —— gevangenis —— boorplatform —— zorgverzekeraars Er zit een wereld van verschil tussen het werk van de ene en de andere verpleegkundige. En dat maakt dit vak nu juist zo leuk: je kiest zelf de werkplek die jou het meest aanspreekt. Van de kinderafdeling in het ziekenhuis tot werken met ouderen in de psychiatrie. Waarom de opleiding Verpleegkunde (hbo-v) aan Inholland Amsterdam/Diemen?  Onze hogeschool staat voor je open, ongeacht je levensovertuiging of afkomst. Dat zie je ook aan de verschillende nationali­teiten van onze studenten, maar liefst zeventig in totaal. De hogeschool is maatschappelijk betrokken en ambitieus. Bij ons krijg je de kans om je talenten breed te ontwikkelen. Hogeschool Inholland werkt voortdurend aan de kwaliteit van de opleidingen en is niet bang voor vernieuwing. Op de campus van de Vrije Universiteit staat het opvallende Opleidings­instituut Zorg en Welzijn (OZW). In het OZW-gebouw worden zorgoplei­dingen aangeboden van Hogeschool Inholland, ROC ASA Zorg en Welzijn, het VU Medisch Centrum en de Vrije Universiteit. Doordat al deze scholen en opleidingsniveaus in dit gebouw aanwezig zijn, sluiten de zorgopleidingen van het mbo, hbo en wo beter op elkaar 56


aan. In het kleurige en transparante gebouw beschik je over alle voorzieningen die bij moderne zorg- en welzijnopleidingen passen. Er zijn voldoende computerwerkplekken en diverse gespecialiseerde praktijkruimtes. Bovendien stoppen tram 5 en sneltram 51 vlakbij en ligt station Amsterdam Zuid/WTC op loopafstand. Bovendien wordt het Honours Programma Technische Verpleegkunde alleen bij Hogeschool Inholland aangeboden. Wat zijn de studievormen?  Je volgt colleges en practica. Ook werk je in taakgerichte projectgroepen en aan praktijkopdrachten. Alle onderdelen sluit je af met een beroepsproduct, assessment, afstudeeropdracht of presentatie. Hoe zit het met studiebegeleiding?  Hij maakt je bewust van de vereiste beroepscompetenties en van je eigen ontwikkeling op dat vlak. Ook begeleidt de studieloopbaanbegeleider je bij het leerproces en het kiezen van specialisatie- en differentiatieminors. Major/minor  De vierjarige opleiding Verpleegkunde bestaat uit drie onderdelen: de major, de specialisatieminor en de differentiatieminor. De major Nursing vormt de helft van je opleiding. In dit programma staat algemene kennis over het beroep van verpleegkundige en de gezondheidszorg centraal. Je leert bijvoorbeeld sociale en verpleegtechnische vaardig­heden. Ook geneeskunde, sociologie, ethiek, recht psychologie en organisatiekunde komen aan de orde. Vanaf je tweede jaar ga je je opleiding verdiepen en verbreden met de specialisatieminor en de differentiatieminor. Het eerste jaar  In het eerste studiejaar van Verpleegkunde werk je aan verschillende projecten, samen met je docent en drie andere studenten. Praktijkopdrachten, oefeningen en zelfstudie helpen je bij het behalen van de eindopdracht van elk project. De eindopdracht is bijvoorbeeld een verslag of presentatie. Daarnaast volg je colleges, onder meer over: —— geneeskunde —— anatomie —— recht —— psychologie —— ethiek De colleges rond je af met een bloktoets. Verder train je je communicatieve vaardigheden, zoals het voeren van een slechtnieuwsgesprek of het geven van advies. Ook verpleegtechnische vaardigheden komen aan bod, waaronder injecteren, hechten en infuus prikken. In een oefensituatie moet je laten zien dat je deze vaardigheden beheerst. Tijdens dit eerste jaar loop je twee keer vier weken stage. Zo krijg je een goed beeld van het toekomstige werkveld. Bovendien ontwikkel je bepaalde vaardigheden beter in samenwerking met collega’s en patiënten van vlees en bloed. Vanaf het eerste jaar werk je aan alle beroepscompetenties die je als hbo-verpleegkundige moet bezitten. Deze beroepscompetenties zijn onder­ verdeeld in: 58


—— domeinkennis (geneeskunde, anatomie en fysiologie, psychologie, recht, sociologie, etc.) —— vaardigheden (verpleegkundige vaardigheden, communicatieve vaardigheden) —— verpleegkunde (methodisch werken, evidence based practice) —— praktijk (stages, externe opdrachten) —— integrale leerlijn (gezamenlijk werken aan bijvoorbeeld een draaiboek voor de verpleegkundige zorg van een patiënt. Hierbij staat telkens een zorgcategorie centraal.) Het tweede jaar  Je loopt dit jaar een stage van tien weken. Zo leer je de afdeling met haar patiënten en de organisatie goed kennen. Met je stage-ervaringen op zak kun je aan het einde van het jaar een weloverwogen keuze maken voor een specialisatierichting. Je kiest een van de volgende richtingen: —— Algemene gezondheidszorg —— Geestelijke gezondheidszorg —— Maatschappelijke gezondheidszorg Het derde jaar  In het derde studiejaar van de studie Verpleegkunde staat de praktijk centraal. Je hebt een specialisatie gekozen en werkt als stagiair in een zorginstelling. Je komt nog wel op school voor het volgen van lessen en trainingen bijvoorbeeld op het gebied van organisatiekunde en om te werken aan projecten. Zo werk je met medestudenten aan een door een ziekenhuis verstrekte opdracht om de kwaliteit van zorg te verbeteren. Daarnaast zijn er zogenaamde intervisiebijeenkomsten die je helpen bij je persoonlijke en professionele ontwikkeling. In het derde jaar doe je ook een aantal verdiepende minors. Je bent jezelf nu meer en meer aan het specialiseren.

Ook verpleegtechnische vaardigheden komen aan bod, waaronder injecteren, hechten en infuus prikken.

Het vierde jaar  In de afstudeerfase van je opleiding ga je verder met je specialisatie. Je sluit je opleiding af met een afstudeerproject, gekoppeld aan de instelling waar je stage loopt. Ook verbreed je je kennis. Bijvoorbeeld gericht op coachen, begeleiden van kinderen of lifestyle. Je moet dan wel aantonen waarom die minors belangrijk zijn voor jouw ontwikkeling als verpleegkundige. De School of Health biedt bijvoorbeeld de minor Global Nursing aan. Als je daarvoor kiest, volg je een studieonderdeel met stage of een project in het buitenland. Studieprogramma verkorte variant  Elk studiejaar bestaat uit vier lesperiodes van elk tien weken. Je hebt als mbo-hbo doorstroomgroep een eigen lesgroep van maximaal 20 studenten die in hetzelfde traject zitten als jij. Het eerste jaar  In de twee theorieperioden werk je aan projecten, gericht op het verlenen van hoog complexe zorg, het regisseren van de zorg, evidence-based practice, het geven van voorlichting op maat en klinisch /verpleegkundig redeneren. Je maakt zelfs een project ter verbetering van de kwaliteit met een echte opdrachtgever uit de praktijk! Je leert gevorderde communicatieve vaardigheden en 59


managementvaardigheden. Je volgt specifieke workshops en je kunt terugvallen op je coach, die je de gehele opleiding begeleidt. Je maakt een keuze voor de differentiatie AGZ, MGZ of GGZ. Competenties behaal je in dit werkveld in de hier opvolgende 2 praktijkperioden, waarbij je in alle 5 rollen van de hbo-verpleegkundige jezelf ontwikkelt. Daarnaast neem je nog deel in een intervisiegroep, waarin je je ervaringen bespreekt. Het tweede jaar  In het tweede jaar volg je eventueel een externe stage, een verbredende theorieminor de Professional of een minor naar keuze en je werkt aan je afstudeeropdracht tijdens de stage van je eigen profiel. Je adviseert de afdeling naar aanleiding van een onderzoeksvraag, die gericht is op een nieuwe verpleegkundige interventie. Jouw advies baseer je op wetenschappelijke literatuur. Het derde jaar  Het derde jaar duurt drie maanden. In deze periode volg je de verbredende theorieminor Coachen en Begeleiden. Daar leer je studenten en collega’s te begeleiden op coachende wijze, handig wanneer je als werkbegeleider van nieuwe studenten gaat werken. Je kunt natuurlijk ook een minor naar keuze volgen, waarmee jij je eigen kleur geeft aan je diploma. Je sluit de opleiding af met een eindgesprek dat gekoppeld is aan je differentiatie en gespreksdossier. Hierin bewijs je dat jij je als mbo-verpleegkundige tot hbo-verpleegkundige hebt ontwikkeld. Stage  Tijdens een groot deel van je bacheloropleiding leer je in de praktijk, als stagiair of als werknemer. Gedurende je stage word je begeleid door je docenten en door een werkbegeleider: dat is een verpleegkundige van de afdeling waar je stage loopt. Hogeschool Inholland heeft contacten met zorginstellingen in heel NoordHolland, maar je kunt ook kiezen voor een stage in het buitenland. Afstudeerrichtingen en differentiatieminors  In de differentiatieminor maak je een combinatie van keuzevakken die aansluiten bij jouw interesses en ambities. Zo kun je je onderscheiden van andere studenten. Bij het invullen van je differentiatieminor kun je een programma kiezen dat aansluit bij je specialisatie. Maar je kunt ook minors kiezen van andere opleidingen. Je kunt bijvoorbeeld een verbredende minor volgen bij een andere zorg- of zelfs een andere economieopleiding. Minors  In de specialisatieminor pas je de opgedane kennis toe in de praktijk. Als specialisatie kun je kiezen voor een van de volgende afstudeerrichtingen: —— Algemene gezondheidszorg —— Geestelijke gezondheidszorg —— Maatschappelijke gezondheidszorg Kijk voor meer informatie op www.inholland.nl/vpk

61


over Hogeschool Inholland over ons onderwijs kies een opleiding die bij je past Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen opleidingen

praktische informatie Online inschrijven hbo  Inschrijven doe je via de site van Studielink. Kijk voor meer informatie, uitleg en de link om je direct in te schrijven op: www.inholland.nl/inschrijven of ga direct naar www.studielink.nl. Titulatuur  Als je bent afgestudeerd aan een hbo-opleiding mag je jezelf bachelor noemen. Daarnaast blijven de Nederlandse titels bc. (baccalaureus) of ing. (ingenieur) bestaan. Je kiest zelf of je de internationale bachelortitel of de Nederlandse titel voert. Studiekosten  Het collegegeld in het studiejaar 2011-2012 zal iets hoger liggen dan in 2010-2011. Houd in het eerste jaar van je opleiding rekening met de kosten voor boeken, readers en syllabi: die kunnen oplopen tot duizend euro. Veel boeken van het eerste jaar gebruik je ook in de volgende studiejaren. In die jaren zijn de kosten dus lager. Per opleiding kunnen de kosten verschillen. Kijk voor het actuele overzicht van de studiekosten op: www.inholland.nl/studiekosten. Wat zijn de toelatingseisen?  Je hebt minimaal een havo- of vwo-diploma nodig, of een mbo-opleiding niveau 4. Soms is een bepaald vakkenpakket of profiel verplicht. Als dat zo is, staat het vermeld bij de toelatingseisen van de desbetreffende opleiding op de website. De doorstroomprofielen vind je op: www.inholland.nl/doorstroomprofielen. 21+ toets  Voldoe je niet aan de toelatingseisen en ben je ouder dan 21 jaar, dan kun je meedoen aan een toelatingstoets. Aanmelden voor de 21+ toets verloopt via Studielink. De inhoud van de toets verschilt per opleiding. Kijk voor meer informatie op: www.inholland.nl/21plustoets. Taal- en schakelcursus  Heb je een buitenlands diploma, een geldige verblijfsstatus en wil je een Nederlandstalige hbo-opleiding bij Inholland volgen? Doe dan mee aan de Taal- en Schakelcursus (TSC). De cursus richt zich op de Nederlandse taal en het vakgebied van je keuze. Meer informatie over de taal- en schakelcursus vind je op: www.inholland.nl/taalenschakelcursus.

62


Studiefinanciering  Op de site van Studielink is een link opgenomen naar de DUO-IB-Groep om studiefinanciering en een OV-studentenkaart te regelen. Deze vind je op de persoonlijke pagina, nadat je je hebt aangemeld voor een opleiding. Vergeet niet om tijdig je studiefinanciering aan te vragen. Aftrekbare studiekosten  Volg je een opleiding of studie voor je beroep of toekomstige beroep en heb je geen recht op studiefinanciering? Dan kun je studiekosten, zoals collegegeld en de uitgaven voor boeken, opgeven als aftrekpost bij de Belastingdienst. Meer informatie hierover krijg je via de Belastingtelefoon: 0800 - 0543 of kijk op: www.belastingdienst.nl. Starten in februari  Een aantal opleidingen geeft je de mogelijkheid om behalve in september ook in februari te beginnen met je studie. Kijk voor de voorwaarden en mogelijkheden op: www.inholland.nl/februaristart. Inholland Honours  Dit programma is speciaal ontwikkeld voor talentvolle studenten die meer willen en kunnen. Je wordt uitgedaagd het maximale uit jezelf te halen. Het programma bestaat uit twee delen: —— in het eerste en tweede jaar volg je het voorbereidende prehonoursprogramma, —— in het derde en vierde jaar een honoursprogramma dat aansluit bij jouw opleiding. Het honoursprogramma leidt op tot een hoger competentieniveau dan de reguliere bacheloropleiding. Voor beide onderdelen doorloop je een strenge selectieprocedure. Meer informatie vind je op: www.inholland.nl/honours. Meer informatie  Het Studiekeuze Adviescentrum is het inlooppunt voor iedereen die een hbo-opleiding wil gaan volgen in voltijd, deeltijd of duaal. Onze medewerkers staan klaar om je te helpen met je studiekeuze. Natuurlijk zijn ook je ouders welkom, net zoals zittende studenten en andere belangstellenden. Kijk op: www.inholland.nl/studiekeuze/studiekeuzeadviescentrum. Voor vragen met betrekking tot een specifieke opleiding van één van de locaties van Hogeschool Inholland kun je contact opnemen met het Studieinformatiepunt, tel: 0900 Inholland (0900 464 65 52 63, lokaal tarief) of per e-mail via: info@ inholland.nl.

63


Tekst Hogeschool Inholland Fotografie en coördinatie afdeling Marketing & Communicatie Hogeschool Inholland, René Castelijn, Raphael Drent en Shutterstock Basisontwerp Studio Dumbar, Rotterdam Productie Jurriaans Lindenbaum Grafimedia, Amsterdam Zuidoost Hoewel deze brochure met grootste zorgvuldigheid is samengesteld kunnen er geen rechten worden ontleend aan de inhoud. Voor eventuele opmerkingen over deze brochure kun je contact opnemen met: Hogeschool Inholland afdeling Marketing & Communicatie, postbus 558, 2003 RN Haarlem

AMS–G&S–VT


Opleidingsbrochure gezondheid, sport & life sience