Issuu on Google+

Nooit heerst er in de loop van één dag zo’n gelukzaligheid als in het

eerste ochtenduur, dan is het stil, mooi en waardig. Het was stil, mooi en waardig. De klank van het getsjirp van de vogels was zoet en mild. Het spiegelgladde meer en de kalm stromende rivier in het moeras glansden

fraai. De Blauwbergen keken op naar hun hemel, alsof ze niets gemeen

hadden met deze wereld. Ze hadden ook niets gemeen met deze wereld. Eigenlijk was het dal geheel en al onwerkelijk met zijn stille schoonheid

en waardigheid, alsof het niets met de wereld gemeen had. Er zijn uren waarin de wereld niets met de wereld gemeen lijkt te hebben en waarin de mens zichzelf niet meer begrijpt, alsof hij onsterfelijk is.

uit ‘onafhankelijke mensen’ van Halldór Laxness

36

water vatn

37


38

39


40

41


42

43


44

45


ijsland puur