Tapijtsgeest - Een kamerbreed verhaal over tapijt, velours en ander pooltextiel

Page 1

TA P I J T S G E E S T




Erfgoed zuidwest ontrafelt poolweefsels Heel wat tapijten en meubelstoffen worden sinds de jaren 50 in Zuid-WestVlaanderen geproduceerd. Een fijnmazig netwerk van thuiswevers, weverijen, tekenaars, kartonkappers, veredelingsbedrijven.. ontstaat en groeit.

We nemen je mee in de wollige wereld van Tapijtsgeest. Een interactieve expo vol kennis, weetjes en ervaringen. We schetsen de opkomst en bloei van de textielsector, voor kenners én beginners. Benieuwd om in de verhalen te duiken op maat van jouw interesse? Aan elk thema hebben we één of meerdere van onze tentoonstellingsdozen gelinkt. Zo kan je je tijdens een bezoek aan de expo nog meer verdiepen.

De streek rond Kortrijk en Waregem specialiseert zich in de productie van pooltextiel dat naar de verste uithoeken van de wereld wordt uitgevoerd. Het rekkeketjek van weefgetouwen klinkt streekgenoten als muziek in de oren. Weverijen in het straatbeeld zijn lange tijd schering en inslag. En hoewel er al heel wat verdwenen zijn, zijn er op vandaag nog steeds pooltextielbedrijven actief in de streek.

D x

gt je bij de j uiste d bren a a r d dozen e lei

.


foto: privécollectie Joseph Vanderbeken, opleidingscentrum VDAB Wevelgem


Tapijtsgeest Een jaar lang dompelde erfgoed zuidwest zich onder in dit bijzondere erfgoed. We spraken met anciens uit de textielsector, thuiswevers, bobijnmaaksters, maar ook met hedendaagse ‘Textiliens’, noebedrijven.‘Textiliens’ men ze zich trots. Al snel wordt duidelijk: ‘een echte textilien wordt met een schietspoel in het hart geboren’. Elk nieuw verhaal brengt een nieuwe invalshoek, een nieuw aspect met zich mee. We verzamelden foto’s en richtten een stuurgroep op met textiliens van allerlei slag. Zij hielpen ons met moeilijke termen, grote evoluties en kleine definities.

Wie zijn wij? Erfgoed zuidwest is de cultureel-erfgoedcel voor Zuid-West-Vlaanderen. Zuid-West-Vlaanderen De erfgoedcel zet zich in voor het cultureel erfgoed van de regio. Erfgoed? Denk hierbij aan grote en kleine objecten, verhalen en gebruiken die we willen bewaren voor toekomstige generaties. De erfgoedcel wil dit erfgoed op een goede manier bewaren en ook zichtbaar maken binnen de regio.

foto: Bibliotheek Waregem, scanmoment textiliens, december 2019


Pooltextiel Weven? Da’s schering en inslag. Maar wat wordt daar precies mee bedoeld? Weven is het vervlechten van horizontale en verticale groepen draden. De draden van de schering worden per groep opgetild door schachten of kammen. Door in een bepaald patroon de kettingdraden op te tillen of te laten vallen, ontstaan patronen. Tot het midden van de twintigste eeuw werden de inslagdraden met behulp van een schietspoel in het weefsel geweven. Deze schietspoel is een schuitvormig blokje, waarin een spoel met draad tijdens het heen en weer bewegen wordt afgewikkeld. Vandaag is de schietspoel vervangen door grijpers. En wat is dan de pool? Om een tapijt of meubelstof te weven, heb je naast de schering en inslagdraden nog een derde draad nodig. Deze zorgt voor een soort lusje, lusje de pool, waardoor je een zacht oppervlak krijgt. Hierdoor kan je tapijt en meubelstoffen aaien aaien, terwijl je dit bijvoorbeeld bij kleren veel minder goed kan.


le be t pril e h Van

gin naar de gloriejaren, ne pooltextiel in Zuid ergan ge -W n est -Vl reco n aan der versie va en. n


Een historisch verhaal

Je k o m t h e t o p

d e vol ge nd e p

ag

s al ina’

lem

te aal

we te n .


Textiel? De rode draad doorheen de regio De gemechaniseerde textielnijverheid in ZuidWest-Vlaanderen vindt zijn oorsprong in het noorden van Frankrijk. Frankrijk Veel Vlaamse arbeiders steken de grens over om er te werken en nemen opgedane kennis stilletjes mee terug naar Vlaanderen. Zo worden de technisch vernuftige poolweefsels steeds vaker hier geproduceerd, met Prado, Lanneau, Louis Depoortere, Vanhouttryve en Steverlynck als eerste grote namen. Na een stille aanloop, komt de echte groei van het pooltextiel op gang met de crisis in de vlassector. Met de Koreaoorlog in 1953 krijgt het vlas nog een laatste boost, maar daarna raakt de vlasnijverheid steeds meer in het slop. Heel wat vlasboeren, met achtergebouwen die leeg blijven, schakelen over op het weven van tapijt en meubelstoffen. Zo ook boer Clerck uit Wielsbeke, die na een overstap uit het

vlas met zijn Beaulieu-imperium een van de bekendste textielreuzen wordt. In the golden sixties, bloeit de internationale handel, stijgt de levensstandaard en groeit de aandacht voor huisvesting en binnenhuisdecoratie. Mensen kopen tapijten, laten hun meubels overtrekken met stof, denken na over hun interieur. Tapijt-, velours- en meubelstofbedrijven schieten als paddenstoelen uit de grond. In de jaren 1960 zijn er in Zuid-West-Vlaanderen meer dan 150 bedrijven actief. 60% van alle pooltextiel wereldwijd komt op dat moment uit de regio Kortrijk-Waregem-Roeselare-Tielt. In de tweede helft van de twintigste eeuw wordt de Belgische tapijtindustrie, na de Verenigde Staten, de belangrijkste in de wereld, groter dan die van wereld Duitsland en Frankrijk samen.


foto: privécollectie BIC-Carpets, reclamecampagne jaren 1960


foto: privécollectie Roger Voet

Bekijk je o nze

tijd

slijn?

t toon D e ze

van de sector. lutie o v ee je d

12


De succesfactoren Na de crisis in de vlassector blijkt de overstap naar tapijt en meubelstoffen voor de Zuid- Westmeesterzet. Vlamingen een meesterzet De pooltextielsector kent na de Tweede Wereldoorlog een sterke opgang. Waar de omzet van de textielsector voor de gehele periode 1963 tot 1989 slechts met 13,8 procent toeneemt, groeit de tapijtsector jaarlijks gemiddeld met 7,8 procent. De groei van de Vlaamse tapijtboeren overtreft die van de buitenlandse tapijtgroepen. De West-Vlaamse expansie wordt ondersteund door een grondstofwijziging. grondstofwijziging Natuurlijke garens zoals wol worden in de jaren zeventig vervangen door synthetische garens als polypropyleen, polyamide, polyester en acryl. Dat maakt de sector afhankelijker van de petroleum- en chemiegroepen. chemiegroepen Hierdoor trekken veel West-Vlaamse tapijtproducenten ook de productie van synthetische garens naar zich toe.

Het succes is volgens schrijver en textielkenner Victor-Hugo de Grijse gebaseerd op drie fundamentele pijlers: pijlers de ondernemingszin van vele honderden familiale ondernemers, het geloof in toekomstgerichte textextielactiviteiten en de aanwezigheid van de hele textielcluster met naast de textielbedrijven ook onderzoekscentra, het textielonderwijs, machineconstructeurs, leveranciers van financiële diensten, ICT, milieuadvies, kleurstoffen, leveranciers, transporteurs… Het mag duidelijk zijn: de textielsector zorgt voor economische bloei en geeft Zuid - West - Vlaanderen al snel de naam : ‘Het Texas van Vlaanderen’. Dit Texas maakt in de laatste honderd jaar dan ook een enorme evolutie door en is nog steeds sterk in verandering: van kleine thuiswevers naar grote multinationals, van handwerk naar veelal computer gestuurd, van één wever die werkte op één getouw naar tapijtwevers die vandaag verantwoordelijk zijn voor zes getouwen…


Van pool tot pool: textiel reist de wereld rond In de jaren 60 wordt de internationale handel in pooltextiel steeds prominenter. Veel bedrijven werken met vertegenwoordigers die ze over de hele wereld uitsturen om nieuwe afzetmarkten aan te boren. In de meubelstofsector zijn dit vooral de directe buurlanden. Maar de tapijtsector kijkt over de Europese grenzen heen en gaat de hele wereld rond. De West-Vlamingen drijven handel met de hele wereld en leggen daarbij ook een grote vindingrijkheid aan de dag. Want onderhandelen met verschillende landen, dat vraagt verschillende omgangsvormen. Al zouden Vlamingen geen Vlamingen zijn als ze dit niet met een korrel zout nemen. Onderhandelingen met moslims? Die worden gewoon met een dreupel beklonken! De streek wordt hoofdleverancier voor tapijten in het Midden-Oosten Midden-Oosten.

Tijdens de Hadj draaien de weefgetouwen in Vlaanderen op volle toeren. De concurrentie is groot en bedrijven brengen steeds nieuwigheden op de markt. Zo is het bedrijf VerstraeteVerbauwede uit Deerlijk erin geslaagd een patent te nemen op bidmatjes met een ingebouwd kompas! Ragolle uit Waregem op zijn beurt, maakt het gigantische wollen tapijt voor de grootste moskee in Medina. Voor de christelijke markt worden tapijtjes gemaakt met bijvoorbeeld de beeltenis van een paus, maar ook Elvis Presley of het hoofd van een lokale burgemeester passeren de revue. In de meubelstofsector worden heel wat zetels in Europa door spelers in de streek overtrokken. Denk maar aan de Weense opera of de bekleding van de treinzetels in de Oriënt Express. Het is duidelijk, door het enorme aantal weverijtjes zoeken velen specialisatie. naar een specialisatie


foto: privécollectie Tyberghein

11

Doos vol export

gen stemmin de b e k e ontd artje! aart, exportka k e kd Bekij tuur een rs e of v


foto: privécollectie Christian Devos

2

oonlijk t pergs ouden e verhalen l e t jaren e ver ver de n cri o sis.

De ve r h a l n d o o s e


Hoogtes en laagtes Ondanks de gouden jaren, sterk blijft de sector conjunctuurgebonden. conjunctuurgebonden Een oliecrisis in het Midden-Oosten ontwricht ook het kleine tapijtweverijtje in pakweg Ingooigem. Na de gouden jaren 60 volgen de donkere jaren 70. Er wordt nog steeds hard en veel gewerkt, maar er komt ook gemor vanwege de lage lonen en het feit dat geschoolde arbeiders niet zo makkelijk werk vinden. Niettegenstaande de harde concurrentie, gaat het de textielbaronnen goed tot het einde van de jaren 90. Een laatste periode van opmerkelijke hoogconjuncuur volgt na de val van het Ijzeren Gordijn en het openbreken van de Russische markt. De vraag naar tapijten is enorm. De hele streek weeft voor de Russische markt. Vrachtwagen open en tapijten te koop, twee maten, vijf kleuren!

7

a De Ficheb

k

drijven extielbe somt t

Daarna wordt de neergang ingezet. Hoe langer hoe meer wevers produceren met verouderde getouwen. De internationale vraag sputtert en begin jaren 2000 volgen een hele hoop faillissementen. faillissementen Velen kunnen de concurrentie van het buitenland niet langer aan. Landen als Turkije profileren zich als producenten, garens komen uit India. De wereld wordt groter en de winsten in Vlaanderen kleiner. Recent wegen de economische crisis van 2008, de Brexit en de coronacrisis sterk door. Het textielonderwijs is bijna overal verdwenen en de lonen blijven lager liggen dan in andere sectoren. Vandaag zijn enkel nog grote, sterk gespecialiseerde, innovatieve bedrijven of firma’s in het hoogste prijssegment over. Veel ondernemingen verhuizen naar goedkopere productielanden en behouden enkel nog een verkoopskantoor op Belgische op, vroeger en vandaag.


Op het einde van de jaren 1970 ziet de regering hoe de textielsector steeds verder wegkwijnt. Door de steeds meer geavanceerde machines evolueert het textielgebeuren van een arbeidsintensieve naar een kapitaalsintensieve industrie. Veel kleine en industrie ook minder gezonde ondernemingen zien deze noodzakelijke investeringen niet zitten en moeten de deuren sluiten. Daarom wordt in 1980 een vijfjarenplan voor textiel en confectie gelanceerd door de regering-Eyskens. Het plan heeft tot doel ondernemingen bij deze omschakeling financiële steun te geven. Officieel om de kapitaalstructuur van de bedrijven te verbeteren, onofficieel een strijd tegen zwart geld genoemd. Bedrijven worden gesteund door renteloze leningen om te investeren in nieuw materiaal. materiaal Zo’n plan zou vandaag vergeleken kunnen worden met het verminderen van de loonkost of een

RSZ-korting. Het zorgt voor levensnoodzakelijke ademruimte bij veel bedrijven. Tot zover alles goed. Alleen worden de oude, hier afgedankte machines vaak verkocht aan landen als Turkije. En dat is iets waar veel textiliens vandaag met verbazing of zelfs wrok naar terugkijken. De machines worden niet vernietigd, maar verkocht aan een opkomend industrieland dat de hier afgedankte machines nieuw leven inblaast. Turkije neemt kennis over en komt op als concurrent. Daarnaast ervaren ook veel kleinere zelfstandigen problemen. De zware investeringen moeten nog steeds deels uit eigen middelen worden gefinancierd. Veel kleine bedrijven sluiten de deuren en sommige grote bedrijven betalen hun deel niet correct terug wanneer het Textielplan niet hoog meer op de politieke agenda staat.


foto: privécollectie Etienne Kerwyn-Delmotte


hij is zijn draad kwijt

de kluts kwijt raken

tegendraads spinnen

de klos zijn

Hij is door de wol geverfd

alles over één kam scheren

Het is schering en inslag

hij kent dat op de draad

Het is goed spinnen van andermans garen

zijn bobijn is af


dwarsliggen

hij weet er alles van

geld van een ander wordt altijd gemakkelijker uitgegeven dan eigen geld

de dupe zijn, de sigaar zijn

dat komt regelmatig voor

zijn einde is nabij

heel ervaren zijn, iets heel goed kunnen

verward zijn

hij verwart in zijn betoog

te veel veralgemenen


E

ext i en t

lien b en j

e voor het leven. In,

ma

ar o

ok

na a

st d

e f ab r i ek .


Textiel verweven in de wereld

sters, famil n bobijn e s r e kapp r karton Lees hier ove

ievetes en weversmisdag.


Feest! Grote bazen en kleine ondernemingen ontmoeten elkaar op textielbeurzen textielbeurzen. Domotex in Hannover, Heimtex in Frankfurt, Parijs, Tokyo… Het is er vaak één groot feest, waar verkopers alles uit de kast halen om hun waren aan te prijzen. De beurs is je visitekaartje, waar je later nieuwe orders mee binnenhaalt. Frieten bakken, lokale bieren schenken, grote feesten… Het hoort er allemaal bij. Maar ook de textiliens die dichter bij huis werken, kunnen feestvieren! Tot het einde van de jaren 1990 worden de Textieldagen georganiseerd, een grootschalig evenement in de Kortrijkse hallen ter promotie van de textielsector. Een modeshow, optredens van grote vedetten, je vindt het er allemaal.

14

Begin januari vieren textiliens steevast Weversmisdag. Wanneer je aangesloten bent bij het ACV, is er een hele dag vertier in de lokale gilde. Er is een tombola, een verkiezing tot textielprinses of eredeken, een thé dansant… Of je gaat langs in Aalbeke, waar op Weversmaandag in restaurant Saint-Cornil zowat de hele textielsector verzamelt om côte à l’os te eten. Daarnaast zijn er verschillende kleinere evenementen. Zo worden op Goede Vrijdag om 15u alle weefgetouwen kort stilgelegd voor een gebed. En dat in volle productie! Of ken je de cyclocross in Zwevegem? Met een naam als Textielprijs is zijn oorsprong niet ver te zoeken. Textielbedrijven staan dan ook te springen om hun reclame aan wielertruitjes, gadgets of zelfs volledige ploegen te koppelen!

e t r s d i o u os l De

zit het svol ob ocia ject le l en eve ron nv d an text ilien s.


foto: Stadsarchief Harelbeke, collectie Lano

n? ge s in a eld te xti kdo e t e f de an ag o r de d s i rsm iste Weve Belu

erh v de

alendoos

2


foto: Stadsarchief Harelbeke, collectie Lano

3

D e d o o t w e v e r s k i e l s me

vertelt het levensv van thuiswever Gerhaal uido.


De thuiswever: telewerk nog voor het hip werd! Het verhaal van de thuiswevers is kenmerkend voor de rijkdom in de streek. Op een bepaald moment is de vraag naar West-Vlaamse tapijten zo groot, dat er bijna continu productie nodig is. Er wordt gewerkt in drie ploegen die elkaar aflossen. Acht uur werken, dat wordt het minimum. Veel wevers jutten elkaar op om uren aan een stuk door te weven, een paar uur te slapen en terug te beginnen. Veel bedrijven kunnen de vraag niet aan en willen meer mensen aan het werk zetten. Maar de fabrieksgebouwen worden te klein voor de productie en zijn vele weefgetouwen. Daarom wordt gewerkt met thuiswevers. De fabrieksbaas levert grondstoffen aan huis, de wever koopt zijn eigen weefgetouw en weeft ineen schuurtje achteraan zijn huis.

rs

De we ve

kno opdo

o s leert j

Dit is een win-winsituatie. Fabrikanten kunnen veel meer mensen aan het werk zetten en dus ook grotere winsten boeken.

ed

eb

asi skn oop van elke textilien. 1

Wevers werken na hun uren in de fabriek thuis aan tapijten, velours of meubelstoffen, of weven volledig thuis in onderaanneming. Er wordt gewerkt met stukloon of en accorde. Wevers worden betaald per afgewerkt product of per meter tapijt. Al naargelang de gevraagde materiaalsoort (wol, mohair, acryl…) moet het weefgetouw telkens opnieuw worden afgesteld. Het is een precair statuut. statuut In voorspoedige tijden wordt enorm veel geld verdiend. Want: ‘een wever telt zijn uren niet, enkel zijn geld’. Maar in tijden met minder vraag, zijn de inkomsten navenant. Met de val van de muur beleven veel thuiswevers een laatste glorieperiode. glorieperiode Ze weven al langer met getouwen die op sterven na dood zijn. De dessins zijn simpel, de kwaliteit hoeft niet hoog te zijn. Volume maken, dat is wat telt. Na die laatste opflakkering raakt het thuisweven in onbruik.


Mannen en vrouwen in de sector In de weverij hebben mannen en vrouwen vaak een erg specifieke taak. Vrouwen maken vooral bobijnen en spoelen, stoppen de tapijten en doen nacontrole. Kortom, het ‘fijnere’ werk werk. We spreken over spoelsters, bobijnsters en stopsters. Mannen zetten de bobijnen op het rek, weven, monteren en kuisen. Wevers en stopsters hebben weinig contact met elkaar. ‘Ze komen alleen uit het stikkot om te reclameren’ wordt soms lachend gezegd. Als de wever een fout heeft gemaakt tijdens het weven, wordt dit handmatig gecorrigeerd door de stopster. Hoewel mannen en vrouwen elkaar nodig hebben in de weverij, lijkt het omkeren van de rollen minder evident. evident Als vrouw zelfstandig een zaak uitbouwen, wordt toch met vreemde ogen bekeken.

2

Vrouwen letten erop dat ze algemeen Nederlands spreken, altijd een broek aandoen, of hun naam niet zeggen aan de telefoon. Allemaal om ervoor te zorgen dat ze niet moeten ‘onderdoen’ voor hun mannelijke concullega’s. Op het einde van de jaren 90 komt daar verandering in. Het opleidingscentrum voor textiel, COBOT COBOT, neemt hierin het voortouw. Zij maken met De draad van Ariadne promotie om vrouwen richting roldoorbrekende functies te leiden, bijvoorbeeld als wever. Ze willen ‘de vrouwen uit de rekken halen’. Ook omgekeerd worden mannen opgeleid tot stopper. Om hen te overtuigen een eerder ‘vrouwentaak’ uit te oefenen, mag het werk niet voor doetjes zijn, met grove naalden en zware tapijten. Vandaag is deze opdeling minder strikt, maar nog steeds bestaande.

De v mee in Hannelores verh aal. t je erh m nee s alendoo


foto: privécollectie Carine Verfaille, Tyberghein

15

ndo e l a t s In d e

os

vertellen verschillende vrouwen hoe het is om in de sector te werken.


foto: Stadsarchief Harelbeke, collectie Lano

13

n dfooto’soensbeirnoede juiste volgorde e p e o psbesch ? b ees arnekdotes, bekijk rijvin Leg jij de p gen. uzzel in d e Le


Hoe maak je een tapijt? Van aandraaier tot zakenman We nemen je mee naar 1965... 1965 Bij een tapijtenfabrikant in Wevelgem komt een order voor een tapijt binnen. Het is de taak van de manager om ervoor te zorgen dat de bestellingen binnenlopen. Daarnaast stappen ook heel wat klanten zelf naar de weverij, voornamelijk om iets te laten namaken. Dat mag natuurlijk niet, maar ‘broertjes en zusjes’ van bepaalde patronen worden bij de vleet gemaakt.

Als eerste worden garens aangekocht, die zijn gemaakt in de spinnerij spinnerij. In de ververij worden ze in de juiste kleur geverfd. De ververij is een soort kleurenbad, waarbij op vraag van de klant exact de juiste kleur garens worden gemaakt. De inslaggarens worden door bobijnmaaksters gemaakt en op bobijnen gezet. De kettinggarens worden gemaakt op een kettingboom. Dit gebeurt door de boomscheerder. boomscheerder Deze bobijnen en bomen komen in de weverij terecht.

Daar moeten ze aan het weefgetouw gekoppeld worden, wat gebeurt door een bobijnopzetter. De bobijnopzetter is vaak een jonge kerel, het hulpje van de wever. Voor de wever kan beginnen weven, heeft hij een patroon nodig. Het ontwerp voor een tapijt wordt getekend door een ontwerper ontwerper. Deze tekening moet worden omgezet in een weefbaar geheel, op geruit modulepapier. Dit gebeurt door de technische tekenaar.

Dan komt de kartonkapper om de hoek kijken. Hij ponst de precieze tekening, waarbij wordt aangegeven welke draad op- en welke draad neergaat. Vandaag gebeurt dit digitaal digitaal. Hierdoor kan de tekening ook meer kleuren bevatten. Met de juiste kleur bobijnen in het rek en een ponskaart (karton) in de jacquard, kan de wever aan de slag. Wanneer het tapijt geweven is, wordt het gecontroleerd. Een stopster corrigeert eventuele foutjes manueel en ‘den apprêt’ voorziet het tapijt onder meer van een latexbodem.


foto: Stadsarchief Harelbeke, collectie Lano

15

In de

s t a l e n d o o s zitte

n en

kele fam iliea nekd otes.


Textiliens, één grote familie In de jaren 50 en 60 schieten kleine familiebedrijfjes als paddenstoelen uit de grond. Vaders en zonen gaan naar het ‘kot’ om aan getouwen te sleutelen. Broers leggen hun kapitaal samen en maken van het kleine bedrijfje van hun vader een mastodont. De vraag groeit en ze kloppen aan bij de buurman: ‘Wil jij niet voor mij werken?’. Zo ontstaat een heel systeem van thuiswevers die in onderaanneming werken voor grotere bedrijven.

Ook zien veel kinderen de tol van het harde werken en de grote verantwoordelijkheden als patron: stress, ziekte, onzekerheid en hier en daar een huwelijk dat op de klippen loopt. De vele familie bedrijven in de sector zijn daarenboven sterk met elkaar verweven. De dochter van fabriek X trouwt met de neef van fabriek Y. Kapitaal komt in nieuwe handen en het startschot voor een familievete is gegeven.

Het klassieke verhaal van het familiebedrijf gaat als volgt. De eerste generatie stopt hart, ziel en vooral geld in een klein bedrijf. De tweede generatie ziet het levenswerk van hun ouders en investeren. Ze willen groeien. Maar dan komt de derde generatie. Geconfronteerd met de stress en de problemen van hun ouders, willen ze misschien wel een andere richting inslaan?

Maar los van alle moeilijkheden, zijn veel bedrijfsleiders ongelooflijk gepassioneerd. Textiel is gewoon sioneerd een deel van hun identiteit. identiteit Hoe verklaar je anders dat Pierre Lanneau beslist niet de naam van zijn bedrijf te veranderen (dat zou voor te veel rompslomp zorgen) maar zijn eigen achternaam te wijzigingen naar de naam van zijn zaak? Zo werd Lanneau ook Lano. Of de wever die een deal sloot met de lokale parochie: een stuk grond kon worden overgedragen aan de parochie, op voorwaarde dat de eigenaar kon begraven worden naast zijn fabriekje. Hij wilde de getouwen horen draaien vanuit zijn graf!

Door de veranderende markt en de niet-aflatende innovatie van producten moeten vele bedrijven met een stamboom zich heruitvinden of in een heel specifieke niche specialiseren.


En vandaag? In jaren 1990-2000 gaan heel wat bedrijven overkop. De vele faillissementen zijn voor werknemers een schok. Hoewel ze vaak wel ‘iets’ voelen aankomen, doet het pijn te zien dat het bedrijf waar ze soms tot veertig jaar voor hebben gewerkt de boeken moet toedoen. Vakbonden doen op het einde van de jaren 90 bijna niets anders meer dan van de ene curator naar de andere gaan om overeenkomsten af te sluiten over schadevergoedingen. Sommige arbeiders voelen dat het textielverhaal ten einde is. De populariteit van tapijt en meubelstof in de huiskamer is verdwenen. Er volgt een uitstroom van mensen die lang in textiel hebben gewerkt richting de bouw- of metaalindustrie, sectoren waar je meer kan verdienen. Textiel staat namelijk niet bekend als een grote betaler.

8

Ook het textielonderwijs begint weg te smelten. De kleine bedrijfjes worden opgeslokt door de grote. Wie vandaag overleeft, is ofwel erg groot ofwel hypergespecialiseerd. De productie blijft redelijk stabiel, alleen is de tewerkstelling sterk gedaald. Meer met minder dus. Dat komt door een verbeterde organisatie van productie, een sterke modernisering van het machinepark, heroriëntering van producten en een verhoogde arbeidsdruk. Vandaag houdt vooral de tapijtsector en het hoogtechnologisch textiel stand, terwijl de vraag naar meubelstoffen bijna volledig verdwenen is. Ook de structuur van veel bedrijven is veranderd. Waar voorheen familiebedrijven de scepter zwaaiden in de regio, zijn deze nu bijna allemaal in handen van multinationals.

T V - d o o s toont w o l s van het De een pro boo duc t

msc iep hee roces rder vand aag.


foto: privécollectie Geert Vandenbossche , Balta Group

10

D e d

m cu o

t a n e

ri e d

s itatie de familie Tybergh bont-im s o ein b o ij per chetst het im

de ium slu itin v a n g.


Colofon

‘Tapijtsgeest. Een kamerbreed vehaal over tapijt, velours en ander pooltextiel’ is een eenmalige uitgave van erfgoed zuidwest. Dit past binnen de tentoonstelling tapijtsgeest die van 2020 -2022 rondreist in de regio. verantwoordelijke uitgever: Griet Vanryckegem, voorzitter zuidwest President Kennedypark 10, 8500 Kortrijk concept en uitvoering: erfgoed zuidwest, President Kennedypark 10, 8500 Kortrijk vormgeving: Manon De Cuyper www.erfgoedzuidwest.be www.tapijtsgeest.be erfgoed@zuidwest.be


Veel dank aan alle getuigen die hun verhalen met ons deelden: Albrecht Lefevre, Aloïs Vanessche, André Dewaele, André Cottenie, Annie Furniere, Antoon Flo, Chantal Depaemelaere, Christiaan Deravelinghien, Christian Devos, Christophe Cottenie, Eric Deketele, Etienne Blancke, Etienne Kerwyn-Delmotte, Etienne Vanheuverbeke, Etienne Laevens, Fatima El Ghazoini, Frans Hellyn, Frans Kemseke, Frans Houthoofd, Geert Tansens, Ginette Depaemelaere, Godelieve van Glabeke, Greet Verschatse, Greta de Rycke, Guido Malfait, Hannelore Biebau, Hendrik Flo, Hervé Windels, Heidi Debakker, Heinz Baert, Jan Vererfve, Jean-Pierre Coucke, Joël Baert, Johan Courtens, John Demeyer, Jonas Vansteenkiste, Joseph Vanderbeken, José Tack, Jules Godefroid, Karel Demeulemeester, Karel Coppens, Leen Deleersnyder, Luc Dheedene, Luc Putman, Luc Verbrugghe, Marc Vergote, Marc Van Hoe, Marc Beke, Marc Hellyn, Marc Van den Hoven, Marc Vlaeminck, Myriam Ragolle, Pascal Meersschaert, Pascal Ghekiere, Pierre van Neder, Piet Toye, Piet Dheedene, Philippe Vlerick, Pol Ostyn, Reza Hatamian, Roger Voet, Roger Terryn, Roos Blomme, Steven Landries, Steven Bels, Sofie en Kristof Vandewoestijne, Stijn Goossens, Walter Coucke, Walter Casaert, Walter Devos, Willy Denoulet, Willy Vanginste, Wouter Baert, Youri Devlaminck, Saar Bruneel & Bo Billiet Bedankt aan alle bedrijven en partners die tijd maakten voor Tapijtsgeest en ons hielpen aan informatie, foto’s of stalen: Balta, BIC-Carpets, COBOT vzw, Cottenie bvba, Creatuft, Decadesign, Finipur, Fedustria, GG Delabie, Lano, McThree, Movelta, Motive, Ragolle, Tansens en Casaert, Osta Carpets, 3D-weaving, Heemkring Dorp en Toren, Texture, Stadsarchief Harelbeke, Stadsarchief Waregem, Industriemuseum, ETWIE, de Spinspoele, De Gaverstreke, Wibilinga, Rijksarchief Kortrijk, de bezoekers van de wekelijkse markt die halt hielden bij ik-xploreer-mee…