Page 1

‘Het is een jongen!’ Blij kijkt vader Hans Luther naar zijn zoon. De kleine jongen ligt tevreden bij zijn moeder in de armen. Het is 10 november. Buiten is het koud, maar binnen is het warm. Dat is goed voor de baby. Wat zijn vader en moeder Luther dankbaar voor de geboorte van hun zoon! De volgende morgen gaat vader Luther met zijn zoon in de armen op weg naar de Petruskerk. De baby is in een warme doek gewikkeld. In de kerk wacht de pastoor hem al op. Samen lopen ze naar de doopvont voor in de kerk. Daar wordt de kleine jongen gedoopt.

6

Het is 11 november, de dag van de heilige* SintMaarten. Daarom wordt het jongetje Maarten genoemd. Dit gebeurt in het jaar 1483, meer dan 500 jaar geleden. De familie Luther woont in Eisleben, een stad midden in Duitsland. Vader Luther werkt onder de grond in een mijn. Daar hakt hij koper*. Vader Luther werkt hard. Zo verdient hij geld om voor zijn gezin te kunnen zorgen. Want vader Hans en moeder Margaretha krijgen na Maarten nog meer kinderen.


‘Kom op, Maarten, je moet naar school!’ Moeder geeft haar jongen een duwtje. Even later loopt Maarten door de straten van Mansfeld. Dat is de stad waar ze nu wonen. Maarten is al zeven jaar, dus hij moet de hele week naar school. Als Maarten bij school aankomt, staat de meester al te wachten. ‘Dag Maarten, je bent nog net op tijd vandaag.’ ‘Dag meester’, groet Maarten terug. Hij gaat snel op zijn plek zitten.

De tijd op school is niet altijd fijn. De meester is streng. Als iemand niet luistert, deelt de meester strafwerk uit. Maar vaker geeft hij een pak slaag. Eén ding vindt Maarten heel fijn. Dat is muziek. Maarten houdt van zingen. ‘Do re mi fa sol la ti do!’ Maarten oefent een toonladder om zijn stem warm te laten worden. Straks mag hij met het jongenskoor zingen in de kerk. Hij heeft er nu al zin in!

Maarten leert lezen, schrijven en rekenen op school. Ook leert hij veel dingen uit de Bijbel, zoals het Onze Vader en de Twaalf Artikelen. Die moet hij uit zijn hoofd opzeggen.

7


‘Zullen we gaan, jongens?’ Maarten loopt voor zijn vrienden uit. Deze avond gaan ze weer zingen bij de huizen in Eisenach. In deze stad gaat Maarten nu naar school. Hij leert er nog meer vakken. Dat is nodig om later naar de universiteit te gaan. Gelukkig kan Maarten goed leren. Als hij 12 jaar is, kan hij al vloeiend Latijn spreken. In Eisenach woont Maarten samen met andere jongens in een huis. Om aan eten te komen, gaan de jongens langs de huizen om te zingen. Ze hopen dan dat er mensen zijn die hun eten of geld zullen geven voor het zingen. Bij een groot en deftig huis blijft het groepje jongens staan.

8

Ook daar zingen zij een lied. Het klinkt heel mooi. Kijk, daar gaat de deur open. Een vrouw geeft de jongens wat geld. ‘Dank u wel, mevrouw’, klinkt het beleefd. Al zingend lopen de jongens weer verder. Bij het volgende huis krijgen ze een stuk brood. En weer iemand anders geeft hen ook wat geld. Aan het eind van de avond is er genoeg door hen verdiend om eten te kopen. Deze avond gaan ze niet met een hongerige maag naar bed. Gelukkig maar!


De jongens zingen ook bij het huis van de familie Cotta. De deur gaat open. Mevrouw Cotta, die een deftige jurk aanheeft, luistert aandachtig naar het lied. Ze geeft de jongens wat geld en vraagt: ‘Komen jullie nog eens langs?’ ‘Natuurlijk mevrouw!’ zeggen de jongens in koor. Op een andere avond gaan ze weer langs het huis van de familie Cotta. Nu zijn ze met veel minder jongens. Mevrouw Cotta luistert weer naar hen. Ze ziet een van de jongens uit volle borst zingen. Als mevrouw Cotta weer binnen is, zegt ze tegen haar man: ‘Die ene jongen, die heeft zo’n mooie stem! Zullen we hem eens uitnodigen om bij ons in de kamer te komen zingen?’

Niet lang daarna gaat Maarten regelmatig naar de familie Cotta. Het is er warm en gezellig. ‘Kom Maarten, zing nog eens wat voor ons’, zegt mevrouw Cotta. Maarten pakt zijn luit*. Hij speelt de eerste tonen van een bekend lied en begint dan te zingen. Al snel zingt iedereen mee. Wat is het heerlijk om samen muziek te maken! Aan het eind van de avond moet Maarten beloven nog eens terug te komen. Dat doet hij graag. Deze mensen zijn erg vriendelijk voor hem.

9


‘Dag Maarten, tot ziens!’ Vader Luther kijkt zijn zoon na. Maarten draait zich nog een keer om en zwaait naar zijn ouders. Dan loopt hij verder, de lange weg af. Hij gaat naar Erfurt, een stad in de buurt van Eisenach. In Erfurt staat een heel goede universiteit. Maarten gaat er rechten studeren, zodat hij later rechter of advocaat kan worden. Ja, vader Luther is blij dat Maarten zo’n knappe jongen is. Je zult het zien: Maarten wordt vast een belangrijke man!

10

Maarten studeert aan de universiteit van Erfurt. Hij moet hard werken om goede cijfers te halen, maar dat vindt hij niet erg. Maarten houdt ervan om met andere studenten te praten over de dingen die ze leren. Het zijn lange gesprekken over onderwerpen die belangrijk zijn. Maar diep in zijn hart voelt Maarten dat er maar één vraag echt belangrijk is: Wat is er nodig zodat God mij genadig zal zijn? Over die vraag praat hij niet vaak met andere studenten, maar hij denkt er wel veel over na.


Maarten loopt in het bos tussen Mansfeld en Erfurt. Hij is op bezoek geweest bij zijn ouders en gaat nu terug naar Erfurt. Hij is alleen en geniet van de natuur. Maar dan wordt het donker. De lucht betrekt, er komt onweer! Maarten gaat wat harder lopen. Hij wil snel het bos uit, voordat de bui losbarst. Maar dat lukt niet. De wind loeit. Het begint geweldig te onweren. Maarten ziet de felle bliksemstralen. Hij hoort de harde donder. Hij rent en rent; hij is zo bang! Opeens slaat er een bliksemstraal vlak naast hem in de grond. Maarten laat zich vallen. Hij vreest voor zijn leven. In grote angst roep hij uit: ‘Heilige Anna, help mij! Ik zal monnik worden!’

De onweersbui wordt minder, het wordt weer wat lichter in het bos. Langzaam komt Maarten overeind. Hij klopt zijn kleren af. De heilige Anna heeft hem gehoord. En zij heeft ook zijn belofte gehoord. Maarten gelooft dat God hem ook gehoord heeft. Hij knikt langzaam. Ja, hij heeft iets beloofd en dat moet hij nu ook doen. Hij zal monnik worden. Hij zal in een klooster gaan wonen. Dan kan hij daar de Heere dienen.

11

Profile for Erdee Media Groep

deontdekkingvanmaartenlutherd  

deontdekkingvanmaartenlutherd