Page 48

De rollen van het CvB en de RvT op het gebied van interne governance voldeden in het verslagjaar aan

Risico-objecten

de wettelijke kaders zoals deze zijn opgenomen in de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschap-

De Erasmus Universiteit is onderhevig aan diverse risico’s, waarvan het kernrisico inherent verbonden is

pelijk onderzoek. Wij zijn verder van mening dat onze beheersstructuur en –mechanismen toereikend

aan haar status van publiekrechtelijke onderwijs- en onderzoeksinstelling.

zijn en voldoende waarborgen bieden om de risico’s waaraan wij onderhevig zijn te onderkennen en te beheersen.

De Erasmus Universiteit opereert in een competitieve internationale omgeving, waar de ‘battle for talent’ aan de orde van de dag is. Om in dit speelveld te overleven is wetenschappelijke reputatie

Beheersingskader

essentieel. Een goede reputatie trekt talent en kwaliteit aan. Dit betekent dat excelleren een vereiste is

Het interne beheersingssysteem van de Erasmus Universiteit kent een scala aan instrumenten. Naast

om in dit speelveld te overleven. Ons strategisch risicobeleid is sterk gefocust op het treffen van maat-

de organisatiestructuur en de strategische kaderstelling bestaat ons systeem van interne beheersing uit

regelen waarmee de EUR zich profileert als een toonaangevende onderwijs- en onderzoeksinstelling.

reglementen en procedures die gericht zijn op het verschaffen van redelijke waarborgen, waardoor de belangrijkste risico’s van de organisatie worden geïdentificeerd en de doelstellingen uit het Strategisch

Zonder twijfel kan gesteld worden dat het economische klimaat in combinatie met het (supra) nati-

Plan worden gehaald; dit met inachtneming van de vigerende wet- en regelgeving. De belangrijkste

onaal overheidsbeleid gekoppeld aan ongedekte lastenstijgingen het grootste risico vormt voor het

onderdelen (niet limitatief) van de interne beheersing zijn:

Hoger Onderwijs in Nederland en ook voor de Erasmus Universiteit. Voor het realiseren van onze doel-

• het Strategisch Plan van de Erasmus Universiteit, waarin onze lange termijn strategische doelen en

stellingen is het essentieel actief de verschillende risico’s te adresseren en te beheersen.

doelstellingen zijn geformuleerd, en de doorvertaling ervan naar onderliggende convenanten met de beheerseenheden; • het Bestuurs- en Beheersreglement waarin de bevoegdheden van de beheersfunctionarissen, aange-

Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste onderkende risicogebieden en de mitigerende maatregelen. Deze risico’s zijn gerelateerd aan onze doelen en strategie.

steld door het CvB zijn geregeld; • de Regeling vermeende mistanden EUR, de z.g. klokkenluidersregeling;

Studentenaantallen blijven achter door overheidsbeleid en demografische ontwikkelingen

• de Regeling nevenwerkzaamheden, welke regels stelt voor de openbaarmaking van potentiële

De eerste geldstroom vormt een belangrijke inkomstenbron voor onze universiteit. Van de totale

belangenverstrengeling van onderzoekers en andere medewerkers; • de Integriteitcode waarin een drietal begrippen centraal staan: professionaliteit, teamwork en fair play; • een begrotingscyclus die bestaat uit een kaderstelling, begrotingsplannen en een instellingsbegro-

inkomsten van de EUR komt meer dan 50% uit Rijksbijdrage en collegegelden. Het merendeel wordt sterk beïnvloed door de studentenaantallen en de studieprestaties. Deze geldstroom staat onder druk door student gerelateerde maatregelen zoals een sociaal leenstelsel en beleidsmaatregelen gericht op studieversnelling, maar ook door de huidige bekostigingsmethodiek.

ting. Het CvB keurt de begrotingsplannen van faculteiten en overige organisatieonderdelen goed. Zij vormen de basis voor de instellingsbegroting die wordt goedgekeurd door de Raad van Toezicht; • meerjarige cashflowprognoses, gebaseerd op resultaatprognoses en een meerjarige investerings-

Qua studentenaantallen is de verwachting dat de invoering van een sociaal leenstelsel een grote impact zal hebben op het studentvolume en daarmee op ons inkomen. Uit een recent onderzoek4 uitgevoerd

agenda; deze prognoses worden een aantal malen per jaar bijgesteld, aan de hand van de laatste

in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken komt naar voren dat bij invoering van het leen-

financiële inzichten;

stelsel 10% van de bachelor studenten niet zou gaan studeren. Dit percentage ligt hoger als ook het

• een bottom-up gevoed stelsel van tweemaandelijkse rapportage aan het CvB over financiële en

OV-reisproduct wordt afgeschaft. Het CPB berekende eerdere een lagere daling5. Een daling van 10%

niet-financiële feiten, met een afschrift aan de Raad van Toezicht; de rapportages kijken niet alleen

van de bachelor instroom bij de EUR (= ca. 300 studenten) leidt over een totale studieduur (BA en MA)

naar hetgeen gerealiseerd is maar er wordt ook een eindejaarsprognose opgesteld;

tot een verlies aan inschrijf- en diplomabekostiging van ongeveer M€ 5,0. Daarbovenop is er ook nog

• een stelsel van periodieke bilaterale overleggen tussen het CvB en de organisatieonderdelen, alsmede periodieke bestuurlijke overleggen tussen het CvB en de decanen gezamenlijk;

een verlies aan collegegeld van ca. M€ 3. Naast beleidsmatige ontwikkelingen wordt ook verwacht dat door demografische ontwikkelingen de aantallen na 2024 zullen afnemen.

• gestructureerde spend-analyses en het werken met een inkoop- en aanbestedingskalender ten behoeve van rechtmatig inkopen; • Finance/Legal/Adminstrative/Tax (FLAT)-toets bij grote en/of langdurige projecten/contracten die bepaalde grenzen te boven gaan ( groter dan k€ 250 of langer dan vier jaren)

Qua bekostiging geldt dat de omvang van het Makrokader afhankelijk is van de ontwikkeling van de studentenaantallen en niet van de studieprestaties. In de huidige systematiek leidt iedere student minder (of meer) in principe tot een afname (ophoging) van het Makrokader met € 6.600 (Begroting

• een Treasury Statuut dat voldoet aan de Regeling Beleggen en Belenen; overtollige liquiditeiten

OCW 2014). Indien de studentenaantallen krimpen door diverse beleidsmaatregelen en tegelijkertijd de

zetten wij primair weg bij Nederlandse banken met ten minste een A-rating. Wij zorgen tevens

studieprestaties stijgen, leidt de huidige bekostigingssystematiek tot een verlaging van het inkomen van

zoveel mogelijk voor een spreiding van onze liquiditeiten over meerdere financiële instellingen;

universiteiten bij gelijkblijvende inspanningen en kosten.

• de jaarlijkse getrapte Letter of Representation, waarin (sub)beheerders verklaren in te staan voor de volledigheid en juistheid van de informatie m.b.t. relevante financiële beheersfeiten binnen hun mandaatgebied; • het Audit Committee, dat als subcommissie van de Raad van Toezicht, ten minste twee keer per jaar vergadert en extra aandacht schenkt aan het financieel economisch reilen en zeilen van de universiteit in brede zin en daarover rapporteert aan de Raad van Toezicht.

94 | Erasmus Universiteit Rotterdam | Jaarverslag 2013

4 Scienceguide, 27 maart 2014 5 CPB notitie, 18 januari 2013, Deelname effecten van de invoering van het sociaal leenstelsel in de bachelor- en masterfase

Jaarverslag 2013 | Erasmus Universiteit Rotterdam | 95

Profile for ErasmusWebService

Jaarverslag 2013 Erasmus Universiteit Rotterdam  

Jaarverslag 2013 Erasmus Universiteit Rotterdam  

Advertisement