__MAIN_TEXT__

Page 1

LIEFDE IN TIJDEN VAN TINDER

11-2019 / # 19

voor alumni & vrienden


VOORWOORD

INHOUD

14

Over geluk Chief Happiness Officer Martijn Burger doet onderzoek naar de vraag hoe gelukkig mensen zijn. ‘Door mensen van informatie te voorzien over geluk, kunnen zij betere keuzes maken.’

Welbevinden

18

Dating

Elisabeth Timmermans (28, auteur van Liefde in tijden van Tinder) en Shangwei Wu (27) onderzochten de troeven en valkuilen van dating­ apps. Een gesprek over status, monogamie, stigma’s én liefde.

48

Studententijd De manier waarop minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Carola Schouten in het leven staat, werd gevormd tijdens haar studie bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit. ‘Het was de mooiste tijd van mijn leven.’

En ook 04 Familieportret

13 Goed bezig

06 Update

14 In gesprek

07 Uit de kunst

18 Uitgelicht

41 Development

08 Trowback

24 Mijn werkplek

46 Onderwijsinnovatie

09 Erasmus & you

26 Brilliant minds,

48 Mijn studententijd

COLOFON

10 Daarom Rotterdam

Hoofdredacteur Carien van der Wal Art director Anke Revenberg Eindredacteur Nederlands Judith Postema Eindredacteur Engels Siji Jabbar Corrector Sander Meij Redactie-assistent Hugo Koppe Acquisitie Crossmedia Vormgeving Ontwerpwerk, Den Haag Druk De Bondt

in de praktijk

great ideas

Medewerkers Yasmina Aboutaleb, Pauline Bijster, Cora Boele, Claudia Broekhoff, Monique Broring, Claudie de Cleen, Lotte Dirks, Harriet Duurvoort, GettyImages, Eva Hoeke, Mark Horn, Anneke Hymmen, iStock, Inge Janse, Janneke Juffermans, Karin Koolen, Dennis Mijnheer, Jasper Monster, Moker Ontwerp, Marieke Poelmann, Anne Reitsma, Suzanne Rethans, Carolyn Ridsdale, Sanne Romeijn, Room/Unsplash, Erik Smits, Mark Uyl, Margot Vlamings, Sjoerd Wielenga, Monique Wijbrands, Maarten Wolterink

3

27 Wetenschap

© Erasmus Universiteit Rotterdam Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Adreswijzigingen kunt u doorgeven aan Hugo Koppe: hugo.koppe@eur.nl / 010-4081110.

COVERIBEELD KRISTA VAN DER NIET

Negativiteit en steeds groter ­wordende tegenstellingen in onze samenleving lijken een trend te ­worden. Reden voor de redactie om een positief nummer te maken. We zijn blij verrast dat er aan de Erasmus Universiteit veel wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan naar het welbevinden van mensen. Of het nu gaat om het meten van geluk op het platteland en in de stad, eeuwig jong blijven, positieve psychologie, ­ontstressen of de liefde. Weten­ schapper Elisabeth Timmermans schreef het boek Liefde in tijden van Tinder over de invloed van social media op ons liefdesleven. Reden om deze liefdesgoeroe te vragen om de laatste ea. van dit jaar mede samen te stellen. Een interview met Elisabeth en medeonderzoeker Shangwei Wu mag in dit nummer waarin liefde en vriendschap centraal staan natuurlijk niet ontbreken. Het was lastig kiezen uit de onder­ werpen, we hadden makkelijk twee nummers kunnen maken, maar we zijn blij met het resultaat. Nu 2019 ten einde loopt, wensen wij jou alvast mooie vriendschappen en veel liefde in het nieuwe jaar toe. Lang leve de positiviteit! De redactie


FAMILIEPORTRET

Ze gaan naar dezelfde universiteit, volgen zelfs dezelfde opleiding. En Cara was ook nog buddy van een vriend van Nicole. Toch waren de Rotterdam Pride en de koppelpogingen van vrienden nodig om Cara Sainsbury (links op de foto) en Nicole van de Vorst bij elkaar te krijgen.

C

ara en Nicole zitten naast elkaar in NRC Rotterdam als we hen treffen voor het interview. Ja, die Pride van twee jaar geleden was bepalend, steekt Cara van wal: ‘Onze vrienden zagen het al helemaal ­zitten en waren weinig subtiel. Iedereen was aan het flikflooien met elkaar die dag, maar Nic en ik hebben eigenlijk

alleen maar zitten ­praten. Dat voelde zo goed! Eenmaal thuis kreeg ik een voor­ zichtig appje: of ik, heel misschien, als ik het leuk zou vinden, eens met haar op date wilde. Ik zei meteen ja!’ Nicole: ‘Tijdens die date sprong de vonk over en is het hard gegaan. We denken over veel dingen hetzelfde, kunnen heel goed praten. Dat maakte ons samenzijn zo ontspannen. En Cara is een heel knappe, lieve en sociale meid. Daar viel ik voor.’ Cara: ‘Nic is juist best verlegen, maar ook sociaal. Als ik dan zie dat ze het ­ spannend vindt maar toch gesprekken aangaat, vind ik dat stoer én lief. Ik was als eerste echt verliefd. Al na de derde date riep ik bij het afscheid: ik hou van je.

4

Het floepte eruit, ik ben snel weggelopen.’ Nicole: ‘Ik wist altijd dat ik op vrouwen viel, maar in het dorp waar ik opgroeide voelde uit de kast komen toch een beetje gek. Pas in Rotterdam durfde ik mezelf te zijn. Er ging een wereld voor me open, ik kwam tot bloei! Ik zou in de toekomst wel meer willen doen voor LHBTacceptatie.’ Cara: ‘We gaan regelmatig uit, samen of met de vriendengroep. Soms naar LHBTfeesten, maar eigenlijk komen we overal. Rotterdam is heel gay-friendly. We kregen ooit eens een vervelende opmerking te horen op straat toen we hand in hand l­iepen, maar daar is het gelukkig bij gebleven.’


TEKST: Karin Koolen FOTO: Erik Smits

‘We hebben nog zoveel tijd samen. Eerst maar eens afstuderen en een tijdje werken’

Nicole: ‘We zien elkaar vaak, maar wonen nog niet samen. Ik ga binnenkort op exchange naar Barcelona.’ Cara: ‘Toen we net samen waren, moest ik besluiten of ik voor zes maanden naar Nieuw-Zeeland wilde voor een exchange. Lastig, maar we vonden allebei: je moet jezelf zo’n kans niet ontzeggen. Fijn dat Nic naar Barcelona gaat, dat is goed te bereizen, maar als ze naar Australie had gewild, had ik haar ook aangemoedigd.’ Nicole: ‘Cara gaat ondertussen een bestuursjaar doen. We hebben nog zoveel tijd samen. Eerst maar eens afstuderen, een tijdje werken ... En dan de volgende stap. Want dat we samen willen blijven, staat als een paal boven water.’

Links zit Cara, rechts Nicole.

5


UPDATE

FOTO: GETTYIMAGES

TEKST: Pauline Bijster

NIEUWE STRATEGIE IN DE GEEST VAN ERASMUS Divers & inclusief Omdat de Erasmus Universiteit ernaar streeft een diverse en inclusieve universiteit te zijn, worden er kansen geboden aan mensen met een arbeidsbeperking. Voor het einde van het jaar zullen 78 mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst zijn. Nu zijn dat er nog 30.

Deze herfst is de nieuwe strategie van de universiteit gepresenteerd voor de komende vijf jaar. ‘Creating positive societal impact, the Erasmian way’ is de nieuwe missie. De universiteit wil een bron voor positieve verandering zijn. In de geest van Erasmus: maatschappelijk betrokken, wereld-georiënteerd, verbindend, ondernemend en ruimdenkend.

SAMENWERKING OP HOOG NIVEAU Om bij te kunnen dragen aan oplossingen voor grote maatschappelijke vraagstukken van deze tijd, werken de Universiteit Leiden, de Technische Universiteit Delft en de Erasmus Universiteit samen in de strategische alliantie Leiden-Delft-Erasmus. De vier themagebieden waarin onderzoek plaatsvindt, zijn duurzaamheid, inclusiviteit, gezondheid en digitalisering. Lees meer op leiden-delft-erasmus.nl

Volledig rookvrij

EXTRA STUDIEPLEKKEN

od

rik

6

prof .D an

iR

Campus Woudestein is constant in ontwikkeling. Voor dit collegejaar staan weer twee grote nieuwbouw­­ projecten op de agenda: een nieuw sportgebouw, en een nieuw multifunctioneel onderwijsgebouw, met zo’n 560 extra studieplekken. De opening van beide gebouwen staat gepland voor 2022.

Op 8 november 2019 viert de universiteit haar 106de verjaardag. Deze Dies Natalis zal in het teken staan van het Jan Tinbergenjaar. Jan Tinbergen ontving vijftig jaar geleden de Nobelprijs in de economie. In het programma wordt gekeken naar de erfenis van wijlen Tinbergen op de economie van nu. De volgende twee eredoctoraten zijn voorgedragen en gehonoreerd: prof. Esther Duflo (Massachusetts Institute of Technology) en prof. Dani Rodrik (o.a. Harvard University). Esther Duflo was dit jaar één van de drie winnaars van de Nobelprijs voor de Economie.

er flo Du

560

DIES NATALIS IN HET JAN TINBERGENJAAR

th

FOTO: ANDRZEJ BARABASZ

prof. Es

FOTO: L. BARRY HETHERINGTON

Omdat de universiteit waarde hecht aan een gezonde werken leeromgeving, zal campus Woudestein vanaf augustus 2020 volledig rookvrij zijn. In het overstapjaar (vanaf nu tot juli 2020) is roken alleen nog toegestaan in vijf speciale rookzones.


UIT DE KUNST

TEKST: Harriet Duurvoort

Het hart van een Nana Uit de kunstcollectie van de Erasmus Universiteit komt dit kunstwerk van Niki de Saint Phalle. Haar Nana Power Heart is vrolijk en lieflijk en refereert aan de kracht en veerkracht van vrouwen. Ligt het aan mij, of zijn vrouwelijke kunste­ naars altijd maatschappelijker geëngageerd dan mannelijke? ‘Het persoonlijke is politiek’ versus ‘het persoonlijke is persoonlijk’? Het gaat in elk geval op voor het werk van Niki de Saint Phalle, een van de invloed­ rijkste kunstenaars uit de revolutionaire kunstscene van de jaren zestig en een van de weinig vrouwelijke. De Saint Phalle, geboren in Frankrijk, in een katholiek, upper middle class bankiersgezin, als dochter van een Franse vader en Amerikaanse moeder, rebelleerde vanaf haar prille jeugd tegen het verstikkende stramien waarin ze als vrouw in het bourgeois milieu van haar ouders werd gedwongen. Toen ze drie jaar was, verhuisde het gezin naar New York. Op haar elfde werd ze seksueel misbruikt door haar vader. Later verwerkte ze deze ervaring in haar surrealistische film Daddy. In de Tate Gallery in Londen is een object uit die film te zien; een grote fallus in een doodskist. Ze werd model, trouwde op haar negen­ tiende en had een tumultueus huwelijk met schrijver Harry Matthews met wie ze twee kinderen kreeg. Ze raakte manisch. Terwijl ze was opgenomen in een psychiatrische kliniek in Nice en werd behandeld met elektroshocks, begon ze met het maken van kunst. Dat was dermate heilzaam dat ze al na een paar weken de kliniek kon verlaten. Ze wist nu dat kunst voor haar noodzakelijk was om te overleven. In 1955 begon haar samenwerking met de Zwitserse kunstenaar Jean Tinguely, een nieuw-realist, met wie ze later zou trouwen. Haar grootste roem ontleent ze aan grote, uitbundig vrolijke, krachtige en speelse vrouwenbeelden; Nana’s. Nana is De Saint Phalles interpretatie van de vrouw als icoon.

Haar versie van Eva, van Venus, van de vrouw als Moeder Natuur met oerkracht. Ze zijn enorm, rond en voluptueus, lijken niet gemodelleerd naar de frèle, tengere De Saint Phalle zelf. ‘I love roundness, curves, waves … The world is round, the world is a breast. I don’t like right angles. They scare me.’ Nana’s refereren aan vrolijkheid, kinderlijke levenslust, maar tegelijk naar de kracht en veerkracht van vrouwen. Het werk dat de Erasmus Universiteit in het bezit heeft, Nana Power Heart, is vrolijk, bijna kinderlijk. Het hart van een Nana. De krachtige oer­ vrouw is vooral ook liefdevol. NB: Museum Beelden aan Zee in Scheveningen viert dit najaar het 25-jarige jubileum met een groot oeuvreoverzicht van Niki de Saint-Phalle.

7

DE COLLECTIE GROEIT

In 1963 begon de Erasmus Universiteit met het opbouwen van een kunstcollectie. Aanvankelijk richtte de collectie zich op heden­­­ daagse grafiek, na 2000 werd de collectie ook uitgebreid naar kunstvormen als foto­­grafie, schilderijen en installaties. Het doel: studenten in aanraking laten komen met kunst, en de universiteit esthetisch verantwoord verfraaien. Als algemeen uitgangspunt wordt gestreefd naar kwaliteit; bepaald door artistiek niveau, mate van originaliteit, kunsthistorisch belang en technische uitvoering. Niet alleen van ­gerenommeerde kunstenaars wordt werk aangekocht, ook van jonge ­kunstenaars die talentvol en veelbelovend zijn.


THROWBACK

TEKST: Cora Boele, Academsich Erfgoed UB / SUHK BRON: Quod Novum, 29ste jaargang, no. 21 - 14 februari 1996 FOTO: Levien Willemse

Romantiek op Woudestein Valentijnsdag is de dag waarop geliefden elkaar extra aandacht geven met cadeautjes, bloemen en kaarten. En voor stille minnaars biedt die dag, 14 februari, een uitgelezen kans om anoniem een attentie te laten bezorgen bij de man of vrouw van hun dromen. Halverwege de jaren negentig waaide het verschijnsel ­definitief over uit de Angelsaksische wereld en ging een eigen commercieel leven leiden in Nederland. Het fenomeen werd onmiddellijk op een opmerkelijke wijze bij de EUR ingezet.

verdeeld voor het opzetten van een eigen bedrijf met als verkoopartikel: geschenken voor Valentijns­ dag. Theorie en praktijk gingen zo hand in hand. Wie als beste uit de bus kwam, won 1.000 gulden. Verdeeld achter een aantal tafels boden veertien eerstejaarsstudenten Bedrijfskunde passende ­presentjes aan. Met mooi verpakte mandjes trachtten deze twee studenten kopers te verleiden er eentje af te nemen. De inhoud laat zich raden. Naast een flesje wijn zal er ongetwijfeld een doos bonbons bij zijn geweest of een andere lekkernij. Als lokkertje stonden in ieder geval snoepjes in ­hartvorm gereed. Of dit ondernemersduo in spe met de hoofdprijs naar huis is gegaan, vermeldt Quod Novum – het onvolprezen nieuwsblad van de EUR – niet. Maar de journalist vroeg zich wel af: was het pure liefde of puur winstbejag?

In het kader van het vak Bedrijfskundige visies waren in 1996 in de collegezalenhal van Woudestein maar liefst drie dagen lang valentijns­ cadeaus te koop. Onder de eerstejaarsstudenten Bedrijfskunde was een budget van 800 gulden

8


ERASMUS & YOU

TEKST: Pauline Bijster FOTO: Sanne Romeijn

‘Kinderen zijn niet veilig in weeshuizen’ Als gevolg van weeshuistoerisme worden kinderen misbruikt en illegaal geadopteerd. Kristen Cheney deed er onderzoek naar. ‘Het echte probleem is niet dat er veel wezen zijn, maar dat er veel armoede is.’

H

et International Institute of Social Studies (ISS) raadt mensen met klem af om vrijwilligerswerk te doen in Afrikaanse weeshuizen of om zelfs maar een bezoek te brengen aan die weeshuizen. Dit is een onderdeel van de campagne #StopOrphanTrips. Hoofddocent (associate professor) Children & Youth Studies aan de EUR Kristen Cheney is actief binnen deze campagne. Door de opkomst van wees­huizen als verdienmodel en het weeshuis­toerisme zijn ontzettend veel ­kinderen van hun eigen, nog levende, familie­ leden gescheiden. Puur vanwege het geld. Dat stelt Cheney, gebaseerd op haar onder­ zoek over deze weeshuisindustrie: ‘Het echte probleem is niet dat er veel wezen zijn, maar dat er veel armoede is, en weinig bescherming voor de kinderen.’ Sociale zekerheid Cheney deed onderzoek in Oeganda, mogelijk gemaakt door de Fulbright Commission. ‘Op het hoogtepunt van de hiv-epidemie in 1992, toen kinderen werkelijk wees werden, was er maar een handjevol weeshuizen. De meeste kinderen werden opgevangen door een tante of een oma. Er bestond een vrij goed functionerend systeem van sociale zekerheid. Een mechanisme in de cultuur dat de kinderen beschermde. Gek genoeg was er in de ­periode na 2007 een enorme toename aan weeshuizen te zien, in dezelfde periode kwam door een maas in de wet internationale (illegale) adoptie op, terwijl het aantal wezen afnam.’ In 2017 verscheen Cheney’s boek hierover: Crying for Our Elders: African Orphanhood in the Age of HIV and AIDS.

levende ouder. Vaak wonen die zelfs vlakbij. Wij noemen het hier weeshuis, daar wordt het gepromoot door recruiters als een gratis school, gerund door vriendelijke buiten­ landers. Kinderen uit arme families worden erheen gelokt. En de ouders tekenen formu­ lieren, waarmee ze de kinderen afstaan en soms nooit meer terugkrijgen.’ Vanwege de opkomst van weeshuistoerisme nam het aantal weeshuizen snel toe, illegale adoptie kreeg vrij baan. Geen veilige plekken Los daarvan: je kunt een weeshuis niét zien als een veilige plek. ‘Misbruik in weeshuizen komt vaak voor. Uit literatuur weten we ook dat weeshuizen geen goede plekken zijn voor de ontwikkeling van kinderen, het is niet voor niets dat we ze in het Westen niet meer hebben.’ Cheney doelt op seksueel misbruik, maar ook op hechtingsproblemen. Kinderen uit weeshuizen worden later vaak dakloos, blijkt uit onderzoek. Ze komen sneller in de criminaliteit en de prostitutie terecht, en zelfmoordcijfers zijn hoog. ‘Kinderen hebben een familie nodig, niet steeds wisselende medewerkers.’

Het geld moet naar de families Met weeshuizen bezoeken houden we deze nare industrie in stand. In ‘goede’ weeshuizen’ gelooft Cheney niet: ‘Het is nooit een goede plek voor kinderen om op te groeien. UNICEF heeft nu gelukkig gezegd dat een kind onder de drie niet langer dan drie maanden in een weeshuis mag wonen: elke maand dat ze daar zitten, gaan ze terug in ontwikkeling.’ Een oplossing ziet ze wel. ‘Ik denk dat we de weeshuisindustrie in ons leven nog k ­ unnen beëindigen. Maar het discours moet verlegd worden. De wees­ huizen kunnen worden omgebouwd tot community centers. Het geld moet naar de families die de ­kinderen onderhouden, niet naar de weeshuizen. Dat is minder ‘Instagrammable’ maar heel belangrijk. Onder andere in Rwanda is al besloten dat alle weeshuizen gesloten moeten zijn in 2020.’

NAAM: Kristen Cheney STUDIE: Antropologie (MA &

PhD) aan de University of California, Santa Cruz FUNCTIE: Associate Professor in Children & Youth Studies bij het International Institute of Social Studies, Erasmus Universiteit Rotterdam

Kinderen worden erheen gelokt De verklaring? Geld. Cheney: ‘In 1992 zaten er misschien 3000 kinderen in Oeganda in een weeshuis. Nu 50.000. De meesten, minstens 80 procent, hebben nog een

vrijstaand maken svp

9


10


DAAROM ROTTERDAM

TEKST: Karin Koolen FOTO: Anne Reitsma

‘Wij laten studenten hun wereld verbreden’ Een app die die ervoor zorgt dat studenten zich breder oriënteren dankzij een overzicht van álle events op de universiteit. Dat is Uni-Life van bedenkers Thomas Smulders en Joep Annega. ‘Studenten sluiten zich aan bij één vereniging, daardoor missen ze veel. Dat moest anders, vonden wij.’

I

n het Erasmus Paviljoen op campus Woudestein haalt Thomas Smulders zijn telefoon tevoorschijn. Hij opent de app. ‘Een student maakt een profiel aan,’ legt hij uit. ‘Meldt van welke universiteit hij lid is, welke interesses hij heeft: sport, culture, consultancy … Gebaseerd op die interesses krijg je events te zien en die kun je vervolgens naar links of rechts swipen, of meteen aan je agenda toevoegen.’

Thomas: ‘Nu heb je Community for Learning & Innovation (CLI), waarmee ideeën makkelijker gehoord worden; wij moesten het wiel echt uitvinden. Een pittige, maar leuke uitdaging.’ Van groepjes naar één community Vervolgens brak er een testjaar aan. Waar liepen ze tegenaan? ‘Eerstejaars zijn nog heel open en toegankelijk,’ zegt Joep. ‘Tijdens de Eurekaweek vertelden we over onze app en die gingen studenten dan ook gebruiken. Lastiger was het om derde- en vierdejaarsstudenten te bereiken. Die zitten immers al bij een vereniging, hebben een netwerk en eigen communicatiekanalen. Zij weten wat er gebeurt.’ ‘Maar,’ benadrukt Joep, ‘ze missen een heleboel.’ En precies daar ligt volgens de mannen de meerwaarde van Uni-Life. Thomas: ‘Je ziet dat studenten vaak in de eerste paar weken al een vaste vrienden­ groep opbouwen en zich bij een vereniging aansluiten. Dat is het vaak dan wel voor de komende jaren. Wij willen juist dat ze uiteen­ lopende events bezoeken van diverse ­verenigingen en hun netwerk verbreden, nieuwe dingen ontdekken.’ Geen groepen meer, maar één grote Erasmuscommunity, kortom. ‘En dat proces kost tijd,’ stelt Joep. ‘Eerstejaars groeien met onze app op. Voor het nieuwe studiejaar willen we dat nóg efficiënter gaan aanpakken, ook via social media. Het zou mooi zijn als dit het enige platform is en dat iedereen actief betrokken is bij de uni. Dan kom je op de campus ook overal bekenden tegen,

95 procent in de prullenbak Simpel en doeltreffend. De app heet Uni-Life en is al een aardig succes. Het verhaal van Thomas Smulders en zijn vriend en zakelijk partner Joep Annenga begon bijna drie jaar geleden. Beiden studeerden International Business Administration aan de Erasmus. Joep: ‘We liepen eens uit een college en kregen wéér een flyer. Hoe kan dit nog steeds één van grootste informatiebronnen zijn, vroeger we ons af. We hebben toen een onderzoekje gedaan. Wat bleek? 95 procent van de flyers werd binnen vijf minuten weg­ gegooid.’ Thomas valt zijn vriend bij. ‘Voor de lol schreven we een businessplan. Dat was al heel leuk, zeker voor ons als bedrijfskunde­ studenten. Maar ineens dachten we: dit kan misschien wat worden.’ Joep: ‘We hebben gedurende een halfjaar heel veel mensen binnen de universiteit gesproken, tot we uiteindelijk bij het College van Bestuur zaten en support kregen. Zij wilden dat wij het officiële evenementen­ platform zouden worden. We zijn toen met een extern developmentteam om tafel gaan zitten.’

11


DAAROM ROTTERDAM

‘Uni-Life moet doorgroeien. Amerika! Maar ook natuurlijk alle uni’s in Nederland’ niet alleen bij de vereniging of tijdens ­colleges, maar ook in de bieb, bij EP of in de Food Plaza.’ Verschil zien ze nu al. Thomas: ‘Verenigingen krijgen meer leden, events worden beter bezocht. Die partijen bedanken ons.’

universiteiten in het land, allemaal university colleges; Leiden, Amsterdam, Groningen… Een ideale doelgroep, meent Thomas, want deze university colleges zijn welis­waar ­kleiner, maar wel gelinkt aan een ­grotere uni. ‘Met dat verhaal gaan wij naar de grote universiteiten. We hebben laten De Maasstad uit, het land in zien dat we het kunnen en dat het werkt, De zaken gaan goed voor de jonge onder­ dan breekt de tijd aan om het groot te nemers. Inmiddels gebruikt niet implementeren.’ alleen de Erasmus Universiteit Joep: ‘Zo’n eerste gesprek is de app, maar nog zes andere NAAM: Joep Annega altijd even zoeken; wie moet STUDIE: bachelor Bedrijfskunde, studeert af voor zijn master FUNCTIE: Co-founder app Uni-Life

NAAM: Thomas Smulders STUDIE: bachelor Bedrijfskunde en master in Marketing Management FUNCTIE: Co-founder app Uni-Life

je spreken, wat is er al wel en wat niet, waar is behoefte aan? In de praktijk zien we vaak dat er wel een platform is voor cijfers en roosters, maar niet iets sociaals. Het is ook zaak dat de app door de universiteit zelf wordt onderhouden; de informatie moet immers up-to-date zijn. Als de service niet, of niet goed genoeg, wordt gebruikt, straalt dat op ons af. En dat past niet bij onze ambities.’ En die ambities zijn groot! ‘Wij willen als bedrijf doorgroeien,’ zegt Thomas. ‘Ook in het buitenland. Amerika! Maar natuurlijk ook alle uni’s in Nederland – ze staan allemaal hoog in de wereldwijde top 100. We merken dat de bal steeds sneller gaat rollen, dat het proces naar implementatie steeds sneller gaat. Uni’s willen nooit de eerste zijn, maar ook zeker niet de laatste.’ Erasmus maakte een inhaalslag Hoe vergelijken ze de Rotterdamse universi­ teit met andere universiteiten? ‘Iedere ­universiteit wil duurzaam en innovatief zijn, elk op een eigen manier,’ stelt Joep na even nadenken. ‘Hier op de Erasmus is het écht. Dat was niet altijd het geval, maar we hebben een enorme inhaalslag gemaakt. De campus ontwikkelt zich in moordend tempo. De internationale aard van de universiteit maakt het lastiger om echt dat community­ gevoel te creëren, want mensen komen en gaan, maar juist dan biedt een app uitkomst.’ Wat hadden de jongens zélf aan de app gehad, toen zij net aan hun studie begonnen? Joep: ‘Ik studeer nog. Ik ben nu pas met mijn masterscriptie bezig. Al mijn vrienden en studiegenoten zijn al afgestudeerd en ik ken praktisch niemand meer op de campus. Dat had dus heel anders kunnen zijn als ik me breder had georiënteerd.’ Thomas: ‘Ik ben meteen gaan voetballen bij Antibarbari, daarmee had ik mijn plek bepaald. Op Uni-Life zie ik nu allemaal gave dingen voorbijkomen. Zo heeft een zeil­ vereniging jaarlijks open training. Had ik dat geweten, had ik zeker meegedaan!’


GOED BEZIG

TEKST: Marieke Poelmann FOTO: Mark Uyl

Verloren paradijsjes Het gaat Shirley Nieuwland er niet alleen om dat duurzaam reizen (denk aan milieu­ onvriendelijk vliegen) belangrijk is, maar ook dat de lokale bevolking, cultuur en economie worden ondersteund door de reiziger. Bewust op vakantie!

H

oe kun je de mindset van reizigers positief beïnvloeden? Dat is de vraag die Shirley Nieuwland (28) bezighoudt. Voor haar PhD doet ze onderzoek naar duurzaam en verant­ woordelijk toerisme in steden. Met haar website paradisefound.nl wil ze de afstand tussen wetenschappelijk onderzoek en de realiteit verkleinen. Ze hoopt zowel toeristen als beleidsmakers te inspireren. ‘Er is niet één antwoord op de gevolgen van massa­ toerisme, maar bewustwording staat centraal.’ Moet je toerisme wel promoten? Drie keer per jaar met het vliegtuig op vakantie en alle toeristische hoogtepunten afvinken. Als we dat massaal blijven doen, dreigt er meer dan alleen de charme van toeristische gebieden verloren te gaan. Ook de natuur en de leefomgeving van de lokale bevolking komen door massatoerisme in het nauw. En dan hebben we het nog niet gehad over het feit dat vliegen verreweg de meest klimaatintensieve manier van transport is. ‘Paradise found almost always means ­paradise lost,’ prijkt op de website van Shirley Nieuwland. Ze zegt: ‘Voor mij is die quote veelzeggend. Heel veel toeristen zijn op zoek naar een eigen klein paradijsje. Maar zodra jij het hebt ontdekt en er meer mensen volgen, verdwijnt de charme. Die tegenstelling zag ik in de praktijk toen ik voor een vrijwilligersproject in Kirgizië ­verbleef om het toerisme daar te promoten. Dat voelde krom. Het is een prachtig land met veel natuur en weinig toerisme. Maar zodra je dat promoot, gaat het verloren. Bij thuiskomst kreeg ik daar mijn twijfels bij.’

NAAM: Shirley Nieuwland STUDIE: Bachelor Algemene Cultuurweten­ schappen Erasmus Universiteit Rotterdam en master Stadsgeografie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Momenteel is ze bezig met een PhD aan de afdeling Kunst & Cultuur aan de Erasmus School of History, Culture and Communication FUNCTIE: Beheerder website paradisefound.nl

13

‘Zodra jij een paradijsje hebt ontdekt en er meer mensen volgen, verdwijnt de charme’

Van massaal naar lokaal Nieuwland richtte begin 2019 de website paradisefound.nl op. ‘Toen ik twee jaar geleden met mijn onderzoek aan de Erasmus Universiteit begon, leerde ik zoveel, dat ik er graag meer mee wilde doen. Met mijn site wil ik twee dingen bereiken. Ik wil de kennis die ik opdoe met een breed publiek delen, om de afstand tussen het academische en het dagelijks leven te verkleinen. Ook hoop ik dat mijn site kan uitgroeien tot een platform voor beleidsmakers en marketingbureaus van steden en bestemmingen. Ik wil een brug slaan tussen wetenschap en praktijk.’ Zo maakt Nieuwland mensen bewust van de impact die je kunt hebben als toerist. ‘Blijf bijvoorbeeld wat langer op een plek in plaats van alle highlights af te lopen en maak contact met de lokale bevolking. Het helpt om je als bewoner te gedragen in plaats van als toerist.’


IN GESPREK TEKST: Inge Janse FOTO’S: Mark Horn

14


Martijn Burger

‘VERGELIJKEN IS KILLING VOOR ONS GELUK’

Chief Happiness Officer. Hoe mooi kan je titel zijn? Martijn Burger is die Chief oftewel: wetenschappelijk directeur bij de Erasmus Happiness Economics Research Organisation. Samen met zijn team onderzoekt hij hoe gelukkig mensen zijn, en waarom. ‘Het verband met geld wordt overschat. En we onderschatten de waarde van fysieke contacten.’

15


IN GESPREK

U

doet onderzoek naar de vraag hoe gelukkig mensen zijn. Waarom? ‘We hebben als onderzoeksinstituut een maatschappelijke missie, dus wij streven naar een groter geluk voor een groter aantal mensen. Door mensen van informatie te voorzien over geluk, kunnen zij betere ­keuzes maken.’

‘Kijk je naar de kwaliteit van onze overheid, dan mogen we ons in Nederland heel gelukkig prijzen’

Wat is het belang van onderzoek naar geluk? ‘Gelukkig, dat is iets wat wij als mens willen zijn. Dat is niet hetzelfde als plezier hebben. Wij kijken naar een duurzame versie: wat is je kwaliteit van leven? En hoe bereik je dat? Ons onderzoek kan mensen daarin inzicht geven. Dat heeft ook nut vanuit economisch perspectief. In een bedrijf zorgt geluk voor meer productiviteit, creativiteit en gezond­ heid. En voor de overheid geldt: gelukkige burgers zijn betere burgers. Ze veroorzaken minder onrust en betalen hun belasting beter.’ Uw groep onderzoekt momenteel het verschil in geluk tussen mensen die in de stad en op het platteland wonen. Waarom zoomen jullie daarop in? ‘Ik kom zelf uit de ruimtelijke economie en verwonderde me over de trek naar de stad. Blijkbaar is dat een geweldige plek om te wonen. Maar kijk je naar de statistieken, dan rapporteren mensen in steden een stuk lager over hun geluk dan op het platteland. In Nederland komt dat grotendeels door het selectie-effect dat een stad meer alleen­ staanden, werklozen en etnische minder­ heden aantrekt. Die zijn om uiteenlopende redenen allemaal ongelukkiger. Tegelijkertijd zie je dat in steden de variatie in geluk veel groter is. Succesvolle, hoog­ opgeleide, jonge mensen die vaak gebruik­ maken van voorzieningen zijn juist gelukkiger in de stad dan op het platteland.’ Volgens prognoses leeft in 2050 tweederde van de wereldbevolking in de stad. De reden voor die beweging is blijkbaar gebaseerd op een illusie? ‘Daarnaar heeft psycholoog Daniel Kahneman geweldig onderzoek gedaan. Hij stelde vragen aan twee groepen studenten, één in het

16

Midden-Westen van de VS en en eentje in Californië. Denk je aan Californië, dan denk je aan stranden, Disneyland, palmbomen en uitgaansmogelijkheden. Maar in de praktijk is er ook veel armoede en hoge kosten voor levensonderhoud, waardoor je veel uren moet werken. Als Kahneman aan studenten vraagt hoe gelukkig ze zijn, dan zie je geen verschil tussen de groepen. Maar dan vraagt hij aan studenten uit de Midwest: hoe gelukkig zou jij zijn in Californië? En dan blijkt dat ze verwachten daar gelukkiger te zijn. Studenten uit Californië denken juist ongelukkiger te zijn in het Midden-Westen. Focusing illusion noemt hij dat. Oftewel: we kunnen bij het maken van een keuze niet alle aspecten meenemen en richten ons enkel op een paar elementen die opvallen. Hierdoor maken we verkeerde inschattingen van hoe gelukkig we ervan worden. Bij de keuze voor Californië dachten de studenten waarschijnlijk vooral aan die uitgaans­ mogelijkheden, palmbomen en stranden, maar niet aan de hoge kosten van het levensonderhoud.’ Laten we zeggen dat de gemiddelde lezer van ea magazine boven de dertig is, hoogopgeleid, redelijk rijk, en twee kinderen heeft. Waar kan hij of zij het beste wonen? ‘Voor geluk in de stad moet je vooral jong en hoogopgeleid zijn, en wat geld hebben te besteden voor die voorzieningen. Het geluksgevoel van ouderen, en in iets mindere maten gezinnen met kinderen, is juist wat hoger op het platteland. Voor de rest van de groepen zit er geen verschil in geluk tussen waar je woont. Werklozen zijn bijvoorbeeld even ongelukkig in de stad als op het platteland.’ Wat zijn dan wél belangrijke zaken die je geluk beïnvloeden? ‘Ten eerste gezondheid en sociale relaties. Daarna de combinatie van werk en inko­ men, dus het hebben van geld en een doel in het leven.’ Zijn er ook misvattingen over wat ons gelukkig maakt? ‘Het verband met geld wordt overschat.


‘Mensen die werkloos raken en weer een baan vinden, komen vaak niet terug op hun oude geluksniveau’

NAAM: Martijn Burger STUDIE: Bachelor Sociale Wetenschappen

(Universiteit Utrecht, 2000-2003, with honors), master of Science Economie & Bedrijfskunde (Erasmus Universiteit Rotterdam, 2003-2005, cum laude), master of Science Sociologie (Universiteit Utrecht, 2004-2006, cum laude), promotie­ onderzoek Stedelijke en Regionale Economie (Erasmus Universiteit Rotterdam, 2007-2011, cum laude) FUNCTIE: Universitair (hoofd)docent bij Erasmus School of Economics (2011-­heden), wetenschappelijk directeur Erasmus Happiness Economics Research Organisation (EHERO) (Erasmus Universiteit Rotterdam, 2014-heden), Chief Happiness Officer bij Erasmus School of Accounting & Assurance (ESAA) (2017-heden).

In de VS ligt de bovengrens op 70.000 dollar, daarboven leidt meer geld niet tot heel veel meer geluk. Maar materialisme zit heel erg ingebakken in ons systeem. Tegelijkertijd onderschatten we vaak de waarde van fysieke contacten. Er is wel meer online contact, maar we weten dat het effect daarvan op geluk gemiddeld zeer beperkt is. Bij mensen die eenzaam zijn, is het effect zelfs negatief. De sociale vergelijking met mensen die er wél gelukkig uitzien, is killing voor ons geluk. En dat is meteen het grote probleem: we vergelijken ons altijd met mensen die meer hebben. Het laagste gelukscijfer dat ik ooit heb gezien, komt uit Tsjaad, daar werd een 2,5 gescoord. Er is conflict, slechte gezond­ heid, verlies van dierbaren, basisbehoeften ontbreken, werk is afwezig. Kijk je naar de kwaliteit van onze overheid, dan mogen we ons in Nederland heel gelukkig prijzen. Maar in plaats van onze zegeningen te tellen, vergelijken we ons met mensen die nóg meer hebben.’ In hoeverre zijn wij in staat om ons ondanks slechte omstandigheden toch gelukkig te voelen? ‘Goede omstandigheden wennen snel. Dat zie je ook bij mensen met een hoger inkomen, mensen die de loterij winnen of

net zijn getrouwd. Maar slechte omstandig­ heden, zoals werkloosheid en armoede wennen niet. Wat nog veel erger is, is ‘scarring’. Raken mensen werkloos, en vinden zij daarna weer een baan, dan komen ze toch niet meer terug op hun oude geluksniveau. Ze zijn nog beschadigd door bijvoorbeeld het verlies aan zelfvertrouwen.’ Is onze combinatie van democratie en kapitalisme het meest gelukzalige systeem? Of zouden we beter in een communisme of een dictatuur kunnen leven? ‘Ook al is een democratie niet optimaal, het is wel het te prefereren systeem, blijkt uit de cijfers. Kijk je naar de gelukkigst landen, dan zijn dat allemaal samenlevingen met vrijheid, een sterke sociale welvaartsstaat en inko­ mens die niet te veel uiteenlopen. Denk aan Finland, Denemarken, Zweden, Noorwegen en IJsland. Ook Nederland staat hoog op die lijstjes. Zorg er dus voor dat als er groei is, zoveel mogelijk mensen hiervan kunnen profiteren.’ Wat zijn grote vraagstukken die je nog wilt oplossen? ‘Ten eerste doet geluksonderzoek vaak heel algemene uitspraken, zoals: steden zijn slechter voor geluk. Wij willen graag weten wat voor wie werkt onder welke omstandig­ heden. Denk aan een app die mensen helpt bij het maken van keuzes op basis van een persoonlijkheidsprofiel. Overheden kunnen daar ook bij gebaat zijn, zodat zij naar meer kijken dan naar economische groei alleen. Dat draagt bij aan een betere kwaliteit van leven. Het tweede is dat ik wil onderzoeken wat de consequenties van geluk zijn. Als wij dat rendement kunnen laten zien, dan kunnen we meer partijen warm maken om geluk mee te laten spelen bij hun beslissingen. Laatste vraag: op een schaal van 0 tot 10, hoe gelukkig ben je? ‘Nou, toch wel een 8+, iets boven het Nederlandse gemiddelde van een 7,6. Daarbij scoort ongeveer 15 procent een 6 of lager. Een 8 wordt het vaakst genoemd. De meeste Nederlanders zijn gewoon echt tevreden met hun leven.’

17


18


UITGELICHT

TEKST: Eva Hoeke BEELD: Krista van der Niet

‘Tinder maakt van daten een spelletje’ H

Er wordt wat afgeswipet op Tinder en Grindr. Gaat dat om liefde of om seks? Of om ego-boosting en entertainment? Elisabeth Timmermans (28, auteur van Liefde in tijden van Tinder) en Shangwei Wu (27) onderzochten de troeven en valkuilen van datingapps. Een gesprek over status, monogamie, stigma’s én – toch nog – liefde.

oe komt een mens erbij om liefde in tijden van Tinder te onderzoeken? ELISABETH: ‘Als communicatiewetenschapper onderzoek je onder andere de impact van media op de maatschappij. Toen ik in 2014 in Amerika was, zag ik hoe iedereen om me heen op Tinder zat en wist meteen: dit is een onderwerp voor een proefschrift. Maar mijn supervisor waarschuwde me: hoe wist ik zeker dat Tinder een jaar later überhaupt nog zou bestaan? Laat staan vier jaar, de tijd die je meestal nodig hebt voor een proefschrift. Ze hadden een punt: platforms als MySpace of Pokémon Go waren heel populair voor enkele maanden, en daarna vergat iedereen ze weer net zo makkelijk. Maar ik was bereid het risico te nemen, want zelfs als Tinder ophoudt te bestaan, zullen er diensten op de markt komen die er heel erg lijken.’ Tinder begon in 2012, maar wanneer is online dating ontstaan? SHANGWEI: ‘In 2009 begon mobile daten met Grindr, dat was de eerste gay-app in de iTunes Appstore. De rest is daaruit vooruitgekomen, zoals Jack’d, Blued en Tinder.’ ELISABETH: ‘Maar in feite kon je natuurlijk al online daten zodra er internet was, laten we zeggen in de jaren negentig. Het probleem was alleen dat de verbinding toen nog zo langzaam was dat het uren of zelfs dagen kon duren voordat je ook maar iemands foto kon zien.

19


UITGELICHT

NAAM: Elisabeth Timmermans STUDIE: Communiatiewetenschappen FUNCTIE: Postdoctoraal onderzoeker

Maar was dat stigma er daarvoor al niet een beetje af met websites als Relatie­ planet en Lexa? Dat werd toch ook al wel serieus genomen? ELISABETH: ‘Niet door achttienjarigen. Tijdens mijn onderzoek interviewde ik ook verschillende studenten en die waren het erover eens: het is oké om een datingapp te gebruiken, maar het is níet oké om je geliefde te zoeken via een datingapp. Vandaar dat ze zo graag zeggen dat ze er enkel op zitten voor de fun. Het stigma is er dus nog steeds, maar in een andere vorm.’ SHANGWEI: ‘Dat is wel iets anders bij gay users: de meeste mensen die ik voor mijn onderzoek interviewde, vonden hun partners juist wel via datingapps. Dat komt doordat het voor gays moeilijker is om in real life iemand te vinden voor een relatie. Daarom was Grindr er ook eerder, dat bleek een broodnodig platform te zijn voor mensen die in het echte leven niet te koop lopen met hun seksuele oriëntatie.’ Zijn er opvallende verschillen tussen mannen en vrouwen in hoe ze omgaan met datingapps? ELISABETH: ‘Ja. Bij Grindr kun je bijvoorbeeld foto’s naar elkaar sturen en meteen tot actie overgaan, bij Tinder moet er eerst een match zijn. Dat heeft te maken met veiligheid. Vrouwen worden opgevoed met het ­adagium: niet met vreemden praten. Wat ook interessant is, is dat Tinder de vrouwen de macht heeft gegeven: in plaats van over­ spoeld te worden door mailtjes van mannen bepalen zij nu wie contact met hen mag hebben, en wie niet.’ SHANGWEI: ‘Gays hebben ook veiligheids­ issues. Maar wanneer Chinese mannen het

hebben over hun veiligheid wat betreft online dating, zijn zij meer bezorgd om het risico dat ze lopen HIV te krijgen via seks. In China komt geweld tegen homo’s niet vaak voor. In ieder geval minder dan hier in Europa. Wat best gek is, want in China is gay zijn helemaal niet zo geaccepteerd. Een foto uploaden is daarom een drempel voor gays die gesteld zijn op hun privacy.’ Hebben jullie zelf weleens op datingapps gezeten? SHANGWEI: ‘Rond 2010, toen de gay app Jack’d opkwam in China, had het onder vrienden een nogal negatieve connotatie. We waren zelf ook wel heel ­discreet over onze geaardheid, wilden niet dat zomaar iedereen dat wist. Zelfs niet van elkaar. We hadden het er gewoon niet over. Maar in 2014 ging ik naar Parijs voor een uitwisselingsprogramma, en toen was iederéén ineens een vreemde voor me, dus hoefde ik me geen zorgen te maken. Want al die tijd was ik natuurlijk wel nieuwsgierig.’

Achttienjarigen vinden het oké om een datingapp te gebruiken, maar níet oké om ermee je ­geliefde te zoeken Beviel het je? SHANGWEI: ‘Ik weet niet: het was allemaal zo nieuw en ik was nog zoveel aan het onderzoeken over mezelf. Ik had wel wat dates, maar die waren niet heel succesvol.’ ELISABETH: ‘De eerste stap in mijn onderzoek waren interviews met mensen die op Tinder zaten, dus toen was het nog niet echt nodig om er zelf ook op te gaan. Maar toen ik vragenlijsten wilde opstellen, moest ik wel weten hoe het werkte om de goede vragen te kunnen stellen, dus toen heb ik een profiel aangemaakt. Maar ik ben er altijd helder in geweest dat ik daar voor de wetenschap zat.’ Wat is het voornaamste inzicht dat je hebt opgedaan? ELISABETH: ‘Oh, zoveel! Voor ik begon dacht ik dat mensen voor drie dingen op Tinder zaten: seks, liefde en heel misschien vriendschap. Maar ik kwam erachter dat er dertien verschillende redenen zijn waarom

20

FOTO ELISABETH: CARMEN VOS

Daarom werd je destijds toch wel een beetje als weird gezien als je aan online daten deed, omdat je veel van computers moest weten. Sowieso bestond het stigma: als je aan online daten doet, zal je ook wel niet al te succesvol zijn in real life. Tinder doorbrak die code, omdat het online dating wist te verkopen als een online game.’


­ ensen op Tinder zitten, van nieuwsgierig­ m heid tot sociale acceptatie tot ego-boos­ ting en entertainment. Dat bedoel ik ook met: Tinder turned dating into a game. Slechts de helft van de meer dan 1.000 mensen die mijn vragenlijst invulden, haalde werkelijk een date uit Tinder. Wat ik ook opmerkelijk vond, is dat 23 procent van mijn respondenten al een relatie had, maar toch Tinder gebruikte. Er is dus ook een groep mensen die swipen om te kijken hoe goed ze nog in de markt liggen.’ SHANGWEI: ‘Ik wilde weten of het gebruike­ lijke narratief dat mannen er alleen op zitten voor eenmalige seks – ze worden niet voor niets hook-up-apps genoemd – ook daad­ werkelijk klopte. En als het klopte, hoe je dan de overstap maakte naar een serieuze relatie. Waar ik achter kwam, is dat single gay men openstaan voor beide, en dat ­specifieke doelen stellen juist vooral níet de bedoeling is. Er wordt dus ook geen prijs gesteld op de zogenaamde match-making conversation, dus gesprekken die als doel hebben te achterhalen wat je sociaal-­ economische status is. Dat haten ze.’ ELISABETH: ‘Is het gebruikelijk in China om dat wel te doen?’ SHANGWEI: ‘Ja, hetero’s gaan naar real life match-making-meetings, en daar gaat het altijd over werk, geld, inkomen. Heel prag­ matisch, wat veel mensen dus helemaal niet prettig vinden.’ ELISABETH: ‘Vooral als je inkomen niet zo hoog is.’ SHANGWEI: ‘Het verbaasde me, omdat iedereen altijd beweert dat het slechts hook-up-apps zijn. Maar ze blijken dus wel degelijk te verlangen naar wezenlijk contact. Het tweede wat me opviel, is dat heel veel gays hun datingapps blijven gebruiken, ook al hebben ze een serieuze relatie. Niet nood­ zakelijk omdat ze willen kijken of ze ‘het’ nog hebben, maar omdat ze nieuwsgierig zijn naar wie er in hun omgeving nog meer gay zijn. En het is ook een goede manier op om de hoogte te blijven van wat er speelt in de gay community.’

21


UITGELICHT

Voor Amerikaanse Moslims is de datingapp Minder, zoek je een man met een baard, dan kun je op Bristlr Is daar ook behoefte aan omdat er weinig representatie is van gays op televisie, muziek, films? Zijn er bijvoorbeeld bekende Chinese rolmodellen? SHANGWEI: ‘Nee. Er zíjn natuurlijk wel homo’s onder de Chinese sterren, maar in het overgrote deel van China is niemand daar open over. Dus dan zoek je die rolmodellen inderdaad ergens anders. Een derde reden waarom gays op datingapps zitten, is omdat ze verschillende vormen van relaties willen ontdekken.’ ELISABETH: ‘Het is heel hetero-normatief om een monogame relatie te hebben. En dat is ook logisch: veel heterostellen hebben een gezin, die hebben al amper tijd voor elkaar, laat staan voor een ander. Homostellen redeneren meer van: als we geen kind hebben aan wie we ons beiden committeren, waarom zouden we het dan gesloten houden?’ SHANGWEI: ‘Monogamie is een sociaal construct. Wanneer je homo bent, ben je meteen een minderheid. Dat betekent dat je niet alleen je eigen geaardheid bevraagt, maar ook hetero-normen en waarden als monogamie. Toen ik aan de universiteit ­studeerde, was ik ook heel nieuwsgierig naar genderstudies. In feite ben je nieuwsgierig naar jezelf, en reflecties over wie je bent binnen een maatschappij. En dan word je je vanzelf bewust van de alternatieven.’ ELISABETH: ‘Op Netflix zie je ook wel shows waarin heterokoppels experimenteren met verschillende relatievormen maar dat loopt meestal slecht af. Zoals in de serie You, Me, Her, waarin een stel (een man en een vrouw) verliefd wordt op een vrouw. Uiteindelijk vormen ze een trio, maar wel een mono­ gaam trio, als ze seks hebben móeten ze dat ook altijd met z’n drieën doen. Ik kan me voorstellen dat sommige mensen daar hoofdschuddend naar zitten te kijken.’ Wat is de grote troef van social media? SHANGWEI: ‘In China is het een fantastische manier om je seksualiteit te ontdekken,


NAAM: Shangwei Wu STUDIE: Communiatiewetenschappen FUNCTIE: Phd student

zelfs als je ervaringen niet allemaal even goed zijn – in real life krijg je die kansen sowieso niet zo vaak.‘ ELISABETH: ‘Wat positief is aan Tinder is dat het gratis is, en daarmee heel democratisch: een arm persoon kan nu heel makkelijk in contact komen met een rijk iemand en zelfs een relatie beginnen, waar ze daarvoor min of meer aangewezen waren op hun eigen sociale klasse. Dat zie ik als iets goeds: wanneer mensen met elkaar mengen, verbreedt dat je blik op de wereld.’

Bovendien zijn de verwachtingen bij zo’n eerste date vaak onrealistisch hoog: er moet meteen vuurwerk zijn, want anders gaan ze door naar de volgende. In het echte leven geef je zo’n eerste ontmoeting vaak meer kans om te groeien.’ SHANGWEI: ‘Veel mensen raken gefrustreerd door datingapps. Net als in de maatschappij is daar namelijk ook sprake van hiërarchie, en dus segregatie en uitsluiting. Om een voorbeeld te geven: ik heb gemerkt dat ik niet erg populair ben bij Nederlandse mannen. Wel bij mediterrane mannen, maar hier niet. En ik hoor hetzelfde van Aziatische vrienden. Het maakt je heel zelfbewust.’

Tegelijkertijd zie je ook juist een zekere verzuiling op social media: de zogenaamde bubbels waarin mensen vooral hun eigen meningen en voorkeuren horen en zien. Zie je dat ook in datingapps? ELISABETH: ‘Er is een datingapp die The Inner Circle heet, gemaakt door een Nederlands bedrijf dat zich profileert als onlinedatingplatform voor hoger opgeleide mensen. Je kan je hiervoor aanmelden, maar een ballotage­commissie bepaalt of je inderdaad slim en knap genoeg bent om mee te doen.’ SHANGWEI: ‘In China heb je dat ook: Blued is de grootste datingapp voor gays met 40 miljoen geregistreerde gebruikers, maar over Aloha zeggen ze dat dat meer classy is.’ ELISABETH: ‘Je vraagt je af wat het met het zelfvertrouwen van mensen doet wanneer je wordt afgewezen.’

Tot slot: wat zijn de mooiste verhalen die jullie zijn tegengekomen tijdens jullie onderzoek? ELISABETH: ‘Wat mensen die elkaar via een datingapp hebben gevonden altijd spijtig vinden, is dat ze voor hun gevoel geen spannend, romantisch ontmoetings­ verhaal hebben om later aan hun kinderen te vertellen. Eén van de koppels die ik interviewde, had daar iets op gevonden. Terwijl zij elkaar nog aan het versieren waren via Tinder, bedachten ze scenario’s waarin ze elkaar in het echte leven hadden kúnnen tegen komen. Eén van die scènes speelde zich af in de supermarkt. En dus planden ze hun eerste date daar, in het gangpad bij de muesli. Zij zou hem dan eerst negeren en dan zou hij per ongeluk zijn pak muesli bij haar in de kar stoppen en dan zouden ze uiteindelijk bij de groenteafdeling in gesprek komen, enzovoorts. Zo gezegd, zo gedaan, en het was zo leuk dat er een tweede date kwam: bij Ikea. Een ander mooi verhaal kwam van een vrouw die al haar hele leven met mannen relaties had gehad, maar nooit helemaal snapte wat daar nu zo bijzonder aan was: zo erg verliefd was ze nooit. Op een gegeven moment had één van haar vrienden, een man, haar telefoon te pakken met daarop de Tinderapp, en vroeg of hij daarmee even mocht swipen. Maar omdat hij een man was, zocht hij alleen naar leuke vrouwen. Eén vrouw reageerde, niet wetende dat ze met een man aan het praten was want zij zag natuurlijk alleen de foto van die vrouw van wie de telefoon was. Hoe dan ook, die vriend gaat naar huis, die vrouw ziet op haar telefoon dat er een leuk gesprek gaande is, zet dat voort en ja hoor: het klikt. Lang verhaal kort: ze gingen op een date en eindelijk begreep ze waarom ze nooit echt verliefd was geweest. Die twee vrouwen zijn nog steeds samen.’

Op Tinder word je natuurlijk ook voortdurend afgewezen. ELISABETH: ‘Ja, maar de meeste mensen begrijpen wel dat je niet door iederéén leuk gevonden kan worden. En wie beslist er dan of je toegelaten kan worden en op basis van welke criteria? Naar verluidt maken mannen die niet wit zijn weinig kans om bij The Inner Circle ­binnengelaten te worden. In dat geval wordt het dus wel problematisch. Daarnaast heb je tegenwoordig ook heel wat datingapps die zich toeleggen op bepaalde niches: zo heb je een datingapp voor hondenliefhebbers; Dig, en voor moslims; Minder, en zelfs eentje voor mensen met een zwak voor mannen met baarden, Bristlr. Zorgen al die mogelijkheden ook niet voor keuzestress? ELISABETH: ‘Jawel, want meestal praat je op datingapps ook nog eens met meerdere mensen tegelijk. Op het moment dat het met een van hen tot een echte date komt, kan je die date als heel gezellig ervaren, maar in je hoofd zitten die andere kandidaten ook nog.

23


MIJN WERKPLEK

24


TEKST: Karin Koolen ILLUSTRATIE: Monique Wijbrands

Kijken om het hoekje Bijna negentien jaar lang werkte Hub Zwart als hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Nadat hij die functie oktober vorig jaar verruilde voor het decaanschap aan de faculteit Filosofie van de Erasmus Universiteit, nam hij afscheid van zijn ruime kamer met grote raampartijen. Lastig? Welnee. ‘Ik ben hier niet voor het uitzicht.’

V

anaf de vijfde verdieping van het Bayle Building kijkt Hub Zwart ­tussen de hoge gebouwen door uit op het pleintje bij de Spar. ‘Een doorkijkje,' zo beschrijft hij het uitzicht. Hij staat voor het raam, zwarte koffie in de hand. ‘Zo’n zijwaartse blik – een oblique perspective – past eigenlijk heel goed binnen de,’ stelt hij. ‘Andere wetenschappers kijken naar een object; wij kijken naar de weten­ schappers en hun object, naar de interactie. We kijken als het ware om het hoekje. Net zoals ik nu doe vanuit mijn kamer.’ Neus in de boeken De kamer met zijwaarts uitzicht, waar Zwarts voorganger voorheen zat, was al toebedeeld. Een eenvoudige kamer als alle andere op de afdeling, met als verschil dat Zwart de ruimte niet hoeft te delen met een collega. ‘Ach, ik zit toch vooral met mijn neus in de boeken of op het computerscherm. Ik ben hier niet voor het uitzicht of de mooie kamer.’ Het eerste wat in het oog springt, is de goedgevulde boekenkast. Geordend op chronologie: ‘Zoals een filosoof betaamt,’ lacht Zwart. ‘De meeste boeken heb ik thuis, hier staat vooral eigen werk en dat van pro­ movendi en collega’s.’ Tussen de boeken

prijkt een foto van de Radboud in Nijmegen. Daarnaast een foto met een groep vrolijke promovendi, Zwart staat in het midden. Verzamelaar van fossielen Hoe belangrijk is het voor de nieuwe decaan om de kamer ‘eigen’ te maken? ‘Een kamer moet uitstralen wie je bent’, besluit Zwart na enig nadenken, ‘wat je ecosysteem is. Ik ontvang hier immers ook mensen. Daarnaast wil ik me hier thuis voelen.’ Hij wijst op de boekenkast en legt uit: ‘Kijk, ik ben decaan, maar geen technocraat. Boeken laten zien dat ik nog actief ben in het vak.’ Hij staat op en loopt langs de ­fossielen die door de kamer verspreid staan, liggen en hangen. ‘Ik ben een fervent ­verzamelaar van fossielen. Fossielen tonen een tijdsdimensie. De wereld is zo oneindig veel groter en ouder dan we voor mogelijk houden, de rol van mensen wordt weleens overschat. Fossielen herinneren me eraan die bredere tijdshorizon in de gaten te houden.’ Schildertalent Aan de muur boven de tafel hangt, tussen de nog vele lege ophangkoorden, een foto uit 1999 van Zwart met zijn kinderen, kij­ kend naar de zonsverduistering. Ernaast

25

hangt een door Zwart – die naast filosoof ook psycholoog is – zelfgeschilderd portret van Freud, één van zijn grote inspiratie­ bronnen, samen met Lacan. Het compliment over zijn schildertalent slaat Zwart bescheiden in de wind: ‘Ik vond het gewoon leuk om eens te proberen. Na mijn pensioen ga ik er verder mee.’ Nooit uitgekeken Tot slot: Rotterdam. ‘Een wereldstad,’ stelt Zwart. ‘De enige echte stad in Nederland.’ Elke dag fietst hij vanaf CS naar zijn werkplek. ‘De campus is net zo dynamisch als de stad zelf; iedereen loopt door elkaar, met eigen vertrekpunten en bestemmingen, en toch vloeit het samen als één. Op dat uitzicht raak ik nooit uitgekeken!’

‘De boeken laten zien dat ik nog actief ben in het vak’


BRILLIANT MINDS, GREAT IDEAS

TEKST: Marieke Poelmann FOTO: Privébezit

‘WE GAAN STEEDS MEER SAMENLEVEN MET MACHINES’ Rajarshi Chakraborty vroeg zich tijdens colleges steeds af: waarom leer ik over technologieën die in het verleden plaats­vonden? Hij richtte Erasmus Tech Community op, medestudent Kevin Bojan kwam er later bij. Het doel: studenten informeren en inspireren om de toekomst zelf vorm te geven. Technologie verandert in rap tempo de manier waarop we leven en werken. In toenemende mate zullen we gaan samen­ leven met machines. Rajarshi Chakraborty en Kevin Bojan zagen een kloof tussen technologische ontwikkelingen en het begrip daarvan in de maatschappij en op de universi­ teit. Ze besloten actie te ondernemen met de Erasmus Tech Community. Zo willen ze studenten informeren en inspireren om de toekomst zelf vorm te geven. Leiders van vandaag Toen Chakraborty begon met zijn studie Business Information aan de Erasmus Universiteit verwachtte hij vooruitstrevende kennis en inzichten. In plaats daarvan ­ontdekte hij vooral hoezeer de academische wereld achter de feiten van de technologi­ sche industrie aanloopt. ‘Tijdens colleges vroeg ik mij steeds af: waarom leer ik over zaken die in het verleden plaatsvonden? Waar zijn nieuwe technologieën zoals Artificial Intelligence? Ik begreep dat we in de academische wereld tot nu toe niet in staat zijn de standaard te zetten en daar wil ik verandering in brengen.’ Chakraborty vindt dat de universiteit

NAAM: Rajarshi Chakraborty

de plek is om mensen op te leiden voor de banen van de toekomst, niet die van het verleden. Daarom richtte hij in samen met Jonathan Pfaffenrot in 2017 de Erasmus Tech Community op. Kevin Bojan voegde zich bij hen en maakte van 2018 tot ­september 2019 deel uit van het bestuur. Samen met de overige bestuursleden zetten Bojan en Chakraborty zich in om studenten te ­inspireren zelf het voortouw te nemen door nieuwsgierig te zijn en vooruit te denken. ‘We hebben Erasmus Tech Community opgericht om de leiders van vandaag naar de collegezaal te trekken om zo de leiders van morgen te creëren.’

STUDIE: Business Information

Management aan de Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit FUNCTIE: Innovation Manager bij de Erasmus Universiteit

NAAM: Kevin Bojan STUDIE: Derdejaars International

Business Administration aan de Erasmus Universiteit FUNCTIE : tot september 2019 voorzitter van de Erasmus Tech Community

26

Levenslang leren Door evenementen te organiseren, inspireert en informeert Erasmus Tech Community medestudenten. Zo ontstaat er een sterk netwerk van inmiddels ruim drieduizend studenten. ETC werkt samen met indruk­ wekkende partijen als Google, Microsoft, IBM en Deloitte. De Erasmus Tech Summit is tot nu toe het meest ambitieuze en succes­ volle project van ETC. Met 600 bezoekers is het de grootste door studenten georgani­ eerde conferentie in Rotterdam. Bojan: ‘Met evenementen als deze bereiden studenten zich voor op de werkomgevingen waar nieuwe technologie leidend is. We hopen dat ze hun leven lang zullen blijven leren en daarbij het onbekende omarmen. We weten nog niet hoe technologie ons leven gaat veranderen. In plaats van bang te zijn, hopen we dat studenten zelf die verandering in gang zullen zetten.’


WETENSCHAP IN DE PRAKTIJK

ILLUSTRATIE: Moker Ontwerp

27


WETENSCHAP IN DE PRAKTIJK

TEKST: Jasper Monster ILLUSTRATIE: Carolyn Ridsdale

FOREVER YOUNG

De ontwikkelingen in de cosmetische geneeskunde hebben elkaar de laatste jaren heel snel opgevolgd. Maar zijn al die ontwikkelingen wel wenselijk? En zijn al die behandelaars wel echt arts? Drie experts aan het woord.

E

rasmus MC geeft botoxlessen. Dat het besluit om de eerste academische opleiding cosmetische dermatologie op te zetten voor enige opwinding zou zorgen, had Tamar Nijsten wel verwacht. Het hoofd van de afdeling dermatologie in het Erasmus MC had zijn woorden bij de bekendmaking dan ook zorgvuldig gekozen. Maar toen drie jaar geleden de eerste kranten­koppen met het woord botoxles erin verschenen, hing de Raad van Bestuur direct aan de lijn. ‘Om half acht ’s ochtends, ik weet het nog goed,’ lacht Nijsten nu. ‘Maar ik sta nog steeds volledig achter die beslissing. De ontwikkelingen in de cosmetische genees­ kunde volgden elkaar zo snel op, dat we als Erasmus MC niet achter konden blijven. Opleiden is één van onze kerntaken.’ Er ging weleens wat mis Fillers om de lippen wat voller te maken of botox om rimpels te verwijderen. De behandelingen zijn al sinds de jaren tachtig in opkomst, de almaar groeiende populariteit van de ingrepen is iets van de laatste tien jaar. Daarom begint het Erasmus MC in 2011 met een speciaal complicatiespreekuur, want net als bij alle andere medische ingrepen gaat ook het inbrengen van fillers weleens ­verkeerd. Maar die halve dag blijkt al snel niet genoeg. Inmiddels kunnen patiënten tweeën­ halve dag in de week terecht. ‘Er liepen in deze wereld helaas veel beunhazen rond,’ legt Nijsten uit. ‘Wij leiden elk jaar dermato­ logen op, waarom zouden die ook niet cosmetisch aan de slag kunnen? Die verant­ woordelijkheid moet je als Erasmus MC nemen.’ Sinds 2016 hebben Rotterdamse geneeskundestudenten daarom de mogelijk­ heid alles te leren over de cosmetische geneeskunde. In DermaHaven – een poli­ kliniek van het Erasmus MC waar Nijsten directeur is – dompelen elk half jaar twee studenten zich onder in de wereld van de botox, fillers en rimpels.

SHAI RAMBARAN

‘Prima dat vrouwen van twintig hun lippen laten opvullen, op jonge leeftijd is meer winst te behalen’ NAAM: Peter Velthuis STUDIE: opgeleid tot dermatoloog in het

Academisch Ziekenhuis Utrecht waar hij tevens zijn promotieonderzoek deed FUNCTIE: dermatoloog en oprichter van Velthuiskliniek, werkzaam in het Erasmus MC, docent bij de opleiding tot cosmetisch arts

NAAM: Tamar Nijsten STUDIE: geneeskunde Universiteit Antwerpen FUNCTIE: hoofd van de afdeling dermatologie

in het Erasmus MC, algemeen directeur van DermaHaven, een polikliniek ontstaan uit het Havenziekenhuis, werkt mee aan het ERGO-onderzoek van het Erasmus MC

NAAM: Shai Rambaran STUDIE: geneeskunde Erasmus Universiteit,

koos voor urologie, maar maakte na twee jaar de overstap naar cosmetische geneeskunde FUNCTIE: cosmetisch arts bij de Van Rosmalenkliniek in Rotterdam

28

De eerste Velthuiskliniek Eén van de mensen die de groei van dichtbij heeft meegemaakt, is dermatoloog Peter Velthuis. Hij is één van de eerste artsen die ‘voor de vijand’ kiest’. Halverwege de jaren negentig verlaat hij de ziekenhuiswereld en opent hij zijn eigen laserkliniek. ‘Ik begon mij destijds na mijn promotie een beetje te vervelen. De lasertherapie om rimpels te bestrijden was toen in opkomst en bij die opkomst heb ik mij aangesloten.’ Zijn keuze voor de ‘andere kant’ van dermatologie viel bij zijn collega’s niet in goede aarde. ‘Ze vonden het te cosmetisch. In het begin combineerde ik de twee werelden nog, maar dat ging niet meer. Daarom heb ik toen die stap gemaakt.’ Toch kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Sinds 2015 is Velthuis weer terug op het oude ziekenhuis­nest, nu in het Erasmus MC. ‘Ik was meer CEO geworden dan arts. En ik vind jonge mensen opleiden heel leuk. Dus toen die vraag van­ uit het Erasmus kwam, hoefde ik niet lang na te denken.’ Als geen ander kan hij de ontwikkelingen in de cosmetische genees­ kunde duiden. ‘Er zit vaak geen wetenschap achter. Producenten van fillers en laser­ apparatuur hebben er geen belang bij veel onderzoek te doen. Een nieuw ­product wordt vaak op de markt gebracht om snel een return on investment te krijgen, want voor je het weet is het product verouderd. Het is dus vooral aan de universiteiten om onderzoek te doen en dat proberen wij ook.’


Rotterdams rimpelonderzoek Zo is Nijsten met een aantal collega’s, onder wie hoogleraar genetische identificatie Manfred Kayser, aangesloten bij het grote ERGO-onderzoek (Erasmus Rotterdam Gezondheid Onderzoek). Dat is een lang­ lopend bevolkingsonderzoek van het Erasmus MC, onder meer naar de gezond­ heid van 15.000 mensen van 40 jaar en ouder, in de Rotterdamse wijk Ommoord.

de radio. Wij zijn ook iets duurder en dat in een wereld die toch prijsgedreven is. Daarom wijken mensen nog regelmatig uit naar de goedkopere klinieken waar mensen aan het werk zijn zonder medische achter­ grond.’ Een tweejarige opleiding tot ­cosmetisch arts bestond al langer, alleen werd de titel nooit officieel erkend. Maar artsenfederatie KNMG deelt de zorgen en heeft ingegrepen. Sinds 1 juli is de titel

TAMAR NIJSTEN

‘Eindelijk! Behandelaars zonder medische achtergrond mogen zich geen cosmetisch arts meer noemen’ ‘In het begin werd een beetje lacherig gedaan over ons rimpelonderzoek,’ zegt Nijsten. ‘Maar wij willen ontdekken of er bijvoorbeeld voorspellende genen zijn die rimpelvorming veroorzaken. Daar kunnen heel interessante inzichten voor de cosmetische geneeskunde uit komen, omdat je bevindingen nu eindelijk kunt staven met wetenschappelijk bewijs.’ Wie is goed en wie niet? Maar naast de positieve ontwikkelingen die de dermatologen aankaarten, is er ook nog steeds de keerzijde ‘Wij zijn in DermaHaven redelijk braaf,’ zegt Nijsten. ‘Geen prijsvechter, niet stunten met prijzen, geen reclames op

­ osmetisch arts een beschermde titel en c mogen behandelaars zonder medische achtergrond die titel niet meer voeren.’ Niet alleen Velthuis en Nijsten zijn blij met deze ontwikkeling. Ook de artsen met een medische achtergrond die in de privéklinieken werken, juichen deze stap toe. ‘Dit is de erkenning voor ons vak,’ zegt Shai Rambaran. Hij volgde na zijn geneeskundeopleiding de tweejarige opleiding tot cosmetisch arts en werkt al zes jaar in de Van Rosmalenkliniek. ‘Voor de consument is het lastig om het onderscheid te maken. Wie is goed en wie niet? De slechte gevallen zorgen voor een negatief beeld voor de hele sector. Ik had

29

laatst nog een patiënt die fillers had laten zetten bij een schoonheidsspecialist zonder enige medische achtergrond.’ Taboes verdwijnen Het drietal ziet de laatste jaren nog een andere ontwikkeling. De patiënten die zij in hun behandelstoelen krijgen, worden alleen maar jonger. ‘We zien met name jonge vrouwen die hun lippen laten opvullen,’ zegt Velthuis. “Vrouwen van negentien, twintig jaar. Dat is maatschappelijk gezien echt een zorgelijke ontwikkeling en raakt bepaalde grenzen aan. Er zou wel wat meer mogen gebeuren, ook qua voorlichting.’ Rambaran ziet dezelfde ontwikkeling, maar kijkt er compleet anders tegenaan. ‘Ik word daar alleen maar blij van. Mensen worden zich meer en meer bewust van hun uiterlijk en het taboe verdwijnt. En hoe ouder mensen worden, hoe moeilijker de behandelingen worden. Op jonge leeftijd is veel meer winst te behalen.’ Waar de drie het wel over eens zijn: de ­ontwikkeling die de cosmetische genees­ kunde op meerdere terreinen doormaakt is een goede zaak. ‘Wat wij doen is niet levensreddend,’ zegt Velthuis, ‘maar je doet wel goed werk. Je merkt dat mensen er meer zelfvertrouwen van krijgen en zich beter gaan voelen. Dat is toch waar je het als arts uiteindelijk allemaal voor doet.’


WETENSCHAP IN DE PRAKTIJK

TEKST: Sjoerd Wielenga FOTO: Erik Smits

Veerkracht versus stress Met name geneeskunde­ studenten, en dan vooral zij die studeren aan het Erasmus MC, hebben last van burn-outs. Hoogleraar Myriam Hunink startte een stressonderzoek. ‘Als zij later goede zorg moeten leveren, is het van belang dat ze veerkrachtig zijn.’

V

erlies van energie, een cynische werkhouding, een opgejaagd gevoel, niet kunnen slapen en je opgebrand voelen. Het zijn de kenmerken van stress en een burn-out. Geneeskundestudenten van de EUR hebben, in vergelijking met andere universiteiten in Nederland, het meeste last van burn-outs of bijbehorende verschijnselen. Dat bleek in 2017 uit onderzoek van De Geneeskunde­ student, de landelijke belangenbehartiger van geneeskundestudenten. Het Erasmus MC is begin 2019 onder leiding van prof. dr. Myriam Hunink het DESTRESS Project (destress.info) gestart. De onderzoekers bestuderen de ernst, risicofactoren en het verloop van stress onder studenten. Daarnaast wordt er gekeken wat studenten zelf tegen stress doen. Bovendien krijgt een deel van de studenten de mogelijkheid om deel te nemen aan interventies die stress kunnen verminderen, zoals mindfulness, yoga, hardlopen, aikido (een Japanse contactsport gericht op zelfverdediging) en muziek maken of luisteren. Hunink geeft zelf een deel van de aikido-lessen. ‘Het gaat om bewust­ wording: waarom reageer ik zoals ik reageer?

Een fysieke reactie is een weerspiegeling van wat zich in de gedachte afspeelt. Als je vlucht of juist terugslaat bij een reactie, zie je dat terug op de mat. Ik leer de studenten om vooral te harmoniseren en als het ware te dansen met de aanvaller.’

praktijk – ik werkte ook als radioloog – hoe makkelijk artsen in een burn-out kunnen raken. Het elektronisch patiëntensysteem en de administratiedruk zijn absoluut stres­ serend. ‘Too many clicks,’ noemen ze dat in Amerika.’

Wat wilt u met dit onderzoek bereiken? ‘Aan het Erasmus MC leiden we toekomstige zorgprofessionals op. Als zij later goede zorg moeten leveren, is het van belang dat ze veerkrachtig zijn. We doen dit onderzoek dus niet alleen voor het welzijn van de ­huidige studenten, maar ook voor de zorg­ sector. Als blijkt dat de interventies tot stress­ vermindering lijden, willen we onderzoeken of we ze kunnen implementeren in het onderwijscurriculum.’

Mindfulness, yoga, ontspannen muziek en een Japanse vechtsport. Je leest het allemaal ook in het tijdschrift Happinez. Wat is de academische waarde van dit onderzoek? ‘We maken gebruik van leefstijlinterventies die wetenschappelijk aantoonbaar effectief zijn gebleken tegen stress: yoga, mind­ fulness, hardlopen en muziek zijn goed om te ontspannen. Dat bewijs is er nog niet voor aikido, maar die sport heeft elementen van yoga en mindfulness in zich en het is intensief bewegen.’

Waarover zijn de studenten gestrest? ‘Studenten hebben hoge verwachtingen van zichzelf en ervaren die vanuit de opleiding. Ze hebben, net als andere studenten, ­tentamenstress en stress voor deadlines. En ze doen veel naast hun studie. Vooral geneeskundestudenten hebben bijbaantjes en voeren onderzoeken uit; zo hopen ze de kans op een opleidingsplek bij de specialisatie van hun keuze te vergroten. Los daarvan is deze generatie veel bezig met social media. Steeds op je smartphone kijken is vermoeiend voor het brein en dat veroorzaakt weer stress.’ Geeft het vak zelf ook spanning? ‘Ja, geneeskundestudenten worden op jonge leeftijd geconfronteerd met ziekte en overlijden. Dat is confronterend. Werken in een ziekenhuis kan heel stressvol zijn, vanwege de hoge eisen. Bovendien kunnen nacht- en weekenddiensten slopend zijn. Daar komt nog bij dat ze onzeker zijn: heb ik het wel goed gedaan? Heb ik iets fout gedaan? Want vergeet niet, het werk gaat over het welzijn van medemensen en over leven en dood. Bovendien weet ik uit de

30

‘Aan yoga of mindfulness doen, is wetenschappelijk aantoonbaar effectief tegen stress’ De onderzoekers merken dat het lastig is om studenten betrokken te houden; veel deelnemers haken af. Is de reden hiervoor onderdeel van het probleem? Dat deelname aan een onderzoek stress oplevert in het toch al zo drukke studentenbestaan? Hunink: ‘We horen inderdaad dat mensen geen tijd hebben om bijvoorbeeld naar de aikidotraining te komen vanwege bijbaantjes of tentamens.’ Niettemin heeft zij de hoop het onderzoek succesvol af te ronden. Inmiddels is ze ook bezig om het onderzoek uit te bouwen naar ‘jonge klaren’: net beginnende artsen. ‘We moeten zorgen dat er een veerkrachtige beroepsgroep komt die gezond en gelukkig hun baan kan uitvoeren.’


NAAM: Myriam Hunink STUDIE: Geneeskunde,

Universiteit Leiden, promoveerde in Rotterdam in de radiologie FUNCTIE: Hoogleraar Radiologie en Klinische Epidemiologie aan Erasmus MC en adjunct-hoogleraar Health Decision Science aan Harvard T.H. Chan School of Public Health

31


WETENSCHAP IN DE PRAKTIJK

TEKST: Marieke Poelmann BEELD: Margot Vlamings

BREXIT KENT ENKEL VERLIEZERS Fabian Amtenbrink (50) en René Repasi (39) doen al enkele jaren zowel individueel als samen onderzoek naar de juridische, economische en politieke consequenties van brexit. Ook al vóór het beslissende referendum in 2016. ‘Brexit is het domste idee sinds de Tweede Wereldoorlog. Niemand wint.’

O

p 23 juni 2016 besloot een kleine meerderheid van de Britse bevolking in een referendum dat het Verenigd Koninkrijk zich uit de Europese Unie moet terugtrekken. ‘Sindsdien proberen Britse en Europese onderhandelaars het onmogelijke mogelijk te maken,’ zegt Amtenbrink. ‘Terwijl het Verenigd Koninkrijk probeerde volledige controle over alle rechtsgebieden terug te krijgen en toegang tot de interne markt van de EU te behouden, wilde de EU vrij verkeer beschermen en grenscontrole op het Ierse eiland vermijden.’ Volgens Repasi een onmogelijke missie, die ­uiteindelijk leidde tot een weigering van de terugtrekkingsovereenkomst door het Britse Lagerhuis. ‘Het gevaar van een harde brexit zonder deal is groter dan ooit tevoren,’ zegt Amtenbrink. Hoe zijn jullie op elkaars pad gekomen? REPASI: ‘In 2014 was er een conferentie in Den Haag over de Europese Economische en Monetaire Unie waar we allebei spraken. We raakten in gesprek en stelden vast dat we in soortgelijke wetenschappelijke onderwerpen zijn geïnteresseerd. Fabian was toen al hoog­ leraar aan de Erasmus Universiteit en ik maakte plannen om naar Nederland te verhuizen.’ AMTENBRINK vult aan: ‘We waren bezig met de oprichting van het European Research Centre for Economic and Financial Governance (EURO-CEFG): een samenwerking van de

universiteiten van Leiden, Delft en Rotterdam. Er was ruimte voor een postdoctorale plek die goed bij René paste. Zo is onze samenwerking begonnen.’ Hoe leidde die samenwerking tot onderzoek naar brexit? REPASI: ‘Binnen het EURO-CEFG onderzochten we juridische, economische en politieke kwesties rond de Europese schuldencrisis. Begin 2016 kwam er een aanvraag binnen van het Europees Parlement om onderzoek te doen naar de ‘new settlement deal’ tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU. Zodoende begonnen we over brexit en de mogelijke gevolgen na te denken, dus nog voor het daadwerkelijke brexit-referendum.’

NAAM: Fabian Amtenbrink STUDIE: Rechten aan de Freie

Wat waren destijds jullie verwachtingen van het brexit-referendum? AMTENBRINK: ‘Je kunt je achteraf heel slim voordoen en stellen dat je het allemaal zag aankomen, maar dat is niet waar. In eerste instantie hield ik een pro-brexit meerderheid niet voor mogelijk. Dat gevoel hield aan tot een dag voor het referendum. Ik was in het VK voor een wetenschappelijk conferentie en de Britse collega-hoogleraar van de organiserende ­universiteit was afwezig. Ik vroeg waar hij was. ‘Die staat te flyeren voor een verblijf van ­Groot-Brittannië in de EU,’ was het antwoord. Toen pas wist ik hoe laat het was.’ ‘Ook ik zag het niet aankomen,’ zegt Repasi.

32

Universität Berlin, promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen, voltooide de Duitse gecombineerde rechter- en advocatenopleiding (Rechts­ referendariat) bij de Hogere Regionale Rechtbank Berlijn (Kammergericht Berlin) FUNCTIE: Vicedecaan en hoogleraar Recht van de Europese Unie aan de Erasmus School of Law, Visiting Professor aan het College of Europe in Brugge


‘Britse en Europese onderhandelaars hebben geprobeerd het onmogelijke mogelijk te maken’

‘De dag voor het referendum hebben we voor het EURO-CEFG nog twee blogs voorbereid: eentje voor elk scenario. We waren er echt niet zeker van wat er precies zou gebeuren.’ Wat zijn de belangrijkste bevindingen van jullie onderzoeken? AMTENBRINK: ‘Er zijn verschillende aspecten en verschillende scenario’s: juridisch, economisch en politiek. Een belangrijk politiek gevolg van brexit is natuurlijk dat het haaks staat op idee van Europese integratie. Je zou kunnen zeggen dat op het moment dat Artikel 50 werd geïntro­ duceerd in het Verdrag betreffende de EU, de deur tot uittreding op een kier is gezet. Het verspreiden van onwaarheden rond de gevolgen van brexit is een groot probleem in het VK. Aan ons als wetenschappers de taak om de feiten en cijfers op een rij te zetten en de daadwerkelijke juridische, economische en politieke gevolgen te analyseren. Voor burgers, voor ondernemingen, voor de overheid en voor de economie.’

NAAM: René Repasi STUDIE: Rechten aan de Ruprecht-Karls-Universiteit Heidelberg en aan de Université de Montpellier, voltooide de Duitse gecombineerde rechter- en advocatenopleiding (Rechtsreferendariat) bij de Hogere Regionale Rechtbank Zweibrücken (Oberlandes­ gericht Zweibrücken), promoveerde aan de RuprechtKarls-Universiteit Heidelberg FUNCTIE: Assistant Professor Erasmus School of Law International and European Union Law

‘In het grotere plaatje zien wij dat in het dagelijks leven iedereen het slechter krijgt door brexit,’ voegt Repasi toe. ‘Het is het domste idee sinds de Tweede Wereldoorlog, omdat niemand wint. De Britten verliezen, maar het hele continent verliest mee. Het hele idee van een Europese Unie was om te vermijden dat we terug zouden gaan naar een klimaat van verdeeldheid. Ik zeg

niet dat er oorlog komt, maar dit is wel een rampscenario.’ Wat betekent brexit voor studenten? ‘Wij advocaten zeggen altijd: dat hangt ervan af,’ zegt Amtenbrink. ‘We weten nog steeds niet of het Britse Lagerhuis uiteindelijk de terug­ trekkingsovereenkomst zal accepteren, of dat we eindigen met een harde brexit. In het eerste geval zullen de rechten van studenten tot eind 2020 hetzelfde blijven als nu. Daarna zal een toekomstige overeenkomst tussen het VK en de EU deze kwesties behandelen. In het laatste geval stoppen alle rechten voor EU-studenten in het VK en Britse studenten in de EU.’ ‘Daarom hebben zowel de EU als de lidstaten noodvoorschriften aangenomen,’ zegt Repasi. ‘Die maatregelen beschermen elke student die op het moment van brexit in een uitwisselings­ programma zit om zijn of haar studie af te maken. EU-financiering zal ook worden gegarandeerd op voorwaarde dat het VK in 2019 de EU-begroting betaalt.’ ‘Het einde van uitwisselingsprogramma's voor studenten en wetenschappers vanwege brexit zal een enorm intellectueel verlies zijn,’ ­concludeert Amtenbrink.

Dit interview vond plaats in juli 2019: drie maanden voor het gestelde ultimatum voor een brexit-akkoord van 31 oktober.

33


WETENSCHAP IN DE PRAKTIJK

TEKST: Suzanne Rethans ILLUSTRATIE: Claudie de Cleen

Universitair docent Sophie van der Zee

liegen, bewegen voortdurend hun lijf’ ‘Mensen die

‘P

Sophie van der Zee is universitair docent aan de Erasmus School of Economics en doet onderzoek naar een leugendetector die wél werkt. In eerste instantie om de politie te helpen bij verhoren. Maar intussen ontmaskert ze ook even Donald Trump; ze weet precies wanneer hij jokt in zijn tweets.

robeer dit vooral niet zelf,’ zegt wetenschaps­ onderzoekster Sophie van der Zee. Als ze iets heeft geleerd in de afgelopen tien jaar dat ze onderzoek deed naar de meest accurate vorm van leugendetectie, dan is het wel dat het met het blote oog niet te zien valt. ‘Trucjes’ als wegkijken, schuifelen, het zegt allemaal niks. ‘Wegkijken doe je als je nadenkt. Een leugenaar die eerlijk wil overkomen kijkt je juist vaak aan in de hoop je te overtuigen.’ Het verzoek kwam oorspronkelijk van het Centre for the Protection of National Infrastructure (cpni.gov.uk), in 2010: hoe kunnen politieverhoren worden verbeterd? Hoe bepaal je betrouwbaarheid? Richt je je op non-­ verbale aspecten – hoe gedraagt iemand zich? – of op verbale – wat zegt iemand? Haar hypothese was dat een focus op gedrag meer zou vertellen. Zelf liegt ze ook weleens en dan heeft ze redelijk onder controle wat ze zegt, maar niet hoe ze daarbij beweegt. Do ist der Bahnhof Het probleem is dat liegen niet het effect sorteert dat het bij Pinokkio heeft. ‘Eigenlijk ben je op zoek naar de heilige graal, de menselijke variant op de neus van Pinokkio.’ Die is er niet, is de conclusie. ‘De kin gaat iets omhoog als je liegt en mensen beginnen vaak te wiebelen met hun vingers. Maar gooi je alle gedragingen op de grote hoop, dan blijft er weinig overeind.’ Dat is het resultaat van jarenlang gedrag bestuderen van mensen die op video waarheid en leugens vertellen. Alle gedragingen werden gecodeerd en geturfd: rechter­ hand beweegt, kijkt opzij, verandert van houding. Maar zie het maar eens met bijbedoeling te meten. Het maakt nogal wat uit of je je handen enthousiast meebeweegt tijdens het vertellen of wijst: Do ist der Bahnhof. In 2011 hoorde Van der Zee dat op de Universiteit Twente Ronald Poppe als informatica-onderzoeker bezig was met algoritmes loslaten op menselijk gedrag beeld­ materiaal, waardoor er objectief en automatisch wordt

NAAM: Sophie van der Zee STUDIE: Sociale psychologie

(BSc, Universiteit Utrecht) en rechtspsychologie (MSc, Universiteit Maastricht; PhD, Lancaster University) FUNCTIE : Universitair docent toegepaste economie Erasmus School of Economics

34


‘Als je liegt ga je er niet vanuit dat de ander je gelooft, dus ga je overtuigen, en daar hoort ‘please’-gedrag bij’

eerder aangetoond meer bewoog tijdens het liegen, de groep die het wel wist paste het gedrag aan, maar was niet in staat dat op een geloofwaardige manier te doen. Liegen is moeilijker dan de waarheid vertellen Vervolgens ging de tocht in 2013 naar Cambridge waar Van der Zee de dynamiek tussen twee mensen onder­ zocht als er een liegt. Vanuit de gedachte: liegen doe je nooit alleen, maar altijd tegen iemand. Het blijkt dat mensen elkaar meer gaan spiegelen als ze liegen. Als je liegt ga je er niet vanuit dat de ander je gelooft, dus ga je overtuigen, en daar hoort ‘please’-gedrag bij. Er spelen meer emoties zoals schuldgevoel en angst dat het uit­ komt, tenzij je psychopathische trekjes hebt. Er is een cognitieve belasting, liegen is moeilijker dan de waarheid vertellen, omdat je niet uit je herinnering kunt putten, al geldt dat niet altijd. Als je een vriendin moet vertellen dat haar man vreemdgaat, is liegen soms makkelijker. En leugenaars proberen eerlijk over te komen. En wat als mensen zijn gaan geloven in hun eigen leugens? Dan is het geen liegen meer.

gemeten. Ze hebben samen een methode ontwikkeld om automatisch menselijk gedrag te meten en die ­vervolgens toegepast op leugendetectie. En zo ontstond een vruchtbare samenwerking, op het snijvlak van psycho­ logie en informatica. En niet alleen in wetenschappelijk opzicht, want er heeft inmiddels een huwelijk plaats­ gevonden en er is een dochter geboren. Onder tafel gebeurt van alles Het onderzoek werd opnieuw gedaan, maar nu droegen de mensen een motion capture-pak vol sensoren. Naar het onderlichaam was op video bijna nog nooit gekeken, want mensen zitten tijdens een verhoor aan een tafel. Met dit pak aan bleken de meeste mensen over hun hele lichaam meer te bewegen tijdens het liegen, ook hun voeten en benen. Maar onzichtbaar voor het oog. Het nadeel is dus dat je echt zo’n pak moet gebruiken, en dat is een kostbare zaak. Er zijn alternatieven zoals de Xbox Kinect, maar die zijn minder accuraat. Daarbij: kun je het ook gebruiken als mensen het weten? Eenmaal bekend, kunnen advocaten hun cliënten instrueren zo stil mogelijk te blijven zitten. In vervolg­ onderzoek kwamen er twee onderzoeksgroepen: een groep die wist hoe het pak werkte en een die het niet wist. Opdracht aan beide groepen: probeer het pak te verslaan. Het bleek dat de groep die het niet wist zoals

Trump weet wanneer hij onjuistheden tweet Sinds 2015 richt ze zich op multimodale leugendetectie en kijkt ook naar taalgebruik. Gebruiken mensen andere woorden als ze liegen? Zo heeft Van der Zee de leugens van Trump geanalyseerd aan de hand van zijn tweets, in samenwerking met fact checkers van de Washington Post. Dat hij dingen zegt die feitelijk onjuist zijn, staat vast. Maar weet hij dat hij liegt of is hij gewoon slecht geïnformeerd? Uit de linguïstische analyse blijkt dat hij heel andere woorden gebruikt in feitelijk juiste dan in feitelijk onjuiste tweets. Hij weet vaak dus wel degelijk dat hij liegt. Toepassing van het onderzoek is in de praktijk nog lastig. Het best werkt een multimodale aanpak: non-verbaal, verbaal en fysiologisch. Maar er is belangstelling. Niet alleen bij de politie, maar ook bij douane en in de verzekeringsbranche.

35


WETENSCHAP IN DE PRAKTIJK

TEKST: Janneke Juffermans FOTO: Privébezit

Niet: dit kan beter Wel: wat doe je dat goed Marianne van Woerkom onderzoekt niet waarom mensen niet goed functioneren op hun werk, maar juist wanneer ze dat wél doen. Positieve psychologie dus.

Wat is positieve psychologie? ‘Positieve psychologie wil een tegenwicht bieden aan de focus die in de psychologie vaak ligt op het oplossen van dingen die niet goed gaan, zoals een depressie of een burn-out. Dat is zeker nuttig, maar het is ook belangrijk om de momenten te bestuderen waarop mensen wel goed functioneren en gelukkig zijn. Daardoor krijg je informatie over in welke omstandigheden mensen lekker werken, bevlogen zijn, et cetera. Het opheffen van een burn-out maakt je nog niet bevlogener.’ Ben je als positief psycholoog nu een roepende in de woestijn? ‘Haha, dat valt wel mee. In veel organisaties wordt het al steeds meer toegepast. Veel bedrijven zijn gericht op het welbevinden van medewerkers, niet alleen om burn-outs te voorkomen, maar ook om medewerkers te binden en te zorgen dat ze zich goed voelen bij hun werk. En ook in andere sectoren, zoals het onderwijs, wordt er meer over nagedacht. Niet alleen maar die focus op prestaties en leerresultaten, maar ook: hoe gaan leerlingen om met emoties en hoe kunnen we ze leren zichzelf goed te ­voelen en hun talenten te ontdekken? Hierbij helpt ­positieve psychologie’ Hoe komt het dat we zo gericht zijn op wat niet goed gaat? ‘Wij mensen hebben een ‘negativity bias’. We zijn gericht op negatieve informatie. Dat is evolutionair te verklaren vanuit het willen beheersen van gevaar. De dingen die al goed gaan, daar hoef je niets meer aan te doen. Maar we weten inmiddels uit onderzoek dat het versterken van positieve emoties ook erg belangrijk is. Dankbaarheid, stilstaan bij wat je hebt bijvoorbeeld, daar worden mensen gelukkiger van. Kun je ook uitspreken naar de mensen die je waardeert, zoals je collega’s.’

NAAM:

Marianne van Woerkom STUDIE: Afgestudeerd als onderwijskundige aan de Rijksuniversiteit Groningen met als specialisatie beroeps- en bedrijfs­ opleidingen, promoveerde in 2003 op het proefschrift ‘Critical reflection at work. Bridging individual and organizational learning’ FUNCTIE: Bijzonder hoogleraar Positieve Organisatie Psychologie bij het Departement Psychology, Education and Child Studies van de Erasmus Universiteit

Doen we dat te weinig op de werkvloer? ‘Vaak is men binnen organisaties gericht op het verbeteren van wat werknemers nog niet kunnen, de zwakke punten. Veel functioneringsgesprekken gaan daarover. Dan wordt er training en opleiding ingezet om die punten te verbeteren. De sterkepuntenbenadering komt uit de positieve psycho­ logie en daarin wordt de vraag omgedraaid: waar ben je goed in, waar krijg je energie van en hoe kun je die talenten

‘Medewerkers die in hun werk hun kwaliteiten kwijt kunnen, ­ erzuimen minder’ v

nog beter inzetten? We hebben dit onder­ zocht door twee groepen te vergelijken: de ene groep maakte een persoonlijk ­ontwikkelingsplan en aan de andere groep vroegen we alleen maar: ontdek je sterke punten en ga op zoek naar nieuwe manieren om die te gebruiken. Die laatste groep scoorde drie maanden later veel hoger in de mate waarin ze bezig waren met hun persoonlijke ontwikkeling, terwijl ze dat eigenlijk niet eens was gevraagd.’ En waar heeft dat dan weer invloed op? ‘Er is bijvoorbeeld een verband met ziekte­ verzuim. Medewerkers in de zorg die ­aangeven dat ze in hun werk hun kwaliteiten kwijt kunnen, hebben minder last van werk­ druk en emotionele belasting. Ze verzuimen ook minder. Dus zowel organisaties als werk­ nemers varen wel bij deze benadering.’

36


WETENSCHAP IN DE PRAKTIJK

TEKST: Suzanne Rethans FOTO: Room/Unsplash

Pas op voor de

EENHEIDS WORST Tom Mom doet onderzoek naar vriendschap op de werkvloer. Wat blijkt? Vriendschapsbanden onder de werknemers zijn belangrijk, maar er is een kantel­ punt. ‘Het moet geen gesloten clubje worden dat zoekt naar consensus binnen de groep.’

O

m nieuwe producten te ontwikkelen, is exploratief gedrag nodig. De logische onderzoeksvraag luidde dan ook: hoe ­stimuleer je exploratief gedrag? Het hebben van een goed netwerk binnen de eigen organisatie blijkt daarin van groot belang. Tom Mom: ‘Hoe groter het netwerk, hoe meer een werknemer met nieuwe ideeën in aanraking komt.’ Zeker als de vertrouwensband groot is, vriendschappelijk zelfs, wordt er meer informatie uitgewisseld. ‘Je stapt eerder bij elkaar binnen. Je durft sneller te zeggen: dit is jouw specialisatie, vertel daar eens wat over. De ander is ook eerder bereid de tijd te nemen en diepgaandere kennis te delen. Zo kun je samen verder komen en nieuwe paden inslaan.’ Er zijn bedrijven die geloven dat onderlinge concurrentie stimulerend werkt, maar dat is een misvatting met soms desastreuze gevolgen, waarschuwt Mom. ‘Mensen beschermen hun eigen hachje, vertrouwen niemand en werken niet samen.’ Investeer in bedrijfsuitjes, zou je zeggen, ga op vrijdagmiddag samen de kroeg in, ga samen elke winter skiën. Maar pas op: er is een kantelpunt in de positieve werking van vriendschapsbanden. Het omslag­ punt ligt bij zo’n anderhalf, twee jaar, zo laat de statistiek zien. ‘Bij teams met vriendschapsbanden die langer bij elkaar zijn, is er steeds minder ruimte om afwijkende meningen te hebben. Het wordt een gesloten clubje dat zoekt naar consensus binnen de groep in plaats van naar nieuwe impulsen.’ Waar ligt de balans? Leiders moeten vertrouwen en samenwerking stimuleren, zodat kennis wordt gedeeld, maar tegelijkertijd voor­ komen dat werknemers zo close worden dat ze een eenheidsworst produceren en niet meer out of the box durven te denken. Hoe krijg je dat voor elkaar? Zorg voor diversiteit, adviseert Mom. ‘Wissel van teams en plekken in de organisatie of laat mensen in verschillende teams meedraaien, zo zorg je continu voor vers bloed.

‘Houd teams vers en hongerig, het is goed om een afwijkende mening te hebben’ Je hebt diversiteit nodig in leeftijds­ groepen, specialismen en persoon­ lijkheidskenmerken.’ Daarnaast is het belangrijk dat er binnen de bedrijfs­ cultuur ruimte blijft bestaan voor de afwijkende mening. ‘Mensen moeten het gevoel krijgen dat ze mogen leren en fouten mogen maken. Het is juist goed om een afwijkende mening te hebben. Het speelveld wordt steeds sneller, dat veronderstelt een voort­ durend bijstellen.’ Om de twee jaar wisseling van de wacht Daarnaast moet voorkomen worden dat er een te sterke bedrijfscultuur of -identiteit heerst. ‘Als je van bovenaf oplegt hoe iemand moet denken of doen, werkt dat niet stimulerend om verder te kijken.’ Het vinden van de juiste balans wordt bemoeilijkt door factoren als concur­ rentiepositie. Is de concurrentie groot in het veld, dan hebben bedrijven vaak de neiging zich naar binnen te keren en te doen waar ze sterk in zijn, terwijl dit juist het moment is nieuwe kansen te grijpen, zegt Mom. ‘En ook dan is die heterogeniteit heel belang­ rijk om de individuele exploratiedrift aan te wakkeren. Het helpt de

37

organisatie flexibel te zijn en nieuwe wegen in te slaan. Het is een leer­ proces dat je doorloopt, en dat is een stuk lastiger als je collectief blind bent geworden. Daarom moet je minimaal om de twee jaar zorgen voor een wisseling van de wacht. Bedrijven die dit goed toepassen zijn veel van de scale-ups van tegenwoordig. Jonge, snelgroeiende bedrijven zoals Coolblue, Takeaway en Young Capital. Die houden hun teams vers en hongerig.’

NAAM: Tom Mom STUDIE: Master Strategic Managing

Business Administration (cum laude) Erasmus Universiteit Rotterdam, master International Management CEMS (cum laude), Rechts- und Sozialwissenschaften Universität St. Gallen Hochschule, PhD Strategic Management Business Administration, EUR FUNCTIE: Hoogleraar Strategische Groei en Implementatie aan de Rotterdam School of Management


WETENSCHAP IN DE PRAKTIJK

TEKST: Yasmina Aboutaleb ILLUSTRATIE: GettyImages

BELEID NODIG VOOR MANTELZORG Er wordt een steeds groter beroep gedaan op mantelzorgers en dat betekent dat er steeds vaker een mix van informele en formele zorg bestaat. Onderzoeker Job van Exel wil mantelzorg meer zichtbaar maken en de positieve aspecten ervan benadrukken. ‘We moeten mantelzorg niet te veel problematiseren.’

N

ietsvermoedend zette Job van Exel als jonge onderzoeker eens zijn telefoonnummer onder de vragen­ lijst die aan honderden mantel­ zorgers werd verstuurd. Vervolgens had hij drie weken lang fulltime mantelzorgers aan de lijn. Soms hadden de mensen eenvoudige vragen over de vragenlijst, of wilden ze alleen kwijt dat het fijn was dat er eindelijk aandacht voor mantelzorgers was, maar Van Exel kreeg ook wanhopige verhalen te horen. Mensen die anderhalf uur lang vertelden over hoe ze van instantie naar instantie werden gestuurd of hoe er misbruik van hen werd gemaakt als mantelzorger. De jonge onderzoeker besefte eens te meer dat er achter de cijfers grote verhalen schuilgaan. Het motiveerde hem ook om iets bij te dragen aan de verbetering van de zichtbaarheid van de vier miljoen mantel­ zorgers die Nederland telt. Het onderwerp heeft Van Exel, inmiddels professor aan Erasmus School of Health Policy & Management, niet meer losgelaten. Heeft u zelf ervaring met mantelzorg? ‘Mijn zusje heeft het syndroom van Down, dus mijn moeder en vader verleenden al vanaf dat ik jong was mantelzorg aan haar. Vanuit dat perspectief ken ik het van dichtbij. Ik hielp zelf ook mee, met oppassen en door extra te helpen in het huishouden, maar echt mantelzorg zou ik dat niet noemen.’ Wanneer is iemand een mantelzorger? ‘Volgens het Sociaal en Cultureel Plan­ bureau (SCP) is er sprake van mantelzorg als iemand minimaal drie maanden lang, acht uur per week mantelzorg verleent.

Een mantelzorger is iemand die vaak ­onbetaald zorg verleent aan een bekende of een familielid, omdat diegene ziek is, of oud en hulp nodig heeft. Die zorgrelatie ontstaat vanuit een sociale relatie, dus het is altijd iemand die je van tevoren al kende. Die sociale relatie maakt het anders dan vrijwilligerswerk, want dat doen mensen meestal voor onbekenden. Veel mensen voelen zich niet direct mantel­ zorger, zeker als het niet zo’n zware taak is. Mensen zeggen vaak dat ze gewoon iets doen voor hun broer of moeder. Het hoort erbij, en dat er een label op zit is voor mensen zelf vaak niet evident. De term mantelzorg is meer een beleidsterm.’ Wat is de impact van het geven van mantelzorg? ‘Veel mantelzorgers geven twintig uur per week zorg, sommigen zeggen dat ze er wel 24 uur per dag mee bezig zijn. Je kunt je voorstellen: als dementie verder gevorderd is, dan moet je er altijd zijn. Je kunt geen moment meer weg. Of als je een zoon hebt met problemen aan zijn luchtwegen, dan moet je er ook altijd zijn om te voorkomen dat hij stikt. Dus er zijn groepen die het gevoel hebben dat ze er 24/7 mee bezig zijn. Gelukkig is dat wel een kleine groep. Als je kijkt hoe mensen zelf mantelzorg ervaren, dan zitten er positieve en negatieve aspecten aan. Mensen vinden het belastend, fysiek zwaar en mentaal kan het een grote impact hebben. Binnen een relatie moet je ineens allerlei handelingen verrichten die je daarvoor niet deed, je moeder wassen bijvoorbeeld. Dat is ook een mentale inspanning. Puur het feit dat iemand in je

38

omgeving ziek is, heeft al een negatieve invloed op je. Daar staat tegenover dat er ook positieve aspecten zijn. Die worden vaak vergeten. De nadruk ligt nu vaak op het belastende deel van mantelzorg. Veel mantelzorgers zeggen dat ze het graag doen, want als het hen zou overkomen dan zouden ze ook willen dat iemand voor hen zorgt. Sommige mensen halen er ook ­voldoening uit, een soort zingeving. Het is dus een mix. En het verandert ook. Als het net nieuw is moet je wennen, dan kan het negatieve eerst voorop staan, maar lang­ zaam leer je het waarderen. Tegelijkertijd: als het lang duurt, en als het perspectief niet zo positief is, dan kan het weer belastender worden.’ Heeft mantelzorg last van een slecht imago? ‘In veel mantelzorgonderzoeken vragen we hoe gelukkig iemand is. Dan geven mensen een cijfer. Dan vragen we: stel nou dat de mantelzorg helemaal overgenomen zou kunnen worden door iemand die u zelf ­uitzoekt, hoe gelukkig zou u dan zijn? Ongeveer een derde tot de helft zou minder gelukkig zijn. Daarom moeten we het ook niet te veel problematiseren, maar vooral proberen de positieve aspecten te bena­ drukken om meer mensen te overtuigen om zorg te gaan geven. En het beleid moet erop gericht zijn mensen te ondersteunen, zeker als het lang duurt, zodat ze het langer volhouden. Dat was ook de motivatie die wij hadden: mantelzorg zichtbaarder maken. Vroeger werd er niet gekeken naar wat voor effect behandelingen hadden buiten de


NAAM: Job van Exel STUDIE: PhD Economie aan de Vrije

­ niversiteit, Economie (MSc.) aan de Erasmus U Universiteit en Lerarenopleiding Wiskunde (Bsc.) aan de Hogeschool Rotterdam. FUNCTIE: Hoogleraar Economics and Values aan Erasmus School of Economics en aan Erasmus School of Health Policy & Management.

Vraag je mantelzorgers hoe gelukkig ze zouden zijn als de zorg werd overgenomen, dan zegt bijna de helft: minder gelukkig

­ ezondheidszorg. Inmiddels staat het veel g meer op de kaart, ook doordat het veel vaker voorkomt. Het aantal mensen dat zorg nodig heeft, neemt door vergrijzing toe, en het aantal mensen dat zorg kan verlenen neemt af. Dat zijn ook de mensen die voor inkomen moeten zorgen. Dat is een ­dubbele verant­ woordelijkheid voor jongere generaties.’ Waar richt u zich nu op in het onderzoek naar mantelzorg? ‘Er is vrij veel onderzoek gedaan door ons en het SCP naar mantelzorg bij specifieke ziektes, en in het algemeen. Maar er speelt nog een aantal interessante vraagstukken. Met de veranderende samenstelling van de bevolking is het interessant om te kijken naar het cultureel perspectief op mantelzorg.

39

Of mensen zichzelf als mantelzorger zien, verschilt namelijk tussen culturen, net als de motivatie om het te doen. Daar weten we te weinig van. Uit onderzoek weten we ­bijvoorbeeld dat Surinamers en Marokkanen zorg minder snel zien als mantelzorg. Zowel aan de gevende als ontvangende kant van mantelzorg zitten culturele ­componenten. Wil je verzorgd w ­ orden? Wil je zorg geven? Is er een netwerk of wordt iemand hoofdverantwoordelijke? In Nederland is het best ongebruikelijk om je ouders in huis te nemen. In veel andere landen is dat helemaal niet ongebruikelijk. Het hele netwerk is anders. Dat maakt of mantelzorg wel of niet problematisch is, of vrijwillig. Daar is nu geen specifiek beleid op gericht. Er wordt een steeds groter beroep gedaan op informele zorg en dat betekent dat er steeds vaker een mix van informele en ­formele zorg is. Waar liggen dan de verant­ woordelijkheden? Een thuiszorghulp of een wijkverpleegkundige heeft vaak een signaleringsfunctie. Als daar meer mensen in huis zijn die zich bemoeien met dezelfde taak is die afstemming misschien lastiger. Een ander probleem is dat van krimpregio’s, gebieden waar de jeugd wegtrekt en waar een relatief oude bevolking overblijft. Dat betekent dat het aanbod van mantel­ zorg dichtbij beperkt is. Het is waarschijnlijk dat mensen zich in krimpregio’s anders organiseren en dat ouderen beter op elkaar gaan letten, maar ze zullen ook vaker een tekort aan zorg ervaren. Wij willen weten hoe deze netwerken zich organiseren en hoe je daar beleid het beste op kunt afstemmen.’


Rotterdam School of Management Erasmus University

Haal meer uit je carrière Parttime Executive MBA’s

Modulaire Management Programma’s

Onze internationaal georiënteerde parttime Executive MBA van 22 maanden en Global Executive OneMBA van 21 maanden passen bij de veeleisende agenda van werkende executives zoals jij. De Engelstalige programma’s bieden groei, verdere ontwikkeling en een uitstekend wereldwijd netwerk voor effectieve zakelijke professionals.

Start je voor het eerst in de rol van manager, teamleider of een ander soort leidinggevende? Het flexibele 12-daagse RSM Diploma Programme in General Management of anders het 11-daagse modulaire Advanced Management and Leadership Programme voor senior managers, geven je nieuwe inzichten, praktische leiderschapsvaardigen en de juiste kennis gebaseerd op baanbrekend onderzoek.

rsm.nl/mba

rsm.nl/executive

Haal meer uit je carrière bij één van Europa’s beste business schools. Ontdek hoe je de uitdagingen en problemen binnen je bedrijf effectief kunt aanpakken. Met de laatste wetenschappelijke inzichten van top academici en praktijkervaringen van zakenleiders kun je deze nieuwe kennis, vaardigheden en instrumenten gebruiken om positieve veranderingen door te voeren. Alumni van Erasmus Universiteit Rotterdam ontvangen 10% korting op hun inschrijving.

Geaccrediteerd door

rsm.nl RSM - a force for positive change


DEVELOPMENT

ILLUSTRATIE: Moker Ontwerp

41


DEVELOPMENT

TEKST: Pauline Bijster ILLUSTRATIE: Lotte Dirks

Beloningen voor niet-r kers ‘Dit ziekenhuis werkt aan een rookvrije generatie’ staat er op bordjes in het Erasmus MC. Sinds 1 september 2019 moet het ziekenhuis en ook de omgeving geheel rookvrij zijn. De rookhokjes en -palen zijn weg. Ook op straat geldt het verbod. De Hogeschool en het Erasmiaans Gymnasium ertegenover werken mee.

O

m te zorgen dat het antirookplan succesvol verloopt, ook onder medewerkers van het zieken­ huis, is het onderzoek PERSIST in het leven geroepen. De belangrijkste onderzoekster op dit project is PhD-student Nienke Boderie: ‘Als je een ziekenhuis rook­ vrij maakt, moet je mensen ook helpen om te stoppen.’ Boderie deed haar onderzoeksmaster Gezondheidswetenschappen met een ­specialisatie in preventie. Nu werkt ze mee aan het rookvrij maken én houden van het ziekenhuis en alle medewerkers. Via SineFuma, een landelijke organisatie, wordt aan alle Erasmus MC-collega’s een cursus stoppen met roken aangeboden. Ze voegt toe: ‘Wat wij doen met PERSIST is het meten van het effect van gepersonali­ seerde beloningen op langdurig stoppen.’ Hoe wil je worden beloond? Ze legt het uit. ‘Deelnemers krijgen op ­verschillende momenten in het jaar een test of ze nog steeds gestopt zijn. Elke keer als blijkt dat dit echt zo is, krijgen ze iets, ­bijvoorbeeld een tegoedbon van bol.com. Hiernaast is het gepersonaliseerde onder­ deel belangrijk: uit literatuur blijkt dat de beloning die het beste werkt, per persoon verschilt. Daarom bieden wij verschillende opties aan en adviseren we deelnemers wat het beste bij hen past. Er zijn vier beloning-schema’s. Een standaard schema waarbij de beloning constant blijft; een schema dat begint met een hogere beloning en laag eindigt; een schema dat

laag begint en hoog eindigt, en het borg­ systeem: de deelnemer legt 100 euro in, als hij de mist ingaat, is hij zijn geld kwijt. Als het lukt, verdient hij uiteindelijk 450 euro. Waarschijnlijk heeft het borgsysteem de hoogste succesgraad, omdat mensen bij een fout niet alleen niks verdienen, maar ook hun inleg kwijt zijn.’

‘We meten het effect van gepersonaliseerde ­beloningen op langdurig stoppen’ Minder snel terugvallen Het idee achter dit onderzoek is dat als iemand heeft volgehouden om een heel jaar rookvrij te zijn, deze persoon minder snel terugvalt. De meetmomenten zijn op drie, zes en twaalf maanden. Boderie en de andere onderzoekers hopen dat 220 medewerkers van het ziekenhuis mee willen doen. En dat de resultaten op grotere schaal gebruikt kunnen worden in de toekomst: ‘Kunnen we zorgen dat mensen langdurig stoppen met roken? Kan zo’n beloningsysteem in de toekomst worden aangeboden door werkgevers, of door verzekeringen?’

en alle ziekenhuizen in Nederland vanaf 2025. Hiermee lopen de Rotterdamse instellingen dus voorop. Ook het Albert Schweitzer Ziekenhuis in Sliedrecht heeft al een rook­ vrije omgeving met de straat en buurt erbij, Ikazia Ziekenhuis Rotterdam en Maasstad Ziekenhuis zijn ermee bezig. Een rookvrije generatie Uit cijfers van het RIVM blijkt dat het aantal rokers al jaren langzaam daalt in Nederland. Is het dan nodig, zoveel extra moeite? ‘In Rotterdam rookt nog steeds dertig procent van de bevolking, we zijn er nog lang niet. Er is nog een verschil tussen hoog- en laag sociaal economische groepen: ons beloningssysteem werkt wat beter bij lagere sociaal economische groepen.’ Een echte rookvrije generatie, dat is het doel, zoals de bordjes in het ziekenhuis al verklappen.

NAAM: Nienke Boderie

Rotterdam loopt voorop Het doel is om stoppen met roken-­ programma’s ook op lange termijn effectief te maken. Vanuit het nationaal preventie­ akkoord is besloten dat alle onderwijs­ instellingen vanaf 2020 rookvrij moeten zijn,

42

STUDIE: Master Gezondheids­

wetenschappen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam FUNCTIE: Als PhD-student betrokken bij PERSIST


SLIMMER KIEZEN PERSIST valt binnen het Smarter Choices for Better Health-nitiatief en wordt ondersteund door de stichting Erasmus Trustfonds. De Erasmus Universiteit Rotterdam heeft de ambitie om wereldwijd bij te dragen aan betere gezondheid door slimmere keuzes. Omdat gezondheid en gezondheidszorg complexe thema’s zijn, zet dit Erasmus-initiatief in op meerjarig multidisciplinair onderzoek.

43


DEVELOPMENT

TEKST: Pauline Bijster

Geefcirkel • Doing well together Het Erasmus Trustfonds zet zich sinds 1913 in voor de groei en bloei van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij doet dit door financiële ondersteuning te bieden aan projecten en activiteiten die bijdragen aan nóg beter onderwijs en onderzoek of die studenten en mede­ werkers ondersteunen in hun professionele ontwikkeling. Deze extra geldstroom heeft de Erasmus Universiteit Rotterdam hard nodig om zich op wereldschaal te kunnen blijven meten met andere universi­ teiten. Enkele voorbeelden waarvoor het Trustfonds dankbaar is:

♥ Inner Circle Ondernemer­ schap Raymond en Colette Cloosterman (CEO bij Rituals en CCO bij Jumbo en alumni) zijn de oprichters van deze geefcirkel voor jong ondernemerschap op en rond de Erasmus Universiteit. ‘We hebben allebei een mooi

De Erasmus Alumni Trust (EAT) verbindt alumni van alle studierichtingen en jaren met elkaar, de universiteit en de stad. EAT is ontstaan op 1 januari 2019 uit een fusie tussen de Vereniging Erasmus Trustfonds en de Erasmus Alumni Vereniging. Lid worden en uitgenodigd worden voor de inspirerende en informatieve activiteiten kan via de website: erasmusalumni.nl.

bedrijf opgericht. Als je dan de film terugdraait, zie je toch dat je veel te danken hebt aan Rotterdam en de EUR. Het is fijn om wat terug te kunnen geven, en vooral dóór te kunnen geven.’ ♥ Inner Circle Medische ­Inno­vatie Frans van Houten (Bestuursvoorzitter Philips en economie-alumnus) is ambassa­ deur voor de medische innovaties: ‘Om een topuniversiteit te zijn, moet je je onderscheiden. Daar heb je middelen voor nodig. In Amerika, Engeland en België is het gewoon, geld geven aan je alma mater, in Nederland kennen we die traditie niet. We zijn in zekere zin verwend. Ik denk dat bijdragen aan onder­ wijs en onderzoek juist de maat­ schappij voor de volgende ­generaties helpt.’

FOTO: WILLIAM WHITE

♥ Inner Circle Sustainability Rob van Gansewinkel is oprichter van het Impact for Sustainability fonds. Daarnaast is hij CEO bij Van Kaathoven en bedrijfskundealumnus: ‘Via een bijdrage aan het endowment fund, kunnen we misschien onderzoek mogelijk maken naar effecten van een ­circulaire economie op langere termijn. Of onderzoek naar het indammen van de afvalstroom. Streven naar een afvalloze maat­ schappij – dat is pas een mooie uitdaging!’

CALLING ALL ALUMNI

DANSEN MET OUDE BEKENDEN Iedereen die de universiteit een warm hart toedraagt, is welkom op het Erasmus Trustfonds benefietgala. Ga ouderwets uit je dak met de Hermes House Band, drink een glaasje en kom oude bekenden tegen. Op trustfonds.nl is meer informatie te vinden over het Erasmus Trustfonds benefietgala.

Nieuwjaarsborrel Wegens groot succes wordt de Erasmus Alumni Trust nieuwjaarsborrel herhaald. Op 16 januari 2020 zullen

KOM EENS LANGS

we te gast zijn op het Erasmus MC. Leden die komen

Het Erasmus Trustfonds nodigt alumni die al een tijd niet meer op een van de campussen zijn geweest uit voor een rondleiding of ontmoeting. Een doorlopend gevarieerd programma wordt aangeboden met onder andere een bezoek aan het nieuwe ziekenhuis of de verbouwde Campus Woudestein, een kunstroute, een meet-and-greet met jonge ondernemers in het Centre for Entrepreneurship of een high tea met de rector magnificus. Meer informatie: trustfonds.nl.

(de opleidingsoperatiezaal).

borrelen, krijgen rondleidingen over de afdeling Radiologie, de Spoedeisende hulp en het Skills Lab

44


45


ONDERWIJSINNOVATIE

TEKST: Dennis Mijnheer FOTO: Anneke Hymmen

‘De Onderwijsraad zie ik als het geheugen en het geweten van het onderwijs’ Stads-en onderwijssocioloog Iliass El Hadioui is sinds januari lid van de Onderwijsraad, het tien­ koppige onafhankelijke adviesorgaan van de Nederlandse regering op het gebied van onderwijs. Als raadslid is hij daarmee direct betrokken bij gevraagde én ongevraagde adviezen aan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

‘I

k was een van de gelukkigen inderdaad,’ zegt El Hadioui met enige trots over zijn aanstelling als lid van de Onderwijsraad eerder dit jaar. De stads-en onderwijssocioloog El Hadioui kreeg bij zijn aanstelling een belangrijke boodschap mee van zijn voorganger Kristel Baele. ‘Zij gaf mij een heel mooi advies: voel je als individuele wetenschapper vrij om te vinden wat je wilt. Los van het beleid van de Erasmus Universiteit. Die rugdekking vond ik heel belangrijk, want ik hecht veel waarde aan academische en geestelijke vrijheid,’ zegt El Hadioui die met genoegen terugblikt op zijn eerste maanden bij de Onderwijsraad. Boven de partijen ‘In de vergaderingen van de Onderwijsraad zit voor mij enorm veel leerpotentie, want het zijn mensen met zoveel verdiepende kennis en expertise op specifieke domeinen. Het voedt een soort intellectuele nederig­ heid, omdat onderwijsjuristen, bestuurskundigen maar ook psychologen aan dezelfde tafel je voortdurend ­blijven voeden.’ El Hadioui is de raad ingestapt met een duidelijk beeld van het onafhankelijke adviesorgaan. ‘De Onderwijsraad zie ik als het geheugen en het geweten van het onderwijs. De raad staat boven de partijen en is gericht op het algemeen belang.’ Hij verwijst naar de felle discussies in de media over actuele onderwerpen zoals de vrijheid van onderwijs of het taalbeleid. ‘De discussies zijn vaak hypersensitief waardoor er in het onderwijsveld behoefte is aan verdiepende kennis met een historisch besef.’

NAAM: Iliass El Hadioui STUDIE: Bachelor en master sociologie in de richting Grootstedelijke Vraagstukken en Beleid, Erasmus Universiteit Rotterdam FUNCTIE: Stads- en onderwijssocioloog, wetenschappelijk docent verbonden aan de Department of Psychology, Education and Child Studies van de Erasmus Universiteit Rotterdam, programmaleider binnen het cultuurveranderingsen professionaliserings­ programma De Transformatieve School, als onderzoeksleider van het programma Transfor­ maties in het Grootstedelijk Onderwijs verbonden aan de afdeling Sociologie van de Vrije Universiteit in Amsterdam, lid van de Onderwijsraad

Morele verantwoordelijkheid Als lid van de Onderwijsraad zit hij nu in de positie om echt een stempel te drukken op onderwijsvernieuwing. ‘Maar iedere hervorming begint bij het definiëren van wat je wilt behouden. Ik ben niet voor het innovatie-­

46

fetisjisme. Als je alles verandert dan gooi je dingen weg die waardevol kunnen zijn. Ik ben echter ook niet iemand die zegt dat vroeger alles beter was. Ik zie wel een nieuwe realiteit die cultureel gezien heel divers en gedigitaliseerd is bijvoorbeeld. Binnen die realiteit moeten docenten, schoolleiders en andere professionals gaan zoeken naar oplossingen.’ El Hadioui heeft als wetenschapper een duidelijk thema: kansengelijkheid. ‘Ik wil dat alle kinderen in Nederland dezelfde mogelijk­ heid krijgen om zich – via onderwijs – ­persoonlijk en maatschappelijk waardevol te maken. Daar heb je vanzelfsprekend een systeem voor nodig dat gericht is op deze kansengelijkheid. In een tijd waarin de ­kansenongelijkheid toeneemt, ben ik van mening dat onderwijswetenschappers de morele verantwoordelijkheid moeten voelen hun kennis over hoe de kansengelijkheid te vergroten, te ontsluiten voor het veld.’


ONDERWIJSINNOVATIE

TEKST: Dennis Mijnheer FOTO: Mark Uyl

LEREN kun je leren Iedereen weet wel hoe ze een samenvatting moeten maken tijdens een studie- of werkopdracht. Maar er zijn veel meer technieken om leerstof grondig op te nemen. Onderwijspsycholoog Martine Baars deed jarenlang onderzoek naar leren leren.

‘W

e overschatten onszelf meestal in het leer­ proces,’ zegt onderwijspsycholoog Martine Baars. ‘De conclusie is al snel: ik snap het wel. Maar tijdens een toets blijkt het kennis­ niveau toch opeens tegen te vallen en worden we geconfronteerd met een lager cijfer.’ Menig (oud)student zal dit fenomeen herkennen. Baars houdt zich al jaren professioneel bezig met dit onderwerp. Zij is als assistant professor verbonden aan de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences en promoveerde in juni 2014 op het gebied van zelfgereguleerd leren bij basis- en middelbareschoolleerlingen. Daarbij kreeg ze onder­ steuning vanuit de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Baars verdiept zich in de vraag hoe mensen hun eigen leerproces beter kunnen reguleren door middel van het toepassen van verschillende studiestrategieën, time management en het monitoren van het leergedrag. ‘Uit onderzoek blijkt dat zowel kinderen als volwassenen slecht zijn in het reguleren van hun leergedrag en leer­ processen,’ zegt Baars. Dat is volgens haar zonde, want effectief leren wordt een steeds belangrijkere vaardigheid voor zowel de huidige generatie studenten als alumni. ‘Léren leren is belangrijk voor de banen van de toekomst, want we worden bijna niet meer opgeleid voor één type baan die vijftig jaar hetzelfde zal blijven. We moeten continu blijven leren – lifelong learning.’ Plannen, monitoren en reflecteren Tijdens zelfgereguleerd leren wordt het leerproces opgeknipt in drie fases: plannen, monitoren en reflecteren. ‘Het begint met de voorbereidende fase: wat is de taak, wat is mijn motivatie en welke strategie ga ik gebruiken? Daarna volgt de uitvoerende fase waarin de studie­ strategie wordt uitgevoerd en waarin je continu in de gaten houdt: hoe verloopt het proces? Snap ik de stof? Werk ik prettig? Als de studiesessie eenmaal is afgelopen – denk aan een studieochtend in de bibliotheek of het schrijven van een stuk – dan ga je naar de reflectiefase. Hoe verliep de studiesessie? Wat ging er goed? Wat niet?

En wat moet ik volgende keer anders doen? Als je bewust bezig bent met plannen, monitoren en reflecteren, dan ben je je eigen leerproces aan het reguleren.’ Een app met studiestrategieën Om deze wetenschappelijke inzichten ook daadwerkelijk in de praktijk te brengen, heeft Baars de mobiele applicatie Ace Your Self-Study ­ontwikkeld. ‘Voor deze gratis app heb ik een review gemaakt van onder­zoeken binnen de onderwijs­ psychologie over studiestrategieën. Dat heeft geleid tot 22 studiestrate­ gieën die aan de hand van een kort filmpje worden uitgelegd.’ Een daar­ van is het spreiden van de studielast. ‘Je kunt in een week beter drie keer een uur studeren dan alles op de ­laatste avond doen. Dat is effectiever: je onthoudt meer en je begrijpt het beter.’ In de app worden de drie fases doorlopen en kunnen mensen ook details over hun studiesessie bijhouden. ‘De app daagt je uit om nog een studie­ rondje te doen. Het werkt eigenlijk hetzelfde als de apps Strava en Run­ keeper die je uitdagen om vaker en beter te gaan sporten.’ Baars hoopt dat de app ervoor zorgt dat studenten beter in staat zijn hun

leerproces te reguleren en kennis­ maken met nieuwe studiestrategieën. ‘De meeste mensen hebben op school geleerd om een samenvatting te maken. Maar veel mensen weten niet dat er meer mogelijkheden zijn, zoals het maken van een tekening van de onderlinge relaties of een concept map waarin de concepten in vakjes worden geplaats en daarna met pijlen aan elkaar verbonden. Je kunt dan een heel verhaal uitbeelden in één overzicht. Via de app kan iedereen kennismaken met een scala aan s­ tudiestrategieën die ze misschien nog niet eerder hebben gebruikt.’

NAAM: Martine Baars STUDIE: Bachelor Pedagogical

and educational Science aan de Radboud Universiteit, Nijmegen, master Educational Science aan de Radboud Universiteit, Nijmegen, PhD Educational Psychology aan de Erasmus Universiteit, Rotterdam FUNCTIE: Assistant professor bij het Department of Psychology, Education and Child Studies (DPECS), Erasmus School of Social and Behavioural Sciences

‘Er zijn drie leerfases: plannen, monitoren, reflecteren’


MIJN STUDENTENTIJD

beeld 72


TEKST: Karin Koolen FOTO'S: Mark Horn

Carola Schouten

‘Ik word een harde zakenvrouw, dacht ik’ Als minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zet Carola Schouten (1977) zich dag in dag uit in voor boeren, tuinders en vissers in ons land. Gevormd werd zij, zo stelt ze, tijdens haar studie bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit. ‘Het was de mooiste tijd van mijn leven.’

D

e ouders van Carola Schouten hadden een boerderij in Giessen. Nadat vader jong overleed, hielpen de kinderen hun moeder waar ze maar konden. Schouten: ‘Ik vond niet zozeer de boerderij, maar de processen eromheen heel interessant: wat gebeurt er in het bedrijf, waar speel je op in, hoe maak je keuzes … Mijn moeder en ik spraken veel over die kwesties en ik leerde snel: daar wil ik me verder in ontwikkelen.’ Dat leidde in 1995 – Schouten was zeventien jaar oud – tot een studie bedrijfskunde. Nog even twijfelde de van origine Brabantse tussen Groningen en Rotterdam, maar ze koos uiteindelijk voor de ‘nuchtere’ havenstad, een internationale stad met allure.

anoniem bestaan. Ik heb me al snel aangesloten bij VGSR, een christelijke studentenvereniging. Als ik hier nu rondloop, heb ik alleen maar goede gevoelens. Het voelt als thuiskomen! Ik heb hier de beste tijd van mijn leven gehad.’ Je beschrijft jezelf als gretig: hoe zag dat eruit? ‘Op de middelbare school was ik heel dedicated, ik moest en zou hoge cijfers halen. Op de ­universiteit heb ik die teugels het eerste jaar laten vieren. Natuurlijk, ik wilde alles halen, maar ik hoefde niet per se in alles de beste te zijn. De focus lag op studie én op persoonlijke vorming. Ik las veel, deed veel met de vereniging. Maatschappelijke discussies, nachtenlang met elkaar in gesprek zijn … Niet lichtzinnig alleen maar in de kroeg, maar met vrienden de wereld proberen te duiden. Dat varieerde van theo­ logische en filosofische issues tot lezingen over China – het kon alle kanten op. Het was een tijd waarin ik mezelf ontdekte.’

Hoewel, toen al …? (lacht) “Rotterdam was toen nog niet zo bruisend als nu, al gebeurde er genoeg. Ik kwam in West op kamers te wonen, waar de buurt zich destijds net tegen de drugsrunners keerde. Het was echt de wilde tijd van de stad. Ik vond het geweldig. Er gebeurde wat! Ik kwam uit een klein, rustig dorp en wilde de wereld in. Al was het soms ook spannend; we fietsten ’s avonds laat nooit alleen.’

Wat ontdekte je zoal over jezelf? ‘Dat ik juist de maatschappelijke vraagstukken interessant vond. Terwijl ik de studie ooit begon met het idee bij een grote internationale ­corporate te gaan werken, waarschijnlijk zelfs in het buitenland. Ik heb één keer een tien gehaald, dat was voor het vak ‘introductie op bedrijfskunde van publieke organisaties’. Dat thema boeide me mateloos! Hoe ben je als bedrijf met de samenleving bezig, die vraag stond centraal. Als bedrijf ben je geen zelfstandige entiteit; je staat altijd in relatie tot mensen, de overheid,

Wat weet je nog van je eerste stappen op de universiteit? ‘Studeren betekende voor mij: de wereld in. Ik keek er enorm naar uit, was heel gretig. Bedrijfskunde was toen al een grote studie, met ruim duizend eerstejaars studenten, en we zaten een beetje ‘achteraf’ op de campus. Daarmee moest je ook waken voor een

49


MIJN STUDENTENTIJD

NAAM: Carola Schouten STUDIE: Bedrijfskunde,

Erasmus Universiteit FUNCTIE: Vicepremier en minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in kabinet Rutte III

de samenleving. Waarom doe je dingen, wat is je drijfveer, hoe neem je als bedrijf een rol in allerlei maatschappelijke thema’s? Toen die ‘klik’ eenmaal gemaakt werd, koos ik voor de major Business-society Management. En ik ging bijvakken volgen; maatschappelijke geschiedenis, reformatorische wijsbegeerte. Business-society Management bestond uit een kleine groep en er werd veel inzet gevraagd. Je deed het echt samen, ging samen op zoek. Dat was enorm inspirerend. Ik kreeg steeds meer zicht op wat míj dreef. Het is mooi als alles ineens samenvalt, als je actief een eigen pad kunt volgen en kunt verdiepen.’ Wat neem je in je baan als minister mee van je studie? ‘Dat is niet eens vakinhoudelijk. Ik heb nog nooit in een bedrijf gewerkt, altijd bij de overheid en in de politiek. Weet je, toen ik aan de studie begon dacht ik: ik ben heel zakelijk, ik word een harde zakenvrouw. Maar uiteindelijk gaat het om: waar word je door aangesproken? Dat was in mijn geval niet door marketing of strategisch management. Ik heb me weleens afgevraagd of ik wel de juiste studie had gekozen. Maar die had ik, want dat zakelijke past ook bij mij. Een zakelijke, nuchtere manier van naar dingen kijken, maar je eigen overtuigingen daarin durven toelaten. Zo werk ik: ik wil eerst de feiten weten, en keuzes en afwegingen laad ik altijd met mijn overtuigingen in de politiek en als mens. Je moet jezelf en elkaar durven bevragen. En ook: je intuïtie durven volgen.” Heb je nog contacten overgehouden aan de universiteit? ‘Ik heb nog contact met mensen van Businesssociety Management. Een tijdje geleden werd ik gevraagd om te komen spreken voor het twintigjarig bestaan en dat deed ik met heel veel liefde! Ik ben de mensen van de vakgroep

‘Mensen die op je pad komen, die vertrouwen in je hebben en je verder helpen in je leven; dat is óók studeren’ namelijk enorm dankbaar. Tijdens mijn studie, na een uitwisseling met de universiteit in Tel Aviv, werd ik namelijk zwanger. Ik moest mijn scriptie toen nog schrijven, maar dat heb ik uitgesteld. Ik had een baan nodig, een huis … Zij bleven altijd betrokken en zeiden: ‘wij trekken je erdoorheen.’ Mensen als Lucas Meijs en Rob van Tulder hebben heel veel voor me betekend en hebben er mede voor gezorgd dat ik ben afgestudeerd. Mensen die op je pad komen, die vertrouwen in je hebben en je verder helpen in je leven; dat is óók studeren. Dat zal ik altijd onthouden als ik hier rondloop.’ Binnenkort begint je zoon hier aan een studie, ook bedrijfskunde. Toevallig? ‘Daar kwam hij zelf mee, ik heb er echt geen invloed op uitgeoefend. (lacht) Maar ik zie het allemaal met een grote glimlach aan. Ik probeer hem niet te veel voor te bereiden; hij moet het allemaal zelf ontdekken. Er is natuurlijk ook best wat veranderd met de jaren. Wat ik hem, en eigenlijk alle toekomstige studenten mee wil geven? Dat studeren de mooiste tijd van je leven kan zijn. Het is de tijd waarin je je kunt ontwikkelen. Dus zoek waar je hart ligt en gebruik deze tijd om te ontdekken waar je ­passies en talenten liggen!’

50


Erasmus Q-Intelligence

Erasmus Q-Intelligence levert oplossingen voor (big) data gerelateerde vraagstukken. In de vorm van advies en onderwijs.

Advies over (big) data en advanced analytics

Volg een opleiding en ga professioneel aan de slag met Data Analytics

Organisaties kunnen niet meer om (big) data en analytics heen om

Masterclass Data Analytics en kunstmatige intelligentie

optimaal inzicht te krijgen in hun markt en bedrijfsprocessen en

voor commissarissen en toezichthouders

om cruciale beslissingen te kunnen nemen. Bij veel bedrijven is dit

Voorjaar 2020

besef aanwezig, maar er zijn ook veel vragen. Postacademische opleiding Data Science & Business Zo denken veel organisaties dat ze niet groot genoeg zijn of te jong, of dat hun data niet op de juiste wijze is opgeslagen. Onze

Analytics Start op 4 september 2020

ervaring is dat ook kleine en jonge organisaties voldoende uitgerust zijn om data analytics te integreren in hun dagelijkse praktijk.

Executive Program Data Analytics for Financial Managers Start voorjaar 2020

Erasmus Q-Intelligence levert analytics advisory en maakt inzichtelijk welke waarde er uit uw data gehaald kan worden, bijvoorbeeld

Executive Program Strategische Kijk op Data Analytics Start voorjaar 2020

op het gebied van: •

HR Analytics

Executive Program Data Analytics for Marketing

Forecasting

Intelligence Start voorjaar 2020

Optimalisatie

Simulatie- en scenarioanalyse Executive Program HR Analytics

Bent u geïnteresseerd in wat wij voor u kunnen betekenen? Wij

Start voorjaar 2020

komen graag in contact om de mogelijkheden in uw specifieke situatie met u te bespreken of door bijvoorbeeld door het uitvoeren

Voor actuele startdata en voorlichtingsbijeenkomsten:

van een Data Analytics Scan.

www.eur.nl/eqi

Informatie en contact

W www.eur.nl/eqi

E eqi@ese.eur.nl

T 010 - 408 11 68

Erasmus Q-Intelligence is onderdeel van de Erasmus Universiteit Rotterdam en verbonden met het Econometrisch Instituut van de Erasmus School of Economics.

Erasmus University Rotterdam Make it happen.


Profile for Erasmus University Rotterdam

EA. Najaar 2019 (Dutch)  

EA. Najaar 2019 (Dutch)  

Advertisement