Page 1

magazine

OP HET OORLOGSPAD Belgen leiden Congolese soldaten op

MISLUKKING IN KOPENHAGEN Ons economisch model is niet houdbaar

ANIMALS EXPRESS ONDER VUUR Brussel draaischijf voor illegale dierenhandel?

HULPVERLENERS DOOR HET ROOD

Blussen? Redden? Of toch maar stoppen voor het verkeerslicht? Periodiek van de Professionele Bachelor Journalistiek van het departement Campus Dansaert Erasmushogeschool Brussel, Jaargang 14, nr 5, september 2010


Boven v.l.n.r.: Jolien Roelandt (adjunct-hoofdredacteur), Annelies Surkijn (hoofdredacteur), Sam Vanermen (redacteur), Ben Sommerijns (beeldredacteur), Lieselot Moerkerke (vormgever), Emilie Laurent (chef lay-out), Jan Wouters (redacteur). Onder v.l.n.r.: Yong Lee Van de Casteele (multimediamanager), Joeri Surdiacourt (redactiesecretaris), Bart Seykens (redacteur), Jasper Mispelters (eindredacteur), Micha Vanhoudt (chef reportage). Partick Pelgrims (algemeen hoofdredacteur) Dirk Mampaey (taaladviseur) Joost Goethals (eindredacteur beeld) André Lapeere (eindredacteur lay-out)

© Voetbalmagazine

“Ja hallo, als ge dat allemaal kunt” Het boekje dat u, beste lezer, nu in handen heeft, kostte ons bloed, zweet en tranen. Ik zou kunnen vervallen in nog duizend andere clichés, maar dat lijkt me nogal saai. “Hoe begin je in godsnaam aan zo’n boeksjen?” vroeg een redactielid me enkele dagen voor we aan Erasmix begonnen. Ik wist niet goed wat te antwoorden. Maar toch vlogen we er meteen in: interessante onderwerpen zoeken, researchen om aan nuttige informatie te geraken, telefoneren, interviewen, vergaderen, verbeteren, … Toen ons magazine naar het einde toe dan toch vorm kreeg, mompelde dezelfde scherpzinnige redacteur uitgeput: “Ja hallo, als ge dat allemaal kunt.” We werkten samen als een team. Een team waar af en toe rode kaarten moesten uitgedeeld worden, of om het in journalistieke termen te zeggen: af en toe moest ik een van mijn darlings killen. Toch, met deze ploeg wilden we het beste Communiqué/Erasmix Magazine allertijden maken. Normaal had ik nu één van de redacteurs de opdracht kunnen geven een kaderstukje te schrijven om deze rare kronkel te verduidelijken voor u, waarde lezer. Helaas denk ik dat de richtlijnen voor een redactioneel het niet toelaten om kaderstukjes bij te voegen. En ik vrees ook dat de lay-outster mij door het raam zou zwieren als ik met die suggestie aankwam. Hoe dan ook wil ik graag even uitleggen dat wij met het team dat u hierboven ziet één van de eerste Erasmixen uit de geschiedenis maakten. Het Communiqué deed veertien jaar dienst en maakte dit jaar plaats voor het Erasmix Magazine. Zoals ik al zei, hebben we afgezien bij het maken van dit boekje. Mijn redacteurs dreigden er meermaals mee uit het raam te springen, anderen bonkten met hun hoofd tegen de schoolmuren en de meerderheid vond mij een irritant zaagmens, terwijl ik heel de tijd liep te roepen: “Blijven gaan mannen, blijven gaan!” Maar kijk, beste lezer, u heeft het beste Erasmix Magazine ooit toch maar mooi in handen. Annelies Jolien en ikzelf verloren dit jaar allebei plotseling onze dierbare vaders. Wij hopen dat zij ons toch nog ergens kunnen zien en fier zijn op ons.

België leert Congo vechten 3 Een gesprek met Belgische militairen die Congolese soldaten trainen

Dierenwinkel onder vuur 6 20.798 Facebook’ers eisen sluiting Animals Express

“Ja, we hebben gefaald” 8 Een gesprek met de hoogste Europese ambtenaar voor milieu, Jos Delbeke

Wie zijn billen brandt... 10 Rode lichten komen hulpverleners duur te staan

Papa’s, deze is voor jullie…


©Archief Mercken/Hermans

België leidt berucht leger op

Vijftig jaar na de onafhankelijkheid blijft Congo een land in de greep van geweld. In de Oost-Congolese provincie Kivu woedt al jaren een gewapende strijd tussen rebellengroeperingen en regeringstroepen. Recente rapporten van Amnesty International en Human Rights Watch zijn ronduit schokkend. Gewapende milities zouden er aan de lopende band moorden en verkrachten. Vooral vrouwen en kinderen worden het slachtoffer. Ook het officiële Congolese regeringsleger zou zich volgens de rapporten schuldig maken aan geweld. Toch leidt het Belgische leger, op vraag van de Congolese overheid, al jaren een deel van het FARDC (Forces Armées de la République Démocratique du Congo) op. Erasmix trok met de rapporten naar de kazerne van Diest en sprak met de para’s die instaan voor de opleidingen van Congolese militairen. Micha Vanhoudt en Jan Wouters Begin 2009 stuurt België “onze jongens” naar een militair kamp in het Zuid-Congolese Kananga om daar het FARDC op te leiden. Net voor de missie publiceert Amnesty International een schokkend rapport ‘On women and Children’ (zie p.5). Daarin beschrijft de ngo aan de hand van getuigenissen hoe onschuldige burgers in de Oost-Congolese provincie Kivu dagelijks geconfronteerd worden met geweld. Amnesty toont aan dat niet alleen rebellengroeperingen zich schuldig maken aan moorden, groepsverkrachtingen en plunderingen, maar ook het Congolese regeringsleger. Human Rights Watch publiceert in het najaar van 2009 een soortgelijk rapport, dat ook de betrokkenheid van de internationale vredesmacht van de Verenigde Naties, de MONUC (Mission de l’Organisation des Nations Unies en République démocratique du Congo), op de korrel neemt (zie p. 5). Alleen al tijdens de periode van maart tot september 2009 werden 314 onschuldige vrouwen en kinderen verkracht door het FARDC, en dan gaat het nog maar alleen over de officieel geregistreerde gevallen. Ondanks de aanwezigheid van de MONUC houdt het geweld in Kivu aan. Hoe groot is nu de verantwoordelijkheid van het Belgische leger, dat een deel van de Congolese militairen opleidt?

MILITAIRE EXPERTISE

Jacques Bloemen, adjudant-chef publieke relaties, benadrukt dat de opleiding van het FARDC de belangrijkste taak van de para’s is.

“Wij leiden die militairen op met het idee en de hoop dat Congo zich op nationaal vlak organiseert en strijdt tegen de criminele rebellen. Onze zorg is niet de juiste werking van de Congolese regering, wel dat de militaire expertise die we overdragen correct toegepast wordt. Ik gaf opleidingen om het leger te structureren en niet om het verder te ontwrichten. Dat geeft mij een zekere voldoening en gemoedsrust.” Korporaal-chef Willy Mercken beaamt: “Er zullen in het Congolese leger wel militairen zijn die bloed aan hun handen hebben. Maar de jongens aan wie ik les heb gegeven, hadden volgens mij een zuiver geweten. Hun intenties leken oprecht.” Bloemen pikt hierop in: “We kunnen ons niet verantwoordelijk voelen voor elke Congolese militair die de grenzen overschrijdt. Op die manier wordt het voor ons onmogelijk om te werken. We staan wel stil bij de berichten over Oost-Congo en kunnen enkel hopen dat de jongens die wij hebben opgeleid er niet bij betrokken waren. Al blijft het altijd pijnlijk om te horen dat het Congolese leger weer betrokken was bij een misdaad.” “Onze hulp biedt een meerwaarde,” gaat Bloemen verder. “Toch moeten we realistisch zijn. Het is een druppel op een hete plaat. De eeuwige discussie is of we aan de zijlijn blijven staan of iets proberen op te bouwen? Daar hangt wel een prijskaartje aan vast voor de Belgische regering en voor ons persoonlijk. Ons familiaal en sociaal


leven lijdt hieronder.” Adjudant Luc Vandersmissen, pelotonscommandant tactiek, werd tweemaal naar Congo gestuurd, eerst naar Kananga en later naar de provincie Kivu. “Ik gaf theoretische lessen tactiek aan iedereen, zonder een onderscheid te maken tussen de verschillende militaire rangen.” Maar Vandersmissen bleef sceptisch. “Toen ik na mijn opdracht in Kananga naar België terugkeerde, vroeg ik me af of onze lessen wel iets hadden uitgehaald.” In het najaar werd Vandersmissen teruggestuurd naar dezelfde militairen die hij had opgeleid. “De jongens hadden niet stilgezeten en waren al die tijd blijven trainen. Tijdens ons tweede verblijf lieten we de kaderleden lesgeven en wij begeleidden hen daarbij. Zo leren de Congolese instructeurs om na ons vertrek zelfstandig te werken. Toch blijven er permanent vier Belgische militairen bij het bataljon dat we hebben opgeleid om raad te geven. Er is dus enige vooruitgang, maar we hebben nog voor vele jaren werk.”

LIJFSTRAFFEN

Volgens adjudant Vandersmissen kennen de Congolese soldaten wel discipline, maar dan op de Congolese manier.

“De soldaten zijn bang voor hun meerdere, en lijfstraffen zijn er schering en inslag. Zelf heb ik het nooit zien gebeuren, maar de soldaten vertellen erover. Op dat gebied hebben de kaderleden nog een lange weg af te leggen.” België eist van de Congolezen dat ze belang hechten aan bepaalde normen. “Maar op enkele maanden tijd kunnen we geen hele Afrikaanse cultuur veranderen. Elke vordering die we maken, is een kleine overwinning. We verwachten dat de soldaten voldoen aan enkele basiswaarden, maar er is een grens. Wanneer zijn onze principes beter dan die van hen? Het is zoeken naar een balans. Als Europese militairen eisen we dat de Congolezen op tijd komen en genoeg aandacht besteden aan hygiëne en sanitaire voorzieningen, maar daartegenover willen we wel dat ze op regelmatige basis worden betaald en voldoende voedsel krijgen,” zegt Bloemen. Korporaal-chef Mercken leerde het Congolese leger klim- en touwtechnieken aan. Hij herinnert zich de armoedige uitrusting. “Voor een peloton van veertig soldaten waren er twee paar ‘botinnen’, die de soldaten dan om de beurt moesten dragen.” Bloemen nuanceert: “De Congolese regering vraagt ons om kennis, niet om materiële steun. Als een Congolese militair zich blootsvoets sneller over het terrein beweegt dan wij met onze aangepast schoeisel, wie zijn wij dan om te zeggen dat het anders moet?”

© Micha Vanhoudt

Jacques Bloemen “Onze opleidingen bieden een meerwaarde. Maar blijf realistisch: het zijn druppels op een hete plaat”

©Archief Mercken/Hermans

onbepaalde duur

“Alles heeft met continuïteit te maken”, merkt Bloemen op. “België levert al lang mensen om militairen op te leiden in Congo. Op het vlak van defensie wordt er veel geïnvesteerd, zeker in het aantrekken en opleiden van troepen. Maar als er geen continuïteit is, bestaat de kans dat een deel van de expertise verloren gaat.” Daarom gaat België verder met de opleidingen in Kananga, voor onbepaalde duur. “Naast militairen leidt België ook politiemensen en magistraten op. Als men die trainingen stopzet en zo de structuur wegneemt, wordt het land wetteloos.”

©Archief Mercken/Hermans

“Zolang het nu niet blijft bij die enkele bataljons die we hebben opgeleid, denk ik dat Congo uiteindelijk een goed georganiseerd leger zal hebben”? treedt adjudant Vandersmissen bij. “De weg is echter lang, heel lang. Het financiële aspect blijft een probleem. Militairen worden niet betaald en zitten soms weken zonder voedselaanvoer. Dan is het logisch dat er ongeregeldheden ontstaan.”

©Archief Mercken/Hermans

“Centraal Afrika staat in brand”, zegt Bloemen. “Congo kreeg de onafhankelijkheid die het vroeg en veel landen wilden zich over de republiek ‘ontfermen’ vanwege de natuurlijke rijkdommen. Er is genoeg intellectuele capaciteit en er vloeien enorme budgetten naar het land. Maar als er niets verbetert, waar ligt dan de fout?” Alle geïnterviewde militairen spraken uitsluitend in eigen naam.

© Archief Mercken/Hermans


Een traditie van dictators

Human Rights Watch (HRW) verzamelde in zijn rapport “You Will Be Punished” (2009) getuigenissen over aanvallen op burgers in Oost-Congo. Ook Amnesty International kwam in 2008 al met een gelijkaardig rapport ‘On Women and Children’. De nietgouvernementele organisaties stellen © HRHN zich ernstige vragen bij de betrokkenheid van de VNvredesmissie in Congo (MONUC). In januari 2009 begonnen de Democratische Republiek van Congo en Rwanda samen een militaire actie tegen de Rwandese Hutu militie FDLR (Les Forces Démocratiques de Libération du Rwanda). Enkele leiders daarvan waren in 1994 betrokken bij de Rwandese genocide waarbij toen 500.000 tot een miljoen doden vielen. De afgelopen vijftien jaar moest de bevolking in Noord- en Zuid-Kivu bijna continu aanvallen van het FDLR ondergaan. De regeringstroepen van president Joseph Kabila, FARDC (Forces Armées de la République Démocratique du Congo), willen naar eigen zeggen vrede brengen. Hun eerste actie, Umoja Wetu, voerden ze uit in coalitie met de Rwandese groep CNDP (National Congress for the Defence of the People), van de intussen gearresteerde leider Laurent Nkunda. De tweede actie, Kimia II, ondersteund door de vredestroepen van de Verenigde Naties, ging gepaard met misbruiken door zowel regeringstroepen als rebellengroeperingen.

Erasmix sprak met Congo-kenner Jo Buelens over de politieke situatie van Congo sinds het land zich afscheurde van België in 1960. Buelens is onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel, docent aan de Erasmushogeschool Brussel. “Het grote probleem in Congo is onveiligheid”, begint Buelens. “Tijdens en vooral na het tijdperk Mobutu is het volledig bergaf gegaan met het land.” Mobutu Sese Seko kwam in 1965 aan de macht door een staatsgreep tegen Patrice Lumumba, vijf jaar na de dekolonisatie van Congo en gaf het land een nieuwe naam: Zaïre. “Net na de onafhankelijkheid had je de eerste officiële regeringen. Tot dat moment kon je nog denken dat het de goede kant uitging met Congo. Maar na de omverwerping van Lumumba’s regime, was er sprake van een dictatuur. De dictator leek eerst een verlichte despoot die het goed voor had met zijn volk, maar op het einde van zijn regime had hij zichzelf, noch zijn leger in de hand”, aldus Buelens. Mobutu verwierf tijdens zijn bewind een persoonlijk bezit van een kleine vier miljard euro.

burgers STRAfFen

De burgerbevolking werd zowel door de regeringstroepen als door het FDLR beschuldigd van collaboratie. Ze zouden vijandige leiders in hun dorpen hebben toegelaten. De nieuwe aanvallers lieten het niet na de burgers zelf te ‘straffen’. HRW registreerde in 2009 meer dan 1.400 slachtoffers. Net geen miljoen mensen sloegen op de vlucht. De bevolking keek wanhopig naar de MONUC voor bescherming. De veiligheidsmissie had immers een sterk mandaat gekregen van de VN Veiligheidsraad om de veiligheid van de burgers te garanderen en desnoods geweld te gebruiken. Maar de MONUC werd een partner van het Congolese leger en faalde in zijn opzet. De MONUC werd onder druk gezet door het Congolese leger om te helpen de actie tegen de rebellen van de FDLR te ondersteunen. Hiervoor kreeg de veiligheidsmissie toestemming van de VN, op voorwaarde dat de actie niet inging tegen de rechten van de mens. Maar de bevelhebbers van de MONUC drongen er niet op aan om misbruikers te verwijderen. Ook in de bescherming van de burgers kwamen ze duidelijk te kort. De tweede operatie waaraan de MONUC zijn steun gaf, Kimia II, is nog steeds aan de gang. Bij wraakacties van het FDLR daaropvolgend, vielen minstens 700 doden. Vele slachtoffers werden met machetes en schoffels om het leven gebracht. Dorpelingen werden in hun huizen opgesloten waarna deze platgebrand werden. Er vonden ook talloze groepsverkrachtingen plaats. Kinderen werden ontvoerd en opgeleid tot kindsoldaten. Vrouwen werden meegenomen en gebruikt als seksslavin.

MONUC BETROKKEN?

Dankzij de operaties van de Congolese regeringstroepen werden 1.087 FDLR strijders naar Rwanda gerepatrieerd. Maar het succes bleef beperkt. De burgeraanvallen van het FDLR zijn volgens experts van de VN nog steeds aan de gang en de steun van de MONUC aan het Congolese regeringsleger wekt het vermoeden dat de MONUC zelf betrokken is bij deze misbruiken. HRW raadt de MONUC dan ook aan om de Congolese regeringstroepen niet langer te steunen.

© Joeri Surdiacourt

Het Congo-rapport

MONDDODE DEMOCRATIE

In 1997 nam Laurent-Désire Kabila het van Mobutu over. Om Mobutu te kunnen verdrijven, had Kabila de steun van buurlanden Oeganda en Rwanda gekregen. Nadat Kabila in 2001 vermoord werd, nam zijn zoon Joseph Kabila zijn positie in en probeerde een einde te maken aan de onrusten in het land. “Joseph Kabila was meer geïnteresseerd in zijn eigen belang dan in een goed bestuur voor het land”, gaat Buelens verder. “Je zit eigenlijk in een traditie van dictators die het eigenbelang prioritair stellen aan dat van de bevolking. Een degelijk beleid doorvoeren lukte hen zelden. Verschillende bevolkingsgroepen zoals de Hutu’s en de Tutsi’s in OostCongo maken de zaken nog gecompliceerder.” In 2006 won Kabila de eerste democratische verkiezingen in zestig jaar tijd. “Er is een grondwetsherziening geweest die democratische verkiezingen mogelijk maakte. Je zou denken dat dat betekent dat er vooruitgang is geboekt, maar de tegenkandidaten heeft hij met zijn macht verdreven. Zo was hij de enige kandidaat die overbleef. De oppositie wordt stelselmatig monddood gemaakt. En dat moet je soms letterlijk nemen.” Congo ligt in het vizier van enkele buitenlandse gewapende mogendheden. Zo liggen Angola, Oeganda en Rwanda constant op de loer. “Door een gebrek aan geloofwaardige legerleiding, slaagt Congo er niet in om de grenzen te verdedigen en wordt de regio van alle kanten belaagd. Het Internationaal Strafhof in Den Haag wist al enkele dictators of generaals uit de buurlanden en uit Congo zelf te bestraffen. Maar Congo heeft te veel leiders en zowat iedereen die er een vorm van leiderschap vertoont zou men voor een oorlogstribunaal kunnen brengen omdat ze hier of daar een misdaad hebben begaan tegen de menselijkheid”, zegt Buelens. “Blijkbaar kan dat tribunaal de dictators niet tegenhouden.”

BELGISCHE VOORTREKKERSROL

De vraag rijst wie zal opstaan om de macht te grijpen en ze democratisch te verdelen. Buelens vindt dat België een voortrekkersrol kan spelen. “Ons land heeft een ongelooflijke know-how wat Centraal-Afrika betreft. Internationaal bekeken verwacht men veel van ons land. Het enige dat mij teleurstelt is dat er zo weinig landen van de internationale gemeenschap Kabila effectief op de vingers durven te tikken. Als dat zou gebeuren, zou een reactie van België op het regime minder op een persoonlijke vete lijken tussen ons land en het Congo van president Kabila.”


Dierenwinkel onder vuur © Jolien Roelandt

Op 12 mei 2010 zond de RTBF een schokkende reportage uit over illegale dierenhandel. Volgens de reportage is België de draaischijf voor deze zwendel in West-Europa. Eén van de winkels die hierbij betrokken zou zijn, is Animals Express in Groot-Bijgaarden. Jolien Roelandt, Ben Sommerijns en Yong Lee Van de Casteele

Op het internet is inmiddels heel wat commotie ontstaan rond de zaak. Eén van de opmerkelijkste fora waarop ontevreden dierenvrienden zich verenigen en hun beklag doen, draagt de naam “Animals Auschwitz Express”. Ook op de sociaalnetwerksite Facebook vinden we verbouwereerde klanten. Op 19 mei 2010 schaarden zich al 18.630 mensen achter de

groep “Pour la fermeture d’Animal Express”, bij het ter perse gaan van dit magazine (28 juni 2010) waren dat er al 20.798. Het ledenaantal blijft elke dag stijgen en de prikbord- en discussiepagina’s lopen over van reacties van boze baasjes. Het merendeel van die reacties bekritiseert de verkoop van zieke dieren, zoals deze (letterlijk overgenomen): Vendredi passé, mon cheri a été m’acheter un tit chien, un bébé de 2 mois. Il venait de chez Animal Express. Il était très malade, il a eu de la fièvre, il toussait, il avait en fait la “toux du chenil”, comme une grosse grippe pour nous. On l’a emmenné chez le vétérinaire, et là il nous a dit qu’on allait le sauver, car il était à l article de la mort. Il nous a expliqué qu’il ne fallait jamais acheter d’animaux chez Animal Express, car il ne les soignaient pas correctement, et qu’ils achetaient les bêtes au Kilos. Ces magasins-là ne pensent qu’a leur profit. Stoppez là cette tuerie. Zaakvoerster Christiane Van Caelenberg (36), die net haar vader verloor, is er het hart van in: “Ik las al oproepen tot brandstichting. 70% van die Facebookgroepleden komt overigens uit Frankrijk.” Het overgrote deel van de Facebookberichten zijn inderdaad in het Frans, beetje vreemd voor een dierenwinkel in het nog steeds Vlaamse GrootBijgaarden. We contacteren Jennifer Caserta, de oprichtster van de Facebookgroep. Twee jaar geleden kocht ze zelf een ziek hondje bij de dierenzaak. Dit was voor haar de aanleiding om met deze groep op te beginnen. “De zaakvoerster van Animals Express heeft al enkele keren gereageerd op de Facebookgroep, ze zegt dat ze niets verkeerds doen in de winkel. Ze beschuldigt mij van de verschillende diefstallen en criminele feiten waarvan haar winkel het slachtoffer is. Onlangs werd ik gecontacteerd door haar advocaat: ze willen dat ik de groep verwijder.”

Michel Vandenbosch “Het is absoluut niet normaal dat ze zieke pups verkopen”

© Jolien Roelandt

De RTBF-reportage in het programma “Questions à la Une” is gebaseerd op een uitzending van de Franse zender TF1 een maand voordien. “Petits chiens, gros traffics” nam vooral de illegale dierenhandel in Frankrijk onder de loep, maar er werd ook een duidelijke link naar België gelegd als. Dieren die aangekocht worden in het Oostblok, zouden in groten getale via ons land Frankrijk worden ingevoerd. In de TF1-reportage wordt gesproken over “een dierenwinkel in de buurt van Brussel” als draaischijf van de West-Europese hondenmaffia. De RTBF nam de reportage over (zie http:// www.rtbf.be/video/v_questions-a-la-une?­ id=81612&category=info), maar legde de focus meer op België en dan vooral op alweer “een winkel in de buurt van Brussel” waarvan de naam zorgvuldig uit de reportage is weggebiept. Uit de beelden en uit ons eigen bezoek blijkt evenwel duidelijk dat het om Animals Express gaat. Zaakvoerster Christiane Van Caelenberg wordt overigens herkenbaar getoond op de undercoverbeelden en krijgt een week later in Gazet Van Antwerpen een foto en een wederwoord. Als we haar zelf contacteren verwijst ze ons vriendelijk door naar haar uitspraken in dit artikel. Beide reportages beschrijven hoe pups worden opgehaald in het Oostblok (Slowakije) bij louche dierenkwekers en vervoerd worden in witte bestelwagens, zonder koeling en in veel te kleine kratten. Tijdens de rit schokt de bestelwagen zodat het weinige eten en drinken dat de dieren krijgen in het rond vliegt.


In de reportages van TF1 en RTBF kwamen ook ex-werknemers van Animals Express aan het woord. We spreken met één van hen, Jens. Hij bevestigt de verkoop van zieke pups. “Ongeveer 60% van de honden krijgt last van wormen met als gevolg een hevig opgezwollen buik. Zieke honden werden verkocht terwijl wij wisten dat ze een uur voordien nog diarree hadden en in hun kooien zaten over te geven. De honden krijgen wel medicijnen toegediend maar op een onverantwoorde manier. Een Chihuahua en een Duitse herder bijvoorbeeld geven ze dezelfde dosis, al verschillen ze geweldig van gewicht.”

aantal artikels over heeft gepubliceerd. Ook de dierenartsen in en rond Brussel ontvangen klachten. Maar om de een of andere reden blijft de overdekte supermarkt Animals Express op volle toeren draaien. Wij raden ontevreden klanten aan om samen met hun dierenarts een rapport over de doodsoorzaak op te stellen en dit dossier in te dienen bij de vrederechter. Er zijn mensen die een rechtszaak hebben aangespannen en het merendeel heeft die gewonnen. Verder adviseren wij mensen om voor de aanschaf van een huisdier langs te gaan bij een asiel of bij fokkers die het deontologisch correct spelen.”

In de TF1- en RTBF-reportage worden een aantal foto’s getoond, onder meer van opeengepakte pups in veel te kleine hokken. Volgens zaakvoerster Christiane Van Caelenberg gaat het hier om gemanipuleerde beelden: “Een ontslagen werkneemster, die gezworen heeft dat ze wraak zal nemen op mij, heeft foto’s genomen en die overhandigd aan de Franstalige reportagemakers. Ze heeft bij het poetsen opzettelijk veel pups samen in een quarantainekooi gestoken en daar een foto van genomen. En ja, ik voer uit naar Frankrijk, maar alles gebeurt legaal en gecontroleerd.” In een ander geval zou het gaan om beelden van geëuthanaseerde pups met een genetische afwijking.

Erasmix Magazine contacteerde een tiental dierenartsen uit de streek om na te gaan of en wat voor klachten ze precies kregen over Animals Express. Het merendeel wilde niet reageren. De anderen deden dat alleen als het anoniem kon. Een paar reacties: “Animals Express is geen kweker, ze kopen nesten op en versjacheren de dieren. Pups mogen normaal gezien pas verkocht worden wanneer ze 3 maanden oud, zijn maar Animals Express sjoemelt al meer dan 3 decennia met de leeftijd van pups. De honden worden consequent te vroeg verkocht.” (naam en adres bekend bij redactie) “Ja, er zijn problemen. Meer dan bij andere dierenwinkels. De honden leven er in slechte omstandigheden en er zijn veel gevallen die enkele dagen na aankoop sterven.” (naam en adres bekend bij redactie)

De redactie van Erasmix Magazine bezit een aantal soortgelijke foto’s. Die zijn niet genomen door de bewuste ex-werkneemster. Naam en adres van de fotograaf zijn bij de redactie bekend. Volgens de Federale Overheidsdienst (FOD) Dierenwelzijn is er maar weinig aan de hand en gaat het hier vooral om een “ethische discussie over de schaalgrootheid van dierenwinkels”: “De winkel wordt wel degelijk onaangekondigd door ons geïnspecteerd en kreeg slechts kleine opmerkingen zonder ernstige overtredingen te begaan. De verhouding van het aantal dieren dat ziek wordt na verkoop tot de totale verkoop van dieren ligt er niet hoger dan bij andere kwekerijen. De vraag naar dieren is nu eenmaal heel groot. Animals Express doet bovendien niets dat verboden is: nog geen enkele klacht was zo ernstig dat de winkel gesloten kon worden. We hebben wel al opmerkingen gehad over het aantal dieren dat in één hok moest zitten en ook met hun administratie zijn ze niet altijd in orde.” Volgens GAIA, een organisatie die opkomt voor het welzijn van dieren, is er wel degelijk een probleem. “Wat echt niet door de beugel kan, is dat zij zieke pups verkopen”, vertelt voorzitter Michel Vandenbosch aan onze redactie. “Zoiets is absoluut niet normaal. GAIA ontvangt dan ook regelmatig klachten over Animals Express. Ik herinner mij dat Test-Aankoop een paar jaar geleden ook overstelpt werd met klachten en er een

Op de voordeur van Animals Express prijkt een sticker met daarop “Ani-Zoo lid, wij ijveren voor dierenwelzijn.” Op http://www.anizoo.be/ lezen we inderdaad: “Ani-Zoo is een brancheorganisatie voor ondernemers in de huisdierensector die ijvert voor dierenwelzijn”. Vlak daaronder staat dat “Ani-Zoo vzw een nationale vereniging is die opkomt voor de belangen van ondernemers in de huisdierensector”. Een klein verschil. Hallo, Ani-Zoo? “Ani-Zoo is een vereniging die drie jaar geleden is opgericht. Toen wilde men een verbod opleggen op het verkopen van dieren in winkels”, zegt voorzitster Lindsay Debrabandere. “De ondernemingen besloten zich te verenigen. Wij zitten onder de koepel van Unizo, zij begeleiden ons in alles.” Kan elke dierenwinkel lid worden van Ani-Zoo? “De belangrijkste voorwaarde om lid te zijn van Ani-Zoo vzw is dat je erkend bent door het ministerie. Is die erkenning ingetrokken of zijn er zware problemen met een dierenzaak dan word je geweigerd bij de vzw.” Zelf heeft AniZoo geen klachtensysteem, daarvoor vindt de organisatie zichzelf te klein. We merken op dat Christiane Van Caelenberg, zaakvoerster van Animals Express, tevens ondervoorzitster van Ani-Zoo is, maar dat hoeft volgens Ani-Zoo voorzitster Debrabandere geen probleem te zijn “aangezien Animals Express nog steeds over zijn licentie beschikt.”

“Op de voordeur van Animals Express prijkt een sticker met daarop ‘Ani-Zoo lid, wij ijveren voor dierenwelzijn’. Op http://www.ani-zoo. be/ lezen we dat ‘AniZoo vzw een nationale vereniging is die opkomt voor de belangen van ondernemers in de huisdierensector’. Een klein verschil”

© Jolien Roelandt


“Ja, we hebben gefaald” Gemiste kans in Kopenhagen

© Jolien Roelandt

Dé uitdaging van de eenentwintigste eeuw? De opwarming van de aarde tegengaan. De klimaatverandering is al in gang gezet, maar het proces kan en moet vertraagd worden om rampen te vermijden. Eind vorig jaar staken de belangrijkste beleidsmakers van de wereld daarom de koppen bij elkaar, in de hoop het tij te keren. Maar ondanks de torenhoge inzet werden de verwachtingen van de klimaatconferentie in Kopenhagen allesbehalve ingelost. Sam Vanermen

“De mediahype rond Kopenhagen zorgde ervoor dat de verwachtingen veel te groot waren en nooit volledig ingelost konden worden.” Dat zegt Jos Delbeke, directeur-generaal Milieu van de Europese Commissie. “Maar dat neemt niet weg dat we hebben gefaald. Dé verrassing was dat de opkomende industrielanden, meer bepaald China, India, Zuid-Afrika en Brazilië, hebben samengespannen.” Delbekes invloed op het Europese en internationale klimaatbeleid is groot. Hij is de architect van het Europees Klimaatplan en was in Kopenhagen bij de meest cruciale onderhandelingen aanwezig als persoonlijk adviseur van Barroso, voorzitter van de Europese Commissie. Delbeke probeerde er in overleg met Obama, Merkel, Sarkozy en de Chinese president Hu Jintao een mondiaal klimaatakkoord te bereiken.

Jos Delbeke “De reuzen uit het Oosten en het Westen stonden in Kopenhagen voor het eerst in hetzelfde kamp”

Het overleg mislukte door het blok dat de toekomstige grootmachten vormden. Zij vrezen dat doorgedreven klimaatwetten hun industriële ontwikkeling en dus economische vooruitgang aan banden zullen leggen. Dat leidde volgens Delbeke tot een dovemansgesprek waarbij China weigerde om zelfs maar één verplichting op zich te nemen. Nochtans wees alles er tijdens de voorafgaande onderhandelingen op dat er wel een akkoord gesloten zou worden. “In extremis heeft China een bocht van 180 graden gemaakt en geweigerd een handtekening onder

een juridisch bindend akkoord te plaatsen.” De klimaattop liep met een sisser af en de wereldbevolking bleef met de zure smaak van ontgoocheling achter. Er werd amper vooruitgang geboekt en de massaal naar Kopenhagen overgevlogen staatshoofden droegen alleen maar bij tot het probleem. “Dat is de naakte, ontgoochelende conclusie,” geeft Delbeke toe. “Maar er is ook een meer hoopgevende kant aan het verhaal. De opkomende industrielanden hebben zich er vrijwillig toe verbonden een aantal acties te ondernemen. De Chinezen wilden dan wel geen handtekening zetten onder een wereldwijd akkoord, ze zijn wel bereid enkele serieuze inspanningen te leveren.”

CHINESE SCHIZOFRENIE

Het belang van die belofte valt moeilijk te overschatten. Al gedraagt China zich momenteel nogal schizofreen. Aan de ene kant investeert het land aan een ongezien tempo in hernieuwbare energie en kan het door zijn gigantische omvang op grote schaal inspanningen leveren. Anderzijds blijft het grote pijnpunt dat China zich niet aan internationale regels wil binden. Dat creëert een vraagstuk over de rol van China in de wereld. “Eigenlijk is die rol dezelfde als die van de Verenigde Staten. Ook de Amerikanen willen veel doen, zolang ze maar niet verplicht worden door internationale instellingen. De reuzen uit het Oosten en het Westen stonden in Kopenhagen voor het eerst in hetzelfde kamp,”


© Fli © Sam Vanermen

aldus Jos Delbeke.

Jos Delbeke “We kunnen niet meer op dezelfde schaal energie consumeren, de planeet vervuilen en grondstoffen uitputten. Ons economisch model is niet houdbaar.”

Maar het is twijfelachtig of dat een positieve ontwikkeling is. Delbeke is van mening dat we moeten leren om China te vertrouwen. “Uit alle onderhandelingen die ik voerde voor de Verenigde Naties heb ik geleerd dat wij te vaak door een Europese bril naar Azië kijken. Chinezen en Japanners bijvoorbeeld hechten veel belang aan het gegeven woord. Dat is voor hen evenveel waard als een handtekening. Het is een heel andere benadering dan die van ons, maar daarom geen slechtere.” Het is natuurlijk moeilijk voor de rest van de wereld om met zo’n houding om te gaan. Het gegeven woord mag dan wel heilig zijn voor de Chinezen, er zijn nog altijd diverse factoren die de boel overhoop kunnen gooien. Niets geeft ons de garantie dat de volgende Chinese president zich houdt aan het woord van Hu Jintao. De VS en China, de twee grootste wereldmachten en vervuilers, weigeren consequent internationale verdragen te sluiten. “In Kopenhagen kwam voor het eerst tot uiting dat de opkomende industrielanden, net als die grote twee, zich totaal niets willen aantrekken van de discipline in de wereld.” De rol die is weggelegd voor Europa en kersvers ‘Europees President’ Van Rompuy zal dus van uitermate groot belang zijn. Europa heeft traditioneel een voortrekkersrol gespeeld in het klimaatdebat. In Kopenhagen kregen de Europese vertegenwoordigers echter het verwijt niet met één stem te spreken. Door die verdeeldheid kan Europa de rest van de wereld onmogelijk op sleeptouw nemen. “Ik denk dat Europa’s rol op de top van Kopenhagen werd geromantiseerd. Europa verdeelt het werk, maar is daarom niet noodzakelijk verdeeld. Dat wij niet met één stem zouden spreken, is sterk overdreven.”

‘MISTER EUROPE’

Delbeke wijst erop dat Europa wel degelijk resultaten bereikt heeft. “In het Kopenhagen-akkoord liggen heel wat Europese accenten. Zo is er de doelstelling om de opwarming van de aarde te beperken tot twee graden Celsius. Daarnaast willen we tegen 2020 dertig procent van onze energie uit hernieuwbare bronnen halen en ten slotte moeten we ontbossing zo veel mogelijk tegengaan.” Maar dat er een probleem is, valt moeilijk te ontkennen. “Europa is heel slecht in public relations. Niemand weet wie ‘mister Europe’ is. Is het Sarkozy? Of Merkel? Of is het nu Van Rompuy geworden? Dat is één van de vraagstukken die we moeten oplossen.” Het lijkt onmogelijk dat te doen op korte termijn. “Het grote publiek is nog niet klaar voor één ‘mister Europe’. De Fransen, Duitsers of Britten zijn niet bereid hun eigen regeringsleider aan de kant te zetten voor een Europese leider uit een kleinere lidstaat.” Dit jaar vindt er opnieuw een klimaatconferentie plaats in Cancun, Mexico. Critici beweren dat die top ook niet veel nieuwe zoden aan de dijk zal brengen en dat er pas in 2011 op

de top in Zuid-Afrika een goed klimaatakkoord gesloten zal worden. “Daar houden we zeker rekening mee. Het probleem is dat China zich tot niets wil verbinden zolang de VS dat niet doen. Obama is helemaal anders dan Bush, maar daarom is Amerika nog niet anders. Hij moet zijn wetten er in de Senaat door krijgen, en dat wordt heel moeilijk.” Obama heeft al een groot deel van zijn krediet opgebruikt om de gezondheidswet door de Senaat te krijgen. Onlangs begonnen de Verenigde Staten met nieuwe boringen op zoek naar olie, in de hoop de Republikeinen ervan te kunnen overtuigen toch enkele milieuwetten goed te keuren. “Obama is van goede wil, maar in een democratie kan je niet alles zelf beslissen.”

DEMOCRATISCHE ZOEKTOCHT

Om de opwarming van de aarde tegen te gaan, is het absoluut noodzakelijk hernieuwbare of groene energiebronnen te vinden. Dat is pas mogelijk wanneer we die energie goedkoop in massahoeveelheden kunnen produceren en verkopen. “Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat we straks met negen miljard mensen op de wereld zijn (we zijn nu met zes miljard, red.). We kunnen niet meer op dezelfde schaal energie consumeren, de planeet vervuilen en grondstoffen uitputten. Ons economisch model is niet houdbaar”, zegt Delbeke. Intussen woedt de discussie over kernenergie steeds luider. Er gaan alsmaar meer stemmen op om volledig uit kernenergie te stappen en het beschikbare geld te investeren in groene energie. “Het grote voordeel van kernenergie is dat de energieopwekking geen CO2-uitstoot met zich meebrengt, maar het creëert wel een veiligheidsprobleem door het kernafval dat geborgen moet worden. We hebben de mogelijkheid om veel kernenergie te produceren en er zijn niet genoeg alternatieven om van de ene dag op de andere alle kerncentrales te sluiten. Dus ik ga ervan uit dat ze er nog wel even zullen staan. Het is beter ze nu tot het einde van hun economische leeftijd te gebruiken. Hopelijk zijn we tegen dan klaar met denieuwe generatie van energieopwekking.” Het komt er dus op aan om in die overgangsperiode te zoeken naar oplossingen. “Ik geloof in een goed beleid van een verlichte overheid. Die moet de toekomst voorbereiden door mensen en bedrijven aan te moedigen om met schone technologieën op de proppen te komen. In dat opzicht hadden we weliswaar al veel verder kunnen staan. De ontwikkeling van die nieuwe technologieën wordt tegengewerkt of in het vage gehouden door de traditionele economische sectoren. Toch moet je daar overheen kijken. In een democratie is er altijd een partij voor en een partij tegen een argument. Het is onze taak om goede argumenten in het publieke debat te brengen. Dat leidt dan tot wetten of tot ondersteuning van een aantal maatregelen. We leven niet in een dictatuur. Dat is zeker niet de perfecte samenlevingsvorm, maar soms zou het efficiënter zijn”, aldus Delbeke.


Chauffeurs prioritaire voertuigen steeds vaker kind van de rekening

Wie zijn billen brandt...

© Joeri Surdiacourt

Bestuurders van prioritaire voertuigen moeten steeds vaker zelf de boete betalen als ze te snel door het rode licht rijden. Een flitspaal flits dan niet als je trager rijdt dan 30. “Maar soms is het veiliger om snel door te rijden dan stapvoets. Als het verkeer op een kruispunt merkt dat je traag rijdt, zijn ze niet vlug geneigd om uit te wijken”, verdedigen de bestuurders zich. Joeri Surdiacourt en Bart Seykens In 2006 werd de wetgeving licht aangepast. De omzendbrief die het College van procureursgeneraal toen uitvaardigde zorgde al voor heel wat opschudding. Het komt erop neer dat een prioritair voertuig een rood licht mag negeren als er aan drie voorwaarden wordt voldaan. Het voertuig moet zijn sirene gebruiken, voor het rode licht stoppen en mag geen gevaar opleveren voor andere weggebruikers. Daarnaast bepaalt de omzendbrief dat de politiedienst die de vaststelling van de overtreding heeft gedaan, een standaardformulier stuurt naar de korpschef van de bestuurder. Dit gebeurt alleen wanneer de blauwe knipperlichten niet zichtbaar zijn op de foto. De reglementering roept alvast vragen op bij de bestuurders van prioritaire voertuigen. Een brandweerman uit Halle, die anoniem wenst te blijven, kreeg anderhalf jaar geleden een boete voor overdreven snelheid bij het negeren van een rood licht. “Het was een dringende interventie, want we waren op weg naar een gaslek. Normaal gezien mag je maar aan 30 kilometer per uur door het rode licht rijden. Gelukkig moest ik mijn boete niet zelf betalen, omdat het mijn eerste overtreding was,” vertelt hij. Toch heeft de man zijn bedenkingen bij het feit dat op basis van een foto wordt nagegaan of een bestuurder al dan niet een overtreding beging. “Mijn sirene en pinkers stonden aan, maar dat is op foto niet altijd goed te zien.” Professor Ives Hubloue, diensthoofd spoedgevallen aan het UZ Brussel, treedt de man uit Halle bij. “Het is inderdaad zo dat flitspalen niet altijd kunnen registreren of het effectief om

een prioritaire opdracht ging. Maar juist daarom vullen wij het standaardformulier in. Zonder de identiteit van de patiënt te vermelden, maken we aan de hand van de opgelopen letsels duidelijk dat het om een prioritaire opdracht ging.”

NIET BEREID TE RIJDEN

Naast het probleem van de foto’s treedt er nog een ander probleem op. Waar trek je de lijn voor een prioritaire opdracht? Brandweerman Christof Wouters uit Puurs schept duidelijkheid. “Prioritaire opdrachten zijn opdrachten om mensen in nood te helpen, dus opdrachten met een dringend of dwingend karakter. Voorbeelden van prioritaire opdrachten zijn branden, zware ongevallen met geknelde personen, maar ook gaslekken. Een kat uit een boom halen of het wegdek ruimen zijn geen prioritaire opdrachten.” Het aantal boetes dat de brandweerkazerne van Puurs binnenkrijgt, blijft maar stijgen. De laatste twee maanden kwamen er maar liefst dertien boetes binnen voor overdreven snelheid bij het negeren van een rood licht. “En bij ons is het aantal boetes nog beperkt,” zegt Wouters. “Wij hebben geen ziekenwagen. Maar bij de grote korpsen in Brussel is de situatie niet meer houdbaar. Er zijn daar ambulanciers die niet meer bereid zijn om te rijden, omdat zij de boetes zelf moeten betalen.” Charlie Arendt, ambulancier bij het MUG-team van het UZ Brussel kreeg anderhalf jaar geleden een boete omdat hij met 43 kilometer per uur door het rode licht reed. “Sinds die boete let ik meer op dan vroeger. Ik rijd nu trager en zorg

Christof Wouters “Bij de grote korpsen in Brussel is de situatie niet meer houdbaar”


“Er zijn ambulanciers in Brussel die niet meer willen rijden omdat ze de boetes zelf moeten betalen”

© Joeri Surdiacourt dat ik geen verkeersovertredingen meer maak.”

BOETE IN DER MINNE

“Vroeger werd het allemaal door de vingers gezien,” zegt Wouters. “De boetes kwamen niet binnen en als ze binnenkwamen, werden ze blauw blauw gelaten. Maar sinds 2006 kan de politie geen boetes meer seponeren. Dit hebben wij al aangekaart bij het parket.” Volgens de omzendbrief van het College van procureurs-generaal wordt er altijd een proces-verbaal opgesteld indien een prioritair voertuig een verkeersovertreding maakt. Als er effectief een reden tot dringende oproep was, kan de bestuurder in kwestie een brief ter verdediging naar het parket-generaal sturen. De procureur des Konings treedt dan op naargelang van de omstandigheden. “Maar naar mijn mening worden die brieven met bewijzen niet eens bekeken”, reageert Wouters. “Wij hebben nog nooit een antwoord teruggekregen van het parket. Dat betekent dus dat we die boetes zelf moeten betalen.”

GRIJZE ZONE

Een personeelslid van de dienst civiele veiligheid (het ministerie Binnenlandse Zaken) erkent dat er hiaten zitten in de wetgeving over verkeersmisdrijven die gepleegd worden door bestuurders van prioritaire voertuigen. “De procureur bepaalt zelf of er een boete komt of niet. Er is dus een grijze zone van wat mag en wat niet mag. Veel hangt af van de omstandigheden.” Volgens het personeelslid zijn er twee factoren die een rol spelen bij het beoordelen van een prioritaire opdracht. Enerzijds moet de bestuurder rekening houden met het wegverkeer, anderzijds moet worden afgewogen of het een prioritaire opdracht betreft. “Maar in elk geval wordt van de bestuurders van prioritaire voertuigen verwacht dat ze hun voertuig besturen als een goede huisvader.” Herhaaldelijk probeerden we bevestiging te krijgen van de woordvoerster van het ministerie van Binnenlandse Zaken maar die was niet beschikbaar voor commentaar. Christof Wouters bevestigt dat de bestuurder inderdaad moet weten of het op het ogenblik van de oproep om een prioritaire opdracht gaat. Maar hij plaatst daarbij een kanttekening. Het stoppen aan een rood licht is volgens Christof situatiegebonden. “Normaal gezien ben

© Joeri Surdiacourt

Christof Wouters

je verplicht om te stoppen aan een kruispunt en dan trager verder te rijden. Een flitspaal flitst namelijk niet bij een snelheid die lager is dan 30 kilometer per uur. In de praktijk is dat anders. Als een brandweerwagen bij een dringende oproep aan een kruispunt komt waar veel verkeer staat, en het verkeer gaat opzij, dan stop je niet”, vindt hij. Volgens Jean-Pierre Detry, een brandweerman uit Leuven, houdt traag rijden ook risico’s in. “Soms is het veiliger om sneller door te rijden dan stapvoets. Als het verkeer op een kruispunt merkt dat je traag rijdt, zijn ze minder snel geneigd om uit te wijken.” Detry pleit er voor om de snelheidsmarge te vergroten, maar merkt ook op dat door het rood rijden op eigen verantwoordelijkheid gebeurt. “Als we stoppen, kunnen er geen boetes gegeven worden en kan er niets gebeuren. Ik ken bestuurders die al gestopt zijn voor het rode licht. Bestuurders die toch door het rood rijden doen dat op eigen risico. Als de bestuurder dan een ongeval veroorzaakt is enkel hij verantwoordelijk.” Professor Hubloue vat de hele problematiek pragmatisch op. “Het personeel mag niet geremd worden in de uitoefening van hun beroep, maar ze moeten zich wel aan de regels houden. Onze ambulanciers moeten snel ter plaatse zijn, maar niet ten koste van alles. Wat voor nut heeft het een interventie uit te voeren als je onderweg een ongeval krijgt? Daar heeft niemand baat bij.” Hubloue, die het probleem van de boetes al aankaartte bij de Federale Gezondheidsinspecteur, pleit voor een oplossing op termijn. “Wij vragen dat de politiediensten zich bezighouden met nuttige dingen in plaats van administratieve zaken zoals flitspaalboetes. Er moet een structurele oplossing komen. De verwerking van zulke boetes vergt te veel tijd en werk”, besluit hij.

LEXICON Het College van procureurs-generaal: bevoegd voor de uitwerking van het strafrechtelijk beleid en de goede werking van het openbaar ministerie. Procureur des Konings: vormt als magistraat samen met de substituten het openbaar ministerie bij de rechtbank van eerste aanleg, de jeugdrechtbank en de politie- en de handelsrechtbank. Procureur-generaal: leidt het openbaar ministerie aan de vijf hoven van beroep en aan de vijf arbeidshoven. Prioritaire voertuigen: zijn voertuigen met een dwingende opdracht, uitgerust met een werkend blauw zwaailicht en speciaal alarmsignaal Voorwaarden om door het rode licht te mogen rijden: - Het speciale geluidstoestel moet worden gebruikt - Voor het rode licht moet even gestopt worden, dan mag men met lage snelheid verder rijden - Prioritaire voertuigen mogen doorrijden als ze op geen enkele manier gevaar vormen voor andere weggebruikers

Jg14nr5 september 2010