__MAIN_TEXT__

Page 1

MAGAZINE

Nr. 3 2019

Duurzame palmolie:

voedingsmiddelenproducenten en supermarkten aan zet

EU en Mercosur bereiken akkoord De Codex verklaard


Mercosur en kringlooplandbouw De internationale handel in oliezaden en plantaardige oliën en vetten is cruciaal voor de Europese voedselzekerheid. Om die reden verwelkomen we het handelsakkoord met Mercosur. Een akkoord dat bovendien past in de Nederlandse ambities voor een kringlooplandbouw. Het eind juni gesloten handelsakkoord tussen de Europese Unie en Mercosur voldoet volgens de Europese Commissie aan de eisen van de 21ste eeuw. Dat betekent dat niet alleen de economische belangen worden gediend, maar dat duurzame ontwikkeling nadrukkelijk aandacht krijgt. En hoewel de effecten voor onze industrie nog niet in detail bekend zijn (zie pagina 4), heeft de Europese Commissie duidelijk aangegeven dat dit akkoord zal zorgen voor een gelijk speelveld door betere toegang voor Europa en Nederland tot grondstoffen en door het beperken of afschaffen van uitvoerrechten en import- en exportbeperkingen. MVO ziet dit als een positief resultaat. Daarbij zullen de hoogste normen voor voedselveiligheid en consumentenbescherming gehandhaafd blijven en het voorzorgsbeginsel voor voedselveiligheid en milieuregels blijven gelden. Als pleitbezorger van de Nederlandse oliën- en vettenindustrie beseffen we dat onze sterke internationale positie een grote verantwoordelijkheid met zich meebrengt. In de afgelopen jaren hebben we ons nationaal, in Europees verband, maar ook wereldwijd laten gelden. Ook in de komende periode zullen we, geïnspireerd door minister Schouten in haar recent gepresenteerde Realisatieplan ‘Op weg met nieuw perspectief’, bij de internationale verduurzaming van productiemethoden onze prominente rol op het wereldtoneel voortzetten. Agrarische grondstoffen zoals soja en palmolie zullen tot 2030 voor Europa van groot belang blijven. Toewerken naar kringlooplandbouw in Nederland betekent ook werken aan verdere verduurzaming van onze import. Dat doen we namens onze leden en samen met ketenpartijen die daarmee een bijdrage leveren aan Nederlandse en Europese ambities binnen mondiale handelsketens. Frans Claassen Directeur MVO - de ketenorganisatie voor oliën en vetten

2

Inhoud HANDELSPOLITIEK

EU en Mercosur: na 20 jaar onderhandelen eindelijk een handelsakkoord

4-5

DUURZAME ONTWIKKELING

Normontwerp ‘Chain of Custody’ gereed voor publicatie Sustainable Palm Oil Dialogue

6-7 10 - 11

Gebruikt frituurvet zorgt voor aanzienlijke CO2-reductie vervoersector

13

VOEDING EN GEZONDHEID

‘Wat vandaag een Codex-discussie is, kan morgen EU-recht zijn’

8-9

ALGEMEEN

Young Oils & Fats over geopolitieke risico’s Kort nieuws

Louis Braillelaan 80 2719 EK Zoetermeer info@mvo.nl MVO MAGAZINE NR 3 - 2019

12 14 - 15

MVO Magazine is een digitale uitgave van MVO - de ketenorganisatie voor oliën en vetten en is bestemd voor leden en externe relaties. Voor meer informatie zie: www.mvo.nl 3


HANDELSPOLITIEK

EU en Mercosur: na 20 jaar onderhandelen eindelijk een handelsakkoord

Markttoegang (invoerrechten) Voor de oliën- en vettensector zijn hierbij vooral de wederzijdse afspraken over de verlaging van invoerrechten op deze producten van belang. Frans Köster, Senior Manager Trade Policy and Biotechnology bij MVO licht toe: “MVO beschikt over de gedetailleerde tariefvoorstellen die de EU en Mercosur voor individuele producten hebben gedaan, maar de nog niet beschikbare geconsolideerde teksten moeten uitwijzen of hierin in laatste fase nog wijzigingen zijn aangebracht.”

Na 20 jaar onderhandelen is er uiteindelijk een politiek akkoord bereikt over de inhoud van de associatie­ overeenkomst tussen EU en de vier Mercosur-landen (Brazilië, Argentinië, Paraguay en Uruguay). Op 28 juni jl. bereikten de onderhandelaars hierover overeenstemming. De overeenkomst omvat onder meer afspraken over de drastische liberalisering van de onderlinge handel in landbouw- en industrie­ producten, waaronder oliën en vetten, biodiesel, vetzuren en lecithines.

Exportbelastingen Mercosur, met name Argentinië, maakt gebruik van gedifferentieerde exportbelastingen (DETs) op sojabonen en sojaproducten (w.o. meel, olie en biodiesel/SME). Sojabonen, meel en ruwe olie worden belast met 18% exportbelasting, terwijl sojabiodiesel (SME) en geraffineerde sojaolie in containers worden belast met tarieven van respectievelijk 15% en 10%. Met deze DETs schermt Argentinië de toegang tot haar primaire grondstoffen, de sojabonen, voor de Europese industrie af. Dit terwijl de Argentijnse industrie, mede door deze DETs, deze sojabonen tegen een kunstmatig lage prijs kan verwerven. Frans Köster: “Hierdoor profiteren de Argentijnse exporteurs van biodiesel en geraffineerde olie momenteel in sterke mate van deze gedifferentieerde exportbelastingen.” De tot dusver beschikbare 17 pagina’s tellende samenvatting van het akkoord gaat niet verder dan ,,The agreement will offer EU industries cheaper high-quality raw materials by reducing or eliminating duties that Mercosur currently imposes on exports to the EU of products such as soybean products (feed for EU livestock)” en verschaft helaas geen gedetailleerde informatie.”

4

MVO MAGAZINE NR 3 - 2019

Gelijk speelveld MVO is groot voorstander van de beoogde liberalisering van de handel met de Mercosur-landen, tenminste als deze liberalisering een ‘gelijk speelveld’ voor de handel en industrie in Europa en Zuid-Amerika oplevert. Köster: “Een scenario waarbij de EU haar invoerrechten op plantaardige oliën en biodiesel uit de Mercosur-landen afschaft, maar deze Zuid-Amerikaanse landen hun invoerrechten op deze producten mogen behouden of hun DETs mogen handhaven, komt in feite neer op eenzijdige liberalisering en is voor MVO onacceptabel. Maar voor een finaal oordeel dienen we te beschikken over de feitelijke teksten die binnen enkele weken verwacht worden. Want: the devil is in the detail.” Inwerkingtreding De inwerkingtreding van de vrijhandelsafspraken is niet alleen afhankelijk van de snelheid waarmee de vertalingen en de goedkeuring door de EU (in ieder geval door EU Raad van Ministers en Europees Parlement) en door de Zuid-Amerikaanse overheden worden gerealiseerd. Het is ook afhankelijk van de vraag of de Europese Commissie het handelsdeel afsplitst en dit ter goedkeuring voorlegt aan de Raad en het EP, dan wel de volledige associatieovereenkomst ter goedkeuring voorlegt. Köster: “In het laatste geval dienen ook de nationale parlementen van de EU-lidstaten zich over deze overeenkomst uit te spreken omdat de reikwijdte hiervan niet beperkt blijft tot ‘EU only’-elementen.” Zelfs in het meest voorspoedige scenario zullen de handelsafspraken in ieder geval niet vóór 2021 worden toegepast.

5


DUURZAME ONTWIKKELING Openbare consultatie start 27 augustus a.s.

Normontwerp ISO 22095 ‘Chain of Custody - Terminologie en handelsmodellen’ gereed voor publicatie

Het waarborgen van de betrouwbaarheid van producten door meer transparantie in de keten. Dat is kort gezegd waar het bij een ketenbeheersysteem, een zogenoemde Chain of Custody (CoC) om gaat. Het opvolgsysteem is onmisbaar voor bedrijven om productintegriteit te waarborgen, het vertrouwen van de consument te vergroten en reputatierisico’s te beperken. De nieuwe standaard ISO 22095 ‘Chain of ­Custody - General terminology and models’ biedt eenduidige definities en eisen voor de verschillende handelsmodellen. Met dit generieke kader kunnen individuele organisaties de transparantie in wereld­ wijde toeleveringsketens vergroten. Efficiënt Eddy Esselink is namens MVO medevoorzitter van het ISO normalisatieproces bij NEN. Hij verwacht dat de nieuwe ISO-norm de complexiteit, kosten, ketenrisico’s en het onnodige gebruik van tijd drastisch zal verminderen. “De ISO-norm erkent dat de CoCmodellen en hun eisen onafhankelijk van sectoren, grondstoffen, producten en productieomstandigheden kunnen worden gedefinieerd. Het is een multi-sectorale, wereldwijd toepasbare standaard waarnaar reeds bestaande CoC-systemen kunnen verwijzen of waarop nieuwe systemen hun terminologie voor sectorspecifieke eisen en modellen kunnen baseren. Ik ben zeer tevreden dat de concept-standaard is goedgekeurd voor publicatie. Dit betekent dat het document deze zomer voor een openbare consultatie van drie maanden zal worden gepubliceerd.”

6

MVO MAGAZINE NR 3 - 2019

Uitnodiging Vertegenwoordigers uit de verschillende sectoren van bedrijven uit de particuliere sector, multinationals en het MKB, overheidsspelers en brancheverenigingen, NGO’s, ronde tafels en eigenaren van certificatieschema’s hebben bijgedragen aan het ISO-standaard ontwikkelingsproces. Alle geïnteresseerde MVO-leden en internationale belanghebbenden worden nu uitgenodigd om hun opmerkingen en suggesties voor verdere

verbetering in te dienen. De ontvangen commentaren zullen worden besproken tijdens de volgende plenaire vergadering van ISO/PC 308 in China. Kijk voor meer informatie en een videoanimatie over de toegevoegde waarde van de standaard op www.nen.nl/CoC. 7


VOEDING EN GEZONDHEID MVO-lunchbijeenkomst op 28 mei 2019

‘Wat vandaag een Codex-discussie is, kan morgen EU-recht zijn’

De Codex Alimentarius werkt aan mondiale standaarden voor voeding en voedselveiligheid met als doel eerlijke internationale handel. Voor veel bedrijven lijkt de Codex een ver-van-mijn-bed-show, maar niets is minder waar. Om meer inzicht te geven in de opzet, de procedures en de achtergrond, maar ook in het grote belang van deze mondiale organisatie, organiseerde MVO op 28 mei jl. een bijeenkomst voor de leden van de werkgroepen Voeding en gezondheid en Voedsel- en diervoederveiligheid. 8

Belangrijk De Codex-regels hebben een belangrijke rol bij handelsconflicten. Daarnaast zijn de teksten vaak leidend als de EU nieuwe regels op het gebied van voeding of voedselveiligheid overweegt. Viloria Alebesque (Senior beleidsadviseur bij het ministerie van VWS) legde het belang van de Codex als volgt uit: “Alle standaarden worden op basis van wetenschap en andere legitieme factoren en op grond van consensus tussen de landen vastgesteld. De meer dan honderddertig deelnemende landen committeren zich eraan de Codex-standaarden te volgen, maar de standaarden zijn op landenniveau niet bindend. Dat wil echter niet zeggen dat je er geen rekening mee hoeft te houden. Bij een handelsconflict neemt de WTO de Codex-standaarden als basis.” Procedure Voordat er een definitieve Codex-afspraak op tafel ligt, moet deze een procedure doorlopen die acht stappen telt en waarbij elk deelnemend land inbreng kan leveren. Bedrijven zijn geen lid van de Codex maar kunnen net als NGO’s deelnemen aan de Codex vergaderingen als ‘observers’. Bedrijven die hun belang naar voren willen brengen, kunnen dat via hun landenvertegenwoordiger doen. Tijdens een vooroverleg kunnen (MVO-)bedrijven dan bijdragen aan het Nederlandse standpunt en daarmee indirect aan het standpunt dat de EU in de Codex zal ­inbrengen.

MVO MAGAZINE NR 3 - 2019

Juridisch relevant Professor Bernd van der Meulen, juridisch expert op het gebied van levensmiddelenrecht, ging dieper in op de juridische relevantie van de Codex. “De Codex Alimentarius stelt grenzen, inspireert en heeft invloed”, vatte hij de teneur van zijn uiteenzetting samen. Hij gaf aan hoe in de loop der jaren het belang van internationale standaarden in de mondiale handel steeds groter is geworden. “De WTO zet een premie op internationale harmonisatie. Vrijhandel is de regel, beperking van handel kan alleen ter bescherming van de gezondheid van mens, dier en/of plant. Zo’n beperking mag echter niet discriminatoir zijn en moet worden onderbouwd door wetenschap dan wel door internationale modellen. Die modellen worden verschaft door de OIE (diergezondheid), het IPPC (plantgezondheid) en de Codex Alimentarius.” Van der Meulen benadrukte de invloed die de Codex op het EU-levensmiddelenrecht heeft. “Goed wetgeven is vaak goed overschrijven. Zo’n 80 procent van het EU-recht inzake levensmiddelen heeft betrekking op normstelling wat betreft product, proces en communicatie en is aan de Codex ontleend. Dus: wat vandaag een Codex-discussie is, kan morgen EU-recht zijn.” Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij Janneke van der Bijl (Voeding en gezondheid) vanderbijl@mvo.nl / 079 363 43 60 of Sanneli Kingma (Voedsel- en diervoederveiligheid) via kingma@mvo.nl / 079 363 43 22. 9


DUURZAME ONTWIKKELING ‘Sustainable Palm Oil Dialogue’ in Utrecht

‘Voedingsmiddelenproducenten en supermarkten aan zet’

De ‘Sustainable Palm Oil Dialogue’ bracht meer dan 420 deelnemers van circa 250 verschillende organisaties uit 40 landen samen. Het uitdagende karakter van de conferentie, met veel discussie en interactie, hielp om de verschillende visies op het onderwerp in de discussie te brengen. Via hun mobiele telefoon konden deelnemers hun vragen, meningen en ideeën inbrengen en een heus ‘Lagerhuis’-debat leidde tot veel dynamiek. Vergroot de vraag Onderdeel van de discussie was de oproep aan supermarkten en voedingsmiddelenproducenten om voor duurzame palmolie te kiezen. Frans Claassen, directeur van MVO en voorzitter van de European Palm Oil Alliance: “Op dit moment is het aanbod van duurzame palmolie groter dan de vraag. Alleen als voedingsmiddelenproducenten en supermarkten in heel Europa de keuze voor duurzame palmolie maken, kunnen we ons doel van 100% duurzame palmolie in 2020 halen. Dan leveren we met elkaar een belangrijke bijdrage aan de bescherming van regenwouden en hun biodiversiteit, en aan de verbetering van de sociaaleconomische omstandigheden van kleine boeren in producerende landen.”

Hoe kan Europa zijn doelstelling halen om in 2020 in voedingsmiddelen alleen nog duurzame palmolie te gebruiken? Deze vraag stond centraal tijdens een internationaal debat over duurzame palmolie op 14 juni 2019 in de Jaarbeurs in Utrecht. De organisatoren waren de European Palm Oil Alliance (EPOA), de Round­ table on Sustainable Palm Oil (RSPO) en IDH - The Sustainable Trade Initiative. Ook MVO was erbij.

De antwoorden van de deelnemers aan het debat op de vraag. ”How do you contribute to reach 100% sustainable palm oil” werden gedurende de dag vastgelegd in het hiernaast afgebeelde wandverslag.

10

MVO MAGAZINE NR 3 - 2019

The Sustainable Palm Oil Choice: positief en inspirerend Om de marktacceptatie voor duurzame palmolie te vergroten heeft een groep fabrikanten, producenten en maatschappelijke organisaties zich ­geschaard achter ‘The Sustainable Palm Oil Choice’. De deelnemers, waaronder Nutella, Solidaridad, Olenex, Orangutan Land Trust, Cargill en Sime Darby spreken zich niet alleen uit voor duurzame palmolie, ze inspireren anderen door hun ambities, ervaringen en ‘best practices’ te delen. Bedrijven en organisaties die zich willen aansluiten bij het initiatief, kunnen dit doen op sustainablepalmoilchoice.eu.

11


ALGEMEEN

DUURZAME ONTWIKKELING

Young Oils & Fats over geopolitieke risico’s

Gebruikt frituurvet zorgt voor aanzienlijke CO2-reductie vervoersector

Een reis om de wereld bij de Erasmus Universiteit “Ga weg van je scherm en pak het vliegtuig”. Dat was de hoofdboodschap van dr. Cyril van Widdershoven tijdens het meest recente Young Oils & Fats (YOF)-evenement dat in mei plaatsvond aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Meer dan 40 YOF-deelnemers luisterden naar hoe dr. Van Widdershoven geopolitieke risico’s in de grondstoffenhandel beoordeelt. Van Widdershoven betoogde dat de wezenlijke discussies over geopolitiek niet op kantoor plaatsvinden. In plaats ­daarvan motiveerde hij de YOF-leden om de wereld in te gaan om betrouwbare en relevante informatie te krijgen. “Jullie belang is om je producten binnen een bepaalde tijd van a naar b te krijgen, maar de algoritmen op je scherm houden geen rekening met de onvoorspelbare kant van menselijk gedrag en geven geen unieke informatie die je in je voordeel kunt gebruiken.” De expertise op het gebied van geopolitieke risico’s die Van Widdershoven heeft opgedaan in de mondi12

ale energiemarkt en het Midden-Oosten, zijn vergelijkbaar met de risico’s in de oliën- en vettenindustrie, argumenteerde hij. De trend die hij ziet is dat nationale overheden zich steeds meer inlaten met handel om de voorziening van grondstoffen veilig te stellen en minder afhankelijk te zijn van buitenlandse handelaren. Dit gebeurt niet alleen in de energiesector, maar ook in de oliën- en vettenindustrie, redeneerde hij.

Het afgelopen jaar is het aandeel hernieuwbare energie voor vervoer in Nederland toegenomen met 25% ten opzichte van 2017. Hiermee zit Nederland in 2018 met 8,9% ruim boven het Europese ­gemiddelde en ligt het op koers om de Europese doelstelling voor hernieuwbare energie voor vervoer van 10% in 2020 te halen. Dit blijkt uit de totaalrapportage over de inzet en herkomst van hernieuwbare energie voor vervoer, waarover de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) jaarlijks rapporteert. Energie uit hernieuwbare bronnen bestaat vooral uit vloeibare biobrandstof, zoals biodiesel en biobenzine, met gebruikt frituurvet als belangrijkste grondstof.

Dr. Cyril van Widdershoven is oprichter van Verocy, en Senior Advisor Geopolitics & Country Risk and Non-Resident Fellow Payne University Colorado School of Mines. Het evenement werd georganiseerd door MVO/YOF in samenwerking met het Erasmus University Executive Programme Leadership in Commodity Trade and Supply Networks. Meer informatie over Young Oils & Fats vind je hier.

Het merendeel van de biobrandstoffen komt uit het buitenland. Het aandeel elektriciteit is klein, maar stijgt wel. Ook de inzet van biogas nam toe. Het gebruik van zogeheten geavanceerde brandstoffen (o.a. brandstoffen uit afvalstromen) is in 2018 verzesvoudigd. De brandstofleveranciers moeten aantonen dat hun brandstoffen daadwerkelijk op de Nederlandse markt zijn terechtgekomen. Uit recente onderzoekscijfers van het CBS blijkt dat het merendeel van alle ingeboekte brandstoffen inderdaad aantoonbaar aan vervoer in Nederland is geleverd. Meer informatie kunt u lezen in de Rapportage Energie voor Vervoer in Nederland van de NEa.

MVO MAGAZINE NR 3 - 2019

13


KORT NIEUWS

KORT NIEUWS

Frans Köster vicevoorzitter CHP van VNO-NCW

De smaakmissie sluit aan bij het lesprogramma Smaaklessen van het Voedseleducatie Platform. In dit platform werken overheid, wetenschap en bedrijfsleven samen aan objectieve educatie over voeding aan kinderen. Smaaklessen wordt ondersteund door het Voedingscentrum.

Op 20 juni jl. is Frans Köster, ­Senior Manager Trade Policy bij MVO, benoemd tot vicevoorzitter van de Commissie Handels­ politiek (CHP) van ondernemings­ organisatie VNO-NCW. De commissie bestaat uit vertegenwoordigers van beursgenoteerde bedrijven en associaties. Binnen deze commissie delen de leden hun kennis en ervaring op het gebied van handelspolitiek en bespreken deze informatie en hun opvattingen, die bijdragen aan het door VNO-NCW voorgestelde sociaal en economisch beleid. De benoeming onderstreept het belang van handelspolitiek voor de Nederlandse oliën- en vetten­ industrie.

Nieuwe brochure ­ Het Comité Teambijeenkomst MVO Terwijl de temperaturen opliepen tot boven de 30°C werkten ­MVO-medewerkers op 24 juni op het Scheveningse strand aan ­ontwikkeling en samenwerking. Vanaf het terras wenst het hele team u een mooie zomer toe!

Ook komend ­schooljaar verzorgt MVO ­gastlessen op basisscholen Op een aantal scholen in het basisonderwijs krijgen leerlingen van de groepen 7 en 8 volgend schooljaar een gastles over olie en vet. De gastlessen zijn onderdeel van de Smaakmissie ‘Olie & Vet’ van het Voedseleducatie Platform en worden verzorgd door MVO.

14

Alle beschikbare gratis gastlessen zijn inmiddels gereserveerd. Na een gastles zijn de leerlingen op de hoogte van de gezondheidseffecten en functionaliteit van plantaardige en dierlijke oliën en vetten. Ze maken margarine in de klas en er wordt een leuke quiz gespeeld.

Nederland vervult een sleutelpositie in de internationale markt voor granen, zaden en peulvruchten. Het Comité van Graanhandelaren heeft alle feiten op een rijtje gezet die de significante positie van Nederland illustreren. De brochure ‘Dutch trade in grains, seeds and pulses. Essential to the ­European food and feed system’ is hier te downloaden. Gedrukte exemplaren van de ­brochure zijn verkrijgbaar via ­ madelon.bastemeijer@graan.com MVO MAGAZINE NR 3 - 2019

Medina Sakić rondt afstudeerproject ­ NOFOTA af In verband met het 100-jarig bestaan van NOFOTA besloot het bestuur een onderzoek te laten doen naar de toekomst van de handelsorganisatie. Wat is nodig om toekomstbestendig te zijn? Het ­onderzoek is uitgevoerd door Medina Sakić, student van de community Creative Marketing & Sales van de opleiding

Commer­ciële Economie aan de Hogeschool R ­ otterdam. Voor haar onderzoek heeft ze verschillende NOFOTA-leden geïnterviewd en een online enquête afgenomen. De uitkomst hiervan geeft inzicht in de core business, de activiteiten en het imago van NOFOTA. Medina doet een aantal aanbevelingen die NOFOTA kan gebruiken om ook in de toekomst aan de wensen en verwachtingen van de leden te blijven voldoen.

15

Profile for EPOA

MVO Magazine juli 2019