Page 1

Jaargang 66 nr.3

Vierde jaar

Een jaar vol s-limmericken

Sportieve COHE’ers

over de grenzen heen

De vragenstaart van een rare Fransman Gesteld door een rare Belg

6ECWI

van schoolbank naar nationale bank en nog verder

Tijdschrift van het Sint-Jozefscollege van Herentals Verschijnt driemaal per schooljaar

Datum van uitgifte: juni ‘13 - Afgiftekantoor Herentals 1 2200 Erkenningsnummer: 008323


Hoofd- en eindredactie: Jan Vanreusel en Greet Cornelissen Medewerkers: MaitĂŠ Adams Maarten Eyskens Magalie Verstrepen Melissa Peeters Vincent Verstrepen Lander Wuyts Lore Gorrens WordPress-technicus: Herman Geudens Boekhouding: Leen Reekmans Lay-out: Maarten Eyskens Drukwerk: Marc Verherstraeten

Verantwoordelijke uitgever: Greet Cornelissen O.L.Vrouwstraat 49A 2380 Ravels Bijdragen en reacties: schoolblogherentals@hotmail.com of op de blog Schoolkl@p http://schoolblogherentals.wordpress.com


Woord vooraf Elk einde is een nieuw begin! Toen onze huidige laatstejaars een 6-tal jaren geleden voor het eerst voet op secundaire bodem zetten, hadden zij op dat moment een eerste cyclus van 6 jaren in de lagere school afgerond. Met een klein hartje en soms knikkende knieën kwamen zij in de grote school terecht, of in de school voor de groten. Geef toe: als je pas je communie hebt gedaan, kijk je op naar die jonge mannen met baard en die jonge dames met make-up of hoge hakken. Stelselmatig hebben ze echter hun weg gezocht en met vallen en opstaan zijn ze erin geslaagd om dat secundaire verhaal tot hun eigen verhaal te maken. Net op het moment dat ze op het punt staan deze school met al zijn leerkrachten, opvoeders, secretariaatsmedewerkers, onderhoudsmensen en directie vaarwel te zeggen, zijn zij volop bezig met alweer een nieuwe keuze. Wat wil ik aan de hogeschool of universiteit gaan verder studeren? Waar wil ik dat gaan doen? … Deze en andere vragen razen in een ijl tempo door al die jonge hoofden. En opnieuw …. opnieuw voelen ze zich klein temidden die Leuvense, Gentse, Antwerpse, Geelse, … verhalen. Opnieuw zorgt dit gevoel voor klamme handen. Maar opnieuw zijn wij ervan overtuigd dat zij ook daar hun weg weer wel weten te vinden en voor een volgend mooi hoofdstuk zullen zorgen. Vanuit de school wensen we hen daar in elk geval heel veel succes mee!

telmomenten worden beschreven. In alle bescheidenheid durf ik stellen dat we op dit moment in het Herentalse onderwijslandschap zo’n kantelmoment ervaren. Gedreven door de geest van de tijd, nog lang voordat de ministerraad een échte beslissing zal nemen, kiezen wij er vanuit kOsh voor om een aantal belangrijke bijsturingen te doen. Is dit dan het einde van een school? Zeker niet! Meer dan ooit zal er op campus Collegestraat ‘onderwijs gemaakt worden’. Ok, de naam is nieuw, de setting is nieuw, … maar de kern van de zaak blijft overeind: jonge mensen begeleiden in hun volwassenwording en hen handvatten aanreiken om het volgende hoofdstuk in hun leven voor te bereiden. Ik geef toe: dat zorgt ook bij ons wel eens voor klamme handen en voor knikkende knieën en … dat is goed. Dat wijst immers op betrokkenheid, op engagement. En dat is wat we nodig hebben om dit nieuwe verhaal opnieuw tot een succesverhaal te laten uitgroeien. Daar zal de geschiedenis over oordelen!

Tot slot wensen wij iedereen een deugddoende vakantie toe. Geniet ervan om even alles achter u te laten en de batterijen weer op te laden! Is dit met een boek aan de rand van een zwembad of met een gids in het centrum van een grootstad, of … het doet er allemaal niet toe, zolang de ontspanning maar in verhouding staat tot de geleverde inspanning van de voorbije Ik hoor het u al denken. Wat dan met een school die 400 jaar weken en maanden. bestaat en die deze dagen haar laatste hoofdstuk aan het schrijven is? Om eerlijk te zijn … heel erg vergelijkbaar in mijn Prettige vakantie! ogen. De geschiedenis heeft de school gemaakt tot wat ze vandaag is, net als de geschiedenis dat met mensen en gebouwen Patrick Heremans doet. En nu en dan zijn er momenten die jaren later als kan- directeur


In dit nummer

Generation Euro 45

7

Dag van het dak

8 Drugsproject 10 Herexamen-kroegentocht 11 Gedichtendag

Schakelnieuws 14-35

13 Wist je... 14

Schakelnieuws: Vier eeuwen College Herentals

17

Schakelnieuws: Brieven van een oud-leerling, gesneuveld aan de Ijzer

12

De vliegende startersbrigade

18

Oud-leraar Felix Cuypers overleden

12

Leerlingen in finale Generation euro

19

Wist je...

12

Canadezen op bezoek in Cohe

20

Wel en Wee


Portugal 40-41

21

Brusselse pret

22

100 dagen in beeld

23

Gastspreker in 6HA en BI

23

Uitgekookt staat netjes

24

Filmforum: Slumdog millionaire

25

Schakelnieuws: 400 jaar college, een persoonlijke kijk

26

Taalreis Londen

Opendeur 09


Herdenkingsviering Artikel met foto

Herdenkingsviering Op donderdag 25 april hield de school een herdenkingsmoment. In deze viering werden niet alleen oud-leerlingen of oud-leerkrachten herdacht, maar ook overleden familieleden van de hele collegegemeenschap. De overledenen werden gesymboliseerd door 7 kaarsen en een kader. Mevrouw Rieberghs en mevrouw Cornelissen lazen toepasselijke teksten voor. Het mooiste stuk van de avond was de prachtige muzikale begeleiding door zeer getalenteerde leerlingen. De aanwezigen waren onder de indruk van prachtige gitaar- en vioolmuziek en zelfs engelenzang.

“

Met respect voor en aandenken aan alle overledenen, sluit ik dit verslag af. Maarten Eyskens - 4EC5

6 En Toch

Ze pakt de wind op met haar verdriet en wandelt moeizaam door het verlaten straatbeeld. Ze kan niet aan de man terwijl ze blind ziet, chrysanten worden aan haar graf gelegd terwijl haar wonde heelt. Haar tranen doen de doodsbloemen bloeien, maar geen mens weet of die zullen groeien. (Binnen een week zijn ze haar vergeten, geen mens die haar naam nog zal weten.) (Voor Lisa Tortelinni) Nicolas-Alexander Goossens - 5LAMT


Met Anouchka naar de FISEC-spelen Anouchka Van der Auwera, studente 4 economie en getalenteerd atlete bij Atletiekclub Herentals, is dit jaar geselecteerd voor de FISEC-spelen in Hongarije. Ze is één van de uitverkoren atleten die België zullen vertegenwoordigen in enkele disciplines van de meerkamp. Dat verdient toch een interview! >>Eerst ter verduidelijking, wat zijn de FISEC-spelen eigenlijk? Anouchka: De FISEC-spelen zijn internationale sportwedstrijden voor scholieren tot 17 jaar. Je kan het eigenlijk vergelijken met de Olympische Spelen, maar dan in het klein. Er worden verschillende takken van sport beoefend, o.a. atletiek, voetbal, volleybal, tennis, zwemmen,… De bedoeling is om in de verschillende proeven zo veel mogelijk punten te behalen en het land met de meeste punten wint.

Van Leerlingen

al mijn prestaties van het afgelopen jaar. >>Kijk je uit naar de reis? Anouchka: Ja, het is een eer om mee te mogen. Het zal een reis van ongeveer een week worden en we gaan erheen met het vliegtuig, spannend! Kato Claes - 4EC5

>>Hoe ben je op de FISEC-spelen beland? Anouchka: Mijn vrienden van de atletiekclub waren er vaak over bezig, en mijn moeder wou ook graag dat ik mij inschreef. Ze heeft dan ook wat aangedrongen en uiteindelijk heb ik me ingeschreven. Totaal onverwacht ben ik nu geselecteerd!

>>Op basis van welke resultaten ben je geselecteerd? Anouchka: Op basis van de valresultaten, dat zijn eigenlijk de resultaten van

En Toch 7


Van Leerlingen Article with Banner

Een hedendaags sprookje Er was eens, toen floppydiscs nog bestonden en men geen gsm kende, een bloedmooie vrouw. Haar man bekleedde een belangrijk ambt in het plaatselijk politiek gewoel en ze kreeg alles wat haar hartje maar begeerde. Zo verstreken weken, maanden en jaren zonder opzienbarende gebeurtenissen. Tot ze op een dag haar maandelijkse bezoek aan het deftigste beautysalon van de stad bracht. De dame die lustig haar wenkbrauwen aan het epileren was trok in al haar enthousiasme iets te hard en drie druppels bloed strandden op de sneeuwwitte vloer van het salon. De agressieve epileerster keek angstig opzij maar zag in de ogen van haar beste klant geen boosheid, zelfs geen tikkeltje verontwaardiging. Integendeel, haar ogen fonkelden met een ongekende zachtheid en fluisterend bracht ze uit: ‘Had ik nu maar een kindje, zo wit als sneeuw, zo rood als bloed en haar haar zo zwart als ebbenhout’. Nu moet je weten dat rijke mensen wel eens meer gekke dingen zeiden in die dagen en de opgeluchte wenkbrauwtrekster schonk er verder geen aandacht aan. Meer nog, ze was opgelucht het niet verkorven te hebben bij haar trouwe klant en vergat het voorval al snel. Toch gebeurde er enige tijd later iets wonderlijks… De rijke dame beviel op een koude winterdag van een wolk van een baby. Zijn huidje was zo wit als sneeuw, de kleine wangetjes zo rood als bloed en de weinige haren die het frêle hoofdje sierden zo zwart als ebbenhout. De moeder zelf kon niet gered worden door de moderne wetenschap en zo bracht de kleine Blanche haar vader een dag vol innig geluk en diepe rouw terzelfdertijd. Blanche groeide op in een tijdperk waar de gsm zijn intrede deed, de eerste facebookpagina’s aangemaakt werden en men de communicatie met moeder en vader via privéberichten voerde i.p.v. aan de keukentafel. Ze was een lief onschuldig meisje dat alle harten rondom haar liet smelten en zeer graag gezien was in al haar naïviteit. Toch bracht haar goedgelovigheid haar soms ook in de problemen… Ondanks de talloze waarschuwingen van haar vader zag ze in geen enkel mens iets slechts en postte ze naar believen foto’s van haar schattige zelf op het internet. Vriendschapsverzoeken werden zorgeloos aanvaard, (Blanche was immers ieders vriend), foto’s 8 En Toch

werden leuk gevonden (er was immers zo veel moois op de wereld) en niemand vreemd die een gesprek begon werd genegeerd (wat voor negatiefs zou daar nu immers uit voort kunnen komen). Haar vader, die ondanks zijn leeftijd erg mee met de tijd was, zag natuurlijk de gevaren in van het grootse internet en werd telkens erg boos wanneer hij ontdekte dat ze plantjes naar vreemde mensen had gestuurd in Farmville of weer zat te tetrisbattlen tegen een of andere meneer op leeftijd. Op een dag werd hij zo boos dat hij haar verbood nog te praten met mensen die ze niet kende. Dit deed Blanche enorm verdriet. Nu was ze niet zomaar een gewoon lief meisje, ze had ook zeer zeker een eigen willetje en ze was vastbesloten al haar nieuwe vrienden niet op te geven voor een paar loze dreigementen van vaders kant. Zo logde ze even later in, nog steeds boos op haar achterdochtige vader, en begon een gesprek met Fred. Fred was een grappige, warme man die haar altijd aan het lachen bracht als ze droevig was en ook nu weer vertelde ze hem haar diepste zielenroerselen. Wanneer hij hoorde van haar woordenwisseling met vader kwam het voorstel om eens bij hem thuis af te spreken en erover te praten bij een lekker kopje chocola. Even twijfelde Blanche, ze had immers beloofd aan vader nooit meer met vreemden te praten op internet, laat staan in het echt. Toch kon ze de gedachte aan dat lekkere kopje chocola niet goed weerstaan. Weifelend keek ze naar haar korte rode jasje dat verleidelijk dichtbij aan de haak hing… Fred was zeer blij met haar besluit en gaf haar gauw het adres en de belofte haar buskaartje terug te betalen wanneer ze bij hem zou zijn. Twee treinen, drie bussen en een stevige wandeltocht later kwam ze uiteindelijk op de plek van bestemming aan. Hij woonde in een bescheiden huisje met kleurige accenten aan de buitenkant. Zich verheugend op hun eerste ontmoeting duwde ze met een enthousiast gebaar op de bel. ‘Knibbelknabbelknuisje wie staat er voor mijn huisje’, knarste Fred met een gek stemmetje door het spleetje van de brievenbus. ‘Hé, gekke vriend van me!’, riep het


Van Leerlingen

meisje enthousiast. ‘Ik ben het, je vriendinnetje Blan…’ Nog voor ze haar zin kon afmaken vloog de deur met een ruk open. Het meisje werd vliegensvlug naar binnen gesleurd en het enige wat haar aanwezigheid nog kon verraden was haar zilveren sandaaltje, uitgevlogen door het geweld, dat eenzaam achterbleef op de deurmat.

Vader die intussen spijt had van zijn uitbarsting besloot het terug goed te maken met zijn enige oogappel en klopte zachtjes op de deur van Blanches kamer. Toen ze na de vijfde keer nog niet antwoordde werd zijn vergevingsgezindheid toch weer wat minder en besloot hij dat verwende nest nog eens goed de les te lezen. Met een luide knal viel de deur in het slot en wanneer hij net zijn tirade wou afsteken tegen de kleine etter op het grote bed constateerde hij dat er helemaal niemand zat. Ook in de rest van het huis was geen teken van leven te bespeuren en de angst sloeg vader om het hart.

Vliegensvlug repte hij zich terug naar haar slaapkamer voor het geval ze zich toch in een uiterst koppige bui onder het bed zou verstopt hebben of iets dergelijks. Moedeloos constateerde hij dat het enige levende wezen (uitgezonderd hijzelf) snuffie, het witte konijntje van Blanche, was. Deze leek de spanning te voelen en begon zenuwachtig tegen de rand van zijn kooi te schuren. Hierbij stootte hij de wekker om die naast het hok stond. Deze viel in een soort van magistraal domino-effect op het klavier van Blanches computer waardoor haar scherm op zijn beurt weer oplichtte. Wonder boven wonder stond haar facebook nog open en duurde het niet lang voor enkele loeiende sirenes zich richting Freds woonst begaven. Deze werd hardhandig in de boeien geslagen en enkele tellen later werd Blanche (met nog een stuk of 7 andere kinderen) uit een donker kamertje van het huis bevrijd. Nu vraag je je waarschijnlijk af of Fred zijn verdiende loon heeft gekregen, Blanche nog lang en gelukkig leefde, alle kinderen veilig zijn thuisgeraakt en hun lesje hebben geleerd? Ik heb geen idee, maar je kunt hen altijd eens als vriend toevoegen… Lotte Van de Sande - 4La5

Het hart van de poëzie klopt ritmisch. De verzen van de oude dichter copuleren met het papier, waar jonge wolven vechten om

de laatste regel. De jongen zag de maan door zijn raam. Hij nam de trein die nooit stopt naar het einde van het heelal. Kinderen lezen elkaar oude verhalen voor en beelden aardse gebaren uit. Daar waar de dichter zit, daar de begint de nacht.

En wanneer hij schrijft worden de kinderen wakker.

Nicolas-Alexander Goossens - 5LAMT

En Toch 9


Scientists@work Article with Banner

Scientists@work! Op donderdag 17 januari gingen wij, leerlingen van het vijfde jaar Wetenschappen-Wiskunde en Latijn-Wiskunde naar Leuven om in samenwerking met Scientists at work een voorproefje te krijgen van de richting bio-ingenieurswetenschappen. Daar hebben we kennisgemaakt met verschillende aspecten van het foroep werd verdeeld in teams die elk afzonderlijk speciale aandacht aan een bepaalde methode van analyseren moesten besteden. Na verschillende experimenten hebben we de moordenaar uiteindelijk gevonden. Daarna hebben we zelf een moordscène bedacht om elk van deze methoden te gebruiken in een andere omkadering. Er hing aan deze dag ook een wedstrijd vast. We moesten een uitgebreid verslag van deze dag maken en opsturen. En we hadden geluk! Uiteindelijk zaten we bij de beste tien van Vlaanderen. Het avontuur was nog zeker niet gedaan. We moesten voor de finale een poster maken en onze labo-dag presenteren. Op woensdag 8 mei was het zover. De grote finale was aangebroken. Met zeer veel zelfvertrouwen brachten we een goed voorbereide presentatie en konden we de jury imponeren. Maar helaas net niet genoeg. We haalden juist geen podiumplaats.

Over het algemeen vonden we het een erg leerrijke dag. We zijn op een leuke en originele manier in contact gekomen met misdaad en vooral met de wetenschap.

We bedanken natuurlijk iedereen die hieraan heeft meegewerkt en dit heeft mogelijk gemaakt, in het bijzonder meneer De Brandt. Britt Van Den Kieboom (auteur), Pauline D’Hoore, Kato Dens, Lise Willemsens, Ellen Gorrens, Dries Van Hemelen, Kevin Dierckx, Zeno Gillis, Jasper Mertens, Philippe De Ceuster, Joran Hermans en Karl Lauwers

10 En Toch


Van aardappeleters en leguanen

Al een hele tijd geleden zijn wij, de leerlingen van 5WEWI en 5LWE, naar Arnhem gegaan. Voor we vertrokken waren we jaloers op de leerlingen die naar Parijs mochten maar achteraf bekeken vonden we het in Arnhem best gezellig. Op 7 maart vertrokken we met de bus naar Arnhem. Toen we daar aankwamen, hebben we eerst het KrĂśller-MĂźller museum bezocht. Een gids leidde ons rond in het museum en

gaf ons uitleg over heel wat schilderijen en de geschiedenis van het museum. Er hingen veel schilderijen van Van Gogh, onder andere De aardappeleters. Daarna hebben we het Museonder verkend. Dit is een heel ander soort museum. Je kon er geen schilderijen observeren maar wel meer leren over de Hoge Veluwe, zijn dieren en het landschap. In de namiddag hebben we ook lijfelijk kennisgemaakt met dat landschap. Dit deden we per fiets. We maakten een flinke fietstocht en op verschillende plaatsen stopten we even om naar de uitleg van de gids te luisteren over de streek rond Arnhem. Spijtig

Arnhem

dat het weer ons wat in de steek liet. Na de fietstocht reden we met de bus naar onze slaapplaats om er te eten. Daarna hadden onze leraars een verrassing in petto. We maakten een korte wandeling en kwamen uit bij een bowling. Daar hebben we ons een hele avond kunnen amuseren. Terug aangekomen in de jeugdherberg, konden we nog wat bijpraten of tafelvoetbal spelen. De volgende dag hebben we Burgers Zoo bezocht. Hier werden we gesplitst in twee groepen. De ene groep ging eerst de Busch verkennen, de andere de Ocean en nadien werd er gewisseld. Wij begonnen in de Busch. Dit nagebootst tropisch regenwoud was echt de moeite waard. Vogels, leguanen en andere beestjes konden gewoon over de paden wandelen waar wij ook over liepen. Dit was mogelijk doordat er eigenlijk enkel een net over het geheel gespannen was en er geen scheiding was tussen de dieren en ons. Ook de Ocean was wonderlijk mooi. Alle soorten vissen die je kunt bedenken waren er en zelfs nog meer. Van piepkleine visjes tot grote haaien, je kon ze er allemaal vinden. In de laatste tunnel stond je onder een soort reuzenaquarium waardoor je de vissen van erg dichtbij kon bekijken. Nadat we deze zoo bezocht hadden, zat onze trip in Arnhem er helaas al op en keerden we terug met de bus. Het was een erg toffe en leerrijke ervaring. We hebben er veel van opgestoken en tegelijk ook veel van genoten. Lise Willemsens 5WEWI En Toch 11


Article with Banner

College opent zijn ramen!

12 En Toch


Ben jij een s-limerick?

Limericks

In enkele klassen van het vierde jaar maakten ze met de hele groep een limerick, om eens de dwang van verslengte, rijm en klemtonen aan den lijve te ondervinden. Dit zijn enkele resultaten:

Er was eens een is uit Oostende die wou eens een mailtje verzenden het web lag weer plat nu was hij het zat hij nam dus maar brieven en pende.

” “

Er was eens een jongen uit Olen die zat met zijn gat op de kolen hij keek naar het uur en werd overstuur hij vond een bos vol Gladiolen

Er was eens een alien op aarde die plotseling een kindeke baarde ‘t verging van de zeer er kwamen, er meer nu zitten w’ermee godmiljaarde

En Toch 13


Schakelnieuws Article with Banner

1613-2013 – Vier eeuwen College Herentals

3. Van gemeentelijk naar gepatroneerd bisschoppelijk college 1830-1834-1853-1958 (vervolg) In de vorige aflevering werd verhaald hoe het college het even moeilijk had na 1830. Te midden van onderling geruzie van de leraren probeerde aartsbisschop Sterckx vanaf 1834 orde op zaken te stellen. Het stadsbestuur kon uiteindelijk niet veel anders doen dan het beleid van zijn middelbaar onderwijs aan het bisdom over te laten en in 1853 was via koninklijk besluit het stedelijk college een gepatroneerd college geworden, een bisschoppelijk college dat door de gemeente gesteund werd met subsidies en aanvankelijk ook door gebouwen.ter beschikking te stellen. De structuur van het onderwijs, de aangeboden studierichtingen veranderden in honderd jaar niet veel. In 1868 werd een voorbereidende klas toegevoegd, in 1885 een tweede, lagere voorbereidende klas. In de palmares heetten ze samen de ‘division française’, meestal sprak men van 7de en 8ste. (De humanioraklassen werden genummerd van 6 naar 1 (retorica.). Het was geen verplichting maar wel praktisch noodzakelijk minstens één voorbereidend jaar te volgen om de nodige kennis van het Frans en van zinsontleding te verwerven om de humaniora te kunnen aanvatten. In Herentals zelf gingen veel toekomstige ‘studenten’ na het vierde leerjaar van de lagere school over. In de dorpen echter doorliepen de leerlingen, ten gevolge van gebrekkige voorlichting, dikwijls de hele zesjarige cyclus van het lager onderwijs, met het gevolg dat ze één tot twee jaar verloren om in de humaniora te kunnen volgen. In 1906 werd gestart met een ‘professionele afdeling’, die later moderne humaniora ging heten. Gewoonlijk waren er drie, maximum vier klassen. Pas in 1957-1959 werd die studierichting als economische afdeling volledig uitgebouwd met een vijfde en een zesde jaar. Terloops signaleren we dat het college pas in 1941 SintJozef als patroon kreeg. Het was een suggestie van directeur Jan Verreydt als eerbetoon voor oud-leerling Josephus Ernestus kardinaal Van Roey en uit devotie voor Sint-Jozef. Mechelen gaf vlot de toestemming. In het programma bekleedde godsdienst uiteraard de 14 En Toch

ereplaats, maar het aantal wekelijkse lesuren (eerst 1, later 2) was niet zo hoog. Veruit het belangrijkste vak was Latijn, waaraan in het begin meer dan de helft van de lesuren besteed werd, gevolgd door Grieks, Frans, Nederlands, geschiedenis, aardrijkskunde, wiskunde en, vanaf 1850, natuurwetenschappen. In Herentals stond het vak Duits op het programma van de hoogste twee klassen vanaf 1850. Later werd het onderwijs nog versterkt en van 1881 tot 1887 werd Duits zelfs in alle humanioraklassen onderwezen. Engels deed pas in 1907 zijn intrede in de oude humaniora en wel ten gevolge van de oprichting van een ‘professionele’ afdeling in 1906, waar Engels een verplicht vak was. Het zegt veel over het prestige van de diverse talen. Duits was door de stijgende macht en het wetenschappelijke aanzien van Duitsland in opmars, terwijl men met Engels toch maar zelden in contact kwam. Dat zou vooral ten gevolge van de twee wereldoorlogen en van de economische suprematie van de Verenigde Staten wel heel sterk veranderen. Het Frans bleef decennialang de lestaal bij uitstek, hoewel het Nederlands als vak (‘Vlaamsch’) steeds bleef bestaan, behalve mogelijk in de eerste jaren na 1830. In 1892 werden de lessen Nederlands opgevoerd tot 2 per week. In 1906 bezorgden de instructies van aartsbisschop Mercier het Nederlands ook in andere vakken een bescheiden plaats. Tevens werd de verplichte conversatietaal in plaats van enkel Frans alternatief om de week Frans en Nederlands. In 1910 kwam een taalwet het Nederlands nog enigszins versterken. Grieks werd voortaan in het Nederlands gegeven. In 1930 besloot kardinaal Van Roey tot een verdere stap in de vernederlandsing. In de Latijnse afdeling werd alleen Latijn nog in het Frans gegeven, al de rest werd Nederlands. In 1932 zette de taalwet op het middelbaar onderwijs de kroon op het werk. Jaar per jaar werd de volledige vernederlandsing doorgevoerd, zodat in 1937-1938 voor het eerst een retorica afstudeerde die haar opleiding geheel in de moedertaal had gekregen. Dat alles was er uiteraard niet vanzelf gekomen. Het was het gevolg van jarenlange volgehouden strijd en van het groeiende besef dat men in een meer democratisch


Schakelnieuws wordende samenleving het recht op middelbaar en hoger onderwijs in de eigen taal niet eeuwig aan de meerderheid van de bevolking kon blijven ontzeggen. Vlaamsgezindheid was bij het begin van de 20ste eeuw wijd verspreid onder de studerende jeugd, onderwijzers en jongere priesters. Zo werd rond 1920 wel eens meer clandestien in het Nederlands lesgegeven. Het verplichte Frans spreken (met het beruchte signum als kliksysteem) werd zelfs door meerdere leraren bewust niet meer toegepast en verdween geruisloos. Naar gelang van de uitbreiding van het aantal klassen werden ook meer leraren benoemd. Tot 1955 waren dat steeds inwonende priesters, behalve voor enkele al dan niet facultatieve ‘randvakken’ zoals muziek, tekenen, gymnastiek (voor het eerst in 1914, in drie groepen!) en vanaf 1933 Nederlands spreken (Ast Fonteyne). In de akkoorden met de stad werd per leraar een wedde bepaald, die aan de directie werd uitgekeerd. Met dat geld en andere inkomsten (vooral schoolgeld) zorgde die voor kost en inwoning en een karige zondagcent. Dat maakt dat priester-leraren tot na 1950 het zeer krap hadden indien zij niet door hun familie financieel gesteund werden. Anderzijds was het ook niet de bedoeling van het bisdom die priesters gedurende hun hele loopbaan in het onderwijs te houden. Meestal werden ze na enkele jaren (gemiddeld 10 à 11 jaar) onderpastoor of pastoor, ofwel kregen ze een benoeming tot godsdienstleraar in het rijksonderwijs, zodat ze recht kregen op een rijkswedde en een pensioen. Dat alles veranderde na 1950 en meer bepaald na het schoolpact in 1958. Leo Van Obberghen (1975), Karel Sterckx (1977) en Gommaar Schroons (1980) waren de eerste priesterleraren die na een volledige loopbaan in het college te Herentals met pensioen konden gaan. De meeste priesters hadden enkel een seminarieopleiding achter de rug. Een minderheid had ook enkele jaren aan de Leuvense universiteit gestudeerd, slechts enkelen brachten het tot een doctors- of licentiaatsdiploma, aangezien ze meestal door hun oversten voortijdig in het onderwijs werden ingezet. Ze kregen de meest uiteenlopende vakken te onderwijzen, waarbij ze dikwijls maar moesten terugvallen op wat ze in hun eigen collegetijd daarover geleerd hadden. Dat maakt dat de katholieke colleges meestal over onderlegde leerkrachten beschikten voor de hoofdvakken Latijn, Grieks, Nederlands en Frans, maar dat andere moderne talen evenals wiskunde en natuurwetenschappen soms ondermaats bleven. In het college van Herentals werd hard gestudeerd. Om die studiegeest te vrijwaren en om de zo vurig gewenste priesterroeping van de leerlingen zoveel mogelijk te beschermen werd gezorgd voor een naar huidige begrippen zeer streng reglement. Achteraan in de palmares stond van 1884 tot 1955 als een soort aanbeveling: ‘Altijd en

overal worden de leerlingen vlijtig bewaakt.’ Pas in 1956 werd dat: ‘Aan de opvoeding en opleiding der leerlingen wordt met zorg en toewijding gewerkt.’ Dat altijd en overal bewaken is nogal letterlijk te nemen. Er was geen pensionaat in het college; tot in het begin van de 20ste eeuw logeerden heel wat leerlingen – ook uit Nederland en Wallonië – bij (zorgvuldig geselecteerde) burgers. Dat maakte het regime wel een stuk menselijker, meer huiselijk en gemoedelijk dan in een kazerneachtig internaat. Het vereiste echter ook een voortdurende controle vanwege de school, ook thuis, ook bij de leerlingen die bij hun ouders woonden. Op straat komen na de avondstudie was over het algemeen verboden en er werden avondrondes gehouden om dat te controleren. Het sterkste voorbeeld is wel dat van een leraar die, toen de ouders hem zeiden dat zoonlief al gaan slapen was, meteen naar de slaapkamer ging om te kijken of het wel waar was…. De dagorde werd strikt ingedeeld in uren van kerkdiensten, ochtendstudie, les, korte recreatie, les, eten, studie, les, vieruurtje, studie, naar huis. Op dinsdag- en donderdagmiddag, zogezegd vrije namiddagen, was er eveneens studie en tot 1944 verplichte wandeling. Ook op zondag was er, naast vroegmis, hoogmis en lof, driemaal studie. De leerlingen van Herentals pendelden in feite ook de hele zondag tussen huis en college of kerk. Aangezien ledigheid het oorkussen van de duivel is, kon men de leerlingen maar best met huiswerk, lessen en ‘godsdienstoefeningen’ overladen; zodat ze tijdens hun vrije tijd niet in hun verderf konden lopen. Heel geleidelijk en voorzichtig werd dit systeem afgebouwd. Zo verdween in 1956 de zondagavondstudie en was de zondag ‘studievrij’ geworden, maar de gezamenlijke vroegmis, hoogmis en lof bleven verplicht. Vanaf 1959 was ook de avondstudie in het college op lesdagen voor de leerlingen van Herentals niet meer verplicht. Naast de zorg voor de noodzakelijke tucht binnen de school werd ook ongepast gedrag buiten de schoolmuren streng bestraft. Cafébezoek, cinema, zwemmen…. het was allemaal verboden, ook in gezelschap van de ouders. De straffen waren niet mals, een week uitsluiting was voor dit soort vergrijpen tamelijk gewoon. Soms ging dat met de nodige enscenering gepaard. Rond 1958 waren een aantal leerlingen erop betrapt naar de plaatjes in de hal van cinema Plaza te hebben gekeken. In de studiezaal werden zij, na een preek over de onkuisheid, door de directeur publiekelijk voor een week naar huis gezonden. Omgang met het andere geslacht was de beste manier om meteen definitief aan de deur te vliegen. De controle kon ver gaan; Ernest Claes schrijft hoe een leerling op kosthuis brieven van een meisje bezat. Blijkbaar werd hij verklikt. De reiskoffer van de jongen werd doorzocht, het corpus delicti gevonden en de leerling definitief weggezonden. Ook lectuur was gevaarlijk. Volgens het reglement mocht men alleen de boeken uit de schoolEn Toch 15


Schakelnieuws Article with Banner bibliotheek lezen, die echter over het algemeen maar karig voorzien was. Kort voor 1914 is er eens een leerling aan de deur gezet omdat hij De Vlasschaard van Streuvels gelezen had. Weliswaar moeten we dit alles met een korrel zout kunnen nemen en weten te relativeren. Het was een moraal en een opvoeding die gedragen werd door brede kringen in de katholieke gemeenschap. Regels werden geleidelijk ook versoepeld, sommige leraren waren wel meer breeddenkend, namen soms een ‘verboden boek’ in beslag om het achteraf terug te geven zonder straf en er was rond 1930 ook wel eens een leraar die zijn leerling een kalverliefde uit het hoofd wist te praten zonder met straffen te dreigen. Wie de sfeer wil proeven, leze Studentenkosthuis bij Fien Janssens en Voor de open poort van Ernest Claes. Dan wordt ook duidelijk dat, ondanks al de kritiek die ook Claes op dat opvoedingssysteem wist te geven – en die door de hogere geestelijkheid niet erg geapprecieerd werd – , er ook mooie dingen waren. Er was de kameraadschap, er waren ook allerlei uitlaatkleppen en er was het besef dat over het algemeen die leraren uiteindelijk deden om goed te doen. Ook zij waren kinderen van hun tijd en hun milieu. Er is niets zo gewoon en vanzelfsprekend als datgene wat men gewoon is en altijd zo gekend heeft. Die strenge tucht was overigens voor de leerkrachten zelf ook een zware belasting, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat: kapel, speelplaats, studie, lesgeven (aan klassen van 50 tot 60 leerlingen in de voorbereidende), tussendoor lessen voorbereiden, elke dag huiswerk nakijken, bovendien nog dagelijks het breviergebed bidden…Tussendoor kregen ze elk nog een functie als zondagsmislezer in de stad of in de omliggende parochies en werden ze met allerlei parascolaire en geestelijke taken belast. Nog een belangrijke nuancering van het beeld dat hierboven wordt opgeroepen, was het grote verschil tussen ‘den binnen’ en ‘den buiten’. Theoretisch golden al die regels ook voor de leerlingen die dagelijks uit de omliggende dorpen naar Herentals kwamen. In de praktijk beschikten die over heel wat meer vrijheid. Tijdens de vrije dagen, ook dinsdagen donderdagmiddag, bleven ze in hun dorp. De avondstudie op lesdagen dienden ze alleen in het derde trimester bij te wonen. Hun aanwezigheid in de kerk werd wel gecontroleerd, al dan niet met een briefje getekend door de pastoor. Verder waren ze vrije vogels, al dienden ze op te passen voor leraren met zondagdienst of een pastoor die zijn beklag ging maken bij de directeur. Het overladen studieprogramma laat allicht een oeverloze saaiheid van het schoolleven vermoeden, maar er was ook wel afwisseling en kleur. Met de prijsuitdeling werd toneel gespeeld, vooral in het Frans, na 1900 evoluerend naar Ne16 En Toch

derlandstalig toneel. De komst van dictieleraar Ast Fonteyne bracht een vernieuwing van het schooltoneel in expressionistische zin. Na de oorlog, vanaf 1949 met Koning Oidipoes, zou het Herentalse collegetoneel triomfen beleven en op tal van plaatsen optreden. Ook het koor liet van zich horen. Met leraar Kamiel Claes zong het vanaf 1936 herhaaldelijk voor de radio en kreeg het zelfs de titel van ‘Erkend knapenkoor van het NIR’. Gommaar Schroons zou ook na de oorlog tal van koorconcerten organiseren. Activiteiten als schoolreizen en het bijwonen van toneelvoorstellingen kenden hun schuchtere aanloop voor de Eerste Wereldoorlog en zouden zich later meer en meer doorzetten. Wat was uiteindelijk het niveau en de vrucht van dit onderwijs? Veel meetinstrumenten hebben we niet, tenzij allicht de algemene wedstrijd tussen de koninklijke athenea en de gepatroneerde colleges, die tot 1914 jaarlijks werd georganiseerd en waarvoor beurtelings de hoogste vier klassen getest werden. Op het einde van de 19de eeuw waren de gepatroneerde colleges van Geel, Herentals en Tielt de absolute koplopers, die al de athenea en de overige gemeentecolleges achter zich lieten. Dat was dan vooral in de hoofdvakken Latijn, Grieks, Nederlands en Frans, terwijl in de exacte wetenschappen de athenea met hun gediplomeerde vakleerkrachten veel beter hun man stonden. De Herentalse abituriënt had ongetwijfeld een degelijke opleiding in de klassieke taal- en letterkunde achter zich en had ruim de kans gehad om de nodige kennis, de studiemotivatie en de zelftucht te verwerven die benodigd waren voor een wetenschappelijke en maatschappelijke carrière. Of hij ook veel kritische zin had ontwikkeld, is een andere kwestie, want in het onderwijs waren gezagsargumenten schering en inslag. Zelfstandige gedachten en kritische vragen waren bij de meeste leraren niet erg welkom. Ook dat hoorde bij de tijdsgeest. In de richtlijnen van de inspectie van het bisdom omstreeks 1900 stond zelfs dat de leraar het gebruikte handboek niet mocht beknibbelen. Het gezag moest blijkbaar uit één mond spreken, ook als er fouten in het boek stonden… Tot het einde van de 19de eeuw kende het college een praktisch onafgebroken groei en bloei. In 1837-1838 waren er 48 leerlingen, in 1850-1851 75, in 1870-1871 114, in 1889-1890 (bij de verhuizing naar de huidige Collegestraat) 180. Daarna stabiliseerde het aantal zich min of meer. In 1913-1914 waren er 190 (87 in de Latijnse, 16 in de moderne, 87 in de voorbereidende klassen). Tegen het einde van de oorlog was er nog een aangroei wegens de uitzonderlijke omstandigheden (werkloosheid, vrees voor deportatie naar Duitsland, toevloed van West-Vlaamse weggevoerden). Direct na de oorlog


Schakelnieuws kwam er een terugval. Interessant is de evolutie in de jaren 1920. In 1924-1925 waren er 250 leerlingen (72 in de Latijnse; 21 in de moderne, 157 in de twee voorbereidende jaren), in 1928-1929 nog slechts 194 (91 in de Latijnse, 12 in de moderne, 91 in de voorbereidende). Die terugloop in de voorbereidende en misschien ook in de dunbevolkte moderne heeft vermoedelijk alles te maken met het sterk oplevende economische klimaat. Zoonlief kon beter geld gaan verdienen aan ‘het steentje’, in de schoenfabriek of een ander modern bedrijf dan zijn broek te verslijten op de schoolbanken. Diploma’s als zodanig waren toen niet zoveel van tel, op praktijkervaring kwam het aan. Vanaf 1930 gaat het in de omgekeerde richting. Er was toch geen werk en er was ook een aanzet van democratisering van het onderwijs te bespeuren. Het hoogste aantal bood 19361937 met 387 leerlingen (175 in de Latijnse, 36 in de moderne, 176 in de voorbereidende). Na weer enige jaren van stabilisatie zien we naar het einde van de oorlog toe weer een gevoelige groei, die zich na de oorlog blijft doorzetten. In 1957-1958 waren er 538 leerlingen (210 in de Latijnse, 90 in de moderne, 238 in de voorbereidende). Ging het aantal leerlingen in stijgende lijn, dan evolueerde de studiekeuze na de humaniora wel anders dan de priester-leraars het graag gezien hadden. Enige cijfers: in 1900 kozen van de 15 abituriënten 12 voor het priesterschap. In de jaren ’20 gingen van de 76 afgestudeerden er nog 28 naar seminarie of klooster. Na de Tweede Wereldoorlog daalde het aantal verder. Het jaar 1958 hebben we in dit overzicht als de cesuur

genomen, al zal niemand het op dat ogenblik zo ervaren hebben. Het was het einde van het ‘gepatroneerd’ college, dat voortaan een gewoon bisschoppelijk college werd met rijkssubsidies volgens de bepalingen van het schoolpact. Het was ook zowat het startpunt voor een uitbreiding van het aantal afdelingen en ten gevolge van de democratisering een steeds toenemende schoolbevolking. Ook de oude mentaliteit zou weldra sneller evolueren, zoals de hele samenleving. Een school is geen eiland. We besluiten deze paragraaf met een overzicht van de evolutie van het gebouwenbestand. Tot 1889 bleef het college in de gebouwen op de hoek van de Grote Markt en het Hofkwartier, die in 1971 uitbrandden. Ten gevolge van de schoolstrijd, die in 1879-1884 woedde met als inzet het gemeentelijk lager onderwijs, nam de vrees toe dat, bij een nieuwe liberale regering, er wel eens een einde zou kunnen komen aan de ‘patronage’ door de stad en het gebruik van gemeentegebouwen, die overigens te klein waren geworden. Dus werd met privémiddelen op een stuk grond in de Futselandstraat (sinds 1907 Collegestraat) een complex in rechthoek opgetrokken. Alleen de benedenverdieping aan de straatzijde bestond al: dat was de vrije lagere jongensschool met onderwijzershuis, die in zeven haasten was opgetrokken in 1879 maar na de schoolstrijd overbodig was geworden. In 1907 werd het woongedeelte uitgebreid met een verdieping op de zijvleugel (de huidige galerij). De kapel werd gebouwd in 1926, het gebouw van de studiezaal in 1937-1938 en in 1956 werd de voormalige diamantslijperij van Cassiers aan de overkant van de Collegestraat aangekocht.

De mislukte viering van 300 jaar college in 1913-1914 6 oktober 1613 was de dag van de oprichting van het augustijnencollege te Herentals. Op maandag 6 oktober 1913 werd dat uitbundig gevierd. Na een plechtige viering in de Bovenkerk en een optocht door de stad, vaandel op kop, stapten allen om 12 uur op de stoomtram naar Westerlo. Daar werd even hulde gebracht aan het nieuwe monument van Henri de Merode (die in 1907 kapitaal geleend had voor de uitbreiding van het college) en dan ging het te voet verder naar de abdij van Tongerlo. Daar zat men aan tafel met bier en lekkere appelen. Er was een toespraak van een retoricaleerling en een wederwoord van oud-leerling prelaat Deckers (ret. 1865). Ten slotte ontving iedereen een Sint-Norbertusmedaille en dan ging de tocht te voet en per tram huiswaarts. Maar het beste moest nog komen… Op 5 augustus 1914 zou de plechtige viering in aanwezigheid van Z.E. kardinaal Mer-

cier de apotheose vormen. De palmares met gouden letters op de kaft zou er het historisch bewijs van moeten zijn… maar schijn bedriegt. Plechtige hoogmis, Te Deum, feestzitting met prijsuitdeling, banket, het was allemaal netjes geregeld, maar Kaiser Wilhelm gooide roet in het eten. Op vrijdag 31 juli werd de algemene mobilisatie afgekondigd. Op zaterdag 1 augustus werd tussen het college en het bisdom getelegrafeerd en besloten het grote feest van 5 augustus af te gelasten. Op zondag 2 augustus eiste Duitsland vrije doorgang door België. Toen de leerlingen op maandag 3 augustus op school kwamen, was leraar Karel Elebaers als aalmoezenier reeds vertrokken. Meteen werd er in de studiezaal geproclameerd, de prijzen werden uitgedeeld en iedereen werd naar huis gestuurd. Op dinsdag 4 augustus trok het Duitse leger over de Belgische grens. De oorlog was begonnen… En Toch 17


Schakelnieuws Article with Banner

4. Van 1958 tot 2013 De periode van expansie na 1958 bracht in de eerste plaats een uitbreiding van het aantal afdelingen. In 1959 werd een volledige lagere school uitgebouwd. Dat was onvermijdelijk gezien de nieuwe wetgeving van het schoolpact. Aangezien de rekrutering van priesters onvoldoende was om het stijgende aantal klassen van leerkrachten te voorzien, werden voor de twee voorbereidende jaren, ondertussen elk met drie klassen, in 1955 de allereerste lekenonderwijzers aangeworven, die echter uit eigen middelen betaald moesten worden. Ook na het schoolpact konden ‘voorbereidende’ klassen, die niet tot het middelbaar onderwijs behoorden maar ook niet van een lagere school afhingen, niet gesubsidieerd worden. Er zat dus niets anders op dan een hele lagere school op te richten, waarvan in de eerste jaren de laagste vier klassen elk beperkt werden tot één klasgroep. Het succes en de druk waren echter zo groot dat die beperking weldra werd opgeheven. De bloei van de nieuwe school (met een maximum van 626 leerlingen in 1972-1973) betekende echter een zware aderlating voor de voorheen bloeiende school van de broeders van Scheppers. Het zou voor tientallen jaren een gespannen verhouding tussen beide scholen opleveren.

(humaniora) ca. 350 leerlingen, maar 578 in 1969-1970, 662 in 1979-1980 en 925 in 1988-1989. Met de 314 van het VTH maakte dat toen samen 1239 leerlingen.

De kering kwam in 1989 met de verplichte invoering in alle secundaire scholen van de ‘eenheidsstructuur’, een soort compromis tussen beide types. De populatie begon stilaan terug te lopen. Na de invoering van het gemengd onderwijs in 1995 zette die trend zich verder door. Daar ook het Kardinaal Van Roey- instituut in Vorselaar gemengd werd, betekende dat voor Herentals het verlies van een groot deel van zijn rekruteringsgebied ten noorden van de stad. Bovendien had het ‘zachtere’ Sint-Jozefinstituut geleidelijk meer succes dan het ‘strenge’ college met zijn ‘hoge’ studie-eisen. Maar ook intern gingen de zaken er niet op vooruit. In 1995 ging de laatste priester-directeur, Jan Van Dooren, met pensioen. De volgende jaren begon een en ander vierkant te draaien, met soms pijnlijke situaties tot gevolg. In 1998 verdween het VTH als zelfstandige school en werd ‘de handel’ een afdeling van het SinJozefscollege. In 1999-2000 waren er nog 630 leerlingen in de humaniora, 146 in de handelsafdeling, samen 776. Latere directies brachten beterschap, maar geen fundamentele oplossingen voor het probleem van de terugloop van de populatie, In 1958-1959 was de economische afdeling compleet. die zich nu veel trager maar toch onmiskenbaar doorzette. Daarna volgde de wetenschappelijke A, voltooid in 19631964, de Latijns-wiskundige in 1967-1968, de Latijns- Ondertussen evolueerde het hele onderwijs naar schaalwetenschappelijke en de wetenschappelijke B in 1983- vergroting. In Herentals kreeg van 1999 tot 2001 een nieu1984. In 1968 kwam de handelsschool VTH (Vrij Technisch we ‘inrichtende macht’ gestalte: kOsh (Katholiek Onderwijs Handelsinstituut) tot stand, die jaar na jaar werd uitge- Stad Herentals), met afgevaardigden van de diverse inribouwd en mettertijd verschillende afdelingen bij kreeg, chtende machten van de verschillende scholen. Het Sintwaaronder ook een 7de jaar. Voor die handelsschool was Jozefscollege was geen zelfstandig bisschoppelijk college ook Scheppers kandidaat, zodat de toewijzing aan het co- meer. Op 5 februari 2004 barstte de bom: een alomvattend structuurplan veegde het college van de kaart. In de College de relaties weer niet verbeterde. llegestraat zou de middenschool van kOsh komen, de hoMet de aanvoer van lekenpersoneel en met het algemene gere graden zouden naar de Burchtstraat (het Sint-Jozeftijdsklimaat veranderde uiteraard ook geleidelijk de sfeer; instituut) verhuizen. Een storm van protest brak los. Het Het ‘pastoorsfabriekske’ geraakte op de achtergrond, in zou maandenlang aanhouden met een duizendkoppige 1967 waren er voor het eerst geen nieuwe roepingen betoging op 6 maart 2004 als hoogtepunt. Opmerkelijk is meer. De regels werden geleidelijk versoepeld, vooral dan misschien wel dat ook oud-directeurs en oud-leraars een in de jaren ’60 en ’70. Toch behield het college steeds de zeer actieve rol in het verzet hebben gespeeld, evenals de reputatie een strenge school te zijn (wat uiteraard erg Oud-leerlingenbond. En het structuurplan ging de koelkast betrekkelijk is). Ook de studie-eisen bleven relatief hoog. in. Positief was dat er nu gepraat werd door de diverse Tekenend is wel dat in 1982, ondanks alle druk van ho- afvaardigingen. Maar de tijd werkte tegen, de leerlingengerhand, een grote enquête onder het personeel van de cijfers bleven een dalende trend vertonen (583 leerlingen Herentalse secundaire scholen voor gevolg had dat het in 2011-2012, humaniora en handel samen) en kOsh hield Sint-Jozefscollege en ook het T.I. Scheppers in het tradi- vast aan een middenschool. Uiteindelijk zal die de eerstionele onderwijs bleven (type 2), terwijl de meisjesscho- tkomende jaren naar de Burchtstraat gaan terwijl de twee len van Herentals evenals Vorselaar overschakelden naar hogere graden van beide ASO-scholen in de gebouwen van het type 1 of VSO (Vernieuwd Secundair Onderwijs). Het het college een nieuwe fusieschool zullen vormen. Voor legde het college geen windeieren. In de jaren ‘80 was er geen van beide scholen prettig. Niet voor het oude college, een aangroei als nooit tevoren. In 1960 had het college zeker ook niet voor wat eens de befaamde ‘normaalschool’ 18 En Toch


Schakelnieuws

van juffrouw Van Heteren was, wier monument nog al- derkliniek College). Die toestand duurde voort tot 2006. tijd de Bovenkerk siert. Te vermelden valt hier nog dat de lagere school, die door kOsh reeds administratief van het college was afgehaakt De periode na 1958 was ongetwijfeld een bloeitijd voor en verenigd met de lagere schol van Scheppers, in 2011 het college, die in stijgende lijn ging tot en met de jaren definitief de collegegebouwen verwisselde voor de deels ’80. Dat was niet alleen kwantitatief, maar, voortgaan- nieuwe, deels vernieuwde gebouwen van de centrale bade op de resultaten in het hoger onderwijs, vermoede- sisschool (W)Onderwijs aan het Lantaarnpad. lijk ook kwalitatief het geval. Ook op cultureel gebied werd heel wat gepresteerd. De toneeltraditie van Ast En nu staan de oude en minder oude gebouwen van de Fonteyne werd, met onderbrekingen, voortgezet door Collegestraat te wachten om in september de tweede en Fons Van Houdt (met als hoogtepunt Romulus de Grote derde graad van het ex-Sint-Jozefinstituut op te vangen, in 1981), vervolgens door Jan Vanreusel (o.a. met Ama- samen met de tweede en derde graad van humaniora en deus in 1989). Ook Jos Dercon, Rik Rossenbacker, Bart handel van het ex-Sint-Jozefscollege. De handel zal daar Michiels (‘Deuren van water en vuur’ in 1998) en anderen vermoedelijk nog maar een paar jaar blijven, de anderen zouden in deze en de volgende jaren waardevolle bij- wellicht nog lang. De toekomst zal het uitwijzen. dragen leveren. De Sint-Jozefsfanfare, gesticht in 1963 en vanaf 1993 harmonieorkest, het levenswerk van En daarmee zijn vier eeuwen college rond. Frans Steurs, beleefde triomfen met radio-optredens en deelname aan internationale muziekfestivals in binnen- en buitenland. Het is nog steeds actief. Muziekgezelschappen ontstonden en muteerden of verdwenen. Luc Dresselaers vooral heeft in de lagere school opmer- Jan Cools kelijk werk verricht, Paul Thijs legde zich toe op de koorzang en Peter Buysse bracht in het secundair nieuwe geluiden binnen. Op sportgebied bereikte het college, Illustratie: dat tot na 1960 terzake niet veel voorstelde, een uitzonderlijk hoog peil met een eindeloze reeks prijzen, Par.3 vooral door de inzet van een onvermoeibare Herman Vermeieren, omringd door een schare vrijwilligers. En we mogen ook niet het collegeblad En Toch vergeten, dat voor het eerst verscheen in 1946 en, met enige onderbrekingen, nu zijn 66ste jaargang beleeft. In 1962-1963 kreeg de lagere school een nieuw gebouw aan de Gildelaan. In 1968-1969 werden achter de slijperij zes leslokalen bijgebouwd. De kapel werd omgevormd tot gymzaal in 1970, met behoud van een kleine kapel in het koor. Een nieuw sportcomplex inclusief zwembad werd voltooid in 1977. De sporthal 1. Voorgevel van het college rond 1905. stortte in tijdens een uitzonderlijke hagelbui in 1996, maar werd meteen heropgebouwd. Aan de overkant van de Collegestraat werd in 1973 het ‘huis Van den Bosch’ aangekocht; zodat ook naast de slijperij een speelplaats kon worden aangelegd. In 1984 werden de oude klassen uit 1889 samen met de woonhuizen op de hoek van de Collegestraat en de Gildelaan afgebroken. Daar verrees een nieuw complex, dat voltooid werd in 1986 en waardoor de nieuwbouw uit 1963 zowel in de lengte als in de breedte verdubbeld werd. Ondertussen moesten de laagste twee jaren van het secundair tijdelijk een onderkomen vinden in het voormalige Sancta 2. Panorama van het college in 1938 of 1939. Maria achter het Hofkwartier, omgedoopt tot KKC (Kin-

En Toch 19


Schakelnieuws Article with Banner

Par. 4

3. Het lerarenkorps in 1908, met directeur Laurent.

6. Portrettengalerij door Gieter (Guy Van Sande) in En Toch, 19801981, nr. 5: v.l.n.r. directeur Jan Van Dooren, Marcel Van Peer, Fons Van Houdt, Jef Geenen, Jan Sauvillers, Leo Van der Donck.

4. Het lerarenkorps bij de prijsuitdeling in 1964 met reeds een grote groep leken. Vooraan in het midden v.l.n.r. oud-directeur Jan Verreydt, directeur Jos Peeters, oud-leraar Frans De Smedt. Kadertekst

7. Een oplossing voor het nijpende plaatsgebrek tijdens de wiskundeles van Jos Smolders in huis Van den Bosch, door Jos Everaerts in En Toch, 1979-1980, nr. 5.

5. Historische documenten kunnen bedrieglijk zijn. Voorpagina van de palmares van 5 augustus 1914: het feest ging niet door, want toen was het oorlog. 20 En Toch


Schakelnieuws

8. Opvoering ‘Romulus de Grote’ in 1981.

9. Opvoering ‘Amadeus’ in 1989.

Tranen wenen zwarte ogen en dampende oren spreken. Gezouten monden horen en zachte neuzen geeuwen. Vandaag begraaf ik de vlam van mijn tekortkomingen. Vandaag begraaf ik het bloed van mijn ongeboren kind. Warme tanden leggen slangen op mijn bange handen. Ik achtervolg maagden met de moed die ik nog vind. Nicolas-Alexander Goossens - 5LAMT

10. Frans Steurs met de fanfare in 1979. Directeur Jan Van Dooren spreekt de muzikanten toe.

” En Toch 21


Schakelnieuws Article with Banner

Brieven van een oud-leerling, gesneuveld aan de IJzer. (achttiende aflevering)

August Verellen, leerling van de retorica 1914, oorlogsvrijwilliger Op 19 juli 1915 kon August zijn jonge oom en tante Karel en Bertha feliciteren met de geboorte van hun eerste kind. Met hem ging het opperbest. Hij had er duidelijk zin in om vooruit te komen in het leger en wist het volgende goede nieuws te melden. ‘Al de kanonniers van de Genie zijn terug bij d’ Artillerie Montée mogen gaan en wij zullen deze week waarschijnlijk ook optrekken. Bij dat corps is er meer vooruitgang en toekomst te maken als hier bij de Genie want als de dagorde hun niet aanstaat lezen ze niet af. Integendeel wordt bij de Artillerie alles gevraagd zoo onder andere voor vliegeniers hetgeen ik gaarne zou doen. Ligt er daar thuis zoo niets meer over de vliegmachienen en bijzonder over de verschillende typen motors dat zoudt gij mij mogen opsturen. Ik zal de voorwaarden eens zien te bekomen die er mij moeten tot toelaten. In alle geval het is bijlange niet tegen mijn goesting de Artillerie weder te zien: mijn oud vak ook het bijzonderste korps in den huidigen oorlog. Ik schrijf aanstonds na dezen brief naar Hubert Rombauts.’ En wat verder in de tekst: ‘Zoo mogelijk stuur mij een klein boekje over chemie want dat begint al te gaan zoowel als werktuigkunde en elektriek. Hier zit een felle mécanicien-electricien die mijn kameraad is. Stuur mij zoo mogelijk 3 boekjes op – eene over de vliegmachine en haren motor – eene over mecanisme en electrique – eentje voor chemie dan vind ik mijn beste ontspanning. Alles gaat goed.’ August Verellen wilde dus letterlijk ‘pogen om het hoge’, al was dat toen nog niet de collegeleuze. Bij zijn dienstneming was hij bij de vestingartillerie ondergebracht in de forten rond Antwerpen, waar gewoonlijk soldaten van oudere lichtingen bij werden geplaatst. De pas binnengekomen vrijwilligers werden er denkelijk voorlopig bijge22 En Toch

voegd omdat men met de nieuwelingen zonder opleiding toch ergens moest blijven. Aan de IJzer waren de behoeften heel anders en zo waren hij en zijn kameraden bij de genie gekomen, meer bepaald bij een compagnie telegrafisten. (Nu zou men spreken van transmissietroepen.) Veel telefoons kwamen er voor de gewone soldaten niet aan te pas, wel voortdurende graafwerken om de veldtelefoon in de vaak wisselende of beschadigde linies te brengen of te herstellen. Nu zouden de ex-kanonniers naar de bereden artillerie of veldartillerie worden overgeheveld. De artillerie had in de Eerste Wereldoorlog sterk aan belang gewonnen. Aanhoudende beschietingen van de vijandelijke stellingen waren wel de belangrijkste activiteit aan het front. Daar openden zich nu ook nieuwe perspectieven. De luchtvaart ontwikkelde zich razend snel. Nog niet uitgegroeid tot een zelfstandig wapen, leunde het vliegwezen waarschijnlijk het beste aan bij de artillerie, die de vliegtuigen nodig had voor verkenning en om – voorlopig bescheiden – bombardementen uit te voeren. In het begin was de ‘bommenwerper’ overigens nog de man die achter de piloot zat en met de hand kleine bommen dropte. Het klinkt wat naïef dat August aan zijn ouders met hun ijzerwinkel documentatie vroeg over vliegtuigmotoren, maar in die jaren was vliegtuigbouw dikwijls nog knutselwerk. Sommige piloten in 1914 brachten zelfs hun eigen ‘vliegmachine’ mee, al dan niet zelf gebouwd! August zou te rade willen gaan bij Hubert Rombauts (5de Latijnse 1910). Dat was de zoon van burgemeester Jan B. Rombauts, later zou hij het brengen tot kolonel en commandant van de koninklijke paleizen. Vermoedelijk was hij in 1915 aspirant-officier. August dacht ongetwijfeld dat die wel meer documentatie zou kunnen bezorgen over carrièremogelijkheden en promotie bij het leger. Vervolgens springt August in zijn brief zowat van de hak op de tak. Sommige kameraden kunnen al eens met verlof buiten het frontgebied in Frankrijk gaan logeren, op


Schakelnieuws voorwaarde dat ze daar familie hebben. ‘Hebben wij zo nergens geen familie?’ vraagt August. En verder geeft hij zijn broer Charles opdracht om eens iets uit te zoeken. In Le Matin, een grote Franse krant, was iets verschenen over het Algemeen Nederlandsch Verbond in Utrecht. Dat had volgens de krant bepaalde politieke voorstellen voor België gedaan, vermoedelijk in federalistische zin. ‘Kent gij het Algemeen Nederland Verbond van Utrecht – Kent gij sommige zijner leden? Het dunkt mij naar ik zoo al lees dat die eigenlijk denken ons België te mogen verdelen naar hun goesting – binst oorlogstijd. Dat gedacht is valsch en moet onderdrukt worden. Zoek eens en vraag aan Jef Bayens dat hij wat inlichtingen bij de volgende brief voege.’ Jef Baeyens is vermoedelijk klasgenoot Jozef Baeyens uit Lille, retorica 1914, seminarist en later hoogleraar bodemkunde aan de Leuvense universiteit. Wat hij met de kwestie te maken had, is niet duidelijk. Dat Algemeen Nederlandsch Verbond was opgericht in 1895 en bestaat nog steeds. Het komt op voor de verdediging van de Nederlands taal en van de belangen van de Nederlandse stam en ijvert verder voor algeheel- Nederlandse culturele integratie. Het is me niet duidelijk over welk feit of welke verklaring de Parijse Matin gestruikeld was. Het is echter begrijpelijk dat het ANV vanuit het neutrale Nederland de toekomst van Vlaanderen anders bekeek dan de door francofonen gedomineerde Belgische regering van toen. August eindigt wat overmoedig: ‘Bang moet gij voor mij niet zijn. Ze zeggen allemaal dat ik geblindeerd (= gepantserd) ben. Ook de 2 andere van Herenthals – al zoo dikwijls door oogen van stopnaalden gekropen zonder kwetsuur.’ Maar dat zou helaas niet blijven duren.

Albert Laureys (retorica 1934) overleden Op 23 maart ontviel ons een van de alleroudste oud-leerlingen van het College, Albert Laureys. Hij was geboren in Herentals op 11 februari 1916 en beëindigde zijn retorica in 1934. Hij kwam uit een kunstzinnige familie – dr. Jozef Laureys (‘Jefke Laureys’), de grote Herentalse cultuurpropagandist in de jaren ‘30, was zijn oom. Het moet dan ook niet verbazen dat hij in de eerste plaats voor een artistieke richting koos. Hij studeerde aan het Lemmensinstituut, toen nog in Mechelen. Met zijn talent en werklust werd hij o.m. opgemerkt door mgr. Vyverman, toen de grote muziekautoriteit van het aartsbisdom Mechelen. Muziek bracht echter weinig brood op de plank en dus studeerde Albert verder maar iets van meer praktische aard. Hij werd landmeter en kon zo een loopbaan in overheidsdienst uitbouwen, die hij beëindigde als hoofd van het kadaster in Turnhout. De muziek zou hem echter niet meer loslaten. Vele jaren musiceerde en componeerde hij, meestal in samenwerking met de Herentalse koren. Tot voor enkele jaren begeleidde hij regelmatig het Sint-Franciscuskoor en de andere koren van de Sint-Antoniusparochie op het orgel of aan de piano. Ook in de Bovenkerk was hij actief, vooral tijdens de uitvaartmissen. Op 18 januari 2008 ontving hij de Cultuurprijs van de Herentalse Culturraad, die toen voor de tweede maal werd uitgereikt. Dat was ten volle verdiend. Albert was toen nog regelmatig actief bij zijn koren, maar korte tijd later ging zijn gezondheid achteruit en moest hij noodgedwongen afhaken. Hij overleed op 23 maart in het rusthuis Sint-Anna.

Albert Laureys was een minzame persoonlijkheid, vriendelijk en bescheiden. In de Bovenkerk zagen we hem ono pvallend passeren, met witte haardos en donkere jas, zijn Jan Cools aktentas in de hand; om enkele ogenblikken later de rijke orgelklanken door de kerk te laten stromen. Zo was hij uiterlijk, maar ook innerlijk: eenvoudig, maar toch een groot man. J.C. Illustratie:

Albert Laureys

En Toch 23


Schakelnieuws Article with Banner

Het College van Herentals leeft… in Zimbabwe!

De veteranen onder onze lezers, die de wondere jaren rond 1968 meegemaakt hebben, zullen zich het liedje van Miek en Roel nog herinneren: ‘Ja, zelfs Jan met de pet had zijn hoed opgezet… voor de uitvaart van zijn fabriek. Maar de pastoor sprak zalvende woorden: ‘Uw fabriek is niet dood, maar leeft voort in andere landen!’ Dat liedje is overigens opnieuw heel actueel, het kan best in Genk en op vele andere plaatsen weer gezongen worden. Maar hoe groot was onze verbazing toen we zagen dat deze troostende woorden ook gelden voor het aloude College van Herentals! Kijk maar eens naar deze website: http://www.herentalscollege.ac.zw/about-usWe stellen er vast dat ‘Herentals College’ radicaal naar het Engels is overgeschakeld. De eerste bladzijde formuleert de nobele doelstellingen van het instituut. Om te beginnen ligt er zowaar een visie aan de grondslag van de school: ‘Our vision is to become the first choice provider of High Quality Tuition in the Global Vilalge.’ Vrij vertaald dus: ‘Ic poghe om ’t Hoghe!’ Het ontbreekt deze instelling ook niet aan een missie: ‘Our mission is to ensure the success of all our students through quality, excellence and integrity in our educational delivery system.’ Ook dat is nobel. Wij laten onze leerlingen niet in de steek. De ontwikkeling van elke leerling telt. Het kind staat centraal. Waar hebben we dat nog gehoord? Toch klinkt hier ook een commercieel stemmetje: wij leveren kwaliteitsproducten, de student rolt als het ware over de lopende band naar buiten. Het College heeft ook een strategie ontwikkeld: ‘Our strategy of operations is based on the needs of all our stakeholders: students – the community – employees – shareholders.’ Jawel, u hoort het. Het College van Herentals gaat met zijn tijd mee en heeft zich het businesstaaltje met shareholders en stakeholders goed eigen gemaakt. Het College heeft ook een doelstelling: ‘Our goal is to satisfy the needs and surpass the expectations of all stake24 En Toch

holders.’ Iedereen meer dan tevreden! ‘Is everybody happy? – Yeah!’ Ten slotte heeft het College zijn eigen filosofie: ‘Our guiding philosophy is our belief that the knowledge and skills of any kind are like water in a dish: the moment we stop increasing its sum total it starts decreasing. We also believe education is like climbing a mountain: the higher you climb, the further away you can see.’ Dus nogmaals: ze pogen om het hoge. Maar toch: dergelijke beeldrijke poëtische ontboezemingen hebben we bij onze beleidsmakers nog niet vaak gehoord. Ondanks alle business talk heeft dit College iets poëtisch behouden, iets van oeroude wijsheid, van exotische vertelkunst, van contact met de natuur, wat wij in het oude Avondland al lang kwijt zijn. En inderdaad, wanneer we de volgende rubrieken van de website van Herentals College doornemen, wordt duidelijk dat we ons ver van huis bevinden. Herentals College pakt uit met zomaar even elf vestigingsplaatsen of campussen, in elf verschillende steden. Nogal wat anders dan kOsh met zijn ‘campus Collegestraat’! Je kunt naar het college in Harare; Mabuvuku, Highfield, Budiriro, Gweru, Mutare, Chitungwiza, Gweru Mkoba, Bulawayo, Kwekwe, Kuwadzana en Tynwald Primary.….. Allemaal gelegen in Zimbabwe. Eén nuancering toch nog. Bij nadere lectuur blijkt het te gaan om cursussen computer, secretariaat, hotel, catering en aanverwante. Ook lager onderwijs wordt op drie plaatsen aangeboden. Blijft natuurlijk de hamvraag. War is de band tussen het oude College van Herentals, gelegen in de Antwerpse Kempen, voormalig hertogdom Brabant, momenteel Vlaams gewest, voorlopig nog koninkrijk België enerzijds en het veelkoppige Herentals College in Zimbabwe, voormalig Zuid-Rhodesië en wingewest van Hare Britse


Schakelnieuws

Majesteit anderzijds? That ’s the question. Taalkundig gezien lijkt ‘Herentals’ moeilijk in een of andere Afrikaanse taal te passen. Bepaald Engels klinkt het evenmin. Dus iemand moet ooit dit Nederlandse toponiem in Afrika ingevoerd hebben. Was het een Herentalse missionaris-oud-leerling die zijn missiepost en/of zijn school naar zijn geboortestad genoemd heeft? Was het een koene anti-esclavagist die de slavendrijver Tippo-Tip tot ver in the heart of darkness bleef achtervolgen en er de Herentalse zegevaan geplant heeft? Dat is dan wel heel ver van ‘het verre strand waar onz’ vlag staat geplant’. Dat soort van helden richt overigens meestal geen scholen op. Of was het een boer van Veldhoven of de Watervoort die de mulle Kempische zandgrond ruilde voor een weelderige plantage? Dat zijn gewoonlijk ook geen scholenstichters. Maar Herentals College heeft in ieder geval heel goed geboerd, met zijn elf vestigingen over het hele land. Hoewel, volgens de plaatselijke pers heeft de school in Harare momenteel wat problemen met de regering, meer bepaald met minister van onderwijs Collart. Waar hebben we die naam nog gehoord, maar dan met een d geschreven? Overigens kan Herentals College soms wel energiek uit de hoek komen, aangezien sommige ouders zich erover beklagen dat ze door de veiligheidsdienst van de school in Harare hardhandig nar buiten zijn gewerkt toen ze uitleg kwamen vragen over de gang van zaken. Dat hebben we hier zelfs in het heetste van de strijd nog niet meegemaakt… Bij gebrek aan een e-mailadres in Zimbabwe hebben we nog eens een heuse ouderwetse brief met onze prangende vraag naar de roots van Herentals College verstuurd, twee brieven zelfs: één poste restante, één op het adres van de school in Harare, allicht niet toevallig gelegen Robert Mugabe Road (vermoedelijk de meest gebruikelijke straatnaam van het land). Helaas, het antwoord was… oorverdovende stilte. Het donkere Afrika geeft zijn geheimen nog niet prijs. Mocht een oud-leerling met Zimbabweaanse connecties iets meer te weten komen, ondergetekende houdt zich graag aanbevolen om het te vernemen. Jan Cools

Kris Peeters (6Ec 1982) wint ideeënwedstrijd Flanders DC Flanders DC is een door de overheid opgerichte organisatie om de ondernemingscreativiteit te bevorderen. Onlangs organiseerde die een ideeënwedstrijd. Een hele maand lang kon je elke dag een idee inzenden. Vanaf de derde dag stuurde ook Kris Peeters trouw zijn dagelijks idee in. Voor alle duidelijkheid, het gaat niet om de Vlaamse minister-president, wel om de Kris Peeters van onze 6de economische 1982, oud-schepen van Herentals en zo stilaan een ‘incontournabele’ internationale autoriteit inzake verkeersproblematiek. Toch was het geen verkeersveiligheidsideetje dat het haalde, wel het idee van een ‘groentetuinaanlegger’. Dat is een soort tuinontwerper voor groentetuinen, die je vertelt wat je best in je groentetuin zou zetten om een maximaal resultaat te halen, dat bovendien nog mooi oogt, dus iemand die zowel economisch als esthetisch verantwoorde groentetuinen ontwerpt en desgewenst aanlegt. Eigenlijk simpel, maar niemand had er al aan gedacht. Kris was echter wel zo eerlijk en bescheiden om erbij te zeggen dat het eigenlijk zijn vrouw was die het eerst op dat idee was gekomen. Misschien wordt het studieaanbod voor onze abituriënten binnenkort verruimd. Wat dacht u van een bachelor warmoezerijontwerper? J.C.

En Toch 25


Schakelnieuws Article with Banner

Het ultieme interview… met Jef Leysen op de drempel van zijn priesterwijding

Tientallen keren trokken Jan Cools en Frank Tubex de voorbije decennia op interview bij oud-leerlingen die op een of andere manier bekendheid hadden verworven of zich verdienstelijk hadden gemaakt. Ondertussen is het laatste interview al enkele jaartjes geleden, maar voor deze allerlaatste En Toch-Schakelnieuws oude stijl konden we de kans niet laten liggen. Voor het eerst sinds lang staat een oud-leerling op het punt om tot priester te worden gewijd: Jef Leysen. Niet alledaags, want zijn onmiddellijke voorgangers waren Paul Cools (6Ha 1980), gewijd in 1987, Louis Gorts (6WA 1980), norbertijn van Postel, gewijd in 1992, en Lieven Snyers (6 Ha 1985), eveneens gewijd in 1992. Daarvóór moeten we al teruggaan tot de jaren ’60. Jef Leysen uit Vorselaar studeerde af in de 6de economische in 1979. Hij werd regent en was leraar in het college vanaf 1981. Na de verhuizing van de eerste twee jaren naar de KKC (Sancta Maria) in 1984 werd hij daar meer en meer de verantwoordelijke voor alles, prefect en hulp in alle nood. Na de terugkeer van de hele schoolbevolking naar het college in 2006 was hij ook daar tot twee jaar geleden prefect en toeverlaat voor alles. Voor vele leerlingen en hun ouders was hij het gezicht van het college, altijd de eerste op school, de laatste naar huis… We spraken met hem op 15 mei in het Seminariehuis Amandus op de Tabakvest in Antwerpen, de kloostervleugel van het voormalige Institut Mère Jeanne. Kiezen voor het seminarie na de humaniora, niet makkelijk in deze tijd

>>Jan

26 En Toch

Cools: hoe is je roeping ontstaan en gegroeid? Heb je altijd al met dat idee gelopen of is dat inzicht pas veel later opgekomen? Ik ben na de humaniora naar Pius X in Antwerpen getrokken voor het regentaat Nederlands - geschiedenis - godsdienst. Er zat dus al een stukje godsdienst in het curriculum van mijn studie. Eigenlijk wilde ik na de zes jaar in het college naar het seminarie in Antwerpen gaan. Maar op dat ogenblik moesten de seminaristen twee opleidingen tegelijk doormaken. Ze volgden de lessen aan het seminarie maar waren tegelijk verplicht om een ‘profane’ studie aan te vatten. Zo zouden ze niet zonder diploma staan indien ze uiteindelijk toch geen priester zouden worden. Daar is het voor mij toen op vastgelopen. Ik wilde op zeker spelen: eerst mijn regentaatsopleiding en dan kon ik nog altijd beginnen aan mijn priesteropleiding op het


Schakelnieuws seminarie. Mijn grote voorbeeld en ideaal was datgene wat ik in het college had gezien: de priester-leraar. Ik ben een paar keren op het seminarie geweest en heb er met mensen over gesproken maar daar bleef het bij. Eind augustus 1981 werd ik door directeur Van Dooren - die overigens van mijn verlangen op de hoogte was - naar het college geroepen. Ik kon meteen voltijds beginnen. Zo ben ik in het onderwijs gestapt. Nu, al het werk dat ik tijdens mijn dertigjarige carrière op het college gedaan heb, deed ik vanuit die diepchristelijke achtergrond. Een hele tijd was ik verantwoordelijk voor de jaarlijkse vieringen in de eerste graad. Ik mocht er zelf niet in voorgaan, maar alle voorbereiding ging wel langs mij. Ik zorgde dat er tijdens de viering kon gezongen worden en liet de leerlingen zingen en musiceren.Wanneer ik van Jos Delen de Komiakwerking heb overgenomen, wanneer ik de prefectuur ben gaan doen, dan was dat ook vanuit die achtergrond. Toen ik zes jaar geleden mijn keuze bekend maakte, zijn er ouders bij mij geweest om mij succes te wensen. De meesten schrokken niet en sommige ouders dachten zelfs dat ik al priester was… ‘We voelden en zagen dat aan jou…!’ Zelfs de priester-leraars van het college zouden onderling wel eens gezegd hebben: ‘In een andere tijd was die al lang priester geweest…!’

Pater Jos Delen forceert een doorbraak Maar het is Jos Delen (ret. 1947, scheutist, leraar 19691987, daarna op rust op het begijnhof, overleden te Schilde in 2010) die voor een doorbraak gezorgd heeft. Hij besefte dat niemand er baat bij had om mij voor een priesteropleiding helemaal uit het college weg te nemen. Er moest een formule worden gevonden waarmee ik in het college kon blijven, terwijl ik een priesteropleiding volgde. (In zijn optiek moest ik ook nog pastoor van het mooi gerestaureerde begijnhofkerkje worden, maar dit terzijde.) Als ik bij hem op bezoek kwam, sprak hij er me regelmatig over aan, maar het antwoord van het bisdom was duidelijk. Jos Delen nam daar geen vrede mee en hij besloot om tot actie over te gaan.

In de grote vakantie 2004 ben ik voor twee weken naar Congo geweest en daar zag ik bij de salesianen nog eens de combinatie van die priester-leraar. Het kon dus toch… Terug thuis belde Jos Delen me op: ‘Ik verwacht u morgen op het begijnhof en breng uw valies maar mee, ’t is in de sacoche!’ Hij had met Mgr. Van den Berghe gecorrespondeerd. Het feit dat oud-directeur Jan Van Dooren toen secretaris van de bisschop was, zal de zaak zeker vergemakkelijkt hebben. De brieven van Jos Delen waren heel direct en zonder franjes, zoals we dat van hem gewoon Groei naar het priesterschap waren, maar de bisschop kwam hem toch een eind tege>>Jan Cools: en hoe groeide de priesterroeping dan verder moet. Aanvankelijk geraakte mijn opleiding niet goed uit bij de leraar en prefect? de startblokken, tot ik van rector Bart Paepen een conOm te beginnen was ik leraar godsdienst, Nederlands en het creet plan kreeg: ik zou een opleiding krijgen op de Prieseerste jaar ook geschiedenis. Met de verhuizing naar de KKC ter- en Diakenopleiding Bovendonk in Hoeven bij Breda in 1984 werd ik klasleraar van 1F, wat ik een jaar of vier ge- (Nederland). bleven ben. Toen Jos Delen wegging, nam ik zijn opdracht godsdienst over. Vervolgens is men mij deels gaan vrijmaken De priesteropleiding om de prefectuur van de KKC op mij te nemen. Toen midden de jaren ’90 mijn lesopdracht helemaal wegviel, werd de pre- Einde augustus 2007 startte ik mijn opleiding op Bovendonk. Het is een opleiding van zes jaar die loopt om de fectuur uiteindelijk mijn taak. twee weken tijdens de weekends. Zo zijn er per acadeTijdens mijn collegeperiode stelde ik me regelmatig de vra- miejaar twintig studieweekends. De eerste vier jaar ga je ag of ‘dat’ nu echt was wat ik zocht. Vroeg God misschien naar Bovendonk van vrijdagavond tot zondagmiddag om niet net ‘iets’ meer van mij? Wat moest ik met die vraag? 1 uur. De laatste twee jaar heb je les maar ben je ook op Nu denk ik wel eens: ‘Ik heb mij vaak verscholen achter mijn stage. Het verblijf in Bovendonk loopt dan van donderdaschoolwerk om maar niet te moeten antwoorden op Gods gavond tot zondag om 1 uur, dus met twee volle lesdagen roepstem…’ Ik ben er dan ook echt van overtuigd dat iemand op vrijdag en zaterdag. die zich heeft laten aanspreken door Gods vraag, vroeg of laat antwoord moet geven… Die vraag laat je niet los… Zo zei Van de stagiairs wordt verwacht dat ze gaan samen pastoor Steenackers van Vorselaar wel eens: ‘Jij bent geen wonen. Tot vorig jaar gebeurde dat in het TPC (Theololate roeping, maar een laat antwoord!’ Er zijn dan contacten gisch Pastoraal Centrum, naast het Middelheim) op de geweest met het seminarie in Antwerpen en met bisschop Groenenborgerlaan. Begin juni 2012 namen we onze inVan den Berghe, maar die vond dat ik te veel vasthield aan trek in het Seminariehuis ‘Amandus’ aan de Tabakvest in het voorbijgestreefde beeld van de priester-leraar. Ik kon het hartje van de stad. Van 2007 tot oktober 2010 deed ik in de week mijn werk op het college en volgde ik cursus dus maar beter leraar blijven…


Schakelnieuws Article with Banner

tijdens de weekends. In september 2011 ruilde ik mijn werk in het college voor een stage in de parochie van Christus Koning op Antwerpen-Zuid en nam ik mijn intrek op het TPC. Ik was heel graag op het TPC en genoot er van de groene omgeving. Bij de reorganisatie van het TPC was er voor ons geen plaats meer. Ook wenste onze bisschop, Mgr. Bonny, zijn seminaristen in de stad te hebben, zodat die makkelijker naar de kathedraal konden komen en hij regelmatiger eens op bezoek kon komen. Op zaterdag komt hij in de kapel al eens eucharistie vieren en nadien ontbijten we samen met de zusters.

>>Jan Cools: je hebt al een aantal wijdingen ontvangen, nu pas op 28 april nog de diakenwijding in Bovendonk als laatste stap voor de priesterwijding. Bestaan ook al die andere wijdingen nog zoals vroeger, de kruinschering, de wijding tot exorcist of duivelbezweerder enz.? De kruinschering is er niet meer bij, de duivelbezweerder en de subdiaken ook niet, wel zijn er de aanstellingen tot acoliet en lector en de diakenwijding. Wij zouden liefst hebben dat zowel de diaken- als de priesterwijding in Antwerpen plaatsvond, maar aangezien wij onze opleiding in Nederland krijgen, hebben ze daar ook wel eens graag volk over de vloer bij een feestelijkheid. Zo is er afgesproken dat de transeünt diakens in Bovendonk worden gewijd door de bisschop van Breda, terwijl de priesterwijding in de kathedraal van het eigen bisdom (in mijn geval dus de kathedraal van Antwerpen) plaats zal vinden. Tussen beide wijdingen ligt een periode van een half jaar. Mijn priesterwijding zal vermoedelijk plaatsvinden voor het jaareinde. De toekomst >>Jan Cools: voor zover dat van jezelf afhangt, heb je toekomstplannen? In de laatste zes jaren heb ik toch nog een hele evolutie meegemaakt. Twintig jaar geleden was mijn ideaal priesterleraar te zijn en indien ik er iets aan te zeggen had, liefst in het college van Herentals. Maar met midden in de realiteit te staan ga je ook andere noden zien. We zien wel. Ik ben ervan overtuigd dat wat men mij gaat voorstellen, iets is waarover nagedacht is; ik ben ervan overtuigd dat ik een heel nuttige en zinvolle opdracht ga krijgen. Je komt wel op ‘jouw’ plaats terecht… de ervaring heeft me dat al geleerd. Ik vertrok met lange benen naar het Kiel… De stad, de omgeving, het verlaten van de Kempen, het schrikte me af. Maar ik belandde op het TPC, midden in het groen. De Beukenlaan leek wel op de Vorselaarse kasteeldreef, konijntjes en eekhoorntjes incluis. 28 En Toch

Christus Koning? Tijdens mijn regentaatsopleiding was ik op kot in de Stadionstraat en ik ben enkele keren in de kerk van Christus Koning geweest. Mijn lerarenopleiding startte op het Kiel en nu mocht ik juist daar weer een nieuwe start nemen… Zelfs in Christus Koning zijn er rechtstreekse connecties met Vorselaar. De eerste pastoor van Christus Koning, E.H. Camille Van Herck, was een goede vriend van kardinaal Van Roey. Pastoor Van Herck kwam regelmatig bij de zusters in Vorselaar, want hij hield zich bezig met de bouwdossiers van scholen. In de kerk is er een glasraam met kardinaal Van Roey en het beeld van de heilige Ernestus in de kerk heeft het gezicht van de kardinaal. En dan nog iets: mijn huidige stagebegeleider, E.H. Bernard De Preter, pastoor van Christus Koning, deed zijn stage op de parochie in Kessel. Zijn stagebegeleider was de pastoor van Kessel, E.H. Jules Geerts, afkomstig van Vorselaar, meer nog, mijn buurman uit den Dijk! Nu zijn er zoveel parochies om op stage te gaan, maar kon ik nog beter zijn dan op Christus Koning? Toeval? Neen, dat geloof ik niet! Ik was heel vlug ‘thuis’ op Christus Koning. Het klikte tussen de parochianen en de stagiair vanaf het eerste ogenblik. Onze bisschop had er al vlug van gehoord. ‘Het is heel belangrijk’ zei hij me, ‘waar je ook naartoe gaat, ga steeds met open handen...’ Waar ik ook naartoe moet, ik probeer er iets van te maken… De fietsende kerk >>Jan Cools: je bent een fervente fietser, maar geen chauffeur. Gaat dat geen problemen opleveren in je toekomstige, misschien ruime arbeidszone? Ik heb nu een fiets in Antwerpen en één in Vorselaar. In Antwerpen neem je best de fiets of het openbaar vervoer. Zelfs onze bisschop zie je soms door de stad fietsen. In grote buitenzones geeft dat misschien een probleem. Nu, met mijn studententijd meegerekend, heb ik 37 jaar van Vorselaar over ’t Heiken naar Herentals gefietst. Ik was winter en zomer, dag en nacht met de fiets onderweg… Ik maak er niets uit en hoop alleen dat ik gezond mag blijven.


Schakelnieuws

Cui bono? Waarom? Daarom! >>Frank Tubex: mijn vragen zijn die van de kritische burger, uiteraard nooit persoonlijk bedoeld, want mijn achting voor je is groot. Ik stel de vragen die ik hoor en die ik zelf soms ook wel heb. Je hebt op school lesgegeven, Komiak verder uitgebouwd, altijd ten dienste van de leerlingen gestaan. Is dat op zichzelf al geen enorm waardevolle taak? Wat drijft je om dat te verlaten en misschien iets te doen waar alleen oudere mensen nog iets aan hebben? Het werk op school is natuurlijk heel belangrijk geweest. Ik heb me daar dag en nacht in uitgeleefd. Toch had ik altijd het gevoel dat het nog niet helemaal compleet was. In de tijd dat ik de door mij voorbereide vieringen moest zien doen, dacht ik: ‘Spijtig dat ik nu niet kan voorgaan.’ Een heel belangrijk moment in dat proces zijn ook de Romereizen geweest. In Rome, in Assisi kwam die diepe vraag telkens weer naar boven… Regelmatig moest ik eens diep zuchten… Daar voelde ik duidelijk dat er van mij toch nog iets anders verwacht werd. Ook na een verblijf in de abdij van Frigolet en een bedevaart naar Lourdes worstelde ik weer met die ene vraag… Tijdens het schooljaar stelde Jos Delen me regelmatig op zijn manier die vraag weer en vond hij dat ik ervoor moest gaan. Bovendien was er het gevoel dat het college toch ook het college niet meer is, ook het verlaten van de KKC speelde daarin mee… Men kan het ook van een andere kant zien, namelijk dat Degene die roept, op een bepaald moment de kaarten zo laat vallen dat het logische antwoord ‘ja’ was; Hij heeft mij op dat moment, op die plaats, daar nodig… Daar geloof ik heel sterk in: alles op zijn plaats en op zijn tijd. En waarom? Dat is nu eenmaal zo, punt!

>>Frank Tubex je zegt het zelf: de nood is zo groot dat we het allemaal niet meer kunnen bolwerken. Anderzijds voelt de maatschappij die nood lang niet zo sterk aan. Riskeer je dan niet ontgoocheld te worden als je een prediker in de woestijn wordt met een slinkend publiek, dat ook angstaanjagend oud wordt? Die evolutie heb ik natuurlijk meegemaakt, in Vorse-

laar en nu in Antwerpen. In onze opleiding heeft men ons voorgehouden: begin niet met de mensen te tellen, want dan geraak je teleurgesteld. Het gaat niet meer om de kwantiteit, maar hoe langer, hoe meer om de kwaliteit! Degenen die er zijn, daar moet je het voor doen. De eerste week in Christus Koning was heel confronterend. Er is plaats voor 900 man, die zaterdagavond waren er 12 mensen, gemiddeld ver boven de 75 jaar. Op zondag waren er in de familieviering van 9 uur 15 à 20 mensen, de kinderen incluis. Goed, dan doen we het voor die 12, voor die 15 die er nog iets aan hebben. En je moet je kunnen aanpassen. In de gezinsviering schoof ik mijn voorbereide preek opzij om met de kinderen te praten. Ik voelde me terug voor de klas staan. Ik ben ervan overtuigd dat die er iets aan gehad hebben. In een avondviering in december kwamen er 5 of 6 mensen. Ik ging voor in een woord- en communieviering voor die 5 of 6. Als je natuurlijk de ambitie hebt de kerk meteen weer vol te krijgen, dan zul je van een kale reis thuiskomen. Ik breng de communie ook thuis. Dat duurt een half uur, met een babbel, een stukje lezing van de zondag en nadien sta ik stil bij het evangelie van die zondag. Ik steek daar voor één mens veel tijd in, maar die zit wel op je te wachten. Idem voor mensen die in het ziekenhuis liggen. Mensen die er nog om vragen en die het waardevol vinden, daar moeten we naartoe. Het imago van de kerk: kan beter >>Frank Tubex : de kerk zit met een imagoprobleem, oubollig, conservatief, gesloten, hypocriet zelfs. Akkoord? Zie je remedies? W e zitten inderdaad met heel logge structuren, met een organisatie die vasthangt aan bepaalde tradities. Schrik is dan een slechte raadgever… Net als veel andere mensen stel ik heel veel hoop op onze nieuwe paus, die blijkbaar toch een heel andere weg wil uitgaan. Enerzijds vind ik dat we moeten blijven tonen wie we zijn en waarvoor we staan. Aan de andere kant zie ik als een van de remedies dat we ons gewoon het lot aantrekken en begaan zijn met mensen die er in hun nood om vragen. Op Christus Koning bestaat Wederzijds Hulpbetoon, dat is de voortzetting van de vroegere Vincentiusvereniging. Twee tot drie keer per week is er voedselbedeling, twee tot drie keer per week worden er lessen Nederlands voor migranten gegeven. Ik heb daar ook een paar keer voor de klas mogen staan. Als ik die mensen nu op straat tegenkom, houden ze me staande voor een babbel. Voor zo’n dingen zouden we meer aandacht moeten hebben.


Schakelnieuws Article with Banner

Ik denk dat we dikwijls volle kerken gehad hebben onder sociale druk en dat we daar nu de rekening van betalen. Misschien is het ook goed dat we terug op pad kunnen gaan met die mensen die God nog zoeken in hun leven... Jongeren in de kerk >>Frank Tubex: geef eens een of meer redenen voor jonge mensen waarom ze nog naar de mis zouden gaan, de sacramenten ontvangen, op een of andere manier religieus bezig zijn. Ik denk dat de wezenlijke boodschap, de essentie van ons christelijk geloof waardevol is en blijft. Die essentie is: God is liefde, dienende liefde. Dat is het enige antwoord, de enige remedie tegen de onzekerheid van deze tijd, tegen haat en egoïsme, tegen al wat er in de wereld misloopt. Wat Jezus ons heeft voorgedaan, daar moeten we naar teruggrijpen. De jongeren zien dat natuurlijk niet, omdat het ook thuis niet wordt meegegeven, omdat ze langs alle kanten een andere boodschap krijgen dan de onze. Die veelheid van boodschappen is het probleem niet, wel dat mensen niet meer in staat zijn om het waardevolle van bepaalde boodschappen te onderscheiden. Ja, later misschien wel, als ze 40 of 50 jaar zijn. Ik denk en ik hoop dat door wat ik kan zeggen en vooral door de manier waarop ik het zelf probeer te beleven, mensen de waarde en de zin van ons christen zijn zullen aanvoelen. Ik heb dat dikwijls mogen ervaren, tijdens de voorbije 30 jaar op school en nu tijdens mijn stage. We moeten jonge mensen laten aanvoelen dat wat we doen, vanuit die christelijke inspiratie komt. De heikele thema’s: het celibaat en de vrouw in de kerk >>Frank Tubex: we gaan naar het einde van ons interview en het venijn zit in de staart:je standpunt over het celibaat en vrouwen in het ambt? Persoonlijk heb ik helemaal geen moeite met het celibaat, de belofte heb ik al gedaan bij mijn diakenwijding. Bovendien mocht ik de voorbije 30 jaar de rijkdom van het celibaat ondervinden. Ik was van de morgen tot de avond op school, zelfs wanneer ik tijdens de vakantie een fietstochtje maakte, zou ik altijd de sleutels van het college meenemen om eens vlug te gaan kijken of alles nog in orde was. Als getrouwde huisvader met drie, vier kinderen zou ik dat -terecht- niet op die manier hebben kunnen doen. Voor mij hoeft de opheffing van het celibaat dus niet. >>Jan Cools: er is ook nog de oplossing die onze pater Jos Delen propageerde: het wijden van ‘viri probati’, getrouwde mannen met ervaring en een goede staat van dienst, die geschikt zijn gebleken.

30 En Toch

Daar zou ik al eerder iets in zien. Maar louter praktisch bekeken: een gezin met twee of drie kinderen dat moet leven van een pastoorswedde, ziet zwarte sneeuw. Bovendien is het gezinsleven vandaag de dag al zo moeilijk, met de nasleep van een echtscheiding erbovenop geeft dat ook te denken. >>Frank Tubex: en de vrouwen? Een heel moeilijke kwestie. Iemand liet zich onlangs ontvallen: ‘Het merendeel van de kerkgangers zijn vrouwen, maar de mannen blijven wel de baas!’ Toch zou ik niet geneigd zijn om de priesterwijding ook voor vrouwen open te stellen. Ik zou het er persoonlijk moeilijk mee hebben, vermoedelijk ook wel voor een stuk uit traditie. We hebben het nooit anders geweten. In de groep die Jezus volgde, waren beslist ook vrouwen, maar de apostelen die hij aanstelde, waren allen mannen. Wie zal dat (blijven) betalen? >>Frank Tubex: een laatste vraag. In ons systeem worden de parochiepriesters door de staat betaald en de kerken worden onderhouden met steun van de gemeente. Met het sterk slinkend aantal kerkgangers is dat niet meer voor iedereen evident. In Frankrijk b.v. is er een volledige scheiding van kerk en staat, in Duitsland een Kirchensteuer. Wat denk jij van die kwestie? Ons systeem is een relict van vroegere tijden, het concordaat van Napoleon, dat deels ook een compensatie was voor de naasting van de kerkelijke goederen. Maar het is ook logisch dat de gebruiker betaalt. In Nederland is het nog anders. De parochies bezorgen aan alle gezinnen een brief met de vraag om hun bijdrage voor de ‘Kerkbalans’ te betalen. De plaatselijke kerk staat in voor het onderhoud van het kerkgebouw en de bedienaars. In ruil voor die bijdrage mag je gebruik maken van de diensten van de kerk. Zo weet je perfect over hoeveel geld je als kerk jaarlijks kan beschikken. Nu het aantal roomskatholieken fors daalt, dalen ook de inkomsten voor de parochies met kerksluitingen tot gevolg. Indien men dat systeem bij ons zou invoeren, dan worden we waarschijnlijk financieel zowat van de kaart geveegd. Met de kerkelijke gebouwen is de situatie wel anders en complexer. Vele kerken zijn als monument beschermd. Van som-


Schakelnieuws mige klasseringen probeert men ook af te raken om makkelijker het gebouw ‘multifunctioneler’ te kunnen maken. Indien de pastoors hun rijkswedde verliezen, moeten wij allemaal gaan werken. Dan worden we een soort priester-arbeiders, die nog maar deels beschikbaar zullen zijn. Ik kan begrijpen dat daarover een debat wordt gevoerd. Anderzijds moet men ook beseffen dat vooral de oudere generatie nog veel heeft aan de kerk. Laat de pastoor de tijd om zijn werk te doen. Bovendien reikt de waarde van de christelijke inbreng veel verder dan alleen maar misvieringen en het aantal kerkgangers. In Frankrijk is de kerk arm, maar steeds levendiger en jonger. In de abdij van Frigolet zie ik vaak bijeenkomsten met scouts… Jongvolwassenen die kerk en geloof weer een plaats geven in hun leven. Hun enthousiasme werkt aanstekelijk en geeft hoop en moed… Na afloop van het interview werd nog gezellig nagepraat aan de koffietafel, die de gastvrije Jef Leysen ons serveerde. We zaten met ons drieën in een grote kloosterrefter, voorzien voor een uitgebreide zustercommuniteit. De zusters zelf waren bijna allemaal weg, maar de onmiskenbare reftergeur, die was er nog! Het werkte zowat als het madeleinekoekje van Marcel Proust. Een vervlogen wereld van révérendes soeurs en keurig geünifomeerde pensionaatsmeisjes schemerde voorbij. Mais où sont les neiges d’antan? Maar de massieve gestalte van Jef, die was reëel. En hem wensen we veel geluk en tevredenheid met zijn engagement in het nieuwe leven dat hij over enkele maanden ingaat.

1. Diakenwijding in Bovendonk op 28 april. Tijdens de schuldbelijdenis. (Foto J. Wouters)

3. De nieuwe diaken wordt bekleed met de dalmatiek. (Foto J. Wouters)

2. Jef Leysen wordt tot diaken gewijd door Mgr. Liesen, bisschop van Breda. (Foto J. Wouters)

4. Jef Leysen leest het evangelie in de Antwerpse kathedraal, zaterdag van Pinksteren.


Wel enArticle Wee with Banner OVERLEDEN

Wel en Wee

Maria Van Craenendonck, grootmoeder van Niels Valckx (5IN) (07-01-13) Jan Van Laenen, schoonvader van Gino Meeus (leraar) (11-02-13) Christine Saliën, moeder van Dirk (leraar) en Marc Struyfs (6WA77)

grootmoeder van Caroline (6WEWI2011) en Kristof Struyfs (6WEWI) (31-03-13)

Jef Dillen, overgrootvader van Lisa Weyers (2MWa) (16-04-13) Leonie Sels, grootmoeder van Matthias Coenraerds (5IN) (23-04-13) Veerle Carette, zus van Ivo Carette (oud-leraar) (07-06-13) OVERLEDEN OUD-LEERLINGEN Jeroen Snyers (2LC85) (23-01-13) Albert Laureys (Retorica34) (23-03-13) OVERLEDEN PERSONEEL E.H. Herman Berghmans (21-04-13) E.H. Leo Van Obberghen (25-04-13)

Oud-leraar E.H. Herman Berghmans overleden

We vernamen het overlijden van E.H. Herman Berghmans, die gedurende drie jaar, van 1949 tot 1952, lesgaf aan het college. Hij werd geboren te Lier op 2 september 1923 in een gezin dat negen kinderen zou tellen. Hij studeerde aan het Sint-Gummaruscollege en vervolgens aan het seminarie te Mechelen, waar hij tot priester werd gewijd op 13 april 1947. Na een trimester leraar ad interim in het klein seminarie te Mechelen studeerde hij verder in Leuven en zo kon hij op 20 augustus 1949 als kandidaat in de klassieke filologie zijn eerste leraarstaak in het college van Herentals aanvatten. Hij werd klasleraar in de poësis en zou in de loop van de drie volgende jaren in andere klassen ook Grieks, Nederlands en zang onderwijzen. Hij was poëtisch aangelegd, met literaire belangstelling. Dat hij van de universiteit kwam, was eraan te merken en het zou hem ook aan zijn bijnaam helpen. In die tijd werd in de katholieke colleges algemeen de (bij benadering) Italiaanse uitspraak van het Latijn gevolgd. Hij was de eerste die nu de gereconstrueerde klassieke uitspraak in de les introduceerde, dus niet meer ‘Sisero’ en ‘Sezar’, maar wel ‘Kikero’ en ‘Kaisar’, zoals dat door de professoren klassieke filologie uitgesproken werd. Maar ook ‘mihi’ sprak hij uit als ‘miki’. Zo werd de eerbiedwaardige docent van de poësis voor zijn leerlingen ‘Mickey’ zonder dat de beroemde muis er voor iets tussen zat. Slechts drie jaar bleef Herman Berghmans in Herentals. Vervolgens, op 20 augustus, 1952; kwam zijn benoeming aan het Onze-Lieve-Vrouwcollege in Tienen, waar hij zou leraren tot 3 september 1971. Dan volgde een opvallende promotie tot pastoor-deken van Aarschot. De prachtige Onze-Lieve-Vrouwekerk, een juweel van de Demergotiek, zou zijn arbeidsveld worden. Hij maakte er ook de grote restauratie van mee, die gespreid verliep van 1971 tot 1987. Zijn pastorale taak werd met de jaren niet geringer, aangezien het priestertekort ertoe leidde dat hij meer en meer naburige parochies mee onder zijn hoede moest nemen. Hij ging met rust in 1997. De laatste twee jaren bracht hij door in het rust- en zorgcentrum Sint-Jozef te Lier, waar hij op 21 april 2013 overleed. J.C.

32 En Toch


Schakelnieuws

In memoriam E.H. Leo Van Obberghen Op 25 april ontviel ons, bijna 99 jaar oud, de nestor van de oudgedienden van het Sint-Jozefscollege; oud-leraar en oud-econoom, tevens pastoor emeritus van het begijnhof Leo Van Obberghen. Leo Van Obberghen werd geboren te Mechelen op 13 juni 1914, twee weken voor de moord op aartshertog Frans Ferdinand in Sarajevo, wat in augustus tot de Grote Oorlog zou leiden. De knaap groeide op in een diep godsdienstig gezin samen met één zus en drie broers. Zijn vader was aannemer, een streng maar ook hartelijk man. De humaniora in het SintRomboutscollege en, het kathedraalkoor zouden Leo vormen naar de volwassenheid toe. Volgens zijn eigen zeggen dacht hij er niet in de eerste plaats aan om priester te worden, zijn interesses gingen meer naar geschiedenis of het conservatorium (hij had een goede stem en speelde voortreffelijk piano), maar tijdens de roepingsretraite in de retorica viel dan toch de beslissing. Hij ging naar het seminarie. Gedurende de mobilisatie van 1939-1940 was hij cibist (seminarist-brancardier) bij het 11de linie. Toen België op 10 mei 1940 in de oorlog betrokken werd, werden de tijdelijk gedemobiliseerde cibisten ijlings opgeroepen. Leo zou niet meer bij zijn eenheid geraken. Na een bewogen odyssee werd hij krijgsgevangen genomen. Met honderden werden ze per rivierboot langs de Hollandse binnenwateren naar Duitsland gevoerd. De boot voor hen liep op een mijn en zonk… Na enkele dagen treinreis in overvolle beestenwagons met nauwelijks eten of drinken begon het leven in een krijgsgevangenenkamp in Oostenrijk, een harde tijd, vooral naar de winter toe. Rond Kerstmis kwam de beslissing om de Vlaamse krijgsgevangenen vrij te laten. Op 5 januari 1941 was seminarist Van Obberghen thuis, hij woog nog 50 kilo, tevoren 75. Het was een harde tijd geweest, maar hij had er geen spijt van. Na het wereldvreemde seminarieleven had hij het echte leven van de volksjongens leren kennen,

leerde hij met mensen omgaan. Na nog enige voorbereiding werd Leo Van Obberghen op 27 april 1941 in Mechelen tot priester gewijd. Nog dezelfde dag vernam hij wat de volgende bestemming zou zijn: het gepatroneerd Sint-Jozefscollege van Herentals. (Op 12 februari 1941 had het college inderdaad als patroonheilige Sint-Jozef gekregen.) Voor de Mechelaar min of meer een sprong in het onbekende, maar het werd een meevaller. Hij bleef er aan het werk tot zijn pensioen in 1975. De nieuwe leraar kreeg de 6de moderne toegewezen, waar hij klasleraar bleef tot 1970. Uiteraard gaf hij godsdienstles, maar verder heeft hij in verscheidene klassen wiskunde, natuurwetenschappen, aardrijkskunde, Frans en zang onderwezen. Een les natuurwetenschappen over het pantoffeldiertje zou hem zijn bijnaam bezorgen: het werd ‘de Sloef’. Mijnheer Van Obberghen was een ‘strenge professor’. Hij gaf heel weinig straf, dat was ook niet nodig. Zijn zelfverzekerde houding, barse toon en af en toe een flinke stemverheffing zorgden ervoor dat lolmakers geen schijn van kans kregen. Toch waren vele leerlingen hem later dankbaar. Hij was namelijk ook een leraar met een hart voor zijn jongens en zette zich voor hen in. Hij zorgde er al rond 1942 voor dat er kon ‘gesjot’ worden tijdens de pauzes. Ook ’s avonds na de studie werd er gevoetbald op de speelplaats en Van Obberghen sjotte mee… een ruit stuk! Vrij gaan zwemmen was door het reglement verboden, maar direct na de oorlog begon hij zelf met de leerlingen te leren zwemmen. In de zomer trokken de vrijwilligers na de studie naar de zwemplaats, eerst aan de Nete, later aan het sas van de Herenthoutseweg. Voor de in de jaren 1940-1950 zeer karig bedeelde sport op school zou hij zich sterk inspannen. Die sport zou de weg openen naar een nevenactiviteit, die hem mettertijd veel in beslag zou nemen. Hij maakte kennis met dokter Dries Claes, een leiden-

En Toch 33


Schakelnieuws Article with Banner de figuur bij Sporta. Zij werden vrienden voor het leven, bij de familie Claes werd hij de huisvriend bij uitstek en de ‘suikernonkel’ voor de kinderen. De hele secretariaatswerking van Sporta kwam vanaf 1954-1955 bij hem terecht. Eindeloos veel bladen heeft hij getypt en met de stencilmachine gedrukt. Maandelijks zorgde hij voor de verzending van Sportakern naar 3.000 leden. Hij stond ook mee aan de wieg van de atletiekclub van het college AKKO (1968 tot 1975-1976), die vooral met Toon Claes in die jaren Europese titels haalde. Leo’s vader was aannemer. Diens zonen werden tijdens de schoolvakantie mee ingezet om toezicht te houden en een handje te helpen op de bouwplaatsen. Zo heeft Leo als student onder meer de bouw van de gemeenteschool van Noorderwijk mee opgevolgd. Ook werk in de schrijnwerkerij kwam aan bod. Daar heeft de jonge leraar veel profijt uit gehaald voor zijn tweede taak in het college. Van 1956 (althans officieel, in feite al vroeger) tot 1975 was hij namelijk econoom. Aan de diverse bouwprojecten van de jaren ’60 en ’70 heeft hij dus zijn deel gehad. Dat betekende echter niet alleen het administratieve werk aan het bureau. Hij was ook de zaakvoerder van het fameuze ‘winkeltje’ onder de galerij en meest van al was hij zowat de klusjesman, die alle zich aandienende problemen moest trachten op te lossen. Hij was dan ook de man achter de schermen van het toneel van Ast Fonteyne, waar hij voor decors en technische voorzieningen instond. Ook bij de KSA, waarvan hij vanaf 1949 bondsproost was, kwam zijn praktisch talent op kamp van pas. Die belangeloze inzet, ook zijn generositeit op andere vlakken, kenmerkte hem en contrasteerde dan weer met zijn vaak bruuske, impulsieve reacties. Einde december 1975 eindigde zijn officiële schoolcarrière. De facto bleef hij nog een tijd econoom van de priestercommuniteit en woonde hij verder in het college. Op 22 maart 1977 werd hij benoemd tot ‘pastoor’ van het begijnhof. Die benaming was eigenlijk nog een erfenis van het ancien régime. Officieel was hij nu bedienaar van een kapelanie, dus kapelaan, en rector (geestelijk bestuurder) van de begijnen. Hij had dus een parochie van… de drie nog levende begijnen. Het laatste begijntje zou overlijden in 1996, maar tot zolang hield hij trouw aan hun zielzorg vast. Toen de deken op een bepaald ogenblik het aantal missen wilde reduceren en er een mis op het begijnhof zou moeten sneuvelen, repliceerde Van Obberghen: ‘Dat gaat niet, mijnheer de deken, want dat is de conventsmis van mijn begijn!’ Overigens was hij de geschikte persoon voor het begijnhofkerkje. Er was een zeer gemotiveerd gregoriaans mannenkoor, dat tot op de 34 En Toch

dag van vandaag actief is, en dat genoot de volle steun van de muzikaal aangelegde pastoor. In de eerste jaren na het concilie hebben heel wat goedmenende parochiepriesters een ware beeldenstorm gehouden in hun soms zeer waardevol kerkinterieur. Op het begijnhof werd alles gekoesterd, zodat de thans gerestaureerde kerk zonder enig verlies de nieuwe tijd is ingegaan. Voor die hoogstnodige restauratie heeft E.H. Van Obberghenj ook hard geijverd. Toen het in 2002-2005 dan toch zover was, kwam hij trouw naar de bijna wekelijkse werfvergaderingen, althans naar het eerste deel ervan in de kerk zelf. Het tweede, administratieve gedeelte had plaats op de verdieping van nr. 11, via een wat moeilijke trap, die hij liever vermeed. Maar wanner de werfleider al eens een fles Bols meebracht, dan was die trap toch geen probleem meer… Ook dat typeerde hem. De pastoor van het begijnhof hield van het goede leven. Een fijn diner, uitgelezen dranken en lekkere sigaren waren welkom (al moest de niet-rokende bezoeker wel eens naar adem snakken bij het betreden van zijn woonkamer). Leo Van Obberghen was een trouw katholiek priester. Vermoedelijk waren vernieuwde inzichten van de moderne theologie ook niet echt aan hem besteed. Zijn preken waren kort maar zinvol. Hij deed zijn plicht zoals men het hem geleerd en voorgeleefd had, las trouw zijn brevier en droeg alle dagen de mis op, zolang het ging. Op een dag stonden de enkele opgedaagde weekdaagse kerkgangers voor een gesloten kerkdeur. Kosteres Wiske werd erbij gehaald, Mr. Van Obberghen was niet thuis… Uiteindelijk bleek dat hij aan het altaar zijn mis stond te lezen, hij was gewoon vergeten de poort te openen! Zo was hij. Tijdens een interview in 2001 verklaarde hij: ‘We werken tot we erbij vallen.’ (En Toch, jg. 55, nr. 1, oktober 2001) Met de aanvang van de restauratie van de kerk in september 2002 diende de kerkgemeenschap van het begijnhof ‘in ballingschap’ te gaan. Vanaf 10 november 2002 bood de kapel van het oud gasthuis gedurende drie jaar gastvrijheid voor de wekelijkse hoogmis. Maar rond 2004, op negentigjarige leeftijd, kreeg de oudste nog in functie zijnde priester van het bisdom toch al eens wat gezondheidsproblemen. In april 2005 liep hij een bekkenbarst op bij een verkeersongeval. (Hij reed inderdaad nog altijd per auto!) Alleen wonen was niet meer aangewezen. Zo verhuisde hij kort daarop van zijn mooie pastoorswoning Begijnhof nr. 4 naar een serviceflat in Bremdael. Ondertussen nam onze pater Jos Delen, ook oud-leerling en oud-leraar, zijn taak ad interim over. Op 24 oktober 2005 nam E.H. Van Obberghen officieel ontslag. De plechtige heropening van


Schakelnieuws de kerk op 26 november 2005 maakte hij, na enig aandringen, toch nog mee, bekleed met de prachtige zestiende-eeuwse gouden koorkap. De volgende jaren waren uiteraard wat stiller. Zijn groepje getrouwen van het college, oudgedienden van Sporta, kwamen hem zoals vroeger regelmatig bezoeken en hij trachtten zijn geest fris te houden met kruiswoordraadsels. Een drietal jaren geleden ging zijn toestand echter gevoelig achteruit. Vooral het laatste jaar was zeker geen prettige tijd voor hem, voor zover hij zich nog van zijn toestand bewust was. Op 25 april 2013 overleed E.H. Leo Van Obberghen in Bremdael. Hij had de goede strijd gestreden. Op zaterdag 4 mei namen we met vele oude getrouwen afscheid van hem. Hij zal er tevreden over geweest zijn. Zijn koor zong zorgvuldig het hele gregoriaanse proprium van de missa pro defunctis, enkelen die hem nabij waren geweest, o.a. oud-leerling dokter Toon Claes, schetsten hem typerend. En dat alles in het schitterende kader van het gerestaureerde begijnhofkerkje van Herentals. Jan Cools 1. E.H. Leo Van Obberghen in zijn woonkamer, 1996.

2. E.H. Leo Van Obberghen aan het altaar van de begijnhofkerk, met de zestiende-eeuwse gouden kazuifel, vermoedelijk in 2001. En Toch 35


Opendeur Article with Banner

De opendeurdag in foto’s

“ 36 En Toch


De vragenstaart van Proust

De vragenstaart van een rare Fransman...

Op een terras zitten met vrienden en een fles wijn maakt mij gelukkig.

Imke Bergen

>>Wat zou het grootste ongeluk zijn dat je zou kunnen overkomen? Het verliezen van mijn zussen. Wij hebben een heel close band, we wonen zelfs samen. >>Waar zou je het liefst willen wonen? Waar ik nu woon, in Heist-Op-Den-Berg. Al mijn vrienden en famillie wonen daar ook.

>>Wat is je lievelingsmuziek? Vroeger toen ik 16,17 jaar was, was ik fan van techno en 90’s muziek. Nu begin ik de muziek van vroeger weer te waarderen.

>>Wie had je willen zijn? Soms ben ik gelukkig met wie ik ben. Maar soms zou ik willen dat >>Wat is voor jou het volmaakte geluk hier ik meer zeker over mezelf ben, ik op aarde? twijfel te veel. Ik probeer me niets Dat alles simpeler wordt en mensen meer tijd aan te trekken van anderen hun krijgen om na te denken en te genieten van mening maar in de praktijk maakt de kleine dingen in het leven zoals vriendelijk de maatschapij het soms moeilijk tegen elkaar doen. om gelukkig te zijn. >>Voor welke misstappen kan je het meest begrip opbrengen? Misstappen waar je uit geleerd hebt, zolang ze anderen niet hebben gekwetst >>Voor welke misstappen kan je het minst begrip opbrengen? Als ze andere mensen wel pijn doen. Zoals het (extreme) voorbeeld van moorden en gezinsdrama’s

>>Wat is je lievelingskleur? Geen fluokleuren, maar ook geen pastelkleuren. Als je kleur draagt voel je je beter en zien anderen dat ook zo. >>Wie zijn voor jou de helden van vandaag? Mensen die geboren worden in een milieu met weinig kansen maar toch kunnen doorgroeien tegenover de mensen die in armoede blijven leven. Maar ook mensen die andere nhelpen.

>>Wat verafschuw je het meest? >>Wat waardeer je het meest bij je Het egoïsme van de jeugd. Er is vrienden? tegenwoordig meer en meer pestRespect, begrip en eerlijkheid gedrag en nog meer kliekjes dan De mens maakt soms fouten. Maar vroeger. En het egoisme van we mijn vrienden zullen op een resmoeten toch niets doen, we krijgen pectvolle manier omgaan met mijn toch alles, “en mensen die niet in fouten. Anderen zullen dan weer ons plaatje passen zijn niet goed”. roddelen. >>Hoe sterf je het liefst? Oud en gelukkig in een bejaardetehuis zonder te veel pijn. En Toch 37


De vragenstaart Proust Article withvan Banner

De vragenstaart van een rare Fransman...

Ik ben leraar in hart en nieren. Ik leef om les te geven

>>Wat zou het grootste ongeluk zijn dat je zou kunnen overkomen? Het verliezen van mijn vrouw en kinderen of één ervan. Voor mijzelf zou blind worden het ergste zijn omdat ik dan niet meer kan lezen. >>Waar zou je het liefst willen wonen? In Scandinavië, voor de natuur en omdat ik denk dat de mentaliteit onder de mensen mij daar goed zou liggen. Ik denk dat de mensen er op een aparte manier open en creatief denkend zijn.

>>Wat is je beste eigenschap? Dat is soberheid, ik ben met weinig tevreden. Geld interesseert mij niet en ik ben alles behalve materialistisch ingesteld. >>Wie had je willen zijn? Miel Cools, hij was een poëtisch mens met veel wijsheid, bescheidenheid en eenvoud.

>>Wat geeft aan je leven het meeste >>Wat is voor jou het volmaakte geluk hier zin? op aarde? Mijn job, ik ben een leraar in hart en Weten dat ikzelf en mijn dierbaren gezond zijn. nieren. Les geven en studeren is mijn leven. >>Voor welke misstappen kan je het meest begrip opbrengen? >>Wat is je lievelingskleur? Dat is opvliegendheid, omdat ik daar zelf Aquablauw, gewoon omdat ik het mooi nooit kwalijk voor wordt genomen. vind. >>Wat is je lievelingsmuziek? Dat is niet één genre maar het gaat in de richting van folk, Bob Dylan ern Lairine mcKennit 38 En Toch

>>Wat verafschuw je het meest? Racisme, extremisme en mensen die over mijn vak spreken zonder er iets van te kennen.

>>Welk plantje zou je het liefst zijn? Een paarse iris of een zonnebloem. Waarom? Omdat ik verslaafd ben aan Vincent Van Gogh. >>Welke godsdienst waardeer je het meest? Het boeddhisme (maar dat is er geen). Ik ben in alles wel redelijk boeddhistisch ingesteld >>Wat waardeer je het meest bij je vrienden? Betrouwbaarheid, humor en vooral wijsheid. >>Hoe zou je het liefst sterven? Pijnloos, maar toch bewust en helder van geest.


De vragenstaart van Proust

De vragenstaart van een rare Fransman...

En Toch 39


COHE Article Sport with Banner

Oriëntatielopers naar het wk in Portugal! De week na de paasvakantie zijn we met 24 leerlingen en 3 leerkrachten vertrokken richting Portugal voor het wereldkampioenschap oriëntatielopen voor scholen. Er waren deelnemers van over de hele wereld daar maar vooral van Europa. Zo waren dit jaar Oostenrijk, Wallonië, Brazilië, China, Tsjechië, Engeland, Estland, Frankrijk, Israël, Italië, Letland, Mozambique (Afrika), Nieuw-Zeeland, Polen, Portugal, Schotland, Slowakije, Slovenië, Spanje, Zweden, Oekraïne, Wallonië en natuurlijk ook Vlaanderen aanwezig. We sliepen in een hotel dat 100 meter van het strand lag. Zalig! ‘s Avonds nog een wandeling langs het strand. De volgende dag hadden we een training op twee locaties die overeenkwamen met de twee wedstrijdlocaties. Op de eerste plaats was er heel wat onderbegroeiing (struiken met gele bloemen met erg scherpe lange doornen, auwtch!), de tweede plaats was dan wat makkelijker beloopbaar, daar stonden grote cactussen en bremstruiken. ’s Avonds was er in het stadion een prachtige openingsceremonie: een optocht door de stad, we werden er als helden ontvangen, de intrede van de teams, het hijsen van de officiële ISF-vlag en een aantal mooie optredens. Woensdag moesten we de Middle Distance lopen. Ik was in het begin al 20 minuten aan het zoeken naar mijn eerste post, maar gelukkig was een Portugees meisje zo vriendelijk om te zeggen waar die post stond. En verder heb je als Vlaming/Belg andere Vlamingen/Belgen geholpen. En in de namiddag lagen we op het strand. Donderdag was de cultuurdag. Onder begeleiding van plaatselijke gidsen bezochten we de oude brug en burcht van het stadje Tavira. ’s Avonds was er een samenkomst van alle teams in een sporthal. Elk 40 En Toch

land had een standje moeten voorbereiden met nationale specialiteiten. Wij hadden Belgische chocolade (voor de jongeren) en fruitjenever (voor de coaches) meegenomen. We hadden enkele pins gekregen om te ruilen. Het was een gezellige drukte. Iedereen wilde groepsfoto’s maken, van alles proeven en pins ruilen. Vrijdag was de ‘Long Distance’, dat was op de plaats van de eerste training, dus met die scherpe doornen. Na een zware wedstrijd, de hele tijd heuvel op, heuvel af bij 29°C, lagen mijn benen open door de snijwonden. De ziekenboeg zat vol met mensen die gevallen waren of gewoon te veel door de doorns gelopen waren. ’s Middags een lunchpakket en wachten op de rest van de Vlamingen. Sommigen zaten 4 uur in het bos dus hebben we heel lang moeten wachten. ’s Avonds werd de samenstelling bekendgemaakt voor het friendshipteam-event. In een overvolle hal moest je dus op zoek gaan naar je twee teamgenoten. Ik zat in een team met een Portugees, Daniel en een Spanjaard, Anton. Zaterdag: het team-event. We kregen even de tijd om onze posten te verdelen. Natuurlijk kreeg ik de kortste weg, aangezien ik de minst snelle was onder ons drie. Ik was toch best wel trots op ons resultaat: we stonden 98ste van de 169 ploegen. Na de wedstrijd hebben we nog gepraat maar soms moesten ze dingen wel twee keer zeggen voor ik het verstond of waren ze in het Spaans of het Portugees tegen elkaar aan het praten. ’s Avonds was er nog een afsluitende show waarin de medailles aan de teams werden uitgereikt en de burgemeester een hele speech in het Portugees hield… Ik veronderstel dat het interessant was. Daarna was er nog een afsluitende fuif en toen gingen we weer naar het hotel. We zijn niet gaan slapen want om 5.45 moesten we al gaan ontbijten. We speelden wat gezelschapsspelletjes en babbelden een beetje. Om 5.45 gingen we dus ontbijten en kwamen de oudsten ons uitzwaaien (en uitlachen) omdat zij pas ’s middags moesten vertrekken. Valiezen in de bus en naar het vliegveld. Doodmoe, een beetje bruiner, een ervaring en een heel wat nieuwe Vlaamse en internationale vrienden rijker kwamen we aan in Eindhoven. Magalie Verstrepen 3LA5


COHE Sport

En Toch 41


Van Leerlingen Article with Banner

Labiliteit zonder spijt Het beloofde een gezellige dag te worden. Wanneer Rosalina op Dante’s kantoortje aan zou komen, zou ze hem grijnzend meedelen dat ze een dagje vrijaf bij zijn baas ontfutseld had. Daarna zouden ze naar het park gaan en misschien zelfs zwemmen in het meer dat daar vlakbij gelegen was. Maar dat zouden ze natuurlijk enkel doen als het weer beter werd, want momenteel regende het pijpenstelen. Maar Rosalina was graag op alles voorbereid. Ze had zelf haar bikini al aan, en ze had Dante’s zwembroek in haar handtas gestoken. Na het zwemmen zouden ze naar huis gaan en pizza’s – Dante’s lievelingseten – bestellen. Die zouden ze dan intiem in de zetel opeten met op de achtergrond de beelden van ‘The Notebook’. Als afsluiter zouden ze een fles prosecco openen en toosten op hun eeuwige liefde. Inderdaad: ze zouden. Ze dacht namelijk dat Dante van verrassingen hield. Wist Rosalina veel dat ze op het punt stond er zelf op één getrakteerd te worden. Rosalina schrok van het gezicht dat ze in de gangspiegel van haar appartement zag toen ze de deur dichtsloeg. De tranen die over haar wangen stroomden waren gitzwart van de uitgelopen mascara. Haar kastanjebruine haar was nat en wild van de wind en regen waar ze door gelopen was, helemaal van aan Dante’s kantoor tot de grote blok luxeappartementen, waar ze woonde. Ze had haar anderhalf jaar oude Audi A7 ginds laten staan omdat ze zichzelf in deze toestand niet achter het stuur vertrouwde. Haar helderblauwe ogen, die normaal vol vreugde zijn, waren ditmaal vervuld met haat en woede. Ten einde raad liet ze zich met haar rug tegen de muur op de grond zakken. Ze trok haar trillende knieën op tegen haar borst en liet haar armen en voorhoofd erop rusten. Niet lang daarna hoorde ze vaag een gebonk op de deur, waar ze naast zat. Haar gedachten waren al ver weg gezeild. “Rosie, het is niet wat het lijkt, het ging allemaal zo snel, ze drong zich aan me op! Ze maakte me gek en zat aan mijn lijf vooraleer ik me kon verweren! Rosie, het spijt me zo! Ik…” De rest van de klaagzang hoorde ze al niet meer. Elk woord van de stem die haar altijd had getroost, haar aan het lachen maakte, de stem die ze bemind had… Ze voelden nu aan als pijnlijke naaldsteken in haar hart. Na een tijdje hield het geklop en gezeur op en hoorde ze voetstappen die de trap afliepen. Na uren op de grond gezeten te hebben – en niet zeker of het dag of nacht was – viel Rosalina in een diepe en onrustige slaap. Meestal droomde Rosalina, maar nu had ze 42 En Toch

de droom geruild voor een nachtmerrie:

“Surprise!”, riep ze opgewekt en met een lachrimpeltje in haar gezicht. Maar dat trok al snel weg toen ze het tafereel dat zich voor haar ogen afspeelde, aanschouwde: Dante zat haar vanuit zijn bureaustoel met grote ogen aan te staren, net als die blonde del van een secretaresse van hem, die voor hem op haar knieën – op het tapijt dat Rosalina überhaupt zelf had uitgekozen – zat. Dante’s broekssluiting stond nog open en Rosalina gaapte hen met open mond aan. Ze maakte dat ze weg kwam, voor Dante zijn onschuld kon proberen te bewijzen. Toen werd Rosalina met een gil wakker. Niet wetend hoe laat het was, stond ze op en liep ze naar de koelkast. Ze graaide het pak melk uit de deur en dronk het half leeg. Ze opende haar MacBook en meldde zich aan op al haar sociale media. Bij het nakijken van haar e-mails zag ze dat Dante haar meer dan 20 berichten gestuurd had. Ze verwijderde de berichten zonder ze te lezen en zette haar mobieltje aan – dit had ze uitgeschakeld toen ze Dante ging ophalen, om niet gestoord te worden – en zag dat ze een spraakbericht op haar voicemail had. Ook hier schonk ze geen aandacht aan. Ze had voor zichzelf duidelijk gemaakt dat het hoofdstuk met Dante afgesloten was, wat hij ook mocht beweren. Maar haar enige probleem was dat ze behalve Dante en zijn vrienden niemand kende. Ze besloot dus voor zichzelf om die avond haar stoute schoenen aan te trekken en al haar zorgen thuis op te bergen. Ze hoopte daarmee aan Dante te kunnen laten zien dat ze best zonder hem kon. Met hem leven zou vanaf dat moment namelijk een hel zijn. Een hemelse hel weliswaar, want ze kende geen enkele andere man die én blauwe, doordringende ogen én blond haar én een lengte van 1 meter 95 had, wat ze uitzonderlijk sexy en aantrekkelijk vond. Er was voor Rosalina maar één ding mooier dan dat: gebruinde Italianen met zwart haar en blauwe ogen. Maar ze hield van Dante’s ogen, die haar elke avond aanstaarden tot ze in slaap gevallen was. Maar dit terzijde. Rosalina moest en zou zich bewijzen tegenover zichzelf en tegenover Dante. Hij zou een andere Rosalina te zien krijgen, geloofde ze. Ze liep met huppelende pasjes naar haar dressoir en stortte zich op haar uitgebreide collectie cocktailjurkjes. Ze koos voor een stijlvol goud-zwart jurkje dat haar lichaamsvorm goed deed uitkomen. Daaronder droeg ze een doorschijnende panty en haar camelkleurige killerheels. Ze bracht een dun laagje fond de teint aan en verlengde haar wimpers optisch met mascara. Na een half uurtje was ze klaar en onderweg naar de dichtstbijzijnde discotheek. Gelukkig was het ondertussen gestopt


Van Leerlingen COHE met regenen, anders zou het water in haar schoenen geko- nodigde Rosalina de keurige man in maatpak uit om Sport men zijn. mee naar binnen te komen en een glaasje wijn met haar te drinken. Als bij wonder ging Massimo on“Oh my god, dit wordt de fuif van mijn leven”, dacht ze middellijk in op haar voorstel. Haar ogen straalden van toen ze de buitenwipper aan de ingang zag staan. Hij zag geluk en ongeloof. Ze wou zichzelf in de arm knijpen, er streng en veeleisend uit in zijn zwarte maatpak en zijn maar deed dit toch maar niet omdat ze zich compleet gebruinde huid liet uitschijnen dat hij veel om zijn licha- belachelijk zou maken – en dat was wel het laatste wat am gaf. Waarschijnlijk was hij zo’n man die elke dag naar ze wou. Ze liepen samen de trappen op naar de derde de fitness ging en trots was op zichzelf als hij één kilogram verdieping. Rosalina wist dat die inspanning haar goed meer gewicht kon opduwen. Rosalina beeldde zich de man zou doen. Massimo liep voorop, zodat zij haar oordeel in zonder vest en hemd, zodat haar ogen zich op zijn was- kon vellen over zijn achteraanzicht, wat er best fraai bordje – wat hij waarschijnlijk had – konden fixeren. Rosali- uitzag. Bij de aankomst aan haar appartement had ze na ging voorbij hem en kon ondertussen van de gelegenheid haar sleutelbos uit haar kleine glitterende handtas gegebruik maken om zijn badge, waarop zijn naam stond, te graaid. Ze liepen na elkaar de woonkamer binnen, die lezen en hem van dichterbij te bewonderen. De knapperd aan de keuken verbonden was. Rosalina ontkurkte de heette blijkbaar Massimo. COHE “Is datSport even geluk hebben: een dure fles witte wijn, die ze vorig jaar zelf in Lyon was gebruinde Italiaan met donker haar en blauwe ogen tegen gaan halen, en schonk twee glazen vol. Aperitiefhahet lijf lopen op je eerste dag als vrijgezel. Dit is je geluksdag pjes had ze in haar koelkast niet teruggevonden, maar Rosalina, laat je gaan!”, dacht ze in zichzelf. Toen ze aan de het was ook al half vier ’s nachts – geen tijdstip om inkom betaald had, ging ze naar binnen, maar ze verplichtte te eten dus. Ze zette haar luidsprekers, die overal in zichzelf om Massimo in de gaten te houden. Je wist maar haar woonst verspreid waren, aan en het lievelingsnooit wat er nog zou kunnen gebeuren. Toen ze binnen was lied van haar vader galmde door de woonkamer. Tot speelde een nummer dat ze niet kende, luid door de boxen: dat moment zat Massimo, die zich intussen had ont‘Niggas in Paris’. daan van zijn kostuumvest, rustig in de sofa. Haar vader had blijkbaar goede smaak, want Massimo stond Na enkele uren dansen en zweten in de overvolle en warme op en verleidde Rosalina om met hem te dansen op discotheek, gebeurde er iets wat haar leven zou veranderen. het nummer. Ze dansten in kleine stapjes op de meest Ze werd namelijk lastiggevallen door een dronken, oudere veelzeggende songtekst die Rosalina kende: man van ongeveer 45 jaar. De man frunnikte aan haar jurkje en Rosalina wist wat hij van haar wou. Hij wierp haar com- ‘…Said woman take it slow and it’ll work itself out fine plimentjes toe en probeerde haar onder haar jurkje te be- You and I’ll just use a little patience tasten. Gelukkig stonden ze dicht bij de bar en kon Rosalina Said sugar take the time cause the lights are shining dus de barman verwittigen, waarna deze met de security de bright handtastelijke man aan de deur kon zetten. Bij die security You and I’ve got what it takes to make it was ook de veel te mooie Massimo. Nadat de oudere man We won’t fake it, I’ll never break it was buiten gewerkt, kwam hij zelfs naar Rosalina toe. Hij ‘Cause I can’t take it…’ bood haar een glas water aan en vroeg haar of ze van dit incident een proces-verbaal wou laten opstellen. Rosalina Nadat Saul Hudson en Axl Rose het beste van zichzei met haar stralend witte glimlach dat dit niet nodig was zelf hadden gegeven, slenterden ze naar de sofa, waar en bedankte hem voor zijn hulp. Toen Rosalina opstond om Massimo haar de handschoen toewierp om haar mond te vertrekken, werd ze voor de tweede keer verrast. “Mijn op zijn Italiaanse lippen te drukken. Maar was dit echt dienst zit er op. Maak je er een probleem van als ik even met wat ze wou? Zou ze zich zo snel in iemands armen je meeloop, zodat ik zeker weet dat je veilig thuis raakt?”, storten? Kon ze Dante zelfs zo snel vergeten en wat zei Massimo met de meest bezorgde stem die ze ooit ge- zou haar familie dan van haar denken? Al snel bleek hoord had. “Nee, het zou me vooral geruststellen als ik niet dat de alcohol zorgde voor denkstoornissen, na een alleen moet gaan.” “Zei je dat nu echt?!”, dacht het stem- kwartier waren ze namelijk van de sofa naar de slaametje diep in Rosalina’s gedachten. Ze had het toch weer pkamer verhuisd en al snel moest de muziek luider gemooi voor elkaar gekregen en hoopte zelfs dat ze de nacht zet worden, zodat de buren niet hoorden waar ze mee bezig waren. niet alleen moest doorkomen. Zo waren Rosalina en Massimo – bijna zwijgend – samen naar de blok luxeappartementen gewandeld. Ze kon haar blik niet weghouden van zijn gebruinde lichaam en stralend witte glimlach. Ze waren naar haar mening veel te snel bij haar appartement aangekomen. Zenuwachtig als ze was

Met de ergste kater ooit werd Rosalina wakker. Nadat ze even had nagedacht waar ze was, realiseerde ze zich dat ze de nacht gespendeerd had met Massimo, maar die was in geen velden of wegen meer te bekennen. Ze stond op, nam een pijnstiller uit de kast en En Toch 43


Article with Banner Van Leerlingen slikte deze door met een glas water. Ze had het glas nog niet leeg of de deurbel ging al. Rosalina keek op het klokje aan haar microgolfoven. Elf uur achtendertig. Man, wat had ze lang geslapen. Maar wie kon dat zijn, normaal ging ze sporten op zaterdagvoormiddag. Nogmaals ging de deurbel. Rosalina schoot haar badjas aan en repte zich naar de deur. Met een stralende glimlach keek ze de persoon die aan de deur stond aan, maar die glimlach verdween als sneeuw voor de zon toen ze zag dat het Dante was. Voor hij één woord van zelfbeklag kon uitbrengen, snauwde Rosalina hem toe dat hij geen voet – in zijn geval een voet met maat 44 – meer moest binnenzetten in hààr appartement. Na dit incident meldde Rosalina zich af bij alle sociale media, zette haar mobieltje uit en maakte de deur vast. Ze sloot zichzelf af van de buitenwereld om voor zichzelf na te denken wat ze wou bereiken in haar leven…

“ ” “ “ ” Annelore Gils 4LA5

Het land werd overhoop gehaald, kraters gevuld met tranen werden vijvers. En ieder jaar kleurden ze rood. Door elke herinnering, door elk verhaal.

Toen hij haar zag, dat kleine sproetje op haar linkerwang opmerkte, haar haar zag bewegen in de avondwind, Toen stopte zijn hart, versnelde zijn adem. Maar ze was al voorbij voor hij iets zei.

Terwijl het geluid wegsterft in de verte denk jij denkelijk, met je hoofd in een doos middenin. Door scheuren loopt het licht te neuriën, de wagon rijdt rond het raam, dan zakt de snelheid. Want overal zijn de straatlantaarns aangegaan.

44 En Toch

Nicolas-Alexander Goossens - 5LAMT


Generation Euro

6ECWI wint Generation Euro students’ award!

Toen meneer Struyfs een paar maanden geleden voorstelde om deel te nemen aan de Generation Euro students’ award waren we eerder een beetje terughoudend. De materie waarin we ons dienden te verdiepen leek een onbegonnen zaak. We zijn er dan toch aan begonnen en stap voor stap viel de puzzel in elkaar. Elke keer als we een ronde verder in de wedstrijd kwamen, steeg onze motivatie. We gingen steeds meer in ons eigen kunnen geloven en toen was het zover, we stonden in de finale. De laatste week werkten we nog vlijtig aan onze presentatie, ons taalgebruik, onze dresscode,… alle details moesten in orde zijn. En op 25 maart stonden we in de aula van de nationale bank in Brussel. Met klamme handen maar met zekere stem brachten we overtuigend onze visie op de basisherfinanieringsrente van de ECB. De jury kon onze presentatie het best smaken. De overwinning was binnen. Het duurde even tot het tot ons doordrong dat we een paar weken later in de Europese centrale bank in Frankfurt zouden zijn. We hadden onze overwinning te danken aan de samenwerking van ons geweldige team.

chillende eurolanden. Na de middag was het dan zover, we ontmoetten Mario Draghi, de president van de Europese centrale bank. Het was een unieke ervaring voor ons allemaal die we niet snel zullen vergeten. Die avond aten we in het leuke gezelschap van de andere teams. Een glaasje wijn, goede muziek en lekker eten. We kunnen wel zeggen dat deze avond een geweldige afsluiter was van deze speciale dag. De volgende dag ontdekten we de mooie stad Frankfurt verder samen met de andere teams onder de vorm van een stadsspel. We ontdekten er mooie plekjes, indrukwekkende gebouwen en leuke winkels waar we ons nadien ook nog eens goed hebben laten gaan. Na een grappige lift met een fietstaxi zat ons verblijf erop. Met spijt gingen we naar het station en namen we de TGV richting Brussel. Dit was het einde van een superleuke en unieke ervaring die geen van ons snel zal vergeten. Maren Libbrecht 6ECWI

Op dinsdag 16 april te 12 uur verlieten we onze schoolbanken voor een aaneenschakeling van onvergetelijke ervaringen. Een snelle rit met de TGV bracht ons tot in Frankfurt. Eens daar aangekomen ondekten we ons prachtige hotel. Nadat we de stad hadden verkend, samen met een lekker hapje en een drankje, kropen we moe maar voldaan in bed, zeer benieuwd naar wat er ons de volgende dag allemaal te wachten stond. We vertrokken na het heerlijke ontbijt naar de ECB en we maakten kennis met de andere winnende teams uit de vers-

En Toch 45

En Toch juni 2013  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you