Page 1

GRONINGEN

foto hollandse hoogte

Ode aan het Noorden Dagjesmensen in Noordpolderzijl, met het kleinste open zeehaventje van Nederland

Wie aan Groningen denkt, ziet tegenwoordig aardbevingen en verzakte huizen voor zich. Maar het is ook het land van weidse luchten, oesters die voor het oprapen liggen, slingerweggetjes langs middeleeuwse kerkjes en geweldige kroegen. Is Groningen onze meest onderschatte provincie? door Bert Nijmeijer


60

andere woorden, iets weghaalden zonder er iets voor terug te geven) en vervolgens een systeem optuigden om van hun huis, haard en veiligheid beroofde Groningers af te poeieren. En dan gaat de FC ook al niet zo lekker, momenteel. Groningen verdient meer waardering. Het zou goed onze meest onderschatte provincie kunnen zijn. De twee buur­ provincies in wat volk dat twee uur ver­ derop woont ‘het hoge noorden’ noemt, zijn populairder. In Friesland wapperen de pompeblêden met gepaste trots langs door de pleziervaart overspoelde water­ wegen. Drenthe heeft bos, voor toeristen synoniem met natuur. Bezoekers van de Onlanden, een prachtig moerasgebied ten westen van de stad Groningen, komen soms verhaal halen bij de boswachter: waar is de natuur? Groningen is een liefhebberslandschap, zei Tweede Kamerlid William Moorlag – in een vorig leven als gedeputeerde. Misschien zie je het pas als je het doorhebt: het oudste cultuurland van NoordwestEuropa, waar mensen ver voordat er dijken waren op wierden (door mensen gebouwde heuvels) woonden. De middeleeuwse kerk­ jes – bijna elk gehucht heeft er een. Ze lig­ gen er achteloos, onbekend en onbemind. Slingerweggetjes volgen de loop van oude diepjes door dorpjes die, als ze in een an­ dere provincie hadden gelegen, een toeris­ tische attractie waren geweest. Moorlag noemde Tinallinge, een ge­ hucht bij het dorp Baflo. De wierde is van rond 500 v.Chr., de dorpsnaam komt uit de tiende eeuw. Het kerkje is van 1250. In Tinallinge, zei Moorlag, was de laatste honderd jaar niets meer veranderd. Ja,

Groningen heeft een ziel, vast, de Groningers ook, maar erover praten lijkt me aan die ziel wezensvreemd.

er was een brievenbus gekomen: eerst een rode, later een oranje. Het zal niet lang meer duren voordat PostNL de bus komt weghalen en de rust in Tinallinge wederkeert. Als niet-Groninger zag ze aanvankelijk niets in Groningen, schrijft columnist en dichteres Marjoleine de Vos op de website ‘De Verhalen van Groningen’. Pas na bij herhaling half aandachtig kijken begon ze schoonheid en zelfs poëzie te zien in steeds meer dingen. De beweging van de wind in verre zwarte bomenrijen: lager aan de uiteindes, waar de wind komt aanwaaien, hoger naar het midden, waar de bomen el­ kaar beschermen. “Het Noorden heeft van zichzelf niet meteen iets hartveroverends,” schrijft De Vos. Het hartveroveren gaat in kleine stapjes. We gaan op pad door de provincie, van Lauwerszee tot Dollard tou, van Drenthe tot aan ’t Wad, in onze ouwe, donkergroe­ ne Citroën C5, en met een vraag: waarom er dan niets boven Groningen gaat. (Er gaat in ieder geval niets boven de slogan, die al dertig jaar meegaat.) Op zoek naar wat er is om te koesteren, te ontdekken, van te hou­ den. Zoeken naar de ziel van Groningen, zou je zeggen, als het niet zo on-Gronings klonk. Groningen heeft een ziel, vast, de Groningers ook, maar erover praten lijkt me aan die ziel wezensvreemd. Met veel omhaal van woorden bel ik met Tonnus Oosterhoff. Zou hij, dichter en winnaar van de P.C. Hooft-prijs voor literatuur, wonend in Klein-Ulsda in het wilde oosten van de provincie, misschien iets kunnen én willen zeggen over wat er zo bijzonder is aan Stad en Ommeland, iets over de esthetiek, het wezen, ja, de poëzie ervan? “Nee.” Heerlijk, de directheid van de mensen hier. Op een zaterdag in oktober rijden we met het gezinnetje naar Lauwersoog en Eemshaven, over het Hogeland (NoordGroningen, door aangespoeld slib enige meters hoger dan de rest). Breede, Noordpolder, Valom. Groningen heeft de mooiste dorps- en gehuchtjesnamen. Altijd zichtbaar zijn de dijken: slaperdijken, bin­ nendijken, de zeedijk – recht, solide. Dat kon niet zonder kunstwerk blijven. Op het noordelijkste punt van het vasteland van Nederland staat De Hemelpoort, een twee­ ënhalve meter hoge zuilenpoort van staal. Een klein hemelpoortje, dat wegvalt tegen de grote open ruimte hier. Eemshaven is een leuke, gekke plek. Van ver wuiven de windturbines je tegemoet:

11/2018

foto hollandse hoogte

Er gaat wél iets boven Groningen: de he­ mel. Tenminste, dat zeggen ze, bij herha­ ling, op de vraag waarom er niets gaat boven Stad en Ommeland. De lucht. Dat de lucht boven het Groninger land zo mooi is, zo groot, hoog en weids. Wie alles per se negatief wil uitleggen, zegt dat de lucht er zo’n hoofdrol kan spelen omdat er op de grond zo weinig is. Dat is een misverstand, waarover later meer. In Polen heb je ook lucht, in Canada nog veel meer. Zelfs in Amsterdam is lucht, al moet je die met heel veel andere mensen delen. De acteur Marcel Hensema (Winschoten, 1970) verhuisde onlangs van binnenrings Amsterdam naar de rand van de stad, IJburg, waar hij uitkijkt over het IJmeer. Daar, staand voor een (denk ik) groot raam tot op de vloer, gaan de gedachten misschien naar het Groningse Hogeland en begint Ede Staal te zingen, inspiratiebron voor Hensema’s theater­ voorstellingen Mijn Ede, Mijn Tweede en Mijn Vrede. “Het is de lucht achter Oethoezen, het is het torentje van Spiek, het is de weg van Lains noar Klooster, en deur Westpolder langs de diek,” zingt de bard, op de tonen van Jacques Brels Mijn vlakke land. Het was de soundtrack van de film De Poolse bruid (1998). We herinneren ons Jaap Spijkers, in de weer met Groningse knoestigheden, Monic Hendrickx, maar toch vooral de hoofdrol van – en de ontroerende liefde voor – het even weerbarstige als weerloze Groninger land. Dat land heeft het te verduren. Niet ­zozeer van de wind en de regen – daar kan Groningen wel tegen – maar meer van ‘beeldvorming’ van onwetende lieden die denken dat de provincie het Siberië van het land is, en nóg meer van Shell, ExxonMobil en de Nederlandse staat, die Groningen van zijn bodemschatten beroofden (met

HP/DE TIJD

HP/DE TIJD

foto anp

E

GRONINGEN

Boven: Wolkenspel boven het weidse land

Onder: Wierdedorp Ezinge, met kerk op terp

11/2018

kom maar, hier gebeurt van alles, hier wordt gewerkt. Niet noodzakelijkerwijs door mensen trouwens: in de enorme energie-, data- (Google), opslag- en distri­ butiecomplexen hier is de mens een kleine schakel. Een smet op de postindustriële efficiëntie hier is de enkele jaren oude, wel vervuilende maar niet zo nodige kolencen­ trale van RWE. Eemshaven heeft sinds dit voorjaar het noordelijkste treinstation van het land. Vier of vijf keer per dag (in de winter in de tot de verbeelding sprekende frequentie van eenmaal daags) schuift er een vrolijk rood-wit treintje langs de dijk van en naar de boot naar het Duitse Waddeneiland Borkum. Op een doordeweekse ochtend in juli stond ik er – toen de boot, de trein en de mensen waren vertrokken – op de parkeerplaats tussen honderden voorna­ melijk Duitse auto’s, als enig mensenkind in de wijde omtrek. De zon scheen, de reuzenwieken van de windmolens trokken schaduwstrepen over de grond. Vandaag klimmen we de dijk over om een emmer te vullen met oesters en mos­ selen. Bij laag water vallen op verschillende plekken aan de Waddendijk oesterstrandjes droog. De Eemshaven is een prima oes­ terspot. Een paar kilometer naar het wes­ ten, boven Uithuizen, vind je kokkels op de drooggevallen zeebodem. Gooi een net uit in een ondiepe stroom voor schol, buk voor laag overkomende lepelaars en bergeenden

61


HP/DE TIJD

30.09.2018 T/M 03.02.2019

BEAUTY

Mohau Modisakeng, Ditaola XIV, 2014, THE EKARD COLLECTION

OF THE

en keer met de manden vol van wat de zee geeft terug aan vaste wal. Voel je weer mens, weer man. Open een paar verser-dan-verse oesters (ze leven bij opening) op de dijk. Een hap zeesnot, lekker. Spoel het weg met een biertje of witte wijn. Gronings geluk, voor het oprapen. Een plattelandsdroom van licht en wui­ vend graan bracht Mayke Zandstra, Gijs van Rhijn en hun twee zoontjes naar Maarhuizen, een gehucht even boven Winsum. Daar stond de Enne Jans Heerd, een enorme historische boerderij, beheerd door Staatsbosbeheer, te verpieteren op een wierde. De schimmel stond op de muren. De boer was gestopt met boeren en in het dorp gaan wonen, de boerderij was achtergebleven, onbeschermd tegen de tand des tijds. Gijs en Mayke bedachten op uitnodiging van Staatsbosbeheer, pro­ jectontwikkelaar Rizoem en architecten­ bureau Onix een plan voor de boerderij. De gemeente Winsum en de provincie Groningen werken graag mee. De boe­ renschuurdeuren gaan wijd open voor bezoekers, Winsumers en wandelaars – het Pieterpad loopt achterlangs – op zoek naar natuur, cultuur en versgeperst sap uit de appelboomgaard. Nu wonen ze op een Groningse heuvel op vele vierkante meters vloeroppervlak – ze weten niet eens precies hoeveel: acht­ honderd, twaalfhonderd? – waar ze bijna mee mogen doen wat ze willen. Tenminste, als de bank ook wil meewerken. Hier, in een keukenkamer in het tussenhuis, waar ze op een maandagochtend koffiedrinken, komt horeca. Elders onder het pannendak – monumentaal voorhuis, twee grote schu­ ren – is ruimte voor een bed and breakfast, workshops, ambachten en een theater. Gijs is kleinkunstenaar; hij won het Leids Cabaretfestival in 2011. Mayke gaat naar haar werk, een project dat ‘leefbaarheid’ in het aardbevingsgebied betreft. Gijs wandelt buiten over de wierde. Herfstzon en optimisme. Hier komt een terras, daar de theetuin. Daar huisjes mis­ schien, of joerts. Aan de oever van het diepje dat hier achterlangs loopt, leggen straks mensen uit de stad Groningen hun bootje aan om een plekje in de tuin te zoe­ ken, voor een hier gebrouwen Maarhuizer biertje, of om wat te zitten. Het plan is te mooi om niet te lukken, de plek te mooi om niet te delen, zegt Gijs tussen de appelbomen. Een boerenhof van Eden. “Het voelt alsof je hier steeds in het zonnetje staat.”

11/2018

GRONINGEN

Hemelsbreed tussen tien en twintig kilo­ meter naar het oosten liggen Huizinge, Westeremden en Loppersum, het gebied van de stille ramp, ‘de stille beving’ die met kleine schokken huizen en levens sloopt. De ramp is makkelijk te onderschatten. Thuis, op de bank in de stad, meenden we één keer wat te voelen. De bank golfde heel even; het huis had een halve seconde lang een instabiel momentje. Dat was het wat onze aardbevingsproblematiek betreft. Dus waar janken ze over, vijftien kilometer naar het noordoosten? In sommige dorpen heeft negentig procent van de huizen schade. Er is niet genoeg geld om wat kapotging weer te maken zoals het was. “In Loppersum zie je veel schoorsteentjes van bordkarton,” zegt Maartje ter Veen. Ook naar huizen waar je geen stutten ziet, worden brieven gestuurd: uw huis is onveilig. “Onzekerheid en on­ veiligheid zijn niet zichtbaar. Van jarenlang stress en leed gaan mensen eerder dood.” Ter Veen is architect, maar doet in feite werk zonder beroepsnaam. (“Ik maak din­ gen om mensen in beweging te krijgen.”) Ze vroeg zich, net als veel anderen, af na hoeveel sloop, nieuwbouw en prefabherstel Groningen zijn aangezicht zou ver­ liezen. Ze vroeg betrokkenen wat volgens hen het bewaren waard was, wat ‘typisch Gronings’ was. Ze noemden rode bakste­ nen, Ede Staal en poffert, rond Gronings cakebrood. Daar werd Ter Veen niet wijzer van. Ze bedacht een gereedschapskist met opdrachten (‘loop naar je favoriete plek in het dorp’), labeltjes en kartonnen doosjes voor te koesteren kostbaarheden. Mayke

In sommige dorpen heeft negentig procent van de huizen schade. Er is niet genoeg geld om wat kapotging weer te maken.

Zandstra uit Maarhuizen deed een koren­ halm in een doosje, een uilenveer, en vulde andere doosjes met gedachten, gevoel en andere dingen die je niet in doosjes kunt doen. Een landschap van liefhebbers, zei Moorlag. Hoe verder naar het oosten, hoe schaarser de liefhebbers. De Veenkoloniën, het Oldambt, steeds minder hartver­ overend wordt het. Lang geleden, al wel in bezit van een rijbewijs maar nog lang niet bij zinnen, reden we eens naar OostGroningen, uit een soort ramptoerisme. Lekker huiveren over de leegte en de afgelegenheid. Kijk: een authentieke OostGroninger! Snel terug naar de beschaving, ons dronken drinken. Klein-Ulsda anno nu. Vijf kilometer van de Duitse grens, dicht bij de wijde wereld. Behalve dichter Oosterhoff is hier Club Chantall gevestigd, en een bedrijfje-aanhuis in kippenzadels, dekjes voor op de kip­ penrug, tegen het pikken. Een buurgehucht heet Koudehoek. Beerta, Finsterwolde, het hart van voor­ malig communistisch Oost-Groningen. Armoe, denk je. Maar: blinkende, blakende villa’s. Tuinen om in te verdwalen, boer­ derijen zo groot als je ze nog nooit zag. De Reiderwolderpolder. De Great Plains, denk je, als Kerouac in Nebraska. Verderop lig­ gen Modderland, Ganzedijk, Hongerige Wolf. In Oostwold staat een boerenpaleis te koop. Check Funda voor de verrassende vraagprijs. De Nieuwlandseweg tussen Midwolda en Nieuwolda. Zeven kilometer niets. Bijna niets. Jammer van die paar boerenbedrij­ ven. Aan de Nieuwolda-kant woont oudvoetballer, schrijver en tv-persoonlijkheid Jan Mulder. Hij kijkt uit over vlakke ak­ kers en bomenrijen aan de horizon, zeven kilometer verder. Achter het huis komt de horizon in de vorm van windmolens steeds dichterbij, iets waar Mulder begrijpelijker­ wijs op tegen is. Kopaf, Overtocht, Lalleweer. Losdorp, Godlinze, waar de familie van Brrruno Santanééraa (uitvinder van de naar eigen zeggen geneeskrachtige BioStabil-ketting) regeert. Zeerijp, Westeremden, waar Henk Helmantel in een huis van kloostermoppen het licht van God op de dingen schildert. In Toornwerd schoffelt Marjoleine de Vos haar achtertuin. In Westernieland werd, in de oorlog, Freek de Jonge geboren, die vo­ rige maand met zijn vrouw Hella te bezich­ tigen was in het Groninger Museum. In Hornhuizen in De Marne, in ‘het niets dat boven Groningen gaat’, heeft het vroe­ gere dorpscafé een nieuw leven gekregen

63


GRONINGEN

onder de naam Wongema, een ‘werkplek, dorpscafé, pension, podium, productiehuis’ en meer. (“Wongema is veel. In Wongema kan bijna alles.”) Een bruggenhoofd voor de MacBook-community, aan het einde van de wereld. Initiatiefnemer, naamgever, grafisch ontwerper en docent aan de Rietveld Academie Erik Wong eet net een appel als hij de telefoon opneemt, of misschien een aardappel. Begin oktober is in Wongema het grote Aardappelfeest. Wong signaleert een voorzichtige trek van mensen uit de Randstad, creatieven, pioniers, naar de dorpjes onder de Groningse Waddendijk, naar Hornhuizen. “Dat heeft met Wongema te maken. Wij zijn een landings­ plaats, een kennismaking met dit gekke gebied.”

HP/DE TIJD

(‘kijk, daar gaat een eekhoorntje!’). Vooral door een uitgesproken en daadkrachtig links stadsbestuur in de jaren zeventig – met naast (destijds) wethouder Wallage de wethouders Max van den Berg en Ypke Gietema – werden veel problemen tegelijk aangepakt, waardoor het er nu nog steeds relatief kleinschalig, autoluw en groen is. Het relatieve isolement van Groningen heeft goed uitgepakt, zegt Wallage. “We zijn op eigen kracht groot geworden. Niemand heeft ons ooit iets cadeau ge­ daan.” Gelukkig waren er steeds Stadjers die deden wat Groningen zelf moest doen. Zo heeft de stad de op een na oudste uni­ versiteit van het land, uit 1614, na Leiden, maar voor Amsterdam of Utrecht. De keerzijde, zegt Wallage, is dat de Groningers zó van hun stad houden dat het soms een rem vormt op vernieuwing. “Van: het is ja mooi hier.” De bouw van het nieu­ we Groninger Museum, een gebouw als een omgevallen speelgoeddoos, stuitte op hevig verzet, zoals nu de bouw van het Groninger Forum, een nieuwe culturele stadshuiska­ mer. Vernieuwing van de noordwand van de Grote Markt en de komst van een tram werden tegengehouden met een beroep op de onderbuik: de Martinitoren valt om, de tram rijdt iedereen plat. Groningen is een stad van bussen (Gronings: buzzen), die traag en lomp de stad doorploegen, schreef Martin Bril al. Door wat in wezen conservatisme is, blijft Groningen nog zeker een halve eeuw een stad van buzzen. “Een diepe frustratie,” zegt Wallage. “Als je in Bremen de tram over de markt ziet rijden, zo mooi. De stad wil niet altijd mee. Het station, van 1895, kwam er alleen omdat een paar

In de stad Groningen (in de provincie simpelweg ‘Stad’ genoemd en daarmee de enige Nederlandse stad die zonder plaats­ naam toe kan) hoor je, gelukkig, steeds meer Engels, Duits, Spaans en Italiaans, en tijdens muziekfestival Eurosonic in januari ook Bulgaars, Fins en Armeens. Dan mo­ gen we ons een paar dagen een klein brui­ send wereldstadje wanen. De stad wordt, ook gelukkig, inter­ nationaler en diverser. Er wonen men­ sen met wortels in Noord-Afrika, het Midden-Oosten, Rusland en China. Maar, anders dan elders, is niet één groep zo dominant dat het karakter van de stad erdoor is veranderd. Of het moeten de ruim zestigduizend studenten zijn, zonder wie Groningen, met alle respect (echt), een soort Zwolle zou zijn, of Apeldoorn. Opnieuw: gelukkig maar. Alleen maar autochtonen, dat wil je niet. Stel je Amsterdam voor met alleen ‘authentieke’ Jordanezen. Een bulderlachende hel. Nog een paar wapenfeitjes, recent opge­ tekend door de gezaghebbende Britse krant The Independent. Groningen is met een gemiddelde leeftijd van 36 de jongste stad van het land. Nergens (ter wereld?) wordt er zoveel gefietst: zestig procent van alle ‘verplaatsingen’ in de stad zijn per fiets. De stad is zo groot dat alles er is, en zo klein dat je overal naartoe kunt fietsen. Je fietst er ook zo uit, in vier windrichtingen vier compleet andere landschappen in. Doen, zegt The Independent: de Prinsentuin, de Martinitoren, het Noorderplantsoen. “Groningen is groot genoeg voor grote­ Jacques Wallage, voormalig stadsproblemen, en klein genoeg om ze op burgemeester Groningen te lossen,” zo varieert oud-burgemeester Jacques Wallage op het voorgaande, in zijn lommerrijke achtertuin in de villabuurt

‘Groningen is groot genoeg voor grotestadsproblemen, en klein genoeg om ze op te lossen.’

64

ondernemers de handen ineensloegen. Het Groninger Museum idem dito, de Stadsschouwburg ook.” Vlak bij Wallage, aan de Verlengde Hereweg, bouwt Arjen Robben een groot huis. De voetballer keert straks, na een car­ rière die langs Eindhoven, Londen, Madrid en München voerde, terug in Groningen. Bovengemiddeld getalenteerde, ambitieuze Groningers worden op een dag te groot voor de stad. “Als je doorgroeit, moet je een keer weg,” zegt Wallage. “Dan moet je het ook een aantal jaar in de Randstad pro­ beren. Maar het mooiste is om na een tijd elders weer terug te komen.” Aan het einde van weer een lange werk­ dag is het heerlijk om nog even de kroeg in te gaan. Groningen heeft veel cafés. In de meeste heb je als dertigplusser niets te zoeken. Gelukkig komen er steeds meer uitzonderingen op de leutig-lawaaiige re­ gel. Je had en hebt De Wolthoorn, Mulder, de Sleutel, Huis de Beurs, Barrel Wijn en Brouwerij Martinus. En je kunt altijd naar Vera, tempel voor de international pop underground aan de Oosterstraat. Vera is een heerlijke eeuwig-jonge­ renbunker waar je met dezelfde mensen als twintig of dertig jaar geleden van underground-muziek staat te genieten, in aanhoudend verzet tegen de bovengrondse muziek. Daar danst de juf van je kinderen, daar staat je tandarts, en hé, gezellig: een teamgenoot van je tennisteam. We komen hier nog als we vijftig of zestig zijn. Healthy ageing. De artiesten age-en met ons mee. Vanavond spelen The Posies, die hier ook al speelden in 1996. Na afloop fiets ik naar huis, door een op dit doordeweekse uur nog levendig Groningen. Het wordt steeds drukker in de stad, of verbeeld ik me dat nou? Ik bedenk dat ik het in een lange tekst over Groningen niet heb ge­ had over Garnwerd, het Reitdiep, Ezinge, Warfhuizen, Aduarderzijl, de borgen, de A-kerk, Onderdendam, Meindert Talma, Louis Stiller en zijn nieuwe boek Gasland en het Hoge der A (onder veel meer). Dat kan eigenlijk niet. Op kerstavond speelt Marcel Hensema Mijn vrede in MartiniPlaza, een grote hal. In januari beginnen de opnames van het derde seizoen van de televisieserie Hollands Hoop, waarin hij een van de hoofdrollen speelt. De boerderij uit de serie staat (op instorten) in Overschild. Tot de kerst heeft Hensema het uitzicht vanuit zijn huis in IJburg. Daar Durgerdam, daar Almere. Ertussen het Markermeer. Erachter, een kleine tweehonderd kilometer naar het noordoosten, ligt Groningen.

11/2018

Artikel Ode aan het Noorden - HP/De Tijd  
Artikel Ode aan het Noorden - HP/De Tijd  
Advertisement