Issuu on Google+

energymag the energy manager magazine

Tweemaandelijks nieuwsmagazine | Nederlandstalige uitgave | augustus - september - oktober 2007 | nr 7 | www.energymag.be

6,50 €

COVERSTORY

België heeft de eerste fabriek ter wereld zonder uitstoot Patrick Collignon, CEO van Volvo Europa Truck, mag tevreden zijn: de Gentse vestiging is het eerste CO2-vrije automobielbedrijf ter wereld MARKET

Emissies Vlaanderen en Wallonië stomen gelijkop, richting Kyoto Energiemarkt Aardgas is troef

MANAGEMENT

Meting & energiebeheer En als u nu eens overschakelde op een privaat distributienet? Word PNB!

DOSSIER LIBERALISERING

Derde richtlijn En nu ruimte voor concurrentie! En voor regulering!

Vooruitzichten De fusie tussen Suez en GdF hertekent het Belgische energielandschap

Unbundling or not? Brussel is voor de splitsing

EFFICIENCY

Industriële koeling Zelfs bij de beste koelinstallaties kan het vaak beter!

TECHNOLOGY

Afgiftekantoor: Brussel X

Extra-isolerend glas Energiebesparing via het raam

RENEWABLE

Aardwarmte Binnenkort 45MW thermisch vermogen in de streek van Bergen-Borinage?

01 cover N7 nl.indd 1

8/10/07 16:34:35


— Nieuw : de SEAT Ibiza Ecomotive met slechts 99 g/km CO2-uitstoot —

25% minder CO2-uitstoot • 90% fiscaal aftrekbaar • 0% minder rijplezier Er wordt veel over de opwarming van de aarde gepraat. Met de SEAT Ibiza Ecomotive doét SEAT er wat aan. Veel minder CO2-uitstoot maar evenveel rijplezier. Da’s de 1.4 TDI motor met 80 pk en een gemiddeld verbruik van maar 3,8 liter. En met slechts 99 g/km CO2–uitstoot wordt uw firma er ook alleen maar beter van, want hij is voor 90% fiscaal aftrekbaar. Kortom, een gezonde zaak voor het milieu én voor de naam van uw bedrijf.

De nieuwe SEAT Ibiza seat.be/milieu

: 99 g/km CO2 * Gemiddeld verbruik : 3,8l/100 km. Gemiddelde CO2-uitstoot : 99 g/km. Niet contractuele foto.

Milieuinformatie (KB 19/03/2004)

SEAT_0786_Energymag.indd 2

10/09/07 9:37:02


energymag the energy manager magazine

Tweemaandelijks nieuwsmagazine

| Nederlandstalige uitgave

| augustus - september - oktober

2007 | nr 7 | www.energymag

.be

6,50 €

COVERSTORY

België heeft de eerste fabriek ter wereld zonder uitstoot

Energymag, the energy manager magazine

MARKET

Emissies Vlaanderen en Wallonië stomen gelijkop, richting Kyoto Energiemarkt Aardgas is troef

MANAGEMENT

Meting & energiebeheer

En als u nu eens overschakelde op een privaat distributienet? Word PNB!

DOSSIER LIBERALISERING

Derde richtlijn

En nu ruimte voor concurrentie! En voor regulering!

Vooruitzichten De fusie tussen Suez en GdF hertekent het Belgische energielandschap

Unbundling or not?

Brussel is voor de splitsing

EFFICIENCY

Industriële koeling

Zelfs bij de beste koelinstallaties kan het vaak beter!

TECHNOLOGY

Extra-isolerend glas

Afgiftekantoor: Brussel X

In Site pvba J. Coosemansstraat 107 B-1030 BRUSSEL Tel: +32 (0)2 737 91 19 Fax: +32 (0)2 735 30 97 Zaakvoerder: Jean-François MARCHAND

évooraf

Patrick Collignon, CEO van Volvo Europa Truck, mag tevreden zijn: de Gentse vestiging is het eerste CO -vrije automobiel 2 bedrijf ter wereld

Energiebesparing via het

raam

RENEWABLE

Aardwarmte Binnenkort 45MW thermisch vermogen in de streek van Bergen-Borinage?

01 cover N7 nl.indd 1

8/10/07 16:34:35

REDACTIE Energymag Coosemansstraat 107 1030 Brussel E-mail: redaction@energymag.be Tel: +32 (0)2 737.91.19 Fax: +32 (0)2 735 30 97

Hoofdredacteur: Jean-François MARCHAND (jfmarchand@ energymag.be) Redactiesecretaris: Jean HINS (jhins@energymag.be) Journalisten en medewerkers: Jean CECH, Ismaël DAOUD, Johan DEBIÈRE, Els JONCKHEERE, C. SCWEIZER, Alfons VANBERGEN, Peter VANSINA, Laurent van STEENSTEL, Koen VERVREMD, François VILLERS. Stuur uw perscommuniqués naar redaction@energymag.be

PRODUCTIE Verantwoordelijke: Jean HINS (jhins@energymag.be) Lay-out: Florence DEMOLIN (fdemolin@energymag.be) Fotogravure: Lithotec Drukker: Kliemo

RECLAMEREGIE Verantwoordelijke: Pascale Bataille Media Selling Place pascale@mediaselling.be Tél. +32 (0)2 241 55 55 Fax +32 (0)2 241 55 33

ABONNEMENTEN (1 jaar = 6 nummers) Contactpersoon: Jean HINS (abonnements@energymag.be) Een abonnement kan op elk ogenblik starten. Geef uw naam en adres op aan de dienst abonnementen of download ons abonnementsformulier op www.energymag.be/abonnement. html. Abonnementen in België: 33 € Abonnementen in het buitenland: 58 € (EU) Betaling per overschrijving op nr. 310-1223352-74 Om u te abonneren, een adreswijziging door te geven of elk probleem in verband met het abonnement abonnements@energymag.be Tel +32 (0)2 737 91 11 Fax +32 (0)2 735 30 97 Verspreiding per abonnement en doelgerichte mailing. 20.000 ex - een Nederlandstalige uitgave + een Franstalige uitgave. Er bestaat ook een Franstalige uitgave. Gelieve ons te verwittigen als u liever de Franstalige editie ontvangt. Verantwoordelijke uitgever: Jean-François MARCHAND, Coosemansstraat 107, B-1030 BRUSSEL Foto cover: Patrick Collignon, CEO, Volvo Europa Truck Foto: Laurent Van Steenstel

lishing communication & pub

Innovatie, de motor van morgen U heeft vast al gehoord van de «Princess Elisabeth». Dit is het eerste onderzoeksstation ter wereld, van Belgische makelij, dat volledig zal functioneren op basis van duurzame energie, en dan nog wel in de extreme omstandigheden van de Zuidpool. Maar wat u nog niet wist, is dat ook de eerste fabriek zonder koolstofuitstoot een Belgische wereldpremière is. Volvo Europa Truck in Gent, want daarover gaat het, zal de eerste fabriek ter wereld zijn die zelf energie opwekt en verbruikt, maar dan zonder koolstof uit te stoten. Het meest verbazingwekkende is dat de installaties die deze krachttoer mogelijk maken eveneens uit ons land afkomstig zijn. Uiteraard draagt ook Electrabel haar steentje bij. Deze twee voorbeelden tonen toch één ding aan. Men mag van ons Belgen denken wat men wil, maar als er één land is waar geïnnoveerd wordt, dan is het toch wel België zeker. En innovaties zijn de motor van de vooruitgang. Dit is trouwens de teneur van de boodschap die Innova Energy wil uitdragen. We moeten het energievraagstuk en de klimaatverandering bekijken vanuit het oogpunt van innovatie maar dan in een ruime context: technologisch, organisatorisch en financieel. Dit kan allemaal op Innova Energy. De grootste fabrikanten van uitrustingen, specialisten en energiedienstenbedrijven komen hier naartoe. Deze internationale beurs, waaraan we dit keer onze naam verbonden hebben, wordt een ontmoetingsruimte voor Europese universiteiten en onderzoekers die zich bezighouden met technologische innovaties waarbij de energiethematiek volop in de schijnwerpers staat. Twee dagen lang worden er Industry & Buildings symposia en workshops gehouden. Voor ons Energy Industry Forum 2007 en Energy Buildings Forum 2007 brachten wij meer dan 60 Belgische en buitenlandse topsprekers uit het topmanagement op de been. Aan de hand van velerlei casestudies zullen zij alle onderwerpen aansnijden die vandaag een grote uitdaging zijn: zelf energie op een industriële of een tertiaire site produceren, energie aankopen tegen de scherpste prijs en met het minste risico, energiebesparingen realiseren, performante gebouwen ontwerpen, energiebesparende investeringen financieren of installaties waarmee groene energie kan worden opgewekt, een performant energiemanagement op poten zetten… Een van de sprekers is Marc Seghers, verantwoordelijk voor het project van Volvo Europa Truck. Iemand van wie u heel wat kunt opsteken. Heel wat andere sprekers, zowel uit de industrie als uit de bouw, komen hun ervaring delen en uitleggen hoe u een en ander het beste aanpakt. Weet u wat? We doen er het programma even bij. Dan kunt u alvast een keuze maken. Natuurlijk hopen wij op een grote opkomst.

in s it e

Alle teksten zijn auteursrechterlijk beschermd. Alle advertenties vallen onder de verantwoordelijkheid van de auteurs ervan. Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd en/of gepubliceerd door middel van druk, fotokopie, microfilm, magnetische dragers, zonder de voorafgaande toestemming van de uitgever.

Jean-François Marchand nr7 energymag | 3

03 Edito N7 nl.indd 3

8/10/07 16:43:44


> DOSSIER LIBERALISERING RUIMTE VOOR CONCURRENTIE EN REGULERING!

Je eigen energieleverancier kunnen kiezen en meeprofiteren van scherpe energieprijzen… De vrijgemaakte energiemarkt moest ons heel wat voordelen opleveren maar daar is tot nog toe bitter weinig van in huis gekomen. De derde Europese richtlijn moet ervoor zorgen dat al deze beloftes nu hard worden gemaakt. Een open en eerlijke interne energiemarkt is voor de EU van essentieel belang om mondiaal concurrerend te blijven.

INHOUD

> 24 Een privaat distributienet? Interessant voor grote tertiaire sites.

MARKET

EFFICIENCY

6 COVERSTORY

36 INDUSTRY

Volvo Europa Truck: de eerste fabriek zonder uitstoot ter wereld! En zij staat in België!

Energiebesparing zit soms in details: zelfs bij de beste koelinstallaties kan het vaak beter!

12 NEWS

TECHNOLOGY

Focus: Vlaanderen en Wallonië stomen gelijkop, richting Kyoto

43 BUILDINGS

Aardgas is troef

Extra-isolerend glas: energiebesparing via het raam Zonnefolie met lage emissie: even performant als extra-isolerend!

MANAGEMENT

RENEWABLE

24 BUILDINGS

46 GEOTHERMY

Meting & Energiebeheer: en als u nu eens overschakelde op een privaat distributienet? Word PNB!

Verwarmingsnet: binnenkort 45MW thermisch vermogen in de streek van Bergen-Borinage?

15 TRENDS 20 FOCUS

26 DOSSIER LIBERALISERING > Derde richtlijn En nu ruimte voor concurrentie. En voor regulering! > Vooruitzichten De fusie tussen Suez en Gaz de France hertekent het Belgische energielandschap > Unbundling or not? Brussel is voor de splitsing

> 36 Energiebesparing zit soms in details. Zelfs bij de beste koelinstallaties kan het vaak beter!

> 6 Volvo Europa Truck NV in Gent is de eerste fabriek ter wereld, die helemaal geen koolstof meer uitstoot.

> 44 Extra-isolerend glas isoleert drie keer beter dan traditioneel dubbel glas.

nr7 energymag | 5

05 Sommaire N7 nl.indd 5

9/10/07 11:07:05


MARKET | COVERSTORY

Volvo Europa Truck

De eerste fabriek zonder uitstoot ter wereld... En zij staat in België! In samenwerking met Electrabel verwezenlijkte Volvo Europa Truck NV uit Gent het ecologisch ondenkbare: produceren zonder enige CO2-uitstoot. Met deze wereldprimeur in de automobielsector bewijst de vrachtwagenconstructeur niet alleen dat industriële activiteit ook zonder luchtvervuiling kan, maar tevens dat investeren in groene energie rendabel is… De Zweedse groep Volvo AB produceert bussen, bulldozers, scheeps- en vliegtuigmotoren, etc., maar is vooral om haar vrachtwagens bekend. Zo heeft Volvo Trucks wereldwijd zeventien productiefabrieken voor vrachtwagens, waarvan één in Gent. In de hele groep wordt een sterk accent op kwaliteit, veiligheid en… milieu gelegd. “Zorg voor het milieu is prominent op alle niveaus van onze fabriek aanwezig”, vertelt Marc Seghers, Manager Infrastructuur, Diensten en Milieu bij Volvo Europa Truck. “Sinds enkele jaren concentreren we onze inspanningen op drie vlakken: de reductie van het totale energieverbruik, het verlagen van de CO2-uitstoot en het bannen van stookolie voor verwarming. Zo installeerden we grote doorzichtige polycarbonaatpanelen in de daken van onze fabriek om meer daglicht binnen te laten. Tevens pasten we de verlichting van onze assemblagelijn aan: die wordt nu in functie van de lichtintensiteit afgeregeld”. Een ambitieus plan Hoewel de productie van voertuigen en milieuzorg op het eerste zicht onverenigbaar lijken, bewijst de Volvo Group dus dat het wél kan. Geregeld lanceert het management uitdagingen om de milieu-impact van de activiteiten of voertuigen te verminderen. Marc Seg-

hers vertelt: “Zo kregen we in 2004 de vraag om na te gaan op welke manier we de CO2-uitstoot in de fabrieken zouden kunnen terugdringen. Want tot nu toe was dit toch een vrij groot probleem op milieuvlak: jaarlijks genereert alleen al de fabriek in Gent meer dan 11.000 ton CO2, wat met de uitstoot van 7.500 huishoudens overeenkomt. In eerste instantie werd een vermindering van vijftig procent voorop gesteld. Maar een analyse wees uit dat er in de Europese vestigingen misschien wel een hon-

derd procent reductie mogelijk was. De productiefaciliteit in het Zweedse Tüve werd naar voor geschoven om dit ambitieuze plan in realiteit om te zetten. Maar uiteindelijk was het Volvo Europa Truck NV die als eerste het antwoord op dit, tot nu toe onbeantwoord, vraagstuk vond”. Volledig groene elektriciteit Dat Volvo Europa Truck NV deze wereldprimeur op haar naam kan schrijven, is het gevolg van een inten-

6 | energymag nr7

06-23 MARKET nl.indd 6

9/10/07 10:48:01


sief partnership met Electrabel. Marc Seghers legt uit: “Het leek me evident om mijn zoektocht naar een oplossing bij deze firma te starten, gezien zij al sinds 1975 onze vaste energieleverancier is. En Electrabel had meteen oor voor onze plannen. Zo komt het dat we eind 2004 aan het brainstormen zijn geslagen”. “Op vlak van elektriciteit lag de oplossing voor de hand”, vervolgt Hendrik Van Asbroeck, Key Account Manager bij Electrabel. “Want de omschakeling naar gecertificeerde groene energie valt gemakkelijk te realiseren. Niettemin wilde Volvo Europa Truck NV een stap verder gaan en groene elektriciteit op haar productiesite opwekken. Vandaar dat we uiteindelijk hebben voorgesteld om daar drie windturbines met elk een vermogen van 2 MW te bouwen. Eerlijk gezegd was dat voor ons ook een rendabel alternatief. Het is altijd een voordeel om groene energie op de plaats van verbruik te produceren: er zijn immers quasi geen kosten voor het transport van de elektriciteit. Er was echter maar plaats voor drie windturbines, en de productie bleek onvoldoende om de volledige behoefte van Volvo Europa Truck NV in te vullen. Vandaar dat de vrachtwagenconstructeur toezegde nog vijftig procent gecertificeerde hernieuwbare energie, AlpEnergie, bij te zullen kopen. Deze is afkomstig uit de elektriciteitscentrales van CNR, een Electrabel-dochter die negentien waterkrachtcentrales op de Rhône exploiteert”. Verwarming: een ander paar mouwen… Maar daarmee was het vraagstuk verre van opgelost. Er moest immers nog een ecologisch alternatief voor de grote en directe bron van CO2-uitstoot worden gevonden: de verwarming. Hendrik Van Asbroeck: “Ook hier lag de oplossing voor de hand: biomassa. In eerste instantie dachten we aan warmteopwekking via een elektriciteitscentrale die we zouden ombouwen om met biomassa te werken, een techniek die we intussen al goed onder de knie hebben. Dit bleek echter geen energie-efficiënte oplossing te zijn, gezien in dit geval warm water van onze centrale in Rodenhuizen naar

de site van Volvo Europa Truck NV moest worden getransporteerd. Dit is vijf kilometer: een afstand die enorm veel verlies zou genereren. De enige echte optie bestond erin biomassa op de site van de vrachtwagenconstructeur zelf te introduceren. Daar hadden we geen enkele ervaring mee. Daarom hebben wij dit project stap voor stap, met vallen en opstaan, uitgewerkt. In een eerste fase maakten we een diepgaande analyse van het gasverbruik bij Volvo Europa Truck NV. Uit de resultaten bleek dat er in de winter gemiddeld drie keer meer dan in de zomer wordt verstookt. Dit betekent dat het gros van het verbruik puur voor verwarming is bestemd. Indien we dit met biomassa wilden opvangen, hadden we een immens groot ketelhuis moeten bouwen dat meer dan de helft van het jaar onder zijn capaciteit zou draaien. Vandaar dat we er uiteindelijk voor kozen om met de nieuwe biomassa-installatie enkel de basis warmtelast van 5 Mw te leveren en de pieklast van 11 Mw met het bestaande ketelhuis op te vangen. Om toch tot een reductie van honderd procent op vlak van CO2-uitstoot te komen, werden de branders omgebouwd om met biomassa te kunnen functioneren. En precies dit is de langste fase van het hele project geweest. Want het was een echt titanenwerk om een firma te vinden die deze huzarenklus kon klaren. Uiteindelijk heeft EMK-Callens het project tot een goed einde gebracht. Deze Belgische onderneming koppelde twee nieuwe branders van het Duitse Saake aan de originele gasketel. Verder werden ook de vroegere stookoliereservoirs aangepast om de bio-oliën op te slaan”. Qua biomassa diende noodgedwongen voor bio-olie te worden gekozen, gezien de bestaande installatie was ontworpen om met liquide (stookolie) of gasvormige (aardgas) brandstoffen te functioneren. Het vinden van een plantaardig alternatief bleek ook al geen evidentie te zijn. Marc Seghers legt uit: “De plantaardige olie moest qua samenstelling en aard dicht in de buurt van lichte fuel komen. Anders kregen we problemen op vlak van transport: types die gemakkelijk stollen, zouden immers de leidingen verstoppen. Na een gron-

© C. Scweizer

COVERSTORY | MARKET

dige analyse opteerden we voor een blend afkomstig uit de nevenstromen van de productie van boter, olie, frietvet, margarines, etc.”. Ketelhuis van de Toekomst In het nieuwe stookhuis kozen Electrabel en Volvo Europa Truck NV voor houtpellets als biomassa. “Het rooster van de verbrandingsketel is echter op een zodanige wijze gedimensioneerd dat het andere soorten vaste biomassa zoals houtschors, vlasleempellets, olijfpitten, etc. aankan. Want de industriële toepassing van deze techniek is nog zo jong dat het onmogelijk is om te voorspellen wat binnen vijf jaar de meest rendabele, efficiënte en beschikbare brandstof zal zijn”, vertelt Marc Seghers. “Hierbij wil ik graag nog vermelden dat de installatie door Vyncke uit Harelbeke werd geleverd. Hoewel we leveranciers van over de hele wereld hebben gecontacteerd, bleek dit Belgische bedrijf de beste technologie en kennis in huis te hebben”! “Omdat we met dit project een echte nieuwe trend willen zetten, besloten we van het nieuwe ketelhuis een demonstratie-unit te maken”, vervolgt Hendrik Van Asbroeck. “Vandaar dat er ook grote aandacht aan het architectu-

“Samen hebben we meer dan tien miljoen euro in dit project geïnvesteerd: een som die sneller zal zijn terugverdiend dan aanvankelijk was aangenomen”.

Wie is Volvo Europa Truck NV? Het Gentse Volvo Europa Truck NV produceert jaarlijks meer dan 40.000 vrachtwagens (één derde van wat Volvo Trucks op de markt brengt). In 2006 stelde de firma bijna 2.000 personen tewerk, die een omzetcijfer van 2.120,6 miljoen euro realiseerden. nr7 energymag | 7

06-23 MARKET nl.indd 7

9/10/07 10:48:34


MARKET | COVERSTORY

© C. Scweizer

rale aspect werd besteed. In combinatie met het ecologische gedachtegoed resulteerde dit in een futuristisch gebouw uit beton, hout, aluminium en talrijke glaspartijen, met een erg gemakkelijk aanpasbare structuur. Bovendien hebben we het volledige dak, zo’n 250 m2, van het Ketelhuis van de Toekomst zoals we dit gebouw graag noemen met zonnecellen uitgerust. Hoewel dit oorspronkelijk niet in het project was voorzien, maakte deze keuze het plaatje compleet. Dankzij de 150 zonnepanelen met elk een vermogen van 200 watt kunnen we nu meer dan de helft van de elektriciteitsbehoefte van het nieuwe ketelhuis op een ecologisch verantwoorde én kostenefficiënte manier dekken”.

Ook vrachtwagens op hernieuwbare bio-fuel In augustus laatstleden kondigde de Volvo Group aan dat het zeven demotrucks heeft gebouwd die elk op een verschillende soort hernieuwbare bio-brandstof rijden en dus geen CO2 uitstoten. Met deze vrachtwagens (allemaal van het FM-type) wil de Volvo Group de mogelijkheden van CO2-vrij transport benadrukken en tonen dat ze klaar is om deze technologie in de praktijk om te zetten.

8 | energymag nr7

06-23 MARKET nl.indd 8

Duurzaam op drie vlakken De rode draad doorheen dit ambitieuze project was ‘duurzaamheid’. Niet alleen moest het om een ecologische (‘geloofwaardig groene’) oplossing gaan. Ook diende deze voor de nabije omgeving aanvaardbaar te zijn. Marc Seghers: “Daarom is alles in nauw overleg met de omwonenden en werknemers gebeurd. Door een regelmatige en efficiënte communicatie te voeren, hebben we eigenlijk erg weinig klachten gekregen. Er was zelfs geen enkel bezwaar tegen de vergunningsaanvragen”! Derde punt in de duurzaamheidgedachte was dat het project economisch rendabel voor beide partijen diende te zijn. Hendrik Van Asbroeck legt uit: “Het is bijvoorbeeld in dit opzicht dat we de bestaande stookinstallatie hebben behouden in plaats van ze door een nieuwe te vervangen. Want de kost daarvoor was gewoonweg economisch niet rendabel”. Uiteindelijk hebben Volvo Europa Truck NV en Electrabel samen meer dan tien miljoen euro geïnvesteerd: een som die sneller terugverdiend zal zijn dan aanvankelijk was aangenomen. Vooral de vrachtwagenconstructeur wrijft in zijn handen, want het ziet ernaar uit dat zijn terugverdientijd zelfs minder dan een jaar zal bedragen! Marc Seghers verduidelijkt: “Dat heeft alles te maken met het feit dat we met Electrabel een afnamecontract voor elektriciteit en biomassa voor twintig jaar hebben afgesloten. Hierbij hebben wij een vaste prijs afgesproken, exclusief inflatie, voor de hele periode. En gezien dit begin 2006 gebeurde, dus net voor de

sterke stijging van de olieprijzen, is onze terugverdientijd vier à vijf keer korter dan we hadden voorzien”. Ook Hendrik Van Asbroeck is erg enthousiast: “Puur in centen uitgedrukt, valt de terugverdientijd voor Electrabel wat minder positief uit dan voor Volvo Europa Truck NV. Toch voldoet dit project financieel aan alle minimumcriteria die binnen ons bedrijf voor een dergelijke investering gelden. Bovendien is het een wereldprimeur waarmee we overal kunnen uitpakken. Daarnaast zijn we weer een stuk verder in het realiseren van ons engagement om een groot aantal groene energieprojecten op te starten. In dit kader is het voor ons bijvoorbeeld erg interessant om windturbines op de site van een klant te kunnen plaatsen. Op die manier bekomen we immers bijkomende locaties én besparen we ook nog op transportkosten. Tot slot was het project economisch haalbaar dankzij de investeringssubsidies en financiële tegemoetkoming voor groenestroomcertificaten. Nu

© C. Scweizer

9/10/07 10:48:51


COVERSTORY | MARKET

we de balans kunnen opmaken, is het duidelijk dat we onze duurzaamheidsdoelen voor de volle honderd procent hebben gerealiseerd”! Het goede voorbeeld De enige vraag die nog rest, is hoe Volvo Europa Truck NV op een eventuele groei (en dus toenemende energievraag) zal inspelen. Op vlak van elektriciteit kan er natuurlijk altijd meer gecertificeerde groene stroom bij Electrabel worden aangekocht. Het punt is, de stookinstallaties op biomassa zijn vandaag enkel op het huidige verbruik ingesteld. Marc Seghers: “In de eerste plaats is het onze intentie om verder op energie te besparen, onder meer door de toepassing van een subtieler energiebeheersysteem en het meten/opvolgen van decentrale verbruiken. Mocht dit onvoldoende zijn om de groei op te vangen, dan kunnen we nog altijd

decentraal warmte door middel van warmtepompen of bioWWK produceren”. Intussen zijn ook de fabrieken van Tüve en Umea in Zweden volop bezig met de overschakeling naar een productie zonder netto CO2-uitstoot (streefdatum is eind 2008). Daarnaast is het de bedoeling dat de andere vestigingen binnen de Volvo Group eveneens het voorbeeld van België (al dan niet volledig) volgen. Marc Seghers: “Hierbij is het echter niet de bedoeling dat alle locaties onze technieken en installaties volledig zullen overnemen. Want alles hangt van de lokale situatie af. Zo staat de fabriek van Tüve bijvoorbeeld vlak bij een biomassacentrale. In dit geval is het efficiënter om daarvan warmte af te nemen dan een eigen ketelhuis met biomassa te bouwen. Maar natuurlijk willen we graag onze kennis en ervaring delen, zelfs met de concurrentie. Want iedereen weet dat het op milieuvlak vijf

voor twaalf is. Volvo Europa Truck NV heeft nu bewezen dat een CO2loze productie geen science fiction is en we willen niet liever dat iedere fabriek, in welke sector dan ook, ons voorbeeld volgt”!

© C. Scweizer

p Els Jonckheere

nr7 energymag | 9

06-23 MARKET nl.indd 9

9/10/07 10:50:03


Peter van Jongeren, 45 jaar. Chief Operating Officer, Texflow.

Wordt u de energie-manager van het jaar ? Voert uw bedrijf het duurzaamste energiebeleid van het land ? Dan is Nuon op zoek naar Ăš. Want we hebben de NuonNorm ontworpen. Hiermee meten we hoe u alternatieve energiebronnen combineert met rationeel energieverbruik. De energie-manager met de beste score wint de allereerste NuonGeneration Award : dĂŠ bekroning van het beleid met het meeste respect voor de volgende generaties. In december mag de winnaar zijn felbegeerde award onder ruime persbelangstelling in ontvangst nemen. Schrijf u vandaag nog in via www.nuongeneration.be

positieve energie voor uw bedrijf

007_NUO_002_energy manager_297x210_NL.indd 1 Process CyanProcess CyanProcess Magenta MagentaProcess Process Yellow YellowProcess Process Black

10/09/07 10:54:15


ACTOREN | MARKET

WKK met z’n drieën bij Degussa Antwerpen Recent tekenden Degussa Antwerpen, E.ON Kraftwerke en Electrabel een overeenkomst voor de bouw en exploitatie van warmtekrachtkoppelingseenheden. Het chemiebedrijf wilde anticiperen op de sterke toename van zijn energiebehoeften en ging op zoek naar een partner voor de installatie op de eigen site van een tweede WKK-eenheid als aanvulling op deze welke reeds wordt geëxploiteerd in samenwerking met Electrabel (43MW). Uiteindelijk werd gekozen voor de door E.ON Kraftwerke en Electrabel voorgestelde oplossing. De inbedrijfstelling is gepland voor medio 2010. De elektriciteits-stoomproductie zal gebeuren door een geïntegreerde combinatie van de twee warmtekrachtkoppelingseenheden, die worden uitgebaat binnen een 50-50 joint venture tussen Electrabel en E.ON Energy Projects. Deze laatste is een operationele dochter van E.ON Kraftwerke die zich richt op industriële klanten. Beide energiebedrijven investeren samen 45 miljoen €.

T-Power binnenkort op de rails Het consortiumT-Power datTessenderlo Chemie NV, Advanced Power AG en Siemens Project Ventures GmbH groepeert start met de bouw van een STEG-centrale van 400MW op de site van Tessenderlo. Met T-Power wordt de groep Tessenderlo de eerste Belgische industriegroep die niet langer afhankelijk is van grote energiebedrijven voor zijn elektriciteitsvoorziening. De centrale zal in 2009-2010 in bedrijf genomen worden. Zij zal een kopie zijn (of zo goed àls) van deze die eerder door Siemens werd gebouwd op de site van BASF. Eenderde van de opgewekte stroom zal afgenomen worden door de nieuwe elektrolyse-eenheid die Tessenderlo vorig jaar installeerde. De rest van de productie zal op de elektriciteitsmarkt worden afgezet.

VITO Uw innovatiepartner VITO voert in opdracht van kmo's, grote bedrijven en overheid onderzoek uit in de domeinen leefmilieu, energie en materialen.

MILJOENENORDER VOOR SPELUMINUS SPE-Luminus tekende een belangrijke overeenkomst met Air Liquide voor de levering van stroom aan de sites in Bergen en Charleroi. Air Liquide produceert industriële en medische gassen. Het gaat hier om de levering van meer dan 500 GWh elektriciteit voor beide sites. Het contract gaat in vanaf 2008. De nieuwe opdracht betekent een omzet van enkele tientallen miljoenen euro voor SPE-Luminus.

ALSTOM HEEFT WIND MEE In juni nam Alstom het Spaanse Ecotècnia over. Dit is een fabrikant van windmolens welke een vermogen van 640 kW tot 2 MW opwekken. Binnenkort komen er ook turbines bij van 3MW. Met deze transactie is een bedrag van 350 miljoen € gemoeid. Een eerste stap in de windenergie en daar zal het niet bij blijven. “Als wij in windenergie investeren, dan is dit niet om te blijven steken op een omzet van 300 miljoen €”, aldus algemeen directeur Patrick Kron. Dat het Franse Alstom de activiteiten van Ecotècnia een forse impuls zal geven, lijdt geen twijfel zegt Kron. We hebben het hier over investeringen die in de tientallen miljoenen euro lopen, en nieuwe overnames zijn beslist niet uitgesloten. Het totale orderboekje van Ecotécnia komt daarmee op 1.500 turbines met een capaciteit van 1.433 MW, hetzij 2% van het park op wereldschaal.

BELPOWER: 100% GROENE ELEKTRICITEIT Sinds 8 oktober levert Belpower groene stroom, die voor honderd procent afkomstig is van hernieuwbare bronnen. De stroom is bestemd voor de residentiële en voor de KMOmarkt. Belpower was al bekend als leverancier van fotovoltaïsche oplossingen. De energieleverancier beschikt tevens over een vergunning om de Brusselse en Waalse markten van elektriciteit te voorzien. Binnenkort zal Belpower ook stroom in Vlaanderen leveren. De prijzen zouden naar verluidt concurrentieel zijn. Het zou gaan om contracten van 1, 2 en 3 jaar.

Contact: Tel + 32 14 33 55 53 Fax + 32 14 33 55 99 vito@vito.be

www.vito.be

GROEISPURT VOOR AIR ENERGY Het gaat goed met Air Energy. Na een geslaagde IPO (beursintroductie) in maart van dit jaar waarbij 10 miljoen € kon worden opgehaald,

kondigt de producent van groene elektriciteit, hoofdzakelijk windstroom, een omzetgroei aan van 262% (4,4 miljoen €) over het eerste halfjaar van 2007. Eind dit jaar moet het geïnstalleerd vermogen van de groep van 32,5 MW gestegen zijn tot 54,5 MW. De groei komt op het konto van de inbedrijfname van nieuwe windparken in Fosses-la-Ville en Pont-à-Celles. Het bedrijf plant ook een verdere uitbreiding in Vlaanderen. Hier werd een partnerschapovereenkomst getekend met Winstone NV. Deze overeenkomst moet op termijn leiden tot een capaciteit van 20 à 30 MW op verschillende industriële sites.

VLAANDEREN: BIOGAS HEEFT WIND IN DE ZEILEN In Vlaanderen kondigen twee specialisten in biogas-WKK vlak na elkaar de ontwikkeling aan van nieuwe eenheden voor biomethanisatie. In Diksmuide huldigt Eneco in oktober zijn eerste biogasinstallatie in België in. Deze installatie van 3MW zal 12.000 ton mest en landbouwafvalstoffen per jaar verwerken tot biogas dat als brandstof zal dienen voor een WKK-installatie. Thenergo bouwt eveneens een nieuwe biogasinstallatie van 3,2 MW in West-Vlaanderen. Ook hier zal organisch landbouwafval verwerkt worden. Beide bedrijven willen het daar niet bij laten. Eneco, dat onlangs de aandelen overkocht die Electrabel had in Eco Flanders, denkt nu al aan de installatie van 20 à 40 biogasinstallaties in België, voor de industriële en de landbouwsector. Thenergo wil het geld dat werd opgehaald op Alternext (70 miljoen € in juni van dit jaar) gebruiken om zijn portfolio, dat nu al een twintigtal WKK-installaties bevat, verder uit te bouwen in België en in het buitenland. Recent liet het bedrijf weten alle aandelen te zullen overkopen van Leysen Invest NV, de Belgische groep gespecialiseerd in de transformatie van afval in energie.

CEGELEC VERSTERKT ZIJN POSITIE IN VLAANDEREN Cegelec heeft zopas Flexelec overgenomen. Flexelec is een bekende naam in de elektrotechnische installatiesector, in het bijzonder in de sector van ziekenhuizen en rusthuizen. Het bedrijf is zeer actief in Vlaanderen. Met deze overname versterkt Cegelec zijn positie in het noorden van het land op het vlak van elektrische installaties (hoogspanning, verlichting, verdeelborden en bedieningsborden …) en zwakstroom (branddetectie, telefonie, toegangscontrole, informaticanetwerken…). Onder de klanten zijn enkele grote namen zoals NMBS, 3M, Dexia Bank. Ook ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen zoals het UZ Leuven zijn klant.

nr7 energymag | 11

06-23 MARKET nl.indd 11

9/10/07 10:51:49


kort [ EUROPA ] Herziening btw-stelsel opent weg naar energieefficiëntie De Europese Commissie wil een simpeler en meer uniform systeem voor de Europese btw-tarieven en pleit voor een verlaagd btw-tarief voor milieuvriendelijke en energieefficiënte producten en diensten. De bedoeling is uiteraard om de marktverspreiding van groenere producten te bevorderen en consumenten aan te sporen de meest performante producten te kiezen. Een kleine revolutie die, als de lidstaten ermee instemmen, zou moeten leiden tot wetsvoorstellen tegen 2009.

[ ANTIRECLAME ] Met mate te gebruiken Zowat een jaar geleden luidde Philips een nieuwe trend in met de PerfectDraft, en nu komt ook Carlsberg met een thuistap: de DraughtMaster. Een lovenswaardige ontwikkeling ware het niet dat deze tap evenveel energie verbruikt als … vijf 200 liter-ijskasten klasse A+. Dit toestel verbruikt dus evenveel op een jaar tijd als het gekost heeft! Dit is de opmerkelijke uitslag van een gezamenlijk onderzoek door Danish Electricity Saving Trust en het Danish Technological Institute. Wanneer komt er een hoger btw-tarief voor producten met een astronomisch stroomverbruik?

[ AWARD ] Nuon Belgium lanceert NuonGeneration Award Nuon is vijf jaar aanwezig in België en viert deze verjaardag op een originele wijze: met de lancering van de “NuonGeneration Award”. Deze prijs beloont het bedrijf met het duurzaamste energiebeleid. De energieleverancier hoopt op deze manier de huidige generatie managers aan te sporen om ook aan morgen te denken en verantwoordelijk om te springen met energie. Voor de deelnemingsvoorwaarden en het wedstrijdreglement ga naar www.nuongeneration.be

[ FOCUS ]

Vlaanderen en Wallonië gaan gelijkop richting Kyoto Op 5 jaar tijd wist de Waalse industrie haar energie-efficiëntie met 8,5% te verbeteren en de uitstoot van broeikasgassen per geproduceerde eenheid werd met 9% teruggedrongen. Ook Vlaanderen ligt perfect op schema voor zijn 2012-doelstelling. De resultaten die het Benchmark Convenant laat zien zijn navenant. De Belgische industrie doet het dus goed, beter zelfs dan is opgelegd, en zij durft daar ook voor uit te komen. In het dossier dat in ons vorige nummer verscheen stond de kwestie van de koolstofuitstoot centraal. Een van de artikelen begon met de volgende kanttekening: “Als de koolstofhandel het speerpunt in het Kyotobeleid van de marktspelers blijft, zullen zij hun uitstoot de komende jaren structureel moeten aanpakken”. Cobelpa, de vereniging van de Belgische fabrikanten van papierdeeg, papier en karton, reageerde op dit artikel. Laurent de Munck, environment & energy coordinator bij Cobelpa, vindt dat deze uitspraak de lezers op het verkeerde been zet. Ze zouden wel eens kunnen denken dat de Belgische industrie zich beperkt tot de koolstofhandel en verder geen moeite doet om de uitstoot in te dijken. Een beetje ongelukkige woordkeuze? Of een onhandige formulering? De heer de Munck heeft overschot van gelijk! Ongelukkige woordkeuze We herinneren er nog maar eens aan dat het gros van de energie-intensieve industriële ondernemingen zich de laatste jaren geheel vrijwillig gecommitteerd heeft om zijn energie-efficiëntie te verbeteren en zijn uitstoot terug te schroeven tegen 2012. In Vlaanderen hebben ruim 190 bedrijven (80% van het Vlaams industrieel verbruik) zich aangesloten bij het Benchmark Convenant en tevens individuele overeenkomsten gesloten. In Wallonië zijn zo’n 150 bedrijven (90% van het Waals industrieel verbruik) betrokken bij sectorale akkoorden. Aan de hand van energieaudits en diepgaande energieplannen hebben deze ondernemingen hun potentieel en doelstellingen voor energiebesparing in kaart gebracht. Daartoe worden er jaarlijkse monitoringen en onafhankelijke controles uitgevoerd. De vooruitgang die met deze akkoorden eind 2005 kon worden geboekt toont duidelijk aan dat de industrie haar beloftes waarmaakt. Cobelpa stelt dat de energie-efficiëntie van de Waalse industrie op vijf jaar tijd al met 8,5% -kon worden verbeterd dank zij de sectorak-

koorden terwijl de CO2-emissie met 9% afnam. In het noorden zit de Vlaamse industrie perfect op één lijn met de tussentijdse doelstellingen van het Benchmark Convenant. Bij een constante productie (niveau 2002) bedraagt de verbetering van de energie-efficiëntie in 2005 wel 2,4% (522,4 PJ tegen 535,4 PJ in 2002). Dit komt overeen met de vooruitzichten van het plan (522,1 PJ) dat moet leiden tot een globale verbetering van 7,4% in 2012. Ten aanzien van de geplande productie is de vermindering nòg significanter vermits het reëel verbruik in 2005 onder de 7,7% lag van wat er gepland was. De uitstoot van broeikasgassen volgt dezelfde beweging. Kortom, in tegenstelling tot andere sectoren staat de industrie stevig op de Kyoto-rails dankzij de geleverde inspanningen, preciseert Cobelpa. De industrie heeft de haar toegewezen CO2-quota’s dubbel en dik verdiend. Dit mag ook wel eens gezegd worden. Of onhandig geformuleerd Nu is het zo dat wij in het bewuste artikel ook vooruitkeken naar de manier waarop wij in de toekomst onze productie zullen moeten organiseren en de inspanningen die daarmee gepaard zullen gaan. De meeste maatregelen zoals we die nu kennen zijn gericht op het optimaliseren van bestaande procedés. De Benchmark Commissie merkt trouwens op dat 75% van het reductiepotentieel verwezenlijkt wordt dankzij een verbeterde energie-efficiëntie van de processen. De beide voorbeelden die wij in ons artikel aanhalen met name BASF en Janssen Pharmaceutica zitten echter al in een hogere versnelling: hier hebben we een grondige nieuwe stroomlijning van processen. In het post-Kyototijdperk zullen ongetwijfeld nieuwe en nog zwaardere inspanningen nodig zijn. Een domein waarin Onderzoek & Ontwikkeling een cruciale rol zal spelen. Cobelpa liet trouwens weten binnen afzienbare tijd een Europees platform te zullen oprichten dat zich geheel zal toespitsen op O&O in de papiersector.

12 | energymag nr7

06-23 MARKET nl.indd 12

9/10/07 10:52:33


kort [ PV-INSTALLATIES ]

Nieuw onder de zon Het mechanisme van de groene certificaten (GC) in het Waals Gewest zal binnenkort worden aangepast. Het decreet ter zake werd op 17 september voorgelegd. Nieuw is onder meer dat Elia de door de producenten aangeboden groenestroomcertificaten voor 65 € mag aankopen. Ook wordt de toekenningstermijn voor de GC verlengd van 10 tot 15 jaar, met een verminderingscoëfficiënt per filière tussen het 10de en het 15de jaar. De verminderingscoëfficiënt is echter niet van toepassing op zonne-energie: hier geldt een vermeerderingscoëfficiënt, afhankelijk van het geleverd vermogen. Een fotovoltaïsche installatie in het Waals Gewest krijgt dus: > voor installaties kleiner dan 5 kWc, 7 groene certificaten per MWh of een gegarandeerd minimum van 455 € in geval van verkoop aan Elia (7 x 65 €), 630 € als de verkoop gebeurt op de GC-markt (7 x 90 €); > voor installaties tussen 5 en 10 kWc, 5 groene certificaten per MWh of een gegarandeerd minimum van 325 € in geval van verkoop aan Elia (5 x 65 €), 450 € als de verkoop gebeurt op de GC-markt (5 x 90 €); > voor installaties groter dan 10 kWc, 1 groen certificaat per MWh of 150 € gedurende de 10 eerste jaren (verkoop aan Elia) en 65 € voor de 5 daarop volgende jaren. Aanvullend bij dit nieuwe stelsel voor de GC, is een nieuwe technische regelgeving voor het beheer van de Waalse distributienetten voor elektriciteit. Voortaan kunnen ook kleine zelfopwekkers (vermogen kleiner of gelijk aan 10 kVA) een vergoeding krijgen voor hun stroomoverschot dat in het net verdwijnt, maar dan moeten ze wel een terugdraaiende meter laten plaatsen. Tot slot zullen de particulieren in 2008 een zonnepremie van 3.500 € ontvangen. Al deze nieuwe maatregelen zijn vooral bedoeld als steun in de rug voor kleine installaties maar betekenen niettemin ook een impuls om de zonne-energie in ons land “van de grond te krijgen”.

Explosieve vraag naar koolstofcompensatie Volgens Celma, de Europese federatie van fabrikanten van lampen en elektronische verlichtingscomponenten, zouden er in 2004 in totaal 207 miljoen nieuwe lampen zijn geïnstalleerd in Europa. Een sterke groeimarkt, vermits men steeg van 178 miljoen in 2000 tot 207 miljoen in 2004. Bovendien is er een duidelijke trend naar efficiëntere verlichting: het marktaandeel van elektronische voorschakelapparatuur en TL5-lampen stijgt met respectievelijk 31% (tegenover 24% in 2000) en 27% (tegenover 15% in 2000). Tegen 2010 zal volgens Celma bijna 70% van de lampen worden gecontroleerd Cijfer door elektronische van de voorschakelapmaand paratuur.

207 miljoen lampen in 2004!

In 2005 vertegenwoordigde koolstofcompensatie op vrijwillige basis slechts 10 miljoen ton CO2 of minder dan 1% van de transacties op de koolstofmarkt (11 miljard $) aldus de Wereldbank. Maar nu explodeert de vraag!Tegen 2010 zou deze wel eens in de 400 Mt CO2 per jaar kunnen lopen, voorspelt ICF International. Tijdens de eerste negen maanden van 2006 werd voor zo’n 2,3 miljard $ op vrijwillige basis verhandeld. Dit is veel, vergeleken met het globale volume van de koolstofmarkt (21,5 miljard $). Dit betekent dat ook spelers die niet onderworpen zijn aan het uitwisselingssysteem van emissierechten maar die vrijwillig beslissen om hun uitstoot geheel of gedeeltelijk te compenseren, druk op de markt kunnen uitoefenen. Om op te kunnen boksen tegen de markt van de Kyoto-koolstofkredieten zullen deze “vrijwilligers” echter aan geloofwaardigheid moeten winnen, stelt het ICF. De ontwikkeling van standaarden voor de certificatie en controle van compensatieprojecten is alvast een eerste positieve stap, luidt de conclusie.

VTM kiest voor zonne-energie De Vlaamse Media Maatschappij, eigenaar van de televisiezenders VTM, Kanaaltwee, Jim en de radiozender Q Music, voorziet zich van een eigen fotovoltaïsch zonnestation. Dit wordt momenteel op het dak van de zetel van VMMa in Vilvoorde geïnstalleerd. Het station heeft een vermogen van 300 kWc. De positieve invloed op het milieu komt neer op een reductie van de CO2-uitstoot met circa 100 ton per jaar. Het contract, dat goed is voor 1,5 miljoen ¤, werd toegewezen aan Belpower.

[ GEMEENTEN ] Binnenkort Noord-Zuid windenergie? De vraag naar elektriciteit uit windkracht is zo groot, dat enkele Waalse en Vlaamse gemeenten van Zuid-Limburg, Luik en Waals-Brabant beslist hebben om te gaan samenwerken. Het gaat hier onder meer om Hannut, Landen, Gingelom en Sint-Truiden. Lincent en Hélecine zouden eveneens de stap zetten. De bedoeling is om een intercommunale op te richten. Deze zou dan instaan voor de financiering en exploitatie van een windmolenpark. De aldus opgewekte groene energie zou door de bewoners kunnen worden afgenomen. Hoewel de officiële beslissing nog niet is gevallen, zijn de producenten al op zoek naar een plekje voor hun toekomstig Noord-Zuid-park.

[ ENERGIEPRESTATIES ] Baden-Württemberg maakt “groene” verwarming verplicht De federale regering van Baden-Württemberg (Duitsland) maakt als eerste in Europa hernieuwbare energie verplicht voor verwarming van gebouwen. Per 1 april 2008 moet elk nieuw gebouw voor 20% in zijn eigen warmtebehoefte (verwarming en warm sanitair water) kunnen voorzien. De energie voor de verwarming moet uit hernieuwbare bronnen komen zoals zon, biomassa, geothermie, etc. Bestaande panden ontsnappen evenmin aan de nieuwe regel. Eigenaars krijgen twee jaar de tijd om zich te conformeren wanneer hun verwarmingssysteem aan renovatie toe is. Wel is de bijdrage van de hernieuwbare energie in dat geval beperkt tot 10%. Een initiatief dat ongetwijfeld navolging zal kennen in de andere Duitse staten, en zelfs elders in Europa.

nr7 energymag | 13

06-23 MARKET nl.indd 13

9/10/07 10:52:38


11-10-2007

10:41

Pagina 1

Image of the Zenith building in Brussels - architects: SCAU (Macary & Delamain) / CERAU - visualisation: Codic Group

ad_VK_energymag

VK ENGINEERING Building Services

Avenue Clemenceaulaan 87 B - 1070 Bruxelles Brussel +32 2 414 07 77 +32 2 414 04 98 E vke-bs-bxl@vkgroup.be W www.vkgroup.be T F

WE MAKE YOUR BUILDINGS WORK

ALWAYS LOOKING FOR GREAT PEOPLE www.vkgroup.be/jobs


ENERGY TRENDS

energy

TRENDS

OVERZICHT VOOR JULI-AUGUSTUS 2007 - VOORUITZICHTEN VOOR HET 4DE KWARTAAL 2007

Market focus

Europese stroomuitwisselingen hoe hangen ze samen? Men kan zich afvragen wat er gebeurt met andere Europese elektriciteitsmarkten als het Franse elektriciteitsnet een black-out krijgt of de Duitse elektriciteitsprijs voor futurecontracten plots met 10% omhoog schiet als gevolg van een onverhoedse onderbreking in de steenkolenbevoorrading. Hoe sterk de wisselwerking tussen de diverse landelijke elektriciteitsmarkten is, hangt uiteraard af van de koppelingen die voorhanden zijn, van de import-export balans, maar ook in zekere mate van culturele factoren. Het valt dus te verwachten dat Belgische contracten sterker zullen reageren op een stijging van de Duitse stroomprijzen, dan op een prijsstijging in Spanje, maar minder fel dan wanneer de prijzen in Oostenrijk omhoog gaan.

land komt op een onverwachte tweede plaats. Duits-Nederlandse en Belgisch-Franse elektriciteitscontracten volgen eveneens curven die minder dan 2% van elkaar afwijken. De Noordpool-markt is daarentegen gelet op zijn specifieke karakter en grote afhankelijkheid van waterkracht, zeer onafhankelijk van de overige Europese markten. Er is wel een zwakke correlatie met de Duitse markt omwille van de brandstofbevoorrading van de Scandinavische markt. Dit geldt ook voor de relatie tussen de Britse elektriciteitsmarkt met de overige nationale markten van het vasteland.

Verrassend genoeg vertonen de Belgische en Nederlandse prijzen een lage samenhang. De Belgische volgen gewoonlijk de Franse curve en de Nederlandse prijzen reageren op fluctuaties in de Duitse elektriciteitscontracten.

Europese elektriciteitsmarkten: hoe kleiner het percentage, hoe sterker de wisselwerking

Om een beter beeld te krijgen van de intensiteit van de wederzijdse samenhang tussen de EU-markten, bekeken we de verschillen in de dagelijkse notering van een Cal08 baseloadcontract van twee landen en we vergeleken met deze van een doorsnee relatie in 2007. We namen 13 koppels EU-markten onder de loep, rekening houdend met de geografische nabijheid en de geschatte omvang van de Franse, Duitse, Britse, Belgische, Nederlandse, Oostenrijkse, Iberische en Noordpool-elektriciteitsmarkten. Hoe kleiner de verschillen in de dagelijkse notering ten opzichte van deze van een doorsnee relatie, hoe sterker de onderlinge band tussen het koppel, zo bleek. Een voorbeeld: tot op heden lagen de Duitse prijzen 1.056 keer hoger dan de Franse in 2007. De dagelijkse noteringen verschilden slechts 1.41%: dit wijst op een sterke correlatie tussen beide markten.

D: 8,62%

D: 4,17%

D: 4,3%

D: 6,33%

D: 1,8%

D: 4,63% D: 3,68%

D: 2,14% D: 0,79%

D: 4,90% D: 1,84% D: 1,41%

Deze werkwijze leert ons dat de wisselwerking het sterkst is tussen de Duitse en de Oostenrijkse markt. De minste dagelijkse schommeling in een Duits futurecontract heeft immers ogenblikkelijk gevolgen voor Oostenrijk: het verschil bedraagt hier een luttele 0.79% vergeleken met een gewone relatie. Het koppel Frankrijk-Duits-

D: 3,54% © Siemat Energy

nr7 energymag | 15

06-23 MARKET nl.indd 15

9/10/07 10:53:30


ENERGY TRENDS

OLIE

Toch is de Brent technisch gesteund in het bereik van 68-72 USD/bbl en er zou geen reden moeten zijn voor speculanten om de markt nog sterker onder druk te zetten. We verwachten niet dat de prijzen dit jaar boven 80 USD/bbl uitkomen, tenzij de OPEC met een andere verbazingwekkende beslissing komt. Gezien de herhaalde verklaringen van OPEC-officials dat ze zich goed voelen bij de huidige exportniveaus, is er geen ernstige reden om een verdere inkrimping te verwachten.

7

80

6 70

5 4

60

3 2

50

1 40

0 -1

30

-2 -3 07 9/ 3/

07 8/ 2/

07 7/ 2/

07 6/ 1/

07 5/ 2/

07

07

4/ 2/

07

3/ 2/

2/ 2/

07

20

1/

De stem van de OPEC-olieproducenten zal doorslaggevend zijn voor de verdere evolutie van de oliemarkt in de wereld en de prijs van de Brent als belangrijkste indicator. Het slinken van de Westerse voorraden ruwe olie zal niet langer doorwegen op de curve omdat het hoogseizoen voorbij is en de vraag op natuurlijke wijze afneemt. In deze context zal het minste of geringste nieuws uit de olie-exporterende landen een positieve of negatieve invloed hebben op het verder verloop van de curve. De olieministers van Saoedi-Arabië, Nigeria, Venezuela en andere OPEC-landen hebben al meermaals laten weten dat er geen wil of behoefte is om de bevoorrading op te drijven. Er was wel sprake van een spectaculaire recordhoogte van meer dan 90 USD/bbl tegen eind dit jaar. Goldman Sachs voorspelde bijvoorbeeld 95 USD/bbl als de OPEC niet meer ruwe olie oppompt.

Prijs van Brent-olie en verschil met NYMEX -prijs, in USD/bbl

2/

Vooruitzichten voor de oliemarkten

p Brent p Premium to NYMEX Verrassend genoeg volgen de schommelingen van de olieprijs op de wereldmarkt dit jaar dezelfde curve als in 2006, met een scherpe stijging aan het begin van het tweede kwartaal en recordhoogten tot net onder de 80 USD/bbl tegen eind juli, begin augustus, gevolgd door een gestage daling vanaf het zomerseizoen. Deze zomer bracht nochtans een opmerkelijke ommekeer in de oliemarkt. De Brent-olie, die nog altijd wordt beschouwd als de meest representatieve op de wereldmarkt, werd eind juli goedkoper dan NYMEX-olie (New York Mercantile Exchange). Dit is des te opmerkelijker als men rekening houdt met het feit dat het verschil tussen de premium Brent-prijs en die van de NYMEX eind mei een recordhoogte bereikte van meer dan 6 USD/bbl. De Amerikaanse oliemarkt is eigenlijk erg gevoelig voor binnenlandse economische factoren en speculaties. Dit werd bevestigd door het American Energy Secretary, dat stelde dat de Amerikaanse economie in een “gevarenzone” kwam toen de NYMEX-olie op 2 augustus een recordprijs bereikte van 78.77 USD/bbl. Door een bijzonder heftige hypotheekcrisis en stagnerende indicatoren voor persoonlijk inkomen en uitgaven is de angst overgeslagen op een markt die al onder druk stond als gevolg van de beperkte oliestroom van de OPEC-Landen, onvoldoende raffinagecapaciteit en een zwakke dollar op de wisselmarkten. De haussemarkt heeft er ruimschoots van geprofiteerd om haar netto lange positie enkele dagen voor de recordprijs van de NYMEX-olie naar recordhoogten te stuwen. Sindsdien hebben speculanten hun lange posities met meer dan 80% bekort, zodat de olie weer daalde tot 70-73 USD/bbl. Tegen het einde van de zomer hielden traders de evolutie van de orkanen Dean and Felix nauwgezet in de gaten, hoewel deze nog niet tot onderbrekingen in de bevoorrading uit de Golf van Mexico geleid hadden.

16 | energymag nr7

06-23 MARKET nl.indd 16

9/10/07 10:53:39


ENERGY TRENDS

ELECTRICITEIT

Belgian futures, calendar years, in EUR/MWh

Vooruitzichten voor de elektriciteitsmarkten

64

Vermits de elektriciteitsprijs gevoeliger bleek voor de fluctuaties van de steenkoolprijzen dan die van gas of CO2 in juni en augustus, kan niet zomaar worden gesteld dat een bepaalde markt een sturende functie heeft. Wij nemen echter aan dat de CO2 verder ontkoppeld zal worden van de verhandelde elektriciteitsprijs, na de spectaculaire instorting van de allocatieschema’s van fase 1. Fluctuaties in de aardgasprijs zullen, behalve als het om aanzienlijke schommelingen gaat, allicht eveneens weinig impact hebben op de futures voor elektriciteit vermits gas nog steeds als buitengewoon goedkoop gezien wordt.

58

70

62 65

60

60

56 55

54 52

50

50 48

07

07

9/ 3/

07

7/ 2/

07

5/ 2/

07

3/ 2/

06

1/ 2/

06

11 / 2/

06

9/ 1/

06

7/ 3/

06

5/

p France 2008 p Germany 2008 p Netherlands 2008 p Belgium 2008

French and German spot spark spreads

French and German one year ahead spark spreads

50

20

40

18

30

2/

06

3/

1/

2/

p Belgium 2008 p Belgium 2009 p Belgium 2010

16

20

14

10

12

0

p German Spark Spread p French Spark Spread

/0 12 7 /4 /0 2/ 7 5/ 0 22 7 /5 /0 11 7 /6 /0 7 2/ 7/ 0 20 7 /7 /0 10 7 /8 /0 30 7 /8 /0 7

07

3/

2/

23

/3

07 2/

/1

1/ 2/

12 /

6

/0

-30

07

8

2/ 1/ 0 22 7 /1 /0 12 7 /2 /0 2/ 7 3/ 0 23 7 /3 /0 12 7 /4 /0 2/ 7 5/ 0 22 7 /5 /0 11 7 /6 /0 7 2/ 7/ 0 20 7 /7 /0 10 7 /8 /0 30 7 /8 /0 7

-20

7

10

-10

De factoren die de meeste impact op de evolutie van de elektriciteit in het laatste kwartaal van 2007 zullen hebben zijn: het weer en de olieprijs. Na een uitzonderlijk zachte winter afgelopen jaar zijn de Europese traders zeer alert op het minste teken dat er koud weer zit aan te komen. Wanneer de olieprijs boven de psychologische drempel van 80 USD/bbl uitkomt, zal bij de elektriciteitshandelaars wel een alarmbel beginnen rinkelen.

2/

07

07

9/ 3/

07

7/ 2/

07

5/ 2/

07

3/ 2/

06

1/ 2/

06

11 / 2/

06

9/ 1/

06

7/ 3/

06

5/ 2/

3/

1/ 2/

2/

06

45

22

De terugkeer van twee RWE Biblis blocks (2525 MW) en twee Vatenfall kerncentrales (2200 MW) verwacht voor het vierde kwartaal van 2007 in Duitsland, zal de druk aan de supplyzijde en op de spotmarkt beslist verlichten, weliswaar zonder een uitgesproken corrigerende invloed uit te oefenen op de elektriciteitscurve.

Belgian, Dutch, French and German one year ahead power contracts, in EUR/MWh

p German Spark Spread YA p French Spark Spread YA

Grote pannes in Duitsland waar meer dan 40% van de nucleaire capaciteit offline is en in Frankrijk, waar een vierde van het nucleair park wordt hersteld. Dit alles heeft zijn invloed gehad op de elektriciteitsprijzen van het Europese vasteland. Mede door de relatief lage vraag en het goedkope aardgas wordt elektriciteit tegenwoordig tegen aanzienlijk lagere prijzen verhandeld dan tijdens dezelfde periode vorig jaar. De duurdere steenkool (een prijsstijging van 6% begin augustus) als gevolg van een beperktere aanvoer vanuit Azië, had ook gevolgen voor de Europese elektriciteitsprijzen. Bijgevolg behaalden Franse one year ahead-contracten op 2 augustus een jaarrecord van 54.73 EUR/MWh. Stroomproducenten hebben zo hun redenen om ongerust te zijn vermits Franse en Duitse spark spreads (theoretisch netto inkomen uit de verkoop van een eenheid elektriciteit na aankoop van de brandstof die nodig is om deze eenheid op te wekken) in de rode cijfers doken op de spotmarkt. Ondanks de toenemende druk op de spot, veroorzaakt door veel defecten en stijgende steenkoolprijzen, zakten de Y+1 contracten tot 52 à 52.5 EUR/MWh in Frankrijk en tot 53.5 à 54.5 EUR/MWh in Duitsland. De Y+1 spark spread is nog comfortabel genoeg. De ingreep van de Europese Commissie om de markt onder druk te zetten door tijdens de tweede allocatieronde duchtig in de CO2-emissieplannen te snoeien, bleek tot op heden nog niet veel invloed te hebben gehad op de futures voor elektriciteit. Andere EU-elektriciteitsmarkten volgen met een zekere graad van conformiteit de evolutie van de Duitse en Franse elektriciteitsprijzen (zie Market Focus). nr7 energymag | 17

06-23 MARKET nl.indd 17

9/10/07 10:53:40


ENERGY TRENDS

AARDGAS Continental gas price Cal2008 (TTF) and corresponding UK gas composite price (Zeebrugge), in EUR/MWh 23 22 21

3/

9/

07 2/

8/

07

7/

07

2/

6/

07

1/

5/

07

2/

2/

4/

07

3/

07

2/

2/

1/

2/

p

07

20

Deze zomer constateerden de UK19 traders dat de toevoer van Noors gas 18 via de Langeled-pijplijn op een zeker 17 ogenblik onregelmatig verliep en ze 16 vroegen zich zelf bezorgd af of men in Scandinavië “spelletjes aan het spelen 15 was”. Problemen in de eigen Noordzeeproductie van de UK en defecten aan de CATS-pijplijn die 20% van het UK Continental UK-gas levert zorgden voor afleiding en hielpen om de spanningen aan beide kanten van de pijplijn te overwinnen. 07

De Britse gasvoorraad voor deze winter ziet er beter uit, er zijn tenminste enkele nieuwe importprojecten gepland voor eind dit jaar. Maar dit zal niet veel zoden aan de dijk zetten als de vooruitzichten van de Britse meteorologische dienst bewaarheid worden en het winterseizoen kouder wordt dan vorig jaar. De aardgasprijs in het VK en op het Europese vasteland zijn op de laagste technisch houdbare niveaus en een koudegolf zal ogenblikkelijk effect hebben op de gasprijzen.

Diverse invloeden afkomstig van verschillende factoren houden de Europese aardgasprijzen voor het Cal08 contract sinds begin april binnen het bereik van 19 à 21 EUR/MWh. Goed gevulde reservoirs in West-Europa (meer dan 80% vol) en een dalende vraag wegens het goede weer hield de spotprijzen goed in toom, zo rond de 15 EUR/MWh.

2/

Vooruitzichten voor de aardgasmarkten

p

Hoewel zij minder blootstaat aan schommelingen in de toevoer is de continentale gasprijs 0.2-0.3 EUR/MWh duurder dan UK-gas, maar de premium is wel een heel stuk goedkoper geworden sinds het tweede kwartaal van 2007: toen schommelde de prijs nog tussen 0.8 à 1.1 EUR/MWh. Frankrijk en Duitsland rapporteerden dat hun aardgasverbruik dit jaar met eenvijfde is verminderd ten aanzien van 2006, door het goede weer en de lage vraag.

KOOLSTOF

35 30 25 20 15 10 5

07 9/ 3/

07

2/

7/

07

2/

5/

07

07

3/ 2/

2/

1/

06

2/

11 /

06

1/

9/

06

3/

7/

06 5/

2/

2/

3/

06

0 06

De inspanningen van de Europese Commissie om industrieën die veel koolstofdioxide uitstoten nog sterker onder druk te zetten, houdt de CO2prijs voor Fase 2 hoog genoeg om de stroomprijzen tot op zekere hoogte te beïnvloeden. Het pleit is nog niet beslecht, vermits Ierland en Letland zich opmaken om hun allocatieplannen voor 2008-2012 te herzien en er staat bovendien nog een stoet andere EUstaten in de rij om hetzelfde te doen.

CO2 certificate for Phase I (Cal2007) and Phase II (Cal2008), in EUR/tonne

1/

De aanbod-vraag balans en de EU-regels zijn de enige factoren die een noemenswaardige invloed op de prijsvorming van CO2 hebben. Eigenlijk wil de Europese Commissie zich niet te soepel tonen wat betreft de herziening van de nationale toewijzingsplannen. Stroomproducenten zoals RWE Duitsland hebben reeds strategische plannen uitgedokterd om hun koolstofuitstoot terug te dringen en dus ook de kosten te drukken. Dit maakt dat de prijs van CO2-certificaten een hele poos rond de 17 à 22 EUR/ton zou moeten blijven hangen.

De allocaties voor koolstof voor Fase 1 zijn niet interessant voor andere energiemarkten, omdat er fors in de toewijzingsplannen voor deze fase gesnoeid is en de prijzen van de certificaten al rond de 9 cent per ton zitten. Er zijn geen tekenen op korte of middellange termijn die erop wijzen dat deze markt zich gaat herstellen.

2/

Vooruitzichten voor de koolstofmarkt

p Phase I p Phase II

In juli-augustus bleef de prijs van CO2 rond de 19-21 EUR/ton hangen na begin juni tot bijna 25 EUR/ton te zijn gezakt.

Deze bijdrage kwam tot stand met de medewerking van Siemat Energy. 18 | energymag nr7

06-23 MARKET nl.indd 18

9/10/07 10:53:42


Gebruik minder energie, ook voor het verwarmen van grote ruimtes.

Kiest u voor aardgas, dan beperkt u niet alleen de uitstoot van koolstofdioxide in de lucht, maar ook uw eigen energieverbruik. Resultaat : Een verbetering voor uw portefeuille ĂŠn voor het milieu natuurlijk. Nog vragen ? Surf naar www.aardgas.be

GASGEN05552_MAGe_297x210_Q2 1

5/3/07 3:07:18 PM


MARKET | FOCUS

Gas

Aardgas is troef Op de mondiale energiemarkten komen de kaarten stilaan anders te liggen voor een delfstof die nu in de lift zit. Aardgas, ooit lange tijd gezien als een eerder hinderlijk bijproduct van oliewinning, wordt thans even belangrijk als olie aan het begin van de 20ste eeuw. De economische (en politieke) spelers hebben hier een belangrijke troef in handen…

Een klassieke running joke in olieprospectiekringen was: “Ik heb goed en slecht nieuws. Eerst het slechte nieuws: we hebben geen olie gevonden. En nu het goede nieuws: we hebben ook geen gas gevonden”. Het is namelijk zo dat olie vaak samen met aardgas voorkomt. Sinds de ontdekking van de eerste olievelden ruim honderdvijftig jaar geleden is het de gewoonte om een deel van het vrijgekomen methaan met zijn kostbare koolwaterstoffen (de bestanddelen van aardgas) ter plaatse af te fakkelen. Zelfs tijdens de grote oliecrisis van 1973 werd een groot deel van het aardgas (ruim 13%) nog altijd op deze wijze opgebrand: mensen wisten niet beter. Gas wordt nu nog altijd in reusachtige hoeveelheden nutteloos afgefakkeld op grote olievelden waar geen infrastructuur voorhanden is, zoals in Nigeria.

Toch heeft aardgas in de tussentijd en in ruime mate zijn nut bewezen. Getuige daarvan, de duizenden kilometers pijpleidingen (ongeveer een miljoen kilometer in totaal) die zich kriskras over de hele planeet uitstrekken, en de vervoersnetten die aan één stuk door versterkt worden. Gas dat in geringe hoeveelheden wordt aangetroffen, in ieder geval niet genoeg om de aanleg van een dure pijplijn te rechtvaardigen, wordt tegenwoordig ter plekke gevaloriseerd of opnieuw geïnjecteerd in het olieveld voor opslagdoeleinden om om de laatste restjes olie naar boven te pompen. De markten hebben zich helemaal ingesteld op deze nieuwe energiedrager. Het energiepotentieel wordt volop benut voor verwarming of om stroom mee op te wekken. Aardgas vindt ook talloze toepassingen in de chemische industrie

Zeebrugge, deelhub Net voor de vrijmaking van de aardgasmarkt in België (juli 2004), besliste Fluxys, beheerder van het Belgisch gasnetwerk, om de jaarlijkse capaciteit van zijn gasterminal in Zeebrugge te verdubbelen, van 4,5 miljard naar 9 miljard kuub per jaar. Een blik op de kaart van het Europees bevoorradingsnetwerk van LNG leert ons hoe strategisch belangrijk de hub van Zeebrugge, een trading platform voor aardgas, wel is: hier loopt ook de pijpleiding die Groot-Brittannië met het vasteland verbindt. Behalve Zeebrugge is er enkel nog Montoir-deBretagne (Frankrijk) voor de aanvoer van LNG naar Noord-Europa. Ook hier liggen kansen voor de actoren van de liberalisering van de aardgasmarkt, maar daar moeten ze wel wat voor doen. Energieregulator CREG slooft zich uit om de in 2002 goedgekeurde gedragscode na te doen leven en om de voormalige operatoren aan te zetten om de installaties op een billijke wijze toegankelijk te maken voor alle actoren. Hiermee werpt de energiewaakhond een knuppel in het Distrigas-kippenhok. Het Belgische gashandelsbedrijf had immers meteen belangrijke capaciteiten gereserveerd en speelt volgens CREG, de baas over concurrerende leveranciers.

(methanol, ammoniak, waterstof) en in de olie-industrie (raffinage, plastic). De vraag naar aardgas krijgt een structureel karakter en neemt jaar na jaar nog toe. Opflakkerende vraag Sinds 1990 stijgt de vraag met 3% per jaar, een toename waar Kyoto en poolreiziger Alain Hubert beslist voor iets tussenzitten. De verwachting is dat de vraag tegen 2020 nog met 2% omhoog zal gaan. Binnen tien jaar zal aardgas (definitief?) wereldwijd steenkool verdrongen hebben als tweede primaire energiebron. Dit gas zal dan bijna een kwart van de globale vraag voor zijn rekening nemen. Dit is althans wat deskundigen aannemen. Dat komt goed uit want volgens de voorspellingen zou de productie van aardolie dan fors beginnen af te nemen. Peak Oil, de totale productie van aardolie, komt namelijk in zicht. Na dat punt zal de productie afnemen en ook in de toekomst niet meer stijgen. De voorraad aardgas blijkt echter vrij omvangrijk te zijn. In 2005 werd deze op 180 Tm3 geschat. Daarmee kunnen we nog een zestigtal jaar voort, tenminste als we ons huidige consumptietempo blijven aanhouden. Zelfs nog langer als we de deskundigen mogen geloven. Volgens hen zouden er namelijk nog 50 à 100 Tm3 extra velden op ontginning wachten. Als men er ooit in slaagt de fameuze methaanhydraten (zie kader)

20 | energymag nr7

06-23 MARKET nl.indd 20

9/10/07 10:53:45


FOCUS | MARKET

te ontginnen en te valoriseren, zitten we zowaar gebeiteld. De voorraad oceanische gashydraten wordt namelijk op een slordige… 20.000 Tm3 geschat! Beter gespreide velden Als antwoord op een stijgende vraag naar betrouwbare en standvastige energiedragers, biedt aardgas enkele interessante plussen ten aanzien van aardolie. Gas stoot iets minder CO2 uit, dat wel, maar het interessante is dat de velden over de hele wereld verspreid liggen. Bovendien doet zich een diversificatietendens voor. Het recentste veld ligt bij ons in de buurt, in Hongarije, en is goed voor 600 miljard kuub. Een tiental landen mogen al 80% van de olievoorraden in handen hebben, maar wat gas betreft, zijn ze al met zijn twintigen. Het Midden-Oosten dat 30% van de wereldproductie van aardolie levert, produceert slechts 10% van het aardgas. Dit maakt dat landen die sterk afhankelijk zijn van energie de risico’s thans beter kunnen spreiden. Aan de andere kant is gas technisch gezien veel moeilijker over lange afstanden te transporteren dan gelijk welke fossiele brandstof. Bovendien zijn de koersen van olie en gas doorgaans gekoppeld, een minpuntje voor de pleitbezorgers van aardgas. Maar soit, dit alles heeft de partijen tenminste aan het denken gezet, zowel de fel bekritiseerde politici die duidelijk geopolitieke belangen laten meespelen, als de economische actoren. De industriële spelers hebben in ieder geval de beste jokers in dit planetaire maar vaak ook regionale pokerspel. Zij zijn al op diverse niveaus actief met gigantische projecten voor gasverwerking, -transport en -handel. Toch zal het niemand ontgaan zijn dat onderhuids bij de lidstaten de wil aanwezig is om toch op zijn minst grip te houden op de strategische en geopolitieke belangen die op het spel staan. p Jean CECH

LNG: sleutel tot volledige liberalisatie? Pijpleidingen zijn geduchte wapens op de aardgasmarkten, en niet alleen voor de voormalige satellietlanden van de USSR. Het enige verweer voor het geliberaliseerde Europa is methaantankers in de strijd gooien. LNG of vloeibaar gemaakt aardgas speelt een groeiende rol bij de energievoorziening in Europa en zou de vrijmaking van de markt nog kunnen versnellen.

Tot nu toe wordt het grootste gedeelte van aardgas langs pijpleidingen naar de Europese en Noord-Amerikaanse markt getransporteerd. Dit komt doordat de techniek voor het vloeibaar maken van aardgas, het transport met methaantankers en de hervergassing op de plaats van aanvoer, pas vrij laat ontwikkeld werd: medio zestiger jaren. Bovendien is het kostenplaatje van een terminal zo hoog (400 tot 500 miljoen dollar voor een kleine LNG-terminal met een capaciteit van 3,5 miljoen ton per jaar) dat er al een winningsveld van flinke omvang nodig is wil men die kosten kunnen afschrijven. Zolang er in de buurt aardgas te vinden was en er volop monopolies speelden (publieke of private), werd de overschakeling naar LNG vooral gezien als een noodoplossing, om bijvoorbeeld zeldzame verbruikspieken af te dekken. De gas-pijp formule kwam marktspelers goed uit: slechts één gesprekspartner aan elk einde van de pijp, men ondertekent langlopende contracten door prijzen af te stemmen op die van aardolie, en klaar is kees. Simpel. Behalve dan dat de dichtstbij gelegen gasvelden (in ons geval de Noordzee) stilletjesaan uitgeput geraken en men dus steeds verder moet gaan zoeken en dan nog

meestal in risicolanden. Ook worden in de kleine lettertjes van de contracten steeds meer beperkingen ingebouwd, het gaat dan om gebruikseisen of take or pay verplichtingen (waarbij u altijd betaalt, of u de levering al dan niet in ontvangst neemt) die vaak zeer oncomfortabel blijken. Oliekoppeling of spotprijzen? Sinds de liberalisatie van de Europese energiemarkten kan de concurrentie tussen de diverse leveranciers volop spelen, in theorie althans. Het enige verschil tussen gas- en stroomleveranciers is dat de eersten zich een heel eind van de gebruiksplaats bevinden. Landen als Engeland staan al een stap verder. Hier wordt gewerkt met kortlopende contracten en vooral met indexen van spotprijzen waarbij het evenwicht tussen vraag en aanbod op het referentiepunt, het National Balancing Point (NBP) - een grote liquide en transparante aardgashandelsplaats- het best wordt gereflecteerd. Maar het zou nog eenvoudiger zijn indien men niet overgeleverd was aan de grillen van de producerende landen en aan de fameuze gaspijpleidingen. Vandaar de groeiende benr7 energymag | 21

06-23 MARKET nl.indd 21

9/10/07 10:53:56


MARKET | FOCUS

© Suez

langstelling voor LNG (Liquified Natural Gas) vanwege de buurlanden langs het Atlantisch bekken - de Verenigde Staten en het geliberaliseerde Europa (momenteel vooral Groot-Brittannië en Spanje). De producenten in het MiddenOosten hebben dit goed begrepen. Hun eerste projecten in die richting (Katar, Oman) dateren van eind jaren negentig en mikten vooral op Azië waar al een sterk groeiende afzetmarkt was voor LNG. Maar de trend is nu gezet en ook het Atlantisch bekken begint daar warm voor te lopen. In de tussentijd staat het Midden-Oosten op het punt ‘s werelds grootste LNG-leverancier te worden, terwijl Indonesië, Maleisië, Nigeria en Algerije het nakijken hebben. Inmiddels zijn er zoveel NGL-projecten dat ze niet meer bij te houden zijn. Alle hens aan dek Het is natuurlijk geen toeval dat de Commissie begin juli met Algerije een overeenkomst van het DES-type tekende over de levering van vloeibaar aardgas. DES staat voor Delivered Ex Ship (franco af schip) en betekent dat de verkoper verantwoordelijk is voor het gas tot aan het moment dat deze van het schip gelost wordt. “Deze overeenkomst vormt een grote doorbraak in de relaties met een van de belangrijkste aardgasleveranciers van Europa”, aldus Nederlands Eurocommissaris Neelie Kroes (Mededinging), “zij slecht de barrières die de creatie van een eengemaakte Europese gasmarkt belemmeren”. Het is evenmin onschuldig dat de Belgische gastankerrederij Exmar (LNG of LPG gastransport, shipmanagement, verzekeringen, reisbureaus, onderhoud, engineering, offshore platforms…) op ongeveer hetzelfde tijdstip liet weten mee te zullen doen aan de

race naar de aardgasverdeling in België. Peter Raes, chief operations van Exmar, deelde het volgende mee aan onze collega’s van de Tijd: “Wij hopen tegen eind 2008 lospunten te hebben voor vloeibaar aardgas voor de kust van Zeebrugge en op de Schelde”. Exmar zegt met zijn technologie een alternatief te bieden voor de klassieke hub aan de wal. Het op het schip hervergaste LNG kan namelijk via een eenvoudige offshore boei rechtstreeks in het lokale gasnet worden geïnjecteerd. Daarmee liggen ze bij Exmar een lengte voor op de concurrentie! Volgens deskundigen zal LNG binnen dit en 15 jaar 40% van het internationale gashandelsverkeer voor zijn rekening nemen. Vloeibaar gas zal een belangrijke hefboom voor de markt vormen, ook al door het ontstaan van liquide spotmarkten die alsmaar dynamischer worden. De concurrentie tussen nationale markten en importeurs zal ongetwijfeld een invloed hebben op de prijszetting. Er komt ook meer arbitrage. In een toekomstig scenario worden de ladingen vloeibaar aardgas aan de hoogste bieder verkocht en een methaantanker met de bestemming

Zeebrugge of Fosse sur Mer zal van koers veranderen en aan de andere kant van de Atlantische Oceaan worden gelost als het daar toevallig goedkoper is. Tot dusver speelt dit fenomeen slechts voor minieme hoeveelheden. Te weinig om echt door te werken in de prijzen. Wie de kranten erop naslaat zal tevens merken dat veel vroegere monopolisten slechts schoorvoetend de gedragscodes en de technische regulering naleven die regulatoren opleggen, allemaal om ervoor te zorgen dat er wat leven in de concurrentie komt op een markt die lange tijd potdicht is geweest. In de toekomst gaat dit dus veranderen. Wanneer er genoeg vloeibaar gas aan de Europese kusten te vinden zal zijn om de prijszetting te beïnvloeden, en de landelijke overheden een billijke toegang tot de vervoers- en distributienetten bewerkstelligd zullen hebben, zal men eindelijk open kaart kunnen spelen. We zullen dan ongetwijfeld een “Atlantische” spotprijs hebben die maatgevend zal zijn voor alle spelers op het veld. Pas dan zal de liberalisatie volop haar werk kunnen doen. p Jean CECH

Moet er nog Hollands gas zijn? Gas uit het Nederlandse Slochteren, “Nederlands gas” genaamd, is goed voor 30% van de gasbevoorrading in België (een groot deel van Vlaanderen en gans Brussel). In technisch jargon wordt dit L-gas of “arm gas” genoemd, in tegenstelling tot het rijkere hoogcalorisch of H-gas dat de rest van het net bevoorraadt. De commercialisatie van dit L-gas vormt het onderwerp van een volumeovereenkomst waarvan de voorwaarden angsvallig geheim gehouden worden. Deze overeenkomst werd een hele poos geleden gesloten tussen onze Noorderburen en de historische operator van weleer. Naar het schijnt loopt zij tot 2016. Het gerucht gaat echter dat het liedje wel eens in 2012 uit zou kunnen zijn omdat we al heel wat opgesoupeerd hebben. Anders gezegd, moet de conversie van de installaties van L- naar H-gas binnen een jaar of vijf rond zijn. Godzijdank beheerst men tegenwoordig de technieken die toelaten het net aan te passen terwijl de vereiste druk alsnog gehandhaafd blijft. Dus zonder dat de kraan dicht moet: de (industriële) gasverbruikers kunnen gerust zijn. Maar er is toch een probleem, en wat voor één. Alle installaties voor L-gas moeten zodanig aangepast worden dat zij ogenblikkelijk operationeel zijn met H-gas. Het gaat hier wel om installaties ten behoeve van vaak buitengewoon complexe industriële processen die met de allergrootste precisie afgeregeld dienen te worden. Dit betekent dat men al die installaties één voor één zal moeten nalopen op het moment dat de kraan van het H-gas opengaat. Evenzo zullen gebruikers zich ervan moeten vergewissen dat alles in orde is, toestel per toestel, huis per huis, net zoals je doet wanneer het gas een poos afgesloten is geweest. Wat dit zoal gaat kosten? Enkele honderden miljoen euro… Wie gaat dat betalen?

22 | energymag nr7

06-23 MARKET nl.indd 22

9/10/07 10:53:57


presenteert

ENERGY INDUSTRY FORUM + Altran conference for innovation ................................22 Nov. 2007

ENERGY BUILDINGS FORUM + Workshop cogeneration ................................23 Nov. 2007 inschrijven voor 30/10 -10%

Innova Energy forums:

in het kader van de

E Twee dagen, acht workshops en meer dan 60 conferenties over cruciale energiekwesties voor gebouwenbeheerders en de industrie. E Belgische en internationale topsprekers die elk in hun domein een grote energie-expertise hebben. E Vooraanstaande bedrijven delen hun ervaringen aan de hand van een vijftiental casestudies.

22 > 25 NOV.2007

E Een transversaal programma speciaal samengesteld voor technische en financiĂŤle besluitvormers in de dienstverlenende sector en de industrie.

Programma op: www.energybuildingsforum.be en www.energyindustryforum.be GOLD SPONSORS

BRONZE SPONSORS

SILVER SPONSORS

ORGANISATIE

Ad Symposium v2 NL.indd 1

PARTNERS

9/10/07 17:44:45


MANAGEMENT | BUILDINGS

Meting & Energiebeheer

Word PNB! Het virtuele privénetwerk (VPN), een term uit de informatica, kende u al. Nu is er dus iets gelijkaardigs, maar dan voor elektriciteit. We hebben het hier over een privaat distributienet voor elektriciteit. Een oplossing die beslist niet oninteressant is voor grote tertiaire sites en voor huurpanden. Twee euro en twintig cent per vierkante meter per jaar! Zoveel valt er te besparen op de energierekening van een kantoorgebouw (25.000 m2) in onze hoofdstad, alleen al met een privaat distributienet voor elektriciteit. Dit is niet mis! Maar waar gaat het nu precies over? “Wat wij doen, is tijdelijk in de schoenen van de vastgoedbeheerder gaan staan, met zijn toestemming en die van de huurders uiteraard. Wij spelen dan de rol van distributienetbeheerder (DNB) in die zin dat wij energiemetingen gaan uitvoeren in uw gebouw en voor een optimale distributie zorgen”, aldus Pierre Vanderdonck, algemeen directeur van Steel, een advies- en dienstenkantoor voor energiemetingen. Er zitten heel wat voordelen aan zo’n systeem en die zijn niet enkel financieel! Word Privaat Netwerkbeheerder (PNB) In een klassiek scenario krijgt de vastgoedbeheerder van een gebouw met meerdere huurwoningen te maken met een heleboel kleine individuele klanten die elk hun eigen elektriciteitsleverancier hebben. Daar

bovenop komt nog de facturatie van het gemeenschappelijk verbruik. De administratieve rompslomp is dus niet te overzien. Ook is er regelmatig ruzie over de factuur. Dit alles maakt dat er zelden gelegenheid is om mensen nuttige tips te geven om hun verbruik te optimeren en voor tariefplannen is vaak al helemaal geen tijd. Zelfs al lukt het de gebouwenbeheerder om zijn huurders op één lijn te krijgen om het verbruik te bundelen en zo een gunstige prijs bij de leverancier te bedingen, dan nog hoeft hij niet op dezelfde optimale voorwaarden te hopen zoals één enkele grote klant die kan krijgen. Zeker niet als hij Laagspanning koopt. Aan het idee om de gebouwenbeheerder het “statuut” van Privaat Netwerkbeheerder (PNB) te geven ligt een eenvoudig principe ten grondslag. Vanuit deze hoedanigheid kan een beheerder namelijk elektriciteit aankopen in Hoogspanning, en daarmee is hij een heel stuk voordeliger uit. “Het prijsverschil tussen Laagspanning en Hoogspanning is immers veel groter dan de onderhandelbare 5% met uw huidige leverancier”, legt Pierre Van-

derdonck uit. In grote gebouwen hebben we echter veelal een gemengde situatie. Meestal is de site uitgerust met een Hoogspanningscabine welke enkele energie-intensieve toepassingen voedt, zoals liftblokken, terwijl de meeste huurders Laagspanning afnemen. Waarom dan niet het hele gebouw van Hoogspanning voorzien? “Daarvoor is het wel nodig dat de exploitant Privaat Netwerkbeheerder (PNB) wordt en in vermogenstransformatoren HS/LS investeert om verder Laagspanning aan zijn huurders te kunnen leveren. Dit houdt ook in dat hij net als een distributienetbeheerder (DNB) in een eigen telling moet investeren, factureringssysteem inbegrepen”, zegt Pierre Vanderdonck. In Vlaanderen staat de regionale wetgeving dit niet toe, maar in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Wallonië mag het dan weer wèl. De technische regelgeving biedt een DNB immers de mogelijkheid om zijn bevoegdheden onder bepaalde voorwaarden af te staan aan private derden. Concreet gaat het hier om de oprichting van private netten. Zo op het eerste gezicht hebben

Bespaar 2,2 ¤ per m2 per jaar! Neem nu een kantoorgebouw met een totale oppervlakte 25.000 m2 in het Brussels Gewest. Het gebouw telt 8 verdiepingen (5 bezet en 3 vrij). Het jaarlijks totaalverbruik bedraagt 3.840 MWh (1.230 in LS en 2.610 in HS) voor 28 meetpunten. Investering telling: circa 1.000 ¤ per meetpunt. De eigenaar kan een subsidie van 50% krijgen voor de implementatie van een energieboekhouding. In dit precieze (en reële) geval kan het gebruik van een privaat net (PNB) een besparing van ruim 2,2 ¤/m2/jaar opleveren. Werkingskosten (jaarbasis) Factuurbeheer energie Energiebeheer Kost KWh H.S. Kost KWh L.S. Afschrijving Telling (10 jaar) Totaal Totaal per m2

bij DNB gebruik 4.200 ¤ 0¤ 279.000 ¤ 185.000 ¤ 0¤ 468.200 ¤ 18,8 ¤

als PNB 1.600 ¤ 2.880 ¤ 410.000 ¤ 0¤ 1.400 ¤ 414.700 ¤ 16,6 ¤ Bron: Steel n.v.

24 | energymag nr7

24-25 MANAG steel nl.indd 24

8/10/07 14:51:06


BUILDINGS | MANAGEMENT

[ Wat zegt de expert? ] De technische kant niet vergeten! de DNB’s daar niets op tegen. In sommige gevallen komt deze oplossing hun zelfs prima uit. Een ander voordeel is dat het systeem de trend naar meer efficiëntie en kostenreductie nog stimuleert. Voordelen De oplossing is beslist interessant. Eerst en vooral voor de gebouwenbeheerder want die kan zich onderscheidend profileren met weer een nieuwe dienst voor zijn klanten-huurders. Als distributiebeheerder is hij verantwoordelijk voor de financiële kant van “zijn” installaties. Dit betekent tellingen uitvoeren, tellinggegevens verzamelen, uitlezen, analyseren en na validatie de energiekosten verdelen over de gebruikers in het gebouw. Als het systeem van meetaf aan goed in elkaar zit, zal de klant of eindgebruiker nooit mopperen over de factuur. De factuur zal immers exact overeenstemmen met zijn eigen energieverbruik. Bovendien krijgt hij een voordeeltarief omdat de (gebundelde) energie-inkoop op basis van het beste tariefplan plaatsvindt. Keerzijde van de medaille: de klant is een stukje autonomie kwijt. Hij kan zijn energieleverancier niet meer zelf kiezen, want dit doet de gebouwenbeheerder. De beheerder kan in één moeite door tevens een gespecialiseerde derde inschakelen voor het ganse meting- facturatietraject. Zo kan hij nog meer flexibiliteit inbouwen in de opvolging van de energiestromen van de huurders van het gebouw en ook nog eens op de administratiekosten besparen. Dit is precies wat Steel voor zijn klanten doet. Naast de technische implementatie van het eigenlijke privénet - installatie van meters - stelt Steel een online softwareplatform beschikbaar voor het versturen en consolideren

Op technisch vlak is het belangrijk om al in de ontwerpfase rekening te houden met deze oplossing en in het bijzonder met de meetapparatuur. Wanneer u dit doet zal het kostenplaatje lager uitvallen. Een bestaande installatie achteraf aanpassen, is daarentegen een kostelijke zaak. Nog iets wat u moet vermijden: maar al te vaak worden energietellingsystemen afgestemd in functie van het on© L. van Steensel middellijke gebruik van een gebouw, zonder enige visie op de toekomst. Een globalere visie is beslist noodzakelijk. Vergeet ook de vermogenstransformators niet. Deze zijn nodig om Hoogspanning om te zetten naar Laagspanning. Denk erom dat de tellers en tellingsystemen compliant moeten zijn met de MID-normen van de Europese Unie. Zorg er verder voor dat de schakelborden groot genoeg zijn voor de tellers. Verder is het nuttig om meettransformatoren te voorzien en wel hierom: de bekabeling die voor de tellingen wordt gebruikt is vaak ongeschikt. Ook laat de kwaliteit van de klemmen wel eens te wensen over, en dit kan een impact hebben op de meetresultaten. Pierre Vanderdonck, Algemeen Directeur Steel n.v.

van tellinggegevens en facturen. Vanaf dit platform wordt een hele waaier van diensten aangeboden, te beginnen met het verstrekken van advies aan klanten om hun verbruik te optimeren. Steels oplossing maakt het mogelijk om energie-efficiënter tewerk te gaan op een niveau dat tot op heden moeilijk te bereiken was: de huurder. Om kort te zijn komt het erop neer dat er een serieuze “energieboekhouding” komt voor uw stroomverbruik, dat later eventueel uitbreidbaar is naar andere energiedragers zoals gas, stookolie of water. Veel belangstelling Grote exploitanten van gebouwen steken hun belangstelling voor PNB-gebruik niet onder stoelen of banken. Naar we hoorden, zouden zij “deze nieuwe ontwikkeling met veel aandacht volgen”. Feit is dat kandidaat-huurders de lat steeds hoger leggen wat de kosten en energieprestaties van het gebouw en de daaraan gerelateerde dienstverlening betreft. Bij veel nieuwbouwprojecten en projecten voor ingrijpende renovaties ligt deze oplossing tegenwoordig trouwens van meetaf aan mee ter studie.

Een ideale situatie natuurlijk. Wanneer al bij de start van het project gedacht is aan vermogenstransformatoren en aan tellers die conform zijn met de MID-normen (de Europese richtlijn 2004/22/CE) en met de bestaande meteringcodes, zal de kostprijs van de installatie vanzelf lager zijn. Als het om bestaande gebouwen gaat zal het prijskaartje van de “achterafinbouw” uiteraard hoger liggen. Bovendien rijst dan de netelige vraag: wie betaalt wat? Zoals u weet, wordt de afschrijving van de investering niet op dezelfde wijze bekeken door de eigenaar, de exploitant en de bewoner. Een minpunt, maar de buitengewoon gunstige ROI maakt een en ander weer goed. In het Brusselse World Trade Center Brussel wordt de PNB-optie in ieder geval met “veel belangstelling” onderzocht, vernamen we bij monde van Axima Services, één van de bewoners van het complex. Niet zo verwonderlijk, want deze oplossing zou in nog geen drie maanden tijd afgeschreven zijn. Het gaat hier wel om een investering in de orde van 200.000 €. Tel uit de winst voor de gebruikers… p

Jean-François Marchand

nr7 energymag | 25

24-25 MANAG steel nl.indd 25

8/10/07 14:51:08


DOSSIER | LIBERALISERING

Ruimte voor concurrentie! En voor regulering!

Š Guyerwood

Je eigen energieleverancier kunnen kiezen en meeprofiteren van scherpe energieprijzen... De vrijgemaakte energiemarkt moest ons heel wat voordelen opleveren maar daar is tot nog toe bitter weinig van in huis gekomen. De gas- en elektriciteitsprijzen zijn zo schrikbarend hoog dat de Europese energie-intensieve industrie in de problemen komt. Geen wonder dat de interesse voor Europa begint te tanen. Nooit eerder werd er zo weinig geĂŻnvesteerd in nieuwe productiecapaciteit en in transportinfrastructuren en nooit was het risico op onderbrekingen in de bevoorrading zo groot. Voor velen is de vrijmaking een flop. Behalve ongetwijfeld voor een aantal voortvarende energiegroepen die thans miljardenfusies en overnames aangaan. Het ontwerp van de derde Europese richtlijn over de vrijmaking van de energiemarkt moet de gedane beloften waarmaken. Zoniet zit het er dik in dat de Europese energie-intensieve bedrijven het loodje leggen bij de minste of geringste conjuncturele tegenslag ergens in de wereld.

26 | energymag nr7

26-34 DOSSIER nl.indd 26

10/10/07 11:36:29


LIBERALISERING | DOSSIER

Even terug in de tijd. In juni kondigde Electrabel een prijsstijging aan voor gas en dus ook voor elektriciteit en daarmee kregen ze de ganse goegemeente over zich heen. Een driemaandelijkse peiling bij hun lezers leverde onze kompanen van Trends Tendances een verrassend (?) inzicht op: 66% van de bevraagde bedrijfsleiders dacht eraan om van leverancier te veranderen. En dan? Ja, en dan? Onze gesprekspartner, een energiemanager bij een grote Belgische industriële groep, lid van het consortium Blue Sky, schiet in de lach. “Hoe wilt u”, zegt hij, “dat een bedrijf een oplossing vindt voor een probleem dat zelfs een industriele wereldgroep niet vermag op te lossen”. Gelukkig heeft hij zijn gevoel voor humor niet verloren. Maar zijn antwoord is veelzeggend: keuzes vallen er toch niet te maken, want er is gewoon geen concurrentie, laat staan “concurrerende prijzen”. Drie maanden later was de historische operator na deze storm in een glas water, weer helemaal de oude, afgezien misschien van enkele deukjes in zijn imago. Het lijkt er zelfs op dat Electrabel zijn verloren marktaandeel weer heeft teruggewonnen. De vrijmaking, een flop? “Wat elektriciteit betreft hebben de grote Belgische afnemers geen alternatief voor de dominerende speler”, verklaart Peter Claes, Algemeen Directeur van Essenscia en via Febeliec vertegenwoordiger van de energie-intensieve industrie. “Bovendien is het praktisch onmogelijk om elektriciteit uit het buitenland in te voeren omdat de interconnectiecapaciteit aan de grenzen ontoereikend is. Daar komen nog eens de grote risico’s bij die gepaard gaan met de balancing en backup en het gebrek aan transparantie over de prijsvorming”. Hoe is het zover kunnen komen ? Het eerste wat opvalt is dat de nieuwkomers op de Belgische markt nog praktisch geen noemenswaardige

productiecapaciteit hebben ontwikkeld. Nuon, bijvoorbeeld, was al vanaf de eerste dagen na de vrijmaking van de energiemarkt in België aanwezig, maar ze zitten nu nog altijd op capaciteit te wachten. Op zijn vroegst zullen ze in 2011 over een eerste schijf van 400 MW kunnen beschikken. Hetzelfde geldt voor Essent en RWE, die hebben tot op heden respectievelijk amper 120 MW en 200 MW kunnen ontwikkelen. SPE, de enige echte concurrent van Electrabel wat productie betreft, kampt met een beperkte capaciteit die bovendien niet concurrerend is in termen van kostprijs als men vergelijkt met het nucleaire park van Electrabel. In 2006 sloot SPE het boekjaar af met een operationeel verlies van 15 miljoen €, zodat het zijn prijzen wel moest verhogen. Dat zegt alles. Bij EdF horen we hetzelfde verhaal. Die zouden het ook moeilijk hebben om grote klanten via de groothandelsmarkt de gewenste hoeveelheden te kunnen leveren en dan nog tegen concurrerende prijzen. En nochtans spreken we hier over de grootste producent die ook nog de grootste elektriciteitsexporteur van Europa is. Sectorenquête & derde richtlijn Een sectorenquête van de Europese Commissie, welke uiteindelijk leidde tot een derde pakket wetgevingsvoorstellen voor de liberalisering (zie artikel), bracht in 2006 verschillende knelpunten aan het licht. Het grootste pijnpunt blijft het gewicht van de historische operators dat een grote hindernis voor concurrerende nieuwkomers is, zeg maar gerust dat die geen schijn van kans hebben op de markt. Bij Electrabel komt daar nog eens het huidige monopolie inzake nucleaire stroomopwekking bij, wat nog een extra concurrentievoordeel is. Zeg nu zelf: hoe kun je stroom leveren tegen concurrentiële prijzen als je zelf geen toegang hebt tot de nucleaire productie van elektriciteit en als alle andere productiewijzen duurder zijn? Een operator moet zich tegen

“Er moet dringend extra invoercapaciteit bij komen, en de samenwerking tussen de Europese netbeheerders kan beter” bepaalde financiële voorwaarden kunnen bevoorraden, wil hij rendabel zijn. Voor sommige productiewijzen zoals gascentrales is dit pure noodzaak. De historische operators misbruiken hun dominante positie om hogere prijzen te vragen op de groothandels- en eindgebruikersmarkt, zegt de Commissie. Dit is de reden dat de Commissie voorschrijft dat geen enkel bedrijf gelijktijdig stroom en/of gas mag produceren en landelijke transportnetten in handen hebben. Het grote aandeel dat de groep Suez heeft in het beheer van de transmissienetten en transit- of distributienetten geeft Electrabel en Distrigaz een flinke voorsprong ten aanzien van nieuwkomers. De verticale integratie productie/transmissie/distributie op diverse nationale markten en het gebrek aan onafhankelijkheid van de netbeheerders zou een rem zijn om te investeren in nieuwe productiecapaciteit. Derde probleem: de gas- en elektriciteitsmarkten blijven nationaal en de operators “lijken er vaak niet veel voor te voelen om ook eens een stapje buiten hun thuismarkt te zetten en de concurrentie aan te gaan met hun rivalen in een buurland”. Er is dus absoluut geen sprake van een “significante grensoverschrijdende concurrentie”. Een effect dat nog versterkt wordt doordat de interconnectiecapaciteit aan de grenzen ontoereikend is wat grensoverschrijdende uitwisselingen afremt. Een vierde punt, tot slot, is het gebrek aan transparantie wat prijsvorming betreft. Dit is niet alleen belangrijk op korte nr7 energymag | 27

26-34 DOSSIER nl.indd 27

10/10/07 11:36:35


DOSSIER | LIBERALISERING

maar ook op lange termijn als er moet worden overgegaan tot investeringen. De wijze waarop de prijzen worden bepaald verloopt niet zuiver objectief, maar lijkt soms te zijn ingegeven door “anticoncurrerende praktijken”. Grootverbruikers luiden de alarmklok De grote industriële energie-intensieve verbruikers zijn daar al lang achter. Willen ze soms dat er een kruis over de liberalisering wordt gemaakt? Nee, dat niet. De Europese energietoekomst vergt een duurzame oplossing

en liberalisering is nog altijd de enige optie. “We zijn ervan overtuigd dat de vrijmaking van de elektriciteit- en gasmarkten op Europees niveau en de echte concurrentie tussen producenten en leveranciers die daaruit zal voortkomen, de beste garantie blijft voor bevoorradingszekerheid”, legt Peter Claes uit. Hij trekt echter aan de alarmbel. “De huidige hoge elektriciteit- en g a s prijzen vormen

een steeds grotere bedreiging voor de verdere ontwikkeling en het voortbestaan van de energie-intensieve industrie in Europa en in België. Op dit ogenblik kan de industrie tegen een stootje. De commoditiesmarkt is in volle groei en de economische wereldconjunctuur is gunstig. Als die situatie omslaat, komen de bedrijven pas goed in de problemen. Het is

Iedereen weet dat de energieprijzen omhoog gaan. Maar hoe hoog, dat is de vraag! Omdat de meeste leveranciers vertrouwelijkheidclausules in hun leveringscontracten opnemen, is het voor bedrijven namelijk geen sinecure om een goed beeld te krijgen van hun concurrentiepositie bij de inkoop. Om klaarheid te scheppen, hielden Essenscia, Fevia (Federatie van de voedingsindustrie) en FIV (Federatie van de glasindustrie) een enquête onder hun leden waarbij gekeken werd naar de brutoprijzen (excl. btw) van de belangrijkste energiedragers, met name gas en stroom, in 2006. De enquête werd in maart van dit jaar gehouden en was een vervolg op een eerder onderzoek naar de prijzen in 2002. Er liepen zo’n 270 reacties binnen. Het onderzoek bood de deelnemers de gelegenheid om zich te situeren op het schaakbord van de reële marktprijzen. Er wordt ook een index van de gemiddelde prijsstijging gegeven waarbij uitgegaan is van de resultaten van 2002 (zie tabellen). Op die vier jaar tijd zagen de verbruikers met een laag vermogen (< 1 MW) de gemiddelde elektriciteitskost lichtjes toenemen met nog geen 2% per jaar. De verbruikers met een middelgroot vermogen (1 à 5 MW) zagen hun stroomfactuur daarentegen elk jaar zo’n 5% duurder worden en het slechtst af waren de verbruikers met een hoog vermogen (> 5MW) want hier bedroeg de stijging ruim 10% per jaar. De evolutie van de gasprijzen laat een uniformer beeld zien: de stijging bedroeg 60 à 80% voor alle categorieën, met andere woorden 17,5% per jaar. U ziet, het, de energiefactuur gaat omhoog en niet zo’n klein beetje. Het sterkst getroffen is natuurlijk de energie-intensieve industrie. Vanwaar komt die stijging? Hier zijn meerdere factoren in het spel. In de eerste plaats heeft u de stijgende olie- en gasprijzen. Deze werken ook door in de prijsvorming van onze stroom. De prijs van uranium, een grondstof die gebruikt wordt in kerncentrales, gaat eveneens omhoog en bereikt de laatste tijd zelfs recordhoogten. Ook de heffingen op de CO2-uitstoot hebben een impact op de Evolutie van de kost van elektriciteit 2002-2006 (2002 = 100) Gebruiksduur (uur per jaar)

0-1 MW

1-2 MW

2000-4000

106,0

104,3

4000-6000

111,6

117,9

125,2

128,5

124,4

> 6000

2-5 MW

© Jean Schweitze

De prijzen gaan omhoog!

elektriciteitskost, net als de talloze belastingen waaronder producenten en consumenten gebukt gaan. Tot slot is het ook afgelopen met de comfortabele overcapaciteit in de elektriciteitsproductie. In de huidige zero stock context blijken de prijzen buitengewoon volatiel. Aan de andere kant zijn er enkele factoren die de stijging temperen, zoals de goedkoper wordende transportkosten. Dat mag allemaal waar zijn, zeggen de grote energieverbruikers, maar de hoofdoorzaak van de stijgingen blijft nog altijd een schrijnend gebrek aan concurrentie. De liberalisering is niet bepaald een succes, en wel hierom: T de dominante positie van de historische spelers en hun verticale integra-

tie in de transmissienetwerken belemmert de komst van nieuwe spelers op de markt en is dus ook een rem op de concurrentie; T de grensoverschrijdende capaciteit is ontoereikend en door de gebrekki-

ge samenwerking van de netwerkbeheerders kan er geen echte Europese elektriciteitsmarkt tot stand komen; T er is een gebrek aan transparantie op de markten en de structuur en

regels van de groothandelsmarkt zijn helemaal niet afgestemd op de behoefte van de energie-intensieve verbruikers terwijl deze groep juist nood heeft aan zichtbaarheid en stabiliteit op lange termijn. Evolutie van de gasprijzen 2002-2006 (2002 = 100)

>5 MW

kWh PCS/jaar

LD

MD

1.000.000 - 10.000.000

106,0

104,3

10.000.000 - 100.000.000

111,6

117,9

125,2

128,5

124,4

> 100.000.000 144,4

HD

Bron: Essenscia

Bron: Essenscia

28 | energymag nr7

26-34 DOSSIER nl.indd 28

10/10/07 11:36:39


LIBERALISERING | DOSSIER

in ieder geval noodzakelijk dat snel ferme beslissingen worden genomen, want het hoge prijsniveau weegt op de concurrentiekracht”. Hier zegt Claes ware woorden. Er is nog geen sprake van actieve delocalisatie in de industrie, maar feit is dat de verleiding om elders te gaan investeren waar het gras groener is wel erg groot zal worden als de situatie verslechtert. “Sommige industriëlen overwegen de mogelijkheid om te investeren in sites die dicht bij de grondstofbronnen gelegen zijn of in streken waar energie goedkoop is. Het risico dat de captains of industry Europa de rug toekeren is reëel. Febeliec vraagt het Europees Parlement en de Ministerraad om de voorstellen van de Commissie zo snel mogelijk goed te keuren, zodat ze kunnen worden toegepast in de lidstaten anders dreigt de energieliberalisering de mist in te gaan. Is het afgelopen met verticale integratie? De volledige en feitelijke afsplitsing van het beheer en de productie en leveringsactiviteiten blijft een netelige kwestie. “We zijn niet per se voor een eigendomsscheiding of “unbundling” (ontvlechting) maar pleiten voor het invoeren van strikte regels waarmee de onafhankelijkheid van de transmissienetbeheerders en een vrije toegang tot de netten verzekerd is voor nieuwkomers”, legt Peter Claes uit. “Het vermoeden dat er wel eens onderling afspraken kunnen zijn gemaakt, remt investeringen in nieuwe capaciteit af”, zegt hij. “Als u een nieuwe centrale wilt bouwen in België, bijvoorbeeld een gasstoomturbine, dan moet u met Fluxys om de onderhandelingstafel gaan zitten om toegang te krijgen tot het gasnet, met Elia voor toegang tot het elektriciteitsnet en eventueel met Distrigas voor de gasbevoorrading en met Electrabel voor alles wat balancing en back up aangaat. Er moet

dus gepraat worden met vier bedrijven die allemaal tot dezelfde concurrerende groep behoren. Niet bepaald de ideale omstandigheden voor een gunstig investeringsklimaat”. Balancing en back up zijn andere kritieke punten in het liberaliseringsdossier: een (onvermijdelijk) onevenwicht op kwartuurbasis of de beslissing om een centrale stil te leggen komen een energieproducent nog duurder te staan, wanneer deze maar een klein marktaandeel heeft, zoals een zelfopwekker of nieuwkomer. Dit verklaart ook waarom in België maar weinig grote gedecentraliseerde productieprojecten worden gerealiseerd zonder dat Electrabel daar iets in de pap te brokken heeft. We zagen dit al eerder, bij BASF Antwerpen met Zandvliet Power, een 50/50 joint venture tussen Electrabel en het Duitse RWE, maar volgens sommige waarnemers,komen beide bedrijven eerder goed overeen. Bij Degussa Antwerpen zou Electrabel voor een nieuw WKK-project weer samenwerken, dit keer met E.On. Afgezien van die twee voorbeelden is de alomtegenwoordigheid van Electrabel flagrant. Tessenderlo is de enige die uit de band springt. Binnenkort start het met de bouw van een STEG-centrale van 400 MW, dat ontwikkeld wordt in consortium met de groep Siemens onder de vlag T-Power. Er wordt gefluisterd dat er stevige discussies met Elia geweest zijn, welke niettemin tot een correct akkoord geleid hebben. Twee handen op één buik of niet? Een vertrouwensklimaat, dunkt ons eerder. De derde richtlijn zou al deze problemen de wereld uit moeten helpen, zelfs al zetten de grote energiegroepen zich schrap om “hun” transmissienetten met hand en tand te verdedigen. Begrijpelijk, want verticale integratie is een cruciaal onderdeel van hun beleid, net zoals voor sommige landen trouwens met Frankrijk en Duitsland op kop.

Netten en transparantie verbeteren Voor Febeliec gaan de voordelen van de vrijmaking ook verloren aan de grenzen. Reden is een onderontwikkeld netwerk, met name de interconnectie- of transportcapaciteit is niet berekend op een massale doorvoer van elektriciteit. De samenwerking tussen de netbeheerders is ook verre van optimaal. “Een betere verbinding tussen de landelijke netwerken zal de marktwerking heel wat efficiënter maken. Momenteel is de interconnectiecapaciteit nog te beperkt, en er doen zich congestieproblemen voor. Er moet dringend extra invoercapaciteit bij komen, en de samenwerking tussen de Europese netbeheerders kan beter”, aldus Claes. Het concept van een Europees netwerk zonder binnengrenzen dat gemanaged wordt zoals een groot nationaal net, wint terrein. Het liefst met aan het hoofd een beheerder die capabel is om de stabiliteit te bewaren wanneer zich congesties in het net voordoen, en die daarbij éérst aan de markt denkt, in plaats van aan de portemonnee van de producenten. Een eerste stap daartoe, zijn eengemaakte regionale markten, zoals die zich al beginnen te vormen tussen Frankrijk, de Benelux en Duitsland. Informatieverstrekking moet tot slot bijdragen tot een vlottere marktwerking. “De markt moet de informatie krijgen die ze nodig heeft en verder zijn de prijsvormingsmechanismen aan verbetering toe. Wij vinden de huidige contracten niet efficiënt genoeg voor een goede marktwerking. Maar er bestaan toch al een hele reeks werkbare oplossingen. De energie-intensieve afnemers in de industrie hebben zeer te lijden onder de aanslepende instabiliteit van de prijzen, er moeten anticiperende methoden worden gevonden, misschien moeten we aan langetermijncontracten denken”, besluit Peter Claes. p Jean-François Marchand nr7 energymag | 29

26-34 DOSSIER nl.indd 29

10/10/07 11:36:55


DOSSIER | LIBERALISERING

Vooruitzichten

Fusie tussen Suez en Gaz de France hertekent Belgisch energielandschap

© Suez

(0,9545 GdF-aandeel tegen 1 Suez). De Franse staat voorkomt zo dat er een te groot superdividend naar de aandeelhouders van Suez zou terugvloeien. Een “geschenk” dat, het valorisatieverschil van beide groepen in acht nemend, de laatste maanden al gauw in de 6 miljard euro had kunnen lopen. Niet zo best voor het imago van superpresident Sarkozy, net nu de vakbonden over hem heen vallen. Die verwijten hem dat hij Gaz de France heeft geprivatiseerd.

Nu het Elysée eindelijk zijn fiat heeft gegeven, zou de fusie nog voor juni 2008 rond moeten zijn. De nieuwe groep moet wel bepaalde onderdelen afstoten, maar daartegenover staat dat nieuwe spelers toegang krijgen tot de Belgische markt. Het is dringen geblazen om erbij te zijn.

De fusie tussen Suez en Gaz de France is eindelijk uit het slop getrokken. Na 18 maanden op-en-af reizen hebben Gérard Mestrallet, PDG van Suez, en JeanFrançois Cirelli, zijn evenknie bij GdF, de Franse staat kunnen overtuigen van het belang van de hele operatie. Op maandag 3 september werden de partijen het eens over de voorwaarden voor de fusie. Met de samensmelting ontstaat het vierde energiebedrijf ter wereld in termen van beurskapitalisatie… Toch hebben de Franse nutsbedrijven ook pluimen gelaten bij de regeringsonderhandelingen onder leiding van president Nicolas Sarkozy. Suez moet 65%

van zijn milieugerelateerde activiteiten apart naar de beurs brengen, eens de fusie rond is. Aandelen van deze milieupoot zullen dan aangeboden worden aan de aandeelhouders van Suez. Dit doet Suez om qua marktkapitalisatie een doelstelling van gelijkwaardigheid te realiseren, dit om een huwelijk tussen (bijna) gelijken mogelijk te maken. In de loop van 2008 moet de hele operatie haar beslag krijgen. “Al tijdens het eerste semester, laat ons hopen”, aldus beide partners van het toekomstige GdF Suez. De fusie vindt plaats op basis van een uitwisseling van 21 aandelen Gaz de France tegen 22 aandelen Suez

Het Elysée in Tihange? Dat is precies één van de knelpunten in het fusiedossier. Privatisering van GdF of nationalisering van Suez? “Door GdF te privatiseren, graaft de staat een kanaal in Suez”, titelde de Franse krant Libération fijntjes, daags nadat het nieuws van de fusie op 3 september bekend was gemaakt. Deze titel vat de situatie goed samen. De Franse staat zal een belang van meer dan 35% hebben in het nieuwe bedrijf GdF-Suez, een belangrijke blokkeringsminderheid die automatisch wordt verkregen door het staatsaandeel van 80% in GdF. Daarmee laat de Franse staat Albert Frère, de huidige referentieaandeelhouder van Suez met 9,5% van het kapitaal, ver achter zich. Via GBL zal de Waalse financier dan nog slechts een belang van 5,3% hebben. Of de inmenging van het Elysée nu gevaar inhoudt voor de Belgische activiteiten van de groep? Electrabel, dat nog steeds meer dan 85% van de Belgische elektriciteitsproductie beheert, zal voor de volle 100% worden geïntegreerd en wordt door Suez-GdF gecontroleerd. Het nieuwe fusiebedrijf bezit trouwens ook de 7 Belgische kerncentrales die samen voor meer

30 | energymag nr7

26-34 DOSSIER nl.indd 30

10/10/07 11:36:58


LIBERALISERING | DOSSIER

dan 55% bijdragen aan de energievoorziening van ons land. “De Franse staat is een grote aandeelhouder, meer niet”, benadrukt Jean-Pierre Hansen, COO Suez en afgevaardigd bestuurder van Electrabel. Voor inmenging van de Franse staat in de strategische keuzen van de toekomstige groep hoeven we niet bang te zijn, daar is geen reden toe vindt Hansen. Wat niet wegneemt dat de Franse fusiegroep, waar de Franse staat het voor het zeggen heeft, de Belgische consument beslist niet zal ontzien. Anders gezegd, zullen wij weeral als “melkkoeien” worden beschouwd. Het is echter niet zeker dat Europa dit systeem nog langer zal pikken. Op naar Pax Electrica II Het is de eerste keer in Europa dat een staat zich bemoeit met de controle van andermans energieapparaat. België heeft daarom geprobeerd waarborgen los te peuteren. Ons land deed dit al

eerder, met name voor het openbaar overnamebod van Suez om de volledige controle over Electrabel te verwerven. De “Pax Electrica I” van oktober 2005 was al een poging tot afbouw van de dominantie van Electrabel op de Belgische markt. De elektriciteitsmaatschappij moest megawatt nucleaire capaciteit afstaan en terreinen van de hand doen die geschikt zijn om elektriciteitscentrales op te bouwen voor een equivalent van 1.500 MW. Een eerste werd verkocht aan het Duitse E.ON. Het Spaanse Endesa toonde belangstelling voor de beide andere, maar de onderhandelingen zijn afgesprongen. Binnen het kader van de fusie met GdF, wilde Guy Verhofstadt opnieuw een grote stap zetten richting minder vermogen voor de historische operator. Hij onderhandelde dus met Jean-Pierre Hansen over een “Pax Electrica II” in de herfst van 2006. In een unilateraal akkoord beloofde Suez om nucleaire MW af te

staan aan zijn grootste Belgische concurrent, SPE-Luminus. Als het akkoord ook uitgevoerd wordt, zal SPE beschikken over 800 nucleaire MW tegen 160 vandaag. De Frans-Belgische energiegroep heeft tevens toegezegd 15% van zijn productiecapaciteit af te zullen staan aan een “derde speler”, zodat er op de Belgische stroommarkt een echte concurrentie op gang komt. Daags na de fusie zaten Jean-Pierre Hansen en Etienne Davignon, bestuurder van de groep, reeds bij federaal minister van Economie Marc Verwilghen om de tafel om hem te verzekeren dat zij deze akkoorden zouden naleven. SPE hoopt met deze regeling op goedkopere elektriciteit. Voor de rest is het afwachten.

GdF Suez in cijfers T 71,9 miljard omzet1 T 200.000 werknemers T 90 miljard beurskapi-

talisatie2 T 13,9 miljard financieringsschuld T Vijfde grootste Europees elektriciteitsbedrijf T Wereldleider vloeibaar aardgas (LPG) T Europees leider energiediensten T Derde kapitalisatie op Euronext Parijs na EDF en Total 1

Nieuwe spelers De echte gevolgen van de fusie voor de Belgische markt zullen waarschijnlijk pas in 2008 zichtbaar worden, wanneer de algemene vergaderingen van beide

op basis van gegevens van 2006 2 voor de afstand van 65% van de milieugerelateerde activiteiten

OPA-saga De consolidering van de Europese energiesector doet pijn. De fusie tussen Suez en GdF zou thans in het eindstadium gekomen moeten zijn. De afgelopen achttien maanden, want zoveel tijd is er sinds de bekendmaking van de fusie verlopen (februari 2006), moesten er heel wat obstakels overwonnen worden. In de tussentijd vonden op het oude continent heel wat toenaderingspogingen plaats, maar deze waren geen onverdeeld succes. Nog niet zo lang geleden, op 7 september, gooiden de Nederlandse elektriciteitsbedrijven Nuon en Essent de handdoek in de ring. Hun poging sinds begin dit jaar om een fusie op vriendschappelijke basis te bewerkstelligen liep spaak door een meningsverschil over de berekeningswijze van de valorisaties. In Spanje is het verhaal van de verschillende openbare overnamebiedingen of zogenaamde Offres Publiques d’Achat (OPA) op het grootste elektriciteitsbedrijf Endesa uitgegroeid tot een heuse saga. De aftrap werd in 2005 gegeven en de run op Gas Natural werd in februari 2006 afgestopt door het Duitse E.ON. Dit was tegen het zere been van de Spaanse regering die stokken in de wielen probeerde te steken. Een derde bod, gezamenlijk uitgebracht door het Italiaanse Enel en de Spaanse bouwgroep Acciona haalde wel de eindmeet. De andere kant van de medaille is een verdere verbrokkeling van de Spaanse energiegroep. De afgelopen maanden kende enkel een vriendschappelijk bod van het Spaanse Iberdrola op het Britse Scottish Power een gunstig verloop. Uit de samensmelting ontstond een wereldleider in het domein van de hernieuwbare energie. © Simone L. Spiga

nr7 energymag | 31

26-34 DOSSIER nl.indd 31

10/10/07 11:37:02


DOSSIER | LIBERALISERING

groepen hun definitieve handtekening onder het fusieproject zullen hebben gezet. Pas dan zullen de beloften van “Pax II” hard moeten worden gemaakt en zullen de remedies die door Neelie Kroes, eurocommissaris voor mededinging, uitgedokterd werden ook uitgevoerd moeten worden. Op dat ogenblik zal het fusiebedrijf GdF-Suez moeten onderhandelen over de verkoop of liever: ruil van verschillende onderdelen om de monopoliepositie te breken. Beide partners hebben in ieder geval nooit verhuld dat zij hun aandelen best willen inruilen tegen interessante posities op andere, voor hen strategisch belangrijke, markten. De Benelux, Frankrijk, Nederland, Duitsland en Italië, bijvoorbeeld. “Wij staan onze activa af aan degene die ons in ruil de interessantste activa kan aanbieden en met het beste financiële aanbod op de proppen komt”, merkt Jean-Pierre Hansen op. SPE-Luminus. Sinds oktober 2005 heeft GdF een belang in het kapitaal van het tweede grootste Belgisch energiebedrijf. GdF en het Engelse Centrica hebben, via hun joint venture Segebel, een belang van 51% genomen in SPELuminus. De rest is in handen van een vereniging van gemeenten. Van meetaf aan stond vast dat GdF zijn aandeel van

25,5% in de Belgische elektriciteitsproducent moest verkopen. Dit is een eis van Brussel. Centrica beschikt over een voorkooprecht en liet duidelijk weten geinteresseerd te zijn. Het is dus enkel nog een kwestie van eventueel opbieden. Distrigas. Suez heeft lang volgehouden dat het geen afstand zou doen van zijn belang van 57,25% in Distrigas. Deze dochter controleert 80% van de gasbevoorrading op de Belgische markt en is buitengewoon rendabel (2,17 miljoen euro per werknemer in 2006). De enige concurrent is… GdF. Maar de groep zwichtte uiteindelijk voor het ferme besluit van de Europese Commissie. Thierry Rotsart, woordvoerder van de gasdistributeur, “Distrigas zal worden afgestaan aan een energiegroep met ervaring op het domein van gas”. Natuurlijk zijn er veel gegadigden. “Sinds bekend werd dat de fusie op de rails staat, stromen de aanbiedingen van over de hele wereld toe”, zei Gérard Mestrallet, de dag van de persconferentie waarop het huwelijk wereldkundig werd gemaakt. Electrabel. De Commissie vraagt niets van de Belgische energiereus. Voor de toepassing van de “Pax Electrica II”, zal Electrabel niettemin afstand moeten doen van enkele centrales, zodat

Sire, er zijn nog Belgen Hoewel GdF-Suez door zijn aandeelhouderschap zijn Belgische roots verliest, behoudt het management wel een Belgisch karakter. In de toekomstige bedrijfstop krijgen niet minder dan vijf “Belgen” van Suez een uitgelezen plekje in de entourage van het duo Mestrallet-Cirelli. Waaronder twee in het zes leden tellende directiecomité. Jean-Pierre Hansen (59 jaar). De huidige nummer twee van Suez wordt verantwoordelijk voor de bedrijfstak Energie Europa & Internationaal (de hele wereld uitgezonderd Frankrijk). Hij wordt ook operationeel directeur voor de activiteiten in de Benelux en Duitsland. Hansen zal deel uitmaken van het directiecomité als adjunct algemeen directeur en zal tevens het nieuwe comité van energiebeleid voorzitten. Gérard Lamarche (45 jaar). Financieel directeur van Suez sinds 2004 en al bijna 15 jaar de trouwe luitenant van Gérard Mestrallet. Hij blijft de grote centenman van GdF-Suez. Lamarche wordt adjunct directeur en komt in het directiecomité. Dirk Beeuwsaert (59 jaar). Adjunct van Jean-Pierre Hansen. Hij zal de investeringen van de groep buiten Europa verder beheren, zoals hij deed bij Suez. Xavier Votron (54 jaar). Naar Parijs gestuurd om het onderzoek en ontwikkelingsdepartement van Suez te leiden en verder controleert hij ook de investeringen in hernieuwbare energie. In de nieuwe groep behoudt hij dezelfde functies, maar hij rapporteert aan Marc Florette, verantwoordelijke O&O bij GdF. Emmanuel Van Innis (59 jaar). In 2003 kwam hij bij het uitvoerend comité van Suez waar hij instond voor de HR. In het nieuwe organogram zal hij instaan voor de afdeling Leidinggevende Kaderleden. Sinds begin dit is hij tevens 32 |jaar energymag nr7 voorzitter van de Unie van Brusselse Ondernemingen (UBO).

26-34 DOSSIER nl.indd 32

het slechts een marktaandeel van 70% in de productie en distributie van gas en elektriciteit overhoudt. Zo ligt er een weg open voor twee concurrenten om elk 15% van de markt te verwerven: SPE dankzij de afstand van de nucleaire tranches en een derde, buitenlandse speler, via een uitwisseling van aandelen. Fluxys. Het net voor transport en opslag van gas op Belgische grond, waarvan Suez 57,25% in handen heeft, zal in tweeën worden opgesplitst. Fluxys N.V., dat de infrastructuur zal beheren, zal gelijk worden verdeeld (46%) over Suez en Publigaz, de holding die de belangen van de gemeenten groepeert. Daar staat tegenover dat Suez zijn participatie in Fluxys International wil opvoeren tot 60%. Deze laatste controleert de gasterminal van Zeebrugge en dus de toevoer van vloeibaar aardgas. Veel vragen dus, maar de belangrijkste is: welke kant gaat het op met de prijzen op de Belgische markt? De nieuwe fusiegroep denkt aan jaarlijkse synergieen ten belope van een miljard euro. “De rationalisering van de kosten zou het mogelijk moeten maken om de tarieven voor de consumenten omlaag te halen”, stelt Jean-Pierre Hansen. Dat zou niet meer dan logisch zijn. Ook omdat GdFSuez door zijn omvang alleen al, tijdens onderhandelingen met gasleveranciers veel meer gewicht in de schaal kan leggen. Of die gunstige voorwaarden (alle) klanten ten goede gaan komen, is nog maar de vraag. Er is namelijk niets wat de nieuwe groep, waarin de Franse staat de lakens uitdeelt, belet om in eigen land schappelijke tarieven te hanteren en ze elders te verhogen. Het blijft dus uitkijken. België zal concessies moeten doen, maar het goede nieuws is dat er daardoor meer concurrentie zal komen, wat beslist zal doorwerken in de tarieven. De Spaanse aanpak In de marge van de fusie stelt zich de vraag wat de nieuwe groep zoal voor de Spaanse markt kan betekenen. Suez dat aan het begin van de zomer haar parti-

10/10/07 11:37:13


LIBERALISERING | DOSSIER

p François Villers

Derde pakket wetgevingsvoorstellen

Unbundling or not? Om de concurrentie te versterken eist de Commissie dat de productie en levering van gas en elektriciteit wordt afgesplitst van transmissienetwerken. De grote Franse en Duitse operatoren protesteren heftig tegen de splitsingsplannen.

© Jean Schweitze

cipatie in de Iberische groep Gas Natural wist op te trekken tot 11,3% heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat de groep iedere kans om aandelen binnen te rijven, zal aangrijpen als de gelegenheid zich voordoet. Een noodplan voor als de fusie op de klippen loopt, beweerden sommigen. Op 30 mei maakte Albert Frère zelfs bekend dat hij een participatie had genomen van 5% in Iberdrola, het tweede grootste Spaanse elektriciteitsbedrijf, voor 2,2 miljard euro via GBL en CNP. Of er een direct verband is tussen beide operaties? Suez beweert van niet. De bekende financier en baron uit Charleroi houdt de lippen stijf op elkaar. “Onze posities in Spanje zijn een cruciale troef voor de toekomst van GdF-Suez”, aldus Gérard Mestrallet. De banden met Gas Natural beschouwt hij onder meer als een mogelijkheid om de drie Europese LPG-leiders nader tot elkaar te brengen. In de loop van de laatste maanden had Suez ook andere operaties doorgevoerd op de Iberische markt. In mei lanceerde het een vriendschappelijk overnamebod met zijn historische Spaanse partner La Caixa, om de 50,3% van Agbar (waterdistributie in Barcelona) die ze nog niet hadden alsnog in handen te krijgen. In juli verwierf Suez Energy Services de totaliteit van het kapitaal van Crespo y Blasco, een belangrijke speler op de Spaanse markt van energiediensten. Zelfs al komt het niet tot een happy end met Gas Natural, dan nog zou het verhaal wel eens een staartje kunnen krijgen, zoals we bij Albert Frère hebben gezien. Er is dan immers nog altijd de mogelijkheid om interessante meerwaarden op de markt te realiseren. “De belangstelling van Frère voor Iberdrola is te verklaren door de positie van deze energiegroep op de Spaanse markt, zegt David Vagman, financieel analist bij Fortis. Omdat de Iberische energiemarkt tot op heden weinig geconsolideerd is, ziet hij in Iberdrola immers een potentieel doelwit”. Dezelfde redenering gaat ongetwijfeld ook op voor GdF-Suez.

Op 19 september kwam de Europese Commissie naar buiten met een derde pakket dat voorstellen bevat waarmee de liberalisering van de markt nog een stuk dichterbij moet komen. Een van die voorstellen is een (eigendoms)splitsing tussen energieproductie en -levering en transmissienetwerken. De netten op distributieniveau hoeven niet afgescheiden te worden. Andris Piebalgs, eurocommissaris voor energie en Neelie Kroes, eurocommissaris voor mededinging bepleiten een volledige ontvlechting of

“unbundling” waarbij verticale integratie van de concerns - productie en beheer van netwerken - wordt verboden. Zij stellen dat dit de beste ingreep is om de concurrentie tussen de producenten te vergroten. Dat de historische (geïntegreerde) energieproducenten de netten in handen hebben, kan namelijk een grote hindernis voor nieuwkomers zijn, en daar wordt de eindgebruiker de dupe van zeggen zij. Dit standpunt verdeelt de Europese energiewereld in twee kampen. Groot-Brittannië, Denemarken en Spanje hebben de nr7 energymag | 33

26-34 DOSSIER nl.indd 33

10/10/07 11:37:13


DOSSIER | LIBERALISERING

© Wojciech Jaskowski

stap al gezet: zij vinden dat energieproducenten hun netten moeten afstoten. Duitsland en Frankrijk zijn daar dan weer fel op tegen, juist omdat zij hun grote operatoren willen beschermen. Beide grote Europese mogendheden menen dat hun nationale spelers (EdF in Frankrijk en E.ON en RWE in Duitsland) er heel wat bij te verliezen hebben en zoeken steun bij landen als Griekenland, Luxemburg en de Baltische staten. Ze vragen om een uitzondering te maken.

Belgisch draaiboek Voor ons ligt dat enigszins anders: het ligt eraan of het om gas of om elektriciteit gaat. In de elektriciteitssector werd begin 2000 een onafhankelijke operator ingevoerd, Elia. Deze beursgenoteerde hoogspanningsbeheerder is nog voor 27% in handen van Suez. In de Pax Electrica I, die in de nasleep van het openbaar overnamebod op Electrabel in de herfst van 2005 het licht zag, werd afgesproken dat dit belang tot onder de blokkeringsminderheid zou afnemen. Dat is nog niet het geval, maar Elia vindt dat haar beslissingsorganen compleet onafhankelijk zijn van Suez. Op het gebied van gas is de situatie iets ingewikkelder. Met het oog op de liberalisering van de energiemarkten had Distrigas al in 2001 zijn activiteiten distributie en transport gesplitst met de oprichting van transportnetwerkbeheerder Fluxys. Beide worden voor 57,25% door Suez gecontroleerd. De Frans-Belgische energiereus heeft dit strategisch filiaal, dat ook nog de gasterminal van Zeebrugge controleert, trouwens altijd willen houden. Binnen het kader van de fusie met GdF, moest Fluxys echter in tweeën worden gesplitst. In Fluxys NV, dat het netwerk zal beheren, zakt de controle tot 46% terwijl die van Publigaz, de publieke aandeelhouder die de gemeenten vertegenwoordigt, zal stijgen tot die hoogte. In Fluxys International, dat Zeebrugge controleert, wil het tot boven de 60% stijgen. Kortom, voor Suez is er geen sprake van om onder de drempel van een blokkeringsminderheid te zakken.

Onafhankelijkheid De energiebedrijven moeten dus afstand doen van de netten. Dat kan op twee manieren: hetzij door de netten te verkopen, hetzij door volledig onafhankelijke netbedrijven in het leven te roepen, zonder eigendomsoverdracht (plan B). De exploitatie moet dan wel in handen komen van een volledig onafhankelijke operator. In het eerste scenario kan de producent aandeelhouder blijven, mits hij onder de blokkeringsminderheid van 25% van het kapitaal blijft. Geen van beide oplossingen is naar de zin van de Franse producenten: zij blijven dwarsliggen. In Frankrijk wordt RTE, de beheerder van het elektriciteitsnet, volledig gecontroleerd door EdF, dus door de staat. GRTgaz, het net voor gastransport, is in handen van GdF, dat binnenkort fusioneert met Suez. Er zijn regels inzake onafhankelijkheid en niemand moppert. Suezbaas Gérard Mestrallet, die ook over de activiteiten van Electrabel in Frankrijk gaat, zegt dat de controle van RTE door diens grootste concurrent nooit enig probleem heeft opgeleverd. “Een debat naast de kwestie”, aldus Didier Sire van de directie Strategie bij Gaz de France. Het gaat er niet om wie eigenaar is van het net, het gaat hier om de bevoegdheid van de re-

gulator”. Zo denkt de Commissie er ook over. De Commissie wil de positie van de nationale regulators versterken en hen meer bevoegdheden geven. Er komt tevens een Europees agentschap voor de coördinatie van de nationale regulators. Dit zou zich alleen met transnationale dossiers bemoeien. Dezelfde regels voor derde landen Waar zijn de tegenstanders van de splitsing nu bang voor? Over het algemeen zijn de grote operatoren zeer verknocht aan hun transportactiviteiten. Deze zijn gereglementeerd en leveren stabiele inkomsten op. Sire vreest ook dat door de afsplitsing de waarde van de onderneming zal dalen: “Netten zijn een belangrijk onderdeel van de activa voor een operator als Gaz de France”. Frankrijk en Duitsland hebben het over een zekere Europese “ideologie” waarin de netten een rol spelen. Een ander argument tégen, is dat Gazprom maar wat graag zijn belangen wil uitbreiden. Sommige eigenaars zouden kunnen zwichten voor de verleiding om hun net aan dit Russische staatsbedrijf (dat zich in het verleden niet altijd een betrouwbare leverancier toonde) te verkopen. Brussel wil ook op dit punt een gerustellend geluid laten horen. De Commissie geeft het officieel niet toe, maar zij heeft een Gazprom-clausule ingelast voor energieconcerns uit derde landen die in Europa investeren. Als bedrijven uit derde landen een groot belang willen nemen in een net, moeten de regering en de Unie eerst groen licht geven. Zij moeten daarnaast ook aan dezelfde ontvlechtingsvereisten voldoen als die welke gelden voor een EU-bedrijf. De tegenstanders van het project hebben nog niet hun laatste woord gezegd. p F.V.

34 | energymag nr7

26-34 DOSSIER nl.indd 34

10/10/07 11:37:17


www.warmred.be

22  > 25  Nov. 2007 Gold Sponsors

Vakbeurs en symposium waar energie en innovatie samengaan !

Energie : duurzame oplossingen  Energie in gebouwen en industrie : één trefpunt waar u alle antwoorden vindt Vijf goede redenen waarom u Innova Energy niet mag missen :

Aanwezigheid van zowat alle Belgische leveranciers van producten en diensten in het domein van energiebeheer voor commerciële en bedrijfsgebouwen

Tegelijk is de beurs een internationaal trefpunt voor de laatste evoluties en technologische innovaties op het vlak van energie

64 gerenommeerde sprekers - experts in hun energiebeheer - luisteren 2 nationale symposia op : « Energy Industry Forum » en « Energy Buildings Forum » (www.energyindustryforum.eu, www.energybuildingsforum.eu)

In de workshop « Warmtekrachtkoppeling voor gebouwen » toetsen Brussel Leefmilieu en Cogen Sud de theorie aan de praktijk De Altran conferentie : « Innovatie, de weg naar een economie met lage kooluitstoot. Hoe beïnvloedt CO2 de beslissingen van vandaag ? »

Meer weten over bezoek of deelname ? Tel : 02 741 61 61/62  of   www.innova-energy.com Silver Sponsors

Partners Met de steun van de Europese Commissie

INNOVA717 EnergyMag2 210x297_NL.1 1

10/10/07 14:42:19


EFFICIENCY | INDUSTRY

Energiebesparing zit soms in details

Zelfs bij de beste koelinstallaties kan het vaak beter!

één nacht ijs wordt gegaan. Niettemin blijkt het niet voldoende te zijn om de beste installaties uit het aanbod te selecteren. Ook dient voldoende aandacht aan de dimensionering, aansturing, installering en operatie te worden besteed. En precies op dit vlak gaan de meeste bedrijven in de fout, met als resultaat dat een gigantische hoeveelheid energie wordt verkwist...

Tijdens zijn loopbaan als wateren energieconsulent bij een grote international bemerkte Ing. Liévin De Vriese dat de koelinstallaties in vrijwel elke productiefaciliteit heel wat onnodige energie verbruikten. “Tot voor kort hadden de bedrijven daar echter vrij weinig oog voor. Maar het tij keerde met de sterke stijging van de elektriciteitstarieven en het toenemende belang dat aan milieuzorg wordt gehecht: elke energiebesparing is vandaag dankbaar meegenomen. Vandaar dat ik anderhalf jaar geleden besloten heb om als consultant mijn kennis ter zake aan de markt ter

beschikking te stellen. Intussen hebben al een dertigtal bedrijven van mijn diensten gebruik gemaakt en telkens weer slaagden ze erin om op basis van mijn analyse een kostenreductie van minstens tien procent te realiseren”. Het zit ‘m in details Besparen op het energieverbruik van koelinstallaties heeft vaak met details te maken. Denk maar aan een slechte dichting die tot een verminderd compressierendement leidt, kleine beschadigingen aan luchtcondensors waardoor er hogere drukken in de compressoren

36 | energymag nr7

36-40 EFFI LDV nl.indd 36

8/10/07 14:09:56


INDUSTRY | EFFICIENCY

ontstaan die een hoger vermogen vereisen, een inefficiënte regeling, een fout in de aansluiting, een verkeerde design van de installatie, etc. Lièvin De Vriese vertelt: “De leveranciers van de koelsystemen hebben niet de gewoonte om hun klanten te adviseren over hoe ze de beste efficiëntie behalen. En de gebruikers hebben meestal niet de kennis in huis om dergelijke probleempunten zelf op te sporen. Ook wordt te weinig gemeten. Meten is immers weten: indien u een idee van de huidige efficiëntie van koudeaanmaak hebt en deze met de best haalbare efficiëntie voor het type systeem vergelijkt, kunt u immers berekenen of het wel rendabel is om aanpassingen door te voeren. Mijn ervaring is dat er in tachtig procent van de gevallen wel degelijk voldoende besparingen kunnen worden gerealiseerd, en dit zonder noemenswaardige investeringen”. Vrij hoog energieverbruik Eén van de eerste bedrijven die met LDV Consult in zee ging, is Innogenetics. Het energieverbruik van dit biotechnologisch bedrijf ligt in vergelijking met industriële ondernemingen van dezelfde omvang uit andere sectoren vrij hoog. Manager Technical Services, Marc Van Roy, legt uit waarom: “Farmaceutische bedrijven produceren in een sterk gecontroleerde cleanroom-omgeving. Dit impliceert niet alleen uiterst hygienische condities: ook temperatuur, relatieve luchtvochtigheid, aantal luchtwisselingen, luchtdruk, etc., dienen altijd strikt aan de voorgeschreven normen te beantwoorden. Bij de minste afwijking ontstaan er kwaliteitsrisi-

co’s en zijn we mogelijks verplicht de grondstoffen, halffabrikaten en/ of afgewerkte producten te vernietigen. Een dergelijke doorgedreven conditionering van lokalen kost veel energie. Specifiek met betrekking tot de controle over temperatuur en luchtvochtigheid is een uitgebreide koelcapaciteit noodzakelijk”. Hoe het project aanpakken? Met de sterk stijgende energieprijzen en omdat milieubewustzijn voor Innogenetics geen hol begrip is, besloot de onderneming in 2006 een energiebesparingproject op te starten. Precies op dat moment klopte Liévin De Vriese aan de deur om zijn service voor te stellen. Marc Van Roy vertelt: “Omdat ik al een vermoeden had dat onze twee koelinstallaties - elk van 750 kW - teveel energie verbruikten, was ik meteen in zijn kennis geïnteresseerd”. Liévin De Vriese vervolgt: “Omdat ik enkel wil werken voor bedrijven die ik een echte toegevoegde waarde kan bieden, start ik eerst met een globale analyse. Hierbij probeer ik te begrijpen wat de koeloperaties voor het bedrijf betekenen en ga ik na hoe mijn specifieke kennis en ervaring voor deze situatie waardevol kunnen zijn. Indien blijkt dat er effectief een aanzienlijke energiebesparing mogelijk is, ga ik tot een diepgaande audit over. Bij Inno-

genetics hebben we simultaan het thermische en elektrische vermogen van de koelinstallaties gemeten. Per installatie besteedden we daar een week aan, zodat we een volledig beeld van de verschillende operationele situaties - buitentemperatuur, fluctuaties in koudevraag, etc. - verkregen. De gegevens werden vervolgens in een synchronische datafile ingebracht. Hiermee maken we een Coefficient of Performance –kortweg COP– profiel dat toelaat om na te gaan wat de verhouding tussen de geproduceerde koude en het getrokken vermogen is. Op basis daarvan maken we een rapport van de effectieve kost van het energieverbruik. Tevens geven we aan op welke vlakken een energiereductie kan worden gerealiseerd en maken we tevens een schatting van de mogelijke besparing. De meeste van onze adviezen zijn direct toepasbaar zonder noemenswaardige investeringen en vertegenwoordigen vaak een significante reductie in operationele kosten. Maar soms brengt de audit aan het licht dat het misschien toch is aangewezen om bepaalde considerabele ingrepen uit te voeren. Het is dan aan de klant om een doorgedreven studie van deze pijnpunten uit te voeren”.

nr7 energymag | 37

36-40 EFFI LDV nl.indd 37

8/10/07 14:10:41


EFFICIENCY | INDUSTRY

“Mijn ervaring is dat er in tachtig procent van de gevallen wel degelijk voldoende besparingen kunnen worden gerealiseerd, en dit zonder noemenswaardige investeringen”.

Snelle terugverdientijd Uit de audit bleek dat de koelinstallaties bij Innogenetics met drie belangrijke problemen te kampen hadden. Marc Van Roy verduidelijkt: ���Vooreerst bleek dat de ene koelgroep twintig procent efficiënter functioneerde dan de andere. Met de toenmalige manier van werken leidde dit tot een serieuze energieverkwisting. Het deelvermogen werd immers over beide installaties gespreid om te voorkomen dat één koelgroep sneller zou verslijten dan de andere. Vandaag staan beide machines in cascade en wordt het minst efficiënte systeem enkel ingeschakeld indien er meer dan 750 kW/ uur nodig is. Een tweede conclusie was dat één van de tussenstappen in het inschakelingproces opmerkelijk veel energie vereiste terwijl ze totaal onbelangrijk was voor de koudeproductie. Via een kleine aanpassing aan de sturing was dit energieverspillende probleempje opgelost. Een derde probleem was dat de regeling van de compressoren niet volledig aan de kou-

devraag was aangepast. Zo werd bijvoorbeeld geen rekening met de buiten- en koelwatertemperatuur gehouden. Met andere woorden: de machines startten en stopten met een vaste regelmaat. Ook dit werd met een sturingsaanpassing rechtgezet. Dankzij de audit en suggesties van LDV Consult hebben we een veel beter resultaat geboekt dan we voor mogelijk hielden. Ons objectief bestond erin om dit jaar tien procent op de verwachte elektriciteitskosten te besparen, maar in de praktijk lijken we op bijna het dubbele af te steven. Natuurlijk spelen de erg gematigde winter- en zomertemperaturen een rol. Niettemin kunnen we uit ander cijfermateriaal afleiden dat de helft van deze bezuiniging resulteert uit de aanpassingen die we aan de koelinstallaties hebben doorgevoerd. Op een paar maanden was de investering in de diensten van LDV Consult en de daaraan gerelateerde ingrepen dus terugverdiend. Ik kan iedereen dan ook aanraden om een dergelijke audit door te voeren”. Het kan altijd beter Ook bij Kautex ziet het er na de analyse van LDV Consult naar uit dat er grote energiebespa-

ringen zullen kunnen worden gerealiseerd. “Na de realisatie van enkele vrij eenvoudige ingrepen zullen we zien of Lièvin De Vriese de bal niet verkeerd heeft geslagen”, lacht M.E.H.S. Manager Dirk Vanderfeesten. “Maar eigenlijk ben ik er vrij gerust op: al voor de audit had ik de indruk dat onze koelinstallaties téveel elektriciteit verbruikten. Helaas hadden we de kennis en meetapparatuur niet in huis om mijn vermoeden met gemeten COP-waarden te staven”. Het kan altijd beter… De koelinstallaties van Kautex worden voornamelijk gebruikt voor de aanmaak van ijswater dat vooral is bestemd voor het snel afkoelen van de kunststof benzinetanks (matrijs en nakoeling), zodat ze in de kortste tijdspanne naar de volgende fase van het productieproces kunnen vertrekken. Toen het machinepark voor ijswaterproductie vorig jaar grotendeels aan vervanging toe was, koos de firma voor de best beschikbare technologie. Dirk Vanderfeesten legt uit: “Onze organisatie behoort met een energieverbruik van 16 miljoen kWh in 2006 bij de middelgrote energieverbruikers van Vlaanderen. Onze

Wie is Innogenetics Innogenetics NV is een internationaal biofarmaceutisch bedrijf, gericht op de ontwikkeling en verkoop van diagnostische producten en de ontwikkeling van immuun therapeutica met als doel de behandeling en de gezondheid van de patiënt te verbeteren. De diagnostica divisie van Innogenetics ontwikkelt en verkoopt een brede waaier aan diagnostische testen met een focus op moleculaire diagnostiek en multiparameter testen. Haar producten worden in meer dan 90 landen verkocht via haar 6 dochterondernemingen en via een groot aantal verdelers. In 2006 bedroeg de verkoop van diagnostica Ð45,8 miljoen, waarvan meer dan 95% buiten België werd bereikt. Vanaf 1 oktober 2007, bracht Innogenetics haar therapeutica-activiteiten onder in een 100% dochteronderneming GENimmune NV. GENimmune focust zich op de ontwikkeling van innovatieve immuun therapeutica en therapeutische vaccins en wordt gesteund door een biomanufacturing eenheid van wereldklasse die eveneens diensten aan derden verleent.

38 | energymag nr7

36-40 EFFI LDV nl.indd 38

8/10/07 14:12:21


ADV I&M_210x297

10/10/07

11:58

Page 1

Tijds- & kostefficiënt zaken doen? Ontdek ons professioneel forum voor industriële milieutechnische oplossingen!

easyFairs® INDUSTRIE & MILIEU 20 & 21/11/2007 Antwerp expo, Antwerpen easyFairs.com/I&M-BE Openingsuren: 20 november: 10u - 20u 21 november: 10u - 18u

easyFairs® INDUSTRIE & MILIEU bundelt alle

technologie. Dit maakt van de beurs een

kennis op het gebied van (afval)water, emissie,

professioneel forum dat tegemoet komt aan de

grond-

afval,

noden en verwachtingen van milieutechnische

controleapparatuur,

specialisten. Vraag nu uw GRATIS toegangs-

en

recycling,

bodemwatervervuiling, meet-

en

riooltechnieken, (herwinning van) energie, geluidsoverlast,

geurhinder

en

badge online aan op easyFairs.com/I&M-BE.

proces-

ALS ALLE VAKBEURZEN ZO MAKKELIJK ZOUDEN ZIJN...

easyFairs.com/I&M-BE


EFFICIENCY | INDUSTRY

Kautex in het kort Kautex is met zijn vijfduizend werknemers van origine een Duitse multinational die zich vooral in de productie van technische kunststof componenten met een hol volume specialiseert. Sinds 1997 maakt ze deel uit van het 45.000 man sterke Amerikaanse Textron (vooral gekend omwille van haar Bell-helikopters en Cessna vliegtuigen). De site in Tessenderlo bestaat sinds 1991 en spitst zich toe op de productie van brandstofsystemen (tanks inclusief pompen, dichtingen, ventielen, filters, etc.) die kant-en-klaar in JIT en sequence aan de grote automobielconstructeurs worden geleverd. Momenteel werken er 260 personen die vorig jaar zo’n 1.900.000 producten fabriceerden, wat goed was voor een omzet van om en bij de 125 miljoen Euro. Veiligheid en milieuzorg vormen de rode draad doorheen het beleid van Kautex. De firma is dan ook sinds 1997 EMAS en ISO14001 gecertificeerd. Daarnaast behaalde ze in 1998 de EFQM-Quality award voor KMO’s. Ze kreeg tevens zes keer het milieulogo door het Strategisch Plan Limburg. En sinds 2003 is Kautex ook OHSAS 18001 gecertificeerd.

“Hoewel we kosten nog moeite hadden gespaard om de grootste efficiëntie en rendement te bekomen, moesten we vaststellen dat de praktische situatie gedeeltelijk van de theorie afweek”.

40 | energymag nr7

36-40 EFFI LDV nl.indd 40

EMAS- en ISO 14001 certificatie, alsook de vrijwillige intreding tot het Audit Convenant zetten ons ertoe aan om continu te zoeken naar manieren om het energieverbruik te reduceren. Vandaar dat we in de engineeringfase van de nieuwe koelinstallaties erg veel aandacht aan efficiëntie en specifiek energieverbruik hebben besteed. Het resultaat was een investering in drie duoblocs van elk 280 kW die de bestaande, op maat gemaakte chillers van elk 340 kW, vervolledigden. We meenden met dit machinepark op rozen te zitten. Maar toen LDV Consult met ons contact opnam, had ik wel meteen oor naar zijn verhaal. In mijn functie als onderhoudsverantwoordelijke weet ik immers de waarde van onafhankelijk en objectief doorgevoerde metingen te appreciëren. Bovendien wilde ik toch wel eens nagaan of we nu eigenlijk wel de efficiëntie haalden die we met de nieuwe chillers hadden vooropgesteld. En het COP-profiel van LDV Consult bracht wel degelijk duidelijkheid: niettegenstaande we kosten nog moeite hadden gespaard om de grootste efficiëntie en rendement te bekomen, moesten we vaststellen dat de

praktische situatie gedeeltelijk van de theorie afweek. Gelukkig kunnen we met enkele vrij eenvoudige ingrepen deze situatie bijna volledig rechtzetten, wat mogelijks tot een elektriciteitsbesparing van 23 procent op vlak van ijswaterproductie zal leiden. En dit is heel wat in centen uitgedrukt, gezien het elektrische vermogen van de koelinstallaties ongeveer twaalf procent van ons totaal geïnstalleerd elektrisch vermogen vertegenwoordigt”.

hadden dus nog heel wat meer kunnen besparen indien we Liévin De Vriese drie jaar geleden hadden ontmoet. Want door voor andere types koelmachines te kiezen, hadden we de ijswaterproductie immers nauwkeuriger op het verbruikersprofiel kunnen afstemmen en zodoende een nog hoger rendement behalen. Het lijkt ons dan ook opportuun om een COP-meetcampagne aan de basis van toekomstige aanpassingen aan de installatie te leggen”.

Besparing: minimaal 50.000 euro! De audit bij Kautex duurde drie weken en verliep zoals bij Innogenetics. Uit de analyse bleek dat de nieuwe chillers enkel op laag rendement voldoende efficiënt functioneren. Liévin De Vriese: “Dit heeft voornamelijk met een incorrecte cascadesturing te maken. Kautex is momenteel bezig met na te gaan op welke manier dit probleem kan worden verholpen. Maar ik ben ervan overtuigd dat deze - vrij eenvoudige - ingreep tot een jaarlijkse besparing van minstens 50.000 euro zal leiden”. Dirk Vanderfeesten vervolgt: “Daarnaast bleek dat één van de twee oude chillers totaal geen rendement meer opleverde. Vandaar dat ik dit systeem meteen na het zien van de audit-resultaten heb afgekoppeld. Tot slot leerden we dat de theoretische benadering van de ijswaterbehoefte toch wel wat van de gemeten behoefte afwijkt. We

Kijk ook eens naar de verbruikers Een analyse en optimalisering van de chillers is dus dé manier om met de minste inspanningen het grootste resultaat te bekomen. Liévin De Vriese: “Niettemin is het in bepaalde gevallen interessant om ook het effectieve verbruik onder de loep te nemen. Door metingen aan de verschillende koude verbruikers uit te voeren en deze resultaten in gedetailleerde thermische balansen om te zetten, zult u minstens te weten komen of het design van uw HAVC-installatie, koelruimte, diepvriezer, etc., goed is. Maar in de meeste gevallen detecteert u op die manier ook waar er teveel energie wordt verbruikt. Dan is het natuurlijk aan u om te beslissen of een ingreep kostenefficiënt is…” p Els Jonckheere Foto‘s: C. Scweizer

”Ons objectief bestond erin om dit jaar tien procent op de verwachte elektriciteitskosten te besparen, maar in de praktijk lijken we op bijna het dubbele af te steven.”

8/10/07 14:13:25


www.mccann.be

Waarom heeft Vlaanderen geen radiozender gewijd aan de economie?

Wist u het? BFM is de enige radiozender van het land die zich volledig wijdt aan de zaken- en financiĂŤle wereld, en is Franstalig. De beste manier om alles te weten te komen betreffende de Waalse economie is dus luisteren naar BFM! Van maandag tot vrijdag van 6u55 tot 9u40 en van 16u30 tot 19u voor de Belgische actualiteit, en de rest van de tijd voor de internationale actualiteit, live vanuit Parijs. Of wanneer u het wil via www.bfm.be.

Charleroi 101.4

0605_M_A4_waarom_nl 1

Waver/LLN 101.9

Bergen 104.9

Luik 106.7â&#x20AC;&#x2030;

Business radio 100% info

Namen 107.1

Brussel 107.6

9/18/07 1:03:08 PM


2007

FIRST ANNOUNCEMENT

The Networking Event for Energy Services & Energy Management Professionals

e.com p o r u e .esco- ation and w w w Visit ine registr ramme. l g for on erence pro nf the co For more information, please contact: Synergy P.O. Box 1021 3600 BA Maarssen The Netherlands Phone: +31 346 590 901 Fax: +31 346 590 601 www.synergy-events.com Elisabeth Brusse Conference Manager elisabeth@synergy-events.com Phone: +31 346 290 775 Michel Rietveld Sales & Marketing michel@synergy-events.com Phone: +31 346 290 776

! ! ! ! ! ! ! !

23 & 24 October, 2007

Nice, France

www.esco-europe.com Gold Sponsors:

Silver Sponsor:

Where is the ESCO Industry going? Drivers & Opportunities Policy & Regulation ESCO & Energy Management Projects ESCOs & Public Procurement Emerging Technologies for ESCO Projects Tools for Effective ESCO Projects Energy Performance Contracting Access to Finance and Successful Financing Mechanisms

Bronze Sponsors:

Supporting Organisations:

Organised by:


BUILDING | TECHNOLOGY

Extra-isolerend glas

Energiebesparing via het raam Extra-isolerend glas (EIG) isoleert drie keer beter dan traditioneel dubbel glas. Het controleert bovendien de zonnestraling en verbetert zo het comfort tijdens het hele seizoen. Vandaag de dag lijkt het de verplichte keuze bij nieuwbouw én renovatie.

De richtlijn voor energieprestaties beoogt de vermindering van het gebruik van de klimaatregeling in de zomer en de daling van de verwarmingskosten in de winter. Daarvoor moet rekening worden gehouden met de zomerse en winterse zonnestralen en het natuurlijk licht. Het doel is een goed geïsoleerd gebouw, ontworpen om zoveel mogelijk te genieten van de gratis energieaanvoer van de zon en waar natuurlijk licht voorrang krijgt. Op deze wijze vermindert het energieverbruik ‘s zomers en ‘s winters, zonder dat dit ten koste gaat van de aangename binnentemperatuur. Glas staat dus centraal in deze kwestie. Het zorgt ervoor dat er natuurlijk licht binnenkomt, maar is aan de andere kant ook verantwoordelijk voor heel wat energieverlies in zomer en winter. Het standaard dubbel glas dat tegenwoordig overal terug te vinden is, isoleert niet zo goed en biedt slechts in beperkte mate bescherming tegen de zonnestralen. Daar hebben de glasmakers iets op gevonden: extraisolerend glas (EIG) ook hoogrendementsglas genoemd of glas met lage emissie (Low-E in het Engels).

bouwheren die energiebesparingen willen doorvoeren en het comfort willen verhogen, zowel in de zomer (door het effect van de zonnestralen te temperen) als in de winter (door het warmteverlies naar buiten te beperken). De beste modellen van dat extra-isolerend glas hebben thermische coëfficiënten (U) variërend tussen 1,9 en 1,1 W/m2.K en isoleren twee à drie keer beter dan traditioneel dubbel glas. Om tot deze resultaten te komen, hebben de glazeniers het luchtmes vergroot binnen de gren-

zen van de profielen die op de markt beschikbaar zijn. Ze gebruikten een glas met lage emissie (boven elkaar plaatsen van fijne transparante lagen metaal en metaaloxiden), al dan niet met zonnecontrolefunctie. De lucht die in het raam wordt gebracht, werd vervangen door een gas van het type Argon dat beter isoleert. Dat alles laat het warmteverlies door straling met meer dan 40% dalen, een winst die tot meer dan 10% besparingen kan opleveren voor de verwarming. Hoge thermische prestaties, ook ‘s zomers EIG heeft een zonnecontrolefunctie en is voorzien van een laag die een percentage van de zonne-energie blokkeert aan de buitenkant van het glas, maar laat wel evenveel natuurlijk licht door (tot 70% lichttransmissie). De zonnefactor kan dalen tot 0,42 (dat wil zeggen dat 58% van de zonne-energie niet meer in het gebouw komt) wat heel wat lager is dan deze van traditi-

Sterk isolerend glas Op enkele jaren tijd heeft de glasindustrie producten op de markt gebracht die beantwoorden aan de verwachtingen van de wetgevers en © Pilkington

43-45 TECHNO DG enviro nl.indd 43

nr7 energymag | 43

7/10/07 16:03:51


TECHNOLOGY | BUILDING

Zonnefolie met lage emissie even performant als extra-isolerend In bestaande gebouwen is het niet altijd mogelijk om de ruiten te vervangen. Er bestaat echter een alternatief: een folie met een lage emissie die beschermt tegen de zon en zich precies zo gedraagt als extra-isolerend glas met zonnecontrole. Een oplossing waaraan de voorkeur werd gegeven voor het gebouw waar DG Environnement is gevestigd. In ons eerste nummer hadden we het over een zonnewerende folie die werd ontwikkeld door een bedrijf in WestVlaanderen en die werd omschreven als “revolutionair”: Luxafoil Clear View. Energiekosten dalen met 22% Tijdens de hitte van 2003 werd het product getest in een groot Brussels gebouw, waar de folie werd aangebracht aan een gevel die blootstond aan de zon. De binnentemperatuur van een vergaderzaal daalde met 5 à 7° C in vergelijking met een andere vergaderzaal met dezelfde ligging, maar dan zonder folie. Gesterkt door deze resultaten liet de uitbater van het gebouw de folie aanbrengen op alle ruiten die aan de zon zijn blootgesteld. In het eerste jaar resulteerde dit in een daling van zijn energiekosten met 22% met een piek van 33% voor de periode van mei tot oktober! De investering (110.000 €) is gerentabiliseerd in minder dan 3 jaar en de gebruikers zijn opnieuw tevreden met het geboden comfort. Het betrof een klassieke configuratie van een nochtans modern gebouw dat echter slecht was ontworpen en waar de warmte van de zonnestralen de capaciteit van de klimaatregeling ver overtrof. Het gevolg was een intensief gebruik van de klimaatregeling in de zomer met pieken in het elektrisch verbruik op de duurste ogenblikken van de dag. Nadat het artikel was verschenen, vroeg een sceptische lezer ons of het wel klopte wat we schreven. Hij werd immers zelf gecon-

fronteerd met een serre-effect in zijn gebouw en had dus wel belangstelling. Het antwoord was duidelijk: de cijfers die wij publiceerden werden geleverd door de exploitant van het gebouw! Zomer en winter Sindsdien heeft de fabrikant tal van bestellingen binnengehaald in België én in het buitenland. Ondertussen heeft Luxafoil zijn folies ook laten testen door het WTCB volgens de Europese normen… De resultaten bevestigen een ander argument van de fabrikant: de folie controleert de zomerse zonnestralen efficiënt, maar versterkt tevens het isolerend vermogen van het glas, wat nuttig is in de winter. Getest op enkel glas van 6 mm met een blootstellingshoek van 60°, daalt de zonnefactor tot 0,455 en de thermische coëfficiënt tot 2,63. Vergelijk dat met een thermische coëfficiënt van 5,7 voor enkel glas. Anders gezegd: de folie blokkeert 55% van de zonnestralen en biedt een thermische isolatie die veel hoger is

dan die van dubbel glas (U van 2,9). Aangebracht op dubbel glas bereikt de thermische coëfficiënt prestaties die vergelijkbaar zijn met deze van extraisolerend glas (zie artikel). En dat is niet alles! De folie gedraagt zich ook nog op intelligente wijze naargelang van het seizoen. De zonnefactor varieert immers afhankelijk van de blootstellingshoek aan de zon. In de zomer is deze lager (grotere blootstellingshoek) en worden er meer zonnestralen geblokkeerd, wat het serre-effect vermindert. In de winter is deze factor hoger (kleinere blootstellingshoek), en begunstigt hij de toevoer van zonnestralen. Dit alles leidt ertoe dat er ook heel wat minder moet worden gestookt in de winter. De verwarmingskost voor de winterperiode daalde met 20% vertelde de Facility Manager van het Landbouwkrediet, waarvan de maatschappelijke zetel in Anderlecht is uitgerust met Luxafoil folies (2.135 m2 geplaatst). In totaal heeft het Landbouwkrediet de kosten voor verwarming en klimaatre-

44 | energymag nr7

43-45 TECHNO DG enviro nl.indd 44

7/10/07 16:03:55


BUILDING | TECHNOLOGY

333

onele dubbele beglazing (0,75 dus 25% zonne-energie die niet meer in het gebouw komt). Tests uitgevoerd in Frankrijk hebben een daling van de binnentemperatuur in de zomer aangetoond van 6°C in de Parijse regio en van 9°C in Marseille in vergelijking met traditionele dubbele beglazing. Niet alleen isoleert EIG beter en daalt het energieverbruik voor verwarming, ook wordt het systeem voor de klimaatregeling minder gebruikt, wat op zichzelf al een besparing oplevert en de toevoer van natuurlijk licht doet de verlichtingskosten afnemen.

geling dat eerste jaar met bijna 58.000 € (25%) verminderd, voor een investering van 108.000 €. Vergelijkbare prestaties Tot slot voegen we er nog aan toe dat de lichttransmissie in de hoger beschreven testomstandigheden 71,1% bedroeg. Met andere woorden, Luxafoil gedraagt zich precies zoals extra-isolerend glas mét zonnecontrole. Vergelijkbare prestaties, ‘s zomers en ‘s winters, met een lichttransmissie die gelijk is of zelfs beter. In gebouwen waar een zware renovatie niet aan de orde is en waar de klimaatregeling zwaar beproefd wordt, biedt deze oplossing mogelijkheden. Een van de laatste overtuigde klanten: het gebouw waar DG Environnement en meer in het bijzonder de departementen Klimaatverandering en Kyoto zijn ondergebracht. Na een internationale offerteaanvraag, liet DG Environnement 2.300 m2 Luxafoil plaatsen op de ruiten die aan de zon waren blootgesteld. Beter dan een lange uiteenzetting.

De zon controleren of niet? In Vlaanderen verplicht het decreet betreffende energieprestaties voor gebouwen de facto dat wordt gekozen voor extra-isolerend glas, vermits de maximaal toegelaten warmtedoorlatingscoëfficiënt voor het glas 1,6 W/m2.K bedraagt (2,0 W/m2.K voor heel het raam). Ook het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft zijn vereisten ter zake verstrengd en het Waals Gewest zou eveneens die richting uitgaan. De vraag spitst zich dus vooral toe op de keuze van het glas: met of zonder zonnecontrole? In Frankrijk heeft de Chambre Syndicale des Fabricants de Verre Plat, waarvan onder meer Glaverbel, Pilkington en Saint Gobain deel uitmaken, simulaties laten uitvoeren op tertiaire gebouwen om de prestaties van de verschillende glastypes te meten. Het onderzoek werd uitgevoerd op een gebouw van

5.000 m2 (gelijkvloers + 4 verdiepingen) in een neutrale klimaatzone (La Rochelle). Er werden drie opties voor het glas onderzocht, alsook drie verwarmings/klimaatregelingssystemen. De gekruiste analyse van de resultaten laat uitschijnen dat, ongeacht de situatie, de eigenschappen van de verschillende types extra-isolerend glas de enige zijn die voldoen aan de verplichting voor een goed energiebeheer. Een geslaagd huwelijk tussen warmtecontrole en het gebruik van zonne-energie, iets wat onmogelijk leek. Uit de gedetailleerde besluiten blijkt dat men kan kiezen voor extraisolerend glas met of zonder zonnecontrole, al naargelang het gebouw is uitgerust met een klimaatregeling of niet. Als een gebouw geen of weinig gevels heeft die blootstaan aan zonnestralen, is het beste glas om het verbruik te verminderen EIG. Daarmee kan heel wat zonnewarmte in de winter worden gerecupereerd, waardoor de verwarmingskost lager zal uitvallen. Als het gebouw blootstaat aan zonnestraling, is extra-isolerend glas met zonnecontrole het interessantst omdat daarmee de binnentemperatuur in de zomer binnen de comfortgrenzen kan worden gehouden. Als datzelfde type gebouw dat blootstaat aan de zon ook is voorzien van een klimaatregeling, is extra-isolerend glas met zonnecontrole het interessantst om het gebruik van de klimaatregeling te beperken. p Alfons Vanbergen

Compromis tussen zomer- en winterwarmte! Bij de keuze van het glas is de zonnetoevoer essentieel. De zonnetoevoer wordt bepaald door de zonnefactor (ZF). Die geeft een hoeveelheid energie weer (in %) welke via het raam binnenkomt. Voor een optimaal comfort heeft men dus in de zomer glas nodig met een zeer lage zonnefactor om de toevoer van warmte in een gebouw zonder klimaatregeling te beperken of om het verbruik van die klimaatregeling te verminderen. In de winter

is het andersom: er moet dan veel zonnewarmte binnenkomen om het energieverbruik voor verwarming te doen dalen en dus heeft men glas nodig met een hoge zonnefactor. Bij een bioklimatologisch ontwerp van het gebouw moet rekening worden gehouden met de oriëntatie en de grootte van de vensteropeningen. Ook moet men denken aan het niveau van natuurlijke verlichting van het gebouw. Dit hangt af van het gehalte van lichttransmissie

(LT) in verhouding tot het glasoppervlak, de zonnebehandeling van het glas en de zonnewering aan de buitenkant. Om comfort te hebben in alle seizoenen, moet de bouwheer dus een compromis zien te vinden tussen winterwarmte, zomerwarmte en natuurlijk licht. Bij het integreren van al deze parameters moet hij producten kiezen met hoge prestaties op het vlak van thermische isolatie, zonnefactor en lichttransmissie. nr7 energymag | 45

43-45 TECHNO DG enviro nl.indd 45

7/10/07 16:04:02


RENEWABLE | GEOTHERMY

Aardwarmte & verwarmingsnet

Binnenkort 45MW thermisch vermogen in de streek van Bergen-Borinage? Saint-Ghislain is de enige Belgische gemeente met een collectief verwarmingsnet dat gevoed wordt door een aardwarmtecentrale, een project van IDEA. De Henegouwse intercommunale is nu van plan om in de streek van Bergen een gelijkaardig project uit de grond te stampen.

Geothermie is een techniek die zich al ampel bewezen heeft. Ondanks enkele technische handicaps waarbij de zwaarheid van de investeringen een rol speelt, blijkt de koolstofbalans gunstig en de milieuwinst overduidelijk. In de beste gevallen levert het energiepotentieel zelfs een redelijke ROI op, gelet op de actuele kost van conventionele brandstoffen. De in Saint-Ghislain opgedane geothermische ervaring bleef lange tijd in de schaduw, maar nu zou de intercommunale IDEA dit huzarenstukje binnenkort nog eens overdoen in de provincie Henegouwen. Gedacht wordt aan de exploitatie van nieuwe putten op tien kilometer van de Henegouwse hoofdstad Bergen. De aardwarmtecentrale in Saint-Ghislain werd medio jaren â&#x20AC;&#x2DC;80

46 | energymag nr7

46-49 RENW geothermie nl.indd 46

9/10/07 17:54:36


GEOTHERMY | RENEWABLE

En de industrie?

opgestart en heeft al die tijd goede diensten aan de hele gemeente geleverd. IDEA heeft hier twee putten die water van iets meer dan 70 °C beschikbaar maken. Dit warme water stroomt door een uitgebreid leidingennet en verwarmt zo meer dan 300 sociale woningen, naast een zwembad, een aantal scholen en zelfs een ziekenhuis in de naburige gemeente Hornu. Als het water terugkomt op de site waar het gewonnen wordt, heeft het nog een temperatuur van 38 °C, wat volstaat om een serre in de buurt van de exploitatiesite te verwarmen. Bij het verlaten van het net dat de kassen van warmte voorziet, wordt het retourwater, waarvan de temperatuur toch nog rond de 34°C schommelt, naar een waterzuiveringsstation in de buurt geleid dat eveneens door IDEA wordt uitgebaat. Daar wordt het benut om het proces van slibverwerking te maximaliseren. Exploratiefase Alain Rorive, docent en verantwoordelijke van de cel hydrogeologie IDEA-Polytechnische Faculteit van Bergen (FPMS): “Eerst hebben wij een inventaris opgemaakt van alle gebouwen die met een gelijkaardig net op het grondgebied van de stad Bergen zouden kunnen worden verwarmd “. Het heeft de projectdragers oneindig veel geduld gekost om de eigenaars van private en openbare gebouwen in Bergen, en dat zijn er heel wat, te contacteren en te bevragen. Daarmee zijn zij een vol jaar bezig geweest, maar deze rondvraag was

nodig om verder te kunnen gaan. Ze zijn er nu net mee klaar. Alain Rorive kan eindelijk aan zijn onderzoek van de geologische structuur van de Bergense ondergrond beginnen: “Het eerste waar we ons nu mee moeten bezighouden, is kijken waar we juist moeten boren. Daarvoor moeten wij geofysische profielen op grote diepte laten maken, een klus voor de FPMS”. De prof komt er eerlijk voor uit: het risico dat men de waterlaag mist is klein, maar niet geheel onbestaande. Pas als men zeker is, wordt de warmtebron aangeboord. Het warme water wordt langs een ingewikkeld net voor warmwaterdistributie geleid bestaande uit geïsoleerde verbuizingen met een diameter gaande van 300 mm voor de grootste leidin-

Aardwarmte met middelhoge en hoge temperaturen tussen 100 en 200° C is meestal geschikt voor direct gebruik bij industriële toepassingen. In dit temperatuursbereik komt water voor in de vorm van water en stoom. Het kan dienen voor het wassen van wol, het drogen van industriële producten, de extractie van chemische substanties (recuperatie van looizuur), de fabricage van papierpasta of de verdamping van geconcentreerde oplossingen (de productie van zoet water door ontzilting van zeewater). Koudeproductie via een warmtepomp kent vandaag de dag velerlei toepassingen: productie van koude in de voedingsmiddelenfabrieken, klimaatregeling, koeling, seizoensopslag van koude en warmte …

gen stroomopwaarts van het net, tot 80 mm op de verst afgelegen plaatsen. De prijs ligt schommelt tussen de 450 en 1.000 euro per strekkende meter, afhankelijk van de diameter, inclusief het graven van de sleuf en de plaatsing. Een warmtepotentieel van 45MW Het natuurlijke debiet van de aardwarmteputten bedraagt slechts 20 m3/uur. Het thermisch potentieel zal dan ook beperkt zijn. Alain Rorive: “Wij ramen het potentieel thermisch vermogen op 15 MW per put (…). Als

De aardwarmtecentrale in Saint-Ghislain: hoe werkt het? Diepe aardwarmte is geen nieuw gegeven in België. Sinds 1985 levert de geothermische centrale (5,2 MWth) van Saint-Ghislain water van 72°C. Het warme water wordt opgepompt van 2.400 m diepte en bedient in de eerste plaats het stedelijk verwarmingsnet langs 6 km leidingen welke 3 sociale wooncomplexen, 1 zwembad, 10 appartementsgebouwen (300 woningen) en een ziekenhuis van warmte voorzien. Twee 13 MW Afnemers gasketels (5 MW elk) vullen de inrichMaximaal vermogen: 11 MW Milieu ting aan en fungeren als hulpketels. Bij Maximaal opgewekt vermogen: 6,3 MW t Vermeden CO : 5.400 ton per jaar het verlaten van de ketels bedraagt de t Energiebesparing: 2,3 mio ton m watertemperatuur nog 38°C. Het geoaardgas per jaar 6,1 MW Stookcentrale 15 MW thermische retourwater wordt benut Hulpketel Warmtewisselaars voor de verwarming van een tuinbouw5,2 MW kas en komt uiteindelijk terecht in een 700 kW Kassen (4000 m ) waterzuiveringsstation voor afvalwater Gistingstank 600 KW T° = 30°C alwaar het gebruikt wordt om het slib 38°C Productie 5.000.000 mt/jaar Lozing op 34°C van de gistingstank op te warmen. Een methaan de Haine Bodem 900 KW complete kring van thermische energie dus. Hiermee kan ruim 5.400 ton CO2 per Kalkrots 74°C jaar worden vermeden voor een afgegeAardwarmteput Water debiet 150 m/u ven vermogen van 16.700 MWh/jaar. 2

3

2

nr7 energymag | 47

46-49 RENW geothermie nl.indd 47

9/10/07 17:54:41


RENEWABLE | GEOTHERMY

Onuitputtelijke ondergrondse energiebron Er bestaan niet één, maar verschillende soorten aardwarmte. Onder de grond stijgt de temperatuur van de rotsformaties die de aardkorst vormen elke 100 meter met 3°C. Eenderde van deze warmte wordt gegenereerd door de druk die door de aardlagen wordt uitgeoefend en tweederde door de ontbinding van radioactieve elementen van de aardkorst, met name uranium en thorium. De verschillende temperaturen en diepten maken dat er dus heel wat gebruiksmogelijkheden zijn voor geothermische energie. T Tussen 5 en 250 m: gebouwenverwarming en -koeling

Warmte op lage temperatuur die uit de bodem wordt gehaald (tussen 8 en 17°C) wordt benut voor woningen en collectieve wooncomplexen. Een warmtepomp brengt warmte uit de bodem of uit het grondwater op voldoende hoge temperatuur voor de toepassing van onder andere de koeling en verwarming van woningen en sanitair warm water. De ingezette technieken zijn zeer gevarieerd: verticale aardwarmtesondes, dimensionering van de sondes, het berekenen van de warmte van de freatische laag, het aanbrengen van palen en van allerhande geostructuren zoals een Canadese put (warmtewisselaar). Een gecombineerde geothermische oplossing verwarming plus koeling is nog efficiënter en interessanter in termen van economische rentabiliteit en opent een hele waaier van mogelijkheden.

we met drie vermenigvuldigen komen we uit op een 45 MW. Dat is uiteraard niet genoeg om heel de stad Bergen te verwarmen, maar het is toch niet mis als we ons enkel op de belangrijkste afnemers richten”. Aan welke gebouwen zoal gedacht wordt? Een wetenschappelijk park (Initialis), een bioscoopcomplex (Imagix), een handelscentrum, universitaire sites, administratieve gebouwen en de penitentiaire inrichting van Bergen waarvan de behoefte volgens Alain Rorive op 2 à 3 MW wordt geschat. Met dit project is een investering van

T Tussen 300 en 2.000 m: verwarmingsnetten en industriële

toepassingen Op grotere diepte bevordert de aanwezigheid van sedimentaire rotsen de vorming van diepe aquiferen (natuurlijke watervoerende lagen in de ondergrond ook door de mens gebruikt voor seizoensopslag). Tussen 300 en 2.000 m kan de warmte van het water variëren van 60 tot 80°C. Hoe krijgt men dit warme water aan het oppervlak? Door het rechtstreeks op te pompen of door het realiseren van een geothermisch doublet (een productieput met een retourleiding). Met deze warmte kan een verwarmingsnet op afstand gevoed worden. Een dergelijke installatie met een vermogensafgifte van 5,2 MWth is al sinds 1985 in Saint-Ghislain in bedrijf. Zowat overal in Europa duiken gelijkaardige toepassingen op en de laatste jaren

ongeveer 35 miljoen euro gemoeid, alle posten inbegrepen. Het project kan rendabel zijn tegen 2018-2019, tenminste als de helft gesubsidieerd wordt en aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Alain Rorive stelt dat het debiet van de artesische bron in Bergen ook effectief 20 m3/uur moet bedragen. Verder moet de referentieprijs van de gigajoule gas op het huidige niveau blijven. Dit scenario houdt echter geen rekening met de financiële winsten die mogelijk zijn via het mechanisme van de groene certificaten… gewoon omdat er geen

certificaten voor aardwarmteprojecten toegekend worden! “Een echte aberratie, want aardwarmte laat juist een bijzonder gunstige balans zien op het vlak van uitstootreductie”. Volgens Rorive is deze techniek, die nog weinig wordt gebruikt in Europa, simpelweg over het hoofd gezien bij de ontwikkeling van beleidsplannen ter ondersteuning van alternatieve energievormen. Waterrecycling Een ander knelpunt in het geodossier is wat men aanmoet met het

48 | energymag nr7

46-49 RENW geothermie nl.indd 48

9/10/07 17:54:42


GEOTHERMY | RENEWABLE

neemt de belangstelling nog toe. De Zwitsers wekken nu al met behulp van aardwarmte ruim 1200 GWh/jaar warmte-energie op en in Frankrijk is dat nog iets meer: 1.360 GWh/jaar. Er zijn nog talloze andere toepassingen met aardwarmte mogelijk, zoals verwarming van kassen, warmwaterbevoorrading van viskwekerijen en thermale baden, industriewarmte,… T Tussen 3.000 en 5.000 m: stroomopwekking

Op een diepte van enkele kilometers heersen hoge temperaturen (tussen 170 en 200°C). Deze kunnen aan de oppervlakte worden geëxploiteerd met behulp van een hydraulisch circuit waarmee elektriciteit kan worden opgewekt via een stoomturbine. In Frankrijk is het Europese SGS-project (systèmes géothermiques stimulés) te Soultz-sous-Forêts het eerste dat deze energie poogt te exploiteren in een geothermische centrale van het HDR-type (Hot Dry Rock). Dit procedé berust op de injectie van water onder hoge druk in hete rotsformaties. Het aldus opgewarmde water wordt opgevangen in de vorm van een mengsel van water en stoom die een stoomturbine voedt welke een vermogen van 6 MW (op termijn 25 MW) afgeeft. Twee gelijkaardige projecten zijn momenteel in ontwikkeling in Bazel (Zwitserland) en Bad Urach (Duitsland). Nog andere projecten maar dan op middelmatige diepte zien het licht, meer bepaald in het Duitse dorpje Unterhaching nabij München. Hier bouwt Siemens een geothermische krachtcentrale. Het warme water zal gewonnen worden op 3.330 m diepte. Uit deze laag wordt water geproduceerd met een temperatuur van circa 122°C. De elektrische stroom wordt opgewekt volgens de Kalina-methode. De druk gegenereerd tegen een lagere temperatuur volstaat immers niet om een turbine efficiënt te voeden. Daarom wordt een warmtewisselaar gebruikt met een vloeistof (een mengsel van water en ammoniak) die een voldoende laag kookpunt heeft en reeds bij relatief geringe temperaturen verdampt. Deze damp drijft over een turbine de stroomgenerator aan. Het systeem zal een vermogen van 3,36 MW gaan leveren en daarmee 6.000 huishoudens van stroom voorzien.

met lage-temperatuurvloerverwarming. Een utopie? Niet echt. “De sociale huisvestingsmaatschappij Toit & Moi is van plan om de oude torens in Ghlin te vervangen door nieuwbouw. Er waren al enkele informele contacten hierover met de verantwoordelijken van deze maatschappij”, aldus Rorive. De professor haalt het voorbeeld aan van de gemeenten Chevilly-la-Rue en Haÿ-les-Roses, in het Parijse. Hier wordt retourwater van 50 °C in cascade ingezet en als laatste stap gebruikt als warmtebron om een systeem voor lage-temperatuurverwarming van een hele reeks gebouwen te voeden. Kyotodoelen Op milieuvlak zou de exploitatie van een aardwarmteput in deze zone de consumptie vermijden van zo’n 3.000 ton olie-equivalent op jaarbasis. Dit betekent dat er ongeveer 11.000 ton per jaar minder CO2 zou worden uitgestoten. Met de putten van Bergen en Saint-Ghislain komt de Waalse doelstelling om tussen 2008 en 2012 de uitstoot met 0,814 miljoen ton per jaar te verminderen, een stuk dichterbij. Zij zijn namelijk goed voor een vermeden CO2-emissie van 15.000 ton per jaar. Dit is maar liefst 1,8% van de reductie-inspanningen van heel het Waalse Gewest. p Johan Debière

warme water aan het einde van de keten. “Na het doorlopen van de keten is het gebruikte water dat aan de putten onttrokken werd afgekoeld, maar toch heeft het nog een te hoge temperatuur. Daarom kan het niet op het oppervlaktewater worden geloosd”. Er zijn twee oplossingen: dit water op grote diepte injecteren, zodat het opnieuw opwarmt, of het eerst laten afkoelen alvorens het in een waterloop te storten. Bij wijze van boutade vertelt Alain Rorive dat hij er ooit aan heeft gedacht om het lauwe water te gebruiken om de Ber-

gense boulevards te verwarmen. Een derde oplossing - een serieuze dit keer - bestaat erin om het nog lauwe water in situ bij bedrijven te valoriseren. Interessant voor landbouw- en voedingsmiddelenbedrijven, viskwekerijen of kaskwekers, zegt Rorive, maar zulke bedrijven zijn in Bergen eerder aan de schaarse kant. Een andere, simpelere, oplossing is de restwarmte opwaarderen binnen een complex van collectieve woningen die gebouwd zijn volgens de principes van de passieve architectuur, en die bijvoorbeeld uitgerust zijn

Aardwarmte in cijfers In 2005 gaven meer dan 70 landen aan aardwarmte te gebruiken voor de winning van warmte. Het geïnstalleerd vermogen wordt momenteel geraamd op 27 GW, wat neerkomt op een productie van meer dan 70 TWh/jaar. In 2005 waren er iets meer dan 350 geothermische elektriciteitscentrales in de wereld. Het geïnstalleerd vermogen bedraagt ongeveer 8,9 GW: dit is slechts 0,3% van het elektrisch vermogen in de wereld. Europa telt zes producerende landen die samen een vermogen van 1.123 MW leveren. Met geothermische energie wordt 0,4% van de stroombehoefte op wereldschaal afgedekt. nr7 energymag | 49

46-49 RENW geothermie nl.indd 49

9/10/07 17:54:46


CAREERS

bodem—water—lucht—energie—natuur—wetgeving—milieuzorgȱ

ȱ Vacatureȱenergieadviseursȱ

ȱ

ȱ

Bachelorȱofȱmasterȱindustriëleȱwetenschappenȱmetȱtheoretischeȱenȱpraktischeȱkennisȱvanȱenergieauditing,ȱ WKKȱenȱduurzameȱenergietechnieken ȱ Interesse?ȱRaadpleegȱonzeȱwebsite!ȱ

Zin in een energieke job?

Je bent pas afgestudeerd? Je hebt al werk? Je bent geboeid door de energiesector met zijn potentieel van hooggekwalificeerde jobs? Ontdek de profielen waar rekruterende bedrijven naar op zoek zijn. Stel je kandidaat!

u Op de beurs

GENTȱ BRUSSELȱ BERINGENȱ

www.esher.beȱ

Uw jobadvertenties in Energymag?

Innova Energy, stand Energymag/ Energy careers, Brussels Expo (Paleis 1)

Voorwaarden & reserveringen Pascale Bataille Media Selling Place Tel.: 02/241.55.55 • Fax: 02/241.55.33 pascale@mediaselling.be

u Van 22 tot 25 november 2007

Is energie je leven ? Maak er je werk van ! Vanparijs-Maes werft aan: PROJECT MANAGER ENERGIE Ervaren burgerlijk of industrieel ingenieur electromechanica/energie voor de organisatie en leiding van onze energieprojecten in WKK.

PROJECT ENGINEER ENERGIE Burgerlijk of industrieel ingenieur electromechanica/energie voor technische ondersteuning, projectopvolging en productspecialisatie.

PROJECT ENGINEER POWER QUALITY Burgerlijk of industrieel ingenieur elektriciteit (energie/sterkstroom) met datacenter ervaring voor technische ondersteuning, projectopvolging en productspecialisatie. Meer info over deze vacatures? Surf naar www.vanparijs-maes.be

INTEGRATED ENGINEERING & CONTRACTING SERVICES Energy Solutions

50 | energymag n°7

50 CAREERS nl.indd 50 VMI EM7 nl.indd 1

„

Power Quality

„

Datacenter Techniques

VMI Engineering & Contracting NV Bleyveldstraat 9 B - 3320 HOEGAARDEN

Tel. +32-16-76 80 40 Info@vanparijs-maes.be www.vanparijs-maes.be

7/10/07 12:19:03 15:14:17 2/10/07


(1) Bois & Habitat - (2) Auteur de projet : Dethier & associès, Liège - Photo : www.sergebrison.com - (3) DIRCOM - (4) Ivars Linards Zolnerovics-Fotolia

Doeltreffende energie

d u u r z a m e

b o u w

NOVEMBER 2007

NAMUR EXPO Energie besparen en hernieuwbare energie verbruiken ? Energiekosten dempen ? Milieubewust kiezen ? (1)

(3)

(2)

(4)

Concrete oplossingen liggen voorhanden ! ENERGIE&HABITAT, De “place to be” inzake doeltreffend energieverbruik in de bouw. - 8000 m2 tentoonstellingsruimte, volledig gewijd aan isolatietechnieken en energieproduktie - Voordrachten en tentoonstellingen - Presentatie van concrete realisaties

Info 0900 10 689 (0,45 €/min) - www.energie-habitat.be

Een initiatief van het salon

Bois & Habitat

Allez-y en

train FEDER

E+H Annonce A4.indd 2

30/08/07 12:04:55


Energy Line, samen vechten

Op

m

esn tg aa

lte rn ati eve energie

tegen de opwarming van de aarde

ed a en ke opl a ossingen inz

Dexia is gespecialiseerd in de financiering van de lokale besturen en het beheer van spaartegoeden. Gelet op de aard van zijn activiteiten is het erg gehecht aan waarden betreffende de lange termijn en het algemeen belang. De bank is op die manier uitgegroeid tot een wereldspeler inzake duurzame ontwikkeling, met name op het gebied van de alternatieve energie. Vandaag wendt Dexia met Energy Line al zijn knowhow op dit gebied aan ten behoeve van de lokale besturen om de productie van schone energie aan te moedigen, het verbruik van fossiele energie terug te schroeven, de biodiversiteitsinspanningen te steunen en de gepaste financiĂŤle instrumenten ter beschikking te stellen. Om te weten wat Energy Line concreet kan bijdragen aan de goede werking van uw bestuur en dus ook aan de welvaart van de planeet, afspraak op PubliLink of op www.dexia.be (Professioneel / Public Finance).

PUBLIC BANKING

tijd nemen om te bouwen


Energymag 7 nl