Issuu on Google+

energymag the energy manager magazine

Tweemaandelijks nieuwsmagazine | Nederlandstalige uitgave | november - december 2006 | nr 4 | www.energymag.be

6,50 €

MARKET Blue Sky Grote stroomverbruikers schieten in actie

Interview Electrabel Wij hebben geen taboes!

MANAGEMENT Kyoto en flexibiliteit Een tikje ingewikkeld, maar wel de moeite waard

Beroep De energy manager als sleutelfiguur

DOSSIER CONTRACTING Performance contracting De euro’s liggen voor het oprapen

Energiediensten Marktspelers in de kijker

Koolstoffinanciering Een nieuwe financieringswijze

EFFICIENCY Het Antwerps Justitiepaleis

Afgiftekantoor: Brussel X

De kroon op architecturale creativiteit en ingenieursvernuft

TECHNOLOGY Bestaande gebouwen Een intelligente besturing voor duurzaam energiebeheer

WKK Biomassa

COVER STORY

De man die België wil verwarmen en verlichten met biomassa Laurent Minguet, oprichter van EVS, ontvouwt zijn Belgische WKK-plannende

Een blik op Oostenrijkse technologie

01 cover N4 nl.indd 1

14/12/06 15:55:01


Hoe beschermt u zich tegen grillige energieprijzen ?

Ontdek de nieuwe technieken die GfE ontwikkeld heeft om u te beschermen tegen de volatiliteit van de energieprijzen. Bel ons op 056/60.04.04 of surf naar www.gfe-em.com

ENERGY MANAGEMENT

BELGIUM

FRANCE

I TA LY

THE NETHERLANDS

international energy consultants •

GERMANY

CZECH REPUBLIC


Energymag, the energy manager magazine In Site pvba J. Coosemansstraat 107 B-1030 BRUSSEL Tel: +32 (0)2 737 91 19 Fax: +32 (0)2 735 30 97 Zaakvoerder: Jean-François MARCHAND

REDACTIE Energymag Coosemansstraat 107 1030 Brussel E-mail: redaction@energymag.be Tel: +32 (0)2 737.91.19 Fax: +32 (0)2 735 30 97

évooraf

Hoofdredacteur: Jean-François MARCHAND (jfmarchand@ energymag.be) Redactiesecretaris: Jean HINS (jhins@energymag.be) Journalisten en medewerkers: Jean CECH, Ismaël DAOUD, Koen MORTELMANS, Didier SEGHIN, Alfons VANBERGEN, Philippe VAN DEN ABEELE, Peter VANSINA, Philippe VERNIN, Laurent VANSTEENSTEL. Stuur uw perscommuniqués naar redaction@energymag.be

PRODUCTIE Verantwoordelijke: Jean HINS (jhins@energymag.be) Lay-out: Florence DEMOLIN (fdemolin@energymag.be) Fotogravure: Lithotec Drukker: Kliemo

RECLAMEREGIE Verantwoordelijke: Jean-François MARCHAND (jfmarchand@ energymag.be) Tel: +32 (0)2 737.91.19 Fax: +32 (0)2 735 30 97

ABONNEMENTEN (1 jaar = 6 nummers) Contactpersoon: Jean HINS (abonnements@energymag.be) Een abonnement kan op elk ogenblik starten. Geef uw naam en adres op aan de dienst abonnementen of download ons abonnementsformulier op www.energymag.be/abonnement. html. Abonnementen in België: 33 € Abonnementen in het buitenland: 58 € (EU) Betaling per overschrijving op nr. 310-1223352-74 Om u te abonneren, een adreswijziging door te geven of elk probleem in verband met het abonnement abonnements@energymag.be Tel +32 (0)2 737 91 11 Fax +32 (0)2 735 30 97 Verspreiding per abonnement en doelgerichte mailing. 10.000 ex - een Nederlandstalige uitgave + een Franstalige uitgave. Er bestaat ook een Franstalige uitgave. Gelieve ons te verwittigen als u liever de Franstalige editie ontvangt. Verantwoordelijke uitgever: Jean-François MARCHAND, Coosemansstraat 107, B-1030 BRUSSEL Foto cover: Laurent Minguet Foto van Laurent VAN STEENSTEL.

Een teken aan de wand “Je doet hier drie lampen aan en je betaalt al meer dan in Bratislava!” Deze gevleugelde woorden kwamen niet uit de mond van een industrieel grootverbruiker, wel van een arbeider van VW Vorst. Het is een beetje kort door de bocht, maar zoiets zien we thans ook op de energiemarkt gebeuren. Of de vrijmaking juist het tegengestelde bewerkstelligt dan wat eerst de bedoeling was? Gaan bedrijven nog meer aan competitiviteit inboeten? Zullen er straks nog meer banen sneuvelen? Ja, zo ziet het ernaar uit, op korte en middellange termijn dan. Het is best mogelijk dat de stijgende energieprijzen, en hierbij denken we vooral aan de elektriciteitsrekening, voor veel bedrijven en niet alleen voor grootverbruikers een prikkel zullen zijn om te delocaliseren. Feitelijk is deze ontwikkeling al een poos aan de gang. Kijk maar naar Umicore. In februari 2005 heeft deze groep, die één van de zeven oprichters van Blue Sky is (cfr artikel Uitgelicht) zijn Franse zinkdivisie drastisch moeten afslanken. Waarom? Vanwege de stroomfactuur! Deze herstructurering, die sommigen misschien onbetamelijk vinden voor een groep die 168,3 miljoen € winst boekte in 2004, stond nochtans in de sterren geschreven. In een document van begin 2003 verwittigde Umicore al dat de zinkactiviteiten in het gedrang kwamen door de stijgende elektriciteitskosten. In 2002 was elektriciteit al goed voor één derde van de totale exploitatiekosten van de Belgische fabriek te Balen. In de nota werd rekening gehouden met een kostenstijging van 25% tegen 2006. Achteraf bleek dit cijfer fors onderschat te zijn. Met andere woorden: geen wonder dat er afgeslankt werd en nog zal worden. Het merkwaardigste is wel dat industriële ondernemers nu al 5 jaar staan te roepen dat hun competitiviteit niet Belgisch is, noch Europees, maar mondiaal. En dat de perverse effecten van de liberalisering toch zo hard aankomen. Met Blue Sky gooien de grootverbruikers echter niet één, maar twee knuppels in het hoenderhok. Want laten we wèl wezen. Concurrentie is mooi maar bijlange na niet voldoende om de prijs te kunnen drukken van energie die via een netwerk wordt geleverd, zoals stroom. Wat wèl werkt, zijn de opties voor de productie van die energie, gekoppeld aan een langetermijnsvisie. Dit is geen Belgische, wel een Europese aangelegenheid. Wedden dat onze ondernemers deze keer gehoord zullen worden en snel van hun dogmatisme zullen afstappen? Het wordt tijd!

lishing communication & pub

in s it e

Alle teksten zijn auteursrechterlijk beschermd. Alle advertenties vallen onder de verantwoordelijkheid van de auteurs ervan. Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd en/of gepubliceerd door middel van druk, fotokopie, microfilm, magnetische dragers, zonder de voorafgaande toestemming van de uitgever.

Jean-François Marchand nr4 energymag | 3

03 Edito nl.indd 3

14/12/06 16:13:37


Wie kan rekenen, schakelt over op aardgas.

Ontdek op www.gasinfo.be hoeveel u bespaart als u nu overschakelt. De energie van aardgas geeft u niet alleen een zorgeloos gevoel, door het hoge rendement is het ook nog eens supervoordelig. Wilt u berekenen hoeveel u bespaart als u overschakelt op aardgas? Surf dan gewoon even naar www.gasinfo.be en doe de vergelijkingstest. Meer energie hoeft u daar echt niet in te steken.

GASGEN21780_MON_297x210_N 1

9/7/06 3:21:57 PM


> 24 DOSSIER CONTRACTING DE EURO’S LIGGEN VOOR HET OPRAPEN

Performance Contracting, een nieuwe en vernieuwende manier om uw energieprestatieprojecten mee te financieren. Anders gezegd, bespaar energie en financier uw energie-investeringen.

INHOUD MARKET

EFFICIENCY

6 UITGELICHT

34 BUILDING

Blue Sky: wie wil zich nog blauw betalen? 9 INTERVIEW

Antwerps Justitiepaleis: de kroon op architecturale creativiteit en ingenieursvernuft.

Electrabel: wij hebben geen taboes!

TECHNOLOGY

11 ACTORS

38 BUILDING

12 NEWS

Bestaande gebouwen: een intelligente besturing voor duurzaam energiebeheer.

Focus: straks nog meer black-outs? 14 TRENDS

MANAGEMENT 16 EMISSIONS TRADING

Kyoto en flexibiliteit: en tikje ingewikkeld maar de moeite waard. 20 ORGANISATIE

Beroep: de steeds grotere rol van de energiemanager 24 DOSSIER CONTRACTING > Performance contracting De euro’s liggen voor het oprapen > Energiediensten Marktspelers in de kijker > Koolstoffinanciering Een nieuwe financieringsmethode

> 6 Solvay wil samen met zes andere grote stroomverbruikers betere prijzen afdwingen.

42 WKK

We steken ons licht op bij Oostenrijkse collega’s die voorop lopen in het gebruik van bio-energie. RENEWABLE 44 BIOMASSA

> 16 Een blik op de flexibiliteitsmechanismen van Kyoto.

Laurent Minguet: de man die België wil verwarmen en verlichten met biomassa! 48 AGENDA 50 ENERGY PARTNERS

> 38 15 à 20% besparen met een intelligente gebouwenn°2 energymag | 5 besturing. 05 Sommaire nl.indd 5

14/12/06 16:06:35


MARKET | UITGELICHT

Elektriciteit © L. van Steensel

Zal de volgende EPR-centrale in Europa Belgisch zijn? Eind oktober kondigden de zeven grootste stroomverbruikers de oprichting aan van een consortium: Blue Sky. Door samen elektriciteit in te kopen willen de bedrijven betere prijzen afdwingen in het kader van langetermijnovereenkomsten. Blue Sky is zowaar bereid te investeren in nieuwe ‘low cost’ capaciteit… zoals kernenergie! Philippe Warny, Energy Director bij Solvay: “Het doel van Blue Sky is een gegarandeerde energiebevoorrading tegen een lage prijs, binnen een engagement op lange termijn dat qua prijs dezelfde competitiviteit oplevert als kernenergie. Concreet hebben we het over trekkingsrechten waarbij eventueel een voorschot wordt betaald, voor een capaciteit aan te leveren door één of meer huidige of toekomstige operatoren welke het verbruik van de groep dekt. Zo’n systeem is pure noodzaak, willen we onze continuïteit en concurrentiekracht in België kunnen handhaven”.

© L. van Steensel

“Stroom is in België in twee jaar tijd wel dubbel zo duur geworden, en dat terwijl bij ons 55% van alle elektriciteit uit kerncentrales komt en de prijs dus niet beïnvloed wordt door de opflakkerende prijzen van koolwaterstof”, zegt Philippe Warny, directeur van de energiecel van de groep Solvay, met spijt in zijn stem. Daarmee is alles gezegd. Dat de prijzen meer en meer afwijken van de productiekostenstructuur (zie kader), is een ontwikkeling die de industrie, en vooral de grootverbruikers van elektriciteit, grote zorgen baart en dat in een land als het onze waar kernenergie de grootste productiebron is. De industrie legt de vinger op een aantal zere plekken zoals daar zijn een schreeuwend gebrek aan productiecapaciteit en koppelings-

mogelijkheden, het feit dat er geïnvesteerd wordt in projecten met een hoge productiekost (gas, windkracht, e.d.) en de markt die sterk lokaal blijft en dus alles behalve concurrentieel is. Het gaat de foute kant op, met de liberalisering. Als er niet als de bliksem in ‘low cost’ productiestructuren geïnvesteerd wordt, lees kernenergie!, en de concurrentie niet aangezwengeld wordt zal de vrijmaking nog meer uit de bocht vliegen!

Het is ‘van moeten’ Het samenwerkingsverband Blue Sky groepeert de zeven grootste energieintensieve bedrijven van ons land: twee staalfabrikanten (Arcelor Mittal en Duferco), vier chemiebedrijven (Air Liquide,

BASF, Solvay en Tessenderlo) en een metaalproducent (Umicore). Met 14 TWh per jaar verbruiken de zeven megabedrijven samen 15% van alle elektriciteit in België. Waar Blue Sky dan op uit is? “Een gegarandeerde energiebevoorrading tot stand brengen tegen stabiele en concurrerende prijzen via afspraken op lange termijn”, legt Philippe Warny uit. Goed, maar hoe denken ze dit aan te pakken? De grote spelers zijn bereid te participeren in nieuwe capaciteit, door op voorhand rechten te betalen. In ruil daarvoor willen zij een gegarandeerd trekkingsrecht tegen redelijke prijzen. Het zou gaan om stroomcontracten met een lange looptijd. Gedacht wordt aan 15 à 20 jaar. Het consortium wil aldus een drieledig doel verwezenlijkt zien:

6 | energymag nr4

6-9 Market temps fort nl.indd 6

11/12/06 11:15:31


UITGELICHT | MARKET

a) de kwestie van de langetermijnscontracten die in principe verboden zijn door de Europese Commissie, aan de orde stellen, b) de concurrentie op gang trekken en c) de doorbraak forceren van kernenergie als enig duurzaam en kosteneffectief antwoord op toekomstige energiebehoeften. Thomas Leysen, gedelegeerd bestuurder van Umicore zegt dat het ‘van moeten’ is: “Wil de industrie straks over voldoende energie tegen een redelijke prijs kunnen beschikken, dan kunnen we niet anders dan investeren in nieuwe capaciteit met concurrerende prijzen. Zonder kernenergie lukt het nooit”, verklaarde hij in de kolommen van de Tijd. “Het is dan ook niet meer dan logisch dat de Belgische grootverbruikers een investering in een kerncentrale overwegen”.

De prijzen zullen blijven stijgen Belpex Day-ahead market 22/11/06

900 1 500

Belix (¤/MWh)

Volume (MWh)

Baseload

109,12

24.098

Peak

173,98

12.591

44,27

11.507

Off-Peak

643

514 1 000

386

257

Krachtige argumenten Blue Sky voert argumenten aan waar geen speld tussen te krijgen is. Om te beginnen: zonder betaalbare stroom komt de continuïteit van de industriële activiteiten in gevaar. Het tweede doorslaggevende argument is geld! De behoefte aan investeringen in nieuwe capaciteit is nu al gigantisch en zal in de toekomst alleen maar toenemen. De grootindustrie kan beslist een belangrijke bijdrage leveren, zoals bleek uit een reactie van Electrabel (zie interview). Hoeveel geld het consortium bereid is op tafel te leggen? Daar hoeft Philippe Warny niet lang over na te denken, hij heeft zijn antwoord al klaar: “Wat kost een kerncentrale van de derde generatie van het EPR- type? Toch zo’n slordige twee of drie miljard euro. Hiermee heeft u een idee van de bedragen die hier op het spel staan.” Maar, zegt de topman van Solvay, als we bijdragen tot de energiediversificatie en de ontwikkeling van nieuwe meer concurrerende productiecapaciteiten, zal de ganse markt daar gunstige collaterale effecten van ondervinden”. Tot slot dwingt Blue Sky de overheid om een prangende kwestie onder ogen te zien, met name de energiemix waarmee de stroombevoorrading in ons land, en in ruimere zin van heel Europa, op de lange termijn gegarandeerd kan worden. Hierbij dient de volgende kanttekening geplaatst: de groene energiebronnen volstaan niet om aan de stijgende elektriciteitsvraag te voldoen. Bovendien zullen er in het after Kyoto- scenario ongetwijfeld meer beperkingen bijkomen. Of het in deze context wel redelijk is om uitputbare fossiele grondstoffen zoals gas verder te blijven gebruiken om stroom op te wekken? Dit is immers een

771

129

500

0 1

2

3

4

5

6

7

8

9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 Prijs in €/MWh

Op 21 november is Belpex, de Belgische elektriciteitsbeurs, gestart met de handel van elektriciteit te leveren tijdens de volgende dag (Day Ahead Market). Een start met trompetgeschal. Het verhandelde volume liep de eerste beursdag al op tot 24.000 MWh. Dit is ongeveer 8,9% van de Belgische vraag. De enige domper op de feestvreugde: de eerste Belix Baseload elektriciteitsprijs kwam op 22 november uit op 109,12€/MWh. Erger nog: de Belix dalprijsindex klokte af op 44,27€/MWh - wat nog te doen is - maar de piekprijsindex klom tot 173,98€/MWh! Probleem is dat de groothandel grotendeels de marktprijs voor de eindgebruiker dicteert, terwijl die slechts een klein deel van het verbruikt volume vertegenwoordigt. Hoe dat komt? Vanuit kortetermijnsoptiek is de volatiliteit van de prijzen te verklaren door het feit dat elektriciteit niet kan worden opgeslagen. De vraag kan dus van het ene op het andere moment sterk schommelen. De groothandelsmarkt, en vooral de spotmarkt, moet deze schommelingen opvangen. Maar in een geliberaliseerd systeem, zo leert ons de micro-economische theorie, is de prijs van goederen op korte termijn gelijk aan de werkingskost van de bijkomende productie-eenheid. In dit geval zijn dit de duurste centrales die gevoed worden met fossiele energie. De elektriciteitsprijs is met andere woorden gevoelig voor de prijsstijging van brandstoffen (gas, olie), omdat dit de marginale productie-eenheid is waarmee rekening wordt gehouden bij de prijsvorming. Zo is ook de samenhang te verklaren tussen de evolutie van de elektriciteitsprijs en

Volumes in MWh

die van de prijzen voor de CO2-emissievergunningen, vermits het CO2-systeem minder performante centrales sanctioneert. Deze spiraal wordt nog versterkt door een tweede factor: de in vrijwel gans Europa afgenomen productiecapaciteit. Tijdens de laatste “Assises de l’Energie” maakte de directeur communicatie van Electrabel bekend dat hun centrales voor het eerst in hun bestaan op 100% van hun capaciteit hebben gedraaid! Doordat de productie aan haar plafond zit, neemt de spanning op de markten toe. Dit fenomeen wordt nog in de hand gewerkt door de gebrekkige koppelingen tussen de netten aan de grenzen, waardoor het moeilijk wordt om over de grenzen heen een evenwicht te realiseren. Belpex zou een betere toewijzing van de bestaande koppelingen mogelijk moeten maken, maar op termijn blijven nieuwe koppelingen noodzakelijk voor een vlotte marktwerking. Dit is even hard nodig als investeren in nieuwe capaciteit met lage kosten. Anders zullen de marktprijzen niet dalen. Onnodig te zeggen dat de stroombehoeften gigantisch zijn. Geschat wordt dat Europa, om aan de stijgende vraag te kunnen voldoen, de komende 15 jaar wekelijks het equivalent in bedrijf moet nemen van een centrale met gecombineerde cyclus van 400 MW of het equivalent van een EPR-centrale van 1.600 MW per maand. Kortom, er zullen wel een paar jaar overheen gaan alvorens het effect van de marktaanpassingen zichtbaar wordt. Er is immers minstens twee jaar nodig om een gasstoomturbinecentrale te bouwen en vijf jaar voor een kerncentrale.

nr4 energymag | 7

6-9 Market temps fort nl.indd 7

11/12/06 11:15:51


MARKET | UITGELICHT

kostbaar proces met een zeer ongunstige CO2-balans. Dit soort grondstoffen kan nuttiger voor andere zaken worden aangewend en bovendien is kernenergie niet alleen goedkoper maar ook schoner. Laat dit nu uitgerekend de strekking zijn van het rapport van de Commissie “Energie 2030” dat onze Energieminister Marc Verwilghen twee jaar geleden bestelde en dat medio november werd gepresenteerd. “Kerncentrales sluiten en tegelijk aan de Kyoto-normen voldoen, zal duur zijn en ons economisch weefsel sterk verstoren”, zegt het rapport. “België zou de nucleaire optie open moeten houden en de sluiting van de kerncentrales moeten herbekijken”.

Concurrentieprobleem Deze argumenten vielen niet in goede aarde bij het anti-nuclaire kamp. Tegenstanders van kernenergie verwijten de overheid en Agoria-voorzitter Thomas Leysen dat zij de nucleaire lobby in de kaart spelen en nooit iets gedaan hebben tegen het feitelijk monopolie van Electrabel. Dit gaat ten koste van alle inspanningen voor energie-efficiëntie, zeggen ze. Dat de Bel-

gische industrie haar energie-intensiteit sinds de eerste oliecrisis met factor 2,8 heeft weten terug te dringen wordt daarbij gemakshalve over het hoofd gezien. En ook dat de Agoria-leden in Vlaanderen, waar de zware industrie is geconcentreerd, hun energieverbruik hebben doen dalen met 7% en hun CO2-uitstoot met 9%. Plus dat de industrie ondertussen harde klappen te verduren krijgt als gevolg van de perverse effecten van de liberalisering en het ontbreken van concurrentie. De kwestie van de langetermijnscontracten en een kosteneffectieve productiestructuur is momenteel eigenlijk in heel Europa een hot item. Het Blue Sky-initiatief is geen première. In Finland is bijvoorbeeld de bouw van een nieuwe nucleaire centrale in volle gang. Het energiebedrijf TVO sloot al eind 2003 een overeenkomst met het consortium Areva en Siemens voor de levering van een sleutel-op-de-deur EPRreactor op de site Olkiluoto. Saillant detail: de centrale wordt gefinancierd door en is gedeeltelijk in handen van de plaatselijke grootverbruikers van stroom die als tegenprestatie preferentiële trekkingsrechten genieten. Frankrijk heeft van zijn kant,

zopas wetten in het leven geroepen voor bedrijven met hoog stroomverbruik. Zij mogen in groepsverband bevoorradingsovereenkomsten voor 15 à 20 jaar met energieproducenten afsluiten. De groep Exeltium die een zestigtal bedrijven telt, waaronder Solvay, Mittal Arcelor en Air Liquide, heeft afgelopen zomer een offerteaanvraag uitgeschreven. Tot ieders grote verbazing reageerden er slechts 4 van de 15 aangeschreven Europese producenten! De capaciteiten waarmee de bereidwillige leveranciers aan de onderhandelingstafel verschenen, konden er nog net mee door, maar bleven ver beneden alle verwachtingen. Philippe Warny heeft een donkerbruin vermoeden “dat hier wellicht een concurrentieprobleem is”. De conclusie dat producenten onder één hoedje spelen, ligt voor de hand. Logisch ook, in een geliberaliseerd systeem waarbinnen de concurrentie niet goed functioneert. Of, zoals we een bankier hoorden zeggen: “Waarom zou een marktspeler tegen de laagste prijs verkopen, als hij zelf kan investeren en volop van de marktprijzen profiteren?”. p Jean-François Marchand

AMEC SPIE Belgium wordt SPIE Belgium Gesterkt door onze prestaties in het verleden en vertrouwend op de sterkte van onze teams, wordt SPIE opnieuw onafhankelijk en meer dan ooit SPIE. SPIE is gespecialiseerd in de domeinen van elektrische en mechanische engineering, aircotechniek, energietechniek, communicatienetwerken en transportinfrastructuur. SPIE zorgt voor de uitrusting van onze dagelijkse leefomgeving en via het ontwerpen, het uitvoeren, de exploitatie en het onderhoud van hun installaties verlenen we de nodige assistentie aan al wie deze wereld verder ontwikkelt, zoals overheden en ondernemingen. Met de steun van onze nieuwe aandeelhouder wil SPIE doorgaan met haar ontwikkeling en zich iedere dag opnieuw inspannen zodat we met elkaar van gedachten kunnen wisselen, kunnen communiceren, en iedereen zich in alle veiligheid kan verplaatsen, leven en doeltreffend werken. SPIE, een gezamenlijke ambitie!

Voor nadere informatie: www.spie.be

8 | energymag nr4

6-9 Market temps fort nl.indd 8

11/12/06 11:15:53


SPECIAL GUEST | MARKET

Fernand Grifnée - Electrabel

Wij hebben geen taboes! Tijdens onze uitzending “Le Magazine de l’Energie” op businessradio BFM gaf Fernand Grifnée, communicatiedirecteur van Electrabel, de volgende reactie op de oprichting van Blue Sky. Is de oprichting van Blue Sky geen teken dat de markt uit balans is? Aan de ene kant heb je energiebedrijven als Electrabel en aan de andere kant de industrie die met de rug tegen de muur staat vanwege de forse prijsdruk en de zwakke concurrentie? Het is vooral een teken van verandering. Wij mogen de markt dan wel vrijgemaakt hebben, de klanten kampen nog altijd met dezelfde problemen. Stroombevoorrading is bijvoorbeeld nog altijd een kritiek punt voor chemie- en staalbedrijven, maar dit is niet nieuw, zeker niet in België. Elektriciteit is immers een substantieel element van hun industriële processen en de industrie heeft behoefte aan inzichten op lange termijn en aan voorspelbaarheid. Met Blue Sky willen industriebedrijven de concurrentie tussen leveranciers actief laten spelen. Bent U voorstander van zo’n partnerschap en tegen welke voorwaarden? Wij zijn voor elke oplossing waarmee vooruitgang kan worden geboekt in het dossier van de langetermijncontracten. Een consortium is een van de mogelijkheden, ook al weet iedereen dat er, als puntje bij paaltje komt, toch een bilateraal facet aan vastzit. Deze afnemers hebben een verbruiksprofiel dat werkelijk uniek is. Om voor de dag te kunnen komen met een aanbod dat perfect op hun profiel aansluit, en dit is precies waar Electrabel op uit is, zullen we op een gegeven ogenblik samen rond de tafel moeten gaan zitten in het kader van een bilaterale onderhandeling. Maar de bal is in hun kamp. Als ze in een eerste faze liever samenwerken onder de vorm van een consortium, dan kan Electrabel zich daar perfect in vinden. Elektriciteitsproducenten wordt verweten onvoldoende te investeren in capaciteit voor basisproductie en te volstaan met het afdekken van de piekbehoeften omdat zulke investeringen een beter rendement opleveren. Wat hebt u daar op te zeggen? Het heeft geen zin je tijd te verdoen met naar een schuldige te zoeken en elektrici-

teitsproducenten met de vinger te wijzen. De zaken die op het spel staan, zijn veel te belangrijk. Wat we hier hebben is een probleem van energiebeleid op Europees niveau. Er is in Europa veel te doen geweest rond concurrentie. Nu dringt het stilaan tot de mensen door dat er ook zoiets als een energiebeleid moet komen. Daarvoor zal fors geïnvesteerd moeten worden en alles wat nieuwe investeringen in het Europees elektriciteitssysteem tot stand kan brengen, is natuurlijk mooi meegenomen. Als Blue Sky daartoe kan bijdragen, is dat prima. Maar daarmee zijn we er nog niet. De markt, en dat zijn zowel de actoren als de big accounts, moet duidelijke signalen krijgen. De vraag is of er opnieuw ruimte is om te investeren in een sector waarin de langetermijnfactor cruciaal is. Om in onze bedrijfstak een ROI te kunnen realiseren, moet je al gauw denken aan een periode van vijftien à twintig jaar. Dat is dus geen korte termijn. Het is in die tijdsdimensie dat de contractuele relaties die thans aan de orde zijn, moeten worden gezien. Op welke signalen zinspeelt u? Voor een operator als Electrabel in België, maar dat geldt ook voor al onze concurrenten in Frankrijk, Duitsland of Nederland, is het lang niet evident, op juridisch vlak dan, om een langetermijnrelatie met bijvoorbeeld een chemiebedrijf aan te gaan. Dit vraagt namelijk een flinke dosis creativiteit, omdat er niet zoveel formules bestaan. In Frankrijk hebben ze daar iets op gevonden. Ze hebben voor deze kwestie een nieuwe wet uitgevaardigd om tot een vorm van omkadering te komen. Dit is overigens ook een van de punten die onze Belgische premier zorgen baart. Tijdens een gesprek dat we recent met hem hadden in het kader van het fusieproject Suez-Gaz de France beklemtoonde de premier het belang van een echt industriebeleid met een omkadering. In de toekomst moeten we contracten kunnen afsluiten op lange termijn en formules vinden die compliant zijn met het mededingingsrecht, in de wetenschap dat de Europese Commissie het laatste woord

Energymag op radio BFM!

heeft. Indicatief is misschien wel het feit dat de Commissie toegezegd heeft na te denken over “richtlijnen” waarmee elektriciteitsproducenten hun contractuele relaties kunnen omkaderen.

Fernand Grifnée was laatst onze gast in de tweede aflevering van Energymags nieuwe programma

“Le magazine de l’énergie”

We mogen er dus vanuit gaan dat Blue Sky binnen enkele maanden een offerteaanvraag kan uitschrijven? Het is te hopen dat er schot in de zaak komt, want wij willen niet liever dan onze klanten tegemoet komen. We hebben intussen al meerdere initiatieven genomen. Dit ging niet altijd van een leien dakje, daar komen we grif voor uit. Met name de contractuele modaliteiten zorgen voor moeilijkheden. Met de klanten zal moeten worden afgesproken welk percentage van hun behoeften door dit type contract zal worden afgedekt en wat voor prijzenmechanisme er zal spelen, wetende dat dit een van de elementen is die maken dat het zwaartepunt binnen het Europese stroomsysteem meer zal komen te liggen op een energiemix van gas, kolen en kernenergie. Op deze wijze zal het systeem in balans blijven. Dit is belangrijk voor heel voor Europa.

op de Franstalige radiozender

Blue Sky voert onder meer kernenergie aan als investeringsoptie. Wat denkt ù daarvan? Voor ons is nucleaire energie zeker geen taboe! Blue Sky heeft gelijk met te zeggen dat kernenergie een stukje is van de energieoplossing waarmee Europa zijn probleem kan aanpakken. Dat strookt ook in grote lijnen met het standpunt van Electrabel en van Suez. Uiteraard zullen wij in kernenergie investeren, maar dan wel binnen het wettelijk kader van de landen waar dit toegestaan is.

Sinds 1994 is BFM

p Jean-François Marchand

l Iedere derde donderdag van de maand, om 7.48 u hoort u onze special guest op: 101.4 ECharleroi 101.9 E Waver-LLN 104.9 EBergen 106.7 ELuik 107.1 ENamen 107.6 EBrussel

de enige Franstalige radionieuwszender voor de zakelijke markt, met aandacht voor alles wat in het financiële, culturele, of politieke veld speelt.

www.bfm.be nr4 energymag | 9

6-9 Market temps fort nl.indd 9

11/12/06 11:15:56


“Met BFM leer ik altijd iets bij.” Yvan Huyghebaert, Voorzitter, Kamer voor Handel en Nijverheid van Brussel Info & partnership: christian.miroir@bfm.be

0117_M_BFM_NL_A4_huygebaert.indd1 1

Business radio 100% info

www.bfm.be

10/27/06 3:24:00 PM


ACTOREN | NEWS

Fusie Suez-GDF: allez, nog een rondje Het ontbreekt het feuilleton Suez-GDF niet aan verrassende wendingen. Een samenvatting van de laatste afleveringen. Eerst de toegevingen. Om het fiat te krijgen van de Europese overheid zou het koppel moeten afzien van elk aandeel in Distrigaz (afgezien van de vloot methaantankers), de meerderheid in het kapitaal van Fluxys opgeven (afgezien van de terminal van Zeebrugge) en GDF moet een kruis maken over haar belang van 25% in SPE. Maar ook op het vlak van elektriciteit moesten enkele gestes worden gedaan naar de Belgische regering toe: beloftes van overdracht van de elektrische productiecapaciteit aan SPE en aan een (voorlopig) hypothetische derde speler op de Belgische markt via swaps (kwestie van de 58.000 MW van Suez te beschermen); een principieel engagement om de prijzen op de Belgische markt niet te verhogen; de regeling van de ‘gascheque’ (100 miljoen €); en het verlenen aan de Belgische regering van een controlerecht op de vier miljard euro die is opzijgezet voor de ontmanteling van de nucleaire centrales. Die enkele verloren pluimen hadden de vogel toch niet vleugellam gemaakt…. Maar dan kwam de genadeslag. Die kwam uit Franse hoek. De Grondwettelijke Raad legt de privatisering van GDF een dubbele agenda op: privatiseren oké, maar niet voor juli 2007. ‘t Is te zeggen dat de kaarten nu opeens heel anders zijn komen te liggen.

Gazprom op alle Europese fronten Gazprom laat steeds duidelijker merken dat het een plek wil veroveren op de Europese markt voor gaslevering. De gasleverancier neemt geen genoegen met de overeenkomst die met GDF werd afgesloten binnen het kader van de toekomstige pijpleiding Nord Stream welke er in 2010 zou komen. Daarom lanceerde het Russische gasbedrijf onlangs een handelsfiliaal in Frankrijk. Gazprom Marketing & Trading telt al een tiental klanten en mikt op een aandeel van 10% van de Franse markt. In Italië kwam een “historisch” akkoord tot stand met petroleumbedrijf Eni dat de markt voor de leverancier openstelt. Vanaf 2007 zal Gazprom gas afzetten op de Italiaanse markt. Het verhandelde volume zou tegen 2010 zo’n 3 miljard m3 moeten bedragen. De groep heeft ook plannen voor ons land. In samenwerking met Fluxys zal Gazprom tegen 2011 een ondergronds gasreservoir bouwen in Poederlee, in de provincie Antwerpen. Vanaf begin volgend jaar wordt België bevoorraad door de Duitse gastransporteur Wingas dat eigendom is van Gazprom en BASF. Er wordt nu de laatste hand gelegd aan een gasverbinding tussen het Nederlandse gasnet en de Antwerpse haven om de lokale industrie waaronder BASF van gas te voorzien.

NAAR EEN FUSIE VAN ESSENT EN NUON?

IBDERDROLA SLOKT SCOTTISH POWER OP

Volgens het Nederlandse dagblad de Volkskrant zijn Essent en Nuon het eens geworden over een fusie. Volgens hun directeurs is zo’n nieuwe combinatie een onvermijdelijke stap om een middelgroot Europees energiebedrijf te kunnen worden. Het is nog maar de vraag of een samengaan van Essent en Nuon de zegen krijgt van de NMa, de Nederlandse toezichthouder op de energiesector. Die heeft er geen goed oog in: beide elektriciteitsbedrijven hebben namelijk samen meer dan 50% van de Nederlandse markt in handen. In afwachting zetten de ondernemingen hun opmars in België verder, meer bepaald op de Waalse markt waar Nuon een industrieterrein van 5 ha heeft gekocht nabij Seneffe om er een centrale voor gecombineerde electriciteiten warmteproductie op de zetten.

De consolidatie van de Europese energiemarkt zet door met de overname van het Britse Scottish Power door de Spaanse energiereus Iberdrola voor 17,1 miljard €. Door de samensmelting van beide bedrijven wordt het de nummer drie van de sector, met een kapitaal van 63,8 miljard €, een omzet van 20 miljard € en een geïnstalleerd vermogen van 36.000 MW, waarvan 6.000 in hernieuwbare energie. Noteer ook dat Siemens net een contract ondertekend heeft van 350 miljoen € met Scottish Power voor de bouw van het grootste windmolenpark van Europa ten zuiden van Glasgow (140 windmolens met een vermogen van 2,3 MW).

IZEN COMMERCIALISEERT EEN WINDMOLEN VOOR KMO

Theolia, Europees producent van elektriciteit op basis van hernieuwbare energie, heeft net de Duitse groep Natenco overgenomen (bouw van sleutel-op-de-deur en exploitatie voor rekening van derden van windkrachtcentrales) en bevestigt zo zijn Europese expansie. De groep die ook een dochter heeft in België (Theolia Benelux), heeft op dit ogenblik een capaciteit van 72MW geïnstalleerd. Daarbij komen nog de 140MW die worden geëxploiteerd voor rekening van derden. De portefeuille met projecten in ontwikkelingsfase loopt op tot 1.000 MW.

Izen, de Belgische fabrikant van zonnesystemen en warmtepompen, completeert het gamma “hernieuwbare energie” met een nieuw windmolentype voor KMO’s. Het gaat hier om een neergeschaalde windmolen (19m hoog, 6m diameter) met een maximum capaciteit van 15.000 kWh/jaar. Hij komt in 2007 op de markt. Izen zal een eerste unit installeren in zijn werkplaatsen in Rijsel. De windmolen is het laatste stukje van de puzzel (zonneenergie, fotovoltaïsche energie en aardwarmte). Izen wordt zodoende een van de eerste bedrijven in België die geen energie afnemen. De pionier zag onlangs zijn inspanningen beloond met de Vlaamse prijs “Energievriendelijke Onderneming” in de categorie groter dan 70 MWh/jaar.

EERSTE FABRIKANT VAN ZONNEENERGIE IN WALLONIË

XYLLOWATT INVESTEERT 4 MILJOEN €

In samenwerking met het Duitse Q-Cells, start Issol, een bedrijf uit Verviers, met de productie van zonnepanelen. Gezien de sterk toenemende vraag in Europa, wil het bedrijf zijn startcapaciteit van 1,3 MW tegen 2007 verdrievoudigd zien.

Xyllowatt is overgegaan tot een kapitaalverhoging, die wordt verdubbeld door steunmaatregelen voor innovatie van de Waalse overheid. Die nieuwe financiering biedt de Belgische fabrikant van warmtekrachtkoppeling met houtvergassing de mogelijkheid om de tweede fase van zijn uitbreiding aan te vatten. Het bedrijf zal zo 4 miljoen € investeren in R&D, en zal onder meer een centrale op de markt zetten met een vijf keer grotere capaciteit. Ook wil het de Duitse en Franse markt gaan veroveren.

THEOLIA ZET EXPANSIE VERDER

HANSSEN GAAT 140 MILJOEN € INVESTEREN EN CREËERT 300 JOBS Hanssen Transmissions werd onlangs overgenomen door de Indische groep Suzlon, en schakelt over naar een hogere versnelling. Het bedrijf gaat 140 miljoen € investeren in de uitbreiding van de productiecapaciteit en middelen voor R&D. Deze investering waarmee men aan de toenemende vraag naar snelheidsvertragers wil voldoen, zal 300 nieuwe banen scheppen.

ELECTRAWINDS HAALT 30 MILJOEN € OP De Belgische windmolenbouwer Electrawinds, heeft 30 miljoen € opgehaald na een deel van het kapitaal te hebben opengesteld voor investeerders. Dit bedrag zal worden besteed aan de financiering van buitenlandse projecten. Luc Desender, afgevaardigd bestuurder van de groep, mikt op de verdubbeling van zijn omzet tegen 2008.

SAINT-GOBAIN EN SHELL PARTNERS IN ZONNE-ENERGIE De pool Vitrage van Saint-Gobain en Shell Erneuerbare Energien GmbH gaan hun knowhow bundelen. Gedacht wordt aan de oprichting van een co-onderneming voor de productie en commercialisatie van de nieuwe generatie zonnepanelen. Het bedrijf, dat alvast de naam Avancis kreeg, zal een fabriek bouwen in Torgau in Duitsland (Saksen). De fabriek, waarvan de productie zal starten in 2008 zal een begincapaciteit hebben van 20 MW, die snel zal worden verhoogd.

nr4 energymag | 11

11 Acteur news nl.indd 11

11/12/06 11:24:55


in het kort [ VLAANDEREN ]

Groene energie uit mijngas? Zelfs al hebben de Belgen er zeer slechte herinneringen aan, toch kan het mijngas dat in onze oude kolenmijnen aanwezig is nog nuttige diensten bewijzen. Buitenlandse investeerders willen dit gas namelijk omzetten in groene energie. De beheerders die belast zijn met de reconversie van de oude Limburgse mijnen werden reeds benaderd. De bedoeling is om mijngas te onttrekken aan de mijngangen en daarmee kleine pro© Jacques Palut - FOTOLIA ductie-eenheden voor elektriciteit te voeden. De Limburgse Reconversie Maatschappij (LRM) heeft VITO, het Vlaams Instituut voor Tecnologisch Onderzoek, opdracht gegeven om te onderzoeken hoeveel mijngas er nog aanwezig is in de Limburgse bodem.

[ WALLONIË ] Heavy take off voor industrie van hernieuwbare energie De ‘Fierwall’ studie die het Waals Gewest bestelde om de situatie van de industrie voor hernieuwbare energie in Wallonië in kaart te brengen, laat zien dat de sector maar moeilijk van de grond komt. Op dit ogenblik zouden in deze sector overwegend KMO’s (67,6%) met minder dan vijf medewerkers aan de slag zijn. De 241 gerepertorieerde bedrijven zouden dus slechts 280 voltijdse equivalenten tewerkstellen voor een omzet van amper 25 miljoen euro. Een van de oorzaken is een tekort aan overheidsstimulansen, aan onderzoek, aan financiering en betrouwbare informatiebronnen, aldus de bedrijven die aan deze studie deelnamen. De ondernemers blijven echter optimistisch: ze rekenen op een omzet die 80 à 90% hoger zal liggen tegen 2008 en een globale investering van een miljard euro tegen 2012. Hoop doet leven! Info: http://www.fierwall.be

[ FOCUS ]

Straks nog meer black-outs? Amper enkele seconden volstonden om op 4 november ll zo’n tien miljoen Europeanen in het donker te zetten. Het Europese hoogspanningsnet, dat de stroomnetten van de Maghreblanden tot Polen verbindt, had te kampen met een bijna twee uur (en soms langer) durende stroomonderbreking. Een les in realisme voor geliberaliseerd Europa… Een hoogspanningskabel over het water die om veiligheidsredenen even werd uitgeschakeld voor een passerend Noors cruiseschip, een ongewoon hoge energievraag door de eerste koude, een productiepiek van de windmolenparken in Noord-Europa en ziedaar, veertig minuten later geeft een andere zware elektriciteitslijn die Noord- met Zuid-Duitsland verbindt de geest door overbelasting… Als een instortend kaartenhuisje. Dit gebeurde op 4 november om 22.13u. Om het niet van kwaad tot erger te laten komen en een volledige black-out te voorkomen, onderbreken tal van automatische veiligheidssystemen ogenblikkelijk 5.200 van de 56.000 MW die op dat ogenblik verbruikt worden. Zo komen een slordige tien miljoen mensen zonder stroom te zitten, voornamelijk in dunbevolkte landelijke gemeenten in Duitsland, Frankrijk, Italië, Zwitserland, België, Nederland, Luxemburg, Spanje…

Zwarte reeks Dit is het zoveelste incident uit een lange reeks stroompannes die zich sinds eind jaren ‘90 in verscheidene Europese landen hebben voorgedaan. Het was ook te verwachten, meenden de specialisten. Er werd al zo vaak gewaarschuwd dat er investeringen van miljoénen nodig zijn om de leidingen te verbeteren, zeker sinds de liberalisering van de elektriciteitsmarkten. Ook het hele productieapparaat voor elektriciteit is dringend aan vernieuwing toe. Ondanks de toevloed van liquiditeiten als gevolg van alle prijsstijgingen, kon de productiecapaciteit geen gelijke tred houden met de groei van de vraag naar elektriciteit (bijna 3% per jaar). De operators gebruikten hun (economische) buit liever om fusies en/of overnames

te financieren en zodoende hun eigen continuïteit op de vrije markt te verzekeren. Volgens het Europees Observatorium van de Energiemarkten, een publicatie van Capgemini, raakt het evenwicht tussen vraag en aanbod van elektriciteit op deze wijze danig verstoord en ook is de marge van de productiecapaciteit enkel al tussen 2004 en 2005 van 5,8% gekrompen naar 4,8%. En zeggen dat deze marge nog geen tien jaar terug 20% bedroeg en er toen zelfs sprake was van overcapaciteit in Europa.

Massaal investeren Vorig jaar al raamde Capgemini de investeringen in productiemiddelen die benodigd zijn tussen nu en 2030 op de ronde som van 700 miljard euro. Het Internationaal Atoomenergie Agentschap stelde dat vanaf 2004 zeker 1.600 miljard euro nodig is om de verouderde centrales in Europa te vervangen en de productiecapaciteiten aan te passen voor de komende twintig jaar. Specialisten adviseren om daar zeker niet mee te wachten: als de beslissing om te gaan investeren genomen is, gaat er immers altijd enige tijd overheen voordat een centrale MW’s gaat produceren. Bovendien staat de openbare opinie niet echt gunstig ten opzichte van de inplanting van nieuwe productieuitrustingen, ongeacht of ze gecentraliseerd zijn of niet. Ze merken verder op dat de netwerken en de onderlinge koppeling ervan niet ontworpen zijn voor productieconfiguraties zoals die zich in het vrije Europa beginnen af te tekenen. De kritische drempel zou 2010 zijn. Als er tegen dan niet fors in de uitrustingen is geïnvesteerd, wordt het risico van een algemene black-out in gans Europa wel heel erg groot.

[ ELEKTRICITEITSBEURS ] Zeer goede start voor Belpex 21 november was een historische dag. Toen vond de lancering plaats van de Belgische elektriciteitsbeurs Belpex die een zeer goede start maakte. Belpex was gekoppeld met de Nederlandse spotmarkt van APX, de Franse elektriciteitsbeurs Powernext en de Belgische, Nederlandse en Franse netwerkbeheerders Elia, TenneT en RTE. Het is voor het eerst dat drie verschillende beurzen werden gekoppeld in drie landen. De succesvolle marktkoppeling betekent een grote stap voorwaarts in de totstandkoming van een Noordwest Europese energiemarkt. Al op de eerste handelsdag noteerde Belpex een totaal volume van 24.098,2 MWh voor levering op de volgende dag (8,9% van de elektriciteitsconsumptie). Het beperkte Belgische marktaanbod voor 22 november - de ambitie van Belpex was om de eerste dag 5% te halen - is een verklaring voor dit mooie resultaat. De zes volgende dagen liep het volume terug: het bleef hangen tussen 7.781 en 11.102,1 MWh. Tijdens de eerste week balanceerde de Belix baseload index tussen 24,90 en 109,12 € per MWh.

12 | energymag n°4

12-13 Market News nl.indd 12

11/12/06 12:46:44


NEWS | MARKET

Foto : Kris Vandamme - Ontwerp : BURO II bvba

Eerste passieve school in België

In september werd “De Zande school” in Beernem (Vlaanderen) in gebruik genomen. Dit is de eerste school in België gebouwd volgens het “passief huis concept”! Dit was een hele krachttoer. Zande is namelijk een technische school met een groot aantal functionaliteiten, wat een zeer gerichte en subtiel gedoseerde uitvoering van de aanpassingen vereiste. De school maakt deel uit van een groter project, waarin alle gebouwen op passieve wijze zullen worden ontworpen. In een volgend stadium zullen nog een sporthal, een receptiezaal en dagruimten worden gebouwd. Het gaat hier om een gezamenlijk ontwerp van architectenbureau Buro II en ingenieurbureau Cenergie dat het passieve gedeelte voor zijn rekening neemt.

Cijfer van de maand

BELGIË DOET BOODSCHAPPEN België zal in een eerste fase voor 12,3 miljoen emissierechten in het buitenland aankopen, uit projecten die lokaal de uitstoot van broeikasgassen reduceren. Op de Top in Naïrobi werd het eerste contract binnen het kader van het mechanisme voor schone ontwikkeling getekend. Dit contract werd gesloten met het Salvadoraans bedrijf LaGeo, dat gespecialiseerd is in geothermische elektriciteitsproductie. Het regelt de aankoop van 183.000 à 262.000 ton emissierechten over de tijdspanne 2007-2012. In mei 2005 werd een eerste offerteaanvraag uitgeschreven (10 miljoen euro). Dit leverde niet minder dan 36 projecten op in een twintigtal verschillende landen. Omdat het invoeringsproces van het mechanisme voor schone ontwikkeling (CDM) en de gemeenschappelijke uitvoering (JI) voorzien door het Kyoto-protocol een zaak van lange adem is, heeft de regering ook beslist om een aantal emissiekredieten te kopen via het koolstoffonds. Er werd dus een tweede schijf van zo’n vijftig miljoen euro vrijgemaakt, waarvan de helft is gereserveerd voor de aankoop van kredieten waarover moet worden onderhandeld met de drie fondsen die geselecteerd werden: Carbon Fund, Carbon Fund for Europe en Asia Pacific Carbon Fund. De 3,3 resterende miljoenen zijn bestemd voor projecten in het buitenland (CDM of JI).

BMW OP WATERSTOF IN 2007

20% van het wereld-BBP Klimaatverandering pakt duur uit Eind oktober werd het door Tony Blair bestelde Stern rapport gepubliceerd. Dit raamt de kosten van klimaatverandering als we niets doen, op 5500 miljard euro. Volgens de voormalige hoofdeconoom van de Wereldbank is nochtans 1% van het mondiale BBP al genoeg om de opwarming van het klimaat onder controle te houden. Als we geen drastische maatregelen nemen, zullen de gevolgen voor onze planeet letterlijk rampzalig zijn, waarschuwt Blair. De stormen, overstromingen en hittegolven die we dan over ons heen zullen krijgen, zullen de wereldeconomie minstens 5% van het jaarlijkse BBP kosten, in het slechtste geval zelfs 20%. Om de ergste temperatuurstijging af te remmen en onder de 2°C te kunnen houden, moet de huidige uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 met meer dan 80% worden teruggedrongen, luidt de conclusie van het rapport.

Hoewel de C02-uitstoot van de Europese wagens sinds 1995 met meer dan 12% is gedaald, is de weg naar Kyoto nog lang. De Duitse fabrikant BMW overweegt nu vloeibaar waterstof in te zetten als brandstof van de toekomst. Vanaf volgend jaar zal het bedrijf in Duitsland enkele honderden hybrideversies die zowel op benzine als waterstof rijden opnemen in zijn leaseprogramma. De BMW 7 is de eerste in serie geproduceerde auto die waterstof lust. Hij zou in april uitkomen. De huurprijzen zijn vergelijkbaar met die van andere BMW’s in het topgamma, aldus een woordvoerder. Dit nieuwe model zal qua accelleratievermogen en topsnelheid niet moeten onderdoen met die van een klassieke benzineberline.

SHARP’S GROENE SUPERFABRIEK

worden door zonne-energie en de technologie van brandstofcellen. De 1.300 zonnepanelen op de daken (47.000 m2, vermogen 5.210 kilowatt) zullen in de volledige elektriciteitsbehoefte van de kantoren voorzien. Daar komt een installatie bij die dienst doet als noodgenerator en ondulator en die bestaat uit brandstofcellen van 1 000 kilowatt, één van de krachtigste van vandaag, gecombineerd met een opslagsysteem van 10 000 kilowatt. De CO2-emissie zal ongeveer 40 % lager zijn dan met een conventionele opstelling.

GOOGLEZON Google laat binnenkort zonnepanelen plaatsen op het dak van de zes panden die samen het hoofdkwartier vormen. Dat kondigde de zoekmachinegigant aan tijdens een energieconferentie in Silicon Valley. “Wij willen de mythe weerleggen dat men niet tegelijkertijd duurzaam en winstgevend kan zijn”, aldus David Radcliffe, vice-president van Google. Dit ambitieuze project vergt de installatie van 9.200 zonnepanelen op het “Googleplex”. Vanaf volgend jaar moeten die zo’n 1,6 MW elektriciteit opwekken. Het is het grootste zonnepanelenproject ooit gerealiseerd voor een privécomplex. Volgens Google zal de investering in tien jaar terugverdiend zijn. Het is wel zo dat het stroomverbruik bij Google met 450.000 servers onvoorstelbaar hoog is.

DUBAI BOUWT EERSTE SELFSUPPORTING TOREN De architecturale folies van Dubai, ‘s werelds grootste bouwput, waren al een begrip. Nu lanceert het emiraat de mode van selfsupporting torens. Onlangs werd het startsein gegeven voor de bouw van een 250 m hoge constructie die volledig in de eigen energiebehoefte zal kunnen voorzien met windturbines en zonnepanelen. Elk van de 59 verdiepingen zal langzaam en los van de andere rond de eigen as kunnen draaien. De windmolens en de zonnepanelen komen in de ruimten tussen de etages te staan. Op deze wijze zal de toren 190 miljoen kWh per jaar kunnen leveren. Er hangt wel een duizelingwekkend hoog prijskaartje aan: 500 miljoen dollar. Nog altijd in Dubai zal in 2009 een toren met 30 verdiepingen het licht zien. Deze toren zal ieder etmaal een halve slag draaien (360° per week). Pittig detail: de rotatie wordt verzekerd door zonne-energie.

Een industriële première: Sharp heeft zijn nieuwste fabriek van de achtste generatie in het Japanse Kameyama in gebruik genomen. Een derde van de energiebehoefte zal gedekt

nr4 energymag | 13

12-13 Market News nl.indd 13

11/12/06 12:47:06


MARKET | TRENDS

Overview for November-December 2006 Outlook for 2007 OLIE Overzicht van de oliemarkten: Het technisch incident dat begin augustus een productiedaling in Prudhoed Bay, Alaska (het grootste olieveld in de USA) veroorzaakte tijdens het hoogseizoen van de transhumance in de Verenigde Staten, in combinatie met de geopolitieke situatie in het Midden-Oosten, heeft de prijzen van de ruwe olie in Londen naar nieuwe recordhoogten gestuwd: 78,3 $/bbl. Onder invloed van de afgenomen internationale spanningen is de olieprijs de daarop volgende maanden weer onder de $60-grens gezakt, ook al doordat de reserves van de US groter waren dan verwacht. Deze daling werd nog in de hand gewerkt door de zachtere temperaturen in het noordelijk halfrond waardoor de verwarmingsvraag afnam en de prijs Crude oil spot prices, 2005 tot 57,9$/bbl kon zakken. De rust was echter van korte duur: door de vooruitzichten van een koudefront in de Verenigde Staten en de speculaties over de productieniveaus van de OPEC zijn de prijzen begin november weer boven de 64$/bbl uitgekomen. Vooruitzichten voor de oliemarkten: De OPEC zou tijdens de volgende bijeenkomst van 14 december een hogere prijs kunnen vragen wegens de zwakke dollar en beslissen om de productie opnieuw terug te schroeven. De meeste OPEC-leden willen het huidige prijsniveau ook de komende maanden handhaven.

GAS Overzicht van de gasmarkten: Doordat de temperatuur hoger was dan gemiddeld is de vraag in het Verenigd Koninkrijk en Europa afgenomen. Het gevolg is dat de “volgende maand” gasprijzen in Zeebrugge in december 2006 maar liefst 57% goedkoper zijn dan het jaar daarvoor. De koppeling tussen België en Engeland verklaart dat de prijzen in Zeebrugge verwant zijn met de Britse gasmarkt. De importcapaciteiten in het Verenigd Koninkrijk werden versterkt door de ingebruikname van twee nieuwe pijplijnen: Langeled (Noorwegen) en de BBL-lijn (Nederland). Gas prices at Zeebrugge, 2005: one month ahead, one year

Vooruitzichten voor de gasmarkten: ahead Met de winter voor de deur en de plotse opflakkering van de olieprijzen zouden de Europese gasprijzen de komende maanden wel eens kunnen gaan stijgen. Niettemin zouden de Britse gasmarkten een overcapaciteit van bevoorrading behouden en blijft de trend de komende weken neerwaarts gericht.

ELEKTRICITEIT Overzicht van de elektriciteitsmarkten: Een zeer droge periode van september tot oktober in de noordelijke landen van Europa heeft Duitsland ertoe aangezet om zijn productiecapaciteit op te drijven, terwijl er tegelijk een productieverschuiving plaatsvond naar de kolencentrales toe, wegens onderhoud van de kerncentrales. Europa’s grootste elektriciteitsmarkt heeft zo de rest van de Europese elektriciteitsmarkten beïnvloed. Sinds eind oktober nemen de aankoopbewegingen van koolstofkredieten voor 2007 af, waardoor de prijs voor elektriciteit cal 07 gedaald is. De onzekerheid over de koolstofprijzen voor 2008 zal ook een invloed hebben op de elektriciteitsprijzen cal 08 en 09.

Belgian electricity prices 2006 one year ahead

Vooruitzichten voor de elektriciteitsmarkten: De elektriciteitsprijzen cal 08 en 09 worden omhoog gestuwd door de anticipatie op de prijzen van de koolstofkredieten in fase II en zouden hoog blijven totdat de nieuwe allocatieplannen voor 2008-2012 goedgekeurd zijn.

KOLEN Overzicht van de koolstofmarkten: De koolstofprijzen voor 2007 stabiliseerden in augustus rond 17 €/ton en zakten vervolgens met 25% in september op het ogenblik dat de producenten de laatste hand legden aan hun elektriciteitsverkopen voor 2007, om zo hun behoefte aan koolstofkredieten te beperken. Het warme weer duwde de markten van olie, gas en elektriciteit omlaag wat de koolstofmarkten op hun beurt deed dalen. De prijzen voor 2008 blijven echter hoog omwille van het striktere beleid van de Europese Unie betreffende de toekenning van emissievergunningen voor fase II 2008-2012 van Kyoto.

Carbon prices 2006

Vooruitzichten voor de koolstofmarkten: De Europese Unie heeft de allocaties teruggeschroefd tot bijna 7% onder het niveau dat voorgesteld werd in de nationale allocatieplannen en tot 7% onder de uitstoot van 2005. De commissaris voor leefmilieu van de EU is voorstander van de harde lijn en dus is het meer dan waarschijnlijk dat de prijzen voor de contracten 2008 en 2009 nog zullen stijgen.

14 | energymag nr4

14-15 GFE nl.indd 14

11/12/06 14:54:54


TRENDS | MARKET

MARKET FOCUS 2006, recordjaar voor de energiesector. Wat brengt 2007?

Crude oil spot prices, November 2006

2006 werd gekenmerkt door historische prijsstijgingen op alle markten, en dit is nog zwak uitgedrukt. De cijfers zijn veelzeggend. Eerst de barrel ruwe olie: op 7 augustus steeg de prijs naar zijn hoogste peil op 78,3$/bbl om op 2 november een dieptepunt te bereiken namelijk 57,8$/bbl. De koolstofmarkt bleef niet achter: een record van 30,5€/ton op 18 april. Die dag klommen de contracten voor 2007 op de Belgische elektriciteitsmarkt naar hun hoogste peil: 63,61€/MWh. Deze recordprijzen hebben de klanten ertoe aangezet om nieuwe initiatieven te ontplooien om hun energiekosten omlaag te krijgen. In Frankrijk heeft een groep elektriciteitsintensieve industriële gebruikers het consortium “Exeltium” opgericht, een voorbeeld dat al snel navolging kreeg in België met de oprichting van Blue Sky. Zowel Exeltium als Blue Sky hebben de ambitie om bevoorradingscontracten op lange termijn af te sluiten (15-20 jaar) via een aankoopmechanisme van trekkingsrechten op de productiecapaciteiten, dat ze bereid zijn om vooraf te financieren. De idee is om de bevoorrading en vooral de prijzen stabiel te houden en op lange termijn te verankeren in een concurrerende tariefstructuur, berekend op basis van de laagst mogelijke productiekost. Als dit lukt, zullen grootverbruikers als Solvay heel wat minder voor hun stroom moeten betalen terwijl hun bevoorrading verzekerd is. Lees pagina 6.

Gas prices at Zeebrugge, November 2006: one month, one year ahead

Belgian electricity prices November 2006 one year ahead

Een ander interessant initiatief op de Europese scène en de Belgische in het bijzonder, is de oprichting van de energiebeurs Belpex die de elektriciteitsmarkt doorzichtiger en competitiever moet maken. Het trilateraal koppelingsmechanisme van de markten tussen Belpex en de beurzen Powernext (Frankrijk) en APX (Nederland) zal ten goede komen aan de fluïditeit van de markt en kan - omdat de voorwaarden gelijk zijn - leiden tot meer concurrentie en lagere prijzen voor een bepaalde groep van consumenten. Door welk mirakel? Gewoon door een optimaal gebruik van de dagelijkse koppelingscapaciteiten aan de grenzen (de energiestromen (flows) tussen de Franse, Belgische en Nederlandse markten), die tot op heden niet efficiënt en transparant werden gebruikt. Op de Day-Ahead-markt, Belpex is enkel actief op de markt voor levering op de volgende dag, zal het aanbod aan de grens beter aansluiten op de vraag en dat op volledig “transparante” wijze. Die transparantie wordt paradoxaal gegarandeerd door het anonieme karakter van de transacties tussen de operatoren op Belpex. De eerste dagen waren een twaalftal deelnemers actief. Binnenkort zouden er nog anderen bijkomen, zodat het platform nog efficiënter zal worden. Ondanks al deze initiatieven ziet de prijstrend er voor 2007 niet gunstiger uit dan in 2006. Internationale analisten stellen dat de prijs van de barrel volgend jaar op de oliemarkt zal blijven hangen tussen 53$/bbl en 72$/bbl. De prijzen van ruwe olie blijven gevoelig voor geopolitieke spanningen en het ziet er niet naar uit dat de huidige volatiliteit van de prijzen in 2007 zal afnemen. Maar uitgerekend deze volatiliteit is voor gespecialiseerde energieaankopers dan ook weer een window of opportunity. Willen zij hun klanten maximaal kunnen behoeden voor de risico’s die inherent zijn aan een energiemarkt, dan rest er maar één oplossing. De prijzenevoluties permanent in de gaten houden en alles uit de kast halen om de risico’s zo goed mogelijk onder controle te houden.

Carbon prices November 2006

Deze bijdrage kwam tot stand met de medewerking van GfE Energy Management.

ENERGY MANAGEMENT

nr4 energymag | 15

14-15 GFE nl.indd 15

11/12/06 14:54:59


MANAGEMENT | KYOTO

Februari 2005. Het Europees ETS-systeem (Emission Trading Scheme) treedt officieel in werking. Zo’n twaalfduizend Europese ondernemingen met een grote uitstoot van broeikasgassen moeten hun CO2-uitstoot meten en inschrijven op allocatieplannen voor emissiequota opgesteld door de EU-lidstaten. Die kennen hen een aantal EUA’s (European Union Allowances) toe. Als deze EUA’s worden overschreden moeten ze zelf zien hoe ze dat opvangen: hetzij door een boete te betalen, hetzij door de ontbrekende quota aan te kopen via zogenaamde “flexibiliteitsmechanismen” (zie kader). In het totaal zijn voor de periode 2005-2007 globaal 180,9 miljoen ton C02 toegekend aan de betrokken Belgische ondernemingen. Simultaan werd een reserve van 7,9 miljoen ton C02 aangelegd ten behoeve van nieuwe exploitanten of om bestaande installaties uit te breiden.

CO2-emissierechten

Kyoto en flexibiliteit Het Europese uitwisselingssysteem voor CO2-emissierechten met bijhorende flexibiliteitsmechanismen is binnenkort al twee jaar in bedrijf. Sindsdien groeit de afstand tussen diegenen die daar maximaal van willen profiteren en de groep die liever eerst

16 | energymag nr4

16-19 Kyoto nl.indd 16

© Foxie_aka_Ashes - FOTALIA

de kat uit de boom kijkt…

Overallocatie Voor het eerste jaar (2005) werd 58.311.087 ton CO2 aan onze bedrijven toegewezen. Na controle van de emissie bleek dat 55.354.096 ton C02 werd uitgestoten en dus werd er niet vaak een beroep gedaan op de flexibiliteitsmechanismen. Als we eerlijk zijn moeten we toegeven dat België, in navolging van enkele andere lidstaten trouwens, een heel eigen kijk op flexibiliteit heeft. De EUA’s die nodig zijn om de economische ontwikkeling te handhaven, worden namelijk overschat. Dit is iets waar de makers van het Kyoto-protocol niet aan hebben gedacht. Gevolg is dat de CO2-koers op de Europese markt in april van dit jaar kelderde. Ook bij de tweede allocatieronde voor de periode 2008-2012 (NAP-2) bleken de lidstaten teveel te hebben gealloceerd. In de 17 eerste NAP’s (plannen) die aan de Commissie werden voorgelegd worden namelijk emissies aangekondigd die

11/12/06 15:02:56


KYOTO | MANAGEMENT De flexibiliteitsmechanismen Het Kyoto-protocol heeft drie flexibiliteitsmechanismen voorzien om landen en bedrijven de kans te geven om hun lagere emissie goedkoper te bereiken. 1. Het systeem van uitwisseling van emissiequota: daarmee kan degene die zich niet heeft kunnen beperken tot zijn emissiequota de overtollige quota van een ander overkopen, rechtstreeks of op een beurs. 2. De gemeenschappelijke uitvoering (JI*): wie quota tekort komt, investeert in projecten voor emissiereductie in een ander industrieland in ruil voor emissiereductie-eenheden (ERU’s of Emission Reduction Units).

15% hoger liggen dan deze van 2005. Dit fenomeen van overallocatie heeft veel kwaad bloed gezet bij de Europese overheid. Dat sommige landen zich niet keurig aan de spelregels van Kyoto houden, laat zien dat er een zeker scepticisme heerst met betrekking tot het ETS-systeem. Een scepticisme dat zich per bedrijf op zeer uiteenlopende wijze manifesteert. Terwijl veel van die bedrijven enthousiast het ETS uitprobeerden via de Chigago Climate Exchange (CCX) ruim twee jaar voordat de Europese beurs van start ging, liet het systeem anderen dan weer siberisch koud. Veel (kleine) ondernemingen die deelnamen aan het ETS-systeem, hebben zo, zonder het te weten, heel wat geld verloren. Ze hebben de eerste quota die ze hadden ontvangen gewoon teruggegeven, omdat ze niet wisten dat ze het overschot van hun reële uitstoot, hun ongebruikte EUA’s (European Union Allowances) dus, op de markt konden verhandelen. De vraag is of het wel mogelijk is om voluit in een nieuwe dynamiek te investeren wanneer het de overheid, zoals bij ons, blijkbaar zo weinig aan gelegen is om een en ander op institutioneel vlak en op coherente wijze vorm te geven. We hebben het aan onze regionalisering te danken dat er op de valreep alsnog drie verschillende systemen konden worden uitgewerkt voor het beheer en de rapportage van de emissie van broeikasgassen. Administratieve documenten, methoden en planning verschillen van gewest tot gewest, om nog maar te zwijgen van de specifieke federale benadering van nucleaire sites. Pas eind 2005 werd het Belgisch register van broeikasgassen ingehuldigd (http://www.climateregistry.be) waardoor het 200-tal Belgische bedrijven die deelnemen aan het uitwisselingssysteem hun emissierechten online kunnen ruilen met bedrijven

uit de 25 andere lidstaten. Bovendien is België bij het ter perse gaan van dit artikel nog steeds niet in staat om deel te nemen aan de fameuze mechanismen voor schone ontwikkeling (CDM Clean Development Mechanisms). Met dit systeem moeten bedrijven aan wie quota werden opgelegd, in de gelegenheid worden gesteld om te investeren in projecten voor emissiereductie in ontwikkelingslanden, ter compensatie van de overschrijding van de quota op hun eigen grondgebied. Het punt is, wij hebben nog altijd geen officieel Aangewezen Nationale Autoriteit! De DNA moet volgens het Kyoto-akkoord de CDM-projecten beoordelen, toetsen aan de overeengekomen criteria en ook toezien op de toepassing ervan. Een formaliteit, natuurlijk en de benoeming van een federaal DNA zal beslist niet op zich laten wachten. Maar dit zal er de zaak beslist niet eenvoudiger op maken en het is nu toch al zo’n administratief en financieel ingewikkelde, eindeloos lange en met valkuilen bezaaide procedure. CDM: hindernissenparcours Wie zich aan zo’n project voor schone ontwikkeling of CDM wil wagen, moet goed weten waar hij aan begint. Er dienen namelijk heel wat hindernissen te worden overwonnen alvorens men zijn eerste CER’s (Certified Emission Reductions) in zijn zak kan steken. Stel dat uw project in goede aarde valt bij uw gastland, dan nog zijn er heel wat administratieve en technische verplichtingen (periodiciteit van de vergaderingen, studie van de dossiers,…) waar u aan moet voldoen. U moet de nodige cijfers weten los te peuteren van de bevoegde overheden, een aangepaste methode invoeren, wat niet altijd van een leien dakje gaat. Nadat uw dossier gevalideerd werd door een erkende instelling, moet het nog eens

3. Het mechanisme voor schone ontwikkeling (CDM*): net als in het vorige geval investeert de speler met het tekort in een project voor emissiereductie, dit keer in een ontwikkelingsland. Dat levert gecertificeerde emissiereducties op (CER’s of Certified Emission Reductions). De ERU’s en CER’s kunnen in het Europees ETS worden gebruikt om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Vanaf 2008 kunnen de allocatieplannen echter gebruiksbeperkingen opleggen. * Joint Implementation (JI) en Clean Development Mechanism (CDM) in het Engels.

Tips voor CDM-kandidaten Begin niet onvoorbereid aan dit type project. Het is belangb rijk om de spelregels, die iedere maand kunnen veranderen, op uw duimpje te kennen. Pak het technische aspect zo snel mogelijk aan, zorg dat b u uw emissies goed kent en u het beheer van uw emissierechten kunt plannen. Begin met te kijken of er in uw onderneming, bijvoorbeeld b in een filiaal, een project bestaat dat binnen het kader van een CDM zou kunnen passen Maak in ieder geval eerst een nauwgezette evaluatie van b het beoogde project, breng de diverse etappes en mogelijke hinderpalen in kaart. Schroom niet om een specifieke medewerker aan te duiden b en op te leiden om het project van a tot z op te volgen als het om een grootschalig project gaat. Of laat u bijstaan door een gespecialiseerde onderneming. ter goedkeuring worden voorgelegd aan de CDM Executive Board in het UNFCCC (United Nations Framework Convention on Climate Change) tegen wiens beslissingen geen beroep mogelijk is. Deze organisatie moet de procedures en methodologie valideren en de vereiste controles verzekeren door uw project officieel te registeren als CDM. En denk maar niet dat uw project automatisch het fiat zal krijgen, alleen al omdat eerder een identiek project werd geaccepteerd. Of het een zaak van lange adem wordt (zie grafiek) zal afhangen van hoe goed uw dossier in mekaar steekt, van de organisatie in het betrokken land en het dynamisme van nr4 energymag | 17

16-19 Kyoto nl.indd 17

11/12/06 15:03:27


MANAGEMENT | KYOTO De cyclus van een CDM-project p

Preparation & review of the Project

3 months

p

Baseline Study & Monitoring Plan (MP)

Project Idea Note Project Concept Note Project Concept Document (or equivalent) 2 months

Project Design Document Baseline study and ER projections Monitoring Plan

p

Validation process

2 months

Validation protocol and report

p

Negotiation of Project Agreements

3 months

p

Project Appraisal and related documentation Term sheet Emission Reduction Purchase Agreement

1 to 3 years

Construction & start up Initial verification report

p up to 21 years

Periodic verification & certification Verification report Supervision report

p

Project completion

De cyclus van een CDM-project, zoals bepaald in de Akkoorden van Marrakech, omvat vijf etappes: validering, registratie, toezicht, controle en certificering, waarna de CER’s (Certified Emission Reduction) worden afgeleverd. Hieronder vindt u een overzicht van deze etappes en de methodologie zoals voorgesteld door Tractebel Engineering.

zijn DNA. Tot op heden zijn er wereldwijd 315 projecten goedgekeurd door de CDM Executive Board. Daar worden er 19 van ‘herbekeken’. Dat wil eigenlijk zeggen dat ze voorlopig zijn geregistreerd, maar dat ze nog een laatste keer worden bekeken, en dat is iets wat zes weken kan duren. Tijdens die periode kunnen opmerkingen worden gemaakt en aanpassingen gevraagd voor de definitieve validering. Dat de administratieve procedure zo zwaar is, komt doordat de UNFCCC een bottomup benadering gekozen heeft. Op deze wijze kan worden geprofiteerd van de terreinervaring opgedaan tijdens de eerste projectronde, waarna men per projectcategorie een generieke methodologie kan invoeren. “Sleutel-op-de-deur” CDM-projecten Er zijn gelukkig ook makkelijkere manieren om van de flexibele mechanismen van het Kyoto-protocol te kunnen profiteren. In plaats van één of ander bestaand project in een van uw filialen in Brazilië of elders te herbekijken vanuit de CDM-invalhoek, kunt u ook opteren voor een zogenaamd “unilateraal” project dat is opgestart door een ontwikkelingsland. Een “sleutel-op-dedeur” formule die u in staat stelt om gedeeltelijk te ontsnappen aan hoger geschetst parcours, maar dan moet u zich wel plooien naar de soms draconische voorwaarden van het gastland, en ook de aanwezigheid dulden van andere deelnemers die ook tuk zijn op CER’s. China, dat het maximum wil halen uit de zowat 350 miljard ton overtollige

broeikasgassen aangekondigd voor 2012, pakt nu al uit met een kloeke ruim 200 pagina’s tellende catalogus met details van alle CDM-projecten waar u uw ding mee kunt doen… mits die projecten geleid worden door Chinese ondernemingen en de CER’s tegen bodemprijzen verhandeld worden (momenteel iets meer dan 8 euro) welke prijzen overigens vastgesteld worden door de Chinese State Planning Commission. Business is business. U indekken met het oog op de aangekondigde schaarste? Blijft nog dat luidens specialisten van het Europees Koolstoffonds(1) de Europese markt van koolstofkredieten tegen 2012 een jaarlijks deficit zal kennen van 60 à 120 miljoen ton CO2. De reden? De buitengewoon beperkte reductiemarges voor de uitstoot van broeikasgassen voor ETS-spelers, onder meer omwille van de stijgende vraag naar elektriciteit. Anticiperend op een prijsverhoging voor de periode 2008 tot 2012, hebben sommige spelers ervoor gekozen om snel een voorraad koolstofkredieten in te slaan via flexibiliteitsmechanismen zoals CDM of gemeenschappelijke uitvoering (JI). In navolging van Nederland - één van de grootste CDM “bijdragers” samen met Japan - waren de regeringen de eerste om zich in te dekken, op de voet gevolgd door enkele private spelers en de financiële markten die uit waren op de potentiële meerwaarden. Sindsdien zijn de aankoop- en financieringsfondsen voor koolstofactiva gekoppeld aan

Tips van de expert

Emissies zijn vervangbaar geworden

Johan Pype Senior Consultant Carbon Management bij Tractebel engineering

De tijd van vrijwillige rapportering die louter gebaseerd was op de kijk van de ingenieur is definitief voorbij. Ondernemingen moeten begrijpen dat ze een beleid moeten invoeren waarvan de drie grote pijlers zijn: het beheer van de allocaties, het monitoren en opvolgen, van de emissies en tot slot de kwestie van de quota. Het monitoren van de emissies is op dit ogenblik HET cruciale punt. Alles wijst erop dat er binnenkort nog een pak meer verplichtingen zullen komen en dat de Europese controle op de meegedeelde gegevens nog verscherpt zal worden. Controle zal beslist geen formaliteit meer zijn en het ontbreken van een betrouwbaar opvolg- en rapportagesysteem voor de emissies zal veel strenger worden bestraft. Bedrijven hebben er belang bij hierop te anticiperen door toe te zien op de traceerbaarheid van zowel de energie- als de emissievectors. Waar we vandaag enkel moeten letten op enkele sectoren en één enkel broeikasgas –C02–, zullen we onze waakzaamheid binnenkort moeten uitgebreiden naar andere emissies en dit geldt voor àlle ondernemingen.

18 | energymag nr4

16-19 Kyoto nl.indd 18

11/12/06 15:03:30


KYOTO | MANAGEMENT

de flexibiliteitsmechanismen explosief toegenomen, zodat ze nu samen goed zijn voor enkele miljard euro’s, een teken dat de markt opveert. De laatste die zich in de business waagt is Morgan Stanley. Deze bank kondigde aan de komende vijf jaar maar liefst 3 miljard $ te willen investeren. Dank zij deze fondsen zouden er voor ondernemers nog meer middelen beschikbaar komen om flexibele projecten te lanceren en daar volop hun voordeel mee te doen. Om een voorbeeld te geven: het Europese Koolstoffonds startte in 2005 met 105 miljoen € cash en steunde al een kleine tiental projecten, waaronder twee voor het Franse chemiebedrijf Rhodia in Brazilië en Korea. Het zijn de twee grootste operaties die tot op heden zijn uitgevoerd door een private operator. In 2007 zou Rhodia moeten beschikken over 12 à 13 miljoen ton C02-kredieten die honderd miljoen euro zouden moeten opbrengen! We merken

Philippe Rosier, PDG van Rhodia Energy Services: “Dank zij onze expertise met de reductie van broeikasgassen en ons engagement in Clean Development Mechanismsprojecten heeft onze groep een kapitaal aan emissiecredits kunnen vergaren”.

nog op dat de tussenkomst van het Europees Koolstoffonds erin bestond om van tevoren 8 miljoen ton CO2-kredieten aan te kopen en dat de deal werd vervolledigd door de oprichting van een gezamenlijk filiaal door Rhodia en de Société Générale om de goudmijn die wordt geraamd op bijna 100 miljoen ton CO2-kredieten tegen 2012 te ontginnen. En nog veel meer als de waarde van de koolstofkredieten gewaarborgd is na 2012(2). Wie zei dat koolstof niet loonde? p Jean Cech (1)

Investeringsfonds voor koolstofactiva dat enkele grote Europese banken groepeert, waaronder Fortis. www.europeancarbonfund.com.

(2)

Wat waarschijnlijk zal worden bevestigd op de

© fototheek Rhodia

Wereldklimaatconferentie van Nairobi, gezien de verergering van het klimaatprobleem en de politieke verschuivingen in de Verenigde Staten.

nr4 energymag | 19

16-19 Kyoto nl.indd 19

11/12/06 15:03:35


MANAGEMENT | BEROEPEN

Beroep Energiemanager

Een steeds grotere rol De explosie van de brandstofprijzen, de vrijmaking van de gas- en elektriciteitsmarkten, de uitbreiding van de domeinen waarin de overheid intervenieert, de nieuwe manieren voor de regulering, de versnelde evolutie van technologieën en beheerconcepten, de vervagende vooruitzichten op korte en middellange termijn,… industriële bedrijven hebben al enkele jaren heel wat te verwerken op het vlak van energie. Hoe krijgen ze dit voor mekaar? “Nog niet zo lang geleden kregen de nutsvoorzieningen niet a priori voorrang in de productiediensten. Die moesten eerst en vooral de tonnen produceren die noodzakelijk waren om het vereiste kwaliteitsniveau te kunnen halen. Pas dan kwamen de nutsvoorzieningen”. Deze vaststelling van Denis Leruth, Energieverantwoordelijke in de chemiegroep Prayon, vat de mentaliteitsverandering goed samen waarmee industriebedrijven sinds enkele jaren hebben af te rekenen binnen de energiecontext die we kennen. Om het eenvoudig te houden: na de confrontatie met de maatschappelijk factor in het midden van de XXste eeuw volgde meteen daarna de uitdaging van de marketing, de (groot)distributie, de just-in-time rage, de groeiende aandacht voor kwaliteit en bij de eeuwwisseling ook nog de milieuproblematiek. Nu krijgen ondernemers af te rekenen met een nog veel complexere problematiek: de energie staat thans in het middelpunt van hun productieprocessen. Met de dubbele moeilijkheid dat er tegenwoordig snel - om niet te zeggen ‘halsoverkop’ - dient te worden gehandeld. Ondertussen moeten ze maar zorgen dat de economie die op het slappe koord van de opflakkerende prijzen balanceert, niet uit balans raakt. Wat vandaag dagelijkse kost is voor energiemanagers, zou nog geen tien jaar terug ondenkbaar zijn geweest. Dat zullen de meeste eerstelijnsmanagers grif kunnen beamen. Natuurlijk heeft de nieuwe functie-invulling vooral te maken met enkele ‘noviteiten’ waar men eerst aan moet wennen, zoals

de markt van de groene certificaten, het uitwisselingssysteem voor emissiequota of het energiecertificaat van gebouwen, om maar iets te noemen. Bovendien krijgen managers er tegenwoordig ook taken bij die eerst niet in hun jobdescription voorkwamen en waar ze dus totaal niet op voorbereid zijn, zoals onderhandelen met leveranciers, lobbyen bij openbare overheden en virtuele producten zoals emissiecredits verhandelen. Bedrijfsprocessen in de vuurlinie De eerste reflex van veel ondernemers, was kijken of er onder de kaderleden een bijzonder flink iemand was die zich met dergelijke zaken kon en wou bezighouden. Omdat de kern van het probleem in de energieprestatie van de bedrijfsprocessen ligt, viel de keuze in de meeste gevallen op een ingenieur die zich bezig hield met de maintenance of met het aansturen van het productieapparaat. “Bij ons gebeurde dit in 2000 tijdens een reorganisatie van het bedrijf”, herinnert zich Philippe Olivy, energieverantwoordelijke bij Burgo Ardennes (Virton). Ik was al verantwoordelijk voor het onderhoud en toen werd ik ook nog eens opgezadeld met het energiegedeelte. Daar zou ik hoogstens een halve dag per week werk aan hebben, werd me toen verzekerd. Als ik zag wat voor posten de anderen te beurt viel, was dit maar een ‘troostprijs’… Onnodig te zeggen dat in deze industriële, traditioneel energie-intensieve, papierfabriek die halve dag al gauw drie-vierde werd… Dat Olivy niet

stilzat, mag duidelijk wezen. Vandaag wekt het bedrijf 55% van de benodigde stroom zelf op! Deze anekdote is vooral indicatief voor de scepsis waarop de energiethematiek destijds onthaald werd. Ook nu wordt de energiecrisis nog altijd vaak onderschat, zelfs in plaatselijke vestigingen van wereldbefaamde multinationals. Bovendien denken mensen vaak dat het allemaal maar tijdelijk is en vanzelf zal overwaaien. In deze Waalse vestiging van een belangrijke internationale chemiegroep is het de Milieuverantwoordelijke die zich kandidaat stelde om zich bij de energietroepen te voegen. Target: energiebesparingen realiseren binnen het kader van de sectorakkoorden… “zonder aan het werkcomfort van de ongeveer 600 personen op de site te raken”, zegt de nieuwbakken manager niet zonder humor. In de meeste chemiebedrijven is veiligheid vaak een prioriteit mèt stip. Als het management dan geleidelijk doordrongen raakt van de noodzaak om anders met energie te gaan omspringen, gebeurt dit uiteraard vooral uit financiële overwegingen. De energiecrisis was de perfecte prikkel om in actie te schieten. In het daarnet aangehaalde voorbeeld heeft de milieuverantwoordelijke in kwestie het toch maar gepresteerd om de energiefactuur die meer dan twee en half miljoen euro bedroeg met maar liefst 25% te verminderen. Overigens heeft onze man sindsdien zijn vroegere functie weer opgenomen met de titel van verantwoordelijke HBL (Hygiëne, Beveiliging, Leefmilieu). Een kwestie

20 | energymag nr4

20-23 Profession nl.indd 20

11/12/06 17:00:33


BEROEPEN | MANAGEMENT

Eric Bertrand, Ingenieur Process en Energieverantwoordelijke bij PRS (Groep Imperbel) © L. van Steensel

van prioriteiten. Dat gezegd zijnde, als de energieverantwoordelijke nog een stapje verder wil gaan dan procesbesparingen, wordt het voor hem wel heel erg ingewikkeld. Aankopen, een vak op zich Meestal is het de inkoopdienst die met de diverse energieleveranciers om de tafel gaat zitten om te onderhandelen, precies omdat deze mensen daar ervaring mee hebben. Het geeft immers geen pas dat de inkoopverantwoordelijke pas aan het einde van de vergadering even binnenspringt om de knoop voor de energieverantwoordelijke door te hakken. Er staan immers aanzienlijke bedragen op het spel, zeker sinds de markt is vrijgemaakt en de energieprijzen de pan uitswingen. Als je drie dagen te laat beslist voor een bepaalde energiedrager, dan kan het bedrijf voor een miljoen euro aan winst mislopen”, legt Denis Leruth uit, “u begrijpt dat het de moeite loont om iemand te hebben die zich daar full time op kan toeleggen, zonodig met de hulp van doorgewinterde externe consultants om zijn kennis scherp te houden!”. In sommige grote energie-intensieve groepen, zoals bij Arcelor Mittal, worden dit soort zaken gewoonlijk op het hoogste echelon afgehandeld. Soms gaat men ook kijken naar hoe mega-aankoopgroeperingen het doen, zoals het project “Blue Sky” dat enkele weken geleden werd aangekondigd. Aan de hand van dit eenvoudige voorbeeld wordt al gauw duidelijk dat energiebeheer niet noodzakelijk op dezelfde wijze wordt aangepakt bij een kleine in-

Isabelle Colin, Energy Manager bij Glaverbel © L. van Steensel

dustriële productie-eenheid als in een internationale groep met een bataljon wereldwijd verspreide productiesites. Bij PRS (groep Imperbel), producent van het bekende Derbigum dat in de fabriek te Perwez wordt geproduceerd, blijft Eric Bertrand, burgerlijk ingenieur process en energieverantwoordelijke, sereen. Het ligt allemaal in de lijn der dingen, zegt hij. Dat energiebeheer thans een vak geworden is komt doordat er al sinds jaar en dag een groeiende belangstelling is voor zaken die verband houden met het beheer van de kwaliteit en het leefmilieu. De site voert namelijk al sinds begin jaren 90 het ISO 9002 certificaat en sinds 1998 ook ISO 14001 en EMAS. Anno 2000 werd de functie van energieverantwoordelijke

in de onderneming gecreëerd. Bertrand leerde het klappen van de zweep tijdens de sectorakkoorden in de chemie en de daaruit voortvloeiende energieauditprocessen. Geleidelijk aan wist hij een kleine ploeg collega’s uit het veld om zich heen te scharen met wie hij alle energieprojecten die in de steigers staan, één voor één aanpakt. Energie, dat bij aanvang bijna 50% van zijn activiteiten uitmaakte, is enkele jaren later geruisloos geïntegreerd geraakt naast zijn andere functies van onderhoud, proces en O&O van nieuwe producten. “Wij voelen ons vandaag perfect bekwaam om alles intern te regelen. Dat is natuurlijk mogelijk omdat we een kleine onderneming zijn, maar ook omdat we met de jaren prima werkrelaties

EMAB vzw

De professie organiseert zich Enkele maanden geleden kwamen zo’n 25 energy managers samen in het De Nayer Instituut voor een gespreksavond met als onderwerp “Is een vereniging voor het beroep nodig?”. Tijdens de debatten werden de grote contouren van het beroep geschetst - wat zijn de taken van de energiemanager, de uitdagingen en welke zijn de behoeften en tot op welke hoogte kan een vereniging een meerwaarde bieden. Sindsdien is het idee realiteit geworden. Met de steun van VIB, BEMAS en IFMA*, zag de Energy Managers Association of Belgium (EMAB vzw) het licht. De start is nog maar pas bekend en er is al erg veel belangstelling. De EMAB heeft het voordeel dat het drie sterke verenigingen groepeert die elkaar complementeren en de drie dimensies van de functie van energiemanager omvatten: logistiek van de inkoop (VIB), industriële processen (BEMAS) en vastgoedbeheer (IFMA). Meteen hebben de drie hoger genoemde verenigingen hun nationaal secretariaat ondergebracht onder een gemeenschappelijke koepel, gevestigd in Brussel. In ons volgend nummer komen we terug op de ambities van de EMAB en het activiteitenprogramma voor 2007 dat zeker omvangrijk zal zijn vermits energie momenteel een hot item is. * Vereniging voor Inkoop en Bedrijfslogistiek (www.bevib.be), Belgian Maintenance Association (www.bemas.be) et International Facility Management Association (www.ifma.be).

nr4 energymag | 21

20-23 Profession nl.indd 21

11/12/06 17:00:40


MANAGEMENT | BEROEPEN

Een beroep met twee pijlers E Supply side: optimaliseren van de levering/productie van primaire en secundaire energie. Dat gaat van de aankoop van energie (optimaliseren van de mix kosten/beveiliging van de bevoorrading) tot het verwerkingsproces in secundaire energie (warmte, elektriciteit, perslucht, commerciële en tertiaire koude, enz). E Demand side: de energievraag beheren.

met onze leveranciers hebben opgebouwd. Bovendien houden we dergelijke zaken al vanaf het begin goed in de gaten. Deze zaken zijn prioritair, en dat zullen ze ook nog lang blijven”. Het energievraagstuk heeft zijn horizon verruimd, zegt Philippe Olivy maar echt blij is hij niet. De site Burgo Ardennes (Virton) die ook binnen zijn actieradius ligt, is zo afgelegen dat hij praktisch geen contact met zijn collega’s heeft, en ook heeft hij geen kijk op vorderingen die daar geboekt worden. Spijtig! Als industrieel ingenieur vindt hij dat hij slecht is voorbereid op de meer beleidsmatige aspecten van de job. Vanuit zijn opleiding heeft hij immers een uitgesproken technische visie, terwijl de mensen met wie hij deals moet afsluiten een beter zicht hebben op de macro-economische aspecten van de energieproblematiek.

Hier komen we op het terrein van het rationeel energieverbruik dat de processen, uitrustingen, assets en bedrijfsorganisatie omvat. Doel: de energiehoeveelheid per geproduceerde, opgeslagen, geleverde (industrie) eenheid of per gebruikte m2 (tertiaire

Naar gecentraliseerde strategieën Bij de grote industriële groepen ziet het plaatje er heel anders uit. Daar maakt men duidelijk een onderscheid tussen de strategische aspecten en het dagelijks beheer van de industriële sites welke een minimum aan flexibiliteit en autonomie moeten behouden. In de loop van de laatste tien jaar hebben al die groepen er allemaal voor gezorgd dat het energiebeleid op corporate-niveau gecoördineerd werd. Meerdere directieleden kregen zo

nieuwe energiegerelateerde taken toegeschoven, waarvoor ze zich de laatste jaren trouwens kunnen laten inspireren of bijstaan door bereidwillige leveranciers van energiediensten (zie Energymag nr.3, p.14) want dit schijnt nu de trend te zijn. Men bevindt zich dan in een situatie waarin het management in teamverband de globale koers vastlegt die de groep dient in te slaan afhankelijk van de problematiek die aan de orde is. Daarbij wordt dan iemand aangeduid als contactpersoon voor de diverse productiesites. Deze geeft dan informatie vanop het terrein door aan het management en communiceert de richtlijnen van top to bottom naar de plaatselijke operatoren. Dit is zo ongeveer wat Isabelle Collin binnen de groep Glaverbel doet. Ze heeft een technische (ingenieur) en tegelijk commerciële (MBA) background en verzorgt de coördinatie tussen alle deelnemende partijen: “Tien jaar terug werd alles nog land per land geregeld. Wat we sindsdien vooral hebben proberen te doen, is elk land betrekken bij deze problematiek door iedereen te vragen om een correspondent aan te duiden om lokale politieke en economische ontwikkelingen op te volgen en bij ons te rapporteren. Vandaag behoudt iedereen zijn rol, zijn expertise en zijn specifieke bevoegdheden, maar alle problemen worden collegiaal aangepakt, in goede verstandhouding met

respect voor ieders verplichtingen”, verzekert ze. Collin geeft toe dat beschikbaarheid nog altijd een teer punt is, en dat de structuur slechts moeizaam ingang vindt: bedrijven hebben er immers belang bij om stevig te lobbyen als ze scherpe voorwaarden willen krijgen. Energiemanagement impliceert dat men een hele reeks competenties in huis moet hebben, dat is het grootste probleem van de professie. De energiemanager moet van heel wat markten thuis zijn, hij moet een goed energiebeleid weten op te zetten waarin alle denkbare thema’s aan bod komen. Hij moet niet alleen de energieprestatie van de uitrustingen kunnen beheren of de mobiliteit van de medewerkers maar ook alle registers van de mechaniek van de emissierechten met veel fingerspitzengefühl kunnen bespelen en zijn de medewerkers sensibiliseren. Eigenlijk moet het beroep van energiemanager nog worden uitgevonden. p Jean Cech

sector) verminderen.

Beheer van de uitstoot: clash der functies

De ‘verhandelbaarheid’ van de uitstoot van broeikasgassen (vandaag gaat het om CO2, maar binnenkort komt er vast NOx, methaan of kwik bij), is een tendens die beslist ingrijpende gevolgen zal hebben voor de manier waarop industriële ondernemingen bestuurd zullen worden. De industrie zal haar actiemiddelen moeten versterken op drie verschillende en aanvullende vakgebieden: E Allocation management: deze functie impliceert een strategische visie op de productie op middellange termijn (vijf jaar) gekoppeld aan de vaardigheid om bij overheden voordelige quota te kunnen bedingen. E Monitoring and reporting management: een buitengewoon strategische post waarvoor een perfecte technische beheersing van uitrustingen op maat vereist is benevens een uitgesproken aanleg om gegevens op lange termijn te beheren en te valideren. Deze functie is momenteel bekritiseerd omdat de EU vindt dat zij aanleiding is tot teveel versnippering in de ETS-systematiek. Compliance management: het zwaartepunt van de actie ligt hier in het uitwisselingssysteem van emissiequota, E een bedrijf dat op de marktevolutie anticipeert kan daar zijn voordeel mee doen en tegelijk de kosten van het systeem drukken. Inmiddels ontstaan ook nieuwe productieconcepten waarbij de focus ligt op de combinatie energie-emissie, net zoals het Low Carbon Steel dat sinds kort een agendapunt is bij Arcelor Mittal…

22 | energymag nr4

20-23 Profession nl.indd 22

11/12/06 17:02:47


BEROEPEN | MANAGEMENT

Hoe zit het met de tertiaire sector? We hadden al de facility manager en de property manager. Krijgen dienstenbedrijven nu straks ook een energy manager? Jazeker! “Wie wil er nu zijn exploitatiekosten niet verminderen en zijn vermogen niet valoriseren? Dienstenbedrijven zijn toch niet blind”, merkt de energiemanager van een grote bank snedig op. Daarmee is de toon gezet. Hoewel er niet veel tamtam rond gemaakt wordt, ondervindt de dienstensector, evenzogoed als de industrie, hinder van de stijgende energiekosten, de onzekere bevoorrading, de milieurisico’s… Ook de nieuwe milieuregelgeving zal in deze sector doorwerken.

Vier belangrijke opdrachten In navolging van de groep Delhaize (zie energymag nr.3) zetten grote tertiaire bedrijven stilaan de stap: ze voeren de

functie van energiemanager in. Diens opdracht? Op een gecentraliseerde en coherente wijze de energiebelangen van de onderneming behartigen, samen met partners en specialistische dienstverleners. Deze functie steunt op vier pijlers: 1) Op schaal van het gebouwenpark de bedrijfsbelangen evalueren op korte en middellange termijn; ze kwantificeren op financieel en risicovlak in termen van exploitatiekosten en valorisatie van het patrimonium. 2) De doelstellingen en actiestrategieën vastleggen; mogelijke bronnen van besparing opsporen en de middelen om ze te realiseren. Dit gebeurt via een gekruiste analyse van exploitatiekosten/valorisatie/risico van heel het park, waarna men zich in een tweede fase concentreert op de kritische sites en de gebruikte energieën, de contracten voor outsourcing van technische prestaties, de leveringscontracten, de uitrustingen, de organisatie, enz. 3) De verschillende operationele ploegen coördineren en erop toezien dat het beleid in alle geledingen van de onderneming ingang vindt. De manager zorgt in het bijzonder voor een stevige coördinatie tussen het uitbestedingsbeleid inzake technische prestaties, het beleid inzake energieaankoop en het investeringsbeleid. 4) Tools en methodes voor reporting en benchmarking van de prestaties invoeren. p Jean-François Marchand

© Philip Date - FOTOLIA

Kosten en risico’s verminderen Ook hier heeft de rol van de vastgoedbeheerder een andere inkleuring gekregen sinds de vrijmaking van de elektriciteitsen gasmarkten. Bedrijven uit de dienstensector moeten nu rekening houden met de economische factoren van de markt, dus met de schommelingen van de energieprijzen en de concurrentie tussen de verschillende leveranciers om hun inkoopkosten te drukken, hun investeringsstrategieën te bepalen en het energieverbruik aan banden te leggen. Ook de druk van reglementen en leefmilieu is iets waar in de toekomst zeker rekening mee moet worden gehouden. Vroeg of laat zullen voor de tertiaire en residentiële sector dezelfde sancties gelden als voor de industrie: de CO2-uitstoot is hier immers gigantisch. Zij bedraagt 40% van de CO2-emissie in Europa en loopt zelfs op tot 70% in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Een andere factor die de opmars van de energiemanager in de dienstensector in de hand werkt, is de impact van de “energie”-dimensie op toekomstige risico’s en de valorisatie van het patrimonium. De hamvraag is hier: zal ik mijn vastgoedpark over 5 of 10 jaar nog in goede economische omstandigheden kunnen exploiteren? Ook als de energieprijs verdubbelt? Of verviervoudigt? Als de reglementering strenger wordt? Als de frequentie van klimaatextremen (grote hitte) toeneemt? Wat zal mijn patrimonium dan nog waard zijn?

Energiemanager: nieuw vastgoedberoep Een energiemanager ‘installeren’ is niet zo evident. Een van de problemen is dat de besluitvorming inzake energie van gebouwen enorm versnipperd is. De beslissing om te investeren en dus ook alle bemiddelingen daar omheen, worden doorgaans toevertrouwd aan een werkgroep, soms zelfs aan een derde bedrijf dat dan de bouw of renovatie mag uitvoeren op grond van een technisch lastenboek. De exploitatie is dan weer in handen van de beheerploeg die meestal een beroep doet op één of meerdere exploitatiebedrijven (faciliteitsbedrijven, exploitanten, multitechnische bedrijven …). De aankoop van energie komt doorgaans terecht op de schouders van de kopers. Het gaat hier steeds om volwaardige beroepen, om een vak dat door professionals moet uitgeoefend worden. Een coherent energiebeleid invoeren, is hier zeer moeilijk omdat er zoveel spelers tegelijk op de grasmat zijn. Dit zal alleen mogelijk zijn als energy management niet langer gezien wordt als een extra klus die de facility manager of technisch verantwoordelijke er tussendoor even bijneemt. Mensen moeten beseffen dat dit een vak apart is, met zijn eigen doelstellingen op korte, maar ook op lange termijn.

nr4 energymag | 23

20-23 Profession nl.indd 23

11/12/06 17:02:50


DOSSIER | CONTRACTING

De euro’s liggen voor het oprapen! Financiering is vaak het struikelblok van de energie-efficiëntie. De concurrentie voor kapitaal binnen de ondernemingen is hard en in de openbare sector is er helemaal geen kapitaal. Gevolg: bij het kiezen van de investeringsprojecten krijgt meestal een korte terugverdientijd de voorkeur op de rentabiliteit. Heel wat maatregelen voor energiebeheer gaan zo verloren of worden uitgesteld bij gebrek aan noodzakelijke middelen. Een globale benadering van energie-efficiëntie wordt zelden toegepast. Uit ervaring weten we echter dat sinds de eerste dagen van de vrijmaking van de energiemarkten de prijzen zijn blijven stijgen. Alles wijst er bovendien op dat dit in de toekomst niet anders zal zijn. Wie vandaag niet investeert, wordt straks dubbel gestraft: niet alleen heeft men dan zijn KWh niet verminderd, maar die zullen op jaarbasis ook heel wat meer kosten! Anders gezegd: elke euro die u vandaag bespaart, is er morgen meer waard. De vraag is dan ook: kunnen we het ons wel permitteren om deze opportuniteit te laten liggen? De kans om onze exploitatiekosten terug te schroeven met investeringen die zichzelf terug betalen? Om nieuwe bronnen aan te boren op lange termijn? Om een “kringloop” op te zetten, die waardevol is én voor het bedrijf (of de instelling) én voor de overheid? Dat is in het kort de boodschap van de eco-energetische service providers. Zij bieden instellingen en bedrijven

dat ze vandaag contractueel willen waarborgen. En zelfs financieren!

© A. Laufer

een mogelijkheid om hun energiebesparingspotentieel nog te valoriseren. Een potentieel

24 | energymag nr4

24-32 Dossier nl.indd 24

14/12/06 17:51:12


CONTRACTING | DOSSIER

Een integrale benadering In vergelijking met de “traditionele” benadering van de financiering van investeringen in energie-efficiëntie is Performance Contracting net als andere

formules op de markt een geïntegreerde benadering. In dit geval is het de ESCO die de integrale realisatie van het project voor zijn rekening neemt, de arbeiders levert en de knowhow noodzakelijk voor de realisatie van de diverse etappes van het project: E haalbaarheidsonderzoek; E financiële constructie; E engineering; E aankoop en installatie van de uitrustingen; E opleiding van het personeel; E onderhoud van het geïnstalleerde materiaal; energiebeheer, opvolging en controle E van de resultaten (“monitoring”). Eigenlijk bieden ESCO’s een brede waaier van diensten en spelen ze de rol van tussenpersoon tussen de klant en de andere partijen, tot en met, in bepaalde contracten, de aankoop van energie bij de leverancier. Het voordeel voor de klant is dat hij slechts één gesprekspartner heeft. Het andere voordeel is dat de ESCO de operationele en technische risico’s van het project draagt. De ESCO kan ook de risico’s dragen in verband met de eigenlijke financiering van het project. Dan betreden we het domein van de financiering door derden. Afhankelijk van wat contractueel overeengekomen is, wordt de oorspronkelijke investering gefinancierd door de klant of door de ESCO, of door een derde structuur, bijvoorbeeld een bank. Wanneer het de ESCO is die financiert of leent, wordt de klant afgeschermd van de financiële risico’s gekoppeld aan een krediet, omdat de ESCO die op zich neemt. De klant geniet in dat

Performance contracting model

Besparingen klant Kosten voorheen

Een financieringsmodel Waarover gaat het? Een contract tussen een onderneming voor energiediensten (een ESCO - Energy Services Company) en een klant die een doelgerichte modernisering voorziet van de energieinfrastructuur van het bedrijf om het aanwezige besparingspotentieel voor energie te exploiteren. Het doel is het verbruik en/of de exploitatiekosten globaal en geïntegreerd te verminderen. De noodzakelijke investeringen worden afgeschreven door energiebesparingen en de vermindering van de exploitatiekosten die worden gewaarborgd door de ESCO gedurende de volledige duur van het contract. Bij afloop ervan - de contracten

variëren meestal tussen 5 en 15 jaar - is de klant zijn installatie geactualiseerd en profiteert hij van de totale geproduceerde besparingen (zie schema). “In dit type contracten financieren de gerealiseerde besparingen de investering”, verklaart Rony Gabriels, Sales office Manager Energy, Environemental and Solutions bij Jonhson Controls. “Dankzij de besparingswaarborg die wij bieden, heeft de klant de verzekering dat zijn normaal exploitatiebudget zal volstaan voor het economisch slagen van de operatie”. Sterker nog: afhankelijk van de draagwijdte van het contract kan de klant direct, dus al van het begin, genieten van besparingen. Het principe is dat in een heel groot aantal gevallen voldoende besparingen kunnen worden gerealiseerd die zowel de terugbetaling van de investering als de betaling van de dienstenleverancier dekken. Daar bovenop komen nog directe besparingen voor de klant. Dat is één van de voorwaarden voor het succes van Performance Contracting: er moet een business case zijn! Anders gezegd, de installaties moeten worden gemoderniseerd en geoptimaliseerd om voldoende besparingen op te leveren. Een andere voorwaarde is dat de investeringen moeten kunnen worden afgeschreven binnen een redelijke termijn. Wie bereid is geld in die twee zaken te steken, zal veel profijt hebben Performance Contracting.

Energie- en exploitatiekost

Alles begint met 1€. Een euro die kan worden bespaard op de energiekosten. Een euro per m2 per jaar. Een euro per ton of per hoeveelheid geproduceerde eenheden. En dat gedurende 10, 15 of zelfs 20 jaar. Beeld u zich eens in wat dat betekent voor een gebouw van 100.000 m2. Op tien jaar tijd is die euro een stroom van meer dan een miljoen € geworden. Bovendien blijft het daar in de meeste gevallen niet bij. De tijdspanne tijdens dewelke een investering opbrengt, zal voor elk geval anders liggen, maar de meeste technologieën voor energie-efficiëntie hebben een levensduur van 10 à 20 jaar. Voor lampen bijvoorbeeld is dat slechts 5 à 7 jaar. HVAC-systemen en aandrijvingen met variabele snelheid blijven dan 10 à 15 jaar lang besparingen opleveren. Voor de voorschakelapparatuur, motoren, verlichtingscontrole en heel wat andere technologieën is dit zelfs 15 à 20 jaar. Voor de meeste technologieën van energie-efficiëntie zal een investering die vandaag wordt gerealiseerd, tijdens meer dan een decennium besparingen opleveren. En dat zonder groot risico en zonder uit te gaan van een radicale prijsdaling van de energie gedurende de 10 à 20 komende jaren. We zouden, integendeel, zelfs een omslag tegemoet mogen zien. Volgens de vooruitzichten van Eurostat, zullen de gas- en elektriciteitsprijzen verdubbelen tegen 15 à 23 jaar. Wie doet beter? Welke andere investering dan die in energieefficiëntie kan meer dan tien jaar lang een stabiele, terugkerende opbrengst genereren, zonder groot risico? Wie kan vandaag de dag zeker zijn? Wie kan worden gefinancierd door derden? Dat is het principe van Performance Contracting of contract voor energieprestatie.

Gegarandeerde besparingen die het investeringsbedrag afdekken

Nieuwe kostenreductie met Performance Contracting Begin garantieperiode

Afloop contract

Jaren

nr4 energymag | 25

24-32 Dossier nl.indd 25

14/12/06 17:51:42


DOSSIER | CONTRACTING

De traditionele benadering

Aannemers

Ingenieursbureaus

Fabrikanten uitrustingen

Klant Energieleveranciers

Regeringen

Financiële instellingen

ESCO-benadering

Aannemers Fabrikanten uitrustingen

Klant

ESCO Diensten • Energieanalyse • Installatie van uitrustingen • Financiering • Opvolging van de resultaten • Prestatiewaarborg

Regeringen Ingenieursbureaus Energieleveranciers Financiële instellingen

geval ook van een financiering buiten balans. Het is echter duidelijk dat deze formule meer kost dan autofinanciering. Een “performante” globale stap Het belang van Performance Contracting heeft ook te maken met de hoge prestatieniveaus die ermee kunnen worden bereikt, dankzij een globale aanpak van de energie-efficiëntie. Om te beginnen moet men begrijpen welke enorme efficiëntiewinst mogelijk is met de nieuwe uitrustingen die de laatste jaren op de markt zijn gekomen. Voorschakelapparatuur en lampen met koeleenheden, motoren en aandrijfsystemen,… de energieprestatie van de uitrustingen die vandaag de dag

beschikbaar zijn is oneindig veel hoger dan die van 20 of zelfs nog maar 10 jaar geleden. Die toegenomen prestaties betekenen dat zelfs het aanpakken van één enkel component, zoals bijvoorbeeld de lampen, substantiële besparingen kan opleveren. De globale benadering van de energie-efficiëntie - een optimale en gecoördineerde aanpassing van alle componenten van een installatie die een impact heeft op het energieverbruik - maakt maximale besparingen mogelijk. Een eenvoudig voorbeeld toont aan hoe dat komt. Stel dat u met een reeks maatregelen de oude verlichting in een gebouw wilt vervangen door elektronische voorschakelweerstanden en T8 en T5 buislampen evenals een klimaatregelingsinstallatie van 30 jaar oud. Beide maatregelen afzonderlijk zullen elk besparingen opleveren, die in beide gevallen aanzienlijk zullen zijn. Bij de globale benadering zullen de winsten echter veel groter zijn. De best practice schrijft immers voor dat eerst de verlichting moet worden aangepakt, wat een effect zal hebben op de warmte en dus de koelbehoefte. Het is dan mogelijk om een kleinere en dus goedkopere klimaatregelingsinstallatie te plaatsen, wat de terugverdientijd vermindert en de rentabiliteit van de investering opdrijft. Kortom, de globale benadering is gerechtvaardigd omdat ze investeringsmiddelen inzet voor maatregelen die apart geen goedkeuring zouden hebben gekregen omdat ze niet voldoende renderen. De ervaring toont dat de oorspronkelijke besparingen die Performance Contracting oplevert, groter zijn dan die gegenereerd door een traditionele aanpak van de energie-efficiëntie, want de gerealiseerde investering is efficiënter zowel vanuit technologisch oogpunt als wat de integratie betreft van de verschillende componenten. Door hun expertise en de capaciteit om de synergie van de mogelijke maatregelen te stimuleren, dichten de ESCO’s wat de specialisten het innovatiedeficit noemen. Door de coherentie van de investeringen is de klant simultaan verzekerd van een vrij snelle verwerking van de energiebesparende maatregelen. Zo kunnen de gerealiseerde investeringen sneller worden afgeschreven en kan de hersteltijd worden ingekort. Het feit dat de ESCO contractueel verplicht is om permanent het resultaat van de investeringen te meten, verplicht hem tot een voortdurende verbetering van de energie-efficiëntie

van de installatie. Het proces is dus permanent gedurende de volledige duur van het contract, wat ook waarborgt dat aan het einde van het contract, de klant zal genieten van een performante installatie. Een complexer en duurder proces De contracten voor energieprestatie gaan van enkele honderdduizend euro tot enkele miljoenen. Dat verklaart de keerzijde van de medaille: ze zijn complexer te beheren, zowel vanuit juridisch en financieel oogpunt als wat betreft het invoeringsproces (zie schema). Dit type contract verbindt de onderneming of de instelling tot op het hoogste directieniveau en op zeer transversale wijze. De doorvoering vraagt ook tijd (zie schema hiernaast) en het succes hangt grotendeels af van de zorg die is besteed aan de voorbereidings- en ontwikkelingsfase van het project. De offerteaanvraag en de toekenning van de opdracht moet volgen op een stevige analyse van de situatie en moet duidelijk de te bereiken doelstellingen definiëren (verbeterd met eventuele klimatologische variaties en de verschillen in prijs en verbruik). Alle deelnemers moeten al bij het begin bij het project betrokken worden om een betere doorstroming van de informatie en een grotere transparantie te verzekeren. Het verdient ook aanbeveling om een eigen onafhankelijke audit te doen om op gelijke voet te kunnen overleggen met de inschrijver. De klant laat zich ook best bijstaan door onafhankelijke juridische en financiële experten om de risico’s waaraan hij zich blootstelt beter te begrijpen en te omschrijven. De keerzijde van de medaille is dat deze contracten ook duurder zijn dan een traditionele benadering: zo’n 13 à 15%, volgens het ICLEI. Een meerkost die wordt verklaard door de hogere beheerskosten en een prestatiepremie en/of waarborgpremie die de rekening de hoogte in jaagt. Die meerkost wordt echter vaak gecompenseerd door het feit dat de klant het project betaalt met de gerealiseerde besparingen in zijn exploitatiebudget. De kostprijs wordt dus niet gevoeld. En de banken? Eens de partner gekozen, moet het project nog altijd worden gefinancierd. Ongeacht het de ESCO of de klant zelf is die

26 | energymag nr4

24-32 Dossier nl.indd 26

14/12/06 17:51:44


CONTRACTING | DOSSIER

Contracting Van het leveren van energie tot het waarborgen van de prestatie “In de wereld van de energiediensten onderscheidt men drie types servicecontracten met betrekking tot de investering en de energetische optimalisering van een installatie: Energy Supply Contracting voor infrastructuren voor energieopwekking, Energy End-Use Contracting voor het uiteindelijk

Energy Supply Contracting Aan de supply-kant plant ESCO een installatie voor energiebevoorrading die het ook installeert en beheert. Typische voorbeelden zijn warmte- en stoomproductie en warmtekrachtkoppeling. Het kan echter ook worden toegepast op de productie van perslucht of koude. In dit type contract staat ESCO in voor de financiering van de installatie en het draagt de exploitatierisico’s ervan. De klant betaalt een vaste eenheidsprijs voor de nuttige energie die hij verbruikt tegen een prijs die lager ligt dan die voor de leveringskosten van het vroegere contract of voor de eigen productie. De contracten kunnen al dan niet complex zijn en de levering van primaire energie omvatten, door de partijen al dan

niet geïndexeerd op vaste barema’s. Uiteindelijk geniet de klant van een moderne productie-installatie tegen een vooraf bepaalde prijs, wat hem in staat stelt om zijn budgetten efficiënt te plannen. We hebben hier ten volle te maken met het outsourcen van de productie van energie. “Vooral de industrie is steeds meer op zoek naar dergelijke contracten, waarbij de trend is dat de omzetting van energie niet meer tot de core business behoort”, legt Marc Begou uit. Ook de dienstensector en de openbare sector hebben er steeds meer belangstelling voor. De installatie van een eenheid voor warmtekrachtkoppeling of een warmteverdeelnet beantwoordt vaak aan dit type constructie.

energiebeheer en Energy

Energy End-use Contracting

Performance Contracting

In een contracting gericht op het eindgebruik van de energie, verzekert ESCO voornamelijk de exploitatie en het onderhoud van de technische installaties van de klant. Dit type contract beoogt niet noodzakelijk de verandering van de eigenlijke installaties, maar wil de exploitatie ervan optimaliseren in verhouding tot de comfortdoelstellingen die zijn gekwantificeerd. De klant en ESCO zoeken een overeenkomst op het niveau van het gewenste resultaat (bijvoorbeeld een temperatuurgamma verzekeren in de lokalen voor een gegeven aantal gebruiksuren) en de wijze om het te meten. ESCO

gericht op energiebesparingen. Vaak draait het op die laatste uit”, verklaart Marc Begou, Senior Manager bij Altran Europe. “De gemeenschappelijke noemer van deze diensten is dubbel: de klant een geïntegreerde benadering bieden van de energie-investering en/of de

kostenbesparingen

die de gerealiseerde investeringen geheel of gedeeltelijk betalen. Beide aspecten zijn nauw met elkaar verbonden”.

Marc Begou, Senior Manager Altran Europe

verzekert zo het operationele risico van de exploitatie voor het bepaalde resultaatsniveau. Het is het comfortniveau dat wordt gekocht en de betalingen van de klant zijn dus onderdeel van een bepaalde eenheidsprijs voor de levering van die “dienst”. Het contract gaat gepaard met boetes in geval van het niet nakomen van de resultaten. Net als voor supply contracting heeft de klant voordeel bij een op voorhand gebudgetteerde facturering. Het is het contracttype dat momenteel het meest wordt afgesloten omdat het een uitbreiding is van de traditionele multitechnische onderhoudsdiensten.

Energy Performance Contracting In de Performance Contracting evalueert ESCO de haalbare energiebesparingen (vermindering van de kosten of de vraag) in de installaties van de klant en de investeringen die noodzakelijk zijn om ze te bereiken. Vervolgens realiseert ze de investeringen in een contractuele relatie die de klant het geïdentificeerde besparingsniveau waarborgt. Het is die waarborg van besparingen die zorgt voor een fundamenteel onderscheid met de andere contractvormen. De

facturen aan de klant kunnen diverse vormen aannemen (zie kader pagina XX), maar zijn altijd gerelateerd aan de gerealiseerde energiebesparingen aan de hand van een vooraf opgestelde lijn van referentiekosten. Performance contracting omvat dus een relatie tussen de betaling en de prestatie van het project. Contracten van energieprestaties omvatten zowel de supply als de end-use van de energie, of kunnen die toch omvatten.

nr4 energymag | 27

24-32 Dossier nl.indd 27

14/12/06 17:51:45


DOSSIER | CONTRACTING

Drie types prestatiecontracten Energiebedrijven werken met drie grote types energieprestatiecontracten. De dienstverlener draagt telkens het prestatierisico. Het verschil tussen de formules zit hem in de financieringswijze en de verdeling van de besparingsgarantie.

Contract prestatiewaarborg In dit type contract neemt de OED enkel het prestatierisico: ze laat zich betalen voor al haar prestaties en geeft daarvoor een waarborg betreffende de te realiseren jaarlijkse besparing. Als de prestatie niet wordt bereikt, betaalt de OED een schadevergoeding aan de klant, zodat die de verwachte het verwachte minimumrendement van het project in een bepaalde periode haalt. De klant is verantwoordelijk voor de financiering van het project en moet dus twee contracten ondertekenen, waarvan één met een financiële instelling. Het verkrijgen van een lening wordt vergemakkelijkt door de garantie van de besparingen.

Bank Lening

Terugbetaling Diensten, uitrustingen, installaties, opvolging besparingen Klant

OED Betaling van de realisatie van het project en de diensten tijdens het contract Elektriciteit

Oil Gas Utilities

De OED betaalt een schadevergoeding als de voorziene besparingen niet worden gehaald

Contract gedeelde besparingen In dit geval is het de OED die zorgt voor de financiering en dus zowel het risico van prestatie als de financiering op zich neemt. De klant ondertekent dus slechts één contract. De OED wordt betaald volgens een percentage van de energiebesparingen dat varieert van 10% tot 90 %, afhankelijk van de aard van de investeringen en de contractduur die beide partijen overeenkwamen. Dit percentage kan variabel of constant zijn tijdens de duur van het contract. Slechts zelden behoudt de klant meer dan 50% van de bespaarde energie op het geheel van het contract. Aan het einde van het contract worden de uitrustingen vaak aan hem afgestaan. Dat is het klassieke geval van de financiering door derden.

Bank Lening

Terugbetaling

Diensten, uitrustingen, installaties, opvolging besparingen Klant

OED Deel van besparingen gebaseerd op prestatie Elektriciteit

Oil Gas Utilities

Contract ten laste neming exploitatiebudget De OED neemt het volledige budget voor energie en exploitatie/onderhoud van de productie- en energieverbruikende systemen van de betrokken onderneming voor haar rekening. Zij zorgt voor de financiering van de investering en alle operationele kosten. Gedurende de volledige duur van het contract betaalt de klant de OED een jaarlijkse som die iets lager ligt dan de oorspronkelijke energiefactuur (bijv.: 10%) geïndexeerd aan het energiebudget. De klant heeft de waarborg dat zijn kosten dat percentage niet overschrijden. De OED voert de energiebesparende maatregelen door en realiseert een winst uit het verschil tussen het bedrag betaald door de klanten en de exploitatiekosten (energie, onderhoud). Als de energiebesparingen groter zijn dan de contractuele vermindering van de oorspronkelijke factuur, gewaarborgd door de OED, worden de bijkomende besparingen gedeeld tussen de klant en de contractant volgens een vooraf bepaalde formule.

Bank Lening

Terugbetaling

Diensten, uitrustingen, installatie, exploitatie en onderhoud, energie-aankopen Klant

OED Vast maandbedrag voor de diensten

Elektriciteit

Oil Gas Utilities

28 | energymag nr4

24-32 Dossier nl.indd 28

14/12/06 17:51:47


CONTRACTING | DOSSIER

zich in de schulden steekt. In deze context moet worden erkend dat er nog een zeker gebrek aan technische experts en gespecialiseerde financiële instellingen is in het prestatiecontract. Dat is aan het veranderen. De belangrijke ontwikkeling van de sector van Supply Contracting gedurende de laatste jaren, vaak voor grote projecten, heeft financiers aangetrokken die afkomen op de winstvooruitzichten en door de bedragen die in het spel zijn. Bankiers als Dexia en KBC erkennen graag dat op dit vlak de concurrentie voor de financiering vandaag de dag hard is en dat de projecten die hen worden voorgelegd, rijper en creatiever zijn dan vroeger. Op dit vlak zijn het voornamelijk de corporate afdelingen van de financiële instellingen of hun private equity dochters (investeringsfondsen) die tussenkomen. Hier zijn diverse formules beschikbaar wat betreft terugbetalingen, waarborgen of vereiste borgstellingen. Het kan zelfs gaan tot de deelname van een private equity in een bedrijf dat speciaal voor de gelegenheid is opgericht (een Specific Purpose Company) als aanvulling op een financiering door een bank. In het geval van een typisch project van Supply Contracting zoals het bedrijf Renogen in onze vorige uitgave voorstelde, wordt de investering van 25 miljoen € gefinancierd door een banklening en door kapitaal van de KBC Private Equity. Bovenop de traditionele kwesties van

solvabiliteit, zijn er nog drie sleutelelementen die doorslaggevend zijn voor de beslissing van de bankier of van het investeringsfonds. Deze zijn, zegt Filip Lesaffer, Senior Investment Manager bij KBC Private Equity: “de kwaliteit van de partners rond de tafel, de stevigheid en het “industriële” beheer van het project en de contractuele bepaling van de respectieve verbintenissen”. Dat is precies wat het concept Performance Contracting beoogd: deze drie parameters verenigen. En daar komt een vierde bij: een terugbetaling van de financiering die haar oorsprong vindt in een exploitatierekening die reeds is gespekt bij ongewijzigde werking. Door de prestatiewaarborgen en de betaling via de exploitatierekening in een contract te zetten, wordt de mobilisering van de financiering vergemakkelijkt. Troeven die de ondernemingen voor energiediensten valoriseren bij de spelers van de financiële sector. Wat betreft dit punt is het juist dat bepaalde banken of private investeerders tijdelijke of terugkerende “allianties” aangaan met de ondernemingen voor energiediensten om de financiering te ontwikkelen. Dat is het geval van de bank Triodos -overigens gespecialiseerd in de financiering van infrastructuur voor groene energie- die regelmatig de projecten financiert van Fines (Financing Energy Savings), een bedrijf voor performance contracting actief in

de sector van relighting in Vlaanderen. Sinds begin dit jaar werden zo’n vijftiental projecten gefinancierd, zonder dat de bank een specifieke waarborg vroeg. De formule werkt zo goed dat de beslissingstermijnen die beide spelers voorzien tussen de indiening van een dossier en het toestaan van het krediet minder dan 10 dagen bedraagt volgens Jan Poppe, Head of Project Finance bij Triodos. Andere grote spelers uit de banksector staan klaar om specifieke formules te lanceren. Fortis zou voor volgend jaar een kredietaanbod voorbereiden met als label “energie” bestemd voor KMO’s en particulieren. Dexia, bank van steden en gemeenten, ziet het ambitieuzer en zou een belangrijk partnerschap aangaan om de markt van bij aanvang een globaal aanbod te doen met inbegrip van de financiering. Op het ogenblik dat dit wordt gedrukt, hebben we geen details over dat aanbod, maar op de volgende bladzijden staat meer te lezen over het initiatief van het Franse huis van Dexia en het partnerschap met Dalkia. Tot besluit moet u onthouden dat Performance Contracting geen wondermiddel is, niet geschikt is voor alle situaties en dat het duur is. Wel moet worden gezegd dat, zonder zulke partnerships, ambitieuze, snelle en globale resultaten moeilijk te bereiken doelstellingen blijven. p Jean-François Marchand

Voor- en nadelen van Performance Contracting Energiebesparende acties

Voordelen

Voordelen

Gelijktijdige en geïntegreerde invoering van meerdere rendabele acties.

De ESE kan de te realiseren actietypes beperken en enkel die met de minste risico’s of de meest rendabele kiezen.

Snelle concretisering van het energiebesparingspotentieel.

Financiering en inboeking

De verrichting kan in of buiten balans worden geboekt. Leningscapaciteit van de onderneming niet aangetast als de financiering buiten de balans gebeurt.

Vaak hogere financieringskost.

Een oplossing voor de verkokering van investerings- en werkingsbudgetten.

Projectbeheer

Beperking van het aantal interventies voor de realisering van het project. Transfert van verantwoordelijkheden naar ESE.

Relatie klant - ESE

Complexer en kostbaarder proces voor oproep tot voorstellen. Er is een interne en onafhankelijke bouwdirectie nodig.

Sectoriële deskundigen worden samen op het project gezet. Mogelijk verlies van flexibiliteit bij de uitbating of de keuze van maatregelen voor energiebesparing. Mogelijke verschillen in zienswijze bij evaluatie van energiebesparingen.

Prestatiewaarborg

Garantie dat de technische doelstellingen en de financiële resultaten worden behaald op prestatievlak.

Bijkomende kost bij de waarborg van de onderneming of de eigenaar. nr4 energymag | 29

24-32 Dossier nl.indd 29

14/12/06 17:51:50


DOSSIER | CONTRACTING

Tips voor PC-kandidaten

Marktspelers in de kijker

Voor het contract: vooraf een strategische bMaak analyse (schat de risico’s en de bijhorende kosten in) en zorg voor een competente structuur (juridisch, technisch en financieel). een interne energiebRealiseer audit van de beoogde installaties of het patrimonium of laat dat doen door een onafhankelijk ingenieursbureau. Op die manier kunt u de evolutie van uw behoeften, uw referentieverbruik en de potentiële energiebesparingen evalueren. Een noodzakelijke basis om te praten met een ESCO en de prestatiedoelstellingen en de meetmethode vast te leggen. de concurrentie spelen, bLaat zeker in de fase die aan de onderzoeken vooraf gaat. Onderhandel vervolgens over de weerhouden offertes om het beste “partnerschap” te kiezen. Tijdens het contract voor een goede interne bZorg coördinator der werken voor een regelmatige controle van de verplichtingen en de realisaties. voor ondernemingszin, bKies want het klimaat van vertrouwen tussen klant en dienstenleverancier is essentieel om de gemeenschappelijk winst zo ruim mogelijk te maken. Aan het einde van het contract Voorzie een clausule waarin been eindaudit wordt gevraagd bij het einde van het contract, zodat u zich ervan kunt vergewissen dat de overgedragen uitrustingen in een correcte technische staat zijn, rekening houdend met hun ouderdom.

“Building companies”

1

Johnson Controls International: JCI, het outsourcingbedrijf met de vele tentakels, hoeft niet meer te worden voorgesteld. In de Verenigde Staten is Johnson Controls één van de leaders op de markt van energiediensten, zowel inzake Supply Contracting als voor Performance Contracting. De Amerikaanse reus is uiteraard geïnteresseerd in de Europese markt en dus slaat hij zowat overal in Europa zijn vleugels uit. De activiteiten Energy Environemental Solutions wordt geleid door een Quebeckenaar, Gino Gauthier, die het klappen van de zweep leerde op de Noord-Amerikaanse markt. Het gevolg: in Frankrijk heeft JCI gedurende de eerste twaalf maanden dat ze er actief waren (2005) contracten ter waarde van 30 miljoen € afgesloten. Bij ons startte de Performance Contracting pas in oktober van dit jaar. De ambities van Rony Gabriels, commercieel verantwoordelijke: een vijfde van het Franse volume halen in 2007. In de Rony Gabriels, startfase zal het bedrijf zich enkel richten tot diensten- Johnson Controls Interen industriebedrijven met een welbepaalde omvang. national Honeywell Building Solutions: Honeywell past al een twintigtal jaar Performance Contracting toe. Dit is trouwens die andere grote Amerikaanse leader inzake energiediensten. Honeywel is in praktisch alle marktsegmenten aanwezig. In Europa is het voornamelijk de dochter Honeywell Building Solutions die actief is op de markt van Performance Contracting. De Europese Energy Services activiteiten worden beheerd door de Belg Luc Onockx, ook Mister 100 miljoen € genoemd. Dat is namelijk het volume Luc Onockx, van de contracten die over een tiental jaar Honeywell Building Solutions in Europa werden afgesloten. HBS België heeft zijn activiteiten op het segment van de energiediensten sinds begin 2006 geintensifieerd en zou op het punt staan over enkele weken een belangrijk contract af te sluiten. Siemens Building Technologies: Ook in deze categorie vinden we Siemens Building Technologies terug, een speler die in Duitsland zeer actief is op het vlak van Performance Contracting met een gestaag groeiend Europees aanbod. SBT startte zo onlangs met Performance Contracting op de Franse markt. Volgens CEO, René Jungbluth zal België volgen in het tweede semester van 2007. Schneider Electric: We vermelden ook nog een nieuwe kandidaat in dit koppeloton: Schneider Electric dat met grote sprongen zijn aanbod op de markt van Building Services versterkt. In het domein van Performance Contracting deed Schneider ervaring op in Frankrijk, meer bepaald met de groep Carrefour waar het een contract mee heeft afgesloten. Volgens onze informatie zou een dergelijk aanbod binnenkort ook in België beschikbaar komen.

30 | energymag nr4

24-32 Dossier nl.indd 30

14/12/06 17:51:51


CONTRACTING | DOSSIER

Wie kunnen we allemaal vinden op de markt van energiediensten en contracting? Steeds meer spelers! Een kort overzicht met een woordje uitleg.

“global players”

2

“Energy” companies

Suez Energy Services: De basis van de energiediensten in dit segment is de End-use Contracting. Dat is logisch, want de bedrijven voor onderhoud en exploitatie hebben nu eenmaal veel ervaring met de exploitatie van tertiaire en industriële technische installaties. Frédéric Hug, directeur milieu & innovatie van Suez Energy Service en trouwens ook woordvoerder van Effies (Europese Federatie van de ondernemingen Frédéric Hug, voor efficiënte energiediensten), stelt terecht “Wij Suez Energy Services zijn aanwezig in de hele keten van technische diensten in verband met energieefficiëntie. Dat gaat van het ontwerpen van de systemen tot en met de installatie ervan, via de exploitatie/onderhoud en Facility Management”. Een knowhow en een compleet dienstenaanbod dus, die zich vertalen in een sterke aanwezigheid van de groep in alle marktsegmenten, tot en met de Publiek-Private Samenwerking (PPS). De Belgische vaandeldragers van Suez Energy Services: Axima en haar diverse dochters, maar ook Fabricom GTI. Dalkia: Een ander zwaargewicht op de markt, waarvan de afdelingen Industry en Building contractingformules aanbieden die steeds verder zijn uitgewerkt als antwoord op de markt. Bart Allaert, Commercieel Directeur van Dalkia Industrie, “Outsourcing van het beheer van de utilities is een markt in volle ontwikkeling in België, want de industriëlen zoeken grotere betrouwbaarheid in hun processen, een vermindering van de kosten en een betere voorspelbaarheid ervan”. Gevolg: steeds meer formules voor Supply Contracting voor de industriëlen.

“Specialized” companies

3

Vanparijs Maes: Op een tiental jaar tijd is Vanparijs Maes een complete contractant geworden op het domein van de warmtekrachtkoppeling en energieopslag in de industriële en tertiaire sector. Het aanbod omvat engineering, installatie, exploitatie/ onderhoud en sinds kort ook een financiële constructie met derde investeerder. Het bedrijf heeft enkele mooie referenties zoals Interbrew, Tech Aerospace en BP Chemicals. Het komt ook tussen als medecontractant in Performance Contracting Joe Vanparijs, projecten van derden.

Vanparijs Maes

Fines: De specialist van relighting in Vlaanderen, Fines, heeft een stevige reputatie opgebouwd in het domein van de energierenovatie van verlichtingsinstallaties met vaak spectaculaire resultaten (meer dan 50% besparingen in de meeste gevallen). Het bedrijf is actief in alle segmenten van de markt van relighting: openbare, tertiaire, handelszaken en industriële gebouwen. Green Invest: Nieuwkomer op de markt, Green Invest, met als aandeelhouder Laurent Minguet, richt zich op de openbare sector en meer bepaald op de gemeenten, met een aanbod van derde investeerder inzake biomassa warmteverdeelnet. Op pagina 46 leest u er meer over.

4

De energieproducenten en -leveranciers zijn voornamelijk actief in hun core business: de omzetting van energie. Electrabel, Essent, Sibelga en andere richten zich grotendeels op de markt van Supply Contracting, vooral voor de grote vermogens. Ze zijn echter ook actief op het vlak van energieproductie voor middelgroot en laag vermogen, meer bepaald in de tertiaire sector. Er zijn ook andere, meer specifieke spelers in de windkrachtenergie of de biomassa, zoals Aspiravi, Theolia, Air Energy en 4EnergyInvest.

Federal Energy Service Company

5

Fedesco, Federal Energy Service Company, werd opgericht in 2005 en heeft een kapitaal van 1,5 miljoen € aangevuld met inbreng van derden voor 5 miljoen €. Ze speelt de rol van derde investeerder en facilitator in de energierenovatie van openbare gebouwen. Ze richt haar inspanningen voornamelijk op de meest rendabele maatregelen, namelijk maatregelen die leiden tot een vermindering van het verbruik met ten minste 30%. Vaak betreft het regelingen of de vervanging van ketels, ventilatie, de verbetering van de isolatie en de verlichting. Na een aantal projecten te hebben gestart in 2005 en 2006, trad er een vertraging op in de activiteiten van de Fedesco. De recente aanstelling van een nieuwe algemeen directeur zou het activiteitenprogramma moeten aanzwengelen.

“pure players”

6

TPF Econoler: In deze categorie komt TPF Econoler, een van de voorlopers van het derde investeerder-concept in ons land.

nr4 energymag | 31

24-32 Dossier nl.indd 31

14/12/06 17:51:54


DOSSIER | CONTRACTING

De “koolstoffinanciering”

Op naar een nieuwe financieringswijze Binnen het systeem van emissiequota ziet een nieuwe financieringsbron het licht: koolstoffinanciering. Of hoe investeringen voor de uitstootreductie van broeikasgassen financieren middels het hefboomeffect van koolstof. Het principe van de “koolstofhefboom” is eenvoudig. Projecten rond energie-efficiëntie of hernieuwbare energie die een bijdrage leveren om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, kunnen marktspelers die onderworpen zijn aan het systeem van emissiequota van broeikasgassen geld opleveren. De niet gebruikte rechten mogen immers verhandeld worden op de markt voor emissierechten. Vandaar de idee om investeringsprojecten te financieren door reeds op voorhand de emissierechten te kopen op basis van de verwachte emissiereductie. Dit concept betekent een niet onbelangrijke window of opportunity voor financiële operatoren.

Koolstof als hefboom Dalkia’s technische oplossing T Balans van CO2-emissies T Voorstel tot investering m.b.t. installaties waarvoor quota gelden T Previsionele berekening van gegenereerde emissiereducties

Caisse des Dépôts is koolstofinvesteerder T Aankoop van dankzij het project opgespaarde emissiequota TFollow-up van de terugbetaling aan de collectiviteit van de financiële waarde van de niet-uitgestoten CO2

Dexia financiert het project TInvoering van een financiering met vergoedingen op basisv an de bijeengespaarde quota

De lokale collectiviteit realiseert de investering

Op die manier kan er namelijk flink gespeculeerd worden: vandaag goedkoop CO2vergunningen kopen (termijncontracten opties) om die morgen, als de markt wat krapper is, voor een hogere prijs weer van de hand te doen. Voorts is dit idee ook vanuit commercieel oogpunt interessant want financiële dienstverleners kunnen hun cliënten upstream een bijkomende financieringswijze aanreiken. Hoe? Via een slimme innovatieve financiële constructie van vergoedingen voor de leningsrente op basis van de waarde van de emissievergunningen. We schreven al dat die momenteel worden verhandeld tegen 15€ per ton CO2 op de koolstofmarkt. Dalkia, Dexia en CDC verenigd In Frankrijk is Dexia nog een stapje verder gegaan. De bank ging een partnerschap aan met Dalkia en de Caisse des Dépôts et Consignation (CDC) om de lokale overheden een sleutel-op-de-deur-oplossing te bieden. Heel wat plaatselijke overheden in Frankrijk zitten in het systeem van emissiequota, voornamelijk voor hun warmteverdeelnetten waarvan Dalkia de exploitatie verzorgt. We hebben hier te maken met een tweepartijenconstructie: eigenaar (de overheid) en exploitant (Dalkia). De vraag is: wie moet de investeringen in emissiereductie realiseren welke noodzakelijk zijn om de quota te behalen en vooral hoe moeten deze worden gefinancierd? In principe de eigenaar. Maar de exploitant zou ook kunnen investeren binnen het kader van een prestatiecontract. De formule die de drie partners Dexia/CDC/Dalkia hebben uitgeknobbeld is een slimme mix waarbij elke partij wint, ook de overheid. Het aanbod omvat de opstelling van een emissiebalans van broeikasgassen van de installatie, een diagnose om die uitstoot te verbeteren en een voorstel voor een ingreep met resultaatswaarborg, aangevuld met een financiële constructie.

Vergoeding van de leningsinteresten In deze constructie is het de Caisse des Dépôts die de rol van koolstofinvesteerder speelt en de quota verwerft die overeenstemmen met de, in het prestatiecontract vastgelegde, emissieverminderingen. Zij garandeert ook dat de monetaire waarde van deze vermeden emissies wordt doorgegeven aan de overheden. Deze constructie krijgt de vorm van een vergoeding van de leningsinterest waarmee Dexia heeft ingestemd, om de betrokken investeringen te financieren. Dexia zorgt van haar kant voor de financiering van de projecten en de engineering van de operatie. Het is Dexia die Dalkia of de lokale overheid financiert en daarnaast de geldstromen beheert die worden gegenereerd door de verkoop van de quota. Verder verzekert Dexia het beheer van de verwerkingsketen van de leningen die aan de lener worden vergoed. De modaliteiten van doorgave van de geldwaarde van de emissieverminderingen hangen af van de algemene besparing die elk project oplevert. Globaal krijgt de lokale overheid dus toegang tot een goedkope financieringsbron waarmee zij de investering kan realiseren. Het is Dalkia die de acties invoert voor emissiereductie. Veelbelovende vooruitzichten Er zullen vast nieuwe creatieve financiële constructies bijkomen om de CO2emissie te verminderen. Deze constructie wordt allicht uitgebreid naar andere operaties, met name naar installaties die nog niet in het toepassingsveld zitten van het emissiequotasysteem. Deze operaties zouden in de toekomst ook betrekking kunnen hebben op bijkomende klimaatmaatregelen. Ook andere sectoren zouden kunnen worden betrokken, zoals het transport, het gebouwen- of afvalbeheer. p Alfons Vanbergen

32 | energymag nr4

24-32 Dossier nl.indd 32

14/12/06 17:51:58


Armstrong, uw deskundige partner in stoominstallaties

Hebt u uw stoominstallaties werkelijk onder controle?

Wenst u • energiebesparingen te realiseren? • uw CO2-uitstoot te verminderen? • de veiligheid van uw installatie te vergroten? • uw productie te verhogen? • uw onderhoudsbeurten te beperken? Armstrong helpt u om uw stoominstallaties op te volgen en de efficiëntie ervan te verhogen! • Energie audits • Optimalisatie-, uitvoerbaarheids- & betrouwbaarheidsstudies • Totaal projectbeheer • Levering van industriële uitrustingen • Permanente bewaking van de installatie • Beheer- & onderhoudscontracten • Opleidingen

7 oplossingen, een gegarandeerde rentabiliteit!

Armstrong International S.A. Parc Industriel des Hauts-Sarts, 2e Avenue 4 4040 HERSTAL - BELGIUM Tel: +32 (0)4 240 90 90 Fax: +32 (0)4 240 40 33 www.armstronginternational.eu/em info@armstronginternational.eu


EFFICIENCY | BUILDING

Gerechtsgebouw van Antwerpen

Op 28 maart van dit jaar werd het nieuwe Gerechtsgebouw van Antwerpen met veel pracht en praal ingehuldigd. Voor de omschrijving zijn superlatieven nodig: 78.000 m2 (waarvan 24.000 m2 kantoren), 300 m lang, 6 verdiepingen, 6 vleugels rond de grote “salle des pas perdus” ofte wandelzaal, 6 grote zittingszalen en 26 kleinere, ondergebracht onder het dak onder immense metalen zeilen die ten hemel rijzen… De realisatie van de Britse architect Richard Rogers - VK Studio - OVE ARUP & partners is van internationale allure. Een perfect samengaan van verleden en toekomst van de grote havenstad Antwerpen. Een kathedraal van glas ook, die zich opent voor iedereen en zo de transparantie weergeeft van de moderne justitie. Een gebouw van de toekomst met hoge maatstaven op het vlak van energie en leefmilieu.

© Katsuhisa Kida

Moderne rechtspraak in eigen paleis!

34 | energymag nr4

34-37 Palais Jutice nl.indd 34

14/12/06 16:42:11


BUILDING | EFFICIENCY

Het nieuwe Gerechtsgebouw van Antwerpen mag geslaagd worden genoemd: indrukwekkende architectuur die modern én transparant is. Ook op het vlak van energie en milieu is het geslaagd. De vrucht van een concept dat werd uitgewerkt in nauwe samenwerking tussen creatieve architecten en ingenieurs. Met als resultaat een gebouw dat de natuurlijke toevoer van licht, ventilatie en koeling optimaliseert. De prestaties plaatsen het gebouw tussen de beste van zijn categorie op internationale schaal. Een voorbeeld dat gevolgd moet worden! Ventilatie en koeling spelen niet alleen een rol in verband met gezondheid en comfort, maar hebben ook een groot aandeel in het energieverbruik van een gebouw. “Deze factor rechtvaardigt ten volle de speurtocht naar alternatieven die performanter en gezonder zijn. De fundamentele vraag is: kan men vandaag de dag een gebouw ontwerpen dat de klassieke airconditioningssystemen met mechanische ventilatie in combinatie met koelinstallaties overbodig maakt?”, vraagt Dirk Slabbinck, Director Flanders bij VK Engineering en één van de ontwerpers van het project. Het antwoord is ja! Het gerechtsgebouw van Antwerpen bewijst het. Een “energieke” keuze In 1998 lanceerde de Regie der Gebouwen een internationale wedstrijd voor het ontwerpen van een nieuw gerechtsgebouw in Antwerpen. De tijdelijke vereniging Richard Rogers Partnership - VK Studio - OVE ARUP & partners haalde de opdracht binnen. “Bij zijn keuze baseerde de jury zich op de architecturale kwaliteiten van het project, maar ook op het energieconcept dat naar voor werd geschoven en waarvan natuurlijke ventilatie en nachtelijke koeling de belangrijkste elementen waren”, legt Dirk Slabbinck uit. In dit spectaculaire gebouw worden de kantoren (±24.000 m2) geventileerd en gekoeld zonder tussenkomst van veel mechanische systemen zoals ventilatoren en koelinstallaties. Gedurende bijna twee derde van het jaar (de tussenseizoenen) worden de lokalen verlucht en gekoeld met verse buitenlucht. In de zomer worden ze gekoeld door nachtkoeling. Dat alles zonder gebruik te maken van dure en moeilijk te beheren installaties. Het project gebruikt op

oordeelkundige wijze glas die de toevoer van daglicht maximaliseert. “Dit ontwerp beantwoordt aan de aandacht voor transparantie van justitie, die de opdrachtgever wenste”, preciseert Dirk Slabbinck.

Te onthouden

ties in de windrichting en de winddruk kunnen ook de individuele kantoren op natuurlijke wijze geventileerd worden”. Het Antwerpse Gerechtsgebouw gebruikt dit principe op twee manieren: door ramen in de gevels die niet blootstaan aan het verkeersgeluid te openen en door gesofistikeerde suskasten in de gevels aan de straatkant. “Deze suskasten laten geen insecten door, en ook geen stof of regen en hebben een goede geluidsdemping”. Via deze intelligente gevelopeningen worden de 24.000 m2 kantoren van het gerechtsgebouw gedurende bijna 8 maanden per jaar (het tussenseizoen) geventileerd zonder “energie”, wat de exploitatiekosten uiteraard vermindert.

Natuurlijke ventilatie De natuurlijke ventilatie van het gebouw steunt op een “intelligente” gevel met een eenvoudig werkingsprincipe. “Op de gevel die blootstaat aan de wind, heerst steeds een positieve winddruk, terwijl op de tegenovergestelde gevel een negatieve druk heerst. Door de openingen in de gevels van het gebouw circuleert de buitenlucht in het gebouw en zorgt zo voor de ventilatie tussen de gevels. Dat noemt men cross-ventilatie”, legt Dirk Slabbinck uit. Dit wordt toegepast in de landschapskantoren van het gebouw. “Door kleine fluctua-

Nachtelijke koeling In de zomer worden de kantoren gekoeld door een nachtelijke koeling

v In soortgelijke kantoren is aangetoond dat met natuurlijke ventilatie en nachtelijke koeling men het verbruik voor verwarming kan verminderen met 20 à 30% en het elektriciteitsverbruik voor koeling met 50 à 75% in vergelijking met mechanische airconditioning. v Natuurlijke ventilatie en nachtelijke koeling zouden de productiviteit tot 15% kunnen doen stijgen en het absenteïsme tot 20% doen dalen (geen “Sick Building” syndroom).

Het energieverbruik gehalveerd 125

63 Gerechtsgebouw Antwerpen

188

250

32

72 41

Kantoorgedeelte gerechtsgebouw Antwerpen

40

Kantoorgebouw met nat. ventilatie UK (individ. kantoren)

79

33

Kantoorgebouw met nat. ventilatie UK (landschapskantoren)

79

54

Kantoorgebouw met full airco UK

97

Kantoorgebouw met full airco Brussel

103

128 133 Gas

Elektriciteit (HVAC - Verlichting - Drijfkracht)

Bron: VK Engineering

Geen airconditioning, maar natuurlijke ventilatie en koeling. Maximaal gebruik van daglicht. Optimale oriëntatie en beheersing van de zoninstraling. Het nieuwe gerechtsgebouw van Antwerpen legt de lat hoog, of eigenlijk moeten we zeggen laag: een verbruik van amper 104 KWh/m2/jaar*, of de helft minder dan voor een gebouw van gelijke grootte met airconditioning in Brussel. * Zonder verbruik van burotica nr4 energymag | 35

34-37 Palais Jutice nl.indd 35

14/12/06 16:42:59


EFFICIENCY | BUILDING

Drie ventilatiestrategieën In het gerechtsgebouw zijn er drie ventilatieregimes: winter, zomer en tussenseizoenen. Er is een beperkte mechanische ventilatie met warmterecuperatie voor de winter, in de tussenseizoenen (2/3de van het jaar) wordt er natuurlijk geventileerd en tijdens het zomerregime wordt er overdag mechanisch geventileerd en ‘s nachts nachtkoeling toegepast. In het geval van het Gerechtsgebouw van Antwerpen is elke kantoorvleugel uitgerust met een centrale voor luchtbehandeling met platenwarmtewisselaar met een rendement van 65%, en met een zogenaamde “nachtventilator”.

Winter - Mechanische ventilatie met warmterecuperatie - Verwarming met convectoren

In de winter worden de kantoren mechanisch geventileerd, met een ventilatievoud gelijk aan 1, de warmte van de afgezogen lucht wordt gerecupereerd om de ventilatielucht voor te verwarmen.

Gevel grenzend aan binnentuin

(< 7°C ± 30% van de kantooruren)

akoestisch belaste gevel

In de tussenseizoenen worden de kantoren op natuurlijke wijze geventileerd door het Tussenseizoenen - Natuurlijke ventilatie gecontroleerd door de gebruikers openen van ramen voor gevels die grenzen aan de binnentuinen en via suskasten in de gevels aan de straatzijde. Onder de ramen bevinden zich immers gemotoriseerde suskasten voor de single side ventilatie van de kantoren die zijn blootgesteld aan geluid (gevels aan de straatkant), zonder dat de ramen open moeten. Het betreft gevelopeningen met een grote regelbare luchtingang die stof noch insecten doorlaat en geluid absorbeert. De positie van de kleppen in de suskasten kan door de gebruiker worden geregeld. In de landGevel grenzend aan binnentuin (7°C à 21°C ± 60% van de kantooruren) akoestisch belaste gevel schapskantoren, zorgen de suskasten voor een cross-ventilatie. Aan de gevels die minder blootstaan aan geluid gebeurt de verluchting eenvoudig door het openen van de ramen.

Zomer - mechanische ventilatie met nachtkoeling

In de zomer schakelt het systeem overdag over op mechanische ventilatie. De ingeblazen lucht wordt niet mechanisch voorgekoeld, maar in de kantoren gepulseerd in de verhoogde vloer die ‘s nachts wordt gekoeld door de nachtkoeling.

Gevel grenzend aan binnentuin

(> 21°C ± 10% van de kantooruren)

akoestisch belaste gevel

Zomer - nachtkoeling ‘s Nachts wordt de frisse buitenlucht mechanisch onder de verhoogde vloer gebracht met een ventilatievoud 4. Zo worden de tussenliggende betonvloeren gekoeld aan de bovenkant. De verse lucht komt het kantoor binnen, koelt het betonnen plafond aan de binnenzijde (geen verlaagd plafond) en gaat buiten via de suskasten in de gevels onder de ramen.

Gevel grenzend aan binnentuin

(> 21°C ± 10% van de kantooruren)

akoestisch belaste gevel

36 | energymag nr4

34-37 Palais Jutice nl.indd 36

14/12/06 16:43:22


BUILDING | EFFICIENCY

via het afkoelen van het beton. “Dit principe is een logische uitbreiding van natuurlijke ventilatie. In de zomer maken de temperatuurverschillen tussen binnen en buiten een natuurlijke koeling overdag onmogelijk. ‘s Nachts zijn de buitentemperaturen echter wel lager dan de binnentemperaturen. Het principe bestaat er dan in om de kantoren intensief te ventileren met nachtelijke buitenlucht en om het gebouw zo te ontwerpen dat deze koelte wordt opgeslagen in de aanwezige thermische massa. Alle warmte die overdag wordt geproduceerd (verlichting, computerapparatuur, gebruik van de lokalen, zoninstraling) wordt vervolgens geabsorbeerd door die koudebuffer”, legt Dirk Slabbinck uit. Dankzij deze techniek en zonder airconditioning kan men in de kantoren van het gerechtsgebouw in de zomer een binnentemperatuur verzekeren die 3 à 4 °C lager ligt dan de buitentemperatuur. “Onze thermodynamische simulaties heb-

ben aangetoond dat met het systeem een GTO-waarde kan worden behaald (gewogen aantal uren van temperatuuroverschrijding) die lager ligt dan het toegestane maximum van 150 uur en dat de maximumtemperatuur na een hittegolf van 5 dagen slechts oploopt tot 26,7 °C. “Maar”, preciseert hij, “er moet rekening worden gehouden met twee essentiële elementen in de ontwerpfase van het gebouw. Eerst en vooral moet het zodanig worden ontworpen dat een maximale beheersing van de zoninstraling mogelijk is: de orientatie van het gebouw, de oppervlakte van de beglazing, de aanwezigheid van buitenzonwering, … zijn allemaal elementen die de klimaatcontrole bevorderen. Vervolgens is de aanwezigheid van toegankelijke thermische massa die groot genoeg is, absoluut noodzakelijk. Dat vergt een gebouw zonder verlaagde plafonds”. Een voorwaarde met een voordeel: de vrije hoogte in de kantoren is groter, zodat de verdie-

pingshoogte kan worden beperkt en dat drukt de bouwkosten. Een verbruik gedeeld door twee Dit concept heeft heel wat voordelen, te beginnen met een sterk gereduceerd gas- en elektriciteitsverbruik (HVAC, verlichting, drijfkracht): 104 kWh/m2/ jaar! Vergelijk dat met ± 236 kWh/m2/ jaar voor een gebouw met airconditioning van vergelijkbare grootte in Brussel. “Dat is ± 50% minder!”, vertelt Dirk Slabbinck. “Ook de bouwprijs is lager: minder installaties, kleiner en minder complex, minder oppervlak en volume voor technische schachten en technische lokalen, lagere verdiepingen. Ook de onderhoudskosten zijn lager. Inzake levensduurkost is deze oplossing één van de meest rendabele”, preciseert hij. Tot slot vermijden de natuurlijke ventilatie en de nachtelijke koeling het Sick Building effect. p Jean-François Marchand

De totale kosten simuleren en optimaliseren Investeringskosten (€/m2/jaar)

Exploitatiekosten (€/m2/jaar)

250

6

188

5

125

3

212

190

150

63

77

39

2

22

5,10 3,63 2,65

2,62

Energie

Herinvesterings

Investering

1,60

1,77

Onderhoud

Activering van de betonkern met nat. ventilatie (gemotoriseerde ramen)

Ventilo-convectoren

Koelplafonds

2

Life Cycle Cost (Geactualiseerde nettowaarde (€/m /jaar)) 600

450

300 506

479

Bron: VK Engineering

150

395

386

Scenario 1

416

402

Scenario 2

343

401

Scenario 3

358

355

421

Scenario 4

374

“Vandaag kunnen simulatieprogramma’s voor het binnenklimaat van gebouwen de financiële impact en de invloed op het energieverbruik van verschillende technische opties zeer goed evalueren”, aldus Dirk Saelens, project engineer building simulation bij VK Engineering. Deze simulaties tonen het belang aan om rekening te houden met de totale kostprijs van de levenscyclus, met inbegrip van de investeringskosten, de onderhoudskosten, de vervangingskosten en het energieverbruik. Als men verschillende technische oplossingen vergelijkt, blijkt in het voorbeeld de optie van nachtelijke koeling via de activering van de betonkern in combinatie met een natuurlijke ventilatie de meest rendabele oplossing voor de levensduur van het gebouw, ondanks een investeringskost die hoger ligt dan die voor een oplossing met klassieke airconditioning zoals met ventilo-convectoren. nr4 energymag | 37

34-37 Palais Jutice nl.indd 37

14/12/06 16:43:39


TECHNOLOGY | BUILDING

Bestaande gebouwen

© Laurent Vella - FOTOLIA

Wat zijn de energieuitdagingen en hoe kunnen we die aanpakken?

Door de stijgende energieprijzen en de druk van de milieulobby om de uitstoot aan banden te leggen krijgen beheerders van gebouwenparken er een nieuwe opgave bij: duurzaam energiebeheer. Daarvoor zijn er tegenwoordig performante oplossingen voorhanden, zowel ten behoeve van bestaande gebouwen als voor nieuwbouw. Met een handtekening onder het Kyotoprotocol heeft België zich geëngageerd om tegen 2012 de uitstoot van broeikasgassen met 7,5% terug te dringen. De wettelijke verplichtingen inzake het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen waren tot dusver vooral gericht op de industriebedrijven en de energieproducenten. Het is echter een illusie te denken dat de vastgoedsector eeuwig buiten schot zal blijven. Vroeg of laat zal het daar ook prijs zijn. Het valt overigens niet te ontkennen dat gebouwen1 met bijna 34% van ‘s lands totale energiever-

bruik de tweede grootste producenten van broeikasgassen2 zijn, na de industrie, maar nog vóór de energieverwerking en het transport. Erger nog: de industrie heeft een reductie van 11% weten te realiseren ten aanzien van 1990, terwijl de emissie afkomstig van gebouwgebruik daarentegen nog toegenomen is met 14,3%. Dit, om u een idee te geven van de inspanningen die daar geleverd zullen moeten worden om de reductietarget van 7,5% (gebaseerd op het niveau van 1990) te kunnen halen. Daarnaast zijn ook de stijgende energieprijzen en het

Milieurisico Wat kost een ton CO2 tegenwoordig? Tot dusver geldt het Kyoto-protocol in ons land enkel voor de industriesector, de energieproducenten en enkele tertiaire sites die uitgerust zijn met stroomproductie-eenheden. Deze sectoren hebben emissiequota opgelegd gekregen en vanaf 2007 geldt bij bovenmatige uitstoot een boete van 100Ð per ton. Wat gebeurt er als het Kyotoprotocol ook van toepassing wordt op de tertiaire sector? Hoeveel zult u moeten betalen voor de emissie van uw gebouw, als er een systeem van quota en boetes wordt toegepast? Een sluitend antwoord op deze vragen hebben we niet, we kunnen alleen deze vuistregel meegeven. Op grond van de gemiddelde prestaties van een kantoorgebouw (zie afbeelding) mogen we aannemen dat elke m2 goed is voor 50 à 220 kg CO2 op jaarbasis. Dit komt neer op een jaarlijkse potentiële boete van 5 tot 22Ð per m2. Als een dergelijk scenario van toepassing wordt, zou de tertiaire sector uiteraard ook mee kunnen profiteren van de flexibiliteitsmechanismen van het Kyoto-protocol. Dit betekent dat ontbrekende quota op de CO2-markten kunnen worden aangekocht tegen een competitieve prijs (zie pagina 16). Niettemin is de mogelijkheid van een toekomstige CO2-”belasting” voor de tertiaire sector een van de risico’s waarmee vastgoedbeheerders rekening moeten houden.

scenario van verdere prijsontwikkelingen allemaal risico’s waarmee ook vastgoedbeheerders meer en meer te maken krijgen. Hun uitdaging is dubbel: a) de exploitatiekosten drukken en b) ervoor zorgen dat fluctuaties in de energiekosten in de toekomst efficiënt kunnen worden opgevangen Twee benaderingen die elkaar aanvullen De richtlijn op de energieprestatie van gebouwen richt zich vooral op nieuwbouw en zware renovaties. Het zijn de meest recente bouwwerken die voortreffelijke energieprestaties neerzetten, mede dankzij de diverse aanpassingen van de thermische regelgeving voor gebouwen. Lees ons artikel over het nieuwe Antwerpse justitiepaleis, dat een bruto oppervlakte heeft van 70.000 m2 en toch minder verbruikt dan een gelijkaardige klassiek constructie in Brussel. Bij nieuwbouw worden stelselmatig verbeteringen doorgevoerd, maar voor bestaande gebouwen ligt dat wel even anders. Hier heeft men twee trends. In het eerste scenario gaat men het concept van het pand herbekijken, en in het bijzonder de isolering, en er komen dan uitrustingen

38 | energymag nr4

38-41 Batiment existants nl.indd38 38

11/12/06 17:34:59


BUILDING | TECHNOLOGY

Kantoorgebouwen

Prestatieverschillen tot 45% Energieverbruik van 4 kantoortypes goede praktijk

goede praktijk 63

600

450

300

150

CO2-emissie van 4 kantoortypes

typische situatie

typische situatie 125

250

188

32,2

112

56,8

205

43,1

133

72,9

236

85,0

225

151,3

404

143,4

348

226,1

568

cellulair, natuurlijk geventileerd (100 à 3000 m2)

open plateau, natuurlijk geventileerd (500 à 4000 m2)

standaard, airconditioning (2000 à 8000 m2)

prestige, airconditioning (4000 à 20000 m2)

In België heeft het onderzoek Kantoor 2000 het gemiddeld verbruik van kantoorgebouwen (brandstoffen + elektriciteit) geraamd op bijna 250 KWh/m2 per jaar. Dit is een belangrijke indicator, maar het gaat hier slechts om een gemiddelde. Een Brits onderzoek geeft een beter beeld van de grote verschillen in de verbruiksprofielen. Het onderzoek definieert vier typen kantoorgebouwen en analyseert voor elk daarvan de prestatieniveaus tussen “de beste praktijk” en de “typische situatie”. Conclusie: de verschillen in verbruik variëren van 39% tot 45% afhankelijk van de omvang en de aard van de gebouwen! Bron: Energy Consumption Guide 19 (2000) Energy Use in Offices, Best Practice Programme, DETR.

die efficiënter zijn qua energieverbruik, verlichting, verwarming, ventilatie en klimaatregeling, de productie van warmte en elektriciteit. Dit is een zware en soms kostenintensieve ingreep waarvoor een audit geval per geval moet worden uitgevoerd. De tweede aanpak bestaat erin de exploitatieprestaties van het gebouw te verbeteren. Hier ligt namelijk het grootste probleem. De huidige gebouwen worden niet optimaal beheerd, voornamelijk omdat er helemaal geen energiebeheer is. Er wordt bijvoorbeeld niet genoeg rekening gehouden met zoiets simpels als onderbrekingen in het gebruik, of overschakelen op nachttarieven en klassiek is ook dat de ventilatie permanent blijft draaien. Verantwoord energiegebruik kan nochtans een besparing van 45% opleveren (zie kaderstuk). Vaak is dit niet mogelijk omdat automatische systemen en een efficiënt technisch beheer van de installaties (GTB) meestal ontbreken. Blijft dat zelfs wanneer zulke installaties aanwezig zijn, de oude generatie GTB niet in staat is om de grote hoeveelheid verzamelde gegevens intelligent te gebruiken. De oude generatie is voornamelijk afgestemd op het detecteren van defecten en tendeert niet naar de beste optima. Gelukkig ko-

men er inmiddels nieuwe oplossingen op de markt. Deugdelijkheidsonderzoek Te beginnen met een deugdelijkheidsonderzoek van gebouwen en technische installaties. Waarover gaat het? In de praktijk betreft het de correctie van de afwijking tussen de reële prestaties en de beste optimale waarden van de installaties. De reële prestaties van gebouwen blijven vaak onder het niveau van de door ingenieurbureaus voorgecalculeerde waarden. Bovendien is het zo dat het gedrag van technische installaties tijdens de levensduur van een gebouw vaak van de beste optima zal afwijken. Om tal van redenen, maar meestal als gevolg van menselijke interventies. In de Verenigde Staten werd daarom het concept “deugdelijkheidsonderzoek” (commissioning) bedacht. Daarmee kan het prestatieniveau van de uitrustingen worden gevolgd tot bij hun oplevering en tijdens hun volledige LTC (life time cyclus). Door regelmatige toepassing (retrocommissioning, of zelfs ongoing commissioning) kan het één van de meest kosteneffectieve manieren zijn om de energieprestaties in grote en middelgrote gebouwen te verbeteren.

Oorspronkelijk gericht op klimaatregeling (HVAC), wordt deze werkwijze geleidelijk aan verruimd tot alle technische installaties van een gebouw, zoals de verlichting. Het uiteindelijke doel van dit alles is om de energiekosten omlaag te krijgen. Door geschikte commissioning tools te gebruiken zou de gebouwenbeheerder het energieverbruik met 20 % kunnen verminderen. Op deze wijze kon bijvoorbeeld het energieverbruik in het ASZ van Aalst met 30,6% worden verlaagd (zie energymag Nr.1). Siemens Building Technologies heeft de installaties van de polikliniek gestroomlijnd vanuit het oogpunt van klimaat/energiecomfort. Opmerkelijk is dat dit resultaat werd verkregen louter en alleen door de installaties beter af te regelen, nadat ze eerst grondig waren doorgelicht binnen het kader van een energie-audit. Er kwam dus geen nieuw materiaal aan te pas. Integratie en intelligent beheer Vandaag kunnen we nog een stap verder gaan. De progressieve integratie van een hele range systemen voor technisch gebouwenbeheer (klimaatcomfort, toegangscontrole, branddetectie, verlichting, enz.) in een zelfde gecentraliseerd nr4 energymag | 39

38-41 Batiment existants nl.indd39 39

11/12/06 17:35:09


TECHNOLOGY | BUILDING De architectuur van een intelligent besturingssysteem Energieprijzen Weerbericht

Centrale server

Energiebeheer bij de dienstverlener

Internet

Energiebeheer bij de klant (in de centrale)

RTC / GSM

Intelligente automaat

Standaard instrumentatiebus

Bestuurde uitrustingen: • CTA, PAC, rooftop, luchtverhitters,… • Verwarming, klimaatregeling, verlichting, SWW • Stroomaggregaat, warmtekrachtkoppeling • Bepaalde specifieke uitrustingen (oven)

Exploitatie klant plaatselijk

Gebouw

De installatie en exploitatie van “intelligente” besturingssystemen voor energie in tertiaire gebouwen levert een aanzienlijke vermindering van het energieverbruik op. Zulke systemen zijn een stimulans om voor “schone energie” te kiezen vanwege het hoge rendement dat daarmee bereikt wordt.

stuurprogramma opent nieuwe wegen, meer bepaald naar een betere energieexploitatie van de gebouwen. Voor de meeste grote gebouwen bestaat vooral de tendens om systemen te integreren waarbij de focus ligt op productiviteit en kostenreductie. De grote trend is hier de interoperabiliteit tussen de systemen en de integratie met IP-gebaseerde architectuur. Aan de andere kant zien tegenwoordig geavanceerde en reactieve systemen van een nieuwe generatie het licht. Het bijzondere aan deze systemen is dat ze bekwaam zijn om preventief onderhoud uit te voeren en, vooral dat ze de installaties intelligent en dynamisch kunnen aansturen. Dit soort systemen werken op basis van intelligente gebouwencontrollers en software voor modellisering waarmee in real time het optimaal werkingsscenario van een site wordt uitgetekend in functie van de wisselende klimatologische en de economische exploitatieomstandigheden van de site. Deze apparatuur monitort zowel de buitenomstandigheden als de behoefte binnen in het gebouw en regelt alles opnieuw af in functie van de opgemeten waarden. Ze houden ook rekening met de verschillende aanpassingsmechanismen (keuze tussen energiedragers op basis van beschikbaarheid en prijs, gebruik van de thermische inertie van ge-

bouwen, beperking van de stroomvraag door spreiding in de tijd, enz…) om het beste operationele en economische rendement te bekomen en te behouden. Dynamische remote besturing Ook package deals met afstandsbesturing (uur per uur) door deskundige ploegen inzake energiebeheer maken deel uit van het marktaanbod (zie bovenstaand schema). Zo komt Ergelis, een jonge Franse starter ontdekt op de recente Eco-Building Performance beurs, met een aanbod dat al meteen door een dertigtal klanten met beide handen werd aangegrepen. Het bedrijf claimt dat het met zijn systeem mogelijk is om het energieverbruik met 15 à 25% en soms zelfs 30% omlaag te krijgen. Die besparingen zijn het resultaat van: E de aanpassing van het verbruik aan de reële noden voor de exploitatie van de site (optimalisatie van de lagere verwarming ‘s nachts en in weekenden, verlichtingsbeheer, controle luchtverversing); E het geoptimaliseerd beheer van de vraag naar vermogen, verkregen door het verbruik bij piekmomenten te verminderen om het contractueel vermogen te laten zakken en door in real time in te grijpen op bepaalde uitrustingen (elektrische batterijen bijvoorbeeld…) om overschrijdingen te vermijden;

E het dynamisch beheer van warmteen koudeproductie, naargelang de gebruiksparameters, de prijs en de weersomstandigheden. Dit nieuwe beheersysteem is bijzonder geschikt voor bestaande tertiaire gebouwen van gemiddelde omvang (kantoorgebouwen, opslagplaatsen, handelszaken, gezondheidszorg, enz.) want het laat zich vlot aanpassen aan bestaande automatiseringssystemen (als die er zijn) en dan nog eens tegen zeer concurrerende prijzen. De kostprijs van het aanbod van Ergelis (afstandsbesturing), bekeken over een periode van 3 jaar, bedraagt 113.000 € voor een gebouw van 25.000 m2 dat 13GWh elektriciteit en 1GWh gas per jaar verbruikt (totale factuur: 620.000 €), installatie en ingebruikneming inbegrepen. Dat levert een besparing op van 211.000 €. We hebben het hier over een reële casus, het gaat over een financiële instelling in Parijs. “Duurzaam” optimaliseren Maar dat is niet alles! Het systeem gaat veel verder dan het verbeteren van de exploitatie. Dankzij de doorgedreven kennis inzake de energiewerking van een gebouw en dankzij simulatiewerktuigen, kunnen de deskundigen van Ergelis diverse adequate investeringsopties modelliseren zoals de installatie van zonnepanelen, een warmtepomp, relighting, enz… Bovendien kunnen ze de impact ervan inzake verbruik en energiefacturen op korte en middellange termijn inschatten. Beter nog: ze kunnen simulaties en modellen aanmaken aan de hand van voorspellende scenario’s waarbij meerdere energiedragers tegen elkaar worden afgewogen. Op die manier verkrijgt men de beste energiemix voor zijn gebouw waarmee men bovendien toekomstige prijsstijgingen van energie en bijkomende milieuverplichtingen kan opvangen. Om het belang van deze demarche te begrijpen, geven we een voorbeeld. We gaan uit van een kantoorgebouw van 12.000 m2 zonder klimaatregeling, waarvan de eigenaar overweegt om in een warmtepomp te investeren als aanvul-

40 | energymag nr4

38-41 Batiment existants nl.indd40 40

11/12/06 17:35:40


BUILDING | TECHNOLOGY

Commissioning De prestaties waarborgen gedurende de levensduur van de installatie Het concept commissioning toegepast op gebouwen wil de prestaties van de installaties opkrikken en in de tijd behouden. Men onderscheidt drie niveaus van commissioning: ling op zijn gasverwarmingsinstallatie. In ons voorbeeld zijn de gas- en elektriciteitsprijzen vergelijkbaar met deze die we vandaag kennen. De vraag is hier: is de investering rendabel en vooral, hoe zit het met de duurzaamheid (vermindering van de emissie van broeikasgassen) en de flexibiliteit (aanpassing aan de economische omstandigheden)? In het geval van dit gebouw (zie tabel), tonen de simulaties dat het met een dergelijke investering heel goed mogelijk is om niet alleen het totale bedrag van de factuur te verminderen (-23%), maar ook het energieverbruik (daalt van 3332 naar 1760 MWh, of 46% alle energieën samen) en de CO2uitstoot (-49%). Rekening houdend met de huidige en toekomstige klimatologische omstandigheden en het thermodynamisch gedrag van het gebouw, gaat de keuze uit naar de verschuiving van het verbruik van gasverwarming naar de warmtepomp (elektriciteit) aangevuld met gas. De warmtepomp zal vaker worden aangesproken om het beste “economische” rendement te realiseren. De investering is dus rendabel, en bovendien kan men zich daarmee wapenen tegen eventuele prijsstijgingen van gas. Als de gasprijs een stijging van 30% zou kennen, zou de energiefactuur van het gebouw in het scenario “zonder warmtepomp” met

• Initial commissioning van een nieuw gebouw of nieuwe installatie: procedure waarmee men kan uitzoeken of het systeem dat ontworpen en geïnstalleerd is en waarvan de werking getest is, de in de ontwerpfase aangekondigde prestaties kan behalen.

15% omhoog gaan. In het scenario “met warmtepomp” blijft de stijging beperkt tot 2%. Dergelijke simulaties gebaseerd op het reële gedrag van het gebouw zijn waardevolle hulpmiddelen bij het nemen van beslissingen. Wanneer er binnenkort CO2-sancties worden ingevoerd in de tertiaire sector (zie kaderstuk) zullen gebruikers met dit systeem ook deze kost kunnen optimaliseren. Het is dus klip en klaar dat zulke intelligente besturingssystemen met real time keuze van energiedragers een belangrijke enabler zijn voor het gebruik van hernieuwbare energie zoals zonne-energie, geothermie en biomassa in gebouwen. Deze systemen kunnen het energierendement immers nog maximaliseren. Bovendien kunnen ze de flexibiliteit van de installaties nog verbeteren. Met die systemen kan de beheerder namelijk de schommelingen van de energieprijzen nog gerichter opvolgen om het verbruik daarop af te stemmen. Op die manier kan hij “meer doen met minder”. p Alfons Vanbergen

• Retrocommissioning: systematische procedure voor verbetering en optimalisering van het beheer-onderhoud van een bestaand gebouw. Het doel is om zowel de uitrustingen afzonderlijk als de werkingswijze in het geheel te optimaliseren. Het betreft operaties beperkt in de tijd (cfr een procedure van ten laste neming van de installaties). • Ongoing commissioning: net als retrocommissioning gaat het hier om een systematische manier om de problemen van een gebouw te identificeren en te corrigeren en de prestaties ervan te optimaliseren. Het voornaamste doel is het behoud van de prestaties in de tijd. Volgens het tijdschrift Energy Power & Management kost een retrocommissioning 0,50$ à 2$ per m2, afhankelijk van de omvang van het gebouw en de complexiteit van de installaties. De investering kan echter een jaarlijkse besparing opleveren van 0,15$ à 1,15$ per m2.

1.

Residentiële en tertiaire gebouwen samen. De tertiaire sector vertegenwoordigt 10% van het totale energieverbruik van het land. 2. 22% van de uitstoot van broeikasgassen is afkomstig van de verwarming van gebouwen. Daar komt nog eens het aandeel bij van de emissies afkomstig van het stroomverbruik.

www.commissioning-hvac.org www.ecbcs.org www.commissionnement.org

Simuleer en beslis Gas tegen 23¤/MWh

Gas tegen 30¤/MWh

Factuur (k¤)

Elek. (MWh)

Gas (MWh)

CO2 (t)

Factuur (k¤)

Elek. (MWh)

Gas (MWh)

CO2 (t)

Enkel gasverwarming (Huidige situatie)

120

812

2520

796

138

812

2520

796

Gemengde verwarming gas + warmtepomp, met geoptimal. sturing

92

1332

428

404

94

1364

336

392

-23%

64%

-83%

-49%

-32%

68%

-87%

-51%

Evolutie

2

Wat zou de rentabiliteit zijn van een warmtepomp in een kantoorgebouw van 25.000 m uitgerust met gasverwarming en welke flexibiliteit brengt die op het vlak van de energiemix? Op dergelijke vragen kunnen simulaties gebaseerd op dynamische beheersystemen van gebouwen een antwoord geven. In dit geval is de mix gasverwarming + (elektrische) warmtepomp over de hele lijn rendabel. De mix optimaliseert zowel het verbruik en de kostprijs als de uitstoot van broeikasgassen. De simulatie stelt ons ook in staat om de flexibiliteit van de investering in te schatten ten aanzien van de mogelijke schommelingen van de energieprijzen. Als de gasprijs een stijging van 30% zou kennen, zou de energiefactuur van het gebouw in het scenario “zonder warmtepomp” met 15% stijgen, en met slechts 2% in het scenario “met warmtepomp”. nr4 energymag | 41

38-41 Batiment existants nl.indd41 41

11/12/06 17:35:42


TECHNOLOGY | COGENERATION

WKK op biomassa

Speerpunttechnologie in vogelvlucht Een dertigtal Belgische industriëlen die WKK-projecten op basis van biomassa in de steigers hebben staan, zijn tussen 21 en 23 november 2006 hun licht gaan opsteken bij de Oostenrijkse collega’s die voorop lopen in het gebruik van bioenergie. Een overzicht van de meest opmerkelijke ontdekkingen op dit gebied.

Motor van 2.000 kWe gevoed met synthesegas afkomstig van fluïde bed vergassing van hout (Güssing, Oostenrijk).

Breedte van de “omgekeerde” stoomcompressor die een vermogen ontwikkelt van 800 kWe (Artberg, Oostenrijk).

Warmtekrachtkoppeling op basis van biomassa is al goed ingeburgerd in Oostenrijk: daar zijn al 152 installaties aanwezig die samen goed zijn voor een vermogen van 424 MWe… Ter vergelijking: in Wallonië dat in dit domein toch flink meekomt, vertegenwoordigt de biomassa warmtekrachtkoppeling amper 48 MWe! Aan de andere kant is het zo dat de Oostenrijkers, toch een vooruitdenkend volkje, al sinds jaar en dag aan het pionieren zijn met technologieën waarvan wij in België nog niet durven dromen. Sommige daarvan kennen zelfs hun gelijke niet in de hele wereld! De meest spectaculaire vinding is ongetwijfeld de organische Rankine-cyclus (ORC genaamd) of “omgekeerde” stoomcompressor. Er zijn zelfs warmtekrachtkoppelingsinstallaties die uitgevoerd zijn met een ORC. Ze werken op basis van vergassing onder hoge druk met een performant filtersysteem voor de geproduceerde synthesegassen. Hiervoor wordt biodiesel gebruikt. Dé clou van het spektakel was, volgens onze landgenoten, een automatisch aangestuurde installatie voor warmtekrachtkoppeling op hout. Dit systeem draait volledig op eigen houtje, zonder dat de mens hoeft in te grijpen! Dit zijn zaken waar ze in Oostenrijk allang niet meer van opkijken. Een “gewone” installatie, bestaat daar uit een houtverbrandingsoven en een stoomturbine van 1.500 kWe. De warmte wordt gedistribueerd via een 6 km lang warmteverdeelnet tegen de prijs van 46 €/MWh warmte, alles inbegrepen. Tijdens deze gedenkwaardige hoogtechnologische trip kwam het Belgische gezelschap ogen tekort. Het zeer drukke programma dat bol stond van interessante bedrijfsbezoeken werd in een gemoedelij-

ke sfeer afgewerkt. Dit zeer gewaardeerde initiatief van de Waalse energieminister zal beslist een enabler zijn voor de opstart van diverse belangrijke projecten inzake biomassa warmtekrachtkoppeling waar een prijskaartje van een paar miljoen euro aan hangt. De vraag is niet langer: moeten we een biomassa warmtekrachtkoppeling installeren of niet? Maar wel: welke technologie kiezen? Een teken dat er stilaan een mentaliteitsverandering bij ondernemers en projectdragers op gang komt in het voordeel van groene stroom. Zeker als die rendabeler blijkt te zijn dan gedacht… Energie opwekken uit hout? De oudste techniek bestaat erin stoom te produceren onder hoge druk in een houtverbrandingsoven (hout vooraf vermalen). De stoom expandeert dan in een stoomturbine gekoppeld aan een elektriciteitsgenerator. Aan de uitgang van de condensatieturbine moet de lagedrukstoom worden gecondenseerd op een temperatuur van ongeveer 20°C. Een temperatuur die te laag is om een gebouw te verwarmen of voor een industrieel proces. Daarvoor moet stoom tegen hogere druk worden afgetapt (en dus tegen hogere temperatuur). Of men moet kiezen voor een zogenaamde tegendrukturbine waar de stoom aan de uitgang van de turbine afhangt van de warmtebehoefte. Het gamma beschikbare vermogens gaat ongeveer van enkele honderden kWe tot meerdere tientallen MWe. Het elektrisch rendement schommelt tussen 10 à 30% op COW van hout. Er werken meerdere installaties van dat type in België (Burgo Ardennes, Recybois, Renogen, les Awirs, …). Er zijn varianten mogelijk, zoals het gebruik van een stoommotor in het gamma 200 tot 1.500 kWe (Le Saupont te

42 | energymag nr4

42-43 biomasse nl.indd 42

13/12/06 20:08:25


COGENERATION | TECHNOLOGY Stoomketel voor houtzaagsel met neergaande verticale vlam (een wereldunicum) gekoppeld aan een turbine van 1.700 kWe in zuiver elektrische modus of van 1.400 kWe en 3.500 kWth in de modus warmtekrachtkoppeling (Güssing, Oostenrijk).

Bertrix), of een compressor met “omgekeerde” schroef (Feldbach in Oostenrijk 800 kWe). De investeringskost, alles inbegrepen en subsidies niet meegerekend, ligt tussen de 8.000 €/kWe (voor 200 kWe - referentie Le Saupont te Bertrix) en 2.500 €/kWe (voor 3.100 kWe - referentie Recybois te Virton). Houtvergassing Een andere techniek, vergassing, bestaat erin het hout om te zetten in een synthesegas, voornamelijk bestaande uit koolstofmonoxide en waterstof, om het dan, gezuiverd, te injecteren in een aangepaste warmtekrachtkoppelingsmotor. De motor drijft een alternator aan voor de productie van elektriciteit. De warmte wordt op meerdere niveaus herwonnen: de koeling van het motorblok en de uitlaatgassen evenals de koeling van het zorgvuldig gezuiverd synthesegas. Het voordeel is dat men zo een goed elektrisch rendement krijgt dankzij de technologie van de gasmotor. Deze vast-bed technologie is beschikbaar vanaf 300 kWe en heeft een elektrisch rendement van 22% à 25%. Er bestaan meerdere installaties (Mariembourg en Battice) en er worden er ook bij gebouwd (Gedinne, Doornik, …). Voor grotere vermogens wordt eerder gekozen voor fluide-bedvergassing, zoals de installatie van 2 MWe te Güssing (Oostenrijk). Het slimme van de Oostenrijkse installatie is dat het synthesegas wordt gezuiverd met behulp van biodiesel. De “vuile” biodiesel wordt vervolgens opnieuw in de gasgenerator geïnjecteerd. De investering in een sleutel-op-de-deur-project bedraagt 6.500 €/kWe (voor 300 kWe - referentie Seco-Bois) à 3.500 €/kWe (voor 2.000 kWe - referentie Güssing in Oostenrijk).

Organic Rankine Cycle De techniek die gebruik maakt van de organische Rankine-cyclus (ORC), nog onbekend in België, bestaat erin een organische vloeistof te gebruiken (synthetische olie met silicone) die het voordeel heeft te verdampen bij lagere temperaturen dan water om stoom te produceren. De organische vloeistof verdampt onder hoge druk waarna de aldus ontstane stoom expandeert in een turbine die een elektriciteitsgenerator aandrijft. Deze technologie is ook terug te vinden bij toepassingen waarbij aardwarmte wordt gebruikt of de restwarmte van een industriële oven. De lage-temperatuurwarmte kan dan nog goed worden gebruikt om stroom op te

wekken. Een gewone houtgestookte centrale verwarmt een thermische olie tot ongeveer 350°C en vervolgens verdampt de organische vloeistof. De olie keert terug in de oven tegen 250°C en is dus geen stoom kunnen worden, wat het concept en het onderhoud van de houtverwarmingsoven faciliteert. De ORC-technologie is beschikbaar vanaf 200 kWe tot 1.500 kWe en heeft een rendement dat iets hoger is dan de stoomtechnologie. De investering voor de bezochte installatie in Leoben in Oostenrijk bedraagt ongeveer 3.500 €/kWe voor een installatie van 3 modules van samen 4.500 kWe. Deze technologie is momenteel in opmars. p Ismaël Daoud

1 Regenerator and condenser 2 Turbine 3 Electric generator 4 Circulation pump 5 Pre-heater 6 Evaporator 7 Hot water outlet 8 Hot water inlet 9 Thermal oil inlet 10 Thermal oil outlet ORC-systeem bestaande uit 3 modules van 1.500 kWe en 4.500 kWth elk (Leoben, Oostenrijk).

nr4 energymag | 43

42-43 biomasse nl.indd 43

13/12/06 20:08:58


RENEWABLE | COGEN PLAN

44 | energymag nr4

44-47 Minguet nl.indd 44

© L. van Steensel

Op zijn 47ste heeft de Luikse zakenman al een CV om ù tegen te zeggen. Na enkele jaren als ontwikkelingswerker in Marokko aan de slag te zijn geweest en een bliksemverblijf van twee jaar bij Petrofina, wordt hij development manager bij een KMO in de elektronicabranche: EVS Broadcast Equipement. In 1994 koopt hij samen met zijn kompaan Pierre L’Hoest het bedrijf waar hij werkt over. Dan begint hij aan een pijlsnelle opmars die leidt tot een ongeziene “succes story” op wereldschaal met een beurskapitalisatie van ongeveer 500 miljoen €. Runner-up is nu XDC, een nieuwe dochter van de groep die al prominent aanwezig is op de wereldmarkt van de digitale cinema. Zijn challenge? “Duurzame energie”, zegt hij met de glimlach op de lippen. Hij zal vast nog van zich laten horen, Laurent Minguet.

11/12/06 17:11:22


COGEN PLAN | RENEWABLE

Laurent Minguet

De man die België wil verwarmen en verlichten met biomassa! De ingenieur en zakenman, stichter van EVS en huidige CEO van XDC, respectievelijk aan de wereldtop inzake beeldvertraging en digitale cinema, heeft een nieuwe passie: duurzame energie. “Met biomassa”, zegt hij, “kan op een rendabele en duurzame wijze in de stroombehoefte en voor 80% in de verwarmingsbehoefte van de Belgen worden voorzien”. Hij presenteert een “Belgisch biomassa WKK-Plan”. Dit is een 50.000 km lang landelijk gespreid warmteverdeelnet gevoed door elektriciteit voor 100% verkregen door biomassa warmtekrachtkoppeling. Een project met een interne rentabiliteit van 22% per jaar! “Waarom nog langer uitputbare fossiele brandstoffen blijven verstoken? De zon levert ons 6 000 meer energie dan we met zijn allen wereldwijd verbruiken!” stelt de man die in 2004 door Trends Tendances uitgeroepen werd tot Manager van het Jaar. Als we in dit tempo energie blijven verbruiken, met name 11 miljard ton aardolie-equivalent (tep) op wereldschaal, is de olie op binnen 40 jaar, het aardgas binnen 65 jaar, de kolen binnen 250 jaar en binnen 55 jaar zouden we ook door onze uraniumreserves heen zijn, zegt het Internationaal Energie Agentschap (2004). Naar alle waarschijnlijk zullen de reserves nog sneller uitgeput geraken, gezien de forse stijging van het energieverbruik wereldwijd: van 6 miljard tep in 1973 zou het verbruik volgens het IEA tegen 2030 oplopen tot 16.5 miljard tep! Tropische biomassa, de goedkoopste zonneconcentrator Laat dit nu net Laurent Minguets ambitie zijn: het beleid veranderen. Zonder aarzelen deed hij zijn “Belgisch plan voor biomassa WKK” uit de doeken bij

de diverse energieministers. Biomassa is namelijk de goedkoopste zonneconcentrator die er is. In België kan een hectare cultuurbos jaarlijks ongeveer 12 ton droge stof leveren (tds) of 60 primaire MWh. Als we uitgaan van een stroomrendement van 25% zou één hectare dus goed zijn voor 15 MWh elektriciteit. De eenheidskost bedraagt hier 55 € per MWhe. Een Belgisch veld met zonnepanelen kan daarentegen per hectare maar liefst 1.500 MWh stroom opwekken! Aan de andere kant ligt de kostprijs heel wat hoger: 500 € per elektrische MWh… Om naast de resources die wereldwijd voorhanden zijn nog voldoende bevoorrading met biomassa te verzekeren, overweegt Laurent Minguet om eucalyptus en andere snel roterende variëteiten aan te planten (gmelina, leucena, acacia) in tropische gebieden gelegen tussen de 15 graden noorder- en zuiderbreedte. De overvloedige regenval en bezonning zouden in deze gebieden een productie van 20 tds/ha of 25 MWhe kunnen opleveren. “De beplanting dient om de bodemstructuur te verstevigen

en humus aan te maken ter verrijking van de bodem. In de schaduw van die bomen zouden dan peulgewassen kunnen worden geteeld”, legt hij uit, “en dit zal de boeren in het Zuiden een financieel rendement per hectare geven dat 5 à 10 maal hoger ligt dan de huidige rendementen (rijst, soja, maïs, tarwe…)”. Minguet heeft inmiddels al 38.000 jonge eucalyptusbomen aangeplant op een perceel van 25 ha in Casamance (Senegal), kwestie van “al wat te oefenen”. Tegen 2008 denkt hij er nog zo’n 1,5 miljoen bij te planten. Genoeg om tegen 2011-2012 een biomassa elektriciteitscentrale van 3 MWe te voeden welke moet voorzien in 50% van de stroombehoefte van Casamance. De namen van de bedrijven zijn al bekend: PEC (Production Electrique de Casamance) zal worden gevoed door BES (Bois Energie du Sénégal). De idee van een geïntegreerde filière voor de productie van biomassa is beslist niet onrealistisch. Via zijn dochter Companhia Agricola e Forestal (18.400 werknemers!) baat de Groep Arcelor Mittal in Brazilië reeds 100.000 ha percelen met nr4 energymag | 45

44-47 Minguet nl.indd 45

11/12/06 17:11:54


RENEWABLE | COGEN PLAN

Een plantage 18 maand oude eucalyptusbomen. © Arcelor Mittal

Om de bevoorrading met biomassa te verzekeren, wil Laurent Minguet tevens een geïntegreerde filière voor bosontginning uitbouwen in de daarvoor geschikte tropische gebieden. Het idee is beslist niet onrealistisch. De groep Arcelor Mittal baat in Brazilië 100.000 hectare percelen met eucalyptusbomen uit, welke worden omgezet in ‘groene’ houtskool als brandstof voor de hoogovens. De staalfabrikant voorziet al voor 2,5% in de eigen energiebehoefte via deze biologische bron en wil deze dan ook verder ontwikkelen.

eucalyptusbomen uit, welke worden omgezet in ‘groene’ houtskool die als brandstof dient voor de hoogovens van de fabriek van Juiz de Fora. Arcelor Mittal verwierf als een van de eerste industriebedrijven het FSC- label (Forest Stewardship Council) dat een referentie is in de bosontginning. De staalfabrikant overweegt om de productie van deze hernieuwbare brandstof, die nu al voor 2,5% in de eigen behoefte wereldwijd voorziet, in de toekomst verder uit te breiden. Tot slot geven we nog mee dat de groep daarnaast beslist veel profijt zal hebben bij de CO2-kredieten die worden toegekend binnen het kader van het Clean Development Mechanism van het Kyoto Protocol (zie kaderstuk en artikel op pagina 16). 14.000 MWe uit biomassa WKK in België Het gecumuleerd vermogen van alle Belgische elektriciteitscentrales schommelt rond de 16.000 MWe, goed voor 84 miljoen MWh elektriciteit op jaarbasis. Dit is niet mis, maar toch stelt de financier boudweg dat het mogelijk (en rendabel!) is om 14.000 MWe te bekomen uit biomassa WKK in België. Hiervoor moeten er bomen worden aangeplant op een oppervlak van 37.500 km2, wat overeenkomt met 123% van het Belgisch grondgebied of nog 1,6% van het grondgebied van de Democratische Republiek Congo. Deze installaties zouden dezelfde hoeveelheid elektriciteit opwekken en 80 miljoen MWh warmte, ten behoeve van 80% van de residentiële Belgische klanten. De distributie van warmte is de hoeksteen

waarop het hele project steunt. Hiervoor zouden miniatuurcentrales dicht bij de warmteafnemers worden opgesteld. Waar een kernreactor een elektrisch vermogen van 1.000 MWe kan ontwikkelen, zijn er voor het Belgisch biomassa WKKplan van Laurent Minguet eenheden nodig met een gemiddeld vermogen van 14 MW voor elektriciteit en 42 MW voor warmte. Het volstaat, aldus Minguet, om de helft van de wegen uit te rusten met een 50.000 km lang warmteverdeelnet om 80% van de verbruikspunten in België te dekken. Ter vergelijking: met een 18.000 km lang warmteverdeelnet kon Duitsland in 2001 voor 12% in zijn warmtebehoefte voorzien. Dit net leverde 87 miljoen MWh warmte, waarvan 81% geproduceerd door “klassieke” warmtekrachtkoppelingseenheden (aardgas en kolen). Een uitzonderlijke rentabiliteit 22%, ieder jaar! Het knappe is, dat de grote XDC-baas een oplossing heeft gevonden, gebaseerd op schone hernieuwbare energie die ook nog eens (buitengewoon) rendabel is. Een voorbeeld. De investering in een productie-eenheid van 14 MWe, voor een gemeente met 10.000 inwoners, zou ongeveer 35 miljoen € bedragen als we uitgaan van een kostprijs van 2.500.000 € per geïnstalleerde MWe, wat realistisch is. Voor de distributie zou er een warmteverdeelnet van gemiddeld 50 km lang benodigd zijn, wat een investeringsbedrag van 15 miljoen € betekent, aansluiting inbegrepen. Totale investering: 50 miljoen €, exclusief subsidies.

De afschrijving over 40 jaar tegen een leningsintrest van 3,5% per jaar komt neer op een jaarlijkse financiële last van 2,3 miljoen €. Om 84.000 MWh stroom en 80.000 MWh warmte te genereren, zal deze eenheid jaarlijks 75.000 tds hout verbruiken of het equivalent van 6.250 ha bos in België of 3.750 ha in de Democratische Republiek Congo, bijvoorbeeld. Als de stroom op het net wordt geïnjecteerd en verkocht tegen 65 €/ MWhe levert dit ieder jaar 5,5 miljoen € winst op. De warmte geleverd tegen de prijs van 50 €/MWhth, zou 4 miljoen € in het laatje brengen. De aankoop van het hout tegen 60 €/tds, per schip vervoerd, komt overeen met een jaarlijkse uitgave van 4,5 miljoen €. Daar bovenop komen nog de onderhouds- en werkingskosten welke door de ingenieur worden geraamd op 0,5 miljoen €. Met aftrek van de afschrijving, levert het project een cash flow van 2,2 miljoen € op. Als de eenheid in Wallonië zou staan, zouden daar nog de ongeveer 100.000 “Waalse” groene certificaten bijkomen (zie kaderstuk), die de stroomproducent belonen voor de 45.600 ton CO2 die hij niét in het milieu loost, wat neerkomt op een slordige 6,5 miljoen €: een flink bedrag dus. De jaarlijkse nettowinst, na aftrek van de afschrijving, komt uit op 8,7 miljoen €, dit is een interne rentabiliteit van 22% per jaar. Anders gezegd, de investering van 50 miljoen € wordt gerentabiliseerd binnen de 4,5 jaar. Dat is tamelijk uitzonderlijk in de energiesector. 50.000 nieuwe banen in vijftien jaar Deze biomassa WKK-centrales zouden, indien over heel België verspreid, een elektrisch vermogen totaliseren van 14.000 MWe, of een totale investering van 50 miljard €, warmteverdeelnetten inbegrepen. Volgens de auteur van het Plan, zou ongeveer 60% van het investeringsbedrag bestaan uit plaatselijke werkuren, of 30 miljard € of het equivalent van 50.000 jobs vijftien jaar lang! Het zou hier dan gaan om zowel gekwalificeerde jobs (onderzoek en ontwerp van de biomassa WKKcentrales), als middelmatig gekwalificeerde (technische installaties), en

46 | energymag nr4

44-47 Minguet nl.indd 46

11/12/06 17:11:56


COGEN PLAN | RENEWABLE

zelfs laag gekwalificeerde jobs (grondwerken). Laurent Minguet tempert het enthousiasme: “Laten we niet te snel van stapel lopen, een project van dat kaliber krijgt beetje bij beetje vorm. Als de politieke wil aanwezig is, kunnen we er vanuit gaan dat het biomassa WKK-net zich langzaam maar gestaag zal uitbreiden over een tijdspanne van twaalf à vijftien jaar”. Doordat de groei van het stroomaanbod van de biomassa WKK-centrales over meerdere jaren gespreid is, zouden de huidige producenten hun minder rendabele centrales geleidelijk aan kunnen ontmantelen, met inbegrip van de 7 Belgische kernreactoren die een elektrisch vermogen totaliseren van 5.600 MWe. Een ander voordeel van het plan van Laurent Minguet, is dat een dergelijke investering op geheel “natuurlijke” wijze tot stand komt, afhankelijk van hoe technischeconomisch aantrekkelijk zij is en dan denken we aan allerhande financiele steunmaatregelen als daar zijn: de groene certificaten en, in voorkomend geval, de WKK-certificaten. Centrales

die het meest rendabel en het makkelijkst te installeren zijn, zullen uiteraard het eerst worden gebouwd. “Het zou wenselijk zijn dat er overheidscontrole komt op het beheer van het warmteverdeelnet, net zoals bij het stroomnet, en dat er correcte prijzen worden toegepast voor de warmtedistributie”, suggereert Laurent Minguet. “Bovendien zijn de warmteverdeelnetten makkelijk aan te passen aan nieuwe typen WKKeenheden”, preciseert hij. “Stel nu dat op hernieuwbare wijze geproduceerde waterstof de energiedrager van de toekomst wordt, dan kunnen de WKK-centrales vlot worden aangepast”. Vier maal Kyoto België heeft zich geëngageerd om tegen 2012 de uitstoot van CO2 met 7,5% terug te dringen ten aanzien van de emissie in 1990. Dat betekent een inspanning van 11 miljoen ton CO2 ten opzichte van de 145,7 miljoen ton CO2 die uitgestoten werd in 1990. Of nog 1,1 ton per inwoner. Volgens het rapport dat het Europees Milieuagentschap op

27 oktober 2006 publiceerde kan België dat onmogelijk halen. De uitstoot van broeikasgassen zou zelfs nog met 1,2% stijgen waardoor ons land verplicht wordt om “schone” projecten in het buitenland te financieren… En dit, terwijl het biomassa WKK-project van Laurent Minguet de Belgische CO2 uitstoot ieder jaar met 45,6 miljoen ton zou kunnen verminderen. Een elegante en rendabele manier om vier maal onze Kyoto-doelstelling te halen! Daar kan de overheid een punt aan zuigen: waarom elders projecten financieren? Dat kunnen ze hier ook doen, op rendabele wijze en met jobcreatie als gevolg. Toegegeven, in zijn geheel genomen lijkt het plan Minguet te mooi om waar te zijn. Maar als denkpiste is het in ieder geval interessant, al is het maar omdat andere landen het idee al opgepikt hebben. Of het werkt, zal de toekomst moeten uitwijzen. p Ismaël Daoud

Meer hierover: www.nowfuture.org

Een bloeiende ‘CO2-economie’ In het kielzog van de Kyoto-akkoorden en op impuls van de Europese Commissie hebben de 25 lidstaten een Nationaal Allocatieplan voor CO2-emissiequota ingevoerd. Dit plan voorziet de toekenning van CO2-emissievergunningen op degressieve basis, afnemend met de jaren. Op die manier worden grote energieverbruikers, de enigen wie deze maatregel momenteel aanbelangt, gestimuleerd om oplossingen te vinden om hun uitstoot aan banden te leggen. Er zijn twee mogelijkheden. Bedrijven kunnen zelf REG-maatregelen nemen en investeren in hernieuwbare energie en warmtekrachtkoppeling of waarom niet brandstof met een gunstigere CO2-balans gebruiken. De tweede mogelijkheid is ontbrekende tonnen CO2 kopen om de opgelegde quota te kunnen halen. De ton CO2 heeft dus een prijs op deze nieuwe “wereldmarkt”, die beheerst wordt door de wet van vraag (bedrijf dat zijn CO2-emissie wil compenseren) en aanbod (bedrijf dat zijn CO2-emissie heeft verminderd door concrete acties). Momenteel bedraagt de prijs ongeveer 10 € per ton CO2. Op de schaal van een gemeente met 10.000 inwoners, zou een WKK van 14 MWe en 42 MWth, die een jaarlijkse besparing realiseert van 45.600 ton CO2 vergeleken met een klassieke productie van dezelfde hoeveelheden warmte en stroom (referentie: aardgas), een extra financiële winst opleveren van 0,456 miljoen euro. Om de filière van “groene” stroomproductie financieel te ondersteunen, hebben de regeringen van de drie gewesten evenals de federale regering een systeem van certificaten ingevoerd. Het Waals en het Brussels gewest hebben gekozen voor de besparing van CO2 als berekeningseenheid. In Vlaanderen is de berekeningseenheid de besparing van primaire energie (voor het verkrijgen van een WKK-certificaat) en/of de productie van een MWh hernieuwbare elektriciteit (voor het verkrijgen van een groen certificaat). Op federaal niveau wordt de MWh hernieuwbare elektriciteit eveneens gebruikt als berekeningseenheid voor het toekennen van groene certificaten. In Wallonië levert een besparing van 456 kg CO2 bij de productie van groene elektriciteit een groen certificaat op ter waarde van 92 €. Een ton CO2 heeft op deze specifieke markt dus een waarde van 200 €. In het Brussels Hoofdstedelijk gewest is de berekening anders. De producent van groene elektriciteit krijgt een groen certificaat iedere keer dat hij 217 kg CO2 bespaart. Tegen de huidige prijs van 69 € per groen certificaat is een ton CO2 hier 318 € waard… CO2 besparen brengt geld op! p Ismaël Daoud

nr4 energymag | 47

44-47 Minguet nl.indd 47

11/12/06 17:12:06


AGENDA

JANUARI p JANVIER u Voorjaar 2007, Oostende Opleiding Zonne-energieprojecten www.syntrawest.be

u 15-22/01, Asse Opleiding Wintercursus Het gebouw: thermische isolatie en luchtdichtheid, ventilatie www.wtcb.be

u 23-26/01, Mende (Frankrijk) Studiedag Convevoir une chaufferie automatique au bois avec réseau de chaleur www.itebe.org

u 25/01, Brussel Studiedag De warmterecuperatie van ventilatielucht www.atic.be

Fair & Exhibitions u 22-23/01, London (UK) 8th annual emissions trading

u 28/02 - 9/03, Antwerpen EasyFairs Maintenance

u 16-20/04, Hanover (D) Cetex Hannover

www.mefinance.com

www.easyfairs.com

www.messe.de

u 24-25/01, Berlin (D) 4th Clean Energy Power 2007

u 1/03, Wels (A) European Energy Efficiency Conference

u 17-21/04, Vicence, (I) Solarexpo

www.energiemessen.de

u 26/01, Bolzano (I) GreenVillageTechs 2007 irc.cordis.lu

u 29-31/01, Brussel European Renewable Energy Policy Conference www.erec-renewables.org

u 6-8/02, Essen (D) E-World of Energy www.messe-essen.de

u 14-17/02, Lyon (F) Salon des Energies Renouvelables

cobot-bedienden@skynet.be

FEBRUARI p FÉVRIER

u 18-19/04, Rotterdam (NL) EasyFairs Industrie & Milieu www.easyfairs.com

u 6-9/03, Brussel Worldbiofuelsmarkets Congress & Exhibition

u 19-22/04, Orléans (F) Salon Bois Energie www.boisenergie.com

www.greenpowerconferences.com

u 1-3/05, Birmingham, (UK) Nemex

u 6-10/03, Frankfurt am Main (D) ISH 2007

www.nemex-energy.co.uk

ish.messefrankfurt.com

u 7-10/05, Milano, (I) EWEC - European Wind Energy Conference & Exhibition

u 16-19/03, Paris (F) Ecobat: le salon de l’éco-construction

www.ewea.org

www.salon-ecobat.com

u 14-17/02, Lyon (F) Enéo www.salon-eneo.com/2007

www.energik.be

u 25/01, Zwijnaarde Studiedag Luchtzuivering en geurbestrijding

u 2-4/03, Böblingen (D) Erneuerbare Energien www.erneuerbareenergien.com

www.energie-ren.com

u 25/01, Wilsele-Leuven Studiedag REG-premies voor KMO en industrie

www.solarexpo.com

www.esv.or.at

u 2-4/04, Beja, Alentejo (P) European Meeting Point, Energy and Development 2007

u 28/02 - 3/03, Madrid (E) Climatizacion 07

energyanddevelopment-2007.net

www.ifema.es

u 13-14/04, Bregenz, (D) 11e Conférence Internationale maison passive

u 28/02 - 2/03, Madrid (E) Genera

u 7-11/05, Berlin (D) 15th European Biomass Conference and Exhibition www.conference-biomass.com

u 21-24/06, Chevetogne ECOnergies - Salon international des énergies renouvelables www.econergies.be

www.passivhaus-institut.de

www.ifema.es

u 19-20/09, Brussel EasyFairs ECL: the meeting place for the electrician!

u 1/02, Antwerpen Opleiding Dompelpompen en hun werkomgeving

www.easyfairs.com

www.vik.be

u 14/02, Antwerpen Opleiding Hogere Cursus Energietechniek in gebouwen - Module 3

u 13/03, Gent Opleiding Inkopen van gas en elektriciteit www.stichtingbedrijfsmanagement.be

u 15/02, Zwijnaarde Studiedag BREF Energie-efficiëntie

u 15-22/03, Genk Opleiding Wintercursus Het gebouw: thermische isolatie en luchtdichtheid, ventilatie

cobot-bedienden@skynet.be

www.wtcb.be

u 28/02, Antwerpen Opleiding Industriële koeltechniek

u 16/03, Antwerpen Opleiding Aandrijvingen

www.vik.be

www.vik.be

www.ti.kviv.be

MAART p MARS u 7-14/03, Sint-Niklaas Opleiding Wintercursus Het gebouw: thermische isolatie en luchtdichtheid, ventilatie www.wtcb.be

u 22/03, Oostende Studiedag Houtskeletbouw met link naar EPB en Passiefhuis www.syntrawest.be

u 29/03, Gent Opleiding Energiehuishouding voor productiebedrijven

u 18/04, Antwerpen Opleiding Gevorderden cursus industriële koeltechniek

www.stichtingbedrijfsmanagement.be

www.vik.be

APRIL p AVRIL

u 18/04, Gent Opleiding Rationeel energieverbruik

u 5/04, Brussel Studiedag De verwarmingsinstallaties en de normalisatie van de akoestiek www.atic.be

u 12/04, Brussel studiedag Hernieuwbare energie in de stad www.ibgebim.be

u 16 - 23/04, Kortrijk Opleiding Wintercursus Het gebouw: thermische isolatie en luchtdichtheid, ventilatie

www.stichtingbedrijfsmanagement.be

JUNI p JUIN u 14/06, Leuven Studiedag HVAC concepten en energie: welke evolutie? Welke middelen werden op punt gesteld door de verschillende regio’s in België? www.atic.be

www.wtcb.be

48 | energymag nr4

48 Agenda nl.indd 48

14/12/06 12:18:20


the annual EPBD guide book

2007 edition 25,00 €

Gids 2007 voor de Energieprestaties van Gebouwen | Nederlandstalige uitgave | www.energybook.be

N I T N J I H C 7 S 0 R 0 E 2 V R E B M E T SEP Renoveren | Bouwen | Beheren

De eerste gids voor energie-efficiëntie en duurzame ontwikkeling van gebouwen > Alles over de wetgeving > Uitleg over de best practices > Een zestigtal technische fiches > De adressen van alle actoren Opdrachtgevers, bouwheren, bouwdirecties, voorschrijvers, bouwprofessionals Annual: ontdek de actoren en deskundigen op het terrein van duurzaam bouwen. Technische fiches: begrijp en evalueer de meest performante oplossingen.

Reserveer vandaag nog uw bedrijfsprofiel of uw advertentie Contact: info@energybook.be Energybook nl.indd 1

www.energybook.be

Tel.: +32 (0)2/737.91.19 12/12/06 12:02:52


energy partners

VITO Uw innovatiepartner VITO voert in opdracht van kmo's, grote bedrijven en overheid onderzoek uit in de domeinen leefmilieu, energie en materialen.

Contact: Tel + 32 14 33 55 53 Fax + 32 14 33 55 99 vito@vito.be

www.vito.be

Uw boodschap u 6 x per jaar u vierkleuren-

druk u dit formaat (H: 80 mm x B: 55 mm)

U wenst meer informatie? U wilt reserveren? tel: +32 2 737 91 19 mail: advertising@energymag.be fax: +32 2 735 30 97

Bestelbon

© U bent fabrikant, leverancier, installateur van energieproducten? Leverancier van diensten? Ingenieursbureau? U wenst geen al te groot reclamebudget te besteden? Dan is de rubriek ENERGY PARTNERS iets voor u.

t t t

Fax deze bestelbon alstublieft naar 50 | energymag n°2 het nummer 02 735 30 97

50 Energy Partners nl.indd 50

5 + 1 INLASSING GRATIS* Keuze

Formaat Prijs ( ¤ excl. BTW) 1 x 1 blok (80 x 55 mm) ........1.250 2 x 1 blok (80 x 110 mm) .......2.500 * Eén inlassing per nummer gedurende 6 opeenvolgende nummers.

Onderneming ....................................................................................... Contact ................................................................................. PM

PV

Functie ............................................................................................... E-mail ................................................................................................. Adres .................................................................................................. ............................................................................................ Tel ................................................... Fax ............................................ BTW ....................................................................................................

Stempel van de onderneming

Datum en handtekening

11/12/06 17:50:03


Louis F. Storz, senior vice president, Nuclear Operations, PSEG, spreekt over Dale Carnegie Training®

Culture change: “Dale Carnegie Training speelde een belangrijke rol in de ombuiging van onze organisatie van een negatieve, weinig productieve werkomgeving tot een organisatie die haar objectieven bereikt.”

Empowerment: “Medewerkers bereiken doelstellingen die ervoor als onmogelijk werden beschouwd.”

Teamwork: “Dale Carnegie Training creëert een open sfeer waardoor teamwork wordt gestimuleerd en waardoor de leidinggevenden meer zelf-vertrouwen ontwikkelden.”

Self-confidence: “Ik zag Dale Carnegie Training het zelfvertrouwen van onze medewerkers in grote mate versterken. Mede hierdoor kon de gewenste verandering gerealiseerd worden.”

Dale Carnegie België & Luxemburg Open of in-company opleidingen, coaching en op maat oplossingen. Inlichtingen: dct-info@dcbenelux.com +32 (0)2 725 25 46 www.dcbenelux.com www.dalecarnegie.com

The only sustainable competitive advantage is the quality and leadership of your people.

DCT PSEG NL.indd 1

Breakthrough to Success with the new Dale Carnegie Course® 24/03/06 12:55:23


HP Instant-On printen. U bent er al helemaal mee vertrouwd.

- € 400

HP LaserJet printers* met de Instant-On technologie schakelen vanuit de energiespaarstand onmiddellijk over op printen - zonder wachttijd. U klikt, zij printen. Dat gaat zo snel dat u vaak al lang klaar bent als een andere printer nog aan de eerste pagina moet beginnen. Als ze niet printen, gaan ze opnieuw in energiespaarstand en dat is goed voor uw elektriciteitsfactuur én voor het milieu. In zaken moet je tegenwoordig altijd alert zijn. Waarom zou dat voor uw printers anders zijn?

Nu € 400 overnamepremie voor uw oude printer van om het even welk merk** bij aankoop van de HP Laserjet M5025 MFP, standaard uitgerust met Instant-On technologie. www.hp.com/eur/tradein

www.hp.be/instant-on

©2006 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Alle rechten voorbehouden. *Alle HP LaserJet-printers zijn uitgerust met de Instant-On technologie, behalve de HP Color LaserJet 9500, de mfp-reeks en de HP LaserJet 9000-printerreeks. ** Overnameaanbod geldig tot 31/01/2007. Aanbevolen verkoopprijs buiten promotie: € 2950. Lijst van overgenomen producten op www.hp.com/eur/tradein.

S3300504Q-Energy-297x210N.indd 1

4/12/06 17:24:07


energymag 4 nl