Issuu on Google+

ENERGIE Actueel

Tips

voor de redactie? Tips voor de redactie? De redactie verwelkomt tips en onderwerpsuggesties van de lezers. Ook wil de redactie graag persberichten en overige van belang zijnde mailings ontvangen. Zie het colofon op pagina 10 voor het redactieadres.

Dinsdag 20 maart 2012, jaargang 15, nummer 4

Energie Actueel verschijnt eenmaal per drie weken - Oplage: 5.500

Nancy Kabalt, directeur Klant & Markt Alliander in nieuwe serie ‘De passie voor techniek vormt het hart van ons bedrijf’

Netbeheerders presenteren storingscijfers 2011

3

DONG Energy zoekt proefkonijnen voor slim stroomverbruik Het Deense bedrijf DONG Energy wil in samenwerking met commerciële afnemers praktijkprojecten gaan uitvoeren om te bekijken hoe het elektriciteitsverbruik kan worden geflexibiliseerd. Doel is om uit te vinden hoe op een markt met meer duurzame, maar daardoor ook minder voorspelbare energieproductie de balans in het intelligente net van de toekomst overeind kan worden gehouden. Wel te verstaan zonder geweldige investering in uitbreiding van de capaciteit van het net. Volgens DONG Energy moet daarom een flexibel gebruik in de stroomprijs terug te vinden zijn. Zo wordt het voor de afnemers attractief om het verbruik aan te passen aan het aanbod. De bedrijven die het concern in Denemarken zoekt om een en ander uit te proberen, dienen daarom ook innovatief te zijn. Nuttige informatie Vast staat in ieder geval volgens DONG Energy dat het stroomverbruik fors gaat toenemen naarmate de stookolie verwarminginstallaties worden vervangen door warmtepompen en er meer elektrische auto’s op de weg komen. De bedrijfspartners krijgen tijdens de proeven te maken met speciale contracten met gewijzigde leverantie- en tariefvoorwaarden. Deze worden vooraf in dialoog met de ‘proefkonijnen’ opgesteld. De hoop en verwachting is dat dit na afloop van de projecten een hoop nuttige informatie oplevert over het verbruikspatroon en de voorkeuren van de klant. Deze informatie kan mede worden gebruikt voor de ontwikkeling van het intelligente net, aldus het concern. n

opgemerkt

Nederlandse huishoudens afgelopen jaar 23 minuten zonder elektriciteit

Thijs Aarten, voorzitter Raad van Bestuur DNV KEMA

4

‘Veranderingen in energiesector vragen om nieuwe manier van samenwerken’ 7

Onzekerheid en verwarring rond ontmanteling nucleair park in België Meerderheid Belgen wil kerncentrales openhouden 8

Tekort aan technisch opgeleiden binnen topsector E nergie neemt toe

Krapte op arbeidsmarkt zet groei van energiesector onder druk Als de topsector Energie niet alles in het werk stelt om per jaar 40.000 technisch opgeleide mensen extra aan te trekken, dan komt de groei van de bedrijfstak ernstig in gevaar. Dat zegt Michiel Boersma, voormalig bestuursvoorzitter van Essent en boegbeeld van het topteam Energie. Vorige maand kreeg minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie namens alle negen topsectoren, waaronder de topsector Energie, een Masterplan Bèta en Technologie (MB&T) aangeboden. DOOR ALEXANDER HAJE De spanning op de arbeidsmarkt zal de komende jaren flink toenemen als het aanbod van technisch opgeleide mensen niet groeit. Nu al is die markt behoorlijk krap en die krapte wordt alleen nog maar groter

naarmate het aantal arbeidsplaatsen zich binnen de energiesector de komende jaren uitbreidt. Boersma: “Er is een substantiële toename nodig van technisch opgeleide mensen om aan de vraag van de arbeidsmarkt te kunnen voldoen. Concreet betekent dit dat in 2025

40 procent van alle afgestudeerden in ons land een bèta- en technologische opleiding moet hebben genoten. Nu bedraagt dat percentage nog slechts 25 procent.” De negen topsectoren, waaronder de topsector Energie, staan dus

voor een ambitieuze opgave, zegt Boersma. Onderdeel van die ambitie is dat de sectoren zich als doel stellen om gedurende een langere periode minstens 40.000 bètatechnologische mensen op jaarbasis aan te trekken door opleiding en zij-instroom. Urgent en ambitieus Het Masterplan Bèta en Technologie noemt de doelstelling zowel urgent als ambitieus. Boersma: “Urgent, omdat de topsectoren

mensen tekort gaan komen en er knelpunten ontstaan in het initieel bèta- en technologieonderwijs. Ons land presteert goed op het gebied van kennis en innovatie, maar loopt kwantitatief ver achter in bèta-afgestudeerden. Ambitieus, omdat de aanwas van bètaopgeleiden van 25 naar 40 procent moet groeien in de periode tussen nu en 2025. Er is dus veel werk aan de winkel.” Lees meer op pagina 5 en 6 n

Noren maken Noordzeeatlas voor CO2-opslag Voor het Noorse deel van de Noordzee is een atlas opgesteld met daarin de olie- en gasvelden waar ondergronds CO2 kan worden opgeslagen. De atlas is gemaakt door het oliedirectoraat NPD en onlangs officieel overhandigd aan het energieministerie. DOOR WIM VERSEPUT, KOPENHAGEN In totaal heeft het in kaart brengen van de mogelijkheden als resultaat opgeleverd dat er op het Noorse Noordzeeplat ruimte is voor de opslag van 70 miljard ton CO2. Dat geeft hoe dan ook even wat armslag, want bij de grootste CO2-emissiezondaar in Noorwegen – de olieraffinaderij in Mongstad – komt 1,5 miljoen ton per jaar vrij, zo licht het oliedirectoraat toe. “We vermoedden al dat de geïdentificeerde gebieden een groot potentieel hadden en dat is nu bevestigd”, aldus het NPD.

Artistieke windmolens

Windmolens van Nederlands oudste windpark in het Friese Oosterbierum zijn begin deze maand versierd met doeken van geselecteerde kunstenaars. Deze bijzondere tentoonstelling is een initiatief van energiebedrijf Nuon en kunstexpositiebureau Bubble Projects. Een dag na de onthulling van de kunstwerken op de Friese windturbines werd het ‘kunstje’ herhaald bij het Nuon-windpark in Almere. n

Geschikte gebieden De atlas geeft een uitgebreid overzicht en uitvoerige beschrijving van de geologische structuren die geschikt zijn voor langdurige opslag. De deskundigheid bij de

beoordeling van die geschiktheid is gebaseerd op de kennis die de afgelopen ruim veertig jaar door de Noren is opgedaan bij de olie- en gaswinning op zee. De geschikte gebieden zijn zowel lege en uit de productie genomen velden, als velden die naar verwachting de komende twintig tot veertig jaar uitgewonnen zijn. Ook beschrijft de atlas daarbij de opslagmogelijkheden die op bepaalde velden ontstaan als injectering van CO2 wordt toegepast om de druk op de olie- en gasreservoirs te vergroten. De opvang en opslag van CO2 (CCS) is voor de Noren een belangrijke politieke doelstelling. Voor onderzoek en beproeving is een speciaal laboratorium opgericht. In totaal is op de begroting 2012 een slordige 360 miljoen euro opgevoerd voor research naar methodes waarmee CCS kan worden aangepakt. n

Grote fracties Europees Parlement willen bindende doelen voor energiebesparing De industrie- en energiecommissie van het Europees Parlement heeft met steun van alle grote fracties op 28 februari gestemd vóór het opleggen van bindende doelstellingen en maatregelen aan de 27 EU-lidstaten op het gebied van energiebesparing. DOOR JAN SCHILS, BRUSSEL De EU wil, zoals bekend, tegen 2020 de CO2-uitstoot met 20 procent terugdringen, het aandeel hernieuwbare energie tot 20 procent optrekken en het energieverbruik met 20 procent inperken. Deze laatste doelstelling is echter niet bindend. Met - volgens de Europese Commissie - tot gevolg dat de

20121743_Energie Actueel #4_2012-ok_2.indd 1

Abonnementen op aanvraag. Losse nummers € 6,50

energieconsumptie in de EU binnen acht jaar zelfs niet met 10 procent zal verminderen als er geen extra maatregelen worden genomen. Nationale wetgeving “Alleen bindende doelstellingen per lidstaat zullen de CO2-uitstoot aanzienlijk verminderen, voor investeringen en banen zorgen en de energienota van de gezin-

nen omlaag brengen”, meent de parlementscommissie. Ze gaf het Luxemburgse parlementslid Claude Turmes (groene fractie) een mandaat om met de lidstaten te gaan onderhandelen over de definitieve invulling van de energie-efficiencyrichtlijn. De Commissie wil dat lidstaten en parlement de nieuwe richtlijn uiterlijk in december goedkeuren en dat ze één jaar later

in nationale wetgeving is omgezet, zodat op 1 januari 2014 met de toepassing ervan kan worden begonnen. Zes maanden later volgt dan een evaluatie of de 20-20-doelstellingen gehaald zullen worden. Zo niet, dan dreigen strengere maatregelen en mogelijk zelfs sancties tegen achterblijvende lidstaten. Goed voor Nederland CDA-Europarlementslid Lambert van Nistelrooij wijst er op dat het de lidstaten vrij staat te bepalen hoe ze de bindende doelstellingen wil-

len invullen. “Dat is ook goed voor Nederland, want anders zouden we gedwongen kunnen worden nietrendabele investeringen te doen.” Het is volgens hem totaal overbodig dat Brussel met regels uitpakt voor zaken die in Nederland al via convenanten en andere afspraken met bedrijven zijn geregeld. PvdA-collega Judith Merkies mist in de Commissievoorstellen vooral een stimulans voor innovatieve technologie voor vergaande energie-efficiency. Lees meer op pagina 9 n

15-03-12 13:46 15-03-12


ECONOMIE Financiën 2

Sluiting Duitse kerncentrales gaat miljarden kosten

DOOR PETER WESTHOF Als gevolg van “moeilijke economische en politieke omstandigheden” zag het Duitse energieconcern RWE de nettowinst in 2011 met 34 procent dalen naar 2,5 miljard euro. De omzet ging omlaag met 3 procent naar 51,7 miljard euro. Voor 2012 en 2013 verwacht het Duitse energieconcern een min of meer gelijkblijvend resultaat. Het besluit van de Duitse regering om uit kernenergie te stappen, had een fors drukkend effect op de winst. Dat kostte RWE 1,3 miljard euro. Ook de hogere grondstofkosten hadden een negatieve invloed. Via kosten-

20121743_Energie Actueel #4_2012-ok_2.indd 2-3

reducties en efficiëntiemaatregelen wil RWE in 2013 en 2014 1 miljard euro besparen, zei bestuursvoorzitter Jürgen Grossmann, die aan zijn laatste maanden bij RWE bezig is. Hij wordt per 1 juli vervangen door Peter Terium. De resultaten van de Nederlands-Belgische dochter Essent vielen eveneens tegen. De omzet kromp, in vergelijking met 2010, met 11 procent. De winter van 2011 was flink milder dan die van 2010. Essent wil zich de komende tijd nog meer gaan focussen op kostenbesparingen. Ondanks de forse winstdaling noteerde het aandeel RWE op 6 maart praktisch onveranderd. Het was daarmee een lichtpuntje in de DAX, want alle andere aandelen gin-

gen fors onderuit. Moeilijk jaar Op 23 februari maakte het Britse Centrica bekend dat de winst in 2011 slechts met 1 procent is gestegen ten opzichte van 2010. De winst kwam uit op 2,4 miljard Britse pond. De omzet ging met 2 procent omhoog naar 22,8 miljard Britse pond. Dochteronderneming British Gas was voor een groot deel verantwoordelijk voor dit tegenvallende resultaat. De omzet kelderde hier, vanwege de milde weersomstandigheden tijdens de wintermaanden in Groot-Brittannië en de toegenomen energiebesparing bij consumenten. “2011 was een moeilijk jaar voor Centrica”, zei topman Sam Laidlaw bij de presentatie van de jaarcijfers. Centrica kon over 2011 toch nog zwarte cijfers schrijven, vanwege goede prestaties bij de Noord-Ame-

09/03

07/03

08/03

05/03

06/03

03/03

04/03

01/03

02/03

29/02

27/02

28/02

25/02

26/02

50

200.000

48

100.000

46

0

Cal-13

Prijs (EUR)

05/03

02/03

01/03

28/02

29/02

27/02

24/02

23/02

22/02

Q2-12

Cal-14

Cal-15

17/08 10-11/03

16/08

08/03

09/03

12/08

15/08 07/03

06/03

11/08 05/03

10/08 03-04/03

08/08

09/08

01/03

Volume MWh (Flow Day)

02/03

05/08

28/02

29/02

04/08

27/02

03/08

02/08 24/02

25-26/02

01/08 23/02

27/07

29/07 22/02

21/02

28/07

APX TTF Day-Ahead Index & Volume

20/02

180.000 160.000 140.000 120.000 100.000 80.000 60.000 40.000 20.000 0

Apr-12

28

6.000.000

27

5.000.000

26

4.000.000

25

3.000.000

24

2.000.000

WDNW 12-Mar-12 Cal-13

Apr-12 Cal-14

05/03

02/03

01/03

29/02

28/02

27/02

24/02

23/02

22/02

21/02

22

20/02

23

0

17/02

1.000.000

Volume Sum-12

Q2-12 Cal-15

138 136

Q2-12

rikaanse tak en de verhoging van de energieprijzen in Groot-Brittannië. In augustus ging de gasprijs met liefst 18 procent omhoog, terwijl de elektriciteitsprijs met 16 procent werd opgetrokken. Vervolgens ging in januari de elektriciteitsprijs weer met 5 procent omlaag. Ondanks het ‘moeilijke jaar 2011’ liet het aandeel Centrica het afgelopen jaar een redelijk stabiele ontwikkeling zien. Het aandeel is genoteerd aan de Britse FTSE 100. Laidlaw ziet voor 2012 “uitdagende omstandigheden”, wat betekent dat 2012 opnieuw een moeizaam jaar voor Centrica zal worden. Winstdaling Iberdrola Ook het Spaanse energiebedrijf Iberdrola zag het afgelopen jaar de nettowinst dalen. Die ging met 2,3 procent omlaag naar 2,8 miljard euro. Afschrijvingen, een afgeno-

CAL-13

TTF Gas Day-Ahead • Laagste prijs deze periode: 23,30 €/MWh (21/2), hoogste prijs: 24,64 €/MWh (28/2) • Het hoogste dag volume was 131.304 MWh (27/2), het laagste 6.360 MWh (28/2)

CAL-14

Prijzen TTF weer iets lager geëindigd • €/MWh: WDNW 12-Mar-12: 23,59 (-0,50) Apr-12: 23,83 (-0,56) Q2-12: 23,96 (-0,48) Sum-12: 24,06 (-0,39) Cal-13: 27,05 (-0,18) Cal-14: 27,03 (-0,17) Cal-15: 27,16 (-0,04) • Hoogste dagvolume: 6.428.330 MWh (16 februari)

01/03

27/02

23/02

20/02

134

Apr-12

Prijzen Power NL verder licht omhoog • €/MWh: Wk 12-12: 46,38 (+0,50) Apr-12: 46,03 (+0,45) Q2-12: 45,53 (+0,25) Cal-13: 52,63 (+0,73) Cal-14: 52,14 (+0,54) Cal-15: 51,92 (+0,02) • Hoogste dagvolume: 522.835 MWh (24 februari)

Weinig beweging Wood Pellets indices • €/MT: Apr-12: 134,72 (-0,72) Q2-12: 134,16 (-0,33) Cal-13: 136,63 (+0,16) Cal-14: 137,89 (+0,03) Cal-15: 139,78 (+0,73)

ENDEX Wood Pellets - Basislast Index

140

Spot elektriciteit: prijzen en volumes dalen • Het gemiddelde dagvolume daalde van 135.379 MWh naar 121.550 MWh • De gemiddelde prijs daalde van 60,16 €/MWh naar 48,14 €/MWh. • Hoogste volume: 135.660 MWh (29/2) • Hoogste prijs: 51,48 €/MWh (28/2)

APX TTF Day-Ahead Index

ENDEX TTF Gas - Basislast Index & Volume

7.000.000

25.00 24.50 24.00 23.50 23.00 22.50 22.00 21.50 21.00 20.50 20.00

M/MWh

Wk12-12

21/02

20/02

17/02

15/02 Volume

16/02

44

Base Index (M/MWh)

Volume (MWh) Volume (MWh)

52

300.000

Base Index (M/MWh)

24/02

21/02

23/02

22/02

20/02

18/02

19/02

54

Utilities zien winst dalen over 2011 2011 was een moeilijk jaar voor RWE, zo bleek op 6 maart niet geheel onverwacht bij de presentatie van de jaarresultaten. Maar daarin staat RWE niet alleen. Ook twee andere Europese utilities, Centrica en Iberdrola, maakten winstdalingen over het afgelopen jaar bekend.

56

400.000

16/02

Lees ook het artikel over de sluiting van de Belgische kerncentrales op pagina 8 n

M 98 M 92 M 86 M 80 M 74 M 68 M 62 M 56 M 50 M 44 M 38 M 32 M 26 M 20

AVG BASE PRIJS (EUR)

ENDEX Power NL - Basislast Index & Volume

500.000

16/02

Voorzieningen De bij de sluiting van de kerncentrales betrokken grote energiebedrij-

Ontmanteling Wat de ontmanteling betreft, zal de eerste stap er volgens Jäger in bestaan de nucleaire brandstof gedurende vijf jaar in de centrale zelf haar intensieve radioactiviteit te doen verliezen. Jäger: “Vervolgens zijn er twee opties: we beginnen onmiddellijk met de ontmanteling, waardoor de werkgelegenheid voor het personeel van de centrale behouden blijft of we wachten nog 20 tot 30 jaar.” RWE is volgens hem bereid de opgedane kennis over ontmanteling met anderen te delen. Het gaat hier immers om een markt van tientallen, wellicht honderden miljarden euro’s die andere grote nucleaire bedrijven zeker zal interesseren. Ook Ulf Kutscher, directeur bij Nukem Technologies, laat in het Handelsblatt een waarschuwing horen: “We begeven ons op onbekend terrein. Ervaring met de ontmanteling van grote nucleaire centrales bestaat niet.”

VOLUME MWH (MWH)

15/02

Kostenplaatjes In Duitsland doen verschillende kostenplaatjes over de sluiting van de kerncentrales en de gevolgen daarvan de ronde. Bestuurslid Michael Süss van technologieconcern Siemens - bouwer van alle 17 kerncentrales in het land - spant daarbij de kroon. Hij raamde onlangs de totale kosten van de kernuitstap in Duitsland ‘inclusief’ op 1.700 miljard euro, ofwel twee derde van het bruto binnenlands product (bbp) van Duitsland in 2011. ‘Inclusief’ betekent de ontmanteling van de nucleaire centrales, de behandeling en opslag van kernafval, plus een snelle overschakeling naar een dras-

Maatstaven Consultantsbureau Arthur D. Little raamt de kosten voor de ontmanteling van de 17 kerncentrales intussen op minstens 18 miljard euro, maar geeft toe dat die kosten “gemakkelijk met 25 procent tot 22,5 miljard euro kunnen oplopen.” Algemeen worden de kosten voor de ontmanteling van een kernreactor volgens internationale maatstaven en afhankelijk van het type op 670 miljoen tot 1,2 miljard euro geschat. Daarbij komt dan nog de verwerking en opslag van het hoogradioactieve afval.

160.000 140.000 120.000 100.000 80.000 60.000 40.000 20.000 0

13/02

Fukushima Als reden voor de kernstop in Duitsland wordt officieel het drama van Fukushima opgegeven. Die gebeurtenis is echter te wijten aan de combinatie van een tsunami en onvoldoende voorzorgsmaatregelen om de gevolgen daarvan te neutraliseren. Volgens zowat alle geologen is de kans op een tsunami in Duitsland zo goed als uitgesloten. Het besluit van Merkel tot een algemene kernuitstap kan dan ook niet anders worden geïnterpreteerd als een paniekreactie op een moment dat zij er electoraal niet goed voorstond. Ofwel een poging tot politiek overleven met het oog op de parlementsverkiezingen van 2013.

ven RWE, E.On, EnBW en Vattenfall zijn zich al aan het voorbereiden op een niet-nucleaire toekomst. De vier concerns hebben samen voor de totale operatie al een bedrag van 30 miljard euro gereserveerd, waarvan E.On 16 miljard en RWE 10 miljard. Gerd Jäger, directielid van RWE Power in Essen, maant intussen tot voorzichtigheid. “We moeten niet alleen oog hebben voor alle aspecten van de nucleaire stop, zoals technische en commerciële vraagstukken die zich aandienen, maar ook voor de perceptie van de publieke opinie. Ik geloof dat de voorzieningen die we hebben getroffen zullen volstaan. We zullen de risico’s op een conservatieve, dus voorzichtige manier inschatten om niet voor onaangename verrassingen te komen staan.” Tot nu toe zijn er immers alleen onderzoeksreactoren en kleine kerncentrales van de eerste generatie ontmanteld.

Volume MWh

Het gaat niet alleen om de financiering van de sluiting en ontmanteling van alle 17 nucleaire installaties, maar ook om het verwerken en opbergen van hoogradioactief afval. Bovendien zal zeer zwaar geïnvesteerd moeten worden in alternatieven voor de - hoofdzakelijk om politieke redenen - gesloten kerncentrales.

tische groei van duurzame energie. Wat dit laatste betreft ging Süss onder meer uit van de kosten voor de energiebedrijven om duurzame energie te kopen, investeringen in infrastructuur en in onderhoud, alsmede in technologie om duurzame energie en CO2 op te slaan. Als gas in Duitsland de belangrijkste energiebron zou worden, zouden de kosten volgens hem lager uitvallen, maar nog altijd 1.400 miljard euro bedragen.

APX Markt Ontwikkeling 18/02/2012 t/m 19/03/2012 (EUR/MWh)

Volume (MWh)

DOOR JAN SCHILS

Marktontwikkeling APX-ENDEX – 15-02-2012 / 12-03-2012

Base Index (e/MT)

Wanneer het besluit van de regering-Merkel om Duitsland tegen 2022 kerncentralevrij te maken echt wordt uitgevoerd, zal dat uiteraard - zoals in andere landen waar de nucleaire centrales worden gesloten - heel erg veel geld kosten.

Energie Actueel, jaargang 15, nr 4 • dinsdag 20 maart 2012

CAL-15

men vraag in thuisland Spanje en Groot-Brittannië en de moeilijke economische omstandigheden waren verantwoordelijk voor de winstdaling. Iberdrola moest onder meer een afschrijving doen op een installatie in Groot-Brittannië. De winst is in het vierde kwartaal met liefst 17 procent afgenomen. De omzet ging vorig jaar wel omhoog: met 4 procent naar ruim 31 miljard euro. Tijdens de presentatie van de jaarcijfers op 23 februari verlaagde Iberdrola de verwachtingen voor 2012. Eerder ging Iberdrola uit van een winststijging van 5 tot 9 procent, maar die komt nu licht lager uit. Hogere belastingen in Spanje en de zwakke economische outlook voor de Europese economie zorgen voor deze bijgestelde verwachtingen. Een lichtpuntje over 2011 was de productie van hernieuwbare energie. Die ging het afgelopen jaar opnieuw omhoog. De stijging in 2011 bedroeg 13,1 procent. n

Best en slechtst presterende beursfondsen periode 20 febr. t/m 12 maart 2012 Best presterende

in %

Veolia Env

29,33%

GdF Suez

18,11%

International Power

9,38%

RWE

5,73%

Centrica

5,54%

Minst presterende

in %

EVN

-1,53%

Endesa

-3,29%

Gasnatural - Union Fenosa

-5,01%

Enel

-5,59%

Iberdrola

-8,07%

SERIE Fresh energy

Cornelie Kaptein, directeur HRM van Joulz “Werving nieuw personeel begint bij eigen medewerkers” (Pagina 6)

3

Energie Actueel, jaargang 15, nr 4 • dinsdag 20 maart 2012

Nancy Kabalt, directeur K lant & Markt Alliander

‘De passie voor techniek vormt het hart van ons bedrijf ’ “Toen een headhunter mij in 2000 op het hart drukte om met Nuon te gaan praten, dacht ik: de energiesector? Niks voor mij. Duf. Saai. Er gebeurt niks. Stroom. Tot die tijd had ik alleen commerciële functies gehad. Marketing en sales, dotcom, internationaal. Mijn headhunter zei: ‘Ga nou maar praten, het is echt wat voor jou. Nuon is een hartstikke swingend en sexy bedrijf en daar valt heel veel te doen.’ Ik heb gesolliciteerd.” DOOR SANDER SCHILDERS “Bij Nuon ontmoette ik een heel bevlogen Amerikaan, die de trading aanstuurde en ook bezig was met het voorbereiden op de liberalisering van de markt. Dat vond ik enig. Na vijf jaar voor de zakelijke klanten van Nuon te hebben gewerkt, zei de toenmalige directeur van Continuon: ‘Nancy, wij moeten ook iets met klanten, marketing, ict en zo, en daar heb jij toch verstand van? Kun jij ons niet een jaartje komen helpen?’ Continuon was toen al de netbeheerder, maar nog binnen het Nuon-concern, dus voor het - na de splitsing in

‘De maakbare wereld is niet meer. Een Amerikaanse dame noemde dat “from hero to host”.’ 2009 - zelfstandig doorging als Alliander. Eerlijk gezegd leek het me niks, maar ik vond die directeur zo leuk dat ik dacht: ik ga die man gewoon helpen. Jaartje marketing doen en daarna zouden we het wel zien. Ik had iets van: als je na een jaartje wat aan me hebt, moet je het maar zeggen. Als dat niet zo is, ook goed. Dan vind ik wel weer wat. Dat hebben we toen gedaan. Heerlijke tijd. We hebben heel veel dingen opgestart die nog steeds de basis zijn voor Alliander. De website, klanttevredenheidsonderzoeken, noem maar op. Na 2,5 jaar hebben ze me manager van de marketing & salesclub binnen Continuon gemaakt. Zo ben ik een beetje blijven plakken. Toen ben ik ook in het managementteam gekomen, en later kwartiermaker bij Alliander. Nu geef ik leiding aan zo’n 135 mensen van de afdeling Klant en Markt, de afdeling die de contacten onderhoudt met klanten die een aansluiting willen en onder meer de storingscommunicatie verzorgt. Vanuit die functie zit ik in de zevenkoppige directie van Alliander, en mag ik me legitiem met het hele bedrijf bemoeien.” Meebewegen met klanten “Omdat je in de directie mag meesturen op het hele bedrijf met 6.000 mensen, kun je je daar helemaal in verliezen. De kunst is om intern de aandacht te geven die er nodig is, maar ik zie het ook als mijn taak om te snappen wat in de buitenwereld speelt. Want dat is heel essentieel voor ons werk. Dat betekent dat ik bij klanten kom. Bij bedrijven, gemeenten of provincies, om te praten over wat de relevante thema’s voor hen zijn en waar ons dat raakt. Ik wil

bijvoorbeeld begrijpen wat het datacenter van de toekomst is. Die stroomslurpers zijn heel erg bezig met verduurzamen. Wij hebben gezien dat datacenters allemaal in Amsterdam op de Zuidas zijn gaan zitten. Dat is voor ons elektriciteitsnet heel ingewikkeld, want het betekent een enorme concentratie van elektriciteitsafname. Dat kan natuurlijk, maar het is beter als je het van tevoren weet, want een elektriciteitsnet leg je niet van vandaag op morgen aan. Ik zie het ook als mijn taak om te snappen wat boeren willen met biovergisting. Is dat een hype, of wordt het echt wat? Die balans binnen-buiten is waar mijn dag uit bestaat. Het is ook vergaderen. In ieder geval wekelijks met de directie. Ik heb daar veel lol in. Die lol zit hem in de uitdaging hoe we dit bedrijf verder brengen, naar 2015, 2020. Onze omgeving gaat heel snel, veel sneller dan het vroeger ging. De lol zit hem dus ook in hoe wij als bedrijf de snelheid van de maatschappij

gaan aannemen. En eigenlijk een paar stappen vooruit gaan lopen. We waren als netbedrijf altijd gewend om te wachten op de wet en daarna gingen we doen wat we moesten doen, want daartoe waren wij op aarde. Maar wetten volgen de realiteit. Tegen de tijd dat het een wet is geworden, gebeurt het al een tijdje in de echte wereld. Als je daarop wacht, loop je altijd achter de feiten aan. Wij willen actief de realiteit volgen. Dat betekent dat we niet gaan wachten op de wet, maar dat we moeten snappen waar die maatschappij heen beweegt. Daarbij zijn we ons heel erg bewust van onze maatschappelijke taak en rol.” Veranderende rol “Om een voorbeeld te geven van onze veranderende rol. Er is een gebiedsontwikkelaar die een nieuwbouwwijk gaat maken. In het oude stramien horen wij daarvan en is er een standaardprocedure, die rolt eruit en dan komt het wel op tijd. Ineens ontdekken we: oh, ze gaan daar met warmtepompen werken. Dat is jammer, want je moet twee keer zoveel kabel leggen. Want iedereen komt om zes uur thuis en wil het huis opwarmen. Dus dan gaan die warmtepompen allemaal tegelijk aan. Op die piekbelasting

is het elektriciteitsnet niet toegerust. Dan kun je zeggen: ‘Wat een rotprojectontwikkelaar, die moet ons dat toch vertellen?’ Nee, wij moeten dat gaan hálen. Het is onze verantwoordelijkheid. Wij moeten zorgen dat we snappen wat die ontwikkelaar aan het doen is. Van die fouten hebben we geleerd. We worden nu niet meer overvallen door warmteprojecten en warmtepompen. We waren nogal van de klaagmodus, van ‘het wordt ons allemaal aangedaan’ en slachtoffer van alles. Kom op! Gewoon erheen! Die projectontwikkelaar wil ook niet dat zijn bewoners in het donker zitten, omdat het net die warmtepompen niet aankan. En het gaat veel verder dan weten dat er een nieuwbouwwijk komt. Je moet ook weten of ze gaan werken met warmte, gas of alleen elektriciteit. Dan ga je goed. Wat voor mensen gaan er wonen? Ik heb mensen meegemaakt die voor 50.000 euro een warmtepomp in hun huis bouwen, en dan het hele huis volleggen met marmer. Het duurt drie dagen voordat de warmte er doorheen komt. Wie adviseert die mensen, denk ik dan. Laat ze 50.000 euro investeren in iets duurzaams!” Zelfstandigheid een zegen “Dat Alliander nu drie jaar op ei-

De toekomst van de energievoorziening Ze zijn jong en ambitieus en geven mede richting aan een duurzame, betrouwbare en betaalbare energievoorziening van de toekomst. Wat drijft deze nieuwe lichting medewerkers van energiebedrijven en netbeheerders? Waarom hebben ze voor deze dynamische sector gekozen? En hoe geven zij op hun terrein vorm aan oplossingen voor de essentiële energievraagstukken? In deze nieuwe serie laat Energie Actueel de aanstormende top van de Nederlandse energiesector aan het woord over hun werk, hun doelen en hun visie op het energielandschap van straks. In dit eerste deel bijt Nancy Kabalt van netbedrijf Alliander het spits af. n

gen benen staat, is een zegen. Ik heb ervaren wat het betekent om je helemaal te kunnen focussen op de netten. Omdat het netwerk het hart van onze business is, is er ruimte voor innovatie en om er

‘We kunnen het als netbeheerder alleen goed doen als we op meerdere borden tegelijk schaken’ iets moois van te maken. Binnen het grote Nuon-concern verloren de netten het altijd van trading en allerlei commerciële zaken. De cultuur bij Alliander is ook veranderd. Wat ik heel moeilijk vond toen ik overstapte van Nuon naar Continuon, was dat ik bij Nuon de hele dag bezig was om kilowatturen op te lappen tot producten, terwijl het eigenlijk gewoon p x q = een prijs is. Gas is gekoppeld aan de olieprijs, hoe spannend is het? Er werd wel iets heel spannends van gemaakt, hoor. Maar toen kwam ik hier en vond een bedrijf met heel introverte mensen, maar met een liefde voor techniek en die fundamenteel voor de inhoud gingen. Niet: hoeveel levert die kilowattur op? De mensen bij Alliander hebben echt een passie voor elektrotechniek. Een passie om het goed te doen. Niet een passie om voor de derde keer de Dam op te breken, maar om het anders op te lossen, omdat het heel veel impact heeft op de stad Amsterdam als je daar een storing hebt. Die inhoud en de enorme bescheidenheid vond ik heel mooi. Al deden ze zichzelf daarmee wel tekort in dat grote concern. Nu is die passie voor techniek het hart van ons bedrijf. Dat maakt volgens mij dat het underdoggevoel aan het weggaan is. Trots. Je ziet het opbloeien, want het mag er weer zijn.” Energie in de toekomst “Tot voor kort was het netwerk eenrichtingsverkeer. Je hebt een

hoofdsnelweg naar provinciaal en een gemeentelijke weg naar je dorpsstraat. Allemaal duidelijk en behapbaar. Maar dan komt er een windpark, en dan moeten wij een snelweg aanleggen, onze netten verzwaren. Toen werd het al wat ingewikkelder, maar nog steeds goed te managen. Maar nu? Wij verwachten dat over twee jaar zonnepanelen net zo duur zijn als het gewoon inkopen van elektriciteit. Dat maakt dat mensen niet meer naar Den Haag gaan voor een subsidie, maar dat ze het gewoon gaan doen. Je ziet nu al collectieven die samen heel veel panelen bestellen en zelf stroom gaan opwekken. Dat betekent dat onze rol fundamenteel anders wordt. Spannend ook, want wij leggen netten aan voor 40 jaar. We leggen nu het net aan voor 2052. Daar komen straks al die zonnepanelen bij en elektrisch vervoer. Wat is de impact daarvan? Gaan we ’s nachts laden of overdag? Overdag is het drie keer zoveel netten erbij. ’s Nachts, nul netten erbij. You tell me. Wat de maatschappij wil, gaan wij doen, alleen maakt het nogal wat uit wat al die burgers gaan doen. We zijn nu bananenschillen aan het invoeden in het gasnet. We kunnen het als netbeheerder alleen goed doen als we op al die borden tegelijk schaken. Het idee dat je dat vanuit een leider kunt doen, is oud denken. Alle mensen van Alliander zullen op meerdere borden moeten schaken. Het is echt een netwerkorganisatie, het heeft niet zoveel met kabels te maken. Iedereen moet oren en ogen openhouden, en is verantwoordelijk voor de toekomst van het net. Anders kan het nooit lukken. Dus ik geloof heel erg in decentralisatie. Dat is een transitie waar wij als bedrijf in zitten. De maakbare wereld is niet meer. Onze traditionele rol van ‘wij weten wat goed voor u is en allen zó voeren we het uit’ verdwijnt voorgoed. Een Amerikaanse dame noemde dat “from hero to host.” Echt, Berlusconi is niet meer.” n

CV Nancy Kabalt

Nancy Kabalt (Alliander): “De lol zit hem in hoe wij als bedrijf de snelheid van de maatschappij gaan aannemen, en eigenlijk een paar stappen vooruit gaan lopen.”

1974: geboren in Amsterdam 1992: diploma Atheneum CSG Jan Arentsz, Alkmaar 1993: diploma Dekalb Highschool, Auburn Indiana USA 1997: diploma Communicatiewetenschappen, Universiteit van Amsterdam 1997: accountmanager reclamebureau BvO 1998 - 2000: marketing communications manager Giant Bicycles Europe 2000 - 2001: marketing manager Autobytel Europe 2001 - 2008: marketing manager Nuon 2008 - heden: directeur Klant & Markt en directielid Alliander n

15-03-12 13:46 15-03-12


BINNENLAND Nieuws 4

Energieleveranciers en schuldhulpverlening sluiten convenant

Energie Actueel, jaargang 15, nr 4 • dinsdag 20 maart 2012

Netbeheerders presenteren gas- en stroomstoringscijfers 2011

Brancheafspraken om afsluiting Nederlandse huishoudens afgelopen van energie te voorkomen jaar 23 minuten zonder elektriciteit De brancheorganisaties Energie-Nederland en NVVK hebben vorige week een convenant gesloten. Daarin zijn afspraken gemaakt die het oplopen van energieschulden beperken en afsluitingen kunnen voorkomen. Energieleveranciers en schuldhulpverlening werken samen om te komen tot een aanvaardbare oplossing voor energieschulden van consumenten. Op deze manier wordt een praktische uitwerking gegeven aan de ministeriële regeling die afsluiting van energie in de wintermaanden tegengaat, wanneer een wanbetaler zich bij de schuldhulpverlening heeft gemeld. Het convenant gaat echter verder en trekt werkafspraken door voor het gehele jaar. Joke de Kock, voorzitter van de

NVVK: “Het convenant zorgt ervoor dat geen onnodige kosten en schrijnende situaties ontstaan. Daar hebben de energieleveranciers én onze cliënten baat bij. We dus zijn erg blij dat het convenant er nu ligt.” Oplossing Uitgangspunt van het convenant is dat consumenten die meewerken aan een oplossing voor hun schulden niet worden afgesloten van gas, elektriciteit en warmte, en dat de leveranciers akkoord gaan met een

Hans Alders (Energie-Nederland) en Joke de Kock (NVVK) ondertekenen het convenant.

oplossing voor de schulden. Het convenant bepaalt dat de schuldhulpverlening de consument ondersteunt bij het snel weer op de rit krijgen van het betalen van de maandelijkse termijnen aan de energieleverancier. Het convenant beoogt ook ervoor te zorgen dat snel en efficiënt naar de schuldhulpverlening wordt doorverwezen, zodat betalingsachterstanden niet verder hoeven op te lopen. Zo wijzen energieleveranciers consumenten die hun energierekening niet betalen, op de mogelijkheid van schuldhulpverlening. In het convenant zijn ook afspraken gemaakt over de wijze van afstemming tussen leverancier en schuldhulpverlener. Afgesproken is om heldere reactietermijnen te handhaven en direct contact tot stand te brengen tussen de medewerkers van de energieleveranciers en de schuldhulpverlening. Hans Alders, voorzitter van Energie-Nederland: “Met dit convenant geven de energieleveranciers invulling aan hun maatschappelijke verantwoordelijkheid energie toegankelijk te houden, ook voor consumenten die een betalingsprobleem hebben en dat willen oplossen.” n

Een Nederland huishouden zat in 2011 gemiddeld 23 minuten zonder elektriciteit en kreeg 43 seconden geen gas geleverd als gevolg van een storing. Dat blijkt uit de jaarlijkse cijfers over gas- en stroomonderbrekingen van brancheorganisatie Netbeheer Nederland. De betrouwbaarheid van het Nederlandse elektriciteitsnet is daarmee verbeterd ten opzichte van het vijfjaarlijks gemiddelde. Dat gemiddeld ligt op 30 minuten. Voor gas ligt de onderbrekingsduur 13 seconden boven het vijfjaarlijkse gemiddelde, als gevolg van enkele incidentele grote storingen. De beschikbaarheid van elektriciteit is in Nederland beter dan in omringende landen, stelt Netbeheer Nederland. Helaas leiden incidenten volgens de branchevereniging desondanks wel tot stroomuitval, zoals begin dit jaar op verschillende plaatsen is gebleken. Betrouwbaarheid De betrouwbaarheid van de elektriciteitslevering in Nederland is zeer hoog in vergelijking met andere landen, zo blijkt uit cijfers van Europese toezichthouders. De gemiddelde beschikbaarheid van elektriciteit in Nederland is 99,996 procent. In de meeste andere Europese landen is de stroomuitval per huishouden al

gauw meer dan twee keer zo hoog als in Nederland. De afgelopen jaren had een huishouden in Duitsland gemiddeld 40 minuten geen stroom, in Frankrijk 70 minuten en in Engeland anderhalf uur. Graafwerk belangrijke oorzaak De belangrijkste oorzaak van stroom- en gasonderbrekingen is volgens Netbeheer Nederland nog steeds graafwerk. In 2011 is ruim 28 procent van alle storingen op het energienet veroorzaakt door graafschade. Overigens is in 2008 nieuwe wetgeving voor graven van kracht geworden, met als doel dat het aantal graafincidenten afneemt. Desondanks is het aantal graafschades in 2011 licht toegenomen. In mei dit jaar voert Netbeheer Nederland een campagne om de bewustwording van de risico’s en de gevolgen van graafschade te vergroten. Storingssensoren Een betrouwbare, betaalbare en

duurzame energievoorziening en -levering vormt een belangrijke voorwaarde voor het functioneren van de samenleving. De netbeheerders investeren de komende jaren in nieuwe technologie, zoals storingssensoren die het mogelijk maken om een storing sneller te lokaliseren en zo duur en omvang van een eventuele storing te verkleinen. n

THEMA Human Capital

Grote fracties Europees Parlementwillen bindende doelen voor energiebesparing “Energie-efficiency niet te dwingend opleggen aan lidstaten.” (Pagina 1 en 9)

5

Energie Actueel, jaargang 15, nr 4 • dinsdag 20 maart 2012

Topsectoren , waaronder Energie , stellen H uman Capital Agenda’s op

Aantal bèta en technisch opgeleiden moet flink omhoog om sectorgroei zeker te stellen Het probleem van te weinig goed geschoold technisch personeel op de arbeidsmarkt is een vraagstuk dat decennia terug ook al speelde. Ook toen werd gekeken hoe de animo onder jongeren voor bèta en technische vakken kon worden vergroot. Nu wordt opnieuw de noodklok geluid.

langer en productiever door kunnen werken en die de topsectoren, zoals de energiebranche, aantrekkelijker maken.”

Aantrekkelijker Niet alleen een substantiële toename van 25 naar 40 procent is noodzakelijk om het gestelde doel te halen, zegt Michiel Boersma van het topteam Energie. Hij is sinds 1 september 2011 boegbeeld van dit topteam, nadat hij het stokje overnam van voormalig Shellbestuursvoorzitter Jeroen van der Veer. Boersma verwijst naar het Masterplan Bèta en Technologie dat naast die groei spreekt over een noodzakelijke kwaliteitsslag in het onderwijs en de beroepsbevolking. Boersma: “Werken in de techniek moet aantrekkelijker worden gemaakt. Leerlingen op scholen, dat begint al op de basisschool, zullen nog meer geënthousiasmeerd moeten worden om voor bèta en technische vakken te kiezen. Bedrijven zullen maatregelen moeten nemen die ervoor zorgen dat werknemers

Economisch belang De door het Kabinet aangewezen negen topsectoren (creatieve industrie, logistiek, tuinbouw, agrofood, life sciences, energie, water, chemie en high tech) zijn van groot belang voor onze economie (export), werkgelegenheid, groeikansen en innovatiekracht. Om die groei en vernieuwing te realiseren, zijn bètaopgeleiden en mensen met technische kennis en vaardigheden onontbeerlijk, onderstreept Boersma. “Dan moet je niet uitsluitend denken aan hbo en universitair opgeleide mensen, maar juist ook kijken naar het belang van het voorbereidend en middelbaar beroepsonderwijs. Technisch onderwijs in het meest brede spectrum, daar gaat het om: Van monteur tot ingenieur, al deze mensen zijn heel hard nodig om de sector ook in de toekomst slagkracht en bestaansrecht te geven.”

DOOR ALEXANDER HAJE Alle negen topsectoren die door het Kabinet zijn aangewezen, zijn het erover eens dat zonder substantieel meer bètaopgeleiden de groei van de sectoren ernstig in gevaar komt. Topsectoren, overheid en onderwijs zullen flink moeten investeren om in 2025 het aantal technologieafgestudeerden te laten stijgen tot 40 procent. Maar hoe moet die groei worden gerealiseerd? Dat is de kernvraag. Het Masterplan Bèta en Technologie (MB&T) inventariseert activiteiten die de negen topsectoren samen willen aanpakken om de ‘vijver’ van bèta en technisch geschoolde mensen groot genoeg te maken. In zowel kwantitatieve als kwalitatieve zin. Het MB&T is een integraal plan dat de Human Capital Agenda’s (HCA’s) van de verschillende sectoren met elkaar verbindt.

Michiel Boersma (topsector Energie): “Van monteur tot ingenieur. De energiesector heeft deze mensen heel hard nodig.”

Kwaliteit Om het aantal afgestudeerden te kunnen laten groeien, zul je (kwalitatief ) moeten investeren in het onderwijs, zegt Boersma. “Kwaliteit is een voorwaarde om goed opgeleide mensen af te leveren aan de arbeidsmarkt. Dat begint met goede docenten die leerlingen inspireren. Voldoende goed opgeleide mensen zorgen er vervolgens voor dat bedrijven en overheden ook met rendement kunnen investeren in innovatiecontracten. Al deze en andere zaken komen uitvoerig aan de orde in het Masterplan Bèta en Technologie. De topsectoren staan achter dit integrale plan, omdat zij hun innovatieagenda’s niet kunnen realiseren zonder voldoende goed opgeleide mensen. We zullen nu actie moeten nemen, anders staan we als energiesector straks letterlijk met lege handen.” n

Vier centrale speerpunten in de Human Capital Agenda Energie De topsector Energie wil tussen nu en 2020 stappen zetten naar een duurzamere energiehuishouding en tegelijkertijd komen tot een structureel hoger verdienpotentieel. Hiervoor hanteert zij een systeem van zoals zij noemt ‘dynamisch portfoliomanagement’. Zeven innovatiethema’s staan daarin centraal: bio-energie, energiebesparing in de gebouwde omgeving, energiebesparing in de industrie, gas, smart grids, offshore wind en zon-pv. Het programma voor de Human Capital Agenda Energie (HCA-Energie), opgesteld onder leiding van Tini Hooymans, lid van de Raad van Bestuur van TNO en Kenneth Heijns (secretaris van het topteam) met medwerking van het Platform Bèta Techniek, richt zich op de topsector Energie als geheel. Kort samengevat spitst HCA-Energie zich toe op vier punten: Grotere instroom van bèta-technologie opgeleiden in de Topsector Energie Het is belangrijk om jongeren, zowel jongens als meisjes, te interesseren voor een technische opleiding en voor een loopbaan in bèta en technologie. Dat begint al in het basisonderwijs en krijgt een vervolg in het voortgezet onderwijs. Het imago van technische beroepen moet binnen de samenleving op een hoger plan worden gebracht. Bedrijven zullen technische functies qua inhoud beter moeten laten aansluiten op de belevingswereld van jongeren. Nu gebeurt dat nog onvoldoende. Het kan zelfs noodzakelijk zijn dat de inrichting en organisatie van een bedrijf zich aanpast aan de wensen van jonge werknemers. Inspirerende docenten zijn nodig om leerlingen enthousiast te maken voor bèta en technologie. Het inzetten van bedrijfsmensen in het onderwijs kan ook van invloed zijn op de beroepskeuze. Kortom, meer en een betere interactie tussen onderwijs en bedrijfsleven is wenselijk om leerlingen te laten kiezen voor technische en bèta vakken. Continue afstemming onderwijs-arbeidsmarkt Het is belangrijk dat de gevraagde en geleverde kwaliteit van opleidingen en vaardigheden optimaal op elkaar worden afgestemd. Het bedrijfsleven zal zich daar actiever in moeten mengen. Het zal meer mogelijkheden moeten scheppen voor leer- en stageplekken voor leerlingen en studenten. Ook kan het bedrijfsleven een rol spelen in een verdere professionalisering van docenten. Die moeten bijvoorbeeld stages kunnen volgen bij bedrijven, zodat zij weten wat er op de werkvloer speelt. Daarnaast moet er meer ruimte zijn voor publiekprivate samenwerkingen tussen bedrijfsleven en onderwijs. Binden, boeien en ontwikkelen van technische en bètamensen Om bèta en technologie opgeleide mensen te kunnen behouden voor de topsector Energie is het essentieel om ervoor te zorgen dat zij gemotiveerd blijven, voldoende kansen krijgen zich te ontwikkelen en aantrekkelijke loopbaanperspectieven krijgen aangeboden. Daarbij is het van groot belang dat medewerkers, jong en oud, in alle loopbaanfasen op een duurzame manier ingezet kunnen worden. Dit vraagt onder meer om goed werkgeverschap, life long learning, scholingsfaciliteiten, flexibele arbeidsvoorwaarden en voldoende loopbaanvarianten. Het technisch onderwijs zal flexibel moeten zijn om aan de vraag naar scholing (life long learning) in de topsector Energie te kunnen beantwoorden. Vergroten van het internationaal perspectief op de arbeidsmarkt De internationale arbeidsmarkt speelt een belangrijke rol om de kwaliteit en kwantiteit van de beroepsbevolking te versterken. Er zal een intensievere uitwisseling moeten komen van talent. Ook kan en moet er intensiever worden samengewerkt met buitenlandse onderwijsinstellingen. Nederlandse bedrijven kunnen hun buitenlandse contacten gebruiken om goed opgeleide mensen te werven. Nederlandse studenten moeten intensiever worden voorbereid op de buitenlandse markt. n

Peter van der Vlugt, directeur WE N b

Gerbrand Bruin & Max Jutters en voorstanders van Open Lab Duurzaam Ameland

De grote vaart bracht mij naar alle hoeken van de wereld. Ik heb veel van de wereld gezien, maar op Ameland ben ik thuis. Hier weten we hoe kwetsbaar onze natuur is en zoeken we daarom naar manieren om het eiland schoon te houden. Dat betekent minder energie gebruiken en slimmer energie produceren. Als jutter help ik mee mijn eiland schoon te houden.  Dat geldt ook voor GasTerra. Als initiatiefnemer van het project “Duurzaam Ameland” laten we zien hoe alternatieve energietoepassingen een reële oplossing vormen in de overgang naar een duurzame samenleving. Aardgas blijkt daarbij steeds weer een onmisbare schakel. Zo zijn we onderdeel van de oplossing. www.iampartofthesolution.nl

20121743_Energie Actueel #4_2012-ok_2.indd 4-5

‘Zorg over instroom van voldoende technisch geschoold personeel’ De WENb, Werkgeversvereniging voor de sectoren energie, kabeltv & telecom en afval & milieu, maakt zich grote zorgen over het toekomstig aanbod van voldoende technisch geschoold personeel. Dat zegt WENb-directeur Peter van der Vlugt. En dat terwijl er in de komende jaren een aanzienlijke vervangingsvraag zal zijn in de energiesector. Van der Vlugt: “De energiebedrijven krijgen de komende jaren vanwege de vergrijzing te maken met de uitstroom van technisch personeel. Met name in de netbedrijven, maar ook in de productieomgeving zijn in technische functies relatief veel ouderen werkzaam. De komende jaren is er dus een grote vervangingsvraag.” Vanwege innovatie van de energienetten(slimme netten, slimme meters, elektrisch

vervoer) bouw van nieuwe centrales, zowel groot als kleine, en de energieverduurzaming is de komende jaren veel nieuw technisch geschoold personeel nodig, stelt Van der Vlugt. Belangrijk thema Binnen de WENb en in het overleg met de vakorganisaties is ‘investeren in mensen’ een belangrijk thema, zegt Van der Vlugt. WENb

en vakorganisaties werken in de opleidings- en ontwikkelingsfondsen (O&O-fondsen) samen aan diverse programma’s. Via een heffingspercentage op de loonsom dragen energie- en nutsbedrijven contributie af aan het O&O-fonds van de werkgeversvereniging. Van der Vlugt: “Met deze brutoloonsomafdracht door de bedrijven kan het fonds de scholingsactiviteiten in de sectoren stimuleren en ondersteunen.”

Actie Volgens Van der Vlugt moet er op alle fronten actie worden genomen om de toekomstige instroom van technisch geschoold personeel zeker te stellen. Hij benadrukt dat al in een vroeg stadium van het onderwijs aandacht moet worden geschonken aan techniek. Van der Vlugt: “Onderwijs en bedrijfsleven moeten samen selectief kijken naar de invulling van onderwijsprogramma’s en de begeleiding van leerlingen. Daarnaast is de samenwerking tussen

O&O-fondsen van technische bedrijfstakken, het bedrijfsleven en de ROC’s van groot belang. En de sector zelf kan zich promoten als een interessante branche om in te werken, te leren en zich te ontwikkelen. Met dat doel is de promotiecampagne ‘Watt?’ontwikkeld.” Onderwijsveld Van der Vlugt noemt de contacten met het onderwijsveld, het bevorderen van zij-instroom en tweede kans onderwijs van groot belang om technisch geschoolde mensen aan te trekken.

Hij vertelt dat de energiesector met de bonden, het VNG en het UWV een Sectorarrangement heeft gesloten om jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt via specifieke opleidingsprogramma’s kans te bieden op werkervaring en op te leiden voor een baan in de energiesector. Deze programma’s zijn de afgelopen jaren zeer succesvol gebleken. Met als oogst 245 werkervaringsplaatsen, 52 leermeesters, 145 begeleiders en coaches, 130 stageplaatsen en 122 stagebegeleiders. n

15-03-12 13:46 15-03-12


THEMA Human Capital 6

Energie Actueel, jaargang 15, nr 4 • dinsdag 20 maart 2012

INTERVIEW Transitie

Net als alle andere bedrijven binnen de energiesector is ook Joulz, het infrabedrijf van Eneco, op zoek naar goed technisch personeel, zegt Cornelie Kaptein, HRM-directeur van Joulz. “Maar we zoeken het daarbij niet in de gangbare wervingsmethoden. Want die blijken toch minder effectief dan we dachten.” DOOR ALEXANDER HAJE Joulz is altijd op zoek naar goed technisch personeel, zegt Kaptein. “Want technische mensen zijn de dobber waarop ons bedrijf drijft en die het mogelijk maken ons op de markt te onderscheiden. Zonder goed technisch personeel heeft een bedrijf als het onze geen toekomst.” Joulz richt zich met arbeidsmarktcampagnes op zowel jonge als ervaren technici, verduidelijkt Kaptein. “Vanwege de schaarste aan vakvolwassen technici hebben we ons in 2011 ook gericht op zij-instromers uit onder meer de installatiebranche. Deze groep kon snel aan de slag na een versneld opleidingstraject bij onze eigen bedrijfsschool.”

Niet zaligmakend Voor Joulz zijn de gangbare wervingsmethoden als banenbeurzen en personeelsadvertenties niet zaligmakend, zegt Kaptein. “Ons belangrijkste kanaal bevindt zich in ons eigen bedrijf: Dat zijn de medewerkers zelf. Veel van onze nieuwe medewerkers worden aangedragen door onze eigen medewerkers. Om dit te stimuleren, voeren we hiervoor ook intern campagne. En die aanpak werkt heel goed.” Voetbalverenigingen Veel medewerkers van Joulz zijn actief bij voetbalclubs. En daarom heeft het bedrijf een specifieke campagne ontwikkeld, gericht op voetbalverenigingen. Je moet creatief denken en handelen als het om

Over Joulz Infrabedrijf Joulz, onderdeel van energieconcern Eneco, is actief op het gebied van advies en engineering en gespecialiseerd in het ontwerpen, aanleggen en beheren van energie-infrastructuren (kabel- en leidingnetten). Joulz werkt voor netbeheerders, overheden, industrie, vastgoed- en tuinbouwsector. n

het werven van personeel gaat, zegt Kaptein. “Een proces dat continu in beweging blijft en in beweging moet zijn.” De campagne, ‘De transfermarkt is geopend’, vraagt via banners, posters en advertenties in het clubblad van 25 grote voetbalverenigingen aandacht voor werken bij Joulz. Kaptein: “Elke medewerker kan zo’n pakket posters en advertenties aanvragen en binnen zijn of haar eigen voetbalclub verspreiden.” Maar, voegt zij eraan toe, “behalve bij voetbalverenigingen zijn we ook aanwezig op evenementen die onder onze doelgroep populair zijn, zoals het Zomercarnaval in Rotterdam.” Aansprekend Bij al die activiteiten is het belangrijk dat de zichtbaarheid van het merk Joulz verder wordt vergroot. “We hebben een herkenbaar en, vooral voor jongeren, aansprekend merk”, stelt Kaptein met tevredenheid vast. “En dat helpt ons. We vallen op.” Ze zegt dat sociale media een standaardonderdeel zijn geworden van de communicatiemix. “We zetten die vooral in om Joulz als werkgever bekend te maken.

Cornelie Kaptein (Joulz): “We hebben een herkenbaar en, vooral voor jongeren, aansprekend merk.”

We gebruiken Facebook, LinkedIn en Twitter om in contact te komen met potentiële medewerkers. Recent hebben we succes gehad met een online campagne ‘Opladerz’, waarbij mensen via Facebook wordt gevraagd zoveel mogelijk technische vrienden in een ‘Joulzbatterij’ te laden.” Bedrijfsschool Het werven van technisch personeel is één aspect van het verhaal, het opleiden van mensen is net zo belangrijk, aldus Kaptein. “Het is essentieel om mensen goede faciliteiten te bieden zich verder te ontwikkelen en te specialiseren. Ons werkterrein is energie-infra-

structuren en dus bieden we technici met of zonder werkervaring zich hierin verder te bekwamen. Ook mensen die door omstandigheden op enige afstand zijn komen te staan van de arbeidsmarkt proberen we weer terug te brengen in het arbeidsproces.” Joulz vindt het daarom erg belangrijk te investeren in haar eigen bedrijfsschool genaamd KEI (Kennisen Ervarings Instituut), benadrukt zij. Deze bedrijfsschool van Joulz verzorgt zo’n 10.000 opleidingen per jaar en heeft vestigingen in Rotterdam, Utrecht en Amterdam. De bedrijfsschool beschikt over theorielokalen en volledig uitgeruste praktijklokalen.

EVC-trajecten Kaptein: “Dankzij samenwerkingen met ROC’s kunnen onze medewerkers zelfs hun MBO-diploma Elektra en/of Gas bij ons halen. Daarvoor is het niet altijd nodig om de volledige vierjarige opleiding te volgen.” Joulz gebruikt daarbij zogeheten ‘Erkennen van Verworven Competenties’ - EVC-trajecten -, zodat een medewerker zijn bestaande kennis en ervaring kan verzilveren, legt de HRM-directeur uit. “Daardoor kan een medewerker via een verkort leerprogramma bijvoorbeeld een MBO4 diploma halen.” Hands-on begeleiding Leerlingen die net uit de schoolbanken komen en nog wel het nodige moeten leren om bij Joulz zelfstandig aan de slag te kunnen gaan, zijn sinds kort samengebracht in een speciale leerlingenunit. Zij worden begeleid door praktijkbegeleiders (mentoren) en praktijkdocenten (leraren). Kaptein: “We geloven dat door deze hands on begeleiding leerlingen worden gemotiveerd om bij Joulz te blijven werken na de afronding van hun leertraject. Door leerlingen die begeleiding te bieden, trek je extra mensen aan en houd je die na hun opleiding ook vast.” n

Maurits Derksen , directeur H RM Alliander

‘Werk en onderwijs nog dichter bij elkaar brengen’ Ook netbedrijf Alliander ondervindt een toenemende krapte op de arbeidsmarkt als het gaat om mensen met een technische opleiding Het is belangrijk om naast alle beschikbare instrumenten al vroegtijdig te investeren en samen te werken op het gebied van opleiden en ontwikkelen voor uiteenlopende groepen in de samenleving, zegt Maurits Derksen, directeur HRM van Alliander. “We moeten terug de keten in, en werk en onderwijs nog dichter bij elkaar brengen.” Het is niet het probleem van één individueel bedrijf of een paar bedrijven, zegt Derksen. “Het tekort aan goed technisch opgeleid personeel is een landelijk structureel probleem. En dat probleem vraagt serieuze aandacht van de hele sector. We moeten samen optrekken

en alle mogelijkheden benutten om techniek op een hoger niveau te tillen in onze maatschappij dan nu het geval is. Het belang van techniek voor economie en arbeidsmarkt moet dik worden onderstreept.” Derksen begrijpt dat je er met krachttermen alleen niet komt.

Maurits Derksen (Alliander): “We leggen kinderen uit wat die energiewereld nu precies is en wat wij doen. En waarom het zo’n leuke en boeiende wereld is.”

20121743_Energie Actueel #4_2012-ok_2.indd 6-7

Je zult de handen uit de mouwen moeten steken om techniek naar mensen toe te brengen, zegt hij. “En daar zijn we dan ook hard mee bezig.” Vertrekpunten Derksen: “Je kunt je als bedrijf natuurlijk op het standpunt stellen: we hebben werk, dus laat de mensen maar komen. Maar zo’n passieve aanpak werkt in de praktijk niet. Je zult terug de keten in moeten. Dat betekent: van de arbeidsmarkt naar de onderwijswereld. We moeten de dialoog aan met het onderwijs. Of het nou op speciaal onderwijs, MBO- of WO-niveau is, op regionaal niveau richten wij dit in. Daarmee brengen wij werk en onderwijs veel dichter bij elkaar en versterken zij elkaar. We moeten als sector onze verantwoordelijkheid nemen aan het begin van die keten, ook als het om financiële middelen hiertoe gaat.” En dat gebeurt in steeds sterkere mate, stelt Derksen vast. De sector investeert in onderwijsprogramma’s op scholen en universiteiten en Alliander investeert in onderwijsprogramma’s. Op basisschool, vmbo, mbo, hbo en universiteit worden techniek en energie geïntegreerd in het lespakket. Derksen: “We gaan terug tot op het basisschoolniveau en dat be-

tekent dat we op die basisscholen ons gezicht al laten zien. We leggen kinderen uit wat die energiewereld nu precies is en wat wij doen. En waarom het zo’n leuke en boeiende wereld is.” Buitenschools Derksen: “Ook regionaal buiten de scholen zijn we als Alliander actief. Zoals in voetbalstadions. Zo brengen wij in een voetbalstadion leerlingen, docenten en bedrijven bij elkaar om onderwijs en werk te verbinden. De energiehuishouding van een voetbalstadion wordt dan besproken en uiteenlopende lesprogramma’s over energie worden gegeven. Kinderen ervaren proefondervindelijk wat energie is. Zelf windmolentjes in elkaar zetten, zelf ontdekken hoe zonne-energie werkt.” Terug naar de bron, het begin. Derksen kan het niet vaak genoeg zeggen. “Want op de basisschool wordt de kiem gelegd voor toekomstige keuzes.” Partnerschappen Derksen: “Een andere insteek is het creëren en aangaan van partnerschappen. Wat bedoelen we daarmee? We gaan partnerschappen aan om de reikwijdte van techniek verder te vergroten en om de instroom van technische opgeleide mensen op verschillende terreinen te stimuleren. Samenwerking met andere bedrijven, waaronder aannemers, is daarbij voor ons belangrijk. In

Over Alliander Alliander wordt gevormd door de bedrijfsonderdelen Liander, Liandon en Endinet. De netbeheerders Liander en Endinet verzorgen het transport van gas en elektriciteit, Liandon ontwerpt en realiseert complexe energie-infrastructuren. n

samenwerking met diverse aannemers ontwikkelen wij samen medewerkers die bij de aannemer of bij ons instromen. Leren en werken, kansen krijgen en bouwen aan de instroom van techniek, is wat we samen doen.” Alternatieve onderwijsvormen Die leer-werktrajecten zijn als alternatieve onderwijsvorm onderdeel van deze partnerschappen, legt Derksen uit. “We hebben enkele jaren terug een vakcollege opgericht. Dat is een vorm van onderwijs, waarbij kinderen van de basisschool die technisch onderlegd zijn op de middelbare school in een onderwijsvorm terechtkomen waarbij zij intensieve begeleiding krijgen op het gebied van technisch praktijkonderwijs en meteen met techniek in de praktijk aan de slag kunnen, in plaats van alleen maar de theorie. Binnen Alliander is er een initiatief dat jongeren iedere vrijdag in de gelegenheid stelt om hun lessen binnen onze bedrijfsmuren te laten volgen. Dat levert allerlei interessante kruisbestuivingen op.” Met docenten uit het wetenschappelijk onderwijs bespreekt Alliander of het mogelijk is dat studenten

tijdens hun laatste studiejaar bij het netwerkbedrijf kunnen komen werken, zegt Derksen. “Ook op die manier breng je onderwijs en werk nog dichter bij elkaar.” Mobiliseren De netbedrijven in ons land voeren niet alleen individueel campagne voor technici, maar zetten zich ook collectief daarvoor in, aldus Derksen. “We hebben als sector met de vakorganisaties de afspraak gemaakt dat 1 procent van de loonsom van medewerkers van de gehele sector wordt geïnvesteerd in werkgelegenheid en de ontwikkeling van mensen of alternatieve onderwijsvormen. Bij elkaar opgeteld praat je dan over miljoenen euro’s, een substantieel bedrag. Daarmee creëer je financiële middelen om scholing te kunnen financieren. En dat is hard nodig, want je wilt als bedrijf toch flink bouwen aan je toekomst? Dat kost geld. Daarmee laten we ons niet afleiden dat veel onderwijsinstellingen moeten bezuinigen en geen geld hebben voor speciale onderwijsprogramma’s. Je zult als sector zelf die verantwoordelijkheid moeten nemen. Tijden veranderen.” n

7

Energie Actueel, jaargang 15, nr 4 • dinsdag 20 maart 2012

Cornelie Kaptein, directeur H RM van J oulz

‘Werving nieuw personeel begint bij eigen medewerkers’

Britse parlementariërs willen meer steun voor maritieme energie Verenigd Koninkrijk kan leidende rol spelen (Pagina 9)

Thijs A arten, voorzitter Raad van B estuur D N V K E MA

‘Veranderingen in energiesector vragen om nieuwe manier van samenwerken’ Thijs Aarten, voorzitter van de Raad van Bestuur van het nieuwe bedrijf DNV KEMA Energy & Sustainability, signaleert wereldwijd grote veranderingen in de energiesector. “De energietransitie creëert nieuwe waardeketens. Nieuwe stakeholders doen hun intrede en traditionele partijen staan voor de uitdaging hun rol te herdefiniëren. Bestaande en nieuwe stakeholders zullen op een totaal andere manier met elkaar moeten gaan samenwerken. Binnen die nieuwe rolverdeling is er maar één optie: samen de overstap maken naar een veilige, betrouwbare, efficiënte en duurzame energievoorziening.”

tor fungeert voor projecten. Met name dat laatste is erg belangrijk, omdat de realisatie van duurzame energieprojecten nu vaak nog veel meer tijd en geld kost dan nodig is. Bovendien is het van belang dat er over kabinetsperiodes heen een consistente lijn ontstaat in het transitiebeleid.”

leiderschap getuigen dat het initiatief hiertoe genomen is. Tien jaar geleden zou dit haast ondenkbaar zijn geweest.”

Doelen Aarten ziet overeenkomsten waar marktpartijen bij de energietransitie tegenaan lopen. “Het formuleren van duurzame doelstellingen voor de middellange of lange termijn lukt bedrijven nog wel, is onze ervaring. Maar daarna wordt het vaak stil. Hoe deze doelstellingen vervolgens om te zetten in concrete kortetermijndoelen en -acties blijkt vervolgens lastig. Daar liggen nog veel mogelijkheden. We zien het dan ook als onze morele taak om verder te kijken dan de strikte opdracht die ons gegeven is en het grotere geheel erbij te betrekken. Zo kun je elektriciteit wel duurzaam willen opwekken, maar het begint met het efficiënter omgaan met energie. Een concreet voorbeeld hiervan is de procesindustrie. Eind 2010 hebben wij in opdracht van NAP, het netwerk van de Nederlandse Procesindustrie, met 15 bedrijven uit de industrieketen zelf, een onderzoek uitgevoerd naar energiebesparingmogelijkheden in die sector. Hieruit bleek dat de procesindustrie jaarlijks maar liefst twee keer zoveel kan besparen. Er is dan ook nog veel te winnen op het gebied van energiebesparing.”

DOOR ALEXANDER HAJE Aarten ziet wereldwijd grote veranderingen in de energiesector. Naast het ontstaan van nieuwe energiewaardeketens en de entree van nieuwe stakeholders, moeten nieuwe kennisgebieden en technologieën ontwikkeld worden en de regulering worden aangepast. Aarten: “Omdat niemand zeker is van de uitkomst – er zijn veel onzekerheden – zijn de risico’s te groot om door één partij gedragen te worden. Nieuwe en oude stakeholders zullen elkaar in dit veranderende decor moeten vinden en tot samenwerking komen. Om dit proces te vereenvoudigen, zijn nieuwe businessmodellen nodig zodat initiatieven door alle partijen opgepakt worden en niet vroegtijdig stoppen. De noodzaak tot open innovatie en samenwerking over sectoren heen om doorbraken te bewerkstelligen, wordt in dat licht steeds dwingender.” Topsector Aarten noemt als voorbeeld de ontwikkeling van smart grids. “Het is niet alleen de energieproducent of –distributeur die hiermee te maken krijgt, maar ook de installateur, de bouwer en de ICT-ontwikkelaar. Dat vraagt een totaal nieuwe vorm van samenwerking waarbij gebruikt gemaakt wordt van alle economische en technische mogelijkheden die ons ter beschikking staan. En dat op een zodanige manier dat ons toekomstig energiesysteem beheerst en zorgvuldig tot stand komt.” Een grote uitdaging én kans, meent Aarten. Binnen die context vindt hij het een goede zaak dat de Nederlandse regering energie heeft uitgeroepen tot een van de topsectoren. “Natuurlijk is het zo dat nog niet alles loopt zoals het misschien zou moeten. Maar ik vind het van

Overheid De rol van de overheid in dit veranderende energielandschap moet volgens Aarten vooral faciliterend en stimulerend zijn. Hij noemt als voorbeeld het programma van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie om diverse smart grid proeftuinen in Nederland te ontwikkelen. “Wat je

‘Transitie brengt risico’s met zich mee en dus moeten partijen bereid zijn die te nemen’ bij de ontwikkeling van deze proeftuinen duidelijk ziet, is dat uiteenlopende bedrijven de handen ineen hebben geslagen. Gezamenlijk hebben zij ingezien dat innovatie van ons energiesysteem noodzakelijk is en ook nieuwe kansen oplevert. Ze zijn daadwerkelijk bij elkaar gaan zitten om deze innovatie te realiseren. Vervolgens heeft de overheid gezegd: wij helpen jullie om dit van de grond te krijgen. Dat doet de overheid te zijner tijd hopelijk ook door de regelgeving te versimpelen, waardoor de transitie kan worden versneld.” Deze faciliterende en stimulerende rol van de overheid is volgens Aarten essentieel om concrete transitieslagen te kunnen maken. “De overheid is er niet alleen om een structureel subsidiebeleid te ontwikkelen en technische en economische haalbaarheidsstudies uit te laten voeren. Het gaat er ook om dat zij de regelgeving en het vergunningenstelsel aanpast aan de nieuwe eisen en als katalysa-

Energie voor iedereen Thijs Aarten is ervan overtuigd dat het slechts een kwestie van tijd is voordat de mondiale bevolking toegang heeft tot energie. Aarten: “Energie, samen met water en voeding, is een van de basisbehoeften van burgers. Het is evident dat het een enorme uitdaging is om alle zeven miljard mensen van energie te voorzien op de manier zoals we nu doen. Ondanks dat een groot deel van onze wereldbevolking nog steeds geen gebruik van energie kan maken, lijkt het desalniettemin een kwestie van tijd voordat een ieder toegang heeft. De beschikbaarheid van fossiele brandstoffen is beperkt, de belasting van het milieu te groot en de kosten hoog. Een versnelling van de transitie naar een duurzame energievoorziening, wereldwijd, is daarom van groot belang.” n

Transitieproces Aarten: “Om het transitieproces werkelijk tot een succes te maken, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. In de eerste plaats: transitie brengt risico’s met zich mee en dus moeten partijen bereid zijn die te nemen. Tweede is dat het belangrijk is om die risico’s in kaart te brengen en te beheersen door controle op het proces. Verder zijn nieuwe, strategische business modellen nodig. Oude en nieuwe partijen gaan namelijk onbekende functies vervullen en zullen op een nieuwe manier met andere partijen moeten samenwerken. Transitieprojecten kunnen alleen succesvol zijn als alle partijen samen die uitdaging aangaan. Het zou vertrouwen creëren wanneer partijen op de een of andere manier beloond worden voor de risico’s die ze nemen. Een soort risk-reward pricipe dus. ” Innovatie is niet in de laatste plaats een belangrijke voorwaarde om de energietransitie tot een succes te maken, stelt Aarten. “Er zijn nieuwe technologieën nodig om transitie mogelijk te maken. Dat begint vaak in researchprojecten, waarin met steun van internationale of nationale overheidsinstanties consortia van bedrijven en kennisinstellingen met elkaar samenwerken aan een

kansrijke technologie.” Hij noemt als voorbeeld de ontwikkeling van membranen voor de afvang van water of CO2 uit rookgassen. Aarten: “DNV KEMA is van mening dat innovatie in de energiewaardeketen de weg kan effenen om daadwerkelijk tot de Trias Energetica te komen. Hierbij draait het om het terugdringen van het energiegebruik, de toename van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en het efficiënte gebruik van fossiele brandstoffen. De rol van gas hierbij is erg belangrijk. Niet alleen voor balancering van het energiesysteem, maar ook vanuit het oogpunt van groen gas. Bovendien zal gas en elektriciteit steeds meer aan elkaar gekoppeld worden. Denk bijvoorbeeld aan ontwikkelingen op het gebied van Power-to-Gas.” Slim en oplettend “Het zou veel voordelen bieden als we slimmer en oplettender zijn bij het gebruik van onze huidige systemen”, aldus Aarten. “Innovaties in de huidige energie-installaties zijn vooral gerelateerd aan opwekking, transport en eindgebruikers. Maar er is ook nog heel veel te winnen op het gebied van het energiezuiniger maken van gebouwen en industrieën.”

‘Oude en nieuwe stakeholders vinden elkaar in een nieuwe omgeving’ Daarnaast is de betrouwbaarheid van systemen een punt van aandacht, zegt hij. “De betrouwbaarheid van installaties en het verzamelen van gegevens is een belangrijk element in een concurrerende markt. Installaties die verouderen maken van lifetime assessment een belangrijke technische en economische aangelegenheid. Om de betrouwbaarheidsrisico’s te beheersen, is het van groot belang dat inspecties, metingen en testen op reguliere basis uitgevoerd kunnen worden.” Duurzaam energiesysteem Maar de ontwikkeling van nieuwe technologieën behelst meer dan louter technische en economische aspecten. Het heeft ook te maken met de maatschappelijke acceptatie door de eindgebruikers en de bereidheid van overheden om de noodzakelijke veranderingen te helpen realiseren, zegt de topman van DNV KEMA. “Het succes van de energietransitie hangt voor een groot deel af van de mate waarin het bestaande en het nieuwe systeem bij elkaar passen. De roep om flexibiliteit en technologieën die grootschalige inzet van hernieuwbare bronnen mogelijk maken, is zonder meer terecht.” Hij noemt energieopslag, smart grids en ultrahoogspanning gelijk-

Thijs Aarten (DNV KEMA): “We zien het als onze morele taak om verder te kijken dan de strikte opdracht die ons gegeven is en het grotere geheel erbij te betrekken.”

stroomverbindingen. Zaken die nu nog in de kinderschoenen staan, maar die zich de komende jaren verder zullen ontwikkelen. Besluitvormingsprocessen Aarten: “Het zou veel mogelijkheden bieden als innovatie zich ook zou richten op de complexe, strategische besluitvormingsprocessen. Uiteindelijk zal de markt, waarin de steeds veeleisender en mondigere eindgebruiker een prominentere rol zal vertolken, voor een belangrijk deel bepalen hoe onze toekomstige energievoorziening eruit komt te zien. De wet- en regelgeving zetten uiteraard de kaders neer maar het gaat verder dan dat. Wet- en regelgeving zijn richtinggevend en bepalen eveneens in niet onbelangrijke mate hoe de markt eruit komt te zien. De uitdaging is om maatgerichte modellen en mechanismen te ontwikkelen die een handvat bieden voor de

toenemende complexiteit van ons energiesysteem.” Resumerend zegt hij: “Er staan ons dus grote uitdagingen te wachten die een zwaar beroep zullen doen op ons vermogen om samen te werken, te innoveren en nieuwe paden te betreden. Maar ook grote kansen. De hoge olieprijs, vooral veroorzaakt door politieke spanningen, speelt niet alleen de VS parten. Veel landen ondervinden daar negatieve gevolgen van. Het is dan ook niet meer dan logisch, dat steeds meer landen in hun eigen energiebehoefte proberen te voorzien. Nog afgezien van de klimaatverandering, het milieuprobleem en de eindigheid van fossiele brandstoffen, is het evident dat er geen andere optie is dan dat die overstap naar een veilige, betrouwbare, efficiënte en duurzame energievoorziening daadwerkelijk wordt gezet door alle partijen samen.” n

DNV KEMA nieuw bedrijf Eind februari van dit jaar hebben het, van oorsprong Noorse DNV en KEMA de vereiste goedkeuring van de autoriteiten gekregen voor de oprichting van een mondiaal advies- en test- & certificatiebedrijf. Het nieuwe bedrijf bestaat uit ruim 2.300 medewerkers en heeft vestigingen in meer dan 30 landen wereldwijd. De thuismarkten van DNV KEMA bevinden zich in Europa, Noord-Amerika en China. Het hoofdkantoor van het bedrijf, onderdeel van de DNV Group, is gevestigd in Arnhem. n

15-03-12 13:46 15-03-12


BUITENLAND Nieuws 8

Energie Actueel, jaargang 15, nr 4 • dinsdag 20 maart 2012

Onzekerheid en verwarring rond ontmanteling kernpark in België Anders dan in Duitsland, waar de vier grote energieconcerns al een bedrag van 30 miljard euro hebben gereserveerd om de sluiting van de zeventien kerncentrales tegen 2022 op te vangen, is er in België veel te weinig geld voor de ontmanteling van de zeven kerncentrales en de behandeling en het opbergen van het nucleair afval. Ook over het sluitingsprogramma hangt een waas van onzekerheid, omdat de achtereenvolgende regeringen - al naar gelang hun politieke samenstelling - de timing van de sluiting nogal eens veranderden. DOOR JAN SCHILS, BRUSSEL Volgens de laatste stand van zaken gaan drie verouderde kerncentrales in Doel en Tihange tegen 2015 dicht, met de mogelijkheid ze drie jaar langer open te houden als er door de sluiting een ernstig tekort aan elektriciteit zou kunnen ontstaan. De overige vier centrales zouden tegen 20242025 gesloten worden. Zo luidt tenminste het compromis binnen de nieuwe links-conservatieve regering Di Rupo. GDF Suez-dochter Electrabel, eigenaar en exploitant van de nucleaire centrales, is niet blij met

dit akkoord omdat het bedrijf op die manier in de knoop raakt met zijn investeringsplannen. Ruzie Intussen is het NIRAS, het nationale instituut voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen, allesbehalve gelukkig met deze verwarde situatie rond de kernstop. Bovendien is er ruzie ontstaan over de vraag hoeveel geld er opzij gezet moet worden voor de ontmanteling van de nucleaire centrales. Voorzitter Jean-Paul Minon van het NIRAS stapt daarom binnenkort naar de Raad van State om de financiering van het sluitingsprogramma af te dwingen, zoals het was afge-

sproken. Minon: “De Commissie voor Nucleaire Voorzieningen CNV heeft onlangs bepaald dat de kernenergiesector (lees: Electrabel) minder geld moet reserveren dan het NIRAS had geadviseerd. Meer concreet werd een bedrag van 578 miljoen euro voor het jaar 2011 door de CNV teruggebracht tot 347 miljoen euro, ofwel een bonus van 231 miljoen euro in het voordeel van Electrabel. Dat kon omdat de normale procedure opzij werd geschoven.” Vreemde situatie Achteraf is gebleken dat tijdens de vergadering van de CNV, waarin het voor Electrabel lucratieve be-

Windenergie in België goed voor 930 MW

Volgens Elia, de beheerder van het Belgische hoogspanningsnet, bedraagt de capaciteit aan windenergie in België momenteel iets meer dan 930 megawatt (MW). Dat is meer dan de capaciteit van de twee oude kerncentrales Doel 1 en 2 in Antwerpen (samen 866 MW) en ongeveer evenveel als die van Tihange 1 (962 MW) aan de Maas in Wallonië. De kerncentrales Doel 3 en Doel 4 zijn respectievelijk goed voor 1.006 en 1.040 MW. Voor Tihange 3 en Tihange 4 zijn dat 1.008 en 1.015 MW. Samen leveren de zeven nucleaire centrales ruim 50 procent van de elektriciteit in België. n

sluit werd genomen, uitsluitend vertegenwoordigers van dit bedrijf, van de Nationale Bank en van de federale overheid aanwezig waren. De vertegenwoordigers van het NIRAS, de federale energiewaakhond CREG en de het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle waren niet uitgenodigd. Electrabel was dus tegelijk rechter en partij. Deze vreemde situatie heeft alles te maken met het feit dat zowat alle genoemde instellingen politiek zijn samengesteld en vooral oog hebben voor hun eigen belang.

Meerderheid Belgen wil kerncentrales openhouden Uit een afgelopen maand gehouden opiniepeiling van het bureau TNS Dimarso blijkt dat 58 procent van de Belgen niet wil dat de zeven Belgische kerncentrales worden gesloten. Vóór de kernramp van vorig jaar in Fukushima was dat nog 62 procent. De peiling toont aan dat de Vlamingen met 64 procent veel positiever tegenover kernenergie staan dan de Walen, waar de socialisten en groenen zeer sterk staan. In Wallonië geeft 38 procent te kennen tegen het openhouden van de kerncentrales te staan of “het niet te weten.” n

BUITENLAND Nieuws Europees Parlement: ‘Energieefficiency niet te dwingend opleggen aan lidstaten’ Vervolg van pagina 1 Tijdens de bespreking van het voorstel voor 20 procent energie-efficiency in 2020 in de industrie- en energiecommissie van het Europees Parlement (EP) werd vanuit alle grote fracties een beroep gedaan op de Europese Commissie om zich niet te dirigerend en te streng op te stellen, maar de lidstaten de nodige flexibiliteit toe te staan bij de uitvoering van de nieuwe richtlijn.

CDA-Europarlementslid Lambert van Nistelrooij: “Oplossingen die in Polen, Italië en Ierland goed werken, kunnen in andere landen minder goed uitpakken. Het is beter om alle opties op tafel te houden dan aan de overheden op te leggen om een verplicht aandeel aan gebouwen te renoveren. Met een nieuw verwarmingssysteem kun je bijvoorbeeld net zoveel besparen.” Van Nistelrooij reageerde daarmee op het voorstel van de Commissie om de lidstaten te verplichten om 2,5 procent van de vloeroppervlakte van alle openbare gebouwen in de EU van meer dan 250 m2 benutte ruimte vanaf 1 januari 2014 te renoveren. Als positieve punten, ook voor Nederland, wees Van Nistelrooij op de

mogelijkheid met deze richtlijn op een kostenefficiënte manier verder te kunnen werken aan het verminderen van de CO2-uitstoot, de concurrentiekracht te bevorderen en nieuwe banen te scheppen. Best mogelijke resultaten Ook het conservatieve parlementslid Vicky Ford meende dat de Commissie te weinig rekening houdt met de verschillende nationale en lokale omstandigheden binnen de EU, meer bepaald met de grote verschillen tussen Noord- en ZuidEuropa. Ford: “Doelstellingen zijn belangrijk, maar de wetgeving moet vooral focussen op maatregelen die economisch én ecologisch de best mogelijke resultaten opleveren.” De Commissie motiveert haar voorstel met het argument dat

Windmolenparken voor de Franse kust Rond 2015 verschijnen er in het Kanaal en voor kust van Bretagne vijf grote offshore windturbineparken. Samen zijn die parken goed voor een stroomproductie van 3.000 megawatt, grofweg hetzelfde als drie kerncentrales. DOOR JAN VAN ETTEN, PARIJS

Obama maakt belofte van miljoenen groene banen in de VS niet waar In Amerika valt het aantal groene banen tegen. De schone energierevolutie lijkt niet de banenmotor waar zij ooit voor gehouden werd. DOOR FRANK KOOLS De belofte leek groot. In 2008 beloofde toen nog presidentskandidaat Barack Obama vijf miljoen groene banen in tien jaar te scheppen. Toen hij het jaar daarop in het Witte Huis zat, rechtvaardigde Obama een investering van 14 miljard dollar in schone energieprojecten allereerst als een werkgelegenheidsplan. Maar de resultaten vallen tegen, bijvoorbeeld in de zonne-energiesector. Ondanks flinke subsidies werken er slechts 24.000 mensen in de productie van zonnepanelen in Amerika. Dat cijfer is deels zo laag door de vele robots die bij de productie gebruikt worden. Bovendin heeft concurrentie uit China nogal wat banen gekost. Enkele grote Amerikaanse panelenmakers gingen failliet, ondanks vaak ruimhartige subsidies. Magere resultaten Wel werken er volgens officiële cijfers van de sector 52.500 mensen in het bevestigen van de panelen

20121743_Energie Actueel #4_2012-ok_2.indd 8-9

op daken. Maar daarvoor telde de zonne-energiesector ook constructeurs mee die andere klussen in de bouw doen. Bovendien zijn het niet allemaal nieuwe banen. Die paneleninstallatie wordt deels uitgevoerd door mensen die al lang een baan hadden. Ook groene werkgelegenheidsprojecten leverden magere resultaten op. Zo kreeg de staat Californië twee jaar terug 186 miljoen dollar vanuit Washington om huizen te isoleren. Dat programma heeft slechts 538 voltijds banen opgeleverd. Een jobtrainingsprogramma voor de schone energiesector van de staat, dat 60 miljoen subsidies te besteden had, hielp slechts 719 mensen aan werk. Ook de windenergiesector heeft tot dusverre op slechts zeer bescheiden schaal werkgelegenheid geschapen. Harde aanval De Republikeinen in het Congres hebben die gegevens aangegrepen voor een harde aanval op president Obama en zijn energiebeleid. Ze hielden een hoorzitting in het Huis

van Afgevaardigden, getiteld ‘Hoe Obama’s groene energieagenda banen om zeep helpt’. Zij betogen dat Obama aan de ene kant vele miljarden stopt in schone energieprojecten die geen banen opleveren, maar tegelijkertijd met milieuregels banen in de eigen industrie, olie- en gaswinning, mijnbouw en in kolencentrales vernietigt. Volgens Van Jones, oud-coördinator groene banen in het Witte Huis, zijn de bescheiden resultaten goed te verklaren. Omdat Amerika geen klimaatwet heeft aangenomen en geen prijs op CO2-vervuiling heeft gezet, is de schone energierevolutie nooit echt van de grond gekomen. Schone sector Volgens het Brooking Instituut, een linkse denktank in Washington, werken er intussen meer mensen in Amerika in de ‘schone sector’ (werk dat milieuvoordelen heeft) dan in de fossiele sector. De schone sector groeide in de jaren 20032010 trager dan de economie als geheel, maar is sterker op de export gericht en betaalt lager opgeleiden vaak beter, aldus een Brookingsrapport. n

Voor de vijf parken - elk met een capaciteit van tenminste 420 tot maximaal 750 megawatt - is een investering gemoeid van ongeveer 10 miljard euro. In de praktijk houdt dat in dat er de komende jaren dus vijf- tot zeshonderd enorme windmolens verschijnen, ongeveer vijftien kilometer voor de kustlijn. Gouden bergen Drie grote consortiums hebben interesse getoond voor die investering: de Franse energieconcerns EDF, GDF SUEZ en het Spaanse Iberdrola. Die hebben elk - voor de verschillende projecten - weer banden met andere maatschappijen, bijvoorbeeld Alstom, Areva, het Deense DONG Energy of het Duitse Siemens. Op hun beurt beloven die maatschappijen gouden bergen aan de betreffende regio als zij behoren tot de gelukkige gekozenen. Alstom bijvoorbeeld, heeft SaintNazaire (bij Nantes) een fabriek toegezegd voor cabines boven in die windmolens voor de wisselstroomgeneratoren, en Cherbourg (in Normandië) een andere fabriek voor de constructie van de wieken (150 meter doorsnee). De fabrieken zijn ieder goed voor direct 500 arbeidsplaatsen, met nog eens 1.500 indirecte banen. Oerwoud Tegenstand is er vooral van de kant van de kustvisserij. Die ziet de

komst van “een oerwoud van 225 meter hoge betonnen palen, wieken inbegrepen” met lede ogen aan. Ook milieubeschermers hebben hun bedenkingen: riskeren die reuzenmolens niet op grote schaal trekvogels uit de lucht te maaien tijdens hun jaarlijkse migratie? De kogel lijkt niettemin door de kerk: de vijf parken komen er. De offertes liggen op tafel bij de CRE (Commission de Régularisation de l’Energie). Maar

dat is niet alles. Er zijn ook plannen voor ‘mobiele’ parken met windmolens, elk van zo’n 1.000 ton, die geankerd kunnen worden op een diepte van 20 tot 200 meter op plaatsen waar het uitkomt. Daarnaast wordt gekeken naar onderzeese ‘watermolens’, die werken op stroming en/ of tij. Momenteel lopen er proeven met dergelijke turbines bij Bréhat, een eiland voor de noordkust van Bretagne. n

9

Energie Actueel, jaargang 15, nr 4 • dinsdag 20 maart 2012

DOOR JAN SCHILS, BRUSSEL

Spaarpot Dit neemt niet weg dat er volgens de regering uiteindelijk toch een bedrag van 5,7 miljard euro moet zitten in Synatom, de Belgische spaarpot voor de nucleaire ontmanteling en de behandeling en opslag van kernafval. Die spaarpot wordt gespekt en beheerd wordt door Electrabel. Het bedrijf moet er voor instaan dat te allen tijde 25 procent van dat bedrag ook werkelijk in kas zit. Europarlementslid Bart Staes vindt dat schandalig: “De overige 75 procent mag Electrabel beleggen of er andere zaken mee financieren. De kans is groot dat uiteindelijk de belastingbetaler miljarden zal moeten ophoesten.” n

Maurits Derksen, directeur HRM Alliander “Werk en onderwijs nog dichter bij elkaar brengen” (Pagina 6)

gebouwen 40 procent van de totale energieconsumptie in de EU voor hun rekening nemen en voor 36 procent van de totale CO2-uitstoot verantwoordelijk zijn. Energiearmoede Het Luxemburgse groene EP-lid Claude Turmes, die een mandaat kreeg om namens het parlement met de regeringen van de lidstaten te gaan onderhandelen om het eens te worden over de uiteindelijke inhoud van de richtlijn, meende dat de lidstaten nu de keuze hebben om ofwel de consumenten te beschermen tegen energiearmoede en banen te scheppen ofwel om energiebedrijven almaar grotere winsten te laten maken. De Europese Commissie is van oordeel dat de energiebedrijven kunnen meehelpen de consumenten aan te zetten om hun energieverbruik te verminderen door alle mogelijke verbeteringen, zoals de installatie van energiezuiniger boilers, het gebruik van ‘slimme’ meters en het aanbieden van transparantere energierekeningen. De bedrijven worden gevraagd meer mogelijkheden te zoeken om energie te besparen en grote bedrijven moeten om de drie jaar een energieonderzoek laten uitvoeren. Ook hier geldt dat de parlementscommissie het aan de lidstaten wil overlaten dit soort maatregelen te nemen, afhankelijk van nationale en lokale omstandigheden. n

Vlaams overheidsbedrijf VEB focust op energiebesparing De Vlaamse regering heeft met een startkapitaal van 200 miljoen euro belastinggeld een eigen energiebedrijf opgericht. De bezoldigde bestuursleden van dit ‘Vlaams Energiebedrijf ’ (VEB), dat na de zomer operationeel moet worden, werden uitsluitend gerecruteerd uit leden van de drie partijen (christendemocraten (CD&V), socialisten (SPa) en nationalisten (NVA)), waaruit de Vlaamse gewestregering bestaat. DOOR JAN SCHILS, BRUSSEL Aanvankelijk werd de oprichting van dit nieuwe 100 procent overheidsbedrijf in de schijnwerpers geplaatst als tegenwicht voor het in België oppermachtige Franse energieconcern GDF Suez en haar Belgische dochterbedrijf Electrabel. Een doelstelling, die ook de meerderheid van het Vlaamse parlement wel aansprak, gezien de alom aanwezige afkeer in Vlaanderen tegen de machtspositie van Electrabel. Megalomaan Al gauw moest deze megalomane ambitie om tegen Electrabel te concurreren worden verlaten. De pas benoemde voorzitter van het VEB,

Andries Gryffrov (NVA), verklaarde bij de oprichtingsvergadering nog wel dat de VEB “ook kleine energieproducenten bijeen wil brengen om op die manier een beetje de concurrent te worden van de grote spelers.” Maar de Vlaamse minister van Innovatie en Overheidsinvesteringen, Ingrid Lieten (SPa), floot de kersverse VEB-voorzitter terug met de opmerking dat het “met 200 miljoen euro kapitaal niet echt realistisch is om die ambitie te koesteren.” De belangrijkste reden voor deze draai blijkt echter dat de Europese Commissie de Vlaamse regering er tijdig “discreet” aan heeft herinnerd dat geen enkele overheid met staatssteun (belastinggeld) een private onderneming mag beconcurreren.

Participaties Volgens minister Lieten worden energiebesparing en investeringen in duurzame energie nu het hoofddoel. Het VEB gaat in kaart brengen welke overheidsgebouwen, scholen, sociale woningen, ziekenhuizen en dergelijke met gerichte investeringen hun energieverbruik met ruim 20 procent kunnen laten dalen. Wat duurzame energie aangaat, zal het VEB nieuwe technologieën ondersteunen voor bijvoorbeeld weersvoorspellingsprogramma’s voor windenergie en voor energieopslag. Ook participaties in startende ondernemingen worden niet uitgesloten.n

Britse parlementariërs: ‘Meer steun aan maritieme energie’ Het Verenigd Koninkrijk kan een leidende rol spelen op het gebied van maritieme energie, maar dan moet de regering wel wat meer visie en durf aan de dag leggen. Dat zegt de Britse Kamercommissie voor Energie en Klimaatverandering. DOOR ARJAN SCHIPPERS, LONDEN De wateren rond de Britse eilanden hebben een enorm potentieel aan maritieme energie. Bovendien

is er geen ander land met zoveel technische kennis en expertise op dat gebied. Op verschillende plekken langs de kust worden diverse prototypes op werkelijke schaal

getest. Volgens de commissie kan in 2050 een vijfde van de Britse stroombehoefte worden geproduceerd uit golfslag- en getijdenstroom. Een opgesteld vermogen van 27 gigawatt, en dat behoort tot de mogelijkheden, zou een uitstootvermindering van 61 megaton CO2 per jaar betekenen. Veelbelovend De technologie is echter nog niet voldoende commercieel doorontwikkeld en zal voor 2020 nog niet een rol van betekenis kunnen spelen, aldus de commissie. Maar voor de langere termijn is het een veelbelovende bron van schone en betrouwbare energie. Voor verdere ontwikkeling is overheidssteun en een langetermijnvisie onontbeerlijk. Want voorlopig is de productie van elektriciteit met golfslag- of getijdenstroom nog drie tot vijf keer duurder dan onshore wind. Investeerders hebben zeker belangstelling voor de sector, zo blijkt uit een rondvraag door brancheorganisatie RenewableUK, maar zij stellen zich terughoudend op vanwege de hoge aanloopkosten

en onduidelijkheid over financiële steun op langere termijn. Kat uit de boom Vooral tijdens de fase van opschaling van prototypes naar commerciële installaties blijkt dat de ontwikkelende (vaak kleinere) bedrijven de kapitaalkosten niet kunnen opbrengen, terwijl de grote nutsbedrijven de kat uit de boom kijken omdat ze de risico’s nog te hoog vinden. De commissie pleit daarom voor kapitaalsteun en meer duidelijkheid over

het subsidieniveau, ook na 2017. Een goede samenwerking met de semi-autonome Schotse regering, die een eigen energiebeleid voert, is daarbij van groot belang. Verder wil de commissie dat er een doelstelling voor kostenreductie komt. Stroom uit maritieme bron zou in 2020 niet meer dan 18 cent per kWh moeten kosten. Wereldleider Groot-Brittannië is op het moment wereldleider op het gebied van maritieme energie, zoals het

ooit voorop liep in de ontwikkeling en productie van windturbines. Het verloor die positie aan Denemarken, omdat Londen geen consistent beleid voerde. Dat moet niet weer gebeuren, zegt de commissie. Als de overheid voortvarend en met visie te werk gaat, kan maritieme energie een bloeiende bedrijfstak worden in Groot-Brittannië die bovendien interessante exportmarkten kan bedienen met goederen en diensten. De sector zou op termijn 20.000 permanente banen kunnen scheppen. n

Goede coördinatie noodzakelijk

De aanleiding voor het commissierapport is het besluit van de Britse regering in 2011 om meer dan de helft van de financiering voor de ontwikkeling van maritieme energie te schrappen. Maar het ministerie van Energie zegt er alles aan te doen om de groei van sector te bevorderen. In januari werd het zuidwesten van Engeland – van Bristol tot Cornwall – uitgeroepen tot het South West Marine Energy Park. Daar hoort dus ook de Wave Hub bij: Een testgebied voor de kust van Cornwall met een groot ‘stopcontact’ op de zeebodem, waaraan prototypes voor golfslagenergie zijn gekoppeld die via een transformator en een onderzeese kabel energie aan het transportnet kunnen leveren. Het Park houdt in dat er een intensievere samenwerking komt tussen nationale overheid en regionaal bestuur, bedrijven en de universiteiten van Plymouth en Exeter. Er bestaat op dit moment een wirwar van instanties die zich met maritieme energie bezighouden en goede coördinatie is essentieel. Er zijn soortgelijke samenwerkingsplannen in de maak voor Schotland en Noord-Ierland. n

15-03-12 13:46 15-03-12


OPINIE Energie 10

Energie Actueel, jaargang 15, nr 4 • dinsdag 20 maart 2012

Eigen stroom eerst!

Duit in het zakje

Door Coby van der Linde

Veel beleidsruimte is er niet, omdat we de afgelopen twee jaar collegalanden regelmatig roeptoeterend de maat hebben genomen. Die zullen nu extra goed opletten dat de nieuwe regels van het spel juist hier goed toegepast worden. Dit zal ongetwijfeld ook zijn weerslag hebben op de discussies over de 2050 Roadmap, als de blik noodgedwongen wat meer op de korte termijn zal moeten worden gericht. Fiscaal pact De vrijdag voor de Catshuis-gesprekken begonnen, werd in Brussel het nieuwe begrotingspact getekend door de Europese leiders. In mijn herinnering werd niet eerder met zo weinig politieke discussie een document getekend dat de beleidsvrijheid van lidstaten zo nadrukkelijk aan banden legt. Het lijkt wel of de Europese democratie het hoofd moedeloos in de schoot heeft gelegd. Het één-maat-voor-iedereen-pak waarin we nu genaaid worden, verdient

ENERGIE Actueel Energie Actueel is een driewekelijkse uitgave van de Energiezaak i.s.m. de vereniging Energie-Nederland en Netbeheer Nederland Vereniging van Energienetbeheerders in Nederland. Energie Actueel verschaft nieuws, achtergronden en opinies uit de wereld van energie en aanverwante bedrijfstakken. Redactieadres Energie Actueel Postbus 834 6800 AV Arnhem Tel. 026-3569 417 e-mail persinfo@energiezaak.nl Hoofdredactie Anne Sypkens Smit Bladmanagement & eindredactie PACT Mediaproducties BV, Den Haag Redactie Martijn Boelhouwer, Noud Köper, Sjoerd Marbus, Sander Schilders Correspondenten Henk van den Boom (Barcelona), Elro van den Burg (Warschau), Jan van Etten (Parijs), Jan van Hoof (Frankfurt), Frank Kools (New York), Jan Schils (Brussel), Arjan Schippers (Londen), Wim Verseput (Kopenhagen) Lay-out & opmaak Do Company, Rotterdam Druk & Distributie Senefelder Misset Grafisch bedrijf bv, Doetinchem Abonnementen Energie Actueel wordt kosteloos toegezonden aan personen in dienst van bedrijven die lid zijn van Energie-Nederland of Netbeheer Nederland, in dienst van de overheid of hoger onderwijsinstelling en aan openbare bibliotheken. Overige geïnteresseerden kunnen zich abonneren. Een jaarabonnement kost € 99,Losse nummers € 6,50 Alle bedragen zijn inclusief BTW. Abonnementsgelden worden namens de uitgevers geïnd door Abonnementenland, Heemskerk. Opzeggingen - uitsluitend schriftelijk - twee maanden vóór ingang van het nieuwe kalenderjaar aan: Energie Actueel, Postbus 834, 6800 AV Arnhem

Adreswijzigingen kunnen worden doorgegeven aan: icentrum@energiezaak.nl Advertentie-exploitatie André van Beveren, Recent BV, Postbus 17229, 1001 JE Amsterdam Prins Hendrikkade 77 b, 1012 AE Amsterdam t 020 3308998, f 020 4204005 andre@recent.nl Overname van artikelen uitsluitend toegestaan na toestemming van de hoofdredactie. ISSN 2211-6230

20121743_Energie Actueel #4_2012-ok_2.indd 10

echter een gedegen discussie, vooral omdat analyses belangrijke verschillen tussen de landen laten zien die wellicht een eigen beleid verdienen. Ook ontbreekt het aan een goede uitleg van Duitsland of van onze eigen leiders die in gesprek zijn met Duitsland in de Europese Raad, welke toekomst- en beleidsvisie er nu eigenlijk ten grondslag ligt aan de afspraken. Het draagvlak voor bezuinigingen is al smal in veel landen en zal moeilijk toenemen met de huidige gebrekkige discours. Het pact veronderstelt, zo mogen we hopen, overeenstemming over oorzaken, gevolgen en, niet onbelangrijk, de aanpak van de Europese malaise. Het delen van die inzichten is ook niet onbelangrijk voor de discussie op energiegebied, waar de EU de hengel wel erg ver vooruit probeert te werpen. Ambities De ambities van de EU zijn groot en soms te groot, op welk gebied dan ook, maar laten we het bij energie houden. Barroso kondigde voor de crisis van 2008 nog een ware industriële revolutie aan bij de presentatie van het Europese energiebeleid. Wel, revolutie hebben we gekregen, maar niet van het soort waar hij van droomde. De grote ambities op energiegebied komen nu samen in de 2050 Energy Roadmap. Over zo’n slordige veertig jaar moet de Europese energiehuishouding grondig verbouwd zijn. Nu is deze constatering niet zo hemelbestormend, wel dat het traject ernaartoe behoorlijk wordt dichtgetimmerd en er mentaal al afscheid genomen wordt van mogelijkheden die niet in het ideaalplaatje passen van de toekomst. Deze energiedragers sluiten niet meer aan bij de nieuw te creëren

werkelijkheid, ook niet als ze wel tot de werkelijkheid horen van vandaag en morgen. Realiteit Kijken we 40 jaar terug, dan leert de geschiedenis dat er in zo’n periode veel zal veranderen. Uit mijn huis was de kolenkachel net weggesleept en was verwarming door het hele huis nog een luxe. De komende 40 jaar zal er ongetwijfeld ook veel veranderen, daar hoef je niet eens een technologieoptimist voor te zijn. Nu de Europese economie in woeliger vaarwater is gekomen, is het echter de vraag of de Europese lidstaten zo kien zullen blijven om, voor de internationale troepen uit, zich nu op kostbare routes te willen vastleggen of dat kortere termijnbelangen van bedrijvigheid en werkgelegenheid zullen prevaleren. Vooral in de (groeiende) groep van armere lidstaten zullen de langetermijnambities worden ingehaald door de harde economische werkelijkheid van het heden. Schraalhans De huidige geringe beleidsruimte bepaalt waarschijnlijk het tempo van verandering in de komende jaren. De EU-overheden hebben de grenzen van de uitgaven bereikt en zullen moeilijke keuzes moeten maken tussen verschillende beleidsprioriteiten. Net als in eerdere periodes van schraalheid in de bestedingen van de overheid, zal ‘de markt’ een belangrijk deel van de beleidsambities moeten realiseren. Afhankelijk van het raamwerk waarbinnen de markt kan opereren, zal de markt wellicht opteren voor andere routes naar verduurzaming dan die nu door de politiek en bureaucratie worden geprefereerd. De concurrentie met

het buitenland zal hierin ook een belangrijke rol spelen. De huidige opdracht aan de regeringsleiders is, althans zo begrijpen we de begrotingsdiscours, immers het herstel van de concurrentiekracht van de lidstaten. In een dergelijke strategie past natuurlijk geen energiesysteem dat de lidstaten ten opzichte van de concurrentie buitenspel zet. Buitenbeentje Het is echter precies op energiegebied waar de EU zich ten opzichte van Noord-Amerika en Azië lijkt te ontwikkelen als een buitenbeentje. De verduurzaming van het energiesysteem is vooralsnog een kostbare aangelegenheid gebleken voor de overheid. De begrotingsperikelen zullen ook hier voelbaar worden en slechts weinigen zullen de ontwikkelingen nog uit de begrotingskas willen of kunnen stimuleren. Echter, ook de portemonnee van de consument is niet oneindig diep; zeker de komende jaren niet. Een discussie over de kosten van de verschillende routes naar een duurzamere energiehuishouding is broodnodig om het draagvlak voor verduurzaming te behouden in de toekomst. Daarbij is het niet voor te stellen dat er, zoals bij het begrotingspact, geen diepgaande discussie zal plaatsvinden en dat lidstaten enige ruimte wordt gelaten om de route te kiezen die het beste past bij de eigen economie. Het is dus eigenlijk heel simpel, goed ‘roodbeppen’ gaat vooraf aan ‘roodmeppen’. Coby van der Linde is hoofd van het Clingendael International Energy Programme en hoogleraar Geopolitiek en Energiemanagement aan de Rijksuniversiteit Groningen. n

Abonnement op

ENERGIE Actueel Vul de bon volledig in en stuur zonder postzegel naar: Energie Actueel, Postbus 834, 6800 AV Arnhem Ik abonneer mij op Energie Actueel Een abonnement kost €99,- incl. 6% btw Ik verzoek om kosteloze toezending van Energie Actueel, omdat ik werk bij: een bedrijf dat lid is van Energie-Nederland een bedrijf dat lid is van Netbeheer Nederland de overheid een hoger onderwijsinstelling Titel(s) Voorletters en naam

M/V

Functie Telefoonnummer E-mail Naam organisatie/bedrijf Afdeling Postadres*

Locatiecode

Postcode/woonplaats Aard van het bedrijf * Tevens factuuradres.

Ik ontvang Energie Actueel graag op onderstaand privéadres** Adres Postcode/woonplaats ** Bij ontvangst op privéadres ook altijd de gegevens bedrijf, incl. postadres, invullen.

Datum Handtekening

Ordernr.

btw-nr.

20-03-2012

Eindelijk is er een discussie op gang gekomen over het economisch beleid in de EU nu de crisisgolven ook over onze dijken heen stromen. Het is niet langer een probleem alleen van de zuidelijke lidstaten nu de broekriem ook hier een gaatje of twee strakker moet om te voldoen aan de gemaakte afspraken van begrotingsdiscipline.

Er is dezer dagen in politiek en energiesector het nodige te doen over het begrip ‘salderen’. Salderen is het verrekenen van verbruikte elektriciteit die vanuit het net wordt afgenomen met (op andere momenten) geproduceerde stroom die op het net wordt ingevoed. De waarde van de geproduceerde elektriciteit wordt zo gemaximaliseerd. De marge van de energieleverancier en energiebelasting worden namelijk uitgespaard, vergeleken met de situatie waarin geproduceerde stroom op de markt wordt verkocht en verbruikte elektriciteit separaat wordt ingekocht.

Door Han Slootweg

Er bestaan twee verschillende vormen van salderen. De eerste vorm betreft het verrekenen van invoeding en verbruik achter één en dezelfde meter. Dit is aan de orde wanneer een ‘prosumer’ op bepaalde momenten elektriciteit produceert en terugvoedt in het net, terwijl hij op andere momenten juist stroom verbruikt. In de zomer met zonnepanelen geproduceerde elektriciteit wordt afgetrokken van de in de winter verbruikte elektriciteit. Het nettoverbruik wordt vervolgens in rekening gebracht door zijn energieleverancier. Er wordt dus gesaldeerd ‘in de tijd’. Op grond van de Elektriciteitswet is deze vorm van salderen kleinverbruikers toegestaan tot jaarlijks maximaal 5.000 kWh met het netwerk uitgewisselde elektriciteit. De tweede vorm is aan de orde als productie en verbruik plaatsvinden achter verschillende meters, en dus ook op verschillende locaties. Voorbeeld: een Vereniging van Eigenaren installeert zonnepanelen op het dak van een appartementencomplex. Het is technisch veel eenvoudiger en goedkoper om deze zonnepanelen en de appartementen apart van elkaar op het net aan te sluiten en separaat te bemeteren, dan om kleine oppervlaktes aan panelen met aparte laagspanningskabels in de individuele appartementen “achter de meter” aan te sluiten; de benodigde laagspanningskabels kosten geld en ruimte. Door het salderen van de meterstanden van de zonnepanelen en de appartementen wordt hetzelfde resultaat bereikt, maar dan zonder dat daarvoor extra kabelwerk noodzakelijk is. Een ander voorbeeld is een collectief van particulieren dat besluit om te investeren in een windturbine en om dit financieel haalbaar te maken de geproduceerde stroom op het eigen verbruik in mindering wil brengen. Bij deze tweede vorm van salderen wordt er dus niet alleen ‘in de tijd’, maar ook ‘over afstand’ gesaldeerd. Deze tweede vorm van salderen is in tegenstelling tot de eerste wettelijk niet toegestaan. In het licht van het energiebeleid van deze regering is dat een uiterst vreemde zaak. Allereerst geldt, dat het ‘salderen in de tijd’ de marge van de commerciële energieleveranciers elimineert. Zij worden immers gedwongen om in te kopen voor dezelfde prijs als waarvoor zij

verkopen. Wetgeving die markpartijen verplicht om tegen dezelfde prijs in te kopen als te verkopen, staat op gespannen voet met het concept van de vrije energiemarkt. De vrijheid van partijen om een eigen prijsbeleid te voeren, vormt daarvan immers een essentieel onderdeel. Verder geldt, dat het verbod op ‘salderen over afstand’ op gespannen voet staat met het principe van nondiscriminatie. Het verbod leidt er immers toe dat alleen afnemers met een eigen dak, dat dan ook nog eens de juiste oriëntatie ten opzichte van de zon heeft, zonnepanelen zullen plaatsen. Wanneer die oriëntatie ongunstig is, of als het appartement geen eigen dak heeft, kan de bewoner geen zonnepanelen plaatsen. Om nog maar te zwijgen van een windturbine die een zeer fors kavel vergt. Onbelemmerde en non-discriminatoire toegang tot de energiemarkt vormt een belangrijke pijler van de energiewetgeving. Het bevreemdt daarom zeer dat de (on) mogelijkheid van particulieren om duurzame energie te produceren en op de markt te brengen afhangt van de ligging van hun huis en de grootte van hun kavel. De mogelijkheden van consumenten om te investeren in duurzame energie zouden in het licht van het uitgangspunt van non-discriminatie niet beperkt mogen worden door de eigenschappen van hun woning. Dergelijke factoren mogen geen barrière vormen om toe te treden tot de duurzame stroommarkt. Tot slot wordt op de internetsite van de rijksoverheid het doel van de SDE+, de actuele ondersteuningsregeling voor duurzame energie, als volgt omschreven: “Doel van de regeling is om zo veel mogelijk duurzame energie op te wekken per euro, door de goedkoopste vormen te subsidiëren. Ofwel: betaalbare, betrouwbare en schone energie.” Op grond van deze doelstelling zou de overheid ‘salderen over afstand’ niet slechts moeten toestaan, maar zelfs moeten toejuichen! Want het maakt het mogelijk om op grotere schaal duurzame energieprojecten te realiseren en de productie te maximaliseren door te kiezen voor locaties met optimale eigenschappen. Daardoor dalen de kosten, zodat het beleidsdoel om zoveel mogelijk duurzame energie te produceren per (door particulieren geïnvesteerde!) euro hiermee zeer gediend zou zijn. Op grond van deze argumenten moet ‘salderen over afstand’ worden toegestaan. Voorwaarde daarbij is dat zowel de productiemeting als de verbruiksmeting worden uitgevoerd als een slimme meter en dat er niet slechts geaggregeerde meterstanden met elkaar worden verrekend, maar dat per programma-tijdseenheid wordt gesaldeerd. Zo wordt transparant hoeveel energie een klant met zijn leverancier heeft uitgewisseld, op welk moment en tegen welke prijs. De locaties van productie en verbruik zijn daarbij niet van wezenlijk belang. Het salderen per programma-tijdseenheid kan dus ook meteen worden toegepast achter één en dezelfde meter. Dan geldt voor elke ‘prosumer’: eigen stroom eerst! Han Slootweg is deeltijdhoogleraar Smart Grids aan de Technische Universiteit Eindhoven en werkzaam bij een regionale netbeheerder. n

15-03-12 13:46 15-03-12


Energie Actueel nr.4 2012