Issuu on Google+

zaterdag, 27 juli 2013

Aan elkaar toekomen Op een open plek in de bossen bij Daelzicht in Heel staan tien indianenhuizen voor gezinnen met gehandicapte kinderen. Vrijwilligers van Stichting Wigwam Vallei Nederland houden de kinderen bezig zodat ouders weer tijd voor zichzelf hebben. door Daniëlle Engels

D

e stilte is oorverdovend. Voor de meeste tipi-woningen op de voormalige voetbalvelden liggen mannen en vrouwen in een stoel een boek te lezen. Af en toe hoor je het geluid van een pagina die omgeslagen wordt, verder is het stil. De rust die de ouders de rest van het jaar missen, wordt hier ruimschoots ingehaald. „Als ouder van een gehandicapt kind ben je vierentwintig uur per dag bezig met zorgen”, vertelt ervaringsdeskundige Saskia Vrijland uit Hoogkarspel. Samen met haar man Leon en kinderen Melanie (10), Lennard (8) en Dominique (4) is ze al voor de vijfde keer te gast in één van de wigwam-woningen in Heel. „We hebben weinig mogelijkheden om iets met z’n tweeën te

zaterdag, 27 juli 2013

Moet wigwam wijken voor pretpark? Momenteel wordt onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van een groot belevenispark (een soort pretpark voor verstandelijk en geestelijk gehandicapten) bij Daelzicht in Heel. Als de plannen van de grondeigenaar doorgaan, zullen de tien tipi-woningen van stichting Wigwam Vallei Nederland verplaatst moeten worden. „Rust is een heel belangrijk onderdeel van ons concept. Een belevenispark zorgt juist voor drukte”, vertelt Marian Heynens van de stichting. Verplaatsen naar een andere locatie zou echter betekenen dat de stichting geen gebruik meer kan maken van de faciliteiten van Daelzicht, zoals de snoezelruimte en het zwembad. Daelzicht en Wigwam Vallei Nederland zoeken daarom samen naar oplossingen.

gaan doen. Een oppas vinden voor onze zoon Lennard is namelijk lastig. Hij is meervoudig gehandicapt. Hij loopt niet, praat niet en ziet slecht”, vult haar man aan. „Tijdens deze vakantie wordt Lennard begeleid door vrijwilligers, waardoor wij even de tijd hebben om op te laden.” Saskia en Leon zijn niet de enigen die dat zo ervaren. Iedere tipi op het terrein is in de zomervakantie constant bezet. Al geven de ouders wel aan dat het moeilijk is om de zorg over je kind die week (of twee weken als het gezin daarvoor kiest) uit handen te geven. „Tijdens de eerste vakantie zaten we de tweede avond huilend voor de tent. Er valt zoveel van je af, je weet dan gewoon even niet wat je met al die vrije tijd aan moet. Pas na een paar dagen kun je echt beginnen met genieten van de vrijheid. Dan pakken we de fiets en gaan

we lunchen in Roermond. Dat is het ultieme vakantiegevoel voor ons”, straalt Saskia. Overigens is het niet zo dat de kinderen de hele week gescheiden worden van hun ouders. „Lennard en zijn zusjes doen overdag activiteiten met de vrijwilligers. Rond half vijf zijn ze weer terug bij de tipi en nemen wij de zorg weer over.” Voor vrijwilliger Marloes Visser (26) uit Geldrop zit het werk er dan op. „Ik begeleid Lennard al een paar jaar. We hebben echt een klik. Voor al die blije gezichten van zowel de gehandicapte kinderen als hun broertjes en zusjes offer ik met liefde twee weken van mijn vakantie op”, vertelt ze met tranen in haar ogen. Die tranen zijn van emotie en vermoeidheid, weet haar collega Trudy Kuiper (57) uit ’s-Gravenzande. „Ouders hebben iedere dag de zorgen over hun kind, zeker als het gehandicapt is. Wij

Familie Vrijland geniet van haar vakantie op het wigwamkamp in Heel. zijn het niet gewend en dat merk je na een week aan je lichaam. Maar de kinderen laten je die vermoeidheid vergeten.” Dat beseffen Leon en Saskia Vrijland zich ook, zeker na een dag zonder de kinderen. „Af en toe ga ik bij de

activiteiten kijken onder het mom van ‘even een foto maken’. Zo stellen we onszelf gerust, terwijl we eigenlijk wel weten dat alles goed is”, zegt Leon. „Het gevoel dat je weer aan elkaar toe komt en je zorgen even kunt ver-

foto’s Maartje van Berkel

geten, dat gevoel is...” Leon maakt zijn zin niet af. Hij tuurt in de verte naar de stoet vrolijk schreeuwende kinderen die net terug komt van een ijsje eten. ‘Onbeschrijfelijk’ moet het woord zijn dat hij zoekt.


Artikel ddl 27 juli 2013