Issuu on Google+

ja argang 18 - nummer 3 - ok tober 2013

Jeugd weet Indigo Preventieteam te vinden

centrum voor geestelijke gezondheidszorg

“Het doet mensen goed nuttig bezig te zijn�

2012 in vogelvlucht


2 - radar 3

colofon

inhoud

Radar is een magazine voor medewerkers en relaties van Emergis/centrum voor geestelijke gezondheidszorg. Radar verschijnt vier maal per jaar. Oud-medewerkers en relaties van langdurig opgenomen cliënten van Emergis kunnen Radar op verzoek ontvangen. Redactie Els de Blok-Vos, Letty Dreesman, Anoeska Gijzel, Ruud de Munck, Mitchell Tiber,

Vrouwen- en crisisopvang in ontwikkeling De reorganisatie is volop in ontwikkeling. Zo vindt er een herhuisvesting plaats en worden de methodieken Krachtwerk en Veerkracht ingevoerd. pagina 8

Volledig Pakket Thuis Voor mensen die thuis willen blijven wonen maar daarbij extra hulp nodig hebben, biedt Emergis Volledig Pakket Thuis. Jo Quist (70) uit Goes is er blij mee. Pagina 10

De weegschaal de baas De afdeling eetstoornissen begeleidt cliënten bij het herstellen van of het leren omgaan met een eetstoornis. Pagina 12

Eens gek, altijd gek Laura Stokker, teamcoach van de beschermende woonvorm in Zierikzee deed onderzoek naar professioneel stigma. Ze wil professioneel stigma graag bespreekbaar maken. Pagina 22

Rosette Wille, Jeannette van der Zwaag. Met medewerking van Elian van ’t Westeinde, Mariska van der Hulst, Sven van den Dries, Lianne Zwijnenberg Hoofdredactie Nanon Doeland Secretariaat Heleen Geus Fotografie Nanon Doeland, Marcelle Davidse, Ingrid Borger, Hans Boer, Eddy Westveer Ontwerp en vormgeving De Fabriek Communicatiewerken, Amsterdam

En verder: Jeugd weet Indigo Preventieteam te vinden pagina 3 Bjørn Grootswagers versterkt directie DWZ pagina 6 2012 in vogelvlucht pagina 15 President Lions Club Vlissingen over geestelijk gezond in Zeeland pagina 18 Spotlight pagina 20

Druk Jumbo Offset, Goes Informatie Inzending kopij aan de

column Op weg naar genormaliseerde verhoudingen

dienst communicatie Emergis, Postbus 253, 4460 AR Goes o.v.v. secretariaat Radar. Kopij bij voorkeur aanleveren per e-mail: communicatie@emergis.nl. Inlichtingen kunnen worden ingewonnen bij de dienst communicatie, telefoon 0113 26 72 31 of 26 72 32.

Het zijn roerige tijden, buiten maar ook binnen Emergis. Per 1 oktober is mijn collega Leen, met wie ik altijd heel prettig heb samengewerkt, gestopt. Dat is een gemis voor mij, maar ook voor Emergis. Leen heeft in die tien jaren als gedreven en betrokken bestuurder veel voor Emergis betekend. De verhoudingen zijn echter zo verstoord geraakt dat het voor Emergis beter was dat Leen ruimte maakte om daarmee die verhoudingen weer te normaliseren. En dat is hard nodig want er staat Emergis het nodige aan ontwikkelingen en helaas ook aan bezuinigingen te wachten. In die turbulente tijden willen we kwalitatief goede zorg blijven leveren en als Emergis ook een goede werkgever blijven. Hiervoor is het nodig dat we weer in gezamenlijkheid en vanuit de verschillende verantwoordelijkheden de draad oppakken. Er staat ons heel wat te doen en de beste manier om dat te doen is: samen!

Inleveren kopij voor het volgende nummer van Radar vóór 12 november 2013.

Rick Mentjox raad van bestuur


radar 3 - 3

Veel jongeren experimenteren met alcohol en drugs. Ze zijn op een feest en slikken een pilletje XTC, eten een paddo, roken cannabis of proberen GHB uit. Vaak zonder dat ze weten wat de gevolgen daarvan kunnen zijn. Het Indigo Preventieteam is er om voorlichting te geven over de werking, de effecten en de risico’s van drugs. Dit team geeft gastlessen op scholen en bezoekt alle festivals in Zeeland. tekst Elian van ’t Westeinde beeld marcelle Davidse

M

et een kreun zakt de net opgetuigde marktkraam in elkaar. Preventiemedewerkers Elina Janse en Barbara van de Geer van Indigo Preventie duiken lachend onder het zeil vandaan. Collega Rob Verschoor schiet de twee snel te hulp. “Je ziet het”, zegt hij gekscherend. “Voordat we onze plek eenmaal veroverd hebben, zit er al een hele werkdag op.” Vandaag staat het Indigo Preventieteam op het Bevrijdingsfestival in Vlissingen. Elina en Rob installeren de in het oog springende Indigo Preventiebus naast de kraam waar Barbara

verschillende voorlichtingsfolders uitstalt. “Die bus is een fantastische aanwinst”, zegt Elina. “Alles wat we nodig hebben voor zo’n evenement zit erin. Koffers met voorbeelden van verslavende middelen die we bij onze voorlichting gebruiken. Daarnaast folders, gadgets en kennistesten met vragen over alcohol, harddrugs en softdrugs. En tegenwoordig ook over energydrinks die veel worden gedronken door heel jonge kinderen. Ze hebben geen idee wat die drankjes aan suikers en opwekkende stoffen bevatten.”

Vrijwilligers Op de evenementen krijgt het Indigo Preventieteam hulp van vrijwilligers, peers. Dit zijn meestal scholieren van 16 jaar en ouder. Indigo geeft deze jongens en meiden een basistraining die gericht is op kennis over het gebruik van alcohol, cannabis en energydrink. Maar ze leren ook alles over harddrugs als XTC en GHB. Tijdens de evenementen mengen de vrijwilligers zich onder het publiek. Ze leggen contact met leeftijdgenoten. “De ene keer komen ze op een frisfeest waar jongeren experimenteren met drank”, zegt Elina. “Een andere

keer zijn ze op een hardcore feest waar zwaardere middelen worden gebruikt. In beide gevallen weten onze vrijwilligers zich te redden.” Vandaag gaan de peers Jeanine Lie-hap-po (24) en Naomi Remijn (18) de straat op. Nog voordat rapper Dio het Bevrijdingsfestival opent, lopen ze richting festivalterrein. “Condooms alleen uitdelen aan wat ouderen, niet aan veertien of vijftienjarigen”, geeft Elina ze als laatste instructie mee. Jeanine heeft een opleiding social work gedaan. “Ik ben met dit vrijwilligerswerk begonnen om studiepunten te verzamelen


4 - radar 3

“Als we mensen aanspreken vragen we eerst of ze bijvoorbeeld een alcohol- of cannabistest willen maken.”

voor school. Maar ik vind het zo leuk dat ik ben blijven hangen. Ik kom op veel verschillende festivals. Inmiddels heb ik geleerd mensen te benaderen op zo’n manier dat het niet storend is. Ze zijn aan het feesten, dus ik wil ze niet lastigvallen met een praatje over alcohol- of drugsgebruik. Soms denken ze dat we helemaal tegen het gebruik van genotmiddelen zijn, maar we zijn echt geen geheelonthouders.” Naomi kwam via haar tante met Indigo in contact. Ze gaat graag mee naar festivals en vindt het interessant om zoveel verschillende mensen te ontmoeten. Ze heeft geen enkele moeite zomaar op feestende festivalgangers af te stappen. “In het algemeen reageert niemand negatief. Jongeren rond de vijftien willen eigenlijk alleen de gadgets hebben. Vaak hebben die geen zin in een gesprek

en zeggen ze gewoon alcohol te willen drinken. Iets ouderen willen vaak meer weten over wat er gebeurt als ze alcohol of XTC gebruiken en wat de gevolgen daarvan kunnen zijn.” Bewustwording De twee peers zijn goed herkenbaar aan hun zwarte Indigo Preventie T-shirt met witte opdruk. Jeanine draagt een zware tas over haar schouder. Die zit bomvol gadgets als condooms, lollies, armbandjes, zonnebrillen. “Natuurlijk hebben we ook alle kennistestjes bij ons”, zegt Jeanine. “Als we mensen aanspreken vragen we eerst of ze bijvoorbeeld een alcohol- of cannabistest willen maken. Daarna nemen we de vragen met hen door. Vaak ontstaat daarna een gesprek over het gebruik van die middelen. En de mogelijke risico’s daarvan.” Twee jongedames die bij het


radar 3 - 5

podium staan te wachten tot de muziek begint, zijn bereid een test over alcoholgebruik in te vullen. Leona (22) en Colinda (25) kennen het preventieteam van andere festivals. Daar vulden ze al eerder zo’n test in. Toch zijn ze een paar antwoorden alweer vergeten. “Een geheugenopfrissertje” zegt Leona. “Dit soort quizjes helpt bewust te worden waar je mee bezig bent.” Voorjaar en zomer zijn toptijden voor het Indigo Preventieteam. Dan bezoeken de vijf vaste preventiemedewerkers zo’n 40 evenementen, festivals en feesten. Maar daar blijft het niet bij volgens Elina. “Per jaar kopen Zeeuwse gemeenten een bepaald aantal uren in”, zegt ze. “Die zetten wij om in gastlessen, het bezoeken van evenementen en straatcontacturen waarbij we jongeren op straat aanspreken of ze op hang-

plekken opzoeken. We geven voorlichting over het gebruik van middelen. Verder verzorgen we individuele trajecten, zijn we betrokken bij Halt en praten we met comazuipers.” Op evenementen en festivals lopen veel jongeren rond. En waar jongeren zijn, bestaat de mogelijkheid dat er wordt geëxperimenteerd met alcohol en drugs. “Wij proberen op een zo laagdrempelig mogelijke manier voorlichting te geven. We zeggen niet: ‘zou je dat nou wel doen’, maar we vertellen jongeren wat voor middelen er zijn, wat het effect van die middelen is en welke mogelijke risico’s er kleven aan het gebruik ervan. We kweken bewustwording.” De resultaten die het preventieteam boekt zijn moeilijk meetbaar. “Vergelijk het met roken. Steeds minder jongeren grijpen naar sigaretten. Dat komt door bewustwording van de gezond-

heidsrisico’s en de aandacht die ervoor is. Zo hebben we op dit moment de campagne ‘Laat ze niet verzuipen’ om overmatig alcoholgebruik onder jongeren onder de zestien jaar tegen te gaan.” Nuttig Een groepje opgeschoten jongens reageert lacherig als de peers Jeanine en Naomi vragen of ze een kennistest willen invullen over cannabis. Al gauw vallen ze stil. Geen van de vijf heeft alle vragen goed. Joop (20) heeft in het verleden wel eens een joint geprobeerd. Hij heeft er geen moeite mee als hij op een festival wordt aangesproken door medewerkers van Indigo. Net als de rest van het groepje vindt hij het belangrijk om te weten wat verdovende middelen voor uitwerking hebben. Peer education is volgens Elina een heel belangrijk onderdeel

van drugs- en alcoholpreventie. “Tegen mij zeggen ze al gauw ‘mevrouw’. Het leeftijdsverschil schept afstand. Leeftijdgenoten onder elkaar nemen sneller iets van elkaar aan. Soms krijgen ze ook gesprekken die te ver gaan. Zoals verhalen van jongeren waarvan de ouders veel drinken. Dan gaat een gesprek snel over hoe het thuis gaat. Of als een jongere verslaafd is en daar vanaf wil. In die gevallen verwijzen de vrijwilligers door naar ons. Wij houden ons uitsluitend bezig met preventie, voorlichting. Zorg en behandeling is voor andere hulpverleners. Ik vind het bevredigend werk. Veel jongelui weten ons goed te vinden. Ze stellen vragen als: Hoeveel milligram XTC mag ik gebruiken? Waar kan ik mijn pillen laten testen? Bij ons krijgen ze antwoord. Waar moeten ze anders met dit soort vragen naar toe?”


6 - radar 1

Demontage Werkplaats Zeeland (DWZ) is een bedrijf voor demontage, recycling en arbeidsrehabilitatie. Er werken mensen die (nog) niet kunnen instromen op de reguliere arbeidsmarkt, veelal cliënten van Emergis. Sinds december vorig jaar is React voor de helft eigenaar geworden van DWZ. Bjørn Grootswagers is Regionaal Directeur van React en samen met Jan van der Hallen, directeur bij Emergis, stuurt hij het bedrijf aan. Bjørn vertelt over zijn visie op ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’.

tekst mariska van der hulst beeld eddy westveer

W

anneer Bjørn arriveert loopt hij eerst de werkplaats in voor een praatje met de mannen die daar aan het werk zijn. Een nieuwe lading apparaten wordt bekeken en Bjørn merkt op dat het leuk is voor de medewerkers als er veel verschillende spullen zijn om te demonteren. “Dat houdt het werk afwisselend en uitdagend.” Oude mobieltjes, namaakgitaren uit China, afgekeurde apparaten en illegaal geïmporteerd speelgoed. De medewerkers van DWZ halen het allemaal uit elkaar. Ze halen er voldoening uit om zo samen nuttig bezig te zijn. Want nuttig is het: als deze spullen een verbrandingsoven in moeten is dat slecht voor het milieu en gaan de grondstoffen verloren. Nu worden de materialen gerecycled. Bovendien is dit een uitstekende manier voor cliënten van Emergis om zich voor te bereiden op re-integratie in het reguliere arbeidsproces. Vanuit zijn bedrijf React, voorheen Stichting Namaak Bestrijding Nederland, zet Bjørn Grootswagers zich al jaren in voor de strijd tegen namaakgoederen. Voor bijna 200 grote merken, zoals Adidas, Apple en Samsung, worden voortdurend partijen namaakgoederen opgespoord. Die worden dan in beslag genomen en al vele

jaren bij DWZ gedemonteerd en klaargemaakt voor recycling en verwerking. “De stap naar participatie in DWZ was dus klein en lag in het verlengde van wat ik al deed. Bovendien heeft Emergis geen winstoogmerk en ook React is een non-profit organisatie. Een samenwerking tussen die twee is een goede match.” Nieuwe dingen leren en ontwikkelen In de werkplaats werken vooral cliënten van Emergis. Omdat ze (nog) niet aan het reguliere arbeidsproces kunnen deelnemen, geeft dit ze toch de mogelijkheid om op hun eigen tempo en niveau een bijdrage te leveren aan een maatschappelijk doel. Bjørn: “Het is goed voor mensen om lekker bezig te zijn, sociale contacten te hebben en een dagritme aan te houden, ook als je nog geen betaalde baan kan hebben. Iets nuttigs doen versterkt het gevoel van eigenwaarde. De medewerkers zijn er trots op dat ze iets kunnen bijdragen aan de maatschappij. Bovendien leren ze hier nieuwe vaardigheden en krijgen ze de kans om zich te ontwikkelen. Je kunt bijvoorbeeld je heftruckdiploma halen of meer leren over techniek. En dat vergroot weer de kans op terugkeer in de reguliere arbeidsmarkt.”


radar 3 - 7

“Mensen geven zelf aan wat ze leuk vinden om te doen en daar zoeken we passend werk bij” Win-win-principe Bjørn is enthousiast over het win-win-principe. “Door goederen op deze manier te verwerken sparen we het milieu en tegelijkertijd bieden we mensen een kans om nuttig werk te doen zonder dat daar druk op ligt.” Hij hoopt het werkterrein in de nabije toekomst dan ook te kunnen uitbreiden. “We werken nu al samen met de Belgische douane en op dit moment onderzoeken we ook de mogelijkheden voor expansie in Duitsland en Noord-Frankrijk.” Dat vraagt duidelijk om ondernemingszin maar volgens Bjørn staat dat niet haaks op het maatschappelijke doel van de

organisatie. “Natuurlijk is er bij DWZ sprake van ondernemerschap, uiteindelijk leveren we gewoon diensten aan klanten zoals bijvoorbeeld de Nederlandse douane. We zijn momenteel ook bezig met het behalen van certificeringen op het vlak van kwaliteit, milieu en arbo. We willen graag groeien omdat het kan, niet omdat het moet.” De mensen staan centraal Uiteindelijk staat in de bedrijfsvoering de mens centraal stelt Bjørn. “Het therapeutische doel dat we hebben blijft ons uitgangspunt. Medewerkers hebben hier geen contract en zijn vrij om te komen. Ze krijgen

wel een vrijwilligersvergoeding voor het werk dat ze doen maar we leggen ze geen enkele druk op. We drijven de onderneming niet op het scherpst van de snede, zijn heel flexibel en hebben ook geen strakke planning. DWZ is een werkleerbedrijf en ons voornaamste doel is dat medewerkers plezier beleven aan het werk en aan elkaar. Dat heeft een positief effect op hun herstel. Erkenning en waardering zijn daarbij heel belangrijk. We helpen ze iets te doen om trots op te zijn. Ze kunnen hun vaardigheden bijspijkeren, cursussen volgen en werkervaring opdoen.”

Voor iedereen passend werk? Bjørn: “Er is werk te doen op allerlei vlakken en voor iedereen is wel passend werk te vinden. We zoeken sorteerders, demonteurs, wegers en terreinverzorgers. Maar ook koks, schilders en huishoudelijk of administratief medewerkers kunnen we goed gebruiken. Ik hoop dat er in de toekomst nog veel meer cliënten van Emergis bij DWZ komen werken. In september houden we een open dag. Iedereen die interesse heeft is welkom om een kijkje te komen nemen.” Voor contact met DWZ: 0113 22 23 48


8 - radar 3

Ontwikkelingen in de vrouwen- en crisisopvang

“De cliënt heeft straks een eigen leven binnen de opvang” De reorganisatie van de vrouwen- en crisisopvang is volop in ontwikkeling. Zo vindt er een herhuisvesting plaats en worden de methodieken Krachtwerk en Veerkracht ingevoerd. Ook gaan CMO Maresaete en Blijf van m’n Lijf nauwer samenwerken. Hulpverleners Monique en Barbera aan het woord over de ontwikkelingen en wat de reorganisatie voor hen, maar ook voor de vrouwen en kinderen, betekent. tekst lianne zwijnenberg beeld ingrid borger

E

én van de verandertrajecten van de reorganisatie is de herhuisvesting van de vrouwen- en crisisopvang. “Een grote verandering voor ons is dat er waarschijnlijk eigen appartementen voor vrouwen met kinderen of vrouwen alleen worden gebouwd binnen de bestaande opvang”, vertelt Monique, hulpverlener bij CMO Maresaete. “Wij komen als hulpverlener in hun wereld. Het huidige groepswerk is anders. Leven in een groep betekent aanpassen. Dat is iets heel anders dan dat je zelfstandig woont.” Barbera, werkzaam bij zowel Blijf van m‘n Lijf als Maresaete, vult aan: “Nu is het heel belangrijk dat de cliënten met anderen samen kunnen

leven. Naast hun eigen problemen eten ze met elkaar en worden er afspraken gemaakt. Ze leveren veel in van hun eigen leven. Eet- en bedtijden worden naar ons idee bepaald, terwijl er misschien wel culturen zijn waar de vrouwen en kinderen veel later eten of naar bed gaan.” Voors en tegens De reorganisatie kent verschillende voor- en nadelen. Enerzijds kan men in een groep van elkaar leren en elkaar helpen, anderzijds passen mensen zich aan en bewegen ze zich naar de anderen. Dit blijkt uit praktische voorbeelden. “In een groep vinden veel moeders het moeilijk om hun kind te corrigeren. De leiding en andere moeders

kijken namelijk mee. Je kunt wel tegen jouw kind zeggen dat hij of zij geen vieze woorden mag roepen, maar wat als een ander kind dat wel doet? Ik zou dat zelf ook moeilijk vinden”, vertelt Barbera. Bovendien kost het reilen en zeilen van het groepswerk de hulpverleners veel tijd en energie. “De nieuwe methodieken Krachtwerk en Veerkracht zijn meer gericht op de krachten van het individu”, zegt Monique. “Wat kan men al en hoe kunnen de vrouwen deze vaardigheden inzetten in hun huidige situatie? We gaan uit van iemands kunnen en talent. Plaats je straks iemand in de eigen leefomgeving, dan komt meer naar voren waar iemands kracht zit. Uiteindelijk moet je

toch als gezin verder. Een cliënt heeft straks als eigen systeem meer privacy, een eigen leven binnen de opvang.” Nu en straks De herhuisvesting en de implementatie van de methodieken Krachtwerk en Veerkracht hebben gevolgen voor het werk in de toekomst. “Het is natuurlijk koffiedik kijken, maar ik denk dat de veranderingen zorgen voor ander inhoudelijk werk”, vertelt Monique. “Veel minder groepswerk, meer werken met het individu, meer systeemgericht werken en het contact met de vaders van de kinderen zal meer belicht worden. De vader wordt meer betrokken bij de begeleiding van het gezin, ongeacht wat de situatie is. Na-


radar 3 - 9

“De reorganisatie en modernisering van de vrouwen- en crisisopvang is een proces dat nu anderhalf tot twee jaar loopt”, vertelt Dorine Peters, directeur vastgoed. “De herhuisvesting van de vrouwenopvang is gericht op het terugbrengen van het aantal locaties. Van drie naar twee, om precies te zijn. Het werk is al operationeel, de huisvesting is alleen nog niet aangepast aan dit project. Als werkgroep is dit dus onze taak. Wij gaan hierbij uit van de ambitie van de vrouwen- en crisisopvang. Bij een instroom willen we de crisissituatie stabiliseren en veiligheid bieden. Bij de doorstroom willen we de vrouwen voorbereiden op zelfstandigheid en ze geborgenheid geven. Tot slot volgt de uitstroom: zelfstandig zijn en wonen in Zeeland of elders in Nederland. Per processtap is er bepaald welke stakeholders betrokken zijn, wie wat doet, wie waar verantwoordelijk voor is, met welke zeggenschap en welke middelen er voor de realisatie nodig zijn.” Het besluit is gevallen op twee bestaande locaties. “Deze moeten aangepast worden”, zegt Dorine. “Ook moet er rekening gehouden worden met de personele bezetting en personeelskosten. Belangrijk hierbij is dat we het zorgproces en de consequenties integraal bekeken hebben. We keken niet alleen naar het gebouw, maar hebben integraal afwegingen gemaakt. We keken naar criteria zoals (de) concentratie, veiligheid en beheersbaarheid, het financiële gedeelte zoals salaris, materiële- en organisatiekosten en huisvestingskosten, ambulante begeleiding, modernisering van de opvang en tot slot de planning en tijdelijke huisvesting. Dit totaal is de afweging geweest. Bestuurders hebben hierop hun besluit genomen.”

Barbera (links) en Monique

tuurlijk brengt dit spanningen en risico’s met zich mee, maar het belang van het kind staat voorop. Je kunt een kind zijn of haar vader niet ontzeggen. Een vader heeft juridisch gezien net zoveel rechten als de moeder. We zullen zoeken naar mogelijkheden en middelen waarop het contact goed kan verlopen. Belangrijk hierbij is dat de veiligheid van moeder en kind gewaarborgd is.” Krachtwerk en Veerkracht Krachtwerk en Veerkracht zijn methodieken die op dit moment geïmplementeerd worden binnen de vrouwen- en crisisopvang. “Straks worden twee hulpverleners op één systeem, een gezin in de opvang, geplaatst”, zegt Monique.

“Nu meerdere collega’s de cursus Veerkracht gaan volgen kunnen we meer aandacht en begeleiding aan de kinderen geven.” Barbera vult aan: “Moeder en kind zijn straks beiden cliënt. Ze volgen allebei, vanaf binnenkomst tot vertrek, een hulpverlenerstraject.” De methodieken bieden meer houvast en structuur. Deze ontwikkeling betekent wel dat er meer gewerkt moet worden op de computer. “We moeten meer gaan registreren, maar dat hoort erbij”, vertelt Barbera. “Het belangrijkste voor mij is dat wij als hulpverleners straks ons werk inzichtelijk kunnen maken. Dat zie ik persoonlijk erg zitten. Was het morgen maar alvast zover!”

In de praktijk betekent dit dat de huidige locaties in Vlissingen (Maresaete) en in Sas van Gent (de Lage Flancken) verbouwd worden. “Doel hierbij is dat de vrouwen, met eventuele kinderen, meer privacy krijgen”, vertelt Dorine. Er worden eigen kamers gebouwd met daaraan een kinderkamer. Je kunt het zien als een eigen appartementje. Het is belangrijk dat de vrouwen individueel tot rust komen. Ze hebben ook meer gelegenheid om te koken, aangezien iedere kamer van een eigen pantry voorzien wordt.” De uitdaging is om de herhuisvesting en verbouwing te realiseren terwijl het werk en de dagelijkse gang van zaken gewoon door blijft gaan. “In het plan van aanpak staat hoe we dat zo spoedig mogelijk, maar vooral verantwoord en veilig, willen realiseren”, zegt Dorine. “De vrouwen- en crisisopvang blijft natuurlijk een beveiligde doelgroep. We hebben goed gekeken naar de cliëntwaarde, bedrijfsvoeringwaarde en vastgoedwaarde. Daarmee is het belevingsgerichte zorg voor de vrouwen- en crisisopvang.”


10 - radar 3

Ook mensen die extra hulp nodig hebben, wonen het liefst thuis. Met het Volledig Pakket Thuis van Emergis is dat mogelijk. Cliënten houden de regie over het eigen leven, terwijl verzorgenden ondersteuning en praktische begeleiding bieden. Naar behoefte is er hulp bij persoonlijke verzorging, schoonmaak van de woning, verpleging of dagbesteding. Zo krijgen cliënten zorg op maat in de eigen, vertrouwde omgeving. tekst Elian van ’t Westeinde beeld ingrid borger, nanon doeland

S

inds maart biedt Emergis het Volledig Pakket Thuis aan. Dit is een regeling waarmee cliënten dezelfde zorg krijgen als bij opname in een instelling. Cliënten melden zich aan voor het Volledig Pakket Thuis via een behandelaar of persoonlijk begeleider. Om voor het pakket in aanmerking te komen is een indicatie nodig van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Na een gesprek bepaalt het CIZ hoeveel en hoe vaak mensen zorg nodig hebben. In overleg wordt bepaald hoe die begeleiding eruit ziet. Zo doet de begeleider de boodschappen, verzorgt de maaltijd, biedt ondersteuning bij huishoudelijk werk, helpt met de administratie, voert ondersteunende gesprekken en helpt bij het invullen van vrije tijd. De soort hulp is voor iedereen anders. Jo Quist (70) uit Goes krijgt drie keer per week iemand over de vloer. De maandag staat in het teken van ontspanning. Dan wordt met Jo een activiteit buiten de deur ondernomen, bijvoorbeeld naar de bibliotheek gaan. Op woensdag krijgt ze een paar uur hulp in de huishouding. Op donderdag worden de

boodschappen gedaan. De bezoekjes doen haar goed. “Soms gaan we ook zomaar eens op stap”, zegt Jo. “Dan nemen ze me mee in de auto. Laatst zijn we naar het Goese Sas geweest. Het is heel leuk omdat je er dan eens echt uit bent.” Voor wie? Het pakket is voor mensen met psychiatrische problematiek van achttien jaar of ouder met eigen woonruimte en een eigen inkomen of uitkering. Mensen die zichzelf verwaarlozen, ernstig agressief zijn of zichzelf beschadigen, grote schulden hebben die niet afgelost worden, of mensen met een extreme drang om spullen te verzamelen, komen niet voor het pakket in aanmerking. Zij krijgen elders hulp. Voor het Volledig Pakket Thuis moeten cliënten een eigen bijdrage betalen. Hoeveel dat precies is, is afhankelijk van de situatie. Bijvoorbeeld van de hoogte van het inkomen en of iemand samenwoont. De uitvoerder van financiële- en administratieve regelingen voor zorg en welzijn, het CAK, beslist hoe hoog de eigen bijdrage is.

Klein team Binnen Emergis in Goes begeleidt een klein team van zes verpleegkundigen de cliënten met het Volledig Pakket Thuis. Het team is samengesteld uit Psychiatrische Zorg Thuis-verpleegkundigen die werkzaam zijn bij de sector Specialistische behandeling. Zo hebben ze elk hun eigen expertise. Moniek is inmiddels gewend aan haar nieuwe taken. “Ik vind het vernieuwend dat we naast ondersteunende gesprekken ook praktische ondersteuning bieden. Ook haar cliënten moesten in het begin even wennen. “Ze kennen ons soms vanuit een andere rol. Dat maakte het moeilijk voor ze om te vragen of we de ramen willen lappen of even stofzuigen. Maar in praktijk pakt het tot nu toe heel goed uit. Cliënten vinden het heel fijn. En tijdens die klusjes ontstaat vaak een goed gesprek.” De teams verlenen intensieve zorg. Soms bezoeken ze een cliënt een keer per dag, soms zelfs twee keer. “Mensen gaan ons ontdekken”, zegt Moniek. “In maart zijn we gestart met vijf cliënten in het Volledig Pakket Thuis, maar in korte tijd is dat aantal


radar 3 - 11

Van links naar rechts: Marleen Koppejan, Jo Quist, Moniek van der Bruggen en Jacqueline Haver.

al verdubbeld. Cliënten zijn enthousiast en vinden het prettig dat er weinig verschillende mensen over de vloer komen. We bouwen een echte vertrouwensband met elkaar op.” Voordelen De voordelen van het Volledig Pakket Thuis is dat cliënten langer thuis kunnen blijven wonen. Met intensieve begeleiding thuis wordt vaak een opname of verhuizing naar een beschermende woonvorm voorkomen. “Ook na een opname bij Emergis kunnen ze eerder naar huis”, zegt Moniek. “Het is prettig om in je eigen omgeving te blijven. In de buurt van familie, bekenden en vrienden. Als cliënten werken, blijft dat zo. Daarnaast hebben ze hun eigen behandelaren bij Emergis. Wij zijn extra.” De teams bieden zorg tussen acht uur ’s morgens en acht uur ’s avonds. Als het nodig is valt een cliënt terug op hulpverleners bij Emergis. “In praktijk is dat nog niet voorgekomen”, zegt Moniek. “Voor veel mensen is het geruststellend om te weten dat de volgende dag alweer iemand komt. Vandaag kreeg ik een angstige cliënte aan de telefoon. Ze wilde opgenomen worden. Ik ben meteen naar haar toe gegaan. Na het maken van afspraken voor volgende bezoeken, vond ze een opname uiteindelijk toch niet nodig.” Beschermende woonvorm In de beschermende woonvorm in de Kasteelstraat in Vlissingen coördineert teamcoach Marleen Koppejan het Volledig

Pakket Thuis. Naast het begeleiden van de twintig cliënten in de woonvorm en vijftien cliënten die begeleid zelfstandig wonen, verlenen de medewerkers zorg aan vier cliënten in de buurt die gebruikmaken van het Volledig Pakket Thuis. “Bij ons zijn dat veelal mensen die vanuit de beschermende woonvorm zelfstandiger willen gaan wonen, maar de stap naar helemaal zelfstandig wonen nog te groot vinden”, zegt Marleen. “En soms hebben we mensen die opgenomen zijn geweest in de kliniek en nu weer thuis wonen. We bezoeken ze een aantal keren per week thuis. Gaat er iets niet goed, of is er iets bijzonders, dan is het mogelijk terug te vallen op de woonvorm. De hulp is per persoon verschillend. We hebben mensen die nooit met ons mee-eten, maar we hebben ook iemand die elke dag bij ons aanschuift en pas na Goede Tijden Slechte Tijden weer teruggaat naar huis.” De cliënten met het Volledig Pakket Thuis krijgen hetzelfde aantal uren zorg als iemand die in de woonvorm woont. Een persoonlijke begeleider coördineert de zorg en zet de puntjes op de i. Het voordeel van het Volledig Pakket Thuis vindt Marleen, is dat ze ziet dat cliënten gedijen bij deze manier van zorgverlening. “Bij beschermd wonen geef je veel van je privacy op, met gebruikmaking van dit pakket blijf je in je eigen huis. Mensen geven zelf aan wat ze nodig hebben. De zorg is op maat. We gaan altijd uit van wat ze wel kunnen, niet van wat verloren is gegaan. Daarbij houden we natuurlijk oog voor hun kwetsbaarheid.”

Jo Quist uit Goes woont thuis en wil dat het liefst zo houden. Ze is begin 70, woont alleen en heeft geen kinderen. Een paar jaar terug kreeg ze een hartinfarct. Astmatische bronchitis maakt haar kortademig. Ze heeft een versleten rug waardoor ze slecht ter been is. Omdat ze op de vierde etage woont in een appartement zonder lift, komt ze niet vaak buiten. “Soms ga ik op het balkon een luchtje scheppen. Als ik een goede dag heb, ga ik naar beneden buiten op het bankje zitten.” Koken kan Jo goed zelf, maar voor huishoudelijk werk is ze op hulp aangewezen. Omdat ze regelmatig depressief is, is Jo onder behandeling bij een Specialist Ouderen Geneeskunde van Emergis. Bij haar psychische problemen krijgt ze sinds vijf jaar thuis steun en begeleiding van Moniek van der Brugge, Psychiatrische Zorg Thuisverpleegkundige. Dit bleek uiteindelijk niet genoeg. Jo had steeds meer zorg nodig, zowel op lichamelijk als op psychisch en sociaal gebied. Moniek meldde haar aan voor Volledig Pakket Thuis. Sindsdien helpen zij en haar collega Jo drie keer per week een paar uur met huishoudelijk werk en het doen van de boodschappen. Ze is daar heel gelukkig mee. “Het is een verbetering waar ik me heel goed bij voel.” Gezelligheid Inmiddels staat ze ingeschreven voor een aanleunwoning bij Randhof in Goes. Soms lijkt het haar makkelijk als alles voor haar wordt gedaan. Zeker als ze depressief is. Nu ze drie keer per week hulp krijgt, maakt ze het goed. De verpleegkundigen steunen haar en brengen gezelligheid. Ze kijkt echt uit naar de bezoeken. De alleenstaande prijst zich gelukkig. “Want”, zo zegt ze, “eigenlijk kan ik slecht tegen alleen zijn.”


12 - radar 3

Extreem veel sporten, niet eten, maar juist afvallen. Faalangst, onzekerheid en perfectionisme. Een eetstoornis is vaak een verslaving waarbij je gezondheid op het spel staat. Herstellen van een eetstoornis is moeilijk. De afdeling eetstoornissen van Emergis begeleidt cliënten daarbij. tekst Elian van ’t Westeinde beeld marcelle davidse

’t Kon zo niet langer. Mensen om me heen zagen me niet of te weinig eten en ik was extreem veel en lang aan het sporten. Er was geen balans. Het afvallen gaf me een kick. Ik kreeg echt het gevoel dat ik daar goed in was. Dat werkte verslavend.” Andrea (19) kampt nu zo’n drie jaar met anorexia nervosa. Mensen met deze eetstoornis verlangen ernaar steeds dunner te worden. Ze vinden hun gewicht eigenlijk nooit goed genoeg. Ook Andrea lette goed op dat ze geen grammetje aankwam. Ze viel zelfs langzaam meer en meer af, en haar gezondheid ging achteruit. Haar ouders en de huisarts waarschuwden, maar Andrea ontkende dat er iets aan de hand was. Met een vwo-diploma op zak, begon de Zeeuwse aan een studie in Amsterdam.

Dat avontuur duurde precies een maand. “Het is maar goed dat ik ben gaan studeren, want in die korte tijd zag ik dat het zo niet verder kon. Thuis waren ze al een beetje gewend aan mijn manier van leven. Daar kreeg ik geen prikkels meer om het roer om te gooien. In mijn nieuwe omgeving vroeg iedereen wat er met me aan de hand was. Toen zag ik zelf ook in dat ik niet goed bezig was. Ik besloot me te laten behandelen.” Inmiddels is Andrea acht maanden in behandeling in de kliniek voor eetstoornissen bij Emergis in Goes. Daar heeft ze, onder begeleiding van verpleegkundigen, zes keer per dag een eetmoment. Ook volgt ze therapieën die haar inzicht geven in de achtergrond van haar eetgedrag. Pas als ze een gezond gewicht heeft, gaat ze weer naar huis.

Zorgprogramma Eetstoornissen Het zorgprogramma eetstoornissen is in mei 2013 verhuisd naar een gebouw aan de Abbekindersezandweg. De kliniek ligt middenin het prachtige Zuid-Bevelandse landschap en grenst aan de moestuin van Emergis. De behandelafdeling telt 19 bedden. Cliënten hebben elk hun eigen kamer. Per jaar behandelt Emergis hier jaarlijks zo’n 35 mensen met een eetstoornis. Het team dat behandelingen en therapieën aanbiedt bestaat uit een psychiater, een psycholoog, verschillende verpleegkundigen, een psychomotorisch therapeut, een creatief therapeut en een ggz-agoog. In de kliniek staan ook acht logeerbedden voor cliënten die deelnemen aan de vierdaagse deeltijdbehandelingen en die

’s avonds op de afdeling blijven. Bijvoorbeeld omdat ze buiten Zeeland wonen. Deze groep krijgt alleen begeleiding bij therapieën en de maaltijden. In het gebouw zit ook de ambulante zorg waar intakegesprekken plaatsvinden en waar cliënten nazorg krijgen. Grip op het leven Ludowa Wolffers is verpleegkundige bij afdeling eetstoornissen. Medewerkers van ditzorgprogramma krijgen een intensieve interne opleiding. “Minstens één jaar is nodig om alle ins en outs van eetstoornissen te leren kennen en om te weten wat ‘er in het koppie’ omgaat. Mensen met eetstoornissen hebben vaak naast ernstige somatische klachten ook psychische problemen. Nog steeds is daar weinig begrip voor. Veel mensen denken dat


radar 3 - 13


14 - radar 3

het puur om het eten draait, maar het gaat negen van de tien keer over controle hebben op het leven. Dat is bij alle eetstoornissen zo. Soms hebben cliënten heftige dingen meegemaakt waar ze geen grip op hebben. Het overlijden van een ouder bijvoorbeeld, een scheiding, pesten, seksueel misbruik. Hun gewicht op peil houden en niet eten is dan iets waar ze wèl grip op hebben.”

hebben. Sommigen zijn gewend tien uur per dag te bewegen. Die mensen functioneren niet meer. Ze weten niet meer wie ze zijn zonder eetstoornis. Dat boezemt ze angst in. Bij deze groep hanteren we geen minimum BMI. Het belangrijkste doel is dat onze cliënten na de rehab in hun eigen omgeving kunnen omgaan met hun eetstoornis. Dat de kwaliteit van hun leven verbeterd is.”

BMI De kliniek is in drie groepen opgedeeld. De behandelgroep, de rehabilitatiegroep en de kortdurende intensieve zorggroep (KIZ). Een kortdurende opname duurt zes tot acht weken, daarna kan de cliënt doorstromen naar de behandelgroep of de rehabilitatiegroep of naar huis. Mensen die in de behandelgroep zitten, komen voor genezing. Mannen en vrouwen tussen de 15 en 45 jaar die in deze groep meedraaien, gaan pas naar huis als ze een gezond gewicht hebben. Dat is meestal na een half jaar tot een jaar. “Een gezond gewicht bepalen we aan de hand van de BMI, de Body Mass Index”, zegt Ludowa. “Die rekenen we uit aan de hand van de lengte en het lichaamsgewicht van iemand. Een BMI tussen 18,5 en 20 noemen we gezond. Bij jongeren onder de 16 is een gezond BMI rond de 17.”

Achterliggende problemen Shannon (20) komt uit Limburg. Ze is een van de cliënten uit de rehabilitatiegroep. Sinds vijf jaar worstelt ze met anorexia nervosa. “Vooral op de middelbare school was ik ontevreden over mezelf en erg onzeker. Alles moest altijd beter. Ik raakte vrienden kwijt, waardoor de onzekerheid sterker werd. Uiteindelijk lag alle focus op het eten en het bewegen. Zo raakte ik in een vicieuze cirkel en ging ik me nog meer afsluiten voor anderen.” Heel lang ontkende Shannon dat ze een probleem had. Ze dacht dat afvallen niet zo uit de hand zou lopen. Totdat de huisarts het anorexia noemde. Net als Andrea begon ze na de middelbare school aan een vervolgstudie. Vijf weken later lag ze in het ziekenhuis met ernstig ondergewicht. Na een opname van zes maanden bleek dat het haar maar niet lukte om in gewicht aan te komen. De strenge regels waaraan ze zich moest houden, werkten uiteindelijk eerder tegen dan mee. “Elke dag moest ik mezelf wegen. Het getalletje op de weegschaal werd een obsessie. Daardoor werd ik bang om dikker te worden. Nog steeds is het lastig dat mijn gedrag samenhangt met het getal op de weegschaal.” Bij het zorgprogramma eetstoornissen van Emergis is ze beter op haar plek vindt ze. “In deze kliniek zijn ze niet alleen gericht op het aankomen. Ook met de achterliggende problematiek gaan ze aan de slag.”

Kwaliteit van leven Naast de behandelgroep is er de rehabilitatiegroep. De rehabilitatie richt zich op het verbeteren van kwaliteit van leven met een langer durende eetstoornis. “De rehab maakt onze kliniek bijzonder”, vertelt Ludowa. “Een gezonde leefstijl bij mensen die al jaren met hun eetstoornis stoeien, is niet altijd haalbaar. Bij ons kunnen ze terecht. Een jaar lang richten we ons met een individuele behandeling op gedragsverandering. Soms hebben we mensen die al vijftien jaar anorexia of boulemia

Nieuw leven Verpleegkundigen als Ludowa zijn nauw betrokken bij hun bijzondere cliënten. “De problemen die ze hebben zijn heel complex. In het begin van een behandeling zijn we echt alleen in gesprek met zoals wij dat noemen ‘de eetstoornis’. Het eigen ‘ik’ is dan veelal afwezig. Wanneer de eetstoornis meer naar de achtergrond verdwijnt, zie je andere problematiek naar voren komen zoals persoonlijkheidsstoornissen. Het komt dan ook vaak voor dat we cliënten doorverwijzen naar andere behandelaars om aan die problemen te werken. Naarmate de tijd vordert zie je mensen meer en meer zichzelf worden.

Ze krijgen weer humor en gaan leuke dingen doen. De ‘snoepjes’ zijn voor mij de dagen waarop ik mensen naar huis zie gaan. Als ze een nieuw leven oppakken.” Voor Shannon en Andrea lukt dat nu nog niet. Andrea heeft wel plannen om voor de kerst naar huis te gaan. Ze verwacht daarna nog wel een jaar nodig te hebben om haar ziekte af te bouwen. Daarna wil ze opnieuw een studie oppakken. Shannon is van plan zich in te schrijven voor een beschermende woonvorm. Ze vindt dat ze nog een lange weg te gaan heeft. “Ik weet niet of ik ooit kan zeggen dat ik beter ben.”

Kliniek voor eetstoornissen bij Emergis in Goes Ludowa Wolffers


radar 3 - 15

Kerngegevens cliënten in zorg

9.833 feitelijke bedden

630 verpleeg- en verzorgingsdagen

207.351 deeltijdbehandelingen

18.105 ambulante contacten

208.458 personeelsleden

1.441 fte’s

1.071 bedrijfsopbrengsten

95.282.000

euro

2012 was opnieuw bewogen en turbulent waarin aan het begin van het jaar een hoofdrol was weggelegd voor de mogelijke fusie met de Parnassia Groep. In maart 2012 maakte de raad van bestuur bekend dat de fusie niet doorgaat. De uitgebrachte adviezen en het beperkte draagvlak onder de medewerkers en cliënten waren voor de raad van bestuur zo duidelijk dat een aansluiting met de Parnassia Groep volgens hen niet langer een reële optie was. 2012 was ook het jaar dat Emergis, voor het eerst in jaren, de boeken sloot met een financieel tekort en waarin de organisatie samen met de Inspectie voor de gezondheidszorg moest vaststellen dat de kwaliteit van de zorg echt beter moet. 2012 was het jaar waarin de economische crisis iedereen nog steeds parten speelde. Veel van de cliënten merkten dat in hun portemonnee en kregen niet altijd de zorg die nodig was. Werknemers, en ook die van Emergis waren onzeker over hun toekomst, over hun baan. Halverwege 2012 sloten GGZ Nederland, het ministerie van VWS, vertegenwoordigers van zorgaanbieders en beroepsverenigingen, zorgverzekeraars en cliënten- en familieorganisaties een meerjarenakkoord: het Bestuurlijk akkoord Toekomst ggz. Een akkoord dat aansluit bij de visie van Emergis waarin sterk ingezet wordt op het verminderen van het aantal bedden, op ambulantiseren, op ervaringswerk en op effectieve en efficiënte zorg door zorgprogramma’s, zorgpaden en ROM. In het jaarplan/begroting 2013 ‘Samen beter’ staan de maatregelen die Emergis neemt en de keuzes die gemaakt worden om te anticiperen op de grote veranderingen die momenteel plaatsvinden. Begin december 2012 is Samen beter gepresenteerd.


16 - radar 3

Nieuwbouw voor Amares

Minder personeel

Na vijf jaar zijn de kinderen, hun behandelaars en begeleiders van Amares verhuisd. De gebouwen waarin ze tot eind 2011 waren gehuisvest voldeden niet meer aan de eisen. De nieuwbouw is gevestigd op de hoofdlocatie in Kloetinge tussen Emergis en het Admiraal de Ruyterziekenhuis. Bij het ontwerp is veel aandacht besteed aan veiligheid en kindvriendelijkheid. Daarnaast moest de nieuwbouw ook passen in de omgeving. Het resultaat is een ruim en overzichtelijk gebouw met brede, lichte gangen en veel gespreks-, therapie- en speelruimten. De nieuwbouw is omringd door een afgeschermde tuin waarin volop gespeeld en gesport kan worden. Amares biedt behandeling en begeleiding aan kinderen en jeugdigen met een lichte verstandelijke beperking en psychiatrische problematiek. Amares is een samenwerkingsverband tussen Stichting Juvent en Emergis

Door een verslechterende financiële situatie en forse bezuinigingen verliest Emergis in 2013 zestig à zeventig formatieplaatsen. In 2012 is al een eerste aanzet gedaan om het aantal personeelsleden te verminderen. Op 31 december 2012 waren er vijftien medewerkers minder in dienst dan op 31 december 2011.

Eigen vakgroep voor ervaringswerkers Sinds halverwege 2012 hebben de ervaringswerkers van Emergis een eigen vakgroep. De eerste ervaringswerkers kwamen in 2008 in dienst. Ze hebben zelf psychiatrische problemen gehad of hebben deze nog steeds. De ervaringswerkers zetten zich in om de positie van cliënten te versterken. Dat doen zij door hen te ondersteunen, door hulpverleners en beleidsmakers binnen en buiten Emergis te adviseren en te informeren. En, ook door een symbool van hoop te zijn voor cliënten. Met een eigen vakgroep krijgen de ervaringswerkers meer regie over de koers die door Emergis wordt uitgezet. Marjolijn Windrich is voorzitter.

Familieraad geïnstalleerd Aan het einde van de zomer van 2012 heeft Margit BergenLangenberg, voorzitter van de familieraad haar handtekening gezet onder de samenwerkingsovereenkomst tussen de familieraad en de raad van bestuur. De familieraad vertegenwoordigt de collectieve belangen van familieleden en naasten van cliënten die bij Emergis verblijven of in behandeling zijn. De raad geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de raad van bestuur. De adviezen gaan steeds over een kwalitatief goed woon-, leef- en behandelklimaat voor cliënten.

Onderzoek De Inspectie van de gezondheidszorg vindt dat de kwaliteit van zorg bij Emergis echt beter moet. Om dit te realiseren maken we onder meer gebruik van diverse methoden om eventuele afwijkingen in de zorg zichtbaar te maken of de oorzaak ervan te achterhalen. Naast interne en externe audits worden sinds 2012 ook zogeheten retrospectieve analyses ingezet. Een voorbeeld is de PRISMA-methodiek. Deze wordt ingezet om calamiteiten (zoals brand) en suïcides en suïcidepogingen met ernstige gevolgen te onderzoeken.

Leerafdeling HAT gestart Met ingang van het nieuwe schooljaar zijn acht studenten Social work gestart op een nieuwe leerafdeling bij Emergis in Kloetinge. Tweede- en vierdejaars studenten van deze opleiding van de Hogeschool Zeeland hebben nu een prachtige leerwerkplaats waar ze theorie en praktijk met elkaar combineren. Na een doelgerichte voorbereiding en een inwerkperiode nemen de studenten de zorg voor cliënten over. Dit onder supervisie van het vaste personeel. De leerafdeling is op de HAT. De HAT is gevestigd aan de rand van het Emergisterrein in Kloetinge en staat voor housing apart together. In de HAT wonen 29 cliënten met langdurige chronische problematiek. Met behandeling en begeleiding leren zij weer zo zelfstandig mogelijk te wonen.

Emergis landelijk als beste uit de bus door minste ziekteverzuim Donderdag 29 maart ontving Emergis een award: de Vernet Health Ranking Award. Deze landelijke prijs wordt een keer per jaar uitgereikt en geeft in een cijfer weer hoe zorginstellingen presteren op het gebied van ziekteverzuim en verzuimschade. Emergis staat landelijk met een dikke 8,3 op de derde plaats. Vernet verzuimnetwerk is marktleider in benchmarks voor de zorgsector. Vernet brengt ieder jaar het ziekteverzuim binnen organisaties op landelijk niveau in kaart en kent cijfers toe aan de best presterende organisaties. Emergis staat op de derde plaats, maar van de categorie ggz-instellingen scoorde Emergis landelijk het hoogst.

Soteria genomineerd De afdeling Soteria was genomineerd voor de Univé Paludanus Prijs. Een prijs voor een instelling, organisatie of persoon die met een zorgproject een zichtbaar resultaat levert aan de verbetering van de kwaliteit van zorg. Een onafhankelijke jury onder leiding van Tweede Kamerlid Pia Dijkstra beoordeelde alle innovatieve inzendingen en daar zijn drie nominaties uit geselecteerd. Naast de Soteria afdeling van Emergis waren dat Tinz van Tinz Netwerk uit Leeuwarden en de implementatie van CRP-sneltest bij patiënten met acute hoest in de huisartsenpraktijkvan Saltro/SAN in Utrecht. 12 december werd bekend gemaakt dat Tinz Netwerk de gelukkige winnaar was.


radar 3 - 17

Inspectie kritisch over methadonverstrekking Emergis Half oktober 2012 heeft de Inspectie voor de gezondheidszorg een rapportage gemaakt over de kwaliteit en veiligheid van de methadonbehandeling binnen Emergis. Dit naar aanleiding van verschillende toezichtbezoeken die de inspecteurs sinds september 2010 hebben gedaan. De Inspectie schrijft: “Het verbeterplan dat naar aanleiding van een interne audit en het toezichtbezoek in mei 2012 is opgesteld, heeft onvoldoende geleid tot structurele verbeteringen in de kwaliteit van zorg en de veiligheid voor cliënten en medewerkers. In het bijzonder gaat het om het ontbreken van actuele en volledige medicatieoverzichten en de uitvoering van de Opiumwet. Hierdoor blijft het risico op onverantwoorde zorg voor patiënten hoog tot zeer hoog.” Nog voor de feestdagen heeft de Inspectie het verscherpt toezicht opgeheven. Ze constateerde dat er een opgaande lijn van structurele verbeteringen in de kwaliteit van zorg was.

Weer prijs! Voor de tweede keer op rij wint Emergis de Gastvrijheidszorg Award. Net als in 2011 won Emergis in de categorie geestelijke gezondheidszorg met vier sterren. De auditeurs van de Sterrengids en de cliëntenraad gaven Emergis een 8. De jury gaf aan verheugd te zijn dat de uitstekende lijn ten aan zien van gastvrije zorg is aangehouden.

Samen werken aan kwaliteit en veiligheid Cliënten en medewerkers maar ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg, de overheid en GGZ Nederland vragen in toenemende mate aandacht voor kwaliteit en veiligheid. Ook bij Emergis kreeg het thema veiligheid priroriteit en zijn er veel initiatieven genomen:

Invoeren van een veiligheidsmanagementsysteem (VMS) Het VMS is een systeem waarmee we continu risico’s kunnen signaleren, verbeteringen kunnen doorvoeren en beleid kunnen vastleggen, evalueren en aanpassen. In het VMS neemt de veiligheidscultuur ofwel de manier waarop veiligheid door de medewerkers en cliënten beleefd wordt een belangrijke plaats in. Veilig Incidenten Melden Alle incidenten van agressie, geweld en andere ongewenste gebeurtenissen kunnen nu digitaal gemeld worden in het zogeheten VIM. VIM staat voor veilig incidenten melden. Het systeem maakt het mogelijk dat het minder tijd kost om te melden, maakt direct inzichtelijk welke meldingen er gedaan zijn en maakt het eenvoudiger om verbanden te leggen en trends te signaleren. Zo wordt het dus ook makkelijker om op veiligheid te sturen.

Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld De meldcode is een stappenplan, een middel dat hulpverleners helpt om signalen van huiselijk geweld te zien en te bespreken met de cliënt en collega’s. De hulpverlener móet actie ondernemen naar aanleiding van signalen maar beslist zelf of hij/zij een melding bij het advies- en meldpunt kindermishandeling (AMK) of bij het steunpunt huiselijk geweld (SHG) maakt of niet. Volgens de Wet Verplichte Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling moeten Emergis en andere organisaties een meldcode hebben. Suïcidepreventie In het in 2012 ingevoerde suïcidepreventieprotocol staat wat hulpverleners moeten doen en wat ze moeten weten op het moment dat er sprake is, of zou kunnen zijn, van suïcidale gedachtes, suïcidale plannen of suïcidale gedragingen bij iemand. Medewerkers leren nu vóóraf de signalen te herkennen waardoor de kans op tijdig ingrijpen groter is.

Elektronisch voorschrijfsysteem Om het medicatieproces bij Emergis veiliger, efficiënter en transparanter te maken is in 2012 hard gewerkt om een elektronisch voorschrijfsysteem (EVS) in te voeren. Met het EVS wordt de papieren medicatieopdracht vervangen. Dit systeem helpt tegelijkertijd het medicatieproces beter te ondersteunen en de kwaliteit van dossiervorming te verbeteren. Met de invoering van het EVS kunnen tevens de nu geldende eisen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg op het gebied van elektronisch voorschrijven worden afgedekt. Somatische comorbiditeit Emergis heeft een protocol ontwikkelt om cliënten te kunnen screenen op wat de lichamelijke impact zou kunnen zijn van een psychiatrische behandeling. Met de screening wordt de fysieke gezondheid gemeten zoals cholesterol, bloeddruk, BMI en gezichtsvermogen. Ook wordt in kaart gebracht hoe iemand zich voelt, hoe iemand het leven ervaart en welke emoties sterk of juist minder sterk aanwezig zijn. Vervolgens is er een analyse van de risico’s: hoe groot is de kans op bepaalde ziekten en wat kan er gedaan worden om de risico’s te beperken.

Dwang en drang Bij Emergis zetten we ons in om separatie terug te dringen en te zoeken naar alternatieven om dwang te voorkomen. Na een stijging van het aantal en de duur van separaties en afzonderingen, heeft er in 2012 een lichte daling plaatsgevonden. Er werd 5% minder gesepareerd en 45% minder afgezonderd ten opzichte van 2011. Dwangmedicatie is in 2012 47% vaker toegepast dan in 2011.


18 - radar 3

“Je moet alles als een uitdaging zien om uiteindelijk zo dicht mogelijk bij je doel te kunnen komen�


radar 2 - 19

Flemming Bleijenberg (52) is sinds juli dit jaar president van de Lions Club Vlissingen. Hij is al twaalf jaar lid van de Lions en heeft verschillende bestuursfuncties vervuld. In het dagelijks leven is Flemming eigenaar van hotel-restaurant Solskin op de boulevard in Vlissingen. tekst en beeld nanon doeland

D

e Lions Club Vlissingen steunt met daadkracht en sponsorgelden regionale goede doelen. Zo hebben ze in 2011 geld ingezameld voor werkleerbedrijf ’t Hof van Thee & Leut van Emergis. Hoe kijkt hij als president van een serviceorganisatie tegen de geestelijke gezondheidzorg in Zeeland aan? Radar stelde hem vijf vragen: 1. Wat zijn uw ervaringen met geestelijke gezondheids- en/of verslavingszorg? Op verschillende fronten heb ik ervaring met de ggz en de verslavingszorg. Mijn zwager werkt in de psychiatrie en mijn zus werd anderhalf jaar geleden gedwongen opgenomen. Ze was psychotisch. Zowel haar ziek zijn als haar opname hebben een enorme impact gehad op de familie. Voordat dit gebeurde had ik natuurlijk wel van Emergis gehoord maar dat het zo’n grote organisatie is met zo’n divers zorgaanbod, dat wist ik niet. Als echte Vlissinger ken ik ook jullie dak- en thuislozenopvang Het Witte Huis. Een jaar of negen geleden zijn we daar met een aantal mensen van de Lions Club aan het klussen geweest. Onwillekeurig moet ik nu ook aan het groot aantal alcohol- en drugsverslaafden denken dat in Vlissingen rondhangt. Onderaan de boulevard in Vlissingen is de langste bank van Europa gebouwd. Deze zit vaak vol met deze mensen. Omdat de bank 122.000 euro heeft gekost,

noem ik het wel eens de duurste opvang die er is. Dit is gekscherend bedoeld maar ik heb moeite met de grote concentratie van alcohol- en drugsverslaafden in Vlissingen. Waarom zijn ze allemaal hier te vinden en niet voor een deel in Middelburg of in Veere? 2. Op welke manier heeft u al te maken gehad met Emergis? Elk jaar in november houden we met de Lions Club een doelenavond. Alle leden brengen die avond een goed doel in en motiveren met een speech waarom juist hun goede doel geld zou moeten krijgen. Op basis van meerdere stemrondes wordt uiteindelijk bepaald welke goede doelen als winnaars uit de bus komen. In 2011 was dat onder meer werkleerbedrijf ’t Hof van Thee & Leut. In het voorjaar van 2012 hebben we het werkleerbedrijf vier tandems cadeau gegeven. Mensen die graag door Zeeland willen fietsen maar daarbij wel zorg en begeleiding nodig hebben, kunnen de tandem én een fietsmaatje huren. Zo kunnen deze mensen genieten van een leuke fietstocht. 3. Hoe vindt u dat Emergis het doet? De ervaring die ik met Emergis heb, kan ik alleen koppelen aan individuele personen die ik heb ontmoet. In verband met de opname van mijn zus ben ik vier of vijf keer bij Emergis geweest. Het contact dat ik met de betreffende medewerkers had was prima, voorkomend. Maar of deze ervaring

representatief is voor de hele organisatie, weet ik niet. Ik vind het in ieder geval belangrijk dat een instelling als Emergis er is. Ik ben ervan overtuigd dat mensen zo goed mogelijk voor elkaar moeten zorgen. Maar, als de familie het niet meer aankan moet er professionele hulp voorhanden zijn. Professionals aan wie ze de zorg voor hun zieke familielid met een gerust hart kunnen overdragen. 4. Emergis wil werken aan een goede geestelijke gezondheid van alle mensen in Zeeland. Wat vindt u daarvan? Mooie kreet! Het past bij ‘mijn’ filosofie dat ‘kan niet’ niet bestaat. Je moet alles als een uitdaging zien om uiteindelijk zo dicht mogelijk bij je doel te kunnen komen. Ik val dus voor het gebruik van de woorden ‘van alle mensen in Zeeland’. Dat moet je als Emergis ook willen. 5. Wat kan de geestelijke gezondheidszorg van uw branche leren? Het eerste wat in me opkomt is: gastvrijheid. Mensen moeten te allen tijde het gevoel hebben welkom te zijn. Bij de Lions Club bijvoorbeeld is elk goed doel, elke vraag om sponsorgeld of vraag om daadkracht welkom. Maar vervolgens kijken we wel naar de beschikbare middelen. Daar moet je altijd oog voor blijven hebben en wat mij betreft geldt dat ook voor de geestelijke gezondheidszorg.


20 - radar 3

spotlight Miranda Pieterse, hoofd Ithaka kliniek

Na ruim 25 jaar buiten de provincie te hebben gewoond, keerde Miranda Pieterse dertien jaar geleden terug naar Zeeland. Bij Emergis vond ze in 2003 haar baan als hoofd Ithaka kliniek. tekst sven van den dries beeld hans boer

“De wereld waarin ik leef interesseert mij”

“I

n 1957 ben ik geboren in Middelburg. Hier ben ik samen met mijn broer en twee zussen opgegroeid. Als kind was ik altijd veel in het water te vinden. Ik deed aan waterpolo, schoonspringen en wedstrijdzwemmen. Toen ik vijftien jaar was moest ik hier gedwongen mee stoppen omdat ik blijvende gehoorklachten kreeg. Dit was een enorme tegenslag, ook omdat mijn droom om te studeren aan de sportacademie hierdoor in duigen viel. Ik heb daarna lang niet geweten wat ik wilde studeren, laat staan dat ik wist wat voor werk ik zou willen doen. Uiteindelijk heb ik gekozen voor de opleiding inrichtingswerk in Nijmegen. Deze heb ik later aangevuld met verschillende managementopleidingen.”

Verpleeghuiswereld “Na mijn studie ben ik gaan werken in diverse verpleeghuizen. Zo heb ik gewerkt bij Het Zonnehuis in Vlaardingen, IJsselmonde in Rotterdam en De Lucia Stichting in Breda. In die periode was de ouderenzorg nog niet zo ontwikkeld waardoor ik diverse projecten en programma’s met fysiotherapie, ergotherapie en logopedie heb kunnen opzetten.”

“Na ruim vijftien jaar te hebben gewerkt in verpleeghuizen was ik toe aan iets nieuws. Ik ben toen gaan werken bij het algemeen psychiatrisch ziekenhuis (APZ) Het Hooghuys in Etten-Leur. Eerst als manager psychiatrische deeltijd en na de fusie naar GGZ Breda als manager van het psychotherapeutische centrum. Ik heb daar altijd met heel veel plezier gewerkt.” Baan dichterbij “Omdat ik met mijn gezin in Zeeland was komen wonen, werd een baan in Zeeland steeds aantrekkelijker. Privéomstandigheden en het auto-ongeluk dat ik kreeg op

weg naar mijn werk, heeft me uiteindelijk doen besluiten om een baan dichterbij te zoeken.” “In 2003 ben ik gestart bij Emergis in de functie van hoofd Ithaka kliniek. De kliniek had toen 28 bedden en alleen klinische behandeling. Inmiddels is er veel door de medewerkers ontwikkeld zoals Kinder Intensieve Thuisbehandeling (KIT), gezinsdeeltijd, dagklinisch behandeling, deeltijd ASS en deeltijd algemeen. Ook is het aantal bedden afgebouwd. Nu staan binnen kinder- en jeugdpsychiatrie de zorgprogramma’s centraal. Verdieping en samenhang zijn hiervoor de ingrediënten.”


radar 3 - 21

Stadsmens “In mijn vrije tijd bezoek ik graag Europese steden, en dit dan met name voor de architectuur. Zo ben ik laatst in Venetië en Verona geweest. Hoewel ik me aangetrokken voel tot steden, en een echt stadsmens ben, woon ik in Kapelle. Ik heb daar een grote tuin waar ik na een dag werken lekker buiten bezig kan zijn. Ik houd van sport en muziek. Daarnaast ben ik graag op de hoogte van het nieuws en lees ik veel opiniebladen. De wereld waarin ik leef interesseert mij.”


22 - radar 3

ONDERZOEK

Het taboe op psychiatrie is eeuwenoud. Vroeger werden ‘krankzinnigen’ opgesloten in gestichten en dolhuyzen. Op veilige afstand van de maatschappij. Inmiddels zijn behandelmethoden moderner en menselijker geworden. We stellen de cliënt centraal. We geven hem regie over zijn behandeling. We denken – rehabilitatiegericht – vanuit iemands sterke punten. Of niet? Zijn oude vooroordelen toch nog onbewust aanwezig in het denken en handelen van hulpverleners? tekst anoeska gijzel beeld sire

Wie ben je? “Ik ben Laura van der Stokker, teamcoach van de beschermende woonvorm in Zierikzee. Mijn team begeleidt de vijftien cliënten die hier wonen en cliënten die zelfstandig wonen. Ik werk zo’n tien jaar bij Emergis. Eerst als stagiaire en woonbegeleider, later als teamcoach. Ik heb sociaalpedagogische hulpverlening gestudeerd met als specialisatie ggz-agoog.” Waar ben je mee bezig? “Ik heb een onderzoek gedaan naar professioneel stigma. Professioneel stigma kun je omschrijven als vooroordelen en discriminatie door hulpverleners in de psychiatrie. Discriminatie is: niet krijgen waar je recht op hebt en niet gelijkwaardig behandeld worden. Weinig mensen kennen de term professioneel stigma, maar iedereen herkent de voorbeelden: besluiten voor iemand nemen, iemand niet serieus nemen of minder keuzemogelijkheden

bieden. Professioneel stigma komt dagelijks voor: in ‘dat kan ze niet’ in gesprekken over cliënten, in aannames en huisregels. Maar ook in de gevangenisachtige uitstraling van klinieken.” Waarom dit onderwerp? “Toen ik in de psychiatrie ging werken, reageerden mensen in mijn omgeving met ‘Dat is eng’ of ‘Dat is gevaarlijk’. Dat vond ik vreemd. Al snel merkte ik dat cliënten en hulpverleners zelf ook vol vooroordelen zitten. Hulpverleners zijn niet minder stigmatiserend zijn dan andere mensen, is later uit mijn onderzoek gebleken. Cliënten met de diagnose schizofrenie gaven bijvoorbeeld aan dat ze het gevoel hebben dat de hulpverlening hen opgegeven heeft. Ze krijgen medicijnen en een dagstructuur aangeboden. Geen therapie, alsof hulpverleners geen hoop hebben op herstel.”

Wat ben je te weten gekomen? “Uit interviews met zowel cliënten als collega’s bleek dat hulpverleners regelmatig handelen vanuit hun aannames en voor cliënten denken. Dit kan hospitalisatie of aangeleerde hulpeloosheid tot gevolg hebben. Een voorbeeld: er kwam een nieuwe jongen in de woonvorm. ‘Die moet iets te doen hebben’, dachten we, en we regelden werk op een zorgboerderij. Zonder erbij stil te staan dat die jongen misschien een opleiding wil en kan volgen. Cliënten gaven aan dat ze dit soort dingen niet durven bespreken. Ze voelen een zekere hiërarchie in relatie met de hulpverlener. Zeker als het om een sociaalpsychiatrisch verpleegkundige of een behandelaar gaat.” Wat verraste je? Er is een sterk wij-zij-denken onder cliënten en hulpverleners. Opvallend, omdat heel wat hulpverleners zelf ook psychische problemen hebben. Dat is helemaal een taboe.


radar 3 - 23

Campagnes tegen stigma In Nederland zijn er allerlei initiatieven om stigmatisering en taboe rond psychiatrie tegen te gaan. In juli startte SIRE een campagne met een hulplijn voor mensen zónder psychische ziekte. Eerder dit jaar ontstond ‘Samen Sterk tegen Stigma’, opgericht door o.a. Fonds Psychische Gezondheid, GGZ Nederland en het Landelijk Platform Ggz.


24 - radar 1

Hulpverleners zijn erg bang daarvoor uit te komen. Toen ik zelf eens overwoog in therapie te gaan, kreeg ik het advies dat niet binnen Emergis te doen. ‘Dan zou ik een dossier opbouwen’. Waarom geen openheid? Een nieuwe ervaringswerker vertelt wat hem of haar overkomen is. Andere hulpverleners vertellen vaak niets over zichzelf. Ik snap dat sommige dingen privé zijn, maar door niet open te zijn creëer je bij cliënten het beeld dat een hulpverlener een superman of superwoman is die nooit problemen heeft.” Wat wil je verder doen? “Stigma leidt er in het ergste geval toe dat mensen geen hulp meer vragen, een negatief zelfbeeld krijgen en in isolement raken. Binnen de hulpverlening kan dit efficiënt werken in de weg staan. Daarom wil ik professioneel stigma graag bespreekbaar maken. Het gesprek aangaan op alle niveaus binnen Emergis. Ik pleit ervoor dat het kenniscentrum stigma-audit ontwikkelt die jaarlijks kan worden afgenomen; dat medewerkers jaarlijks getraind worden in elkaar feedback geven en reflecteren. Ik wil me hard maken voor de cliënt en strijden tegen respectloos gedrag en stigmatiserend handelen.”

Het taboe op psychisch ziek zijn neemt de laatste jaren duidelijk af. n Erik Verbart (initiatiefnemer ADHD-café Zeeland en ambassadeur Samen sterk tegen stigma): “Nee. Zelf heb ik er niet veel last van. Wel merk ik dat de ene psychische aandoening veel gemakkelijker geaccepteerd wordt dan de andere. Een burn-out bijvoorbeeld.” n Laura van der Stokker: “Nee. De maatschappij is keihard. De komende jaren wordt een groter beroep gedaan op familie en buurtbewoners van cliënten. Ik denk dat we dan nog veel meer stigmatisering gaan zien.” n Anouk Verhagen (ervaringswerker in FACT-team Goes): “Nee. Er zijn wel veel campagnes en steeds meer mensen die iets van psychiatrie weten. Desondanks merk ik dat veel mensen, ook hulpverleners, nog sterk denken in stigmatiserende rollen.” Hulpverleners en ggz-instellingen moeten meer doen om stigma tegen te gaan. n Erik Verbart: “Ja. Hulpverleners zijn opgeleid om problemen van mensen op te lossen. Niet vanuit de gedachte dat je mensen vanuit hun eigen kracht kunt helpen. Instellingen als Emergis zijn vaak nog te veel naar binnen gericht. De hele sfeer van het terrein ademt dat uit.” n Laura van der Stokker: “Ja. We moeten eerst naar ons zelf kijken voordat we wijzen naar de grote boze buitenwereld. Goede bejegening gaat over interactie met de cliënt. Dat past bij de rehabilitatiebenadering. Hulpverleners moeten elkaar kunnen aanspreken en hun eigen handelen kritisch onder de loep blijven nemen.” n Anouk Verhagen: “Nee. Ze moeten natuurlijk wel wat doen maar ze kunnen het niet alleen. Ze moeten samenwerken met tal van organisaties om integratie in de maatschappij echt mogelijk te maken. Het samen optrekken heeft meer aandacht nodig.”

Mensen met een psychische ziekte houden stigma vaak zelf in stand. n Erik Verbart: “Nee, met aarzeling. Enerzijds kan je zelfvertrouwen door allerlei omstandigheden zo geschaad zijn dat je niet meer in je eigen kracht gelooft. Anderzijds blijf je altijd zelf een verantwoordelijkheid houden. Het is niet altijd de schuld van de maatschappij of de hulpverlening, je bent er zelf bij. Soms verschuilen mensen zich te veel achter een psychische ziekte en kijken ze te weinig naar hun eigen karakter en eigenschappen.” n Laura van der Stokker: “Ja, maar ik twijfel erg. Als je een psychose hebt en zegt dat je dood wilt, dan nemen hulpverleners je serieus. Zeg je hetzelfde als je borderline hebt, dan word je minder snel serieus genomen. Het is schrikbarend om te zien hoe cliënten zich soms gaan gedragen naar het plaatje om voldoende hulp te krijgen.” n Anouk Verhagen: “Nee. We hebben te maken met sterke rolpatronen in de maatschappij. Als je eenmaal de rol van psychiatrisch patiënt krijgt – wat iedereen kan gebeuren – dan kom je daar moeilijk weer uit. Niet het ziektebeeld maar de omgeving bepaalt jouw rol. Daardoor lijkt het alsof cliënten stigma zelf in stand houden.” Het grootste vooroordeel over mensen met een psychische ziekte is... n Erik Verbart: “Eens gek, altijd gek.” n Laura van der Stokker: “Dat ze gevaarlijk, onbetrouwbaar en lui zijn.” n Anouk Verhagen: “Dat ze gek zijn, waarbij je ‘gek’ op allerlei manieren kunt interpreteren.”


Radar oktober 2013