Issuu on Google+

JA ARGANG 19 - NUMMER 2 - JUNI 2014

CENTRUM VOOR GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG

Veiligheid komt naar je toe!

Gewoon mensen die liefde nodig hebben

Agressie Regulatie Training

Minder bedden, evenveel zorg


2 – radar 2 – 2014

COLOFON

INHOUD

Radar is een magazine voor medewerkers en relaties van Emergis/centrum voor geestelijke gezondheidszorg. Radar verschijnt vier maal per jaar. Oud-medewerkers en relaties van langdurig opgenomen cliënten van Emergis kunnen Radar op verzoek ontvangen. Redactie Els de Blok-Vos, Letty Dreesman, Anoeska Gijzel,

AGRESSIE EN GEWELD Deelnemers vertellen hoe de Agressie Regulatie Training heeft gezorgd voor een ommekeer in hun leven. PAGINA 6

DROEVIGE DINGEN Het accent in de geestelijke gezondheidszorg is verschoven van de mens naar het papier, aldus bedrijfsarts Willem Hoogstraeten. PAGINA 8

VEILIGHEID Op tournee langs Emergislocaties om cliënten en medewerkers kritisch te bevragen op allerlei veiligheidsaspecten. PAGINA 12

LOKALE ZORG Voor mensen met langdurige psychiatrische problemen dichtbij huis een keten van zorg, herstel en begeleiding PAGINA 16

Ruud de Munck, Mitchell Tiber, Jeannette van der Zwaag. Met medewerking van Elian van ’t Westeinde, Inge Heuff en Elise Nieboer Hoofdredactie Nanon Doeland Secretariaat Heleen Geus Fotografie Marcelle Davidse, Eddy Westveer, Ingrid Borger, Hans Boer, Anoeska Gijzel en Martijn Castricum Ontwerp en vormgeving

EN VERDER: Minder bedden, evenveel zorg PAGINA 10 NIX18-campagne PAGINA 11 Korte berichten PAGINA 15 Spotlight PAGINA 18 Signalen PAGINA 20

DE FABRIEK Communicatiewerken, Amsterdam Druk Jumbo Offset, Goes Informatie Inzending kopij aan de dienst communicatie Emergis, Postbus 253, 4460 AR Goes o.v.v. secretariaat Radar. Kopij bij voorkeur aanleveren per e-mail: communicatie@emergis.nl. Inlichtingen kunnen worden ingewonnen bij de dienst communicatie, telefoon 0113 26 72 31 of 26 72 32.

COLUMN De raad van bestuur heeft de afgelopen weken in een rondje langs de adviesgremia de ‘Stip op de horizon’ gepresenteerd. Een herijking van de strategie met het oog op 2018. Sluitstuk was op 24 april de presentatie aan leidinggevenden en sleutelfiguren tijdens de beleidsochtend. In de ‘Stip’ zijn een aantal belangrijke ontwikkelingen geschetst. Ten eerste de gevolgen van allerlei wetgeving die op ons afkomt. Denk daarbij aan de transitie jeugdzorg, en de transitie WMO. Ten tweede de wens om nog meer dan in het Bestuurlijk Akkoord is afgesproken, het aantal klinische bedden te verminderen. Dat betekent tot 2018 een verdere afbouw van ongeveer 100 bedden. En tegelijkertijd versterking van de ambulante hulpverlening (voorkoming opnames en verbetering uitstroom), snellere en intensievere klinische behandeling. Daarmee zal Emergis voorop lopen in het extramuraliseren. Ten derde gaat de ‘Stip’ over de soort organisatie die Emergis wil zijn. Doorgaan met de huidige werkwijze, dus op onderdelen samenwerkingsconstructies zoeken met derden. Of ... misschien toch onderdelen afstoten, die bij andere, gespecialiseerde organisaties beter tot hun recht komen? En kunnen/willen we wel alleen door? Is aansluiten bij anderen niet een betere optie? Daar gaan ze weer hoor ik jullie denken. Misschien is dat zo, misschien ook niet. In ieder geval geeft het een goed gevoel dat we de gremia en de leiding nu hebben kunnen meenemen in ons denk- en ontwikkelproces. Ik houd jullie op de hoogte.

Inleveren kopij voor het volgende nummer van Radar vóór 26 augustus 2014

Rick Mentjox raad van bestuur


2014 – radar 2 – 3

AFDELING BELICHT

Gewoon mensen die liefde nodig hebben

Wat is de kracht van onze cliënt? Hoe vinden we samen een goede invulling van de dag, van het leven? Daar gaat het om op de afdeling voortgezette behandeling van Herstel, wonen en werken. Cliënten met een ernstige psychiatrische aandoening krijgen begeleiding in het zo zelfstandig mogelijk wonen. Sommigen gaan uiteindelijk beschermd wonen buiten Emergis, anderen vinden een plek in een verzorgingshuis. Allemaal leren ze meer grip te krijgen op hun eigen leven. TEKST ELIAN VAN ’T WESTEINDE

L

angzaam vullen de gangen van afdeling 23 zich met een braadlucht die de zinnen prikkelt. In de keuken roert voedingsassistente Dorien Jacobs met een vork het gehakt om. Paprika, uien, prei en komkommer liggen klaar om te worden gesneden. “Eet je straks mee?”, vraagt ze gastvrij. “Vandaag staat spaghetti op het menu. Met een komkommersalade. Wij eten altijd ’s middags warm. In de woonhuizen doen ze dat ‘s avonds.” Behalve het gespetter van het vlees in de pan is het stil op de afdeling. De meeste

BEELD MARCELLE DAVIDSE

cliënten zijn op dit uur van de dag in het dagtherapeutisch centrum. Anderen helpen mee aan het bereiden van de maaltijd. Straks eten ze gezamenlijk. Daarna gaat ieder weer zijn eigen weg. Open afdeling “Iedereen kan vrij in- en uitlopen”, zegt leidinggevende Alinda de Bruine van de afdeling voortgezette behandeling. “Eigenlijk zijn het twee afdelingen waar één team van vijfentwintig medewerkers alle cliënten zorg biedt.”

Om te beginnen is er het gebouw op het terrein van Emergis waar veertien cliënten een behandeling ondergaan. Deze afdeling staat bekend als afdeling 23. Aan de rand van het terrein staan de woonhuizen. Daar wonen nog eens twintig personen, verdeeld over vier groepen. “We begeleiden met ons team cliënten met een ernstige psychiatrische aandoening”, vertelt Alinda. “Voor iemand die erg onrustig is of niet lekker in zijn vel zit, roepen we de hulp van het extra zorgteam in. Zo krijgt die persoon de noodzakelijke extra aandacht, begeleiding en zorg.”


4 – radar 2 – 2014

Samen met de behandelaren en teamcoaches zet Alinda het beleid voor de afdeling uit. Ze vindt het belangrijk dat cliënten zich veilig voelen in hun omgeving. “Daarom hebben we onlangs een tekening laten maken voor een nieuwe huiskamer op afdeling 23. Om het gebouw meer aan te laten sluiten bij de doelgroep. Op de begane grond willen we meer licht, een leuke zithoek. En er komt meer ruimte voor mensen om te lopen.” Kwetsbaar Op afdeling voortgezette behandeling verblijven cliënten vanaf achttien jaar. Allemaal hebben ze een ernstige psychiatrische aandoening. Ze vallen onder een van de zorgprogramma’s autismespectrumstoornis, psychotische stoornis of dubbele diagnose. Dat laatste houdt in dat ze naast een psychiatrische ziekte ook middelen gebruiken. Cliënten op deze afdeling hebben langdurige en intensieve zorg nodig. De behandeling is erop gericht de psychiatrische problematiek te stabiliseren. Daarnaast

wordt een geschikte woonomgeving gezocht waar ze na de voortgezette behandeling kunnen verblijven. Omdat deze cliënten meestal langer dan een jaar opgenomen zijn, hebben ze een zorgzwaartepakket. Dit pakket omvat behandeling, begeleiding, verzorging en dagbesteding. “Door hun aandoening hebben ze een hoge psychosociale kwetsbaarheid”, zegt Alinda. “Dat wil zeggen dat ze niet of moeilijk voor zichzelf kunnen zorgen. Soms zijn ze niet in staat een dag- en nachtritme vast te houden. Wij bieden ze naast medicatie steun en regelmaat, zodat ze meer grip op hun eigen leven krijgen.” Lang traject De cliënten komen nooit rechtstreeks op de afdeling voortgezette behandeling terecht, maar altijd via een andere afdeling van Emergis. “Via de acute opname en kortdurende behandeling, of een andere afdeling vanuit de drie zorgprogramma’s”, vertelt Alinda. “Ze hebben al een hele weg achter de rug. Sommigen zelfs al een traject

van tientallen jaren.” Regelmatig stromen cliënten door naar een beschermende woonvorm of gaan ze zelfstandig wonen met Volledig Pakket Thuis. Soms gaan ze eerst naar de HAT, (housing apart together) of naar een verzorgingshuis waar ze ambulante behandeling krijgen van Emergis. “Het doel is om voor iedereen een passende woonomgeving te vinden”, zegt Alinda. “Ik denk dat uiteindelijk een klein aantal cliënten de kliniek nodig heeft voor langere tijd.” Kwaliteit van leven De begeleiding van afdeling voortgezette behandeling biedt structuur en hulp bij dagelijkse dingen, zoals boodschappen doen, een ov-chipkaart opwaarderen, de financiën regelen. “We voeren veel gesprekken. Doel is om iedereen te begeleiden naar een plek in de maatschappij”, zegt Alinda. “We streven vooral naar een hogere kwaliteit van leven. Dat doen we vanuit systematisch rehabilitatiegericht handelen, SRH. Met deze methodiek ondersteunen we cliënten in hun ontwikkeling. Daarbij houden we


2014 – radar 2 – 5

rekening met de psychische beperkingen. We bieden mogelijkheden voor het gebruik van talenten en het ontwikkelen daarvan. Dus niet de ziekten, maar de krachten van mensen, daar draait het om. Wat kunnen ze nog wel? Wat vinden ze belangrijk in het leven? Dat staat beschreven in een persoonlijk profiel. Stap voor stap bereiken we samen hun doel.” Op maat De cliënten krijgen zorg op maat. De meesten gaan overdag naar het dagtherapeutisch centrum. Daar krijgen ze individuele of groepsgewijze behandeling en begeleiding. Het aanbod van therapieën en trainingen is groot en loopt uiteen van recreatieve begeleiding door activiteitenbegeleiders, tot trajecten naar vrijwilligerswerk onder begeleiding van consulenten. “We geven veel trainingen. Over gezondheid, mindfulness, stoppen met roken”, zegt Alinda. “Maar soms hebben we een training speciaal voor onze afdeling. Zoals een brandpreventietraining voor de mensen in de woonhuizen.

Wat doe je als je de vlam in de pan hebt? Hoe blus je een brand?” Moestuin De zorg voor cliënten omvat ook het aansluiten bij wensen. “Als iemand aangeeft dat hij in een kasteel wil wonen, kijken we wat daar de achterliggende gedachte van is, de wens achter de wens. Een veilige woning met eigen voordeur bijvoorbeeld. Dan proberen we daar gehoor aan te geven.” Alinda wijst naar een braakliggend stukje grond achter de woonhuizen. “Een van onze cliënten wil graag tuinieren. Wij hebben gekeken hoe we die wens kunnen verwezenlijken. Nu legt hij daar een moestuin aan. Voortaan kan onze tuinder lekker elke dag in zijn tuintje werken. De opbrengst gaat ’s middags de pan in. Dat stimuleert de anderen ook. Want wat is leuker dan je eigen verbouwde groenten opeten?” Liefde Alinda werkt nu sinds twee jaar op deze afdeling. Wat haar vooral opvalt is dat de

Alinda de Bruine

hulpverleners een nauwe vertrouwensband opbouwen met hun cliënten. “Dat is heel belangrijk. Sommige cliënten hebben geen familie of bekenden op wie ze terug kunnen vallen. Geen vangnet. Als ze hun begeleiders vertrouwen, vergroot dat hun mogelijkheden.” Ook gelijkwaardigheid is belangrijk. Volgens Alinda kun je op deze afdeling alleen werken als je hart hebt voor mensen met een langdurig psychiatrische aandoening. “Anders wordt het van weerskanten erg moeilijk. Een van onze cliënten die hier al heel lang zit, verwoordde het zo: ‘Tegenwoordig zijn jullie erachter gekomen dat wij gewoon mensen zijn en ook gewoon liefde nodig hebben.’ Dat vind ik mooi.”

Op pagina 18 staat Nienke Visser in de Spotlight. Zij werkt als teamcoach op de afdeling voortgezette behandeling.


6 – radar 2 – 2014

Niet alles is zwart-wit Feiko Bouhuisen, 34 jaar, uit Goes heeft met niemand problemen; laat dat gezegd wezen. Wel belandde hij vaak in vechtpartijen en deelde hij nogal eens een klap uit. Want provocaties gaat hij niet uit de weg: “Als het persoonlijk wordt, sla ik van me af, dat ontloop ik niet.’’

ONDERZOEK INVLOED IMPULSTRAINING “De doelgroep van de Agressie Regulatie Training zijn cliënten van Emergis die hun boosheid en hun impulsen slecht kunnen bedwingen. Vaak is er ook een (ex-)verslaving in beeld. Als aanjager van deze training wilde ik onderzoek doen naar het mogelijke effect van de ART op de verslaving en impulsbeheersing. Twee keer per week twee uur werken aan je boosheid, sociale vaardigheden en moreel redeneren is niet niks als je vooral aan het overleven bent. De eerste resultaten zijn positief, de agressie is verminderd. Maar voor een gedegen onderzoek zijn meer deelnemers noodzakelijk.’’ Anjo Braamse Verpleegkundig specialist in opleiding Emergis

TEKST INGE HEUFF BEELD MARCELLE DAVIDSE

H

ij komt uit een milieu waar het recht van de sterkste geldt, zegt hij zelf. En ook dat hij een kort lontje heeft, dat hij eigenlijk extreem agressief kan zijn. “Het lukt me echt niet om tot tien te tellen. Maar ik kom liever niet in een positie dat het zou moeten.’’ Zijn achtergrond zorgt ervoor dat hij toch geregeld in geweldssituaties komt. Feiko heeft ADHD en van leren kwam niet zo veel. Hij werd uiteindelijk lasser om na tien jaar te worden afgekeurd. Het grootste deel van zijn leven was hij verslaafd aan harddrugs, sinds 2007 is hij clean. Vorig najaar was hij betrokken bij een flinke vechtpartij tijdens een avondje stappen. “Ik ben vrij impulsief, dat heeft met die ADHD te maken’’, verklaart Feiko terwijl hij opnieuw opstaat om een nieuwe sigaret te maken en op te steken. “Vandaar dat ik een aanvraag heb ingediend voor de Agressie Regulatie Training. Ik was in die periode opgenomen bij Emergis. Ik ben de enige die alle bijeenkomsten gevolgd heeft, twee keer in de week. Als ik ergens aan begin, dan maak ik het ook af.’’ De training is hem wel goed bevallen, eigenlijk vindt hij de ART de enige training van Emergis die de moeite waard is. En hij is zeer te spreken hoe Ellen Westdorp, Astrid van der Post en Astrid de Visser de training gaven. “Vooral het rollenspel en improviseren gaan me goed af. Dat vond ik echt leuk om te doen. Het meest had

ik aan het moreel redeneren. Het uitspitten van een gedachtegang, de oorzaak en het gevolg uitzoeken met praktijkvoorbeelden en daar dan steeds verder over doorredeneren, daar heb ik veel aan gehad. Ik zie dingen meestal zwart-wit, nu weet ik iets meer over het grijze gebied.’’ Dat grijze gebied, de afweging om iets wel of niet te doen, is voor Feiko van belang bij zijn boosheidcontrole. “Ik kan hier nog in groeien en mijn impulsiviteit verder beperken. Dat houdt me nog bezig, ook nu de training is afgerond. Ik heb een mooi certificaat gekregen.’’

Dat de training vooral op jongeren is gericht, vindt hij minder goed. “We waren te oud voor de praktijkvoorbeelden. Die zouden aangepast moeten worden.’’ Inmiddels woont Feiko met zijn poes in een ruime, lichte flat en is hij sinds kort twee keer per week onderhoudsvrijwilliger bij de Stoomtrein Goes-Borsele. “Ik zou als ervaringsdeskundige graag jongvolwassenen willen begeleiden bij drugspreventie. Dat zou voldoening geven, daar kan ik veel van mezelf in kwijt.’’ Feiko Bouhuisen


2014 – radar 2 – 7

R

uim zeven jaar was hij samen met de liefde van zijn leven. Hicham was haar vanuit Dordrecht gevolgd naar Vlissingen. Samen hebben ze een zoontje van ruim vier jaar. Voor de twee dochters uit een eerdere relatie van de vrouw is hij als een vader. “Zij is tegen drugs, ook softdrugs. Op een gegeven moment heeft ze me keihard de waarheid gezegd, namelijk dat ik gewoon een junk was. Bovendien mocht ik ons zoontje niet meer zien. Toen heb ik me op laten nemen bij Emergis.’’ Sinds die dag, 19 juli 2013, weet Hicham met medicatie zijn blowen te beperken tot ’s avonds. Daarmee begon voor hem een nieuw leven waarin hij zich steeds beter bewust werd van emoties en gevoelens. “Ik zag een aankondiging van de ART en ben gaan uitzoeken wat dat is.

Hicham Jouhri

Bewust van emoties, moreel sterker Hicham Jouhri, 28 jaar, komt alles behalve agressief over. De reden dat hij de Agressie Regulatie Training volgde, had minder met boosheid en meer met al zijn onderdrukte emoties te maken. “Ik heb zestien jaar dagelijks softdrugs gebruikt en al die tijd mijn gevoelens onderdrukt. Toen ik minder ging blowen, wist ik niet wat ik met al die emoties aan moest.”

Mijn toenmalige psychologe Pien Leendertse heeft me toen aangemeld.’’ Hicham is heel enthousiast over de ART. “Hier heb ik zoveel aan gehad, eigenlijk was alles bruikbaar. Zelfs de boosheidcontrole was goed, al ben ik niet agressief en loop ik meteen weg als de spanning stijgt. Ik heb geleerd me te uiten en ben me meer bewust geworden van waar ik mee bezig ben. Vroeger was ik in mezelf gekeerd, onderdrukte mijn emoties en deed alles op de automatische piloot. Ik sta nu open voor gevoelens, luister naar anderen en laat ze uitpraten.’’

Voor Hicham was zijn opname op de afdeling dubbele diagnose de eerste keer dat hij met de GGZ in aanraking kwam. De twee bijeenkomsten van de ART per week, op maandag en dinsdag, waren zijn hoogtepunten. “Vanaf woensdag stonden de dagen weer stil. Dankzij Astrid de Visser, Ellen Westdorp en Astrid van der Post heb ik me tijdens de training nooit cliënt gevoeld, altijd deelnemer. En er was veel vertrouwen en ruimte voor elkaar. Eigenlijk zou iedereen standaard de ART aangeboden moeten krijgen, zeker op deze afdeling. Ik vraag me af of de medewerkers deze training wel

voldoende kennen en aanbieden. Je moet het wel willen en je hebt er discipline voor nodig, maar misschien zou je het gewoon moeten verplichten. Deze training heeft mij precies gegeven wat ik nodig had om met ontslag te kunnen gaan. Ik ben er moreel sterker door geworden.’’ Sinds december woont Hicham op zichzelf in Goes. Hij volgt fulltime een dagbesteding in de vorm van een leer/werkplek. En op woensdagavond en in het weekeinde gaat hij naar de kinderen en hun moeder in Vlissingen.


8 – radar 2 – 2014

Willem van Hoogstraeten, geboren en getogen in Rotterdam, werkt sinds december 2013 als bedrijfsarts voor Emergis. Hij volgde hiermee John van der Heemst op. Naast deze baan werkt Willem ook bij verschillende chemiebedrijven als bedrijfsarts. Na jaren gewerkt te hebben in grafische bedrijven als kopiist-vlakdrukmonteur, ging Willem op zijn 26e geneeskunde studeren aan de Erasmus Universiteit. Hij specialiseerde zich in de bedrijfsgezondheidszorg. In 1985 begon hij als bedrijfsarts bij het gemeenteziekenhuis in Dordrecht, waar hij ongeveer twintig jaar heeft gewerkt. Hierna was Willem toe aan een nieuw werkveld. Hij verbond zich als bedrijfsarts aan de chemie in Botlek-Europoort in Rotterdam. Toch bleef de gezondheidszorg hem trekken: hij twijfelde daarom ook geen moment toen hij werd gevraagd voor deze functie bij Emergis. Radar stelde hem vijf vragen. TEKST ELISE NIEBOER BEELD EDDY WESTVEER

1. Wat zijn uw ervaringen met de geestelijke gezondheids- en/of verslavingszorg? Vanaf het moment dat ik in 1985 voor het gemeenteziekenhuis in Dordrecht ging werken, heb ik de psychiatrie van nabij meegemaakt. Ik was nauw betrokken bij de verzelfstandiging van de Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis (PAAZ) naar APZ De Grote Rivieren. Nu ben ik werkzaam bij zowel chemische bedrijven als de gezondheidszorg. Ik zie grote verschillen in klachten van medewerkers. In de chemie

hebben medewerkers vaker last van lichamelijke klachten. Psychische klachten komen in de gezondheidszorg het meest voor. Dit is begrijpelijk, want de mentale en psychosociale belasting in de gezondheidszorg is enorm groot. Omdat je met mensen te maken hebt en niet met materie, worden verantwoordelijkheden zwaar gevoeld en gaan medewerkers soms gebukt onder zorg voor hun cliënten. Ik herken deze werkbelasting, want ook in mijn beroep is dit zo: ik voel mij enorm betrokken bij mijn cliënten.

2. Op welke manier heeft u te maken met Emergis? Op donderdag is mijn agenda gevuld met spreekuren voor medewerkers van Emergis die langdurig ziek zijn. Samen met casemanagers en leidinggevenden begeleid ik hen bij de re-integratie in hun functie. Psychische klachten spelen vaak een rol. Het gaat jaren goed, maar de problemen stapelen zich op. Ik ben ervan overtuigd dat medewerkers zich niet zomaar ziekmelden. Ze gaan soms zo lang door, dat het elastiekje breekt. Dan moeten ze echt


2014 – radar 2 – 9

naar huis. De landelijke druk op de banen is ook een factor waar veel medewerkers aan onderdoor gaan. Daarnaast kom ik ook medewerkers tegen met fysieke problemen. Ik maak soms zeer droevige dingen mee, zoals medewerkers met kanker of diverse neurologische aandoeningen waardoor zij uiteindelijk in een rolstoel belanden. 3. Hoe vindt u dat Emergis het doet? Emergis staat goed bekend. Men heeft veel specialistische zorg in huis, gericht op specifieke doelgroepen. Als ik Emergis vergelijk met andere zorginstellingen, denk ik dat Emergis het prima doet. Mijn indruk is dat medewerkers met veel plezier en toewijding bij Emergis werken. Het verzuim is de afgelopen jaren wel opgelopen, maar daalt nu weer. Een reorganisatie waarbij veel banen op het spel komen te staan heeft een stijgend effect op het ziekteverzuim. Medewerkers maken zich hierover dusdanig zorgen, dat ze in de ziektewet

belanden. Dat is niet alleen bij Emergis het geval, maar speelt landelijk in de gezondheidszorg. 4. Emergis wil: samen werken aan een goede geestelijke gezondheid van alle mensen in Zeeland. Wat vindt u daarvan? Dat is een uitstekend uitgangspunt. Alle mensen die kampen met geestelijke gezondheidsproblemen hebben recht op goede zorg en behandeling. De gemeenten krijgen steeds meer invloed op de geldstromen van zorg. Dat is een grote verantwoordelijkheid die ook Emergis zal raken. Ik hoop dat dit proces goed zal verlopen. 5. Wat kan de geestelijke gezondheidszorg van uw branche leren? Een bedrijfsarts werkt met mensen, net als in de geestelijke gezondheidszorg. De laatste jaren is het accent verschoven van de mens naar het papier. In mijn branche word ik belast met een gigantische papierbusi-

ness. Houd ik mij niet aan deze werkwijze, dan volgt een financiële sanctie. Een ander protocol waar ik mij aan dien te houden, is dat ik cliënten één keer in de zes weken moet zien op mijn spreekuur. Als iemand een zware chemokuur of bestralingen krijgt, wil ik die cliënt niet lastigvallen. Toch moet ik dit protocol volgen, anders krijgt de werkgever een flinke boete. Ik ben dan meer bezig met schadelastbeperking dan met de mens, terwijl dit niet de bedoeling is. Het gaat erom dat ik mensen weer kan re-integreren in hun functie. Ik denk soms: hoe zou ik me voelen als ik aan de andere kant van de tafel zat? Dan zou ik ook als mens gezien willen worden en met goede begeleiding zo snel mogelijk weer willen re-integreren. Als het mij lukt om dat te realiseren voor iemand die aan mijn zorg is toevertrouwd, ben ik de gelukkigste man van de wereld.


10 – radar 2 – 2014

Een vleugel van de afdeling ouderenpsychiatrie in Kloetinge staat sinds 1 april leeg.

Minder bedden, evenveel zorg In de krant, op tv, radio of via internet. Elke dag hoor of lees je er wel iets over: veranderingen en bezuinigingen in de zorg. Ook Emergis ontkomt er niet aan. Per 1 april 2014 zijn er vijftien bedden minder op de afdeling ouderenpsychiatrie in Kloetinge waardoor nu nog 47 bedden over zijn. TEKST ANOESKA GIJZEL BEELD INGRID BORGER Waarom moest Emergis dit besluit nemen? “De zorgverzekeraars hebben voor 2014 minder zorg ingekocht dan voorgaande jaren”, vertelt Jack Elenbaas, directeur van o.a. de afdeling ouderenpsychiatrie. “Dit is een landelijke ontwikkeling die de directe aanleiding vormde voor ons besluit. Daarnaast komen we met het sluiten van een aantal bedden tegemoet aan afspraken uit het Bestuurlijk Akkoord GGZ. In dat akkoord is afgesproken dat ggz-instellingen het aantal bedden moeten verminderen. We moeten minder mensen behandelen in een kliniek en juist meer ambulante en intensievere zorg thuis bieden. Een visie waar wij volledig achter staan.”

Wat zijn gevolgen voor het personeel? Door het sluiten van vijftien bedden op de afdeling ouderenpsychiatrie is er minder personeel nodig. Achttien medewerkers om precies te zijn. Dat leidt logischerwijs tot veel verdriet, boosheid en onbegrip. “De een mag blijven, de ander moet na soms twintig jaar op de afdeling een andere werkplek zoeken. Dat heeft een grote impact op de medewerkers die het betreft maar ook op het team,” schetst Jacqueline Haver, hoofd van de afdeling. “Het is immers een forse reorganisatie, een harde bezuiniging. Ondanks dat moeten de medewerkers die achterblijven de afdeling wel draaiende houden.” Een groot deel van de boventallige medewerkers heeft inmiddels een nieuwe werkplek gevonden.

Wat betekent dit voor cliënten? De cliënten op de afdeling voortgezette behandeling konden hun behandeling gewoon afronden. Ook nieuwe cliënten zouden nauwelijks moeten merken dat er minder klinische behandelplaatsen zijn. Jacqueline Haver: “Een deel van de cliënten die tot nu toe hulp kregen binnen ouderenpsychiatrie krijgt voortaan behandeling binnen de Basis ggz. Daarnaast zetten we Volledig Pakket Thuis in. Mensen krijgen dan thuis intensieve begeleiding en behandeling, waardoor we een opname in de kliniek kunnen voorkomen of verkorten. We verwachten daarom dat we evenveel cliënten als voorheen zorg kunnen bieden.”

Wat betekent dit voor ketenpartners? Emergis ouderenpsychiatrie werkt nauw samen met verpleeg- en verzorgingshuizen in de regio. Die hebben ook te maken met bezuinigingen en mogen niet langer cliënten met lichte zorgvragen opnemen. Ze richten zich nu meer op de zwaardere zorgvragen. “Daardoor kunnen cliënten vanuit onze afdeling ouderenpsychiatrie sneller doorstromen naar een meer genormaliseerde woonomgeving met passende hulp en ondersteuning”, licht Jack Elenbaas toe. “En als het nodig is, verzorgen medewerkers van Emergis in het verpleeg- of verzorgingshuis ambulante psychiatrische ondersteuning.”


2014 – radar 2 – 11

ANDRÉ NIJSSEN, SENIOR PREVENTIEWERKER INDIGO:

Inderdaad, NIX is de afspraak. Niet roken, niet drinken onder de 18

Op 1 januari 2014 ging de minimumleeftijd voor de verkoop van tabak en alcohol van 16 naar 18 jaar. Deze wetswijziging werd gepromoot met de landelijke NIX18-campagne: een initiatief van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en diverse partners. De campagne richt zich op jongeren en hun ouders door het maken van de NIX-afspraak: een afspraak om niet te roken en niet te drinken onder de achttien jaar. TEKST ELISE NIEBOER BEELD ANOESKA GIJZEL

A

ndré Nijssen, senior preventiewerker bij Indigo, richt zich op verslavingspreventie onder jongeren. Hij geeft voorlichting over alles wat met verslaving te maken heeft. “De verslavingen die ik voornamelijk tegenkom zijn die van alcohol, drugs, energiedrank, gamen en gokken”, vertelt André. Indigo richt zich bij verslaving voornamelijk op jongeren. “Jongeren zijn de toekomst. Zij gaan experimenteren in de puberteit.” De leeftijdsgrens voor roken en drinken onder de 18 jaar is daarom ook een terugkerende discussie. NIX18-campagne Of de NIX18-campagne direct aanslaat, betwijfelt André. Er is veel weerstand bij jongeren van 16 en 17 jaar die eerst wel mochten roken en drinken, maar nu ineens niet meer. Deze leeftijdsdiscussie

duurt volgens André niet lang: “Uiteindelijk heeft de NIX18-campagne wel effect op de preventie van verslaving onder jongeren. Het wordt vanzelfsprekend dat jongeren onder de 18 jaar niet mogen roken of drinken. Vroeger was het ook normaal dat er overal binnen werd gerookt. Nu kun je je daar niets meer bij voorstellen.” Roken en drinken begint in veel gezinnen al op de leeftijd van 13 jaar een issue te worden. “Ouders lopen hier tegenaan: ze hebben nu twee jaar langer strijd met hun kind. Het is daarom belangrijk om de risico’s te benadrukken. Je loopt meer risico om een verslaving te ontwikkelen wanneer je jong begint met roken en drinken. Daarnaast is het schadelijk voor je lichaam. Alcohol heeft met name schade op de hersenen. Deze zijn pas volgroeid na 23 jaar”, vertelt André.

Preventiewerk Indigo Indigo heeft een belangrijke rol in het voorkomen dat jongeren onder de 18 jaar gaan roken, drinken of drugs gaan gebruiken. “Wij schetsen de risico’s, zetten ervaringswerkers in bij risicovolle groepen en gebruiken ‘peers’. Dit zijn getrainde jongeren die leeftijdsgenoten gemakkelijk kunnen aanspreken over verslavingspreventie”, legt André uit. Daarnaast denkt Indigo mee over het handhaven van de vernieuwde leeftijdsgrens, zoals het uitvoeren van blaastesten bij schoolfeesten. De landelijke aandacht aan de NIX18-campagne werkt in het voordeel voor Indigo. “Jongeren vinden het belachelijk. Ouders vinden deze discussie met hun kind lastig. We gebruiken de NIX18-campagne om zoveel mogelijk in gesprek te gaan en aan te geven waarom de wetgeving is veranderd. We snappen de weerstand, maar

‘LAAT ZE NIET (VER)ZUIPEN!’ De campagne ‘Laat ze niet (ver)zuipen!’ is een samenwerking tussen alle Zeeuwse gemeenten, GGD Zeeland, Indigo Preventie, Politie Zeeland en andere maatschappelijke partners. Zij werken samen om het alcoholgebruik onder jongeren terug te dringen. Deze campagne laat zien dat preventie effect heeft op jongeren. De gemiddelde startleeftijd waarop Zeeuwse jongeren voor het eerst een glas alcohol drinken is gestegen van 14,6 jaar in 2011 naar 15,1 jaar in 2013. Dit is positief, want hoe jonger iemand begint met drinken, hoe groter de kans is op het ontwikkelen van een verslaving (bron: www.laatzenietverzuipen.nl).

proberen hier samen met jongeren en hun ouders over te praten.” Ouders: sleutel verslavingspreventie jongeren De omgeving is een belangrijke doelgroep voor verslavingspreventie onder jongeren. André: “Preventie is een ketenaanpak. Het gaat om een ketting met diverse schakels, zoals ouders, onderwijs, supermarkten, gemeenten en het uitgaansleven. Als jongeren van hun ouders alsnog mogen doen en laten wat ze willen, heeft onze voorlichting geen effect. Ouders zijn de sleutel van de verslavingspreventie bij jongeren.” Indigo probeert ouders op verschillende manieren te bereiken. Er worden speciale ouderavonden op scholen georganiseerd, maar Indigo biedt ook laagdrempelige voorlichtingsbijeenkomsten bij mensen thuis. Daarnaast worden er in samenwerking met horecagelegenheden stapavonden georganiseerd, waar ouders verschillende cafés bezoeken en voorlichting krijgen. De politie, ROVZ en Indigo staan klaar om voorlichting te geven op plekken waar hun kinderen uitgaan.


12 – radar 2 – 2014

Vlnr. Michel Jonckman, Niels Wattel, Elwin Strookappe, René Brugman en Ernest Franken

Het team ‘Veiligheid komt naar je toe’ maakt voor het tweede achtereenvolgende jaar een ‘roadtrip’ en bezoekt alle afdelingen van Emergis. Voel je je veilig op je werk? Voel je je veilig in het huis waar je woont of op de afdeling waar je verblijft? zijn vragen die ter tafel komen. “We willen het onderwerp veiligheid bespreekbaar maken met medewerkers én met cliënten”, vertelt Ernest Franken, medewerker planning & control en lid van de stuurgroep Veiligheid. “Zodoende willen we het veiligheidsbewustzijn in de organisatie vergroten.” Leidraad van de gesprekken is een checklist met onderwerpen die allemaal onderdeel uitmaken van het Emergisbrede veiligheidsbeleid. “Denk aan bedrijfshulpverlening, brand- en terreinveiligheid, medicatiebeleid, veilig incidenten melden, dwang en drang, alcohol- en drugsgebruik en het voorkomen van suïcides”, somt Ernest op. “Met behulp van de checklist krijgen we in de gesprekken een goed beeld of het veiligheidsbeleid wordt nageleefd en of mensen bewust bezig zijn met veiligheid. Alles wat we tegenkomen en verbetering of extra aandacht behoeft, kunnen we dan ook direct aanpakken.” Niels Wattel, beleidsmedewerker kenniscentrum, René Brugman, medewerker bedrijfsbureau, Elwin Strookappe, centrale cliëntenraad Emergis en Michel Jonckman, medewerker arbo maken ook deel uit van het campagneteam. Radar mocht een dagje mee met Ernest en René. Zij bezochten de beschermende woonvorm in Zierikzee en de afdeling ambulante zorg in het Rode Kruisziekenhuis in Zierikzee. TEKST NANON DOELAND BEELD HANS BOER


2014 – radar 2 – 13

SPECIALISTISCHE BEHANDELING, AMBULANTE ZORG IN ZIERIKZEE

“Gebouw en doelgroep passen goed bij elkaar”

M

atthijs Pon bemant het secretariaat van specialistische behandeling, ambulante zorg. Zijn team is gevestigd in het Zweeds Rode Kruisziekenhuis in Zierikzee. Naast Emergis herbergt het pand ook afdelingen van het ADRZ, Buurtzorg, de Victoriakliniek, een praktijk voor psychologie en de ambulancepost. “Een eigen Emergis-BHV’er hebben we niet”, vertelt Matthijs. “Hiervoor maken we gebruik van de diensten van de andere partners in het gebouw. De ambulancepost is bovendien op tien stappen lopen hiervandaan dus als de nood aan de man is, zijn we snel geholpen.” Brandveiligheid wordt gecheckt door de gemeente. Matthijs: “Er zijn regelmatig brand- en ontruimingsoefeningen maar daar worden we gek genoeg niet in betrokken. Wel zitten we met onze spreekkamers en de wachtkamer aan de vluchtroute. Als er iets aan de hand zou zijn dan hebben we dat meteen in de gaten.” Ernest knikt instemmend maar is niet helemaal tevreden. “Ik vind dat we hier het eerste aandachtspunt te pakken hebben. Dat moeten we beter gaan regelen.” Kriebels “In de elf jaar dat ik hier nu werk heb ik me nog geen moment onveilig gevoeld”, vervolgt Matthijs. “Een tijdje terug was ik mijn portemonnee vergeten en wilde ik die ’s avonds ophalen. Terwijl ik over het parkeerterrein liep richting de hoofdingang werd ik ‘achtervolgd’ door een man. Daar kreeg ik wel even de kriebels van. Uiteindelijk bleek

het een Duitse toerist te zijn die dringend op zoek was naar een tandarts.” Op het terrein hangen geen camera’s. Volgens Matthijs is dat ook niet nodig. “’s Avonds is het gebouw op slot en heb je er in principe niets te zoeken.” De medewerkers hebben geen piepers en ook zijn de spreekkamers niet voorzien van alarmknoppen. “Ook dat vind ik geen gemis”, legt Matthijs uit. “Ik weet altijd precies wie waar is en welke cliënten er zijn. Als je een brul geeft dan hoor je het. En, mocht er echt iets ernstigs gebeuren dan hebben we afgesproken op de centrale verwarming te kloppen. In twee tellen staan er dan collega’s in je kamer.” Matthijs vertelt dat het hele team de Responsetraining heeft gevolgd. “We weten hoe je op een veilige manier met agressie en conflicten moet omgaan. Maar de cliënten die hier komen zijn absoluut niet lastig. Het soort gebouw waarin we werken en de doelgroep die er komt, passen goed bij elkaar.” Een duw krijgen is niet normaal Het Emergisteam aan de Koning Gustaafweg is klein. Door wekelijks overleg en door elkaar steeds in de wandelgangen te treffen weet Matthijs uitstekend wat er dagelijks speelt. “Medicijnen worden hier niet bewaard. Wel voorgeschreven. Cliënten kunnen ze ophalen bij hun eigen apotheek. De plaatselijke apotheker informeert hen ook over de bijwerkingen.” Met cliënten die mogelijk suïcidaal zijn wordt een crisissignaleringsplan opgesteld. De meldcode huiselijk geweld is besproken net zoals het

suïcidepreventieprotocol. “Ons hoofd, Els de Blok, stimuleert ons melding te maken in het ‘Veilig Incidenten Meldensysteem’ als er iets is gebeurd”, legt Matthijs uit. “Dat verloopt nog niet altijd even vlot. Als er eens een incident is, dan wordt dat vaak niet gemeld maar ‘op de koop toe genomen’.” Ernest benadrukt dat de regel is dat wat in het normale leven normaal is, op het werk ook moet gelden. “Een duw krijgen van iemand is niet normaal. Ook niet op je werk, dus als dat gebeurt moet je dat melden.” Matthijs: “Ik ben wel eens uitgescholden. Dat liet ik over me heen komen om vervolgens de boel te sussen en weer gewoon aan het te werk gaan. Je hebt toch te maken met mensen die in een kwetsbare periode van hun leven zitten.” Door het raam Als René vraagt of Matthijs nog wensen heeft met betrekking tot veiligheid geeft hij aan dat hij graag aandacht wil voor de inrichting van zijn kantoor en de opstelling van zijn bureau. “Als er iets ernstig gebeurt of iemand komt naast me staan met kwade bedoelingen dan kan ik alleen via het raam naar buiten. Voor de gein heb ik het eens geprobeerd. Het lukte nog ook maar erg handig is het niet.” Ernest heeft alles genoteerd op de checklist en spreekt met Matthijs af dat hij de uitkomsten van het gesprek verwerkt in een korte rapportage. Aandachts- en verbeterpunten zijn eveneens genoteerd. René en Ernest beloven ze voortvarend op te pakken.


14 – radar 2 – 2014

HERSTEL, WONEN EN WERKEN, BESCHERMD WONEN, ZIERIKZEE

“De insuline en de sla liggen dus gewoon naast elkaar”

I

n de gezellig ingerichte personeelskamer van de beschermende woonvorm (BW) aan de Karnemelksevaart in Zierikzee is het een drukte van belang. Naast Bianca van Teeffelen, hoofd Herstel, wonen en werken regio Schouwen-Duiveland/ Tholen, schuiven ook begeleider Hanneke van Gameren en bewoners Arthur, Bart en F. aan. F. wil heel graag meepraten over veiligheid maar liever niet met naam en citaten in Radar.

In geval van brand Zodra iedereen voorzien is van koffie, thee en koekjes valt René meteen met de deur in huis en vraagt naar de afspraken in geval van brand. Alle drie de bewoners zijn eensgezind en vertellen dat ze het pand direct moeten verlaten als het brandalarm afgaat en moeten verzamelen bij een speciaal bord in de straat. “Het brandalarm staat erg hard”, zegt Bart. “Je kunt er onmogelijk doorheen slapen. Het doet zelfs pijn aan je oren.” René geeft aan dat het belangrijk is dat de bewoners goed op elkaar passen: “Hoe weten jullie dat in geval van brand er niet nog een aantal medebewoners is achtergebleven?” Het antwoord op deze vraag blijven ze de medewerker van het bedrijfsbureau schuldig. René noteert het als aandachtspunt. Roken De bewoners mogen roken op hun slaapkamer. Niet in de woonkamer maar dat gebeurt soms toch. Arthur: “We spreken elkaar er niet zo gemakkelijk op aan. Soms staat het koffiezetapparaat nog aan of brandt er nog een kaarsje. Dat blaas ik dan zelf maar uit.” Bianca hoort Arthur aan en stelt voor om het te bespreken in de wekelijkse huiskamergesprekken. Op zolder is er

een speciale rookruimte maar daar wordt nauwelijks gebruik van gemaakt. Om er te komen, moet je twee trappen op. Hanneke: “We hebben dit al vaker aangekaart bij de technische dienst. Het zou mooi zijn als we een rookruimte in de tuin kunnen hebben.” René knikt instemmend en gaat het nog eens onder de aandacht brengen. Hanneke voegt toe dat alle bewoners binnenkort een training Brandpreventie krijgen. “Deze wordt verzorgd door het dagtherapeutisch centrum van Emergis. De bewoners leren dan hoe ze brand kunnen voorkomen en hoe ze met brand moeten omgaan. Ik denk dat het een belangrijke bijdrage is om het bewustzijn te vergroten!” Insuline naast de sla Ernest legt uit dat er binnen Emergis afspraken zijn over hoe medicijnen bewaard moeten worden en wie er precies medicijnen mogen bewaren. “Sommige cliënten mogen hun eigen medicijnen bij zich houden”, vertelt hij. “En in de kliniek zijn er zelfs speciale medicijnkamers waarin alle medicijnen opgeborgen zijn. Nu is dat in een beschermende woonvorm vaak wat lastiger te regelen maar een aparte koelkast is noodzakelijk.” Volgens Hanneke is er maar één koelkast. “De insuline en de sla liggen dus gewoon naast elkaar,” zegt ze. René belooft meteen een koelkastje te bestellen. Alarmsysteem Op de vraag of iedereen zich ’s avonds in en om de BW veilig voelt, is het antwoord eensluidend. “Het is hier perfect veilig”, zegt Arthur. “Er is voldoende verlichting.” Hanneke geeft aan dat ze een pieper mist. “Als ik midden in de nacht gebeld word omdat er iets aan de hand is in de BW moet ik eventuele hulpdiensten makkelijk en snel

kunnen bereiken. De politie is niet altijd even snel ter plaatse. ‘s Nachts of in het weekend zitten zij vaak in Renesse en kan het al gauw een half uur duren voordat ze er zijn. Je ziet langzaamaan de populatie in de BW veranderen”, vervolgt de begeleidster. “We hebben steeds vaker mensen in huis die kampen met zwaardere problematiek. Als je dan midden in de nacht naar de BW moet en niet weet wat er precies aan de hand is dan kan dat een onveilig gevoel geven.” Ook de bewoners geven aan een persoonlijk alarmsysteem te willen hebben. Behalve Arthur. Hij is al voorzien van een gsm met een grote rode SOS-knop. Als hij die indrukt, heeft hij meteen contact met de hulpdiensten. Bolderkar In het gesprek blijft brandveiligheid een steeds terugkerend onderwerp. Het nut van de ‘Veiligheid komt naar je toe’- campagne bewijst zich door de hoeveelheid zinvolle informatie die Ernest en René overbrengen aan het team en de bewoners. Soms lijkt het om futiliteiten te gaan. Maar dan wel futiliteiten die enorme gevolgen kunnen hebben. Neem de kwestie ‘bolderkar’. Hanneke: “Sinds er een nieuw afvalsysteem is, verzamelen we ons afval in een bolderkar. Eens in de week legen we de kar op de vuilstortplaats van de gemeente.” Als Ernest wil weten waar de bolderkar precies staat, wordt er wat lachend gereageerd. Deze staat tegen de gevel van het huis, in de tuin. “Erg gevaarlijk”, vindt Ernest. “Als er iemand een sigarettenpeuk uit het slaapkamerraam gooit en deze komt brandend terecht in de bolderkar, zijn de gevolgen niet te overzien.” Daar vinden de gesprekspartners wel wat in zitten. De bolderkar verhuist naar een veiligere plek.


2014 – radar 2 – 15

KORTE BERICHTEN Geen Appeltje voor ’t Hof van Thee & Leut Werkleerbedrijf en buurthuis ’t Hof van Thee & Leut uit Vlissingen heeft geen Appeltje van Oranje gewonnen. Dat heeft het Oranje Fonds bekend gemaakt. ’t Hof van Thee & Leut behoorde tot de tien sociale initiatieven die in januari 2014 doorgingen naar de finale van de Appeltjes van Oranje. Uit deze tien initiatieven zijn drie winnaars gekozen: Stichting AanZet uit Leeuwarden, Stichting Buurtmarkt Breedeweg uit Groesbeek en Stichting MeeleefGezin uit Doorn. Alle finalisten waren uitgenodigd voor de prijsuitreiking van de Appeltjes op 22 mei in Paleis Noordeinde. Koningin Máxima reikte de prijzen uit.

Mario Hagenaars nieuwe voorzitter OR

Nieuwe directeur Indigo in Zeeland

Beleid maken we samen

Met het vertrek van Rosette Wille per 1 februari heeft Indigo in Zeeland een nieuwe directeur: Camille Verhagen. Camille was voorheen hoofd facilitaire dienst bij Emergis. Camille is te bereiken op 06 23 73 77 19 of verhagen@indigozeeland.nl

Wim van Goch heeft per 1 mei het voorzitterschap van de OR overgedragen aan Mario Hagenaars. Chester Leenhouts versterkt het dagelijks bestuur als lid en plaatsvervangend voorzitter. Mario Hagenaars: “We gaan de bevlogenheid en deskundigheid van Wim missen maar zijn ook vastberaden om vooraan mee te blijven lopen.” Volgens de nieuwbakken voorzitter is het met de vernieuwing binnen het dagelijks OR-bestuur tijd om de te kijken naar de toekomst van de medezeggenschap. “We willen gebruik gaan maken van sociale innovatie”, vertelt Mario. “Met sociale innovatie wordt de kracht gehaald waar deze zit: bij de medewerkers zelf. Door te investeren in het laten samenwerken van mensen, het betrekken van medewerkers bij het maken van het beleid worden er gunstige voorwaarden gecreëerd waarmee we kunnen innoveren en onze prestaties kunnen verbeteren. Beleid maken we samen is het credo. We moeten samen beter zijn om samen verder te kunnen.” Mario Hagenaars (rechts): “We gaan de bevlogenheid en deskundigheid van Wim missen maar zijn ook vastberaden om vooraan mee te blijven lopen.”

PS Medicatieveiligheid: pillen in plastic zakjes Emergis doet er alles aan om de medicatieveiligheid te verbeteren. Daarover kon u lezen in het vorige Radarnummer. Intussen is Emergis weer een stap verder: sinds 1 april jl. maken cliënten en medewerkers van de HAT gebruik van een GDS-systeem voor medicijnen. GDS is de afkorting van geautomatiseerd distributiesysteem. Bij een GDS-systeem krijgen cliënten een groot deel van hun tabletten in kleine plastic zakjes. De tabletten die een cliënt op hetzelfde tijdstip moet innemen, zitten bij elkaar in één zakje. Op elk zakje staat onder andere de naam van de cliënt en de dag en tijd waarop de cliënt de tabletten moet innemen. Alle zakjes zitten op een grote rol. Cliënten die hun medicatie per week in eigen beheer krijgen, kunnen de zakjes een voor een afscheuren. Andere cliënten krijgen per innamemoment een of meer zakjes uitgereikt. Werken met een GDS-systeem verhoogt de hygiëne en verkleint de kans op medicatiefouten. De proefperiode op de HAT duurt nog tot eind juni. Daarna volgt een evaluatie. Het is uiteindelijk de bedoeling dat zoveel mogelijk afdelingen van Emergis gebruik gaan maken van het GDS-systeem.


16 – radar 2 – 2014

Herstel, wonen en werken bundelt krachten in lokale zorg Aan het begin van dit jaar heeft er binnen de sector Herstel, wonen en werken van Emergis een flinke aardverschuiving plaatsgevonden. De directie heeft Zeeland in zes regio’s verdeeld en in elke regio een FACT-team, beschermende woonvormen, begeleid zelfstandig wonen en volledig pakket thuis gezamenlijk een plek gegeven. Zo willen ze bereiken dat er voor mensen met langdurige psychiatrische problematiek dichtbij huis een keten van zorg, herstel en begeleiding beschikbaar is. TEKST NANON DOELAND

I

n januari zijn zes hoofden van start gegaan om samen met hun teams deze zorgregio’s verder vorm en inhoud te geven. Een belangrijke opdracht die ze hebben meegekregen is de ambulante zorg te versterken zodat de afbouw van bedden in de klinieken in Kloetinge mogelijk is. Een andere belangrijke taak is de samenwerking met lokale structuren en zorgaanbieders te intensiveren. Radar sprak met Rini Vergouwe, hoofd regio Zeeuws-Vlaanderen en Bianca van Teeffelen, hoofd regio Schouwen-Duiveland en Tholen over de uitdagingen waar zij voor staan. Bianca van Teeffelen: “De wijkagent komt elke week even buurten” “Het grootste deel van mijn werk bestaat op dit moment uit het leggen van verbindingen met huisartsen, wijkcentra, politie, woningcorporaties, gemeenten, zorg- en welzijnsinstellingen en andere belangrijke partners in mijn regio”, vertelt Bianca van Teeffelen. “Om goede zorg en begeleiding te kunnen leveren aan onze cliënten hebben we absoluut anderen nodig.” Volgens het hoofd Herstel, wonen en werken regio Schouwen-Duiveland en Tholen is het met name een kwestie van logisch nadenken en vooral niet hoogdravend willen doen. “De wijkagent die in de beschermende woonvorm in Zierikzee komt buurten is zo’n voorbeeld”, zegt ze. “Elke week komt hij even binnen om met een bakje koffie erbij te vragen hoe het met iedereen gaat. Die laagdrempeligheid werkt het best. Mocht er een keer echt iets ernstigs zijn dan hebben we meteen contact en is het handig dat hij weet wie onze bewoners zijn.” Lobbyen en pionieren Bianca woont al 22 jaar op Schouwen-Duiveland en kent er veel mensen. “Dat helpt natuurlijk”, zegt ze. “Het lukt goed om de juiste te mensen te spreken en te vertellen welke

zorg en begeleiding we bieden. Ze vinden het fijn dat ze je weten te vinden en specifieke casuïstiek kunnen bespreken. En, ook al heb je niet meteen een antwoord op een vraag of een oplossing voor een probleem: ik weet wel de weg en ken de verbanden.” In Tholen moet Bianca wat meer lobbyen en pionieren. “In Tholen werkt het net een beetje anders”, legt ze uit. “De gemeenschappen zijn close en regelen veel in eigen kring. Daarbij komt dat Tholen tegen Brabant aan ligt en geestelijke gezondheidszorg ook daar wordt afgenomen. GGZ WNB is immers dichterbij dan Emergis in Kloetinge.” Bianca vertelt dat ze de contacten met GGZ WNB aan het opbouwen is. “Mensen die in Halsteren in de kliniek zijn opgenomen, komen op een gegeven moment weer terug naar Tholen. Hoe pakken we dat aan? Hoe kunnen we elkaar hierin aanvullen en versterken? zijn vragen waarop we gezamenlijk een antwoord proberen te vinden.” “Ik merk wel”, vervolgt ze, “dat zowel op Schouwen-Duiveland als op Tholen de animo om samen te werken meer dan voldoende aanwezig is. Het realiseren van een participatiesamenleving wordt vanuit alle hoeken en gaten gestimuleerd waardoor het lijkt alsof alle partijen, van vrijwilligerswerk tot Centra voor Jeugd en Gezin en verpleeghuizen dezelfde opdracht hebben. Dat maakt het gemakkelijker.” Intern verbinden Naast het leggen van externe verbindingen is de hoofden van Herstel, wonen en werken ook gevraagd intern de banden aan te trekken. “In een regio werken verschillende teams van Emergis met ieder hun eigen expertise en verantwoordelijkheden”, vertelt Bianca. “Soms loopt dat door elkaar heen en dat is wel eens lastig. Door elkaar en elkaars werk te leren kennen, komt er vanzelf begrip en ligt de weg naar elkaar aanvullen en versterken open.”

Rini Vergouwe: “In elk Zeeuws-Vlaams dorp 24/7 woonbegeleiding” “Zeeuws-Vlaanderen is een landje apart”, vertelt Rini Vergouwe. “Wij staan op dit moment voor andere uitdagingen dan de uitdagingen die ze ‘aan de overkant’ hebben.” Rini legt uit dat hun missie in eerste instantie is woonbegeleiding in heel Zeeuws-Vlaanderen te bieden. “Nu is dat aanbod vooral geconcentreerd in Hulst en Oostburg. We willen het liefst dat mensen in elk Zeeuws-Vlaams dorp, 24/7 woonbegeleiding kunnen krijgen. Of het nu gaat om beschermd wonen, begeleid zelfstandig wonen of volledig pakket thuis. Ik zie daarin ook een belangrijke aanvullende rol weggelegd voor het FACT-team. Zij zijn van grote waarde omdat zij cliënten ondersteunen in het leren omgaan met hun psychiatrische ziekte en cliënten leren hoe ze goed voor zichzelf kunnen zorgen.” Op dit moment zijn er in heel Zeeuws- Vlaanderen veertien mensen die volledig pakket thuis (VPT) ontvangen. Rini wil dat graag uitbreiden en heeft daarin samen met zijn teams al een flinke eerste aanzet gemaakt. “In juli gaan

Carien Borst Regio Middelburg

Michaela Vlot Regio Bevelanden

Ralph Gillissen Regio Goes

Jeannette van der Zwaag Regio Vlissingen

Rini Vergouwe Regio Zeeuws-Vlaanderen

Bianca van Teeffelen Regio Schouwen-Duiveland en Tholen


2014 – radar 2 – 17

alle bewoners van de beschermende woonvorm in Hulst verhuizen naar een nieuw te bouwen woon-zorgcomplex”, legt hij uit. “Met die verhuizing wisselen ze meteen van zorgproduct: van beschermd wonen naar volledig pakket thuis. De beschermende woonvorm wordt in zijn geheel opgeheven. In het woon-zorgcomplex komen in totaal 29 mensen te wonen.” Deze ontwikkeling vloeit tevens voort uit de opdracht die Emergis van de Rijksoverheid heeft gekregen om het aantal bedden met een derde af te bouwen en meer zorg en begeleiding te ambulantiseren. “De cliënten vinden het spannend”, vervolgt Rini. “Ze gaan een eigen appartement huren en moeten straks zelf huur en gas, water en licht betalen. Ze gaan groter wonen en hoeven de keuken, het toilet en de woonkamer niet meer te delen. Ook moeten er vooraf allerlei keuzen gemaakt worden. Neem ik wel of geen internet? Welke meubels schaf ik aan? Dat kost veel tijd en energie.” Volgens Rini is de grootste verandering dat de cliënten alleen gaan wonen en de vanzelfsprekendheid van andere mensen in je huis verdwijnt: “Dat is fijn omdat ze meer privacy hebben en niet altijd rekening hoeven te houden met een ander. Tegelijkertijd is het lastig omdat ze meer alleen zijn en zelf weer contacten moeten maken.” Ook voor de medewerkers verandert er veel. “In het woon-zorgcomplex moet altijd begeleiding aanwezig zijn. Ook ’s nachts”, licht hij toe.

“Dat betekent dat er slaapdiensten gedraaid moeten worden. De VPT-begeleiding is ook anders dan de begeleiding bij beschermd wonen. Er zijn waarschijnlijk meer mensen die ondersteuning nodig hebben in de huishoudelijke taken. Veel begeleiders vinden dit nu al een te groot onderdeel van het werk.” De hoofden van Herstel, wonen en werken hebben ook de opdracht gekregen de doorstroom van mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA) naar de Basis ggz op gang te brengen. “Voor het FACT-team betekent dit bijvoorbeeld dat ze moeten gaan bepalen wanneer ze kunnen uitstappen en de zorg van hun cliënt kunnen overdragen aan de huisarts of de praktijkondersteuner ggz van de huisarts”, legt Rini uit. “Dit betekent wel dat we contacten moeten hebben met die huisarts. Die zijn er her en der. Soms intensief, soms minder frequent en soms helemaal niet. Daar moeten we nog flink in investeren en dat doen we samen met Indigo.” Rini vindt het regionaal bundelen van zorg en begeleiding voor mensen met chronische psychiatrische problematiek een meerwaarde. Met overhevelen van de zorg naar de gemeenten in 2015 worden straks veel meer zaken regionaal geregeld. “Emergis wordt vaak als logge instelling gezien. Die logheid kun je verminderen door regionaal afspraken te maken.”

Vincent van den Dries Werkleerbedrijven

VOLLEDIG PAKKET THUIS Volledig Pakket Thuis (VPT) is bedoeld voor mensen die een eigen woonruimte hebben en intensieve begeleiding nodig hebben. Een VPT-begeleider komt regelmatig bij de cliënt thuis en helpt met het organiseren van zijn leven op allerlei gebieden. Mensen kunnen hierdoor blijven werken, langer thuis wonen, een opname in de kliniek of een verhuizing naar een beschermende woonvorm voorkomen of gemakkelijker contact houden met familie, buren en vrienden. FACT-TEAMS FACT is de afkorting van Functie Assertive Community Treatment. De teams begeleiden mensen die langdurig ziek zijn en met name kampen met psychoses, autisme of ernstige verslavingsproblematiek en psychose (dubbel diagnose) in hun thuissituatie. Het FACT-team bestaat uit een psychiater, maatschappelijk werker, ervaringswerker en verpleegkundigen. Cliënten leren hoe ze het beste kunnen omgaan met hun psychiatrische ziekte en hoe ze voor zichzelf kunt zorgen. Het FACT-team kan ook ingezet worden als mensen zorg mijden. BESCHERMD WONEN EN BEGELEID ZELFSTANDIG WONEN Een beschermende woonvorm (BW) biedt mensen met langdurige psychiatrische of verslavingsproblemen een combinatie van begeleiding en wonen. Meerdere cliënten wonen in een huis en krijgen ondersteuning om de draad van het gewone leven weer op te maken. Het verblijf in de BW kan een opstap zijn naar begeleid zelfstandig wonen. De cliënt heeft dan een eigen woning en krijgt vanuit Emergis begeleiding. WERKLEERBEDRIJVEN Emergis heeft zes werkleerbedrijven verspreid over Zeeland. Hoewel de werkleerbedrijven geen onderdeel uitmaken van de regionale zorgeenheden vormen ze een belangrijke samenwerkingspartner. In een werkleerbedrijf leren of herstellen mensen (opnieuw) arbeidsvaardigheden. Werken bij het werkleerbedrijf kan een vorm van arbeidsmatige dagbesteding zijn. Deze dagbesteding kan een middel zijn om te stabiliseren, terugval te voorkomen, structuur aan te brengen, arbeidsritme op te doen en/of in contact te zijn met andere mensen. Voor sommige mensen is het werkleerbedrijf een opstap naar hun oude of nieuwe baan. In het volgende nummer van Radar verschijnt een uitgebreid artikel over de werkleerbedrijven van Emergis.


18 - radar 2-2014

SPOTLIGHT

Samenwerken en Nienke Visser, teamcoach voortgezette behandeling, Herstel, wonen en werken, werkt sinds 2007 bij Emergis. Als kind wist ze vrij snel dat ze zuster wilde worden. Nu, ruim dertig jaar later, werkt Nienke als teamcoach op afdeling 23 en de woonhuizen van Emergis. In Spotlight vertelt ze haar verhaal. TEKST SVEN VAN DER DRIES BEELD MARCELLE DAVIDSE

“I

n 1983 ben ik geboren in een klein Zeeuws-Vlaams dorp genaamd Philippine. Samen met mijn ouders en twee oudere broers heb ik daar een fijne jeugd gehad. Als kind wist ik altijd heel goed wat ik wilde. Zo riep ik altijd dat ik zuster wilde worden. Waar dat vandaan kwam weet ik niet. Niemand in mijn directe omgeving heeft namelijk een achtergrond in de zorg.” Stage “Tijdens mijn mbo-opleiding verpleegkunde kwam ik voor het eerst in contact met Emergis. Als stagiaire op de afdeling 30/32 ontdekte ik dat de psychiatrie iets voor mij was. Er was op de afdeling veel ruimte voor persoonlijk contact en cliënten werden niet gezien als een nummer. Dit had ik bij een eerdere stage in het ziekenhuis wel zo ervaren.” Openstaande vacature “Na het mbo heb ik de hbo-opleiding verpleegkunde gedaan aan de Avans Hogeschool in Breda. Vrijwel direct na het afronden van mijn studie kon ik bij Emergis beginnen. Het ging om een tijdelijke functie als verpleegkundige niveau 4 op de afdeling ouderenpsychiatrie. In deze periode kwam ik mijn oude stagebegeleider van afdeling 30/32 tegen. Zij wees me op een openstaande vacature op haar afdeling. Hier heb ik toen direct op gesolliciteerd en even daarna werd ik aangenomen. Inmiddels werk ik alweer ruim zeven jaar bij Emergis.”

Teamcoach “Op dit moment ben ik teamcoach op afdeling 23 en de woonhuizen. Samen met mijn collega Wilma van Hoorn coach ik een team van achttien verpleegkundigen en begeleiders. We coachen hen in systematisch rehabilitatiegericht handelen, ook wel de SRH-methodiek genoemd. Deze methodiek gebruiken wij om het herstelproces van de cliënt te vergroten door hen intensief te begeleiden op de weg naar herstel. De begeleiding betreft de verschillende domeinen van de rehabilitatievisie.” “Naast mijn werkzaamheden als teamcoach voer ik op de afdeling verschillende verpleegkundige taken uit. Zo coördineer ik de zorg rondom de cliënt en heb ik als persoonlijk begeleider contact met de familie van de cliënt. Als persoonlijk begeleider is het van groot belang dat je begaan bent en een vertrouwensband met de cliënt opbouwt. Dit kost vooral in het begin heel veel geduld.” Meer met minder “Door de veranderingen in de zorg moeten we meer met minder doen. Ondanks dat hou ik toch nog plezier in mijn werk. Dit plezier haal ik vooral uit het persoonlijk contact met de cliënt en mijn collega’s, en het feit dat geen dag hetzelfde is.” Samenwerken “Emergis is een grote organisatie waar goede zorg voor de cliënt centraal staat. Doordat Emergis zo groot is, zijn er ook veel lagen. Meer onderlinge samenwerking

tussen deze lagen is iets waaraan we moeten blijven werken. Met duidelijke communicatie en kortere lijnen bereiken we nog meer dan we nu al doen. Daarnaast ben ik van mening dat we nog bewuster moeten zijn van het feit dat we het uiteindelijk allemaal voor de cliënt doen. Dit geldt zowel voor medewerkers op de behandelafdelingen als op de diverse ondersteunende afdelingen. We moeten meer met elkaar samenwerken en elkaar proberen te versterken.” Levensgenieter “Mijn directe collega’s zouden mij beschrijven als een levensgenieter. Dat komt doordat ik graag leuke dingen doe met vrienden. Gezellig een drankje doen in de stad of een potje voetbal kijken, ik vind het allemaal even leuk. Een andere grote hobby van me is reizen. Zo ben ik in Australië, Brazilië, Canada, China en India geweest. Zuid-Afrika en een rondreis door Argentinië en Chili staan nog op mijn verlangenlijstje.” Bevoorrecht “Op dit moment ben ik heel blij met mijn huidige leven: ik heb leuke mensen om me heen, een leuke baan en ik heb al heel veel van de wereld gezien. Toen ik vorig jaar in China met een panda op schoot zat, besefte ik hoe bevoorrecht ik eigenlijk ben om dit allemaal mee te mogen maken.” Meer weten over de afdeling van Nienke? Lees ook ‘Afdeling belicht’ op pagina 3.


2014 – radar 2 – 19

elkaar versterken


SIGNALEN

Zorgprogramma psychose, bekend van de Soteria-afdeling, gaat deelnemen aan twee projecten: PsyMate en cognitieve fitness. Het project PsyMate, van professoren Jim van Os en Inez Myin-Germeys, test de klinische meerwaarde van de PsyMate bij mensen met een psychotische stoornis. De PsyMate is een kleine zakcomputer die tien keer per dag, zes dagen lang, een piepsignaal geeft waarna de cliënt een aantal vragen moet invullen op het scherm. Bijvoorbeeld hoe hij zich voelt, wat hij doet en welke symptomen hij op dat moment heeft. De PsyMate geeft de cliënt én de behandelaar meer inzicht in het verloop van klachten van de cliënt gedurende de dag. Het andere project, cognitieve fitness in de langdurige ggz, is opgezet door het Trimbos-instituut. Het doel van dit project is inspelen op twee problemen waarmee veel mensen met schizofrenie of andere ernstige psychiatrische aandoeningen kampen: n een ongezonde leefstijl, gekoppeld aan een hoog gewicht; n problemen in het cognitief functioneren, zoals problemen met planning, aandacht en geheugen. Er zijn aanwijzingen dat een training die op deze beide problemen inspeelt extra effectief is. Het zorgprogramma psychose van Emergis doet aan dit project mee in samenwerking met de psychiatrische afdeling van het Admiraal de Ruyter Ziekenhuis in Vlissingen.

FACT-teams getoetst en goed bevonden Het FACT-team Schouwen-Duiveland/Tholen heeft met een score van 3.7 het keurmerk FACT ontvangen! Teams met een keurmerk voldoen aan de kwaliteitscriteria voor het leveren van verantwoorde zorg volgens het ACT-of FACT-model. Alle FACT-teams van Emergis zijn nu gecertificeerd! Volgens het CCAF (Centrum Certificering ACT en FACT) is het belangrijk dat teams volgens het model werken: “Onderzoek toont aan dat deze teams betere uitkomsten boeken. Gecertificeerde teams leveren een herkenbare en garandeerbare kwaliteit van zorg. Dankzij het keurmerk hebben ook cliëntenorganisaties, familie-vertegenwoordigers en zorginkopers inzicht in de geleverde kwaliteit van teams.” De Stichting CCAF heeft de kwaliteit van het team getoetst in een onafhankelijke audit. Het keurmerk is drie jaar geldig.

BEELD: MARTIJN CASTRICUM

PsyMate, cognitieve fitness & psychose

Bezoek uit Kazachstan Op Hemelvaartsdag en de dag erna bracht een delegatie van vertegenwoordigers in de politiek en geestelijke gezondheidsheidszorg uit Kazachstan een bezoek aan Emergis. Doel van hun reis was kennis te maken met ontwikkelingen in de Nederlandse pyschiatrische klinieken. Ook wilden ze ideeën opdoen om in eigen land op herstelgerichte wijze behandeling en begeleiding te bieden aan mensen met psychiatrische problemen. De Kazachen brachten onder andere een bezoek aan werkcentrum Gered Gereedschap, beschermd wonen Hof van Sint Pieter in Middelburg en de afdelingen Soteria en kortdurende opname van Hestel, wonen en werken in Kloetinge. Ze werden geïnformeerd over het toepassen van Social Return on Investment (SROI), de FACT-teams en de SRH-methodiek. Organisator Ralph Gillissen, hoofd herstel, wonen en werken regio

Goes: “Gedurende de twee dagen nam het enthousiasme bij de delegatie toe maar ook de onderlinge discussie. De organisatie en de structuur van de psychiatrie in Kazachstan is heel anders dan in Nederland. Ook de manier van omgaan met cliënten en de attitude van hulpverleners verschilt. Het zal niet eenvoudig zijn om hetgeen ze hier hebben gezien te vertalen naar hun eigen situatie. In Kazachstan wonen evenveel mensen als in Nederland. Het is alleen vele malen groter.” Volgens Ralph heeft de delegatie inspiratie opgedaan. “Martijn Castricum, ervaringswerker, verwoordde het erg mooi in zijn presentatie: ‘De kaarsen branden en het is aan jullie om het vuur te verspreiden’.” Dat de delegatie uit Kazachstan bij Emergis op bezoek kwam, vloeit voort uit de contacten met de organisatie CareEurope. Meer informatie is te vinden op www.thecareeurope.com.


Radar juni 2014