Page 1

ja argang 18 - nummer 4 - december 2013

centrum voor geestelijke gezondheidszorg

Aimé van Houte:

“Ik haal graag krachten en behoeften naar boven”

“We zijn blij dat er zoiets als Emergis bestaat”

Hulpverleners huilen niet

PSHOR: Luisterend oor bij ongevallen en rampen


2 - radar 4

colofon

inhoud

Radar is een magazine voor medewerkers en relaties van Emergis/centrum voor geestelijke gezondheidszorg. Radar verschijnt vier maal per jaar. Oud-medewerkers en relaties van langdurig opgenomen cliënten van Emergis kunnen Radar op verzoek ontvangen. Redactie Els de Blok-Vos, Letty Dreesman, Anoeska Gijzel, Ruud de Munck, Mitchell

Even buurten Buren Van Nieuwenhuijze vinden het jammer dat veel mensen een verkeerd beeld hebben van Emergis en het zien als een gekkenhuis. Pagina 6

Hulpverleners huilen niet Hulpverleners die een trauma hebben meegemaakt lopen risico klachten te krijgen die lijken op de klachten van hun cliënt. Pagina 10

Eerste hulp voor ooggetuigen Emergismedewerkers bieden via PSHOR-team psychosociale opvang aan ooggetuigen van ongevallen en rampen. Pagina 12

Beleving en gastvrijheid Koploperteams laten zien hoe ze samen met de cliënten en familie vorm geven aan BelevingsGerichtWerken. Pagina 14

Tiber, Rosette Wille, Jeannette van der Zwaag. Met medewerking van Elian van ’t Westeinde, Mariska van der Hulst, Sven van den Dries, Lotte van Nieuwenhuijze, Monique Nieuwenhuize Hoofdredactie Nanon Doeland Secretariaat Heleen Geus Fotografie Nanon Doeland, Marcelle Davidse, Ingrid Borger, Hans Boer, Christopher Kitperit, Monique Nieuwenhuize Ontwerp en vormgeving De Fabriek Communicatiewerken, Amsterdam Druk Jumbo Offset, Goes Informatie Inzending kopij aan de dienst communicatie Emergis, Postbus 253, 4460 AR Goes o.v.v. secretariaat Radar. Kopij bij voorkeur aanleveren per e-mail: communicatie@emergis.nl. Inlichtingen kunnen worden ingewonnen bij de dienst communicatie, telefoon 0113 26 72 31 of 26 72 32. Inleveren kopij voor het volgende nummer van Radar vóór 21 januari 2014.

En verder: Korte berichten pagina 8 De vrijwilliger pagina 9 Het avontuur tegemoet pagina 15 Reflector timmert aan de weg pagina 16 Spotlight pagina 18 Signalen pagina 20

column

Opvallend Als nieuwkomer binnen Emergis heb ik me de afgelopen weken kunnen oriënteren op wat er allemaal speelt en leeft binnen de organisatie. Daarnaast heb ik me verdiept in de grote en snelle veranderingen die plaatsvinden op het gebied van wetgeving en financiering. Wat me opviel aan de medewerkers, is de passie en betrokkenheid waarmee ze hun werk doen, de collegialiteit, de deskundigheid. En het innovatieve karakter van Emergis. Dat is een goede basis om de toekomst mee in te gaan. Daarnaast zie ik ook de minder sterke kanten van Emergis. De breedte van het voorzieningenpakket, de precaire financiële situatie, de slechte registratie die ons dagelijks geld kost... En dan is er de externe financiering die voor het eerst sinds jaren fors krimpt. Er zullen moeilijke beslissingen moeten worden genomen die velen zullen raken. En die kunnen alleen maar slagen samen met jullie allemaal. Als Limburger hoor ik steeds dat de Zeeuwen van doorpakken houden. Dat zullen we dan ook. Laten we de goede dingen doen en de dingen goed doen. Peter Engelen bestuurder ad interim


radar 4 - 3

Verslavingsreclassering: schakel tussen Justitie en zorg

Rob Commandeur in gesprek

Volwassenen die problemen hebben met alcohol, drugs of andere middelen en met Justitie in aanraking komen, krijgen te maken met Emergis verslavingsreclassering. Meteen vanaf het moment dat een verdachte in de cel belandt, biedt het team van de verslavingsreclassering hulp. Ook geven de medewerkers van het team rechters achtergrondinformatie en stellen ze een behandelplan op. Later begeleiden ze de persoon in kwestie zodat die zich aan gemaakte afspraken houdt. Verslavingsreclassering is een bijzondere afdeling binnen Emergis met veelomvattend werk. tekst Elian van ’t Westeinde beeld marcelle davidse


4 - radar 4

“O

nze cliënten hebben altijd een probleem met alcohol, drugs of gokken”, zegt reclasseringswerker Neil Thümann van Emergis verslavingsreclassering in Middelburg. “Ze komen met ons in contact als ze een delict begaan onder invloed van hun verslaving. Daarbij kan je denken aan huiselijk geweld en uitgaansgeweld. Of het plegen van een straatroof om bijvoorbeeld schulden af te lossen.” Emergis verslavingsreclassering is eigenlijk een vreemde eend in de bijt. “We heten wel Emergis, maar we hebben geen zorgaanbod. Wij verwijzen cliënten door naar een verdere behandeling.” Neil stopt even met praten. Hij beseft dat deze uitspraak vragen oproept en neemt graag de tijd om zoveel mogelijk uit te leggen. De verslavingsreclassering maakt deel uit van de justitieketen. Daarin zitten ook het Openbaar Ministerie, de Dienst Justitiële Inrichtingen en de rechterlijke macht. Volwassenen die verslaafd zijn en met Justitie in aanraking komen gaan een traject in bij de verslavingsreclassering. In opdracht van het Openbaar Ministerie of Dienst Justitiële Inrichtingen stelt de verslavingsreclassering een plan van aanpak op. De verslavingsreclassering gaat ervan uit dat straffen voor deze groep alleen effectief is in combinatie

met zorg en behandeling. De reclasseringswerkers begeleiden de cliënten en zetten zich in voor re-integratie. Verder houden de medewerkers toezicht en verwijzen ze hun cliënten door naar de juiste zorg. Ook geven de reclasseringswerkers gedragstrainingen. Zo vormen zij een brug tussen Justitie en zorg. Bij Emergis is de verslavingsreclassering opgesplitst in drie regio’s: Goes, Terneuzen en Middelburg. Het team bestaat uit twee onderdelen: ‘Toezicht en Interventie’ en ‘Diagnose en Advies’. Advies Wanneer iemand in aanraking komt met Justitie en in verzekering wordt gesteld, dan krijgt Reclassering Nederland een melding. Staat het delict in relatie tot een verslaving, dan wordt de verslavingsreclassering van Emergis ingeschakeld. De verdachte staat dan op de zogenoemde vroeghulplijst. Een rapporteur van verslavingsreclassering gaat bij de arrestant in de cel op bezoek. “Zo’n eerste bezoek noemen we vroeghulp”, zegt rapporteur Nena De Witte (26). “Mijn taak is om binnen drie dagen een rapport over de verdachte op te stellen. De politie mag iemand bij een inverzekeringstelling namelijk maximaal drie dagen vasthouden voor onderzoek. Het rapport dient als advies voor de rechter-commissaris. Die neemt de bevindin-

gen uit de rapportage mee in zijn overwegingen bij het bepalen of een arrestant in bewaring wordt gesteld, dus langer wordt vastgehouden. Of dat hij wordt geschorst en thuis zijn rechtszaak mag afwachten.” Een schorsing dient om iemand de kans te geven zijn leven op de rit te houden. Mannen of vrouwen die een baan hebben en eigenlijk hun leven best op orde hebben, maar de fout ingaan, raken nogal wat kwijt als ze langdurig in hechtenis worden genomen. “Met behulp van een QuickScan maak ik een inschatting van de verdachte en zijn situatie. Ik moet voor mijn advies om te schorsen wel goed inschatten hoe groot de kans is dat hij of zij niet opnieuw een delict pleegt. Als ik vind dat mijn collega’s van de toezichtkant hem goed kunnen begeleiden en hij staat open voor behandeling wanneer ik dat noodzakelijk acht, dan adviseer ik een schorsing. Mijn bevindingen en alles wat de arrestant me vertelt in dat gesprek verwerk ik in dat rapport. Ik beschrijf ook welke hulp ik noodzakelijk acht en of hij hiervoor openstaat.” De rapporteurs doen niet aan waarheidsvinding. Het is uiteindelijk aan de rechter om te beslissen of iemand wordt veroordeeld. “Wel belangrijk is het dat alles wat ik in mijn rapporten schrijf ook correct is”, zegt Nena. “Daarom wil ik altijd referenten spreken. Als iemand vertelt dat hij een baan heeft, check ik dat even bij zijn werkgever.”


Van links naar rechts: Rob Commandeur, Nena de Witte en Neil Thümann

radar 4 - 5

“Het enige verschil met zorgklanten is dat ze gedrag uiten waardoor ze met Justitie in aanraking komen” Rob Commandeur (25). “Dat betekent dat wij controleren of de regels die de rechter heeft opgelegd worden nageleefd. Bijvoorbeeld als iemand een locatieverbod heeft, geen contact meer mag opnemen met het slachtoffer, of als hij een behandelverplichting heeft. Wij controleren dat door middel van gesprekken bij ons op kantoor, contact met de wijkagent en de behandelaar. Hoe vaak iemand moet komen is afhankelijk van het delict en de kans op herhaling. Elke keer leggen we onze bevindingen vast. Wij zijn eigenlijk een beetje zijn extern geweten. We laten zien welke consequenties zijn of haar gedrag heeft. Iemand die een proeftijd heeft met voorwaardelijke straf, gaat mogelijk alsnog achter de tralies als hij een delict begaat of zich niet houdt aan de bijzondere voorwaarden. Dat proberen we te voorkomen.”

Naast de beknopte vroeghulprapportages schrijven de rapporteurs later ook uitgebreide adviesrapportages. Daarvoor wordt verder onderzoek verricht en eventueel externe diagnostiek ingeschakeld. Het doel van dit rapport is om een betere inschatting te maken van het risico op herhaling en om Justitie informatie te geven over iemands persoonlijke omstandigheden. Verder bevat dit rapport een advies over strafvervolging in combinatie met begeleiding en/of behandeling. De rechter gebruikt al deze informatie bij het bepalen van de straf. Extern geweten Na een schorsing mag een verdachte in afwachting van zijn strafzaak naar huis. In opdracht van Justitie houdt de verslavingsreclassering dan toezicht tot aan de behandeling van de strafzaak. Daarbij horen ook huisbezoeken. Een reclasseringstoezicht kan ook worden opgelegd als bijzondere voorwaarde bij een vonnis na het plaatsvinden van een strafzaak. Het contact met de reclasseringswerker helpt de persoon zijn leven onder controle te houden en te voorkomen dat hij opnieuw een strafbaar feit pleegt. Gemiddeld genomen blijft iemand twee jaar onder toezicht van de reclassering. “Officieel zien we toe op het naleven van de bijzondere voorwaarden die de rechter heeft opgelegd”, zegt reclasseringswerker

Zorg en trainingen Medewerkers van de verslavingsreclassering behandelen niet zelf. Dat laten ze over aan andere professionals. Ze kennen wel de juiste instanties en hulpverleners. Als iemand in opdracht van de rechter in behandeling is voor zijn verslaving, al dan niet in combinatie met psychiatrische problemen, houden de reclasseringswerkers ook contact met de behandelaars. “Daarbij gaat het niet over medische details, want die zijn geheim”, zegt Neil. “Maar we vragen wel of hij op de afspraken verschijnt, of hij alles vertelt. Of hij meewerkt aan de behandeling. Werkt een cliënt niet mee, dan gaan we in overleg. Met elkaar en, als de cliënt ongemotiveerd blijft, met de officier van justitie.” Vaak blijkt een verband te bestaan tussen crimineel gedrag en middelenproblematiek. Sommige mensen stelen omdat ze bijvoorbeeld geld nodig hebben om hun drugsgebruik te betalen, of ze gebruiken geweld na het gebruiken van alcohol. Om de kans te verkleinen dat iemand terugvalt in zijn oude patroon, geven de reclasseringswerkers hun cliënten leefstijltrainingen of de cursus alcohol en geweld. Dit noemen ze gedragsinterventies. In deze groepstrainingen wordt duidelijk wat het verband is tussen middelengebruik en crimineel gedrag. Met de verkregen informatie kan de cliënt bepalen wat hij aan zijn gedrag wil veranderen. Vervolgens krijgt hij tips om grip te krijgen op het gebruik en het gedrag. Deze interventies zijn verplicht opgelegd door de rechtbank.

Humor De reclasseringswerkers zijn altijd op zoek naar antwoord op de vraag hoe hun cliënt zo ver is gekomen dat hij het criminele pad opgaat. “Dat vind ik interessant”, zegt Neil. “Hoe komt het dat zo’n jongen zo ver is gezakt op de maatschappelijke ladder. Wat kan ik er samen met de zorgverleners aan doen om hem een paar stapjes verder te helpen. Hijzelf, maar ook de maatschappij is erbij gebaat als het beter gaat. Gelukkig hebben we een hecht team. Dat is nodig. Soms hebben we zulke zware gevallen, met zo’n enorme problematiek. Geweld, psychoses, jongens die bommeldingen sturen. Als ik al die zorgen zou meenemen naar huis, dan zou het niet goed gaan. Met een flinke dosis humor kunnen we het verhaal bij elkaar kwijt.” Om dit werk te kunnen doen is inlevingsvermogen nodig. Ook moet je onbevooroordeeld het gesprek aangaan met de persoon die tegenover je zit. Nena: “Ik vraag iemand het hemd van het lijf om erachter te komen wat iemand heeft bewogen om dit te doen? Als je in gesprekken naar diepgang zoekt, maak je kans wat te kunnen veranderen.” Aan de ene kant zijn de cliënten waar de verslavingsreclassering mee te maken heeft criminelen, aan de andere kant gewoon zorgklanten volgens Rob. “Het enige verschil met zorgklanten is dat ze gedrag uiten waardoor ze met Justitie in aanraking komen. Ze kunnen dezelfde problemen hebben als mensen die bij Emergis zitten. De ene ADHD’er wordt fitnessinstructeur en doet het goed. De andere komt in een ruzie terecht en is dan zo impulsief dat hij iemand een tik geeft. Om met zijn tweeën aan de slag te gaan om het leven van zo iemand te verbeteren, dat is gaaf.” Wat de medewerkers van de verslavingsreclassering opvalt in hun werk is dat de problematiek steeds zwaarder wordt en de delicten ‘steeds gekker’. “Vroeger hadden we veel veelplegers”, zegt Neil. “Die gingen de supermarkt in en stalen wat, want ze wilden een boterham eten. Nu zie je nog steeds veelplegers, maar die hebben dikwijls een ziektebeeld. Veel jong volwassenen met een licht verstandelijke beperking en met een zeer laag IQ, tegen het zwakzinnige aan. Die zijn makkelijk beïnvloedbaar. Wij proberen ze weerbaarder maken.”


6 - radar 4

Lotte, Kees, Bert en Annemiek. Oudste dochter Sanne ontbreekt op de foto.

Bert van Nieuwenhuijze (49) is akkerbouwer. Hij woont al bijna zijn hele leven aan de Abbekindersezandweg. Zijn vrouw Annemiek van Nieuwenhuijze (49) is pedagogisch medewerker bij kinderopvang Kibeo. Samen met hun drie kinderen zijn ze al ruim 23 jaar buren van de centrale voorziening in Kloetinge. tekst monique nieuwenhuize beeld marcelle davidse


radar 4 - 7

Emergis. Omdat haar moeder opgenomen werd, is ze zelf vrijwilligerswerk gaan doen. Dat is toch fantastisch? Doordat ze als familielid zo betrokken werd bij het behandelproces werd ze zelf enthousiast om ook iets te doen. Nu helpt ze ieder jaar op de jaarlijkse kledingbeurs van de instelling. Ze vraagt er speciaal vrij voor bij haar werkgever.” Op welke manier hebben jullie te maken met Emergis? “Dankzij Emergis hebben we meer klanten. Zo komt er altijd een medewerker van de groenvoorziening stro halen voor de dieren. Medewerkers van de afdeling verslavingszorg komen regelmatig aardappelen kopen. Ze gebruiken de aardappelen om samen met cliënten te koken. Zelf lopen we bijna dagelijks over het terrein met de hond. We vinden het fijn dat dit kan. Het is veel leuker lopen dan over een saaie landweg. Nu genieten we van de mooie omgeving en maken we regelmatig een praatje met cliënten die we onderweg tegenkomen.” Hoe vinden jullie dat Emergis het doet? “Wij zijn blij dat er zoiets als Emergis bestaat. Het is alleen jammer dat veel mensen een verkeerd beeld hebben van de instelling en het zien als een ‘gekkenhuis’. Totdat je er zelf mee te maken krijgt, dan ben je blij dat het er is! Er wordt ontzettend goed werk verricht dat ervoor zorgt dat mensen weer positief in het leven staan. Dan heb je naar ons idee weinig om je voor te schamen als organisatie.”

B

eide dochters leren in de geestelijke gezondheidszorg. Sanne (22) studeert een master Klinische Psychologie en Lotte (19) loopt stage bij de dienst communicatie van Emergis. Zoon Kees (15) zit op het Pontes in Goes, waar hij de richting metaal-, elektro- en voertuigentechniek volgt. Met drie van de vijf gezinsleden werkzaam in zorg en welzijn en als buren zijn zij meer dan gemiddeld betrokken bij Emergis. Radar stelde hen vijf vragen. Wat zijn jullie ervaringen met geestelijke gezondheids- en/of verslavingszorg? “We hebben eigenlijk geen ervaring met

familieleden of vrienden die zijn behandeld bij Emergis. Maar we krijgen natuurlijk wel het een en ander mee omdat we zo dichtbij wonen. Van cliënten hebben we vrijwel nooit last. Natuurlijk lopen ze regelmatig langs ons huis en sommigen lopen wel eens verdwaald op ons erf. We proberen dan altijd te helpen. Het is een keer gebeurd dat er een cliënt bij ons in de auto stapte. Ze was in de war en wilde graag een stukje meerijden. Daar kunnen wij wel om lachen hoor. Dat kan overal gebeuren. De moeder van iemand die we kennen is een aantal jaar geleden behandeld bij

Emergis wil werken aan een goede geestelijke gezondheid van alle mensen in Zeeland. Wat vinden jullie daarvan? “Klinkt als een ontzettend mooi streven maar wel een heftige missie. Want ja, wat is nu echt een goede geestelijke gezondheid? Dat laten we maar over aan Emergis om dat te bepalen. Als ze het kunnen realiseren dan zou dat geweldig zijn.” Wat kan de geestelijke gezondheidszorg van jullie branche leren? “Boeren werken vrijwel altijd zelfstandig. Als het eenmaal tot een samenwerkingsverband komt, dan wordt op het laatste moment toch vaak de boot afgehouden. Terwijl je elkaar soms zo goed kunt helpen. De één kan over totaal andere kwaliteiten beschikken dan de ander. Boeren weten wel dat samenwerken beter is, maar toch doen ze het liever alleen. Emergis kan hier van leren door juist niet op die boerenwijze te werken en wel te luisteren naar elkaar.”


8 - radar 4

Foto: Marcelle Davidse

korte berichten

Afscheid Leen van Leersum Leen van Leersum nam als voorzitter van de raad van bestuur van Emergis afscheid op dinsdag 15 oktober. Sinds 2003 heeft hij zich ingezet voor de verdere ontwikkeling van Emergis en daarmee voor een goede geestelijke gezondheid van alle mensen in Zeeland. Ruim 120 cliĂŤnten, medewerkers en externe relaties kwamen naar de Grote of Maria Magdalenakerk in Goes om Leen gedag te zeggen.

Stadstuin BW Koestraat Op woensdag 4 september 2013 hebben de bewoners van de beschermende woonvorm Koestraat in Middelburg hun stenen binnenplaats omgetoverd tot een stadstuin. De binnenplaats was kaal en de bewoners wilden een plek om lekker te kunnen zitten. Er is onder andere een olijfboom geplant en er is een groot houten terras.

Nieuwjaarsreceptie De nieuwjaarsreceptie voor medewerkers vindt plaats op dinsdag 7 januari om 16.00 uur in de theaterzaal van Emergis op de centrale voorziening. Alle medewerkers worden hiervoor van harte uitgenodigd.

Foto: Monique nieuwenhuize

Sinds 29 oktober versterkt Peter Engelen (52) de raad van bestuur. Peter is voor drie dagen in de week aangesteld, in principe voor een half jaar.


radar 4 - 9

vrijwilliger tekst lotte van nieuwenhuijze beeld ingrid borger

“A

utorijden is voor mij een vorm om bij de tijd te blijven”, vertelt Frans Vennix (79). Hij woont in Terneuzen en werkt als vrijwilliger. Ruim tien jaar geleden begon hij als chauffeur met het vervoeren van dementerende ouderen. Vier jaar later had Frans zijn eerste klus bij het Regionaal Geestelijke gezondheidszorgcentrum Zeeuws-Vlaanderen (Rgc) te pakken. Een psychiatrisch verpleegkundige had een chauffeur nodig. Hij had een knieoperatie ondergaan en kon daardoor drie weken lang niet autorijden. Frans werd meteen enthousiast. “Het was mijn eerste en meteen meest uitzonderlijke klus,” vertelt hij. “De verpleegkundige moest namelijk visites rijden.” Later kwam het Rgc onregelmatig bij Frans terug. “Zo was er een medewerker die haar been had gebroken op wintersportvakantie”, vertelt hij. “Ze had loopgips en kon niet

Frans Vennix, chauffeur

autorijden. Ik bracht haar ’s ochtends naar het werk en haalde haar ’s middags weer op.” Frans legt uit dat het werk als chauffeur onregelmatig is: “Of ik word ingezet, hangt vooral af van de medische toestand van de medewerkers. Soms rijd ik een volle week, maar het komt ook voor dat ik een maand of zelfs een jaar niet hoef te rijden.” “Maar dat is eigenlijk wel goed,” vervolgt hij, “want dat betekent dat er weinig mensen in de kreukels liggen.” “Als chauffeur rijd ik niet alleen in en rond Terneuzen”, vertelt Frans. “Er is een periode geweest dat ik chauffeur was voor een psycholoog van het Rgc. Zijn elleboog zat in het gips en hij woonde in Waasmunster, dat ligt in België. Twee keer per dag reed ik ruim tachtig kilometer!” Nog regelmatig gaat Frans vroeg zijn bed uit. “Iedere maandag en donderdag breng ik ouderen om negen uur ’s ochtends naar de Welkomboerderij,

een soort zorgboerderij. Deze mensen laten mij elke keer weer beseffen dat er op heel korte tijd veel kan veranderen door een hart- of herseninfarct. Ik realiseer me dat ik blij moet zijn met elke dag dat het goed gaat.” Frans heeft nog erg veel plezier in zijn werk als vrijwilliger. “Op de weg moet je alert zijn en daardoor blijf ik scherp. Afspraken maken, bijhouden en nakomen hoort hier ook bij.” Hij is voorlopig nog niet van plan ermee te stoppen. “Zolang ik het verantwoord vind en mijn passagiers zich veilig voelen, ga ik ermee door,” zegt hij zelfverzekerd.

Werkt u bij het Rgc of bij Emergis in Zeeuws-Vlaanderen en wilt u gebruikmaken van Frans zijn diensten? Neem dan telefonisch contact met hem op via 0115 69 47 47.


10 - radar 4

Tina Matthys

De dagelijkse confrontatie met zwaar getraumatiseerde mensen, het luisteren naar verhalen waarin cliënten beschrijven wat hen is overkomen of details aanhoren over bijvoorbeeld geweld dat plaatsvond. Dit kan ervoor zorgen dat hulpverleners klachten krijgen die lijken op de klachten van de cliënt. Het verschijnsel wordt secundaire traumatisering genoemd. Tina Matthys, verpleegkundig specialist, deed onderzoek naar de aanwezigheid van secundaire traumatisering in de ambulante teams van Emergis en publiceerde daarover het rapport ‘Hulpverleners huilen niet’. tekst mariska van der hulst beeld hans boer

A

anleiding voor dit onderzoek was een toename van het ziekteverzuim en onduidelijkheid over de aanwezigheid van secundaire traumatische stress. Tina: “Op basis van landelijke gegevens konden we er wel van uitgaan dat deze vorm van ‘overbelasting’ ook binnen Emergis voorkomt. We wisten alleen niets over de aard en omvang van secundaire traumatisering bij hulpverleners in de ambulante teams, dus heb ik dat onderzocht.” Waarom daar nog weinig over bekend is? “Hulpverleners lopen niet te koop met dit soort problemen. Over het algemeen heerst de gedachte dat het nu


radar 4 - 11

eenmaal bij het werk hoort. Je helpt mensen en dan hoor je verhalen; daar moet je mee kunnen omgaan. Lukt dat niet, dan is zelf hulp vragen een grote stap.” Bespreekbaar Het vermoeden dat er ook bij Emergis hulpverleners zijn met secundaire traumatisering bleek te kloppen: 17% van de onderzoekspopulatie scoort hoog op secundaire traumatische stress. Tina: “Dat komt overeen met de landelijke cijfers dus dat was niet heel verrassend. Wat wel belangrijk is: doordat dit nu is aangetoond, wordt het onderwerp binnen Emergis bespreekbaar en komt er meer aandacht voor. Dit onderzoek was bovendien nodig om meer inzicht te krijgen in de oorzaken zodat Emergis op basis daarvan eventuele (preventieve) maatregelen kan nemen.” Ervaren trauma Het onderzoek van Tina toonde allereerst een verband aan tussen secundaire traumatisering en ervaren trauma: 82% van de respondenten die hoog scoorden op secundaire traumatisering gaf aan een trauma te hebben meegemaakt. “Op basis van dit resultaat kunnen we ervan uitgaan dat mensen die zelf een trauma hebben ervaren in hun leven een hoger risico lopen op secundaire traumatisering.” Deze informatie biedt volgens Tina handvatten voor het nemen van preventieve maatregelen: “Je kunt je afvragen of hulpverleners wel voldoende op de hoogte zijn van de beroepsrisico’s. Beseffen ze voldoende dat ze, als ze zelf een traumatische ervaring hebben, een enorm risico lopen opnieuw psychisch beschadigd te raken door het werk dat ze doen? Hier zou wellicht meer voorlichting over gegeven kunnen worden, niet alleen binnen zorginstellingen maar ook al tijdens zorgopleidingen.” Meer mannen Een tweede belangrijk onderzoeksresultaat is dat er 10% meer mannen met secundaire traumatische stress zijn dan vrouwen. Dat is opmerkelijk vindt Tina: “Over het algemeen wordt er vanuit gegaan dat vrouwen vatbaarder zijn voor deze vorm van overbelasting omdat ze een hogere emotionele betrokkenheid hebben. Uit mijn onderzoek bleek juist dat meer mannen hoog scoren op secundaire traumatische stress.” Waar dit door veroorzaakt wordt, valt niet te zeggen op basis van dit onderzoek. Daar moet volgens Tina verder onderzoek naar worden gedaan.

Intervisie Tot slot is het opvallend dat, in tegenstelling tot andere onderzoeken, het onderzoek van Tina geen duidelijke relatie aantoont tussen deelname aan intervisie en secundaire traumatisering. Tina: “Uit mijn onderzoek blijkt dat het praten met collega’s over moeilijke ervaringen en de emoties die je daarbij voelt niet direct van invloed is op het wel of niet ontwikkelen van secundaire traumatisering. Maar dat intervisie geen invloed kán hebben is niet gezegd. Er zijn vormen van intervisie die bewezen positief effect hebben. De uitdaging is te ontdekken welke vorm van intervisie effectief is voor welk type hulpverlener. Nu worden binnen Emergis in verschillende teams verschillende vormen van intervisie toegepast. We gaan nu in de verschillende teams dezelfde vorm van intervisie gebruiken om te ontdekken of dit een positief effect heeft.” Zelfzorg “Naast de maatregelen die door Emergis worden genomen willen we ook een bewustwordingsproces bij hulpverleners zelf op gang brengen”, geeft Tina aan. Want goede zelfzorg blijkt essentieel ter preventie van secundaire traumatisering. Tina: “Secundaire traumatisering is niet iets dat je zomaar overkomt, het is een verschijnsel dat zich vaak langzaam ontwikkelt en waarvan de impact sterk verminderd kan worden door het tijdig te signaleren en op de rem te trappen. Hulpverleners moeten enerzijds van leidinggevenden de ruimte krijgen om erover te praten. Anderzijds moeten ze deze ruimte ook zelf pakken: open zijn over waar ze tegenaan lopen en keuzes maken in hun werk om te voorkomen dat ze overbelast raken. In sommige situaties is het bijvoorbeeld beter om met een andere doelgroep te gaan werken. Daar moet dan in alle openheid over gesproken kunnen worden en vanuit de organisatie moet ruimte worden geboden om van koers te wijzigen. Taboe Tina realiseert zich dat het even tijd kan kosten om het taboe op dit onderwerp onder hulpverleners te doorbreken. Ze is ervan overtuigd dat dit onderzoek daaraan kan bijdragen. “Hulpverleners met symptomen van secundaire traumatische stress denken misschien dat ze de enige zijn die hiermee kampen. Nu duidelijk blijkt dat meer hulpverleners hiermee te maken hebben verkleint dat hopelijk de drempel om erover te praten.”

Hulpverleners huilen niet. Je helpt mensen, hoort hun vaak heftige verhalen en daar moet je maar mee kunnen omgaan. Wat vind jij?

@UitTherapie zelf vind ik het geruststellend wanneer mijn hulpverlener laat zien ook maar een mens te zijn en dus emoties heeft #geenrobot

Marco: Ja klopt wel, je moet er maar tegen kunnen.

Yoesoef: Daar zijn ze toch voor opgeleid?

Karin: Ik vind het altijd erg knap dat ze het kunnen en gewoon na een werkdagje naar huis gaan en dan alles van zich af kunnen zetten. Maar het zijn ook gewoon mensen, dus huilen zullen ze wel doen. Als de cliënt er maar geen last van heeft, ze hun werk goed blijven doen en er goed mee overweg kunnen. Anders hadden ze wel ander werk gekozen.

Monique: Hulpverleners worden niet opgeleid om niet te huilen Yoesoef. Wel om hulp te bieden waar ze kunnen. Das soms erg zwaar, maar boven alles heel mooi werk. Waar wat mij betreft zowel een lach als een traan gezien mogen worden.

Marieete: Hulpverleners huilen wel maar niet bij de cliënten.

Marly: Er moet wel aandacht zijn binnen een team voor emoties. Als dat er niet is kan het verzuim hoog worden of het kan ten koste gaan van de medewerkerstevredenheid. Volg Emergis op Twitter en op Facebook! www.twitter.com/Emergis_ggz en www.facebook.com/Emergis.ggz


12 - radar 4

Rampen en ongevallen komen altijd onverwacht. Vaak hebben ze grote gevolgen. Een confrontatie met nare gebeurtenissen is ingrijpend voor de direct betrokkenen maar ook voor passanten en omstanders. Soms ontstaat intense angst omdat de vertrouwde, veilige omgeving even wegvalt. Een team van Psychosociale Hulp bij Ongevallen en Rampen (PSHOR) biedt dan eerste hulp. Zoals afgelopen zomer bij de aanvaring tussen een gastanker en een zeilboot in Wemeldinge waarbij twee personen omkwamen. tekst elian van ’t westeinde beeld marcelle davidse

“N

ooit meer rijd ik langs dat kanaal zonder de beelden van die overvaren zeilboot voor me te zien.” Mitchell Tiber is sociaalpsychiatrisch verpleegkundige bij Emergis. Op die bewuste dag in augustus werd hij als Medewerker Psychosociale Opvang (MPO) ingezet voor het verlenen van psychosociale hulp aan ooggetuigen. “Ik werk al jaren in de psychiatrie. Met mensen die veel problemen hebben. Toch gaan dit soort ervaringen me niet in de koude kleren zitten. Ik ben altijd blij

dat ik er bij thuiskomst of op mijn werk over kan praten.” Op het moment dat Mitchell over de aanvaring wordt ingelicht door collega Ruud de Munck, ligt het zeiljacht nog onder de gastanker. Ruud is projectleider bij Emergis en heeft die dag piketdienst. Hij is als Leider Psychosociale Opvang (LPO) door de GGD gealarmeerd en al op de plaats van het ongeval. “Toen ik daar aankwam, was een gewonde uit het water gevist en per traumahelikopter naar het ziekenhuis gebracht. Op dat moment was nog onduidelijk hoeveel mensen er aan

boord waren op het moment van de aanvaring. Sommige omstanders dachten dat ze twee volwassenen en twee kinderen zagen.” Voor Mitchell is het voldoende dat hij in grote lijnen weet wat er is gebeurd. “Als ik daar een beeld van heb, weet ik wat ik kan verwachten. In dit geval ging ik ervan uit dat er veel mensen waren die het ongeluk hadden zien gebeuren. Eenmaal tussen de mensen volg ik altijd mijn intuïtie. En ik kijk of ze afwijkend reageren. Ik vraag altijd eerst of ze iets hebben gezien. In dit geval bleek snel dat de meeste oog-

getuigen al waren vertrokken. Ik trof nog één man die het ongeluk had gezien. Hij kon zijn verhaal goed kwijt bij omstanders. Toen ik hem sprak kwam naar voren dat hij al eerder ernstige dingen had meegemaakt en wist wat hij aankon. Desondanks heb ik hem gezegd dat hij altijd naar de huisarts kan gaan, mocht dat nodig zijn. Verder heb ik al mijn bevindingen teruggekoppeld aan Ruud.” Ruimte voor gevoelens Mensen die een nare ervaring hebben willen graag hun verhaal kwijt. Daarom worden


radar 4 - 13

PSHOR In Zeeland is de PSHOR-organisatie opgebouwd uit een kernteam bestaande uit onder meer een sectordirecteur van Emergis, een of meerdere rampenopvangteams en een eindverantwoordelijke, de Regionaal Geneeskundig Functionaris (RGF). De RGF is degene die ervoor zorgt dat de keten in actie komt wanneer hij dit nodig acht. Het protocol dat bij een ramp of ongeval van start gaat, is opgesteld in samenwerking met de Veiligheidsregio Zeeland. De rampenopvangteams bestaan uit een Leider Psychosociale Opvang (LPO) en Medewerkers Psychosociale Opvang (MPO). Speciaal daarvoor opgeleide medewerkers van Emergis vervullen de functie van leider. De medewerkers voor het opvangteam komen uit Emergis en uit verschillende andere organisaties: Maatschappelijk Werk, Slachtofferhulp en het Leger des Heils. Het is een bewuste keuze de teams multidisciplinair samen te stellen. Dat biedt de kans om specifieke accenten te leggen.

in Nederland slachtoffers van rampen en ongevallen opgevangen. Zo nodig krijgen ze hulp van PSHOR. Het doel van deze vorm van hulpverlening is het herstel van zelfcontrole en het voorkomen van verwerkingsstoornissen. Volgens Mitchell is zo’n eerste opvang erg belangrijk. “Het kan een contact zijn met weinig woorden. Soms is het al voldoende om naast iemand te gaan zitten. Dan ben je al bezig met ruimte maken voor gevoelens. Ik laat slachtoffers weten dat hun verhaal er mag zijn, dat wat ze hebben gezien niet normaal

Tom van den Boom (links) en Ruud de Munck

is. Mensen denken vaak dat ze zich groot moeten houden. Ik geef ze mee dat het nogal wat is wat ze hebben meegemaakt en vertel ze ook dat ze daar eenmaal thuis problemen mee kunnen krijgen.” Bescheiden rol De inzet van PSHOR bij rampen en ongevallen heeft de vorm van een commandostructuur. De algehele coördinatie is in handen van de GGD. De MPO’s opereren onder leiding van een LPO. Van deze leider wordt verwacht dat hij de rust kan bewaren en overzicht heeft. Afhanke-

lijk van de situatie stelt een LPO een mix samen uit medewerkers van verschillende organisaties. Teamleider Tom van den Boom van Emergis is als LPO bij verschillende inzetten betrokken geweest. “Bij een ongeval met doden of lichamelijk gewonden stel je een ander team samen dan bij een vermoeden van incest. Zoek je mensen die goed zijn in psychosociale triage, dan roep ik er sociaalpsychiatrisch verpleegkundigen of psychologen van Emergis bij. Wil ik mensen die de lijntjes kennen naar verschillende instanties, dan vraag ik Maatschappelijk

Werk in mijn team. Of ik vraag iemand van Slachtofferhulp. Bij een inzet gaat het erom dat we geen antwoord geven op de hulpvraag, maar dat we mensen de weg wijzen.” Iedereen verwerkt zijn emoties op zijn eigen manier. Soms is een luisterend oor al voldoende volgens Mitchell. “De rol van PSHOR is bescheiden. Als iemand geestelijk gewond raakt bieden we eerste hulp. Veiligheid en rust. We tasten af welke opvang slachtoffers nodig hebben en bieden een sleutel waarmee ze een deur kunnen openen.”


14 - radar 4

BelevingsGerichtWerken:

een stap verder in gastvrijheid Een ruimte comfortabel inrichten, jezelf verplaatsen in de situatie van de ander en ook aandacht geven en op tijd je afspraken nakomen. Dit zijn voorbeelden om een gastvrije sfeer te creëren. Met het invoeren van BelevingsGerichtWerken wil Emergis hier alle aandacht aan besteden. Maar hoe zorgt Emergis er precies voor dat de gast zich veilig en gewaardeerd voelt? tekst lotte van nieuwenhuijze beeld monique nieuwenhuize

Waarom BelevingsGerichtWerken? Dick van de Kolk, projectleider, vertelt dat de focus in het bijzonder ligt op het leveren van betere zorg en meer onderling begrip tussen cliënten, familieleden en medewerkers. “Om innoverend te zijn op het gebied van gastvrijheid is lef nodig. Lef om een extra inspanning te doen en om jezelf te laten zien. Je moet keuzes durven maken en andere prioriteiten hierbij voorop stellen. Irritaties en spanningen verminderen, terwijl het werkplezier juist groeit. Maar het brengt boven alles tevreden en zelfs trotse cliënten, familieleden en medewerkers met zich mee. Het is onze ambitie om Emergis dé belevingsgerichte ggz-organisatie van Nederland te laten worden.” Koploperteams Om een stap verder te maken in de gastvrijheid gaan ieder halfjaar nieuwe koploperteams aan de slag. Ieder team van Emergis kan zich hiervoor aanmelden. De koploper-

teams laten via filmpjes en presentaties zien hoe ze BelevingsGerichtWerken vormgeven samen met familie en de cliënten. Ze stellen zichzelf vragen over zaken zoals: ‘In hoeverre communiceren we slim en effectief met onze cliënten en familieleden?’ en ‘Hoe creëren we een gastvrije cultuur?’. Er worden verbeteracties ingezet en ieder koploperteam ontwikkelt een ‘tool’ die inzetbaar is voor de hele organisatie. “De koploperteams inspireren andere teams in BelevingsGerichtWerken”, zegt Dick. Middag van Beleven Aan het eind van de koploperperiode mag ieder team zijn tool presenteren tijdens ‘de Middag van Beleven’. De laatste keer vond dit

evenement plaats op donderdag 26 september 2013. Naast de presentaties werd er ook een mini- sTimulsessie gehouden, waarin de hulpverlener de rol van de cliënt aanneemt en ervaart hoe het is om zorg te krijgen. Als afsluiting van de middag reikte een vakkundige jury samengesteld uit leden van de Locatieraad Kloetinge een beloning uit aan het koploperteam met de beste tool. Het Witte Huis, dak- en thuislozenopvang in Vlissingen, bemachtigde deze prijs: een high tea-cheque. “Een opsteker voor het team,” sluit Dick af, “maar het zijn vooral de cliënten, familieleden en medewerkers die hun voordeel doen met alle behaalde resultaten.”


radar 4 - 15

Nu werkt Trudy Kipterit nog in de vrouwenopvang in Vlissingen. 30 december 2013 stapt ze met haar man en kinderen op het vliegtuig naar Oeganda om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Hun missie: de strijd aangaan met mensenhandel.

“A

l heel lang willen mijn man en ik met onze kennis van hier iets doen voor de bevolking daar”, vertelt Trudy in de vrouwenopvang Blijf van m’n Lijf in Vlissingen. Na haar studie werkte ze twee jaar als vrijwilligster in Oeganda. Daar leerde ze haar man Christopher kennen en trouwde ze. Terug in Nederland volgde Christopher opleidingen op het gebied van personeel en management. Zelf specialiseerde Trudy zich in de opvang van slachtoffers van mensenhandel. Ze werd geraakt door hun psychisch en lichamelijk leed. “Slachtoffers van mensenhandel zijn erg angstig en onzeker over hun toekomst”, licht ze toe. “Ze zijn in een vreemd land.

Verwachtingen die ze hadden zijn niet uitgekomen. Hun vertrouwen in anderen is vaak enorm geschaad.” In Oeganda willen Trudy en Christopher zich richten op preventie: voorlichting geven op scholen, in kerken en vrouwengroepen. Over wat te doen als je arm bent en een aanbod krijgt om als kindermeisje in Iran te gaan werken. Maar ook over hoe je als vrouw je eigen kracht kunt gebruiken in je eigen land. Ze willen een telefonische hulplijn opzetten en een netwerk opbouwen met bestaande hulporganisaties. “Er zijn al heel wat organisaties die opvang bieden aan slachtoffers van geweld in het algemeen. Daarom richten wij ons juist op mensenhandel en de preventie daarvan.”

tekst anoeska gijzel beeld christopher kipterit

De Kipterits gaan wonen in de hoofdstad Kampala. Het hele gezin kijkt ernaar uit, ook de kinderen van 8 en 9 jaar. “We gaan eerst ‘acclimatiseren’ en daarna ons netwerk opbouwen. Het is echt pionieren”, blikt Trudy vooruit. De cultuur en omstandigheden van het land kent ze inmiddels als geen ander. “Ik ben als blanke in Oeganda geweest, maar heb er als Afrikaan geleefd.” De stichting van Trudy en Christopher Kipterit heet Kujaliana Coalition, wat Swahili is voor ‘zorgdragen voor elkaar’. Voor financiering zijn ze afhankelijk van giften via Stichting Oeganda Tegen Mensenhandel. Giften zijn welkom op rekeningnummer 8267932. Kijk voor meer informatie op www.stichtingotm.nl.


16 - radar 4


radar 4 - 17

Reflector is een bureau voor supervisie, intervisie en coaching. Wij richten ons op individuele medewerkers en teams binnen en buiten Emergis. Op het verduidelijken van hun drijfveren en ambities. Op het verhogen van hun reflectievermogen, kennis en inzicht. Medewerkers die hun kwaliteiten verder gaan ontwikkelen gaan beter functioneren in hun werk. Dat betekent uiteindelijk zowel winst voor de werknemer als de werkgever.

De afgelopen jaren is Reflector actief geweest met intervisie, supervisie en coaching binnen Emergis. Inmiddels heeft het team meer dan 70 aanvragen uitgevoerd onder aanvoering van coördinatoren Menno Hopma en Corrie Keijzer. Sinds september 2011 is Reflector ook extern actief. Stichting Warmande in Zeeuws-Vlaanderen zocht een coach-on-the-job. tekst monique nieuwenhuize beeld corbis

“K

an er iemand bij ons als coach-on-the-job meedraaien?’’ was de vraag die vanuit Stichting Warmande binnenkwam bij Reflector. Warmande biedt mensen die zorg nodig hebben in West Zeeuws-Vlaanderen mensgerichte zorg. Deze vraag werd gesteld naar aanleiding van de uitkomsten van een medewerkerstevredenheidsonderzoek binnen de organisatie. Uit het onderzoek bleek dat de bejegening en interne communicatie beter moest evenals de kwaliteit van de zorg. Menno: ‘’We zijn in gesprek gegaan met de organisatie. Binnen een aantal weken zijn we gestart met een pilot op één afdeling met als doel het verbeteren van communicatie, attitude en kwaliteit van de zorg. Eén van onze uitgangspunten is om de sterke kanten van een medewerker te belichten. De feedback is individueel en persoonlijk. Dit voelt voor een medewerker veilig en geeft steun. Een positieve evaluatie heeft

ertoe geleid dat Warmande de samenwerking met Reflector heeft voortgezet om hetzelfde cultuurtraject ook op de zes andere afdelingen aan te bieden.’’ Naar betere samenwerking en zorg ‘’We zijn zo effectief mogelijk te werk gegaan”, vertelt Christine Kerpenstein, die samen met Anne Vergouwe als coach on the job voor Reflector werkt. “Zowel individueel als in teamverband zijn de medewerkers gecoacht op hun attitude naar cliënten en collega’s. Na een coachperiode evalueren we onze bevindingen en deze koppelen we terug aan het team en de opdrachtgever. Christine geeft aan dat na het uitvoeren van het coachingstraject bleek dat de medewerkers beter zijn gaan samenwerken. Tevens is de kwaliteit van de zorg verbeterd.” Uniek aanbod ‘’Wij denken dat Reflector bij elk non-profit bedrijf ingezet kan worden’’, zegt Menno.

‘’Omgang, communicatie en samenwerking is hetgeen waarmee wij aan de slag gaan en dat gebeurt binnen elk bedrijf. Alle lagen in de organisatie bieden we een vergelijkbaar traject van individuele coaching-onthe-job en intervisie, van verzorgenden tot het managementteam. Want we zijn ervan overtuigd dat een cultuurverandering dan pas succes heeft. Natuurlijk gaat het niet altijd vlekkeloos. Daarom checken we onszelf continu en evalueren we dit als team en met de opdrachtgever.’’ En nu? ‘’Ik denk dat deze grote externe opdracht tot een succes leidt waar wij ontzettend trots op kunnen zijn en veel van geleerd hebben. Recent heeft Warmande besloten het contract tot mei 2014 te verlengen om gezamenlijk het karwei goed te kunnen afmaken en te borgen. Verder zijn we bezig om nieuwe opdrachten te werven. Daarnaast werken we aan interne opdrachten met intervisie en supervisie.’’


18 - radar 4

spotlight Aimé van Houte, maatschappelijk werker

Aimé van Houte wordt gedreven door het opdoen van kennis. Met diverse diploma’s op zak en jarenlange werkervaring in de verslavingszorg werkt hij sinds 2007 bij Indigo in Zeeland als maatschappelijk werker. In Spotlight vertelt hij over zijn werkervaring, huidige werkzaamheden en zijn passie voor muziek. tekst sven van den dries beeld ingrid borger

“In 1957 ben ik geboren als vijfde kind in een gezin van zes kinderen. Samen met mijn ouders, broers, zus, oom, opa en oma ben ik opgegroeid op een boerderij in Heikant. Het was een liefdevolle omgeving waar de zorg voor elkaar centraal stond.”

Studie “Ik was dertien jaar toen ik na mijn lagere schoolperiode begon aan de opleiding bouwkunde in Hulst. Al snel kwam ik erachter dat het niet mijn ding was. Ik wilde veel liever werken met mensen,

en niet met materialen. Daarom heb ik de overstap gemaakt naar de verpleging. In ‘t Gasthuis in Middelburg heb ik de opleiding tot verpleegkundige gevolgd. Dit was een werk-leertraject. Tijdens mijn stageperiode kwam ik voor het eerst in aanraking


radar 4 - 19

collega nam ik in Terneuzen de verslavingszorg voor mijn rekening.” Indigo in Zeeland “Sinds 2007 werk ik bij Indigo in Zeeland als maatschappelijk werker. Ik houd me naast verslavingszorg vooral bezig met kortdurende behandelingen. Zo begeleid ik cliënten uit de eerstelijnproblematiek. Ook geef ik samen met een collega de trainingen Borderline de baas en Verslaving de baas.” Vertrouwensband “In mijn eerste contact met de cliënt probeer ik altijd een vertrouwensband te creëren. Het vragen om hulp was voor de cliënt namelijk al een enorme stap. Om ervoor te zorgen dat de cliënt terugkomt moet ik op zoek gaan naar aansluitingspunten. Vaak vind ik die bijvoorbeeld in werk, muziek of sport. Hierover start vaak het gesprek. Hoewel ik de cliënt op dat moment nog niet ken, probeer ik toch zijn krachten en behoeften naar boven te halen. Cliënten kunnen vaak meer dan ze denken. Het is belangrijk dat cliënten hun slechte gewoonten leren vervangen door goede. Deze methodiek is geïnspireerd op de aanpak van Ton Boom, Paul Rijnders en Els Heene.”

met de psychiatrie. Dat boeide me direct omdat het in mijn ogen iets spannends en uitdagends had.” PAAZ “Toen ik 27 jaar was en mijn opleiding tot psychiatrisch verpleegkundige had afgerond, werd ik aangenomen bij de Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis (PAAZ) in Vlissingen. Hier leerde ik psychiater en psychotherapeut Ton Boom kennen. Hij heeft mij enorm geïnspireerd. In die tijd was er veelal biologische psychiatrie met medicatie. Ton Boom combineerde dit met drama, yoga, groepsgesprekken, transactionele analyse en creatieve therapie.

Hij was daar heel vooruitstrevend in. Doordat hij uitging van de krachten en behoeften van de cliënt, was deze benadering zeer effectief.” “De PAAZ werkte nauw samen met het Zeeuws Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs (ZCAD). Zo werd ik voor het eerst geconfronteerd met verslavingszorg. In 1990 heb ik de overstap naar het ZCAD gemaakt. Eerst in Goes en later in Terneuzen. Bij het ZCAD kreeg ik te maken met dubbele diagnose psychiatrie, verslaving en persoonlijkheidsproblematiek. Na een fijne en leerzame tijd ben ik uiteindelijk na 12,5 jaar overgestapt naar de ambulante verslavingszorg van Emergis. Samen met een

Emergis “Ik ben blij dat ik via Indigo in Zeeland deel uitmaak van Emergis. Binnen Emergis is er in mijn ogen veel ruimte voor ontwikkeling en innovatie. Het is een dynamische organisatie die niet stil blijft staan. Ik hoop dat dit door alle ontwikkelingen in de afgelopen tijd, in de toekomst ook zo blijft. De samenwerking tussen de verschillende afdelingen blijft in mijn ogen een belangrijk speerpunt waarin Emergis moet blijven investeren. Er is ook nog genoeg winst te behalen op het gebied van samenwerking tussen zorg en preventie.” Muziek “Mijn vrije tijd besteed ik graag aan het maken van muziek. Zo bespeel ik de tuba in de fanfare van Heikant en ben ik bestuurder en waarnemend voorzitter van de muziekvereniging Heikant. Muziek is mijn grote passie. Het is namelijk een uitlaatklep en een verklanking van emoties.” “Momenteel woon ik samen met mijn vrouw en zoon in hetzelfde huis als waar ik ben opgegroeid. Zeeuws-Vlaanderen is mijn thuis en ik ga daar voorlopig niet meer weg!”


signalen

’t Hof van Thee & Leut maakt kans op Appeltje ’t Hof van Thee & Leut is voorgedragen voor het Appeltje van Oranje 2014. De Appeltjes worden jaarlijks uitgereikt aan drie succesvolle sociale initiatieven in Nederland. In totaal zijn 36 initiatieven voorgedragen. In januari 2014 worden de tien finalisten bekend gemaakt. In maart 2014 kiest een jury drie winnaars. Voor hen is er een prijs van € 15.000 en een bronzen beeldje gemaakt door Prinses Beatrix. Koningin

Maxima reikt de prijzen uit. Bekijk het promotiefilmpje van ’t Hof van Thee & Leut op www.youtube.com/ EmergisInBeeld of scan de QR-code.

Rectificatie In het oktobernummer van Radar staat een interview met Flemming Bleijenberg, president van de Lions Club Vlissingen [pag. 18 en 19]. In het artikel staat dat de Lions Club in het voorjaar van 2012 aan ons werkleerbedrijf ’t Hof van Thee & Leut vier tandems heeft geschonken. Dit is onjuist. De tandems zijn door Rotary Club Walcheren geschonken.

Schrijf of tik alvast in jouw agenda…

Open Dag Zorg & Welzijn op zaterdag 15 maart 2014 Zaterdag 15 maart 2014 is de landelijke open dag van Zorg & Welzijn. In Zeeuws-Vlaanderen belooft het een heel bijzondere editie te worden. De regio bestaat in

2014 200 jaar. Zorg- en welzijnsorganisaties uit Zeeuws-Vlaanderen hebben de handen ineengeslagen en organiseren gezamenlijk een unieke open dag.

BioBase in Terneuzen gaat zaterdag 15 maart een en al zorg en welzijn uitstralen. 200 jaar zorg en welzijn wordt in beeld gebracht met onder meer een mode-

show. Tijdens College Tour worden er interessante lezingen gehouden, er zijn sportieve workshops voor jong en oud, er is informatie over preventie, werken, leren en zorginitiatieven, bezoekers kunnen allerlei testen doen en er wordt gezorgd voor gezonde hapjes. Natuurlijk ontbreken historische feiten over zorg en welzijn niet. Dit is slechts een kleine greep uit het programma. Het totale programma is vanaf maandag 6 januari 2014 te bekijken

op www.zorgenwelzijninbeeld.nl. Ook Emergis in Kloetinge zet op zaterdag 15 maart haar deuren open voor publiek. Bezoekers kunnen deelnemen aan interactieve rondleiding waarin ze een indruk krijgen van het reilen en zeilen binnen Emergis. Beide open dagen zijn interessant voor cliënten, familie, medewerkers, buurtbewoners, werkzoekenden en iedereen die geïnteresseerd is in zorg en welzijn.

Radar december 2013  

Radar is een magazine voor medewerkers en relaties van Emergis, centrum voor geestelijke gezondheidszorg in Zeeland. Radar verschijnt vier m...