a product message image
{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade

Page 1

K

1 — 2018

N

OO

Nook is een uitgave van de BNI en de AiNB over interieurarchitectuur.

PAGINA 38

ERFGOED

Westzaal Groote Museum Foto — Visual Concepts, Xander Berkenhagen

De renovatie van Het Groote Museum is het laatste onderdeel van het masterplan van dierentuin Artis in Amsterdam. Uiterst secuur wordt het museum weer in zijn oude staat hersteld. Zo nodig worden door interieurarchitectenbureau Merk X nieuwe elementen toegevoegd, maar altijd met oog voor het historische.


Voor België - Luxemburg Dauphin HumanDesign® B.V. Terbekehofdreef 46 B-2610 Antwerpen (Wilrijk) België info@dauphinnv-sa.be

Voor Nederland

www.dauphin-group.com

Dauphin HumanDesign® B.V. Landzichtweg 60 NL-4105 DP Culemborg Nederland info@dauphin.nl


DE MENAGERIE KEUKENS EN MAATWERK

Uw interieurpartner voor textielinrichting

AGA - VIKING - LACANCHE - GAGGENAU - LA CORNUE Leo de Bethunelaan 45 - 9300 Aalst tel+32 53 78 69 39 - fax +32 53 70 79 96 www.demenagerie.be - info@demenagerie.be

www.dwl.be/interiorprojects

NIEUW ADRES VANAF SEPTEMBER 2018 VERDUSSENSTRAAT 17 - 2018 ANTWERPEN

www.fantoni.it / t +39 0432 9761 / Photo: Max Rommel

©BartDewilde

Voor meer info over het hele Fantoni gamma mail naar info@fantoni.be Fantoni Belgium tel 09 258 14 70 - Website : www.fantoni.it


archief

N

colofon

OO

K

1

NOOK 1 — 2018 thema erfgoed

uitgever Nook is een uitgave van de AiNB en de BNI. AiNB, Brussel info@ainb.be www.ainb.be BNI, Amsterdam info@bni.nl www.bni.nl

oplage 1500 exemplaren

ISSN 2589-8442

redactie Bureau Bax, Amsterdam info@bureaubax.nl www.bureaubax.nl

aan Nook 1 — 2018 werkten mee Monique Bosch, Bob Bulcaen, Claudia Lagermann, Natascha Persoone, Sneška Quaedvlieg-Mihailović, André van Stigt, Sonja Vanblaere, Tobias Vanderbosch, Edith Vermeiren, Liesbeth Vijfvinkel.

N

OO

K

2

NOOK 2 — 2018

concept Specht Studio, Antwerpen hello@spechtstudio.com www.spechtstudio.com

advertenties, grafische verzorging en druk Elma Media B.V., Broek op Langedijk Silvèr Snoek - Sales Manager s.snoek@elma.nl - www.elma.nl Elma Multimedia B.V.B.A., Mechelen Steven Hellemans - Sales Manager s.hellemans@elma.be - www.elma.be

prijs 12,50 euro

N

OO K

3

NOOK 3 — 2018

abonnementen Leden van de AiNB en van de BNI ontvangen Nook gratis. Ben je geen lid, maar wil je Nook wel ontvangen? Een abonnement kost 49 euro per jaar. Hiervoor ontvang je vier nummers waarvan twee in het Nederlands en twee in het Engels. Voor 25 euro per jaar ontvang je alleen de Engelse nummers. Ga naar www.bni.nl of www.ainb.be en schrijf je in. Na inschrijving ontvang je een factuur. Zodra deze betaald is, krijg je Nook toegestuurd. Opzeggen kan tot twee maanden voor het verstrijken van de abonnementstermijn. Zonder opzegging wordt het abonnement met een jaar verlengd. Adreswijzigingen kun je mailen naar secretariaat@bni.nl.

disclaimer Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de BNI/AiNB. Aan de inhoud van deze uitgave kunnen geen rechten worden ontleend.


OO K

N

inhoud

6 interview met Wessel de Jonge

Elk gebouw vertelt een ander verhaal

10 op bezoek in Ukkel

Het nieuwe leven van de Bloemenwerf

18 Lionel Billiet over Rotor

Aandacht voor het bestaande

22 project in beeld

Patria, Kortrijk

24 projectomschrijving

De grandeur van 1916

32 duurzaam renoveren

Monumenten en duurzaamheid gaan heel goed samen

36 project in beeld

Herenhoeve De Bockhof

38 projectomschrijving

Verborgen schatten in het Groote Museum

44 interview met Hebe Verstappen

Ambacht en innovatie in het Textiellab

47 Dornbracht

Kranen in warme kleuren

48 project in beeld

C/// water tower

52 stelling

Meer ruimte voor de interieurarchitect?


BetteLux Oval Couture Staal kan alles dragen

Design: Tesseraux+Partner www.bette.de


Biennale INTERIEUR 2018

Hal 1 - Stand 118

De argenta invisidoor biedt u dĂŠ oplossing voor onopvallende binnendeuren, de trend voor een tijdloos interieur met een strak en minimalistisch ontwerp. Follow us on:

JAB ANSTOETZ GROUP

nv Argent Alu sa | Bankstraat 2, 9770 Kruishoutem - Belgium T +32 (0)9 333 99 99 | info@argentalu.com | www.argentalu.com

www.jab.de

argenta

ÂŽ

opening doors

www.products.jab.de


OO K N

Elk gebouw vertelt een ander verhaal

Burgerweeshuis, Amsterdam

6

Tekst

Claudia Lagermann

Beeld

Jannes Linders


Hoe is jouw liefde voor herbestemming ontstaan?

Dat jij inmiddels al geanalyseerd had…

“Inderdaad, daarom vroeg hij mij als student assistent en na mijn afstuderen heb ik het project afgerond als researcher. We onderzochten hoe je een monument kunt behouden door er nieuw gebruik aan te geven. Dat wordt nu levend erfgoed genoemd, maar die term bestond destijds nog niet. In feite kwam het erop neer dat je water bij de wijn moet doen om het in gebruik te houden.”

het bureau waar ik destijds werkzaam was, hebben de handen ineengeslagen en het project samen opgepakt. Het was een tijd waarin niemand raad wist met herbestemming, maar dankzij dat onderzoek hadden wij er al jaren over nagedacht.”

(

VAAK MOET JE WATER BIJ DE WIJN DOEN OM ERFGOED IN GEBRUIK TE HOUDEN

1 — 2018

“Eigenlijk ben ik daar ingerold. Tijdens mijn studie volgde ik het onderwijsproject analyse van gebouwen. Daarbij leerde je kijken hoe een gebouw in elkaar zat. Op die manier ontdekte je hoe architecten vroeger bepaalde ontwerpbeslissingen namen. Met opzet kozen docenten vaak het oeuvre van architecten waar niet zoveel over bekend was. In mijn jaar was dat Jan Duiker. Ik verdiepte me in Sanatorium Zonnestraal in Hilversum. Dat was in de jaren tachtig, een tijd waarin de waardering voor gebouwen uit de twintigste eeuw toenam en het de vraag werd of die gebouwen ook op de monumentenlijst gezet moesten worden. Dat was een dilemma omdat het er zoveel waren dat het onmogelijk was om er allemaal musea van te maken. Konden ze dan een herbestemming krijgen of zou de culturele waarde daarmee onder druk komen te staan? Professor Hubert-Jan Henket werd gevraagd hier onderzoek naar te doen met Sanatorium Zonnestraal als casus.”

interview met Wessel de Jonge

Nederland telt duizenden gebouwen met een beschermde erfgoedstatus. Hoe gaan we met die panden om in een tijd waarin renoveren duur en ruimte schaars is? Volgens architect en hoogleraar Heritage & Design aan de TU Delft Wessel de Jonge moeten mensen weer van die gebouwen gaan houden. “Dat is de beste garantie voor behoud en onderhoud.”

)

Wat is volgens jou de grootste opgave bij herbestemming?

“Dat je probeert zoveel mogelijk rekening te houden met de oorspronkelijke kwaliteiten van een gebouw, maar daarmee bevind je je meteen op glad ijs, want iedereen vult dat anders in. Een monumentenambtenaar heeft daar een heel ander beeld en belang bij, dan de nieuwe eigenaar van een gebouw. Daarom moet je goed onder woorden kunnen brengen waar de cultuurhistorische waarde ligt. Bij het ene gebouw is dat de vormgeving, bij het andere het materiaalgebruik of de functionele opzet, de typologie. Pas als je dat boven water krijgt, kun je een consensus zoeken waarin iedereen zich kan vinden.” Hoe pak je dat aan?

Jullie werden pioniers op het gebied van herbestemming?

“Ja, zeker toen we de plannen tien jaar later ook daadwerkelijk mochten realiseren. Het bureau van Henket en

“Bij herbestemming ben je relatief lang bezig met de onderzoeksfase. Die moet uiteindelijk naar het ontwerp toegroeien. Het meest recente herinrichtingproject waar ons bureau aan gewerkt heeft, is het

7


OO K N

Burgerweeshuis van Aldo van Eyck in Amsterdam. Het onderzoek dat daarnaar door Suzanne Fischer is gedaan, leverde een prachtig beeldverhaal op dat het gebouw weer tot leven wekte en iedereen die bij het project betrokken was enthousiast maakte. Je moet je bedenken dat als je aan een herbestemmingsproject begint je een gebouw vaak in slechte staat aantreft. Als architect ben je getraind om daar doorheen te kijken en de potentie te zien. Maar voor een eigenaar is het heel fijn als een onderzoeksverslag dat in beeld brengt. Je zorgt er daarmee voor dat mensen van zo’n gebouw gaan houden, er samen wat van willen maken en er vervolgens goed voor zullen zorgen.”

(

HET GAAT NIET OM DE STEEN, MAAR OM HET VERHAAL DAT DIE STEEN VERTELT

)

Wat maakt het Burgerweeshuis zo bijzonder?

“Het is een heel iconisch gebouw dat specifiek is ontworpen voor kinderen. Aldo van Eyck ontwierp in die tijd vooral Amsterdamse speelplaatsen. Opvallend aan zijn ontwerpen was dat hij ze bedacht vanuit de belevingswereld van kinderen. Dat sprak de directeur van het weeshuis zo aan dat hij Van Eyck inhuurde. In het gebouw zie je veel speeltuinelementen terugkomen, zoals grote sjoelstenen die als springblokken dienen, tuimelrekjes en een zitkuil. Wat ook bijzonder is, is dat de binnenstraten met natuurstenen vloeren en bakstenen muren je een straatgevoel geven. Helaas kwam er voordat het af was een nieuwe directeur die een andere visie had en veel elementen gesloopt heeft. Later heeft er een architectuurschool ingezeten en een kantoor. Gaandeweg zijn bijna alle specifieke elementen verdwenen. Met de nieuwe functie van kantoor was het ook voor ons de vraag: wat gaan we wel en niet terugbrengen?” Het gebouw ligt tegen de Zuidas aan, zo’n beetje het duurste stuk grond in Amsterdam, terwijl de ruimte er schaars is. Heel wat ontwikkelaars hadden die grond waarschijnlijk graag op een andere manier gebruikt.

8

“Met die schaarse ruimte valt het wel mee, we hebben gebouwen te over die leegstaan. Panden slopen en opnieuw bouwen is ontzettend milieubelastend. Ik denk dat we met het oog op duurzaamheid moeten bedenken wat we met al die lege gebouwen moeten. Zeker in een stad als Amsterdam waar enerzijds kantoren leegstaan en starters anderzijds niet aan een woning komen.

Ik vind dat er een belangrijke taak ligt om die twee te matchen. Op dit moment werken wij met ons bureau aan de herontwikkeling van het oude Gakgebouw aan de A10. Een gebouw van veertuigduizend vierkante meter dat al jarenlang leegstond. Van het grootste gedeelte is daar nu een woongebouw vol kleine starterswoningen gemaakt, de rest wordt een hotel. Zo kun je het gebouw in stand houden en los je tegelijkertijd een maatschappelijk probleem op.” Haal je jezelf niet een hoop op de hals als je zo’n gebouw geschikt moet maken voor de toekomst?

“Je hebt absoluut met veel meer randvoorwaarden te maken dan bij nieuwbouw. Omdat je te dealen hebt met de conditie van het gebouw ben je aan veel meer zaken gebonden, maar dat vind ik juist leuk. Je bent op de millimeter bezig om te bedenken hoe je de kwaliteit van het gebouw in stand kunt houden en het tegelijkertijd toekomstproof kunt maken. Als je naar het Burgerweeshuis kijkt, dan was het een uitdaging om goed functionerende klimaatinstallaties onder te brengen en elektronica aan te leggen. Vroeger was je er wel met alleen telefoonlijnen en stopcontacten, nu zit je met een veel groter palet aan bijvoorbeeld beveiliging, dataverkeer en rookdetectie. Het is een hele puzzel om al die techniek in het gebouw te verwerken en tegelijkertijd de ruimtelijke vormen van het koepelplafond in stand te houden.”


interview met Wessel de Jonge

door een laag van akoestische spuitpleister aan te brengen. In die laag van dertig millimeter dik hebben we meteen alle elektrakabels kunnen onderbrengen. Als je nu door het gebouw loopt, zie je geen leiding of luchtkanaal, maar het zit er wel allemaal in.” Had monumentzorg geen bezwaar tegen die ingrepen?

(

PANDEN SLOPEN EN OPNIEUW BOUWEN IS ONTZETTEND MILIEUBELASTEND

)

Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?

“We hebben de klimaatinstallaties voor een groot deel in de kruipruimte ondergebracht, waardoor die mooi zijn weggewerkt. Dat is met de elektra ook gelukt. Van Eyck had alle dakkoepeltjes van geprefabriceerd beton destijds ondersteboven laten maken, waardoor de holle kant ruw was, wat de akoestiek ten goede kwam. Alleen zijn die koepels in de jaren negentig gestuct en geschilderd en werd de akoestiek een drama. Daarom wilden we de koepels weer herstellen, maar we kregen het stuc niet van het beton afgespoten. Dat hebben we opgelost

1 — 2018

“We hebben de oplossing met de spuitpleister van tevoren uitgebreid met monumentenzorg besproken, want je bent natuurlijk wel het oorspronkelijke materiaal aan het bedekken. Alles goed met elkaar afstemmen, is bij herbestemming een proces waarin iedereen z’n rol heeft. Voor de eigenaar is het belangrijk dat het gebouw economisch kan meedraaien, monumentenzorg heeft als taak het erfgoed te bewaren en het is mijn rol dat beide te realiseren binnen de kaders die een rijksmonument toelaten. Veel mensen denken dat je niks aan een gebouw mag veranderen als het een monument is. Dat is onzin, het gaat niet om de steen, maar het verhaal dat die steen vertelt. Bij een herontwerp moet je proberen door te dringen tot de kern van wat het gebouw betekent heeft. Wanneer je een kantoor maakt van een weeshuis, is het onvermijdelijk om dingen te veranderen, maar het is de kunst om het op zo’n manier te doen dat het verhaal voelbaar blijft. Als je de essentie van het gebouw kunt vasthouden met de nieuwe toevoegingen die je hebt gedaan, dan is je doel bereikt.” Is dit de manier waarop we met erfgoed uit de twintigste eeuw moeten omgaan?

“Dat is per gebouw verschillend. Er zijn er een paar die zo bijzonder zijn, dat je daar als gemeenschap goed voor moet zorgen. Het Rietveld Schröderhuis is daar een mooi voorbeeld van, maar dat heeft ook een overzichtelijke schaal. Bij de Van Nellefabriek is dat een heel ander verhaal, dat gebouw is zo immens, dat is niet realistisch. Maar dat is weer een mooi voorbeeld van een gebouw dat in private handen is, waar het erfgoed in stand is gehouden, terwijl het als bedrijfsverzamelgebouw economisch bestaansrecht heeft. Het is zelfs sinds de verbouwing op de UNESCO Erfgoedlijst geplaatst. Daarmee laat je zien dat het kan.”

9


OO K N

10

Het nieuwe leven van de Bloemenwerf Tekst

Claudia Lagermann

Beeld

Guido Stegen


trap tot het behang. Hoewel zijn landgenoten niet heel erg onder de indruk waren van zijn werk, kreeg hij veel lof van de oosterburen. Zoveel dat hij nog geen vijf jaar na het voltooien van de Bloemenwerf met zijn gezin, Maria en hij hadden inmiddels twee kinderen, naar Duitsland emigreerde. “Heel lang werd de Bloemenwerf gezien als het eerste geknoei van Van de Velde. Omdat hij geen architect was, werd het ontwerp als amateuristisch afgedaan. Inmiddels is het tegendeel bewezen.”

1 — 2018

Ooit was de Bloemenwerf een vrijstaande villa met kilometers uitzicht, tegenwoordig ligt het pand verscholen in een woonwijk. Toch imponeert het grote witblauwe art nouveau huis nog steeds, het lacht je vriendelijk toe, zodra je de tuin betreedt. Architect Guido Stegen, die een rondleiding geeft door zijn project, waarschuwt meteen: “Let niet op de kleuren, die wijken compleet af van het oorspronkelijke kleurconcept.” Voordat hij daar dieper op ingaat, vertelt hij het verhaal achter het erfgoed dat kunstschilder Henry van de Velde eind negentiende eeuw ontwierp.`

op bezoek in Ukkel

Op een heuvel in het Belgische Ukkel staat het statige pand de Bloemenwerf. Achter de gevel speelde zich meer dan honderd jaar geleden een bijzonder architectuurverhaal af. Vorig jaar kreeg ‘gebouwendokter’ Guido Stegen de opdracht de villa te restaureren. Met zijn plan blaast hij de geschiedenis nieuw leven in. “Gelukkig is de Bloemenwerf nog steeds het huis dat het was.”

Een gezond huis

(

DE BLOEMENWERF WERD HEEL LANG GEZIEN ALS GEKNOEI

)

Van kunstenaar tot architect Van de Velde was een arme kunstschilder, maar daar kwam verandering in toen hij in 1894 in het huwelijk trad met Maria Sèthe, dochter van een rijke industrieel. Maria raakte snel zwanger, maar de baby stierf kort na de geboorte. Het stel wilde na deze heftige gebeurtenis weer vanaf nul beginnen. Van de Veldes schoonmoeder hielp een handje door haar schoonzoon geld te geven om een huis te bouwen. “Wat dit verhaal bijzonder maakt, is dat Van de Velde tot dat moment nog nooit in de architectuur werkzaam was geweest,” vertelt Stegen. Van de Velde stortte zich volledig op het project, hij ontwierp niet alleen het huis zelf, maar ook alles wat erin stond. Van de deurklinken tot de meubels en van de

Stegen werd een jaar geleden benaderd door de nieuwe eigenaren van de Bloemenwerf. Ze wilden het pand laten restaureren en schakelden zijn hulp in. Omdat het erfgoed betreft, komt daar een heel stappenplan bij kijken. Te beginnen met voorbereidende studies, die Stegen in samenwerking deed met historici, materiaaldeskundigen, energiedeskundigen en het Belgium Building Research Institute. Tijdens dit onderzoek nam Stegen niet alleen het erfgoed zelf onder de loep, maar ook het leven van Van de Velde. “We ontdekten zijn hoofddoel wat, waarschijnlijk gedreven door de dood van zijn kind, een gezond huis bouwen was. Tijdens onze metingen bleek ook dat het gebouw energetisch veel beter presteert dan verwacht. Het plan zit goed in elkaar en het huis is heel duurzaam gebouwd. Door die vaststellingen is er een lampje gaan branden bij mensen die de literatuur kennen die in Van de Veldes bibliotheek stond. Zo had hij het boekje Maisons d’Habitations, et les règles d’hygiène van ene Dr. P. Jardet uit 1889, een vertaling en aanvulling van een recent werk van Dr. W.H. Corfield, waarin werd beschreven wat de vereisten zijn van een gezond huis. Niemand heeft ooit beseft dat dat invloed heeft gehad op het ontwerp. Achteraf blijkt dat hij behoorlijk

11


OO K N

wat studiewerk heeft verricht, voordat hij de Bloemenwerf ontwierp. Het was dus echt een vooroordeel dat Van de Velde als onervaren architect maar wat deed.”

Kunstschilder versus architect Opvallend aan de Bloemenwerf is dat alle vertrekken uitkomen op de centrale hal en ze los van elkaar één geheel vormen. “Overal waar je in het huis staat, zie je hoe sterk de ruimtes met elkaar zijn verbonden. Van de Velde was een meester in ruimtelijk denken, wat men atypisch vond omdat hij in de schilderkunst tweedimensionaal werkte. Ik denk juist dat zijn vak heeft bijgedragen aan het ontwerp. Als kunstschilder zoek je altijd naar een standpunt, waarbij geldt: wat je ziet, zegt iets over wat je niet ziet, daardoor dacht hij heel erg na over hoe hij alles met elkaar kon verbinden.” Zijn ervaring als kunstschilder kwam ook van pas toen hij aan de slag ging met het kleurconcept van de Bloemenwerf. Omdat latere bewoners het pand opnieuw geschilderd hadden, moest Stegens team eerst achterhalen wat de originele kleuren waren. Het pand hangt vol met kleurstalen. Op elke muur of deurpost kom je er wel een paar tegen, vooral in verschillende roze- en groentinten. “Aan de hand van literatuurstudie en stratigrafie, laagjes afpellen, hebben we ontdekt welke kleuren Van de Velde gebruikte. Ook in zijn memoires beschreef hij hoe hij naar kleuren keek: ze mochten van elkaar verschillen, maar hij wilde ze wel het liefst in dezelfde nuance hebben. Dat betekent dat het hout, van bijvoorbeeld de trap, in grijswaardes niet veel afwijkt van de roze muur. Stel: je zou deze verschillende kleuren fotograferen met een zwart-witcamera, dan zou het bijna één kleur lijken omdat ze dezelfde grijswaardes hebben. Daarom blijven deze kleuren, die veel spanning hebben omdat ze van elkaar verschillen, toch dicht bij elkaar. Dat wil overigens niet zeggen dat iedereen gecharmeerd was van de combinatie groen-roze op de buitengevel. Sommige mensen waren er echt door gechoqueerd. Ik ben benieuwd hoe er op gereageerd wordt als wij die kleuren weer terugbrengen.”

12

Plek voor kunstenaars Bloemenwerf wordt niet alleen opnieuw geschilderd, maar ook behangen. Stegen vond achterin Van de Veldes inbouwkasten stukken behang die hij laat namaken. “Ze komen op de eerste verdieping, op de overloop rond de centrale hal.” De kamers die aan deze hal grenzen, worden ingericht als kleine woonunits. “De nieuwe eigenaren willen vier studio’s inrichten voor artists in residence, denk aan kunstenaars, muzikanten of wetenschappers die tijdelijk in Brussel verblijven en op zoek zijn naar een rustige, maar inspirerende woon- en werkplek. Elke unit bestaat uit twee kamers, een eigen badkamer en toilet. Drie van de vier ruimtes hebben nu al een badkamer en de vierde heeft op dit moment een wastafel, dus aan de architectuur hoeft weinig aangepast te worden, de ruimtes krijgen vooral een upgrade. Net als de grote gezamenlijke keuken, die op de huidige

(

ER ZIJN ONGELUKKIGE INGREPEN GEDAAN, MAAR DIE ZIJN OP TE LOSSEN

)


op bezoek in Ukkel

— GUIDO STEGEN

plek blijft staan.” Voor Van de Velde was de Bloemenwerf een kunstenaarshuis, waar hij zelf in zijn atelier of op de galerij werkte, maar waar ook vrienden welkom waren om kunst te maken. Die bestemming willen de huidige eigenaren weer terugbrengen. “Ze zullen de deuren ook regelmatig openen voor publiek, bijvoorbeeld voor een expositie of een huiskamerconcert. De centrale hal leent zich daar uitstekend voor.” De kelderverdieping zal worden ingericht als pied à terre voor de familie van de eigenaren. “Zij wonen zelf in Berlijn, dus zullen de Bloemenwerf alleen gebruiken als ze in Brussel zijn.”

In ere hersteld Stegen is heel blij met de keuze van de nieuwe eigenaren. Op deze manier kan hij de Bloemenwerf een ‘reset’ geven. “Dat is ook dankzij de familie die het huis zestig jaar geleden heeft gekocht en er weinig aan heeft veranderd. Soms hebben ze ongelukkige ingrepen gedaan, maar die zijn op te lossen. Dat was wel anders geweest als er tussendoor een kantoor in had gezeten met bijvoorbeeld aparte heren- en damestoiletten en een beveiligings- of aircosysteem. Nu is in het pand nog alle informatie te vinden die nodig is om het te kunnen restaureren.” Veel ingrepen om het huis ‘toekomstproof’

1 — 2018

Guido Stegen (1951) is een Brusselse architect en stedenbouwkundige. Hij is eigenaar van het bureau ARSIS dat zich de laatste jaren vooral op restauratieprojecten richt, hij noemt zich daarom ook wel ‘gebouwendokter’. Op dit moment restaureert hij niet alleen de Bloemenwerf van Henry van de Velde, maar ook La Nouvelle Maison, een latere woning van de architect in Tervuren.

te maken, hoeft Stegen ook niet te doen. “Luchtlekken dichten is het belangrijkst, maar verder zat het pand al zo goed in elkaar, dat er bijvoorbeeld weinig geïsoleerd hoeft te worden. Ook het interieur is nog intact.” Stegen wijst naar de houten vloer. “De planken zijn uit één stuk gemaakt, topkwaliteit, dat zie je tegenwoordig niet meer. Of wat denk je van de houten deuren? Die zijn nog kaarsrecht. Er zal een nieuw veertje in de klinken moeten, maar verder kunnen ze blijven zoals Van de Velde ze gemaakt heeft.” Stegen kan niet wachten tot hij aan de slag kan. De voorbereidende studies zijn afgerond en het restauratieplan wordt nu bij het ministerie ingediend. Hij hoopt snel groen licht te krijgen, zodat de Bloemenwerf in 2020 weer geopend is.

Project Bouwperiode Architect Oppervlakte Verdeeld over

De Bloemenwerf 1895-1896 Henry van de Velde bijna 740 m2 netto kelder, begane grond, eerste verdieping en zolder

13


Persoonlijke service in complexe verzekeringen Daarnaast geniet je als verzekerde bij Protect van: > permanente juridische bijstand door onze studiedienst > opleiding en preventie > je eigen ‘My Protect’-omgeving op onze website > onze persoonlijke aanpak en gespecialiseerd beheer Wij helpen je graag! Ontdek op www.protect.be wat wij voor jou kunnen doen en hoe we jouw werk kunnen verlichten. Of beter nog: kom eens langs in ons kantoor in Brussel, of bel voor een afspraak in je eigen kantoor.

Tel. (+32) 2 411 41 14 • www.protect.be

Verzekeringsonderneming toegelaten onder codenummer 1.009

Protect is een Belgische nicheverzekeraar in de bouwwereld. We zijn gespecialiseerd in de beroepsaansprakelijkheid van architecten, interieurarchitecten en andere ontwerpers in de bouwsector.


OK NU O

S DLOO A A R D

De nieuwe vrijheid Huisbesturing was nog nooit zo gemakkelijk

Busch-free@home ® regelt jaloezie, licht, verwarming, airconditioning en deurcommunicatie, perfect op elkaar afgestemd – voor maximale vrijheid, het hoogste comfort en merkbare energie-efficiëntie. Nieuwbouw of renovatie: dankzij draadloze of draadgebonden communicatie zijn alle mogelijkheden beschikbaar. www.busch-jaeger.nl


Dunne fronten, eenvoudig bevestigd Om het u zo eenvoudig mogelijk te maken, hebben we een bevestigingssysteem ontwikkeld waarmee u meteen drie toepassingen kunt realiseren: Klapdeuren, draaideuren en lades. Meubels maken indruk met dunne fronten en overtuigen door de beproefde Blum-functionaliteit.

www.blum.com


OO K N

Aandacht voor het bestaande Tekst

Liesbeth Vijfvinkel

Beeld

Rotor / Filip du Jardin

Het goudkleurige plafond van het voormalig hoofdkantoor van Fortis in Brussel, dat geplaatst werd in de gemeentelijke bibliotheek. Foto: Filip du Jardin

18


len er herbruikbaar zijn en waar ze vandaan komen: niet alleen van bouwplaatsen, maar ook van bijvoorbeeld fabrieken. “We hebben tientallen werven bezocht en aannemers geïnterviewd om inzicht te krijgen in hoe er wordt omgegaan met materialen. Daaruit bleek dat de meeste materialen die afgevoerd worden, nog niet hun end-of-life hebben bereikt. Vaak spelen er heel andere redenen: een bedrijf wil een nieuw imago of een gebouw verandert van functie. In sommige sectoren is dat fenomeen sterker dan in anderen. We zien bijvoorbeeld dat naoorlogse gebouwen vaker van interieur veranderen dan oude gebouwen. Veel kantoren worden iedere 10 jaar volledig gestript, alleen maar zodat een nieuwe huurder er zijn eigen saus over kan gieten.”

1 — 2018

“Rotor is in 2005 ontstaan toen een groep ontwerpers samenwerkte aan interieurontwerpen die voornamelijk gebaseerd waren op hergebruikte materialen. Die materialen waren soms productieafval, soms elementen afkomstig van renovatie- of sloopprojecten. Ze merkten toen dat ze meer tijd kwijt waren aan het verzamelen van de materialen dan aan het ontwerp”, vertelt Lionel Billiet die sinds 2010 bij Rotor werkzaam is. Wat volgde op deze ervaring, was veel onderzoek naar wat er gebeurt met afgedankte materialen, welke materia-

Lionel Billiet over Rotor

Het Brusselse bedrijf Rotor zet zich al meer dan 10 jaar in voor hergebruik van materialen uit panden die worden gesloopt of gerenoveerd. Ze voegen zich actief in het debat over wat er mogelijk is met bestaande gebouwen en materialen, doen onderzoek en sinds een aantal jaar verkopen ze bruikbare interieurafwerking. Lionel Billiet vertelt hoe ze dat doen en wat voor bijzondere resultaten dat oplevert.

Tweede leven

De zeshoekige elementen uit het gebouw De Ligne, voormalige hoofdzetel van de Gemeentekrediet (Brussel, 1974, architect Marcel Lambrichs), werden teruggeplaatst in diverse kleinschalige projecten, wat een boeiende transitie opleverde. Foto: Rotor

Om in de praktijk meer te doen met deze materialen, zette Rotor naast de ontwerpstudio en de onderzoekstak in 2014 een afdeling op om deze verspilling om te zetten in structureel hergebruik: RotorDC, waarbij de laatste letters staan voor Deconstruction en Consulting. Daarmee verzorgt het bedrijf zelf de demontage van afwerkingsmaterialen uit interieurs van grote gebouwen, die vervolgens online en vanuit de winkel in Brussel verkocht worden. “In een loods van 2000

19


OO K N

vierkante meter ligt van alles: van deurbeslag en lampen tot complete plafonds. Het grappige is dat de elementen die veel plaats innemen op de website, in de loods juist weinig plek innemen. Maar ze vormen wel een belangrijk deel van het aanbod. Juist de details zijn in een interieur belangrijk voor de identiteit. Wat het meeste plaats inneemt in de loods zijn de wand- en plafondsystemen, voornamelijk afkomstig uit kantoren.” Op de website is te zien uit welke gebouwen de materialen afkomstig zijn. Dat varieert van het zestiende-eeuwse stadhuis in Antwerpen, tot kantoorgebouwen uit de jaren ’90 en levert een zeer breed spectrum aan materialen op, van zeer anoniem en onherkenbaar als gerecycled materiaal tot zeer specifiek. Billiet merkt dat door elementen in een andere context te zetten, de oorspronkelijke gebouwen en geschiedenis in een ander daglicht komen te staan. “Zo hebben we een heel kenmerkende stalen trap gedemonteerd die in een spectaculair rond atrium van glas stond in het voormalig hoofdkantoor van de Vlaamse Overheid in Brussel. Dat pand werd ontworpen door de architecten Jaspers en Eyers en is kenmerkend voor post-modernistische architectuur in Brussel. Na amper 28 jaar gebruik, werd het gesloopt. Een van de redenen is dat dit soort architectuur uit de jaren ’90 in Brussel

weinig geapprecieerd wordt. De trap krijgt nu twee kilometer verderop een tweede leven, in de vernieuwde kantoren van culturele organisatie Zinneke. Met de demontage en het hergebruik, zijn we de kwaliteit van de trap, zijn opbouw, afwerking en design, beter gaan begrijpen. En dus kan ook de gebouwde omgeving als geheel beter begrepen worden.”

(

WELKE ONDERDELEN WAARDEVOL GENOEG ZIJN VOOR HERGEBRUIK, HANGT AF VAN DE KWALITEIT EN VAN DE HOEVEELHEID WERK DIE ERAAN VAST ZIT

)

De moeite waard Ondanks de vele interessante materialen die er naast de trap nog in het gebouw zaten, heeft Rotor niet het hele gebouw gestript. De keuze welke onderdelen wel en welke niet waardevol genoeg zijn voor hergebruik, hangt af van de kwaliteit van de materialen maar ook van de hoeveelheid werk die eraan vast zit. Arbeidskosten zijn in Nederland en België nu eenmaal vrij hoog in vergelijking met de waarde van de materialen. “Vandaar ook dat hergebruik niet de norm is, terwijl dat tot de jaren ’20 van de vorig eeuw heel normaal was. Wij betalen een afbraakaannemer voor zijn werk of halen met ons eigen team een gebouw leeg, gratis of tegen een kleine vergoeding. De investering die wij doen, is dus vooral tijd. Niet alles wat bruikbaar is, wordt daarom meegenomen. Onze werkwijze is door een gebouw lopen en goed kijken naar wat de moeite waard is om in te investeren. Zo willen we veel zorg geven aan elementen die zeker een nieuwe bestemming gaan vinden. Onze focus ligt op interieurafwerking uit de naoorlogse periode.”

Gouden plafond

20

Gelijmd-gelamelleerd hout wordt dikwijls gebruik als materiaal voor bijvoorbeeld dakconstructies van loodsen of sporthallen. De specifieke techniek maakt het mogelijk een dikkere sectie te verkrijgen dan bij het werken met massieve balken. Na de ontmanteling kunnen de balken verzaagd en gebruikt worden voor diverse toepassingen zoals meubels. Foto’s: Rotor

Alhoewel Rotor niet altijd op de hoogte is van de bestemming van de door hen aangeboden materialen, zijn ze zeker geïnteresseerd in het resultaat van het hergebruik. Helemaal als een element op zijn nieuwe bestemming een bijzondere betekenis krijgt. Zo herinnert Billiet zich een merkwaardig plafond, opgebouwd uit goudkleurige metalen plaatjes, afkomstig uit het voormalig hoofdkantoor van Fortis in Brussel, dat geplaatst werd in een gemeentelijke bibliotheek. “Dat was een mooie match: niet alleen was de kleur van het plafond precies de kleur van de gevelbekleding van de bibliotheek, ook het verhaal erachter klopte. De failliete bank was gered met geld van de Belgische staat, dus met geld


Lionel Billiet over Rotor

De loods van Rotor. Foto: Rotor

Verschil maken Los van alle praktische diensten die Rotor biedt om hergebruik voor de markt te vergemakkelijken, blijft het zich ook actief mengen in het debat over wat er gedaan kan worden met bestaande gebouwen. “We vinden dat er vaak te snel gekeken wordt naar nieuwbouw. Terwijl wij graag kijken naar de kwaliteit van het bestaande.

Duurzaamheid is daarbij een belangrijke beweegreden, maar er is meer: bestaande objecten hebben door de jaren heen al heel veel goeds in zich verkregen. Het is niet nodig om weer vanaf nul iets anders op te bouwen, als er een paar onderdelen niet voldoen. Zo waren we een paar jaar geleden betrokken bij de renovatie van het kantoor van een culturele instelling, waarbij de ruimtes niet voldeden aan de eisen van de gebruiker. Uiteindelijk hebben we dat probleem opgelost enkel door de verlichting aan te passen. Dat is niet alleen een veel zuinigere oplossing op het vlak van materialen en budget, ook voor de gebruikers is het veel fijner: zij blijven in hun eigen vertrouwde omgeving met alle voordelen van dien. Ik denk dat interieurarchitecten op dat gebied een enorm verschil kunnen maken en een bijdrage kunnen leveren. Als je een situatie goed analyseert en aandacht hebt voor het bestaande, kan er soms meer dan je denkt.

1 — 2018

van de belastingbetaler. Dat het plafond uit het hoofdkantoor dan terechtkomt in de publieke ruimte, daar waar de belastingbetaler het kan zien, voegt voor mij een extra dimensie toe aan de diensten die we leveren.” Met alle activiteiten die Rotor ontplooit, wil het bedrijf uiteindelijk bijdragen aan het professionaliseren van de hergebruiksector. Want dat is hard nodig, willen we het duurzaam gebruik van materialen de komende jaren naar een hoger plan tillen. “Het zou fantastisch zijn als het over 10 jaar makkelijker is voor architecten om met gebruikte materialen te werken. Nu is daar nog extra inspanning voor nodig, het is nog teveel een zoektocht. In dat kader hebben we een aantal jaar geleden opalis.be opgezet, een onlinedatabase over handelaars in tweedehands bouwmaterialen. Daarop zijn ongeveer 100 bedrijven geselecteerd die aanbod hebben, van bestrating tot dakpannen. Dat hebben we gedaan om de sector als geheel verder te helpen. Voor architecten en ontwerpers vergemakkelijkt het hergebruik van materialen drastisch wanneer een professionele speler de materialen aanbiedt, door alle diensten die erbij komen kijken, van documentatie tot showroom en levering.”

— MEER INFORMATIE ǝȧ https://rotordc.com, website van de deconstructietak met onlineshop in herbruikbare interieurmaterialen. ǝȧ http://rotordb.org, website van de ontwerpstudio en het onderzoeksbureau waar onder andere ook rapporten te vinden zijn over hoe grote opdrachtgevers hergebruik kunnen inlassen in het standaardbestek. ǝȧ https://opalis.be/nl, onlinedatabase voor tweedehands bouwmaterialen.

21


OO K N

Patria Tekst

Bob Bulcaen

Beeld

Dieter Beheydt

Het bestaande, eind 18e eeuwse dakgebinte wordt versterkt door ledlijnen die als laserstralen de 25 meter lange ruimte belichten. Om het houtwerk optimaal zichtbaar te maken kan het licht ook enkel het gebinte uitlichten. Een nieuw volume bevat keuken, badkamer, slaapkamers en technische ruimtes. Door het gebruik van spiegels verdwijnt deze massa in het authentieke volume.

22


project in beeld 1 — 2018

project locatie opdrachtgever oplevering interieurarchitect website

Patria Kortrijk Assets nv 2014 Bob Bulcaen www.witblad.com

23


OO K N

De grandeur van 1916 Tekst

Bureau Bax

Beeld

Remy de Klein/Koninklijke Industrieele Groote Club

Achter de prominente façade van het gebouw Industria aan de Dam in Amsterdam, gaat een interieur schuil dat nog de sfeer ademt van toen de Industrieele Club er haar intrek nam. De aankoop van het pand in 2011 door de huidige eigenaar was het begin van een weloverwogen, stapsgewijze restauratie. Directeur Richard Francke en architect Frank Smit vertellen over dit project.Â

24


In ere herstellen De entree van het gebouw aan de Damzijde leidt naar een ruimte met ontvangstbalie, garderobe en toegang tot het trappenhuis. Op de eerste verdieping bevinden zich het restaurant, de clubzaal, de bar, de dameszaal

en de bestuurskamer. Sfeerbepalend in deze ruimtes zijn de houten lambrisering, zware houten deuren, decoratief houtsnijwerk, kroonluchters, velours-frisé wandbespanningen en cassetteplafonds. Op de tweede verdieping zijn de Groote zaal, de Damzaal, de kluiszaal en de bibliotheek. Op de bovenste vier etages heeft de eigenaar van het pand een hotel gerealiseerd. Per etage zijn de ruimtes rondom een centrale hal gegroepeerd. Oorspronkelijk was deze hal open, later werden er matglazen vloeren ingezet. Toen de Industrieele Club en de Groote Club in 1976 werden samengevoegd, wijzigde de naam in de Industrieele Groote Club. In 2013 kwam daar het predicaat ‘Koninklijke’ voor te staan. De Koninklijke Industrieele Groote Club is tegenwoordig een sociëteit en businessclub voor particulieren en bedrijven. Leden kunnen er lunchen, dineren of vergaderen. Ook zijn er talloze activiteiten die uiteenlopen van lezingen tot jazz nights. Met de aankoop van het monumentale gebouw door de RJB Group in 2011 kwam er geld beschikbaar voor renovatie. Francke: “Het uitgangspunt van de nieuwe eigenaar was de grandeur van 1916 in ere te herstellen. Als vereniging waren we daar heel erg blij mee.”  

projectomschrijving

Amsterdam bruiste rond 1900. Zowel in economisch als in cultureel en wetenschappelijk opzicht maakte de stad een bloeiperiode door. Van een arm, overvol stadje werd het een moderne metropool. Rondom de Dam verrezen indrukwekkende gebouwen waaronder sociëteit de Groote Club (1870), de Beurs van Berlage (1903), warenhuis de Bijenkorf (1914) en kledingzaak Peek & Cloppenburg (1917). Op initiatief van een aantal voorname ondernemers, waaronder de Amsterdamse reder D. Goedkoop en de Zaanse fabrikant E.G. Verkade, werd in 1913 de Industrieele Club opgericht waarin nieuwe industriëlen en ondernemers zich verenigden. “Bij de heer Goedkoop thuis werd besloten dat er een pand moest komen voor de nieuwe club”, vertelt Richard Francke directeur van de vereniging. “Vervolgens werd in 1914 gestart met de bouw van gebouw Industria tussen de Dam en het Rokin naar een ontwerp van architect Foeke Kuipers.”

1 — 2018

Bestuurskamer

25


OO K N

Gebouw Industria

Meer eenheid

26

Voor de restauratie van het gebouw werd ZZDP-architecten ingeschakeld. Directeur Adam Smit betrok zijn vader, architect Frank Smit, erbij voor het interieur. “Ik was onder meer verantwoordelijk voor het interieur van de nieuwe bibliotheek op de tweede etage. Deze moest aansluiten op de stijl van de eerste etage zodat er meer eenheid zou ontstaan tussen de twee verdiepingen.” Smit onderzocht hiertoe met name de interieurs van de bestuurskamer en de dameszaal op de eerste etage en combineerde diverse elementen in zijn ontwerp. Zo is de eikenhouten vloer op dezelfde manier gelegd als in de dameszaal en de deuren van Amerikaans kersenhout, waaruit de nieuwe betimmering bestaat, kregen hetzelfde patroon als de deuren in de dameszaal. De bankjes en kolommen voor de ramen zijn geïnspireerd op de bestuurskamer. “De timmerlieden van Enderberg uit Amsterdam-Noord zijn ruim zes maanden bezig geweest om alle kasten, deuren, kolommen, bankjes, lambrisering en vloeren te maken.” Voor de wandbespanning in de bibliotheek werd een samenwerking aangegaan met het Textielmuseum in Tilburg. In de archieven van het museum liggen stalen van ontwerpen van Theodoor Nieuwenhuis, die

Bibliotheek

de wandbespanning in de clubzaal ontwierp. Eén van die stalen stond model voor de nieuwe bespanning die door het Textiellab in twee verschillende kleuren in jacquard werd uitgevoerd. “Hetzelfde patroon is naderhand toegepast in het restaurant op de eerste etage”, vertelt Smit. “Alleen is hier maar één kleur gebruikt en dat geeft een bijzonder mooi effect dat doet denken aan damast.”


projectomschrijving

Clubzaal

Touwroosters

Made in Holland

Tegels op maat

(

OVER DE ORIGINELE WANDBESPANNING WERD EERST EEN BESCHERMLAAG EN DAARNA EEN EXACTE KOPIE AANGEBRACHT

)

Voor de inrichting werd ‘zo mogelijk uitsluitend Nederlands fabricaat gebruikt’. De wandbespanning met zeepaardmotief in de clubzaal werd bijvoorbeeld vervaardigd door de Hengelosche Trijpweverij, de glas-in-loodramen in het trappenhuis kwamen van W. J. Le Nobel uit Amsterdam en de lichtkronen in de clubzaal werden geleverd door de firma Onder den St. Maarten uit Haarlem. “Het is niet precies te zeggen welke rol architect Foeke Kuipers bij de inrichting speelde”, zegt Francke, “maar er zijn wel interieurtekeningen van zijn hand gevonden. De tafel in de bestuurskamer bijvoorbeeld is zijn ontwerp.”

Het originele meubilair dat in de kelder stond opgeslagen liet Francke opknappen voor in de clubzaal. “Van de meeste stoelen is het leer vervangen en kapotte stoelpoten zijn gerepareerd. Ook stonden er nog originele tafels in de kelder. Door deze meubels her te gebruiken, wordt een stukje historie teruggebracht.” De wandbespanning in de clubzaal was in de loop der jaren flink verkleurd en versleten. In overleg met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed werd over het origineel eerst een beschermlaag en daarna een bespanning, een exacte kopie, aangebracht. Francke: “Ik ben heel trots op het resultaat. Ook de oorspronkelijke touwroosters zijn mooi gerestaureerd. Erachter zit een moderne luchtverversingsinstallatie, maar daar zie je niets van.”   De wanden in het trappenhuis en in de centrale hal zijn betegeld met groen geglazuurde tegels. De tegels op kolommen en kapitelen hebben dezelfde kleur en zijn voorzien van een bladmotief. “Op verschillende plaatsen ontbraken tegels”, vertelt Smit. “Ik ben op zoek gegaan naar een goede tegelmaker en vond Albarello uit Friesland. Dit bedrijf heeft de originele tegels ter plekke gescand en vervolgens 3d-geprint zodat er mallen gemaakt konden worden. Dit leverde meer dan vijftig verschillende maten tegels op met glazuren die per tegel een andere structuur hebben. Het ziet er fantastisch uit.”

1 — 2018

In 1914 liep de bouw van Industria flinke vertragingen op. Eerst moesten de funderingspalen worden aangepast omdat overblijfselen van de middeleeuwse sluismuren van de dam in de Amstel werden aangetroffen. Toen gingen de betonvlechters in staking en daarna brak de Eerste Wereldoorlog uit. Het pand werd uiteindelijk in november 1915 opgeleverd en onder druk van de leden op 8 januari 1916 in gebruik genomen. Francke: “Het is haast onvoorstelbaar, maar het interieur werd dus binnen twee maanden aangebracht!” Uit ‘het derde verslag der vereeniging’ uit 1915 blijkt dat er diverse firma’s werden ingeschakeld om dat voor elkaar te krijgen. Zo was J.B. Hillen verantwoordelijk voor ‘betimmering en meubileering’ van de clubzaal en de eetzaal, H.F. Jansen & Zonen voor de dameszaal en het Modelhuis voor de leeszaal en de bestuurskamer.

Stap voor stap Er is nog volop te doen. De wandbespanning in de dameszaal zou vervangen kunnen worden, de wanden in de Groote zaal moeten worden aangepakt en de akoestiek in de bibliotheek is nog niet optimaal. “We doen het stap voor stap”, zegt Francke. “Als ik aan leden vraag wat er veranderd is, reageren ze verbaasd ‘niks’. En dat is eigenlijk het beste compliment wat we kunnen krijgen.”

27


Luxevinyl op rol Tempo, luxevinyl op rol, combineert de voordelen van een vinyl rollenproduct met die van LVT: een vlotte en naadloze installatie van de rol met hoogwaardige en hyperrealistische looks van PVC stroken.

IVC is de commerciële tak van IVC Group, gericht op het creëren van unieke vloeren voor professionele projecten. In onze uitgebreide portfolio van 100% in eigen huis ontworpen sheet vinyl, LVT en tapijttegels vindt u ongetwijfeld de oplossing voor uw project. Maar we doen meer dan gewoon producten aanbieden. U gemoedsrust bieden in een tijdperk van constant veranderende interieurtrends: dat is waar het bij IVC allemaal om draait.

Voor Nederland: projectnl@ivcgroup.com Voor België: projectsbelux@ivcgroup.com

Nijverheidslaan 29 B-8580 Avelgem www.ivc-commercial.com


www.project-floors.com

Echt lekker! Met LVT designvloeren van PROJECT FLOORS.


LIGHTING SOLUTIONS BY OUTPUT


OO K N

Monumenten en duurzaamheid gaan heel goed samen Tekst

Liesbeth Vijfvinkel

Beeld

OOMadvies

Bij het verbouwen van een monument is er vaak een gat tussen wat gebruikers willen en wat Monumentenzorg toestaat. Om dat gat te dichten, richtten Hannah Schoch en Han van der Zanden OOMAdvies op dat op basis van bouwkundig en architectuurhistorisch onderzoek vooraf inzichtelijk maakt waarop gelet moet worden en waarop getoetst wordt. “Ons doel is te laten zien wat er binnen de kaders van Monumentenzorg allemaal wél kan.”

32


)

duurzaam restaureren

(

ER ZIJN LEGIO SLIMME OPLOSSINGEN DIE DUURZAAM ZIJN EN MOOI

Van klein naar groot Als de waarden van een pand duidelijk zijn, luidt de vraag: Welke kansen biedt het? “In plattegronden zit veel logica, maak daar gebruik van”, zegt Schoch. “Bekijk wat de verkeersruimtes en wat de verblijfsruimtes zijn en pas isolerende maatregelen daarop aan. Je kunt bijvoorbeeld het dak isoleren, maar als de zolder niet gebruikt wordt, is het veel goedkoper en makkelijker om de zoldervloer te isoleren. En zijn er misschien elementen die in de loop der jaren verloren zijn gegaan? Gebouwen hadden vroeger binnenluiken en ensuitedeuren, dat waren oplossingen om het comfort te verhogen. Door onze hedendaagse voorkeur

1 — 2018

Kierdichting in een schuifraam, met een verstelbaar belegstuk.

Bij renovatie en restauratie is aandacht voor duurzaamheid steeds vanzelfsprekender. Dat geldt ook voor monumenten. Er zijn volgens Hannah Schoch van OOMAdvies volop mogelijkheden om monumenten op een verantwoorde manier te verduurzamen. Voordat die mogelijkheden echter in kaart kunnen worden gebracht, moeten de monumentale waarden bepaald worden. “Monumenteigenaren denken vaak dat alleen de gevel monumentaal is, maar de beschermde status geldt voor het hele pand. Bij een element als een historische haard is de monumentwaarde wel duidelijk, maar een 18-eeuwse gang kan als historische structuur ook waardevol zijn.”

33


OO K N

voor grote, open en lichte ruimtes, zijn ze verdwenen.” Om de verduurzaming van een pand gestructureerd aan te pakken, werkt OOMadvies altijd in stappen, van kleine naar grote oplossingen. “We zien bijvoorbeeld dat veel kerken worstelen met de energiekosten. Ze vechten tegen leegloop en dreigende sloop en gaan op zoek naar nevenactiviteiten om extra inkomsten te genereren. Maar vaak gaan die extra inkomsten helemaal op aan de extra stookkosten. Wij adviseren dan om te beginnen met ‘quick wins’ zoals het goed inregelen van de verwarmingsinstallatie. En pas later grootschaligere maatregelen te treffen bijvoorbeeld het isoleren van de gebouwschil.”

Een schouw waarachter een rookkanaal zit dat wordt gebruikt voor de mechanische ventilatie.

(

DE ENE MAATREGEL WEL DOORVOEREN EN DE ANDER NIET, KAN TOT SCHADE LEIDEN

)

Naden en kieren De te nemen stappen staan bepaald niet op zich. Juist het geheel aan maatregelen maakt dat een monument echt kan verduurzamen. “Je ziet wel eens dat monumentenglas wordt toegepast, glas met een warmte reflecterende folie en zo dik als enkelglas zodat het in de originele kozijnen past. Die maatregel op zich heeft echter weinig zin als je niet aan kierdichting doet. Als via de naden en kieren veel warmte verloren gaat, verdwijnt grotendeels het effect van het monumentenglas.” Kierdichting in monumenten kan heel goed zonder het beeld van de ramen optisch te verstoren. Bij schuiframen kunnen bijvoorbeeld tochtprofielen aangebracht worden ter hoogte van de onderdorpel en de wisseldorpel. In de onderdorpel wordt het tochtprofiel dichtgedrukt door het gewicht van het raam. Afdichting aan de zijkant van het schuifraam kan met een belegstuk dat verstelbaar wordt gemaakt door middel van een scharnier en een hendel waardoor je er bijna niets van ziet.

Rookkanaal wordt ventilatiekanaal

Een schouw waarachter een rookkanaal zit dat wordt gebruikt voor de mechanische ventilatie.

34

Zo zijn er legio slimme oplossingen die duurzaam zijn en toch mooi. Het gebruiken van een oud rookkanaal voor de mechanische ventilatie bijvoorbeeld, zodat je geen nieuwe en vaak lelijke leidingen hoeft aan te leggen. Schoch legt uit hoe dat gaat: “Door het oude kanaal brengen we een flexibel kanaal aan, met een rooster in de schouw. In veel gevallen kan ook gebalanceerde ventilatie worden aangebracht. De inkomende verse lucht wordt dan met de af te voeren lucht verwarmd in een warmtewisselaar, waardoor je veel energieverlies voorkomt. Naast het rooster in de schouw worden in een zijkant van de boezem roosters aangebracht.”


duurzaam restaureren

Om oplossingen te bieden voor dit soort veel voorkomende problemen, lanceerde OOMAdvies afgelopen jaar de Toolkit Duurzaam Erfgoed. Een online tool voor zowel monumenteigenaren als toetsingsinstanties, waar de generieke do’s en dont’s te vinden zijn en waar informatie staat over technieken en materialen. “Later dit jaar willen we de tool uitbouwen met stappenplannen per type monument als het gaat om duurzaamheid en informatie over verschillende soorten isolatiematerialen en subsidies.”

Subsidies

1 — 2018

Schoch is blij dat de subsidiefocus is verschoven van het financieren van maatregelen naar het financieren op basis van een energiescan. “Met losse maatregelen gingen mensen shoppen: dat doe ik wel en dat niet. Het gaat echter om een samenhang in oplossingen. De ene maatregel wel doorvoeren en de ander niet, doet het effect van een maatregel vaak teniet en kan in sommige gevallen (door bouwfysische processen) zelfs tot schade leiden. Je uiteindelijke doel van verduurzamen is toch de footprint van je pand te verkleinen. Dan moet je het complete plaatje bekijken. Een warmtepomp heeft bijvoorbeeld alleen zin als het huis een bepaald isolatieniveau heeft.” Tegelijkertijd met die compleetheid aan maatregelen, is het belangrijk dat er een deskundige betrokken is bij de verduurzaming. “Helaas ken ik voorbeelden van Achter lambrisering en wandbespanning kan een dunne laag isolatiemateriaal aangebracht worden. monumenten waarbij spouwmuurisolatie werd toegepast terwijl er diverse verbindingen tussen het binnen- en buitenblad waren. Dan ontstaan er koudebruggen en krijg je condens aan de binnenzijde waardoor houten Een slimme en onzichtbare maatregel in oude panden balken kunnen gaan rotten. Dat heb je vaak pas door als is het aanbrengen van een dunne laag isolatiemateriaal het te laat is. Een redelijke ramp, als je zo met goedbeachter lambriseringen en wandbespanningen. doelde aanpassingen een monument van 200 jaar om Schoch: “Er wordt meestal gewerkt met vochtregulezeep helpt. Dus het is de taak van deskundigen, niet rende isolatiematerialen, die dampdoorlatend zijn en alleen van ons, maar ook van architecten en binnenhuisvocht kunnen vasthouden.” architecten, om hun kennis in te zetten en te controleren of maatregelen goed uitgevoerd worden. Zo kunnen we er met z’n allen voor zorgen dat we monumenten op een Do’s en dont’s mooie en duurzame manier bewaren voor de toekomst.” In de afgelopen jaren hebben Schoch en haar collega’s heel wat monumenten voorbij zien komen. Ondanks dat ieder monument uniek is en het verduurzamen ervan — MEER INFORMATIE maatwerk, zijn er een aantal gemene delers. “Neem ǝȧ Kijk voor de online toolkit op bijvoorbeeld oude schoolgebouwen, volgens de wet www.toolkitduurzaamerfgoed.nl. moeten die voldoen aan de regels voor ‘Frisse scholen’, dus een laag energiegebruik en een gezond binnenmilieu. Maar dat bijt met de isolerende maatregelen die je in een monument wilt toepassen”, legt Schoch uit.

35


OO K N

Herenhoeve De Bockhof Tekst

Natascha Persoone

Beeld

Els Verbakel

Herenhoeve De Bockhof, gelegen op het plateau van Schimmert in de gemeente Nuth (NL), krijgt een nieuwe bestemming als bijzondere locatie voor zowel zakelijke als familiale bijeenkomsten, overnachtingen en evenementen. Interieurarchitect Natascha Persoone heeft samen met architectenbureau Beckers de opdracht gekregen om het eeuwenoude pand te restaureren en in te richten. “Conceptueel waken wij over een hedendaags en tijdloos interieur met respect voor het historische karakter van het pand. Door rekening te houden met innovatieve technieken en ecologische vereisten, en gebruik te maken van authentieke materialen ontstaat een symbiose tussen hedendaagse en historische architectuur.” De onroerende inrichting wordt hedendaags en minimalistisch aangepakt met een strakke lijn. Door gebruik te maken van authentieke, nobele en pure materialen zoals een eyecatcher natuursteen staat het historisch gegeven in harmonie met de nieuwe toevoegingen. Voor de aankleding van het interieur wordt gebruik gemaakt van zowel oude als hedendaagse kunst.  “Dit alles resulteert in een restauratie met de zachte hand.”

36


project in beeld 1 — 2018

project locatie eigendom oplevering interieurarchitect website

herenhoeve De Bockhof Schimmert familie Patrimonium eind 2018 / begin 2019 Natascha Persoone www.nataschapersoone.be

37


OO K N

We willen zo min mogelijk het oude verstoren Tekst Beeld

Bureau Bax Merk-X (plattegrond) Visual Concepts - Xander Berkenhagen (foto interieur westzaal)

Het Groote Museum, het oudste gebouw op het terrein van Amsterdamse dierentuin Artis, wordt gerenoveerd naar een ontwerp van Merk-X, het bureau van interieurarchitect Evelyne Merkx. Het gebouw bood tot halverwege vorige eeuw plaats aan een natuurhistorisch museum en een ontmoetingsruimte voor Artis-leden. In de tussenliggende zeventig jaar is er in het museumgedeelte niet veel gebeurd. Architect Jan Willem Wijker: “We troffen een verborgen schat aan historisch materiaal.�

38


Nieuw leven De renovatie van Het Groote Museum is het laatste deel van het masterplan van Artis. Eerder zijn de voormalige Ledenlokalen, die de laatste jaren onder meer dienst deden als televisiestudio’s, omgetoverd tot Café De Plantage. Ook werd museum Micropia gerealiseerd. En is het Artis-plein opengesteld voor publiek. “Het idee is om de verbinding en interactie met de stad nieuw leven in te blazen.” Tussen dit plein en de Plantage Middenlaan ligt het Groote Museum dat nu omgeven wordt door hoge

Westzaal

)

Dubbele balklaag Het Groote Museum werd halverwege de negentiende eeuw ontworpen door architect Jan van Maurik. “Het moest een soort poortgebouw zijn voor Artis en op de begane grond wilde de architect een oranjerie-achtig gevoel oproepen. Dat gedeelte had een sociale functie. Het was heel open naar het park toe. Dat zie je bijvoorbeeld aan al die grote boogdeuren,” zegt Wijker. Midden in het centrale gedeelte op de begane grond richt de architect zijn blik op het plafond. “Deze overspanning is elf meter, dat moest allemaal in hout toen. Het is een soort dubbele houten balklaag met verstijvingsspanten. Nu gaan we die overspanning verstevigen met staal zodat voldaan wordt aan de huidige eisen. Het was toen heel modern, niet alleen vanwege de constructie. Ook omdat die twee houten lagen dienst deden als ventilatiekanaal. Er werd natuurlijk enorm gerookt in die tijd. De zalen hadden roosters in de plafonds en die stonden via deze kanalen in verbinding met roosters in de gevel. Kijk, daar zie je ze nog zitten, boven de ramen.”

1 — 2018

(

IN DE JAREN ’60 IS VEEL GESLOOPT VANWEGE DE ONDERHOUDSKOSTEN

bouwhekken. “Het gebouw lag vroeger helemaal vrij. Later is aan de oostvleugel een serre gebouwd waarin het Flamingo-restaurant zat voor bezoekers van de dierentuin. In ons ontwerp staat het pand weer op zichzelf en kun je er zo omheen lopen.” Inmiddels zijn serre en restaurant verleden tijd. Er omheen lopen is nog wat lastig vanwege de bouwactiviteiten, maar de contouren van de nieuwe situatie zijn al zichtbaar.

projectomschrijving

“Kijk dit is een deur van een vitrinekast. Moet je zien hoe dun dat glas is,” architect Jan-Willem Wijker geeft een rondleiding door het Groote Museum. Helm op, veiligheidsschoenen aan, want het is een bouwlocatie. Op de eerste verdieping zijn nog enkele oorspronkelijke panelen en deuren te bewonderen, de rest is uit voorzorg naar een veilige opslagplaats gebracht. “Toen we hier voor het eerst kwamen kijken, stonden overal langs de wand prachtige vitrinekasten. Dikke laag stof erop, maar verder nog helemaal intact. Zelfs de oorspronkelijke verf zat nog op de deuren,” zegt Wijker opgetogen.

39


OO K N

Aan ventilatie worden vandaag de dag heel andere eisen gesteld. Maar Wijker vertelt dat ze de afzuiging nog steeds gaan doen via de bestaande rozetten. “We proberen de installaties die nu nodig zijn waar mogelijk weg te werken en het gebouw zoveel mogelijk onaangetast te laten.”

Nulstand Al in 2010 deed Merk-X mee met een prijsvraag voor de renovatie van het Groote Museum. Sindsdien wordt er geschaafd aan plannen en ontwerpen. Dat gaat niet altijd snel omdat naast opdrachtgever Artis, ook Monumentenzorg aan tafel zit. “Over allerlei details zijn discussies. Na de ingebruikname van het museum in 1857 zijn er regelmatig aanpassingen gedaan aan het interieur en exterieur. Een van de belangrijkste vragen is steeds ‘ga je terug naar de nulstand of naar een fase daarna’. Monumentenzorg is in de meeste gevallen voor de nulstand, maar dat is niet altijd de beste oplossing. Ik zal zo enkele voorbeelden laten zien,” belooft Wijker. In het vernieuwde Groote Museum worden de eerste en

(

VOOR OUDERS MET KINDEREN ZIJN DEZE TRAPLEUNINGEN EEN NACHTMERRIE

)

de zolderverdieping straks weer ingericht als museum. Er komt een permanente tentoonstelling over de relatie tussen mens en natuur. Het ontwerp hiervoor wordt gemaakt door KossmandeJong, het bureau dat ook museum Micropia op het Artisterrein heeft ingericht. Op de beganegrond van Het Groote Museum wordt de sociale functie in ere gehouden. De zalen worden gerenoveerd en straks weer gebruikt voor lezingen, feesten en recepties.

Nieuwe toevoeging “Laten we even de kelder in gaan,” stelt Wijker voor. Via een tijdelijke houten bouwtrap daalt hij af naar de ondergrondse verdieping; een donkere, betonnen ruimte, slechts verlicht door een bouwlamp. Deze kelder is nieuw toegevoegd aan het gebouw. “We hadden ruimte nodig om de verschillende bezoekersstromen te reguleren. En hier komt straks de nieuwe ontvangst met toiletten en garderobe met lockers. Die konden we niet kwijt in het bestaande gedeelte zonder allerlei ingrepen en dat willen we zo veel mogelijk vermijden.” Om aan de huidige wet en regelgeving te voldoen is het soms onontkoombaar om ingrepen te doen. Als voorbeeld geeft Wijker het open trappenhuis dat centraal in het gebouw ligt. Terwijl hij voorgaat over de treden, laat hij het probleem zien. “De spijlen van deze trapleuningen staan veel te ver uit elkaar. Voor ouders met kleine kinderen een nachtmerrie. Waarschijnlijk kwamen hier vroeger niet veel kinderen,” vermoedt Wijker. Eenmaal

Koningszaal

40

Entreehal

Keuken

Entre


Een ander voorbeeld waarover veel gesproken is, laat Wijker zien op de begane grond. “Deze ramen hadden oorspronkelijk heel diepe neggen waardoor je een dramatische schaduwwerking krijgt. Later is daar voorzetglas voor geplaatst, dat zie je nu nog. Het liefst zouden we dit in originele staat terugbrengen, maar omdat deze zalen verhuurd gaan worden voor feesten en partijen, moeten we voldoen aan strenge akoestische voorwaarden. Dus is er gekozen voor een tussenoplossing die zo dicht mogelijk bij het oorspronkelijke beeld blijft.”

projectomschrijving

Concessies Bij een omvangrijk project als dit, kunnen over alle details discussies ontstaan tussen de betrokken partijen. Om dat zo efficiënt mogelijk te laten verlopen, zitten bij de renovatie van Het Groote Museum opdrachtgever Artis en ook Monumentenzorg bij alle ontwerpoverleggen aan tafel. Uitgangspunt van Monumentenzorg is om het gebouw zoveel mogelijk in originele staat terug te brengen, maar dat is niet in alle gevallen haalbaar. Waar het gaat om het exterieur probeert Merk-X zoveel mogelijk het beeld uit 1857 terug te krijgen. “We moeten wel concessies doen. Zo had het gebouw veel ornamenten en ook rondom balkons op de eerste verdieping. In de jaren ’60 is veel daarvan gesloopt vanwege de onderhoudskosten. We kunnen dit niet helemaal herstellen, maar gaan wel geornamenteerde lijsten om de ramen terugbrengen als herinnering aan de verdwenen balkons.”

Oude glorie En die vitrinekastdeuren met dat dunne glas op de verdiepingen, zijn die wel bezoekerproof? “Nee dat kunnen we helaas niet zo terugplaatsen, dat is veel te riskant. Maar we willen het glas wel graag gebruiken en hebben daarom nu een aantal proeven gedaan. Waarschijnlijk gaan we het glas lamineren en daaromheen een heel plat stalen frame,” vertelt de architect. Voordat het Groote Museum in oude glorie is hersteld, zijn er vermoedelijk weer wat jaren verstreken. Maar de nieuwe kelder ligt er en binnenkort wordt gestart met de buitenkant. “Voor we met het interieur kunnen starten, moet Artis eerst de financiering rond hebben. Dat kost ook tijd. Maar ik denk dat we over een jaar of vijf een prachtig nieuw museum hebben in Amsterdam.” 1 — 2018

eehal

op de eerste verdieping laat hij zien dat ook de balustradehekjes veel lager zijn dan tegenwoordig vereist. “We laten de hekjes en leuningen intact omdat ze zo prachtig gemaakt zijn, kijk wat een mooie krullen in het hout.” Wel heeft Merk-X een nieuw element bedacht dat ervoor komt voor de veiligheid. “We laten duidelijk zien dat het een nieuwe toevoeging is en proberen het oude zo min mogelijk te verstoren.”

Bar Entree museum museum

Tijgerzaal

Keuken

Begane grond grond Begane

41


D<<>/:<>ZE Ͳ ǀĞƌƚƌŽƵǁĚĞtŝŶĚŽǁƐŽŵŐĞǀŝŶŐ Ͳ ƵŝƚŐĞďƌĞŝĚĞƚƌĂŝŶŝŶŐƐŵŽŐĞůŝũŬŚĞĚĞŶ Ͳ ĐĞŶƚƌĂůĞƚƌĂŝŶŝŶŐůŽĐĂƚŝĞEƵƚŚ Ͳ ŽŶůŝŶĞƚƌĂŝŶŝŶŐ Ͳ ŝŶŚŽƵƐĞƚƌĂŝŶŝŶŐ Ͳ ƵŝƚŐĞďƌĞŝĚĞŐĞǀŽƌĚĞƌĚĞƚƌĂŝŶŝŶŐĞŶ

D<<>/:<KEdtZWE

D<<>/:<KE^dZhZE Ͳ ƚŽƚŝŶĚĞŬůĞŝŶƐƚĞĚĞƚĂŝůƐ Ͳ ŵĞƚĞĞŶŐĞďƌƵŝŬƐǀƌŝĞŶĚĞůŝũŬĞŝŶƚĞƌĨĂĐĞ Ͳ ϭŽƉϭŵĞƚĚĞǁĞƌŬĞůŝũŬŚĞŝĚ

Ͳ ĐƌĞģƌĞŶŝŶƐůĞĐŚƚƐĞŶŬĞůĞƐƚĂƉƉĞŶ Ͳ ŽŶƚǁĞƌƉĞŶƐŶĞůŵĞƚ͞ĚƌĂŐ ΘĚƌŽƉ͟ Ͳ ǁŝũnjŝŐŝŶŐĞŶnjŽŶĚĞƌŽƉŶŝĞƵǁƚĞƚĞŬĞŶĞŶ Ͳ ŝŵƉŽƌƚĞĞƌĚŝƌĞĐƚƵŝƚ'ŽŽŐůĞϯtĂƌĞŚŽƵƐĞ ŽĨŝŵƉŽƌƚĞĞƌĞĞŶĂŶĚĞƌϯďĞƐƚĂŶĚ Ͳ WĂůĞƚƚĞΛǁŽƌŬ ŐĞŬŽƉƉĞůĚŵĞƚĚŝŐŝƚĂůĞ ůĂƐĞƌĂĨƐƚĂŶĚŵĞƚĞƌǁĂĂƌŵĞĞŵĂƚĞŶĚŝƌĞĐƚ ŽǀĞƌŐĞŶŽŵĞŶǁŽƌĚĞŶŝŶŚĞƚŽŶƚǁĞƌƉ͘

D<<>/:<WZKhZE Ͳ ƌĞĐŚƚƐƚƌĞĞŬƐŶĂĂƌĂůůĞEŵĂĐŚŝŶĞƐ Ͳ ƌĞĐŚƚƐƚƌĞĞŬƐŶĂĂƌnjĂĂŐŽƉƚŝŵĂůŝƐĂƚŝĞ Ͳ ƌĞĐŚƚƐƚƌĞĞŬƐŶĂĂƌZWƐLJƐƚĞŵĞŶ

D<<>/:<WZ^EdZE Ͳ ĨŽƚŽƌĞĂůŝƐƚŝƐĐŚƌĞŶĚĞƌĞŶďŝŶŶĞŶϭŵŝŶƵƵƚ Ͳ ďĞůĞĞĨĞĞŶŽŶƚǁĞƌƉŝŶϯϲϬΣ WĂůĞƚƚĞDKs ĂƉƉ͘ Ͳ ĐƌĞģĞƌŵĂŬŬĞůŝũŬĞĞŶŵŽŽĚďŽĂƌĚ͕ǁĞƌŬƚĞŬĞŶŝŶŐĞŶͬŽĨ ŵĂĂƚƚĞŬĞŶŝŶŐ Ͳ ůŽŽƉĚŽŽƌƵǁŝŶƚĞƌĂĐƚŝĞǀĞŽŶƚǁĞƌƉŵĞƚWĂůĞƚƚĞsZ

ǁǁǁ͘ƉĂůĞƚƚĞĐĂĚ͘Ŷů ͮ ŝŶĨŽΛƉĂůĞƚƚĞĐĂĚ͘Ŷůͮ нϯϭ;ϬͿϰϱϱϲϱϬϳϮϬ

IHC INTERIOR

IHC INTERIOR interior@royalihc.com www.ihcinterior.com


Nieuw Design en vormgeving

RUIMTE VOOR INDIVIDUELE VORMGEVING

• Verschillende metaaloppervlakken • Optioneel met eigen logo of merk • 50% waterbesparing door duospoeltechniek

(0592) 415074 info@tece.nl www.tece.nl


OO K N

Ambacht en innovatie in het Textiellab Tekst

Bureau Bax

Beeld

Tommy de Lange/Textielmuseum

Breien, Textiellab Foto: Tommy de Lange/Textielmuseum

44


“Een bijzonder project waaraan we hebben bijgedragen, was de restauratie van het interieur van de Koninklijke Industrieele Groote Club in Amsterdam. Voor de bibliotheek moest een wandbespanning gemaakt worden in de stijl van de originele wandbespanning op de eerste etage. ZZDP architecten is toen in onze museumcollectie op zoek gegaan naar een patroon uit het begin van de twintigste eeuw en vond een mooi Art Nouveau design van Theodoor Nieuwenhuis. Onze productontwikkelaar, die het project begeleidde, heeft Nieuwenhuis' design draad voor draad in een computergestuurd programma overgetekend en daarna geweven. Dat was een gigantische klus, maar het resultaat is een prachtige, klassiek ogende bespanning die voldoet aan de moderne eisen van brandveiligheid.” Is dit project typerend voor wat jullie doen?

“Nee, eigenlijk niet. Veel vaker hebben we te maken met ontwerpers die nieuwe concepten bedenken. Waarbij een bestaand monument het uitgangspunt kan zijn. Een mooi voorbeeld is de Statenzaal in het Noordbrabants museum in s-Hertogenbosch. Kiki van Eijk ontwierp voor deze prestigieuze zaal met glas-in-loodramen en eiken lambrisering een kobalt blauwe wandbespanning, jacquardgeweven in een patroon geïnspireerd op origami. Op het blauw heeft ze in felrood silhouetten geborduurd die verwijzen naar figuren op de wapen-

schilden die de zaal oorspronkelijk decoreerden. Het is een fantastisch nieuw ontwerp dat heel goed past in de klassieke omgeving.”

1 — 2018

Is het Textielmuseum wel eens bij restauratieprojecten betrokken?

interview met Hebe Verstappen

Het Textielmuseum in Tilburg is niet alleen een museum over de geschiedenis van de textielindustrie, maar ook een werkplaats voor ontwerpers. Er wordt computergestuurd gebreid en geweven, handmatig getuft en op een machine uit 1850 worden banden, koorden en franjes gemaakt. “Het Textielmuseum borgt het voortbestaan van traditionele textieltechnieken en stimuleert de toepassing ervan in bijzondere innovatieve projecten,” vertelt hoofd Textiellab Hebe Verstappen.

Waarvoor kunnen interieurarchitecten in het Textielmuseum terecht?

“Het Textielmuseum bestaat uit een museum en een lab. Het museum is een bron van informatie over textielambachten, -technieken, materialen, patronen en recepten waaruit interieurarchitecten, ontwerpers, kunstenaars en studenten veel inspiratie en ideeën kunnen putten. In het Textiellab kunnen ze aan de slag en hun ideeën onderzoeken, ontwikkelen en maken. We hebben een team van vakspecialisten die helpen. Wevers die nog van hun grootouders hebben leren weven en aan het geluid van de machine horen of iets wel loopt. Ook hebben we programmeurs die weten hoe je onze geavanceerde brei- en weefmachines bestuurd. Maar bijvoorbeeld ook iemand die alles weet van de 19e eeuwse machines op de passementafdeling. Het is erg leuk om met onze specialisten te werken. Daar leer je als ontwerper ontzettend veel van. Omdat je ernaast staat, kan je zeggen ‘stop, hier moet t anders’. Een ontwerp kan centimeter voor

(

OP DE BREIAFDELING WERKEN WE STEEDS VAKER MET INTERIEURARCHITECTEN

)

45


OO K N

centimeter worden gefinetuned. Dat is niet vergelijkbaar met het bestellen van een geprinte stof of zoveel meter gordijnstof. Naast onze eigen vakspecialisten hebben we een heel netwerk aan toeleveranciers en partners. Van mensen die weten hoe je garens spint tot mensen die weten hoe je een bepaald doek vuilafstotend of brandvertragend maakt, en mensen die doeken op frames of akoestische panelen kunnen spannen.”

(

OUDE TECHNIEKEN KUNNEN DOOR KLEURGEBRUIK EN MATERIAALKEUZE EEN SUPERGELIKT RESULTAAT GEVEN

)

Welke textieltechnieken heeft het Textiellab in huis?

“We hebben computergestuurde weefmachines waarop gordijnstoffen, meubelstoffen, wandbespanningen en wandkleden gemaakt kunnen worden. De wandbespanningen voor de Koninklijke Industrieele Groote Club en de Statenzaal in het Noorbrabantsmuseum zijn hierop gemaakt. Ook hebben we computergestuurde breimachines. Voor een architectenbureau in Amerika hebben we onlangs gouden ajourbreisels gemaakt van een bijzondere visdraad en doorschijnend monofilament met een gouden, metallic look. Supermooi. De breisels zijn op frames gespannen en duiden compartimenten aan in het restaurant van een chic hotel. Op de breiafdeling werken we vooral met modeontwerpers en productdesigners, maar steeds vaker ook met interieurarchitecten. Naast het weven en breien hebben we een aantal technieken die we handmatig doen zoals borduren en tuften waarbij met een soort luchtpistool ‘uutjes’ door een stramien geschoten worden zodat een hoogpolig tapijt ontstaat. Getufte karpetten worden veel toegepast op wanden en vloeren. De garens die we hiervoor gebruiken verven we met natuurlijke verfstoffen. Als ontwerper kan je dus je eigen kleurenpalet samenstellen en je karpet helemaal van scratch opbouwen. En dan hebben we nog de passementafdeling met machines uit de periode 1850-1900 waarop ribbons, bandjes, koorden, kwastjes en flosjes gemaakt kunnen worden.”

ding in de ruimte hangen. Heel cool. En voor ons eigen entreegebouw bedacht Müller Van Tol lamellen overtrokken met gebreide tubes. Oude technieken kunnen door kleurgebruik en materiaalkeuze een supergelikt en modern resultaat geven. Sinds 2016 hebben we een medewerker die speciaal de wereld rondreist op zoek naar interessante garens. Garens uit de medische industrie of uit de bouw die bijvoorbeeld gebruikt worden om doeken voor dijkverzwaring van te maken of om elektriciteit te geleiden. Door dit soort garens te gebruiken in inrichtingsprojecten krijg je bijzondere kruisbestuivingen. Dat is ook hoe we onze rol als Textielmuseum zien: als linking pin tussen verschillende werelden en toepassingen.” Gaat er veel tijd zitten in de ontwikkeling van nieuwe textielontwerpen?

“Vooral bij grote interieurprojecten gaat er vaak wel een of twee jaar overheen. In april dit jaar was de opening van de Qatar National Library in Doha die ontworpen werd door het Nederlandse architectenbureau OMA. Petra Blaisse van Inside Outside ontwierp hiervoor in samenwerking met het Textiellab 700 meter gordijn dat het auditorium in de grote hal van de bibliotheek omsluit. Dit project ging al in 2014 van start! Blaisse testte ontelbare weefbindingen om te kunnen voldoen aan zowel esthetische als technische eisen. De Cosmic Curtain moest onder andere kleurvast, glanzend, brandvertragend en flexibel genoeg zijn om via horizontale en diagonale rails te openen en te sluiten. De keuze voor het materiaal viel op een viscose raffia met een diepe metaalachtige glans en kreukelige textuur. Raffia kwam op de markt voor van die Chaneltasjes! Het garen werd helemaal met de hand geverfd. De binnenkant verschuift van diepzwart naar donkerblauw, met planeten en sterren in verschillende tinten zilver. De buitenkant bevat hetzelfde patroon, maar dan in mat en glanzend wit. Verwijzend naar het contrast tussen dag en nacht. Het is ongelooflijk hoeveel erfgoed en kennis over textiele technieken er in één meter van dit gordijn zit.”

Worden die machines nog gebruikt?

46

“Ja zeker. We werken veel met creatieve bureaus die die oude technieken op een nieuwe manier interpreteren. Zo hebben we met Studio Müller Van Tol voor het interieur van het Nederlandse Instituut voor ecologie in Wageningen op de passementmachine dikke, superlange, felgroene koorden gemaakt die als een afschei-

Tuften, Textiellab Foto: Tommy de Lange/Textielmuseum


Dornbracht

Kranen in warme kleuren Tekst

Dornbracht

Beeld

Dornbracht

verkrijgbaar in de nieuwe oppervlakken Dark Platinum mat, Dark Brass mat en Dark Bronze mat, maar ook in de bekende oppervlakken platina mat en chroom.

Uitgebalanceerd en harmonisch Vaia is gebaseerd op de vormgevingsprincipes die kenmerkend zijn voor alle series van Dornbracht. Dankzij de vijf Pâ&#x20AC;&#x2122;s, proportie, precisie, progressiviteit, persoonlijkheid en performance, ontstaat een blijvende, duurzame esthetiek die zich ook in de nieuwe Vaia serie manifesteert: de proporties zijn uitgebalanceerd, harmonisch en exact. Het design wordt gekenmerkt door heldere lijnen en precieze overgangen. De serie is excellent afgewerkt en tot in de kleinste details uitgevoerd. Vaia pakt actuele ontwikkelingen in interieurdesign op, bootst deze echter niet na, maar interpreteert ze opnieuw en draagt bij aan een progressieve inrichtingsstijl. dornbracht.com/vaia

1 â&#x20AC;&#x201D; 2018

Sinds de introductie in 2017 is de mengkranenserie Vaia van Dornbracht een succes. De serie werd ontworpen door ontwerpstudie Sieger Design en valt op door zijn elegante en tegelijk vooruitstrevende vorm. De Vaia collectie is nu ook verkrijgbaar in de kleur Platinum mat en vanaf augustus komt daar Dark Brass mat en Dark Bronze mat bij. De Vaia collectie van Dornbracht is ontworpen door Sieger Design en bevat mengkranen en accessoires voor wastafel, bidet, douche en ligbad. De mengkranenserie is geĂŻnspireerd op de interieurtrend Traditional Style. De uitloop van de kraan heeft een vertrouwd en tegelijk vernieuwend silhouet. De klassiek aandoende grepen zijn verkrijgbaar als kruisgrepen of hendel. Conische rozetten zorgen voor een vloeiende overgang naar de wastafel. De kraan past zowel in klassieke en moderne badkamers als in ruimtes waar deze stijlen worden gecombineerd.

Zijdematte kleurnuances In april op de Salone del Mobile in Milaan werden in de Vaia reeks drie nieuwe kleuren gelanceerd: Dark Platinum mat (nu al leverbaar), Dark Brass mat en Dark Bronze mat (beide beschikbaar vanaf augustus). De warme uitstraling van deze diepe tinten geeft een weldadig gevoel aan elke badkamer. De nieuwe oppervlakken worden gekenmerkt door donkere, zijdematte kleurnuances en zijn licht geborsteld. Met hun zachte en aardse uitstraling staan de kranen voor authenticiteit en behaaglijkheid. De Vaia collectie is niet alleen

47


OO K N

CC /// water tower Tekst

Tobias Vandenbosch

Beeld

Rudolf van der Ven

Tobias Vandenbosch, oprichter van conversion works, stuitte in 2009 toevallig op de plannen voor een watertoren in hartje Pajottenland. “De droom om daar ooit een kantoor te hebben was geboren,” vertelt hij. Voordat zijn studio erin trok, ging architect Bart Lens aan de slag. Hij voerde werken aan de liftschacht uit met het atypische, onregelmatige metselwerk. Daarna begon een drie jaar durende renovatie door conversion works zelf. Vandenbosch: “De watertoren, en specifiek de ruimte die als salon en bibliotheek dienst doet, is een ideale plek voor bedrijfsevents, seminaries, teambuildings en brainstorms. In de hangende ‘donut bib’ kunnen onze designers interieurboeken raadplegen om vervolgens in de ligzetel met prachtig vergezicht hun creativiteit de vrije loop te laten gaan. Daarnaast is de Kvadrat Cloud Cocon constructie zowel een esthetische als functionele oplossing.” Het renoveren van de watertoren past perfect in het DNA van conversion works. “Onze passie is het renoveren en restaureren van oude gebouwen met een historische en architecturale waarde die geen bestemming meer hebben, zoals deze watertoren, een bunker uit WO II of kerken. Maar ook lofts toveren wij om tot inspirerende plekken.” 

48


project in beeld 1 â&#x20AC;&#x201D; 2018

project locatie opdrachtgever architect interieurarchitect website

C/// water tower Lembeek, BelgiĂŤ conversion works Bart Lens conversion works studio conversionworks.eu

49


TOTAALEVENEMENT MET FOCUS OP PRODUCTINNOVATIES VOOR ARCHITECTEN, INTERIEURARCHITECTEN EN VOORSCHRIJVERS

ARCHITECT @WORK THE NETHERLANDS

ARCHITECT MEETS INNOVATIONS Rotterdam Ahoy 12-13 september 2018 7° editie - 13:00-20:00 THEMA: ARCHITECTUUR & LICHT < EXHIBIT Lovely Light by MATERIA < IMAGES by DAPh < SEMINARS - DONDERDAG 13 SEPTEMBER - 13:30 Landscape of the future / Artist and Innovator Daan Roosegaarde

eer r t s i Reg t code me 888 19

ORGANISATIE Beurzen Adviesbureau T 030 298 22 93 netherlands@architectatwork.com @ATW_INTL #ATWNL @architect_at_work WWW.ARCHITECTATWORK.NL

CANADA

TURKEY

NORWAY

SWEDEN

DENMARK

SPAIN

ITALY

SWITZERLAND

AUSTRIA

GERMANY

UNITED KINGDOM

FRANCE

LUXEMBOURG

THE NETHERLANDS

BELGIUM




Haal de natuur naar binnen

Ambius Greenwall ƽ9RMIOW]WXIIQ ƽ4ZIVEPXITPEEXWIR ƽ,IIR[EXIVEERWPYMXMRKRSHMK ƽ)MVIGXIIRKVSIRI[ERH ƽ&QFMYWZIV^SVKXLIXZSPPIHMKISRHIVLSYH

Ambius is marktleider in het leveren, ontwerpen en onderhouden van interieurbeplanting. Ambius zorgt voor een totaalbeleving. Voor meer informatie over verticale tuinen, buitenbeplanting, verse bloemen, zijden bloemen, geurbeleving, fruit, kerstdecoraties en sfeerplafonds kijk op www.ambius.nl of bel met 0800-2600100.

Enhancing lives


OO K N

S Q-M

SNEŠKA QUAEDVLIEG-MIHAILOVIĆ FUNCTIE Secretaris-generaal ORGANISTATIE Europa Nostra

(

SV

A VS

)

HET SAMENGAAN VAN VERLEDEN, HEDEN EN TOEKOMST IS DE SLEUTEL TOT EEN GESLAAGD HUWELIJK

)

ANDRÉ VAN STIGT FUNCTIE Architect BUREAU Architectenbureau J. van Stigt

(

EV

REGELS EN REGULERINGEN ZIJN ER OM ONS TE BESCHERMEN TEGEN WILLEKEUR EN INCOMPETENTIE

SONJA VANBLAERE FUNCTIE Administrateur-generaal ORGANISTATIE Agentschap Onroerend Erfgoed

(

52

S Q-M

De wetten en regels rondom beschermd erfgoed zijn te streng en te beperkend. Interieurarchitecten moeten meer ruimte krijgen zodat zij op een verantwoorde manier monumenten bruikbaar kunnen maken voor de toekomst.

DE VRAAG IS STEEDS: IS DIT BELEID EN WET OF IS HIEROVER NAGEDACHT?

)

EDITH VERMEIREN FUNCTIE Architect BUREAU Erfgoed & Visie

(

ONROEREND ERFGOED EN REGELGEVING ZIJN NOOIT EEN ZWART-WIT VERHAAL

)

“Erfgoed is niet statisch en onveranderlijk door de tijd. Alle erfgoed, of het nu gaat om interieurs, monumenten of tradities, is voortdurend aan verandering onderhevig. Elke generatie heeft het recht, misschien zelfs wel de plicht, om het opnieuw te interpreteren en te duiden. Zonder die hedendaagse relevantie heeft erfgoed geen kans op een toekomst. Dat geldt evenzeer voor restauraties van historische interieurs. Het is een delicate balans tussen vernieuwing en respect, tussen passie en terughoudendheid. Europa Nostra, als Europees vertegenwoordiger van landelijke en regionale erfgoedorganisaties, legt in dit Europese Jaar van Cultureel Erfgoed de nadruk op een belangrijk aspect; synergie. Dat betekent dat we iedereen aansporen om over de muren van het eigen vakgebied heen te kijken en met een open blik samen te werken met andere disciplines. Het Europese Jaar is een jaar van bruggenbouwers. Erfgoedrestauraties zijn complex en meerlagig: woonhuizen worden musea, fabrieken creative hubs en kerken ontvangstruimtes. Dit ingewikkelde samenspel mag niet gaan over regeltjes en reguleringen, het moet gaan over visie, over duurzame oplossingen en ja, over liefde voor het monument of interieur in kwestie. Maar (interieur)architecten mogen net als alle andere professionals niet denken dat hun eigen visie de enige juiste is. Vakkundigheid is essentieel en vergt de erkenning van goed getrainde professionals in heel het restauratieproces. Regels en reguleringen zijn er om ons te beschermen tegen willekeur en incompetentie. Willen we af van te strenge en beperkende regels dan moet de discussie worden aangegaan met niet aan het project gebonden experts uit andere disciplines. Multidisciplinaire samenwerking is noodzakelijk en verrijkend, het leidt tot een verantwoord, transparant proces dat zorgt voor (nog) betere resultaten.”

SV “Vlaanderen kent amper 13.000 beschermde monumenten. Zij vertegenwoordigen het collectieve geheugen van onze woon- en leefgeschiedenis en vormen een staalkaart van het beste patrimonium dat Vlaanderen rijk is. Een monument is steeds beschermd met het ‘nagelvaste’ interieur, zoals stucwerk, een schouwmantel, een lambrisering, een trap, plafonddecoraties, een glasraam. Roerende goederen, zoals meubilair, schilderijen, winkelinrichting zijn mee beschermd als ze expliciet zijn opgenomen in het beschermingsbesluit. De regelgeving is er om garanties te bieden dat deze erfgoedwaarden op een onderbouwde, oordeelkundige en kwaliteitsvolle manier behouden blijven. Dit wil niet zeggen dat we het bevriezen of onder een glazen stolp steken. Integendeel, dit wil zeggen dat het zowel de taak van de erfgoedconsulent, als van de interieurarchitect en de eigenaar is om het erfgoed op een duurzame en kwaliteitsvolle manier over te dragen


“Ik heb veel ervaring met de restauratie, renovatie en herbestemming (revitalisatie) van historische en veelal monumentale panden zoals het Groot Handelsgebouw in Rotterdam, het Olympisch Stadion, tramremise De Hallen en de Graansilo’s in Amsterdam. Veel van deze panden werden van de sloop gered en door middel van creatieve ontwerpen en goede samenwerking met opdrachtgever, gemeentelijke partijen, omwonenden en (toekomstige) gebruikers omgetoverd tot monumentaal erfgoed dat er weer een lange tijd tegenaan kan. Vanuit mijn praktijk heb ik geleerd dat drie zaken fundamenteel zijn als het gaat om erfgoed. Het eerste uitgangspunt is luisteren naar het gebouw en samen met de opdrachtgever passende gebruiksfuncties zoeken. Het tweede is duurzaam beheer en gebruik. Een lange termijnvisie is essentieel. Het derde is de vorming van een vitale coalitie waarin ook overheden meedenken. Ga hierbij uit van een faciliterende overheid (in plaats van subsidie of vrijstelling). Wet- en regelgeving is als anker en bescherming nodig gebleken, maar vanuit deze uitgangspunten mag om extra vrijheid gevraagd worden. De vraag is steeds, vrij naar Jan Schaefer: Is dit beleid en wet of is hierover nagedacht? Het bruikbaar maken van monumenten, feitelijk van alle bestaande vastgoed, is een vak apart dat om een samenhangende aanpak,

EV “Erfgoed & Visie is sinds 1985 actief in de Onroerend Erfgoedsector. De teller van onze projecten staat momenteel op 208, dus we hebben al wat watertjes doorzwommen wat betreft restauratie- en herbestemmingsprojecten. Over beschermde monumenten wordt vaak gedacht dat er weinig kan of mag, maar dat klopt maar gedeeltelijk. Bij de uitwerking van een herbestemmingsproject of een restauratie is het belangrijk om een juist toetsingskader te gebruiken om ingrepen voor te stellen. Een monument of onroerenderfgoedsite is beschermd omwille van bepaalde waarden. Die waarden staan altijd geformuleerd in het beschermingsbesluit. Oudere beschermingsbesluiten blijven vaak relatief vaag over die waarden. Soms wordt enkel de waarde al dusdanig vermeld: bijvoorbeeld historische waarde, cultuurhistorische waarde of architecturale waarde. In recente beschermingsbesluiten zijn naast die waarden ook de erfgoedelementen- of erfgoedkenmerken genoteerd en zijn er zelfs beheersmaatregelen geformuleerd. De kernwaarden, de erfgoedkenmerken en -elementen dienen bij een herbestemmingsproject uiteraard als basis genomen te worden om af te toetsen of ingrepen al dan niet aanvaardbaar zijn. Het is bijgevolg zaak om deze kenmerken en elementen goed in kaart te brengen en om een grondige analyse te maken, dit geldt temeer voor monumenten en sites die al lang beschermd zijn. Niet alle elementen zijn even waardevol in een beschermd goed. Bovendien gebeurt het ook vrij zelden dat een monument in de loop der de tijd geen verbouwingen of wijzigingen heeft gekend. Ook die aanpassingen dienen in kaart gebracht te worden. Sommige aanpassingen zijn kwaliteitsvol gebeurd. Ze kunnen beschouwd worden als een versterking van de erfgoedwaarden en geven een extra betekenislaag aan een monument. Andere aanpassingen zijn mogelijk ad hoc gebeurd, eventueel weinig doordacht of zonder rekening te houden met de intrinsieke kwaliteiten van een pand. Die aanpassingen hebben dan vaak een negatief effect op de erfgoedwaarden en kunnen dus beter verwijderd worden. Bovendien is het ook zaak om een waardenstelling van een pand heel erg in detail uit te werken en in de zones waar de minste erfgoedwaarden aanwezig zijn of waar de erfgoedelementen niet van doorslaggevend belang zijn, kan afgewogen worden om in nieuwe kwaliteitsvolle ingrepen te voorzien. Onroerend erfgoed en regelgeving zijn bijgevolg nooit een zwart-wit verhaal. Grondige studie is noodzakelijk en doordachte keuzes kunnen altijd gemaakt worden waardoor een kwaliteitsvol eigentijds project absoluut slaagkansen heeft.”

1 — 2018

A VS

visie en samenwerking vraagt. Noodzaak is vooral ook vanuit de duurzaamheidsopgave om monumenten niet alleen bruikbaar maar ook betaalbaar te houden.”

stelling

aan toekomstige generaties. Het gaat erom de karakteristieken van het erfgoed te behouden, zichtbaar en leesbaar te maken in een duurzaam en kwaliteitsvol ontwerp dat het gebouw laat beantwoorden aan huidige kwaliteits-, comfort- en gebruikersverlangens en -eisen. Het samengaan van verleden, heden en toekomst vormt de sleutel tot een geslaagd huwelijk. De regelgeving is het middel om te waken over dit verbond. Vele initiatieven en realisaties in Vlaanderen tonen het succes van deze aanpak: Maison Thimister in Diest, restaurant Volta in Gent, de pastorie van Mespelaere in Dendermonde, kasteel Vranckx in Laakdal. De technologische vooruitgang maakt het mogelijk moderne technologie toe te passen die de erfgoedwaarden niet bedreigt. Op het digitaal portfolio ‘erfgoed in de kijker’ (https://portfolio.onroerenderfgoed.be/) en op de website van het Agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be) zijn diverse projecten en instrumenten te vinden die hiermee samenhangen zoals een onderzoeksrapport voor energiezuinige maatregelen in monumenten met woonfuncties, het afwegingskader zonne-energie in een erfgoedcontext en de samenwerkingen met de Vlaams Bouwmeester voor het projectbureau herbestemming kerken (www. vlaamsbouwmeester.be). De erfgoedzorg in Vlaanderen staat kortom niet stil en hecht het allerhoogste belang aan het meest waardevolle patrimonium van Vlaanderen. Samen met interieurarchitecten, ontwerpers en eigenaren verzekeren we de toekomst van het erfgoed meer dan dat we ooit met een glazen stolp konden.”

53


partners BNI

partners AiNB


BRANDED CONTENT

Gloednieuw Stone Gallery: 3.300m² vol verrassende natuursteen Beltrami staat gekend voor haar rijke expertise en constante creatieve innovatie in natuursteen. Recent opende de Harelbeekse groothandel een gloednieuwe en ongezien weidse platenhal voor zijn omvangrijke collectie natuursteenplaten. Op een oppervlakte van 3.300m² worden ruim 800 verschillende types natuursteen voorgesteld. Door een uitgekiende inrichting en aangepaste verlichting zijn al deze platen te bewonderen in ideale lichtomstandigheden. Het concept is uniek in de Benelux. Verlengstuk showroom en buitenpark De nieuwe Stone Gallery ligt in het verlengde van de bestaande toonzaal met aangelegd buitenpark, zelf ook goed voor zo’n 1.650m². “Daar voeren we met de (interieur)architect en zijn klant eerst een verkennend gesprek, waarbij we bepalen voor welke toepassing (tegels voor binnen of buiten, platen voor interieurafwerking en maattegels), naar welke stijl en materialen én naar welke afwerking de architect op zoek is,” legt Interior Design & Architecture Manager Caroline Coppens uit. “Daarna gaan we in de Stone Gallery de natuursteenplaten bekijken en selecteren die het best bij de keuze van hun project aansluiten. Door de

schikking van de platen kan men ze zowel van dichtbij als vanop een ruime afstand zien. Door de imposante glaspartijen in de hal, hebben we er zo voor gezorgd dat er voldoende daglicht naar binnen valt om de platen in de juiste omstandigheden tot hun recht te laten komen.” 800 verschillende types natuursteen In de nieuwe Stone Gallery krijgen zowel populaire, als nieuwe en exclusieve soorten natuursteenplaten de nodige ruimte en aandacht. Naast de klassieke marmers, donkere granieten en tijdloze kalkstenen kan men er ook eyecatchers als Fior di Bosco, Breccia Imperiale, Sahara Noir, Travertino Nero, Breccia Rosso, Invisible Grey-Gold of Eclipsa Bianca van dichtbij bewonderen, voelen, vergelijken en selecteren. Innovatie troef! Beltrami staat al meer dan 30 jaar gekend voor zijn rijke expertise en innovatieve aanpak in natuursteen. Continue is men op zoek naar nieuwe materialen, bijzondere formaten, originele afwerkingen en speciale toepassingen.

BELTRAMI - Venetiëlaan 22 - 8530 Harelbeke - T 056 23 70 00 - info@beltrami.be


Priva, de Lier


PIVOTDEUREN OP MAAT Het ANYWAYdoors ROOM DIVIDER ČūŠČĚƎƥŞîîŒƥĺĚƥŞūijĚŕǞŒūŞēĚƭƑĚŠ tot 5,5m² verderlicht te bedienen. De

geïntegreerde

‘Stealth

Pivot’

scharniertechniek met comfortsluiting DžĚƑŒƥ îČƥĿĚIJ ĿŠ ċĚĿēĚ ēƑîîĿƑĿČĺƥĿŠijĚŠ ĚŠŕîîƥēĚēĚƭƑŠîîƑDžĚŠƙǯǦʇȡǧǮǦʇūIJ ǕĚŕIJƙǩǬǦʇƑūƥĚƑĚŠȦ De compacte vloerbevestiging (zonder ĿŠċūƭDžēĚŕĚŠȴ ŕîîƥ ŞūŠƥîijĚ ūƎ îŕŕĚ ijîŠijċîƑĚ DŽŕūĚƑūƎċūƭDžĚŠ ƥūĚȡ ǕūDžĚŕ ċǞŠĿĚƭDžċūƭDžîŕƙƑĚŠūDŽîƥĿĚȦ

WIE DEURDENKT, DENKT ANYWAY De Belgische binnendeurenspecialist ANYWAYdoors biedt sinds 1995 een modern en functioneel alternatief voor ēĚ ŒŕîƙƙĿĚŒĚ ċĿŠŠĚŠēĚƭƑȦ sÞØÞ ŕĚijƥ ēĚ IJūČƭƙ ūƎ ĺūūijƥĚČĺŠūŕūijĿƙČĺĚȡ ēƭƭƑǕîŞĚ ĚŠ ūŠēĚƑĺūƭēƙDŽƑĿĚŠēĚŕǞŒĚ ŞîƥĚƑĿîŕĚŠȦŕŕĚēĚƭƑĚŠǕǞŠDŽūŕŕĚēĿijîIJijĚDžĚƑŒƥĚŠDžūƑēĚŠǧǦǦɼūƎŞîîƥijĚŞîîŒƥȦ

FLAGSHIP STORE MASSENHOVEN ǦǩǪǭǫǧǫǧǫ ĿŠIJūʀîŠNjDžîNjȦċĚ DžDžDžȦîŠNjDžîNjēūūƑƙȦċĚ

VERDELERS ƑƭijijĚ

ǦǪǯǬɊǨǯɊǬǫɊǨǪ

ƙƙĚŠ

ɤǩǧɊǫǯǨɊǩǭǧɊǫǦǦ

'ĚŠēĚƑŞūŠēĚ ǦǫǨɊǪǭɊǭǦɊǯǦ

ƑĚēî

ɤǩǧɊǧǬǮɊǩǭǦɊǧǨǬ

'ĿĚƎĚŠċĚĚŒ

¤ūƥƥĚƑēîŞ ɤǩǧɊǧǦɊǫǧǧɊǫǯǦǫ

eūƑƥƑǞŒ

ǦǧǧɊǨǬɊǨǧɊǨǯ ǦǪǯǬɊǫǧɊǬǯɊǦǦ

¹ĿŕċƭƑij

ɤǩǧɊǧǩɊǫǩǪɊǫǦǦǨ


Ervaar de uitgebreide DecoLegno collectie, 260 varianten in Decoratief Plaatmateriaal van Italiaans Design. Laat u inspireren en stel uw eigen MIX Factor samen.

www.decolegno.nl D E C O R A T I E F V A N

by

P L A A T M A T E R I A A L

I T A L I A A N S

D E S I G N

OO

12,50 euro

N

K

1 â&#x20AC;&#x201D; 2018

Profile for Elma Media

NOOK 2018#1 - BNI/AINB  

Nook is a publication by the BNI and the AiNB on interior architecture

NOOK 2018#1 - BNI/AINB  

Nook is a publication by the BNI and the AiNB on interior architecture