Page 1

omslag Linten

06-06-2007

17:37

Pagina 1

CAST is een lokaal architectuurcentrum dat op 1 juli 1995 werd opgericht om tegemoet te komen aan de sterk groeiende belangstelling voor architectuur en stedenbouw in Tilburg en omgeving. Doelstelling van CAST is de belangstelling voor, en het denken over architectuur, stedenbouw en landschap in de regio Midden-Brabant blijvend te stimuleren. Het centrum organiseert debatten, lezingen, symposia, workshops, excursies en tentoonstellingen en verzorgt regelmatig publicaties. CAST richt zich daarbij zowel op beroepsgroepen die zijn betrokken bij architectuur en stedenbouw, als op het brede publiek.

Inspiratie voor visie over de toekomst van een belangwekkend stelsel van afzonderlijke stadsstraten

linten


OPMAAK LINTEN2

06-06-2007

10:58

Pagina 1

Tilburgse linten Inspiratie voor visie over de toekomst van een belangwekkend stelsel van afzonderlijke stadsstraten

1

Tilburgse linten


OPMAAK LINTEN2

06-06-2007

10:58

Pagina 2

Inhoudsopgave

Inleiding

Inleiding

3

Startbijeenkomst Linten van Tilburg, 30.11.2006

5

Resultaten van de werkgroepen :

6

Werkgroep AS Architecten

7

Werkgroep Architectenburo JMW

13

Werkgroep Van Asten - Doomen

17

Werkgroep Architectenwerkgroep

21

Werkgroep Luijten| smeulders| architecten

25

Conclusies

29

Colofon

31

Tijdens het slotdebat van de manifestatie ‘Korvelseweg, architectuur als beleving’, op zondagmiddag 6 november 2005*, werd duidelijk dat er behoefte bestaat aan het ontwikkelen van een visie over de ruimtelijke verschijningsvorm van een aantal typisch Tilburgse straten: de linten. De panelleden van dat debat, te weten Els Aarts (toenmalig Wethouder Ruimtelijke Ordening), Jan Doms (kunstenaar en bewoner Korvelseweg), Peerke Hessels (winkelier Korvelseweg) en ondergetekende, alsmede het geïnteresseerde publiek, gaven unaniem aan dat het de hoogste tijd is gezamenlijk ideeën te generen die kunnen leiden tot het formuleren van een ‘Linten-visie’. Want visie, zo concludeerde discussieleider Ward Deckers afsluitend, op de toekomstige stedenbouwkundige en architectonische ontwikkelingen in karakteristieke straten als de Korvelseweg, Goirkestraat, Koestraat en Enschotsestraat, werd node gemist!** Dit idee is op verzoek van de gemeente Tilburg verder uitgewerkt door CAST, Centrum voor Architectuur en Stedebouw Tilburg. Dit heeft geresulteerd in een meerdaagse workshop waarvoor architecten, stedenbouwkundigen, studenten, opdrachtgevers (projectontwikkelaars, vertegenwoordigers woningcorporaties), middenstanders (winkeliers), bewoners en betrokkenen zijn uitgenodigd om in multidisciplinaire werkgroepen aan de slag te gaan. Doel van de workshop was om op basis van analyses van de huidige situatie, ruimtelijke wensbeelden op te roepen die ambities verbeelden. Met andere woorden: verbeeldingskracht in te zetten en gedachten visualiseren als ‘input’ voor een visie en voor een toekomstig beleid (regie, regelgeving, kader, bestemmingsplan en sturing) met betrekking tot de Tilburgse linten. Op 30 november 2006 vond een eerste informatieve bijeenkomst plaats in cultureel centrum De Poorten onder leiding van prof. ir. Jan Westra, architect en decaan van de afdeling bouwkunde van de Technische Universiteit Eindhoven. Twee maanden later, op 1 februari 2007, werden de eerste analyses en voorlopige resultaten gepresenteerd door vijf deelnemende werkgroepen. Weer een krappe twee maanden later, op 29 maart, toonden de werkgroepen de eindresultaten. Dit verslag is de weergave van deze gehele workshopperiode. Hierbij is in de eerste plaats gepoogd recht te doen aan de enorme inzet van allen die (belangeloos!) bijdragen aan de workshop hebben geleverd. In de tweede plaats is dit verslag uitdrukkelijk bedoeld als blader- en kijkdocument, als naslagwerk of voorbeeldboek voor allen die inspiratie willen opdoen bij het formuleren van visie over de linten van Tilburg. Gabriël Verheggen

Tilburgse linten

2

3

Tilburgse linten

*

In oktober en november 2005 stond een van de meest bijzondere Tilburgse straten in het middelpunt van belangstelling. Met de architectuur van het verleden, het heden en de toekomst als uitgangspunt werden diverse facetten van deze straat getoond. Deze manifestatie was een initiatief van Stichting Straat (Berry van Oudheusden en Peter van Hoogmoed).

**

Het slotdebat op ‘Slotdocument - Korvelseweg als beleving’, DVD, productie CAST en Stichting Kino, videoregistratie: Stichting Kino en I Vision


OPMAAK LINTEN2

06-06-2007

10:58

Pagina 4

Startbijeenkomst ‘Linten van Tilburg’ Voor de startbijeenkomst op 30 november 2006 ontvingen de werkgroepleden een briefing in de vorm van vier presentaties door achtereenvolgens: Sjoerd Cusveller, stedenbouwkundige o.m. afgestudeerd op de karakteristiek van de Tilburgse linten; Louis Houët, stedenbouwkundige en programmamanager stedelijke inrichting gemeente Tilburg; Johan Dunnewijk, directeur-bestuurder woningcorporatie WonenBreburg te Tilburg, en Paul van der Grinten, architect en voorzitter van de Tilburgse welstandscommissie Deze vier sprekers gaven ieder hun visie op de Tilburgse linten en sloten hun verhaal af met een aantal (doel)stellingen of vragen die zij de werkgroepleden van de workshop als ‘input’ wilden meegeven. Stellingen van Sjoerd Cusveller 1 De linten van Tilburg zijn de identiteitsdragers van de (Oude) stad 2 De linten van Tilburg zijn ankerplaatsen van geschiedenis en gebeurtenissen, van herinnering en verwachting 3 De linten van Tilburg bieden ruimte aan een levende geschiedenis 4 De betekenis van de Linten van Tilburg is de waarde die gebruikers er aan hechten 5 Continuïteit is belangrijker dan architectonisch beeld 6 Relatie met achterland is belangrijker dan architectonisch beeld 7 Programmatische diversiteit is belangrijker dan architectonisch beeld 1910 Stellingen van Louis Houët 1 Ook anno 2006 vormen de Tilburgse linten nog de dragende structuur van de Oude Stad, zowel functioneel als ruimtelijk; 2 De Tilburgse lintenstructuur is uniek in Nederland en dient met alle middelen te worden gerespecteerd; 3 Deze cultuurhistorisch belangrijke structuur moet in functioneren en verschijningsvorm contrasteren met de verschillende tussengebieden; 4 Voor het waarborgen van deze contrasten kunnen stedenbouwkundige regelgeving en welstandscriteria worden ingezet; 5 De huidige instrumenten op deze gebieden zijn gegeven de volkshuisvestings-, verkeersen milieuaspecten en de geboekte resultaten niet meer / nog steeds valide; 6 Essentieel voor lintbebouwing is de eigen vernieuwingskracht. Bij a b d e

2006

Tilburgse linten

4

5

Tilburgse linten

deze stellingen formuleerde Houët tevens de volgende vragen: Worden deze stellingen gedeeld? In hoeverre biedt een verdere hiërarchie een oplossing? Welke stedenbouwkundige instrumenten zouden voorts kunnen worden ingezet? Welke architectonische instrumenten, vertaald naar stedenbouwkundige en welstandelijke termen zouden voorts kunnen worden ingezet?


OPMAAK LINTEN2

06-06-2007

10:58

Pagina 6

De Linten - werkgroep AS Architecten (AS)

(Doel)stellingen en opgaven van Johan Dunnewijk 1 Breng de sterktes en zwaktes, alsook de kansen en bedreigingen van (het huidige functioneren van) de historische linten objectief en samenhangend in beeld. Betrek de huidige gebruikers van de linten en de bewoners van de aansluitende woonbuurten - of de hen vertegenwoordigende organen - hier nadrukkelijk bij. 2 Ontwikkel op basis hiervan modellen / scenario’s die: - een duurzame ontwikkeling van de historische linten mogelijk maken: met andere woorden geef de linten een nieuwe betekenis en daarmee een nieuwe waarde; - of, waar dit gebruikstechnisch en of economisch niet mogelijk blijkt: opper alternatieven. Betrek daarbij ook de ontsluitingsopgaven voor de ‘achter- en tussengelegen’ woongebieden en de behoefte aan voorzieningen van de daar woonachtige mensen. 3 Formuleer op basis van (1) en (2) een beleidsmatig kader dat ter stimulering en sturing van de gewenste ontwikkelingsrichting dienst kan doen. In feite betreft het hier een advies of als u wilt een programma van eisen voor het gemeentebestuur.

Camiel van Stegeren Toon Tjin-A-Sie Dennis Koenen Elke Miedema Maartje van Bavel Rob Grim Bas Mol Juliëtte Boogers Jurgen Arts Dirk van Alphen Rob van der Westen

(AS architecten) (AS architecten) (AS architecten/student AAS 4e jaars) (student Avans, architectuur 4e jaars) (student Avans, architectuur 4e jaars) (student Avans, architectuur 4e jaars) (student Avans, stedebouw 3e jaars) (Boogers & van de Ven Architectuur/Beeldende Kunst) (junior ontwikkelingsmanager Cofier) (Ruimtelijke Ordening gemeente Tilburg) (ontwikkelingsmanager TBV Wonen)

karakteristieken en kenmerken van maatgevende linten Op basis van drie verschillende standpunten (Tilburgse bouwverordening, historisch opbouw en hedendaags functioneren) heeft de werkgroep AS een analyse gemaakt van de Tilburgse straten die als lint beschouwd kunnen worden. Vervolgens zijn vier straten als maatgevende linten ten behoeve van verder onderzoek vastgesteld. Deze vier straten bezitten volgens de werkgroep de volgende specifieke karakteristieken of kenmerken:

Stellingen van Paul van der Grinten 1 Is het wel zo hard nodig die hoge gebouwen aan de linten? 2 De lelijkheid van die gebouwen ligt voornamelijk aan de omvang. De gebouwen zijn gewoon te groot, te hoog te lang en te breed - in hun omgeving. 3 Welstandszorg helpt wel, maar slechts marginaal. Het kost veel kruim en levert niet veel op. 4 Het is gek dat in Tilburg geen extern advies over stedenbouw bestaat. 5 De verdiepingshoogte van de begane grond moet naar 3,5 m.

Korvelseweg Koestraat Goirkestraat Broekhovenseweg

Resultaten van de werkgroepen De vijf werkgroepen zijn gedurende het najaar van 2006 en voorjaar van 2007 diverse malen bij elkaar geweest om de opgave te formuleren, het nodige te onderzoeken en te analyseren en in gezamenlijkheid te zoeken naar oplossingsrichtingen. In dit hoofdstuk wordt dit proces beschreven en geïllustreerd. De volgorde van de presentatie is willekeurig.

> > > >

‘druk’ lint ‘stil’ lint cultuurhistorisch lint ontwikkelingen achterland

Per straat zijn tijdens de onderzoeksfase die volgde de volgende hoofd- en deelonderwerpen door de werkgroep geanalyseerd: Beeld:

Dankzij de gastvrijheid van de betrokken architectenbureaus hebben de bijeenkomsten van de workshops in geschikte ruimtes kunnen plaatsvinden. Daar ontlenen de werkgroepen hun namen aan. De eindresultaten zijn echter het product van alle deelnemers en niet onder verantwoordelijkheid van de architectenbureaus gerealiseerd.

Verkeer:

Economie:

Functies:

Tilburgse linten

6

7

Tilburgse linten

bouwtijd, bouwkundige kwaliteit, aantal bouwlagen, straatbreedte, soort bebouwing, gevelbeeld, reclame, uitstekende toevoegingen, groen, zijstraten/doorbrekingen en zichtlijnen. ontsluiting autoverkeer (met een onderverdeling op straat-, wijk- en stadsniveau), straatprofiel, verkeerstype, verkeersrichtingen, parkeerplaatsen. bebouwingstypologieën, leegstand vastgoed en mutatie, ontwikkelingsplannen (straat- en wijkniveau), prijsvorming vastgoed, te koop aangeboden vastgoed, demografische ontwikkelingen, sociale veiligheid, toegankelijkheid, bereikbaarheid, inrichting openbare ruimten. woonfuncties (grondgebonden, bovenwoning in combinatie met andere functie, appartement in combinatie met andere functie), commerciële functies (winkel, horeca, kantoor, bedrijf/industrie), maatschappelijke functies (cultuur, religie, maatschappelijk, sport, onderwijs en zorg.)


OPMAAK LINTEN2

06-06-2007

10:58

Pagina 8

Analyse Het toetsen van bovenstaande elementen levert per onderzocht lint de volgende analyses van zwaktes en kwaliteiten in de huidige situatie op. De gewenste ontwikkelingsstrategie die deze werkgroep vervolgens per lint voorstelt is er op gericht om juist de aanwezige kwaliteiten van de afzonderlijke linten te versterken en als potenties te ontwikkelen en te benadrukken. Daarbij dient nog te worden opgemerkt dat van een verdere analyse van de Broekhovenseweg, en met name het betrekken van de omliggende gebieden van dit lint, ‘het achterland’ zoals Piushaven, om praktische redenen in het vervolgonderzoek, is afgezien.

Koestraat, huidige situatie Karakteristiek ‘STIL LINT’ met als kenmerken: Geen hoofdverbindingsweg Voornamelijk bestemmingverkeer Zijstraten niet ondergeschikt aan lint (op sommige kruisingen lijkt Koestraat zelfs ondergeschikt aan de zijstraat) Transformatie van diversiteit naar mono-functionaliteit (wonen) Lijkt versteend gebied door weinig tot geen openbaar groen

Korvelseweg, huidige situatie karakteristiek ‘DRUK LINT’, met als kenmerken: Lint superieur t.o.v. zijstraten Hoofdontsluiting van en naar centrum Openbaar groen aanwezig maar niet dominant Bevoorrading winkels voornamelijk aan voorzijde Relatief veel commerciële ruimten aanwezig

Koestraat, toekomstvisie - onderscheid tussen kop en straat Uit de analyse van werkgroep AS komt naar voren dat de zogenoemde ‘kop’ van de Koestraat (aan de zijde van het NS-plein) een andere ontwikkeling behoeft dan de Koestraat zelf. Het wijkoverstijgende karakter van de kop van de Koestraat - door de aanwezige ‘subcentrumfuncties’ als horeca - dient in de toekomst op deze plek volgens de werkgroep gehandhaafd en verder benadrukt te worden. Dit houdt onder meer in dat boven de horecavoorzieningen in de plint, appartementen worden toegevoegd alsmede parkeerfuncties gerealiseerd op eigen terrein.

Korvelseweg, toekomstvisie Drive-in winkelstraat Speciaalzaken in plint (middenstand) Aanpassing parkeerbeleid (gebruik achterterreinen) Handhaven doorgaand verkeer Herinrichten voetgangersgebied Intensivering ruimtegebruik aan Korvelseweg Zijstraten ondergeschikt aan Korvelseweg

Tilburgse linten

8

9

Tilburgse linten


OPMAAK LINTEN2

06-06-2007

10:58

Pagina 10

Koestraat, toekomstvisie Voor de verder ontwikkelingen van het overige deel van de Koestraat staat deze werkgroep een visie voor die leidt naar (overgang) een straat met een 100% woonfunctie. Gepleit wordt voor het realiseren van hogere accenten op de kruisingen met de gelijkwaardige zijstraten (verbijzonderde hoekoplossingen van bijvoorbeeld appartementengebouwen).

Goirkestraat, huidige situatie Karakteristiek ‘CULTUURHISTORISCH LINT’ met als kenmerken: Multifunctionele straat Ontsluitingsroute voor omliggende wijken Voldoende openbaar groen en parkeervoorzieningen Zijstraten ondergeschikt aan lint Hoog aandeel vooroorlogse bebouwing

Deze visie puntsgewijs: 100% wonen Appartementen op kruispunten Parkeren in binnengebied Voetgangersgebied/fietspad Auto ‘te gast’ Bestemmingverkeer Zijstraten aan Koestraat gelijkwaardig Woonerf

Goirkestraat, toekomstvisie Grote diversiteit aan functies Achterterreinen toegankelijk maken (transparantie) Vergroten van de gebruiksmogelijkheden door de straat als het ware te verdiepen Vrij parkeren Doorgaand verkeer Creëren van lucht rond bouwblok (geen dichte straatwanden) Zijstraten ondergeschikt aan Goirkestraat

Tilburgse linten

10

11

Tilburgse linten


OPMAAK LINTEN2

06-06-2007

10:58

Pagina 12

De Linten - werkgroep Architectenburo JMW (JMW)

Conclusie Door de drukke Korvelseweg, de rustige Koestraat en de cultuurhistorisch interessante Goirkestraat te analyseren komt werkgroep AS tot de conclusie dat er niet een uniforme of generieke ontwikkelingsoplossing is voor de linten. Per lint zijn - onafhankelijk van elkaar verschillende maatregelen te bedenken en noodzakelijk. Hierbij dient te worden uitgegaan van de aanwezige sterke en zwakke punten van elk lint afzonderlijk. Bij het vaststellen van deze punten is ook onderzoek naar de kwaliteiten en de identiteit van het lint ten opzichte van de achterliggende en omliggende gebieden noodzakelijk. De gewenste ontwikkelingsrichting wordt vervolgens door deze werkgroep gevonden in het zoeken naar extremen (extrapolatie).

Kees van Beijsterveldt Jürgen van Erk Bas van der Horst Ralf van Kollenburg Rick de Lange Rob van Putten Jeroen Wouters Jeroen Wijers

(Luijten|smeulders|architecten) (student Avans, 4e jaars) (student Avans, 4e jaars) (projectontwikkelaar, Komar Vastgoed) (student Avans, 4e jaars) (voorz. St. tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed) (Architectenburo JMW) (Van Oers Wijers Architecten)

Diversiteit is een belangrijk goed Het onderzoek van de Tilburgse linten door werkgroep JMW werd verricht op basis van een analyse van: bebouwing, functie en verkeerstromen. Hierbij werden de vragen aan de orde gesteld: ‘Wat is aanwezig?’, ‘Wat is wenselijk?’ en ‘Wat is realistisch?’ De eerste en voorlopige conclusie naar aanleiding van een verkennende analyse van de linten van Tilburg luidt: ‘Diversiteit is een belangrijk goed!’. Daarbij vormen volgens deze werkgroep ‘het vergroten van de schaal van projectontwikkeling’ én ‘het opstellen van éénduidige regels’ (ernstige) bedreigingen voor die diversiteit. Deze ontwikkelingen moeten dan ook in deze visie zoveel mogelijk worden tegengegaan en als een onwenselijke ontwikkeling worden aangemerkt. Daarentegen worden op basis van de eerste analyses als mogelijkheden (en als wenselijke ontwikkelingen) voor de linten genoemd: - Het behouden van diversiteit en op kleine schaal toepassen - Geen éénduidige regels opstellen - Het behouden van (aanwezige) verkeersstructuur Daarentegen worden als mogelijkheden (en als wenselijke ontwikkelingen) aangemerkt: - Het behouden van diversiteit en op kleine schaal toepassen - Geen éénduidige regels opstellen - Het behouden van (aanwezige) verkeersstructuur Casestudy Ten behoeve van de workshop heeft werkgroep JMW na het verkennende onderzoek een ‘locatie en objectgerichte’ casestudy verricht op een realistische locatie met een bestaande problematiek. Bij de analyse en het uitwerken van de visie is gekeken en rekening gehouden met stedenbouwkundige- en maatschappelijke consequenties, de functionele voorwaarden en de haalbaarheid van een ontwikkeling. Achterliggende idee hierbij - zo verantwoorde de werkgroep - is dat deze casestudy ‘inzicht geeft in wat mogelijkheden zijn om positieve aspecten van de linten te benadrukken’. Verder kijken Het onderzoek van de werkgroep JMW richtte zich op de (relatief kleinschalige) hoeklocatie Molenstraat/Bisschop Sonniusstraat. Uitgaande van het vingerende bestemmingsplan is hier de realisatie van een hoekbebouwing (haak) met een beperkt woonvolume mogelijk. Aan de Molenstraat is hierbij slechts een hoogte van vijftien meter toegestaan en aan de Bisschop Tilburgse linten

12

13

Tilburgse linten


OPMAAK LINTEN2

06-06-2007

10:58

Pagina 14

Sonniusstraat een hoogte van maximaal tien meter. Aangezien de werkgroep van mening is dat eenduidige regelgeving voor de diverse linten een bedreiging vormt voor diversiteit, zijn randvoorwaarden als bestemmingplannen, bouwhoogten enzovoort vervolgens bij de casestudy buiten beschouwing gelaten. Daarentegen is bij de casestudy gepoogd ‘verder te kijken’ en zijn er drie scenario’s onderzocht aan de hand van morfologische studies en variaties in toe te voegen programma’s. Daarbij werd, eveneens door de bestaande regelgeving buiten beschouwing te laten, het onder meer mogelijk de gehele kavel als potentiële bouwlocatie aan te merken.

Scenario’s Een eerste scenario dat hier op basis van met name variatie in morfologie is uitgewerkt, is het zogenoemde ‘Stadsblok 1’. Hierbij zijn woningen (appartementen) boven een plint van commerciële functies (winkels) aan de beide straatzijden geprojecteerd. De hoek wordt verbijzonderd door hier, in plaats van drie bouwlagen, een toren van 7 bouwlagen te ontwikkelen. Aan dit programma zijn ook kantoren toegevoegd. Deze zijn gesitueerd in twee bouwlagen om een binnenhof op het achterterrein. Doorgangen in beide straatwanden ontsluiten het binnenhof. De diversiteit wordt hier gerealiseerd in de morfologie.

‘Stadsblok 2’, het tweede scenario van werkgroep JMW, is op basis van het toevoegen van meer programma tot stand gekomen. Het blok is rond een binnenhof gerangschikt, met: parkeren op niveau -3, kantoren op niveau -2 en -1 , commerciële ruimte op begane grond en gedeeltelijk op niveau 1. Woonfuncties zijn te vinden op de niveau 1 tot en met 5. De diversiteit wordt hier gerealiseerd in de mix van programma.

Tilburgse linten

14

15

Tilburgse linten


OPMAAK LINTEN2

06-06-2007

10:58

Pagina 16

De linten van Tilburg Werkgroep Van Asten Doomen Architecten (vA-D)

Het derde scenario dat ten slotte is uitgewerkt heeft als ondertitel ‘variatie in morfologie en programma’ en wordt ‘Stadslamel’ genoemd. Boven een laag parkeren (niveau -1) zijn over het geheel commerciële ruimten gesitueerd. De lagen 1 tot en met 4 zijn gedifferentieerd: wonen, tuinen, kantoren en overige commerciële ruimten en levert een gevarieerde plastiek als model op. De diversiteit van dit scenario is zowel te vinden in morfologie als in programmatische zin.

Frans Bedaux Willy Crox Frank Doomen Daan Hosli Bartton Langens Bob van den Meiracker Bram van de Sanden Chris Tuerlings Ferry Vermeer Tom Wolters Menno van der Woude Paul Kurstjens

(Bedaux Bouwadvies) (Crox & Roefs Architecten) (Van Asten Doomen Architecten) (projectontwikkelaar,Aannemersbedrijf Van de Ven BV) (projectontwikkelaar, LeClercq Planontwikkeling) (student Avans, architectuur 4e jaars) (student FAAS, architectuur 3e jaars) (burgerlid welstandscommissie) (student Avans, architectuur 4e jaars) (student Avans, architectuur 4e jaars) (architectenburo JMW) (stedebouwkundige Gemeente Tilburg)

Wildgroei als kwaliteit of als probleem? Uitgangspunt voor de analyse van de Tilburgse linten door werkgroep vA-D is de door hen zelfgeformuleerde probleem/vraagstelling ‘Moet wildgroei gezien worden als kwaliteit of als probleem?’ Voor het beantwoorden van deze vraag (en de bij de startbijeenkomst impliciet gestelde vraag: ‘Moet er iets veranderen aan de regelgeving m.b.t. de bebouwing in de linten?’) is allereerst een analyse opgesteld van de linten op basis van de ‘eigenschappen’ van deze straten t.a.v.: verkeer, programma, ruimtelijke kwaliteit, cultuurhistorische waarde en eigendomsverhoudingen en/of verloop. Dit onderzoek heeft geresulteerd in de keuze voor drie typische linten met specifieke kenmerken: Molenstraat, met als kenmerk: “woon functie” Enschotsestraat, met als kenmerk: “schaalsprong” Korvelseweg, met als kenmerk: “gedifferentieerde functies” Vijf scenario’s Voor de verdere analyse en uitwerking is vervolgens een opzet gemaakt om “vijf scenario’s op de specifieke eigenschappen van deze drie linten los te laten om zo een toekomstbeeld te schetsen.” Deze vijf scenario’s waren: 1 Hoe ziet het lint er in de toekomst uit als we niet ingrijpen? 2 Hoe ziet het lint er in de toekomst uit als we alle regelgeving loslaten? 3 Hoe ziet het lint er in de toekomst uit als we de verkeersstructuur centraal stellen? 4 Welk effect ontstaat wanneer de particulier meer mogelijkheden krijgt? (perceelsgewijs ontwikkelen, renovaties, verbeteringen, kortom: de ontwikkelsnelheid eruit halen) 5 Hoe ontwikkelt een lint zich wanneer er één verantwoordelijke voor wordt aangewezen? (voorbeeld: per lint wordt een andere supervisor aangewezen met vergaande bevoegdheden)

Conclusie Door uit te gaan van de gebruikers van de stad en een benadering vanuit morfologische en programmatische diversiteit, is een willekeurige bouwlocatie door werkgroep JMW uitgewerkt. Met deze studie wil de werkgroep aantonen dat diversiteit in verschijningsvorm als ook in gebruik, haalbaar is binnen de contouren van de linten. In de lijn van deze zienswijze en de eerder geformuleerde conclusie dat het opstellen van éénduidige regels een bedreiging vormt voor diversiteit - dient er bijvoorbeeld geen minimale of maximale maat van de kavel voor een dergelijke oplossing gegeven te worden. Hetzelfde geldt voor het stellen van een grens voor de frequentie waarin deze oplossing aan een linten wordt toegepast: hiervoor dient ook in principe geen beperking te gelden. De werkgroep benadrukt dat het bij de genoemde scenario’s niet gaat om een strategie. De werkgroep beklemtoont dat bij eventuele ontwikkelingen het juist onontbeerlijk is om per locatie te onderzoeken wat mogelijk is.

Tilburgse linten

16

17

Tilburgse linten


OPMAAK LINTEN2

06-06-2007

10:59

Pagina 18

Uitwerking toekomstbeelden Bij de verdere uitwerking van de toekomstbeelden van de drie gekozen straten volgens de scenario’s bleek echter dat deze methode arbitrair werd gevonden alsook dat op die wijze de specifieke kenmerken van de straten niet zouden worden (door)ontwikkeld. En dat werd juist steeds meer als kenmerkend voor de linten beschouwd: diversiteit per lint afzonderlijk ontwikkelen. Om die kwaliteit ook voor de toekomst veilig te stellen (het gevaar – zo signaleerde de werkgroep – is namelijk dat alle linten op den duur door eenzijdige ontwikkelingen op elkaar gaan lijken!) is voor de drie genoemde straten gezocht naar dát karakter dat soms niet eens meer herkenbaar is, maar waardoor het zich onderscheid.

De Enschotsestraat dient voor deze werkgroep een lint te worden met twee gezichten of beter, twee (nog) meer verschillende rooilijnen. In de ontwikkelingsvisie van dit lint, met als titel ‘een schitterend contrast’, heeft de noordelijke rooilijn een ‘zacht’ en gedifferentieerd karakter dat aansluit bij de bijbehorende kleinschaligheid van de bouwblokjes in de achterliggende vier wijkjes. Deze wijkjes dringen vanaf het lint diep door tot in het achterliggend gebied. De unieke karakters die deze wijkjes kenmerken, blijven in de visie van de werkgroep vA-D behouden. De zuidelijk rooilijn van de Enschotsestraat daarentegen is hard. Dat effect dient in de toekomst veel verder versterkt te worden met de realisatie van een of meer grootstedelijk gebaren (‘superblocks’) die tot op heden niet in Tilburg te vinden zijn. Het contrast dat daardoor in dit lint ontstaat is 2-ledig. Enerzijds onderscheiden de beide “straatzijden (rooilijnen) zich van elkaar door de introductie van de schaalsprongen, anderzijds loopt de bebouwingsintensiteit (wonen) op naar mate men vanaf de Ringbaan het stadshart nadert.

Extrapolatie Voor de verdere uitwerking van het toekomstbeeld van de drie geselecteerde linten heeft deze werkgroep ‘basaal’ de benoemde kwaliteiten beschouwd en versterkt. Hierdoor is volgens de werkgroep met de tunnelvisie gebroken aangezien tot op heden alle linten steeds gezamenlijk worden beschouwd en ‘over één kam worden geschoren’. De Molenstraat, met als huidige karakteristiek ‘woonfunctie’, wordt in de visie van de werkgroep getransformeerd tot een zogenoemd ‘verdampt lint’: een echte wijkstraat in een woongebied. De straat krijgt een spilfunctie als groene boulevard in een direct daarop aansluitende woonwijk. Hiervoor dient onder meer de woonkwaliteit van het gebied ten noorden van de Molenstraat ook tot stand te worden gebracht in het woongebied ten zuiden van dit lint. Doorsteken vanuit de Molenstraat en poortgebouwen in combinatie met verkeersremmende maatregelen maar ook zorgvuldige inrichting van de openbare ruimte (parkjes) moeten het effect dat de Molenstraat wordt teruggegeven aan de bewoner en de wijk versterken.

Voor de Korvelseweg wordt de lintstructuur in bebouwingsvisie van deze werkgroep - die als titel heeft gekregen: ‘Van alle markten thuis’ - benadrukt door het toevoegen van kleinschalige winkelfuncties (referentie: bazaar). Uitgangspunten hierbij zijn onder meer: particulieren, kleine korrel, geen parkeernorm, ontwikkelingen stimuleren i.p.v. reguleren. Daarbij krijgt in deze visie het lint en het achterliggende gebied meer relatie met elkaar door de kwaliteit van de openbare ruimte tussen lint en achtergebied te vergroten. Dit wordt bewerkstelligd door het realiseren van (1) visuele en nieuwe verbindingen, (2) insteken en (3) openbaar groen. Als visueel begin- en eindpunt van de straat zijn triomfbogen geprojecteerd. Tussen

Tilburgse linten

18

19

Tilburgse linten


OPMAAK LINTEN2

06-06-2007

10:59

Pagina 20

Lintbebouwing Tilburg Werkgroep Architectenwerkgroep (Awg)

deze bogen manifesteert zich de Korvelseweg als multi-culuturele smeltkroes. Het resultaat van een dynamische, wild gegroeide ontwikkeling. De aanwezige openbare ruimten zijn in een nieuwe context geplaatst en bieden ruimte voor ontmoeting en activiteiten die aansluiten bij het nieuwe karakter van de straat. In deze visie is een vergrootglas gelegd op de huidige ontwikkeling ten aanzien van gebruik en functies (onder meer kleinschalige en uitheemse bedrijvigheid als buitenlandse winkeltjes).

Leo van Beek Arno Kolen Jeroen Semeijn Walter van der Hamsvoord Ton van der Hagen / Theo van Esch Rens Heestermans Kees Verbraak Toine van Gastel Martijn de Bokx Paul Verstraelen Ronnie van de Geer Joey Duis von Damm Leendert van Grinsven

(L.A. van Beek Architecten) (Van de Hout & Kolen Architecten) (Architectenwerkgroep) (Architectenwerkgroep) (Architectenwerkgroep) (Architectenwerkgroep) (projectontwikkelaar, Le Clercq Planontwikkeling) (Van Gastel Optiek) (student Avans, 3e jaars) (student Avans, 2e jaars) (student Avans, 4e jaars) (student Avans, 4e jaars) (student Avans, 4e jaars)

Analyse van huidige situatie De Werkgroep Awg beschrijft ten behoeve van de eerste analyse de historische context van de linten. Daarbij formuleert de werkgroep de huidige situatie zoals deze door de gemeentelijke dienst zou worden ervaren. Historische situatie: - Lintbebouwing aan de wieg van ontstaan Tilburg - Verbindingen als basis van ontstaan van de stad - Linten verbinden de diverse kernen van de stad Huidige situatie: In de optiek van de werkgroep staan de actuele ontwikkelingen voor de gemeente op gespannen voet met het historisch belang van de Linten. Daarom heeft de gemeente Tilburg volgens de werkgroep behoefte aan beleid ten behoeve van sturing van actuele ontwikkelingen en wensen. Dit wordt gemotiveerd doordat in deze visie de Linten door recent gerealiseerde bebouwing hun oorspronkelijke karakter zou lijken te verliezen. Met name door nieuwbouw van appartementen, veronderstelt de gemeente, dat de woningmarkt uit evenwicht raakt en dat er a-typische beelden ontstaan. Schijnbaar functioneren de aanwezige stuurmechanismen niet voldoende of grijpen ze in op deelaspecten (zoals daar zijn: Bestemmingsplan, Welstandsnota, Monumentenverordening, Huisvestingsnota, Verkeerscirculatieplan, Beleid winkelspreiding, Horecaverordening).

Conclusie Werkgroep vA-D is bij de uitwerking van de analyse niet uitgegaan van de uniforme kwaliteiten van de linten en de aangrenzende gebieden. Deze werkgroep heeft voor het formuleren van een ontwikkelings- en bebouwingsvisie gekozen voor het uitvergroten van afzonderlijke kwaliteiten en/of karakteristieken van drie onderzochte linten. In de optiek van deze werkgroep wordt, tot slot, de door hen zelf geformuleerde probleemstelling ‘Wildgroei als kwaliteit of als probleem?’ beantwoord met ‘de antwoorden zijn even divers als de linten door burgers worden waargenomen’. Met andere woorden: voor deze werkgroep is wildgroei aan de Korvelseweg een kwaliteit terwijl dat niet zo geldt in de Molenstraat. Daar zijn immers regels nodig. Met de slot conclusie ‘Uniciteit vormt de context (=inspiratie) voor ontwerpers’ wordt nogmaals onderstreept dat het niet (meer) mogelijk is middels generieke geldende regelgeving tot specifieke oplossingen voor de afzonderlijke linten te komen.

Analyse “DE” linten Essentieel voor de werkgroep is ten behoeve van de eerste analyses te bepalen of er daadwerkelijk gesproken kan worden van DE linten? En of er dus ook wel gesproken kan worden van behoefte aan een integrale visie? Voor dit verkennende onderzoek is gekeken naar: - relatie tussen verkeer en winkelkansen - relatie tussen bestemmingplan en woonvorm / ontwikkelkansen

Tilburgse linten

20

21

Tilburgse linten


OPMAAK LINTEN2

06-06-2007

10:59

Pagina 22

Hasseltstraat Functie: 1 Buurt ontsluitingweg richting de Veldhovenring; 2 Bij het inrijden van de straat bevinden zich een aantal voorzieningen. Hierbij wordt er op de eerste verdieping gewoond; 3 Aanwezig: winkels die de linten typeren zoals een bakker, slager en een “friettent”; 4 Straat loopt voor het autoverkeer dood. Conclusie: Ontoegankelijk, dit lint loopt letterlijk en figuurlijk dood!

Op grond van dit vervolgonderzoek worden de volgende aanbevelingen gedaan ten behoeve van toekomstige ontwikkelingen. Linten als hoofdroutes Molenstraat, Koestraat en Besterdring - oorspronkelijke routes herstellen - hiërarchie in stratenpatroon - exclusiviteit aan linten toekennen - tweerichtingen verkeer - eenduidige straatinrichting voor alle linten - parkeren in de straat

Goirkestraat Functie: 1 Buurt ontsluitingsweg richting Ringbaan Noord; 2 De gebouwen van de voorzieningen en bedrijven worden tevens bewoond; 3 Enkele winkels voor de primaire behoeften. 4 Diverse culturele voorzieningen Conclusie: Woonfuncties met culturele voorzieningen. Het straatbeeld is groen, afwisselend. Koestraat Functie: 1 Hoofdzakelijk wonen; 2 Plaatselijk hier en daar een café/restaurant; 3 Veel fietsverkeer; Conclusie functie: Ontsluitingsfunctie voor fietsers vanuit centrum; Een eentonige straat met weinig kleurverschil en straalt geen leven uit.

Pleinen als ankers - commerciële activiteit - hogere (woon)bebouwing

Korvelseweg Functie: 1 Ontsluitingsweg van het centrum; 2 Functiemenging van wonen en bedrijvigheid; 3 Bij bedrijfspanden wordt boven gewoond; 4 Primaire en secundaire voorzieningen. Conclusie functie: De functie van het oude lint is het voorzien van de omliggende buurten maar ook geld ook als ontsluiting van deze buurten. (Dynamisch maar ook statisch) Het heeft een onoverzichtelijk, levendig straatbeeld Verder onderzoek De getrokken conclusie van het verkennende onderzoek luidt: Er zijn veel verschillen tussen de linten - er is sprake van een groet mate van diversiteit in alles. Voor het vervolgonderzoek gaat de werkgroep Architectenwerkgroep uit van een volgende aanpak en vragen: - Uitproberen van een ontwikkelingsstrategie per type lint - Benoemen van relatie tussen: A.- verkeer, B. - ontwikkelingskansen woningbouw, en C.- ontwikkelingskansen voorzieningen - Hoe liberaal kan de omgang met de verschillende linten zijn? - Zijn er per type lint spelregels te benoemen? (lengte / hoogte / breedte bebouwing; toepassen balkons v.s. gewenste stedelijkheid; wenselijke maaiveld inrichting; straatprofielen).

secundaire straten - ondersteunend voor de hoofdroute - ontsluiting voor de wijk - rondgang op wijkniveau mogelijk

Tilburgse linten

22

23

Tilburgse linten


OPMAAK LINTEN2

06-06-2007

10:59

Pagina 24

De linten open voor publiek Werkgroep Luijten-Smeulders Architecten (L-S)

informele paden - toegankelijkhedid achtergebieden - inrichting binnenterreinen - korte wandelroutes

Jan Bogers Maurits Cobben Peter van Dinter Monique Groenen Martijn Honselaar Joost op ‘t Hoog Rob Keijzer Michiel van Loon Ad Smeulders Rik Thijs

Impulsen initiëren

Ontwikkeling - overlaten aan de vrije markt - niet reguleren - bebouwingsmogelijkheden vrij per thema

(Heemkundekring) (Luijten|smeulders|architecten) (Van Dinter Architectuur ) (Luijten|smeulders|architecten) (architect Ontwerplab) (beleidsmedewerker Monumenten, gemeente Tilburg) (projectontwikkelaar Van der Weegen) (student Avans, architectuur 4e jaars) (Luijten|smeulders|architecten) (student Avans, architectuur 4e jaars)

Lint = “collective” Uitgangspunt voor de analyse van deze werkgroep is de stelling dat een lint, een zogenoemde ‘collectieve ruimte’ vertegenwoordigd. ‘Collectief’ heeft hier de betekenis van zowel samenbrengend, verzamelend en verenigend (als bijvoeglijk naamwoord) als in de betekenis van collectief (als zelfstandig naamwoord). Ook in de visie van Werkgroep L-S bezitten de Tilburgse linten universele kenmerken die erg waardevol zijn voor de stad: belangrijke verkeersaders, ‘vertellen ontstaansgeschiedenis’, diversiteit van bebouwing en functie en het bedienen van omliggende wijken. De linten fungeren als geheel, als structuur in plaats van op zichzelf staande elementen Toekennen thema’s

ontwikkeling

Worden de linten van Tilburg, aldus de L-S groep, geanalyseerd dan is er in principe sprake (historische context) van een enorme dynamiek en absorptievermogen (spons). De linten van Tilburg worden gekarakteriseerd door diversiteit in bebouwing, schaal en programma. De kracht daarbij is dat er een koppeling is tussen het lint en de achtergebieden. In deze visie zijn de linten weliswaar verschillend, maar de kansen voor ontwikkeling van het achtergebied zijn bij alle linten groot. Dit is een belangrijke reden om de linten te koesteren.

Pleinen als ankers

Conclusie De werkgroep besluit met de stelling: Wij zijn niet behoudend – Het enige wat behouden moet blijven is het Liberalisme op de Linten. Concluderend pleit deze groep ervoor om veel meer vanuit stimuleren te denken dan vanuit reguleren. Neem het voorbeeld van de appartementen. Volgens deze werkgroep reguleert dat zichzelf vanuit de markt. De werkgroep Architectenwerkgroep adviseert de gemeente te investeren in de pleinen en de linten zelf, incl. inrichting straatprofiel: ‘zorg dat de openbare ruimte kwalitatief goed is en de rest volgt vanzelf’. Daarbij stelt deze groep ook voor de ontwikkeling door middel van het benoemen en bepalen van thema’s in gang te zetten. Voor het overige is het enige wat behouden moet blijven van de linten is het liberalisme; zo zijn ze ook ontstaan.

Problematiek: homogenisering en afsluiting In de huidige ontwikkeling van de linten is volgens deze werkgroep sprake van homogenisering en afsluiting. Door het verdwijnen van programma’s, het uitbannen van ongewenste programma’s en/of de concentratie van programma’s in bijvoorbeeld het centrum, verdwijnt diversiteit van het lint. Maar daarnaast verdwijnt tevens het onderscheid van het lint met het achtergebied. Ook door architectonische en stedenbouwkundige ingrepen worden linten steeds meer gelijk aan achtergebieden. Behalve homogenisering ontstaat er afsluiting. Verdichting van het lint en een programma van hoofdzakelijk individuele woningen trekt een hechte verdedigingslinie van privaat eigendom rondom de achtergebieden; de toegankelijkheid wordt nihil en de openbaarheid uitgebannen. Het resultaat van deze ontwikkeling is dat door een vergelijkbaar programma en door een vergelijkbare architectuur van lint en van achtergebieden, het lint als het ware oplost. Het lint wordt daardoor niet meer als lint ervaren. De lintbebouwing vormt enkel nog een harde grens tussen straat en achtergebied; het lint is enkel nog straat zonder dynamiek, netjes ingedeeld in verschillende vervoerssystemen.

problematiek

Tilburgse linten

24

25

Tilburgse linten


OPMAAK LINTEN2

06-06-2007

10:59

Pagina 26

Medicijn: infiltratie en herprogrammering (strategie) Volgens deze werkgroep kan door middel van de introductie van de collectieve ruimte de harde verdediginglinie doorbroken worden om door te dringen tot in de achtergebieden. Het gevolg is een hernieuwde ervaring van het lint als aaneenschakeling van ontmoetingsplekken van ‘lichte gemeenschappen’. Programma’s vestigen zich opnieuw aan het lint, aan de randen van de collectieve ruimten en in het verlengde van ontmoetingsplaatsen, het lint hervindt haar kenmerkende dynamiek en diversiteit. Met andere woorden: de voorgestelde strategie is investeer in publieke ruimte.

Testcase: Hasseltstraat Vanwege de voorspellende waarde dat wanneer het huidige beleid wordt voortgezet dit lint zeker ten onder gaat is de Hasseltstraat als testcase gekozen. Er wordt aangetoond dat de potentieel aanwezige openbare ruimte ontoegankelijk is maar dat door een actief beleid te voeren m.b.t. diversiteit, doorprikken van linten, uitnutten van diepte en creëren van ontmoetingsplekken, deze wel tot het publiek domein gerekend kunnen gaan worden.

infiltratie

herprogrammering

Beleid Het voorgestelde beleid dat de werkgroep daarbij aangeeft is als volgt: - Stimuleer diversiteit - Prik de linten door - Kies voor diep (in plaats van hoog en breed bouwen) - Stimuleer ontmoetingsplekken Uitvoering Aan de hand van verscheidene typen ‘openbare ruimten’ wordt vervolgens inzichtelijk gemaakt wat de visie van de werkgroep is t.a.v. de verschijningsvormen van publieke ruimte Deze worden onderverdeeld in: voorruimte (parkeerplaatsen voor woningen), binnenruimte (openbaar atrium), hofruimte (openbare ruimte binnen halfgesloten bouwblok), overdekte ruimten (overdekte marktplaats, bibliotheek), dakruimte (toegankelijk gebied bovenop gebouwen) en objectruimte (ruimte rondom kunst in openbare ruimte of kiosken op pleinen)

Tilburgse linten

26

27

Tilburgse linten


OPMAAK LINTEN2

06-06-2007

10:59

Pagina 28

Conclusies De conclusies en de toekomstvisies die de vijf werkgroepen formuleren naar aanleiding van het door hen verrichtte onderzoek naar de Tilburgse linten, zijn niet eensluidend. Desondanks zijn er wel een aantal opvallende overeenkomsten aan te merken. Algemeen Alle werkgroepen benoemen impliciet of expliciet de waardevolle betekenis van de Tilburgse linten en beschouwen deze straten als geheel als een belangrijke en herkenbare structuur van de stad. Daarbij worden diversiteit en dynamiek als de belangrijkste kenmerken van de linten aangemerkt. De diversiteit in bijvoorbeeld functie en bebouwing, zo wordt gesteld, is vooral en met name zichtbaar in de huidige verschijningsvorm van de afzonderlijke linten zelf en verschaffen elk lint afzonderlijk een eigen identiteit. Een identiteit die voor de toekomstige ontwikkelingen wezenlijk is en die om specifieke in plaats van generieke oplossingen en maatregelen vraagt. Daarnaast wordt opgemerkt dat voor de toekomstige ontwikkelingen van de linten het betrekken van het achterland wezenlijk is. Hiervoor worden verscheidene voorstellen gedaan. Deze variëren van het ‘doorprikken’ van linten en daarbij het creëren van publieke ruimten tot het laten ‘oplossen’ van het lint en deze als ruggengraat van een wijk te transformeren. Extrapolatie Bij de analyses en toekomstvisies van de werkgroepen AS en Van Asten Doomen valt op dat zij, uitgaande van de aanwezige kenmerken (kwaliteiten) van de Korvelseweg, Koestraat en Goirkestraat respectievelijk Molenstraat, Enschotsestraat en Korvelseweg, ervoor kiezen deze heel nadrukkelijk voort te zetten en uit te vergroten. Door extrapolatie (wonen, kleine winkels, cultuur, contrast hard-zacht) dienen deze linten zich in de toekomst meer te onderscheiden. Enigszins vergelijkbaar is ook de methode van ontwikkeling die de werkgroep Architectenwerkgroep voorstaat waarbij vanuit thema’s rond de pleinen wordt gedacht om de linten verder te laten ontwikkelen. Openbare ruimte Zowel werkgroep Awg als werkgroep Luijten-Smeulders zien eenvormigheid als een bedreiging van de linten en beide werkgroepen zetten het ontwikkelen van de openbare ruimte in als oplossing. Door Awg wordt ervoor gepleit vooral de pleinen (ankers) tussen de linten aan te pakken. Dit is een voorwaarde voor het tussenliggende lint om zich als vanzelf te ontwikkelen. Bij de werkgroep Luijten-Smeulders wordt het vergroten en creëren van openbaar gebied met name ingezet direct achter het lint om zo transparantie naar het achterland te bewerkstelligen.

Hasseltstraat

Conclusie Na een analyse van verschillen en overeenkomsten, kwam deze werkgroep tot een tweeledige probleemstelling: de homogenisering in typologie en bebouwing van de linten en afsluiting van de linten met de achterliggende wijken. De oplossing ligt volgens deze groep in het investeren en vergroten van de publieke ruimte. Zij ontwikkelden als recept zes typologieën van openbare ruimte die aan alle linten toepasbaar zijn en waarmee gevarieerd kan worden.

Regelgeving Alle werkgroepen pleiten ervoor de regelgeving ten aanzien van het ontwikkelen van de linten te beperken en/of specifieker te maken. Werkgroep JMW ziet in eenduidige regelgeving een bedreiging voor de diversiteit. Oplossingen zoals de door deze groep uitgewerkte ‘locatie- en objectstudie’ kunnen dan ook slechts bij verruiming van de regelgeving. Vergelijkbare conclusies worden ook getrokken door de werkgroepen Van Asten Doomen, AS en LuijtenSmeulders. Het meest uitgesproken ten aanzien van het terugdringen van de regelgeving is Tilburgse linten

28

29

Tilburgse linten


OPMAAK LINTEN2

06-06-2007

10:59

Pagina 30

de werkgroep Awg. Door deze groep wordt de stelling verdedigt dat veel vanuit de markt dient te worden gereguleerd. De gemeente moet daarbij vooral een stimulerende rol spelen en niet een regulerende. De linten zijn namelijk krachtig genoeg om het liberalisme - van waaruit de linten ook zijn ontstaan - ook in de toekomst aan te kunnen.

Colofon samenstelling teksten vormgeving eindredactie

Tot slot Door het onderzoek en de analyses van de vijf werkgroepen is weer eens helder en inzichtelijk geworden dat de Tilburgse linten een bijzonder fenomeen is. Zowel als structuur is het stelsel van linten uniek, maar ook - en eigenlijk nog meer - wanneer elk van deze stadsstraten afzonderlijk beschouwd. Doordat elk lint zich de afgelopen decennia op een eigen wijze heeft ontwikkeld lijkt het noodzakelijk om hier voor de toekomst terdege rekening mee te houden. Onderzoek naar de kwaliteiten van ieder specifiek lint en te ontwikkelen locaties lijkt dan ook gepast en noodzakelijk om de vitaliteit, dynamiek en diversiteit van elke straat te kunnen waarborgen.

drukwerk uitgever

Gabriel Verheggen , de werkgroepen Gabriël Verheggen Jac de Kok Vernon Daal en José van de Pas Drukkerij Groels CAST

speciale dank aan: alle deelnemers aan de workshop, Luijten Smeulders Architecten, Architectenwerkgroep, Architectenburo JMW, AS Architecten, Van Asten Doomen Architecten, Jan Westra, Sjoerd Cusveller, Johan Dunnewijk, Louis Houët en Paul van der Grinten en Avans Hogeschool (Gie Steenput) Deze publicatie werd mede mogelijk gemaakt door het Stimuleringsfonds voor Architectuur CAST, Tilburg 2007 ISBN/EAN: 978-90-805807-3-2 Tilburgse linten

30

31

Tilburgse linten


OPMAAK LINTEN2

06-06-2007

10:59

Pagina 32

Tilburgse linten

32

Publication de linten  

Publication of the workshop organised by CAST

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you