Page 1

Kritische artikels Columns van Tatjana & Eline Jullie mening in de rubriek: „Wat vindt u van...‟ Wist u dat...

Onze overgang...

Maandblad 1 25 februari 2011 België: € 2,50 Other: € 4,5 1


Heey.. Afgelopen week kreeg ik te horen vanuit de KaHo Sint-Lieven dat we een hele taak in elkaar moesten steken. Samen met enkele studenten moesten we een groepje vormen en welk groepje is nu beter dan het onze. Tatjana, Maaike, Eline en ik kwamen op het fantastische idee om deze taak te verwerken in Melt. Het magazine met een antwoord op al jullie vragen. Hopelijk genieten jullie ervan en vergeet zeker en vast niet een bezoekje te brengen aan ons standje !

Lindsay

2

Deze maand Februari Op de cover 4

Column Eline

8

Wist u dat‌

10

Overgang

22

Wat vindt u van‌

26

Column Tatjana


Kristische artikels 13

Leefschool

14

Vernieuwingspedagogen

18

A– en B-stroom

20

In het spoor van een leerkracht

En ook... 16

EnquĂŞte

31

Achter de schermen

32

Volgende maand

Zoek je een school voor jouw kinderen? Neem dan zeker een kijkje op pagina 7!

3


OpPEPper “De overgang”; of liever “De overgang BaO naar SO”. Ik was benieuwd naar deze sessie! Aangezien we binnenkort allemaal stage lopen in het zesde leerjaar moesten we zeker opletten! De sessie ging door in lokaal 174. Zoals jullie welbekend het slechtste lokaal qua akoestiek in het hele gebouw. Maar hé; we mogen blij zijn dat we een lokaal hebben. We hebben namelijk al een aantal keer vernomen dat het ‟vechten‟ is voor een eigen plaatsje.

COLUMN ELINE

Ze is een studente uit het derde jaar Bachelor Lager Onderwijs.

4

Lager Onderwijs hebben gezeten. Alhoewel... dan moet ik de rest van mij schoolcarrière ook nog doen natuurlijk! Laat het maar zoals het nu is. Eigenlijk gaan wij als leerkrachten héél ons leven naar school.

Na de eerste sessie kwam meneer Boelen aan het woord. Hij diepte de eerste sessie wat uit. Wat me van deze sessie vooral bijblijft, is dat het CLB eigenlijk „gesneden koek‟ aanbiedt om een correcte studiekeuze te kiezen. Sommigen onder ons uitten hun frustraties ten opzichte van dit boekje. Wanneer Eerst kwam meneer Van Belleghem men al weet welke studierichting praten. Hij had het meer over de men uitwilt, is het heel frustrerend samenwerking tussen het basis– en om je tijd te verdoen bij het secundair onderwijs. Welke invullen van dit boekje. documenten er mee moeten Als laatste kregen we een worden overgedragen en welke opdracht. Per twee kregen we een rol het CLB daarin vertolkt. stelling. Hierrond verzamelden we Wat we bijgebleven is, zijn onze ideeën en we gingen de PEP-dagen. Daar stellen samenzitten met een groepje die ASO en techniekscholen hun dezelfde stelling kritisch had bekeken. Met hen staken we een deuren open. De kinderen rollenspel in elkaar dat we dan van de basisschool kiezen brachten voor de hele groep. Met twee werkwinkels en volgen hen besproken we de stelling en meneer een aantal lesjes mee. Boelen vulde aan Heel interessant en boeiend lijkt waar nodig. mij... Maar ik stel me meteen de Een nuttige middag vraag: “Waarom heb ik dit niet maar het duurde wat gedaan toen ik in het zesde lang... leerjaar zat?” Ach, alles is ondertussen veranderd. Een mens moet natuurlijk mee met zijn tijd. Al zou ik liever in deze tijd in het


Op 7 februari startte de module school & maatschappij. Hierbij komen er gastsprekers. Over elke gastspreker wordt een column gemaakt. De eerste zijn voor Eline, de rest voor Tatjana. Blader dus snel verder!

geeft S. ons hoop. Ze meldt dat er een mentor voor stages aangenomen is in Joepi het is dinsdag… een uurtje langer hun school. Het verbaast me dat ze dit zo fier zegt. Mij lijkt dit logisch maar slapen. Vandaag komt meneer Kersschot, hoera! Toch niet… Hij is sinds toch kijk ik haar bevestigend aan. S. telefoneert maar het klinkt niet meer kort gedaald in mijn achting. Ik hoor jullie al denken: hoopvol. “Waarom gedaald?”. Daarom blik ik “We hebben hier momenteel even terug naar 31 januari.

Middenschool te koop

veel stagiaires. Sorry maar we

Vandaag gaan Michelle en ik vol zitten vol. Probeer eens bij de enthousiasme naar Sint-Maarten middenschool te Beveren. We kijken er bovenschool.” naar uit en voelen de nostalgie Als je het mij vraagt, is dit een heel opkomen. frustrerende uitspraak. Ik geef je een aantal redenen: Samen zaten we in 1A7 dus als * Ze luisterde niet voldoende naar oudleerlingen verwachten we met onze uitleg want we vermeldden evenveel enthousiasme te worden duidelijk dat we studenten van de ontvangen. Eenmaal aangekomen opleiding bachelor Lager Onderwijs merken we dat er nog niet veel zijn. veranderd is daar in de middenschool. * Een A- en B-stroom is enkel in de Dezelfde speelplaats, dezelfde eerste graad van het Secundair inkomhal en (jammer genoeg) dezelfde Onderwijs. Waarom zouden we dan mensen aan het secretariaat. Het is naar de bovenschool gaan? Daar spannend, neem ze eerst de telefoon op begint men pas van het derde of doet ze de ruitjes open om onze middelbaar. vraag te beantwoorden. Ze kiest Overtuigen helpt niet meer. Haar besluit uiteraard voor… de telefoon. Op een rustige manier beantwoordt ze deze en staat vast. Het is duidelijk… SintMaarten, een school waar iedereen komt daarna onze richting uit. welkom is?! Dit is de voorgeschiedenis “ Goedemorgen mevrouw, wij zijn van meneer Kersschot. Hij komt vandaag twee studenten bachelor lager praten over “zijn” school. Eigenlijk komt onderwijs en hebben de taak gekregen hij de middelschool verkopen. Ik ontken om een halve dag te observeren in het niet dat ik deze school goed vind maar eerste middelbaar A- en B-stroom.” momenteel is mijn ontvangst Dit is de start van ons gesprek. De nog niet goed verteerd. mevrouw van het secretariaat, laten we ze S. noemen, vraag of we een aanvraag hebben ingediend. Natuurlijk niet; we weten het nog maar net. Even

5


Kom je ook solliciteren? Weet jij wat een scholengemeenschap is? Ik heb er sinds maandag wat zicht op gekregen (zie eerdere colomn). Ik weet nu dat de scholengemeenschap Sint -Nicolaas uit maar liefst 27 (!) scholen bestaat. Vandaag krijgen we info over de SG Beveren-Kruibeke en ook nog over Sint-Nicolaas.

Dit lijkt mij gewoonweg dom!

Een vaste benoemeing kan je pas krijgen wanneer je 720 dagen in dezelfde DG gewerkt hebt. In SintNicolaas is dit niet zozeer een probleem. Meneer Deckers stelt ons de vraag: “Moeten de verschillende scholen in een SG dezelfde methodes gebruiken?”. Wederom zijn hier bepaalde voor– en nadelen aan verbonden. Ikzelf sta er eerder Wat me het meeste interesseert, is de neutraal tegenover. Het SG Beveren-Kruibeke. Ik ben nl. vergemakkelijkt uiteraard de woonachtig in deze gemeente. Kris communicatie maar wanneer een Deckers is directeur-coördinator en schoolteam niet achter een bepaalde geeft ons vandaag zijn presentatie. methode staat, kan men hen niet De SG Beveren-Kruibeke telt 8 verplichten. De leskwaliteit zal scholen die verspreid zijn over de uiteindelijk dalen. verschillende deelgemeenten. Het gemeentebestuur is het schoolbestuur. Als laatste polst meneer Deckers naar de ondersteuning die de directies aan Wil je dus graag in een ons, stagiaires, bieden. De directrice gemeenteschool tewerkgesteld van mijn eerste ankerschool én deze worden? Solliciteer dan bij het van mijn huidige ankerschool zijn heel gemeentebestuur waar de school begaan met de stagiaires. gevestigd is! Regelmatig duiken ze in je stageklas op om je positief te stimuleren. Als Elk voordeel heeft natuurlijk zijn stagiaire is dit natuurlijk een nadeel. Er zijn dus heel wat voor– en spannend moment. Men zegt wel eens nadelen verbonden aan zo‟n dat we op deze momenten aan het scholengemeenschap. Wanneer men „solliciteren‟ zijn. Je wil tevreden is over jouw prestaties als dit natuurlijk quasi leerkracht heb je niet te vrezen. Je perfect doen. “goede” naam wordt verspreid. Omgekeerd is dit natuurlijk ook het Oh ja, vergeet je geval. Zijn ze niet tevreden over jou... kandidatuur niet voor dan kan je een tewerkstelling in die 15 juni binnen te doen! SG vergeten! Dit is het grote nadeel. Als beginnen leerkracht is het belangrijk om voldoende ondersteund te worden. Zo kan je alle taken tot een goed einde brengen. Onlangs hebben ze de mentoruren voor deze beginnende leerkrachten geschrapt. 6

COLOMN ELINE

Ze is een studente uit het derde jaar Bachelor Lager Onderwijs.


Melt Stuur uw kind naar de ideale school!

Waarom wij? - busvervoer naar huis - maandelijkse projecten - veel groen op school - huiselijke klassen - en nog veel meer!! Kom zeker eens een kijkje nemen!! 7


Wist u dat... t e i n

m r a al

O a B t a f t i r ? = h n c a s m k r g i a u s m t o e o g r Kan t r e -s d A n o e z d r e j naa slechts 6% van de allochtonen aan het Hoger Onderwijs studeert?

er 98% van de Turkse kinderen moeilijkheden hebben met de schooltaal bij de overgang Kleuter-Lager?

ze in e

en le

8

efsch

ool i

n lee

fgroe

pen z i

tten?


40% van de Vlamingen moeilijkheden hebben met lezen, spreken en schrijven? scho

SLB staa ollo t vo opb or aan be g ele

idin

g?

o

h c s t e h j i b ren

r? u u t s olbe

e

um

t i c i l l o oet s

LOP staa over t voor lo legp latfo kaal rm? Oost-Vlaanderen heel wat LOPâ€&#x;s heeft?

9


Onze overgang Het is februari en kinderen van het 6de leerjaar beginnen steeds meer en meer na te denken over de keuze die ze volgend jaar gaan maken. ‘Naar welke school ga ik?’ en ‘Wat wil ik studeren?’ Voor sommigen is dit een heel gemakkelijke keuze, voor anderen een echte hersenbreker.

Hoe ging dit nu bij mij? In mijn 6de leerjaar werd dit heel goed voorbereidt. We gingen met de klas verschillende katholieke scholen bezoeken uit mij regio. Dit kwam doordat we zelf een katholieke school waren. Op deze schoolbezoeken mochten we lessen bijwonen en proefjes doen. Ik wist al op voorhand dat met mijn handen werken niet voor mij was en dit werd dan heel duidelijk. Ik kreeg ook al een beeld naar welke school ik zou willen gaan. Zelf heb ik ook een staatsschool bezocht, dit om zeker te weten dat ik naar de juiste school ging. De keuze was gemaakt. Ik ging naar een katholieke school waar ze ASO aanboden. Nu nog hopen dat ik dit aankon. Hiervoor konden we op school tests doen vanuit het CLB. En daaruit bleek dat moderne ideaal voor mij zou zijn. Net wat ik wou doen. Ik keek er al naar uit. Op mijn lagere school en secundaire school werd niet gebruik gemaakt van de termen eerste leerjaar A of B. Men sprak daar nog echt van ASO, TSO en BSO met zijn verschillende onderdelen. Na de laatste dag in de lagere school ging ik me inschrijven in de grote, secundaire school. Bij de inschrijvingen zat een moeder van een leerling uit mijn oude klas. Dit voelde vertrouwd aan aangezien ik daar al eens was gaan spelen. De eerste stap was gezet. We kregen op de laatste dag van de grote vakantie een rondleiding met alle eerstejaars en ouders. Ik vond dit heel fijn zodat ik de school toch al wat kon en het minder een doolhof leek. Dan de eerste dag! Ik was heel zenuwachtig. „Waar moest ik in de rij gaan staan?, Hoe zouden de leerkrachten zijn? , Zal het wel meevallen? ,…‟ Allemaal vragen die door mijn hoofd spookten. Dit viel allemaal goed mee. We werden heel goed opgevangen en de leerkrachten waren heel vriendelijk. Na een paar dagen voelde ik mij al helemaal thuis.

Voor mij ging de overgang van lager naar secundair heel begeleidt en vlot. Ik vond snel mijn draai en hou er alleen maar positieve ervaringen aan over. Tatjana Bosman

10


De „overgang‟; het woord alleen al doet me huiveren. Elke overgang is een vernieuwing en elke vernieuwing brengt zenuwen met zich mee. In mijn geval dan toch... Ik vertel jullie even over mijn overgang. Wat ik er me nog van kan herinneren beter gezegd. Ik heb geen goede herinneringen aan mijn lagere schoolloopbaan. De school was veel te streng naar mijn gevoel. Als kind heeft dit een aantal wonden nagelaten. Ik was dan ook bijzonder blij dat ik naar de „grote‟ school mocht. Deze lag twee gebouwen verder dus een aanpassing qua route was het niet. Ik ben in het lager onderwijs bitter weinig voorbereid op het nieuwe. Ik herinner me geen CLB-boekje dat ik moest invullen. Dat ik naar Sint-Maarten zou gaan, was een logische keuze. Zowel mijn mama al ik stonden beide achter deze beslissing. Eenmaal toegekomen in de school keek ik met grote ogen. Het was menens... We kregen een stapel boeken onder onze neus geschoven en een rondleiding doorheen het gebouw. Alles leek zo immens. Gelukkig wen ik snel aan nieuwigheden. Ik was dan ook snel gewend aan de „grote‟ school. Ik vind het goed dat men tegenwoodig meer aandacht besteed aan deze overgang. Het is immers één van de belangrijkste mijlpalen in een kind zijn/haar leven. Eline Van Craenenboeck

In het 6e leerjaar waren we de oudste leerlingen. De stap naar het eerste middelbaar ging dus een serieuze aanpassing worden. Opeens gingen we terug „de groentjes‟ zijn. Ik werd hier wel goed op voorbereid. Met mijn basisschool gingen we verschillende secundaire scholen bezoeken. Op de secundaire scholen kregen we dan meer uitleg en een korte rondleiding. Met mijn ouders ging ik ook verschillende scholen bezoeken. Het bezoeken van deze scholen was eigenlijk een beetje tijdverspilling. Voor mezelf lag het al een tijdje vast dat ik naar de secundaire school in Zele ging gaan. Daar kwam ik zeker en vast vriendjes en vriendinnetjes van op de basisschool tegen. De studierichting kiezen was een ander paar mouwen. Mijn ouders en het CLB vonden dat ik handel als keuzevak moest kiezen, maar zo dacht ik er niet over. Ik zou niemand kennen die dit keuzevak ook had gekozen en al mijn vrienden kozen voor een uurtje extra taal of wiskunde. Ik koos dus voor een extra uurtje taal of wiskunde. De eerste schooldag kwam steeds dichter en ik kreeg meer zenuwen. Eigenlijk waren die zenuwen voor niets nodig want wanneer ik al mijn vrienden terug zag voelde ik me onmiddellijk thuis op mijn nieuwe school. Maaike Van Driessche

11


Vervolg overgang Toen ik de lagere school verliet, had ik niet veel informatie gekregen over hoe een secundaire school er aan toe gaat. Ik wist ook nog niet heel goed wat ik wilde worden. Ik kreeg mijn getuigschrift mee en verliet de basisschool. Paniek ! Daar stond ik in de „grote‟ school. Op het moment van de inschrijving twijfelde ik enorm of ik voor ASO of TSO zou gaan. Ik wist toen ook niet dat je hiervoor pas in jouw derde jaar voor zou kiezen. Ik werd ingeschreven op het secretariaat van de A-stroom. Er werd een beetje uitleg gegeven over welke vakken er aan bod kwamen, welke speelplaats we moesten gebruiken, hoe laat de school startte… Eenmaal ingeschreven was ik zeer nerveus. Ik kende niemand in de klas en vond het zo‟n raar systeem dat we elk uur onze boekentas terug moesten maken om naar een ander lokaal te verhuizen. Je kreeg ook zoveel verschillende leerkrachten dat je eigenlijk niet echt een band met hen kon opbouwen. Mijn eerste dagen in de secundaire school verliepen een beetje in chaos, maar al vrij vlug raakte ik het gewend. Lindsay Dhaen

12


Leefschool Een leefschool is een methodeschool. Bij deze school wordt veel belang gehecht aan de totale ontwikkeling van het kind. De nadruk ligt niet alleen op kennis vergaren, maar ook op sociaal-emotionele vaardigheden. De leerstof wordt anders aangebracht dan in de meeste scholen. Hier wordt de leerstof aangeboden door projecten. De grondlegger van een leefschool is Carl Medaer. Uit zijn onderzoek naar alternatieve scholen in Vlaanderen, bracht hij sterke accenten uit verschillende systemen bij elkaar. Het resultaat: de oprichting van meerdere methodescholen in België. Een leefschool wil het „leren‟ niet beperken tot de klassieke leerstof. Ze willen kwaliteit van het leven bieden door: het leren omgaan met elkaar, het kunnen leven met problemen en emoties, het kunnen genieten of kritisch zijn en het vermogen om zelfstandig te zijn. Een leefschool is anders dan een gewone school. Toch behaalt een kind in deze school de eindtermen aan het einde van de lagere school.

Een huiselijke sfeer

manier is elk kind eens de jongste en eens de oudste. Als ze leerstof moeten verwerken, kunnen ze bij hun begeleider terecht, maar ook bij hun oudere vrienden uit de groep. Zo ontstaat een intense en vertrouwelijke sociale omgang tussen kinderen van alle leeftijden. Indien men kiest voor 3 leefgroepen :  Leefgroep 1: peuters: 2,5 tot 3 jarigen en kleuters: 3,4,5 jarigen  Leefgroep 2: leerlingen van 6 tot 8 jaar  Leefgroep 3: leerlingen van 9 tot 12 jaar De kinderen van leefgroep 2 en 3 leren zichzelf evalueren en vergelijken met de evaluatie van de begeleider. Vijf keer per jaar krijgen de kinderen een geschreven evaluatie over zichzelf en het leven op school. Deze evaluaties zijn in de plaats van rapporten. Er worden dus geen punten toegekend. De evaluaties vermelden de vorderingen op ieder leerdomein. De nadruk ligt hier op wat het kind al kan en wat het nog met leren, dus niet op de prestaties.

Leren door ervaren via projecten Zoals eerder vermeld, verwerken de leerlingen de leerstof aan de hand van projecten. Dit projectwerk wordt als rode draad gebruikt gedurende het hele schooljaar. Hierbij werkt men vakoverschrijdend, waardoor de verschillende leerstofgebieden zinvol aan bod komen. De leefgroep beslist zelf over het project. Dit project realiseren ze gedurende 2, 3 of 4 weken. Ze mogen allerhande hulpbronnen gebruiken, bv. ouders, bibliotheken… Als het project afloopt, wordt het tentoongesteld aan de andere leefgroepen. Na elk project volgt een bezinningsmoment.

Een basisvoorwaarde van een leefschool is geborgenheid. De klassen zijn dus huiselijk ingericht met onder andere sofa‟s, een keukentje, tafels… Dikwijls moeten de kinderen pantoffels aan zoals ze thuis gewoon zijn. Rondom de school is er veel plaats voorzien om te spelen waarin speeltuigen, dieren, … staan. Een leefschool is een school die gewoon anders is ! De klassen zelf zijn ingericht zoals een woonkamer. Op deze wijze smeed men een band tussen school en thuis. Lindsay D‟haen Er is een leefruimte voorzien waarin het dagelijkse kringgesprek plaatsvindt. In dit kringgesprek bespreken de kinderen hun gevoelens. Indien er ruzies zijn, worden die op deze manier opgelost. De kinderen leren op deze manier hun gevoelens beter uiten en kroppen ze niet op. Naast de woonkamer heb je ook de werkruimte. Hierin zijn verschillende hoeken waarin de kinderen kunnen werken. Voor taal, wiskunde en voor sommige delen van het project werken de kinderen in deze werkruimte.

Visie op het ideale onderwijs en de ideale school Binnen de school werkt men niet met klasgroepen. Men opteert voor leefgroepen. In deze groepen zitten kinderen van twee of drie leeftijden samen. Op deze 13


Verniewingspedagogen Woensdag 9 februari kregen we van mevr. Van Hauwermeiren meer informatie over methodescholen en vernieuwingspedagogen. We gingen dieper in op 6 vernieuwingspedagogen.

Volgens Petersen moet opvoeding erop gericht zijn jonge mensen zover te brengen dat ze problemen van hun generatie aanpakken. Dit vraagt om een wisselwerking tussen de behoeften van het kind en de problemen die uit de maatschappij voortkomen.

Celestin Freinet

Kortom: Elk kind is uniek en moet als een totaal wezen benaderd worden. Kinderen moeten van nature willen Hij begon met lesgeven buiten de klas. leren. Het moet op een natuurlijke wijze gaan. Over deze uitstappen schreef hij zelf verslagen, maar na drie jaar schreef hij ze op bord om daarna in groep te bespreken. Vervolgens liet hij de Zij begon zich te interesseren in leerlingen zelf hun bevindingen pedagogie toen ze als medisch vastleggen in teksten. Hieruit werd al assistente werkte aan de snel duidelijk dat de leerlingen psychiatrische kliniek waar zij gemotiveerder raakten. zwakzinnige kinderen hielp. Al snel Leren werd mede een verantwoordelijkheid van het kind. wou ze hierop dieper ingaan en

Maria Montessori

De notities van de kinderen bracht hij naar een drukpers, zodat deze bewaard en verspreid konden worden. Hierdoor bereikt het Freinetonderwijs enkele uitgangspunten. Zo vormen de ervaringen van de kinderen het vertrekpunt van het onderwijs. Leren wordt omschreven als het al handelend zoeken en ontdekken waarbij men zelfgevonden mogelijkheden in een nieuw verband zet. Het werk van de leerlingen moet uiteraard plaatsvinden in een zinvolle context. Als laatste puntje wordt gezegd dat de opvoeding op school niet los staat van de maatschappij.

ontwikkelde allerlei leermiddelen. Ze wou haar systeem toepassen in het gewone onderwijssysteem. Zij verving de horizontale groepsvorming van de traditionele klassikale school door een klasopbouw, waarbij drie opeenvolgende leeftijdsgroepen tot een groep worden herenigd. Zoâ€&#x;n groep bestaat uit diverse types: de leiders, de helpers, de bemoederende, de passieve, de meest geliefde en de eenzamen.

Zij geloofde erin dat het goed opvoeden leidde tot een betere maatschappij en uiteindelijk een betere wereld. Kortom: De Freinetklas houdt rekening met het eigen Ze was ervan overtuigd dat kinderen beter leren als ze leerritme en de eigen leerstijl van elk kind! zelf kiezen en zelf ontdekken op hun manier. Kinderen hebben een natuurlijke drang om zich te ontwikkelen. Ze maakte allerlei Montessori-materiaal dat ook wel ontwikkelingsmateriaal wordt genoemd, bv. zintuiglijk Hij bedacht het Jenaplan. Dit plan materiaal, meubilair‌ w e r d e e n w e t e n s c h a p p e l i j k Kortom: Het doel van Montessori bestond eruit kinderen gefundeerde onderwijsaanpak. De beter op te voeden voor een betere maatschappij. Jenaplanschool heeft net zoals elke school enkele uitgangspunten. Deze zijn voor elke Jenaplanschool gelijk, maar toch vult elke school dit op haar manier en met haar mogelijkheden in.

Peter Petersen

De Jenaplan onderwijsmethode is opgebouwd rond 20 basisprincipes. Uit deze principes blijkt dat elke mens uniek is en elke mens het recht heeft een eigen identiteit te ontwikkelen. Mensen moeten samenwerken aan een samenleving. Het onderwijs wordt uitgevoerd in pedagogische situaties met pedagogische middelen. In deze school vindt u overwegend heterogene groepen om het leren van zorgen voor elkaar te stimuleren.

14

Wat ik hoor, vergeet ik Wat ik zie, herinner ik me Wat ik doe, ken ik


Rudolf Steiner Op jonge leeftijd nam hij naast de fysieke wereld, een geestelijke wereld waar. Deze antroposofie wilde hij toegankelijke maken voor iedereen.

Carl Medaer Hij bestudeerde de pedagogische visies van bestaande alternatieve scholen in Vlaanderen. Er werden veel methodescholen opgericht, waaronder de leefschool. Dit is een school die het „leren‟ niet wil beperken tot de klassieke leerstof. Een leefschool is anders

De Vrije-Schoolpedagogie is gebaseerd op het antroposofische mensbeeld. Daarin staat de persoonlijke ontwikkelingsweg van elk individueel kind centraal. Het kind wordt gezien als een mens met eigen dan de gewone school. Een leefschool biedt geborgenheid. Dit is een talent, eigen voorgeschiedenis en individualiteit. basisvoorwaarde om goed te kunnen leren. Alle klassen De leerstof van de hoofdvakken wordt projectmatig behandeld. De kinderen verwerken gedurende een zijn dus heel huiselijk ingericht (bv. zetels, keuken…). Op viertal weken de leerstof zelf. Bij het einde van elke deze manier wordt er een band gesmeed tussen school periode schrijft de leerkracht een verslag van elk kind. en thuis. Dit verslag is het rapport. Een belangrijk element in het leerproces is herhaling. Er wordt gebruik gemaakt van combinatieklassen. Elke klas bestaat uit drie leerjaren waarbinnen elk leerjaar wordt geleid door een klasleraar. Het belangrijkste materiaal in de Steinerscholen is het bord. Elke dag is dit een toonbeeld van kunstzinnigheid en schoonheid.

Binnen de scholen opteert men voor leefgroepen waarin twee of drie leeftijden samen zitten. Hierdoor ontstaat er een intense en vertrouwelijke sociale omgang tussen kinderen van alle leeftijden.

Er zijn geen rapporten, maar wel evaluaties. Deze vermelden de vorderingen op ieder leerdomein. Het verwerken van leerstof gebeurt aan de hand van Kortom: Steinerscholen leggen veel nadruk op projecten. eigenschappen die voor de leerling van belang zijn om Kortom: Binnen de leefschool wordt belang gehecht aan zich later te kunnen blijven ontwikkelen. de totale ontwikkeling van het kind.

Helen Parkhurst

Lindsay D‟haen

In Dalton gaf ze les in een schooltje waar ze volop experimenteerde. Hierdoor ontstond de naam Daltonschool. Onderwijzen is een taak die op samenwerking berust. Kinderen leren door de middelen aan een doel aan te passen. Harmonie tussen leraar en leerling is onontbeerlijk als we emotionele conflicten willen vermijden. Het doel van het Daltonplan is synthetisch. Het plan legt meer nadruk op de omgeving waarin het kind verkeert en de manier waarop het handelt als lid van een gemeenschap dan op de vakken van het leerplan. Dalton gaat uit van het gegeven dat elke mens in staat is tot het dragen van verantwoorlijkheid voor zichzelf en voor zijn omgeving. De basisprincipes: vrijheid in gebondenheid, samenwerking en zelfstandigheid. Kortom: De leerlingen dragen in toenemende mate verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces.

15


EnquĂŞte: Internetgedrag Ontdek welk dier je bent en kom zo te weten welk gedrag je vertoont wat het internet. 1. Wat mag iedereen van jou weten? A. Je naam. B. Je leeftijd. C. Je weekendplannen. D. Je adres en je school. 2. Als je een foto van iemand op het internet plaatst, A. ik plaats geen foto's van anderen op het internet. B. vraag ik de toestemming aan hem of haar. C. vraag ik soms toestemming. D. doe ik dit zonder dat hij/zij dit weet.

9. Als ik iets koop via het internet,

A. B. C. D.

10. Als ik op het internet surf,

A. 3. Mijn wachtwoord vertel ik A. aan niemand. B. aan mijn ouders. C. aan mijn vriend/vriendin. D. aan iedereen.

ik koop nooit iets via het internet. dan controleer ik altijd of de verkoper te vertrouwen is. dan koop ik enkel via een webshop. (dus geen tweedehandssites) dan geef ik allerlei persoonlijke informatie over mezelf.

B. C. D.

vraag ik altijd toestemming als ik een nieuwe site ontdek. controleren mijn ouders mij regelmatig. word ik nooit gecontroleerd. doe ik allerlei dingen zonder mijn ouders op de hoogte te houden.

4. In mijn MSN-contactenlijst A. staan enkel familieleden. B. staan mijn vrienden, vriendinnen. C. staan ook vrienden van mijn vrienden. D. staan mensen die ik niet ken.

11. Op de pc besteed ik

5. Als ik afspreek met een chatvriend A. ik zou nooit afspreken met iemand die ik niet ken. B. dan praat ik er over met mijn ouders. C. dan vertel ik dit tegen mijn vrienden. D. dan doe ik dit stiekem.

12. Ik gebruik het internet A. om mijn huiswerk te maken. B. om spelletjes te spelen. C. om te chatten met vrienden. D. om nieuwe contacten te leggen.

6. Op het internet durf ik A. ik pest niemand via deze weg. B. iemand pesten via MSN. C. iemand pesten op een sociale netwerksite. D. foto's en teksten plaatsen waarmee ik anderen kwets.

A. B. C. D.

1 uur. 2 uur. 3 uur. meer dan 3 uur.

13. Ik gebruik een webcam A. ik gebruik nooit een webcam. B. om te communiceren met mijn vrienden. C. om foto's en filmpjes van mijzelf te maken. D. om dat sommigen dit vragen, ook al doe ik dit niet graag.

14. Ik maak gebruik van A. MSN 7. Als ik een e-mail krijg, B. Facebook A. verwijder ik de mail direct als ik de afzender C. Netlog niet ken. D. Andere B. kijk ik eerst wie hem heeft verzonden voordat ik hem open. 15. Muziek, spelletjes, films,... verkrijg ik C. open ik het ook al ken ik de afzender niet. A. door naar de winkel te gaan. D. open ik hem zonder de afzender te controleren. B. door online te bestellen/kopen. (vb. Itunes,bioscooptickets,...) 8. Als ik info van het internet haal, C. door illegaal te downloaden. (vb. Limewire, A. Ik neem nooit info van het internet. Zamzar, Pirate Bay,...) B. controleer ik de info. D. Andere. C. controleer ik soms de info. D. neem ik de info over zonder te controleren. 16


Kruis in onderstaande tabel de letter aan die je gekozen hebt. Tel daarna de uitkomst op en schrijf ze onderaan. Daarna controleer je aan de hand van het totaal welk dier jij bent. Succes !

Ik heb overwegend A: een leeuw. Vraag 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. Totaal

Antwoord A B C D A B C D A B C D A B C D A B C D A B C D A B C D A B C D A B C D A B C D A B C D A B C D A B C D A B C D A B C D

Je bent een leeuw. Dit wil zeggen dat jij een leidinggevend persoon bent. Je bent voorzichtig en weet wat kan en wat niet kan. Op het internet ben je dan ook uitermate voorzichtig! Goed zo!

Ik heb overwegend B: een havik. Je bent een havik. Hiermee wordt duidelijk dat je een kritische blik hebt. Je speurt naar gevaar en trekt alles in vraag. Dit is zeker handig als je op het internet surft. Je zal valstrikken snel ontdekken. Laat je zeker niet doen!

Ik heb overwegend C: een poes. Je bent een poes. Je geniet ervan dat anderen je aandacht schenken en je hulp bieden. Let op, want je ziet enkel het mooie. Op het internet is niet alles rozengeur en maneschijn. Kijk uit voor mensen die het niet goed met je voor hebben.

Ik heb overwegend D: een kameel. Jij bent een kameel. Een kameel draagt alle lasten zonder te zeuren. Pas wel op dat je je niet laat doen. Dit kan echter tegen jou werken. Mensen gaan al snel profiteren van jou. Zorg ervoor dat je grenzen stelt zodat je geen dingen doet tegen je zin.

17


A– en B-stroom We hebben het hier niet over de stromen in rivieren maar over 2 richtingen in het 1e jaar secundair onderwijs. De B-stroom sluit het best aan bij een basisschool. Dit komt doordat er sommige leerlingen die in de B-stroom terecht komen, hun diploma van het basisonderwijs nog niet behaald hebben. In de B-stroom wordt er ook met thema‟s gewerkt. Elke week werken de leerlingen dan rond een ander thema. De leerstof in de B-stroom is soms nog leerstof die ook in het basisonderwijs gegeven wordt. In de B-stroom worden ook meer praktijklessen gegeven. Deze bestaan uit koken, elektriciteit, hout, breien,… Zowel de jongens als de meisjes moeten deelnemen aan deze lessen. Ze kunnen niet kiezen tussen enkel koken en breien. Een andere De leerlingen die handel of mode kiezen als gelijkenis met het basisonderwijs is dat de leerlingen sterk keuzevak, de latere TSO-richtingen, krijgen begeleidt worden door de verschillende leerkrachten. dezelfde wiskunde als de leerlingen die Latijn hebben gekozen. Tijdens het observeren Een groot vooroordeel is dat de leerlingen die in de Bhebben we gemerkt dat deze wiskunde voor stroom zitten, brutaal of onhandelbaar zijn. Je moeten sommige leerlingen te hoog gegrepen is of dat leren omgaan met deze leerlingen en ze leren aanvaarden. Je moet je leerlingen respecteren dan krijg je de leerstof te rap wordt gegeven. Hierdoor haken sommige leerlingen af. Misschien moeten respect terug, dit is ook met leerlingen in de A-stroom. Een leerkracht praktijk die les geeft in de B-stroom zei dat we dit veranderen? het 3 jaar duurde voordat hij wist hoe hij met de leerlingen moest omgaan. Dus geef niet op als het eens minder gaat. In de B-stroom krijgen de leerlingen amper huiswerk of lessen te leren. Een deel van de leerlingen in de B-stroom gaan niet graag naar school en dan volstaat het voor hen dat ze de 8 uren op school volgen. Ook kan de leerkracht hen beter begeleiden als ze de taken op school maken.

Een belangrijk gegeven is dat je enkel naar de A-stroom kan gaan als je een getuigschrift hebt van het basisonderwijs.

De A- en B-stroom is een grote stap voor de leerlingen uit het basisonderwijs, maar de leerkrachten proberen de leerlingen hier zo goed mogelijk bij te begeleiden. De leerlingen krijgen de nodige aanpassingstijd en dit helpt De A-stroom is een meer theoretische richting. Je kiest voor al veel! Vanaf dat de leerlingen het ritme van een basispakket en daarbij kies je dan keuzevakken. Deze het secundaire onderwijs gewoon zijn, loopt alles vanzelf. keuzevakken beslissen meestal (niet altijd) al over je Maaike Van Driessche verdere studierichting in het secundaire onderwijs. De grootste aanpassing voor de leerlingen uit het basisonderwijs is dat ze elk uur een andere leerkracht krijgen en dat ze heel veel boeken moeten meebrengen op 1 dag. De A-stroom is voor velen een grote aanpassing, maar sommige werkvormen komen terug, bijvoorbeeld: duo‟s of groepswerken.

18


Een leefschool

Ee

n

Hoeken Projecten Carl Medaer Methodeschool Huiselijke sfeer Leefgroepen

sc

ho

ol

vo

or

ie

de

re

en

!

Ouderparticipatie

19


In het spoor van een leerkracht... leerkracht lager onderwijs allemaal doet tijdens die vakantie. Mijn groep kreeg de herfstvakantie en we begonnen te brainstormen. Al snel bleek ons blad vol. We bekeken wat elk groepje had opgeschreven. Vele zaken waren voor de hand liggend. Aan andere zaken had ik totaal niet gedacht. Hij besprak alle puntjes die we hadden opgeschreven en duidde dit steeds met voorbeelden aan situaties die hij omtrent dat Aangezien ons magazine deze maand gaat onderwerp al had meegemaakt. over school en maatschappij nam ik deel aan de sessie: „In het spoor van de leerkracht.‟ Dit „Als een leerkracht al haar overuren zou opnemen wel dan kom je aan de vijf vakanties.‟ werd gegeven door Bart Pieters. Bart Pieters werkt deeltijds op de Katholieke Heel de sessie sprak hij over zijn eigen Hogeschool Sint-Lieven te Sint-Niklaas als ervaringen of over zijn visie over het onderwijs. praktijklector en geeft ook nog deeltijds les in Hij stond ook open voor de visies van andere mensen. Ik vond het zeer boeiend om zo te werk het basisonderwijs. te gaan want vaak vergeten we een groot deel Zelf had ik helemaal geen idee wat ik van deze van wat een leerkracht moet doen. Lesgeven is sessie moest verwachten, ik had me dan ook eigenlijk maar 1/3 van de job. Na de vakanties zeer kritisch opgesteld. De sessie begon met een te overlopen hebben, bekeken we enkele filmpje dat geinspireerd was op het programma brieven die ouders geschreven hebben. We „Man bijt hond.‟ In dit filmpje zagen we deden dit omdat ouders een heel belangrijke allemaal foto‟s van evenementen dat er in een rol spelen. Je moet met de ouders van je school gedurende een jaar wordt leerlingen communiceren en dit op een goede georganiseerd. Allemaal heel leuk maar er manier. komt zoveel meer bij kijken dan gewoon Meneer Pieters gaf ons gedurende de hele lesgeven en uitstapjes. sessie ook veel tips. Wat we beter doen en niet In de media en dergelijke wordt steeds gezegd doen. Dit alles werd in een vertrouwde dat leerkrachten ongelooflijk veel vakantie omgeving gezegd waardoor er enkele hebben. Ze zijn één van de weinige beroepen officieuze dingen werden vermeld, maar die dat zoveel vakanties hebben. Hier ben ik het heel leerrijk en belangrijk voor ons waren. absoluut niet mee eens. Bart Pieters blijkbaar ook niet. Daarom zette hij alle vakanties aan Ik kan wel zeggen dat ik veel opgestoken heb bord. Dit waren er 5 namelijk grote vakantie, van deze sessie. Het was heel boeiend, vooral herstvakantie, kerst- en krokusvakantie en als als toekomstige of beginnende leerkracht. laatste paasvakantie. Hij verdeelde ons in 5 Nadat je in juni afstudeert, wordt je voor de groepen. Elk groepje kreeg een vakantie leeuwen geworpen en met deze tips in je toegewezen. De opdracht luidde dat elk achterzak kom je al een eindje verder. groepje eens moest brainstormen wat een 20


21


Wat vindt u van... ... GOK? Evy: Ik vind dikwijls de grens niet duidelijk tussen GOK en zorg. Al is het wel goed dat het bestaat, omdat het extra uren geeft om kindjes met problemen zoals taalachterstand bij te werken.

Anke: Gok betekent gelijke onderwijskansen. Elk kind heeft recht op goed onderwijs aangepast aan het niveau. Er zijn gokindicatoren. (niveau studies mama, taal,...). Aan de hand van deze indicatioren worden de gokuren toekend aan een school. Het is goed want hierdoor worden kinderen extra geholpen.

Dorien: GOK is inderdaad goed, maar de scholen maken hier ook vaak misbruik van. (meer GOK-uren aanvragen door formulieren verkeerd in te vullen, het wordt toch niet allemaal gecontroleerd of die mama inderdaad laaggeschoold is enzovoort). Zoals Evy zegt is de grens tussen GOK en zorg inderdaad niet duidelijk. Eigenlijk best jammer, want het is goed dat dit bestaat.

Sonja: Gok is goed. Vooral bij ons in het buitengewoon onderwijs. Gelijke onderwijskansen. Elk kind gelijk voor de wet: arm of rijk. Elk kind heeft het recht zich ten volle te ontwikkelen en te leren. Verschil tussen zorg en gok is niet steeds duidelijk. Het is echter opmerkelijk dat er bij ons veel kinderen in aanmerking komen voor GOK. Ik blijf hier steeds van verschieten.Toch blijf ik het goed vinden en moet men als school er proberen het beste uit te halen voor de kinderen die het nodig hebben.

22


... De overgang BaO naar SO? Tom: Dat hangt echt van school tot school af hoor... wij, bij ons op school, geven een infoavond voor de ouders, doen een ontbijt met de leerlingen van het eerste middelbaar en het zesde leerjaar, waarbij ze vragen mogen stellen aan elkaar en waarbij alles van een heel jaar uit de doeken gedaan wordt, er worden lessen Latijn gegeven in het zesde, om al eens te kunnen proeven van wat dat is, er worden overgangsoudercontacten gedaan met de ouders zodat alles duidelijk gekaderd wordt, er wordt in het eerste middelbaar een driedaagse gehouden om de sfeer erin te krijgen, dit in september, ze gaan ook nog eens 2 dagen naar Mariënborgh (ons 'buitenverblijf') waar ze die 2 dagen werken rond vertrouwen en Leefsleutels, ... Kortom: het hangt er gewoon van af wat je als school allemaal WIL doen om de overgang zo klein mogelijk te maken. Resultaat: het shockeffect is bij ons op school echt wel klein hoor...

Sanne: De overgang is nog te groot. In het SO houdt men te weinig rekening met de beginsituatie van de leerlingen die uit BaO komen. Vooral de organisatie wordt te weinig begeleid (boeken meenemen, notities nemen,huiswerk plannen,...)

Michelle: Overgang is inderdaad te groot en zou op een andere manier moeten georganiseerd kunnen worden. Een voorstel dat al een paar keer in de (schoolgerelateerde) media verschenen is komt neer op het volgende: Scholen splitsen zich op in graden waardoor graad 1 en 2 van het BaO tesamen komen te zitten. De derde graad van het BaO klit samen met de eerste graad van het SO. Zo kan de overgang van BaO naar het SO als een minder grote shock ervaren worden bij de leerlingen. Natuurlijk is dit nog niet mogelijk in de komende toekomst. Denk maar aan de leerkrachten, infrastructuur, … Kim : De overgang is inderdaad een grote aanpassing voor de leerlingen, maar met een goede voorbereiding in het lager en bepaalde maatregelen en activiteiten (kennismaken met het schoolgebouw, de leerkrachten, de klasgenoten, de manier van werken, …) in het middelbaar kan die aanpassing toch vlotter verlopen.

23


Wat vindt u van... ... het taalbeleid in Vlaamse scholen? Sarah: Er wordt al veel voor gedaan, maar er is nog veel ruimte voor verbetering. Zeker rond de moeilijkheden voor allochtone ouders en kinderen. Er worden al tolken ingezet, maar nu zouden er bijvoorbeeld ook brieven met meer icoontjes moeten komen, nog meer oudercommunicatie,…

Eddy: Taalbeleid houdt ook in dat in àlle vakken aandacht wordt geschonken aan taalgebruik. Er hoeven geen punten/ sanctie tegenover te staan, maar minstens zou de leraar de taalfouten kunnen aanduiden!

Inke: Een probleem is de integratie van anderstalige leerlingen (w.o. allochtonen). Niet alleen is hun kennis van „instructietaal‟ beperkt, maar hun totale taalbeheersing. Mislukken in een richting is dan ook héél dikwijls daaraan te wijten. Het watervalsysteem is dan ook onvermijdelijk voor hen. Tevens is ons schoolsysteem en de manier waarop les wordt gegeven heel verschillend van dat in hun land van oorkomst (dit geldt uiteraard alleen voor anderstalige nieuwkomers).

24


École maternelle

Buitenlandse kinderen zijn welkom!

École élémentaire Collège

School is gratis!

Lycée Woensdag ben je vrij!

Onderwijssysteem

Frankrijk Meeste vakantie van Publieke scholen versus privéInclusie

de hélé wereld!

Buitengewoon onderwijs

Lerarenopleiding: 3 jaar unief + 2 jaar lerarenopleiding 25


Donderdag 17 februari 2011

Van decreet tot… concrete toepassingen op het terrein. Het laatste jaar bachelor lager onderwijs bestaan uit modules in plaats van vakken. Een kenmerk aan een module zijn de verschillende gastsprekers die hun onderwerp komen promoten. Vaak zijn de onderwerpen een ver van mijn bed show en is het een saaie bedoening waar je jezelf moet bezig houden met kleuren of kruiswoordraadels moet invullen. Gelukkig zijn er ook vaak interessante thema‟s die wel heel boeiend zijn. Een woord dat wel bij elke gastspreker uit de mond komt is: GOK. Dit staat voor Gelijke OnderwijsKansen. Nu stond de hele dag in het thema van dit woord. „Weeral‟ was mijn eerste reactie dus had ik met mezelf die ochtend een gevecht om uit mijn bed te geraken.

Recht op inschrijvingen in een school naar keuze. Oprichting van de LOP‟s. …. We bekeken dus eerst het recht op inschrijvingen. Hij legde uit wie voorrang kreeg in een school adhv van een boekje. Dat boekje was het inschrijvingsbeleid van 2011 van de scholen in de regio Sint -Niklaas. De ouders krijgen dit thuis in de bus en moeten dan kijken aan welke eigenschappen ze voldoen en naar welke school hun kinderen dan mogen. Dit wordt gedaan om scholen te creëren met verschillende culturen samen en om witte en zwarte scholen tegen te werken. Ik had hier al van gehoord maar toch was het interessant om eens te kijken hoe dit alles in elkaar zat.

Hij vermeldde ook welke acties LOP ondernam. Zij hebben het boekje gemaakt, ze houden vormingsdagen voor leerkrachten om om te gaan met vreemden adhv van uitwisselingstafels, brochure voor warm onthaal, brochure op weg naar de kleuterschool, kalender om Het eerste wat me opviel toen ik leerkrachten bewust te maken ivm aankwam was het herkenbare gezicht kansarmoede,… van de spreker. De gastspreker was Jean -Paul de Beleyr. Hij is LOP- Een zijlijn die hij vertelde ging over de verantwoordelijke voor de regio Sint- Romaproblematiek. Dit onderwerp geeft Niklaas. In een vorig leven (en module) veel frustraties bij leerkrachten en hij heb ik samen met hem een workshop heeft dit proberen schetsen. gevolgd over Racisme. Tijdens die Ik kan zeggen dat ik alles wat deze workshop bleek dat hij een zeer kritische persoon verteld echt heel interessant was, persoon te zijn. „Mooi‟ dacht ik, „misschien ik heb veel inzichten verworven maar ik een pikante sessie?‟. weet niet of het van toepassing is voor Eerst en vooral. Ik vertelde dat hij LOP- de leerkracht Lager Onderwijs? Dit alles verantwoordelijke was. Sommigen zullen speelt zich boven onze hoofden af en het in Keulen horen donderen, maar dat belangt eerder directie aan. betekent: Lokale OverlegPlatforms. Goed, dan kunnen we beginnen. De sessie ging eigenlijk over de school van de ongelijkheid. We bekeken hoe scholen werken aan gelijke onderwijskansen. De krachtlijnen van het gelijke onderwijskansendecreet bestaat uit verschillende onderdelen. 26


Werkt GOK?

verduidelijkte met voorbeelden van zijn eigen ervaringen en situaties.

In

We sloten de les af met een gedicht van Jonathan Reed: The lost generation. Dit gedicht gaat over de generatie waar wij aan gaan lesgeven.

de namiddag ging het verder over GOK. Deze keer was de gastspreker Piet van Avermaet. Hij is een taalkundige, verbonden aan de universiteit van Gent. Hij heeft nog les gegeven in he basisonderwijs en heeft zich daarna toegespitst op het taalonderwijs.

Een prachtig gedicht dat je kunt bekijken op: http://vimeo.com/2997420. Diversiteit is de norm. Er mee leren Hieronder alvast de tekst!

omgaan de uitdaging. Met deze slagzin begon de les. De eerste sessie over GOK ging over recht van inschrijving en oprichting van de LOP‟s. Deze sessie spitste zich meer op het laatste actiepunt geïntegreerde ondersteuning. Geen herhaling van deze morgen. „Oef!‟ Wat wordt nu bedoeld met het laatste actiepunt: scholen ontwikkelen een GOKplan voor 3 jaar en bestaat uit 6 thema‟s waaruit ze mogen kiezen. GOK moet geïntegreerd worden in de reguliere klas. Kort gezegd. Het is onze verantwoordelijkheid om kinderen kansen te geven. Diversiteit staat centraal in ons didactisch handelen. Allemaal wel mooi gezegd maar hoe moeten we dit nu aanpakken. Hij toonde ons een fragment uit de reeks „Het Eiland‟ waaruit bleek dat het steeds van twee kanten moest komen. Nog een vraag die naar ons hoofd werd gesmeten: „Waarom moeten we omgaan met diversiteit in de klas?‟ Heel moeilijke vragen vond ik dit persoonlijk. Het antwoord was nochtans simpel. Kinderen komen met een verschillende rugzak naar school. Het minste wat leerkrachten kunnen doen is kijken wat er in zit. We moeten ons de vraag stellen: „Hoe kan ik de ervaringen van de leerlingen benutten zodat ze meer kansen krijgen?‟ Ik vond persoonlijk dat deze les inderdaad meer voor leerkrachten bestemd was, we werden bewust gemaakt dat wij het verschil kunnen maken voor sommige leerlingen en dit geeft me wel een goed gevoel. Ook alles was heel duidelijk aangezien hij alles

Veel kijk - en leesplezier. “I am part of a lost generation and I refuse to believe that I can change the world I realize this may be a shock but “Happiness comes from within.” is a lie, and “Money will make me happy.” So in 30 years I will tell my children they are not the most important thing in my life My employer will know that I have my priorities straight because work is more important than family I tell you this Once upon a time Families stayed together but this will not be true in my era This is a quick fix society Experts tell me 30 years from now, I will be celebrating the 10th anniversary of my divorce I do not concede that I will live in a country of my own making In the future Environmental destruction will be the norm No longer can it be said that My peers and I care about this earth It will be evident that My generation is apathetic and lethargic It is foolish to presume that There is hope. “

27


Vrijdag 18 februari 2011

Katholieke identiteit onder druk Eindelijk vrijdag. Tegen 10 uur kwam ik op school aan. Ik had met de redactie afgesproken om nog even te brainstormen over bepaalde onderwerpen voor het magazine. Pas in de namiddag kregen we een gastspreker over de vloer. Om kwart voor 1 begaven we ons naar het lokaal. Wat een opkomst. Weer een voltallige klas was aanwezig! (kuch sarcasme!) De gastspreker was dit keer een vrouw, Karen Germeys genaamd. Zij is onderzoekster om de KaHo Sint-Lieven. Voor deze sessie had ze enkele assistenten meegebracht. Ze begon met een korte inleiding en liet ons in enkele gropejes zitten. Elk groepje kreeg een begeleider toegewezen en we gingen een stellingspel spelen. (Daar leek het toch op. ) We dachten na over stellingen en gaven meningen hierdoor kwamen we tot de identiteitsladder. Jawel de identiteitsladder, doet me denken aan psychologie, maar goed. Deze ladder bestaat uit 3 treden:

Ik vond het eerste deel van de workshop heel leerrijk maar het laatste was iets te veel van het goede.

1.

Pedagogisch handelen

2.

Pedagogische doelen en overtuigingen Maar schuifproject blijft me wel bij. Wat is dat toch een grappig woord. Niet? Katholiek geïnspireerd referentiekader ofwel de visie van de school.

3.

28

Het tweede deel was in andere groepjes met ook een begeleider. Mijn groepje had het thema maatschappelijke verantwoordelijkheid. Geen „makkie‟, dit zeg ik u nu al. We moesten teksten lezen en daaruit afleiden wat de aandachtspunten zijn van een katholieke school. Het begon al bij de teksten. Moeilijk! Verstond er niets van. Ik heb ze enkele keren opnieuw moeten lezen. Uiteindelijk zijn we toch tot de actiepunten gekomen. Daarna moesten we in andere groepjes bespreken wat we gedaan hadden. De anderen waren aan het woord en ook daar zaten moeilijke elementen in. Ik was het laatste thema en niet veel mensen luisterde niet meer. Ik vond dit wel logisch, het was veel te moeilijk en er werd ook niet duidelijk gemaakt wat wij hier aan konden doen. Daarom dat er veel mensen afhaakten op het einde van de les. (En dan vermeld ik nog niet dat het 4uur op een vrijdagavond was. )

Korte samenvatiing is dat elke katholieke school een pedagogische visie heeft moeten opschrijven. Bij het Sint-Vincentiusinstituut zal dit gebaseerd zijn op de heilige Sint Vincentius en waar die voor staat. Leerkrachten moeten die visie omzetten in hun pedagogische overtuigingen en hun handelen. Dit is niet vanzelfsprekend en de visie is vaak een schuifproject. (grappig woord niet? ) Wat houdt schuifproject nu in? Wel vaak hebben scholen deze visie omgeschreven voor de inspectie maar that‟s it. Ze deponeren het in een schuif om nooit meer te bekijken. Dit is spijtig en daar moet verandering in komen. Heel mooi gezegd allemaal maar kunnen wij dit als beginnende leerkracht van een directie eisen. Ik pas hier liever voor.


Maandag 20 februari 2011

Ideas Ready For Action.

„Als je als land vooruit wil, moet de multicultuur weg.‟

Vandaag kwam Professor Marc De Vos van de universiteit van Gent ons meer vertellen over multiculturalisme. Hij schrijft o.a. voor de Knack en is aangesloten bij de itinera institute. Een heel grappige man alleen al door naar hem te kijken. Hij had een paars pak aan, dit liet hem uiteraard wel op een professor lijken. Het krulhaar gaf deze indruk nog meer. Laten we beginnen bij het begin. Hij begon met ons de achtergrond te schetsen. „Demography is Destiny‟. Demographie bepaalt alles dus wat er gebeurd. Enkele leuke weetje daarover: 70% van de globale bevolkingsgroei is in de ontwikkelingslanden, vooral Moslim. En 70% van de wereldbevolking is stedelijk tegen 2050. Het westen krimpt en wordt oud. Allemaal goed en wel maar wat houdt dat in met multiculturalisme. Wel het Westen wordt oud er komen steeds meer en meer immigranten naar ons land. De verkleuring wordt dit genoemd. Op zich niet erg, maar volgens Prof. De Vos moet de verkleuring mee helpen zorgen voor de oudere uit dit land door te gaan werken. Maar dit gebeurt niet. Dat is het grote probleem. In onze maatschappij is het multiculturalisme gelijk aan de Islam. „Je moet de olifant in de kamer noemen.‟ Zoals Prof. De Vos dit verkondigt.

Wat is nu het alternatief? Je moet van de realiteit een succes maken. Dit gebeurt door een stappenplan. 1.

Men gaat beslissen wie mag het land binnen en wie niet.

2.

Mobiliseren tegen marginaliteit bv huisvesting, aangepast onderwijs,…

3.

Ons eigen land een identiteit aanmeten en de zin in burgerschap laten openbloeien.

Allemaal goed en wel. Heel mooi vertelt en geloofwaardig maar het blijven maar argumenten of ideeën. Wanneer gaan we over tot de actie? Want

„als ge een omelet wil bakken, moet ge enkele eieren breken‟. Zoals Professor Marc De Vos vertelde. Dit was mijn kijk op de gaststprekers deze maand, tot de volgende.

In 2030 zal de moslimpopulatie in Europa verdubbeld zijn tot ongeveer 40 miljoen, exclusief Turkije. Inclusief Turkije is dit 120 miljoen. West-Europa zal tegen dan een massa-immigratie zijn en wij zijn er niet op voorbereid. Bij dit gedacht moest ik toch even gaan zitten. Ga ik dan bij de weinige blanken zijn in 2030? Gaan we echt in de minderheid zijn? Dit boezemt me schrik aan. Wat is nu multiculturalisme? Want ik gebruik het woord maar heb het nog niet uitgelegd. Multiculturalisme betekent dat alle culturen gelijk zijn, ze zijn niet (moreel) superieeur. Dit heeft als gevolg co-existentie en diversiteit. Wij zijn hier niet op voorbereidt als land dus we gaan dit negeren, vermijden of tolerenen. Dit brengt vele gevolgen met zich mee die iedereen kent: getto‟s ontstaan, uithuwelijken, we toleren hun vrouwendiscriminatie,… 29


Achter de schermen

30


Volgende maand in MELT De Islam

Diversiteit in talen

School zonder racisme Stereotypen & vooroordelen Rechtstreekse verslagen van de uitstappen 31


Met dank aan 

32

De Eikenkring Piet Van Avermaet Leo Van Belleghem Marc De Vos Raf Boelen Guido Kersschot Karen Germeys Kris Deckers Marleen Baert Jean-Paul de Beleyer


MELT  

Je smelt er helemaal voor!

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you