Issuu on Google+

#14

iNFO Tweemaandelijks tijdschrift 3e jaargang november-december 2013

Tijdschrift voor de rechtspracticus.

Bemiddeling: weldaad of kwaad Paralegals Elk kind heeft recht op erkenning Instorting balustrades Actieve en Passieve arbeidstijd Autonomie van de tussenvordering Spreek en schrijf de taal van de rechtspleging

I


De vraag van advocaten is ... Wie is geloofwaardig om mijn financiĂŤle situatie grondig te bespreken?

Tja, Dat is een vraag voor Bank J.Van Breda & CËš.

U bent welkom voor een persoonlijk gesprek en een gespecialiseerd antwoord. Bel ons op 03 217 53 33 of kijk op www.bankvanbreda.be/contact

Enkel voor ondernemers en vrije beroepen 2

INFO@LAW 2013 I november-december

BVB-Concept-adv-advocaten.indd 1

14/03/12 10:40


COLOFON Info@law Tijdschrift voor de rechtspracticus. Info@law is een juridisch tijdschrift dat zich richt tot advocaten en de praktijkjurist in het algemeen. Periodiciteit Info@law verschijnt 6 maal per jaar, namelijk in de maanden september, november, januari, maart, mei en juli. Redactieadres Elfri De Neve Stationsstraat 29 9700 Oudenaarde elfri@elfri.be Verantwoordelijk Uitgever Bruno Scheers Uitgeverij UGA Stijn Streuvelslaan 73, 8501 Heule. Druk en prepress Continuga NV Stijn Streuvelslaan 73, 8501 Heule. www.continuga.be sales@continuga.be Advertenties en reclame Voor meer informatie over de reclamemogelijkheden of het plaatsen van een advertentie in info@law, kan u een e-mail sturen naar magazine@uga.be D/2013/0857/1 ISSN 2034-452X Alle rechten voorbehouden.

Abonnementen

De abonnementsprijs bedraagt 25 € (excl. BTW) voor 1 jaar. Een abonnementsjaar loopt van 1 september tot en met 31 augustus van het daaropvolgende jaar. U ontvangt alle niet ontvangen edities van het abonnementsjaar waarin u zich abonneerde. Prijs voor een los nummer is 7 € te bestellen bij uitgeverij UGA of door een e-mail te sturen naar magazine@uga.be Wenst u een abonnement? Stuur dan een e-mail met uw gegevens naar abonn@uga.be. De redactie, de verantwoordelijke uitgever of uitgeverij UGA kunnen op geen enkele wijze verantwoordelijk of aansprakelijk gesteld worden voor schade die het gevolg is van het gebruik van de informatie en teksten uit info@law. Het overnemen van artikels uit info@law is alleen toegelaten met bronvermelding en na schriftelijke toestemming van de uitgever.

Alle teksten uit info@law worden samengesteld door de redactie. Voor zover geen andere naam of bronvermelding wordt weergegeven onder een bepaalde tekst is deze samengesteld door de redactie op basis van informatie op de site www.elfri.be. Via deze site en de zoekrobot op deze site kan aanvullende informatie over de bijdrage gevonden worden. info@law is gedrukt en verspreid op een oplage van plus minus 10.000 exemplaren per editie.

3. 4. 6.

Colofon Voorwoord Advocaat in de kijker: Daar is de rechtpracticus!

Afstammingsrecht

8.

Het recht van de biologische vader tot erkenning van een kind.

Burgerlijk recht

12.

Aansprakelijkheid instorting gebouwen 1386 bw cumul 1384 (Ballustrade)

Arbeidsrecht

16.

Actieve en passieve arbeidstijd

Gerechtelijk recht 21.

Hoger beroep in familiezaken termijnen vanaf kennisgeving in plaats vanaf betekening

24. De autonomie van de tussenvordering

Taalgebruik in gerechtszaken

29.

Leer nu eens in een beroepsakte de taal van de rechtspleging te schrijven

31. Uitsmijter: De trappen van justitie 33. Prikbord

info@law wordt bij verwijzing afgekort als “i@L”

iNFO Tijdschrift voor de rechtspracticus.

Info@law Uitgeverij UGA Stijn Streuvelslaan 73, 8501 Heule Tel: 056 36 32 11 Fax: 056 35 60 96 Email: publ@uga.be www.uga.be

INFO@LAW 2013 I november-december

3


VOORWOORD EXCUSES Het beroep van advocaat impliceert dat we als confraters voortdurend tegenover elkaar staan in vaak hoog oplopende conflicten en confrontaties. Dat hierbij als eens een woord te veel of te weinig gezegd wordt is begrijpelijk, maar kan verholpen. De regel die ons beroep als advocaat mogelijk maakt heet confraterniteit. Dit abstract begrip kan samengebald uitgelegd worden met één woord: “hoffelijkheid” in de breedste betekenis van het woord en daar horen “excuses” bij.

Meer dan eens dient de stafhouder tussen te komen om twee kemphanen te scheiden. Zijn beslissing is vaak dat er (wederzijds) excuses worden aangeboden. Maar niet zelden wordt hieraan geen gevolg gegeven of worden deze excuses verpakt in een ander verwijt. Van onze stafhouders mogen we echter niet verwachten dat ze dergelijke chicanes steeds inleiden als een tuchtklacht. Dit zou de tuchtraden te veel belasten. De verantwoordelijkheid en de bewaking van de confraterniteit is derhalve een zaak van zelftucht en zelfrespect, respect voor het beroep, respect voor de toga, respect als actor in het rechtssysteem. Het maakt ons waardig en dwingt respect af. Een vaak gehoord excuus bij zware beledigingen of uitspraken is dat de woorden uit de context werden gerukt of precies in een bepaalde context dienen gezien. Geen belediging kan door context worden goedgepraat. De rechtbank Eerste Aanleg te Oudenaarde (niet uitgegeven september 2005) diende te oordelen of de context een belediging kon “rechtvaardigen” of verschonen. In deze zaak werd een bandopname als echtscheidingsgrif aanvaard. Op het fragment was te horen “je zou beter een stok in je preute steken en ik zal je door de vleesmolen halen als Andras Pandi, dat verdien je...” Zelfs al beweerde de tegenpartij dat de bandopname slechts een partiële weergave was van het gesprek, toch oordeelde de rechter deze uitspraak al dan niet geknipt voldoende om de grief als ernstige belediging te aanvaarden. Een belediging is een woord of een groep woorden die rechtstreeks het zelfbeeld raakt, dan wel de waardigheid van de persoon van de andere. De string woorden of het beledigende woord hecht zich vast in het geheugen en laat een blijvende kwetsuur over van minachtig, gebrek aan respect. De com4

INFO@LAW 2013 I november-december

municatie wordt hierdoor compleet verstoord en onmogelijk gemaakt, behoudens indien de woorden onmiddellijk worden ingetrokken en er een onmiddellijke spijtbetuiging volgt die voldoet aan 4 voorwaarden. • onmiddellijk • onvoorwaardelijk • zonder zichzelf hierbij goed te praten of begrip te vragen • waar nodig herstel van de schade Men biedt de uitdrukking van spijt aan zonder te weten of dit aanvaardt zullen worden. Wanneer de uitdrukkingen van spijt voldoen aan deze voorwaarden en er daarnaast beloofd wordt dat deze woorden niet voor herhaling vatbaar zijn en het gedrag zal aangepast worden zullen ze in de regel aanvaard worden. Men excuseert zich niet, hetgeen al neerkomt op het verwachte resultaat. Men verontschuldigt zich niet (men neemt immers zelf zijn schuld niet weg. Verontschuldigingen aanbieden is meer vragen dan excuses aanbieden, men vraagt aan het slachtoffer letterlijk dat de dader geen schuld treft. Zelfs het aanbieden van excuses is letterlijk gezien een ongelukkige uitdrukking, aangezien men letterlijk vraagt dat de daad, de belediging wordt goedgepraat door een excuus, het betekent een rechtvaardiging van de belediging.


Correcter is dan ook zijn fout te erkennen. “Ik was fout, zwaar fout, het spijt me zeer kan je het mij vergeven, het zal niet meer gebeuren, mag ik het goed maken”. Hoe meer uitleg, zoals: “maar...” hierbij gegeven wordt hoe erger men het maakt en het is zeker niet nodig de bewoordingen van de beledigingen of de context te herhalen. Dit ontkracht de uiting van het spijt en rationaliseert de uitspraak, spreekt deze weer goed door een ongepaste verdediging. Een echte erkenning van fout is een eenzijdige ontwapening, lees ontmijning. Men mag niet kleinzerig doen. Vaak worden woorden als “gek” of “zot” gebruikt zonder enige beledigende connotatie. Anders ligt het met seksueel getinte uitlatingen of uitlatingen die een bepaalde verhouding tussen personen benoemen.

Excuses aanbieden Betekent niet altijd dat u fout bent en de andere persoon gelijk heeft het betekent eerder dat je de relatie met deze persoon belangijker vindt dan je eigen ego

Wie op de juiste manier kan toegeven dat hij verkeerd zat of een fout beging, toont karakter. Spijt betuigen maakt ons, in al onze onvolmaaktheid, menselijk.

Hou eens op met sorry zeggen! Het woord sorry tent vijf letters en wordt ook vaak door lomperiken gebruikt om zich door alles heen te slaan. Zich verontschuldigen vergt inzet, aandacht, herstelbereidheid van de relatie. Sorry komt dan wel aardig en beleefd over maar heeft vaak geen inhoud en wordt vaak niet gemeend. Journalist Fréderike Geerdink wordt moe van de excuus-inflatie.

Sommigen weigeren zelfs het woord sorry te zeggen omdat ze in de overtuiging van hun gelijk zijn vastgereden. Men dient zich te verontschuldigen van zodra men louter in de perceptie van de andere, de andere of een derde gekwetst heeft. Excuses gaan over relaties, relaties gaan niet over naakte feiten, maar over percepties, zelfbeeld, gekwetst zelfbeeld en hoe woorden bedoeld of onbedoeld zijn overgekomen.

Excuses aanbieden, fout erkennen: waarom is dat voor velen van ons zo lastig, en waarom is het toch handig om te leren. In westerse landen wordt het aanbieden van excuses gezien als het toegeven van schuld. Onze excuses zijn daarom vaak wat lomp en missen hierdoor uitwerking.

• Elfri De Neve Advocaat - Hoofdredacteur Oudenaarde, 1 november 2013

INFO@LAW 2013 I november-december

5


ADVOCAAT IN DE

KijKER Hilde Dhont Met deze reclameslogan richtte advocatenkantoor Van der Gucht & Partners BVBA zich enige jaren geleden tot haar doelpubliek, onder meer bestaande uit kleine en middelgrote ondernemingen. En de slogan is nog altijd actueel. Deze kleine en middelgrote ondernemingen vormen de ruggengraat niet alleen van de Belgische maar ook van de Europese economie. Zij zijn een belangrijke bron van werkgelegenheid en een kweekvijver voor nieuwe bedrijfsconcepten, voor innovatie.

“Denkt u niet te laat aan ons?

Maar deze kleine ondernemingen zijn ook zeer gevoelig, voor de soms zeer zware administratie, de gevolgen van regels en nog meer regels, de toenemende specialisatie… maar ook gevoelig in de relatie met medecontractanten en cliënteel: de kleine lettertjes in contracten, het aanbieden van nieuwe diensten en producten, het aanbieden van de producten via de nieuwe media, enzovoort. Hilde Dhont werkt meer dan vijftien jaar binnen advocatenkantoor van der Gucht & Partners in diverse domeinen die de KMO aanbelangen: contractenrecht, vennootschapsrecht, intellectuele rechten en fiscaal recht.

Met een knipoog beantwoordde een klant de openingsvraag met: “denkt u wel op tijd aan mij?”. Het is uiteraard ideaal om in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken te zijn. Een goed advies en een goede voorbereiding kunnen een hoop zorgen en geld besparen. Inzake contracten bijvoorbeeld las ik eens de quote: “Als twee mensen een overeenkomst maken, is er altijd één die de ezel is. Zorg er dus voor dat jij niet de ezel bent.” Nog beter is ervoor te zorgen dat geen van de partijen de ezel is, door te streven naar een akkoord dat de bedoelingen en wensen van beide partijen zo goed mogelijk weergeeft, zodat een duurzame samenwerking mogelijk is. Meer informatie over advocatenkantoor Van der Gucht & Partners en over Hilde Dhont vindt u op: www. vanderguchtadvocaten.be. Hilde Dhont is ook docent aan Hogeschool Gent en CVO Panta Rhei de Avondschool, waar zij de vakken registratie- en successierechten doceert. Zij is auteur van onder meer het “Praktisch Handboek Vlaamse Registratierechten”, uitgegeven bij UGA. • Hilde Dhont,

Hoofddoel is de “partner” te zijn van de onderneming: het aanspreekpunt bij problemen of vragen en voor het verlenen van adviezen, de rechterhand voor het mee voeren van onderhandelingen en bemiddelen en indien nodig de vertegenwoordiger in juridische procedures. 6

INFO@LAW 2013 I november-december


Registratierechten

DE AANKOOP VAN EEN WONING: BTW OF REGISTRATIERECHTEN EN DE GEVOLGEN VOOR DE MEENEEMBAARHEID De aankoop van een woning of een bouwgrond wordt altijd belast. In sommige gevallen zijn de registratierechten verschuldigd; in andere gevallen zal er BTW verschuldigd zijn. Hoe zit de vork precies in de steel? Traditioneel was de aankoop van een onroerend goed vrijgesteld van BTW maar onderworpen aan de registratierechten. In Vlaanderen bedroegen deze registratierechten voorheen 12,5%; thans bedragen zij principieel 10%. Toch is in bepaalde gevallen de BTW verschuldigd, meer bepaald bij de aankoop van een nieuw gebouw. Basistarief inzake BTW is 21%, behoudens uitzonderingen. Tot 1 januari 2011 diende men bij de aankoop van een nieuwbouwwoning met grond een uitsplitsing te maken. Op de aankoop van het nieuw gebouw was de BTW van toepassing. Voor de aankoop van de grond waren registratierechten verschuldigd. Onder invloed van het op 8 juni 2000 door het Europese Hof van Justitie gevelde arrest Breitsohl, dat stelde dat gebouwen of gedeelten van gebouwen en het erbij behorend terrein voor de BTW niet van elkaar kunnen worden gescheiden, werd bij

programmawet van 23 december 2009 (B.S. van 30.12.2009) het BTW-wetboek gewijzigd, zodat vanaf 1 januari 2011 het niet meer mogelijk is dat bij de gezamenlijke aankoop van een nieuw huis met grond, op het huis de BTW verschuldigd is, terwijl op de grond registratierechten worden betaald. Als de woning onder het BTW-stelsel wordt aangekocht (bijvoorbeeld bij de aankoop van een nieuwe woning bij een bouwfirma) dat moet sindsdien ook op het “bijhorende terrein” BTW betaald worden.

telkens opnieuw registratierechten te laten betalen.

Dit heeft niet alleen gevolgen wat betreft het toepasselijke belastingtarief. Deze regeling was ook een streep door de rekening van kopers die gebruik wilden maken van het in het Vlaamse Gewest bestaande stelsel van de “meeneembaarheid”.

Het eventuele overschot kon verder worden meegenomen.

De meeneembaarheid houdt in dat men, onder bepaalde voorwaarden (het moet gaan over de hoofdverblijfplaats + men moet er ten laatste na twee jaar zijn intrek hebben genomen) een deel (met een absoluut maximum van 12.500 EUR) van de registratierechten die betaald zijn bij de aankoop van een vorige woning (A1), terugkrijgt (of verrekent) bij de volgende aankoop van een woning (A2), mits verkoop van de eerste woning (V1). De filosofie achter die maatregel is dat iemand die verhuist om dichter bij zijn werk te wonen en minder kilometers af te leggen, niet bestraft moet worden door hem of haar

Tot vóór 2011 maakte het voor die “meeneembaarheid” niet uit dat een nieuwe woning met BTW gekocht werd. Want dan waren er toch nog altijd registratierechten verschuldigd op de aankoop van de grond, en kon men van dat bedrag aan registratierechten de rechten aftrekken die bij een vorige aankoop betaald waren.

Welnu, doordat bij aankoop van een nieuwbouwwoning ook het “bijhorend terrein” aan BTW is onderworpen, dreigde men in bepaalde omstandigheden het voordeel van de meeneembaarheid volledig te verliezen. Als iemand een huis (met grond) kocht volledig onder het BTW-stelsel, gingen de “meegenomen” registratierechten verloren. Men kon dan niet terugkrijgen wat er vorige keer betaald was maar ook geen “overschotten” meer meenemen naar een volgende aankoop. De BTWaankoop doorbrak als het ware de keten van aankopen. In een arrest van 22 maart 20121 zag het Grondwettelijk Hof echter een probleem in die hele regeling. 1

Grondwettelijk Hof 22 maart 2012, nr.

48/2012

INFO@LAW 2013 I november-december

7


Bij decreet van 13 juli 2012 werd het stelsel van de meeneembaarheid aangepast en dit met terugwerkende kracht met ingang van 1 januari 2011 (artikel 31 van het decreet).

Een effectieve teruggave (of “verrekening” als de verkoop van de vorige woning pas gebeurt na de aankoop van de nieuwe) krijgt men pas ter gelegenheid van een eventuele volgende aankoop die wel onder het stelsel van de registratierechten valt.

P

r

a

k

t

i

s

c

h

H

a

n

d

b

o

e

k

In Circulaire nr. 3/2013 (AFZ nr. 5/2013) dd. 18.03.2013 heeft de Administratie de nieuwe regels uitgebreid toegelicht met telkens een aantal voorbeelden. De auteur

Hilde Dhont is advocaat aan de balie van Gent. Zij is vennoot bij Van der Gucht & Partners, waar zij zich specifiek richt op fiscaal recht en handels- en ondernemingsrecht. Zij is tevens docente aan het CVO Panta Rhei – de Avondschool te Gent, waar zij o.m. registratierechten doceert in de opleiding Fiscale Wetenschappen, alsook aan de Hogeschool Gent waar zij o.m. registratie- en successierechten doceert in de BanaBa Toegepaste Fiscaliteit.

Uit deze circulaire moet verder worden onthouden dat de aankoop onder het BTW-stelsel aankoop ook R e voldoen g i s t r aan a t de i evoorwaarden r e c h t e n moet die in het algemeen gelden om de meeneembaarheid te kunnen toepassen (het moet gaan over de hoofdverblijfplaats + men moet er ten laatste na twee jaar zijn intrek hebben genomen). Leeft men die niet na bij de aankoop van (in het hoger voorbeeld aangehaalde) A2, dan kan men bij de aankoop van woning 3 niets meer terugkrijgen, zelfs al zijn de voorwaarden daar wel gerespecteerd.

Vlaamse

X koopt woning 1 (A1) in 2010 met registratierechten. Hij verkoopt deze woning (V1) in 2012 en koopt woning 2 met BTW (A2). Op dat moment kan men niet van de meeneembaarheid genieten want er worden geen registratierechten betaald. Voorheen was de meeneembaarheid ook verloren als X de woning 2 verkocht in 2013 om een derde woning (A3) te kopen. Dit is niet meer het geval. Als X woning 2 verkoopt en woning 3 koopt met registratierechten, kan hij alsnog de meeneembaarheid genieten, rekening houdend met de betaalde rechten bij A1. Tegelijk wordt de meeneembaarheid anders geformuleerd. Het gaat niet 8

r

a

k

t

i

s

c

h

H

a

n

d

b

o

e

k

Praktisch Handboek Vlaamse Registratierechten Hilde Dhont

R

e

g

i

s

t

r

a

t

i

e

r

Vlaamse e

c

h

t

e

n

Het boek

Wie hetzij beroepshalve, hetzij uit interesse, regelmatig dan wel occasioneel, in aanraking komt met het kopen of verkopen van onroerende goederen, het opstellen of beoordelen van huurovereenkomsten, schenkingen, verdelingen, enz. wordt steeds geconfronteerd met vragen naar het al dan niet verplicht zijn van registratie alsook met de berekening van de verschuldigde registratierechten. Dit boek bespreekt de grote principes van de Vlaamse registratierechten. In afzonderlijke hoofdstukken worden de belangrijkste berekeningsregels van elk van de bestaande Vlaamse registratierechten besproken en toegelicht aan de hand van praktijkvoorbeelden. De bedoeling is te zorgen voor een handig gebruiksinstrument bij de berekening van de meest courante Vlaamse registratierechten. Het boek is dan ook in de eerste plaats gericht naar de praktijk maar biedt toch de nodige theoretische ondersteuning, soms door middel van verwijzing, zodat het de lezer in staat stelt de gemaakte berekeningen te onderbouwen.

13-56230-00-B-ONTWERP 3 K VL REG RECHTEN.indd 1

Bijvoorbeeld :

P Praktisch Handboek Vlaamse Registratierechten  Hilde Dhont

Door deze aanpassing gaat de meeneembaarheid niet langer verloren door de aankoop van een woning (en grond) onder het BTWstelsel. Maar er gebeurt ook geen teruggave van registratierechten naar aanleiding van de aankoop van de nieuwe woning met BTW. Een eventuele aankoop met BTW wordt genegeerd in de keten van opeenvolgende aankopen en verkopen die recht geven op een teruggave van registratierechten: de aankoop met BTW doorbreekt de keten niet.

per ongeluk zo geformuleerd dat er nooit een “overschot” meegenomen kon worden boven het bedrag dat aan registratierechten verschuldigd is bij een nieuwe aankoop. De circulaire bevestigt het standpunt van de (Vlaamse) minister van Financiën dat dit niet de bedoeling was.

meer om het terugkrijgen van bij een eerdere gelegenheid (zijnde A1) betaalde registratierechten maar om een vermindering van actueel verschuldigde registratierechten. Daardoor is er formeel geen discriminerend onderscheid in behandeling meer maar vermijdt de Vlaamse overheid dat ze registratierechten moet teruggeven op een moment dat er helemaal geen registratierechten betaald worden.

De circulaire geeft ook blijk van een soepele interpretatie van een punt waar de letterlijke wettekst ruimte voor twijfel laat. Stel dat bij A2 12.500 EUR registratierechten verschuldigd zijn, bij A2 : 10.000 EUR en bij A3: 20.000 EUR. Bij A2 kan men hoe dan ook maar 10.000 EUR terugkrijgen want men kan niet meer terugkrijgen dan wat men moet betalen. Maar van de aankoop van A1 heeft men 12.500 euro “meegenomen”. Het verschil (het “overschot” van 12.500 min 10.000 = 2.500) zou men dan normaal gezien moeten kunnen meenemen naar een volgende aankoop en het eventueel gebruiken om een bijkomende teruggave te vragen bij de aankoop van huis 3 of 4 enzovoort. De nieuwe wettekst was

INFO@LAW 2013 I november-december

3 uitgave de

21/10/13 11:02


Administratief “strafrecht”

GEMEENTELIJKE ADMINISTRATIEVE SANCTIES In de pogingen de werkdruk van de rechtbanken te ontlasten voor kleine vergrijpen en de gemeentes een grotere autonomie te verlenen om rust, veiligheid en “orde” te handhaven ter bestrijding van de verstoring van zogeheten overlast werden de gemeentelijke administratieve sancties bedacht. Een en ander werd uitgewerkt in verschillende fases in de eerste plaats door: • de invoering van artikel 119bis en ter nieuwe gemeentewet Hierdoor kregen de gemeenten de mogelijkheid administratieve sancties op te leggen ter beteugeling van inbreuken op de politiereglementen en verordeningen die overlast en kleine overtredingen bestraffen met geldboetes tot maximum 250 euro; • de invoeging, in het artikel 135 § 2 van de nieuwe gemeentewet, van het begrip «openbare overlast» in de bevoegdheden van de gemeentelijke administratieve politie; • de invoeging van artikel 134ter van de nieuwe gemeentewet waardoor de burgemeester de bevoegdheid kreeg om bij hoogdringendheid en wanneer de uitbater de uitbatingvoorwaarden niet naleeft, de voorlopige sluiting van een instelling of de schorsing van een vergunning uit te spreken; • De invoeging van art 134quater van de nieuwe waardoor de burgemeester de bevoegdheid kreeg om een instelling voorlopig te sluiten omwille van de openbare orde (art 134quater NGW). De voormelde artikels in de nieuwe gemeentewet worden onderaan deze bijdrage vermeld. Vervolgens zijn er een aantal wetswijzigingen gekomen, lees reparatiewetten en aanvullingen inhoudende:

• Verruiming van het toepassingsgebied van de gemeentelijke administratieve sancties: bepaalde overtredingen worden uit de strafrechtelijke sfeer gehaald en de mogelijkheid wordt voorzien een gemeentelijke administratieve sanctie op te leggen voor bepaalde wanbedrijven uit het Strafwetboek. • bepaalde gemeenteambtenaren kunnen ook vaststellingen doen, naast politieambtenaren en hulpagenten • minderjarigen vanaf 16 jaar kunnen ook een gemeentelijke administratieve sanctie opgelegd krijgen; ouders, voogden of degenen die gezag hebben over de minderjarige worden burgerlijk aansprakelijk gesteld voor de betaling van de administratieve geldboetes • creatie van een (soms verplichte) voorafgaande bemiddelingsprocedure

“ We verGASsen onze ziel Jan Nolf

Voorafgaande voorwaarden: Alvorens een gemeente gemeentelijke administratieve sancties kan toepassen, moet zij aan 3 voorwaarden voldoen: • Aanpassen van het politiereglement/ verordening • Aanstellen van een gemeentelijke ambtenaar die de inbreuken zal vaststellen of beroep doen op politieambtenaren en/of hulpagenten • Aanduiden van een gemeentelijke ambtenaar die de administratieve boetes zal opleggen

Wie kan vaststellen? Gemeenteambtenaren die inbreuken kunnen vaststellen in het kader van artikel 119bis Nieuwe Gemeenwet moeten, ingeval zij beschikken over een getuigschrift lager secundair onderwijs, een ervaring hebben van 5 jaar ten dienste van de gemeente, die nuttig is voor het uitoefenen van de functie. Wat wordt bedoeld met “de functie”? De term functie slaat op de vaststellingstaak die aan de gemeenteambtenaar wordt opgelegd. De betrokken persoon moet binnen de gemeente min. 5 jaar ervaring hebben in het uitvoeren van een taak die raakvlakken vertoont met de huidige vaststellingsfunctie die hem wordt toevertrouwd; er dient derhalve een zekere aanwijsbare band te zijn tussen de voorheen uitgeoefende functie en de huidige taak. Let wel: Het Koninklijk besluit van 5 december 2004 houdende vaststelling van de minimumvoorwaarden waaraan de gemeenteambtenaren moeten voldoen voorziet vier cumulatieve voorwaarden, in het bijzonder die met betrekking tot het diploma en/of beroepservaring en die met betrekking tot de opleiding. Het Koninklijk besluit voorziet niet dat aan één voorwaarde moet worden voldaan vóór een andere. Het is aan de gemeente zich ervan te vergewissen dat de ambtenaar aangewezen voor het vaststellen van de overtredingen aan alle gestelde voorwaarden voldoet. Het Koninklijk besluit van 7 januari 2001 voorziet dat de gemeenteraad de gemeentesecretaris aanwijst in de hoedanigheid van ambtenaar belast met het opleggen van de administratieve boetes. De gemeenteraad kan eveneens een

INFO@LAW 2013 I november-december

9


ambtenaar aanwijzen van een niveau waarvoor een universitair diploma van de tweede cyclus of een gelijkaardig diploma is vereist. Dit houdt in dat indien de gemeentesecretaris niet beschikbaar is, de gemeenteraad een andere persoon van niveau 1 in dienst van de gemeente kan aanwijzen. De reglementering verbiedt niet dat deze persoon deel uitmaakt van de preventiedienst van de gemeente, maar deze optie wordt niet aanbevolen. Het preventiewerk is namelijk een “nabijheidswerk” dat het opbouwen van contacten of liever gezegd samenwerking met de inwoners van de gemeente met zich meebrengt. De rol van “sanctionerend” ambtenaar, maakt het door het repressieve aspect niet mogelijk preventieve acties te verwezenlijken. De sanctionerende ambtenaar treedt op als een rechter, waardoor hij gehouden is tot de algemene regels van het strafrecht. Uitvoering: De beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete is uitvoerbaar na het verstrijken van de beroepstermijn (één maand vanaf kennisgeving). Op dat ogenblik krijgt de administratieve beslissing dezelfde waarde als een vonnis en kunnen zich rechtstreeks wenden tot de gerechtsdeurwaarder teneinde tot gedwongen uitvoering te laten overgaan. Over welk soort overlast gaat het: Hou je vast en tracht niet te glimlachen, dit is bloedernstig: er is geen beperkende lijst en de gemeente heeft vrije interpretatie en kan haar inspiratie de vrije loop laten gaan waardoor vaak hilarische toestanden ontstaan: ondermeer het voederen van duiven of meeuwen, het reglementeren van hondepoeppreventie, graffiti, wildplakken, wildplassen, gebruik van een speeltuin door personen ouder dan 14 jaar, vechtpartijtjes zonder gewonden, taartgooien, nachtlawaai, vandalisme, moeskopperij (stelen van veldgewassen), het afsteken van vuurwerk en het niet reinigen van de straat, het gebruik van alcohol op bepaalde plaatsen en tijdstippen, kauwgom op de weg spuwen, het 10

dragen van bepaalde kledij, het dragen van een boerka op straat, het blijven slenteren zonder doel of rondhangen in openbare gebouwen, telefooncellen, fietsen in parken, het aftrekken van bladeren in parken, het houden van een vergadering, manifestatie in open lucht zonder voorafgaande toestemming, het organiseren van een muziekopvoering en grote feesten in een gesloten ruimte zonder voorafgaande melding, het verplicht gebruik van een leiband voor honden, het niet verwijderen van onkruid op je voetpad, het achterlaten van zwerfvuil met inbegrip van een papiertje van snoep of een sigarettenpeuk, het bedekken van het gezicht, geheel of gedeeltelijk, zodat het gezicht niet volledig zichtbaar is ter identificatie, het niet beëindigen van een (vals) alarmsignaal in woning of wagen, binnen 30 minuten of korter, het gebruik van vuurwerk, het voederen van een zwerfhond of zwerfkat, de olie van je wagen verversen op de openbare weg, het gebruik van een grasmaaier op zon- en feestdagen, verhuizen na 22 uur of voor 6 uur in de ochtend, belletje trek doen, stof maken bij de uitvoering van werken zonder voldoende afscherming, huisvuil deponeren in een publieke vuilbak, de vuilniszak buiten zetten voor 20 uur de dag voor de ophaling, reclame in een bus steken van een leegstaand huis en vele andere zaken die van gemeente tot gemeente verschillen. Beroepsmogelijkheid

R EC H T S L E E R: • Tom Van den Hende, Bewezen inbreuk op politiereglement leidt niet automatisch tot administratieve geldboete, Juristenkrant 25 mei 2011, pagina 3. De auteur bespreekt een (nog) niet gepubliceerd vonnis van de politierechter te Dendermonde van 5 mei 2011. In de gemeente Lebbeke bestaat de verplichting om de huisnummers op de gevels van de woningen aan te brengen met door de gemeente geleverde blauwe nummerplaatjes. Een bewoner verkoos voor een eigen wijze van aanbrengen van een huisnummer en kreeg zowaar een geldboete van 60 euro. Dit op basis van de overweging dat de verplichting om de blauwe huisnummers aan te brengen werd ingeschreven in het politiereglement van Lebbeke. De bewoner deed een beroep op de rechter en kreeg gelijk op grond van de overwegingen: - dat de bewoner geen openbare overlast had veroorzaakt - dat het huisnummer van de bewoner voldoende onderscheidend en opvallend was; - dat ook de huisnummers van de gemeente hun onderscheidend vermogen kunnen verliezen door vervuiling of veroudering - dat de beslissing tot het opleggen van een geldboete onvoldoende gemotiveerd was.

Er is mogelijkheid om beroep aan te tekenen bij de politierechtbank

• Godfried Geudens, De GAS-wet en de rechterlijke toetsing: nood aan uniformiteit, De juristenkrant, 232,13

“ Antwerpen werpt

Dient de rechter die een GAS onderzoekt niet alleen de inbreuk vast te stellen, maar ook het daadwerkelijk karakter van de overlast? De auteur zoekt (tevergeefs) naar praktische antwoorden.

INFO@LAW 2013 I november-december

zich op als eigenzinnige stadstaat buiten België Jan Nolf

R EC H T S P R A A K: • Raad van State 20 maart 1996: Krachtens art. 119 Nieuwe Gem. W. kan de gemeenteraad politiereglementen uitvaardigen, o.m. ter bescherming van


de openbare orde (zie art. 135, § 2). In het reglement moet duidelijk en precies worden aangegeven welke maatregelen de beveiliging van de openbare orde noodzakelijk maakt. Een reglement dat in uiterst algemene en dus vage bewoordingen is geformuleerd, laat het in feite aan de burgemeester over om de door de gemeenteraad gelaten onduidelijkheid telkens concreet op te vullen. Aldus heeft de gemeenteraad zijn bevoegdheid afgestaan aan de burgemeester, en daardoor zijn eigen bevoegdheid miskend (R.v.St., 20 maart 1996, b.v.b.a. Golf Practice Club, nr. 58.673). • GwH, 28 februari 2008, nr. 28/2008. De procedure die kan leiden tot het opleggen van een administratieve geldboete, heeft betrekking op kleinere overtredingen waartegen de wetgever op legitieme wijze snel en doeltreffend wenste op te treden. Die doelstelling zou moeilijker haalbaar zijn wanneer in de administratieve procedure gronden voor schorsing of verjaring zouden gelden die analoog zijn aan die waarin de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering voorziet. Daaruit volgt dat de afwijkende procedureregels door verschillende omstandigheden worden verantwoord • GwH, 27 mei 2010, nr. 62/2010 De omstandigheid dat een decreet het de gemeenten mogelijk maakt om administratieve sancties op te leggen teneinde gedragingen te bestraffen die strafrechtelijk worden bestraft, terwijl art. 119bis N. Gem.W. dat in een dergelijk geval niet mogelijk maakt, betekent niet dat inbreuk zou worden gemaakt op de bevoegdheden van de federale wetgever. Deze laatste is, krachtens art. 6, § 1, VIII, eerste lid, 1°, vierde streepje, Bijz. W. 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, bevoegd om de organisatie en het beleid inzake de politie, met inbegrip van art. 135, § 2, N. Gem.W., te regelen. Die bevoegdheid betekent niet dat de gewesten de gemeenten enkel onder de bij art. 119bis N. Gem.W. vastgestelde voorwaarden, namelijk teneinde gedragingen te bestraffen die niet strafrechtelijk worden bestraft, ertoe

zouden kunnen machtigen administratieve sancties op te leggen

gemeenteambtenaren moeten voldoen, zoals bepaald in artikel 119bis, § 6, tweede lid, 1° van de nieuwe gemeentewet

• R.v.St., 23 oktober 2009 Een administratieve sanctie die niet voorkomt in de opsomming van art. 119bis, § 2, tweede lid, N. Gem.W., is onwettig. Dit is met name het geval met een straatverbod waarmee een gemeente degenen die overlast veroorzaken zelf wil aanpakken, als alternatief voor een strafrechtelijke aanpak (R.v.St., 23 oktober 2009).

“ Justitie te koop.

GAS-boetes zijn het einde van de rechtsstaat Jan Nolf

• 3 januari 2005 - Omzendbrief OOP 30bis aangaande de uitvoering van de wetten van 13 mei 1999 tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties, van 7 mei 2004 tot wijziging van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming en de nieuwe gemeentewet en van 17 juni 2004 tot wijziging van de nieuwe gemeentewet • 17 maart 2005 - Koninklijk Besluit tot vaststelling van de inwerkingtreding van de wet van 17 juni 2004 tot wijziging van de nieuwe gemeentewet • 20 juli 2005 - Wet houdende diverse bepalingen • 10 november 2005 - Omzendbrief OOP30ter waarbij uitleg verschaft wordt bij de wijziging van artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet krachtens de wet van 20 juli 2005 houdende diverse bepalingen

Wetgeving: De wet- en regelgeving • 13 mei 1999 - Wet tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties • 7 januari 2001 - Koninklijk besluit tot vaststelling van de procedure tot aanwijzing van de ambtenaar en tot inning van de boetes in uitvoering van de wet van 13 mei 1999 betreffende de invoering van gemeentelijke administratieve sancties • 7 mei 2004 - Wet tot wijziging van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming en de nieuwe gemeentewet • 17 juni 2004 - Wet tot wijziging van de nieuwe gemeentewet • 17 juni 2004 - Wet tot wijziging van de gemeentewet Erratum • 5 december 2004 - Koninklijk besluit houdende vaststelling van de minimumvoorwaarden waaraan de

• 25 januari 2007 - Wet tot bestraffing van graffiti en van beschadiging van onroerende eigendommen en tot wijziging van de nieuwe gemeentewet.

De verzuring in Lebbeke: Kent u ook deze verplichtingen die voorkomen in de codex van Lebbeke? • Brandnetels kunnen op uw grond kunnen u 250 euro boete opleveren: Art. 1.3.3.3. De huurder en desgevallend de eigenaar van een stuk grond palend aan een voetpad of verhoogde berm deel uitmakend van de openbare weg is verplicht dit voetpad of deze verhoogde berm te onderhouden, zodanig dat de voetgangers op geen enkele wijze gehinderd worden zelfs niet door onkruid of gewassen op dit voetpad of verhoogde berm. Inbreuken op deze bepaling wor-

INFO@LAW 2013 I november-december

11


den gesanctioneerd met een administratieve geldboete van maximum 250,00 EUR. • Verboden te hinkelen of een zoektocht met pijltjes op de weg aan te brengen Art. 1.3.3.4. Het is verboden om zonder een vergunning van het college van burgemeester en schepenen pijlen of andere tekens op het wegdek, fietspad of voetpad aan te brengen. Inbreuken op deze bepaling worden gesanctioneerd met een administratieve geldboete van 60,00 EUR. • Verboden met sneeuw of ijs te spelen 1.3.4.Bestrijding van sneeuw en ijs Art. 1.3.4.1. Het is verboden op een openbare plaats: a) water te laten lopen of te doen lopen bij vriesweer of dreigende vorst b) glijbanen te maken c) sneeuw of ijs afkomstig uit de gebouwen of aanhorigheden ervan te werpen of neer te leggen d) ijskegels aan de buitenkant van de daken te laten hangen. e) sneeuw op de openbare weg te vegen Inbreuken op deze bepalingen worden gesanctioneerd met een administratieve geldboete van 120,00 EUR • Wie het voetpad reinigt met AJAX krijgt een geldboete van 60 euro: Het is verboden op alle openbare plaatsen chemische bestrijdingsmiddelen– behalve bleekwater, javelwater (hypochloriet) en biologisch afbreekbare producten - te gebruiken. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op de openbare diensten, die chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken in het kader van het reductieprogramma. Inbreuken op deze bepalingen worden gesanctioneerd met een administratieve geldboete van 60,00 EUR. • Kom niet met meerdere personen tegelijk op straat: Behoudens voorafgaande schriftelijke toelating van de burgemeester is het 12

organiseren van iedere manifestatie of openbare bijeenkomst in open lucht, verboden. De houders van deze toelating zijn gehouden zich te schikken naar de voorwaarden vervat in het toelatingsbesluit. Inbreuken op deze bepaling worden gesanctioneerd met een boete van 60 euro.

En dit slechts als voorbeeld. Ander leuk of eerder verzuurd GAS-recht in Antwerpen, Gent, Kortrijk, Leuven, Herzele, Evergem, Denderleeuw, Schilde, Brugge en als kers op de taart Lier (Indien Felix Timmermans of Anton Bergmann nog hadden geleefd dan hadden ze er zeker een boek over geschreven)

• Verboden duiven te voederen: art. 1.6.1 Het is verboden wilde of verwilderde duiven of verwilderde huisdieren te voederen. Inbreuken op deze bepalingen worden gesanctioneerd met een administratieve geldboete van 60 EUR. • Opgelet in Lebbeke doe geen en dringend plasje doen tegen een boom openbare zedenschennis:

“ We evolueren

langzaam naar een politiestaat

Algemeen politiereglement Lebbeke “1.12. OPENBARE ZEDENSCHENNIS Art. 1.12.1. Het is verboden op een openbare weg te plassen tenzij in de daartoe voorziene inrichtingen Inbreuken op deze bepaling worden gesanctioneerd met een administratieve geldboete van 60,00 EUR”. Meer leuks en vrijheden over Lebbeke zie de 125 bladzijden tekst op http:// www.scribd.com/doc/25988219/Gemeente-Lebbeke die niet a lleen iedere bewoner van Lebbeke dient te kennen, maar ook hij die er tijdelijk verblijft of er doorrijdt. Indien u door Lebbeke rijdt en u moet even vlug een plasje doen, rij dan eerst Lebbeke door. Zoek op het internet naar de eerstvolgende gemeente waar u nog tegen een boom een plasje mag doen of wees gul en stap een herberg binnen in Lebbeke, bestel 1 cola, en vergeet niet een plasje te maken. De gemeentelijke middenstand zal u dankbaar zijn. Maar let wel goed op uw spelende kinderen, huisdieren en huisgenoten, want in Lebbeke zijn er veel dingen die niet mogen.

INFO@LAW 2013 I november-december

Krachtens de bepalingen van de wet van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet dienen de bedragen van de administratieve geldboetes gelezen te worden als waren het bedragen in euro, gedeeld door 40 (en niet door 40,3399). Zodoende dient 10.000 Fr. gelezen te worden als 250 euro en 2.500 Fr. als 62, 50 EURO.>>>


Administratief strafrecht

GASBOETE VOOR VUILZAK DE AVOND VOOR DE OPHALING BUITEN TE ZETTEN BOETE WERD DOOR RECHTER HERLEID TOT 1 EURO Instantie: Politierechtbank Plaats van uitspraak: Brugge Datum van de uitspraak: don, 28/06/2012

Partijen hebben in openbare terechtzitting dd. 21 juni 2012 van de vierde burgerlijke kamer van de Politierechtbank te Brugge hun standpunt uiteengezet.

A.R.: 12A153

De Rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde stukken.

De Politierechtbank te Brugge, vierde burgerlijke kamer, heeft het hierna volgend vonnis verleend:

De artikelen 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

Vonnis op tegenspraak en in eerste aanleg

I I. T E N G RO N D E

De heer GVB wonende te 8400 Oostende appellant: in persoon verschijnend tegen De STAD OOSTENDE, vertegenwoordigd door haar College van Burgemeester en Schepenen, met burelen Stadhuis Vindictivelaan 1 te 8400 Oostende

A. GEGEVENS EN VOORWERP VAN DE VORDERING De vordering van appellant strekt ertoe de beslissing dd. 17 december 2010 tot het opleggen van een gemeentelijke administratieve geldboete te vernietigen. In die beslissing werd hem een geldboete opgelegd van 59,00 euro wegens een inbreuk op art. 33 en 34a van de stedelijke verordening betreffende de openbare reinheid.

dagochtend. De zak werd meegenomen en doorzocht en men vond een brief gericht aan de heer GVB. Met aangetekende brief van 27 juli 2010 werd de heer GVB ingelicht van het feit dat er tegen hem een bestuurlijk verslag was opgesteld wegens een inbreuk op art. 33 en 34a van de stedelijke verordening betreffende de openbare reinheid, aangezien het huisvuil enkel op de dag van de ophaling vanaf 5u. ’s morgens mag worden buiten gezet. In de brief staat dat er appellant een geldboete van maximaal 62,50 euro kan worden opgelegd en hij wordt uitgenodigd om zijn verweermiddelen schriftelijk te laten geworden door middel van een aangetekende brief. Bij de brief was een kopie gevoegd van het bestuurlijk verslag.

B. BEOORDELING geïntimeerde:

1. Voornaamste feitelijke elementen en antecedenten

I. R EC H T S P L EG I N G

Blijkens een zg. “bestuurlijk verslag” stelde een Oostends gemachtigd ambtenaar op zondag 13 juni 2010 om 10u. vast dat in de Van Iseghemlaan te Oostende, ter hoogte van het huis nummer …, een reglementaire huisvuilzak tegen de boomhaag stond, terwijl de huisvuilophaling pas zou gebeuren op maan-

De zaak werd ingeleid bij verzoekschrift tot hoger beroep dat op 27 januari 2011 op de griffie werd neergelegd en dat met gerechtsbrief van 10 mei 2012 werd aangezegd aan geïntimeerde.

INFO@LAW 2013 I november-december

13


Blijkbaar is die brief door de Post teruggestuurd aan afzender, zodat hij op 24 augustus 2010 nog een keer werd verstuurd per gewone post. Op 17 december 2010 volgde de aangevochten beslissing. Daarin staat dat de aangetekende brief van 27 juli 2010 is teruggekeerd, zodat hij nog eens werd verstuurd op 24 augustus 2010, zij het dan per gewone post. Verder wordt gezegd dat appellant geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om schriftelijk zijn verweer te bezorgen. De inbreuk wordt bewezen verklaard en de heer GVB wordt veroordeeld om een administratieve geldboete te betalen van 59,00 euro. 2. Ontvankelijkheid De bestreden beslissing werd ter kennis gebracht aan appellant met aangetekende brief van 27 december 2010. Krachtens art. 119bis &12 Gem.W. beschikt de overtreder over een termijn van een maand om beroep aan te tekenen. Het verzoekschrift tot hoger beroep werd binnen die termijn, op 27 januari 2011, op de griffie neergelegd, zodat het beroep ontvankelijk is. In dit verband weze aangestipt dat de griffie na ontvangst van het verzoekschrift aan appellant heeft gevraagd om het rolrecht te betalen (35,00 euro). Dat werd pas op in mei 2012 betaald, zodat de griffie het verzoekschrift op 10 mei 2012 heeft aangezegd aan geïntimeerde. Het hoger beroep is ontvankelijk als het verzoekschrift tijdig is ingediend, ook al wordt het rolrecht pas later betaald, na het verstrijken van de beroepstermijn. De latere betaling heeft enkel tot gevolg dat de zaak slechts later op de rol wordt ingeschreven, maar heeft geen invloed op de datum van het indienen van het verzoekschrift in hoger beroep. (Gent, 6 december 1994, T.W.V.R. 2000, blz. 3) Het kwijten van het rolrecht is inderdaad een louter fiscale verplichting, zonder dewelke de rolstelling niet zal of kan gebeuren, maar dat belet niét dat de datum van de neerlegging van het verzoekschrift tot hoger beroep decisief 14

is voor wat betreft de tijdigheid van het hoger beroep. De betaling van het rolrecht heeft geen impact op de vraag wanneer de rechter wordt gevat. Het feit dat het rolrecht pas met vertraging werd betaald (en zelfs maar betaald werd lang nadat de fiscale zaak was afgehandeld), belet dus niét dat het hoger beroep wel degelijk tijdig en ontvankelijk is.

3. T E N G RO N D E a) Inbreuk bewezen? 1. In zijn verzoekschrift tot hoger beroep zegt appellant dat hij na ontvangst van de brief van de sanctie-ambtenaar wél heeft geantwoord en hij legt een kopie voor van een brief gedateerd 17 augustus 2010 met het bewijs van aangetekende verzending. Daarin heeft hij in essentie geschreven dat hij toen nog woonde in Everberg, maar aan het verhuizen was naar Oostende, Van Iseghemlaan. “We vertrekken dus terug naar Everberg, elke zondagmorgen. Het is dan dat wij voor ons vertrek, de vuilniszakken buiten zetten op de aangeduide plaats. Het intern reglement van onze building laat niet toe de vuilniszakken binnen te stockeren of in de kelder te plaatsen. Dus, als goede huisvader, pakken wij alles netjes in en zetten wij de vuilniszak voor ons huis. Ik begrijp dus niet wat er fout is en als er een fout zou zijn, verwacht ik van jullie diensten een oplossing in afwachting dat wij er definitief wonen…” Vreemd is dat de brief van de sanctieambtenaar dd. 27 juli 2010 als referte heeft: “1130/10/3/26343/AB”, terwijl appellant in zijn brief van 17 augustus 2010 een andere referte vermeldt. (1130/10/3/27181/AB) Daar komt bij dat de aangetekende brief van de sanctie-ambtenaar van 27 juli 2010 appellant nooit zou bereikt hebben, aangezien de Post hem terugstuurde aan afzender. Diezelfde brief werd dan nog eens per gewone post verstuurd op 24 augustus 2010, maar al op 17 augustus reageerde appellant op een brief die hij pas een week later zou ontvangen…

INFO@LAW 2013 I november-december

Het is de Rechtbank dan ook allerminst duidelijk of de brief van 17 augustus 2010 van appellant werkelijk betrekking heeft op de feiten van 13 juni 2010. Er kan de sanctie-ambtenaar bezwaarlijk verweten worden dat hij niet geantwoord heeft.

2. Wat er ook van zij: belangrijker is dat de beschouwingen in de brief van 17 augustus 2010 van appellant op geen enkele manier afbreuk doen aan het bestaan van de inbreuk. De stedelijke verordening houdt immers in dat men het huisvuil slechts mag buiten zetten op de dag van de huisvuilophaling vanaf 5 u. ‘s morgens. Dit betekent concreet dat appellant het huisvuil pas op maandag 14 juni mocht buiten zetten. In zijn brief van 17 augustus 2010 heeft hij uitdrukkelijk bevestigd dat hij het al de zondagochtend heeft buiten gezet omdat hij dan vertrok naar Everberg. Maar volgens hem was dat geen “fout”. Een inbreuk op de verordening was het nochtans manifest. Dat appellant naar Everberg vertrok kan best juist zijn, maar het kan geen motief zijn om de verordening te overtreden. Het feit dat iemand op maandagochtend niet thuis is omdat hij op reis is, naar zijn andere woon- of verblijfplaats is (te Oostende zijn er heel wat “tweede verblijvers”) of om welke reden dan ook, kan geen vrijgeleide zijn om dan maar de verordening te overtreden. En ook het argument dat appellant de stedelijke verordening niet kende, kan geen excuus zijn: elke Belg wordt immers geacht de wet te kennen. Dat is misschien een fictie, maar het is de enige manier om de wet te handhaven. Anders zou zelfs iedere moordenaar of iedere dief vrijuit kunnen gaan als hij maar voorhoudt dat hij niet op de hoogte was van de wet die zegt dat moorden of stelen verboden is en strafbaar… De brief van appellant dd. 17 augustus 2010 gaat eigenlijk uit van het vertrekpunt dat de overheid haar regelgeving of haar werking moet aanpassen aan de


allerindividueelste verlangens van ieder individu en/of aan de allerindividueelste bepalingen van interne reglementen van appartementsgebouwen: het ene individu is op maandag nooit thuis, dus men moet de verordening aanpassen in die zin dat hij zijn vuilzak toch al op zondag mag buiten zetten of men moet de ronde van de vuilniskar aanpassen, zodat ze in zijn straat niet langs komt op maandag. Een ander individu is op dinsdag niet thuis enz… Het ene interne reglement zegt zus en het andere zegt zo en de overheid moet haar verordeningen daarop afstemmen en voor iedere individuele burger een individuele reglementering maken, want het eigen belang is heilig… Het omgekeerde is natuurlijk waar: het individu en de gemeenschap van medeeigenaars hebben zich aan te passen aan een rechtsgeldig en democratisch tot stand gekomen wet of verordening en zij dienen het eigen belang ondergeschikt te maken aan het algemeen belang… Conclusie: De argumentatie van appellant doet niets af aan de vaststelling dat de inbreuk vast staat.

b) Sanctie? Ter zitting van 21 juni 2012 is gebleken dat appellant niet alleen een geldboete van 59,00 euro heeft gekregen, maar dat er hem ook een belasting van 125,00 euro werd opgelegd “op het weghalen en verwijderen van afvalstoffen”. Die belasting heeft hij betaald. Ze werd uitvoerbaar verklaard op 29 november 2010 en het aanslagbiljet werd aan appellant verstuurd op 9 december 2010. Dat betekent dat het aanslagbiljet al verstuurd was toen op 17 december 2010 beslist werd om voor dezelfde feiten een geldboete op te leggen. Naar het oordeel van de Rechtbank is het juridisch-technisch mogelijk om én een belasting te heffen én te voorzien in een administratieve geldboete.

Een belasting is immers “een heffing, eigenmachtig gedaan door de Staat, de provincies of gemeenten op de geldmiddelen van personen… en uiteindelijk bestemd voor de diensten van algemeen nut” (advies 3-2004 van de Hoge raad voor binnenlands bestuur inzake “problematiek van de parkeerheffing”, blz. 4, www.binnenland.vlaanderen. be) Als iemand vuilnis op straat zet en de reinigingsdienst moet opgetrommeld worden om dat te komen opruimen kan de betrokkene belast worden voor deze “dienstverlening”. Los van de “belasting” staat dan de administratieve geldboete, die een “straf” is in de zin van art. 6 EVRM, aangezien zij bedoeld is voor het publiek in het algemeen en een repressieve bedoeling heeft, waardoor zij een uiting is van het “gewapend bestuur”. (VENY L. e.a., De gemeentelijke administratieve sancties… bis, bijdrage in Gandaius Actueel X, blz. 72, nr. 14; DE SUTTER T., De gemeentelijke administratieve sancties 1999-2009, bijdrage in Gemeentelijke administratieve sancties balans 1999-2009, Die Keure, 2010, blz. 11) Al kunnen beide theoretisch naast mekaar bestaan, men kan zich toch afvragen welke zin het heeft (en wat het kost) twee verschillende ambtenaren met hun “staf” te belasten met het behandelen van één en hetzelfde dossier waarbij de ene een belasting int en de andere voor dezelfde feiten een geldboete, die uiteindelijk terechtkomen in één en dezelfde stadskas. Het is echter niét de Rechter die deze afweging moet maken. Hij mag de opportuniteit van de opgelegde sanctie niét beoordelen en beschikt slechts over een marginaal toetsingsrecht. (DE VOS N. en VENY M., Gemeentelijke bestuurlijke sancties… een nieuwe mogelijkheid tot bestraffing van jongeren bij openbare overlast, R.W. 2005-06, 481 e.v., nr. 44; VENY L. en DE VOS N., De gemeentelijke bestuurlijke sancties en de bestuurlijke procedures van sanctieoplegging, bijdrage in Gemeentelijke administratieve sancties, o.c. blz. 107-108, nr. 134; DE SUTTER T., o.c., blz. 52, nr. 78) Art. 119bis §5 Gem.W. bepaalt dat de sanctie die de bevoegde ambtenaar

neemt evenredig moet zijn aan de zwaarte van de feiten. Mag de Politierechter niét oordelen over de opportuniteit van de sanctie, hij beoordeelt wel de wettigheid en de proportionaliteit van de opgelegde geldboete. (Omzendbrief 00P30bis dd. 3 januari 2005 aangaande de uitvoering van de wetten van 13 mei 1999 tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties, van 7 mei 2004 tot wijziging van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming en de nieuwe gemeentewet en van 17 juni 2004 tot wijziging van de nieuwe gemeentewet, B.S. 20 januari 2005, nr. 38) Zo kan hij sleutelen aan het bedrag van de verschuldigde boete wegens disproportionaliteit tussen de daad en de sanctie. (DE VOS N. en VENY L., Gemeentelijke bestuurlijke sancties… een nieuwe mogelijkheid tot bestraffing van jongeren bij openbare overlast, R.W. 2005-06, 481 e.v., in het bijzonder 494, nr. 44) Proportionaliteit moet worden betrokken op het redelijkheidsbeginsel. Het redelijkheidsbeginsel houdt in dat de overheid bij het nemen van een beslissing alle betrokken belangen vooraf op redelijke wijze moet afwegen. (VENY L. e.a., o.c., Gandaius Actueel, X, blz. 89, nr. 63) De ambtenaar die de beslissing neemt is gehouden het zorgvuldigheidsbeginsel na te leven, dat hem verplicht ervoor te zorgen dat de feitelijke en juridische aspecten van het dossier deugdelijk geïnventariseerd en gecontroleerd worden, zodat hij met kennis van zaken kan beslissen en de betrokken belangen zorgvuldig inschat en afweegt, derwijze dat particuliere belangen niét nodeloos worden geschaad. (idem). Proportionaliteit slaat op de evenredigheid tussen de overtreding en het leed dat de straf meebrengt. (DE SUTTER T., o.c., blz. 42, nr. 66) Naar het oordeel van de Rechtbank heeft de sanctieambtenaar in dit dossier onvoldoende tot geen rekening gehouden met “alle” aspecten van de zaak, want hij heeft klaarblijkelijk geen rekening gehouden met het in de Stad Oostende bestaande belastingsreglement, INFO@LAW 2013 I juli-augustus

15


waarvan toch mag worden aangenomen dat het hem bekend was. De sanctieambtenaar moest redelijkerwijze niet alleen weten dat appellant zou verzocht worden een belasting te betalen, hij moest ook weten dat er aan appellant al effectief een aanslagbiljet was verstuurd en hij moest dus weten dat het gecumuleerd effect van én een belasting én een geldboete zou betekenen dat appellant uiteindelijk € 184,00 zou moeten betalen voor één enkele inbreuk, waardoor zijn particuliere belangen ernstig zouden geschaad worden. In elk geval is er in zijn beslissing geen enkel element te vinden waaruit blijkt dat hij hiermee rekening heeft gehouden. Het komt de Rechtbank dan ook voor dat hij bij het opleggen van een administratieve geldboete van 59,00 euro bovenop de belasting van 125,00 euro de betrokken belangen niét zorgvuldig heeft ingeschat en afgewogen en dat hij de particuliere belangen van appellant nodeloos en op een disproportionele wijze heeft geschaad. Rekening houdend met de reeds vermelde belasting én met het feit dat het in hoofde van appellant gaat om een eerste inbreuk (hetgeen in de aangevochten beslissing uitdrukkelijk wordt vermeld) is de Rechtbank van oordeel dat een geldboete van 1,00 euro kan volstaan om appellant de ernst van zijn gedragingen te doen inzien en hem ertoe aan te zetten in de toekomst de regels inzake de huisvuil”verwerking” stipt na te leven. Gezien het wederzijds gelijk en ongelijk moeten de kosten verdeeld worden in die zin dat appellant het door hem voorgeschoten rolrecht recupereert, terwijl alle overige kosten gecompenseerd worden en iedere partij dus zelf moet instaan voor haar eigen kosten.

OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK Rechtsprekende in laatste aanleg en op tegenspraak 16

Alle strijdige en meeromvattende besluiten verwerpende als ongegrond, niet terzake dienend en/of overbodig. Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en in de hierna bepaalde mate gegrond Herleidt de opgelegde administratieve geldboete tot 1,00 euro.w Veroordeelt geïntimeerde tot terugbetaling van het door appellant betaalde rolrecht, in totaal begroot op € 35,00, compenseert de overige gedingkosten en zegt voor recht dat iedere partij zelf moet instaan voor de langs haar zijde vervallen kosten, reden waarom ze niet moeten begroot worden. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtsgebouw te Brugge, vierde burgerlijke kamer, op donderdag 28 juni 2012, waar aanwezig zijn Peter VANDAMME, rechter in de politierechtbank, en Mia MOMMERENCY, griffier

Art. 119bis, § 5 van de Nieuwe Gemeentewet bepaalt dat de administratieve sanctie in verhouding staat tot de zwaarte van de feiten die haar verantwoorden. Krachtens art. 119bis, § 12, derde lid van dezelfde wet oordeelt de politierechtbank over de wettigheid en de proportionaliteit van de opgelegde geldboete. Uit die bepalingen volgt dat de rechter die nagaat of de sanctie in verhouding staat tot het misdrijf, de geldboete niet kan verminderen op grond van omstandigheden eigen aan de persoon van de overtreder. Het bestreden vonnis, dat beslist om het bedrag van de aan de verweerster opgelegde geldboete te verminderen, op grond dat “ze in een bijzonder moeilijke financiële toestand verkeert”, schendt de in het middel bedoelde wetsbepalingen. Dat middel is gegrond.

Overige Rechtspraak/

Noot:

Instantie: Hof van Cassatie

L. Vandenberghe, De rechterlijke bevoegdheid inzake vermindering van de administratieve (fiscale) sancties, RW 2010-2011, 672

Datum van de uitspraak: maa, 29/06/2009 Samenvatting: De administratieve sanctie dient in verhouding te staan tot de zwaarte van de feiten die haar verantwoorden. Hieruit volgt dat de rechter die nagaat of de sanctie in verhouding staat tot het misdrijf, Gemeente Ecaussinnes t/ D.G. Tekst arrest I. Rechtspleging voor het Hof Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 26 april 2007 in laatste aanleg gewezen door de Politierechtbank te Bergen. ... III. Beslissing van het Hof

INFO@LAW 2013 I november-december


Administratief strafrecht

GASBOETE VOOR UITGEBROKEN PAARD NA WEGENWERKEN Instantie: Politierechtbank Plaats van uitspraak: Brugge Datum van de uitspraak: don, 10/05/2012 A.R.: 12A76 De rechter toont aan hoe schromelijk de rechten van verdediging en het recht op eerlijk proces geschonden werden doordat de sanctionerende ambtenaar zijn beslissing niet steunt op een volledig strafbundel dat volledig kon worden ingezien, maar op basis van telefoontjes met agenten en zelfs een ontwerp van zijn beslissing ter kennis brengt van de politiediensten en zich van de rechten van verdediging niets aantrekt. De rechter concludeert dat dit een rechtstaat onwaardig is. Een strafrechter moet oordelen op basis van het dossier en de “beklaagde” moet kennis kunnen nemen van dat dossier en zich erop kunnen verdedigen. Een strafrechter vermag niét te oordelen op basis van stukken die aan de “beklaagde” niet werden vertoond Een strafrechter vermag niet te oordelen op basis van “contacten” met agenten die tot stand komen nadat de “beklaagde” zijn verweer heeft voorgebracht en waarvan die “beklaagde” geen kennis heeft. Een strafrechter moet oordelen in alle onafhankelijkheid en wordt niet geacht zijn ontwerp van vonnis voor te leggen aan de verbalisanten en/of aan de Procureur des Konings opdat die opmerkingen of aanvullingen zouden bezorgen. Dat alles geldt even goed voor de sanctie-ambtenaar die een “straf” oplegt. POLITIERECHTBANK BRUGGE De Politierechtbank te Brugge, vierde burgerlijke kamer, heeft het hierna volgend vonnis verleend:

Vonnis op tegenspraak en in laatste aanleg

opgelegd van 60,00 euro wegens een inbreuk op art. 127 van het gemeentelijk algemeen politiereglement.

De heer GP Hooglede

B. BEOORDELING

appellant:

1. Voornaamste feitelijke elementen en antecedenten

in persoon tegen De GEMEENTE OOSTKAMP, vertegenwoordigd door haar College van Burgemeester en Schepenen, met burelen Kapellestraat 19 te 8020 Oostkamp geïntimeerde:

I. R EC H T S P L EG I N G De zaak werd ingeleid bij verzoekschrift tot hoger beroep dat op 9 maart 2012 op de griffie werd neergelegd en dat met gerechtsbrief van dezelfde dag werd aangezegd aan geïntimeerde. Partijen hebben in openbare terechtzitting dd. 26 april 2012 van de vierde burgerlijke kamer van de Politierechtbank te Brugge hun standpunt uiteengezet. De Rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde stukken. De artikelen 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

I I. T E N G RO N D E A. GEGEVENS EN VOORWERP VAN DE VORDERING De vordering van appellant strekt ertoe de beslissing dd. 2 maart 2012 tot het opleggen van een gemeentelijke administratieve geldboete te vernietigen. In die beslissing werd hem een geldboete

1. Op 31 januari 2012 stelden twee inspecteurs van politie, de heren Christophe Segers en Bart Soenens, een proces-verbaal op in verband met een paard dat los liep in de … te Oostkamp, ter hoogte van het huis nummer … Volgens het proces-verbaal werden zij om 10.15u. gecontacteerd door de dispatching en kwamen zij omstreeks 10.30u. ter plaatse. In de weide tegenover het huis nummer … liepen twee paarden. Van een wegenwerker vernamen zij dat één van die paarden tot juist voor hun aankomst op de rijbaan liep. Ze stelden vast dat de afsluiting van de weide in zeer slechte staat verkeerde. De draad, bevestigd aan houten palen, vertoonde grote openingen en hing op diverse plaatsen volledig los. Volgens hen was “de afsluiting totaal ontoereikend om de paarden op afdoende wijze in de weide te kunnen houden.” Zij zagen ook dat er een politielint vasthing aan de afsluiting, waaruit zij hebben afgeleid dat er al eerder een tussenkomst moet geweest zijn. Nazicht in de politiebestanden leerden hen dat er inderdaad al op 22 oktober 2010 om 1.57u. een interventie was geweest voor een loslopend paard op de rijbaan. Het paard dat toen werd aangetroffen was uitgebroken uit dezelfde weide. Er werd toen geen proces-verbaal opgemaakt. De agenten hebben zes foto’s gemaakt waarop de slechte staat van de afsluiting is te zien en ze voegden die als bijlage bij hun proces-verbaal. Op 7 februari 2012 vernamen zij van

INFO@LAW 2013 I november-december

17


de wijkagent, Chris Schepens, dat de eigenaar van de paarden ene GP was uit Hooglede. De wijkagent zou hem gecontacteerd hebben en gevraagd hebben om de afsluiting te herstellen. Het proces-verbaal werd afgesloten op 15 februari 2012. 2. Met aangetekende brief van 28 februari 2012 werd de heer GP ingelicht van het feit dat er tegen hem een proces-verbaal was opgesteld wegens een inbreuk op art. 127 van het gemeentelijk algemeen politiereglement dat zegt: “Het is de eigenaars van dieren verboden hun dieren achter te laten of te laten rondzwerven.” In de brief wordt hem gezegd dat maximaal een administratieve geldboete van 60,00 euro kan worden opgelegd en dat hij beschikt over een termijn van 15 dagen om per aangetekende brief zijn verweermiddelen te laten kennen. Bij de brief was een kopie gevoegd van het proces-verbaal. De heer GP heeft niét gereageerd per aangetekende brief, maar wél met email van 1 maart 2012. In essentie zegt hij daarin dat zijn paarden zijn uitgebroken omdat zijn afsluiting werd beschadigd bij de uitvoering van wegenwerken die al sinds 1 oktober 2011 aan de gang waren. Op 2 maart 2012 werd de bestreden beslissing genomen. De inbreuk op art 127 van het gemeentelijk algemeen politiereglement wordt voor bewezen aangenomen en de heer GP wordt veroordeeld om een administratieve geldboete te betalen van 60,00 euro.

18

2. Ontvankelijkheid De bestreden beslissing werd ter kennis gebracht aan appellant met aangetekende brief van 2 maart 2012. Krachtens art. 119bis &12 Gem.W. beschikt de overtreder over een termijn van een maand om beroep aan te tekenen. Het verzoekschrift tot hoger beroep werd binnen die termijn, op 9 maart 2012, op de griffie neergelegd, zodat het beroep ontvankelijk is.

3. Ten gronde De gemeente Oostkamp heeft op 2 april 2012 op de griffie een volledig bundel neergelegd, zij het dat de stukken niét geïnventariseerd zijn en niét genummerd. De Rechtbank leert daaruit: 1. Het proces-verbaal werd opgemaakt door inspecteurs Christophe Segers en Bart Soenens, die contact hebben gehad met de wijkagent, de heer Chris Schepens. (zie hierboven uiteenzetting van de feiten). Het werd, samen met de bijlagen (foto’s) overgemaakt aan de sanctie-ambtenaar, die op 28 februari 2012 de heer GP aanschreef en hem uitnodigde om zijn verweermiddelen te laten geworden. Bij die brief was een kopie gevoegd van het proces-verbaal… maar blijkbaar niét van de foto’s die bij dat procesverbaal hoorden. Immers, uit de stukken van de gemeente blijkt dat de heer GP op 12 maart (dus nádat de beslissing genomen was) moet gevraagd hebben om de foto’s te krijgen, waarna ze hem op 13 maart 2012 werden overgemaakt.

INFO@LAW 2013 I november-december

Art. 119bis§9 Gem.W. zegt uitdrukkelijk dat bij de brief waarbij de procedure wordt opgestart moet gevoegd zijn “een afschrift van het proces-verbaal”. Naar het oordeel van de Rechtbank impliceert dit dat ook alle bijlagen bij het procesverbaal, zoals bvb. foto’s, die integraal deel uitmaken van dat proces-verbaal mee moeten verstuurd worden. Door het proces-verbaal niet integraal over te maken schendt men de rechten van verdediging. Dat geldt zeker nu in de bestreden beslissing uitdrukkelijk verwezen wordt naar de foto’s “die aantonen dat de omheining heel gebrekkig is”. De aangevochten beslissing wordt dus minstens gedeeltelijk gebaseerd op stukken waarvan appellant geen kennis heeft gekregen. 2. Volgens art. 119bis§9 Gem.W. moet in de brief ook staan dat de betrokkene het recht heeft om zich te laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman en dat hij het recht heeft zijn dossier te consulteren. In de brief van 28 februari 2012 wordt noch het één, noch het ander vermeld. Het ontbreken van deze vermeldingen maakt een schending uit van de rechten van verdediging. Men mag in dit verband niet uit het oog verliezen dat de administratie de “sterkste” partij is, zodat zij er nauwgezet moet over waken dat ze de procedure correct volgt. Als de wet vijf puntjes vermeldt die in de brief moeten staan of bij de brief moeten gevoegd zijn, dan moet de administratie ervoor zorgen dat die 5 puntjes erin staan… 3. Na kennis te hebben gekregen van de verweermiddelen van de “beklaagde”, moet de sanctieambtenaar een beslissing nemen. De gemeentelijke administratieve geldboeten zijn “straffen” in de zin van art. 6 EVRM. Ze zijn immers bedoeld voor het publiek in het algemeen en hebben een repressieve bedoeling. Ze hebben een algemeen


en repressief karakter en zijn (zoals de sancties in de Voetbalwet) van strafrechtelijke aard in de zin van art. 6 EVRM. (VENY L. e.a., De gemeentelijke administratieve sancties… bis, bijdrage in Gandaius Actueel X, blz. 71, nr. 12; VENY L. en DE VOS N., De gemeentelijke bestuurlijke sancties en de bestuurlijke procedures van sanctieoplegging, bijdrage in Gemeentelijke administratieve sancties, bundeling van de bijdragen aan de studienamiddagen gehouden te Genk op 1 juni 2005 en te Gent op 8 juni 2005, uitg. Van Den Broele, blz. 106, nr. 133) De sanctie moet dus aanzien worden als een “straf” in de zin van art. 6 EVRM. (zie DERUYCK F., Het verband tussen Beccaria en Euro 2000 of het handhavingsstelsel in de Wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden, bijdrage in Liber Amicorum J. Van Den Heuvel, blz. 488, nr. 33; IDOMON C., noot onder Pol. Mechelen, 28 juli 2000, R.W. 2001-02, 715; DE SUTTER T., De gemeentelijke administratieve sancties 1999-2009, bijdrage in Recht in de gemeente Studiedagen; Gemeentelijke administratieve sancties balans 1999-2009, Die Keure, 2010, blz. 11, randnr. 10) Dat betekent dat bij de totstandkoming van de beslissing de rechten van verdediging moeten gerespecteerd worden. De Rechtbank stelt vast dat de sanctieambtenaar het dossier heeft laten behandelen door een dossierbeheerder, mevrouw Lien Vermeersch. Op 1 maart 2012 ontving zij per e-mail het verweer van de heer GP. Op 2 maart 2012 stuurde zij een e-mail aan beide verbalisanten (Segers en Soenens) én aan de wijkagent (Schepens) en schrijft: “In het kader van bovenvermeld P.V…. heeft de betrokkene gisteren gebeld en per mail zijn verweer overgemaakt (zie bijlage). Na contactname met de wijkinspecteur Chris Schepens heb ik een beslissingsbrief opgesteld (zie bijlage). Mochten jullie nog opmerkingen of aanvullingen hebben voor deze beslissing, maak dit gerust aan mij over. Volgende week wordt de beslissing voorgelegd… ter ondertekening.”

In een bijlage “2012/GAS/0095: ter info” schrijft ze onder meer dat ze na ontvangst van het verweerschrift van de heer GP heeft gebeld met de wijkagent (Chris Schepens) om zijn “mening” te vragen over de aangevoerde verweermiddelen. En “volgens Chris is de afsluiting zodanig slecht dat het niet anders meer kon dat daar een paard uitbrak.” En verder: “het aanbrengen van het politielint (bedoeld is hier het lint dat bij de interventie in oktober 2011 werd aangebracht) is als signaal bedoeld dat de omheining aan herstelling toe is op die plaatsen en dient dus niet ter vervanging van de omheining”. In de bestreden beslissing wordt uitdrukkelijk overwogen dat “de wijkinspecteur is van mening dat de afsluiting niet in goede staat is” en verder ook dat “het aanbrengen van dit politielint was echter enkel een tijdelijke oplossing, en dient eerder als signaal dat de afsluiting aan herstel toe is op die plaatsen waar het lint gespannen werd.” Men moet zich voorstellen dat een Correctionele Rechtbank of een andere strafrechter, na kennis te hebben genomen van het dossier en van het verweer van de “beklaagde” eens telefoneert naar één of meer verbalisanten om te horen wat die van het verweer denken… Men moet zich voorstellen dat een Correctionele Rechtbank of een andere strafrechter het ontwerp van “vonnis” doormailt naar de verbalisanten en/of de Procureur des Konings met de vraag opmerkingen en aanvullingen te bezorgen… Men moet zich voorstellen dat de strafrechter zijn uiteindelijke beslissing onder meer motiveert aan de hand van wat een verbalisant of een wijkagent hem aan de telefoon heeft gezegd… Strafpleitend Vlaanderen zou op zijn kop staan… Maar een administratie mag dat blijkbaar allemaal en hoeft zich van rechten van verdediging blijkbaar helemaal niets aan te trekken… Een strafrechter moet oordelen op basis van het dossier en de “beklaagde” moet kennis kunnen nemen van dat dossier en zich erop kunnen verdedigen. Een strafrechter vermag niét te oordelen op basis van stukken die aan de “beklaagde” niet werden vertoond (in dit geval de foto’s). Een strafrechter vermag niet te oordelen op basis van “contacten” met agenten die tot stand komen nadat de “beklaagde” zijn verweer heeft voorgebracht en waarvan die “beklaagde” geen kennis heeft. Een strafrechter

moet oordelen in alle onafhankelijkheid en wordt niet geacht zijn ontwerp van vonnis voor te leggen aan de verbalisanten en/of aan de Procureur des Konings opdat die opmerkingen of aanvullingen zouden bezorgen. Dat alles geldt even goed voor de sanctie-ambtenaar die een “straf” oplegt. Conclusie: Zowel bij het opstarten van de procedure (brief die onvolledig was – stukken (foto’s) die niet overgemaakt werden hoewel er in de beslissing naar verwezen wordt en ze erop gebaseerd wordt), als bij de opmaak van de beslissing (overleg met derden, op wier opinie de beslissing gebaseerd wordt) werden de rechten van verdediging telkens weer op een niet te herstellen manier geschonden. De beslissing die aldus tot stand kwam, is zonder meer nietig. Als in het ongelijk gestelde partij moet geïntimeerde instaan voor de gedingkosten. OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK Rechtsprekende in laatste aanleg en op tegenspraak Alle strijdige en meeromvattende besluiten verwerpende als ongegrond, niet terzake dienend en/of overbodig. Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond. Verklaart de bestreden beslissing nietig en zegt voor recht dat zij op geen enkele wijze uitwerking kan hebben. Veroordeelt geïntimeerde tot het betalen van alle kosten van deze procedure, aan de zijde van appellant bepaald op het rolrecht voor 35,00 euro en aan de zijde van geïntimeerde niet verder te begroten, gezien deze ten hare laste blijven. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtsgebouw te Brugge, vierde burgerlijke kamer, op donderdag 10 mei 2012, waar aanwezig zijn Peter VANDAMME, rechter in de politierechtbank, en Mia MOMMERENCY, griffier

INFO@LAW 2013 I november-december

19


Recente uitgaven Wegwijs in het Belgische onteigeningsrecht Elsbeth Loncke (ed.), Kirsten Koeningsmann, Chiel Sempels, Chris Schijns, Anne Ooms, Sammy Deridder, Stany Vaes

Het Belgische onteigeningsrecht staat niet stil: in tegenstelling tot wat de afkondigingsdata van de relevante onteigeningswetten in ons land doen vermoeden (1835 en 1962), is deze materie brandend actueel. Dit als gevolg van de recente wetswijzigingen in de stedenbouwwetgeving, die onvermijdelijk een invloed hebben op de regeling van onteigeningen binnen het kader van een ruimtelijk plan. Daarnaast vormen de immer evoluerende rechtspraak van de Raad van State, het Hof van Cassatie en de gewone rechtbanken en hoven een noodzakelijke leidraad bij de interpretatie van de onteigeningswetten.

Wegwijs in het Belgische onteigeningsrecht

Voor juristen en overheden is het niet altijd even makkelijk om de weg te vinden in het uitgebreid arsenaal aan wetgeving en rechtspraak. Dit boek wil aan de rechtspraktizijn en de onteigenende besturen (in het bijzonder lokale besturen) dan ook een algemeen en bevattelijk overzicht bieden van het wettelijk en jurisprudentieel kader waarbinnen onteigeningen in België verlopen.

Wegwijs in het Belgische onteigeningsrecht Elsbeth Loncke (ed.) Sammy De Ridder Kirsten Koenigsmann Anne Ooms Chris Schijns Chiel Sempels Stany Vaes

12-34824-00-B-onteigening.indd 1

8/11/13 12:20

Het Belgische onteigeningsrecht staat niet stil: in tegenstelling tot wat de afkondigingsdata van de relevante onteigeningswetten in ons land doen vermoeden (1835 en 1962), is deze materie brandend actueel. Dit als gevolg van de recente wetswijzigingen in de stedenbouwwetgeving, die onvermijdelijk een invloed hebben op de regeling van onteigeningen binnen het kader van een ruimtelijk plan. Daarnaast vormen de immer evoluerende rechtspraak van de Raad van State, het Hof van Cassatie en de gewone rechtbanken en hoven een noodzakelijke leidraad bij de interpretatie van de onteigeningswetten. • ingebonden uitgave – 151 blz. – Prijs: € 28.00

Er wordt in deze editie veel aandacht besteed aan de praktische toepassing van de EBB-Verordening van 2006, evenals de doctrinale analyse er van. De auteur voerde een rondvraag uit bij alle Nederlandstalige vredegerechten, rechtbanken van eerste aanleg, rechtbanken van koophandel en arbeidsrechtbanken. De soms verrassende resultaten van deze rondvraag worden in dit boek besproken.

Het Europese betalingsbevel geëvalueerd

In dit boek worden de grondlijnen van een Europese procedure inzake het betalingsbevel in kaart gebracht. Sinds de eerste editie van 2009 is er heel wat gebeurd, vooral op Europees vlak. Wat betreft de huidige Belgische rechtsorde moeten we vaststellen dat deze op het gebied van het betalingsbevel nog een onvolkomen karakter vertoont. Op bepaalde twistpunten wordt dan ook stelling genomen in functie van het Europees recht.

Het Europese betalingsbevel geëvalueerd. Invorderen over de grenzen heen (2e editie) Dirk De Beule

R e e k s R E C H T & O N D E R N E M I N G I N D E P R A K T I J K nr. 7

DIRK DE BEULE

Het Europese betalingsbevel geëvalueerd Invorderen over de grenzen heen

2de volledig geactualiseerde editie

uropese betalingsbevel.indd 1

2/04/13 15:22

Deze volledig geactualiseerde editie van het boek van 2009 brengt de grondlijnen van een Europese procedure inzake het betalingsbevel in kaart. Er wordt veel aandacht besteed aan de praktische toepassing van de EBB-Verordening van 2006, evenals de doctrinale analyse er van. De auteur voerde een rondvraag uit bij alle Nederlandstalige vredegerechten, rechtbanken van eerste aanleg, rechtbanken van koophandel en arbeidsrechtbanken. De soms verrassende resultaten van deze rondvraag worden in dit boek besproken. • ingebonden uitgave – 191 blz. – Prijs: € 42.00

BTW-eetjes

Dit boek is geen klassiek btw-handboek. Het boek bevat meer dan honderd, vaak in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btwhandboek.

Deze btw-eetjes werden op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt. Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.

Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten. Hij is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is tevens gastprofessor aan de geassocieerde faculteit Handelswetenschappen en Bestuurskunde van de U.Gent waar hij de “Grondige studie btw” doceert.

BTW-EETJES • STEFAN RUYSSCHAERT & TIM VAN SANT

Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.

BTW-eetjes Stefan Ruysschaert & Tim Van Sant Stefan Ruysschaert

Dit boek is geen klassiek btw-handboek. Het bevat meer dan honderd vaak in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek. Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt.

Tim Van Sant

Tim Van Sant heeft een juridische vooropleiding genoten. Hij is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is eveneens docent BTW en auteur van talrijke bijdragen op btw-vlak.

12-33962-00-B-BTW-eetjes.indd 1

11/02/13 08:18

Deze btw-eetjes werden op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt. Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten. • ingebonden uitgave – 333 blz. – Prijs: € 45.00

U WENST TE BESTELLEN? Uitgeverij UGA U kan ook online bestellen op Stijn Streuvelslaan 73, 8501 Heule E: publ@uga.be 20

INFO@LAW 2013 I november-december

T: 056 36 32 11 - F: 056 35 60 96 www.uga.be/uitgeverij


Advocatuur

GEBREK IN ONDERTEKENING VERZOEKSCHRIFT HOGER BEROEP Instantie: Rechtbank van Koophandel

van het vonnis a quo.

zoekschrift “i.o.” heeft ondertekend.

Plaats van uitspraak: Gent

II. BESPREKING De geïntimeerde roept in dat het verzoekschrift hoger beroep onontvankelijk is omdat niet duidelijk is wie het verzoekschrift heeft ondertekend of in welke hoedanigheid.

Derhalve staat niet vast dat dit door een advocaat is gebeurd. Het hoger beroep is onontvankelijk.

Het verzoekschrift draagt een onleesbare handtekening met de vermelding “i. o. “.

Gelet op de artikelen 2, 32, 34, 36, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Wijst het hoger beroep af als onontvankelijk;

Datum van de uitspraak: maa, 25/03/2013 A.R.: A/11/01455 Het is correct dat een verzoekschrift hoger beroep niet moet worden ondertekend. Weliswaar dient het verzoekschrift uit te gaan van de appellant of zijn advocaat. Enkel advocaten kunnen immers voor de rechtzoekende optreden voor de rechtbanken overeenkomstig art. 440 Ger. W. Daarom is het voor de ontvankelijkheid van het verzoekschrift wel degelijk van belang te weten of de handtekening die zich op het verzoekschrift bevindt — en aldus moeilijk genegeerd kan worden - van een advocaat afkomstig is. een ondertekening i.o. gevolgd door een onleesbare handtekening zonder vermelding van een naam voldoet niet aan deze voorwaarde. 1. D.B. 2. R.N. Appellanten tegen NV A Geïntimeerde, […] I. DE OORSPRONKELIJKE VORDERING EN HET VONNIS A QUO […] De geïntimeerde argumenteert tot de nietigverklaring van het verzoekschrift hoger beroep, minstens de afwijzing van het hoger beroep als onontvankelijk dan wel ongegrond. Dienvolgens vordert zij de bevestiging

OP DIE GRONDEN, DE RECHTBANK, Rechtdoende op tegenspraak,

De appellanten repliceren dat een verzoekschrift tot hoger beroep, anders dan een gewoon tegensprekelijk verzoekschrift niet ondertekend hoeft te zijn ex art. 1057 Ger. W. Bovendien verklaren zij dat het verzoekschrift is ondertekend door ‘een’ advocaat in opdracht van hun raadsman, meester X Het is correct dat een verzoekschrift hoger beroep niet moet worden ondertekend. Weliswaar dient het verzoekschrift uit te gaan van de appellant of zijn advocaat. Enkel advocaten kunnen immers voor de rechtzoekende optreden voor de rechtbanken overeenkomstig art. 440 Ger. W. Daarom is het voor de ontvankelijkheid van het verzoekschrift wel degelijk van belang te weten of de handtekening die zich op het verzoekschrift bevindt — en aldus moeilijk genegeerd kan worden van een advocaat afkomstig is. Onverminderd artikel 1057 is een verzoekschrift namelijk onontvankelijk wanneer het door een onbevoegde persoon is ondertekend. De appellanten hebben geen uitsluitsel gegeven over de hoedanigheid en de identiteit van de persoon die het ver-

Veroordeelt de appellanten tot de kosten en vereffent deze als volgt: Aan de zijde van de appellanten: ·rolrechten: 82,00 EUR Aan de zijde van de geïntimeerde: ·rechtsplegingsvergoeding: 2.200,00 EUR Registratie- en expeditierechten niet inbegrepen; Aldus het vonnis uitgesproken ter gewone en openbare terechtzitting van maandag vijfentwintig maart tweeduizend dertien. Noot: Deze uitspraak verdient kritiek: De ondertekening van een beroepsakte staat los van de (on)ontvankelijkheid van dat beroep, doch stelt enkel de vraag naar de geldigheid, dan wel nietigheid van de beroepsakte. Alleen tegensprekelijke verzoekschriften moeten ondertekend worden (art. 1034 ter 4° Ger. Wb.), Deze vereiste niet geldt niet voor een beroepsakte, vermits art. 1057 Ger. Wb.

INFO@LAW 2013 I november-december

21


Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde Privédetectives U vindt bij ons de “nieuwe” generatie vergunde privédetectives : hoger geschoold, professioneel en to the point !

Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde Privédetectives Privédetectives

De tijd dat privédetectives in hun wagen sprongen en achter de feiten aangingen is immers lang voorbij. Vandaag staat de verhouding kostprijs van de opdracht t.o.v. de resultaten voorop !

U vindt bij ons de “nieuwe” generatie vergunde privédetectives : Onze specialiteiten : hoger en to the point ! privédetectives : U vindtgeschoold, bij ons deprofessioneel “nieuwe” generatie vergunde Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde Solvabiliteitsonderzoeken hoger geschoold, professioneel en to the point ! De tijd dat privédetectives in hun wagen sprongen en achter de Privédetectives Pre-employment screening feiten is immers langwagen voorbij. Vandaag staat de Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde De tijd aangingen dat privédetectives in hun sprongen en achter Onderzoek op kandidaat-huurder verhouding kostprijs van de opdracht t.o.v. de resultaten U vindtaangingen bij ons de is “nieuwe” generatie vergunde privédetectives feiten immers lang voorbij. Vandaag staat de: Privédetectives Opzoeking “Bronvan van de Inkomsten” hoger geschoold, professioneel en to the point ! voorop ! verhouding kostprijs opdracht t.o.v. de resultaten

www.lindersbrussels.be www.lindersbrussels.be

Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde

U vindt bij ons de “nieuwe” generatie vergunde privédetectives : voorop De tijd !dat privédetectives in hun wagen sprongen en achter de Nationaal van Gespecialiseerde hoger geschoold,Netwerk professioneel en to the point ! Privédetectives Onze feitenspecialiteiten aangingen :is immers lang voorbij. Vandaag staat de

Ward VRIJSEN Privédetectives verhouding kostprijs van inde t.o.v. de resultaten De tijd dat privédetectives hunopdracht wagen sprongen en achter de Onze specialiteiten : bvba linders quality toga’s & uniforms sprl U vindt aangingen bij ons de “nieuwe” generatie vergunde privédetectives : voorop ! feiten is immers lang voorbij. Vandaag staat de Solvabiliteitsonderzoeken A. Dansaertstraat 84 Rue A. Dansaert • 1000 Brussel-Bruxelles • België-Belgique Fraud Forensic Investigator U vindt bij ons de “nieuwe” generatie vergunde privédetectives : hoger geschoold, professioneel en to the point ! verhouding kostprijs van vergund de opdracht t.o.v. de resultaten Privédet., FOD BiZa nr. 14.1675.02 Solvabiliteitsonderzoeken hoger geschoold, professioneel en to the point ! Pre-employment screening Onze specialiteiten : voorop bvba linders quality toga’s & uniforms sprl De tijd !dat privédetectives in hun wagen sprongen en achter de Pre-employment screening Serge DEinCORTE De tijd aangingen dat privédetectives hun sprongen en achter de feiten is kandidaat-huurder immers langwagen voorbij. Vandaag de Onderzoek op A. staat Dansaertstraat 84 Rue A. Dansaert • 1000 Brussel-Bruxelles • België-Belg Solvabiliteitsonderzoeken Onze specialiteiten : feiten aangingen is immers voorbij. Vandaag staat de verhouding kostprijs van de lang opdracht t.o.v. de resultaten Onderzoek op kandidaat-huurder Pre-employment screening “Bronvan van Inkomsten” verhouding kostprijs de opdracht t.o.v. de resultaten Criminoloog voorop !Opzoeking Solvabiliteitsonderzoeken voorop Opzoeking !Onderzoek“Bron Privédet., FOD BiZa nr. 14.1683.08 van vergund Inkomsten” op kandidaat-huurder Pre-employment screening Onze specialiteiten : Opzoeking “Bron van Inkomsten” Onze specialiteitenPeter : DU CHAU Onderzoek op kandidaat-huurder Ward VRIJSEN Solvabiliteitsonderzoeken Solvabiliteitsonderzoeken Opzoeking “Bron van Inkomsten” Commercieel Directeur Ward VRIJSEN Pre-employment screening Fraud Forensic Investigator Wardscreening VRIJSEN Pre-employment Onderzoek Privédet., op kandidaat-huurder vergund FOD BiZa nr. 14.1675.02 Fraud Forensic Investigator Fraud Forensic Investigator Onderzoek op kandidaat-huurder Ward van VRIJSEN Opzoeking “Bron Inkomsten” Privédet., vergund FOD BiZa Privédet., vergund BiZa nr. nr. 14.1675.02 14.1675.02 OPGELET : wij werken in Inkomsten” eerste FOD instantie voor bedrijven ! Opzoeking “Bron van Serge DEenkel CORTE Forensic Investigator Private opdrachtenFraud worden aanvaard indien ze ons worden Serge DEvergund CORTE Privédet., FOD BiZa 14.1675.02een DE CORTE aangereikt door Serge bemiddeling van een nr. advocaat, Ward VRIJSEN gerechtsdeurwaarder of een notaris. Criminoloog Ward VRIJSEN Criminoloog Serge DE CORTE Fraud Forensic Investigator Privédet., vergund FOD BiZa nr. 14.1683.08 Criminoloog www.checkpoint-online.be Privédet., vergund FOD BiZa BiZanr. nr. 14.1675.02 14.1683.08 Fraud Forensic Investigator Privédet., vergund FOD

Privédet., vergund Criminoloog Privédet., vergund FOD FOD BiZa BiZa nr. nr. 14.1683.08 14.1675.02

Molenkouter 148/6 - 9620 ZOTTEGEM Peter DUvergund CHAU Peter DU CHAU Privédet., FOD BiZa nr. 14.1683.08

T :

Serge DE CORTE Serge DU DE CORTE Peter 09/369.99.20 M :CHAU info@checkpoint-online.be Commercieel Directeur Peter DU CHAU Criminoloog

Commercieel Directeur

Criminoloog Privédet., vergund FOD BiZa nr. 14.1683.08 Commercieel Directeur Commercieel Directeur Privédet., vergund FOD BiZa nr. 14.1683.08 Peter DU CHAU OPGELET : wij werken in eerste instantie voor bedrijven ! Peter DU CHAU

Private opdrachten wordeninenkel aanvaard indien ze bedrijven ons worden OPGELET : wij Commercieel werken eerste instantie voor ! Directeur aangereikt : wij doorwerken bemiddeling een voor advocaat, een OPGELET in eerstevan instantie bedrijven Private opdrachten wordenin enkel aanvaard indien ze bedrijven ons worden!! Commercieel Directeur OPGELET : wij werken eerste instantie voor gerechtsdeurwaarder of een notaris. Private opdrachten worden enkel aanvaard indien ze ons worden aangereikt door bemiddeling van een advocaat, een Private opdrachten enkel aanvaard indienadvocaat, ze ons worden aangereikt door worden bemiddeling van een een www.checkpoint-online.be gerechtsdeurwaarder of een een notaris. aangereikt bemiddeling een voor advocaat, een! gerechtsdeurwaarder of OPGELET : door wij werken in notaris. eerstevan instantie bedrijven OPGELET : wij werken in eerste instantie voor bedrijven gerechtsdeurwaarder of een notaris. Private opdrachten worden enkel aanvaard indien ze ons worden! Molenkouter 148/6 - 9620 ZOTTEGEM www.checkpoint-online.be Private opdrachten enkel aanvaard indien ze ons worden aangereikt door worden bemiddeling van een advocaat, een aangereikt door bemiddeling advocaat, een gerechtsdeurwaarder of 148/6 een T : 09/369.99.20 M notaris. : info@checkpoint-online.be Molenkouter - van 9620een ZOTTEGEM gerechtsdeurwaarder of een notaris.

www.checkpoint-online.be www.checkpoint-online.be Molenkouter 148/6 - 9620 ZOTTEGEM www.checkpoint-online.be T : 09/369.99.20 M : info@checkpoint-online.be Molenkouter 148/6 - 9620 ZOTTEGEM www.checkpoint-online.be T : 09/369.99.20 M : info@checkpoint-online.be Molenkouter 148/6 - 9620 ZOTTEGEM Molenkouter 148/6 - 9620 ZOTTEGEM T : 09/369.99.20 M : info@checkpoint-online.be

T : 09/369.99.20 T : 09/369.99.20

22

M : info@checkpoint-online.be M : info@checkpoint-online.be

INFO@LAW 2013 I november-december


daarvoor geen melding maakt van een verplichte ondertekening, wordt aangenomen dat het feit dat een beroepsakte niet ondertekend is, deze niet nietig maakt. Zie de arresten van de Hoven van Beroep te Antwerpen en Luik: Hof Antwerpen, 06.02.2008, P & B, 2009, afl. 5, 179; Hof Luik, 09.11.1990, J.L.M.B., 1991, 718. Het Arbitragehof, 17.05.2000, BS, 18.07.2000, 25005 stelde dat het onderscheid tussen art. 1034 ter 4° Ger. Wb. (verplichte ondertekening) en art. 1057 Ger. Wb. (helemaal geen ondertekening) volkomen gewettigd is, omdat een beroepsakte toch alleen maar de voorzetting uitmaakt van een reeds hangend geschil. Het Hof van beroep te Gent stelde in haar arrest van 14.03.2005, RABG, 2005, afl. 18, 1694 dat een beroepsakte bij niet ondertekende faxzending dus niet kan leiden tot de nietigheid van een beroepsakte. Het Hof van beroep te Gent stelde in haar arrest van 30.06.1997, T.G.R., 1999, 29 stelde dat het feit dat de appellant tijdens de beroepsaanleg de termen van zijn niet ondertekende beroepsakte verder aanhoudt, de nietigverklaring van die beroepsakte verhindert. In de gegeven omstandigheden is het een juridische dwaling wanneer Kph. Gent, 25.03.2013 uw hoger beroep “onontvankelijk” verklaarde. Noch min, noch meer.

Vormelijke vereisten inzake de handtekening: Een handtekening wordt met de hand gesteld. Een stempel kan dus nooit een handtekening vervangen behoudens in uitzonderlijke gevallen zoals bijvoorbeeld het vennootschapsrecht waarbij bestuurders op de effecten aan toonder de handtekening kunnen vervangen door een naam stempel en in de overige zeer uitzonderlijke omstandigheid, waarbij de door ons gebruikte bankbiljetten sedert lang niet meer met de hand worden getekend. Maar behoudens deze zeer uitzonderlijke gevallen wordt een handtekening met de hand en dus niet met de printer, een handtekeningmachine om een stempel geplaatst. Een handtekening bestaat uit lettertekens: Wie dus een kruisje plaatst om een tekening maakt van een boom een bloem, een paard, een ventje… plaatst geen geldige handtekening, ook een al dan niet religieus symbool maakt geen handtekening uit. Men kan een handtekening niet vervangen door een vingerafdruk. Een handtekening staat principieel onderaan het geschrift waartoe de handtekening zich verbindt behoudens voor bepaalde handelsdocumenten waarbij de handtekening op andere plaatsen kan voorkomen zoals bijvoorbeeld in de wisselbrief. Een handtekening moet op het geschrift zelf worden aangebracht en mag niet worden doorgeduwd met carbon (een zeer veel gebruikte techniek in het handelsverkeer, de verzekeringssector en de banksector). Een document verstuurd per fax voorzien van ondertekening maakt geen ondertekend document uit, een en ander onverminderd de wetgeving op de elektronische communicatie waarbij een dergelijke fax wel een verbintenis kan tot stand brengen.

vermelding van de naam ingedrukte teksten boven de onleesbare krul) is aan deze vereiste voldaan. Een handtekening is meer dan het loutere vermelden van zijn naam. En handtekening is een kunstzinnige persoonlijke, creatieve ondertekening door gebruik te maken van een speciale eigen schrijfstijl met toevoeging van een aantal versiersels. Dit is een constitutief element van de handtekening zoals bevestigd door het Hof van Cassatie van 10 juni 1983, T. Not. 1986, 309, met noot. Een handtekening wordt geplaatst door de persoon zelf er kan nooit door een derde worden geplaatst. Maar personen met beperkingen kunnen hun hand laten leiden, zoals bijvoorbeeld een persoon met de ziekte van Parkinson of een blinde. Tenslotte heeft een handtekening een constante vorm en wordt zij steeds op dezelfde of ongeveer dezelfde manier gesteld. Wie op een totaal andere manier zijn handtekening plots gaat plaatsen, stelt geen geldige handtekening. De wet van 20 oktober 2000 tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en buitengerechtelijke procedure voorziet eveneens in de mogelijkheid van een elektronische handtekening waarbij aldus naast de gewone handtekening er ook nieuwe vormen kunnen ontstaan van rechtsgeldige handtekeningen die onder bepaalde voorwaarden kunnen gelijkgesteld worden met gewone handtekeningen. Als elektronische handtekening wordt beschouwd de gegevens in elektronische vorm die vastgehecht aan of logisch geassocieerd zijn met andere elektronische gegevens en die worden gebruikt als authenticatie middel. Rechtsleer Patrick Van Eecke, over akten en handtekeningen in de 21e eeuw, het vermogensrechtelijk bewijsrecht vandaag en morgen, Die Keure.

De handtekening dient de naam van de ondertekenaar te omvatten. Een handtekening moet principieel leesbaar zijn, maar voor zover uit andere elementen van het geschrift kan blijken wie de ondertekenaar is (bijvoorbeeld door INFO@LAW 2013 I november-december

23


Metarecht - Communicatieleer

GEKWETST ZELFBEELD Denken is het bewust gebruiken en formatteren van juiste en verkeerde kennis en emoties. Perceptie is de zintuiglijke waarneming van de buitenwereld vanuit de eigen beleving, In het geheel van gedachten is er een perceptie over het zelf, hoe deze identiteit staat ten aanzien van zichzelf en de buitenwereld. Dit zelfbeeld bepaalt het functioneren van de mens en zijn eigenwaarde. Het zelfbeeld bestaat uit verschillende elementen waaronder de belangrijkste en tezelfdertijd meest kwetsbare relationele zelfbeeld, het zelfbeeld als moeder of als vader, het zelfbeeld als kind in een gezin, het intellectueel zelfbeeld, het professioneel zelfbeeld, het zelfbeeld als partner maar ook het fysieke zelfbeeld. Het positief benaderen van deze verschillende zelfbeelden doet ons als mens beter functioneren en presteren en geeft ons een beter gevoel ten aanzien van de andere. Het afbreken van een zelfbeeld is zeer destructief en kwetsend.

VO O R B E E L D E N positief: Je bent een mooi meisje, je bent een knappe jongen negatief: Je bent zo dik dat men met jou niet meer kan buitenkomen positief: Je hebt mooie studieresultaten gehaald je zal met hard studeren hogere studies aankunnen negatief: Denk toch niet dat je ooit die studie zal aankunnen positief: Mag ik u mijn zoon voorstellen, hij is tandarts en is een goed uitgeruste praktijk begonnen 24

negatief: Mag ik u mijn zoon voorstellen. Hij is pas tandarts, allez hij probeert tandartsje te spelen positief: (Na verlies van een portable PC). Ik zal je een tweedehands kopen en sparen voor een nieuwe en betere negatief: Je hebt hem zeker verkocht om drugs te verkopen. positief: Geen enkele relatie heeft niet zijn kleine crisis, maar alles komt wel goed negatief: Heb je je partner ooit wel graag gezien positief: Ik zie dat je veel over hebt voor je partner, dat nieuw wagentje voor haar is super negatief: Hoe heeft ze dat geflikt in bed zeker positief: Ik ben het niet eens met jou, heb je alles wel juist ingeschat? negatief: Jij bent mijn zoon niet meer positief: (na onopzettelijk letsel door een ouder aan een kind) spijt betuigen, verzorging, aandacht aanwezigheid negatief: innerlijke verwerking, negatie, geen communicatie naar het kind toe positief: na een slecht examen van een puber door het invullen van een verkeerd ingevulde vragenlijst: aandacht, begrip, zoeken naar oplossing negatief: de puber in het gezicht in aanwezigheid van vele anderen slaan en er later in een toepspraak mee uitpakken als voorbeeld van vaderschap positief: je bent steeds een goede vader/moeder voor onze kinderen geweest, mag ik je een gunst vragen? negatief: ik heb nooit van je gehouden, je was waardeloos in bed, je was een slechte ouder, bewijs nu dat je nog een mens bent en zeg ja

INFO@LAW 2013 I november-december

positief: ik heb steeds vertrouwen in je gehad en we hebben aangenaam zaken gedaan, mag ik je nu vragen... negatief: ik heb me steeds bedrogen gevoeld en je bedriegt me opnieuw Na een dergelijke negatieve uitspraak volgt een onmiddellijke breuk in de relationele verbinding. Soms wordt die verwerkt of verdrongen, maar nooit vergeten. Het blijven littekens op de ziel. Worden ze herhaald of met andere uitlatingen gecombineerd dan wordt de relatie zo goed als onmogelijk en is de pijn en schade die men heeft aangericht immens en vaak onherstelbaar, behoudens wanneer men de omgeving totaal kan verlaten waarin deze uitlatingen zijn geuit. Ouders dienen oog te hebben niet alleen voor hun uitspraken (het vierde gebod is een wederkerig gebod) maar ook voor de uitspraken die hun kind op school of in de omgeving opvangt. Maar in het algemeen maken we allen ons leven zoveel aangenamer wanneer we zorgzaam zijn met ons eigen zelfbeeld en met dat van hen met wie we in contact staan. Uitspraken die een positief zelfbeeld bevestigen doen een mens niet alleen uitsteken boven de middelmaat, maar maken een groot, minzaam, gelukkig mens. Wie enkele van deze negatieve uitspraken heeft moeten verwerken zonder dat deze onmiddellijk werden teruggetrokken of gevolgd werden door spijtbetuiging kan er gepokt en gemazeld uitkomen, wonden die littekens achterlaten en die bij een nieuw conflict of nieuwe aanval op het zelfbeeld opnieuw kunnen opengaan. De beste aanpak is dan de “planeet” te verlaten, het “forum” te verlaten waar deze aanvallen geuit worden er minstens afstand van te houden en zich voor zijn beroep dan wel voor


totaal nieuwe dongen te gaan inzetten, zich inzetten voor de gemeenschap en al het negatieve en vooral het hervertellen van de zogenaamde rechtvaardiging e of zogenaamd goedbedoelde context te vergeten en zeker te vermijden er opnieuw mee geconfronteerd te worden. De vraag naar de persoonsidentiteit van iemand is een centrale vraag in de filosofie van de geest. Filosofisch verstaat men onder persoonsidentiteit de unieke numerieke identiteit van een persoon door de tijd heen. Men vraagt hier dus naar wat een persoon op twee tijdstippen tot dezelfde persoon maakt. Klassieke oplossingen bestaat eruit te wijzen naar het lichaam enerzijds en anderzijds naar een bepaalde continuïteit van de geest, zoals een continuïteit van herinneringen of bewustzijn. Klassieke filosofen die zich hiermee hebben beziggehouden, zijn John Locke en David Hume. Er is geen uitsluitend antwoord op deze vraag gevonden. De filosofie slaagt er met andere woorden niet in uit te leggen hoe het nu komt dat een persoon inderdaad op twee verschillende tijdstippen nog dezelfde persoon is. Sommige filosofen hebben dan ook geconcludeerd dat dit een onoplosbaar probleem is, anderen, zoals Derek Parfit, betogen dan weer dat zoiets als persoonsidentiteit niet belangrijk is. Ook in de psychologie houdt men zich met dit gegeven bezig. Men stelt over het algemeen dat de persoonlijke identiteit bestaat uit drie elkaar beïnvloedende componenten, de cognitieve component waarmee zelfwaarneming kan worden toegepast, de affectieve component waarmee wordt waargenomen en gevoeld en zelfevaluatie mogelijk wordt en de cognitieve component waarmee het handelen tot stand komt. Samen met de sociale identiteit moet deze het ‘zelf’ vormen. Heeft de mens een unieke numerieke identiteit? Een constante doorheen zijn leven heen, een onveranderlijke persoonsidentiteit, of is de mens een interactief wezen waarvan de eigenheid bepaald wordt door moment, tijd, omgeving en fysieke factoren zoals groei en aftakeling. Ben ik dezelfde persoon als 30 jaar geleden?

Hoe kunnen we begrijpen dat bepaalde personen op het werk charmant zijn en thuis onuitstaanbaar? Hoe een liefhebbende ouder of zoon, tezelfdertijd een moordenaar en psychopaat kan zijn? Eén en ander brengt ons naar de fundamenteel existentiële vraag naar de eigenheid, het zelf van de mens. inmiddels is men het erover eens dat de mens meer is dan zijn verzameling gedachten, laat staan van zijn opgeslagen herinneringen, kennis en geordende en ongeordende informatie opgeslagen in zijn hersenen die ondermeer zorgen voor het bewustzijn. Per definitie is dit bewustzijn verward en afgeleid door gedachten en ongeformatteerde juiste en onjuiste informatie.

CO M M E N TA A R: Een negatief, destructief of totaal gebrek aan zelfbeeld kan tot totaal onvermogen tot functioneren aanleiding geven. Eén en ander is niet te verwarren met personen die geen vermogen tot empathie hebben. Een persoon met gebrekkig zelfbeeld kan net zo goed een overdreven empathisch gevoel ontwikkelen zoals het verpleegstersyndroom. In onderhandelingen wordt te weinig aandacht besteed aan het zelfbeeld. Wie het zelfbeeld van zijn tegenstrever of gesprekspartner respecteert en verzorgt zal tot resultaten komen. Breuken en conflicten zijn vaak terug te brengen tot aanvallen op het zelfbeeld. Wie het zelfbeeld van een persoon aanvalt of in vraag stelt blaast de relatie op. Kritiek die vrij is van een aanval op het zelfbeeld wordt in de regel gesmaakt. INFO@LAW 2013 I november-december

25


Familierecht

HET RELATIEF KARAKTER VAN HET BELANG VAN HET KIND. Instantie: Grondwettelijk hof (Arbitragehof) Datum van de uitspraak: don, 07/03/2013 A.R.: 30/2013

Belang van het kind dient afgewogen tegenover belang van alle betrokken personen bij procedures inzake kinderen

Onderwerp van de prejudiciële vraag Bij arrest van 2 maart 2012 heeft het Hof van Cassatie de volgende prejudiciele vraag gesteld: “Schendt art. 332quinquies, § 2, eerste lid BW art. 22bis, vierde lid van de Grondwet als het aldus wordt uitgelegd dat de rechter de belangen van het kind enkel marginaal moet toetsen?”. ... In rechte

op zijn vroegst op de dag waarop het de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt en uiterlijk op de dag waarop het de leeftijd van tweeëntwintig jaar heeft bereikt of binnen een jaar na de ontdekking van het feit dat de echtgenoot zijn vader niet is. “Indien de echtgenoot overleden is zonder in rechte te zijn opgetreden, terwijl de termijn om zulks te doen nog niet verstreken is, kan zijn vaderschap binnen een jaar na zijn overlijden of na de geboorte, worden betwist door zijn bloedverwanten in de opgaande en in de neerdalende lijn.

Voorheen werd steeds gesteld dat bij procedures die op een kind betrekking hebben, het belang van het kind primeert en zelfs de overige belangen niet in aanmerking mogen genomen worden. Deze gedachte was gesteund op art. 22bis, vierde lid van de Grondwet als art. 3, eerste lid van het Verdrag.

...

Het grondwettelijk hof oordeelde dat de wetgever bij het uitwerken van een wettelijke regeling inzake afstamming de bevoegde overheden de mogelijkheid dient te bieden om in concreto een afweging te maken tussen de belangen van de verschillende betrokken personen.

Ҥ 1. Tenzij het kind bezit van staat heeft ten aanzien van de echtgenoot, kan het vermoeden van vaderschap worden betwist door de moeder, het kind, de man ten aanzien van wie de afstamming vaststaat en de persoon die het vaderschap van het kind opeist.

“De betwisting van het vermoeden van vaderschap van de echtgenoot wordt bovendien, behoudens tegenbewijs, gegrond verklaard:

Ҥ 2. De vordering van de moeder moet worden ingesteld binnen een jaar na de geboorte. De vordering van de echtgenoot moet worden ingesteld binnen een jaar na de ontdekking van het feit dat hij niet de vader van het kind is, die van de man die het vaderschap van het kind opeist moet worden ingesteld binnen het jaar na de ontdekking van het feit dat hij de vader van het kind is en die van het kind moet worden ingesteld

“2o wanneer de afstamming van moederszijde door erkenning of bij rechterlijke beslissing is vastgesteld;

Art. 332quinquies, § 2, eerste lid BW, dat de rechtbank slechts toestaat de vordering naar het moederschap of het vaderschap af te wijzen indien de vaststelling van de afstamming “kennelijk strijdig is met de belangen van het kind”, schendt art. 22bis, vierde lid van de Grondwet. 26

B.1. Art. 315 BW bepaalt: “Het kind dat geboren is tijdens het huwelijk of binnen 300 dagen na de ontbinding of de nietigverklaring van het huwelijk, heeft de echtgenoot tot vader”. Art. 318 BW bepaalt:

INFO@LAW 2013 I november-december

“Het vaderschap dat vaststaat krachtens artikel 317 kan daarenboven worden betwist door de vorige echtgenoot. “§ 3. Onverminderd het bepaalde in §§ 1 en 2, wordt het vermoeden van vaderschap teniet gedaan indien door alle wettelijke middelen is bewezen dat de betrokkene niet de vader is.

“1o in de gevallen bedoeld in artikel 316bis;

“3o wanneer de vordering werd ingesteld vooraleer de afstamming van moederszijde is komen vast te staan. “§ 4. De vordering tot betwisting van het vermoeden van vaderschap is niet ontvankelijk, als de echtgenoot toe-


stemming heeft gegeven tot kunstmatige inseminatie of tot een andere daad die de voortplanting tot doel had, tenzij de verwekking van het kind hiervan niet het gevolg kan zijn. “§ 5. De vordering tot betwisting die wordt ingesteld door de persoon die beweert de biologische vader van het kind te zijn, is maar gegrond als diens vaderschap is komen vast te staan. De beslissing welke die vordering tot betwisting inwilligt, brengt van rechtswege de vaststelling van de afstammingsband van de verzoeker met zich. De rechtbank gaat na of aan de voorwaarden van artikel 332quinquies is voldaan. In ontkennend geval wordt de vordering afgewezen”. Art. 332quinquies, §§ 1 tot 3 BW bepaalt: “§ 1. De vorderingen tot onderzoek naar het moederschap of het vaderschap zijn onontvankelijk indien het meerderjarige of het ontvoogde minderjarige kind zich daartegen verzet. “§ 2. Indien het verzet uitgaat van een minderjarig kind dat niet ontvoogd is en de volle leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt, of van degene van de ouders van het kind ten aanzien van wie de afstamming vaststaat, wijst de rechtbank, zonder afbreuk te doen aan § 3, de vordering slechts af indien ze betrekking heeft op een kind dat minstens één jaar oud is op het ogenblik van de indiening ervan, en de vaststelling van de afstamming kennelijk strijdig is met de belangen van het kind.

het bewijs wordt geleverd dat degene wiens afstamming wordt onderzocht niet de biologische vader of moeder van het kind is”. B.2. Uit de feiten van de aan de verwijzende rechter voorgelegde zaak en uit de motieven van de verwijzingsbeslissing blijkt dat het geschil betrekking heeft op een kind dat in 2004 werd geboren, zijn moeder en de echtgenoot van zijn moeder, eisende partijen voor de verwijzende rechter, en op een man van wie het biologische vaderschap niet wordt betwist en die het vaderschap van het kind opeist, verwerende partij voor de verwijzende rechter. Daaruit blijkt eveneens dat de vordering tot betwisting van vaderschap, ondanks het ononderbroken karakter van het bezit van staat van het kind ten aanzien van de echtgenoot, niet onontvankelijk werd verklaard op grond van art. 318, § 1 BW, wegens het onduidelijke karakter van dat bezit van staat. B.3. De prejudiciële vraag betreft de vraag of art. 332quinquies, § 2, eerste lid BW, in die zin geïnterpreteerd dat het de rechter slechts een marginale toetsing van de belangen van het kind oplegt, verenigbaar is met art. 22bis van de Grondwet in zoverre dat vereist dat het belang van het kind de eerste overweging is bij elke beslissing die dient te worden genomen met betrekking tot het kind.

B.4. Art. 22bis van de Grondwet bepaalt: “Elk kind heeft recht op eerbiediging van zijn morele, lichamelijke, geestelijke en seksuele integriteit. “Elk kind heeft het recht zijn mening te uiten in alle aangelegenheden die het aangaan; met die mening wordt rekening gehouden in overeenstemming met zijn leeftijd en zijn onderscheidingsvermogen. “Elk kind heeft recht op maatregelen en diensten die zijn ontwikkeling bevorderen. “Het belang van het kind is de eerste overweging bij elke beslissing die het kind aangaat. “De wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel waarborgen deze rechten van het kind”. B.5.1. Het vierde lid van die bepaling, dat verwijst naar het belang van het kind, is, zoals het tweede, derde en vijfde lid, het resultaat van de grondwetsherziening van 22 december 2008, die ertoe strekte de grondwettelijke erkenning van de kinderrechten te verruimen tot wat de essentie uitmaakt van het Verdrag inzake de rechten van het kind (Parl.St. Senaat 2004-05, nr. 3-265/3, p. 41).

“Er wordt geen rekening gehouden met het verzet van het kind dat onbekwaam is verklaard, zich in een staat van verlengde minderjarigheid bevindt, of waarvan de rechtbank, op grond van feitelijke elementen vastgesteld in een met reden omkleed procesverbaal, oordeelt dat het geen onderscheidingsvermogen heeft. “§ 3. De rechtbank wijst de vordering hoe dan ook af indien INFO@LAW 2013 I november-december

27


Advocatenkantoor Elfri De Neve presenteert Uw wetboeken lezen op uw iPad, iPhone, iTouch, Smartphone. Voor wie?

Beschikbare titels, tot op heden:

Ideaal zo niet onmisbaar, voor alle burgers die geïnformeerd willen zijn, advocaten, gerechtsdeurwaarders, notarissen, magistraten, landmeters, vastgoedmakelaars, overheden, fiscalisten, accountants, vermogensplanners, adviseurs, bedrijfsjuristen, arbiters, pers, studenten.

• Wetboek van vennootschappen e-book: downloaden: www.elfri.be/node/6003 • Burgerlijk wetboek e-book : downloaden: www.elfri.be/node/5997 • Gerechtelijk wetboek e-book: downloaden: www.elfri.be/node/5998

Voor wie meer uitleg wil hoe je een e-book kan lezen en gebruiken.

• Strafwetboek e-book : downloaden: www.elfri.be/node/6000

Wanneer u dit e-book aankoopt, kan u dit wetboek lezen op uw e-reader, iPhone, iPad, iTouch, Blackberry, Android, PC, Laptop

• Wetboek van strafvordering e-book: downloaden: www.elfri.be/node/6001 • Grondwet e-book: downloaden: www. elfri.be/node/5999 • Boswetboek e-book : downloaden: www.elfri.be/node/5996 • Waalse huisvestingscode: downloaden: www.elfri.be/node/6002 • Handelsagentuurwet: downloaden: www.elfri.be/node/7036 • WMPC: downloaden: www.elfri.be/node/7042 Wenst u een bepaald nog niet gepubliceerd wetboek te bekomen in e-books formaat met de nodige instructies waardoor u zoals in een boek op uw iPad of ander mobiel toestel elk wetboek kan lezen, stuur dan een e-mail met de gewenste wetboeken naar elfri@elfri.be Kostprijs standaardwetboeken: 10 euro per wetboek Kostprijs wetboeken op maat: 25 euro per wetboek.

U heeft aldus dit wetboek steeds in handbereik. U hoeft er nooit meer naar te zoeken en neemt het overal mee, zonder dat het plaats inneemt. Het komt gewoon lokaal te staan op uw mobiel toestel en zelfs op plaatsen zonder internetverbinding, raadpleegt u het boek waar en wanneer u wil … op de rechtbank, tijdens vergaderingen, gewoon thuis, op reis. U kan uw collectie aanvullen met de overige wetboeken en andere boeken die wij op onze site aanbieden. U bladert in het wetboek op uw mobiel toestel alsof het een boek is. Maar u kan dit ook op uw PC via verschillende gratis programma’s zoals Calibre.

Meer info en downloadsite: http://www@elfri.be/node/5966

Hoe zet u epub boeken over naar uw mobiel toestel? Er zijn veel mogelijkheden: • U kan vooreerst het e-book aanschaffen via uw mobiel toestel waardoor het onmiddellijk lokaal komt te staan en u over alle mogelijkheden beschikt om het te plaatsen in de e-book reader van uw keuze die meestal (zo niet bijna steeds) vooraf geïnstalleerd is op uw mobiel toestel (vb. iBooks maar er zijn er tientallen andere). • Voor de Apple producten kan je handig werken via iTunes: Selecteer de EPUB in de Explorer/ Verkenner (Windows) en sleep of verplaats ze naar iTunes. Ze komen dan automatisch onder het tabje “Library->Books” te staan. Selecteer vervolgens in iTunes je mobiel toestel en selecteer de tab “Books”. Check nu of er een vinkje bij “Sync Books” staat. Selecteer vervolgens “All Books” radiobutton. Druk tot slot op “Sync”. Hierna zie je binnen iBooks je boeken staan. • De eenvoudigste oplossing is dat u uw aangekochte e-book verstuurt per e-mail als bijlage naar uw mailadres dat u kan openen met uw mobiel toestel. Heeft u geen toegang tot uw e-mail via uw mobiel toestel, maak dan een hotmail of gmail-adres aan (waarbij u dan de mailbox opent met de internetbrowser op uw mobiel toestel.) Open nu de bijlage op uw mobiel toestel en kies voor opslaan. U krijgt dan de keuze om het e-book op te slaan in uw e-reader van uw keuze (bv. ibooks). Vanaf nu kan je zelfs zonder nog verbonden te zijn met internet steeds al uw aangekochte boeken lezen.

Nieuw: nu ook modellen beschikbaar op de site http://www@elfri.be/documenten Nieuw: onze diensten aan advocaten en juridische beroepen http://www@elfri.be/node/7377

28

INFO@LAW 2013 I november-december


B.5.2. Art. 3, eerste lid van dat Verdrag bepaalt: “Bij alle maatregelen betreffende kinderen, ongeacht of deze worden genomen door openbare of particuliere instellingen voor maatschappelijk welzijn of door rechterlijke instanties, bestuurlijke autoriteiten of wetgevende lichamen, vormen de belangen van het kind de eerste overweging”. B.5.3. Zowel art. 22bis, vierde lid van de Grondwet als art. 3, eerste lid van het Verdrag inzake de rechten van het kind verplichten de rechtscolleges om in de eerste plaats het belang van het kind in aanmerking te nemen in de procedures die op het kind betrekking hebben. Art. 22bis, vijfde lid van de Grondwet geeft de bevoegde wetgever overigens de opdracht te waarborgen dat het belang van het kind de eerste overweging is. B.6.1. De mogelijkheid, voor een man die het vaderschap van een kind opeist, om het vermoeden van vaderschap van de echtgenoot van de moeder van het kind te betwisten, werd in art. 318 BW ingevoerd bij de wet van 1 juli 2006 tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan. B.6.2. Art. 332quinquies, § 2 BW, waarop de prejudiciële vraag betrekking heeft, is ook ingevoegd door de voormelde wet van 1 juli 2006. De wetgever heeft geprobeerd een parallellisme, zo niet eenvormigheid, in het leven te roepen in de wijze waarop de verschillende soorten afstamming worden vastgesteld, zowel wat betreft de voorwaarden van de erkenning en die van de vordering tot onderzoek naar het vaderschap en naar het moederschap (Parl.St. Senaat 2005-06, nr. 3-1402/3, p. 16), als wat betreft de vorderingen tot onderzoek naar het moederschap en die tot onderzoek naar het vaderschap bedoeld in het in het geding zijnde art. 332quinquies BW (Parl.St. Kamer 200405, DOC 51-0597/024, p. 67).

De uiteindelijk gekozen formulering, die de rechtbank de mogelijkheid biedt de vordering af te wijzen die betrekking heeft op de vaststelling van de afstamming van moederszijde of van vaderszijde indien die “kennelijk strijdig is met de belangen van het kind”, is ook de formulering die werd gekozen voor art. 329bis, § 2, derde lid, en § 3, vijfde lid BW, dat de mogelijkheid biedt de erkenningen te beletten. B.6.3. In het oorspronkelijke wetsvoorstel bepaalde art. 332quinquies BW dat de rechtbank beslist met inachtneming van de belangen van het kind: “De rechtsvorderingen tot onderzoek naar het moeder- of vaderschap worden verworpen indien het meerderjarige kind of de ontvoogde minderjarige zich daartegen verzet. Indien de weigering uitgaat van een minderjarig kind dat niet ontvoogd is en de volle leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt, beslist de rechtbank, met inachtneming van de belangen van het kind, of de afstamming mag worden vastgesteld. Bovendien wijst de rechtbank het verzoek hoe dan ook af indien het bewijs wordt geleverd dat degene, wiens afstamming wordt onderzocht, niet de biologische vader of moeder van het kind is” (Parl.St. Kamer 2003-04, DOC 51-0597/001, p. 18, en 2004-05, DOC 51-0597/024, p. 68). Die formulering werd verworpen na de volgende opmerkingen: “In hypothese D [die van art. 332quinquies BW] komt aan de rechter een ruimere beoordelingsbevoegdheid toe dan in de hypothesen A-C [die van de andere hierboven bedoelde bepalingen]. In de hypothesen A-C heeft hij immers slechts een marginaal toetsingsrecht (kennelijk strijdig), terwijl hij in hypothese D beslist “met inachtneming van de belangen van het kind”. Om mogelijke discriminaties te vermijden, verdient het aanbeveling de zaken te stroomlijnen en ook hier slechts een marginale controle te organiseren” (Parl.St. Kamer 2004-05, DOC 51-0597/032, p. 85). Ter gelegenheid van de bespreking met betrekking tot art. 329bis BW maakten

het belang van het kind en de door de rechter uitgeoefende marginale toetsing het voorwerp uit van de volgende opmerkingen: “Toetsing aan het belang van het kind moet ofwel altijd ofwel nooit mogelijk zijn. Bovendien moet de toetsingsmogelijkheid uiteraard gelijklopend zijn in art. 329bis en art. 332quinquies BW. “Hoe dan ook is de toetsingsbevoegdheid best marginaal als men de biologische werkelijkheid vooropstelt. “In zijn meest recente arrest ter zake heeft het Arbitragehof duidelijk geoordeeld dat een toetsing aan het belang van het minderjarige kind altijd mogelijk moet zijn (arrest nr. 66/2003). Het is daarmee teruggekomen op eerdere rechtspraak. “Dit laatste arrest ligt bovendien in de lijn van de Europese rechtspraak. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat de vaderlijke erkenning in het belang van het kind kan worden geweigerd, ook al wordt het bestaan van de biologische band niet betwist (EHRM van 5 november 2002, Yousef t/ Nederland). “Dat wil nog niet zeggen dat de regel dat nooit een toetsing mogelijk is, strijdig zou zijn met onze Grondwet of met art. 8 EVRM. Zie trouwens wetsvoorstel 0209/001 begin_of_the_skype_highlighting 0209/001 end_of_the_skype_highlighting, zij het dat dat ten onrechte enkel de erkenning en niet de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap betreft. “De spreker is van oordeel dat op het gebied van de oorspronkelijke afstamming de biologische waarheid mag overwegen, zodat er nooit toetsing aan het belang van het kind hoeft te zijn. “Waar de vaststelling van de afstamming met de biologische ouder voor het kind nadelig zou zijn, kan de functionering daarvan worden uitgeschakeld, bv. via ontzetting van het ouderlijk gezag. “Waar de vaststelling van de afstamming met een niet-biologische ouder voor het kind wenselijk zou zijn, biedt

INFO@LAW 2013 I november-december

29


de adoptie een afdoende oplossing” (ibid., DOC 51-0597/024, p. 119).

primeren” (EHRM 26 juni 2003, Maire t/ Portugal, §§ 71 en 77);

band met het vaststellen van de afstamming omvat.

Voorts werd gepreciseerd dat het woord “kennelijk” in art. 329bis, § 2 BW werd opgenomen omdat het noodzakelijk is dat de toetsing marginaal blijft, teneinde “alleen maar rekening te houden met het ernstige gevaar voor het kind” (ibid., p. 57).

– dat een “bijzonder belang” dient te worden gehecht aan de belangen van het kind “die, afhankelijk van de aard en de ernst ervan, de overhand kunnen krijgen boven die van de ouders” (EHRM 8 juli 2003, Sommerfeld t/ Duitsland, § 64);

B.6.4. Daaruit volgt dat art. 332quinquies, § 2, eerste lid BW de rechter een marginale toetsing van de belangen van het kind oplegt, waarbij met die belangen slechts rekening wordt gehouden wanneer zij ernstig worden geschaad.

– “dat er momenteel een ruime consensus bestaat – inclusief in het internationaal recht – rond de idee dat bij alle maatregelen betreffende kinderen, hun belangen dienen te primeren (zie hierboven de talrijke referenties die zijn aangehaald in de paragrafen 49-56)” (EHRM 6 juli 2010, Neulinger en Shuruk t/ Zwitserland, § 135);

B.10. Hoewel het belang van het kind een primordiaal karakter heeft, heeft het daarom nog geen absoluut karakter. Bij de afweging van de verschillende op het spel staande belangen neemt het belang van het kind een bijzondere plaats in door het feit dat het de zwakke partij is in de familiale relatie. Die bijzondere plaats maakt het evenwel niet mogelijk om niet eveneens rekening te houden met de belangen van de andere in het geding zijnde partijen.

B.7. De wetgever dient bij het uitwerken van een wettelijke regeling inzake afstamming de bevoegde overheden de mogelijkheid te bieden om in concreto een afweging te maken tussen de belangen van de verschillende betrokken personen, op gevaar af anders een maatregel te nemen die niet evenredig zou zijn met de nagestreefde wettige doelstellingen. B.8. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft overigens verduidelijkt dat, bij het afwegen van de in het geding zijnde belangen, de belangen van het kind uitermate belangrijk zijn. Het Hof heeft aldus geoordeeld: “Het Hof bevestigt opnieuw dat wanneer de rechten die aan de ouders zijn gewaarborgd bij art. 8 en de rechten van een kind in het geding zijn, de hoven en rechtbanken het grootste belang dienen te hechten aan de rechten van het kind. Wanneer een belangenafweging geboden is, dient de voorrang te worden gegeven aan de belangen van het kind” (EHRM 5 november 2002, Yousef t/ Nederland, § 73). Het Hof heeft eraan toegevoegd: – dat rekening dient te worden gehouden “inzonderheid met de belangen van het kind” en dat “de belangen van het kind in dat soort van zaken dienen te 30

– “Rekening houden met de belangen van het betrokken kind is van het grootste belang in elke soortgelijke zaak; afhankelijk van de aard en de ernst ervan kunnen de belangen van het kind de overhand krijgen boven die van de ouders (zie het voormelde arrest-Sommerfeld, § 66, en EHRM 26 februari 2004, nr. 74969/01, Görgülü t/ Duitsland, § 43)” (EHRM 22 maart 2012, Ahrens t/ Duitsland, § 63). Overigens “dient, volgens de beginselen die kunnen worden afgeleid uit de rechtspraak van het Hof, de Staat, wanneer het bestaan van een familiale band met een kind vaststaat, zodanig op te treden dat die band zich kan ontwikkelen en een juridische bescherming te verlenen die de integratie van het kind in zijn gezin mogelijk maakt” (EHRM 28 juni 2007, Wagner en J.M.W.L. t/ Luxemburg, § 119). B.9. Zoals in overweging B.5.3 naar voren is gebracht, verplichten zowel art. 22bis, vierde lid van de Grondwet als art. 3, eerste lid van het Verdrag inzake de rechten van het kind de rechtscolleges om in de eerste plaats het belang van het kind in aanmerking te nemen in de procedures die op het kind betrekking hebben, wat de procedures in ver-

INFO@LAW 2013 I november-december

B.11. Door te bepalen dat de rechtbank de vordering slechts afwijst indien de vaststelling van de afstamming kennelijk strijdig is met het belang van het kind, staat art. 332quinquies, § 2, eerste lid BW niettemin slechts een marginale toetsing toe, door de rechter, van het belang van het kind, die niet verenigbaar is met het vereiste van art. 22bis van de Grondwet, gelezen in samenhang met art. 3, eerste lid van het Verdrag inzake de rechten van het kind om, bij het afwegen van de op het spel staande belangen, een voorrangspositie toe te kennen aan het belang van het kind. B.12. Rekening houdend met wat in B.10 is vermeld, dient de prejudiciële vraag bevestigend te worden beantwoord. Noot: De toets aan het belang van het kind van de vaderlijke erkenning, F. Swennen, T. Fam. 2011/4, 57


Tips van de maand H E T B ES L AG R EC H T K E N T G E E N VA K A N T I E P E R I O D E

WIE GELIJK K R I J G T IN EEN PROCES KAN TOCH IN HET ONGELIJK GESTELD WORDEN

I N KO RT I N G K A P I TA A L VA N E E N L E V E N SV E R Z E K E R I N G I N ERFENIS

Artikel 50, 2de lid Ger.W. bepaalt dat wanneer een termijn van hoger beroep of verzet begint te lopen en verstrijkt tijdens de gerechtelijke vakantie, hij in de regel wordt verlengd tot de 15de dag van het gerechtelijk jaar.

Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg Burgerlijke rechtbank Gent

Wet 10 december 2012

Het beslagrecht kent heel wat termijnen, de vraag stelt zich derhalve of deze regel inzake de verlenging van de termijnen ook geldt voor het beslagrecht. Zo onder meer voor de termijn van 1 maand voor het instellen van derdenverzet na een betekening van de beslissing aan de derde beslagene, zo onder meer de termijn voor het doen van een minnelijk conform artikel 1526 bis Ger.W., zo onder meer met betrekking tot de termijn van artikel 1408 § 3 inzake het verzet tegen onbeslagbare goederen, weze het een zeer korte termijn van 5 dagen. Wel nu, deze vraag dient ontkennend beantwoord te worden. Wie schulden heeft en met beslag kan geconfronteerd worden gaat best niet op vakantie.

Datum van de uitspraak:, 22/11/2011 A.R.: 11/2268/A

[...] De verweerster heeft zich vergist over de draagwijdte van het onder verbeurte van een dwangsom opgelegde verbod. Die vergissing was echter slechts mogelijk door de nutteloze handeling van de eiseres. Het begrip “de in het ongelijk gestelde partij” in art. 1017 Ger.W. is ruimer dan het begrip “partij die haar vordering ingewilligd ziet”. Een partij die in het proces zelf gelijk krijgt, is toch ook een in het ongelijk gestelde partij als haar houding eveneens aanleiding tot het geschil heeft gegeven (vgl. W.L. Haardt, De veroordeling in de kosten van het burgerlijk geding, Proefschrift Leiden, 1945, 21).

Nieuw: Artikel 124 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst wordt vervangen door wat volgt: Art. 124. Inbreng of inkorting in geval van overlijden van de verzekeringnemer. In geval van overlijden van de verzekeringnemer is de verzekeringsprestatie, overeenkomstig het Burgerlijk Wetboek, onderworpen aan de inkorting en, voor zover de verzekeringnemer dit uitdrukkelijk heeft bedongen, aan de inbreng. “. Deze wetgeving is het gevolg van de rechtspraak van het grondwettelijk hof die het oude art. 124 van de wet op de landverzekering ongrondwettelijk verklaarde waardoor de achterpoort gesloten werd om via een levensverzekering erfgenamen feitelijk te onterven. De wet is toepasselijk niet alleen op gemengde levensverzekeringen, maar ook op zuivere levensverzekeringen.

Elk van de partijen dient bijgevolg de kosten te dragen die aan hun kant gevallen zijn.

Het Grondwettelijk Hof besliste bij arrest van 13.11.2002 dat beslagprocedures geen enkele vertraging dulden en er dus geen verlenging van de termijn in beslagzaken verleend wordt tijdens de gerechtelijke vakantie (voor zover die nog bestaat). Zie Eric Brewaeys, geen verlof bij verlof voor bewarend beslag, de juristenkrant, 02.11.2012, pag.4.

INFO@LAW 2013 I juli-augustus

31


Productiviteit onderweg met de dicteerrecorder voor iPhone

DICTEERT U NOG ANALOOG?

De weg van uw dictaat naar het kant-en-klare tekstdocument was nog nooit zo kort Van analoog naar digitaal is een eenvoudige omschakeling. Digitale dicteeroplossingen Doordatdicteren u dicteerbestanden via uw iPhone kunt opnemen, van Philips bieden in vergelijking met analoge, op cassette gebaseerde dicteerapparaten een hele reeks aan bewerken en verzenden wint u aan mobiele flexibiliteit en voordelen en kunnen naadloos in uw bestaande ondernemingsworkfl ow geïntegreerd worden. kunt u de verwerkingstijd van een document verbeteren. Van de nummer 1 in professioneel dicteren Interesse? Contacteer

onswww.philips.com/dictation om uw inruilkorting te kennen*. *Aanbod geldig tot 31/12/2011

SPEECH AND LANGUAGE TECHNOLOGY Services and Integration

Contactinfo: tel. 0475 58 59 84 – e-mail: info@e-deo.be – www.e-deo.be

Contactinfo • Tel: 0475 58 59 84 • email: info@e-deo.be • www.e-deo.be

AD_IPHONE_A4_NL_E_DEO.indd 1

321 PHIL_e-deo_adv.indd

INFO@LAW 2013 I november-december

22.05.12 17:53 28/09/11 10:25


Prikbord

U zoekt wat u niet vindt?

Prik hier uw memo en bereik duizenden mensen uit de juridische wereld. Voor meer info over het plaatsen van een oproep of advertentie stuurt u best een e-mail naar magazine@uga.be met vermelding “MEMO”.

Memo! iNFO Tijdschrift voor de

Ghostwriter gezocht,

die in samenwerking met een auteur aan de hand van gesprekken of aangeleverde teksten een redactioneel afgewerkt boek kan samenstellen. Vergoeding op basis van percentage op het auteursrecht. Reageren: Email: magazine@uga.be www.uga.be

GEZOCHT! Foto’s van gerechtsgebouwen, zittingszalen, magistraten, advocaten, griffiers, liefst in toga, dan wel abstracte foto’s met justitie als thema. Mail naar elfri@elfri.be

UGA zoekt auteurs ! Hebt u een vlotte pen en bent u gespecialiseerd in een bepaalde rechtstak ?

I

Lees nu uw wetboek op uw Ipad of Ipod Meer info: www.elfri.be\node\5966 of http://tinyurl.com/42el73g

rechtspracticus.

Meent u dat over een bepaald juridisch onderwerp moet worden gepubliceerd ?

uitgevers en auteurs die hun publicatie willen promoten op elfri.be met meer dan 1 miljoen unieke bezoekers per jaar kunnen dit doen door een eenvoudige e-mail te sturen naar elfri@elfri.be voor meer informatie.

Neem contact met ons op en vertel uw project of suggestie! Stuur gewoon een e-mail met uw gegevens en korte omschrijving van uw project naar magazine@uga.be Wij nemen in ieder geval contact op met u.

Stuur uw redactionele bijdragen en (eigen) rechtspraak naar elfri@elfri.be voor opname in het tijdschrift.

INFO@LAW 2013 I november-december

33


www.uga.be

Toonaangevende uitgeverij in diverse takken van het recht.

www.continuga.be

De specialist in al uw drukwerk.

34

INFO@LAW 2013 I november-december


SYNTRA Midden-Vlaanderen is in Oost-Vlaanderen en Vlaams -Brabant de toonaangevende opleidingsorganisatie, erkend door de Vlaamse Regering, en werkt aan een kwaliteitsvolle, arbeidsmarktgerichte competentieontwikkeling in functie van meer en beter ondernemen. We streven ernaar het centrum te zijn voor talent- en competentieontwikkeling van bedrijven en bedrijvige mensen en willen de markt klantgericht benaderen via een innovatief, kwaliteitsvol en arbeidsmarkt-gericht opleidingsaanbod. Met meer dan 100 vaste medewerkers en een gespecialiseerd netwerk van meer dan 1.200 docenten en trainers organiseren wij in onze campussen te Aalst, Asse, Gent, Oudenaarde en Sint-Niklaas of op locatie, ondernemersopleidingen voor particulieren en bijscholingen en trainingen voor tal van ondernemingen, overheidsbedrijven, openbare besturen,...

Meer info over deze opleidingen? Surf naar: www.syntra-mvl.be of e-mail naar: info@syntra-mvl.be

MIDDEN-VLAANDEREN

[ uw opleiding •

onze zaak ]

Schrijf online in op www.syntra-mvl.be INFO@LAW 2013 I november-december

35


iNFO Tijdschrift voor de rechtspracticus.

36

INFO@LAW 2011 I juli-augustus


info@Law 14