Issuu on Google+


In 1999 zat ik in het zesde leerjaar bij meester Peter. Deze wereldreiziger wisselde zijn lessen af met eigen reisverhalen en een klaslokaal gedecoreerd met allerlei reis-attributen. Al s kleine Pieterjan was ik gefascineerd door deze relikwieën, en vooral alle verhalen over Australië bleven me altijd in het achterhoofd spoken. In 2011 ben ik afgestudeerd. In 2011 heb ik mijn langverwachte droom gevolgd en eindelijk het Australische vasteland opgezocht. Met een Australisch working holiday visum voor een jaar er op uit trekken. In dat jaar heb ik veel nieuwe vrienden gemaakt, ik heb er veel achter gelaten. Ik ben soms eens teleurgesteld, maar ik ben vooral overweldigd en verrast. Ik ben in paradijs geweest, en ik denk dat ik mijn hoofd er vergeten ben. Ik heb mijn eerste auto gekocht en heb er duizelingwekkende afstanden mee afgelegd aan de verkeerde kant van de weg. Ik heb mijn eerste auto-ongelukken meegemaakt. Ik heb in honderd verschillende plaatsen geslapen, bedden, vloeren, maar vooral in mijn auto. Ik heb de moderne beschaving achtergelaten om op plaatsen te komen zonder drinkbaar water, eten of mensen binnen een straal van 100en kilometers. Ik ben van tropische hitte tot tropische storm gegaan. Ik had slechts $40 over op mijn rekening voordat ik een job gevonden heb, een job op een tropisch eiland. Ik heb in hostels binnengeslopen voor gratis internet en gratis ontbijt. Ik ben weer dicht bij een lege portemonnee, maar het is moeilijk om je zorgen te maken over dergelijk iets in zo’n ontspannen omgeving. Ik heb twee paar sletsen kapotgestapt, drie bussen zonnecreme opgebruikt. Al mijn bezittingen zijn verloren of gebroken geraakt, behalve mijn kleren en mijn ipod. En het kan me echt niet schelen. Ik heb gezwommen naast grote zeeschildpadden, koraal, kleurrijke vissen en blijkbaar in actief haaiengebied. Ik ben afgewezen door honderd jobs, maar ik ben enkel maar tevreden met perfectie, voor minder gaan we niet. Ik heb geprobeerd om kaketoes te voederen, kookaburras te vervloeken, slangen, rif haaien en gecko’s te vangen, douche-vleermuizen te verjagen, kangoeroes te eten en koalas te kussen. Ik heb gesurfd en mezelf pijn gedaan zodat ik na twee maanden nog steeds soms recht sta als een opa. Ik heb mijn tand gebroken en was in hemeltergende pijn voor twee dagen op een boot, maar het silica zand en de turkoise wateren waren de beste afleiding van de pijn. Ik heb de mooiste sterrenhemels gezien, ver van enige lichtpollutie, en ik ben op de mooiste bushwalks van het land gaan wandelen. Er waren dagen waar ik het water niet heb verlaten, en er waren dagen waar er geen water was om in te gaan. Don’t hold back on anything you want to do. Want the very best for yourself, don’t settle for less. :) Happy ambitious 2012

Dit voorgaande tekstje was mijn nieuwjaarsbrief anno 2011-2012. Wat hier beschreven staat, beschrijft enkel nog maar de eerste tweeënhalve maand van mijn 12 maand avontuur, maar was de aanleiding om mijn ganse reis te bundelen in dit reisverslag, chronologisch opgebouwd van het prille begin tot het intense einde. Zonder veel photoshopwerk of post-productie, want voor mij is dit boek 100% genieten van de gepasseerde realiteit. Veel plezier met het door te nemen, al is het maar snel door de plaatjes bladeren.

Sa Pa, VietnamVietnamese Rijst Terrassen

Pieterjan Delbecque Ganzenstraat 28 8000 Brugge pieterjand@hotmail.com +32 487 96 36 49 facebook.com/delbecque delbecque.weebly.com (portfolio) elbecque.tumblr.com (reisblog)


Bij aankomst in het grote eiland aan de andere kant was er weinig tijd voor acclimatisatie- meteen het vliegtuig op van de zuid- naar de oostkust, meteen de Ford Falcon aanschaffen en de trip naar het zuiden aanzetten. Niet alleen omdat het land zo Westers is, maar om vele andere redenen is het enorm makkelijk om zich thuis te voelen in deze wildernis. De eerste kangoeroesteak acher de kiezen kon ik mij in stijl met mijn rijdende slaapkamer zuidwaarts bewegen, het begin van een prachtig avontuur in een tropisch paradijs. De uren doorgebracht in; rond en op het water zijn ontelbaar, de momenten die onze adem wegnamen evenzeer. In het tropische noorden waren we de kwallen invasie net een paar weken voor, en zo konden we ook genieten van zorgeloze watersportmomenten in Cairns, Mission Beach, Townsville en Magnetic Island op onze eerste week rondtrekken. Na de opwarmertjes was het dan tijd voor het echte werk: drie dagen, twee nachten zeilen over de blauwste wateren en witste stranden die AustraliĂŤ te bieden had: Whitsundays!

Boven: Horseshoe Bay; Rainbow Lorikeett; Murray Falls; Rechts: Mission Beach;

Met Airlie Beach als hub was het met vele bars en een grote lagoon een zeer goede verwelkoming en introductie tot een prachtweek op en rond het water, ware het niet dat de dag van inschepen mijn tand het begaf en ik de dagen in paradijs mocht meemaken met een verlammende last in de mond en het hoofd. Maar zoals de komende pagina’s wel duidelijk kunnen maken- er was genoeg afleiding van de pijn, met veel snorkelen, watersporten en het adembenemende Whitehaven Beach als hoogtepunt.


Whitsunday Islands, QLD Whitehaven beach.


Na mijn hart en mijn tand te verliezen in Airlie beach zetten we de reis verder, allereerst via een slaperige Town of 1770, om de tijd te geven om de opgedane wonden te helen. Terwijl mijn reiscompanen in een verzorgde camping verblijven, kruip ik op een working man camping; wat een schitterde keuze blijkt te zijn. Deze was gelegen in het midden van een bos, met een kruipend bergpaadje naar zijn private baai beneden, en had als faciliteiten een drop toilet, een douche in de buitenlucht, hele families die daar permanent in tentenconstructies wonen en een hele boel ‘bogans’. Van ‘s morgens tot ‘s avonds zaten er twee langbaardige oude mannen aan de picknicktafels met een steeds groeiende berg aan lege blikjes, en zeer luide, geanimeerde conversaties die naar verloop van de dag telkens emotioneler werden. “You banged me’ wife, ya fucking cunt.”, “It’s my son, I know how to take care of him (x46)”, ...

Ook de buurman kwam al snel te hulp gesneld toen ik op de aanwezige elektrische barbecues probeerde een potje water te koken, en opende zijn mega constructie die van een aanhangwagen een reuzetent, een uitklapbare keuken, een (wijn)frigo en een garage voor zijn quat kon tevoorschijn toveren. Deze zelfde noemde mij dan ook nog een rich ass bourgeouse little fancy kid toen hij leerde dat ik mij goed uit de voeten kon in het Frans tegen onze nieuwe buren, en vele van zijn flessen wijn later rond het kampvuur nam hij ons mee op paddenjacht, om tot groot ongenoegen van de Franse meisjes met een stok de jacht in te zetten op onze amfibische douchepartners. Na dit kleine avontuurtje waar de camping meer entertainment had dan de stad (een aaneenrijging van hotelletjes en surflessen) rijden we naar Rainbow beach, de hub voor het grootste


zandeiland op deze planeet: Fraser Island. Bewust zonder enig opzoekwerk heb ik mij van de ene naar de andere verrassing laten leiden op een grote kampeertrip. We reden rond in tag-along jeeps, de gids volgen over de eindeloze stranden en door de zachte zandbaantjes in het binnenland. Een groepsreis met zeer veel zand, alcoholische drankjes in de avonden, gevechten voor het eten als ware het een overlevingsstrijd, march flies tijdens de dag en kotsende meisjes ‘s nachts. Een pracht van een trip op het eiland van de dingo’s, vooral dankzij een ongelooflijk coole gids, de mooiste weersomstandigheden en een zeer goede sfeer in de groep. De gids was een moderne Steve Irwin en kon ons zeer veel bijbrengen over de preservatie; in het meer van de bovenstaande foto zwommen bijvoorbeeld zeer veel schildpadden, en toen ze ooit eens een exemplaar opensneden vonden ze kilos sigarettenpeuken samengemengd met zonnecrème van de mensen. Leuke noot: ‘s nachts mocht je niet alleen gaan plassen door de gevaarlijke dingo’s, dus moest je altijd met z’n tweetjes rug aan rug op het grote strand gaan urineren.

Town of 1770: een dorpje in Queensland, Australië. Het is gebouwd op de plaats waar James Cook en het personeel van HM Bark Endeavour voor de tweede keer aan land gingen in Australië in mei 1770. James Cook is een naam die zeer regelmatig voorkomt op het Australische continent, niet als de originele ontdekker van het land maar wel als de eerste die de kustlijnen in kaart bracht en die aan de oorsprong lag van de kolonisatie. Drop toilet: waterloos toilet, zoals bijna elke ruststop naast de highway ervan voorzien is. Het zorgt voor de natuurlijke afbraak van de menselijke reststoffen. Bogan: Algemeen bekende term in Australië, om een bepaald soort mensen te beschrijven. Deze bogans hebben meestal een zeer zwaar dialect, een grote benzine-gulpende 4x4 en een zware voorliefde voor alcoholische consumpties op elk moment van de dag. Reuzenpad: In 1935 werd de reuzenpad uitgezet in Australië, met als doel de suikerrietplantages te beschermen tegen verschillende kevers uit de familie bladsprietkevers. Al snel verspreidde de pad zich over het hele land en was de populatie niet meer te houden. De reuzenpad is zo berucht om zijn schadelijkheid dat de soort een icoon is geworden voor invasieve soorten.


Dan begon de tijd van de omzwervingen. Vanaf het eiland besliste ik de reis alleen verder te zetten, en met mijn vers rijbewijs, mijn eerste rijervaringen aan de linkerkant en mijn rusteloosheid begon ik de eerste de beste banen in naar het binnenland te volgen, om het echte AustraliĂŤ weg van het toeristenspoor te gaan ontdekken. Zo kwam ik eerst terecht in het Bunya Mountains national park, waar je soms eens een halve paardenkop zag rondlopen maar ik voor de rest vrijwel het enige niet-buideldier was die op het grasveld logeerde. Deze bunya mountains was ook de eerste plaats waar ik in contact kwam met een

soort vogels die het geluid maakt dat klinkt als een huilende baby... something you learn the hard way! Talloze achterdorpjes ver vond ik dan ook de Glass House Mountains (foto linksonder), waar ik met mijn 2WD super station wagen alle andere auto’s het nazien gaf en als enige de berg op geraakte, met adembenemende en vervreemdende zichten als resultaat. Rond deze periode begon ik ook te beseffen dat de job die ik gehoopt had, reeds aan iemand anders gegeven werd, en met een steeds legere portefeuille werd de panische zoektocht naar een degelijke job ingezet.


Na Brisbane en Byron Bay, besefte ik dat ik maar op 1 plaats wou werken, en geen compensatie wou maken, en dus liet ik alles achter en reed ik in een dag en nacht de 1300 kilometer terug tot Airlie Beach, auto ongeluk onderweg inbegrepen. In Airlie hoopte ik op een job op een boot of een eiland, dus was ik zeer selectief op zoek naar iemand die mij zou willen aannemen. Met slechts een paar tientallen dollars over op de bankrekening kreeg ik na twee weken eindelijk antwoord van South Molle Island, die mij met veel beloften en goede hoop aantrokken voor een job als tuinier. (Hier heb ik helaas door een gebroken camera niks van uitgebreid beeldmateriaal van.) De job als tuinier was fysiek een zeer zware uitdaging. Vanwege een ondermaats loon heb ik na een maand dan beslist om mijn biezen te nemen, en met het kleine sommetje verdiend een nieuw avontuur te gaan opzoeken, terug naar het zuiden! Leven op paradijs was een surrealistische ervaring.


Na het vorige verhaal van de ‘platte beurze’ was het kort na de eiland-job weeral prijs. Dezelfde lange autorit naar het zuiden achter de rug vestigde ik mij tijdelijk in Brisbane, voor een nieuwe reeks eindeloze job afwijzingen en onmogelijke aanbiedingen. Na verloop van tijd heb ik alle hostels gemaild vanaf Brisbane over heel de kust tot aan Sydney, en kwam ik terecht in Aussitel Hostel in Coffs Harbour, een kleine gezellige hostel van australiër Paul en zijn britse vriendin Cath, waar ik mijn bijna weer volledig lege portefeuille kon bijvullen. Van het begin als entertainment manager heb ik het ganse spectrum aan jobs doorlopen, rondrijden met het minibusje, ‘tauten’ aan de bus stop en daarmee veel vijanden maken van de andere hostels, tot de receptie, barbecues geven, ... Na verloop van tijd ben ik dan ook op en af beginnen pendelen naar Sydney voor een beetje meer cultuur, en zo heb ik tussen januari en mei een prachtige thuis gekend in dit kleine kuststadje met als hoofd attractie een grote banaan. Deze vier-vijf maanden zijn voorbij gevlogen in geen tijd, en met de aankomende winter roepte de rest van het land mij. Allerreerst heb ik de nieuwe roadtrip even noordwaarts ingezet terug naar Byron Bay met

mijn beste makker uit de hostel, Claudio. Na dergelijke rustpauze deed het enorm veel deugd om terug on the road te zijn, maar het noodlot sloeg toe- na slechts 1u begon de auto reeds tegen te werken en zaten we vast aan de kant van de weg. Na een interventie van roadside assistance konden we nog bibberend en pruttelend de weg volledig opstroppen tot aan onze eindbestemming, Byron Bay. Byron staat bekend als de ‘hippie surfer community’, met een levensstijl die er even traag gaat als de hartslag van een walvis. De ideale plaats om twee weken helemaal van de nieuwe vrijheid te genieten! Na twee weken absoluut niks uit te steken buiten zwemmen, surfen en rondhangen, zette ik mij alleen terug op weg naar Sydney, waar ik dan een maandje ga genieten van een echte stad en het echte Australische stedelijke leven. In de tijd dat ik daar ben heb ik in een hostel gezeten waar elke avond wel iemand tripte van teveel drugs, heb ik als accomodatiewerk tapijten gekuist in een hostel, heb ik in een grote lichtgevende visvormige fiets rondgereden, heb ik geweldige muziek gevonden en heb ik een fantastische reispartner gevonden op het dak van mijn hostel, en was het tijd voor de trip van mijn leven!


Dorrigo National Park, NSW Skywalk, christal falls, dangar falls.


Byron Bay, NSW


Vivid Sydney Light Festival


Blue Mountains, NSW Three Sisters


Jervis Bay, NSW

Whitebeach, Dolphin & Whale Watching


In de jolly swagman backpackers, waar ik enkele weken tapijten stoomkuiste, huppelde een oude Japanese mevrouw rond. Niemand bleek haar te verstaan als ze praatte, tot ik haar taaltje kon ontcijferen. Dat maakte haar zo enthousiast dat ze telkens maar kwam foto’s nemen van mij, vragen welke taal ik sprak... maar op een gegeven moment kwam ze met een artikeltje uit vuile pornoboekjes en vroeg ze wat ‘pigs play’ en dergelijke betekende. Hilarisch natuurlijk.. enkele dagen later kwam diezelfde mevrouw met een blaadje met een google translate vertaling waarop stond: Raamprostitutie... heb jij ooit al eens deelgenomen? Lief klein oud trippelend dametje, jou ga ik nooit vergeten.

Wist je dat- overal in Australië, vooral op de mooiste plekken aan het strand en in parken, staan publieke barbecues die je gratis mag gebruiken. Eén druk op de knop en de kookplaat wordt voor een kwartiertje opgewarmd.


Great Ocean Road, Vic Twelve Apostels


Great Ocean Road, Vic

Loch Ard Gorge, London Bridge


Stuart Highway, SA

Coober Pedy, mine city


De reis werd al snel een roadtrip die elke dag een stukje legendarischer kon genoemd worden. De zeer toevallige ontmoeting met mijn reisgezel Julie was als een godsgeschenk, en van het begin was het al duidelijk dat we beiden een onstopbare honger voor avontuur hadden, en dat we op dezelfde golflengte zaten wat betreft slapen in de auto, goedkope brol eten en genieten van elke afgelegde meter. Vanaf de eerste dagen whalewatching bleven we elke dag in een nieuw avontuur rollen - het vinden van alle inheemse dieren in het wild, ons in het holst van de nacht in het midden van een bos vastrijden in een gracht, geen droge kleren meer hebben door onophoudende regen tot geen water meer hebben door onophoudende hete woestijn, van het westerse klimaat in het zuid-oosten tot het woeste woestijnklimaat in het centrum. Ons hele leven, ons hebben en houden, draaide rond de Ford Falcon waarmee we ons verplaatsten, en die kon fungeren als mobiele keuken, entertainment unit, bron van kopzorgen en alle andere features die je een auto kan toekennen in een trip ver weg van een bewoonde wereld.


Een 40 000-tal kilometer verder, waarvan 99% eigenhandig gereden, zat het grote Australië avontuur er helaas op. Na de eerste maanden van de schitterende Oostkust te genieten, was de grote trip door de woestijn een absolute openbaring en heeft het alle verwachtingen van dit magnifieke land volledig kunnen invullen. Australië is niet zomaar ruim, het is gigantisch. Het heeft met de dog fence de langste manmade structure in de wereld, met een 145 kilometer bochtenloze baan het langste stuk rechte weg in de wereld, het heeft de grootste populatie kamelen in het wild, heeft als enige land de koala’s en kangoeroe’s en platypussen en nog veel meer van deze soorten in het wild, het heeft bijna een exemplaar van elk dodelijk dier op deze planeet. Het klimaat en de omstandigheden zijn zo aangenaam, dat vrijwel alles dat geïmporteerd wordt, planten, dieren én mensen, zich in grote getale kunnen ontwikkelen en in veel gevallen zich tot een pest blijken uit te breiden. En toch was het absolute rust en kalmte. Voor honderden kilometers in de woestijn heb je niks buiten af en toe een tankstation, wat een indrukwekkende stilte en onvergelijkbare sterrenhemel mee brengt. Hier door rijdende besef je pas de omvang en diversiteit van de natuur en hoe klein wij als mens maar zijn. De voldoening die het brengt om een onderneming als deze te ondernemen, is mooi weergegeven door de prachtigste slaapplaatsen in het midden van de woestijn, met niks anders dan een kampvuurtje op de oker rode grond, en de mooiste rust die je maar kan vinden. Uluru (Ayers Rock), Kata Tjuta (Olgas) en Kings Canyon worden dan ook terecht tot een bijna religieuze ervaring gerekend, zelf al ben je niet van inheemse origine. Op de laatste sectie van de reis kwamen we compleet per ongeluk terecht in een ‘walvissenbroedplaats’, waar een paar tientallen van deze majesteuze prinsen van de zee zaten te dollen met hun pasgeborene op enkele meters van de rotskust. Voor een trip waarbij niks gepland of opgezocht was, is alles toch maar altijd mooi blijven


Singapore


Singapore was veel en weinig voor mij. Het was mijn stepping stone into Asia, wat betreft vluchten, aanpassing, eten, drukte, ... Zes dagen in deze metropool was reeds te veel, want de tenen waren al aan het krullen om de westerse wereld volledig achter te laten. Singapore was een zeer leuke ervaring, maar tegelijk ook vervreemdend. Het is een machine designed for living, met een duizelingwekkende lijst aan wetten en straffen voor iedereen die een beetje buiten het lijntje loopt- naast de nog geldende doodstraffen en lijfstraffen krijg je reeds een bekeuring als je het toilet niet doortrekt, als je kokosnoten uit de stadsparken op eet, ... Maar toch was het alweer gillen als een klein meisje als ik door chinatown kon rondslenteren voor een wereld aan keuze tussen de lekkerste goedkope voedselstandjes, wanneer ik door little india kon gaan voor de

lekkerste theetjes en gefritureerde snacks, en door big singapore kon gaan voor de megalomane architecturale pronkprojecten te gaan bewonderen. Hier leven lijkt echt een enorm moelijke opgave. Hoewel je de normen en waarden van het westen hebt, leef je met een compleet andere bevolkingsgroep, en heb je echt weinig ruimte voor ontplooiing op een dergelijk dens gebied. Hier is geen vrijheid, hier is enkel maar openheid en ontspanning binnen bepaalde lijnen en owee als je daar buiten zou treden. Mijn eerste tempeltjes, mijn eerste goedkope accomodatie en voedsel, mijn eerste goedkope vluchten binnen handbereik, nu op naar het paradijs! Next stop, ......


Gardens by the bay Singapore


Filippijnen

Blogpost

Eindelijk, de Filippijnen. Het gekke leven waar ik al lang op wachtte. Manila, de hoofstad van de Filippijnen, is mijn eerste korte stop op 1 van de 7000 eilanden die dit land telt. Met alle waarschuwingen op zak, volledig voorbereid en met een zak wantrouwen tegenover alles en iedereen om niet opgelicht te worden op elk moment van de dag, ben ik mijn eerste verkenningstocht door de stad gaan doen op het lokaalste van alle vervoer: de Jeepney. Dit zijn de oude jeeps vanuit de oorlog die getransformeerd zijn tot simpel laag busvervoer voor een zeer goedkope prijs. En het was al een tocht van jewelste, de transportatie werd de enige activiteit van de dag, dankzij volledige foute richtingen, slechte indicaties en eigenlijk een volledige afwezigheid van Engels bij vele mensen… maar na twee uur zat ik plezierig dezelfde baan op en af te rijden om gewoon te genieten van het fenomeen jeepney, en hierbij ook de stad op droge en afstandelijke manier te kunnen beschouwen.

Dit terug lezen na zoveel maanden, doet met toch lichtelijk grinniken over hoe ‘kinderlijk en naïef’ je bent de eerste maal je in een chaos als deze terecht komt, als je het vergelijkt met hoe veel je groeit bij een hele reis door Zuid-Oost Azië. Dit werelddeel maakt je terug als vanouds enthousiast over reizen. Het is onmogelijk om er genoeg van te krijgen, het stelt je dag in dag uit voor de meest frustrerende, hartverwarmende, verbazingwekkende en weer eens irriterende situaties. Geen twee plaatsen zijn identiek, geen twee momenten zijn gelijk. Er is een onophoudelijke stroom aan mogelijkheden, schijnbaar zonder enig limiet of wet. De cultuur, de mensen, de activiteiten, de natuur, het eten, elke dag kan je een hele andere wereld betreden hebben.


Chocolate Hills Bohol Island


Tarsier

Kleinste primaat


Even terugkeren dus. Na de hoofdstad Manila, waarschijnlijk 1 van de beste steden in de top 10 steden-nooit-te-bezoeken, heb ik mij op een nieuw avontuur gewaagd richting Boracay Island, nogmaals een paradijseiland zoals ik er wel al wat ben tegen gekomen onderweg. Omdat de Filippijnen bestaan uit meer dan 7000 verschillende eilanden, is elke verplaatsing altijd een opeenstapeling van verscheidene manieren van transportatie eer je ergens volledig bent toegekomen. Naast het taxien, vliegen, bussen, stappen en boten heb ik mij op Boracay achterop gezet bij een gek mannetje op een motorfiets, die me, gepakt en gezakt, doorheen de ongeasfalteerde straatjes van het overstroomde eiland zoefde aan een nekbrekende snelheid. Toen we werden aangevallen door een tropische stortbui en moesten schuilen vraagt hij me droogweg: so, where your hotel is, I no know… Dat was het moment dat mijn eerste grijze haren zijn beginnen schieten! Eenmaal weg uit de drukte van het verkeer en het rugzakken, was het eiland dan toch een enorme verademing. Mijn eerste nachtje was in een hotelletje rechtstreeks op het strand, eindelijk een klein eilandje van rust in een private kamer en een goeie avond genieten van lekkere pilsjes aan de strandbar met enkele locals. Na een jaartje het dure bier van Australie te vermijden, liepen deze verrassend snel door de vingers en was de volgende dag dan ook goed ingeleid met een zwarte kat in mijn hoofd, en jawel, daar was de eerste dag die aangaf dat de gaande tyfoon volledig gepasseerd was: de zon die nog eens goed op mijn hoofd kwam kloppen. Met pak en zak ben ik dan op zoek gegaan naar mijn volgende hostel, de bekendste hostel van het eiland… Maar op een dergelijk eiland kan je plots al wel eens voor verrassingen komen te staan- om de deur te bereiken moest ik uiteraard eerst een 30tal meter door enkeldiep water en modder waden. Maar, vanaf dan kunnen we zeggen dat het ganse eiland rozegeur en maneschijn was, met de geweldige witte stranden, leuke mensen en cafeetjes en restaurantjes, een echte ‘full moon party’ rechtstreeks op het strand met live bandjes en een vuurspel,…

Meer dan 90% van de huizen zijn hier houten hutjes.. maar ondanks de armoede hebben de mensen hier een enorm ‘rijk’ leven, ze leven in een enorme gezellige community met veel plaats, veel groen en op hun eigen creatieve manier, voldoende eten voor iedereen. In het begin was het wat wennen aan de omgeving waar je denkt dat tegenover elke vriendelijkheid een uitgestoken hand zou staan, maar dat is allerminst waar. Iedereen is hier enorm vriendelijk, gaande van een afstandelijke nieuwsgierigheid tot het stellen van directe, franke persoonlijke vragen, je uit te nodigen aan hun eet-tafel aan de kant van de weg, … Elektriciteit is hier meestal al een luxe project, met hele streken waar je al op voorhand weet dat de ‘stekker’ enkel werkt tussen 18u en 23u. En dat is dan nog niet zeker. Zelf de luchthaven van Manila, de hoofdstad, had een power blackout op het moment dat ik daar was. De luchthaven van Tagbilaran, daar kon je eigenlijk praktisch gewoon op de tarmak geraken zonder meer, en de lopende band was ook gewoon in de open lucht. Blogpost En de Filippijnse verwenningen en verbazingen bleven maar volgen. Na stilaan te leren omgaan met de manier van leven, reizen, eten, drinken en slapen was er geen stoppen meer aan. Ik voelde het zo, dit is mijn all time favourite aan het worden, en zelf nadien blijft dit nog steeds de overtuiging. Van het ene extreem naar het andere verliet ik Boracay voor Bohol eiland, waar ik mijn gading vond in het midden van de jungle. Na ‘s nachts in het donker te struikelen tot aan mijn houten hut aan de voet van een eindeloos steile trappenpartij, bleek deze bij dageraad tegen een hel appelblauwzeegroene rivier te liggen, vijf minuten stroomafwaarts van een serie watervallen. Eenmaal terug boven gesukkeld kon er genoten worden van een


zeer democratisch geprijsd ontbijt op het dek, met een ongelooflijk uitzicht over de onderliggende valei en met het gezelschap van alle kleine jungledieren en -geluiden. Dit kan niet meer beter worden, was de algemene gedachte, en de verleiding om te blijven plakken was dan ook veel te groot. Maar we moeten door, ook in dit boek, dus ik laat de eindeloze beschrijving van dit paradijs op aarde wat achterwege. Gelukkig maar dat ik nog vertrokken ben, want na een kleine toer

via Cebu eiland met enkele nieuwe vrienden, ben ik dan op Palawan terecht gekomen. Via een ratelbusje die mij 7u lang met mijn hoofd tegen het dak van de bus liet botsen op een onafgewerkte baan, kwam ik op een plaats terecht die ik (het zal niet meer geloofwaardig klinken) aards paradijs kan noemen. In de gekste setting waar ik geslapen heb in lange tijd, twee kamers van 9 bedden elk op driedubbele stapelbedden, met slechts 1 toiletje voor de hele hostel, werd ik ‘s morgens weer met de verrassing van de reis wakker. Het hostelletje, gesitueerd óp het strand, lag aan de basis van de eilandengroep in El Nido, waar ik de rest van mijn Filippijnse dagen heb uitgezeten. Nog ver weg van het ontwikkelde toerisme was dit, met stip, het absoluut het hoogtepunt van mijn hele reis, en het deed dan ook al te veel pijn om het te moeten achterlaten. De foto’s spreken boekdelen...


El Nido

Palawan Island


Vietnam


Vietnam, het land van de motorfiets, de straatmarkten en de toeristen. Het land van het onophoudende getoeter, van de oplichters en de afzetters. Vietnam en ik hadden in eerste instantie niet een al te goede verstandhouding, zeker na het haastelings verlaten van mijn volharde favoriet, de Filippijnen. Na het ongecultuveerde Filippijnse toeristische landschap, was het terecht komen in het hart van een land waar toerisme al decennia lang de plak zwaaide, en de mensen er zich dan ook hadden op gericht. Het is een land waar ze op professionele manier het geld uit je portefeuille kunnen wringen! De eerste dagen waren een tocht over de Mekong, achteraf gezien waarschijnlijk de slechtst georganiseerde toer ooit, waar ik overheen twee dagen in een vijftal verschillende groepen ben gesmeten als een zak patatten die vlug eens een foto wou nemen van dit en dat, en dan terug een boot op wou kruipen. Ook de dagen erna was ik zeer blij dat ik mijn toevlucht nog kon nemen in heerlijke koffie, fantastisch straat-eten en een zeer mooie natuur, terwijl de eerste stops mij brengen naar Mui Ne, Da Lat en Nha Trang. De eerst- en laatstgenoemde zijn kuststeden uitgebaat door een russische geldbron, dus dat gaf een beetje een gevoel van Blankenberge op zijn hoogdagen. Da Lat was daarentegen een niet mooi, maar charmant gelegen ‘berg’dorpje waar ik met drie even charmante franse dames mijn eerste motorfiets-avontuur in het gekke Vietnamese verkeer ondernam, en de heuvels introk. Op deze tocht zijn we er eindelijk in geslaagd het ons voorgekauwde pad volledig te verlaten, en een echte dorps’stam’ tegen te komen, volledig anders dan wat het land ons al had geboden. Genieten. Door slechte bussen liep ik al wat meer vertraging op, maar eindelijk in Hoi An gekomen was het voor de eerste keer genieten van een mooie architectuur in dit land. ‘s ochtends een slapend, mooi, rustiek stadje aan de zee, maar vanaf de namiddag worden de “tauts’ weer wakker en sleuren ze met man en macht aan je armen en je oren tot je hun kleine lege winkeltje betreedt en je je buitenlandse dollars in hun even lege kassa komt deponeren. De kleermakersindustrie is hier danig competitief geworden dat iedereen elkaar kapot heeft geconcurreerd, en dat voel je wel. Enkele dagen later, en enkele maatpakken rijker, kon ik de tocht verder zetten tot Hue, waar ik een kleine onfortuine operatie heb ondergaan aan een vinger die sinds de Filippijnen was beginnen infecteren en waarbij het leek of er

een kleine nieuwe vinger op de oude begon te groeien. Zes uren opgesloten in een ziekenhuis, waar menig gapende hoofdwondes en andere brommer-accidentjes mij in dezelfde kamer passeerden, en waar mijn infectie als een mogelijke tumor werd geclassifieerd, mocht ik eindelijk van de imperische oude stad van Hue gaan genieten. De volgende stop was Hanoi, een grootstad met niet veel nieuws, behalve mogelijks een nog grotere obsessie voor hun overleden leider Ho Chi Minh, die in zijn mausoleum nog zoals een wassenpop tentoon wordt gesteld aan het publiek voor verafgoding. Omdat de Filippijnen al een betere versie van Halong Bay had, heb ik deze beste attractie van het land achterwege gelaten en heb ik een soortgelijk landschap gevonden, maar dan zonder de zee, in een wederom rampzalig georganiseerde trip naar Ninh Binh. Maar hierna was het eindelijk tijd voor het echte werk, op naar de bergen in het noorden, naar het kleine stadje Sapa. Wat hoegenaamd het laatste stukje authentieke cultuur was, was in het stadscentrum en ver daarbuiten niet meer dan hyena-gedrag van verklede bewoonstertjes. De lastigste, niet-afschudbare verkoopsters die maar te vinden zijn, het is er een broedplaats voor geworden. Na een dag reeds rond te rijden en te zoeken naar een plaats waar het niet zo is, ben ik dan, na uren ronddwalen door de bossen en dan met een brommertje een ezelpad op te gaan, eindelijk terecht gekomen waar ik de hele reis op zoek naar was: een verzameling houten hutjes in het midden van de rijstvelden, waar in maanden geen toerist was geraakt en waar het engels ook niet bruikbaar was. De eerste ervaring op het vasteland was er zeker één met vele emoties, van frustratie tot dromen tot ... Het vasteland bracht alleszins ook een verzameling van allerhande absurde transportmethodes met zich mee; van rammelige slaapbussen met ongewassen stink-kussens, slaaptreinen gedeeld met de plaatselijke kakelende kalverenbende, gepakt en gezakt balanceren achteraan een kleine moto, zonder ongelukken de motorfietstochten overleven, ....


In de pinocchio’s hotel wakker worden, dat was letterlijk in de wolken wakker worden. Met wat geluk had je, door de glazen muur, op een mooie dag een panoramisch uitzicht over de omliggende vallei... maar het merendeel van de tijd was deze boven de stad uittorende kamer omhuld in een dik wolkendek, wat het gevoel gaf van in een zwevend object in de lucht te slapen. Uit bed gestrompeld was het zonder stoppen of aarzelen de lurkende straatverkopers voorbijstormen, om te kunnen genieten van een eerste nodige vietnamese koffie, gevolgd door een noedelsoepje, op een 1-tafel terras in het midden van de straat. Omdat dit cafeetje in het midden lag van het verzamelpunt van de kleurrijk geklede en getooide Vietnamezen, bleek dat voor hen een hopeloze zone te zijn waar je eigenlijk nooit werd lastig gevallen, behalve door een troep japanezen die een foto willen nemen van een blankeman die met stokjes noedelsoep eet. Het was een prachtig punt om te genieten van de troepen tauters die zich flokten rond de fragiel uitziende toeristen, en hen met tientallen tegelijk het hele dorp door volgden en jaagden. En hierna de fantastische bergen in met het scootertje!


Laos


Rules for surviving SE ASIA - Everything is far away, nothing is possible by foot, or alone - Private space doesn’t exist. The more physical contact with your sweaty, stinky neighbours, the better - Everybody is your friend - Never step in or onto transportation without setting the price... or you’re gonna have a bad time - If it looks like a woman, smells and acts like a woman... it’s not necessarily a woman - If you don’t want liquid crap, stay away from the tap - Unlike home, 100 k’s of travel will take you up to 3-6 hours of travel time... on the good days - A noodle soup a day, keeps all your trouble away


Ik begin ook al te ondervinden, meer dan in vietnam krijg je hier in de budget accomodation eigenlijk amper verse lakens. Ze geven een extra bovenlakentje, dat ze gewoon eens mooi opgevouwd hebben en als je geluk hebt, ook wat parfum over hebben gespoten. De nachtbussen hier zijn zelf nog meer dan in

vietnam een ervaring, met een dubbel matrasje aan elke kant waar iemand van 1 meter 60 misschien kan in passen‌ maar als 1 meter 90 persoon, het mini bed moeten delen met een volledig vreemde, dat was nog eens een nieuwe begrenzing van de prive sfeer, of misschien het volledig verdwijnen van deze.


Na Vietnam toekomen in Laos, dat was honderd procent genieten. Het was alsof ik mijn oordoppen had in gestoken, het was alsof ik op wolkjes liep, het was alsof iemand slowmotion had aangezet na Vietnam. Er was geen geclaxonneer elke halve seconde, er waren geen drommen mensen die je in hun transportatie willen sleuren, er werd niet meer geroepen of overdadig lawaai gemaakt op straat‌ Laos was paradijs! Ook al is Vientiane geen baken van architectuur, cultuur of voedsel, het verschil is al rap duidelijk- op elke hoek heb je wel een tempel, en de monniken zijn even talrijk als de mensen die drugs willen verkopen op de straathoeken. Het leven is traag, genieten, respect voor

elkaar. Het is het grijze-muis gevoel dat laos zo aantrekkelijk maakt, omgeven door alle grote landen en al te vaak vergeten, verzorgd genoeg voor toerisme maar toch lekker veel achterwege gelaten. Na een kleine nacht Vientiane heb ik een nachtbus genomen naar het noordelijke Luang Prabang. Deze unesco beschermde stad toont al meer de kwaaltjes van het zware toerisme, guesthouses zij aan zij met boekingskantoren, maar het mist 1 iets: de toeristen! Rustig, stil, weinig volk en genoeg mensen om te kunnen selecteren waar te verblijven. In mijn hostel zet ik me naast een bendetje hilarische duitsers waar ik de eerstkomende dagen dan ook mee optrek als kende ik ze al een paar jaar.


Met een gehuurd scootertje zijn we eerst naar de kleine watervallen geweest, waar we hoorden dat er olifanten waren. Voor niet meer dan 8 euro heb ik een halfuurtje mogen ‘baden’ met de olifant. Na de kleine watervallen zijn we naar de grotere gegaan, vree indrukwekkend, en met de aankomende zonsondergang was daar geen kat meer te bespeuren. Na een goed badje, terug de kronkelende ‘baan’ op langs de tientallen traditionele vervallen dorpjes onderweg om s avonds in de marktjes een groot buffet te vinden voor een kleine euro. Yummmmmmmmmmmmmie!! Vang Vieng, de volgende stad in de rij, staat bekend om het ‘tubing’- een rivier af te drijven op een traktor binnenband en elke 5 meter in een bar getrokken te worden voor gratis shotjes, drankspelletjes en ander alcoholisch verderf. Klonk dus als een fantastische stad om NIET te doen, ware het niet dat net deze week het tubing tot een verplichte stop werd gezet door de overheid omdat er jaarlijks meer dan 25 mensen sterven. (alcohol + wild water + laag water + rotsen + drugs + …). Droomnieuws voor mij, want zonder al deze bars en bijhorende mensen was het stadje enkel nog maar bekend om rustig op een band een rivier af te drijven, wat een droom! Vang Vieng was zeer duidelijk niet klaar voor deze overstap, wat tot een week ervoor nog een nooit rustend feestresort was, was nu tot een lichte spookstad herleid waar s avonds amper 1 van de honderden bars volledig gevuld geraakte. Met ook weer alle hostels vechtendoor klanten, waardoor ik voor geen geld een lekkere private kamer kon behuizen. Met een bendetje mensen die ik heb leren kennen in Luang, op de bus en in de nieuwe hostel zijn we met zn allen de rivier gaan afdrijven op een prachtige zonnige dag, allemaal zich aan elkaar vasthouden door de groene velden en de typerende limestone rotsen

die uitsteken in de vlakte, zonder australische en amerikaanse luidruchtige drinkers, het is een droom geworden! De dag erop exact hetzelfde verhaal, maar dan was het binnendrijven op banden in een grot, gevolgd door een uur lange tocht ondergronds, door modder, spelonken en ondergrondse wateren kruipen. Ongelooflijk. Met de bende werd het een afvalrace terug naar het zuiden van het land, en na een dagje Vientiane moet ik ook afscheid nemen van een brusselse kameraad en gaat de reis verder naar het uiterste zuiden van het land, de mooie 4000 islands. De mekong heeft zich hier horizontaal uitgespreid rond een archipel van, in het laagwater, 4000 kleine en minder kleine eilandjes, maar met het hoogwater in dit regenseizoen zijn dat er een stuk minder. Het is alleszins als van in een dromenland in een nog rustiger dromenland terecht komen. Voor een luttele 2 euro heb ik hier een bungalow gevonden die OP het water stond, met mijn eigen terrasje, de eerste nacht over de zonsopgang kant en de twee volgende nachten aan de andere kant. Het eiland straalt gewoon pure sereniteit uit, dus de eerste dag kan je niet veel meer doen dan genieten in de hangmatjes op het water, en een klein wandeltochtje doen naar het slapende toeristische deel door de vele kleine gehuchtjes rondomrond. Met veel motivatie konden we dan toch nog fietsen huren, en de volgende dag zijn we via een spoorwegbrug, een souvenir van de fransen, rond het tweede eiland gaan fietsen. Dit is hoe het zou moeten zijn, met een bevolking die soms een je m’en fous mentaliteit heeft tegenover toeristen, of die net zeer geinteresseerd en vriendelijk met je omgaat, maar in beide gevallen zonder enig oog op je geld of je leven. Hier zie je hoe de Lao mensen echt leven, hardwerkend, fysiek werkend, maar even hard ontspannend en genietend, Hier leven ze met zeer weinig en bereiken ze zo veel.


4000 Islands Don Det


Cambodia (Ankor Wat)


Maar goed, watervallen, rivieren, rijstvelden, buffels, vriendelijke menschen, palenhuizen, het was goed voor nog een dagje te rusten maar omdat zelf mijn kort bezoek aan laos al een week langer duurt dan ik verwachtte begon het snoeien in de agenda. De volgende stop, Cambodia, ben ik eindelijk moeten beginnen aan mijn laatste blitsbezoek aan het ZuidOost Azische gebied, en enkel maar naar Siem Reap gegaan, de hub voor de Ankor Wat tempels. Een nieuw avontuur op de bus was dat ik de enige was die moest overstappen op een nieuwe bus op een bepaald moment, en ze droppen me simpelweg aan de kant van de weg en na herhaaldelijk vragen naar een ticket voor de volgende bus werd de begeleider razend op mij en bleef hij maar weglopen. Ik moest mijn volledig vertrouwen leggen in de handen van deze man, in het land waar elke dag honderden mensen betrokken zijn in bus-oplichtingen. Veel kon ik niet doen natuurlijk, dus machteloos maar blijven wachten, maar wonder boven wonder, een uur later kwam de bus effectief toe en kon ik mijn reis verder zetten zonder al te veel problemen (buiten 3 uur vertraging natuurlijk). Ankor Wat= ANKOR WAT!!! ‘s Morgens springen we optimistisch op de fiets naar de tempels, niet weerhouden door het feit dat we net de twee meest regenachtige dagen in weken voor de boeg zouden hebben. Want fietsen is gezond! Nu ik toch de negatieve kanten benoem- ankor heeft een reusachtig leger aan mensen die wat willen verkopen. Elke tempel, hoe klein ook, heeft een ingang vol met standjes, maar dan ook met veel kleine meisjes die souvenirs willen verkopen, sjaaltjes, postkaarten, vol met etenstandjes die je al van honderden meter ver toe beginnen roepen… Het is alsof je een vlok eten bent die in een visbokaal is geworpen, zo troepen ze zich rond je en hoeveel je ook beweegt, ze plakken echt :) Maar die tempels, olalalala. Olalalalalalalal!! OOOOlalalalalal. Meer beschrijving kan ik je eigenlijk niet geven, want de tempels zijn eigenlijk echt gewoon Olalalalallalal. Honderden tempels overal rondom verspreid, klein groot, dik, dun, hoog, laag, intact, ruine, cultureel hoogstaand of een hoop stenen. Ik had er waarschijnlijk graag een goede week in rond gelopen. Mijn camera stond gloeiend heet! Diezelfde camera was dan ook het slachtoffer van een zeer onfortuinlijk gebeuren. De volgende dag stonden we om half 5 op om te kunnen fietsen naar de legendarische zonsopgang over de Ankor Wat

tempel, de meest bekende van het Ankorcomplex, en dat lukte ons met veel frisheid en plezier. Bijna aangekomen op de plek van het mirakel, beslissen mijn benen dat ze eventjes niet meer onder mij willen staan, en zo beland ik hard op mijn elleboog en arm, maar helaas had ik ook mijn mooie nieuwe camera in die hand. Met enorm veel pijn in het hard zie ik mijn lens enkele meters van mij weg botsen, en wordt mijn ergste nachtmerrie dan ook werkelijkheid. Boehoeoehoee!! Vanaf hier stoppen dus ook de foto’s, en kan ik nog enkel een collectie van ipod foto’s tonen voor een algemeen beeld. Cambodia kan als het eindpunt van mijn reis gezien worden, het einde van het zorgeloos, doelloos ronddwalen waarheen de goedkoopste vluchten en bussen mij maar heen konden brengen. Na dit- voor mij- onvergelijkbaar avontuur stonden de vluchten mij al in rechte lijn op te wachten tot thuis, maar toch stap voor stap om het onvermijdelijke nog wat uit te stellen. Mijn eerste stop was een eiland in Thailand, Ko Phangang, waar ik enkele dagen onder de zon kon uithangen met een paar Belgische vrienden. Vuile feestjes, zwemmen, brommertochten, veel cultuur kwam er helemaal niet meer aan te pas. Na een korte dag en nacht van Kuala Lumpur genieten, mocht ik in Sri Lanka de volledige 20 uren proberen vullen op de luchthaven van Colombo, dankzij mijn boekingen die ik 6 maanden voordien had gemaakt vanaf daar. Meer dan het dichtstbij gelegen stadje en de geld aftroggelende immigration officer heb ik dus niet kunnen zien daar, en de volgende stop waren de kokende Verenigde Emiraten. Rustig uitbollen in mogelijks de meest tegengestelde wereld dan waar ik vandaan kwam, meer zat er niet meer in mij. Moe gereisd, in een woestijn van 40-50 graden liet ik dit allemaal over me heen vliegen, met nog eens een uitschieter naar het prachtige paleis hier rechts en een gek waterpark. De laatste stop was Istanbul, minder indrukwekkend dan ik had verwacht na ZO-Azië, maar met veel dankbaarheid was het de ideale plaats om te reflecteren over de gepasseerde twaalf maanden. Er ging geen moment voorbij dat ik niet moest denken aan wat het laatste jaar allemaal gebeurd was, en hoezeer ik het allemaal zou moeten missen. Dankzij een geweldige hostelgenote heb ik nog kunnen genieten van het hart van de stad, een prachtige kers op de taart in de vorm van dit geweldig jaar.


Met welke hulpmiddelen is dit boek tot stand gekomen? Als pseudo-fotograaf was ik blij genoeg met een Nikon Coolpix P300, waar enkele aperture en ISO settings reeds konden aangepast worden. Helaas, na een intensieve anderhalve maand reizen begaf dit beestje het, waardoor ik bijna twee maand geen beeldmateriaal meer had. Met de eerste 70 dollar van mijn job schafte ik me uit wanhoop deze camera van het merk ‘waterproof’ aan... het spreekt voor zich dat deze na een maand ook al het loodje legde, waarna ik deze inwisselde foor een fujifilm xp onderwater camera, Een stukje duurder, maar duidelijk even grote brol, want door een overdaad aan dodelijk zeewater heb ik beide cameras niet langer gehad dan een paar maanden. In plaats van een Australische boer om te kopen zodat hij mijn papieren zou ondertekenen en ik nog een jaartje langer in Australië zou kunnen blijven, heb ik dat geld gebruikt om mij mijn eerste startersmodel SLR camera aan te kopen, de nikonP3000. Onvoorbereid begon ik dan ook vanaf het begin van mijn roadtrip dag na dag nieuwe opties te leren van dit monstertje, tot op de climax van mijn fotografische toer mijn fotografische activiteiten hardhandig werden stilgelegd. Mijn tweede onmisbare object op reis was mijn trouwe Ford Falcon, die me bijna probleemloos mijn 40 000 kilometer over het Australische vasteland heeft rondgereden. Het derde ingrediënt voor de reis was de website skyscanner.net. Vanaf Australië stond geen enkele locatie volledig vast tot enkele dagen op voorhand, en was deze volledig afhankelijk van de goedkoopste prijzen van het moment. De laatste meestgebruikte woorden zijn ‘Lonely Planet’ en ‘Currency Converter’, en al de rest was een kwestie van leven en overleven! Dit boek is het eindpunt van het meest ongelooflijke jaar van mijn leven, waar ik vooraf niets meer vast had gelegd dan een heenvlucht en mijn Australische visum. Alla prossima!!!


Addendum: de verblijfsplaatsen! Australie Melbourne Cairns Mission Beach Townsville Magnetic Island Airlie Beach

Habitat St Kilda Home travellers Lodge Asylum Absolute Backpackers Foreign Exchange Home Bungalow village X-base Magnums Nomads

*** ** ** **** **** ** **** ** ** **

Veel activiteiten, sociaal, zeer mooi en verzorgd maar veel long-termers, asociale klieken. Staan vroeg op in de ochtend, zitten veel aan de drugs, ... Idem voor Home, maar dit is veel minder verzorgd en onveiliger.

Town of 1770 Rainbow Beach Brisbane Byron Bay Coffs Harbour Port Macquary Sydney Adelaide Alice Springs

Working man camping Cool Bananas Cool Dingo’s Fraser on Rainbow Woodduck Backpackers Byron Inn on the beach Arts Factory Byron Beach resort Aquarius Aussitel Ozzie Pozzie Asylum Jolly Backpackers Eva’s backpackers Backpack Oz Annie’s place Alice Lodge

**** (?) *** *** *** *** **** *** *** ***** (?) ** ** ***** * * ****

Rustige camping in bos, klein privaat baaitje beneden, locals logeren hier lange tijd Drop toilet en douches in open lucht

Singapore

Fernloft East Coast

****

Perfecte introductie tot Zuid Oost azie, ligt tussen het luchthaven en het centrum van stad. Goed transport, vriendelijke eigenaar.

Filippijnen Manila Boracay Bohol El Nido

Green Mango Inn Friendz Nuts Huts La Banane Hostel

*** **** ***** ****

Dichtbij alle luchthavens, in een rustige wijk van een hectische stad dus je kan nog veilig rondlopen. Ideaal als snelle tussenstop. Perfecte plaats om mensen te leren kennen en er ‘s avonds op de witte stranden mee te gaan feesten. Meest bekende hostel van het eiland. Belgische eigenaar, ongelooflijk leuk gelegen hutjes in de jungle naast een rivier. Grootste aanrader van de reis. 3 maal 3-hoge stapelbedden per kamer, twee kamers, met slechts 1 badkamer/ douchekamer voor iedereen. OP het strand en zeer sociaal, zeer vriendelijke eigenaars.

Vietnam HCMC Nha Trang Sapa De rest: walk in

Saigon Backpackers True friends hostel Pinocchio’s

*** * ***

Neutraal, niks te veel of te weinig. Goede tussenstop, er zijn hostels beter gelegen maar dat maakt hier niet veel uit. Onvriendelijke eigenaars, goede online rating niet waard

Dubai

Air BnB Yura

*****

Istanbul

Chillout Cengo

****

Alles is kapot en stinkt, half sociaal maar vooral gestoord Zeer deftig, verzorgd, schatten van uitbaters, alles perfect Een oude mansion, prachtige hoge kamers, houten parketvloeren, ... Party hostel op het strand, maar aan de verkeerde kant van het eiland. Rustige hostel aan de goede kant van het eiland, veel wandelingen en een kleine zoo Party people, gratis ontbijt Party people, gratis wifi Verspreide hutjes, meer sociaal en rustig.

Koeler interieur, ook goedkope maaltijden, vertrekbasis van 1 toer Gezelliger interieur, goedkope maaltijden, vertrekbasis van andere toer Goedkoop, hostel met vriendelijke eigenaar en een bende rustige loze mannen die heel de dag naar de tv kijkt (die de hele ruimte in neemt) Gelegen op het strand, leuk ontwerp maar als je niet sociaal bent is er niet veel te doen. Arts factory IS Byron Bay, hier is het allemaal gestart. Veel activiteiten, veel hippies, veel drugs, alles kan, alles mag. Rustiger resort op een heel eind van het centrum. Op het strand, maar enkel leuk in hoog seizoen. Gratis maaltijden in bar tijdens aankoop van drankje, elke avond. Dé hostel waar je een dag heen wil, en blijft plakken voor een maand omdat het er zo leuk is. Gekken, long-termers, goedkoop, vuil, trippende mensen, niet voor mensen met een zwak hart. Party hostel, gericht op elke avond te gaan feesten en drinken Oase van stilte en rust in een prachtige setting, goede kamers, vriendelijke bediening, dakterras met barbecue, ... topper!! Ongeinteresseerd personeel, long termers, onvriendelijk behandeld, ... Enorme party hostel, onveilig, vuil, ... Een goede plaats om tot rust te komen en ‘s avonds bij het kampvuur grote gezelschapsspelletjes te spelen

Vraag naar de hostelroom op topverdieping, letterlijk slapen tussen de wolken


Afdrukken van het reisboek