Page 1

nummer

DeVoetbal Trainer 191

30e JAARGANG | JANUARI 2013 |

www.devoetbaltrainer.nl

Analyseren van voetballen Voetbaltaal of jargon?

Tjerk Bogtstra Inspirator

Johan Groote Teamontwikkeling

De Voetbalmethode Nieuwe inzichten

KNVB-katern Iedereen heeft

nummer

Voetbaltalent 4

Geen talent maG verloren Gaan

Opleidingen Technisch Jeugdcoรถrdinator

Voetbalontwikkeling Mini-pupillen

trainers.voetbal.nl

De Voetbaltrainer 191 2013

De JeugdVoetbalTrainer nummer

De JeugdVoetbal Trainer 14

2e jaargang | janUarI 2013 |

www.devoetbaltrainer.nl

1:1-duel domineren Oefenstof

Thema: omschakelen na balverlies

A-jeugd Dick Boon

B-jeugd Niek Nooijen

C-jeugd Rudy Provoost

D-jeugd Erik Wormmeester

Wim Koevermans Bondscoach India

01_Cover VT.indd 1

17-01-13 08:39


Bestel nu uw handige trainersmaterialen! Wedstrijdregistratie boekjes A6 formaat

A5 formaat

€ 5,95

€ 6,95

- Praktisch, met ringband - Bevat veldjes en schema’s - Veel ruimte voor notities - Keuze uit A5 en A6 formaat

Trainingsregistratie boekjes A6 formaat

A5 formaat

€ 5,95

€ 6,95

0-12 qxd 01-1

okomslag.

_veldenbl

ieuw_NW

komslagn

veldenblo

na 13:35 Pagi

- Praktisch, met ringband - Overzichtslijst trainingsbezoek - Veel ruimte voor notities - Keuze uit A5 en A6 formaat

Abonnees ontvangen

1

al Tra DeVoetb

iner

ner.nl

tbaltrai

evoe www.d

Veldenblok, A4 formaat - Velden op A4 formaat - Eenvoudig af te scheuren - Volop ruimte voor notities

aat

7,5%

korting

A4 form

€ 5,50 Veldenb

lok

Complete set bovenstaande trainersmaterialen, voor slechts € 27,50

Bestel deze handige materialen snel via www.devoetbaltrainer.nl/winkel Trainers mappen vanaf

€ 18,-

De Voetbal Trainer

devoetbaltrainer.nl/winkel


In dit nummer

Van de redactie

Voorbereiding is het halve werk

4

Wim Koevermans Nederlandse trainers vind je overal ter wereld, en ze zijn bovengemiddeld succesvol. Wim Koevermans is sinds de zomer van 2012 bondscoach van India, het land dat met een bevolking van 1,2 miljard zielen qua inwonertal alleen China vóór moet laten gaan. Hoe pak je het aan als je in zo’n gigantisch land bondscoach wordt?

Analyseren van voetballen

24

‘Voetbaltaal of jargon?’ De Voetbaltrainer bezocht het symposium van de Nederlandse Voetbalacademie en doet verslag van een drietal presentaties. Ten eerste van professor Mark Williams, een van ’s werelds bekendste onderzoekers naar spelinzicht. Op de tweede plaats van Frans Hoek, over het analyseren van de hedendaagse keeper. En tot slot vertelt Co Adriaanse hoe hij het voetbal anno 2013 analyseert. Een drietal artikelen, voer voor discussie!

Geen motivator, maar inspirator

63

Tjerk Bogtstra ‘Een kijkje buiten de voetbalsport kan heel leerzaam zijn.’ De oproep binnen de redactieraad die De Voetbaltrainer in het voorjaar van 2012 bijeen riep, was duidelijk. En dus gingen we aan de slag. Tjerk Bogtstra, voormalig captain van het Davis Cup-team, vertelt in een inspirerend artikel over talentontwikkeling in de tennissport, en de rol die de trainer daarbij inneemt.

nummer

De JeugdVoetbal Trainer

De JeugdVoetbalTrainer:

14

2e jaargang | janUarI 2013 |

www.devoetbaltrainer.nl

Tijdens het Nationaal Coachcongres dat onder meer wordt georganiseerd door NLCoach is De Voetbaltrainer steevast aanwezig. Vol verwachting kijken wij dan als redactie naar de lijst van aanwezigen. Van tientallen sporten zijn coaches aanwezig, maar de voetbalwereld was vertegenwoordigd door een aantal geïnteresseerden dat op Paul Geerars één hand te tellen is. Dat blijft jammer. Hoofdredacteur Het congres had als titel ‘Slim, effectief en creatief trainen & coachen’. De coach moet dan wel de juiste keuzes maken. Er is tegenwoordig sprake van keuzestress. Er is zo veel aanbod van technologische middelen en wetenschappelijk onderzoek, dat je ervoor moet oppassen dat bijzaken geen hoofdzaken worden. Alles moet in dienst staan van je spelers en het spel, in ons geval voetbal. Dit is ook de leidraad van een drietal artikelen verderop in deze editie. Joop Alberda noemde tijdens het genoemde coachcongres drie belangrijke factoren: atleet centraal, coachgestuurd en prestatiegericht. Als een rode draad hierdoor loopt iets anders, namelijk: passie. Alle toptrainers, ook in de jeugd, hebben iets van passie voor de sport en voor lesgeven. Volgens Alberda moeten ook de meest gepassioneerde coaches af en toe inspiratie opdoen en dat gebeurt heel vaak door een kijkje te nemen in de keuken van een andere sport. Door voetbaltrainers is veel kennis te halen uit andere sporten. Wij zien het dan ook als onze rol om als vakblad over de grenzen van de voetbalsport heen te kijken. Dit was ook een van de aanbevelingen van de redactieraad die we in 2012 bijeen riepen. In deze editie geven we daar invulling aan door een opmerkelijk interview met Tjerk Bogtstra. Deze tennistrainer is allergisch voor het woordje ‘leuk’ en vindt zichzelf geen motivator, maar inspirator. Volgens Bogtstra is een trainer er niet om een sporter te motiveren, dat is duidelijk. Onder meer aan de hand van een aantal rake oneliners (‘Het gaat er niet om of je goed wilt worden, maar of je bereid bent om goed te worden.’) krijgen we inzicht in zijn visie en werkwijze met grote tennistalenten. Een artikel om inspiratie uit op te doen!

1:1-duel domineren Oefenstof

Thema: omschakelen na balverlies

Het 1:1-duel domineren De A-, B-, C- en D-jeugd

De Voetbaltrainer online

A-jeugd

36 42

Dick Boon

B-jeugd Niek Nooijen

C-jeugd Rudy Provoost

D-jeugd Erik Wormmeester

Verder: Teamontwikkeling door Johan Groote (SWZ Sneek) Pesten, een plaag Mentale leerlijn Feyenoord en N.E.C./FC Oss

12 17 20

KNVB-katern: • Opleidingen: Technisch Jeugdcoördinator • Voetbalontwikkeling: Mini-pupillen

52 56

De Voetbalmethode: nieuwe inzichten Aan de zijlijn: interessante links voor voetbaltrainers De Verlenging

70 78 80

2

03_inhoud+voorwoord.indd 3

3

Al langer dan dertig jaar is De Voetbaltrainer hét vakblad voor voetbaltrainers in Nederland en België. Wij zijn er als redactie van overtuigd dat men zelfs in dit digitale computertijdperk toch waarde blijft hechten aan bruikbare informatie op papier. Natuurlijk gaat De Voetbaltrainer wel met haar tijd mee en zijn ook wij steeds nadrukkelijker online te vinden. Digitaal lezen heeft de afgelopen jaren een vlucht genomen en in de webshop van De Voetbaltrainer kunt u sinds kort diverse digitale boeken (ebooks) direct bestellen. Elke maand treft u nieuwe digitale boeken aan. Uw abonnement houdt nu ook in dat u het katern van De JeugdVoetbalTrainer gratis kunt downloaden, net als het KNVB-katern. Daarnaast krijgt u als abonnee standaard 7,5% korting op alle producten uit de webshop van De Voetbaltrainer, korting op de online mediatheek en kan men gratis kennismaken met het spelersvolgsysteem Talento.

De Voetbaltrainer 191 2013

17-01-13 08:39


Profvoetbal

Tekst: Ruud Doevendans en Paul Geerars

Wim Koevermans, bondscoach in India

Voorbereiding is het halve werk Nederlandse trainers vind je overal ter wereld, en ze zijn bovengemiddeld succesvol. Wim Koevermans is sinds de zomer van 2012 bondscoach van India, het land dat met een bevolking van 1,2 miljard zielen qua inwonertal alleen China vóór moet laten gaan. Hoe pak je het aan als je in zo’n gigantisch land bondscoach wordt? Koevermans legt uit hoe zijn voorbereiding en eerste maanden in India eruit zagen: ‘Zodat mijn collega’s er ook iets aan hebben als zij met andere culturen komen te werken dan de Nederlandse.’ Uit een land met 1,2 miljard inwoners dat 169ste staat op de FIFA Wereldranglijst, een ploeg vormen die aansluit bij een hoger niveau. Wim Koevermans viel de uitdaging te beurt. Na een jarenlange loopbaan als trainer van onder meer Nederlandse vertegenwoordigende jeugdteams en een verblijf van vier jaar als High Performance Director in dienst van de Ierse voetbalbond toog de geboren Vlaardinger, eenmalig international en lid van de selectie die het EK 1988 won, naar ‘de oost’. Het is, dat moge duidelijk zijn, een geheel andere wereld waarin Koevermans terechtkwam. Een wereld waarin je naast het trainingsveld zo maar een koe kunt tegenkomen, een van de grootste clubs van het land zojuist voor ruim twee seizoenen uit de competitie is genomen en de beste velden vaak het profiel van een buckelpiste hebben.

“Je kunt je eraan ergeren”, aldus Koevermans, “maar dat brengt je nergens. Het is beter om je er gedegen op voor te bereiden om zodoende op de meest effectieve manier met je spelers en de staf om te gaan. Ik denk dat nog te veel coaches naar het buitenland gaan zonder exact te weten waar ze terechtkomen. Ze maken fouten die ze zich helemaal niet realiseren. Daarmee verklein je de kans dat je zult slagen. Ik durf wel te zeggen dat een gedegen kennis van de cultuur geen garantie voor succes is, maar wel een voorwaarde.”

Niveau Wim Koevermans: “Talent is er ook in India. Maar hoe krijg je overzicht in zo’n enorm land? Vergeet niet: onder de centrale Indiase voetbalbond AIFF (All Indian Football Federation) tref je de voetbalbonden van de 34 afzonderlijke Indiase staten aan. Daar zijn

staten bij met 120 miljoen inwoners, meer dan Spanje en Frankrijk samen. Sommige bonden functioneren heel goed met vakmensen die hard werken. Andere bondsbureaus worden bemand door één of twee personen. Althans, wanneer zij vinden dat ze daar moeten zijn. En het komt regelmatig voor dat op zo’n kantoor niemand aanwezig is. Dat is natuurlijk niet bevorderlijk. Het niveau van de spelers is me meegevallen ten opzichte van wat me voorspeld was. Maar goed, India stond natuurlijk niet voor niets 169ste op de FIFA-lijst toen ik aantrad. Voetbaltechnisch is het in orde, tactisch kan het nog beter. Je ziet dat goed bij positiespelletjes, waar ze het veld eerder klein maken dan dat ze de ruimte optimaal benutten. In Nederland leer je vanaf het begin dat je het veld groot moeten maken. Elders gebeurt dat

www.devoetbal trainer.nl

04-11_Koevermans.indd 4

17-01-13 08:38


De vijf dimensies van nationale cultuur In De Voetbaltrainer 189 vertelden Tom Fadrhonc en Huib Wursten van ITIM International over het coachen van verschillende culturen. Van cultuur zijn veelal de belangrijkste waarden niet goed zichtbaar, reden waarom ze een struikelblok kunnen zijn in de omgang tussen mensen afkomstig uit verschillende culturen. Fadrhonc en Wursten gaven aan dat het grootste en meest fundamentele onderzoek op dit terrein is verricht door Geert Hofstede (1928). Hofstede wordt door de gezaghebbende Wall Street Journal als een van de twintig meest vooraanstaande denkers ter wereld beschouwd. Hofstede onderscheidt vijf dimensies van nationale cultuur: • Machtafstand (PDI) • Individualisme/collectivisme (IDV) • Masculiniteit/feminiteit (MAS) • Onzekerheidsvermijding (UAI) • Lange-termijnoriëntatie (LTO) Deze dimensies worden weergegeven op een schaal van 0 tot 100. De resultaten van Hofstedes onderzoeken werden gevalideerd en gerevalideerd in meer dan veertig vervolgstudies vanuit verschillende disciplines. Met de scores wordt het gedrag van mensen weergegeven, ook op het voetbalveld. Hieraan kan de trainer-coach verschillende consequenties verbinden voor zijn omgang met de spelers.

vaak niet. Vijf tegen drie, zes tegen drie, het maakte niet uit: de ruimte wordt altijd gehalveerd. Ik zag hetzelfde in Ierland, en dus ook in India. Zelfs bij de nationale teams. In zo’n kleine ruimte lijkt je techniek meteen veel slechter, terwijl dat best meevalt als je de ruimte beter benut. Daar werken we hard aan. Voetbal is weliswaar populair onder kinderen, maar cricket is de nationale sport. Stadions in India zijn soms multifunctioneel. Voetbalvelden zijn in India vaak op cricketvelden uitgelijnd. We hebben meegemaakt dat eerst een cricketveld moest worden afgegraven, gedraaid en veranderd in een voetbalveld voordat we erop konden trainen. Er staat tegenover dat ze dat dus wél doen! Dit geeft aan dat ze er belang aan hechten. Het zal stapje voor stapje gaan en aan deelname aan

een WK hoeft India vooralsnog niet te denken, maar progressie is zeker mogelijk. En die is ook al te zien. Zo hebben we onlangs de Nehru Cup gewonnen door in de finale van Kameroen te winnen. Dat was de tweede keus van Kameroen, maar nog steeds een heel sterk team. Onze spelers waren positief verrast dat zij op dat niveau meekunnen. Het is een mooie bevestiging van het goede werk dat we met elkaar in deze korte periode hebben geleverd. En voorlopig zijn we drie plaatsen gestegen op de FIFA-ranking.” Hoe hebt u zich concreet voorbereid op uw functie in India? Wim Koevermans: “Zelfs op mijn baan in Ierland, waar toch veel overeenkomsten zijn met Nederland, heb ik me destijds goed voorbereid. Ik wilde niet verrast worden door kleine dingen. Door er veel over te lezen heb 4

04-11_Koevermans.indd 5

5

ik dat kunnen voorkomen. De voorbereiding op India was vanwege de grotere verschillen natuurlijk intensiever. Die vindt dan vooral plaats door gesprekken met Tom Fadrhonc en Huib Wursten van het bureau ITIM International, dat gespecialiseerd is in de combinatie van cultuur en management. Hoe gaan de mensen met elkaar om, hoe staan ze op het veld, hoe kan ik het best informatie overdragen, hoe kan ik het best coachen, hoe ik vergaderingen moet organiseren, et cetera. De kennis is gebaseerd op de schema’s van Geert Hofstede, de wetenschapper die er ooit mee gestart is om die verschillen inzichtelijk te maken, en die raadpleeg ik doorlopend. Ik heb bij ITIM een workshop gevolgd. Rob Baan, die al vanaf oktober 2011 als Technisch Directeur in India zat, heb ik daarbij betrokken. Verder heb ik het boek ‘Allemaal anDe Voetbaltrainer 191 2012

17-01-13 08:38


Profvoetbal

dersdenkenden’ van Hofstede & Hofstede nauwgezet bestudeerd, wat heel leerzaam was. Op deze manier wist ik in ieder geval in theorie waarmee ik geconfronteerd zou worden. Daarna ging het erom kennis te maken met het voetbal. In beginsel lijkt het een enorm voordeel dat het land zo veel inwoners heeft, maar het organiseren van voetbal is daardoor wel een groot probleem. In India is het ook niet zo simpel om even een paar wedstrijdjes te gaan bekijken. De afstanden zijn immens, te vergelijken met flinke vliegafstanden in Europa. Ik heb daarom vooral veel videobeelden bekeken. Een paar jaar geleden is de Engelsman Bob Houghton als bondscoach van India redelijk succesvol geweest, zij het met een sterk op de Engelse filosofie geënte stijl, dus veel lange ballen en veel luchtduels. Voor dat werk hebben ze in de competitie vaak wat uit de kluiten gewassen spelers uit Nigeria onder contract staan, maar de Indiër is hier van nature fysiek minder geschikt voor. Het leek me verstandiger de stijl daarop aan te passen.”

Nehru Cup Wim Koevermans: “Het was een enorm voordeel dat ik ploeg meteen vijf weken bijeen had voor de Nehru Cup, een in deze regio belangrijk toernooi tussen vijf landen. Hoe start je dan? Door de 38 spelers uit te nodigen die de laatste tijd waren geselecteerd. Ik moest er wel zo veel uitnodigen, want ik begreep van mijn assistent dat een speler nimmer uit zichzelf zal aangeven dat hij geblesseerd is.

Het boek ‘Allemaal andersdenkenden’ van Hofstede en Hofstede gaat steevast mee in de bagage van Wim Koevermans als hij naar het buitenland vertrekt. Naar eigen zeggen helpt het hem om zich over de grens niet te ergeren, maar slechts te verwonderen.

Het was ook belangrijk om de spelers persoonlijk te leren kennen en ze aan het werk te kunnen zien. Dan blijkt al snel dat er een aantal is dat eigenlijk niet kan spelen. Dat zeggen ze niet, dat blijkt in de praktijk. Die vallen dan al snel af. Uiteindelijk leer je de spelers kennen op het veld. Ik ben vanaf de start heel duidelijk geweest hoe we gingen voetballen. Dat wordt ook van de trainer verwacht. Die speelwijze hebben we doorlopend tijdens de trainingen terug

ik daarom in mijn staf bespreekbaar gemaakt wat wél en wat níet kan. Was iets acceptabel, dan zeiden ze dat meteen. Wanneer ze echter wat terughoudend voorzichtig met hun hoofd begonnen te bewegen, wist ik genoeg: niet doen! Opvallend genoeg was vaak de teamdokter, een oudere man met veel aanzien, daarin belangrijk. Ik heb hem als een vertrouwenspersoon gekozen. Zo vind je beetje bij beetje je weg in zo’n andere cultuur. Je kunt er vooraf veel over lezen, je moet echter

‘Je kunt hier niet alles zeggen wat je in Nederland probleemloos zou zeggen’ laten komen, maar ook in besprekingen. Het houden van besprekingen is nog best een probleem, want je kunt hier niet alles zeggen wat je in Nederland probleemloos zou zeggen. Ze zijn vanuit hun cultuur niet gewend om persoonlijk en confronterend aangesproken te worden. Steeds heb

ook altijd in praktijk toetsen hoe het werkelijk is. Aan videoanalyse had de nationale ploeg van India nog nooit gedaan. Die heb ik dus geïntroduceerd. Op die manier kon ik goed laten zien wat internationaal de normen momenteel

www.devoetbal trainer.nl

04-11_Koevermans.indd 6

17-01-13 08:39


Wim Koevermans: “Wanneer ik een wedstrijd bezoek, ga ik altijd even bij de trainers langs. Ik laat mijn gezicht zien, toon betrokkenheid en praat met ze. Ik wil niet alleen die bondscoach zijn die hoog in de tribune de wedstrijd aanschouwt en zich verder afzijdig houdt. Maar het is niet eenvoudig, want ook in India wordt snel van trainer gewisseld. In februari gaan we de coaches van de clubs bij elkaar halen. Je ziet overigens al dat zij beïnvloed worden door de speelstijl van de nationale ploeg.

Sommigen geven aan iets dergelijks bij hun club ook toe te willen passen. Maar in India zijn er maar vijf trainers met een profdiploma. De meesten hebben TC-I, maar dat is geen TC-I op Nederlands niveau. Dat zit er wel wat onder.”

Machtafstand Wim Koevermans: “Uit de gesprekken met de mensen van ITIM en uit het boek van Hofstede heb ik geleerd dat spelers in India zeer gevoelig zijn voor machtafstand. Er wordt van jou

Masterplan

zijn, ook qua speelwijze. Dan blijkt dat goede ploegen vrijwel altijd proberen om voetballend, dus met de bal over de grond, aan de overkant te komen. Het was best een omwenteling, want zij deden tot dan toe alles in 1:4:4:2. Ze hadden het ook steeds over verdedigers, middenvelders en centrale spitsen; nooit over buitenspelers. Want daarmee speelde vrijwel geen enkele ploeg. We zijn echter gestart met 1:4:3:3 en een verzorgde speelwijze, waarbij van achteruit wordt opgebouwd en de flanken nadrukkelijk worden benut. Ik hecht er daarbij aan te zeggen dat voor mij de speelwijze belangrijker is dan het systeem. En dan is het prettig als je in het begin wint, ook in India. Het geeft geloof en vertrouwen dat het op deze manier kan. Ze zeiden het ook: ‘Ik hoor en zie hier dingen die ik bij mijn club nooit tegenkom.’ Maar dat is tegelijkertijd wel het probleem.” U doet in India iets nieuws en geeft aan dat bij de clubs vaak anders wordt gewerkt. Hoe beïnvloedt u de trainers van die clubs?

Rob Baan (Technisch Directeur van de voetbalbond van India) over Wim Koevermans en de culturele lessen die hij dagelijks toepast in India: “Wim heeft zich vooraf verdiept in de cultuur en de meest gangbare religies in India en heeft daar veel voordeel bij. Zo zal hij nimmer een speler of staflid in het openbaar terechtwijzen of afvallen. Dat zou voor de speler of het staflid een enorm gezichtsverlies geven en het zelfvertrouwen aantasten. De belangrijkste lessen voor mij zijn samen te vatten in het simpele feit dat jij je moet aanpassen en slechts af en toe moet je eisen dat zij zich aan jou aanpassen om bepaalde zaken/ beslissingen gedaan te krijgen. Er is duidelijk sprake van een kastensysteem en een bepaalde hiërarchie die maakt dat het gedrag van mensen en dus ook hun beslissingen veranderen zodra er sprake is van een persoon die hoger in de rangorde staat. Daarbij is zeer recent weer gebleken dat de vrouw vaak met onvoldoende respect wordt behandeld. Praktisch betekent dit dat wij gewend zijn aan vraag en antwoord of soms ons antwoord al klaar hebben zonder dat de vraag gesteld is. Dat is hier onmogelijk en dus tijdens het lesgeven schrikt de kandidaat als je hem naar zijn mening vraagt. Wim en ik zijn als Rotterdammers gewend om te ‘dollen’. Dat wordt totaal niet begrepen en meteen serieus genomen, met vaak desastreuze gevolgen. Men voelt zich gekwetst en sluit zich af. Daarin moeten we elkaar nogal eens corrigeren. Zo zijn er twee medewerkers bij ons op kantoor waarvoor de moeders driftig op zoek zijn naar een vrouw om te gaan trouwen. Als wij daarover pikante opmerkingen maken, kan dat leiden tot grote verwarring en blozende mannen.” De werkzaamheden van Wim Koevermans als bondscoach van India zijn onderdeel van een masterplan dat bij de voetbalbond is geïntroduceerd door Rob Baan. Op de website van De Voetbaltrainer vindt men een link naar het complete masterplan.

6

04-11_Koevermans.indd 7

7

De Voetbaltrainer 191 2012

17-01-13 08:39


Profvoetbal

als trainer verwacht dat je de richting aangeeft, in alles. Op het trainingsveld, maar ook bij de lunch. Of tijdens het gebed voor de wedstrijd. Daarbij bestaat een heel ritueel, waarin op vaststaande momenten de trainer iets moet zeggen. De spelers staan je dan echt aan te kijken: trainer, zeg nu iets. Als je dit soort dingen niet weet voordat je begint, maak je het voor jezelf extra moeilijk. In die houding gaan de IndiĂŤrs ver. Niemand zal een hap nemen tijdens het eten als ik niet eerst het teken heb gegeven dat we kunnen beginnen. Dat geldt niet alleen voor de spelers, maar ook voor de staf. De machtafstand zie je overal terug. De trainer is de baas, en de spelers of je staf zullen nooit iets doen voordat de trainer de richting heeft bepaald. Degene die hoger in rang is of die ouder is, geeft aan welke kant het op gaat. In Nederland is dat dus anders. Het kan ook betekenen dat er opeens dingen van je worden verwacht waarop je totaal niet bent voorbereid. Zo werd op 15 augustus aan mij gevraagd of ik de vlag wilde hijsen bij ons hotel op Independence Day. Ik had mijn twijfels of ik, als niet-IndiĂŤr, daar wel de juiste persoon voor was. De teamdokter fluisterde me echter in dat het beter was als ik dit toch maar zou doen. Het werd een hele ceremonie met veel publiek, mijn spelers als een

App Een door Wim Koevermans veelgebruikte app is ‘CultureGPS’. Deze is verkrijgbaar in de appstore als lightversie (gratis) of ‘pro’ (â‚Ź21,99). Met behulp van deze app kan men zien hoe elk land scoort op de vijf dimensies van Hofstede.

soort erehaag strak in het gelid en het bleek voor de mensen daar enorm belangrijk. Men ziet je dan toch als een erg belangrijke persoon. Het was heel bijzonder om dat mee te maken.â€? Toch kan het feit dat men altijd naar de coach kijkt, lastig zijn tijdens wedstrijden. Immers, dan wil de trainer dat zijn spelers wĂŠl zelfstandig beslissingen nemen. Of staat u doorlopend te coachen? Wim Koevermans: “Spelers nemen in een wedstrijd vanzelf initiatief. Al is het maar om het moment te bepalen waarop ze een bal spelen. Een voetballer moet ontzettend veel beslissingen nemen in een wedstrijd, en die worden hem niet allemaal voorgezegd door de trainer langs de kant. Dat is onmogelijk, en dat gebeurt uiteraard ook bij de nationale ploeg van India niet. Ze hebben vooral veel moeite met zelf initiatief nemen wanneer het om georganiseerde dingen gaat die in de wedstrijd toch anders blijken. Neem als voorbeeld de spelhervattingen. Bij Aziatische landen worden erg veel fouten gemaakt in het verdedigen van standaardsituaties: hoekschoppen en vrije trappen. Je spreekt een bepaalde organisatie af, en dat moet dan heel duidelijk uitgelegd worden. Als wij verwachten dat er vijf spelers van de tegenpartij bij een hoekschop in het zestienmetergebied komen, dan moeten alle spelers van ons precies te horen krijgen wat ze moeten doen. Voor de zekerheid controleren we dan vóór

dacht aan besteden. Uiteindelijk hebben we precies uitgeschreven: als er vier spelers in het zestienmetergebied komen, doen we dit, als het er vijf zijn doen we dat, enzovoorts. Een leidende persoon is er dan niet echt. Ze vinden het moeilijk om mensen persoonlijk

‘Van de trainer wordt verwacht dat hij in alles de richting aangeeft’

        























 



  

 





de wedstrijd nog de opstelling van de tegenpartij, en als daar de spelers in staan die we verwacht hadden, communiceren we dat ter bevestiging met onze spelers. Maar wat nu als er tijdens de wedstrijd toch iets anders gebeurt? Er komt een zesde speler in het zestienmetergebied. Dan staat die helemaal vrij en zijn de verdedigers van nature niet in staat om te schakelen. Daar moet je tijdens de training veel aan-

aan te spreken. De keeper roept dan iets van ‘HĂŠ, hĂŠ, dekken.’ Maar wie is ‘hÊ’? Je moet dan namen gaan noemen, precies hetgeen ze zo moeilijk vinden. Het heeft wat tijd geduurd voordat het beter ging. Aan de andere kant levert het ook mogelijkheden op. Want India is niet het enige land dat problemen ondervindt op dit vlak. Dus we proberen door zelf variatie te brengen in onze standaardsituaties de tegenstander ook op het

www.devoetbal trainer.nl

04-11_Koevermans.indd 8

17-01-13 08:39


Cup, stel ik vast dat er toen geen enkele bal van de vleugels is gekomen. Terwijl Kameroen daar met steeds overlappende spelers wel erg goed in is. We zijn er steeds in geslaagd om tegenstanders naar binnen te dringen, de drukte in. We hadden ze steeds goed onder druk.” Hoe spelen landen doorgaans tegen India? Wim Koevermans: “Die spelen gewoon hun eigen spelletje, zonder zich veel van ons aan te trekken. De Maladiven speelde tegen ons 1:5:3:2 terwijl wij 1:4:3:3 speelden. Ik had verwacht dat zij een mannetje door zouden schuiven naar het middenveld, maar dat gebeurde niet. Onze backs kwamen doorlopend vrij. Vaak is zo’n situatie voor onze spelers verrassend. In dit geval moesten ze doorzien dat ze via die zijkanten de helft van de tegenstander konden bereiken. We moesten via wisselpasses snel de andere zijkant zien te bereiken, hetgeen ook behoorlijk lukte. We scoorden ook uit zo’n situatie.”

Collectivisme

verkeerde been te zetten. Dat is ook de kracht van video. Je kunt het laten zien, in plaats van dat ze het van je horen. Dan zie je dat de komende tegenstander vaak spelers zo maar weg laat lopen, en groeit het besef dat wij daarvan ook gebruik kunnen maken. Zoals we dat tijdens de finale om de Nehru Cup ook hebben gedaan toen we de 1-0 scoorden. En dat wij dat zelf verdedigend beter moeten doen.” Het land dat 169ste staat op de FIFAranking, zal niet vaak zeventig procent balbezit hebben. Er moet veelvuldig verdedigd worden. Hoe heeft u het verdedigen georganiseerd? Wim Koevermans: “Het uitgangspunt is, zoals internationaal inmiddels de norm is, om te verdedigen in de zone. Wij kiezen daarbij voor vier verdedigers, vier middenvelders en twee aanvallers. Het belangrijkste is dat er altijd druk op de bal blijft. In de competitie zie je dat vrijwel nergens. Vaak zie je dat een speler een tegenstander

onder druk zet, maar dan blijft hij op drie of vier meter vóór hem stilstaan. Dan kan die tegenstander nog steeds alles met de bal doen. We hebben onze spelers geleerd dat druk zetten betekent: doorlopen en de speler aan de bal dwingen om een bepaalde kant op te spelen, zonder dat je zelf makkelijk uitgespeeld wordt. Vanaf het eerste moment is dat in iedere trainingsvorm teruggekomen: druk op de bal. Tijdens de wedstrijden spraken we een simpel commando af: ‘Press the ball!’ Op het moment dat ik dat riep, wist iedereen precies wat er moest gebeuren. De spelers riepen het zelf ook voortdurend. Ik heb het niveau van de trainingen enorm omhoog zien gaan. De kwaliteit van een training moet hoog zijn, anders heeft het geen zin. Als je erin slaagt die trainingen steeds beter te maken, zie je dat tijdens de wedstrijden terug. Als ik terugdenk aan de finale tegen Kameroen tijdens de Nehru 8

04-11_Koevermans.indd 9

Wim Koevermans: “Persoonlijke kritiek wordt in India al snel als gezichtsverlies ervaren. De Indiër vindt dat uitermate vervelend. Je zult ook niet meemaken dat een speler uit zichzelf een vraag aan de coach stelt. Immers, dat zou kunnen betekenen dat die speler iets niet heeft begrepen. Het zou ook kunnen betekenen dat hij de deskundigheid van de trainer in twijfel trekt, of dat hij vindt dat de trainer iets niet goed heeft uitgelegd. Daarvoor zal een Indiër niet kiezen. Vergelijk het eens met Nederland, waar we eigen intitiatief en vragen

9

De Voetbaltrainer 191 2012

17-01-13 08:39


Profvoetbal

stellen juist op prijs stellen. Begrijp je dat verschil niet, dan zul je als Nederlandse trainer in India snel denken: ‘Kom op, joh, vraag nu eens iets uit jezelf.’ Wél is het zo dat ik de staf heb gevraagd mij de zaken door te spelen die zij horen van de spelers, zodat ik er iets mee kan doen. In China heb ik hetzelfde meegemaakt toen ik daar een cursus gaf. Niemand stelde een vraag. Ik loste het veelal op via een man van de bond. Ik vroeg hem om terloops in de gaten te houden waar de cursisten het over hadden, en met welke vragen ze eventueel zaten. Hij zou dat dan voor mij opschrijven, zodat ik het daarna kon behandelen. Dat werkte perfect. Zo kon ik op het veld ook geen training die door een cursist gegeven werd, stopzetten om hem ter plekke te laten ervaren hoe hij die beter kon laten verlopen: gezichtsverlies voor de rest van de groep. Het kan zomaar betekenen dat zo’n cursist de volgende dag niet meer op de cursus verschijnt. Ik moest hem dan echt apart van de andere cursisten en de spelers vertellen wat hij anders kon doen. En dan werd het wel geaccepteerd.” Er zullen toch ook voor u als bondscoach in India momenten zijn waarop je duidelijk moet zeggen wat er niet goed gaat. En dat kan niet altijd wachten tot de volgende dag, want dan is iedereen dat moment alweer vergeten. Hoe lost u dit op? Wim Koevermans: “Toch moet je ook dan rekening houden met de cultuur. Zeker, je kunt best de botte bijl hante-

ren maar ik geef je op een briefje dat je dat later in de verhouding tussen de coach en de speler gaat terugzien. De trainer wordt in India ook als een vaderfiguur gezien, kun je nagaan hoe men tegen de trainer opkijkt. De vertrouwensband beschadigen is het laatste wat je moet willen. Daarom houd ik in dit soort coachingsmomenten mijn coaching vooralsnog algemeen. Ik zal niet tegen mijn linksback zeggen: ‘Kijk eens, je staat nu helemaal verkeerd. Dat moet anders.’ Maar meer in de zin van: ‘Jongens, kijk eens wat hier gebeurt. Wat vinden jullie daarvan? Kunnen we

Masculien Wim Koevermans: “In mijn periode als trainer van MVV heb ik al geleerd hoezeer culturele verschillen in een groep belemmerend kunnen werken. Wij hadden toen een Braziliaanse speler in de groep, Emerson. Die begreep niets van de Nederlandse gewoonte om elkaar met soms grof taalgebruik scherp te houden. Die beschouwde dat als een persoonlijke aanval. Hij zei het ook: ‘Alleen de trainer mag iets over mij zeggen, de spelers niet.’ Spelers vallen elkaar niet af en vallen elkaar niet aan. Wat wij ‘kankeren’ noemen, wordt in die cultuur be-

‘Het gaat niet zo zeer om aanpassen, maar om begrijpen’ dat ook anders doen?’ Zonder dat je daarbij nadrukkelijk een speler noemt. Daardoor probeer ik de spelers aan het praten te krijgen, en die respons komt er gaandeweg ook wel. Je moet ze uitnodigen om te praten en daar raken ze nu wel aan gewend. Je kunt het best relateren aan de afspraken die je voor de wedstrijd hebt gemaakt. Wat hebben we afgesproken? Wat zien we hier gebeuren? En dan heb je het ondertussen wel over de rol van een of meer spelers, maar je spreekt dat niet direct uit.”

schouwd als negativisme. Emerson heeft dat moeten leren, maar zijn medespelers en wij als staf toen ook. Het gaat niet zo zeer om aanpassen, maar om begrijpen. De Indiase cultuur is ook zo’n sterk masculiene samenleving. Dit betekent ook dat de beste spelers privileges hebben. Ze mogen wat later komen op een training, bijvoorbeeld. Dat is daar heel normaal, wij vinden het onbestaanbaar. En daar heb ik ook een grens getrokken en ik heb dat veranderd. Bij mij verloopt wel alles op tijd.

www.devoetbal trainer.nl

04-11_Koevermans.indd 10

17-01-13 08:40


dat de coach in India als alwetend wordt beschouwd. Met andere woorden: trainer, jij zegt het, dus het zal wel kloppen. Je ziet het ook terug in een element als planning. Die hebben ze eigenlijk nauwelijks. Het is een houding van: we zien wel hoe het loopt. Ze nemen het zoals het komt. Ik heb in al deze aspecten ook veel hulp gehad van de app ‘CultureGPS’. Via dit programma kun je in één oogopslag zien hoe landen ten opzichte van elkaar scoren op de vijf dimensies van Hofstede. Ik heb het al gezegd: een garantie op succes krijg je nooit. Maar om je kans te optimaliseren is het wel erg belangrijk dat je goed op de hoogte bent van deze materie. Hoe

Het mooie is dat de spelers dat nu zelf ook oppakken en elkaar daarin sturen: opschieten, anders komen we te laat. Ik heb het ook meegemaakt tijdens persconferenties. De pers vraagt je wie je de beste vond: ‘Speler X was vandaag wel erg goed, vind u niet?’ Van de trainer wordt verwacht dat hij de sterspelers uitvoerig prijst. Ik probeer dan met mijn antwoord precies in het midden te gaan zitten, dus de speler in zijn waarde te laten maar tegelijkertijd het team te benadrukken: ‘Hij speelde inderdaad erg goed, en dat gold ook voor de andere spelers.’ Ik houd er niet van om spelers een status te geven boven hun teamgenoten, maar dat is in India heel gebruikelijk. Ik realiseerde me dat pas later, maar je grijpt van nature snel terug op je eigen cultuur.”

Onzekerheid vermijden Wim Koevermans: “Nederland scoort opvallend genoeg hoger als het gaat om de behoefte aan zekerheid dan India. Wij zijn in veel dingen strikter en bouwen met veel regeltjes zekerheid in. Je zou denken dat de Indiase spelers liever voor de lange bal kiezen, omdat ze dan niet het risico lopen dat ze de bal bij de opbouw verliezen. Daar is mij weinig van gebleken. Toen we de nieuwe stijl introduceerden, pakten ze dat vrij probleemloos op. Dat kan ermee te maken hebben

Samenvatting: • W im Koevermans vindt dat kennis van culturele verschillen een voorwaarde voor succes is. • K oevermans bereidde zich op zijn functie in India voor met de inzichten van Geert Hofstede. • I n India wordt de coach als alwetend beschouwd. • D e Indiase spelers moesten in korte tijd kennismaken met de internationale voetbalnormen. • I ndiase spelers zijn gevoelig voor hiërarchie, vermijden gezichtsverlies en zijn sterk masculien ingesteld.

Advies Tom Fadrhonc, consultant bij ITIM (zie ook De Voetbaltrainer 189): “Ik denk dat kennis van culturen niet alleen relevant is voor voetbaltrainers die gaan werken in het buitenland. Ook trainers die in Nederland hun vak uitoefenen, hebben tegenwoordig te maken met een steeds groter wordende diversiteit aan culturen. Binnen het profvoetbal zeker, maar ook al bij de amateurs. De jeugdtrainers zou ik dan nog eens apart willen benadrukken, omdat zij namelijk ook nog eens te maken hebben met de ouders van spelers met waarden uit andere culturen. Dat aspect moet men niet onderschatten en ik denk dat de invloed ervan steeds groter wordt. Hoe veel jeugdspelers uit de Regionale Jeugdopleidingen halen de top niet? Een bepaald percentage van hen zou wel eens problemen gehad kunnen hebben op het gebied van nietgedeelde waarden tijdens zijn opleiding. De invloed van cultuurverschillen is er op het voetbalveld, maar ook in de klas of in het zakenleven. Ik geef zelf les aan de Hogeschool van Rotterdam, aan leerlingen die worden opgeleid tot leraar. Veel van hen zijn kinderen van niet-Nederlandse ouders. Niet zelden hoor ik van hen hoe ‘opmerkelijk’ hun ouders het vinden als zij kritiek hebben op iets of iemand. In sommige culturen, met een hoge machtafstand, is dat not done. Verder weet ik dat de beste Amerikaanse universiteiten, ondanks hun geweldige kennis van zaken, inmiddels weten hoe belangrijk het is om de aanwezige kennis op de juiste manier over te brengen. Oftewel, het is mogelijk dat iemand met honderd procent verstand van zaken slechts tien procent kan overbrengen, terwijl iemand met vijftig procent verstand van zaken maar liefst veertig procent kan overbrengen. De vertaalslag naar het voetbalveld is snel gemaakt: je kunt nog zo veel van het spelletje weten maar als het jou, om welke reden dan ook, niet lukt om het over te brengen op je spelers, is dat toch eeuwig zonde! Wim Koevermans is iemand die zich interesseert in het onderwerp waar we nu over spreken. Vóór zijn vertrek naar India hebben we inderdaad, zoals hij in dit artikel vertelt, op Schiphol gepraat over de karakteristieken van de Indiase cultuur gebaseerd op de vijf dimensies van Hofstede. We keken vanzelfsprekend vooral naar die vier dimensies waar de grootste verschillen tussen India en Nederland te zien waren, in dit geval: machtsafstand, individualisme/ collectivisme, feminiteit/masculiniteit en lange-termijnoriëntatie. Als er een verschil is van minimaal tien punten moet je er zeker aandacht aan besteden. We hebben Nederland en India tegenover elkaar gezet in de vijf dimensies, maar het is ook van belang om te bedenken hoe wij als Nederlanders ervaren worden in het buitenland in het algemeen of India in het bijzonder. In een andere cultuur worden Nederlanders vaak als ‘direct’ ervaren. Dat is niet zo gek, op basis van bijvoorbeeld de score op machtafstand (laag). ‘Direct’ is echter een beleefde manier om Nederlanders te beschrijven. De volgende stap is om ons ‘bot’ te noemen en wat men eigenlijk bedoelt is: onbeleefd.”

10

04-11_Koevermans.indd 11

je dingen voor elkaar krijgt, gaat gewoon anders.”

11

De Voetbaltrainer 191 2012

17-01-13 08:40


A m at e u r s

Tekst: Sander de Vries

Teamontwikkeling door Johan Groote

‘Ik verdiep mij altijd in de persoonlijkheid’ Een even onverwacht als verdiend kampioenschap in de zondaghoofdklasse C betekende de kroon op het werk van Johan Groote bij SWZ Boso Sneek. De oud-voetballer en assistent van onder meer SC Cambuur werd door zijn collega’s verkozen tot Trainer van het Jaar. Dit seizoen gaat het sportief echter minder. SWZ staat onderaan in de Topklasse. Hoe kom je met minimale middelen tot sportief succes? En in hoeverre gaat sportief succes samen met het vormen van een team? Redenen genoeg om te kijken of Grootes werkwijze correspondeert met het in de psychologie toonaangevende Bruce Tuckman’s Stages of Group Development.

Tuckman’s Stages of Group Development Het Tuckman’s Stages of Group Development is een van de meest invloedrijke theorieën op het gebied van groepsontwikkelingen. Na diverse studies kwam de Amerikaanse psycholoog Bruce Tuckman tot de conclusie dat er vijf verschillende stadia in de ontwikkeling van teams in de tijd waarneembaar zijn. Dit zijn achtereenvolgens Forming, Storming, Norming, Performing en Adjourning. Volgens Tuckman kenmerken de eerste fasen zich door sociaal-emotionele taken en reacties en zijn de laatste fasen voornamelijk taakgericht. Het is noodzakelijk om alle fasen te doorlopen om een optimaal functionerende groep te realiseren. Zo meent Tuckman bijvoorbeeld dat in ieder groep conflicten moeten ontstaan, voordat er goede prestaties kunnen worden geleverd.

1 – FORMING Forming is de eerste fase in het model van Tuckman. In deze fase leren de groepsleden elkaar kennen. De taakverdeling wordt langzaam duidelijk. Er wordt nagedacht over de doelen en hoe deze bereikt kunnen worden. De voorbereiding en het trainingskamp spelen in dit proces een belangrijke rol. Johan Groote: “Mijn eerste contract bij SWZ had ik vroeg in het seizoen getekend. Het was in december al rond. Ik had dus een halfjaar om de club en de spelers te volgen. Natuurlijk beoordeel je dan de voetballende kwaliteiten, maar ik let dan ook het gedrag van de spelers en het groepsproces. Hoe is de houding van de jongens? Is er sprake

www.devoetbal trainer.nl

12-16_Sneek.indd 12

16-01-13 15:57


Foto’s: Pro Shots

van groepsvorming? Zonderen de oudere spelers zich af van de jongere of andersom? En met name: hoe is het acceptatievermogen in het veld? Die zaken houd ik altijd heel sterk in de gaten. Nadat ik daarvan een beeld heb gevormd, ga ik afvragen waar dat gedrag vandaan komt. Bij SWZ viel me bijvoorbeeld op dat de jonge spelers door de oudere werden afgebrand. Kwalijk, want de manier waarop je communiceert, is een belangrijk aspect in het vormen van een team. Zulke voorvallen noteer ik en neem ik mee bij het selecteren van mijn spelersgroep. Maar dat komt ook ter sprake in een persoonlijke gesprek, dat ik voor mijn komst met iedere speler heb: ‘Ik zag dat jij twee maanden geleden in een wedstrijd helemaal over de

rooie ging tegenover een teamspeler. Waarom gedraag je je zo?’ Dat is voor veel jongens best confronterend. Maar in een groepsproces is het een voorwaarde dat jongens normaal gedrag vertonen. Gedrag dat past bij je club, en bij de mensen met wie je voetbalt. Een voorbeeld. Afgelopen seizoen speelde bij ons iemand die net uit het betaalde voetbal kwam. Dat was ook direct het probleem. Hij gedroeg zich namelijk nog steeds als een prof. Vroeg zich bijvoorbeeld hardop af waarom we niet met een bus naar het trainingskamp gingen. Wist het vaak beter tijdens een trainingsoefening. Op zulke momenten zei ik tegen Johan Abma, mijn assistent-trainer: ‘Laten wij ons maar stil houden, Johan. Deze 12

12-16_Sneek.indd 13

13

jongen heeft al bijna honderd wedstrijden gespeeld; wij samen nog maar duizend.’ Tja, dan schrikt zo’n jongen even, maar zo drong bij hem wel heel langzaam het besef door: ik moet mijn houding veranderen. Kijk, in het amateurvoetbal gelden ook andere regels. Dit seizoen had ik een soortgelijke situatie met een nieuwe speler. Die had altijd een grote koptelefoon op z’n hoofd. Dat hoort niet, vind ik. Dat past ook niet bij SWZ. In Sneek moet je gewoon doen. Je niets meer voelen dan een ander. Op het moment dat zulke jongens zich realiseren dat ze zich moeten aanpassen, dan begin je te smeden aan een team. Ik verdiep me altijd in de persoonlijkheid van een speler. Die kennis heb De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 15:58


A m at e u r s

len. Wanneer ik vind dat zo’n jongen dat verdient, leg ik dat aan hem uit. Dan moet hij goed hebben getraind. Er alles aan hebben gedaan om een basisplaats te krijgen. En is dat niet het geval? Dan zeg ik dat hij eerst in de spiegel moet kijken. ‘Ik ben een domme trainer’, zeg ik dan wel eens. ‘Ik zet namelijk mijn beste voetballers op de bank.’ Vaak is zo’n reactie al genoeg.

je nodig om ze te benaderen. Hoe ontstaan dingen? Uit welk milieu komen de jongens? Om dat soort zaken beter te kunnen doorzien, lees ik veel boeken en vakliteratuur. Bijna alles wat er op dit gebied uitkomt. En natuurlijk leer je van praktijkkennis ontzettend veel. Ik heb bij Cambuur in al die jaren verschillende typen trainers meegemaakt. De een bereidde zijn trainingen minutieus voor, werkte met meetlinten om de posities uit te zetten. Fritz Korbach bijvoorbeeld was daar een tegenpool van. Ik stelde hem ooit eens de vraag: ‘Waarom doen we altijd partijspelen 5:5 of 6:6?’ Kreeg ik als antwoord: ‘Hé Groote, vertel jij mij nou eens iets wat hier niet in zit?’ En ja, daar had Fritz gelijk in. Aan sjabloontrainingen deed hij niet, maar hij was wel heel succesvol. Iets anders wat ik van Fritz heb geleerd is hoe je naar buiten toe communiceert. Hij is nog nooit een speler openlijk afgevallen in de media. Zo pik je van alles wat je leest of zelf meemaakt de onderdelen die jij belangrijk vindt eruit. En blijf je jezelf ontwikkelen. In het verlengde daarvan vind ik dat voetbal veel meer is dan alleen tegen een balletje trappen. Voetbal is een goede afspiegeling van de maatschappij. Ook daarin moet je je aan de afspraken houden. Ik probeer jongens dan ook meer dan alleen voetbalken-

nis mee te geven. Zo vind ik school erg belangrijk. Jongens moeten de ruimte krijgen om te studeren. Bij FC Zwolle hadden we tweewekelijks een gesprek met de docenten. Omdat je vaak een link tussen voetbal- en schoolprestaties ziet. En dan moet er altijd de mogelijkheid zijn om eens een training te laten schieten. Dat gebeurt bij SWZ ook. Daar stel ik echter wel een voorwaarde aan: bel op tijd af. ’s Middags afbellen voor de training omdat je de volgende dag een tentamen hebt – dat vind ik slecht. Daarom vraag ik mijn spelers ook altijd: leer dingen te plannen. Op die manier ben ik hun trainer, maar hamer ik ook op de waarden en normen die buiten het voetbal van toepassing zijn.”

2 – STORMING De tweede fase van het Tuckman’s model zegt dat er na enige tijd weerstand tegen de methode ontstaat. Spanningen en conflicten zijn het gevolg. De groepsleden zijn het niet eens met elkaar, met hun individuele en collectieve taken en met de leider. Een dergelijke situatie laat zich gemakkelijk naar een voetbaltrainer en zijn spelers vertalen. Johan Groote: “Storming ontstaat als de posities op het veld concreet worden ingevuld. Dan krijg je vragen van de spelers waarom ze niet spe-

Waar ik een grote hekel aan heb, is als mensen negatief over anderen praten. Zoiets heb ik altijd heel snel door. Vooral als jongens ernaast komen te staan, houd ik hen goed in de gaten. Hoe gedragen ze zich? Hoe stellen ze zich op? Gaan ze zieltjes winnen bij andere spelers? En wanneer ik dat laatste constateer, dan knal ik erbovenop. Dan ontstaat namelijk groepsvorming. Ik confronteer zo’n jongen daar dan mee in de groep. Cultuur- of persoonsverschillen kunnen me dan niets schelen. Dan kan ik keihard zijn. Maar in mijn optiek is het de juiste manier om duidelijk te maken dat er een grens is overschreden. Breng je het persoonlijk, dan laten sommige jongens het heel snel langs zich glijden. Wanneer een elftal goed presteert, is het acceptatievermogen groter. Dat is logisch. Bij SWZ zijn wij in de Hoofdklasse bijna anderhalf jaar ongeslagen geweest. Nu verliezen we opeens heel veel wedstrijden. Daar zijn een aantal aanwijsbare oorzaken voor. Ten eerste ligt het niveau in de Topklasse veel hoger. Daarnaast zijn we enkele ervaren spelers, waaronder een paar klootzakken in de goede zin van het woord, kwijtgeraakt. En toch zijn we in de eerste seizoenshelft bijna nooit weggespeeld. De grootste les die wij nog moeten leren is: zakelijker voetballen. Puur vanuit je kwaliteiten durven spelen. Eens een bal weg durven schieten. Die bewustwording komt er nu langzaam in. Helemaal in een situatie waarin wij verkeren, is het allerbelangrijkste dat je met z’n allen plezier in het spelletje houdt. Dat doe ik door te blijven hameren op de kwaliteiten van de jon-

www.devoetbal trainer.nl

12-16_Sneek.indd 14

16-01-13 15:58


gens. Twee jaar geleden stonden we in de Hoofdklasse ook met vier punten onderaan. Ook toen behielden we het geloof dat we konden voetballen. Doen we dat nu ook, dan maken wij best een kans om ons te handhaven. Wat ik daarnaast heel vaak doe, is de bal met zelfreflecterende vragen bij de spelersgroep neerleggen. Wat mis je nou op de trainingen en de wedstrijden? Wat doen we verkeerd? Ik wil dat een groep daar zelf over nadenkt. Dat ze de discussie met mij en met elkaar aangaan. Ik stel mezelf kwetsbaar op; spelers kunnen bij mij altijd met tegenargumenten komen. Op die manier kom je samen tot een plan en worden de keuzes die jij maakt eerder geaccepteerd. Maar ook door kleine, simpele dingen kun je als trainer ervoor zorgen dat de sfeer in je team verbetert. Zo was ik bijvoorbeeld afgelopen seizoen een halfjaar interim-trainer bij Leeuwarder Zwaluwen, toen een zaterdageersteklasser. Daar was het plezier in voetballen verdwenen. Toen ik daar begon, zaten er na afloop van een training slechts een handvol jongens in de kantine. Dat wilde ik graag weer invoeren. Maar als je het ze verplicht, werkt het niet. Dus deed ik dat op een andere manier. Wanneer jongens mij bijvoorbeeld nog iets wilden vragen, zei ik: ‘Dat kan na de training wel, kom zo maar even in de kantine.’ Om vervolgens zelf natuurlijk als laatste binnen te komen, haha. Zo kreeg ik het voor elkaar dat steeds meer jongens gingen nazitten. Dat het weer gezellig werd. Ondanks dat we degradeerden, hebben we op die manier nog wel een leuk halfjaar met elkaar gehad.”

3 – NORMING De norming-fase volgt na de storming-fase. Bij norming komen de groepsleden weer naar elkaar toe. De normen en waarden zijn inmiddels duidelijk; de groepsleden werken mee aan hun taak. Johan Groote: “Ik herken deze fase wel, al geloof ik niet dat je moet denken in afzonderlijke blokken. Het proces van storming en norming

komt gedurende het hele seizoen terug. Het formeren van een team is een gestaag proces. Dat bereik je niet met één druk op de knop, maar als trainer heb jij daarin natuurlijk wel een belangrijke rol. Daarom geloof ik ook niet in een werkwijze waarbij een trainer structureel boven of juist middenin zijn groep staat. Je moet beide aspecten beheersen. Wanneer ik begin bij een club, sta ik bewust boven de groep. Maar daarna kan ik net zo goed de touwtjes laten vieren en er middenin staan. Spelers vertrouwen geven, om vervolgens hun vertrouwen terug te vragen. Mensen zeggen wel eens tegen mij: ‘Volgens mij ben jij een ideale assistent voor het betaalde voetbal.’ Ik heb bij Cambuur vier jaren prima in de schaduw van Gert Kruys gewerkt. Dat kwam omdat hij me overal bij betrok, maar de rolverdeling voor beiden heel duidelijk was. Ik heb echter nu geen zin om de cursus Coach Betaald Voetbal te volgen. Omdat ik mijn huidige werk bij SWZ veel te mooi vind. Ik werk daar met een heel jonge ploeg, die nog jaren op hoog amateurniveau kan voetballen. In mijn carrière heb ik vrijwel alleen maar jonge ploegen getraind. Vaak blijf ik dan ook meerdere seizoenen bij zo’n club. Dan kun je namelijk echt iets neerzetten. Met SWZ heb ik onlangs besloten mijn aflopende contract met één seizoen te verlen14

12-16_Sneek.indd 15

15

gen. Het persbericht dat SWZ op de website plaatste, vond ik erg mooi. Daar stond dat, ondanks het feit dat de resultaten nu even niet goed zijn, ik door de manier waarop ik omging met de spelersgroep, het bestuur, de PVC en de vrijwilligers de juiste trainer voor de club was. Daar spreekt erg veel waardering uit.”

4 – PERFORMING Performing is de vierde fase van Tuckman’s Stages of Group Developmentmodel. Deze fase kenmerkt zich door de focus op het realiseren van de vooraf gestelde doelen. Ieder teamlid kent en accepteert zijn rol binnen het groepsproces. Dat resulteert in een vruchtbare bodem om goede prestaties te leveren. Johan Groote: “Deze fase hebben wij afgelopen seizoen met SWZ beleefd. Daar herken ik mij volledig in. Geen enkele ploeg hield vorig jaar rekening met ons. Het seizoen ervoor hadden we ons namelijk via de nacompetitie veilig gespeeld. Bovendien vertrokken enkele sterkhouders naar andere hoofdklassers. Wat overbleef was een heel jonge ploeg, met een gemiddelde leeftijd van slechts 21 jaar. Het is een cliché, maar een elftal koop je niet. Door prima te scouten hebben we vorig jaar een vriendenploeg neergezet, die door een fantastische reeks De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 15:58


A m at e u r s

stap te maken? Vanuit dat laatste perspectief bezien zijn er veel jongens bij ons gekomen. Zij hopen bijvoorbeeld dat Cambuur nog eens een belofteelftal krijgt en dat zij daarvoor dan in aanmerking komen.

promotie naar de Topklasse heeft afgedwongen. Dat proces was prachtig om mee te maken. Dan zie je dat op een gegeven moment alle radertjes in elkaar vallen. Daar gaat een lange periode aan vooraf, waarbij je structureel iedere speler op zijn eigen manier behandelt. Door bijvoorbeeld eens een jongen er persoonlijk uit te pikken. Hem vertellen dat hij in mijn ogen een ideale aanvoerder zou zijn. Waarop die speler zich bewust wordt van zijn rol binnen het team, en vervolgens weer andere, jonge gasten op sleeptouw neemt. Het zelfvertrouwen groeide bij iedereen met de week en zo konden we heel voorzichtig steeds onze doelstelling bijstellen. Die ging van handhaving en linkerrijtje naar de subtop en uiteindelijk het kampioenschap. Gaandeweg het seizoen drong bij iedereen binnen onze spelersgroep het besef door: ik kan veel meer dan ik dacht. Ik ben belangrijk voor deze groep. Ik weet wat ik goed kan en minder goed. Al die individuele kwaliteiten werden in één team samengegoten. En zo word je sterk.”

5 – ADJOURNING Adjourning is een fase die Tuckman later aan het model heeft toegevoegd. Dit deed hij in samenwerking met de psychologe Mary Ann Jensen. Adjourning houdt in dat de taak van de leden is volbracht. Hierdoor vermindert de wederzijdse afhankelijkheid. In voetbaljargon kun je dit stadium naar ‘doorselecteren’ vertalen. Vers bloed is nodig om prestaties te verbeteren of te evenaren. Johan Groote: “Deze fase begon eigenlijk op het moment dat we kampioen werden. Ik word bij SWZ nadrukkelijk bij de scouting betrokken. Dan ga je vragen stellen als: wat wil de club? Welke mogelijkheden zijn er? Willen we in die Topklasse blijven, of zien we het vooral als een leerjaar? Bij SWZ is men vanaf het begin duidelijk geweest. De club wil zich hoe dan ook niet in de schulden steken. Daar heb ik me aan geconformeerd. Vanuit de scouting kijk je vervolgens naar welke spelers graag bij je willen voetballen. Dat vind ik heel belangrijk: doen ze het voor het geld of hebben ze een bepaalde drive om later nog eens een

Wij moeten het dit seizoen doen met beperkte middelen. Dat wisten we. En ja, dan krijg je het moeilijk in de Topklasse. Succes, zoals wij de afgelopen jaren hebben gehad, bundelt een groep. Net als tegenslagen ervoor kunnen zorgen dat een groep uiteenvalt. Daarom vraagt dit seizoen veel van de mentaliteit van mijn spelers. Kunnen ze zelf in de spiegel kijken? Wat ga je eraan doen om de prestaties te verbeteren? Maar het belangrijkste is dat we plezier houden. Elkaar niet afvallen. SWZ moet de vriendenploeg blijven die we het afgelopen seizoen waren.” Samenvatting: • E r is een vergelijking tussen Tuckman’s Stages of Group Development en de situatie in de praktijk bij voetbalclubs mogelijk. • D e processen die Tuckman beschrijft ten aanzien van groepsontwikkeling vinden continu gedurende het voetbalseizoen plaats. • E en trainer moet volgens Johan Groote zowel boven als middenin zijn spelersgroep kunnen staan. • O ok door heel kleine, eenvoudige strategieën kun je als trainer zorgen voor een verbeterde sfeer in je spelersgroep.

www.devoetbal trainer.nl

12-16_Sneek.indd 16

16-01-13 15:58


pesten

tekst: Ruud Doevendans

Hoe signaleer je het en wat doe je eraan?

Pesten, een plaag De telefoon gaat. Je neemt op en hoort een bekende vrouwenstem. ‘Goedenavond, trainer. Je spreekt met de moeder van Stefan. Ik wil iets met je bespreken. Stefan wil niet meer met Ivo in één team spelen. Ivo scheldt hem de hele tijd uit en Foto: Pro Shots

heeft hem in de kleedkamer ook al een paar keer geschopt. Heb je er écht nooit iets van gemerkt? Het speelt al bijna een half jaar! Dus je moet maar kiezen.’ Ja, trainer, wat nu?

Kinderen die pesten hebben in ieder geval één overeenkomst: ze doen het achter de rug van de trainer of leerkracht om, en op onbewaakte momenten. Onderzoek toont aan dat pesten op sportverenigingen minstens evenveel voorkomt als op scholen. Het is dus aannemelijk dat dit ook bij voetbalclubs aan de orde van de dag is. Hoeveel ‘redenen’ om te pesten zijn immers niet denkbaar? Denk aan kindgebonden oorzaken als prestaties, het uiterlijk of kleding, of meer omgevingsgebonden oorzaken als opvoeding, prestatiegerichtheid of groepsdruk. Voor de trainer kan dit gedrag een groot probleem vormen. Hij neemt het zelden zelf waar en moet daarom afgaan op ‘van horen zeggen’. Veelal wordt daarbij door de boodschapper (vaak een ouder) onbewust een subjectief beeld gecreëerd. Hoe vaak immers krijg je, wanneer je de pester aanspreekt, niet als antwoord: “Ja, maar hij begon, want ….” Neem dan

nog maar eens een beslissing. Bovendien is het moeilijk om pesten te onderscheiden van plagen. De Voetbaltrainer woonde een workshop bij van dr. Paul Baar, universitair docent aan de Faculteit Sociale Wetenschappen aan de Universiteit van Utrecht. Hij schreef een proefschrift over dit onderwerp.

Wat is pesten? Het verschil tussen pesten en plagen is niet altijd duidelijk, toch kunnen we een aantal verschillen aangeven. Bij plagen is er meer sprake van een incidentele gebeurtenis. Het gebeurt over en weer tussen personen die aan elkaar gewaagd zijn. Daarbij is plagen eerder grappig bedoeld, niet met de intentie om de ander te schaden. Baar haalt in zijn presentatie regelmatig de Zweed dr. Dan Olweus aan. Olweus deed 35 jaar lang onderzoek naar pestgedrag in diverse omgevingen. Hij geeft een heldere definitie van het begrip ‘pesten’. Pestgedrag 16

17-19_Pesten.indd 17

17

voldoet aan vijf verschillende criteria. Het bestaat uit negatieve handelingen door één of meer personen. Er moet herhaling plaatsvinden. Eenmaal een duw krijgen is weliswaar vervelend, maar kan nog geen pesten genoemd worden. Daarnaast moet het ook langdurig zijn. Tweemaal een duw op één dag is dan wel herhaling, maar om van pesten te spreken moet het langer plaatsvinden. De doelstelling van de pester is dat er schade wordt aangericht. Er is dus opzet in het spel. Tot slot is er sprake van een asymmetrische machtsverhouding tussen de dader en het slachtoffer. Dus de een (in dit geval de dader) is beduidend sterker dan de ander, lichamelijk en/of geestelijk. Het slachtoffer kan zich daarom niet weren. Pesten kan uiteenlopende vormen aannemen. Bij openlijk pesten kan een onderscheid gemaakt worden tussen fysiek pesten (slaan, schopDe Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 15:58


pesten

pen, duwen, knijpen, spugen), verbaal pesten (schelden, uitlachen, dreigen, bijnamen verzinnen) en materieel pesten (spullen verstoppen, stelen, vernielen). Naast openlijk pesten kennen we relationeel pesten. Hierbij kan gedacht worden aan directe vormen (niet mee mogen doen, negeren, sociale uitsluiting) en indirecte vormen (geheimen verklappen, roddelen). Een relatief nieuwe vorm van pesten is het zgn. cyberpesten, dat veelal plaatsvindt via de sociale media. Internationaal onderzoek op basisscholen en in het eerste jaar van het voortgezet onderwijs toont aan dat vijf tot elf procent van de kinderen tussen negen en dertien jaar regelmatig gepest wordt. Vertalen we dit naar een voetbalteam dat uit vijftien spelers bestaat, stellen we vast dat gemiddeld in een voetbalteam één à twee spelers slachtoffer zijn. Andersom geldt ook dat relatief grote groepen jongeren zich schuldig maken aan pesten. We praten dan over dezelfde percentages, misschien zelfs iets meer. Jongens blijken vaker als dader betrokken te zijn bij fysiek pesten, bij verbaal en relationeel pesten zijn jongens en meisjes ongeveer even vaak dader.

Signaleren Maar liefst 93 procent van de trainers signaleert niet of nauwelijks pestgedrag in zijn team. Bij de ondervraagde leraren ligt dit percentage op 73. Op sportverenigingen blijkt pesten nauwelijks een issue te zijn. Veelal wordt weggekeken van het probleem, omdat men ervan uitgaat dat kinderen voor

hun plezier sporten. En dus ook wel vooral plezier zullen maken op de sportclub en er ook plezier aan zullen beleven. Opvallend is dat in het actieplan ‘Naar een veiliger sportklimaat’ van minister Schippers (VWS, 2011) pesten als vorm van ongewenst gedrag niet wordt genoemd. Trainers hebben doorgaans niet de pedagogische achtergrond van docenten

’Ik ga ervan af ’ ‘Die konden dus veel meer. Die zaten ook allemaal in de selectie. Maar zover was ik nog niet, dus ik vond het eigenlijk niet leuk. Daarom zeiden ook die grote jongens: ‘Nou, je bent te klein en een ukkie.’ Ze plaagden me telkens en sloegen me. Toen zei ik op een gegeven moment ‘Ik ga ervan af. Ik vind er niets meer aan…’ (Roy, 12 jaar) ‘Als je het heel zwart-wit neerzet, de mietjes… Sommige jochies die lokken het ook zelf uit. Die doen andere en gekke dingen en die proberen aandacht op zichzelf te vestigen waardoor ze weer gepest worden.’ (Voetbal) (Uit ‘Pesten op sportverenigingen: visie en aanpak van trainers’, dr. Paul Baar)

in het onderwijs. Toch hebben zij met dezelfde problematiek te maken als het om pesten gaat. Hoewel pesters de neiging hebben hun gedrag niet onder de ogen van trainers tentoon te spreiden, zijn ze vaak aan een aantal karaktereigenschappen te herkennen. Zo hebben deze mensen vaak een sterke behoefte om te domineren en daarbij desnoods anderen te onderdrukken. Ze willen hoe dan ook hun zin hebben. Kijken we specifiek naar kinderen die pestgedrag vertonen, dan komt dit vaker voor bij hen die opstandig en agressief zijn ten opzichte van volwassenen, dus ook richting ouders, leraren en trainers. Pestgedrag is een voorspeller van ander anti-sociaal gedrag en criminaliteit. Kinderen die pesten zijn op latere leeftijd vaker betrokken bij vandalisme en andere overtredingen. Het drugsgebruik onder deze groep is hoger. Is de pester een jongen, zie je vaak dat hij fysiek sterker is dan anderen en in het bijzonder sterker dan zijn slachtoffer.

www.devoetbal trainer.nl

17-19_Pesten.indd 18

16-01-13 15:58


Brochure over digitaal pesten:

‘Triest dat pestgedrag dit resultaat heeft’

http://iturl.nl/snwgU

Burgemeester Alssema van Staphorst kan het niet begrijpen. Hoe kon het gebeuren dat een vijftienjarig meisje uit zijn gemeente voor een trein springt? De afscheidsbrief die zij achterliet, zo gaat al snel het gerucht, zegt echter genoeg: pestgedrag van medeleerlingen. Ook op de school waar het meisje zat, staat men perplex. Juist daar, zo zegt de directie, wordt veel aandacht besteed aan het onderwerp. “De leerlingen zijn getraumatiseerd”, zegt een woordvoerder na het voorval. In een onderzoek van EenVandaag zegt 52 procent van de jongeren dat op scholen te weinig wordt gedaan tegen pesten.

S P EC I A L

diGitaAL pesten

Foto: KNVB.nl

de feiten • goed doen op internet • praten over cyberpesten • tips voor

Soms wordt beweerd dat iemand gaat pesten omdat hij een slecht zelfbeeld heeft en zich op deze wijze wil afreageren. Dan Olweus geeft aan dat dit doorgaans niet het geval is. De pester heeft juist vaak een hoog zelfbeeld.

Aanpak De trainer is er maar mooi klaar mee. Het gebeurt buiten zijn zicht, de om-

docenten

geving schept een beeld waarop hij niet kan vertrouwen en uit de club hoeft hij geen ondersteuning te verwachten. In het onderzoek van Baar blijkt dat trainers op eigen initiatief tot een bepaalde aanpak komen, die veelal is gericht op het voorkomen en aanpakken van pestgedrag. Een preventieve maatregel is het scheppen van een goede sfeer. Sociale cohesie binnen een groep, een positieve en gezellige sfeer binnen de sportvereniging, niet overdreven prestatief ingesteld zijn, veiligheid en open communiceren zijn aspecten die hiermee te maken hebben. Ook kan de trainer door organisatievormen en didactiek pesten helpen voorkomen. Hij kan dit doen door spelers niet zelf de groepjes te laten indelen, en door juist zelf te zorgen voor homogene groepen qua niveau een leeftijd. Duidelijke omgangsregels en een heldere structuur zijn andere preventieve

‘Mijn hele leven gepest en getreiterd’ Nederland is in shock na het lezen van de rouwadvertentie die de ouders van een twintigjarige jonge man plaatsen in november. De zelfdoding van hun zoon Tim komt voor iedereen volslagen onverwacht. Nog meer is de lezer onder indruk van de oorzaak. Tim blijkt zijn hele leven gekweld te zijn door pestgedrag. Kennelijk heeft ook op zijn school niemand weet gehad van de omstandigheden waarin de man, die een lerarenopleiding volgde, verkeerde: “Tim zat vol plannen en we hebben hem leren kennen als een leergierige, enthousiaste en serieuze jongen.” Blijkbaar is het vaak moeilijk om aan mensen die gebukt gaan onder pesten, af te zien hoezeer zij eronder lijden.

18

17-19_Pesten.indd 19

19

maatregelen. Goed opletten en alert zijn op afwijkend gedrag zijn van belang om pesten te voorkomen. Werkt de ‘vermijdende’ aanpak dan toch nog onvoldoende, dan blijken trainers er veelal voor te kiezen om direct in te grijpen. Zij halen de betrokkenen indien nodig uit elkaar, bespreken het probleemgedrag en maken de regels nogmaals duidelijk. Eventueel volgt er dan een sanctie voor degene die de ‘schuldige’ is. Trainers richten zich doorgaans op de dader. Leraren in het onderwijs lijken eerder de nadruk te leggen op het weerbaar maken van het slachtoffer. Juist omdat trainers zich veel minder bewust lijken te zijn van pestgedrag dan leerkrachten, pleit Baar ervoor om ook in trainersopleidingen systematisch aandacht aan pesten te besteden. Samenvatting: • Pesten kent volgens onderzoeker Olweus vijf criteria: negatieve handeling, herhaling, langdurig, opzettelijk en een ongelijke machtsverhouding. • Dominantie en agressief gedrag zijn vaak karaktereigenschappen van pesters. • Een goede sfeer kan helpen voorkomen dat er gepest wordt. • Trainers benaderen het probleem doorgaans vanaf de kant van de dader en werken minder aan weerbaarheid van de slachtoffers. De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 15:58


Jeugd

Tekst: Pieter Fischer

Jeugdopleidingen N.E.C./FC Oss en Feyenoord

Lessen over team, wedstrijd en carrière Sommige wisselspelers denken dat zij in een wedstrijd succes kunnen brengen waar anderen falen. Anderen denken dat het voor hun carrière superbelangrijk is om opgesteld te worden. Hoeveel spelers denken er aan het teambelang? In Nederland weten we na het laatste EK maar al te goed dat het moeilijk is om een groep individuen met eigen wensen en belangen te verbinden tot een team. In de jeugdopleiding van N.E.C./FC Oss is een mentale leerlijn ontwikkeld waarin carrière, wedstrijd en team centraal staan. Deze leerlijn wordt nu ook gevolgd in de jeugdopleiding van Feyenoord. Iddo Roscher is Voetbaltechnisch Manager van de voetbalacademie N.E.C./ FC Oss en trainer van de B1. Roscher was tien jaar lang Hoofd Opleidingen bij N.E.C. en zag in die functie dat het lukte om spelers technisch, tactisch en fysiek te ontwikkelen. Het was ook duidelijk dat er nog iets nodig was om de laatste stap van jeugdopleiding

naar betaald voetbal te maken. Dat ‘iets’ werd in gesprekken met trainers ‘mentaal’, ‘motivatie’ of ‘persoonlijkheid’ genoemd. Na diverse gesprekken met specialisten op mentaal gebied werd gekozen voor een samenwerking met Paul van Zwam. Iddo Roscher: “Wij wilden geen specialist binnenhalen met een eigen

verantwoordelijkheid voor de mentale begeleiding. We zochten naar iemand die op een voetbalspecifieke manier met trainers wilde samenwerken. De mentale leerlijn moest een plaats krijgen in het jaarprogramma de jeugdopleiding. Het is een beetje vergelijkbaar met het werk van een hersteltrainer. De hersteltrainer bespreekt met de trainer hoe zijn programma ingepast kan worden. Hij gaat nooit zonder overleg met de trainers met spelers aan het werk. Paul van Zwam (van het trainingsbureau Vlemmings & Van Zwam) kon zich vinden in deze aanpak. We zaten niet meteen op het goede spoor. Ik wilde graag volledig zicht hebben op alle relevante mentale aspecten. We zijn een keer of vier bij elkaar gekomen en iedere keer gingen we meer de diepte in en werd het

www.devoetbal trainer.nl

20-23_Mentale leerlijn.indd 20

17-01-13 08:38


Carrière Team

Wedstrijd

O19 Je doel vasthouden

Concurrentie & samenwerken

Focus op je aandacht – aandachtcirkels

O18 Jezelf evalueren;

Feedback geven en ontvangen

Omgaan met spanning – mentaal

O17 Doelgerichter werken

Teamplan maken

Omgaan met spanning – fysiek

O16 Wedstrijdvoorbereiding

Mentale kwaliteiten van jezelf en anderen

Omgaan met kansen

in de spiegel kijken

O15 Van actiepunten naar

Omgaan met fouten

trainingsvormen op het veld

O14 Discipline; doen wat je zegt

Mentale kwaliteiten van jezelf

Concentratie

O13 Kennismaken met doelen stellen

Waar ben je goed in?

Spanning en voetbal horen bij elkaar

20

20-23_Mentale leerlijn.indd 21

21

De Voetbaltrainer 191 2012

17-01-13 08:38


Jeugd

meer psychologie en minder voetbal. Ik was bezig met een stoomcursus psychologie en we constateerden allebei dat dat niet de bedoeling was. We zijn toen gaan werken vanuit de voetballer. Wat heeft hij nodig, welke onderwerpen zijn voor hem van belang? Wij hebben gekozen voor: de wedstrijd, zijn team en zijn carrière. Van Zwam heeft met ons en voor ons drie leerlijnen ontwikkeld: carrière, team en wedstrijd. Iedere leerlijn start bij Onder 13. De leerlijn Carrière start bij Onder 13 met een les over doelen stellen (zie schema leerlijnen), de leerlijn Team start met: Waar ben je goed in? En de leerlijn Wedstrijd start met: Spanning en voetbal horen bij elkaar. De spelers leren in het begin vooral veel over zichzelf. Dat helpt later ook om anderen, zoals medespelers en trainers, beter te begrijpen. De leerlijn eindigt in Onder 19 met een speler die zijn carrièredoel weet vast te houden, in een team concurreert om een ba-

Damien Hertog, trainer Feyenoord onder 19: “Het is best lastig om jongens op deze leeftijd in een klaslokaal te laten nadenken en praten over zichzelf, over anderen en met anderen. Er zijn er bij die het liefst alleen maar voetballen. Wij weten dat er meer bij komt kijken om het betaald voetbal te halen dan alleen maar voetballen. Een klein deel van mijn groep maakt de stap naar De Kuip. Dan gaat er een deel naar Excelsior en de rest moet zelf op zoek naar een volgende stap in zijn voetballoopbaan. Voor die laatste groep is het misschien wel het meest belangrijk dat zij bij Feyenoord hebben geleerd om zichzelf doelen te stellen en die vast te houden. Voor het team dat ik dagelijks begeleid is het prettig dat duidelijk is hoe we met elkaar willen omgaan binnen en buiten het veld. Onderschat niet hoe belangrijk het is dat spelers de afspraken in de hoofdmomenten kennen en weten dat ze elkaar daarop mogen aanspreken. Ze helpen elkaar om de aandacht te houden bij wat voor het team belangrijk is.”

sisplaats terwijl hij samenwerkt met teamgenoten en daarbij in wedstrijden zijn focus houdt op zijn taak ongeacht invloeden van buitenaf.”

Kwaliteiten en valkuilen Paul van Zwam heeft de leerlijnen inmiddels ook ingepast in het pro-

Kwaliteit

Valkuil

Fel - gaat duels agressief aan - jaagt op de bal - zet druk - dekt de tegenstander kort en fel (als dat moet)

Negatief agressief - krijgt (onnodige) gele kaarten - is snel uit zijn spel te halen door de omstandigheden (provocaties, scheidrechter, scoreverloop, etc.) - grove/duidelijke overtredingen - afreageren

Doelgericht - schiet op goal als hij de kans krijgt - geeft vaak de eindpass - kan met één actie gevaar stichten - acties zijn vaak naar voren ge-

Egoïstisch - schiet op doel vanuit onmogelijke posities - slaat regelmatig een medespeler over die er beter voor staat - mist regelmatig de simpele oplos-

richt - staat vaak op de goede plek

sing - loopt andere spelers in de weg

Zelfvertrouwen - vraagt om de bal - maakt loopacties om de bal te ontvangen - coacht positief naar medespelers

Arrogantie - coacht negatief, is met scheids-

- handelt snel

rechter/tegenstander bezig - wacht te lang met handelen in het veld - voert (verdedigende) taak niet goed uit

gramma van de Feyenoord Academy. Het lukt Van Zwam om de lessen leuk, leerzaam en voetbalspecifiek te maken. Dat blijkt bijvoorbeeld tijdens de KNVB Coachdag voor pupillenkader in het stadion van Feyenoord. De honderdtwintig aanwezige trainers mogen zelf nadenken over kwaliteiten en valkuilen van jeugdspelers. Dat is aan deze groep wel besteed. Noem eens wat kwaliteiten: ‘Dribbelen, passen, fel, kort op de man spelen’ wordt er geroepen. Maar wat gebeurt er als de jeugdspeler deze kwaliteiten te ver doorvoert en te veel dribbelt, te veel passt, te agressief speelt? Hoe noem je dat dan? Dan zijn dezelfde drie spelers ineens zelfzuchtig, initiatiefloos of onbeheerst. Paul van Zwam: “Dit is voor spelers en trainers een leuke en leerzame oefening. Het is gemakkelijk om te denken in termen van goed en fout. Vaak ligt het genuanceerder. De valkuil ligt vaak in het verlengde van de kwaliteit van een jeugdspeler. Als we het hebben over kwaliteiten van spelers dan gebruiken we topspelers als voorbeeld. De agressie van Nigel de Jong is een grote kwaliteit maar als hij te agressief speelt dan benadeelt hij zichzelf en zijn team. Dat is voor jeugdspelers al heel herkenbaar. Ze herkennen deze principes bij zichzelf en bij hun teamgenootjes. De trainers zijn altijd aanwezig bij de lessen. Het is belangrijk dat trainers weten wat er bij de spelers in hun team speelt en

www.devoetbal trainer.nl

20-23_Mentale leerlijn.indd 22

17-01-13 08:38


hoe de spelers denken en praten over zichzelf en hun teamgenoten.” Iddo Roscher: ”We leiden de trainers op om delen van het programma zelf in te leiden en te begeleiden. Daarmee ontwikkelen we de trainers ook. De trainers vinden het leerzaam om

spelers eens in een andere setting te zien. Tijdens de trainingen over carrière, team of wedstrijd observeren de trainers weer een andere kant van de spelers. De trainers kunnen op het veld voortbouwen op hetgeen is besproken. De ene speler geeft bijvoorbeeld aan dat hij het heel span-

Teun Jacobs, Hoofd Opleidingen van N.E.C./FC Oss: “Trainers zijn verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de individuele spelers en het team. Daarom geven onze trainers ook de lessen in dit programma. De eerste keer geven ze zo’n les aan hun collega-trainers. Daar leren ze veel van. Vervolgens gaan ze zelf met hun groep aan de slag. Een trainer moet in mijn ogen alleen dingen doen die hij zelf ook begrijpt. De lessen zijn zo praktijkgericht dat het mij geen moeite kost om trainers van het nut te overtuigen.”

22

20-23_Mentale leerlijn.indd 23

23

nend vindt om tegen zijn oude club te spelen, de andere geniet daar juist van. De trainer kan deze kennis weer gebruiken om de spelers op maat te begeleiden.” Samenvatting: • D e mentale leerlijn van N.E.C./ FC Oss en Feyenoord is gericht op Carrière, Wedstrijd en Team. • P aul van Zwam heeft de leerlijn praktisch en voetbalspecifiek gemaakt. • D e trainers weten precies wat de voetbalbedoeling is van de lessen en geven de lessen ook zelf. • D oor de lessen leren trainer en spelers elkaar beter kennen. Dat komt op spannende momenten in het seizoen vaak goed van pas. De Voetbaltrainer 191 2012

17-01-13 08:38


PROFVOETBAL

Tekst: Paul Geerars

Co Adriaanse analyseert voetbal

‘Nederlands voetbal over hoogtepunt heen’ Na zijn vertrek bij FC Twente hoorden we een tijd lang niets van Co Adriaanse. Hij volgt het voetbal echter nog nauwgezet. Hoe analyseert hij het hedendaagse voetbal? Geboeid luisterden we naar de toptrainer tijdens het symposium van de Nederlandse Voetbalacademie (NVA).

Een belangrijke doelstelling van de NVA is dat juist de jongere generatie voetbaltrainers en -specialisten in aanraking komt met de top. Op die manier kunnen zij zich sneller ontwikkelen op hun vakgebied, aldus initiatiefnemer Raymond Verheijen. Vorig jaar had het symposium als centraal thema ‘Van voetballen naar psychologie’. In 2012 was de kapstok ‘Het analyseren van voetballen’. Verheijen attendeerde het publiek er vooraf op te letten op de taal die de presentatoren zouden spreken: jargon of voetbaltaal? Raymond Verheijen: “Als je een symposium organiseert over een specifiek thema, dan dreigt het gevaar dat je zo ver inzoomt op dat thema dat mensen zaken uit de context zien. Bepaalde details worden dan belangrijker gemaakt dan ze in werkelijkheid zijn. Alle sprekers op ons symposium waren topexpert op hun vakgebied, maar ze waren niet allemaal even goed in staat om in voetbaltaal te spreken. Daarom hebben we aan het eind van de dag iemand aan het woord gelaten die heel goed in staat is om zaken te-

rug te plaatsen in perspectief: Co Adriaanse. Analyseren van voetballen, op welk terrein dan ook, kan weldegelijk een prima hulpmiddel zijn, zo lang het maar in dienst staat van het voetballen. Zorgt alle informatie ervoor dat we daadwerkelijk betere voetballers en beter voetbal krijgen? Dat is aan iedereen z’n eigen afweging.”

Analyseren Co Adriaanse: “Als een trainer niet oppast, krijgt hij een stortvloed aan informatie over zich heen. Het is aan hem om de juiste informatie te filteren. Ik hecht heel veel waarde aan het gevoel van de trainer. Hij werkt dagelijks aan een team, met individuele spelers en hij kent zijn pappenheimers. De medische testen kunnen misschien wel uitwijzen dat een speler beter binnen kan blijven of niet kan trainen, maar het oog van de meester (lees: de trainer) ziet wellicht wat anders. Vervolgens kennen we het analyseren van de tegenstander. Als je te veel aandacht schenkt aan de tegenpartij, dan maak je je eigen team ‘kleiner’. Ik

‘Statistieken zijn niet altijd zinvol’

heb het altijd het liefst over mijn eigen team. Speel je tegen een heel sterke tegenstander, dan is het zaak om deze iets kleiner te maken. Speel je tegen een zwakke tegenpartij, dan moet je deze juist iets sterker maken in je communicatie naar je eigen team toe. De goede voetbaltrainer laat zijn team op onverwachte momenten wedstrijden winnen. Bijvoorbeeld door een tactische ingreep: 1:3:3:4 in plaats van 1:4:3:3, de aanvallers die in een roterend driehoekje gaan spelen of het verhogen van de pressielijn. Statistische gegevens na afloop van een wedstrijd zeggen mij niet zo veel. Het maakt mij niet uit of de centrale middenvelder tien kilometer heeft gelopen. Als hij niet heeft gescoord of geen beslissende pass heeft gegeven, heeft hij misschien wel tien kilometer verkeerd gelopen. Ik hecht meer waarde aan het ontwikkelen van mijn spelers en het team, door veel te trainen, met de bal en vanuit de positie. Je moet je staf en spelersgroep overtuigen van jouw visie. Waarom speel je betaald voetbal? Dat doe je toch voor het publiek? De toeschouwer betaalt een kaartje om naar jou te komen kijken. Dan moet je hem dus vermaken. Ik speel liever drie keer vol op de winst en dat we dan één keer winnen, dan dat we drie keer gelijkspelen en ook drie punten hebben, maar niets hebben geleerd. Als alle achttien clubs in de Eredivisie superverdedigend zouden spelen, degradeert er ook eentje. Het is niet toevallig dat de stadions in Italië zo leeg zijn. Ik kijk nooit naar voorbeschouwingen bij wedstrijden, want die vind ik zin-

www.devoetbal trainer.nl

24-25_Adriaanse.indd 24

16-01-13 15:58


Foto’s: Pro Shots

loos. Ik word niet graag beïnvloed door anderen. Ik kijk liever zelf. Na afloop ben ik eigenlijk alleen maar geïnteresseerd in uitspraken van de trainers. Zij weten namelijk wat er in de aanloop naar deze wedstrijd is gebeurd, wat het strijdplan was en welke ingrepen zij gedaan hebben. Nu is het echter zo dat ook de trainer zelden alles kan vertellen wat hij weet, want dan zou hij zijn spelers beschadigen.”

Opleiding Co Adriaanse: “De speeltuin is de beste opleiding voor kinderen. Ik denk dat pupillen tot hun twaalfde prima bij hun amateurclub kunnen blijven spelen om daarna de overstap te maken naar een profclub. Voorwaarde: de amateurclub moet goede velden hebben, voldoende trainen en goede trainers hebben rondlopen. De jonge spelertjes blijven dan langer in hun vertrouwde omgeving. Zij zullen, omdat ze de beste zijn, veel aan de bal zijn. Het is echt niet zo dat je bij een profclub moet spelen om volmaakt tweebenig te worden. Wesley Sneijder heeft dat voor het grootste deel van nature meegekregen en ontwikkeld. Dat heeft hij niet bij Ajax geleerd, want anders zou iedere Ajax-jeugdspeler zo tweebenig moeten zijn of worden. De crux bij het doorbreken van talent is het vermogen om zich in korte tijd aan te passen aan een hoger niveau. Daarom moeten we eigenlijk hopen

op nog meer armoede, want dan worden profclubs gedwongen om talent een kans te geven in het eerste team.”

Oranje Co Adriaanse: “Ik kan me voorstellen dat Bert van Marwijk lang heeft vastgehouden aan het spelsysteem en de invulling daarvan, want Oranje had er lange tijd succes mee. Het is echter zaak, ook in het bedrijfsleven, om voortdurend open te staan voor veranderingen. Je moet daarbij inspelen op datgene wat in de toekomst nodig gaat zijn. Als voetbaltrainer houd je vast aan je filosofie en aan je mensen, maar onthoud dat stilstand achteruitgang is. Louis van Gaal is in mijn ogen de perfecte trainer om Oranje nu te leiden. Hij gaat zijn eigen weg. Dat is vooral zichtbaar in het selectiebeleid. Dat Nederland tegen Duitsland niet geheel ‘Nederlands’ speelde, kan ik wel begrijpen. Als Oranje ‘open’ had gespeeld, dan dreigde een afstraffing van 4-0 en die mogelijkheid was groter geweest dan dat ze de wedstrijd zouden winnen. Louis koos eieren voor zijn geld, ook al was dit misschien anti-reclame voor het Nederlands voetbal.”

‘Oog van de meester is bepalend’

FC Twente Co Adriaanse: “FC Twente voetbalt volgens de voetbalvisie van FC Twente. Een aantal termen die me daarbij te binnen schieten: compact spelen, 24

24-25_Adriaanse.indd 25

25

geduld hebben, niets weggeven, de nul houden, compenseren, resultaat door zuinig te spelen. Dat staat haaks op mijn visie, waarbij we voetballen om er eentje meer te maken dan de tegenstander.”

Heracles Co Adriaanse: “Je kunt je afvragen wat de identiteit is van de Hollandse School. Ik denk dat het Nederlands voetbal haar hoogtepunt heeft gehad. Diverse landen zijn ons voorbijgegaan en zijn vernieuwender bezig. In Nederland valt Heracles op doordat zij 1:3:4:3 spelen. Dat valt op, maar is niets nieuws onder zon. Ik denk dat Peter Bosz, juist door deze speelwijze te kiezen, in staat is om zijn spelers beter te maken. 1:3:4:3 betekent namelijk: je bent veel aan de bal, je bent vaak op de helft van de tegenpartij, je valt vaak aan; dan moet je per definitie creatief zijn en kansen creëren en afmaken.”

Barcelona Co Adriaanse: “Barcelona heeft een trend gezet door het tiki-taka voetbal. Het voortdurend passen over de grond, ook over korte afstand en soms zelfs meerdere keren terug naar elkaar. Dat lijkt zinloos, maar dat is het niet. Ook als twee spelers over vijf meter een bal naar elkaar heen en weer passen, wordt er elders bewogen en kan er ieder moment een pass naar voren worden gegeven. Het spel van Barcelona vind ik reclame voor het voetbal en daarom was het zo jammer dat juist Chelsea met zijn negatieve spelopvatting de Champions League won.” De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 15:59


Onderzoek

Tekst: Ruud Doevendans

Straatvoetbal de meest oorspronkelijke vorm

Pleidooi voor de straat Tijdens de derde editie van het Nationale Voetbal Symposium van de World Football Academy stond het analyseren van voetballen centraal. Een van de sprekers was professor Mark Williams. De Engelsman is een van ’s werelds bekendste onderzoekers naar spelinzicht. Hij gaf een overzicht van de belangrijkste resultaten van zijn werk. Dat was even schrikken: de beste spelers blijken in hun jeugd niet de meeste uren onder begeleiding van een trainer te hebben doorgebracht, maar met straatvoetbal. Waar geen trainer aan te pas kwam. Wereldwijd doen miljoenen pogingen zich te bekwamen in de voetbalsport. Maar doen we het wel goed? Is al dat trainen, op de manier zoals we dat doen, eigenlijk wel effectief? Professor Mark Williams doet al jaren onder­ zoek naar trainingsmethodes. Op het symposium van de WFA hield hij een presentatie met als doelstelling dui­ delijk te maken wat de invloed is van training op de prestatie. Hoeveel moet je trainen om je top te bereiken, en wat moet je dan doen?

en in provinciale klasses. Welke route hadden zij afgelegd om hun niveau te bereiken? Het bleek dat het totale aantal uren dat een speler in zijn loop­ baan had getraind, veel invloed had op het niveau dat hij uiteindelijk wist te bereiken. De internationals bleken simpelweg veel meer getraind te heb­ ben dan de andere spelers: ongeveer tienduizend uur. De spelers die in de

Belgische ‘Eredivisie’ speelden maar niet het nationale team bereikten, haalden ongeveer achtduizend trai­ ningsuren. Spelers die waren blijven steken op provinciaal niveau, brachten het tot ongeveer vijfduizend uren die zij op het trainingsveld hadden doorge­ bracht. Daar kunnen we uit leren. ­ iteraard hangt het aantal trainingsuren U dat nodig is om je top te bereiken sterk af van de sport die je beoefent, maar in voetbal is tienduizend uur een richtlijn. Het team in België onderzocht de eer­ ste achttien jaren van de carrières van de spelers. Uiteraard zie je het aantal trainingsuren zowel terug in individu­ ele trainingen als in teamtrainingen. Echter, de spelers die het hoogste niveau bereiken maken in hun jonge jaren vooral meer uren in individuele training. In de tweede helft van de

Tienduizend uur Mark Williams: “De eerste weten­ schappelijke onderzoeken over de invloed van training zijn gedaan aan het einde van de jaren tachtig in Bel­ gië. Er werd gekeken naar spelers in de nationale teams, in de hoogste klasse www.devoetbal trainer.nl

26-29_Williams.indd 26

16-01-13 15:59


Foto’s: Pro Shots

Straatvoetbal

onderzochte periode zie je het aantal individuele trainingen sterk teruglo­ pen, tot op het niveau waarop ook de minder goede spelers zich bevinden. Op het moment dat het aantal indivi­ duele trainingen van de toppers terug­ loopt, stijgt het aantal teamtrainingen explosief. Het aantal teamtrainingen dat spelers in de Eredivisie halen, stijgt

beduidend minder snel. Bij spelers die het uiteindelijk tot provinciaal niveau brengen, daalt het aantal team­ trainingen in de tweede helft van de onderzochte periode zelfs. Zij trainen derhalve in de tweede helft van hun loopbaan zowel individueel als met het team steeds minder. Topspelers trai­ nen steeds meer als team.”

‘Jonge spelers kunnen hier vanaf zes jaar georganiseerd trainen. Ook kunnen ze direct wedstrijden spelen.’

Prototype van een straatvoetballer: Zlatan Ibrahimovic. 26

26-29_Williams.indd 27

Mark Williams: “Een bijzondere gra­ fiek zien we als we de verschillen bekijken tussen Europese spelers, en spelers in Brazilië. Drie verschillende activiteiten werden bekeken: wedstrij­ den, trainingen geleid door trainers, en trainingen die niet geleid werden door trainers. Je ziet dat jonge spelers in Brazilië tot hun tiende jaar geen competitiewedstrijden spelen en vrij­ wel geen trainingen hebben die door trainers geleid worden. Zij ‘spelen’ in feite alleen maar, voetballen zonder begeleiding: straatvoetbal. In Brazilië grijpen de trainers en coaches pas op een latere leeftijd in. Veel van de ervaringen die jonge voetballers opdoen, komen door straatvoetbal en futsal, waarbij ook relatief weinig trainers betrokken zijn. Vanaf ongeveer tien jaar pakt men in Brazilië het georganiseerde trainen op en bereikt dan razendsnel hetzelfde aantal trainingsuren als in Europa. Het aantal ‘speel’uren neemt dan flink af. Pas vanaf dat moment gaat de jonge Braziliaanse voetballer ook clubwedstrijden spelen. In Europa zijn we gewend dat anders te doen. Jonge spelers kunnen hier vanaf zes jaar georganiseerd trainen. Ook kunnen ze direct wedstrijden spelen. Trainers zijn dan geneigd veel voor te zeggen. Er wordt minder aan de speler zelf overgelaten.”

27

De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 15:59


Onderzoek

waarbij de spelers zelf de beslissingen moeten nemen en misschien heel an­ dere dingen doen dan op de gestructu­ reerde trainingen bij een club?

Playstation

‘Een simulatie van de training kan sterk bijdragen aan het ontwikkelen van spelinzicht. Ik verwacht dat de Playstation daarbij in de toekomst kan helpen.’

Mark Williams: “Wij onderzochten een grote groep spelers in Engeland in opleiding bij profclubs. We volgden ze van zes jaar tot zestien jaar. Deze spe­ lers kregen daarna ofwel een contract aangeboden, ofwel ze vloeiden af naar een semiprofclub of naar de amateurs. We wilden weten of we iets konden aflezen uit de weg die zij aflegden in die tien jaar. Logischerwijs waren er geen verschillen in het aantal wed­ strijden dat ze gespeeld hadden en het aantal trainingsuren dat ze gemaakt hadden en dat werd geleid door een trainer. Ze hadden immers dezelfde opleiding gevolgd. We zagen echter flinke verschillen optreden toen we keken naar de activiteiten van deze spelers door de jaren heen, die niet door een coach waren beïnvloed. Spelers die uiteindelijk de stap naar professioneel voetbal konden maken, bleken in hun jeugd veel meer op straat te hebben gevoetbald, tot twee­ maal meer dan de spelers die afvloei­ den uit de opleidingen. Een interessan­ te vraag wordt dan: is het alleen door het aantal extra uren dat deze spelers gevoetbald hebben dat ze een grotere kans maken op een professionele loop­ baan, of komt het ook door de manier van voetballen en trainen? Met andere woorden: is het beter om te trainen zonder de begeleiding van een coach,

Het blijkt dat spelers die ook veel spel­ gerelateerd getraind hebben, dus zon­ der inmenging van een trainer, op la­ tere leeftijd vaak een beter spelinzicht hebben ontwikkeld. Uiteraard is het niet de bedoeling dat de trainer dan ook maar helemaal ter zijde wordt geschoven, maar het is goed indien er een balans is tussen de reguliere trainingen en oefenvormen waarin de spelers veel meer zelf moeten beslis­ sen. Daarnaast is het belangrijk dat de oefeningen zodanig zijn opgezet dat de spelers steeds moeten blijven nadenken. Dus doorlopend hetzelfde patroontje oefenen, bijvoorbeeld bij een passoefening, leidt doorgaans niet tot een groter inzicht. Het is belangrijk dat je afstanden varieert en de spelers veelvuldig van positie laat wisselen. Tot slot kan een simulatie van de training sterk bijdragen aan het ontwikkelen van spelinzicht. Ik ver­ wacht dat de Playstation daarbij in de toekomst kan helpen. Wanneer een speler zaterdag tijdens de wedstrijd of tijdens de training iets verkeerd heeft gedaan, is het doorgaans erg moeilijk dat moment vanuit je herinnering nog precies terug te roepen. Indien je de situatie kunt simuleren op de Playsta­ tion, wordt het in een voor de speler waarschijnlijk zeer herkenbare omge­ ving weer duidelijk. Van daaruit kun je hem dan bevragen wat hij anders had kunnen doen.”

Expert Mark Williams: “Uiteraard gaat het niet alleen om het aantal uren dat je traint, maar ook om wat je in die uren doet. We willen beter worden. Op het moment dat we onze kwaliteiten wil­ len verbeteren en de top willen berei­ ken, gaan we door drie leerfases. In de eerste plaats het bewuste leren. Ver­ gelijk het met het moment waarop je leerde auto rijden. Je hebt overal volle concentratie voor nodig. Op het mo­ ment dat je meer ervaren raakt, kom je in de fase dat je onbewust bijleert. Voor de autorijder houdt het daar wel ongeveer op. Hij heeft geen ambitie om Formule 1 te gaan rijden. Maar de

voetballer wil wél die topper worden en moet daarom nog een fase door: de fase waarin hij expert wordt. Deze fase wordt niet altijd leuk gevonden maar is wel broodnodig om alles uit je kwaliteiten te halen. Wat helpt nu die jonge, ambitieuze en getalenteerde voetballer om zijn eigen top te bereiken? Over het algemeen zijn deze spelers veel meer bezig met hun trainingen, in de zin dat ze er meer over nadenken. Wat heb ik ge­ traind, waarom ik heb dat getraind, hoe ging het, wat kan ik de volgende keer nog beter doen? Ze trainen vooral op de aspecten waarin ze niet zo goed zijn. We deden een onderzoek waarin we topspelers en subtopspelers vroe­ gen om een passoefening te doen. Ze mochten zelf bepalen hoe ze dat deden. Het bleek dat de topspelers veel meer met hun ‘zwakke’ been oefenden dat de subtoppers. Spelers met minder kwaliteiten trainen vooral op elementen waarin ze wél goed zijn, omdat ze dat leuker vinden. De speler die het kan opbrengen ook te werken aan de dingen waarin hij niet goed is, en die daarom ook minder leuk zijn, zien we vaker terug op topniveau. De­ ze spelers kunnen er ook beter tegen wanneer een oefening juist daarom in het begin nog niet zo goed gaat. Deze spelers werken ook aan hun ontwikkeling buiten de reguliere trai­ ningen om. Tijdens de opleiding wordt hun verteld, dat alleen de trainingen niet voldoende zijn om profvoetballer te worden. Ze krijgen huiswerk, en de vorderingen worden via een logboek bijgehouden, veelal via internet. Tot slot is van groot belang dat we bij spelers een houding creëren waarin zelfregulatie een grote rol speelt. Het is belangrijk dat wij jonge spelers zo veel mogelijk in situaties brengen waarin het spel en hun eigen initiatief vooropstaat. Sommige opleidingen in de Premier League geven trainingen waarbij de spelers een bal krijgen en de mededeling: ga maar voetballen en regel het zelf, zoals het straatvoet­ bal georganiseerd wordt. Deze clubs proberen daarom meer activiteiten te organiseren die gebaseerd zijn op het spel zoals de kinderen dat uit zichzelf spelen, zonder dat daar de sturende

www.devoetbal trainer.nl

26-29_Williams.indd 28

16-01-13 15:59


hand van de trainer dwingend aan te pas komt.”

Lichaamstaal Mark Williams: “Op het hoogste ni­ veau is het van groot belang dat een speler het spel goed kan lezen en kan anticiperen op wat gaat gebeuren, om de juiste beslissingen te kunnen nemen onder soms grote tijddruk. Topspelers kunnen dit. Het blijkt uit diverse onderzoeken dat topspelers beter zijn in het lezen van lichaams­ taal. Zij kunnen daardoor beter dan anderen voorzien wat gaat gebeuren,

‘Topspelers kunnen beter dan anderen voorzien wat gaat gebeuren, waar een bal terecht gaat komen of hoe een speler zal gaan bewegen.’ waar een bal terecht gaat komen of hoe een speler zal gaan bewegen. Het beste voorbeeld is wellicht de doelman bij een strafschop. De bal is waarschijnlijk sneller bij het doel dan hij kan reageren. Hij moet dus in de beweging van de schutter al een beslissing nemen. De beste keepers doorzien waar de bal gaat komen. De betere spelers zijn ook meer be­ dreven in het herkennen van spel­ situaties. Zij herkennen patronen, herinneren zich beter of een bepaalde situatie al eerder is voorgekomen. Er bestaat een test voor. Aan een groep spelers tonen we dan zestig clips van voetbalsituaties. Even later tonen we er weer zestig, de helft daarvan zat ook in de reeks van de eerste zestig. De betere spelers zullen doorgaans de clips die ze ook daarvoor gezien heb­ ben, beter herkennen. Ze doorzien de structuur, de wijze waarop de spelers tijdens de clip staan opgesteld. Ze zien de interactie tussen de verschil­ lende linies. Tijdens al die uren dat zij op het veld staan en trainen, ontwikkelen deze betere spelers een enorm aantal ‘beel­

den’ van voetbalsituaties. Met name ook doordat ze lichaamstaal beter lezen dan anderen, kunnen ze als het ware voorspellen wat er gaat gebeu­ ren. Bij het nemen van beslissingen is dat uiteraard een enorme bonus. Ze maken vaker de juiste keuzes.”

Leren Mark Williams: “Het moge duidelijk zijn dat de wijze waarop de trainer zijn spelers begeleidt, invloed heeft op hun ontwikkeling. Voor een trainer is het belangrijk dat hij goed begrijpt dat er een verschil is in presteren en leren. Concreet: indien een speler op de training een beweging goed uit­ voert (hij presteert dus goed), wil dit niet zeggen dat hij die beweging ook echt geleerd heeft. Een trainer zal snel zeggen: als ik het goed voordoe, zie dat het goed wordt uitgevoerd en de speler dat ook laat weten (feedback), dan is mijn training geslaagd. Het wil echter allerminst zeggen dat de speler uiteindelijk ook in staat is zelfstandig uit te voeren wat de trainer hem heeft aangereikt. Voor die trainer zou ook een vraag kunnen zijn: wat moet ik minimaal aanreiken om de speler in staat te stellen dit zelfstandig te oefe­ nen? Hoe faciliteer ik dat zij zelf aan de slag gaan en ontdekken? Als het gaat om leren zijn twee aspec­ ten heel belangrijk. De speler moet het geleerde niet eenmaal in praktijk brengen, maar het vervolgens uit zich­ zelf ook daadwerkelijk blijven doen. Daarnaast is het van belang dat hij de stap kan maken om het niet alleen tij­ dens trainingen te doen, maar vervol­ gens ook in wedstrijden toe te passen. Het blijft bijzonder dat de wetenschap ontdekte dat de beste spelers in hun jeugdjaren relatief veel tijd besteed­ den aan voetballen zonder begeleiding van een trainer. Spelers die meer trainden met trainers en weinig in hun eigen omgeving waarin ze zelf de beslissing moesten nemen, bleken uit­ eindelijk meestal niet de beste spelers te worden. Je ziet die elementen altijd weer terugkomen in de meest oor­ spronkelijke manier van voetballen: straatvoetbal.”

Scouting Mark Williams: “Het scouten van goede voetballers is extreem moeilijk. 28

26-29_Williams.indd 29

29

Dit komt vooral omdat het een zeer complexe sport is. We kunnen zo on­ geveer iedere eigenschap van een spe­ ler meten en in kaart brengen, maar de vraag is in hoeverre hij zijn zwakke eigenschappen compenseert met een aantal kwaliteiten waardoor hij toch een talent genoemd kan worden. En daar komt nog bij dat spelers zich niet allemaal op dezelfde leeftijd ontwik­ kelen. Iemand die op jonge leeftijd niet uitblinkt, kan zich in latere jaren spectaculair ontwikkelen. Het is vrij­ wel onmogelijk dat op jonge leeftijd te ontdekken. Een van de belangrijkste criteria als het gaat ‘wie is een talent’ is ongetwij­ feld de intrinsieke motivatie van een speler. Alle profclubs zoeken naar de speler die kritisch naar zichzelf kijkt, die probeert te zien waar zijn sterke en zwakke punten liggen en die vooral bereid is om veel werk te verzetten om zichzelf te verbeteren. Misschien ligt de oplossing wel juist in straat­ voetbal. Immers, hier spelen juist díe spelers die helemaal uit zichzelf wil­ len voetballen en dat dus blijkbaar heel leuk vinden. Ze zijn gemotiveerd, ook om zichzelf te verbeteren. Vooral eigenschappen als mentale hardheid en doorzettingsvermogen bepalen of een speler het uiteindelijk haalt. Juist op jonge leeftijd zijn dit eigenschap­ pen die moeilijk herkenbaar zijn. Op straat wordt op die kwaliteiten een beroep gedaan.” Samenvatting: • U it oorspronkelijk Belgisch onderzoek bleek dat topspelers vaak tienduizend uur aan voetbal hebben besteed. • G etalenteerde spelers zijn niet tevreden als ze op redelijk niveau zijn, maar gaan juist dan verder om zich tot het uiterste te bekwamen. • T opspelers zijn in staat om door bewegingen van anderen sneller de juiste beslissingen te nemen. • E en speler heeft pas iets echt geleerd, indien hij in staat is de actie herhaaldelijk en ook in wedstrijden uit te voeren. • D e beste spelers op latere leeftijd blijken in hun jeugd relatief veel tijd met straatvoetbal te hebben doorgebracht. De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 16:00


Keeperstraining

Tekst: Gerjos Weelink

Frans Hoek, Oranje’s assistent-trainer met specialisatie keepen

Analyse van de hedendaagse keeper Frans Hoek is sinds 1995 werkzaam voor de UEFA. Met zijn scriptie over keepen in 1975 was hij de eerste die schreef over de man met de handschoenen. Inmiddels, bijna veertig jaar later, is er volgens Hoek veel veranderd. Vooral sinds 1992, toen besloten werd dat een terugspeelbal niet meer opgepakt mocht worden. Frans Hoek analyseert deze veranderingen en kwam tijdens het symposium van de Nederlandse Voetbalacademie met een interessante kijk op het analyseren van de keeper anno nu. Frans Hoek brengt met een door hem ontwikkeld formulier alle situaties waarbij de keeper betrokken is in kaart. Door al die situaties te turven, ontstaat een compleet beeld van wat een keeper in een wedstrijd doet. Op basis daarvan kunnen de keeperstrainer en hoofdtrainer conclusies trekken welke consequenties dit heeft voor de manier van trainen.

Nieuw profiel Frans Hoek: “Sinds 1992 is er op keepersvlak dermate veel veranderd, dat het goed is om zijn positie in het veld en zijn taken en verantwoordelijkheden nog eens goed te bekijken. Ik doel dan op de veranderde spelregel met betrekking tot de terugspeelbal waardoor

‘Door situaties te turven, krijg je een goed beeld van de keeper’

de keeper deze niet meer in de handen mag pakken, uitzonderingen daargelaten. Vertrekpunten bij het analyseren van de keeper zijn dan ook: Wat wordt er in het hedendaagse voetbal gevraagd van de keeper? Wat voor trends zijn er te ontdekken in vergelijking met het EK 2012, het WK 2010 en het EK 2008? Mede op basis daarvan neem je de keeper onder de loep. Waar krijgt hij mee te maken en waar moet hij aan voldoen?”

Opleiden Frans Hoek: “Ik vind dat je keepers tot hun zestiende levensjaar allround moet opleiden. Het keepersvak is namelijk zo divers, dat ze zeker in hun jongere jaren alles moeten leren. Je bereikt vrijwel nooit op elk onderdeel van het keepersvak de volle honderd procent, maar dat is de realiteit en heeft te maken met zwakke en sterke punten die een ieder heeft en dat geeft niet. Je probeert ze zo goed mogelijk te maken op alle gebieden van het keepen. Pas vanaf hun zestiende

kun je meer kijken naar wat er binnen de club wordt gevraagd en verwacht van een keeper. Toen ik bij FC Barcelona kwam, ging ik gelijk in de jeugdopleiding kijken. Daar zag ik Pepe Reina en Víctor Valdés, beiden zestien jaar. Die jongens waren zeer talentvol en daarnaast zó ambitieus, dat ik gelijk zag dat ze veel potentie hadden en veel kans om een topkeeper te worden. Op dat moment ben ik zeer gericht met ze aan de slag gegaan, met als richtlijn het profiel dat FC Barcelona heeft voor hun keeper van het eerste elftal. Beiden zijn, op basis van dat profiel, al jaren bepalend met hun aandeel in de speelwijze bij FC Barcelona, Liverpool (met een totaal andere speelwijze dan FC Barcelona!) en het nationale elftal van Spanje. Na het zestiende levensjaar kun je volgens mij dus kijken naar wat je als club van een keeper vraagt. Dat betekent dus dat je, al dan niet specifiek voor een club, een profiel van een ideale allround keeper zult moeten opstellen.”

Situaties Frans Hoek: “In mijn ogen is een goede keeper een keeper die een positieve bijdrage levert aan het eindresultaat.

www.devoetbal trainer.nl

30-34_Hoek.indd 30

16-01-13 16:00


Foto’s: Pro Shots

En dat kan dus verdedigend of aanvallend of in de omschakeling zijn. In het profiel dat je opstelt voor je keeper verdeel je alle mogelijke situaties, zowel verdedigend als aanvallend. Het ligt er, bij de beoordeling van wat een goede keeper is, maar net aan wat je belangrijk vindt. Maar door alle situaties in kaart te brengen en te turven kun je scores op die situaties wel heel concreet maken. Daar begint het mee. Iker Casillas bijvoorbeeld, is een keeper die vooral verdedigend zijn steentje bijdraagt aan het wedstrijdresultaat. Hier kom ik later nog op terug. Het turven van deze situaties zegt niets over het feit of iets goed of fout is. Het is een objectieve weergave van wat er in de wedstrijd gebeurt en waar een keeper een rol speelt of zou kunnen spelen.”

Keeperscoach Frans Hoek: “Ik vind dat de tijd van het één op één trainen van een keeper met een keeperstrainer al heel lang tot het verleden behoort. En dat had mijns inziens nooit zo’n eigen leven moeten gaan leiden als dat het gedaan heeft. Want voetballen doe je in 11:11 en de keeper is een van die elf. De keeperscoach moet in mijn ogen

ook inzicht hebben in het gehele voetbalspel, in plaats van alleen het stuk dat met keepen te maken heeft. Hij is zeker iemand met trainerdiploma’s. Daarnaast is hij gespecialiseerd in alle situaties waarbij de keeper een (hoofd) rol speelt. Hij moet oefeningen afleiden van de wedstrijd, kijken waar de keeper en het team binnen de speelwijze behoefte aan hebben en daarmee aan het werk gaan. Dit zodat hij, steeds in wedstrijdechte vormen, de keeper beter maakt. De keeperscoach schenkt tegelijkertijd aandacht aan het fysieke en mentale. Want de keeper moet in de eerste, maar ook in de laatste minuut, eventueel in de verlenging en tijdens de strafschoppen optimaal kunnen blijven presteren.”

Kijken naar keepers Frans Hoek: ”Bij het kijken naar keepers kijken we eerst naar de structuur van voetballen. Laten we beginnen met aanvallen. Op het moment dat de keeper de bal in zijn handen heeft,

Verdedigend Frans Hoek: “De situaties in aanvallend opzicht zijn vrij eenvoudig in kaart te brengen. Met de verdedigende handelingen ligt dat iets lastiger. Neem bijvoorbeeld de voorzet. De voorzetten die vanaf de achterlijn worden gegeven, vragen een andere manier van handelen door de keeper dan voorzetten die halverwege de helft de zestienmeter worden ingebracht. En dan heb je nog het verschil tussen voorzetten van dichtbij, van

‘De tijd van voornamelijk of alleen maar één op één trainen is allang voorbij’ 30

30-34_Hoek.indd 31

wat doet hij er dan mee? Anders gezegd: Wat is zijn keuze, gevolgd door de uitvoering daarvan. Welke keepershandelingen horen bij dat specifieke moment? Dan kom je onder andere uit op passen, gooien, werpen, uitschieten et cetera. Bij deze handelingen zijn dan weer belangrijk: keuze, positie, moment van spelen en daaraan gekoppeld de snelheid waarmee en de richting waar naartoe. Dat is aardig gecompliceerd, zo alles bij elkaar. Je kunt dus turven wat een keeper doet met de bal op het moment dat hij de bal in zijn handen krijgt, voor zich uitrolt of bij een doeltrap. Maar dan ben je er nog niet. Want een bal uitwerpen over een afstand van tien meter is een andere handeling dan een verre uitworp richting de middenlijn. Op het turfformulier maak ik onderscheid tussen korte voortzettingen (de afstand is kleiner dan 25 meter) en lange voortzettingen (de afstand is groter dan 25 meter). Door de aanvallende handelingen te verdelen over deze twee eenheden, krijg je een nóg beter zicht op wat de keeper doet. Hoe vaak speelt een keeper een speler dichtbij hem aan? En hoe vaak speelt hij een lange bal op een middenvelder of voorhoedespeler? En hoeveel van die lange ballen komen dan goed terecht? Door zo te turven krijg je een goed beeld van de aanvallende handelingen van je keeper. Doordat je dat in kaart brengt, kun je conclusies trekken voor de manier van trainen.”

31

De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 16:00


Keeperstraining

veraf, vanaf links en vanaf rechts. Je vergroot je inzicht in de handelingen van je keeper, door de verdedigende handelingen op deze manier te scheiden. Natuurlijk, je kunt nog meer differentiëren, maar dit is de keuze die ik gemaakt heb.”

Kenneth Vermeer Frans Hoek: “In de vriendschappelijke interland tegen Duitsland in november 2012 hebben we Kenneth Vermeer geanalyseerd. Er zijn bij Vermeer in totaal 54 aanvallende acties (handelingen) en 46 verdedigende acties geturfd. De aanvallende acties zijn dus verdeeld over kortere en langere afstanden. Kenneth Vermeer heeft 24 keer voor een lange voortzetting gekozen. Dus een trap over meer dan 25 meter. Van die 24 keer, blijft in maar liefst 81 procent van de gevallen het balbezit bij Nederland. Dat is echt een enorm hoog percentage. Vermeer is een keeper die dat onderdeel, de lange spelvoortzetting, dus in deze wedstrijd goed beheerste en uitvoerde in

samenwerking met zijn medespelers die deze afspeelmogelijkheden voor hem creëerden (zoals overigens ook besproken en getraind). Maar er zijn ook keepers die dat niet hebben. Wanneer je merkt dat jouw keeper van alle lange spelhervattingen maar twintig procent goed aflevert, kun je daar iets mee. Of je dwingt je verdedigers meer tot vrijlopen of beter vrij te lopen, of je gaat met die keeper aan het werk om dat onderdeel van het keepen te verbeteren.”

Iker Casillas Frans Hoek: “Op het EK hebben we in de wedstrijd tussen Spanje en Italië gekeken naar Iker Casillas. De keeper van Real Madrid speelde met veel spelers van FC Barcelona. In die wedstrijd zag je, ondanks het feit dat FC Barcelona gewend is veel van achteruit op te bouwen, dat Casillas veel ballen lang gaf. Pas daarna werd er op het middenveld doorgespeeld. Als een keeper de kwaliteiten om van achteruit op te bouwen niet of onvoldoende bezit,

‘Ook in blessuretijd wil je dat je keeper optimaal kan presteren’

moet je zorgen dat je daar als team ook geen beroep op doet. En andersom werkt het ook. Als je weet dat een keeper van de tegenpartij niet goed is in de lange spelhervatting, kun je er voor kiezen de boel voorin gelijk vast te zetten.”

Turfformulier Frans Hoek: “Op de eerste pagina van het turfformulier beschrijf je de wedstrijd. Is het een competitiewedstrijd of een bekerwedstrijd? In welke formaties spelen de teams? Het is belangrijk dat te benoemen, omdat het consequenties kan hebben voor bijvoorbeeld de opbouw. Tegen een 1:4:4:2 formatie bouw je anders op dan tegen een 1:4:3:3 en dat heeft gevolgen voor de (aanvallende) handelingen van de keeper. Vervolgens verdeel je de wedstrijd in blokken. Er is een blokje dat loopt van de eerste tot de vijftiende minuut. Van de zestiende minuut tot de dertigste minuut is een blokje en ook van de eenendertigste tot het einde van de helft.”

Analyseren Frans Hoek: “Als je alles hebt geturfd, kom je dus tot een totale samenvatting van alle situaties en daarbij de

www.devoetbal trainer.nl

30-34_Hoek.indd 32

16-01-13 16:00


Analyse Formulier

© KNVB-Frans Hoek

handelingen die de keeper in een wedstrijd heeft uitgevoerd of had kunnen uitvoeren. En dan kun je conclusies trekken. Hoe bouwt de keeper op? Welke keuzes maakt hij en wat is het rendement van die keuzes? En verdedigend gezien: hoe vaak krijgt hij voorzetten vanaf de rechterkant en hoe reageert hij daarop? Als je een wedstrijd gefilmd hebt, haal je de momenten terug waarop er een voorzet vanaf rechts komt en je bekijkt, met de keeper, hoe hij handelt.”

Wedstrijd: Datum: Niveau wedstrijd:

Ruststand

Eindstand

1e verlenging:

2e verlenging:

EK 2012 Strafschoppen:

Team organisa:e  

Team A: Team  B:

Keeper Invaller            1 Tijd: Invaller              2 Tijd

Te Analyseren  Team:

Bijzonderheden:

Enkele trends Frans Hoek: “In tegenstelling tot jaren geleden pakken keepers veel ballen die van buiten de zestienmeter worden geschoten niet meer klemvast. Ze weren af of blokkeren. In aanvallende zin zie je dat heel veel teams kort willen opbouwen als de bal bij de keeper is. Ze doen steeds vaker mee in de opbouw. Het samenspel met de andere verdedigers is steeds belangrijker geworden en dat luistert heel nauw. Als een verdediger aan de bal is worden een aantal zaken belangrijk. De keuze van terugspelen, niet te vroeg en zeker niet te laat. De snelheid waarmee gespeeld wordt, niet te langzaam maar ook niet te snel. En de plek waar de keeper moet vragen om de bal. Als je concludeert dat opbouwen ook voor een keeper steeds belangrijker wordt, wat betekent dat dan? Wat houdt dat bijvoorbeeld in voor de manier waarop je de trainingen inricht? Daar moeten een keeperstrainer en een hoofdtrainer wel over nadenken.”

Omstandigheden:

Ingeleverd door:

09-­‐01-­‐2013

VERDEDIGEND Spelherva0ngen Schoten/Kopballen/Lobs

1v1

< 16  m

Diepteballen

> 16  m

naast/over

op doel

doelpunt

< 16  m

naast/over op doel

Voorze>en

> 16  m Links

doelpunt

Rechts

Vroeg

Laat

Vroeg

Corners Laat

Links

Verre inworp

Vrije trappen Rechts

centr

Strafschop Totaal

zijkant

L

R

1e helJ

1e helJ

1 -­‐  15

0 1 -­‐  15

16 -­‐  30 31  -­‐  45+

0 16 -­‐  30 0 31  -­‐  45+

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0 Totaal

2e helJ

2e helJ

46 -­‐  60

0 46 -­‐  60

61 -­‐  75 76  -­‐  90+

0 61 -­‐  75 0 76  -­‐  90+

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0 Totaal

Totaal 1e/2e  

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0 Totaal 1e/2e  

Verlenging:

Verlenging:

1e 2e  

0 1e 0 2e  

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal 1e/2e   en  verlenging

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0 Totaal Totaal 1e/2e   0 en  verlenging

Strafschoppen

0 Strafschoppen © KNVB-Frans Hoek

Eén tegen één Frans Hoek: “In de tijd dat ik bij Ajax zat, begon ik om duels 1:1 te oefenen met Stanley Menzo en Edwin van der Sar. Dat was, zeker in die tijd, wel even wennen. Want keepers trainden amper in wedstrijdvormpjes. In de speelwijze van Ajax waren er regelmatig 1:1-situaties in de wedstrijden. Het ging er dan om dat ik vond dat ze bij een 1:1 duel zo lang mogelijk moesten blijven staan en zich zo groot mogelijk maakten. Op die manier leg je het probleem namelijk bij een speler neer. Een speler moet nadenken, kan niet schieten en moet eigenlijk

AANVALLEND Spelherva/ngen Terugspeel ballen <  25  m >  25  m

         Werpen <  25  m

Handen

       Bal  in  de  handen Volley >  25  m

Dropkick

Trap v/d  grond <  25  m >  25  m

       Doeltrap <  25  m

     Vrije  trap <  25  m

> 25  m

Totaal > 25  m

1e helC

1e helC

0 1 -­‐  15

1 -­‐  15

0 16 -­‐  30

16 -­‐  30

0 31 -­‐  45+

31 -­‐  45+ Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

2e helC

0 Totaal

2e helC

46 -­‐  60

0 46 -­‐  60

61 -­‐  75

0 61 -­‐  75 0 76  -­‐  90+

76 -­‐  90+ Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0 Totaal

Totaal 1e/2e  

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0 Totaal 1e/2e  

Verlenging:

Verlenging:

1e

0 1e

2e

0 2e

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0 Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0 en verlenging

Totaal 1e/2e   en  verlenging

Totaal 1e/2e  

0 Strafschoppen

Strafschoppen

© KNVB-Frans Hoek

32

30-34_Hoek.indd 33

33

De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 16:01


Keeperstraining SAMENVATTING VERDEDIGEND 1e  hel& Schoten

< 16  m

> 16  m

Totaal 1e+2e   hel6

2e hel&

Totaal 1e  verl.

1 +2e  verl. Totaal

2e verl.

Strafschoppen

naast/over

2

3

5

0

0

0

5

0

op doel

2

2

4

0

0

0

4

0 0

doelp

1

1

2

0

0

0

2

naast/over

2

2

4

0

0

0

4

op doel

1

1

2

0

0

0

2

doelp

0

0

0

0

0

0

0

1v1

0

0

0

0

0

0

0

2

1

3

0

0

0

3

Diepteballen

< 16  m

VoorzeDen

Links

vroeg laat

2

2

4

0

0

0

4

Rechts

vroeg

1

2

3

0

0

0

3

laat

1

1

2

0

0

0

2

Corners

links

2

2

4

0

0

0

4

>16 m

SPELHERVATTINGEN

rechts

2

2

4

0

0

0

4

2

2

4

0

0

0

4

1

2

3

0

0

0

3

centraal

1

1

2

0

0

0

2

zijkant

links

1

1

2

0

0

0

2

zijkant

rechts

1

1

2

0

0

0

2

Verre inw

0

0

0

0

0

0

0

Strafsch

0

0

0

0

0

0

24

26

50

0

0

Vrije trappen

TOTAAL

0 0

50

0

SAMENVATTING AANVALLEND 1e  hel& Terugspeel  ballen

Bal in  de  handen

Werpen

Totaal

1e verl.

2e verl.

Totaal

Totaal

< 25  m

3

2

5

0

0

0

5

0

> 25  m

3

2

5

0

0

0

5

0 0

handen

0

0

0

0

0

0

0

< 25  m

2

2

4

0

0

0

4

> 25  m

0

1

1

0

0

0

1

Volley

1

1

2

0

0

0

2

Dropkick

0

0

0

0

0

0

0

1

1

2

0

0

0

2

Trap v/d

SpelhervaVngen

2e hel&

< 25  m

grond

> 25  m

1

1

2

0

0

0

2

Doeltrap

< 25  m

2

2

4

0

0

0

4

> 25  m

3

3

6

0

0

0

6

Vrije trap

< 25  m

1

1

2

0

0

0

2

0

> 25  m

1

1

2

0

0

TOTAAL

18

17

35

0

0

0

TOTAAL A+V

42

43

85

0

0

0

2 35

0

85

0

© KNVB-Frans Hoek

Verduidelijking

VERDEDIGEN laat

© KNVB-Frans Hoek

laat

verre inw

vroeg

                                                     >  16                    <  16 schot

strafsch        >  16 vroeg

                 <  16 diepteballen

voorze=en

1  v  1 voorze=en

links

om de keeper heen. En daardoor krijgt de keeper zelf weer tijd. Maar de keeper moet dapper zijn, want als je lang blijft staan, laat je je hoofd onbeschermd. Keepers die hun hoofd wegdraaien, draaien ook een deel van hun lichaam mee en dat is in het voordeel van de speler. Tegenwoordig is het 1:1 gelukkig een veelvoorkomende oefenvorm bij keepers. Destijds was dat nog niet zo en trainde de keeper vaak apart van de groep.”

Rol Frans Hoek: “Ook bij het aanvallen heeft de keeper een belangrijke rol. Kijk naar Victor Valdès. Van alle handelingen die hij in een wedstrijd doet, heeft zestig tot tachtig procent te maken met de opbouw. Of neem Manuel Neuer van Bayern München. Als hij de bal in bezit krijgt, bijvoorbeeld uit een corner, kan hij door zijn fantastische uitworp een speler binnen een paar tellen in balbezit krijgen op de helft van de tegenstander. Dat zijn wapens die een keeper heeft. Maar ook zonder bal is hij belangrijk. In de coaching heeft hij als taak om de restverdediging goed neer te zetten. De keeper zorgt er voor dat de verdediging zo goed staat opgesteld, ook in balbezit op de helft van de tegenstander, dat het tegenkrijgen van een counter zoveel mogelijk wordt voorkomen. De rol van de keeper is groter en veelzijdiger dan vaak wordt gedacht.”

rechts                          vrije  trappen centraal

links

zijkant

rechts                    >25

                   >25

                   >25              >25

AANVALLEN

       >25      >25

           <25

                 <25

                       <25

                                 <25                    <25

terugspeelbal              K trap  v/d grond

werpen

volley dropkick

vrije trap

doeltrap

>=meer dan  25  meter  wordt  aangeduid  met  lang  spelen/werpen <=minder  dan  25  meter  wordt  aangeduid  met  kort  spelen/werpen Bal  op  paal  of  lat  =  opdoel

>16 =  buiten  de  16  mtr <16=  binnen  de  16  mtr

Presentatie van Frans Hoek op de website van de UEFA: http://iturl.nl/sn3EXq

www.devoetbal trainer.nl

30-34_Hoek.indd 34

16-01-13 16:01


nummer

De JeugdVoetbal Trainer 14

2e JAARGANG | JANUARI 2013 |

www.devoetbaltrainer.nl

1:1-duel domineren Oefenstof

Thema: omschakelen na balverlies

A-jeugd Dick Boon

B-jeugd Niek Nooijen

C-jeugd Rudy Provoost

D-jeugd Erik Wormmeester

35_JVT-cover.indd 39

16-01-13 16:02


De JeugdVoetbal Trainer

Tekst: Paul Geerars

Haalbare oefeningen voor iedereen

Het 1:1-duel domineren Het duel 1:1 is volgens velen een van de belangrijkste onderdelen binnen voetballen. De Voetbaltrainer laat Roel Vandereycken en Nathan Vossen aan het woord over dit thema. Zij maakten een driedelige dvd-serie met bijbehorende boekjes met achtergrond en uitgewerkte visie. Daarin komen alle denkbare 1:1-duels met bijbehorende bewegingen aan bod. De redactie van dit vakblad vroeg naar de achtergrond en de praktische uitwerking van dit project. Nathan Vossen is trainer-coach van STVV Onder 19 en jeugdcoördinator van ZVC Panna Bilzen. Roel Vandereycken is jeugdcoördinator Startopleiding Lommel United en techniektrainer van Lommel United Onder 8-10. Nathan Vossen: “Wij stelden vast dat het verdwijnen van het straatvoetbal erg heeft ingesneden op de technische vaardigheden van de jonge voetballers. Buiten de reguliere trainingen, als de jongere hier al toegang tot heeft, komt de jonge voetballer nog amper tot beweging en voetbaltechnische vooruitgang. We merkten verder dat er te weinig trainers zijn die jeugdspelers de zo nodige baltechnieken bijbrengen. Wanneer deze toch eens aan bod komen, missen we de steeds terugkerende herhalingen en gepaste, mentale begeleiding die hierbij horen. Het gevolg van dit alles is ieder weekend op televisie te zien: fysieke kracht

1v1 domination

buiten de trainingen het grasveld of pleintje op te zoeken en voluit met de bal aan de slag te gaan om ze zo terug voeling te geven met het straatvoetbal. Wie wil er nu niet de technieken van Messi of Ronaldo beheersen? Ook de jeugdopleiders willen we stimuleren om de visie van 1v1 domination te integreren in hun groepstrainingen. Uitgaand van het duel 1:1 kan immers het hele scala van technieken en inzichtelijke vaardigheden aan bod komen. In de bijgevoegde boekjes vinden de jeugdopleiders de nodige achtergrond rond het beheersen en domineren van het duel 1:1.

Nathan Vossen: “1v1 domination is een initiatief richting amateur- en professionele jeugdopleidingen, individuele (jeugd)trainers en spelers. Door het samenstellen van een driedelige dvd-reeks rond de fantastische technieken om het 1:1-duel te beheersen en te domineren, willen we iedere gemotiveerde jeugdspeler een meerwaarde geven in zijn opleiding. Bovendien willen we hen motiveren om

Het unieke aan dit dvd-project is volgens ons tweeledig: • voor de jeugdopleider: de geheel eigen visie van 1v1 domination. Gedurende een groot stuk van de opleiding (jongere leeftijden) gaat 1v1 domination uit van het duel 1:1. Vanuit de vaardigheden die nodig zijn om een van de drukzones te beheersen, werken we verder aan

neemt steeds meer de overhand. Er is een gebrek aan offensieve en individuele kwaliteiten, wat leidt tot oersaaie wedstrijden waarbij organisatie het vaak wint van technische klasse. De technische en creatieve ontwikkeling wordt steeds verder op de achtergrond geplaatst. Het vermijden van doelpunten wordt voor een trainer het belangrijkste, dit is immers het eenvoudigste.”

www.devoetbal trainer.nl

36-41_1v1.indd 36

16-01-13 16:04


De JeugdVoetbal Trainer Deze vier drukzones staan centraal in de technische en spelinzichtelijke ontwikkeling bij spelers van Onder 6 tot en met Onder 14. We vertrekken vanuit de drukzones. Van hieruit worden: • specifieke bewegingen per drukzone

Foto’s: Pro Shots

aangeleerd • de overige technieken intensief mee geoefend • het hele scala aan spelinzichtelijke aspecten aangebracht.”

de andere technische pijlers en de inzichtelijke vaardigheden. • voor onze jeugdspelers: je houdt van voetbal. Iedereen heeft wel een idool dat ze de mooiste trucjes zien doen op televisie. Deze sterspelers spelen hun tegenstander uit met een knappe beweging. Zo zijn er zeer veel technieken, van heel eenvoudig tot moeilijk.

• 1:1 zijwaartse zone: ‘naast de aanvaller’ • 1:1 voorwaartse zone: ‘gezicht naar gezicht’ • 1:1 rugwaartse zone: ‘in de rug van de aanvaller’

Schuin inkomend Roel Vandereycken: “In deze zone hebben we het niet over het passeren van verschillende verdedigers, maar wel om het beheersen van draai-, kap- en schijnbewegingen. Deze kunnen gebruikt worden om overal op het veld zeer snel van richting te veranderen. Door middel van deze bewegingen kun je in iedere situatie, op iedere plaats van het veld baas blijven over de bal en over de situatie.”

1v1 domination werkt volgens dit ontwikkelingsmodel: Onze dvd’s bezitten een van de rijkste verzamelingen van de beste en bovenal haalbare bewegingen om je tegenstander in de wind te zetten. Meer dan driehonderd bewegingen en oefeningen die met behulp van de Nederlandstalige uitleg in het boekje van iedere jeugdspeler een ‘jeugdspeler+’ maken.”

Drukzones Roel Vandereycken: “In het opleiden tot de dominantie van het duel 1:1 onderscheiden we vier verschillende situaties of drukzones: • 1:1 zijwaartse zone: ‘inkomend van

Lichaamsbeheersing als basis voor een optimale voetbalcoördinatie. Lichaamsbeheersing als basis voor een optimale balbeheersing.

Lichaams- en balbeheersing als fundament voor een betere spelbeheersing. Baas worden over iedere 1:1-situatie.

Spelbeheersing als fundament voor een betere competitiebeheersing Baas worden over de wedstrijd.

de zijkant’ 36

36-41_1v1.indd 37

37

De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 16:04


De JeugdVoetbal Trainer • ‘Stop and go’ bewegingen; de verdediger is sneller of bevindt zich al vlak naast je of net schuin achter je. Eerst een schijnbeweging (‘stop’) uitvoeren om nadien voorwaarts te versnellen (‘go’) om enkele meters voorsprong te krijgen. • U-Turns: terugdraaien door middel

Frontaal Roel Vandereycken: “De individuele actie is niet alleen leuk voor het publiek, maar vooral ook een fantastisch wapen om een overtalsituatie en scoringskansen te creëren. Natuurlijk kunnen deze situaties ook bereikt worden door goed positiespel. Dit moeten we natuurlijk niet overboord gooien. Integendeel, dit kan ook zeer mooi en efficiënt zijn. Maar hoe meer middelen een team heeft, hoe beter! Net daarom zou het goed zijn als het ontwikkelen van individuele kwaliteiten binnen een opleiding net zo vanzelfsprekend zou zijn als combinatievoetbal en positiespel.”

van een draai- of kapbeweging 180°; naast de ‘stop and go’ move, kun je ook nog kiezen om terug te draaien en het spel voort te zetten achter de bal (door middel van een pass naar een steunende speler achter de bal, een pass naar een speler in het centrale gebied, of een dribbel naar het centrale gebied). Let wel op, van al deze terugdraaibewegingen kunnen we ook ‘stop and go’ beweging maken. Hiervoor voer je de bewegingen twee keer snel na elkaar uit.”

• In één balcontact wegdraaien; geen ruimte. • Openen op derde man; geen ruimte.”

Aanleerfasen Nathan Vossen: “De aanleerfasen zijn van geïsoleerd trainen tot de transfer naar de wedstrijd: • Fase 1: Geïsoleerd trainen van de vaardigheden met de bal. • Fase 2: Het duel 1:1 met beperkte verdediger. • Fase 3: Het duel 1:1 met actieve verdediger. • Fase 4: Het functioneel trainen van de vaardigheden en het duel 1:1. • Fase 5: De transfer naar de wedstrijd. Waarom? • Zoveel mogelijk succeservaringen nastreven. • De speler krijgt stap voor stap meer inzicht in de beweging en situatie (drukzone). • De technieken én de aandacht voor duel 1:1 kunnen in alle trainingssessies terugkomen, met toch steeds een andere invalshoek én een extra uitdaging. • De technieken kunnen jaar na jaar terugkomen, met toch steeds een andere invalshoek én een extra uitdaging.”

Hulppunten

Rugwaartse zone

Naast de aanvaller Roel Vandereycken: “De verdediger bevindt zich nu naast de balbezitter en beweegt in dezelfde richting. De aanvaller heeft drie mogelijkheden: • De verdediger de pas afsnijden richting doel op snelheid; dit is het eenvoudigste als je sneller bent of als de verdediger zich nog een beetje schuin/achter/naast je bevindt.

Roel Vandereycken: “Aanvallers en middenvelders worden vaak ingespeeld met de tegenstander in de rug. Je hebt als balbezitter in deze situatie verschillende mogelijkheden afhankelijk van de afstand tussen tussen aanvaller en verdediger: • Opendraaien naar voorwaarts duel; veel ruimte. • Voorwaartse aanname en opendraaien naar voorwaarts duel; weinig ruimte. • Balaanname en wegdraaien; geen ruimte.

Nathan Vossen: “We onderscheiden bij het trainen de technische/inzichtelijke hulppunten enerzijds en de mentale hulppunten anderzijds. • Technische en inzichtelijke hulppunten: Neem als jeugdopleider de tijd om de eigenheid en creativiteit van de speler te ontdekken. Dit kan zeer nuttige coachingsmomenten opleveren bij het aanleren van het duel 1:1 aan je spelers. Het zal je opvallen dat de meeste spelers een geheel eigen stijl hebben om hun tegenstander ‘naar huis te sturen’. Verschillende spelers zullen hun tegenstander passeren in ‘Road Runner’-stijl. Deze spelers maken het verschil puur in snelheid. Maar een jonge aanvaller die er steeds voor kiest om zijn verdediger op snelheid te passeren, komt vroeg of laat in de problemen. Wat als een

www.devoetbal trainer.nl

36-41_1v1.indd 38

16-01-13 16:04


De JeugdVoetbal Trainer

snelle internationale topverdediger je rechtstreekse tegenstander is? Door deze speler te observeren en te analyseren heb je nuttige informatie verkregen. Door hem verschillende bewegingen en inzichten in het duel 1:1 aan te reiken, is hij beter gewapend voor de toekomst. o De balaanname is een van de belangrijkste technieken. Een goede balaanname zorgt ervoor dat de bal ligt waar je hem wil hebben en dat je meer tijd hebt om de spelsituatie in te schatten. Vertrek bij het inoefenen steeds vanuit de balaanname. o Blijf steeds ‘baas over de bal’. Houd de bal steeds kort aan je voet. Raak de bal vaak met alle delen van de voet zodat je snel kunt reageren als de tegenstander de bal wil. Net als in het combinatiespel is het hierbij erg belangrijk dat de bal voortdurend van richting verandert. Kleine richting- en tempowisselingen maken de bal ongrijpbaar. o Ga recht op de tegenstander af of lok hem naar een bepaalde kant. Je zult spelers hebben die hun tegenstander liefst frontaal verdedigen (‘ga recht op je tegenstander af’). Andere spelers draaien liever explosief weg als hun tegenstander zijwaartse druk zet (‘lok je verdediger naar een bepaalde kant’). Denk even aan Messi: deze speler is super in het duel 1:1 maar zul je zelden een flitsende move zien uitvoeren. Waar ligt zijn sterkte? Messi zoekt in plaats van de verdediger heel vaak de ruimte op. Hij lokt de verdediger naar hem toe. Hierdoor moet deze verdediger het initiatief nemen en kan Messi met kleine dribbeltikjes de, vaak happende, verdediger naar huis sturen. o Niet enkel de benen, maar ook het lichaam maakt de schijnbe-

weging. Het is als aanvaller je bedoeling om je rechtstreekse tegenstander uit evenwicht te krijgen. Maak gebruik van je hele lichaam om de schijnbeweging te maken – doe alsof je met je lichaam de ene kant uitgaat en passeer langs de andere kant. o Maak je beweging op het juiste

moment; niet te vroeg en niet te laat! Je mag je beweging niet te laat uitvoeren. Door te kort te naderen kan de verdediger door één voet uit te steken de aanvaller makkelijk afstoppen. Als een speler te weinig tot succes komt met een echte verdediger voor zijn neus, kan het soms handig zijn om terug te grijpen naar een beperkte verdediger. Ook het gebruik van kleine kegeltjes, een boom of een fles kan helpen bij het inschatten van afstanden. Sommige bewegingen vragen meer ruimte (‘lange bewegingen’). Andere bewegingen kunnen met zeer weinig ruimte worden uitgevoerd (‘korte bewegingen’). Deze laatste bewegingen kunnen aangewend worden bij ‘happende’ verdedigers. Door het 1:1-duel veel te oefenen, leren de spelers afstanden in te schatten én hun bewegingen op het juiste moment uit te voeren. o Passeer je verdediger aan de kant waar er ruimte is. Steeds je ogen op het spel gericht houden. o Korte versnelling na je passeer- of schijnbeweging. Na het uitvoeren van je uiteindelijke (schijn-)beweging volgt er weer een cruciale fase. Hier wordt vaak balverlies geleden. Het is belangrijk dat na de beweging een overtuigende na-actie volgt. Een richtingverandering én een ritmeverandering. o Snij de looplijn van de verdediger af als dit kan. Vooral in situaties waarbij de verdediger zich naast je bevindt, kun je gewoon voor de verdediger inlopen. Zet hierbij je lichaam tussen de verdediger en de bal. Zo blijf je baas over de bal, zelfs als je rechtstreekse tegenstander eigenlijk sneller is dan jij. • Mentale hulppunten: De mentale beïnvloeding van jeugdspelers krijgt nog steeds veel te weinig aandacht. Het programma 1v1 domination beseft echter ten volle het belang van mentale beïnvloeding van de jonge speler. Hoe intensief we ook werken aan het duel 1:1 en de vaardigheden met de bal die hiervoor nodig zijn, het is de mentale gesteldheid van de jeugdspeler die bepaalt of 38

36-41_1v1.indd 39

39

hij op dit vlak het plafond van zijn persoonlijk kunnen kan bereiken. We willen spelers opleiden die een bepaalde lef en flair bezitten. Spelers die initiatief nemen, creatief zijn met de bal aan de voet en veel zelfvertrouwen uitstralen. Spelers die hierdoor veel succes beleven waardoor ook hun persoonlijkheid groeit. Een jeugdopleider is voor ons dan ook niet alleen een trainer die zijn trainingen geeft. Hij voldoet aan volgende criteria: o Animator: Zeker in de jongste leeftijdscategorieën is speelsheid een belangrijke factor. Ook bij de oudere jeugdspelers doet dit vaak wonderen (op het juiste moment). o Bagage: Voetbalinhoudelijke kennis en op de hoogte zijn van didactische en pedagogische beginsels. Geduld is een belangrijke eigenschap. o Autoriteit: Een zekere autoriteit uitstralen ten opzichte van spelers. o Uitnodigend en uitdagend: Via training én begeleiding een bepaalde sfeer creëren die de spelers uitdaagt om de top van hun persoonlijk kunnen te bereiken. De opleider is enorm enthousiast en tracht dit ook over te brengen op zijn spelers. Hij heeft een opgewekt humeur, ook bij de oudere categorieën. Gebruik een duidelijke, positieve manier van praten. Speel met je stem en met intonatie. Mentale begeleiding is het gericht verbeteren van de verschillende mentale vaardigheden van spelers. Reeds vanaf training 1 aan de start van het seizoen maken we de spelers hierop attent. Bij 1v1 domination werken we aan deze vijf mentale vaardigheden van de jonge spelers als basis voor het verbeteren van hun technische, inzichtelijke en fysieke prestaties: 1. concentratie 2. motivatie 3. zelfvertrouwen 4. teamgeest en communicatie 5. weerbaarheid Wij bekijken bovenstaande elementen steeds in relatie met de trainingen en wedstrijden. Dit moet echter doorgetrokken worden naar alle aspecten in de opleiding.” De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 16:04


De JeugdVoetbal Trainer

Training drukzone ‘frontaal’ Voorbeeld: Training Onder 11 – Blok 1 ‘Voorwaartse Zone’. We gaan uit van twee trainingsmoment per week bij de leeftijdsgroep Onder 11. De onderstaande voorbeeldtraining is de eerste training van week 1. Doelstellingen blok 1 (Week 1 – week 2): • Basistechnieken 1:1 specifiek: Matthews – Tik Ronaldo1 • Basistechnieken algemeen: gerichte passing binnenkant voet – aanname 90° • Basisinzichten 1:1 specifiek: belang van de eerste balaanname • Basisinzichten algemeen: breedtedimensie – spel openen door gerichte pass op flankaanvaller

Duel 1:1 met beperkte verdediger 3 spelers per rechthoek 2 ballen bij buitenste spelers • 1 speelt in op 2 • 2 neemt voorwaarts aan en passeert 1 • 2 snelle draaibeweging op achterlijn • na druk zetten krijgt 1 bal ingespeeld van 3 • 1 neemt voorwaarts aan en passeert 3 • 1 snelle draaibeweging op achterlijn • enz.

Warming up Vierkantorganisatie

Uitbreiding • 1 passt naar 3 • 3 neemt voorwaarts aan en passeert 2 en 1 frontaal • 3 snelle draaibeweging achterlijn • 3 passt naar 2 • enz.

1 speler per vierkant Iedere speler 1 bal • Jongleren • Balgevoel + snelvoetenwerk (dvd 1)

Introductie 1:1 specifieke techniek

Gradatie • 1 naar 2 • 2 legt de bal af naar 1 • 1 lange pass naar 3 • 1 naar 2 • balaanname 180° • 2 naar 3

Van vierkantorganisatie naar rechthoekorganisatie Geïsoleerd trainen 2 spelers per vierkant Experimenteren met de techniek (vanuit stilstand naar uitvoering in beweging)

Zo snel mogelijke uitvoering, toon durf Actieve maar beperkte druk: 1 en 2 mogen in hun vak de bal afpakken. Wie lukt het om twee vakken te overbruggen? 5x opdrukken!

Structureren: om en om de beweging uitvoeren van lijn naar lijn. Bij aankomstlijn steeds snelle draaibeweging (een weer klaarstaan voor de volgende beurt).

Eventueel deze laatste gradatie laten volgen door afwerken op doel. Coachen op correctheid van de uit-

Aanbrengen van de bewegingen: • A4 Matthews • B9 Tik Ronaldo1

voering (1:1 technieken, passing, aanname). Werk steeds met gradaties in dezelfde organisatie.

www.devoetbal trainer.nl

36-41_1v1.indd 40

16-01-13 16:04


De JeugdVoetbal Trainer Duel 1:1 Eenvoudige 1:1 vorm voorwaartse druk 2 grote doelen.

Wedstrijdvorm

Diagonaal inspelen en na voorwaartse aanname trachten te scoren na uitspelen verdediger.

Door middel van coaching trachten we het getrainde vaak te laten voorkomen.

Verdediger kan na balverovering scoren in het andere doel.

Motiveren en enthousiast reageren bij correcte uitvoering.

Vrije wedstrijdvorm 4:4 +2K

Iedere score is 1 punt. Mogelijk extra punten voor toepassen aangeleerde technieken.

Wedstrijdgericht – functioneel trainen Gradatie We spelen met de uitgangspositie. Hiermee leggen we al een kleine link naar de volgende training (positiespecifie, spel openen naar flankaanvaller). Doorschuiven 1-2-3-1 Wisselen van speelrichting. Coachen op correctheid van de uitvoering (1:1 technieken, passing, aanname).

Meer informatie: www.1v1domination.be info@1v1domination.be

Net zoals training 2 een vervolg is op training 1, zal ook training 3 een vervolg zijn op training 2. Het is niet nodig als opleider steeds superinnoverend te zijn. Door bekende vormen steeds opnieuw te gebruiken en moeilijker te maken, is de link voor de spelers vaak veel duidelijker en zullen er meer leermomenten optreden (door de herhaling en de geleidelijke gradatie).

Integratie pass – kaats – aanname – afwerken op doel Basisinzichten: spel openen door gerichte pass op flankaanvaller • 1 speelt dubbelpass met 2 en opent breed op 3 • 3 dribbelt richting doel • 4 zet druk • pakt 4 de bal af, scoren door de bal stil te leggen op de zijlijn Doorschuiven 1-2-3-4-1

Op de website van De Voetbaltrainer vindt u vier fragmenten van de dvd-box 1v1 domination. Verder kunnen mediatheekabonnees nog eens dertien andere technische vaardigheden (oefeningen voor balgevoel en snelvoetenwerk) in videofragmenten terugvinden

Afwisselend linkse en rechtse flank uitvoeren Gradatie • 2 neemt voorwaarts aan en verandert van richting door snelle draaibeweging • strakke inspeelpass op 3 • 2 draait 180° door (initiatie) • 3 kan met behulp van 2 tot doelkans komen • (keuze actie-passing) Volgende training deze vorm uitbreiden.

40

36-41_1v1.indd 41

41

De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 16:04


A-JEUGD

Manie r van spe le n

Dick Boon is zijn hele leven al bij DOVO betrokken. Hij doorliep er zelf alle selectieteams en kwam met het tweede elftal ruim twaalf jaar uit op hoofdklasseniveau. Naast DOVO kwam hij bij De Merino’s nog een seizoen uit in het eerste elftal. Als trainer stond Boon een jaar aan het roer van het tweede team bij VRC en trainde bij DOVO diverse jeugdteams. Vorig seizoen trainde hij de C1, dat in de tweede divisie speelde. Dit jaar leidt Boon de A1, waarmee hij uitkomt in de vierde divisie landelijk.

Dick Boon: “De A1 is vorig seizoen gepromoveerd met vrijwel allemaal tweedejaars spelers. Dat heeft wel de nodige consequenties gehad voor de manier waarop we het huidige seizoen zijn ingegaan. Want de promotie naar de vierde divisie viel daardoor samen met een vrijwel nieuw A1-team. Van de tweedejaars zijn maar zes spelers gebleven en de A1 wordt gecompleteerd door twaalf eerstejaars. Ook al staat opleiden voorop, we willen natuurlijk wel in die vierde divisie blijven. Bij de club spelen we met alle elftallen 1:4:3:3. Wij spelen met A1 met de punt naar achteren, dus met één controleur en twee aanvallend ingestelde middenvelders. Dit kunnen we doen, omdat mijn laatste linie erg sterk is en in deze divisie zie je toch nog geregeld ploegen die de lange bal hanteren. Doordat mijn aanvallende middenvelders diep staan, halen wij veel lange ballen eruit en staan bij balverlies gelijk dichtbij de bal. Daar begint dus het omschakelen van aanvallen naar verdedigen al. Mijn 8 is de controleur en het is een speler die die taak de hele wedstrijd volhoudt. Om goed te kunnen schakelen van aanvallen naar verdedigen, is het wel een voorwaarde om op het middenveld je bezetting op orde te hebben.”

M a teri a a l b e p a a l t Dick Boon: “Ik denk dat je als A1-trainer gerust kunt kijken naar je spelersmateriaal en op basis daarvan accenten kunt leggen. Als ik die sterke verdedigers niet had, speelden we op het middenveld zeker met de punt naar voren in plaats van de punt naar achteren. Daardoor kun je, bij balverlies, kwetsbaar zijn in de linie tussen het middenveld en verdediging. Ik wil dus ook dat iedereen, wetende dat we zo aanvallend spelen, gelijk meedoet in het omschakelen. Tot op heden pakt onze aanvallende manier van spelen wel goed uit, want we staan in de subtop. Aan het omschakelmoment van aanvallen naar verdedigen besteden wij heel veel aandacht op de training. De oefenvorm die ik hier heb uitgewerkt doen we iedere twee weken. Het is een ogenschijnlijk simpele vorm, maar doordat je dit doorlopend herhaalt weten de spelers zelf steeds beter wat omschakelen inhoudt en vooral ook dat het staat of valt met samenwerken.”

VOLG

De VoetbalTrainer

O mschak e lmoment Dick Boon: “De eerste tien minuten in een wedstrijd zetten wij geen druk op de achterhoede van de tegenpartij. Dat is omdat wij eerst willen bekijken wie de minste opbouwer is. Na een minuut of tien doen we dat wel en daarbij proberen we dus ook zo vroeg mogelijk de bal te veroveren. We hebben veel balbezit voorin. Op het moment dat wij daar balverlies lijden, zakken we eerst iets terug en houden de tegenstander als het ware op. Door eerst in te zakken en te hergroeperen, proberen we te voorkomen dat we tegen een counter aanlopen. Met die behoudendheid is niets mis, maar het gaat wel om het maken van duidelijke afspraken. En die afspraken moet je, ook bij A-junioren, steeds blijven herhalen. Dat gebeurt in gesprekken, maar daarnaast ook op trainingen en in de wedstrijdbespreking. Want het nadeel van het werken met veel eerstejaars kan zijn dat je niet veel leiders in je ploeg hebt die de boel opjutten zodra er moet worden omgeschakeld. Bij ons is dat het geval. Jongens durven elkaar niet altijd neer te zetten en dat is ook een proces waar je als trainer dan weer druk mee bent. In trainingen moet je als trainer dan ook erg fel zijn op die omschakelmomenten en ook veel situatief coachen. Door situatief te blijven coachen en te blijven herhalen merk je dat je spelers meekrijgt en dat ze elkaar ook gaan sturen. Inmiddels beginnen we bepaalde teams voor de tweede keer tegen te komen en zijn de jongens onderling al bezig met hoe er de vorige keer gespeeld is. Dat is pure winst.”

www.devoetbal trainer.nl

42-43_A-Jeugd.indd 42

16-01-13 16:03


De JeugdVoetbal Trainer

Tr a i n i n g s v o r m Doel

• verbeteren van het snel terug veroveren van de bal nadat er balverlies is geleden

Organis atie

• het veld is 30 meter breed en 30 meter lang • 15 hesjes in 3 verschillende kleuren • voldoende ballen rondom het veld Inhoud

• in het vierkant wordt 10:5 gespeeld • zodra iemand van het tiental de bal verspeelt, wordt zijn •

2

hele team de verdedigende partij er kan worden gescoord door de bal tien keer rond te spelen

3 4

1

Coaching

• ‘Reageer gelijk na balverlies, blijf niet staan.’ • ‘Zet gelijk met je vijven druk.’ • ‘Coach elkaar en let op elkaars positie.’ • ‘Sta op je voorvoeten als je dichtbij je tegenstander bent.’ Methodiek

• maximaal twee keer raken • zodra je ziet dat slechts drie van de vijf spelers omschakelen, laat je het hele vijftal opdrukken

• variëren met aantallen (6:3, 8:4 of 12:6)

42

42-43_A-Jeugd.indd 43

43

De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 16:04


B-JEUGD

Doe lste lling

Niek Nooijen is voor het zesde jaar actief als trainer bij SV Houten. Nooijen trainde de D1, behaalde het jaar daarna als assistent bij de B1 het diploma TC2 en zat daarna twee jaar bij de C1. Hij traint de B1 nu een jaar. Nooijen is voor het vierde jaar zelfstandig trainer bij de club waar hij ook van de C1 tot en met de A1 speelde. Daarnaast is hij actief als coach in het Jeugdplan Nederland voor de KNVB in het district West I.

Niek Nooijen: “Wij spelen 1:4:3:3, met twee controlerende en een diepe middenvelder. De speelwijze heb ik afgestemd op de aanwezige kwaliteit in de selectie en in overleg met de spelers zelf. We hebben bijvoorbeeld duidelijke uitgangspunten geformuleerd als het gaat over omschakelen van aanvallen naar verdedigen. Het gaat er in eerste instantie om dat we willen voorkomen dat de tegenstander na balverovering de eerste of tweede bal diep kan spelen. Hierdoor ontstaan er automatisch eisen aan de handelingen die spelers moeten uitvoeren. Na balverlies in de buurt van de bal gelijk drukzetten bijvoorbeeld, of juist een ballijn door het centrum afschermen als je verder van de bal af bent. Spelers moeten daarbij vooral leren om ruimte te verdedigen in plaats van een vaste tegenstander te dekken. Ik werk heel planmatig om bepaalde doelstellingen te halen en benoem ook het beoogde resultaat. We willen voorkomen dat de eerste of tweede bal wordt diepgespeeld, met als concreet resultaat dat de spitsen niet worden aangespeeld. Vervolgens kijken we vanaf de zijkant hoe dat gaat. Als het lukt om de diepe bal eruit te halen, gaan we wat verder. Kunnen we de bal bijvoorbeeld al snel weer terug veroveren? Van tegenhouden verschuift de doelstelling naar veroveren. Ook dan observeren we weer. Als dat veroveren dan nog niet lukt, wat moet er dan veranderen? Eerder drukzetten? Dat soort zaken kun je heel goed bespreken met B-junioren.”

S p e lb e d oe ling V er sc hi l l e n Niek Nooijen: “Doordat ik zelf ook aan het roer heb gestaan bij D-pupillen en C-junioren kan ik duidelijk het verschil aangeven met de B-leeftijd. Bij de D ben je veel bezig met algemene uitgangspunten binnen het team, bij de C verschuift dat naar linie en bij de B ga je steeds dieper in op het individuele handelen van spelers. Dit komt met name tot uiting in verschillende typen spelsituaties waarin moet worden omgeschakeld. Iedere situatie is tenslotte anders en dit maakt het omschakelen situatieafhankelijk. Waar wordt de bal bijvoorbeeld verloren? En welke speler van de tegenstander verovert de bal en op welke wijze? Welke spelers van ons zijn er nog achter de bal en welke daarvan is het dichtste bij de bal? Deze dynamiek in spelsituaties stuurt het individuele handelen in factoren als het moment, de richting en de snelheid van bijvoorbeeld drukzetten, omdat er telkens weer net iets anders gevraagd wordt.”

VOLG

De VoetbalTrainer

Niek Nooijen: “Ik zet de spelbedoeling centraal: wat levert het aanvallen, verdedigen en omschakelen concreet op? Neem in dit geval het omschakelmoment van aanvallen naar verdedigen. Het gaat eerst om dieptespel voorkomen en vervolgens kijken we of we de bal al snel terug kunnen veroveren. Zo ga ik stapsgewijs door elke teamfunctie heen. En steeds weer evalueren. Hoe hebben we het, binnen het omschakelen, nu eigenlijk gedaan? Wat levert het omschakelen precies op en wat willen we bereiken? Welke handelingen worden er dan van de spelers verwacht? Voor de trainingen geldt ook dat de spelbedoeling centraal staat. Stel er komen tien situaties voor tijdens een partijspel, waarbij er moet worden omgeschakeld. Van die tien keer lukt het de tegenpartij om acht keer de bal snel diep te spelen. Als trainer kun je dan door situatief te coachen spelers bewust maken waar dat mee te maken heeft. Waardoor lukt het de tegenpartij om snel diep te spelen en welk handelen wordt er van de eigen partij gevraagd om dat beter te voorkomen? Op die manier geeft het beoogde resultaat richting aan het handelen van de spelers. Andersom, als de tegenpartij de bal steeds breed of terug moet spelen, waardoor het hele team weer achter de bal kan komen, dan kan er meer gevraagd worden van de spelers. Bijvoorbeeld dat we pas tevreden zijn als we vlak na balverlies de bal al terug kunnen veroveren. Op de training gaat het er dan wel om dat je eerst de voorwaarden creëert waarin veel omgeschakeld moet worden. Ik zeg dan bijvoorbeeld dat er snel diep moet worden gespeeld of dat er snel moet worden gescoord, zodat er regelmatig balverlies geleden wordt.”

www.devoetbal trainer.nl

44-45_B-Jeugd.indd 44

16-01-13 16:03


De JeugdVoetbal Trainer

Tr a i n i n g s v o r m

1

Doel

• verbeteren van het storen door het hele team, wanneer

4

3

2

de bal rondom de middenlijn verloren wordt met als resultaat dat de tegenstander niet direct diep kan spelen richting de aanvallers op onze helft

10

6

• er wordt gespeeld op een heel speelveld • voldoende ballen naast het doel van de te coachen partij

8

Inhoud

5

• partijspel 11:11 • na iedere uitbal en na ieder doelpunt neemt de keeper

4 5

10

2

7

7

3

8

Organis atie

5

9

11

6

11 2

van de eigen partij de bal uit, waarbij de eigen partij zo snel mogelijk probeert om tot scoren te komen (dus snel diep spelen)

4

9 1

3

1

Coaching Team ‘Maak de speelruimte snel klein.’ ‘Zet druk in de buurt van de bal.’

• • • ‘Houd het centrum dicht en dek de ruimte af in een positie verder weg van de bal.’

Aanvallers ‘Beweeg naar binnen om de pass door het centrum te voorkomen en daarmee de tegenstander terug te dwingen.’ ‘Zak zo snel mogelijk in om tussen de bal en ons doel te komen.’

• •

Middenvelders ‘De dichtstbijzijnde speler achter de bal geeft druk op het buitenste been van de balbezitter van de tegenstander zodanig dat de weg naar de aanvallers van de tegenstander aan de balkant dicht gehouden wordt.’

• ‘De halfspeler aan de andere kant van de bal •

beweegt naar binnen om de dieptepass door het centrum te voorkomen.’ ‘6 en 8 komen dicht bij elkaar, zodat de halfspeler aan de kant van de bal eventueel de weg naar 9 van de tegenstander kan afschermen.’

Verdedigers ‘Kort dekken aan de kant van de bal.’ ‘Kantelen en knijpen indien je verder van de bal af bent.’ ‘Houd druk naar voren als team door kort op de middenvelders te blijven spelen.’ ‘Houd druk op directe tegenstander als die wordt ingespeeld door deze terug te dwingen of een aanval op de bal te doen.’

• • • •

Keeper ‘Kies snel positie voor het doel om de ruimte achter de laatste linie te bespelen, waarbij het directe gevaar van een schot op doel altijd voorkomen moet worden.’

Methodiek

• de eigen partij probeert niet alleen direct

dieptespel van de tegenpartij te voorkomen, maar probeert de bal ook snel te veroveren na balverlies rondom de middenlijn

44

44-45_B-Jeugd.indd 45

45

De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 16:03


C-JEUGD

W inne n

Rudy Provoost is al meer dan zeven jaar actief als trainer bij PH Almelo. Hij trainde er de mini’s, de F- en E-pupillen en staat nu aan het roer bij de C1, waarmee hij uitkomt in de tweede divisie landelijk. Het afgelopen seizoen heeft hij op de velden van sv Enter de E-pupillen voor de KNVB getraind. Dit seizoen is hij door datzelfde sv Enter gevraagd om de F- en E-trainingen op te zetten volgens het KNVB-principe 4:4.

Co n tr o l e Rudy Provoost: “Als je praat over controle hebben in de wedstrijd, is het omschakelmoment van aanvallen naar verdedigen hét belangrijkste moment. Als je het steeds kunt opbrengen om goed om te schakelen van aanvallen naar verdedigen en de bal snel herovert, heb je constant controle. Om dit goed uit te voeren, heb je een bepaald type speler nodig. Jongens die een winnaarsmentaliteit hebben en de bal koste wat kost terug willen hebben. Door als trainer de speler bewust te maken dat ze het duel niet alleen proberen te winnen, maar ook daadwerkelijk willen winnen, kweek je winnaarsmentaliteit en draag je bij aan een verbetering van het omschakelmoment van aanvallen naar verdedigen.”

VOLG

De VoetbalTrainer

Rudy Provoost: “Ook al staat plezier in de C nog steeds voorop en moet je van daaruit werken, kijk je in de pupillen nog veel meer naar het kind in plaats van naar de voetballer. Je merkt dat C-junioren ten opzichte van de D zelf ook veranderd zijn. Ze zijn druk met zichzelf, hun positie in het team, hormonen gaan een rol spelen et cetera. Als je bijvoorbeeld een duel aangaat moet je dat doen om te winnen. En dat winnen gebeurt volgens mij eerst in het hoofd en dan volgt pas het fysieke van een duel. Het bereid zijn om te schakelen van aanvallen naar verdedigen is volgens mij dus ook vooral een mentaal aspect, een andere mindset. En dat is wel te trainen. In mijn gestructureerde manier van trainen en denken heb ik veel ondersteuning van mij assis­ tent-trainer, Jeroen Schwarte.”

Rode d raad Rudy Provoost: “Bij het afwerken op het doel door spelers tijdens de warming up, zeg ik altijd dat de eerste bal rustig moet. Maar daarna moet je gewoon altijd willen scoren. Of je nu zacht of hard inschiet. Dat willen winnen moet als een rode draad door alles wat die jongens doen heen lopen, zonder plezier te verliezen. De input voor de trainingen komt grotendeels voort uit de problemen die ontstaan in de wedstrijd. Toch ben ik ook wel bezig met een rode draad. Elke wedstrijd kunnen er immers weer andere problemen ontstaan. Het is ook goed om buiten die zaterdag te werken aan een vaste manier van spelen en daarop te trainen. Natuurlijk heb je binnen de jeugdopleiding min of meer uniforme afspraken. Dat kan liggen in de manier van spelen, 1:4:3:3 bijvoorbeeld, of in de afspraken qua speeltijd. Bij ons moet elke speler minstens 65% van alle mogelijke minuten spelen en we houden dat bij. Wat speelwijze betreft hangen de details wat uitvoering betreft volgens mij wel af van het aanwezige spelersmateriaal. Soms moet je wat meer inzakken en soms zet je gelijk druk. Ik merk dat het bij C-junioren alle kanten op kan. Met name in het begin van dit seizoen kwamen we in situaties waarin we zelf een kans hadden, maar dat de tegenstander in de tegenaanval scoorde. We schakelen dan slecht om en de controlerende middenvelders staan te ver voor de bal. Het is een proces van bewustwording dat ik wel typerend vind voor de C.”

O mschak e le n Rudy Provoost: “Ik heb twee controlerende middenvelders (6 en 8), die beiden veel mee naar voren gaan. Op het moment dat we balverlies lijden, hebben zij de opdracht gelijk zo dicht mogelijk tegen de 10 aan te kruipen. Ik vind het belangrijk dat de drie middenvelders gelijk zo compact mogelijk staan, zodat de dieptebal naar de spits niet gegeven kan worden. Natuurlijk is het onder de 10 komen afhankelijk van waar de 10 zich op dat moment bevindt, maar het is voor 6 en 8 wel heel concreet. Na balverlies gelijk dicht tegen de 10 aankruipen valt goed te controleren en is visueel. Daarnaast hebben de aanvallers tegelijkertijd de opdracht om gelijk druk te geven op de bal. Twee aanvallers zetten druk op de bal, de ander komt eronder en het middenveld houdt de boel bij elkaar.”

www.devoetbal trainer.nl

46-47_C-jeugd.indd 46

16-01-13 16:03


De JeugdVoetbal Trainer

1

Tr a i n i n g s v o r m Doel

3

1

• verbeteren van het omschakelen nadat er balverlies is geleden op de helft van de tegenstander

11

2

6

Organis atie

• er wordt gespeeld op iets meer dan een half speelveld • voldoende ballen in het doel van de niet te coachen partij • voldoende hesjes en 4 pylonen om de achterlijn te

4 9

8

10

5 10 8

7 1

6

maken

Inhoud

• partijspel 7 + K : 6 • te coachen partij kan scoren in het doel met de keeper • niet te coachen partij kan scoren in de twee kleine doeltjes

• op een gegeven moment speelt de trainer een bal naar •

een verdediger van de niet te coachen partij en moet er omgeschakeld worden de speler die op het moment van inspelen door de trainer in balbezit was laat de bal liggen

Coaching

• ‘Zodra de bal door de trainer wordt ingespeeld gelijk het veld zo klein mogelijk maken.’

• ‘Kantel naar de balkant en ondersteun elkaar.’ • ‘Het is essentieel dat de spits de eerste is die druk zet.’ • ‘De 8 en 6 kruipen dichtbij de tien om de tegenstander te dwingen naar de zijkant te spelen.’

Methodiek

• het veld langer maken • met buitenspel spelen • als trainer in plaats van een verdediger de keeper inspelen, zodat de te coachen ploeg meer tijd krijgt om te hergroeperen

46

46-47_C-jeugd.indd 47

47

De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 16:03


D-JEUGD

Nive au

Erik Wormmeester is al ruim 36 jaar lid van Velocitas 1897 uit Groningen. Op zijn zestiende maakte hij zijn debuut in het eerste elftal, dat destijds uitkwam in de eerste klasse. Ruim vijftien jaar speelde hij er in de senioren, voordat hij zich op het trainersvak stortte. Wormmeester traint nu de D1 en de C1, een groep spelers waar hij al vijf jaar trainer van is. Met Velocitas 1897 D1 komt hij uit in de tweede divisie landelijk.

H oof dm o m e n t e n Erik Wormmeester: “Als ik kijk naar de drie hoofdmomenten aanvallen, verdedigen en omschakelen - mag duidelijk zijn dat het laatste ook veruit het moeilijkste is voor D-pupillen. Dit heeft verschillende redenen. Het hoofdmoment omschakelen kwam in de E-pupillen niet of nauwelijks aan bod, omdat er op een half speelveld gespeeld werd en er altijd wel iemand stond om een tegenaanval op te vangen. Daar komt bij dat de meeste D-pupillen aanvallen simpelweg het leukste vinden, op een paar jongens na die wel als verdediger willen spelen. Omschakelen hoort er eigenlijk niet bij. Dat is een interessant proces, waar je als D-trainer direct mee wordt geconfronteerd. Want goed en snel omschakelen is erg belangrijk. Zeker op het niveau van de tweede divisie landelijk.”

Erik Wormmeester: “Het mooie aan het werken met D-pupillen is dat ze erg leergierig zijn en waarderen dat je betere spelers van ze wilt maken. Tegelijkertijd is het ook een uitdagende groep, want de verschillen zijn soms enorm. De één gedraagt zich als een zestienjarige en de ander als achtjarige. De één is al echt een leider en de ander heeft last van wedstrijdspanning. Daar kun je als trainer mee spelen. We hebben een jongen die een leidersrol vervult expres geen aanvoerder gemaakt. Dit omdat hij van nature de rol van aanvoerder toch al op zich neemt. De laatste man, van wie ik vind dat hij juist meer moet gaan praten en sturen, is aanvoerder. Ik hoop hem door die verantwoordelijkheid te geven meer aan het praten te krijgen. Met Velocitas 1897 D1 spelen we nu tweede divisie en dat is een erg hoog niveau voor onze club. Het is niet zo dat we op dit moment met alle jeugdteams hetzelfde spelen. Maar ik vind dat geen probleem, want je houdt toch rekening met de verschillen in niveau waarop de diverse standaardteams spelen. We streven er wel naar dat binnen een paar jaar alle selectieteams minimaal op hoofdklasseniveau spelen.”

T raininge n Erik Wormmeester: “Ik train veel op omschakelen, vooral in partijtjes 1:1, 2:2 en 4:4. Ik deel jongens dan zó in dat ik weet dat ze het moeilijk gaan krijgen en veel moeten omschakelen. Je merkt vooruitgang, want sommige spelers kiezen nu in het veld al in balbezit een positie (doordekken en inschuiven), waardoor ze minder hoeven te lopen zodra er balverlies wordt geleden en dus gelijk druk kunnen zetten op de man in balbezit. Bij trainingsvormen waarin omschakelen aan bod komt is ook altijd iets te winnen of te verliezen. De vorm 1:1 + 2 (zie oefenvorm, red.) doen we eigenlijk elke maand. Ik vind ook niet dat je eindeloos veel verschillende vormen bij D-pupillen hoeft te verzinnen. Het herhalen van oefenvormen maakt ook dat spelers patronen en bedoelingen beter begrijpen. We beginnen klein en als het beter gaat worden de groepen groter. Ik wil eindigen met 7:7 of 8:8.”

Ke uz e s mak e n Erik Wormmeester: “Het belang van het maken van een keuze over hoe we reageren bij balverlies is essentieel. Het is in mijn ogen óf gelijk druk zetten, óf eerst inzakken. Als je daar niets over afspreekt en er is verdeeldheid binnen het team, wordt dat afgestraft. In de wedstrijdbespreking gaat het dus ook over de manier waarop we dit oppakken. De ene keer kiezen we ervoor direct druk te zetten en een andere keer zakken we wat in. Dat ligt bijvoorbeeld aan de kwaliteiten van de tegenstander. Het is wel heel belangrijk dat iedereen beseft wat de gemaakte keuze is, want anders gaat de ene helft jagen en de andere helft inzakken. Dus wat gaan we doen en waar gaan we dan druk zetten? En natuurlijk moet je dan vanaf de kant nog wel bijsturen. Mijn spits bijvoorbeeld, heeft de neiging gelijk te gaan jagen, ondanks dat we hebben afgesproken om in te zakken. Maar na één of twee keer coachen pakt hij het op.”

VOLG

De VoetbalTrainer

www.devoetbal trainer.nl

48-49_D-jeugd.indd 48

16-01-13 16:03


De JeugdVoetbal Trainer

1

Tr a i n i n g s v o r m

6 5

Doel

3 4

2

• verbeteren van het omschakelen nadat er balverlies

9

geleden is

Organis atie

10

• het veld is 30 meter breed en 40 meter lang • 5 blauwe hesjes en 4 rode hesjes • voldoende ballen rondom het veld • 6 pylonen • 1 groot doel en 2 kleine doelen

11 12

Inhoud

• 1:1 + 2 • de spits probeert de verdediger uit te spelen • de verdediger zorgt dat er niet gescoord wordt • zodra de verdediger de bal afpakt, wordt hij aanvaller en gaat de spits verdedigen

• zodra de verdediger de bal afpakt, komt er voor

beide spelers een teamgenoot in het veld waarna 2:2 uitgespeeld wordt de aanvaller kan scoren in het grote doel

• • de verdediger kan scoren in de kleine doeltjes Coaching

Verdediger ‘Herken het moment om een aanval op de bal te gaan doen.’ ‘Sta op je voorvoeten als je dichtbij je tegenstander bent.’ ‘Ga niet te snel naar de grond met een sliding, maar blijf naar de bal kijken.’ ‘Kijk bij balverovering gelijk naar de bijkomende speler aan de zijkant.’ ‘Werk samen met je medespeler en houd tempo in je actie.’

• • • • •

Aanvaller

• ‘Reageer gelijk na balverlies, blijf niet staan.’ • ‘Maak een actie als je vlakbij de verdediger bent.’ • ‘Sta op je voorvoeten als je dichtbij je tegenstander bent.’

• ‘Werk na balverlies gelijk samen met je medespeler door druk te zetten.’

Keeper ‘Bespeel de ruimte tussen de verdediger en het doel.’

Methodiek uitbouwen naar 2:2 met na het omschakelen voor beide partijen een derde speler maximale tijd instellen voor de spits om te scoren, zodat hij meer tempo maakt en eerder balverlies lijdt

• •

48

48-49_D-jeugd.indd 49

49

De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 16:03


- advertorial -

W FA NI EU W S

WWW.WORLDFOOTBALLACADEMY.NL

‘Topcoaches zijn levenslang studenten van het spel!’ Ruim 300 bezoekers op 3e Nationale Voetbal Symposium Op 28 november 2012 bezochten ruim 300 coaches, stafleden en studenten de Amsterdam ArenA in het kader van “Het analyseren van voetballen”. Voornamelijk internationale experts gaven hun visie op dit thema, waaronder: Mark Williams (‘s werelds beste onderzoeker naar spelinzicht), Fergus Connolly (specialist in overtraining bij FC Liverpool), Damien Comolli (ex-Spurs en Liverpool) en Andy Barr (Man. City en New York Knicks). Het programma voor de medische staf richtte zich op het voorkomen van heupblessures en overtraining. Verder sprak Marco van Basten openhartig over zijn ontwikkeling als coach en het symposium werd afgesloten middels een interview met Co Adriaanse, die innovatie als sleutelwoord noemt voor iedere coach.

Vervolgcursus psychologie met Bill Beswick

Aankomende events

Op 26 en 27 februari krijgt de cursus over psychologie met Bill Beswick een vervolg. De succesvolle editie in 2012 waar bijna 70 trainers, coaches en spelers aan deelnamen, wordt herhaald en uitgebreid met een verdiepingssessie. Tijdens de basiscursus leert u over: de kracht van attitude, het bouwen van een winnaars mentaliteit zowel voor het individu als het team, de coach als psycholoog. Tijdens de vervolgcursus leert u teamcultuur en cohesie op te bouwen, teammotivatie te handhaven, team-EQ te ontwikkelen en de druk op wedstrijddagen en bij het winnen van de grote wedstrijd te managen.

26 februari 1-daagse Basiscursus Van voetballen naar psychologie met Bill Beswick 27 februari 1-daagse Vervolgcursus Van voetballen naar Psychologie met Bill Beswick 13 maart 1-daagse Basiscursus Voetbaltechniektraining met Marcel Lucassen 27 maart 1-daagse Basiscursus Periodiseren van voetballen met Jan Zoutman 23-24 april 2-daagse Vervolgcursus Voetbaltechniektraining met Marcel Lucassen 26 april 1-daagse Basiscursus ‘Contacttrauma, de kaak en de tanden’ 8 & 29 mei 2-daagse Vervolgcursus Periodiseren van voetballen met Jan Zoutman

NIEUW: cursussen Voetbaltechniektraining Deze cursussen staan onder leiding van Marcel Lucassen. Marcel is sinds 2008 individueel techniek- en tactiektrainer bij de DFB onder 15 t/m onder 21. Hij leidt vaak de teamtrainingen met als accent de individuele ontwikkeling van toptalenten. Tijdens deze cursussen leert u voetbaltechniek te analyseren en specifieke trainingsvormen te ontwikkelen die voetbalhandelingen verbeteren. Er zullen praktijksessies plaatsvinden, die worden opgenomen en geanalyseerd met behulp van het ‘Voetbaltechniek-analyse model’. Deze analyse resulteert uiteindelijk in specifieke trainingsvormen. Tijdens de vervolgcursus worden de belangrijkste voetbalhandelingen (aannemen, passen, vrijlopen en druk zetten) geanalyseerd, getraind en geëvalueerd.

Cursus ‘Sluipmoordenaars in Voetbal’ Deze cursus behandelt de verborgen rol van contacttrauma, de kaak en de tanden. De voetbalostheopaten Frédéric Van Burm en Thomas D’havé presenteren tijdens deze 1-daagse cursus hun jarenlange ervaring in de behandeling van voetballers. Ze reiken u nieuwe inzichten en handvatten aan om uw spelers anders te bekijken en zelf een aantal verrassende verborgen zwakheden te detecteren. Meer informatie en inschrijving: www.worldfootballacademy.nl/agenda

Abonnees van De Voetbaltrainer krijgen 15% korting met couponcode: DVT13WFA

Contact World Football Academy NL Contactpersoon: Vincent van Driel Burg. Stramanweg 102T 1101 AA Amsterdam Postbus 48 1190 AA Ouderkerk a/d Amstel T: 020 - 472 1992 E: info@nvacademie.nl

WORLD FOOTBALL ACADEMY NEDERL AND voor coaches, stafleden en spelers


Iedereen heeft

nummer

Voetbaltalent 4

GEEN TALENT MAG VERLOREN GAAN

Opleidingen Technisch Jeugdcoรถrdinator

Voetbalontwikkeling Mini-pupillen

trainers.voetbal.nl

51_Cover KNVB.indd 51

De Voetbaltrainer 191 2013

16-01-13 16:07


Opleidingen

Tekst: Tino Stoop

Het maken van beleid begint in de praktijk

Technisch Jeugdcoördinator De KNVB streeft ernaar om verenigingen, die zich verder willen ontwikkelen, te helpen. De kernbegrippen ‘duurzaamheid’ en ‘maatwerk’ zijn in het artikel over Opvallend gedrag (De Voetbaltrainer 189) besproken. Dit artikel is het tweede in de reeks die gaat over de initiatieven die de KNVB Academie neemt om verenigingen te ondersteunen.

Er gebeurt doorgaans heel veel in een vereniging. Veel zaken zijn structureel goed geregeld en het is duidelijk wie welke taken heeft en bepaalde werkzaamheden op zich neemt. Maar ook gebeuren er wel eens onvoorziene dingen in een vereniging, die vallen onder de noemer ‘pleisters plakken’. Ad hoc wordt een oplossing bedacht en daar blijft het op dat moment dan bij. Om continuïteit in de vereniging te waarborgen is het echter wenselijk om een (technisch) jeugdcoördinator te hebben.

Profiel Vrijwel iedereen weet precies wat een (jeugd)trainer-coach doet. Hij geeft

trainingen, coacht tijdens de wedstrijden en begeleidt zijn spelers. Over dat wat een Technisch Jeugdcoördinator (TJC) doet, bestaat geen eenduidig beeld. Zorgt hij voor de organisatie en de voorwaarden, zodat de jeugd kan voetballen? En houdt hij zich ook bezig met de inhoudelijke kant van de zaak? Vaak begeleidt hij jeugdkader, maar werft en beoordeelt hij ook? Aan wie legt hij verantwoordelijkheid af? Over welke kennis, vaardigheden en eigenschappen moet zo’n TJC eigenlijk beschikken? Zo maar een paar vragen die beantwoord moeten worden om een TJC naar behoren te laten functioneren in de jeugdafdeling van een voetbalvereniging.

KNVB neemt alledaagse praktijk als uitgangspunt Voetballen De KNVB streeft ernaar om verenigingen te helpen bij het vinden van een antwoord op de volgende vraag: ‘Wat heb je nodig om een jeugdspeler te laten voetballen in een vereniging?’ Het uitgangspunt is het spelen van het spel; voetballen is dus het startpunt. Voor een Technisch Jeugdcoördinator

www.devoetbal trainer.nl

52-53_TJC.indd 52

16-01-13 16:07


Voetbaltalent Trainen, coachen en begeleiden

organiseert en als procesbewaker optreedt. Zowel organisatorische als inhoudelijke zaken moeten op orde zijn om elke keer weer te zorgen dat spelers kunnen trainen, spelen en zich met plezier kunnen ontwikkelen.

Foto’s: KNVB.nl

Beleid

is het van groot belang voldoende kennis en ervaring te hebben van de zaken die nodig zijn in de alledaagse praktijk.

De praktijk Wat moet er allemaal gebeuren wanneer ik als trainer-coach op woensdagmiddag om 17.00 uur wil trainen met mijn team? • Wie zorgt ervoor dat de kleedkamer en de kantine open zijn als ik om 16.30 uur arriveer? • Wie is verantwoordelijk voor (de sleutel van) het materialenhok? • Op welke wijze zijn/worden de beschikbare materialen (ballen, hesjes, dopjes, doeltjes) verdeeld?

Online: trainers.voetbal.nl

52-53_TJC.indd 53

•W  ie maakt de veldindeling wanneer er meerdere teams tegelijkertijd op het veld staan? • Waar kan ik terecht op het moment dat ik vragen heb over de oefenstof? • Wie vertelt mij hoe ik met ouders moet omgaan die vragen hebben over de teamindelingen? • Wie neemt het initiatief om een keer per maand met de trainer-coaches van de onderbouw bij elkaar te komen? • Wie zorgt dat de procedure bij (ernstige) blessures duidelijk is? Deze vragenlijst is niet compleet, maar bevestigt wel dat het noodzakelijk is dat er ‘iemand’ is die dit regelt,

52

53

Op enig moment ontstaat er de behoefte om de praktijkervaringen vast te leggen, om te voorkomen dat elk jaar omstreeks april dezelfde vragen moeten worden beantwoord. Lopende, praktische zaken moeten dus worden verzameld, geordend en voor ieder jeugdkaderlid beschikbaar zijn. Behoeftes constateren is één, het creëren van draagvlak is de volgende stap. Draagvlak is nodig om gemeenschappelijke uitgangspunten verder uit te werken: ‘Wat is onze visie, missie en ambitie?’ Wanneer dat gebeurt, is er sprake van een eerste aanzet tot het maken van beleid. Beleid ontstaat dus in de praktijk en niet aan de tekentafel van enkele liefhebbers. De herziene KNVB-uitgave van Blauwdruk van het Jeugdvoetbalbeleidsplan biedt hiervoor handvatten.

Praktijk en beleid De relatie tussen praktijk en beleid is de basis voor het succesvol functioneren van een jeugdafdeling van een

Beleid

Praktijk

De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 16:07


Opleidingen

voetbalvereniging. Het is een continu, doorlopend proces zoals het schema laat zien.

KNVB-opleidingen Welke opleidingen kunnen verenigingen helpen om hiermee aan de slag te gaan? Sinds enige jaren verzorgt de KNVB TJC III en TJC II: opleidingen voor Technisch Jeugdcoördinator. De kerntaken van TJC III zijn: 1. Uitvoeren technisch beleid en organiseren van voetbalactiviteiten 2. Aansturen kader De kerntaken van TJC II zijn: 1. Ontwikkelen en implementeren van de randvoorwaarden van technisch beleid als basis voor een optimaal jeugdvoetballeerproces 2. Ontwikkelen kader Tijdens de opleiding TJC III wordt voornamelijk aandacht besteed aan de uitvoering van technisch beleid, terwijl de TJC II zich richt op het ontwikkelen en implementeren daarvan.

Ervaring De praktijk heeft geleerd dat het praktisch gezien moeilijk is om het uitvoeren van technisch beleid los te koppelen van het ontwikkelen en implementeren. Daarom heeft de KNVB goed gekeken naar hoe de verenigingen deze taken nu uitvoeren. Vervolgens zijn op basis van deze praktijkervaringen de TJC III en TJC II herzien en daarnaast is ook een nieuwe opleiding ontwikkeld, die aansluit op hoe de functie van TJC vooral bij de wat minder grote verenigingen wordt ingevuld: de (T)JC III.

Samengevoegd Ondanks dat de KNVB zo goed mogelijk wil aansluiten bij de praktijk van de verenigingen, is het aantal deelnemers bij de TJC III wat achtergebleven bij de verwachtingen. Dit komt onder andere door het feit dat de opleiding

Trainer-Coach III (TC III) een toelatingseis is voor de opleiding TJC III. Om die reden zijn de huidige cursussen TJC III en II herzien en samengevoegd tot TJC II (dit blijft een opleiding op niveau 4).

Nieuwe (T)JC III In het aantal opgeleide (Technisch) Jeugdcoördinatoren moet volgens de KNVB verandering komen, omdat de (T)JC de ‘(technische) spin in het web van de jeugdafdeling’ is. Elke vereniging moet dus eigenlijk over een opgeleide man of vrouw beschikken die deze functie vervult. In november jongstleden zijn in district Oost en Zuid I twee pilots (Technisch) Jeugdcoördinator III van start gegaan, waarbij geen specifieke toelatingseisen werden gesteld. (een pré is wel dat de kandidaat een vrijwillig kader opleiding op niveau 2 heeft afgerond, bijvoorbeeld die van Pupillentrainer of Juniorentrainer). De KNVB verwacht dat hiermee tegemoet wordt gekomen aan de wens van veel verenigingen om een opgeleide (T)JC in de jeugdopleiding te hebben. Uit de eerste evaluaties is gebleken dat de docenten en cursisten zeer tevreden zijn over de inhoud en de gehanteerde werkwijze van de opleiding.

Inhoud Net zoals in de andere opleidingen is de praktijk een belangrijk onderdeel. Sterker nog: dat is het startpunt. De volgende thema’s komen aan bod, zowel op het veld met een proefgroep als in de ‘theorie’ in gesprekken met jeugdkaderleden en medecursisten. 1. Wat is voetballen? • Visie op (leren) voetballen, hoe ziet dat er in de praktijk uit? 2. Jeugd(kader), wat beweegt hen? • Gesprekken met jeugd(kader)leden, hoe doe je dat?

•L  eef- en belevingswereld, wat houdt hen bezig? • Begeleiden/ondersteunen van jeugdkader, wat en hoe doe je dat? • Sportdeelname, hoe krijg je inzicht in in- en uitstroom? 3. Veilig sportklimaat, hoe ziet dat eruit? • Jeugdparticipatie, op welke wijze kun je jeugd(kader) binden? • Jeugd(neven)activiteit, wat vindt de jeugd interessant, uitdagend? • Jeugdvriendelijkheid, hoe bieden we maatwerk? 4. Van praktijk naar beleid, hoe doe je dat? • Beleidsplan, een papieren tijger of…? • Plan van aanpak, wie/wat heb je daarvoor nodig?

Werkwijze en opdrachten In zes bijeenkomsten van ongeveer drie uur passeren deze thema’s de revue. Tussen elke bijeenkomst zit twee tot drie weken, zodat het voor de cursisten mogelijk is om de opdrachten

www.devoetbal trainer.nl

52-53_TJC.indd 54

16-01-13 16:07


Voetbaltalent Trainen, coachen en begeleiden

den - organiseert hij een vriendinnendag. Dat kan tot gevolg hebben dat het aantal meisjes in de vereniging toeneemt. De volgende stap - middellange termijn - is dan het werven van kader voor de training, coaching en begeleiding van de meisjes. Het kader moet daarbij ondersteund en begeleid worden. Een logische stap is dan het organiseren van een kadercursus bij de vereniging (een module OBC), bijvoorbeeld in samenwerking met de KNVB Clubcoach. Dit initiatief op lange termijn vindt dan plaats binnen een jaar nadat de vriendinnendag is geweest, die inmiddels een vaste plek op de jaarplanner heeft gekregen. Zo zijn er natuurlijk veel voorbeelden te bedenken.

te doen. Er zijn twee clusters van opdrachten, gekoppeld aan de kerntaken, waaruit de cursist (deels) kan kiezen. De kerntaken zijn het ondersteunen van pupillenkader en/of kader van lagere juniorenteams en het uitvoeren van het technisch beleid en het organiseren van voetbalactiviteiten. De cursist voert deze opdrachten bij zijn eigen vereniging uit. Deze tussenopdrachten zijn gekoppeld aan de eindopdracht, die de cursist formuleert naar aanleiding van hetgeen hij heeft geconstateerd als ‘uitdaging’ bij zijn eigen vereniging. Een voorbeeld: Op basis van een analyse of scan (bijvoorbeeld http://trainer-coachscan. knvb.nl) heeft de cursist geconstateerd dat er veel animo is voor meisjesvoetbal, maar dat het tot nu toe weinig aandacht heeft gekregen in zijn vereniging. De startvraag is dan: ‘wat heeft de vereniging nodig om dit te realiseren?’ Op korte termijn - binnen drie maan-

Online: trainers.voetbal.nl

52-53_TJC.indd 55

Het is de bedoeling dat de cursist dit proces tijdens de zevende bijeenkomst in kaart brengt en presenteert. De beschrijving van dit proces kan opgenomen worden in het jeugdbeleidsplan van de vereniging, waardoor hij een bijdrage levert aan de uitvoering van technisch beleid van de vereniging. Een mooi voorbeeld van de koppeling tussen praktijk en beleid.

Definitief aanbod Na afloop van de pilots wordt het definitieve opleidingsprogramma vastgesteld. Op dat moment zal daarover via de reguliere kanalen informatie worden verstrekt. Vanaf het seizoen 2013-2014 zal de opleiding (T)JC III van start gaan.

De conclusie mag worden getrokken dat de KNVB serieus werk maakt van deze sleutelfunctie in de vereniging. Daarbij is het motto: ‘Zonder plan geen richting.’ De KNVB wil niet dat de vereniging als een stuurloos schip een speelbal wordt van de golven. Dus moet er worden gewerkt aan een plan dat werkt. Kortom, de alledaagse praktijk is het uitgangspunt.

Meer informatie? Wilt u, naar aanleiding van dit artikel, meer informatie over opleidingen of ondersteuning die de KNVB u en uw vereniging kan bieden, dan kunt u contact opnemen met de afdelingen Voetbaltechnische Zaken op een van de districtskantoren van de KNVB: District Noord 0513 – 618900 noord-vtz@knvb.nl District Oost 0570 – 664242 oost-vtz@knvb.nl District West 1 020 – 4879130 west1-vtz@knvb.nl District West 2 010 – 2862111 west2-vtz@knvb.nl District Zuid 1 076 – 5728300 zuid1-vtz@knvb.nl District Zuid 2 046 – 4819400 zuid2-vtz@knvb.nl Tevens kunt u voor meer informatie deze websites bezoeken: academie.knvb.nl http://trainers.voetbal.nl/article/ 10688/technisch-jeugdco-rdinator-iii

De opleiding HJO De lijn van opleidingen, van personen die een bijdrage leveren aan het ontwikkelen van, leidinggeven aan en uitvoeren van technisch beleid, wordt gecompleteerd met de opleiding Hoofd Jeugdopleiding (HJO). Deze opleiding richt zich met name op de professionele functie van HJO bij de jeugdopleidingen in het betaalde voetbal (waaronder de RJO’s). Een pilot van deze opleiding wordt in januari 2013 afgerond.

54

55

Sinds 1998 is Tino Stoop werkzaam bij de KNVB. Aanvankelijk in het district Oost als projectmedewerker, van 2000 tot 2005 als stafdocent voor de Academie (docentenscholing, pupillenmodules). Vanaf 2010 is hij als stafmedewerker werkzaam voor de afdelingen Academie (o.a. als docent TC I senioren, TJC en OBC) en VTZ (o.a. clubontwikkeling).

De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 16:07


Voetbalontwikkeling

Tekst: Gerjos Weelink

Mini-pupillen veroveren Nederland Vergeleken met andere landen kent Nederland een ongekend hoge dichtheid aan amateurverenigingen: 3000. Hun leden zijn allemaal lid van de KNVB. De helft van die 1,2 miljoen leden is jongere. Daarvan zijn ongeveer 150.000 jongens en meisjes mini-pupil, in de leeftijd van vijf en zes jaar. Zij vormen dus een grote groep binnen de jeugd, maar een kwart houdt het snel voor gezien. Omdat voetbal toch niet zo leuk is? De Voetbaltrainer duikt in de wereld van de mini-pupil.

Eddy Kuik

We vragen het eerst aan KNVB-clubcoach in district Noord, Eddy Kuik. Hoe verklaar jij de groei van het aantal verenigingen dat mini-pupillen heeft? Eddy Kuik: “Verenigingen beginnen eerder met het binnenhalen van leden. In het verleden werden kinderen vaak lid als ze het zwemdiploma behaald hadden. Dat is veranderd. Steeds meer verenigingen bieden kin-

deren van vijf en zes jaar mogelijkheden aan om te voetballen. Mogelijke redenen daarvan zijn: ledenwerving, wensen van kinderen, wensen van ouders enz. Bij de ene vereniging heet het kaboutervoetbal, een ander heeft het over pampervoetbal en binnen LSC 1890 uit Sneek is de benaming Lytse Spilers. Binnen de KNVB wordt deze groep aangeduid met mini-pupil-

Speeltuin op het voetbalveld De KNVB en ING geven amateurverenigingen drie seizoenen extra aandacht door het programma ‘Mini-pupillen spelen Welpenvoetbal’ voor vijf- en zesjarigen (de mini-pupillen) te faciliteren. Met een speciaal materialenpakket gaat de vereniging aan de slag met Welpenvoetbal. Hierbij ontdekken kinderen al op jonge leeftijd wat voetbal is. Met de speloefeningen en specifieke trainingsmaterialen in primaire kleuren krijgen de mini-pupillen een hartelijk welkom. Het voetbalveld wordt een speeltuin waarin voetballen centraal staat. Daarnaast worden de verenigingen ondersteund door een KNVB-projectmedewerker die meer dan twintig uur de vereniging ondersteunt. Ook ontvangen de deelnemende verenigingen de box Allemaal Uitblinkers mini-pupillen en een informatiepakket ten behoeve van de coördinator mini-pupillen.

len. Aan de onderkant van de jeugdopleiding komen de meeste spelers binnen.” Is dat een goede zaak? Eddy Kuik: “Mini-pupillen zijn een bijzondere doelgroep. Je kunt deze kinderen wel binnen je vereniging halen, maar dan? Bij veel verenigingen zie ik tikspelletjes of er wordt eerst een rondje om het veld gelopen. ‘Voor de teamgeest’, wordt dan gezegd. Teamgeest hebben die kinderen van vijf of zes jaar helemaal niet. Laat staan dat ze al 7 tegen 7 kunnen voetballen. Je zult deze leeftijdsgroep dus wél goed moeten bedienen. Deze kinderen zijn zó snel afgeleid.”

www.devoetbal trainer.nl

56-61_Mini Noord.indd 56

16-01-13 16:06


Voetbaltalent Trainen, coachen en begeleiden

Vertrouwd raken Eddy Kuik: “Het is ook weer niet zo dat je maar wat aan moet rommelen. Ik vind op de eerste plaats dat je als begeleider er ook als een begeleider uit moet zien. Dus altijd in trainingspak op de trainingsactiviteit. En werken met mini-pupillen vereist ook andere kwaliteiten. Ik denk dat de trainers met de beste pedagogische kwaliteiten op deze leeftijdsgroep gezet moet worden. Dat hoeft niet eens iemand te zijn die heel veel verstand van voetballen heeft. Hij of zij moet vooral veel verstand van kinderen hebben. Vandaar dat ouders, en zeker ook moeders, een prima rol kunnen spelen bij de mini-pupillen. Vooral weten wie de kinderen zijn, en welk gedrag daarbij hoort, is van essentieel belang voor het plezier in het voetballen. Het is bijvoorbeeld begrijpelijk dat kinderen in die leeftijd de eerste training een keer naar hun ouders lopen tijdens de activiteit. Na verloop van tijd zijn ze vertrouwd met hun omgeving en doen ze dat niet meer.”

Foto’s: KNVB.nl

Activiteiten

Hoe moet je omgaan met deze groep? Eddy Kuik: “Een voorbeeld: ik ben eens begonnen met het trainen van deze mini-pupillen. Al voordat ze op het sportpark kwamen, had ik een wedstrijdveldje uitgezet. Steeds als er een kind de kleedkamer uitkwam, kreeg het van mij een hesje. Het eerste kind kreeg een geel hesje en begon wat met een bal te spelen. Toen kwam er weer een kind en dat kreeg een oranje hesje. Er ontstond een 1:1. Dat bouwden we uit naar 2:1, 2:2 et cetera. Die kinderen hadden nog geen moment de kans gekregen om afgeleid te raken, want ik had alles organisatorisch al neergezet. En wat denk je? De volgende training kwamen de mees-

Online: trainers.voetbal.nl

56-61_Mini Noord.indd 57

ten al eerder naar het sportpark, want dan konden ze langer voetballen.”

Uitgangspunt Eddy Kuik: “Veel trainers overschatten de mini-pupil. Ze denken dat je ze al echt beter kunt maken. Zo werkt dat helemaal niet, want de belevingswereld van de mini-pupil staat heel ver van ons af. Ik kreeg eens te maken met een jongetje, dat de hele training liep te huilen. Omdat hij als enige een korte broek aan had. Met dat soort dingen krijg je te maken. Soms hebben ze gewoon hun dag niet en dat heb je te accepteren. Veel trainers zijn al bezig met aanvallen en verdedigen, maar dat is echt nog veel te vroeg.”

56

57

Eddy Kuik: “Bij het werken met minipupillen ben je vaak bezig met de vraag: ‘Wat doe ik straks?’ De spanningsboog bij deze leeftijdsgroep is zó kort, dat je organisatorisch de boel heel efficiënt moet neerzetten. Het begint met ‘Wie zijn deze kinderen?’, gevolgd door ‘Hoe voetballen deze kinderen?’, ‘Hoe leren deze kinderen?’ en ‘Hoe zien de activiteiten er dan uit?’ Bij het uitzetten van materiaal bijvoorbeeld, moet je het veld zó klaarzetten dat je snel kunt overgaan tussen de verschillende vormen. Tijdens een trainingsactiviteit hoef je je dan eigenlijk alleen nog maar te bemoeien met de mini-pupillen zelf en niet meer met de organisatie. Je kunt je dan ook meer concentreren op je taalgebruik, want dat is ook bijzonder. Bij mini’s speel je in op hun belevingswereld. Dus je praat over een sloot waar ze niet in mogen met de bal, of een lastige oversteekplaats waar ze langs moeten

De Voetbaltrainer 190 2012

16-01-13 16:07


Voetbalontwikkeling

lopen. Maak het uitdagend en doe de oefeningen ook voor. Dan doen minipupillen je na. Eigenlijk creëer je daarmee een speeltuin op het voetbalveld.”

Verschil Eddy Kuik: “Mini-pupillen zijn dus een wezenlijk andere doelgroep dan F-pupillen, ook al wordt daar door be-

geleiders niet zo bij stilgestaan. Een Fpupil pakt een bal en gaat op een doel schieten. Een mini-pupil pakt de bal en gaat ernaar kijken. F-pupillen spelen 7 tegen 7, maar hoe vaak raken ze dan eigenlijk een bal? Dertig keer in een wedstrijd? Bij mini-pupillen moet je de aantallen nog kleiner maken: 4 tegen 4, 3 tegen 3 bijvoorbeeld.”

Verenigingen met en zonder mini-pupillen • 8  6% van de verenigingen biedt voor de jongste kinderen voetbalactiviteiten. • 75% laat kinderen tot en met zes jaar spelen in een aparte afdeling mini-pupillen. • 11% laat kinderen van vijf en zes jaar al met de F-pupillen (zeven tot negen jaar) meespelen. Ze beschikken over te weinig spelers en kader om voetbal voor mini-pupillen aan te bieden. (Bron: Onderzoek KNVB Ledenpanel, ADV Market Research)

Ab van der Velde

Leggen we de nadruk op het kind in onze jeugdopleidingen? Jeugdtrainers, coaches, coördinatoren en begeleiders zijn stuk voor stuk verlengstukken van ouders. Want de pupil is een voetballer, maar tegelijkertijd ook een kind. En kinderen moeten opgevoed worden. Opvoeden is aan de ene kant ruimte geven om dingen te ontdekken en aan de andere kant grenzen stellen en afspraken maken. Binnen voetballen zijn we nog wel eens geneigd vooral te kijken naar de voetballer en niet zozeer naar het kind. Is dat wel zo correct? Ab van der Velde, coördinator voetbaltechnische zaken KNVB District Noord: “Al met al willen we de minipupillen een optimale start in voetballand bieden. Immers, een goed begin van een voetbalcarrière is het halve werk!”

Opvoeden Ab van der Velde: “Verenigingen bestaan in eerste instantie omdat er mensen zijn die willen voetballen. Maar dat betekent ook dat je een verantwoordelijkheid hebt. Die twee zaken zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De ouders zijn en blijven uiteraard eindverantwoordelijk voor

de totale opvoeding, maar dragen een deel van de opvoeding over aan de voetbalvereniging. Opvoeden in voetballen staat daarbij synoniem voor het ontwikkelen van het voetbalvermogen van het kind en het ontwikkelen van het kind binnen de context van voetballen. Voorbeelden van dat laatste zijn: spelregels leren kennen en accepteren, zorgen voor het materiaal, onderdeel leren zijn van een team dat een resultaat nastreeft, afspraken leren maken en nakomen, leren omgaan met andere kinderen, met winst en verlies et cetera. Opvoeden binnen de voetbalvereniging betekent dat het kind moet leren wat het inhoudt om onderdeel van een voetbalvereniging te zijn. De regels en cultuur van de vereniging leren kennen en accepteren bijvoorbeeld. Of omgaan met de accommodatie, andere leden en inzicht krijgen in vrijwilligerswerk. Daar hoort op een gegeven moment ook bij dat het kind leert medeverantwoordelijk te zijn voor het reilen en zeilen van de vereniging.”

Zelfstandig (maken) Ab van der Velde: “Elk kind heeft kenmerken die specifiek zijn voor zijn of haar leeftijd. Een mini-pupil heeft

bijvoorbeeld nog niet altijd het besef onderdeel te zijn van een team, is egocentrisch, leeft in het hier en nu en heeft nog geen idee dat hij of zij onderdeel is van een veel groter geheel (de vereniging). Ook kan hij heel veel dingen (zelf de tas inpakken, naar het sportpark gaan, aankleden, afmelden voor een training, de juiste keuzes maken, afspraken maken en nakomen et cetera) nog niet zelf. Kortom, een mini-pupil heeft nog veel begeleiding nodig, zowel binnen het voetballen als ook binnen de vereniging. Het is de taak van iedereen die actief is binnen de jeugdafdeling om kinderen te begeleiden op weg naar zelfstandigheid. Een trainer die A-junioren voor, tijdens en na het voetballen nog steeds veel moet voorzeggen kan zich

www.devoetbal trainer.nl

56-61_Mini Noord.indd 58

16-01-13 16:07


Voetbaltalent Trainen, coachen en begeleiden

ving (gezin, vrienden, vriendinnen, school et cetera) is van grote invloed op de ontwikkeling van kinderen en dus ook op de ontwikkeling van pupillen. Om als individueel kaderlid je verantwoordelijkheid (het ontwikkelen van jeugdspelers) optimaal te kunnen invullen is kennis van en belangstelling voor die omgeving van het kind noodzakelijk. Op basis daarvan kan immers aangesloten worden bij de beginsituatie (voetbaltechnisch, sociaal en emotioneel) van het kind en kan een optimaal rendement nagestreefd worden. De trainer die geen kennis heeft van de omgeving van het kind (de gezinssamenstelling, de school of hoe de vakantie was) moet zich afvragen hoe hij de kinderen ziet: als jeugdspelers of als kinderen die ook voetballen. Mijn voorkeur gaat uit naar dat laatste. Daarnaast zijn zaken als belangstelling, begrip, respect hebben voor elkaar, belangrijke factoren voor een veilig voetbalklimaat en draagt het ook in die zin bij tot een optimale ontwikkeling.”

Ontwikkelen

de vraag stellen wat er in de opleiding naar zelfstandigheid fout is gegaan.”

Omgeving Ab van der Velde: “Kaderleden en voetbalverenigingen doen elke keer weer hun best om optimale voorwaarden voor voetballers en voetbalsters te creëren. In Nederland is dat over het algemeen prima voor elkaar. We gaan er echter nogal eens aan voorbij dat een kind ook zijn omgeving meeneemt naar de vereniging. Die omge-

Ab van der Velde: “In wedstrijden gaat het om één doelpunt meer maken dan je tegenstander. Maar moet dat ook ons doel zijn? Die jongens en meiden komen bij de vereniging omdat ze voetballen leuk vinden en daar steeds beter in willen worden. Dat moet dus, vanuit het perspectief van de kinderen, centraal staan. De rol van de vereniging, de begeleiding en de ouders is: het steeds beter leren spelen van wedstrijden mogelijk maken. Het gaat dus vooral om organiseren en ontwikkelen. In de praktijk blijkt dat echter niet altijd. Let op een willekeurige zaterdagochtend maar eens op de coachopmerkingen die

‘Kinderen begeleiden op de weg naar zelfstandigheid is onze verantwoordelijkheid’

Online: trainers.voetbal.nl

56-61_Mini Noord.indd 59

58

59

gemaakt worden. Negen van de tien coachopmerkingen zijn gericht op het halen van een goed wedstrijdresultaat (drie punten) in plaats van op het verder ontwikkelen van kinderen in het voetballen. Veel van de gemaakte opmerkingen zijn daarbij ook nog eens negatief en dragen helemaal niet bij aan ‘met plezier verder ontwikkelen’.”

Traject Ab van der Velde: “Het ontwikkelen van kinderen als voetballers is een kwestie van lange-termijndenken. De complexiteit van 11 tegen 11, de ontwikkeling van kinderen en de individuele verschillen tussen kinderen vraagt dat het steeds beter leren voetballen planmatig moet plaatsvinden. Elk kind (vanuit zijn eigen beginsituatie) heeft daar recht op en voetbalverenigingen nemen de verantwoordelijkheid op zich om dit optimaal in te vullen. Zo zul je je als vereniging onder andere moeten afvragen wat je kunt doen om het kind te geven wat het nodig heeft. Wat willen wij betekenen voor onze jeugdleden? Wat zijn onze concrete doelstellingen? Wat is onze visie op leren voetballen? Wat is ons voetbalaanbod? Onder leiding van gekwalificeerd kader of niet? De jeugdafdeling van een voetbalvereniging kan vergeleken worden met een basisschool. Volgens een visie en een plan worden kinderen op de basisschool stapsgewijs voorbereid op de overgang naar een middelbare school. In de twaalf à dertien jaar dat kinderen deel uitmaken van de jeugdafdeling van een voetbalvereniging worden zij voorbereid op de overgang naar de senioren.”

Verschillen Ab van der Velde: “Kinderen verschillen op allerlei punten. Dat geldt ook voor spelers in een jeugdopleiding. Het is een utopie te denken dat elk kind het eerste elftal gaat halen, hetzij bij de eigen vereniging of bij een andere vereniging. Voor iedereen is er een top. Het streven om op een zo plezierig

De Voetbaltrainer 190 2012

16-01-13 16:07


Voetbalontwikkeling

mogelijke manier ieders individuele voetbaltop te bereiken is in mijn ogen een van de belangrijkste doelstellingen. De verenigingen, maar ook kaderleden, moeten hier over nadenken en hun doelen en de organisatie daarop aanpassen. Belangrijke voorwaarden om een dergelijk doel te realiseren zijn onder andere: talentherkenning en teamindeling. Mede daardoor ontstaan er teams, bestaande uit spelers en speelsters met ongeveer een gelijke beginsituatie. En vervolgens ga je met elk individu planmatig te werk. Van mini-pupil tot en met A-junior.”

‘ We hebben een grote verantwoordelijkheid ten opzichte van elk individueel kind’ Een goed begin van een voetbalcarrière is dus het halve werk! Ab van der Velde: “Dit is het tweede seizoen dat de KNVB en ING het project ‘Mini-pupillen spelen Welpenvoetbal’ faciliteren voor amateurverenigingen. In District Noord zijn vele verenigingen al ondersteund. Deze ondersteuning bestaat grofweg uit de volgende aandachtspunten:

• verenigingen ondersteunen bij het nog beter organiseren van voetbalactiviteiten • mini-pupillenkader ondersteunen bij het nog beter begeleiden • de veelal jonge ouders, maar ook A- en B-junioren, stimuleren ook een rol rond het voetballen te vervullen • verenigingen ondersteunen bij het ontwikkelen van beleid (niet alleen voetbaltechnisch, maar ook m.b.t. organisatie en omgang) • het ontwikkelde beleid borgen voor de volgende vijf seizoenen Dit wordt gedaan door vijf bijeenkomsten te organiseren die rondom de reguliere activiteiten van de mini-pupillen gepland zijn. De reacties van de verenigingen zijn ontzettend positief. Uit de nieuwe inschrijvingen merken we dat het enthousiasme overslaat op andere verenigingen.”

In april 2011 is KNVB-clubcoach Eddy Kuik gestart bij SV Donkerbroek met betrekking tot de ondersteuning rondom de minipupillen. Jelle Drenth is Technisch Jeugdcoördinator bij de vereniging uit het gelijknamige dorp en blikt tevreden terug.

Jelle Drenth: “Eddy Kuik is vijf activiteiten bij ons geweest om ons te ondersteunen. Het ging dan over de activiteiten voor mini-pupillen en hoe we met deze kinderen omgaan. Omgaan met mini’s vergt namelijk een andere aanpak dan F-pupillen. Met name voor onze trainers waren deze avonden een eyeopener, want ze zijn zich nog meer bewust geworden van het belang van het werken in kleine groepen met bal. Elk kind kan nu uitstekend voetballen in kleine groepjes en elk kind heeft de kans om een doelpunt te maken. Na deze serie van vijf activiteiten hebben we besloten om een instuif te organiseren voor kinderen van de basisscholen. Op deze middag kwamen ongeveer vijftig kinderen af, geboren in 2006, 2007 of 2008. Op een totaal aantal inwoners van 1800 in Donkerbroek is dat erg veel. Na die instuif hebben we dertien aanmeldingen gekregen! Ik merk dat de mini’s die de overstap maken naar de F’jes al veel hebben geleerd en al een stuk verder zijn. Maar het gaat er vooral om dat ze het leuk hebben. Veel aandacht, veel voetballen met veel plezier.”

Komende periode Ab van der Velde: “De aankomende periode proberen we zoveel mogelijk

ING inspireert de jongste jeugd

Tjitske Benedictus

Sporten is leuk, gezond en sociaal en moet een belangrijk onderdeel zijn van de jeugd. Hoe eerder de jeugd in aanraking komt met sport (en voetbal in het bijzonder), hoe beter. ING inspireert daarom de jongste jeugd met Oranje-voetbalactiviteiten en maakt het mogelijk dat ze kunnen sporten. Aangezien ook voor amateurverenigingen de jeugd de toekomst heeft, heeft ING samen met

de KNVB het Welpenvoetbal geïntroduceerd. Net als de KNVB ziet ING graag dat kinderen zo snel mogelijk gaan sporten bij een vereniging én dat ze daar leren voetballen op een manier die past bij hun leeftijd. Niet voetballen om te winnen, maar spelenderwijs leren voetballen. Zodat de kinderen, ongeacht talent, voetbal leuk genoeg vinden om het nog lang te blijven doen.

Tjitske Benedictus, Manager Sponsoring en Activatie ING Nederland: “ING heeft er bewust voor gekozen zich voor lange tijd te verbinden aan de KNVB en het Nederlandse voetbal. Wij willen het Nederlandse voetbal verder helpen. Hierbij ondersteunt ING drie

www.devoetbal trainer.nl

56-61_Mini Noord.indd 60

16-01-13 16:07


Voetbaltalent Trainen, coachen en begeleiden

verenigingen zo goed mogelijk te ondersteunen. Doordat we een stijging zien in het aantal voetbalverenigingen met mini-pupillen, willen we inzetten op samenwerking tussen nabijgelegen verenigingen. Kinderen vinden het toch het mooiste om wedstrijdjes te spelen. Het zou toch mooi zijn wanneer verenigingen uit dezelfde regio tot een opzet komen waarin bijvoorbeeld eens in de twee weken of één keer per maand een toernooitje 4 tegen 4 wordt gespeeld.”

Tjitske Benedictus: “Om de ontwikkeling van het jeugdvoetbal verder te stimuleren, stelt ING materiaalpakket-

ten beschikbaar. Met deze materialen zoals ballen, goaltjes en hesjes maken we van het voetbalveld een speeltuin. Daarnaast zet ING vrijwilligers in en ondersteunt het de implementatie van het Welpenvoetbal. Het Welpenvoetbal is ook een mooi voorbeeld van het echte partnership tussen ING en de KNVB. We helpen hier het voetbal echt mee verder en dat is precies wat we als hoofdsponsor samen met de KNVB willen bereiken.”

Online: trainers.voetbal.nl

60

belangrijke pijlers van het Nederlandse voetbal: Oranje (en de overige selectieteams), amateurvoetbalverenigingen en het jeugdvoetbal. Wij willen meer kinderen met plezier laten voetballen, en amateurverenigingen daarmee helpen. Daarom ondersteunen we het Welpenvoetbal van harte.”

Materiaalpakketten

56-61_Mini Noord.indd 61

61

Ook geïnteresseerd in ondersteuning bij het voetballen van mini-pupillen binnen uw vereniging? Wil uw vereniging ondersteuning bij het opstarten van minipupillen? Informeer bij de afdeling Voetbaltechnische Zaken binnen uw district naar de mogelijkheden.

Meer informatie Mini-pupillen veroveren Nederland: http://www.youtube.com/watch?v=jhwRDiM9Lk4 Ook starten met Welpenvoetbal bij uw vereniging? http://www.voetbal.nl/minipupillen

De Voetbaltrainer 190 2012

16-01-13 16:07


COACHES BETAALD VOETBAL INTEGER

DESKUNDIG

PROFESSIONEEL

Coaches Betaald Voetbal

“Winnen doe je met z’n allen.” “Coaches Betaald Voetbal is de belan-

kwaliteit van het voetbal en het verder

Zij heeft aanzien en een groot draagvlak

genvereniging van trainer/coaches in het

ontwikkelen en professionaliseren van

in het betaald voetbal. In het buitenland

Betaald Voetbal. Het is een vereniging

het vak van trainer/coach in het Betaald

wordt de CBV gezien als hèt voorbeeld van

met een duidelijke visie en missie. Ze

Voetbal. Als centrale taak ziet ze de ont-

een goed georganiseerde belangenvereni-

maakt daarop gebaseerd heldere keuzes

wikkeling van de trainer/coach en van het

ging voor de professionele trainer/coach.

in haar beleid. In deze visie is prioriteit

vak van trainer/coach.

Het is een gezamenlijke taak om deze sta-

gegeven aan kwaliteit en professionali-

tus te handhaven en daar waar mogelijk te

teit in opleiden, ontwikkelen, gedrag en

Doelstelling

verbeteren. Het consequent naleven van

presteren. Coaches Betaald Voetbal ziet

De CBV is de belangenvereniging van de

statuten, huishoudelijk reglement en van

voor zichzelf een belangrijke maatschap-

trainer/coach, werkzaam in het Betaald

de afgesproken gedragscode en erecode

pelijke rol en zal haar kennis en ervaring

Voetbal en voor een club of voetbalbond in

is daarbij van het grootste belang.

ook gaan inzetten voor de samenleving.”

Nederland of daarbuiten.

Daarnaast staat de CBV voor Sportiviteit en Respect. Met in het achterhoofd de

CBV – visie

Wij willen:

gedachte dat voetbal voor iedereen is en

De CBV is een goed belangenbehartiger

• de kwaliteit van het voetbal in zijn alge-

van iedereen, wil de CBV een vereniging

van en voor haar leden. Ze wil zich mani-

meenheid verhogen, en van het betaald

zijn met oog voor (mede-) mens en maat-

festeren als een vaste en betrouwbare

voetbal in het bijzonder

schappij. Coaches Betaald Voetbal is Meer

waarde in het Betaald Voetbal. Ze wil een volwaardig gesprekspartner zijn van de KNVB en andere belangenorganisaties. Ze

• de belangen van al onze leden goed

dan Voetbal.

behartigen • het imago van het product voetbal en

CBV

biedt zich aan als adviesorgaan en kennis-

van het vak trainer/coach naar een nog

Postbus 1

centrum voor overheid, businesspartners

hoger plan tillen

Bezoekadres:

8000 AA Zwolle

Hogeland 10 8024 AZ Zwolle

en overig bedrijfsleven.

Coaches Betaald Voetbal als

Telefoon:

088 850 8610

CBV – missie

belangenvereniging

Fax:

088 850 8613

De CBV vertegenwoordigt haar leden in

De CBV is een stabiele en sterke organisa-

E-mail:

info@coachesbv.nl

diverse organisaties, ten behoeve van de

tie en telt momenteel bijna 500 leden.

Website:

www.coachesbv.nl

Onze partners


Tekst: Ruud Doevendans

T o p s p o rt

Tjerk Bogtstra, allergisch voor ‘leuk’

Foto’s: Pro Shots

Geen motivator maar inspirator

‘Een kijkje buiten de voetbalsport kan heel leerzaam zijn.’ De oproep binnen de redactieraad die De Voetbaltrainer in het voorjaar van 2012 bijeen riep, was duidelijk. En dus gingen we aan de slag. Tjerk Bogtstra is tennistrainer en vergaarde vooral bekendheid in de periode 2001-2006, toen hij captain was van het Davis Cup-team. Tegenwoordig heeft hij een academie voor tennistalenten. Aanleiding om met Bogtstra te praten over talentontwikkeling in de tennissport, en de rol die de trainer daarbij inneemt. 62

63-69_Bogstra.indd 63

63

Nadat in 2006 zijn contract als captain van het Nederlandse Davis Cup-team afliep, leek Tjerk Bogtstra een switch naar de voetbalwereld te maken. Hij zou bij sc Heerenveen performance coach worden, met als doelstelling de spelers op een zo breed mogelijk terrein te begeleiden. Kort nadat het contract was getekend, gingen Bogtstra en sc Heerenveen echter alweer uit elkaar. Na het plotseling opstappen van toenmalig voorzitter Koos Formsma concludeerde Bogtstra dat het niet het goede moment was voor een start in deze functie: “Dat was heel vervelend, maar ik voelde dat het draagvlak niet sterk genoeg was.” De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 16:06


T o p s p o rt

Desalniettemin volgt de tennistrainer de voetbalsport nauwgezet: “Ik heb zelf jarenlang gevoetbald, tot het niet meer te combineren was met tennis. Maar voetbal vind ik nog steeds een heel mooie sport om naar te kijken. Overal waar ik woonde, had ik een seizoenkaart van de dichtstbijzijnde betaald-voetbalclub. Ik volg alles en kijk altijd als trainer. Het meest interessant is daarbij de manier waarop de coach met zijn ploeg omgaat en de manier waarop die ploeg als geheel functioneert. Hoe reageert men bij doelpunten mee en tegen, op niet opgesteld worden, op wissels. Is de hand van de trainer zichtbaar?”

Onafhankelijk Sinds 2010 heeft u samen met uw compagnon Tom Kempers een tennisacademie onder de naam BK Tennis. Wat zijn de uitgangspunten binnen deze opleiding? Tjerk Bogtstra: “Wij leggen de lat in onze opleiding heel hoog. Daarbij is de aanleg van de speler belangrijk, maar vooral de intrinsieke motivatie. We hebben liever twintig mensen die echt willen, dan vijftig die alleen zeggen dat ze willen. Goed worden is een keuze. Dat geldt ook voor ons als opleidingsinstituut. In de voetbalwereld zie je veelal dat amateurclubs ernaar streven groter te worden. Ze vergeten wel eens dat ze die massa niet goed kunnen bedienen. Dat gaat ten koste van de toppertjes die er ook tussen lopen. Want die lopen dan weg. We kiezen voor kwaliteit. En dus krijgen we uitsluitend ambitieuze mensen binnen. Als trainer ben ik een ongelooflijke zeikerd, een enorme perfectionist. Al voordat je begint, moet alles volledig in orde zijn. Een speler moet slordigheid uit zijn systeem halen. Ik kan er niet tegen als de veter van de schoen van mijn speler knapt, en hij heeft geen reserveveter bij zich. Of een tas die in de zon staat, waardoor de bespanning van de rackets die erin liggen, zachter wordt. Een extra grip, een blarenpleister, een speler moet het allemaal bij zich hebben. Als je een topspeler wilt worden, moet je

overal professioneel voor zorgen. Het geldt ook voor op tijd komen. Je bent pas op tijd, als je tijd over hebt. Het is mijn taak om een speler in te laten zien dat hij zelf deze houding moet gaan aannemen. Ik geloof niet dat ik een leuke trainer ben, maar dat hoeft ook niet. Van Gaal en Adriaanse worden door hun spelers ook niet als leuk ervaren. Hoewel ik van tijd tot tijd erg dominant kan zijn, wil ik de speler onafhankelijk maken van mij. Als je dat lukt, dan heb je het als trainer goed gedaan. Daarom ga ik ook niet alle wedstrijden van mijn spelers kijken. Ze moeten zelf gaan spelen en analyseren, terugkomen met een goed verhaal. Je leert spelers om zelfstandig te zijn, zelf na te denken en te ontdekken. Zo moet een speler ook leren zelf aan te geven wanneer hij een keer echt niet kan trainen, omdat het mentaal of fysiek niet gaat. Dat is zijn eigen verantwoordelijkheid. Van mij kan hij in die gevallen het vertrouwen verwachten. Het gaat immers om zíjn opleiding, en hij wordt niet beter door de kantjes ervan af te lopen.”

Talent In uw tennisacademie wordt u dagelijks geconfronteerd met de vraag wat ‘talent’ nu eigenlijk betekent. Indien u een speler moet beoordelen op talent, waar let u dan op? Tjerk Bogtstra: “Talent is een relatief begrip. Als iemand zegt ‘Hij heeft ta-

een spelersfonds. Het is een mogelijkheid om de opleiding te bekostigen voor een speler die wél de mogelijkheid heeft om de top te halen, maar wiens ouders het niet kunnen betalen. En dan moeten wij natuurlijk gaan bepalen: heeft hij voldoende kans om te slagen? Er zijn dan vragen die van doorslaggevend belang zijn. Hoe correctiegevoelig is iemand, hoe snel pikt hij technische aanwijzingen op? En heel belangrijk is: in hoeverre is iemand bereid om te werken aan het proces, in plaats van dat hij zich laat leiden door snel resultaat? Hoe diep wil hij gaan om bepaalde elementen in zijn spel écht te verbeteren? Niet zeggen, ik heb het gisteren en vandaag al geoefend. Nee, we gaan dit nu echt trainen. Dag in, dag uit, gedurende een heel lange tijd. Zoals Sjeng Schalken (voormalig toptennisser en elfde op de wereldranglijst, red.) deed: 250 backhands cross-court slaan, en

‘De speler moet onafhankelijk worden van zijn trainer’ lent’, dan wordt vaak bedoeld: hij is handig met de bal. Volgens mij is balvaardigheid geen goede omschrijving van het begrip talent, maar meer een voorwaarde. Je moet nu eenmaal handig zijn met een bal om de top te halen. Balvaardigheid bepaalt niet of je de top haalt. Dat wordt bepaald door de vraag of jij bereid bent heel diep te gaan en keihard te werken. Pas dan gaat balvaardigheid tot uiting komen. Wij zeggen wel eens: hard werken wint het van talent, todat talent hard gaat werken. In onze tennisacademie hebben we www.devoetbal trainer.nl

63-69_Bogstra.indd 64

16-01-13 16:06


Behalve deze aspecten is je fysiek van groot belang. Als je qua motoriek en beweging echt slecht bent, word je nooit een topper. Spelers met een goede fysiek kun je trainen tot ze top zijn. Technische en tactische zaken zijn tot een hoog niveau trainbaar. Een goede instelling moet je hebben, al werken we ook daar natuurlijk doorlopend aan. Neem als voorbeeld het omgaan met druk. We kunnen een speler een tiebreak laten spelen, beginnend met een 5-2 achterstand. Bijna iedere slag kan beslissend zijn. Zo leer je onder spanning te spelen. Vergelijk het met een voetbaltraining: 2-0 achter, nog tien minuten te spelen. Het vergt heel wat om juist dan de goede dingen te doen. Zij die dat kunnen, zijn de toppers.”

‘Neem Sjeng Schalken: 250 backhands cross-court slaan, en dan moeten ze allemaal goed zijn. En als de 248ste verkeerd is, jammer. Dan doen we het opnieuw.’ dan moeten ze allemaal goed zijn. En als de 248ste verkeerd is, jammer. Dan doen we het opnieuw. Ben je bereid om een stap achteruit te doen qua resultaat om er straks drie vooruit te maken? Al met al durf ik te zeggen dat het verschil op mentaal niveau wordt gemaakt. Laten we het begrip talent omschrijven als een bepaalde mate van aanleg plus de absolute goede wil.”

Bereidheid Tjerk Bogtstra: “Het is letterlijk gebeurd dat we tegen een meisje van twaalf, dat net derde geworden was op het Nederlands kampioenschap, moesten zeggen: ‘Gefeliciteerd, een

jaar hoort niemand meer iets van jou. Je speelt veel te behoudend en te angstig. Dus het moet allemaal anders, je moet je spel gaan ontwikkelen. Je gaat in het begin meer fouten maken en meer verliezen. Maar uiteindelijk word je een betere tennisser.’ De ouders zitten daarbij, en dan is dat een keiharde boodschap. Kun je dat aan? Stel dat je tegen een voetballer zegt: ‘Joh, jij bent nu als dertienjarige nog de snelste omdat je de grootste bent. Maar over vier jaar is iedereen net zo snel als jij, dus ik ga je nu heel andere dingen leren. Die kun je nog niet, daarom zul je voorlopig minder spelen. Maar je hebt het gewoon nodig.’ Hoe reageert hij dan? Het gaat er dus

‘Hard werken wint van talent, totdat talent hard gaat werken’ mooi resultaat maar je spel lijkt nergens op. Als je zo doorgaat, word je over twee jaar nog tiende en over vier

niet om of je goed wilt worden, maar of je bereid bent om goed te worden. Dat is een wereld van verschil. 64

63-69_Bogstra.indd 65

65

‘Het gaat er niet om of je goed wilt worden, maar of je bereid bent om goed te worden’ Peilen Hoe peilt u de mogelijkheden en de ambitie van de speler? Tjerk Bogtstra: “We laten ze voorspelen en bekijken wat ze kunnen en hoe ze op de baan staan. Dat vertelt al veel over hoe de speler is en wat hij echt wil. We letten sterk op zijn zelfbeeld. Legt hij de lat op een redelijke plaats, verwacht hij te veel van zichzelf of juist veel te weinig? Beide kunnen een probleem vormen. Je doel nooit halen omdat je het veel te ver weg legt, kan er ook voor zorgen dat een ontwikkeling stagneert. Altijd ontevreden zijn is natuurlijk niet goed. Daarna gaan we met hem in gesprek, meestal met de ouders erbij. We vragen bijvoorbeeld hoe ze naar toernooien willen: alleen, of met een coach erbij? Vaak zegt een speler dan: ‘Liever met een coach erbij, want alleen gaan vind ik niet zo leuk.’ Of je vraagt hoeveel training ze nodig denken te hebben. ‘Nou’, zegt zo’n speler, ‘met mijn spel heb ik aan twee uur per dag wel genoeg. Ik ben een De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 16:06


T o p s p o rt

gevoelsspeler en langer trainen vind ik vaak wat saai.’ Daar halen we veel informatie uit. Spelers die een dagje in de week rust willen, omdat ze zich daar fijn bij voelen. Ik ben allergisch voor zinnetjes als ‘dat vind ik leuk’ of ‘dat vind ik fijn’. Veel mensen zoeken vaak hun comfortzone op: trainen op hún manier, op locaties waar ze zich lekker voelen, op tijden die ze fijn vinden. Wij zijn geïnteresseerd in mensen die het buiten hun comfortzone zoeken, plekken waar ze geen vriendjes hebben zitten, die ze niet kennen, waar het allemaal anders is dan zij gewend zijn. Geen veiligheid, maar de plaatsen zoeken waar je echt beter kunt worden. Om je uiteindelijk te kunnen handhaven in situaties die niet helemaal gaan zoals jij het gewend bent, heb je dit nodig. En als je daar niet toe bereid bent of je kunt het niet aan, dan ben je ongeschikt als topsporter. Als jij denkt dat het anders moet, even goede vrienden maar dan niet bij onze academie.”

Route In de voetbalwereld loopt de weg naar de top uiteraard vanaf de amateurclub, veelal via de jeugdopleiding van een BVO naar een plaats in de A-selectie. Welke route legt een tennistalent af? Tjerk Bogtstra: “De tenniswereld lijkt een wereld vol glitter en glamour, vergeet het maar. Want de topspelers verdienen gigantisch, maar daaronder gaat het vaak uiterst moeizaam. Voordat je aan de top mag ruiken, en dus aan geld verdienen, kost het sloten

tennissen, dan is dat vaak een heel bewuste keuze. Gaat het goed, gaat die talentvolle tennisser internationale toernooien spelen. Hij gaat in zijn eentje het vliegtuig in, betaalt uiteraard zijn eigen ticket, en komt in zijn eentje in zijn hotel aan. Een trainer kan hij zich nog niet veroorloven, dus hij staat overal alleen voor. Hij regelt zijn eigen trainingsmaatjes, zijn eigen trainingsballen, een baan. Dat kun je allemaal niet betalen, dus je moet zelf een sponsor zoeken. Maar welk bedrijf sponsort een sporter die nummer 1783 op de wereldranglijst staat, met slechts een piepklein kansje om echt goed te worden? Het is dus enorm lastig om die sponsor te vinden. Die moet dat al echt leuk vinden en jou als sporter dat gunnen. En hopen dat de tennisser een paar honderd plaatsen stijgt op de ranking. Dan heb je het namelijk al erg goed gedaan. Stel het lukt je om die sponsor aan je te binden en je komt in dit circuit, dan komt weer de vraag op: kun je dit aan? De meesten haken af. Het is niet die heerlijke Australian Open in een zonovergoten Melbourne, of het toernooi in Miami met die wuivende palmen op de achtergrond. Het is die sporter die ergens op een slecht georganiseerd toernooi in Bangladesh wat punten bijeen probeert te sprokkelen en ’s avonds in een hotel slaapt waar de beesten over de vloer kruipen. Nadat hij slecht gegeten heeft. Dat moet je willen en kunnen. Pas dan heb je een kleine kans om de top te bereiken. De Messi’s en Federers van deze

‘Een voetballer met een “zwak been” is als een tennisser zonder backhand’ met geld en moet je soms door diepe dalen. Op onze academie trainen ook mensen die exclusief voor een tennisloopbaan hebben gekozen. Ze hebben hun school afgemaakt, en nu trainen ze hier fulltime, dat wil zeggen ongeveer vijftien uur per week. Je kunt je voorstellen dat dit behoorlijk prijzig is. Als iemand ervoor kiest om te gaan

wereld zijn de uitzondering, maar de meesten moeten een periode van zware tegenslag hebben om uiteindelijk hun eigen top te halen. En dat is dus wel iets anders dan ’s ochtends met een busje worden opgehaald om te trainen, waarna iedereen alles voor je klaarlegt en jij alleen nog maar het veld op hoeft te stappen. Die luxe is in

de tenniswereld ondenkbaar; je moet alles zelf doen. Toptennissers zijn erg zelfstandig.”

Tijdsbesteding U schetst een beeld waarin de jonge ambitieuze tennisser veel, zo niet alles, aan de kant zet om zijn top te behalen. Kunt u concreet aangeven hoe dat gaat? Tjerk Bogtstra: “Schoolgaande spelers trainen hier een slordige drie uur per dag, en dat doen ze naast hun schooltijd. Dus het is naar school, zelf huiswerk maken én trainen. En dit iedere dag. Kwestie van plannen, en dat kunnen ze want de tennissers hier zijn dus mensen met een hoge intrinsieke motivatie en doorgaans een behoorlijk intellectueel niveau. Die trainingsintensiteit is cultuur in de tennissport. Een training van drie uur bestaat uit twee uur op de baan en één uur specifiek fysieke training.

www.devoetbal trainer.nl

63-69_Bogstra.indd 66

16-01-13 16:06


‘De Messi’s en Federers van deze wereld zijn de uitzondering, maar de meesten moeten een periode van zware tegenslag hebben om uiteindelijk hun eigen top te halen.’

Dit betekent dat deze mensen de keuze maken om echt te goed te willen worden. Je begrijpt dat als men naar school gaat, zelfstandig huiswerk moet maken en drie uur moet trainen, er weinig tijd overblijft voor andere zaken. Twee uur twitteren per dag kun je dus vergeten. De jongsten moeten ook kind kunnen zijn, en met vriendjes en vriendinnetjes spelen. Dat hoort allemaal bij het mens zijn en groot worden, maar je tijd besteden aan nutteloze zaken hoort er niet bij. We vertellen dat ook: je ouders stoppen er heel veel tijd en geld in, jij stopt er veel tijd in, wij stoppen veel tijd in jouw opleiding als tennisser. Dan ben je minimaal aan jezelf verplicht om er alles aan te doen. Die uren moet je maken. Bewegingen en slagen erin slijpen doe je niet door aan de kant te zitten, maar je moet het gewoon doen. Het gaat natuurlijk om de kwaliteit van de training, maar

ook om de kwantiteit. Ik begrijp niet dat sommige eredivisievoetballers geen goede pass kunnen geven met hun zwakke been. Dan heb je dat dus niet getraind. Het is hetzelfde als wanneer een tennisser wel een forehand heeft, maar geen backhand. Nou, die tennisser wint geen enkele wedstrijd. Dat is allemaal zo goed trainbaar! Ik zou het als topsporter niet accepteren. Maar de ware topsporter laat het zover niet komen. Die vindt het prachtig om dit te trainen, want daar wordt hij beter van. Daar is geen trainer voor nodig.”

Geen motivator Nu we hebben vastgesteld aan welke voorwaarden een talent moet voldoen, komen we bij u als trainer-coach. Wat is uw rol? Tjerk Bogtstra: “Als trainer ben ik een inspirator, maar ik ben er niet om de speler te motiveren. Als jij niet 66

63-69_Bogstra.indd 67

67

gemotiveerd bent, moet je hier niet eens naar binnen lopen. Je komt hier om wat te halen en om beter worden, maar niet om gemotiveerd te worden. Dat laat onverlet dat we door de inhoud van onze trainingen de speler uiteraard wel degelijk enthousiast maken. Maar dat is ‘inspireren’, enthousiast maken doordat je de omstandigheden creëert. De motivatie om er alles uit te halen, moet hijzelf hebben. Het is mijn taak als trainer-coach om te zorgen voor goede topsportsfeer. Dat vind je vooral terug in de regels en de afspraken die we hebben. Dat klinkt wat schools, maar we vinden dat alles tijdens de trainingen gericht moet zijn op het behalen van progressie. Dus je focust je totaal op het tennis. Daarin kunnen spelers elkaar beter maken en stimuleren. Je accepteert bijvoorbeeld niet dat je trainingsmaat zo maar een bal tweemaal laat stuiteren. Als iemand van mijn school De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 16:06


T o p s p o rt

een goed resultaat haalt, dan moet een ander dat ook als een stimulans ervaren. Het is juist mooi als iemand anders het goed doet, want dan wil jij het nog beter doen. Die sfeer moet je creëren. Ik moet een speler bewust maken van de weg die hij nodig heeft om zijn top te halen. Heel vaak zitten de obstakels in de mentaliteit. Een spelertje dat een punt verliest door een dubieuze beslissing van de scheidsrechter, en vervolgens zó van slag is dat hij de volgende drie ballen in het net slaat. Vaak heeft zo’n speler dit zelf niet eens in de gaten. Dus je vertelt hem dat rustig: ‘Kijk nu eens wat er gebeurde. Je nam dat ene momentje de hele game met je mee.’ Eerst bewust maken, daarna kun je het trainen. Dan ga je spelers vaker met tegenslag confronteren en leer je ze om in het ‘hier en nu’ te leven. Dan kun je ook met sancties werken. Gaat iets mis, dan tien keer opdrukken. En dan ga je uitdagen en prikkelen. Dan zeg je dat hij niet goed opdrukte. En dat het opnieuw moet. Elkaar irriteren hoort bij weerbaar maken en dus bij topsport. Je moet leren om geïrriteerd te zijn en toch weer een hoog niveau te halen.”

Niet loslaten Tjerk Bogtstra: “Spelers krijgen bij ons ook huiswerk mee. Als een speler geen goede service heeft omdat zijn opgooi niet goed gaat, dan krijgt hij een opdracht. Bijvoorbeeld iedere dag vijf minuten de opgooi oefenen zodat je een stabiele opgooiarm krijgt. En dan wil ik na een paar weken het verschil zien, want als die opgooi niet goed wordt, vergeet het dan maar. Als dat na een paar weken niet verbeterd is, weet je dat er niet geoefend is. En dan ben ik bikkelhard: ‘Jij bent teleurgesteld omdat in de wedstrijd je service niet loopt. Maar je oefent er ook niet op. Hoe kun je dan teleurgesteld zijn? In de training lukt het niet, je oefent niet en dan vind je het nog gek dat het tijdens de wedstrijden ook niet lukt.’ Eerst werken en proberen, dan mag je eventueel teleurgesteld zijn. We leren spelers ook aan hun uitstraling te werken. Ze moeten met hun houding aan de slag. Laat zien dat je er staat en dat je niet bereid bent om

‘De trainer is er niet om een speler te motiveren.’ op te geven. Je loopt rechtop en gaat als een pitbull op de baan staan. Deze dingen heb je in de hand. Of je forehand helemaal super is die dag, heb je niet volledig in de hand. Maar je uitstraling kun je gigantisch beïnvloeden. Je hebt je eigen gedrag in de hand, en dat moet je trainen.

Het gaat mij erom dat een speler zijn eigen top haalt. Die doelstelling is voor mij een voorwaarde. Wij kunnen afscheid nemen van een speler die beter is dan een ander, juist omdat bij deze speler elementen ontbreken die hem in staat stellen om zijn top te halen. Terwijl we een andere speler wel

www.devoetbal trainer.nl

63-69_Bogstra.indd 68

16-01-13 16:07


willen behouden, ofschoon zijn uiteindelijke top minder hoog zal liggen dan die van de speler van wie we afscheid

verstand van. Daarom breng je je kind bij ons. Als je het dan vervolgens toch zelf gaat invullen, gaat er iets mis.’

‘De trainer is er niet om een speler te motiveren’ nemen. Daar zijn we heel duidelijk en eerlijk in. Ik ben een trainer die niet loslaat. Ik leg mezelf ook op om over een bepaalde periode heen te kijken. Soms komt het er een tijd niet uit bij een bepaalde speler, en dan wil ik als trainer niet afhaken. Eventueel schakel ik een andere trainer in die de betreffende speler beter kan raken dan ik. Maar dan moet het wel gaan om trainbare zaken, technische zaken. De speler moet er wel voor willen werken. Als hij dat niet doet en we kunnen dat niet positief beïnvloeden, dan houdt het op.”

Ouders De jonge talentvolle tennissers mogen dan vijftien uur per week trainen, onmiskenbaar zijn ze meer uren bij hun ouders. Hoe realiseert u een goede samenwerking met de ouders? Tjerk Bogtstra: “Dat doe ik door duidelijke communicatie, en het regelmatig verzorgen van presentaties over diverse onderwerpen. De rol van de ouders is van meer invloed dan die van de trainer. Ouders kunnen meer kapotmaken dan de trainer, en ze kunnen ook meer goed doen dan de trainer. Als je kinderen selecteert, kun je daarom soms beter bij de ouders beginnen. Als die ouders een ‘ramp’ zijn, komt het zelden voor dat een kind het desondanks redt. Ouders zijn ontzettend betrokken. Het gaat immers om hun kind en indien hun zoon of dochter hier traint, betekent het voor de ouders ‘brengen, halen en betalen’. Ik ben zelf lang niet altijd bij de toernooien van de spelers, maar de ouders zijn er altijd bij. Ze hebben allemaal een mening, en die ventileren ze op de terugweg in de auto. Het is aan de trainer om die ouders bewust te maken van hun rol. Ik ben daar glashelder in: ‘Ouder, jij hebt er geen

Stel je voor dat ik in een toprestaurant eet en aan de kok ga uitleggen hoe hij de biefstuk moet bakken. Dat zou je toch niet in je hoofd halen? De ideale rol van de ouders is het enthousiast en positief ondersteunen van het kind. Je moet het niet over technische zaken hebben. Als de backhand niet liep, zeg dan dat hij het deze week maar even moet bespreken met de trainer. Je mag het kind aanspreken op gedrag of als het zijn best niet heeft gedaan. Maar praat niet over technische zaken, want dan kun je beter weggaan bij mij. Jonge spelers kunnen flink last hebben van ouders die zich overal mee bemoeien. Ze komen als het ware tussen twee vuren te zitten. Meestal werkt het averechts. Uitzonderingen zoals de

‘Hoe slechter je speelt, hoe meer je moet coachen’ Williams-zusjes zijn er ook, maar de 99 procent die het niet heeft gered kennen wij niet.”

punten van je tegenstander? Buit die uit! Op die manier kun je toch van waarde zijn.”

In het spel kruipen

Samenvatting: • I n de tennisopleiding van BK Tennis is de intrinsieke motivatie van het talent het belangrijkst. • H et proces van werken aan verbetering gaat boven het directe resultaat. • H et talent moet in staat zijn om buiten zijn comfortzone te wer-

Een groot verschil tussen tennis en voetbal is dat voetbal met een elftal wordt gespeeld. Wat zijn de kansen en bedreigingen die dit biedt, vergeleken met tennis? Tjerk Bogtstra: “Een tennisser kan zich nooit verstoppen. Daarentegen moet hij zijn motivatie ook helemaal zelf meebrengen. Voetbal is als teamsport in feite de ideale omgeving waarin spelers elkaar ook kunnen prikkelen. Maar binnen een voetbalteam zie je ook vaak dat spelers het team als alibi gebruiken om zich te verschuilen. Onder het motto ‘Ik heb een wat mindere dag’. Maar ook als hij een mindere dag heeft, moet de speler toch in staat zijn om een bijdrage aan het wedstrijdresultaat te 68

63-69_Bogstra.indd 69

leveren. Zo vinden spelers die niet goed spelen vaak, dat ze dan ook maar niet moeten coachen. Wat zullen anderen er immers wel niet van denken, wanneer die vent die net drie verkeerde passes heeft gegeven nu wel even zal vertellen wat er moeten gebeuren. Maar als je én niet goed speelt, én je coacht ook nog eens niet, blijft er wel erg weinig over. Hoe vaak gebeurt het nu dat alles goed gaat in een wedstrijd? Bijna nooit. Hoe slechter je speelt, hoe meer je op de andere dingen moet letten. Je moet ervoor zorgen dat je dus niet door de ondergrens zakt. Dat zie je veel gebeuren bij jonge sporters. Ze zeggen ‘Vandaag lukt het niet’ en ze glijden steeds verder af. Maar het komt regelmatig voor dat er veel misgaat, en dan komt het op andere zaken aan. Dan moet jij als speler herkennen dat de knop om moet en je enorm hard moet werken om toch een bijdrage te kunnen leveren. Je moet het zelf gaan halen. Hard werken, goed coachen, slim zijn, in het spel kruipen. Waar zitten de kwetsbare

69

ken. • I n de tenniswereld wordt door talenten veelal vijftien uur per week getraind. • D e trainer creëert een topsportsfeer maar fungeert niet als motivator. • H et halen van de eigen top staat centraal.

De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 16:07


Jeugd

Tekst: Henk Mariman

Voetbaltrainingen in levels

De Voetbalmethode: nieuwe inzichten Bij de uitgever van dit vakblad verscheen in 2005 de succesvolle serie boeken ‘De Voetbalmethode’ van Henk Mariman. Inmiddels is de auteur druk bezig met een eigentijdse revisie van zijn materiaal. Voor De Voetbaltrainer schrijft Mariman nu alvast een artikel op basis van een voetbalsituatie, vertaald naar een uitgewerkte speelwijzetraining.

De afgelopen jaren heb ik een voetbalmethode ontwikkeld waarin het voetballen het kernproduct is. In het jeugdvoetbal zie je steeds meer ontwikkelingen die verder afstaan van wat er werkelijk op het veld gebeurt. In deze methode blijf ik binnen de wedstrijdcontext en train alleen die aspecten die voor jeugdvoetballers herkenbaar én vertaalbaar zijn.

De Voetbalmethode Binnen het trainen van jeugdvoetballers werk ik met vier onderdelen: • Speelwijzetraining

• Functionele techniektraining • Functionele bewegingstraining • Functionele mentale training Met speelwijzetraining bedoelen van de ‘manier van spelen’. Binnen vijf teamfuncties leren de spelers in een bepaalde speelwijze voetballen. Ze worden geconfronteerd met de specifieke principes die gelden binnen elke teamfunctie. De vijf teamfuncties zijn: • Opbouwen • Aanvallen flank • Aanvallen centrum

• Verdedigen • Omschakelen Met functionele techniektraining bedoelen we de bruikbare, concrete, functionele technische vaardigheden die een speler gebruikt binnen de vijf teamfuncties. De spelers krijgen wedstrijdechte situaties aangeboden zoals het inspelen van de middenvelder met een tegenstander in de rug of het wisselen van speelkant. Deze situaties worden mét en zonder tegenstanders aangeboden.

www.devoetbal trainer.nl

70-77_Mariman.indd 70

16-01-13 16:06


Functionele bewegingstraining richt zich op het functioneel bewegen met ĂŠn zonder bal: het wegdraaien, vallen en opstaan, springen en koppen, veranderen van richting, binnen een wedstrijdechte context: ze hebben een directe relatie met wat in de wedstrijd gebeurt. Deze situaties worden met bal getraind. De functionele mentale training speelt zich enkel op het veld af en heeft een duidelijke relatie met wat in de wedstrijd gebeurt. Wedstrijdechte situaties, zoals zoals concentreren bij het verdedigen voor het doel of het

houden van focus bij het afwerken op doel komen aan bod. De mentale training heeft een duidelijke en directe relatie met een wedstrijdsituatie. In de praktijk speelt vooral speelwijzetraining een grote rol. Vaak is er te weinig trainingstijd om de andere aspecten (met uitzondering van functionele techniektraining) grondig te trainen. Toch is de situatie in de praktijk vaak anders. We besteden (onbewust?) heel wat trainingstijd aan onbelangrijke dingen die ver van de wedstrijd staan of niet de essentie zijn. 70

70-77_Mariman.indd 71

71

De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 16:06


Jeugd

Om meer inzicht te geven hoe je een trainingssessie ontwikkelt, hebben we dit praktijkvoorbeeld uitgewerkt. Het gaat om een speelwijzetraining, binnen de teamfunctie ‘aanvallen via het centrum’. Het gaat om spelers van zeventien jaar.

Bij het onwikkelen van een trainingssessie start ik vanuit de wedstrijd. Dit kan een situatie zijn die foutloopt, maar ook een situatie die deel uitmaakt van de visie. Om die reden spreken we niet van ‘voetbalprobleem’, maar van een ‘voetbalsituatie’.

Deze spelers en hun posities zijn het startpunt. In dit geval kies ik voor de drie aanvallers (7, 9, 11) en de drie middenvelders (6, 8, 10). Daar tegenover staan de keeper , de vier verdedigers en de drie middenvelders. Samen vormen ze een 7:6 + K, dit is voor de eindfase (level 10). Vervolgens maak ik de vorm stap voor stap makkelijker door de medespelers en tegenstanders af te bouwen en de situatie aan te passen. In de beginfase is er plaats voor passen en trappen of een afwerkvorm binnen de context. Als eindvorm plaats ik een wedstrijdvorm binnen dezelfde organisatie.

Ik kies in dit praktijkvoorbeeld voor volgende voetbalsituatie:

De levels binnen deze wedstrijdsituatie zien er als volgt uit:

Speelwijzetraining

‘Om en rond de middencirkel worden geen aanspeelmogelijkheden in de rug van de tegenstander gecreëerd. Zowel de spits (9) als de schaduwspits (10) zijn vrij statisch en komen enkel in de bal. Ook andere spelers nemen geen initiatief. We slagen er niet in om kansen te creëren in de rug van de tegenpartij.’ Binnen deze situatie bepalen we welke spelers een bepalende rol (spelers in kader) spelen, de andere spelers laten we vallen.

Voetbalsituatie

Wedstrijdvorm 8:8

↕ Level 10

7:6 + K

Level 9

6:6 + K

Level 8 Level 7 Level 6 Level 5 Level 4 Level 3 Level 2 Level 1

↕ ↕ ↕ ↕ ↕ ↕ ↕ ↕

Deze uitwerking in levels is een raamwerk en een rode draad. Het is geen exacte wetenschap en uiteraard zijn er afwijkingen mogelijk. Het is niet de bedoeling dat de coach alle levels traint. Level 2 tot 6 zijn minder moeilijke situaties (minder medespelers en tegenstanders) en kunnen bij de jongere leeftijdsgroepen toegepast worden. Vanaf level 7 (6:4 + K) gaat het meer om twee volledige linies. Deze vormen kunnen vanaf Onder 12 getraind worden. In de praktijk zie je coaches vaak verspringen van de ene vorm naar de andere. Eerst doen ze een pass- en trapvorm, vervolgens gaan ze een positiespel doen en dan eindigen ze met de wedstrijdvorm. Het is beter om in één vorm te blijven, dit maakt de vertaling duidelijker voor de spelers. Ook de keuzes binnen de voetbalsituatie blijven overeind. Bij het wijzigen van de vorm wijzigen ook vaak de keuzes binnen de situatie.

6:5 + K 6:4 + K 4:4 + K 4:3 + K 3:3 + K 3:2 + K 2:1 + K

Afwerkvorm

www.devoetbal trainer.nl

70-77_Mariman.indd 72

16-01-13 16:06


Level 10

Wedstrijdvorm 8:8

7:6 + K

9

9 11

7

7 11

10 8

6

10 8

4

6

1

De formatie die we kiezen komt overeen met die in de wedstrijd: een centrale verdediger (4), de middenvelders (6, 8 en 10) en de aanvallers (7, 9, 11).

Level 9

6:6 + K

Dit is het hoogste level: alle spelers (behalve de rode 9) hebben een rechtstreekse tegenstander.

Level 8

6:5 + K

9

9

8

11

7

10

11

8

6

Er wordt op het middenveld ĂŠĂŠn tegenstander weggehaald. Hierdoor ontstaat er een 2:1 situatie op het middenveld. (6 en 8 en een tegenstander) Dit maakt het makkelijker voor de middenvelders om het uit te spelen en iemand vrij te maken aan de bal.

72

70-77_Mariman.indd 73

73

7

10

6

In level 8 halen we er een centrale verdediger (3) uit. Hierdoor ontstaan er makkelijker dieptemogelijkheden. Deze stap is afhankelijk van wat er in de training gebeurt. Als de spelers met name moeilijkheden hebben met het creĂŤren van dieptemogelijkheden met vier verdedigers, kan men er bij de tegenstander best een middenvelder uithalen.

De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 16:06


Jeugd

Level 7

Level 6

6:4 + K

4:4 + K

9

9 11

7

10

8

8

6

In dit level wordt er nog een extra tegenstander op het middenveld weggehaald. Hierdoor kan de vrije middenvelder makkelijker loopacties maken in de rug van de verdedigers.

Level 5

10

4:3 + K

6

4:4 + K is de volgende wedstrijdechte stap: de tegenpartij bestaat uit twee centrale verdedigers en twee middenvelders. De formatie is zo neergezet dat er een man-meersituatie voor het eigen team ontstaat op het middenveld.

Level 4

3:3 + K

9

9

10

10

6

8

6

In level 5 is er een tegenstander weggehaald op het middenveld.

In deze situatie is er een middenvelder (8) van het eigen team weggehaald.

www.devoetbal trainer.nl

70-77_Mariman.indd 74

16-01-13 16:06


Level 3

3:2 + K

Level 2

2:1 + K

6

9 10 10

6

In level 3 is er geen tegenstander meer op het middenveld.

Level 1

Level 2 is een basic 2:1 situatie.

afwerkvorm

De trainer krijgt een toolbox van tien levels ter beschikking. Afhankelijk van het niveau van de groep, de doelstelling, de aanwezige spelers en de progressie die ze maken, kan hij specifiek kiezen voor bepaalde levels. Om meer inzicht te geven in het gebruik ervan hebben we een concrete training uitgewerkt.

6

20

10

In de afwerkvorm blijven de spelers in de specifieke posities. Buitenspel blijft geldig!

74

70-77_Mariman.indd 75

75

De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 16:06


Jeugd Vertaalslag naar de training Binnen de training werken we met drie fases: • De ontdekfase • De trainingsfase • De wedstrijdfase In deze training kiezen we voor het traditionele progressiemodel. We starten met een afwerkvorm en brengen stap voor stap tegenstanders in. Vervolgens bouwen we de westrijdsituatie in de trainingsfase verder uit naar een vorm met twee linies. We eindigen de training met een wedstrijdvorm. Een trainingssessie hoeft niet steeds op deze manier opgebouwd te worden. Je kunt ook perfect starten met een wedstrijdvorm, waarbij je de spelers voor een probleem plaatst. Samen met de spelers ga je vervolgens binnen de trainingsfase op zoek naar mogelijke oplossingen. Vervolgens eindig je de training opnieuw met de wedstrijdvorm.

Aantal spelers: hele team Beginsituatie Het gaat om zestien spelers binnen de leeftijdssgroep Onder 17. Ze hebben deze wedstrijdsituatie nog niet getraind. De spelers hebben een degelijk basisniveau.

1. Ontdekfase Wedstrijdsituatie

3

‘Om en rond de middencirkel worden er geen aanspeelmogelijheden in de rug van de tegenstander gecreëerd. Zowel de spits (9) als de schaduwspits (10) zijn vrij statisch en komen enkel in de bal. Ook andere spelers nemen geen initiatief. We slagen er niet in om kansen te creëren in de rug van de tegenpartij.’

2

Doelstelling 1

• Het verbeteren van het dieptespel in de rug van de verdedigers • Het verbeteren van de samenwerking tussen de diepe spits (9) en de schaduwspits (10)

Organisatie • De spelers kunnen niet over de denkbeeldige lijn voordat de bal is diepgespeeld (buitenspel) • We starten in het centrum, afwisselend links en rechts - De speler die inpasst, gaat naar de zijkant; de speler aan de zijkant komt in voor de speler die scoort

Variaties Afwerkvorm 1. De schaduwspits (10) wordt ingespeeld, draait door en speelt de dieplopende spits (9) in 2. Idem, schaduwspits (10) maakt een eentweecombinatie met diepe spits (9) en gaat zelf diep 3. De schaduwspits laat de bal lopen voor de spits (9), de schaduwspits (10) gaat in de diepte 4. Inspelen op de diepe spits (9), kaatsen op de schaduwspits (10), derde man gaat diep Tip: plaats twee poppen (of andere obstakels) in het centrum. De aanvallers moeten hiermee rekening houden tijdens het inspelen.

3:2 + K • Verdedigers scoren door de bal over de lijn te dribbelen • De aanvallers scoren in het grote doel met keeper • Wie scoort eerst vijf doelpunten?

www.devoetbal trainer.nl

70-77_Mariman.indd 76

16-01-13 16:06


KEY principes Naast de typische coachingsmomenten per oefenvorm is het belangrijk een aantal leeftijdsoverschrijdende KEY principes neer te zetten. Deze principes zijn de leidraad door de opleiding en bewaken de stijl over de groepen heen.

Organisatie • Samenwerking - Er dient een goede verhouding te zijn tussen spelers die in de bal komen en die in de diepte lopen - Een opportunistische bal diep kan, maar is niet het uitgangspunt - Spits (9) en schaduwspits (10) bewegen in tegengestelde richting • Spelers onder de bal - Handel snel, probeer direct te spelen - Breng de speler centraal voor doel • Dieplopende speler - Loop breed weg i.p.v diep - Eerste aanname in de juiste richting

2. Trainingsfase

3. Wedstrijdfase Herhaling is een sterke succesfactor binnen een opleiding. Binnen opbouwen, aanvallen flank, aanvallen centrum en verdedigen heb ik vier basiswedstrijdvormen uitgewerkt die steeds terugkomen in elke leeftijdsgroep.

6:4/5 + K

Aantal spelers: 10/11 - doorschuiven

Aantal spelers: 16

Organisatie

Wedstrijdvorm 8:8 • Er kan niet in de zones aan de buitenkant gespeeld worden • Corner of bal in de verboden zone - Opnieuw starten bij eigen keeper

Organisatie

6:4 + K • De denkbeeldige lijn geldt als buitenspellijn – ook in de zone achter de lijn is er buitenspel mogelijk • De aanvallers scoren in het grote doel met keeper • De verdedigers scoren in één van de twee kleine doeltjes 6:5 + K • Er wordt een extra verdediger tussen de twee middenvelders geplaatst

76

70-77_Mariman.indd 77

77

De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 16:06


Oefenwedstrijd Planner Tijdens de winterstop en in de eerste maanden van het jaar zijn oefenwedstrijden een must. Alvast gaan plannen voor de zomerperiode is ook geen overbodige luxe. Dit kan tegenwoordig op een handige en snelle manier via de Oefenwedstrijd Planner. Deze gratis mobiele applicatie biedt alle benodigdheden. Een overzichtelijke kalender waar je oefenwedstrijden in kunt aanvragen, de mogelijkheid om al ingevoerde aanvragen te bekijken en deze ook nog te specificeren naar jouw voorkeur. Zo kun je een maximale reisafstand en het niveau aangeven. De contactgegevens blijven in het systeem bewaard, waardoor je makkelijk contact kunt leggen met een tegenstander waar je eerder al met veel plezier tegen geoefend hebt. http://bit.ly/T7hG9b

VoetbalTrainer op Facebook Behalve het blad en de website is De VoetbalTrainer ook in de digitale media volop vertegenwoordigd. Volg het laatste nieuws en actuele trainersdiscussies via Facebook. Daarnaast profiteer je als liker ook van gratis oefenstof en bijdragen uit de Mediatheek. facebook.com/devoetbaltrainer

Trainers over respect Een maatschappelijk probleem of een probleem van het voetbal? De discussies na de gebeurtenissen tijdens een jeugdwedstrijd tussen Buitenboys en Nieuw-Sloten, waarbij de als grensrechter acterende Richard Nieuwenhuizen door spelers van Nieuw-Sloten is doodgetrapt, is op vele plaatsen gevoerd. Ook voetbaltrainers mengden zich hierin, onder meer in een uitgebreide discussie via de LinkedIn-pagina van de KNVB. http://linkd.in/V6K3ll

Gentlemen’s agreement PSV-directeur Tiny Sanders heeft voorgesteld om een afspraak te maken met Ajax over het weghalen van elkaars jeugdspelers. Afgelopen najaar stapte Riechedly Bazoer over van Eindhoven naar Amsterdam. “Ajax en PSV hebben dezelfde belangen en ten opzichte van internationale topclubs hetzelfde te verdedigen”, zo legde Sanders uit in De Telegraaf. Daarnaast is de huidige regelgeving ten aanzien van contracten in zijn ogen zorgwekkend. “Je kunt jeugdspelers pas op hun zestiende vastleggen, maar slechts voor de duur van drie jaar. Dat betekent dat ze rond hun negentiende (wanneer een speler pas de volledige jeugdopleiding heeft afgelopen, red. VT) alsnog transfervrij kunnen opstappen.” Hoe kijk jij aan tegen een afspraak over het weghalen van elkaars jeugdspelers? Geef je mening op de Poll op VoetbalTrainer.nl

www.devoetbal trainer.nl

78-79_Zijlijn.indd 78

16-01-13 16:05


Neutrale klok Gertjan Verbeek wil de opzet van de blessuretijd graag veranderd zien worden. Sinds een aantal jaar wordt er per wissel dertig seconden bijgeteld en daarnaast nog extra tijd voor blessurebehandelingen en oponthoud. Toch werkt het niet goed volgens de trainer van AZ. Tijdens de persconferentie na afloop van het duel tussen de Alkmaarse club en Willem II opteerde Verbeek voor een neutrale klok. “Scheidsrechters wijzen steeds maar op hun horloge op het moment dat de tegenpartij behoorlijk wat tijd rekt. En dan krijg je er vier minuten bij, terwijl er vijf wissels hebben plaatsgevonden en er heel veel oponthoud was.” De trainer draagt ook een oplossing aan. “Een scheidsrechter moet gewoon de reële tijd bijtellen. Ik opteer ook voor een neutrale klok in het stadion.”

Het jaar van Messi

2012 was voor een heel groot deel weer het jaar van Lionel Messi. De Argentijn verpulverde bij FC Barcelona het doelpuntenrecord van Gerd Müller uit 1972. Behalve door de uitzonderlijke klasse van Messi komt dit voor een groot deel op het conto van de speelstijl van Barça. Een mooie analyse van het ‘tiki taka’voetbal is hier te vinden met het constant creëren van driehoekjes, inzakkende spelers en het bijsluiten bij een opening. http://bit.ly/Hlc6gQ

Beweging op middenveld Vitesse maakt dit seizoen flinke stappen en dit proces werd vorig jaar onder John van den Brom al ingezet. Op EredivisieLive werd het spel van Vitesse geanalyseerd. Hierbij komt vooral de samenwerking tussen Marco van Ginkel en de toen spelende Davy Pröpper mooi naar voren. De kracht van veel beweging op het middenveld in één moment gevangen. http://bit.ly/V8zX7V

78

78-79_Zijlijn.indd 79

79

Bijleren op de eReader De uitgebreide mediatheek van De VoetbalTrainer is sinds kort uitgebreid met eBooks. Diverse trainersboeken zijn nu ook te verkrijgen in de digitale versies. Zo is de volledige serie boeken over alle leeftijdgroepen bij de jeugd en oefenstofboeken gedigitaliseerd. Neem hier een kijkje bij het overzicht: http://bit.ly/WrwxMs

De Voetbaltrainer 191 2012

16-01-13 16:06


Colofon Uitgave: Eisma Businessmedia bv Postbus 340 - 8901 BC Leeuwarden Bezoekadres: Celsiusweg 41 Telefoon: 088-2944800 | Fax: 088-2944810 E-mail: businessmedia@eisma.nl

De Verlenging Sinds op 8 september 1888 de eerste versie van een landelijke Engelse voetbalcompetitie van start ging, zitten we er maar mooi mee: voetbal is een wintersport. Precies in de periode dat het soms bar koud is, sneeuwtapijten de velden bedekken en een gierende noordoostenwind ons vlakke land teistert, is de competitie in volle gang. Kijken we op het moment van schrijven op de redactie van De Voetbaltrainer naar buiten, dan is precies dit het klimatologische beeld dat we zien. En kunstgrasvelden mogen dan op veel plaatsen al enig soelaas bieden bij vorst, tegen sneeuw zijn ook zij geen probate oplossing. En dus zien we het de komende dagen al weer voor ons: trainingen kunnen niet doorgaan, donderdagavond zal een al dan niet algehele afgelasting afgekondigd worden. Waar wél op natuurvelden getraind wordt, zal weer menig enkeltje zwikken en polsje breken op de harde en niet egale ondergrond. Ondertussen kijken toeschouwers bij wedstrijden koukleumend en blauwbekkend toe, of blijven – erger nog maar niet onbegrijpelijk – weg. Gisteren nog stonden we in de avond aan de lijn bij een oefenwedstrijd. De wedstrijd was leuk, het verblijf bepaald onaangenaam. Waarom moesten die Engelsen toch zo nodig in september met hun competitie beginnen?

Foto: Pro Shots

Zou het nu echt niet haalbaar zijn, de competitie in Europa omtoveren in een zomercompetitie? U denkt misschien aan de zomervakantie die roet in het eten zou kunnen gooien, maar ook in de winter ligt voetbal wekenlang stil. Omdat we daar rondom de jaarwisseling met een winterstop sowieso al voor kiezen, maar ook omdat vóór en ná die winterstop voetbal regelmatig niet gespeeld kan worden. Tot frustratie van velen en met alle schade voor amateurclubs vandien, die inkomsten mislopen. Iemand op de redactie opperde dat de kapotgetrapte velden juist in de zomer zo goed herstellen. Een goed punt. Toch denken wij dat velden die in de winter niet bespeeld worden, veel minder beschadigd zullen raken. En er blijven altijd nog acht weken in de zomer om de grasmatten een steuntje in de rug te geven. Zou het niet aantrekkelijk zijn als toeschouwers het hele jaar door in goede weersomstandigheden naar voetbal kunnen kijken, en vooral ook dat de kwaliteit van het spel niet belemmerd wordt door een slecht speelveld. Dat nodigt nog eens uit om naar het veld te gaan! Het waren ooit twee redenen om schaatsen te verplaatsen naar een hal, en waarom de Amerikanen in 1872 – zestien jaar eerder nog dan de Football League – besloten om in april met hun honkbalseizoen te starten. Het blijft een prikkelende gedachte om de competitie voortaan te organiseren van pakweg maart tot begin december. Met behoorlijke zekerheid hoeft er dan nooit een wedstrijd te worden afgelast. Met aftrek van een zomerstop van acht weken zou er ongeveer dertig weken gespeeld kunnen worden, voldoende om een competitie af te werken. Zeker indien we de profcompetities in Nederland terugbrengen naar zestien ploegen, waarvoor ook economisch en kwalitatief argumenten bestaan.

Directie: Egbert van Hes, algemeen directeur Bouke Hoving, financieel directeur Gerbert Tiecken, uitgeefdirecteur Uitgever: Gerbert Tiecken Hoofdredactie: Paul Geerars (hoofdredacteur) Telefoon: 088-2944826 | 06-51904854 Fax: 088-2944810 | E-mail: p.geerars@eisma.nl Tjeu Seeverens (adjunct-hoofdredacteur) Telefoon: 043-4502304 | 06-23941973 E-mail: tjeu.seeverens@ziggo.nl Adviseur: Henny Kormelink Telefoon: 06-50686964 | E-mail: devoetbaltrainer@wxs.nl Redactiemedewerkers: Rob Baan, Gino van den Broecke, Yves Brokken, Ruud Doevendans, Theo Ducaneaux, Pieter Fischer, Qasim Hakim, Henk Mariman, Hans Nijboer, Guy Oldenkotte, Alex van Vogelpoel, Sander de Vries, Gerjos Weelink, Ron Weinbrecher Aan dit nummer werkten verder mee: Co Adriaanse, Tjitske Benedictus, Tjerk Bogtstra, Dick Boon, Tom Fadrhonc, Johan Groote, Damien Hertog, Frans Hoek, Teun Jacobs, Wim Koevermans, Eddy Kuik, Henk Mariman, Niek Nooijen, Rudy Provoost, Iddo Roscher, Tino Stoop, Roel Vandereycken, Ab van der Velde, Raymond Verheijen, Nathan Vossen, Mark Williams, Erik Wormmeester, Paul van Zwam Foto’s: Frank Boogers, FC Twente media, Jan-Sander Heutink, KNVB.nl, Pro Shots, Jan Schuil, Wijnand Schwarte Redactie-adres: De Voetbaltrainer, Postbus 340 - 8901 BC Leeuwarden Lay-out en productiebegeleiding: ZeeDesign, Postbus 13 - 8748 ZL Witmarsum Telefoon: 0517-531672 | E-mail: info@zeedesign.nl Druk: Veldhuis Media, Raalte Boekbestellingen: Jolanda Bloem Telefoon: 088-2944865 I E-mail: j.bloem@eisma.nl Abonnementen voor Nederland en België: Nieuwe opgaven, adreswijzigingen en correspondentie over abonnementen: Abonneeservice Eisma Businessmedia Postbus 2238 - 5600 CE Eindhoven Telefoon: +31 088-2266648 | E-mail: abonnement@eisma.nl Abonnementsprijs: De Voetbaltrainer verschijnt 8 keer per jaar. De abonnementsprijs voor Nederland en België bedraagt voor jaargang 2012/2013 (loopt van juli tot juli) € 97,50 incl. 6% btw en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Andere landen op aanvraag. Abonnementen kunnen ieder moment ingaan. Opzegging dient schriftelijk en minimaal een maand voor het einde van de abonnementsperiode te geschieden; u ontvangt een schriftelijke bevestiging van uw opzegging. Marketing: Heleen Rodenhuis Telefoon: 088-2944863 | E-mail: h.rodenhuis@eisma.nl Marleen Jaarsma-Teuling Telefoon: 088-2944866 | E-mail: m.jaarsma@eisma.nl Advertentieverkoop: Binnendienst Accountmanager Eddy Hoornstra Nynke Miedema Telefoon: 088-2944852 Telefoon: 06-31768830 E-mail: n.miedema@eisma.nl E-mail: e.hoornstra@eisma.nl Traffic, ZeeDesign Telefoon: 0517-531672 | Fax: 0517-531810 E-mail: voetbaltrainer@zeedesign.nl Bankrelatie: Friesland Bank

29.80.05.298

© 2013, Eisma Businessmedia bv, Leeuwarden

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of overgenomen in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgever en auteurs verklaren dat dit blad op zorgvuldige wijze en naar beste weten is samengesteld, evenwel kunnen uitgever en auteurs op geen enkele wijze instaan voor de juistheid en/of volledigheid van de informatie. Uitgever en auteurs aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade van welke aard ook, die het gevolg is van handelingen en/of beslissingen die gebaseeerd zijn op bedoelde informatie. Gebruikers van dit blad wordt met nadruk aangeraden deze informatie niet geïsoleerd te gebruiken, maar af te gaan op hun professionele kennis en ervaring en de te gebruiken informatie te controleren. Leveringsvoorwaarden: zie www.eismamediagroep.nl

Het is 125 jaar geleden, een mooi rond getal, dat de Engelsen hun historische beslissing namen. Een goed moment wellicht om die eens grondig te heroverwegen.

80

80_Verlenging Colofon.indd 88

81

De Voetbaltrainer 191 2013

17-01-13 08:37


INTERNATIONAL INSTITUTE FOR TRAINING I.I.T.VOF OUDE BAAN 19 5854 PJ NIEUW BERGEN (L) NEDERLAND TEL 0031-(0)485 34 34 26 E-MAIL info@toinevandegoolberg.nl HOMEPAGE www.toinevandegoolberg.nl

ALLROUND CONDITIE / HERSTELTRAINER

• Erkend door het NGS (35 studiepunten) en Korps Mariniers, Atletiekunie (8 studiepunten) • 12 avonden van 19.30 – 22.30 uur, ca. 50% praktijk • Hoofdthema’s zowel voor individuele sport als teamsport: - Revalidatie, conditieopbouw, kracht-, snelheid- en uithoudingsvermogen volgens De Rehaboom® en trainingsprogramma’s schrijven • Cursus start maandag 23 september 2013 • Cursus start woensdag 13 november 2013 • Locatie NSC Papendal te Arnhem • Cursusprijs € 875,00

NIEUW: MEDICAL PERSONAL TRAINER

• Erkend door Atletiekunie (8 studiepunten) en Korps Mariniers • 5 zondagen + 1 zaterdag van 10.00-16.00 uur, ca. 70% praktijk • Cursus start 26 mei 2013 • Voor trainers uit de sport, fitnessbranche en revalidatiewereld • Locatie Van Ghentkazerne te Rotterdam • Cursusprijs € 975,00

CURSUS FYSIEKE TRAINER VOETBAL

• Erkende methode Betaald Voetbal - NEC-Nijmegen 1ste team - Feyenoord-Rotterdam 1ste team • Erkend door Atletiekunie (2 studiepunten) • 4 dagdelen: - Dag 1 14.00 – 21.00 uur - Dag 2 09.00 – 16.00 uur • Hoofdthema’s: - Opbouw loopvermogen - Opbouw kracht - Transfer naar voetbal • Cursusdata: - 07 + 08 juni 2013 - 14 + 15 juni 2013 - 09 + 10 augustus 2013 • Locatie NSC Papendal Arnhem • Cursusprijs € 375,00

U kunt voor aanvullende informatie ook contact opnemen: Telefoon Fax Mobiel E-mail Internet

0485-34 34 26 0485-53 09 54 06-53 33 2678 info@toinevandegoolberg.nl www.toinevandegoolberg.nl

WORKSHOPS

• Duur: 3 uur op locatie • Datum, tijdstip en groepsgrootte in overleg • Accreditatie KNGF voor RRS/KRS/ARS/HRS/FWS/RB® Keuze uit de thema’s: • Rug Revalidatie Systeem (RRS) • Kracht Revalidatie Systeem (KRS) • Aeroob Revalidatie Systeem (ARS) • Heart Rate System (HRS) / Polar Team2 System • Free-Weight System (FWS) / FitroDyne • De Rehaboom® • Onderwerp naar keuze Groepsprijs per workshop op aanvraag

DOCENTEN TOINE VAN DE GOOLBERG,

• Fysieke trainer 1ste team Feyenoord Rotterdam seizoen 2009-2013 • Kerndocent Masteropleiding Sportfysiotherapie Avans+ te Breda / NPi

EVERT VAN DE GOOLBERG, • Fysieke trainer

De Voetbaltrainer mediatheek, de online bibliotheek voor trainers die het beste uit hun team willen halen

Voordelen van de online mediatheek

Nu volop nieuwe video’s en trainingsvormen!

✓ Onbeperkt en overal toegang tot de mediatheek ✓ Handige en snelle zoekfunctie (per categorie, thema of leeftijdsgroep) ✓ Snel te printen pdf.files van oefenstof ✓ Inloggen via computer, smartphones en tabloids ✓ Speciaal voor abonnees geldt een korting van €20,-. U betaalt dan geen €55,- maar €35,- per jaar

devoetbaltrainer.nl

Gratis proberen?

Ga naar devoetbaltrainer.nl/ mediatheek


Nieuwe eBooks - Voetbaldossiers NIEUW!

NIEUW!

Winterstop € 1,- (ca. 12 pag.)

Voorbereidingsperiode € 3,- (ca. 38 pag.)

NIEUW!

NIEUW!

Euro 2012 € 3,- (ca. 38 pag.)

Trainerscongres 2012 € 3,- (ca. 38 pag.)

NIEUW!

NIEUW!

Voetbalpsychologie € 2,- (ca. 24 pag.)

NIEUW!

Coachen van culturen € 2,- (ca. 20 pag.)

NIEUW!

Trainerscongres 2011 € 2,- (ca. 20 pag.)

Trainerscongres 2010 € 2,- (ca. 25 pag.)

Nu als eBook verkrijgbaar - Gratis voor abonnees

De JeugdVoetbaltrainer

Voetbaltalent (KNVB katern)

Gratis voor abonnees De Voetbaltrainer Voor niet VT-abonnees; per editie € 2,50 Abonnement van 8 edities per jaar € 15,-

Gratis voor abonnees De Voetbaltrainer Gratis voor KNVB cursisten Voor niet VT-abonnees; per editie € 1,50

De Voetbal Trainer


eBooks Jeugd - unieke samenstelling

A-jeugd € 10,(ca. 150 pag.)

B-jeugd € 10,(ca. 150 pag.)

E-jeugd € 6,(ca. 95 pag.)

F-jeugd € 2,50,(ca. 35 pag.)

C-jeugd € 10,(ca. 150 pag.)

D-jeugd € 6,(ca. 95 pag.)

Jeugdkeeper € 4,(ca. 55 pag.)

Mini pupil € 2,50,(ca. 35 pag.)

Deze boeken zijn nu ook als eBook verkrijgbaar

Voetbaltraining 4 € 11,50 (ca. 200 pag.)

Voetbaltraining 5 € 11,50 (ca. 200 pag.)

De Voetbalmethode 1 Voetbalhandboek €6,75 (ca. 128 pag.)

De Voetbalmethode 3 Aanvallen via de flank € 6,75 (ca. 161 pag.)

De Voetbalmethode 4 Aanvallen via het centrum € 6,75 (ca. 158 pag.)

De Voetbalmethode 5 Verdedigen € 6,75 (ca. 140 pag.)

De Voetbalmethode 2 Opbouwen € 6,75 (ca. 149 pag.)

Voordelen van onze eBooks ✔ goedkoop, al vanaf € 2,50

✔ altijd bij de hand op uw thuiscomputer/

✔ direct te downloaden (na online betaling) ✔ praktijk staat centraal

smartphone en/of tablet ✔ abonnees ontvangen 7,5% korting ✔ online te bestellen via devoetbaltrainer.nl/winkel

devoetbaltrainer.nl/winkel


Afgelopen winterstop zijn vele clubs viA trAiningskAmpen.nl in het buitenlAnd geweest! Heeft u ook interesse in een buitenlands trainingskamp? Bekijk onze referenties en fotoverslagen op de website en vraag nu al informatie aan. Tevens komen wij graag bij uw club langs om e.e.a. toe te lichten. Hoe eerder u boekt, hoe gunstiger de prijs!

Nederland

Engeland Brazilië

• Europese u itwedstrijden • Gastspreke rs • Toernooien • Voetbalreiz en • Seizoensafs luiting • Oefenwedstr ijden

België Duitsland

Italië

Portugal

Tenerife

Spanje Gran Canaria

Turkije

Mallorca Malta

sluitingen bent u af ns oe iz se ke ie un or ook vo goede adres! t he n aa nl n. pe am sk bij training velo trAint op grAn cAnAriA

scan de QR-code met ijsselmeervogels speelt voetvolley op het strAnd

uw smartphone om een video-impressie van een trainingskamp te bekijken

Neem contact op voor meer informatie tel: 078-6291577 e-mail: info@trainingskampen.nl www.facebook.com/trainingskampen www.twitter.com/trainingskampen TK_voetbaltrainer dec 2012(230x300).indd 1

04-01-13 09:34

vbt_191-2013  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you