Page 1

nummer

DeVoetbal Trainer 190

30e JAARGANG | NOVEMBER 2012 |

www.devoetbaltrainer.nl

Talentherkenning Potentie en intentie

E/F-pupillen bij bvo’s Voor- en tegenstanders

Trainer als manager Leerstrategieën

Opbouwen tegen 1:4:4:2

Topsportslab Aangepaste training KNVB-katern Iedereen heeft

nummer

Voetbaltalent 3

GEEN TALENT MAG VERLOREN GAAN

Voetbalontwikkeling De clubcoach De trainer-coach scan

Vertegenwoordigend voetbal Nationaal ontwikkelingstraject Onder 14/15/16

trainers.voetbal.nl

De Voetbaltrainer 190 2012

55_KNVB Cover.indd 55

08-11-12 09:23

De JeugdVoetbalTrainer nummer

De JeugdVoetbal Trainer 13

2e JAARGANG | NOVEMBER 2012 |

www.devoetbaltrainer.nl

Coachgedrag aanpassen Rik Platvoet

Thema: drukzetten

A-jeugd Martin Koppenol

B-jeugd Patrick Posthuma

C-jeugd Wesley Verschoof

D-jeugd Pjotr van der Marel

39_JVT-cover.indd 39

08-11-12 09:24

Louis van Gaal

‘Barcelona-stijl met provocerende pressie’ 01_Cover VT.indd 1

08-11-12 12:31


De 5 voordelen van De VoetbalTrainer Als abonnee van De Voetbaltrainer profiteert u direct van vele voordelen. Inclusief katern ‘De Jeugdvoetbaltrainer’



Inclusief nieuw ‘KNVB katern’



De Voetbaltrainer, het vakblad voor en door coaches 8x per jaar op de mat.

Onbeperkt toegang tot de online mediatheek voor slechts â‚Ź 35,- per jaar



Altijd 7,5% korting op alle producten uit de Voetbaltrainer webshop.

 

Gratis toegang tot Talento, hĂŠt online spelervolgsysteem.

Nog geen abonnee? Ga naar www.devoetbaltrainer.nl/abonneren

devoetbaltrainer.nl


In dit nummer

Van de redactie

‘Barcelona-stijl met provocerende pressie’

4

Louis van Gaal Oranje kende een flitsende start onder leiding van Louis van Gaal in zijn tweede periode als bondscoach. Van Gaal koos De Voetbaltrainer uit om het eerste grote, inhoudelijke interview in zijn nieuwe functie te geven. ‘Vanwege de doelgroep van jullie vakblad, mijn collega-trainers.’

‘Weinig realiteitszin bij ouders’

28

E- en F-pupillen bij bvo’s? De KNVB onderzoekt of het opleiden van de jongste jeugd bij bvo’s gelijkgetrokken moet worden. De resultaten worden medio december gepresenteerd. Kan hier een consistent en tegelijkertijd pedagogisch verantwoord beleid in worden gevoerd? Voor- en tegenstanders geven in dit vakblad alvast hun mening over dit onderwerp.

Opbouwen tegen 1:4:4:2

68

Tactiek 1 3

2

4

5

9

11

1

7

3

4 5

7

2 9 4

9

10

11

11

8

8

1

7

6 11

10

5

5 7

2 6

3

9 4

3 1

2

In ons land groeien we op met het 1:4:3:3systeem. Meestal wordt dit ‘Nederlandse’ systeem gezien als de meest logische veldbezetting: overal driehoekjes in balbezit, alle posities bezet, relatief weinig te belopen operationele ruimtes en dientengevolge weinig complexe keuzes. Maar hoe bouw je als team nu op tegen een ploeg die 1:4:4:2 speelt?

nummer

De JeugdVoetbal Trainer

De JeugdVoetbalTrainer:

13

2e JAARGANG | NOVEMBER 2012 |

www.devoetbaltrainer.nl

Coachgedrag aanpassen Rik Platvoet

Thema: drukzetten

A-jeugd Martin Koppenol

B-jeugd

Rik Platvoet: coachgedrag aanpassen aan speler De A-, B-, C- en D-jeugd

40 46

Patrick Posthuma

C-jeugd Wesley Verschoof

D-jeugd Pjotr van der Marel

39_JVT-cover.indd 39

08-11-12 09:24

Verder: Peter Reynders coacht KRC Genk onder 13 met discipline Talentherkenning: ‘Kijk vooral naar potentie en intentie’ Het trainen van verdedigen en de mediatheek De trainer als manager

16 20 26 34

KNVB-katern: • Voetbalontwikkeling: De clubcoach • Vertegenwoordigend voetbal: Ontwikkelen en presteren • Voetbalontwikkeling: Trainer-coach scan

56 60 64

Aan de zijlijn: interessante links voor voetbaltrainers Profclubs werken samen met Belgische Topsportslab Athletic Skills Model voor een optimale talentontwikkeling Kunstgras, een verschil of niet? De Verlenging

67 74 80 84 88

2

03_inhoud+voorwoord.indd 3

3

Bondscoach Louis van Gaal koos dit vakblad uit om in alle details te vertellen over het proces van Oranje’s teamontwikkeling vanaf het moment dat hij in functie trad. Van Gaal kreeg bij zijn aanstelling drie opdrachten mee van de KNVB, waaronder ‘herPaul Geerars kenbaar voetbal spelen volgens de Hoofdredacteur Hollandse school’. Dat laatste heeft natuurlijk alles te maken met de uitvoering van de speelwijze. We hebben het Nederlands elftal in de laatste vier kwalificatiewedstrijden herkenbaar 1:4:3:3 zien spelen met de punt naar voren en met de punt naar achteren op het middenveld. Bij voorkeur wordt achterin gespeeld via een verzorgde opbouw en zien we voorin aan beide flanken aanvallers met een individuele actie. In verdedigend opzicht legt de bondscoach aan het eind van het openingsverhaal uit hoe ‘provocerende pressie’ zijn nuance is op het Barcelona-spel. Volgens hem zorgt deze strategie er voor dat het spel van Oranje nog prettiger wordt voor de toeschouwers. Een nobel streven op een niveau waar juist de resultaten zo’n prominente rol opeisen. Deze nadruk op resultaten voor nationale (jeugd)selecties benadrukte Mohammed Allach, Technisch Manager van de KNVB, ook tijdens de najaarsvergadering van Coaches Betaald Voetbal. Aan de hand van tien prikkelende stellingen en stemkastjes voor alle aanwezigen begeleidde hij de inhoudelijke discussies. Een stelling luidde: ‘De nationale elftallen dienen frequenter samen te komen voor trainingen of wedstrijden. De doelstelling van alle nationale elftallen is minimaal de halve finale spelen op een eindtoernooi.’ Wat betreft de nationale jeugdselecties is het Allach een doorn in het oog dat bijvoorbeeld de Duitse leeftijdsgenoten op het hoogste niveau aanmerkelijk méér activiteiten hebben. Ook is het volgens Allach zo dat de Duitse talentvolle speler op een hoger competitieniveau speelt tot en met het moment dat hij zijn debuut maakt in de Bundesliga. Dan is het misschien voorwaarde dat de Nederlandse jeugdselecties vaker bij elkaar komen voor trainingen en wedstrijden om zich onder grotere weerstand te kunnen ontwikkelen. Of, zo ging de discussie tussen de CBV’ers voort, moeten de jeugdcompetities ‘harder’ gemaakt worden? Moet er meer belang gehecht gaan worden aan de consequenties van winnen en verliezen? Kunnen we bij zeventienjarige spelers nog wel spreken van jeugdvoetbal, of zijn zij inmiddels zo streetwise dat ze als volwassene bestempeld kunnen worden? Moet het zeventienjarige toptalent de beloftencompetitie wellicht overslaan en direct een seizoen lang minuten maken in de Jupiler League alvorens hij debuteert in de Eredivisie? Kortom, we zijn dan aanbeland bij de complexe scheidslijn tussen presteren en ontwikkelen. De uitslag van de stemming bij de eerder genoemde stelling was ongeveer 50/50. Duidelijker kan het dilemma niet worden weergegeven! Kunnen we daarom niet kiezen voor ontwikkelen én presteren? U leest daar alles over in deze editie van De Voetbaltrainer. Weer een bewaarexemplaar.

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 16:21


PROFVOETBAL

Tekst: Tjeu Seeverens en Sef Vergoossen

KNVB geeft Louis van Gaal drie opdrachten mee

‘We gaan voor Barcelona-stijl met provocerende pressie’ Twaalf punten uit vier wedstrijden, een doelsaldo van 13-2. Dat is de flitsende start van Louis van Gaal en het Nederlands elftal in zijn tweede periode als bondscoach. Van Gaal koos De Voetbaltrainer uit om het eerste grote, inhoudelijke interview in zijn nieuwe functie te geven. ‘Vanwege de doelgroep van jullie vakblad, mijn collega-trainers.’ Om daar glimlachend aan toe te voegen: ‘Misschien krijg ik ook slimmere vragen gesteld door journalisten die dit verhaal lezen.’ Samen met een redacteur ging Sef Vergoossen als een van die collega-trainers de uitdaging van een diepte-interview met de bondscoach aan. Sef Vergoossen: “Weet je welke vraag me in de aanloop naar dit interview vooral heeft beziggehouden? Die gaat niet over speelwijze, keuze van spelers of wedstrijdresultaten. Nee, steeds opnieuw komt bij mij die ene vraag naar boven: welk proces heeft er binnen de groep van het Nederlands elftal sinds jouw benoeming plaatsgevonden, dat ertoe heeft geleid dat er in zo’n relatief korte tijd weer voor iedereen duidelijkheid is? Je startte namelijk als bondscoach met een selectie, die toch voor een deel de weg kwijt was. De lezers van dit

vakblad, jouw en mijn collega’s, zijn vooral in dat proces geïnteresseerd. Hoe heb je alles en iedereen rondom Oranje zo snel achter jouw visie gekregen?” Louis van Gaal: “Volgens mij is die proceskant inderdaad de interessantste invalshoek. Voetbal is namelijk steeds een proces als je trainer-coach bent. Het belangrijkste vertrekpunt als je als trainer aan een nieuwe uitdaging begint, is de samenstelling van je staf. Wie kies je en wat wil je met hen? Dat is het allereerste geweest waarmee ik me na mijn benoeming

als bondscoach intensief heb beziggehouden. En dus niet, zoals veel mensen waarschijnlijk verwachten, met het nadenken over welke spelers wel of niet geselecteerd moesten worden. Je staf is namelijk de belangrijkste voorwaarde om de spelers optimaal te laten functioneren. Zo heb ik altijd gedacht en gewerkt. Bij Ajax had ik al een voor die tijd ongekend uitgebreide staf van specialisten.”

Staf Sef Vergoossen: “Je werd bondscoach op een moment dat bijna alle trainers verplichtingen waren aangegaan voor het nieuwe seizoen. Welke invloed heeft dat op je keuze gehad?” Louis van Gaal: “Het was inderdaad niet het meest ideale moment om een staf samen te stellen, maar het eindresultaat mag er zijn. Alle Nederlandse stafleden uit de Bayern München-periode wisten dat ze weer gevraagd zouden worden, omdat ik tevreden over hun werk was. Uiteindelijk waren al-

www.devoetbal trainer.nl

04-15_Van Gaal.indd 4

08-11-12 12:35


Sef Vergoossen: “Heb je in die periode nog contact gezocht met Bert van Marwijk?” Louis van Gaal: “Nee en ook daar is goed over nagedacht. De chemie

er geweest was. Als je daarover allerlei verhalen hoort, ga je bijna vanzelf partij kiezen. Ze zijn ook nog eens subjectief, omdat de vertellers midden in dat proces hebben gezeten. Natuurlijk hebben teammanager Hans Jorritsma en Kees Jansma het wel eens gehad over wat er tijdens het EK is gebeurd, maar dan altijd in relatie met wat we richting de toekomst met Oranje graag willen bereiken.”

Drie opdrachten

tussen de staf en de spelers van Oranje wordt niet bepaald door de mening van de ex-bondscoach, maar door de verhoudingen tussen de spelersgroep en de nieuwe staf. Bovendien was het niet zinvol om me veel te verdiepen in wat 4

04-15_Van Gaal.indd 5

5

Louis van Gaal: “De KNVB heeft de lat erg hoog gelegd: bij de laatste vier op het WK 2014 in Brazilië. Je kunt je de vraag stellen of dat een realistisch doel is, maar goed, die uitdaging gaan we aan. Bij de invulling van die staf is rekening gehouden met de opdrachten die de KNVB mij heeft meegegeven. Dat zijn er drie. Herkenbaar Nederlands voetbal spelen volgens de bekende uitgangspunten van de Hollandse voetbalschool. Er moet op weg naar Brazilië jeugd worden ingepast en het Nederlandse volk moet zich weer met Oranje kunnen identificeren. Dan kan het geen verrassing zijn als je meteen

Foto: Pro Shots

leen nog Max Reckers, specialist in videoanalyses, inspanningsfysioloog Jos van Dijk en keeperstrainer Frans Hoek beschikbaar. Andries Jonker en Marcel Bout hadden al weer een functie aangenomen, maar ik had ook tegen hen gezegd: pak je kans als er iets interessants langskomt, want ik ga alleen nog aan de slag als er echt iets uitdagends voorbijkomt. Elke week lagen er enkele aanbiedingen op tafel, maar ik heb alleen met Ajax en Liverpool gesproken. Er bestond dus een reële kans dat ik niet meer voor een nieuwe klus zou kiezen. Dan komt de KNVB bij mij uit om Oranje naar het WK in Brazilië te leiden. Van die uitdaging – bondscoach zijn op een WK en dan het liefst van Oranje – wist iedereen dat ik die het meest ambieerde. Mijn voorganger Bert van Marwijk heeft met het Nederlands Elftal uitstekend gepresteerd, maar onderweg zijn er tussen hem en de spelersgroep in dat reeds genoemde proces zaken scheef gegaan. Daar moet je iets mee als nieuwe bondscoach. Maar eerst was alle aandacht en energie nodig voor die staf.”

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 12:35


bij Danny Blind uitkomt. Hij heeft als topvoetballer en aanvoerder met Ajax alles gewonnen wat er op clubniveau voor een speler te winnen valt en heeft een mooi verleden als international. En dan zijn trainersloopbaan: hij is jeugdtrainer, Technisch Manager, assistent-trainer, hoofdtrainer, Technisch Directeur en bij mij Hoofd Opleidingen geweest. Een kanjer, ook toen al. Blind is daarnaast een specialist als het om scouting gaat. Er is niemand die zoveel kennis over talentvolle voetballers in Nederland in huis heeft als hij. Ook belangrijk: we hebben een gezamenlijke visie op voetbal. Dat is een voorwaarde voor een assistent, want anders gaat het vroeg of laat wringen. Je moet namelijk naar de spelers diezelfde visie uitdragen. Maar ook belangrijk: op details verschillen we juist vaker van mening en naar die weerstand ben ik óók steeds op zoek. Je hebt niets aan ja-knikkers. Op basis van hun specialisme en goede argumenten moet elk staflid zich vrij voelen om een andere mening op tafel te leggen als hij denkt dat die past binnen de uitgesproken, gezamenlijke visie en kaders.” Sef Vergoossen: “En dan kies je naast Danny Blind voor Patrick Kluivert. Voor mij was dat niet helemaal een verrassing. Enkele jaren geleden was ik gastspreker op de Cursus Coach Betaald Voetbal. Daar hield ik een verhaal over hoe ik bij PSV welgeteld vijf dagen had om de selectie achter een gezamenlijk voetbalidee te krijgen. Van die hele groep cursisten viel Patrick Kluivert me die dag in positieve zin het meest op. Hij dacht vier jaar geleden al als een volwassen trainer.” Louis van Gaal: “Ik ken Patrick natuurlijk heel goed. Hij heeft onder mij in 1994 gedebuteerd in Ajax, speelde bij Barcelona toen ik daar trainer was en ook in het Nederlands elftal tijdens mijn eerste periode als bondscoach. Ja, de ontwikkeling van Patrick als

De drie opdrachten: 1. Herkenbaar voetbal volgens de Hollandse school 2. Inpassen jeugd 3. Het volk identificeert zich met Oranje

Foto: Pro Shots

PROFVOETBAL

‘Kluivert is de trainer uit onze staf die het meest met de spelers onze visie zal communiceren.’ trainer heeft mij verrast. Van spelers als Danny Blind en Frank de Boer was te voorspellen dat ze zich als trainers goed zouden ontwikkelen, want dat zijn altijd denkers geweest. Patrick was een intuïtieve voetballer en dat type voetballer komt als trainer vaker in de problemen als hij analytisch, abstract en procesmatig moet opereren. Kluivert is daar een uitzondering op. Hij heeft in mijn periode bij AZ stage gelopen. Dat moet in dezelfde tijd zijn geweest als toen jij hem op de cursus hebt meegemaakt. Al snel was duidelijk hoe goed hij zijn voetbalverhaal op een individuele speler kon overbrengen en zou het dus een kwestie van tijd en ontwikkeling zijn wanneer hij dat op een groep zou kunnen overbrengen. Ga ook eens na wat hij er allemaal voor overheeft om als trainer te slagen. Vergeet niet: Kluivert is de ex-topvoetballer die als spits direct na Cruijff en Van Basten komt. Dat weerhoudt hem er niet van om als trainer voor de moeilijkste weg te kiezen. Eerst naar NEC en nu het beloftenteam van FC Twente. Het meest waardeloze type team dat je als coach

kunt uitkiezen in het betaald voetbal. Je beschikt maar over een kleine vaste kern bij trainingen en hebt bij wedstrijden te maken met minder gemotiveerde spelers uit het eerste elftal en aan de andere kant met erg jonge talenten uit de A-jeugd. Toch kiest Patrick er bewust voor om die weg te gaan en wordt ook nog eens kampioen met dat beloftenteam. Onbegrijpelijk dat daar in Nederland zo weinig waardering voor is. Temeer omdat de 36-jarige Kluivert ook precies weet wat hij in zijn spelersloopbaan anders had moeten aanpakken. Ik ben in elk geval heel blij met Patrick. De huidige generatie internationals heeft hem nog zien spelen en hij spreekt hun taal. Kluivert is daarom de trainer uit onze staf die het meest met de spelers onze visie zal communiceren. Op dat gebied bouw ik helemaal op Patrick. Ook dat is een bewuste keuze in relatie met de opdracht van de KNVB om de selectie te verjongen. Dat geldt op een andere manier voor Piet Bon, de ervaren huisarts uit de staf. Hij kan ook aandacht geven aan sportpsychologische aspecten. Een wijs man met veel empathie, die zelf

www.devoetbal trainer.nl

04-15_Van Gaal.indd 6

08-11-12 12:35


Fitheid Sef Vergoossen: “Nu we het over de huisarts Piet Bon hebben, komt bij mij jouw uitspraak naar boven dat je alleen fitte spelers voor Oranje zult selecteren. Ook dat zal consequenties hebben gehad voor de samenstelling van je staf.” Louis van Gaal: “Vanzelfsprekend. Daarom heb ik voor een uitgebreide medische staf gekozen. Sportarts Edwin Goedhart zag ik in 2001 in Argentinië tijdens het WK met Onder 19 voor het eerst aan het werk. Daarna heb ik hem als dokter naar AZ gehaald, daarna is hij hoofd van de medische staf van Ajax geworden en nu werkt hij in die functie bij Vitesse. Zijn kennis blijft niet beperkt tot de medische wereld. Hij weet ook veel van communicatie en management. Zo is hij betrokken bij ‘Team Performance Exchange’. Dat is het online communicatieplatform voor onze staf en de spelers, dat wij ooit bij AZ hebben ingevoerd en nu bij de KNVB. We gebruiken dat voor het aanbieden van informatie aan de spelersgroep in de vorm van berichten maar ook videobeelden. Het systeem maakt het mogelijk om een portfolio samen te stellen, specifieke vragenlijsten aan te bieden of andere gegevens te verzamelen. Elk lid van de staf en de selectie heeft een persoonlijke inlogcode. Gijs van Heumen is de aanbieder van dat systeem. Als oud-bondscoach van de hockeyers weet hij uit ervaring welke info je als coach aan je spelersgroep kwijt wilt of graag verzamelt.

Een goede orthopeed in de staf is noodzaak, want de meeste voetbalblessures hebben te maken met het bewegingsapparaat van een speler. Op die positie heeft Edwin gekozen voor Rien Heijboer van het Rotterdamse Erasmus MC. Hij heeft in het verleden topsporters uit allerlei disciplines begeleid en is gespecialiseerd in kniebandletsel. Wat betreft de afdeling Fysiotherapie hebben wij bewust grotendeels de staf gekozen die ook onder Bert van Marwijk heeft gefunctioneerd, omdat deze voor de spelers vertrouwd was. Wij hebben alleen René Wormhoudt als Reha-trainer toegevoegd.”

‘Fitheid betekent ook mentale fitheid’

Mentale fitheid Louis van Gaal: “Als ik het over fitheid heb, heb ik het overigens niet alleen over fysieke fitheid. Minstens zo belangrijk is mentale fitheid. Spelers die hun hoofd bij andere zaken hebben, voldoen niet aan dat criterium. In mijn eerste periode als bondscoach selecteerde ik wel eens spelers om hen weer wat vertrouwen te laten

René Wormhoudt (achter Danny Blind) is als conditie- en krachttrainer toegevoegd aan de staf bij Oranje. 6

04-15_Van Gaal.indd 7

tanken. Zo kun je wel als clubtrainer maar niet als bondscoach denken. Bij Oranje telt elke keer opnieuw het directe wedstrijdresultaat en dat kun je op dit niveau alleen met honderd procent fitte spelers afdwingen. Geen enkele speler is onmisbaar voor een team, of je moet Messi heten. Een speler van die grootheid hebben we nog niet bij Oranje, hoe talentvol enkele spelers ook zijn. Misschien komt een enkeling nog ooit dicht bij dat niveau van Messi uit, maar nu is dat nog niet het geval. Dus is niemand nog onvervangbaar en daarom zul je elke keer weer honderd procent fit moeten zijn als je je bij Oranje meldt. We reserveren geen tijd en ruimte om spelers de mogelijkheid te bieden rondom een wedstrijd van het Nederlands elftal van hun blessure te herstellen, omdat ze zo graag bij de groep zijn. Maar we zijn er nog niet wat de staf betreft. Er zijn ook enkele mensen uit de staf van Bert van Marwijk gehandhaafd, deels op verzoek van de KNVB en natuurlijk ook omdat ik van hun kwaliteiten overtuigd ben. Bijvoorbeeld

Foto: Pro Shots

ooit als roeier aan de Olympische Spelen deelnam. Uitermate geschikt als vertrouwenspersoon in een soort vaderrol voor het team. Piet is er gewoon en als je als speler een beroep op hem wilt doen, kun je bij hem terecht. Sommige spelers zullen dat wat vaker doen dan andere en er zullen spelers zijn die er geen behoefte aan hebben. Belangrijk is dat je weet dat er iemand voor je is als je op mentaal gebied wat extra ondersteuning kunt gebruiken. Daarnaast kunnen we als staf altijd nog een beroep doen op een team van sportpsychologen, want dat is al jaren voor mij op de achterhand beschikbaar als het proces dat vraagt.”

7

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 12:35


PROFVOETBAL

teammanager Hans Jorritsma, die al sinds 1996 tot volle tevredenheid van elke bondscoach die rol vervult en dat gold ook voor mij tijdens mijn eerste periode. Wat Jorritsma regelt, is ook echt geregeld. Het contract met Kees Jansma als voorlichter is eveneens met twee jaar verlengd. Een vakman met wie het in het verleden één keer flink heeft gebotst. Wat ik altijd heb gewaardeerd, is dat dit van zijn kant nooit invloed heeft gehad op onze relatie. Van de pr-medewerkers Monique Kessels en Martiene Bruggink is al jaren bekend dat ze goed functioneren en dat geldt ook voor Maaike Voorbergen, de managementassistente van de technische staf. Een goede scouting is voor een bondscoach belangrijk. Daar heb ik zo mijn eigen ideeën over, die ik in mijn eerste periode als bondscoach in een scoutingsformulier voor het Nederlands elftal heb verwerkt. Maar je weet hoe dat gaat: als je weg bent, verdwijnt zo’n formulier en daarmee de visie op scouten in een la of zelfs het archief. Daar is het nu dus weer uit. Ronald Spelbos, de hoofdscout onder mijn voorgangers, keek inmiddels wat anders naar spelers en niet op basis van mijn profielschetsen per positie en linie. Van de andere kant is Ronald natuurlijk een ervaren vakman, wiens expertise zeer bruikbaar is. Op mijn verzoek houdt zich nu naast Ronald ook Edward Metgod met de scouting bezig. Edward kent en deelt mijn visie op scouting. De KNVB is ingegaan op mijn verzoek om zijn parttime functie om te zetten in een volledige beschikbaarheid.”

Scout7 Edward Metgod is een specialist als het gaat om het werken met Scout7, het beste online spelervolgsysteem ter wereld. Louis van Gaal: “Het databestand bevat info over meer dan 100.000 spelers en alle denkbare informatie over 126 competities in zestig landen, verspreid over de hele wereld. Sinds 2009 kun je via de applicatie Scout7Xeatre als abonnee elk competitieweekend een keuze uit 1.600 volledige wedstrijden maken om interessante spelers, wedstrijden of toernooien te bekijken. Via een livestream op internet zijn die

geselecteerde duels zo in je huiskamer te volgen. Door de koppeling met datasystemen als Opta en Amisco zijn we in staat om naast de geselecteerde beelden elke gewenste info op te vragen. Op die manier kun je bijvoorbeeld de prestaties van onze internationals cijfermatig vergelijken. Zo kun je op een tijdlijn zien of het patroon van bewegen van een speler tijdens een wedstrijd is veranderd of bijvoorbeeld waarnemen dat een speler steeds tijdens een bepaalde fase van een wedstrijd of in een specifieke situatie meer balverlies lijdt. Je kunt ook eenvoudig de zuiverheid van passing in kaart brengen of het aantal keren dat een speler bij de opbouw is betrokken. Zulke informatie kun je dan via die Teamperformance website, ondersteund door beelden, snel met spelers delen.”

scouts onderweg, omdat ze het fijn vinden om dat werk voor mij te doen. De opbrengst van al die gegevens gebruiken Danny Blind, inspanningsfysioloog Jos van Dijk, keeperstrainer Frans Hoek en de scouts Ronald Spelbos en Edward Metgod op maandag om vast te stellen of er iets aan die volgorde per positie moet veranderen op basis van al die actuele gegevens. Ze ontwerpen dus in feite elke keer een nieuw opstellingsformulier met binnen ons systeem per positie een favoriete volgorde van spelers. Op dinsdag wordt het resultaat van dat vooroverleg met mij besproken. De andere leden van de staf moeten mij dan overtuigen als volgens hen op een bepaalde positie de volgorde moet veranderen. Na afloop weten we met z’n allen wat op dat moment het sterkst denkbare Nederlands elftal is en dus wie wel of niet in vorm is. Hoe meer de volgende wedstrijd nadert, hoe meer we bij dat opstellingsformulier ook rekening houden met de specifieke kwaliteiten van de komende tegenstander. De uiteindelijke selectie is dus weer de uitkomst van een logisch proces, waarbij niets op toeval berust.”

‘Elke dinsdag wordt bepaald wie het beste in vorm is’

Opstelling Sef Vergoossen: “Wat interessant is: wat doen jullie met alle gegevens?” Louis van Gaal: “Daar gaat het natuurlijk om. Bert van Marwijk had een lijst samengesteld van zo’n vijftig spelers die nu of in de toekomst in aanmerking voor het Nederlands elftal komen. Het zou gek geweest zijn als deze lijst niet als vertrekpunt gebruikt was om met de technische staf per positie een volgorde vast te stellen binnen het systeem 1:4:3:3 in twee varianten: met de punt naar achteren of met de punt naar voren. Met ook nog een optie voor 1:3:4:3 als de tegenstander met twee spitsen speelt. Er zijn overigens maar heel weinig spelers die je op dit niveau op meerdere posities kunt inzetten. In een weekend zien de scouts en de assistenten meestal enkele wedstrijden live. Ze gebruiken die momenten eveneens om contact te hebben met de internationals, want dat mag niet beperkt blijven tot interlands. Daarnaast wordt elk weekend met Scout7 een selectie van beelden en data gemaakt. Ook is er pro deo een groep

Sef Vergoossen: “Hoeveel wedstrijden zie je zelf nog in het stadion?” Louis van Gaal: “Dat zijn er niet zo veel meer. Als je naar een wedstrijd gaat, kost dat meestal relatief veel reistijd. In diezelfde tijd is er op de tv altijd wel een wedstrijd te zien waarin onze internationals acteren, zowel in Nederland als in het buitenland. Daarom is het effectiever om voor het weekend een selectie van wedstrijden op tv samen te stellen, waardoor je zoveel mogelijk potentiële internationals aan het werk ziet. Meestal is dat driekwart van de selectie.”

Taakverdeling Sef Vergoossen: “Wat is de taakverdeling binnen de technische staf in de aanloop naar de wedstrijd?”

www.devoetbal trainer.nl

04-15_Van Gaal.indd 8

08-11-12 12:35


Maandag  1Maandag   3  augustus   13  augustus   Maandag 13 augustus

Louis van Gaal: “Zelf sta ik alleen voor de groep als het om het totale beeld van onze tactische voorbereiding gaat. Zo coach ik de basiself als we op het veld de komende wedstrijd in een 11:11-situatie simuleren. Patrick Kluivert assisteert mij dan. Danny Blind, die door de gegevens en de beelden van Metgod en Spelbos alles van de tegenstander weet, coacht de elf van de reserves en geeft hun opdrachten mee die een link hebben naar de speelwijze van die tegenstander. Ook bij de wedstrijdbespreking neemt Blind de tegenstander voor zijn rekening en Frans Hoek alle spelhervattingen. Op de wedstrijddag besteden we nogal wat aandacht aan de liniebesprekingen. Qua lengte en vorm zijn die per linie verschillend, want verdedigers kunnen doorgaans geconcentreerder en meer informatie verwerken dan middenvelders en die

‘Huis ter Duin is voor een deel op mijn verzoek verbouwd’ op hun beurt weer meer dan de aanvallers, ook al gebruik je veel beelden. Die liniebesprekingen leid ik zelf en ik word daarbij bij de aanvallers ondersteund door Kluivert en bij de middenvelders en verdedigers door Blind. Bij de individuele speler is het afhankelijk van de positie van de speler wie van de twee erbij zit.”

Verbouwing Sef Vergoossen: “En dan is er die eerste selectie…” Louis van Gaal: “Nee! Ik heb me toen eerst nog verdiept in het vaste spelershotel van Oranje: Huis ter Duin in Noordwijk. De internationals bleken er tot dan verspreid over drie etages te slapen. Ik wil dat de hele selectie op dezelfde etage een kamer heeft. Ook is het van belang dat de medische ruimte op een centraal punt van die etage is ingericht. Bovendien wilde ik graag dicht in de buurt van die medische ruimte een soort hal creëren waar de spelers van Oranje zich kun-

nen vermaken en ongedwongen met elkaar kunnen communiceren. Anders gezegd: het gaat om voorwaarden creëren waardoor spelers vanzelf besluiten iets met elkaar te ondernemen als daar in het programma tijd voor is. Ze kunnen er bijvoorbeeld kaarten, tv kijken, gamen, dat bekende ijshockeyspel spelen en tafeltennissen. Je vindt er altijd wel zo’n vijftien, zestien spelers. Aan al mijn wensen is inmiddels tegemoet gekomen. De verbouwing in het hotel was voor de eerste kwalificatiewedstrijd tegen Turkije afgerond. Ook dan tellen voor mij details. De internetverbinding was bijvoorbeeld te traag voor gamende spelers en dat roept onnodig irritatie op. Zelf hadden we er als staf ook last van bij het snel oproepen en verspreiden van beelden of analyses. Nu is die internetverbinding in Huis ter Duin optimaal.”

Selectie Louis van Gaal: “En toen was het tijd om eens over de selectie voor de oefeninterland tegen België na te denken. Dat kostte me nauwelijks tijd. Zelf bracht ik alleen Bruno Martins Indi van Feyenoord in, want die had op mij indruk gemaakt tegen Dynamo Kiev in de voorronde van de Champions League. Dan hadden we natuurlijk te maken met de overgebleven kern uit de selectie van Van Marwijk en voor de rest heb ik helemaal vertrouwd op de kennis van Danny Blind over de beste talenten van Nederland. Veel meer tijd en energie is gestoken in de minutieuze voorbereiding op de eerste dagen dat we met deze selectie bij elkaar waren in de aanloop naar België. Die eerste keer is zó’n belangrijk moment in het proces, dat ik dan nog meer dan anders helemaal niets aan het toeval wil overlaten. Elke stap, elke actie is vooraf goed doordacht. Tijdens het nadenken daarover schrijf ik alles voor mezelf op. Wat ga ik zeggen? Wat is de juiste volgorde: wanneer zeg ik wat en tegen wie? Welke toon gebruik ik op welk moment? Wat is bij elke activiteit de juiste sfeer en omgeving? Hoe varieer ik in mijn interactie met de spelersgroep? Wanneer laat ik mijn assistenten voor de groep staan? Wat is de beste volgorde bij de indivi8

04-15_Van Gaal.indd 9

1  augustus   nsdag  1nsdag    augustus  

Dinsdag 14 augustus

9

nsdag  1  ansdag   ugustus   1  augustus  

Woensdag 15 augustus

Uit de digitale agenda van Louis van Gaal: zijn eerste dagen met de selectie. duele gesprekken? Hoe en op welk moment kies ik mijn aanvoerders? Welke ondersteunende beelden gebruik ik en welke ruimte is daarvoor het meest geschikt? Hoe kanaliseer ik de te verwachten media-aandacht? Maar laten we het programma in de dagen voor België maar doornemen, dan wordt mijn aanpak nog duidelijker. Na het EK was het duidelijk dat er bij De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 12:35


PROFVOETBAL

de kern van Oranje een hoop oud zeer lag. De verhalen daarover waren over straat gerold. Iedereen kon lezen, zien en horen dat de relatie tussen sommige spelers verstoord was. Als nieuwe bondscoach neem je dan meestal het besluit om meteen te beginnen met een groepsgesprek om de problemen uit de wereld te helpen. Dat zou ook deze keer logisch zijn geweest, maar daar is bewust niet voor gekozen. Ik heb me de vraag gesteld: wat zorgt er nu voor dat deze spelers zich, ondanks al die onderlinge frustraties, toch weer allemaal bij Oranje melden? Waarom wil ik zo graag bondscoach zijn van dit Nederlands elftal? Er moet blijkbaar iets zijn wat ons bindt. Volgens mij is het antwoord: het verlangen om op het allerhoogste niveau met mooi voetbal het maximale resultaat te behalen. En toen was het voor mij duidelijk: we beginnen met fantastische beelden van Oranje in de afgelopen jaren. Aansluitend zijn beelden getoond over mijn voetbalvisie en die van de staf: voetballen in de Barcelona-stijl. Dat is meteen de moeilijkste stijl, maar daar willen we met deze groep wel naar toe. Dan kunnen spelers natuurlijk zeggen: ‘Barcelona is clubvoetbal. Spe-

lers trainen elke dag op het verfijnen van die uitvoering. Dat kan bij een nationaal team niet en dus bereiken we dat niveau nooit.’ Daarom zagen de spelers ook meteen daarna beelden van Spanje dat in de geest van Barcelona speelt, maar dan met nuanceverschillen. Dat geldt ook voor mij: op belangrijke details, met name in de eindfase, heb ik een iets andere visie over wat aantrekkelijk en effectief is en ook meer door het Nederlandse volk gewaardeerd zal worden. Dan hebben we het weer over een van die basisopdrachten. Die beelden van Barcelona en Spanje heb ik van verbaal commentaar voorzien: wat vind ik er goed aan en op welke momenten in een wedstrijd gaan we andere keuzes maken? Ook is toegelicht waarom we een voorkeur hebben voor een 1:4:3:3 speelwijze met de punt naar achteren en niet naar voren. Vervolgens zijn de spelers naar hun kamers gestuurd. Dan gebeurt vanzelf wat je als coach graag wilt: spelers visualiseren en imagineren op hun bed wat ze tijdens die eerste bijeenkomst hebben gezien en gehoord.”

voor een popiejopie-training met veel rondootjes onder leiding van Danny Blind en Patrick Kluivert. Het noodzakelijke kringgesprek stelde ik uit tot na het diner. Na zo’n eerste training is er namelijk altijd een contactmoment van de spelers met de media. Het was voorspelbaar dat journalisten vooral wilden weten wat er die ochtend allemaal was gezegd. Ook zij hadden natuurlijk een uitpraatsessie verwacht, maar kregen nu te maken met spelers die alleen konden vertellen dat er op een goede manier over de voetbalvisie was gesproken. Het resultaat van een bewuste keuze in de volgorde van de activiteiten op die eerste dag. Als je daarover vooraf niet goed nadenkt, heb je op dat moment waarschijnlijk al een serieus probleem. Er speelde die dag nog iets: na het ‘afscheid’ van Mark van Bommel moest er een nieuwe aanvoerder komen. Dat kon makkelijk tot een bron van onrust leiden. Zelf stond ik er onbevangen in en had vooraf geen voorkeur. Dus besloot ik de keuze voor de nieuwe aanvoerder en reserveaanvoerder te baseren op het kringgesprek. Toch was dat vooraf een onzekere factor: de spelers moesten eerst uitspreken of de staf wel bij dat gesprek mocht zijn. Vooraf is nagedacht over welke spelers voor dat kringgesprek zouden worden uitgenodigd. Er waren spelers, die niet voor het EK waren geselecteerd of geen speelminuten hadden gehad. Bij zo’n gesprek mag de groep niet te groot zijn. Daarom was het criterium: alleen spelers die op het EK hebben gespeeld en dat waren er dertien van de 23.”

Media Louis van Gaal: “’s Middags kozen we

Foto: Pro Shots

Guus Hiddink

‘Ik besloot de keuze voor de nieuwe (reserve-)aanvoerder te baseren op het kringgesprek.’

Louis van Gaal: “Voor dat belangrijke gesprek heb ik een ruimte in Huis ter Duin uitgezocht, die daarvoor qua sfeer het meest geschikt was. Een mooie kamer met houtvuur. De verlichting had ik laten aanpassen. De stoelen van de spelers stonden in een halve kring, zodat iedereen elkaar kon aankijken. Daarachter stonden stoelen voor de andere leden van de staf en vóór die kring stond een tafel en stoel voor mij. Uiteraard heb ik die bijeenkomst ingeleid en opnieuw met beelden. Voor

www.devoetbal trainer.nl

04-15_Van Gaal.indd 10

08-11-12 12:35


www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1139008

Andere Tijden Sport, over het WK 1998 na het mislukte EK 1996.

komen als de groep anders over een bepaalde regel denkt en dan kunnen we er over praten. Zoals gezegd: ik gebruikte het kringgesprek ook om mijn aanvoerders te kiezen. Diezelfde avond zijn Wesley Sneijder en Dirk Kuijt voor een gesprek uitgenodigd. Allebei accepteerden ze hun nieuwe rol. Ik heb hun uitgelegd welke verplichtingen dat met zich meebrengt en we hebben het ook nog over normen en waarden gehad. Dat was allemaal dag 1…”

Structuur dit bijzondere moment koos ik voor een deel uit een aflevering van Andere Tijden Sport, die in juni 2010 is uitgezonden. Die uitzending gaat over wat er allemaal tijdens het EK in 1996 onder Guus Hiddink misging en wat er daarna door hem is gedaan om er twee jaar later in 1998 een fantastisch WK van te maken. Nieuwe regels en afspraken over hoe je met elkaar wilt omgaan, hebben toen een grote rol gespeeld. Een leuk detail was dat Patrick Kluivert er ook nog in voorkomt en die zat op dat moment in die kamer. Na dat fragment lieten we nog enkele beelden van het succesvolle WK in Zuid-Afrika zien en een interview met Wesley Sneijder vlak voor het afgelopen EK. Daarin stelde hij dat een Nederlands elftal met zoveel kwaliteit alleen maar voor de titel kon gaan. Vervolgens heb ik alleen nog gezegd: ‘Hoe kan het nu dat het zo anders is gelopen? Daar gaat het komend kringgesprek over. Zeg het maar of wij als staf daarbij aanwezig mogen zijn.’ De groep gaf aan dat we konden blijven en dat is natuurlijk plezierig, want daar spreekt meteen ook vertrouwen uit. Elke coach weet dat er dan spelers zijn die iets zeggen, spelers die niets zeggen en spelers die met hun lichaamstaal laten zien wat ze ervan vinden. Dat was deze keer niet anders. Het werd een gesprek van net geen twee uur, waarover ik uiteraard niet uitweid. Wat voor spelers geldt, geldt ook voor de staf. Na het kringgesprek heb ik nog mijn regels in een soort manifest aan de groep gepresenteerd. Dat sloot namelijk goed aan bij het begin van de

bijeenkomst: de documentaire over 96/98. Onze regels had ik uiteraard vooraf met de andere stafleden besproken. Ze hadden nog wat dingen aangevuld, maar ook geschrapt. Er kon dus een versie worden gepresenteerd waarin elk staflid zich kon vinden. Ook die regels zijn ondersteund met beelden. Aan de afspraken over het dragen van hoofdtelefoons ging bijvoorbeeld het YouTube-filmpje ‘Headphones’ van Sporting Telenet vooraf, waarin het dragen van koptelefoons door topsporters lachwekkend wordt gepresenteerd.

De gemaakte afspraken gelden voor iedereen en het is de bedoeling dat we elkaar corrigeren als iemand die afspraken niet nakomt, of dat nu een speler of een staflid is. Dat vertrekpunt zagen de spelers die avond terug in het filmpje waarin zoonlief ’s nachts, als hij iets in de ijskast zoekt, opeens ontdekt dat zijn moeder te laat thuiskomt en stiekem met de schoenen in de hand de trap oploopt. Die moeder wordt vervolgens door de zoon terechtgewezen. De spelersraad werd uitgenodigd om naar me toe te

‘Altijd easy, nooit haasten’

10

04-15_Van Gaal.indd 11

Louis van Gaal: “De dag erna staat voor een deel in het teken van de reacties uit de groep op wat er die avond daarvoor allemaal aan groepsdynamiek was gebeurd. We zijn om 9.15 uur opgestaan en dat zal ook bij de komende interlands zo zijn. Mijn voorkeur gaat uit naar vaste tijdstippen oftewel een herkenbare structuur in het dagritme. Spelers moeten niet op een blaadje hoeven te kijken wanneer ze deze keer weer moeten opstaan, trainen, lunchen of rusten. Wat ook belangrijk is, is het principe ‘altijd easy, nooit haasten’. Na het ontbijt zijn eerst twee individuele gesprekken gehouden. Eerst met Robin van Persie, want die zou niet spelen tegen België. Dat gesprek was oorspronkelijk al na het kringgesprek op de eerste dag gepland, maar Van Persie vond het toen te laat worden en daarom hebben we dat naar de tweede dag verplaatst. Na Van Persie is met Arjen Robben gesproken, want hij zou niet op rechts, zoals bij Bayern München, maar op links starten. Dat zouden normaal gesproken twee intensieve gesprekken zijn, maar we kwamen er snel en goed uit. Soms is ook niet alles precies uit te leggen en ga je bij de keuze voor een speler op het buikgevoel af. Van belang was dat deze gesprekken vóór de 11:11-training en de wedstrijdbespreking voor België plaatsvonden. Kies je op zulke momenten voor een verkeerde volgorde, dan kan het effect van zo’n geslaagd kringgesprek weer voor een deel verloren gaan.”

11

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 12:35


PROFVOETBAL

Rouleren Sef Vergoossen: “Dan komen de kwalificatiewedstrijden en ben je waarschijnlijk de eerste bondscoach die behoorlijk rouleert met zijn spelers als er binnen een paar dagen twee interlands op het programma staan. Calculeer je dan vooraf in dat je niet met 6-0 maar met 3-0 van Andorra wint omdat je daarna per se van Roemenië wilt winnen?” Louis van Gaal: “Wat je nu zegt, daar geloof ik helemaal niks van. Kijk de beelden van het duel tegen Andorra maar eens terug. We hadden ook met dat Nederlands elftal met 6-0 kunnen winnen. Veel kansen bleven onbenut, penalty’s werden ten onrechte niet gegeven, er werd een doelpunt afgekeurd… Tegen Andorra speelden we met die groep, omdat de ene spits volgens mij nu eenmaal beter in het zestienmetergebied is dan de andere en de ene buitenspeler beter in de kleine ruimte is. Dat leg ik ook allemaal aan de spelers uit. De ene keer bij een wedstrijdbespreking en de andere keer weer in een persoonlijk gesprek. ‘Dit is waarom ik jou kies en dat wil ik dus op het veld terugzien.’ Altijd weer die duidelijkheid. En als zo’n speler dat bijvoorbeeld tijdens de volgende training niet laat zien, ben ik daar heel scherp op. ‘Ik heb je net

verteld waarom ik voor jou gekozen heb en nu laat je het niet zien. Of zie ik het verkeerd?’” Sef Vergoossen: ”Is dat corrigeren of motiveren?” Louis van Gaal: “Alles wat ik zeg, is om spelers te motiveren. Ze moeten een nog betere voetballer willen worden. Dat is ook het vertrekpunt bij elke evaluatie. Als bondscoach is dat een makkelijker onderdeel van je job dan voor een clubcoach, maar wel even belangrijk. Bij Bayern München evalueerde ik de voortgang van het proces met mijn spelers meestal twee tot drie keer per week. Dan moet je nog meer nadenken over de toon, het aantal keren, de lengte en de vorm, anders haken ze af. Met de spelers van het Nederlands elftal heb ik uiteraard minder evaluatiemomenten, maar ook daar hikken spelers nog tegenaan. Danny, Patrick en ik vertellen dan namelijk waar het op staat, maar hebben tegen de spelers gezegd: ‘Vat dat nu niet als persoonlijke kritiek op, maar als een handreiking van ons om je te helpen een nog betere voetballer te worden.’ Elke nieuwe speler binnen de selectie leg ik in een gesprek uit op basis waarvan ik hem selecteer, in relatie met de positie die ik voor hem bij Oranje voor ogen heb. Dat laatste

Sef Vergoossen: “Maar stel je nu eens voor dat Alex Ferguson bij Manchester United zou besluiten om Van Persie definitief op links te laten spelen, zou dat dan consequenties voor hem hebben voor zijn spitspositie in Oranje?” Louis van Gaal: “Dat moet je op dat moment als staf afwegen. Het is denkbaar dat Van Persie in zo’n situatie ook op ons wekelijks opstellingsformulier op links komt te staan. Op die positie wordt hij dan afgezet tegen andere spelers. Maar dat is niet aan de orde en ik houd eigenlijk niet van zulke speculaties. Dat laat ik aan de media over.”

Foto: Pro Shots

‘Alles wat ik zeg, is om spelers te motiveren.’

is wel van belang om te vermelden. Gertjan Verbeek was blijkbaar kwaad toen in zo’n gesprek met Maher werd gezegd dat we hem bij Oranje als een nummer 10 zien functioneren, terwijl hij bij AZ toen rechtermiddenvelder was. Binnen het systeem dat AZ speelt en rekening houdend met de spelers die Verbeek tot zijn beschikking had, was het begrijpelijk dat Maher bij zijn club rechts op het middenveld speelde. Maar bij het Nederlands elftal hebben we met andere spelers te maken en kan het dus zijn dat we als staf de specifieke kwaliteiten van een speler voor een andere positie gebruiken dan hij bij zijn club gewend is.”

www.devoetbal trainer.nl

04-15_Van Gaal.indd 12

08-11-12 12:35


Foto: Pro Shots

‘Tegen Andorra voerden we overal op het veld pressie uit, omdat we wisten dat we dan snel weer in balbezit zouden komen.’

Speelwijze Sef Vergoossen: “Ik wil graag nog iets meer over de speelwijze weten en de keuzes die je daarin maakt. Klopt het als ik constateer dat je bij balbezit van de tegenstander het blok wat verder laat terugzakken dan Van Marwijk?” Louis van Gaal: “Ja en dat doe ik omdat die keuze het beste past bij de kwaliteiten van deze spelersgroep. We creëren eerst ruimte om daarmee optimaal de snelheid van spelers als Lens, Robben, Narsingh, Schaken en Van Persie te benutten. Het bewijs werd, hoe gek dat ook mag klinken, juist tegen Andorra geleverd. Toen voerden we overal op het veld pressie uit, omdat we wisten dat we dan snel weer in balbezit zouden komen. Maar uiteindelijk leverde het niet zoveel op. Tegen het sterkere Roemenië creëerden we eerst de ruimte en benutten daarna die snelheid van onze aanvallers. Dat bleek heel wat effectiever. Ik noem dat provocerende pressie. Dat heb ik met AZ ook vier jaar gespeeld, maar dat werd nauwelijks herkend. Iedereen zei dat we louter aanvallend speelden, maar dat was niet zo. We speelden bij balbezit aantrekkelijk door snelle acties in de diepte, maar daarvoor schiepen we bij balbezit van de tegenstander ook met AZ eerst de voorwaarden om dat mogelijk te maken. Dat is ook de nuancering die ik met het Nederlands elftal op de Barcelona-stijl wil aanbrengen. De balcirculatie bij Barcelona wordt technisch perfect uitgevoerd, maar het is te veel breed. De bal wordt hooguit tien meter diagonaal naar voren gespeeld en dan vaak weer terug of breed richting de andere zijde van het

veld. Ik vind dat je meer stations moet overslaan en dat het veel meer direct richting het doel van de tegenstander moet gaan. Dat kan alleen als je eerst die ruimte ‘provoceert’ en vervolgens benut voor die snelle acties in de diepte. Voor toeschouwers is dat veel prettiger om naar te kijken. Barcelona wil zo snel mogelijk in balbezit komen, zet daarom erg vroeg druk, maar creëert daardoor zelf een heel kleine ruimte om in te opereren. Wil je dan geen balverlies lijden, moet je automatisch vaker breed en terug spelen. Voor de supporters op de tribune is dat, ondanks de geniale invallen van enkele wereldtoppers, minder leuk om naar te kijken. En dan komen we weer uit bij een van die opdrachten, die we van de KNVB hebben gekregen: het Nederlandse volk moet zich weer met Oranje kunnen identificeren. Daar past onze speelwijze van nu bij. Dat wordt al opgepikt, want er zijn vooral positieve reacties van supporters over de manier waarop we tijdens de kwalificatieduels hebben gevoetbald. En we zijn pas twee maanden samen onderweg.”

Provocerende pressie is mijn nuance op het Barcelona-spel’

12

04-15_Van Gaal.indd 13

13

Middenveld

Sef Vergoossen: “Opvallend in dit Oranje is ook de wijze waarop het middenveld functioneert. Er wordt steeds opnieuw geanticipeerd op een nieuwe situatie door te rouleren en te kantelen. Het ene moment staan er twee spelers voor de verdediging, dan zie je er weer één. Welke afspraken zijn daarover gemaakt?” Louis van Gaal: “Dat heeft alles te maken met de kwaliteiten van Kevin Strootman. Geloof me, een kanjer. Hij zorgt in dit Nederlands elftal voor de balans op het middenveld. Dat doet hij vanuit

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 12:35


PROFVOETBAL

Foto: Pro Shots

‘Tegen het sterkere Roemenië creëerden we eerst de ruimte en benutten daarna die snelheid van onze aanvallers. Ik noem dat provocerende pressie.’

zijn buikgevoel, maar ook op basis daarvan maakt hij bijna altijd de juiste keuze.”

maken. Die moet je daar laten spelen waar zijn eigen voorkeur ligt en bij Van der Vaart is dat op rechts.”

Sef Vergoossen: “En de rest past zich aan hem aan?” Louis van Gaal: “Strootman past zich aan het spel aan, dus aan wat er op dat moment nodig is. Ik heb zelden een speler gezien die dat onderdeel zo goed beheerst. Strootman zorgt er ook voor dat we zo gemakkelijk met de punt naar achteren kunnen spelen. Hij wil daar zelf ook het liefst spelen. Maar ja, Kevin is tevens een box-to-box speler met een ongelooflijk loopvermogen. Als straks Leroy Fer weer fit is, hebben we nog zo’n type speler in de selectie van Oranje, al moet hij zich op dit niveau nog bewijzen. Zulke spelers vervullen in het moderne voetbal een cruciale rol. Maar je hebt in je elftal ook drie of vier creatieve spelers nodig. In sommige topduels zijn vier van zulke spelers net iets te veel van het goede en kan de balans snel in de verkeerde richting doorslaan.”

Focus

Sef Vergoossen: “Wil je dat Van der Vaart op rechts en links uitkomt?” Louis van Gaal: “Nee, hij is de creatieve speler die het verschil kan

Sef Vergoossen: “Na de overwinning op Roemenië roept iedereen: dit kan niet meer fout gaan. Hoe zorg je voor voldoende focus? Louis van Gaal: “Voor mijzelf is dat geen probleem door de intensieve manier waarop ik me, samen met mijn staf, op elke wedstrijd voorbereid. Meestal draag je dat dan ook op je spelers over. Bovendien kan ik als bondscoach wat makkelijker en sneller wisselen dan een clubtrainer als een of meerdere spelers niet meer bij de les zijn. Niemand hoeft bang te zijn dat we gaan verslappen, want we zijn er dus nog niet en bovendien moet het doel voor iedereen zijn om als team steeds beter te worden.” De eindconclusie neemt Sef Vergoossen voor zijn rekening: “Wat mij betreft, is het nu duidelijk hoe het proces is verlopen om van een verdeelde groep in zo’n korte tijd een selectie te vormen met natuurlijke discipline en commitment over de gezamenlijke visie en route.”

www.devoetbal trainer.nl

04-15_Van Gaal.indd 14

08-11-12 12:35


Trainingsvorm Louis van Gaal De driehoek De Voetbaltrainer bezocht diverse trainingen van het Nederlands elftal in september en oktober van dit jaar. Minimaal drie keer zagen we een bekende basisvorm terug, namelijk ‘de driehoek’. Deze trainingsvorm vinden we ook in het boek Louis van Gaal, Visie. Achter de op het oog eenvoudig uitziende vorm gaat een complete filosofie schuil.

2

1

1

4

2 5

Organisatie • passafstand 10-15 meter • wanneer tijdens de oefening een fout wordt gemaakt, loopt iedereen toch door naar de volgende positie, waardoor het tempo in de oefening blijft • goed veld • goede ballen

• de vooractie moet explosief gemaakt worden (wedstrijd: je moet loskomen van je tegenstander); er moet contact zijn met de medespeler, de vooractie moet gemaakt worden vlak voordat de medespeler de bal passt, eigenlijk op het laatste moment • rechtsom, dus met rechterbeen • linksom, dus met linkerbeen • met vooracties maar zonder kaats (tekening 1) • er moet voortdurend gevraagd worden om de bal, oftewel er moet voortdurend beweging zonder bal zijn • de bal moet zo snel mogelijk van voet naar voet kunnen gaan • de technische uitvoering staat in functie van de speelwijze, de bal moet in een hoog tempo verplaatst kunnen worden • spelers moeten elkaar uitdagen, moeten het maximale van elkaar vragen; daarmee zijn fouten geen probleem, voorwaarde is wel dat de concentratie maximaal is

Opmerkingen • de ‘driehoek’ als pass- en trapvorm is bewust gekozen vanwege het feit dat de driehoek steeds weer terugkomt in de veldbezetting van de systemen 1:4:3:3, 1:3:4:3, 1:4:4:1:1 (ruit) of 1:4:4:2 (ruit) • de driehoek laat de passlijnen en de keuzes daarvan zien. Spelers kunnen dat later in de wedstrijdsituatie herkennen

Variatie • met vooracties en twee keer kaats (tekening 2) - inspelen, kaatsen, kaatsen, inspelen, kaatsen, kaatsen, dribbelen - kaatsen betekent de bal zo raken dat de bal door de ontvangende speler direct doorgespeeld kan worden - de kaatsende speler moet na de kaats achteruit om een pylon bewegen; dit vraagt lichtvoetigheid - bij de eerste pylon gaat het erom dat de speler na de kaats zo snel mogelijk om de pylon heen beweegt ofwel accelereert. Speler 1 moet daar met de balsnelheid van zijn pass op inspelen.

14

04-15_Van Gaal.indd 15

1

3

Inhoud

15

3 2

6

4 5

3

2 1

- bij de tweede pylon gaat het erom dat de timing helemaal goed is. Dit betekent dat de speler die bij de tweede pylon wordt aangespeeld na zijn kaats niet automatisch moet accelereren, maar de situatie moet inschatten. Misschien moet hij accelereren, maar misschien moet hij ook wel inhouden. Het tactische aspect voert dan dus de boventoon, terwijl het bij de eerste pylon vooral gaat om de versnelling zonder bal en de betekenis daarvan voor de balsnelheid • met vooracties en twee keer kaats en het aanspelen van de derde man (tekening 3) - speler 2 vraagt om de bal met een voorbeweging - speler 1 speelt in naar speler 2 die de bal terugkaatst op speler 1 - speler 1 opent naar een andere kant waar speler 3, vanuit de voorbeweging, vraagt om de bal - speler 3 kaatst op de inmiddels bijsluitende speler 2 - speler 2 kaatst op speler 3 die na zijn kaats lichtvoetig om de pylon heen beweegt - speler 3 neemt de bal aan en mee en dribbelt door naar het vertrekpunt

Op de website van De Voetbaltrainer vindt men de videobeelden van diverse variaties van ‘de driehoek’ door Oranje uitgevoerd in september en oktober van dit jaar.

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 12:35


JEUGD

Tekst: Yves Brokken

Peter Reynders coacht KRC Genk onder 13 met discipline

‘Spelers moeten elkaar leren corrigeren’ Peter Reynders is al een aantal jaren aan de slag bij de twaalfjarigen van de Belgische eersteklasser Racing Genk. Onder meer de Belgische internationals Thibaut Courtois en Kevin De Bruyne boekten onder de Limburger verbaal heel wat progressie. ‘Jonge spelers moeten elkaar durven terechtwijzen’, klinkt het bij Reynders.

Peter Reynders is van mening dat jonge spelers elkaar vaak sparen tijdens trainingen en wedstrijden. Om hen hierin te ontwikkelen, kiest hij een veelzijdige aanpak. Peter Reynders: “Het gebeurt dat ik tijdens de bespreking na een slechte wedstrijd heel hard ben tegenover de spelersgroep. Ik geloof dat dit soms nodig is. Onlangs waren tijdens een toernooi enkele belangrijke spelers voor aanvang van de wedstrijd te laat in de kleedkamer. Dat is natuurlijk een slecht begin. Dan stel ik meteen mijn veto en blijven die jongens voor die wedstrijd aan de kant, ook al zijn het sterkhouders. Sportief gezien snijd je dan in je eigen vel, maar je moet ergens een lijn trekken. Het gevolg is dat ik jongens moet laten starten in een positie waar ze op dat moment nog niet klaar voor zijn. Als je dan die wedstrijd verliest omdat sommige spelers de invulling van hun positie verwaarlozen, dan heb ik het daar wel eens moeilijk mee.

Dan zal ik in de kleedkamer verbaal uitvallen en harder bijsturen om ze wakker te schudden. In de nabespreking wil ik spelers in eerste instantie zelf aan het woord laten. Dan vraag ik waarom ze bepaalde zaken wel en andere zaken niet gedaan hebben. Sommige spelers zeggen soms iets, anderen zwijgen en zitten erbij als schaapjes. Vervolgens vertel ik wat ik ervan vind. Op een moment dat ik de spelers zie na de wedstrijd probeer ik individueel met hen te praten. Kijken welke aspecten er meespelen, want de meeste spelers durven op die leeftijd nog niet al te veel in de groep naar buiten brengen en dat is nu net iets wat ik hun wil aanleren. Maar je moet na die bespreking ook niet meer terugkomen op die zaken, want dat heeft geen zin. Dan ga je spelers onnodig onder druk zetten. Mijn assistent en ik praten individueel met spelers. Daarna gaan we samen bespreken welke speler wat zegt en hoe hij daarin evolueert.

We willen tot een situatie komen waarin spelers elkaar gaan corrigeren binnen de groep, zowel bij trainingen als bij wedstrijden. Dat betekent elkaar oplossingen aanreiken zoals ‘explosief vrijkomen’, ‘op de goede voet inspelen’, ‘juist opengedraaid staan’. Spelers van twaalf jaar zijn doorgaans te lief voor elkaar en dan kan je als groep weinig of geen progressie boeken. Het proces van verbaal sterker worden is zeker niet te onderschatten. Belgische spelers hebben dat heel wat minder dan Nederlandse jongens. Als we hun leren communiceren met elkaar, hoeven

www.devoetbal trainer.nl

16-19_Genk jeugd.indd 16

08-11-12 09:28


wij als trainer minder in te grijpen. In de situatie waarbij de betere – en ook communicatief sterkere – jongens dan op de bank belanden, ga je dan flink onderuit. Maar dat is uiteindelijk bijzaak.”

Brave spelers Peter Reynders: “Je hebt in een groep veel verschillende jongens. Zo is er bij ons een heel timide speler in de communicatie met de trainers, terwijl hij in de groep zelf eigenlijk zowat de bon vivant is wanneer wij er niet bij zijn. Hij kan zo goed voetballen, maar laat vaak maar heel weinig

zien. Je moet zo’n jongen duidelijk maken dat hij hard zal moeten leren werken als hij er wil komen, zowel bij balbezit als bij balverlies. Dan moeten wij hem als trainers pushen. In persoonlijke gesprekken geeft hij wel aan dat hij weet dat het beter moet, maar tegelijkertijd ook dat hij in sommige wedstrijden maar zestig procent gegeven heeft. Als je dan peilt naar het waarom daarvan, dan klinkt het geregeld dat het ‘mijn dagje niet was’. Je moet een speler leren om te communiceren met de trainer vóór die situaties zich voordoen. Dus als iemand voelt dat hij zich niet 16

16-19_Genk jeugd.indd 17

17

goed voelt, moet hij dat vooraf aan ons overbrengen. Op die manier kunnen wij iemand in de ploeg zetten die wel honderd procent bij de les is. Zo maak je spelers verbaal sterk en dat komt hun maar ook de ploeg alleen maar ten goede. Ze moeten ook weten dat de club heel veel inspanningen doet om het hun zo makkelijk mogelijk te maken en dat ze over heel wat faciliteiten en het beste materiaal kunnen beschikken. Dat is logisch op dit niveau, maar er wordt natuurlijk ook een tegenprestatie verwacht. Dat lukt niet door hen steeds over hun hoofdje te aaien, want dan krijg je allemaal brave spelertjes die met het minste tevreden zijn en het foute altijd in de schoenen van een ander schuiven. Van die jongens nemen we op het einde van het seizoen afscheid, zo simpel is het. Op deze leeftijd hebben spelers ook nog vaak moeite met de grens tussen wanneer het er wat losser aan toe mag gaan en wanneer het serieus moet. Dat is een leerfase. Ze moeten dat verschil leren kennen, want uiteindelijk zijn ze in bepaalde mate toch professioneel bezig. Ze trainen zes keer per week anderhalf uur.”

Zelfevaluatie Peter Reynders: “Vanaf de Onder 10 beginnen we in de jeugdopleiding van Racing Genk aandacht te besteden De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 09:28


JEUGD

aan het communicatieve. Tijdens het seizoen hebben we elke maandag wedstrijdbespreking. Dan vraag ik hun de positieve punten van de wedstrijd in het weekend. Dat is voor een aantal onder hen al een moeilijke stap omdat ze vaak gefocust zijn op de minder goede punten en het goede vergeten. Er zijn altijd positieve zaken, zowel wat betreft het fysieke, het mentale, het technische als het tactische. Vooral in die vier categorieen proberen we de sterke en zwakke punten te ontleden. Een volgende stap is dat spelers elke maand een formulier krijgen waar ze hun sterke en zwakke punten invullen, maar ook welke punten verbeterd zijn en aan welke zaken ze nog willen/moeten werken. Op die manier leren ze zichzelf ook beter kennen. Ze dienen tevens aan te geven hoe ze bepaalde zaken zelf zien en hoe ze zelf benaderd willen worden. Sommige jongens willen echt niet in groep aangepakt worden, dan houden wij daar als trainers rekening mee en proberen we hen individueel iets bij te brengen. Nadien nemen we die formulieren dan individueel met de speler door. Tijdens elke training plannen we een vrij kwartier waarin iedere speler individueel kan werken aan iets waar hij zich beter in kan maken. Dat kan techniek zijn, maar ook snelheid of kopspel. Spelers bepalen dat zelf. Zo zie je sommige spelers groeien tot een punt waar ze zelf al eens oefeningen komen vragen. Dan proberen we hen zo goed mogelijk bij te staan. Maar we zien ook dat spelers al snel zelf oefenvormen

gaan maken om hun kwaliteiten aan te scherpen. We werken bij Genk veel individueel en vaak in kleine groepjes. We zijn ook steeds met twee trainers voor elke leeftijdsgroep en daar komen dan nog vaak de techniektrainer en de coördinatiecoach bij. Perfect om zwakke punten te verbeteren en sterke punten aan te scherpen.”

Voorbereiding Peter Reynders: “Coaching is ook heel belangrijk in de voorbereiding op een wedstrijd. Dan bespreken we voor elke positie de basistaken en de punten waar extra aandacht aan moet worden besteed. Dat duurt tien minuten tot maximaal een kwartier omdat dat na verloop van tijd toch grotendeels vertrouwde informatie is. Algemeen bespreken we wat we gaan doen bij balbezit, balverlies (bv. op welke hoogte we druk gaan zetten) en de omschakeling in beide richtingen. Aan dat laatste besteden we extra aandacht. Zo proberen we bijvoorbeeld bij balverovering de eerste pass altijd vooruit te geven. Het volgende moment waar coaching van belang is, is wanneer de situatie tijdens de wedstrijd wijzigt. Als we bijvoorbeeld bij de rust 2-0 achterstaan, dan veranderen we onze formatie. We blijven dan nog maar met drie achterin om de achterstand zo ongedaan te proberen maken. Op het middenveld opteren we voor een ruit of we gaan met vier aanvallers spelen over de hele breedte van het terrein, dus ver uit elkaar. De basis is dus 1:4:3:3, de driehoek op het middenveld kan al eens met de punt naar voor of naar achter staan. Een andere

formatie is de 1:3:4:3, waarbij we in het midden met een ruit of zelfs met een vierkant gaan spelen. Een punt waarop we tijdens wedstrijden veel coachen, is de balaanname van spelers onder druk. Dan willen ze de bal weleens direct wegknallen, maar de bedoeling is om rustig te blijven en via een eerste controle een voetballende oplossing te vinden, eventueel in samenspel met de keeper. De bal buiten trappen is voor ons geen optie. In principe is er altijd een oplossing. Hoe meer en beter er gecommuniceerd wordt, hoe sneller en makkelijker je die oplossing vindt. Belangrijk is dat we zaken die tijdens wedstrijden verkeerd lopen, meenemen naar de volgende trainingen. Dan werk ik als coach oefenstof uit waar spelers geconfronteerd worden met die situaties en waarin ze ook verplicht worden om mee te denken. Zo is een van de vaak voorkomende aandachtspunten op deze leeftijd dat voetballertjes moeten leren om na de balverovering en het inspelen zich ook verder te blijven betrekken in het spel.”

www.devoetbal trainer.nl

16-19_Genk jeugd.indd 18

08-11-12 09:29


ling hadden hem beter te maken, dat het goed was voor zijn evolutie als speler. Je belangrijkste taak als coach is om alles uit zo’n speler te krijgen wat erin zit. Die jongens hebben vaak meer dan talent dan een ander, maar het is een beetje voelen en tasten om er toegang tot te krijgen. Een ander voorbeeld is Thibaut Courtois (Chelsea, uitgeleend aan Atlético Madrid, red.), nu een van de beste keepers in Europa. Een heel timide jongen, in de jeugd veelal in de schaduw van Koen Casteels (nu bij TSG Hoffenheim, red.). Zulke jongens moet je soms eens wakker maken.”

Hard

Karakters Peter Reynders: “In mijn ploeg heb ik een centrale verdediger die zijn mond durft open te doen, ook buiten de lijnen. Hij is min of meer de natuurlijke leider van de groep en dat heeft een team wel nodig. Die jongen wordt door de groep ook gezien als de voortrekker en ze aanvaarden het als hij iets zegt. Als iemand niet goed heeft gespeeld of er met zijn pet naar heeft gegooid, zal hij dat die ploeggenoot na de wedstrijd tijdens de bespreking recht in het gezicht zeggen. Zoiets heeft meer effect dan wanneer een trainer dat zegt, want een medespeler is toch nog altijd iemand binnen de groep, terwijl een coach daar in zekere mate toch boven of in ieder geval buiten staat. Het is voor jonge spelers heel erg confronterend als de zogenaamde leider zoiets zegt tegen hen voor de hele groep. Het spreekt dus voor zich dat wij die jongen bij teambesprekingen heel vaak aan het woord laten. Een ander soort type zijn de ‘meelopertjes’. Zij gaan dikwijls mee in het

spoor van de jongens die de groep trekken. Het betreft spelers die zich nog niet zo ontwikkeld hebben, en waar je als trainer heel veel uit moet halen. Die jongens beseffen nog niet op welk niveau ze zitten en doen er nog niet alles voor. Je zou denken dat het die jongens zijn die in een latere fase van de jeugdopleiding afhaken, maar dat is niet meteen het geval. Als voorbeeld geef ik Kevin De Bruyne (Chelsea, uitgeleend aan Werder Bremen, red.). Toen ik hem vanaf zijn veertiende individueel ging coachen, was hij een heel moeilijke jongen. Hij had een speciaal karakter, lag ook compleet niet goed in de groep, had weinig vrienden. Maar op een bepaald moment heeft hij die klik gemaakt en is hij alles gaan doen voor zijn sport. Kijk waar hij nu staat. Als je hem vroeger in de groep aanpakte, werd hij vuurrood en klapte hij helemaal dicht. Hij kon niet hebben dat iemand hem corrigeerde. Met dergelijke spelers moet je heel veel praten, individueel. We hebben hem duidelijk gemaakt dat we met onze aanwijzingen alleen de bedoe18

16-19_Genk jeugd.indd 19

19

Peter Reynders: “Ik blijf een coach die hard uit de hoek kan komen. Acties zijn vaak goed geprobeerd, maar als je drie of vier keer dezelfde actie doet en het blijft mislukken, dan is het gewoon slecht en dan zal ik dat ook duidelijk zeggen. Voor het seizoen proberen we jongens daar al op voor te bereiden door hun te stellen dat we op twee manieren kunnen werken als ze een slechte wedstrijd spelen. Of we halen hen naar de kant, of we proberen hen te corrigeren. Dan kiest 99 procent voor het tweede, want iedereen wil zo lang mogelijk voetballen. Als het dan toch eens tot een harde woordenwisseling komt, beseffen ze dat het is om hen beter te maken. En dat is toch de bedoeling van ons werk. Daar tegenover staat dat iedereen schouderklopjes nodig heeft. Wat goed is, willen we dan ook extra benadrukken. Het positieve is dan ook altijd het startpunt van onze debriefing.” Samenvatting • Peter e nders vindt het niet goed om spelers alleen maar over het hoofd te aaien • Alle sterke en wakke punten op f siek, mentaal, technisch en tactisch vlak worden na een wedstri d ontleed • Als de leider van de groep kritiek geeft op een medespeler, komt dat harder aan dan wanneer de coach dat doet • Op de e leefti d hebben spelers vaak moeite om te bepalen wanneer het er wat losser aan toe mag gaan De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 09:29


JEUGD

Tekst: Gerjos Weelink

‘Kijk vooral naar potentie en intentie’

Herkennen en ontwikkelen van talent Hoe komt het dat diverse jeugdselecties bestaan uit spelers die vooral in de eerste maanden van het kalenderjaar zijn geboren? Wat zegt dit over de manier van scouten? Dit artikel gaat over talentherkenning. De Voetbaltrainer sprak met Wim van Zwam, bondscoach van het Nederlands Elftal voor spelers onder de 19 jaar. In 1994 ontdekte Sportpsycholoog Ad Dudink, werkzaam bij de Universiteit van Amsterdam, dat de peildatum voor de selectie van jeugdelftallen voor een scheve verdeling zorgde bij de opleiding tot profvoetballer in Nederland en in Engeland. De meeste Nederlandse jeugdspelers in de opleiding tot profvoetballer waren jarig in de maanden augustus, september en oktober. Verklaring: 1 augustus was de peildatum

“Vroegrijpers nemen, onder meer dankzij hun sterke spierontwikkeling, vaker een leidersrol op. Ze blijken sociaal stabieler en succesvoller te zijn. In het begin van hun vroege rijping voelen velen zich gefrustreerd door hun geavanceerde morfologische en fysiologische ontwikkeling. Laatrijpers worden vaak geplaagd door twijfels inzake hun mogelijkheden tot normale lichamelijke en seksuele ontwikkeling.” Uit: The Physiology of Human Growth, Volume 29 (Tanner, 1989)

voor de indeling in jeugdelftallen en ook de competitie begon rond die tijd. Inmiddels is de peildatum al een tijd verschoven naar 1 januari.

Peildatum Wim van Zwam: “Met het verschuiven van de peildatum is een nieuwe trend ontstaan. De meeste spelers die tegenwoordig gescout worden, zijn geboren in januari, februari of maart. Deze spelers lopen soms bijna een jaar voor in hun ontwikkeling. Spelers waarvan de spieren bijvoorbeeld al meer zijn ontwikkeld en die dus sneller zijn dan een ander. Of spelers die veel sterker zijn in de duels. Daarnaast hebben we dus ook nog te maken met vroegrijpers en laatrijpers die het effect van een vroege geboortemaand kunnen versterken. In een groep van dertienjarigen zijn sommigen qua ontwikkelingsleeftijd nog twaalf, terwijl anderen qua kenmerken al vijftien lijken. Veel scouts halen de vroegrijpe spelers eruit. Het

is maar de vraag of dat in potentie wel de beste spelers zijn. De huidige selecties in het betaalde voetbal zijn redelijk evenredig verdeeld over het kalenderjaar. Een kwart van de spelers is geboren in de maanden januari, februari, maart et cetera. Je vindt de grote verschillen echter in de jeugdopleidingen. Daar is absoluut geen sprake van een gelijke verdeling en al helemaal niet als je kijkt naar de basisspelers. Zo kan het voorkomen dat een KNVBdistrictsteam onder 14 uit West II (bestaande uit spelers van Feyenoord, ADO en Sparta) voor tachtig procent bestaat uit spelers die geboren zijn in het eerste kwartaal van het jaar. Het gemiddelde percentage van spelers die voor een Regionale Jeugd Opleiding (RJO) spelen en die geboren zijn in de maanden oktober, november en december, bedraagt opgeteld voor alle RJO’s maar drie procent. Voor spelers geboren in de maanden januari, februari en maart bedraagt

www.devoetbal trainer.nl

20-25_Talentherkenning.indd 20

08-11-12 09:32


Foto: KNVB.nl

dit percentage bijna vijftig procent en in totaal voor de eerste zes maanden van het jaar 78 procent. Bij die drie procent zitten vaak wel de absolute toptalenten die het betaald voetbal zeker gaan halen. Dat dan weer wel. Het vraagt in de scouting om een andere manier van kijken naar spelers. Als je nu namelijk kijkt naar wie de grootste bijdrage levert aan het wedstrijdresultaat, zijn dat vaak de vroegrijpers. Ze schieten harder, zijn sterker in de duels en lopen sneller. Scouts moeten daar dus eigenlijk doorheen kijken en op zoek gaan naar potentie en intentie van handelen. En dat is niet zo gemakkelijk. Een voorbeeld: je hebt een vleugelaanvaller, die het moment van diepgaan niet goed herkent. Maar omdat hij vroegrijper is en op snelheid veel goedmaakt, is hij toch steeds eerder bij de bal dan een verdediger, die toevallig een laatrijper is. Vaak wordt die aanvaller dan gescout en niet de verdediger. Ter-

wijl de verdediger het moment wellicht eerder herkende. Is dat wel reëel? Over een jaar is de verdediger sneller geworden en is, doordat hij het moment nog

GEBOORTEMAANDEFFECT NATIONALE TEAMS Kwartaal 1 Aantal % A-team 2004-2011 Jong Oranje 2004-2011 O20 2004-2005 O19 2004-2011 O18 2005-2010 O17 2004-2011 O16 2004-2011 O15 2004-2011

Kwartaal 2 Aantal %

Kwartaal 3 Aantal %

Kwartaal 4 Aantal %

17

24

18

20

22% 48

30% 42

23% 33

25% 20

34% 14

29% 7

23% 6

14% 8

40% 84

20% 51

17% 38

23% 21

43% 62

26% 33

20% 20

11% 12

49% 112

26% 61

16% 33

9% 10

52% 94

28% 49

15% 22

5% 9

54% 86

28% 42

13% 19

5% 9

55%

27%

12%

6% PAGINA 9 VAN 24

20

20-25_Talentherkenning.indd 21

steeds beter herkent, eerder bij de bal. Dus je kunt als je praat over scouting niet alleen scoren op ‘snelheid’ of op ‘bijdrage aan het resultaat’.”

21

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 09:32


JEUGD

Handelingen Wim van Zwam: “Neem bijvoorbeeld de linksback. Je start met het analyseren van het spel en de positie. Wat verwacht je van een linksback en wat zijn de dominante voetbalhandelingen op die positie? Tijdens aanvallen wil je dat hij het veld groot maakt, de bal opengedraaid goed aanneemt, aanvallers en middenvelders inspeelt, momenten herkent waarop hij diep kan gaan, et cetera. In verdedigend opzicht kijk je of hij zich niet laat uitspelen, of hij rugdekking verzorgt, weet wanneer hij wel of niet een duel moet aangaan, aan de binnenkant staat, de restverdediging verzorgt, samenwerkt met de linkermiddenvelder en linker centrale verdediger. Aan de hand van die handelingen ga je kijken en beschrijven. ‘Kijk, hij laat een groot gat vallen tussen linkermiddenvelder en linker centrale verdediger, waardoor er een middenvelder in kan duiken.’ Of: ‘Hij ziet al waar de aanvaller staat op het moment dat hij de bal krijgt ingespeeld.’ Of: ‘Hij geeft goed rugdekking aan de centrale verdediger en durft zijn mannetje los te laten.’ Goede voorbeelden zijn Adam Maher en Ismaïl Aissati. Ze hebben altijd het vermogen gehad om veel vrij te staan. Maar in hun puberjaren waren ze allebei erg licht. In de directe duels om de bal moesten ze het soms afleggen en ze verloren dan ook nog wel eens de bal. Toch was hun positiespel met en zonder bal en de intentie van handelen vaak uitstekend. Zo moet je naar spelers kijken. Voetbal is ook niet voor niets een teamsport. Spelers kunnen leunen op elkaars kwaliteiten. Tekortkomingen

‘Nog belangrijker dan snelheid is het herkennen van het moment van lopen’

spelers uit te spelen? Op het scoutingsformulier worden veel kwaliteiten die een spits ‘behoort’ te hebben waarschijnlijk niet aangevinkt. Maar in het Heerenveen onder Ron Jans excelleerde hij. Er wordt nogal eens geroepen dat technische spelers het verschil maken. Maar kijk naar John Terry van Chelsea. Technisch misschien niet een van de beste spelers en op scoutingsformulieren ontbreken

‘Je moet spelers scoren op handelingen’ van de één worden goedgemaakt door de ander. En als een speler ergens niet zo goed in is, vormt dat dan voor hem een belemmering om de top te halen? Kijk het afgelopen seizoen naar Bas Dost. Hoeveel goals heeft hij op eigen kracht gemaakt door een paar

vast diverse vinkjes. Maar hij heeft andere kwaliteiten. Terry houdt zijn team bij elkaar, heeft een goede pass, verdedigt meedogenloos en is een leider. Een ander voorbeeld is Eljero Elia. Hij zat bij ADO Den Haag op de bank, wordt vervolgens opgepikt door

FC Twente. Onder Fred Rutten en met een bepaald type speler om zich heen ontwikkelt hij zich vervolgens uitstekend. Hij komt in Oranje te spelen, gaat naar Hamburger SV, en kwam via Juventus bij Werder Bremen terecht.”

Testen Wim van Zwam: “Ontwikkeling is geen lineaire kwestie. Je ziet steeds meer clubs die spelers testen. Motorische en cognitieve testen, om een zo goed mogelijk beeld van de speler te krijgen. Bij de jongens is de gemiddelde leeftijd waarop de maximale groeispurt plaatsvindt 13,6 jaar. Bij het vergelijken van spelers kan dit een rol spelen. En als een jeugdspeler bepaalde dingen laat zien in het veld, op basis waarvan gebeurt dat? Zijn dat inzichtelijke vaardigheden? Herkent hij het moment om iets te doen, maar lukt het hem nog niet altijd? Of wordt hij van de sokken ge-

www.devoetbal trainer.nl

20-25_Talentherkenning.indd 22

08-11-12 09:32


Profiel Wim van Zwam Wim van Zwam speelde tussen 1975 en 1977 in het betaalde voetbal voor FC Wageningen. Vervolgens kwam hij zes jaar uit voor Bennekom en twee seizoenen voor Nieuw-Lekkerland.

Foto: KNVB.nl

Als trainer had Van Zwam vóór zijn dienstverband bij de KNVB zeven ploegen onder zijn hoede. Tussen 1985 en 2000 was hij als coach actief bij Honselersdijk, GVVV, Quick Boys, ARC, UVS en Katwijk. Bij Honselersdijk werd hij kampioen en met UVS promoveerde hij naar de Hoofdklasse van het zondagamateurvoetbal. Bij Quick Boys werd hij in 1992 algeheel amateurkampioen en dat kunstje herhaalde hij in 2000 bij Katwijk. In het seizoen 2000/2001 en 2001/2002 trainde hij TOP Oss, dat op dat moment in de Eerste Divisie speelde.

lopen, omdat hij fysiek het nog moet afleggen? Door testgegevens erbij te pakken kun je zien dat zo’n jongen pas over twee jaar in de groeispurt terechtkomt. Dan is het te overwegen om hem nog bij de groep te houden

en hem de kans te geven zich door te ontwikkelen. Je zou, bij het bekijken van spelers, eerst een beeld moeten hebben van de leeftijdspecifieke kenmerken van

BIOLOGISCHE LEEFTIJD Lengte

Gewicht

Vroeg rijp

166

54

Normaal

159

46

laat

150

40

Uit onderzoek is gebleken dat de max groeispurt bij jongens plaatsvindt op 13.6 jarige leeftijd.

PAGINA 12 VAN 24

22

20-25_Talentherkenning.indd 23

23

Sinds 2002 werkt Van Zwam bij de KNVB, waar hij diverse teams onder zijn hoede heeft gehad (Onder 15, Onder 19, Onder 20, Olympisch elftal). Nu is hij coach van het Nederlands elftal voor spelers onder 19 jaar. Ook is hij al jarenlang docent bij de KNVB Academie.

een jeugdspeler en wat een speler in een bepaalde leeftijdscategorie zou moeten kunnen. Wat hoort er nou bij een C-junior en wat hoort er bij een B-junior? Vervolgens moet je bekijken wáárom die speler er dan boven uitsteekt. Wat is zijn kracht? Verschijnt hij op het juiste moment op de juiste plek, of is hij gewoon heel vaardig? Draait hij de goede kant op en gebruikt hij beide benen bij het aannemen en passen? En als je het helemaal goed wilt doen, zou je ook nog naar de thuissituatie en het zelfregulerende vermogen moeten kijken. Kan hij al een beetje plannen? Neemt hij de verantwoordelijkheid van zijn eigen leerproces op zich? Welke leerstrategieën gebruikt hij en in welke mate pikt hij aanwijzingen op? Is hij voldoende intrinsiek gemotiveerd? Staat hij steeds als eerste op het veld en gaat hij als laatste weg? Wil hij in zichzelf investeren? Nadat De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 09:32


JEUGD

vastgesteld is dat iemand beter is dan zijn leeftijdsgenoten in een bepaald aspect van het voetbal, zul je dus door moeten analyseren. Bij het team voor spelers onder 15 jaar hebben we de groep ook wat groter gemaakt. Het is belangrijk om door te blijven scouten, spelers beter te volgen en vaker te rapporteren. Veel trainers oordelen te snel. Pas met een goed volgsysteem en adequate rapportage kan er echt iets zinnigs over de ontwikkeling en potentie van een speler worden gezegd.”

Zelfregulerend vermogen Wim van Zwam: “Een belangrijke factor in het ontwikkelen van het talent, is dus ook het zelfregulerend vermogen van de speler. Stel je bent een C-junior die in de top van Nederland speelt en je wapen is je snelheid. Je hebt daar veel succes mee. Dan kom je in de B-junioren en merk je dat je tegenstanders veel sneller zijn. Hoe ga je daar dan mee om? Loop je daar dan tegenaan of heb je daar het jaar ervoor al over nagedacht? Een speler die al vooruit denkt en samen met de trainer kan zeggen: ‘Ik ben nu snel, maar ik moet werken aan het passeren binnendoor of het herkennen van het moment van lopen.’ Spelers die dat kunnen, zijn al heel ver. Dat soort spelers kunnen doorgaans ook goed praten over zichzelf. Ze kunnen goed plannen. En trainers helpen daarbij. Aan de andere kant heb je dus ook spelers die dat totaal niet kunnen. Hun ontwikkeling kan op een gegeven moment stoppen, omdat ze niet in staat zijn te schakelen. Spelers moeten zelf keuzes maken, zich daar ook bewust van zijn en verantwoordelijkheid dragen. Dus niet

de bal bij een ander leggen. Binnen de KNVB roepen we dat vaak en laten het ook steeds terugkomen in de praktijk. In de voorbereiding op wedstrijden geldt dat principe ook. Als we beelden

‘Absolute toppers blijken uitmuntend te scoren op ruimtelijk inzicht, snelheid van informatieverwerking en lerend vermogen’ (Erik Matser)

zien van een tegenstander bevragen we ze. Wat valt je op aan het spel van de tegenstander? Wat kan een bedreiging voor ons zijn en waar liggen onze kansen rekening houdend met onze kwaliteiten? Waar gaan we de komende dagen nog accenten leggen? Spelers zijn prima in staat daarover mee te denken. Sommigen moet je juist weer niet te veel vermoeien met informatie. Dat is een kwestie van aanvoelen en eventueel gebruikmaken van informatie uit testen.”

Toekomst Wim van Zwam: “Het is interessant te bepalen welke kant het op moet

www.devoetbal trainer.nl

20-25_Talentherkenning.indd 24

08-11-12 09:32


Zelfregulatie In december 2011 publiceerde Laura Jonker (Bunnik, 1984) de resultaten van haar promotieonderzoek aan het UMCG in Groningen. De titel van haar proefschrift luidt: ‘Self-regulation in sport and education. Important for sport expertise and academic achievement for elite youth athletes’. Jongeren die meer sporten - op wat voor niveau dan ook - presteren beter op school. Door het sporten verbeteren jongeren hun vermogen tot zelfregulatie, oftewel: ze leren zelf hun doel te bepalen, zelf te beslissen wat er nodig is om dat doel te bereiken en in te schatten of ze al hard genoeg gewerkt hebben.

Foto: KNVB.nl

‘Ontwikkelen is geen lineaire kwestie. Het gaat met ups en downs’

gaan. Er komt steeds meer informatie los over de manier waarop de hersenen werken en wat dat dan zegt over ontwikkeling. Er is meer informatie over de motorische ontwikkeling van spelers. Coördinatie- en lenigheidstrainingen worden vaker ingezet om te zorgen dat vroegrijpers lenig blijven en dus minder kans lopen op blessures. Er wordt steeds beter ingespeeld op de groeispurt. Maar het gaat stapje voor stapje. Over de werking van de prefrontale cortex, het hersengebied waarin ook het bewustzijn over de consequenties van gedrag zit opgeslagen, wordt steeds meer bekend. Als dat gedeelte bij een C-junior nog nau-

welijks ontwikkeld is, blijkt overmorgen vaak al te ver. Spelers zijn dan nog niet in staat zo ver vooruit te denken. Plannen betekent dan stap voor stap. Doelen stellen voor het eind van de maand en niet voor het eind van het jaar. Veel trainers voeren POP-gesprekken met hun spelers, waarin ze volgens mij vaak precies terughoren wat ze de speler zelf hebben gezegd. Trainers moeten hun spelers op het juiste moment een duwtje in de goede richting geven. Ze moeten stimuleren, motiveren, inspireren, faciliteren, uitdagen en zichzelf niet te belangrijk vinden. En dat gaat – van beide kanten – vaak met vallen en opstaan.” 24

20-25_Talentherkenning.indd 25

25

Laura Jonker: “Zelfregulatie is cyclisch en daarom is het niet mogelijk om te stellen dat het ergens begint. Het eenvoudigst kan worden begonnen met reflectie. Een goed voorbeeld dat ik bij presentaties vaak gebruik is Pierre van Hooijdonk. Om een belangrijke man voor Feyenoord te worden én om een plek in het Nederlands Elftal te krijgen weet Van Hooijdonk dat hij meer doelpunten zal moeten maken. Op basis van zijn sterke kanten (lengte en een goede traptechniek) en zwakke kanten besluit hij dat hij zich het beste kan focussen op het verbeteren van zijn vrije trap (reflectie). Om zijn vrije trap te verbeteren komt hij elke training dertig minuten eerder en blijft dertig minuten langer op het veld om vrije trappen te nemen (planning). Tijdens het nemen van de vrije trappen telt hij hoeveel doelpunten hij maakt (monitoren). Na afloop evalueert hij of hij beter is geworden in het nemen van vrije trappen en of deze inspanningen hebben geleid tot het scoren van meer doelpunten (evaluatie). Ook gaat hij na of de focus op het verbeteren van zijn vrije trap de beste strategie is geweest, of dat hij zich beter had kunnen richten op een andere vaardigheid (reflectie). In deze zelfregulatieve cyclus is het belangrijk te begrijpen dat Van Hooijdonk vertrouwen heeft in het gestelde doel (self-efficacy) en inzet toont om het gestelde doel te bereiken.” (l.jonker01@umcg.nl)

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 09:32


MEDIATHEEK

Trainen van verdedigen Verdedigen kun je niet los zien van aanvallen. Dat laat Robert Maaskant zien in de mediatheek van De Voetbaltrainer. Als men zoekt binnen de leeftijdsgroep ‘Senioren’ naar het thema ‘training’ en de de categorie ‘verdedigen’, vindt men twintig gevonden resultaten. Deze variëren van videofragmenten van trainingsvormen door Raymond Verheijen, Martin Jol en Robert Maaskant tot specifieke en schematisch uitgewerkte trainingsvormen ‘op papier’.

Klikt men op het onderdeel ‘Opbouwen, storen’ van Robert Maaskant, volgt een keuze van vier videofragmenten waarin hij laat zien hoe je de verschillende hoofdmomenten goed in één training kunt verwerken.

Klikt men op het videofragment ‘Opbouwen, storen’, start de video van de trainingsvorm 4:3 over de complete breedte van het veld.

www.devoetbal trainer.nl

26-27_Mediatheek_NEW.indd 26

08-11-12 16:56


3

2

4 9

11

7

7

9

5

5

11

4

2 3

Nieuw voor abonnees op de mediatheek van De Voetbaltrainer: de trainingsvormen van het Trainerscongres 2012 zijn nu toegevoegd aan de mediatheek. Een extra reden om nu een abonnement te nemen. Abonnees op De Voetbaltrainer betalen slechts € 35,= per jaar.

Leren storen Edwin Petersen KNVB-coach Onder 15 • • • •

Doel

Coaching

• verbeteren van de opbouw verdedigers in samenwerking met aanvallers • verbeteren van het storen door aanvallers

Opbouw - ‘Positioneel goed gaan staan.’ - ‘Kies diepte zodra het kan.’ - ‘Wees geduldig, geen onnodig balverlies.’ - ‘Buitenspeler open staan.’

Counter voorkomen Jan Zoutman • • •

Organisatie • veld volledige breedte, ca. 50 m lang met een open zone van 10 m lang in het midden • beide partijen 4 verdedigers, 3 aanvallers • scoren door middel van lijndribbel

Inhoud • opbouw start bij partij A • partij A probeert tot opbouw te komen • partij B probeert te storen

Storen - ‘Voorkom in eerste instantie de lange pass.’ - ‘Dichtstbijzijnde man doet aanval op de bal.’ - ‘Dwing breed.’ - ‘Na breedtepass of moeilijke pass: fanatieke aanval op de bal.’ - ‘Indien bal bij de rechts- of linksback, sluit spits de weg naar centrale verdediger af.’ - ‘Kantelen.’ - ‘Geen overtreding maken; overtreding is balverlies.’

26

26-27_Mediatheek_NEW.indd 27

27

Vrouwenvoetbal Roger Reijners • • • •

Trainen van de counter Paco De Miguel • • • •

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 16:56


JEUGD

Tekst: Sander de Vries

Voor- en nadelen van jongste jeugd bij bvo’s

‘Realiteitszin bij ouders soms ver te zoeken’ De KNVB onderzoekt of het opleiden van de jongste jeugd bij betaald-voetbalorganisaties gelijkgetrokken moet worden. De resultaten worden medio december gepresenteerd. Voor- en tegenstanders geven hun mening over dit controversiële onderwerp.

Bij clubs als FC Groningen, AZ en sc Heerenveen wordt de jeugd pas in de opleiding opgenomen, wanneer zij in de D-pupillen zitten. Zij vinden dat kinderen zich op jonge leeftijd moeten ontwikkelen in hun vertrouwde omgeving. Dat is echter slechts de moralistische motivatie, want deze clubs mogen vanwege hun stichtingsvorm überhaupt niet met de jongste jeugd werken. Dat zorgt voor veel kritiek vanuit de stichtingen. Zij spreken van oneerlijke concurrentie.

Onderzoek De contrasterende visies hebben één

gemeenschappelijke deler: de KNVB moet het opleiden van de jongste jeugd bij de bvo’s gelijktrekken. Bij de voetbalbond is dit al lange tijd een discussiepunt. Onder leiding van Technisch Manager Mohammed Allach onderzoekt de KNVB of hier een consistent en tegelijkertijd pedagogisch verantwoord beleid in kan worden gevoerd.

Foto: Pro Shots

Het is een vertederend beeld: de jongste voetbaljeugd, dribbelend over de voetbalvelden. Ogenschijnlijk zorgeloos en zonder verwachtingen – maar voor hoe lang nog? Verenigingen als Ajax, Feyenoord en Sparta Rotterdam speuren naar talentvolle F- en E-pupillen in de regio. En als zij eenmaal zijn opgenomen in de voetbalschool, worden er prestaties verwacht.

Mohammed Allach: “Op dit moment zie je dat clubs noodverbanden aanleggen, om hoe dan ook met de spelers te kunnen werken. De KNVB vindt dat altijd moet worden uitgegaan van het belang van het kind. Deze spelers worden verplaatst naar de context van

een betaald-voetbalorganisatie. Wat betekent dit voor hen, en wat moet een organisatie doen om dit verantwoord te laten plaatsvinden? Dat zijn we momenteel aan het bekijken door middel van een verkennend wetenschappelijk onderzoek, uitbesteed aan de Universiteit van Utrecht. Uit die aanbevelingen stellen we vast hoe wij op de korte en lange termijn beleid ontwikkelen. Als er een besluit uitrolt, moet er ook een beleidsmatige vertaling onder liggen die RJO’s verplicht om recht te doen aan de belangen van het kind. Dit is ook beoogd met de Regionale Voetbal Trainingen, maar blijkbaar gaat dit niet ver genoeg. De kern

www.devoetbal trainer.nl

28-33_E/F BVO's.indd 28

08-11-12 09:35


Een samenwerking naar volle tevredenheid van de betaald-voetbalclubs lijkt echter ver weg. Daarvoor liggen de werkwijzen van de clubs momenteel te ver uit elkaar. Om daar meer inzicht in te krijgen, sprak De Voetbaltrainer met Hoofd Jeugdopleidingen Aloys Wijnker (AZ), Pascal Jansen (Sparta Rotterdam) en Peter Jeltema (FC Groningen). Tot slot gaat sportpsycholoog Wim Keizer

van het bureau Keizer Prestatie Consultancy dieper in op de pedagogische kant van het verhaal.

Foto: Pro Shots

van het verhaal is legitiem en heel sterk, maar om succes te boeken heb je binnen drie partijen een cruciale samenwerking nodig: amateurverenigingen, de betaald-voetbalorganisaties en de KNVB.”

Ongezond Aloys Wijnker: “AZ heeft hier een heel duidelijk standpunt ingenomen: 28

28-33_E/F BVO's.indd 29

29

wij halen geen spelers die in de F- en E-pupillen voetballen naar onze club. Wij geloven dat je die kinderen moet opleiden in de buurt van hun woonplaats. Ik vind het niet gezond dat een kind van zeven of acht jaar vier keer in de week een uur in de auto zit voor een training. Naast de reistijd komt er dan al een bepaalde druk op zo’n spelertje. Vader en moeder moeten bijvoorbeeld vrij nemen van het werk om hem te brengen. De meeste ouders doen dat met alle liefde, maar als hun zoon uiteindelijk niet goed genoeg is, dan valt hij af. Dat moment zie ik veel liever iets later. Op z’n vroegst bij de D-pupillen. De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 09:35


JEUGD

AZ haalt kinderen pas centraal naar de club als ze op de middelbare school zitten. Ik vind echter wel dat zij op jonge leeftijd goed getraind moeten worden, zodat ze zich blijven ontwikkelen. Want als er tot de D-pupillen niets gebeurt, ben je te laat. In de jongste levensjaren staan kinderen namelijk erg open om dingen te leren. De oplossing is om als club zelf naar de jongste jeugd te gaan. Daarom organiseren wij vanaf komend seizoen de AZ Voetbalschool in de regio. Dit gebeurt in eerste instantie op vijf locaties in Noord-Holland. De spelers blijven dus gewoon bij hun club. Het enige wat AZ doet, is talentvolle E-pupillen een extra training op zondagochtend aanbieden. Eigenlijk nemen wij dus het RVT-programma van de KNVB in eigen hand. We nemen onze verantwoordelijkheid door de omgeving te beïnvloeden.”

ben je misschien wel genoodzaakt een andere keuze te maken. Eén die niet op visie is gebaseerd, maar op concurrentie. Maar dat is nu dus nog niet aan de orde. Bovendien denk ik dat een verantwoorde werkwijze en een goede inhoud zich daarbij zullen onderscheiden van het agressieve scouten. Misschien is dat naïef, maar dat is wel mijn insteek. Omdat je dingen moet doen die goed zijn voor het kind. Mijn verwachting is dat over een paar jaar de E- en F-pupillen vrijgegeven worden. Dat clubs dus zelf de keuze hebben om die spelers op te leiden. Ik geloof echter niet dat iedere club dit doet. Er moet ook naar de kosten en het rendement worden gekeken en op zo’n jonge leeftijd kun je onmogelijk zien welke speler het gaat maken. Veel clubs krijgen hun investering er dus niet uit.”

Aloys Wijnker: “Wat we met de AZ Voetbalschool in de regio willen creeren, is binding met ouders en kinderen. We vertellen hun wat wij doen, welke keuzes we maken en waarom we dat doen. Het uiteindelijke doel is natuurlijk dat ze, wanneer ze twaalf jaar zijn, voor AZ kiezen. Op deze manier zijn we creatief, maar wel op een sociaal-pedagogisch verantwoorde manier. We moeten wel ‘iets’ doen, want nu is er sprake van oneerlijke concurrentie. De ene club mag spelers op zesjarige leeftijd opleiden, terwijl wij dat pas op twaalfjarige leeftijd mogen doen. Dat is niet eerlijk. We kunnen nog zo veel voorlichting geven; het blijkt uit ervaring dat als profclubs op de stoep staan, veel ouders alle realiteit uit het oog verliezen. Bij het horen van de naam Ajax zijn ze vertrokken. We geven hun vaak het advies: laat je kind nog even bij zijn amateurclub in de regio spelen. Wacht nog twee jaar. Maar vaak is dat tevergeefs. Gelukkig zijn we nog in staat om talentvolle spelers aan ons te binden, maar wat als straks alle toptalenten in de regio al bij andere clubs spelen? Dan

Foto: Pro Shots

Binding

niceert en zorgt voor specialisten in je opleiding. Wij kijken bij onze voetbalschool welke persoon geschikt is voor welke leeftijdsgroep. Ik weet dat veel mensen vrees hebben wanneer er gewerkt wordt met de allerjongste jeugd. Maar als er met die twee facetten rekening wordt gehouden, dan zie ik het probleem niet.”

Specialisten

Persoonlijk

Pascal Jansen: “Natuurlijk is het hartstikke moeilijk om kinderen op zeer jonge leeftijd te scouten. Ik begrijp dat argument heel goed. Mede daardoor hebben we bij Sparta Rotterdam gekozen om slechts tien kinderen in onze F-pupillen op te nemen. Met de medewerking van onze amateurpartners – Spartaan ’20, Alphense Boys en FC ’s-Gravenzande – en omliggende amateurverenigingen proberen we hen in kaart te brengen. Al die tien ventjes gaan later naar onze eerstejaars E-pupillen. In de E-selectie stromen mogelijk een paar kinderen uit de opleiding, maar dat vind ik niet meer dan normaal. We houden het percentage van kinderen die uitstromen zo laag mogelijk. Het is daarbij belangrijk dat je altijd goed met de ouders commu-

Pascal Jansen: “Bij Sparta hebben wij goed nagedacht om een zo persoonlijk mogelijk karakter in onze jeugdopleiding te creëren. We slagen daar heel behoorlijk in. Een voorbeeld: onlangs speelde onze B1 de landelijke bekerfinale. Daar stonden veel ouders hun kind aan te moedigen, allemaal met een Sparta-shirt aan. Voor ons een teken dat zij zich prettig bij onze club voelen. Dat vinden we belangrijk, want natuurlijk zorgt het feit dat je kind bij een profclub speelt altijd voor een bepaalde vorm van verwachting en spanning. Het gezin moet zich goed voelen bij Sparta, het kind moet zich bij ons goed kunnen ontwikkelen, maar we zijn wel open en eerlijk tegen elkaar over de stappen die het kind moet maken om door te stromen in de

www.devoetbal trainer.nl

28-33_E/F BVO's.indd 30

08-11-12 09:35


Foto: Pro Shots

taalde voetbal? Daar komt nog bij dat, als je met zulke jonge spelers werkt, er in een vroegtijdig stadium ook weer kinderen moeten afvallen. Ze zijn dus nog maar net begonnen met voetballen en krijgen dan al het stempel ‘niet goed genoeg’ opgedrukt. Wij proberen binnen de club een breed draagvlak voor deze visie te krijgen. Dat iedereen bij FC Groningen hetzelfde gedachtegoed representeert is heel belangrijk. We zijn hierover met zowel interne als externe partijen in gesprek, vanuit de (sport)wetenschap maar ook zeker vanuit de pedagogische hoek.”

moeten clubs in samenspraak met de KNVB en pedagogische instellingen bekijken hoe ze de onderkant van de clubs inrichten. Dan moet je vragen stellen als: hoe wordt er bij elke club gewerkt? Welke mensen mogen überhaupt met de jongste jeugd werken? Aan welke criteria moet zo’n jeugdtrainer voldoen? Bij Sparta zijn wij hier veel mee bezig, maar ik zou het toejuichen als specialisten ons adviseren op welke vlakken wij ons kunnen verbeteren.”

Foto: Pro Shots

opleiding. Die transparantie begint al wanneer een kind bij ons mag stagelopen. Dan wordt hij samen met zijn ouders bij ons uitgenodigd en bespreken we de verwachtingen die we van elkaar hebben, zien we uit welk milieu die mensen komen en wordt er kennisgemaakt met de trainer. Wij maken hun altijd direct duidelijk: ‘geniet van je opleiding zolang het duurt’. Mede hierdoor weten de ouders en spelers precies waar ze aan beginnen. Omdat Sparta Rotterdam een vereniging is, mogen wij op deze manier de jeugd opleiden. Of dat oneerlijke concurrentie is ten opzichte van de clubs die een stichting zijn? Nee, hoor. We moeten niet roomser zijn dan de paus. Alle bvo’s die lopen te steigeren dat ze niet met die jeugd mogen werken, creëren daar op hun eigen manier een vangnet voor. Ik begrijp dat wel en keur dat ook goed, mits het verantwoord gebeurt. Daarom ben ik ook blij dat de KNVB onderzoekt hoe de opleidingen gelijkgetrokken kunnen worden. Mijn verwachting is dat er op korte termijn rechtsgelijkheid komt en iedere bvo dus de jongste jeugd mag opleiden. Dat is slechts het begin. Daarna

Peter Jeltema: “FC Groningen is geen voorstander van het plan om de jongste jeugd aan de RJO te binden. Met name bij F-pupillen lijkt ons dat niet gewenst. Hoe zinvol is het om kinderen op deze leeftijd te scouten en ze te herkennen als kansrijk voor het be30

28-33_E/F BVO's.indd 31

31

Kaderontwikkeling Peter Jeltema: “Bij FC Groningen zijn wij in de regio ‘Noord’ een actieve deelnemer aan een platform van twaalf amateurclubs met een topjeugdafdeling. In samenwerking met de KNVB doen wij bij deze clubs aan kaderontwikkeling. Dit houdt in dat onze jeugdtrainers hun talentvolle voetballers helpen in hun ontwikkeling. Daarin zie ik veel meer mogelijkheden dan jonge spelertjes naar de RJO halen. Daarnaast neemt FC Groningen deel aan de RVT-activiteiten in ons district. Daar valt nog genoeg aan kwaliteit te winnen. Juist wanneer de RJO als uithangbord wordt gebruikt, merken we dat we een grotere doelgroep bereiken. Dat komt omdat mensen zich meer aangetrokken voelen tot de betaaldvoetbalclubs in de regio. Kinderen in Groningen slapen in een FC-pyjama, hebben groen-wit behang aan de muur in hun slaapkamer en verheugen zich op een Open Dag of clinic. Het lastige is dat je als stichting creatief moet zijn maar wel binnen de regels moet opereren. En die regels worden door veel clubs niet nageleefd. Die hebben inmiddels F-pupillen in het voortraject rondlopen. Waarom ze dat doen? Omdat ze zien dat de buurman het ook doet. Veel clubs handelen dus uit concurrentieoogpunt, niet omdat het goed is voor de kinderen.” De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 09:35


JEUGD

Selectiefouten Wim Keizer: “Als ik op De Toekomst rondloop en ik zie die F-pupillen voetballen, dan geniet ik daar echt van. Dat zijn briljantjes, die jochies kunnen alles met de bal. En toch raad ik betaald-voetbalclubs af om de jongste jeugd naar de club te halen. Vanuit wetenschappelijk perspectief is de selectie van zulke jonge spelers namelijk niet erg betrouwbaar. Hoe groot is de kans dat gescoute F-pupillen later doorbreken? Die weg is zo verschrikkelijk lang en de ontwikkeling verloopt op diverse vlakken zo verschillend: cognitief, fysiek en sociaal-emotioneel. Scout je F-pupillen, dan pluk je slechts de vroegbloeiers eruit. Je maakt dus heel veel selectiefouten en plakt een kind een stempel op terwijl hij daar nog helemaal niet klaar voor is. Het is beter voor een kind als hij in zijn vertrouwde omgeving zijn passie kan ontdekken en uitoefenen. Op die leeftijd zitten ze nog in de fun-fase, moeten ze met plezier met hun vriendjes spelen. Bovendien maakt het voor de ontwikkeling ook niet uit als zulke spelertjes nog één of twee jaar bij hun amateurclub blijven. Bvo’s kunnen dus beter de clubs in de regio ondersteunen. Daarom lijkt de voetbalschool van AZ mij een heel goed en sympathiek experiment. Met zulke trainingen worden kinderen ook beter. Bovendien ben ik ervan overtuigd dat je op deze manier nog meer talent blootlegt, want misschien zijn andere talenten na één jaar nog beter dan die ene die je nu op het oog hebt.”

Gevolgen Wim Keizer: “De gevolgen van een afwijzing bij een betaald-voetbalclub, kunnen voor zulke kleine kinderen behoorlijk ingrijpend zijn. Aan de andere kant: als kinderen op jonge leeftijd iets breken, dan herstelt dat ook sneller. Als voetballers op hun zestiende bij

een club worden weggestuurd, maakt dat ook diepe indruk op zo’n jongen. De teleurstelling is niet leeftijdsafhankelijk, denk ik. De gevolgen hangen van veel factoren af. Hoe worden ze opgevangen door hun ouders? Hoe is de nazorg van de club geregeld? Hebben ze veel aandacht besteed aan een schoolopleiding, of stond alles in het teken van voetbal? Het psychologische vlak van de sporter is een ‘survival of the fittest’. Daarom moet daarop worden getraind. Kinderen bij een bvo zijn gescout, zijn dus goed, maar vallen vaak op mentaal vlak af. Het ontbreekt ze bijvoorbeeld aan zelfvertrouwen. Of ze zitten in een dip

en blijven daarin hangen. Jeugdopleidingen van bvo’s besteden daar te weinig aandacht aan. Daarom ontwikkelen wij nu een methode die toegankelijk is voor de jeugd. In zes verschillende thema’s, die wij uitbeelden door middel van stripverhalen, moeten zij omgaan met mentale situaties. Een jongen moet bijvoorbeeld een strafschop nemen. Hij zit niet lekker in de wedstrijd, waarop hij vervolgens de penalty mist. Vervolgens gaan wij met dit thema – zelfvertrouwen – aan de slag. Dat doen wij door middel van interviews, die uitmonden in heel gerichte oefeningen. Zo ontwikkelen die kinderen zelf deze vaardigheid.”

www.devoetbal trainer.nl

28-33_E/F BVO's.indd 32

08-11-12 09:35


Samenvatting: • De K VB laat verkennend wetenschappelijk onderzoek uitvoeren in hoeverre het verstandig is om de jongste jeugd bij RJO’s te laten voetballen. • A traint talentvolle eugd op de locatie van de amateurclub. • Sparta beperkt het aantal -pupillen in de opleiding tot tien. • roningen doet aan kaderontwikkeling bij twaalf amateurclubs met een goede jeugdopleiding. • et scouten van -pupillen is het scouten van vroegbloeiers, vindt sportpsycholoog Wim Keizer.

Op de LinkedIn-pagina van De Voetbaltrainer is een interessante discussie ontstaan over dit thema. Wat misschien ook een mogelijkheid is: jonge talenten een extra keer laten trainen bij/o.l.v. een regionale BVO. Zo hebben deze spelers de mogelijkheid om te ontwikkelen naast het spelen bij hun amateurclub. (Joep Staps) Voor een jong talent is er niks mis mee om op jonge leeftijd naar een goede bvo te gaan. Hoe jonger men de juiste begeleiding krijgt des te beter! De spelertjes moeten dan wel uit de buurt komen en niet hoeven te reizen. Ook moet het allemaal zonder enige vorm van druk gaan. Gewoon lekker voetballen. (Jan Gösgens) Lees meer ingebrachte reacties via: http://iturl.nl/snUvL

32

28-33_E/F BVO's.indd 33

33

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 09:35


MANAGEMENT

Tekst: Ton Biessels

Het trainersvak vergt meer dan trainen

De trainer als manager Dit artikel is het vijfde in de reeks ‘Hoe sportcoaches leren en zich ontwikkelen’. Het vijfde leerveld ‘management’ staat nu in de schijnwerpers. Moet een trainer-coach ook managen? En hoe leer je dat? Het je eigen maken van managementvaardigheden gaat volstrekt anders dan het leren in de eerder besproken velden. Arnold Westen en Gerard Marsman hebben hier dagelijks mee te maken.

In het in deze serie steeds gehanteerde model ‘De 15 aspecten van coachleren’ behandelen we de drie pijlers van management- en leiderschapsontwikkeling. Maar het begint weer in de eigen voetbalpraktijk! Arnold Westen is voorzitter van de VVON, de vereniging van amateurcoaches. Gerard Marsman is dat bij de de belangenorganisatie voor de coaches in het betaalde voetbal, de CBV. Beiden hebben een uitgebreide visie op de relatie tussen de trainer-coach en het managementvak. Moet een trainer-coach ook kunnen managen? Een trainer-coach heeft taken die veel weghebben van die van een manager. Logisch is dan ook dat deze twee experts, die elke dag met voetbal bezig zijn, beweren dat een coach dat moet kunnen. Er valt veel te winnen als je dit goed doet en er

dagelijks aandacht aan besteedt. Westen en Marsman kennen in veel gevallen het beleid van voetbalverenigingen en voetbalorganisaties. Beiden hebben regelmatig te maken met kwesties tussen bestuurders en coaches, of tussen algemene directies en technische directies. Zij lopen tegen beleid aan dat voor trainers soms goed en soms niet goed werkt. Daar komen hun adviezen uit voort die zij graag delen en hier toelichten. Er zijn zeker verschillen tussen amateur- en proftrainers. Het uitgangspunt is echter voor alle vaktrainers hetzelfde: je kunt je niet meer alleen met voetbal bezig houden. Voetbalclubs zijn steeds meer aan het professionaliseren, het zijn commerciële organisaties. Dit geldt ook voor veel amateurverenigingen. Een paar keer per week training komen geven en za-

terdag of zondag de wedstrijd coachen is niet meer voldoende.

Botsingen Je bent trainer-coach, je hebt een goed plan hoe je dit seizoen de zaken gaat aanpakken en je zit met je assistent-trainers prima op één lijn. Het doel is om in de subtop te eindigen. Gelet op het team waarmee je werkt, lijkt dit jou een realistische doelstelling. Het is een team met nieuwe en jonge spelers, waaraan nog veel werk zit. Dit seizoen is een seizoen van bouwen en rustig rijpen. Op een dag krijg je een uitnodiging van een bestuurslid. Of je wilt aanschuiven bij de eerstvolgende bestuursvergadering. Die is morgen! Het is belangrijk dat je komt. Dus zit je de volgende dag in de bestuurskamer. Het bestuur blijkt an-

www.devoetbal trainer.nl

34-38_Leerveld managen.indd 34

08-11-12 15:58


Arnold Westen

gedrag in het team direct aanpakken. De coach als manager! Er is geen keuze.

Foto: Pro Shots

Leren managen

dere opvattingen te hebben over de gang van zaken bij het eerste team. Gaandeweg het gesprek begint het je duidelijk te worden dat dit meer is dan een opvatting: het is een opdracht. Een opdracht om dit seizoen al met de nacompetitie mee te doen, ‘omdat deze extra wedstrijden de gewenste financiële impulsen kunnen geven’. Je verlaat de vergadering.

Geen keuze Een visie hebben, doelen stellen, draagvlak krijgen. Een plan van aanpak maken en dit verkopen! Strategieën bepalen om je doelen te bereiken. Alternatieven uitzetten, delegeren, stimuleren, sturen op gedrag, de staf op één lijn krijgen. Gaat dit nog over voetbal of is het werk? Het is werk als trainercoach, en het wordt erg onderschat.

De KNVB-slogan ‘Meer dan voetbal’ is inmiddels bekend. De kreet is zeer van toepassing op dit managementvak. Je werkt met een team waarin het gaat om meer dan elf spelers in een veld. Together Everyone Achieves More (TEAM) is een typische managementuitdrukking voor prestatieverbetering, oorspronkelijk voor verkoopteams. Buitendiensten bleken beter te werken als binnendiensten goed draaiden. Vooral als zij elkaar niet als tegenstanders zagen. Zo ook helpt de verdediging mee opbouwen, en verdedigt de aanval mee ‘terug’. Dat is teamwerk en dat is er niet vanzelf. ‘Zonder trainer geen team’, is een andere uitspraak. De missie is duidelijk. Je kunt er als trainer-coach niet omheen. Je moet iets met groepsprocessen en gedrag in je team. Stimuleren, enthousiasmeren. Contraproductief 34

34-38_Leerveld managen.indd 35

35

Je hebt voldoende kennis van de leervelden techniek, tactiek, fysiologie en psychologie. Behalve die kennis heb je inzicht en beheers je de vaardigheden die je maken tot een goede trainer. Stel dat deze beschrijving voor je opgaat, ben je dan volleerd trainer? Arnold Westen: “Wij kunnen als trainer niet meer alleen bezig zijn met voetbalzaken. Wij moeten ook leren samen te werken met de diverse geledingen in een club. Met hen te communiceren en afspraken te maken. Dat te leren is net zo belangrijk als technische en tactische vaardigheden. Maar dat is nog niet zo eenvoudig. Wij zijn gewend om af en toe een clinic of een congres te bezoeken. Daar krijgt iedereen hetzelfde te horen, terwijl wij allen heel verschillend zijn en verschillend leren. Veel is afhankelijk van de maatschappelijke positie die je hebt. Ben jij een ICT-deskundige die software ontwikkelt en websites bouwt? Ben jij een teamleider in een productiebedrijf? Of een groepsleider in een jeugdinrichting? Een sportleraar of een ZZP’er? Heel verschillende werkervaringen maken je ook verschillend als cursist in een clinic of workshop. De cursussen zouden hierop gericht moeten zijn. Ook meer differentiatie per niveau, dus MBO, HBO. Groepen moeten kleiner zodat er meer maatwerk kan zijn. De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 15:59


MANAGEMENT

A. Leerstrategieën 6

4

2

1

3

5

7

best practices van anderen overnemen

reflectief leren, vóór en ná denken

buiten je eigen sport/praktijk leren

binnen je eigen sport/praktijk leren

leren in en van extreme, spannende situaties

interactief leren, met anderen, georganiseerd!

theoretisch leren, alleen of in workshops

1

2

3

4

5

techniek

tactiek

fysiologie

psychologie

management

1

2

3

zelfinzicht en zelfkennis

een mentaliteit van permanent willen leren

job rotation: wisselen van werkomgeving

B. Leervelden

C. Leerpijlers

Dit geldt ook voor leren managen. Als je stappen wilt maken op het gebied van managen, moet je als eerste stap werken aan het verkrijgen van zelfinzicht. Heb ik zelf al managementervaring vanuit mijn werk? Wat ben ik dan voor een type manager? Ken ik mijn persoonlijke eigenschappen, in trainingssituaties en in wedstrijdsituaties? Dit geldt voor fulltime professional coaches alsook voor parttime amateurcoaches. Maar…. denk niet dat je alles één-op-één kunt kopiëren. Werken op een trainingsveld, in een wedstrijd of in een stomend stadion is toch anders dan in een team dat samenwerkt van 9 tot 5.”

Aan tafel Ook buiten het veld kan een trainer dus achter de feiten aanlopen. Bestuurders kunnen een andere agenda hebben dan de trainer. Jij kunt een plaats in de subtop voor ogen hebben, terwijl het bestuur met sponsors heeft gesproken en de hoge verwachtingen die zijn gewekt, door jou moeten worden gerealiseerd. Arnold Westen: “Ik wil graag een dringend advies aan trainers meegeven. Zorg dat je aan tafel zit, zodat je kunt beïnvloeden. Dit is wel iets om goed over na te denken. Vergis je niet in de rol die je hebt. Je bent uitvoerder van de ideeën en doelstellingen die de

Verdere uitleg van de 3 leerpijlers leert het volgende: 1. zelfinzicht en zelfkennis

club heeft. Met ‘club’ bedoel ik dan de clubleiding. Trainers maken graag een seizoensplanning. Met de eigen staf wordt alles goed doorgesproken en dit wordt vertaald in de gewenste tactiek: de wedstrijden kunnen beginnen. Dit is de voetbaltrainer oude stijl. De nieuwe stijl trainer gaat tegenwoordig eerst met de clubleiding in gesprek! Vóórdat er ook maar één bal rolt. Neem zelf dat initiatief! Als je weet wat de clubleiding van je verwacht, weet je je taakstelling en kun je realistisch de gesprekken aangaan met je staf en je spelers. En dan ben je er vaak nog niet. Het is niet onverstandig om de lijnen die je met het bestuur al eerder uitzette, te herijken. Check of jouw doelstellingen in lijn zijn met die van de club. Ga dan pas volle bak starten met waar je voor gekomen bent: voetbal.”

Leer eerst jezelf grondig kennen. Welke effecten heb ik door mijn karakter op de omgeving. Waar ben ik productief en wanneer niet? Als je dit weet is het makkelijker om de juiste stappen te zetten in je eigen ontwikkeling.

Jezelf managen

2. mentaliteit van permanent willen leren

Wees nooit tevreden met jezelf en met wat je bereikt hebt; het kan altijd beter en je team verdient dit ook. Als jij je voortdurend kunt vernieuwen met nieuwe inzichten, kennis en ervaringen, zal je team dat ook kunnen.

Gerard Marsman kent vanuit zijn functie veel bestuurders en evenzoveel coaches. Ligt de nadruk nu op het regelen van zaken met het bestuur?

3. job rotation: wisselen van werkomgeving

Blijf niet te lang hetzelfde doen. Voorkom routines en verander je aanpak, verlaat de gebaande wegen. Verander van omgeving; neem zelf initiatief hierin en wacht niet af.

Gerard Marsman: “Nee, dat is slechts één aspect. Het gaat niet alleen om het managen van processen met het bestuur en met de staf, het gaat net zo goed om het managen van mensen.

www.devoetbal trainer.nl

34-38_Leerveld managen.indd 36

08-11-12 15:59


Foto: Pro Shots

Foto: Pro Shots

De staf van een voetbaltrainer is in het profvoetbal veel groter dan zij die op de bank zitten.

Gerard Marsman

Het gaat om voetbal en voetballers. En daarbinnen weer om voetballers en mensen. Veel wordt bepaald door de positie die je hebt in de organisatie. Breng je vaardigheden op het gebied van managen in kaart. Er zijn veel manieren om ergens bovenop te zitten. Wat heb je in huis aan variëteiten? Kun je putten uit meerdere strategieën? Ben je van mening dat je eigenlijk steeds op dezelfde manier de zaken aanpakt en vraag je je wel eens af of het niet anders kan? Dan ben je al een heel eind, omdat dat nou net getuigt van zelfinzicht. En daar begint het mee. Zelfinzicht is de start van een ontwikkeltraject. Heb je dat niet nodig omdat je meent jezelf te kennen? Vraag je omgeving eens om feedback, echt en eerlijk, ongezouten. Als je dat durft, heb je al veel gewonnen. Met deze zelfkennis kun je aan de slag. Je weet dan wat je aan moet pakken. Dan begint een traject dat eigenlijk nooit af is. Stilzitten is er niet bij. Het is een vak van ervaring, waarmee je altijd bezig bent. De heren die stil zaten, zijn nu niet meer in charge.”

grote belangen, leidend tot discussie, problemen of zelfs erger, is het evident dat een coach leert in en van extreme en spannende situaties. Leren door schade en schande is hier aan de orde. Het gaat om het praktische leren van het managementvak, in de eigen praktijk én door inkijken in de praktijk van andere sporten en andere trainers. Het managen van je eigen ontwikkeling, diverse keren door Marsman en Westen genoemd, speelt zich af in de essenties van het leren en ontwikkelen. Men vindt het terug in de zogenaamde leerpijlers of basisaspecten. Het gaat hier om een mentaliteit om aan de eigen ontwikkeling te willen werken. Het gaat om een nieuwsgierigheid naar meer kennis en ervaring, nooit tevreden te zijn met een status quo. Het gaat om willen weten wat er elders gebeurt en dat ook opzoeken. De drie pijlers gaan over processen waarin je zelf in het middelpunt staat: niet je team, niet je bestuur, maar jijzelf.

Gerard Marsman deelt het containerbegrip ‘management’ in drie categorieën in: 1. management van (organisatie)processen: met je bestuur en staf 2. management van mensen en teamprocessen: met je team 3. management van jezelf: als trainercoach. Gerard Marsman: “Je maakt een ontwikkeling door van oefenmeester naar coach; telkens zijn deze drie categorieën aan de orde en slijp je jezelf bij per categorie. Categorie 3 is de moeilijkste. Een trainer laat die graag tot het laatst liggen en komt er dikwijls niet aan toe. Of hij is er te benauwd voor, want dit gaat over hemzelf!”

Het vijfde leerveld Zetten we dit uit in het model ‘De 15 aspecten van coachleren’ dan zien we dat de praktische leerstrategieën door Marsman en Westen worden aangeduid als het meest leerzaam. Zij passen het best bij de ontwikkeling als coach. Omdat het vaak draait om 36

34-38_Leerveld managen.indd 37

37

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 15:59


MANAGEMENT

Aanbevelingen volgens Marsman: 1. Waar let je bij management van organisatieprocessen op? - Zorg dat je met je bestuur regelmatig om tafel zit. - Maak zelf een agenda die je wilt bespreken. - Zorg dat je zaken aan de voorzijde afstemt: dus eerst afstemmen, voordat je aan de uitwerking begint. - Zorg ervoor dat je met je bestuur en staf op één lijn komt. - Zorg ervoor dat je kennis hebt van de club en zijn identiteit. - Weet in welke fase de club zit en wat er speelt. - Ken de krachten in de club, de informele leiders, de vedetten.

2. Wat doe je wel en niet bij management van mensen en teamprocessen? - Verwachtingen van spelers en hun ambities kunnen grenzeloos zijn. - Manage de verwachtingen van je spelers; zit je met de spelers op één lijn? - Voetballers zijn mensen; leer ze niet alleen techniek en tactiek. - Het gaat niet altijd om de harde managementinstrumenten. - Het gaat veel vaker om inspireren, onderling kunnen verbinden. - Lukt dat niet? Waak ervoor dat je gaat ‘blaffen’. - Je team coachen zonder te schreeuwen, kan dat ook?

3. Hoe manage je jezelf als trainer-coach? - Kijk eens heel kritisch naar de drie pijlers; wat pak je aan, wat blijft steeds liggen? - Waarom blijft dat liggen en doe je er niets aan? - Gebruik instrumenten die er zijn om meer over jezelf te weten te komen. - Eenvoudige persoonlijkheidstestjes hoeven niet duur te zijn. - Zoek uit wat je stijl van leidinggeven is. - Breng in kaart wat daarvan de effecten zijn. - Verander regelmatig van werkomgeving! Je leert van veranderingen. Deze zijn ingrijpender als je je omgeving verandert. Je ervaringen worden breder! - Leer van anderen! Loop eens mee met een andere trainer-coach, ook uit andere takken van sport. Doe dat niet ‘hapsnap’, maar werk aan een buddy waarmee je een band opbouwt. - Verbreed je mogelijkheden om te leren; ga niet alleen naar clinics maar kijk verder.

www.devoetbal trainer.nl

34-38_Leerveld managen.indd 38

08-11-12 15:59


nummer

De JeugdVoetbal Trainer 13

2e JAARGANG | NOVEMBER 2012 |

www.devoetbaltrainer.nl

Coachgedrag aanpassen Rik Platvoet

Thema: drukzetten

A-jeugd Martin Koppenol

B-jeugd Patrick Posthuma

C-jeugd Wesley Verschoof

D-jeugd Pjotr van der Marel

39_JVT-cover.indd 39

08-11-12 09:24


De JeugdVoetbal Trainer

Tekst: Hans Nijboer

Coachgedrag aanpassen aan de speler

Eerst het kind, dan de voetballer Oud-profvoetballer Rik Platvoet maakte deze zomer een opmerkelijke switch. Platvoet kiest ervoor om niet langer op het veld te staan, maar zich verder te verdiepen in de mentale begeleiding van zowel trainers als spelers. Door eerst het kind te zien en dan pas de voetballer, zal er veel minder talent verloren gaan, stelt de voormalige spits.

Rik Platvoet was jeugdtrainer op de FC Twente Voetbalacademie en fungeerde ook als spitsentrainer. Het afgelopen seizoen had hij nog de C1 onder zijn hoede. Rik Platvoet: “Ik ben nu voor de volle honderd procent mentaal begeleider. Ik ben onder leiding van Bill Beswick bezig met het opzetten van een mentaal platform. Ons doel is om deze manier van begeleiden te monitoren en ook om deze begeleiding een structureel karakter te geven.”

Afhaken Rik Platvoet: “Ik ben ervan overtuigd dat er in de jeugdopleiding van veel clubs op het mentale vlak nog veel winst te boeken is. We zien nog

steeds dat er ongelooflijk veel talent onderweg naar de top afhaakt. Vaak ligt daar een mentale oorzaak aan ten grondslag. Ik heb de stellige overtuiging dat we als opleiders te weinig inspelen op de begeleidingsbehoeften van de individuele speler. Heel snel wordt gezegd dat een speler een matige mentaliteit heeft en daarom niet geschikt is voor de top. Maar hebben we als trainer of als coach wel het optimale uit de talenten van een speler gehaald? Hebben we niet te veel naar hem gekeken als voetballer en zijn we de mens achter de voetballer vergeten? Moeten we niet veel vaker de hand in eigen boezem steken als spelers afhaken? Ik denk dat als we meer rekening gaan houden met de individuele behoeften van een speler er minder talent verloren

gaat. Door ons coachgedrag te gaan aanpassen aan de persoon achter de speler, wordt het rendement groter. Talenten hoeven niet allemaal hetzelfde in elkaar te zitten. Ze hebben allemaal verschillende karakters en eigenschappen. Als opleider moet je van iedere speler weten wat er nodig is om juist dat unieke individu verder te ontwikkelen. Die materie boeit me enorm en heeft me ertoe doen besluiten dat ik me daarin verder wil bekwamen. Een deel van mijn motivatie om me te gaan specialiseren op de psychologische kant van het voetballen, komt ook voort uit mijn eigen ervaringen als profvoetballer.”

Zelf uitzoeken Rik Platvoet: “Ik zat als voetballer al veel op mijn gevoel. Mijn blikveld was

www.devoetbal trainer.nl

40-45_Platvoet.indd 40

08-11-12 09:39


De JeugdVoetbal Trainer

Geen doorbraak FC Twente pikte Rik Platvoet als jong jochie op bij De Tubanters in Enschede. Hij gold als een zeer groot talent en maakte zijn opwachting in alle Nederlandse jeugdelftallen. De jonge Twentse voetballer werd bewierookt en werd zelfs de nieuwe Marco van Basten genoemd. De hooggespannen verwachtingen kwamen nooit uit. Tot een echte doorbraak kwam het niet. De sfeergevoelige Platvoet speelde voor uiteenlopende clubs, waaronder FC Twente, Heracles Almelo, ADO Den Haag, VVV-Venlo en Go Ahead Eagles. Zijn beste periodes waren bij clubs waar gemoedelijkheid heerste en waar hij zich echt thuis voelde.

toen nog beperkt. Ik heb veel pech gehad. Ik was wat soft en toch ook macho en ook wel extravert. Voor mij was het niet verklaarbaar hoe ik in elkaar stak. Ik heb mentaal veel op mijn tenen moeten lopen. Het mentale kan ik dan ook niet los zien van het fysieke. Mijn blessuregevoeligheid had daarmee te maken. Ik heb een harde leerschool gehad. Ik had te maken met een torenhoog verwachtingspatroon. Al die aandacht voor mijn talent vond ik in de puberteit geweldig. Maar het had ook een schaduwzijde. De lat kwam heel hoog te liggen. Dat was soms heel confronterend. Niemand begeleidde me echt en ik moest alles zelf uitzoeken. Ik heb me best wel ongelukkig gevoeld en heb er ook last van gehad. Ik ben vaak met mijn kop tegen een muur aan gelopen.

Achteraf ben ik daar niet rouwig om, het heeft me wel gevormd. Mijn eigen ervaringen neem ik mee in mijn bagage. Het is een meerwaarde in mijn leven geworden. Ik weet nu wat ik wil doen. Ik wil graag van waarde zijn voor andere mensen. Daarom kies ik ervoor om me te gaan specialiseren in de mentale begeleiding van jonge voetballers.”

Verbeek Rik Platvoet: “Ik ben zelf opgeleid met het idee van niet zeuren. Ik voelde me vaak aan mijn lot overgelaten. Ik denk dat het allemaal heel anders had gekund. Ik heb lang getwijfeld of ik wel in de voetbalwereld actief wilde blijven. Dat heeft vooral te maken met mijn persoonlijkheid. De problemen die ik in een seizoen bij Heracles 40

40-45_Platvoet.indd 41

41

had met Gertjan Verbeek hebben me enorm aan het denken gezet. Ik zat niet lekker in mijn vel en het liep voor geen meter. Qua karakters waren Verbeek en ik volkomen tegengesteld aan elkaar. Ik wil niet in details treden, maar de conflicten stapelden zich op. We botsten enorm en waren in elkaar teleurgesteld. Toch hadden we er beiden baat bij om op één lijn te komen. Bij Heracles werd er destijds gebruik gemaakt van de kwaliteiten van mental coach Paul van Zwam. Samen met hem kwamen we na een aantal goede gesprekken tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing. Gertjan is gaan inzien, dat niet alle spelers hetzelfde waren en heeft zijn coachgedrag naar mij veranderd. Ik mocht mezelf zijn. Daarna speelde ik mijn beste seizoen ooit. En bovendien De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 09:39


De JeugdVoetbal Trainer

Verbeter Presteren Paul van Gestel verzorgt opleidingen voor trainers en coaches in de sport. Verbeter Presteren (VP) heeft een mentale trainer/coachopleiding ontwikkeld die op eigen wijze de kern van het mentale inzicht in de trainer, coach en het te begeleiden individu en/of team met zich meebrengt. De gereedschapskist van VP is gevuld met verschillende expertiseonderdelen die gericht zijn op een praktische invulling en een heldere vertaling van theorie naar praktijk. Verbeter Presteren laat sporters blijvend beter presteren door een combinatie van topsport- en coachingservaring met als extra mogelijkheid neurofeedbacktraining. Paul van Gestel: “Een organisatie wil dat haar trainers en coaches kennis en vaardigheden bezitten om de spelers individueel en groepsgewijs op een juiste wijze mentaal te prikkelen of te coachen. Om zodoende een optimale prestatie uit het individu en het team te behalen. Om maximaal te presteren is het belangrijk om groepsdoelstellingen en individuele doelstellingen aan elkaar te koppelen. Dit is het uitgangspunt voor reflectie op het leren en het functioneren. Na het kennismakingsgesprek met de hele groep trainers, waar uitleg gegeven wordt over het programma, maakt iedere trainer een start met het invullen van een eigen trainerskaart. De trainerskaart is de rode draad in het programma in. In het programma staan verschillende onderdelen zoals kennis, kunde en competenties op het gebied van talentbegeleiding. Wat zijn jouw eigenschappen en wat houdt dat in voor jou en voor jouw omgeving? Het geven en ontvangen van feedback op praktijksituaties is een belangrijk facet. Iedere trainer is gekoppeld aan een andere trainer, een buddy. Vervolgens wordt er een individueel en een teamplan gemaakt voor mentale prikkels per type speler en voor het hele team. Daarbij is het geven en ontvangen van feedback op praktijksituaties door een tweede trainer of coach een belangrijk aspect. Tijdens het proces is het werken in de praktijk met de reflectie op een ander en de zelfreflectie op het eigen handelen als coach een belangrijk onderdeel in het Verbeter Presteren programma.”

raakte ik, als blessuregevoelige speler, niet geblesseerd. Aan die periode heb ik veel gehad. Het heeft mijn ogen geopend en ik denk dat dat ook bij Gertjan het geval is. Het is belangrijk voor een speler dat een coach rekening houdt met wat voor type je bent en niet te snel oordeelt of veroordeelt.”

Mentale barrière Rik Platvoet: “Ik had destijds een enorme geldingsdrang. Ik heb er heel lang tegenaan gehikt om meer dan

één keer in een wedstrijd te scoren. De euforie na een treffer nam de scherpte weg. Ik wilde dolgraag meer scoren, maar ik had geen killersinstinct en bleef hangen in het succes van de eerste treffer. Ik kwam maar niet door die barrière heen. Wilde te graag en zette mezelf vervolgens voortdurend onder druk. Gertjan nam die stress bij me weg. Zijn procesmatige aanpak heeft me verder geholpen. Hij wees me erop dat hij als trainer ook tevreden was als ik

een goed aanspeelpunt in de ploeg was voor andere spelers. Nadat ik ben gaan inzien, dat je als spits niet alleen afgerekend hoeft te worden op het aantal doelpunten, maar ook op het goed kunnen meevoetballen, verdween de druk. Ik voelde me vrijer en kwam in een flow. Ik scoorde zelfs een keer vijf treffers in één duel. Dat ging eigenlijk vanzelf. Hoefde ik niets voor te doen. Ik speelde toen puur op mijn intuïtie. Verbeek had me geraakt.”

www.devoetbal trainer.nl

40-45_Platvoet.indd 42

08-11-12 09:39


De JeugdVoetbal Trainer

Rugzak Rik Platvoet: “Ik heb heel bewust gekozen om eerst zelf elftallen te gaan trainen, om eerst zelf met de poten in de klei te staan, om zelf te ervaren hoe het is om met verschillende karakters om te gaan. Met de opgedane trainerservaring kan ik me nu storten op de mentale aspecten bij de ontwikkeling van jeugdspelers. Dat is mijn eigen leerproces, waarbij ik me steeds verder hoop te ontwikkelen. In de afgelopen jaren heb ik

al het nodige opgepikt. Je bent veel meer dan je gedrag. Er zit veel meer achter. Door veel te lezen en te praten met deskundigen ben ik een hoop te weten gekomen. Ik heb inmiddels een hele rugzak met inzichten en theorieĂŤn gevuld. De inhoud varieert van de mentale gedragspiramide en de Action Type methode, die persoonlijke voorkeuren van zowel de sporter als de coach in kaart brengt tot de Roos van Leary, een model waarmee relaties tussen mensen in beeld gebracht 42

40-45_Platvoet.indd 43

43

kunnen worden. Uit deze inzichten heb ik de voor mij meest zinvolle dingen gehaald. We werken daarnaast bij FC Twente samen met het bedrijf Verbeter Presteren van Paul van Gestel. Alle jeugdtrainers bij FC Twente werken met een door hem samengesteld handboek. Hij geeft adviezen aan talenten in de sport, managers in het bedrijfsleven en aan individuen die ondersteuning willen op het persoonlijke of mentale vlak. Ik volg masterclasses en cursussen over groepsDe Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 09:39


De JeugdVoetbal Trainer

Trainerskaart

Trainerskaart Naam Trainer:

Rik Platvoet Naam Trainer: Rik Platvoet

Trainer van team: Assistent trainer A1 (o.19)

Laatst bijgewerkt op:

Laatst 06-01-2010 bijgewerkt op: 06-01-2010

Trainer van team: Assistent trainer A1 (o.19) 1e Voorkeur Typologie: ENFP

1e Voorkeur Typologie: Herkenbare rol(len) typologie: ENFP 1. Inspirator Raadgever Herkenbare2.rol(len) typologie: 3. Katalysator 1. Inspirator 4. Probleemoplosser 2. Raadgever5. Prestatiegericht

3. Katalysator 4. Probleemoplosser 5. Prestatiegericht

2e Secundair Typologie: ESTP

2e Secundair Typologie: ESTP Herkenbare vaardigheden typologie:

Herkenbaar Gedrag/Eigenschappen typologie: 1. Relatiegericht) 2. Vriendelijk Herkenbaar Gedrag/Eigenschappen typologie: 3. Betrokken 1. Relatiegericht) 4. Invoelend 2. Vriendelijk 5. Inspirerend 3. Betrokken 6 .Waarderend 4. Invoelend 7. Spontaan 5. Inspirerend 8. Gericht op het nu

1. Samenhangend denken 2. Raadplegen Herkenbare vaardigheden typologie: 3. Uitleggen 1. Samenhangend denken 4. Aanpassen 2. Raadplegen 5. Tactiek 3. Uitleggen 6. Afwisseling

4. Aanpassen 5. Tactiek 6. Afwisseling

6 .Waarderend 7. Spontaan

1. Gevoelig Top 5 sterke eigenschappen 2. Spontaan

1.

Coachtips uitnutten sterke eigenschappen 2.

1. Gevoelig

1.

2. Spontaan

2.

4.

3. Invoelend vermogen

3.

5.

3. Invoelend vermogen 4. Op anderen gericht 5. Loyaal

3.

4.

4. Op anderen gericht trainerskaart__rik_platvoet_rd20120620_55022.doc

5. Trainerskaart

trainerskaart__rik_platvoet_rd20120620_55022.doc Verborgen mentaal talent Hinderljike eigenschappen

1. Slordig

1. inschikkelijk,toegeeflijk,luchthartig

2. Naïef

2. openhartig, zorgvuldig

3. Impulsief

3. spontaan

4. Zweverig

4. creatief, innovatief, vooruitstrevend

5. Overgevoelig

5. gevoelig

1

1 Coachtips:

1. zakelijk, praktisch, doelen stellen, zelfstandig, samenhang zien, geduld, onderscheidingsvermogen 2. realistisch, pragmatisch, duidelijk, kritisch 3. praktisch, doelgericht, luisterend 4. praktisch, doelen stellen, initiatief, onderscheidingsvermogen, moed, open 5. beschouwend, praktisch, duidelijk,

onderscheidend (zaken van personen) Te ontwikkelen aanvullende communicatieve vaardigheden 1. Ik ga het geven van kritiek/commentaar meestal uit de weg 2. Nadat ik kritiek heb gegeven verzuim ik meestal na te gaan of de ander het heeft opgepakt 3. Als ik commentaar krijg op mijn functioneren reageer ik meestal op de negatieve dingen 4. Als ik forse kritiek van de pers of van het publiek krijg voel ik me rot 5. Vaak weet ik mij niet goed een houding te geven als ik een compliment krijg trainerskaart__rik_platvoet_rd20120620_55022.doc

Coachtips 1. 2. 3. 4.

Trainerskaart 5.

2

Leiderschapsstijl:

1e Stijl 3

2e Stijl2

Persoonlijke valkuil: • •

STIJL 3: Deze stijl is niet meer succesvol wanneer er te veel accent wordt gelegd op de harmonie en prettige relaties te veel prioriteit krijgen, conflicten bewust worden vermeden ten koste van de taakuitvoering/de prestatie op het veld. STIJL 2 : De begeleidingsstijl vervormt gemakkelijk naar bemoeizuchtig en te afhankelijk gedrag.

Coachtips:

1. Leren met doelen werken 2. Wedstrijd plannen/voorbereid 3. Vroeg aanleren motorische vaardigheden 4. opbouwende aanwijzingen/richtlijnen 5. hoge trainingsintensiteit 6. accent op korte termijn (droomdoelen) Leidt de groep door: 1. persoonlijke relaties met groepsleden te ontwikkelen 2. anderen inspireren 3. op elk niveau kunnen communiceren 4. samenhang te zien 5. de groep tot actie aan te zetten Irriteert groepsleden door: 1. teveel praten of willekeurig ideeën op te werpen Beïnvloedt groepsleden door: 1. een aanstekelijk enthousiasme uit te stralen 2. op harmonie gericht zijn 3. snel reageren om te veranderen Draagt bij tot de groep door: 1. directe doelen te stellen 2. het inbrengen van creativiteit 3. inspirator voor anderen Wordt geïrriteerd door groepsleden die: 1. niet iedereen laten deelnemen en meewerken 2. pessimistisch zijn 3. passief en niet realistisch zijn 4. klagen en zeuren en niet meewerken trainerskaart__rik_platvoet_rd20120620_55022.doc Trainerskaart Rik Platvoet.

processen. Nu zijn we bezig met intervisie over het communiceren met kinderen. Ik leer ook van de sessies met Bill Beswick, die als mental coach bij het eerste team betrokken is. Door mezelf op deze manier te ontwikkelen als mental coach, denk ik talenten beter te kunnen begeleiden.”

8. Gericht op het nu Coachtips uitnutten sterke eigenschappen

Top 5 sterke eigenschappen

5. Loyaal

Pasfoto:

Pasfoto:

3

Trainerskaart Rik Platvoet: “Iedere trainer heeft met Paul van Gestel een trainerskaart (zie figuur 1) opgesteld. Daarin staan twee voorkeur typologieën aan de hand van het Action Type model. Op de kaart staan ook de herkenbare rollen, de herkenbare vaardigheden en het herkenbare gedrag of eigenschappen van de trainer vermeld. Paars (idealist) en rood (vaklui) zijn de eigenschappen, het gedrag en de vaardigheden die uit de verschillende temperamenten voortkomen. Verder staat er een top vijf op van sterke eigenschappen van de coach, een top vijf van hinderlijke eigenschappen en een top vijf verborgen mentale talenten. Deze lijstjes leiden tot een aantal coachtips en een aantal te ontwikkelen communicatieve vaardigheden. In het tweede deel van de trainerskaart staan de leiderschapsstijl en de persoonlijke valkuilen van de trainer.”

Zelfreflectie Rik Platvoet: “Mijn eerste typologie is ENFP en mijn tweede is ESTP (zie VT 185). Herkenbare rollen van mij zijn inspirator, raadgever en katalysator. De belangrijkste herkenbare vaardigheden van mij zijn het samenhangend denken, het raadplegen en het uitleggen. Relatiegerichtheid is een herkenbare gedragseigenschap van mij. Daarnaast blijkt dat ik vriendelijk, betrokken, invoelend, waarderend, inspirerend en spontaan ben. Als laatste eigenschap komt naar voren dat ik gericht ben op het nu. In mijn top vijf van hinderlijke eigenschappen staan: slordig, naïef, impulsief, zweverig en overgevoelig. Belangrijke verborgen mentale ei-

www.devoetbal trainer.nl

40-45_Platvoet.indd 44

08-11-12 09:39


De JeugdVoetbal Trainer

genschappen van mij zijn niet alleen inschikkelijkheid, luchthartigheid en spontaniteit, maar ook creativiteit, innovatievermogen en vooruitstrevendheid. Ik herken me daar wel in. Ik weet nu wat mijn kernkwaliteiten zijn. Ik ben er ook van overtuigd dat als ik dit van mezelf eerder bewust was geweest, dat mijn actieve voetbalcarrière er wat anders had uitgezien. Zeker als ook mijn trainers rekening hadden gehouden met mijn sterke en hinderlijke eigenschappen.”

Coachtips Rik Platvoet: “Uit deze kaart komen op mij gerichte coachtips. Aandachtspunten die belangrijk zijn om me als coach verder te ontwikkelen. Ik moet wat zakelijker worden en leren om meer praktische doelen te stellen, om meer samenhang te zien en meer geduld te hebben. Daarnaast is het wenselijk dat ik wat realistischer, pragmatischer, duidelijker en kritischer word. En ik moet leren om zaken van personen te scheiden. Ik heb aan deze coachtips veel gehad. Het geven van kritiek ging ik meestal uit de weg. Ik ben ook iemand die steeds positief coacht. Dat vind ik belangrijk. Door negatief geschreeuw wordt geen speler beter, maar ik moet niet nalaten om op het juiste moment toch commentaar op een speler te geven. Dat is een valkuil voor mij. Mijn enthousiaste leiderschapstijl is niet succesvol wanneer ik te veel het accent leg op harmonie en het in stand houden van een prettige relatie. Ik mag geen conflicten vermijden ten koste van de taakuitvoering of de prestaties op het veld. Ik zal structuur in mijn trainingen moeten brengen anders kan ik mijn goede eigenschappen niet volledig benutten. Als ik kritiek geef, moet ik ook in de gaten houden of een andere trainer of een speler het heeft opgepakt. Op momenten dat ik zelf beoordeeld word of kritiek ontvang, reageer

ik meestal alleen op de negatieve dingen, terwijl ik niet inga op de positieve feedback. Ik kan me dan ook slecht een houding geven als ik een compliment krijg. Ik herinner me dat ik me vroeger rot voelde als ik forse kritiek van de pers of van het publiek kreeg.”

Gedrag Rik Platvoet: “Een speler vertoont een bepaald gedrag natuurlijk niet alleen op het veld of bij de club. Ook thuis en op school laat hij een bepaald gedrag zien. Je moet je als coach afvragen waar dat gedrag vandaan komt. Pas als je de hele persoonlijke situatie kent, kun je het gedrag beïnvloeden, dus ook in het voetballen. Maar je moet eerst bij de persoon beginnen en dan pas kun je met hem als voetballer aan de slag. De belangrijkste vraag is dan: Hoe krijgt een speler energie vrij om het beste uit zichzelf te halen? Ik weet intussen dat die mentale talenten in de eerste levensfase worden gevormd en niet veranderbaar zijn. Met die wetenschap moeten trainers handvatten zien te ontwikkelen om daar goed mee om te gaan. Een trainer moet daarbij ook heel goed in de gaten houden wat zijn eigen goede en minder ontwikkelde eigenschappen zijn. Als trainer moet je in staat zijn de slag van de theorie naar de praktijk te maken. Trainers kunnen heel verschillend naar een speler kijken. De scheidslijn is vaak erg dun. De ene trainer vindt een speler zelfverzekerd, een andere trainer typeert dat gedrag negatiever en noemt het arrogant. Die verschillende meningen komen voort uit hoe een trainer zelf in elkaar zit. Als je je daar nu bewust van bent en er goed mee omgaat dan kun je spelers veel beter begeleiden. Ben je zelf een extraverte trainer en een speler is introvert dan kun je zo’n speler wel van alles vanaf de kant toeroepen, maar dat is zinloos. Zinvoller is een veilige omgeving te creëren en in een één44

40-45_Platvoet.indd 45

45

op-één gesprek met hem te praten. Jij als trainer moet je gedrag aanpassen. Jij zult zo’n speler kalmer, dus minder bedreigend, moeten benaderen. Dan heb je meer kans op echt contact en kun je zo’n speler beter bereiken. Je hoeft geen grote doelstellingen te formuleren. Een kleine stap in de richting van een speler kan al een geweldige uitwerking hebben. Door dit van jezelf in te zien en daar rekening mee te houden in je omgang met spelers en ook te gaan kijken naar hun sterke en minder ontwikkelde eigenschappen, kun je op het mentale vlak veel winst boeken bij het ontwikkelen van voetbaltalenten. Je moet niet invliegen van de voetbalkant naar de menskant, net andersom werkt veel beter.”

Samenvatting: • endement van eugdopleiding wordt hoger als trainers bi hun coaching meer rekening gaan houden met de individuele behoeften van een speler. • Trainers moeten beseffen dat e niet alles kunnen beïnvloeden. Bepaalde mentale talenten worden al in de eerste levensfase gevormd. • Trainerskaart geeft duideli k beeld van de kernkwaliteiten en de ontwikkelpunten van een trainer. • eldere coachtips helpen een trainer om zich op het vlak van mentale begeleiding verder te ontwikkelen.

Meer informatie: www.verbeterpresteren.nl

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 09:39


A-JEUGD

Druk z e tte n

Martin Koppenol speelde bij VVOG, vv Emmen AV, WKE, vv Weerdinge, DZOH en opnieuw vv Emmen AV. Hij begon in 2008 bij vv Emmen als seniorentrainer. Koppenol werd vervolgens assistent bij WKE en opnieuw vv Emmen AV, alvorens hij in het jeugdvoetbal ging werken. Hij trainde in 2011/2012 de A1 van vv Emmen AV en staat dit jaar aan het roer bij vierdedivisionist HZVV A1 uit Hoogeveen. Koppenol is in het bezit van het diploma TC II.

V oor z e g g e n Martin Koppenol: “Waar je in de jongere jeugd nog veel voorzegt, is het in de A-jeugd juist de kunst om daar even mee te wachten. Een voorbeeld: als we van tevoren hebben afgesproken om gelijk druk te zetten, kan het voorkomen dat dat niet goed gaat. Een tegenstander is te sterk of speelt het achterin te goed uit. Soms zie ik al waar de problemen liggen of wat op dat moment gebeuren moet. Het is dan goed om even te wachten met ingrijpen en spelers zelf te laten nadenken over hoe ze de situatie in het veld kunnen oplossen. Als ze er zelf niet uitkomen, kan ik alsnog vanaf de kant ingrijpen. Je moet dus als trainer soms ook geduld hebben en het leerproces vooropstellen. Ik kan het wel allemaal gaan voorzeggen, maar daar leren ze zelf niets van.”

Martin Koppenol: “We zijn gepromoveerd naar de vierde divisie, met een vrij smalle selectie. Voetballend en qua inzet komen we goed mee. Wij spelen in beginsel fullcourt pressing. Dat heb ik niet zelf bepaald, maar dat heeft de groep gedaan. Je kunt als trainer zelf wel iets willen, maar je spelers moeten het wel gaan uitvoeren. Ik stel vooral vragen: ‘Dus we gaan druk zetten. Maar hoe gaan we dat dan doen?’ We dwingen de keeper eerst tot een lange bal. Wanneer blijkt dat hij dat goed kan, kiezen we er toch voor om een back vrij te laten. Stel dat het de 5 van de tegenstander wordt, dan laat onze 7 wat ruimte om de back aan te laten spelen. Het is in eerste instantie aan de spelers in het veld zelf om te bepalen wie de minste opbouwer is bij de tegenpartij. Maar ik houd hierbij wel een vinger aan de pols. In het geval van het vrijlaten van de 5, kruipt onze rechtshalf wat naar voren om van binnenuit druk te geven en te zorgen dat 5 de bal niet door het midden naar het middenveld kan spelen. De kans is groot dat de bal langs de lijn diep gespeeld wordt. Onze laatste man probeert die bal, samen met de rechtsback, op te vangen. Belangrijk is dat spelers elkaar durven sturen en dat gebeurt. Ze pikken het heel snel op, zijn bereid voor elkaar te werken en nemen coaching van elkaar aan.”

T raining Martin Koppenol: “We trainen twee keer per week, waarvan de donderdag met name teamtactisch getraind wordt. Het is belangrijk dat je dan de juiste spelers indeelt bij de partijen. Want als tijdens de wedstrijd bepaalde jongens belangrijk zijn bij het druk zetten, moet je ze dat op de training ook laten zijn. De 9 en 10 laat ik bij dezelfde partij spelen om de opbouw te verstoren. Ook op trainingen kijk ik dus naar de spelers. Als het druk zetten niet lukt, kijken spelers nog wel eens naar mij. Maar ik wil dat ze het in eerste instantie zelf oplossen. En dat oplossen betekent duidelijkheid verschaffen. Als druk zetten niet lukt, moet je misschien juist wel inzakken. Dat soort situaties kun je op trainingen nabootsen.”

Ge voe l Martin Koppenol: “Nog een reden om A-junioren meer verantwoordelijkheid te geven in het veld en zelf zo af en toe een stapje terug te doen, is het feit dat spelers in het veld, beter dan een trainer dat kan, aanvoelen of ze sterker of zwakker worden ten opzichte van de tegenstander. Een trainer staat aan de kant en zit niet echt in de wedstrijd. Als je een paar spelers hebt die merken dat de ploeg door moet drukken, krijgen ze van mij de vrijheid dat uit te voeren. Omdat mijn spelers het gevoel hebben hoe het er voorstaat, wil ik ook dat zij in eerste instantie beslissen. Dat heeft dus met loslaten te maken. Je spelers zelfsturend laten worden. Dat is een uitdaging voor een A-trainer.”

VOLG

De VoetbalTrainer

www.devoetbal trainer.nl

46-47_A-jeugd.indd 46

08-11-12 09:40


De JeugdVoetbal Trainer

1

Tr a i n i n g s v o r m 3

Doel

• verbeteren van het eerder in balbezit komen op de helft

4

11

6

9 8

van de tegenstander

8

Organis atie

10 11

• het veld is 50 meter lang en 60 meter breed • 1 groot doel en 2 kleine doelen • voldoende ballen in het doel bij de niet te coachen partij • voldoende hesjes en pylonen

6

9 4

10

3

Inhoud

• 7:7 + keeper • te coachen partij speelt 2:3:2 • niet te coachen partij speelt 1:2:3:2 • te coachen partij kan scoren in het grote doel • niet te coachen partij kan scoren in de kleine doeltjes • zodra een bal uit is, starten we bij de keeper van de niet te coachen partij

Coaching - ‘9 en 11, laat de zijkanten vrij en dwing de keeper de zijkant aan te gooien of spelen.’ - ‘Kies het juiste moment (te zachte of te hoge bal van de keeper) om druk te zetten.’ - ‘8, scherm de binnenkant af en voorkom dat de spits aangespeeld wordt.’ - ‘10, knijp naar 8 en 6 knijp naar binnen om rugdekking te geven.’ - ‘9, kantel naar tegenstander 8.’ - ‘Maak contact met elkaar en stuur elkaar.’ - ‘Stel je zo op dat je een tegenstander dwingt een kant op te spelen.’

Variatie

• het veld langer/breder maken (moeilijker maken) • de opbouw ook over de linkerkant laten verlopen (moeilijker maken)

• de opbouw alleen over de rechterkant laten verlopen (makkelijker maken)

46

46-47_A-jeugd.indd 47

47

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 09:40


B-JEUGD

Manie re n

Patrick Posthuma is voor het vierde seizoen jeugdtrainer bij asv Dronten. Hij heeft het CIOS in Heerenveen gedaan en liep stage bij sc Heerenveen. Posthuma woont al ruim twintig jaar in Dronten en begon er vier jaar geleden bij de D1. Hij trainde dat team twee jaar, voordat hij de overstap naar de B1 maakte. Met de B1 promoveerde hij in zijn eerste seizoen. Het team komt nu uit in de derde divisie.

B r avo u r e Patrick Posthuma: “Druk zetten heeft te maken met lef en durf. Door snel druk te zetten straal je uit dat je de bal snel wilt hebben. Dat ‘uitgaan van eigen kracht’ vind ik wel wat hebben. Niet inzakken, maar gelijk de boel voorin willen opvangen. Bij B-junioren is het zaak dat je dat gevoel er ook in krijgt. Zelfs als het een paar keer in een wedstrijd niet lukt. In de voetbalfilosofie van asv Dronten gaan we uit van het vastzetten op de helft van de tegenstander en de keeper dwingen tot een lange bal. Er wordt ook gekozen om de keeper een verdediger te laten inspelen en dan pas druk te zetten. En bij dat laatste gaat het om het moment. Kunnen je drie aanvallers herkennen wie de zwakste opbouwer is bij de tegenstander en dan zó gaan lopen dat die aangespeeld wordt? Dat je spelers hierin laat meedenken en meepraten komt hun ontwikkeling alleen maar ten goede.”

Patrick Posthuma: “Wij hebben twee manieren om druk te geven. Mijn 9 kan denken: ‘Dit is een bal om druk te zetten, ik begin met afjagen.’ Op het moment dat mijn spelers zien dat hij begint af te jagen, sluit iedereen bij. Het kan ook voorkomen dat mijn 3 of 4 momenten ziet om druk te geven en dan gebeurt het dus van achteruit. Door middel van coaching sturen zij dan de middenvelders en aanvallers door. Ik vind dat voor beide manieren wel wat te zeggen is. De 3 en 4 hebben het zelf al aardig door en herkennen momenten, maar de 9 moet het nog wat meer leren. Een goede (communicatieve) samenwerking in het hele elftal is hierin van groot belang. Iedereen, op elke positie binnen het elftal, heeft een functie. De één pakt dat eerder op dan een ander. Je bent bezig met opleiden, dus dat geeft in principe niets. Zolang je maar wel verbeteringen ziet. Bij B-junioren is dit een proces van vallen en opstaan.”

T we e de b al Patrick Posthuma: “Als je de keeper van de tegenpartij dwingt tot een lange bal, moet je er zeker van zijn dat je de tweede bal wint. En dat is voor een deel wel trainbaar te maken, mits je genoeg spelers hebt. Tijdens trainingen spelen we partijvormen met spelers van de B2 erbij. Dan kun je een 11:11-situatie creëren, waarbij je de keeper een lange bal laat geven. Je kunt dan de boel stilzetten en met name op posities van spelers letten. ‘Stel dat de bal doorgekopt wordt, hoe staan we dan achterin?’, of ‘Stel dat de bal naar rechts gaat, wie moet dan gelijk druk geven?’ Een andere manier is door het te laten zien op een wedstrijdbord. Door met mannetjes te schuiven krijgen spelers wel een beeld van wie wát moet doen op welk moment. Maar, zeker bij B-junioren, werkt het laten ervaren op het trainingsveld het beste.”

Elastie k Patrick Posthuma: “Wanneer de keeper van de tegenpartij uitgooit op de 5, schuift mijn rechtshalf iets door en komt tussen de linksback en linkshalf te staan. Tegelijkertijd schuift mijn 4 door naar het centrale middenveld. Ik vind dat je het lef moet hebben om dan één-op-één te gaan spelen. En dan moet je bij elkaar in de buurt blijven. De boel compact houden. Ik vertel ze wel eens het verhaal van Arrigo Sacchi, die bij AC Milan verdedigers door middel van een elastiek aan elkaar verbond om de onderlinge afstanden klein te houden. Dan moeten mijn spelers misschien lachen, maar ze begrijpen het wel. Dat inzicht in teamprocessen moeten ze steeds meer krijgen, want deze leeftijdscategorie is veel bezig met zichzelf. Daar moet je op gezette momenten juist tegen ingaan, want het draait om bewustwording. Als de linksback van de tegenpartij de bal heeft, moeten spelers aan onze eigen linkerkant ook al naar binnen komen. Verder kijken dan alleen je eigen mannetje of je eigen ruimte. Dat zijn zaken die in de B aandacht moeten krijgen.”

VOLG

De VoetbalTrainer

www.devoetbal trainer.nl

48-49_B-jeugd.indd 48

08-11-12 09:41


De JeugdVoetbal Trainer

Tr a i n i n g s v o r m Doel

• verbeteren van het verstoren van de opbouw van de tegenstander

Organis atie

• het veld is ruim 35 meter lang en 30 meter breed • 2 grote doelen • voldoende hesjes • voldoende ballen in beide doelen Inhoud

• partijspel 7:6 + 2 keepers • te coachen partij speelt 1:1:3:3 • niet te coachen partij speelt 1:4:2 • de keeper speelt de bal naar de vrijgelaten speler • de te coachen partij probeert het uitverdedigen te voorkomen

Coaching - ‘Probeer de verdediger bij de tegenpartij te herkennen die het minst goed opbouwt en laat die vrij.’ - ‘Durf je directe tegenstander los te laten.’ - ‘Steun elkaar en blijf tijdens het druk zetten dicht bij elkaar spelen.’ - ‘Stap op het juiste moment door van achteruit, bijvoorbeeld zodra een vleugelspeler een loopactie inzet.’ - ‘Coach van achteruit, om ervoor te zorgen dat ballijnen naar de spits eruit worden gehaald.’

Variatie

• spelen met buitenspel (de zestienmeterlijn) • variëren met aantallen (overgaan naar 6:6 met keepers)

• variëren met afstanden (halve speelveld gebruiken)

48

48-49_B-jeugd.indd 49

49

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 09:41


C-JEUGD

Half/Half

Wesley Verschoof is nu voor het tweede seizoen trainer-coach bij UVS Leiden, dat samenwerkt met FC Twente. Hij traint daar nu voor het tweede jaar de C1, waarmee hij uitkomt in de tweede divisie. Daarvoor was hij twee jaar assistent-trainer bij de jeugdopleiding van ADO Den Haag waar hij zijn TC III en TC II heeft behaald.

Initiatief Wesley Verschoof: “We zijn nu al een lange tijd bezig met het principe half/half en full-court. Ik vind dat spelers daar nu zo langzamerhand meer verantwoordelijkheid in moeten nemen. Mijn spits en centrale verdediger zijn bepalend in het veld. Ik spreek met ze af dat we gedurende een helft van een wedstrijd twee tot vier keer druk moeten zetten. Vervolgens blijkt in de rust dat het van die twee tot vier keer maar één keer echt goed is gegaan. En daar praten we dan over. Hoe komt dat? Wat had er anders gemoeten? De C-junior kan daar over het algemeen wel wat zinnigs over zeggen. Deze groep C-junioren is enorm leergierig en het leuke is dat je naast het technische gedeelte, al veel meer tactisch met ze bezig kunt zijn dan in de D-pupillen.”

VOLG

De VoetbalTrainer

Wesley Verschoof: “Eigenlijk al in mei/juni, toen de nieuwe teams werden ingedeeld, zijn we begonnen met te bepalen hoe we druk willen zetten. In de basis zijn we gaan werken volgens het half/half-principe. Mijn laatste linie staat op de helft van de eigen helft en de voorste linie staat halverwege de helft van de tegenstander. Belangrijk hierbij is dat we compact staan. De backs en buitenspelers knijpen wat meer naar binnen. Indien de bal op de helft van de tegenpartij is, wordt er gekanteld in de breedte. Indien de bal op de eigen helft is, dan wordt er door iedereen schuin naar achteren gekanteld. Om de afstanden ten opzichte van elkaar klein te houden, moet iedereen meekantelen. Indien de middenvelders van de tegenpartij voorbij mijn spitsen komen om een bal te halen bijvoorbeeld, moet mijn middenvelder hem loslaten. Mijn 6 mag ook niet te veel meelopen met een 10 die uitzakt, anders komt er te veel ruimte tussen mijn laatste lijn en mijn middenveld. Mijn spitsen mogen niet uitstappen, tenzij er een verkeerde bal gespeeld wordt of de aanname niet goed is. Ik blijf hameren op de onderlinge afstanden. Houd het compact.”

Full- court Wesley Verschoof: “Zodra het half/half goed gaat, gaan we door naar full-court. Bij het full-court pressen hebben we een centraal moment afgesproken waarop iedereen de positie inneemt. Dat moment is er wanneer de keeper van de tegenpartij de bal gaat pakken en klaarlegt om het spel te hervatten. Zodra de tegenpartij opbouwt maakt mijn 9 een loopactie richting de rechter centrale verdediger van de tegenpartij. Mijn rechtermiddenvelder (10) laat zijn man los en loopt naar de linker centrale verdediger. Mijn verdedigende middenvelder 6 neemt de plek van 10 in en mijn 4 schuift door naar de plek van 6. Achterin gaan de backs iets naar binnen en komen we één-op-één te staan. Door zo door te schuiven houd je boel dicht bij elkaar. Het moet allemaal te belopen zijn. Mijn verdedigers staan dan tegen de middenlijn aan om de afstanden klein te houden en om snel te kunnen doordekken. Tijdens trainingen spelen we geregeld samen met C2 om het druk zetten in 11:11 te oefenen. Zodra een keeper een bal klaarlegt, let ik op mijn spelers. Wie heeft het door en wie niet? Soms zet ik spelers dan letterlijk op de goede plek neer. Dat visuele is voor C-junioren belangrijk. Ze moeten precies zien wat er van ze verwacht wordt.”

Ve rantwoorde lij k he id Wesley Verschoof: “Waar het bij de C-junioren nu juist om draait is de balans tussen voorzeggen en zelf beslissingen laten nemen. En dat is een proces. We speelden tegen Feyenoord AV C1 en hadden van tevoren besloten om te starten met half/half en twee à drie momenten full-court. Eigenlijk ging dat niet erg goed. In de rust kunnen mijn spelers dan wel aangeven dat het niet goed gaat en vragen ze ook waarom we geen full-court gaan spelen. Het vermogen om tijdens de wedstrijd al belangrijke tactische beslissingen te nemen, ontbreekt nog bij de C-junior. Dus dan moet je als trainer je spelers daarbij helpen. In de tweede helft speelden we, zij het gedeeltelijk, full-court, veroverden vaker de bal en kregen meer initiatief dan in de eerste helft. Uiteindelijk kwamen we op 1-1.”

www.devoetbal trainer.nl

50-51_C-jeugd.indd 50

08-11-12 09:43


De JeugdVoetbal Trainer

1

Tr a i n i n g s v o r m

1 2

3

Doel

2

• verbeteren van het verstoren van de opbouw • verbeteren van het herkennen van het moment dat er

4

9 11

full-court pressie gespeeld moet worden

6

Organis atie

• driekwart speelveld • 2 grote doelen • 16 veldspelers en 2 keepers • pylonen om een achterlijn te maken

7

8

5

10 8

10 6 3

9

4

1

Inhoud

• partijvorm 8:8 + 2 keepers • te coachen partij speelt 1:2:3:3 • niet te coachen partij speelt 1:4:3:1 • bij een uitbal of een doelpunt start de keeper van de niet te coachen partij met een doeltrap

Methodiek

• variëren met aantallen

- 7:7 incl. 2 keepers, met formaties 1:3:3 tegen 1:4:3 - 8:8 incl. 2 keepers, met formaties 1:1:3:3 tegen 1:4:3 - 11:11 incl. 2 keepers, met formaties 1:4:3:3 tegen 1:4:3:3

Coaching -

‘Zorg voor de juiste onderlinge afstanden.’ ‘Laatste lijn aansluiten tot de middellijn.’ ‘1, keep wat meer uit je doel, rond de cirkel van de zestienmeter.’ ‘3, dek door op de 10 van de tegenpartij.’ ‘6, dek door op de 8 van de tegenpartij.’ ’10, dek door op de 4 van de tegenpartij.’ ‘9, loop richting 3, maar dwing hem om 4 aan te spelen.’ ‘7 en 11, loop iets richting de back, maar als hij diep gaat loop dan mee.’

50

50-51_C-jeugd.indd 51

51

Centraal in de coaching staat tevens het moment bepalen waarop er druk gezet wordt. Vragen en opmerkingen daarbij zijn: - ‘Wanneer ga je druk zetten?’ - ‘Maak voor iedereen duidelijk dat er druk gezet wordt.’ - ‘Zorg dat duidelijk is wie er doorschuift. Probeer te kiezen voor één kant. Dus als 10 doorstapt op de 4 van de tegenpartij, schuift 6 naar hun 8. Als 10 doorstapt op hun 3, dan gaat 6 ook door op de 8 van de tegenpartij.’

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 09:43


D-JEUGD

Plan 1

Pjotr van der Marel is bij Alphense Boys bezig aan zijn vierde seizoen. Na een jaar D2 staat hij nu voor het derde jaar aan het roer bij D1, waarmee hij uitkomt in de eerste divisie landelijk. Van der Marel keept zelf al jaren in het eerste elftal van Alkmania in zijn woonplaats Oude Wetering. In het dagelijks leven werkt hij als invalleerkracht binnen een stichting van achttien basisscholen.

Pjotr van der Marel: “Grofweg gezegd hebben wij drie manieren bedacht om het verdedigende gedeelte op de helft van de tegenstander op te pakken. Drie scenario’s, die passen bij de sterkte van de tegenstander. Als we min of meer gelijkwaardig zijn aan de tegenstander, is onze gewoonte met drie aanvallers tegen de vier verdedigers te blijven staan. De eerste bal van de keeper gaat naar de 3 of 4. Onze 9 begint te lopen en dwingt de speler aan de bal om een back aan te spelen. De 7 of 11 moet de ruimte om de back aan te laten spelen wel vrij laten. Dát vergt al veel inzicht van D-pupillen en daar ben je dus ook mee bezig. Op trainingen maak je dit visueel, door spelers daar neer te zetten. En dan te bevragen, want D-spelers zijn best in staat om over voetbal na te denken en dit uit te voeren.”

Plan 2 Pjotr van der Marel: “Wanneer we achter komen of er is het gevoel dat er meer inzit, doen we het anders. Onze 10 gaat dan dichter tegen de 9 aan spelen en onze 4 schuift kort voor de spits van de tegenpartij. Zodra mijn 9 dan namelijk begint af te jagen op de 3 van de tegenpartij, kan de 10 gelijk de 4 van de tegenstander vastzetten. Het is dan dus belangrijk dat spelers durven door te stappen. En bij D-pupillen hoef je niet bang te zijn dat een lange bal van de keeper achter je laatste linie valt, want zo ver krijgt de keeper de bal nog niet.”

B esp r e k e n

Plan 3

Pjotr van der Marel: “We spelen al jaren in de eerste divisie landelijk. Heel knap voor een amateurclub, want het is een niveau waarop mijn spelers wekelijks grote weerstand ervaren en veel beslissingen moeten nemen. Toch probeer ik de wedstrijdbespreking in zo’n tien minuten af te ronden. Kinderen zakken weg na deze periode. Ik heb wel bepaalde manieren, waarvan ik een voorbeeld kan geven. Op het bord zet ik eerst de poppetjes van de tegenstander op hun plaats, al dan niet in een bepaalde wedstrijdsituatie. Dan geef ik alle spelers een fiche en laat ze zichzelf op het bord zetten. Dan ontstaat er discussie. Het plan wordt dan van de jongens! We komen niet zo vaak voor de goal van de tegenstander en spelen veelal op de eigen helft. Er is wel het besef dat we moeten proberen de bal voorin al te veroveren, omdat we dan dichter bij het doel van de tegenstander zijn. De jongens gaan dat soort processen steeds beter begrijpen. In trainingen starten we veelal met kleine positiespelletjes 2:1 en 3:2. We bouwen uit en steeds staat de vraag centraal: ‘Wat wordt er nu van je verwacht?’ Door veel en systematisch te herhalen worden de spelers beter.”

Pjotr van der Marel: “Ik heb gemerkt dat in sommige wedstrijden onze 9 toch nog wel eens wordt overlopen door de 3 en 4 van de tegenstander. We hebben besloten om ook in te zakken als dit nodig is, zodat de 3 en 4 van de tegenstander de ruimte krijgen om wat in te dribbelen. Onze 7 en 11 kruipen meer naar de 9 toe, zodat we eigenlijk voorin al heel compact komen te staan. Op het moment dat de tegenpartij de bal naar het middenveld speelt, staan wij daar met heel veel mensen. Zodra we de bal dan veroveren, kunnen we er snel uitkomen. Tegen sterke tegenstanders spelen we af en toe op die manier. We willen namelijk niet dat een keeper of verdediger de lange bal gaat spelen. Zeker bij Dpupillen berust het vervolg dan op toeval. Op dit niveau moet je gewoon proberen flexibel te zijn en zo het maximale uit de jongens te halen. Dit plan heb ik achter de hand, voor het geval we er voorin niet in slagen om goed te storen. Ik gebruik deze vorm dus echt heel gericht.”

VOLG

De VoetbalTrainer

www.devoetbal trainer.nl

52-53_D-jeugd.indd 52

08-11-12 09:44


De JeugdVoetbal Trainer

1 1

Tr a i n i n g s v o r m 3

4

Doel

9

• verbeteren van het vastzetten van de tegenstander in de opbouw met de nadruk op de samenwerking tussen de drie spitsen

1b

2 11 6

Organis atie

10

5

1a 10

7

• half speelveld • 1 groot doel • 12 tot 14 ballen bij de keeper • 4 pylonen Inhoud

• partijspel 5:5 + keeper • de te coachen partij speelt in een 2:3 formatie • de niet te coachen partij speelt in een 1:4:1 formatie • als de bal uit gaat, starten we weer bij de keeper van de niet te coachen partij

• iedere situatie begint zodra de keeper de bal uitrolt of uitgooit naar 3 of 4

• de niet te coachen partij kan scoren door over de middenlijn te dribbelen

Methodiek

• in eerste instantie speel je 3:4, waarbij de twee middenvelders pas druk • •

geven als de backs/centrale verdedigers in hun zone komen in tweede instantie: volledige druk. 9 jaagt door en 10 zet het vast, waarbij het kiezen van het moment centraal staat de niet te coachen partij een punt geven zodra 7 of 11 toch wordt uitgekapt

Coaching - ‘Maak het zo klein mogelijk, om de tegenstander een idee te geven dat ze kunnen opbouwen.’ - ‘8 en 10, let er goed op wat de spits doet en handel steeds vanuit die situatie.’ - ‘8 en 10, ondersteun eventueel de 7 of 11.’ - ‘Probeer druk te zetten bij een foutieve of slecht gegeven bal door de tegenstander.’

52

52-53_D-jeugd.indd 53

53

- ‘Start altijd kort op je man en geef geen ruimte om te draaien.’ - ‘9, probeer de bal naar de back af te dwingen, dus loop met een boogje.’ - ‘9, laat je niet voorbijlopen door 3 of 4, oftewel: houd de as dicht.’ - ‘7 en 11, ga zó staan dat je je mannetje kunt zien.’ - ‘7 en 11, zodra de bal vertrekt van de voet van 3 of 4 ga jij ook vertrekken en geef druk.’ - ‘7 en 11, zorg ervoor dat je niet gemakkelijk wordt uitgekapt.’ - ‘7, als de bal naar de back gaat die bij 11 staat, kruip dan richting de as van het veld.’

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 09:44


‘GEEF MIJ DEZE KANS’ Lars zijn grootste wens is een elektrische

sportrolstoel: ‘Hoe moet ik anders sporten?’

DONEER UW BIJDRAGE OP 1145 66 682

“Spijtig genoeg worden sommige kinderen belemmerd in hun ontwikkeling. Gehandicapte kinderen willen ook graag sporten en dat kan met elektrisch rolstoelhockey. Door deze sport krijgen ze energie en levenslust en dat is hard nodig. In het 100 rolstoelenproject werkt het Foppe Fonds samen met de kinderen keihard om sportrolstoelen te kopen. Hier is veel geld voor nodig. Doet u mee?”

STEUN HET 1OO ROLSTOELENPROJECT OP WWW.1OOROLSTOELEN.NL


Iedereen heeft

nummer

Voetbaltalent 3

GEEN TALENT MAG VERLOREN GAAN

Voetbalontwikkeling De clubcoach De trainer-coach scan

Vertegenwoordigend voetbal Nationaal ontwikkelingstraject Onder 14/15/16

trainers.voetbal.nl

55_KNVB Cover.indd 55

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 09:23


VOETBALONTWIKKELING

Tekst: Qasim Hakim

Samenwerking RJO Willem II/RKC en KNVB Zuid 1

In dienst van amateurverenigingen In nauwe samenwerking ondersteunen de KNVB en RJO-en amateurverenigingen. Deze ondersteuning heeft meer dan alleen een voetbaltechnisch karakter en is er sterk op gericht om clubs in de gelegenheid te stellen in de toekomst selfsupporting te zijn. De Voetbaltrainer sprak erover met Richard van der Lee, trainer van de RJO Willem II/RKC én KNVBclubcoach, KNVB’er Hans Mewiss en coördinator Toon Stokkermans van VV DESK. Richard van der Lee is de eerste persoon in Nederland die de functies van trainer-coach binnen een RJO (Willem II/RKC) en clubcoach namens de KNVB voor amateurclubs in de regio Zuid I combineert. De KNVB/RJO-clubcoach

wordt ingezet als adviseur bij een amateurvoetbalvereniging en richt zich op de (verdere) ontwikkeling van het (jeugd)voetbal binnen de vereniging. Vanuit de voetbalbond wordt hij ondersteund door Hans Mewiss, de

“Voor de RJO Willem II/RKC is de samenwerking met het amateurvoetbal en de breedtesport een van de speerpunten in het beleid. De corebusiness, het opleiden van profvoetballers, staat uiteraard centraal, maar wij kunnen als jeugdopleiding niet zonder het amateurvoetbal. Door intensief samen te werken en met de KNVB de krachten te bundelen, krijgen we het nog beter voor elkaar om onze kennis en expertise te delen en het amateurvoetbal en de breedtesport naar een hoger niveau te helpen. Naast onze waardering voor het amateurvoetbal en de breedtesport die we hiermee uitspreken, levert dit op lange termijn ook beter voetbal in de breedte op en meer plezier in het spelen van het spel bij kinderen. Dit levert dus een positieve ontwikkeling op voor de gehele voetbalpiramide.” Remco Oversier - Hoofd Regionale Jeugdopleiding Willem II/RKC

coördinator Voetbaltechnische Zaken van het betreffende district.

RJO en KNVB Hans Mewiss: “De KNVB heeft een specifieke samenwerkingsovereenkomst met de RJO Willem II/RKC waarin is vastgelegd dat er op diverse gebieden wordt samengewerkt. Je kunt daarbij denken aan Jeugdplan Nederland, evenementen (trainerscongressen, clinics en thema-avonden), scouting én clubontwikkeling. Binnen clubontwikkeling gaat het erom samen (vereniging, KNVB en RJO) beter en meer jeugdvoetbal te verzorgen bij de amateurverenigingen. Hierbij kun je denken aan de inzet van een clubcoach zoals Richard, maar ook aan het beschikbaar stellen van draaiboeken voor een breed scala aan voetbalevenementen. Binnen deze manier van ondersteunen willen wij een proces op gang brengen en houden binnen de vereniging en gaan wij uit van het principe ‘De vereniging leren het zelf te doen’. Startpunt van dit principe is dat we uitgaan van de wens(en) van die vereniging en wat zij zelf aan deze wens(en) gaan doen. Daarmee willen wij hen ondersteunen, zowel op voetbaltechnisch gebied, maar Hans Mewiss ook op andere

www.devoetbal trainer.nl

56-59_Clubcoach.indd 56

08-11-12 16:38


Voetbaltalent TRAINEN, COACHEN EN BEGELEIDEN

gebieden. De vereniging gaat zelf met haar wens aan de slag (proces) en wij ondersteunen daarbij. Het mooiste is dat de vereniging dat op een gegeven moment helemaal zelf kan, zodat de KNVB-clubcoach zich ‘overbodig’ gemaakt heeft bij die vereniging. De vereniging kan daarna geheel zelfstandig verder. Een van de vragen die verenigingen vaak stellen is de inhoud van de trainingen (oefenstof), afgestemd op de leeftijden. Samen met die vereniging gaan de RJO Willem II/RKC en de KNVB ervoor zorgen dat jeugdtrainers bij de E- en F-jeugd de expertise krijgen om deze pupillen zodanig te trainen dat ze zich blijven ontwikkelen aan de bal. Voor de jongste jeugd is het belangrijk dat ze in hun eigen vertrouwde omgeving spelenderwijs leren voetballen. Daarom is het bij deze teams ook belangrijk dat er trainers voor komen te staan die deze kinderen voetbalinhoudelijke aspecten kunnen bijbrengen. Startpunt daarbij blijft dat de vereniging dit zelf in gang gaat zetten en zelf in de gaten houdt hoe dat verloopt. Wij ondersteunen daarbij.”

trekking tot clubontwikkeling, komt er een eerste gesprek. In een eerste gesprek breng ik de club in beeld, na deze grondig onder de loep te hebben genomen, en daaraan koppel ik de behoefte. Van daaruit maken we gezamenlijk een stappenplan, specifiek voor die vereniging.

dat zij beter in staat zijn om spelers, met plezier, beter te leren voetballen. Het is daarom belangrijk dat de vereniging zelf een visie heeft en die uitwerkt in een technisch beleidsplan dat uitgevoerd moet worden op het veld. Ook hier geldt het principe dat we ze ‘leren het zelf te doen’.”

Als RJO willen wij dan ook graag samenwerken met verenigingen. De top is namelijk afhankelijk van de breedte, vandaar dat we graag iets terugdoen in de vorm van clubontwikkeling. We ondersteunen de amateurverenigingen bijvoorbeeld bij het maken en verbeteren van hun technische beleidsplan. Iedere vereniging verdient voldoende aandacht om op eigen voet verder te kunnen gaan. Het is belangrijk dat wij kennis overdragen met de bedoeling dat amateurverenigingen zelf verder kunnen gaan. We willen het niet meer voordoen, ze moeten het zelf oppakken. De verenigingen hebben bij de jongste jeugd vaak ouders en bekenden lopen die als trainer fungeren. Met deze mensen willen wij onze expertise en ervaring delen, zo-

Allemaal Uitblinkers Richard van der Lee: “Bij de F- en ook de E-pupillen gaan de kinderen leren om baas over de bal te worden. We werken daarom met de dvd-boxen ‘Allemaal Uitblinkers’. Te veel zie je nog dat trainers bij deze teams in rijtjes werken. Kinderen staan dan letterlijk stil, moeten tot vervelens toe wachten en gaan andere dingen doen. Ook zie je dat trainers de bal in een vierkant gooien en de kinderen erachteraan laten rennen. Dit terwijl er diverse spelvormen zijn zoals 2:1, 1:1 of 4:4 waardoor ieder kind veel balcontacten heeft en iedereen continu bezig is. Er worden ook meestal pass- en trapvormen gedaan waarbij de bal van de een naar ander gaat en vice versa. Een pass- en trapvorm kan ook in een

Clubontwikkeling Richard van der Lee: “Overdag werk ik bij de RJO Willem II/RKC als trainercoach van de D1, Hoofd Scouting en studiebegeleider. ’s Avonds breng ik als clubcoach van de KNVB een bezoek aan een van de amateurverenigingen. De vraag naar ondersteuning op voetbaltechnisch gebied vanuit de amateurclubs wordt gescreend door de RJO en de KNVB. Via een formulier wordt de behoeftewens opgevraagd. Op het moment dat daaruit blijkt dat er voldoende draagvlak is binnen een vereniging en dat ze vooral zelf aan de slag Richard van der Lee willen met be-

Online: trainers.voetbal.nl

56-59_Clubcoach.indd 57

56

57

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 16:38


VOETBALONTWIKKELING

partijspel verwerkt worden, waarbij de trainers met de kinderen bespreken waaróm de bal naar links of rechts gespeeld moet worden. (zie oefening Dpupil) Daardoor leg je tijdens de training al het verband met de wedstrijd. Dribbelen, passen en passeren worden samengegoten in één wedstrijdechte oefening. Ook tijdens een warming-up kan er plaats zijn voor dribbeloefeningen, spelvormen en positiespelen.”

Winst boeken Richard van der Lee: “Bij voetbal gaat het om twee factoren: spelvreugde en competitie. Plezier en winnen kun je koppelen door voor wedstrijdelementen te zorgen tijdens trainingen. (zie oefening dribbelkampioen) Daar praat je als clubcoach met een vereniging over. Plezier en prestatiegerichtheid zorgen mede voor de benodigde succesbeleving. Elke oefening moet het wedstrijdelement bevatten. Kinderen hebben een korte spanningsboog en vinden het leuk om ergens voor te spelen. Het is toch ook veel leuker om 2:2 (zie oefening E-pupillen) of 4:4 (zie partijvorm F-pupillen) te spelen met

twee doeltjes in plaats van 7:7 zonder te kunnen scoren? Wij gaan uit van een training met vijf delen. Warming-up, oefenvorm, partijvorm, oefenvorm en partijvorm. Kort, gevarieerd en uitdagend waardoor kinderen de aandacht blijven

houden. Wat je in de oefenvorm behandelt, kun je vervolgens toetsen in de partijvorm. Wanneer een vereniging hierin ondersteund wil worden, ga ja natuurlijk hier eerst over praten met het Hoofd Opleiding of de Technisch Jeugdcoördinator en ook met de

www.devoetbal trainer.nl

56-59_Clubcoach.indd 58

08-11-12 16:38


Voetbaltalent TRAINEN, COACHEN EN BEGELEIDEN

Samenwerken

jeugdvoorzitter van de club: wat wil de vereniging zelf, hoe ga je te werk, hoe vertaal je dit op het veld? Wij willen inzichtelijk maken en de bewustwording creëren dat álle spelers beter worden op deze manier. Daarna gaat de vereniging dit zelf implementeren. Geen kopieergedrag, maar zelf met het volledige kader aan de slag gaan en de trainers eventueel cursussen laten volgen. Alle basisvormen zijn terug te vinden op de dvd-boxen ‘Allemaal Uitblinkers’ die je op talloze manieren kunt gebruiken. Uiteraard gaat het bij deze categorieën niet om het winnen, maar vooral om het winst boeken.”

Toon Stokkermans is Technisch Coördinator D/E/F-jeugd bij de VV DESK. In deze functie heeft hij ervaring opgedaan met ondersteuning door de RJO Willem II/RKC en de KNVB. Toon Stokkermans: “Amateurverenigingen worden steeds vaker geconfronteerd met de toenemende vraag van hun leden om goed gekwalificeerd kader voor hun jeugdopleiding. Steeds vaker wordt het opleiden van het aanwezige vrijwilligerskader dan ook binnen de vereniging zelf georganiseerd. VV DESK is met name bij de onderbouw vorig seizoen begonnen met voor het kader en de jeugdleden activiteiten te organiseren die laagdrempelig zijn. Bij de onderbouw zijn zo´n 75 vrijwilligers als leider/trainer actief die we allemaal de aandacht

willen geven die ze verdienen. Tal van clubprominenten hebben hun bijdrage geleverd in het organiseren van clinics en demotrainingen. Ook hebben we daarbij hulp gekregen van de KNVB en de RJO Willem II/RKC. Hun specifieke kennis en expertise over opleiden en kaderontwikkeling heeft ons geholpen om het proces te versnellen. Door deze positieve ervaringen zijn we in mei van dit jaar in gesprek gegaan met Richard van der Lee die in zijn nieuwe functie als KNVB/RJO-clubcoach de amateurverenigingen ondersteunt. Door deze nieuwe manier van samenwerken tussen de KNVB en de RJO kunnen wij als club nog beter gebruik maken van de aanwezige kennis. Hieruit voortvloeiend zijn concrete afspraken gemaakt waarbij voor ons kader stageplaatsen zijn gecreëerd om zodoende kennis en ervaring op te doen. Ook zijn activiteiten georganiseerd voor onze jeugd zoals een techniektraining door Nelson de Kok en een clinic voor keepers, verzorgd door Alex van Roessel. De ervaringen tot dusver zijn erg positief. We zien de clubcoach dan ook als een partner die meewerkt en -denkt op weg naar een betere jeugdopleiding. Het is een aanrader voor andere amateurverenigingen om op deze manier in hun kader te investeren.”

In alle zes districten van Nederland zijn clubcoaches actief die de amateurverenigingen ondersteunen. Wil uw vereniging ook ondersteund worden door de KNVB of heeft u vragen aangaande de KNVB-clubcoach, dan kunt u contact opnemen met de districtskantoren van de KNVB : District Noord 0513 – 618900 noord-vtz@knvb.nl District Oost 0570 – 664242 oost-vtz@knvb.nl District West 1 020 – 4879130 west1-vtz@knvb.nl District West 2 010 – 2862111 west2-vtz@knvb.nl District Zuid 1 076 – 5728300 zuid1-vtz@knvb.nl District Zuid 2 046 – 4819400 zuid2-vtz@knvb.nl

58

56-59_Clubcoach.indd 59

59

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 16:39


VERTEGENWOORDIGEND VOETBAL

Tekst: Ruud Doevendans

Edwin Petersen, Oranje onder 15

Ontwikkelen van high potentials De overstap van clubniveau naar een nationaal team is groot. Oranje onder 15 fungeert als het voorportaal voor toptalenten, waar spelers leren om te gaan met omstandigheden die komen kijken bij spelen in een nationaal team. Edwin Petersen is coach van Oranje onder 15 en is inhoudelijk verantwoordelijk voor het Jeugd Plan Nederland (JPN) bij de jongens. Met hem praat De Voetbaltrainer over het ontwikkelen van professioneel gedrag in de ontwikkelingslijn van Onder 14 t/m Onder 16 dat moet leiden tot beter presteren bij Oranje onder 17. De activiteiten die ontplooid worden in het Jeugd Plan Nederland (JPN) monden uit in nationale teams vanaf Onder 15. Hier worden spelers voorbereid om te spelen om de prijzen: vanaf Onder 17 strijden nationale jeugdteams om EK’s en WK’s. De afgelopen jaren is het selectieproces dat aan de nationale jeugdteams ten grondslag ligt, aanmerkelijk geïntensiveerd (zie afbeelding op pagina 61). Edwin Petersen is bondscoach van Nederland onder 15 en een spil in de opleiding van ’s lands meest talentvolle jonge voetballers.

Instroom Edwin Petersen: “Met de BV-tak van Onder 14 willen we de aansluiting met

het vertegenwoordigende voetbal tot stand brengen. We willen een hogere kwaliteitsslag maken in alle aspecten: talentidentificatie, talentbevestiging, training, speelwijze-ontwikkeling door het spelen van onderlinge topwedstrijden en videoanalyse. Op die manier kan de instroom bij Nederland onder 15 min of meer geruisloos verlopen. Die optimalisatie kun je naar boven toe doortrekken. De bedoeling is dat vervolgens de bondscoach van bijvoorbeeld het Onder 17-team zich niet meer bezig hoeft te houden met basiszaken als regeltjes en gedrag. De spelers weten immers door het voortraject dat ze hebben afgelegd hoe het er bij vertegenwoordigend voetbal aan toegaat. Bovendien kun je versneld

stappen maken in de speelwijze. Ook daarmee hebben de spelers tijdens de activiteiten in jongere leeftijdscategorieën kennisgemaakt. De kansen op direct presteren worden groter. Want bij Onder 17 gaat het om presteren. Het spelen om te winnen door steeds hogere eisen te stellen aan de teamfuncties aanvallen, verdedigen en omschakelen begint dus al bij het JPN BV onder 14 jaar.

Gedrag U zegt dat de trajecten Onder 14 t/m Onder 16 onder meer ertoe moeten leiden dat de bondscoach Onder 17 zich minder druk hoeft te maken over gedrag van spelers. Edwin Petersen: “We hebben het hier over kinderen die terechtkomen in

www.devoetbal trainer.nl

60-63_O14/15/16.indd 60

08-11-12 13:25


Voetbaltalent

Foto’s: KNVB.nl

TRAINEN, COACHEN EN BEGELEIDEN

een professionele wereld. Wij moeten hun leren daarin te functioneren. Er is een document ontwikkeld ten aanzien van nationale jeugdteams. Hierin zijn de teamontwikkelingsregels opgenomen en de route waarlangs wij spelers leren wat gevraagd wordt binnen de nationale selecties. De coaches werken volgens die lijn. Wij proberen spelers bewust te maken van professioneel gedrag. Je ziet dat terug in veel situaties, bijvoorbeeld in rustmomenten. Soms liggen twee spelers op een kamer, waarvan er een heel druk bezig is met muziek of met bellen, terwijl dat moment daar dus niet voor bedoeld is. Wij proberen spelers dan uit te leggen waarom zo’n rustmoment er is. Ben je namelijk niet

Online: trainers.voetbal.nl

60-63_O14/15/16.indd 61

goed uitgerust op het moment dat je aan een training begint, zul je zien dat je aan het einde van zo’n training (of wedstrijd) dingen moet laten lopen. We hebben spelers niet zo vaak bij ons, dus duurt de beïnvloeding langer. Het betekent dat we als coaches heel veel geduld moeten hebben.

ongedekt laat bij een corner-tegen en er wordt gescoord, dan hebben we een probleem. Dat heeft te maken met de discipline die jij jezelf kunt opleggen. Bij voetballen horen taken en functies, en dus afspraken. Daar moet je je aan houden. Uiteindelijk moet het zo gaan werken dat spelers op individueel niveau verantwoordelijkheid gaan nemen voor hun handelen en op teamniveau dat spelers elkaar kunnen aanspreken. De KNVB staat ergens voor, en de nationale teams ook. We hebben te maken met jongeren in een leeftijd waarop nogal wat met hen gebeurt. Ze proberen hun eigen piketpaaltjes te slaan. Jonge spelers die gewend zijn de beste te zijn, spelen opeens met andere spelers die bij hun club evenzeer een topper zijn. Wij kiezen ervoor om spelers bewust te maken van wat nodig is om succesvol met elkaar

Alles wat we doen, staat in functie van de wedstrijden, van het voetballen. Omdat het in de wedstrijden belangrijk is om afspraken na te komen, is het dat buiten de wedstrijden om ook. Als wij afspreken dat we geen papiertje op de grond gooien, corrigeren we een speler direct als hij dat tóch doet. Want als diezelfde speler, tegen de afspraken in, de eerste paal

60

61

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 13:25


VERTEGENWOORDIGEND VOETBAL

Edwin Petersen (r) met assistent-trainer Antal Vergeer aan het scouten langs de lijn.

samen te werken. Het gaat om zelfbewust zijn, keuzes maken en verantwoordelijkheid nemen (sluit aan bij teamontwikkelingsregels), in functie van het voetballen. Als een speler in Oranje onder 17 komt, moet hem dat wel duidelijk zijn. Wanneer iemand bij een bespreking dan nog onderuitgezakt in zijn stoel hangt, is er in de voorfase iets misgegaan.”

Druk Behalve het zelfbewust en omgevingsbewust zijn, heb je te maken met druk waarop de speler reageert. Hoe leert de KNVB hun daarmee om te gaan? Edwin Petersen: “Je kunt ‘druk’ op verschillende manieren uitleggen. Voor deze spelers geldt vooral de vraag of ze wél of níet geselecteerd zullen worden. Je bent de beste bij je club, je komt vervolgens bij het nationale team en dan ben je niet de nummer één op je positie. Dat kan weliswaar tijdelijk zijn, maar het speelt wel een grote rol. Die speler komt terug bij zijn club, en wat gebeurt er dan? Het kan

zeker invloed hebben op zijn gedrag. Voor de KNVB is het zaak om dat tijdig terug te koppelen naar de RJO of BVO, omdat zij daar iets mee moeten doen. In de toekomst moet dit vanuit een digitale omgeving gebeuren. Nu doen we dit vaak nog telefonisch. Maar dat contact vindt niet alleen plaats ná een wedstrijd. Ook in de fase voordat een speler geselecteerd wordt, heb ik al contact met de club en vraag dan of een speler oproepbaar is. Dat kan een vraagstuk zijn in verband met een blessure, maar ook in verband met schoolresultaten of gedrag. Evenzeer melden wij daarom een situatie waarin de speler uit de bocht gevlogen is. Het opleiden van een speler is in alle aspecten een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de clubs en de bond. Een voorbeeld van een ander soort druk is dat spelers leren presteren op een steeds hoger internationaal niveau. Het ontwikkelen en het leren presteren moet in een steeds veranderende omgeving en onder de

beste mogelijke voetbalweerstand gebeuren.”

Speelwijze Edwin Petersen: “Het grote voordeel van Nederland als relatief klein land is dat we een cultureel bepaalde voetbalvisie hebben, dat er een wijdvertakt netwerk is van amateurclubs die ook allemaal op een bepaalde manier voetballen. Dat zie je terug bij betaaldvoetbalorganisaties en ook binnen Onder 14 tot Onder 17. De reden dat Nederland met zijn Onder 17-team vaak succesvol is, zit ook opgesloten in de werkwijze die wij hanteren bij de leeftijdsgroepen daaronder. Dan praat ik niet alleen over het stroomlijnen van gedrag, maar ook over de ontwikkeling van de speelwijze. Wij blinken ten opzichte van andere landen uit in de volwassenheid van onze spelers binnen de manier van spelen. Zelfs al zou je spelers hebben die wat beperkter zijn in hun individuele mogelijkheden, dan nog kun je hierdoor een goede teamprestatie

www.devoetbal trainer.nl

60-63_O14/15/16.indd 62

08-11-12 13:25


Voetbaltalent TRAINEN, COACHEN EN BEGELEIDEN

neerzetten en succes hebben. Het verder uitwerken en blijven doorontwikkelen van die dominante speelwijze (1:4:3:3) is voor het behouden van onze internationale concurrerende voorsprong van eminent belang!”

Groot trainen Edwin Petersen: “Als trainer van Onder 15 heb ik de spelers altijd maar kort bij me. Hoe kun je nu die beperkte tijd het beste gebruiken als het gaat om het ontwikkelen van de speelstijl? Je moet in die korte tijd proberen taken en functies duidelijk te maken en aan elkaar te koppelen. Hoe doet je dat? Maak je de keuze voor ‘klein’ trainen, bijvoorbeeld vormpjes 4:3, of kies je voor ‘groot’ trainen? Dan moet je groot trainen. Zit je met Onder 19 bijvoorbeeld in een oefenstage en je hebt de spelers een hele week ter beschikking, wordt het een ander verhaal. Dan kies je ook voor kleinere, vereenvoudigde vormen. Omdat

Onder 15 geen prestatieteam is dat speelt voor EK’ of WK’s, hebben we die tijd niet. En dat is best lastig, want spelers van verschillende clubs zijn andere dingen gewend. Neem nu een speler die in de Cleeftijd gewend is om bij het verdedigen in de as door te schuiven. Het team komt daardoor achterin één-op-één te spelen. Vaak ziet men daar nog niet de andere mogelijke oplossingen. Het levert wel veel op (direct resultaat), maar komt het spel niet altijd ten goede. Je mist hierbij de ontwikkeling van de inzichtelijke component. Je vraagt veel minder van spelers als het gaat om ruimtes afschermen, kantelen en dat soort zaken. Dat zijn zaken die bij Onder 15 wel terugkomen. Op internationaal niveau moeten wij meer kunnen bieden, want Duitsland blaast je weg als je één-op-één speelt. Bij onze teams is die inzichtelijke component heel belangrijk.”

Samenvatting: • De activiteiten Onder 14 t/m Onder 16 staan in functie van een goede instroom bij Oranje onder 17. • et stroomli nen van gedrag is belangrijk om gezamenlijk een resultaat te kunnen boeken. • ederland kan ich in de eugdcategorie n onderscheiden door zijn speelwijze. • ndien de ti d beperkt is, leiden grote trainingsvormen eerder tot een speelwijze die aansluit bij de internationale normen.

1

3

4 9

2

7

5

11 8

10

6 8

10 6

4

Trainingsvorm Edwin Petersen

9

3

1

Doel •

Organisatie • • • • •

oaching Middenvelders - ‘Inzakken rond de middenlijn.’ - ‘Ruimte niet te groot laten worden, scherm de ruimte in de as af.’ - ‘Zorg voor onderlinge rugdekking, kantel naar de kant van de bal.’

nhoud • te coachen) • • diepte en breedte klein. Niet te coachen partij speelt in de opbouw steeds met vier verdedigers tegen drie aanvallers (op gang komen)

Aanvallers - ‘Inzakken halverwege de helft van de tegenstander.’ - ‘Spits 9 bepaalt wanneer hij de tegenstander onder druk zet.’

Online: trainers.voetbal.nl

60-63_O14/15/16.indd 63

62

63

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 13:25


VOETBALONTWIKKELING

Verbeter jezelf met de trainer-coach scan Je bent trainer, coach of begeleider van een pupillenteam. Dit doe je vol overgave en met veel plezier. Toch ben je benieuwd: wat gaat goed en wat zou je nog kunnen verbeteren? Ontdek het met de KNVB trainer-coach scan!

Er zijn specifieke scans voor F-, E- en D- pupillen. Elke leeftijdsgroep is weer onderverdeeld in de modules trainen, coachen en begeleiden. Elke module bestaat uit ongeveer dertig vragen, verdeeld over verschillende onderwerpen. Het invullen van een module duurt ongeveer tien minuten. Het resultaat is een overzichtelijk rapport met jouw scores op verschillende onderdelen. Je ziet in één oogopslag wat je al goed doet en wat je kunt verbeteren. Dit rapport kun je delen, printen of doorsturen naar jezelf of iemand anders.

Ook voor TJC Als Technisch Jeugdcoördinator (TJC) draag je een grote verantwoordelijkheid. Functioneert de technische staf optimaal of is er

www.devoetbal trainer.nl

64-65_Oefenstof.indd 64

08-11-12 12:36


Voetbaltalent TRAINEN, COACHEN EN BEGELEIDEN

ruimte voor verbetering? Ook dat ontdek je met de KNVB trainercoach scan! Nodig je trainers, coaches en begeleiders uit om de vragenlijst in te vullen. Je bepaalt zelf de samenstelling van de test door ĂŠĂŠn of meerdere modules te selecteren. Wil je dat de vragenlijst bestaat uit vragen over het trainen, coachen en begeleiden van F-pupillen? Selecteer dan alle modules. Wil je alleen vragen over het trainen van F-pupillen? Selecteer dan alleen deze module. De trainer-coach scan maak je op: trainer-coachscan.knvb.nl Meer informatie: http://www.youtube.com/ watch?v=tIGzqhJ27kY

Online: trainers.voetbal.nl

64-65_Oefenstof.indd 65

Allemaal Uitblinkers De trainer-coach scan sluit goed aan bij het leermiddel Allemaal Uitblinkers, een handboek voor begeleiders, trainers, coaches, ouders en andere belangstellenden. Tegelijk met elk boek verschijnt een dvd met uitgekiende oefenvormen, waarmee kinderen op een optimale manier leren voetballen.

64

65

Net als de trainer-coach scan is het leermiddel Allemaal Uitblinkers onderverdeeld in de onderdelen trainen, coachen en begeleiden. De verzamelboxen zijn verkrijgbaar in de webshop. Een handboek, inclusief dvd, is te koop vanaf 22,95 euro. Bestel Allemaal Uitblinkers op: www.voetbal.nl/cursusmateriaal

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 12:36


COACHES BETAALD VOETBAL INTEGER

DESKUNDIG

PROFESSIONEEL

Coaches Betaald Voetbal

“Winnen doe je met z’n allen.” “Coaches Betaald Voetbal is de belan-

kwaliteit van het voetbal en het verder

Zij heeft aanzien en een groot draagvlak

genvereniging van trainer/coaches in het

ontwikkelen en professionaliseren van

in het betaald voetbal. In het buitenland

Betaald Voetbal. Het is een vereniging

het vak van trainer/coach in het Betaald

wordt de CBV gezien als hèt voorbeeld van

met een duidelijke visie en missie. Ze

Voetbal. Als centrale taak ziet ze de ont-

een goed georganiseerde belangenvereni-

maakt daarop gebaseerd heldere keuzes

wikkeling van de trainer/coach en van het

ging voor de professionele trainer/coach.

in haar beleid. In deze visie is prioriteit

vak van trainer/coach.

Het is een gezamenlijke taak om deze sta-

gegeven aan kwaliteit en professionali-

tus te handhaven en daar waar mogelijk te

teit in opleiden, ontwikkelen, gedrag en

Doelstelling

verbeteren. Het consequent naleven van

presteren. Coaches Betaald Voetbal ziet

De CBV is de belangenvereniging van de

statuten, huishoudelijk reglement en van

voor zichzelf een belangrijke maatschap-

trainer/coach, werkzaam in het Betaald

de afgesproken gedragscode en erecode

pelijke rol en zal haar kennis en ervaring

Voetbal en voor een club of voetbalbond in

is daarbij van het grootste belang.

ook gaan inzetten voor de samenleving.”

Nederland of daarbuiten.

Daarnaast staat de CBV voor Sportiviteit en Respect. Met in het achterhoofd de

CBV – visie

Wij willen:

gedachte dat voetbal voor iedereen is en

De CBV is een goed belangenbehartiger

• de kwaliteit van het voetbal in zijn alge-

van iedereen, wil de CBV een vereniging

van en voor haar leden. Ze wil zich mani-

meenheid verhogen, en van het betaald

zijn met oog voor (mede-) mens en maat-

festeren als een vaste en betrouwbare

voetbal in het bijzonder

schappij. Coaches Betaald Voetbal is Meer

waarde in het Betaald Voetbal. Ze wil een volwaardig gesprekspartner zijn van de KNVB en andere belangenorganisaties. Ze

• de belangen van al onze leden goed

dan Voetbal.

behartigen • het imago van het product voetbal en

CBV

biedt zich aan als adviesorgaan en kennis-

van het vak trainer/coach naar een nog

Postbus 1

centrum voor overheid, businesspartners

hoger plan tillen

Bezoekadres:

8000 AA Zwolle

Hogeland 10 8024 AZ Zwolle

en overig bedrijfsleven.

Coaches Betaald Voetbal als

Telefoon:

088 850 8610

CBV – missie

belangenvereniging

Fax:

088 850 8613

De CBV vertegenwoordigt haar leden in

De CBV is een stabiele en sterke organisa-

E-mail:

info@coachesbv.nl

diverse organisaties, ten behoeve van de

tie en telt momenteel bijna 500 leden.

Website:

www.coachesbv.nl

Onze partners


De kunst van het afronden

App voor Club Iedere club heeft tegenwoordig wel een website. De volgende stap in de informatievoorziening is ook al mogelijk. App voor Club biedt een simpel systeem aan voor sportclubs. Leden kunnen via deze app op de hoogte worden gehouden van speelschema’s, uitslagen, standen, afgelastingen, clubnieuws, video’s en nog veel meer functionaliteiten. De applicatie kan al in een goed half uur afgestemd worden op de club. Hier is nauwelijks technische kennis voor nodig, want door middel van een eenvoudig cms-systeem kan alle content worden aangeleverd. appvoorclub.nl

Spitsen zijn nog altijd het meest begeerd. Simpelweg omdat zij het kunstje beheersen waar het voetbalspel uiteindelijk om draait: scoren. De UEFA Training Ground besteedde de afgelopen weken extra aandacht aan de kunst van het afronden. In drie delen werd de ‘finishing school’ besproken, met diverse voorbeelden en trainingsvormen. Op de site van UEFA Training Ground verschijnen ook geregeld interviews met coaches over het trainersvak. bitly.com/S8sl0Y

Messias in Afrika

Coach App

In De VoetbalTrainer 189 is een mini-special opgenomen over het coachen van culturen. Op de website van ons vakblad is een artikel met trainer Mart Nooij verschenen dat hierop aansluit. Een van zijn opmerkelijke uitspraken: “Dé Afrikaanse speler bestaat niet. Daarvoor zijn de verschillen tussen de verschillende regio’s te groot. Wel hebben ze allemaal een ‘nationaal ondergeschiktheidsgevoel’. Veel inwoners hebben het idee dat ze inferieur zijn aan Europa. Voor een blanke Europese trainer heeft dat extra consequenties. Ze hebben enorm hoge verwachtingen van je en zien je als een soort Messias. Om het beste eruit te halen moet ik meer doen dan het geven van trainingen alleen. Ik moet ook de officials adviseren en de spelers managen.” bit.ly/S9LjW3

Bijhouden wie wanneer gewisseld moet worden. Je eigen aantekeningen niet meer terug kunnen lezen wie ook alweer de voorzet heeft gegeven. Voetbal Coach App zorgt ervoor dat dit niet meer voorkomt. In deze applicatie plan en beheer je de wedstrijden van je team. Je voert eenmalig de gegevens van je spelers in, daarna kun je alles snel verwerken. Opstellingen, het instellen van een wisseltimer en het plaatsen van een verslag. De Voetbal Coach App is momenteel nog in de betafase en hierdoor gratis. bitly.com/WWl2j4

66

67_Zijlijn.indd 67

67

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 09:53


68-73_Opbouwen_68-73 08-11-12 09:56 Pagina 68

TA C T I E K

Tekst: Theo Ducaneaux

Opbouwen tegen 1:4:4:2 In veel voetbalwedstrijden in Nederland zien we de formatie 1:4:3:3 tegenover dezelfde formatie 1:4:3:3 spelen. Maar hoe bouw je als team nu op tegen een ploeg die 1:4:4:2 speelt?

In Nederland groeien we op met het 1:4:3:3 systeem. Zeker in de eerste jaren waarin 11:11 gespeeld wordt, de D-jeugd en C-jeugd, wordt dit ‘Nederlandse’ systeem gezien als de meest logische veldbezetting: overal driehoekjes in balbezit, alle posities bezet, relatief weinig te belopen operationele ruimtes en dientengevolge weinig complexe keuzes. Dit impliceert tevens dat er in de opbouw (teamfunctie aanvallen) altijd vier (of vijf met de keeper meegerekend) tegen drie gespeeld wordt. De backs lopen op en trekken de vleugelspitsen van de verdedigende ploeg mee. De keeper en centrale verdedigers vormen een wijde driehoek en de centrumspits van de tegenpartij staat in een relatief grote ruimte 1:3 (tekening 1). De opbouw verloopt relatief gemakkelijk. Wat verder in het opleidingstraject wordt het herkenbare en veilige 1:4:3:3 regelmatig ingeruild voor 1:4:4:2 of een variant hierop. Soms is er bij zo’n ploeg wel sprake van 1:4:3:3 in de teamfunctie aanvallen, maar wordt er in de teamfunctie verdedigen voor een afwijkende veldbezetting gekozen om de opbouw van

de tegenstander te frustreren. Hetzij om het spelen van de lange bal vanuit de keeper af te dwingen (tekening 2), hetzij om de opbouw naar een back te manipuleren en zo middels kantelen en knijpen balverlies af te dwingen

(tekening 3). De opbouw wordt dan dus complexer. Voordat men het opbouwen tegen andere formaties dan 1:4:3:3 kan trainen is het verstandig om te beginnen met deze herkenbare speelstijl bij ‘de tegenpartij’.

1

3

2

11

6

4

9

5 8

10

8

7

7

10

5

11

6 9 4

3 1

1

www.devoetbaltrainer.nl

2

De backs (2,5) lo‐ pen op. Zij trek‐ ken de vleugel‐ spitsen (7,11) mee. De keeper (1) en centrum‐ verdedigers (3,4) spelen 3:1 ten op‐ zichte van de spits (9). De op‐ bouw is relatief gemakkelijk.


68-73_Opbouwen_68-73 08-11-12 09:56 Pagina 69

De basis De basis van alles is het in overtal leren opbouwen van achteruit (5:3). Om te kunnen opbouwen tegen van 1:4:3:3 afwijkende vormen, zal eerst de nodige tijd (zowel in wedstrijden,

maar met name in trainingsvormen) moeten worden besteed aan het vanuit de klassieke veldbezetting bij de tegenstander (drie spitsen) leren opbouwen van achteruit. Gereduceerde spelersaantallen en

3

5

9

11

7

4 6

1

De verdedigende ploeg zet druk waardoor de keeper van de opbouwende ploeg de lange bal moet spelen.

1

2

relatief grote ruimtes zijn hiervoor raadzaam.

3 2

6

7

5

5 10

4

2

6

10

9

2 3

9

4

11

8

7 11

7

10

11 8

8

5

6

10

8

4

9

1 3

3

1

2

De opbouw wordt naar een back gedwongen (2). Vanuit 11 van de verdedigende ploeg wordt aan de balkant druk gegeven en als team gekanteld en geknepen. 68

69

De Voetbaltrainer 190 2012


68-73_Opbouwen_68-73 08-11-12 09:56 Pagina 70

TA C T I E K

1

3

2

5

4

9

10

2

5

9

11

3

4

1

7

11

7

8

6 8

7

7

11 9

6 11

10

5

2

4

5

9 4

3 1

2

3

1

5

4

Steeds opbouwen vanuit 1 in een 5:3 situatie. Eventueel kan er bij beide teams een middenvelder gezet worden, die ‘vak‐ overschrijdend’ speelt.

Trainingsvorm 1, tekening 4 Er wordt gespeeld op tweederde veld. De middenlijn vormt tevens de scheidslijn tussen het verdedigende vak en het aanvalsvak. De te coachen ploeg speelt in de opbouw 5:3. Dit zijn de keeper en de nummers 2,3,4,5. De verdedigende ploeg speelt in dit vak met drie spitsen (7,9,11). In het aanvallende vak staan de drie spitsen (7,9,11) van de te coachen ploeg tegen vier verdedigers en een keeper (1,2,3,4,5). Door telkens te starten bij de keeper van de opbouwende ploeg wordt een partijspel gespeeld. Als coach kun je met de spelregels ‘spelen’ om de opbouw te beïnvloeden. 1) De bal moet x keer rondgespeeld worden voordat een aanvaller in het andere vak wordt ingespeeld. 2) Zodra zich de mogelijkheid voor een inspeelpass aandient, dit direct benutten. Diep gaat voor breed. 3) De eerste bal vanuit de keeper is

Opbouwen tegen 1:4:3:3 in een 11:11‐vorm op een heel veld. Steeds starten vanuit de keeper van de aanvallende ploeg.

verplicht voor een back. Daarna vrij spel in de opbouw. 4) De eerste bal vanuit de keeper is verplicht voor een centrumverdediger. Daarna vrij spel in de opbouw. 5) Je zet er als coach een middenvelder (6) bij in de opbouw van de te coachen ploeg die tevens mag bijsluiten bij de spitsen in het aanvalsvak. 6) Je zet er naast deze nummer 6 een middenvelder (10) bij van de verdedigende ploeg die ook in beide vakken mag opereren. De tactische coachmomenten voor de opbouwende ploeg zijn: • Keeper: - ‘Vanuit de inspeelpass meebewegen aan de balkant, altijd de pass terug mogelijk maken. Het liefst naast het doel. Bewegen op de voorvoeten, voorbereid zijn op het spelen van de lange bal en op een pass terug op het verkeerde been.’ www.devoetbaltrainer.nl

• Backs: - ‘Oplopen, ruimte maken en uitzakken.’ - ‘Spelen met je directe tegenstander. Aanspeelbaar zijn, eerste aanname op het verste (buitenste) been.’ - ‘Knijpen naar het centrum als de opbouw aan de andere kant plaatsvindt.’ • Centrale duo: - ‘Uitzakken snijpunt strafschopgebied, open aanbieden.’ - ‘Aanspeelbaar willen zijn. Loopt de opbouw via een back, kijken of het aanbieden vóór de defensie mogelijk is; inschuiven naar het middenveld.’

Trainingsvorm 2, tekening 5 Opbouwen in 5:3 in de complexe 11:11 wedstrijdsituatie (beide teams 1:4:3:3). Vrije partij, met als restrictie dat de verdedigende ploeg géén druk zet op de opbouwers. Spel start steeds bij de keeper van de te coachen ploeg. De tactische coachmomenten voor de


68-73_Opbouwen_68-73 08-11-12 09:56 Pagina 71

opbouwende verdedigers blijven gelijk aan trainingsvorm 1. Om het (opbouw)spel enigszins vloeiend te laten verlopen, krijgen de middenvelders en aanvallers van de te coachen ploeg wat algemene looplijnen mee: • Middenvelders 6 en 8: naar de bal toe bewegen, en uit de passlijn blijven. • Middenvelder 10: van de bal af bewegen, mogelijk diepte pakken. • Vleugelspitsen 7 en 11: breed houden, open staan, minder diep dan 9. • Spits 9: breedtelijn lopen achter de

(eigen) vleugelspitsen, van rand strafschopgebied tot rand strafschopgebied.

aard hetzelfde; de vaak ‘gewenste’ opbouwers 3 en 4 staan vast, en er moet iets anders verzonnen worden om het spelen van de lange bal mogelijk te maken. Binnen dit gegeven onderscheiden we ‘full pressie’ van de verdedigende ploeg (zie tekening 2 op pagina 19), waarbij alles wordt vastgezet en het verdedigende team achterin 1:1 komt te staan enerzijds en de teamtactische keuze van het verdedigende team om de opbouw naar de zijkant te dwingen anderzijds.

O p b o u we n t e g e n 1 : 4 : 4 : 2 We maken op voorhand onderscheid tussen teams die daadwerkelijk 1:4:4:2 spelen (dus ook in de teamfunctie aanvallen die veldbezetting en speelwijze hanteren), en ploegen die (alleen) in de teamfunctie verdedigen met twee centrale voorwaartsen het centrum van de opbouwende ploeg vastzetten. In de praktijk is het uiter-

Opbouwen tegen een team dat full pressie speelt Wellicht moet de term ‘opbouwen’ ingeruild worden voor ‘aanvallen’. Het kan immers heel goed dat de keeper de lange bal móet spelen of dat de verdedigende ploeg met zoveel ruimte in de rug 1:1 verdedigt dat de lange bal tussen de verdediging en de kee-

per van de tegenpartij simpelweg de beste oplossing is (tekening 6). In de top van het mondiale voetbal zie je dit sporadisch. Op het moment dat de keeper aanstalten maakt voor de lange bal, zie je de (in zone op lijn) verdedigende ploeg met de laatste linie

‘uitbollen’ naar achteren en zich opstellen voor de lange bal. In het amateurvoetbal, maar zeker ook in de top van het jeugdvoetbal zie je niet zelden dat zo’n lange trap naar voren, die achter de laatste linie van het verdedigende team belandt, leidt tot een

1 1

3

2

9

11

5

4

2

7

10

7 5

9 6

6

8

8

6 10

9 4

10

8 7

3

5

11

9

5

4

3

11

10

3

7 8 6

4

2

2

1

1

6

7

Het verdedigende team staat 1:1 met veel ruimte achter de laatste li‐ nie. De keeper van de aanvallende ploeg kiest voor de lange bal ach‐ ter de laatste linie. 70

71

Vanuit de lange bal van de keeper knijpen de backs (2,5), bolt het centrale duo uit naar achteren (3,4), zijn 6 en 8 ‘onder’ het duel voor de tweede bal, zijn 10 en 9 in het duel en snijden 7 en 11 achterlangs. De Voetbaltrainer 190 2012


68-73_Opbouwen_68-73 08-11-12 09:56 Pagina 72

TA C T I E K

1

3

2 6 Villa

5

4

Iniesta

Pedro 11

Messi

Alves

8

7 Abidal 9

Busquets

Xavi 10

Pique Valdes

Puyol

8

FC Barcelona voetbalde zich vorig seizoen onder full‐pressie uit. • Middenvelder 10: - ‘Kopduel aangaan, of rondom het

kopduel van de spits aanwezig zijn.’ • Spits 9: - ‘Kopduel aangaan, of rondom het kopduel van de 10 aanwezig zijn.’ • Buitenspelers (7,11): - ‘ Van buiten naar binnen snijden, achter de spits langs.’

Foto: Pro Shots.

kans of een treffer. In deze situatie, als de keeper al dan niet gedwongen kiest voor de lange bal, is het ook aan te raden als team iets af te spreken voor het veroveren van de tweede bal, zeker wanneer de lange trap van de keeper mocht leiden tot een kopduel (tekening 7). • Backs (2,5): - ‘Voorwaardelijk denken, rekenen op het verliezen van het (kop)duel van de eigen ploeg. Dit betekent van beide kanten naar binnen knijpen, en - ondanks het mogelijke balbezit - de ruimtes in eerste instantie klein maken, en de lijn naar de eigen goal afschermen.’ • Centrumverdedigers (3,4): - ‘Eerst oplopen/aansluiten, voor het duel weer uitbollen naar achteren, om een eventuele lange bal te onderscheppen.’ • Middenvelders 6 en 8: - ‘Aansluiten en alert zijn voor de bal die uit het (kop)duel valt. Vanuit deze tweede bal gaan voetballen; proberen het positiespel op gang te brengen.’

FC Utrecht speelt vaak met twee spitsen.

www.devoetbaltrainer.nl

Voor een team waarbij het positiespel erg goed is, is het mogelijk om bij full pressie van de tegenstander, toch vanuit de keeper op te bouwen. Essentieel hierbij is de inbreng van een of twee middenvelder(s); balvast, en in staat om onder weerstand open te draaien. Een middenvelder komt (explosief) in de bal, een middenvelder bolt uit naar een backpositie, de back (bij voorkeur degene aan de balkant) loopt extreem ver op, en de derde middenvelder, alsmede de centrumspits probeert tussen de linies te spelen (tekening 8). Bijvoorbeeld, in de Champions League-finale van afgelopen jaar kon Manchester United zo’n vijftien minuten op basis van full pressie Barcelona verrassen, maar uiteindelijk viel het niet meer te belopen, met het bekende resultaat.


68-73_Opbouwen_68-73 08-11-12 09:56 Pagina 73

Opbouwen tegen een team (1:4:4:2) dat de opbouw naar een back dwingt Dit komt heel vaak voor in het moderne voetbal. De eerste bal is voor een (bewust vrijgelaten) vleugelverdediger en daarna wordt er druk op deze speler gezet (tekening 3 op pagina 69). Wat nu? Om tot een aanvaardbaar positiespel te komen, moeten de ruimtes nog groter gemaakt worden; met name het uitbollen naar achteren door de centrumverdediger; nagenoeg in één rechte lijn met de back in balbezit en ‘wijder’ dan het traditionele puntje strafschopgebied. Hij creëert hiermee verschillende opties. De bal kan er worden uitgehaald via nummers 3 of 1, of het positiespel krijgt via 4, 6, of 8 een vervolg. (tekening 9) Lukt dit niet, dan is de vallende bal door nummer 2 achter de linies op de breedtelijn lopende 9, of de lange bal diagonaal op de diepgaande 10 een optie. Indien dit niet te veel risico met zich meebrengt, is zelfs de wisselpass op 5 (als de rechterspits 7 van de verdedigende

ploeg ‘gewoon’ naar de as knijpt) een optie. Dan wordt het positiespel op de andere vleugel hervat.

Trainingsvorm 3, tekening 10 Er wordt gespeeld op tweederde veld. De middenlijn is tevens afbakenlijn voor het verdedigende vak en het aanvalsvak. De te coachen ploeg speelt in het verdedigende vak 4(5):2. De andere ploeg zet met de twee aanvallers beide centrale verdedigers (3,4) vast, waardoor de eerste bal in de opbouw voor 2 of 5 zal zijn. In het aanvalsvak van de te coachen ploeg is het 5:3 voor de verdedigers. Vanuit de eerste bal mogen de twee middenvelders (7,11) van de niet te coachen ploeg vanuit het verdedigende vak, over de middenlijn druk gaan geven op de man met de bal. Eenmaal in het andere vak mag men niet meer terug in het verdedigende vak. Iedere aanval begint bij de keeper van de te coachen ploeg.

3

9

10

11

4

5

7

9

7

11

10

9

5

2 3

4 1

10

De te coachen ploeg bouwt op in 4(5):2. De nummers 7 en 11 van de verdedigende ploeg mogen uitstappen uit hun vak en druk geven op de opbouwende back met bal. Ze mogen echter niet terug naar het verdedigende vak.

verdedigt in 1:4:3:3. Hanteer daarbij de algemeen aanvaarde principes, hoe het achterste vier- of vijftal dient

7

vrij te lopen. • Ga daarna aan de slag om het positiespel van achteruit

6

op gang te brengen tegen teams met een afwijkende

8 7

veldbezetting zoals 1:4:4:2. • Positiespel graag, maar niet ten koste van alles (lees:

2

geen tegentreffers).

9 5

11

4

• Leer spelers eerst op te bouwen tegen een ploeg die

8 6

3

5 tips om op te bouwen tegen 1:4:4:2

1 2

1

2

• In situaties waarbij het verdedigende team afwijkt van

10

1:4:3:3 zal bij het inslijpen van het positiespel van de

4

3

opbouwende ploeg tenminste één, maar liever twee middenvelders moeten worden meegenomen in de

9

1

teamtactische afspraken over opbouwen. • Maak afspraken over het positie kiezen vanuit de lange bal van de eigen keeper. Het winnen van de tweede bal

Door het ver uitbollen van nummer 3 (bijna loodrecht onder de balbezittende nummer 2), creëert hij een passmogelijkheid terug naar zichzelf én naar de keeper én ‐ door middel van ruimte in de as ‐ voor de schuine pass op 6, 8 of 4. 72

73

en van daaruit het positiespel op gang brengen, is ook balbezit.

De Voetbaltrainer 190 2012


V OE T B ALCON DI TI E

Tekst: Yves Brokken

Profclubs werken samen met Belgische Topsportslab

‘ Aangepaste training voor elke speler’ Samen met de Vlaamse regering investeerde Topsportslab liefst een half miljoen euro in onderzoek naar het beter maken van atleten, hoofdzakelijk voetballers. ‘We willen de beschikbaarheid, efficiëntie en productiviteit van spelers opdrijven via professioneel prestatiemanagement en blessurepreventie’, stelt Jan Van Winckel van het Belgische bedrijf ferm. Ook AZ, Twente, Roda JC en ADO Den Haag werken samen met de spin-off van de KU Leuven. Twentes fysiektrainer Jan Kluitenberg doet uit de doeken waar hij en zijn team de resultaten voor gebruiken. Topsportslab biedt softwaretoepassingen aan in de vorm van een online tool voor bestuur, stafleden en spelers van een club. Afhankelijk van hun functie binnen de club kunnen ze resultaten voor meer dan 250 tests

vergelijken met de testresultaten van andere clubs en spelers die met Topsportslab werken. “In één oogopslag kan een trainer zien hoe zijn speler of zijn hele team scoort op een hele reeks fysieke parameters zoals kracht, flexibiliteit en snelheid”, legt Van Winckel uit. “Spelers en trainers kunnen ook hun subjectieve beoordelingen invoeren. De combinatie van die gegevens maakt het mogelijk om gerichter te trainen. Bovendien kunnen jonge, beloftevolle spelers ook zelf zien welke progressie ze maken, wat hen extra motiveert”, klinkt het samenvattend. “Wij leveren aan de clubs de kennis en ervaring, we leren hun hoe ze bepaalde testen moeten afnemen. Er zijn bijvoorbeeld drie goede testen om de lenigheid van de hamstrings te meten: sit & reach, heupflexie en V-sit. Wij geven het advies om dat te doen via heupflexie omdat uit onderzoek blijkt dat dit de beste voorspellende waarde geeft.”

www.devoetbal trainer.nl

74-79_Topsportlab.indd 74

08-11-12 10:03


Voorbeeld protocol ‘Submaximale Interval Shuttle Run Test’

Foto: Pro Shots

Benodigdheden: twee testleiders, scoreformulier, meetlint, platte pylonen, hartslagbanden + zenders, cdspeler met cd.

Jan Van Winckel Jan Van Winckel: “Terwijl een physical coach er alles aan doet om een speler honderd procent fit te krijgen, proberen wij als sportwetenschappers een team van dertig spelers allemaal op een aanvaardbaar niveau te krijgen. Bij het model van Bahr & Krosshaug gaan we ervan uit dat een atleet twee soorten kenmerken heeft: aangeboren eigenschappen waar je niets aan kan veranderen, zoals het feit dat mesomorfe atleten sneller blessures oplopen dan gewoon gespierde atleten, en nurture kenmerken. Die laatste zijn maladaptaties die ontstaan door bepaalde spiergroepen extreem te trainen waardoor er een

Voorafgaand aan de test doet iedere speler een hartslagband om (goed nat maken!) en wordt de zender erop geklikt (kijken of de zender groen oplicht en piept). Gedurende de test worden de spelers begeleid met behulp van een voorbespeelde test-cd. Iedere speler start aan dezelfde kant bij een afzonderlijke 20m-pylon op het eerste signaal. De afstand tot de andere pylon (20m) moet worden afgelegd in de tijdsperiode tot aan het volgende signaal. Indien een speler te vroeg bij de volgende pylon is, moet hij wachten tot het volgende signaal. Indien een speler te laat bij de volgende pylon is, moet de hij zijn snelheid verhogen om de volgende keer wel op tijd te zijn. De test is opgebouwd uit snelheidsblokken en trajecten. De aanvangssnelheid bedraagt 10 km/h, waarbij in het begin per snelheidsblok de snelheid wordt verhoogd met 1 km/uur en vanaf 13 km/h met 0,5 km/h. Eén traject is één keer de afstand van 20 m. Eén snelheidsblok beslaat een periode van ca. anderhalve minuut bestaande uit twee periodes van circa 30 sec inspanning, afgewisseld met twee periodes van 15 sec rust, waarin de spelers uitlopen in de lijn van hun loopbaan tot aan de uitlooplijn (= 8m) en rustig terugwandelen naar de pylon die ze het laatst gepasseerd zijn. Tijdens één snelheidsblok blijft de snelheid constant. Indien een speler twee keer achtereenvolgens meer dan drie meter verwijderd is van de pylon waar hij op dat moment zou moeten zijn is de test voor deze speler beëindigd. Na zestig trajecten blijven de spelers twee minuten lang rustig staan, zonder met elkaar te praten. Daarna is de test beëindigd.

onevenwicht ontstaat met de andere spieren. Een voorbeeld: voetballers trainen vooral de quadriceps, waardoor een onevenwicht ontstaat met de hamstrings. Bijgevolg zijn hamstring-

74

74-79_Topsportlab.indd 75

75

blessures een vaak voorkomend letsel in het voetbal. Dit zijn intrinsieke risicofactoren die je kunt wegwerken, waardoor spelers minder geblesseerd zijn. Daarvoor ondergaan zij in het begin van het seizoen een blessurepreventiescreening, waarna alle intrinsieke factoren via software in kaart worden gebracht. Dat is de eerste stap. Een opmerkelijke vaststelling is dat veel clubs in Nederland en België het vaak houden bij het verzamelen van die data, maar het is natuurlijk de bedoeling dat je daar iets mee doet. Belangrijk in de samenwerking is dat de clubs dezelfde protocols gaan gebruiken om bijvoorbeeld de lenigheid van de hamstrings van een speler te gaan meten. Anders is onderzoek verloren tijd. Als clubs een vergelijking willen zien van hun spelers met al de spelers in onze database, dan kan dat nu perfect. Scoren spelers gemiddeld laag op een item, dan moet er extra getraind worden, scoren ze hoog, dan moet de trainingsintensiteit op dat vlak afnemen. De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 10:04


Die screening gaat er voor zorgen dat je een vatbare atleet krijgt. Stap twee is dus dat je de atleet blootstelt aan een aantal extrinsieke risicofactoren. Een voorbeeld. Als je met de hele spelersgroep een heel jaar door scheenbeschermers draagt op training, dan vermijd je één week onbeschikbaarheid op een heel seizoen. Andere voorbeelden van extrinsieke factoren zijn slecht onderhouden velden, scheidsrechters, tegenstanders, weersomstandigheden etc. Zo weten we dat er na enkele weken slecht weer veel adductorenletsels opduiken. Als je daar als club de nadruk op legt bij je spelers, ga je dat risico verkleinen. De laatste en belangrijkste stap zijn de trainingen. Als spelers blessures hebben, wijst de club vaak naar de medische staf, maar dat is meestal niet hún verantwoordelijkheid. Spelers hebben allemaal verschillende intrinsieke risicofactoren. Als trainingen worden afgestemd op die risico’s, dan smoor je die al grotendeels in de kiem. De physical coach en de trainer hebben dus controle over vermijdbare

blessures. Een voorbeeld: de ene speler kan je een halve marathon laten lopen en die kan daags nadien gewoon een wedstrijd spelen. Een speler met veel intrinsieke risicofactoren kan dat niet. Je moet er dus voor zorgen dat de trainingsbelasting is aangepast aan de intrinsieke risicofactoren van je speler. Je moet dus individueel gaan periodiseren. Het nadeel van voetbal is dat er heel veel in groep wordt getraind. De trainingen worden te vaak georganiseerd op het gemiddelde niveau van de groep, wat betekent dat sommige spelers in een seizoen nauwelijks progressie boeken omdat de load die ze aankunnen nooit wordt gehaald op training. Terwijl anderen, vooral spelers met een minder goede algemene conditie, te zwaar trainen en dus snel geblesseerd raken. De sleutel tot het verbeteren van prestaties is het managen van vermoeidheid en het verminderen van blessures. De inspanningsfysiologie geeft aan dat je in overload moet gaan om tot een prestatieverbetering te

Voorbeeld protocol ‘10-meter Sprint’ & ‘30-meter Sprint’

Benodigdheden: twee testleiders, scoreformulier, meetlint, zes platte pylonen, twee snelheidspoortjes. De speler start binnen 1,5 m voor poort 1. Testleider 1 zet de handpalm op 0 sec. De speler vertrekt op eigen initiatief, nadat testleider 1 een seintje heeft gegeven dat de handpalm op 0 sec staat. De speler sprint zo snel mogelijk naar poort 2. Wanneer de speler door poort 2 is, geeft testleider 1 de tijd op de handpalm door aan testleider 2. Testleider 2 noteert de tijd (op 0,01 s nauwkeurig) op het scoreformulier. Vervolgens herhaalt het protocol zich voor de volgende speler. Zelfde werkwijze voor de ’30-meter Sprint’.

Foto: Pro Shots

V OE T B ALCON DI TI E

Jan Kluitenberg komen. De wetenschap zegt echter dat té veel vermoeidheid leidt tot blessures. Daarom is fatigue management absoluut noodzakelijk. Dat betekent, eenvoudig gezegd, dat je één keer per week de vermoeidheid van je spelers heel hoog brengt. Naarmate de wedstrijd nadert, moet er dan weer veel minder hard getraind worden. Maar dat is dus voor elke speler anders. Een speler met een goede conditie die in aanloop naar een wedstrijd aan veertig procent traint, zal gerecupereerd zijn voor de matchdag. Een speler met een lage conditie, een sprinter bijvoorbeeld, zal aan dezelfde intensiteit niét volledig fit zijn. De zwaarste training moet dus vroeg genoeg in de week vallen, zodat je daarna kunt afzwakken wat betreft vermoeidheid. Aan de hand van de hartslagmeters kunnen we zien of spelers op training hun doelstelling hebben gehaald. Wanneer dat niet het geval is, dan moeten die jongens de dag erna iets extra doen. Hoe dat allemaal wordt ingevuld, is opnieuw aan de clubs zelf. Dat kan een wedstrijdje vier tegen vier zijn of een uitlooptraining. Continuous monitoring is en blijft dus de boodschap.”

De praktijk Fysiektrainer Jan Kluitenberg werkte eerder al samen met Topsportslab toen hij in dienst van AZ Alkmaar werkte. Het afgelopen jaar hanteerde hij het systeem tot grote tevredenheid bij FC Twente. Zowel de A-ploeg als de jeugd- en dameselftallen maakten gebruik van de software.

www.devoetbal trainer.nl

74-79_Topsportlab.indd 76

08-11-12 10:04


Voorbeeld protocol ‘5 x 10-metersprint’ Jan Kluitenberg: “Technisch-medisch proberen wij zo veel mogelijk bevindingen te verkrijgen over onze spelers. Door middel van het systeem van Topsportslab kunnen we onze benadering meer wetenschappelijk onderbouwen. Wij voeren dagelijks gegevens in, zowel van trainingen, wedstrijden als van medische onderzoeken, behandelingen en testen. Die gegevens van elke speler gaan we dan opslaan in een database. Dat geeft vervolgens output over de fysieke toestand van de speler: kan hij trainen/spelen of niet, en indien wel, in welke mate? De voordelen voor FC Twente zijn heel groot. Wij kunnen de data van al onze jeugdspelers bijhouden en hun evolutie bekijken naarmate ze dichter bij het eerste elftal komen. Zowel medisch, fysiek als technisch. Zo kunnen we bijvoorbeeld zien hoe zijn groeispurt evolueert. We voeren ook elke behandeling die een speler ondergaat in het systeem in. Op basis van het systeem van Topsportslab willen we op termijn een heel spelersprofiel per positie ontwikkelen. Zo kunnen we spelers op basis van bepaalde kenmerken nog gerichter gaan opleiden. Bovendien hebben we ook snel in de smiezen of ze later het topniveau fysiek zouden aankunnen. Alles begint op het moment dat een speler ’s ochtends binnenkomt op de club. Dan moet hij een vragenlijst invullen die gaat over hoe hij heeft geslapen, of hij heeft ontbeten, of hij

Benodigdheden: twee testleiders, scoreformulier, meetlint, tien platte pylonen, twee snelheidspoortjes. Uitzetten in het vijfmetergebied De speler start binnen 1,5 m voor poort 1. Testleider 1 zet de handpalm op 0 sec. De speler vertrekt op eigen initiatief, nadat testleider 1 een seintje heeft gegeven dat de handpalm op 0 sec staat. De speler sprint zo snel mogelijk vijf keer over een afstand van tien meter. Bij elk keerpunt ten minste met één voet achter de tienmeterlijn uitkomen. Testleider 1 telt hardop het aantal keren dat er al heen en weer gesprint is. Op de terugweg van de vijfde keer dient de speler niet af te remmen, maar voluit door poort 1 te sprinten. Wanneer de speler door poort 1 is, geeft testleider 1 de tijd op de handpalm door aan testleider 2. Testleider 2 noteert de tijd (op 0,01 sec nauwkeurig) op het scoreformulier. Vervolgens herhaalt het protocol zich voor de volgende speler. Spelers worden om beurten getest, vlot achter elkaar door. Iedere speler legt de test één keer af. De snelste sprinttijd wordt meegenomen in de uiteindelijke analyse.

spierpijn heeft, etc. Tijdens de fysieke en teamtactische trainingen dragen onze spelers frequent een Polar, waardoor wij kunnen zien of we onze doelstellingen hebben gehaald en of de speler voor zichzelf zijn eigen doelstellingen heeft gehaald. Die data verwerk ik dan op mijn laptop op spelersniveau. Ik koppel dan een bepaalde zwaarte aan de training of wedstrijd. Zo hebben wij dagelijks een geheel inzicht in de speler. Dat noemen we de overuse indicator. Die geeft aan in welke zone de speler kan trainen: op wedstrijdniveau, underload of over-

load. Zodra er een overload wordt aangewezen, bepalen we met de medische staf en de hoofdtrainer wat de oorzaak daarvan is en hoe hij die dag kan ingezet worden bij een training of wedstrijd. We kunnen tijdens het seizoen steeds gaan terugkijken in het systeem hoe een speler evolueert en daar ook conclusies uit trekken. Als er in de loop van het seizoen bijvoorbeeld een plaats vrijkomt op een bepaalde positie kunnen we meteen zien wat we van zijn vervanger verwachten en of die speler wel dan niet geschikt is voor ons niveau.

Preventieve spierversterkende oefeningen voor de hamstrings. Op de website van De Voetbaltrainer vindt u de video’s van diverse preventieve spierversterkende oefeningen.

76

74-79_Topsportlab.indd 77

77

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 10:05


V OE T B ALCON DI TI E

Voorbeeld protocol ‘10 x 5-metersprint’

Benodigdheden: twee testleiders, scoreformulier, meetlint, acht platte pylonen, twee snelheidspoortjes. Uitzetten in het vijfmetergebied De speler start binnen 1,5 m voor poort 1. Testleider 1 zet de handpalm op 0 sec. De speler vertrekt op eigen initiatief, nadat testleider 1 een seintje heeft gegeven dat de handpalm op 0 sec staat. De speler sprint zo snel mogelijk vijf keer volledig heen en weer over een afstand van 5 meter. Bij elk keerpunt ten minste met één voet achter de vijfmeterlijn uitkomen. Testleider 1 telt hardop het aantal keren dat er al heen en weer gesprint is. Op de terugweg van de vijfde keer heen en weer dient de speler niet af te remmen, maar voluit door poort 1 te sprinten. Wanneer de speler door poort 1 is, geeft testleider 1 de tijd op de handpalm door aan testleider 2. Testleider 2 noteert de tijd (op 0,01 sec nauwkeurig) op het scoreformulier. Vervolgens herhaalt het protocol zich voor de volgende speler. Spelers worden om beurten getest, vlot achter elkaar door. Iedere speler legt de test één keer af. De snelste sprinttijd wordt meegenomen in de uiteindelijke analyse.

Om de onbeschikbaarheid van spelers te minimaliseren, voeren zij voor aanvang van elke training gedurende een vijftiental minuten een aantal spierversterkende oefeningen uit. Daarin zitten alle vormen voor rug, buik, bovenbenen en bovenlichaam. Zoals Jan Van Winckel zei, zijn hamstringblessures een veelvoorkomend fenomeen in het profvoetbal, terwijl dat helemaal niet zo hoeft te zijn. Door die preventieve oefeningen consequent toe te passen, hebben wij nauwelijks spelers die met spierblessures kampen. Om zulke blessures te vermijden, gaan we ook vooraf bepalen op welke grasmat we gaan trainen – indoor, outdoor, gewoon veld of kunstgras – en in functie daarvan moeten spelers ook het meest geschikte schoeisel dragen. Spelers worden ook veel getapet en hebben een individueel rompstabiliteitsprogramma. We houden dus zeker rekening met beïnvloedbare factoren.

Voorbeeld protocol ‘T-test’ Benodigdheden: twee testleiders, scoreformulier, meetlint, dertien platte pylonen, vier hoge pylonen, één snelheidspoortje. Uitzetten in het vijfmetergebied Linksom: de speler start binnen 1,5 m voor poort 1, ter rechterzijde van pylon 1. Testleider 1 zet de handpalm op 0 sec. De speler vertrekt op eigen initiatief, nadat testleider 1 een seintje heeft gegeven dat de handpalm op 0 sec staat. De speler sprint zo snel mogelijk om pylon 2, draait linksom om de pylon naar pylon 3, draait linksom om de pylon naar pylon 4, draait linksom om de pylon naar pylon 2, draait linksom om de pylon naar poort 1, waar de speler ter rechterzijde van pylon 1 finisht. De speler draait elke keer kort om de pylon heen, binnen de grenzen van de ‘afbakeningspylonen’. Wanneer de speler door poort 1 is, geeft testleider 1 de tijd op de handpalm door aan testleider 2. Testleider 2 noteert de tijd (op 0,01 sec nauwkeurig) op het scoreformulier. Vervolgens herhaalt het protocol zich voor de volgende speler. Rechtsom: De speler start binnen 1,5 m voor poort 1, ter linkerzijde van pylon 1. Testleider 1 zet de handpalm op 0 sec. De speler vertrekt op eigen initiatief, nadat testleider 1 een seintje heeft gegeven dat de handpalm op 0 sec staat. De speler sprint zo snel mogelijk om pylon 2, draait rechtsom om de pylon naar pylon 3, draait rechtsom om de pylon naar pylon 4, draait rechtsom om de pylon naar pylon 2, draait rechtsom om de pylon naar poort 1, waar de speler ter linkerzijde van pylon 1 finisht. De speler draait elke keer kort om de pylon heen, binnen de grenzen van de ‘afbakeningspylonen’. Wanneer de speler door poort 1 is, geeft testleider 1 de tijd op de handpalm door aan testleider 2. Testleider 2 noteert de tijd (op 0,01 sec nauwkeurig) op het scoreformulier. Vervolgens herhaalt het protocol zich voor de volgende speler. Spelers worden om beurten getest, vlot achter elkaar door. Iedere speler legt de test twee keer af, één keer linksom en één keer rechtsom. De snelste sprinttijd wordt meegenomen in de uiteindelijke analyse.

www.devoetbal trainer.nl

74-79_Topsportlab.indd 78

08-11-12 10:05


Voorbeeld protocol ‘Single Hop Test’

Voorbeeld protocol ‘Triple Hop Test’

Benodigdheden: één testleider, scoreformulier, meetlint, tape.

Benodigdheden: één testleider, scoreformulier, meetlint, tape.

De speler start op het linkerbeen. De speler begint met de grote teen op de startlijn, gemarkeerd met tape. De speler springt zo ver mogelijk op het afzetbeen langs het meetlint en landt ook op hetzelfde been. De speler blijft vervolgens minimaal 2 sec in balans staan. De testleider leest de sprongafstand af, gemeten van de startlijn tot het uiteinde van de grote teen, en noteert vervolgens de sprongafstand (op 0,01 m nauwkeurig) op het scoreformulier. Vervolgens herhaalt het protocol zich voor de volgende speler. Zelfde aanwijzingen voor het rechterbeen.

De speler start op het linkerbeen. De speler begint met de grote teen op de startlijn, gemarkeerd met tape. De speler springt in drie sprongen zo ver mogelijk op het afzetbeen langs het meetlint en landt ook op hetzelfde been. De speler blijft vervolgens minimaal 2 sec in balans staan. De testleider leest de sprongafstand af, gemeten van de startlijn tot het uiteinde van de grote teen, en noteert vervolgens de sprongafstand (op 0,01 m nauwkeurig) op het scoreformulier. Vervolgens herhaalt het protocol zich voor de volgende speler. Zelfde aanwijzingen voor het rechterbeen.

Spelers worden om beurten getest, vlot achter elkaar door. Iedere speler legt de test twee keer op het linkerbeen en twee keer op het rechterbeen af. De grootste sprongafstand wordt meegenomen in de uiteindelijke analyse.

Spelers worden om beurten getest, vlot achter elkaar door. Iedere speler legt de test twee keer op het linkerbeen en twee keer op het rechterbeen af. De grootste sprongafstand wordt meegenomen in de uiteindelijke analyse.

Het programma van Topsportslab is een gemiddeld systeem, daarom hebben wij ook een aantal wijzigingen doorgevoerd, waardoor we toch weer iets anders zullen werken dan andere clubs die het systeem hebben inge-

voerd. Voorheen hield ik alle fysieke statistieken zelf bij via spreadsheets (excelwerkbladen), en was er dagelijks overleg met de medische staf. Nu is het zo dat we alle onderdelen van het voetbal in het systeem van Topsports-

lab invoeren en de statistieken van alle spelers in alle gebieden kunnen vergelijken. Vroeger was er meer onzekerheid, nu kunnen we het beter wetenschappelijk onderbouwen en in onze periodisering hanteren.”

Voorbeeld protocol ‘Figure-8 Hop Test’ Benodigdheden: twee testleiders, scoreformulier, meetlint, vier platte pylonen, twee hoge pylonen, één snelheidspoortje. De speler start binnen 1,5 m voor poort 1 op het linkerbeen. Testleider 1 zet de handpalm op 0 sec. De speler vertrekt op eigen initiatief, nadat testleider 1 een seintje heeft gegeven dat de handpalm op 0 sec staat. De speler hopt links langs pylon 1 richting pylon 2, komt aan de rechterkant van pylon 2 uit en draait linksom om pylon 2, hopt terug richting pylon 1, komt aan de

linkerkant van pylon 1 uit en draait rechtsom om pylon 1, hopt weer richting pylon 2, komt aan de rechterkant van pylon 2 uit en draait weer linksom om pylon 2, hopt terug richting poort 1, passeert pylon 1 aan de linkerkant en hopt zo snel mogelijk door poort 1. Wanneer de speler door poort 1 is, geeft testleider 1 de tijd op de handpalm door aan testleider 2. Testleider 2 noteert de tijd (op 0,01 sec nauwkeurig) op het scoreformulier. Vervolgens herhaalt het protocol zich voor de volgende speler. Wordt de test met het rechterbeen afgelegd, dan gaat het als volgt. De speler hopt rechts langs pylon 1 richting pylon 2, komt aan de linkerkant van pylon 2 uit en draait rechtsom om pylon 2, hopt terug richting pylon 1, komt aan de rechterkant van pylon 1 uit en draait linksom om pylon 1, hopt weer richting pylon 2, komt aan de linkerkant van pylon 2 uit en draait weer rechtsom om pylon 2, hopt terug richting poort 1, passeert pylon 1 aan de rechterkant en hopt zo snel mogelijk door poort 1. Spelers worden om beurten getest, vlot achter elkaar door. Iedere speler legt de test twee keer op het linkerbeen en twee keer op het rechterbeen af. De snelste hoptijd wordt meegenomen in de uiteindelijke analyse.

78

74-79_Topsportlab.indd 79

79

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 10:05


BOEK

Tekst: Pieter Fischer

Athletic Skills Model

Gevarieerd bewegen in jeugd opleiding Ajax Eerst waren er de krantenberichten: ‘Bij Ajax laten ze jeugdvoetballers judoën.’ Dat was opmerkelijk en er werd een beetje lacherig over gedaan. In het zojuist verschenen boek ‘Athletic Skills Model voor een optimale talentontwikkeling’ geven René Wormhoudt, Jan Willem Teunissen en Geert Savelsbergh uitleg over de methode die in de loop der jaren bij Ajax is ontwikkeld om betere atleten op te leiden die zich ontwikkelen tot een absolute voetbalspecialist. Een voorpublicatie. Voetballen leer je door te voetballen. Beter voetballen leer je door meer te voetballen, door een betere voetbalomgeving en niet te vergeten door juiste training en coaching. Dat schrijft Foppe De Haan in het voorwoord van dit boek. De Haan vervolgt: De realiteit is dat de hedendaagse jeugdige sporters eerder de grenzen bereiken doordat ze fysiek zeer matig zijn. En dan hebben we het over coördinatie, balans, evenwicht, vormspanning en kracht. Onze maatschappelijke werkelijkheid is dat we er in vergelijking tot dertig jaar geleden fysiek veel slechter opstaan. Bewegingsarmoede, het toenemend gebrek aan speelruimte, eenzijdige voeding en ook het gebrek aan goed bewegingsonderwijs op vooral de basisschool zijn daarvoor belangrijke redenen. Dit boek geeft onder andere vanuit de praktijk bij Ajax een goede onderbouwing en is mede daardoor een goed hulpmiddel om binnen de club een goed programma voor de fysieke ontwikkeling van de jeugdige

voetballer te maken. Ik vind dat we geen keuze hebben, maar dat het bittere noodzaak is, aldus De Haan.

Visies op opleiden De schrijvers van het boek kennen de praktijk en schetsen ook de volgende visie op opleiden: Er zijn opleidingsinstituten (clubs en verenigingen) die kinderen al op vroege leeftijd scouten en vervolgens bijzonder specialistisch (eenzijdig) met hen aan de slag gaan. Deze clubs kiezen dan vaak voor die kinderen die van nature goede bewegers zijn. In veel sporten wordt er aan het eind van het seizoen doorgeselecteerd. Dit betekent zoveel als: ’Zijn er ergens anders in de regio betere leeftijdgenootjes op dit moment?’ Soms lijkt het erop dat doorselecteren belangrijker wordt gemaakt dan geduld en het opleiden en het trainen van de op dat moment minder ontwikkelde kanten van dat kind. Dit type prestatiegerichte omgeving voelt niet zo veilig voor kinderen en is meer gericht op de kortetermijnontwikkeling dan

op het ontwikkelingsproces voor de langere termijn. Het Athletic Skills Model wil een alternatief zijn voor deze visie op opleiden en wil een veilige omgeving bieden. Een veilige omgeving voor een kind kan namelijk ook een prestatiegerichte omgeving zijn waarin voortdurende verbetering wordt aangemoedigd en inzet en doorzettingsvermogen worden beloond. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat een ontwikkelingstraject naar ‘de top’ acht tot twaalf jaar duurt. Deze ontwikkeling vindt dus individueel, vaak schoksgewijs en zeker niet in één rechte lijn omhoog plaats. In een vroeg stadium alleen voor één sport trainen leidt op korte termijn snel tot resultaat, maar is het langetermijnresultaat niet veel interessanter? Het boek onderbouwt de langetermijnvisie en pleit voor een brede opleiding in plaats van een vroege specialisatie in een sport. Het gaat om het ontwikkelen van een breed beweegschema

www.devoetbal trainer.nl

80-83_Boek Wormhoudt.indd 80

08-11-12 16:45


Foto: Louis van Vuurst

Een van de mogelijkheden van de Althletic Skills Track: hier trainen de spelers gevarieerd op explosiviteit.

waarin variatie en plezier sleutelbegrippen zijn.

Start bij Ajax Het begon allemaal met ‘socceraerobics’, ontwikkeld door René Wormhoudt tussen 1992 en 1997 en ingevoerd bij de jeugdopleiding van Ajax. Socceraerobics was een veelzijdig beweegprogramma waarin werd bewogen op muziek. Na vijf jaar socceraerobics kwam Wormhoudt tot de conclusie dat binnen het bewegen op muziek niet alle veelzijdige motorische elementen konden worden doorontwikkeld. Hij is toen op zoek gegaan naar een meer omvattend programma. Het ASM stelt dat ervaringen met allerlei verschillende bewegingen (grondvormen) elkaar beïnvloeden, ondersteunen en versterken. Uit een vragenlijst bleek dat de kinderen bij Ajax gemiddeld 1,7 sporten deden tot hun veertiende jaar. Sporters die op de Olympische Spelen waren uitgekomen deden op die leeftijd minstens

twee en soms wel vier sporten tegelijk. Op basis van de ervaringen vanuit de praktijk en wetenschappelijke bevindingen is het ASM ontwikkeld.

ASM bij Ajax Het Athletic Skills-programma stelt de volgende ontwikkeling voor: eerst een veelzijdige goede beweger worden, die vervolgens uitgroeit tot een atleet. De atleet gaat zich specialiseren in één sport (voetbal) en tot slot zal de atleet zich binnen de sport gaan ontwikkelen tot een absolute specialist. ASM claimt dat het zal zorgen voor fittere spelers die een langer atletisch leven hebben, door minder kans op een blessure en door meer prestatieve doorgroeimogelijkheden. In het programma worden nieuwe vormen van leren geïntroduceerd die behalve variatie tussen sporten ook variatie binnen een sport bevorderen. Diverse vormen van leren zijn in het Athletic Skills-programma aan de diverse fases van de ontwikkeling van de atleet gekoppeld. 80

80-83_Boek Wormhoudt.indd 81

81

Binnen het ASM bij Ajax is gekozen voor atletiek, gymnastiek en turnen, spel- en sportactiviteiten en judo. Na de Peak Height Velocity (groeispurt in de puberteit) komt daar nog krachttraining bij. Bij atletiek is aandacht voor verschillende vormen van lopen, springen en landen, draaien, balanceren, werpen en stoten. Voor kinderen is het ontwikkelen van voeten en enkels belangrijk. Dit kan goed op blote voeten gebeuren, op een judomat, op een turnmat, op een trampoline, in het zand of op een evenwichtsbalk. Door op blote voeten te trainen op een harde, veilige ondergrond, zal je automatisch niet op je hiel landen, maar meer op je middenvoorvoet. Je leert jezelf door omstandigheden ‘gedwongen’ een natuurlijke demping aan. Die natuurlijke demping komt de looptechniek ten goede. Tegen het einde van een wedstrijd kan de betere looptechniek de doorslag geven. Over spel schrijven de auteurs: Een spel heeft altijd een doel en het bijzondere De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 16:45


BOEK aan een spel is dat geen enkele situatie gelijk is aan de vorige. De kinderen moeten zich fysiek en mentaal steeds aanpassen. Spellen bevatten meer mogelijke aandachtspunten dan alleen fysieke. Voorbeelden zijn de split-vision, dubbeltaken of aspecten als samenwerken, communiceren, besluitvaardigheid of innovatief vermogen.

Een goed voorbeeld is het spel trefbal. Er staan twee groepen tegenover elkaar binnen een afgemeten vierkant. Het vierkant is verdeeld in twee gelijke vakken. Er wordt één foamball of volleybal gebruikt om de spelers van de tegenpartij te raken en dus af te gooien. Wie geraakt is, mag rondom het veld van de tegenpartij bewegen om te helpen afgooien. Bij een vangbal mogen de spelers rondom het andere vak op één na terugkomen. Bij de start staat aan de overkant van elke partij één speler (‘de schijndode’), zodat er direct samengewerkt kan worden. Bij gebruik van twee ballen wordt het spel gecompliceerder en in meerdere opzichten intensiever.

Het ASM-judo bij Ajax heeft meer aandacht voor spelvormen en behendigheid dan de gewone judolessen bij een judoschool. De grondvrees zal door de zachte ondergrond makkelijker verdwijnen. Valtechnieken moeten ervoor zorgen dat de impact van krachten wordt geabsorbeerd. Naar voren vallen betekent dus niet automatisch een buikschuiver of landen op je ellebogen. Daar kunnen blessures van komen (bijvoorbeeld een sleutelbeenbreuk). In het ASM is het naar voren vallen gelijk aan het maken van een koprol en direct weer opstaan. Binnen veel sporten betekent dit een tempowinst, maar het voorkomt ook dikwijls een blessure. De stoeivormen zijn dan ook voor een groot deel balansspelletjes. Bij stoeien moet de tegenstander ‘om’ en moet jijzelf blijven staan. Leren vallen is goed, leren blijven staan is beter.

De Athletic Skills Track is een middel om het Athletic Skills Model toe te passen. Judo lijkt een individuele sport, maar doet ook een beroep op de ontwikkeling van de groepscohesie. Je leert vrij snel dat je elkaar nodig hebt om vooruit te gaan. Tijdens de uitvoering van worpen werk je altijd in tweetallen. De tweetallen zorgen samen voor het slagen van de techniek. Degene die de handeling uitvoert, doet dit naar zijn beste kunnen. De partner staat open voor wat er komen gaat en reageert op oneffenheden in de uitvoering.

Een voorbeeld uit de voetbalpraktijk bij Ajax: een spits, speler van Ajax E1, is in de aanval en krijgt in de loop een bal mee. De tegenstander (vaak wat ouder en sterker) loopt en duwt hem in de rug, waardoor hij in de sprint struikelend naar voren valt en over zijn hoofd doorrolt. Op het moment dat hij dreigt de grond te raken, fluit de scheidsrechter voor een overtreding, maar nog geen tiende van een seconde later maakt de Ajax-spits er een judorol van en rent door in een vrije loop richting het doel. Meerdere kinderen van Ajax roepen nu: “Voordeel, scheids!” De scheidsrechter is verbouwereerd en denkt niets verkeerd te hebben gedaan. De scheidsrechter geeft een vrije trap. Na de wedstrijd legt de scheidsrechter uit waarom hij geen voordeel gaf: “Normaal blijven ze liggen en wachten op een fysio.”

De ASM-filosofie en uitwisselingsprogramma’s We weten dat de algemene fysieke ontwikkeling onder druk staat, en dat kinderen dus thuis en/of buiten niet veelzijdig bewegen. Dit kan ondervangen worden door: • sportopleiding (zoals Ajax heeft gedaan) • lokale sportverenigingen • een doelsport toepassen • (ideaal) Voor lokale sportverenigingen en clubs kan het inpassen van de ASMfilosofie binnen de trainingen het hoogst haalbare zijn. Wanneer je maar twee uur traint met je groep, wil je niet de helft van de tijd besteden aan het aanleren van een radslag of een judoworp. Wel kan je kiezen voor

www.devoetbal trainer.nl

80-83_Boek Wormhoudt.indd 82

08-11-12 16:45


De auteurs René Wormhoudt René Wormhoudt is de grondlegger van het Athletic Skills Model en van de Athletic Skills Track. Hij heeft 24 jaar ervaring met de jeugd, het tweede en het eerste team van de AFC Ajax Amsterdam. Daarnaast heeft hij ervaringen opgedaan in diverse anders sporten waaronder basketbal, handbal, zwemmen en American Football. Hij is opgeleid als fysiotherapeut en was sinds 2003 conditie-, krachten hersteltrainer bij het eerste team van Ajax. Nu is hij conditie- en hersteltrainer van het Nederlands elftal.

Afbeelding: Kragten Images ®

Geert Savelsbergh Geert Savelsbergh is hoogleraar aan de Faculteit der Bewegingswetenschappen, VU Amsterdam, en ‘visiting’ hoogleraar in Manchester Metropolitan University, Engeland. Hij houdt zich onder andere bezig met perceptueel-motorisch leren en het zoeken naar ‘key-indicators’ (bijvoorbeeld kijkgedrag) voor talentidentificatie en -ontwikkeling. Hiernaast heeft hij vele jaren gewerkt als jeugdvoetbaltrainer en speciale affiniteit met diverse balsporten waaronder voetbal, tennis, cricket en golf.

De Voetbaltrainer 190 2012

veelzijdige grondvormen van bewegen waar vormen van balanceren, stoeien en behendigheid in terugkomen, bijvoorbeeld in iedere warming-up of het eerste deel van de training.

Samenwerking tussen verschillende clubs Wanneer de lokale voetbalclub heeft besloten om de visie van het Athletic Skills Model over te nemen, kan het zijn dat er bij de club geen of onvoldoende voorzieningen zijn, zoals een gymzaal, judomatten, een atletiekveld of een hal voor zaalsporten. De club zou dan afspraken kunnen maken met sportverenigingen bij het kind in de buurt. Kinderen van 7-8 jaar gaan bijvoorbeeld één keer per week turnen in het dorpslokaal, kinderen van 9-10 jaar gaan één keer per week voor judo naar het lokaal van de judoclub, en kinderen van 11-12 jaar gaan één keer per week op atletiek om de hoek. In het licht van het voorgenoemde is het ASM

een groot voorstander van omniverenigingen, verenigingen waar zich meerdere sporten afspelen op één complex.

Het complete boek Dit artikel is gebaseerd op twee hoofdstukken van het boek ‘Athletic Skills Model voor een optimale talentontwikkeling’. In de andere hoofdstukken wordt ingegaan op de onderbouwing van het model, talentontwikkeling van kinderen, doelgericht motorisch leren, het trainen van pubers, de inhoud van het ASM, het ASM in de praktijk en de bewegingsbaan: de Athletic Skills Track. De complete inhoudsopgave is te zien op de website van De Voetbaltrainer. Iedere jeugdtrainer zal door dit boek geprikkeld worden om na te denken over een evenwichtige aanpak van de trainingen. Voetbal is goed, meer voetbal is beter maar wat is nou het best? Nog meer voetbal, of is ASM het antwoord op deze vraag? 82

80-83_Boek Wormhoudt.indd 83

Jan Willem Teunissen Na de Academie voor Lichamelijke Opvoeding heeft hij bewegingswetenschappen gestudeerd aan VU Amsterdam. Naast zijn docentschap aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding in Amsterdam is hij eveneens werkzaam als Jeugdtrainer bij Ajax. Hij heeft zich met name gespecialiseerd in de groei en belastbaarheid van pubers tijdens de groeispurt.

Samenvatting: • et Athletic Skills Model onderbouwt de langetermijnvisie en pleit voor een brede opleiding. • et opleiden en het trainen van minder ontwikkelde kanten moet belangrijker zijn dan doorselecteren. • et bi ondere aan een spel is dat geen enkele situatie gelijk is aan de vorige. De kinderen moeten zich fysiek en mentaal steeds aanpassen. • anneer e maar twee uur traint met je groep kan je kiezen voor veelzijdige grondvormen van bewegen waar vormen van balanceren, stoeien en behendigheid in terugkomen.

Athletic Skills Model ISBN-nummer: 978-90-5472-220-5

83

08-11-12 16:45


KUNSTGRAS

Tekst: Guy Oldenkotte

Discussie woedt voort

Kunstgras, een verschil of niet? De meningen zijn nog altijd verdeeld: is spelen op kunstgras hetzelfde als spelen op natuurgras? Volgens de FIFA tonen de gecombineerde resultaten van drie studies aan dat spelen op kunstgras vrijwel hetzelfde is als spelen op natuurgras. Kan een trainer daarom op dezelfde voet doorgaan? De Voetbaltrainer sprak met de FIFA, bewegingswetenschapper Wouter Frencken en Marcel Wal, American Football-trainer. Veel trainers en coaches beschouwen spelen op kunstgras als afwijkend ten opzichte van spelen op natuurgras. Een enkeling wijst spelen op kunstgras categorisch af. Trainer Alfons Groenendijk zag het zelfs als reden om niet aan de slag te gaan bij Excel-

sior: “Ik ben daar een kruisridder in”, beargumenteerde hij voor de radio van Radio Rijnmond, zonder daarbij nader op de argumenten in te gaan. De FIFA is een andere mening toegedaan en ziet nauwelijks verschillen: “Wij beschouwen kunstgras als een

De onderzoeksresultaten van de meest recente studie op een rij: - De ondergrond heeft geen invloed op de lichamelijke verrichtingen van de speler of het team. - De bal was zowel op kunstgras als op natuurgras zestig procent van de tijd in het spel. - De bal werd vaker rondgespeeld op natuurgras dan op kunstgras. Deze conclusie wijkt echter af van conclusies op basis van eerdere onderzoeken. - Het aantal voorzetten is hoger op kunstgras maar het aantal pogingen om aan te vallen ligt hoger op natuurgras.

Kunstgras mag tegenwoordig in alle competities worden gebruikt.

goed alternatief voor natuurgras wanneer een club niet over een goede natuurgrasmat beschikt. De enige voorwaarde daarbij is dat het kunstgras moet voldoen aan de kwaliteitseisen die zijn vastgelegd in het FIFA Handboek voor kunstgras”, zegt een woordvoerder van de wereldvoetbalbond. Om de stelling te onderbouwen presenteerde de FIFA onlangs de resultaten van een derde studie. Na eerder al onderzoek gedaan te hebben naar de technische details van het spel is ditmaal gekeken naar de invloed van spelen op kunstgras op de fysieke capaciteiten van de spelers. De conclusie is dat de kleine verschillen verwaarloosbaar zijn en dat daarom gesteld kan worden dat spelen op kunstgras hetzelfde is als spelen op natuurgras.

www.devoetbal trainer.nl

84-87_Kunstgras.indd 84

08-11-12 10:08


Kunstgras voor voetbal komt voort uit kunstgras voor American Football.

Onderzoek Voor dit onderzoek heeft de FIFA vijftien wedstrijden op natuurgras en vijftien wedstrijden op kunstgras geanalyseerd. FIFA: “De wedstrijden dateren van vorig jaar en werden gespeeld in de Russische competitie. De competitie in Rusland vindt plaats onder de meest extreme weersomstandigheden. Dit heeft invloed op de kwaliteit van de velden en de conditie van de spelers. Daarom waren wij van mening dat Rusland een goede regio zou zijn voor ons om deze studie uit te voeren. Voor dit onderzoek werden twee stadions in Moskou beide voorzien van acht digitale camera’s. Die camera’s legden alles vast. Elke tiende van een seconde werd van een speler vastgesteld

wat hij deed en waar hij zich bevond op het veld. Dat deden we alleen bij spelers van het bezoekende team en alleen wanneer de speler de volledige negentig minuten meespeelde. Eventueel thuisvoordeel was dus uitgesloten. Met die gegevens hebben we een digitale kaart kunnen creëren waarop we onze conclusie hebben kunnen baseren. Omdat de stadions in dezelfde stad liggen zijn de geografische en klimatologische invloeden hetzelfde. Het is dus niet mogelijk dat spelers in het ene stadion voordeel hadden van betere weersomstandigheden. Om dat risico helemaal uit te sluiten zijn de wedstrijden ook in chronologische volgorde geanalyseerd. De Russische competitie loopt van maart tot en met november. 84

84-87_Kunstgras.indd 85

85

Het is dus niet mogelijk dat wedstrijden zijn vergeleken die tijdens verschillende jaargetijden plaatsvonden.”

Twijfels In de conclusies van alle drie de onderzoeken stelt FIFA dat spelen op kunstgras nagenoeg hetzelfde is als spelen op natuurgras. Bewegingswetenschapper Wouter Frencken van de Rijksuniversiteit van Groningen twijfelt aan de kwaliteit van de studie. Wouter Frencken: “Ik ben van mening dat de opzet van deze studie niet voldoende is om de conclusie te trekken dat spelen op kunstgras hetzelfde is als spelen op natuurgras. Om een dergelijke conclusie te kunnen trekken moet je ontzettend veel wedstrijden analyseren. Twee keer De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 10:08


KUNSTGRAS

vijftien wedstrijden is onvoldoende. Bovendien wordt er geen correctie doorgevoerd voor factoren die mogelijk de resultaten beïnvoeden, zoals de stand op de ranglijst of de wedstrijdstrategie. De gegevens zijn niet nieuw. FIFA laat eigenlijk alleen maar zien wat ze gemeten hebben. Dat is allemaal al wel eens gepubliceerd, ook voor andere competities. Naar mijn mening laat deze studie vooral zien wat er van de spelers in de Russische competitie wordt verwacht en zegt het onderzoek weinig over het verschil tussen spelen op natuur- of kunstgras.” Het onderschrijven van de conclusies gaat Frencken dus vooralsnog te ver. Als het te vroeg is om te claimen dat voetballen op kunstgras hetzelfde is als voetballen op natuurgras, doen trainers er dan verstandig aan hun aanpak te wijzigen? Wouter Frencken: “Het is duidelijk dat er nog altijd een negatieve perceptie van kunstgras is. Spelers hebben dus een andere beleving wanneer ze spelen op kunstgras. Emotionele aspecten wegen nu eenmaal mee. Die kun je deels verkomen door ze meerdere keren met de ondergrond te laten kennismaken. Ik raad trainers daarom aan om tijdig te beginnen met het trainen op dezelfde soort ondergrond als waarop ze de wedstrijd zullen spelen. Het is belangrijk dat de ‘look and feel’ van een kunstgrasveld overeenkomt met die van een natuurgrasveld om twijfels bij spelers weg te nemen.”

‘Er is een negatieve perceptie van kunstgras.’

Invloed van schoeisel Marcel Wal van Dutch Sport Clinics is van mening dat trainers er goed aan doen om rekening te houden met de verschillende ondergronden. Als voormalig American Football-professional, en tegenwoordig coach van de Junior Lions, beschikt hij over ruime ervaring met het spel op kunstgras. Marcel Wal: “Ik geef mijn spelers altijd het advies om een ander noppenprofiel te gebruiken wanneer ze spelen op kunstgras. Ik raad ze aan ronde noppen te gebruiken in een ronde configuratie. Dat advies is vooral bedoeld om snelle slijtage van de schoenen te voorkomen. Schoenen scheuren sneller op de voetplaat door het spelen op kunstgras. Er zijn maar weinig goede schoenen op de markt, zeker met betrekking tot kunstgras. Vereisten hiervoor zijn een brede leest en soepel leer. Vroeger stond Adidas hierom bekend, tegenwoordig zijn er hooguit drie merken die bij een aantal

Adviezen: - Probeer zo snel mogelijk te gaan trainen op dezelfde ondergrond als de wedstrijdondergrond. - Focus op de beleving in plaats van de ondergrond. Sport is emotie en de ondergrond slechts een ‘excuus’. - Ga op kunstgras ‘laag’ staan om sneller te kunnen handelen. - Zorg dat je de juiste schoenen draagt. - Train en verbeter de conditie van de spelers. - Laat de bal het werk doen. - Verklein de afstand tussen spelers. - Laat kinderen vooral het balgevoel ontwikkelen en leer ze pas op latere leeftijd specifieke balhandelingen aan.

van hun schoenen hieraan voldoen. Zij lijmen en stikken de zool. Daarmee is de kans dat de schoenen van deze merken scheuren beperkt. Om de levensduur van de schoenen te verlengen raad ik aan de schoenen onmiddellijk uit te doen na afloop van een wedstrijd. Ik zie zo vaak dat kinderen de voetbalschoenen nog aan hebben als ze met hun ouders na de wedstrijd het sportpark af lopen. De schoenen slijten hierdoor sneller en het is ook niet goed voor het lichaam. Tegenwoordig is een kunstgrasveld vaak vochtig omdat veel clubs het vlak voor de aftrap besproeien. Dit moet de hogere temperatuur wat drukken en draagt tevens bij aan de slidingvriendelijkheid. Maar als het veld vochtig is dan glij je makkelijker door. Hierdoor krijgen de gewrichten te maken met een grotere belasting. De huidige kunstgrassystemen hebben een betere demping dan natuurgrasvelden. Ook veert kunstgras meer. Er komt dus meer druk op de gewrichten en dat kan eventueel tot blessures leiden. De kans hierop neemt toe wanneer men niet met het juiste schoeisel speelt. Er zijn maar weinig schoenfabrikanten die daar rekening mee houden. Schoenfabrikanten proberen juist een universele schoen te leveren. Dat is voor hen goedkoper. Kinderen kiezen juist vaak schoeisel dat ook wordt gedragen door hun idolen. Maar dat is dus vaak niet per definitie de juiste keuze.”

www.devoetbal trainer.nl

84-87_Kunstgras.indd 86

08-11-12 10:08


FIFA is van mening dat trainers niet hoeven te vrezen dat ze hun aanpak moeten wijzigen wanneer de club overstapt op kunstgras.

Specifiek trainen Om goed uit de voeten te kunnen op kunstgras raadt Wal trainers aan specifieker te trainen. Marcel Wal: ”Kunstgras staat toe dat je dezelfde beweging eindeloos herhaalt om deze goed onder de knie te krijgen. Dankzij kunstgras gedraagt de bal zich namelijk steeds hetzelfde. Maar kunstgras geeft ook meer grip en kan het spel ook sneller doen gaan. Het is daarom belangrijk om dus preciezer te trainen in bewegen. Dat snellere spel heeft ook invloed op de houding en motoriek van de spelers. We weten vanuit American Football dat de basis belangrijk is. En die basis is houding en motoriek. Bij veel kinderen zijn die ontzettend slecht omdat ze minder buiten spelen en omdat ze steeds minder gymlessen op school krijgen. Vooral bij kinderen moeten trainers, ongeacht de sport, daar eerst aandacht aan schenken. Omdat het spel op kunstgras dus sneller gaat dan op natuurgras moeten spelers ook snel kunnen draaien en

stoppen. Om dat te bereiken moet de speler zijn zwaartepunt laag hebben zitten en zal hij dus ‘lager’ moeten gaan staan. Daarnaast adviseer ik de onderlinge afstand tussen spelers te verkleinen. Je kunt op kunstgras makkelijker bewegen. Het is daardoor eenvoudiger om korte passes te spelen. Het spelletje op kunstgras is wat sneller en de temperatuur is vaak wat hoger omdat kunstgras de hitte van de zon reflecteert. Het is daarom belangrijk dat de conditie van de spelers goed is en dat ze de bal vooral het werk laten doen. Hoe minder meters de speler maakt, hoe minder last hij zal hebben van de hogere temperatuur. Veel voetbalclubs laten vooral jeugd-

De onderzoeksresultaten van de twee voorgaande studies op een rij: - De bal was zowel op kunstgras als op natuurgras 55 procent van de tijd in het spel. - Het aantal passes op kunstgras ligt iets hoger dan op natuurgras. - Er waren iets meer doelpogingen en doelpunten op kunstgras. - Wedstrijden op kunstgras hadden een aanvallender karakter dan op natuurgras. - Spelers maakten meer tackles op kunstgras dan op natuurgras.

86

84-87_Kunstgras.indd 87

teams trainen en spelen op kunstgras. In de wetenschap dat het aantal kunstgrasvelden nog altijd gestaag groeit, is het dus aannemelijk dat de jeugd van nu over een paar jaar alle wedstrijden op kunstgras zal spelen. Wij raden de kinderen altijd aan om, naast American Football, nog een andere sport te doen. Dat uurtje trainen in de week is simpelweg niet voldoende om vooral hun motoriek te ontwikkelen. Atletiek is juist daarvoor erg geschikt. Pas als die motoriek goed is kun je gaan proberen kinderen te trainen om een bal strak in te spelen. Kinderen hebben doorgaans een goede conditie maar dat zakt vaak wat in. Pas vanaf hun twaalfde gaan ze echt spierkracht ontwikkelen.”

87

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 10:08


Colofon Uitgave: Eisma Businessmedia bv Postbus 340 - 8901 BC Leeuwarden Bezoekadres: Celsiusweg 41 Telefoon: 088-2944800 | Fax: 088-2944810 E-mail: businessmedia@eisma.nl

De Verlenging

Foto: Pro Shots

Trainers zijn mensen. Wist u dat? Ze worden gewoon geboren, gaan ooit dood. In de tussentijd doen ze veel dingen goed en veel dingen fout. Zoals de kok wel eens een biefstuk laat aanbranden en de administrateur wel eens een inkomende betaling ten laste van de crediteuren laat gaan in plaats van ten laste van de debiteuren, verliest de trainer soms een wedstrijd. En soms een aantal achter elkaar. Krijgen deze andere beroepsgroepen doorgaans een tweede (en derde en vierde) kans, voor de trainer gelden andere regels. Verlies je een paar potjes, dan is dáár het gat van de deur. Niet altijd, akkoord, maar vaak wel. Inmiddels is het weer herfst en de eerste trainers vallen om, net zoals de bladeren verkleurd, verdord en verschrompeld van de takken dwarrelen. Het komt op alle niveaus voor. In de Eredivisie moest John Karelse, trainer van het financieel zieltogende en kwalitatief volkomen afgeroomde NAC, het veld ruimen. Clubicoon of niet. In de Jupiler League was het doek al in september gevallen voor trainer Dick de Boer van Almere City, dat blijkbaar dacht met het aantrekken van een paar voormalige eredivisiespelers een garantie op promotie te hebben gekocht. Weer een treetje lager liet topklasser Spakenburg een slordige vijftig doelpunten vertrekken, maar oefenmeester Peter Wesselink kon doodleuk na nog geen tien wedstrijden het gelag betalen. En in de vierde klasse van het zondagvoetbal in de regio Arnhem kreeg onlangs de trainer van een modale club een telefoontje van een speler. Die speler was toevallig – hoe verzin je het? – ook de hoofdsponsor en had besloten dat voortaan maar een ander aan de knoppen moest draaien. Het bestuur verklaarde nog van niets te weten. Maar het wist niet hoe snel het zich achter het besluit moest scharen. Dag, trainer! Het is merkwaardig. Meestal immers is juist die trainer de meest geschoolde functionaris binnen de club. Juist die trainer wil altijd maar beter en is bereid daar veel voor te doen. Hoe betrokken een trainer doorgaans is, laat Louis van Gaal zien in het interview dat De Voetbaltrainer met de bondscoach had. Ronduit imponerend is de wijze waarop hij de rokende puinhoop van het EK transformeerde tot een vruchtbare bodem voor de toekomst. Het relaas van Van Gaal is ongetwijfeld het meest in het oog springende artikel in deze editie van ons vakblad, maar zelf vonden wij ook het verhaal van Rik Platvoet zeer interessant. Platvoet, nog niet zo lang geleden spits in de marge van het betaalde voetbal, is een jonge trainer die zich nadrukkelijk aan het ontwikkelen is. Doelbewust bekwaamt hij zich in een werkveld waar nog veel winst te boeken is. Die drang tot ontwikkeling is toch al een tendens die zichtbaar is. Van Gaal wees volkomen terecht op de weg die Patrick Kluivert aflegt, een topspeler van weleer die bereid is weer met de voeten in de modder te gaan staan. Kluivert staat daarmee misschien wel model voor de trainer-van-vandaag, die meer dan wie ook in de organisatie bereid is om in zichzelf, en daarmee in zijn team, te investeren. Alleen al daarom verdient de beroepsgroep wat meer respect en krediet dan dat hij in de donkere maanden van het jaar doorgaans krijgt.

88

88_Verlenging/Col.indd 88

89

Directie: Egbert van Hes, algemeen directeur Bouke Hoving, financieel directeur Gerbert Tiecken, uitgeefdirecteur Uitgever: Gerbert Tiecken Hoofdredactie: Paul Geerars (hoofdredacteur) Telefoon: 088-2944826 | 06-51904854 Fax: 088-2944810 | E-mail: p.geerars@eisma.nl Tjeu Seeverens (adjunct-hoofdredacteur) Telefoon: 043-4502304 | 06-23941973 E-mail: tjeu.seeverens@ziggo.nl Adviseur: Henny Kormelink Telefoon: 06-50686964 | E-mail: devoetbaltrainer@wxs.nl Redactiemedewerkers: Rob Baan, Gino van den Broecke, Yves Brokken, Ruud Doevendans, Theo Ducaneaux, Pieter Fischer, Qasim Hakim, Henk Mariman, Hans Nijboer, Guy Oldenkotte, Alex van Vogelpoel, Sander de Vries, Gerjos Weelink, Ron Weinbrecher Aan dit nummer werkten verder mee: Mohammed Allach, Maarten den Backer, Wouter Frencken, Louis van Gaal, Pascal Jansen, Peter Jeltema, Wim Keizer, Jan Kluitenberg, Martin Koppenol, Richard van der Lee, Pjotr van der Marel, Gerard Marsman, Hans Mewiss, Edwin Petersen, Rik Platvoet, Patrick Posthuma, Peter Reynders, Toon Stokkermans, Jan Van Winckel, Sef Vergoossen, Wesley Verschoof, Marcel Wal, Arnold Westen, Aloys Wijnker, René Wormhoudt, Wim van Zwam Foto’s: FC Twente Voetbalacademie, KNVB.nl, Marcel de Kler, KRC Genk jeugd, Pro Shots, Gerjo Stegeman, Louis van Vuurst Redactie-adres: De Voetbaltrainer, Postbus 340 - 8901 BC Leeuwarden Lay-out en productiebegeleiding: ZeeDesign, Postbus 13 - 8748 ZL Witmarsum Telefoon: 0517-531672 | E-mail: info@zeedesign.nl Druk: Veldhuis Media, Raalte Boekbestellingen: Jolanda Bloem Telefoon: 088-2944865 I E-mail: j.bloem@eisma.nl Abonnementen voor Nederland en België: Nieuwe opgaven, adreswijzigingen en correspondentie over abonnementen: Abonneeservice Eisma Businessmedia Postbus 2238 - 5600 CE Eindhoven Telefoon: +31 088-2266648 | E-mail: abonnement@eisma.nl Abonnementsprijs: De Voetbaltrainer verschijnt 8 keer per jaar. De abonnementsprijs voor Nederland en België bedraagt voor jaargang 2012/2013 (loopt van juli tot juli) € 97,50 incl. 6% btw en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Andere landen op aanvraag. Abonnementen kunnen ieder moment ingaan. Opzegging dient schriftelijk en minimaal een maand voor het einde van de abonnementsperiode te geschieden; u ontvangt een schriftelijke bevestiging van uw opzegging. Marketing: Heleen Rodenhuis Telefoon: 088-2944863 | E-mail: h.rodenhuis@eisma.nl Marleen Jaarsma-Teuling Telefoon: 088-2944866 | E-mail: m.jaarsma@eisma.nl Advertentieverkoop: Binnendienst Nynke Miedema Telefoon: 088-2944852 E-mail: n.miedema@eisma.nl

Accountmanager Eddy Hoornstra Telefoon: 06-31768830 E-mail: e.hoornstra@eisma.nl

Traffic, ZeeDesign Telefoon: 0517-531672 | Fax: 0517-531810 E-mail: voetbaltrainer@zeedesign.nl Bankrelatie: Friesland Bank

29.80.05.298

© 2012, Eisma Businessmedia bv, Leeuwarden

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of overgenomen in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgever en auteurs verklaren dat dit blad op zorgvuldige wijze en naar beste weten is samengesteld, evenwel kunnen uitgever en auteurs op geen enkele wijze instaan voor de juistheid en/of volledigheid van de informatie. Uitgever en auteurs aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade van welke aard ook, die het gevolg is van handelingen en/of beslissingen die gebaseeerd zijn op bedoelde informatie. Gebruikers van dit blad wordt met nadruk aangeraden deze informatie niet geïsoleerd te gebruiken, maar af te gaan op hun professionele kennis en ervaring en de te gebruiken informatie te controleren. Leveringsvoorwaarden: zie www.eismamediagroep.nl

De Voetbaltrainer 190 2012

08-11-12 16:45


INTERNATIONAL INSTITUTE FOR TRAINING I.I.T.VOF OUDE BAAN 19 5854 PJ NIEUW BERGEN (L) NEDERLAND TEL 0031-(0)485 34 34 26 E-MAIL info@toinevandegoolberg.nl HOMEPAGE www.toinevandegoolberg.nl

ALLROUND CONDITIE / HERSTELTRAINER

CURSUS FYSIEKE TRAINER VOETBAL

• Erkend door het NGS (35 studiepunten) en Korps Mariniers, Atletiekunie (8 studiepunten) • 12 avonden van 19.30 – 22.30 uur, ca. 50% praktijk • Hoofdthema’s zowel voor individuele sport als teamsport: - Revalidatie, conditieopbouw, kracht-, snelheid- en uithoudingsvermogen volgens De Rehaboom® en trainingsprogramma’s schrijven

• Erkende methode Betaald Voetbal - NEC-Nijmegen 1ste team - Feyenoord-Rotterdam 1ste team • Erkend door Atletiekunie (2 studiepunten) • 4 dagdelen: - Dag 1 14.00 – 21.00 uur - Dag 2 09.00 – 16.00 uur • Hoofdthema’s: - Opbouw loopvermogen - Opbouw kracht - Transfer naar voetbal • Cursusdata: - 07 + 08 juni 2013 - 14 + 15 juni 2013 - 09 + 10 augustus 2013 • Locatie NSC Papendal Arnhem • Cursusprijs € 375,00

• Cursus start woensdag 14 november 2012 • Cursus start maandag 28 januari 2013 • Locatie NSC Papendal te Arnhem • Cursusprijs € 875,00

WORKSHOPS • Duur: 3 uur op locatie • Datum, tijdstip en groepsgrootte in overleg • Accreditatie KNGF voor RRS/KRS/ARS/HRS/FWS/RB® Keuze uit de thema's: • Rug Revalidatie Systeem (RRS) • Kracht Revalidatie Systeem (KRS) • Aeroob Revalidatie Systeem (ARS) • Heart Rate System (HRS) / Polar Team2 System • Free-Weight System (FWS) / FitroDyne • De Rehaboom® • Onderwerp naar keuze Groepsprijs per workshop op aanvraag

DOCENT TOINE VAN DE GOOLBERG, IIT • Fysieke trainer 1ste team Feyenoord Rotterdam seizoen 2009-2013 • Kerndocent Masteropleiding Sportfysiotherapie Avans+ te Breda / NPi

U kunt voor aanvullende informatie ook contact opnemen: Telefoon Fax Mobiel

Alle genoemde activiteiten kunnen, bij voldoende deelname, in overleg ook op locatie worden aangeboden

De Voetbal Trainer De Voetbaltrainer mediatheek,

0485-34 34 26 0485-53 09 54 06-53 33 2678

www.toinevandegoolberg.nl E-mail info@toinevandegoolberg.nl

Bij dit vakblad ontvangt u van ons de uitgave Zakenauto

de online bibliotheek voor trainers die het beste uit hun team willen halen

Nu volop nieuwe video’s en trainingsvormen! Gratis proberen?

Ga naar devoetbaltrainer.nl/ mediatheek

Lees alles over:

Voordelen van de online mediatheek ✓ Onbeperkt en overal toegang tot de mediatheek ✓ Handige en snelle zoekfunctie (per categorie, thema of leeftijdsgroep) ✓ Snel te printen pdf.files van oefenstof ✓ Inloggen via computer, smartphones en tabloids

• Trends wagenparkbeheer • Nieuwe mobiliteit • Elektrisch rijden • Test zakelijke hatchbacks • En meer nieuws over zakelijk rijden Inclusief 10 pagina’s ‘Autogas Nieuws’

✓ Speciaal voor abonnees geldt een korting van €20,-. U betaalt dan geen €55,- maar €35,- per jaar

Zakenauto is een uitgave van Eisma Industrialmedia

devoetbaltrainer.nl/mediatheek

Meer informatie: Ben ten Broeke 088-29 44 700 b.tenbroeke@eisma.nl www.eisma.nl


Boeken

Serie Voetbalopleidingsplan: Speelstijl en Trainingsvormen Set € 42,2 delen

Serie Aanvallen en Verdedigend Voetbal Set 2 delen

€ 40,Serie Voetbaltraining Set 4 delen

€ 42,Handboek Voetbalconditie

De coach en zijn keeper

Eisma Businessmedia Leeuwarden

€ 32,-

Zone voetbal € 22,50

‘De coach en zijn keeper’ is méér dan een standaardboek over keepers en het trainen van keepers. Maarten Arts geeft in dit boek ook de hoofdtrainer handvaten om gericht met zijn keepers aan de slag te gaan. Na het lezen van dit boek zullen trainers meer inzicht hebben in de belangrijkste aspecten van het keepersvak. De rol van de keeperstrainer binnen de technische staf wordt tevens uitgebreid belicht. De keeperstrainers kunnen hun voordeel doen met de praktijkgerichte inform atie en de uitgebreide oefenstof die in dit boek is verzameld. Voor de keepers bevat dit boek een groot aantal praktische tips op het gebied van training, wedstrijd en materiaal. Elke keeper, ongeacht zijn leeftijd of niveau, kan hier zijn voordeel mee doen. In het hedendaagse voetbal zijn de spelhervattingen vaak beslissend voor het wedstrijdresultaat. Aan de verdedigende aspecten hiervan wijdt de schrijver een compleet hoofdstuk. Ook de mentale aspecten van het keepen komen uitgebreid aan bod, evenals de rol die de trainers in dit proces spelen. Met behulp van een groot aantal interviews met trainers, keepers en keeperstrainers worden bovendien andere denkbeelden en werkwijzen in dit boek gepresenteerd. Alle gesprekspartners hebben hun sporen in de topsportruimschoots verdiend en geven door hun bijdrage dit boek een extra dimensie. Het centrale thema van de werkwijze van Maarten Arts is het ‘aanvallen van de bal’. Zijn methodiek is erop gericht om zo snel mogelijk in balbezit te komen. Door middel van een aantal ‘totaaltrainingen’, ondersteund door illustraties en foto’s, toont hij hoe hij zijn succesvolle filosofie in de praktijk brengt.

Teambuilding als route naar succes Rinus Michels

€ 22,50

Maarten Arts laat zien hoe hij zich als trainer heeft ontwikkeld sinds zijn vorige boek ‘Handboek keeperstraining’ en geeft blijk van zijn grote liefde én passie voor het mooiste vak ter wereld: het keepersvak!

€ 27,50

DVD’s

Topcoaches@work deel 1 t/m 5 € 81,25

De Nederlandse voetbalschool Set 4 delen € 55,-

Keeperstraining Compleet Maarten Arts € 29,50

Trainersmaterialen Coachboekjes vanaf

€ 5,95

De Voetbal Trainer

Trainers mappen vanaf

€ 18,-


Nieuwe eBooks - uniek materiaal - niet eerder gepubliceerd NIEUW!

NIEUW!

A-jeugd € 10,(ca. 150 pag.)

NIEUW!

B-jeugd € 10,(ca. 150 pag.)

NIEUW!

NIEUW!

E-jeugd € 6,(ca. 95 pag.)

C-jeugd € 10,(ca. 150 pag.)

NIEUW!

F-jeugd € 2,50,(ca. 35 pag.)

NIEUW!

Jeugdkeeper € 4,(ca. 55 pag.)

D-jeugd € 6,(ca. 95 pag.)

NIEUW!

Mini pupil € 2,50,(ca. 35 pag.)

eBooks - deze boeken zijn nu ook als eBook verkrijgbaar

Voetbaltraining 4 € 11,50 (ca. 200 pag.)

Voetbaltraining 5 € 11,50 (ca. 200 pag.)

De Voetbalmethode 1 Voetbalhandboek €6,75 (ca. 128 pag.)

De Voetbalmethode 3 Aanvallen via de flank € 6,75 (ca. 161 pag.)

De Voetbalmethode 4 Aanvallen via het centrum € 6,75 (ca. 158 pag.)

De Voetbalmethode 5 Verdedigen € 6,75 (ca. 140 pag.)

De Voetbalmethode 2 Opbouwen € 6,75 (ca. 149 pag.)

Voordelen van onze eBooks goedkoop, al vanaf € 2,50

altijd bij de hand op uw thuiscomputer/

direct te downloaden (na online betaling)

smartphone en/of tablet

praktijk staat centraal

abonnees ontvangen 7,5% korting online te bestellen via devoetbaltrainer.nl/winkel

devoetbaltrainer.nl/winkel


www.nationalevoetbalsymposium.nl

s nnee o b a t voor iner me g n i a t kor alTr 10% e Voetb VT12309 D : van oncode p cou

e 3 edit ie

Nationale Voetbal Symposium

woensdag 28 november 2012, Amsterdam ArenA

HET ANALYSEREN VAN VOETBALLEN voor technische staf, medische staf en studenten

Programma

(Inter)nationale topsprekers

Tijdens 4 plenaire sessies en 3 subsessies voor technische staf, medische staf en studenten komen ondermeer aan bod: • Het analyseren van spelinzicht: verschil tussen profs en amateurs • Het meten van overtraining bij voetballers • Het scouten van spelers en stafleden • Heupafwijkingen bij talentvolle jeugdvoetballers • Het scouten van de tegenstander (EURO2012) • Het analyseren van keepers (EURO2012) • Football Matrix

• Co Adriaanse • Marco van Basten • Andy Barr (Manchester City) • Damien Comolli (Tottenham) • Fergus Connelly (Liverpool FC) • Frans Hoek • Urs Siegenthaler (Deutschen Fußball-Bund) • Raymond Verheijen • Prof. Mark Williams Voor het programma en inschrijving kijk op: www.nationalevoetbalsymposium.nl.

NEDERL ANDSE VOETBAL ACADEMIE voor coaches, stafleden en voetballers


vbt_190-lr  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you