Issuu on Google+

01_Cover_omslag 1 28-02-11 15:07 Pagina oms 1

112 de jaargang, 25 september 2009 www.demolenaar.nl nummer

13

De Molenaar vakblad voor de graanverwerkende en diervoederindustrie

Van Aarsen 60 jaar Katern: Stofbestrijding en -beheersing


omslag 2_omslag 2 28-02-11 14:45 Pagina oms 2


03_Inhoud_03 28-02-11 15:08 Pagina 3

De Molenaar

25 september 2009

In dit nummer Gerst

52

Algemeen 17 45 49

Fefac presenteert milieurapport Samenwerking WUR en Inra Harmonisatie voedselveiligheid en kwaliteitscertificering Stof

Diervoeding 14 22

25 e.v.

Pluimveegezondheid bevorderen via voeding Dierlijke vetten terug in Duitse rantsoenen

Techniek 7 25 e.v. 42

Van Aarsen: ‘Onze kracht zit in procesbenadering’ Katern: Stofbestrijding en -beheersing Reconstructie van hamermolenexplosie

Reportage 20 52

Basis

Fefac: ‘Terug naar basis’ Nibem-excursie naar kop van Groningen

Vaste rubrieken 4,5 13 41 55 57 60 62

Actueel De Voerschep USA report Zaken en mensen Uit het bedrijfsleven Markt en trends Agenda

Coverafbeelding

Van Aarsen 60 jaar

7

20


04-05_Actueel_04-05 28-02-11 15:08 Pagina 4

Actueel

‘Slachtafval vermindert milieubeslag dierlijke productie’

Actu

De herintroductie van slachtafval bij de productie van diervoeder vermindert de druk die de dierlijke productieketen legt op het milieu. Dat stelt onderzoeker Emiel Elferink. Emiel Elferink promoveerde 25 september aan de Rijskuniversiteit van Groningen op onderzoek naar mogelijkheden om het milieubeslag van de dierlijke productieketen te verminderen. Op

basis van zijn onderzoek pleit Elferink voor de herintroductie van slachtafval in diervoeders. ,,Verwerk je slachtafval op de juiste hoge temperatuur en voorkom je kannibalisme, dan kan slachtafval vei-

Landbouwraad stemt in met nieuwe regels dierlijke bijproducten De Europese ministers van Landbouw hebben ingestemd met een nieuwe basisverordening voor dierlijke bijproducten. De verordening bevat maatregelen om risico's voor dier- en volksgezondheid te vermijden en te beheersen. De regels gaan over het gebruik of het verwijderen van dierlijke producten die niet bestemd of niet geschikt zijn voor menselijke consumptie. De nieuwe verordening onderkent bijvoorbeeld dat er in de cosmetica- en farmaceutische industrie slechts zeer geringe risico's zijn voor dier- en volksgezondheid. Voor deze producten is een zogenaamd 'eindpunt' bepaald, waarna de voorschriften voor het gebruik van dierlijke bijproducten niet meer van toepassing zijn. Een eindpunt kan ook voor andere producten buiten de voedselketen worden vastgesteld, zoals voor voer voor huisdieren. De wijziging beoogt vereenvoudiging en verduidelijking van de regelgeving en vermindering van administratieve lasten, zonder de fundamenten aan te tasten die de afgelopen jaren hun waarde hebben bewezen. Eén van de fundamenten is de mogelijkheid om stromen van bijproducten te kunnen traceren. Daarom is ervoor gekozen om onder de nieuwe regelgeving ook transporteurs te registreren als zij dierlijke bijproducten vervoeren. De nieuwe regels worden binnenkort gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. Er wordt nog gewerkt aan de uitvoeringsverordening die hoort bij deze basisverordening. Eind 2010 zullen de regels ook in de Nederlandse wetgeving zijn verwerkt.

KORT

쑺쑺

Vo o r h e t l a a t s t e n i e u w s , z i e : w w w. d e m o l e n a a r. n l

Suiker Unie produceert duurzaam gas met ingang van de bietencampagne deze herfst. In Dinteloord en Vierverlaten staan twee methaanreactoren. Energieproducent Essent neemt voor een periode van vijf jaar groengascertificaten af van Suiker Unie. Mars Nederland heeft een ‘Lean and Green’-award gewonnen. De fabrikant kreeg de prijs voor het logistieke initiatief ‘Green Order’ en was daarmee één van de tien koplopers in duurzame logistiek.

lig binnen het systeem blijven. Dat is een veel efficienter systeem dan wanneer je die eiwitten door een ander product moet vervangen’’, meent de promovendus, die werkzaam is als onderzoeker klimaat en energie bij het Centrum voor Landbouw en Milieu. ,,Slachtafval is een goede eiwitbron, maar omdat het niet mag worden toegepast, wordt veelvuldig gebruikgemaakt van andere eiwitbronnen, zoals soja. Vanwege het niet toelaten van ggo-soja in Europa is de import van soja sinds het verbod op slachtafval sterk toegenomen. Zo’n 16 miljoen ton diermeel is vervangen door zo’n 23 miljoen ton sojabonen.’’ Omgerekend in landbeslag zou ter vervanging van het slachtafval 10 procent van het Europese landbouwareaal nodig zijn. Om de milieu-impact van de vlees-, melk- en eierenproductie te kunnen bepalen, is Elferink uitgegaan van de mate waarin de natuurlijke hulpbronnen energie, water en land worden belast. De aspecten dierwelzijn en biodiversiteit zijn volgens de onderzoeker eveneens punten van aandacht, maar moeilijk kwantificeerbaar. Bijzonder Het onderzoek van Elferink wijst uit dat er een niet-lineaire relatie is tussen consumptie van dierlijke voedselproducten en het milieubeslag. ,,Als consumenten meer vlees gaan eten, neemt ook het milieubeslag toe. Opvallend is dat het milieubeslag harder toeneemt dan de consumptie.’’ Minder vlees eten zou voor het milieu beter zijn, meent de onderzoeker. ,,Ook daar geldt een nietlineair effect. Hoe minder vleesconsumptie, hoe kleiner de milieubelasting.’’ Elferink is geen pleitbezorger voor vegetarisme. ,,Er moet wel een bepaald evenwicht blijven bestaan tussen landbouw en veeteelt.’’


04-05_Actueel_04-05 28-02-11 15:08 Pagina 5

Minister investeert in duurzame productie Minister Gerda Verburg trekt 386 miljoen euro uit voor duurzame productie, zo blijkt uit de begroting voor 2010. Het geld is vooral bedoeld voor nieuwe technologieën. Innovatie en verduurzaming zijn de sleutels voor een vitale agrarische sector, aldus minister Gerda Verburg. Daarom stelt het ministerie volgend jaar 20 miljoen euro extra beschikbaar voor duurzame stallen en gecombineerde luchtwassers in de veehouderij. Het onderzoeksprogramma Biosolar Cells krijgt 25 miljoen euro. Biosolar Cells is gericht op het effectief omzetten van zonlicht in energie en bouwstoffen voor planten en algen. De productie van gezond en duurzaam voedsel staat in 2010 centraal op het ministerie van LNV. Verburg streeft ernaar dat Nederland in 2015 koploper is op het

gebied van duurzaam voedsel. ,,Nederland moet een voorbeeld zijn voor de internationale gemeenschap.’’ Ook verbetering van dierwelzijn is een beleidsspeerpunt. Volgend jaar verschijnt de eerste ‘Staat van het dier’. In dit rapport, dat vervolgens elk jaar wordt uitgegeven, wordt duidelijk gemaakt hoe het is gesteld met dierwelzijn en –gezondheid in Nederland. Nederland is het eerste land dat in Europa een dergelijke monitoring opzet. Ruim 990 miljoen euro gaat in 2010 naar kennis en innovatie. ,,De Nederlandse agrosector behoort qua innovatie tot de top vijf van de wereld en dat wil ik zou houden’’, aldus de minister. Vandaar dat de minister investeert in groen onderwijs, over de volle breedte van opleidingsniveaus.

ueel Herziene hygiënecode graanhandel

De herziene hygiënecode voor de graanhandel door minister Ab Klink van VWS goedgekeurd. Graanhandelaren kunnen vanaf 1 oktober 2009 met deze hygiënecode aan de slag. De code geeft invulling aan de eisen uit de Europese hygiëneverordening voor levensmiddelen (Vo. (EG) Nr. 852/2004). In deze verordening is opgenomen dat ieder bedrijf dat zich bezighoudt met levensmiddelen een op HACCP gebaseerd voedselveiligheidssysteem moet opstellen. De hygiënecode is in overleg met de Koninklijke Vereniging Het Comité van Graanhandelaren opgesteld door het Productschap Akkerbouw. Deze hygiënecode is bedoeld voor alle granen, zaden en peulvruchten collecterende, verwerkende en afleverende bedrijven. Het maakt daarbij niet uit of het product eigendom van de ondernemer is, of eigendom van derden. Omdat met de hygiënecode tevens invulling kan worden gegeven aan de bepalingen uit de diervoederhygiëneverordening, is de hygiënecode ook ter goedkeuring aan de minster van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit aangeboden. De goedkeuring in kader van de diervoederhygiëneverordening wordt binnenkort verwacht.

Nieuwe Fefana-voorzitter De Franse dr. Frank Chmitelin van Adisseo volgt dr. Hadden Gragam op als voorzitter van Fefana, de Europese federatie van veevoederadditieven en voormengsels. De nieuwe voorzitter begon zijn carrière 20 jaar geleden in R&D bij Sanders. In 1992 kwam hij bij Alltech in de diervoederadditieven terecht. In 1994 stapte hij over naar Rhone Poulenc Animal Nutrition, nu Adisseo. Chmitelin

is er executive director voor aminozuren en vitaminen. Voor Chmitelin is de voorbereiding en de ‘hererkenning’ van talloze additieven voor november 2010 op dit ogenblik de belangrijkste prioriteit voor Fefana. Daarnaast wil hij dat Fefana haar leden een maximale service levert bij de verdediging van hun belangen in de EU en het opvolgen van de EU-regelgeving.

4

5

Herintroductie Niet alleen het behalen van een mijlpaal, zoals het 50- of 60-jarig bestaan, is reden voor een feestje. In Duitsland wordt verheugd gereageerd op de mogelijkheid om dierlijke vetten weer te gebruiken in diervoeders. Of in de praktijk dierlijke vetten weer veelvuldig hun intrede doen, is nog de vraag. Maar met het opheffen van het Duitse verbod is in ieder geval een einde gekomen aan een eigenlijk niet uit te leggen ongelijke interpretatie van Europese wetgeving. De Duitse diervoederindustrie mocht wel vetten verwerken, maar het Duitse vee mocht die voeders niet eten. Nederlands of Belgisch vee dat in die landen groot werd op voeders waarin wel dierlijk vet was verwerkt, mochten wel worden geïmporteerd, verwerkt en verkocht in Duitsland. Hieruit blijkt dat niet alleen op wereldschaal, maar ook veel dichter bij huis veel ongelijkheid is. Eén Europa? Van één Europa is wel sprake als het gaat om het bepleiten van de herintroductie van diermeel in diervoeders. Volgens sommige deskundigen is er nog een lange weg te gaan, al was het alleen maar omdat de publieke opinie er nog niet klaar voor is. Anderen zijn een stuk positiever en denken dat, zodra er sluitende technieken zijn die onderscheid kunnen maken tussen diersoorten, het een gelopen race is. ‘Mogelijk dat er eind volgend jaar al beweging komt op Europees niveau’, sprak een deskundige op een bijeenkomst in Duitsland hoopvol. Of dit optimisme terecht is, moet nog blijken. Steun voor de herintroductie van slachtafval in diervoeders komt nu uit onverwachte hoek. Een onderzoeker van het Centrum van Landbouw en Milieu heeft berekend dat het milieubeslag van de dierlijke productieketen aanzienlijk vermindert door de herintroductie van slachtafval in diervoeders. Dit alleen al is aanleiding voor een vreugdedans. Landbouw en milieu vinden elkaar in een gezamenlijk doel. Sla de handen ineen en bewandel de juiste gangen in Brussel. Misschien is er zelfs in het kader van duurzaamheid nog financiële steun van het ministerie van Landbouw te krijgen voor de benodigde technologie om dierlijk eiwit weer de verdiende plek in de keten te geven. Jacqueline Wijbenga

D e M o l e n a a r n r. 1 3 2 5 s e p t e m b e r 2 0 0 9


Resultaat door kwaliteit

Voor fysisch/chemische analyses van alle diervoedergrondstoffen bent u bij LabCo aan het juiste adres. Maar zeker ook voor microbiologisch-, lucht- en hygiĂŤneonderzoek. Overtuig uzelf en neem de proef op de som. Vraag vandaag nog gedetailleerde informatie aan.

ANALYSE WIJST UIT, LABCO !

06_adv_06 28-02-11 14:47 Pagina 6

ERKENDE KWALITEITSBORGING VOOR VELE ANALYSES...

ELBEWEG 141 3198 LC EUROPOORT RT TELEFOON 0181 - 262355 FAX 0181 - 263424 E-MAIL: INFO@LABCO.NL INTERNET: WWW.LABCO.NL

LUISTER EENS: HET GAAT OM DE KERN Twilmij B.V. is producent van hoogwaardige premixen, melkvervangers en specialiteiten voor de diervoederindustrie. Sinds 1963 is Twilmij innovatief actief met de ontwikkeling en fabricage van deze producten t.b.v. de nationale zowel als de internationale markt. Producten waarmee de diervoederindustrie zich kan onderscheiden en succes kan oogsten.

Twilmij B.V.

De kern voor succes!

w w w.t wilmij.nl


07-08-09-10_v.Aarsen_7-8-9-10 28-02-11 15:10 Pagina 7

'Onze kracht zit in procesbenadering' Van Aarsen 60 jaar actief op (inter)nationale mengvoedermarkt In 1949 werd machinefabriek Van Aarsen in Panheel opgericht. Een initiatief van de drie gebroeders Van Aarsen. Gezamenlijk brachten zij de eerste Van Aarsen hamermolen op de markt. De molen vond zijn weg naar vele landen. Tegenwoordig ligt het accent op het realiseren van projecten. ,,Onze kracht zit in de procesbenadering'', aldus Harold Schroijen.

Techniek

[Jacqueline Wijbenga]

Met precisie baant de laserstraal zich een weg door de ruim anderhalve centimeter dikke plaat staal. Boven de plaat verraad alleen het rood oplichtende puntje de aanwezigheid en de kracht van de laserstraal. Eronder dansen de vonken die het spoor volgen dat wordt getrokken. Het patroon is vooraf opgegeven en de computer waakt over het zorgvuldig verloop. Langzaam maar zeker tekent zich in de plaat ĂŠĂŠn van de onderdelen af van

een hamermolen. De laserrobot waarover machinefabriek Van Aarsen beschikt, was eind september een van de pronkstukken van de open dag ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van het bedrijf. ,,We hebben de laserrobot nu ongeveer een jaar in huis en staan nog altijd versteld van de nieuwe mogelijkheden die deze machine ons biedt'', vertelt Harold Schroijen, hoofd sales support bij de machinefabrikant in Panheel.

6

7

In eigen hand De laserrobot heeft een centrale plaats in het productieproces van de verschillende machines voor de diervoederindustrie, houtverwerking, recycling- en biobrandstoffenmarkt. ,,Wij maken alle machines zelf, van idee en engineering tot onderdelen en assemblage. Bijna alles wordt hier in Panheel gedaan. We denken machines uit met behulp van de computer, maar de basis ervan is een staalplaat die varieert in dikte, afhanke-

D e M o l e n a a r n r. 1 3 2 5 s e p t e m b e r 2 0 0 9

Doordat de laserrobot zijn intrede deed, is de werkmethodiek van een aantal afdelingen veranderd, maar handwerk blijft nodig.


07-08-09-10_v.Aarsen_7-8-9-10 28-02-11 15:10 Pagina 8

>> 'Onze kracht zit in procesbenadering'

in beeld worden gebracht, tot en met de laatste bout aan toe.

Van Aarsen maakt alle machines zelf, van idee en engineering tot onderdelen en assemblage.

lijk van de toepassing.'' Doordat de laserrobot zijn intrede deed, is de werkmethodiek van een aantal afdelingen veranderd. Nadat de verschillende plaatdelen waren uitgesneden, moesten deze veelal nog worden nabewerkt. ,,De snijranden waren vaak niet mooi glad, waardoor we die extra handeling nodig hadden. Dat is nu niet meer nodig. De snijranden die door de laser worden gemaakt, zijn zo mooi en glad, daarmee kun je direct aan de slag.'' Niet alleen voor de productieafdelingen is daarmee het werk veranderd, ook voor de ontwerpers van machines opent de laserrobot nieuw perspectief. ,,Voorheen moest je bijvoorbeeld verschillende plaatdelen uitsnijden en weer aan elkaar lassen om de gewenste vorm te krijgen. Nu kun je soms iets als één geheel uitsnijden en de laser zetlijnen laten aanbrengen op de plaats waar normaal een lasnaad zou

zitten. Deze zetlijnen worden bij de zetbank gebruikt om de gewenste vorm te buigen. Deze handelingen worden al in het ontwerp meegenomen'', licht Schroijen toe. Ontwerp Engineer Frank Verscheijden legt achter zijn beeldscherm de laatste hand aan het ontwerp van een bulkverladingsrobot voor een Nederlandse diervoederfabrikant. Met een eenvoudige beweging van zijn hand over de joystick laat hij de machine op het beeldscherm draaien om zo vanuit alle hoeken de verschillende onderdelen goed te bestuderen. Vanuit dit driedimensionale beeld worden tweedimensionale tekeningen gemaakt voor de laserrobot en het eventuele handwerk dat nog aan een machine moet worden verricht. Elk detail van de tekening kan haarscherp

P ro c e s a a n p a k Volgens Schroijen onderscheidt Van Aarsen zich met name door de procesmatige aanpak. ,,Wij proberen zoveel mogelijk met de klant een oplossing te vinden voor een procesvraagstuk. Een machine maken, met alle respect, dat is een kunst die veel fabrikanten beheersen. Waar het om gaat, is het vinden van de juiste aanpak voor de vraag die een klant heeft. Dat zit vaak niet in één machine, maar in een proces als geheel.'' Van Aarsen is groot in het leveren van turn key-projecten, met name in het buitenland. De basis voor het succes in het buitenland werd al gelegd in de eerste jaren na de oprichting van het bedrijf, aldus Schroijen. ,,Van Aarsen is van oudsher een familiebedrijf. Vader Van Aarsen was molenaar op de watermolen hier in Panheel. De drie zoons zetten het bedrijf voort, maar brachten ieder een eigen expertise in. De een had hart voor het molenaarsvak, de ander was een techneut en de derde bracht de commerciële inslag mee. Gedrieën legden zij de basis voor wat nu Van Aarsen machinefabriek is.'' Basis Nadat de gebroeders Van Aarsen het molenbedrijf van hun vader hadden overgenomen, kwam al snel de behoefte de productie op te voeren. ,,Met drie molens kort achter elkaar aan het riviertje was het hard werken om voldoende water door het rad te krijgen om de molen aan te drijven. Een zelfgebouwd turbinewiel bracht uitkomst.'' Om niet meer afhankelijk te zijn van waterkracht bedacht Piet van Aarsen, de technische man, een hamermolen. Die bood ook uitkomst bij groter stroomverbruik. Het smeedijzeren binnenwerk liet Van Aarsen maken door de smid in het naburige dorp, de houten omkasting maakte hij zelf en de aandrijfmotor bestelde hij bij een leverancier. Eenmaal geïnstalleerd in de ouderlijke molen, bleek de vinding een belangrijke bijdra-


07-08-09-10_v.Aarsen_7-8-9-10 28-02-11 15:10 Pagina 9

ge te leveren aan het verhogen van de productie. ,,Dat nieuws bleef niet onopgemerkt bij andere molenaars. Al snel kwamen er orders voor de Van Aarsen hamermolen en liep de productie op tot één molen per week. Dat was net genoeg tijd voor de smid om de hamermolenonderdelen te maken en voor Van Aarsen om het geheel te monteren.'' Een van de eerste modellen van deze hamermolen is nog altijd in het bezit van de machinefabriek. Internationaal De eerste hamermolens vonden hun weg niet alleen in de Nederlandse molens, ook molenaars uit de buurlanden België en Duitsland toonden al in die beginperiode belangstelling. ,,Je kunt zeggen dat ons bedrijf vanaf het eerste uur een

internationale oriëntatie had, al is dat ook niet zo heel moeilijk als beide buurlanden op minder dan een half uur rijden liggen.'' Het bleef echter niet bij export op korte afstand. Eind jaren vijftig, begin jaren zestig werden de eerste hamermolens geëxporteerd naar het Midden-Oosten en Libanon. In die tijd geen voor de hand liggende handelspartners. ,,Die relaties kwamen voort uit de netwerken van de gebroeders Van Aarsen'', vertelt Schroijen. In de 60-er jaren was al sprake van echte buitenlandse projecten. ,,Dat waren met recht projecten. Het bedrijf leverde complete installaties, maar voordat die verscheept werden, bouwden we ze hier in het bedrijf in Panheel helemaal op. Alles werd nagelopen en uitgeprobeerd om er zeker van te zijn

8

9

dat het werkte. Vervolgens ging de installatie weer uit elkaar en op transport. Het hele installatieteam ging mee naar het land van bestemming, om ter plaatste er zeker van te zijn dat de machines volgens specificatie werden opgebouwd en afgeleverd.'' Het succes van Van Aarsen in het Midden-Oosten leidde tot meer en meer internationale projecten. ,,Het liep als een tierelier en dat zorgde voor een forse groei van de onderneming.'' In de hoogtijdagen telde Van Aarsen 300 man personeel om alle orders tijdig te vervaardigen. Vandaag de dag beschikt het machinebedrijf over 160 mensen in Panheel en nog eens 50 bij het zusterbedrijf in Slowakije. Minder dan in de hoogtijdagen, maar dat wil niet zeggen dat de zaken minder goed gaan. ,,Zeker niet,

D e M o l e n a a r n r. 1 3 2 5 s e p t e m b e r 2 0 0 9

De laserrobot heeft een centrale plaats in het productieproces van de verschillende machines.


07-08-09-10_v.Aarsen_7-8-9-10 28-02-11 15:10 Pagina 10

>> 'Onze kracht zit in procesbenadering'

met name door de voortschrijding van de techniek kunnen we meer doen met minder mensen. Neem alleen al het opbouwen en afbreken van een installatie voor transport. Dat is niet meer nodig en ook gaat niet meer een heel installatieteam naar de bestemming. We sturen nu ĂŠĂŠn man die toezicht houdt op een lokaal installatieteam dat de opbouw realiseert.'' Lijn of machine Lang had Van Aarsen bijna het alleenrecht voor levering van diervoederapparatuur in het Midden-Oosten en later ook in een aantal Aziatische landen. En nog steeds zijn het belangrijke markten voor het Limburgse bedrijf, vanwege de opgebouwde reputatie. ,,Maar inmiddels zijn natuurlijk ook andere machinefabrikanten in die landen actief'', constateert Schroijen. ,,De wereld is evenwichtiger verdeeld over de diverse

marktpartijen. We leveren nu apparatuur in 84 verschillende landen.'' In het buitenland worden vooral totale projecten gerealiseerd, in Nederland betreft het als regel machines of een machinelijn. ,,Hier wordt weinig nieuw gebouwd. Het betreft vaak vervangingsinvesteringen of het optimaliseren van een productielijn. Daarin verschilt Nederland duidelijk van het buitenland.'' Toch moet ook in het thuisland meer worden gekeken naar een totaal oplossing, vindt Schroijen. ,,Als bijvoorbeeld een hamermolen versleten is, bestellen ze een nieuwe, maar die biedt meer mogelijkheden dan de machine die dertig jaar geleden werd gekocht. Zo'n nieuwe molen kun je niet los zien van de rest van het proces vinden wij, dus gaan we in zo'n situatie in gesprek met de klant om te kijken wat voor hun de beste oplossing is.'' Ve r n i e u w i n g e n Oplossingen bedenkt Van Aarsen inmiddels niet meer uitsluitend voor de diervoedermarkt, al is dat nog steeds wel de belangrijkste markt. ,,Zo'n 90 procent van onze machines is bestemd voor de diervoederindustrie. Daarnaast leveren

we ook aan de visvoeder- en huisdiervoederproductie, houtverwerkingsindustrie, biobrandstoffen en sinds enkele jaren maken we ook machines voor de bandenrecycling. Veelal zijn het machines waarover we al veel kennis in huis hebben omdat we ze al maken voor de diervoederindustrie, maar aanpassen voor andere toepassingen en werkgebieden.'' Die aanpassingen worden uitgedacht door de afdeling Research & Development. ,,Die is ook voortdurend op zoek naar verbeteringen van bestaande machines en oplossingen voor problemen waarmee de diervoederindustrie vandaag de dag wordt geconfronteerd.'' Dit zien we bijvoorbeeld terugkomen in de feed mill automatisering als ook in de ontwikkeling van het nieuwe type hamermolen die minder energie verbruikt en waarvan het gebruiksgemak is verbeterd. ,,Zo'n machine geeft aan waarom onze thuismarkt voor ons van groot belang is. In Europa worden de vernieuwingen en innovaties gevraagd, uitgedacht en getest. Met de kennis die we hier opbouwen kunnen we ons werkgebied verbreden en vernieuwen.''

-

Om niet meer afhankelijk te zijn van waterkracht bedacht Piet van Aarsen een hamermolen.

Op de computer wordt de laatste hand gelegd aan het ontwerp van een bulkverladingsrobot.

10

11

D e M o l e n a a r n r. 1 2 4 s e p t e m b e r 2 0 0 9


11_Orffa_11 28-02-11 14:47 Pagina 11


PALLETISEERLIJNEN DE leverancier voor na de afzakmachine.

MICRO DOSEER-INSTALLATIES

Door het uitgekiende

Palletiseermachines, palletmagazijnen, palletrollenbanen en transportbanden.

ontwerp van onze machines bieden wij vele mogelijkheden en oplossingen voor het stapelen van uw product. MENGERS

Postbus 39 2750 AA Moerkapelle Tel. (079) 593 28 84 Fax (079) 593 34 15 e-mail: herdi@herdi.nl www.herdi.nl

TOTAL N U TRITIO N feeding animals for health and growth

HAMERMOLENS

Nutrikem®

Quadrion™

Myco CURB®

Sal CURB®

Acid LAC®

DE OPTIMALISATIE VAN VOEDERS VOOR GEZONDE DIEREN

www.kemin.com

Mengvoederinstallaties Premixfabrieken Bloemfabrieken Silo's (glad- en damwand) Transportinstallaties Hamermolens (3000/1500 t/min) Doseerinstallaties Mengers Pers- en extrudeerinstallaties Vloeistofopslag/dosering

U W PA R T N E R V O O R Z O W E L C O M P L E T E FA B R I E K E N A L S V O O R H O O G W A A R D I G E M A C H I N E S

12_adv_12 28-02-11 14:49 Pagina 12

Postbus 3 2750 AA Moerkapelle T +31 (0)79 593 22 21 F +31 (0)79 593 11 47 E mkp@ottevanger.com

Postbus 47 7120 AA Aalten T +31 (0)543 47 26 88 F +31 (0)543 47 54 75 E aalten@ottevanger.com

w w w. o t t e v a n g e r. c o m


13_Voerschep_13 28-02-11 15:12 Pagina 13

De voerschep

‘Kan Nederland zonder primaire sector?’ Algemeen

‘De productie is de basis’

[Marc van der Sterren]

Den Haag hecht vooral waarde aan de regiefunctie van het Nederlandse agrocluster. Maar kan dit zijn invloed behouden met een marginale primaire sector? Wout Dekker van Nutreco legt de voerschep neer bij Aalt Dijkhuizen, voorzitter van de Raad van

In de tijd van Van Aartsen en Brinkhorst werd serieus gedacht dat Nederland ook zonder primaire productie de wereldwijde agrarische regiefunctie best kon behouden. Maar dat is natuurlijk fictie. De primaire sector is cruciaal vanwege het innovatieve en bindende karakter. De Nederlandse voedselproductie moet altijd een stap voorblijven op de rest. Dan kun je niet zeggen: zet het primaire deel maar elders neer. Binnen het Nederlandse agrocluster zijn de banden tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen zeer hecht. Dankzij de traditie van korte lijnen en openheid gaat iedereen erop vooruit. Stel: de kennis blijft hier en de primaire sector gaat naar Oost-Europa. Voerfabrieken en verwerkende industrie verlaten dan ook het land. Dan wordt voor ons als kennisinstelling de basis weggezogen. Ja, ondernemers en agribusiness gaan nu al naar het buitenland. Maar het is én-én. Ze verdwijnen hier niet. Logisch. Want Nederland heeft alles voor een sterke primaire sector. Vruchtbare grond, een groeizaam klimaat en sterk ondernemerschap. Wij zijn de snelste ijsbaan van de wereld en dan zou je er geen schaatskampioenschappen houden.” Politiek klimaat ,,Wel kampen we met dure grond en arbeid. Maar dat is altijd zo geweest. Het heeft juist geleid tot onze productiviteit en

Bestuur van Wageningen UR. innovativiteit. De regelgeving en het politieke klimaat zijn een groter knelpunt geworden. Dat blijft een aandachtspunt. Ook nu men langzaam begint te ontdekken dat de sector erg belangrijk is voor onze economie en werkgelegenheid. De sector staat als een rots. De financiële sector is verdampt, alles daaromheen is ingezakt. De landbouw groeit nooit hard, maar zakt ook niet zomaar weg. En juist die stabiliteit heeft ons land hard nodig. Zelfs Balkenende zei over de agrarische sector: ‘laten we er trots op zijn’.” Doodsteek ,,Dat bewustzijn lijkt door te dringen tot de politiek, maar we moeten er aan blijven werken. Hoe sterk de sector ook staat, in Den Haag is hij niet sterk vertegenwoordigd. Daarvoor is de sector te versnipperd. De haven van Rotterdam legt één jaarverslag neer. Food & Agri is veel groter en belangrijker, maar kent een verscheidenheid aan spelers. Er is niet eens één LTO. Zo veel groeperingen is de doodsteek voor de belangenbehartiging. Als je elkaar onderuit wilt halen, richt dan ieder afzonderlijk een club op. De kerken hebben dat ook gedaan. Daar waren zoveel scheuringen dat mensen zich ervan afwenden. We moeten dus niet boos worden op de politiek. Onze boodschap is gewoon niet duidelijk. Er spelen inderdaad veel en zelfs tegengestelde belangen binnen de agrarische sector. Maar ‘im großen ganzen’ zijn

12

13

het ogenschijnlijke tegenstellingen. De gemeenschappelijke belangen zijn vele malen groter.”

’’

De vraag

De agrarische sector is sterk versnipperd. Met één stem spreken is schier onmogelijk. Aalt Dijkhuizen legt de voerschep neer bij Albert Jan Maat. Hij vraagt hem: Hoe treedt je als LTO toch met een krachtige boodschap naar buiten? Hoe voorkom je kerkscheuringen? En hoe houd je alle kikkers in de kruiwagen? Krijgt de agrarische sector inderdaad meer waardering in Den Haag? En meer speelruimte?

D e M o l e n a a r n r. 1 3 2 5 s e p t e m b e r 2 0 0 9


14_Pluimveegezondheid_14 28-02-11 15:16 Pagina 14

Pluimveegezondheid bevorderen via voeding Diervoeding

[Carolien Makkink]

Om de gezondheid van pluimvee te ondersteunen, kunnen specifieke producten worden ingezet via de voeding. Tijdens het 17e Europese Symposium on Poultry Nutrition kwamen onder meer

vorming in de darm. Op dag 21 was de darmflora gestabiliseerd, maar in de darm van de Calsporin-kuikens werden nog wel grotere hoeveelheden Lactobacillus gasseri aangetroffen dan in de controlegroep.

beta-glucanen, probiotica en kleimineralen aan de orde. Op initiatief van Orffa zijn in Nederland en Frankrijk proeven uitgevoerd naar de effecten van drie producten op pluimveegezondheid. Tijdens het 17e Europese Symposium on Poultry Nutrition werden de resultaten van deze onderzoeken gepresenteerd. C h ro n i s c h e d a r m o n t s t e k i n g Chronische enteritis is een groot probleem in de leghennenhouderij in Nederland. De oorzaak van deze aandoening is niet bekend. Schothorst Feed Research in Lelystad onderzocht in samenwerking met de Gezondheidsdienst in Deventer de invloed van MacroGard (beta-1,3-1,6glucanen) op de productieprestaties en darmgezondheid van leghennen. Het bleek dat een voersupplementatie met 250 ppm MacroGard aan hennen met

chronische enteritis de voeropname, het lichaamsgewicht en het eigewicht significant verhoogde. Ook leidde de MacroGard-toevoeging tot een verhoogde villus/crypt-ratio en tot minder ontstekingscellen in het duodenum. Darmflora Toevoeging van een sporenvormende Bacillus subtilisstam (Calsporin, 1,0 x 106 kve per gram voer tot dag 21, 5,0 x 106 kve per gram voer van dag 22 tot dag 40) aan het voer van vleeskuikens leidde tot een numerieke verhoging van de groei. Op dag 12 werden in de Calsporin-groep minder Enterobacteriaceae (E.coli, Shigella) in de darm aangetroffen en meer Lactobacillus crispatus. De ileum-pH was lager in de Calsporin-groep, wat een aanwijzing is voor verhoogde melkzuur-

14

15

Vo e t z o o l l a e s i e s Voetzoolzweren zijn gerelateerd aan strooiselkwaliteit en zijn nadelig voor het welzijn van vleeskuikens. Toevoeging van kleimineralen (clinoptilolieten, AmmoMIN) aan het voer zorgt voor binding van vocht en ammoniak. Hierdoor verbetert de strooiselkwaliteit en vermindert de incidentie van zoolzweren. Dit werd aangetoond in onderzoek op de Viersprong, het onderzoekscentrum van Provimi in Velddriel. De AmmoMIN-toevoeging bedroeg 0,5 procent tot dag 14, 1,0 procent tussen dag 15 en dag 28 en 1,5 procent van dag 29 tot dag 35. Voeropname en groei waren verhoogd in de AmmoMINgroep. Daarnaast bleek zowel op dag 28 als op dag 35 een duidelijke vermindering van het optreden van zoolzweren ten opzichte van de controlegroep zonder kleimineralen.

-

D e M o l e n a a r n r. 1 3 2 5 s e p t e m b e r 2 0 0 9


15_adv_15 28-02-11 14:51 Pagina 15

GETOASTE SOJABONEN

s BANDWEGERS s DOSEERWEGERS s BUNKERWEGERS s AFZAKWEGERS s WEEGBRUGGEN s CIVIEL WERK, SERVICE, KEURINGEN

DEHULLED GETOASTE SOJABONEN BESTENDIG RAAPSCHROOT (GEEN FORMALDEHYDE) BESTENDIG SOJASCHROOT (GEEN FORMALDEHYDE) (DE RAAP- EN SOJASCHROOT ZIJN OP HITTE BASIS BEHANDELD!)

MINERALEN

Het antwoord voor ieder weegproces PRECIA-MOLEN Postbus 3246, 4800 DE Breda Franse Akker 1, 4824 AL Breda Nederland

DE BRON BV HARDERWIJK

Telefoon 076 524 25 20 Fax 076 522 80 39 E-mail sales@preciamolen.nl Website www.preciamolen.nl

Ir. Lelykade 7a 3846 AE HARDERWIJK TEL: 0341-462111 FAX: 0341-462111 email: info@debronbv.com

Poeth uw partner

in solids processing

Poeth bv levert Installaties voor: bulkhandling Afzuiging koelers

ontstoffing/filters mengvoederindustrie brouwerijen hout pelletering recycling

Poeth bv

Phone +31 (0)77 - 373 19 41

P.O. Box 3142, NL-5930 AC Tegelen

Fax

+31 (0)77 - 373 71 37

poeth@poeth.nl www.poeth.nl

VCA* gecertificeerd


16_adv_16 28-02-11 14:51 Pagina 16

Hendrix UTD Lochem

De Specialist voor: -

Ontwerp en advies Nieuwbouw/ Renovatie. Montage. Dag en nacht service.

Denkavit Voorthuizen

Van Mourik Ede B.V. 0318 – 64 11 44 24 uurs service 0318 – 437 437 www.vanmourikede.nl

Van Mourik Meppel B.V. De Heus Voeders Sneek

0522 – 238 800 www.vanmourikmeppel.nl


17-18_FeFac mileurapport_17-18 28-02-11 15:18 Pagina 17

De jubilerende Europese mengvoerfederatie Fefac bracht ter gelegenheid van de verjaardag het Environmental Report uit. Daarin geeft de federatie haar visie op de uitdagingen waarvoor de diervoederindustrie gesteld staat in relatie tot milieu en duurzaamheid en wordt geschetst hoe de industrie daaraan een bijdrage kan leveren.

Algemeen

[Jef Verhaeren]

Leefmilieu hoog op de agenda van jubilerend Fefac

Fefac presenteert milieurapport Fefac vierde op 9 september de 50ste verjaardag in het Brusselse Atomium. Tot de vijf stichtende mengvoederfederaties behoorden een halve eeuw geleden de Nederlandse en Belgische organisaties. Het jubileum werd gevierd in aanwezigheid van de Europese top van de diervoederproductie en eminente vertegenwoordigers van buiten Europa. Tijdens de receptie werd de duurzame voedselveiligheid en voedselzekerheid in de 21ste eeuw onder de loep genomen. ’s Ochtends presenteerde Fefac het ‘Environmental Report’, de visie van de organisatie op leefmilieu en de betekenis van de diervoedersector daarin. Bijdrage Fefac vertegenwoordigt de productie van 150 miljoen ton mengvoeder in 4500 productie-eenheden en een tewerkstelling van 110.000 mensen. De federatie verdedigt de belangen van de Europese mengvoederindustrie en de dierlijke sector, maar zit ook als observator in de Codex Alimentarius. Daarnaast werkt Fefac mee aan de Europese wetgeving, ontwikkelt goede productiepraktijken (Good Manufacturing Practices of GMP) en bevordert duurzame ontwikkeling van de dierlijke productie. Producten van dierlijke oorsprong bieden onmisbare nutritionele voordelen aan het voedingspatroon van de

Europese bevolking, meent de Europese brancheorganisatie. Nutritioneel optimaal voeder voorziet in de fysiologische behoeften van dieren en vissen, die voor de voeding worden gekweekt. Daarbij moet rekening worden gehouden met de milieuweerslag van de productie en consumptie van dierlijke producten. Op dit terrein wil de Europese voedingsindustrie haar verantwoordelijkheid nemen en bijdragen tot de duurzame ontwikkeling van de veeteelt- en aquacultuursystemen. Hoe de diervoederindustrie daaraan kan bijdragen, is verwoord in het Environmental Report.

om de druk op de natuurlijke hulpbronnen te beperken. Fefac en haar ledenfederaties geloven dat ze een rol moeten spelen in de voorziening van de mengvoederbedrijven van de nodige instrumenten om de leefmilieu-impact van hun producten te meten en te verbeteren. Ze wil ook als woordvoerder optreden van de Europese veevoederindustrie om initiatieven over de voedselketen heen te vergemakkelijken om tot gelijke standaards

B e v o rd e re n De Europese federatie wil ecologisch verantwoorde intensieve productiesystemen bevorderen met een zo doeltreffend mogelijke benutting van de natuurlijke hulpbronnen en een zo sterk mogelijke beperking van de uitstoot van broeikasgassen. Ze wil de rantsoenen en voedersamenstellingen zodanig aanpassen dat die uitstoot maximaal wordt beperkt. Daarnaast wil ze de voedingsefficiëntie of conversie van voeder in dierlijke producten verbeteren en zo de aanwending van grondstoffen onder controle houden en nutriëntenverlies beperken. Tenslotte wil ze ook het gebruik van bijproducten uit de voedingsindustrie, van biomassa en nietorganische grondstoffen, optimaliseren

16

17

D e M o l e n a a r n r. 1 3 2 5 s e p t e m b e r 2 0 0 9

Fefac-bestuurder Ad Hectors benadrukt dat diervoederproducenten zich zeer bewust zijn van de weerslag van de Europese dierlijke productie op het leefmilieu.


17-18_FeFac mileurapport_17-18 28-02-11 15:18 Pagina 18

>> Fefac presenteert milieurapport

te komen om de CO2-voetafdruk te evalueren en bij te dragen tot internationale akkoorden over duurzame criteria voor de veevoederproductie.

,,Fefac moet haar visie op duurzaamheid delen met partners in de keten en de overheden’’, aldus

Instrument Op de persconferentie benadrukte Ad Hectors van Cehave Landbouwbelang, in het Fefac-presidium verantwoordelijk voor duurzaamheid, dat diervoederproducenten zich zeer bewust zijn van de weerslag van de Europese dierlijke productie en voederconsumptie op het leefmilieu. Daarom werden heel wat initiatieven door de sector genomen, zowel individueel als collectief, op nationaal en Europees vlak om de voeders leefmilieuvriendelijker te maken. Het Leefmilieu Rapport van Fefac geeft een overzicht van de verschillende uitgangspunten om de duurzaamheid van industrieel mengvoeder te beoordelen. ,,Dit is niet alleen nuttig voor de Europese

Uitdagingen belicht De Europese mengvoederindustrie Fefac gaat in het Environmental report in op drie grote problemen en uitdagingen. De eerste uitdaging is de stijgende behoefte aan dierlijke producten in de wereld. De Europese mengvoedersector maakt daarom optimaal gebruik van bijproducten uit de voedingsindustrie (70 miljoen ton in EU-27). Daarnaast verbetert de industrie voortdurend de conversie van diervoeders. In de jaren vijftig was 5 kg voer nodig voor de productie van 1 kg varkensvlees, tegenwoordig nog 3 kg. De Europese veevoederindustrie ondersteunt de ontwikkeling van certificeerbare productie van verantwoorde soja en investeert in onderzoek naar substitutieproducten voor vismeel en -olie voor aquacultuur. Een tweede probleem is dat voedingsproducten in belangrijke mate op het milieu wegen en de veeteelt verantwoordelijk is voor 18 procent van uitstoot van broeikasgassen. Daarom neemt de EU-mengvoederindustrie initiatieven om te komen tot een methodologie om die uitstoot te meten, verbetert ze in belangrijke mate de nitraat- en fosfaatefficiëntie, investeert ze in onderzoek om de methaanemissie te reduceren en participeert ze in nationale programma’s om het energieverbruik te verminderen. Tenslotte is de mengvoedersector de voortrekker van de voedselveiligheid geworden door de ontwikkeling van GMP, snelle naspeurbaarheid en de ontwikkeling van technieken om ongewenste substanties uit de veevoederproducten te weren.

voorzitter Pedro Corrêa de Barros

mengvoederfabrikanten, maar voor iedereen die meer wil weten over de duurzaamheid van de veeteeltsystemen in de EU, zoals de andere partners in de voedselketen, milieuorganisaties en overheden”, aldus Hectors. Het rapport telt 21 pagina’s en onderzoekt de milieu-impact van de productie en het verbruik van diervoeders vanuit drie invalshoeken. Een eerste is het duurzame beheer van de bronnen, de grondstoffen van diervoeder. Zo wordt de impact van de productie van sojabonen, de productie en het gebruik van vismeel en -olie en de valorisatie van bijproducten van voedings- en biobrandstoffenproductie onder de loep genomen. Een tweede thema is de klimaatverandering en de aanwending van energie. De methodologie voor de berekening van de CO2-voetafdruk en de evaluatie van de milieu-impact van de productie en consumptie van veevoeders en het energiegebruik in mengvoederfabrieken zijn hier ondermeer aan de orde. De derde invalshoek tenslotte is voedselveiligheid. Hier worden ondermeer de detoxificatie van diervoedergrondstoffen en hun bronnen en de bewaking van de hygiëne door het productieproces via GMP van nabij bekeken. Het rapport beschrijft ook voorbeelden van initiatieven in de EU om informatie te verzamelen en de operatoren te voorzien van instrumenten om hun leefmilieuvriendelijkheid en duurzaamheid te verbeteren.

18

19

Ve re n i g b a a r Fefac-voorzitter Pedro Corrêa de Barros wees erop dat consumenten ten onrechte de indruk hebben dat moderne dierlijke productiesystemen niet verenigbaar zijn met de objectieven inzake klimaatverandering. ,,Dit is gewoon niet waar”, zei hij. ,,Een groeiend aantal studies bewijst dat. We staan volgens het FAO voor de uitdaging om tegelijk de natuurlijke voedselbronnen te beheren en te vrijwaren als de voedselzekerheid te waarborgen. Dit laatste betekent dat we in staat moeten zijn in de komende 40 jaar tweemaal zoveel dierlijke producten te produceren als vandaag en intussen de impact van elk product op het leefmilieu te verminderen. Ik geloof dat dit alleen realiseerbaar is met ecologische intensieve veeteeltsystemen gebaseerd op een doeltreffende bevoorrading van mengvoeders.’’ Volgens Corrêa de Barros moet de diervoederfederatie deze visie delen met partners in de keten en de overheden en hen overtuigen met het oog op de Internationale Conferentie over Klimaatverandering in Kopenhagen. ,,Dit Leefmilieu-rapport is een eerste bijdrage tot het komende Europese en internationale debat en het werk van de EU Food Chain Round Table on Sustainable Consumption and Production”, aldus Corrêa de Barros.

-

Meer informatie op www.molenaar.nl

D e M o l e n a a r n r. 1 3 2 5 s e p t e m b e r 2 0 0 9


19_adv_19 28-02-11 14:50 Pagina 19

efficiĂŤnt palletiseren? - gespecialiseerd in stapelen van zakgoed - overlappend stapelen - modulaire opbouw van machines - capaciteit tot 2000 eenheden per uur - minimale omsteltijden - lage onderhoudskosten - 24 uurs servicedienst met uitzondering van zondag

VOOR ONDERNEMERS MET AMBITIE

SYMACH Palletizers B.V. Voorheen De Jonge Peters Remmelink Advocaten. www.jpr.nl Ondernemingsrecht Vastgoed Verzekeringsrecht Arbeidsrecht Private Clients

Gerard Philipsweg 8 4538 DA Terneuzen www.symach.nl

T 0115 685625 F 0115 685629 E info@symach.nl

Your partner in quality assurance Nutrilab is meer dan laboratorium en dienstverlener. Nutrilab is uw partner op het terrein van voedselveiligheid. Moderne onderzoekstechnologie combineren wij met een persoonlijke en gerichte aanpak. Heldere communicatie met een actieve opstelling met als doel de zekerheid te bieden die u vraagt. Bezoek onze website, www.nutrilab.nl en maak kennis met onze mogelijkheden. Of bel direct voor een afspraak: tel. (0183) 44 63 05. Nutrilab bv Burgstraat 12 4283 GG Giessen

Nutrilab adv Molenaar.indd 1

t. (0183) 44 63 05 info@nutrilab.nl www.nutrilab.nl

20-04-2007 15:41:44


20-21_Fefac_20-21 28-02-11 15:19 Pagina 20

‘Terug naar basis’ Fefac viert 50-jarig bestaan in Atomium

Reportage

[Jacqueline Wijbenga]

De Europese federatie voor de diervoederindustrie, Fefac, bestaat 50 jaar. De organisatie vierde dit op hoog niveau, in het Atomium in Brussel. Maar Fefac loopt allerminst in de wolken, benadrukt voorzitter Pedro Correa de Barros. ,,In tijden van crisis moeten we het hoofd koel houden en terug naar de basis waarin voedsel en voer van groot belang zijn voor de economie.”

Fefac-voorzitter Pedro Correa de Barros memoreerde in zijn toespraak ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Europese brancheorganisatie dat nu een goed moment is om een nieuwe balans op te maken voor duurzaamheid. ,,We moeten de competitiviteit voor de landbouw terugbrengen. Daaraan draagt de diervoederindustrie al vele jaren bij.’’ Correa de Barros stelt dat nieuwe technieken die rekening houden met milieu onmisbaar zijn om duurzaamheid te realiseren. Europarlementariër Mairead McGuinness is van mening dat de Europese diervoederindustrie trots mag zijn op het werk dat ze doet. ,,Dankzij jullie hebben we gezond voedsel.’’ De

Ierse stelt dat de sector veel heeft geleerd van goed en kwaad uit het verleden. Met de Fefac-voorzitter is ze van mening dat de toekomst moet zijn gericht op duurzaamheid. ,,Het ‘environmental report’ van Fefac is wat mij betreft een cadeau aan jullie zelf. Daarmee draagt Fefac bij aan de veranderingen die nodig zijn in het streven naar een duurzame productieketen.” McGuinness wijst er wel op dat de focus niet moet doorslaan naar milieu. ,,Landbouw moet leidend zijn, ook al is dit onlosmakelijk verbonden met milieu.’’ Europees beleid zal er volgens McGuinness op gericht zijn de voedselproductie te stimuleren. ,,Voedselzekerheid is geen mensenrecht waaraan we wereldwijd tegemoet kunnen komen’’, aldus David Cieslak, voorzitter van IFIF. ,,Diervoederproductie is een lokale of regionale activiteit. Van belang is te kijken hoe we van daaruit kunnen bijdragen aan de wereldwijde voedselvoorziening. De grote uitdaging is om 9 miljard mensen te voeden. Maar de dierlijke productieketen en de diervoederindustrie hebben altijd flexibiliteit en innovatie getoond om nieuwe uitdagingen aan te gaan en doelen te bereiken.’’

-

De receptie werd gehouden in het Atomium te Brussel.


20-21_Fefac_20-21 28-02-11 15:20 Pagina 21

Europarlementariër Mairead McGuinness: ,,Before you make op your mind, open it.’’

,,Nu is een goed moment om een nieuwe balans op te maken voor duurzaamheid’’, aldus Pedro Correa de Barros.

Giordano Veronesi werd tijdens de feestelijkheden ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van Fefac benoemd tot erelid. Hij is het zesde erelid van de federatie.

20

21

D e M o l e n a a r n r. 1 3 2 5 s e p t e m b e r 2 0 0 9


22-23_Sonac_22-23 28-02-11 15:21 Pagina 22

In 2000 besloot de Duitse overheid tot een totaal verbod op het gebruik van dierlijke eiwitten én vetten in diervoeders. Daarmee ging de regering verder dan in Europees verband was afgesproken. Afgelopen zomer kwam na ruim acht jaar strijd, op voorwaarden, een eind aan het verbod op dierlijke vetten in Duitse diervoeders.

Diervoeding

[Jacqueline Wijbenga]

Strijd voor dierlijke eiwitten gaat door

Dierlijke vetten terug in

,,De Duitse overheid verschilt van mening met de Europese voedselautoriteit EFSA’’, aldus Jörg

Eind april besloot de Duitse overheid dat dierlijke vetten weer onderdeel mogen uitmaken van de in Duitsland vervaardigde rantsoenen. De publicatie in het Bundesgesetzblatt op 29 juni 2009 bekrachtigde het besluit. Daarmee komt een einde aan een jarenlang strijd tussen het Deutsch Verband Tiernahrung (DVT) en de overheid. ,,Achtenhalf jaar hebben we gewerkt aan de herintroductie van dierlijke vetten in landbouwhuisdiervoeders’’, aldus DVT-directeur Peter Radewahn tijdens een bijeenkomst over

toepassing van dierlijke vetten, georganiseerd door DVT in samenwerking met Sonac. Vo e r v e r b o d Juridisch gezien was er geen belemmering van het gebruik van dierlijke vetten in de productie van voeders. Ook de verkoop en het transport van dergelijke voeders zou niet tot boetes leiden. ,,Ze mochten alleen niet worden gevoerd aan de dieren. Juridisch had alleen de boer bestraft kunnen worden, maar als

ketenpartij moet je dan je verantwoordelijkheid nemen en het ingrediënt niet meer gebruiken’’, stelt Radewahn. Tot grote opluchting van DVT is er nu een einde gekomen aan de internationale ongelijkheid. ,,Duitsland stelde een verbod op gebruik van dierlijke vetten in en legde dat vast in nationale wetgeving, terwijl in Europa uitsluitend voorwaarden werden verbonden aan het gebruik’’, licht advocaat Harald Niemann van Servicegesellschaft Tierisch Nebenprodukte toe. Het Duitse verbod

Schulte-Domhof.

Duitse overheid verschilt van mening met EFSA De herintroductie van dierlijke vetten in diervoeders is in Duitsland ten dele vrijgegeven. De Duitse overheid heeft besloten dierlijke vetten niet toe te staan in voeders voor herkauwers. ,,Recent onderzoek van BfR en FLI wijst uit dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat vet en proteïne in het productieproces volledig van elkaar gescheiden kunnen worden. De Duitse overheid heeft op basis daarvan besloten de beperking voor herkauwers in de nieuwe regelgeving op te nemen. Daarin verschilt onze regering van mening met de Europese voedselautoriteit EFSA’’, aldus Jörg Schulte-Domhof van het Duitse ministerie van Landbouw. De Duitse dierenarts prof. dr. Herbert Fuhrmann sluit zich aan bij de bevindingen van de Duitse onderzoeksinstellingen. ,,Uit onderzoek blijkt dat er een relatie is tussen vetten en prioneiwitten. Als gevolg van oxidatieve stress van vetten kunnen prioneiwitten herstructureren. Ook blijkt uit onderzoek dat vetten prioneiwitten stabiliseren. De relatie is er, maar het is er geen waarover men zich ernstige zorgen hoeft te maken’’, aldus Fuhrmann.


22-23_Sonac_22-23 28-02-11 15:21 Pagina 23

Dierlijk eiwit De herintroductie van dierlijke vetten in diervoeders is een stap in de goede richting, aldus Peter Radewahn (DVT), ,,we richten alle pijlen nu op dierlijke eiwitten.’’ Het versoepelen van de regelgeving voor dierlijke eiwitten zal nog veel voeten in de aarde hebben, verwacht dr. Martin Alm, werkzaam bij Saria Bio-Industries en vanaf 1 oktober technisch directeur van de Europese organisatie van vetproducenten en -verwerkers (EFPRA). ,,Veel zal afhangen van een goede analysemethode die duidelijk onderscheid waarborgt tussen de verschillende diersoorten.’’ De afgelopen jaren is op dat gebied veel voortgang geboekt, maar sluitend is het nog niet. Waarschijnlijk zal een combinatie van technieken (microscopisch onderzoek, Elisa- en PCR-techniek) uiteindelijk uitkomst bieden. ,,Op basis van referentiemonsters zijn we zeker hoopvol gestemd’’, aldus Alm. Hij verwacht dat niet-herkauwer eiwit een toepassing zal krijgen in visvoeder, mogelijk al eind 2010. Het optimisme van Alm wordt door de aanwezigen niet gedeeld. ,,Verwerkt dierlijk eiwit zal zo snel niet terugkomen en als het terugkomt, zullen de aanvullende organisatorische eisen teveel beperkingen met zich meebrengen.’’ Volgens de toehoorders zijn varkens in deze discussie de grote verliezers. ,,Pluimveemeel gaat al in petfood en komt dus niet meer beschikbaar voor varkensvoer.’’

g in Duitse rantsoenen is opgeheven, maar opnieuw met een uitzonderingsbepaling. ,,Dierlijke vetten mogen niet aan herkauwers worden gevoerd, ook niet als die afkomstig zijn van andere diersoorten zoals eenmagigen of vissen.’’ Beschikbaarheid Jaarlijks produceert Duitsland 1,5 miljoen ton dierlijke bijproducten, categorie 3. Deze bijproducten zijn afkomstig van dieren die geschikt zijn voor consumptie door mens of dier. Van die totale hoeveelheid categorie 3-materiaal bedraagt 400.000 ton dierlijk vet. ,,Het grootste deel daarvan wordt afgezet buiten de diervoederindustrie om. Het opheffen van het verbod op dierlijke vetten in diervoeders zal niet direct leiden tot een aardverschuiving in de afzetmarkten’’, verwacht Niemann. Meer dan de helft van de dierlijke vetten, 250.000 ton, vindt zijn weg naar technische toepassingen. Een kleine 90.000 ton wordt verkocht voor gebruik in huis- en pelsdiervoeders en ruim 50.000 ton wordt toegepast in levensmiddelen. ,,Voor diervoeders is er dus relatief weinig beschikbaar’’, aldus Niemann. Economie Nutritionisten kunnen bij het samenstellen van rantsoenen verschillende vetten toepassen. Meestal is de selectie beperkt door de beschikbare opslagfaci-

liteiten op het diervoederbedrijf. Het ligt volgens dr. Eckhard Meyer van de Bröring Groep dan ook niet voor de hand dat het vrijgeven van de dierlijke vetten direct zal leiden tot een snelle verandering van de rantsoensamenstelling. ,,Veel zal afhangen van hoe gunstig een bepaalde vet of olie inrekent in het betreffende rantsoen.’’ Meyer rekende ter illustratie een aantal vetbronnen door in rantsoenen van pluimvee en varkens, daarbij rekening houdend met de vereiste vetzuursamenstelling. Uit zijn berekeningen wordt duidelijk dat dierlijke vetten slechts in een beperkt aantal gevallen uitkunnen.* ,,In veel voeders zijn dierlijke vetten nog te duur in vergelijking met de beschikbare alternatieven, zoals getoaste sojabonen.’’ Een mix aan vetten en oliën heeft vanuit voedingstechnisch perspectief eigenlijk de voorkeur vanwege de vetzuursamenstelling. ,,Maar in de praktijk is dat slechts beperkt haalbaar door de begrensde opslagfaciliteiten. De vet- en oliesamenstelling is daardoor vrijwel altijd een compromis.’’ Daarnaast heeft de grondstoffenmarkt een doorslaggevende invloed op de benutting van de verschillende oliën en vetten. ,,Toen in april bekend werd dat dierlijke vetten weer werden toegelaten, was palmolie 10 euro duurder. Inmiddels is de marktsituatie totaal anders en rekent palmolie weer gunsti-

22

23

ger dan dierlijke vetten”, aldus Meyer. Hoewel de aanwezigen hem in grote lijnen volgen in zijn visie, wezen zij er wel op dat veel af hangt van de vetzuursamenstelling én van de energiewaarde van de verschillende mengsel. ,,Daarmee is het minder zwart-wit dan u nu schetst’’, aldus een van de aanwezigen.

-

* de waardering van de verschillende vetten wijkt in Duitsland af van die in Nederland. In Duitsland rekent men met ME in plaats van NE, hierdoor wordt minder vet ingerekend in voeders. Bovendien zijn alle vetten gelijkgesteld in voederwaarde en wordt alleen onderscheid gemaakt in linolgehalte. Aan vrije vetzuren is in Duitsland geen maximum gesteld, waardoor vetzuurmengsel onbeperkt konden worden ingerekend.

D e M o l e n a a r n r. 1 3 2 5 s e p t e m b e r 2 0 0 9

Peter Radewahn: ,,We zijn blij met de versoepeling van de regelgeving rondom dierlijke vetten, maar het gevecht gaat door voor dierlijke eiwitten.’’


24_adv_24 28-02-11 14:53 Pagina 24

Ontvangt u de

digitale nieuwsbrief van De

Molenaar al?

Nieuw

l e e u t c a d j alti

Gratis

- objectieve vakinformatie - interessante project- en bedrijfsreportages - belangrijke product- en marktinformatie

Kijk snel op www.demolenaar.nl en meld u aan! vakblad - website - digitale nieuwsbrief - ePaper


25_Covers_25 01-03-11 14:43 Pagina 25

De Molenaar vakblad voor de graanverwerkende en diervoederindustrie Verschijnt in Recycling Magazine, Bulk en De Molenaar

Katern: Stofbeheersing en -bestrijding


26-27_Atex_26-27 01-03-11 14:44 Pagina 26

Onderhoud en schoonmaak b Stofbestrijding en -beheersing

[Jacqueline Wijbenga*]

Regelmatig vinden er in Nederland stofexplosies plaats. De Atex-regelgeving, die in 2006 van kracht werd, voorziet in bescherming van mensen in explosiegevaarlijke omgevingen, maar ook in het nemen van maatregelen om explosies te voorkomen. Dit jaar voert de Arbeidsinspectie bij

worden vastgelegd in het explosieveiligheidsdocument, een belangrijk element in Atex 137. In het document zijn, naast algemene bedrijfsgegevens, onder andere de stoffen vermeld die gemengd met lucht explosieve mengsels kunnen vormen. Ook zijn hierin explosierisico’s opgenomen en gevarenzoneringen.

maalderijen en diervoederindustrie controles uit op de naleving ervan.

Op 1 juli 2006 werden de aangepaste Atex-richtlijnen van kracht. Atex 137 (Richtlijn 199/92/EC) is gericht op de bescherming van medewerkers die in explosieve atmosferen mogelijk gevaar lopen. Het gaat hierbij om minimum voorschriften die per lidstaat kunnen ver-

schillen. Bedrijven zijn verplicht maatregelen te nemen om te voldoen aan Atex 137. In veel gevallen is dat mogelijk door het nemen van goede organisatorische maatregelen, waardoor investeringskosten beperkt kunnen blijven. De genomen organisatorische maatregelen moeten

Regels voor producten In Atex-richtlijn 95 staan de regels voor producten en installaties die zijn bestemd voor gebruik van apparatuur in explosieve atmosferen. Deze zijn opgenomen in het Warenwetbesluit Explosieveilig Materieel. Informatie hierover is opgenomen in de gids Atex Guide (third editon, juni 2009; http://ec.europa.eu/enterprise/atex/guide/index.htm). Alle inwendige delen van een installatie die explosiegevoelig materiaal verwerkt, valt in zone 20 omdat tijdens of na productie de stofconcentraties de explosiegrenswaarde kunnen bereiken. Volgens een verzekeraar voldoet momenteel slechts een kwart van de installaties aan de Atex-richtlijnen; in andere Europese landen wordt zelfs dat percentage nog niet gehaald.

Apparatuur die wordt gebruikt bij explosiebeveiliging, moet zijn gecertificeerd voor toepassing in de betreffende zone.

Zonering Een gevarenzone geeft een indicatie van de kans op explosies op diverse plaatsen in het bedrijf. De zonering geeft aan hoe groot de kans op het optreden van een explosief mengsel is: zone 20 hoge kans, zone 21 minder hoge kans en zone 22 kleine kans. Voor zonering voor stof wordt uitgegaan van het aantal uren per jaar waarin een explosief mengsel mogelijk is. Meer dan 1000 uur/jaar leidt tot zone 20, tussen 1000 en 10 uur/jaar geldt zone 21 en bij minder dan 10 uur/jaar wordt zone 22 toegewezen. Voor open bijstortpunten op een elevator geldt zone 21. Hier komt een stof/luchtmengsel bij een mogelijke ontstekingsbron, de elevator. Ook op plaatsen waar altijd een laag stof ligt, geldt volgens de Nederlandse wetgeving zone 21 vanuit de gedachte dat er altijd een explosieve wolk aanwezig kan zijn. De verantwoordelijkheid voor de toegepaste zonering ligt bij de directeur.


26-27_Atex_26-27 01-03-11 14:44 Pagina 27

k beperkt explosiegevaar Arbeidsinspectie controleert op stof Explosiegrens Bij de zonering wordt onder andere gebruikgemaakt van de onderste explosiegrens van een brandbare stof en het moment waarop deze wordt overschreden. Hiervan is sprake op het moment dat: - door een stofwolk van 2 meter een lamp van 25 watt niet meer is te zien; - voetstappen zichtbaar zijn op de vloer; - een stoflaag van 1 mm op de vloer in een ruimte van 5 meter hoog opwervelt, dit leidt tot een concentratie van 100 g/m3; - stoflagen vanaf lampen en balken naar beneden vallen. Naarmate het aanwezige stof fijner wordt, nemen risico en concentratie toe. Uit het BIA-rapport ‘Combustion and explosion characteristics of dusts’ blijkt dat vooral fijne stoffen van organische oorsprong, zoals meelsoorten, sterk explosiegevoelig zijn. Vismeel bijvoorbeeld resulteert bij een concentratie van 15 g per kuub lucht bij een explosie in een overdruk van 7,6 bar. Voorkomen Veel van deze potentieel gevaarlijke situaties kunnen worden voorkomen, door regelmatig en op de juiste wijze de bedrijfsruimtes stofvrij te maken en te houden (good housekeeping). Het systematisch nemen van dergelijke organisatorische maatregelen kan in enkele gevallen voorkomen dat (een deel van) het bedrijf in een hogere zonering valt. Zo kan vaak met een aanpassing de afzuiging van de fabriek worden geoptimaliseerd, waardoor delen ervan ‘volledig veilig’ zijn of in een lagere zone vallen. Ook een kritische blik op de gebruikte grondstoffen kan het nemen van drastische maatregelen soms voorkomen. De ontstekingsgevoeligheid van verschillende grondstoffen loopt sterk uiteen; klasse 1 geldt als minst risicovol, klasse 3 als meest. In sommige gevallen kan worden overgeschakeld op een alternatieve grondstof die minder risicovol is of is het

mogelijk een grondstof in premix te kopen, waardoor deze een ander, bij voorkeur lager, risicoprofiel heeft. De ontstekingsgevoeligheid is echter niet alleszeggend. De meeste organische meelsoorten vallen in klasse 1 maar zijn wel sterk explosiegevoelig. Technische maatregelen Het gezegde ‘Voorkomen is beter dan genezen’ geldt ook voor het nemen van technische maatregelen om te voldoen aan de explosieveiligheidsregelgeving. Als eerste moeten technieken worden toegepast die een explosie voorkomen. Pas dan komen maatregelen in beeld die de gevolgen van een eventuele explosie beperken. Apparatuur die wordt gebruikt bij explosiebeveiliging, moet zijn gecertificeerd voor toepassing in de betreffende zone (zie kader). Bij het voorkomen van een explosie kunnen detectiesystemen een belangrijk hulpmiddel zijn. Zo kan een vonkendetector bewerkstelligen dat de luchttoevoer in de betreffende sectie wordt uitgeschakeld, een kanaal wordt afgesloten, een brandblussysteem in werking stelt of een andere oplossing biedt die een explosie voorkomt. Explosieonderdrukkingssystemen meten de wijziging in druk. Op basis hiervan kunnen maatregelen worden ingebouwd om brand of explosie in de kiem te smoren.

Niet uitsluiten Ondanks alle voorzorgsmaatregelen is een explosie niet in alle situaties volledig uit te sluiten. In die situaties is het van belang te zorgen voor drukontlasting. Dit kan door het plaatsen van bijvoorbeeld breekplaten op plaatsen in een fabriek waar de explosie het best naar toe kan worden geleid. Doorgaans betekent dit dat de drukgolf naar buiten wordt geleid op een dusdanige hoogte dat een eventueel passerende persoon niet wordt getroffen. Is dit niet mogelijk binnen een bedrijfsgebouw dan moeten bijvoorbeeld filterkasten worden voorzien van een versterkte constructie en explosiepanelen. Deze verplichting vervalt als natfiltertechnieken worden toegepast omdat in een vochtige atmosfeer het risico op een stofexplosie afneemt of vervalt. Veiligheidsdeskundigen wijzen erop dat het nemen van dergelijke maatregelen echt als het sluitstuk van explosieveiligheid moet worden gezien. Goed onderhoud, regelmatig schoonmaken en goede werkvergunningen en –instructies leggen de basis.

-

* dit artikel is tot stand gekomen met medewerking van Henk van Laarhoven, Hans van Vliet, Frank Braad en Tebodin CCE, Akzo Nobel Safety Services, Mesys, ISMA en VDL Agrotech

Controle De Atex 137-richtlijnen geven voorschriften voor het bevorderen van veiligheid en gezondheid van werknemers en maken deel uit van de Arbowetgeving. Het toezicht op het voldoen aan de richtlijnen valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De controle op de naleving hiervan wordt gedaan door de Arbeidsinspectie. In mei is deze dienst begonnen controles bij maalderijen en producenten van nat en droog diervoeder, uitgezonderd grasdrogerijen. Aandachtspunten bij deze controles zijn de naleving van geluid- en stofregelgeving. Het gaat bij stof zowel om het gezondheidskundige als het explosieveiligheidsgedeelte van de stofregelgeving. Wanneer de Arbeidsinspectie een explosierisico constateert, wordt een bedrijf onmiddellijk stilgelegd. Als sprake is van een gezondheidsrisico krijgen bedrijven de tijd om maatregelen te nemen om de situatie in orde te brengen conform de voorschriften.

S TO F K AT E R N S E P T E M B E R 2 0 0 9

27

26


28_adv_28 01-03-11 14:45 Pagina 28

Poeth uw partner

in solids processing

Poeth bv levert Installaties voor: bulkhandling Afzuiging koelers

ontstofďŹ ng/ďŹ lters mengvoederindustrie brouwerijen hout pelletering recycling

Poeth bv

Phone +31 (0)77 - 373 19 41

P.O. Box 3142, NL-5930 AC Tegelen

Fax

poeth@poeth.nl www.poeth.nl

+31 (0)77 - 373 71 37

VCA* gecertiďŹ ceerd

Ruim 130 jaar ervaring in stofbehandeling: )LOWHUPDSSHQHQÂżOWHUVODQJHQ =HHIUDPHQ RRNEHVSDQQHQ  /XFKWÂżOWHUVOXFKWYHUGHOLQJ

BIJ KONINKLIJKE BESCHIKKING HOFLEVERANCIER

)OH[LEHOVPDQFKHWWHQEDOJHQ 0RQWDJHHQRQGHUKRXG )LOWHUV\VWHPHQHQSQHXPDWLVFKWUDQVSRUW

ZZZODPSHQO LQIR#ODPSHQO

WRWDDOOHYHUDQFLHULQĂ€OWUDWLHHQVHSDUDWLH VWRISRHGHUĂ€OWUDWLHOXFKWĂ€OWUDWLH YHUGHOLQJ YORHLVWRIĂ€OWUDWLHĂ H[LEHOVEDOJHQ]HYHQ


29_Duim_29 01-03-11 14:45 Pagina 29

Waternevel bestrijdt stof in productiehal Gerritsen Milieu in Ochten kiest voor Duim Stofbestrijding en -beheersing

[Henk Meinen*]

Twee jaar geleden nam Methorst Milieu het bedrijf Gerrit Gerritsen in Ochten over. Het bedrijf werd omgedoopt tot Gerritsen Milieu. Daarmee werd de naam van de oprichter in ere gehouden. Methorst Milieu – een in 1939 opgericht familiebedrijf – pakte de zaak voortvarend aan en investeerde na de overname onder meer in een nevelinstallatie in de hal waar bouw- en sloopafval wordt recycled.

De verneveling is zo fijn dat er een mist hangt.

In de hal van 7000 vierkante meter van Gerritsen Milieu worden grote volumes bouw- en sloopafval verwerkt en opgeslagen. Bij dit procédé komt veel stof vrij dat de neiging heeft zich overal te verspreiden. Effectieve bestrijding daarvan is noodzakelijk; hiervoor is wetgeving van kracht. Zo geldt vanaf juni 2008 de PM 10-norm, waarin het toegestane aantal stofdeeltjes per kuub lucht is vastgelegd. Directeur Edgar Methorst: “Wij willen dit soort zaken goed regelen en hebben daarom een stofbestrijdinginstallatie

Stofbestrijding ook leverbaar op kranen.

aangeschaft. Wij maken hier prima secundaire grondstoffen, maar dat moet op een verantwoorde manier gebeuren, zeker ook voor onze medewerkers.” Meerdere methodes Stof kan op verschillende manieren worden bestreden, bijvoorbeeld via afzuiging. “Dat is in een hal van deze afmeting echter lastig te realiseren”, licht Jelle Duim van Duim Techniek toe. Vermengen van water en perslucht in nozzles kan ook, maar daarvoor is een grote – vrij kostbare – compressor nodig. “Bij Methorst is gekozen voor een systeem dat eigenlijk alleen maar water onder hoge druk ‘verwerkt’. De combinatie van hoge druk en een kleine nozzle-opening geeft een kleine waterdruppel. Daardoor creëer je als het ware een mist. Mist is zwaar en zakt langzaam naar beneden. Het wordt door het stof in de hal opgenomen, zodat dit stof met de mist neerslaat.” De installatie is aan de dakconstructie opgehangen en verdeeld in drie secties: één gericht op de sorteerinstallatie en de andere twee op de voorsortering en het overslaggedeelte. Het systeem werkt met een afstandsbediening (naar behoefte te

richten door de kraanmachinist) en heeft een UV-filter ter voorkoming van Legionella. Als de installatie stopt, wordt die na een bepaalde tijd automatisch met perslucht leeggeblazen, zodat de leidingen nooit stilstaand water bevatten. Fosfaatpatronen zorgen ervoor dat de kalk in het water wordt opgelost. Tevreden De medewerkers zijn in hun sas met de beneveling. Ze worden er niet nat van. Het systeem heeft een pulstijd en een pauzetijd, die afzonderlijk zijn in te stellen. Methorst: “Onze jongens kunnen het systeem precies instellen, onder andere afhankelijk van de weersomstandigheden. Bijkomend positief effect is de verkoelende functie op hete zomerdagen. We vernevelen water met een temperatuur van circa 5 ˚C in een hal van bij wijze van spreken 30 ˚C. Dat verkoelt de omgevingslucht.” De gehele installatie werd door Duim Techniek – gevestigd in Veenendaalgeïnstalleerd. Zij verzorgen ook de service en het onderhoud.

-

* dit artikel is een bewerking van een artikel van Jelle Vaartjes

S TO F K AT E R N S E P T E M B E R 2 0 0 9

29

28


30_Productinformatie_30 01-03-11 14:47 Pagina 30

Productinformatie Stofbestrijding en -beheersing

Ultra stofvrije zakkenleger Tussen mei en oktober 2009 voert de Arbeidsinspectie controles uit binnen maalderijen en fabrikanten van nat en droog diervoer. In totaal worden zo’n 130 bedrijven geïnspecteerd op onder andere het gezondheidskundige deel van stofuitstoot. Dinnissen Process Technology ontwikkelde een zakkenleger voor het automatisch en ultra stofvrij legen van zakken met riskante poeders, zoals De Dinnissen ultra stofvrije zakkenleger. mineralen, additieven en fijnstoffige premixen. De zakkenleger is een nieuwe versie van de klassieke Dima 200 van Dinnissen en maakt het mogelijk automatisch zakken te legen met een stofuitstoot van minder dan 0,1 mg per m3 geloste grondstof. De ultra stofvrije zakkenleger heeft vooral als doel arbeidsomstandigheden in onder andere de voerbedrijven, veiliger, gezonder en aangenamer te maken. Met de ultra stofvrije zakkenleger kunnen (grote) zakken met zeer fijn stoffige (poederdeeltjes tot 10 nanometer), gevaarlijke, extreem lichte of stofexplosiegevaarlijke grondstoffen (volgens Atex-richtlijnen), automatisch worden geleegd. Met deze zakkenleger wordt niet meer dan 0,5 mg per m3 geloste stof, met een maximale deeltjes grootte van 10 nanometer uitgestoten. Hiervoor dragen een dubbel gefilterde krachtige afzuiging en een speciale stofvrije afdichting van de luchtuitlaat zorg. Bovendien bevat de ultra stofvrije zakkenleger een volautomatisch cleaning-in-place concept op basis van lucht en vacuüm. De ultra stofvrije Dima 200 heeft afhankelijk van de situatie een capaciteit van 1 tot 120 zakken per uur en wordt momenteel toegepast binnen bedrijven in de veevoersector, chemie en farmacie. Informatie: www.dinnissen.nl

Milieuvriendelijke stuifbestrijder Lignostar presenteert de milieuvriendelijke stuifbestrijder Nodust. Het wateroplosbare, organische product is volledig biologisch afbreekbaar. Nodust agglomereert fijne stofdeeltjes en bindt de toplaag van de bodem, waardoor verstuiving wordt tegengegaan. Het middel veroorzaakt geen corrosie en is niet toxisch voor mens, dier of plant. Nodust kan worden ingezet als stuifbestrijder bij de opslag van ertsen, kolen en zand, maar ook bij vuilstortplaatsen, bouwterreinen of agrarische toepassingen. Afhankelijk van de toepassing en de beschikbare apparatuur is voor het stofvrij maken van opslagterreinen 2500 liter per hectare nodig. Het middel kan worden aangeleverd per tankwagen (25 ton) of in IBC’s (1250 liter). Voor Nodust is door het ministerie van Landbouw een ontheffing Verbodsbepalingen Meststoffen afgegeven. Informatie: www.nodust.info

Donaldson. Het wordt steeds schoner. Schone oplossingen voor productie en milieu. Donaldson gebruikt hoogwaardige filtermaterialen en de modernste filtratietechnieken voor gegarandeerde antwoorden op al uw vragen over ontstoffing in elke industrietak. Donaldson Nederland b.v. Transistorstraat 44-III · 1322 CG ALMERE Tel. 036 - 54 80 840 · Fax. 036 - 54 80 850 Ifs-nl@emea.donaldson.com www.donaldson.com

®

Filtration Solutions

A Cleaner World for Industry


31_adv_31 01-03-11 14:50 Pagina 31

SY-KLONE

®

INTERNATIONAL

Revolutionair overdruk cabine filter

Voor filter voor bestaande overdruk cabines

- Door toepassing van Gideon® technologie word 96% van het stof verwijderd vóórdat het geïntegreerde filter-element de lucht tot p3 of HEPA kwaliteit filtreert.

- Verwijderd tot 96% van al het stof voordat het bestaande overdruk filter verontreinigd word.

- Bijzonder geschikt voor extreem stoffige omstandigheden.

GIDEON

®

- Vereist geen onderhoud. - 5 tot 10 keer langere levensduur van uw kostbare filters. Website - www.Sy-Klone.eu

RESPA

®

E-mail - info@Sy-Klone.eu

SERIES 9000

®

Voor toepassing op alle diesel motoren - Verwijderd tot 90% van al het stof. - Behoeft géén onderhoud. - Levenslange garantie. - Eenmalige montage. - Door merken als Caterpillar in het programma opgenomen. Tel. +31 (0)344 - 604550


32-33_Preventie_32-33 01-03-11 14:51 Pagina 32

Stofbestrijding bij elevatoren en fi Stofbestrijding en -beheersing

[Jos Verleg]

Stofbestrijding is van belang vanwege veiligheid, milieu en bedrijfsvoering. Voor het voorkomen en/of bestrijden van stof kunnen aanpassingen aan de installaties zelf uitkomst bieden, maar ook procesmatige maatregelen. Installaties die extra aandacht verdienen, zijn de elevator en het ontstoffingsfilter. Vanuit milieuoogpunt komt vooral de bandtransporteur in beeld.

Een filterslang na een explosie.

Stofbestrijding is in de industrie vanuit minstens drie oogpunten van groot belang. In de eerste plaats vanwege veiligheidsaspecten. Stof kan aanleiding geven tot stofexplosies met alle gevaren van dien voor werknemers en omwonenden. Op de tweede plaats vormen stofemissies een bedreiging voor het milieu. Ten derde betekent stofvorming ook het verlies van grondstof of product, wat ten koste gaat van de bedrijfsvoering. Bij de preventie van stofvorming wordt eerst gekeken naar installaties die de meeste veiligheidsrisico’s opleveren. Vijftig procent van de stofexplosies in graanverwerkende bedrijven ontstaat in elevatoren. Elevatoren worden als explo-

siebron vier maal vaker genoemd dan andere installaties, uitgezonderd ontstoffingsfilters. Industriebreed zijn ontstoffingsfilters de grootste boosdoeners. Andere risico-installaties zijn maalmolens, silo’s en sproeidrogers. Als het gaat om milieuaspecten en productverliezen komen vooral de bandtransporteurs in beeld. Elevatoren Bij elevatoren kunnen explosierisico’s worden verkleind door stofafzuiging en een verlaging van de transportsnelheid. Een lagere transportsnelheid vermindert de luchtturbulentie, waardoor minder snel explosieve stof/lucht-mengels ont-

staan. Circa veertig gram graanstof per kubieke meter lucht vormt al een brandbaar mengsel. Een simpele vonk zal een dergelijk mengsel echter niet ontsteken. Daarvoor is een constante hittebron nodig, bijvoorbeeld een smeulbrand die door lasspetters is ontstaan. Andere hittebronnen zijn warmgelopen lagers en slippende banden. Kunststof elevatorbekers die aanlopen, ontwikkelen hogere temperaturen dan stalen bekers. Het is van belang dat elevatoren niet worden overbelast, de elevatorbanden goed sporen en de elevatorbekers vrij lopen. Deze bedrijfsvoorwaarden kunnen op diverse wijzen worden veiliggesteld. Waakhond Muller Beltex presenteerde in 2003 voor de beveiliging van elevatoren het ‘Watchdog Elite-systeem’. Deze ‘waakhond’ meet en controleert contactloos de bandsnelheid, de scheefloop van de elevatorband, de scheefstand van de trommel, de temperaturen van lager en olie en eventuele verstoppingen aan en- en uitlaat. Wanneer één van deze parameters een vrij in te stellen alarmwaarde overschrijdt, schakelt het eerste relais. Als een


32-33_Preventie_32-33 01-03-11 14:51 Pagina 33

n filterinstallaties Preventie stofvorming reduceert explosierisico’s

gevaarlijke situatie ontstaat, volgt het triprelais dat de installatie uitschakelt. Ontstoffingsfilters Ontstoffingsfilters zijn veelal voorzien van filtermaterialen, bijvoorbeeld slangenfilters, waarop zich fijn stof afzet. Het filtermateriaal wordt vaak gereinigd met behulp van perslucht. Het fijne stof maakt zich dan los van het filterdoek en dwarrelt naar beneden om te worden opgevangen en afgevoerd. De aanvoer van met materiaal beladen lucht kan dit fijne stof echter doen opwervelen, waardoor de concentratie ervan stijgt tot boven de onderste explosiegrens. Dit stof/lucht-mengsel kan gemakkelijk worden ontstoken. Als het aangevoerde materieel een ijzeren verontreiniging bevat (bijvoorbeeld een boutje), kan dit op de wand van de installatie een fatale vonk veroorzaken. In sommige gevallen komt er gloeiend materiaal mee dat in het filtermateriaal door de persluchtreiniging wordt aangeblazen. Er ontstaat dan vuur met een explosie als gevolg. Uit statistieken blijkt dat ontstoffingsfilters in de stortgoedverwerkende industrie het grootste stofexplosierisico opleveren. De kracht van de explosie hangt nauw samen met het omsloten volume. Met name in de behuizing van een stoffilter kunnen de expanderende verbrandingsgassen een enorme drukverhoging veroorzaken. Bij het bezwijken van deze constructie komt een grote hoeveelheid energie vrij, met alle gevolgen van dien. Inerte atmosfeer In het geval van een pneumatisch gereinigd ontstoffingsfilter is het vaak ondoenlijk om te waarborgen dat geen brandbare mengsels ontstaan en ontstekingsbronnen worden uitgesloten. De enige reële preventieve maatregel is het werken met een inerte atmosfeer (stikstof), wat zeer kostbaar is. Daarom wordt meestal gekozen voor curatieve maatregelen. Zo is het mogelijk om de behuizing van het ontstoffingsfilter dermate

stevig te construeren dat die bestand is tegen de maximum explosiedruk (meestal tot 9 bar). Een andere oplossing is het toepassen van een blussysteem dat een beginnende explosie in de kiem smoort. Beide maatregelen zijn prijzig. In het geval van een blussysteem moet bovendien worden gerekend met onderhoudskosten. Minder kostbaar is het al dan niet vlamloos drukontlasten van de explosie naar een veilige omgeving en het compartimenteren van een installatie. Het laatste houdt in dat een explosie zich niet via het leidingwerk kan voortplanten naar andere installaties. Bandtransporteurs Stofemissies bij bandtransporteurs vormen meestal geen explosierisico, maar kunnen wel belastend zijn voor het milieu. Bovendien treden met de emissies ook grondstof- of productverliezen op. Een ander nadeel van stofvorming is dat het functioneren van installaties in gevaar komt. Het gevormde stof kan zich afzetten op draagrollen, trommels en andere componenten van de installatie, waardoor bijvoorbeeld scheefloop kan optreden. Bij bandtransporteurs zijn de maatregelen ter voorkoming van stofvorming meestal gericht op het afdichten van op- en overstortpunten, het beperken van afstorthoogten en het toepassen van een overkapping van de bandtransporteurs. In sommige gevallen worden op- en overstortpunten voorzien van afzuigsystemen die het stof afvoeren

naar een centraal punt. SGT-Promati ontwikkelde het ProLoad opstortpunt, dat naar eigen zeggen volledig stofdicht is.

Een walbunker met afzuiginstallatie. De openingen in

Walbunker Om stofemissies bij de belading van een walbunker met een grijperkraan te beperken, kan het opstortpunt worden voorzien van een stalen stortrooster, uitgevoerd als een zaagtand. De openingen in het rooster worden afgesloten door kunststof flappen. Deze flappen laten bij belading het product door, maar sluiten het rooster af voor stof dat vanuit de bunker omhoog wervelt. Voorts vormen de flappen bij de belading van de bunker een zekere weerstand, waardoor de valsnelheid van het product in de bunker wordt gereduceerd. Hierdoor treedt in de bunker minder werveling op. De stofvorming die desondanks boven en onder het rooster ontstaat, wordt bestreden met een afzuiginstallatie.

het stalen stortrooster worden afgesloten door kunststof flappen; stof wordt zowel boven als onder het rooster weggezogen.

* De lijst met literatuurreferenties waarop dit artikel is gebaseerd, is opvraagbaar bij de redactie.

Explosieve stofmengsels veel voorkomend De branddriehoek leert dat een brand (en vervolgens een explosie) zich kan voordoen als ten minste is voldaan aan drie voorwaarden. Er moet een brandbare stof aanwezig zijn, voldoende zuurstof en een ontstekingsbron. Bij een explosie is de brandbare stof vaak een gas, een damp of een stofwolk. Onder normale procescondities komen explosiegevaarlijke gas- of dampmengsels slechts weinig voor. Explosiegevaarlijke stofmengsels komen onder normale procescondities juist véél voor, ook als maatregelen zijn genomen om stofvorming op de werkplek tegen te gaan. Het gevaar schuilt namelijk in de apparatuur zelf, vooral als daarin brandbare poeders door opwerveling intensief met zuurstof uit de lucht in contact komen en ontstekingsbronnen niet zijn uit te sluiten.

S TO F K AT E R N S E P T E M B E R 2 0 0 9

33

32


34_adv_34 01-03-11 14:51 Pagina 34

Optimal process, maximum output! Hammer Mill Q Low energy consumption Q Low noise level Q Largest grinding surface in the industry Q Minimum service down time www.aarsen.com


35_adv_35 01-03-11 14:53 Pagina 35


36-37_SY_36-37 01-03-11 14:52 Pagina 36

Sy-Klone: innovatieve stofbestrijd Stofbestrijding en -beheersing

[Henk Meinen]

Stofbestrijding kan op verschillende manieren. Het Amerikaanse bedrijf Sy-Klone heeft zich hierin gespecialiseerd en brengt een toegesneden productengamma op de markt. “Sy-Klone producten doen wat ze beloven”, aldus importeur Theo van der Linden.

Met een Gideon wordt op deze machine een besparing van circa 8000 euro per jaar gerealiseerd.

Theo van der Linden in Lienden is importeur/vertegenwoordiger van SyKlone producten. Voordat hij dit deed, was Van der Linden jarenlang onderhoudsmonteur. “In die jaren als onderhoudsmonteur heb ik een hoop ellende gezien. Apparatuur die het niet of niet goed doet of die om de haverklap volkomen verstopt raakt door het vele stof, noem maar op.” Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij een enthousiast importeur en vertegenwoordiger is van producten die deze problemen voorkomen. “De producten van SyKlone doen wat ze beloven. Het beste bewijs daarvoor wordt elke dag in de praktijk geleverd.” In Nederland werkt importeur Van der Linden met drie dealers: Turbo Hoet in Maarn, Technicon in Apeldoorn en Robert Fransen in Schipluiden.

Tevreden Het zijn vooral de tevreden gebruikers, die Van der Linden in zijn overtuiging over de kwaliteit van zijn productaanbod sterken. “Sy-Klone luistert naar de gebruikers en kent de wereld van stofbestrijding en -voorkoming vanuit de praktijk. Dan weet je ook de echte fijne kneepjes van het vak en dat levert technisch uitstekend doordachte en robuuste producten op.” Twijfelt een potentiële gebruiker over de werking van Sy-Klone producten, dan is het mogelijk een apparaat in de eigen praktijksituatie uit te proberen. “Dat gaat altijd goed. De praktijk is het beste bewijs voor de kwaliteit van onze producten”, stelt de importeur. Internationaal Zo leverde Van der Linden via een Belgische firma onder andere naar volle

tevredenheid apparatuur in Egypte. “Een mijnbouwmachine van een bekend Duits merk moest daar in buitengewoon stoffige omstandigheden- met name kalk- zijn werk doen. Contractueel was daarbij afgesproken dat de machine continu moest kunnen draaien. Dat lukte niet omdat de filters geregeld verstopt raakten en de machine daardoor moest worden stilgelegd.” Een naastgelegen mijnbouwmachine van Japanse makelij werkte onder dezelfde zware omstandigheden wel continu. “De Duitsers maakten zich al zorgen over de kwaliteit van hun machinebouw, maar daar lag het helemaal niet aan. De Japanse machine was uitgerust met de zogenaamde ‘zwarte champignon’ van Sy-Klone, onze serie 9000 motorfiltratie. Deze verwijdert 90 procent van al het stof voordat het luchtfilter vervuild raakt.” De Duitse machinebouwers waren door deze praktijksituatie overtuigd van de kwaliteiten van de SyKlone oplossing. “Nu worden al hun machines met de serie 9000 als optie uitgerust”, vertelt Van der Linden niet zonder trots. Ook de grote Amerikaanse machinefabrikant Caterpillar heeft ruim tien jaar geleden de serie 9000 als optie onder eigen naam in het leveringsprogramma opgenomen. Begin augustus voegde Caterpillar het Respa overdruksysteem als optie toe aan het wereldwijde leveringsprogramma. “Ook Volvo Zweden levert als standaard de Sy-Klone producten op haar ‘recycling-pakket’ af fabriek.” Calculatiemodellen Arbeidsomstandigheden en verbetering van werkklimaat zijn belangrijke aandachtsgebieden, die ook in verplichtende wet- en regelgeving zijn vastgelegd. Maar ondernemers willen nog wel meer voordelen van een investering in stofapparatuur: minder machinestilstand, betere productie- en/of doorzetprestaties en uiteindelijk lagere kosten. “Voor onze apparatuur kunnen wij waar nodig op basis van exacte vóórcalculatie de financiële voordelen doorrekenen. Daarbij kan de potentiële koper zijn eigen ervarings-


36-37_SY_36-37 01-03-11 14:53 Pagina 37

rijders uit de USA Besparingen berekenen via waarheidsgetrouwe vóórcalculatie data, verwachtingen en andere zaken inbrengen en wijzigen.” Het programma rekent al die factoren door en geeft onder de streep aan wat de financiële voordelen zijn. Niet in de zin van ’zou kunnen’, maar harde informatie die bij aanschaf later in de praktijk kan worden nagerekend. “Op die manier heb ik bij een groot bedrijf de kostenbesparingen bij inzet van onze Respa-SD doorgerekend. De klant was eerst echt sceptisch, maar bij het zien van de calculatie was deze binnen de kortste keren om.” Motorfiltratie Sy-Klone levert diverse producten voor verschillende toepassingen. Het toepassingsgebied is erg breed en gevarieerd. Sy-Klone onderscheidt drie productgroepen: serie 9000 voor motoren al dan niet met toevoeging van Optimax, Gideon als voorfilter voor bestaande overdrukcabines en overdrukcabine unit Respa. Serie 9000 en Optimax betreft een motorfiltratie systeem. Serie 9000 verwijdert volgens opgave van de leverancier 90 procent stof met een grootte van meer dan 3 µm uit de lucht. De Optimax realiseert zelfs 96 procent reductie van het stof. De serie 9000 kan worden aangebracht op motoren en diverse andere applicaties. Met dit precleaningssysteem wordt veel verontreiniging uit de lucht afgevangen voordat dit het luchtfilter kan bereiken. Dat verlengt de levensduur van de betreffende machine of installatie en zorgt voor betere motorprestaties. De precleaners zijn eenvoudig aan te brengen en vergen geen onderhoud. Bovendien geeft de leverancier onbeperkte, levenslange garantie op de werking ervan. Voorfilter Gideon PPC is een vóórfilter dat is geïntegreerd in het Respa systeem en tevens bestemd voor bestaande overdrukcabines. De letters PPC staan voor Powered PreCleaner. “Met deze toepassing wordt het comfort van de machinist in zijn cabine duidelijk verhoogd.” Het interval tussen reiniging of vervanging van

Het Respa-overdrukfilter op een Komatsu.

bestaande overdrukfilters wordt verlengd door het aanbrengen van een voorfilter. “Dit bespaart geld.” De Gideon PPC is ontworpen voor aangepaste filtertoepassingen en verwijdert 96 procent van het stof uit de lucht, voordat het stof het overdrukfilter kan bereiken. De leverancier spreekt bij dit product over geavanceerde scheiding van verontreiniging, die de lucht filtert zonder weerstand van de luchtstroom. Het apparaat past op airconditioning- en verwarmingssystemen. “In vergelijking met overdrukfilters van de oude generatie zorgt de Gideon ervoor dat de bedoelde cabinedruk ook onder extreem stoffige omstandigheden gedurende langere perioden behouden blijft.”. Overdrukcabine Respa-SD is een compleet overdrukcabine filtratiesysteem waarmee schone lucht wordt bereikt tot het zogenaamde Hepa (High Efficiency Particulate Air) of P3-kwaliteit. Dit komt overeen met de luchtkwaliteit die in operatiekamers heerst. Respa verwijdert volgens opgave tot 96 procent van alle stofdeeltjes kleiner dan 3 µm vóórdat de lucht tot Hepakwaliteit wordt gefilterd. Na deze eerste

reinigingsfase wordt de lucht door het geïntegreerde filterelement tot Hepa- of P3-kwaliteit gefilterd. Het filter gaat daardoor zeer lang mee ook in extreme stofomstandigheden. De Respa-units voldoen aan de CROW 132-richtlijn en zijn compact qua afmetingen. Van der Linden: “Dit systeem zorgt voor superieure filtratie. De machinist beschikt over de schoonste cabine ter wereld. Met deze nieuwe Sy-Klone techniek zijn naar mijn mening de bestaande overdrukfiltersystemen achterhaald.” De Amerikaanse arbeidsinspectie NIOSH beveelt de Respa filtratie aan voor omstandigheden met stofoverlast en met Diesel Particulate Matter (DPM) verontreinigde atmosfeer, bijvoorbeeld inpandige dieseltoepassingen, recycling en ondergrondse mijnbouw. “Onze Sy-klone systemen zijn bovendien onderhoudsvrij en al voorbereid op de nieuwe generatie Tier 3 en Tier 4 dieselmotoren.” Sy-Klone beschikt over een servicebus, speciaal ingericht om de overdrukcabines te installeren en te onderhouden.

Meer informatie: www.sy-klone.eu

S TO F K AT E R N S E P T E M B E R 2 0 0 9

37

36


38-39_Fijnstof_38-39 01-03-11 14:53 Pagina 38

Uitstel fijnstofnorm vraagt inspa n Stofbestrijding en -beheersing

[Cyp Wagenaar*]

Nederland heeft uitstel gekregen wat betreft de overschrijding van de fijnstofnormen. Hierdoor kunnen allerlei projecten doorgang vinden. Het uitstel is echter verkregen op voorwaarden en deze vragen een forse inspanning van overheid én bedrijfsleven.

Volgens het persbericht waarin het uitstel voor de overschrijding van de fijnstofnormen werd toegelicht is de Europese Commissie van mening dat Nederland met het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) laat zien dat de overschrijdingen van de luchtkwaliteit op korte termijn worden aangepakt. “Dat en de aanwezigheid van een sluitend pakket aan maatregelen was voor de Europese Commissie reden Nederland meer tijd te geven om aan de Europese luchtkwaliteitsnormen te voldoen’’, zo vermeldde het persbericht. Het NSL is hierbij de crux. Daarin zijn een aantal maatregelen afgekondigd, die Nederland binnen afzienbare tijd binnen de Europese normeringen moet brengen. Hiervoor wordt een strak tijdschema gehanteerd: derogatie voor fijnstof (PM10) tot midden 2011 en voor stikstofdioxide (NO2) tot 1 januari 2015. Voor de agglomeratie Heerlen/Kerkrade geldt uitstel voor NO2 tot 2013.

Verwacht wordt dat de overheid strakker toe zal zien op emissiebeperkende maatregelen in het bedrijfsleven om zo de fijnstofnormen te halen.

Fijnstof Fijnstof (PM10) is een verzamelnaam voor allerlei kleine deeltjes in de lucht: van zandkorrels en roetdeeltjes tot stukjes afgesleten autoband of wegdek. Fijnstof kan ook ontstaan door reacties tussen verschillende gassen in de lucht. De gemiddelde hoeveelheid (concentratie) fijnstof in Nederland is hoger in het zuiden, nabij grote steden en bij grote industriegebieden.

PM staat voor 'particulate matter' (fijnstof) en geeft de diameter van de stofdeeltjes aan. De commissie hanteert in de vrijstelling voor Nederland de PM10norm, in de praktijk wordt echter ook veel gesproken over de PM2,5-norm. PM10 zijn deeltjes met een doorsnede van 10 micrometer (μm). Bij PM2,5 gaat het om deeltjes met een diameter van maximaal 2,5 μm. Deze deeltjes zijn fijner en kunnen schadelijker zijn dan PM10. De hoeveelheid fijnstof in de lucht in Nederland is de afgelopen tien jaar gedaald, gemiddeld met 1 μg/m3. Er zit ongeveer 25 procent minder fijnstof in de lucht dan in 1994. Dit komt doordat Nederland veel maatregelen heeft genomen om de uitstoot van fijnstof te verminderen, waaronder de overstap van olie op aardgas. Ruim de helft van het fijnstof in Nederland is van natuurlijke oorsprong, bijvoorbeeld zeezout en bodemstof. De andere helft wordt veroorzaakt door menselijke activiteiten (de zogenaamde 'antropogene bijdrage'). Het verkeer (weg en water) is de grootste bron van fijnstof, vooral door het gebruik van diesel. Het verkeer stoot zo'n 40 procent van het fijnstof uit, op de voet gevolgd door de industrie die in 2010 naar verwachting evenveel uitstoot. Ook de landbouw, vooral de intensieve veehouderij, levert een belangrijke bijdrage aan de uitstoot. Ongeveer 15 procent van het fijnstof in Nederland komt van binnenlandse bronnen. Circa 30 procent waait over uit het buitenland. Daar staat tegenover dat het overgrote deel van de Nederlandse fijnstof naar het buitenland gaat. Nederland 'exporteert' driemaal zoveel fijnstof dan het vanuit het buitenland binnenkrijgt. Samenwerkingsprogramma Het NSL is een samenwerkingsprogramma van de rijksoverheid en de decentrale overheden in de gebieden waar de nor-


38-39_Fijnstof_38-39 01-03-11 14:53 Pagina 39

pa nning overheid én bedrijfsleven men worden overschreden. Voor deze gebieden zijn Regionale Samenwerkingsprogramma’s Luchtkwaliteit (RSL’s) opgesteld die samen met het nationale plan de basis vormen voor het NSL. De wettelijke basis voor het NSL wordt gevormd door de Wet Luchtkwaliteit, die op 15 november 2007 van kracht werd. Het NSL bevat alle maatregelen die de luchtkwaliteit verbeteren en alle ruimtelijke ontwikkelingen die de luchtkwaliteit verslechteren. Het Kabinetsstandpunt NSL is in juni 2008 door de ministerraad vastgesteld en een maand later naar de Europese Commissie gestuurd ter onderbouwing van het verzoek om uitstel voor het voldoen aan de grenswaarden (derogatieverzoek). De Europese Commissie stemde in april 2009 vrijwel geheel in met dit verzoek. Eerder al, februari 2009, sprak de Tweede Kamer zich positief uit over het NSL. Deze zomer wordt het Kabinetsbesluit NSL vastgesteld. Grenzen In het NSL, en daarmee ook in de RSL’s, wordt een balans gemaakt tussen de vervuilende effecten en verminderende effecten. Alles is erop gericht effectief minder fijnstof uit te stoten. VROM heeft de definitie van 'in betekenende mate' vastgelegd in een algemene maatregel van bestuur (AMvB). Projecten die de concentratie CO2 of fijnstof met meer dan 3 procent van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling. Als een project voor één stof de 3 procent-grens overschrijdt, dan verslechtert de luchtkwaliteit 'in betekenende mate'. Deze 3 procent-grens is voor een aantal categorieën projecten in een ministeriële regeling omgezet in getalsmatige grenzen, zoals voor woningbouw: 1500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg of 3000 woningen bij 2 ontsluitingswegen.

Voor kantoorlocaties geldt de grens 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg of 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen. Ook voor bepaalde landbouwinrichtingen en spoorwegemplacementen zijn grenzen bepaald. De 3 procent-grens geldt vanaf het moment dat het Kabinetsbesluit NSL van kracht is. Tot die tijd geldt een lagere ‘in betekenende mate’-grens van 1 procent. In de ministeriële regeling zijn ook bovenstaande getallen aangepast aan die 1 procent-grens. Bronnen Bij de rekenmodellen wordt gekeken naar de actueel emitterende bronnen, bijvoorbeeld de schoorsteen van een ontstoffings- of stookinstallatie. Binnen de vigerende milieuvergunning worden activiteiten niet gehinderd door de nieuwe normeringen. Echter, zodra door uitbreiding of wijziging van de installatie een aanpassing van de milieuvergunning wordt aangevraagd, kan de overheid de aangescherpte normeringen hanteren. De onderhandelingsruimte op dit punt zal beperkt zijn, vanwege het feit dat de (opgelegde) revisie bijdraagt aan vermin-

dering van de uitstoot in het gebied. Hier is ook sprake van samenhang met het Besluit emissie-eisen stookinstallaties waarin aanscherping van de emissieeisen voor middelgrote stookinstallaties wordt opgenomen (brief aan Tweede Kamer, 9 december 2008). Door deze aanscherping kunnen in Nederland vanaf 2010 behoorlijke emissiereducties worden behaald, waardoor Nederland de internationale afspraken voor emissieplafonds en luchtkwaliteit kan nakomen. Consequentie Het verleende uitstel van de fijnstofnormering kan voor individuele bedrijven vervelende consequenties hebben. Verwacht wordt dat overheden strakker de hand leggen op emissies en eerder emissiebeperkende maatregelen zullen opleggen. Hoe strak de overheid met de nieuwe normen zal omgaan, hangt sterk af van de locatie. In sommige situaties kan het goed uitpakken, omdat de gewenste nieuwbouw of die ontsluitingsweg er komt. Dit zal echter altijd in combinatie met de verminderende maatregelen zijn. * Cyp Wagenaar is luchttechnisch specialist bij Mesys BV

Samenstelling fijnstof Fijnstof bestaat uit verschillende componenten: - Primair stof, dit wordt rechtstreeks als stofdeeltjes in de lucht gebracht. - Secundair stof, het wordt door omzettingsprocessen in de lucht gevormd uit zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH 3) - Ongemodelleerd fijnstof, een moeilijk meetbaar en aan te pakken fijnstof, grotendeels van natuurlijke oorsprong. Dit deel bestaat uit zeezout, bodemstof, een hemisferische bijdrage van buiten Europa en resten water en biomaterie. De kleinste deeltjes zijn het gevaarlijkst voor de gezondheid. Dat komt omdat ze diep kunnen worden ingeademd en zich verzamelen in de diepere luchtwegen. Daardoor ontstaan luchtwegaandoeningen of hart- en vaatziekten waardoor mensen eerder kunnen overlijden.

S TO F K AT E R N S E P T E M B E R 2 0 0 9

39

38


40_adv_40 01-03-11 14:54 Pagina 40

IDEAS BUILD THE WORLD

Tebodin is een onafhankelijk en internationaal opererend advies- en ingenieursbureau. In Nederland biedt Tebodin vanuit 9 vestigingen consultancy en engineering diensten voor verschillende industrieën.

Reden genoeg dus om vroegtijdig preventieve maatregelingen te treffen om stofvorming tegen te gaan. Tebodin biedt consultancy diensten als advies bij vergunningen, stofemissie berekeningen, ATEX analyses, onderhoudsfilosofie en andere relevante aspecten. In onze engineering werkzaamheden hanteren we een integrale projectaanpak waarbij efficiënte processen worden gecombineerd met een veilige werkomgeving. Tebodin staat in de markt bekend om haar praktische aanpak waarbij met gerichte expertise het optimale resultaat voor de klant wordt bereikt.

Aandachtspunten en oplossingen:

Fijnstof

tte oo gr es ltj

e De

Tebodin CCE in Deventer heeft expliciete vakkennis van en projectervaring met droge stof / bulk handling in de ruimste zin van het woord. Binnen de Tebodin organisatie wordt deze vakkennis vaak toegepast in verschillende projecten.

Stof leidt tot overlast, kan gevaarlijk zijn en duidt veelal op inefficiëntie!

Typ e

rs Ve

Overlast / wetgeving

Opties voor bestrijding

ATE X

Keuzes door ervaring en Know-how

ing eid sch cht Sto f lu

ig er Ov

eiing/ Bespro

luchtbevochtiging

tie tra

Voor een vrijblijvende inventarisatie van uw stofprobleem kunt u contact opnemen met onze stofexpert Wouter Scharenborg via 0570 - 638900.

Ontwerp en aanbesteding

Realisatie / nazorg

Onafhankelijk advies

ng Omgevi

Stofoverlast

Fil

www.tebodin.com

g

in

eid pr

stof

ng Natwassi

Tebodin CCE Keulenstraat 18 Postbus 433 7400 AK Deventer Tel. 0570 638 900 E-mail info@tebodincce.nl www.tebodincce.nl

Onze projectaanpak:

Probleem analyse

Con cen trat ie

Tebodin B.V.


41_USA Report_41 28-02-11 15:21 Pagina 41

Wereldwijd

[Mike Wilson]

VS verwacht goede oogst Het Amerikaanse ministerie van Landbouw voorspelt goede opbrengsten. De maisoogst wordt volgens de berekeningen de op een na grootste in de Amerikaanse historie en komt uit op iets minder dan 13 miljard bushel, ruim 330 miljoen ton. Gemiddeld komt de oogst uit op 159,5 bushel/acre (ongeveer 10 ton/hectare). Tezamen met de nog beschikbare voorraad hebben de Verenigde Staten 14,5 miljard bushel mais beschikbaar om te vermarkten, de grootste hoeveelheid ooit. Ook de soja-oogst is hoger dan verwacht: 8 procent meer soja dan vorig jaar. De opbrengst komt uit op gemiddeld 41,7 bushel/acre, ruim 2 bushel meer dan vorig jaar. De verwachte opbrengst van wintertarwe ligt lager dan vorig jaar; op basis van gegevens in augustus zo’n 18 procent opbrengstdaling. De goede oogstverwachtingen hebben ook een keerzijde, stelt econoom Chris Hurt. ,,Ik verwacht op basis hiervan een prijsdaling van 5 tot 7 cent per bushel voor mais.’’ Desondanks verwacht Hurt geen opleving van de dierhouderij door de lagere maisprijs. ,,Wel kan het een positief effect hebben op de ethanolindustrie.’��� Of dat ook het geval zal zijn, zal grotendeels afhangen van de mogelijke verandering in de bijmengwetgeving. Momenteel mag maximaal 10 procent ethanol worden bijgemengd in transportbrandstoffen. ,,Voor herstel van de ethanolmarkt is verhoging tot 15 procent van doorslaggevende betekenis’’

Behoud antibiotica bepleit Een coalitie van twintig aan de agrarische sector gelieerde organisaties heeft een brief geschreven aan de Amerikaanse regering. De organisaties dringen er in de brief, gericht aan Melody Barnes, de assistent van president Obama, op aan om antibiotica te behouden voor de veehouderij. De belangengroepen geven in het schrijven aan welke acties momenteel al worden ondernomen om antibiotica zo te gebruiken dat deze stoffen een minimaal risico vormen voor de gezondheid van de mens. Ook wijzen de initiatiefnemers erop dat geen van de beschuldigingen aan het adres van antibiotica wetenschappelijk zijn onderbouwd. ,,Geen enkel wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat het gebruik van antibiotica in de agrarische sector bijdraagt aan resistentie bij de mens’’, aldus de coalitie. Volgens de organisaties draagt professioneel gebruik van antibiotica bij dieren bij aan dierenwelzijn en het reduceren van pathogenen in en op voedsel. Eerder dit jaar bepleitte Joshua Sharfstein van de Food and Drug Administration dat antibiotica alleen gebruikt mogen worden bij landbouwhuisdieren die ziek zijn en onder toezicht van een dierenarts.

Varkenshouders vragen steun Biodiesel uit verenmeel Wetenschappers in Nevada maken melding van een nieuwe manier om biodiesel te produceren. Ze maken daarbij gebruik van verenmeel afkomstig uit de pluimveeindustrie. Jaarlijks is in de Verenigde Staten 11 miljard pond verenmeel (bijna 5 miljoen ton) beschikbaar. Verenmeel bestaat uit veren, bloed en ingewanden die een temperatuurbehandeling hebben ondergaan met stoom. Momenteel wordt het verenmeel verwerkt in diervoeders en gebruikt als meststof vanwege het hoge eiwit- en stikstofgehalte. Het product bevat echter ook 12 procent vet en is dus potentieel een alternatieve grondstof voor de productie van biodiesel. Groot voordeel is dat deze grondstof niet concurreert met humane voeding. De onderzoekers beschrijven een bewerkingsproces waarbij het vet uit het verenmeel wordt geëxtraheerd en verwerkt tot biodiesel. Op basis van de hoeveelheid verenmeel die jaarlijks beschikbaar is, verwachten de onderzoekers 153 miljoen gallon biodiesel (580 miljoen liter) te produceren in de Verenigde Staten. Wereldwijd gaat het om 593 miljoen gallon (2,2 miljard liter).

Amerikaanse varkenshouders, vertegenwoordigd in het National Pork Producers Council (NPPC), hebben er bij het ministerie van Landbouw op aangedrongen de helpende hand uit te steken om de economische crisis het hoofd te bieden. NPPC vraagt in een brief aan het ministerie om een financiële ondersteuning ter waarde van 250 miljoen dollar en aanvullende ingrepen ter ondersteuning van de varkenssector. Varkenshouders hebben gemiddeld ongeveer 21 dollar per mestvarken verloren. De branchevereniging vraagt de overheid om extra varkensvlees op te kopen in het kader van de diverse voedselprogramma’s. Daarbij kan volgens NPPC gebruik worden gemaakt van de fiscale fondsen die voor 2010 beschikbaar zijn. Ook geld uit het fonds ter bestrijding van het H1N1-virus kan worden aangewend om de sector nu te steunen. ,,Daarnaast moet worden gewerkt aan het openen van nieuwe exportmarkten, waaronder China.’’ Vanwege de aanwezigheid van H1N1 wordt Amerikaans vlees nu geweerd uit China. ,,Amerikaanse varkenshouders zitten aan de grond en hebben een steuntje in de rug nodig’’, aldus NPPC-voorzitter Don Bulter. ,,Ons verzoek zal niet alleen de varkenshouders helpen, maar ook Amerikanen die een beroep moeten doen op voedselprogramma’s en vele anderen die banen hebben in de agrarische sector.’’

40

41

D e M o l e n a a r n r. 1 3 2 5 s e p t e m b e r 2 0 0 9


42-43_Hamermolen_42-43 28-02-11 15:22 Pagina 42

Reconstructie van hamermolenexplosie

Vuur en vonken in molenbak Techniek

[Ake Harmanny*]

In een hamermolen kan zich een stofexplosie voordoen ondanks alle voorzorgsmaatregelen. In zo’n installatie bestaat vrijwel voortdurend een stofwolk en ontstekingsbronnen zijn niet (altijd) uit te sluiten. Bij een onverhoopte explosie kan het verloop ervan worden gereconstrueerd uit onderzoek aan de installatie, gecombineerd met informatie uit de procesbesturing. Hamermolens worden onder meer ingezet voor het vermalen van biomassa, bijvoorbeeld in de diervoederindustrie en houtverwerking. Het gemalen product uit de houtverwerking wordt gebruikt voor het opwekken van groene energie. In bepaalde installaties worden houtpellets vermalen. Het maalgoed komt via een zeef (maaswijdte 6 mm) terecht in de molenbak. Op de molenbak bevinden zich twee afzuigleidingen naar een filter. Materiaal dat uit het filter wordt afgescheiden, wordt teruggevoerd naar de molenbak. De molenbak wordt geleegd naar een pneumatisch transport (afbeelding 1). Explosierisico Het is bekend dat de hamermolen een explosierisico met zich meebrengt. In de draaiende installatie is immers een brandbare stofwolk aanwezig waarvan de con-

Schematische voorstelling van de maalinstallatie.

centratie tussen de explosiegrenzen ligt. De houtstofwolk bestaat vooral uit grof materiaal met daartussen wat fijn stof. De hoge turbulentie maakt het moeilijk deze stofwolk te ontsteken. Dat is ook een reden dat stofexplosies zich in hamermolens minder vaak voordoen dan men op grond van de risicofactoren zou verwachten. De aanwezigheid van een voldoende krachtige ontstekingsbron kan echter niet worden uitgesloten (zie kader). Met de houtpellets kunnen namelijk vreemde materialen worden meegevoerd. Ook kunnen delen van de hamers loskomen. Het is mogelijk dat hierdoor vonken ontstaan of delen heet worden, waardoor toch een ontsteking plaatsvindt. S t o ff i l t e r Ook in het stoffilter van de maalmolen is een stofwolk aanwezig. Hier is de gemid-

Versmering Een mogelijke ontstekingsbron die vooral voorkomt bij het vermalen van grondstoffen voor veevoeders, wordt wel ‘versmering’ genoemd. Met name als de producten iets vettig zijn, kan het gebeuren dat ze wel worden vermalen maar niet door de zeef. In dat geval ontstaat een wat plakkerige massa die door de draaiende molen wordt opgewarmd. Dit kan uiteindelijk leiden tot smeulbrandjes, die zeker een explosie kunnen veroorzaken. Bij houtstof is versmering niet waarschijnlijk, maar niet uit te sluiten. De houtpellets bestaan lang niet altijd uit schoon houtstof, maar kunnen vettige vervuilingen bevatten.

delde stofconcentratie relatief laag, maar de stofdeeltjes zijn wel klein. Bovendien wordt met de persluchtreiniging veel fijn stof van de filterelementen geklopt, waardoor vaak een zeer brandbare stofwolk aanwezig is. Hoewel ontstekingsbronnen ook in het filter kunnen ontstaan (denk aan broei), wordt het grootste risico gevormd door vonken, aangezogen vanuit de hamermolen. Als deze op een filterelement terechtkomen, is dit bijna een garantie voor een smeulbrand

Aangesproken breekplaat.


42-43_Hamermolen_42-43 28-02-11 15:22 Pagina 43

die, bij het reinigen van de filterelementen, een stofexplosie zal veroorzaken. De maalinstallatie is beveiligd met een drukontlastingssysteem (breekplaten) op de molenbak en het stoffilter. De diverse in- en uitgangen zijn voorzien van explosie-barrières: explosievaste draaisluizen en een explosieslot tussen molenbak en filter. Het explosieslot is bedoeld om de terugslag van een explosie vanuit het filter naar de molenbunker te voorkomen. De afzuigleidingen naar het filter zijn uitgerust met een vonkendetectiesysteem met waterblussing. Explosie Ondanks alle voorzorgsmaatregelen is op enig moment in de installatie toch een explosie opgetreden. Bij het incident is de breekplaat van de molenbak aangesproken (foto 2). De breekplaat op het stoffilter bleef intact. Het is niet duidelijk of het luik van het explosieslot geopend en weer gesloten is. Direct na de explosie bleek er brandend materiaal aanwezig in één van de afzuigleidingen en in de molenbunker. Om dit te kunnen doven werd een deel van de afzuigleiding gedemonteerd. P ro c e s b e s t u r i n g Uit de opgeslagen informatie van de procesbesturing werd afgeleid dat net vóór de explosie een storingsmelding werd afgegeven op de toevoer naar de molen. Tijdens de explosie was sprake van een overdruk en viel het opgenomen vermo-

Explosietest.

Stoflaag Een belangrijke grootheid voor de risicobeoordeling is het Brand Getal. Dit getal geeft aan hoe gemakkelijk een stoflaag, door bijvoorbeeld vonken, is te ontsteken. Voor houtstof bedraagt dit getal 5, wat betekent dat stoflagen heel gemakkelijk kunnen worden ontstoken. Een brandende stoflaag is zeker in staat een stofwolk te ontsteken.

gen van de molen plotseling terug, om daarna weer toe te nemen. Direct ná de explosie is een temperatuurstijging op de uitlaat van molenbunker opgetreden. Uit het eigen geheugen van het vonkendetectiesysteem blijkt dat gedurende vier minuten een zeer groot aantal vonken is gedetecteerd. Een vergelijking van de klokken van het vonkendetectiesysteem en de procesbesturing leert dat het vonkenalarm ongeveer begon op het moment van de explosie. Het alarm is dus vooral een gevolg van de explosie. Beschadigingen De hamers vertonen aanzienlijke beschadigingen die wijzen op mechanische inslagen. Het is niet duidelijk of deze beschadigingen al aanwezig waren. In de molen is een stukje vervormd metaal aangetroffen, dat net niet door de zeef gaat. Onder de zeefplaat, op de wand van de uitlaat naar de bunker, is het metaal verkleurd. Dit wijst op een recent opgetreden, hoge temperatuur. Op diezelfde plaats is op de zeef roestvorming geconstateerd. Ook dit wijst op verhitting: een sterk verhit metaal corrodeert snel als het nat wordt (door bluswater). Eén afzuigkanaal toont sporen van een hoge temperatuur: verkleuring van de verf, een weggesmolten sticker en resten van deels verbrande afzettingen. Op het andere kanaal zijn geen temperatuurssporen. Ook blijken er hier niet (of nauwelijks) afzettingen te zijn. In het filter zijn op een aantal filterelementen beperkte brandsporen aanwezig. Reconstructie Uit de waarnemingen kunnen met een grote waarschijnlijkheid de volgende gebeurtenissen worden gereconstrueerd: Onder de zeefplaat is een smeulbrand ontstaan. Blijkbaar bevond zich daar een afzetting die is ontstoken door versmering of vonken. De storing op de voeding betekent een verminderde materiaalstroom naar de molen. Dit verklaart de

42

43

afname van het opgenomen vermogen. In de molenbak daalt de stofconcentratie, maar neemt de fijnheid van het stof toe. Er vormt zich een explosieve stofwolk, die door de smeulbrand is ontstoken. De explosie leidt tot vuur en vonken in de molenbak. De vonken worden afgezogen naar het stoffilter. Hierdoor spreekt de vonkendetector aan. Tevens ontstaat een smeulbrand in het afzuigkanaal. De nabrand en/of smeulende afzettingen in het afzuigkanaal verklaren dat het vonkalarm langdurig aanhoudt. Bij een explosie in de molenbak zal het explosieslot openen en een steekvlam naar buiten treden. Het vuur kan in dat geval echter worden aangezogen naar het stoffilter, dat dan waarschijnlijk ook zal exploderen. Dat dit niet is gebeurd, wijst er op dat de explosie tamelijk mild is geweest. Ook zal de waterblussing zeker hebben bijgedragen aan het doven van het eventueel door het slot aangezogen vuur. Gezien de brandsporen is toch wat vuur in het stoffilter terechtgekomen. De brandschade is echter waarschijnlijk mede dankzij de waterblussing beperkt, zo blijkt uit de reconstructie.

-

*Ake Harmanny is werkzaam als consulting scientist bij Isma

Kracht voor ontsteking Of de ontstekingsbronnen die in hamermolens kunnen optreden voldoende krachtig zijn om een brandbare stofwolk te ontsteken, hangt onder meer af van de Minimale Ontstekings Temperatuur (MOT) en de Minimale Ontstekings Energie (MOE) van de stofwolk. Voor een houtstofwolk is de MOT is ongeveer 450-500°C en de MOE > 10 mJ. Dat betekent dat de meeste mechanische vonken niet in staat zijn een houtstofwolk te ontsteken. Alleen een intense vonkenregen, door langdurig aanlopen van metaal op metaal, is mogelijk voldoende krachtig om een stofwolk te ontsteken. Dergelijk aanlopen kan ook leiden tot hete oppervlakken, die eveneens een potentiële ontstekingsbron vormen.

D e M o l e n a a r n r. 1 2 4 s e p t e m b e r 2 0 0 9


44_adv_44 28-02-11 14:52 Pagina 44

SCHOT - RUURLO BV

“UW PARTNER IN SILOZORG� Al 25 jaar specialist in:

Bel voor geheel vrijblijvende informatie:

SCHOT-RUURLO BV Werkplaats: Houtwal 2 Kantoor:

Houtwal 2 – 7261 SR Ruurlo Tel.: 0573-451695 Fax: 0573-450180 E-mail: info@schot-ruurlo.nl

bestendigheid %

DVE (07) g/kg*

80

370

83

256

* voor toepassing in meelvoeders

Bestendig Eiwit Hoge bestendigheid Uitstekende verteerbaarheid Concurrerende prijsstelling Uit voorraad leverbaar

Levering/informatie:

Verkoopadres:

Tel. +31 (0)30 - 24 82 060

Tel. +31 (0)10 - 40 07 929

Dutch Milling Technology International b.v. New & Used Milling and Recycling Equipment www.dmt-int.com

âœˇ Losboren van vastzittende produkten (Boorinstallatie uniek; OCTROOI nr. 194395) âœˇ Complete reiniging van SILO’S âœˇ Reinigen van fabriekscomplexen (binnen en buiten) voor verkrijgen en behouden van G.M.P. certificaat âœˇ Gespecialiseerd in het leeghalen van silo’s bij broei en brand i.s.m. brandweer en verzekeringsmaatschappij âœˇ Voor al uw straal- en coatingswerk b.v.: – Betonnen en ijzeren silo’s – Sprinkler tanks – Melasse/ Vinasse tanks – Weegbunkers – Persmeelbunkers âœˇ Afsluiten van onderhoudscontracten op jaarbasis

.RUUHOSHUVHQRQGHUKRXGHQVHUYLFH Bij Dutch Milling Technology International B.V. kunt u terecht voor service en onderhoud aan alle merken en typen korrelpersen. Dit beslaat het hele scala van lagers, oliekeerringen, V-snaren, rollen en matrijzen tot aan het volledig reviseren van persen. U bepaalt zelf waar u de werkzaamheden wilt laten uitvoeren. Dit kan bij u ter plaatse of in onze eigen speciaal ingerichte werkplaats.

9HUYDQJHQYDQURWRUHQ Van de meest voorkomende merken, zoals van Aarsen, BĂźhler, Cpm, Paladin en Salmatec, hebben wij rotoren en onderdelen op voorraad. Daarnaast beschikken wij over een aparte rotorrevisie afdeling. Wij vervangen de defecte rotor bij de klant door een compleet gereviseerde rotor uit voorraad. Voor het repareren van de defecte rotor of onderdelen daarvan brengen wij de transportkosten, de onderdelen en het arbeidsloon in rekening. Wij bieden deze service wereldwijd aan. In de Benelux en Duitsland garanderen wij zelfs een 24-uursservice. Voor de klant is deze VHUYLFHHIÂżFLsQWHQNRVWHQEHVSDUHQGSURGXFWLHHQ machine-uitval worden tot een minimum beperkt.

1LHXZNXLMNVHZHJ‡/++HOYRLUW 7HO  ‡)D[   ZHOFRPH#GPWLQWFRP‡ZZZGPWLQWFRP


45_WUR_45 28-02-11 15:23 Pagina 45

Samenwerking Wageningen Universiteit en INRA Techniek

[Carolien Makkink]

Wageningen Universiteit en het Franse onderzoeksinstituut INRA gaan nauwer samenwerken. Bij de opening van het academisch jaar werd daartoe een overeenkomst tussen beide instituten getekend. Beide instellingen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het toepassen van kennis gericht op het oplossen van problemen die voortkomen uit de groeiende wereldbevolking. Tijdens het symposium dat voorafging aan de openingsceremonie stond rector magnificus Martin Kropff stil bij de uitdagingen waar we voor staan: klimaatverandering, schaarste aan water, energie en natuurlijke hulpbronnen en de financiële crisis vragen om acties. Volgens Kropff kan Wageningen Universiteit een belangrijke rol spelen bij het vinden van oplossingen voor deze problemen. Milieu, voedselproductie en een gezonde leefstijl zijn de speerpunten in het Wageningse werkveld. Vo e t a f d r u k ,,Om de groeiende wereldbevolking ook in de toekomst duurzaam van voldoende voedsel te kunnen voorzien, moet de agrarische productie worden verdubbeld en onze ecologische voetafdruk halveren”, stelt Martin Scholten van Wageningen Universiteit. Om dit te bewerkstelligen zijn vier doelstellingen te onderscheiden: het biologisch potentieel van plant en dier moet ten volle worden benut door mechanisatie, precisielandbouw, terugdringen van ziekten en plagen en maximaliseren van fotosynthese. Daarnaast moeten we streven naar zo min mogelijk verliezen in het agrofoodweb (cradle-to-cradle). Ook het aangaan van internationale samenwerkingsverbanden om snelle vooruitgang te boeken, is cruciaal. Als vierde punt

noemt Scholten de exploitatie van ongebruikelijke regio’s voor voedselproductie (oceanen, de poolgebieden). Scholten heeft een originele kijk op het smelten van de Noordpool; dit wordt algemeen als een bedreiging voor de wereld gezien, maar de consequentie zal ook zijn, dat de handelsroutes tussen Europa en Azië en de westkust van de Verenigde Staten worden verkort. ,,Dit leidt tot een interessante energiebesparing.’’ Als elk van de vier genoemde richtingen een verbetering met een factor 1,4 oplevert, kan de doelstelling gehaald worden (1,4 x 1,4 x 1,4 x 1,4 = 4), meent Scholten. Nieuwe perspectieven In een workshop werden de reacties van de aanwezigen gevraagd op de gepresenteerde uitdagingen. Veel deelnemers bleken van mening dat op een aantal deelterreinen een inputvermindering van veel meer dan 50 procent mogelijk is. Door de ‘Ferrari pitstop efficiëntie’ te vertalen naar de landbouw, kan grote vooruitgang worden geboekt. De noodzaak van een goede communicatie met de maatschappij wordt wel benadrukt; veranderingen moeten worden gesteund vanuit de samenleving. De houding van consumenten en burgers en gewenste veranderingen in bijvoorbeeld consumptiepatronen vereisen een goede, betrouwbare voorlichting. 44

45

WUR en INRA Wageningen Universiteit en INRA (Frankrijk) gaan meer samenwerken om kennis te ontwikkelen voor de technologie van morgen. Bij de afsluiting van het symposium tekenden Martin Scholten en Patrick Herpin namens dierwetenschappen de overeenkomst tussen WU en INRA. Later ondertekenden Aalt Dijkhuizen en Marion Guillou namens beide instellingen de overeenkomst in de Aula van de universiteit. De twee instituten zullen gezamenlijk fondsen voor onderzoek gaan werven, legt Patrick Herpin van INRA uit. Als speerpunten in het onderzoek noemt Herpin de relatie tussen (post)genomics en voorspellende biologie, de relatie tussen veehouderij en milieu (geïntegreerde veehouderijsystemen), de impact van levensmiddelen van dierlijke oorsprong op gezondheid en milieu, de bestrijding van dierziekten en zoönoses en de status van (landbouw)huisdieren (dierproeven, intensieve veehouderij, dierenwelzijn).

Overigens denken veel workshopdeelnemers dat er al veel kennis beschikbaar is om verbeteringen in productie-efficiëntie en energie- en grondstoffenbesparingen te implementeren. ,,We moeten ons meer richten op de toepassing van bestaande kennis en het beïnvloeden van de politiek’’, aldus de aanwezigen. Het is een taak voor instellingen als WU en INRA (zie kader) om aan de beleidsmakers voor te rekenen wat er nu al bereikt kan worden door het meer en beter toepassen van bestaande kennis.

-

D e M o l e n a a r n r. 1 2 4 s e p t e m b e r 2 0 0 9

Aalt Dijkhuizen en Marion Guillou tekenen de samenwerkingsovereenkomst namens de directie van WUR en INRA.


46_adv_46 28-02-11 14:52 Pagina 46

STOOM & VLOEISTOF DOSERINGEN

Silo Construction & Engineering Maximale bulk opslag

THERMISCHE & AKOESTISCHE ISOLATIE

meer winst door slimme opslag! www.sce.be

COMPLETE DOSEERINSTALLATIES

MICRO DOSERINGEN

SCE STOOMDOSERINGEN Tel. +32- 51-72 31 28 Fax +32- 51-72 53 50 E-mail info@sce.be

SCE , is partner van ( inter ) nationale voederindustrie • advies- en ingenieursbureaus • machine producenten •


47_adv_47 28-02-11 14:56 Pagina 47

onze exclusieve speerpunten AP 820, plasmaeiwit, volwaardig alternatief voor AMGB’s, nieuw onderzoek bij zeugen!!!

Reashure, pensbestendig choline chloride

Als beste getest!!!!! Nitroshure, slow release ureum Volwaardig penseiwit, goed om een gedeelte soya mee te vervangen!!!

Bergafat gefractioneerd vetpoeder al of niet gecombineerd met lecithine. Bergafit en bergapur lecithine poeders. Bergazym enzymen.

Diamond V Gistcultuur volledig gefermenteerde gist Nieuw onderzoek met 60 gram Diamond V, 2 kg krachtvoer vervangen!!!!

Digestarom, volwaardige kruidenmengsels Let op nieuwe onderzoekgegevens!!! Digestarom aantoonbaar product voor verbetering aminozuur vertering!!! Nieuw onderzoek universiteit Berlijn.

Postbus 160, 8530 AD Lemmer, www.speerstra.com Tel.: 0514 569001, mail@speerstra.com


48_adv_48 28-02-11 14:56 Pagina 48

Orffa International Holding B.V. is wereldwijd actief als marketing- en  distributieorganisatie van toevoegingsmiddelen en grondstoffen voor de  veevoedingsindustrie en de veterinaire farmaceutische sector. Haar dochteronderneming Orffa Belgium N.V. is actief in de introductie en de verkoop van toevoegingsmiddelen voor de Belgische mengvoeder- en premixindustrie. Ter  versterking van ons team zijn wij op zoek naar een:

TECHNICAL SALES MANAGER (M/V)  In deze functie ben je verantwoordelijk voor: •De introductie van nieuwe concepten en producten in de Belgische markt •Het ondersteunen van commercieel-technische activiteiten •De technische relatie met leveranciers •Het begeleiden van experimenten bij klanten en onderzoeksinstellingen Je komt veelvuldig in contact met klanten, leveranciers en wetenschappelijke  instellingen. Voor deze functie zoeken we een goed georganiseerd persoon met zin voor initiatief, een jong, dynamisch persoon die zelfstandig kan werken in een efficiënt team. Je rapporteert aan de algemene directeur van Orffa Belgium N.V. Hoger onderwijs (MSc of BSc) is een must, evenals een aantal jaren ervaring in de mengvoedersector. Deze functie vereist een grondige kennis van Frans en Engels en een vlot gebruik van ondersteunende software. In ruil bieden wij excellente arbeidsvoorwaarden, een leuke uitdagende job met toekomstperspectieven, binnen een internationale omgeving. Interesse? Stuur je brief en CV naar: Orffa Belgium N.V., t.a.v. Heidi Heyvaert,  Weversstraat 38, 1840 Londerzeel of mail naar hr@orffa.com. Voor meer info omtrent deze advertentie kan je altijd bellen naar 052/319 514.


49_Lloyds_49 28-02-11 15:23 Pagina 49

Naar ideale standaard Seminar belicht harmonisatie voedselveiligheid en kwaliteitscertificering

Algemeen

[Jacqueline Wijbenga]

,,De diervoederindustrie wordt geconfronteerd met een jungle van eisen. Het is voor alle partijen goed als daarin verandering komt’’, stelt Cor Groenveld van Lloyd’s Register Quality Assurance. De mogelijkheden daartoe worden belicht tijdens

,,Een jungle van eisen’’, zo omschrijft Cor Groenveld van Lloyd’s Register Quality

een seminar in november. Een jungle van eisen, zo omschrijft Cor Groenveld van Lloyd’s Register Quality Assurance de situatie in de diervoedersector. Niet alleen van overheidswege, maar ook door het bedrijfsleven worden eisen gesteld aan de sector. Die eisen gaan vergezeld van de benodigde audits, veelal uitgevoerd door verschillende instanties en/of de opdrachtgevende bedrijven zelf. ,,Na verschillende incidenten in de dierlijke productieketen was extra aandacht voor kwaliteit en bewaking daarvan zeker nodig, maar in de loop van de jaren is wildgroei ontstaan. Wat ons betreft is het tijd om de balans op te maken en antwoord te vinden op de vraag of kwaliteitsbewaking in de diervoedersector ook slimmer, beter en goedkoper kan?”, aldus Groenveld. Reden voor Lloyd's om hierover samen met Schothorst Feed Research een seminar te organiseren (zie kader). Visie Tijdens het seminar wordt een beeld geschetst van de huidige situatie. ,,Daarvoor hebben we verschillende stakeholders uitgenodigd om hun visie te geven.” FrieslandCampina en de VanDrie Groep leggen uit hoe zij aankijken tegen de diervoedersector en de eisen die zij daaraan stellen. Ook VWA, de Stichting Certificatie Voedselveiligheid en samenwerkingsverbanden als Safe Feed en TrusQ komen aan het woord. Het is ech-

Assurance de situatie in de diervoedersector.

ter niet de bedoeling dat het seminar blijft steken in het schetsen van een stand van zaken. ,,We hebben de sprekers vooral gevraagd hun visie te geven op de toekomst van de kwaliteitscontrole en –bewaking.’’ De organisatie hoopt dat deze inzichten zullen leiden tot een open discussie met de aanwezigen. ,,Ketenpartijen praten vaak over elkaar, maar weinig met elkaar als het om dit soort zaken gaat. Het zou goed zijn als daarin verandering komt’’, meent Groenveld. Sectorspecifiek Groenveld verwacht dat de diervoederketen in de toekomst eenzelfde systeem zou kunnen hanteren als dat wat momenteel wordt uitgewerkt voor de levensmiddelenketen. ,,Die gaan uit van een ISO 22000 certificering voor de hele keten. De voedselproducent moet dan aanvullend beschikken over het sectorspecieke PAS 220 certificaat. Zo’n PAScertificaat kun je ook ontwikkelen voor de diervoedersector, rekening houdend met de wensen en eisen van overheid en ketenpartijen’’, meent Groenveld. Hij ziet deze benadering als een van de mogelijkheden om de kwaliteitsbeheersing en –bewaking in de diervoedersector te harmoniseren én daarbij ook kosten te besparen. Geen direct belang van een certificeringsinstelling, zo lijkt het op het eerste gezicht. ,,Je zou denken, hoe meer controles hoe beter het voor

48

49

ons is. Maar die wirwar van certificaten en regelgeving betekent voor ons als certificatie-instelling dat wij al die kennis in huis moeten hebben en moeten bijhouden. Daarmee versnippert het zicht op het totaal. Wij doen liever één goede, uitgebreide audit dan vier keer per jaar bij dezelfde bedrijven onderdelen van verschillende certificaten controleren. Ook voor ons heeft één certificaat dus de voorkeur’’, legt Groenveld uit. ,,Maar het is niet aan ons om die keuze te maken. Uiteindelijk bepaalt het bedrijfsleven hoe een eventuele harmonisatie vorm krijgt. Zij hebben de verantwoordelijkheid voor beheersing van de keten en betalen uiteindelijk de rekening. We hopen met het seminar een slinger te geven aan versnelling van het harmonisatieproces.’’

-

Seminar ‘Harmonisatie van eisen in diervoedersector’ Lloyd’s Register Quality Assurance en Schothorst Feed Research organiseren op 10 november het seminar ‘Harmonisatie van eisen in de diervoedersector. Kan het eenvoudiger, goedkoper en beter?’. Het seminar wordt gehouden in Congrescentrum De Reehorst te Ede. Belangstellenden kunnen zich aanmelden via de website www.schothorst.nl.

Meer informatie op www.molenaar.nl

D e M o l e n a a r n r. 1 2 4 s e p t e m b e r 2 0 0 9


50_adv_50 28-02-11 14:55 Pagina 50

Wilt u alles weten... JAARGANG

39

|

MEI

2009

|

NR.

4

Plattelands Post VAKBLAD

VOOR

DE

AGRI-SECTOR

... over gezondheid, welzijn en duurzaamheid in de agri-sector?

INJECTIETECHNIEK WERKT SNEL EN MAKKELIJK

Dan leest u natuurlijk de vakbladen

UITSTOOTREDUCTIE MET VOEDING VERLAGEN ANTIBIOTICAGEBRUIK

frequentie: 10 x per jaar www.plattelandspost.nl maandelijkse nieuwsbrief

PlattelandsPost, De Molenaar en

112 de jaargang, 1 mei 2009 www.demolenaar.nl nummer

6

Petfood Magazine!

De Molenaar vakblad voor de graanverwerkende en diervoederindustrie

Tweede

Heeft u een abonnement op een van deze vakbladen, dan kunt u Voervoorlichter Paulien Bosch Gelijkmatige structuur

nu met 50% korting kennismaken

abonne

50%

et

korting

Nieuwe voorzitter Bemefa

frequentie: 17 x per jaar www.demolenaar.nl maandelijkse nieuwsbrief

ment m

!

met de andere twee. Bel direct met onze abonneeservice (088-22 666 48) en maak gebruik van dit voordelige aanbod! Eerst een editie inzien? Dat kan ook. Vraag naar een gratis proefnummer. Van voer tot voeding:

frequentie: 4 x per jaar www.petfoodmagazine.nl kwartaalnieuwsbrief

u bent compleet geïnformeerd met PlattelandsPost, De Molenaar en Petfood Magazine.

Eisma Businessmedia bv Postbus 340 NL- 8901 BC Leeuwarden

Abonneeservice Tel.: +31 (0)88 – 22 666 48 abonnement@eisma.nl www.plattelandspost.nl www.demolenaar.nl www.petfoodmagazine.nl Actie geldig bij in 2009 af te sluiten nieuwe abonnementen.


51_adv_51 28-02-11 14:57 Pagina 51

Op weg naar een gezonde en duurzame veehouderij!

Manids Feed Ing BV distributeur voor: •

CCA Nutrition/Vitalac voederzuren/conserveermiddelen

•

QualiTech SQM-organische sporenelementen

voor: walsenstoelen kruimelaars enz. ook: nieuwe walsen

•

Actifeed yucca-/quillaja producten

Wij helpen u graag op deze weg!

bvba Ateliers BONTE Diestsevest 57-59 B. 3000 LEUVEN Tlf.: +32 16 225129 - Fax +32 16 221032 E-mail: info@bonteateliers.be Website: www.bonteateliers.be

Manids Feed Ing BV Postbus 304, 5460 AH Veghel tel: 0413-310960, fax: 0413-310955 E-mail: jorna@manids.nl website: www.manids.nl

Ruim 130 jaar ervaring in: )LOWHUPDSSHQHQÂżOWHUVODQJHQ =HHIUDPHQ RRNEHVSDQQHQ  /XFKWÂżOWHUVOXFKWYHUGHOLQJ

BIJ KONINKLIJKE BESCHIKKING HOFLEVERANCIER

)OH[LEHOVPDQFKHWWHQEDOJHQ 0RQWDJHHQRQGHUKRXG )LOWHUV\VWHPHQHQSQHXPDWLVFKWUDQVSRUW

ZZZODPSHQO LQIR#ODPSHQO

WRWDDOOHYHUDQFLHULQĂ€OWUDWLHHQVHSDUDWLH VWRISRHGHUĂ€OWUDWLHOXFKWĂ€OWUDWLH YHUGHOLQJ YORHLVWRIĂ€OWUDWLHĂ H[LEHOVEDOJHQ]HYHQ


52-53_Nibem_52-53 28-02-11 15:24 Pagina 52

Gerst, bier, mout en K Reportage

[Lourens Gengler]

De zomerbijeenkomst van het Nederlands Instituut voor brouwgerst, mout en bier (Nibem) besteedde aandacht aan innovatieve landbouw en uiteraard aan proefvelden van gerst. Ook het thema duurzaamheid stond op het programma. Stichting Nibem is het Nederlands Instituut voor brouwgerst, mout en bier en heeft ten doel de kennis te verbeteren over alles wat samenhangt met het bier. Van de veredeling, teelt en het gebruik van gerst tot het vervaardigen en behandelen van mout en bier. Volgens voorzitter Wiegert Deelen is de Nibem een unieke organisatie die men op deze manier nergens ter wereld aantreft. „Alle spelers in de keten van graan tot bier zijn er in vertegenwoordigd. Gezien de grote opkomst tijdens deze zomerbijeenkomst kunnen we concluderen dat het voor betrokkenen een

Voor elke liter bier is 300 liter water nodig, waarvan 97 procent van regen afkomstig is.

meerwaarde heeft”, aldus Deelen. Christine Rommens, afdelingshoofd Voedsel en Voeding van Productschap Akkerbouw, gaf een inleiding over duurzaamheid. Het begrip wordt tegenwoordig te pas en te onpas aangevoerd. Rommens ging even terug naar de oorspronkelijke introductie door de Verenigde Naties: ‘Duurzaamheid is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van huidige generaties, zonder afbreuk te doen aan het vermogen om in de behoeften van toekomstige generaties te voorzien’ (VN, 1987). Rommens gaf vervolgens een overzicht van tiental-

len keurmerken, beleidsvoorstellen en maatschappelijke organisaties waarbij duurzaamheidaspecten aan de orde komen. Nu al staat CO2-uitstoot of watergebruik als maatstaf vermeld op etiketten van sommige supermarkten (vooral in Engeland). Bedrijven kunnen dit ook in hun voordeel benutten door er een nichemarkt mee aan te boren. Paul Schnellen van Grolsch kijkt binnen het bedrijf onder andere naar watergebruik. In een rekensom liet hij zien dat er 300 liter water wordt gebruikt om 1 liter bier te produceren. Van de 300 liter bestaat overigens 97 procent uit regen op de gerstakkers. Akkerbouw Prof. Rob van Haren van Rijksuniversiteit Groningen hield een inleiding over het project Kiemkracht. Dit is een samenwerkingsverband tus-


52-53_Nibem_52-53 28-02-11 15:24 Pagina 53

n Kyoto sen het productschap Akkerbouw en het innovatieplatform van het ministerie van Landbouw. Kiemkracht werkt zelfstandig en probeert baanbrekende innovaties te bedenken voor de akkerbouw. De Nibem-toehoorders luisterden met verbazing en ongeloof naar het enthousiaste betoog van Van Haren. Wat te denken van het plannetje waardoor de Nederlandse akkerbouw gewoon even de gehele Kyoto-doelstelling van Nederland voor zijn rekening neemt. „Dit kan op redelijk eenvoudige wijze door de resterende biomassa te verhitten in een pyrolyse proces, waardoor koolstof overblijft. Dat ziet er dan ongeveer uit als houtskoolkorrels”, aldus Van Haren. Volgens de professor is dit niets nieuws. „Indianen in de Amazone deden het al om de voedselarme tropische bodem vruchtbaar te maken.” Door decennialang toevoegen van houtskoolresten ontstond zwarte aarde 'Terra Preta', met veel betere absorptiecapaciteit. „Het is een beetje vergelijkbaar met de manier waarop in Drenthe de Esgronden zijn ontstaan. Door onze techniek wordt veel koolstof langdurig vastgelegd in de bodem en tegelijkertijd verhogen we de vruchtbaarheidseigenschappen. We noemen het product BioChar”, vertelt Van Haren. Om 1 ton Biochar te produceren is 2 ton biomassa nodig en daarmee is het equivalent van 2 ton CO2 vastgelegd. Aangezien in Nederland jaarlijks 18 miljoen ton biomassa beschikbaar komt, kan in één klap ruimschoots aan de volledige Kyoto-verplichting van 13 miljoen ton CO2-reductie worden voldaan, volgens de rekensom van Van Haren. De BioChar wordt weer teruggebracht op het land en is daar een, vrijwel onverteerbare, bodemverbeteraar. Fosfaatnorm Bodemvruchtbaarheid kwam ook aan de orde tijdens het middagbezoek aan de gerstproefvelden van Agrifirm op het

Nibem-zomerexcursie naar kop van Groningen akkerbouwbedrijf 'Kwelderlust' van maatschap Van der Molen in Uithuizen. Dat wil zeggen de beperking die de overheid heeft opgelegd aan fosfaatgebruik door de akkerbouwers. „We kunnen momenteel net rondkomen met de gebruiksnorm, maar moeten dan wel de maximale aanvoer toepassen. Lager kan echt niet zonder duidelijke gewasschade”, meent Van der Molen. Voor stikstof is de situatie vergelijkbaar. „We moeten dat precies op het juiste moment geven, als het gewas het nodig heeft. De teler ziet dat in de praktijk vaak nog eerder dan de speciale testapparaten”, constateert Van der Molen. De keuze voor gerst is bij hem niet ingegeven door een grote winstmarge. „Zonder de brouwpremie is het niet competitief. Er zijn een paar teelttechnische voordelen. Bijvoorbeeld als na late aardappelen geen wintergraan kan wor-

den gezaaid. En verder hebben we hier bij de dijk percelen waar ganzen de wintertarwe opvreten. Dan kan zomergerst gunstiger zijn”, aldus Van der Molen.

-

Reusachtige carrousels waar gerst in mout wordt omgezet.

Holland Malt De mouterij van Holland Malt in de Eemshaven zet jaarlijks 135.000 ton gerst om tot mout. Dit wordt geleverd aan diverse brouwerijen in de hele wereld. Al met al ongeveer goed voor bijna 1 miljard liter bier. Onderin het gebouw zijn twaalf graanopslagsilo's met wanden van 10 meter hoog waarin tijdens de oogstperiode 60.000 ton gerst vanuit heel Nederland wordt aangevoerd. In korte tijd worden 1200 vrachtwagens verwerkt. Met behulp van satellietverbindingen kan de planner precies zien waar de vrachtwagens zijn en wanneer ze in de Eemshaven arriveren. Na weging en bemonstering volgt een voorreiniging en dan een korte wachtperiode voor de kiemrust. Vanaf oktober wordt begonnen met de verwerking. Dat gebeurt in tien verdiepingen waar het moutproces plaatsvindt in een soort reusachtige carrousels. Van begin tot eind wordt het moutproces in negen dagen doorlopen in porties van 440 ton per keer. Deze tijd is inclusief inweken, kiemen en drogen. Daarna kan het direct naar de afnemer, maar er is ook ruimte voor opslag van 20.000 ton gereed product. In Nederland zijn de afnemers met name Grolsch en Bavaria, maar de hoofdzaak wordt geëxporteerd. Daarbij komt de ligging in de Eemshaven goed van pas. De laatste jaren kende de gerstmarkt, en zeker ook de moutmarkt, turbulente tijden. In korte tijd gingen prijzen uit een diep dal naar enorme pieken en zijn nu weer terug in het dal. Voor de mouterij van Holland Malt heeft dat enorme invloed op afzet en winstmarges. Na een moeizame start waren er al snel plannen om een volledige mouterij met dezelfde capaciteit ernaast te bouwen. Maar met name door torenhoge staalprijzen in 2008 waren de bouwkosten verdubbeld. De bouw is uitgesteld, maar de plannen liggen klaar.

52

53

D e M o l e n a a r n r. 1 3 2 5 s e p t e m b e r 2 0 0 9


54_adv_54 28-02-11 14:57 Pagina 54

www.ith.nl

PROCES-AUTOMATISERING

PRODUCTIEMANAGEMENT DATA - INFORMATIE - PRESENTATIE TRACKING & TRACING TURNKEY PROJECTEN ENGINEERING MES / SCADA / PLC TOTAL COST OF OWNERSHIP

R(el)ationeel gezien de juiste keus Technisch Installatiebureau Hevel B.V. Ribesstraat 9, 6744 XA Ederveen Telefoon (0318) 571264 Internet: www.ith.nl E-mail: info@ith.nl

r u o v a l F My Greenmakelijk voer or s

vo een neus

Meer weten over ons nieuwe aromaconcept? Kijk op www.mygreenямВavour.nl of bel 0317-479 732 My Green Flavour is een initiatief van Greenvalley International B.V.


55_Z&M_55 28-02-11 15:24 Pagina 55

Zaken en mensen

KrakendePersen

ASG Veehouderij wordt Wageningen UR Livestock Research De business unit Veehouderij van de Animal Sciences Group gaat verder onder de naam Wageningen UR Livestock Research. De nieuwe naam sluit beter aan op de internationale toppositie van Wageningen UR, aldus de universiteit. Organisatorisch blijft Wageningen UR Livestock Research onderdeel van de kenniseenheid Animal Sciences Group van Wageningen UR. Hiertoe behoren ook het Centraal Veterinair Instituut en het Departement Dierwetenschappen van Wageningen Universiteit. Directeur Paul Vriesekoop: ,,De toonaangevende innovaties op het gebied van veehouderijsystemen en voeding, genetica, welzijn en milieu-impact van landbouwhuisdieren vragen om een nieuwe naam die recht doet aan onze internationale positie.”

Diamond V opent nieuwe fabriek Diamond V, producent van gistproducten, heeft een tweede fabriek geopend in Cedar Rapids (VS). De nieuwe fabriek was volgens de producent nodig om gelijke tred te houden met de toenemende vraag naar de verschillende producten. Zowel in de Verenigde Staten als elders in de wereld groeit de vraag naar Diamond V producten. Dit geldt voor alle markten, zowel landbouwhuisdieren- als visvoeders. De nieuwe fabriek voldoet aan de recente eisen op het gebied van GMP en maakt gebruik van de best beschikbare techniek zodat productconsistentie en controle optimaal gewaarborgd zijn. ,,Met de bouw van deze tweede fabriek geven we een signaal dat we op het gebied van gistproducten een leidende positie willen houden’’, aldus Diamond V-directeur John Bloomhall.

Ivo Claassen wint prijs voor alternatieven voor dierproeven De Dieter Lütticken Award 2008 voor alternatieven voor dierproeven is uitgereikt aan dr. Ivo Claassen. Hij kreeg de prijs voor het ontwikkelen van een alternatieve methode voor het controleren van de kwaliteit van pluimveevaccins bij het Centraal Veterinair Instituut (CVI) in Lelystad. De prijs, waaraan een bedrag van € 20.000 is verbonden, werd uitgereikt tijdens het 7th World Congress on Alternatives and Animal Use in the Life Sciences in Rome (Italië). Claassen ontving de prijs voor zijn leidinggevende rol in het interdisciplinaire team bij het CVI dat een in-vitro-werkzaamheidstest voor de routinekwaliteitscontrole van geïnactiveerde vaccins tegen het Newcastle Disease Virus (NDV) heeft ontwikkeld. Dankzij de nieuwe test kan het gebruik van kippen worden vermeden. De methode is nu toegevoegd aan de monografie van de Europese Farmacopee als aanvullende werkzaamheidstest voor het vrijgeven van NDV-vaccins. Kandidaten voor de Dieter Lütticken Award worden geselecteerd door een jury van deskundigen verbonden aan openbare instituten uit de diergezondheids- en dierproevensector. Aanmeldingen voor de Dieter Lütticken Award 2009 kunnen tot 15 november 2009 worden ingestuurd. Informatie: Intervet/Schering-Plough Animal Health.

Gerbert Kunst LNV-Raad Berlijn Mr. Gerbert Kunst (43) wordt met ingang van 1 januari 2010 LNV-raad in Berlijn. Hij volgt hiermee dr. Tjeerd de Groot op, die is benoemd tot plaatsvervangend directeur Internationale Zaken bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Kunst is sinds 1 oktober 1990 in dienst van het ministerie van LNV. Momenteel is hij werkzaam als LNV-raad bij de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland bij de Europese Unie in Brussel.

WBS-cursus voorafgaand aan VIV Europe Wageningen Business School, de Universiteit van Leuven en WPSA organiseren aan de vooravond van de komende editie van VIV Europe een cursus gericht op de pluimveehouderij. De cursus, getiteld ‘Nutrition and climate, new developments’, wordt gehouden van 18 tot en met 20 april in Wageningen. De leiding is in handen van prof. Decuypere van KU Leuven en dr. Simons van WPSA. De organisatoren richten zich met de cursus op veevoedingsdeskundigen, adviseurs, dierenartsen, managers en onderzoekers en andere professionals die werkzaam zijn in de pluimveeproductie. Inschrijven voor de cursus kan tot 31 maart 2010. Deelname kost € 1695.

54

Goed spotje Ineens klonk Albert Jan Maat uit de radio: “Nederlandse boeren zorgen goed voor hun dieren.” Natuurlijk heeft hij gelijk. Maar vanzelfsprekend is het niet meer. En daarom zegt de voorzitter van LTO Nederland het maar op de radio. Dertig keer per week: “Nederlandse boeren zorgen goed voor hun dieren.” Een spotje van 20 seconden als tegenwicht tegen de mentale mishandeling van boeren via de radio. Kip is het meest mishandelde stukje vlees, horen we op de radio. En: “de vee-industrie is een bron van gevaarlijke epidemieën.” Wie zich door dit gebazel gegrepen voelt, stort geld op de giro van Varkens in Nood, waarmee nog meer spotjes worden gemaakt tegen de bio-industrie. Het dier is daarmee niet geholpen, wel krijgt de boer weer een flinke trap in zijn rug. En daarom is het goed dat iemand zegt: “Nederlandse boeren zorgen goed voor hun dieren.” Partijen die elke gelegenheid aangrijpen om het boerenwelzijn te vergallen, zullen het ‘propaganda voor dierenleed’ noemen. Voor het grote publiek hoef je zo’n spotje ook niet uit te zenden. Die interesseert het geen jota wat ze in de supermarkt kopen, zo lang het goedkoop is. Een kleine groep zal misschien met minder schuldgevoel een stukje vlees kopen. Maar daar staat een groepje onwetenden tegenover die wat kritischer is aangelegd. Als een boerenvoorman zegt - zo zullen zij denken “Nederlandse boeren zorgen goed voor hun dieren”, dan zal er wel wat aan de hand zijn. “Nederlandse boeren zorgen goed voor hun dieren”. Albert Jan Maat kan praten wat hij wil, het zal de consument weinig interesseren. En toch is het een goed spotje. Het maakt de sector trots wanneer ze horen hoe hun voorman het volk toespreekt. De consument, waarvoor ze het allemaal doen. Uit de radio klinkt: “Nederlandse boeren zorgen goed voor hun dieren” en de boer straalt. De trots groeit. En dat is hard nodig. Want de agrarische sector heeft een verantwoordelijke taak. Ze moeten de consument van voedsel voorzien. Op een duurzame manier. Tegen de verdrukking in. Marc van der Sterren

In de rubriek ‘Krakende Persen’ worden periodiek, door verschillende redacteuren van De Molenaar, onderwerpen aangesneden die in het nieuws zijn en enige relatie hebben met de graanverwerkende- en/of diervoederindustrie.

55

D e M o l e n a a r n r. 1 3 2 5 s e p t e m b e r 2 0 0 9


56_adv_56 28-02-11 14:57 Pagina 56

Orffa International Holding B.V. is wereldwijd actief als marketing- en  distributieorganisatie van toevoegingsmiddelen en grondstoffen voor de  veevoedingsindustrie en de veterinaire farmaceutische sector. Ter versterking van onze centrale kwaliteitscontrole en van onze registratie- afdeling, beiden gevestigd in België, zijn wij op zoek naar een:

JUNIOR REGULATORY AFFAIRS MANAGER (M/V)  In deze functie ben je verantwoordelijk voor: •Het ontwikkelen van Europese registratie dossiers voor diervoederadditieven •Het assisteren van de QC-manager in het onderhouden en implementeren van de vereiste kwaliteitscontrole systemen •Het behandelen van vragen van klanten en leveranciers Voor deze functie zoeken we een goed georganiseerd, dynamisch persoon, die zelfstandig kan werken binnen een enthousiast en collegiaal team. Hoger onderwijs is een must (B.Sc of M.Sc), ervaring is een pluspunt. Deze  functie vereist een grondige kennis van Frans en Engels en een vlot gebruik van ondersteunende software. Je rapporteert aan de Business Unit Manager. In ruil bieden wij excellente arbeidsvoorwaarden, een leuke uitdagende job met toekomstperspectieven, binnen een internationale omgeving. Interesse? Stuur je brief en CV naar: Orffa Belgium N.V., t.a.v. Heidi Heyvaert,  Weversstraat 38, 1840 Londerzeel of mail naar hr@orffa.com. Voor meer info omtrent deze advertentie kan je altijd bellen naar 052/319 514.


57_UHB_57 28-02-11 15:24 Pagina 57

Uit het bedrijfsleven Deelnemers Corngold-fotowedstrijd winnen ballonvaart

Spekschoor onderdeel van Roram dienstverlening Spekschoor Industriële Reiniging in Veghel is onderdeel geworden van de holding Roram dienstverlening. Directeur/eigenaar Vincent Spekschoor beschikt momenteel over een uitvoerder, twee siloreinigers en een servicemonteur voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Het bedrijf is gespecialiseerd in het reinigen en onderhouden van silo’s. Daarnaast worden silo’s, zowel beton als metaal, gerepareerd. Ook de techniek behorende bij silo’s kan door Spekschoor Industriële Reiniging worden onderhouden. Tot het schoonmaakprogramma behoren bunkers en alle op- en overslagfaciliteiten. De siloreiniger is VCA-gecertificeerd. Informatie: www.spekschoorbv.nl

Nieuw boek over voeropname bij varkens De fysiologische basis van vrijwillige voeropname bij varkens is wereldwijd een actueel onderzoeksthema. Veel uitdagingen in de moderne varkenshouderij houden verband met aspecten van voeropname. De (moeizame start van de) voeropname bij pasgespeende biggen is bijvoorbeeld al lange tijd een punt van zorg. Veel specialisten op het gebied van voeropname bij varkens hebben hun kennis samengebracht in een workshop, voorafgaand aan het elfde symposium ‘Digestive Physiology of the Pig’. Deze workshopbijdragen zijn nu beschikbaar in boekvorm, uitgegeven door Wageningen Academic Publishers. Diverse aspecten van voeropname bij varkens komen in de veertien hoofdstukken aan de orde. Zo wordt aandacht besteed aan de nieuwste inzichten rond hormonale en metabole regulatie van voeropname, voeropnameproblemen bij pasgespeende biggen en mogelijke remedies, genetische aspecten, het belang van geur en smaak, voercomponenten die de voeropname negatief beïnvloeden en de invloed van infecties en sociale factoren op voeropname. Ook wordt ingegaan op grondstoffenkeuze en technologische voerbehandelingen die de voeropname kunnen verbeteren. In het laatste hoofdstuk worden modellen besproken die de voeropname kunnen voorspellen. De verschillende hoofdstukken geven inzicht in de regulatie van vrijwillige voeropname bij varkens en bieden de nutritionist aanknopingspunten om specifieke voeropnameproblemen aan te pakken. Het boek, getiteld ‘Voluntary Feed Intake in Pigs’, telt 368 pagina’s en te koop via Wageningen Academic Publishers Informatie: www.wageningenacademic.com

Ter ere van de lancering van de website van Corngold maisglutenvoer, www.corngold.eu, hield producent Tate & Lyle een fotowedstrijd. Afnemers van Corngold kregen van hun leverancier paar gele Corngoldlaarzen. Hiermee konden afnemers een ludieke foto maken en zo meedingen naar de hoofdprijs, een ballonvaart voor twee personen. Drie families kwamen in aanmerking voor deze prijs: Fam. Luijerink uit Overdinkel, Fam. van der Willigen uit Zoelmond en Fam. Schoonhoven uit Beemte Broekland. Corngold is een maïsglutenvoer met een hoog droge stofgehalte van 42 procent. Het goudgele product is het hele jaar leverbaar en vindt zijn toepassing in rantsoenen voor melkvee, vleesvee en melkgeiten. De gemakkelijk fermenteerbare celwanden hebben in combinatie met een hoog gehalte aan pensfermenteerbaar eiwit een stimulerende werking op de melkproductie. Naast de smakelijkheid draagt het hoge zetmeelgehalte positief bij aan de vorming van vleesaanzet bij vleesstieren en rosékalveren. Een aanvulling van het ruwvoerrantsoen met Corngold geeft een verlaging van de voerkosten, doordat het als een goedkope krachtvoervervanger ingerekend kan worden. Informatie: www.corngold.eu

Van Lente Elektrotechniek realiseert installatie bij Cehave-LBB De nieuwe elektrotechnische installatie en industriële besturing voor de inname en productie van Cehave Landbouwbelang Voeders in Wanssum wordt gerealiseerd door Van Lente Elektrotechniek. Het project loopt door tot medio 2010. Het installatiebedrijf is gevestigd in Deventer en richt zich onder andere op de diervoeder-, aardappel-, zuivel-, vlees- en genotmiddelenindustrie. Daarnaast worden projecten gerealiseerd in de papier- metaal- en grafische industrie. Informatie: www.vanlente.nl

Dubbele centrifugale zeefmachine voor hoge capaciteit De Kason Twin Centri-Sifter, dubbele centrifugale zeefmachine, levert een hoge capaciteit en is toch compact. Een op drie plaatsen gelagerde as zorgt ervoor dat de interne componenten snel te verwijderen en schoon te maken zijn. Droog of vochtig bulkmateriaal wordt via een valpijp en een verdeler in twee horizontaal gelegen cilindervormige zeefkamers die parallel aan elkaar lopen, gelijkmatig verdeeld. In elke zeefkamer roteert een as met spiraalvormig aangebrachte spatels om het product te versnellen, zodat het zich tegen het zeefgaas aan werpt. Fijne deeltjes gaan door het zeefgaas en verzamelen zich in de ondergelegen trechter met valpijp, terwijl te grote productdeeltjes door de trommelzeef naar het eind doorstromen en daar worden afgevoerd. Ieder van de zeefkamers bevat een snel te openen deksel, een zijde-

56

57

lings groot reinigingsluik, een valpijp en een op drie punten gelagerde as. De buitenliggende aslagers zijn gemonteerd aan motorzijde en aan dekselzijde voor een trillingsvrije werking. Wanneer de deksels worden geopend, wordt de as gesteund door een derde extern rollager, die gemonteerd is tussen de motor en de productinlaat van de machine. Naast het zeven van droog product, kunnen met dit type machine ook kluiten worden gebroken van zachte geagglomereerde of samengeklonterde producten. De zeefmachine kan ook als ontwateringszeefmachine voor vochtige producten of slurries worden gebruikt. De zeefmachine is gemaakt van roestvast staal tot 3-A, FDA, BISSC en andere sanitaire standaards die worden vereist voor food, zuivel, farmaceutische toepassingen en voor besmettingsgevoelige chemicaliën. Informatie: www.matec.nl

D e M o l e n a a r n r. 1 3 2 5 s e p t e m b e r 2 0 0 9


58_adv_58 28-02-11 15:00 Pagina 58

TE KOOP: CUPPERS

2 assige zakgoedoplegger bouwjaar 1994, met schuifzeilen, laadvermogen 23 ton. Met kooiaap aansluiting

Nieuw Cosmo Trucks Lochem bv Kwinkweerd 15 7241 CW Lochem Tel/Fax 0573-252441 0573-255651 Mob. 06-53498147

TE KOOP: Afzaklijn voor openmondzakken: - Richard Simon 5-25kg - Met trilbalk + transportband 8m - Met Sealmachine Rotoplex - Wikkelmachine Brennpack met rekfolie en dekfolie

Provimi

Biggen Programma Specifieke situaties per varkenshouderij leiden er toe dat er niet volstaan kan worden met slechts één voerprogramma voor alle biggen. Daarom heeft Provimi drie nieuwe voerprogramma’s ontwikkeld. Wanneer biggen met het juiste voer een goede start maken, wordt daardoor de kans groter dan 90% dat ze het einddoel halen. De voerprogramma’s HeavyPig, HealthyPig en EasyPig resulteren in veiligheid en de beste zorg voor uw biggen. Een optimale grondstoffencombinatie en speciale additieven bieden de perfecte balans tussen prestatie en veiligheid. Door de juiste keus te maken voor het meest relevante voerprogramma haalt uw klant het beste economische resultaat. Nieuwsgierig geworden? Ga naar: www.biggenprogramma.nl

- Alles met bijbehorende kasten en elektrische leidingen

Voor meer info, gelieve contact op te nemen met Dhr. Kris De Grauwe op het nummer 0478/59 50 81, RENDAPART NV - VIANO

lll#W^\\Zcegd\gVbbV#ca


59_adv_59 28-02-11 15:00 Pagina 59

WE ADD VALUE TO YOUR FEED

BELFEED

Uitgebreide productinfo op www.agrimex.be

ENDO-1,4-ß-XYLANASE ÉÉN ENZYM, EEN BREDE WAAIER AAN REGISTRATIES

Mestvarken

E1606

Biggen

E1606

Legkippen

E1606

Mestkippen

E1606

Kalkoenen

E1606

Eenden

4a1606

ACHTERSTENHOEK 5 - BE-2275 LILLE - TEL +32 14 88 22 11 - FAX +32 14 4 88 8 33 40 molenaar 2009 belfeed registraties.indd 1

In ons verkoopteam van het segment Feed (locatie Weert) is een vacature ontstaan. Daarom zijn wij op zoek naar een enthousiaste

Account Manager Feed / Non Food In deze afwisselende en veelzijdige functie ben je verantwoordelijk voor het realiseren van de commerciële doelstellingen voor de verkoop van graanspecialiteiten aan de nationale en internationale industrie voor diervoeder én Non-Food toepassingen in Europa.

Belangrijkste taken: • Acquisitie plegen, bezoeken van bestaande en nieuwe klanten en uitbouwen van portfolio in nationale / internationale diervoeder- en Non-Food industrie; • Aansturen van agenten, bezoeken van beurzen om verkoopproces positief te beïnvloeden én klantbehoeftes te analyseren; • Signaleren van verkoop en markt trends en het vertalen naar verkoopstrategie incl. kansen en bedreigingen in de markt; • Opbouw en uitbreiding eigen portfolio, bijdrage leveren aan en realiseren van verkoopplan (incl budget en forecast).

De kandidaat beschikt over: • afgeronde HBO-opleiding, technisch /commerciële richting; • relevante verkoopervaring in een commerciële functie in de business to business omgeving in de diervoederindustrie; • bereidheid om 50% te reizen binnen Nederland en Europa; • goede mondelinge en schriftelijke vaardigheden in Nederlands, Engels, Frans en Duits. Verder verwachten wij dat de kandidaat de Menebakernwaarden Vakmanschap, Vertrouwen, Voorsprong en Vitaliteit in woord en gedrag ondersteunt en uitdraagt.

Heb je interesse? Stuur dan je motivatie met uitgebreid curriculum vitae per e-mail naar Meneba, afdeling Human Resources, t.a.v. mevrouw Manon van Gorp (m.vangorp@meneba.com). Voor meer informatie kun je tijdens kantooruren contact opnemen met commercieel manager Peter van Gemert, (telefoon 06 2293 4969).

Acquisitie naar aanleiding van deze advertentie wordt niet op prijs gesteld.

Meneba ontwikkelt, produceert en vermarkt grondstoffen en functionele ingrediënten op basis van granen voor bakkerijproducten, overige voedingsmiddelen, diervoeding en industriële toepassingen. Het bedrijf heeft veruit het breedste assortiment bewerkte graanproducten van alle Europese graanverwerkers. Op de hoofdvestiging in Rotterdam zijn naast de productie ook de stafdiensten en directie gevestigd. Verder zijn er productiebedrijven in Wormerveer, Weert en Bossuit (België) en verkoopkantoren in Weert, Hasselt (België) en Greven (Duitsland).

12/08/2009 13:30:39


60_Marktpagina_60 28-02-11 15:25 Pagina 60

Markt en trends

Ruime graanvoorraden wereldwijd Granen en grondstoffen

[Lourens Gengler]

Kopers hebben geen enkele haast om graan te bestellen en verkopers hebben (nog) geen zin om verder met hun prijs te zakken. Ziehier in een notedop de stand van zaken. Een slappe markt alom, zo is de analyse.

„Voor januari-juni ligt de prijs rond 126 euro en voor november-december rond 120. Vanwege de bewaartoeslag is de langere termijn duurder. Kopers wachten dus liever een paar maanden af, want ze rekenen op daling”, aldus een handelaar. Aan de andere kant is de bodem wel zo ongeveer bereikt en is er feitelijk alleen maar een weg omhoog. Zonder extreme ontwikkelingen wereldwijd, zal dit echter nog lang duren. „Export van tarwe uit Europa is heel moeilijk geworden, omdat onze traditionele afzetlanden in Noord-Afrika en Iran zelf meer hebben geoogst. Verder liggen er ruime voorraden in Oekraïne en Rusland. De Russen willen zelfs exportsubsidie geven om het kwijt te raken. Voor gerst zie ik ook al lagere afzet door minder vraag uit Arabische landen”, aldus de handelaar. Ook op de wat langere termijn zijn er geen signalen voor stijgende prijzen. Nu is er in de EU nog een interventievangnet, maar op 1 juli 2010 valt die bodem weg. Met belangstelling wordt daarom gekeken naar de prognoses voor inzaai van wintergranen in Europa. Als akkerbouwers, vanwege de lage prijzen, besluiten allemaal een beetje minder in te zaaien, kan dat een impulsje geven. Australië Kijkend naar andere delen van de wereld zijn er ook niet echt stijgingen te verwachten. Het Australische Landbouw Economisch Instituut (Abare) meldt in haar 'crop-report' van afgelopen week een lichte stijging van de oogstverwachting. Regionaal zijn er grote verschillen als gevolg van meer of minder neerslag. Vanuit het zuidoosten (New SouthWales en Queensland) zal minder graan komen, maar dit wordt

meer dan gecompenseerd door betere oogsten in het zuidwesten (WesternAustralia). De trend in regenval zal zich volgens het Australisch meteorologisch instituut voortzetten. Dat wil zeggen bovengemiddelde neerslag in het westen, en benedengemiddeld in oostelijke regio's. Beide gebieden zijn belangrijk voor de Australische tarweteelt. In totaal wordt een opbrengst van 22,7 miljoen ton verwacht. De Australische oogst is wereldwijd van grote invloed op de prijszetting, omdat het land een relatief kleine binnenlandse consumptie heeft. Daardoor kan er, bij normale oogsten, miljoenen tonnen worden geëxporteerd. Naar verwachting zal dat dit seizoen gebeuren. Een voorbeeld van de extreme verschillen is de opbrengst in Zuid-Australië. Met ongeveer hetzelfde areaal (2 miljoen ha) zal dit jaar 3,5 miljoen ton tarwe worden geoogst. Een toename van 51 procent ten opzichte van het voorgaande seizoen. Bij gerst vergelijkbaar: 1,2 miljoen ha levert 2,4 miljoen ton, een toename van 33 procent. De Australische oogstverwachting wijst er dus op dat het land veel graan op de wereldmarkt zal afzetten. India Eén van de landen waar de oogst dramatisch slecht zal zijn, is India. De wereldlandbouworganisatie FAO meldt de helft van de Indiase districten last heeft van droogte. Gemiddeld is er 25 procent minder water gevallen dan normaal, met regionale uitschieters van 40 procent minder. Als gevolg daarvan is minder areaal ingezaaid en zal de oogst fors lager uitvallen. India zal weer voedsel moeten importeren. Met name bij rijst levert dat problemen op. Weliswaar loopt de export van de dure Basmati-rijst door, maar binnenlands wordt met name Pandang-rijst gegeten. Aangezien daarvan de prijs hoog is, bestaat een reële kans dat er een verschuiving plaatsvindt naar consumptie van meer tarweproducten. Soja In de sojahandel stijgt de spanning rond de ggo-discussie. Duidelijk is wel dat er geen snelle oplossing valt te verwachten. In ieder geval zal er vóór de Bondsdagverkiezingen in Duitsland niets gebeuren. Pas bij de EU-landbouwraad van 19 oktober is er hoop op een beslissing. „Hopelijk komt er dan duidelijkheid en kan de schade dit jaar nog enigszins beperkt blijven”, aldus een marktanalist van een groot importbedrijf. Volgens hem is het onvermijdelijk dat de prijs nog zal stijgen als gevolg van aanvoerproblemen van Amerikaanse sojabonen. Een Nederlandse handelaar in soja verwacht dat crushers hierdoor in oktobernovember niet aan hun leveringsverplichtingen kunnen voldoen. Als de Europese politici dan toch uiteindelijk besluiten tot opheffen van de nultolerantie, duurt het nog enige tijd voordat de aanvoer op gang komt. Dat kan ertoe leiden dat soja na januari ongeveer 20 euro in prijs zakt. Voor kopers is het van belang om de oktober-november leveringen in de gaten te houden en zich tijdig in te dekken voor de overbrugging.

60

61

D e M o l e n a a r n r. 1 3 2 5 s e p t e m b e r 2 0 0 9


61_adv_61 28-02-11 15:02 Pagina 61

Komplete sluitlijnen voor jute, papieren en plastic zakken & sealmachines

Div. draagbare zakkennaaimachines

®

ZAKKENNAAIMACHINES INKOOP - VERKOOP - REPARATIE - NAAIGARENS

Werkplaats en Showroom: Elgarhof 21, 3055 CB Rotterdam Tel.: 010 - 461 08 08 Fax: 010 - 461 18 86 info@ganapac.nl www.ganapac.nl

YO U R U R GE N T A N A LYTI C A L Q U E ST IO N D E S E R VE S A P R O MP T S O LU TI O N Bankwerkerstraat 16 3077 MB Rotterdam P.O. Box 91244

S wi f t se r v i ce w i t h a t t r a c t ive r a t es

3007 ME Rotterdam The Netherlands

M yc o t o xi n s Pes t i c i d e s

phone +31 (0)10 282 32 92

Hea v y M e t a l s

fax

+31 (0)10 282 32 73

GM O

e-mail info@tlr.nl

M ic ro Bi o l o g y

www.tlr.nl

No w a l s o a v a i l a b l e : B i o f u e l s a n d B i o m a s s More information about these and/or other analyses? Please contact us by phone, fax, e-mail or go to www.tlr.nl

WEEGBRUGGEN B.V. Onderhoud, reparatie en nieuwbouw Mechanische en elektronische weegbruggen en plateau’s L.R. Beijnenlaan 8, 6971 LE Brummen Tel: (0575) 561208 Fax: (0575) 561250 E-mail: info@weegbruggen.nl Website: www.weegbruggen.nl


62_Agenda_62 28-02-11 15:25 Pagina 62

Agenda

Colofon

29 september Mikrocentrum, Welke aandrijving?, Eindhoven

13-16 oktober Biomin, World Nutrition Forum, Salzburg (A)

30 sept. , 1 okt. WBS-Seminar, 'Vruchtbaarheid en voortplanting van het varken', Wageningen

13 oktober SFR-cursus 'Wet- en regelgeving rondom diervoederadditieven', Lelystad

2 oktober Stichting PAVO en VMT, 'De productielijn op hoog niveau', Maarssen

14, 15 oktober WBS-Seminar, Cursus opgeruimd denken en schrijven, Wageningen

D i re c t i e : Egbert van Hes, algemeen directeur Bouke Hoving, financieel directeur

5 oktober VMT, Symposium 'Gezonde voeding, gezonde dranken', Meeting Plaza Maarssen.

14-16 oktober Landbouwvakbeurs, 's Hertogenbosch

Marketing- en salesmanager: Seb van der Kaaden

16 oktober Wereldvoedseldag, Utrecht

6 oktober Health Claims, 'Nutrition Health Claims Europe', Brussel (B)

19-21 oktober VIV China, Beijing

6 oktober SFR-cursus, Monstername van diervoeders, Lelystad

20, 21 oktober WBS-Seminar, Feed, Food, Fuel, Fibre, Wageningen

7 oktober SFR-cursus, Opstartcursus Rundvee, Lelystad

22-25 oktober International Dairy Cattle Show, Cremona (I)

8 oktober Food Valley, Food Valley Conference, Ede

26, 27 oktober Nova-Institut, Kongress Biowerkstoff, Stuttgart (D)

8 oktober FHI, Labanalyse, EXPO Houten

27 oktober Stichting Food Micro & Innovation, Nieuwe ontwikkelingen in voedselveiligheid, De Bilt

Agenda 8 oktober VMT, Symposium 'Opsporing verzocht: 'Foreign Bodies'', Meeting Plaza, Maarssen 8 oktober Intercol, Empack, Brussel (B) 8-10 oktober Ildex, Manila (Philipijnen)

27-29 oktober Livestock Asia, International Feed, Livestock & Meat Industry Show, Kuala Lumpur (Maleisië) 27-29 oktober Landbouwdagen Intensieve Veehouderij, Hardenberg

De Molenaar, waarin opgenomen De Belgische Molenaar (c.q. Elevator), is sinds 1898 het vakblad voor de graanverwerkende- en diervoederindustrie. Het blad verschijnt elke drie weken in Nederland en België. Uitgave: Eisma Businessmedia bv Postbus 340, 8901 BC Leeuwarden (Nederland) Bezoekadres: Archimedesweg 20, Leeuwarden

Uitgever: Minne Hovenga

Redactie: Jacqueline Wijbenga, hoofdredacteur Albert Bouwman, redacteur Durkje Hietkamp, redacteur Tel. 0031-(0)58-2954862 Fax 0031-(0)58-2954878 E-mail: redactiemolenaar@eisma.nl Dr.Ir. Carolien Makkink, redacteur diervoeding Hans van Vliet, redacteur techniek B e l g i s c h e re d a c t i e : Micas nv & Editions, Jef Verhaeren e.a. Tel. + 32 (0)15-315808 E-mail: jef.verhaeren@miceditions.be Redactiemedewerkers: Ir. Hein van der Ploeg, Henk van Laarhoven, Henri de Haan, Frank Braad, Lourens Gengler, ir. Wim Thielen, Marc van der Sterren en anderen. R e d a c t i e - a d re s : Postbus 340, 8901 BC Leeuwarden Bezoekadres: Archimedesweg 20, Leeuwarden Advertentieverkoop: Communicatiebureau Tailmill bv, tel. 06-53262047 Traffic: Natasja Philipse Tel. 0031-(0)58-2954870 / Fax 0031-(0)58-2954871 E-mail: verkoop@eisma.nl Marketing Ria Hoekstra tel. 058-2954873 E-mail: r.hoekstra@eisma.nl Abonnementen: Abonneeservice Eisma Businessmedia Postbus 2238, 5600 CE Eindhoven Tel.: 088-2266648 abonnement@eisma.nl De abonnementsprijs voor Nederland bedraagt voor een jaargang in 2009 €198,50 exclusief 6% BTW (bij automatische incasso bespaart u € 3,00 administratiekosten) en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Voor andere landen op aanvraag. Abonnementen kunnen op elk moment van het jaar ingaan en worden genoteerd tot wederopzegging. Opzegging dient schriftelijk en minimaal een maand voor het einde van de abonnementsperiode te geschieden; u ontvangt een schriftelijke bevestiging van uw opzegging. B a n k re l a t i e : - voor Nederland: Friesland Bank: 29.80.05.298 - voor België: Postcheque Brussel 000-0007463-91 P re P re s s : ZeeDesign, Witmarsum

www.demolenaar.nl In de rubriek Agenda staan evenementen en activiteiten vermeld voor de komende weken. Het betreft hier een selectie van alle activiteiten die zijn doorgegeven aan de redactie van De Molenaar. Op onze internetpagina www.demolenaar.nl vindt u de volledige lijst met activiteiten die bij de redactie bekend zijn. Ook meer uitgebreide informatie voor zover beschikbaar of een informatienummer kunt u vinden via de site. Activiteiten voor deze rubriek kunt u aanmelden bij de redactie: redactiemolenaar@eisma.nl.

62

Druk: Scholma druk bv, Bedum © Copyright 2009 Eisma Businessmedia bv, Leeuwarden Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of overgenomen in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgever en auteurs verklaren dat dit blad op zorgvuldige wijze en naar beste weten is samengesteld, evenwel kunnen uitgever en auteurs op geen enkele wijze instaan voor de juistheid en/of volledigheid van de informatie. Uitgever en auteurs aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die het gevolg is van handelingen en/of beslissingen die gebaseerd zijn op bedoelde informatie. Gebruikers van dit blad wordt met nadruk aangeraden deze informatie niet geïsoleerd te gebruiken, maar af te gaan op hun professionele kennis en ervaring en de te gebruiken informatie te controleren.


omslag 3_omslag 3 28-02-11 14:46 Pagina oms 3

PRESENTEERT

SCHIJF VAN 5 Vijf unieke producten uit de natuur die leiden tot een gezondere en meer rendabele veehouderij.

NEXT ENHANCE Stabiele 1:1 Thymol & Carvacrol Voor optimale beschikbaarheid

MYCO-AD A-Z Controle toxinen Verbetert parameters

ACID BUF

SANGROVIT

Controle Oor- & staartbijten Verbetert VC

Eetlustopwekkend Verbetert vertering

YUCCA PLUS Reductie ammoniak Verbetert voerbenutting

Schie 38 3111 PN Schiedam Tel.: +31 (0)23 - 53 13 898 Fax: +31 (0)23 - 55 18 294 info@jadis-additiva.com www.jadis-additiva.com


omslag 4_omslag 4 28-02-11 14:46 Pagina oms 4

“Er is niets mooiers dan gezonde biggen!�

In de veehouderij worden de beste resultaten behaald als het welzijn en de gezondheid van de dieren vanaf het prilste begin centraal staan. Denkavit, internationaal toonaangevend producent van kwaliteitsvoeders voor kalveren, biggen en andere jonge dieren, wil daar een bijdrage aan leveren. Innovatie staat daarbij in ons denken en doen bewust centraal. Aan de hand van onderzoek in onze laboratoria en op onze proefbedrijven ontwikkelen we inzichten die aansluiten op de eisen van deze tijd. En die inzichten delen we met de mengvoederindustrie, de distributeurs en de veehouders zelf. Zo maken we ons als collectief sterk voor het jonge dier. Logisch, want groeien doe je samen.

G R O E I E N

D O E

J E

S A M E N www.denkavit.nl

131 00 443 C

Ad Bi i dd 1

05 03 2008 15 26 07


demolenaar-2009-13