Page 1

DE WERELD VAN DE ARCHITECT | ARCHITECTUUR.NL ARCHITECTUURNL | 7/15

7/15

VLEERMUISBRUG + HOUSE OF ROLF + DONNA VAN MILLIGEN BIELKE + THE SALT PROJECT + GEBOUWEN ALS ENERGY SUPPLY + YAIKE DUNSELMAN + ICDUBO + OBSERVATORIUM + KAPTEIN ROODNAT + INBREIDING IN IJSSELSTEIN + TROMBEWAND IN EDUCATIECENTRUM 01_Cover_lossepagina.indd 1

26-10-15 14:39


1

1. Albert Seubring, glaskunstenaar en meesterslijper, werkt aan zowel vrij werk, als in opdracht van architecten. 2. Seubring maakte voor Rem Koolhaas een maquette van kristalglas. 3-5. Snijder&Co is specialist in handgeschilderd en digitaal behang en textieldessins en werkt met regelmaat met Braziliaanse architecten aan gezamenlijke opdrachten. 4. Behang met een knipoog: minuscule marcherende miertjes die tegeltjes in een keuken imiteren. 6. Brandweerpost Vleuterweide: een totaalontwerp (gebouw, inrichting en stoffering) van Faranak Nourbakhsh, architect ĂŠn interieurarchitect bij bureau Van Rooijen Architecten.

2

3

4

5

6

ArchitectuurNL

10-11-12_samenwerken.indd 10

26-10-15 10:28


INTERDISCIPLINAIR

Samen als curator Architect Le Corbusier ontwierp evengoed het huis zelf als de lampen en tapijten in dat huis. Zo maakte hij de buiten- en binnenruimte tot een logisch en vloeiend geheel. ‘Als je alle krachten bundelt, zou je paleizen kunnen creëren waar bewoners zich prettig voelen’, zeggen veel ambachtelijk werkende ontwerpers die pleiten voor een inniger samenwerking tussen architecten en interieurarchitecten. Frank Lloyd Wright en Le Corbusier creëerden een totale omgeving; de buitenkant en de binnenkant van een gebouw horen bij elkaar. Zaha Hadid doet en Oscar Niemeyer deed het net even anders; zij benaderen ambachtsmensen zoals meubelmakers die het hele interieur in dienst van het gebouw ontwerpen, die kijken naar de wisselwerking tussen de ruimtes. Een stoel past in de context, alsof het meubel nergens anders hoort dan daar. De woning is dan ook geen museum met een designobject op een sokkel dat alle aandacht naar zich toezuigt. De stoel is onderdeel van een totaalconcept, alles vormt een logische eenheid. De juiste keuze van producten als lampen en kasten kunnen ook invloed uitoefenen op een ruimte. Ontwerper Mieke Meijer bedacht daar eens een term voor: ‘furnitecture’, meubels die tevens de ruimte transformeren.

Behang en textiel Dat werkt alleen optimaal bij een goede samenwerking tussen alle expertises. Dat is ook de ambitie van art director en kunstschilder Jaap Snijder en Marcelo Gimenes, kunstenaar en freelance interieurontwerper en stylist van onder andere interieurstudio en ontwerpbureau Depot Rotterdam. Samen vormen ze Snijder&Co, specialist in handgeschilderd en digitaal behang en textieldessins. Gimenes is 25 jaar geleden uit Brazilië naar Nederland verhuisd, maar Snijder&Co werkt daar nog altijd met regelmaat met Braziliaanse architecten aan gezamenlijke opdrachten. ‘In Brazilië is het veel normaler dat architecten ook op de stoel zitten van de interieurarchitect en de productontwerper. Als nieuwe bewoner neem je slechts wat persoonlijke spullen en kleren mee.’

11 10-11-12_samenwerken.indd 11

‘Dat de disciplines in Nederland nog (te) vaak gescheiden zijn, resulteert in aanpassingen achteraf die bewoners veel extra geld kosten, terwijl dat niet nodig was geweest,’ ervaart Gimenes met enige regelmaat. ‘Ik pleit er dan ook voor dat architecten meer open staan om samen met andere ontwerpers curator te zijn van zowel de buiten- als de binnenruimten’, zegt de interieurarchitect. ‘Als een architect mij zijn visie en inspiratie uitlegt, kan ik iets ontwerpen dat past bij de geest van het gebouw. Samen kun je optimaal gebruik maken van de ruimte door aan de hand van hoe het licht valt te bepalen waar de keuken moet komen, en wel of geen ramen tot de grond toe te passen. Een goede architect denkt daar ook over na, tot aan het uitrekenen van de wctegels’, vindt Gimenes.

Teamwork Ook Faranak Nourbakhsh, zowel architect als interieurarchitect, deelt die mening. ‘Ik vind het jammer dat we in Nederland nog teveel in afzonderlijke specialisaties denken, want ik geloof dat teamwork tussen architect, interieurarchitect en ook landschapsarchitect de beste resultaten oplevert’, zegt ze. ‘In Nederland komt meestal eerst de architect aan bod en daarna de interieurarchitect en soms hebben ze elkaar niet eens gesproken’, zegt Nourbakhsh. Dat levert volgens haar wel eens een disbalans op: een modern glazen gebouw met Louis XIV-gordijnen en zware boerderijmeubels.’ Daarin beweegt ook de consument, leest Gimenes af aan de populariteit van onder andere Depot Rotterdam. ‘Particulieren die een huis laten bouwen willen niet met de Ikeagids als bijbel spullen uitzoeken, of kopen wat

de bladen dicteren. Ze verwachten dat je als curator optreedt en hen helpt een totaal te kiezen dat past bij hun persoonlijkheid.’ Dat is ook het uitgangspunt van Snijder&Co: een interieur straalt het karakter van de bewoners uit. Samen gaan we op zoek naar de juiste elementen, de perfecte verhoudingen en de geschikte materialen en kleuren die daar bij passen. Je koopt niet alleen een huis, maar ook een ambiance. Je kunt de mooiste en duurste designstoelen kopen, als deze niet passen in de ruimte dan is het design een last’, zegt Gimenes. ‘Mensen willen iets eigens, helemaal op maat’, weet Snijder. ‘Zo zijn wij begonnen met handbeschilderd behang. Mensen drukken er hun identiteit mee uit. Zelfs jongeren met een krap budget zien de waarde van schoonheid. Ze begrijpen het product; het is geen massaprint uit China of een invuloefening à la Bob Ross maar het is vakmanschap waar uren met precisie aan is gewerkt.’ Voor de ene opdrachtgever is dat behang met een knipoog: minuscule marcherende miertjes die tegeltjes in een keuken imiteren tot een uitbundig en kleurrijk behang van vervlochten ranonkels in Marie Antoinette-stijl tot vliegende spreeuwen die beweging brengen in een modern interieur.

Glaskunst Albert Seubring, glaskunstenaar en meesterslijper, ziet daarin ook zijn mogelijkheden. Hij werkt vanuit zijn bedrijf Het Kroonjuweeltje aan zowel (architectonisch) vrij werk, als in opdracht van architecten, interieurarchitecten en designers als Rem Koolhaas, Cees Dam, Piet Boon, Scholten & Baijings en Marcel Wanders. ‘Veel architecten willen een uitstapje maken naar de kunst, ze ArchitectuurNL

26-10-15 10:28


Uitbouwen

De tuin in Er zijn allerlei moverende redenen te bedenken waarom een opdrachtgever de keus maakt om een bestaand gebouw te voorzien van een uitbouw. Het huis bevalt verder prima, de straat, de buurt, de locatie is helemaal in orde en bij een verhuizing raak je dat allemaal kwijt. Meestal hebben de opdrachtgevers wel een idee van wat ze willen, maar door er een architect bij te halen ontstaan soms onverwachte en mooi doordachte oplossingen. Het zijn vaak kleine architectenbureaus die zich gespecialiseerd hebben in het maken van uitbouwen aan woningen. Meestal zijn deze uitbreidingen gesitueerd aan de achterkant, soms ook aan de zijkant van het bestaande pand. Dat gaat dan ten koste van de tuin, maar het leefgenot neemt verder alleen maar toe. Enkele recente voorbeelden van aanbouwen maken duidelijk waarom een architect een meerwaarde heeft voor de opdrachtgever. Machiel Wagenaar (MWarchitectuur) is één van die architecten die met regelmaat woninguitbreidingen ontwerpt. Opdrachten krijgt hij vaak via via, en het gaat meestal om meer leefruimte in de woning. De kinderen zijn groter geworden en dat heeft invloed op het gebruik van de woning en vaak ook willen de opdrachtgevers, vooral van rijtjeshuizen of twee-onder-een-kappers, hun woning ook individueler maken. Wat Wagenaar als architect bijdraagt, is dat hij een veelal vage opdracht, met soms zelfs tegenstrijdige wensen, vertaalt naar een concrete oplossing waarin iedereen zich kan vinden. Want dat maakt dit type opdrachten interessant, meestal gaat het niet om één opdrachtgever, maar om een heel gezin waarbinnen elk zijn of haar eigen wensen heeft. Zo ook bij een brede twee-onder-eenkapwoning uit de jaren zeventig in Voorschoten, die een grote open woonkamer kreeg door bijna alle indelingen op de begane grond weg te halen. Samen met een forse uitbouw aan de achterzijde met ruim uitzicht over de grote en diepe tuin. Naast de uitbouw en herindeling van de begane grond zijn ook de verdiepingen aangepakt met op zolder een brede en lichte gang die toegang geeft tot de slaapkamers en badkamer.

17 16-17-18-19-20-21_contextaanbouwen.indd 17

Ook in Eindhoven nam Wagenaar een tweeonder-een-kapwoning uit de jaren zeventig onder handen. Het huis ligt met de tuin op het noorden waardoor de leefruimtes aan die kant vrij donker en somber zijn. Door de garage als extra woonruimte (speelkamer en fietsenberging) bij het huis te betrekken én een extra aanbouw ter vergroting van de keuken te maken, werd de woning flink groter. Door de aanbouw en de speelkamer te voorzien van schuin oplopende daken met lichthappers op het zuiden en westen wordt zonlicht en vrolijkheid in dit deel van de woning gebracht. De woning is ook heringedeeld met als gevolg dat er meerdere looproutes op de begane grond zijn ontstaan, je kan nu een rondje door de woning lopen, iets wat de opdrachtgevers vooraf niet voorzien hadden.

Uitrekken Voor een woonhuis in Rijswijk, deel uitmakend van een rijtje van zes panden uit circa 1900, was de vraag aan architect Ruud Visser niet om de begane grond te vergroten, maar om de verdieping met veel te kleine slaapkamers ruimer te maken. Visser maakte samen met Fumi Hoshino een plan waarbij de woning als ware twee meter werd opgerekt in de achtertuin, precies voldoende om ruimere slaapkamers te realiseren. Helaas bleek dat niet te passen in het vigerende bestemmingsplan waar aanbouwen hoger dan drie meter niet waren toegestaan. En dan blijkt een architect goed van pas te komen. Ze schreven namelijk een brief aan Burgemeester en Wethouders om ze er van te overtuigen dat het plan goed is voor de toekomst van de buurt. Jonge gezinnen met twee kinderen hoefden na deze ingreep niet

meer te verhuizen omdat de kinderslaapkamers op de verdieping zo een normale afmeting zouden krijgen. Met goede argumenten wisten ze de gemeente te overtuigen en kon de woning uitgerekt worden. Vorm, nok en gevelankers zijn gekopieerd, maar in plaats van verschillende kleine ramen is er één groot glasvlak gemaakt dat in vieren wordt gedeeld door een kruisvormig houten frame. Achter elk stuk glas is een andere ruimte: boven de twee slaapkamers, onder de nu ruime keuken en de eetkamer. De lage en rommelige uitbouwen van de buren op de begane grond schreeuwen nu ook om een hogere vervanging (foto's 6-10).

Contrasteren Ook Dymanus Architectuur maakt veel uitbouwen waarbij versterking van de bestaande kwaliteiten, zowel in vormgeving, materialen en vaak groene setting, voorop staat. Daarbij kan er zowel worden voortgebouwd op het bestaande of gekozen worden voor een contrasterende toevoeging. Voor die laatste oplossing zorgde architect Stan Dymanus bij een naoorlogse woning in Abcoude. Dit hoekhuis met kleine keuken, smalle woonkamer en lage verdiepingshoogte kreeg een toevoeging van twee doosjes, passend binnen de vigerende uitbreidingsregels. Het ene doosje aan de zijkant van het huis is een verbreding van de woonkamer, aan de achterkant is een grotere doos geplaatst, breder dan het oorspronkelijke pand, waarin de riante eetkeuken is gebouwd. De oorspronkelijke keuken fungeert nu als bijkeuken. De nieuwe eetkeuken is iets verdiept aangelegd, waardoor die aan hoogte wint. ArchitectuurNL

26-10-15 15:06


6 16-17-18-19-20-21_contextaanbouwen.indd 18

18 26-10-15 15:06


Eigenwijs conformisme in IJsselstein Kleinstedelijke verheffing Architect Walter van Meijl en ontwikkelaar/aannemer Arie de Wit sloegen de handen ineen toen een mooi plan voor stedelijke vernieuwing in IJsselstein dreigde te mislukken. Samen realiseerden ze nieuwe aantrekkelijke winkelruimte en gewilde appartementen voor nieuwe stadsbewoners. Met respect voor de historische omgeving, maar ook aandacht voor de gebruiker, hebben ze het oude verheven en een nieuwe toekomst gegeven.

24-25-26-27-28_ijsselstein.indd 24

26-10-15 15:43


Licht en zicht Walter van Meijl wil, zoals vermeld, de kwaliteit van de omgeving benutten om het wonen in de stad aantrekkelijker te maken. Een voorbeeld hiervan is een woonkamer die alleen aan het ‘stadspleintje’ gevelvensters heeft. Voor een goede lichtopbrengst en uitzicht met stadsbeleving bedacht hij twee oplossingen. Daklichten in het achterste gedeelte van de kamer geven mooi diffuus licht. En door een hoek van het platte dak op te tillen en tussen muur en dak glas te zetten, krijgt de bewoner zicht op de kerktoren en heeft hij tot laat zonlicht in de kamer. Ook de terrassen in het oude Benschopperstraat 16 zijn bewust aan de zuidwestkant gesitueerd waar zich een breed stadspanorama openbaart met katholieke kerk en molen. De oude vensters in de zijgevel van Benschopperstraat 16 wilde Van Meijl behouden en door een lichtstraat in de overbouwing van de steeg te maken tegen de zijgevel aan, valt er daglicht in de winkel en in de overbouwde steeg.

Eigenwijs conformisme Op het achterterrein van Benschopperstraat 14 en 16 is volledige nieuwbouw gerealiseerd. De nieuwe gevel aan de Koningshof 5 is ingeklemd tussen twee eigentijdse blokken. Ook hier heeft

13 Van Meijl verbinding gemaakt met de omgeving. De puntgevel is niet alleen een afgeleide van de achtergevel van Benschopperstraat 16, maar refereert ook aan het buurpand. De hap uit de gevel refereert aan de vormentaal van nummer drie. In de keuze voor verblendsteen is een link gelegd met buurpand 7. Om de grijze monotonie te doorbreken zijn deuren, enkele vensters en de wanden van de inpandige balkons oranje gekleurd. Door deze kleurstelling eist het pand, ondanks zijn invoeging in de omgeving, zijn aandacht op.

Projectgegevens Architect: Walter van Meijl, WAS architectuur & design. Projectleider: Bas Obbink, WAS B&B. Opdrachtgever en aannemer: Arie de Wit/ Bouwbedrijf De Wit. Bouwhistorisch onderzoek: Archimedia Zelhem. Programma: 550 m2 winkelruimte en 7 huurappartementen. Bruto vloeroppervlakte: 1400 m2. Start bouw: Maart 2014. Oplevering: September 2015. Adres: Benschopperstraat 14 en 16 IJsselstein. ArchitectuurNL

24-25-26-27-28_ijsselstein.indd 28

Tekst Fred Gaasbeek Fotografie Eike Michler en Fred Gaasbeek

12

14 12. Het gevelgedeelte van het nieuwbouwblok achter nummer 16 spiegelt de puntgevel van nummer 16 en is gemetseld in metallic grijze verblendsteen. Het gedeelte achter nummer 14 eindigt tegen bestaande bebouwing aan de Koningshof en is in beige verblendsteen opgetrokken. Door het gebruik van verschillende soorten baksteen en hout is het visuele verschil tussen Benschopperstraat 14 en 16 over het stadspleintje doorgetrokken. Het opgetilde dak van het appartement rechts biedt zicht op de kerktoren en zorgt voor langdurig zonlicht in de woonkamer. 13. Woonkamer met opgetild dak. 14. Interieur winkel met hoog plafond en bouwsporen in de zijgevel. De entree van het appartement erboven hangt als wit blok in de winkel.

28 26-10-15 15:44


Waar het in onze filosofie om gaat, is definitief stoppen met liefdeloze dozen samenstellen en overgaan naar liefdevolle, menselijke architectuur 30-31-32-33_interviewdunselman.indd 30

Yaike Dunselman

26-10-15 14:59


INTERVIEW

De mens is altijd beginpunt Yaike Dunselman: Het gaat om wie je bent, hoe je waarneemt en wat op je inwerkt

Zijn belangrijkste drijfveer om architect te worden, was dat hij de wereld niet mooi vond en dat vindt hij nog steeds. Sterker nog: als hij om zich heenkijkt, is de wereld lelijker dan ooit. De gebouwde omgeving wordt gedomineerd door fascinatie, lompheid en grofheid. Hij doet het anders: verfijnder, kunstzinniger, menselijker. Daarom kiest hij voor een antroposofische benadering van het vak. Yaike Dunselman is de vijftiende kandidaat in de interviewestafette. In de vorige editie werd hij uitgenodigd door Thomas Rau.

31 30-31-32-33_interviewdunselman.indd 31

26-10-15 14:59


1

2 ArchitectuurNL

34-35-36-37_energysupply.indd 34

34 26-10-15 15:00


ENERGIENEUTRAAL

Nieuwbouw versus retrofitting Openbare gebouwen zijn van ons allemaal en worden daarom graag opgesierd met het predicaat ‘energieneutraal’. In Venlo gaat men zelfs nog een stap verder. Het nieuwe gemeentehuis in aanbouw is helemaal cradle to cradle. Leuk hoor, stelt David Peck van het Valorisation Centre van de TU Delft, maar daarmee gaan we voorbij aan het werkelijke probleem. De grote energiewinst moeten we halen in de bestaande bouw. ‘Daar ligt voor 200 jaar werk op architecten te wachten.’ Het nieuwe gemeentehuis van Venlo (oplevering: april 2016) wordt helemaal volgens de principes van cradle to cradle gebouwd. Deze kringloopvisie is losgelaten op de thema’s materiaalgebruik, water, lucht en energie. Het complex aan de Eindhovense weg is markant, transparant en multifunctioneel, gelardeerd met de duurzaamste toeters en bellen. Een korte opsomming. De door wegen en spoorlijnen vervuilde lucht rondom het gebouw wordt gezuiverd door een enorme groene gevel van 2.000 m2. De parkeergarage wordt gebruikt om de lucht in het gebouw ’s winters voor te verwarmen en ’s zomers te koelen. De kas bovenop het gebouw zuivert de lucht en levert warmte. Regenwater wordt opgevangen, gebruikt en door een helofytenfilter gezuiverd voordat het weer de Maas in stroomt. Daglicht wordt zo diep mogelijk het gebouw in gehaald, waardoor minder kunstlicht nodig is. De grootte en vorm van de vides zijn afgestemd op een zo natuurlijk mogelijke luchtstroom, waardoor minder gebruik hoeft te worden gemaakt van mechanische ventilatie. Er is driedubbel glas gebruikt. De pv-panelen (1.000 m2) worden deels ook gebruikt als zonwering. De gebruikte materialen zijn recyclebaar en… afval bestaat niet, want dient als grondstof.

Grondstoffenbank Architect Hans Goverde van Kraaijvanger Architecten: ‘We wilden een gebouw ontwerpen dat gaat leven in de harten van de Venlonaren. Dus moet het er mooi uitzien, een gezond binnenklimaat hebben en een fijne plek zijn om te verblijven. Dan zullen mensen automatisch moeite doen voor het behoud ervan. Dat is duurzaam. Ook de interactie met de stad vonden we belangrijk, anders heb je straks een dood duurzaam gebouw. Er komt een café in, en een zaal voor symposia.’ Kraaijvanger Architecten profileert zich niet alleen met nieuwbouw maar ook met duurzame renovatie. Maar aangezien Venlo iets nieuws wilde in de geest van cradle to cradle, was dat voor Goverde een buitenkans om iets bijzonders neer te zetten: ‘In Venlo zijn we verder gegaan dan waar ook. Het hele gebouw kan uit elkaar, alle materialen zijn te hergebruiken. We zien dit gebouw als een grondstoffenbank. Alles wat erin gestoken wordt, moet na verloop van tijd hergebruikt kunnen worden.’ Ook de relatie met de producenten is anders dan gebruikelijk. Goverde: ‘De producenten van led-verlichting, tapijt, tegels en wc-potten blijven eigenaar van hun producten

35 34-35-36-37_energysupply.indd 35

1. Het nieuwe gemeentehuis van Venlo, een ontwerp van Kraaijvanger Architecten, wordt helemaal volgens de principes van cradle to cradle gebouwd. Deze kringloopvisie is losgelaten op de thema’s materiaalgebruik, water, lucht en energie. 2. Gevel met hoofdentree en venster op de stad. De door wegen en spoorlijnen vervuilde lucht rondom het gebouw wordt gezuiverd door een enorme groene gevel van 2.000 m2. Beelden Kraaijvanger Architecten. ArchitectuurNL

26-10-15 15:00


ik heb bewust voor iets radicaals gekozen, zodat het concept sterker werd 40-41-42-43-44-45_platform.indd 40

Donna van Milligen Bielke

26-10-15 15:02


PLATFORM

Radicale keuzes en poëtische ontwerpen Recente ontwerpen van Donna van Milligen Bielke

Haar baan bij Powerhouse Company zegde ze op. Vervolgens zonderde de jonge architect Donna van Milligen Bielke zich af om in volledige toewijding te werken aan haar inzending voor de Prix de Rome. Een radicale keuze maar met succes – haar Cabinet of

Curiosities werd door de jury unaniem aangewezen als winnaar. ‘Het prijzengeld vormt het startkapitaal voor mijn eigen bureau.’ Naast grootschalige stedelijke ontwerpen doet ze kleinere projecten om gewoon echt te bouwen, zoals in het Museum Amsterdam.

41 40-41-42-43-44-45_platform.indd 41

26-10-15 15:02


Kaptein Roodnat Binnenstebuitenkeringen Ze draaien al een tijd mee in de creatieve wereld, zijn gedreven, talentvol en ambitieus. Ze kiezen een eigen weg, experimenteren en zoeken nieuwe samenwerkingen. Deel 16 van een serie: Marleen Kaptein (1977) en Stijn Roodnat (1974), samen Kapitein Roodnat. ‘Er zitten veel dubbelfuncties en binnenstebuitenkeringen in ons werk.’

46-47-48-49_designkapteinroodnat.indd 46

26-10-15 15:23


EEN ECHTE James Bondafdeling waar we elkaar inspireerden bij het realiseren van een ‘meisjesproduct’ Label/Breed Ook het vorig jaar op de meubelbeurs van Milaan gelanceerde nieuwe Label/Breed dat Roodnat samen met Toon Stilma opzette kreeg de nodige aandacht. Het idee waar meer ontwerpers mee rond- en tegenaan lopen: fabrikanten, ontwerpers en producenten op een directe en zuivere manier bij elkaar brengen, maken zij tot een succes. ‘We maken het ontwerpers makkelijker de weg naar bedrijven te vinden die bijzondere innovatieve technologieën ontwikkelen waarmee zij tot nieuwe producten kunnen komen. En bedrijven ontdekken dat ze samen met die ontwerpers hun kennis op een nieuwere manier toe kunnen passen dan ze al honderd jaar doen’, legt hij uit. Onder andere Christien Meindertsma, Demakersvan en ook Marleen Kaptein werden ‘gekoppeld’ aan een typische mannenwereld: het Nederlandse Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR). ‘Het is een echte James Bond-afdeling waar we elkaar inspireerden bij het realiseren van een ‘meisjesproduct’. Een robot legde een platte stoel in 64 secure lijnen van koolstofvezels in maar liefst 26 uur tijd. Deze is daarna gevormd. Het architecturale resultaat heeft iets weg van het stalen patroon van de Eiffeltoren, de poten lijken op zwartgeverfd kunststof rotan 7 en wat betreft de structuur en kleur kan het materiaal ook best zeewier zijn. Het ontwerp is echter gebaseerd op de vleugel van een libelle - een knipoog naar wat er sinds jaar en dag in het laboratorium wordt gemaakt. De koolstofstoel van Marleen Kaptein is eind 2015 verkoopbaar. En de toekomst? ‘We zouden vooral onze uitvindingen op het gebied van technieken en materialen verder willen uitdiepen om tot ontwerpen te komen met een heel andere uitstraling’, zeggen ze.

6

8

www.kapteinroodnat.nl

6 De koolstofstoel van Marleen Kaptein voor Label/Breed (2014) Foto Studio Aandacht. 7 en 8. Interieurontwerp en interieurproducten voor Mandarina Duck in Parijs (2000, i.s.m. Droog Design en NL Architects). De meubels en objecten tonen en verhullen hun inhoud: de ronde inloopkast voor kleding en accessoires omsluit zowel de kleding als de klant, de paskamer wordt gevormd door een ‘riethaag’ van kunststof stengels die bij aanraking zachtjes beweegt. 9. Voor Martinez Gallery liet Kaptein Roodnat zowel de oude gedaante van het gebouw als haar nieuwe identiteit als ‘white cube’ zien. De witte wanden zijn een stukje voor de oude gifgroen geverfde muren geplaatst. In de clubruimte kunnen bezoekers stoelen, tafels, banken en kussens uit de wand halen en ze weer terugplaatsen wanneer de vloer leeg moet zijn voor een feestje Foto Edgar Cleijne.

ArchitectuurNL

46-47-48-49_designkapteinroodnat.indd 48

Tekst Viveka van de Vliet i.s.m. Stichting Zetel

9

48 26-10-15 15:23


Tussen kunst en architectuur Installaties van Observatorium ‘Maken wij nou kunst of is het toch architectuur? Of zelfs stedenbouw?’ Ruud Reutelingsperger van het kunstenaarscollectief Observatorium vraagt het zich wel eens af. ‘Misschien is het wel alles tegelijk.’ Sinds 1997 maakt Observatorium monumentale installaties in de openbare ruimte. Zoals onlangs De Zandwacht op het uiterste puntje in zee van de tweede Maasvlakte.

56-57-58-59_cocreatieobservatorium.indd 56

26-10-15 15:33


Ruimtelijke kunst

2

‘Maken wij nou kunst of is het toch architectuur? Of zelfs stedenbouw?’ Ruud Reutelingsperger van het kunstenaarscollectief Observatorium vraagt het zichzelf ook wel eens af. ‘Misschien is het wel alles tegelijk. Zowel stedenbouw, landschapsarchitectuur als architectuur en dan verwezenlijkt met de fantasie en verbeelding van kunst.’ Sinds 1997 maakt Observatorium – dat naast Reutelingsperger bestaat uit Geert van de Camp, Andre Dekker en Lieven Poutsma – monumentale installaties in de openbare ruimte. Het zijn fysieke plekken waarin mensen daadwerkelijk kunnen verblijven. Zoals ze schreven in hun boek Big Pieces Of Time: ‘Observatorium richt zich op mijmeringen, plezier en ontspanning, de behoeften van het individu, de liefde voor dingen.’ Zo nodigen ze mensen uit om uit hun dagelijkse leefomgeving te stappen. Daarom trekken ze zich niets aan van de regels waaraan architectuur en stedenbouw zijn gebonden. ‘Architectuur mag niet falen, een kunstwerk wel. Die vrijheid staan wij onszelf toe.’ De interviewafspraak met het Rotterdamse kunstenaarscollectief krijgt op het laatste moment een andere wending: alleen Reutelingsperger is beschikbaar, de aanwezigheid van de overige drie leden is opeens op locatie vereist. ‘We werken aan verschillende projecten tegelijk momenteel, vandaar’, zegt Reutelingsperger. ‘Hoewel we elkaar aanvullen, zijn we het inhoudelijk toch met elkaar eens.’ Het collectief bestaande uit de drie oprichters – ‘allemaal vijftigers’ – is onlangs ook uitgebreid met Poutsma, een interieurarchitect van bijna dertig. ‘We worden het eerste kunstenaarscollectief dat wordt overgedragen op een volgende generatie, als een soort familiebedrijf.’ Met andere woorden: het interview in de Rotterdamse studio kan gewoon plaatsvinden. Aan de muur hangen losse potloodschetsen en gedetailleerde pentekeningen van hun projecten. Op kasten staan houten maquettes. ‘Alles doen we nog met de hand, misschien verraadt dat ook wel dat we kunstenaars zijn.’

Duingeraamte Aanleiding voor een interview is De Zandwacht, het meest recente en tevens meest prominente werk van Observatorium. Dit betonnen skelet van twintig bij veertig meter werd deze zomer opgeleverd en bevindt zich op het uiterste puntje in zee van de tweede Maasvlakte. ‘Dat is geen uitnodigende plek voor mensen. Daarom hebben we de natuur als uitgangspunt genomen. Als je daar maar lang genoeg op het strand staat, dat vormt zich als vanzelf een duin om je heen. Eerst langs je voeten en dan langzaam omhoog. Dat scheppingsproces van een duin hebben we verbeeld met een constructie van beton. Het geraamte van een duin, als het ware. Het is een plek waar je kunt zien hoe de zee en het kunstmatige landschap op elkaar inwerken. Het zou fantastisch zijn als het in de loop der tijd ook echt onder een duin verdwijnt. Dat mensen dan over twintig jaar weer gezamenlijk op zoek moeten gaan naar die constructie.’ Lachend: ‘Maar dat idee sprak het Rotterdamse Havenbedrijf, de opdrachtgever, overigens minder aan.’ Gebruikskunst, zo zou je de ruimtelijke installaties van Observatorium kunnen noemen. ‘We maken kunst, en architectuur is ons medium.’ Al blijft dat gebruik in veel gevallen beperkt tot kijken. Met hun installaties wil Observatorium letterlijk en figuurlijk ruimte creëren voor overpeinzing en observatie. ‘We maken plekken waar mensen even afstand kunnen nemen van de wereld. Tegelijkertijd maken onze installaties een verbinding tussen bestaande werelden.’ Bij Dordrecht is een houten paviljoen gebouwd dat uitzicht biedt op grote waterwerken die de stad de komende jaren gaan veranderen. ‘Zulke processen willen we zichtbaar maken. Vandaar ook de naam Observatorium.’

3

1. De Zandwacht is deze zomer opgeleverd op het uiterste puntje van de tweede Maasvlakte. 2. De Zandwacht bestaat uit een betonnen skelet van 20 bij 40 meter met bogen die de baan van opstuivend zand laten zien. Daarmee visualiseert het kunstwerk hoe natuurkrachten duinen vormen. Het beton heeft dezelfde kleur als het zand van het Maasvlaktestrand. 3. Onder de bogen staan zitelementen, die uitnodigen om te genieten van het uitzicht en de omgeving.

Klooster Naast een blik op de buitenwereld kan de gebruiker de blik ook op zijn innerlijk richten. ‘Afzondering is een vorm van participatie. Het is een manier om je plek in de wereld te bepalen. Soms maken we een installatie om mensen een aanleiding te geven om een plek te bezoeken.’

57 56-57-58-59_cocreatieobservatorium.indd 57

ArchitectuurNL

26-10-15 15:33


Perfectie is boring

Architectuurfotografie van Herman van Heusden Architectuur leeft bij de gratie van de gebruikers. Daarom laat ik in mijn architectuurfoto’s ook mensen zien, hoewel niet te dominant. Via onscherpte en beweging maak ik ze iets minder aanwezig. Ik heb helemaal niets met foto's van lege interieurs en ruimtes. Ik noem dat 'neutronenbom fotografie'. In mijn beelden moet altijd iets gebeuren, een hond die door het beeld loopt, een windvlaag, anything that moves en enige wanorde brengt in het lijnenspel. Perfectie moet bij dit alles worden vermeden; perfectie is boring.

60 60-61-62-63-64-65_doordelens.indd 60

26-10-15 15:36


DOOR DE LENS VAN

61 60-61-62-63-64-65_doordelens.indd 61

ArchitectuurNL

26-10-15 15:36


House of Rolf LIEFDESNEST OF LABEL?

Een voormalig koetshuis aan een hofje aan de Maliebaan is door Rolf Bruggink en Niek Wagemans getransformeerd in een woon-/werkruimte. Wat het gebouw bijzonder maakt, is dat het complete interieur is opgetrokken uit materiaal van een naastgelegen slooppand. Dat was een heel gepuzzel, maar het resultaat mag er zijn. House of Rolf bewijst dat je van bouwafval iets moois kunt maken. Of het huis een liefdesnest of label wordt, zal de tijd uitwijzen. ArchitectuurNL

66-67-68-69_thuisbij.indd 66

2

66 26-10-15 15:40


6

Centraal in het koetshuis staat een blok waarin functies zijn ondergebracht als de keuken, de slaapkamer, de douche, toilet, een ‘zwevende’ werkruimte en logeerkamer. Wat direct in het oog springt, is dat de buitenzijde van het blok gemaakt is met oude plaatradiatoren. Het idee om de oude plaatradiatoren als dragende wand te gebruiken had Rolf direct al, zegt Niek Wagemans. ‘Hij durft de gok aan dat het gaat lukken, terwijl ik me wel twee keer zou bedenken om zoiets groots uit radiatorplaten op te trekken. Maar ik hou wel van de uitdaging en hoge ambitie die neer wordt gelegd. Rolf: ‘Maar het is een misverstand te denken dat ik van de gekke ideeën ben en Niek voor de realisatie zorgt. Op de radiatorwanden na, hebben we samen alle beschikbare bouwmaterialen geïnventariseerd en bekeken en net zo lang gepuzzeld tot we wisten welk materiaal we waar konden toepassen of wat we ervan konden maken. Daarin gaat Niek heel ver. Hij kon soms een dag zitten kijken naar het bouwafval uit het kantoor zonder dat er ook maar iets gebeurde. De volgende dag stond er dan ineens een tot in detail verzorgde wand, opgetrokken uit sloopmateriaal. Dat is denk ik het verschil tussen Niek en mijzelf. Ik ben goed in de rode draad uitzetten, Niek gaat meer over invulling en details.’ De tafel in de woonkamer is een verhaal apart. Rolf Bruggink noemt hem ‘De tafel van het huis’ omdat hij gemaakt is van het restmateriaal waarvan het interieur is opgetrokken; een staalkaart van wat er in het slooppand te vinden was. ‘Het is de bedoeling dat architecten van een sloop-/ nieuwbouwproject straks naar me toekomen omdat ze ook een tafel van het huis willen hebben voor hun opdrachtgever. Dat wordt dan geen replica van dit exemplaar. Ik ga er struinen en maak de tafel van de materialen die gesloopt zijn in dat huis.’ Rolf: ‘Even over het ontwerp: Er zitten vijf spanten in het koetshuis wat betekent dat er zes traveeën zijn en die heb ik opgedeeld in drie zones. De eerste zone heb ik leeg gelaten om te laten zien

6. Schoonheid van sloopmateriaal. 7. Rolf aan de ‘tafel van het huis’ vanuit de keuken gezien, ook de beroemde Z-stoel van Gerrit Rietveld is nagemaakt uit sloopmateriaal. 8. De deurtjes van de keuken zijn afkomstig uit het gesloopte kantoorpand. 9. Doorzicht met links deuren naar de tuin en in het midden de ‘tafel van het huis’ waarin alle toegepaste sloopmaterialen zijn verwerkt.

hoe het koetshuis was; wanden, spanten, plafond. Vervolgens staat het centrale blok vrij, maar strak tussen de spanten passend om vervolgens door te lopen naar achter naar het derde deel waar je het object, de zwevende kamer, ziet vergroeien met het casco.’ De intensieve samenwerking tussen Niek en Rolf: het puzzelen, zorgvuldig nadenken over detaillering, materiaaltoepassing en afwerking is niet zonder resultaat gebleven. Wie door het koetshuis loopt, krijgt niet direct het idee dat nagenoeg de complete binnenkant is opgetrokken uit sloopmateriaal. Het enige wat nieuw gekocht werd, zijn het sanitair, keukenapparatuur, de installatie en montagemateriaal. ArchitectuurNL

66-67-68-69_thuisbij.indd 68

8 Niet gek voor een droomhuis, of zoals Rolf het zelf noemt ‘langdurig liefdesnest’. Maar de officiële benaming is House of Rolf, ‘omdat het ook gaat over de meubels die ik maak en m’n studio die er gevestigd is. Eigenlijk wil ik er m’n bureaunaam aan verbinden en dan klinkt House of Rolf goed, het kan zelfs een label worden’. Of de naam op termijn bevalt, moet de praktijk uitwijzen.

7

Tekst Peter de Winter Fotografie Rolf Bruggink, Christel Derksen, Jacqueline Knudsen, Jeroen Musch

68 26-10-15 15:41


ABONNEREN

Vakblad en website

OVER DE WERELD VAN DE ARCHITECT + ONDERNEMEN + KENNIS DELEN + PROJECTEN + INSPIRATIE + VAKBLAD + TOEGANG TOT PREMIUM DEEL OP WEBSITE Ga naar www.architectuur.nl/abonneren en kies uw abonnement. Bel (088) 226 66 47 of mail abonneren@eisma.nl

Architectuurnl 07 2015 preview  

Dutch magazine on dutch architects, designers, architecture, landscape, design.

Architectuurnl 07 2015 preview  

Dutch magazine on dutch architects, designers, architecture, landscape, design.