Page 1

DE WERELD VAN DE ARCHITECT | ARCHITECTUUR.NL ARCHITECTUURNL | 4/13

4/13

BEELDEND NOTULIST METZ + FUNDATIE IN DE WOLKEN + KINDEROOGCENTRUM + JEANNE DEKKERS' VISIE OP LEEGSTAND + NEW DIGITAL REVOLUTION + JAN EN MELS VLIEGEN UIT DE BOCHT + MILAAN 2013 + KOPEREN KUBUS VAN PRAST + MENS ALS MAAT + CITÉ NA 3 JAAR 01_Cover_lossepagina.indd 13

11-06-13 09:06


1

1. Een ufo is geland op museum de Fundatie in de binnenstad van Zwolle. 2. Samen met de Koninklijke Tichelaar ontwikkelde Henket twee nieuwe tegels in twee formaten, 10x10cm en 20x20cm. 3. De duif van Marthe Röling, met op de achtergrond de gefacetteerde huid met 55.000 wit-blauwe keramische reliëftegels, die doen denken aan schubben van een reptiel. 4. Het oog op de stad. 5. Vanaf een afstand lijkt de kleur van de bol op te gaan in de hemel. 6. De Fundatie vanaf de Singel Foto Pedro Sluiter.

ArchitectuurNL

12-13-14-15_fundatiezwolle.indd 12

2

3

4

5

6

12 10-06-13 08:30


Parel

In de wolken Toen Ralph Keuning, directeur van de Fundatie in Zwolle, in 2010 architect Hubert-Jan Henket benaderde, vroeg hij hem om een transparante uitbouw voor zijn museum à la Boijmans van Beuningen. Henket stelde daarentegen een bolvormige uitbreiding op het dak voor. Met dit lumineuze idee en veel enthousiasme wisten ze samen in recordtijd alle gremia te overtuigen en mobiliseren. In mei 2013, drie jaar later, opende de uitbreiding. ‘Het is een razend snel proces geweest, een bijna Chinees bouwtempo’ noemt Ralph Keuning het. Hij kreeg heel iets anders dan hij had gevraagd, maar is er zeer gelukkig mee, ‘Dit is veel beter!’ De architectuur van HubertJan Henket is vaak ingetogen van karakter. Hij heeft de naam een architect te zijn die goed kan luisteren, naar de opdrachtgever, naar de locatie en, in geval van uitbreiding of renovatie, naar het bestaande gebouw. Maar als een opdrachtgever iets voor ogen staat, waarvan Henket denkt dat dat niet optimaal is, dan gaat hij ertegen in en komt met iets beters. In dit geval een bolvormig volume op het dak met twee zalen boven elkaar, en dwars door het midden van het gebouw een vide met transparante lift. De rest laat hij ongemoeid. Geen ingetogen uitbreiding, maar een zeer opvallende verschijning, waar iedereen wel een mening over heeft.

De lucht in Toch houdt Henket wel degelijk op verschillende niveaus rekening met het bestaande, met de context. Henket: ‘Toen Ralph Keuning mij belde met de vraag om de haalbaarheid te toetsen van een glazen uitbreiding aan de achterzijde van het gebouw, heb ik het gebouw en zijn omgeving geanalyseerd. Het neoclassistische gebouw aan de rand van de oude binnenstad is rond 1840 als Gerechtshof ontworpen door architect Eduard Louis de Coninck. Het kent een alzijdige symmetrie en heeft aan twee zijden een monumentale entreepartij. Het is een mooi solitair geheel, de architect liet het iets terugspringen in de gevelwand van de Blijmarkt, aan de achterzijde steekt het juist vooruit in het singelpark, dat in de Engelse

13 12-13-14-15_fundatiezwolle.indd 13

landschapsstijl werd ontworpen op de plek van de gesloopte stadsmuren. Zo’n sterk geheel moet je niet aantasten met een aanbouw of vleugel eraan. Wat kun je dan? Ondergronds kon ook niet, want onder het museum liggen allemaal historische funderingen en ondergronds achter het museum zou een onoverzichtelijke routing tot gevolg hebben. Dus er was maar één oplossing: er boven op! En als je dat doet moet je een vorm en materialisering kiezen die zo afwijkt van het oude, dat het geen concurrentie aangaat, dat oud en nieuw allebei hun eigen waarde hebben.’ De gekozen vorm ligt voor de hand, een volume met twee symmetrieassen en elliptische doorsneden, dat twee meter vanaf de gootrand van de oudbouw terugspringt, 33 meter lang en 22 meter breed. De ronde vorm contrasteert met de orthogonale oudbouw. De opbouw heeft al vele namen gekregen, het oog, de wolk, de ufo, de rugbybal. Henket en de Fundatie opteren nu voor de Wolk, omdat de opbouw optisch zou zweven boven het neoclassicistische gebouw. Maar over dat luchtige zwevende effect valt te twisten, het staat er wel degelijk stevig op, ook optisch. Het stalen skelet van de nieuwe opbouw rust op acht stalen kolommen die langs de twee grote zalen op boorpalen gefundeerd zijn. De kleur van de gevelbekleding moet het luchtige versterken, aldus Henket: ‘Als bekleding is in eerste instantie gedacht aan goud, als classicistische bol, en aan zilver voor een meer moderne uitstraling. Uiteindelijk kozen we voor driedimensionale tegels in verlopende kleuren van wit naar lichtblauw, zodat de opbouw lichter en luchtiger zou zijn, en soms zelfs optisch bijna weg zou vallen

tegen de lucht. Ik wilde kleine reliëftegels, zodat regenwater warrelig naar beneden stroomt, zonder dat er na verloop van tijd vuilstrepen ontstaan. Ook moest er in de betegeling niet een patroon herkenbaar zijn, want dan gaat het vervelen. Het moet ook over 50 jaar nog een ding zijn waar men van houdt.’ Met de Koninklijke Tichelaar uit Makkum ontwierp Henket een nieuwe driedimensionale keramische tegel in twee kleine vierkante formaten, 10x10cm en 20x20cm. De reliëftegel heeft een asymmetrische doorsnede en kan dus op vier manieren worden geplaatst. Samen met de twee formaten en de kleurverschillen kan er eindeloos gevarieerd worden.

Foetelarij Maar dan ben je er nog niet. Als je tegels gewoon naast elkaar plaatst, ontstaat een spie door de ellipsvorm, zowel in horizontale als verticale richting, dat wordt een onbeheersbaar proces. Hoe krijg je dat dan voor elkaar? Daarvoor riep Henket de hulp in van bevriende wiskunde-experts: ‘Kunnen jullie niet een of andere formule bedenken, die we kunnen toepassen voor de betegeling. Dat zou je wel verwachten met zo’n geometrische vorm, maar nee, zo’n formule bleek onmogelijk. Dus moesten we empirisch onderzoeken hoe we de tegels moesten laten zetten. Met proefstukken op ons bureau zijn we gaan experimenteren.’ Op basis daarvan heeft Henket een paar spelregels geformuleerd voor de tegelzetter: ‘Alle tegels moeten de horizontale en verticale lijnen respecteren. De tegelzetter werkt in vlakken van twee bij twee meter telkens vanuit de randen naar het midden. Er mogen nooit meer dan vier tegels hetzelfde achter elkaar worden geplaatst, om lijnvorming te vermijden, ArchitectuurNL

10-06-13 08:30


1

1. Brugwachtershuisje bij de Langebrug in Haarlem, verticale doorsnede. 2. Het prefab gebouwtje op zijn driepoot. 3. Situatie Langebrug en bedieningspost. 4. Gezien richting centrum. 5. Vanaf het centrum. 6. Het complete plaatje. ArchitectuurNL

16-21_brugwachterhuisjes.indd 16

2

3

4

5

6

16 10-06-13 14:04


PROJECT IN CONTEXT

Een kind kan de was doen Onlangs is in Haarlem een nieuw brugwachtershuisje geplaatst. Opvallend in een tijd waarin veel van die gebouwtjes hun functie verliezen omdat de bruggen vanuit een centrale post bediend worden met behulp van videocamera's. Op veel plaatsen in het land wordt hard nagedacht over herbestemming van brugwachtershuisjes, vaak architectonische pareltjes. Stichting Brugwachtershuisjes zet zich in als katalysator voor herbestemming en bij architectuurcentrum Arcam is t/m 21 september de tentoonstelling SWEETS te zien over Amsterdamse brugwachtershuisjes. De Langebrug in Haarlem is deel van een drukke verkeersroute tussen het centrum en de oostelijke buitenwijken. De brug is in 1995 ontworpen door architectuurcentrale Thijs Asselbergs en heeft door zijn markante contragewicht de bijnaam 'de verfroller' gekregen. Een tijdelijke, gele bouwkeet doet dienst als brugwachtershuis terwijl de gemeente onderzoekt wat de mogelijkheden voor een centrale bedieningspost zijn. Vanwege de complexe verkeerssituatie wordt uiteindelijk besloten tóch voor een bemand brugwachtershuisje te kiezen en zo krijgt Thijs Asselbergs ruim vijftien jaar na de oplevering van de brug alsnog de opdracht om een

17 16-21_brugwachterhuisjes.indd 17

permanente bedieningspost te ontwerpen. De complexiteit van de situatie ligt hem in het feit dat niet alleen de doorgaande route tussen Turfmarkt en Antoniestraat, maar ook nog eens diverse andere redelijk drukke verkeersroutes bij de brug samenkomen. Het huisje is op afstand van de weg geplaatst voor de veiligheid van de brugwachter en is bovendien verhoogd ten opzichte van het verkeersniveau voor een optimaal zicht op water, brug en kades. Gekozen is voor een ronde vorm, zodat er een panoramisch zicht is naar alle kanten.

Integraal ontwerp Het gebouw rust op een driespootconstructie

die uit twee kolommen en een constructieve trap bestaat. De driepoot sluit vormtechnisch aan bij de brug, die immers uit een pyloon en twee armen bestaat. De horizontale gelaagdheid van het huisje sluit weer aan bij de belijning van de onderkant van de pyloon. Het gebouwtje zelf is uitgevoerd door Octatube en is op één ochtend in februari op de sokkel geplaatst. Daarna is de inrichting, het bedieningsgedeelte, geplaatst. Het geheel is een uitgebalanceerd ontwerp waarvan je vermoedt dat het plan al bij het ontwerp van de brug is gemaakt, maar niets is minder waar. Abel Asselbergs, zoon van Thijs, moest als opdracht voor zijn middelbare school een gebouw ontwerpen en het leek hem wel aardig voor de bedieningspost te kiezen. Dit ontwerp is op het architectenbureau in de eigen stijl uitgetekend en samen met het de eigen ontwerpschetsen aan Welstand gepresenteerd. Deze koos uiteindelijk voor Abel's ontwerp. De uitwerking is uiteindelijk gedaan samen met Octatube en door het integraal te ontwerpen klopte alles precies. De plaatsing op de sokkel verliep dan ook vlekkeloos en Haarlem is nu weer een architectonisch pareltje rijker.

Projectgegevens: Architect: aTA/architectuurcentrale Thijs Asselbergs Ontwerp: Thijs Asselbergs, Joeri van Ommeren, Abel Asselbergs Opdrachtgever: Gemeente Haarlem Uitvoering: Octatube, Delft Adviseur constructie: Pieters bouwtechniek Oplevering: Februari 2013 Bouwkosten: € 65.000

Tekst Peter Visser Fotografie Luuk Kramer (Haarlem) en Peter Visser

ArchitectuurNL

10-06-13 14:04


niet bang meer voor de dokter KinderOOGcentrum Rotterdam Alle kinderoogheelkundige zorg op één plek, was de wens van Het Oogziekenhuis in Rotterdam. Eind 2012 opende het nieuwe KinderOOGcentrum haar deuren. Eklund_ terbeek architecten slaagden erin de kindgerichte zorgvisie uit te drukken in de ruimte. ‘Het ziekenhuis wilde een kindvriendelijke, angstreducerende omgeving, die vertrouwen wekt, rust brengt en helpt het behandelingsproces te optimaliseren.’

22-25_oogziekenhuis.indd 22

10-06-13 08:32


INTERIEUR

Het gebouw van Het Oogziekenhuis in Rotterdam is in de jaren veertig en vijftig ontworpen door A. J. van der Steur en door de jaren heen regelmatig verbouwd. Kinderen werden tot voor kort bij verschillende afdelingen in het ziekenhuis behandeld en moesten via een doolhof van gangen van de ene behandelkamer naar de andere. Bovendien kwamen ze terecht op spreekuren waar ook volwassen patiënten waren. ‘Geen ideale situatie,’ volgens architecten Dominique ter Beek en Jenny Eklund. ‘Zeker als je bedenkt dat oogziekten bij kinderen nog meer angst oproepen dan bij volwassenen.’ Het tweetal ging de dialoog aan met het personeel om tot een programma van eisen te komen. ‘We wilden weten hoe de oogartsen en orthoptisten werken en welke bewegingen ze maken. Een kinderoogarts vertelde dat hij kinderen na hun eerste bezoek een tekening laat maken, die hij de volgende keer ophangt. Een bezoek aan het ziekenhuis moet voor een kind net zo gezellig zijn als een dagje uit, meent hij. Het kind moet zich erop verheugen. Dat triggerde ons bij het denkproces.’

2

3 1. De centrale wachtruimte met aan weerszijden de onderzoekskamers. Vooraan de leestafel voor oudere kinderen, middenin links de speelruimte voor kleine kinderen en rechts de ontvangstbalie. ‘De verschillende ruimtes zijn visueel met elkaar verbonden en door gebruik te maken van ronde vormen voelt alles als één ruimte.’ 2. 3D-tekening van het nieuwe KinderOOGcentrum. 3. Jenny Eklund (rechts) en Dominique ter Beek (links) runnen samen het Rotterdamse architectenbureau eklund_terbeek. Jenny Eklund (Stockholm, 1976) voltooide haar studie aan de Royal Institute of Technology Stockholm in 2003 en werkte daarna bij Juurlink+Geluk en Bolles+Wilson. Dominique ter Beek (Utrecht, 1977) werkte na zijn studie architectuur in Delft bij Koen van Velsen. Het werk van eklund_terbeek bestaat vooral uit publieke gebouwen en interieurs, woningbouw en stedenbouw, en varieert in schaal van meubelontwerp tot masterplan.

23 22-25_oogziekenhuis.indd 23

Oogschijven Het nieuwe KinderOOGcentrum ligt op de begane grond onder een patio, een heldere en herkenbare plek zonder gangen. Bij binnenkomst zien kinderen en hun ouders als eerste een vrolijke tekening van kunstenaar Anuli Croon. Een gebogen ontvangstbalie leidt hen in een vloeiende lijn naar de centrale wachtruimte, die is verdeeld in een halfronde speelhoek met banken voor jonge kinderen en hun ouders en een grote, ovale leestafel waar oudere kinderen kunnen aanschuiven. Aan weerszijden hiervan liggen de onderzoekskamers en een educatieruimte. ‘De verschillende ruimtes zijn visueel met elkaar verbonden en door gebruik te maken van ronde vormen voelt alles als één ruimte. Bestaande kolommen die het ruimtelijke effect verstoren hebben we zoveel mogelijk weggewerkt.’ Wit, lichtgrijs en licht eiken vormen de basiskleuren in het interieur. Frisse groen- en blauwtinten zijn toegevoegd om bepaalde plekken te accentueren. ‘In tegenstelling tot rood of paars, zijn groen en blauw rustige kleuren. Toevallig ook nog eens oogkleuren. Meer kleuren zou het interieur weer te onrustig maken.’ Een van de plekken met een groene accentkleur is het opstapje in de ontvangstbalie, waardoor een kind op gelijke hoogte komt met de ziekenhuismedewerker. ‘Dit soort details maken het ziekenhuis tot een fijne plek,’ zegt Eklund. Natuurlijk licht is naar binnengebracht door de wachtruimte gedeeltelijk met de gevel te verbinden. Ook zijn de daklichten die bij een vorige verbouwing waren dichtgebouwd, weer open gemaakt. De daklichten hebben een nieuwe ronde opbouw gekregen met een brandwerend raam. De binnenkant van de opbouw is donkerblauw geschilderd. In de opbouw is een lichtblauwe schijf met een ronde opening gehangen, die doet denken aan een iris met een open pupil. Net als een echt oog filtert de schijf het daglicht en ontstaat er een continu spel van licht en kleur.

Aquarellen ‘Door de ruimtes licht en zichtbaar te maken, vergroot je de oriëntatie en neem je een heleboel angst bij de patiënt weg,’ zegt Ter Beek. ‘Rekening houdend met de privacy, zijn de onderzoekkamers daarom zo transparant mogelijk gemaakt.’ Alle onderzoekskamers hebben aan de wachtkamerkant dezelfde vierkante, matglazen pui, waardoor kinderen van te voren al een beetje naar binnen kunnen kijken. In iedere pui zit een heldere, vierkante uitsparing, waarachter een kleurige dierenaquarel van kunstenaar Rop van Mierlo is te zien. ‘Door het kunstwerk wordt de aandacht van het kind vanzelf naar binnen getrokken, wat de overgang van wachten naar onderzoek verzacht,’ legt Eklund uit. ‘Op verschillende plekken in het interieur hebben we meer van dergelijke vierkante openingen en verdiepte vlakken aangebracht die het gevoel van ruimtelijkheid en transparantie vergroten. Waar nodig zorgt een rolgordijn voor privacy.’ Kunst is een ander belangrijk onderdeel van de ruimtelijke ervaring. Hiervoor is art director Ineke van Ginneke in de arm genomen. Naast Anuli Croon, Rop van Mierlo en StudioSpass, vroeg zij ook Bertjan Pot een bijdrage te leveren binnen het thema kijken en zien. Zijn speciaal voor het ziekenhuis gemaakte serie maskers hangt in een van de ronde hoeken van de wachtkamer. Het plafond is overal zo hoog mogelijk gemaakt. In plaats van een standaard systeemplafond kozen de architecten voor een vlak metalen plafond met een rustige uitstraling. In en rondom de daklichten is strak gipsstucwerk aangebracht.

ArchitectuurNL

10-06-13 08:32


Jan en Mels vliegen uit de bocht Al tijdens de bouw draaide menig automobilist zijn hoofd om. Pal langs de snelweg bij Amsterdam Zuidoost, in de lus van de verbinding tussen de A2 en de A9, verrees vorig jaar een knalblauwe koker met daarop ballen als dansende zeepbellen. De vraag drong zich op: wat wordt het? Een watertoren? Een klimwand? Een uit de klauwen gewassen reclamezuil voor een nieuw wasmiddel? Dat die schijnbaar gesloten gevel 120 hotelkamers zou gaan omvatten, was toch wel het laatste waar je aan zou denken. Benthem Crouwel architecten lijken hier hun rationaliteit te zijn kwijtgeraakt.

1

Inmiddels staat het er in koeie-neonletters op: Fletcher Hotels. In januari 2013 opende het viersterrenhotel, het nieuwe vlaggenschip van de Nederlandse Fletcher-keten, zijn deuren. Misschien nog wel verrassender dan de zestig meter hoge toren zelf was de ontdekking dat de architect achter die blauwe polkadotgevel Benthem Crouwel is. Benthem Crouwel ja, het bureau dat bekend staat om zijn functionalistische, onopgesmukte ontwerpen. Denk aan het woonhuis van de familie Benthem in Almere (1982): een glazen doos met een ‘servicewand’ (waarin keuken, bad- en slaapkamer) op een ruimtevakwerkconstructie. Zo simpel kan architectuur zijn. Of kijk eens rond op Schiphol, waar Benthem Crouwel al vijfentwintig jaar huisarchitect is. De gestroomlijnde logistiek van de luchthaven; het interieur dat, ondanks de veelheid aan winkels en restaurants, nergens schreeuwerig wordt; het klopt allemaal, tot en met de tegeltjes in de toiletten.

Functionele glamour

1. De weinig verwelkomende entree: een betonnen oprijlaan met aan weerszijden parkeerplaatsen onder een metalen afdak. Winderig, hard en kil. 2. Als je door een tourniquet gedraaid bent, bots je prompt op de kunststof receptiebalie met marmerprint. 3. Op de blauwe gevel zijn grote donkerblauwe ballen getekend, die het regelmatige patroon van ronde ramen maskeren. De glazen schil fungeert niet alleen als geluidsscherm tegen het langsrazende verkeer, maar vervult ook een rol in de klimaatbeheersing. Ook op het glas zijn cirkels geprint. 4. De hotelkamers en het panoramarestaurant bieden een geweldig uitzicht op de omgeving. ArchitectuurNL

32-33_analysefletcher.indd 32

En toch is het werk van Benthem Crouwel niet saai. Want Jan Benthem en Mels Crouwel hebben ook altijd een zekere hang naar glamour gehad, die over de jaren heen lijkt te zijn toegenomen. Het begon met ‘grapjes’, zoals de CD’s op de gevel van poppodium 013 in Tilburg (1998). Later kwamen er flitsende façades, zoals de LED-gevels van het muziekpodium Ziggo Dome – vlakbij het Fletcher hotel. En vorig jaar werd De Badkuip opgeleverd, de spraakmakende uitbreiding van het Stedelijk Museum Amsterdam.

32 10-06-13 08:45


Inspiratie

Kunstwerk maakt school Het nieuwe gebouw van basisschool De Jacobsvlinder maakt deel uit van de herstructurering van de jarenzestigwijk Palenstein in Zoetermeer. De school wil lesgeven in een stimulerende en esthetische omgeving. Architecten Paul de Vroom en Edward Schuurmans vertaalden dat doel in een compact en strak volume, waarbinnen kunst een essentiële bijdrage levert aan een inspirerende leeromgeving. Palenstein was de eerste grote uitbreidingswijk van Zoetermeer met veel hoogbouw en is al jarenlang een achterstandswijk. Sloop, nieuwbouw en renovatie moeten de wijk nieuw leven inblazen. De eerste resultaten zijn inmiddels goed zichtbaar. De basisschool bestaat uit een compact volume van twee bouwlagen met in totaal negen lokalen rond een grote, lichte centrale hal. De verkeersruimte binnen de school is minimaal en de gemeenschappelijke ruimte is zoveel mogelijk multifunctioneel te gebruiken. Zo is de brede centrale trap tegelijkertijd ook tribune met zicht op het speellokaal dat daardoor bovendien als theaterpodium kan fungeren. De gemeenschappelijke ruimte heeft een natuurlijke sfeer, met veel groen en houten elementen. De lokalen hebben individuele kleuren.

Wolk van Vlinders en vliegende dieren Een glazen uitsnede in de gevel zorgt voor zicht op de hal van buitenaf en opent zo de school naar zijn omgeving. In die hal zijn twee opvallende elementen geplaatst: de trap als tribune en een ovaal volume in de hoek met een overlegruimte. Dit volume is bekleed met het kunstwerk een Wolk van Vlinders, een mozaïek van de Catalaans-Japanse kunstenaar ISAO, dat bestaat uit meer dan 200 gouden vlinders. Deze komen ook terug op het glas van de aangrenzende gevel en het erboven gelegen lokaal. Daarboven zwermen vlinders uit vanaf het dak. Dit doorlopen van binnen naar buiten door verschillende ruimtes heen, geeft het kunstwerk iets magisch en doorbreekt de strakke vormgeving van het gebouw. Het concept van het kunstwerk heeft veel teweeg gebracht. Ten eerste was het aanleiding om de naam van de school te veranderen van 'Prins Bernardschool' naar 'De Jacobsvlinder' via een prijsvraag onder leerlingen en hun ouders. Met een groepsdans op de bouwplaats werd de nieuwe naam bekend gemaakt. Verder hebben een aantal leerlingen, onder begeleiding van architect en leerkrachten Vliegende Dieren geschilderd in vier reusachtige collages, die zijn aangebracht op de garderobes op de eerste verdieping, goed zichtbaar vanuit de centrale hal. De betrokkenheid van leerkrachten, leerlingen en ouders is tijdens het hele ontwerpproces groot geweest en verschillende stadia van ontwerp en uitvoering zijn uitgebreid gevierd met alle betrokkenen. Resultaat: een functionele, efficiënte en rijke school in een inspirerende omgeving. ArchitectuurNL

60-61_kunstmaaktschool.indd 60

Tekst Peter Visser Fotografie Ossip van Duivenbode

Projectgegevens: Ontwerp: Paul de Vroom, Edward Schuurmans met Thijs de Haan en Hans Oldenburger Opdrachtgever: Proper Stok BV i.s.m. Vidomes en Gemeente Zoetermeer Adviseur constructies: Zonneveld Ingenieurs Adviseur installaties: Schreuder Bouw: 2011-2012 Ingebruikname: April 2013 Het ontwerp is tot stand gekomen als project van DKV architecten dat inmiddels niet meer als zodanig bestaat, de partners zijn individueel verder gegaan.

60 10-06-13 08:51


PLATFORM

terug naar de basis als dienstbaar architect Mens als Maat

De huidige crisis is niet alleen een ďŹ nanciĂŤle dip maar vooral ook een vertrouwenscrisis. Ook ten aanzien van architecten. De focus moet weer verschuiven naar de architectuur als een probleemoplossende discipline met een brede maatschappelijke missie. Dat stond architect Rogier Groeneveld voor ogen toen hij in 2009 zijn bureau Mens als Maat begon. Met laagdrempelige spreekuren wil hij vertrouwen van opdrachtgevers in architecten herstellen en met zijn ontwerpen de menselijke maat in de architectuur terugbrengen.

37 36-41_platform.indd 37

10-06-13 14:05


6

Favoriet historisch gebouw? Ik vind gebouwen uit de wederopbouwperiode prachtig omdat ze met zoveel sociaal-cultureel idealisme zijn gemaakt en de menselijke maat daarin een grote rol speelt. Hetzelfde geldt voor het structuralisme, wat ook tot behoorlijk eigenzinnige en 'brute' architectuur heeft geleid. Voorbeelden: Concertzaal de Doelen in Rotterdam, Centraal Beheer in Apeldoorn (was daar recent). De Pastoor van Arskerk in Den Haag. En niet te vergeten (bovengronds) metrostation Maashaven, eveneens in Rotterdam. In Amsterdam: de Sint-Willibrorduskerk van Joop van Stigt en het voormalige ABN-AMRO gebouw aan de Vijzelstraat. Dan nog doe ik een hele hoop voor- en naoorlogse architectuur tekort. Favoriet hedendaags gebouw? Een gebouw een tijdje moet staan voor het goed gevonden kan worden. Maar het Eye filminstituut is een verrijking voor het IJ en Amsterdam. Ook heb ik een fascinatie met station Bijlmer Arena. Favoriet gebouw buiten Nederland? Mijn favoriete gebouwen staan in Nederland. Niet dat ik in het buitenland geen prachtige gebouwen zie. Maar om een gebouw echt op zijn waarde te kunnen schatten moet je er een aantal keer langs komen liefst als gebruiker of passant. Favoriete architect? Tsja, zoveel. Het vroege werk van SOM, Tadao Ando, Alvar Aalto, Theo Bosch, enzovoort. Favoriete hedendaagse architect? Heb ik niet; ik vind dat een hoop collega's, groot en klein fantastische dingen maken. Favoriete Nederlandse architect? Ik heb een bewondering voor Herman Hertzberger. Wanneer niet in Nederland, vanuit welk land zou je dan willen werken? Een ontwikkelingsland (voor zover die nog bestaan) om daar heel basic met bouwen en opbouwen bezig te zijn. Wat zou je nooit ontwerpen? Als architect moet je voor alles een

41 36-41_platform.indd 41

7

fascinatie kunnen hebben! Wat irriteert je het meest in het vak? Dat je op feestjes en verjaardagen er altijd op aangesproken wordt dat iemands tante Truus een raam heeft met een kozijnstijl precies op ooghoogte of over dat ene gebouw waar van de architect geen zonwering aan mocht. Al laat dit ook wel weer duidelijk zien hoezeer ons vak het dagelijks leven van mensen raakt. Belangrijkste inspiratiebron buiten architectuur? Vanzelfsprekend de mensen zelf. Zij geven onze gebouwen waarde en andersom ben ik er van overtuigd dat goede architectuur een positieve uitwerking heeft op mens en maatschappij.

5. Moderne Zaanse huisjes, een woongebouw voor starters aan de Noorderhoofdstraat in Krommenie, grenst aan de achterzijde aan een park met een meertje. 6. Door het complex loopt een semipublieke straat met loopbruggen, deze vormt een prettige binnenwereld, een soort hangplek voor de bewoners. 7. ‘Het inpassen van een nieuw gebouw in een dorpsgezicht dat gekenmerkt wordt door Zaanse architectuur is een lastige opgave, vooral omdat door een gebouw aan de overzijde ruim drie bouwlagen mogelijk was. De expliciete opdracht was: maak eigentijdse architectuur. De in het oog springende witte lijsten rond de voor- en achtergevel zijn een verwijzing naar de rijke Zaanse huizen uit het verleden waarbij de boeidelen, overdadig versierd, tot ornament werden verheven. Over de kleur van de gepotdekselde planken is lang nagedacht, maar uiteindelijk bleek Zaans groen toch het beste te passen.’ Het project is gedaan i.s.m. BFW architectuur Foto’s Kees Hummel.

ArchitectuurNL

10-06-13 14:06


MASTER AMONG MASTERS

ArchitectuurNL

42-47_masterstoutjesdijk.indd 42

42 10-06-13 08:47


Revolution in digital fabrication ‘We’ve had a digital revolution… but we don’t need to keep having it. We can declare success. We won. What’s coming now is the digital revolution in fabrication.’ Met deze woorden begon Neil Gershenfeld jaren terug zijn lezing voor het vak ‘How To Make Almost Anything’ op de TU Delft en begon voor Pieter Stoutjesdijk een fascinatie voor de nieuwe industriële revolutie. In mei 2013 studeerde hij af op ‘Digital design and fabrication for post-disaster dwellings’. Digital fabrication, vrij vertaald als computergestuurde productie, is op zich niets nieuws. De eerste ‘computer nummerical controlled’ (CNC) machine stamt al uit de jaren 50. Wat wel nieuw is, is de enorme ontwikkeling die een aantal computergestuurde machines doormaken. Een ontwikkeling die te vergelijken is met die van hardware tijdens de digitale revolutie. Open-source lasersnijders en goedkope zelfbouw 3d-printers zijn hard op weg high-end productietechnieken beschikbaar te maken voor op ieder bureau. De computergestuurde productiemachines die daarvoor te groot, of nu nog te duur zijn, kunnen worden gedeeld via online productiediensten of via lokale werkplaatsen met publieke toegang; de zogenaamde FabLabs.

De consument wordt producent Computergestuurde productie legt een directe link tussen onze digitale en onze fysieke wereld en biedt daarmee enorme mogelijkheden. De eerste industriële revolutie heeft consumptie gedemocratiseerd. De digitale revolutie heeft hetzelfde gedaan voor het genereren en delen van digitale media en kennis. De verwachte nieuwe industriële revolutie is een combinatie van beiden en zal het ontwerpen, delen en produceren van fysieke goederen democratiseren. Een dergelijke verschuiving naar post-institutionele productiemodellen kan enorme gevolgen hebben voor de economie en onze maatschappij. De huidige lineaire economie heeft dramatische effecten op het milieu, de verdeling van de welvaart en – daarmee samenhangend – de democratie. In de mogelijke transformatie van consument naar producent heeft deze lineaire economie – gedomineerd door enkele machtige partijen – de potentie te veranderen in een netwerk economie – met digitaal gedeelde intelligentie en een groot netwerk van kleine lokale productie-units. De consument wordt producent. Patent wordt open-source. Afval wordt grondstof. Standaardisatie wordt variatie. De verwachte nieuwe industriële revolutie zal ook grote gevolgen hebben voor architectuur en de rol van de architect. Een aantal mogelijke consequenties wordt aan de hand van mijn afstudeerproject geïllustreerd. Naast het theoretische deel zijn in dit project een ontwerpproces en een bouwsysteem ontwikkeld die de potentie van een mogelijke nieuwe industriële revolutie optimaal benutten.

43 42-47_masterstoutjesdijk.indd 43

2 1. Tijdlijn van mogelijke verwachte ontwikkelingen op het gebied van de nieuwe industriële revolutie in relatie tot 12 aspecten gelinkt aan de architectuur. Dit is onderdeel van een hele grote tijdlijn van de architectuur, waarvan het geschiedenisdeel is gemaakt door Institute Without Boundaries, en de toekomst door Pieter Stoutjesdijk. 2. Pieter Stoutjesdijk studeerde in mei 2013 cum laude af in Architectuur bij Building Technology, TU Delft, op zijn onderzoek en ontwerp voor een digitaal gefreesde woning voor Haïti Foto Tomas van Dijk.

ArchitectuurNL

10-06-13 08:47


Milaan 2013

1

Het is een fraai staaltje tijdelijk hergebruik, de loods aan de rand van het stadscentrum van Milaan die is omgebouwd tot beursvloer voor de jaarlijkse Salone del Mobile. De commerciële designlabels presenteren zich in het beurscomplex Rho Fiera aan de stadsrand, een gebouw van Massimiliano Fuksas. De avontuurlijke merken en de ruim tweeduizend individuele ontwerpers zoeken hun heil in spraakmakende locaties in de stad, zoals pompeuze stadspaleizen maar dus ook oude fabrieksloodsen. Opvallend veel architecten maakten hun opwachting in Milaan en samenwerking was het nieuwe buzzwoord, interdisciplinair en voor nieuwe branches. 1. UN Studio ontwierp voor Offecct de zitmodule Twin Beam. 2. De beursorganisatie heeft dit jaar de Amerikaanse architecten Steven Holl en Daniel Libeskind uitgenodigd om een tijdelijke installatie te maken. Libeskind ontwierp een geometrisch paviljoen. 3. De Sit Table die Ben van Berkel heeft ontworpen voor Prooff bestaat uit een groot houten blad waarin een kleine uitsparing is gemaakt met een klein zitbankje. 4. Architect Steven Holl formeerde een zestal abstracte sculpturen van zandsteen rond een weerspiegelende waterbak. 5. Voor Knoll ontwierp Rem Koolhaas de collectie Tools for Life, meubilair dat aangepast kan worden aan de behoefte van het moment Foto Agostino Osio. 6. Paul Kroese presenteerde de film Daily Dynamics over zijn interieurontwerp voor het kantoor van internetbedrijf Carlink. 7. Counter04, uit de collectie Tools for life van Rem Koolhaas, bestaat uit drie horizontale balken die ten opzichte van elkaar kunnen bewegen en o.a. een scheidingswand, een bank, een legkast kunnen vormen.

ArchitectuurNL

56-59_milaan.indd 56

Een van de individuele exposanten in zo’n oude fabrieksloods is architect Paul Kroese. Voor Carlink richtte de Amsterdamse architect twee jaar geleden een cascoruimte in met een strakke, wandvullende opbergkast waarachter al het papierwerk en apparatuur als printers zijn weggewerkt. Met behulp van gordijnen kan de ruimte vervolgens worden ingedeeld in aparte werkcellen. ‘Deze module leent zich uitstekend voor tijdelijk kantoorruimte en hergebruik’, legt Kroese uit. ‘Voor mij is deze fabriekshal een ideale plek om te staan.’

Tools for life De aanwezigheid van de architectuurwereld was dit jaar een opvallende trend in ‘Milaan’, dat toch het domein is van meubelontwerpers en –producenten. Nu de bouwwereld grotendeels stil ligt, lijken architecten hun hoop te vestigen op de interieur- en meubelindustrie. Niemand minder dan Rem Koolhaas maakte dit jaar zijn debuut met een multifunctioneel baliesysteem en verstelbare tafel met luxe fauteuils voor de Amerikaanse producent Knoll. Tools for Life heet de collectie maar veel levensvreugde stralen de functionalistische meubels niet uit. Het is feitelijk een weinig opzienbarende collectie, nogal lomp in vorm zelfs. Al jaren lang vaste klanten in Milaan zijn Zaha Hadid en Jean Nouvel, die de hoofdexpositie in het beursgebouw mocht inrichtten als een rommelige woonwerk-unit. De beursorganisatie had dit jaar ook de Amerikaanse architecten Steven Holl en Daniel Libeskind uitgenodigd om een tijdelijke installatie te maken. Holl had een zestal abstracte sculpturen van zandsteen

56 10-06-13 14:07


Zetel

2

3

4

5

6

57 56-59_milaan.indd 57

7 ArchitectuurNL

10-06-13 14:07


Fotograaf, verbinder en inspirator Rien Lous

Rien Lous was een even bekwaam als gepassioneerd architectuurfotograaf en eigenaar van Limit Fotografie te Goes. Hij werkte voor een breed scala aan opdrachtgevers, won veel prijzen, waaronder de PIA d’Or, en publiceerde in vakbladen als AWM, de Architect en ArchitectuurNL. Lous was een van de oprichters van DAPh, Dutch Architectural Photographers en een stuwende kracht achter dit collectief. Hij creÍerde hiermee een plaats voor collegiale ontmoeting, inspiratie, innovatie en ondersteuning.

62 62-67_doordelens.indd 62

10-06-13 08:54


Door de lens van

Gemeentehuis Oostkamp (B), architect Carlos Arroyo

63 62-67_doordelens.indd 63

ArchitectuurNL

10-06-13 08:54


Koperen kubus MiniMalistisChe wOning prast

Architect Herman Prast is een man met uitgesproken mening over het vak. Wie een kleurig huis vol met meubels en gezellige details wil, is bij hem aan het verkeerde adres. Prast heeft een voorkeur voor openheid, heldere, doorgaande lijnen en natuurlijke materialen. Die strenge ontwerpopvatting komt ook in zijn eigen huis tot uitdrukking, een dubbelappartement in het Funenpark in Amsterdam. ArchitectuurNL

70-73_thuisbij.indd 70

2

70 10-06-13 08:58


THUIS BIJ

Voordat Herman Prast zijn eigen woning ontwierp, woonde hij met echtgenote Helma in een bovenhuis in het centrum van Amsterdam. Toen er kinderen kwamen, ontstond er behoefte aan meer ruimte. In 2006 kocht hij een dubbelappartement van 200 m2 op de begane grond in het Funenpark, een nieuwe woonwijk in een parkomgeving naast de Czaar Peterbuurt. Zowel buiten als binnen is hier volop ruimte. Bovendien ligt het park op loopafstand van zijn bureau &Prast&Hooft, dat hij samen met Ronald Hooft runt. Om het appartement open te houden, ontbreekt de entreehal. Bij binnenkomst val je letterlijk met de deur in huis en sta je meteen in een grote ruimte. Een leidingkoker die halverwege de rechtermuur uitsteekt, werkte Prast weg in een doorlopende kastenwand van een meter diep. Behalve leidingen herbergt de kastenwand verschillende functies als garderobe, toilet, keukenapparatuur, opbergruimte, wasmachine, droger en

4

5

3

1. Op twee banken, een tafeltje en een vloerlamp na, is de zitkamer leeg gehouden. Het koper geeft de ruimte warmte. 2. Plattegrond. 3. In een gleuf in het plafond loopt een tl-buis over de hele lengte van de kastenwand. Deze verlichtingsoplossing is op meer plaatsen in huis toegepast. 4. Een klein niveauverschil scheidt de woonkeuken van de achtergelegen ruimte met bibliotheek en slaapkamers. 5. Schuifdeuren in de matglazen scheidingswand geven toegang tot twee slaapkamers. Prast: ‘Nadeel van de glazen schuifdeuren is dat ze het geluid niet tegenhouden.’ 6. De wand tussen de twee appartementen is op vier plekken opengemaakt. In de linkeropening is een glaswand geplaatst. Een opening vormt de lichtwand en de de andere twee zijn doorgangen.

droogruimte. Alles gaat schuil achter plafondhoge, greeploze deuren met bruin wengéfineer. Op de vloer ligt een crèmekleurige Spaanse natuursteen die ook verouderd mooi blijft. Een klein niveauverschil halverwege zorgt voor een verdeling van de ruimte. Het voorste deel is in gebruik als woonkeuken. In een nis in de kastenwand is een kookplaat gebouwd. Evenwijdig daaraan staat een aluminium keukenblok met eveneens greeploze lades. Op de plek van de leidingkoker van het tweede appartement werd de muur opengemaakt en met matglas gedicht. In de koker zelf plaatste Prast dimbare tl-lampen, waardoor de woonkeuken een functionele lichtwand kreeg die het esthetisch ook goed doet. De hoger gelegen ruimte achter de keuken is deels bibliotheek. Hier staat een zelfontworpen boekenkast tegen een matglazen achterwand. ‘Een open kast past eigenlijk niet in het minimalistische concept. Maar Helma wilde graag wat kleur. Daar zorgen de boeken voor.’ Schuifdeuren aan weerszijden van de kast geven toegang tot de slaapvertrekken van zoon Zeno en dochter Zoe aan de achterkant van het appartement. ‘De schuifdeuren zorgen voor privacy, maar de ruimte blijft wel open. En daglicht kan via het matglas het woongedeelte binnenvallen.’

6 ArchitectuurNL

70-73_thuisbij.indd 71

10-06-13 08:58

Architectuurnl 04 2013 preview  

Magazine on dutch architecture, in this issue: Museum de Fundatie Zwolle, thuis bij Herman Prast, KinderOOGcentrum Rottedam, Salone Milaan 2...

Architectuurnl 04 2013 preview  

Magazine on dutch architecture, in this issue: Museum de Fundatie Zwolle, thuis bij Herman Prast, KinderOOGcentrum Rottedam, Salone Milaan 2...