Page 1

DE WERELD VAN DE ARCHITECT | ARCHITECTUUR.NL ARCHITECTUURNL | 8/12

8/12

AFWAARDEREN MET ZUS + DIY STOELEN + DIGITALE ARCHITECTUUR + THUIS BIJ GAAGA + RENOVATIE VOLGENS DUS + BOUWEN MET CONTAINERS + 24H IN BAMBOE + DAMES DIETZ + GEVELBREIWERK + HUISVESTING VOOR STUDENTEN VERGELEKEN 01_Cover_lossepagina.indd 9

27-11-12 09:10


IN BALANS

KWALITEIT OF MILIEU IS GEEN KEUZE MEER Impact op de natuur: laag. Impact op de ondergrond: hoog. En precies dat evenwicht maakt de EcoSure producten perfect voor iedereen die graag trots is op het resultaat van z’n werk. In elk opzicht.

Deel van het totale EcoSure assortiment.


editorial

Onzichtbaar Slecht of in het geheel niet met steekhoudende argumenten onderbouwd, ligt het gros van de plannen van Rutte II zwaar onder vuur. Je kon de laatste weken de tv niet aandoen of er kreeg een belangengroep of actiecomité zendtijd om op hun achterste benen lucht te geven aan woede en verontwaardiging. Wat me opviel al die tijd, is dat noch bij Pauw en Witteman, noch bij DWDD, noch bij Brandpunt of Nieuwsuur een architect het woord vroeg. Als het in de krant al over architectuur gaat, dan schrijft men over design, prestigieuze projecten of over architecten die voorbij hun pensioengerechtigde leeftijd nog iets over het vak willen roepen. Nooit een architect die briesend van woede aandacht opeist voor zichzelf en zijn vak. Geen woord over het vermogen van de sector om constructief mee te denken over leegstand, sociale woningbouw of renovatie; onderwerpen die toch aandacht verdienen. De sector kiest collectief voor stilzwijgen. Misplaatste hoogmoed of onbenul? Wie kan mij vertellen waarom Nederlandse architecten zo slecht hun eigen belangen behartigen in Den Haag of elders. Waar bijvoorbeeld is de BNA als overheidsbeleid een kritische noot behoeft of er krachtig gelobbyd moet worden in Den Haag? Wat dat betreft is het idee van ZUS een goede eerste stap. In een interview verderop in dit blad, pleit dit bureau voor oprichting van de Afwaardeercommissie. Die gaat niet over mooie stenen door de hele stad, maar over blootleggen van kansen. Zo’n commissie moet à la de Deltawerken een integrale visie neerleggen over wat we in de publieke ruimte aan moeten met de afwaardering van gebouwen die ons boven het hoofd hangt. En dat is maar één van de uitdagingen waarin architecten hun rol kunnen spelen. Maar lukt dat met zo’n onzichtbare sector?

Peter de Winter Hoofdredacteur ArchitectuurNL Reageren? Mail naar p.dewinter@eisma.nl

05 OndernemenNL

3 03_Editorial.indd 3

15 ProjectNL

33 KennisNL

43 TalentNL

57 InspiratieNL ArchitectuurNL

26-11-12 14:13


aanbieding

16x

2 jaar voor de prijs van 1

over de Wereld van de archiTecT + ondernemen + kennis delen + ProjecTen + insPiraTie + vakBlad + 8x Per jaar

2 jaar voor slechts â‚Ź 229*

Ga naar www.architectuur.nl/abonneren, bel met 088 - 226 66 47, of mail naar abonneren@eisma.nl *Prijs is exclusief 6% BTW.

__ANL_Werfpaginas_280x245_def.indd 1

29-05-2012 16:07:53


Ondernemennl 06 Mozesbrug RO&AD architecten uit Bergen op Zoom hadden krap twee maanden voor een oeververbinding in de gracht van Fort de Roovere. Toch heeft die snelkookpanprocedure het ontwerp geen kwaad gedaan. Sterker nog: hun brug werd ongewild icoon en trekt bezoekers van over de hele wereld. Een aardig bewijs dat ook voor een klein budget een groot gebaar mogelijk is. 08 Digitale architectuur In de tuin van een oud kantoorpand staat een glimmende kubus van metaal met daarin ’s werelds grootste verplaatsbare printer. Met deze Kamermaker wil DUS Architecten, gehuisvest in het achtergelegen kantoorpand in Amsterdam-Noord, experimenteren in toepassen van deze nieuwe digitale productiemethode in het bouw- en ontwerpproces. 12 Internationale visie Maartje Lammers startte in 2001 samen met Boris Zeisser 24H-architecture. Ze bouwden ze in Marokko, Suriname en Thailand en hun internationale aanpak komt nu goed uit. Elf jaar geleden wisten ze nog niet dat de Nederlandse markt zo zou krimpen door de crisis.

5 05_Tab ondernemen.indd 5

26-11-12 16:58


Mozesbrug nooit bedoeld als icoon Ontwerp zo onzichtbaar mogelijk gemaakt Tussen idee en oplevering van de Mozesbrug in de gracht van Fort de Roovere bij Halsteren lag krap twee maanden. Toch heeft de snelkookpanprocedure het ontwerp geen kwaad gedaan. RO&AD architecten wilden geen icoon of statement maken. Het liep anders. De brug trekt bezoek van over de hele wereld en bewijst dat een groot gebaar maken ook tegen een klein budget kan.

06-07_Vreemd gaan.indd 6

26-11-12 14:18


VREEMD GAAN

2

De ambitie RO&AD architecten uit Bergen op Zoom mag dan een zo onzichtbaar mogelijke brug geweest zijn, de publiciteit die ze onbedoeld met hun ontwerp genereerden is van een heel andere orde. De Mozesbrug werd door ArchDaily uitgeroepen tot ‘Building of the year’ en was een dag lang te zien op het digitale billboard op Timesquare in New York. Daarnaast is het bouwwerk recentelijk genomineerd voor de Houtprijs en de Nederlandse Bouwprijs 2013. En dat is een knappe prestatie voor wie bedenkt dat het ontwerp in minder dan twee maanden gemaakt en gerealiseerd is. Ad Kil van RO&AD architecten vertelt dat Fort de Roovere hoort bij de West Brabantse Waterlinie, een verdedigingslinie van een reeks forten en steden met een inundatiegebied in het zuidwesten van Nederland. De linie stamt uit de 17de eeuw, maar is in de 19de eeuw aan zijn lot overgelaten. Bij het herstellen van de linie was er voor de toegankelijkheid een brug nodig over de gracht van het fort dat een recreatieve functie met wandel- en fietsroutes krijgt. Ad Kil: ‘We zijn vrij laat bij het project betrokken. Begin augustus werd ons gevraagd na te denken over een oeververbinding. De officiële opening van Fort Roovere was gepland op 11 november 2010. Ons werd duidelijk gemaakt dat de openingsdatum niet onderhandelbaar was en of we binnen een week met een plan konden komen.’

Vijand

3 1. Voor wie niet Bijbelvast is; het verhaal gaat dat Mozes de Rode of Schelfzee openspleet om met zijn volk aan de legers van de farao te ontkomen. Bij Fort de Roovere lopen de bezoekers als Mozes door het water. 2. De damwandachtige wanden, uitgevoerd in gemodificeerd naaldhout, scheiden de watermassa moeiteloos tot een veilige doorwaadbare plaats en bekrachtigen de natuurlijke band tussen hout en toepassing. 3. Het gereconstrueerde fort is onderdeel van de West Brabantse Waterlinie. 4. De materialisatie van deze unieke onder de waterlijn verborgen brug is uitgevoerd in Accoya, een houtproduct dat gebaseerd is op het modificeren van naaldhout.

7 06-07_Vreemd gaan.indd 7

Vanuit historisch oogpunt is het sowieso al vreemd een vaste brug over de gracht van een verdedigingswerk te slaan. Zeker als de toegang ligt aan de kant waar vroeger de vijand verwacht werd. Vanuit dit gegeven hebben RO&AD architecten een zo onzichtbaar mogelijke brug gemaakt. Hij ligt als een sleuf in de gracht en in het fort en vormt zich naar de contouren van het landschap. Van een afstandje zie je zo de brug niet liggen omdat de grond en het water tot aan de rand staan. ‘Een trekpontje, een tunnel of toch maar een opklapbrug; al nadenkend over het ontwerp passeerden van alles de revue’, zegt Kil. ‘We 4 proberen altijd te kijken naar de vraag achter de vraag. Er was op zeer korte termijn een oeververbinding nodig en dat hoeft dus niet per se een brug te zijn. Een tunnel was geen optie en een brug op poten paste niet in de historische context. Al redenerend ontstond het idee van een tunnelbak zonder deksel’, zegt Kil.

Snelkookpan De brug onder de waterlijn is uitgevoerd in Accoya, een houtproduct gebaseerd op gemodificeerd naaldhout. Kil verwacht dat de brug slechts weinig onderhoud vraagt en door zijn esthetische kwaliteit zijn volledige gebruiksduur zal kunnen uitdienen. Terugkijkend zegt Kil dat hun ontwerp zo goed is uitgevallen juist omdat het hele ontwerp- en realisatieproces in de snelkookpan moest. ‘Was dit een proces van jaren geweest, dan is het maar de vraag of we onze brug überhaupt hadden kunnen realiseren. Omdat de datum van oplevering heilig was, ontbrak het aan tijd voor ontwerpkritiek. Achteraf gezien prima.’ De Mozesbrug is binnen een relatief klein budget van 250.000 euro gemaakt, maar blijkt een publiekstrekker van formaat. Bezoekers uit de VS, Israël en Japan komen speciaal voor the Moses Bridge naar Bergen op Zoom. Kil: ‘En dat is heel mooi. Eigenlijk is het maar een heel klein ding, maar wel met een enorme invloed op het gebied. Het beste bewijs dat een opdracht niet groot hoeft te zijn om veel effect te sorteren. Toch wel gek als je bedenkt dat het nooit onze bedoeling was een icoon te maken. We mogen nu ook een uitkijktoren bij het fort maken.’ Die uitkijktoren is tegelijk een tribune voor openluchtvoorstellingen die op het fort worden gegeven. Dat de gemeente Bergen op Zoom en de Stichting Vrienden van de West-Brabantse Waterlinie juist bij RO&AD uitkwamen is geen toeval. In 2000, bij de oprichting van de Stichting Vrienden, ontwierpen ze een uitkijktoren van staal. 'Later hebben we als architecten een duurzaamheidsslag gemaakt. Daarom is het nieuwe ontwerp in verduurzaamd hout', aldus Kil. Tekst Peter de Winter Fotografie RO&AD architecten

ArchitectuurNL

26-11-12 14:18


Digitale architectuur Onlangs lanceerde DUS architects de Kamermaker, ’s wereld grootste verplaatsbare 3D-printer, waarmee hele ruimtes kunnen worden geprint. Dit najaar ontwikkelde architect Brian Peters de Building Bytes, geprinte bakstenen, die in alle vormen kunnen worden gemaakt. Drie studenten uit Rusland, Spanje en India ontwikkelen Stone Spray, en in het Hyperbody’s Robotics Lab ontwikkelt architect Jelle Feringa robots die 3D-printen en lasersnijden combineren met lassen, frezen en snijden. De nieuwste ontwikkelingen in digitale architectuur zijn veelzijdig en veelbelovend.

1

2

1. Openingsfeest in september 2012 van de KamerMaker in de voortuin van DUS Architects in Amsterdam Foto DUS architects. 2. Een van de eerste testkolommen die worden geprint door ’s werelds grootste verplaatsbare 3D printer, de KamerMaker Foto DUS architects.

ArchitectuurNL

08-11_Nieuwe wegen digital.indd 8

8 26-11-12 14:19


NIEUWE TECHNIEKEN

In de tuin van een oud kantoorpand in Amsterdam-Noord staat een glimmende kubus van metaal. Het vierkante bouwwerk meet ongeveer drie bij drie meter en is een meter of vier hoog. Wie niet beter weet zou denken dat er een minimalistisch kunstwerk aan de weg is geplaatst. Maar dit opvallende bouwwerk is niets minder dan een toekomstverkenning van de architectuur, verzekert Martine de Wit van DUS architects. In de metalen kubus bevindt zich ’s wereld grootste verplaatsbare 3D-printer. Met deze Kamermaker wil DUS architects, dat is gehuisvest in het achtergelegen kantoorpand, experimenteren in het toepassen van deze nieuwe digitale productiemethode in het bouwen ontwerpproces. Het principe van de Kamermaker is simpel: in het metalen huis staat een 3D-printer van ongeveer twee bij drie meter. Deze geavanceerde machine kan kant-en-klare vormen uitprinten – precies als een inktprinter een word document uitprint. Dat klinkt als Star Wars. Maar feitelijk is de deze 3D-printer niets meer dan een soort computergestuurde tandpastatube die gesmolten plastic laag voor laag op elkaar spuit. Met reguliere 3D-printers kan tegenwoordig een scala aan producten worden vervaardigd, uiteenlopend van bloemenvazen en asbakken tot meubels en beenprotheses. Voor het maken van maquettes is de 3D-printer inmiddels ingeburgerd bij architecten. De Kamermaker

gaat een revolutionaire stap verder en zal een-op-een architectuur printen. Hoe precies, dat weet DUS architects zelf nog niet. ‘De Kamermaker is amper een paar maanden in bedrijf’, aldus De Wit. Maar de ambities zijn hoog. ‘Het is de bedoeling dat we volgend jaar een grachtenpand hebben gebouwd hier in Amsterdam-Noord.’

Kamermaker Vooralsnog is de enige tastbare architectuur die vervaardigd met de Kamermaker een gewervelde pilaar van ongeveer twee meter hoogte. Dit soort losse modules kunnen in een nieuw soort constructie worden geschakeld tot één bouwwerk. Aangezien het plastic dat wordt gebruikt minder sterk is dan staal of beton, moet de draagkracht worden versterkt door organische vormen vol bogen en welvingen. ‘De geprinte architectuur zal geen recht-toerecht-aan vorm krijgen. Dit levert een nieuw soort architectuur op met een eigen esthetiek.’ DUS architects rept zelfs al van ‘een Nieuwe Amsterdamse School’. De Wit: ‘Het is opvallend hoeveel overeenkomsten er zijn met de Amsterdamse School. Zo zal het ornament terugkeren in de architectuur, omdat hiermee draagkracht kan worden gecreëerd. Ook zullen professionals uit verschillende disciplines samenwerken, een van de uitgangspunten van de architecten Amsterdamse School. Architect, computerprogrammeur, meubelontwerpers,

technici en misschien zelfs biologen en chemici zullen samen aan één ontwerptafel zitten.’ Ten slotte zal een geprint gebouw ogen als een Gesamtkunstwerk. ‘Niet alleen de muren maar ook de meubels en zelfs de deurklinken zijn geprint in dezelfde vormtaal.’ Natuurlijk is dit nu nog toekomstmuziek, weet ook De Wit. ‘Maar de 3D-printtechniek kan op een minder complex niveau al op kortere termijn worden toegepast. Bij hergebruik van leegstand kan de Kamermaker zijn naam letterlijk eer aan doen: het bouwen van losse ruimtes. Een basisontwerp kan voortdurend worden aangepast aan de specifieke eisen van het hergebruikte gebouw.’ De Wit sluit ook niet uit dat de Kamermaker aanvankelijk zal worden gebruikt in combinatie met bestaande bouwtechnieken, zoals het printen van bijvoorbeeld kozijnen en leidingen. ‘Met de Kamermaker is het printen van complexe mallen voor gietbeton een fluitje van een cent.’ De Kamermaker is gebaseerd op de Ultimaker, de eerste zelfbouw 3D-printer van Nederlandse makelij. Dit toegankelijke apparaat voor de consumentenmarkt (1200 euro exclusief BTW) wordt verkocht in een bescheiden verhuisdoos met tientallen losse onderdelen die door de consument eigenhandig in elkaar moeten worden gezet. De mechaniek van de Ultimaker is eenvoudig: een kunststof draad wordt tegen een heet smeltelement geduwd. Dit gesmolten plastic gaat vervolgens naar

Meedoen! DUS architects geeft elke dinsdag t/m vrijdag (13-17u) demonstraties met de Kamermaker in de tuin van de Tolhuisweg 2 in AmsterdamNoord. www.dusarchitects.nl Van 14 t/m 16 december 2012 wordt in Rotterdam de workshop ‘Robotic Fabrication’ georganiseerd met demonstraties hoe een eenvoudige industriële robot kan worden omgebouwd tot een digitale productie-unit. Tijdens de workshop wordt een machine gebouwd die met een diamantdraad door kalkzandsteen snijdt om daarmee een paviljoen te bouwen. www.robarch2012.org

3

4

3. Architect Brian Peters ontwikkelde dit najaar geprinte bakstenen, de zogenaamde Building Bytes. De stenen worden geprint in een vloeibare, snelhardende klei, na het printen worden de stenen gebakken. Building bytes hoeven niet massief te zijn. Een honingraatvormige steen kan op twee manieren worden gestapeld en is geschikt voor open en gesloten wanden. 4. Peters heeft diverse steentypes uitgedacht, o.a. bakstenen die als een puzzelstuk in elkaar grijpen om koepels en bogen te bouwen en stenen die gestapeld kunnen worden tot kolommen.

9 08-11_Nieuwe wegen digital.indd 9

ArchitectuurNL

26-11-12 14:19


de printkop, een soort metalen tube die zich over een horizontale x- en y-as verplaatst en op commando het plastic uitspuit, die bij het afkoelen meteen stolt. Deze sliert kunststof ligt op een plateau dat over een verticale z-as van boven naar beneden zakt, zodat de kunststof in ontelbare ragfijne lagen over elkaar wordt gelegd die bij het afkoelen met elkaar versmelten. ‘De Kamermaker is feitelijk niets anders dan een uitvergrote Ultimaker’ legt Martine de Wit van DUS architects uit. ‘De draad is dikker en ook de afmeting van de geprinte objecten is niet twintig bij dertig centimeter maar twee bij drie meter.’

Geprinte bakstenen Een praktisch voorschot op de toepassing van 3D-printen in de architectonische praktijk neemt de Amerikaanse maar in Amsterdam woonachtige architect Brian Peters. Dit najaar ontwikkelde Peters een geprinte baksteen, een systeem dat hij Building Bytes heeft genoemd. De stenen worden gemaakt van een vloeibare, snelhardende klei, die normaal wordt toegepast bij gietvormen. Na het printen worden de stenen gebakken. ‘Het printen duurt, afhankelijk van de vorm, tussen de vijftien en twintig minuten. Maar die tijd kan nog aanzienlijk worden versneld’. Voor de productie van de Building Bytes deed Peters slechts een paar ingrepen aan een standaard 3D-printer voor de consumentenmarkt. Een voordeel van deze manier van produceren is dat er minder grondstoffen nodig zijn. ‘Building bytes hoeven niet meer massief te zijn.’ Daarbij kan er aanzienlijk op transportkosten worden bespaard wanneer de stenen op de bouwplaatsen worden gefabriceerd. Peters heeft vier steentypes uitgedacht, bijvoorbeeld bakstenen die als een puzzelstuk in elkaar grijpen om koepels en bogen te bouwen en een honingraatvormige steen die op twee manieren kan worden gestapeld en geschikt is voor open en gesloten wanden. ‘De vormen en formaten van deze stenen kunnen eindeloos worden aangepast. Zo kunnen vloeiende overgangen in een constructie worden gemaakt.’

Nederland werkt in de studio van ontwerper Joris Laarman. ‘Deze stroperige vloeistof, een soort modder bijna, wordt vervolgens geprint door een computergestuurde robotarm. Eenmaal in contact met de buitenlucht hardt het bindmiddel uit waardoor zich een stevige aarden constructie vormt. Deze bouwtechniek is geïnspireerd op de eeuwenoude adobegebouwen in Noord-Afrika.’ Het verschil met de Kamermaker en andere 3D-printers is dat bij Stone Spray het ontwerpproces nog tijdens het printen eenvoudig kan worden aangepast. ‘De robotarm kan in principe worden aangestuurd op zonne-energie. Het bindmiddel is biologisch afbreekbaar op basis van maïszetmeel en we gebruiken lokale grond. Deze manier van bouwen heeft zero footprint en totale vormvrijheid. Hiermee kunnen we letterlijk zandkastelen bouwen.’ Er is echter nog één maar: het grootste object dat met Stone Spray is vervaardigd is een krukje. In het Hyperbody’s Robotics Lab in Rotterdam (een onderdeel van de onderzoeksgroep Hyperbody van professor Kas Oosterhuis aan de TU Delft) ontwikkelt architect Jelle Feringa soortgelijke robots die digitale productiemethodes als 3D-printen en lasersnijden combineren met traditionele bouwtechnieken als lassen, frezen en snijden. Met één groot verschil: In het Robotics Lab worden hiervoor afgedankte robotarmen uit onder meer de auto-industrie gebruikt. ‘Met relatief eenvoudige aanpassingen zijn deze robots geschikt om op de bouwplaats bijvoorbeeld plaatstaal in elke gewenste vorm te snijden en vervolgens aan elkaar te lassen. Door een computergestuurde freeskop op de robot te plaatsen kan ik hout in elke gewenste vorm geven. Deze materiaalvrijheid heb je niet als je uitsluitend met 3D-printers werkt.’

Karakteristieke Gehry-krullen

Een bijzonder manier van 3D-printen is Stone Spray. Dit systeem waarbij aarde kan worden geprint is ontwikkeld door drie studenten uit Rusland, Spanje en India. ‘We vermengen zand met een biologisch afbreekbaar bindmiddel’, vertelt Petr Novikov, die momenteel in

Maar daar komt snel verandering in, weet De Wit van DUS architects. ‘Straks kan ook de Kamermaker ook voorwerpen printen in elke gewenste kleur en in metaal, houtpulp of klei.’ Daarbij heeft de 3D-printer als grote voordeel dat heel eenvoudig met recyclebare materialen kan worden gewerkt. ‘Stel je voor dat we straks kunnen printen van gerecyclede plastic flessen. Zelfs de gebouwen kunnen worden gerecycled.’ Ook Feringa ziet weldegelijk de potentie van het 3D-printen voor architectuur. ‘Maar experiment en toepasbare technieken moeten hand in hand gaan. Door te werken met robotarmen die zowel 3D-printen als houtfrezen

ArchitectuurNL

Tekst Jeroen Junte

Zandkastelen

08-11_Nieuwe wegen digital.indd 10

kunnen innovatieve technieken meteen worden ingepast in het bestaande bouwproces.’ Zo worden robots nu al toegepast in het bouwproces. ‘Bij de bouw van het Louis Vuitton Arts Centre van Frank Gehry zijn robots zelfs al niet meer weg te denken’, meent Feringa. De kunsthal met karakteristieke Gehry-krullen kost meer dan 100 miljoen euro en wordt eind 2013 opgeleverd in het Bois de Boulogne bij Parijs. Het is vooral bij de bouw van dit soort expressieve gebouwen dat de robots hun waarde zullen bewijzen, meent Feringa. ‘Digitale productie biedt een ongekende vormvrijheid. Met een diamantdraad aan een robotarm kan ik harde steensoorten in elke gewenste vorm snijden. Deze stenen kan ik vervolgens door een robot laten stapelen. Het resultaat is een traditionele stenen huis maar dan wel in elke vorm die ik wil.’ Natuurlijk is het goed dat robots als een Kamermaker en Stone Spray bijdragen aan een duurzaam bouwproces. Feringa: ‘Maar laten we niet vergeten dat architect nu weer de regie krijgt over het bouwproces. En dat werd wel weer eens tijd ook.’

Ernst Neufert en andere pioniers Digitale technieken als 3D printen zijn weliswaar nieuw, maar de zoektocht naar geautomatiseerde architectuurproductie begon al diep in de vorige eeuw. De Duitse architect Ernst Neufert (1900-1986) experimenteerde al in 1943 met een Hausbaumaschine. Neufert, een leerling van Bauhaus-oprichter Walter Gropius, bedacht een fabriekshal die zich over treinrails zou verplaatsen en op vastgelegde afstanden een gebouw zou produceren. Een groot verschil met 3D-printen en andere digitale productietechnieken is dat de ‘rijdende band’ van Neufert uitsluitend één gestandaardiseerd huistype kon produceren, terwijl met 3D-printen elke huis uniek en op maat gemaakt kan worden. Een hedendaagse pionier is de Italiaanse architect Enrico Dini en zijn bureau D-Shape. Dini heeft inmiddels al een bouwwerk van ongeveer vier meter hoog geprint van een hoogwaardig industrieel gips. De architectuur van Dini heeft natuurlijke vormen die doen denken aan honingraat en termietenheuvels. De Italiaanse architect Fabio Gramazio gebruikt vliegende robots die bakstenen in diverse configuraties plaatsen. De Flight Assembled Architecture, een rond tijdelijk paviljoen van ruim 1500 gestapelde kunststof bakstenen, maakte Gramazio in 2011.

10 26-11-12 14:19


5

6

8

9

10

11 08-11_Nieuwe wegen digital.indd 11

7

5. Ernest Neufert ontwierp in 1943 de Hausbaumaschine: een fabriek op rails die een betonnen woonblok van elke gewenste lengte kan bouwen. 6. Fabio Gramazio gebruikt vliegende robots die bakstenen in diverse configuraties plaatsen. 7. Bij de bouw van het Louis Vuitton Arts Centre van Frank Gehry zijn robots niet meer weg te denken. 8. Enrico Dini heeft een bouwwerk van 4 meter hoog geprint van een hoogwaardig gips. 9. Jelle Feringa maakt van afgedankte robotarmen robots die 3D-printen en lasersnijden combineren met traditionele bouwtechnieken als lassen, frezen en snijden. 10. Stone Spray: zand vermengd met een biologisch afbreekbaar bindmiddel wordt geprint door een computergestuurde robotarm en vormt een stevige aarden constructie. ArchitectuurNL

26-11-12 14:19


1

2

3

24H in bamboe ‘Eén van onze passies is reizen, je laten inspireren door andere culturen en daarin onderdompelen, niet gehinderd door angst.’ En onbevreesd reizen doet ze, Maartje Lammers. In 2001 startte ze samen met Boris Zeisser 24H-architecture. Inmiddels bouwen ze in Marokko, Suriname en Thailand. ‘Van meet af aan wilden we internationaal werken. We wisten toen nog niet dat de Nederlandse markt zo zou krimpen door de crisis. Dus ik ben wel dankbaar voor onze internationale visie.’

4 ArchitectuurNL

12-13_Overdegrens.indd 12

5

12 26-11-12 14:19


OVER DE GRENS

De eerste grote buitenlandse bouwopdracht voor 24H-architecture diende zich in 2006 aan in Thailand: een milieueducatiecentrum bij een vakantieresort op het eiland Koh Kud. Maartje Lammers: ‘De opdrachtgevers hadden op internet ons buitenhuis in de Zweedse bossen gezien en vroegen ons mee te dingen naar de bouw van een activiteitencentrum voor kinderen bij het resort. We werken bij voorkeur met lokale materialen en blazen de plaatselijke tradities nieuw leven in. Dat is niet alleen ecologisch duurzaam, maar brengt ook duurzaamheid op sociaal niveau. Het idee was om te bouwen met bamboe.’

Reuzenrog En zo groeide er tegen een rotshelling een gigantisch glooiend dak, alsof er een reuzenrog uit de zee gesprongen was. Dak en draagconstructie zijn van bamboe, het interieur is opgetrokken uit eucalyptushout en rotan. Wanden zijn er nauwelijks, zodat de verkoelende zeewind vrij spel heeft. Het ruim overstekende bamboedak houdt zon en regen buiten. Aanvankelijk wilden de opdrachtgevers de experimentele bouw zelf doen. Dat bleek al snel een te grote uitdaging en ze vroegen 24H die klus op zich te nemen. Maar bij 24H had ook niemand ervaring met bamboe. Er werd dus veel tijd geïnvesteerd om het materiaal onder de knie te krijgen. Maartje Lammers: ‘Olav Bruin, een van onze architecten, is bij de ‘bamboemeester’ Jörg Stamm in Duitsland in de leer gegaan samen met een stagiaire. Olav is toen vijftien maanden in Thailand gaan wonen. Hij heeft met een Thaise club mensen allerlei experimenten gedaan om de draagkracht van bamboe te bepalen en er zijn windtunneltests gedaan. Bamboe is van oudsher het bouwmateriaal van arme mensen, dus de goede ambachtslieden vind je onder de bergvolkeren van Noord-Thailand. De communicatie op de bouw was daarmee wel lastig, maar Olav kan gelukkig goed met zijn handen praten en is zelf een rasklusser. Zo

hebben architect en bouwvakkers van elkaar allerlei details geleerd.’

De natuur als inspiratie Drie jaar later kon 24H de opgedane kennis opnieuw in Thailand toepassen. In de buurt van de Noord-Thaise stad Chiang Mai wilde een echtpaar een internationale school voor 375 leerlingen laten bouwen. Het complex moest de boeddhistische en milieubewuste grondslag van de school uitwasemen en helemaal opgetrokken worden uit lokale materialen. De keus viel op 24H vanwege hun elegante bamboecreatie op het eiland Koh Kud. Maartje Lammers: ‘Om kosten te besparen zijn Olav en ik er een week gaan zitten om de locatie te bekijken, met de opdrachtgevers en de specialisten te praten en ontwerpschetsen te maken. De locatie was prachtig, een voormalige boomgaard. We wisten dat er gekozen was voor kleine gebouwtjes en dat de ingrediënten gestampte aarde en bamboe zouden zijn. Ter plekke zijn we gaan schetsen, aan een laag tafeltje in een prieel. Onze inspiratie groeide letterlijk aan de bomen. Zo zagen we een hertshoorn, een boomvaren met bladeren in de vorm van een gewei. Olav plukte zo’n blad en toen we het neerlegden op de locatie, bleek dat precies de goede padenstructuur naar de klaslokalen en de gemeenschappelijke ruimtes te geven.

Lome schildpadden Voor de grote ruimtes bedachten we een statige bamboestructuur die vanuit de basis uitwaaiert, precies zoals je de bamboe zag groeien in de tuin. Het was superinspirerend!’ Op het kantoor in Rotterdam zijn alle gebouwen uitgetekend en twee maanden later volgde weer een bezoek aan Thailand, waar de gemeenschappelijke ruimtes op halve grootte gebouwd zijn om de details te testen. Maartje Lammers: ‘Het ging allemaal razendsnel en efficiënt. In februari maakten we de schetsontwerpen, in april kon de bouw starten en in juli stonden de eerste gebouwen

6

er. Bovendien was het heerlijk om met zo veel verschillende specialisten een product te maken.’ Dat ‘product’ werd een veld vol lome schildpadden, want opnieuw ontwierp 24H diep overhangende glooiende daken tegen het vocht en de hitte.

IJsblokken en rendierhuiden Heeft 24H nu voet aan de grond gekregen in Thailand? Maartje Lammers: ‘Daar is het ons niet om te doen. Ik zou het leuk vinden, maar het mag ook Bali of Vietnam zijn. Het is min of meer toeval dat we in de tropen terecht zijn gekomen, maar ik bouw net zo lief op de Noordpool, iets met ijsblokken en rendierhuiden. Toen we met 24H begonnen was onze leus ‘inspired by nature’. Daar is bijgekomen ‘learning from nature’: op een lowtech manier duurzaam gebruik maken van de materialen die lokaal beschikbaar zijn. Dat is mijn persoonlijke queeste: licht brengen in de prairies van de wereld!

1. Olav Bruin en Maartje Lammers van 24H-architecture ontwierpen een week lang op de bouwlocatie van een nieuwe school in de Noord-Thaise stad Chiang Mai. 2. Een ter plekke geplukte hertshoorn was inspiratiebron voor de padenstructuur in de school. 3 en 4. De communicatie met lokale ambachtslieden op de bouw was wel lastig, maar Olav kan gelukkig goed met zijn handen praten en is zelf een rasklusser. Architect en bouwvakkers hebben van elkaar allerlei details geleerd. 5. Als een veld vol lome schildpadden, zo ogen de schoolpaviljoens met overhangende glooiende daken tegen het vocht en de hitte. 6. Interieur van de school, ook het meubilair is door 24H ontworpen en in bamboe uitgevoerd.

13 12-13_Overdegrens.indd 13

Tekst Karolien Bais Fotografie Panyaden School, Ally Taylor, Karolien Bais

ArchitectuurNL

26-11-12 14:19


SG_adv_245x280mm_outl.indd 1

16-08-12 15:02


Projectennl 16 Studentenhuisvesting Terwijl de woningbouw stagneert, wordt van Groningen tot Maastricht en van Delft tot Wageningen nog wel voor studenten gebouwd. De opgave lijkt overal hetzelfde: veel repetitie en de mogelijkheid de units te transformeren tot starterswoningen. 22 Slotakkoord De studentenwoningen van de Campus Boerhaave in Leiden zouden wel eens tot de laatste nieuwe studentenwoningen kunnen behoren. De 504 studenten aan het Hildebrandtpad hebben geluk gehad. Hun gebouw staat er. Net op tijd. 24 Hippe Bouwstenen Tot voor kort werd de zeecontainer in de bouw vooral tijdelijk toegepast. Maar daar lijkt verandering in te komen. Steeds vaker gaat het bij containers om bouwwerken die een langere tijd moeten meegaan. Een variant op de container is de unit, nieuw of tweedehands. 30 Tanken in stijl Tankstations zijn decennialang stiefmoederlijk behandeld. Ooit was dat wel anders. Beroemdheden als Jean ProuvĂŠ, Frank Lloyd Wright, maar ook onze eigen Willem Dudok ontwierpen tankstations. Recentelijk trad Benjamin Robichon van Knevel Architecten in de voetsporen van zijn illustere voorgangers met een tankstation aan de voet van de Afsluitdijk.

15 15_Tab projecten.indd 15

26-11-12 17:03


Slim wonen Studentenhuisvesting in Nederland Terwijl de woningbouwproductie overal stagneert, wordt er nog wĂŠl voor studenten gebouwd: van Groningen tot Maastricht, van Delft tot Wageningen. Er is een actieplan dat voorziet in 16.000 nieuwe studentenkamers in 2016. De opgave lijkt overal ongeveer gelijk: veel repetitie, de mogelijkheid om de units later te transformeren tot starterswoningen, goede collectieve ruimtes en genoeg plek voor de fietsen.

16-21_Studentenhuisvesting.indd 16

26-11-12 14:20


PROJECT IN CONTEXT

2

Nederland wordt steeds slimmer. Het aantal studenten aan HBO’s en universiteiten stijgt de komende 15 jaar hard: in 2020 zijn er 85.000 studenten méér dan nu. Dat heeft niets met demografie te maken, maar alles met het feit dat steeds meer jongeren op de middelbare school voor een havo en vwo opleiding kiezen en daarna doorstuderen. De toename betekent ondermeer een groot tekort aan studentenkamers. Brancheorganisatie Kences, de koepel van studentenhuisvesters, berekende dat er in 2020 behoefte is aan 33.000 kamers méér, zodat die studenten ook daadwerkelijk op kamers kunnen. Bijna 50% wil dat graag, blijkt uit onderzoek. Zowel de huisvesters als de studentensteden hebben er belang bij dat de kamernood wordt opgelost. Studenten zijn het fundament onder de opleving van de steden die begin jaren tachtig inzette, en de meeste studentensteden doen het ook in deze tijd economisch goed, blijkt uit onderzoek van Gerard Marlet, directeur van het onderzoeksbureau Atlas voor Gemeenten. Terwijl de woningbouwproductie overal stagneert, wordt er nog wél voor studenten gebouwd: van Groningen tot Maastricht, van Delft tot Wageningen. Er is een actieplan dat voorziet in 16.000 nieuwe kamers in 2016.

3 1. Architectenbureau Onix noemt het nieuwe woongebouw voor studenten in Utrecht De Cloud. Die naam spreekt voor zich bij het zien van deze artist impression. 2. De Cloud moet 650 studenten huisvesten, die massaliteit heeft het Onix enigszins proberen te verdoezelen. 3. De gevel zal worden voorzien van keramieken tegels in veel schakeringen wit en blauw 4. Het grote complex biedt van alle kanten toch een andere aanblik.

4

Oude studentencomplexen zoals IBB in Utrecht en de Oudraadtweg in Delft bestaan vaak uit lange gangen met aan weerszijden kleine kamers. Douche, toilet en keuken worden gedeeld met alle bewoners van een gang. Dat wil de student anno 2012 niet meer, blijkt uit onderzoek. Een kleine kamer oké, maar minstens een eigen douche en toilet. De opgave voor de komende jaren ligt dus vooral in het bijbouwen van zelfstandige units, want op dit moment bestaat tweederde van de voorraad uit kamers met gedeelde voorzieningen. Om de hoge nood tijdelijk op te lossen werden er de afgelopen jaren al honderden spaceboxen en containers voor studenten geplaatst en werden voormalige asielzoekerscomplexen door studenten in gebruik genomen. Maar nu wordt er echt nieuw gebouwd. De opgaves lijken natuurlijk op elkaar: kleine units, die in een later stadium eventueel getransformeerd kunnen worden tot starterswoningen, collectieve ruimtes en goede stallingsmogelijkheden voor véél fietsen. De budgetten zijn laag, erkennen alle betrokkenen. Middels het beroemde ‘puntensysteem’ is exact bekend wat de huur wordt voor een kamer van 16 of 24 m² en welke voorzieningen er aanwezig moeten zijn, wil de huurder aanspraak kunnen maken op huursubsidie. Ondanks de schijnbaar noodzakelijke uniformiteit blijkt er nog veel speelruimte te zijn.

Johanna op de Uithof

In Utrecht staan nu nog 230 spaceboxen die de afgelopen jaren dienst hebben gedaan als tijdelijke studentenwoningen, bekend onder de naam La Capanna, maar die zijn inmiddels in de verkoop. Ze zullen nog onderdak bieden aan de sporters die in de zomer van 2013 meedoen aan de Europees Jeugd Olympisch Festival, daarna komt op die plek een nieuw studentencomplex, Johanna. Die naam refereert aan de Johannapolder waarin De Uithof is neergezet. Architectenbureau Onix, dat het nieuwe gebouw in opdracht van de SSH

17 16-21_Studentenhuisvesting.indd 17

ArchitectuurNL

26-11-12 14:20


5

6

gaat realiseren, heeft het zelf over De Cloud. Die naam spreekt vanzelf bij het zien van de artist impressions: een gebouw dat door de stapeling van volumes inderdaad aan een wolk doet denken. Een groot complex dat van alle kanten toch een andere aanblik biedt. Voor de architecten heeft de naam ook te maken met het komen en gaan van al die studenten, de beweging van de bewoners, de gevarieerdheid van het studentenleven an sich. Een gedicht – zie de Onix-site – drukt die gedachte fraai uit. In totaal krijgt De Cloud 650 woningen, kleine en grotere in een verhouding 60/40. Het is voor Onix voor het eerst dat ze zich met studentenhuisvesting bezighouden, zegt Haiko Meijer van het Groningse bureau, al tekenden ze in het verleden wel veel sociale woningbouw. Die opgaven hebben wel wat met elkaar gemeen, vindt hij. ‘Met minimale middelen het maximale bereiken. Individueel woongenot en collectieve waarden in balans brengen en zorgen voor een goede verhouding tussen openbaar en individueel.’ De Cloud moet veel studenten huisvesten, die massaliteit heeft het bureau enigszins proberen te verdoezelen, zegt Meijer. ‘We wilden de omvang verzachten, het humaner krijgen.’ Onix zorgt voor extra kwaliteit op individueel niveau door alle units een diepe vensterbank te geven, een fraaie loungeplek in het vierkante raam. Uiteraard is er aandacht voor collectieve ruimtes. Er is een gemeenschappelijk terras op het dak, waar de installaties zullen worden verstopt in houten constructies, een plek om een feestje te houden. Op de lager gelegen daken is plek voor kleine tuinen en terrassen voor de studenten. De entree van het woongebouw ligt op dijkhoogte, plus 2 meter. Daar is een coffeecorner, de wasserette, de liften, een brede loungetrap die overgaat in een groot loungedek buiten, dat uitkijkt op het aangrenzende natuurgebied Amelisweerd. De andere kant van het gebouw ligt op polderniveau, waardoor auto’s, fietsen en containers snel uit het zicht zijn en als het ware onder het gebouw gestald kunnen worden. Een trap omhoog leidt naar de entree. De gevel zal worden voorzien van keramieken tegels van Koninklijke Tichelaar uit Makkum, uiteraard in veel schakeringen wit en blauw, die moeten zorgen voor spannende reflecties en voor de associatie met Hollandse wolkenluchten. Daarmee combineert het gebouw twee elementen waarmee Nederland naam heeft gemaakt in het buitenland, zegt Haiko Meijer: Dutch Design en de wolkenluchten van een schilder als Jacob van Ruisdael.

Uilenstede Amstelveen

ArchitectuurNL

Tekst Anka van Voorthuijsen

16-21_Studentenhuisvesting.indd 18

Het draait om slim ‘tekenen en rekenen’ weten ze bij Studioninedots/ HVDN Architecten, dat in opdracht van DUWO Studentenhuisvesting zeven woongebouwen ontwerpt voor de campus Uilenstede Oost in Amstelveen. Begin 2012 werd de eerste fase opgeleverd, in 2014 moeten de laatste studenten hun intrek kunnen nemen in de nieuwe behuizing en is deze campus met 3400 bewoners één van de grootste van Europa. Het oudste deel van Uilenstede dateert van 1962. Het hele gebied wordt geherstructureerd zodat er niet alleen aantrekkelijke woningen komen – zowel onzelfstandige eenheden als studio’s en lofts – maar vooral ook een prettige openbare ruimte met een centrale as en functies als een wasserette, winkels, café en een theater, waardoor er ‘leven’ op de campus ontstaat. Sinds de oplevering van het eerste deel is al te zien hoe dat uitpakt: de collectieve ruimtes bevinden zich vooral buiten, tussen de woongebouwen in, die samen een soort grote hof vormen, en bij mooi weer zijn grasvelden, brede trappen en houten vlonders geliefde plekken om te loungen en te barbecuen. Fase 1b wordt nu gebouwd, fase 2 ligt op de tekentafel. De gebouwen verschillen in aanzien en staan op verschillende hoogten waardoor er een glooiend landschap ontstaat, maar ze vormen wel duidelijk een eenheid. ‘Door een simpel casco te maken houd je geld over voor mooie balkons en collectieve binnenplaatsen’. De architecten hebben gekozen voor een eenvoudige gebouwenstructuur, waarbij uitgekiende verlichting, kleur en poorten in lange gangen binnen toch zorgen voor herkenbaarheid en variatie.

Suite 9 Delft In Delft tekende Mecanoo het masterplan voor de campus TU-Delft Midden West, waar nu druk wordt gebouwd. De Zwarte Hond ontwierp al een opvallende witte woontoren met 400 units waarover we al eerder schreven ( zie ArchitectuurNL #02/2012). Nu werkt Studioninedots/ HVDN aan Suite 9, dat 135 studenten zal gaan huisvesten. Een gebouw van 67 meter lang en vijf verdiepingen met een collectieve ruimte op het dak die tevens als regenwateropvang moet dienen, was de opgave. De architecten wonnen de besloten prijsvraag (in een tender met flexibel bouwen expert Jan Snel) met een spannend ontwerp, waarbij de collectieve ruimte juist ín het gebouw werd geplaatst. Door een aantal woningen ‘weg te snijden’ creëeren ze een indrukwekkende gemeenschappelijke ruimte die dwars door alle verdiepingen loopt.

18 26-11-12 14:20


7

9

8

10

11 5. Studioninedots/HVDN Architecten wist in de nieuwe studentenhuisvesting in Uilenstede Oost in Amstelveen door een simpel casco geld over te houden voor o.a. mooie balkons. 6. Ook aan de entree is veel aandacht besteed. 7. Kleur en poorten in lange gangen zorgen voor herkenbaarheid en variatie. 8. Gevel van de eerste van de 7 studentengebouwen in Uilenstede Oost Foto’s Uilenstede John Lewis Mashall. 9. Ook op de campus TU-Delft Midden West wordt in 2013 gestart met studentenhuisvesting naar ontwerp van Studioninedots/HVDN Architecten. 10. Vide in entreezone in Uilenstede Oost. 11 en 12. Bij Suite 9 in Delft creëert Studioninedots/HVDN een indrukwekkende gemeenschappelijke ruimte die dwars door alle verdiepingen loopt.

12

19 16-21_Studentenhuisvesting.indd 19

ArchitectuurNL

26-11-12 14:20


13

13 en 14. Architectenbureau K2 ontwierp twee 70 meter hoge torens aan de westkant van station Hollands Spoor, een locatie met zware geluidsbelasting. Elke studenten-unit heeft een luik naar de collectieve gang dat zowel voor nachtventilatie als voor informeel contact met de buren zorgt. 15. Casa Confetti op de Uithof in Utrecht wordt ook wel smarties genoemd, een verwijzing naar de kleurige gevel, maar ook naar de slimme bewoners. 16. In Casa Confetti besteedde Marlies Rohmer veel aandacht aan ontmoetingsplaatsen voor studenten, hier de schommelbank voor de entree. 17. Studentenhuisvesting op de campus in Delft, ontwerp De Zwarte Hond. ArchitectuurNL

16-21_Studentenhuisvesting.indd 20

14

15

16

17

18

19

20 26-11-12 14:20


20

De budgetten voor studentenhuisvesting zijn niet ruim, erkent Metin van Zijl van Studioninedots, maar er valt toch best eer aan te behalen, vindt hij. ‘Door de repetitie. Als je één unit hebt getekend, kun je die honderd keer herhalen.’ Het interessante aan deze opgave is ‘dat je kunt spelen met de collectiviteit’, vindt Van Zijl. ‘De lol zit ’m erin dat het door die repetitie financieel mogelijk wordt om geld te besteden aan goede collectieve ruimtes.’ De aantallen maken het mogelijk om veel onderdelen mooi te detailleren en toch voordelig te laten prefabriceren, zoals balkons, brievenbussen, sanitaire units en keukens. Efficiency die je als architect elders speelruimte geeft. Bij Uilenstede is ervoor gekozen om die collectiviteit vooral op maaiveld en in de open lucht te plaatsen en hebben alle kamers een eigen balkon. In Suite 9 komt de collectieve ruimte juist ín het woongebouw. Dat ‘gat’ zorgt ervoor dat er geen lange saaie gangen zijn, maar dat die worden onderbroken én dat er op veel plekken daglicht binnen kan komen. Ondanks het grote aantal gelijkwaardige units moet het gebouw straks – mede door de gevel – niet als een stapeling van allemaal dezelfde kamers ogen.

Casa Confetti Op de Uithof in Utrecht staat een vrolijk studentencomplex van Marlies Rohmer, opgeleverd in 2008. Het 15 verdiepingen hoge complex biedt woonruimte aan 377 studenten en bestaat uit 1-, 3- en 4-persoons eenheden. Op het dak zit een groot dakterras . De bijnaam van het gebouw, Smarties, verwijst zowel naar de veelkleurige snoepjes als naar de slimme bewoners. De veelkleurige aluminium panelen zorgen ervoor dat de ramen zo goed als wegvallen in het aanzicht. Het gebouw voorziet volgens de architect in veel ruimtes voor ontmoeting en uitwisseling. ‘Feestruimten, trappenhuizen en gangen met nissen vormen de microkosmos waarin de eerste echte liefdes opbloeien en blijvende vriendschappen worden geboren.’ 18 en 19. Voor Campus Boerhaave in Leiden ontwierp Claus en Kaan architecten twee gebouwen met in totaal 504 studentenunits, die midden 2012 in gebruik zijn genomen. 20 en 21. Ook in de gangen en hal van Casa Confetti heeft Rohmer ruimten gecreëerd voor ontmoeting Foto’s Utrecht en Delft: Scagliola/Brakkee.

21 16-21_Studentenhuisvesting.indd 21

21

Iets verderop in Utrecht, wordt het voormalige Provinciehuis verbouwd en opgeleverd halverwege 2013. De SSH gaat hier 650 studentenkamers verhuren, voor een periode van minstens tien jaar.

Torens Waldorpstraat Den Haag Architectenbureau K2 tekent voor het ontwerp van twee 70 meter hoge torens aan de westkant van station Hollands Spoor, in opdracht van DUWO. In de ene toren komen 270 zelfstandige studentenkamers, in de andere toren komen 332 short stay kamers in groepswoningen. Die kunnen in een later stadium eventueel worden getransformeerd tot startersappartementen. Het budget en het programma van eisen boden geen mogelijkheid voor collectieve ruimtes, zegt Jan-Richard Kikkert van het architectenbureau. ‘Bij de dubbelhoge entree komt wel een ruimte voor wasmachines, die kan wel sociale interactie genereren.’ Bovendien heeft elke studenten-unit een luik naar de collectieve gang dat zowel voor nachtventilatie als voor informeel contact met de buren zorgt. De locatie heeft te maken met zware geluidsbelasting, zowel van het spoor als van autoverkeer vanaf de Waldorpstraat, dus er is ingenieus ontworpen om buffers te creëren die het openen van een raam toch mogelijk maken. Dat gebeurt ondermeer via loggia’s en tussenzones die wel rechtstreeks in contact staan met de wereld buiten. De twee bakstenen torens ogen aan de buitenkant identiek en verticaal geleed, maar herbergen compleet verschillende plattegronden 'zodat je qua huisvesting ook binnen de torens door kan groeien'. De eerste toren staat er inmiddels, het totale project wordt augustus 2013 opgeleverd.

Leiden en Delft Claus en Kaan ontwierpen 504 studenteneenheden van elk 30 m² op Campus Boerhaave aan het Hildebrandpad, opgeleverd in 2012. De Zwarte Hond. 400 studenteneenheden aan de Balthasar van de Polweg, campus TU Delft. Opgeleverd eind 2011. Opvallende witte zaagtandgevel van gecoat aluminium. De vorm is ontstaan doordat elke eenheid een erker heeft met een dove kant om verkeerslawaai van die zijde op te vangen en een open kant richting het campusterrein. Meer informatie over studentenwoningen zie www.dekenniseconomie.nl en www.wonenalsstudent.nl ArchitectuurNL

26-11-12 14:20


1

1. Detail gevel. 2. De oostgevel in het groen. 3. Fietspad tussen de twee gebouwen. 4. De twee gebouwen van Campus Boerhaave. 5. Een van de ingangen. 6. Ruime parkeergelegenheid aan de westzijde. ArchitectuurNL

22-23_Studenten Leiden.indd 22

2

3

4

5

6

22 26-11-12 16:57


PAREL

Slotakkoord? De studentenwoningen van de Campus Boerhaave in Leiden zouden wel eens tot de laatste nieuwe studentenwoningen kunnen behoren. Studentenhuisvesters in heel Nederland annuleren vooralsnog veel van hun nieuwbouwplannen vanwege het regeringsakkoord. Hierin wordt de maximale huur gekoppeld aan de WOZ-waarde, een onmogelijke situatie volgens de huisvesters. Onder andere in Delft, Leiden, Wageningen, Groningen en Utrecht staan grootschalige nieuwbouwprojecten onder druk. De 504 studenten aan het Hildebrandtpad in Leiden hebben geluk gehad, hun gebouw staat er, net op tijd.

De studentenwoningen die inmiddels de bijnaam De Zwarte Dozen hebben gekregen staan in de wijk Leeuwenhoek, een strook tussen station en A44 met gebouwen van universiteit en hogescholen, bio-sciencepark en het LUMC. Het project is een vervolg op eerdere projecten in de Delftse TU-wijk en voor het Leiden University College in Den Haag. Het gaat hierbij om unitbouw, waarbij de studentenkamers in de fabriek worden geproduceerd. De studentenkamers zijn 27 vierkante meter groot en zijn voorzien van een kant-en-klare eigen keuken, toilet, douche en gevelbeplating. Op de bouwplaats hoeven deze units alleen nog gestapeld te worden waardoor de bouwtijd extreem kort wordt. De eerste units werden in maart 2011 geplaatst en nog voor het eind van het jaar konden de eerste bewoners hun intrek nemen in het complex. Bijkomend voordeel van deze bouwwijze is dat het de bouwkosten laag houdt, zodat de huren onder de huurtoeslaggrens konden blijven. Het complex bestaat uit twee gebouwen die niet evenwijdig naast elkaar staan. Aan de oostzijde grens het aan een groenstrook, aan de westzijde ligt een parkeerterrein. Tussen de twee gebouwen ligt een groenstrook. Elk van de twee gebouwen bestaat feitelijk uit drie torens met elk 84 units. De begane grond is

23 22-23_Studenten Leiden.indd 23

bestemd als commerciële- en onderwijsruimte. Veel ruimte is er ook voor de inpandige fietsenstalling. Mede door de bouwwijze is er een strak gedetailleerd gebouw ontstaan, dat goed past tussen de bestaande bebouwing.

Laatste studentenwoningen Door de kabinetsplannen zou het wel eens kunnen zijn dat dit voorlopig de laatste studentenwoningen zijn die gebouwd worden in Leiden, de plannen voor een grote studentencampus van zo'n 2000 woningen zijn vooralsnog in de ijskast gezet. In die plannen worden de huren gekoppeld aan de WOZ-waarde van de woningen, de huur mag maximaal 4,5 procent hiervan zijn en dat is aanzienlijk lager dan financieel mogelijk is. Voor de Leidse campus zou dat betekenen dat de huren in plaats van gemiddeld € 385 zo'n € 100 lager zouden uitkomen. Onbetaalbaar aldus studentenhuisvester DUWO, opdrachtgever van zowel de Campus Boerhaave als de nieuwe campus bij station Leiden Lammenschans. Ook in andere studentensteden klinken dit soort geluiden en juist nu er net een start is gemaakt met een ambitieus programma voor studentenhuisvesting, is dit natuurlijk geen goede ontwikkeling. Want de vraag naar studentenwoningen blijft onverminderd groeien. Er zal nog wel heel wat water door de Tekst en fotografie Peter Visser

Rijn stromen voordat hier een oplossing wordt gevonden.

Projectgegevens Architect Claus en Kaan Architecten, Rotterdam Opdrachtgever DUWO, Delft Hoofdaannemer Bouwcombinatie Ursem-Trebbe Aantal woningen 504 Start bouw December 2010 Oplevering Februari 2012

ArchitectuurNL

26-11-12 16:57


1. Voorlopig ontwerp kantoor Zeebrugge. 2. De vissenkom. 3. Kleurige wand met logo's van leveranciers. 4. Centrale hal tussen containers en kantoren. 5. Exterieur met grote glazen gevel en metalen panelen Foto's Thea van den Heuvel/ DAPh.

•

ArchitectuurNL

24-29_Containerproject.indd 24

1

2

3

4

5

24 26-11-12 16:57


PROJECT IN CONTEXT

Containers als hippe bouwsteen Tot voor kort werden zeecontainers in de bouw vooral bij tijdelijke projecten toegepast. Maar daar lijkt verandering in te komen, steeds vaker gaat het om bouwwerken die een langere tijd moeten meegaan. Een interessante variant op de container is de unit, nieuw of tweedehands. Hierbij is de container het uitgangspunt van het ontwerp, maar wordt die bij de uitvoering vervangen door (kant en klare) units. Containers als tijdelijke studentenhuisvesting zijn al jaren gebruikelijk. Gimmie Shelter (1981) in Delft was zo'n project en bij de Amsterdamse Houthavens verrees een aantal jaren geleden nog een groot complex studentenwoningen van HVDN architecten. De laatste tijd worden containers juist meer en meer gebruikt voor horeca, paviljoenachtige gebouwen en zelfs winkels of bedrijfsgebouwen. Combinaties komen er ook steeds meer, waarbij de containers deel uitmaken van een groter geheel.

Futurumshop Een voorbeeld van zo’n combinatie is het bedrijfspand van Futurumshop in Apeldoorn. Het gebouw is een 'standaard' bedrijfsgebouw met aan de ene kant een kantoorgedeelte en aan de andere kant een magazijn. Beiden zijn van elkaar gescheiden door een wand van twaalf zeecontainers, drie lagen hoog. De wand is tevens de facilitaire zone en omvat onder andere pantry's, toiletten, bergruimte en een vergaderruimte. De kleurige containerwand is voorzien van logo's en bedrijfsnamen van leveranciers van het bedrijf. De wand is negen meter hoog en is mede bepalend geweest voor de rest van het ontwerp. Zo is de verdiepingshoogte van de kantoren hieraan aangepast en zijn verlaagde plafonds daardoor weggelaten. Kantoren en wand zijn met elkaar verbonden door luchtbruggen over de grote centrale hal en hier zijn ook de trappen. De containers hebben glazen deuren, behalve de vergadercontainer, die heeft een grote glazen wand en kreeg dan ook snel de bijnaam 'de vissenkom'. Aan de buitenkant valt er van de containers weinig te zien, de gevel bestaat uit speciaal gemaakte metalen panelen. Alleen door de grote glazen westgevel is er iets van de containers waar te nemen. De Futurumshop is een ontwerp van AReS architecten en eind 2011 opgeleverd. Op dit moment werkt hetzelfde architectenbureau aan een kantoor in Zeebrugge, waarbij de basis bestaat uit containers. Het is nog een voorlopig ontwerp, maar nu al is duidelijk dat er uiteindelijk geen gebruik gemaakt gaat worden van echte containers maar vervangende materialen.

MIET en THOF Dat er wel vaker ontworpen wordt met containers die er uiteindelijk niet komen, bewijst ook het project MIET Artists in Residence door Nexit architecten in het buitengebied van Beers nabij

25 24-29_Containerproject.indd 25

ArchitectuurNL

26-11-12 16:57


6

7

8

9 ArchitectuurNL

24-29_Containerproject.indd 26

Tekst Peter Visser

6. Het schetsontwerp van MIET met duidelijk herkenbaar de containers. 7. MIET vlak voor de oplevering. 8. THOF op maaiveldniveau. 9. THOF vanaf de Rijn gezien. 10. In het Gasfornuis zijn de containers duidelijk zichtbaar. 11. De begane grond van het Gasfornuis Foto’s Robert van der Molen.

•

26 26-11-12 16:57


Cuijk. Een complex in aanbouw, bestaande uit twee ateliergebouwen, een beheerderswoning en zes gastenverblijven voor in Nederland residerende kunstenaars. Het hoofdgebouw is een kasgebouw met daarin twee short-stay verblijven, een gemeenschappelijk atelier en een projectruimte. Oorspronkelijk ontworpen als een constructieve stapeling van dragende zeecontainers (de verblijven) met daarboven de 'opgetilde' kas (projectruimte) op een betonplaat. Door de forse uitkraging van de betonnen verdiepingsvloer bleken de aanpassingen van de zeecontainers te kostbaar. Deze zijn vervangen door met geprofileerd cortenstaal beklede draagmuren. Door de stalen bekleding en het handhaven van de maatvoering van de containers werkt het oorspronkelijke idee nog altijd door in het uiteindelijke gerealiseerde bouwwerk. Nexit architecten heeft ook het ontwerp gemaakt voor een demontabel paviljoen op basis van samengestelde en gemodificeerde containers. De locatie in Arnhem spreekt enorm tot de verbeelding, temeer omdat daar ook al sinds jaar en dag de graffiti vrijplaats 'The Hall Of Fame' (THOF) is gesitueerd. Het paviljoen kraagt uit over de bestaande graffitiwand en biedt vrij uitzicht over de tegenoverliggende uiterwaarden van Meinerswijk. Het plan is een initiatief van de door Roos Giethoorn opgerichte onderneming SUBWALK die zich richt zich op het undergroundcircuit van de 'Street-Art'. Deze breed vertakte cultuurstroming verdient meer aandacht is de visie van SUBWALK, die daarom in overleg met de gemeente Arnhem en Nexit een voorstel heeft gemaakt voor een expositieruimte gecombineerd met een café/bar. Of en wanneer het paviljoen gerealiseerd wordt is nog niet bekend.

10

Gasfornuis Dat containers zich prima lenen voor paviljoenachtige gebouwen bewijst het Gasfornuis in Groningen. Het is gebouwd van zeecontainers als tijdelijke invulling voor 5 jaar op het CiBoGa-terrein. Het bestaat uit twaalf gebruikte containers en is tien meter hoog en zeven meter diep. Ontwerper Harm Naaijer zegt erover: ‘We wilden op een leuke manier mensen iets vertellen over duurzaamheid & recycling. Daarom is er gekozen voor gebruikte containers, die al een aantal keren naar China heen en weer zijn getransporteerd. En we wilden een gebouw neerzetten dat refereerde aan de geschiedenis van het gebied, op deze plek stond vroeger de fabriek waar het stadsgas gebrouwen werd. Het gebouw moet ons een blik in de toekomst geven: hoe gaan we om met energie en voedsel. Het Gasfornuis is daar de metafoor voor geworden.’ Er zijn onder meer demonstratieruimten, verticale stadstuinen, een restaurant voor streekproducten en een dakterras. Het maakt deel uit van het Open Lab Ebbingekwartier. Dit is een bijzonder initiatief van de gemeente Groningen en Groninger Ondernemers. Het Laboratorium heeft een voorbeeldfunctie voor hoe men kan omgaan met tijdelijke bestemmingen van locaties. De opdrachtgever is 'Het theater van de smaak' en het Gasfornuis is een ontwikkeling van Rio Projects.

Noorderparkbar Een heel ander verhaal is de Noorderparkbar in Amsterdam, ook horeca, waarvan alle bouwmaterialen tweedehands werden gekocht op marktplaats.nl van particulieren en kleine handelaars. Toch ziet het paviljoen er als nieuw uit. De constructieve basis van het gebouw vormen niet containers maar drie

27 24-29_Containerproject.indd 27

11 ArchitectuurNL

26-11-12 16:57


Het Gasfornuis maakt deel uit van het Open Lab Ebbinge Foto Robert van der Molen.

De Noorderparkbar bij avond Foto Jeroen Musch.

ArchitectuurNL

24-29_Containerproject.indd 28

28 26-11-12 16:57


gestripte units van een tijdelijk ziekenhuis. Een unit heeft nieuwe gevels gekregen van ramen en een dak van lichtkoepels, hierin zitten de bar en twee toiletten. De andere twee units omlijsten, op elkaar gestapeld, het terras. Rondom is het hele paviljoen voorzien van grote houten luiken waarmee het ’s avonds afgesloten kan worden. Het ontwerp is het eerste 100% marktplaats-gebouw van Nederland. De bar is een prototype, één van de mogelijke composities die je van het assortiment van die (bouw)marktplaats kan maken. Hergebruik en zuinigheid zijn de duurzaamheid van vandaag; een duurzaamheid die kan leiden tot grote vormrijkdom. Zo groot, dat de nieuwe creatie meer is dan recyclen: hergebruik ziet er beter uit dan nieuwbouw. De ontwerpers en architecten van Overtreders W en Bureau SLA traden bij dit bijzondere project op als initiators, fondsenwervers, ontwerpers, handelaars en bouwers, geholpen door bouwkundig kunstenaar Jorrit Vijn tijdens de bouw. Alleen door deze bottom-up aanpak was het mogelijk om dit paviljoentje tijdens de crisis te realiseren. De Noorderparkbar ontstond als resultaat van een ongebruikelijk ontwerpproces. De geldinzameling via voordekunst.nl, de aanschaf van het materiaal, het ontwerp en de bouw vonden gelijktijdig plaats: het was onmogelijk vooraf een definitief ontwerp te maken, het aanbod op marktplaats.nl verandert continu. Pas na aankoop is het zeker dat een bepaald materiaal gebruikt kan worden, en dan moet het ook gebruikt worden. De eerste marktplaats-aankoop was overigens een tweedehands vrachtwagen, om door heel Nederland de spullen op te halen. Daarna volgden de noodunits, 42 raamkozijnen, een paar duizend meter hout, 55 liter verf, twee toiletpotten, heel veel tegels in verschillende groenen wittinten en nog veel meer materiaal dat was overgebleven van verbouwingen, verkeerd was ingemeten of gekocht en toch niet gebruikt. De bar is niet alleen sinds de oplevering in maart 2012 een ontmoetingsplek, tijdens de bouw zijn er al tientallen ontmoetingen geweest met verkopers van de bouwmaterialen. De verhalen die zij vertelden over de herkomst van de materialen zijn verzameld op de website www.hetkomtaltijdgoed.nl.

Plattegrond begane grond 1:150.

29 24-29_Containerproject.indd 29

Tegels in verschillende groenen wittinten Foto Jeroen Musch.

De Noorderparkbar in geopende toestand Foto Jeroen Musch.

ArchitectuurNL

26-11-12 16:58


Volgens Benjamin Robichon van Knevel Architecten is er bij bepaalde weersomstandigheden sprake van een mystiek spel van schaduw en licht tussen het rood en vergrijsde hout.

Tanken is voor de meeste mensen een gevoelsactie. Een passerende automobilist beslist in een split-second of hij stopt of doorrijdt. De vorm moet dus nadrukkelijk tot stoppen verleiden.

ArchitectuurNL

30-31_Benzinestation.indd 30

30 26-11-12 14:20


PAREL

Tanken in stijl Tankstations zijn decennialang stiefmoederlijk behandeld. Voor goedkoop en efficiënt was meer aandacht dan voor een esthetisch verantwoord ontwerp. Ooit was dat wel anders. Beroemdheden als Jean Prouvé en Frank Lloyd Wright, maar ook onze eigen Willem Dudok drukten hun stempel op de vorm van benzinestations. Recentelijk trad Benjamin Robichon van Knevel Architecten met een tankstation vlakbij de Afsluitdijk in Den Oever in de voetsporen van zijn illustere voorgangers. Knevel Architecten uit Amsterdam werd gevraagd een Masterplan te ontwikkelen voor de Historische Havens Den Oever. Bij de visie die Knevel Architecten op papier zette, werden ook de oude dorpskern en de periferie betrokken. Onderdeel van de opdracht was een duurzaam tankstation met architectonische kwaliteit en bijbehorend programma te ontwerpen voor Avia Marees. Het tankstation ligt op een prominente locatie op het bedrijventerrein tussen provinciale weg N99 en de toegangsweg naar het dorp. Vanwege de potentie van de regio is een ordening geïntroduceerd die de wekelijkse of zelfs dagelijkse gewoonte van het tanken vermengt met bezoek aan de tankshop, carwash, (vis-) winkel en kantoorruimte.

snelwegen zo geregeld heeft dat de partij die de vergunning wil krijgen om het tankstation voor een bepaalde periode te exploiteren naast een goed bod, ook een bijzonder ontwerp moet aanleveren en voorstellen moet doen om duurzaam te bouwen. Daarbij wordt volgens Robichon architectonisch alles uit de kast gehaald om de opdracht binnen te halen. Nederland kwam er op dat gebied erg bekaaid vanaf de laatste jaren. Tankstations leken uit de gratie. Bij het ontwerp stonden goedkoop, zakelijk en efficiënt voorop. Om de vorm leek niemand zich druk te maken. Het tankstation in Den Oever is dus een stap in de goede richting.

Inspiratiebron

Op de vraag of een tankstation een tweederangs ontwerpopdracht is, zegt projectarchitect Benjamin Robichon dat de opdracht van Avia Marees weliswaar het eerste tankstation van zijn hand is, maar dat in het verleden grote namen zich verbonden aan oliemaatschappijen. Mies van der Rohe en Dudok ontwierpen tankstations voor Esso, maar ook Albert Frey, Arne Jacobsen, Jean Prouvé en Frank Lloyd Wright verdiepten zich in de vraag van welke architectonische kwaliteiten ze aan een tankstation konden meegeven. Met zijn illustere voorgangers wil Robichon zich niet direct vergelijken, maar de vraag een tankstation te ontwerpen is beslist niets om je voor te schamen. En passant wijst hij op België waar men de concessieverlening van de tankstations aan de

Gevraagd naar wat hem inspireerde toen hij nadacht over welke vorm hij het tankstation wilde geven, blijft Robichon het antwoord schuldig. Een inspiratiebron past niet zo bij zijn manier van werken. ‘Ik begin bij voorkeur niet met een poëtisch of romantisch gegeven, maar met feiten. De basis van mijn ontwerp is een goede plattegrond. In het geval van het tankstation was dat een ondubbelzinnige lay-out die optimale manoeuvreerruimte biedt aan de af- en aanrijdende auto’s. Pas toen dat op papier stond, kon ik er een huid omheen vouwen die de uiteindelijke vorm zou bepalen.’ De envelop is door Robichon ontworpen als een gelaagde gevel, met gekleurde beplating en houten delen. Die opbouw maakte het mogelijk reliëf aan te brengen en de voor Avia kenmerkende rode bedrijfskleur er op een subtiele manier door te laten schemeren. Volgens de architect is er bij bepaalde weersomstandigheden zelfs sprake van een

31

Tekst Peter de Winter Fotografie John Lewis Marshall

Grote namen

30-31_Benzinestation.indd 31

mystiek spel van schaduw en licht tussen het rood en vergrijsde hout.

Uitstraling De hoofddraagconstructie is opgebouwd uit kruislings gelamineerde houten wanden en houten ribbenvloeren. Voordeel van deze geprefabriceerde elementen is de relatief korte bouwtijd. Daarnaast geven ze het interieur een bijzondere uitstraling. Voor de isolatie viel de keuze op vlas, een natuurlijk en vernieuwbaar product. Met zijn houten draagconstructie, isolatiemateriaal en hoogwaardige installaties, realiseerde Robichon een CO2-neutraal tankstation met een ontwerp dat de aandacht trekt.

Gevoelsactie Het commerciële succes van een tankstation wordt volgens hem in hoge mate bepaald door vorm en zichtbaarheid. ‘Tanken is voor de meeste mensen een gevoelsactie. Een passerende automobilist beslist in een splitsecond of hij stopt of doorrijdt. De vorm moet dus nadrukkelijk tot stoppen verleiden. En dan heb ik het over de onderlinge samenhang tussen luifel, shop, de tankeilanden en de borden met prijzen per liter. Als je daar één expressief, samenhangend geheel van weet te maken dat de automobilist het gevoel geeft dat je hem gastvrij ontvangt, dan wordt tanken een prettige gebeurtenis.’ Knevel Architecten lijkt in zijn opdracht geslaagd. Sinds de opening in september 2012 heeft Avia Marees over klandizie aan de Afsluitdijk niet te klagen. Het ontwerp van Robichon (b)lijkt te verleiden.

ArchitectuurNL

26-11-12 14:20


Bewust

4 - 9 februari 2013 Jaarbeurs Utrecht

Bouwen .a.: o t me build en Gre aviljoen ard tp ev Hou ie Boul erp ntw ovat Ren lands O ljoen Hol arpavi T Sol w & IC Bou

GRATIS TOEGANG

Ga naar bouwbeurs.nl/registreren en registreer nu met code: 100.001.232 #bouwbeurs

Internationale BouwBeurs


Kennisnl 34 Terug naar de basis van het bouwen DUS architects, bekend door hun pop-up paviljoens van paraplu’s en boodschappentassen, heeft zijn eerste grote project opgeleverd. Het radicale van deze woningbouwrenovatie in Nieuwegein zit ’m niet zozeer in de materialen, als wel in de aanpak van het proces en de typologie die daaruit voort is gekomen. 36 Afwaardeercommissie Als high potential stond ZUS in 2006 voor het eerst in ArchitectuurNL. Het bureau groeide uit tot multidisciplinaire organisatie en er zijn plannen volop. Zo wil ZUS een Afwaardeercommissie installeren die de problematiek van leegstand structureel oplost. 40 Gebreide buitenkant Architect Mariëtte Adriaanssen transformeerde een gedateerde schoolvleugel in Tilburg tot een moderne leeromgeving. Voor de gevel vond ze inspiratie in het het architectonische breiwerk van Petra Vonk. Samen bedachten ze een ‘gebreide’ gevel die aansluit bij de textielgeschiedenis van de stad. 42 Column Van Rossem Architecten die gestalte geven aan dubieuze rommel voor malafide opdrachtgevers doen volgens de BNA geen kwaad. Dat is evident niet waar. Wie meewerkt aan dergelijke planvorming berokkent onze maatschappij schade.

33 33_Tab kennis.indd 33

27-11-12 09:07


Terug naar de basis van het bouwen DUS architects, bekend door hun pop-up paviljoens van paraplu’s en boodschappentassen, heeft zijn eerste grote project opgeleverd. Het radicale van deze woningbouwrenovatie in Nieuwegein zit ’m niet zozeer in de materialen, als wel in de aanpak van het proces en de typologie die daaruit voort is gekomen. Een nieuwe architectuur, al voor de crisis in 2008 losbarstte werd erover gesproken. ‘Architectuur 2.0. – the destiny of architecture’ heette het groots opgezette symposium dat het NAi eind 2007 organiseerde. Willem Jan Neutelings, een van de sprekers, stelde toen dat ‘de belangrijkste opgave voor de komende twintig jaar niet ligt in het ontwerpen van megalomane monumenten voor de nieuwe Zonnekoningen van deze wereld in Dubai of Beijing’, maar ‘in het ontwerpen van een comfortabele dagelijkse leefomgeving voor miljarden mensen overal ter wereld. De opgave ligt in het ontwerp van het alledaagse.’

Nieuw tijdperk Een paar jaar later – de crisis was inmiddels een feit – werd het al concreter. ‘The end of an era’ was de titel van het essay geschreven door architectuurcriticus Hans Ibelings, dat in juni 2010 verscheen in het tijdschrift A10. De boodschap was niet al te vrolijk: na twintig ‘vette jaren’ voor de Nederlandse architectuur, ArchitectuurNL

34-35_Analyse nieuwegein.indd 34

met een bloeiende economie, een overheid die optrad als mecenas en een heleboel jong talent, breekt een nieuw tijdperk aan. Na de generatie Superdutch krijgen we de generatie Superhumble, voorspelde Ibelings. Hoe Superhumble er uit zou zien, dat was nog niet duidelijk. Bouwen is nu eenmaal een trage activiteit; de afgelopen jaren konden we nog teren op de iconische projecten die voor de crisis in gang waren gezet. Maar vijf jaar na het symposium Architectuur 2.0 begin je het om je heen te ontwaren: de nieuwe realiteit en een nieuwe architectuur.

Alledaags maar verfrissend De transformatie van het Gemeenschappelijk Wonen complex in Nieuwegein door DUS architects, in opdracht van woningbouwcorporatie Jutphaas, is een goed voorbeeld. Het soort opgave dat we de komende jaren nog veel meer tegen zullen komen. Middenin een jaren tachtig bloemkoolwijk staat het complex – alledaagser

had Neutelings het niet kunnen bedenken. En als je de gevels van vezelcementplaten en kunststof kozijnen vergelijkt met de wilde organische vormen die de laatste jaren de architectuurbladen domineerden, dan is de term ‘humble’ op zijn plaats. Het is even wennen, na al die jaren van spektakel. Maar het is ook verfrissend. Want terwijl het bij de generatie Superdutch soms wel een wedstrijd leek wie het hoogste, scheefste of kromste gebouw kon maken, gaat dit project terug naar de basis van de architectuur: de personen die gebouwen gebruiken. Voor de duidelijkheid: DUS vindt het óók belangrijk dat een gebouw er aantrekkelijk uitziet, maar gaat veel verder dan de vormgeving van de gevels. De architecten maken zich druk over de veranderingen op het gebied van de zorg, de positie van starters op de woningmarkt, de vergrijzende bevolking, die langer op zichzelf zal moeten blijven wonen. En ze vinden dat ze een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben; Architectuur 2.0 betekent voor DUS een bijdrage leveren aan oplossingen voor deze grote vraagstukken. Bekend werd het bureau van architecten Hedwig Heinsman, Hans Vermeulen en Martine de Wit dankzij hun opvallende pop-up paviljoens. De Gecekondu, het huisje van boodschappentassen; de Bucky Bar, gemaakt van rode paraplu’s; een trouwkapelletje van ventilatiebuizen – het zijn enkele voorbeelden van de fantasierijke, vaak low-budget projecten waarmee DUS internationaal aandacht trok bij een breed

34 26-11-12 15:40


ANALYSE

publiek. En precies daarin – in de vergaande interactie met gebruikers, opdrachtgevers en bestuurders – schuilt de kracht van het bureau. Vanwege deze succesvolle methodiek werd het bureau in 2006 bij de transformatie in Nieuwegein betrokken. Al jaren poogde de woningcorporatie een hoognodige, grootscheepse renovatie in gang te zetten. Maar onder bewoners was er zoveel weerstand dat de plannen telkens vastliepen.

Wat de opdracht bijzonder maakt is dat dit een complex is voor gemeenschappelijk wonen – het grootste van Nederland met 150 wooneenheden. Eind jaren zeventig opgezet door een idealistische groep bewoners rond drie grote hoven en met verplaatsbare binnenwanden. Maar door de slechte kwaliteit van de goedkope bouw en de almaar uitgestelde verbouwing, stond een groot deel van het complex leeg. De corporatie dacht al aan slopen, maar DUS wees erop dat daarmee wel de sterke sociale structuur verloren zou gaan. Zodoende werd besloten het project te transformeren en te zoeken naar nieuwe woonvormen. Passend bij de wensen van de zittende bewoners én aansprekend voor een nieuwe doelgroep, zodat het project ook economisch weer gezond zou worden. DUS begon het project door verschillende evenementen te organiseren, samen met de bewoners. Excursies naar voorbeeldprojecten, workshops - met kerst was er zelfs een feestje in het complex. Maar de kern van alle bijeenkomsten tijdens dit proces was het

ontwerp: in tekeningen en maquettes legden de architecten de bewoners voortdurend keuzes voor om zo te komen tot een goed plan. De crux van de renovatie is de herverkaveling van het complex met een grote variatie aan woningtypen. Naast woongroepen zijn er nu ook eengezinswoningen, zelfstandige eenheden en collectieve woonvormen daartussen. Sommige huishoudens delen nog steeds vrijwel alles met elkaar, anderen alleen de kroeg, de berging, een logeerkamer of extra woonkeuken. Door het toevoegen van een lift en galerijen zijn delen van het project geschikt voor ouder wordende bewoners en mensen met een handicap. De drie hoven – de ‘dragers‘ van het complex – zijn zo veel mogelijk teruggebracht in de oorspronkelijke sfeer, zij het minder verwilderd. Het ontwerp voor het exterieur kwam pas daarna. Met het bescheiden budget was het, net als bij de pop-up paviljoens, de kunst om ‘van niets iets te maken’ zoals Martine de Wit het omschrijft. En dat is heel aardig gelukt. De kwaliteit van de woningen – de brede beukmaat van 6,60 meter – hebben de architecten van buiten zichtbaar gemaakt door de gevels te bekleden met vezelcement platen in verschillende tinten groen. Zo hebben de huizen een meer individueel karakter gekregen terwijl het complex toch eenheid uitstraalt. Voor de gevels aan de hoven werd juist één kleur gekozen, die de gemeenschappelijkheid benadrukt. De witte vierkante ramen die over de gevels zijn ‘uitgestrooid’ zorgen voor een fris, speels beeld terwijl ze door hun grote formaat veel daglicht in de woningen

35

Tekst Kirsten Hannema Fotografie DUS architects

Gemeenschappelijk wonen

34-35_Analyse nieuwegein.indd 35

binnenlaten. Het zijn basale middelen, maar ze zijn effectief ingezet. En het past op deze plek; grotere gebaren zouden de gebouwen hebben vervreemd van hun omgeving. Inmiddels is het complex weer volledig bewoond en is er zelfs een wachtlijst. In de hoven zijn nieuwe fruitbomen en bloemen geplant. Kruiwagens, tuingereedschap en kinderspeelgoed op het gras laten zien dat het gemeenschappelijk wonen leeft.

Van niets van alles maken Dit is het eerste grote project dat DUS, opgericht in 2004, heeft gerealiseerd. De architecten zijn pragmatisch te werk gegaan; een radicaal karakter zoals hun pop-up paviljoens heeft het op het eerste gezicht niet. Maar de aanpak van het proces laat een vooruitziende blik zien, met als resultaat een vernieuwende typologie voor ‘het hofje van de 21e eeuw’. Voor de toekomst is het interessant om te zien of de architecten, naast de sociale kennis die zij hebben opgedaan, ook op het gebied van materialen innovaties kunnen doorvoeren. In dat verband is de Kamermaker van DUS interessant. Tal van interessante mogelijkheden schuilen deze verplaatsbare 3D-printer: ornamenten die de constructie versterken, recycling van materialen, massaproductie van individueel design… Als het lukt de Kamermaker tot een volwaardig product door te ontwikkelen, dan zou dat een kans bieden om als architect ineens ‘van niets van alles te maken’. En daarmee zou Superhumble een nieuwe betekenis krijgen. [Red.: Lees meer over de Kamermaker op p. 8-11] ArchitectuurNL

26-11-12 15:40


De Afwaardeer足 commissie moet garant staan voor de leefkwaliteit van stad en landschap. 36-39_Interview ZUS.indd 36

Elma van Boxel en Kristian Koreman

27-11-12 09:09


Interview

Voor ZUS viel veel op zijn plek dit jaar Stedelijk weefsel blijft fascineren

Als high potential stond Zones Urbaines Sensibles (ZUS) in 2006 voor het eerst in ArchitectuurNL. Het bureau groeide afgelopen jaren uit tot een multidisciplinaire organisatie bevolkt met een bont gezelschap creatievelingen en is nog steeds gefascineerd door coalities tussen publieke en private ruimten. Plannen zijn er volop. ZUS wil een Afwaardeercommissie installeren die Ă la de Deltawerken de problematiek van leegstand structureel en op een voor gebruikers aanvaardbare manier oplost. Hoog tijd voor een nieuw gesprek.

37 36-39_Interview ZUS.indd 37

27-11-12 09:09


Gevraagd naar wat hen drijft en motiveert, zeiden Elma van Boxel en Kristian Koreman van ZUS (Zones Urbaines Sensibles) begin 2006 in een interview in ArchitectuurNL ‘Geleidelijk worden we ons steeds bewuster van waar onze diepste interesse naar uitgaat. Dat is uiteindelijk het complexe stedelijk domein, al blijven andere schaalniveaus wel meespelen. Voor ons ligt de ultieme opgave in het spanningsveld tussen publiek en privaat domein.’ ‘Ik denk dat we motivatie toen goed hebben samengevat’, zegt Van Boxel. ‘Privaat en publiek is nog steeds het spanningsveld waarin wij het liefst werken. Achteraf gezien is het goed te constateren dat we toen al zo gefocust waren. Het grootste verschil met zes jaar geleden is dat we nu concrete opdrachten in dat veld hebben. Toen het interview werd afgenomen, bestond ons gedachtegoed nog uit studies op papier. Koreman vult aan dat ZUS van meet af

aan een goed geformuleerde visie als uitgangspunt hanteerde. ‘Het eerste wat we gedaan hebben toen we in 2001 begonnen, was een ondernemingsplan schrijven. Als je dat erbij haalt, hebben we zeker een ontwikkeling doorgemaakt, maar alle facetten van destijds zitten er nog steeds in.’

Waarom heeft ZUS van meet af aan willen werken in het spanningsveld tussen privaat en publiek? KK: ‘Vanuit een bepaalde ergernis. We streken in 2001 neer in Rotterdam. Aan de ene kant waren we opgegroeid met een hoeveelheid aan design, iconografie en styling. Tegelijkertijd zagen we vanuit ons raam hoe de sociale en ecologische opgaven voor het oprapen lagen in de stad, maar dat er nog geen opdrachtgevers waren, laat staan dat er geld voor was.’ EvB: ‘Maar ook vanuit de fascinatie dat de publieke ruimte een van de grootste rijkdommen is in Westerse steden. En dat gaat veel verder dan mooie pleinen omringd met gebouwen. We concludeerden dat gebruikers vaak vergeten werden en dat architectuur om de architectuur de boventoon voerde. Dat moest anders, vonden wij.’

Waar is het misgegaan in het vak dat jullie je kunnen profileren als beginnend bij de gebruiker? EvB: ‘Dat is toch de fictieve economie geweest waarop de sector haar plannen baseerde. Zeker in de kantorenbranche kwamen aanbod en vraag zelden tot nooit overeen. Per vijf à tien jaar werd de gebruiker meegenomen naar een nieuw kantoor zodat het ‘oude’ gebouw verkocht kon worden aan een belegger. Een puur financiële motivatie dus. De gebruiker was niet interessant, maar onderdeel van een spel dat de overheid en de markt speelden.’ KK: ‘Gebouwen werden niet voor reële gebruikers ontworpen, dat was de schijnluxe van die tijd. Achteraf gezien is het onbegrijpelijk dat architecten niet aan de bel getrokken hebben toen ze merkten dat ze gebouwen ontwikkelden die binnen tien jaar van eigenaar wisselden. John Habraken zei lang geleden al dat we onze gebouwen verkeerd bouwen omdat hun levensduur hooguit vijftien jaar is terwijl de constructies minstens honderd jaar meekunnen.’ EvD: ‘We zijn met z’n allen dus vrij passief geweest in die jaren, en het is maar de vraag of je dat architecten kunt aanrekenen. Controle

Elma van Boxel en Kristiaan Koreman zijn oprichters van ZUS (Zones Urbaines Sensibles). Hun bureau, gevestigd in het Schieblock in Rotterdam, bestaat uit een internationaal team van architecten, stedenbouwkundigen, ontwerpers en landschapsarchitecten. ZUS houdt zich gevraagd en ongevraagd bezig met ontwerpen en onderzoeken op het gebied van architectuur, stedenbouw en landschapsontwerp. Naast dit werk doceren Boxel en Koreman aan onder meer het Berlage Instituut, TU Delft, de Filmacademie Amsterdam, de Hong Kong University en de Universiteit Gent. In 2011 waren ze medeoprichter van Inside, een nieuwe masteropleiding voor interieurarchitectuur aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. ArchitectuurNL

36-39_Interview ZUS.indd 38

38 27-11-12 09:09


door de overheid op de bouw van kantoren ontbrak volledig, terwijl de woningmarkt wel scherp in de gaten werd gehouden.’ KK: ‘Tijdens de hoogconjunctuur zijn er door architecten over het algemeen weinig vraagtekens geplaatst bij het feit dat het in de bouwsector al maar groter, duurder, luxer werd.’ EvB: ‘Op school leerden we al dat alles een extrapolatie kon maken. Alles moest groeien; de economie, de bevolking, de steden. Logisch dus dat we daar collectief in zijn gaan geloven. Je kunt de architect die vakmatig bezig is met ruimtes maken moeilijk kwalijk nemen, dat hij met die ruimtes aan de slag gaat als dat hem gevraagd wordt. Maar het blijft vreemd dat we nu zoveel lege gebouwen hebben en dat je daar niemand op kunt aanspreken.’

te vullen. Een broedplaats kan, maar context en locatie bepalen wat je voor wie kunt ontwikkelen. Daar wil ik wel bij aantekenen, dat veel initiatieven beginnen bij de creatieve industrie. Misschien omdat dat soort mensen als eerste risico durven nemen en eerder aanvoelen wat de bedoeling is of in welke richting een maatschappelijke ontwikkeling gaat. Maar ik zou het eng vinden om te zeggen dat een broedplaats à la het Schieblock een concept is dat je overal maar moet neerzetten omdat het-dan-wel-goed-komt met een gebied. Je mag per plek niet uitgaan van een samenloop van toevalligheden. Je moet een goede analyse maken van de kansen van een gebied in combinatie met wat er leegstaat. En dan doet het er niet toe of het resultaat een broedplaats is of hotel New York.’

Over ZUS wordt gezegd dat 2012 het jaar is van jullie doorbraak. Hoe denken jullie daar zelf over?

Jullie wilden geen iconen maken, maar plannen voor leegstand. Best bijzonder in 2006. Vanwaar die afkeer van iconen?

EvB: ‘Leuk om te horen, maar of we dit jaar doorbreken, vinden we eigenlijk niet zo belangrijk. Uiteraard is het fijn te merken dat onze manier van denken over stadsontwikkeling door steeds meer mensen gewaardeerd wordt.’ KK: ‘Er is wel veel op zijn plaats gevallen dit jaar. Veel projecten waar we de afgelopen jaren heel hard aan gewerkt hebben, beginnen nu concreet te worden. En zelf merken we ook dat we op een ander moment aanbeland zijn. We hebben veel gedaan en gepraat over aandacht voor leegstaande kantoorpanden, maar zonder zekerheid over de uitkomst. Nu hebben we concreet zicht op de uitkomst. Er liggen plannen voor de komende twee jaar klaar en het Schieblock dat begon als antikraakproject, is uitgegroeid tot een van de belangrijkste cultureeleconomische broedplaatsen van de stad.’ EvB: ‘Het concept voor dit jaren ’60 pand bewijst ons gelijk. Een leeg kantoor hoeft niet per se een icoon vol designklassiekers te zijn om een vooraanstaande rol in het stedelijk weefsel te kunnen spelen. Aan de Schiekade hebben we met minimale middelen het pand geschikt gemaakt voor gebruikers, en de rest is geschiedenis. Het pand is tot de nok toe gevuld met bedrijfjes uit de creatieve sector. Dat had niemand in 2006 durven voorspellen.’

Is dat de sleutel tot succes? Overal in het land lege gebouwen transformeren in broedplaatsen? EvB: ‘In dit gebied is de broedplaats op deze plek ontstaan omdat de eigenaar toestond dat we in de leegstaande plint ‘de Dependance - podium voor stadscultuur’ mochten maken. En dat het werkt heeft natuurlijk ook te maken met de unieke ligging van het Schieblock; in hartje centrum en pal naast het station met een gebied eromheen waar genoeg te pionieren valt. De ruimtes zijn te huur voor heel schappelijke prijzen, veel lager althans dan in de omliggende panden. Maar belangrijker is, dat we met het Schieblock aangetoond hebben dat je met een goede analyse van het gebied en een gedegen inventarisatie van de mogelijkheid van bestaande leegstaande gebouwen, een alternatief kunt bieden voor sloop. In het verlengde van het Schieblock bekijken we nu ook wat voor programma past in het gebouw hier tegenover, maar dat hoeft niet per definitie een broedplaats te worden.’ KK: ‘Volgens mij moet je überhaupt niet eenzijdig naar de creatieve sector kijken. Dit gebied moet ook voor andere doelgroepen aantrekkelijk worden gemaakt. Het is een namelijk een stuk van de stad waar je veel verschillende stedelingen kunt aantreffen. Bovendien is het onmogelijk om alle leegstaande gebouwen met creatievelingen

39 36-39_Interview ZUS.indd 39

EvB: ‘We hebben geen afkeer van iconen, maar zijn gefascineerd door het gebruik van het stedelijk domein. Vanaf onze eerste stappen in het vak werden we geconfronteerd met leegstand in de stad. Dat leidde voor ons onherroepelijk tot de conclusie dat daar een grote opgave ligt.’ KK: ‘We hebben geen bouwdrift op het gebied van iconen. Hoe dat komt? Waarschijnlijk omdat onze echte fascinatie ligt in de stad en hoe je een toegankelijk debat voert dat ervoor zorgt dat een gebied goed aanvoelt voor gebruikers. Vorm en ruimte maken is voor ons absoluut een middel, maar zeker geen doel. Dat komt ook omdat we van oorsprong landschaparchitecten zijn en dus een veel ruimere tijdshorizon hanteren. Een gebouw is namelijk het mooist als het opgeleverd wordt. Een landschap heeft veel meer tijd nodig om zijn schoonheid prijs te geven.’

Stel ZUS mag het beleid in Den Haag bepalen voor zover de stad in het spel is. Welk geluid krijgen we dan te horen? KK: ‘Als wij het voor het zeggen hebben, dan installeren we een Afwaardeercommissie. Die gaat niet over mooie stenen door de hele stad, maar over blootleggen van kansen. Zo’n commissie denkt op grote schaal na over hoe je de stad weer gezond krijgt en wat je daarin moet investeren. Als het aan ons ligt, gaan we een integrale visie neerleggen en ook een idee over hoe we in de publieke ruimte moeten omgaan met de afwaardering van gebouwen die ons boven het hoofd hangt. Zo’n plan krijgt niet in korte tijd zijn beslag, maar moet, naar analogie van de Deltawerken, in een periode van 25 tot 50 jaar de problematiek van leegstand structureel en op een voor gebruikers aanvaardbare manier oplossen.’ EvB: ‘Zo’n Afwaardeercommissie moet, met mandaat vanuit het ministerie, garant staan voor de leefkwaliteit van onze steden en het landschap. De weg daar naartoe is lang en onzeker, maar het is hoog tijd dat in Den Haag een minister opstaat met een visie op dat terrein. Wat dat betreft verwacht ik veel van Ronald Plasterk.’

Stel we hebben in 2018 weer een gesprek. Wat heeft ZUS dan bereikt voor stad en landschap? EvB: ‘Dan is de leegstand in dit gebied in elk geval verleden tijd en hebben we met een aantal heel slimme mensen de Afwaardeercommissie vlot getrokken en zijn de eerste concrete resultaten gerealiseerd.’ KK: ‘Als gevolg daarvan is ons bureau tegen die tijd veel politieker geworden. Daarnaast zijn de papieren ontwerpen van ZUS die nu op tafel liggen gerealiseerd.’

Tekst Peter de Winter Fotografie Mirjam van der Hoek

ArchitectuurNL

27-11-12 09:09


1

1. De prints op de glazen binnenwanden zijn ge誰nspireerd op het breipatroon van de gevel. 2. Onregelmatigheden in het gevelbreiwerk getuigen van ambachtelijkheid. 3. Het gefilterde licht zorgt voor een verstild interieur, waarin leerlingen zich kunnen concentreren. 4. Het sheddak van het atrium is een knipoog naar de lokale textielfabrieken. Rond het atrium liggen kantoren en onderwijsondersteunende ruimten. Daarachter, aan de buitengevels, liggen de leslokalen. 5. Drie rijen doorzichtige platen hebben elk met een ander breipatroon. Het patroon van de middelste platen voor de ramen is het meest open. 6. Alle verkeer door campusgebied Stappegoor komt langs de school voor VAVO. De gebreide gevel is ingetogen, maar op afstand goed zichtbaar. ArchitectuurNL

40-41_Tailor made tilburg.indd 40

2

3

4

5

6

40 26-11-12 17:04


TAILOR MADE

Gebreide gevel Architect Mariëtte Adriaanssen kreeg opdracht een gedateerde schoolvleugel in Tilburg tot een moderne leeromgeving te transformeren. Voor de nieuw te ontwerpen gevel zocht ze inspiratie in het plaatselijke textielmuseum. Daar stuitte ze op het architectonische breiwerk van Petra Vonk. Samen met haar bedacht ze een opvallende gevel die aansluit bij de textielgeschiedenis van de stad. De anonieme laagbouwgevel van de school voor VAVO ligt naast de Fontys Hogeschool en tegenover het ijssportcentrum, aan de hoofdweg van campusgebied Stappegoor. Om op te boksen tegen de overheersende architectuur van de omliggende gebouwen, wilde Adriaanssen met de nieuwe gevel een statement maken. De schooldirectie ging akkoord en stelde extra budget beschikbaar. Adriaanssen: ‘Ik kom oorspronkelijk uit deze buurt en ken de textielgeschiedenis van Tilburg. Daar wilde ik iets mee doen.’ Op zoek naar inspiratie, zag ze in het Audax Textiel Museum de lace curtains van Studio Petra Vonk. ‘Petra is gespecialiseerd in de architectonische toepassing van textiel. Haar transparante breisels hebben een warme, tactiele uitstraling en verbeteren de akoestiek van gebouwen. Zoiets moet ook aan de buitenkant kunnen, dacht ik.’ Samen met Petra Vonk bedacht ze een nieuwe gevelbekleding van grof gebreide lappen in verschillende patronen, die zijn verwerkt in transparante kunstharsplaten. Om het breipatroon te laten doorlopen, besloot ze de hele gevel inclusief de ramen van platen te voorzien.

leerlingen verhoogt.’ Een ander bijkomend voordeel was, dat de geplande zonneweringen door de permanente raambedekking niet meer nodig waren. In ieder lokaal bleef alleen de glazen deur naar buiten onbedekt. Hier staat het bureau van de docent, die als enige naar buiten kan kijken. Een simpel wit rolgordijn houdt de zon zo nodig tegen.

Hightech

van de draad te voorkomen en de translucentie te verhogen, is een speciale lichte harskleur gebruikt. Tot slot zijn de uitgeharde platen op maat gezaagd.

Houtskelet De buitenwand waar de gebreide platen aan bevestigd zijn, is een houtskelet. Adriaanssen: ‘De fundering kon geen gemetselde muur dragen. Bovendien moest de verbouwing van de hele school binnen vijf maanden klaar zijn. Houtskelet is dan een uitkomst.’ De wand is voorzien van een vochtwerende laag, waar met afstandshouders de gebreide gevelplaten op zijn aangebracht. Adriaanssen: ‘Op die manier kan er toch nog wat frisse lucht door de geopende ramen naar binnen komen. Verder heeft de school een goed ventilatiesysteem. De ramen zijn vooral bedoeld voor de lichttoetreding.’ De breipatronen van de gevel liet het duo later terugkomen in het schoolinterieur. ‘De glazen wanden tussen kantoren en atrium zouden te veel inkijk geven. Daar moest een oplossing voor komen,’ licht Adriaanssen toe. Door het glas deels mat te maken met een op het breipatroon geïnspireerde print, is de privacy vergroot en de eenheid van het ontwerp behouden. Ook werkt Petra Vonk nog aan een vilten wandbekleding in gevelpatroon om de akoestiek van vier kleine spreekkamers te verbeteren.

Terwijl Vonk zich verdiepte in het materiaal, de draadgrofheid en patronen, deed Adriaanssen onderzoek naar de kleur van het breiwerk en de invloed op het interieur. Uiteindelijk viel de keuze op wit. ‘Kleur beïnvloedt de ruimte permanent, wit doet de ruimte meer leven.’ De schooldirectie was bang dat lokalen met afgedekte ramen te claustrofobisch zouden worden. ‘Het wit gefilterde licht zorgt echter voor een prachtig verstild interieur, wat rust brengt in de klas en de concentratie van de

In totaal bedekken ongeveer 100 gevelplaten, verdeeld over drie rijen, 300m2 grijze buitenwand met aluminium kozijnen. Het breiwerk van de middelste platen die de ramen bedekken, is het meest open. Ondanks de witte kleur zijn de patronen op afstand goed zichtbaar. ‘Een grove draad geeft meer reliëf, dus meer reflectie van zonlicht,’ legt ontwerpster Petra Vonk uit. ‘Bovendien komt de witte draad tegen een grijze achtergrond het best tot zijn recht.’ Dichterbij geven onregelmatigheden in de patronen aan, dat het om een ambachtelijk kunstwerk gaat. Vonk: ‘Alles is gebreid bij breifabriek De Reuver, die normaal supporterssjaals en -mutsen breit. Zij hebben de computergestuurde breimachines, waarmee je breisels met hele grote gaten kunt maken.’ Omdat gebreid materiaal uitrekt, zijn de lappen van 1,5 bij 2,5 meter daarna op stoomtafels in de juiste afmetingen gefixeerd. De productie van de composietplaten was een uiterst secuur, hightech proces. ‘In de composietfabriek zijn we dagen bezig geweest om de breisels op het juiste formaat, vlak en op zaagafstand van elkaar neer te leggen,’ zegt Vonk. De lappen bedekken zes tot zeven lagen glasvezel met daaroverheen een fleecelaag en een UV-filter. Vervolgens is het hele pakket met hars geïnjecteerd. Om een donkere verkleuring

41

Tekst Emy Vesseur Fotografie Petra Vonk (exterieur) en Rolf Bastiaans (interieur)

Verstild effect

40-41_Tailor made tilburg.indd 41

Projectgegevens Architect: Atelier Mariëtte Adriaanssen, Amsterdam Ontwerp breiwerk: Studio Petra Vonk, Amsterdam Productie breiwerk: Breifabriek De Reuver, Boven Leeuwen Productie composietplaten: Holland Composities, Lelystad ArchitectuurNL

26-11-12 17:04


COLUMN

Donkere dagen Ik had mij verheugd op een stemmige herfstvakantie in Den Hoorn, Texel, met kinderen en kleinkinderen. De Volkskrant maakte abrupt een einde aan de vakantiestemming. Het begon op 25 oktober: wethouder Lansingerland in opspraak. De zoveelste wethouder met onfrisse relaties in de bouwwereld, terwijl het proces tegen ex-gedeputeerde Ton Hooijmaijers van Noord-Holland nog moet beginnen. De betrokken wethouder was directeur van een architectenbureau en hoogstwaarschijnlijk dus ook lid van de BNA. In de advocatuur worden dan maatregelen genomen, maar integriteit is voor de Bond van Nederlandse Architecten niet echt een punt van zorg. Een dag later had men bij de Volkskrant het nodige huiswerk gedaan, met ontluisterend resultaat. De gemeenten Zoetermeer en Lansingerland blijken ware grondspeculanten te zijn, in het zogenaamde Groene Hart van de Randstad. Er is 78 miljoen euro geïnvesteerd in een vaag bouwproject. Dat raakte door de crisis in zwaar weer, zodat alleen 20 duizend vierkante meter winkelruimte nog uitkomst kon bieden. Een ‘outlet’, waar dure troep voor afbraakprijzen gedumpt wordt, zodat aangename winkelstraten in de wijde omtrek hun deuren kunnen sluiten. Een en ander hing op duistere wijze samen met een ‘vervoersknooppunt’ dat al sinds 2006 op de futuristische agenda van het openbaar bestuur stond. Daar was geen vraag naar, vandaar de noodzaak om een kantorencomplex van 90 duizend vierkante meter uit de grond te stampen dat passagiers moest genereren. Zeg maar ‘just for the hell of it’, de nieuwste vorm van ruimtelijke ordening. Dat ging dus niet door, maar om het zinloze ‘vervoerscentrum’ te redden moet er nu dus een parasitair winkelcentrum komen. Voor die opdracht zou elk fatsoenlijk architectenbureau in Nederland moeten bedanken. Nee meneer, wij ontwerpen geen narigheid. Het is vervelend maar in dit verband noodzakelijk om te memoreren dat architecten in de loop der tijd wel vaker verkeerde keuzes hebben gemaakt. Ook het paleis van Ceaușescu in Boekarest is door iemand met bouwkundige kennis gerealiseerd. Bestaan er architectenbureaus die een opdracht weigeren? Het gaat om het streven naar iets anders, een betere wereld. De bouwkunst is een serieus vak, dat hoge eisen stelt. Zoals verwoord door de nieuwe redactie van het tijdschrift Forum, die in september 1959 ‘het verhaal van een andere gedachte’ publiceerde: een oproep tot bezinning. Aldo van Eyck had al in maart 1958, toen Rietveld 70 werd, in Forum geschreven over een ‘onnozele vorm-maskerade’, geproduceerd in ‘architectenfabrieken’, onder leiding van immer vergaderende beunhazen die het tekenwerk door slecht betaalde medewerkers lieten verrichten. Architecten die gestalte geven aan dubieuze rommel voor malafide opdrachtgevers doen volgens de BNA geen kwaad. Dat is evident niet waar. Wie meewerkt aan dergelijke planvorming berokkent onze maatschappij schade. Het ergste is misschien nog wel dat de democratie erdoor gecorrumpeerd wordt. Zoetermeer en Lansingerland hebben al zoveel miljoenen aan het project uitgegeven dat gemeenteraadsleden wel moeten instemmen. Vooral Lansingerland zit dankzij de bezielende leiding van een architect diep in de schulden. Als die speculatieve investeringen niet terug verdiend mogen worden, gaat het mis met de gemeentekas. Ik zou werkelijk nog geen deurknop willen tekenen voor dat beoogde winkelcentrum. Maar ach, wat is democratie? Wie is de echte opdrachtgever? De gemeenteraad van Den Haag heeft op 8 november ingestemd met de bouw van een cultuurhuis, het Spuiforum, begroot op 181 miljoen, dus reken maar 400 miljoen. Een historisch besluit, want de overgrote meerderheid van de Haagse bevolking wil geen Spuiforum. Neutelings Riedijk Architecten heeft al een icoon bedacht. Daar is het bureau goed in. Neutelings Riedijk behoort zelfs tot de beste bureaus van Nederland, de top drie, heb ik ooit geschreven. Toch lijkt het me geen pretje om een cultuurhuis te ontwerpen dat de Hagenezen door de strot wordt geduwd. Het Palast der Republik in Oost Berlijn werd ook gehaat, als een dwangburcht die de almacht van een arrogant bestuur verbeeldde.

Vincent van Rossem architectuurhistoricus ArchitectuurNL

42_Column.indd 42

‘just for the hell of it’, de nieuwste vorm van ruimtelijke ordening 42 26-11-12 17:04


Talentnl

44 Kingsize maquettes Terwijl opdrachtgevers zich eerder laten overtuigen door glimmende glossy’s met hyperrealistische tekeningen of wervelende computeranimaties waarin ze letterlijk door het gebouw kunnen zweven, staat de werkruimte van architectenbureau BaksvanWengerden vol maquettes. En dan niet van die gestapelde piepschuimen vormpjes, maar echte gebouwen op schaal. Soms staat er zelfs geparkeerde auto’s op de oprijlaan. Waarom al die moeite? 50 Tabula Rasa In Tabula Rasa stelt ArchitectuurNL letterlijk zes blanco pagina’s ter beschikking aan een Nederlands architectenbureau. Ditmaal is het woord aan Vera Yanovshtchinsky architecten. Zij kijkt naar architectuur als naar een klimaatmachine en zet liever een raam open dan een geavanceerde klimaatinstallatie aan.

43 43_Tab talent.indd 43

27-11-12 08:37


m Alles aan onze ontwerpen heeft een reden. Niets is zomaar. 44-49_Platform.indd 44

Gijs Baks (1971, rechts op de foto) studeerde in 1999 af in Architectuur aan de TU Delft, werkte achtereenvolgens bij VSVV architecten, Broadway Malyan Arquitectos in Lissabon en VMX Architects. Bij VMX werkte hij samen met Jacco van Wengerden (1970), die na zijn opleiding HTS Bouwkunde in Utrecht eerst naar AustraliĂŤ vertrok en daar werkte bij Mark Hurcum Architects in Sydney. Terug in Nederland werkte Van Wengerden o.a. bij UN Studio, HTI Project Management en architectenbureau Hoogeveen. In 2008 richtten ze samen BaksvanWengerden Architecten op.

26-11-12 14:21


Platform

Een ontwerp moet rijpen Spel tussen herkenbaarheid en verrassing

Op tafel, op de vensterbank en zelfs op de grond – overal in de werkruimte van het Amsterdamse architectenbureau BaksvanWengerden staan maquettes. En dan niet van die piepschuimen vormpjes maar echte gebouwen op schaal, inclusief deuren, ramen, meubels, mensen en soms zelfs auto’s. Een opmerkelijk staaltje nijverheid van de twee verantwoordelijke architecten Gijs Baks en Jacco van Wengerden. Immers, opdrachtgevers lijken zich eerder te laten overtuigen door hyperrealistische impressies of wervelende computeranimaties. Waarom dan toch al deze moeite?

45 44-49_Platform.indd 45

26-11-12 14:21


1

1. De nieuwbouw voor traiteur Dames Dietz in Oegstgeest (2012) moest volgens het bestemmingsplan refereren naar de naastgelegen architectuur. 2. Het houten interieur van Dames Dietz past precies bij traiteur waar wordt gekookt met biologische ingrediënten. 3. BaksvanWengerden legde de verbinding met de bestaande bebouwing niet door nostalgisch metselwerk of andere stereotiepe stijlkenmerken maar juist door vervreemding. 4. Aan een vrijstaand woonhuis in het lommerrijke duindorpje Bentveld realiseerde BaksvanWengerden in 2012 een aanbouw die als een trapezium tegen de bakstenen achtergevel lijkt te kleven. 5. De lange schuine daklijn is tot op de grond doorgetrokken.

2

3

‘Het realiseren van een ontwerp is voor ons een onderzoek waarin talloze krachten actief zijn’, legt Baks uit. ‘Dat zijn regelgeving, de bestaande bebouwing en de lokale context, de eisen van de opdrachtgever, het budget, ga maar door. Het maken van een maquette is een manier om tegelijkertijd te denken, te maken en te toetsen. Dit onderzoek vertaalt zich uiteindelijk in één samenhangend ontwerp.’ Een gebouw is geen autonoom kunstwerk maar komt tot stand in een langdurig en intensief proces. Een ontwerp moet rijpen. De maquette is daarin een onmisbare schakel. Het is een slijpsteen voor onze gedachten. De traagheid van het vak schept deze mogelijkheden.’ Daarbij is de maquette ook in de alledaagse praktijk van grote waarde. Hoe illustreert Baks aan de hand van een maquette van een bestaand gebouw waartegen een aanbouw als een geometrisch vormpje leunt. Met één handbeweging draait hij de aanbouw waardoor een compleet nieuwe vorm ontstaat. ‘Dit is een heel directe en tastbare manier van vormonderzoek. Op de computer ben je daar uren mee bezig. Het maken van maquettes stelt ons in staat om op een heel pragmatische manier het ontwerpproces te vertalen naar een uiteindelijke vorm.’

Rationaliteit BaksvanWengerden is geen bureau dat architectuur ziet als een ‘allerindividueelste expressie van een allerindividueelste emotie’, zoals de dichtende Tachtiger Willem Kloos de schepping van een kunstwerk omschreef. Hun werk kenmerkt zich door een sterke rationaliteit. Van Wengerden: ‘Alles aan onze ontwerpen heeft een reden. Niets is zomaar. Wij hebben parameters als regelgeving en programma van eisen nodig. Juist die beperking schept vrijheid. Daardoor heeft ook elk project dat we starten een open uitkomst, omdat het afhangt van de specifieke context. Zo krijgen onze ontwerpen betekenis.’ Niet voor niets is het belangrijkste ArchitectuurNL

44-49_Platform.indd 46

Tekst Jeroen Junte Fotografie Yvonne Brandwijk en Kay van Geel

46 26-11-12 14:21


4

onderdeel van het ontwerpproces ‘praten’. Baks: ‘Architectuur is voor ons teamwork, waarbij er continu overleg is tussen opdrachtgever, regelgevers, technici en andere betrokkenen. Vertrouwen is daarbij het sleutelwoord. En dat vertrouwen win je alleen door intensief overleg. Praten dus.’ Van Wengerden, zoals wel vaker in het gesprek, maakt af: ‘En uiteindelijk ontstaat zo dus ook een vorm.’ Het is dan ook bijna vanzelfsprekend dat Baks en Van Wengerden met een kritische blik kijken naar de grootse, beeldbepalende architectuur van de afgelopen tien, vijftien jaar. ‘Daardoor heeft het idee kunnen ontstaan dat de architect toch een beetje een zonderling is. Terwijl wij zoveel hebben te bieden aan ideeën en expertise. Er moeten nieuwe verbindingen worden gelegd met de dagelijkse realiteit.’ Maar de opkomende trend van bottom-up projecten als stadslandbouw en tijdelijk hergebruik waarbij de rol van de architect is gereduceerd tot een soort buurtregisseur, daarmee voelt het duo evenmin verwantschap. Ze willen bouwen. Baks: ‘Maar dan wel bouwen op een procesmatige manier waarbij het uiteindelijke ontwerp afhangt van de specifieke condities.’

Massief houtbouwsysteem Maar dat betekent nog niet dat ze slaafs de regels volgen. ‘We zijn voortdurend op zoek naar de grenzen van wat er kan en mag. Zo komen we uiteindelijk tot succesvolle projecten’, aldus Baks. Deze ambivalentie tussen context en creatieve autonomie is goed zichtbaar in de traiteur Dames Dietz, een gebouw in Oegstgeest dat eerder dit jaar werd opgeleverd. Volgens het bestemmingsplan moest de nieuwbouw refereren naar de naastgelegen architectuur. ‘Deze gebouwen uit de vorige eeuw hebben een klassieke architectuur van metselwerk en schuine pannendaken, een gevolg van de technische beperkingen van die tijd.’ BaksvanWengerden legde de verbinding met de bestaande

47 44-49_Platform.indd 47

5

bebouwing niet door nostalgisch metselwerk of andere stereotiepe stijlkenmerken maar juist door vervreemding. ‘Tegenwoordig kan een dak recht zijn en een muur schuin of zelfs zijn bekleed met dakpannen. Dat hebben we gedaan’, verduidelijkt Van Wengerden. Bijzonder is dat het gebouw volledig cradle2cradle is. De houten constructie is geleverd door NurHolz, een nieuw bouwsysteem van onbehandeld hout dat met speciale houtschroeven wordt verbonden. Deze houten pennen zijn droger en zuigen het vocht van de gevelplaten op waardoor ze uitzetten en de constructie fixeren. Baks: ‘Het houten interieur past precies bij de traiteur waar wordt gekookt met biologische ingrediënten.’ Hoezeer hun gebouwen ook zijn doordrenkt van rationaliteit, er is weldegelijk ook sprake van esthetische voorkeuren. ‘Samen hebben we inmiddels bijna dertig jaar werkervaring dus uiteraard is er ook sprake van stilistisch vorming’, lacht Van Wengerden. Zo is er een duidelijke verwantschap met de heldere maar robuuste stijl van VMX Architects, waar beiden werkten voordat ze in 2008 een gezamenlijk bureau oprichtten. ‘Maar ook de architectuur van Marcel Breuer en Juliaan Lampens spreekt ons aan.’

De klassieke baumeister Neem het SH House in Bentveld, dat deze zomer werd opgeleverd. Aan een vrijstaand woonhuis uit de jaren dertig in het lommerrijke duindorpje Bentveld realiseerde het duo een aanbouw die als een trapezium tegen de bakstenen achtergevel kleeft en het lange schuine dak tot op de grond laat doorlopen, zo lijkt het. De aanbouw is gereduceerd tot één doorlopende witte lijn. Een gedurfde ingreep die de klassieke villa een eigentijdse smoel geeft. ‘Maar’, legt Baks uit, ‘de aanbouw is geen breuk met maar juist een ArchitectuurNL

26-11-12 14:21


6

6-8. Huis V in de Nollen-Oost bij Alkmaar is in januari 2012 opgeleverd. De gevels en het dak zijn geheel bekleed met stenen shingles. Het programma op de begane grond was veel uitgebreider dan op de verdieping. De beide slaapkamers op de verdieping hebben aan twee zijden een daktuin. 9. Het ragfijne spel tussen herkenbaarheid en verrassing is goed zichtbaar in het Rebel House in Almere. Deze bungalow is feitelijk niets meer dan een doos met opgevouwen randen. 10. De vouw die dwars over het platte dak van het Rebel House loopt, volgt precies de oost-westlijn. ‘In dit huis vind je altijd je plek. Het is een kompas.’

Architectuur is niet in de eerste plaats een oplossing, het maakt ook dingen onmogelijk ArchitectuurNL

44-49_Platform.indd 48

7

8

verlenging van de bestaande architectuur. Het huis had een opvallende, brede witte goot. Die hebben we doorgetrokken als een outline voor de uitbouw. Door vervolgens de schuine lijn van het dak door te trekken in de aanbouw loopt het huis natuurlijk over in de tuin. Dat hebben we nog eens versterkt door de aanbouw naar links en rechts te laten uitwaaieren.’ Tegelijkertijd sluit de strakke witte aanbouw ook weer aan bij het nieuwe strakke interieur. ‘Het huis was heel hokkerig ingedeeld en daardoor erg donker. We hebben het interieur schoongeveegd en nieuwe eenheid in het huis aangebracht. Wat op het eerste gezicht lijkt op een eigenzinnig statement, blijkt in realiteit juist een samenhangende integratie van bestaande architectuur, een modern interieur en de omliggende natuur.’ Kenmerkend aan het oeuvre van BaksvanWengerden is architectuur met een uitgesproken, bijna autonome vorm die wordt versterkt door een doordacht materiaalgebruik. Van Wengerden is meer de klassieke baumeister – de architect als maker. Baks heeft in eerste instantie meer oog voor ‘de metafysische kracht’ van architectuur als een ordening van ruimte. ‘Architectuur is niet in de eerste plaats een oplossing; het maakt ook dingen onmogelijk. Dat is wat het ook de moeite waard maakt om eraan te werken ‘

Love it or hate it In de vier jaar dat ze samenwerken hebben ze een gedegen maar eigenzinnig oeuvre gerealiseerd dat zich in eerste instantie juist niet veel van regels en opdrachtgevers lijkt aan te trekken. De gebouwen eisen heel vanzelfsprekend hun plek op. Daken maken een vreemde knik en muren staan scherp uit het lood. Aan een bakstenen woonhuis hangt zomaar een strak betonnen lijnenspel, in maagdelijke wit nota bene. Een woonhuis is bekleed met dakpannen of aluminium golfplaten uit utiliteitsbouw. ‘Onze gebouwen komen tot stand in een specifieke

48 26-11-12 14:21


9

context. Maar tegelijkertijd willen we dat ze een coole en tijdloze uitstraling hebben. Onze architectuur moet meerdere generaties mee kunnen. Daarom kiezen we voor heldere vormen’, aldus Van Wengerden. ‘Het zijn gebouwen waarvan je kunt houden.’ Maar, nuanceert Baks, in de praktijk blijkt dat door de uitgesproken vormentaal het you-love-it-or-hateit-projecten zijn. Wat er dan zo mooi is aan hun gebouwen dat je ervan kunt houden? Een lange stilte volgt. Zoals alle architecten een ongemakkelijke aarzeling voelen als schoonheid, stijl en andere esthetische begrippen moeten worden vertaald naar het eigen werk. Baks, aarzelend: ‘Schoonheid heeft te maken met maatvoering en compositie. Dat geeft een gebouw zeggingskracht. Als je daarvoor woorden gaat zoeken, dan zwak je tegelijkertijd de puurheid van die zeggingskracht af. Dat kun je niet uitleggen. Het klopt of het klopt niet.’ Nog een stilte: ‘Ik kan wel inspiraties noemen, zoals de abstractie, de eenvoud en de ritmiek van het werk van de kunstenaar Donald Judd. Die helderheid spreekt mij aan.’

Opgevouwen randen Het ragfijne spel tussen herkenbaarheid en verrassing is goed zichtbaar in het Rebel House in Almere. Deze bungalow is feitelijk niets meer dan een doos met opgevouwen randen. ‘Het lijkt wel alsof er aan de uiteinden van deze doos is geduwd en getrokken. Dat zorgt letterlijk en figuurlijk voor een spannend effect. De vorm hebben we benadrukt door de kozijnen weg te werken in de gevel van golfplaat. Van buiten is maar één materiaal zichtbaar. Het interieur is juist gemaakt van hout, wat een warme uitstraling heeft.’ Maar van een frivoliteit uit effectbejag kan natuurlijk geen sprake zijn: achter deze geometrische variatie schuilt dan ook een rationele verklaring. ‘We wilden in elke muur een raam voor optimaal daglicht.

49 44-49_Platform.indd 49

10

Maar om volledig open ramen in een gevel te plaatsen moest er minimaal twee meter afstand tot de kavelgrens zijn. Om die afstand te bereiken hebben we een knik in de gevel geplaatst. Vervolgens hebben we aan de andere kant van het huis een soortgelijke knik gemaakt bij de ingang, die daardoor een welkome beschutting biedt. Een bijkomend voordeel was dat het interieur, een open ruimte, toch een natuurlijke indeling krijgt.’ De drang tot logica gaat zelfs zo ver is dat de vouw die dwars over het platte dak loopt precies de oost-westlijn volgt. ‘In dit huis vind je altijd je plek. Het is een kompas.’ Het klinkt zweverig, beaamt Baks. ‘Zoiets zullen we ook nooit van te voren verzinnen. Maar als deze laag is toe te voegen aan het ontwerp, dan doe je dat. Op deze wijze verbindt het huis zich met de locatie.’ Hetzelfde principe van duwen en trekken aan een doos werd toegepast op het GS House, een woonhuis in Amersfoort. Dit huis bestaat uit een stapeling van twee dozen, die licht zijn gedraaid ten opzichte van elkaar. Waarom dan toch niet die ene brute doos van Breuer? ‘In dit geval was het wenselijk dat het volume een zekere mate van verfijning kreeg. Een huis moet ook prettig aanvoelen’, verklaart Baks. ‘Maar vooral ook omdat de zichtlijn vanuit het bovenhuis nu niet op het buurperceel maar op de straat is gericht. De entree heeft nu een natuurlijke overkapping. Het overstek aan de achterzijde weert de zon.’ Ten slotte oogt de omliggende bebouwing door de historische diversiteit en de vele aanpassingen organisch. ‘Daar dan een hermetisch volume tussen zetten, dat klopt niet.’ Het is BaksvanWengerden ten voeten uit. Wat lijkt op een autonoom vormenspel van twee gedraaide volumes is in werkelijkheid een gelaagd en verfijnd ontwerp.

www.baksvanwengerden.nl ArchitectuurNL

26-11-12 14:21


ARC HITECTUUR AL S KLIMAATMAC HINE 50-55_Tabula TABULA RASArasa.indd DEF.indd 502-3

A RC H I T E C T U U R A L S K L I M A AT M AC H I N E Vera Yanovshtchinsky architecten ʻH o e gea vanceerd inst al l at i es i n een g ebo u w o o k zi j n, t o c h zo u ik liever een raam o penze t t en dan de ai rco aan.ʼ Comfort en klimaat; toen & nu

Wereldwijd biedt de geschiedenis voorbeelden van specifieke bouwwerken die zich voegen naar het lokale klimaat en waarin comfort, klimaat en gebruik een integraal onderdeel vormen van de architectonische oplossing. We denken aan de Perzische koeltorens, igloʼs in Alaska en schaapskooien in Nederland. In deze gebouwen zijn de natuurkrachten en bouwfysische principes een expliciet en onlosmakelijk onderdeel van hun architectonische en bouwkundige vorm. Ze zijn plaatsgebonden en bewijzen al eeuwen hun geldigheid. In onze tijd van hoog-technologische ontwikkelingen, is het bieden van comfort en de beheersing van het klimaat in gebouwen los komen te staan van stedenbouwkundige en architectonische oplossingen en steeds meer afhankelijk geworden van het gebruik van klimaat regulerende installaties. Kenmerkend is de mechanische ventilatie unit die verse lucht aanvoert maar die middels verwarming dan wel koeling de lucht op de gewenste temperatuur moet krijgen. We stapelen oplossing op oplossing om de bijwerking van eerdere keuzes te corrigeren. We ontwikkelen slimme technieken zoals de WTW (warmte terug win) unit om energie te besparen maar moeten de ramen gesloten houden om deze installatie goed te laten functioneren. De klimaat regulerende installaties zorgen voor verwarming, koeling, ventilatie en verlichting. Maar ook voor onkosten, storingen, energiekosten en vaak gebruiksonvriendelijke omstandigheden en ongemak in de praktijk. Perzische wind/koeltoren in Iran

Middels installaties creëren we een kunstmatig ʻuniverseelʻ comfort en verhinderen het voelen van de zon op onze huid, het ruiken van de zee en het ervaren van het weer. In tegenstelling tot het gebouw waarin ze zich bevinden kennen de installaties echter een beperkte levensduur. In de levenscyclus van een gebouw dienen ze meerdere malen te worden vervangen en zijn in die zin alles behalve duurzaam.

Andere ontwerpbenadering

In ons boek ʻArchitectuur als klimaatmachineʼ pleiten wij voor een ontwerpbenadering waarin het gebruik van de krachten die de natuur ons aanreikt en het begrip van de bouwfysica de basis vormen voor een beter comfort en duurzame klimaatbeheersing. ʻArchitectuur als klimaatmachineʼ beschrijft de toepassing van materialen en systemen die het binnenklimaat van gebouwen verbeteren, en bovendien gebruiksvriendelijk, energiebesparend en duurzaam zijn. Het is een praktisch en rijk geïllustreerd handboek. De focus ligt op systemen ʻzonder stekkerʼ. Deze systemen beïnvloeden het ontwerp van een gebouw al in de conceptfase. Het boek beschrijft hoe deze systemen in het ontwerp worden geïntegreerd en welke architectonische consequenties dat heeft. Onze ontwerpbenadering gaat uit van stedenbouw, architectuur en bouwtechniek als middelen om het klimaat in en om gebouwen te beheersen en het comfort te verzekeren. De natuurlijke klimaatbeheersing wordt een onlosmakelijk onderdeel van het eindresultaat. gebouw als klimaat apparaat, nachtclub in Singapore

Ontwerpbenadering : Doel - Middelen - Ontwerpprincipes

In deze benadering vormen installaties een sluitpost, niet het uitgangspunt.

Deze ontwerpbenadering vergt een andere houding van ontwerpers, bouwkundigen en installatie-adviseurs.

Dit artikel biedt een gereedschapskist met basis-ontwerpprincipes gebaseerd op tijdloze beginselen met de kennis en ontwikkelingen van nu. Ons doel is het creëeren van gebruiksvriendelijke, begrijpelijke, comfortabele en duurzame gebouwen. Gebouwen die de wereld toelaten in plaats van afsluiten. Projecten

Op de volgende bladzijden wordt de ontwerpbenadering toegelicht aan de hand van een drietal projecten. 1. Nieuw stadshart in Holon, Israël. 2. Duurzame woonvilla Via. 3. Renovatie/verduurzamingsproject geschakelde woningen in Rotterdam.

zonwering gevel Esplanade gebouw in Singapore

27-11-12 09:14


GEREEDSCHAPSKIST - ONT WERPPRINCIPES

algemeen - Kies kwaliteit van binnenklimaat en comfort als uitgangspunten voor het ontwerp.

- Gebruik de elementen, natuurkrachten en natuurwetten als leidend principe voor het ontwerp. bijv. aarde, water, lucht, zon, opwarming, afkoeling, luchtverplaatsing

- Maak het ontwerp specifiek voor het lokale klimaat.

bijv. temperatuur, luchtvochtigheid , dag/nacht verschillen, seizoenen, wind, zon 12

- Ontwerp gericht op het gebruik van het gebouw.

bijv. 24/7 of 9-5, gebruik van het geheel of in delen. één of meerdere gebruikers.

- Zorg voor een waarneembare, directe relatie tussen actie, gebruiker en het effect op het binnenklimaat. ʻArchitectuur als klimaatmachineʼ ISBN 978946 10 57 266

- Gebruik installaties als sluitpost.

Aan de hand van de ontwerpprincipes kan in veel gevallen een goede basis worden gelegd voor een comfortabel klimaat in een gebouw. De installaties worden beschouwd als een aanvulling.

ruimtelijk - Positioneer functies in het gebouw op basis van een optimale oriëntatie op de zon. bijv. slaapkamer op het oosten, woonkamer op het zuiden, sportruimtes op het noorden, werkplekken op het oosten of noorden

- Positioneer functies in het gebouw rekening houdend met de wind.

bijv. in kustgebieden, in NL, geen entree op het zuidwesten, terrassen op hoge gebouwen met beschutting.

technisch - Voorkom oververhitting van het gebouw.

bijv. bescherming van gevels en dak door gebruik te maken van water, aarde, lamellen

- Voorkom warmteverlies in het gebouw, met name in de nacht. bijv. door het gebruik van luiken

- Positioneer functies in het gebouw zó dat de ventilatielucht stroomt van koud naar warm en van droog naar vochtig.

- Creëer goede natuurlijke trek.

- Positioneer functies zó dat er gebruik kan worden gemaakt van restwarmte.

- Zorg voor klimatologisch goede ventilatie.

- Gebruik hoogte en vorm van ruimtes om de gewenste ruimtetemperatuur en ventilatie te bevorderen.

- Beheers de opwarming en afkoeling

bijv. door het gebruik van een zonneschoorsteen, gebruik van het Venturi effect.

bijv. kantoor - kantine, woonkamer – natte ruimtes

bijv. woningen koppelen aan kassen, warmte van theaterzaal naar foyer, warmte klaslokalen naar gangen

bijv. afvoer van lucht in de nok, aanvoer aan de grond, ruimtegrootte aanpassen aan de seizoenen door flexibele ruimte-indeling.

50-55_Tabula rasa.indd 51

bijv. door het gebruik van een grondbuis met constrante grondtemperatuur; koeler in zomer en warmer in winter. Of een serre waar de lucht wordt voorverwarmd.

bijv. door passende isolatie, warmte accumulatie en detaillering.

ONT WERPPRINCIPES

bijv. te openen raam, uitzetten/inhalen zonneschermen

27-11-12 15:09 09:14 22-11-12


C I T Y L I G H T S H O LO N

C I T Y L I G H T S H O LO N

Opdrachtgever: Architect: Status: Programma: Locatie:

50-55_Tabula TABULA RASArasa.indd DEF.indd 524-5

Gemeente Holon Vera Yanovshtchinsky architecten i.s.m. BINT initiatieffase na gewonnen prijsvraag concertzaal, muziekcentrum, gemeentehuis, commerciële ruimte, kantoren, wonen en parkeren Holon, Israël

In Holon, stad van 200.000 inwoners grenzend aan Tel Aviv, wordt een nieuw stadshart ontwikkeld. Het stedenbouwkundig plan is opgebouwd uit een ensemble van publieke gebouwen, kantoren en woningbouw rondom een plein.

schaduw en koeling door verdamping. De relatief smalle ruimtes tussen de gebouwen in cominatie met hoogte zorgen voor een aangename en verkoelende luchtstroom.

De zonintensiteit in Israël maakt dat schaduw, zonwering, afvoeren van warmte en koeling belangrijke ontwerpaspecten zijn. In het stedenbouwkundig plan zijn de gebouwen zodanig gepositioneerd dat er altijd ergens schaduw op het plein is. Bomen zorgen voor extra

De buitenschil van de gevels zijn opgebouwd uit lamellen in verschillende richtingen die de zon weren. De dichtheid, richting en vorm van de lamellen hangen af van de functie van het gebouw en de oriëntatie op de zon. De lamellen op het dak zorgen voor schaduw op het dakvlak en creëren tegelijkertijd een buitenruimte

ventilatieprincipe: toevoer via bodem, natuurlijke afvoer via zonneschoorsteen

in de schaduw voor de gebruikers. Deze lamellen op de daken zijn tevens geschikt voor zonnecollectoren en PV-cellen. Toevoer van ventilatielucht gebeurt via de grond, waardoor de lucht wordt gekoeld. Via het zonneschoorsteenprincipe in de gevel wordt de warme ventilatielucht weer afgevoerd door natuurlijke trek. Het regenwater wordt opgevangen in de kelder om de begroeiing in en rond de gebouwen mee te besproeien. De massa van de kelder wordt hierdoor extra gekoeld.

groen in en om het gebouw zorgt voor natuurlijke koeling, regenwater wordt opgevangen in kelder

27-11-12 09:14


50-55_Tabula rasa.indd 53

lamellen voor de gevel zorgen voor zonwering

lamellen op het dak zijn geschikt voor zonnecollectoren (warm water) en pv-cellen

C I T Y L I G H T S H O LO N

lamellen voor zonneschoorsteen reecteren zonnewarmte op achterwand

27-11-12 12:13 09:14 22-11-12


VILL A VIA Opdrachtgever: Architect: Status: Programma: Locatie:

particulier Vera Yanovshtchinsky architecten ontwerpfase duurzame woonvilla 260 m² Apeldoorn

N

overstekken, zonneschoorsteen, dwarsventilatie, grondbuis, zonwering

begane grond villa

VILL A VIA

Dit ontwerp beantwoord aan de wens naar een comfortabele, energiezuinige villa. De nadruk ligt op een natuurlijke manier van klimaat-beheersing in de woning. De villa is compact gehouden. Slaapkamers liggen in de grond ten behoeve van een constante lage temperatuur. De slaapkamerramen zijn georiĂŤnteerd op het oosten aan de verdiepte patio, zo komt de ochtendzon binnen. Het wonen bevindt zich op maaiveldniveau, de keuken ligt op het oosten en het wonen op het zuid/zuidwesten. Door het grote glasoppervlak op het zuiden wordt de ruimte in de winter verwarmd. De luifel voorkomt oververhitting in de zomer. Zonwerende luiken beperken nachtelijk warmteverlies. Ventilatielucht wordt via een grondbuis voorverwarmd of gekoeld. De zonneschoorsteen zorgt voor natuurlijke trek. De zonneschoorsteen vormt een ruimtelijk object in de woning. Het dakvlak is geschikt gemaakt voor pv panelen en zonnecollectoren.

50-55_Tabula TABULA RASArasa.indd DEF.indd 546-7

27-11-12 09:14


R E N OVAT I E G E S C H A K E L D E WO N I N G E N Opdrachtgever: Architect: Status: Programma: Locatie:

collectief particulier opdrachtgeverschap Vera Yanovshtchinsky architecten ontwerpfase renovatie en verduurzamen jaren-zeventig geschakelde woningen Rotterdam

Een rij eengezinswoningen uit de jaren zeventig wordt aangepast aan de huidige eisen. Een grondige renovatie is noodzakelijk. Ons voorstel behelst aanpassingen aan exterieur en interieur binnen de bestaande constructie en plattegrond.

de raamopeningen bieden veiligheid. Het huis kan verder geoptimaliseerd worden door bijvoorbeeld de keuken te verplaatsen van de zuid- naar de noordgevel. Ook kan het dak worden voorzien van pv-panelen en zonnecollectoren.

Het voorstel bestaat uit een aantal ingrepen te beginnen bij de buitenkant. Gevels, ramen, vloer en dak worden voorzien van hoogwaardige isolatie. Ter plaatse van de ramen komen luiken om nachtelijke uitstraling van warmte te voorkomen. Aan de zuidzijde dienen deze luiken tevens als zonwering. Het glasoppervlak van de noordgevel wordt verkleind, dat aan de zuidgevel vergroot zodat ruimtes in de winter worden opgewarmd zonder aan de noordzijde warmte te verliezen. zonneschoorsteen, dwarsventilatie, grondbuis, zonwering

jaren-zeventig geschakelde woningen bestaande situatie

R E N OVAT I E

Middels een grondbuis in de achtertuin wordt ventilatielucht voorverwarmd of gekoeld. De zonneschoorsteen creĂŤert natuurlijke trek. Raamopeningen maken dwarsventilatie mogelijk en roosters in

50-55_Tabula rasa.indd 55

27-11-12 12:14 09:14 22-11-12


Optimaal comfort met duurzame flexibiliteit voor nu en de toekomst met het VBI EcoPrefab Concept 速

Het VBI EcoPrefab Concept is niet alleen duurzaam; het zorgt voor een besparing in bouwtijd en ruimte en biedt u dankzij de doordachte vloeren met een overspanning van meer dan 16 meter optimale flexibiliteit. De vloer heeft ge誰ntegreerde leidingregisters voor koelen en verwarmen. Het maakt uw kantoor zeer energiezuing en staat garant voor ongekend comfort. Wilt u meer weten over de vijf basisprincipes voor de nieuwe utiliteitsbouw? Neem dan contact op met Dennis Duffels, Hoofd Verkoop bij VBI, telefoon (026) 379 79 79 of kijk op www.ecoprefab.nl

De basis voor well-being


Inspiratienl 58 Graduation Show Op de eindexamenexpositie van de Design Academie Eindhoven tijdens de Dutch Design Week werd opvallend veel geflirt met architectuur. En dat is minder vreemd dan het lijkt. Deze studenten blinken vaak uit in conceptueel ontwerpen waarmee ze vrijblijvend dagdromen combineren met uitspraken over grote thema’s. 62 Zelfbouwstoel De prefab IKEA-meubels worden inmiddels wereldwijd gehackt, maar nu storten meubeldesigners van naam en faam zich ook op stoelontwerpen die de consument thuis zelf in elkaar kan zetten. 66 Moodboard Architecten die geloven in hun ontwerp en de uitdaging zien in nieuwe productinnovaties, vinden in JAZO een goede partner. 68 Composities die verrassen Architectuurfotograaf Herman van Doorn raakte gefascineerd door architectuur toen hij als kind verhuisde van een krappe woning naar een flat op het Kanaleneiland. Die verwondering bleef. Nog steeds wil hij composities vastleggen die hem verrassen. 74 Thuis bij GAAGA Pendelen tussen Delft en Den Haag was onhandig, dus besloten Esther Stevelink en Arie Bergsma wonen en werken te combineren in Nieuw Leyden. Het werd een ontwerpavontuur van trial & error op zoek naar de juiste balans.

57 57_Tab inspiratie.indd 57

27-11-12 09:06


1

1. Outdoor Pharmacy, ontwerp Marloes van Bennekom, houdt rekening met de medicinale kracht van sommige bomen en struiken. 2. Katharzyna Zareba vervangt de grijze plastic regenpijp door een gestopte sok van kleurig kunststof. Bij een miezer sijpelt het water zichtbaar naar beneden; bij een hoosbui stort het letterlijk als een waterval langs het weefwerk. 3. Jasper Selen hergebruikt 129 in onbruik geraakte houten palen aan een trekvaart tussen Helmond en Eindhoven als sportfaciliteiten. 4. en 5. Wheater, feathers and frost, alternatieve weerstations visualiseren de wind, temperatuur e.d. ontwerp Martijn Koomen. 6. Muhammad Faiz Bin Zohri stelt een kermis voor in een langgerekt lint langs een spoortraject. ArchitectuurNL

58-61_Expo design.indd 58

2

3

4

5

6

58 26-11-12 15:41


EXPOSITIE

Graduation Show Op de Eindexamenexpositie tijdens de Dutch Design Week in oktober 2012 werd opvallend veel geflirt met architectuur. Dat is misschien minder vreemd dan het lijkt. De studenten van de Design Academy Eindhoven blinken meestal uit in conceptuele ontwerpen waarmee ze een uitspraak doen over grote thema’s als milieuverontreiniging, overconsumptie, de toenemende digitalisering van de maatschappij of eenzaamheid. Het idee is simpel, zo simpel zelfs dat het bijna voelt als een déjà vu. Waarom is met de beplanting van parken geen rekening gehouden met de medicinale kracht van sommige bomen en struiken. De zaden van de Japanse Gingko boom bijvoorbeeld hebben een heilzame werking op het korte termijn geheugen. Deze bomen zouden dus in de tuin en directe omgeving van een bejaardenhuis moeten worden geplant, zodat de bewoners thee kunnen maken van de zaden. Vlierbesstruiken passen goed bij scholen. Al klimmend en spelend kunnen de kinderen zich dan tegoed doen aan de vlierbessen die vol vitamines zitten. Dat deze Outdoor Pharmacy waarmee Marloes van Bennekom dit najaar afstudeerde aan de Design Academy Eindhoven (DAE) niet is gerealiseerd, heeft een praktische reden. Elke botanicus weet dat er niet zomaar willekeurig vegetatie aan een bestaande begroeiing kan worden toegevoegd, simpelweg omdat sommige bomen elkaar niet kunnen verdragen. Daarbij is het geen sinecure om volgroeide bomen en struiken succesvol te verplanten. De kwaliteit van dit speculatieve ontwerp schuilt dan ook vooral in de bewustwording: er valt veel meer uit onze stadsparken en plantsoenen te halen dan nu het geval is. Van Bennekom was niet de enige student aan de DAE die afstudeerde met een architectonisch of stedenbouwkundig afstudeerproject. Op de Eindexamenexpositie tijdens de Dutch Design Week (19 t/m 28 oktober 2012) werd zelfs opvallend veel geflirt met architectuur. Dat is misschien minder vreemd dan het lijkt. De studenten van de DAE blinken meestal uit in conceptuele ontwerpen die vaak geen functionele gebruiksvoorwerpen

59 58-61_Expo design.indd 59

zijn maar speculatieve concepten waarmee ze een uitspraak doen over grote thema’s als milieuverontreiniging, overconsumptie, de toenemende digitalisering van de maatschappij of eenzaamheid. Op de DAE wordt verder gekeken dan het traditionele vakgebied van productontwerp, waardoor het uitgroeide tot een toonaangevende designopleiding die wereldwijd wordt geprezen. En dus nemen ze er nu ook stedelijke kwaliteit onder de loep, evenals de ervaring van licht en ruimte, van oudsher toch het domein van de architect.

Klimatologische kwetsbaarheid Waar studenten aan traditionele architectuuropleidingen als de TU Delft vaak met één been in de praktijk blijven, daar durven de ontwerpers van de DAE vrijuit te dagdromen. Praktische uitvoerbaarheid van hun ontwerpen is ondergeschikt aan de visionaire zeggingskracht. Muhammad Faiz Bin Zohri bijvoorbeeld stelt voor een kermis niet meer op een kluitje op stellen maar in een langgerekt lint langs een spoortraject met bij elk station een andere attractie. De kermisexploitanten hoeven nu niet meer rond te reizen, want dat doen de bezoekers al. Daarbij wordt de voorspelbare treinreis een avontuurlijk uitje. Aan de haalbaarheid van dit project hoeven geen woorden vuil te worden gemaakt. Ook onpraktisch maar toch het realiseren waard is het project Wheater, feathers and frost van Martijn Koomen. Dit alternatieve weerstation visualiseert regen, wind, temperatuur en andere meteorologische data aan de hand van simpele natuurkundige processen. De tempraturen binnen en buiten worden aan elkaar gekoppeld door glas te voorzien van kristallen die stollen door afkoeling; hoe kouder het is, des te minder

transparant wordt het witte glas. Wind wordt verbeeld met een ranke stellage van hout en glas, in vorm nog het meest verwant aan een graansilo. De glazen constructie is verdeeld in zestien verticale compartimenten, die zijn gevuld met veren. Onderin elk compartiment zit een ventilatiegat. De wind die in dit gat blaast, zal de veren doen opwaaien; hoe sterker de wind, hoe hoger de veren waaien. Naast de windkracht kan ook de windrichting heel nauwkeurig worden afgemeten, omdat alleen die veren omhoog worden geblazen die achter het ventilatiegat liggen dat pal op de wind staat. Van een compleet andere schaal maar ook minstens zo effectief is de grijze plastic regenpijp die door Katharzyna Zareba is vervangen door een gestopte sok van kleurig kunststof. Bij een miezer sijpelt het water zichtbaar naar beneden; bij een hoosbui stort het letterlijk als een waterval langs het weefwerk. Deze installaties maken weer en wind letterlijk invoelbaar. Immers, wie veren heel onstuimig omhoog ziet waaien, beseft beter dat het hard waait dan iemand die op een digitaal schermpje 5.4 Bft afleest. Het is weliswaar geen klassieke bouwkunst maar de weerinstallatie van veren buit de kracht van architectuur optimaal uit: het verdiepen van de relatie van de mens met zijn omgeving. Dit kunstzinnige bouwwerk verdient een ereplek op de Afsluitdijk, de Deltawerken of een andere plek die ons herinnert aan onze klimatologische kwetsbaarheid.

Dorpsvetes en bushaltes Soms is er zelfs sprake van een regelrechte overlap tussen de hedendaagse architectuur en het Eindhovense design. Diverse werken op de Eindexamenshow bestonden uit het ArchitectuurNL

26-11-12 15:41


organiseren van sociale interactie, een vorm van architecture without building die in het huidige economische tijdgewricht aan een sterke opmars bezig is. Een oude dorpsvete tussen twee Brabantse dorpjes werd door Petra Hekkenberg geslecht met een ludiek ritueel. Precies op de gemeentegrens bouwde ze een podium waar vanaf de Prins Carnaval het andere dorp mocht beschimpen. Na afloop van deze met drank overgoten bijeenkomst werd een letterlijke strijdbijl begraven op de dorpsgrens. Dit project met de welluidende titel Schupt’um tege z’n schenke! is sterk verwant aan de wijkinterventies van jonge architectenbureaus als MEST en Placemakers.

Lood en zink Nog een brug tussen design en architectuur wordt geslagen met projecten die hergebruik koppelen aan spontane ruimtelijke interventies. Aan een trekvaart tussen Helmond en Eindhoven staan 129 houten palen die hun oorspronkelijke functie hebben verloren. Jasper Selen transformeerde deze palen in sportfaciliteiten als een duikplank, een trimrek en een rekstok. De luchtigheid van dit hergebruik werd benadrukt door een van de palen ook te veranderen in een meetlat met fotopodium voor sportvissers. Anne van Strien plaatste een bushalte in de entreehal van een bejaardentehuis; bewoners kunnen een praatje maken met de mensen die nu warm en droog op de bus wachten. Om het groen in de stad te bevorderen ontwikkelde Bennie Meek een straat- en stoeptegel met een open vorm die ruimte biedt aan planten en struiken om wortel te schieten. Niet alleen draagt het groen bij aan een beter en gezonder en dus beter leefklimaat, het gaat ook wateroverlast tegen omdat de planten het overtallige regenwater opnemen. Dit zijn stuk voor stuk kleine gebaren die met minimale (financiële) middelen zijn te realiseren maar van grote invloed kunnen zijn op de ervaring van bestaande bebouwing. Een ander aspect van de tijdsgeest dat de Eindhovense studenten goed aanvoelen is duurzaamheid. Een project dat zich op dit onderwerp onderscheidt is Farming the pollution van Giacomo Piovan. De Italiaanse uitwisselstudent ontwikkelde met de Wageningen University en de Provincie NoordBrabant een protocol waarmee bewoners niet alleen de grondkwaliteit van hun leefomgeving kunnen testen maar ook meteen maatregelen kunnen nemen om deze te verbeteren. Zo is een lijst van planten samengesteld die ArchitectuurNL

58-61_Expo design.indd 60

bijdragen aan de afbraak van sommige zware metalen. Zodra de planten de metalen hebben opgenomen, worden ze versnipperd en tot blokken geperst. Deze blokken bevatten dus kostbare industriële metalen als lood en zink en kunnen in toekomst worden hergebruikt. Om zijn onderzoek inzichtelijk te presenteren heeft Piovan een kar ontworpen die het hele proces verbeeldt; van testen en zaaien tot versnipperen en persen. Maar inmiddels is overgeschakeld op het ontwikkelen van een businessmodel gebaseerd op dit onderzoek.

Ontwapenende noodopvang Een vergelijkbaar maar kleinschaliger project is Carbon Dioxide Digesters van Vincent Kuyvenhoven. Het mineraalgesteente olivijn heeft de eigenschap CO2 te absorberen. Kuyvenhoven ontwierp een serie dakpannen van deze groene steen. Deze en andere bouwmaterialen kunnen vervolgens weer worden gerecycled als een van de Blended Materials Tom van Soest. Nadat beton, cement en ander bouwpuin zijn vermalen, worden ze in een nauwkeurige samenstelling vermengd met glaspoeder. Dit mengsel wordt vervolgens op hoge temperatuur afgebakken waarbij het glaspoeder smelt tot een vloeibaar bindmiddel.

Zo vormt zich een hoogwaardig bouwmateriaal dat met mallen in elke gewenste vorm kan worden vervaardigd. De jonge ontwerpers kunnen zelfs wedijveren met architecten in het uitdenken van vernuftige constructies. Joscha Weiand bedacht een tijdelijk huisje bestaande uit twee houten geveltjes waartussen een tentzeil wordt gespannen. Door de gevels vervolgens te fixeren aan een boom of lantaarnpaal vormt zich een stevig noodhuisje. Deze Hangout is goedkoop, eenvoudig te transporteren en in amper een kwartier op en af te breken en daarmee uitstekend geschikt als tijdelijk verblijf op festivals of, na enige aanpassingen, misschien zelfs wel als noodopvang. Het is geen revolutionair nieuw gebouwtype. Esthetisch overtuigt het evenmin. Maar door de pragmatische daadkracht is het toch een ontwapenend ontwerp. Het zijn deze pragmatische projecten waarin de productontwerper – met zijn specifieke expertise van materiaal en constructie – van toegevoegde waarde is voor de architectonische praktijk. Dat ze bij meer complexe projecten soms verzanden in bevlogen statements die soms even inspirerend als onzinnig zijn, moeten we dan maar op de koop toe nemen.

7 Tekst Jeroen Junte

60 26-11-12 15:41


8

9

11

12

13

61 58-61_Expo design.indd 61

10

7. Schupt’um tege z’n schenke! ontwerp Petra Hekkenberg. 8. Tom van Soest vermaalt bouwpuin en bakt het vermengd met glaspoeder op hoge temperatuur tot een nieuw hoogwaardig bouwmateriaal. 9. Farming the pollution van Giacomo Piovan. Planten nemen zware metalen op en worden versnipperd en tot blokken geperst, die kunnen worden hergebruikt. 10. Noodhuisje van Joscha Weiand. 11. Anne van Strien transformeert de grens tussen collectieve en openbare ruimte; rond een volkstuin komt een orangerie die soms open is voor publiek. 12 en 13. Om het groen in de stad te bevorderen ontwikkelde Bennie Meek een straat- en stoeptegel die ruimte biedt aan planten en struiken. ArchitectuurNL

26-11-12 15:41


1

1. In 2010 neemt het Finse interieurlabel Artek een houten stoel die de Italiaan Enzo Mari in 1974 ontwierp in productie. De consument krijgt een bouwpakket toegestuurd, of kan alleen een dvd met bouwinstructies kopen. 2. De Vilbert Chair die Verner Panton in 1993 voor IKEA ontwierp, was geen succes en werd na een jaar uit productie genomen. 3. Deze Clic Chair van Alexander Pelikan heeft zijkanten van glas waarin een hout frame wordt geklikt. 4. Tafel en stoelen van Enzo Mari. 5. De Clic Chair van Pelikan bestaat in diverse materialen en modellen. 6. Het label Rietveld by Rietveld brengt de oorspronkelijke doe-het-zelf kratstoelen van Gerrit Rietveld uit 1934 nu op de markt als geassembleerde stoelen. Hier de kratstoel junior. ArchitectuurNL

62-65_Zetel.indd 62

2

3

4

5

6

62 26-11-12 15:41


ZETEL

Do it yourself De zelfbouwstoel neemt de laatste tijd een grote vlucht. Naast de populaire prefab meubels van IKEA, inmiddels wereldwijd gehackt, maken ook erkende meubeldesigners stoelontwerpen die de consument zelf thuis in elkaar zet. Het idee is niet nieuw, Gerrit Rietveld ontwierp al in 1934 de kratstoelen. Wel nieuw is de mogelijkheid om alleen een digitaal ontwerp te kopen en het materiaal bij de plaatselijke leveranciers te betrekken. Maak een stoel die zonder schroef of lijm in elkaar is te zetten – en dan ook nog eens op een manier die zo eenvoudig is, dat zelfs de grootste kluns het kan. Dat was de opdracht die ontwerper Alexander Pelikan zichzelf gaf. Met als doel een meubelcollectie te ontwerpen die in een platte doos verstuurd kon worden. De oplossing keek Pelikan af van het kliksysteem van zijn rugzak; de twee zijkanten, de rugleuning en de zitting van deze Clic Chair kunnen zonder gereedschap in elkaar worden geklikt. ‘Al duurde het meerdere jaren om de precieze afmetingen van de klikvingers te bepalen. Het hout moet genoeg meeveren om in elkaar te klikken en tegelijkertijd zo hard zijn dat het muurvast klemt. En dat verschilt ook nog eens per houtsoort.’ Inmiddels heeft Pelikan het proces zo verfijnd dat hij zijn Clic Chair kan leveren in verschillende materialen, variërend van duurzaam bamboehout en onverslijtbaar trespa tot deftig notenhout en zelfs een editie met zijkanten van 18 millimeter dik glas waarin een hout frame wordt geperst. Pelikan produceert de stoel nu nog zelf, waarna deze per doos wordt verstuurd. ‘Maar de losse onderdelen kunnen heel eenvoudig worden geproduceerd met een computergestuurde freesmachine. De consument koopt dan alleen nog maar een digitaal document, waarmee hij overal ter wereld zijn stoel kan laten maken.’

Form follows production Pelikan heeft weliswaar een voorschot genomen op een nieuwe digitale manier van produceren, maar het principe van de stoel die de consument zelf moet afmonteren is allesbehalve nieuw. Al in 1934 ontwerpt Gerrit Rietveld de Kratstoel van hout van oude

63 62-65_Zetel.indd 63

kisten dat hij in zijn werkplaats vindt. Dat het ook toen crisis was, kan geen toeval zijn. Revolutionair voor die tijd is dat de kratstoel als bouwpakket wordt verkocht en in verschillende kleuren leverbaar is. Rietveld zelf zei: ‘De constructie van de kratjes berust op de vrije timmermethode die recht op het doel afgaat, sterk en onschuldig is.’ Oftewel: form follows production. Omdat schoonheid voor iedereen bereikbaar moest zijn, ontwerpt Rietveld een stoel die elke leek kan timmeren. Al is het hoofdzakelijk de kunstzinnige elite die zijn stoel bestelt. Later zou hij zelfs de bouwtekeningen van deze Kratstoel vrijgeven. Maar een wereldwijde triomf volgt niet. Inmiddels wordt de stoel verkocht door zijn nazaten onder de noemer Rietveld by Rietveld. Er is zelfs keuze uit een binnen en een buitenversie in de kleuren blank gelakt, onbehandeld, wit, geel, rood, blauw en zwart. Leverbaar vanaf 960 euro maar voor dat geld hoef je tenminste je handen niet vuil te maken.

Superdemocratisch design Precies veertig jaar later probeert de Italiaanse ontwerper Enzo Mari het nog eens met Autoprogettazione, een collectie eenvoudige doe-het-zelfmeubels. De radicale communist ontwerpt maar liefst twintig prototypes van houten meubels die door de consument eenvoudig in elkaar kunnen worden gezet. Mari heeft gekozen voor grof beukenhout dat standaardafmetingen heeft. Deze onbehandelde planken worden simpelweg met spijkers aan elkaar getimmerd. De houten bouwpakketten van Mari zijn vooral een pleidooi voor een menselijk en toegankelijk design – in 1974 is plastic nog het materiaal van de toekomst en is het eerste Ikea-filiaal buiten

Scandinavië pas een jaar open. Het zal vervolgens nog eens 36 jaar duren voordat Mari eindelijk lof krijgt voor zijn superdemocratische design. In 2010 neemt het Finse interieurlabel Artek, dat in de jaren dertig is opgericht door Alvar Aalto, een van Mari’s ontwerpen in productie. De stoel Sedia 1 is geheel volgens de moderne tijdgeest op internet te bestellen. De consument krijgt slechts dertien beukenhouten plankjes, een doosje met 50 spijkers en een vel met bouwinstructies opgestuurd. Door het robuuste uiterlijk en het geringe zitcomfort is de Sedia I nog steeds geen doorslaand verkoopsucces. Maar het Finse designlabel laat zich van zijn meest duurzame kant zien met de lancering van deze stoel: wie wil kan zelfs alleen een dvd met bouwinstructies kopen en aan de hand daarvan zelf hout kopen en een stoel timmeren.

Flatpack furniture Veel meer dan het halen van goede pers heeft Artek niet bereikt met de lancering van het bouwpakket. Het publiek wil er niet aan. In 1934 niet, in 1974 ook niet en nu nog steeds niet. Uitzonderingen zijn de meubels van Kanten-Klaar, die in de jaren ’60 een bescheiden succes had met haar zelfbouw meubellijn maar in 1973 toch failliet ging, en uitaard het prefab design van IKEA. De Zweedse meubelgrutter wordt omarmd door het grote publiek vanwege de aangename prijs maar verguisd door de liefhebbers van verantwoord design als zielloze massaproducten. De kast Billy en de tafel Expedit horen thuis in een rijtje met de Big Mac en de BIC-wegwerpaansteker. Een veelzeggende anekdote: in 1993 ontwierp de bekende Deense ontwerper Verner Panton voor Ikea de Vilbert Chair. De stoel, die ArchitectuurNL

26-11-12 15:41


Je hoeft niet blind meubels te kopen die iedereen heeft. Je kunt ook zelf iets maken met materiaal uit je eigen omgeving

duidelijk is geïnspireerd op het gedachtegoed van Rietveld, werd na een jaar al weer uit de collectie gehaald door slechte verkoopcijfers. Toch weerhoudt dit negatieve imago er ook de hedendaagse ontwerper niet van om stoelen te ontwerpen die zich in een platte doos laten versturen. Dit flatpack design wordt rechtstreeks door de fabrikant geleverd, wat de levertijd en transportkosten vermindert en dus de aankoopprijs verlaagt. Opvallend is dat de Nederlandse ontwerpers proberen een eigentijdse interpretatie te maken van het bouwpakket. Voor zijn Ultimate Flatpack Furniture Collection koos ontwerper David Graas voor karton als materiaal. ‘De laagdrempelige uitstraling pas bij het principe ArchitectuurNL

62-65_Zetel.indd 64

dat mensen zelf hun stoel moeten assembleren. Daarbij is karton een eenvoudig te recyclen en dus duurzaam materiaal.’ Bij zijn FIY Chair (finish it yourself) is de doos zelfs onderdeel van het bouwpakket. ‘De zijkant van de stoel is uitgesneden in de doos, waardoor je aan de verpakking exact kunt zien wat er in zit. En natuurlijk is duurzaamheid bij dit ontwerp geoptimaliseerd.’ De meest verfijnde van zijn kartonnen meubels is de Cardboard Lounge Chair, een sierlijke fauteuil bestaande uit 24 platen die in elkaar worden geschoven. ‘Deze platen worden met een computergestuurde freesmachine uit karton gesneden. Voor deze stoel heb ik alleen een computertekening gemaakt. Met de productie kan ik vervolgens nog alle kanten op. Ik kan de stoel zelf laten produceren of een fabrikant in de arm nemen maar ik kan de stoel ook rechtstreeks door de consument laten maken.’

Vouwkunst Nog lichter en eenvoudiger te monteren is de Flux Chair van ontwerper Douwe Jacobs. ‘Deze stoel bestaat uit één kunststof plaat die volgens een overzichtelijke instructie wordt gevouwen tot een gestroomlijnde stoel.’ Jacobs ontwierp de stoel voor zijn afstuderen aan de TU Delft in 2008. ‘Ik heb me laten inspireren door de Japanse origami en vouwkunstenaars als Richard Sweeney. Uiteindelijk heb ik een principe ontworpen waarbij ik een plat vlak met bogen verdeel in vouwbare onderdelen. Door deze in elkaar te schuiven ontstaat een volume. Het in en uit elkaar vouwen is een trucje dat je na één keer proberen door hebt.’ Jacobs ontwierp de stoel aanvankelijk als een alternatief voor de klapstoel onder de bank; met een speciale riem kan de stoel als een jas aan een haakje worden gehangen. ‘We hebben ontdekt dat de meerwaarde vooral het lage gewicht is. De stoel weegt amper 5 kilo en laat zich eenvoudig transporteren.’ Inmiddels wordt er druk gewerkt aan een Flux Furniture collectie. ‘Dit najaar verschijnen een krukje en een hoge tafel, die vooral interessant is voor evenementen.’

Betaalbare Boontjes Geheel in de geest van Rietvelds idee van de ‘bereikbare schoonheid’ past de Rough & Ready Collection van ontwerper Tord Boontje, tevens hoofd van de designafdeling van de Royal College of Art in Londen. Van kartonnen dozen, standaard houten latjes van de bouwmarkt maar ook gevonden op

straat, bouwde Boontje in zijn werkplaats een serie grove meubels. ‘Met deze collectie wil ik mensen ervan bewust maken dat ze weldegelijk een keuze hebben’, licht Boontje toe. ‘Je hoeft niet blind meubels te kopen die iedereen heeft. Je kunt ook zelf iets maken met materiaal uit je eigen omgeving.’ Het is een pleidooi voor toegankelijk design waar de radicale Enzo Mari zich helemaal in moet kunnen vinden. Hoewel de tafels, stoelen en lampen die Boontje zelf maakte het exclusieve bezit zijn van de Tate Modern in Londen, is de Rough & Ready weldegelijk een massaproduct. Op websites als Desigmatcher.com is een levendige handel ontstaan in stoelen die precies volgens deze richtlijnen zijn vervaardigd – prijzen lopen uiteen van enkele tientjes tot meer dan 200 euro. De handleiding om zelf een stoel te maken is inmiddels al meer dan 30 duizend keer gedownload van website van Boontje. Daar zou zelfs Rietveld jaloers van zijn geworden.

Hacking Ikea Waarom zou je braaf de handleiding van een bouwpakket stoel volgen? Dat vroeg een kleine groep professionele ontwerpers en amateurs zich ook af. Daarom maakten ze hun een eigen versie van de meubels van Ikea. Aanvankelijk begon dit kleinschalig – een fauteuil en een staande lamp werden bijvoorbeeld aan elkaar getimmerd, zodat een unieke leesstoel ontstaat. Inmiddels is dit ‘hacken’ van het Ikea meubilair uitgegroeid tot een wereldwijd fenomeen. Op de website Ikeahackers.net staan tientallen gebruiksaanwijzingen voor de zelfontworpen Ikea collectie. Het Haagse bureau voor interieurconcepten Oatmeal ontwierp deze zomer voor het Filmhuis in Den Haag zelfs een tijdelijk restaurant dat is opgebouwd uit Ikea hacks. ‘We hebben de standaard Ivar kasten verbreed en voorzien van brede plankjes die dienst doen als tafels. Alles is inklapbaar, opvouwbaar en in een paar uurtjes heb je een restaurant opgebouwd dat op twee vierkante meter bewaard kan worden’, zegt ontwerpster Annika Syrjämäki. Naast de meubels werd ook het winkelconcept van Ikea gehackt. ‘Net als in de Ikea showroom moet je door een labyrint lopen om bij je tafel te komen. De tafelaankleding kun je zelf uitkiezen. Het eten wordt geserveerd op dienbladen. Op het menu, dat je met potlood zelf op een briefje moet aankruisen, staan zelfs de Ikea classic Zweedse gehaktballen.’

64 26-11-12 15:41


7

8

10

11

12

65 62-65_Zetel.indd 65

9

Tekst Jeroen Junte

7 en 8. De Flux Chair van Douwe Jacobs bestaat uit ĂŠĂŠn kunststof plaat die wordt gevouwen tot stoel. 9. De meest verfijnde van David Graas kartonnen meubels is de Cardboard Lounge Chair, een sierlijke fauteuil bestaande uit 24 platen die in elkaar worden geschoven. 10. Van kartonnen dozen, standaard houten latjes van de bouwmarkt maar ook gevonden op straat, bouwde Tord Boontje in zijn werkplaats een serie grove meubels, de Rough & Ready collectie. 11. Bij de FIY Chair (finish it yourself) van ontwerper David Graas is de doos onderdeel van het bouwpakket. 12. De ontwerpers van Oatmeal Studio hackte IKEA meubels om het pop-up IkHa restaurant in te richten in het Filmhuis in Den Haag. ArchitectuurNL

26-11-12 15:41


Wie aan ventilatieroosters denkt, denkt in eerste instantie aan horizontale belijningen. Dit is wat JAZO al jaren vanuit de markt ervaart.

Moodboard NL MoodboardNL

powered powered by byJAZO JAZOZevenaar Zevenaar

VERTICALE PUI!

Als specialist in toegang en ventilatie van techniekruimten merken wij tevens op dat veel technische ruimten als sluitpost in het ontwerp worden gezien. Maar waarom? De mogelijkheden om van een technisch noodzakelijk kwaad een esthetisch bepalend element te maken, is al door vele architecten ontdekt. In onze zoektocht naar maximale vrijheid in vormgeving voor de ontwerpers gaan we ver. Deze zoektocht houdt nooit op, sterker nog deze is van essentieel belang voor de fabrikant.

VAN HORIZONTAAL NAAR VERTICAAL

LINKS

MIDDEN

RECHTS

BENADERING VERTICALE GEVEL Veel gebouwontwerpen worden gebaseerd op verticale lijnenspellen. Het geeft hoogte en veelal een slanke uitstraling. Al enige tijd werd hier intern over gesproken en verscheen de ene na de andere schets van roostergevels waar onze (schijn)ventilatieroosters verticaal geplaatst werden. Met Mecanoo uit Delft werden de eerste ontwerpen opgezet voor de Library of Birmingham. Nu, een half jaar later zijn de puien geproduceerd en onlangs op transport gegaan naar de UK. Architecten die geloven in hun ontwerp en de uitdaging zien in nieuwe productinnovaties, helpen ons om onze ideeĂŤn te toetsen en te verfijnen.

00-00_moodboard.indd 66-67_moodboard.indd 5466

08-11-12 27-11-12 08:23 09:15

00-00_m


2 08:23

Aspecten zoals het veranderende aangezicht van verticale roosters bij het voorbij lopen, maar ook de mogelijkheid om de scharnier volledig weg te werken helpen de uitvoeringen op een hoger niveau te brengen. De uitdaging om in te spelen op nieuwe wensen is enorm motiverend. Als uit diverse testen ook nog eens blijkt dat je product aan alle technische eisen voldoet, sterker nog, als het zelfs de bestaande producten overstijgt op het vlak van zand- en waterwering, dan moet dit zeker een vervolg krijgen.

VERBORGEN SCHARNIER

Frank Meijer Manager Marketing & Sales JAZO Zevenaar bv

T 0316 - 59 29 11 I www.jazo.eu E info@jazo.eu

Birmingham LOB - MECANOO Architecten

00-00_moodboard.indd 5567 66-67_moodboard.indd

JAZO 3D-modeling

JAZO pre-assembly

www.jazo.eu

08-11-12 27-11-12 08:23 09:15


Een compositie die mij verrast wil ik vastleggen Herman van Doorn ‘Mijn fascinatie voor architectuur begon toen ik als kind verhuisde van een krappe behuizing zonder eigen keuken en toilet naar een flat op het Kanaleneiland in Utrecht. Spanningen en chagrijn vielen weg en vrolijkheid en leefplezier deden in ons gezin hun intrede.’ Nog immer gefascineerd door de invloed van architectuur op mensen en met een scherp oog voor ruimte en compositie, maakt Herman van Doorn prachtige architectuurfoto’s.

68-73_Door de lens.indd 68

26-11-12 15:42


DOOR DE LENS VAN

‘Laat het werk het werk maar doen’ was mijn eerste reactie op het verzoek zes pagina’s met mijn vrije werk te vullen. Zes pagina’s gevuld met fotografie. Maar de ervaring leert dat een korte toelichting snel duidelijkheid kan geven over de gemaakte selectie. Mijn architectuurfotografie is tweeledig. Enerzijds het opdrachtenwerk, anderzijds het autonome werk. Over het in opdracht gemaakte werk hoef ik niet veel te zeggen, dat mag genoegzaam bekend zijn door de publicaties in de afgelopen 25 jaar. Het autonome werk, dat steeds meer de overhand krijgt, wil ik hier laten zien. Enkele getoonde werken zijn tijdens opdrachtsessies gemaakt, maar zodanig in overeenstemming met mijn eigen voorkeuren binnen de fotografie dat ik ze hier wil tonen. Mijn fascinatie voor architectuur, hoe het is ontworpen en hoe het in de praktijk wordt uitgevoerd en welke invloed de gebouwde omgeving heeft op mensen, komt voort uit jeugdervaringen. Het begon toen wij tijdens de wederopbouw verhuisden van een krappe behuizing zonder eigen keuken en toilet naar een flat op het Kanaleneiland in Utrecht, wat werd ervaren als een overgang van een stal naar een paleis. Spanningen en chagrijn vielen weg en vrolijkheid en leefplezier deden in ons gezin hun intrede. Deze fascinatie voor hoe architectuur invloed op mensen kan uitoefenen, de inhoud, is niet meer verdwenen. Bouwkunde en bouwkunst komen samen omdat, zoals Herman Hertzberger het uitdrukt, architectuur dan werkt (foto 2). Een tweede component in mijn werk is ruimte. Hoe verhoudt een bouwwerk zich in en tot de omringende ruimte en welke rol speelt de ruimte die wordt omsloten (foto 3 en 4). Ik ben echter geen architect en voor mij speelt er nog iets een rol, de esthetische component en waar deze samenkomen maak ik het liefst mijn vrije fotowerken. Hoe, doordat de combinatie van de plaatsing van ramen en bovenlichten en hoe zonlicht binnenvalt, een mooie compositie

69 68-73_Door de lens.indd 69

ontstaat die mij verrast en die ik wil vastleggen. Dan komen opdracht werk en vrij werk samen (foto 5 en 6). Wat is het verschil tussen opdrachtwerk en autonoom werk. Werk in opdracht vereist een dienstbare opstelling, waarin het resultaat moet laten zien, illustreren, wat de architect met het ontwerp heeft bedoeld. Je bent als fotograaf de intermediair tussen de ontwerper en het ontwerp zoals het is gerealiseerd. Fotografie is het middel met als doel architectuur te laten zien. In het autonome werk is het juist omgekeerd en is de architectuur ‘slechts’ middel om tot een doel te komen, namelijk de foto als foto. De fotograaf gebruikt de architectuur als middel, gereedschap om zijn of haar verhaal te vertellen (foto 1). In de loop van de jaren als architectuurfotograaf is een fascinatie ontstaan voor bouwwerken die naar mijn idee te jong waren om te worden afgeschreven, maar waarvoor geen gebruik meer was. Dan kom je al snel op het terrein van het cultureel en industrieel erfgoed en veel ven mijn vrije werk bestaat dan ook uit het vastleggen van bouwwerken die zich in een overgangsfase bevinden. Een fase waarin de gebouwen niet meer zijn wat ze waren en evenmin zijn wat ze zullen zijn (foto 7, 8, 9, 10). Voor een uitgebreide kennismaking: Sporen van Verwording. http://www.blurb.com/bookstore/detail/2238011

1. Architectuur als middel om tot een zelfstandig beeld te komen. Een bijna onherkenbaar beeld waarbij het niet meer ter zake doet waar de foto is genomen. Museum für Moderne Kunst, Frankfurt am Main, architect Hans Hollein. 2. Architectuur die ‘werkt’. In het multifunctionele centrum Presikhaaf in Arnhem heeft ArchitectuurstudioHH een opening gelaten tussen de publieke ruimte en de sporthal, waardoor contact mogelijk is tussen de ruimtes. Tekst en fotografie Herman van Doorn

ArchitectuurNL

26-11-12 15:42


Hoe staat een gebouw in de ruimte, multifunctioneel centrum Presikhaaf in Arnhem neemt een prominente plaats in en voegt zich mooi in de omgeving zoals te zien is in de doorlopende lijnen van nieuw- en oudbouw.

Hoe een gebouw ruimte kan omsluiten is goed te zien in het Istituto Comprensivo Raffaello in Rome, ontworpen door ArchitectuurstudioHH. Trappen lopen door in de buitenruimte, terwijl binnen wordt afgesloten van buiten door de glazen wand. Door het kleurverschil van het gebruikte materiaal, hout en beton, wordt deze scheiding visueel nog versterkt. ArchitectuurNL

68-73_Door de lens.indd 70

70 26-11-12 15:43


Lichtval in het kleuterdagverblijf Jaap Eden in Den Haag, ontworpen door Bos Alkemade Architecten. Mooi spel van licht en schaduw levert een modernistische compositie op.

Het Isitituto Comprensivo Raffaello in Rome. Extreem perspectief terwijl dit door de dwarsbalken wordt onderbroken. Een mooi spel van lijnen en verdwijnende vlakken.

71 68-73_Door de lens.indd 71

ArchitectuurNL

26-11-12 15:43


Uit een fotoserie over de monumentale kassen van de Hortus Botanicus van de Universiteit Utrecht. Nu gerestaureerd en weer in gebruik als onderdeel van het Universiteitsmuseum.

Montagehal Werkspoor Utrecht. Industrieel Erfgoed. Diverse organisaties als het Universiteitsmuseum proberen deze gebouwen te behouden en voor nieuw cultureel gebruik te geschikt te maken. ArchitectuurNL

68-73_Door de lens.indd 72

72 26-11-12 15:43


Voormalige mijn Waterschei in Genk in Belgisch Limburg. Ook hier worden pogingen ondernomen om het complex te behouden en voor nieuwe functies geschikt te maken. Deze zomer vond hier de Manifesta 9, de Europese BiĂŤnnale voor eigentijdse kunst plaats.

Het Ketelhuis van de voormalige Sphinxfabrieken in Maastricht. JHK Architecten en Verlaan en Bouwstra Architecten hebben een ontwerp gemaakt voor een bestemming als Filmhuis.

73 68-73_Door de lens.indd 73

ArchitectuurNL

26-11-12 15:43


Streepjes code TIEN MAAL IS SCHEEPSRECHT

Wonen in Den Haag en werken in Delft was niet ideaal en dus besloten Esther Stevelink en Arie Bergsma, samen GAAGA studio for architecture, wonen en werken te combineren. Dan ook maar gelijk zelf bouwen, dachten ze, en ze al zoveel bouwden voor particuliere opdrachtgevers. Nu vervulden ze een dubbelrol als architect ĂŠn opdrachtgever. Het leverde een spannend woon-werkhuis op. ArchitectuurNL

74-77_Thuis bij.indd 74

Wattstraat

waar kon dat beter dan in Nieuw Leyden, de Leidse wijk waar

Pascalstraat

2

74 26-11-12 15:44


THUIS BIJ

1. Het kantoor op de begane grond. 2. Situatie. 3. De woonkamer op de eerste verdieping. 4. Het abstracte volume vanaf de Wattstraat. 5. Patio tussen voordeur en straat. 6. De woonkamer met het bijna pandbrede keukenblok en de vide naar de tweede verdieping.

4

5

3

Eigenlijk was er niets dat GAAGA gebonden hield aan Delft of Den Haag en de reistijd was alleen maar een nadeel. Dus lag wonen en werken op één locatie voor de hand en na wat rondgekeken te hebben naar bestaande bouw kwam er een moment waarop ze bedachten dat ze eigenlijk veel liever zelf gingen bouwen. Inmiddels staan er in Nieuw Leyden al negen particuliere woningen van hun hand (zie ArchitectuurNL #01 en #02/2010) en er komen er nog meer, dus waarom niet dáár gaan bouwen? Zo gezegd zo gedaan, ze schreven in op een bijzondere kavel, een hoekkavel aan een klein parkje, eigenlijk te mooi voor woorden. En dan ben je als architecten opeens zowel opdrachtgever als ontwerper, in constante dialoog met jezelf. Binnen de stedenbouwkundige randvoorwaarden realiseerden ze een compact en simpel volume zonder erkers of balkons en met alleen grote ramen die de gevel doorbreken. Een huis van grote gebaren, maar vooral ook een praktisch huis waar veel keuzes pragmatisch gemaakt zijn. De kavel wordt ten volle benut, alleen aan de straatzijde is er een ommuurde patio gekomen, waardoor

6 ArchitectuurNL

74-77_Thuis bij.indd 75

26-11-12 15:44


de afstand tot de buren wat groter is dan elders in de wijk. 'Toch voelden we ons een beetje in een aquarium toen we hier net woonden', vertelt Esther, ‘dat komt natuurlijk door die enorme ramen op de woonverdieping. Maar nu zijn we er al helemaal aan gewend dat we kunnen zien naar welk televisieprogramma de overbuurman kijkt.’

Boven en beneden Het pand kent een gestapeld programma, de begane grond is ingericht om te werken, de eerste verdieping is om te wonen en de tweede om te slapen. Elke verdieping heeft een eigen sfeer, de begane grond is zakelijk met kasten, bureaus en computers. De woonverdieping is al veel persoonlijker met een zitdeel, een eetdeel ArchitectuurNL

74-77_Thuis bij.indd 76

en keuken. Die keuken is eigenlijk helemaal geen keuken, maar één lang keukenmeubel onder de vide erboven. Een gigantisch raam aan voor- en achterzijde en een derde raam in de vide op de tweede verdieping zorgen ervoor dat het, zelfs bij somber weer, in de woonkamer altijd licht is. De slaapverdieping is de meest intieme van de drie en vanwege de vide ook kleiner dan de ondergelegen verdiepingen. Ramen in de slaapkamers kijken over de vide heen door het grote raam naar buiten.

Optimum zoeken Het ontwerpen was constant proces van trial & error, een doorlopend zoeken naar de juiste

balans. Het ontwerp werd gedurende het proces steeds rustiger, steeds abstracter, op zoek naar de optimale verhouding tussen prijs en kwaliteit. Dat alles resulteerde in een strakke afwerking met veel oog voor detail, of eigenlijk juist niet, want de details zijn tot een minimum beperkt. Er zijn pragmatische beslissingen genomen, door bijvoorbeeld slimme combinaties te maken. Zo is het toegangshek van geperforeerd staal tegelijk besteld met de hekken van de Franse balkons, wat enerzijds voor eenheid zorgt, maar ook goedkoper is dan wanneer ze apart waren ontworpen. De badkamer is dan weer gewoon besteld via internet en door de aannemer geplaatst.

76 26-11-12 15:44


Regelgeving Met regelgeving heb je als architect altijd te maken, het gaat erom om binnen die regelgeving slimme oplossingen te bedenken. De ramen en luiken in de slaapkamergevels zijn eigenlijk de enige concessie. Dat de slaapkamers ramen aan de vide hadden was niet voldoende, het grote raam in de vide telde niet mee bij de daglichtberekening. Dus moesten er ramen in de gevels komen. ‘Omdat we deze kleine ramen liever niet in het gevelbeeld hadden, hebben we ze weer afgedicht met gestucte buitenluiken. Achteraf zijn we erg blij met deze oplossing omdat ze nu als ventilatie dienen en tegelijkertijd een leuk element van de gevel vormen.’ Om lelijke traphekken te voorkomen zijn de trappen ingeklemd tussen twee muren. Een speciaal ontworpen trapleuning maakt het geheel helemaal af. Overigens was de uitvoering alleen maar mogelijk met een kleine aannemer, die is flexibel genoeg om aan alle specifieke oplossingen gehoor te geven. Het beste voorbeeld daarvan is de buitengevel die bij veel mensen vragen oproept. De gemiddelde voorbijganger denkt dat het beton is, maar iemand met een beetje bouwkundig inzicht snapt dat dat niet kan. De gevel is namelijk gewoon gestuct, hoewel de term ‘gewoon’ hier niet helemaal op zijn plaats is, want in het stucwerk is met de hand een horizontale belijning aangebracht. Zo is de gevel zowel ambachtelijk, stuc, als vernieuwend, reliëf. Een grote aannemer zou daar nooit aan beginnen in verband met garanties. Nergens voor nodig, want het huis staat er nu bijna een jaar en de gevels zien er nog als nieuw uit. Bovendien heeft het gelijk voor een naam voor het pand gezorgd: Stripe House.

8

E

E

9 C

Projectgegevens Ontwerpteam: Esther Stevelink en Arie Bergsma Aannemer: Verbeij Bouw, Boskoop Constructeur: IMD Raadgevende Ingenieurs, Rotterdam Bouw: 2009-2011 Bruto vloeroppervlakte: 206 m2 Stucwerk: Mulder Afbouw, Maarten Mulder

7. Bij avond. 8. De trappen zijn ingeklemd tussen twee muren. 9. Een slaapkamer met links zicht op de vide, rechts het verplichte raam naar buiten. 10. Detail stucwerk buitengevel. 11. Plattegronden begane grond, eerste en tweede verdieping plus doorsnede 1:500. A. Patio B. Kantoor C. Woonkamer. D. Keuken. E. Slaapkamer.

77 74-77_Thuis bij.indd 77

A

10 Tekst Peter Visser Fotografie Marcel van der Burg

B

11 ArchitectuurNL

26-11-12 15:44


Inzending Gulden Feniks geopend

dé prijs voor de bestaande voorraad Heeft u in de periode van januari 2012 tot en met december 2012 een aansprekend renovatie- of transformatieproject in Nederland voltooid? Of bijgedragen aan een interessante gebiedstransformatie? Dan nodigt de stichting Nationaal Renovatie Platform u graag uit om uw project in te zenden voor de Gulden Feniks, de enige prijs die exclusief voor de bestaande voorraad is! De prestigieuze prijs draagt de naam van de wonderbaarlijke feniks, het mythologische dier dat opnieuw tot leven kwam door uit zijn eigen as te herrijzen. Alle prijswinnaars ontvangen een beeld van de Gulden Feniks, dat is vervaardigd door beeldend kunstenaar Desirée Tonnaer. De drie prijscategorieën voor de Gulden Feniks 2013 zijn: A. Gebiedstransformatie B. Renovatie C. Transformatie Zie voor uitgebreide informatie over de voorwaarden en criteria www.guldenfeniks.nl. Hier vindt u ook de wijze van inzenden.

Inzenden kan tot en met 31 januari 2013.

De feestelijke prijsuitreiking vindt plaats in juni 2013 op de PROVADA. De Gulden Feniks wordt mede mogelijk gemaakt door de volgende partners en fellows van de stichting Nationaal Renovatie Platform: ABT BV - De Alliantie - Amvest - Arcadis - Ballast Nedam - BNG Bank - BOEi - Bouwfonds Ontwikkeling - Brink Groep - BVR Groep - Coen Hagedoorn Bouwgroep - Corio Vastgoed Ontwikkeling BV - Dudok Wonen - Dura Vermeer Groep NV - EGM architecten - Eneco Holding NV - Era Contour - FGH Bank - Haag Wonen - Havensteder - Heijmans NV Hemubo - Hurks Groep BV - IAA Architecten - Inbo - J.M. Deurwaarder Bouwgroep J.P. van Eesteren - Koninklijke BAM Groep NV - Lexence advocaten & notarissen Maarsen Groep - MAB Development - Mitros - Multi Vastgoed - OVG - Rochdale - Rockwool BV - Search Ingenieursbureau BV - Sigma Coatings (PPG Industries) - Smits Vastgoedzorg - Stadgenoot - Staedion - STE BV - Sto Isoned BV - Tiwos - Trebbe West Trespa International BV - Trudo - Vakgroep Restauratie - Van Ieperen Groep - Van Wijnen Holding NV - VELUX Nederland B.V. - Vesteda - VolkerWessels Bouw & Vastgoed ontwikkeling West bv - Vorm Bouw BV - Willems Vastgoedonderhoud - Wonen Breburg Woningstichting Eigen Haard - Woonbedrijf Eindhoven - Woonbron - Woonzorg - Ymere.

GF ArchitectuurNL 245x280 2012.indd 1

05-11-2012 14:58:56


colofon

Redactie ArchitectuurNL Hoofdredacteur Peter de Winter p.dewinter@eisma.nl Eindredacteur Jacqueline Knudsen j.knudsen@eisma.nl Redacteur Peter J. Visser p.visser@eisma.nl • Postbus 361 7000 AJ Doetinchem • 088-294 48 27 • www.architectuur.nl Aan deze ArchitectuurNL werkten mee Karolien Bais, Rolf Bastiaans, Yvonne Brandwijk, Marcel van der Burg, Herman van Doorn, Kay van Geel, Kirsten Hannema, Thea van den Heuvel, Mirjam van der Hoek, Jeroen Junte, John Lewis Marshall, Robert van der Molen, Jeroen Musch, Vincent van Rossem, Daria Scagliola en Stijn Brakkee, Ally Taylor, Emy Vesseur, Petra Vonk, Anka van Voorthuijsen, René de Wit Redactie adviescommissie John Buijs (Abken Schrauwen architecten), Jeanne Dekkers (Jeanne Dekkers Architectuur), Paul Diederen en Bert Dirrix (Diederen Dirrix), Frits van Dongen (Architekten Cie.), Joost Ector (Ector Hoogstad Architecten), Jan Pesman en Ronald Schleurholts (cepezed), Luís Pires (Rabo Bouwfonds), Tako Postma (Inbo architecten), Evelien van Veen (Drost + van Veen), Eric Vreedenburgh (Archipelontwerpers), Erik Wamelink (buro voor architectuur erik wamelink)

Bij dit vakblad ontvangt u van ons de uitgave Zakenauto

Vormconcept impulsemedia.nl DTP ZeeDesign Druk Scholma Druk bv Uitgever Eisma Bouwmedia, Rex Bierlaagh Directie Eisma Mediagroep Egbert van Hes, algemeen directeur Bouke Hoving, financieel directeur Gerbert Tiecken, uitgeefdirecteur Advertenties Jeroen van der Molen, accountmanager j.vandermolen@eisma.nl Informatie over o.a. tarieven, afsluitdata Karin Krabbenborg 088-294 49 34 k.krabbenborg@eisma.nl Traffic ZeeDesign 0517-53 16 72 architectuur@zeedesign.nl

Lees alles over: • Trends wagenparkbeheer • Nieuwe mobiliteit • Elektrisch rijden • Test zakelijke hatchbacks • En meer nieuws over zakelijk rijden Inclusief 10 pagina’s ‘Autogas Nieuws’

Lezersmarketing Inge van Ditshuizen Jacqueline Graven marketingbouw@eisma.nl ISSN 0366-2330 Beeld cover Studentenhuisvesting in Uilenstede Oost, Amstelveen • Foto John Lewis Marshall

Webredactie Petra Starink p.starink@eisma.nl Margriet Brus m.brus@eisma.nl Abonnementen • Jaarabonnement € 229 (excl. BTW) • Studentenjaarabonnement € 99 (incl. BTW) • Proefabonnement 3 nummers € 27 (excl. BTW) • Buitenland op aanvraag Abonneeservice Eisma Mediagroep Postbus 2238 5600 CE Eindhoven 088-22 666 48 abonnement@eisma.nl Abonnementen kunnen op elk gewenst tijdstip ingaan en lopen automatisch door, tenzij uiterlijk 30 dagen voor de vervaldatum bij onze abonneeservice wordt opgezegd. Dit kan schriftelijk, telefonisch of per e-mail. Betaling abonnementen Via automatische incasso of acceptgiro. Friesland Bank Leeuwarden Bankrekening nr: 29.30.07.381 IBAN nr: NL61FRBK0293007381 BIC: FRBKNL2L Algemene voorwaarden Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opname of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgever en auteurs verklaren dat deze uitgave op zorgvuldige wijze en naar beste weten is samen gesteld, evenwel kunnen uitgever en auteurs op geen enkele wijze instaan voor de juistheid of volledigheid van de informatie. Uitgever en auteurs aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die het gevolg is van handelingen en/of beslissingen die gebaseerd zijn op bedoelde informatie. Gebruikers van deze uitgave wordt met nadruk aangeraden deze informatie niet geïsoleerd te gebruiken, maar af te gaan op hun professionele kennis en ervaring en de te gebruiken informatie te controleren. Leveringsvoorwaarden www.eismamediagroep.nl Copyright © 2012 Eisma Bouwmedia, Doetinchem

Zakenauto is een uitgave van Eisma Industrialmedia Meer informatie: Ben ten Broeke 088-29 44 700 b.tenbroeke@eisma.nl www.eisma.nl

79_Zoontjes + colofon.indd 79

26-11-12 15:57


Eenvoudig naar EPC 0,6 Met berekende psi-waarde kunt u het hard maken

el)

gsgev

n 4 ing la tail 03 nsluit uwde (onderaa o b g n sulatio aamopenin r pan In Kings wand met n Buite

herm t l o o K

K8

laat

wp - spou

² K/W er m² 5,0 m ≥ m³/s p wand ,625 d c 0 R ≤ e p: eerd o qv10-waard gebas K detail m². / W Bouw 1,6 m≤ 130 U-raa

140

ing open raam mm 4 7x11 0 mm 9 zijn 6 ut ko raam 67xeglazing o h d r t ha rdhou HR++ b rking) e ha ende t(afw isoler dagkan

70

hting

ierdic

ele k

dubb

inium alumlagprofiel aans

dicht

g inium alum elafdekkin dorp

lucht

40

voeg stoot ie open . ventilat .v t.b ioneel) (opt ende voldo rvlak oppe uitvoeren k vla 100 98

42

100

340

o tion b

tails uwde

oor akt d

gema

w - ww hidat

l

nline.n

cad-o

.bouw

sula pan In

Arc

Met berekende Ѱ-waarde eenvoudig naar EPC 0,6 Veel energieverlies wordt veroorzaakt door koudebruggen bij detailaansluitingen. Met hoogwaardig isolatiemateriaal van Kingspan Insulation beperkt u dat energieverlies tot een minimum. Dat kunnen we hard maken: we hebben voor de meest voorkomende detailaansluitingen nauwkeurig de Ѱ-waarde (psi-waarde) berekend, die u met Kooltherm® van Kingspan Insulation bereikt. Direct duidelijk Gebruik deze berekende Ѱ-waarde in uw EPC-calculatie, in plaats van de forfaitaire waarde, en meteen wordt duidelijk welke installatietechnische oplossingen u achterwege kunt laten. En hoe eenvoudig het is om een EPC-waarde van 0,6 te bereiken. Maximale EPC-besparing* EPC met forfaitaire waarde EPC met psi waarde Besparing

Tussenwoning 0,65 0,60 0,05

Hoekwoning 0,67 0,59 0,08

Vrijstaande woning 0,70 0,60 0,10

* kijk op www.kingspaninsulation.nl voor de volledig uitgewerkte energieconcepten

Tel: +31 (0) 543 543 210 • Techline: 0800 25 25 25 2 (gratis) • e-mail: info@kingspaninsulation.nl • www.kingspaninsulation.nl

KS1119.064 PSI-adv 245x280.indd 1

ag

nde la

rkere

uw opbo wandtselwerk me tspouw h c e lu rm ileerd olthe event pan Ko wplaat niet-g Kings K8 spou ouwbl p s n binne peld gesta

l

Kings

braan

mem

wate

dorpe

raam

g

sluitin

e aan

dicht

lucht

22-11-12 15:57

ArchitectuurNL editie 8 2012  

Vakblad voor architecten.