Issuu on Google+

4.Congres 2009

12-06-2009

11:02

Pagina 2

Internationaal trainerscong Tekst/

Met ruim 1200 trainers uit heel Nederland en België was de zevende

Tjeu Seeverens

editie van het Internationaal Trainerscongres de drukst bezochte. Steeds meer ontwikkelt dit congres zich niet alleen als een dankbaar moment om broodnodige licentiepunten te sprokkelen. De echte liefhebbers vinden het blijkbaar fantastisch om bijna zeven uur lang demonstraties en lezingen te volgen en daarmee vakkennis op te snuiven. Ook is het congres dé ontmoetingsplek geworden om collega-trainers te ontmoeten en visies uit te wisselen. Opvallend: ook steeds meer trainers uit het betaald voetbal tonen interesse en spreken lovend over wat er in Tilburg allemaal aan ontwikkelingen voorbijkomt.

Tilburg, 23 mei, 9.30 uur. Op de afrit Tilburg-Zuid staat een heuse file. Het is dan al duidelijk dat het die dag in het Willem II-stadion druk zal worden. Er is voor de eerste keer een extra voortent geplaatst om de inschrijvingen snel te laten verlopen. Een klein detail als bewijs dat het congres elk jaar strakker en dus beter wordt georganiseerd. Piet van de Kerkhof, bestuurslid van de VVON met de portefeuille Technische Zaken, heeft wel een verklaring voor de behoorlijke toename van het aantal aanwezige trainers. “Dit jaar hebben we een aantal weken voor het congres nog een mailing de deur uitgedaan. Dat heeft www.devoetbaltrainer.nl

zeker 400 extra deelnemers opgeleverd. Bovendien krijgen we als VVON steeds vaker telefoontjes van clubs die vragen hoe zij hun trainer kunnen stimuleren voldoende licentiepunten te verzamelen. Dan verwijzen we zeker naar dit congres, want hier wordt kwaliteit geboden. Bij elke demonstratie in het land plaatsen trainers kritische kanttekeningen. Dat is in Tilburg niet anders, maar wie er voor openstaat, kan elk jaar opnieuw veel opsteken van zo’n congresdag. Of je nu in het betaald voetbal, het amateur- of het jeugdvoetbal werkzaam bent.”

B e ï nv l o e d i n g Bij het uitdelen van de stembiljetten voor de uitverkiezing ‘beste amateurtrainer van het jaar’ hoor je deze keer de naam van Henk de Jong al door de ruimte zoemen. Tussen de badges van de gasten van de CBV liggen er heel wat met namen van bekende trainers. Zo zitten al heel vroeg Ronald Koeman en dus ook Tonny Bruins Slot op de tribune. Vooral de laatstgenoemde is een uurtje later heel enthousiast over de eerste demonstratie, die verzorgd wordt door de jeugdtrainers van FC Twente/Heracles. Ook Bruins Slot valt de bijzondere opbouw op, die elders in deze uitgave tot in details


4.Congres 2009

12-06-2009

11:02

Pagina 3

TRAINERSCONGRES

ongres opnieuw geslaagd

wordt toegelicht. Er staan drie specifieke groepen op het veld: verdedigers, middenvelders en aanvallers. In elk blok begint de training met specifieke oefenstof, gerelateerd aan de linie en daarbinnen ook nog eens aan de positie. Of om in termen van de FC Twente/Heracles-trainers te spreken: “Individuele beïnvloeding binnen de groepstraining.”

Cruijff In het eerste deel is de weerstand gering, maar de inbreng van de trainer groot. Naarmate de training vordert, neemt de weerstand toe en de coaching af. Bijna elke trainer langs

de lijn blijkt een specialist te zijn in het trainen van die specifieke linie. Tonny Bruins Slot weet het zeker: “Johan Cruijff is daarmee in 1985 begonnen. In Amerika had hij bij het baseball gezien hoe er bij deze sport extoppers werden ingezet om heel specifiek met bepaalde groepen spelers te trainen. Een aparte trainer voor de pitchers, de honkmannen of de outfielders. Dat sprak hem vanaf het begin bijzonder aan. Als trainer van Ajax heeft hij toen Frans Hoek gevraagd om de jonge Stanley Menzo te trainen. Een aparte keeperstrainer in de technische staf was iets wat we in Nederland tot dan niet kenden. Niet 12

13

veel later was er een soortgelijke rol voor Barry Hulshoff weggelegd als trainer/coach die zich vooral met de verdedigers bezighield. Het is goed te zien dat een club als FC Twente/Heracles een trainingsmodel heeft ontwikkeld, waarbij elke groep tijdens de training door zo’n specialist wordt gecoacht. In het tweede deel is er een oefenvorm voor de middenvelders en aanvallers, maar de specifieke coaching blijft. Dat is ook zo in de eindvorm waarin elke speler vanuit z’n positie blijft spelen. Een uitstekende opbouw voor zo’n groep van Onder 19-talenten. Ik heb begrepen dat ze komend seizoen dit idee ook voor anDe Voetbaltrainer nr.162 2009


4.Congres 2009

12-06-2009

11:02

Pagina 4

dere, iets jongere leeftijdsgroepen gaan uitwerken en dat spreekt me zeker aan.” Toch heeft Tonny Bruins Slot ook een kritische opmerking: “De bezetting voor het doel in het aanvallende blok was niet goed. Daar werd onvoldoende op gecoacht. Cruijff en ik spraken decennia geleden al van de Gouden Driehoek. Op het moment dat de voorzet bijna gegeven wordt, moet de positie bij de eerste paal bezet worden door een van de spitsen. Van de andere kant moet een spits naar binnen komen om een eventueel doorgeschoten bal te kunnen inschieten. De driehoek wordt compleet gemaakt door een inschuivende speler, die in de centrale ruimte tussen zestienmeterlijn en penaltystip moet komen. Zeker als je voor vleugelspelers kiest, kun je dit niet genoeg benadrukken.”

stadionschermen de hartslag van liefst negen spelers te volgen is. Afhankelijk waar en hoe er druk wordt gezet, stijgt of daalt de hartslag. Aad de Mos: “Al heel wat jaren geleden schakelde ik de universiteit van Leuven in om zulke hartslaggegevens te gebruiken voor een verantwoorde trainingsopbouw. Het mes snijdt aan twee kanten: de uitkomsten zijn zowel voor de trainer als de spelers interessant. Het werkt heel motiverend als je de spelersgroep met deze cijfers confronteert. Geen enkele

De Mos

speler vindt het leuk als hij, in vergelijking met de andere spelers, beduidend slechter scoort. Je mag als trainer daarin niet doorschieten. Net als bijvoorbeeld videoopnames zijn deze gegevens niet meer dan een hulpmiddel. Ik signaleer een trend in de voetbalwereld dat sommige trainers er te grote waarde aan hechten. Dan zie je zo’n collega tijdens een wedstrijd net wat te ontspannen in een dug-out zitten. Na een wedstrijd legt hij voor de camera’s uit dat hij bepaalde situaties de volgende dag eerst eens terug wil zien voordat hij conclusies wenst te trekken. Zulke trainers hebben nooit de scherpte die je van een coach tijdens een wedstrijd mag eisen. Dat vind ik trouwens ook van al die trainers die in de dug-out alles opschrijven. Het kan niet anders dat je dan in het moderne topvoetbal, waarin alles toch al zo ontzettend snel gaat, belangrijke situaties en dus coachingsmomenten mist. Je kunt je beter op het coachen zelf concentreren. Laat anderen maar opvallende dingen opschrijven of opnemen.”

Ve r h e i j e n Tijdens de aansluitende workshop blijkt al snel hoeveel trainers bijzonder geïnteresseerd zijn in het periodiseringmodel van Raymond Verheijen. In de vorige en deze uitgave legt Verheijen uit hoe hij zijn visie op basis van eigen ervaringen verder ontwikkeld heeft. Zijn gedachtegoed levert zulke boeiende vragen bij de aanwezigen op, dat je kunt concluderen dat een uurtje-Verheijen eigenlijk per definitie te kort is. ’s Middags wordt amateurtrainer Eric Meijers op dit bijzondere platform voor de leeuwen gegooid. Hij bewijst dat het een goede zaak is om tijdens zo’n internationaal congres ook zo’n trainer een kans te geven zijn visie in praktijk te brengen. Sterker nog: de gekozen vormen zorgen zelfs voor een toename van de discussies op de tribune en dat is niet alleen een kwestie van herkenbaarheid.

De Haan/Coerver Inmiddels heeft Aad de Mos zijn plek in het afgeschermde gedeelte van de hoofdtribune gevonden. Hij volgt ook kritisch wat zijn collega’s van FC Twente/Heracles te bieden hebben. “Wat meteen opvalt, is dat er een gedachte achter zit. Toch kan de uitvoering beter. Ik begrijp dat er voor zo’n congres met al die demonstraties niet allerlei lijnen op het veld worden uitgezet. Maar plaats dan in elk geval vier cornervlaggen als ijkpunten voor de dieptepasses op de vleugelspitsen. Je zag dat spelers daar de hele dag moeite mee hadden. Ook moet je bij een demonstratie met zoveel spelers goed nadenken over de shirts. Dat was bij dit eerste onderdeel onnodig verwarrend voor de trainers op de tribune. Heel positief vond ik dat er in de specifieke oefenstof voor de verdedigers extra aandacht aan het koppen werd besteed. Dat gebeurt in Nederland veel te weinig.” Aad de Mos geniet zichtbaar bij de tweede demonstratie van Raymond Verheijen, waarin op de twee grote www.devoetbaltrainer.nl

Als Foppe de Haan bijgekomen is van de emoties die de Oeuvreprijs bij hem hebben losgemaakt, stapt hij als laatste het veld op om met een team van SC Heerenveen aan de slag te gaan. Vlak voor zijn laatste coachmoment stapt buiten het stadion Wiel Coerver in de auto van zijn vaste begeleider Joep Haan. Maar niet voordat hij grote schriften laat zien met honderden nieuwe oefenvormen, louter gebaseerd op de passeeracties van Zidane en Maradona. Zijn eindconclusie is dezelfde als in de afgelopen jaren. Coerver, vaste gast, in de herhaling: “De jeugd is goud. Maar heb jij eens geteld hoeveel summiere balcontacten al die spelers vandaag hebben gehad doordat hun trainers ook deze keer voor veel te grote groepen kozen? Dat ze dat volgend jaar op dat grote beeldscherm maar eens turven! Wat Foppe demonstreerde, was zeker niet slecht, maar ook hij koos voor te grote groepen en ruimtes. Hoe wil je dan de baas over de bal worden?” Sommige dingen in het leven veranderen nooit. Daar zullen Wiel én zijn omgeving mee moeten leven.


Trainerscongres 2009