Page 1


1. Spelbord


2. Speluitleg en klasorganisatie 2.1 Klasorganisatie De leerlingen zitten individueel of in groep aan een bank. Vooraan staat een bank waarop alle kaartjes met vragen / opdrachten liggen. Er worden vier kaartjes per vraag voorzien, omdat er nooit meer dan 4 leerlingen of groepjes leerlingen aan dezelfde opdracht mogen werken. Opzij van de klas wordt een bank voorzien waarop de verbetersleutel ligt. Eventueel kunnen zelfs twee banken voorzien worden.

2.2 Speluitleg Bij de start van het spel gooit elke leerling of een verantwoordelijke van een groepje leerlingen met 2 dobbelstenen. Diegene die het hoogste aantal ogen gooit mag beginnen met het spel. De speler gooit opnieuw met 1 of met 2 dobbelstenen (afhankelijk van de keuze van de leerkracht). Het aantal ogen dat de speler gooit, gaat hij vooruit op het spelbord. Als de speler terecht komt op een vakje met een nummer, bijvoorbeeld vakje 7, dan neemt hij een kaartje waarop opdracht 7 vermeld staat. De speler gaat terug naar zijn plaats en lost daar ofwel individueel ofwel in groep de opdracht op. Als de opdracht gemaakt is, gaat de speler met zijn exemplaar naar de ‘verbeterbank’. Daar kijkt hij zijn oplossing na aan de hand van de verbetersleutel. Als de speler zijn oefening verbeterd heeft, komt hij terug naar de bank waar het spelbord ligt. De speler kan nu weer opnieuw gooien en verder gaan op het spelbord. Soms komen spelers terecht op vakjes waar geen nummer staat, maar wel een gans of een waterput. Wat de verschillende vakjes precies inhouden voor het verloop van het spel is te vinden bij de spelregels.


3. Spelregels 1) Wie het hoogste aantal ogen gooit begint! 2) Je verzet je pion evenveel vakjes als je ogen gegooid hebt! 3) Wie bij de eerste worp 3 en 6 gooit, gaat ineens door naar vakje 26. 4) Wie bij de eerste worp 4 en 5 gooit, gaat ineens door naar vakje 53. 5) Wie op een gans terecht komt, mag nogmaals eenzelfde aantal vakjes vooruit gaan. 6) Om uit te zijn, moet je exact op het vakje 63 terecht komen. Gooi je te veel, dan wordt vanaf het vakje 63 terug geteld. 7) Er mogen nooit meer dan 4 spelers op 1 hokje staan. Betekenis prenten: Brug

3 plaatsen terug gaan

Herberg

5 plaatsen terug gaan

Put

Een extra vraag oplossen

Doolhof

4 plaatsen terug gaan

Gevangenis

Een extra vraag oplossen

Dood

Helemaal opnieuw beginnen


4. Selectie uit opdrachten ganzenspel

VRAAG 8



Opdracht

In driehoek ABC is [AM] een zwaartelijn. Noem P het voetpunt van de loodlijn uit B op AM en Q het voetpunt van de loodlijn uit C op AM. Bewijs dat BP = CQ .

VRAAG 15



Opdracht

Volgende congruentie geldt: ΔKLM ≅ ΔRST . Noteer de gelijkheden tussen de overeenkomstige hoeken en de overeenkomstige zijden van deze congruente driehoeken.


VRAAG 20



Opdracht

Bekijk de onderstaande figuur goed. Bewijs dat de driehoeken AMC en BMD congruent zijn.

VRAAG 25



Opdracht

Zijn de volgende beweringen waar of niet waar? Verklaar je antwoord kort. 1) Twee gelijkbenige driehoeken zijn congruent als de basissen van de driehoeken even lang zijn. 2) Twee gelijkbenige driehoeken zijn congruent als een opstaande zijde bij beide driehoeken even lang is en als de tophoek bij beide driehoeken even groot is.

Ganzenspel  

Alle toepassingen die je nodig hebt voor het ganzenspel kan je hier zien.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you