Page 1

NUMMER 3 17e JAARGANG DECEMBER/JANUARI 2013

d

MAANDBLAD VOOR STUDENTEN (KUNST)GESCHIEDENIS AAN DE UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM

d

EINDELOOS JULIËTTE VAN DEN HIL Kerstsweaters 3 MAURITS THOMASSEN Moord van de Maand 6

JACOMINE HENDRIKSE Nieuws in het Midden-Oosten 4 COKS DONDERS Koken met Coks 8

LISA TIGGELMAN Bloeddonatie en discriminatie 5 SANDER WELLENS Ongelooflijke Oorlogen 11

Het kaf en het koren Alle geschiedenismasters in 2015 selectief Hannah van der Bles - Vanaf september 2014 zijn universiteiten niet meer verplicht een zogenaamde ‘doorstroommaster’ aan te bieden. Dit is een master waar de enige toegangseis, in ons geval, een bachelor geschiedenis is; denk hierbij aan de master Geschiedenis, Militaire geschiedenis of Amerikanistiek. Het staat universiteiten volgend jaar dus vrij deze masters selectief te maken en er ingangseisen aan te verbinden. Het gevolg? ‘Slechte’ studenten kunnen buiten de boot vallen. Eindeloos vindt het kwalijk dat er over deze ingrijpende maatregel nog niet bericht is binnen de faculteit. Ook het faculteitsblad Babel heeft dit tot dusver verzuimd. De vraag wat er aan de universiteiten nu daadwerkelijk gaat veranderen, is tot nu toe onbeantwoord gebleven. Dr. Hans van Rossum, Hoofd onderwijs van de afdeling Geschiedenis, vertelt meer. “Vooropgesteld staat nog niets vast over de aanpak van het nieuwe masterbeleid aan de Faculteit der Geesteswetenschappen. Wel staat vast dat alle masters geschiedenis selectief zullen worden. Nog niet vast staat hoe de selectiecriteria er uit gaan zien. Het is bestuurlijk gezien onmogelijk om het

“Eén niet-selectieve master per faculteit, in de wandelgangen: het afvoerputje” beleid in 2014 al te wijzigen en door te voeren: veranderingen zullen dus ingaan in het studiejaar 2015-2016.” Veranderingen Van Rossum heeft echter wel zijn ideeën over de oplossing die universiteiten zullen bieden. “Om te zorgen dat er ook masters blijven bestaan waar iedereen met de juiste bachelor zich voor in kan schrijven, zullen de colleges van bestuur van de verschillende Nederlandse universiteiten rond de tafel gaan zitten. Ze willen zorgen dat elke masteropleiding landelijk in ieder geval één master aanbiedt waar iedereen met de juiste bachelor wordt toegelaten. Dit kan uitdraaien op een potje kwartetten, waarin masters uitgewisseld worden. Zo houdt elke faculteit minimaal één niet-selectieve master over.” Dit wordt in de wandelgangen nu al ‘het afvoer-

putje’ genoemd: hier gaan de slechte studenten heen. Binnen de opleiding Geschiedenis heerst onder sommige docenten al langer het idee dat meer masters selectief moeten worden. “De master Militaire geschiedenis draait bijvoorbeeld op twee bijzonder hoogleraren. Om toch een vol programma aan te kunnen bieden, worden er extra docenten ingehuurd. Hetzelfde geldt voor American Studies en Holocaust Studies. De toestroom van studenten kan dan te groot zijn voor het aantal wat de masteropleiding in kwestie eigenlijk aankan. “Ook is het bij een vrije aanmelding lang onzeker hoeveel studenten uiteindelijk de master zullen volgen. Bij een vrije aanmelding kan het zijn dat een aantal studenten zich bedenken, toch een andere master gaan doen of hun bachelor niet halen. Zo kan het zijn dat er nog een tweede werkgroep ingericht moet worden: iets wat moeilijk haalbaar is met de kleine bezetting aan docenten en daarbij veel geld kost.” Kortom, door een master selectief te maken kun je de groep en dus ook de kosten inperken.

Lees verder op de volgende pagina.


EINDELOOS NUMMER 3 - PAGINA 2

EINDELOOS

HOOFDREDACTIONEEL Eindeloos heeft niet de pretentie kwaliteitsjournalistiek te leveren, daarvoor leest u maar het NRC, de Groene Amsterdammer of voor mijn part de Propria Cures. Toch heeft de Eindeloos deze maand groot nieuws: vanaf 2015 worden alle geschiedenismasters selectief. Afgezien van wat u of ik daarvan vinden: het is toch vreemd dat er tot nog toe geen enkele aandacht aan is besteed. Niet door ons faculteitsblad Babel (te druk met vage literaire stukjes), niet door de FSR (te druk met constitutieborrelen), niet door de opleidingscommissie (weten die het al?) en niet door de faculteit. Met dank aan Hannah van der Bles leest u er deze maand over in Eindeloos. Het invoeren van selectiecriteria voor masters is de zoveelste maatregel die moet bevorderen dat studenten snel en efficiënt afstuderen. Wie kan er met en bindend studieadvies, het 884-systeem en selectieve masters nog studievertraging oplopen? De vraag is wat de samenleving en arbeidsmarkt opschiet met eenentwintigjarigen met alleen een bachelor in de Geschiedenis op zak. Me dunkt niet bijzonder veel. Protest van studenten tegen deze maatregelen blijft vooralsnog uit. Misschien moet Eindeloos maar eens de spreekwordelijke kar gaan trekken in de strijd tegen selectieve masters, u leest er binnenkort ongetwijfeld nog meer over in dit blad. De rest van het nummer is gevuld met een interessante mix van vaste rubrieken en nieuwe artikelen: een Moord van de Maand, een Ongelooflijke Oorlog en weer nieuwe avonturen van onze correspondente overzee, Juliëtte van den Hil. En een nieuwe column: Koken met Coks. Fijnproefster Coks Donders zoekt elke maand een historisch (lekker) recept voor u uit. Tot slot heeft Sinterklaas het Eindeloos-hoofdkwartier aangedaan en liet er een gedichtje achter. Op de achterpagina, een aanrader. Veel leesplezier! Hugo van Doornum

UvA

Selectie Hoe de selectie eruit zal zien, is ook nog niet duidelijk. Hier kan gekeken worden naar cijfergemiddelde, studieduur en motivatie. Van Rossums persoonlijke opvatting is dat een 7 gemiddeld wellicht vrij hoog is. “Vaak kunnen studenten met een gemiddelde van een 6,5 zo’n master net zo goed volgen.” Selectie bij een master heeft volgens Van Rossum een groot voordeel: “Studenten die jaren over hun bachelor doen en uiteindelijk met hakken over de sloot hun diploma halen, vallen dan af. Vaak is het voor hen toch beter om na hun bachelor meteen te gaan werken. Bachelors en masters worden vaak als één opleiding gezien, terwijl het eigenlijk twee opleidingen zijn. Vandaar dat bijna alle studenten kiezen voor een master: iets wat niet per se nodig is.”

“Is het doorlopen van de bachelorperiode niet het bewijs dat je de studie aankan?” Maar wat zijn de gevolgen voor de student? Niets staat nog vast, dus dit is moeilijk te overzien. Wel zijn er enkele scenario’s mogelijk. Wanneer jij een vlijtige student bent met een redelijk cijfergemiddelde en niet al te veel uitloop, zit je waarschijnlijk wel goed. Maar wat als je al 5 jaar over je bachelor doet of gemiddeld een 6 staat? Dan is er een grote kans dat je niet toegelaten wordt tot een master in Amsterdam. Het zou er dan op kunnen uitdraaien dat je voor een Master Geschiedenis gedoemd bent tot Groningen of Nijmegen. Vervolgens heb je een master gevolgd die ‘een afvoerputje’ wordt genoemd: dát staat goed op je cv. Een ander gevaar is dat de selectie te streng wordt, waardoor een grotere groep studenten alleen zijn bachelor behaalt: tegenwoordig ook geen goede binnenkomer op de arbeidsmarkt. Daarbij is het vreemd dat de opleiding Geschiedenis het behalen van haar eigen bachelor niet goed genoeg meer acht voor een master. Is het doorlopen van de bachelorperiode immers niet het bewijs dat je de studie aankan? Eindeloos ziet de te nemen besluiten met argwaan tegemoet. d

Schrijven voor Eindeloos? Vormgeven voor Eindeloos? Tekenen voor Eindeloos? Fotograferen voor Eindeloos? Kom langs bij Eindeloos! Mail naar: eindeloos@kleio-amsterdam.nl


COLUMN

Kerstsweaters Juliëtte van den Hil – Afgezien van de hevige discussies op mijn facebookfeed en de geschokte reactie van mijn Britse huisgenootje op de verpakking van een zak pepernoten, is de hele Sinterklaasdiscussie hier in Londen volledig aan me voorbijgegaan. Dankzij langskomende familieleden zijn we gelukkig wel goed voorzien van chocolademunten, chocoladepepernoten en chocoladeletters (we blijven een dameshuishouden) en 5 december vierden mijn Nederlandse huisgenootje en ik Sinterklaas lekker op onze manier: bij een musical. De Britten kennen uiteraard geen Sinterklaas en daarom liggen na Halloween de winkels hier meteen vol met kerstspullen. In Hyde Park, Somerset House en bij de London Tower zijn ijsbanen aangelegd, er is kerstmarkt op de Soutbank wat hardlopen daar tot een soort parcours met hindernissen maakt en overal hangt kerstverlichting. Alle Britten wachten echter met smart op 1 december. Dat is namelijk de dag dat ieders favoriete kledingstuk de kast uit mag: de kerstsweater. Het viel me een paar weken geleden voor het eerst op: in de etalages van alle grote winkelketens waren ineens kersttruien te zien. Geen getailleerde “Kijk mij eens lekker mal doen met kerst terwijl ik nog steeds mijn decolleté flash”-trui, of een zodanig oversized exemplaar dat iedereen ziet dat je het ironisch bedoelt, nee, de echte. Gebreide sweaters in groen, rood, wit en donkerblauw, met rendieren en sneeuwmannen, hulsttakjes en kerstklokjes. Zo’n trui die comfortabel wijd is, maar niet zo wijd dat je er met z’n tweetjes in past. Toen ik dit in het voorbijgaan enigszins lacherig aan mijn huisgenootje meldde (“Die Londense hipsters”) liep ze naar haar kast en trok trots háár swea-

EINDELOOS NUMMER 3- PAGINA 3

ter tevoorschijn, een indrukwekkend blauwgroen exemplaar met sneeuwpoppen. Empirisch onderzoek onder de Britten in de master wees uit dat iedereen er minstens één heeft en de meesten hebben zelfs een ‘favoriete’ kerstsweater, wat doet vermoeden dat ze de hele kerstvakantie in niets anders lopen. Als nationaal kledingstuk is de kerstsweater, toegegeven, bijzonder goed gekozen. Al na twee weken in Londen kreeg ik namelijk door dat mijn Nederlandse wintergarderobe (oftewel mijn herfstgarderobe met een iets dikkere maillot) totaal niet geschikt zou zijn voor het weer hier. Mijn eerste drie aankopen waren dan ook beenwarmers voor in huis, een vest en een dikker vest; iets waar vrienden uit met name het noorden van Engeland hartelijk om moesten lachen. Een klasgenoot uit Manchester loopt nu – we hebben het over winterjasweer, handschoenenweer en soms zelfs mutsenweer – namelijk nog steeds in korte mouwen en een zomerjack, al is hij gelukkig wel de uitzondering. Na wat inspiratie te hebben opgedaan bij studiegenootjes, waarbij ik vooral onder de indruk was van een sweater met rendier waarvan de neus werd gevormd door een pompon, zocht en vond ik uiteindelijk ‘mijn’ kerstsweater: een fijne sneeuwwitte trui met, jawel, pinguïns. Sinds 1 december draag ik als ik thuis studeer niets anders meer – een essay schrijven is namelijk gewoon leuker als je een pinguïntrui aanhebt. En tijdens het kerstdiner, waarbij de hele familie traditiegetrouw op chique gaat? Dan draag ik ‘m gewoon over mijn favoriete cocktailjurkje. d

Hashtag #history Historici op twitter “Hee zie dat Thijs Kleinpaste weer billenkoek geeft aan Thierry Baudet op Facebook. Altijd genieten” Een relletje met Thierry Baudet? Daar doet Eindeloos graag aan mee! @rcbregman Foutje in de Groene Amsterdammer: Michelin is het bandenmannetje, Michelet de historicus. Verder leuk interview met Henk Wesseling @ DeGroene Thomas von der Dunk retweet Abdelkader Benali: “Mensen die de niqaab veroordelen zijn veelal van hetzelfde slag als de racisten die Zwarte Piet adoreren: blanke, domrechte [sic] PVV-tokkies”. @Vonderdunk. Een genuanceerde bijdrage aan het debat, dank heren! “Roy - van Le Roy - deelt klap uit aan koning en koningshuis. What’s in a name” @JozefPalm “@ph_van_dam historici doen het niet in, maar met het verleden” Dubieus collegiaal advies van @Turpijn


JOURNALISTIEK

EINDELOOS NUMMER 3 - PAGINA 4

Nieuws: een zaak van leven en dood Jacomine Hendrikse bezocht de Henriëtte van Lyndenlezing Breaking News or Breaking Truth? Mass Media and Politics in the Middle East op 21 november 2013 in de Rode Hoed in Amsterdam. Sprekers waren Sander van Hoorn, Wadah Khanfar en Marwan Kraidy. ‘‘News, especially in the Arab world (...) is a matter of life and dead’’, aldus Wadah Khanfar. Hij was een van de sprekers tijdens de lezing in de Rode Hoed rond het thema massamedia en politiek in het Midden Oosten. De discussieleider veronderstelde dat iedereen in de zaal goed op de hoogte was van zijn CV, dus hield hij de voorstelronde erg kort. Acht jaar lang (2003-2011) was Wadah de hoogste baas van nieuwszender Al Jazeera. ‘’Onder zijn leiding groeide Al Jazeera uit van een enkel kanaal tot een toonaangevend TV-netwerk in de Arabische wereld en daarbuiten’’, aldus de site van de Rode Hoed. Daarvoor maakte Wadah zelf carrière als journalist in Afrika, Afghanistan en Irak. Het is een imposante man: groot van stuk en met een harde stem waar een Arabisch accent in doorklinkt als hij zijn verhaal in foutloos Engels houdt. Voordat hij twee jaar geleden uit zijn topfunctie stapte, had hij onder meer de leiding over correspondenten in conflictgebieden. De enorme verantwoordelijkheid die dat met zich meebracht, is de reden dat hij zijn jaren aan de top van Al Jazeera ziet als de moeilijkste in zijn leven. Dag en nacht was Wadah zich naar eigen zeggen bewust van een constante druk. Hij vraagt de mensen in het publiek zich voor te stellen wat zij zouden doen als ze werden bedreigd omdat ze een bepaald baanbrekend verhaal van een van de eigen correspondenten wilden uitzenden.‘’Believe me, that is a though decision to make’’. Je kunt als nieuwszender vanwege dit soort risico’s niet altijd de waarheid vertellen, daar was Wadah zich terdege van bewust tijdens zijn periode als hoofd van Al Jazeera, vertelt hij. Althans, niet de hele waarheid. Geen enkel nieuwsverhaal is een leven waard, maar journalisten moeten zich volgens Wadah wel inspannen om de verhalen te vertellen die de stemmen uit de marges van de samenleving laten horen. Dit is niet altijd eenvoudig, zeker niet in conflictgebieden. Informatie die in de meeste democratieën gemakkelijk te verkrijgen is, is daar vaak moeilijk te achterhalen voor journalisten of is niet eens beschikbaar. Zo zorgt het ontbreken van representatieve peilingen en (publieke) cijferlijsten zoals bevolkingsregisters en belastingaangiften voor veel extra werk. Door het gevaar dat de journalistiek met zich meebrengt, is het volgens Wadah niet slechts een professie, maar “a spirit that resides in you’’. Wie in zijn leven het doel heeft om rijk of beroemd te worden, raadt hij dan ook nadrukkelijk af om dit beroep te kiezen. Ik ben er zeker van dat hij zijn werknemers bij Al Jazeera tot het uiterste heeft gedreven. Hoewel hij toegeeft dat het ook de journalisten zelf waren die ver wilden gaan: ‘’none of them were paid money to sacrifice his life. They did sacrifice because they thought that they are living for a cause’’. Deze cause betekent een gevoel van een zekere journalistieke plicht tegenover de rest van de wereld. Het vervullen

van deze plicht is in conflictgebieden niet alleen lastiger dan in democratische landen maar ook veel gevaarlijker. In de Arabische wereld, waar je voor het schrijven van een verhaal of het maken van een statement mogelijk de gevangenis in moet of zelfs kan worden gedood, is het nieuws letterlijk een zaak van leven en dood. De serieuze woorden van Wadah werden door NOS-correspondent Sander van Hoorn, via Skypeverbinding bij de lezing ‘aanwezig’ vanuit Beiroet, op nuchtere toon bevestigd. In de Rode Hoed zaten tijdens de lezing voornamelijk studenten journalistiek en andere jonge geïnteresseerden, zoals bleek tijdens het vragenuurtje aan de sprekers. Na inhoudelijke vragen vervolgde een studente van de School voor Journalistiek met het onvermijdelijke: wat adviseert Wadah toekomstige journalisten? Zijn antwoord was nauwelijks adviserend te noemen, eerder dwingend: ‘’study history!’’. Een diploma van de School voor Journalistiek maakt je voor hem nog geen goede journalist. Journalistiek is namelijk een vaardigheid waarvoor je moet kunnen analyseren, bronnen verwerken en het allerbelangrijkste: heel erg veel kennis moet hebben. En laat de studie Geschiedenis deze vaardigheden allemaal combineren. Natuurlijk wisten we al dat wij de beste studie deden, maar hee, wat is het fijn het nog eens bevestigd te horen door nota bene de nummer 1 Global Thinker of the World! d

Advertentie


COLUMN

EINDELOOS NUMMER 3 - PAGINA 5

Bloeddonatie Lisa Tiggelman - Met een goede vriend, student geneeskunde, kwam ik laatst te spreken over bloeddonaties. Als arts in spe beschouwde hij het niet alleen als goede daad maar ook als een maatschappelijke plicht. Nu ben ik zelf niet zo gediend van naalden (twee keer bloed geprikt, twee keer flauwgevallen) maar ik was hoogst verbaasd te horen dat de vriend in kwestie geen bloed mocht doneren vanwege zijn homoseksuele geaardheid. In Nederland zijn er twee belangrijke regels voor het doneren van bloed: de bloeddonoren mogen geen financiële vergoeding krijgen en mannelijke donoren mogen geen seks hebben gehad met een andere man. Stichting Sanquin Bloedvoorziening, de organisatie die er in Nederland over gaat, heeft deze beide regels opgesteld om zo veilig mogelijk bloed te verkrijgen. In de praktijk komt de tweede regel er op neer dat homoseksuele mannen -tenzij niet-praktiserend- geen bloeddonor mogen zijn. Sanquin verdedigt zich door te zeggen dat zij naar risicogedrag kijken en niet naar de geaardheid van donoren. De Tweede Kamer wil dat ook mannen die seksueel contact hebben met andere mannen bloeddonor mogen zijn en vindt dat individueel seksueel risicogedrag het criterium moet zijn. Minister Schippers van Volksgezondheid weigert echter de motie uit te voeren. Hoewel Nederland, vooral in vergelijking met landen als de Verenigde Staten, altijd vooraan heeft gelopen op het gebied van de homowetgeving – we waren immers het eerste land dat het huwelijk tussen twee partners van hetzelfde geslacht legaliseerde – is door deze regel opnieuw duidelijk geworden dat we er nog steeds niet helemaal zijn. Had Nederland vroeger eigenlijk wel zo’n tolerante houding jegens homoseksuelen, of klopt ook dit beeld niet?

“In de praktijk betekenen de regels van Sanquin dat homoseksuele mannen geen bloeddonor mogen zijn” In de vroege 18e eeuw ontstond er in de Republiek voor het eerst een ‘homosubcultuur’ in de grote steden. Ook de eerste homobars, zoals De Serpent uit Amsterdam en De Levendige Dood uit Utrecht, stammen uit deze tijd. Het ontstaan van een dergelijke subcultuur viel samen met de opkomst van de verlichtingsidealen over gelijkheid en het feit dat mensen zich bewuster werden van hun identiteit en seksuele gevoelens. In het begin van de 18e eeuw verenigden homo’s zich vooral in de Republiek vanwege het relatief tolerante klimaat dat hier toen heerste. Tot dit punt kunnen we dus, zeker voor de tijdgeest die toen heerste, trots zijn op ons land. Aan de tolerantie kwam echter al snel een einde, want tussen 1730 en 1733 kwamen opeens grote vervolgingen van homoseksuelen op gang. De nauwere contacten tussen homo’s onderling maakten het een stuk makkelijker om grote netwerken op

te sporen. De verdachten werden gemarteld en verhoord om zo achter nieuwe namen te kunnen komen. Op het Domplein in Utrecht ligt tegenwoordig een steen om de slachtoffers van deze gruwelijke vervolgingen te herdenken. Rond 1800 kwamen betere tijden in zicht voor de Nederlandse homoseksuelen, maar dit was helaas niet te danken aan de eigen regering. Nederland onderging in de Napoleontische tijd een groot aantal veranderingen op bestuurlijk vlak: in 1811 werd het strafrecht herzien, waarmee er veel veranderde voor homoseksuelen; seks tussen twee mannen was in het nieuwe strafrecht, vooral gebaseerd op de scheiding van kerk en staat, niet meer illegaal. Precies een eeuw later zou Nederland weer een ‘terugval’ op het gebied van homorechten beleven. In 1911 werd er door het christelijk kabinet-Heemskerk een nieuwe zedelijkheidswetgeving ingevoerd. Seksuele handelingen tussen homoseksuelen onder de 21 werden verboden. Om de jeugd te behoeden voor de verleidingen van homoseksualiteit en de verspreiding ervan tegen te gaan, werd het ook verboden voor mannen boven de 21 om seks te hebben met mannen van onder de 21. Vooral in de jaren ’50 werd er jacht gemaakt op de overtreders van deze wetgeving en velen van hen werden achter tralies gezet. Anderen volgden verplicht therapie in tbr-klinieken, de voorloper van tbs, waar hen vaak ‘vrijwillige’ castratie werd aangeboden. Tijdens de allereerste demonstratie voor homorechten in Nederland, 21 januari 1969, protesteerde men tegen de bovengenoemde wet, artikel 248bis van het Wetboek van Strafrecht. In 1971 verviel het gewraakte artikel. Gelukkig zijn we sinds de jaren ’50 een heel eind verder gekomen. Homoseksuelen kunnen in Nederland niet meer worden veroordeeld voor hun geaardheid, kunnen met elkaar trouwen en samen een kind adopteren. Helaas is nog veel te vaak in de krant te lezen dat mensen vanwege hun geaardheid worden gepest, beledigd of zelfs op straat worden aangevallen. Natuurlijk valt er iets te zeggen voor de huidige wetgeving op het gebied van bloeddonatie. Uit onderzoek blijkt inderdaad dat homoseksuelen nog steeds een aanzienlijk grotere kans hebben op aandoeningen als HIV. In landen als Italië, Spanje, Zweden en Portugal mogen homoseksuelen sinds enkele jaren wel bloed doneren, wat volgens deze landen geenszins heeft geleid tot een verhoogd risico op besmet bloed. Het wordt tijd dat ons land dat, ondanks alle vervolgingen in het verleden, ooit voorop liep in de behandeling van homoseksuelen, deze weg weer inslaat. d


GESCHIEDENIS

EINDELOOS NUMMER 3 - PAGINA 6

Moord van de Maand Mensen moorden, dat doen zij in het heden en dat deden zij in het verleden. Van politieke moord tot massamoord en van seriemoord tot zelfmoord, moorden spelen een onmiskenbare rol in de geschiedenis. In de Moord van de Maand neemt Eindeloos een bekende of minder bekende historische moord onder de loep.

Erwin Rommel Maurits Thomassen - Erwin Rommel (Heidenheim an der Brenz 1891) is een van de bekendste Duitse generaals uit de Tweede Wereldoorlog. Niet in de laatste plaats omdat hij ook in het Westen waardering en aanzien genoot. Churchill noemde hem ooit een dapper en briljante tegenstander, iets dat hem niet in dank werd afgenomen door enkele Britse parlementariërs. Deze waardering heeft Rommel niet alleen te danken aan aan zijn prestaties op het slagveld, maar ook aan het relatief goed behandelen van krijgsgevangenen en dwangarbeiders. Zijn betrokkenheid bij het complot om Hitler te vermoorden en hieropvolgend Rommels dood hebben ervoor gezorgd dat hij lange tijd werd gezien als een dappere Duitser die het tegen Hitler op durfde te nemen. WOI Na het gymnasium gaat Erwin Rommel het leger in en komt terecht bij het 6e Würtembergse infanteriekorps. In de Eerste Wereldoorlog dient hij ten westen van Verdun waar hij in september 1914 zwaargewond raakt. Na zijn herstel wordt Rommel ingedeeld bij het Alpenkorps en onder zijn leiding worden in 1917 de

Italianen op briljante wijze verslagen. Na de oorlog geeft Rommel les en maakt hij carrière binnen de Reichswehr, later de Wehrmacht. Hij schrijft zijn belevenissen uit de oorlog op en dat valt onder andere in de smaak bij Adolf Hitler die hem in 1939 bevordert tot generaal-majoor. WOII Na de inval in Polen wordt Rommel in 1940 bevelhebber van de 7e pantserdivisie en hier blijken de verrassings- en bewegingstacktieken die hij bij de Alpen infanteriedivisie in WOI heeft geleerd, uitstekend van pas te komen. De pantserdivisies van Rommel en andere generaals spelen een belangrijke rol bij de uitvoering van Fall Gelb, de aanval op Frankrijk, Nederland en België. De geallieerden worden teruggedrongen; de Franse en Britse troepen worden zelfs geheel omsingeld bij Duinkerken door het snelle doorstoten in de Ardennen, België en het noorden van Frankrijk door de pantserdivisies van de generaals Rommel, Guderian en Reinhardt. De Duitse pantserdivisies rukten zo snel op dat het gevaar bestond dat zij geïsoleerd raakte van de rest van het Duitse leger, tot grote ergernis van het oppercommando. Het negeren van de

bevelen heeft geen consequenties want het loopt voor de Duitsers allemaal net goed af: de operatie is een groot succes en de Blitzkrieglegende is geboren. Tot groot ongenoegen van de pantsergeneraals mogen zij het karwei alleen niet afmaken en ontsnappen meer dan 300.000 Britse en Franse troepen naar Engeland. Rommel brengt een groot gedeelte - van januari ‘41 tot juli ’43 - door in Noord-Afrika. Hij vecht achtereenvolgens in Libië, Tunesië en Egypte vechten, onder meer bij de twee beroemde veldslagen om El Alamein. Opnieuw

“De Duitse pantserdivisies rukten zo snel op dat het gevaar bestond dat zij geïsoleerd raakten van de rest van het Duitse leger”


GESCHIEDENIS

negeert Rommel een bevel van Hitler, nu dat er niet teruggetrokken mag worden. Na een half jaar in Griekenland en Italië gelegerd te zijn keert Rommel in november ’43 weer terug in Frankrijk en komt hij onder bevel te staan van Von Rundstedt, opperbevelhebber aan het westelijk front, die belast is met het verdedigen van de Atlantikwall. Rommels dood De dood van Rommel heeft niet zozeer te maken met de prestaties van Rommel als militair, hij was immers populair bij het volk en ook redelijk geliefd bij Hitler en Goebbels. Het heeft alles te maken met zijn betrokkenheid bij het ‘complot van 20 juli’ en operatie Walküre. Op 20 juli 1944 vindt er een aanslag plaats op Adolf Hitler in zijn hoofdkwartier de Wolfsschanze, in Polen. De aanslag is onderdeel van operatie Walküre die tot doel had Hitler om te brengen en de politieke macht van de NSDAP en de SS af te nemen. De aanslag mislukt en in plaats van een coup worden 7000 vermoedelijk couplegers en betrokkenen gearresteerd waarvan er 5000 worden terechtgesteld. De naam van een van de betrokkenen luidt Erwin Rommel.

EINDELOOS NUMMER 3 - PAGINA 7

“Rommels dood heeft alles te maken met zijn betrokkenheid bij het ‘complot van 20 juli’ en operatie Walküre”

Omdat Rommel zo’n goede staat van dienst heeft en zeer geliefd is bij het volk en binnen de Wehrmacht wordt hem een aanbod gedaan. Op 14 oktober wordt hem de keuze voorgelegd: of een gang naar het Volksgerichtshof waar men hem ongetwijfeld ter dood zal veroordelen of Rommel moet zelfmoord plegen. In dat laatste geval zal zijn familie gespaard worden, een pensioen ontvangen en zal hij een staatsbegrafenis krijgen. Rommel denkt even na, maar weet dat hij geen keus heeft. Hij neemt afscheid van zijn vrouw en zoon en stapt in de auto bij

de generaals Burgdorf en Maisel. In de auto krijgt Rommel een cyanidepil die hij even later inneemt. Vervolgens verkondigt Hitler een officiële dag van rouw, Rommel wordt met militaire eer begraven. Een held of toch een schurk? Na de oorlog werd Rommel in Duitsland, maar ook daarbuiten wel gezien als een voorbeeld van verzet tegen Hitler en een slachtoffer van tirannie. Dat dit beeld geheel verkeerd is, betoogt tegenwoordig de Duitse historicus Wolfgang Proske. Volgens Proske was Rommel wel degelijk een fanatiek nazi en antisemiet. Volgens andere historici was Rommel helemaal niet betrokken bij de aanslag op Hitler. Tot op heden blijft het in Duitsland een gevoelig onderwerp waar weinigen hun vingers aan durven te branden. Velen zien in Erwin Rommel nog steeds een held. In Heidenheim staat een groot gedenkteken voor Rommel en in Duitsland zijn er twintig straten naar hem vernoemd. d


KOKEN MET COKS

EINDELOOS NUMMER 3- PAGINA 8

Koken met Coks

Terug van weggeweest: een kookrubriek in de Eindeloos. (De langstudeerders onder u zullen zich ongetwijfeld de succesvolle rubriek Maria’s Achterkant nog herinneren.) Fijnproefster Coks Donders zal maandelijks een bijzonder smakelijk en historisch verantwoord recept presenteren. Deze maand, speciaal voor Kerstmis: Britse mince pie.

Britse mince pie 10 mince pies

Mincemeat Rasp de sinaasappel. Verwarm de bruine rum met de geraspte sinaasappelschil en los de bruine basterdsuiker erin op. Hak de rozijnen, sultanarozijnen en krenten fijn. Dit is even een naar klusje, want het voelt vreemd om krenten te snijden. Schil en snijd de appels in kleine blokjes net zo groot als de krenten. Meng de appels, rozijnen en krenten met de boter, citroenschil en kaneelpoeder, nootmuskaat en piment. Schenk de bruine rum erover en spatel goed door. Schep het mince-mengsel daarna in een steriele droge pot en laat het afkoelen. Deeg Snijd de boter in blokjes. Wrijf de boter, bloem, amandelpoeder en suiker tot een kruimelig deeg. Voeg de eidooier en het water toe en kneed tot een egaal deeg. Verpak het deeg in plasticfolie en laat circa 30 minuten rusten in de koelkast. Verwarm de oven voor op 180 ºC. Vet de cupcaketray in. Rol het deeg uit tot een dunne plak en steek er 12 cirkels uit. Kneed het overige deeg bij elkaar en rol opnieuw uit. Steek er stervormen uit. Druk de deegcirkels voorzichtig in de cupcaketray. Vul het deeg met de het mince-mengsel en dek de taartjes af met de deegster. Druk de randjes goed aan. Bestrijk de bovenkant met het eidooiermengsel. Bak de minced pies in circa 25 minuten goudbruin en gaar. Bestuif voor het serveren met poedersuiker.

Coks Donders - Een traditioneel Brits kerstdiner is niet compleet zonder de mince pie: een verrukkelijk taartje gevuld met gekonfijt of gedroogd fruit (in de praktijk veel rozijnen), rum (of brandewijn) en een boel specerijen. Dit tegenwoordig kleine baksel, vaak niet groter dan een cupcake, kent een onwaarschijnlijke geschiedenis die ons via Britse puriteinen en kruisvaarders terugbrengt

Voor de mincemeat (vulling) - 1 sinaasappel - 1 appel - 30 gram gekonfijte citroenschil - 125 gram bruine basterdsuiker - 125 gram grote rozijnen - 125 gram sultanarozijnen - 125 gram krenten - 125 milliliter bruine rum - 0.5 theelepel kaneelpoeder - 1 mespuntje nootmuskaat - 1 mespuntje piment Voor het deeg - 140 gram koude boter - 225 gram bloem - 50 gram amandelpoeder - 50 gram suiker - 1 eidooier - 2 eetlepels koud water Verder - 1 cupcakevorm - boter om in te vetten - een lege voorraadpot, of een collectie lege en schone jampotjes - een extra eidooier om het deeg te bestrijken - poedersuiker ter versiering - een deegsteker van ongeveer 10 centimeter doorsnede - eventueel een deegsteker in een leuke vorm, zoals een ster (foto) - vershoudfolie

naar de Saturnaliën van het Romeinse Rijk. Een heerlijk verhaal en bovendien leuk om te vertellen thuis, mocht er een pijnlijke stilte vallen tijdens het kerstdiner. Losbandige Romeinen Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat de Oude Romeinen allerminst lekkernijen aten die ook maar enigszins leken op deze mince pies. Toch begint

de geschiedenis van het taartje bij de jaarlijkse Saturnaliën, het heidense feest op de zonnewende van 21 december. De Romeinen vierden feest om Saturnus, de god van de landbouw eer te bewijzen en te danken voor de oogst. Dit uitte zich vaak in ongeremde schranspartijen en onverantwoord drinkgedrag. Romeinen lieten massaal de stijve toga’s thuis, kleedden zich in losse gewaden en zetten een


KOKEN MET COKS

EINDELOOS NUMMER 3 - PAGINA 9

pileus op hun hoofd, een muts vergelijkbaar met die van Kabouter Wesley. Het saturnaliënfeest was mede door het buitensporige gedrag van de hele samenleving waarschijnlijk het favoriete feest van vele Romeinen. Iedereen mocht deelnemen, van keizer tot slaaf. Daarnaast is het vast geen toeval dat saturnalia in het Latijn “orgie” betekent. Zo’n prachtig feest moest wel overgenomen worden door het opkomende christendom. Al lijkt het hedendaagse carnaval de meeste kernmerken van de saturnaliën geadopteerd te hebben, het feest van de zonnewende en de bijbehorende banketten bleven belangrijk in het vroege christendom.

kaneel. Deze drie ingrediënten zouden aan het vlees toegevoegd worden als symbool voor mirre, goud en wierook, de cadeaus van de drie koningen aan

Het deegkribbetje van de paus De vroegste vorm van de mince pie vinden we daarom ook terug in het Vaticaan. Pausen, kardinalen en andere katholieke bobo’s uit de eerste eeuwen van onze jaartelling aten met de zonnewende, ondertussen omgedoopt tot Kerstmis, traditioneel gezoet vlees in een deegkribbe ter ere van de geboorte van Jezus Christus. Het vlees-in-deeg ontwikkelde zich steeds verder tot een volwaardige meat pie door de kruistochten richting het Heilige Land. Kruisvaarders keerden terug met toen nog onbekende specerijen als nootmuskaat, kruidnagel en

het kindje Jezus. Het zoete vlees van toen verklaart waarom de vegetarische vulling van de hedendaagse mince pie nog steeds mincemeat heet. In tijden van de kruistochten was de mince pie een grote taart, zoals eerder gezegd in de vorm van een kribbe. In de loop der jaren slankte het taartje af tot een veel kleiner exemplaar. Het onderstaande recept is voor mince pies even groot als cupcakes, maar in Groot-Brittannië zijn ze soms nog kleiner. Hapslik-weg, als een petitfour. En ja, echt: ook de grootte van de mince pies is bepaald door de geschiedenis.

“De mince pie kreeg het zwaar te verduren onder het bewind van Oliver Cromwell: het taartje was te katholiek”

Te katholiek Dat er vandaag de dag niet meer genoten wordt van grote mince pies is te danken aan de puriteinse Oliver Cromwell en de zijnen. Op 22 december 1657 verbood Cromwell Kerstmis. Het zou vraatzucht en dronkenschap promoten en niet genoeg gericht zijn op de werkelijke betekenis: de geboorte van Jezus (haha nee, niet de zonnewende). In Londen zouden soldaten huizen langs zijn gegaan om kerstdiners te vernietigen. De mince pie kreeg het zwaar te verduren: hij werd verboden, want hij was te katholiek. Het taartje ontwikkelde zich daardoor wel tot hoe hij nu vandaag de dag gemaakt wordt. Omdat het niet meer mogelijk was om in de decembermaand kersttaarten te bakken, vervroegden de Britten het kookproces gewoon drie maanden. De mincemeat werd al begin september gemaakt en opgeslagen in potten, zodat de puriteinse overheersers niet konden beweren dat de vulling speciaal voor kerst was gemaakt. Om de mince pie onherkenbaar te maken, werd hij voortaan gebakken in kleinere exemplaren. Misschien makkelijker te verstoppen, maar vooral makkelijker om op te eten. Hap-slik-weg, precies zoals vandaag de dag dus. Overigens mocht kerst gewoon weer gevierd worden toen koning Karel II aan de macht kwam in 1660. Mince pies bleven echter klein, maar nog steeds heel fijn. In de loop der jaren veranderde bovendien onze smaak: de vegetarische mincemeat won aan populariteit, waardoor de vulling nu ook voor meer doeleinden gebruikt kan worden. Wie niet dol is op taart gebruikt het gewoon in plaats van jam, serveert het bij een bolletje ijs of bij de kaasplank. Wie het echt goed wil doen, begint net als die Engelsen volgend jaar al in september: echt, de smaken zijn dan nog beter. Je kunt de pot(jes) gewoon in de koelkast bewaren. Veel plezier! d


COLUMN

EINDELOOS NUMMER 3 - PAGINA 10

Lezingleed Juliëtte van den Hil – We staan in een kleine zaal van de Senate House Library, de bibliotheek en het conferentiegebouw van de University of London waar zo direct een lezing zal plaatsvinden over “Perceptions of the Angevins”. Ik herken enkele masterstudenten van overlappende vakken, maar verder zie ik vooral oude mensen. Die worden allemaal begroet met een vrolijk “Paul, fijn dat je er bent” en “Sophie, wat een fantastische paper las ik laatst van je” – iedereen is hier te cool voor achternamen. De archetypische aanwezigen van een academische lezing op een rijtje: De onderzoeker, in dit geval Jane Martindale, gekleed in een wijd hip gewaad voor dames op leeftijd met de typische grote kralenketting en een vlinderbril om de nek. De afgelopen maanden heeft de onderzoeker zich gebogen over een bepaald onderwerp en geconstateerd dat er een lacune is in de wetenschap over dit onderwerp; uiteraard is het zijn of haar missie om die lacune op te vullen. Het betreft meestal een uitermate obscuur

onderwerp en ook het bestaan van de lacune is vaak enigszins discutabel. Martindale heeft de kroniek van Richard of Devizes onderzocht en daarin een verwijzing ontdekt naar de Thebaïs, het episch dichtwerk van Statius over de broederstrijd tussen de zonen van Oedipus waarmee Richard het thema ‘sibling strife’ een centrale plaats zou hebben gegeven. Interessant onderwerp, maar een vlugge blik door de ruimte doet vermoeden dat iedereen de presentatie net zo chaotisch vond als ikzelf. De ik-ben-hier-de-echte-expert, de heer op de eerste rij die iedereen een slecht gevoel geeft door meteen na de presentatie met allemaal goed geïnformeerde vragen te komen. Ik voel me al iets beter als Martindale op de meeste vragen ook geen respons heeft en vaagjes antwoordt dat ze die bronnen nog moet bekijken of die invalshoek nog moet uitpluizen. Een keer gebruikt ze zelfs “mijn bronnen liggen nog in Cambridge” als de academische versie van de eerstejaars die beweert dat het werkstuk dat vandaag moest worden ingeleverd helaas geprint op de linkerhoek van zijn bureau ligt. De mijn-onderzoek-is-ook-belangrijk. De dame achterin (slechts geïdentificeerd als “Linda” – echt, mensen, achternamen!) neemt deze taak gewil-

lig op zich. Haar onderzoek richt zich op een andere periode en een ander gebied, geen Angevin te bekennen, maar zij doet ook iets met referenties en percepties en o, in haar onderzoek komt ook een poëtische bron voor. Niemand begrijpt de vraag en Martindale houdt het bij een bedankje voor een “interessante opmerking”. Codetaal voor “houd alsjeblieft je klep”. De jouw-onderzoek-slaat-helemaalnergens-op, de favoriete persoon van iedereen die een lezing voornamelijk in de hoedanigheid van ramptoerist bijwoont. Hier een wat oudere dame die zich het eerste anderhalf uur stilhoudt aan de zijkant van de ruimte en dan met een welgeplaatste kaakslag zich de discussie binnen slaat. “De verwijzing naar een klassieke dichter is gewoon een topos in kronieken. Het is onzin om daar meer achter te zoeken, het betekent namelijk niets.” Ze valt niet alleen de interpretatie van Martindale aan, nee, ze trekt de bestaansreden van de hele paper in twijfel. Martindale geeft een soort halve verdediging voor haar onderzoek, waarna de dame terugzakt in haar stoel en verder triomfantelijk haar mond houdt. Punt gemaakt. Over de Angevins zelf of de perceptie van deze dynastie heb ik helaas weinig tot niets opgestoken. d

Activiteiten komende maand Gala van de FGW (20 december)

Boekverkoop

(10 tot 19 januari)

Berlinale met de FiCo (13 tot 16 februari)

Grote Reis: Warschau, Vilnius, Riga en Talinn (26 april tot 6 mei)


GESCHIEDENIS

EINDELOOS NUMMER 3 - PAGINA 11

Ongelooflijke Oorlogen Aflevering 3:

De Vlaggenmastoorlog (1845-146)

Sander Wellens - De Britten zijn wereldkampioen in darten, theedrinken en nutteloze oorlogen voeren. In vorige afleveringen van deze rubriek trokken zij al ten strijde om een afgeslacht speenvarkentje en een oude stoel. Voor de Ongelooflijke Oorlog van deze maand was een beschadigde vlaggenmast genoeg om de Flagstaff War van 18451846 te starten. De Europeanen bereikten door hun verbeterde scheepvaarttechnieken in de loop van de negentiende eeuw alle uithoeken van de wereld. De Britten waren tijdens hun koloniale avonturen op zoek naar rijkdom en macht ver van huis beland toen zij in 1840 voor de kust van het Nieuw-Zeelandse plaatsje Kororareka hun anker uitwierpen. Tot nog toe geen probleem, de inheemse Maori vonden die bleke mannetjes met hun rare accent wel grappig. De Maori vrouwtjes vielen bij de Britten ook wel in de smaak. Dit veranderde echter al snel toen de Britten hun ware bedoelingen onthulden. Nieuw Zeeland zou een Engelse kolonie moeten worden met Auckland als hoofdstad. Om verdere misverstanden te voorkomen, plantten de Britten maar meteen de Union Jack in de grond, een spreekwoordelijke vlag op een modderschuit. Maori stamhoofd Hone Heke zag de bui al hangen en besloot de vlag

inclusief mast uit de grond te trekken en in zee te dumpen. De Britten gaven echter niet op en besloten om diezelfde dag nog een nieuwe vlag van hun schip te halen. In de maanden daarna vond er een kat en muis spel plaats tussen de Engelsen en de Maori. Het lukte stamhoofd Heke nog drie keer om de Britse vlag te stelen voordat de Britten er een hekje en wachtpost neer zetten. Het Britse parlement besloot dat de Maori geen recht hadden op het omhakken van hun vlaggenmast, laat staan op eigen land. Het Britse gezag draaide in de maanden daarna de duimschroeven stevig aan. De Maori werden onderworpen aan een beleid van onderdrukking en gedwongen kerstening. Op 11 maart 1845 besloten Heke en andere stamhoofden dat het genoeg was. In wilde razernij vielen ze alles aan wat hen ook maar aan de Britse onderdrukker deed denken. Mannen, vrouwen, kinderen, vee, huizen en ja, ook de vlaggenmast moest er weer aan geloven. Het duurde meer dan tien maanden voordat de Britten de rust weer hadden hersteld. De Britten wonnen de Vlaggenmastoorlog, maar Heke had het toch mooi voor elkaar gekregen dat de Union Jack uit angst voor een nieuwe opstand nooit meer gehesen zou worden. d

COLOFON

Hoofdredacteur Hugo van Doornum Eindredactie Afke Berger Hugo van Doornum Maurits Thomassen Vormgeving Hugo van Doornum Drukwerk Speed-o-Print, Amsterdam Eindeloos wordt gedrukt op 120-grams gerecycled papier Redactie Hannah van der Bles Coks Donders Linda van Exter-Wright Lauren Heida Jacomine Hendrikse JuliĂŤtte van den Hil Vera Meuleman Maurits Thomassen Lisa Tiggelman Sander Wellens Redactieraad Dr. Jouke Turpijn Dr. Willem Melching Prof. Dr. Wyger Velema Dr. Wendelien van Welie Uitgever: Stichting Eindeloos Eindeloos is een onafhankelijk periodiek van en voor de studierichtingen Geschiedenis en Kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Het blad wordt uitgegeven door de Stichting Eindeloos en is gelieerd aan studievereniging Kleio. Eindeloos ligt iedere maand in de bladenbakken van het P. C. Hoofthuis en in het Kunsthistorisch Instituut. Reacties, ingezonden stukken, liefdesverklaringen en hatemail kunt u sturen naar eindeloos@kleio-amsterdam.nl

Zie ook eindeloosweblog.wordpress.com


ACHTERAF

EINDELOOS NUMMER 3 - PAGINA 12

Sinterklaas - Op het hoofdkantoor van Eindeloos viel in de namiddag van de vijfde december een brief op de mat. Omdat wij nauwelijks post krijgen, renden we naar buiten om te zien wie ons deze brief had gebracht en zagen toen nog net in de verte een donkere gedaante gekleed in een regenjas wegrennen. Op zijn hoofd droeg hij een paarse muts waaruit een gele veer stak. In de enveloppe zat het volgende gedicht (naam is bij de redactie bekend):

Lieve Quinsy Gario

Hoe is het toch zo ver gekomen Waarom nu, knul, ben je zo boos Denk jij dat je nog in zult tomen, Of is de kwestie eindeloos? Je bent erg nijdig en gekwetst Dat is wel duidelijk mijn vent, Maar dat je raaskalt en ook zwetst Dat lijkt de Sint hoogst evident. Je houdt blijkbaar niet van mijn festijn En dat wordt heus door mij geduld Maar ‘t doet mij werkelijk veel pijn, Wat jij thans van de daken brult. Jouw aanklacht is boosaardig en vilein En bovendien hoogst onbetaam’lijk Per slot is mijn feest er om gezaam’lijk Te vieren, tot vermaak van groot en klein. Maar dat is iets dat jij in ’t geheel niet ziet Of juist niet wilt zien, moet ik zeggen Anders valt het niet uit te leggen Jouw obsessie met mijn Zwarte Piet. Je bent werkelijk door aan ’t draven ‘Zwarte Piet is racisme’, is jouw leus Alleen omdat hij zwart is, heus? Piet heeft toch niets gemeen met negerslaven? Uit de geschiedenis kan men niet selectief Iets kiezen, en dan zelf wat construeren Om daarna nonsens te beweren Neen, Quinsy Gario! Dat is niet lief! Dus beste vriend, de Sint verzoekt je om voortaan Eerst eens een boek te lezen en je te verdiepen Opdat je volgend jaar niet weer zult piepen, Zodra wij in de stoomboot varen, op de oceaan. Want Quins, laten we eerlijk wezen Gebrek aan kennis heeft jou nooit gehinderd Over Odin en Sleipnir heb je vast nooit gelezen, Dan had je je protest wel wat geminderd. Het Sinterklaasfeest dat wij heden vieren Gaat voort op feesten van voorheen Het zou de Sint danig plezieren Als dit bekend was in ’t algemeen. Want lang voor Noormannen en Germanen Wisten van het bestaan van Afrikanen Verfden zij bij gelegenheid Hun porem zwart, dat is een feit. d

5 december 2013

Eindeloos december 2013  

- Selectieve masters - Nieuws in het Midden-Oosten - Bloeddonatie - De dood van Erwin Rommel - Koken met Coks - Lezingleed - Vlaggenmastoorl...