__MAIN_TEXT__

Page 1

FILAKRANT 20

15

Ja ar ga ng no .4

Gratis jaarkrant voor actieve munten- en postzegelverzamelaars in België en Nederland

Eindejaarsbeurs 2013: Record aantal van 5148 betalende bezoekers

Nieuw:

14 & 15

De munten van Valkenburg

Nieuwsgierig?? Kijk op pag 58

40 - 43

Alles over Roofvogels

16 - 23

45 - 47

IJslandvlucht Graf Zeppelin

Japanse Stripfiguren

28

Kunst of kitsch bankbiljetten

“Eindejaarspenning”

W

erden we in 2009 nog verrast door de 1e editie van het Giga jeugdevenement Stamptales tijdens de Eindejaarsbeurs. In december 2011 volgde de introductie van de inmiddels alom bekende (en gewaardeerde) gratis Filakrant.

34 & 35

De vierde editie die u nu in de handen houdt is al 64 pagina’s. De vernieuwingsdrang van de Eindejaarsbeurs is echter nog lang niet over. Tijdens de Eindejaarsbeurs 2014 zal op 29 december tussen 14.00 en 15.00 uur de uitreiking plaatsvinden van de Eerste EINDEJAARSPENNING.

Fiddler on the Roof

Een onderscheiding die alleen toegekend kan (en zal) worden aan personen met een grote (en/of bijzondere) verdienste in de wereld van de Filatelie en/of Numismatiek. De Penning is prestigieus zowel in toekenning als uitvoering. 60 mm doorsnee en van Rijksgekeurd zilver. Bijgaand een afbeelding van de voorzijde - en achterzijde van de penning.

48

Munten O.Z.O. 50 & 51

Württemberger Fächerstempels


2

FILAKRANT 2015

% 6 5$ )  4 5" . 1     

In 2015 kunt u ons helaas niet meer de beurzen % 6 5 $op) 4 5 " ontmoeten, . 1      maar wel in onze winkel en op het internet.

Kijk voor ons wekelijks groeiend aanbod in de online shop op

www.dutchstamp.nl

* Betere zegels 1840-1959 postfris, ongebruikt en gebruikt * Jaargangen postfris 1960-2012 * Collecties en partijen vanaf ďż˝ 25,van de gehele wereld Maanderpoort 11 6711 AB Ede.

Tel. 0318-610334 E-mail postzegels@dutchstamp.nl


FILAKRANT 2015

Colofon

Inhoud Eindejaarspenning Voorwoord - Taxeren - Spechten op postzegels  De 1e Chileense luchtpostzegels van 1927 Beursagenda 2015 - Nabespeking 2014 Beurs besprekingen Postcensuur en kamppost in Nederlands-Indië 1940-1942 Nectar en Ambrozijn De munten van de heerlijkheid en het Graafschap Valkenburg IJslandvlucht Graf Zeppelin LZ 127, 1931 Meewerkende speciaal verenigingen De Scheepstempels van de CMB ‘-ville’ schepen. Deel 1 Half jaar programma PostNL Een blik op de filatelie van Marokko Een beetje zegelen Kunst of Kitsch bankbiljetten Postzegels verzamelen is fun Mijn ontdekkingstocht door en liefde voor de filatelie De Emir van Bahawalpur H.M.S. Cossack of H.M.C.S. Iroquois? Fiddler on the Roof Een kaart naar Idaho, United States

1 3 5 7 7-9 10-11 13 14-15 16-23 23 24-25 25 26-27 27 28 29 31 32 33 34-35 36

Numismatiek en humor?! Verzamelt u Ifni, Cabo Juby en Spaans Sahara Megafusie Roofvogels Valse Belgische postzegel - Jaarprogramma Duitse Post Stripfiguren op Japanse postzegels Deel 7 en 8 Munten met de instempeling O.Z.O. Griekenland, Hellas, een eldorado voor verzamelaars Mermos- Strips en filatelie Latijns Amerika De Württemberger Fächerstempels Meer of minder winkels Maria Montessori geëerd in Nederland ITALIË deelt niet in de postzegelmisère! 140 jaar Banja Luka Brouwerij Een filatelist in Kiev Een korte geschiedenis van de muntslag De onfortuinlijke m/v Charlesville De postzegeltentoonstelling van 1930 te Antwerpen Eindejaarspenning Walvisbaai 20 jaar bij Namibië Veilingagenda 2015

37 38-39 39 40-43 44 45-47 48 49 49 50-51 51 52 53 53 54 55 56 57 58-59 60-61 62

Voorwoord: Over de Krant U heeft nu de langverwachte Filakrant 2015 in handen. De omvang is toegenomen naar 64 pagina’s i.p.v.48. De stroom van kwalitatief hoogwaardige en/of leuke artikelen was dusdanig groot dat we dit wel moesten besluiten(en nog is alles nog lang niet geplaatst). Nadelig voor ons is nu wel dat de Eindejaarsbeurs meer moet sponseren. Wij houden ons hart vast voor volgend jaar. Als de oplage verhoogd moet worden en de krant steeds dikker wordt zullen de advertentietarieven helaas weer iets moeten stijgen. Natuurlijk moeten wij alle inzenders weer bedanken voor hun moeite en ga vooral zo door, waag gerust de gok, bel ons en met overleg kan er heel veel. Over de V.O.V.V.- Beurzen Misschien interessant voor u om te weten! Wij worden als vereniging officieel (en na goedkeuring uit Brussel) erkend als fondsenwerver voor goede doelen. Dit is natuurlijk niet vanzelf gegaan. Hier hebben wij niet om gevraagd maar deze status is ons toegekend

door de belastingdienst. Andere beursorganisatoren hadden bij de fiscus geklaagd over onze oneerlijke concurrentie en dus kregen wij te maken met een onverwacht, langdurig en diepgaand onderzoek van de belastingdienst over een reeks van jaren. Hieruit bleek duidelijk dat wij ons ondanks het succes van de beurzen op geen enkele manier verrijken en er zelf nog steeds geld op toeleggen doordat wij onze kosten (en die zijn groot) niet declareren. Dat het de klagers niet lukt om hun eigen inkomen of vergoedingen nog verder op te schroeven is niet onze schuld. Over de Filatelie Onze hobby staat nog steeds zwaar onder druk. Verenigingen kampen met dalende ledenaantallen of worden zelfs opgeheven. De handel heeft nog duidelijk last van de recessie en een aantal andere factoren (b.v. ongeldigheid gulden zegels). Ook gaan Bpost en Post.NL onvermoeibaar door met het verder verzieken van onze hobby voor de gewone (en niet zo kapitaalkrachtige) verzamelaars. Efficiëntie is in dit geval dom gelul. Ons omringende landen doen het

Apeldoornse Postzegel- en Muntenbeurs GR TOE GAN ATIS 10.0 G/PARK 0-16 E .00 u REN ur

Locatie: Wijkcentrum Het Bolwerk Ravelijn 55 7325 NT Apeldoorn Eigen vervoer: Komende van A1: uit richting Deventer / Amersfoort. Afslag A50 richting Zwolle. Dan afslag 24 Teuge / Apeldoorn. Komende van A50: uit richting Zwolle / Arnhem. Zelfde afslag 24. Op Zutphensestraat (N345) bij de 2e stoplichten rechtsaf. Volg de borden wijkcentrum Het Bolwerk. Openbaar vervoer: De locatie ligt tegen het treinstation Apeldoorn-Osseveld. (30 meter afstand) Stadsbussen vanaf Apeldoorn station. Bus 5 - Halte Talma Borgh Bus 15 - Halte NS / Osseveld.

Agenda:

3e zaterdag v.d. maand 17 januari 2015 21 februari 2015 21 maart 2015 18 april 2015 16 mei 2015

Zomerstop juni t/m aug. 19 september 2015 17 oktober 2015 21 november 2015 19 december 2015

Goede betaalbare catering Koffie/thee/fris € 1, Broodjes v.a. € 1,50

Ca. 20 standhouders staan maandelijks voor u klaar. Zeer gezellige zaal met schitterend daglicht. Door de ligging tegen het station perfect te bereiken per spoor. Info: 055-3558600 / 06-30718411 of www.eindejaarsbeurs.nl (klik Apeldoorn aan) Gratis een eerlijke en objectieve taxatie van uw verzameling en/of nalatenschap.

Op

17 oktober ideaal voor een gecombineerd bezoek met de Postex. De beurs is op bijna loopafstand en het assortiment zal u zeker niet tegenvallen. De koffie is lekker, goedkoop en in een kopje. zaterdag

3

(soms ook wel discutabel) stukken beter. Als bonden daadwerkelijk de belangen van al hun leden zouden vertegenwoordigen had men al jaren geleden alle connecties met de betreffende filatelistische diensten moeten verbreken. Gesprekken hebben alleen zin als de andere partij luistert en er iets mee doet. Lichtpuntje in de filatelie is misschien de Megafusie waarover u kunt lezen op pagina 39. Over de Numismatiek Ook hier heeft de handel te kampen met de recessie. De Koninklijke munt geeft niet de indruk een doelgericht beleid te hebben en zijn stuurloos. Wij kunnen ons voorstellen dat verzamelaars hier moeite mee hebben. Geen leuk verhaal, maar wel eerlijk. Rest ons nog u weer veel leesplezier te wensen en tot de editie 2016. Evert en Pamela

V.O.V.V. Redactie V.O.V.V. p/a Tienwoningenweg 53 7312 DL Apeldoorn Tel.: 055 - 355 86 00 e-mail: organisatie@eindejaarsbeurs.nl Vormgeving: Uitgeverij Stedendriehoek Verspreiding: van 29 dec. 2014 t/m 2015

Taxaties

Uw verzameling of nalatenschap verkopen? De volgende stellingen zijn bewezen Onjuist. - Een veiling zorgt altijd voor de hoogste opbrengst.!! - Een beëdigd taxateur is altijd betrouwbaar.!! - Een lid van de N.V.P.H. of Belgische beroepskamer taxeert altijd eerlijk.!! - Nalatenschapscommissies van verenigingen zijn er voor uw belang.!! - Donaties aan jeugd komen altijd goed terecht.!! Wat dan? Dat weten wij ook niet altijd, maar wij kunnen wel zorgen voor een eerlijk advies. We hebben een goed beeld van de huidige marktwaarde en begeleiden u eventueel naar het goede adres. U kunt altijd bij ons terecht op de Apeldoornse Postzegel- en muntenbeurs (zie hier linksonder).

Spechten op postzegels

H

ier zijn enkele mooie postzegels met spechten uitgegeven door de Maleisische Post. Pos Malaysia gaf op 13 januari drie zegels en een blaadje uit met plaatselijke spechten.

De afgebeelde spechten zijn de volgende: 60 sen: Banded woodpecker (picus miniaceus) of Meniespecht enkomt veelvuldig voor in zuid-oost Azië.( Brunei, Cambodja, Indonesë, Malaysia, Singapore, en Thailand). 80 sen: Common Goldenback (Dinopium javanense) of Javaanse Goudrugspecht heeft een groter verspreidingsgebied (Bangladesh, Brunei, Cambodja, China, India, Indonesia,

Laos, Malaysia, Myanmar, the Philippines, Singapore, Thailand, and Vietnam). RM 1: The Lesser Yellownape (Picus chlorolophus) Kleine Geelkuifspecht iswijd verspreid inZuid-Ooqr Azië van India en Sri Lanka tot zuid China en Sumatra. RM 5: White bellied woodpecker (Drycopus javensis) of Witbuikspecht komt voor in de tropische wouden van Azië.


4

FILAKRANT 2015

BRIEVEN EN POSTHISTORIE * Nederland & gebieden

* FDC’s * Zuid Amerika * Fun Corner

Nu op www.bbfila.com

DRUKWERK collectie Nederland

Bert Brinkman - Gouda - e-mail bbfilatelie@planet.nl

Online brieven op:

www.bbfila.com

22e INTERNATIONALE POSTSTUKKENBEURS

Postzegel - Partijenhandel Van Vliet Ugchelseweg 50 7339 CK Ugchelen (Apeldoorn) Openingstijden winkel: woensdag en donderdag 11.00 – 17.00 uur. Andere dagen op afspraak. Tel: 055-5416108 / 06-22997267

BRIEVENBEURS

GoldaCarta

THEMA 2015

Portzegels en ‘met port belast’

3e INTERNATIONALE PRENTBRIEFKAARTENBEURS

Filamania

5e INTERNATIONALE POSTZEGEL- EN STEMPELBEURS

Mail: info@pzh-vanvliet.nl Website: www.pzh-vanvliet.nl

WWW.BRIEVENBEURS.COM

Al ruim 20 jaar zijn we gespecialiseerd in het verkopen van verzamelingen en partijen postzegels. Onze succesformule is gebaseerd op het verkopen zoals het binnenkomt. Er worden dus nooit betere zegels en/of series uitgehaald of los verkocht. Onze prijsstelling is uiterst gunstig te noemen en komt meestal overeen met veiling inzetprijzen.

OPENINGSTIJDEN: VRIJDAG 10.30-17.00u, ZATERDAG 10.00-16.00u TOEGANG EN PARKEREN ZIJN GRATIS

Ook kunt u bij ons terecht voor een abonnement van landen, motieven en uiteraard voor alle benodigdheden op postzegelgebied. Wij nodigen u van harte uit om eens een kijkje te komen nemen in onze gezellige winkel. Zoals gewoonlijk staat de koffie altijd klaar. Wij zijn doorlopend op zoek naar nette collecties en/of partijen. Als u iets aan te bieden hebt kunt u altijd even langskomen of bellen voor een afspraak. Taxaties aan huis zijn ook mogelijk.

Dè POSTZEGELHUISKAMER VAN NEDERLAND!

SPORTCENTRUM DE MAMMOET, GOUDA 3 EN 4 APRIL 2015 CALSLAAN 101, 2804 RT

Filakrant eenmalig per post Onvangen: Toezending van Filakrant ( ook in grotere aantallen) is alleen mogelijk bij vooruitbetaling van de geldende portokosten. Neem van te voren even contact op met de V.O.V.V. via telefoonnummer: 055-355 86 00 of per e-mail organisatie@eindejaarsbeurs.nl. Betaling op bankrekeningnummer: NL48RABO0393120112 t.v.n. V.O.V.V. Apeldoorn. Ondervermelding van Naam, Adres, Postcode en Woonplaats.


FILAKRANT 2015

5

DE 1e CHILEENSE LUCHTPOSTZEGELS VAN 1927 (EN HET PRO-RAZA VIGNET) door Hans Vinkenborg naar een idee van Hugo Brinkgreve.

D

e Franse industrieel Louis Testart, woonachtig in Valparaíso, Chili, had als grote wens om een ‘vliegmaatschappij’ te starten vanaf het moment dat hij de eerste vliegtuigen gezien had. De vergunning hiervoor moest gekregen worden van de Aeroclub de Chile (later opgevolgd door de FAI) en in 1924 werd een aanvraag ingediend. Bij de besluitvorming kwamen zelfs het Chileense parlement en de president te pas omdat ‘luchtverkeer’ in die tijd nog ongeregeld was en er ook nog geen opleiding bestond voor piloot, laat staan een set eisen waaraan een piloot moest voldoen voordat hij een vliegmachine met passagiers mocht besturen. De aanvraag werd onderwerp van een zwaar politiek debat. Louis Testart wilde een geregelde lijndienst opzetten en had een concessie aangevraagd voor de verbinding tussen Iquique en Concepción (met tussenstops) en tussen Valparaíso en Santiago. Maar de vergunning werd uiteindelijk wel verleend en hij startte zijn ‘Sociedad Aérea de Navegación Comercial’. Het was de eerste echte commerciële luchtvaartmaatschappij van Chili, tot die datum was vliegen alleen een sport of tijdverdrijf voor avonturiers.

Hij begon zijn maatschappij met Junkers A-20 (waar 1 passagier in kon) en Junkers F-13 (waar zes passagiers in konden) ééndekker éénmotorige vliegtuigen. Hij kreeg ook toestemming om geregelde luchtverbindingen te onderhouden met Argentinië. Wel werd hij verplicht om op iedere lokatie waar hij mocht landen een hangar en een ‘hal’ te bouwen en landingslichten te plaatsen. En verder kreeg hij meer tegenwerking dan ondersteuning van het Chileense leger die in hem een concurrent zag terwijl ze zelf nog een luchtmacht moesten opzetten. Dit leidde er in 1928 zelfs toe dat Testart 6 maanden stil kwam te liggen. Het ging allemaal niet zonder slag of stoot omdat er nog niets geregeld was over luchtverkeersregels en veiligheid van passagiers en er was zelfs geen officiele pilotenopleiding. Toen dit allemaal in grote lijnen geregeld was kon Testart eindelijk beginnen. Inmiddels had de oprichter van Pan American Airways in de USA (Juan Trippe) in Peru een beginnende luchtvaartmaatschappij overgenomen en omgenaamd in Peruvian Airways Corp. en werd vandaaruit in Chili een maatschappij opgericht onder de naam Chilean Airways Corp. die een lijndienst begon tussen Santiago en Arica (in het noorden). Door de tegenwerking en de concurrentie was het voor Testart moeilijk om het hoofd boven water te houden en daarom vroeg (en kreeg) hij toestemming om ook post te gaan vervoeren tegen een extra vergoeding door middel van het bijplakken van postzegels. Voor dat doel werd door de overheid een postzegel beschikbaar gesteld van een niet uitgegeven emissie; het betrof een zegel van 10 centavos met een afbeelding van Bernardo O’Higgens die uitgegeven had moeten worden op 5 april 1918 ter gelegenheid van het feit dat de Slag van Maipú honderd jaar daarvoor was bevochten waarbij de Chilenen de genadeslag toebrachten aan de Spaanse overheersers. De tanding is 13 ½ x 14. Onderaan de zegel staat in witte letters ‘Centenario MAIPO’ (onder de zwarte opdruk).

Deze fraaie zegel is bruin met een blauw portret van de generaal. Testart kreeg deze zegel met 5 verschillende opdrukken in de waarde van 40 en 80 centavos en van 1,20, 1,60 en 2 pesos en de woorden Correo Aéreo. U ziet hierbij een afbeelding van deze 5 zegels met opdruk. Het waren de eerste luchtpostzegels van Chili. De eerste vlucht die Testart maakte als geregelde luchtverbinding was tussen Santiago en Valparaiso op 3 mei 1927. De zegels werden door Testart zelf op de aangeboden brieven bijgeplakt en waren niet op het postkantoor te koop. Dat verklaart ook de erg hoge cataloguswaarde, ze zijn schaars. U ziet hieronder twee voorbeelden van zulke brieven (voor en achterzijden).

De tekst laat zich alsvolgt vertalen: “Met veel genoegen geef ik deze brief aan mijn jeugdvriend Don Jorge Testart, zoon van mijn onvergetelijke vriend Don Luis Testart voor wie ik werkzaam ben geweest als general manager van Aéronavegación Comercial en op de eerste luchtlijndienst die in Chili operationeel was”. De rode stempel is weer van Testart met zijn handtekening erdoor en op de voorzijde ziet u de 5 zegels die zijn bijgeplakt. De brieven zijn beiden afge-stempeld in 1928 en als je dit op b.v. Ebay kunt vinden moet je denken aan een inzetprijs van $ 1.000. Naast de zegels uit de serie bestaat er ook een zegel zonder opdruk en met een andere tekst aan de onderzijde. Deze tekst luidt “PRO RAZA” en de tanding is nu 14 x 15. U ziet hierbij een afbeelding van dit zegel. De datum 21 mei 1925 zal wel ergens naar verwijzen, maar het is ons niet bekend naar wat. En de tekst PRO RAZA verwijst naar een scheiding van rassen, dus dat geeft zo ook niet direct een aanknopingspunt. Dit is geen officieel uitgegeven zegel en hij wordt normaal ondergebracht bij de patriotische vignetten of labels of fantasiezegels/cinderellas. Maar mooi is hij wel ! Een van de leden van de Latijns Amerika vereniging LACA (Paul Weda) bezit ook nog een gestempeld exemplaar van deze zegel dus hij is ooit daadwerkelijk bijgeplakt op brieven naast de frankering. Deze is hierbij

afgebeeld en u ziet ook een afbeelding van het stempel dat hier gebruikt is. Dit stempel werd gebruikt van 1923 tot en met 1925 in Santiago dus dat klopt met het op dit vignet gedrukte jaartal. De gebruikte vignetten zijn nog zeldzamer dan de ongebruikte want deze vignetten mochten niet voor frankering worden gebruikt. Maar als je deze als bijplakzegel op een brief zou hebben geplakt is het niet onmogelijk dat dit vignet ook afgestempeld wordt. Ik vermoed dat dit hier is gebeurd. Helaas zit dit vignet niet meer op brief, dus we zullen nooit weten hoe het gegaan is en of dit vignet heeft meegevlogen op de lijndienst Santiago-Valparaiso van Louis Testart. Op de achterzijde van de eerste brief staat een paars ovaal stempel dat door Testart is geplaatst en u ziet de extra postzegels op de voorzijde die hij mocht bijplakken als vergoeding. Op de tweede brief staat een tekst op de achterzijde geschreven, en die ziet er alsvolgt uit.

Als je goed naar het PRO RAZA vignet kijkt zie je een dunne witte rand rondom het portret. Die witte rand stond niet om het portret op de serie van 5 zegels van ‘Centenario MAIPO’. Dit is een belangrijk gegeven, want de basiszegel van 10 centavos die voor de opdruk is gebruikt is ook vervalst. En op de vervalste zegels staat wel ook zo’n dunne witte rand rondom het portret. Helaas kunnen wij u daar geen afbeelding van tonen. Het wordt dan ook verondersteld dat de vervalsingen zijn afgeleid van het PRO RAZA vignet. Opmerkelijk is tenslotte dat dit vignet gedrukt werd in vellen van 50 stuks in 8 rijen van 6 zegels en dus was er een 9e regel waarop maar 2 zegels werden gedrukt en waar de rest blanco bleef. Ik toon u hieronder een verkleinde versie van het onderste deel van dit vel waaruit dit blijkt. Het komt op mij over als een bizarre vorm van papierverspilling. Maar apart is het wel !

bronnen:

• zegelmateriaal van Paul Weda (LACA), achtergrondinformatie van Hugo Brinkgreve (LACA); • informatie over Testart: internet + brieven van E.bay.


6

FILAKRANT 2015

27e FILATELIEBEURS

��������� ������������ �������������������������� ��������������� �!��� "#����!����$��!������%�������& ���������"�''�(�����&�

Za 31 januari + Zo 1 februari 2015 DUDOK-ARENA HILVERSUM (bij station Hilversum-Sportpark) www.filateliebeurs.nl

��������������������)�(����*� "������$������&+�#�������� "(��,*���&+�-��������+�(��� ��� "�����,*�����������������&+ ���������+�����*�����"������&+ ����������".!�������&+�/0���� " ������&������������" �����& -���������1���������������� 2�!����%������������ ���3� ��������/��3�� 4����,���%�������������5������������ ��%�602�����������3�! �%����7��889�:�";��������&


FILAKRANT 2015

7

Internationale Beursagenda 2015 Voor deze agenda komen alleen beurzen in aanmerking met een substantieel (en/of internationaal) handelarenaanbod vanaf ca. 50 stands en/of beurzen met een bijzonder karakter

Datum

Wat

Waar

Plaats

Info

16 & 17 jan 2015 31-jan & 1 febr 2015 6 & 7 febr 2015 18 t/m 21 febr 2015 7 t/m 9 mrt 2015 19 t/m 21 mrt 2015 28 & 29 mrt 2015 25 & 26 april 2015 7 t/m 9 mei 2015 9 mei 2015 5 & 6 juni 2015 13 juni 2015 17 & 18 juli 2015 3 t/m 5 sept 2015 16 t/m 19 sept 2015 19 september 2015 26 & 27 sept 2015 3 & 4 okt 2015 16 t/m 18 okt 2015 29 t/m 31 okt 2015 5 t/m 8 nov 2015 29 & 30 dec 2015

Yorkshow Stamp & Coinfair Filateliebeurs Hilversum Holland Coin Fair Stampex Internationale Briefmarkenmesse Biennale Antwerpfila Papermoneyfair Internationale Briefmarkenmesse Filanumis, combinatiebeurs Hollandfila Dag van de Munt Yorkshow Stamp & Coinfair Sběratel Stampex Muntmanifestatie Papermoneyfair Antwerpfila Postex, nat.tentoonstelling Briefmarkenmesse Sindelfingen Salon Philatélique d' Automme Eindejaarsbeurs/Stamptales

Racecourse Dudok Arena Mercure Hotel Leidschendam Business Design Centre in Islington Messe Munchen Espace Champerret - Hal B/C Antwerp Expo De Poffermolen Messe Essen Expo Houten De Veluwehal Koninklijke Nederlandse Munt Racecourse Expositie PVA Letňany Business Design Centre in Islington Expo Houten De Poffermolen Antwerp Expo Americahal Messe Sindelfingen Espace Champerret - Hal A De Veluwehal

York (GB) Hilversum (NL) Leidschendam Londen (GB) Munchen (D) Parijs (F) Antwerpen (B) Valkenburg (NL) Essen (D) Houten (NL) Barneveld (NL) Utrecht (NL) York (GB) Praag (CZ) Londen (GB) Houten (NL) Valkenburg (NL) Antwerpen (B) Apeldoorn (NL) Sindelfingen (D) Parijs (F) Barneveld (NL)

www.stampshow.net www.filateliebeurs.nl www.hollandcoinfair.nl www.stampex.ltd.uk www.briefmarken-messe.de www.cnep.fr www.fnip.be www.papermoney-maastricht.eu www.briefmarkenmesse-essen.de www.wbevenementen.eu www.eindejaarsbeurs.nl www.KNM.nl www.stampshow.net www.sberatel.info www.stampex.ltd.uk www.wbevenementen.eu www.papermoney-maastricht.eu www.fnip.be www.postex.nl www.briefmarken-messe.de www.cnep.fr www.eindejaarsbeurs.nl

Aanvullende Beursagenda 2014

Voor deze agenda komen alleen sterk regionale beurzen in aanmerking en/of beurzen met een bijzonder karakter 14 februari 2015 20 & 21 maart 2015 21 maart 2015 3 & 4 april 2015 2 mei 2015

Postzegelmanifestatie Noord 2015 Hertogpost 2015 Dag van de Jeugd 2015 Brievenbeurs/Filamania/GoldaCarta Beurs met hoofdmoot filatelie

Sportcentrum De Hullen Maaspoort sport & Events Maaspoort sport & Events Sportcentrum "de Mammoet" Sportcentrum de Brake

Roden (NL) s-Hertogenbosch s-Hertogenbosch Gouda (NL) Nunspeet

www.wbevenementen.eu www.hertogpost-event.nl www.jeugdfilatelie.nl www.brievenbeurs.com www.wijverzamelenpostzegels.com

2014 nabespreking Toch even beginnen met de Eindejaarsbeurs 2013, een recordaantal bezoekers in recessietijd, geweldig!! Dan de geslaagde verhuizing van de Filateliebeurs van Loosdrecht naar Hilversum, nu nog wat meer bezoek. Door de nieuwe kleinere locatie van de Holland Coin Fair leken de bezoekers-aantallen nog redelijk, maar dit kan niet verbloemen dat het aantal stands steeds minder wordt. Noord in Roden was goed bezocht. Antwerpfila was in het voorjaar best redelijk, maar de najaarsbeurs was dramatisch. De brievenbeurs laat nu ook postzegel- en ansichtkaartenhandelaren toe. Het aantal bezoekers blijft echter droevig. Filanumis en Hollandfila waren beiden wel redelijk (en beter dan in 2013) maar presteren allebei nog onder de maat m.b.t . de bezoekersaantallen. Hollandfila wordt daarom verplaatst naar het 1e weekend van juni. De dag van de munt was goed druk en door de verplichte looprichting een stuk minder chaotisch. De muntmanifestatie is de verhuizing goed doorgekomen en alweer groeiende in aantal stands en bezoekers. De Postex is duidelijk toe aan een nieuwe formule. De meeste verzamelaars zien dit evenement als een bobo-feestje waar ze zich niet welkom voelen. Gezien de enorme sponsoring moet het toch mogelijk zijn e.e.a. te veranderen. Zet alle niet filatelistische stand naar de bovenring of foyer. Zet de andere handelaren ook beneden (mag best apart) en creëer voor J.F.N. een hoek in de grote zaal en geef ze de mogelijkheid om eventueel i.s.m. anderen er wel wat van te maken. Het was nu droevig. De Eindejaarsbeurs zet op het moment dat ik dit schrijf de laatste puntjes op de i, en is dus nu nog afwachten. Redactie

»» De Beurzen van 2015 « » De Beurzen van 2015 «« Belangrijk voor beursbezoekers:

Controleer altijd voor u gaat of het betreffende evenement wel doorgaat. (b.v.via een website of bel met de organisatie) Beurzen kunnen verschoven worden, hallen kunnen failliet gaan evenals commerciele organisaties. Hoewel het u op alle beurzen kan overkomen dat u tegen niet deugende waren aanloopt is deze kans een stuk groter op beurzen met een volledig vrij toelatingsbeleid van commerciele organisatoren (meestal zonder naambadge). Hoewel van oorsprong niet zo bedoeld hebben veel stichtingen ook commerciele belangen. Anders dan verenigingen kan het bestuur zichzelf fors belonen. Meldt niet deugende handel ten allen tijde bij de organisatie zodat deze maatregelen kan treffen. Zorg voor voldoende kleingeld b.v. voor parkeerautomaten en/of toiletbezoek. Ook is het handig om met gepast geld bij de kassa te betalen. (Pas op, de vermelde entreeprijzen kunnen wijzigen). Als u niet te veel contanten mee wilt nemen controleer dan of pinnen in de nabije omgeving van de beurs mogelijk is. Voorzie tassen, catalogi etc. van uw naam! Als u met de auto bent onthoud dan waar u hem hebt geparkeerd.

31 januari & 1 februari filateliebeurs hilversum

6 en 7 februari Holland Coin Fair 2015

14 FEBRUARI POSTZEGELMANIFESTATIE NOORD 2015

Dudok-Arena, Arena 303 in Hilversum 31 januari 10.00-17.00 uur 1 februari 10.00-16.30 uur

Mercure Hotel – Weigelia 22, 2262 AB LeidschendamVoorburg 6 februari 16.00 - 21.00 uur 7 februari 10.00 - 16.00 uur Aantal Handelaren: ± 15-20 N.V.M.H. Overige stands: ca. 5

Sportcentrum De Hullen, Centuurbaan Zuid 6, 9301 HX Roden. 10.00-16.00 uur. Toegang €. 4,-. Jeugd gratis tot 17 jaar. Aantal Handelaren: ± 50 Verenigingen e.d.:

Aantal Handelaren: ± 60 Verenigingen e.d.: ± 30 Organisatievorm: Stichting Grootte in m²: ca. 2000 m² Handel: Uitgebreid en kwalitatief hoogwaardig aanbod. De N.V.P.H. neemt als organisatie deel aan de beurs. Sterke punten: Vlakbij station Hilversum Sportpark. Gratis toegang. Gratis parkeren. Mooi restaurant met zitjes. Goed handelsaanbod w.o. veel andere (semi) handelaren. Veel gespecialiseerde verenigingen. Stoelen bij (semi) handel. De 2015 Filakrant gratis af te halen. Plattegrond verkrijgbaar bij ingang. Handelaren zijn kenbaar met badge. Zwakke punten: Weinig stoelen bij N.V.P.H. stands. Te dominant aanwezige promotiestands. Horeca boven en wat chaotisch. Géén jeugdactiviteiten.

Organisatievorm: Stichting Grootte in m²: ca. 500 m² Entree: Niet bekend. Handel: Kwalitatief hoogwaardig aanbod, echter uitsluitend N.V.M.H. leden. Sterke punten: Gratis parkeren. 2e Holland Coin Card verkrijgbaar. Redelijk assortiment. Leuke exposities/presentaties. Koninklijke Munt aanwezig. Zwakke punten: Entreecircus rond Coin Card. Te weinig handelaren.

±5

Organisatievorm: Commercieel Grootte in m²: ca. 1500 m² Handel: Redelijk aanbod met voldoende variatie. Sterke punten: Voldoende gratis parkeerplaatsen. Ruime lichte hal. Gezellige en goed betaalbare catering. Stoelen bij de stands. Vrij toelatingsbeleid. Veel goedkope (dubbeltjes) stands. De 2015 Filakrant gratis af te halen. Zwakke Punten: Eigenlijk alleen goed bereikbaar voor N.O.-Nederland. Té vrij toelatingsbeleid. Waardeloze vloerafdekking. (Te) hoge entree voor regionale beurs. Handelaren niet kenbaar d.m.v. naambadge.


8

FILAKRANT 2015

20 & 21 MAART HERTOGPOST 2015

28 & 29 maart - Antwerpfila

3 & 4 APRIL DE BRIEVENBEURS

Marathonloop 3 5235 AA ’s-Hertogenbosch 20 maart 10.00-17.00 uur 21 maart 10.00-16.00 uur Toegang € 5,00 Aantal Handelaren: ± 25-30 Overige stands: ± 10-15

Antwerp Expo, J.van Rijswijcklaan191, B-2020 Antwerpen.(B) 28 maart 10.00-17.00 uur. 29 maart 10.00-16.00 uur. Toegang: € 5,- (gratis entrée biljetten verkrijgbaar op de Eindejaarsbeurs 2014 en de Filateliebeurs in Hilversum) Aantal Handelaren: ± 60-70 Verenigingen e.d.: ± 5

Organisatievorm: Stichting Grootte in m²: ca. 2000 m² Handel: N.V.P.H. neemt deel als organisatie. Ook andere handelaren.

Organisatievorm: F.N.I.P Grootte in m²: ca: 3000 m² Handel: Een goed tot zeer goed aanbod met een internationaal karakter.

Organisatievorm: Stichting Grootte in m²: ca. 1500 m² Handel: Gevarieerd aanbod van brieven, postzegels en een aantal ansichtkaartenhandelaren.

Sterke punten: Handelaren kenbaar met badge. Postzegeltentoonstelling cat.3 en een propagandaklasse. Dag van de Jeugd. (JFN) 21 maart Thema Brabantica Mooie ruime zaal. Gratis parkeren.

Sterke punten: Gemoedelijke sfeer. Een goed en internationaal aanbod. Makkelijk bereikbaar via snelweg. Veel gelegenheid voor gratis parkeren. Weinig promotiestands. Ruim van opzet met voldoende licht. Goed te combineren met een weekendje Antwerpen. Uitgebreid jeugdprogramma (V.O.V.V.) en koopjescorner. Gratis FNIP-nieuws en Filakrant. Handelaren kenbaar d.m.v. badge. Stoelen bij de stands.

Sterke punten: Goed aanbod brieven. Ruim van opzet. Goed verlicht. Stoelen bij de stands. Gratis toegang. Gratis parkeren. Elk jaar een thema.

Zwakke punten: Zeer beperkte catering. Te hoge entree voor een regionale beurs. Weinig stoelen bij N.V.P.H. stands.

25 & 26 APRIL PAPERMONEY MAASTRICHT

De Poffermolen, Plenkertstraat 50, Valkenburg. 25 april 9.00-18.30 uur. Toegang €. 12,26 april 10.00-16.00 uur. Toegang €. 6,Aantal Handelaren: ± 180 Organisatievorm: Commercieel Grootte in m²: ca. 1800 m² Handel: Ruim 180 stands met deelnemers uit niet minder dan ca.70 landen. Van Nw-Zeeland tot Canada, van Singapore tot Zuid-Amerika enz. enz. (voertaal is voornamelijk Engels) De beurs is uitgegroeid tot het grootste evenement ter wereld op het gebied van papiergeld. Sterke punten: Goed bereikbaar. Enorm en gevarieerd aanbod. Redelijke catering met zitjes. Uitsluitend papiergeld en waardepapieren. Ideaal voor een gezellig weekendje Valkenburg. Handelaren kenbaar met badge. Zwakke punten: Betaald parkeren. Door het bijtrekken van zaaltjes en hoekjes. nogal rommelig geheel. Eigenlijk te hoge entrée. Matige halverlichting.

9 MEI - FILANUMIS

Euretco Expo Center, Meidoornkade 29, 3992 AE Houten. 9.30-16.00 uur. Toegang vanaf 16 jr. €.4,-. Aantal Handelaren: ± 70 Filatelie en ± 50 Munten Verenigingen: ca. 10

Zwakke Punten: Halcatering excessief duur. Nauwelijks gespecialiseerde verenigingen/studiegroepen. Bij warm weer slechte luchtverversing. Expohallen zijn eigenlijk aan vernieuwing toe.

2 MEI - NUNSPEET

Sport- en recreatiecentrum ‘De Brake’, Oosteinderweg 19 te Nunspeet. 10.00-16.00 uur. Toegang en parkeren gratis. Voor wie met O.V. komt, is er een pendelbus. Aantal Handelaren: ± 55 Organisatievorm: Vereniging Grootte in m²: ca: 1500 m² Handel: Een beurs met ca.40 filateliestands aangevuld met andere verzamelgebieden zoals munten en ansichtkaarten. Het aanbod is redelijk en divers.

Sporthallencomplex de Mammoet, Calslaan 101, 2804 RT Gouda. Vrijdag 3 en zaterdag 4 april 2015 (Paasweekend). 3 april: 10.30 tot 17.00 uur, 4 april: 10.00 tot 16.00 uur. Aantal Handelaren: ca. 25-30. Infostands: ca. 5-10

Zwakke punten: Openbaar vervoer slecht. Catering boven zeer matig.

7 T/M 9 MEI BRIEFMARKENMESSE - ESSEN

Messehaus Süd Halle 1A, Norbertstraße, D-45131 Essen (Duitsland) 7 en 8 mei 10.00-18.00 uur 9 mei 10.00-17.00 uur Toegang gratis. Handelaren en postagentschappen: ca. 110 Gespecialiseerde verenigingen: ca. 20 Organisatie: Jan Billion, Grootte in m²: ca. 3500 m² Handel: Grote internationale beurs met veel stands. Doordat dit de dichtsbijzijnde beurs met veel postagentschappen is wordt de beurs ook druk bezocht vanuit Nederland.

Sterke punten: Ruime en goed verlichte sporthal. Gemoedelijke sfeer. Regionale trekker. Gratis toegang. Gratis parkeren. Voor O.V. reizigers een gratis pendelbus. Overzichtelijke indeling. Stoelen bij de stands.

Sterke punten: Gratis toegang. Goed bereikbaar. Mooie entree met roltrappen. Goed licht. Veel postagentschappen.

Zwakke punten: Matige (sporthal) catering. Geen plattegrond en handelaren niet kenbaar. Niet al te veel parkeerplaatsen bij de hal.

Zwakke punten: Rommelig geheel en daardoor onoverzichtelijk. Weinig gewone handelaren. Betaald parkeren. Te dure catering boven, Te slechte catering beneden. Broodje en koffie zelf meenemen, maar dan helaas wel buiten opeten. Teveel veilinghuizen en materiaalfabrikanten. De mooie entree wordt verpest door folderuitdelers.

5 & 6 juni - Hollandfila grote inloopstands, geselecteerde semi-handelaren uit binnen- en buitenland, grote uitzoekbergen enz. enz.

De Veluwehal, Nieuwe Markt 6, 3771 CB Barneveld. 5 juni 10.00-17.00 uur. 6 juni 10.00-16.00 uur. Toegang €. 3,-. Jeugd gratis tot 17 jaar. Leden Samenwerkingsverband Filatelie gratis toegang. Aantal Handelaren: ± 90 Verenigingen e.d.: ± 20

Sterke punten: Plattegrond wordt verstrekt. Handelaren kenbaar met badge. Goed verlichte, ruime en overzichtelijke zaal. Veel gespecialiseerde verenigingen. Gezellig restaurant met veel zitjes en betaalbare prijzen. Centraal gelegen en zowel per auto als OV goed bereikbaar. Gratis parkeermogelijkheden in de wijken nabij de hal en de grote parkeerplaats de Vetkamp. Station Centraal op 400 meter. Op zaterdag uitgebreid jeugdprogramma. Hal ligt tegen de gezellige dorpskern aan. Veel voorzieningen en banken op loopafstand. Laatste beurs voor de zomerstop. Beurs is volledig self-supporting. (geen sponsoring of subsidies)

Organisatievorm: Commercieel. Grootte in m²: ca.3000 m² Handel: Gecombineerde beurs met zowel filatelie als numismatiek. Sterke punten: Aparte clusters met filatelie en numismatiek. Een mooie ruime en redelijk verlichte zaal. Stoelen bij de stands. Vrij toelatingsbeleid dus ook semi-handel. Het aanbod zal redelijk tot goed zijn. Gratis parkeren. Centraal gelegen. Catering in de zaal. De 2015 Filakrant gratis af te halen. Nette brochure met plattegrond. Zwakke punten: Handelaren niet kenbaar aan naambadge. Door de vele pilaren niet echt overzichtelijk. Gelijkval met Essen. (Filatelie) Gèèn jeugdaktiviteiten.

Organisatievorm: Vereniging Grootte in m²: ca: 3000 m² Handel: Het aanbod is geweldig. Dit is Nederlands grootste filateliebeurs! Een enorm aantal officiële handelaren waaronder een groot aantal NVPH-leden, buitenlandse handelaren,

V.O.V.V.

Zwakke punten: Betaald parkeren vlakbij de hal. Dagkaart €. 6.00. Stands worden slecht aangegeven. Catering is soms erg traag. Soms te druk bij opening.


FILAKRANT 2015

13 juni Dag van de Munt

19 september Muntmanifestatie

26 & 27 september Papermoney Maastricht

Muntgebouw, Leidseweg 90, 3531 BG Utrecht 9.00 – 16.00 uur. Gratis toegang. Aantal Stands: ca. 30

Euretco Expo Center, Meidoornkade 29, 3992 AE Houten 9.30 – 16.00 uur Toegang vanaf 16 jr. €. 5,Aantal Handelaren: ± 135,

De Poffermolen, Plenkertstraat 50, Valkenburg. 26 sept 9.00-18.30 uur Toegang €. 12,27 sept 10.00-16.00 uur Toegang €. 6,Aantal Handelaren: ± 180 (zie bespreking 25 & 26 april)

Organisatie: Koninklijke Nederlandse Munt Sterke punten: Pracht locatie. Ruim en gevarieerd handelsaanbod. Bijzondere demonstraties. Kijkje in de keuken van de Munt. Zwakke punten: Moeilijk bereikbaar. Idiote wachtrijen voor de speciale uitgiftes. Bijna geen parkeergelegenheid. Horecavoorzieningen matig.

Verenigingen e.d.: ± 10

Organisatievorm: Commercieel. Grootte in m²: ca. 3000 m² Handel: Nederlands grootste speciaalbeurs voor verzamelaars van munten, penningen en papiergeld. Sterke punten: Voldoende ruimte. Redelijke verlichting. Stoelen bij de stands. Goede ligging nabij de snelweg. Goed bereikbaar met OV. Veel gratis parkeerplaatsen. Verenigngen / promotiestands. Sterke internationaal uitstraling. Catering in de zaal. De 2015 Filakrant gratis af te halen. Nette brochure met plattegrond. Zwakke punten: Handelaren niet kenbaar aan naambadges. Door de vele pilaren niet echt overzichtelijk

3 & 4 oktober Antwerpfila

16, 17 en 18 oktober Postex

Antwerp Expo, J.van Rijswijcklaan 191, B-2020 Antwerpen 3 okt.10.00-17.00 uur 4 okt.10.00-16.00 uur Toegang €. 5,Aantal Handelaren: ± 55 Verenigingen e.d.: ± 5

Americahal, Laan van Erica 50, 7321 BX Apeldoorn 16, 17 oktober 10.00-17.00 uur 18 oktober 10.00-16.00 uur Toegang € 5,- p.p., jeugd t/m 17 jaar gratis. Handelaren: ± 50. Verenigingen, promotie e.d: ± 30

Organisatievorm: F.N.I.P Grootte in m²: ca: 3000 m² Handel: Een goed tot zeer goed aanbod met een internationaal karakter. Sterke punten: Gemoedelijke sfeer. Een goed en internationaal aanbod. Makkelijk bereikbaar via snelweg. Veel gelegenheid voor gratis parkeren. Weinig promotiestands. Ruim van opzet met voldoende licht. Goed te combineren met een weekendje Antwerpen. Uitgebreid jeugdprogramma (V.O.V.V.) en koopjescorner. Gratis FNIP-nieuws en Filakrant. Handelaren kenbaar d.m.v. badge. Stoelen bij de stands. Zwakke Punten: Halcatering excessief duur. Nauwelijks gespecialiseerde verenigingen/studiegroepen. Bij warm weer slechte luchtverversing. Expohallen zijn eigenlijk aan vernieuwing toe.

Organisatievorm: Stichting Grootte in m²: handel ca. 1800 m², tentoonstelling c.a. 1500 m², verenigingen en promotie. Tentoonstelling en handel: Voor liefhebbers van tentoonstellingen een absolute aanrader. Dit jaar als thema 200 jaar Koninkrijk. NVPH-handelaren aangevuld met buitenlandse en overige handelaren. Sterke punten: Breed aanbod filatelistische producten. Ruime en goed verlichte hal. Ruim voldoende gratis parkeerplaatsen. Goed bereikbaar met openbaar vervoer. Veel gespecialiseerde verenigingen. Handelaren herkenbaar aan naambadge. Dag van de Postzegel. Dag van de Aerofilatelie. Aandacht voor jeugd. Zwakke punten: Weinig niet NVPH-handelaren aanwezig. Weinig stoelen bij N.V.P.H. stands. Weinig voorzieningen in directe omgeving (wordt langzaam beter). Entree zou lager moeten. Gezien het promotionele karakter van dit evenement zou de toegang eigenlijk gratis moeten zijn.

Last but not least

29 & 30 december Eindejaarsbeurs

Messe Sindelfingen, Mahdentalstraat 116, D-71065 Sindelfingen. 29 en 30 oktober 10.00-18.00 uur. 31 oktober 10.00-17.00 uur Handelaren: ± 90 Verenigingen: ± 40 Postagentschappen: ± 30 Organisatie: J. Billion Grootte in m²: ca. 4000 m² Handel: Grote internationale beurs met veel stands. Sterk punten: Veel postagentschappen. Gratis toegang. Grootste Duitse beurs. Zeer internationaal. Veel exclusief materiaal. Zwakke punten: Veel te veel veilingen en albumfabrikanten. Weinig gewone handelaren. Betaald parkeren. Forse reisafstand.

Nederlands meest succesvolle beurs! Tot ver buiten de landsgrenzen bekend en een nog steeds toenemend bezoek uit het buitenland.

als bij Hollandfila. Echter; op deze beurs zijn vaak toch meer en andere stands aanwezig. Vanwege het ruimtegebrek staat deze beurs minder veel grote stands toe. Door het voeren van strenge regels, schitterende banieren en zaalaankleding oogt de beurs fantastisch. De beurs kent ook een apart gesitueerd en redelijk segment met een divers aanbod in munten, penningen en bankbiljetten. Ook een aantal specialisten in ansichtkaarten.

De Veluwehal, Nieuwe Markt 6, 3771 CB Barneveld 29 december 10.00-17.00 uur 30 december 10.00-16.00 uur Toegang €. 3,-. Jeugd gratis tot 17 jaar. Aantal handelaren: ± 110 filateliestands ± 30 munten, bankbiljetten en ansichtkaarten. Verenigingen e.d: ± 20 Organisatievorm: Vereniging Grootte in m²: 3000 m² Handel: Beurs met wachtlijsten en een enorm aantal deelnemers. Voor de filatelie geldt hetzelfde verhaal

29 - 31 oktober 2015 Briefmarkenmesse Sindelfingen

STAMPTALES Toneelzaal Veluwehal. Adres en openingstijden: Zie eindejaarsbeurs. Voor iedereen gratis toegang echter het jeugdprogramma is alleen voor jeugd tot 17 jaar.

Sterke punten: Zie Hollandfila: Op deze beurs ook handelaren met penningen, munten, bankbiljetten en ansichtkaarten. Fantastische beurs in een gemoedelijke (kerst) sfeer. Voor de jeugd twee dagen Stamptales.(Zie hiernaast). Filakrant 2016 voor het eerst verkrijgbaar. Uitreiking Eindejaarspenning. Tijdens deze beurs wordt het centrum vaak vrij parkeren gemaakt door de gemeente Barneveld. U kunt uw eigen folderpakket samenstellen met een enorme keus aan folders en (vak)bladen.

Grootte in m²: ca. 500 m². Het grootste jeugdevenement van de Benelux en misschien wel van Europa. Dit steeds internationaler wordende jeugdevenement wordt gesponsord door de eindejaarsbeurs en de koopjescorner. Er wordt ieder jaar voor een bepaald thema gekozen waarop de zaalinrichting wordt afgestemd. Groot en uitgebreid spellencircuit die allemaal iets te maken hebben met postzegels en/of het gekozen thema. Schitterende jeugdbladen die de deelnemers in hun eigen stamptalesringband kunnen opbergen. Veel jeugdleiders vanuit verschillende verenigingen en landen werken nauw samen tijdens dit evenement. (Uniek!) Zelfs voor munten en/of bankbiljetten is er een jeugdprogramma.

Zwakke punten: Zie Hollandfila. Kan soms echt te druk zijn vooral bij opening. Catering soms erg traag. Deze beurs trekt veel bezoek, kan parkeerproblemen geven.

Jeugdveiling: Elke dag om 15.00 uur wordt afgesloten door een grote en uitgebreide jeugdveiling met prachtige (en best wel dure) kavels.

9


10

FILAKRANT 2015

Postcensuur en kamppost in Nederlands-Indië 1940-1942 Door: Nico de Weijer

I

edere verzamelaar komt bij zijn speurtochten op beurzen en internet wel post tegen uit de Eerste- en Tweede Wereldoorlog. Vaak zijn dat enveloppen of kaarten van een slechte papierkwaliteit waardoor het poststuk scheuren, vouwen of ronde hoeken heeft. Toch trekken deze poststukken de aandacht, omdat ze meestal rijk zijn voorzien van allerlei censuurkenmerken en post- en transitostempels. Door al die censuuren postale kenmerken zijn ze erg interessant en kun je veel plezier beleven aan uitzoeken van bijvoorbeeld de betekenis van een stempel, welke route de brief heeft afgelegd, hoelang de brief er over heeft gedaan om op de plaats van de bestemming te komen en wat daar mogelijk de reden van is geweest. Al met al een leuke puzzel om op te lossen. Ook Nederlands-Indië heeft gedurende de Tweede Wereldoorlog ruim twee jaar postcensuur gekend. Die censuurperiode, van mei 1940 tot begin maart 1942, was een direct gevolg van de bezetting van Nederland door de Duitsers. Op 10 mei 1940 kondigde Jonkheer Tjarda van Starkenborgh Stachouwer, GouverneurGeneraal van Nederlands-Indië, de Staat van Beleg af. Hierdoor kreeg de legercommandant de bevoegdheid het berichtenverkeer binnen Nederlands-Indië onder militair toezicht te stellen; met andere woorden om censuur op al het berichtenverkeer toe te passen. Het woord ‘berichtenverkeer’ werd gebruikt, omdat censuur niet alleen gold voor brievenpost maar ook voor bijvoorbeeld telegrammen en telefoongesprekken. Het berichten of schrijven over bepaalde zaken was niet toegestaan. Zo mochten berichten over scheepsbewegingen uiteraard niet in handen van de ‘vijand’ vallen. Was iets in het poststuk opgenomen dat tegen de regels was, dan werd het tekstdeel zwartgemaakt of verwijderd of de brief werd geweigerd en aan de schrijver teruggestuurd, zie (Afb. 1).

Postcensuur Postcensuur is de inspectie of het onderzoek van post en kan tot gevolg hebben dat na controle (openen en lezen) van poststukken als brieven, briefkaarten, pakketberichten, enz. blijkt dat deze niet toegestane berichten bevatten, welke om die reden vervolgens onleesbaar worden gemaakt. Ook kan het poststuk worden ‘aangehouden’ en aan de verzender worden teruggezonden. Deviezencensuur Deze vorm van censuur controleert of bepaalde uitvoerbepalingen correct worden nageleefd. Het gaat daarbij meestal om onderzoek van poststukken op geldswaardige papieren als aandelen, bankbiljetten, postzegels, enz. (Afb. 4). Afb. 6. Veldpostkaart die de censuur heeft gepasseerd.

Afb. 4. Brief uit Soerabaja met deviezencensuurstempel nr. 6. Economische censuur Economische censuur is de inspectie of onderzoek van post om vast te stellen of door de overheid verboden zakelijke transacties, die schadelijk zijn voor het land, desondanks hebben plaatsgevonden. Hierbij gaat het om te voorkomen dat bepaalde vitale bedrijven vanwege bijvoorbeeld een oorlogsdreiging worden verkocht of in vijandige handen vallen (Afb. 5).

Afb. 7. Grijze Roode Kruisbrief met een sluitstrook van de MARINE-CENSUUR.

Afb. 8 . Briefkaart uit het interneringskamp ‘BANJOEBIROE’ . Afb. 1. Adres en plaatsnaam in poststempel zwart gemaakt. De post die langs de censuur is gegaan, wordt van een censuurkenmerk voorzien (veelal een stempel) en wanneer het een brief betreft, weer gesloten d.m.v. een strook papier (Afb. 2 en 3). Vaak bevinden zich meerdere censuurkenmerken op een poststuk. Bij censuur in Nederlands-Indië is grofweg een driedeling te maken: post-, deviezen- en economische censuur.

Afb. 2. Frequent gebruikt type censuurstempel ’GECENSUREERD’ met nummer.

Afb. 3. Algemeen gebruikt type censuursluitstrook.

Afb. 5. Brief uit Australië met ovaal economische censuurstempel ‘Ec. C. 9’.

deze geïnterneerde mannen, die hun toevlucht hadden gezocht in zogenaamde ‘beschermingskampen’ waar zij bescherming zochten tegen een vaak vijandig gezinde plaatselijke bevolking. Ook vanuit deze beschermingskampen is veel post verzonden voorzien van een kampstempel (Afb. 9).

Zoals gezegd, de aantrekkelijkheid van het verzamelen van censuurstukken ligt vooral in de stempels en stroken die bij de censuuruitoefening werden gebruikt. De verscheidenheid van deze stroken en stempels is zeer groot, mede door de specifieke oorlogsomstandigheden en de vele verschillende postroutes. De gebruikte censuurstroken en censuurstempels maken de ontvanger van het poststuk duidelijk dat deze door het bevoegde gezag is geopend en gelezen en waarom: vanwege het bericht, de aanwezigheid van deviezen, de economische transactie of het document. De post van particulieren, militairen (d.m.v. veldpost- en marinecensuur) en bedrijven werd steekproefsgewijs gecontroleerd. Soms gebeurde dit aan de hand van door de politie opgestelde lijsten van verdachte personen of bedrijven. Censuur van militaire post Militairen hadden eigen censuurstroken en censuurstempels, welke vaak makkelijk te herkennen zijn aan de tekst ‘Veldpost’ of ‘Marine’ op de censuurstrook of het censuurstempel (Afb. 6 en 7). Censuur van kamp- of geïnterneerdenpost Na de afkondiging van de Staat van Beleg, werden Duitsers en NSB-ers op een aantal plaatsen in de Indische Archipel geïnterneerd. De post van deze personen werd altijd aan censuur onderworpen. Op dergelijke post is naast de gebruikelijke kenmerken van postcensuur dikwijls een stempel van het interneringskamp geplaatst voordat deze het kamp verliet (Afb. 8). Naast deze kamppost van geïnterneerden bestaat er ook kamppost van ‘beschermden’: de achterblijvende vrouwen en kinderen van

Afb. 9. Brief uit het beschermingskamp ‘RAJA’ met het langebalk censuurstempel nr. 5. ‘Roode-Kruis’brieven Bij de uitwisseling van de familieberichten tussen Nederlands-Indië en Nederland, maar ook tussen geïnterneerden en beschermden en Duitsland, werd gebruik gemaakt van de faciliteiten van het Internationale Roode Kruis. Het Nederlands-Indische Roode Kruis gebruikte twee soorten Roode-Kruisenveloppen, een grijze enveloppe voor particulieren en een gele, portvrije enveloppe voor geïnterneerden (Afb. 10 en 11). In deze enveloppen bevonden zich formulieren die konden worden gebruikt om familie-berichten uit te wisselen. Het vragenstellen en


FILAKRANT 2015

11

Afb. 10. Grijze Roode Kruisenveloppe voor particulieren.

Afb. 11. Gele Roode Kruisenveloppe voor geïnterneerden. het antwoorden daarop was streng gereglementeerd en het Roode Kuis zag daarop toe (Afb. 12). In de korte periode van het uitroepen van de Staat van Beleg op 10 mei 1940 tot aan de Japanse bezetting van Nederlands-Indië ingaande op 8 maart 1942, zijn vele soorten verschillende censuurstroken en censuurstempels gebruikt. Nog elk jaar worden er nieuwe vondsten gedaan. Een voorbeeld van die vondsten zijn de censuurstempels met een bepaald nummer. Binnen de nummerreeksen van die stempels zijn nog steeds nummers die niet op een poststuk zijn gezien.

Afb. 13. Postverbinding met Nederlands-Indië verbroken vanwege de oprukkende Japanners. Behalve het verzamelen van censuurstukken, zijn er tal van andere interessante onderwerpen zoals ‘Verbroken verbindingen’ (Afb. 13) of Roode-Kruisformulieren. Zeer veel censuurbrieven zijn per luchtpost verzonden, dus het is leuk om na te gaan welke luchtlijnen zijn gebruikt bij het postvervoer naar de plaats van bestemming op basis van de in die periode bestaande luchtlijnen van en naar Nederlands-Indië (Afb. 14). De route van het vliegverkeer moest vaak worden verlegd wegens oorlogshandelingen, waardoor men een nieuwe route moest kiezen. Maar ook historische documenten, zoals telegrammen tussen Batavia en de Nederlandse

Afb. 12. Roode Kruisformulier voor uitwisseling van familieberichten. koop. Bent u geïnteresseerd in censuurpost of in de postgeschiedenis van de voormalige en huidige Nederlandse gebieden in de Tropen, zowel in de Oost als in de West, dan is een bezoek aan de informatiestand van ZWP zeker aan te bevelen. Wilt u boeken bestellen schrijf dan naar N.J. de Weijer, postbus 1206, 2280 CE in Rijswijk (ZH) of mail de secretaris van ZWP. Afb. 15. Kampgeld van het interneringskamp ‘ALASVALLEI .’ regering in ballingschap in Londen, interneringskampen, kampgeld en postkantoren zijn leuk of nuttig om bij dit onderwerp te betrekken (Afb. 15).

Afb. 14. De luchtlijnen van en naar Nederlands-Indië in de periode 1940 – 1942.

Niet zo lang geleden vierde Studiegroep ZWP haar 45-jarig jubileum. Voor die gelegenheid is een jubileumboek van bijna 440 bladzijden op A4-formaat geschreven met de geschiedenis van deze censuurperiode. In dit boek, geschreven door Piet van Putten en Nico de Weijer, is een complete inventarisatie gegeven van alle thans bekende censuurstroken, censuurstempels en internerings- en beschermingskampstempels, voorzien van een zeldzaamheidsaanduiding. Ook wordt in dit boek aandacht besteed aan de onderwerpen die hiervoor zijn genoemd bij de afbeeldingen 13 tot en met 16. Van dit boek zijn aan de ZWP-stand nog exemplaren te

Voor informatie over de activiteiten van de Studiegroep ZWP (voor ‘Tropisch Nederland’ en Australasia) kunt u zich wenden tot de secretaris: J.A. Dijkstra Dolderstraat 74 6706 JG Wageningen j.dijkstra50@chello.nl

Onze voornaamste aandachtsgebieden zijn: Nederlands-Indië, West Nieuw-Guinea (Nederlands Nieuw-Guinea, UNTEA, Irian Barat, Irian Jaya, Papua), Indonesië, Papua New Guinea, Australië, Nederlandse gebieden in het Caribisch gebied, Suriname. ZWP heeft ook een website: www.studiegroep-zwp.nl


12

FILAKRANT 2015

HOLLANDFILA 5 & 6 juni 2015 LOCATIE:

DE VELUWEHAL Nieuwe Markt 6 3771 CB Barneveld NL Entree €. 3,-- p.p./p.d. 5 juni van 10.00-17.00 uur 6 juni van 10.00-16.00 uur Eigen vervoer: A1: Afrit 16, Voorthuizen/Harselaar Volg Barneveld-centrum. 400 m. van het station-centrum

Wat kunt u verwachten van dit evenement: Ca. 100 handelaren filatelie w.o. ook semihandel. Veel gratis parkeermogelijkheden. Uitstekend restaurant, vele gezellige zitjes. Zaterdag 6 juni: “Jeugd in Aktie”. Dit mag u zeker niet missen !!!!! Info: Organisatie V.O.V.V. Tienwoningenweg 53, 7312 DL APELDOORN NL (0031)-(0)55-3558600 Website: www.eindejaarsbeurs.nl of e-mail: organisatie@eindejaarsbeurs.nl

EINDEJAARSBEURS & STAMPTALES

29 & 30 december 2015

Grote internationale beurs / Grande bourse internationale Große internationale Messe / Big international fair 1500 stoelen / chaises / Stühle / chairs

Locatie / Location / Ort: De Veluwehal Nieuwe Markt 6 3771 CB Barneveld (NL) 29-12-2015 10.00-17.00 30-12-2015 10.00-16.00 Toegang/Entrée/Eintritt/Entrance: €. 3,- p.p.per dag / jour / Tag/ day. Jeugd / Jeunesse / Jugend / Youth < 16 gratis / gratuit / frei / free

www.eindejaarsbeurs.nl

29 / 30-Dec-2015 STAMPTALES

Ca. 160 Handelaren / Marchands / Hӓndler / Dealers. Filatelie, munten, bankbiljetten, prentbriefkaarten, verenigingen. Philatélique, monnaie, billets de banque, cartes, groupes d’étude. Philatelie, Münzen, Banknoten, Ansichtskarten, ArGe. Philatelics, coins, papermoney, postcards, studygroups. Auto / Voiture / Car: A1: Afrit / Sortie / Ausfahrt / Exit 16 Voorthuizen / Harselaar. Volg / Suivre / Folge Barneveld-centrum

B

Trein / Train / Bahn: 400 m. van station Barneveld-centraal / du gare centraal / ab Bahnhof-centraal / from station-centrum V.O.V.V., p/a Tienwoningenweg 53, 7312 DL Apeldoorn NL (0031)-(0)55-3558600 e-mail organisatie@eindejaarsbeurs.nl

Megajeugdevenement Big youth event Groβes Jugendtreffen Grande réunion jeunesse


FILAKRANT 2015

13

Nectar en Ambrozijn door: Philip Levert

O

nlangs kreeg ik een oude postzegel van Ethiopië in handen. Het 2000 jaar oude Ethiopië in de hoorn van Afrika is zo groot als de Benelux, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Oostenrijk tezamen, maar een groot deel is ruig en ontoegankelijk hoogland doorsneden door diepe dalen en steile ravijnen.

De meerderheid van de Ethiopische bevolking is christen, aanhanger van de Ethiopisch-koptische kerk, en dat al 1700 jaar. Daar vroeger zowat allen analfabeet waren zie je oude gebruikte Ethiopische postzegels niet vaak. Het land heette tot 1940 overigens (ook) Abessinië, dus laat u filatelistisch niet in de war brengen. Tekst op de postzegels is in het Engels en in het Amhaars wat een eigen alfabet heeft.

Onderstaand verhaal speelt eind jaren veertig, dus kort na de oorlog. Even terug in de herinnering: de dagen van Nederlands gezag over Ned.Indië/Indonesië waren toen geteld. Het werd tijd om de Nederlandse expertise met tropische landbouw elders in te zetten, bijvoorbeeld in Afrika waar we hartelijk welkom waren. Een eerste Afrikaverkenning zou naar Addis Abeba gaan, de hoofdstad van Ethiopië. Met steun van de ministeries van EZ en BZ charterde de voortvarende KvK Rotterdam een KLM-vliegtuig en regelde introducties. Uitgenodigd om mee te reizen werden ondernemers met landbouwbedrijven in de Oost.

Destijds was Ethiopië een keizerrijk. Keizer sinds 1930 (eigenlijk al sinds 1916) was de algemeen geachte en Nederland welgezinde Haile Selassie I, ‘King of Kings’, nazaat van de bijbelse koning Salomo. Deze keizer was zeer bereisd en had ooit van onze koningin het Grootkruis van de Militaire Willemsorde gekregen, als teken van respect voor het taaie verzet in 1936 tegen een invasie van een Italiaans leger, 800.000 man sterk. Dat moest het land veroveren op bevel van il Duce, Benito Mussolini die wenste dat Italië een koloniaal wereldrijk zou worden. En zo reisde ons gezelschap daaronder mijn vader die me lang geleden het verhaal heeft verteld - naar de Ethiopische hoofdstad om daar met alle egards ontvangen te worden. Er waren wat hobbels te nemen. Protocol eiste een jaquet of een uniform. Die kleding moest dus smetteloos en ongekreukt in het vliegtuig meereizen. Een jaquet dragen in de tropen valt niet mee, maar gelukkig ligt Addis Abeba op 2500 m hoogte. Een welkomstdiner ten paleize, voorgezeten door de keizer en zijn familie, en mede aangezeten door zijn voltallige kabinet en vele ambassadeurs, duurde eindeloos. Speech na speech in het buitenlands, gang na gang, glas na glas, je kent dat. Als nagerechten werden nectar en ambrozijn opgediend, bekend uit bijbel en Griekse mythologie. Het hof van keizer Haile Selassie was het enige hof ter wereld waar deze godenspijzen werden geserveerd. Toch uitkijken want de met gulle hand geschonken Ethiopische nectar was geen onschuldig honingdrankje maar een sterkalcoholische likeur. Wat ambrozijn (Ambrosia) is heb ik niet kunnen achterhalen, helaas. En zo geschiedde dat laat op de avond één dinergast ontbrak bij de laatste toast op de gezondheid van de King of Kings: het jongste bemanningslid van de KLM-charter. Die had te diep in zijn nectarglaasje gekeken en was onder tafel in slaap gesukkeld, met een gelukzalige uitdrukking op het gezicht. Ondanks deze kleine smet op het protocol was het bezoek een doorslaand succes. De HVA (Handels Vereniging Amsterdam) besloot in Ethiopië met suikerfabrieken te beginnen. Deze HVA was voor de oorlog mogelijk s’werelds grootste agrarische bedrijf. Ze beheerde in Ned.Indië 36 plantages met bijbehorende fabrieken voor grootschalige produktie van rietsuiker, koffie, rubber, sisal, tapioca (cassave) en palmolie. 170.000 arbeiders waren

er in dienst. In 1957 werden alle HVA-plantages in Indonesië door Soekarno genationaliseerd, uiteraard zonder vergoeding van betekenis. In Ethiopie realiseerde de HVA tot 1974 in totaal drie mega-plantages met suikerfabrieken: Wonji, Sjoa en Metahara, 100 km van elkaar gelegen. Daarvoor moest een moeras worden drooggelegd, woeste gronden geëgaliseerd, malaria en andere inheemse ziektes worden bestreden, verharde wegen en telefoon aangelegd, duizenden woningen voor staf en inheemsen neergezet, dorpjes van rio-

lering, waterleiding en electra voorzien, schooltjes en poliklinieken uit de grond gestampt. Materiaal voor de fabrieken moest tot de laatste spijker worden ingevoerd want lokaal was niets te krijgen. In die dagen werd de HVA de grootste investeerder in Ethiopië. In 1974 produceerde het bedrijf uit 12000 ha suikerrietaanplant 130.000 ton suiker. 30.000 gezinnen waren er voor hun inkomen van afhankelijk. Maar donkere wolken pakten zich samen.

En inderdaad: in 1974 brak in Addis Abeba revolutie uit. De 83-jarige keizer Haile Selassie I werd afgezet en vermoord. Het nieuwe regime was een communistische diktatuur onder leiding van het leger. Alle drie HVA suikerfabrieken in Ethiopië werden onteigend, zonder vergoeding. De er werkzame Nederlanders en families waren blij het land ongemolesteerd te mogen verlaten. Over Ethiopië viel een duistere nacht die tot 1991 zou duren want de nieuwe leiders begonnen met oorlog tegen de nabuurstaten. Maar met de val in 1990 van de Sovjetunie verdwenen ze van het toneel. Het is nu 2014 en wie weet, zijn nectar en ambrozijn nog verkrijgbaar in een goed restaurant in de miljoenenstad Addis Abeba. Je moet er natuurlijk wel naar vragen. En waarom geen postzegels van Ethiopië sparen? Er is een terughoudend uitgavebeleid, de postzegels zijn niet lelijk, en doe eens wat anders dan uw medefilatelisten. (Luchtpostcatalogus Ned 2012: KLM V: PH-TAM P: Meels 08-021948 Amsterdam-Cairo-Asmara-Addis Abeba-Nairobi-Dar es Salaam (289e). 11-2-1948 terugvlucht Dar es Salaam-Nairobi-Addis Abeba-Asmara-Cairo-Rome-Amsterdam (290)).


14

FILAKRANT 2015

De munten van de Heerlijkheid en het Graafschap Valkenburg De geschiedenis van Valkenburg Valkenburg behoort tot één van de populairste bestemmingen in Nederland voor een dagje uit. Horden toeristen uit binnen- en buitenland brengen een bezoek aan Nederlands enige Hochburg. De heren van Valkenburg vinden hun oorsprong uit het Lotharingse geslacht Verdun. Door huwelijk kwam de heerlijkheid Valkenburg achtereenvolgens in de geslachten Heinsberg en Kleef. De voormalige heerlijkheid en sedert 1356 graafschap in Nederlands Limburg wordt voor het eerst genoemd in een akte uit 1041 waarbij keizer Hendrik III goederen in Neder-Lotharingen, die door een schepenvonnis in het bezit van zijn vader Coenraad gekomen waren, aan zijn nicht Irmgard van Grandpré schenkt.

Irmgard van Grandpré en Rupert van Zutfen, doch noemde zich naar zijn stiefvader Gothelo van Scherpenheuvel. Zijn jongere broers waren Arnoldus, Lambertus, Giselbertus en Steppo, zijn zuster was Oda die Valkenburg zou erven. Thibald was ook ondervoogd van Meerssen. Onder zijn bewind schijnt omstreeks 1087 een versterking genaamd Falckenbergh gebouwd te zijn. Wat de omvang van dit ‘kasteel’ was is niet bekend, waarschijnlijk was het niet meer dan een donjon, een versterkte woontoren. Als voogden van Meersen matigden de Heren van Valkenburg zich allerlei rechten toe. Door koop en andere wijze van verkrijging wisten zij zich in de 13e eeuw het grootste deel van Zuid-Limburg toe te eigenen met Valkenburg als hoofdstad. Toen Thibald in 1106 overleed, gingen de bezittingen over naar zijn weduwe Guda van Wittem. (1041-1125) Toen deze in het jaar 1118 in een klooster te Luik haar intrede deed droeg zij Valkenburg over aan Oda, Thibald’s zuster die het als huwelijksgeschenk meebracht aan haar man Gozewijn I, heer van Heinsberg (ca. 1060-1128). Gozewijn I is in 1128 overleden. In 1119 wordt zijn zoon Gozewijn II (1090-1168) genoemd in de kroniek van St. Truiden als de Falcomonte. In 1121 was hij betrokken bij de machtsstrijd rond de bisschopzetel van Luik tussen Frederik van Namen en Alexander van Gulik. In de kroniek wordt hij dan de edele man Gozguinus van het kasteel Valkenburg genoemd.

Kaart van Valkenburg uit de 15de eeuw door Jacob van Deventer Irmgard was de jongere dochter uit het huwelijk van Godizo van Heimbach en Hespengouw met de zuster van Balderik van de Betuwe, de tweede echtgenoot van Adela van Hamaland. Na de dood van Godizo in 1016 huwde zijn weduwe met Gevehard van Metz(?), burggraaf van Antoing bij Doornik. Na diens overlijden in 1021 hertrouwde zij met Hezelin van Grandpré. Deze was de zoon van paltsgraaf Herman I van Lotharingen (+ 998), de vermoedelijke broer van Gotfried van Verdun (+ 1005). Irmgard was achtereenvolgens gehuwd met Arnulf van Hespengouw, Rupert van Zutfen en Gothelo van Scherpenheuvel. Zij erfde Aspel bij Rees maar voerde de naam Grandpré van haar stiefvader. Zij sterft in 1080 en wordt bijgezet in de door haar gestichte kerk in Rees waar zij als heilige werd vereerd.

Miniatuur met een afbeelding van het kasteel van de Heren van Valkenburg In de schenkingsoorkonde van 1041 treden hertog Gothelo I van Lotharingen (1023-1044) en zijn zoon Godfried met de Baard als voogden in haar plaats en in hen mogen we haar verwanten herkennen. Irmgard was de grootmoeder van Thibald van Voeren (ca. 1049-1106) die in 1075, toen Irmgard in het klooster in trad, Valkenburg ten geschenke kreeg. In 1101 noemt hij zich Thibald van Valkenburg. Hij was de oudste zoon van Como van Scherpenheuvel (+ 1106), zoon van

Kasteel van Valkenburg volgens een schilderij van omstreeks 1600, collectie Museum Land van Valkenburg De bouw van deze burcht is het middelpunt geweest waaromheen de plaats Valkenburg is ontstaan. Gozewijn II van Heinsberg behoorde tot de zogenoemde rijksgroten. Zo vertoefde hij in 1149 tezamen met de aartsbisschop van Keulen in Italië. Hij is tussen 1166 en 1170 overleden. Hij was gehuwd met Aleida van Sommerschenburg. Uit dit huwelijk werd Gozewijn III (ca. 1125-ca. 1180) geboren, tussen 1168 en 1180 heer van het Land van Valkenburg. In 1158 neemt hij actief deel aan de onderwerping van de Lombardijse steden in Noord-Italië en wordt hiervoor door de keizer beloond met het ambt van gouverneur over de Italiaanse graafschappen Seprio en Martesana. Ook zijn zoon, Gozewijn IV van Born (ca. 1245-?) was betrokken bij de Europese politiek. Zo steunde hij Otto van Brunswijk in zijn streven om tot Rooms Duits keizer verkozen te worden. In 1188 erfde hij Valkenburg van zijn vader en Born van zijn moeder. In 1199 deed hij de kruisgelofte die hij echter niet hield. Als compensatie schonk hij een groot goed aan het klooster Sint Gerlach te Houthem. Aan deze schenkingsoorkonde hangt het oudste bekende zegel van de Heren van Valkenburg. Gozewijn IV was gehuwd met Jutta van Limburg. Hij overleed omstreeks 1204 kinderloos waardoor Valkenburg en Born in 1212 naar zijn achterneef Dirk I van Heinsberg (1192-1228) gingen. Hij is de zoon van Aleida van Heinsberg die gehuwd was met Adolf III van Kleef. Dirk I behoorde evenals zijn voorgangers tot de rijksva-

zallen en was in 1215 aanwezig bij de kroning van Frederik II te Aken. Hij stierf in 1228. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Dirk II. Deze overleed in 1268 tijdens een belegering van de stad Keulen toen deze het strijdtoneel was vanwege de opvolging van de bisschopsstoel waarbij hij streed voor de belangen van zijn oudere broer Engelbert, die de aartsbisschoppelijke waardigheid had gekregen. Hij was gehuwd met Bertha van Limburg-Monschau. Zijn zoon Walram I de Rosse volgde op 16-jarige leeftijd zijn vader in al zijn bezittingen op. Hij was gehuwd met Filippa van Gelre en hierdoor een zwager van Reinoud I van Gelre.

De hoge belastingen die Reinoud van de burgers van Maastricht eiste was voor deze aanleiding hun beklag te doen bij de Hertog van Brabant. In 1318 worden het slot Bergharen en de steden Heerlen en Sittard door de Brabanders ingenomen waardoor Reinoud gedwongen werd vrede te sluiten. Toen hij zijn belofte niet kon houden werd hij opnieuw gevangen gezet. Eerst in Leuven en later, na een mislukte ontsnappingspoging, te Genappe. Hij zou pas in 1326 vrijkomen. Tot aan zijn overlijden in 1333, gevallen bij de verdediging van Monschau in de Eiffel, is het altijd onrustig gebleven in de relatie tussen Reinoud en de hertog van Brabant. Beide ondernamen regelmatig uitvallen op elkaars grondgebied met wisselend succes.

Berger Poort, tegenwoordig bekend als Grendelpoort, tekening in potlood door Jan Brabant 1870, collectie Historisch Centrum Limburg De slag bij Woeringen in 1288uit de Codex Manesse (1305-1340). De voorstelling toont de banier van Hertog Jan van Brabant in de slag bij Woeringen met, vooruitlopend op de afloop, de reeds verenigde Limburgse en Brabantse Leeuwen (Foto: Wikipedia) De heren van Valkenburg werden in de 13de eeuw leenroerig aan de hertog van Brabant. De Brabanders begonnen omstreeks 1284 hun invloedssfeer in het Limburgse land uit te breiden richting Rijn. Een machtsuitbreiding die de heren in Limburg minder beviel. Dit mondde uit in de Slag van Woeringen in 1288 die door de Brabanders werd gewonnen. Walram trok zich na deze strijd (waarbij hij zijn vaandel en een deel van zijn neus verloor) terug op zijn kasteel te Valkenburg dat toen door Jan van Brabant werd belegerd. Hier werd hij zowel in het front als in de rug aangevallen. Dit was mogelijk door de geheime vluchtgangen die in 1930-1937 werden ontdekt. Walram overleed in 1302. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Dirk III (1302-1305) die op zijn beurt op 16 juli 1305 opgevolgd werd door zijn broer Reinoud I (1305-1332). De eerste te Valkenburg geslagen munt zou een penning naar Hollands voorbeeld van Reinoud I zijn, zoals ze ook door Godfried II van Heinsberg (1303-1331) en Gerard van Gulik (1297-1328) zijn geslagen. De toeschrijving is echter gebaseerd op niet overtuigende bewijzen en is daarom buiten beschouwing gelaten. Tot 1313 bleef het rustig rond Valkenburg. In dat jaar kreeg hij het aan de stok met de hertog van Gulik over de voogdij van Aken. Reinoud moest het onderspit delven en werd in het kasteel van Nideggen gevangen gezet en na betaling van losgeld weer vrijgelaten.

Kasteel Nideggen, Duitsland

Hij werd opgevolgd door zijn tweede zoon Dirk IV (1332-1346). Ook dit schijnt een vechtersbaas te zijn geweest. In 1334 kreeg hij Valkenburg terug maar moest voortaan leenhulde aan Brabant bewijzen. Tijdens zijn regering werden de eerste munten te Valkenburg geslagen. Dirk liet het leven tijdens de Slag van Vottem in 1346. Zijn huwelijk met Mechteld van Voorne bleef kinderloos. De eerste muntslag te Valkenburg vond plaats tijdens de regering van Dirk IV, het betreft imitaties van de Tourse groot. Van oorsprong een Franse munt geslagen sedert 1266 onder Lodewijk IX (1215-1270). Het type werd spoedig daarop gekopieerd door vele Franse feodale vorsten. Vanaf 1330 werd dit munttype in de Zuidelijke Nederlanden (Vlaanderen, Henegouwen, Luik, Looz, Namen), de Noordelijke Nederlanden (o.a. Arkel, Borculo, Bredevoort, Gennep, Schoonvorst, Gelderland, Groningen, Holland, ’s-Heerenberg, Koevorden, Cuyck) en Duitsland (Berg, Kleef, Essen, Gulik, Meurs, Oldenburg, Sayn) nagebootst. Tourse groot z.j.

Vz: Gestileerd kasteel omringd door een rand van 12 lelies. +TVRONV.S.CIVIS Kz: Kort kruis met dubbel omschrift. +DnS DEDER VLS +...nDICTV;SIT;nOME;DnI;nRI;DEI;Ih Opm. ; = drie boven elkaar geplaatste stippen Lit. Van der Chijs XXXIIII.1, Chalon RBN 1861, pl. XVI.11, Lucas 2, Menadier 4

Vz: Gestileerd kasteel omringd door een rand van 12 lelies. +TVRONV.S.CIVIS Kz: Kort kruis met dubbel omschrift. +DnS DE MonTE VL +...nDICTV;SIT;nOME;DnI;nRI;DEI;Ih Lit. Chalon RBN 1861, pl. XVI.10, Lucas 3, Menadier 5, Post 3.27.2.2.


FILAKRANT 2015

Dirk IV werd opgevolgd door zijn broer Jan (1346-1352), heer van Valkenburg, Monschau en Butgenbach. Hij was gehuwd met Johanna van Voorne, vrouwe van Bergen op Zoom. Door Jan zijn te Valkenburg sterlingen geslagen met op de voorzijde een klimmende leeuw en een langkruis op de keerzijde naar voorbeelden van Reinoud II van Gelre (1326-1343) (Vollenhove, Harderwijk en Roermond) en Jan III van Brabant (1312-1355) (Antwerpen, Gent en Leuven), te Megen onder Jan II (1320-1346) en in de steden Arnhem, Nijmegen en Zutphen om maar een paar voorbeelden te noemen. Brabantse sterling z.j.

Dubbele schelling z.j.

Vz: Keizer met scepter en globe, aan zijn voeten het wapen van Gulik. WILhELMVS { DVX M IVLIASESIS Kz: Kort kruis met dubbel omschrift. +MOnETA [ VALKEnB’ +XPC[REGnAT[XPC[IMPEITI[XPC[VInCI Opm. { = twee boven elkaar geplaatste kruisjes [ = drie boven elkaar geplaatste punten Lit. Lucas 5, Serrure bull. II, pl. VI.2, Menadier 10a, Post 3.27.6.1 Leeuwengroot z.j.

Vz: Klimmende leeuw naar links in parelrand. +MOnETA:VALKEBOR: Kz: Lang gevoet kruis. IohA – nESD – EVAL – KEBO Opm. Interpunctie twee boven elkaar geplaatste kruisjes Lit. Van der Chijs XX., Lucas 4, Perreau RBN 1851, VIII.5, Menadier 6, Post 3.27.3.1 Na diens overlijden in 1352 brandde er een strijd om de erfopvolging los. Behalve zijn zusters maakte ook Walram IV van Valkenburg (13561378), heer van Borne (een volle neef van Jan van Heinsberg) en Walram van Sponheim, de zoon van Elisabeth van Valkenburg aanspraak op de erfenis.

Vz: Klimmende leeuw naar links met omschrift, langs de rand 11 blaadjes en een leeuw. +MOnETA blaadje FALCn’ Kz: Kruis met dubbel omschrift. O!MI’ – DVX – GVL’ – VIL’ +BHIDICTV[ST...DNI[HPI[IhVXPI Opm. [ = drie boven elkaar geplaatste punten Lit. Lucas 7, RBN 1859, p. 378, Menadier 11a De volgende jaren is Valkenburg de inzet in een strijd tussen Walram van Valkenburg en Willem van Gulik. Verschillende malen ondernam Walram pogingen Valkenburg gewapenderhand in te nemen wat mislukte.

Ruïne van de Ridderzaal van het kasteel Valkenburg In 1365 deed de Landvredebond een uitspraak inzake het geschil rond Valkenburg waarbij het aan de Brabantse hertog werd toegewezen. In 1374 doet Reinoud, de halfbroer van Walram van Valkenburg, zijn aandeel over aan Brabant. In 1377 doet Willem, hertog van Gulik zijn rechten ook aan Brabant over. Wanneer de heren van Wickrode op 7 december 1378 hun rechten op Heerlen aan Brabant verkopen is hij niet alleen meester van de stad maar ook van het hele land van Valkenburg. In 1389 wordt Valkenburg - door hertogin Johanna van Brabant - tezamen met de heerlijkheid Gangelt, Millen en Vught, verpand aan haar schoonbroer Philips de Stoute (1364-1404, hertog van Bourgondië en graaf van Vlaanderen. Philips plaatst de Munt op 20 september 1396 onder zijn gezag. Er zouden door muntmeester Jean Gobelet volgens de instructie van 1396 daarop gouden hele, halve en kwart nobels geslagen zijn. Ter onderscheiding van de Vlaamse stukken die als onderscheidingsteken een klaverblad dragen, zouden de Valkenburgse stukken een lelie als onderscheidingsteken dragen. Tot op heden zijn dergelijke stukken niet teruggevonden. De zilveren munten die te Valkenburg geslagen werden zouden, ter onderscheiding van de Vlaamse stukken, te herkennen zijn aan de knoop in de staart van de leeuw. Een schriftelijke bron waarin het aanbrengen van dit onderscheidingsteken wordt gemeld ontbreekt. Volgens een opgave van Serrure zouden er in december 1398: 11.500 gouden nobels en 1.324 dubbele groten en in 1399: 192 nobels en 92 dubbele groten geslagen zijn. Dubbele groot of Plak z.j.

De rechten over Valkenburg komen in 1354 tenslotte bij Reinhard van Schoonvorst terecht. Tijdens zijn regering wordt een gouden munt te Valkenburg geslagen. Goudguldens naar Florentijns voorbeeld. De Florentijnse goudgulden werd in 1252 ingevoerd en was onderverdeeld in 240 Florentijnse zilveren penningen, Op de voorzijde staat de stadspatroon Johannes de Doper en op de keerzijde een leliebloem. Het sprekende wapen van Florence.

Door Walram IV, heer van Borne en Sittard (1356-1378) zou te Valkenburg een dubbele mijt of dubbele parisis zijn vervaardigd. Alle afbeeldingen van deze munt in gebruikte literatuur gaan terug op een afbeelding van een exemplaar in van der Chijs. De omschriften van dit exemplaar zijn verre van compleet om een toewijzing te rechtvaardigen. Dubbele mijt of dubbele parisis z.j.

Sint Jansgoudgulden z.j.

Vz: Grote lelie. +RN’.D’.D’. – VALKE’B’ Kz: Staande Johannes de Doper met adelaar op de schouder. xSxIONA – NNES.B Lit. Van der Chijs XX., Lucas 5, Menadier 9, Delmonte 268 Sint Jansgoudgulden z.j.

Vz: Staande Johannes de Doper met adelaar op de schouder. xSxIONA – NNES.B. Kz: Grote lelie. +R.N.D.O. – VALKE’B Lit. Lucas 5a Reinhard verruilt in 1356 de heerlijkheid Valkenburg met die van Caster met Willem II, hertog van Gulik. Deze laatste weet de keizer te bewegen Valkenburg in 1356 tot graafschap te verheffen. Willem II heeft dubbele schellingen, met als voorbeeld de Gulikse doppelschilling en groten met de leeuw, zoals die in Vlaanderen tussen 1337-1365 werden geslagen, laten vervaardigen.

Vz: Gebloemd kruis. VALRA:DE:BOR’ KZ: In het veld de tekst: V / F-A / L MOnETA :FAL… Opm. De toeschrijving van een dubbele mijt van Walram IV volgens het in Born gehanteerde type, die geslagen zou zijn tijdens een bezetting door hem van het kasteel Valkenburg, is omstreden Lit. Van der Chijs XX, Lucas 8, Perreau RBN 1851, pl. VIII.6, Menadier 17, Roberts 7419 In 1362 besliste de keizer ten gunste van Walram op voorwaarde dat hij zijn nicht Philippa, zuster van Jan van Valkenburg schadeloos zou stellen. Dit is echter niet gebeurd. Nu mengde de hertog van Brabant zich in het geding. Philippa verkocht haar rechten aan de hertog in 1364. Hij verkreeg ook de rechten van Beatrix van Valkenburg die met Dirk van Brederode was gehuwd, alsmede de rechten van Maria van Valkenburg, abdis van Maubeuge.

Witpenning of Raderalbus z.j.

Vz: Apostel Petrus met zegenend gebaar en evangelie onder een boogversiersel. A FRED’*C’*D’*MOIRS*Z*SVDS B FRED’*C’*D’*MOIRS*Z*SVD Kz: Groot gevierendeeld wapenschild van Meurs-Saarwerden met afzonderlijke wapentjes van Meurs en Saarwerden en een rozet in dubbele driepas. a *MOnET* - *A nOVA* - *VALKB* b *MOnET* - *A IIOVA* - *VALK’B* Lit. Combinatie Aa = Van der Chijs XX.1, Lucas 11a, RBN 1882, nº 71, Menadier 30a, Post 3.27.5.1 Combinatie Ba = Van der Chijs XX.2, Lucas 11, Menadier 30b Combinatie Bb = Lucas 11b De benaming Raderalbus is een volksbenaming voor de zilveren munten van de Keurvorsten aan de Rijn. Het woord rader is ontleend aan het rad dat op de Weisspfennig van Mainz voorkomt. Uit de Nijmeegse schepenprotocollen uit 1523 ontnemen wij de volgende passage: soe wie van desen gildebruedere den doiden bruederenn off susterenn ter groevijnge nyet gevolgich en is, die sal broecken eynen rader albus. Het wel en wee van Valkenburg na Frederik IV laten we buiten beschouwing omdat er geen munten meer op naam van Valkenburg zijn geslagen. Na de Tachtigjarige oorlog is een deel van de heerlijkheid en de stad in Staatse handen gebleven, de rest bleef nog Spaans (sinds 1715 Oostenrijks), maar kwam tenslotte ook aan Nederland. Tom Passon

Vz: Leeuw met Bourgondisch wapenschild. PHILIPP[DEI[G[DVX[BVRG[Z[COM[FL AND Kz: Lang gevoet kruis bedekt met Bourgondisch wapenschild. +SIT[NO – mE[DOM – InI[BenE – DICTVM Opm. [ = interpunctie met drie boven elkaar geplaatste punten Lit. Lucas 9, Serrure bull. IV, p. 63, Post 3.27.7.1 Pas in 1416 wordt de pandschuld door Brabant ingelost waardoor Valkenburg weer bij Brabant kwam. Echter niet voor lang. Het werd kort daarop opnieuw verpand, nu aan Frederik IV (1376-1448), graaf van Meurs en Saarwerden. Hij liet te Valkenburg witpenningen (Weisspfennig) naar Keuls voorbeeld en Sint Jans goudguldens naar Florentijns voorbeeld slaan. Deze zijn hoogst waarschijnlijk te Meurs geslagen op titel van Valkenburg om zijn pandheerschap te bevestigen. Sint Jansgoudgulden z.j.

Vz: Groot wapenschild van Meurs-Saarwerden met afzonderlijke wapentjes van Meurs en Saarwerden en een rozet in een dubbele driepas. FREDIC – VS C.D.’ – IIOIRS’S’V’ Kz: Staande Johannes de Doper met adelaar op de schouder. IIOnETA.VALKEnB’ Lit. Lucas 10, Alfred Noss G 20B 24a – 24b Vz: Vijf wapens in een vierpas + DNS.FREDERIC.C.D’.MOIRS.Z.SVDS’ Kz: Staande Johannes de Doper met staf in de linkerhand S IOHANNES - + - BABTISTA leeuw Lit. Delmonte 269

15

Literatuur: E.J.A. van Beek redactie, Encyclopedie van munten en Bankbiljetten, Alphen aan den Rijn 1986, Houten 1990. E. Bernays, À propos d’une récente étude sur Marville, RBN 1909, p. 321-338. E. Bernays, Quelques mots de rectification à propos de l’histoire de Marville, RBN 1910, p. 289-291. R. Chalon, Curiosités numismatiques. Monnaies et jetons rares ou inédits, RBN 1861, p. 249-265. R. Chalon, Curiosités numismatiques. Pièces rares ou inédites. RBN 1870, p. 246-251. P.O. van der Chijs, De munten der Leenen van de voormalige Hertogdommen Braband en Limburg, enz. van de vroegste tijden tot aan de Pacificatie van Gend, Haarlem 1862. G. Cumont, Gros d’argent de Guillaume de Juliers, RBN 1893, p. 565. P. Cuypers, Quelques monnaies seigneuriales inédites, RBN 1852, p. 409-421. A. Delmonte, De Gouden Benelux, Amsterdam 1964. J.J. Grolle, Muntende ministerialen in Over-Sticht en Holland gedurende de 13de en 14de eeuw, Amsterdam 2002. Grote Winkler Prins, Encyclopedie in twintig delen, zeven geheel nieuwe druk, derde oplage, Amsterdam/Brussel 1975. P. Joseph, Un gros inédit de Fauquemont, Bull. Num. et Arch. II, p. 96-97. P. Lucas, Monnaies seigneuralis mosanes, Hennuyères 1982. J. Menadier, Die Münzen der Herren von Falkenburg und Borne, Zeitschrift für Numismatik, 30, 1913, p. 459 e.v. J.F.G. Meyer, Notice sur plusiers Monnaies inédites des Pays-Bas, RBN 1854, p. 71-89. P. Noss, Die Münzen von Jülich, Mörs und Alpen. A. Perreau, Numismatique limbourgeoise, une monnaie de Fauquemont. RBN 1850, p. 12-14. A. Perreau, Monnaies de Fauquemont, RBN 1851, p. 108-112. A. Perreau, Une monnaie de Renaud Ier, sire de Fauquemont, RBN 1851, p. 384-387. Ch. Piot, Monnaies battues à Fauquemont pas Philippe le Hardi, comte de Flandre, RBN 1842/45, p. 122-132. J. Post, Op zilver gemunt. De middeleeuwse muntslag in de Nederlandse gewesten 1000-1500, Leeuwarden 1999. R. Serrure, Monnaies limbourgeoises. Bull. Num. Arch. IV, p. 58-63. R. Serrure, Restitution à Perwez d’un gros tournois classé à Faquemont, Bull. Num. Arch. IV, p. 130. J.M. van de Venne, Valkenburg-Houthem voorheen en thans, Valkenburg z.j. H.J.J. Vermeulen, Jan van Valkenburg, Heer van Born en Sittard, Herpen en Uden, ridder 1314-1356, Nijmegen 1980. EINDE


16

FILAKRANT 2015

IJslandvlucht Graf Zeppelin LZ 127, 1931 Algemene geschiedenis van het luchtschip

D

e LZ 127 werd gebouwd op de werf van Luftschiffbau Zeppelin GmbH in Friedrichshafen. Het schip was 236,6 meter lang, had een diameter van 30,5 meter en een volume van 105.000 m³. Toen het op 18 september 1928 zijn eerste vlucht maakte, was het de grootste zeppelin ooit gebouwd.

Het schip werd aangedreven door vijf Maybach-Ottomotoren V 2 van elk 390 kW (530 pk) die een kruissnelheid van ongeveer 115 kilometer per uur mogelijk maakten, tegen een actieradius van ongeveer 12.000 kilometer. De motoren konden zowel op benzine als op blaugas draaien. Oorspronkelijk was de LZ 127 bedoeld voor experimenten en demonstraties om de weg vrij te maken voor regelmatig zeppelinvervoer, maar hij vervoerde ook passagiers en post om de kosten te dekken. In oktober 1928 reisde het schip op zijn eerste langeafstandsreis naar Lakehurst, New Jersey (V.S.), waar de bemanning feestelijk onthaald werd. De Graf Zeppelin bezocht later verschillende plaatsen in Duitsland, Italië, Palestina en Spanje. In augustus 1929 vertrok de LZ 127 voor een tocht rond de aarde. De groeiende populariteit van de ‘reus van de lucht’ zorgde ervoor dat Zeppelins bedrijfschef Hugo Eckener geen moeite had om sponsoren te vinden. Een van deze sponsoren was de Amerikaanse persgigant William Randolph Hearst, die vroeg om de ronde te starten in Lakehurst. Vanaf daar vloog de Graf Zeppelin naar Friedrichshafen, toen naar Tokio, Los Angeles en terug naar Lakehurst. Aan boord was ook de Britse journaliste Grace Drummond-Hay, de eerste vrouw die op een dergelijke wijze rond de wereld reisde. Na 21 dagen, 5 uur en 31 minuten kwam de zeppelin aan. Inclusief de reis van Friedrichshafen naar Lakehurst en terug had hij 49.618 km afgelegd. In het volgende jaar ondernam de Graf Zeppelin enkele reizen rond Europa. Na een succesvolle reis naar en door Zuid-Amerika in mei 1930, werd besloten om de eerste regelmatige trans-atlantische luchtlijn te openen. Ondanks het begin van de Grote Depressie en concurrentie van de snellere vliegtuigen, transporteerde de LZ 127 steeds meer passagiers. Er zijn in totaal 64 retourvluchten gemaakt van Duitsland naar Brazilië. De zeppelin bereikte eind juli 1931 de Noordpool, wat indertijd een droom van Zeppelin was geweest, die hij eerder door de 1e Wereldoorlog niet had kunnen realiseren. Hiervoor was het wel nodig om verkenningsvluchten te maken in een meer arctische omgeving. Als voorbereiding op de poolreis stond eind juni/begin juli 1931 de IJslandvlucht op het programma. Later in dit artikel wordt de link met Skandinavische filatelie gelegd. Hugo Eckener wilde het succesvolle schip aanvullen met een tweede, gelijkwaardig schip, maar de ramp met de Britse R101 in 1931 zorgde er voor dat het zeppelinbedrijf de veiligheid van schepen gevuld met waterstof opnieuw onderzocht. Er werd wel een nieuw luchtschip ontworpen, de LZ 129 “Hindenburg”, dat met helium gevuld zou worden. Duitsland kon echter door het handelsembargo van de Verenigde Staten niet aan voldoende helium geraken. Het schip werd na extra veiligheidsaanpassingen uiteindelijk toch gevuld met waterstof. Na de ramp met de LZ 129 Hindenburg in mei 1937 was het geloof in de veiligheid van de zeppelins spectaculair gedaald en het bedrijf kon nog maar moeilijk aan klanten komen. Een maand na deze ramp werd de LZ 127 Graf Zeppelin uit de vaart gehaald en omgebouwd tot een museum. Het definitieve einde van de Graf Zeppelin kwam met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In maart 1940 besloot Hermann Göring om de resterende zeppelins te slopen en het aluminium te gebruiken in de oorlogsindustrie. Heden ten dage wordt met kleinere projecten getracht het zeppelin-vliegen nieuw leven in te blazen. Ondanks de verbeterde veiligheid, tot op heden, zonder veel succes. In de 30-er jaren was een zeppelin in de lucht een spektakel van de eerste orde. Er is dan ook veel over geschreven en postzendingen zijn reeds in die tijd een ware verzamelhype geworden. Het luxueuze leven aan boord van de Graf Zeppelin

Fig.1. Boven- en zijaanzicht van de zeppelingondel aan de voorzijde.

Naast de besturings-, navigatie- en de communicatieafdeling, bestond het overige deel van de gondel onder de grote ballon in de vorm van een grote sigaar uit een soort vliegend 5-sterrenhotel. Rijke passagiers waren in die tijd de voornaamste doelgroep voor de zeppelinonderneming. De zeppelin was hierin in een hevige concurrentie- strijd verwikkeld met de toen net opgerichte vliegtuigmaatschappijen. Men wilde de passagiers het summum aan comfort leveren, want daar konden de vliegtuigen destijds nog niet tegenop.

Fig. 8. Communicatieruimte. De belangrijkste vertrekken bevonden zich voorin de gondel. Helemaal vooraan de bestuurderscabine, vlak daar achter de communicatieruimte en de navigatieruimte. De zeppelin werd grotendeels gevlogen op zicht. Wisselende weersomstandigheden en communicatie daarover met mensen op de grond, alsmede exact weten waar je bent (ook als je over zee vliegt) zijn dus van levensbelang voor een veilige reis.

Fig. 2. Verblijfsruimte en eetzaal.

Fig. 9. Kaartzaal / Navigatieruimte.

Fig. 3 en 4. Passagierscabine (dag- en nachtinrichting).

Fig.5. Keuken.

De verzorging van de aanwezige reizigers was voor die tijd van een ongekend hoog niveau. De beschikbare ruimte was echter beperkt. Hierdoor bouwde men telkens de verblijfsruimte om tot eetzaal. De passagiersruimtes werden van dagverblijven tot nachtverblijven omgebouwd tijdens het diner. Deze diners werden geserveerd op LZ 127- servies en elke avond was er een andere menukaart. Uiteraard ging er een topkok mee op de langere reizen.

Fig.6. Luxe zeppelinservies uit de LZ 127.

Fig. 7. Bestuurderscabine.

Naast goed betalende passagiers was ook het vervoer van post een lucratieve bezigheid. Op vrijwel alle vluchten is een grote hoeveelheid post meegenomen waarbij de kosten/porti voor de verzonden brief of kaart veelal via speciaal daarvoor uitgegeven zegels konden worden voldaan. De postverzenders betaalden op die manier mee aan de kosten van diverse vluchten. Maar liefst 4/5 van de geheven porto op postzendingen, meegevoerd aan boord van de Graf Zeppelin, viel toe aan Luftschiffbau Zeppelin GmbH. Voor een speciaal boordpostkantoor is dan ook met liefde de benodigde plaats beschikbaar gesteld. Poolvlucht 1931 Al in juli 1930 heeft Hugo Eckener met de Graf Zeppelin een driedaagse vlucht gemaakt naar Noorwegen (Bergen) en Spitsbergen (de z.g.n. Nordland-Fahrt), om de gedragingen van het luchtschip in deze omgeving te verkennen. Een jaar daarna vond de IJslandvlucht plaats. Deze beide vluchten verliepen zonder noemenswaardige technische problemen, al werd het schip op de terugvlucht vanuit IJsland behoorlijk op de proef gesteld door forse tegenwind. De IJslandvlucht was eigenlijk een 2e proefvlucht ter voorbereiding op de latere Poolvlucht. Het doel van die Poolvlucht was een ontmoeting op de Noordpool met de onderzeeër van poolonderzoeker Hubert Wilkins. Dat plan viel echter in duigen, omdat de onderzeeër door technische problemen niet in staat was de geplande afspraak na te komen. Hugo Eckener heeft toen bedacht dat het mogelijk zou moeten zijn om een ontmoeting op de Noordpool te plannen met een “gewoon” schip in plaats van een onderzeeër. Hiervoor werd een oplossing gevonden in de vorm van de Russische ijsbreker Malygin. Na enige reclame voor de planning van deze “stunt” werden er voor deze geplande Poolvlucht maar liefst 50.000 poststukken aangeboden, afkomstig uit de hele wereld met een totaal gewicht van maar liefst 300 kilo, ter vergelijking: op de IJslandvlucht is ongeveer 68 kilo in de vorm van 11.890 stuks post mee genomen. Alleen al door de verkoop van postzegels werden de belangrijkste kosten van deze poolexpeditie ondervangen. De rest van het geld voor de Poolvlucht kwam van de Internationale Studiegroep ter ontdekking van het Noordpoolgebied met luchtvaartuigen. Hierbij kwam uiteraard van pas dat Hugo Eckener voorzitter van deze club was en dat de rechten voor berichtgeving over deze vlucht exclusief verkocht konden worden aan de firma Ullstein. De ontmoeting tussen de Graf Zeppelin en de ijsbreker Malygin vond op 27 juli 1931 plaats in “de stille bocht” vlakbij Hooker eiland. De IJslandvlucht eind


FILAKRANT 2015

juni/begin juli 1931 is te beschouwen als een traingingsmissie voor deze beroemde Poolvlucht van eind juli 1931.

Fig. 10. Zeppelin uit de loods in Friedrichshafen.

9.15 10.05 12.15 13.00 15.40 19.12 0.00

Passage Lorelei Passage Bonn Passage Utrecht Middageten boven de Noordzee Passage Hull Passage Aberdeen Passage Faeröer (zuidelijk)

1-7-1931 6.28 IJsland in zicht 8.40  Reykjavik in zicht 9.00 Rondvlucht boven IJsland vanwege te vroege aankomt om post te lossen 10.00 Laden en lossen van post boven Öskjuhlíð net buiten Reykjavik, de stad had geen landingsplaats! 19.15 Passage Faeröer (noordelijk) I.v.m. sterke tegenwind gaat de reis nu een stuk langzamer dan op de heenweg. 2 juli 1931 7.30 Passage Stavanger 12.40 Passage Skagerak 14.15 Passage Esbjerg 14.50 Passage Sylt 20.00 Passage Berlijn 3 juli 1931 4.00 Passage Ulm 5.15 Extra rondvlucht in verband met vroege aankomst in Friedrichshafen boven de Bodensee 6.00 Landing in Friedrichshafen

Fig. 11. Zeppelin stijgt op door middel van het lozen van ballast (water).

Bemanning en reizigers Naast het personeel benodigd voor het vliegen van de zeppelin (zo’n 40/45 personen), was het aantal passagiers op deze vlucht niet zo groot. Dat kon mogelijk te maken hebben met de voorstelling van de klimatologische omstandigheden op IJsland die er bij het publiek heerste. Een reis naar het warme Zuid- Amerika leek vanuit dat oogpunt aantrekkelijker dan een 4-daagse rondvlucht (zonder landing) richting het “koude” IJsland. Van de 25 beschikbare passagiersplaatsen waren er op deze IJslandreis slechts 11 gevuld.

17

Reisverslag IJslandvlucht Carl Bruer reist op 29 juni 1931 met de trein van Goslar naar Friedrichshafen, het beginpunt van de zeppelinreis naar IJsland. Hiermee begint zijn reisverslag, de volgende dag moet hij vroeg op. De teksten zijn door ons vrij vertaald uit het Duits en hieronder in blokjes cursief opgenomen. “04.00 opstaan! Snel open ik het raam. Nevel hangt boven de Bodensee, geen wolk aan de hemel, het zal dus een mooi vertrek worden. We drinken snel een kop koffie. Dhr. Gerhard van Hapag verschijnt en roept “Vertrek richting IJsland!” We rijden naar de hal die door de morgenzon wordt verlicht. Dhr. Eckener en Kapitein Lehmann komen gelijktijdig met ons aan. Ik begroet ze als oude bekenden van de eerdere Egypte vlucht die ik ook mee mocht maken.” Om 5 uur in de morgen vertrekt de zeppelin uit Friedrichshafen. Er wordt gelijk koers gezet naar het noordwesten. 5 Postzakken zijn aan boord genomen voor deze reis met bestemming Reykjavik. Het boordpostkantoor was op 30.6.1931 gesloten. “Volkomen windstil en al snel zweven we zonder het te merken naar boven. De mensen, huizen en bomen worden steeds kleiner. De motoren gaan aan en het vertrouwelijke zoemen begint. Bij wat ochtendnevel en zonneschijn vliegen we richting Ravensburg.” “Het is 9.15 wanneer we de Lorerei passeren. Ongelofelijk mooie uitzichten: kastelen, ruïnes, wijngaarden, dalen en altijd onze mooie Rijn. Ik bekijk het drukke scheepsverkeer op de Rijn. Koblenz komt in zicht .” Rond het middaguur arriveert de zeppelin boven Nederland. Via Utrecht en Den Haag gaat het dan richting de Noordzee. “In de lucht merk je niet dat je Nederland binnen reist, er komen geen douanebeambten langs! In Nederland: schapen, koeien, kanalen, akkers. Elk plekje van het landschap wordt gebruikt. Veel “alleenstaande” huizen, fruitbomen en veel fietsende mensen. In Nederland fietst alles dat geen auto rijdt. Overal water, water en water tussen de weilanden… Zover het oog reikt is alles keurig geordend zoals een gedekte tafel.”

Passagierslijst (11) van de IJslandvlucht • 2 Nederlandse scheepskapiteins • 1 Amerikaanse marine officier • 1 Ballonvlieger • 1 Meteoroloog uit Hamburg • 1 Professor • 1 onbekende reiziger • Dhr. Herman E. Sieger uit Lorch (de bekende uitgever van zeppelin catalogi • Dhr. Carl Bruer uit Goslar (de schrijver van het reisverslag) • De dochter van dhr. Eckener • De vrouw van Kapitein von Schiller

Fig. 14. Foto van de Graf Zeppelin boven

Fig. 12. Omslag van het reisverslag van Carl Bruer. Mit dem Luftschiff “Graf Zeppelin” Bruer, 1931

nach Island

/ Carl

In 2005 vonden wij tijdens een zoektocht op Ebay naar aanvulling voor onze IJslandvlucht-verzameling in de sectie literatuur een ons tot dan toe onbekende publicatie. De auteur, Carl Bruer was een ondernemer uit Goslar en eigenaar van de Firma Greif-Werke: uitgever van catalogi, folders, prijslijsten, reclamemateriaal, firmatijdschriften, foto- albums en reisverslagen. Deze man is mee geweest met de betreffende zeppelinvlucht en heeft daarvan een nauwgezet verslag gemaakt.

Fig. 15. Tekening van Scheveningen (uit het Den Haag (Gevangenenpoort). reisverslag van Carl Bruer). “We zijn al boven Den Haag, zien het grote Vredespaleis liggen, de regelmatig gebouwde kleine huizen, mooie villa’. We vliegen langs het strand van Scheveningen waar veel mensen in zee zwemmen en op het strand liggen.”

Aan de hand van zijn verslag willen wij u meenemen op zijn 4-daagse reis aan boord van de Graf Zeppelin. Ze vetrokken op 30 juni 1931 uit Friedrichshafen en via Nederland, Engeland, de Faeröer eilanden, IJsland, Reykjavik, en weer terug via de Faeröer eilanden, Noorwegen, Hamburg, Berlijn en Ulm kwam de zeppelin op 3 juli 1931 weer veilig terug in Friedrichshafen.

Vluchtverloop, kaart en tijd Route 30 juni 1931 5.00 Vertrek uit Friedrichshafen

Er wordt uitgebreid geluncht aan boord van de zeppelin boven de Noordzee en tegen 16.00 uur komt de Engelse noordkust al in zicht.

Fig. 13. Kaartje van de volledige reis (heen en terug) naar IJsland van de Graf Zeppelin.


18

FILAKRANT 2015

“06.28 IJsland in zicht. De nevel wordt dunner, de eerste blikken op de kust…Vergane vissersschepen, zwart strand, half verzande roeiboten. Menig leven is hier verloren gegaan, een melancholisch gevoel bekruipt me. Direct naast het zwarte strand reist een rotswand omhoog, meeuwen en andere watervogels fladderen er voortdurend rond. De zon komt door en de kust wordt langzaamaan rotsachtiger. De mist trekt wat op en in de verte is het glinsteren van de gletsjers en watervallen te zien. Op de bergruggen zien we 2 nederzettingen. Hoe zal het hier in de lange winter zijn; geen boom, geen struik, alleen sneeuw en ijs en in de zomer water en gras.”

Fig. 16. Engelse kust (foto uit reisverslag Carl Bruer).

Om 8.40 uur is Reykjavik in zicht na een reis van 26 uur. De plaatselijke tijd is echter 2 uur vroeger en dat is te vroeg om de post uit te laden. Hierdoor wordt eerst nog een stuk noordelijk gevlogen richting het schiereiland Snaefellsness om vervolgens weer terug te keren richting Reykjavik. Aan boord van de zeppelin bevinden zich 5 postzakken die in Friedrichshafen (en aan boord) zijn voorbereid. Aan de grond heeft men de IJslandse post gereed, dat betreft een totaal van 3 postzakken. Het boordpostkantoor was op 1.7.1931 reeds op tijd geopend om alle post te verwerken. “We vliegen terug over de heuvel richting “de luchthaven” Öskjuhlíð,. Landen kan de zeppelin hier niet, maar op deze plaats zal de post worden uit- en ingeladen. Heel Reykjavik is hier naar toe gekomen. 24.000 Mensen roepen luidkeels “hoera!”. We gaan lager en laten de postzakken aan een touw zakken. Het weer inladen van post vergt meer problemen. Omdat er geen mast is waaraan de zeppelin kan worden “vastgemaakt”, moet de zeppelin 2 aanvliegpogingen doen om de post aan boord te kunnen nemen. 3 postzakken hangen aan een lijn en worden onder luide bijval van de menigte de lucht in gehesen.”

Fig. 17. Gezonken Duitse oorlogsschepen bij Scapa Flow (foto uit het reisverslag van Carl Bruer). “Mooie hoge kalkkusten komen tevoorschijn. Nu zijn we boven Schotland en passeren om 17.34 een vuurtoren op een klein eiland. Schotland, zover je kijken kan, weilanden, kleine loofbossen richting Aberdeen.” “Bij Scapa Flow liggen Duitse Schepen die de Duitse Marine in 1919 zelf tot zinken heeft gebracht toen uitlevering van deze schepen aan Engeland dreigde. De wrakken liggen nu in de branding. 2 Oorlogsschepen komen nog boven het wateroppervlak uit.” Tegen middernacht arriveert de zeppelin boven de zuidelijke Faeröer eilanden. De middernachtszon maakt het mogelijk ze om dit tijdstip goed te kunnen zien. “Daar zijn ze, de Faeröer eilanden in het morgenlicht. Daar beneden gaat de zon weer op. Wij verbazen ons over deze ernstige zwijgzame schoonheid. De eilanden, deels vlak, deels stijl uit de zee opstijgende kliffen met groen begroeid. Een levend wezen zie ik daar niet. Hoeveel stormen moeten de Faeröer- eilanden wel niet te verduren hebben gehad?“ Fig. 18. Faeröer (foto uit reisverslag Carl Bruer). Fig. 20, 21, 22. Uit het (sigaretten)plaatjesalbum beroemde zeppelinvluchten, IJslandvlucht 1931. “We vliegen nu over land naar Reykjavik om de hoek af te snijden. De vele bergen, gedeeltelijk in nevel en gedeeltelijk in de zon, geven een bijzondere indruk van IJsland. De enkele huizen onder ons zijn “aardehutten” voor de winter. We zien de stoom van de hete bronnen opstijgen en de gebouwen van steen, het badhuis en diverse schuilhutten op de bergen. We zien ook lavaformaties, die door de werking van de aarde zijn gevormd. Een binnenmeer zoals de Dode Zee met niks groens op de oevers, omringt door bergen.”

Fig. 25, 26. Uit het plaatjesalbum beroemde zeppelinvluchten, IJslandvlucht 1931.

Fig. 23, 24. Uit het (sigaretten)plaatjesalbum beroemde zeppelinvluchten, IJslandvlucht 1931.

Fig. 19. Eerste blik op de zuidkust van IJsland (foto uit het reisverslag van Carl Bruer).

Het in- en uitladen van de postzakken. De hele operatie van het uitladen en inladen van postzakken duurde ongeveer 45 minuten. Dat was ook de tijd die de Graf Zeppelin, min of meer stil hangend, in Reykjavik doorbracht.

Fig. 27. Fotokaart Graf Zeppelin boven Reykjavik.


FILAKRANT 2015

Om 10.20 stijgt de zeppelin in Reykjavik weer op om de terugreis naar Friedrichshafen aan te vangen. “Onder luid gejuich van de IJslanders vliegen wij langs de kust van IJsland weer richting het vaderland, over de oceaan richting Bergen in Noorwegen. We waren onder de indruk van de ontvangst in Reykjavik. We zien nog uren lang de bergen aan de horizon. Met onveranderde snelheid vliegen wij sinds 2 uur in dikke mist. Ondanks tegenwind is het toch een rustige vlucht. Om 16.15 verdwijnt de mist en wordt een walvis waar genomen. We vliegen rechtstreeks naar het oosten. De exacte koers moet nog bepaald worden: of Bergen-Hamburg of Stockholm-Berlijn.”

19

Zeppelinpostzegels van Duitsland Voor de verzending van poststukken met de zeppelinvluchten werd gebruik gemaakt van speciale postzegels. De nominale waarde van deze zegels was hoog, hiermee bestreed men de kosten van de vluchten. Op vluchten vanaf Friedrichshafen zijn de stukken (afgezien van enkele uitzonderingen voor wat betreft verdragstatenpost) allen (ook) voorzien van Duitse luchtpostzegels. Ten tijde van de IJslandvlucht betrof het hier een 3-tal verschillende zegels. Zeppelinpostzegels van Duitsland • De 1 Reichsmark rood • De 2 Reishsmark blauw • De 4 Reichsmark bruin Fig. 33 en 33 detail. Blok van 4 waarbij de 2 linker zegels elk het plaatfoutje haakje aan de “1” van 1 Krona hebben.

Fig. 30. De Duitse luchtpostzegels speciaal bedoeld voor zeppelinpost. Het rode 1 Reichsmark was bedoeld voor verzending van kaarten. De 2 en 4 Reichsmark waren bedoeld voor de verzending van brieven en/of omslagen met inhoud. In praktijk komen echter veel wisselingen van gebruik op diverse vluchten en bestemmingen voor, wat er deels de reden van is dat veel zeppelinpost door “zuivere filatelisten” als maakwerk wordt bestempeld.

Fig. 28. Zeppelin boven Reykjavik. (foto uit reisverslag van Carl Bruer).

Zeppelinpostzegels van IJsland Ter gelegenheid van de IJslandvlucht zijn 3 zegels van de gangbare langlopende serie van Christian X in de 20-er en 30-er jaren overdrukt met de 2 regelige opdruk “Zeppelin” / “1931” in zwart. De zegels hebben als watermerk meervoudige kruisjes en een tanding van 14 : 14. De zegels zijn overdrukt met de opdruk door H.H. Tiele in Kopenhagen.

Fig. 34. Strip van 3 zegels waarbij het middelste zegel het plaatfoutje haakje aan de “1” van 1 Krona heeft. Gebruikte stempels en strookjes IJslandse poststempels: Voor vrijwel elke zeppelinvlucht is er een speciaal stempel gemaakt. Het stempel van de IJslandvlucht is 3-hoekig met daarin een voorstelling van een Vikingschip voor een eiland en de tekst ” Luftschiff / Graf Zeppelin / Islandfahrt 1931” Het stempel is in groene inkt afgedrukt op alle stukken die zijn mee geweest op deze IJslandvlucht.

Fig. 35. Zeppelin stempel IJslandvlucht. Fig. 31. Ongebruikte set zeppelinzegels inclusief de 1 Krona met plaatfout: haakje aan de “1” van Krona.

Fig. 29. Zeppelin boven de lavavelden en hete bronnen met stoomkolommen. (foto uit reisverslag van Carl Bruer). Om 19.15 passeert de zeppelin opnieuw de Faeröer-eilanden, ditmaal aan de noordelijke kant. In verband met sterke tegenwind gaat de reis nu een stuk langzamer dan op de heenweg, waarna wordt gekozen voor de route via Bergen en Berlijn. 48 uur na het vertrek uit Friedrichshafen, om circa 7.30 in de ochtend van 2 juli komt de Graf Zeppelin in Stavanger in Noorwegen. Er is er weer zicht op het continent. Via de Deense kust en de Deense steden Varde en Esbjerg vliegt de zeppelin richting Duitsland. Het eerste stuk Duits grondgebied dat dan in zicht komt is het eiland Sylt. “Hamburg onbeschrijfelijk mooi: het Bismarck- monument, de kerken, de havens met ontelbare stoomschepen op de Elbe, helaas liggen vele momenteel stil. We maken een grote ronde over Hamburg waar vele duizenden mensen naar ons zwaaien. Op de Elbe zien we vele stoomschepen, de zon schittert in het water, overal groene wouden, weilanden en velden. Wat is Duitsland toch mooi!” Om 20.00 uur komt de Graf Zeppelin boven Berlijn waar eveneens een grote mensenmassa staat te juichen. Daarna wordt koers gezet naar het zuiden richting Wittenberg, Leipzig en Ulm. Het boordpostkantoor is dan gesloten. Wel behandelt het boordpostkantoor de post die aan boord voor de terugvlucht is afgegeven. Deze post krijgt het boordpoststempel van de volgende dag: 3.7.1931

Het betrof hier de: • 30 Aur (overdruk op Michel 93 / Facit 138) oplage 50.000 exemplaren. Michel 147 / Facit 162. Daarvan zijn er 33.248 verkocht • 1 Krona (overdruk op Michel 96 / Facit 142) oplage 60.096 exemplaren. Michel 148 / Facit 163. Daarvan zijn er 28.192 verkocht • 2 Krona (overdruk op Michel 97 / Facit 143) oplage 40.096 exemplaren. Michel 149 / Facit 164. Daarvan zijn er 26.908 verkocht Tarieven Het zegel van 30 Aur had hier de functie van het voldoen van het aantekenrecht (op zowel kaarten als brieven/omslagen). Het zegel van 1 Krona was bedoeld voor de frankering van kaarten en het zegel van 2 Krona was bedoeld voor de frankering van brieven/ omslagen. Opvallend: het kleurgebruik is overeenkomstig de reeks van Duitsland: de laagste waarde rood, de middelste waarde blauw en de hoogste waarde bruin. De zegels waren ALLEEN te gebruiken voor de post op deze IJslandvlucht en zijn meteen daarna ongeldig verklaard.

Fig. 36, 37 en 38. De 3 verschillende typen dagtekenstempels Reykjavik.

Fig. 39. Type A.

Fig. 40. Type B.

Fig. 41. Type C.

Vertrek- en aankomststempels Friedrichshafen: Frankeringstabel van de IJslandse post op de zeppelinvlucht 1931: • Frankering van een kaart 1 Krona • Frankering van een aangetekende kaart 1 Krona en 30 Aur • Frankering van een brief 2 Krona • Frankering van een aangetekende brief 2 Krona en 30 aur.

Fig. 42. Vertrekstempel. Fig. 43. Aankomst- (of transit) stempel. Boordpoststempel van de het boordpostkantoor van de Graf Zeppelin:

“Om 4 uur in de ochtend zijn we bij een opkomende zon boven de Duitse stad Ulm en passeren het mooie Württemberg We vliegen, omdat het nog te vroeg is om te landen de hele Bodensee nog een keer over. Alles is zo rustig en mooi in de zeppelin… Nu draaien we richting Friedrichshafen.” De reissnelheid van de IJslandvlucht was tussen de 85 en de 120 km/h. De tegenwind en het rollen van het luchtschip was door de kapitein en de bemanning een grote uitdaging, maar die werd prima onder controle gehouden. De zeppelin was voorbereid op het avontuur van de Poolvlucht. De IJslandvlucht was met prima resultaat afgesloten.

In Reykjavik zijn de poststukken met 3 (mogelijke) verschillende dagtekenstempels afgestempeld. • Type A; Lange balk onderbroken in het centrum. • Type B; Lange balk doorlopend in het centrum. • Type C; Korte balk.

Fig. 32. Gebruikte set zeppelinzegels inclusief de 1 Krona met plaatfout: haakje aan de “1” van Krona. Fig. 44. Boordpostkantoorstempel. Plaatfoutje 3 van de 10 verticale rijen in elk vel van deze zegels van 1 Krona hebben het plaatfoutje “haakje aan de 1 van Krona”) zodat 30% van de oplage van het zegel van 1 Krona deze plaatfout heeft. • 1 Krona (overdruk op Michel 96 / Facit 142v) Oplage 18.028 exemplaren. Michel 148 / Facit 163v

Zeppelinvlucht bevestigingstempels:

Fig. 45. IJsland bevestigingsstempel (in violet of zwart).


20

FILAKRANT 2015

Fig. 46. Duitse bevestigingsstempels (in violet of zwart).

Indeling De met de IJslandvlucht meegezonden post is in te delen in 3 groepen: • 1) Duitse post (Duitse frankeringen) • 2) Verdrag-staten-post (buitenlandse frankeringen) • 3) IJslandse post (IJslandse frankeringen).

Luchtpost- en zeppelinstrookjes: Duitse post (aan boord gekomen voor de heenreis in Friedrichshafen)

Fig. 47, 48, 49, 50. Respectievelijk Duits, IJslands, Duits/Internationaal en Nederlands zeppelin/luchtpost strookje. Aantekenstrookjes gebruikt op IJslandse post

Fig. 54. Afwijkende frankering met regulier luchtpostzegel en doorzending naar de Verenigde Staten.

Fig. 56. Duitse fotozeppelinkaart gefrankeerd met 1 Mark zeppelinzegel en boordpostkantoor stempel. Voorzijde: • Vertrekstempel Friedrichshafen ontbreekt! • In plaats daarvan een stempel van het boordpostkantoor van de Graf Zeppelin in violet LUFTSCHIFF / 1.7.1931 / GRAFZEPPELIN De kaart is gepost aan boord bij het boordpostkantoor. • Het groene 3-hoekige IJslandvlucht stempel (vaag) • Het dagtekenstempel Reykjavik type A “1.VII.31” Achterzijde: • Fotokaart van de Graf Zeppelin bij de landing

Fig. 51. Zwart strookje Reykjavik & blauw en zwart strookje Reykjavik. Kaart gefrankeerd met een normaal luchtpostzegel van 1 Mark in plaats van het gebruikelijke rode zeppelinzegel van 1 Mark. De kaart is uitgeladen in Reykjavik en is daarna (na oorspronkelijk naar iemand in Frankfurt te zijn gericht) doorgezonden en uiteindelijk aangekomen in Defiance, Ohio in de V.S. Fig. 52. Blauw en zwart strookje Akureyri. Voorzijde: • Vertrekstempel Friedrichshafen “30.6.31” • Het 3-hoekige IJslandvlucht stempel • Het dagtekenstempel Reykjavik type A “1.VII.31” Achterzijde: • Een aankomststempel Defiance, Ohio “Jul 16 1931”

• Vertrekstempel Friedrichshafen “30.6.31” • Het groene 3-hoekige IJslandvlucht stempel • Het dagtekenstempel Reykjavik type A “1.VII.31”

Fig. 53. Algemene aangetekend aanduidingen. Zeppelin poststukken van de IJslandvlucht Poststukken kunnen op verschillende wijze aan deze vlucht hebben deelgenomen. Veel post kwam wereldwijd naar Friedrichshafen om de gehele vlucht mee te maken of om in IJsland uitgeladen te worden en vervolgens te worden doorgezonden naar een bestemming. Deze post is veelal gefrankeerd met de speciale Duitse zeppelin- zegels. Met sommige landen zijn echter verdragen gesloten dat het gebruik van luchtpostzegels uit die landen ook was toe gestaan. Deze zogenaamde Verdrag-staten-post heeft dan zegels van het land van herkomst. Ook bestaan er deelfrankeringen, dat wil zeggen dat er dan zowel Duitse als “buitenlandse” zegels op het stuk bevestigd zijn, dat komt bij de IJslandvlucht alleen met Luxemburgse frankeringen voor. Naast de post die in Duitsland al werd ingeladen, is er tijdens de reis ook post aan boord genomen in Reykjavik. Die post is gefrankeerd met de speciaal voor dit doel uitgegeven IJslandse zegels. In de verschillende poststukken, stempels en bestemmingen is veel verschil en dus veel avontuur te vinden.

Fig. 55. Amerikaanse zeppelinkaart gefrankeerd met 1 Mark zeppelinzegel.

Schematische indeling van de kaarten / brieven / omslagen / tarieven • Duitsland Gehele Reis Tot Reykjavik Vanaf Reykjavik o Kaarten 1 Mark 1 Mark o Brieven/Omslagen 4 Mark 2 Mark - • Andere landen (Verdrag-staten-post van in totaal 8 verdragstaten) o Kaarten afhankelijk van origine o Kaarten afhankelijk van origine -

• IJslandse post o Kaarten - o Aangetekende kaarten - o Brieven/Omslagen - o Aangetekende Brieven/omslagen -

- - - -

1 1 2 2

Krona Krona + 30 Aur Krona Krona + 30 Aur

Omvang In totaal is er 68 kilo en 250 gram post afgegeven voor de IJslandvlucht. Het betrof hier 11.890 poststukken. Daarvan waren er 6.088 brieven en 5.802 kaarten. Van de 11.890 poststukken waren er 7.840 aangetekend en 4.050 niet aangetekend.  Aangetekende brieven 4.360 exemplaren  Aangetekende kaarten 3.480 exemplaren  Gewone brieven 1.728 exemplaren  Gewone kaarten 2.322 exemplaren Totaal 11.890 exemplaren

Fig. 57. Omslag met Duits 2 Mark zeppelinzegel voldoende voor frankering tot Reykjavik.

Fig. 58. Omslag met Duits 2 Mark zeppelinzegel voldoende voor frankering tot Reykjavik en boordpostkantoorstempel. Voorzijde: • Vertrekstempel Friedrichshafen “30.6.31” • Het groene 3-hoekige IJslandvlucht stempel • Het dagtekenstempel Reykjavik type B “1.VII.31” • Een aankomststempel Chicago Illinois “jul 16 1931” • Amerikaans bestellersstempel 3 Achterzijde: • Stempel RMS (Royal Mail Service) • Amerikaans aankomststempel ISHPEMING & CHI 16-jul-1931 R.P.O

• Vertrekstempel Friedrichshafen ontbreekt! • In plaats daarvan een stempel van het boordpostkantoor van de Graf Zeppelin in violet LUFTSCHIFF / 1.7.1931 / GRAFZEPPELIN De Brief is gepost aan boord bij het boordpostkantoor. • Het groene 3-hoekige IJslandvlucht stempel • Het dagtekenstempel Reykjavik type A “1.VII.31”

Fig. 59. Omslag met Duits 4 Mark zeppelin zegel voor frankering naar Reykjavik en terug via Friedrichshafen en Berlijn naar Wageningen.


FILAKRANT 2015

Voorzijde: • Vertrekstempel Friedrichshafen “30.6.31” • Het groene 3-hoekige IJslandvlucht stempel • Het dagtekenstempel Reykjavik type A “1.VII.31” • Langstempel “MIT LUFTSCHIF ,,GRAF ZEPPELIN” in violet (2x) Achterzijde: • Transitstempel Berlijn “7.7.31”, vanuit Friedrichshafen, toch een behoorlijke omweg richting Wageningen.

Fig. 62. Verdrag-staten-Post uit Nederland fotokaart van de zeppelin bij de landing, verdrag-staten-post uit Nederland met frankering tot Reykjavik totaal 62,50 cent, waarvan 40 cent voldaan in luchtpostzegels en 22,50 cent in normale frankeerzegels. • Vertrekstempel Amsterdam Centraal Station “26.VI.31” • Transitstempel Friedrichshafen “30.6.31” • Het groene 3-hoekige IJslandvlucht stempel • Het dagtekenstempel Reykjavik type A “1.VII.31” • Luchtpoststrookje PER LUCHTPOST / PAR AVION

21

Voorzijde: • Vertrekstempel Reykjavik type A, “30 .VI.31” • Het groene 3-hoekige IJslandvlucht stempel • Luchtpoststrookje Par avion / Loftleiðis Achterzijde: • Aankomststempel Friedrichshafen “3 7 31”

Verdrag-staten-post (voorbeelden uit Liechtenstein, Nederland en Suriname)

Fig. 66. USA speciale zeppelinpost enveloppe gefrankeerd met 2 Krona speciaal IJslands zeppelinzegel naar New York, 1 dag voor aankomst van de zeppelin in Reykjavik afgestempeld.

Fig. 60. Verdrag-staten-post Liechtenstein kaart met frankering voor heen- en terugvlucht totaal 1 Fr. en 40 Rappen. • Vertrekstempel Triesenberg (Liechtenstein) “27.VI.31” • Reclamestempel “Besucht / das schone / Fürstentum / Liechtenstein“ • Transitstempel Friedrichshafen “30.6.31” • Het groene 3-hoekige IJslandvlucht stempel • Het dagtekenstempel Reykjavik type B “1.VII.31”

Fig. 63. Verdrag-staten-post uit Suriname gefrankeerd met ƒ 1,15 aan Surinaamse luchtpostzegels en 1 cent gewone frankeerzegels van Suriname naar Friedrichshafen, mee met de heen- en terugvlucht van de IJslandvlucht en vervolgens retour naar Suriname. Voorzijde: • Vertrekstempel Paramaribo “4.6.31” • Transitstempel Amsterdam Centraal Station “19.VI.1931” • Transitstempel Friedrichshafen “30.6.31” • Transitstempel Reykjavik type B, “1. VII.31” (2x) • Het groene 3-hoekige IJslandvlucht stempel • Luchtpost Suriname Par Avion in violet. Achterzijde: • Aankomststempel Paramaribo “29.7.31”   IJslandse post (aan boord gekomen in Reykjavik)

Fig. 61. Verdrag-staten-post uit Nederland kaart met frankering tot Reykjavik, totaal 62,50 cent waarvan 40 cent voldaan in luchtpostzegels en 22,50 cent in normale frankeerzegels. • Vertrekstempel ’s-Gravenhage “24.VI.1931” • Transitstempel Friedrichshafen “30.6.31” • Het groene 3-hoekige IJslandvlucht stempel • Het dagtekenstempel Reykjavik type A “1.VII.31” • Luchtpoststrookje PER LUCHTPOST / PAR AVION

Fig. 64. Kaart IJslandse post gefrankeerd met 1 Krona speciaal IJslands zeppelinzegel naar Buchau Duitsland 1 dag voor aankomst van de zeppelin in Reykjavik afgestempeld. • Vertrekstempel Reykjavik type A, “30.VI.31” • Het groene 3-hoekige IJslandvlucht stempel • Luchtpoststrookje Par avion / Loftleiðis • Transitstempel Friedrichshafen “3 7 31” • Aankomststempel Buchau “3.JUL.31”

Voorzijde: • Vertrekstempel Reykjavik type B, “30.VI.31” • Het groene 3-hoekige IJslandvlucht stempel • Luchtpoststrookje Par avion / Loftleiðis Achterzijde: • Aankomststempel Friedrichshafen “3 7 31”

Fig. 67. IJslandse prentbriefkaart (Brjefspjald) aangetekend gefrankeerd met 1 Krona en 30 Aur speciale IJslandse zeppelinzegels naar Bern (Zwitserland), 1 dag voor aankomst van de zeppelin in Reykjavik afgestempeld.

Voorzijde: • Vertrekstempel Reykjavik type A, “30.VI.31” • Het groene 3-hoekige IJslandvlucht stempel • Luchtpoststrookje Par avion / Loftleiðis • Aankomststempel Friedrichshafen “3 7 31” • Aantekenstrookje R Reykjavik nr. 761 in blauw en zwart (3-zijdig getand) • ,,Loftleiðis / með / L.Z. 127 ,,GRAF ZEPPELIN” in violet. Achterzijde: Fotokaart waterval Öxarárfoss IJsland

Fig. 68. Aangetekende briefkaart met 1 Krona en 30 Aur speciale IJslandse zeppelinzegels naar Eisenach (Duitsland), 1 dag voor aankomst van de zeppelin in Reykjavik afgestempeld.

Fig. 65. Omslag IJslandse post gefrankeerd met 2 Krona speciaal IJslands zeppelinzegel naar Hamburg (Duitsland) 1 dag voor aankomst van de zeppelin in Reykjavik afgestempeld.

• Vertrekstempel Reykjavik type B, “30.VI.31” • Het groene 3-hoekige IJslandvlucht stempel • Luchtpoststrookje Par avion / Loftleiðis • Aantekenstrookje R Reykjavik nr. 148 in blauw en zwart (3-zijdig getand)


22

FILAKRANT 2015

• Transitstempel Friedrichshafen “3 7 31” • Aankomststempel Eisenach “4.7.31” • Violet cursief langstempel Einschreiben

• Aantekenstrookje R Reykjavik nr. 248 in blauw en zwart (3-zijdig getand). • RECOMMANDÉ in violet. Achterzijde: • Aankomststempel Friedrichshafen “3 7 31”

Achterzijde: • Aankomststempel Friedrichshafen “3 7 31”

Fig. 73. IJslandse omslag gefrankeerd met 30 Aur, 1 Krona en 2 Krona (complete serie, overfrankering) speciale IJslandse zeppelinzegels naar Amsterdam. 1 dag voor aankomst van de zeppelin afgestempeld met het schaarse dagtekenstempel Reykjavik type C. Voorzijde: • Vertrekstempel Reykjavik type C, “30.VI.31” • Het groene 3-hoekige IJslandvlucht stempel. • Luchtpoststrookje Par avion / Loftleiðis. • Aantekenstrookje R Reykjavik nr. 555 in blauw en zwart (3-zijdig getand). • ,,Loftleiðis / með / L.Z. 127 ,,GRAF ZEPPELIN” in violet. Achterzijde: • Aankomststempel Friedrichshafen “3 7 31” Fig. 69. IJslandse prentbriefkaart gefrankeerd met 1 Krona en 2 Krona speciale IJslandse zeppelinzegels naar Wenen (Oostenrijk) zeer ongebruikelijke aangetekende overfrankering, 1 dag voor aankomst van de zeppelin in Reykjavik afgestempeld. Voorzijde: • Vertrekstempel Reykjavik type B, “30.VI.31” • Het groene 3-hoekige IJslandvlucht stempel • Luchtpoststrookje Par avion / Loftleiðis • Aankomststempel Friedrichshafen “3 7 31” • Aantekenstrookje R Reykjavik nr. 19 in blauw en zwart (4-zijdig getand) • ,,Loftleiðis / með / L.Z. 127 ,,GRAF ZEPPELIN” in violet. Achterzijde: Fotokaart Hagavatn Langjökull Jarlhettur

Fig. 71. IJslandse omslag gefrankeerd met 2 Krona en 30 Aur speciale IJslandse zeppelinzegels naar Wittenberg (Duitsland) , 1 dag voor aankomst van de zeppelin in Reykjavik afgestempeld. Voorzijde: • Vertrekstempel Reykjavik type B, “30.VI.31” • Het groene 3-hoekige IJslandvlucht stempel. • Luchtpoststrookje Par avion / Loftleiðis. • Aantekenstrookje R Reykjavik nr. 824 in zwart (4-zijdig getand). Achterzijde: • Transitstempel Friedrichshafen “3 7 31” • Aankomststempel Wittenberg “4.7.31”

Fig. 74. IJslandse omslag gefrankeerd met 30 Aur, 1 Krona en 2 Krona (complete serie, over frankering) speciale IJslandse zeppelinzegels naar Leipzig (Duitsland), 1 dag voor aankomst van de zeppelin afgestempeld met het dagtekenstempel Reykjavik type A. Het aantekenstrookje Akureyri in plaats van Reykjavik is zeer ongebruikelijk.

Fig. 70. IJslandse omslag gefrankeerd met 2 Krona en 30 Aur speciale IJslandse zeppelinzegels naar Amsterdam, 1 dag voor aankomst van de zeppelin afgestempeld met het schaarse type dagtekenstempel Reykjavik C. Voorzijde: • Vertrekstempel Reykjavik type C, “30.VI.31” • Het groene 3-hoekige IJslandvlucht stempel. • Luchtpoststrookje Par avion / Loftleiðis.

Fig. 72. IJslandse omslag gefrankeerd met 30 Aur, 1 Krona en 2 Krona (complete serie, overfrankering) speciale IJslandse zeppelinzegels naar Maastricht, 1 dag voor aankomst van de zeppelin met Reykjavik stempeltype B. Voorzijde: • Vertrekstempel Reykjavik type B, “30.VI.31” • Het groene 3-hoekige IJslandvlucht stempel. • Luchtpoststrookje Par avion / Loftleiðis. • Aantekenstrookje R Reykjavik nr. 804 in blauw en zwart (3-zijdig getand).

Voorzijde: • Vertrekstempel Reykjavik type A, “30.VI.31” • Het groene 3-hoekige IJslandvlucht stempel. • Luchtpoststrookje Par avion / Loftleiðis. • Aantekenstrookje R Akureyri nr. 131 in blauw en zwart (3-zijdig getand). Achterzijde: • Transitstempel Friedrichshafen, “3 7 31” • Aankomststempel Leipzig C1 “4.7.31”


FILAKRANT 2015

ZEPPELINPOST der ISLANDFAHRT

23

Specialistische verenigingen die aan deze krant hebben meegewerkt Studiegroep Britannia Een vereniging voor verzamelaars van postzegels, postwaardestukken en postgeschiedenis van Engeland, zijn huidige en voormalige bezittingen en bezettingen, het Verenigd Koninkrijk, de Commonwealth, de Kanaaleilanden en Ierland. U kunt ons voor alle informatie bereiken door te schrijven naar: Studiegroep Britannia, Jacob Damsingel 8, 7201 AM Zutphen (the Netherlands) of te bellen naar: (00-31) 0575 - 848 859 (P. Gimberg)

Waar doen ze het van? Dit is een vraag, die wij vaak krijgen te horen als mensen ons prachtige clubblad in handen krijgen. Zes keer per jaar een full colour blad op glimmend papier, vol interessante verhalen die eindelijk eens niet gaan over tandje zus of zo, maar veel meer de historische context van bepaalde uitgiften toelichten. Bovendien krijgen de leden voor hun contributie van 15 Euro (ja echt) vier keer per jaar een gezellige bijeenkomst in Utrecht met gratis eten en drinken en als afsluiting een Italiaans wijntje toe! De vereniging zorgt ook voor de levering van Italiaanse catalogi en albums, gratis advies en bemiddeling bij verkoop, rondzendingen, expertise (wat voor zegel is dat?) en dat alles in een leuke, zeg maar Mediterrane sfeer. Meer weten of een proefnummer? Bezoek onze stand op de Eindejaarsbeurs of bel Vincent Prange (0653 313000). E-mailen kan natuurlijk ook: filitalia@upcmail.nl. Kijk ook even op onze website: www.filitalia.nl

Fig. 75. Studie zeppelinpost der Islandfahrt / I. Lukanc, AIJP, 1988.

Deze zeppelinstukken geven slechts een indruk van de variatie aan materiaal die er te vinden is. Ivo Lukanc heeft in 1988 een hele studie verricht naar dit materiaal waarvan, voor dit artikel, dankbaar gebruik is gemaakt.  John en Rieneke Kuin

Kontaktgroep Spanje-Portugal (KSP) KSP houdt zich bezig met de filatelie van Spanje en Portugal en haar kolo-niën. De vereniging heeft ca. 75 leden en komt 4x per jaar bijeen in Utrecht. Haar tijdschrift ‘Iberia’ bevat veel originele artikelen en interessante informatie over het verzamelgebied. Voorts zijn er 4x per jaar veilingen en worden er regelmatig spreekbeurten gehouden. In het ledengedeelte van onze interactieve website kunt u veel informatie vinden over ons verzamelgebied. Iedereen is welkom om een keer een bijeenkomst bij te wonen om kennis te maken. Verdere informatie kunt u verkrijgen op tel.nr. 079-361.1910 of op de website www.ksp-iberia.nl Fig. 76. Zeppelin LZ 127 vlak voordat hij uit de vaart werd genomen.

Bronvermelding: Wikipedia / LZ 127 (Duits en Nederlands), 2013 Zeppelinpost der Islandfahrt / Ivo Lukanc, AIJP, 1988 Zeppelinpost special Katalog / Sieger-Verlag, Lorch, 1981 Icelandic stamps / S.H. Thorsteinsson, Reykjavik Facit Special / Frimárkshuset, 2013, Stockholm Zeppelin Museum / Friedrichshafen Mit dem Luftschiff “Graf Zeppelin” nach Island / Carl Bruer, 1931 Afbeeldingen van poststukken afkomstig uit privé collectie.

CATALOGUS VAN DE NEDERLANDSE MUNTEN geslagen sinds het aantreden van Philips II tot aan het einde van de Bataafse Republiek (1555 – 1806) 2de geheel herziene en verbeterde druk Door Jan C. van der Wis en Tom Passon

Postzegelkring Latijns-Amerika (LACA) De postzegelkring LACA bestaat dit jaar 50 jaar en is gericht op verzamelaars van Midden en Zuid Amerika. Het verzamelgebied omvat alle Spaans- en Portugees sprekende landen in dit gebied alsmede Haïti en het Caribisch gebied en de scheepsverbindingen binnen en naar dit gebied. De vereniging komt 4x per jaar bijeen in De Bilt en houdt 2 zaalveilingen per jaar en heeft ca. 80 leden. Er worden regelmatig presentaties gehouden en de bijeenkomsten zijn heel levendig. 4x per jaar verschijnt een blad onder de naam ‘Corre(i)o’ waarin veel originele artikelen van de leden zijn opgenomen. U kunt onze promotiestand op de Eindejaarsbeurs aantreffen. Voor nadere informatie kunt u kontakt opnemen met tel.nr. 010-480.2961 of op www.laca.nl nederland israël philatelie;

is de vereniging voor de philatelie van Israël, Interim-periode, Mandaat Periode Palestina, Turkse Periode en de buitenlandse postkantoren, Bezette gebieden, Judaica, Palest. Autoriteit, etc. Voor informatie en Ledenadministratie: Rozengaard 14-61, 8212 DH LelystadWWW.VER-NIP.NL

Po & Po Verzamelaars van brieven, postale etiketten en stempels zijn vaak lid van de Nederlandse Vereniging van Poststukken- en Poststempelverzamelaars, ofwel Po&Po. Binnen deze vereniging is veel kennis aanwezig; door contacten met medeverzamelaars en door deel te nemen aan de rondzending kunt u uw collectie opbouwen en uitbreiden. Ook worden er veilingen gehouden en geeft de vereniging publicaties uit, zoals De Postzak, de reeks Posthistorische Studies en catalogi op het gebied van stempels en postwaardestukken. Wilt u lid worden van Po&Po? Dat kan. Het lidmaatschap kost € 40 euro per jaar. Meer informatie vindt u op de website http://www.po-en-po.nl USCA Vereniging voor USA en Canada Filatelie www.usca.nl 7 bijeenkomsten per jaar, 7 veilingen, rondzending, brievenwerkgroep, eigen blad, nieuwtjesdienst, eigen bibliotheek Contributie: €24 per jaar Inlichtingen: Erik Mulder 0320-232421, emulder@planet.nl

Redactie artikelen zijn altijd welkom. Ook als ze al eens eerder geplaatst zijn. Mail: organisatie@eindejaarsbeurs.nl

Voorschotense Postzegelhandel http:/www.vph-wph.nl

e-mail: info@vph-wph.nl

Tel: 071-5619264 of 06-14477647

Specialist in Roltanding-Port-Dienst-Internering etc. In deze catalogus staan in alfabetische volgorde van muntheer de uitvoerige beschrijvingen van alle bekende munten en noodmunten uit de periode 1555-1806, van Alkmaar tot en met Zwolle. Alle hoofdstukken met een historische inleiding, een overzicht van muntmeesters en relevante literatuur. In totaal zijn bijna 2.500 munttypen opgenomen, inclusief jaartallenreeksen, belangrijkste varianten en prijsindicaties voor vier gangbare kwaliteiten. Aparte hoofdstukken zijn gewijd aan massa’s en gewichten, Latijnse opschriften en spreuken en aan kloppen die op sommige munten kunnen voorkomen. Geschiedkundige achtergronden maken de gebruiker duidelijk waarom deze kloppen of instempelingen zijn aangebracht.

Oud-Nederland in typen en tanding. Overzees gebiedsdelen ook goed aanwezig, Europese landen, Australië, Nieuw-Zeeland en Israël.

Kortom, een onmisbaar naslagwerk voor iedere muntverzamelaar.

Thematisch Vogels, Vuurtorens, Schepen, Vliegtuigen

ISBN: 978-90-6622-006-5

en Motoren. Ook veel andere thema's beschikbaar.

Prijs € 49,50

Verkrijgbaar bij uw munthandelaar of de boekhandel

Aanwezig op de Filatelie beurs Hilversum, Antwerpfila, Hollandfila, Eindejaarsbeurs, Filafair, Postex en de Verzamelaarsjaarmarkt Utrecht.


24

FILAKRANT 2015

De scheepstempels van de CMB ‘-ville’ schepen

deel 1

Door: Walter Deijnckens

Voorgeschiedenis Na het verwerven van de Congo Vrijstaat , richtte koning Leopold II in 1891 zich tot enkele handelsvennootschappen om tot een regelmatige scheepvaartverbinding te komen tussen Antwerpen en de Vrijstaat. Hij onderhandelde met de African Navigation Cy, de British and African Navigation Cy, beide uit Liverpool en de Woermann Linie uit Hamburg. Deze maatschappijen waarborgden het vertrek van een schip op de zesde van iedere maand vanuit Antwerpen. De overtocht zou slechts 25 dagen duren op de heenreis en 30 dagen voor de terugreis. De vracht was echter belangrijker dan de passagiers waardoor de route en aanleghavens nogal eens verschilden.

De liquidatie van de rederij voltrok zich in 1908 dankzij een particuliere overeenkomst met de Compagnie Belge Maritime du Congo. Op 24 januari 1895 kwamen verschillende groepen en personen bij notaris F. Gheysens te Antwerpen bijeen. Het waren de African Steamship company uit London, de heren John Picard Best, reder te Antwerpen, Frederic William Bond, reder te London, Lionel Anspach, advocaat bij het Hof van Beroep te Brussel, William James Pirrie, scheepsbouwer te Belfast, Francis Walter de Winton, zonder beroep te London, Alfred Levis Jones, reder te Liverpool, Edward Van der Straten, scheepsmakelaar te Antwerpen, Georges Paget Walford, reder te Antwerpen en Willem Cesar en Baerdemaecker, scheepsmakelaars te Gent. Ze richtten de Belgische naamloze vennootschap op onder de benaming Compagnie Belge Maritime du Congo.

Tot de omvorming van de compagnie op 1 december 1910 blijft het beheer in buitenlandse handen. Alle officieren aan boord zijn buitenlanders. Vermits er van het agentschap J. Best en Co. ook geen initiatief uitgaat om een regeling te treffen om de aan boord afgegeven post op een officiële manier af te stempelen, zijn er gedurende de periode 1895 – 1910 slechts wat sporadische lijnstempeltjes gekend die nooit hebben gediend om de zegels te ontwaren. Als ze toch op de zegel voorkwamen dan is er steeds een bijkomende afstempeling geplaatst van de haven van aankomst. Dat de rederij er nooit in geslaagd is of misschien zelfs nooit getracht heeft een postovereenkomst met de Belgische regering te bekomen is nog steeds verbazend. Engelse, Duitse, Franse en Nederlandse rederijen hadden die overeenkomst namelijk wel en gebruikten dan ook speciale toegelaten stempels om de aan boord afgegeven post af te stempelen. Op 1 december 1910 komt er een overeenkomst tussen de African Steam ship co, Elder Dempster co, Banque d’Outremer, Woermann Linie, Hamburg Amerika Linie en Hamburg Bremen Afrika Linie om de compagnie om te vormen, de statuten te wijzigen en door de inbreng van voldoende Belgisch kapitaal, een Belgische beheerraad aan te stellen.

Société Maritime du Congo. Onder zachte druk van koning Leopold II werd op 21 januari 1895 een Belgische rederij “Société Maritime du Congo” gesticht met als aandeelhouder de Duitse Woermann Linie. Voor deze rederij bracht dit geen praktische veranderingen mee. Het schip “Eduard Bohlen” vaarde immers vanaf 1893 regelmatig op Antwerpen en dit steeds op de zesde om de drie maanden. Op 6 mei 1898 werd hier ook een schip in lijn gebracht waarvan de naam eindigde op -ville. Het was de Bruxellesville 1 dat zijn 10de en laatste afvaart maakte op 16 oktober 1900.

Postkaart van een missionaris die de afvaartlijsten vraagt van de schepen. Leopoldville 19 december 1906. De Compagnie was toen gevestigd in de Groenplaats 16/17 te Antwerpen. Gedurende de periode 1895-1910 werden de belangen van de nieuwe rederij waargenomen door de agent John P. Best en Co., die door een volmacht gedateerd 29 april 1895 samengesteld werd: om haar als werkelijk en wettelijk gevolmachtigde te Antwerpen te vertegenwoordigen en , over het algemeen, voor haar op te treden in zaken die hem en toe zullen aangewezen in schriftelijke instructies ondertekend door beheerders van de Compagnie. De termen zelf van deze volmacht leren dat de leiding van de nieuwe rederij in Engeland bleef. Het was Mr. Alfred L. Jones, voornaamste vennoot van Elder, Dempster & Cy die samen met dhr. Bond, in feite de exploitatie leidde. (Uittreksel 50-jarig bestaan van CMB) De African Steamship Cy bracht op 24 januari 1895 twee schepen in: Coomassie en Leopoldville 1.

Zichtkaart met Spaanse zegel 10 centivo en afstempeling van Santa Cruz Tenerif op 8 aug 1900.

De agent te Antwerpen voor de rederij was Walford en Co.

Het agentschap Agence Maritime Walford werd op 11 januari 1911 door de nieuwe beheerraad opgedragen om alle maatregelen te treffen wat betreft scheepsuitrusting, bevoorrading, bevrachtingskosten en over het algemeen, alle maatregelen die nodig zijn voor het onderhoud van de exploitatie van de lijst en van de steamers van 1 februari 1911 af. Het is dankzij al deze veranderingen dat we ook in de postmerken een duidelijke verandering kunnen vaststellen. Een 4 mm grote lijnstempel kunnen we vanaf 1911 terug vinden op de dan in dienst zijnde paquebots, namelijk: Leopoldville, Elisabethville, Bruxellesville, Anversville en Albertville. Vanaf het jaar 1913 komen er ronde stempels in gebruik.

De Coomassie was sinds 6 oktober 1893 reeds een regelmatige klant in Antwerpen. De Leopoldville , de eerste in de reeks met deze naam, was het eerste schip van de nieuwe rederij dat zijn eerste reis aanvatte op 6 februari 1895. Het schip kon 90 passagiers in eerste en 60 in tweede klas vervoeren. 20 dagen na afvaart kwam het te Matadi aan. Het schip maakte 8 reizen, van 6 februari 1895 tot 6 november 1896.

Door het uitbreken van de oorlog in 1914, begeeft dhr. Van Opstal zich op 10 september naar Londen om van daaruit de exploitatie van de schepen verder te zetten. Op 15 april 1919 sloot de Compagnie Belge Maritime du Congo zijn deuren te St. Mary Axe 32, Londen E.C. 3. De schepen blijven echter Hull aandoen in het jaar 1919. Deze zelfde heer Van Opstal werd op 3 maart 1919 tot


FILAKRANT 2015

25

afgevaardigde beheerder benoemd van een nieuwe vennootschap die uitsluitend gevormd werd met Belgisch kapitaal. Dit agentschap, de Agence Maritime Internationale, werd met het beheer van de Compagnie Belge Maritime du Congo belast en nam aldus het agentschap van de Agence Maritime Walford over. Agence Maritime Internationale (AMI) neemt trouwens heden ten dage nog steeds dit agentschap waar. De Cockerill werven werden na de oorlog gelast met de bouw van twee nieuwe pakketboten namelijk de Elisabethville (2) en de Thysville (1). Van 1 november 1922 af poogde de Compagnie om de veertien dagen een afvaart te verzekeren en dit op de eerste en de zestiende van elke maand. Er waren dan 4 pakketboten beschikbaar: Anversville (2), Albertville (4), Elisabethville (2) en de Thysville (1). Zichtkaarten van de schepen werden door verschillende drukkerijen uitgegeven. Tot einde het jaar 1925 werd La Pallice, Casablanca, Teneriffe, Dakar, Conakry en Grand Bassam aangedaan. Van 1926 af bleven enkel Teneriffe en Dakar over. Op elke nieuwe afvaart werd aan boord van het schip dagelijks een menu kaart opgesteld. Deze menu kaart was aangehecht aan een zichtkaart die naar eigen inzicht kon gebruikt worden. Menukaart van de tweede sessie van het ontbijt op de S.S. Albertville met een zichtkaart van de aanleghaven in Sierra-Leone op 26 april 1922.

Impr. E. Stockmans van Antwerpen met kleurkaart in 1913.

Drukkerij Stockmans te Antwerpen verzorgde ook de zichtkant van de menu kaarten.

Postzegeluitgifteprogramma eerste halfjaar 2015 5 januari

� 50 Jaar Top 40

2 februari

� Mooi Nederland 2015: Vestingsteden Bourtange* � Mooi Nederland 2015: Vestingsteden Elburg* � Mooi Nederland 2015: Vestingsteden Naarden*

Afstempeling Boma van oktober 1922.

Donaties voor de jeugd zijn altijd welkom (géén troep). Gaarne afgeven bij de kassa’s of de organisatiestand in Barneveld. Wij zorgen dat het op de juiste plek terecht komt. De rest van het jaar kunt u ook spullen in leveren in het Bolwerk of de grote beurzen in Antwerpen. Neem anders contact op met de V.O.V.V.

055-3558600.

Beursaanbieding: Prestigeboekje + Postzegelvel Dag van de Postzegel van € 18,00 voor € 15,00

2 maart

� Geboortepostzegel (Nieuw ontwerp basisassortiment) � 200 jaar Koninkrijk: Koning der Nederlanden

30 maart

� Bruggen in Nederland

28 april

� Europapostzegels 2015 (2 velletjes): - Speelgoed van vroeger - Speelgoed van nu � Flora en fauna van het Naardermeer � Liefdespostzegel (Nieuw ontwerp basisassortiment)

26 mei

� Mooi Nederland 2015: Vestingsteden Willemstad* � Mooi Nederland 2015: Vestingsteden Hulst* � Mooi Nederland 2015: Vestingsteden verzamelvel** � Volvo Ocean Race Pitstop Den Haag

22 juni

� Verlichting - Kunst van Daan Roosegaarde � 200 jaar Slag bij Waterloo *) Alleen lokaal verkrijgbaar. **) Alleen het verzamelvel is opgenomen in de Jaarcollectie Nederlandse Postzegels 2015. Onder voorbehoud van wijzigingen, druk- en schrijffouten.

PostNL adv Postex-2014.indd 1

17-07-14 13:47


26

FILAKRANT 2015

Een blik op de filatelie van Marokko door: Youdi Benassuli

H

et verzamelen van Marokko is in mijn ogen heel speciaal, maar dat zou iedere verzamelaar van elk ander land kunnen zeggen! Van de filatelie van andere landen weet ik niet veel, maar dat is misschien omdat ik het meest met Marokko bezig ben. Dat dacht ik tenminste, maar met de tijd blijkt dat wie Marokko verzamelt vanzelf in aanraking komt met andere landen, met hun geschiedenis en postale ontwikkeling. En dan wordt het duidelijk dat het verzamelen van een land niet ophoudt bij de zegels, maar dat er ook nog stempels en posthistorische thema’s zijn zoals zeepost, militaire post, censuur, buitenlandse kantoren, enz. In dit artikel wil ik proberen een indruk te geven van de verscheidenheid van mijn verzamelgebied. Geschiedenis en posthistorie: de buitenlandse kantoren

Het postverkeer uit en naar Marokko is aanvankelijk vooral een zaak van buitenlandse postdiensten. Aan het begin van de19e eeuw rammelen verschillende Europese staten aan de deur van Marokko: Frankrijk, Spanje, Groot Brittannië en Duitsland. In 1830 wordt het buurland Algerije door Frankrijk bezet en vanaf die tijd is het vaak onrustig aan de grenzen tussen Algerije en Marokko. De Franse grenstroepen spelen keer op keer een rol bij het ‘pacificeren’ van opstandige stammen die zich van die grens niets aantrekken. Begin 20e eeuw wordt Marokko een protectoraat van Frankrijk en speelt het leger de rol van ordehandhaver. De militaire post vormt zodoende een belangrijk hoofdstuk in de postgeschiedenis van Marokko en dat blijft zo tot het vertrek van de Franse troepen begin jaren 1960. (afb 1)

Afb. 3: Frans zegel van 5 Francs uit 1869 met nummerstempel 5106 van Tanger

en een Spaans protectoraat, kwamen de Cherifijnse post en alle ‘lokaalposten’ te vervallen.

Afb. 4: Datumstempel 29 september 1852 van het Frans kantoor te Tanger

waardeaanduiding in centimes en francs. Rond 1867 opende Spanje een postkantoor in Tanger en na 1892 nog 7 in andere steden. De Spaanse kantoren gebruikten aanvankelijk Spaanse zegels, en na 1903 zegels met opdruk/inschrift Marruecos. Na 1912 viel het hele Noorden van Marokko onder een Spaans protectoraat en gaf eigen zegels uit. Vanaf 1886 opende Groot Brittannië postkantoren in 9 Marokkaanse steden. Deze gebruikten aanvankelijk postzegels van Gibraltar, later ook Engelse zegels met opdruk Morocco Agencies. Het laatste Britse kantoor (Tanger) werd gesloten in 1953. De na 1899 geopende 15 (!) De Duitse kantoren werden alle gesloten aan het begin van de Eerste Wereldoorlog. Zij gebruikten Duitse zegels overdrukt met Marokko en waardeaanduiding in centimos en pesetas. Het is overigens interessant om op te merken dat tot 1917 alle postkantoren, ook die in het Franse gebied, zegels in centimos en pesetas gebruikten. Door de onderwaardering van de peseta was dit simpelweg goedkoper! De ‘klassieke’ periode van de Marokko filatelie vraagt dus om aandacht voor de zegels van vier landen, die ieder in korte tijd hun eigen netwerk van postkantoren creëerden. Poststukken verzonden via deze ‘buitenlandse kantoren’, vooral van voor WO I, zijn zeer gezocht en vaak betrekkelijk schaars daar de hoeveelheid post beperkt was tot de afvaarten van de mailboten die de havens aandeden. Aan mengfrankeringen’ met zegels van verschillende kantoren zit meestal een filatelistisch luchtje (afb.5).

Afb. 7: Ansichtkaart op 14 augustus 1908 verzonden van Fes naar parijs, gefrankeerd met het zegel van 5 centimos van de Cherifijnse post. Dankzij het militaire stempel is deze kaart er waarschijnlijk doorgeglipt. De Tweede Wereldoorlog Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef Spanje neutraal en maakte Frans Marokko aanvankelijk deel uit van Vichy Frankrijk tot de geallieerde landingen in 1942. Oorlog betekent steeds censuur, die zowel in Spaans als Frans gebied werd toegepast (afb. 8); nog een interessant thema in de Marokko filatelie! Door de haperende verbinding met de drukkers in bezet Frankrijk, werden in Marokko ook postwaardestukken van Vichy Frankrijk gebruikt (afb.9) 14 jaar na het einde van WO II werd Marokko onafhankelijk en werden de Franse en Spaanse zone verenigd tot één koninkrijk met Mohammed V als eerste vorst. Marokko wordt dan een ‘normaal’ postzegelland (dat overigens al in 1920 lid was geworden van de Wereldpostvereniging UPU). Marokko verzamelen Marokko is een aantrekkelijk land om te verzamelen. Niet alleen geeft het fraaie zegels uit – dat doen meer landen – maar het uitgifteprogramma is in vergelijking met heel veel andere landen (ook Nederland!) alleszins vriendelijk te noemen. 1 tot 2 keer per maand komt er een speciale uitgifte aan de loketten; meestal gaat het daarbij om één zegel volgens het binnenlandse brieftarief. De oplage bedraagt meestal 200.000 stuks. De langlopende gebruikszegels worden regelmatig herdrukt en hebben oplagen van 1 tot 1½ miljoen. De oplage van speciale overdrukken bedraagt gewoonlijk 20 tot 30.000.

Afb. 1: Ansichtkaart op 10 augustus 1911 verzonden uit Rabat naar Smyrna; gefrankeerd met een Franse zegel met opdruk 10 centimos. Voorstelling: een bivak van Franse troepen voor de muren van Salé, de toenmalige hoofdstad Die militaire geschiedenis begint met de slag van Isly in augustus 1844. Het Cherifijnse leger wordt verslagen en de sultan( of cherif) moet bij het verdrag van Tanger allerlei concessies aan buitenlandse mogendheden verlenen, o.a. toestemmen in de vestiging van postkantoren die de post naar het buitenland gaan verzorgen. Aanvankelijk komen deze kantoren alleen in Tanger, maar later in de meeste grote steden. Tanger is een belangrijke stop op scheepvaartroutes door de Middellandse Zee en langs de Atlantische kust. Het is dan ook hier dat ook het eerst naas of in de t buitenlandse consulaten ook postkantoren worden gevestigd. Met de opening van de nieuwe haven Tanger-Med heeft Marokko aangegeven te hechten aan de belangrijke scheepvaartfunctie van deze stad (afb.2).

Afb. 5: Ansichtkaart verzonden uit Tanger in 1927 , aan de voorzijde gefrankeerd met zegels van het Britse, Franse en Spaanse (rechts onder) kantoor. De stempels zijn waarschijnlijk door een welwillende postbeambte aangebracht. De Cherifijnse of Marokkaanse post Hoewel de postale geschiedenis van Marokko al, dateert de Cherifijnse (dus ‘echt Marokkaanse’) post pas van 1892. In dat jaar kocht de Marokkaanse makhzen (= regering) het postbedrijf dat door Isaac Brudo, zoon van de Franse vice-consul van Mazagan, was opgezet om de postverbinding tussen deze plaats en Marrakech te verzorgen. De Cherifijnse post functioneerde tot 1912. Zij gebruikte speciale ronde en achthoekige zegelstempels (afb.6) en pas in 1912 werd een serie postzegels uitgegeven.

Afb. 8: Gecensureerde brief verzonden via het Britse kantoor te Tanger op 24 februari 1942 naar Londen. Opvallend is dat behalve een zegel met opdruk TANGIER ook een gewoon Engels zegel van 2½ penny gebruikt is!

Afb. 2: Zegels uitgegeven ter gelegenheid van de opening van de nieuwe haven Tanger-Med in 2009 Het eerste postkantoor werd gevestigd in het Franse consulaat in 1852. Als eerste stempel ontving dit kantoor een nummerstempel van het type ‘gros chiffres’ (afb.3) waarnaast een datumstempel gezet moest worden. Afgebeeld (afb.4)is het eerste datumstempel van dit kantoor; deze datum valt samen met de eerste afvaart van de postboot naar Oran in Algerije. Later volgden Franse kantoren in vele andere plaatsen. Deze gebruikten aanvankelijk postzegels van het moederland, die later werden overdrukt met waarden in centimos (zie afb. 1)en pesetas . Na 1912 werden deze zegels geldig in het grootste deel van Marokko dat toen een Frans protectoraat werd. Vanaf 1917 werden ‘eigen’ zegels uitgegeven met

Afb. 6: FDC met de zegels die in november 1992 werden uitgegeven t.g.v. het honderdjarig bestaan van de Cherifijnse post; duidelijk zijn hierop de achthoekige zegelstempels weergegeven. De Cherifijnse post had geen gemakkelijk leven: behalve met een 20-tal particuliere postbedrijfjes (van een aantal zijn de zegels opgenomen in de Yvert catalogus onder ‘Postes locales’), moest zij ook concurreren met de buitenlandse kantoren die in feite een monopolie hadden op de uitgaande post (afb.7). Na 1912, toen bij het verdrag van Algeciras Marokko werd opgedeeld in een Frans

Afb. 9 Franse briefkaart op 14 oktober 1940 verzonden uit Rabat naar een adres in Frankrijk, later doorgehaald en veranderd in Parijs. De moderne zegels, maar ook die uit de Franse tijd na 1913, zijn in het algemeen ruim voorradig. Dat ligt anders voor de ‘klassieke’ zegels van voor die tijd, met name als het gaat om poststukken en


FILAKRANT 2015

bijzondere stempels. De economische ontwikkeling van het land en de actieve filatelistenverenigingen – met name gericht op de jeugd! – leiden tot een toenemend aantal verzamelaars, zowel in het land zelf als in het buitenland. Gezien de betrekkelijke schaarste van het oudere filatelistische materiaal is de kennis van andere verzamelaars van groot belang voor de verdere ontwikkeling van de posthistorie (en van je eigen verzameling). Uit het bovenstaande is wel duidelijk geworden dat je daarbij verder moet kijken dan je eigen land. De

postale ontwikkelingen in diverse landen blijken immers vaak met elkaar verbonden; zo hadden gedurende lange tijd Marokko, Algerije en Tunesië dezelfde posttarieven. In 2013 werd ik daarom lid van Al Barid, een unieke studiegroep waarin veel kennis over de Arabische wereld verenigd is. Na iedere bijeenkomst ga ik naar huis met nuttige kennis voor mijn eigen verzameling en met zegels of poststukken die ik aan mijn collectie kan toevoegen. Ik vraag me wel eens af of ik nog wel (alleen) Marokko verzamel!

27

De Filatelistische Contactgroep Islamitische Wereld, Al Barid, verenigt verzamelaars van Marokko tot Iran en van Turkije tot Jemen. Er zijn vier bijeenkomsten per jaar, o.a. met onderlinge tentoonstellingen en veilingen. De vereniging geeft een blad ‘Al Barid’ uit en heeft een website: pv-al-barid.com waarop alle nodige informatie te vinden is. Secretaris is wim.poppelaars@hotmail.com

Een beetje zegelen O

p het bureau belandt een wat groezelige briefkaart uit 1954 die toch de aandacht trekt door het vlagstempel dat is gebruikt en dat luidt : Bespaar tijd, koop 2½d zegels in boekjes, 3s9d per boekje.

Vooruit, even tijd, de basiscatalogus voor Engeland, de Gibbons Concise, erbij gepakt. De verkoopprijs was 3 shilling en 9 pence, dat waren dus 3 x 12 = 36 + 9 = 45 pennies. Even delen door 2½ penny geeft dat er 18 zegels in het boekje hebben gezeten. Onder de pre-decimale booklets van 3s9d staat een reeks uit 1953-1957 van boekjes met 18 x 2½ penny zegels, 3 blaadjes van elk 6 zegels, dat moeten ze dus zijn waarvoor reclame gemaakt wordt. De catalogus geeft eerst de nummers G1 tot en met G10, voor de boekjes uitgegeven van november 1953 tot en met december 1955, met het watermerk Tudor Crown, en met daarin het zegel met catalogusnummer 519b. En leuk, gevolgd door de nummers G12 tot en met G21 met het watermerk St. Edwards Crown, dit zegel heeft het catalogusnummer 544b, met daarbij de notitie dat de samenstelling van het boekje hetzelfde bleef maar dat er nu wel “interleaving pages”, ingevoegde bladen met reclame, tussen de blaadjes zegels waren ingevoegd.

Strafport Dan nog kijken naar de kaart zelf. Het is een “postcard with reply paid”, een briefkaart met betaald antwoord. Ooit was het een dubbele kaart, immers “the annexed card is intended for the answer”, de aanhangende kaart is bedoeld voor uw antwoord. In de postwaardencatalogus van Huggins-Baker “Collect British Postal Stationery” vinden we de briefkaart terug onder nummer CP105, 19511953, 2d + 2d roodbruine indruk, binnenlandse antwoordkaart, type CF18, wapen type f, dunne bruinige kaart, afmeting f. Maat klopt, wapentype klopt, flodderig klopt, uitvoering klopt, de kleur zal wel kloppen (ze zijn er ook in een oranjeachtige uitvoering). Maar “binnenlands”?, deze ging naar Attica, Ohio, USA! Ontsnapt aan de strafport-controle !?

En in de boekjes uit oktober en december 1955, nummers G9 en G10, kunnen beide watermerken tegelijk voorkomen. Interessant. Fout Dan even kijken bij de zegels zelf, ja hoor, beiden zijn b-nummers ofwel “sideways watermark”, een liggend watermerk. Maar vreemd, bij 519b staat als uitgiftedatum 15-11-1954 terwijl de boekjes

waar de zegels uitkomen er zijn vanaf november 1953!! Een foute vermelding in de catalogus ?? Vervolgens een andere Engeland-catalogus erbij gepakt, de Stoneham-catalogus, met daarin een plaatje van het postzegelboekje, zwarte druk op rood omslag, met de grote opdruk “4d minimum foreign letter rate”. Lekker verwarrend, op een boekje met zegels van 2½d.

Plezier Tenslotte nog gekeken naar het stempel, want daarmee was het allemaal begonnen. Teruggevonden in “Collect British Postmarks” onder de slogan-postmarks (vlagstempels) met nummer 210. Dit stempel was in gebruik in stempelmachines op 350 postkantoren. Basiswaarde van het stempel is 30 pence, rond maar af op 10 eurocent. Maar voor dat geld heeft deze verzamelaar wel weer een hele middag verzamelplezier gehad.

Postzegelhandel

LUC VANSTEENKISTE

België XX / X / ◙. Postzegels en Brieven. Uitzoeken kilowaar Frankrijk en België Diverse loten / partijtjes Duo-stamps en PAP’s Ook inkoop plakwaarden (nominaal) België en betere partijen.

Rodenbachstraat 42, 8770 Ingelmunster, België, GSM: ++32 475 78 43 48 mail: vansteenkiste.luc@pandora.be

Onze Beursagenda voor 2015: Filateliebeurs in Loosdrecht (NL) Brievenbeurs Gouda (NL) Antwerpfila in Antwerpen (B) Vismijn in Nieuwpoort (B) Hollandfila te Barneveld (NL) Antwerpfila in Antwerpen (B) Postex in Apeldoorn (NL) Eindejaarsbeurs te Barneveld (NL)


28

FILAKRANT 2015

Kunst of kitsch bankbiljetten? Door: John Laureijsen

S

teeds vaker worden er bankbiljetten uitgegeven waarvan het twijfelachtig is of de biljetten daadwerkelijk ergens als betaalmiddel worden gebruikt. Door de moderne fotografische en printtechnieken worden de biljetten wel grafisch steeds mooier. Hieronder een aantal bijzondere exemplaren. Bepaal zelf of u de bankbiljetten het verzamelen waard vindt.

De diverse eilanden en gebieden in de Pacific zijn overigens toch vrij goed in het genereren van extra inkomsten. Hutt river province is het oudste semi zelfstandige gebied van Australië. Hoewel door geen andere landen erkend, hebben ze zichzelf op 21 april 1972 uitgeroepen tot een zelfstandige staat.

Antartica en Artic Territories (Noord- en Zuidpool) begonnen in het midden van de jaren 90 met het uitgeven. Sindsdien komen iedere circa 4 maanden nieuwe biljetten uit. Mij is verteld dat op een oplage van 20.000 er circa 200 daadwerkelijk lokaal worden gebruikt en de rest gaat naar verzamelaars. Een deel van de opbrengst zou worden gebruik voor de financiering van onderzoeksfaciliteiten.

Disney Dollar

Hutt river province

Disney India Vrij recent heeft Disney een aantal biljetten uitgebracht in samenwerking met een organisatie voor kinderwelzijn in India. Naast de bekende Mickey Mouse staat hierop een afbeelding van Mahatma Gandhi (net zo bekend natuurlijk).

Antartica 1996 De eerste biljetten hadden veel weg van briefkaarten. De biljetten van na 2010 zijn echte fotografische hoogstandjes prachtige beelden van de lokale flora en fauna.

Kerguelen

Uiteraard is ook Nederland aan de beurt gekomen. Vanzelfsprekend mag u zelf bepalen of het kunst of kitsch is.

De Kerguelen liggen in het zuidelijke deel van de Indische Oceaan. Ze vormden samen met Madagascar een Franse kolonie. In 2004 besloten de eilanden samen met enkele andere eilandjes een eigen staat uit te roepen. Al hun bankbiljetten zijn getekend en kenmerken zich door een afbeelding van een kat op de keerzijde. Een ander voorbeeld van een zelfuitgeroepen land is Antnapolistan, een virtueel zelfstandig land op Rhode Island, New York. De kunstkolonie op dit eiland brengt al sinds 2004 regelmatig een nieuwe reeks bankbiljetten uit met daarop een kameel en een vers uit de koran.

Antartica 2010

Antnapolistan Artic Territories 2012 In het zelfde lijstje van papiergeld ter ondersteuning van wetenschappelijk onderzoek horen ook de bankbiljetten van Paaseiland en de Galapagos eilanden (bekend van Darwin).

Kom eens langs u de beschreven biljetten in het echt zou willen bekijken. De voorraad is echter beperkt. Nagorno Karabach

Galapagos eilanden 2009

We kennen ook nog Nagorno Karabach. Dit is een provincie van Armenië die midden jaren 90 in opstand is gekomen. Buiten Rusland heeft niemand dit nieuwe land erkend. Een Amerikaans bedrijf heeft wel 2 bankbiljetten voor ze uitgebracht (en zelfs 2 specimens met serienummers 00000000). Ze wisten ze zelfs in de pick catalogus te krijgen als pick 1 en pick 2 van Nagorno Karabach. Een volgend voorbeeld zijn de Disney dollars. Deze werden voor het eerst uitgegeven in 1987. Van Disney dollars zijn 3 varianten in omloop. De letter A geeft uitgegeven voor Anaheim (Californië), de letter D voor Orlando (Florida) en sinds 2005 de letter T, special uitgegeven voor de Disney Stores (weer gestopt in 2009). Daarnaast komen er soms speciale uitgaven uit voor personeelsleden van Disney.

Paaseiland 2011

John Laureijsen verzamelt en verkoopt papiergeld. Hij is op diverse beurzen in Nederland en België te vinden en op internet onder www. catawiki.nl/shops/5171ex. Reacties worden op prijs gesteld en kunnen per e-mail worden gestuurd aan: 5171ex@telfort.nl

Adverteren in filakrant 2016 Werbung machen In der Filazeitung 2016 Advertising at filanewspaper 2016 Publicité du filajournal 2016

Info: V.O.V.V.: 0031 - 55 355 86 00 organisatie@eindejaarsbeurs.nl


FILAKRANT 2015

29

Postzegels verzamelen is fun! V

erzamelen zit ons allemaal in het bloed. De vroege oermens verzamelde vruchten om in z’n levensonderhoud te voorzien. Later ging hij jagen en nog veel later leerde hij hoe hij het land moest bewerken en dieren domesticeren. Zo kon hij in minder tijd toch zijn familie voeden. Inmiddels zijn we vele eeuwen later. Door specialisatie, wat we nu werk noemen, doet ieder een klein deel van een grote taak en kunnen we met de opbrengst van het werk, dat we nu inkomen noemen, in de supermarkt van alles kopen om in het levensonderhoud te voorzien.

Toch blijft het verzamelen kriebelen. De één verzamelt sigarenbandjes, de ander suikerzakjes, pennen, porseleinen mini-serviesjes, flippo’s, voetbalplaatjes, noemt u het maar op, alles wordt verzameld.

Onze postzegelhobby is slechts 175 jaar oud, maar heeft vele miljoenen verzamelaars over de hele wereld plezier bezorgd en doet dat tot op de dag van vandaag nog steeds. Velen zijn op jonge leeftijd begonnen en zijn op een zeker moment gestopt toen school of werk tijd en aandacht vroegen. Menigeen heeft de hobby pas later weer opgepakt. En wat dan? Het oude boek uit de jeugd wordt weer uit de kast gepakt en met nieuwe inzichten wordt de verzameling opnieuw opgezet. In deze moderne tijd geeft internet een andere

dimensie aan het verzamelen, je kunt vanuit de luie stoel over de hele wereld zegels kopen. Maar toch…. Er mist iets als je eenzaam achter je computer zit. Al in de oertijd ging men samen op jacht, of zocht men samen naar vruchten. De Engelse uitdrukking “there is strenght in numbers”, te vertalen als “samen sta je sterker”, geeft het precies weer: verzamelen doe je uiteindelijk ook niet alleen. De interactie met gelijkgestemden die ook postzegels verzamelen, geeft de mogelijkheid om te vergelijken, te ruilen en informatie uit te wisselen. Je aansluiten bij een vereniging is daarbij een prima middel om met die medeverzamelaars in contact te komen. Of dit nu een algemene vereniging is, die lokaal actief is, of een gespecialiseerde vereniging die haar interesse richt op één gebied, of zelfs één soort zegel, ze bieden allemaal de mogelijkheid om de verzameldrang te bevredigen. Met ruilavonden, beurzen, veilingen etc. brengen de verenigingen verzamelaars met elkaar in contact.

Inmiddels bestaat de KNBF meer dan 100 jaar, maar haar doel blijft hetzelfde: verenigingen ondersteunen om verzamelaars de mogelijkheid te bieden hun hobby uit te oefenen. Het meest in het oog springend zijn daarbij de activiteiten van de KNBF rond een tentoonstelling. Het begeleiden van de tentoonstelling en het leveren van juryleden die de inzendingen beoordelen. Daar wordt veel reclame voor gemaakt, want de organiserende vereniging wil graag een zo groot mogelijk publiek trekken.Toch zijn het juist de minder zichtbare zaken die minstens zo belangrijk zijn. De KNBF heeft voor de bij haar aangesloten verenigingen diverse gunstige verzekeringen voor het rondzendverkeer en veilingen. Ook voor de individuele leden van die verenigingen zijn er diverse faciliteiten, zoals gespecialiseerde en voordelige verzekeringen voor de verzamelingen, die vaak het resultaat zijn van jaren studie, zoeken naar zegels en soms zelfs het uitgeven van een boel geld.

Wat meer abstract is de belangenbehartiging die de KNBF voor haar leden doet. Nationaal, maar ook internationaal wordt met vele partijen contact onderhouden om te zorgen dat de verenigingen en haar leden zorgeloos kunnen genieten van de filatelie. Maar dit verhaal is niet bedoeld als een opsomming van de goede dingen die de KNBF doet. U moet zich kunnen overgeven aan het zoeken naar net dat ene zegeltje dat u nog mist, of die ene brief die nog in uw collectie ontbreekt. Met medeverzamelaars ruilen of gewoon elkaar ontmoeten en de laatste nieuwtjes (of roddels?) uitwisselen.

Verzamelen moet gewoon “fun” zijn. Laat het aan de KNBF over om uw vereniging te steunen in de zaken die nodig zijn om dat te kunnen regelen. Voor vragen kunnen zij altijd terecht op het Bondsbureau, Zeelantlaan 11 in Utrecht. Telefoon 030-289 4290 of per mail: info@knbf.nl

Ook voor die verenigingen geldt: samen sta je sterker. Door samen te werken is de KNBF ontstaan. Verenigingen die het nut er van in zagen om met elkaar op te trekken en filatelistendagen te organiseren, waar de verzamelaars zich konden vergapen aan de verzamelwoede van hun mede-filatelisten, maar waar ze ook de mogelijkheid hadden om hun verzameling uit te breiden.

All Coins & Stamps Nostalgie Utrecht

Kennis is macht, met zilver wordt geld verdiend ISN Coins is een netwerk marketing organisatie waarmee met het verzamelen van munten geld verdiend wordt. Het is een uniek concept. Indien dit u aanspreekt, neem dan contact op met ISN Coins NL: Email: isnzilver@gmail.com Tel: +31(0)73-6418387 of +31(0)683991377

20e KEER VERZAMELBEURS NUNSPEET

ZATERDAG 2 MEI 2015 250 METER VERZAMELOBJECTEN FILATELIE STERK VERTEGENWOORDIGD POSTZEGELS -TELEFOONKAARTEN MUNTEN - ANSICHTKAARTEN - BRIEVEN

SPORTCENTRUM ‘DE BRAKE’ OOSTEINDERWEG 19 NUNSPEET VAN 10.00 - 16.00 UUR

ENTREE IS GRATIS

GRATIS PENDELBUSJE VAN / NAAR STATION NUNSPEET

!

INFO VIA: POSTZEGELVERENIGING NUNSPEET tel. 0341 - 256163 www.wijverzamelenpostzegels.com AFDELING NUNSPEET

Nunspeet, augustus 2009.

    

In- en Verkoop munten – papiergeld – penningen – postzegels Gehele en gedeeltelijke verzamelingen Wij bieden de gehele wereld op jaartal Taxatie U vind ons op de grote beurzen in Nederland & België

Geïnteresseerd? Bel 06 – 54 22 85 85 of mail info@allcoinsandstamps.com All Coins & Stamps Nostalgie Utrecht Postbus 2107 3500 GC Utrecht Nederland

Telnr: 06 – 54 22 85 85 Email: info@allcoinsandstamps.com Website: www.allcoinsandstamps.com

VINCENNES PHILATELIE FRANCE – ANDORRA – MONACO –FDC – ONU COLONIES FRANCAISES – TERRITOIRES D’OURTE-MER HISTOIRE POSTALE – ABONNEMENTS Secretariaat Kuntzestraat 150 8071 KP Nunspeet 74/76. de (0341) –Avenue 25 45 22 keesdebil@hotmail.com

Paris – 094300 VINCENNES Tel: 01/43.28.67.61 – Fax: 01/43.65.29.43 vincphil@vincphil.fr – www.vincphil.fr


30

FILAKRANT 2015

De Postzegel

��������� ����������� ����������� �������������������

746 75e jaargang

���

������������������������������ ��

September 2012 ISSN 1782/6306 MAANDBLAD VAN DE V.Z.W. KONINKLIJKE VLAAMSE BOND VAN POSTZEGELVERZAMELAARS

��� ������� �� ��

De Postzegel

���������������������������������� ���������������������������������

Het grootste filatelistisch maandblad in Vlaanderen Verschijnt 11 maal per jaar op min. 64 blz. met o.a.: * Diverse artikels van vooraanstaande filatelisten * Uitvoerige rubriek “Nieuwe uitgiften” met zeer veel afbeeldingen * Overzicht van filatelistische tentoonstellingen en ruilbeurzen * GRATIS speurdertjes voor leden * Tijdschriften- en boekbesprekingen * Drie KVBP-veilingen voor en door leden per jaar * Nieuws van de veilinghuizen in binnen- en buitenland * En nog zoveel meer ......... ABONNEER U NU!! Bon voor GRATIS proefnummer van ‘De Postzegel’ het maandblad van de Koninklijke Vlaamse Bond van Postzegelverzamelaars stuur naar het secretariaat: W. Verlinde, Kortestraat 21, BE 3053 HAASRODE Nog geen KVBP-lid? Zonde! Gewoon doen!

�������������������������������������������������

��������� �������������������������� ��������������������������������� ��

���������������� ������ ������������ �������������������� ������������ �������������������� ������������������������������ �������������������������� �������� �������������������������� ������� �������������������������� ���������������������������������� ���������������������������������� ��������������������������������������� �������������������������� ��� ������� ����������������� ����������������� ������� ���������� ��������������������� ��������������������������

Naam: ............................................................................................................................................ Straat + Nr. : ................................................................................................................................... Postcode : ........................... Woonplaats : .................................................................................... e-mail: ...........................................................................................................................................

Australië & Nieuw-Zeeland en gebieden

Postzegelhandel S. Herrema Postbus 41 9040 AA Berlikum Tel: 0518-462253. (geen winkel) Gsm: 06 - 206 58 972 E-mail: s.herrema@hotmail.com Website: www.pzhsherrema.nl

Beurs aanbieding: Nw-Zeeland: 20 $ Mt Cook luxe ◙ €.4,-. 10 $ Ruapehu luxe ◙ €.2,50. Australië: 20 $ Uluru luxe ◙ €.4, -.

Wij kunnen U leveren: O.a. nieuwtjes zowel postfris als gebruikt, postzegelboekjes, Fdc’s en speciale uitgiften ect. Ook behandelen wij uw mancolijsten. In voorraad diverse motieven, o.a. dieren, vogels en vissen. Zoals altijd hebben wij op beurzen veel interessante partijen en collecties bij ons. Aanwezig op Beurzen: Filateliebeurs te Hilversum. Antwerpfila te Antwerpen. Postex te Apeldoorn. Hollandfila en de Eindejaarsbeurs te Barneveld.


FILAKRANT 2015

31

Mijn ontdekkingstocht door en liefde voor de filatelie Door: Willem Buurke

T

oen ik op de lagere school (tegenwoordig basisschool geheten) zat in mijn geboorteplaats Hoogezand-Sappemeer in de provincie Groningen in het midden en eind van de jaren vijftig kreeg je, als je mooi schreef of goed schriftelijk werk had afgeleverd van de lerares (‘juffrouw’) een postzegel die zij in het schriftje plakte onderaan de bladzijde. Soms kreeg je ook een gekleurde stempelafdruk, maar die postzegel sprak toch wel tot de verbeelding. Ik was gefascineerd door een Franse postzegel uit de vijftiger jaren met de afbeelding van een kasteel, maar het mooist vond ik toch wel de zegels uit de karbouwserie uit de jaren ’30 van ontwerper ir. Kreisler van Nederlands Indië. Ik ben er nooit achter gekomen of zij zelf verzamelde en zij de zegels uit haar eigen verzameling haalde. Van mijn vader die tussen 1948 en 1950 in Indië had gezeten om daar de orde te herstellen hoorde ik allerlei verhalen over wat ze toen deden en de afbeeldingen van de karbouw sprak tot mijn verbeelding.

Mijn belangstelling voor postzegels was hierdoor gewekt, ook al deed ik er nog niets mee… Ik vond het mooie plaatjes waar veel op stond. In 1963 werd ik als 12-jarige besmet met het geelzuchtvirus zoals zoveel kinderen toen. Ook mijn jongere broer Jan trof dat lot. Ik zat net in de eerste klas van de HBS (Hogere Burgerschool) te Sappemeer (het dr. Aletta Jacobs lyceum). De artsen toen vonden dat je moest rusten en een aantal maanden het bed moest houden. Ik was al blij dat mijn broer ook het bed moest houden. Mijn moeder zag al aankomen dat we ons drie maanden zouden vervelen en haar tot wanhoop zouden brengen en kocht bij een kleine winkel aan de Hoofdstraat postzegels voor ons die in kleine sigarenkistjes zaten. Ik vond de postzegels (vooral Nederland en Europees klassiek) erg mooi en sorteerde ze en plakte ze met een flesje Arabische gom (wat rook dat lekker!) in een schriftje. Op een gegeven ogenblik komt de huisarts langs en mijn moeder vroeg of we onze verzameling wilden tonen. De huisarts die ik toch al een beetje streng vond, zei dat ik de zegels moest afweken en in een insteekboekje moest doen. Tja wist ik veel.. Vond ze strak en mooi zitten in het schriftje. Mijn moeder kon een insteekboek op de kop tikken en al gauw volgden er meer. Mijn broer en ik bouwden door aan een gezamenlijke verzameling. Mijn broer toonde zich genereus en zei mij dat ik de verzameling zelf mocht houden. Ik hoefde het niet met hem te delen. Zijn belangstelling was inmiddels gewekt voor andere verzamelobjecten zoals speldjes die in een heel groot stuk schuimrubber werden gestoken. Plotseling kreeg je overal speldjes bij als je producten kocht. Ook ik verzamelde sigarenbandjes en suikerzakjes en lucifer merken. Maar de postzegels bleven toch trekken. Het aantal insteekboeken nam toe en ik bouwde een verzameling Nederland en overzee op. Daarnaast had ik een insteekalbum met klassiek Europa. Nadat ik hersteld was besteedde ik het weinige zakgeld dat ik kreeg aan het dagelijks kopen van een krant (meestal het AD) om op de hoogte te blijven van wat er in de wereld te doen was en nieuwe postzegeluitgaven die ik kocht op het kleine postkantoor van Sappemeer zoals de mooie molenserie uit 1963. Molens vormen een oer Nederlands motief die onze zegels nog regelmatig sieren, zoals onlangs nog.

In 1967 vond er in het wijkcentrum ‘De Kern’ te Hoogezand, nog geen 50 meter lopen vanaf ons huis waar toen ook de bibliotheek gehuisvest was en heel veel activiteiten plaatsvonden een postzegelruilbeurs plaats. Voor het eerst ging ik naar een ruilbeurs met al mijn albums.. Ik legde mijn albums open en mensen mochten daarin kijken als ze dat wilden.. Ik kan me goed herinneren dat er oudere verzamelaars waren die mijn verzameling als een kinderverzameling bestempelden want belangrijke zegels zoals de oranje 2 ½ cent uit de Jan van Krimpen cijfer serie uit 1946 ontbrak in de verzameling en die was toch wel essentieel. Aangezien ik nog niet over een catalogus beschikte had ik helemaal geen weet van deze omissie. Ik voelde me echter behoorlijk beschaamd weet ik nog. Ik had zoals gezegd een album met klassiek Europa. Ik had geen flauw benul van waarde of zeldzaamheid. Ik vond die oude zegels

fascinerend omdat ze mij iets vertelden over oorlogen, bezettingen, vorstenhuizen, geografische ligging enz. enz. Ik heb daar ontzettend veel van opgestoken en mijn nieuwsgierigheid en verlangen naar kennis werd hierdoor behoorlijk bevredigd. Soms ging ik in de encyclopedie (Oosthoek) die mijn ouders inmiddels hadden aangeschaft kijken hoe het zat en wat de achtergronden waren. Plotseling was mijn album onvindbaar! Ik was ontroostbaar.. Waar was mijn album? Instinkt matig ging ik alle mensen langs die aan de

ruiltafels zaten en ineens zag ik mijn album zitten in een tas met stockboeken. Ik vroeg naar mijn eigendom en van een mevrouw van middelbare leeftijd met een hoogrode kleur kreeg ik mijn album terug.. De hebzucht van verzamelaars kan soms het minst mooie in een mens boven brengen ervoer ik in al mijn naïviteit. Ik ben toen een catalogus gaan kopen om me zelf wat meer te gaan verdiepen in de waarde en zeldzaamheid van al die zegels. Er waren er best leuke bij… Ik herinner mij nog goed dat er op die ruilbeurs in 1967 veel belangstelling was voor de Amphilex zegels die naar aanleiding van de internationale postzegeltentoonstelling in de RAI te Amsterdam tussen 11 mei en 21 mei werden uitgegeven. Ze waren zo in de belangstelling dat ze helemaal uitverkocht waren en niet meer te bemachtigen…. Ik had drie sluitzegels met de afbeelding van deze zegels en daar was ik al blij mee… Ik heb willens en wetens die sluitzegels geruild en kreeg er heel veel andere mooie zegels voor. Je hoorde dat er veel liefhebbers naar de RAI waren geweest en velletjes hadden gekocht. Ik was daar jaloers op. Voor mij bleven die velletjes onbereikbaar en pas jaren later lukte het mij de felbegeerde zegels aan te schaffen van Amphilex 1967…

Ik ging verder met verzamelen en in 1970 diende zich een behoorlijke wijziging in mijn persoonlijke situatie aan doordat ik sociologie in Groningen ging studeren aan de R.U.G. Die studie sprak mij erg aan en het accent van de verzameldrift werd wat verlegd naar studie en politiek. Ik leerde iemand uit Duitsland kennen en ik ging in die zeventiger jaren samenwonen We kregen een 2 kamerflat in Groningen in de nieuwe uitbreidingswijk Lewenborg. We begonnen met niks: een zelf aan elkaar genaaid vloerkleed van sisal, zelf in elkaar gezette primitieve stoeltjes enz. Een beetje geld voor een iets mooiere inrichting was welkom. De postzegels waren behoorlijk prijshoudend en in trek. Mijn belangstelling voor de filatelie was een beetje tanende. Ik wist dat er in de binnenstad van Groningen een postzegelhandelaar was met een winkel die behoorlijk wat bood voor postzegels. Ik had flink verzameld en had nogal wat postfris vijftiger en zestiger jaren zoals het eerste velletje kinderzegels uit 1965. Uiteindelijk trok ik mijn stoute schoenen aan en een groot deel van mijn verzameling inclusief het klassiek Europa werd verkocht voor de ronde som van 2600,-- gulden (!) Hiervan hebben we toen twee mooie schrijfbureau ’s met stoel voor gekocht en nog een paar andere dingen die ik me niet meer herinner. Voor me zelf een bureau en voor mijn toenmalige vriendin een bureau. Na jaren van wisselen van huis en van baan kwam ik in 1990 terecht bij de Technische Universiteit Eindhoven. Daar ontdekte ik dat er een sectie filatelie was van de personeelsvereniging en toen werd mijn belangstelling voor de filatelie weer wakker. Ik pakte de draad weer op en mede dank zij steun vanuit de sectie kon ik mijn verzameling Nederland en overzee weer opbouwen en uitbreiden en wel dusdanig dat de verzamelingen compleet dreigden te raken en zelfs overcompleet… Wat nu? De bezit van de zaak is het einde van het vermaak…. Ik verbreedde me door ook Engeland en Engelse koloniën te gaan verzamelen. Vooral de afbeelding van koningin Victoria en haar zoon Edward de VIIe die net als prins Charles heel lang moest wachten totdat zijn moeder

uitgeregeerd was na ruim 60 jaar op postzegels trok mij aan. Maar ja, dan weet je echt niet waar je aan begint. De Britten bezaten de halve wereld en wel de meest vreemde en onbekende eilandjes die je kunt voorstellen… Hiermee breid je je kennis van geschiedenis, topografie en koloniale verhoudingen wel erg sterk uit. Ik heb me zelf de beperking opgelegd om tot 1965 te verzamelen. Het moeilijkste is het om de hoogste (shillingen en ponden) waarden uit series te bemachtigen.. Ook verschillen in watermerken en tandingen zijn weer interessant en de moeite waard bij dit verzamelgebied. Je merkt dat het compleet krijgen van nieuwe en oude uitgaven steeds minder interessant wordt en dat specialisatie veel aantrekkelijker wordt. Ook klassiek Nederland begon ik op tanding te verzamelen en op stempels (puntstempels bijvoorbeeld). Mij verzamelhonger kende echter geen grenzen en een nieuwe ontwikkeling deed zich voor. Mijn broer Jan was werkzaam bij de gemeente Groningen als ambtenaar bouwzaken en hij vond op de verlaten zolder van een pand in de Oude Boteringestraat in Groningen waar zijn dienst gehuisvest was de complete administratie van de onderlinge brand waarborg maatschappij in de vorm van honderden briefkaarten uit 1900 tot 1915 met postzegels en stempels van alle mogelijke hoofd- en bijkantoren van plaatsen in het noorden waarvan ik zelfs nog nooit gehoord had. Ondertussen had hij tussen het oud papier ook een oud Schaumbeck album gevonden uit 1898 die nog de hele wereld omvatte (want dat ging toen nog) en daarin zaten nog enkele zegels… Ontzettend leuk. Mijn belangstelling voor brieven en postwaardestukken werd gewekt. En toen ging ik ook dit verzamelen, maar alleen Nederlandse poststukken en postwaardestukken met censuurkenmerken van WO I en WO II. Mijn speciale belangstelling gaat echter ook uit naar oude brieven, zoals EO brieven (EO is van voor dat de filatelie er was) en brieven van de Nederlandse koloniën Suriname, Curaçao en natuurlijk Nederlands Indië…

Het verzamelen van Nederlands Indië leidde er weer toe dat ik met name de postale periode tijdens de Japanse bezetting interessant begon te vinden (1942-1945) en de zegels die door de Indonesische opstandelingen werden uitgegeven tussen 1945 en 1949… inclusief de zogenaamde Weense drukken die niet van de Nederlanders gebruikt mochten worden.. Ik ben lid geworden van speciaal vereniging Dai Nippon. De Japanse bezetting van Nederlands Indië is een lastig gebied omdat er veel vervalsingen zijn en je nogal wat kennis moet hebben van stempels en zegels e.d. Maar zeer de moeite waard. Inmiddels ben ik ook al weer een aantal jaren secretaris van de sectie filatelie van de personeelsvereniging van de TU/e en van de Eindhoven Filatelie Vereniging en lid van de rondzending Contact schept Kracht (CsK) Ik kom veel op postzegelbeurzen (Postex, Holland Fila, de beurs te Loosdrecht, Den Bosch enz. enz.enz.) en vind het erg leuk om te snuffelen en vooral om te zoeken naar leuke enveloppen. Het is een verdomd leuke en leerzame hobby die ik iedereen kan aanraden. Ik weet zeker dat ik over drie jaar nadat ik met pensioen ga aan postzegeltentoonstellingen wil mee doen en meer wil publiceren en misschien wel een bijdrage zou willen leveren aan een handboek voor de filatelie.

Willem Buurke Adres is bekend bij de redactie.


32

FILAKRANT 2015

De emir van Bahawalpur Schatten uit de KGVI-verzameling – A.J. ‘t Jong

E

en ietwat vreemde eend in de bijt van de British Commonwealth is Bahawalpur, waarvan alle postzegels zijn uitgegeven gedurende de regeerperiode van koning George VI, en daarmee horend bij de KGVI-verzameling. De echte schatten van Bahawalpur op postzegelgebied betreffen de hoge waarden van de Indiase KGVI-serie voorzien van een opdruk waarbij de naam India is weggestreept en een afbeelding van een ster en halve maan is weergegeven inclusief de Perzische inscriptie ‘The Godgiven Kingdom of Bahawalpur’. Zie de afbeelding linksonder van de 5R (Rupees) en 10R zegel waarvan er ongeveer 60 bestaan, en welke een cataloguswaarde van £3.750 per stuk hebben!

bij de troepen in het Midden-Oosten. In 1946 werd hij bevorderd tot generaal-majoor en in 1947 werd hij dus emir van Bahawalpur. Hij was aanwezig in Londen bij de kroning van Elizabeth II die toen ook koningin werd van Pakistan (tot 1956 toen het land een onafhankelijke republiek werd), en overleed zelfs in deze hoofdstad van het voormalige British Empire! Overigens werd zijn lichaam na zijn dood overgebracht naar Bahawalpur en in het familiegraf in Fort Dirawar begraven, daar waar hij ook geboren was. Zijn kleinzoon Nawab Salah-ud-din Ahmed Abbasi is de huidige ‘Nawab’ maar zonder echte macht die zijn opa dus nog wel had als emir van Bahawalpur.

juist een minderheid) uit India wegtrokken en zich vestigden in Bahawalpur. De ‘ruler’ Nawab Sadiq Muhammad Khan Abbasi V Bahadur sloot zich aan bij Pakistan, en werd emir van Bahawalpur, waarna in 1952 Bahawalpur een provincie werd van Pakistan, hetgeen ook nu nog het geval is.

Ik wil graag met u een paar KGVI-schatten van Bahawalpur behandelen die wat beter betaalbaar zijn en een prachtig ontwerp kennen! Om met de deur in huis te vallen is één van de grootste (en ik geloof zelf de grootste) ‘KGVI’ postzegels afgebeeld met een afbeelding van de (in 1948) huidige emir Muhammad Bahawal Khan I Abbasi (midden) en zijn 2 voorgangers. Opsplitsing Eerst iets over Bahawalpur en het staatshoofd. Het prinsdom Bahawalpur is gesticht in 1802 door Nawab Mohammad Bahawal Khan II na de val en opsplitsing van het Durrani keizerrijk. Overigens bestaat de stad Bahawalpur al sinds 1748 en heette oorspronkelijk ‘nieuw Baghdad’. In 1833 ging men een verdrag aan met Engeland waardoor de Nawabs (betekent ‘rulers’) onafhankelijk mochten blijven, al werden ze gerekend onder de zogenaamde Rajputana staten en daarmee onderdeel van India (Punjab). Het 100-jarig jubileum werd in 1933 ook filatelistisch gevierd met de uitgave van een postzegel met waarde 1 anna in de kleuren zwart op groen papier: wellicht heeft u die in uw verzameling. Op 15 augustus 1947 werd India onafhankelijk van Engeland en werden delen van het grote rijk opgesplitst, waardoor bijvoorbeeld op 3 oktober 1947 Pakistan ontstond. Bahawalpur kende een meerderheid aan moslim bevolking; de Hindoe en Sikh-groeperingen uit Bahawalpur trokken weg naar India terwijl de moslims uit India (daar

Symbool van de Islam Tussen 1947 (met de hierboven genoemde serie van Indiase KGVI-zegels met opdruk) en 10 oktober 1949 (met de U.P.U. zegels als laatste ‘eigen’ zegels van Bahawalpur) zijn er (zonder te kijken naar verschillen in tandingen en andere afwijkingen) toch in totaal 46 postzegels en 28 dienstzegels uitgegeven. Een aantal dienstzegels is overigens al in 1945 uitgegeven (geheel in het Arabisch), toen voor normale postale doeleinden in Bahawalpur de KGVI-zegels van India gebruikt werden. Alle postzegels van Bahawalpur zijn gedrukt door drukker De La Rue op papier met watermerk ‘Multiple Star and Crescent’, het bekende symbool van de Islam. Bij dit in

paleis, één van de vele paleizen die Bahawalpur rijk is. In het midden een foto van de emir die ik vond op Wikipedia: let op de snor die zowel op de foto als op de postzegel staat afgebeeld en wellicht voor ons associaties oproept met een andere bekende snor in dit formaat… De emir is geboren in 1907 en overleed in 1966 op 62-jarige leeftijd. Hij heeft gevochten aan de zijde van de geallieerden als luitenant-kolonel

Ik sluit dit hoofdstukje af met de opmerking dat naar mijn mening deze postzegels toch echt schatten zijn binnen de KGVI-verzameling ook al staat er een andere ‘ruler’ op dan King George VI! Met uitzondering van de ‘top 3’ van de bovengenoemde Indiase KGVI hoge waarden met opdruk zijn de rest van deze schatten voor een ieder heel goed te betalen en ook zeker relatief eenvoudig op de kop te tikken.

POSTZEGEL EN MUNTHANDEL

BREDENHOF

BOVENSTRAAT 286A 3077 BL ROTTERDAM TEL. 010-4826725 EMAIL: info@bredenhof.nl slechts 2 jaar tijd relatief grote aantal uitgegeven postzegels zitten prachtige exemplaren met afbeeldingen uit de stad en de rest van de staat en natuurlijk van de emir. Hieronder een 2-tal postzegels uit de serie uitgegeven op 1 april 1948, waar de 10 Rupees zegel die hierboven al werd afgebeeld ook uit afkomstig is: links de emir met in de geval de waarde 9 pies, en het Nur-Mahal

Voor onze aantrekkelijke aanbiedingen ontmoeten wij u graag op de diverse beurzen in binnen- en buitenland. Kijkt u ook eens op onze website.

Wij bieden u een grote keuze aan postzegels in nieuwe en gestempelde kwaliteit. www.geertzenphilatelie.nl Elektronisch betalen is bij ons mogelijk

Geertzen Philatelie

Prins Bernhardstraat 11 3466 LR WAARDER (nl) e-mail: geertzen.phila@wxs.nl

Het is bekend dat de emir, net als wij een fervent filatelist, zelf een hand had in het ontwerp van de diverse prachtige postzegels van Bahawalpur. Overigens mochten de postzegels alleen gebruikt worden voor verzending van poststukken binnen Bahawalpur en niet daarbuiten. Zelfs voor post naar andere Pakistaanse bestemmingen moesten de zegels van Pakistan hiervoor gebruikt worden. Na de laatste uitgifte in oktober 1949 werden dan ook voortaan alleen maar postzegels van Pakistan gebruikt, al zijn er wel exemplaren van Bahawalpur-postzegels bekend met een poststempel t/m 1953!

Mobiel: 00 31 653447302 Lid van IFSDA en NVPH

Winkel geopend van woensdag t/m vrijdag 9.00 t/m 17.00 uur Zaterdag 9.00 t/m 16.00 uur.

Wij leveren al 50 jaar kwaliteitskilowaar. Kijk op www.bredenhof voor de prijzen en om te bestellen.

IEDERE MAAND NIEUWE AANBIEDINGEN Wij hebben een grote voorraad Nederland en veel West-europese landen, insteekboeken. Ook behandelen wij mancolijsten en leveren wij in abonnement zegels van de hele wereld zowel landen als motieven.

WIJ ZIJN DRINGEND OP ZOEK NAAR GOEDE VERZAMELINGEN, KILOWAAR EN MUNTEN


FILAKRANT 2015

33

H.M.S. Cossack of H.M.C.S. Iroquois? Schatten uit de KGVI-verzameling – A.J. ‘t Jong

I

n Britannia News, het clubblad van Studiegroep Britannia dat 4x per jaar verschijnt, schrijf ik inmiddels al ruim 7 jaar over diverse aspecten uit de KGVIverzameling: alle postzegels uit de regeerperiode van koning George VI, de vader van de huidige koningin Elizabeth II die geregeerd heeft van 11 december 1936 tot aan z’n dood op 6 februari 1952. Naast een aantal losse artikelen en enkele kortlopende reeksen heb ik al een aantal keer diverse postzegels uit de KGVI-verzameling behandeld in een reeks ‘schatten’: deze postzegels kunnen om diverse redenen een schat binnen de KGVI-verzameling genoemd worden. In dit artikel wil ik een 2-tal schatten uit deze reeks aan u voorstellen. Meer uit deze reeks kunt u lezen in Britannia News.

Canada heeft zijn eerste KGVI-zegels al uitgegeven op 1 april 1937, dus nog voor de officiële kroning van George VI (op 12 mei 1937). Deze zegels vormen samen met een aantal latere uitgiften de eerste permanente (= langlopende) KGVI-serie van Canada. Op 1 juli 1942 verschijnt een nieuwe permanente serie, opnieuw met waarden van 1 cent t/m 1 dollar, om nadrukkelijk de bijdrage van Canada aan de geallieerde strijdkrachten in de Tweede Wereldoorlog te laten zien. Deze bijdrage van Canada is overigens uit-

zonderlijk groot geweest zodat op enig moment tijdens WWII zelfs 1 op de 3 Canadese mannen in militaire dienst was. Veel Canadese levens zijn gegeven in de strijd tegen de tegenstanders van de geallieerden: we kennen allemaal wel de beelden van de Canadezen die mede Nederland hebben bevrijd van de Duitsers.

opbrengst uit de verkoop van deze postzegels dan ook rechtstreeks naar de oorlogskas is gegaan. We richten ons nu op de hoogste waarde uit de serie (die overigens meerdere prachtige exemplaren kent): de $1 met een afbeelding van de H.M.S. Cossack (tenminste zoals de Stanley Gibbons catalogus de zegel beschrijft...)

van deze “zusterschepen” uit dezelfde klasse…? Interessant genoeg om op onderzoek uit te gaan, mede omdat de door mij vaak aangehaalde Murray Payne Commonwealth catalogus de omschrijving H.M.C.S. Iroquois meegeeft… Het blijkt dat de Canada Post Office voor de genoemde War Effort serie dacht een afbeelding

Als je gaat zoeken op internet levert de zoekterm H.M.S. Cossack meerdere schepen op met dezelfde naam! Het gaat hier echter om de torpedojager (in het Engels: ‘destroyer’) H.M.S. Cossack uit de zogenaamde “Tribal Class”. In de Tribal Class zijn vele schepen gebouwd voor de marinevloten van Engeland, Canada en Australië. De H.M.S. Cossack werd te water gelaten op 8 juni 1937 op de Walker Naval Yard van VickersArmstrong in Newcastle-upon-Tyne. De naam van het schip refereert aan de naam van de bekende bewoners van de Russische steppe: de kozakken! De Cossack heeft o.a. gevochten in de Noorse wateren en heeft deelgenomen aan de achtervolging van het Duitse slagschip Bismarck totdat de Cossack op 23 oktober 1941 werd geraakt door een torpedo van de Duitse onderzeeër U-563 toen het een konvooi begeleidde van Gibraltar naar Engeland. Het schip werd weggesleept maar door het slechte weer is de Cossack op 27 oktober 1941 ten westen van Gibraltar gezonken.

te hebben van de H.M.C.S. Iroquois welke in de proefdruk (zie afbeelding boven van de proefdruk en de daarvoor gebruikte foto) gebruikt werd. Nader onderzoek later (wanneer weet ik niet precies, maar in ieder geval na uitgifte anders hadden ze wel een correctie gemaakt denk ik zo) bleek dat aan de gebruikte nummers op het schip te zien is dat het niet om de Iroquois ging maar om de Cossack! Het maakt deze “schat” er naar mijn mening niet minder om…! De H.M.C.S. Iroquois heeft overigens zo’n 20 jaar “gediend” binnen de Canadese marine en is ingezet in zowel de Tweede Wereldoorlog (Atlantische Oceaan, Poolgebied, Golf van Biskaje, en Noorwegen) als in de Korea-oorlog van 1952-1953. De postzegel zelf is het “vlaggenschip” van de War Effort serie en met z’n $1 postale waarde ook de hoogste waarde uit de serie. Ondanks dat de serie na de oorlog in 1946 werd “vervangen” door een nieuwe permanente serie maar dan met wat “vriendelijkere” ontwerpen (bijvoorbeeld is de 1946 $1 zegel ook een schip maar dan een “train ferry”), kent de serie een behoorlijk grote oplage. De 13 cent zegel met een afbeelding van een tank (welke in april 1943 werd vervangen door een 14 cent zegel met dezelfde afbeelding) heeft de laagste oplage: zo’n 4 miljoen zegels. De $1 zegel heeft een oplage van ruim 6 miljoen stuks, hetgeen overigens nog steeds “laag” is ten opzichte van de 1 cent die ruim 2½ miljard (!) keer gedrukt is. En dat terwijl Canada in 1945 slechts 12 miljoen inwoners had.

Ook financieel gezien heeft Canada een enorme bijdrage geleverd aan de kosten van de oorlogsvoering. Ik vermoed dat een (groot) deel van

Opmerkelijk is dat de Canadese postzegel volgens de SG-catalogus refereert aan de H.M.S. Cossack omdat dit één van de torpedojagers is van de Britse marine en niet van de Canadese marine. Zoals gezegd zijn er ook schepen van de Tribal Class gebouwd voor de Canadese marine: Athabaskan, Cayuga, Haida, Huron, Iroquois, Micmac en Nootka, allemaal namen van Indiaanse volken, dus waarom dan geen afbeelding van één


34

FILAKRANT 2015

Fiddler on the Roof Shalom Alekhem

Anatevka Fiddler on the Roof Anatevka – 50 jaar

Shalom Alekhem, pseudoniem voor Shalom Yakov Rabinowitz werd op 18 februari 1859 te Pereyaslav (Oekraïne) geboren. Nog maar 17 jaar oud gaf hij al Russische les. Later werd hij rabbi in Lubin. Aanvankelijk schreef hij in het Hebreeuws en het Russisch, later alleen in het Jiddisch: 40 delen met toneelstukken, romans, korte verhalen en verhalen voor kinderen. Veel ervan werd vertaald. In de Verenigde Staten werd hij bekend als de ‘Joodse Mark Twain’. In 1905 verliet hij Rusland en woonde en doceerde hij in Europa en de VS. Het hoofdthema in zijn werk is het gewone dagelijkse leven van arme mensen, dat op een vaak humoristische manier beschreven wordt. De beroemde musical Anatevka , met Tevye de melkboer als hoofdpersoon, is gebaseerd op zijn verhalen. Hij was een der eersten die de zionistische idealen onderschreef. Overleden op 13 mei 1916 in New York City. Op de zegel zijn handtekening en de tekst “Shalom Alekhem 100e verjaardag van zijn geboorte”.

In de jaren 70 en 80 werd Anatevka meermaals met groot succes opgevoerd in de Koninklijke Vlaamse Opera en de Opera voor Vlaanderen te Antwerpen. In het seizoen 1975-1976 werd de rol van Tevje vertolkt door Jan Garritsen en de rol van Golde door Maria Verhaert. In het seizoen 1976-1977 werd Tevje vertolkt door Bert Olsson. In de jaren 80 werd Golde vertolkt door Christiane Lemaitre. Regisseur was telkens Gabriel van Landeghem, die ook de vertaling schreef. Dirigent in de jaren 70 was Francois Cuypers. In 1991 bracht het Koninklijk Ballet van Vlaanderen, Anatevka op het toneel met Nolle Versyp in de rol van Tevye. Van september 1998 tot juni 1999 werd Anatevka wederom opgevoerd. Ditmaal was de productie in handen van Joop van den Ende’s Stage Entertainment. De muzikale leiding lag in handen van Harry van Hoof en René op den Kamp was dirigent. In het seizoen 2008-2009 was deze musical, opnieuw met als titel Anatevka, weer in de Nederlandse theaters te zien. De musical ging op 23 december 2008 in première in de Goudse Schouwburg te Gouda. De musical was tot eind mei 2009 in verschillende theaters in Nederland te zien. Deze Anatevka was een productie van Mark Vijn Theater Producties onder regie van Frank Van Laecke. In 2011-2012 wordt deze musical ook opnieuw in Vlaanderen opgevoerd door Musical van Vlaanderen.

De eerste voorstelling die plaatsvond in een ander land en in een andere taal was in Israël, in het Hebreeuws, in 1965. Yossef “Bomba”Tzur, Shmuel Rodensky en Chaim Topol waren de eersten die de rol van Tevye vertolkten in het Hebreeuws. Sindsdien is de show vertaald en uitgevoerd in meer dan 20 talen, van Jiddisch tot Japans en vele miljoenen hebben de voorstelling gezien en nog steeds met veel enthousiasme, tot vandaag aan toe. De eerste van deze korte verhalen werd precies 70 jaar eerder gepubliceerd. Een nieuwe loot in de verkoopwinkel van I.P.S is het Presentation Pack. Een folder met de uitgegeven zegels en een uitgebreide beschrijving van de uitgave. Van deze uitgave zijn maar 3.000 exemplaren vervaardigd. Uitgiftedatum 9 september 2014.

De musical is geschreven door Joseph Stein (Script), Sheldon Harnick (liedjesteksten) en Jerry Bock (muziek).

50 jaar van de musical “Fiddler on the roof” – “Vioolspeler op het dak” –

De directeur-choreograaf was Jerome Robbins. Acteur, Zero Mostel, was de eerste die de laarzen van Anatevka de melkboer vulde in het eerste optreden in Broadway, New York, in 1964.

120 jaar van “Tevye the Dairyman stories” vertellingen van “Anatevka de melkboer”. Op 9 september 2014 werden hiervoor ook drie speciale vellen, van 8 postzegels uitgegeven, waarvan 4 met tab, elk met een waarde van NIS 3,10.

Vijftig jaar geleden, in 1964, ging het gordijn omhoog voor Fiddler on the Roof -de eerste grootschalige Broadway musical gebaseerd op een Joods-Jiddische klassieker. Het plot speelt zich af in een klein Joods stadje in Rusland en is gebaseerd op de verhalen van Tevye (Anatevka) de Melkboer, geschreven door de grootste Jiddische humorist, Shalom Aleichem.

In 1966, speelde Zijn leraar en mentor, Shmuel Rodensky, Saman Tevje in de Israëlische productie. Chaim Topol,was vereerd de rol te delen met hem, en echt belangrijke dingen over de Joodse gebruiken, in de Russische dorpjes, van hem te leren. Dankzij hem, speelde ik op het toneel van “Her Mayesty’s Theatre” in Londen in 1967.

Tevje is de Joodse melkboer in een klein Russisch dorpje. Hij wil, zoals alle andere Joden in het dorp, vasthouden aan de traditie, want dat geeft zekerheid. Er komen echter nieuwe tijden. De Joden worden in tsaristisch Rusland veelvuldig door de autoriteiten geïntimideerd. Tevje besluit zijn dochter Tzeitel uit te huwelijken aan een veel oudere slager, maar geheel in strijd met de traditie blijkt ze zelf al een partner gevonden te hebben: de kleermaker Mottel. Mottel heeft, in tegenstelling tot de slager, geen geld, maar Tevje geeft uiteindelijk toch zijn zegen aan het huwelijk. Zijn tweede dochter Hodol krijgt een relatie met een Joodse revolutionair die verbannen wordt naar Siberië. Hodol volgt hem, en met moeite kan Tevje de gedachte verdragen dat hij zijn dochter waarschijnlijk nooit meer zal zien. Zijn derde dochter Chava trouwt met de christen Fjedka, en dat wordt Tevje te veel: hij besluit zijn dochter dood te verklaren en hij negeert ze als Chava en Fjedka hem liefdevol proberen aan te spreken. Als alle Joden uit het dorp op bevel van de tsaar wegtrekken, ook tot verontwaardiging van Fjedka, wenst hij haar in stilte Gods zegen. In Nederland werd de musical voor het eerst in Theater Carré opgevoerd onder de titel Anatevka op 21 december 1966, een productie van Paul Kijzer en Hans Boskamp in samenwerking met Lawrence White. Lex Goudsmit speelde de rol van Tevye. De eerste Nederlandse vertaling kwam van Emile Lopes Dias en de muzikale leiding lag in handen van Hugo de Groot. De musical werd 586 maal opgevoerd.

Sinds 1966 heeft Chaim Topol ,Fiddler on the Roof tienduizenden keren uitgevoerd over de hele wereld. Dit jaar wordt de Hebreeuwse versie voor een vierde keer uitgevoerd in Tel Aviv, met Natan Datner die nu de hoofdrol heeft.


FILAKRANT 2015

35

De Amerikaanse film van de musical werd geproduceerd in 1970 op basis van de show uit 1965 die toen voor het eerst in het Hebreeuws in première ging met in de hoofdrol Chaim Topol. Deze uitvoering is door meer dan een miljard (!) bezoekers gezien en wordt nog steeds opnieuw vertoond in bioscopen en op televisie. Chaim Topol speelde in de Tevye op podia in de VS, Israël en Engeland,

maar ook in Japan en Australië. Dus, dankzij de hartverwarmende magie van de muzikale show en film op basis van deze prachtige verhalen vol met de humor, verdriet en menselijke warmte van literair genie Shalom Aleichem. Hij heeft de wereld in de afgelopen 50 jaar kennis laten maken met de bijzondere levenswijze in de Joodse wereld en de Joodse steden die niet meer bestaan. Van 1964 tot 1998 heeft Chaim Topol de musical Annatevka in vele uitvoeringen wereldwijd vertolkt. Daarna is hij zich gaan toeleggen op het maken van tekeningen en schilderijen, Hij tekende voor de Israëlische post een vel met portretten van Israëlische Presidenten.

Achterzijde Presentation Pack

Dit vel is uitgebracht in een gelimiteerde oplage van 3000 stuks. De zegel in de rechter bovenhoek is een zelfportret van Chaim Topol. Alle tekeningen van de zegels zijn even eens van de hand van Chaim Topol. Chaim Topol werd geboren op 9 september 1935 in Tel Aviv, in het toenmalige Palestina, nu Israël. Voor zijn rol als Tevye, waarschijnlijk zijn beroemdste, won hij een Gouden Globus prijs en werd hij genomineerd voor een Oscar voor beste hoofdrolspeler in 1971.

Vertaling van de brief van Chaim Topol Bedankt …… Ik wil de Israël Filatelistische Dienst van de Israël Post Bedrijf bedanken voor het initiatief om drie officiële postzegels uit te geven die het 50 jarig bestaan van de musical “Fiddler on the roof” markeren. Ik had het voorrecht om onder de deelnemers te zijn in deze fantastische musical, geschreven door Jerome Stein, verzen door Sheldon Harmick and muziek composities door Jerry Bock. Jerome Robbins dirigeerde de musical en creëerde de wonderlijke choreografie. De grote acteur, Zero Mostel, was de eerste die de laarzen van Anatevka de melkboer vulde in het eerste optreden in Broadway, New York, in 1964. In 1966, speelde mijn leraar en mentor, Shmuel Rodensky, Tevje in de Israëlische productie. Ik was vereerd de rol te delen en echt belangrijk – van hem te leren. Ik geloof dat ik dankzij hem, speelde op het toneel van “Hare Majesteit Theater” in Londen in 1967. De film directeur, Norman Jewison, zag me op toneel van “Hare Majesteit Theater” en besloot mij de rol van Tevje te geven in de film die geproduceerd zou worden in 1970 Meer dan een miljard kijkers van over de wereld hebben deze film tot nu toe gezien. En de musical in het theater? Wel, ik kan enkel verwijzen naar het aantal voorstellingen waaraan ik heb deelgenomen in Israël, in het VK, USA, Canada, Australië, Nieuw Zeeland, Japan – 3.500 voorstellingen en misschien wel meer – maar wie telt ze !? Mijn dank gaat uit naar Sammy Bayes die de meeste producties dirigeerde, dank aan al de Goldes, de slagers, de Motels, de Perchiks, de koppelaarsters, mijn geweldige dochters, alle violisten op de daken, alle Anatevka dorpsgenoten en mij hartelijke dank aan het publiek. Uw Chaim Topol.

Binnenzijde Presentation Pack In 2014 is ter gelegenheid van het 100 jarig bestaan van het Noors Nationaal theater de musical Annatevka uitgevoerd en heeft de Noorse Post een zegel voor binnenlands gebruik uitgegeven. Tekst: Dan Almagor, Vertaler van Fiddler on the Roof in het Hebreeuws De drie postzegels zijn gebaseerd op tekeningen van Chaim Topol Foto’s van de tekeningen: Pini Hamou Overige geraadpleegde bronnen: Wikipedia, Hebreeuws/Engels vouwblad nr. 955 van de Filatelistische Dienst van de Israël Post Ltd. Uitgegeven 3 vellen van 8 zegels, 4 zegels met Tab. Presitige boekje met 6 zegels 3 verschillenden (zelfklevend) zonder Tab. Presidentenvel getekend door Chaim Topol (Gelimiteerde en genummerde oplage van 3000 stuks). Presentation pack Anatevka (Gelimiteerde en genummerde oplage van 3000 stuks).

Frans Pouderoyen en Bart Belonje


36

FILAKRANT 2015

Een kaart naar Idaho, United States Door: Theo van der Caaij

I

n 2013 zijn op initiatief van de voorzitter binnen de USCA vereniging (verzamelaars van USA en CANADA) bijeenkomsten georganiseerd om brieven te bestuderen. ’s Morgens is het ruilen en kopen met soms een presentatie over uiteenlopende onderwerpen. Daarna is het meestal tijd voor de inwendige mens , waarna een veiling wordt gehouden, waarbij elke keer ruim 235 kavels over de tafel gaan. Als dit is afgelopen en de meeste mensen huiswaarts keren, wordt het meestal extra leuk en steeds vaker blijven er mensen “hangen” om de brievenclub van onze vereniging bij te wonen. Er zijn al een paar leuke en zeker interessante onderwerpen de revue gepasseerd. De leukste kwam een aantal maanden geleden met een van de leden mee naar de vereniging. Een simpele kaart met acht stempels gevonden in een partij brieven die ze op een veiling had gekocht. Bij het lezen van Dead letter office dacht zij in eerste instantie dat de geadresseerde was overleden, maar dat is wel anders gegaan zoals zal blijken in het komende verhaal.

ook per spoor zou worden afgelegd. In Omaha werd er een stempel geplaatst op het portret van onze Nijmeegse Henriëtte. Hier kan men lezen dat alleen het westelijke deel van het traject Omaha tot aan Ogden werd afgelegd. Na 1869 was de laatste verbinding tussen Omaha, Nevada en Ogden, Utah een feit. Met deze aansluiting op het spoor werd er een spoorlijn van kust tot kust aan elkaar vastgemaakt die “slechts” 5 dagen in beslag nam om post van New York naar San Fransisco te vervoeren. Het stempel laat zien dat de kaart is vervoerd op het “Western Division” deel van de treinverbinding tussen Omaha en San Francisco. R.P.O. = Railway Post Office. (N.B. de post werd in de trein gestempeld!) De TP in de datum staat zover ik weet voor de Time Posted en de 5 staat voor het uur van verzenden. Hier begon de kaart aan een nieuw avontuur. Vanaf Ogden werd er een postkoets ingeschakeld die de kaart vervoerde naar de hoofdstad van Idaho genaamd Boise. Hier stopte de reis, door een heel vervelend probleem. Onze Henriëtte Gebruikte als adres: Den Eerwaarde Heer Hendriks, Pastoor, Idaho, Amerika. Nou zullen er niet al te veel pastoors geweest zijn rond 1902 die deze naam droegen, maar

de oppervlakte van de staat Idaho (216000 Km2) verhinderde de Amerikaanse posterijen toch om een speurtocht te gaan beginnen in deze door bossen en natuurparken overgoten staat. Door de grootte van de staat en de vele natuurparken is Idaho de veertiende staat in grootte, maar staat op de drieënveertigste in bevolkingsdichtheid. Dit verklaart het stempel: NO POST OFFICE NAMED. N.S.I, M.D. “No post office named” klopt uiteraard. Alleen de staat is ingevuld. Daarnaast is de kaart naar de afdeling N.S. gegaan. Dit staat voor: Nixie Section. Een “NIXIE” is een poststuk dat fout geadresseerd is of onleesbaar is, waardoor het niet bezorgd kon worden. Een andere naam voor dit soort poststukken in Amerika is: “undeliverable-as-addressed mail.” De sectie waar deze post werd nagezien bepaalde in die tijd wat er met zo’n adressering moest gebeuren. Kon men op eenvoudige wijze de te posten artikelen alsnog bezorgen, dan werd daar handmatig voor gezorgd. In gevallen van reclame drukwerk (3e klasse) die onbestelbaar was ging soms wel 35% van die post de vuilnisbak van het postkantoor in. Terugsturen van deze post zou twee extra cent porto kosten, wat te veel geld was voor de één cent die tot dan was betaald.

Op de grauwe regenachtige ochtend van dinsdag 31 december 1901 nam mevrouw Henriëtte v.d. Bergh haar pen ter hand om haar neef te schrijven, die een paar jaar geleden naar Amerika was vertrokken om in Idaho, Amerika als pastoor te mogen dienen. En aldus werd de kaart, waarop haar zelfgemaakte zelfportret aan de beeldzijde pronkt, geschreven en voorzien van een vijf cent postzegel van Koningin Wilhelmina, type bontkraag. Deze zegel dekt het tarief naar de Verenigde Staten met de vertrouwde scheepspost uit die tijd. Luchtpost bestond toen uiteraard nog niet. Althans niet voor deze lange afstanden. Er werd al wel geëxperimenteerd met ballonpost, al was het niet zeker of die wel altijd in de goede richting vervoerd zou kunnen worden in verband met de wisselende winden in de diverse luchtlagen. Nadat de kaart geschreven was en de zegel geplakt, werd de kaart tussen 10.00 en 12.00 op deze druilerige ochtend van de 31e december gepost op het Postkantoor van Nijmegen. De kaart was onderweg ……en zou een lange spannende reis tegemoet gaan! De kaart werd per scheepspost naar Amerika vervoerd om daar aan land te komen in New York. Vanaf New York is deze kaart richting Idaho gegaan, zoals het adres ons vertelt. Dat betekende in die tijd dat de kaart eerst van New York naar Chicago vervoerd werd per trein, waarna het traject van Chicago naar Omaha

Omdat er bij deze kaart nog een “I” achter de N.S. staat gaat het hier om een Internationaal poststuk. Dus: NIXIE SECTION INTERNATIONAL. Dan volgt er een komma, met nog twee andere letters; De “M” en de “D”. Deze twee zijn minder spectaculair en betekenen gewoon: MAILING DIVISION. Dit is dus de afdeling waar beoordeeld werd wat er met het poststuk zou moeten gebeuren. Op de andere zijde werd het driehoeksstempel: DEAD LETTER OFFICE, JAN 27, 1902 aangebracht. Op het moment dat dit stempel werd geplaatst was er voor de posterijen geen oplossing meer te bedenken. De kaart kon niet naar de geadresseerde en ook niet terug omdat er geen afzender op de kaart staat. Hij kon niet voorwaarts en niet terug dus kwam hij in het Dead Letter Office. Hier kon een poststuk worden opgeslagen tot de afzender of de geadresseerde er om kwam vragen. Maar in het geval van deze kaart was er toch nog één mogelijkheid: De hele weg terug naar “Nederland”, ingegeven door de postzegel, waar men vast wel zou weten waar hij vandaan kwam. En aldus geschiedde. De kaart gaat terug naar waar hij vandaan kwam. Na een tweede reis met de postkoets en drie grote treinverbindingen kwam hij weer in New York. Vandaar voer de kaart weer

naar Amsterdam, alwaar het volgende stempel werd afgegeven: Retour Afzender. Omdat men in Nederland kon zien waar de kaart vandaan kwam, werd er over het adres in Amerika met een rood potlood NIJMEGEN geschreven. Bijna twee maanden na verzenden was het poststuk alweer terug in Nederland. Op deze 27e van de maand februari is de kaart richting Antwerpen vertrokken. vandaar het stempel AMSTERDAMANTWERPEN zonder tijdsduiding. Dit is te zien aan het zwarte blokje onderin het stempel. Omdat de treinen niet altijd op hetzelfde uur vertrokken in die dagen. Er was nog geen spoorboekje en men was afhankelijk van vele factoren. Een trein reed op stoom en moest soms kolen en water bijladen wat wel enige tijd in beslag nam. Eigenlijk is er weinig veranderd tot op heden! Hooguit de reden van vertraging! De datum van het stempel is: 27 FEB ’02. Waarschijnlijk is onze kaart bij Roosendaal uit de trein gestapt en van daar uit naar Nijmegen vervoerd per spoor. In Nijmegen is het stuk op 27 FEB, ’02 tussen 7-8 N aangekomen. De aanduiding 7-8N betekent: tussen 7 en 8 Namiddag. De kaart is toen de volgende dag door postbode F-18 bezorgd bij Henriëtte v.d. Bergh in Nijmegen. Na ruim 16.100 km te hebben gereisd voor het luttele bedrag van 5 cent, was de kaart weer thuis in Nijmegen. In de tijd dat de kaart weg geweest is zijn er “slechts” acht stempels op geplaatst. Dit stempelmateriaal is de bron van waaruit de route van deze kaart zo mooi te achterhalen is geweest. En het bericht? “Eerwaarde Neef, Namens Pa en Ma wensch ik u van harte een Zalig Nieuwjaar. Is het meisje waarvan u verleden jaar gesproken hebt bekeerd. Ik heb toen gedaan wat u gevraagd hebt. Dit is een ansicht die ik zelf gefotografeerd heb. U moest ook nu en dan eens ansichten van Amerika zenden. Dan zal ik er van Nijmegen sturen. U nog vooral hartelij”k” geluk gewenscht te hebben blijf ik. Uw nichtje Henriëtte v d Bergh. Tot zover het verhaal van een kaart uit een Amerikaanse Dead Letter Office die bijna ongeschonden terug is gekomen. Dit is zomaar een kaart uit het brievenclubje. In onze vereniging zijn vele mensen met een grote kennis van zaken aanwezig en iedereen draagt bij tot het verklaren van de meegebrachte en getoonde enveloppen of stukken. Zo is er veel kennis over bijzondere of private zegels, belastingzegels, tarieven uit nagenoeg elke periode en alle bijzonderheden uit de postgeschiedenis. Dingen die niet duidelijk zijn, zoals het verhaal van de kaart hierboven, wordt dan door meerdere mensen uitgezocht en getoetst bij de andere leden. Er gaat letterlijk en figuurlijk een wereld voor je open als je hier aan deel neemt. Misschien mogen we je ooit ontmoeten als je een keer bij onze gezellige en vooral kundige vereniging komt buurten. Iedereen is altijd welkom bij de vereniging voor USA en Canada verzamelaars.


FILAKRANT 2015

37

Numismatiek en humor?! MK07LEUK MUNTkoerier 7,2014

E

lke keer als er een dikke veilingcatalogus met een plof op de deurmat valt kan ik niet wachten om ze snel door te bladeren op zoek naar nieuwe munttypen, jaartallen, jaartalveranderingen, varianten en koopjes. Zo’n catalogus bevat een grote hoeveelheid interessante informatie. Ook is er op gezette tijden veel humor in te ontdekken. Graag nemen we u mee op een zo’n verkenningstocht.

Frankrijk, 5 francs 1947. Verzamelaars van buitenlandse munten zullen het type wel herkennen. Dit is een ESSAI, een soort voorloper.

Hier opnieuw onze August, nu op een taler uit 1554 geslagen te Annaberg, net na de aanvaarding van zijn ambt. We zien een wat zielige oude man die twee handen nodig heeft om het zwaard vast te houden. Last van artrose?

Nu we het toch over uiterlijk hebben, wat dacht u van dit portret van keurvorst Johann George III van Saksen. Een ovale zilveren medaille uit 1678. Een echter poedelpruik zullen we maar zeggen.

Over handjes gesproken. Hier een dubbele gouden dukaat van August der Starke uit 1694. Hij werd vervaardigd voor zijn inhuldiging in Dresden waarbij de stad trouw aan de nieuwe vorst zweert.

Hier een handje uit de wolken. Het is goed kijken wat de medailleur hiermee bedoeld heeft. De hand houdt een weegschaal vast. Aan de linker zijde hangt het met een klimplant omwikkeld zwaard (het zogenoemde Kurswert als teken van Gerechtigheid) en aan de andere kant een lauwerkrans als teken van Roem. De penning verscheen naar aanleiding van zijn veldtocht tegen Frankrijk.

Nee, bij deze penning uit 1615 van Christian Maler ging onze aandacht niet uit naar de twee handen die geld uit de hemel werpen. Ze verwijst naar de spilzucht van de hertog. Veel interessanter in de keerzijde van de medaille. Op een touw gespannen tussen twee palmbomen balanceert de vorst. Daaronder drie stadsgezichten. Lijkt me een gevaarlijke bedoening.

Maar het kan veel gemakkelijker. Kijk maar op de keerzijde van deze zilveren penning van Queen Anne uit 1709 op de Inname van de stad Mons (Bergen in België). Gewoon een blikje Redbull, u weet wel van die reclame Redbull geeft je vleugels. Dan kan je zonder gevaar gewoon boven de stad zweven.

Minder bekend is deze satirische versie op de voorgaande munt met het portret van generaal en latere president Charles de Gaulle. Hier een kijkje van opzij. Een penning met Johann Georg IV van Saksen uit 1693, met als onderwerp de opname in de Orde van de Kousenband.

Elk jaar met kerst komen ze weer op TV, de driedelige serie Sissie films. Hier een dubbele gulden 1854 geslagen in Wenen met op de voorzijde de portretten van Frans Jozef van OostenrijkHongarije met Elisabeth van Beieren. Op de keerzijde wordt het huwelijk gesloten tussen Frans en Sissie.

Soms is een helpende hand meer dan welkom zoals hier. Uit de wolken komt een hand die Germania in wapenuitrusting wadend in een moeras de helpende hand reikt. Op de achtergrond twee brandende steden. Zilveren medaille van P. Walter omstreeks 1644.

Om al die zilveren penningen en daalders te maken moet er heel wat in de grond worden gewroet. Hier een zilveren medaille van H.M. Omies met een doorsnede van 80 mm en een gewicht van ruim 233 gram, gelijk aan 6 zware Reichstalers. Het toont op de ene zijde de bouw van een aquaduct en op de andere kant een doorsnede van de zilverwinning bij de St. Anna en Alsväter-Fundgrube. Let op de hand uit de wolken met het muntstuk. Niet gelijk naar de muntenwinkel sprinten om een exemplaar te kopen, de penning is erg zeldzaam en bracht op een veiling ruim € 10.000 exclusief kosten op.

Een ander paar, afgebeeld op een zilveren penning van medailleur Philip Roettiers. Links de buste van Karel III van Spanje, rechts de buste van Elisabeth-Christine van Brunswick-Wolfenbüttel. De penning werd vervaardigd in opdracht van de stad Gent naar aanleiding van het huwelijk. Opvallend is de rare vlek tussen de beide portretten. Een kwestie van slechte adem? Tandpasta en borstel waren toen nog niet uitgevonden.

G. Rap EINDE

Op de keerzijde van deze in 1719 te Dresden geslagen rijksdaalder zien twee vlammende harten die door twee handen samen worden gebonden. Friedrich August I van Saksen liet de munt slaan naar aanleiding van het huwelijk van kroonprins Friedrich August (latere Friedrich August II) met aartshertogin Maria Josepha van Oostenrijk.

Saksen, afgebeeld is keurvorst August (15531586), let op 1586. De goudgulden uit 1585 geslagen in Dresden toont een man van middelbare leeftijd. In werkelijkheid was hij toen 59 jaar oud.

Hier komt een protestants armpje uit de wolken. Op de voorzijde laat hertog Christian von Braunschweig-Wolfenbüttel, bijgenaamd “Dolle Christaan”, weten hoe hij over de katholieken dacht: Gottes Freundt, der Pfaffen Feindt. De talers werden in Lippstadt vervaardigd van het in 1622 geroofde zilver uit de domschat van Paderborn.

Als je naar een grote beurs zoals de Muntmanifestatie in Houten gaat, kom je in aanraking met allerlei soorten verkopers. Bij sommige handelaren zijn de munten en de kwaliteit pijnlijk nauwkeurig beschreven. Andere zetten er geen kwaliteit maar wel een prijs op. Dan hoop je maar dat de prijs in overeenstemming is met de notering in de catalogus voor de desbetreffende kwaliteit. Bij sommige is dat niet het geval en tegen hen zou ik zeggen: En nu 200 keer Ik zal geen zeer fraai voor prachtig verkopen. Afgebeeld de keerzijde van een gouden 50 francs 1878 van Frankrijk.

Even uw kennis van het Duits testen: KOMSTU MER ALSO – SO KOMME ICH DIR SO. Deze satirische penning van omstreeks 1708, hier een afslag in goud, in zilver komt ze regelmatig voor, heeft betrekking op de Vrije Hanzestad Hamburg. De situatie tussen de raad en bevolking stond toen op scherp. Verwijten over en weer. Beschuldigingen van vriendjespolitiek en omkoperij waren aan de orde van de dag. De raad stelde voor een keizerlijke commissie aan te stellen om een bestuurlijk reglement op te stellen. In 1712 presenteerde graaf Hugo Damian von Schönborn het stuk. Het hield 150 jaar lang stand.


38

FILAKRANT 2015

Verzamelt u Ifni, Cabo Juby en Spaans Sahara (Rio de Oro)? Door: Hans Vinkenborg

O

p het vasteland van Afrika, tegenover de Canarische Eilanden liggen ten zuiden van Marokko een aantal gebieden die al van oudsher Spaans bezit waren. Over deze gebieden wil ik u hier graag iets meer vertellen.

Op het kaartje dat u hierbij aantreft ziet u bovenaan een licht groen gebied; dat is Marokko. Omsloten door dit licht groene gebied ziet u onderaan nog net een klein puntje rood: dat is Ifni. Ten zuiden van Marokko ziet u een groot rood gebied dat bestaat uit 2 delen; in het noorden ligt een klein gebied met de naam Cabo Juby. In het zuiden ligt een groot gebied dat bestaat uit 2 delen: boven Saguia el Hamra en onder Rio de Oro. De laatste 2 gebieden heetten vroeger Spaans Sahara en tegenwoordig Westelijk Sahara. In de zestiger en zeventiger jaren heeft Spanje aandacht geschonken aan deze gebieden in de langlopende serie wapens en klederdrachten. U ziet hieronder de wapens van IFNI en Sahara en de klederdrachten van de vrouwen in die twee gebieden.

Ifni Het kleine rode vlakje op de kaart dat is omsloten door Marokko heet Ifni. Het is maar 1.500 km² groot en zeer bergachtig en de weinige bevolking leeft hoofdzakelijk van visvangst. Dit is de oudst bekende Spaanse kolonie in dit gebied want al in 1476 stichtte Spanje hier de nederzetting Santa Cruz de la Mar Pequeña. Overigens werden ze al in 1524 verdreven door de Berbers. Maar in 1859 kreeg Spanje opnieuw belangstelling voor dit gebied en ontstond de Spaans-Marokkaanse oorlog die in 1860 werd besloten met het Verdrag van Tanger waarbij Spanje weer controle over het gebied kreeg. De belangrijkste stad was genaamd Sidi Ifni. Spanje behandelde dit gebied als een protectoraat en er was betrekkelijke rust. In 1952 werd dit Ifni gebied administratief samengevoegd met Cabo Juby en Spaans Sahara (Rio de Oro en Saguia el Hamra) waarna alle gebieden tesamen administratief Spaans West Afrika werden genoemd. Cabo Juby Ten zuiden van Marokko en ten noorden van Spaans Sahara ligt Cabo Juby, dit is al lange tijd in Spaans bezit. De Spanjaarden claimden dit gebied vooral vanwege de visgronden rondom de Canarische Eilanden en Cabo Juby in de periode vanaf 1767. Maar ook de Engelsen claimden dit gebied en vestigden er in 1879 zelfs een handelspost ter ondersteuning van de British West Africa Company onder de naam Port Victoria. Maar de lokale bevolking deed er alles aan om de Spanjaarden en de Engelsen te verjagen terwijl ook de Marokkanen dit gebied probeerden te veroveren. Cabo Juby had toen een oppervlakte van 33.000 km² en nog geen 10.000 inwoners. In 1912 heeft Spanje met Frankrijk onderhandeld over dit gebied (Frankrijk was destijds heerser over Marokko) maar het duurde nog tot 1916 voordat Spanje dit gebied definitief onder controle kreeg. Spanje stichtte een nieuwe hoofdstad onder de naam Villa Bens, later bekend geworden als een scha-kelpunt voor luchtpostvervoer. Nadat Marokko in 1956 een onafhankelijk land werd vroegen zij Spanje om Cabo Juby aan hen over te dragen nadat er in 1957 nog

een oorlog over gevoerd was (de Ifni oorlog, zie hierna) en in 1958 vond die overdracht ten dele plaats. Sindsdien heet de hoofdstad Tarfaya en hoort dit gebied bij Marokko. Rio de Oro, La Agüera, Africa Occidental Española en Sahara Español. Toen het nog Spaans bezit was, in de periode 1884-1975, heette dit zuidelijkste gebied Spaans Sahara. Het ligt ingeklemd tussen Mauritanië en de Atlantische Oceaan en heeft een kuststrook van zo’n 1.000 km. Het Spaans Sahara gebied is al duizenden jaren bewoond door Berbers, lokaal bekend als Sahrawi. Het is een desolaat droog gebied met veel bergen en nauwelijks toegankelijk als je van de kuststrook af gaat naar het binnenland. Dat geldt overigens ook voor het noordelijker gelegen Cabo Juby en voor Ifni. Het Spaans Sahara gebied kreeg deze naam pas in 1946 nadat het eerst nog korte tijd Africa Occidental Española heette tot 1951. Vóór 1946 was het aanvankelijk alleen bekend onder de naam Rio de Oro. Het dankt haar naam aan een rivier die van oost naar west door het gebied heeft gelopen maar in de loop der tijd is drooggevallen of ondergronds is geraakt. Rio de Oro is spaans voor Goudrivier. Voordat de Spanjaarden het gebied verkregen werd het door de Portugese zeevaarders Rio do Ouro genoemd. Overigens is er nooit goud gevonden in deze rivier. Het gebied is 184.000 km² groot en de hoofdstad heette Villa Cisneros (thans ad-Dakhla). De naam is ook bekend van de Slag bij Rio de Oro, toen in 1914 een Brits schip een Duits schip tot zinken heeft gebracht voor de kust. Het aller meest zuidelijkste stukje schiereiland, nog net te zien op de kaart, is pas in 1920 toegevoegd na overleg met lokale stammen, waarna Spanje er een fort en een vliegveld aanlegde en het gebied de naam La Agüera gaf. Er woonden 800 inwoners, vooral Mauretaniers. Maar al in 1920 werd ook dit gebiedje administratief toegevoegd aan Rio de Oro. Het heeft wel nog korte tijd eigen postzegels gehad. Oorlog In oktober 1957 brak de Ifni-oorlog uit waarbij Ifni en Cabo Juby werden bezet door het Marokkaanse bevrijdingsleger nu deze niet langer tegen de Franse overheersers hoefde te vechten. De legers van Frankrijk en Spanje versloegen het Marokkaanse bevrijdingsleger al snel en in het Verdrag van Angra de Cintra van 1958 werd o.a. bepaald dat Spanje de controle over Ifni behield maar een deel van haar claim op Cabo Juby afstond aan Marokko. De rest van Cabo Juby werd gevoegd aan Spaans Sahara en dit gebied bleef Spaans. Uiteindelijk heeft Spanje onder druk van de UN haar claim op Ifni overgedragen aan Marokko in 1969. De rest (Spaans Sahara) is tot 1975 bij Spanje gebleven en daarna verdeeld onder Mauritanië en Marokko, tot grote teleurstelling van het Marokkaanse Bevrijdingsleger Polisario dat nog jaren tegen de nieuwe machthebbers streed waardoor uiteindelijk Mauritanië ook haar deel aan Marokko overdroeg zodat tenslotte alle gebieden bij Marokko kwamen. Alhoewel er momenteel geen strijd meer wordt gevoerd zijn nogsteeds grote delen van het zuiden onder controle van lokale stammen en het Polisario leger die de door niemand erkende republiek Sahrawi Arab Democratic Republic (SADR) heeft uitgeroepen. Sahrawi is arabisch voor Berbers. Officieel hoort alles dus nu bij Marokko. Filatelie in deze gebieden Spanje heeft, ook om politieke redenen, steeds postzegels uitgegeven waarbij de bovenstaande jaartallen gereflecteerd worden. Er bestaan postzegels uit de volgende perioden: • Ifni: van 1941 tot en met 1968; • Cabo Juby: van 1916 tot en met 1948; • Rio de Oro: van 1905 tot en met 1921; • La Agüera: van 1920 tot en met 1923; • Africa Occidental Española: van 1949 tot en met 1951; en • Sahara Español: van 1924 tot en met 1975. Hieronder geef ik hiervan enkele voorbeelden.

zegels verschenen en de meeste zegels van na 1950 hebben een afbeelding die iets te maken heeft met de lokale cultuur of de flora en fauna. Het zijn fraaie zegels die zich ook goed lenen voor een thematische verzameling. Cabo Juby: Ook bij de postzegels van Cabo Juby, die verschenen van 1916 tot en met 1948 zie je in het begin Spaanse zegels met een opdruk ‘Cabo Juby’ maar deze werden al snel vervangen door Marokkaanse zegels met dezelfde opdruk. Dit is vreemd als je je realiseert dat dit gebied toen Spaans bezit was.

Ook hier zie je zegels met typische voorstellingen, zoals moskeeën, kashba’s en berbers. Er zijn van Cabo Juby geen zegels onder eigen naam gedrukt, alle zegels hebben een opdruk of meegedrukte opdruk op een zegel van Spanje of Marokko. Rio de Oro: In het grote gebied Rio de Oro zijn onder die naam postzegels verschenen van 1905 tot en met 1921. Omdat het om de nog ‘klassieke’ periode gaat zie je hier alleen postzegels met een afbeelding van koning Alfonso XIII van Spanje. Het eerste zegeltype is ook uitgegeven in andere kolonien zoals Cuba, Puerto Rico en de Filipijnen. De volgende typen zijn origineel voor de kolonie. Doordat de oplage gering was zijn deze zegels hoog genoteerd in de catalogi.

La Agüera: Dit geldt ook voor de twee series die ooit zijn uitgegeven onder de naam La Agüera in 1920 en 1923. De oplages waren maar 2.000 resp 3.000 per serie. De eerste serie toont een zegel van ‘Colonia de Rio de Oro’ met een opdruk ‘La Agüera’ en de tweede serie meldt als naam ‘Sahara Occidental La Agüera’. Zoals gemeld werd dit gebied al snel daarna samengevoegd met Rio de Oro. Africa Occidental Española: Ook van dit gebied zijn maar weinig postzegels uitgegeven in de periode van 1949 tot en met 1951, totaal 4 series. Ook deze zegels tonen lokale motieven, maar de twee grote laatste series laten wel het gezicht van Franco zien in een medaillon in de hoek. Geen van de zegels had een opdruk. Op deze laatste twee series staat als gebiedsnaam gedrukt: ‘Territorios del Africa Occidental Española’. Ook dit zijn mooie zegels met een lokale voorstelling.

Ifni: De postzegels van Ifni verschenen van 1941 tot en met 1968 en bestonden in het begin uit zegels van Spanje met een opdruk van het gebied, zowel ‘Territorio de Ifni’ als ‘IFNI’. Toen men ‘eigen’

zegels ging drukken verscheen de naam Territorio de Ifni España meegedrukt op de zegel en later veelal alleen nog IFNI. Er zijn veel

Sahara Español: Onder deze naam zijn postzegels uitgegeven van 1924 tot en met 1975. Na de Spaanse zegels met opdruk ‘Sahara’ of ‘Sahara Español’ kwamen er al snel eigen zegels die vanaf 1950 weer een keur van motieven tonen die iets te maken hebben met de lokale cultuur, flora of fauna. Deze zegels lenen zich dus ook weer goed voor een thematische verzameling. De meeste van deze zegels


FILAKRANT 2015

verschenen onder de eigen naam â&#x20AC;&#x2DC;Sahara EspaĂąolâ&#x20AC;&#x2122; zoals hier-onder te zien is. In de laatste jaren werden ook hier de postzegels moderner qua uiterlijk alhoewel de motieven trouw bleven aan de cultuur, flora en fauna. Het zijn fraaie zegels die ondanks de ruime oplagen toch

moeilijk te krijgen zijn. Voor alle koloniĂŤn die in dit artikel zijn beschreven geldt overigens dat echt gebruikte zegels helemaal moeilijk te vinden zijn. Maar geduld loont de moeite. Ik hoop u met deze korte presentatie ook enthousiast te hebben gemaakt voor dit gebied en haar mooie postzegels.

39

Bronvermelding: - informatie van het internet en Wikipedia - zegelmateriaal uit eigen verzameling.

MEGA FUSIE LANDELIJKE POSTZEGELVERENIGINGEN

O

p 1 januari 2015 is het zover! Twee van de grootste verenigingen van postzegelverzamelaars in Nederland gaan samen verder. Federatie I.V. Philatelica en Filatelistenvereniging â&#x20AC;&#x2DC;De Globeâ&#x20AC;&#x2122; gaan samen verder in het nieuw op te richten

Met deze fusie wil het Samenwerkingsverband Filatelie de diensten naar haar leden borgen voor de lange termijn. De huidige samenwerking berust op een professionele aanpak van nieuwtjesdienst, rondzendverkeer, grote zaal- en internetveilingen, maar ook verzekeringen voor zowel de verenigingen als hun individuele leden. Denk daarbij aan collectieve contracten voor bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering, schadeverzekeringen, maar ook een collectieve zorgverzekering, waarvan iedereen gebruik mag maken. In de afgelopen periode is hard gewerkt om alle zaken rondom de fusie met elkaar af te stemmen, zodat de nieuwe organisatie naadloos voort kan werken op het bestaande samenwerkingsmodel. Door de schaalvergroting ontstaat een overkoepelend orgaan met

55 verenigingen, die samen ca. 5000 leden tellen; ongeveer een derde deel van alle georganiseerde verzamelaars. De organisatie kan zich hierdoor verder ontwikkelen naar een meer professionele dienstverlener, wat leidt tot steeds meer (financiĂŤle voordelen) voor de verenigingen en hun individuele leden. Deze verzamelaars richten zich niet alleen op het traditioneel verzamelen van zegels, maar ook het verzamelen van specialiteiten, brieven, en vooral motieven. Het verzamelen van bijvoorbeeld vogels, zoogdieren, planten of schepen, maar ook staatslieden of treinen en autoâ&#x20AC;&#x2122;s, wordt steeds populairder. Het is bovendien erg leerzaam en leuk om te ontdekken, wat er over de hele wereld wordt gemaakt. Er zijn naar schatting ca. 300.000 verzamelaars van postzegels in Nederland, die veelal rechtstreeks via PostNL Collect Club of bij een Postzegelhandel hun verzameling uitbreiden met oude of juist nieuwe uitgiften, albums en attributen en ondersteunend materiaal, dat bij de hobby wordt gebruikt. De georganiseerde verzamelaars genieten een aantal extra voordelen bij hun lidmaatschap van een of meerdere verenigingen. De contributies zijn laag, via de vereniging ontvangen de leden automatisch een maandblad en kunnen zij op maat alle nieuwe uitgiften vanuit de hele wereld of per thema aanschaffen tegen de laagste prijs. Het lidmaatschap is daarmee al snel terugverdiend! Daarnaast organiseren veel verenigingen clubavonden met lezingen, mogelijkheid tot het uitwisselen van informatie, ruilen, tentoonstellingen, beurzen en veilingen, waar tegen zeer redelijke prijzen zegels, brieven en aanverwante artikelen kunnen worden aangekocht. De hobby is daarmee niet meer elitair of duur en alleen bestemd voor ouderen met geld. De jeugd wordt goed begeleid door jeugdleiders met ervaring, waarbij op een eigentijdse

wijze wordt geleerd hoe een verzameling kan worden opgebouwd. De inzet van de huidige media is daarbij leading. Ook worden de jeugdleden goed bedacht met gratis zegels en attributen, die van belang zijn voor een echte verzamelaar. Ook worden speciale jeugdveilingen georganiseerd, waaraan alleen jeugdleden kunnen meedoen en â&#x20AC;&#x153;kopenâ&#x20AC;? met punten, die zij eerder hebben gekregen door het maken van opdrachten en het doen van spelletjes. Via de overkoepelende organisatie kunnen leden hun overtollig materiaal gemakkelijk aan de man brengen door het inzenden van rondzendboekjes, waaruit leden in het hele land zegels kunnen halen om hiaten in hun verzameling mee op te vullen. Zo helpt de ene verzamelaar de andere op een leuke, gemakkelijke en goedkope manier bij het opbouwen van hun verzameling. Ook kan een lid veel kennis opdoen door met clubgenoten in gesprek te gaan met specifieke vragen. Samenwerkingsverband Filatelie heeft nauwe contacten met de

V.O.V.V.

KNBF, V.O.V.V. (Hollandfila), PostNL, Stichting Pro Filatelie, handelaren in binnen- en buitenland en werkt samen met een aantal collega-verenigingen in het land om de filatelie verder te promoten en daar waar mogelijk individuele verenigingen te ondersteunen. Zo krijgen de leden gratis toegang tot de meeste beurzen en veilingen van collega-verenigingen en de grootste filatelistische handelsbeurs van Nederland: Hollandfila.

Inhaber Stefan Jopke

+DQGHOVKDXVIÂ U %ULHIPDUNHQXQG0Â Q]HQ

ZZZDL[SKLODVKRSGH Als Fachgeschäft bieten wir Ihnen ein reichhaltiges Briefmarken- und Mßnzangebot zu sammlerfreundlichen Preisen.

  

Â&#x2021; $QNDXI9HUNDXI Â&#x2021; %ULHIPDUNHQ Â&#x2021; 0Â Q]HQ Â&#x2021; *ROG6LOEHU

$L[3KLOD6KRS )ULHGHQVVWUDÂ&#x2030;HÂ&#x2021;.DDUVW 7HOÂ&#x2021;)D[ MRSNH#DROFRPÂ&#x2021;(ED\6KRSGLH]DFNH

Wij staan op de volgende beurzen: Filateliebeurs Hilversum, Hollandfila te Barneveld. Postex Apeldoorn. Eindejaarsbeurs te Barneveld.


40

FILAKRANT 2015

Roofvogels (Haliaeetus sp.) Door: Jasmine van Regenmortel

H

et silhouet van vleugels met bek en klauwen tegen de blauwe hemel… Het zijn vogels die door geen enkel dier worden genegeerd. Ook niet door de mens. Dat merken we tot in de media: overvliegende vale gieren in de regio Gent én Gelderland, een slechtvalkenkoppel in de toren van de kerk van Lokeren en zelfs de Europese zeearend in de Oostvaardersplassen & Roggebotzand (Nederland)… Zij zijn adembenemende wezens die steeds verbazen. Ze overleven rond ons, maar krijgen het meer en meer moeilijk met de industrialisering van de wereld. Wist u dat roofvogels een goede barometer zijn voor onze natuur? Zij staan bovenaan de voedselketen en zijn hierdoor enorm kwetsbaar. Als één van de jongste leden van de standhouders van de jeugdstand deel ik met veel plezier mijn interesse mee met jullie in mijn thematische postzegelverzameling. Zelf ben ik zeer kleinschalig begonnen in 2000 (9 jaar) met het sparen van postzegels. Zoals ieder kind ben ik begonnen met dierenzegels om te ontdekken dat dit wel véél postzegels zijn. Tijdens iedere wandeling in het bos was ik een van de weinige die opkeek naar de blauwe lucht om een glimp van een klauw te zien. Al snel was de keuze gemaakt om mij toe te leggen op roofvogels, meer bepaald het geslacht Haliaeetus. Het artikel heeft niet als doel om een perfecte filatelistische verzameling voor te stellen noch om de beste wetenschappelijke informatie betreffende zeearenden weer te

Wat is een roofvogel? Carl Van Linné (1707-1778) was een Zweedse natuuronderzoeker die vogels als eerste ordenen en een naam gaf. Zelfs met het gebruik van DNA blijft men de basisindeling (familie, genus, soort) van Linnaeus gebruiken. Binnen de klasse ‘Aves’ (de vogels) vindt men de “dagroofvogels” terug: 1. Accipitridae, de sperwerfamilie (havikachtigen, sperwerachtigen of arendachtigen), heeft de overgrote meerderheid aan soorten (zo’n 212 à 240). Binnen de sperwerfamilie zijn ongeveer de helft van de geslachten vertegenwoordigd door één enkele soort. 2. Falconidae, valken en caracara’s met 59 à 63 soorten. 3. Catharitidae, gieren van de Nieuwe Wereld (de Amerikaanse gieren) 4. Pandionidae, met de visarend als enige in de familie. 5. Sagittariidae, met als enige vertegenwoordiger de secretarisvogel Kort gesteld zegt men wel eens tegen uilen ‘nachtroofvogel’ en alle andere roofvogels zijn de ‘dagroofvogels’. Dit is niet helemaal juist.”Dag”roofvogels jagen met de uilen in de schemering. Velduilen en steenuilen zoeken ook overdag naar eten. Buiten dit zijn er vooral veel verschillen tussen “dagroofvogels” en uilen (als “nachtroofvogels”). Denk aan de bouw, de snavel en de spijsvertering. Het belangrijkste verschil is dat ze geen familie van elkaar zijn. Een roofvogel (stootvogel) is volgens Van Dale online ‘een vogel die zich voedt met vlees van buitgemaakte dieren’, met gevolg dat dit zowel een uil als een valk kan zijn… Wetenschappelijk bestaat een ‘roofvogel’(ongeacht dag of nacht) dus eigenlijk niet. Een themaverzameling ‘roofvogels’ (1) Kerkuil (Tyto alb) & noemen, zorgt dan ook voor De torenvalk (Falco tinnunculus) problemen. Groot Brittannië 14.01.2003   Wat is een adelaar? Mocht je als thematische roofvogelverzameling specifiek voor arenden kiezen, stoot je terug op een probleem: wat is een arend of adelaar? De Van Dale verwijst naar het wetenschappelijk geslacht Aquila, wat niet correct is. In de wetenschap worden er een heel aantal roofvogels mee bedoeld. Er zijn zo’n 67 roofvogels die het woord “arend” in hun naam hebben (zeearend, visarend (geen arend volgens de wetenschap!), steenarend, wurgarend, apenarend, kroonarend, vechtarend, …). Leslie Brown (roofvogelsdeskundige) antwoordde ooit op deze vraag met : ‘Een arend is een grote of zeer grote dagroofvogel die geen wouw, buizerd, gier, havik of valk is’. Onder de arenden worden ca. 68 soorten gezien die in 4 grote groepen kunnen verdeeld worden: • echte arenden (vb. savannearend, vechtarend, steenarend), • zeearenden (Amerikaanse en Afrikaanse zeearend), • slangenarenden (bateleur) en • harpijen (Filipijnse apenarend en harpij) (2) Van links naar rechts: Filipijnse apenarend (Pithecophaga jefferyi)Savannearend (Aquila rapax) - Vechtarend (Polemaetus bellicosus) – Amerikaanse Zeearend (Haliaeetus leucocephalus) – Afrikaanse Zeearend (Haliaeetus vocifer) - Bateleur (Terathopius ecaudatus) Steenarend (Aquila chrysaetos) - Harpij (Harpia harpyja)

geven. Ik hoop met dit artikel jong en oud te passioneren voor de schoonheid van roofvogels op postzegel. Noot: woorden als roofvogel, dag- en nachtroofvogel, adelaar en primitieve roofvogels lees je vaak, maar de betekenis is er niet altijd van duidelijk. Dit artikel start dan ook met een vergelijking van deze woorden. Een thematische verzamelaar zal opmerken dat sommige hoofdstukken niet thuishoren in een plan van het geslacht Haliaeetus. Het zijn wel mooie inspiratiebronnen voor de jeugd om daar een aparte thematische verzameling rond uit te werken. Dit stuk is in eerste plaats gericht tot de jeugd.

Uiteraard mogen we de sneeuwuil, Hedwig, van Harry Potter niet vergeten die telkens zijn post aflevert en zijn huisdier is. Als laatste is er de valkerij. Velen denken dat valkerij enkel om valken gaat, maar ook andere roofvogels zoals steenarenden worden gebruikt. Steenarenden moesten bijvoorbeeld antilopen in Azië vangen voor hun valkenier, de persoon die voor de roofvogel zorgt. Naast postzegels verzamelen over het leven van roofvogels, kan je dus ook andere thema’s verzamelen die iets te maken hebben met roofvogels.

(2) Marshalleilanden 14.09.2009 Roofvogels en de mens Om gelijk te blijven met de wetenschap is het simpeler om een bepaalde soort, geslacht en eventueel familie te kiezen als thematische verzameling. Een bepaald geslacht, zoals de Haliaeetus, is zeker een mooie thematische verzameling. Niettemin zijn er andere thematische verzamelingen mogelijk. Roofvogels werden/worden als goden en spirituele boodschappers beschouwd. Daarnaast symboliseren ze kracht en moed. Ze werden tegelijkertijd vervolgd uit onwetendheid en angst. Roofvogels komen in heel de menselijke geschiedenis voor. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het Oude Egypte met de goden Horus (valkenhoofd) en Nechbet (gier). Roofvogels hebben naast een godsdienstig verhaal een enorme symboliek. De Romeinen hadden een adelaar als veldteken. Eén van de belangrijkste symbolische roofvogel is de Amerikaanse zeearend als nationaal symbool van de VS. De Amerikaanse zeearend is het symbool van vrijheid, macht, kracht, gratie, genade en veerkracht. De Amerikanen hebben geluk (gehad): hun nationale vogel heeft zich kunnen handhaven en stijgt eindelijk terug in aantallen. Zo niet, had deze grote natie een uitgestorven dier als nationaal symbool gehad door hun eigen hebzucht en kortzichtigheid.

(4) Sneeuwuil (Bubo scandiacus)  (5) Steenarend (Aquila chrysaetos) China (Taiwan) 04.06.2004  Mongolië 11.07.2003 Primitieve roofvogels

(6) Amerikaanse zeearend (Haliaeetus leucocephalus) Verenigde Staten 06.05.1970 Een populaire thematische verzameling onder de jeugd, naast de dieren, zijn natuurlijk de dinosaurussen. De stamboom van dinosaurus tot roofvogel is te uitgebreid voor dit artikel, maar in de prehistorie waren er ook (roof)vogels. Pterosauria, die wel eens foutief ‘vliegende dinosaurussen’ worden genoemd (het zijn vliegende reptielen) zijn zeker fascinerend genoeg om te verzamelen. Daarnaast zijn er dieren zoals de Gastornis (Diatryma, oude naam), Phorusrhacidae (schrikvogels, uitgestorven), Aguila borrasi en de Haastarend. Ze worden wel eens (al dan niet foutief) aanzien als primitieve roofvogel en er bestaan mooie postzegels van.

(3) Amerikaanse zeearend (Haliaeetus leucocephalus) Verenigde Staten De meest tot de verbeelding sprekende mythische (roof)vogel is de feniks. Zowel de oude Egyptische, Griekse als Chinese mythologie omschrijft de feniks als ‘een gekleurde vogel die na 500 of 1000 jaar in brand schiet om vanuit de eigen assen herboren te worden’. De feniks kwam terug onder de aandacht door de bekendheid van de boeken van Harry Potter. Albus Perkamentus heeft een feniks genaamd Felix. Hij speelt een belangrijkste rol in het boek van Harry Potter ‘de Geheime Kamer’, waar hij de sorteerhoed aan Harry bezorgt en de basilisk zijn ogen uitstak om hem te verblinden.

(7) Pterosaurus Maldiven 2005

 

(8) Gastornis (Diatryma, oude naam) Republiek Benin 2005


FILAKRANT 2015

Zeearenden als bedreigde diersoort De lijst van bedreigde dieren geeft dieren, dus ook de zeearenden, een beschermingsstatus. De Afrikaanse, Amerikaanse, Europese en witbuikzeearend (Australaziatisch gebied) hebben de status ‘niet bedreigd/ veilig (LC)’. De grote en kleine rivierarenden (tropisch Azië) hebben de status van ‘gevoelig (NT)’. De witbandzeearend (Indomaleisisch gebied), Steller zeearend (Oost-Azië) en Sanfordi zeearend (Salomoneilanden) zijn kwetsbaar (VU)’. Als laatste lid van het geslacht is er de Madagaskar zeearend en die is ‘ernstig bedreigd/kritiek (CR)’.

(9) Phorusrhacos sp.  Frankrijk 21.04.2008 

(10) Aquila borrasi (Titanohierax borrasi of Buteogallus borrasi) Cuba 15.09.1982

(11) Haasts arend (Harpagornis moorei) Nieuw-Zeeland 02.10.1996 Zeearenden Haliaeetus sp. Vanuit roofvogels zijn er waarschijnlijk nog ander thematische verzamelingen mogelijk, maar ik geef maar wat ideeën. Het kiezen van je thematische verzameling is moeilijk, maar belangrijk. Eens een thema gekozen, begint het opstellen van het plan van de verzameling. Zoals aangegeven heb ik mij persoonlijk gericht tot het geslacht van de Haliaeetus. De bekendste zeearend is de Amerikaanse zeearend, die voorkomt van Alaska/Canada tot de zuidelijke staten van de Verenigde Staten. Via zijn wereldwijde bekendheid als nationale vogel evenals zijn typische uiterlijk is hij het prototype van de arend geworden. De grootste uit dit geslacht is de Steller zeearend (Oost-Azië) met zijn spanwijdte van 2,4 meter en 1,1 meter lengte voor de vrouwtjes (mannetjes zijn gemiddeld iets kleiner). Officieel bestaat dit geslacht (vanaf 2013) uit 10 dieren. De rivierarenden zijn dus niet meer van het geslacht Icthyophaga, maar veel informatie is terug te vinden onder hun oude geslachtsnaam. Naast hun verwantschap vertonen zeearenden vooral veel overeenstemming naar gedrag en voedselvoorkeur. Elk dier afzonderlijk bespreken is daarom weinig zinvol. Als er in de volgende tekst gesproken wordt over ‘zeearenden’, worden hiermee alle 10 soorten bedoeld, ook de rivierarenden.

(15) Beschermingsstatus van uitgestorven (links) naar veilig (rechts) Sinds 2007 is de Amerikaanse zeearend niet meer bedreigd, maar wordt hij nog streng beschermd. De populatie stortte ineen in de jaren ‘50 door het gebruik van DDT (soort van pesticide). Doordat de Amerikaanse zeearend aan de top van de voedselketen staat, hoopten de chemicaliën in zijn lichaam zich op. Gevolg was dat Amerikaanse zeearenden geen eieren konden leggen of de eieren kregen dunne eierschalen. In de jaren ‘50 bleken over heel Amerika, Alaska inbegrepen, er nog maar 412 broedende koppels over te zijn. In de 18de eeuw schatte men de populatie van de Amerikaanse zeearend op 300.000 tot 500.000 dieren… Het verhaal van DDT kan elke vogel meemaken, dus niet alleen de zeearenden. Als vogels hun eierschalen niet sterk genoeg zijn en de kuikens gaan dood, maken ze kans om uit te sterven.

(16) Amerikaanse Zeearend (Haliaeetus leucocephalus) Republiek Togo 15.02.2011 Jammer genoeg stierf de Europese zeearend (H. albicilla) in het begin van de 19de eeuw uit in Groot- Brittannië door menselijk toedoen (geschoten, vergiftigd en zijn eieren werden gestolen). Vanaf 1953 werden er dieren vrij gelaten in het wild. De arenden zijn dan ook beschermd door de Royal Society for the Protection of Birds (Engelse naam voor de Koninklijke Vereniging voor de Bescherming van de Vogels). In 2005 is de status van de zeearend in Europa gedaald van ‘bijna bedreigd’ naar ‘laag risico’, maar de zeearend blijft op de Britse bedreigde diersoortenlijst staan. De lijst van bedreigde diersoorten gaat over de bedreiging van het dier, gezien over de hele wereld, maar per regio of land kan dit verschillen. De Europese zeearend doet het goed in de wereld, maar in Groot-Brittannië heeft hij bescherming nodig.

De Afrikaanse zeearend doet het goed (aantallen zijn stabiel), maar wetenschappers hebben angst dat de chemicaliën in het water in Afrika op lange termijn een probleem gaan worden, net zoals dit in het verleden voor (24) Afrikaanse zeearenden de Amerikaanse en Europese (Haliaeetus vocifer) zeearend een probleem was. Botswana 30.09.1991 De Madagaskar zeearend is een zeldzame roofvogel die ernstig bedreigd is. De mens is hiervoor verantwoordelijk. Uiterlijk De grootte van een zeearend varieert binnen het geslacht. Algemeen kan gesteld worden dat het grote roofvogels zijn, met de Steller als grootste: 9 kg en een spanwijdte tot 2,50 meter. De Amerikaanse zeearend is in Amerika de tweede grootste roofvogel met een lengte van 70 tot 102 cm, na de Californische condor (Gymnogyps californianus). Mannetjes en vrouwtjes zien er hetzelfde uit, maar de vrouwtjes zijn tot 25 % (een vierde) groter. Elke zeearend heeft zo zijn typisch volwassen uiterlijk. Volwassen Amerikaanse zeearenden of witkopzeearenden hebben de gekende witte kop en gele bek, gele voeten en gele irissen. De Stellers zeearend is dan weer een bruinkleurige roofvogel met gele snavel. De witbuikzeearend en Europese zeearend (of witstaartzeearend) hebben een typische witte buik of witte staart zoals de naam vermoedt. (25) Witkopzeearend En zo hebben ze alle 10 wel (Haliaeetus leucocephalus) iets herkenbaars op volwassen Verenigde Staten 29.04.1985 leeftijd.

(26) Jonge en volwassen witstaartzeearend of Europese zeearend (Haliaeetus albicilla) Groenland 14.04.1988

(12) Amerikaanse Zeearend (Haliaeetus leucocephalus) De visarend (Pandion haliaetus) behoort niet tot het geslacht Haliaeetus en behoort bijgevolg niet tot mijn thematische verzameling. Visarenden en zeearenden eten vis, dit is ook het enige wat ze gemeenschappelijk hebben en zij worden vaak foutief als ‘familie’ gezien. Visarenden durven kopje onder te gaan na een stootduik. Zeearenden houden het bij het grijpen van vis die vlak onder het wateroppervlak zwemt. Zeearenden houden hun gevangen vis achter zich, visarenden voor zich. De visarend eet enkel vis zowel uit zoet als zout water, zeer zelden dode of stervende vissen. Ze stelen ook geen voedsel van andere. Zeearenden eten naast vis ook aas of andere dieren (watervogels, kleine zoogdieren, reptielen,…) en staan bekend om hun steelgedrag van andere dieren. Een visarend is ook geen arend. Veel verschillen die vaak overzien worden.

(17) Europese Zeearend (Haliaeetus albicilla) Tsjechoslowakije 17.07.1989 Vele landen beschermen hun zeearenden en zijn trots op hun zeearend. Dit maakt dat er heel wat landen zijn die speciaal (om de zeearend in de bloemetjes te zetten) postzegels uitbrengen. Bijvoorbeeld in 1982 en 1996 hebben de Solomon Eilanden speciaal postzegels van de Sanfords zeearend uitgebracht.

(18-23) Sanfords zeearend (Haliaeetus sanfordi) Salomonseilanden 15.05.1982

(13) Europese Zeearend (Haliaeetus albicilla) Portugal 21.09.2009

(14) Visarend (Pandion haliaetus) Iran 24.06.2009

In het Westen heeft men geleerd uit het verleden met het gebruik van DDT en wat het doet met de zeearend. Via wetten en projecten probeert men de zeearend te beschermen tegen uitsterven. Dit begint zichtbaar te worden in het aantal levende zeearenden in het Westen. In de overige werelddelen is het probleem nog steeds erg. Overbevissing, menselijke verstoring in het leefgebied (bijvoorbeeld windmolens), vervuiling, het afschieten van de zeearend, chemicaliën (pesticides, lood) in het water enz. blijven een probleem voor de zeearenden en zorgen voor een systematische daling in het aantal levende zeearenden.

41

(27) Steenarend (Aquila chrysaetos) Republiek Guinee-Bissau, 01.04.2001

Voordat de zeearenden volwassen zijn gaan de meeste soorten tot vier verschillende verenkleden hebben. De jonge dieren zijn onderling in soort zoals andere roofvogels vaak moeilijker te onderscheiden in het wild. De steenarend is vaak het moeilijkst te onderscheiden van (jonge) zeearenden omdat zij uiterlijk beiden grote bruine roofvogels zijn. Zeearenden zijn echter groter en hebben een niet vierkante staart met half bevederde poten. De steenarend wordt gekenmerkt door geheel bevederde poten tot aan de klauw. Daarnaast zijn zeearenden minder van de thermiek (opwaartse luchtstromen) afhankelijk door de brede vleugels en korte staart. Hun vleugelslag is ook krachtiger, regelmatiger en minder diep dan de steenarend. Zeearenden hebben vooral een glijvlucht met zeer sporadisch een vleugelslag. De steenarend gaat eerder een 6 tot 7 keer met zijn vleugels flapperen om dan te glijden.

Er zijn postzegels in omloop waar niet altijd de wetenschappelijke naam van de roofvogel op vermeld staat. Bijgevolg dient de postzegelverzamelaar aandacht te besteden dat hij/zij de juiste roofvogel in zijn verzame(28) Een duidelijke afbeelding van ling plaatst! de Afrikaanse visarend, toch staat Leefgebied de Latijnse naam van de steenarend (Aquila chrysaetos) op de Het geslacht van de zeearend postzegel. Chad, 20.06.1998 komt over heel de wereld voor. Leefgebied De zeearend is vooral een kustvogel, maar komt evengoed voor aan lange grote meren en rivieren in het binnenland. Belangrijk voor het leefgebied van een zeearend is dat er water is met vis en watervogels, maar op een niet te grote afstand van oude bomen of rotsen voor het nest. De volwassen dieren zijn uitsluitend standvogels (blijven altijd in hetzelfde gebied). Volwassen dieren blijven dus in hun territorium en jonge vogels trekken weg.


42

FILAKRANT 2015

(40) Afrikaanse zeearend (Haliaeetus vocifer) Mozambique 2006

(33) Witbandzeearend (Haliaeetus leucoryphus) Tanzania 01.09.1998

(29) Europese zeearend (Haliaeetus albicilla) Estland 29.08.1995 Het zijn dan ook steeds jonge Europese zeearenden die gezien worden in Nederland en uitzonderlijk in Vlaanderen. Voedsel Een zeearend dient 500 gram vis per dag te eten, dit is ongeveer 300 gram vogel- of zoogdierenvlees. Een zeearend eet 91% vis, 3% vogel (meeuwen en eenden) en 5% zoogdier. De procentuele verdeling verschilt naargelang de regio waar de zeearend leeft. De witbuikzeearend (Haliaeetus leucogaster) is de zeearend van Australaziatisch gebied en staat bekend dat hij naast vis en watervogels vaker reptielen zoals zeeslangen en schildpadden eet. De Amerikaanse zeearend is dan weer bekend om zijn voorkeur voor zalm, vooral tijdens de zalmloop. (34) Witbuikzeearend  (Haliaeetus leucogaster)  Hong Kong 31.12.2006

(30) Europese zeearend (Haliaeetus albicilla) Zweden 27.01.2005 Vanaf midden oktober tot december is aan de Chikat River (Haines, Alaska) de zalmloop (in het Engels salmon run : ongeveer een half miljoen vissen zwemmen van de zee naar de rivieren) waar zo’n 3000 tot 4000 Amerikaanse zeearenden verschijnen. De zeearend past zijn dieet aan het voedselaanbod aan.

(35) Kleine rivierarend (Haliaeetus humilis) Vietnam 10.06.1982

Een tweede jachttechniek is een zoekvlucht laag boven de grond/ het water, in het beste geval 200-300 meter (zo hoog als de Eifeltoren van Parijs) boven het jachtgebied cirkelend. Een stootduik zoals die van de visarend kan voorkomen, maar is zeldzaam. Een zeearend zal eerder laag aanvliegen om een tijdje boven de vangstplek te bidden. Hij grijpt de vis uit het water om naar de boom te vliegen en daar de vis op te eten. Als de vis te groot is om ermee weg te vliegen, kan een zeearend roeiend met zijn vleugels het land bereiken om dan op het strand de vis op te eten. Een zeearend vliegt tot op een maximumhoogte van 10.000 feet ( ca. 3050 meter). Om je een idee te geven: de hoogste berg van Duitsland (de Zugspitze) is 2962 meter. Tijdens het vliegen haalt hij snelheden van zo’n 56 tot 70 kilometer per uur (zo snel als een auto ), waarbij hij gebruik maakt van de thermiek (opstijgende warme lucht). Gemiddeld is dit zo’n 48 kilometer per uur. Tijdens een duikvlucht is de snelheid zo’n 120 tot 160 kilometer per uur (dat is sneller dan een auto op de autostrade!).

(41) Europese zeearend  (Haliaeetus albicilla)  Groot- Brittannië 04.09.2007 

(42) Amerikaanse zeearend (Haliaeetus leucocephalus) Angola 10.04.2000

Stelen van een visarend of meeuw is steeds een optie. Uitzonderlijk, maar mogelijk, slaat een zeearend een grauwe gans, eenden en raven in vlucht. Tijdens de nestingsperiode rooft de zeearend ook jongen van andere vogelsoorten. Zo is er in 2002 (in Nietsky, Oberlausitz, Duitsland) een buizerd per ongeluk groot gebracht door een zeearend. Eerst had moeder/vader de jonge buizerd aan het zeearendkuiken gegeven om te eten. De jonge buizerd bleek niet gewond te zijn en na verloop van tijd waren de zeearenden vergeten dat het buizerdjong eigenlijk ‘eten’ was.

(31) Grote rivierarend (Haliaeetus ichthyaetus) Tanzania 16.09.1996 (43) Europese Zeearend (Haliaeetus albicilla) Tsjechië 28.05.2008 Aas maakt vooral in de winter onderdeel uit van zijn dieet. Favoriete aas zijn dode vissen, vogels en grote zoogdieren. Lang dachten boeren dat zeearenden lammeren en kalveren vingen, maar eigenlijk waren het al dode kadavers waar de zeearend interesse in had. Heel uitzonderlijk slaan zeearenden een lam, maar dit is zo’n laag cijfer dat het onmogelijk een invloed heeft op de schapenfokkerij. In Noorwegen en Groenland vangen zeearenden lammetjes, vooral bij voedseltekort.

Van geboorte tot sterfte

(36) Madagaskarzeearend (Haliaeetus vociferoides) Mozambique 30.04.2012

(44) Afrikaanse zeearend (Haliaeetus vocifer) Namibië 11.10.2004 (37-39) Afrikaanse zeearend (Haliaeetus vocifer) Malawi 11.07.1983

(32) Europese zeearend (Haliaeetus albicilla) Duitse Democratische Republiek 18.05.1982 Jacht 90% van de tijd brengt de zeearend door met niks te doen: zitten in de boom op zijn lievelingsvisplekje kijkend of er een makkelijk hapje voorbij zwemt. Vandaar dat vele foto’s en postzegels bestaan uit een zeearend zittend op een tak in een boom langs het water.

Naast vis vangt de zeearend watervogels. Het liefst verrast hij de watervogel. Anders dient hij de watervogel uit te putten. Dan duurt de jacht zo’n 35-45 minuten. Bijvoorbeeld : de zeearend ziet een meerkoet, maar de meerkoet ziet ook de zeearend. De meerkoet duikt weg, komt later weer boven en de zeearend vliegt telkens boven de meerkoet. De meerkoet duikt weer weg enz. Dit kan zich zo’n 40 keer herhalen. Uiteindelijk duikt de meerkoet telkens korter onder water en zo vangt de zeearend de vermoeide meerkoet. Soms werken 2 zeearenden samen om de meerkoet te vangen. De 2 zeearenden kunnen een koppel zijn, maar niet per definitie.

Nog voor hun volledig volwassen kleed er is, zijn zeearenden op 3-4 jaar volwassen genoeg om eieren te leggen. Toch duurt het nog 1-2 jaar voordat de zeearend begint zijn nest te maken. Dit geeft dat een mannetje op 5 jaar en een vrouwtje op 4 jaar (gemiddeld) hun eerste kuikens met succes grootbrengen. Zeearendparen zijn een koppel voor het leven. De nesten worden hergebruikt en je vindt ze op rotsen (kust) of in oude, hoge sparren of beukenbommen (binnenland). In Polen is een nest dat al 70 jaar lang in gebruik is. Het voorlopig grootste nest van een Amerikaanse zeearend bevindt zich in Florida: 2,9 meter breed; 6,1 meter diep en een gewicht van 3 ton (zo zwaar als een witte neushoorn of nijlpaard). Van balts, nest bouwen tot het verlaten van het nest duurt zo’n 6 maanden.


FILAKRANT 2015

(45) Europese Zeearend (Haliaeetus albicilla) Hongarije 04.05.2012 Moeder zeearend legt vaak 2 eieren, soms ook 3 eieren. De ouders draaien om het uur de eieren rond zodat alle kanten het lekker warm hebben. Het omdraaien van de eieren is telkens een beproeving voor moeder of vader gezien de scherpe bek enorm gevaarlijk is voor de eieren. Elk ei komt na ongeveer 35 dagen (5 weken) uit. De zeearenden lopen in het nest ook op ‘gebalde vuisten’ om met hun poten de eieren/kuikens niet te kwetsen. Vader brengt voornamelijk nieuw materiaal naar het nest, samen met eten voor de moeder en later voor de kuikens. Niettemin broedt vader de eieren mee uit als moeder de benen gaat strekken. In een straal van 5 km rond het nest wordt er gejaagd, soms tot 13 km. Als er tijd over is, zit vader op een tak in de buurt van het nest de wacht te houden om indringers weg te jagen.

43

Afrika en Voor-Azië. Baarn: Vogelbescherming Nederland Trion Natuur. • Newton, I., Olsen, P., & Pyrzakowski, T. (1991). Fascinerend Dierenrijk: Roofvogels. Weert: Zuid-Nederlandse Uitgeversmaatschappij. • Palmer, D., & Barrett, P. (2009). Evolution: the story of life. Londen: Mitchell Beazler in association with Natural History Museum. • Rowling, J. K. (1999). Harry Potter en de geheime kamer. Amsterdam/Antwerpen: De Harmonie / Standaard. • Snow, D. W., Perrins, C. M., Gillmor, R., Hillcoat, B., Roselaar, C. S., Vincent, D. Wilson, M. G. (1998). The birds of the Western Palearctic. Concise Edition. Oxford, New York: Oxford University Press. • Taylor, M., & Olsen, S. F. (2010). RSPB British Birds of Prey. Londen: Bloomsbury. • van den Brink, H. (1997). Roofvogels en uilen Hun leefwijze, voedsel en jachtmethoden. Lisse: Rebo Productions. • Voous, K., & Slijper, H. (1986). Roofvogels en uilen van Europa. Leiden: Brill. • Witton, M. P. (2013). Pterosaurus Natural History, evolution, anatomy. Princeton and Oxford: Princeton University Press . Google E-books • Turvey, S. T. ( 2009) Holocene Extinctions Oxford University Press. • Worthy T. H., Holdaway R. N. (2002) The Lost World of the Moa: Prehistoric Life of New Zealand Indiana. • Tingay R. E., Katzner T. E. (2010) The Eagle Watchers: Observing and Conserving Raptors Around the World.

(46) Witkopzeearend (Haliaeetus leucocephalus) Republiek der Maldiven 20.03.1997 Moeder roept tevens bij gevaar. Het grootste gevaar voor de ouders is een andere zeearend die het nest wil veroveren. Dit is een gevaarlijk gevecht voor vader. In het wild wordt een Europese zeearend 32 tot 36 jaar. In gevangenschap is er een zeearendvrouwtje 50 jaar geworden. De Afrikaanse zeearend kan 12 tot 14 jaar oud in het wild worden, in gevangenschap zo’n 40 jaar oud. Bibliografie Boeken • Alderfer, J. (2006). Complete birds of North America. Washington D.C.: National Geograpic. • Alderfer, J. (2012). Bird Watchers Bible: A complete treasury scienceknow-how - beauty - lore. Washington DC: National Geographic. • Chaline, E. (2012). 50 dieren die de geschiedenis veranderd hebben. Kerkdriel: Librero. • de Vos, D. (2012). Roofvogels in beeld. Zeist: KNNV vereniging voor veldbiologie. • Faveyts, W., & De Smet, G. (2007). Zeldzame roofvogels in Vlaanderen. Natuur.oriolus: Themanummer Roofvogels in Vlaanderen, 73(3), 75-88. • Ferguson-Lees, J., & Christie, D. A. (2001). Helm Identification Guide: Raptors of the world. Londen: Christopher Helm. • Frost, P. D. (2011). Roofvogels heersers van het luchtruim. Amsterdam: Parragon Books Ltd. • Génsbol, B. (1995). Roofvogels van Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Haarlem: Schuyt & Co. • Génsbol, B. (2008). Veldgids Roofvogel. Zeist: KNNV Uitgeverij, vereniging voor veldbiologie. • Génsbol, B., Meesters, G., & Bertel, B. (2009). Roofvogels van Nederland. Zeist: KNNV Uitgeverij (vereniging van veldbiologie). • Gooders, J. (1999). Compleet Handboek: De vogels van Europa. Aartselaar: Deltas. • Gorrow, T. R., & Koppie, C. A. (2013). Inside a Bald Eagle’s Nest: A Photographic Journey through the American Bald Eagle Nesting Season. Pennsylvania: Schiffer Publishing. • Heinzel, H., Fitter, R., & Parslow, J. (1988). Elseviers gids van de Europese vogels: alle vogels van Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Elsevier/Trion: Brussel/Baarn. • Jones, D. (1996). Arenden. Vancouver/ Toronto / Keulen: Whitecap Books/ Konemann. • Long, J., & Schouten, P. (2008). Feathered dinosaurs: the origin of birds. Oxford - New York: Oxford University Press. • Mebs, T., & Schmidt, D. (2006). Roofvogels van Europa, Noord-

Artikel • Bowerman W.W, Roe A.S, Gilbertson M.J., et al., (2002) Using bald eagles to indicate the health of the Great Lakes’ environment Lakes & Reservoirs: Research and Management 7, 183–187. • Kimball, R. T., Wang, N., Heimer-McGinn, V., Fergusion, C., & Braun, E. L. (2013). Identifying localized biases in large datasets: A case study using the avian tree of life. Molecular Phylogenetics and Evolution, 69, 1021–1032. • Lerner, H. R., & Mindell, D. P. (2005). Phylogeny of eagles, Old World vultures, and other Accipitridae based on nuclear and mitochondrial DNA. Molecular Phylogenetics and Evolution, 37, 327-346. • Livezey, B. C., & Zusi, R. L. (2007). Higher-order phylogeny of modern birds (Theropoda,Aves: Neornithes) based on comparative anatomy. II. Analysis and discussion. Zoological Journal of the Linnean Society, 149, 1-95. • Nesbitt, S. J. (2011, April 29). The Early Evolution of Archosaurs: Relationships and The Origin of Major Clades. Bulletin of the American Museum of Natural History, 352, 1-292. • Suárez, W., & Olson, S. L. (2007, December). The Cuban Fossil Eagle Aquila Borrasi Arredondon: A Scaled-Up Version of The Great Black-Hawk Buteogallus Urubitinga (Gmelin). J. Raptor Res, 41(4), 288-298.

Op bovenstaande foto uit september 2005 is Jasmine het staande meisje links. Deze is genomen tijdens Antwerpfila in de V.O.V.V. Jeugdstand. Zij heeft zich ontwikkeld tot een gedreven verzamelaarster en zelfs tot jeugdleidster bij onze stands in Antwerpen en Barneveld. Eigenlijk zijn wij supertrots op haar. 

Internet • Wikipedia (Nederlands en Engels): http://www.wikipedia.org/ o http://nl.wikipedia.org/wiki/Zeearenden • Red list: http://discover.iucnredlist.org/ • http://helcom.fi/baltic-sea-trends/environment-fact-sheets/biodiversity/populationdevelopment-of-white-tailed-sea-eagle • http://www.baldeagleinfo.com/ • http://www.durmevallei.be/slechtvalk.htm • http://www.natuurinformatie.nl/nnm.dossiers/natuurdatabase.nl/i001030.html • http://www.natuurpunt.be/nl/vereniging/actua/ opnieuw-vale-gieren-in-belgi_104.aspx • http://www.natuurbericht.be/?id=10786 • https://www.natuurmonumenten.nl/overnatuurmonumenten/pers-en-nieuws/nieuws/ vale-gier-gezien-in-nederland • http://www.staatsbosbeheer.nl/ Nieuws%20en%20achtergronden/ Themas/Zeearend/Zeearenden%20 in%20Nederland.aspx • http://www.sa-venues.com/wildlife/ birds_african_fish_eagle.htm • http://www.surinamebirds.nl/php/ bird.php?buur • http://www.volgdezeearend.nl/ Figuren • http://www.birdtheme.org • http://www.paleophilatelie. eu/images/sets/preview/ Maldives_2005.html • http://en.wikipedia.org/wiki/ Pallas%27s_fish_eagle

Pamela en Evert


44

FILAKRANT 2015

FILAKRANT Jaargang no: 5 Verschijnt op 29 dec 2015, gelijktijdig met de 1e dag van de Eindejaarsbeurs • • • • • •

Wist u dat u ook kunt adverteren? Wist u dat het leuke tarieven zijn? Wist u dat u ook redactie kunt insturen? Wist u dat de krant full color is? Wist u dat deze krant 1 jaar looptijd heeft? Wist u dat u hierover informatie kunt krijgen bij onderstaand adres?

V.O.V.V.- / Filakrant p/a Tienwoningenweg 53 7312 Dl Apeldoorn NL Tel: 0031-(0)55-3558600 Of stuur een mail: organisatie@eindejaarsbeurs.nl

V.O.V.V.

Valse Belgische postzegel

O

nlangs was er ophef in Nederland vanwege valse zegels die circuleerden waardoor de Nederlandse post benadeeld werd. Volgens mij hebben we in België nu ook zo’n zegel. Het gaat om de zegel nr 4103 . Dit is de zegel uit het postzegelboekje van 14 januari 2011.

echt

vals

Op de postzegelbeurs in Hamont werd mij in februari zulk een zegel aangeboden. Hij was op fragment en de medeverzamelaar vroeg mij of ik het verschil zag tussen de twee exemplaren die hij me liet zien. Ik zag niet onmiddellijk een verschil , tot hij me zei om eens beter de tanding te vergelijken. Toen zag ik het ook. Bij een beter onderzoek kon ik zien dat de tanding van de valse zegel een veel rondere vloeiende slittanding heeft terwijl de echte steeds een ‘vlak’ stukje heeft in de tanding. Momenteel heb ik zelf ook 2 valse zegels gevonden. Ook deze 2 zegels hebben deze rondere

tanding. Als je goed kijkt kun je zelfs zien dat de golving van de tanding bij een zegel groter is dan bij de andere zegel. De kleuren zijn ook iets anders dan de kleuren van de echte zegel. De opgedrukte tekst: de vrijwilliger, le bénévolat en 2011 mulder van Meurs is bij de valse zegel nogal wazig gedrukt. Ik vraag mij af of er nog mensen zijn die al valse zegels hebben gevonden. Zou de post al weten van deze fraude??? Met vriendelijke groeten, Jean-Paul Groenen

Das Briefmarkenjahr 2015 auf einen Blick: Ausgabedaten + Themen

Wert in Cent

2. Januar Serie ,,Burgen und Schlösser” Marksburg 62 Schloss Ludwigslust 80 Serie ,,Tierkinder” Eichhörnchen 62 Wildkatze 62 Serie ,,Wildes Deutschland” Ostsee Boddenlandschaft 85 5. Februar Serie ,,Für die Wohlfahrtspflege” zur Unterstützung der Bundesarbeitsgemeinschaft der Freien Wohlfahrtspflege e. V.: Grimms Märchen - Dornröschen Die Spindel 62 + 30 Der Schlaf 85 + 40 Der Kuss 145 + 55 100. Geburtstag Karl Leisner 62 2. Marz 1200 Jahre Bistum Hildesheim 62 900 Jahre Köthen (Anhalt) 240 350 Jahre Christian-AIbrechts-Universität zu Kiel 62 Felix der Hase: Felix auf Reisen 45 Post von Felix 62 2. April Serie ,,Klassische deutsche Automobile” BMW 507 145 Mercedes-Benz 220 S (W 111) 145 200. Geburtstag Otto von Bismarck 62 150 Jahre Max und Moritz 62

Ausgabedaten + Themen

Wert in Cent

7. Mai Serie “Für den Sport” zur Unterstützung der Stiftung Deutsche Sporthilfe: Cartoons zum Thema Behindertensport Tennis 62 + 30 Leichtathletik 85 + 40 Skilauf 145 + 55 Serie ,,Europa” Historisches Spielzeug 62 150 Jahre Deutsche Gesellschaft zur Rettung Schiffbrüchiger 62 Gemeinschaftsausgabe mit lsrael: 50 Jahre diplomatische Beziehungen mit lsrael 80 4. Juni Serie ,,Leuchttürme” Moritzburg 45 Lindau 62 175 Jahre erster Kindergarten in Deutschland 215 125 Jahre erster bayerischer Gebirgstrachtenverband 62 50 Jahre Jugend forscht 62 1. Juli Serie “Deutschlands schönste Panoramen” Chiemsee 2 x 45 1000 Jahre Leipzig 62 150. Geburtstag Philipp Scheidemann 145 75. Geburtstag Pina Bausch 85 6. August Serie “Für die Jugend” zur Unterstützung der Stiftung Deutsche Jugendmarke e. V.: Süßwasserfische Äsche 62 + 30

Ausgabedaten + Themen

Wert in Cent

Barbe 85 + 40 Stör 145 + 55 Internationales Windjammerfestival Bremerhaven 62 1. September Serie “Tag der Briefmarke” zur tinterstützung der Stiftung für Philatelie und Postgeschichte: 175 Jahre Briefmarken 62 + 30 100. Geburtstag Helmut Schön 62 Asterix (Blockausgabe) 2 x 62 1. Oktober Serie “Schätze aus deutschen Museen” Trauernde Frauen (Tilman Riemenschneider) 62 500. Geburtstag Lucas Cranach der Jüngere 45 25 Jahre Deutsche Einheit 62 2. November Serie “Weihnachten” zur Unterstützung der Bundesarbeitsgemeinschaft der Freien Wohlfahrtspflege e. V.: Stille Nacht 62 + 30 Serie “Schatze aus deutschen Museen” Geburt Christi mit Anbetung der Hirten (Martin Schongauer) 80 Winterstimmung 62 3. Dezember Serie “Mikrowelten” Kieselalge 85 Blüte Odermennig 145 250 Jahre Technische Universität Bergakademie Freiberg 62 Paul Klee - Gemälde: Himmelsblüten über dem gelben Haus 240 Stand: November 2014. Anderungen jederzeit vorbehalten.


FILAKRANT 2015

Stripfiguren op Japanse postzegels  Door: Aimé Van Laarhoven

7. Tensai Bakabon Tensai Bakabon is een manga serie gemaakt door Fujio Akatsuka. De serie verscheen voor de eerste keer op 9 april 1967 in het wekelijkse ‘Shonen Magazine’. Het verhaal gaat over de lotgevallen van een nogal domme jongen (Bakabon) en zijn ietwat krankzinnige vader. Verder in de

mangareeks wordt het personage van de vader uiteindelijk de centrale figuur. De stijl en de thema’s uit ‘Tensai Babakon’ hebben duidelijk een invloed gehad op de avonturen van de Amerikaanse stripfiguren ‘The Simpsons’. Van de manga zijn ook enkele anime reeksen verschenen. Vier anime series van 40 afleveringen zijn uitgezonden tussen 25 september 1971 en 24 juni 1972. De eerste twee reeksen werden geproduceerd door ‘Tokyo Film Shinsha’ en de latere twee door ‘Studio Pierrot’. De reeksen werden uitgezonden op ‘Yomiuri TV’. Drie jaar later, van 6 oktober 1975 tot 26 september 1977, werden 103 afleveringen uitgezonden op ‘NTV’. Op ‘Fuji TV’ werden van 6 januari tot 29 december 1990 nog eens 46 afleveringen uitgezonden en op ‘TV Tokyo’ nog eens 24 afleveringen tussen oktober 1999 en maart 2000. De belangrijkste personages uit de manga en anime zijn: Bakabon. Hij is een jongen die geniet van allerlei fratsen die hij, vooral met zijn vader, uithaalt. Maar aan de binnenkant is hij een teder manneke die na zijn schooltijd een part-time baan neemt als schoenenpoetser om een verjaardagscadeau te kunnen kopen voor zijn moeder. Hij staat er voor bekend om onder zijn kimono nog een extra broek te dragen waarin hij dingen kan wegmoffelen. Aan het begin van de serie bezoekt hij de ‘Bomo Aubergine Elementary School’ maar deze wordt in de vierde anime omgedoopt tot ‘Bakada Elementary School’. Ook in deze scholen worden de nodige fratsen uitgehaald. Papa Bakabon. Hij is de vader van de herrieschopper Bakabon. Vooral in de begin periode van de manga krijgt hij het zwaar te verduren. Later in de serie neemt hij echter het heft stevig in handen, steelt de show en wordt de centrale figuur in de reeks. Hajime-chan. Hij is de jongere broer van Bakabon. Het is een wonderkind. Vrijwel direct na zijn geboorte kan hij spreken en begrijpt hij alle woorden en zinnen die rondom hem gesproken worden. Op zijn tweede jaar weet hij alles te vertellen over ‘Pythagoras’ en korte tijd later kan hij ook de ‘Wetten van Keppler’ over de beweging van de planeten haarfijn uitleggen… Bakabon Mama. Ze is de moeder van Bakabon. Ze heeft een diploma van de ‘Kuroyuri Women’s Universiteit’ (een parodie op de bekende ‘Shirayuri Women’s Universiteit’). Ondanks de moeilijkheden en de vele ellende die papa en Bakabon veroorzaken blijft ze een goede vrouw en moeder. 8. Tsurikichi Sampei. Tsurikichi Sampei (Sampei de enthousiaste visser) is een Japanse manga geschreven en geïllustreed door ‘Takao Yaguchi’. De manga is in feuilleton uitgebracht door de uitgeverij ‘Kodansha’ en verschenen in het wekelijkse ‘Shonen Magazine’ in de jaren 1973 tot 1983. ‘Kodansha’ bracht deze manga opnieuw uit in 59 gebonden boekdelen tussen 5 juli 2003 en 5 oktober 2005. De manga werd aangepast naar een anime serie van 109 afleveringen onder regie

van ‘Yoshikata Nitta’. De episoden van ca 30 minuten werden uitgezonden op ‘Fuji TV’ tussen 7 april 1980 en 28 juli 1982. Mihira Sampei spreekt met een ‘Tohou’ accent (streek dialect) en is een vrolijke en optimistische jongen die nauw verbonden is met de natuur. Echter, als het over vissen gaat, wordt hij zeer ernstig en zie je aan hem dat hij enorm kan genieten van de visserij, veel meer dan van andere dingen. Het dorp waar hij woont is een waterrijk natuurgebied, een omgeving die toelaat dat er op verschillende manieren gevist wordt. Sampei heeft ondanks zijn gebrek aan ervaring de smaak te pakken om vissen te vangen. Hij besluit dit potentieel op te krikken door deel te nemen aan verschillende viswedstrijden. Hierdoor wordt hij met verschillende uitdagingen geconfronteerd, leert van zijn fouten, weet moeilijke problemen op te lossen zodat hij na een tijdje in staat is om

elke vis uit het water te vangen. Ondertussen ontmoet hij vele metgezellen en allerlei rivalen die bijdragen tot het vergroten van zijn visserijkennis zodat hij als een belangrijke expert aanzien wordt. Takao Yaguchi is een mangaka uit de omgeving van Saruhannai in de Akita prefectuur. Hij werd er geboren op 28 oktober 1939. In 1976 werd zijn werk ‘Matagi’ bekroond met de vijfde ‘Japanse Cartoonisten Award’. Takao Yaguchi is gespecialiseerd in manga’s met ecologische thema’s, zoals ‘Yasei Densetsu’ (Legenden van de Wilde Natuur). In 1980 kwam zijn meest beroemde werk ‘Tsurikichi Sampei’ uit. Deze manga is ook omgezet in een anime serie. Andere series door Yaguchi zijn ‘Ooi! Yamabiko‘, ’Furusato‘, ’Habatake Taroumaru‘, en ‘Shin Oraga-mura‘. Zijn literaire werken omvatten ‘Boku no Sensei wa Yama te Kawa’ ( ‘Mijn docenten zijn Bergen en Rivieren’), waarin hij vertelt over de geheimen van de natuur. 9. Morgen Joe. (Ashita no Jõ) Morgen Joe is een veelgeprezen manga over de bokssport. Hij is gemaakt door Asao Takamori en Tetsuya Chiba in 1968. De serie debuteerde als manga in het wekelijkse ‘Shonen Magazine’ op een moment dat er aanzienlijke economische en sociale onrust was in Japan. Joe was in feite de tragische held in de strijd van de lagere klasse. Zijn opofferingen voor de sport zijn een weerspiegeling van de wil van de mensen die hij vertegenwoordigde. De manga werd later aangepast tot een anime serie en een langspeelfilm. Buiten Japan wordt meestal de benaming Rocky Joe gebruikt. Het verhaal begint met een weesjongen genaamd ‘Joe Yabuki’ die is weggelopen uit een weeshuis en nu onrustig wandelt in de sloppenwijken van Tokyo. Joe Yabuki droomt er van om eens een groot bokser te worden. Toevallig ontmoet hij daar de voormalige bokser en bokstrainer ‘Danpei’ die met hem praat over de bokssport. Gedurende deze tijd wordt Joe gearresteerd en gaat naar een tijdelijke gevangenis. In de gevangenis heerst een bokscultuur. Hij wil zijn beperkte bokservaring testen in een gevecht met ‘Nishi’, zijn toekomstige beste vriend en leider van een groep hooligans. Hij en Nishi worden later overgebracht naar de jeugdgevangenis op enkele kilometer van Tokyo. Hier ontmoeten ze ‘Rikiishi’, een jeugdkampioen bokser. Omdat Joe ook bok-

ser wil worden ontstaat er een soort rivaliteit. Rikiishi daagt Joe uit tot een boksgevecht. Rikiishi domineert de hele wedstrijd totdat Joe hem met een cross counterstoot uitschakelt. Dit inspireert ook de andere jonge gevangenen om te leren boksen waardoor boksen ‘de’ sport wordt in de jeugdgevangenis. Joe vraagt drie uitgebreide bokslessen aan Danpei, de trainer die hij in de straten van Tokyo had ontmoet, maar maakt zijn lessen niet af. Hierdoor bekommert Danpei zich niet langer om Joe maar neemt een kleine jongen ‘Aoyama’ onder zijn vleugels. Aoyama kan het grootste gedeelte van de gevangenis aan het lachen brengen doordat hij zo klein maar uiterst snel is in de ring. Door de scheiding met Danpei wordt Joe mentaal gebroken en wordt hij bang van Aoyama. In het ‘Boks Kampioenschap’ van de gevangenis vecht Joe in de halve finale voor het eerst tegen Aoyama. Joe, die een agressieve bokser is, is niet in staat om Aoyama echt te raken. Deze laatste weet door zijn snelheid elke aanval te ontwijken. Joe ervaart nu hoe effectief snelheid en goed verdedigen kunnen zijn. Uiteindelijk verslaat hij toch Aoyama. In de finale komt hij tegenover Rikiishi te staan. Joe pleegt bedrog. Omdat hij nog uitgeput is van de vorige wedstrijd stopt hij stenen in zijn handschoenen en wint zo de finale. Nadat Joe uit de gevangenis ontslagen is wil hij beroepsbokser worden. Het is echter moeilijk om aan een bokslicentie te geraken gezien zijn gevangenis verleden. Dank zij Danpei kan hij toch toetreden tot de Bantamgewichten. Joe moet nu een gevecht leveren tegen de bokskampioen ‘Wolf Kanagushi’. Het gevecht begint, na wat mondelinge uitdagingen, echter al in de kleedkamers. Ze slaan hier elkaar knock out alvorens

het tot een gevecht komt in de ring. Hierdoor koestert Wolf wrok tegen Joe. Als vergelding worden de vrienden van Joe lastig gevallen. Maar dit geeft aan Joe nog meer trainingsmotivatie om eens Wolf te verslaan. Van beide boksers wordt een grote match verwacht. Joe wint uiteindelijk het gevecht opnieuw met een cross counterstoot. Hij krijgt nu de kans om professioneel te mogen vechten tegen Rikiishi. Vanwege het feit dat Rikiishi in een hogere gewichtsklasse zit moet deze veel gewicht verliezen. Na een super gewichtsverlies programma is hij nog slechts vel over been. Uiteindelijk bevechten de twee grote rivalen elkaar en door een uppercut wordt Joe verslagen. Maar Rikiishi sterft in de ring op het ogenblik dat hij de hand wil reiken aan Joe. Dit was het einde van het eerste verhaal. Het tweede deel van het verhaal gaat verder waar het eerste deel eindigde. Het laat flashbacks zien van de match tussen Joe en Rikiishi als een verre herinnering. Joe wordt, zowel geestelijk als lichamelijk, wakker geschud uit die wedstrijd en keert terug naar zijn oude club en hervat zijn trainingen onder leiding van Danpei. Uiteraard was de dood van Rikiishi schokkender dan wat zij hadden kunnen denken. Het nam veel tijd in beslag om er overheen te komen. Het kostte Joe drie opeenvolgende verliezen. Toen hij eindelijk zijn angsten overwon kon hij ook in de ring weer winnen. Dit bracht hem in confrontatie met ‘Carlos Rivera’, een nieuwe rivaal, die hoog gerangschikt stond in de Japanse ranglijst. De wedstrijd eindigde onbeslist maar gaf aan Joe een enorme bekendheid, roem en respect in de bokswereld.

45

Deel 7 Het verhaal gaat verder met Joe die nu ook buiten Japan de ladder van de roem begint te beklimmen. Hij verslaat de Aziatisch-Pacifische Kampioen, Ryuhi Kin, een Koreaanse bokser, in het titelgevecht. Na het winnen van deze match moet Joe zijn titel verdedigen. Joe beleeft een aantal spannende maar succesvolle wedstrijden en blijft zo zijn titel behouden. Tot slot moet hij nog vechten tegen ‘Harimaio’, een Maleisische bokser. Zijn onorthodoxe vechtstijl is onvoorspelbaar maar in een spannende strijd weet Joe zijn titel te behouden. Op deze manier krijgt hij de kans om de strijd aan te gaan met wereldkampioen ‘Jose Mendoza’, die Carlos Rivera had verslagen in de eerste ronde met een KO… Zowel de manga als de anime eindigen met Joe die in elkaar gezakt is op een stoel in de hoek van de ring, moe en gekneusd, maar met de glimlach op zijn gezicht. Hij heeft in dit kampioenen gevecht alles gegeven, ongeacht hoeveel stoten hij te incasseren kreeg van Jose. De wedstrijd ging heen en weer, waarbij Joe ook kansen kreeg om de wereldkampioen neer te slaan. Meer dan eens was de titel om de nieuwe wereldkampioen te worden binnen handbereik. De wedstrijd, over vijftien ronden, wordt uiteindelijk beslist door de scheidsrechters. Joe zat in zijn stoel in zijn hoek te wachten op de uitspraak. Hij deed zijn handschoenen uit en gaf ze aan ‘Youko Shiraki’, het meisje dat voor de wedstrijd haar ware gevoelens voor hem had getoond. Joe stierf op die stoel toen de beslissing viel in het voordeel van Jose Mendoza. Hij ging glimlachend de dood in alsof hij de wedstrijd van zijn leven gewonnen had… Op 2 maart 2005 verscheen de volledige originele anime serie van 1970 op DVD. Ze is uitgegeven door ‘Nippon Columbia’ in twee DVD boxen. Het beeldmateriaal van de 79 afleveringen is gespreid over 16 schijven voor een totale duur van 33 uur en 55 minuten. Asao Takamori is een schuilnaam van Asaki Takamori. Hij gebruikte ook nog een andere schuilnaam, Ikki Kajiwara, omdat hij op een bepaald moment aan het schrijven was voor twee concurrerende manga magazines. Asaki Takamorie werd geboren op 4 september 1936 en is overleden op 21 januari 1987. Hij was auteur, scenarist (schrijver) voor manga series en filmproducent. Hij is vooral bekend om zijn sportieve thema’s. Hij maakte beschrijvingen van heldhaftige jonge mannen tot in fijne details om de overgang van het ene naar het andere onderwerp vlot te laten verlopen. Tetsuya Chiba werd geboren in Tokyo op 11 januari 1939. Hij woonde het grootste gedeelte van zijn jeugd in Mantsjoerije (China) toen dat nog een Japanse kolonie was tijdens de ‘Tweede Sino-Japanse Oorlog’. Zijn vader werkte er in een papierfabriek. Aan het einde van de SinoJapanse Oorlog woonde de familie Chiba op de zolder van een werkmakker totdat ze een manier gevonden hadden om terug te keren naar Japan. Een van de jongere broers van Tetsuya is de mangaka Akio Chiba. Tetsuya is vooral beroemd geworden met zijn sportmanga’s. In1956, terwijl hij nog op de middelbare school zat, maakte Tetsuya zijn professionele debuut manga: ‘Fukushü no Semushi Otoko’. De uitgever betaalde hem hiervoor ca 12.000 Yen. (ongeveer € 100 ) De manga verscheen in de verhuur bibliotheken. In 1958 verscheen zijn eerste manga serie, ‘Butõkai no Shôjo’, in een tijdschrift voor meisjes. In de jaren ’60 werkte hij zowel voor een jongens tijdschrift als voor een meisjes tijdschrift. Al snel blonk hij uit met zijn sportverhalen voor jongens. Tetsuya toonde zich een meester in het tekenen van sportverhalen en heeft manga’s gemaakt over sumo worstelaars, golf en kendo. In 1977 werd hem de Shogakukan Manga Award uitgereikt voor de manga ‘Notari Matsutarõ’.


46

FILAKRANT 2015

10. Tonda Kappuru. Tonda Kappuru is een manga gemaakt door Kimio Yanagisawa en verschenen in het wekelijkse ‘Shonen Magazine’ in de jaren tachtig. Hij is tot een filmanime verwerkt door Shinji Somai. Zowel de manga als de film werden sterk gewaardeerd door de Japanse jeugd.

meisje van de middelbare school, als huurpartner aan te wijzen. Als de school dit samenwonen zou ontdekken zou hij geschorst worden en wellicht moeten terugkeren naar de rijstvelden van Kyushu… In het verhaal worden dan de dagelijkse belevenissen van een kleine groep adolescenten,

Yusuke Tashiro, de hoofdrolspeler in de manga, is een tiener die geboren is in Kyushu. (Kyushu is een eiland in het zuiden van Japan). Hij is geslaagd in het ingangsexamen van de bekende hoge school ‘Hojo Gakuen’ in Tokyo en wil er rechten gaan studeren. Hij woont in Tokyo alleen in het huis van zijn oom die in het buitenland verblijft. Hij voelt zich een beetje verloren in het grote huis en zoekt via een agentschap een kamergenoot. Het verhuurkantoor maakt echter een grote fout door ‘Kei Yamabe’, een mooi

hun grilligheden, hun verwachtingen, hun angsten, kortom alles wat het leven van een tiener ‘normaal maakt’, beschreven. Centraal staat de overgang naar volwassenheid, de eerste tekenen van liefde en de ontdekking van hun eigenlichaam en seksualiteit. De manga en de film zijn duidelijke kritiek op de ‘volwassen’ samenleving door het wegwerken van alle ‘grote mensen’ uit het verhaal. (met uitzondering van de leraar Engels, maar die zijn gedrag staat dan ook zeer dicht bij de tienerwereld). Als de helden toch het gedrag van de volwassenen nabootsen dan lijken ze belachelijk en verliezen ze hun spontaniteit meestal ten koste van hun werkelijke sentimenten. Tonda Kappuru is misschien wel een van de weinige verhalen waarin de overgangsfase ‘puberteit’, een verplichte fase in elk mensenleven, zo uitvoerig, zowel fysiek als psychisch, beschreven wordt.

Stripfiguren op Japanse postzegels  Door: Aimé Van Laarhoven

Award voor de Beginnende Artiest’ voor het magazine ‘Shonen’. Voor hetzelfde blad begon hij kort daarna met de serie ‘1, 2 no Sanshiro’. Hij heeft twee keer de ‘Kodansha Manga Award’ gewonnen: in 1981 met ‘1, 2 no Sanshiro’ en in 1986 met ‘What’s Michael?’. Deze laatste manga is zijn meest bekende werk. Het vertelt de merkwaardige avonturen van een vertederende rode kater. Andere bekende manga’s zijn: ‘Miss Hello’ en ‘Chichonmanchi’ (De Hel van Love en Ec Stacy).

O

m de vijftigste verjaardag te gedenken van een van de belangrijkste stripmagazines van Japan, ‘Wekelijkse Shonen’, heeft de Japanse post een reeks zegels uitgegeven met de afbeelding van stripfiguren die in dit magazine hun avonturen beleefden. Op 22 mei 2009 werd een derde en een vierde velletje uitgegeven (na twee velletjes op 17 maart 2009). Naast de zegel is in het velletje ook de frontpagina van een van de series uit het magazine weergegeven. Onderstaande figuur geeft een afdruk van de folder waarmee de zegels werden aangekondigd.

1. 1, 2 no Sanshiro. De titel ‘1, 2 no Sanshiro’ heeft zijn oorsprong waarschijnlijk uit het worstelen. Hier telt men af: ‘1, 2, 3, 4…’ (San = drie en Shi = vier, in de uitspraak van het Japanse Kanji). Segata Sanshiro is een fictief personage uit de manga gemaakt door tekenaar Makoto Kobayashi. Segata Sanshiro is in feite een parodie op de legendarische judoka Sugata Sanshiro. Kort na de Tweede Wereld Oorlog werd door de Japanse regisseur Akira Kurosawa een film uitgebracht over Sanshiro Sugata. Deze film was gebaseerd op een bestseller roman over het ontstaan en de groei van de judo als gevechtsport. Van de film Sanshiro Sugata werd een remake gemaakt in 1955 door Shigeo Tanaka en een tweede remake door Seiichuro Uchikawa tien jaar later. De verhalen uit deze films onderzoeken de relatie tussen deze vorm van zelfverdediging en zijn omgeving. Het is de basis voor de manga van Makoto Kobayashi..

boven water te houden moet hij gaan werken als hoofd van een familie restaurant. Op een dag, na ca. twee jaar, komt een ex-collega judoka hem opzoeken in het restaurant met de vraag om terug te keren in de ring als sparringpartner voor de huidige topsterren. In eerste instantie wordt het aanbod afgewezen maar na wat aandringen komen ze tot een akkoord… Dit is een meesterwerk van Kobayashi. Hierin heeft hij zijn humoristische stijl in volle glorie kunnen uitwerken. We vinden er ‘wrede’, tragische’ en ‘verdrietige’ scènes in maar deze helpen juist de komische factoren beter tot hun recht te laten komen, net als in alle andere goede komedies.

Wanneer Sanshiro terugkeert uit de VS, waar hij met succes meer dan duizend gevechten geleverd

heeft op de tatami, staat zijn Japans bedrijf ‘Toukyou Worstelen’ aan de rand van het faillissement. Om het hoofd

Makoto Kobayashi werd geboren op 13 mei 1958 in de Niigata prefectuur in Japan. Hij is een manga artiest die vooral bekend is voor zijn ongewone tekenstijl. Hij begon zijn carrière op 20 jarige leeftijd met de manga ‘Grapple Three Brothers’ en won meteen hiermee de ‘Manga

2. De Kabocha Wijn. (De Pompoen Wijn) ‘De Kabocha Wijn’ is een Japanse manga serie die geschreven en geïllustreerd werd door Mitsuru Miura. De manga werd in wekelijkse series uitgebracht door de uitgeverij Kodansha in het ‘Wekelijkse Shonen Magazine’ van 1981 tot in 1984. In 1983 heeft Miura voor ‘De Kabocha Wijn’ de Manga Award voor de categorie ‘Shonen’ gekregen. Er is later een eerste en daarna een tweede vervolg geschreven op deze manga. Deze manga series zijn aangepast in een anime over 95 episoden door ‘Toei Animation’ en uitgezonden door de ‘Asahi National Broadcasting (ANB) in Japan van 5 juli 1982 tot 27 augustus 1984, later door TF1 in Frankrijk en in Italië door Europa 7. Het vervolg op de anime was een ‘animated’ film, genaamd ‘Nita no Aijou Monogatari’. (De Kabocha Wijn: Nita’s Love Story). Op 26 oktober 2006 is eveneens een DVD-box uitgebracht van de anime van 1984. Deze box bevat 8 DVD’s met elk 6 afleveringen en omvat de episodes 1 tot 48. Een tweede DVD-box met eveneens 8 DVD’s is verschenen op 29 november 2007 met de resterende 47 afleveringen.

Een nieuwe student, Aoba Shunsuke, komt die morgen als eerste op de ‘Sunshine School’ aan maar vindt de gebouwen leeg. Eerst was hij stiekem vol leedvermaak omdat hij als eerste de school bereikt had, maar later wordt hij zich bewust van het feit dat vandaag een rustdag is voor de instelling omdat ze de ‘Stichtingsdag’ herdenken. Op dat moment ontmoet hij een uit de kluiten gewassen meisje met de naam Natsumi. Shunsuke is duidelijk onder de indruk van haar gestalte en voelt zich hierdoor zeer klein maar wel tot haar aangetrokken. Ze worden dikke vrienden. De moeder van Shunsuke heeft een winkel in dameskleding maar heeft een

Kimio Yanagisawa is een Japanse mangaka geboren op 26 september 1948 in Gosen-shi, in de Niigata prefectuur. Zijn echte naam is uitgesproken op dezelfde manier, maar wordt in het Japans anders geschreven. Hij studeerde aan de Niigata Prefecturaal Muramatsu hoge school en ging na zijn afstuderen aan de Wako University beeldende kunsten volgen. In 1972 won hij een eervolle vermelding op de Tezuka Sho Manga Story wedstrijd met zijn verhaal ‘Makeru na Kisaburõ’ (uitgebracht onder zijn eigen naam). In 1978 won hij de ‘Kodansha Manga Award’ voor Shonen met de manga ‘Tonda Kappuru’. Bronnen: Japanse Post: www.post.japanpost.jp/… Gigazine: http://en.gigazine.net/… Anime News Network: http://animenewsnetwork.com/.. Wikipedia

Deel 8 tekort aan manskracht. Shunsuke biedt aan om zijn moeder te helpen maar hij weet niet goed hoe hij met de winkelende dames moet omgaan. Natsumi besluit om ook te komen helpen in de winkel tot grote vreugde van Shunsuke’s moeder. ‘De Kabocha Wijn’ is een romantisch verhaal dat de vreugde en de ellende vertelt van jonge mensen zoals Shunsuke en Natsumi. 3. Kotaro Makaritoru ! De Kotaro Makaritoru is een manga bedacht en getekend door de mangaka Tatsuya Hiratu. De manga werd uitgegeven door ‘Kodansha’ van 1982 tot 1994 en is verzameld in 59 ‘tankobon’ volumes. De serie werd gevolgd door twee vervolg series: ‘Shin Kotaro Makaritoru’, die liep van 1995 tot 2001 en door ‘Kotaro Makaritoru L’ die begon in 2003 en nog steeds loopt (2009). Alle drie de series zijn manga verhalen die draaien om karate gevechten. In de eerste hoofdstukken waren vooral slapsticks en bekrompen seksuele humor die het verhaal droegen, maar naarmate de serie vorderde werd het verhaal ernstiger en de humor klassieker.

Kotaro Shindo is het hoofdpersonage uit de manga. Hij is een karate expert die afstamt van de vroegere ninja’s. In het vechten is hij een genie, maar hij mist gezond verstand en heeft geen remmingen op sociaal vlak. Op de middelbare school krijgt hij regelmatig problemen met de schooldirectie. Daarnaast brengt hij de meeste tijd door met meisjesslipjes te stelen vooral dan van zijn vriendin Mayumi. Er zijn maar drie dingen belangrijk in zijn leven: zijn lange haren, zijn slipjescollectie en zijn vriendin Mayumi. Mayumi Watase is de vriendin van Kotaro. Ze is de enige die Kotaro min of meer onder controle kan houden. Sinds haar kinderjaren heeft Mayumi een romantische belangstelling voor Kotaro. In de school is ze kapitein van het zevende ‘Discipline Squad’ tot grote ergernis van Kotaro. Ze kent de basis principes van de belangrijkste grepen en worpen van zowel de karate als de judo sport. Ze voelt zich helemaal niet als een dame in nood. Teruhiko Tenkoji is een kale samurai die patrouilles uitvoert in en om de school als handhaver van de tucht en vrede. Hij stamt af van de hoge klasse en een erg traditioneel gezin. Zijn verloofde is een ‘iinazuke’, dit is een meisje


FILAKRANT 2015

dat gekozen wordt door de ouders. Als ze hem ‘kale’ noemen wordt hij serieus kwaad, hij wil het geweten hebben dat hij niet kaal is maar dat zijn hoofdharen slechts afgeschoren zijn. Wat betreft karate staat hij op gelijke voet met Kotaro. In het begin van de serie is hij de grote rivaal van Kotaro, maar verder in het verhaal worden ze de beste vrienden. Tatsuya Hiratu werd geboren op 16 maart 1961 in Iwaki, in de Fukushima prefectuur, in Japan. Hij is een Japanse mangaka die vooral bekend geworden is door het schrijven van zijn langlopende Shonen Manga serie Kotaro Makaritoru en de twee vervolg verhalen hierop. In 1986 heeft Kotaro Makaritoru de ‘Kodansha Manga Award voor Shonen’ ontvangen. 4. Bari Bari Densetsu Bari Bari Densetsu (Motorcycle Legend) is een sport manga van Shuichi Shigeno die handelt over motorraces. Een vervolg hierop is de meer bekende reeks ‘Initial D’ van dezelfde artiest over hetzelfde onderwerp. Bari Bari Densetsu werd gepubliceerd in 38 delen tussen 1983 en 1991 door de uitgeverij ‘Kodansha’. Deze manga gaat voornamelijk over vier hogeschool studenten, hun motor voertuigen en hun illegale race wedstrijden. De manga genoot van een enorme belangstelling van de jeugd door zijn echtheid van de voorstelling van de races en de getailleerde beschrijving van de sport motorfietsen door Shigeno. Het verhaal is in vele punten vergelijkbaar met ‘Initial D’. De rode draad door het verhaal zijn de illegale motorraces op de openbare weg. De hoofdpersoon ‘Gun’ rijdt op een aangepaste ‘Honda CB750F Racer’, weliswaar zonder stroomlijnkappen maar wel met alle andere toeters en bellen. De manga was ook de inleiding tot een sociaal probleem. Vele motordbz_abo_englisch_297x210_dbz 17.11.14werden 16:33 Seite rijders, zogenaamde ‘Hashiriya’, door1de manga beïnvloed en gingen testen hoe snel ze wel konden gaan door al die bochten op de weg. Een

van de hoogtepunten in de serie is die waarin een rivaal van het hoofdpersonage omkomt in een auto ongeval. In augustus 1987 zijn er ook twee OVA’s (video animatie die niet op TV of film verschenen is) van de manga gemaakt: ‘Bari-den’. In 1989 kwam de manga ook beschikbaar als een videospel gemaakt door ‘Taito Corpotation’ voor de Japanse ‘PC Engine’ consoles. In Noord-Amerika kwam het spel uit als ‘Taito Bike Racing’ voor ‘Turbo Grafx 16’.

Shuichi Shigeno werd geboren op 8 maart 1958 en is een auteur van Japanse manga en anime series. Hij is vooral bekend geworden met zijn manga ‘Initial D’ over motoren in 1995. Voordien had hij ook al een motoren manga, ‘Bari Bari Densetsu’, gemaakt. Andere manga’s van hem zijn: ‘Dopkan’ en ‘Tunnel Nuketara Sky Blue’ (Eerste Liefde in de Zomer). Shuichi Shigeno is zelf ook een verwoed motorrijder. Net als het hoofdpersonage in zijn manga is hij eigenaar van een ‘1980 Toyota Sprinter Trueno’ met een panda kleurenschema. Hij bezit daarnaast ook een ‘Steel Blue Mica 1999 WRX Versie 5Sti ’ met sportieve bumper. In 1985 ontving hij voor ‘Bari Bari Densetsu’ de ‘Kodansha Manga Award voor Shonen’. 5. Mister Ajikko Mister Ajikko is een originele manga serie gemaakt door Daisuke Terasawa over een

One copy for free!

jonge mannelijke kok. De manga werd later aangepast in een anime serie. De anime werd geproduceerd door TV Tokyo en Sunrise. Deze show werd in series uitgezonden van 8 oktober 1987 tot 28 september 1989 met een totaal van 99 afleveringen van elk 25 minuten. Ajiyoshi Youichi, het hoofd- personage, is een culinair wonderkind dat werkt in de keuken van het restaurant van zijn moeder. Op een dag komt Murata Genjiro, een beroemde chef-kok, eten in het restaurant en is verbaasd over de heerlijke smaak en de delicate culinaire vaardigheden van de ‘katsudon’ (*) bereiding door Youichi. Door deze ontmoeting wordt Youichi uitgenodigd om een wedstrijd aan te gaan met de Italiaanse chef-kok Marui. Ze zullen spaghetti gerechten serveren aan hun gasten. Door de vernieuwende culinaire ideeën van Youichi, gecombineerd met zijn enthousiasme bij de bediening weet hij Marui, de chef-kok, te verslaan. Vanaf dat moment begint de jonge Youichi te concurreren met andere gevestigde koks in de race om de beste smaken en gerechten te kunnen serveren in hun restaurant. (*) Een ‘Katsudon’ is een zeer populair Japans gerecht. Het bestaat uit een kom rijst, gefrituurde varkenskotelet, gebakken ei en dit alles overgoten met een gekruide saus. Elke streek (Niigate, Nagoya, Okayama,…) heeft zo zijn eigen specifieke saus. Het varkensvlees wordt in sommige streken vervangen door rundsvlees of kip. Het gerecht dankt zijn naam aan de Japanse woorden ‘tonkatsu’ (= varkenskotelet) en ‘donburi’ (= rijst schotel). Nog aardig om weten is dat het eten van ‘katsudon’ is uitgegroeid tot een modern Japans ritueel. De avond voor een belangrijke test of schoolexamen wordt door de Japanse studenten ‘katsudon’ gegeten omdat het woord ‘katsu’ ook betekend ‘te winnen’ of ‘te overwinnen’.

Daisuke Terasawa is een Japanse mangaka. Hij werd geboren op 10 juni 1959 in Kobe, Japan. Hij is vooral bekend geworden door zijn manga’s die handelen over koken zoals ‘Mister Ajikko’ en ‘Shota no Sushi’. In 1988 en in 1996 kreeg hij de ‘Kodansha Manga Award voor Shonen’ voor deze manga’s. Wordt vervolgd. Bronnen: Japanse Post: www.post.japanpost.jp/… Gigazine: http://en.gigazine.net/… Anime News Network: http://animenewsnetwork.com/.. Wikipedia

Please send me my FREE display copy of DBZ

Name

Address

Postcode

City

Enter details below if you would like to be added to the Collectors Register

My Interests

Have a look at the most up-to-date German stamp magazine published twice a month. Send us the filled in voucher at the right and we will mail you a current specimen copy.

47

E-Mail

M. & H. Schaper Philatelie-Verlag GmbH P.O.Box 3041, 37020 Göttingen, Germany E-Mail: vertrieb@d-b-z.de, www.d-b-z.de


48

FILAKRANT 2015

Munten met de instempeling O.Z.O MK09OZO MUNTkoerier 9,2013 OZO

O

p 10 mei 1940 om 3.55 uur overschrijden Duitse troepen de Nederlandse grens zonder waarschuwing of oorlogsverklaring vooraf. De Duitsers willen met dit offensief voorkomen dat in ons land het Brits leger vaste voet aan de grond kan krijgen. Om het land zo snel mogelijk te bezetten worden parachutisten ingezet om verschillende vliegvelden en de Waalhaven in Rotterdam te veroveren.

kranten op 24 juli 1945 het nieuwsblad van de Vijfherenlanden en Alblasserwaard.

Gulden 1940 omgewerkt tot Verzetsgulden

Voorpagina O.Z.O., Nieuws- en advertentieblad voor de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden 1e jaargang No. 107 dinsdag 24 juli 1945.

Voorpagina Friesch Dagblad 11 mei 1940 Een luchtlanding bij Den Haag om de regeringszetel te bezetten en Koningin Wilhelmina te gijzelen mislukt. De Koningin en haar kabinet wijken op aandringen van generaal Winkelman (18761952) uit naar Londen. Op verschillende plaatsen bood het Nederlandse leger tegenstand zoals bij de Grebbeberg in Rhenen. Op 14 mei voerden de Duitsers rond 13.30 uur een bombardement op de stad Rotterdam uit om het Nederlandse leger tot overgave te dwingen. Toen gedreigd werd ook Utrecht te bombarderen, capituleerde het leger op 15 mei 1940.

Vervolgens kreeg ze een helm opgezet van het type dat de Nederlandse militairen droegen tijdens de Duitse inval. Er zijn verschillende typen te onderscheiden. Veelal is gebruik gemaakt van guldens met het jaartal 1940. Er bestaan ook aangepaste kwartjes en rijksdaalders.

Muurschildering OZO Was dit het startsein om deze letters op munten in te slaan? Met enige regelmaat worden bij de munthandel munten aangeboden voorzien van de instempeling O.Z.O. Zowel op kleingeld uit de periode voor de Duitse bezetting, als op het zinken geld dat gedurende de oorlogsjaren door de bezetter in omloop is gebracht.

Naar mate de oorlog duurde nam vanuit de bevolking de afkeer tegen de bezetter steeds meer toe. Er ontstonden allerlei verzetsgroepen die met sabotageacties e.d. het leven van de bezetter moeilijk maakten. Ook waren er vele groepen die onderduikers en gestrande militairen onderdak boden. De beroemdste onder hen is waarschijnlijk Walraven van Hall, die een illegale en in nazi-Europa unieke “sociale dienst” oprichtte, waaraan 2.000 mensen meewerkten en die onderduikers van eten, voedselbonnen en identiteitspapieren voorzag en strijders aan geld voor wapens hielp. Verschillende typen Verzetsguldens. Afbeeldingen afkomstig van de website Munthunter.nl

1 cent 1940 OZO. Foto: MPO veiling 34 kavel 1673

Het is niet zeker of alle Verzetsguldens ook daadwerkelijk in de oorlogsjaren zijn vervaardigd. Het is particulier maakwerk. Bij de Koninklijke Nederlandse Munt te Utrecht werd in 1995 een speciale muntset uitgegeven met als thema “Bevrijding”. 25 cent 1941 zink met OZO

Poster De Onderduiker

Aankomst Duitse troepen op de Grote Markt te Haarlem

De bezetter verbood al snel alle aanhankelijkheidsbetuiging richting Koninklijke Familie. Oranje werd een verboden kleur. In huisvlijt werden door pro Oranjegezinde onder meer vooroorlogse zilveren munten omgewerkt tot speldjes, broches en lepeltjes.

Na de capitulatie van Nederland moest de bestaande pers zich houden aan wat door de bezetter was toegestaan. Zo werden verzetsstrijders aangeduid als terroristen, kon men lezen over de successen van de Duitse legers en was er aandacht voor de verjaardag van Adolf Hitler. Er ontstonden dan ook al snel illegale kranten die vooral berichten van Radio Oranje verspreiden.

Replica Verzetsgulden KNM Onderdeel van deze set is een replica van de Verzetsgulden. Deze in Prooflike uitgevoerd penning toont op de keerzijde links van het wapen het muntmeesterteken “Pijl en boog” van Drs. Chris van Draanen (1988-1999).

Tot slot nog een laatste relict uit de oorlogsjaren dat met gebruikmaking van munten tot stand kwam. We zien onderop een cent, vervolgens een vierkant vijf centstuk en bovenop een gehalveerde halve cent. Een kwart cent dus. Als we de waarden van de drie munten bij elkaar optellen komen we op zes en een kwart cent, een verwijzing naar Arthur Seyss-Inquart.

Lepeltjes collectie geveild bij Derksen veilingbedrijf in Arnhem Bijzonder stukje huisvlijt De van oorsprong Oostenrijkse jurist werd in 1940 benoemd tot Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiete. Een functie die hij tot aan zijn arrestatie op 8 mei 1945 zou bekleedden. Tijdens het Proces van Neurenberg werd hij op drie aanklachten schuldig bevonden en twee dagen later ter door gebracht. Zelf kranten maken Sommige van de krantjes die toen opgericht werden, de meeste bestonden uit een of twee blaadjes, zoals het Parool en Trouw bestaan nu nog. In de streek rond Gorinchem verscheen onder andere Oranje Zal Overwinnen (O.Z.O). Onderleiding van verzetsman Maarten Schakel ontstond uit O.Z.O en andere illegale

Uitgezaagde rijksdaalder die als hanger gedragen kon worden Een ander, bij muntverzamelaars, bekend fenomeen is de Verzetsgulden. Heel handig werd het omschrift rond het portret van de vorstin WILHELMINA KONINGIN DER NEDERLANDEN gewijzigd in WILHELMINA IN LONDEN.

D. de Vries Duits propaganda-affiche mt graffiti OZO. Foto: Anne Frank Guide Behalve het verspreiden van allerlei posters gericht tegen de bezetter werden in sommige steden – vaak tijdens het nachtelijke uitgaansverbod - op verschillende plaatsen de letters O.Z.O op de muren gekalkt.

Literatuur: Website Nederlands Instituut voor Militaire Historie www.defensie.nl Website Maarten Schakel sr. nl.wikipedia.org/wiki/ Maarten Schakel sr. Website Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie www.niod.nl


FILAKRANT 2015

49

Griekenland - Hellas - een eldorado voor verzamelaars

G

riekenland is als zelfstandige staat nog geen 200 jaar oud. Het gebied heeft een rijke geschiedenis omdat hier de beschaving in Europa begon... voor zover we dit uit vondsten en overleveringen kunnen destilleren. Niet alleen voor postzegelverzamelaars van Griekenland maar ook voor thematische verzamelaaars biedt het land veel aantrekkelijke zegels. Regelmatig komen op deze zegels verschillende thema’s samen; zoals voorbeeld op de 800 Drachme zegel uit de wederopbouwserie uit 1951 (1) waar de visvangst naast vissers, een vissersschip en een

dolfijn ook gesymboliseerd wordt door de drietand van de oude Griekse zeegod Poseidon (Neptunus is de Romeinse benaming). Landbouw, aardewerk, archeologie en geologie komen samen in bijv. de serie over de archeologische opgravingen in Thera. Op het 20 lepta zegel (2) staat een kruik (water/wijn/olie?) met de afbeelding van een korenaar. Deze kruik werd bij archeologische opgravingen gevonden op het huidige eiland Thera dat overbleef van een veel groter eiland na een enorme vulkaanuitbarsting circa 1600 jaar v. Chr. Zo zijn er enorm veel verwijzingen op Griekse postzegels naar het leven aldaar in de vele eeuwen voor het begin van onze jaartelling: munten, aardewerk, beeldhouwwerken enz. enz. Naast dit oude Griekenland wat eigenlijk uit een verzameling onafhankelijke stadsstaten bestond biedt ook het moderne Griekenland veel filatelistische aanknopingspunten. Naast een groot aantal portretten van Griekse politici en wetenschappers heeft Griekenland veel postzegels uitgegeven om het toerisme te bevorderen. Volkskunst uit de afgelopen eeuwen zoals klederdrachten (3, Corfu), houten naaldenkokers (4), muziekinstrumenten (5) en dansen (6) zijn vaak op postzegels afgebeeld evenals overigens karakteristieke

drachme). De inflatie ging door zodat de zegels voor de terugkeer van koning Georg II in 1946 met een beoogde waarde van 100 Drachme voor uitgifte al overdrukt werden met de waarde van 3,000 Drachme (15). Veel postzegels hebben ook betrekking op de moderne geschiedenis van Griekenland. De Griekse opstand begon naar verluid op 25 maart in het Agia Laura klooster (16) en breidde zich vandaar uit over zuidelijk Griekenland. In 1830 werd het een bouwwerken (7, stadsbeeld van Santorini) of dorps-of stadsgezichten (8, oud huis in Arnäa). Daarnaast zijn er veel historische toonaangevende Griekse politici en wetenschappers afgebeeld. Zo ook de uit Griekenland afkomstige Michail Christodoulou Makarios (9, eiland Cyprus op de achtergond). Hij ijverde als orthodoxe aartsbisschop op Cyprus voor de aansluiting bij Griekenland en werd in 1959 president van het eiland. De nauwe band tussen de Grieks orthodoxe kerk en het Griekse leven is ook zichtbaar in de vele zegels die betrekking hebben op de kerkelijke geschiedenis (10, 1600e sterfdag van aartsbisschop

Basilius de Grote) of aan de 1000e jaardag van de stichting van kloosters op het schiereiland Athos (11, Stavronikita klooster)). Nauw verbonden met Griekenland zijn natuurlijk de Olympische spelen en ook hiervan bestaan veel zegels (12, spelen in Moskou, afbeelding van een klassiek stadion op het eiland Rhodos). Ook aan de handel en betaalmiddelen zijn veel postzegels gewijd, veel aan munten uit de oudheid (12, klassieke munt van het eiland Kos) en moderner de 125e jaardag van de Nationale bank van Griekenland (13, 25 Drachme bankbiljet uit 1867). Ook de negatieve kanten van de economie zoals inflatie en meervoudige geldhervormingen zijn aanwezige op postzegels. Aan het eind van de tweede Wereldoorlog ontstond een sterke inflatie als gevolg waarvan in november 1944 zegels in “nieuwe drachmes” werden uitgegeven (14, 50 miljard oude drachmes – 10 nullen – werden vervangen door één nieuwe

zelfstandig land en tussen 1832 en 1924 een koninkrijk, maar zonder koninklijke beeldenaar op de postzegels. Van 1924 tot 1935 was het een republiek en vervolgens weer koninkrijk tot 1941 en van 1944 tot 1973. Het duurde tot 1936 voor eeen afbeelding van een Griekse koning op postzegels verscheen (17); dit werd koning Constantijn (1868-1923) ter gelegenheid van de overbrenging van het gebeente van hem en zijn echtgenote Sophia naar het Tatoi-paleis bij Athene. Eén van de eerste in 1927 op Griekse postzegels verschenen portretten betreft de Drentse Lodewijk van Heiden; hij was als admiraal in Russische dienst betrokken bij de zeeslag van Navarino, een plaats aan de kust van de Greke Peloponnesus (18, abusievelijk aangeduidt als “Van der Heijden”). Er valt over Griekse postzegels, fiscaalzegels en de postgeschiedenis van Griekenland nog heel veel meer te vertellen. Dit doen wij op de bijeenkomsten van de postzegelvereniging Griekenland (4* jaarlijks) en in ons vier keer per jaar verschijnende tijdschrift “Hermes”. De vereniging heeft een goede biblioheek waaruit leden kunnen lenen en daarnaast een behoorlijke expertise met de noodzakelijke literatuur over vervalsingen van Griekse postzegels en opdrukken. U vindt onze website onder de naam www. pv-griekenland.nl en op de website van de KNBF. U bent van harte welkom om eens te komen kijken. Namens de postzegelvereniging Griekenland Hans Paul Soetens

Mermoz, strips en filatelie Latijns Amerika E

en van de laatste uitdagingen in de pioniersfase van de luchtvaart moest overwonnen worden in Zuid Amerika. De passage over het Andesgebergte met toppen van 7.000 meter, terwijl de toenmalige vliegtuigen slechts een hoogte aankonden van 4.000 meter. Dat werd dus laveren tussen de toppen. De spits werd afgebeten door Doolittle, die met 6 testvluchten de lans brak voor de ontwikkeling van de luchtvaart in Zuid-Amerika vanuit west naar oost. Zijn 3e testvlucht ging van Santiago naar Buenos Aires op 8-5-1928. Maar dan komt de periode van Mermoz.

De franse Compagnie Generale aeropostale voert vluchten uit vanuit Natal(Brazilie) naar Buenos Aires. Sinds 1-03-28 is er een connectie met Europa. Het is dus de hoogste tijd om Santiago aan te sluiten op dit traject. Vanaf die tijd was er wel een verbinding, maar het traject Santiago – Buenos Aires werd met de trein(transandino) verzorgd. Mermoz, een Franse piloot met een hoog adrenalinegehalte, wordt gevraagd om deze route te ontwikkelen. Dat is geen sinecure. De piloot moet doorgang zien te vinden tussen de Andestoppen door en heeft dan nog een reeks andere uitdagingen te verwerken. Denk hierbij dan aan de eeuwige sneeuw, vulkanen, onweer, mist een ijle lucht. En dan dient de dienstregeling in de toekomst ook in de winter met temperatu-

ren van min 50C plaats te kunnen vinden. Kortom een echte uitdaging. Op 2 maart 1929 vertrekt de Latecoere 25 met als bemanning Mermoz( piloot), Collenot(mechaniker) en passagier Graaf De la Vaulx om een doorgang te vinden via de zuidelijke route Bahia blanca – Conception. Heen wordt al een uitdaging. De propeller valt stil en Mermoz maakt een noodlanding. Collenot gaat op onderzoek uit en het blijkt een vuiltje in de carburator te zitten. Na een halfuur is het leed geleden.

Het traject wordt verder zonder noemenswaardige problemen uitgevoerd. Maar de route wordt als te lang ervaren. De passagier, Graaf de la Vaulx gaat van boord en het vliegtuig gaat in noordelijke richting verder naar Copiapo. Ze worden gewaarschuwd, dat de Andes toppen hier veel hoger zijn dan in het zuiden, maar ze laten zich hier niet van weerhouden. Op 9 maart om 10.00, een week later, besluiten ze terug te vliegen. Maar al snel slaat het noodlot toe. Het toestel kan niet hoger klimmen dan 4.200. Maar de eerste bressen van het gebergte liggen op 4.500 meter. Mermoz probeert met het vliegtuig de vogels na te doen, door via de thermiek dichtbij de rotswanden te kunnen stijgen, om de 4.500 meter te kunnen bereiken. Bij de 4e poging lukt het. Maar na de doorgang gevonden te hebben, krijgen ze te maken met een neerwaartse luchtstroom. Het vliegtuig zakt als een baksteen en ze worden richting bergwand getrokken. Mermoz sluit contact en benzinetoevoer af en probeert een noodlanding te maken. Het lukt hem met grote moeite. De machine is eigenlijk onherstelbaar beschadigd. Ze besluiten lopend de bewoonde wereld te gaan bereiken. Het is -15C. Maar als ze na 2 uur slechts 400 meter gevorderd zijn, zien zij het nutteloze van

hun tocht in en besluiten toch maar de vliegmachine provisorisch te repareren. De condors zien hun maal aan hun neus voorbij gaan. Zo goed als mogelijk wordt het vliegtuig gerepareerd. En het avontuur gaat verder. Net voorbij de rotswanden begeeft het vliegtuig het helemaal. Ze zijn ongedeerd en ze worden gevonden. Het vliegtuig wordt pas 10 dagen later gevonden. Ze worden als helden ingehaald. Als Mermoz een vliegtuig krijgt, die een hoogte van 6.000 meter kan bereiken, vliegt hij de gehele winter over de Andes. Op 14 juli 1929 start de officiële postdienst over de Andes. Al zijn makkers, die met hem avonturen hebben beleefd in Afrika, zoals Reine, Etienne, Guillaumet en st. Exupery zijn daarbij aanwezig. Mermoz droomt er al van om met de Late 28 de Oceaan te bedwingen. In een stripboek van Charlier en Hubinon worden de vele avonturen van Mermoz breed uitgemeten. Natuurlijk is dit filatelistisch gezien een heerlijke periode. Post van CGA en Air France van en naar Zuid-Amerika is “smullen”. Vertrek en aankomststempels, maatschappijstempels en niet te vergeten de kerstkaarten maken het een uitdagend verzamelgebied. En dan praten we nog niet eens over de experimentele vluchten. Het stempel “A Expedier de Buenos Ayres” werd gebruikt in 1928 en 1929 als cachet om bijzondere vluchten te markeren. Later zal hier in een Elasca Bulletin uitgebreider op teruggekomen worden. • Dit is een bijdrage aan de Filateliekrant van ELASCA. ELASCA is een jonge Europese beweging, die filatelie op het gebied van Latijns Amerika combineert met meeting rooms tijdens grote Europese beurzen. Plat gezegd. Na de beurs is het tijd om de inwendige mens te versterken onder het genot van vaak filatelistisch getinte gesprekken. Iedereen is welkom. In Barneveld bemannen we een stand en vanaf 16.00 is de kleine zaal van het restaurant van de Veluwehal door ons gereserveerd. U bent op beide gelegenheden van harte welkom. De beweging is niet primair ledengericht. Leden bieden we wel 2x per jaar een Bulletin in de Engelse of Nederlandse taal en op onze website www.elasca.eu kunt u ook e.e.a. aan informatie vinden. Vragen? Mail naar jan@elasca.eu.


50

FILAKRANT 2015

De Württemberger Fächerstempels Door: Johan Pasop

E

en van de opvallendste stempelvormen in de filatelie van Württemberg is het zogenaamde Fächerstempel. Het stempel heeft de vorm van een waaier, in het Duits Fächer, een passende naam voor deze stempelvorm. Door zijn afwijkende vorm is het een zeer sierlijk stempel in menige verzameling. Het stempel is niet echt zeldzaam; regelmatig is het aan te treffen op zegels van Württemberg en op zegels van het Duitse Rijk. Het werd van het midden van de 19de tot het begin van de 20ste eeuw gebruikt.

Beschwerte Briefe Het mag duidelijk zijn dat Fächerstempels in het algemeen bedoeld zijn voor brieven met een extra dienst of voor pakketten, en niet voor de reguliere post. In de gebruikte literatuur wordt voor dergelijke poststukken gesproken over beschwerte Briefe. Dit is een begrip uit de voorfilatelie, het heeft betrekking op brieven met ingesloten geld of andere waardevolle voorwerpen. Bij het aannemen van dergelijke poststukken werd een zogenaamd Einlieferungsschein verstrekt (bewijs van terpostbezorging). Zodra de posterijen de brief heeft aangenomen, zijn ze verantwoordelijk voor de inhoud daarvan. Dergelijke bewijzen van terpostbezorging zijn kenmerkend voor de Fahrpost. Afb. 9: het laatste voorbeeld in de rij stempels van Stuttgart op een pakketbegeleidingsbrief. Het pakket is onder rembours verzonden vanuit Stuttgart. Het Fächerstempel bevat achter de plaatsnaam Stuttgart een toevoeging 1.

Afb. 4: Einlieferungsschein met een Fächerstempel van Heilbronn. Afb. 1: Poststuk waarop vermeld is dat het Königliches Württembergisches Postamt in Heilbronn 33 Kreuzer aan Einrückungsgebühren (advertentiekosten) heeft ontvangen. Het dagtekenstempel op de linker bovenhoek van het poststuk is een Fächerstempel. Omdat het zo’n afwijkende vorm heeft roept dit stempel al snel een aantal vragen op. Op welk soort poststukken komt het voor, in welke plaatsen werd het gebruikt, door welk onderdeel van de post? Kortom, vragen genoeg over dit stempel. In de verschillende handboeken en catalogi die betrekking hebben op Württemberg treft men stukje bij beetje het een en ander over deze stempels aan. Het begrip Fahrpost Wie in de filatelistische literatuur nadere uitleg over Fächerstempels zoekt, vindt steevast een opmerking over Württembergse stempels die in gebruik waren bij de Fahrpost, ook wel Expedition Fahrender Post genoemd. De Fahrpost verzorgde in de 19de eeuw niet alleen het vervoer van zwaardere brieven en pakketten, maar was tevens verantwoordelijk voor het vervoer van rembours- en waardebrieven. De Fahrpost was de tegenhanger van de Briefpost. Dit onderdeel van de posterijen verzorgde het postvervoer te voet of te paard (Reitpost). Zij bezorgden over het algemeen de gewone brieven en de expresbrieven, twee onderdelen van de post dus met ieder een heel verschillende taak in het postvervoer. Deze twee onderdelen van de post bezaten ook beide hun eigen poststempels. Ter verduidelijking afbeelding 2 en 3 met elk een typerend voorbeeld van poststukken bezorgd door de Fahrpost.

Plaatsen waar het Fächerstempel werd gebruikt Er waren slechts 13 plaatsen waar Fächerstempels in gebruik waren. Kirchheim kent naast een Fächerstempel in gebruik bij de Fahrpost, ook een Fächerstempel in gebruik als treinstempel. Het aanbod van Fächerstempels in Stuttgart is groter, hier komen 17 typen voor. In totaal dus slechts 30 verschillende Fächerstempels: • Reutlingen (Stadt-Post) • Crailsheim (afbeelding 5) • Rottweil • Ellwangen • Schorndorf • Gmünd (Stadt-Post) • Stuttgart (17 typen, • Heidenheim (afbeelding 6) zie onderverdeling) • Heilbronn • Ulm • Kirchheim u. T. (2 types) • Tübingen • Metzingen

Afb. 5: Crailsheim

Stuttgarter Fächerstempels • Stuttgart, voorfilatelistisch stempel • Stuttgart, groot Fächerstempel • Stuttgart, klein Fächerstempel • Stuttgart 1 • Stuttgart 2 • Stuttgart No 1 • Stuttgart I • Stuttgart II • Stuttgart III

• Stuttgart IV • Stuttgart Postamt I • Stuttgart Postamt II • Stuttgart Postamt III • Stuttgart Postamt IV • Stuttgart Filial-Post-Bureau • Stuttgart Filial-Post-Bureau I • Stuttgart Filial-Post-Bureau II

Stadtpost Twee van de eerdergenoemde stempels hebben onder de plaatsnaam nog een toevoeging Stadtpost. Het gaat om de Stempels van Gmünd en Reutlingen.

Afb. 10: Brief verzonden op 29 april 1871 van Geschwend naar Gmünd (3 Kreuzer is het tarief voor een interlokale brief tot 1 loth). Het Fächerstempel is hier als aankomststempel gebruikt

Afb. 6: Heidenheim Afb. 11: het Fächerstempel van Gmünd op frankeerzegels uit de Kreuzerzeit. Verder in dit artikel wordt duidelijk waarom een Fächerstempel van Gmünd wel eenvoudig te vinden is op zegels uit de Kreuzerzeit, en vele andere maar sporadisch.

Afb. 2: de voorloper van de pakketkaart: de pakketbegeleidingsbrief. Boven aan de brief staat: Nebst ein Paquet mit Adresse Werth F 40. Op de linker onderhoek van de brief de pakketstrook die correspondeerde met de strook op het pakket. Het Fächerstempel van Stuttgart op een typisch poststuk vervoerd door de Fahrpost.

Afb. 3: poststuk dat typerend is voor de Fahrpost: een Portopflichtige Dienstsache, hier een remboursbrief verzonden vanuit Heilbronn. Op de linker onderhoek staat een tekst geschreven die begint met Nachnahme 3 Kreuzer.

Afb. 7: Stuttgart kent wel zeventien Fächerstempels. Hier boven drie zegels met Fächerstempels van Stuttgart zoals we die allemaal wel eens hebben gezien. De stempels zijn niet allemaal even duidelijk, toch is op het middelste zegel nog de toevoeging II achter Stuttgart te ontcijferen.

Afb. 8 Een ander stempel van Stuttgart: er staat geen toevoeging achter Stuttgart, daarnaast is in het stempel ook een ander lettertype gebruikt.

Treinstempel Kirchheim u. T. (unter Teck) kent twee Fächerstempels, een in gebruik bij de Fahrpost en een als treinstempel. Dit laatste is duidelijk te herkennen aan het treinnummer onder de datum.

Afb. 12: Briefkaart van Stammheim naar Kirchheim. Naast het vertrekstempel van Stammheim is het treinstempel van Kirchheim op de kaart aangebracht. Samen met de Stadtpoststempels van Gmünd en Reutlingen vormt het treinstempel van Kirchheim dus een van de drie Fächerstempels die niet in gebruik waren bij de Fahrpost.


FILAKRANT 2015

Fächerstempels in de Kreuzerzeit De frankeerkosten voor poststukken aangeboden bij de Fahrpost moesten t/m 31 januari 1874 contant worden afgerekend. Deze poststukken zijn in de regel niet voorzien van frankeerzegels. Dit is ook de reden dat Fächerstempels op zegels uit de Kreuzerzeit (1851-1875) niet veel voorkomen. Zegels uit deze periode met een Fächerstempel zijn waarschijnlijk in strijd met de regels afgestempeld. Met uitzondering van de Stadtpoststempels zien we Fächerstempels dus eigenlijk pas vanaf de achtste serie frankeerzegels van Württemberg wat frequenter op postzegels voorkomen. Fächerstempel in de Pfennigezeit Vanaf februari 1874 werden dus ook de poststukken aangeboden bij de Fahrpost voorzien van frankeerzegels. In 1874 zitten we nog net in de Kreuzerzeit, vanaf 1875 spreken we van de Pfennigezeit. Vanaf dit moment is het dus ook eenvoudiger Fächerstempels op frankeerzegels aan te treffen. Kleuren en vormen De Fächerstempels zijn niet regelmatig van grootte, het formaat verschilt nogal. Het kleinste is 25 en het grootste 33 millimeter breed. Ook het gebruikte lettertype in het stempel varieert. Een Fächerstempel bevat in de meeste gevallen een plaatsnaam (met in een aantal gevallen een kantoornummer), een maand- en datumaanduiding. In enkele gevallen staat de datum voor de maand, en wordt onder de maand een jaartal weergegeven. In de regel wordt zwarte inkt gebruikt bij deze stempels, in Stuttgart komen ook afslagen in blauwe of groene inkt voor.

Vaak wordt voor dergelijke afstempelingen op postwaarden van de Duitse Rijkspost de term nachverwendete stempels gebruikt.

Afb. 15: Fächerstempel op Germaniazegel Wie de postgeschiedenis van Württemberg een beetje kent, zal zich al snel afvragen of dit wel helemaal juist is. Württemberg kende t/m 31 maart 1920 zijn eigen postrecht. Normaal gesproken dus ook eigen zegels en postwaardestukken. Een wat kritischer blik in de diverse catalogi geeft echter een heel ander beeld: de laatste frankeerzegels van Württemberg werden uitgegeven in 1900, de laatste dienstzegels in 1920. Waarom zijn er in de periode 1900-1920 geen nieuwe frankeerzegels uitgegeven? Het antwoord is in diezelfde catalogi terug te vinden: Württemberg zag per 1 april 1902 af van de uitgifte van eigen frankeerzegels en postwaardestukken. Vanaf dat moment ging men gebruikmaken van postwaarden die ook in gebruik waren bij de Duitse Rijkspost. Het behield echter wel zijn eigen postrecht; dat is duidelijk te zien aan de eigen dienstzegels die nog t/m 1920 zouden verschijnen.

51

Uit het voorgaande blijkt overduidelijk dat het beslist niet om nachverwendete/hergebruikte stempels gaat, de Fächerstempels werden gewoon verder doorgebruikt. Een betere naam is dus Weiterverwendungen. Op welke zegels van de Deutsche Reichspost zijn deze stempels nu te vinden? Het antwoord is enerzijds vrij simpel: Vanaf de Germaniazegels met inschrift Deutsches Reich. Niet of nauwelijks op zegels van het type Reichspost; deze verloren op 31 december 1902 immers hun frankeergeldigheid. Hoogst waarschijnlijk zijn de postkantoren in Württemberg in 1902 voorzien van Germaniazegels met inschrift Deutsches Reich. Op voorfilatelistische brieven, op poststukken uit zowel de Kreuzer- als Pfennigezeit, maar ook op postwaarden van de Deutsche Reichspost komen we het tegen. Een klein stempeltje met een opvallende vorm en een boeiende geschiedenis! Literatuur • 500 Jahre Post in Württemberg / Fritz Wölffing-Seelig • Handbuch der Württemberg Philatelie Kreuzerzeit (1851-1875) Band II/1 / C.Brühl-H.Thoma • Michel Württembergt-Spezial Katalog 1997 / Schwaneberger Verlag GmbH • Großes Lexikon der Philatelie / Ullrich Häger • Alt-Deutschland unter der Lupe / Ewald Müller-Mark • Württembergische Fächerstempel auf Germaniamarken (opgenomen in handboek Arbeitsgemeinschaft Germania) / D.Tschimmel • 100 Jahre Germania / Michael Jäschke-Lantelme

Afb 13: e en blauw Fächerstempel van Stuttgart.

Afb 14: een Portopflichtige Dienstsache (port door de ontvanger te betalen). Het betreft een poststuk dat onder rembours (Nachnahme) is verzonden. Het Fächerstempel is in blauw op het poststuk afgeslagen. Nachverwendungen en Weiterverwendung Afstempelingen van niet meer bestaande postadministraties op zegels van latere/nieuwere postadministraties worden Nachverwendungen genoemd. Men zou dit kunnen vertalen naar hergebruikte stempels. De Fächerstempels van Württemberg treffen we ook aan op zegels van de Duitse Rijkspost (afbeelding 15).

Meer

Het lijkt tegenstrijdig. Steeds meer postzegelwinkels sluiten hun deuren, maar PostBeeld is in 2014 uitgebreid van twee naar drie winkels. We vroegen eigenaar Rob Smit van PostBeeld naar het waarom van deze stap. Rob; ‘Ja, ook wij verkopen steeds meer via internet. Toch merk ik dat er veel klanten zijn die de combinatie met fysieke winkels erg op prijs stellen. Sommigen bestellen via internet en komen het in een winkel ophalen, anderen komen met mancolijstjes naar een winkel en laten zich daar adviseren. Verder hebben we in elke winkel een leuk assortiment voordelige collecties en partijen

Afb. 16: pakketkaart met Germaniazegels van het type Deutsches Reich, afgestempeld met een Fächerstempel van Stuttgart. Advertorial

of minder winkels?

staan, iets wat zich minder leent voor internet. Ook bij benodigdheden en inkoop is een persoonlijk contact belangrijk. Daarnaast werken we met zo’n 30 mensen in ons bedrijf en hebben we gewoon werkplekken nodig. We hebben het werk nu verdeeld over verschillende locaties. Met winkels in Haarlem, Leiden en Rotterdam is er in het westen van Nederland nu altijd wel een winkel in de buurt.’ Laten we hopen dat ook andere winkeliers zo te werk gaan en er zo toch nog een behoorlijk aantal echte postzegelwinkels overblijven.


52

FILAKRANT 2015

Hoe Maria Montessori in Italië wel met een postzegel is geëerd en in Nederland niet Door: Hai Webers, lid van Filitalia

D

e naam van dr. Maria Montessori blijft voor altijd verbonden met een type onderwijs, waarbij kinderen veel vrijheid en eigen initiatief wordt gelaten om hun eigen opvoeding te bepalen. Montessorionderwijs wordt meestal samengevat met de woorden: “Help mij het zelf te doen”. De leerlingen werken individueel of in kleine groepjes aan materiaal dat zij zelf aan het begin van de dag hebben uitgekozen. Dat materiaal is oorspronkelijk door Maria Montessori ontworpen.

In 1898 werd zij directrice van een door de Italiaanse regering gesticht instituut voor de opleiding van onderwijzers voor verstandelijk gehandicapte kinderen. In 1904 volgde haar benoeming tot hoogleraar in de antropologie aan de Universiteit van Rome. Zij bekleedde die leerstoel tot 1916. Tegelijk studeerde zij pedagogiek. Haar roem verspreidde zich snel over de hele westerse wereld en

MM op zegel Italië

Montessori congres 1949

Montessori postzegel Italië

zij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau en ontving ze een eredoctoraat van de Universiteit van Amsterdam. Zij stierf in 1952 en is begraven in Noordwijk-Binnen.

de toenmalige westerse koloniën, in het bijzonder India. Ook in de Verenigde Staten werden in korte tijd voor kleuters uit de betere kringen Montessoriklasjes ingericht. In 1915 bezocht Montessori San Francisco, waar een wereldtentoonstelling werd georganiseerd ter gelegenheid van de opening van het Panamakanaal. Deze tentoonstelling trok in negen maanden maar liefst 18 miljoen bezoekers! Daar konden zij o.a. een Montessorigroep aan het werk zien onder leiding van Helen Parkhurst, die later de initiatiefneemster werd van

Dr. Montessori werd op 31 augustus 1870 in Chiaravalle geboren als dochter van Alessandro Montessori en Renilde Stoppani. Chiaravalle ligt in de provincie Ancona in het midden van Italië aan de Adriatische Zee. Een marmeren plaat aan het huis herinnert aan het feit dat zij hier werd geboren. De familie woonde er echter maar kort, want niet lang na de geboorte van Maria verhuisde het gezin naar Rome.

Montessori voorzijde brief van kleindochter

MM op zegels India, Sri Lanka en van Pakistan

Italiaanse voedselbonnen voor scholieren In 1896 studeerde Maria af als arts en was daarmee een van de eerste vrouwelijke artsen in Italië. In november 1896 kwam ze in het Santo-Spiritoziekenhuis in Rome in contact met kinderen die beperkt waren in hun verstandelijke ontwikkeling en werd haar belangstelling voor opvoedkundige problemen gewekt.

het Daltononderwijs. De groep werkte in een klaslokaal met glazen wanden, zodat de bezoekers van de tentoonstelling de kinderen goed konden observeren. Maria Montessori werd op deze reis vergezeld door haar zoon Mario, die na haar terugkeer naar Europa in de Verenigde Staten bleef en daar in 1917 trouwde met Helen Christy. Montessori keerde terug naar Europa toen ze hoorde dat haar vader op 25 november 1915 in Rome was overleden. Wij kunnen een tweetal prentbriefkaarten laten zien die zij vanuit de V.S. naar haar vader in Rome had gestuurd. Na haar terugkeer vestigde Montessori zich in Barcelona waar ze bleef wonen tot aan het uitbreken van de Spaanse burgeroorlog in 1936. In 1934 verbrak zij al haar resterende banden met Italië omdat Mussolini in Italië een vorm van staatsonderwijs invoerde waardoor het Montessorionderwijs onmogelijk werd. Alle kinderen kregen bijvoorbeeld een fascistisch uniform, zoals blijkt uit bijgaande zegels voor schoolmaaltijden. In 1936 verhuisde Montessori naar Nederland. Zij woonde tot 1939 in villa De Binckhorst in Laren, waarna ze voor een korte tijd naar India vertrok. Wij kunnen van de Nederlandse periode een brief laten zien van Renilde, een van de vier

Kaart van Montessori aan haar vader

Montessori achterzijde brief van kleindochter Maria Montessori stond als eerste vrouw afgebeeld op een Italiaans bankbiljet van 1000 lire. In 1970 werd zij ter gelegenheid van haar honderdste geboortedag geëerd met een postzegel van 50 lire. Het is en blijft verbazingwekkend dat Italië en landen als India, Sri Lanka en Pakistan Maria Montessori wel met een postzegeluitgifte eerden, maar dat Nederland deze opmerkelijke en aan ons land zo verbonden vrouw tot nu toe geen zegel waard vond.

Maria Montessori FDC

Kaart van Montessori aan haar vader

kleinkinderen van Maria Montessori. Deze was vanuit De Binckhorst gestuurd aan haar moeder Helen Christy, die inmiddels van Mario gescheiden was en zich in 1939 in Barcelona had gevestigd. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd de reis van Maria Montessori naar India een langdurige aangelegenheid. In India gaf zij een groot aantal lezingen en Montessoricursussen. Zij bleef in India tot 1946 waarna zij terugkeerde naar Nederland. In 1950 werd

Graf van Maria Montessori in Noordwijk


FILAKRANT 2015

53

ITALIË deelt niet in de postzegelmisère! Door Vincent Prange, voorzitter Filitalia

V

rijwel alle landen in West-Europa lopen op postzegelgebied snel terug. Wie in het Gulden-tijdperk een mooie verzameling van Nederland had gekocht zal er nu misschien nog de helft van het indertijd betaalde geld voor terug krijgen. Met landen als Scandinavië of Duitsland is het al niet veel beter gesteld. De belangstelling is namelijk veel minder door het teruglopende aantal verzamelaars.

Wat is daarvan de oorzaak? Vergrijzing wordt vaak gezegd, maar dat is maar een deel van het verhaal. Zeker is dat veel verzamelaars diep teleurgesteld zijn over de door de overheid gestimuleerde plaatjeshandel. Kijken we naar Nederland dan zien wij een stroom van nieuwe uitgiften, vaak onooglijke stickertjes, die dan vaak nog in samenhang met andere zegels of velletjes moeten worden gekocht. Deze uitgiftestroom had aanvankelijk het gewenste financiële succes omdat veel verzamelaars de gewoonte hadden 5 of 10 stuks van elke uitgifte te kopen in de hoop deze later met enige winst te kunnen verkopen zodat op die manier een verzameling vrijwel gratis kon worden opgebouwd.

Het bleek echter een Piramidespel. Pogingen van de handel om het instorten van de markt tegen te gaan mislukten (denk aan de Afinsa-affaire) maakten de boel nog erger. De postzegelmarkt stortte ineen en de kleinere verzamelaar haakte af. Jarenlang zijn in ons land guldenzegels zonder toeslag en voor een fractie van de postprijs weg geplakt en ook de oude Eurozegels worden nog steeds onder de postprijs aangeboden. Ook voor andere landen gaat dit verhaal op. Als ik post krijgt uit bijvoorbeeld België of Frankrijk zijn deze meestal beplakt met een bonte verzameling van oude Franken-plaatjes. Is in Italië de situatie anders? Zo op het oog niet, ook daar worden nog hopen post met lirezegels

gefrankeerd. De postzegelmarkt is daarentegen weliswaar teruggelopen en voor verzamelaars van “modern” volkomen ingestort, maar er is eerder sprake van een soort bevriezing. De handel koopt niets meer, de verzamelaars zijn zeer terughoudend en toch blijft het prijsniveau stabiel. De situatie is in Italië dus echt anders dan in andere landen. Het lijkt wel of de postzegelcrisis daar vooral een economische crisis is. Er is wel geld, heel veel geld zelfs en er zijn nog heel veel rijke verzamelaars, maar iedereen is erg voorzichtig geworden. Toch zijn dit jaar de prijzen in de Italiaanse catalogi voor het eerst sinds jaren een tikje hoger: alles voor 1940, alsmede de Italiaanse koloniën en gebieden zijn zo’n 5% in waarde toegenomen. De zegels van het Vaticaan en San Marino blijven echter waar ze al jaren zijn: in het verdomhoekje. Dat komt, omdat deze gebieden totaal niet in

de interesse-sfeer van de serieuze verzamelaars liggen. Wie z’n geld snel kwijt wil, moet dus vooral Pausreizen en FDC’s van San Marino gaan sparen. Is het dan nu tijd om aan Italië te beginnen? Dat is moeilijk te zeggen, de handel daar houdt stevig aan het prijsniveau van minstens 30% catalogus vast, ook op internet. Maar op veilingen buiten Italië is er nog heel veel te halen voor soms zeer aantrekkelijke prijzen. Ook de gespecialiseerde vereniging Filitalia krijgt regelmatig verzamelingen van een uitstekende kwaliteit aangeboden waardoor de veiling van deze club van een zeer hoog niveau is. Dat dit gepaard gaat met vaak lage prijzen kan iedereen zelf constateren op hun website www. filitalia.nl. De conclusie is: Italië? Voorzichtig beginnen maar!

140 jaar Banja Luka brouwerij Door: Johan Caers, AIJP

B

ij het bewerken van de nieuwigheden van deze maand van Bosnië-Herzegovina las ik ‘Brouwerij Trappisten’ van Banja Luka. Dit zei me iets, hier had ik al eens iets gezien. Even in mijn briefkaarten gekeken en ja hier is het.

Een briefkaart van 2 Kreuzer verzonden op 25 februari 1897 van Banja Luka naar Szabadka en daar aangekomen op 26 februari 1897.

De achterkant was voorbedrukt met een tekst die verder ingevuld kan worden volgens behoefte. In dit geval een kennisgeving dat er 24.90 kg. “La Trappe kaas” per expresse is verstuurd tegen terugbetaling van 25 Gulden en 60 Kreuzer.

Nog iets over voorkant. Bosnië-Herzegovina was tot 1919 een bezettingsgebied van de DuoMonarchie (K. u K.) en het postwezen stond onder rechtstreeks toezicht van het Oorlogs-ministerie. Szabadka is de hongaarse naam voor Subotica dat tot 1919 hongaars grondgebied was.

Filatelie: hèt maandblad voor de postzegelverzamelaar! F I L AT E L I E 3 F I L AT E L I E 2 E I L E T A L I F O S S E N U M M E R S € 4,7 5 M A A N D B L A D V O O R P O S T Z E G E LV E R Z A M E L A A R S � L

MAANDBLAD VOO R P O S T Z E G E LV E R ZAM

G E LV E VOOR POSTZE MAANDBLAD

RZAMELAARS

2015

ELAARS � LOSSE N U M M E R S € 4,7 5

M E R S € 4,7 5 � LOSSE NUM

2015

2015

F

ilatelie is Nederlands oudste, grootste en kleurigste postzegelblad. Elfmaal per jaar verrassend en boordevol nieuws. Neem een abonnement via www.defilatelie.nl of schrijf naar Postbus 7, 3330 AA Zwijndrecht, hillesum@filatelist.com. Iedere nieuwe abonnee ontvangt de CD met de volledige jaargang 2013 helemaal gratis!

Altijd het laatste nieuws uit Nederland, België en daarbuiten? Kijk iedere werkdag op www.defilatelie.nl


54

FILAKRANT 2015

Een filatelist in Kiev O

ekraïne is qua oppervlakte het grootste land dat in Europa ligt. Het land is dit jaar niet uit de krantekoppen verdwenen, met als tragisch dieptepunt het neerschieten van vlucht MH17, waarbij alle 298 inzittenden om het leven komen. Rusland heeft de Krim geannexeerd en ondersteunt in de oostelijke provincies de separatisten, die feitelijk gewoon een burgeroorlog voeren. Kortom, het jaar 2014 is een zeer onrustig jaar voor Oekraïne. Maar wat doe je als je werkgever in de zomer van 2013 deelname aan een project van de Europese Unie heeft toegezegd? Zolang het veilig is, probeer je dan toch de beloften waar te maken. Dat bracht mij in mei en september tot tweemaal toe in Kiev.

De bekendste plek in de Oekraïense hoofdstad is Maidan Nezalezhnosti, het onafhankelijkheidsplein, meestal afgekort tot Maidan. In mei waren daar alle barricades, tenten, uitgebrande voertuigen en gebouwen nog goed te zien. Pas in augustus is alles opgeruimd en kan het verkeer weer over het plein razen. Op één van de hoeken van dit plein zit het hoofdpostkantoor van Kiev (afbeelding 1). Als filatelist wil je daar beslist even kijken. De cen-

bms_abo_englisch_297x210_bms 17.11.14 16:33 Seite 1

trale hal kent circa 30 loketten; glas-in-loodramen tonen een beeld van de grote steden in Oekraïne (afbeelding 2). Helaas is nergens een postzegel te bekennen. Maar gelukkig ben ik niet helemaal

onvoorbereid op pad gegaan. Ik heb boekje bij me, waarin staat dat in de hal één van de weinige plekken zit, waar je ansichtkaarten kunt kopen. De auteur schrijft er meteen achteraan: “Sadly, no one has had the enterprising vision of making quality photographic prints of Kiev.” Kortom, ondanks alle mooie plekken die Kiev kent, kun je er amper een fatsoenlijke ansichtkaart van kopen.

In dat kleine winkeltje (afbeelding 3) staat een multomap op een standaard en daarin zijn zowaar postzegels te zien van de afgelopen drie jaren! Je kunt er op je gemak in bladeren. Oekraïne geeft

kleurrijke zegels uit met aantrekkelijke motieven (molens, treinen, etc). En gelukkig staat de multomap zo dicht bij de balie van de verkoopster, dat je kunt aanwijzen wat je graag wilt hebben. Want de dames die hier werken spreken alleen hun moedertaal en geen woord meer! Ik zoek wat leuke Europazegels met postvoertuigen uit voor de frankering van mijn ansichtkaarten (afbeelding 4). De gom plakt echt. Daar kunnen ze in Rusland nog wat van leren! Dan zie ik opeens dat er in 2013 nog een blokje is verschenen om de fraaie plekken van de Krim onder de aandacht te brengen (afbeelding 5). Je weet nooit hoe de geschiedenis zal lopen, maar

dit zal toch voorlopig wel de laatste keer zijn dat de Krim op een postzegel van Oekraïne staat. De verkoopster kijkt er ook wat verbaasd naar. Dit is wel een bijzondere trofee van een dienstreis. En het mooie is: de ansichtkaarten komen na een dag of tien echt op hun bestemming aan. Peter Stolk.

Get a FREE copy of BRIEFMARKEN SPIEGEL Please send me my FREE specimen copy of BMS

Name

Address

Postcode

City

Enter details below if you would like to be added to the Collectors Register.

My interests

The monthly stamp magazine BMS offers you a lot of latest information all around the worldwide philately. Assure yourself of the high quality of our journal. Ask for your free complimentary copy.

BRIEF MARKEN SPIEGEL Mehr Freude am Sammeln!

E-Mail

BRIEFMARKEN SPIEGEL P.O.Box 3042, 37020 Göttingen, Germany E-Mail: vertrieb@philapress.de www.briefmarkenspiegel.de


FILAKRANT 2015

55

Een reis door de tijd

Een korte geschiedenis van de muntslag H

andel wordt al gedreven zolang de mens bestaat. De meest oude en eenvoudigste vorm van handeldrijven is de ruilhandel. Tien broden worden tegen twee vuistbijlen geruild; een geit tegen een aantal huiden. Deze simpele doch effectieve manier van handel heeft millennia lang plaatsgevonden en vindt nog steeds in vele delen van de wereld plaats. Praktische problemen bij handel ontstaan wanneer degene waarmee je een ruiltransactie probeert te bewerkstelligen, niet zoekt wat jij aanbied; of je moet een grote afstand overbruggen en kan niet al je ruilhandel meenemen, bijvoorbeeld een groot aantal geiten. Muntgeld was dé oplossing en werd uiteindelijk een algeheel geaccepteerd betaalmiddel. De oorsprong hiervan ligt in het oude Griekenland.

Oudheid (7e eeuw v.Chr. – 500 n.C.) De eerste munten stammen uit de zevende eeuw voor Christus en werden gemaakt in het koninkrijk Lydië, het huidige westen van Turkije. Deze munten werden vervaardigd van een mengsel van goud en zilver genaamd elektrum. De muntplaatjes waren kleine gegoten klompjes metaal en werden voorzien van een eenzijdige afbeelding. Dit werd gedaan door een stempel een slag met een hamer te geven die een afdruk Zilveren siglos Lydië, op het muntplaatje achterliet. Een 6e eeuw v.C. eeuw later kon men de metalen goud en zilver van elkaar scheiden en ontstonden de eerste zuivere gouden en zilveren munten. Een andere methode die in de oudheid veel gebruikt werd om munten te produceren was het gieten van munten door het gebruik van mallen. Brons was hier heel geschikt voor en we zien dan ook voornamelijk munten van dit materiaal die gegoten zijn. Toch werden de meeste munten in de Griekse en Romeinse tijd geslagen. In dezelfde periode in China gaf men daarentegen de voorkeur aan gegoMuntproductie in ten munten. de 4e eeuw Een van de belangrijkste personen in het gehele muntproductieproces was de stempelsnijder. Deze miniatuur kunstenaar creëerde de beeltenissen van de voor- en keerzijde van de munt. Het is bijna niet te begrijpen hoe hij in staat was zulke gedetailleerde muntstempels te vervaardigen voor munten van soms slechts tien millimeter in doorsnede. De meeste stempelsnijders uit de Griekse en Romeinse tijd bleven anoniem. Slechts een enkeling liet zijn naam achter op de munt. Voorbeelden van illustere namen zijn Euainetos, Kimon en Zoilos. In de gehele oudheid werden munten het belangrijkste betaalmiddel en zelfs al in deze tijd werden er miljoenen exemplaren geproduceerd. Dit is dan ook de reden dat heden ten dage sommige Romeinse munten voor al een tiental euro’s zijn aan te schaffen. Middeleeuwen (500-1500) De Middeleeuwse periode was een tijd die in vele opzichten stilstond ten opzichte van de oudheid. Cultuur, politiek en wetenschap stonden op een laag niveau. Zo ook waren de munten uit deze periode van weinig artistieke waarde. Functionaliteit stond voorop. De productie bleef men op dezelfde manier voortzetten als in de oudheid en van vooruitgang of ontwikkeling was geen sprake. Een verschil met de muntproductie in de Griekse en Romeinse tijd was

Zeventiende eeuwse schroefpers Met deze uitvinding konden munten zonder veel inspanning en met veel precisie en eenheid worden vervaardigd. De uitvinding werd echter niet direct in de praktijk gebracht. Pas in het midden van de zestiende eeuw werden munten in Engeland en Frankrijk op grotere schaal door middel van de schroefpers vervaardigd. De eerste schroefpers in Nederland werd pas in 1670 in Dordrecht geïnstalleerd. De schroefpers was tevens zeer geschikt voor het uitstansen van muntplaatjes, hierdoor dienden deze niet meer met de hand en een zware metaalschaar geknipt te worden. De gehele muntproductie werd in de Vroegmoderne Tijd dus vergemakkelijkt en versneld.

Mal voor het gieten van Chinese munten, 2e eeuw v.C.-2e eeuw n.C.

Serie muntpersen Birmingham 1862 Industriële Revolutie (1800-1900) De muntproductie werd verder geperfectioneerd tot de uitvinding van de stoommachine waardoor uiteindelijk de muntpersen door stoom konden worden aangedreven. Dit maakte massaproductie mogelijk zonder een grote toename van personeel. Muntatelier aan het einde van de 15e eeuw wel dat de munten zogenaamd ‘koud’ werden geslagen. De muntplaatjes werden niet van tevoren verhit. Het gebruik van munttangen om de hete muntplaatjes vast te houden komen we dan ook niet op afbeeldingen over de middeleeuwse muntproductie tegen. Vroegmoderne Tijd (1500-1800) Door de grote toename in de vraag naar munten werd er in de 16e en 17e eeuw gezocht naar nieuwe manieren op de muntproductie te mechaniseren. De oplossing was de schroefpers of balancier. Deze schroefpers is waarschijnlijk in de vijftiende eeuw uitgevonden door de Italiaanse kunstenaar en geleerde Bramante (1444-1514).

Huidige muntslag Een aantal moderne ontwikkelingen hebben de huidige muntslag gemaakt tot wat het tegenwoordig is. Door de komst van elektriciteit, computers en lasers kunnen in zeer korte tijd, met de hoogste precisie enorme oplages worden geproduceerd. In principe is heden ten dage alles mogelijk. Innovatieve munttechnieken zoals MPI, kleurendruk en augmented reality hebben de nieuwste muntproductie klaargemaakt voor de eenentwintigste eeuw.

postzegelshow met nationale en internationale handelaren MAASPOORT SPORTS & EVENTS, MARATHONLOOP 1, ‘s-HERTOGENBOSCH

20 & 21 MAART 2015

85 jaar ‘s-Hertogenbossche Filatelistenvereniging

postzegeltentoonstelling - viering Dag van de Jeugdfilatelie

Hans Jongeling Hoofd Afdeling Numismatiek Koninklijke Nederlandse Munt


56

FILAKRANT 2015

De onfortuinlijke m/v Charlesville Door: Walter Deijnkens

D

e m/v Charlesville stond de laatste maanden in de volle belangstelling als laatste overgebleven Congoboot. Het schip werd gebouwd te Cockerill Yards te Hoboken, was 153 meter lang en had een tonnage van 9.233 tdw en werd gebouwd in opdracht van de Compagnie Maritime Belge (C.M.B.)

Dit is een niet officiële poststempel die men wel vrijblijvend aan boord kon opvragen maar die door De Post niet werd toegelaten. De schepen van de rederij CMB vervoerden wel de postzakken naar de Kongo maar had geen overeenkomst om een postloket aan boord open te houden. De afstempelingen M/V Charlesville zijn als gelegenheids afstempelingen terug te vinden op briefwisseling:

De eerste afvaart naar Matadi vanuit Antwerpen ging over Santa Cruz in Tenerife en Lobito in Angola en nam plaats op 6 maart 1951. Tot 25 juni 1960 ondernam het 69 afvaarten en werd in 1967 verkocht aan VEB Deutsche Seereederei, en werd herdoopt met de naam Georg Buchner. Vanaf 1974 genoemd VEB Deutfracht/ Seereederi, Rostock om in 1977 buiten dienst gesteld te worden. In 1994 werd hij eigendom van de stad Rostock en in 2001 van het Förderverein Traditionsschiff Rostock e.v. waar men voor 50 euro een cabine kon boeken voor overnachting.

- Op brief met 3 peseta Spaanse zegel naar Den Haag waar tevens een afstempeling van het schip M/V Elisabethville opstaat.

Georg Buchner

- Tijdens periode 1960 – 1966 op luchtpost brief van Boma 25-7-65 naar Namen met République du Congo zegels Watererfgoed Vlaanderen heeft getracht het schip naar België te halen maar is er niet in gelukt. Bij het verslepen naar de sloop is het schip gezonken voor de Poolse kust op 31 mei 2013. Tijdens de Kongo periode werd aan boord een ronde scheepsstempel gebruikt die we op briefwisseling kunnen terug vinden.

PostBeeld Kloosterstraat 17 2021 VJ Haarlem Tel:023-5272136 openingstijden: di t/m vr 10:00-18:00 za 10:00-17:00 PostBeeld-de Leidse Postzegelhandel Vrouwensteeg 3 2312 DX Leiden Tel:071-5123233 openingstijden: wo t/m za 10:00-17:00 PostBeeld-Medo Nieuwe Binnenweg 255a 3021 GD Rotterdam Tel:010-4768643 openingstijden: di, do, za 10:30-17:00

Afstempeling M.V Charlesvilleop 2 fr. Leopold 3 zegel.

3 winkels 4 internetsites

o.a. Gratis Wereldcatalogus en magazines

PostBeeld en postzegels horen bij elkaar. Meer dan 25 mensen in ons bedrijf zijn dagelijks bezig met alles wat met postzegels te maken heeft. Wij hebben winkels in Haarlem, Leiden en Rotterdam en vier internetsites, ieder met hun eigen karakter (postbeeld.nl is onze webwinkel, freestampcatalogue.nl een gratis wereldcatalogus met o.a. verlanglijstfunctie, postzegelblog.nl een JUDWLV ¿ODWHOLVWLVFK WLMGVFKULIW en blog en freestampmagazine.com is ons engelstalig magazine). Onze wereldvoorraad, van klassiek tot modern, is zeer groot en dagelijks worden honderden tot duizenden items toegevoegd. Vaak zijn dat zegels uit collecties, maar wij nemen ook nieuwtjes van de gehele wereld op voorInternet: raad en leveren in abonnement. Webwinkel: PostBeeld.nl Catalogus: FreestampCatalogue.nl In onze winkels staan bovendien honderden voordelige collecties Magazine: PostzegelBlog.nl en partijen.

www.PostBeeld.nl (webwinkel) www.Freestampcatalogue.nl (gratis wereldcatalogus) www.PostzegelBlog.nl (gratis magazine nederlands) www.Freestampmagazine.com (gratis magazine engels) Zelf een artikel schrijven voor postzegelblog of freestampmagazine? Neem contact op met Michel van Staveren (023-5272136).

Redactie artikelen zijn altijd welkom. Ook als ze al eens eerder geplaatst zijn. Mail: organisatie@eindejaarsbeurs.nl


FILAKRANT 2015

57

De Internationale Postzegeltentoonstelling van 1930 te Antwerpen Door: Frans Lauwers

T

oen de Wereldtentoonstellingen van 1930 ter gelegenheid van het Belgische Eeuwfeest te Antwerpen en Luik vanaf april tot november van dat jaar plaats vonden, werd tevens in de Antwerpse Stadsfeestzaal op de Meir van 9 tot 15 augustus een wereldwijde postzegeltentoonstelling ingericht.

De internationale postzegelpers werd voor dit evenement uitgenodigd en met heel wat egards in de Sinjorenstad ontvangen. Haast 300 toonkasten stonden er opgesteld en bovendien werd er een speciale blokzegel (thans gekend als het groene zegelblok 2/301) uitgebracht met als onderwerp het wapen van Antwerpen. Een ontwerp van Jean De Bast.

Op de Wereldtentoonstelling kon men zes maandenlang tussen 9 en 18 uur de post laten ontwaarden. In het tijdelijke postkantoortje van de Stadsfeestzaal daarentegen gebeurde dit officieel vanaf zondag 10 augustus tot vrijdag 15 oogst, gedurende slechts 3 uur per dag: tussen 11 en 12, 14 en 15 uur en 15 en 16 uur. Dit impliceert in feite dat op dit evenement reeds om 16 uur geen afstempelingen meer werden gegeven. Sloot deze postzegeltentoonstelling op dit uur reeds haar deuren tot de dag nadien vragen we ons hierbij af.

met hun informatieve stempel 10-11 uur, waarbij de meer dan 60.000 blokzegels dezelfde aanduidingen kregen. Het is dus niet denkbeeldig dat hiervoor eerst een niet verstelbare stempel met weliswaar dezelfde informatie werd gehanteerd. De toegangsticketten. Bij het blokzegel van 4 frank hoorde het blauwe ticket van 10 Bfr. waar op in beide landstalen s taat aangegeven ”Rechtgevende tot den bijzonderen postzegel”. Ze werden bij de ingang samen overhandigd. Ongetwijfeld geeft de combinatie blokzegel/ticket een niet te onderschatten meerwaarde. Beiden hoorden in feite samen, terwijl het gebruikte ticket na het bezoek meestal in een of andere papierbak belandde.

Inkom ticket van 6 fr. (zonder zegelblok) Poststuk aangetekend verstuurd op de eerste dag, vanaf 14 uur, naar Duitsland.

In de toenmalige pers werd ook gewag gemaakt dat het blokzegel op de tentoonstelling niet altijd voorradig was. Vandaar blijkbaar het bestaan van toegangsticketten aan 6 frank zonder zegel(s).

Catalogus van de Internationale Postzegeltentoonstelling Antwerpen 1930 Blokzegel 2/301 met onderaan het inkomticket

Volgens de OPB werden hiervan 61.500 exemplaren met het zegel aan 4 frank midden in het blok gedrukt. Deze speciale uitgave kon men toen bestellen in Brussel aan tien frank op postchequenummer 55043 vanaf 6 augustus. Ze was drie dagen nadien ook verkrijgbaar in de postzegeltentoonstelling op de Meir aan dezelfde prijs. Bovenaan links op het blok bevindt zich de informatieve afstempeling van 30 mm, want op de zegel stonden enkel de stadsnaam in de twee landstalen en zijn nominale frankeringswaarde van 4 frank. De informatie gegeven door deze ronde afstempeling luidde als volgt in het Nederlands en het Frans.” Antwerpen Anvers Internalionale PostzegeltenÍoonstelling 9 VIII 1930 10-11 Expos. Philathélique Internationale’. Deze informatieve afstempeling liet echter het zegel in het midden vrij waardoor hij steeds kon worden aangewend om post te versturen. Dezelfde handafstempeling die in deze tentoonstelling ook in een apart postkantoortje kon worden gevraagd, wordt soms door onervaren verzamelaars verward met de expo-handafstempelingen van de Wereldtentoonstelling met hun doormeter van 28 mm.

Wereldtentoonstelling 1930: Antwerps paviljoen. 28 mm afstempeling van de expo op nr. 301 25 - IX - 1930

Over de aktiviteiten op de openingsdag, die zaterdag, staat in de bijgaande Franstalige catalogus het volgende vermeld: “Art. 3. Le jour de I’inauguration, de 11 à 17 h. avec un prix d’entrée à dix franc, sans droit du timbre, il n’y aura PAS DE VENTE du timbre spécial.” Toch zijn we in het bezit van verscheidene blokzegels op brief die op 9 augustus tussen 14 en 16 uur aldaar met de speciale afstempeling zijn ontwaard! Zijn het de genodigden op de inhuldiging of de deelnemers waarvoor hier uitzondering werd gemaakt voor hun misschien gekregen exemplaren? Hoe dan ook ziet deze post niet vervalst uit. Heel wat minder betrouwbaar zijn de ‘feestzaal’-afstempelingen op zegels van die z.g. zaterdagvoormiddag tussen10 en 11 uur op sommige poststukken en vooral op de dure ‘Antwerpen’-zegel, al dan niet behouden in het blok of op zegels op document. De kwaliteit van de gom van dit blok was immers maar matig bestand tegen de tand des tijds, wat sommige fraudeurs nadien tot geknoei hebben a angezet zo als hergommen of het hanteren van namaak-afstempelingen. We lazen immers in een recente studie hoe kort na de oorlog sommige minder bonafiede bezoekers in het Postmuseum hun gangen konden gaan met afgevoerde stempels. Bij de hierin afgebeelde cachets vonden we buiten de misbruikte ‘-10%’-stempels ook de hierboven voornoemde informatieve stempel van 9 VIII 1930 met de uren tussen 10 en 11. Handen af dus en de geldbeugel gesloten houden. De huidige cataloguswaarde van dit zegel is immers alles behalve goedkoop. In de toenmalige pers stond immers te lezen dat de eerste bezoekers op die zaterdag niet binnen mochten voor 14 uur maar ze er reeds om 13 uur stonden aan te schuiven. Enkel de organisatoren mochten toen de zaal betreden. Die voorniddag om 10/11 uur waren alle personaliteiten en deelnemers immers nog te gast op het Antwerpse stadhuis. Toen de postbeamten in het bureel van de postzegeltentoonstelling vanaf 9 augustus om 14 uur met dezelfde maar verstelbare stempels begonnen te werken, werden die minitieus om het uur en de dag aangepast. Dit laatste zou niet noodzakelijk zijn geweest te Brussel

Voorlopige bonnen om in te ruilen voor ticket postzegeltentoonstelling Ook bestellers in Brussel kregen nog de gelegenheid om de postzegeltentoonstelling te bezoeken. Met een bij hun bestelling gevoegd voorlopig bonnetje konden ze aan de ingang op de Meir hun geldig ticket ophalen. Niet enkel het blokzegel werd verkocht in het tentoonstellingskantoortje. Vanaf die zaterdag om 14 uur kon men er iedere geldige zegel laten ontwaarden met de speciale 30-mm stempel. Allerhande verzendingen zoals spoed,luchtpost en aangetekend werdener behandeld. Inmiddels weten we dat de 61.500 blokzegels na deze postzegeltentoonstelling zeker niet uitverkocht waren. lntegendeel, heelwat 4 frank-zegels werden later uit het blok gescheurd en kwamen terecht in gewone postkantoren. Ze bleven in gebruik tot juni 1938. Ook werden er destijds nog een aantal van overgedragen naar de nog aan de gang zijnde Antwerpse Wereldtentoonstelling waar hun tarief van 4 frank nog kon dienen in het paviljoen voor de diamant om pakketjes met juwelen te versturen. Tijdens de kerstperiode 2000 brak brand uit in de Antwerpse Stadsfeestzaal. De grote feestzaal uit 1908, gebouwd onder de leiding van architect Alexis Van Mechelen, heeft op enkele dagen na de 21ste eeuw niet mogen halen. ln 2007 is ze opnieuw open gesteld maar dan als een protserig winkelcentrum. Bronnen: •Tijdschrift Antwerpen 1930 Wereldtentoonstelling 13-8-1930. •Tijdschrift Studiekring Filatelie Antwerpen, jaargang 2010.

De Meir in de jaren ‘30, Luchtopname met rechts de daken van de Stadsfeestzaal


58

FILAKRANT 2015

Hoe wij Tom Passon hebben ontmoet M edio oktober 1999 reed ik op mijn fiets rond door het Apeldoornse om posters en folders uit te delen voor mijn 1e Eindejaarsbeursje in het duivensportcentrum te Apeldoorn. Toen wist ik nog niet waar ik aan begon.

Ook stond op mijn lijstje een bezoek aan de Muntkoerier aan de Kerklaan te Apeldoorn. Daar kwamen mijn folders op de toonbank en ook werd ons beursje in de agenda opgenomen. Ja, adverteren zat er toen nog niet voor ons in. Om een lang verhaal kort te maken, dat was mijn eerste kennismaking met Tom Passon. Daarna zijn er vele contacten geweest over diverse zaken. Wij waren totaal niet bekend in de numismatiek-wereld. Alles was nieuw voor ons. Veel goede adviezen gehad en ook wel kritiek hoe het anders zou kunnen. Veel assistentie gekregen en artikelen voor de Filakrant. Ook heeft hij mooie jeugdbladen op muntengebied ontworpen voor onze jeugdhoek tijdens Stamptales (postzegels en munten vertellen verhalen). Afgelopen zomer waren we even op bezoek bij Tom (doen we af en toe om bij te praten). Op één of andere manier kwam ter sprake hoe we ons ergerden aan mensen die met speltjes en lintjes lopen te pronken en die nooit iets anders hebben gedaan dan stoelen warmhouden, vernieuwingen tegenhouden, domweg alleen maar zoveel jaar lid zijn of hun (betaalde) werk doen. Het trieste is dat je daardoor nooit kunt weten wie wel iets nuttigs heeft gedaan of iets uitzonderlijks gepresteerd heeft. Evert kwam toen direct met het idee om dan zelf als Eindejaarsbeurs maar een onderscheiding in het leven te roepen. Tom aarzelde eigenlijk geen moment, pakte een vel papier en begon in samenspraak met ons een ontwerp te schetsen zoals hij dat wel zag zitten. Ook zocht hij adressen voor ons om een penning te laten maken. Thuisgekomen natuurlijk e.e.a. overlegd met elkaar en besloten dat Tom de eerste penning zou moeten krijgen. Hij gaat dit jaar met pensi-

oen en is al sinds mensenheugenis redacteur van de Muntkoerier (naar nu blijkt al 35 jaar). Ook is hij geen onbekende in de filatelie-wereld (hij was ook redacteur van de Postzegelrevue). Voor ons telt natuurlijk zijn onvoorwaardelijke steun aan organisatoren van beurzen. Voor anderen weer zijn kwaliteiten met lezingen voor numismatische kringen of de ongelooflijke hoeveelheid vrije tijd die hij heeft geofferd om zijn werk (en hobby) zo goed mogelijk uit te voeren. Lees vooral alle artikelen op deze pagina’s en ontdek hoe veelzijdig de persoon Tom Passon is. Rest ons nog u te vertellen dat we ons weer een dramatische hoeveelheid werk op de hals hadden gehaald. Een bezoek aan het bedrijf dat de penning moest slaan, de diverse ontwerpen die aan Tom werden voorgelegd en pas na het verwerken van de door hem voorgestelde wijzigingen de definitieve goedkeuring en opdracht. Dat was nog allemaal te doen. Een heel ander verhaal is het als je achter iemands rug om moet gaan rondwroeten in de voor ons vreemde wereld van munten, penningen en bankbiljetten. Zijn vrouw Ria wist ook lang alles niet meer dus ontzettend veel moest via via. Probeer bijvoorbeeld maar eens foto’s te vinden van iemand die zijn leven lang zelf de camera heeft vastgehouden. Wij hopen dat onze keus voor Tom Passon uw instemming heeft en dat we er in slagen alles geheim te houden tot de publicatiedatum van filakrant 2015. Evert en Pamela Organisatie Eindejaarsbeurs, Stamptales. Hollandfila en uitgever van Filakrant.

Ps: We denken (en hopen vooral) dat Tom niet stil blijft zitten en gedreven bezig blijft zoals hij altijd geweest is.

Tom Passon, een ware educator, gaat met pensioen

Een echte kenner van de numismatiek, dat mag je zeggen van Tom Passon. De man die 35 jaar actief de munt- en penningkunde heeft uitgedragen via ‘zijn’ tijdschrift De Muntkoerier. Een tijdschrift dat door vele trouwe abonnees jarenlang met groot plezier is gelezen. Een tijdschrift dat vooral door Toms enthousiasme maar zeker ook door zijn brede kennis van de numismatiek elke keer opnieuw een verrassende inhoud kreeg. De Muntkoerier is nog steeds het enige in de numismatiek gespecialiseerde maandblad van het Nederlands taalgebied met een oplage waar andere tijdschriften in dit vakgebied slechts van kunnen dromen. Een tijdschrift ook waarin hij moeilijke onderwerpen in begrijpelijke taal heeft uitgelegd en waarin hij verzamelaars met elkaar in contact heeft gebracht, maar waarin hij ook stelling heeft durven nemen tegen misstanden in de munt- en

penningkunde. Tom heeft daarnaast ook nog zoveel andere dingen voor het vakgebied gedaan, van het organiseren van beurzen tot het verrichten van gedegen onderzoek en het publiceren daarover. Maar is Tom voor dit alles voldoende gewaardeerd? Nee, is daarop mijn duidelijke antwoord! Ten eerste is zijn veel gelezen tijdschrift helaas niet door iedereen altijd op juiste waarde geschat. Zo zou het te weinig wetenschappelijk zijn en van onvoldoende inhoud. Tom heeft zich gelukkig niet door de kritiek op zijn tijdschrift laten weerhouden en is met passie doorgegaan met zijn vak. Ten tweede is slechts een heel klein deel van al zijn onderzoeksresultaten gesignaleerd door medevakgenoten. De bibliotheekcatalogus van het Koninklijk Penningkabinet/Geldmuseum (tegenwoordig Nationale Numismatische Collectie beheerd door De Nederlandsche Bank nv) kent slechts vier van zijn publicaties. Wordt het niet eens tijd de inhoudelijke artikelen in de 43 jaargangen van De Muntkoerier te ontsluiten in bijvoorbeeld de Nationale Numismatische Bibliotheekcatalogus? Tom, het gaat je goed in deze nieuwe fase van je leven! Deze onderscheiding, die je bedoeld had voor anderen, valt jou nu terecht als eerste te beurt. Hopelijk is het je gegund nog lang onderzoek in je geliefde vakgebied te blijven doen en

krijg je de kans het onderstaande lijstje aan te vullen met nog enkele prachtige wetenschappelijke producties. dr. Albert A.J. Scheffers voormalig Conservator/directeur Het Nederlands Muntmuseum, Directeur Klinkaart museum- en collectiemanagement (www.klinkaart.nl), CFO Instituut voor Monetaire Geschiedenis en Numismatiek (www.simg.nl), Voorzitter en penningmeester a.i. Stichting Uitgeverij Clinkaert (www.clinkaert.nl) Lijst van titels in de bibliotheek van de Nationale Numismatische Collectie:* De stedelijke Munt van Nijmegen 1457-1704, (Nijmegen), (1979). (catalogus van het kunstbezit

van de Gemeente Nijmegen. Uitgegeven ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling in Museum ‘Commanderie van St. Jan’ , Nijmegen 7 oktober – 12 november 1979). De muntslag van de Rijksabdij Thorn, (Zutphen 2003). Catalogus van de Nederlandse munten geslagen op naam van Philips II tot en met de Bataafsche Republiek (1555-1805), Apeldoorn 2006. Idem, (samen met J.C. van der Wis), Apeldoorn 20092.

*. Met dank aan mw. C. Schollaardt, informatie-adviseur Numismatische Collectie De Nederlandsche Bank nv.

Tom Passon en de NKON De Numismatische Kring Oost Nederland is een vereniging voor muntenliefhebbers die niet alleen muntjes willen vergaren, maar op zoek zijn naar het verhaal achter die munten. In de meeste gevallen gaat het dan niet om de nieuwste Euro-uitgiften, maar om “echte munten” uit lang vervlogen tijden. Romeins, Middeleeuws of provinciaal, Indisch of op andere wijze exotisch, artistieke of historische penningen, maar ook bankbiljetten en primitief geld, al die verzamelgebieden zijn vertegenwoordigd bij de leden van de kring. En één van die leden is Tom Passon. Ooit munthandelaar in Nijmegen, daarna in Arnhem en Apeldoorn en nu al weer vele jaren hoofdredacteur van één van de twee langlopende tijdschriften op numismatisch gebied, de Muntkoerier.

Met zijn fotografische geheugen heeft hij een ongekende kennis van de numismatiek in de volle breedte. Bijna foutloos kan hij vertellen waar een bepaald verhaal, een onbekend muntje of een interessante theorie is beschreven. In welke jaar en in welke veiling een bepaalde munt ooit is verkocht. Zo’n geheugen is verbluffend en ook jaloersmakend, want het mijne heeft meer het karakter van een zeef.

Zoals gezegd is Tom al vele jaren lid van onze kring, al kunnen we hem niet de meest trouwe bezoeker noemen. Maar bijna jaarlijks maakt hij dat op zijn eigen manier goed: dan is hij aanwezig bij een bijeenkomst en dan maar direct als hoofdattractie. Als spreker met een nieuw verhaal over een interessante maar vaak vrij onbekende muntplaats of streek. Hij schetst dan eerst de volledige geschiedenis van zo’n plek en zoomt daarna in op munten. Daarvoor brengt hij alle informatie die over zo’n gebied bekend is bij elkaar en neemt hij ons mee naar de tijd waarin het muntslaan nog aan alle kanten verbonden was met koningen, graven en edele heren, met 80 jaar oorlog en hagemunten. Zo zijn in de loop der jaren een aantal prachtige standaardwerkjes ontstaan, zoals over de munten van Megen en Thorn. Als kring hopen we, dat nu Tom het wat rustiger aan gaat doen, hij wat meer tijd krijgt om naar Zutphen te komen en zijn kennis nog vele jaren met ons wil delen. Etko Cretier, voorzitter NKON

Een fijne compagnon Het staat mij niet recht helder meer voor de geest wanneer ik Tom Passon voor het eerst heb ontmoet, maar waarschijnlijk was dat in 1979 tijdens de najaarsvergadering van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Munt- en Penningkunde toen hij als lid werd aangenomen. Sindsdien heb ik hem menigmaal ontmoet, als gastheer-voorzitter wanneer hij voor de Numismatische Kring Groningen een lezing hield, op beurzen en tijdens allerlei andere bijeenkomsten. Tom was gepassioneerd met munten en penningen bezig; zijn monografie over de stedelijke munt van Nijmegen, die in 1980 verscheen, is nog altijd een veel geraadpleegd en geciteerd werk. Hij wist op een bijzonder aimabele manier over zijn liefhebberij te vertellen. Onze onderlinge contacten waren bepaald niet regelmatig en afhankelijk van het toeval. Dat wilde, dat ik tijdens de Holland Coin Fair in Den Haag in 2006 geconfronteerd werd met een tweetal nieuwe catalogi over de muntslag tijdens Philips II en de Republiek, waaronder de eerste druk van de Catalogus van Nederlandse Munten.

Geen van beide waren waar ik nu echt al jaren naar had uitgekeken en toen ik met Tom over zijn catalogus in gesprek raakte, besloot ik hem aan te bieden hem op vrijwillige basis behulpzaam te zijn met een verbeterde en geheel herziene tweede druk die in 2009 verscheen. Hoewel Apeldoorn en Groningen niet bepaald naast elkaars deur liggen, veranderden de toevallige contacten in wekelijkse, daarbij geholpen door de moderne communicatiemogelijkheden. Ik leerde Tom daarbij kennen als een harde werker, als iemand die zijn beloften en afspraken na komt en als iemand waarmee het uitermate prettig is samen te werken. Tom weet goed naar munten te kijken en ziet snel de onderlinge verschillen van zo op het eerste oog gelijke munten. Maar wat in onze samenwerking vooral zo prettig is, is dat Tom bescheiden is. Tom zal met een onderscheiding zich echt niet anders gaan gedragen en als juweel gewoon blijven schitteren zonder te verblinden. Ik hoop met hem de derde druk van de Catalogus tot een goed einde te brengen en de fijne contacten daarna te mogen voortzetten. Gefeliciteerd, Tom, met je onderscheiding! Groningen, 7 november 2014. Jan C. van der Wis.


FILAKRANT 2015

59

Tom en Ria samen vertrouwd gezicht Een numismatische duizendpoot Het is al weer 15 jaar geleden dat ik in Apeldoorn een afspraak maakte met de hoofdredacteur van het maandblad Muntkoerier. Tom maakte tijd voor mij vrij om mijn plannen aan te horen, over het organiseren van een nieuw en nog ontbrekend evenement voor muntenverzamelaars in het noorden van het land. Direct merkte ik enthousiasme bij hem. Op de vraag of ik op zijn ondersteuning kon rekenen in de vorm van publiciteit in de Muntkoerier, werd dit direct bevestigd met een toezegging voor ruime redactionele aandacht. Zo ging in september 2001 de eerste editie van de (toen nog Noordelijke) Muntmanifestatie in Haren bij Groningen van start, nadat en ruime aankondiging inclusief de zaalindeling met maar liefst 30 standhouders in de Muntkoerier had gestaan.

Tijdens het evenement waren Tom en echtgenote Ria namens de Muntkoerier met een promotiestand aanwezig. Verhuisde de Muntmanifestatie tussentijds van Haren naar Assen en inmiddels van Assen naar Houten. Tom verhuisde altijd mee (steeds dichter bij huis) en was zonder uitzondering bij alle edities met partner namens de Muntkoerier aanwezig. Sindsdien is er jaarlijks een ruime voor- en nabeschouwing van dit evenement in het gelijknamige maandblad te lezen. Inmiddels organiseren wij onder de naam WB Evenementen veel meer grotere verzamelbeurzen door heel Nederland, waardoor de contacten met Tom zich al lang niet meer beperken tot alleen de

Muntmanifestatie. Tegenwoordig is er veelvuldig contact en afstemming over bijvoorbeeld te plaatsen advertenties. In alle contacten wordt alle tijd genomen om onderling zaken te doen maar ook om daarna even bij te praten over wat er speelt in de “muntenwereld”. Een van de redenen om beurzen te organiseren, is ook om een tegengeluid te geven tegen al die verzamelaars die alleen nog van achter de computer en via internet hun verzameling uitbreiden. Hen willen we verleiden om weer beurzen te komen bezoeken waar men ook andere verzamelaars kan ontmoeten. En belangrijker, waar je voor de aanschaf van de betreffende munt, penning of het bankbiljet het eerst met eigen ogen kunt bekijken. Alleen dan is te bepalen of de kwaliteit de vraagprijs rechtvaardigt. Iets wat met een foto op internet niet mogelijk is, waardoor in de praktijk de kwaliteitsaanduiding niet altijd overeenkomt met de werkelijkheid. Met Tom Passon heb ik altijd een medestrijder gevonden, die ook inziet dat bij het verdwijnen van beurzen en de steeds kleiner wordende numismatische kringen, deze groep verzamelaars geheel in de anonimiteit dreigt te verdwijnen. Het is belangrijk dat het verzamelen zichtbaar blijft en zo wellicht anderen enthousiast maakt om met verzamelen te starten. Vandaar ook het belang om over beurzen te schrijven. De Muntmanifestatie heeft ondertussen een enorme ontwikkeling doorgemaakt en heeft een grote naam ook buiten Nederland opgebouwd. Wil het eigenlijk niet weten, maar wat zou er van dit evenement geworden zijn, wanneer Tom in 2000 geen medewerking zou hebben toegezegd? Bedankt voor de jarenlange ondersteuning en de prettige samenwerking. Hopelijk blijft de Muntkoerier nog lang bestaan en kunnen we de fijne onderlinge contacten nog jaren blijven voortzetten. Wouter Beerekamp (WB Evenementen)

Tom Passon, Journalist Numismaat en vriend Toen ik zo’n kleine 40 jaar geleden mijn bedrijf startte, kwam ik als adverteerder regelmatig in contact met ene Tom Passon. De toenmalige Postzegelrevue en de Muntkoerier bloeiden volop onder zijn leiding. Elke maand meldde Tom zich weer met de bekende vraag, ‘wat doen we voor het volgende nummer?’ En meestal liet ik me dan weer verleiden voor één of meer pagina’s in zijn populaire tijdschriften. Tom schreef ook altijd over mijn muntenveilingen, soms over mijn inkoopreizen en altijd wist hij zijn journalistieke onafhankelijkheid te bewaren. Commercie uitstekend, maar wel een eerlijk verhaal voor de lezer. Prima, zo hoort het! Maar er was meer. In al die jaren ontwikkelde Tom zich als een ware vraagbaak voor de numismatiek. Een lastig middeleeuws muntje, Tom wist het, een onleesbare munt uit het verre oosten, bel Tom maar even. Altijd geduld, altijd een antwoord! In de jaren ‘90 heb ik zowel van Tom als van Ria de onmisbare steun gehad bij de 9 tennistoernooien die

ik voor de postzegel- en munthandel heb georganiseerd. De tennisbaan zelf was Tom een stapje te ver, maar het scorebord en de redactionele ondersteuning waren bij hun in goede handen. Tom en Ria, ze zijn een geweldig stel, ook jarenlang als uitvoerend team bij de Holland Coin Fair. Zonder hun support was de Coin Fair niet zoveel jaar zo succesvol verlopen!

Als we de MUNTkoerier uit 1978 en die van nu naast elkaar leggen wordt duidelijk dat de MK waarin zijn naam voor het eerst voorkomt niet meer dezelfde is als de MK die hij nu achter zich laat. Het maakt duidelijk dat hij, soms roeiend tegen de stroom in, kans heeft gezien het blad met zijn tijd mee te laten gaan. Knap! Beiden hebben we nog het tijdperk meegemaakt van ‘knippen en plakken’. Daar waar nu de computer een hoofdrol speelt werd in vroeger dagen de tekst en de illustraties blad voor blad op vellen papier met hulplijnen geplakt. Een hele klus! Het werken voor de MUNTkoerier is dan ook nimmer een baan van acht tot vijf geweest. Het eerste persoonlijke contact met Tom stamt van augustus 1985. Ik schreef toen een stukje onder de titel ‘De Zilveren Rijder’. Er zouden nog vele artikelen volgen. Langzaam maar zeker groeide het contact. Na verloop van tijd maakte ik ook kennis met zijn gezin, toen ik daar een weekend logeerde om nader kennis de maken met de wijze waarop de MK werd samengesteld. We ontmoetten elkaar op beurzen, bijeenkomsten van het Koninklijk Genootschap voor Munt – en Penningkunde en andere numismatische bijeenkomsten. Tom werd onveranderlijk vergezeld door zijn vrouw Ria. Je zou kunnen zeggen: Als je Ria ziet komt Tom er aan, en omgekeerd natuurlijk! Op een bepaald moment ontstond de gewoonte dat we jaarlijks bij elkaar over de vloer kwamen. Daarbij kwam een heel ander aspect van Tom tevoorschijn: hij bleek jaloersmakend goed te kunnen koken. Na de steeds weer gezellige maaltijd gingen we een rondje cultuur doen. Hij verraste mij en mijn vrouw met museumbezoeken in zijn woonomgeving. Wijde woonomgeving is beter. Ik herinner me bezoeken aan het Duitse Xanten en uiteraard aan Nijmegen. Op mijn beurt probeerde ik mijn gasten te verrassen

met bezoeken aan Friese en Groninger musea en ateliers. Uit bovenstaande wordt duidelijk dat zijn belangstelling een veel breder gebied bestrijkt dan alleen de numismatiek. Een weer heel ander aspect van Tom is de wijze waarop hij lezingen verzorgt voor de numismatische kringen die ons land rijk is. Lezing is een verkeerd woord in deze. Voorstelling is een beter woord. Vaak komt hij met verrassende onderwerpen die weer een nieuw licht brengen op zaken die lange tijd als vanzelfsprekend werden aangenomen en door onderzoekers en schrijvers klakkeloos van elkaar werden overgenomen. Bij de numismatisch kring Frisia zag ik hem te midden van de aanwezige leden de Karolusdaalder, die ooit aan Culemborg werd toegeschreven verwijzen naar het Duitse Oost-Friesland. Een van de in mijn ogen grootste verdiensten van Tom is de samenstelling van de Catalogus van de Nederlandse munten (1555-1806). Het moet een monnikenwerk zijn geweest. De verdienste is vooral dat er nu eindelijk een handzame gids beschikbaar is in het qua literatuur versnipperde numismatische landschap. Ik ken zijn voornemen een catalogus samen te stellen van de eerste munten die in het huidige Nederland werden geslagen tot het jaar 1555. De MUNTkoerier zal het zonder hem moeten gaan doen, maar voor de numismatiek lijkt hij me niet verloren. Beste Tom, je krijgt nu zeeën van tijd (denk je). Ik zou zeggen, kom nog eens langs, dan gaan we het nieuwe Fries Museum in Leeuwarden bekijken. Kook ik een hapje rijst. Ben te Boekhorst

En dan misschien wel het allerbelangrijkste. In al die jaren is er een warme vriendschap ontstaan, waardering voor elkaars vakmanschap en werk. Deze vriendschap werd regelmatig onderstreept door onze gezellige etentjes, bij ons in en om Amsterdam of bij hun in Apeldoorn. Tom tussen zijn muziekcollectie, dansend door de kamer en een keer, hangend in de lamp! Sommige dingen vergeet je niet.. Tom, en natuurlijk ook Ria, dank voor al die fijne jaren en laten we er nog maar een aantal mooie laten volgen. Theo Peters, Amsterdam

Tom Passon, een numismaat, een wandelende encyclopedie met een helpende hand Hoe vaak ik hem opgebeld heb weet ik niet. Vaak. Ik weet wel dat er nooit een kort gesprek tussen zat. Een vraag van mijn kant werd steevast eerst een duidelijke uiteenzetting over munten of penningen. De inleiding op het antwoord was altijd uitgebreid. De kennis van Tom op zijn vakgebied is dan ook enorm. Daarnaast deelt hij die kennis graag, kijk maar naar de diverse publicaties van zijn hand en de catalogus voor Nederlandse munten die hij samen met dhr. Van der Wis samengesteld heeft. Tom brengt de Muntkoerier uit. Tom IS de Muntkoerier. Altijd weet hij weer de kopij rond te krijgen en zorgt hij voor de veilingaankondigingen en beursschema’s. Dat hij daarvoor mensen achter de

In de numismatische literatuur is de naam van Tom Passon onverbrekelijk verbonden met de MUNTkoerier. De eerste keer dat zijn naam in dit tijdschrift voorkomt is in de september/oktober- aflevering van 1978. In hetzelfde blad schreef hij een bijdrage met de titel ‘Vrede van Nijmegen in penningen en munten. Dit naar aanleiding over een tentoonstelling over dit onderwerp in het Nijmeegse Museum Çommanderie van St. Jan. Zijn verbondenheid met Nijmegen komt ook tot uitdrukking in de catalogus over ‘De stedelijke Munt van Nijmegen’ die eind 1979 in hetzelfde Nijmeegse museum werd gehouden.

vodden moet zitten, ‘ach dat hoort erbij’. Dankzij zijn Muntkoerier vinden veel verzamelaars de weg die ze zoeken in Muntenland. Tom organiseerde vroeger de Holland Coin Fair, samen met zijn Ria. Dat hebben ze jarenlang met veel plezier gedaan. Ook als de standhouders weer eens iets te klagen hadden, ‘ach dat hoort erbij’. Als je Tom zocht, zocht je een hoed. Deze hoed werd zijn handelsmerk. Tom Passon: voor de numismatiek een begrip, voor iedereen een helpende hand. Daarom vinden wij en velen met ons dat Tom deze penning meer dan verdiend heeft. Bedankt Tom, en ga nog lang zo door! Huib Pelzer, MPO

Museum Schloß Moyland Op de eerste foto ziet u hem zoals u Tom Passon kent; met zijn vrouw Ria en stapels MUNTkoeriers, op een beurs in Nederland of België. Voor vragen over munten of penningen moet je bij Tom Passon zijn. Menigmaal had ik een vraag die hij met zijn fenomenale kennis over de numismatiek kon oplossen. Dank zij hem kon ik de afgelopen jaren meer dan 250 artikelen publiceren in de MUNTkoerier. Daar ben ik hem dankbaar voor.

wijnen hoef je deze wijnkenner niets te leren en wat koken en lekker eten betreft ook niet. Geen gesprekken over de numismatiek, maar gewoon lekker eten en als vrienden samenzijn. Ooit nam hij mij en mijn vrouw Carla Klein mee naar Museum Schloß Moyland, net over de grens in Duitsland, om kennis te maken met de kunstenaar Joseph Beuys. Een belevenis wij niet gauw zullen vergeten.

Op de tweede foto zit Passon op zijn praatstoel met sigaar en een glas wijn. Dan wordt er niet gesproken over munten, maar over wijn, reisjes naar Frankrijk, eten, Jazz en kunst. Zijn wetenschap over Jazzmusici is volgens mij groter dan menigeen vermoed. Over

Daarom zie ik Tom en Ria het liefst zoals op de derde foto, mensen die hun gasten weten te verwennen; dat zijn voor mij de plezierigste herinneringen aan hen. Arnold Nieuwendam


60

FILAKRANT 2015

Walvisbaai 20 jaar bij Namibië Door: Ton de Hilster

O

p 1 maart 2014 was het 20 jaar geleden, dat Walvisbaai definitief tot het grondgebied van Namibie ging behoren. Walvisbaai, ontstaan uit een vissersnederzetting, is uitgebroeid tot een moderne haven. Walvisbaai, gelegen aan de rivier de Kuiseb, staat reeds op Portugese zeevaarderskaarten vermeld. Bartolomeu Bias ontdekte dit gebied op 8 december 1487 en noemde het “Golfo de Santa Maria de Conceicao”. De eerste zegel was een “barred numeral” No.300

1915 Visafslag

Walvisbaai in 1905 Van 1793 tot 1795 heeft er de Nederlandse driekleur gewapperd. Toen in 1795 de Fransen de Nederlanden binnenvielen, heeft Engeland, bang dat het beheer van Kaap de Goede Hoop en dus de zeeroute naar Indie in gevaar kwam, het betreffende gebied bezet. 1905 Walvis slachterij

1903 Mertens&Sichel’s Store een van de oudste handelsondernemingen in Walvisbaai

Het grootste probleem van de gehele kuststrook van Namibie is het gebrek aan drinkwater. Van ver uit de woestijn wordt water opgepompt en via pijpleidingen aangevoerd. De bedding van de rivieren Swakop en Kuiseb staat meestal droog, eens in de zeven jaar valt er in het binnenland zoveel regen, dat het water in de rivier de kust kan bereiken. Als dat gaat gebeuren komen de mensen zelfs uit Windhoek naar dit schouwspel kijken. De krantekoppen vermelden:”De rivier kom af Een enkele keer komt zoveel water “af”, dat delen van Walvisbaai onder water lopen.

Korte postgeschiedenis van Walvisbaai

Datumstempel van Walfisch Bay op zegel van King Edward VII met ‘reversed” code letter E In 1910 werd de Kaap onderdeel van de Unie van Zuid Afrika. De zegels van de 4 provincies (Kaapprovincie, Natal, Transvaal en Oranje Vrijstaat) mochten gebruikt worden tot 1 september 1913. Voor Walvisbaal zijn alleen de zegels van de Kaap gebruikt. In 1914 breekt de eerste wereldoorlog uit. Vanaf het begin van de Zuidafrikaanse bezetting van het gebied tot 1923, werden in ZuidWest Afrika de zegels van de Unie gebruikt.

Toen in 1884 Walfisch Bay door de Kaapkolonie geannexeerd werd, kwamen ook de zegels van Kaap de Goede Hoop in gebruik. Bekend is de Bonc 300, vaak in combinatie met enkele datumstempels.

Om duidelijk te maken dat Walvisbaai niet tot Duits Zuidwest Afrika behoorde, werd een nieuw poststempel voor Walvis Bay vervaardigd, dat de vermeldingen S-Africa en Z-Afrika bevatte. In 1922 besloot Zuid Afrika dat de administratie van Walvisbaai beter door Zuid-West Afrika gedaan kon worden. Vanaf 1923 werden alleen Zuidwestafrikaanse zegels gebruikt, andere zegels waren niet toegestaan.

Inzet: Rheinische Missionskirche in 1880 gebouwd sinds 1972 nationaal monument Tot 1966 in gebruik als kerk, daarna heeft de Lion’s club het verwaarloosde kerkje gerestaureerd. Walvisbaai heeft een milde vorm van aride klimaat. Het krijgt gemiddeld 10 mm. Neerslag per jaar en is een van de droogste gebieden op aarde. Ondanks het aride klimaat is het niet erg warm. De temperatuur in de warmste maand (januari) is 24 c’ en in de koudste maand (juli) 17 c’.

Lugposbrief Walvisbay afstempeling 11 augustus 1931

Het feit dat Walvisbaai een aride klimaat heeft, wordt mede veroorzaakt door de koude Benguela stroom. De zee heeft een temperatuur van ong. 17 c’, bevat veel zuurstof, het water bevat veel voedingsstoffen en is daardoor zeer visrijk. Hier heeft Walvisbaai zijn ontstaan aan te danken. 1920 Overstroming van de Kuiseb rivier Climate data for Walvis Bay Month

Jan

Feb

mar

Apr

May

Jun

Jul

Aug

Sep

Oct

Nov

Dec

Year

Average High °C (°F)

20.4 (68.7)

19.1 (66.4)

20.4 68.7

19.1 66.4

19.6 67.3

18.7 65.7

18.3 64.9

16.5 61.7

15.7 60.3

16.9 62.4

17.6 63.7

19.5 67.1

18.48 65.28

Average Low °C (°F)

15.1 (59.2)

14.4 57.9

14.7 58.5

12.6 54.7

12.2 54

11.1 52

10.5 50.9

9.9 49.8

10.4 50.7

11.6 52.9

12.3 54.1

14.1 57.4

12.41 54.34

Precipitation mm (inches)

0.9 (0.035)

1.4 0.055

4.4 0.173

0.4 0.016

0.9 0.035

1.0 0.039

0.0 0

0.2 0.008

0.1 0.004

0.2 0.008

0.4 0.016

0.1 0.004

10 0.393

% humidity

81

79

81

78

71

67

69

77

79

79

79

65

75,4

Source: Namibia Meteorologica! Service

Voorbeeld van verkeerde frankering. Na 1923 mochten alleen Zuidwestafrikaanse zegels gebruikt worden. Daarom is strafport toegepast.


FILAKRANT 2015

61

De treinverbindingen speelden een belangrijke rol. In 1915 werd de smalspoorlijn Swakopmund – Walvisbaai aangelegd.

Laatste dag dat SWA zegels in Walvisbaai gebruikt mochten worden Op 1 september 1977 verandert de situatie opnieuw. Walvisbaai komt administratief weer onder Zuid-Afrika. Tot 30 september mogen nog Zuidwestafrikaanse zegels gebruikt worden, daarna zijn alleen RSA zegels geldig.

Op 21 maart 1990 werd Zuid-West Afrika zelfstandig en werd de nieuwe staat Namibie uitgeroepen met als president Sam Nujoma, behalve Walvisbaai dat Zuidafrkaans gebied bleef.

Toekomstige uitbreiding haven Walvisbaai De economie van Walvisbaai drijft op de visverwerkings-i ndustrie. Naast de uitvoer van vis en visproducten voert Namibie ook mineralen uit. Vanuit Botswana wordt veel steenkool uitgevoerd via Walvisbaai. De haven zal behalve uitvoerhaven ook transito-haven worden. Twintig procent van de totale invoer is bestemd voor Namibie met zijn twee miljoen inwoners, de rest is bestemd voor de buurlanden met een bevolking van bijna 58 miljoen inwoners. De goederen worden vooral via de weg getransporteerd naar Zuid-Angola, Botswana, Zambia en Zaire. De Trans-Kalahari en de Trans-Caprivi routes zijn bijna voltooid. Door het zware vrachtverkeer en door de zeldzame hevige stortregens in het noorden van Namibie ontstaan vaak gevaarlijke “potholes”.

Swakopmund - Walvis Bay Passenger Trolley 1915 op smalspoor (Windhoek Archives) Later kreeg Walvisbaai een spoorverbinding naar Windhoek. In 1980 werd de nieuwe spoorlijn achter de duinen officieel geopend. Tussen de duinen en de oceaan was te weinig ruimte voor spoorlijn en autoweg. De lijn werd ook regelmatig bedolven onder stuifzand. Daarom werd de spoorlijn achter de duinenrij aangelegd.

De laatste trein langs de kustroute vertrok op 3 mei 1980 vanaf Walvisbaai

De laatste dag (20-3-1990) dat SWA zegels officieel gebruikt mochten worden

Behalve gevaarlijk ook humoristisch

De eerste zegels van onafhankelijk Namibie

In 1898 kreeg Walvisbaaj zijn eerste havenhoofd. Aan de uitbreiding werd regelmatig gewerkt. Ons lid Cor Post was als hoofduitvoerder in de jaren 1957-’58 werkzaam aan een van de havenhoofden.

Na een lange politieke strijd moest op 1 maart 1994 Zuid-Afrika Walvisbaai afstaan en werd dit gebied ingelijfd bij Namibie.

Van 1905 tot 1915 stagneerde de groei van Walvisbaai, omdat de Duitsers Swakopmund als haven gingen gebruiken.

De eerste trein via de route achter de duinen vertrok op 3 mei 1980 vanaf Swakopmund

Laatste dag, dat Walvisbaai bi] RSA behoorde

Het havenhoofd, waar Cor Post destijds aan werkte

Eerste roodstempel Walvisbaai behorend tot Namibie Er zijn plannen om de haven van Walvisbaai enorm uit te breiden. De nieuwe haven “Walvisbaai - Noord” wordt verder uitgebouwd via het vogeleiland tot Langstrand. Achter Duin 7 komt een uitbreiding van het industrieterrein. Restant Duitse haven van Swakopmund

Er zullen enorme investeringen gedaan moeten worden om de haven van Walvisbaai te ontwikkelen tot een moderne haven voor de gehele regio. Geografisch, economisch en historisch vormt de haven een integraal deel van Namibie.

Tot de volgende Filakrant


62

FILAKRANT 2015

Veilingagenda 2015 Voorzover bekend hebben we de volgende veilingen opgenomen in deze lijst. Verklaringen van de afkortingen in de kolom Soort: Pzv = Postzegelveiling / M = Muntenveiling / B = Bankbiljetten

Datum

door wie

17 januari 2015 27 & 28 februari 2015 13 & 14 maart 2015 14 maart 2015 14 maart 2015 26 t/m 28 maart 2015 20 & 21 april 21 t/m 23 april 2015 25 april 2015 9 mei 2015 20 t/m 23 mei 2015 26 & 27 mei 2015 29 & 30 mei 2015 4 juni 2015 4 juni 2015 13 juni 2015 11 & 12 september 2015 12 september 2015 19 september 2015 9 & 10 oktober 2015 14 november 2015 16 t/m 18 november 2015 25 t/m 28 november 5 december 2015 10 december 2015 11 & 12 december 2015

Leopardi MPO Van Dieten postzegelveiling Jean Elsen et ses Fils Leopardi De Nederlandsche Postzegel- & Muntenveiling Karel de Geus - veiling Rietdijk Veilingen De Nederlandsche Muntenveiling Leopardi MPO Verzamelaarsveiling postzegelveiling Rijnmond (o.v.b.) Leopardi Rietdijk Veilingen Jean Elsen et ses Fils MPO Jean Elsen et ses Fils Leopardi Van Dieten postzegelveiling Leopardi Rietdijk Veilingen MPO Jean Elsen et ses Fils Rietdijk Veilingen postzegelveiling Rijnmond (o.v.b.)

soort veilinglocatie Pzv Pzv Pzv M Pzv Pzv M Pzv M Pzv M M Pzv Pzv M M Pzv M Pzv Pzv Pzv Pzv M M M Pzv

Rijssensestraat 203 B Energieweg 7 Bakkerstraat 22 Tervurenlaan 65 Rijssensestraat 203 B Leeuwenveldseweg 14 Recreatiecentrum 't Witven Noordeinde 41 Leeuwenveldseweg 14 Rijssensestraat 203 B Energieweg 7 Industrieweg 13 Excelsior stadion Rijssensestraat 203 B Noordeinde 41 Tervurenlaan 65 Energieweg 7 Tervurenlaan 65 Rijssensestraat 203 B Bakkerstraat 22 Rijssensestraat 203 B Noordeinde 41 Energieweg 7 Tervurenlaan 65 Noordeinde 41 Excelsior stadion

plaats

informatie

Nijverdal (NL) IJsselstein (NL) Roermond Brussel (B) Nijverdal (NL) Weesp (NL) Veldhoven (NL) Den Haag (NL) Weesp (NL) Nijverdal (NL) IJsselstein (NL) Klaaswaal (NL) Rotterdam Nijverdal (NL) Den Haag (NL) Brussel (B) IJsselstein (NL) Brussel (B) Nijverdal (NL) Roermond Nijverdal (NL) Den Haag (NL) IJsselstein (NL) Brussel (B) Den Haag (NL) Rotterdam

0548 - 655855 030 - 6063944 0475 - 563500 0032-(0) 2 - 734635 0548 - 655855 0294 - 433020 040- 2123455 070 - 3647957 0294 - 433020 0548 - 655855 030 - 6063944 0186-746746 010 - 2130986 0548 - 655855 070 - 3647957 0032-(0) 2 - 734635 030 - 6063944 0032-(0) 2 - 734635 0548 - 655855 0475 - 563500 0548 - 655855 070 - 3647957 030 - 6063944 0032-(0) 2 - 734635 070 - 3647957 010 - 2130986

Bij een groot aantal veilinghuizen waren de veilingdatums voor 2015 nog niet bekend. Onze excuses hiervoor en wij hopen dat we voor de lijst voor 2016 meer vermeldingen op tijd ontvangen.

Wekelijkse

Postzegelveilingen

Voorstraat 23 8011 MK Zwolle Tel: 038-4211045 (daags tot 16.oo uur.) Fax: 038-4233805 Email: veilinghuis@devoorstraat.nl

De Postzegelveilingen beginnen elke vrijdag Kavels lopen af op dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag vanaf 20:00 uur U kunt ook uw eigen postzegels aanbieden

Postzegelhandel de Sassenpoort Schuurmanstraat 47 8011 KD ZWOLLE Tel: 038 – 42 32 444 Kantoor aan huis Geopend: ma. – 13.00-17.00. di. t/m za. 10.00-17.00 uur

catawiki.nl/postzegelveiling catawiki.be/postzegelveiling

IN VOORRAAD: Nederland / overzee Duitsland / Berlijn Kanaaleilanden Oostenrijk GUS Landen Franse koloniën Spanje Australie / Nieuw Zeeland Pacific Cambodja Rusland Op alle merken albums en supplementen 10 % korting

postfris/gebruikt postfris postfris postfris postfris postfris postfris postfris postfris postfris postfris

Luxemburg China Frankrijk Groot-Britanië Oost-Europa Noord/Middem/ Zuid America Cuba Thailand Vietnam Laos

postfris postfris postfris postfris postfris postfris postfris postfris postfris postfris

Op alle merken albums en supplementen 10 % korting

DIVERSE MERKEN ALBUMS / PINCETTEN / CATALOGI /MUNTHOUDERS ENZ. + DIVERSE PARTIJEN. TEVENS PARTIJEN GEZOCHT.


FILAKRANT 2015

POSTZEGELVEILING

’LEOPARDI’ Nu ook op internet: www.Leopardi.nl

VEILINGAGENDA 2014

POSTBUS 176 7440 AD NIJVERDAL KANTOORADRES: RIJSSENSESTRAAT 203B 7441 AD NIJVERDAL TELEFOON 0548-655855 FAX nr. 0548-655088 EMAIL info@leopardi.nl

in onze EIGEN VEILINGZAAL, Rijssensestraat 203B te Nijverdal.

•Veilingagenda Veiling 189 2015 17 januari Veiling 190 195 17 •• Veiling 15 januari maart Veiling 191 196 14 •• Veiling 10 maart mei Veiling 192 197 95 mei •• Veiling juli Veiling 193 198 420 juliseptember •• Veiling Veiling 194 199 19 •• Veiling 15 september november • Veiling 200

14 november

Vraag de GRATIS CATALOGUS! Tevens renteloze voorschotten op grotere kollekties. W.V. Leopardi, filatelistisch makelaar en beëdigd taxateur.

63


64

FILAKRANT 2015







 

Noordeinde 41 2514 GC Den Haag The Netherlands Tel.: +031-(0)70-364 79 57 Fax : +031-(0)70-363 28 93 info@rietdijkveilingen.nl www.rietdijkveilingen.nl



kantooruren ma-vrij 9.00-17.00 uur

* No. 405, najaarsveiling 16, 17 en 18 november 2015

Schitterend Nederland met vele topnummers, engros en een enorm aantal collecties. Tevens een zeer mooie afdeling stempels en brieven. Prima buitenland met heel veel diverse landen inclusief betere zegels en de zeer gezochte blokken, provincialeen koninkrijksmunten, penningen, onderscheidingen, beleggingsgoud en zilver en vele avontuurlijke partijen.

Muntveiling:





Postzegelveiling: * No. 404, voorjaarsveiling 21, 22 en 23 april 2015





Per veiling tussen de 3000 en 4000 kavels en Rietdijk is daarmee een van de grootste echte verzamelaarsveilingen in de Benelux.





Het prachtige aanbod omvat o.a.:

 Veiling agenda 2015:





Meerdan95jaarin dienstvande verzamelaar 1919Ͳ2015

* No. 398, voorjaarsveiling 4 juni 2015 * No. 399, najaarsveiling 10 december 2015



 













De catalogi verschijnen 1 maand voor de veiling op onze website: www.rietdijkveilingen.nl

 

Profile for peter stolk

Filakrant2015 web  

Filakrant 2015, uitgegeven door de Eindejaarsbeurs

Filakrant2015 web  

Filakrant 2015, uitgegeven door de Eindejaarsbeurs

Advertisement