Page 1

Ondernemersmonitor

2013

e w u Nie n? e s n ka


Inhoud

Voorwoord 3 Nieuwe kansen voor hippische ondernemers?!

4

Ondernemersscan 8 Klant in beeld

12

Kengetallen 16 Trendpanel Paard

21

2


Voorwoord Alstublieft!

Wat is de bedoeling van dit boekje? Nieuw in deze ondernemersmonitor is dit jaar het interview met het ‘Trendpanel Paard’. Het ‘Trendpanel Paard’ is afgelopen jaar, op initiatief van HAS Hogeschool, enkele keren bij elkaar geweest. De samenstelling is wisselend en bestaat uit toppers uit de paardenbranche, niet alleen uit de primaire sector maar vooral uit de toeleveranciers. Als het gaat om de trend in onze sector beschikken voerleveranciers, makelaars, bankiers, accountants en producenten van ruitersportartikelen over meer en snellere informatie dan de primaire sector zelf. Dat is wel gebleken.

Het ontbreekt in de hippische branche aan bruikbare gegevens over de bedrijfsvoering. Die gegevens zijn erg belangrijk voor de opleiding van onze studenten én voor de beoogde kwaliteitsverbetering in het hippische bedrijfsleven. Daarom proberen wij jaarlijks zo veel mogelijk gegevens te verzamelen waar de paardensector ‘iets mee kan’. In deze ondernemersmonitor vindt u gegevens uit diverse bronnen. Er staan resultaten in van een publieksenquête onder bezoekers van Horse Event, een onderzoek naar sterke punten en verbeterpunten van hippische ondernemers (ondernemersscan) en de resultaten van een projectgroep van manegehouders, die hun boekhouding naast elkaar hebben gelegd om er zelf wijzer van te worden.

Komen er ook opvallende zaken uit deze ondernemersmonitor? Dat mag u zelf beoordelen. Maar wij hebben er toch enkele duidelijke signalen uit gehaald. De recessie begon bij de handel, de fokkerij en vervolgens bij de pension- en sportstallen. Inmiddels ontkomt de hele sector er niet aan. Gelukkig blijken er diverse mogelijkheden te bestaan waardoor ondernemers aan die recessie ontsnappen: onderscheidend vermogen van de ondernemer én onderneming, een scherp inkoopbeleid en internationalisering. Bij deze punten, en nog veel meer, wordt in deze ondernemersmonitor stil gestaan. Als lector van HAS Hogeschool is het mij een genoegen om u, mede namens de brancheorganisaties ZLTO en FNRS, de tweede ondernemersmonitor aan te bieden. Het is een boekje geworden waarop onze studenten erg hun best hebben gedaan. Ze werden daarbij intensief begeleid door een groep docenten, ondernemers en diverse experts. Hen allen wil ik bij deze hartelijk bedanken.

Drs. Joep Bartels Lector creatief ondernemen in de paardenhouderij HAS Hogeschool, ‘s-Hertogenbosch

3


Nieuwe kansen voor hippische ondernemers!?

Welke nieuwe kansen biedt de economische recessie eigenlijk voor hippische ondernemers anno 2013? Het gezond houden van je onderneming is ten tijden van crisis niet altijd even gemakkelijk. Toch kan de economische crisis ook voor kansen zorgen. Een succesvolle hippische ondernemer anno 2013 kent zijn klanten en speelt in op de behoeften van zijn klant. Een ondernemer met hart voor zijn klanten dus. Klantenbinding blijkt een van de belangrijkste aandachtspunten voor een succesvol bedrijf in deze tijd. In deze ondernemersmonitor komen vier ondernemers aan het woord. Zij vertellen welke kansen zij zien voor hun bedrijf tijdens de crisis en hoe zij met die kansen omgaan. Behalve de verhalen van deze vier ondernemers wordt in deze monitor ook uitgebreid aandacht besteed aan de hippische ondernemersscan en een onderzoek dat in 2012 is uitgevoerd door HAS Hogeschool naar de wbehoeftes van manegeklanten en pensionklanten. De resultaten van dit onderzoek worden in deze monitor uitgebreid toegelicht.

Eind 2012 heeft HAS hogeschool het Trendpanel Paard opgericht. Deze groep van ondernemers in de hippische sector, zowel primaire ondernemers als toeleveranciers, hebben gedurende het jaar met elkaar gesproken over de ontwikkelingen van de sector. In juni 2013 heeft dit panel op basis van gegevens uit de sector trends en ontwikkelingen in de sector gesignaleerd. Een weergave hiervan is opgenomen in deze monitor. Jaarlijks wordt tijdens het Hippische Ondernemerscongres de Hippische Ondernemer van het jaar bekend gemaakt. Deze verkiezing werd in 2012 gewonnen door Manege de Prinsenstad, Delft.

FNRS, ZLTO en HAS Hogeschool hebben gewerkt aan kengetallen voor manegebedrijven, deze worden verderop in deze monitor toegelicht.

Hippische ondernemers van het jaar: 2012 Manege de Prinsenstad, Delft 2011 Manege ’t Halster, Oisterwijk 2010 Stal Hendrix, Baarlo 2009 Hengstenhouderij van Uytert, Heerewaarden 2008 Stal de Kroo, Nieuw- en Sint Joosland 2007 Manege Lies Beuker, Almere 2006 Manege de Prinsenstad, Delft 2005 De Nieuwe Heuvel, Lunteren

4


Ook bij een opfokstal is klant koning Bij de service hoort ook het halstermak maken van de paarden. De paarden moeten namelijk op tijd worden bekapt en ontwormd. Het halstermak maken kost soms wat tijd maar als je belooft aan je klanten dat de paarden bekapt en ontwormd worden, moet het wel mogelijk zijn om de paarden zonder problemen te pakken. “Als je afspraken maakt moet je deze nakomen,” vinden Piet en Koos.

Het is altijd moeilijk om al je klanten tevreden te houden. Piet van den Boogaard is eigenaar van een opfokstal in Alphen (GLD) en heeft samen met zijn vrouw Wilma en zijn ouders Koos en Jose voor hun klanten een specifiek stukje service ontwikkeld. “Ook bij een opfokstal is de klant koning,” zijn zij van mening. Koos is een enorme paardenliefhebber maar bekijkt het bedrijf vanuit een zakelijk oogpunt

“Door het optimaal verzorgen van de paarden en advies te geven aan paardeneigenaren proberen wij al onze klanten tevreden te houden. Een ontevreden klant kost je meer dan een paar extra uren werk. Dit vergt soms wat inlevingsvermogen en geduld maar levert uiteindelijk wel het meeste op.”

“Door het optimaal verzorgen van de paarden en advies te geven aan paardeneigenaren proberen wij al onze klanten tevreden te houden. “

Voor het totaalpakket dat Piet aanbiedt kost het stallen van een jaarling €115,- per maand, voor een tweejarige zijn de kosten €125,- per maand en de stalling van een driejarige kost €135,- per maand. Een paard in pension kost €225,- per maand. In de zomer, wanneer de paarden enkel op de wei staan, zijn de kosten wat lager.

Koos houdt via e-mail contact met de eigenaren van de paarden die bij hem in de opfok staan. “Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een paard in de wei door een klap een enorme bult opgelopen heeft. Wanneer de schade meevalt hebben wij dat al snel gezien en besluiten we om eerst contact op te nemen met de eigenaar voordat de dierenarts ingeschakeld wordt. Een paardeneigenaar wil altijd graag op de hoogte zijn van de gezondheid van het paard. Bij een geval als dit maken we een filmpje of een paar foto’s van het paard en sturen dit via e-mail met ons advies erbij naar de paarden eigenaar. Op deze manier heeft de klant zelf de keuze om er een dierenarts bij te halen of ons advies op te volgen.”

5


Een bodem voor betere tijden Tjeerd Boelsma is de eigenaar van manege de Burght in Barneveld. Een veelzijdige manege waar de paarden gehuisvest zijn in een vrijloopstal. De stal bestaat voor een deel uit stro met een uitloopmogelijkheid naar een binnenplaats waar de paarden worden gevoerd. Ook hebben ze toegang tot de paddock. Het grootste deel van de activiteiten op manege de Burght bestaat uit manegelessen, ponykampen en onderwijs. Ook wordt er door verschillende onderwijsinstellingen gebruik gemaakt van de faciliteiten. Zo zijn er leslokalen aanwezig en worden de paarden gebruikt voor de praktijklessen. Afhankelijk van de periode liggen de prijzen van de ponykampen tussen de €290,- en 380,- voor een midweek of week. De leskaart bij manege de Burght loopt per kwartaal. Thijs heeft weinig verloop van pensionklanten. Sterker nog, hij heeft zelfs in deze tijd een kleine wachtlijst. Hij is zelf van mening dat dit komt door de sterke onderlinge band die zijn klanten met elkaar hebben. Thijs vind het belangrijk dat zijn klanten goed met elkaar overweg kunnen zodat er een gezellige sfeer op stal blijft.

“Door goed te plannen wil ik met mijn huidige locatie, zoveel mogelijk rendement behalen.” De kosten hiervan zijn in drie leeftijdscategorieën gesplitst. Kinderen t/m 11 jaar betalen €131,- voor een leskaart van een kwartaal. Wanneer je 12 t/m 17 jaar bent kost het €141,- per kwartaal en boven de 18 jaar kost het €168,voor een kwartaal.

”Ik wil klanten op stal hebben waar ik zelf goed mee overweg kan omdat mijn werkplek tegelijkertijd ook mijn woonplek is” aldus Thijs. Hij heeft daarom met nieuwe klanten vooraf altijd eerst een gesprek om te bepalen of deze goed op stal zouden kunnen passen. “Meestal pakt dit goed uit,” vertelt hij, ”een enkele keer heb ik een klant niet aangenomen na een gesprek omdat ik dacht dat het niet zou passen.”

Tjeerd vindt promotie en het creëren van naamsbekendheid erg belangrijk voor zijn bedrijf. Zo is hij niet alleen actief op internet met zijn website en een Facebookpagina, maar hij promoot zijn bedrijf ook door met een stand op evenementen te staan en demonstratielessen te geven. “Of het momenteel veel oplevert weet ik zo niet, maar het is zeker een bodem voor betere tijden” aldus Tjeerd. Tjeerd is een man van de cijfers en rendement. “Door goed te plannen wil ik met mijn huidige locatie, zoveel mogelijk rendement behalen.” Hij heeft zelf de planning overgenomen van de verschillende organisaties die van zijn accommodatie gebruik maken om dit zo optimaal mogelijk te laten verlopen. Hij let erg goed op wat er in de markt speelt en wat de markt vraagt. Als hij ergens niet zeker van is, begint hij er niet aan. Wanneer hij voor zichzelf in beeld heeft dat een keuze verantwoord is, is hij bereid om zijn bedrijfskoers om te gooien. “Ik werk en handel altijd heel doelgericht.”

Een sterke onderlinge band is belangrijk De jonge ondernemer Thijs Peters is eigenaar van pensionstal De Flierenberg in Berg en Dal. Pensionstal De Flierenberg is gelegen tussen de heuvels en bossen in het buitengebied van Berg en Dal. De stalling van een paard of pony kost hier €253,- per maand all-in.

“Ik wil klanten op stal hebben waar ik zelf goed mee overweg kan omdat mijn werkplek tegelijkertijd ook mijn woonplek is.”

De unieke locatie waar de pensionstal gevestigd is, biedt prachtige uitrijmogelijkheden die de pensionstal perfect geschikt maken voor de recreatieve paardensporter. “Al jarenlang bestaat mijn klantenbestand daarom uit recreatiegerichte ruiters en een enkele wedstrijdruiter.” 6


Doen waar je goed in bent! Dit geldt voor hem zelf maar ook voor de stagiaires die bij hem op het bedrijf werken en leren. “De motivatie en de wil om te leren brengt iemand naar waar hij of zij wil komen.”

Open staan om nieuwe dingen te leren en klantenbinding. Dat zijn zaken waar dressuurruiter Bart Bax, onder andere bekend door zijn wedstrijdcarrière met Krawall, zijn succes aan te danken heeft. Bart Bax runt samen met zijn vrouw Ilona, Dressuurstal Bax-Goris in Gendt. Ze zijn dagelijks bezig met het trainen van paarden en het geven van instructie. Daarnaast hebben zij een enkele pensionklant, maar dit is niet de insteek van het bedrijf.

“De motivatie en de wil om te leren brengt iemand naar waar hij of zij wil komen.”

De prijs voor pension is bij Bax € 450, - per maand waarbij het gebruik van alle faciliteiten is inbegrepen. De prijs voor instructie is € 60, - per uur. Bart en Ilona vullen elkaar aan waar de een tekort komingen heeft en de ander juist talenten. Bart geeft aan dat zijn talenten niet liggen bij het boekhouden. “Je moet doen waar je goed in bent. Wat iemand goed kan, moet je die persoon laten doen. Er liggen kansen in het kennen van je eigen kwaliteiten.”

Bart heeft de afgelopen jaren enkele keren de kans gehad om tegen relatief lage prijzen, paarden aan te schaffen. De economische crisis zorgt dus niet in alle gevallen voor negatieve ontwikkelingen. “Wanneer zo’n kans zich voordoet moet je er gebruik van maken.” Het risico is door de lage instapkosten minder groot “We proberen altijd scherp te blijven. Daardoor zijn we geworden wat we nu zijn,“ aldus Bax.

Wel vindt Bart het belangrijk om open te staan voor het leren van nieuwe dingen. “Ik ben geen geboren ondernemer maar ik ben leergierig en omdat ik open sta om dingen te leren word ik steeds beter,” aldus Bax.

7


Ondernemersscan

Voor elke ondernemer is het goed om te weten waar hij of zij goed in is, waar kansen liggen en welke ontwikkelingsmogelijkheden er zijn. Om daar achter te komen is de hippische ondernemersscan ontwikkeld. Er bestaan tal van ondernemersscans. Op internet zijn veel verschillende scans en testen te vinden. Soms gratis, soms tegen betaling. Vorig jaar heeft HAS Kennistransfer een ondernemersscan ontwikkeld die speciaal gericht is op hippische ondernemers. Ook deze scan is via internet gratis in te vullen binnen een paar minuten. Na het invullen van de scan worden de resultaten direct zichtbaar.

De zes onderdelen van de ondernemersscan

De uitkomsten van de scan geven snel inzicht in de kwaliteiten van de ondernemer maar ook waar de verbeterpunten liggen. De ondernemersscan beoordeelt de hippische ondernemer op zes verschillende onderdelen. Op deze manier wordt snel duidelijk waar de kansen liggen.

1

Vakmanschap

2

Materiaal en accommodatie

3

Motivatie, durf en doorzettingsvermogen

4

Klantgerichtheid, marketing en creativiteit

5

Bedrijfskundige compententie en sturen op cijfers. Teambuilding, organisatie en inspratie

6

Het onderdeel “Vakmanschap” beoordeelt op vakkennis, ervaring en opleiding. Maar liefst 88% van de ondernemers heeft meer dan 10 jaar ervaring in de paardenhouderij of heeft een opleiding in deze richting gevolgd. 75% van de ondernemers ervaart zijn of haar paardrijniveau/ vakkennis als goed tot zeer goed.

Door middel van vier vragen die betrekking hebben op “Materiaal en Accommodatie” wordt een beeld geschetst van de kwaliteit van het materiaal en de accomodatie van de ondernemer en tevens de aandacht die besteed wordt aan het onderhoud. Ruim 80% van de ondernemers zegt over kwaliteitsvolle paarden en accommodatie te beschikken.

Het derde onderdeel waar op beoordeeld wordt in de ondernemersscan is: “Motivatie, durf en doorzettingsvermogen.” In sommige situaties kan van richting veranderen of het uitvoeren van een idee nieuwe kansen opleveren. 50% van de ondernemers geeft aan direct met een nieuw idee waar hij/zij in gelooft de markt op te gaan, 50% is nog niet zo zeker van zichzelf.

Zoals ook blijkt uit de gegevens van de klanttevredenheidsenquête liggen er nog kansen op het gebied van klantenbinding. Bij het onderdeel “Klantgerichtheid, marketing en creativiteit” wordt naast de marketing en creativiteit ook gekeken naar de omgang met klanten. Sommige ondernemers geven aan dit lastig te vinden, anderen doen veel moeite om de klanten tevreden te houden.

Op het vijfde onderdeel van de ondernemersscan “Bedrijfskundige competenties en sturen op cijfers” scoren de ondernemers gemiddeld laag. Slechts 43% van de ondernemers werkt met een begroting. Iets meer dan de helft van de ondernemers vindt het belangrijk kengetallen te vergelijken. Verderop in dit boekje is te lezen wat voor nieuwe kansen het vergelijken van kengetallen biedt.

Het laatste onderdeel “Teambuilding, organisatie en inspiratie” beoordeelt de organisatie van het personeel en de omgang met het personeel. Op dit onderdeel scoorden de 113 ondernemers het laagst. Slechts 15% van de ondernemers geeft aan het helemaal eens te zijn met de stelling: “Ik plan regelmatig tijd in om met mijn personeel te overleggen/coachen.”

8


Hoger opgeleid Het aantal ondernemers met alleen basisonderwijs (ULO, MULO, MAVO 3, MAVO 4, VMBO, HAVO, Atheneum en Gymnasium) neemt af naarmate de leeftijdsklasse stijgt.

Uit een nadere analyse van de ondernemersscan blijkt dat ondernemers met meer dan 10 jaar ervaring of een opleiding in de paardenhouderij het niet zo belangrijk vinden om kengetallen te vergelijken met andere ondernemers. Dit is opvallend omdat juist van deze groep ondernemers wordt verwacht dat zij onderkennen wat voor kansen het vergelijken van kengetallen biedt.

Andersom neemt het aantal ondernemers met een HBO opleiding toe naarmate de leeftijdsklasse daalt. In de grafiek is te zien dat het opleidingsniveau van ondernemers in de paardensector hoger wordt. Naar verwachting zullen deze jonge ondernemers meer gebruik gaan maken van kengetallen en de kansen die het vergelijken van kengetallen met andere hippische ondernemers biedt.

Studenten van HAS Hogeschool worden tijdens de opleiding voortdurend gemotiveerd om kengetallen te gebruiken. Ook worden ondernemers steeds opnieuw bewust gemaakt van het belang van kengetallen. Het recent verschenen onderzoek van de FNRS “Arbeidsbehoefte & Relevantie� (2013) toont een trend aan bij het opleidingsniveau van hippische ondernemers.

Opleidingsniveau en leeftijd ondernemers

Nieuwsgierig geworden naar de ondernemersscan? Deze is gratis in te vullen op: www.has-enquete.nl/ondernemersscan

9


Resultaten ondernemersscan In de grafiek zijn de gemiddelde uitkomsten van 113 hippische ondernemers, die de ondernemersscan hebben ingevuld, weergegeven. Hippische ondernemers vinden zelf dat zij hun vak verstaan. Dit is zichtbaar bij het onderdeel “Vakmanschap,” hier wordt het hoogste gescoord met 71% van het totaal aantal te behalen punten.

Op het gebied van “Bedrijfskundige competenties en sturen op cijfers” en “Teambuilding, organisatie en inspiratie” liggen kansen voor de ondernemers, op deze twee onderdelen werden de laagste scores behaald met slechts 55% en 54% van het totaal aantal te behalen punten.

6 eel erd ond

eel erd

ond

ond

eel erd

erd ond

5

4

3 eel

2 eel erd ond

ond

erd

eel

1

Hippische ondernemersscan

Personeel Zoals eerder beschreven toont de ondernemersscan aan dat er door hippische ondernemers minder gescoord wordt op het onderdeel “Teambuilding, organisatie en inspiratie”. Slechts 15% van de ondernemers geeft aan het helemaal eens te zijn met de stelling: “Ik plan regelmatig tijd in om met mijn personeel te overleggen/coachen.”

Een groot deel van de ondernemers is van mening dat hun werknemers onvoldoende goed kunnen communiceren en samenwerken. Volgens de ondernemersscan neemt slechts 15% van de ondernemers regelmatig de tijd om met het personeel te overleggen en het personeel te coachen. Waar werknemers volgens ondernemers te kort schieten geldt dat in sommige gevallen ook omgekeerd. Communicatie is twee richtingsverkeer, durf daarom als ondernemer naar jezelf te kijken. Jezelf de spiegel voorhouden levert begrip op voor de ander en daarmee kan samen vooruitgang geboekt worden.

In het FNRS onderzoek “Arbeidsbehoefte & Relevantie” (2013) is onderzocht over welke kwaliteiten de ideale werknemer moet beschikken volgens de ondernemer. Weergegeven in de figuur, is de top drie van ontbrekende kwaliteiten bij werknemers volgens hippische ondernemers.

Ontbrekende kwaliteiten bij werknemers volgens hippische ondernemers 1

Communicatie en samenwerking

2

Omgaan met klanten

3

Kennis van paarden

10


Discussie ondernemersscan Antoon Sanders, Jan-Paul Duijndam en Peter Scheer geven hun visie op de ondernemersscan. Alle drie zijn zij op verschillende manieren als adviseur actief betrokken bij het hippische bedrijfsleven.

Antoon Sanders

Peter Scheer

Jan-Paul Duijndam

Senior Adviseur Bedrijven Dier bij ZLTO

Senior Adviseur bij HAS Hogeschool KennisTransfer & Bedrijfsopleidingen

Accountmanager bij de FNRS

Ongetwijfeld zullen er ondernemers zijn die zeggen: ik ken mezelf goed genoeg, dus ik heb die ondernemersscan helemaal niet nodig. Maar wanneer je samen met een ondernemer de vragen en behaalde scores doorspreekt blijkt vaak toch een stukje bewustzijn te ontstaan.

Door middel van de ondernemersscan willen we de hippische ondernemer een spiegel voorhouden. Tot nu toe wordt er door ondernemers in de hippische sector weinig aan persoonlijke ontwikkeling gedaan. Op een ludieke wijze komen ondernemers er door het invullen van de ondernemersscan achter wie ze nou eigenlijk zijn als ondernemer.

De ondernemersscan valt of staat bij een persoonlijk gesprek. De ondernemer wordt met behulp van de ondernemersscan en een persoonlijk gesprek bewust gemaakt van z´n eigen sterktes en verbeterpunten.

Zo denken veel ondernemers te weten wat hun klant belangrijk vindt. Maar wanneer hier dieper op ingegaan wordt, blijkt dit niet altijd het geval te zijn. Het doel van de scan is niet direct handvatten te bieden ter verbetering. Het vervolgtraject wat aangeboden wordt is juist belangrijk om een betere ondernemer te worden. De scan moet prikkels geven aan de ondernemers om bewust na te denken en te praten over de uitkomsten. Kijk maar naar ondernemers van succesvolle bedrijven, zij besteden veel tijd aan ontwikkeling en zelfontplooiing. Dit is de sleutel naar een succesvol bedrijf.

De eerste stap van de ondernemersscan is bewuster worden van jezelf. Tijdens een 1 op 1 gesprek wordt bekeken waar mogelijkheid tot ontwikkeling is. Ontwikkeling op individueel niveau kost echter te veel geld. Daarom wordt als vervolgstap gezocht naar het collectief aanbieden van cursussen en educatie. Uit de scan komt naar voren dat op het gebied van personeel en leidinggeven en op het gebied van kengetallen ondernemers in de hippische sector nog steeds veel kunnen leren.

11

De meeste ondernemers in de hippische sector scoren hoog op vakmanschap. Alle andere zaken daar omheen verdienen in veel gevallen meer aandacht, en daar zou men in moeten investeren. Op dat soort bewustwording moet gestuurd worden. De ondernemersscan maakt deze bewustwording mogelijk. Ik denk dat we nog vaak redeneren vanuit onszelf. We denken vaak te weten wat de klant wil, maar vragen we de klant ook wat hij daadwerkelijk wil? Het inspelen op de daadwerkelijke behoefte van de klant zou in mijn ogen nog meer aandacht mogen krijgen. In plaats van te redeneren vanuit onszelf.


Klant in beeld

In de ondernemersmonitor van 2012 is een profielschets van de paardensporter gegeven. Deze profielschets kwam tot stand uit het Paardensportonderzoek 2011 van ZKA Consultants & Planners, in opdracht van de KNHS. Daar is de volgende conclusie uit voortgekomen: ‘De paardensporter is vrij jong (45 procent is onder de 20 jaar), vrouw (82 procent), zeker geen elite maar qua welstandsniveau licht bovengemiddeld. Hij of zij woont redelijk evenredig naar inwoneraantal verspreid over alle provincies in het land (iets meer in landelijke gebieden). Ruim de helft is aangesloten bij een manege en/of vereniging.’ Het bezoekersprofiel van Horse Event komt goed overeen met deze beschrijving. HAS Hogeschool heeft op Horse Event 2012 een klanttevredenheidsenquĂŞte afgenomen onder 379 bezoekers met als thema: de behoeften van de manege- en pensionklant. Waar kijkt de klant het eerst naar bij het kiezen van een manege? De kosten? De groepsgrootte per les? De stallen of de paarden? Uit het onderzoek blijkt dat klanten om te beginnen kijken naar de bereikbaarheid van de manege. Ze geven aan gemiddeld tussen de 20 en 30 minuten te willen reizen met de auto om bij de manege te komen.

Voor de ondernemer betekent dit, dat de klantenkring binnen een reistijd tussen de 20 en 30 minuten om het bedrijf heen ligt. Naast bereikbaarheid vinden veel klanten van een manege dierenwelzijn een belangrijke factor bij het bepalen van hun keuze voor een manege. Opvallend is dat klanten aangeven dat hun keuze voor een manege zelden gebaseerd is op de kosten.

Klanten geven aan tussen de 20 en 30 minuten te willen reizen met de auto om bij de manege te komen.

Waarom kiezen klanten voor Waarom kiezen klanten voor een manege? uw manege? 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

12


“Manegeklanten zien op de ideale manege graag dat er veel waarde wordt gehecht aan het welzijn van de paarden en dan met name, de huisvesting en weidegang.“ Een manege haalt de meeste omzet uit het geven van paardrijlessen. Klanten geven aan dat de kwaliteit van deze lessen hoog moet zijn. Denk hierbij aan de inhoud van de lessen, persoonlijke aandacht, een niet te groot aantal ruiters per les, een gediplomeerd instructeur en natuurlijk klantvriendelijkheid. Net zo belangrijk is de aanwezigheid van een veiligheidscertificaat en het naleven van de veiligheidsregels. Ook blijkt dat op het moment van uitkiezen de bereikbaarheid belangrijker is dan wanneer manegeklanten de ideale manege omschrijven. De drie belangrijkste faciliteiten die de ideale manege volgens manegeklanten moet hebben, zijn een binnen- en buitenrijbaan en uitrijmogelijkheden.

De behoefte aan faciliteiten zoals een privé-trainer, springmateriaal en uitrijmogelijkheden zijn sterk afhankelijk van de discipline die de klant beoefent en of deze wel of geen wedstrijden rijdt. Dressuurruiters vinden de aanwezigheid van een privétrainer het meest belangrijk en hechten ook meer waarde aan een binnenrijbaan. Springruiters en eventingruiters hechten logischerwijs, belang aan de aanwezigheid van springmateriaal. 75% van de pensionklanten vindt uitrijmogelijkheden belangrijk, de menners en recreatieruiters hechten hier meer waarde aan dan klanten die andere disciplines beoefenen. Wel zijn alle pensionklanten ongeacht welke discipline ze beoefenen het erover eens dat op een pensionstal een of meerdere wasplaatsen aanwezig moeten zijn, het maakt niet uit of dit een wasplaats is met alleen koud water of met koud én warm water.

Bij het omschrijven van de ideale pensionstal blijkt opnieuw dat welzijn erg belangrijk wordt gevonden. Pensionklanten kiezen voor ruime lichte stallen. De aanwezigheid van een weide of paddock is een must. Wat betreft het rijden vinden bijna alle pensionklanten de aanwezigheid van een buitenrijbaan zeer belangrijk. Ongeveer de helft van de pensionklanten vindt dat er ook een binnenrijbaan aanwezig moet zijn.

De ideale manege

“Manegeklanten zien op de ideale manege graag dat er veel waarde wordt gehecht aan het welzijn van de paarden en dan met name, de huisvesting en weidegang.“

De ideale manege

100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

Minder belangrijk Neutraal Belangrijk Zeer belangrijk

13


De ideale pensionstal

De ideale pensionstal

100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

Minder belangrijk Neutraal Belangrijk Zeer belangrijk

Naast faciliteiten biedt een pensionstal vaak ook nog een stuk service. Onderzocht is, aan welke service klanten het meest behoefte hebben. Hieruit blijkt dat klanten die een paard op een pensionstal hebben staan, graag willen dat het bedrijf de paarden voert en buiten zet. Ongeveer de helft van de klanten vindt het tevens belangrijk dat de stallen worden uitgemest.

Service Service op een pensionstal

“Klanten die een paard op een pensionstal hebben staan, willen graag dat het bedrijf de paarden voert en buiten zet�

op een pensionstal

100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

Minder belangrijk Neutraal Belangrijk Zeer belangrijk

14


Hoelang willen klanten dat paarden buiten staan? Hoe lang willen klanten dat hun paarden buiten staan? 0-1 uur 1-2 uur 2-4 uur 4-8 uur langer dan 8 uur

De laatste jaren wordt er veel aandacht besteed aan dierenwelzijn zowel vanuit de overheid als de sector. Dit heeft een bepaald bewustzijn gecreëerd bij de klanten van een manege en/ of pensionstal. Uit dit onderzoek blijkt dat de klant veel waarde hecht aan dierenwelzijn. De vraag is: “wat verstaan klanten onder dierenwelzijn?“ Dierenwelzijn bestaat uit vele verschillende aspecten en in de Gids voor Goede Praktijken staan richtlijnen en specifieke adviezen over voeding, huisvesting, beweging, gezondheid, gedrag en transport. In dit onderzoek is met name gekeken naar weidegang en sociaal contact. Bijna 100% van de klanten vindt het belangrijk dat paarden sociaal contact hebben met andere paarden en op hun manege of pensionstal naar buiten kunnen. Het liefst willen ze dat de paarden tussen de 4 en 8 uur of zelfs meer dan 8 uur per dag buiten staan.

Of deze uitkomsten realistisch en haalbaar zijn voor ondernemers is de vraag, het geeft wel inzicht in wat de klant graag wil. Waarschijnlijk zal elke hippische ondernemer het wel herkennen: klanten die in groepjes vertrekken. Bij vertrek van vijf klanten zullen de misgelopen inkomsten snel oplopen omdat het moeilijk is om binnen een paar weken de stallen weer vol te hebben. Ruim zestig procent van de klanten heeft aangegeven dat ze bereid zijn om over te stappen naar een andere stal wanneer er daar meer aan hun wensen wordt voldaan. Klantgericht werken en de klant binden biedt kansen.

“Zestig procent is bereid om over te stappen… klantenbinding loont”

15


Kengetallen: geld verdienen en geld besparen

Al enkele jaren wordt er door de brancheorganisaties FNRS en ZLTO in samenwerking met HAS Hogeschool gewerkt aan kengetallen van de hippische sector. Kengetallen zeggen iets over een bedrijf. Met kengetallen kunnen bedrijven met elkaar worden vergeleken en kunnen ze hun bedrijfsvoering verbeteren. De grote diversiteit in de paardensector maakt het produceren van kengetallen moeilijk. In tegenstelling tot de monitor van vorig jaar, welke een breed overzicht gaf van kengetallen van maneges en pensionstallen over meerdere jaren, is nu gekozen voor een andere aanpak. Vanuit een groep vergelijkbare manege bedrijven is gestart met het stap voor stap analyseren van een aantal belangrijke kostenposten. Hierbij is ook gekeken naar de technische informatie achter de getallen om deze voor andere ondernemers beter toepasbaar te maken op het eigen bedrijf.

Manegebedrijven Vaak worden discussies over kengetallen overheerst door het feit dat regionale verschillen over diversiteit tussen bedrijven onvoldoende worden meegenomen in de berekening. In deze vergelijking is gekozen voor ruitersportcentra met voornamelijk vier of vijf FNRS sterren, gelegen in stedelijke gebieden. De bezettingsgraad van de stallingsplaatsen van deze bedrijven was in 2012 - 92%.

Momenteel wordt zichtbaar dat er sprake is van een verdere daling van de bezettingsgraad van de stallen in 2013. De prijzen van de lessen zijn gebaseerd op lessen van een uur op een manegepaard of pony. Per bedrijf is op basis van het type abonnement (kwartaal, 10 ritten of anders) teruggerekend naar de prijs per uur om deze daarna met de andere bedrijven te vergelijken.

Bedrijfskengetallen deelnemende bedrijven 2012: Totaal aantal stallingsplaatsen

71,9

Aandeel pension

38%

Aandeel manege

56%

Totaal aantal hectare grond in gebruik

2,61

Bezettingsgraad stallingsplaatsen

92%

Aantal betaalde fte

5,9

Manegeles jeugd met meerrittenkaart in €

13

Manegeles volwassen met meerritten kaart in €

15,75

Prijs privéles per half uur met manegepaard in €

27,19


Mestkosten: verrassende verschillen tussen bedrijven Een interessante kostenpost die vaak wat minder kritisch wordt bekeken zijn de mestkosten. Dat de mest wekelijks wordt opgehaald en dat er een prijskaartje aanhangt is een vaststaand gegeven voor velen. Even stilstaan bij deze mestkosten kan echter geld opleveren.

Het is daarom zeer opvallend dat de prijzen voor het ophalen van de mest onnodig sterk verschillen.

De bedrijven in deze vergelijking gebruiken stro in de stallen. De stallen worden wekelijks uitgemest en de mest wordt in bijna alle gevallen wekelijks opgehaald. Over de hoeveelheid die wordt opgehaald zijn geen vaste afspraken gemaakt. De afspraak met de afnemer van de mest beperkt zich tot een vaste prijs voor het ophalen waarbij afstand, bereikbaarheid en hoeveelheid geen invloed hierop hebben.

Wat opvalt, is grote onderlinge verschillen tussen de bedrijven. Gemiddeld betalen de bedrijven jaarlijks € 2.623,30 excl. BTW. Het bedrijf dat het meeste geld kwijt was aan mestafvoer betaalde 4.360,- excl. BTW per jaar. Het bedrijf met de laagste jaarlijkse kosten betaalde in 2012 € 0,-. Per stallingsplaats betalen de ondernemers gemiddeld € 41,04. Met andere woorden, in gesprek gaan met de afnemer van de mest kan lonend zijn.

“In gesprek gaan met de mestafnemer kan lonend zijn”

Mestkosten per jaar in 2012

Mestkosten per stallingsplaats in 2012: Hoogste mestkosten per stallingsplaats Laagste mestkosten per stallingsplaats Gemiddelde mestkosten per stallingsplaats

17

€ 70,97 €0 € 41,04


Accountantskosten: zelf doen.

ondernemers

kunnen

veel

Accountantskosten zijn vaak in het oog springende bedragen als de verlies- en winstrekening bekeken wordt. Een ondernemer die niet graag bezig is met de cijfers en zich liever bezighoudt met andere zaken in zijn bedrijf neemt deze kosten wellicht voor lief. Weten wat er in je bedrijf gebeurt en tijdig bijsturen zijn zaken die samenhangen met het goed bijhouden van de financiĂŤle administratie. De groep bedrijven waaruit deze kengetallen zijn voortgekomen, zijn veelal voorlopers op dit gebied. Door aanschaf van een eigen boekhoudprogramma en het zelf inboeken wordt een groot deel van de administratie in eigen hand gehouden. De bedrijven in deze vergelijking hebben gemiddeld â‚Ź 5.537,- excl. BTW aan accountantskosten op jaarbasis. Al deze bedrijven boeken zelf in. Bij het inboeken is het gebruik van een goed en met name uniform rekeningschema van groot belang.

Om in de toekomst bedrijven in de paardenhouderij op snellere en meer efficiĂŤnte wijze met elkaar te vergelijken is uniformiteit belangrijk. Momenteel zijn er op dat gebied nog grote verschillen waarneembaar wat het vergelijken van bedrijven en het ontwikkelen van kengetallen bemoeilijkt. Gemiddeld genomen wordt voor de bedrijven in deze vergelijking het volgende gedaan door de accountant: Controle administratie en opmaken jaarrekening Aangifte BTW en inkomstenbelasting Niet in alle gevallen worden de advieskosten apart geboekt van de accountantskosten. Daarnaast wordt bij deze bedrijven in bijna alle gevallen de loonadministratie ook door de accountant verzorgd. Deze kosten zijn niet inbegrepen bij het totaal aan accountantskosten in deze vergelijking.

Accountantskosten 2012

18


Zelfstandig boekhouden Het zelfstandig boekhouden heeft voor- en nadelen:

Wim van Bergenhenegouwen en Vincent Valk over de voor- en nadelen van zelf boekhouden.

Voordelen: Lagere accountantskosten Meer inzicht in de actuele cijfers van het bedrijf Nadelen: Investeren in een boekhoudprogramma (of dat van uw accountant) Het kost tijd, zeker in het begin

Wim: “Als ondernemer wil je snel inzicht hebben in de resultaten van je bedrijf. Dan is het handig als je dit zelf kunt nakijken, terwijl ik voorheen afhankelijk was van mijn accountant. Ik merkte dat mijn behoefte aan cijfers niet overeen kwam met de beschikbaarheid. We zijn deskundig begeleid toen wij de stap hebben gezet naar zelf boekhouden. Onze accountant George van der Meijden heeft ons daarbij geholpen en spelenderwijs doen wij steeds meer zelf en zijn we dus minder afhankelijk van onze accountant.”

Kosten van een boekhoudprogramma Om de kosten van een boekhoudprogramma inzichtelijk te maken is een vergelijking gemaakt van een aantal programma’s die gebruikt worden binnen deze groep bedrijven.

Over de voordelen van zelf boekhouden zijn Wim en Vincent het met elkaar eens. Vincent: “Je kunt ermee aan de slag wanneer het jou uitkomt. De accountant kijkt mee en kan snel adviseren en de nodige verbanden leggen. Ook richting de bank heb je snel cijfers beschikbaar wanneer je wilt investeren.”

De volgende programma’s zijn met elkaar vergeleken, Afas, Exact, Imuis en Twinfield. Om deze met elkaar te vergelijken is bij alle programma’s uitgegaan van een standaard pakket. Een standaard pakket heeft in veel gevallen voldoende opties voor een hippisch bedrijf. De gemiddelde prijs voor deze standaard boekhoudprogramma’s is € 28,10 per maand.

Nadelen zijn er niet volgens Wim en Vincent. “De veel gehoorde nadelen zijn geen nadelen. Je moet willen professionaliseren als ondernemer. De cijfers zijn het stuur van je onderneming” aldus Wim.

19


Kosten van krachtvoer, ruwvoer en strooisel: bedrijven zijn onderling moeilijk te vergelijken

Krachtvoer en ruwvoer

De kosten van voer en strooisel vormen een groot deel van de directe kosten bij manegebedrijven. Maar liefst zo’n 15,5%. Per individueel bedrijf zijn er grote verschillen zichtbaar. Wanneer het totaal aan kosten van krachtvoer, ruwvoer en strooisel wordt opgeteld heeft het bedrijf met de laagste kosten per stallingsplaats, € 757,- excl. BTW aan kosten. Een verschil van bijna € 555,- per stallingsplaats per jaar, met het bedrijf met de hoogste kosten.

Het vergelijken van de kosten van krachtvoer en ruwvoer tussen bedrijven is lastig. Er zijn op de bedrijven veel verschillende aspecten die van invloed zijn op deze kosten, zoals voedingswaarde van zowel ruwvoer als krachtvoer maar bijvoorbeeld ook de hoeveelheid weidegang die de paarden krijgen en de arbeid die de paarden moeten verrichten. Paarden worden nog te vaak op gevoel gevoerd. Om efficiënter te gaan voeren is het belangrijk dat bedrijven weten wat de voedingswaarde van het ruwvoer is zodat de hoeveelheid krachtvoer hierop kan worden afgestemd.

Totale voerkosten * per stallingsplaats per jaar in 2012: Hoogste voerkosten per stallingsplaats Laagste voerkosten per stallingsplaats Gemiddelde voerkosten per stallingsplaats

€ 1.312,58 € 757,01 € 1.001,63

*Met totale voerkosten wordt hier bedoeld, de totale kosten van krachtvoer, ruwvoer en strooisel.

Strooisel Een van de zaken die opvalt is het grote verschil in aankoopprijs van het strooisel. De bedrijven in deze vergelijking maken allemaal gebruik van stro in de stallen. Het bedrijf dat het scherpst heeft ingekocht betaalde in 2012 € 120,- excl. BTW per ton stro, het bedrijf dat het meest betaalde was € 166,- excl. BTW per ton stro kwijt. Het belang van scherp inkopen wordt hiermee nog eens onderstreept. Tevens is er sprake van grote diversiteit tussen de bedrijven met betrekking tot weidegang, het aantal keren per week strooien van de stallen en de wijze van uitmesten.

Al deze aspecten zijn van invloed op het verbruik van strooisel. Het bedrijf met het laagste strooiselverbruik per stallingsplaats per jaar heeft de mogelijkheid om de paarden het hele jaar door weidegang te bieden. Het bedrijf met het hoogste strooisel verbruik per stallingsplaats per jaar heeft een beperkt aantal maanden per jaar de mogelijkheid om de paarden weidegang te beiden. Echter maakt deze ondernemer hierin een bewuste keuze en strooit de stallen naar behoefte van zijn klanten wat een hoog strooiselverbruik tot gevolg heeft.

20


Trendpanel geeft toekomstperspectief weer

In december 2012 heeft HAS Hogeschool samen met brancheorganisaties FNRS en ZLTO het initiatief genomen om het Trendpanel Paard op te richten. Het doel van het Trendpanel Paard is het signaleren van trends in de sector, het bespreken van kansen en mogelijkheden. Het Trendpanel Paard bestaat uit toppers uit de gehele paardensector, zowel primaire bedrijven als toeleveranciers.

Het Trendpanel Paard is opgericht door HAS Hogeschool samen met brancheorganisaties FNRS en ZLTO. Deelname aan het Trendpanel Paard vindt plaats op uitnodiging en de samenstelling varieert per onderwerp. Het Trendpanel Paard bestond het afgelopen jaar uit de volgende personen: Pieter Verschuuren (Rabobank), Antoon Sanders & Marinka Crielaard (ZLTO), Joep Bartels & Peter Scheer (HAS Hogeschool), Jack Oomen (Hippo Zorg), Rob Krabbenborg (Pavo), Minne Hovenga (Eisma), Harry Boertjes (Boertjes Makelaardij), Wilfred Franken & Jan-Paul Duijndam (FNRS), Carl Drenth (Alfa Accountants), Ludy Swinkels (Bieman de Haas), Leen Soldaat (Idots Trainingssystemen).

21


De betere manegebedrijven overleven Voorheen was het in tijden van recessie vaak zo dat manegebedrijven achter liepen in deze cyclus en helemaal niet of pas later te maken kregen met een terugslag. Het Trendpanel Paard trekt de conclusie dat dit nu niet het geval lijkt. Ook maneges hebben te maken met een terugslag. De sterke bedrijven en maneges die enkele goede jaren achter de rug hebben, kunnen op dit moment overleven en straks doorgaan wanneer er betere economische tijden aanbreken. Niet alle manegebedrijven hebben te maken met een terugloop in de manegelessen. “De terugloop zit met name in de omzet van pensionstalling en horeca op deze bedrijven” aldus Peter Scheer van HAS Hogeschool. Bij de FNRS wordt geconstateerd dat het aantal ruiters met een ruiterpaspoort niet afneemt maar redelijk stabiel blijft. Wilfred Franken van de FNRS: “Individueel zijn er wel bedrijven die met terugloop van omzet kampen, consumenten moeten nu al ongeveer vijf jaar beter op hun portemonnee passen dan voorheen”. Bedrijven waar het ondernemerschap te wensen overlaat en ook verouderde en rommelige accommodaties krijgen steeds meer te maken met een teruglopende omzet. Deze bedrijven zijn niet in staat om geld te reserveren om investeringen te doen of om de accommodatie op te knappen. Ook voor investeringen in zaken zoals welzijn zijn vaak geen financien beschikbaar.

22

Of deze bedrijven deze ‘magere jaren’ overleven zal moeten blijken. De verwachting van het Trendpanel is dat er sanering optreedt als de recessie de komende jaren nog aanhoudt. Dan zullen er minder bedrijven overblijven. De betere bedrijven zullen overleven. Onder meer uit een onderzoek naar de behoeften van manegeklanten en pensionklanten, dat elders in deze monitor staat vermeld, blijkt dat klanten steeds meer belang hechten aan welzijn en huisvesting van de paarden. Daarnaast is klantgerichtheid van het personeel een eis. De betere bedrijven zijn bedrijven die ingespeeld hebben op dergelijke wensen van de klant, bedrijven die klantgericht zijn en die ook een betere prijs kunnen vragen voor hun product die daarbij past.

Pensionstallen hebben dalende bezetting Pensionstallen hebben te maken met een dalende bezettingsgraad. Waar voorheen de stallen altijd vol stonden en een nieuwe klant zich direct had gemeld bij leegstand is er nu een nieuwe situatie ontstaan. Een vrijgekomen stal staat langer leeg. Jack Oomen van Hippo Zorg paardenverzekeringen: “In de jaren voor de recessie is het aantal bedrijven sterk toegenomen.


Zeker in de agrarische hoek zijn veel bedrijven omgeschakeld naar pensionstalling. Het huidige overschot aan stallen is daar een gevolg van. Er lijkt een terugloop zichtbaar in het eigen paardenbezit onder consumenten. Dit leidt het Trendpanel af uit een aantal zaken zoals een terugloop van verkoop van krachtvoer, minder verzekerde paarden en leegstand van stallen. Een ontwikkeling die samenhangt met de explosieve groei van het aantal pensionstallen is concurrentie op prijs. Uit onderzoek naar de behoeften van manegeklanten en pensionklanten, blijkt dat de prijs van pensionstalling wel degelijk een rol speelt bij de keuze van een consument. Maar, zaken die samenhangen met het welzijn van de paarden zoals mogelijkheden voor weidegang en huisvesting spelen een veel grotere rol. Het Trendpanel concludeert hieruit dat welzijn, service en sfeer belangrijke verkoop argumenten zijn voor pensionstallen. Antoon Sanders van ZLTO: “Een ondernemer moet zich bewust zijn van zijn (of haar) onderscheidend vermogen ten opzichte van de concurrentie. Communicatie met je klant en sociale aspecten zijn vaker doorslaggevend voor een consument dan gedacht.” Bij de pensionstallen is de situatie aanzienlijk moeilijker dan bij de maneges. Maar ook hier hebben de betere bedrijven weer de beste overlevingskansen. In het trendpanel viel enkele malen de term ‘sanering’. De huidige recessie zorgt er voor dat de overcapaciteit in de markt iets kleiner wordt. Maar aan de onderkant van de markt zal wel altijd een flinke extra capaciteit blijven bestaan omdat de pensionsector daar voor een deel uit hobbyisten bestaat. “Particuliere liefhebbers of agrariërs, die het leuk vinden om een paar paardjes in pension te hebben, zullen er altijd wel blijven. En daar is ook niets mis mee. Zij bedienen een deel van de markt, dat vanwege de prijsstelling niet interessant is voor de professionele pensionhouder. Die professional moet ook niet op prijs willen concurreren met die markt, maar ervoor zorgen dat hij (of zij) door extra faciliteiten en service onderscheidend is. Dan zal de klant daarvoor ook een extra bonus willen betalen” aldus Joep Bartels, lector bij HAS Hogeschool.

“Er zijn mogelijkheden om naast het paard geld te verdienen” Voor maneges en pensionstallen zijn er mogelijkheden om naast het paard geld te verdienen. Behalve rijden kunnen er cursussen en opleidingen worden verkocht aan klanten maar ook verbreding richting bijvoorbeeld kinderopvang behoort tot de mogelijkheden. Het Trendpanel paard heeft de ontwikkelingen in de overige bedrijfstakken, zoals handel, fokkerij en sportstallen wel besproken maar hier geen conclusies aan verbonden. Door het ontbreken van feitelijke gegevens ter onderbouwing is het op dit moment niet realistisch om hier verder op in te gaan.

23

Opwaartse trend in kostenontwikkeling krachtvoer Het voeren van krachtvoer is een gegeven in de paardenhouderij. De kennis over het voeren van paarden is de afgelopen jaren enigszins toegenomen. Veel paardenhouders zijn zich bewust geworden van het belang van ruwvoer waardoor de hoeveelheid krachtvoer die gevoerd wordt is gedaald. Rob Krabbenborg van Pavo: “De kosten van het krachtvoer spelen natuurlijk ook een rol. De prijzen van de grondstoffen voor krachtvoer zijn na 2009/2010 alleen maar gestegen. De prijsontwikkeling hangt sterk samen met de prijs van olie en de vraag naar deze agrarische producten voor de winning van energie. Een voorspelling doen over de prijs van grondstoffen voor de komende jaren is dan ook lastig maar producenten houden er rekening mee dat deze op een hoog niveau blijven.” Een harde uitspraak is hierover pas te doen als de wereldwijde cijfers over de granenoogst van 2013 binnen zijn.


Voervergelijk maakte een overzicht van de ontwikkeling van krachtvoerprijzen van 2009 tot en met 2012. Dit overzicht is gemaakt op basis van de prijzen van de drie grootste producenten van paardenvoer op basis van de drie meest verkochte producten van deze producenten.

Gemiddelde prijs paardenbrok (zakgoed) in euro/kg

Kennis over ruwvoer beneden de maat Als de ontwikkelingen op het gebied van ruwvoer nader worden bekeken concludeert het Trendpanel dat de kennis hierover te wensen over laat. BLGG Expertus maakte in 2012 een analyse van circa 200 ingestuurde ruwvoermonsters. Rob Krabbenborg van Pavo: “Uit deze analyse blijkt dat er steeds minder eiwit in het ruwvoer zit en het gehalte aan suiker steeds verder stijgt. Weten paardenhouders eigenlijk wel wat ze voeren aan hun paarden?” Minder dan 5% van de paardenbedrijven laat ruwvoer onderzoeken. Dat betekent dat een groot deel van de paarden in Nederland ruwvoer te eten krijgt waar weinig tot niets van bekend is.

Bron: voervergelijk

Het Trendpanel concludeert dat het krachtvoer duurder is geworden maar dat tevens bewustwording van paardenhouders de reden is voor een daling van het krachtvoerverbruik in de totale sector. Uit cijfers van de Nederlandse Vereniging voor Diervoederindustrie (Nevedi) blijkt dat de omzet van paardenvoer verkoop in 2011 met 9% is gedaald ten opzichte van 2010. Met het ter perse gaan van deze monitor zijn de cijfers van 2012 nog niet bekend. Krachtvoer is uiteindelijk maar een kleine kostenpost op de totale exploitatie van een paardenbedrijf, bij manegebedrijven zo’n 4,5% van de totale kosten, bij pensionstallen circa 8%. Er wordt meer waarde aan gehecht dan gerechtvaardigd is op basis van het percentage van krachtvoer op de totale kosten. Veel belangrijk is het aspect ‘gezondheid paarden’, waarbij een juiste verhouding tussen optimaal krachtvoer en ruwvoer een rol spelen.

Marinka Crielaard van ZLTO: “Door de stijgende aandacht voor het welzijn van de paarden wordt niet altijd de juiste keuze voor het paard gemaakt. Consumenten kijken met name naar het aantal uren weidegang van de paarden en gaan voorbij aan het feit dat dit een overmatige suikerinname door het paard tot gevolg kan hebben.”

“Minder dan 5% van de paardenbedrijven laat ruwvoer onderzoeken” Ondernemers doen er goed aan om hun kennis over het ruwvoer dat ze voeren te vergroten en dit ook uit te leggen aan hun klanten zodat een goede balans wordt gevonden die de gezondheid en het welzijn van de paarden ten goede komt. Het Trendpanel Paard verwacht dat het over tien jaar gebruikelijk is in de paardenhouderij om ruwvoer alleen nog te kopen als de specificaties van het voer bekend zijn. Dit zou in ieder geval de gezondheid van de paarden ten goede komen. Vanwege de toenemende aandacht van de klant voor een optimaal welzijn van zijn of haar paard zal dit aspect in de komende jaren meer aandacht krijgen.


Internationalisering is belangrijke trend De marktleider op het gebied van paardenverzekeringen in Nederland constateert dat het aantal verzekerde paarden in met name Nederland en België de laatste jaren afgenomen is. Jack Oomen van Hippo Zorg paardenverzekeringen: “Met name in Nederland en België lijkt de crisis in de paardensector harder toe te slaan dan in andere Europese landen.” Daarom richt Hippo Zorg zich sterk op het buitenland. De groei van die markt vangt momenteel de terugloop in Nederland enigszins op. Een bedrijf als Bieman de Haas, groothandel in paardensportartikelen, beaamt deze ontwikkeling. Ludy Swinkels van Bieman de Haas: “Wij behalen 65% van onze omzet buiten Nederland. Het kost voor bedrijven grote moeite om voet aan de grond te krijgen in het buitenland maar daar zit wel de groeimarkt.” We profiteren als Nederlandse bedrijven nog niet maximaal van Nederland Paardenland. Joep Bartels, lector bij HAS Hogeschool: “Door de fokproducten van Nederlandse bodem maar ook met name de paardenkennis in dit land zijn we gerenommeerd als paardenland. Dit hebben we onder meer te danken aan de Olympische prestaties van Nederlandse paarden en ruiters door de jaren heen. Daar kunnen we als sector nog veel meer uit halen.” Het succesvol opereren van Nederlandse bedrijven op de buitenlandse markt heeft zijn weerslag op de totale sector.

“We profiteren als Nederlandse bedrijven nog niet optimaal van Nederland Paardenland. “ Met name voor de bedrijfstakken die exporteren liggen er mogelijkheden. Samenwerking tussen Nederlandse bedrijven bij hun buitenlandse expansie is daarbij een belangrijk item, dat het Trendpanel van harte aanbeveelt. Jack Oomen wijst in dit kader op de Holland National Horse Foundation, een initiatief van een aantal Nederlandse bedrijven en het KWPN.

Professionaliseren is de enige oplossing Professionalisering is een breed begrip en het wordt al jaren te pas en te onpas geroepen als dé oplossing voor de paardensector, waar het hobbyisme in sommige takken nog steeds de boventoon voert. Het Trendpanel Paard spreekt haar zorgen uit over de toekomst van de paardensector, omdat er maar een zeer kleine bovenlaag van goed geleide professionele bedrijven is. Bij de toeleveranciers en in de handel zijn gelukkig steeds meer bedrijven die professioneel te werk gaan en de wereldmarkt hebben ontdekt. Maar voor manegebedrijven en pensionstallen, die de basis vormen voor de aanwas van nieuwe paardenliefhebbers en ruiters in ons land, geldt dat er nog een professionaleringsslag gemaakt moet worden. Zij moeten concurreren met de hockeyclub, de tennisvereniging, de scouting en al die andere vormen van vrijetijdsbeoefening die ook steeds professioneler worden. Als de paardensport niet mee ontwikkelt verliest het deze slag. Voor professionalisering is allereerst ontwikkeling van de ondernemer noodzakelijk, maar er is ook geld nodig. En daar zit een groot probleem. Uit steeds meer geledingen klinkt door dat het financieren van paardenbedrijven steeds moeizamer verloopt. Het overdragen van bedrijven naar de jongere generatie loopt vertraging op of lijkt onmogelijk doordat de exploitatie van bedrijven te wensen overlaat. De exploitatie is voor banken steeds meer doorslaggevend dan de onderliggende waarde van het onroerend goed. Waar geen winst gemaakt wordt, wordt niet gefinancierd. De ondernemer is de sleutel. Biedt uw klant een product wat bij die klant past, dan wil de klant ervoor betalen.

25


Colofon De Ondernemersmonitor 2013 is ontstaan uit een samenwerking tussen HAS Hogeschool, FNRS en ZLTO. Met bijzondere dank aan de studenten van HAS Hogeschool die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het tot stand komen van de ondernemersmonitor 2013: Maarten Moor, MuriĂŤl Koelen, Robbin Verhoeve en Sabine Witteveen

HAS Hogeschool ’s-Hertogenbosch www.hashogeschool.nl kennismakerpaard@has.nl ZLTO www.zlto.nl info@zlto.nl

Ontwerp en vormgeving: EHSCommunications - Weert info@ehscommunications.nl

FNRS www.fnrs.nl contacten@fnrs.nl

Fotografie: Sjoert Pegge HAS Hogeschool FNRS ZLTO Imadia.nl

Redactie: Joep Bartels, Fenna Westerduin, Peter Scheer, Nelleke Krol, Wilfred Franken, Jan-Paul Duijndam, Antoon Sanders, Marinka Crielaard. Informatie & vragen: kennismakerpaard@has.nl

Overname van artikelen is alleen toegestaan na toestemming van de redactie. Hoewel aan de samenstelling van de inhoud de meeste zorg is besteed, kan de redactie geen aansprakelijkheid aanvaarden voor mogelijke onjuistheden of onvolledigheden.

26


Has ondernemersmonitor 2013  
Advertisement