Page 1

DaF-architecten / Rotterdam HET OMGEKEERDE ONTWERP Een deductieve analyse van het werk van DaF

Dienstencentrum Plaswijckpark, Rotterdam Medisch Centrum De Pionier, Nieuw Vennep Sportcomplex Caland, Amsterdam Osdorp

Tekst & samenstelling: Eelko Kroon


C

O

L

O

F

O

Initiatief: DaF-architecten Ir. P.J.J. van der Voort Delftsestraat 29b 3013 AE Rotterdam Telefoon: 010-2621706 Telefax: 010-4624264 E-mail: daf@luna.nl Website: www.dafarchitecten.nl Tekst & samenstelling: Eelko Kroon Sluisweg 66 3371 EW Hardinxveld-Giessendam Telefoon: 0184-617423 Mobiel: 06-43522643 E-mail: L.K.Kroon@student.tudelft.nl Tekeningen & illustraties: DaF-architecten Eelko Kroon Foto’s: DaF-architecten Eelko Kroon Marcel van der Burg Jeroen Musch Aanleiding: Stageonderzoek Bacheloropleiding Bouwkunde Technische Universiteit Delft Faculteit Bouwkunde Julianalaan 134 2628 BL Delft Postbus 5043 2600 GA Delft Telefoon 015-2789111 E-mail: informatie@bk.tudelft.nl Website: www.bk.tudelft.nl StagecoÜrdinator: Ir. P.A.E. Chlimintzas E-mail: P.A.E.Chlimintzas@tudelft.nl 2

N


P

R

O

L

O

O

G

In het jaar 2008 heeft DaF-architecten drie projecten opgeleverd die allemaal terug te voeren zijn op een basistypologie: de doos. Het gaat om het Dienstencentrum Plaswijckpark in Rotterdam, Medisch Centrum De Pionier te Nieuw Vennep en Sportcomplex Caland in Amsterdam Osdorp. Aan de hand van die drie projecten wordt getracht een ontwerpmethode van DaF-architecten te destilleren. Dat is een deductief proces. De drie projecten zullen worden ontleed (gedeconstrueerd) op basis van verschillende actuele ontwerpthema’s die voorbij komen in het ontwerpproces. Het betreft onder meer: duurzaamheid, inpassing in de omgeving, interne ontsluiting (ruimteorganiserend principe) en overzichtelijkheid, gevelontwerp, diepere werking van het gebouw (boodschap), kostenbeheersing, typologie en archetype. Het doel is dus om dieper door te dringen tot het wezen van ontwerptrio DaF. De opgedane zelfkennis kan mede richting geven aan de toekomst van ons bureau. Ir. P.J.J. van der Voort

3 april 2009

3


I

4

N

H

O

U

D

Colofon

2

Proloog

3

Inleiding

5

Projectgegevens

6

Uitgangspunten

7

Locatiegeschiedenis

8

Locatieontwikkeling

10

Inpassing

14

Volumeopbouw

18

Organisatieprincipes

20

Functieweergaven

22

Maatsystematiek

24

Duurzaamheid

26

Gevelbeeld & detaillering

30

Interieur

34

Bouwkosten

36

Regelgeving

38

Referenties

42

Bevindingen

44

Conclusie

44

Epiloog

45

Literatuur

45

Dienstencentrum Plaswijckpark, Rotterdam


I

N

L

E

I

D

I

N

G

DaF-architecten is sinds haar ontstaan bezig geweest met het vinden van een noemer waaronder haar ontwerpen gegroepeerd kunnen worden. Voor bedrijven worden, commercieel gezien, twee zaken van het grootste belang geacht: herkenbaarheid en specialisatie. Omdat DaF-architecten zich nooit ontwikkeld heeft tot een bureau dat zich bijvoorbeeld voornamelijk bezig houdt met woningbouw, maar telkens weer vanuit een andere hoek benaderd wordt voor een opdracht, is er geen sprake van specialisatie in specifieke programma’s. Sterker nog: je zou kunnen zeggen dat het gebrek aan specialisatie juist opvalt als constant gegeven. Omdat DaF-architecten nooit te werk gaat met vooropgezette vormconcepten of met het nastreven van een bepaalde esthetiek, zijn er weinig overeenkomsten tussen projecten onderling. Het bureau gaat altijd onderzoekend te werk met de eigenheid van de locatie en de opgave als onderleggers. DaF laat bewust ruimte voor de preoccupaties van de opdrachtgever. Soms betekent dat dat je juist iets doodgewoons moet maken in plaats van iets bijzonders, of iets herkenbaars in plaats van iets abstracts. Paradoxaal genoeg blijkt soms het gewone enorm te contrasteren met de omgeving en komt het herkenbare soms volstrekt onverwacht. DaFarchitecten wil in haar architectuur de vrijheid hervinden om ook banale (arche-)types te bewerken; het gaat niet direct om het beeld, noch om stijlvastheid, herkenbaarheid of handtekening.

Medisch Centrum De Pionier, Nieuw Vennep

Architectuur is niet in één oogopslag te waarderen maar openbaart haar waarde en relevantie langzaam aan de bezoeker of gebruiker. Pas dan worden onderliggende motieven en structuren zichtbaar, pas dan ontstaat herkenning en affiniteit. Op de vraag hoe DaF-architecten zich onderscheidt van andere architecten en wat men van het bureau kan verwachten kan dus alleen een genuanceerd antwoord gegeven worden. In dit boekwerk wordt dit geprobeerd door drie projecten aan de hand van verschillende thema’s met elkaar te vergelijken. Uiteindelijk blijkt uit de wijze waarmee met de gestelde vragen omgegaan wordt een zekere constante ontwerphouding. Sportcomplex Caland, Amsterdam Osdorp

5


PROJECTGEGEVENS

Dienstencentrum Plaswijckpark, Rotterdam

Een gebouw ontstaat door samenwerkingen tussen diverse partijen. Deze worden hier in hooflijnen benoemd. Overige relevante zaken, zoals de locatie en de kosten worden ook overzichtelijk vermeld.

Architect:

DaF-architecten, Rotterdam

Architect:

DaF-architecten, Rotterdam

Architect:

DaF-architecten, Rotterdam

Opdrachtgever:

Stichting Plaswijckpark

Constructeur:

Van Looije, Rotterdam

Opdrachtgever:

Samenwerking Gezond- heidscentrum Kopsstraat

Tekenwerk:

Technisch Ontwerpbureau MR7, Rotterdam

Aannemer:

Dura Vermeer

Constructeur:

Bouwkundig Diensten Buro, Hoofddorp

Opdrachtgever:

Stadsdeel Osdorp, Amsterdam

Locatie:

C.N.A. Looslaan, Hillegersberg, Rotterdam

Installatieadvies:

Bouwkundig Diensten Buro, Hoofddorp

Management:

VKZ, Utrecht

GPS:

51o 57’ 21.19” NB 4o 29’ 12.66” OL

Aannemer:

PGM Bakker, Nieuw Vennep

Constructeur:

Van der Vorm Engineering, Maarssen

Oplevering:

December 2008

Adviesbureau Van der Weele, Groningen

792 m2 BVO

Kopsstraat 11, Nieuw Vennep

Installatieadvies:

Omvang:

Locatie:

Bouwsom:

€ 500.000

GPS:

52o 16’ 22.59” NB 4o 37’ 34.84” OL

Aannemer:

Heijmans Bouw Amsterdam BV

Oplevering:

September 2008

Aannemer installaties: Installatiebedrijf Andriessen, Houten

Omvang:

1.379 m2 BVO

Bouwsom:

€ 1.367.000

Locatie:

Eliza van Calcarstraat 2, Amsterdam

GPS:

52o 21’ 15.59” NB 4o 48’ 25.31” OL

Oplevering:

Januari 2008

Omvang:

7.524 m2 BVO

Bouwsom:

€ 7.000.000

B

6

e

v

i

n

d

i

n

g

e

n

De verschillen in omvang tussen de drie projecten komen hier al heel duidelijk uit de cijfers naar voren. De gebouwen verschillen aanzienlijk in bruto vloeroppervlakte, bouwsom en het aantal meewerkende partijen. Toch zal ondanks de uiteenlopende gegevens blijken dat er diverse overeenkomsten tussen de gebouwen zijn.

Medisch Centrum De Pionier, Nieuw Vennep

Sportcomplex Caland, Amsterdam Osdorp


Uitgangspunten Dienstencentr um

Uitgangspunten Medisch Centr um

Uitgangspunten Sportcomplex

UITGANGSPUNTEN

In het Plaswijckpark in Rotterdam stonden diverse vervallen gebouwtjes die nog steeds werden gebruikt voor het verzorgen van dieren, onderhouden van speeltoestellen en koffie drinken. Omdat er weinig ruimte voor opslag was, werd er veelal gebruik gemaakt van de buitenruimte voor het opslaan van goederen en afval. Dit leidde tot een rommelig beeld in het groene park.

Het Medisch Centrum De Pionier is de behuizing voor een collectief artsen, een fysiotherapie-praktijk, een apotheek en een aantal gelieerde voorzieningen voor gezondheidszorg.

Het Calandterrein in Amsterdam Osdorp werd herontwikkeld. Naast het nieuwe Caland-college komen er woningen en een nieuw sportcomplex. DaF-architecten ontfermde zich over het ontwerp van dat sportcomplex.

Alvorens een gebouw te ontwerpen, is het van belang om eerst enkele uitgangspunten te formuleren waar naartoe gewerkt kan worden. Deze uitgangspunten voor de drie geanalyseerde projecten worden hier beschreven.

DaF-architecten kreeg de opdracht om een dienstengebouw te ontwerpen dat deze tekorten tegemoet komt. De vervallen gebouwtjes verstoren de schoonheid van het park. Een uitgangspunt voor de nieuwbouw was dan ook om het gebouw te integreren in de groene omgeving. Hierdoor wordt tevens tegemoet gekomen aan de wensen van omwonenden, aangezien het dienstengebouw op een plaats komt die zichtbaar is vanaf de C.N.A. Looslaan.

De locatie van De Pionier vraagt om een bijzondere aanpak. Het bouwkavel is namelijk gelegen aan de rand van een bedrijventerrein in Nieuw Vennep. Door de komst van de VINEX-wijk Getsewoud is dit terrein in het hart van het dorp komen te liggen. De gemeente Haarlemmermeer heeft daarom de ambitie om het bedrijventerrein (ook De Pionier geheten) te transformeren in een voorzieningenstrook. Het Medisch Centrum is het eerste project dat deze taak op zich neemt.

Ondanks toevoeging van een fors programma dient het groene karakter van het terrein behouden te blijven. De opgave is dus om een zeer groot complex, van ruim 7.500 m2, niet storend te laten zijn voor een groen gebied. Daarom moet er slim omgegaan worden met bouwvolumes, hoogte en compositie.

De ambitie om het bedrijventerrein te verbinden met de VINEX-wijk, vraagt om een expressieve uitstraling van het complex. Door de vormgeving van het gebouw zal een relatie gelegd worden met de aan de overzijde van de Nieuwerkerker Tocht gelegen woonwijk, zodat het bestaande bedrijventerrein tevens op een heldere manier afgesloten wordt.

B

e

v

i

n

d

i

n

g

e

n

DaF-architecten ziet de inpassing in de omgeving voor elk ontwerp als een essentieel ontwerpthema. Dat komt dan ook duidelijk naar voren bij de uitgangspunten voor de gebouwen. Hoewel de locaties veel van elkaar verschillen, zal toch blijken dat er diverse middelen zijn om tot een vergelijkbaar resultaat te komen.

7


L O C AT I E G E S C H I E D E N I S

Locatiegeschiedenis Dienstencentr um

De omgeving is altijd van invloed op een gebouw. Een gebouw is bepalend voor een omgeving. De locatie van de geanalyseerde gebouwen is van belang. Zoals de gebouwen zelf in enkele jaren zijn ontwikkeld, heeft de locatie zich in vele eeuwen ontwikkeld. De omgevingen van de gebouwen hebben een geschiedenis. Deze geschiedenis komt op deze pagina aan bod.

Het Plaswijckpark is in 1923 door de Rotterdamse horeca-ondernemer C.N.A. Loos opgericht als Theetuin Hillegersberg. Deze theetuin omvatte ook een dierenparkje. De theetuin werd uitgebreid met een rosarium, een speeltuin, een uitkijktoren en een rondvaartboot. Ook waren er roeiboten te huur. Het Plaswijckpark ligt aan de Bergse Plassen en is al bijna een eeuw een rustige groene plek tussen Rotterdamse stadswijken. Het park te Hillegersberg was decennia lang ĂŠĂŠn van de weinige plekken voor mensen uit het oude noorden van

Rotterdam om te kunnen ontspannen. Nog steeds staat het Plaswijckpark bekend als familiepark. Tegenwoordig beschikt het over een grote verkeerstuin, een uitgebreide speeltuin met attracties als de draaimolen, de kabelbaan, waterfietsen, de zogenaamde Kangaroetsjjjj en een waterspeeltuin. Het Plaswijckpark ligt in de Rotterdamse deelgemeente Hillegersberg. In de afbeelding hieronder is de ligging ten opzichte van het stadscentrum weergegeven.

Dienstencentrum Plaswijckpark

B

8

e

v

i

n

d

i

n

g

e

n

DaF-architecten profileert zich als een bureau dat een grote interesse heeft voor het verleden. Er zijn gedurende het bestaan van het bureau reeds diverse (cultuur)historische onderzoeken uitgevoerd. Dat is dan ook de reden dat de globale historie van de ontwerplocaties van de drie analysegebouwen hier aan bod komt. Aangezien deze globale geschiedenis geen concrete invloed heeft op de ontwerpen van de gebouwen, wil dat niet zeggen dat deze historie niet van belang is. De hoofdlijnen van de geschiedenis vormen altijd een element dat in het achterhoofd gehouden wordt tijdens het ontwerpproces van een hedendaags gebouw.

Rotterdam


Locatiegeschiedenis Medisch Centr um Nieuw Vennep ligt in de provincie Noord Holland en behoort tot de gemeente Haarlemmermeer. Nieuw Vennep is, net als Hoofddorp, officieel gesticht na de drooglegging van dit gebied. Tot 1868 heette Nieuw Vennep Venneperdorp, daarna is tot in de jaren zestig van de vorige eeuw de naam gewijzigd in De Vennep. Ten noordwesten van het huidige Nieuw Vennep lag vroeger het eiland Vennip of Vennep, waar Nieuw Vennep zijn naam aan te danken heeft. De eerste bewoners waren landarbeiders die onder

Locatiegeschiedenis Sportcomplex moeilijke omstandigheden moesten leven. Door de zware omstandigheden kreeg het dorp als bijnaam De Krim, afgeleid van de Krimoorlog die tussen 1853 en 1856 woedde. Doordat Hoofddorp het bestuurlijk en economische centrum van de gemeente werd, bleef de ontwikkeling van NieuwVennep achter. Nieuw Vennep behoort, zoals reeds vermeld, tot de gemeente Haarlemmermeer. Het centrum van deze gemeente bevindt zich in Hoofddorp, dat ten noordoosten van Nieuw Vennep ligt.

Osdorp is een deelgemeente van de gemeente Amsterdam. De naam is afgeleid van de vroegere naam ‘Oostdorp’. In 1529 werd het dorp door de Heer van Brederode aan Amsterdam verkocht. Bestuurlijk bleef het toen zelfstandig. Vanaf 1816 maakte Osdorp uit van de gemeente Sloten. In 1921 werd het gebied door Amsterdam geannexeerd. Osdorp werd per 1 december 1981 één van de twee eerste autonome stadsdelen van de gemeente Amsterdam - tegelijk met Amsterdam-Noord. Osdorp wil graag bekend staan als ‘parkstad’,

maar maakt dit slechts beperkt waar. Het Calandterrein is een parkachtige omgeving te midden van stedelijke bebouwing. In de verkaveling zijn geen vaste rooilijnen, maar het hele gebied is opgezet met diverse in het groen gelegen ‘paviljoens’. Sinds 2001 is de deelgemeente bezig met de herstructurering van dit terrein, waarbij tevens plaats kwam voor een nieuw sportcomplex. Osdorp ligt aan de rand van Amsterdam, ten zuidwesten van de binnenstad.

Hoofddorp

Amsterdam

Medisch Centrum De Pionier

Sportcomplex Caland

Nieuw Vennep

9


LOCATIEONTWIKKELING

Locatieontwikkeling Dienstencentr um

De nabije omgeving van de drie ontwerplocaties is door de komst van de gebouwen gewijzigd. Soms is de verandering van de omgeving alleen door het nieuwe gebouw veroorzaakt, terwijl er in andere gevallen een grootschaligere stedenbouwkundige ontwikkeling plaats heeft gevonden. Deze veranderingen worden in dit hoofdstuk in kaart gebracht.

In het Plaswijckpark stonden diverse vervallen gebouwtjes en bevonden zich overal losse voorwerpen, zoals afvalcontainers. Deze elementen hebben plaats gemaakt voor het nieuwe Dienstencentrum, dat tevens een overdekte buitenopslag bevat.

In onderstaande situatieplattegronden is te zien dat het nieuwe dienstencentrum een detonerend groot volume is ten opzichte van de omliggende bebouwing. Dat past niet in de parkachtige omgeving. De bewoners van de C.N.A. Looslaan heb-

45/300

B

e

v

i

n

d

i

n

g

e

ben hier geen bezwaar tegen gemaakt, maar de deelgemeente heeft wel kritiek geleverd. Hoe DaFarchitecten hiermee om is gegaan komt verderop aan bod.

45/300

n

Uit de locatietekeningen blijkt dat DaF-architecten bij alle drie de projecten wijzigingen heeft doorgevoerd door nieuwe footprints toe te voegen. Bij het Dienstencentrum in Rotterdam is de ambitie om het gebied minder rommelig te doen worden door meerdere functies in ĂŠĂŠn bouwwerk te plaatsen erg geslaagd. De negatieve impuls die dit geeft is het ontstaan van een detonerende grootschaligheid, die later nog aan bod komt. Het project in Nieuw Vennep geeft aan dat overheden niet altijd meegaan met ambities van architecten. Regelgeving kan beperkend zijn voor architectuurprojecten. De opgestelde rooilijn mocht niet overschreden worden. De bijzonderheid van de locatie is ontstaan door de toevoeging van de nieuwe VINEX-wijk, waar op een weloverwogen wijze mee omgegaan moest worden bij het vormgeven van het Medisch Centrum.

10

Sportcomplex Caland is een bijzonder gebouw in een bijzondere omgeving. DaF-architecten heeft door te kiezen voor een paviljoenopstelling overduidelijk aansluiting gezocht bij de omliggende bebouwing.

Oude situatie

50 m

Huidige situatie

50 m


Locatieontwikkeling Medisch Centrum In 1998 werd Nieuw Vennep uitgebreid met de VINEX-wijk Getsewoud. Dit leidde ertoe dat het bedrijventerrein De Pionier, dat voorheen aan de rand van het dorp lag, in het centrum van het dorp kwam te liggen. De ontwerplocatie ligt aan de rand van het bedrijventerrein en bevindt zich dus in een overgangszone tussen de woonwijk en dat terrein.

toekomstige rooilijn

De stedenbouwkundige van de Gemeente Haarlemmermeer schreef een nieuwe rooilijn voor, waarbinnen alle randbebouwing van het bedrijventerrein moet vallen. DaF-architecten was echter van mening dat de bijzondere functie van het Medisch Centrum, dat dus eigenlijk een bijzondere locatie heeft gezien de omliggende bedrijven, een afwijking van de rooilijn rechtvaardigt. Het gebouw zou dan vooruitgeschoven worden, zodat het een duidelijke connectie met de nieuwe wijk maakt. Dit getuigt van ambities om het Medisch Centrum een bijzondere uitstraling te geven.

weilanden

De stedenbouwkundige ging hiermee niet akkoord, wat ertoe geleid heeft dat de rooilijn geaccepteerd werd. Het complex verweeft zich nu dus met de omliggende bebouwing. Toch is DaF er in geslaagd om het gebouw een expressieve uitstraling te geven, wat zal blijken uit de volgende hoofdstukken. In de toekomst wordt de Kopsstraat voortgezet, zodat het Medisch Centrum een betere ontsluiting krijgt.

Oude situatie

50 m

toekomstige rooilijn

Gewenste situatie DaF

Huidige situatie

50 m

rooilijn

50 m

Toekomstige situatie

50 m

11


Locatieontwikkeling Sportcomplex Het Calandterrein bestond oorspronkelijk uit allerlei paviljoenachtige gebouwen in een parklandschap. De meeste van die gebouwen behoorden toe aan het Calandlyceum. Bij het herontwikkelingsplan dat de deelgemeente Osdorp in 2003 opstelde werd voorzien in een groot nieuw complex, waardoor de verzameling oude gebouwen overbodig

12

Oude situatie

werd. Daardoor ontstond ruimte voor woningen en urban villas. DaF-architecten ontfermde zich over het ontwerp van het nieuwe Sportcomplex in het westen van het gebied, dat naast de oude sporthal werd gebouwd. De oude hal werd bij oplevering van de nieuwe afgebroken zodat er plaats kwam voor nog meer woningbouw.

Wat opvalt wanneer de beide situatieplattegronden met elkaar worden vergeleken, is dat het ruimtebeslag in het oosten van het terrein eerst relatief laag was, terwijl het in de nieuwe situatie, door de toevoeging van het Sportcomplex, juist erg hoog is geworden. De footprint van het nieuwe complex heeft dus veel meer oppervlakte dan de oude ge-

bouwen. Dit is iets dat van invloed is op de ervaring van het gebied, mede doordat het Sportcomplex aan de rand van het gebied ligt en aan bestaande bebouwing grenst. Hoe DaF-architecten daarmee om is gegaan wordt nog uitvoerig behandeld. Het nieuwe Calandlyceum, ten westen van het Sportcomplex, heeft overigens ook een grote footprint.

50 m


Nieuwe situatie

50 m

13


I

N

P

A

S

S

I

N

G

Inpassing Dienstencentrum

Om een gebouw ĂŠĂŠn te laten worden met de locatie, kan de locatie niet genegeerd worden. Een locatieanalyse helpt om inzicht te krijgen in de manier waarop de gebouwen zich verankerd hebben in hun omgeving.

In de situatieplattegrond van het Plaswijckpark is de huidige morfologie van het gebied te zien. Het Dienstencentrum speelt een belangrijke rol voor het park. Het gebouw bestaat namelijk uit twee volumes waartussen zich de dienstingang van het park bevindt, waarlangs auto’s met bijvoorbeeld gereedschappen of beplanting het park kunnen bereiken. Het Dienstencentrum heeft dus een functie als poort.

Uit dit hoofdstuk zal blijken dat er geen standaard procedure bestaat om een dergelijke inbedding te realiseren. Bij elk geanalyseerde gebouw zijn andere middelen ingezet om een vergelijkbaar doel te bereiken.

Zoals in het vorige hoofdstuk aan bod kwam, werd het Dienstencentrum als een te groot volume in de omgeving ervaren. De ingreep die gedaan is om het gebouw minder massaal over te laten komen, is het verlagen van enkele delen van het dak. Een ander middel is de tweede huid die rondom het gebouw ontstaat, een gaasgevel waarlangs klimop zal gaan groeien. Hierdoor valt het Dienstencentrum weg tegen de groene omgevingen nestelt het zich in het park.

45/300

Opening

Hoogteverschillen en groene huid

14

Doorgang

50 m


Inpassing Medisch Centrum Bij De Pionier is er een duidelijk element aanwezig dat de verankering in de locatie realiseert: de uitkraging boven de entree in de voorgevel van het gebouw. De aanwezigheid van deze uitkraging is niet zonder reden. Het gebouw bevindt zich op de rand van een bedrijventerrein, tegenover een VINEX-wijk. Het gebouw moet als connector tussen deze twee gebieden gelden. De uitkraging zorgt voor een duidelijk contrast tussen de voor- en achtergevel. Erin bevindt zich een wachtkamer, vanwaaruit wachtende patiĂŤnten via een groot raam zicht hebben op de woonwijk aan de andere zijde van het water. De expressieve vormgeving van het totale volume is dus afgeleid uit de directe omgeving.

Uitkraging

Voorgevel

Zichtrelatie

d e

P I O N I E R

G G E E ZZ O O N N D D H H E E II D D S S C C E E N N TT R R U U M M

50 m

Achtergevel M U R T N E C S D I E H D N O Z E G

KOPSSTRAAT KOPSSTRAAT

15


I n p a s s i n g S p o r t c o m p l e x

Het Sportcomplex heeft een paviljoenachtige samenstelling van volumes. Enerzijds refereert het gebouw daarmee aan de voormalige inrichting van het Calandterrein, die bestond uit geschakelde gebouwen die ook als paviljoens waren opgezet. De opbouw uit verschillende volumes leidt ertoe dat het geheel compacter oogt en zorgt voor een betere aansluiting op de massa’s van de overige gebouwen in het gebied.

Oude situatie

Een ander element om het complex meer te verweven met de context betreft de groene taluds die tegen het gebouw aanliggen. Deze zijn duidelijk zichtbaar in de gevelbeelden. Ter plaatse van sporthal 1 loopt een groene helling door tot de gevel. Bij de dojo is een grasdak aanwezig.

c

a la

n

d

50 m

ha

l

c d c a a ll a a n n + 2,55 dm h h a a ll

De andere zijde van het gebouw, rechts van de entree, contrasteert sterk met de taludzijde. Daar is het gebouw namelijk opgetild. Sporthal 2 bevindt zich op de 1e etage en daaronder ligt een parkeervoorziening.

+0

Paviljoenopzet

+ 14,50 m

+11,60 m

+ 10,30 m

+ 10,00 m

+ 8,75 m

+ 7,40 m

+ 5,85 m

+ 5,85 m

+ 4,35 m

+ 4,10 m + 3,30 m

+ 7,40 m

+0

c

+ 4,15 m

c d c a a ll a a n n + 2,55 dm h h a a ll

a la

n

d

ha

l

+ 3,25 m + 2,675 m

tot +2,5 m b

- 0,03 m

49520

-0,03 m

12900

13650 121780

45710

c

a la

n

d

ha

l

c d c a a ll a a n n + 2,55 dm h h a a ll

+0

Westgevel

+ 14,60 m

+ 11,60 m

+ 10,30 m

+ 10,00 m

+ 8,75 m + 8,15 m

c

a

l

a

n

d

h a

l

+ 8,15 m

+ 7,40 m

+ 7,40 m

+ 5,85 m

+ 5,85 m

+ 5,85 m

+ 14,50 m

+ 2,675 m

tot +2,5 m brandklasse 1 +11,60 m

- 0,03 m

Ingeschoven in het talud

Groene helling boven kelder (dojo) + 10,30 m

+ 10,00 m

-0,03 m

+ 8,75 m

+ 7,40 m

+ 7,40 m

+ 5,85 m

+ 3,30 m

+ 4,15 m

c d c a a ll a a n n + 2,55 dm h h a a ll

+0

c

+ 5,85 m

+ 4,35 m

+ 4,10 m

a la

Opgetild volume

n

d

+0

ha + 2,675 m

- 0,03 m

49520

12900

13650

Oostgevel

45710

+ 14,60 m +0

+ 11,60 m

+ 10,30 m

+ 10,00 m

+ 8,75 m + 8,15 m + 7,40 m

tot +2,5 m b

-0,03 m

121780

16

l

+ 3,25 m

+ 8,15 m + 7,40 m


B

e

v

i

n

d

i

n

g

e

n

DaF-architecten houdt altijd rekening met de omgeving van een gebouw. Hiervoor gebruikt het bureau een breed scala aan methoden om een gebouw in te passen in een locatie. De middelen die toegepast zijn bij de geanalyseerde projecten lopen uiteen, maar er zijn ook overeenkomsten aan te wijzen. Zoals er bij het Dienstencentrum Plaswijckpark met hoogteverschillen in het dak wordt gespeeld, wordt het Sportcomplex Caland opgebouwd uit diverse volumes van verschillende hoogtes. Beide methoden weerspiegelen een vergelijkbare landschappelijkheid, die tot eenwording met een relatief groene omgeving leidt. Zoals er bij het Sportcomplex Caland een focus op de weg plaatsvindt door de verhoogde positie van sporthal 2, zo is er ook een focuselement toegevoegd aan De Pionier in Nieuw Vennep, om een relatie met de aangrenzende woonwijk te leggen. De middelen verschillen (uitkraging en opgetild volume) maar de doelen komen overeen. Er wordt duidelijk dat er overeenkomsten aan te wijzen zijn tussen ogenschijnlijk totaal verschillende gebouwen, die hun oorsprong hebben in de benaderingswijze van het ontwerp.

Dienstencentrum Plaswijckpark

Doorgang

17


V O L U M E O P B O U W

Vo l u m e o p b o u w D i e n s t e n c e n t r u m

Vo l u m e o p b o u w M e d i s c h C e n t r u m

Alles is ontstaan uit eenvoud. Alles is terug te brengen tot een basis. De drie geanalyseerde bouwwerken zijn terug te brengen op een geometrische basisvorm: de kubus of de doos. Deze basisvorm is aangepast door diverse ingrepen die per gebouw verschillen. Nevenstaande schetsen geven de volumieke totstandkoming van de drie complexen eenvoudig weer in geminimaliseerde analysetekeningen.

Doos Doos

Doorsnijding en onderverdeling

Opdeling in bouwlagen

B

e

v

i

n

d

i

n

g

e

n

Plaatselijke verlagingen

Een deel van de middelen die bij de inbedding in de locatie al werden beschreven, komt opnieuw aan bod bij de volumieke totstandkoming. De genoemde hoogteverschillen in het dak van het Dienstencentrum zijn terug te brengen tot een ingreep in een basisvolume. Datzelfde geldt ook voor de uitkraging van het Medisch Centrum en voor de paviljoenopzet van het Sportcomplex.

18

Alle modificaties aan de doosvorm zijn te typeren met een bepaalde term. De aanpassingen bij het Dienstencentrum Plaswijckpark zijn te typeren als ‘insnijdingen’. Voor het Medisch Centrum te Nieuw Vennep geldt het thema ‘duwen en trekken’ en voor het Sportcomplex Caland ‘opdeling’.

Vervormingen en uitstulpingen

Omhulling

I N S N I J D I N G E N

D U W E N & T R E K K E N


Vo l u m e o p b o u w S p o r t c o m p l ex

Samengestelde doos

Paviljoenensemble

Verbindend volume

O

P

D

E

L

I

N

G

19


O RG A N I S AT I E P R I N C I P E S

Organisatieprincipe Dienstencentr um

Toegankelijkheid is essentieel voor een gebouw. Drie verschillende gebouwen kunnen drie verschillende organisatieprincipes hebben. Verschillende functies kunnen een verschillende routing noodzakelijk maken.

Organisatieprincipe Medisch Centr um

Volume

Routing binnen een gebouw bepaalt loopafstanden en de relaties tussen ruimtes. Zoals elk gebouw terug is te brengen op een veelal geometrische basisvorm, zijn ook organisatieprincipes terug te brengen tot een basis. De basis van de organisatie wordt gepresenteerd als een symbool. Volume

Toegang & routing

B

e

v

i

n

d

i

n

g

e

n

Toegang & routing

De tot stand gekomen symbolen lijken sterk van elkaar te verschillen. De eenvoud van het Dienstencentrum onthult direct een zuivere logica, terwijl de andere twee gebouwen een complexiteit van vele gangen tonen, die evenredig is aan de complexiteit van de programma’s. Een modificatie van die twee complexe ontsluitingsschema’s geeft duidelijk weer dat deze ook terug te brengen zijn op de T-vormige basisvorm, zoals zichtbaar is in bovenstaande figuren. De systemen zijn hetzelfde.

20

Het verschil met de T-vorm van het Dienstencentrum, is dat de poot daar tegelijkertijd als gang en hal fungeert, terwijl de liggende bovenkant van de T hier een buitenroute is (de doorgang door het gebouw). Bij De Pionier en bij het Sportcomplex vormt de poot van de T juist een hal, terwijl de liggende bovenkant de gangen bevat.

Organisatieprincipe

Organisatieprincipes

Symbool: T-vorm

Symbool: rechthoekige ruimte met aftakkingen


Organisatieprincipe Sportcomplex

Volume

Organisatieprincipes

Toegang & routing

Symbool: rechthoekige ruimte met ontsluitingsarmen

21


F U N C T I E W E E RG AV E N

F u n c t i e we e r gave D i e n s t e n c e n t r u m

De geanalyseerde gebouwen hebben allemaal een functie. Deze functie is afleesbaar uit de compositie. Die afleesbaarheid verschilt bij de verschillende gebouwen. De diverse functies zijn met behulp van maquettefoto’s in kaart gebracht.

B

e

v

i

n

d

i

n

g

e

n

Aan de hand van de afbeeldingen zijn diverse uitspraken te doen aangaande de manier waarop de functies in de gebouwen zijn opgenomen. Bij het Dienstencentrum Plaswijckpark zijn de verschillende functies gegroepeerd op basis van ruimteeisen (hoogte, breedte, diepte). De groepen zijn aaneengeschakeld en leiden tot het gebouwprofiel met verschillende dakhoogtes. Toch is het geheel een eenheid, door de al eerder genoemde tweede huid. Het Medisch Centrum te Nieuw Vennep is minder duidelijk te doorgronden, aangezien de functionele opdeling niet weerspiegeld wordt door de vorm van het gebouw. De materialisering verschilt niet per functie. De opvallende uitkraging maakt gewoon deel uit van een functie (de huisartsenpost), maar fungeert binnen die functie als wachtkamer met uitzicht. Sportcomplex Caland weerspiegelt juist wel heel duidelijk de functieopdeling. De diverse hallen zijn duidelijk als zelfstandige objecten geplaatst. De functie hiervan is om het geheel minder volumineus te doen ogen.

22

Wat de plaatsing van functies betreft is er een aanwijsbare overeenkomst tussen het Dienstencentrum en het Sportcomplex, omdat het bouwvolume bij beide gebouwen gevormd wordt door de afmetingen van functies. Bij het Sportcomplex is dat het duidelijkst aanwezig, terwijl het bij het Dienstencentrum op een subtiele wijze gebeurt. De Pionier in Nieuw Vennep wijkt af van deze functieweergaven, omdat het daar juist gaat om het beeld van de gemeenschappelijkheid.

Werkplaats, kleedkamers, kantine

Doorgang

Keuken, kantoor, quarantaine, toiletten

Buitenopslag


F u n c t i e w e e r g av e M e d i s c h C e n t r u m

Functieweergave Spor tcomplex

Dakopbouw

Huisartsenpraktijk

Sporthal 1 met dakveld

Fitness & aerobics

Verloskundigenpraktijk

Psycholoog

Sporthal 2

Dojo

Fysiotherapie

Apotheek

Gymzalen

Gangen, kleedkamers en overige ruimtes 23


MAATSYSTEMATIEK

Maatsystematiek Dienstencentrum

Maatsystematiek Medisch Centrum

Maatvoering bepaalt een compositie. Een compositie kan ontstaan vanuit een grid waar volumes in worden gepast, maar een grid kan ook ontstaan op basis van een eerder gemaakte compositie van volumes. De logica van de stramienen van de drie geanalyseerde projecten is teruggebracht tot afbeeldingen die een abstracte compositie lijken, maar ook daadwerkelijk functioneel zijn in het verbeelden van de plattegronden van de gebouwen.

g

e

n

Het middelste grid, van het Medisch Centrum, is gebaseerd op een eerder gecreĂŤerde compositie. Er is bij de totstandkoming daarvan geen rekening gehouden met afmetingen van standaard bouwmaterialen. De materialisering is dus ondergeschikt aan de compositie.

6000

6000

De andere twee gebouwen hebben een strakker stramien. Het Dienstencentrum heeft een helder basisgrid van 6000 x 5700 mm. Er is een strook met cellen van 6000 x 4200 mm tussen geplaatst, gebaseerd op de afmetingen van de centrale entreehal. Het afdak van de buitenopslag wijkt af, maar heeft wel een stramien met eenvoudige afmetingen. Bij het Sportcomplex speelt de draagconstructie van de verschillende hallen een belangrijke rol. Die heeft alles te maken met overspanningen. De zalen zijn in de west-oost-richting helder van opzet. Aangezien de overspanning noord-zuid is, is het stramien in die richting niet zo belangrijk. Het is wel gebruikt om de hallen ten opzichte van elkaar uit te lijnen en om het verbinde volume een strakke maatvoering te geven.

24

FinanciĂŤle overwegingen spelen vaak een rol bij de keuze van een stramien. Een helder stramien maakt standaard (eventueel prefab-) bouwmethoden mogelijk en is daardoor goedkoper. Toch is het niet noodzakelijk om hier altijd voor te kiezen. Dat blijkt dan ook uit de maatvoering van Medisch Centrum De Pionier, dat ondanks het ontbreken van een maatsystematiek een mooi gedimensioneerd gebouw is.

6000

6000

6000

3000

5400

2200

8700

5572

4700

2887

5077

2500

n

7167

i

3628

d

5025

n

1962

i

5700

v

4200

e

5700

B

Hoger dak

Plattegrond BG

Hal

Plattegrond 1e etage

Luifel voor hal

Plattegrond 2e etage

Buitenopslag

Centrale hal/dakopbouw

4691

1191


Maatsystematiek Sportcomplex

6950

6950

6950

6950

6950

6950

5600

7500

7500

7500

5500

7500

7500

7500

3100

6400

6400

6400

6400

4800

4800

600

4800

4800

6950

7200

7800

12000

10500

900

6400

6400

6400

6400

6400

Sporthallen Gymzalen Dojo (kelder) Verbindend volume

25


D U U R Z A A M H E I D

Duurzaamheid Dienstencentrum

Als zichzelf respecterende 21e-eeuwse architect is het noodzakelijk om bij elk ontwerp rekening te houden met duurzaamheid en milieu. Duurzaam bouwen heeft geen geitenwollensokkenimago meer. Duurzaam bouwen is essentieel om op een verantwoorde wijze om te gaan met onze leefomgeving, het klimaat en energiegebruik. Op lange termijn is dat bovendien gunstig voor de portemonnee van de gebruiker van een gebouw.

De eenvoudige opzet van het Dienstencentrum leidt uiteraard tot relatief lage kosten. Een ander voordeel dat dit met zich meebrengt, is een besparing van bouwenergie. Een eenvoudig gebouw is eenvoudig te bouwen. Dat voorkomt uitvoeringsproblemen en daarmee ook energieverspilling.

Duurzaamheid gaat niet alleen om het toepassen van duurzame energie of materialen, maar begint al bij het globale ontwerp van een gebouw. Indelingsvarianten waarbij rekening wordt gehouden met daglichttoetreding voorkomen onnodig elektriciteitsverbruik. De opzet van een gebouw kan de ecologie van de locatie aantasten of in stand houden en is dan ook belangrijk om een gebouw duurzaam te mogen noemen. Bij de drie geanalyseerde gebouwen zijn diverse duurzame kenmerken te benoemen, die met name over de basisopzet van de complexen gaat. Alle relevante duurzaamheidsaspecten komen in dit hoofdstuk aan bod.

De hoofdopzet van het Dienstencentrum is in de vorige hoofdstukken aan bod gekomen. De centrale hal, de werkplaats en de kantine zijn lichte ruimtes, doordat hier lichtstraten in het dak zijn geplaatst. Deze leiden tot energiebesparing, doordat overdag geen of nauwelijks kunstlicht nodig is. In onderstaande doorsnede is deze daglichttoetreding weergegeven. In de kleedkamers zijn overigens ook daglichten geplaatst, maar deze zijn in de doorsnede niet zichtbaar. Een ander duurzaam element is de groene ‘tweede huid’ rondom het gebouw. Deze is enerzijds bedoeld voor de inpassing in de omgeving, maar met name in de zomer heeft deze nog een functie: de begroeiing rondom het gebouw houdt de hitte van de zon tegen waardoor de temperatuur in het gebouw aantrekkelijk blijft. Dit zorgt ervoor dat er geen behoefte aan koelapparatuur is. In de winter zal de begroeiing minder gesloten zijn, zodat er wel warmte van de zon tot de gevel van het gebouw door kan dringen. Dan is dat echter gunstig. De groene huid geeft het geheel ook een duurzame en natuurlijke uitstraling.

Groene huid biedt beschutting tegen de zon

De gevel van het gebouw is opgebouwd uit aluminium sandwich-panelen. Deze zijn relatief licht, wat de permanente belasting op de fundering laag houdt. Dat is positief, omdat er dan beton gespaard kan worden. Een vergelijkbare gevelopbouw is overigens ook bij de hallen van Sportcomplex Caland toegepast.

Lichte aluminium sandwich-gevelpanelen

26

Doorsnede

Daglichttoetreding door lichtstraten

Groene huid biedt beschutting tegen zonnewarmte


Duurzaamheid Medisch Centrum alu daktrim kleur gevel

Het meest in het oog springende en daarom nadrukkelijk aanwezige duurzame element van het Medisch Centrum is de gevelbeplating. Deze donkergrijze platen zijn samengesteld uit natuurlijke materialen (vezels) en zijn tevens onderhoudsvriendelijk. De beplating is gepotdekseld tegen de gevel bevestigd en vormt zo een buitenspouwblad. De luchtspouw is sterk geventileerd door die potdekseling, wat schimmelvorming voorkomt. De platen zijn geproduceerd en geleverd door de firma Eternit. De hoeveelheid zaagresten is geminimaliseerd door een standaardbreedte van overal ongeveer 600 mm toe te passen. De raamopeningen in de gevels zijn compact gehouden om te veel opwarming tegen te gaan en ‘s avonds warmteverlies te voorkomen. De afmetingen garanderen wel voldoende daglichttoetreding. De centrale ontsluitingshal is voorzien van een daklicht, wat tot daglichttoetreding leidt.

noodoverstort in midden van gevelplaat grindkap t.p.v. hwa gevelpaneel Eternit 8mm, 596 h.o.h. (tenzij anders aangegeven) hoogte volgens geveltekeningen kleur leigrijs volgens monster verlijmd rachelwerk 18x40, h.o.h. 298 (afh. van plaatmaat) rachels donkergrijs behandeld (gegrond)

kanaalplaat 200

schuinte afhankelijk van plaatlenkte platen gepotdekseld met 80 mm wijking

Duurzame Eternit-gevelbeplating vochtkerende laag

Andere milieuvriendelijke bijzonderheden zijn onder andere de gebalanceerde ruimteventilatie met warmteterugwinning, de hoogrendementinstallaties, het waar nodig toepassen van FSC-gecertificeerd hout en het uitvoeren van de schilderwerken met verf op waterbasis. Ook het ontwerp van een inpandige fietsenberging is duurzaam te noemen, omdat dit werknemers stimuleert om per fiets naar hun werk te komen.

dampremmende laag + 9560

80

gezet staalprofiel in kleur gepoedercoat

FSC-keurmerk voor houttoepassingen isolatie kalkzandsteen 120mm gording, gewolmaniseerd 40x variabel kanaalplaat 260

HWA via spouw

Fietsenrekken voor bezoekers + 6230 M U R T N E C S D I E H D N O Z E G

308 388 80 8 18 32

Daglichttoetreding in de ontsluitingshal

Fietsenstalling voor personeel

58 - 138

130

120

130

120

Geveldetails

27


Duurzaamheid Sportcomplex De ecologische structuur van het gebied rondom Sportcomplex Caland is van een bijzondere waarde. Het gebouw is als een paviljoen opgezet, zodat rekening gehouden kon worden met het handhaven van een groot deel van de bestaande bomen en de bestaande bodemstructuren. Dit is dan ook de reden dat het talud aan één zijde van het gebouw in stand is gehouden. Er is voor gekozen om het dakoppervlak van één van de sporthallen een functie als sportveld te geven, wat tot ruimtebesparing in het plangebied leidt. Een andere vergelijkbare vorm van meervoudig ruimtegebruik betreft de parkeergarage onder de tweede grote sporthal. Deze is niet, zoals vaak gebeurd, ondergronds geplaatst, maar juist op het maaiveld. Dat bespaart geld, maar het zorgt er ook voor dat de grondwaterstromen onder het plangebied niet drastisch worden aangetast. Verder bespaart het ruimte en onttrekt het een grote hoeveelheid auto’s van de openbare weg, wat tot een aantrekkelijker straatbeeld leidt. Tenslotte levert een parkeergarage op maaiveldhoogte meer ruimte op, doordat er geen hellingbanen aangelegd hoeven te worden.

houtsoorten die in het gebouw toegepast worden, een FSC-duurzaamheidskeurmerk hebben. Het toepassen van staalconstructies met geprefabriceerde lichtgewicht geveldelen zorgde voor een relatief korte bouwtijd, minder energiegebruik bij de bouwproductie en het transport en een in hoge mate demontabel gebouw. Op het gebied van de toegepaste installaties is het van belang dat er ruimteverlichting met bewegingsmelders is toegepast. Zo wordt het onnodig branden van verlichting voorkomen. De toegepaste lampen zijn geen gewone TL’s, maar HF-lampen (hoog-frequent) die sneller aangaan en een langere levensduur hebben. Het ventilatiesysteem maakt gebruik van warmteterugwinning. Ongewenste opwarming van het gebouw wordt voorkomen door een automatisch zonweringssysteem.

Geprefabriceerde geveldelen

Fietsenstalling bij de ingang

Handhaving bomen en groenstructuur

FSC-keurmerk voor houttoepassingen

Een kelder van een gebouw is veelal een donkere ruimte die volledig met kunstlicht verlicht wordt. Bij het Sportcomplex is dat niet het geval, omdat de dojo die zich in de kelder bevindt een daklicht heeft. Dit leidt tot energiebesparing omdat overdag minder kunstlicht nodig is. Hetzelfde geldt voor de entreehal, die extra daglicht ontvangt via de lichtstraat in het dak, net als bij het Dienstencentrum Plaswijckpark. Naast de entree van het gebouw is een goede fietstenstalling geplaatst.

Toepassing HF-verlichting

De materialisering is ook een relevant duurzaamheidsaspect. In het bestek is opgenomen dat alle

Daglichttoetreding entreehal door lichtstraat

Meervoudig ruimtegebruik: sportveld op het dak Daglichttoetreding dojo door daklicht 28

Bovengrondse i.p.v. ondergrondse parkeergarage

Langsdoorsnede


B

e

v

i

n

d

i

n

g

e

n

Duurzaamheid is een hot item in de hedendaagse architectuur. DaF-architecten is zich daar terdege van bewust. Dat is dan ook de reden dat bij alle projecten die het bureau realiseert gebruik gemaakt wordt van duurzaamheidsprincipes. Uit dit hoofdstuk blijkt dat duurzaam bouwen begint bij de ruimtelijke opzet van een gebouw. Bij de drie projecten is daar rekening mee gehouden en met name bij Sportcomplex Caland komt dat tot uitdrukking. Als architect heeft men een verantwoordelijkheid jegens de gebruiker van een gebouw. Door rekening te houden met allerlei randvoorwaarden, kan invloed uitgeoefend worden op de gebruiker. Het creÍren van een gunstig binnenklimaat door natuurlijke zonwering, zoals bij Dienstencentrum Plaswijckpark, voorkomt dat de gebruiker energieverslindende airco’s aanschaft. Daglichttoetreding door lichtstraten voorkomt dat er onnodig verlichting brandt. Dit zijn aspecten die de gebruiker, zonder dat die zich daar bewust van is, verantwoord om laat gaan met het milieu. Het toepassen van duurzame materialen, zoals de gevelbekleding van het Medisch Centrum in Nieuw Vennep, is een ander interessant aspect. Milieuvriendelijke materialen kunnen schoonheid en degelijkheid weerspiegelen, zodat een gebouw meer expressie krijgt.

Sportcomplex Caland

Sportdak

Voor DaF-architecten is duurzaamheid geen storende verplichting, maar juist iets dat kan worden ingezet om architectuur te verrijken.

29


GEVELBEELD & DETAILLERING

Gevelbeeld & detaillering Dienstencentrum

De gevel is het visitekaartje van een gebouw. Bij het benaderen van een gebouw is de gevel veelal nog nadrukkelijker aanwezig dan de bouwvorm.

Hieronder staan de belangrijkste gevels van het Dienstencentrum. De niet afgebeelde zuidgevel is niet interessant, aangezien deze volledig gesloten is.

Een gevel is tot stand gekomen door een globale opzet, waarin gevelopeningen vaak van invloed zijn op de compositie. Gevelopeningen vergen een deskundige detaillering om het binnenklimaat en het interieur van een gebouw te beschermen tegen weersinvloeden.

Wat opvalt bij de langsgevels, is dat er relatief weinig openingen aangebracht zijn. De ramen zijn klein, omdat het gebouw niet gedurende lange periodes wordt gebruikt. De kantoorruimte in het complex wordt bijvoorbeeld slechts af en toe benut. De wens om het gebouw een gesloten en onopvallend karakter te geven, leidde ertoe om weinig openingen te creĂŤren, wat bovendien kosten bespaart.

Daarnaast kan de detaillering ingezet worden om een gebouw expressiviteit te geven.

aluminium raamkozijn

zetwerk staander 75x150x1.5

zetwerk staander 75x150x1.5 aluminium sandwichpaneel, 2 profileringen

thermische onderbreking

400

A/D

160

160

hek

rondom alu raamlijst nette hoekaansluiting kleur gevel ntb

Een interessante gevel betreft die van de entree. Zoals op de foto zichtbaar is, zijn de deuren iets verder naar binnen geplaatst. De materialisering van de binnenwanden van de hal, uitgevoerd in betonplex, loopt door naar buiten. Dat geeft de hele binnenruimte een karakter dat duidelijk afwijkt van de buitengevel.

De opbouw van de gevel uit sandwichpanelen is gelijk aan de gevels van de sporthallen van Sportcomplex Caland. De ramen zijn op strakke wijze ingepast in het stramien van de panelen en zijn uitgevoerd met aluminium kozijnen.

harmonicagaas

De al meerdere malen beschreven groene huid is beeldbepalend, zoals eerder afgebeeld. De gaasgevel is overigens eerder ontworpen voor Sportcomplex Caland en was eenvoudig toepasbaar bij het Dienstencentrum. Wat de detaillering betreft, is het interessant om te zien dat de ramen ingepast zijn in de maatvoering van het tweekleurige sandwichgevelsysteem. Dit leidt tot een logische dimensionering die geen afbreuk doet aan de helderheid van de gevel.

Doorlopende binnenbeplating bij entree

Positie entreegevel

Entreegevel

Raam in maatvoering sandwichpanelen aluminium raamkozijn

zetwerk staander 75x150x1.5

zetwerk staander 75x150x1.5 aluminium sandwichpaneel, 2 profileringen

thermische onderbreking

A/D

400

Westgevel

160

160

hek

rondom alu raamlijst nette hoekaansluiting kleur gevel ntb harmonicagaas

30

Oostgevel


Gevelbeeld & detaillering Medisch Centrum Een element van de voorgevel van het Medisch Centrum dat al uitgebreid aan bod is geweest, betreft de uitkraging. Iets dat echter in dit hoofdstuk interessant is, betreft de raamindeling. Opvallend genoeg is er niet gekozen voor een duidelijke raamindeling die op alle etages gelijk is, maar voor ramen die per etage verschillen in locatie en breedte. De onregelmatige geleding van de ramen weerspiegeld de interne verweving van verschillende gebruikers. De gevel komt ondanks dat niet chaotisch over. Dit komt doordat er wel daadwerkelijk een systeem gebruikt is om de posities van de gevelopeningen te bepalen, namelijk de toegepaste gevelbeplating De plaatbreedtes liggen om en nabij 600 mm, maar verschillen per gevelvlak. Dit is gedaan om per gevel een evenredig ritme van panelen te krijgen, zonder passtukken of smalle afwerkstroken. Alle ramen hebben een breedte die een veelvoud van de plaatbreedte per gevel is, zodat de gevelbeelden als een gestructureerde compositie ervaren worden. De gevelbeplating is gepotdekseld bevestigd. Deze potdekseling is overdreven zodat het gebouw een krachtigere gevelgeleding heeft, waarmee het zich onderscheidt van de overige bebouwing op industrieterrein De Pionier. Vrijwel alle ramen zijn meegenomen bij de potdekseling, waardoor ze dus ook schuin gemonteerd zijn. Op de begane grond, aan de zijde van de apotheek, zijn grote etalageramen toegepast, die doorlopen tot het maaiveld. Aangezien deze ramen twee gepotdekselde lagen doorsnijden, kunnen ze niet evenwijdig aan de potdekseling uitgevoerd worden. Deze zijn daarom gewoon verticaal geplaatst. De ruimte die daardoor ontstaat achter de gevelpanelen is opgevuld met een afgeschuind plaatje van hetzelfde materiaal.

gevelpaneel Eternit verlijmd op rachelwerk sterk geventileerde spouw minerale wol dragend kalkzandstenen binnenspouwblad

Raamdetail etages

Zonwering

voortzetting Eternit gevelpaneel

gevelpaneel Eternit verlijmd op rachelwerk sterk geventileerde spouw minerale wol dragend kalkzandstenen binnenspouwblad

Raamdetail apotheek (begane grond)

Voorgevel

d e

P I O N I E R

G G E E ZZ O O N N D D H H E E II D D S S C C E E N N TT R R U U M M

Achtergevel M U R T N E C S D I E H D N O Z E G

KOPSSTRAAT KOPSSTRAAT

31


Gevelbeeld & detaillering Sportcomplex Wat opmerkelijk is voor de gevels van de sporthallen van Sportcomplex Caland, is dat er geen ramen aanwezig zijn. Het noodzakelijke keurmerk van de NOC/NSF schrijft voor dat er geen daglichttoetreding in sportruimtes mag zijn, omdat dat hinderlijk kan zijn voor sporters. Om te voorkomen dat de sporthallen als eentonige en massieve dozen worden ervaren, zijn verschillende middelen ingezet. Allereerst is er voor gekozen om het gevelsysteem van sandwichpanelen tweekleurig uit te voeren. Er zijn, zoals dat later ook bij het Dienstencentrum Plaswijckpark in Rotterdam is gedaan, donkergroene en donkergrijze platen in een willekeurige rangschikking gebruikt. Aangezien er voor het dakveld op sporthal 1 en voor de parkeergarage onder sporthal 2 hekwerken nodig zijn, is ervoor gekozen om deze door te trekken over een deel van het geveloppervlak. Zo is er een transparante tweede huid ontstaan. Oorspronkelijk was het de bedoeling om de gevels

32

Hekwerk sportdak

te laten begroeien, zoals dat ook bij het Dienstencentrum Plaswijkpark gebeurt. In verband met het extra beheer dat daarvoor nodig is, is dat helaas niet uitgevoerd. Detaillering die typerend is voor het Sportcomplex, betreft die van het sportdak. De dakrand is hier voorzien van een bank, die tevens als borstwering functioneert. Daarbuiten bevindt zich de genoemde gaasgevel. De materialisering van de sporthallen wijkt af van de gevels van het verbinde volume tussen de hallen. Dat volume bevat, naast veel glas, groenachtige gevelbeplating. Deze beplating is gemaakt van polyesterbeton. Polyesterbeton is een vorm van beton waarbij in plaats van cement polyesterhars als bindmiddel wordt gebruikt. De beplating van het Sportcomplex heeft een glaskorrelafwerklaag. De elementen zijn geprefabriceerd.

Nadrukkelijk aanwezige groene polyesterbetonnen beplating

Hekwerk parkeergarage

Detail sportdak, bank, dankrand en gaasgevel


B

e

v

i

n

d

i

n

g

e

n

DaF-architecten beschouwt de gevel als het visitekaartje van een gebouw. Bij de drie geanalyseerde ontwerpen is getracht om tot een sprekende gevel te komen. Er zijn diverse methoden om een gevel interessant te maken. Wat allereerst van grote invloed op een gevel is, is de raamindeling. Gevelopeningen zijn beeldbepalend en laten licht doordringen in een interieur. Bij het Medisch Centrum in Nieuw Vennep is een compositie van ongelijk geordende ramen toegepast. In combinatie met de gelaagdheid van de gevel door de toepassing van een overdreven potdekseling, is dit ĂŠĂŠn van de mogelijkheden om een gevel onderscheidend te laten zijn. Een toevoeging die bij De Pionier ook interessant is, betreft de afwijkende materialisering van de verbijzonderde geveldelen, zoals de uitkraging. Dienstencentrum Plaswijckpark en Sportcomplex Caland zijn gebouwen waar een totaal andere benadering van de gevel noodzakelijk was. Het dienstengebouw en de sporthallen van het Sportcomplex zijn grotendeels of helemaal met gesloten gevels uitgevoerd. De methode die DaF heeft toegepast om het beeld expressiever te laten ogen, is de toevoeging van een tweede huid. De systemen zijn vegelijkbaar, maar bij het Sportcomplex is de constructie van de huid uitgevoerd met zware kokerprofielen, omdat de gevel tevens als afrastering fungeert. Bij het Dienstencentrum zijn I-profielen toegepast.

Medisch Centrum De Pionier

Exterieur

De verschillende methoden om een gevel te verbijzonderen getuigen van de kennis van DaF-architecten. Een multidisciplinair team is in staat om diverse ontwerptools in te zetten, zodat voor elk project tot een geschikte oplossing gekomen kan worden.

33


I

R

Interieur Dienstencentrum

Zoals de gevel het visitekaartje van een gebouw is voor de passant, is het interieur een visitekaartje voor de bezoeker.

De typerende ruimte voor het Dienstencentrum is de centrale ontsluitingshal, die een belangrijke rol speelt, zoals al bij eerdere thema’s naar voren kwam.

Een interieur weerspiegeld een gebouw. Een interieur bepaald de interne sfeer en is van invloed op de gemoedstoestand van de gebruiker.

De hal valt op door de nadrukkelijk aanwezige betonplex-beplating op alle wanden. Verder zorgen de daklichten en de hoekige basisvorm voor een duidelijk gedefinieerde ruimte. In de wanden zijn voorzieningen zoals een radiator en de brandslanghaspel op subtiele wijze opgenomen, zodat ze de vloeroppervlakte niet aantasten.

B

N

e

T

v

E

i

n

R

d

I

i

E

n

U

g

e

n

De opzet van de interieurs van de gebouwen heeft belangrijke overeenkomsten. Bij alle drie de projecten is de vormgeving van de ontsluitingshal benadrukt. De hallen kwamen ook al als belangrijke elementen naar voren bij de organisatieprincipes en bij de duurzaamheid. De lichttoetreding in de hallen maakt hun uitstraling nog expressiever.

Buitendeuren

Zicht bij binnenkomst

Teruggeplaatste radiator

Teruggeplaatste brandslanghaspel

DaF heeft bij het Dienstencentrum en het Medisch Centrum een bijzondere materialisering ingezet om de entreehal te onderscheiden van de overige ruimtes. Bij het Dienstencentrum is overal betonplex toegepast, terwijl bij De Pionier juist voor gebruik van hetzelfde hout als bij de gele delen van de buitengevel is gekozen. Een interessante toevoeging is de wandschildering. In het Sportcomplex is karakter gegeven aan de hal door de toepassing van de gekleurde vloer.

34

Het bureau van DaF-architecten toont aan dat het over verschillende disciplines beschikt om een interieur te ontwerpen. De keuze om altijd de entreehal te verbijzonderen getuigt ervan dat DaF zich realiseert dat deze ruimte door alle bezoekers gebruikt wordt en dus door iedereen gezien wordt.


Interieur Medisch Centrum

I n t e r i e u r S p o r t c o m p l e x

Ook bij De Pionier is het de ontsluitingshal die een representatieve functie vervuld. De ruimte is gemeenschappelijk voor alle gebruikers en bevat een trap, ballustrades en plafonds die bekleed zijn met de zelfde okerkleurige houten latten die ook bij de verbijzonderingen van de buitengevel zijn toegepast. Die materialisering komt terug bij de balie die aan de hal grenst. De ruimte krijgt licht via het dak en komt dus qua opzet overeen met de hal van het Dienstencentrum.

Sportcomplex Caland is opgebouwd uit diverse volumes met deels verschillende karakters. In sporthal 1 zijn de stalen vakwerkliggers beeldbepalend. De constructie is in de andere hallen minder massaal en daardoor ook minder nadrukkelijk aanwezig. In de dojo bepaald het roodroze daklicht de sfeer. De centrale hal speelt hier ook een belangrijke rol. Met diverse kleuren op de vloer is de routing naar de verschillende onderdelen weergegeven. De grijze route leidt naar sporthal 1, de blauwe naar de kleine gymzalen, de groene naar de dojo, de lichtgele naar sporthal 2 en de rode naar het fitnesscentrum.

Een toevoeging aan deze ruimte betreft de wandschildering die zich uitstrekt over alle etages en zichtbaar is vanaf de trappen. Het kunstwerk is ontworpen door DaF-architecten.

Tochtsluis en houten plafond

Wandschildering

Eerste etage met overal de toepassing van het gele hout en links de wandschildering

Gekleurde vloeren

Sporthal 1: beeldbepalende vakwerkliggers

Entreehal: routing aangegeven met kleuren

Dojo: bijzondere sfeer door daklicht

35


B O U W K O S T E N

Bouwkosten Dienstencentrum

Bij het ontwerpen van een gebouw worden vaak tal van ambities genoemd die tot een interessant gebouw moeten leiden. In de hedendaagse bouwwereld is er echter één aspect dat vaak roet in het eten gooit: de bouwkosten.

Het Dienstencentrum Plaswijckpark is ontworpen in opdracht van Stichting Plaswijckpark. Deze stichting heeft slechts beperkte financiële middelen tot haar beschikking. Het te ontwerpen gebouw diende dan ook zeer goedkoop uitgevoerd te worden.

Veel projecten worden anders uitgevoerd dan tijdens de ontwerpfase was bedoeld. Hoge kosten van bouwmaterialen en complexe technieken leiden vaak tot beperkingen. Dit hoofdstuk geeft weer hoe er bij de geanalyseerde projecten om is gegaan met het bouwbudget.

B

e

v

i

n

d

i

n

g

e

n

Wanneer de kosten per vierkante meter bruto vloeroppervlakte worden vergeleken, blijkt dat het Dienstencentrum in Rotterdam met € 630 per m2 BVO een zeer goedkoop gebouw is. De bedragen van de andere gebouwen verschillen niet veel van elkaar. Dat het Sportcomplex net iets goedkoper dan het Medisch Centrum is, heeft te maken met schaalvoordelen, omdat het Sportcomplex veel groter is. De zeer lage kosten van het Dienstencentrum getuigen ervan dat DaF-architecten in staat is om met beperkte middelen toch een aantrekkelijk gebouw te realiseren. Een middel dat DaF-architecten vaak toepast om kosten te besparen, is het achterwege laten van verlaagde plafonds op plaatsen waar dat niet nodig is. Dit leidt tot een aanzienlijke besparing, omdat hierdoor ook veel minder arbeid nodig is. Bovendien kunnen beton- of staalplaten vaak een esthetische functie vervullen, doordat ze in hun natuurlijke vorm en afwerking worden getoond.

Het eenvoudigere ontwerp bestaat uit een staalskelet en een gevel van de al eerder genoemde sandwichpanelen. De staalconstructie is uit financiële overwegingen niet gecoat maar verzinkt. Er zijn geen verlaagde plafonds toegepast. De ventilatiekanalen en kabelgoten zitten in het zicht. Verder zijn er geen binnendeurkozijnen toegepast, maar is er een koplat als aanslag gebruikt. Dit minimalistische ontwerp leidt ook tot een fraai uiterlijk van de wanden in de centrale hal. De gerealiseerde bezuinigingen maken het mogelijk om de al uitgebreid beschreven groene huid toe te voegen.

Geen binnendeurkozijnen

De gerealiseerde prijs per m2 bruto vloeroppervlakte bedraagt ongeveer € 630 en ligt daarmee veel lager dan de prijs van de andere gebouwen.

Het oude, niet uitgevoerde, ontwerp

36

Kabelgoten in het zicht (geen verlaagde plafonds)

Eenvoudig staalskelet (hier exclusief windverbanden)

€ 500.000 792 m2

€ 500.000 ≈ € 630 / m2 2 792 m

DaF-architecten heeft eerst een voorlopig ontwerp gemaakt voor een gebouw dat veel complexer is dan het hier geanalyseerde en ook daadwerkelijk gebouwde ontwerp. Het eerste ontwerp is een gebouw met een verdieping waar zich kantoren en een kantine bevonden. Het realiseren van een etage, alsmede het toepassen van een schuin dak dat anticipeert op de parkachtige omgeving, brengt hoge kosten met zich mee. Het gebouw zou gesubsidieerd worden door de gemeente Rotterdam, maar deze heeft uiteindelijk besloten om de toegezegde subsidie met € 100.000 te verlagen. Daarom is het eerste ontwerp niet uitgevoerd.

Het bezuinigen op bepaalde gebouwdelen kan mogelijkheden bieden om weer andere onderdelen, bijvoorbeeld de gevel, extra expressie te geven. De drie projecten geven aan dat DaF op velerlei wijze kostenbesparingen teweeg kan brengen, zonder de architectonische ambities teniet te doen.

Bouwsom: BVO:


Bouwkosten Medisch Centrum Doordat Medisch Centrum De Pionier een gebouw is dat door meerdere participanten wordt gebruikt, ontstaan er financiële voordelen. De gevestigde instanties hebben gezamenlijk een vereniging van eigenaren opgericht. Meerdere kleine gebouwen zouden duurder zijn dan één groot gebouw. Bij één groot gebouw worden de verkeersruimtes en de entree gedeeld. Dat bespaart kosten, waardoor geld beschikbaar blijft om het gebouw een expressieve uitstraling te geven. Dat is echter niet de reden van de samenwerking tussen de gezondheidsinstellingen, maar er is voor één gebouw gekozen vanwege de voordelen die dat biedt voor de patiënten en voor de mogelijkheden tot kennisuitwisseling. Het bouwvolume maakt maximaal gebruik van het beschikbare kavel, zodat alle grond nuttig wordt gebruikt. Het gebouw is compact van opzet, waardoor er relatief weinig geveloppervlak is. Verder zijn er geen grote (dure) glazen puien toegepast, maar hebben alle ramen bescheiden afmetingen.

Bouwsom: BVO:

€ 1.367.000 1.379 m2

€ 1.367.000 ≈ € 990 / m2 2 1.379 m

Bouwkosten Sportcomplex Het sportcomplex heeft een enorm programma, van ruim 7.500 m2. De paviljoenachtige opzet leidt tot relatief veel geveloppervlak. Om dat te compenseren is ervoor gekozen om de gevels van de sporthallen eenvoudig uit te voeren met sandwichpanelen.

Bouwsom: BVO:

€ 7.000.000 7.524 m2

€ 7.000.000 ≈ € 930 / m2 2 7.524 m

Een ander eerder naar voren gebracht aspect betreft de keuze om de parkeergarage niet, zoals vaak gebeurd, ondergronds te plaatsen, maar op het maaiveld. Dit voorkomt dure graafwerkzaamheden en was watertechnisch niet betaalbaar. Het achterwege laten van verlaagde plafonds op plaatsen waar dat niet nodig is leidt ook tot kostenbesparing. De betonnen vloerplaten en de stalen dakplaten zijn zichtbaar, omdat ze niet gestuct of geschilderd zijn.

Gezamenlijke gebouwexploitatie leidt tot kostenbesparingen

De toepassing van het sportdak leidde tot hogere kosten, maar die zijn apart gesubsidieerd door onder meer de Richard Kraijicheck Foundation

De al uitgebreid beschreven vezelcementgevelbeplating heeft een relatief goedkope m2-prijs. Dat rechtvaardigt de bijzondere detaillering van de potdekseling. De draagconstructie bestaat uit een combinatie van kalkzandsteenwanden en stalen kolommen. De plaatsing van de kolommen is geoptimaliseerd, door deze alleen op echt noodzakelijke posities neer te zetten. Er zijn geen verlaagde plafonds toegepas op plaatsen waar dat niet nodig is. De kanaalplaatvloeren fungeren gewoon als plafond, zodat veel kosten worden bespaard.

Goedkope gevelbeplating en weloverwogen raamafmetingen

Overdekt parkeren op het maaiveld

Betonnen vloerplaten in het zicht

Combinatie van kalkzandsteen en staal

Goedkoop gevelsysteem van sandwichpanelen voor de sporthallen

bouwvolume

toekomstige rooilijn

Optimaal gebruik van bouwkavel

37


R E G E L G E V I N G

Regelgeving Dienstencentrum

De bouwwereld zit vol beperkingen. Regelgeving kan een ontwerp maken of breken.

Het Dienstencentrum Plaswijckpark bestaat in feite uit twee gebouwen die samen een poort tot het achterliggende park vormen. Deze keuze bracht voordelen met zich mee op het gebied van regelgeving. Oorspronkelijk beschikte het park al over een buitenopslag waar gevaarlijke stoffen en gasflessen werden bewaard. De regelgeving omtrent opslag daarvan schrijft voor dat gasflessen niet in een gebouw bewaard mogen worden, maar in een afgesloten buitenopslag moeten staan. De afstand tot overige bebouwing bedraagt minimaal vijf meter. De al eerder gekozen hoofdopzet creëerde een ideale oplossing: de buitenopslag werd van het andere gebouw verwijderd door een doorgang voor auto’s. Het totale terrein werd tot één geheel gemaakt door hekwerken, die daardoor tevens voldoen aan de eisen om gasflessen achter een afrastering te plaatsen. De regelgeving omtrent de opslag van gasflessen was dus niet storend maar paste juist prima binnen de eerder gestelde randvoorwaarden.

Wanneer een architect creatief en zorgvuldig met regelgeving en juridische beperkingen omgaat, kan er toch gerealiseerd worden wat gewenst is. Regelgeving is niet altijd een beperking, maar kan ook juist als randvoorwaarde voor een goed gebouw gezien worden.

Zoals bij de inpassing in de locatie al beschreven werd, heeft het gebouw verschillende dakhoogtes om minder massaal over te komen. Dit is gedaan in verband met bezwaren van buurtbewoners en de deelgemeente. De groene huid is hier ook een gevolg van, omdat die ervoor zorgt dat het gebouw wegvalt tegen de groene omgeving.

moest liggen. DaF-architecten had het plan om de toegang tot deze ruimte om logistieke redenen aan de buitenkant van het Dienstencentrum, naast de entree tot de doorgang, te plaatsen. Dat wilde de opdrachtgever echter niet, aangezien deze deur dan vanaf de openbare weg zichtbaar zou zijn. Uiteindelijk is er voor gekozen om de deur langs de doorgang te situeren, wat een bevredigende oplossing was, ondanks dat de deur zich dan dus naast de entree van het gebouw zelf bevindt. De gaskast is door middel van binnenwanden gescheiden van de omliggende ruimte, die als opslag en CV-ruimte dienst doet. De oude en de nieuwe situering van de kast is zichtbaar in onderstaande figuren. Een laatste punt dat het vermelden waard is, is dat er drie brandslanghaspels in het gebouw aanwezig zijn, omdat die op het moment van goedkeuring abusievelijk op de tekeningen aanwezig waren. Wanneer er slechts één gemonteerd wordt, dient een nieuwe goedkeuring door de brandweer aangevraagd te worden, wat veel administratieve rompslomp met zich meebrengt. Daarom is er voor gekozen om het dan maar gewoon zo uit te voeren als het getekend was.

Wat bij de beschrijving van het gevelbeeld al naar voren kwam, is dat de raamopeningen erg klein zijn uitgevoerd. Hier waren geen bezwaren tegen. Daglichttoetredingseisen gelden namelijk alleen voor woonfuncties, bepaalde bijeenkomstfuncties, celfuncties, kantoorfuncties, logiesfuncties en onderwijsfuncties. Aangezien het dienstengebouw bij geen van deze functies onder te verdelen is, speelt de regelgeving over daglicht geen rol. Een ander onderdeel dat in het kader van regelgeving van belang is, betreft de plaatsing van een gasverdeelstation in een opslagruimte in het gebouw. Een beperking was dat deze ruimte geen inpandige deur mocht hebben, maar aan de buitengevel

38

Eerder ontworpen extra gebouwtje bleek noodzakelijk in verband met eisen omtrent gasflessen en andere gevaarlijke stoffen

Gasverdeelstation met verplichte toegang via buitengevel werd verplaatst van de buitengevel naar de gevel van de doorgang.


Regelgeving Medisch Centrum Regelgeving die voor De Pionier een beperking vormde, was die van de door de stedenbouwkundige van de gemeente Haarlemmermeer bepaalde rooilijn. Dit is al aan bod geweest bij de locatieontwikkeling. Het plaatsen van een publieke functie op een bedrijventerrein leidde tot diverse problemen. Op een bedrijventerrein kan geluidsoverlast ontstaan, die hinderlijk is voor bezoekers van De Pionier. Daarom diende de gevel extra ge誰soleerd te worden en mag het ventilatiesysteem niet in verbinding met de buitenlucht staan.

2e

Ook op het gebied van brandveiligheid zijn er aandachtspunten. Het gebouw omvat ongeveer 1400 m2, terwijl de maximale oppervlakte van een brandcompartiment 1000 m2 bedraagt. Daarom moest het complex opgedeeld worden. Er is voor gekozen om de apotheek op de begane grond en de centrale hal met de vide als aparte compartimenten te zien. Aan de vide zijn de wachtkamer en de backoffice op de eerste etage verbonden, doordat daar geen goede brandscheiding mogelijk was in verband met de benodigde balie. De twee buitenwanden die dichtbij de kavelgrens staan, hebben een WBDBO-eis (warmte- en branddoorslag en brandoverslag) van 30 minuten, omdat ze dichtbij de (toekomstige) belendende bebouwing staan. De achtergevel heeft die eis alleen op de begane grond, omdat er op de verdiepingen meer afstand is door het aanwezige dakterras.

1e

toekomstige rooilijn

BG

Compartiment centrale hal Compartiment apotheek Overige compartimenten WBDBO 30 minuten WBDBO 60 minuten

Niet toegestane (gewenste) positionering

Extra goede geluidsisolatie in buitengevels

Brandcompartimentering

39


Regelgeving Sportcomplex Zoals bij het gevelbeeld en de detaillering al beschreven werd, mochten er volgens regelgeving van de NOC/NSF geen raamopeningen zijn in de wanden van de sporthallen. Ondanks dat is er toch een indirecte relatie met buiten gelegd, door achter de tribunes ramen te maken. Om problemen met zonlicht te voorkomen zijn deze voorzien van zonwering. Ook de ramen naar de sportkantine, die achteraan zichtbaar zijn op de grote foto, zorgen voor indirecte daglichttoetreding, zonder dat de eisen worden overschreden. De onderste delen van de wanden in de sportzalen (met een verplichte hoogte van 2,5 m) zouden oorspronkelijk in de kleur van de vloer worden uitgevoerd. Dit was niet toegestaan in verband met de veiligheid van sporters, waarna een afwijkende tint is gekozen. Scherpe hoeken moesten bij alle materialen vermeden worden. De beplating onder het dak en de bovenste delen van de binnenwanden is toegevoegd om tot een gunstige akoestiek te komen. Een ander relevant onderdeel betreft het plaatsen van een trafohuis voor de omliggende wijk. Allereerst was het de bedoeling dat dit trafohuis opgenomen zou worden in het Sportcomplex, omdat dit gebouw eigendom is van de gemeente. Door de privatisering van energieleveranciers ontstonden

echter problemen. Het energiebedrijf dient eenvoudig toegang tot de trafo te krijgen, ook wanneer er bijvoorbeeld apparatuur vervangen moet worden. De gemeente wilde daarom het trafohuis als een los object buiten het sportcomplex, direct naast een fietspad, plaatsen. Aangezien dit de kwaliteit van de openbare ruimte aantast, ging DaF-architecten hier niet mee akkoord. Uiteindelijk is besloten om het trafohuis tussen de twee kleine gymzalen te plaatsen, zodat het van buiten vandaan wel eenvoudig toegankelijk is, maar ook van de openbare ruimte gescheiden wordt door de voortgezette gaasgevel. De tribunes van de grote sportzalen zijn een etage hoger gelegen dan de vloer van de zalen zelf. Om toch een goed zicht op vrijwel heel het speelveld te hebben, zijn lage vloerafscheidingen gewenst. Het Bouwbesluit schrijft voor dat de minimale hoogte van een vloerafscheiding 1000 mm is. Wanneer de som van de breedte en de hoogte echter meer dan 1000 mm bedraagt, is een hoogte van 600 mm toegestaan. Er is uiteindelijk een 700 mm hoge afscheiding met een platte bovenkant van 400 mm ontworpen. In de praktijk blijkt nu echter dat diverse bezoekers op de rand gaan zitten, waardoor onveilige situaties ontstaan. Daarom is besloten om alsnog een leuning op de brede rand te bevestigen.

Lage brede vloerafscheiding bij tribunes

Zittende mensen op de tribunerand

Trafohuis opgenomen tussen de gymzalen

40

Toch indirecte daglichttoetreding door ramen achter de tribune (rechts) en naar de kantine

Locatie trafohuis

Detaillering vloerafscheiding tribune


B

e

v

i

n

d

i

n

g

e

n

DaF-architecten toont aan dat regelgeving niet altijd beperkend hoeft te zijn. De regelgeving omtrent de opslag van gasflessen bij Dienstencentrum Plaswijckpark past precies binnen de gewenste opzet van twee gebouwen. Het verhaal over de brandslanghaspel in het gebouw getuigt van de complexiteit van het Nederlandse vergunningensysteem. Een kleine wijziging dient direct opnieuw goedgekeurd te worden, waardoor het aantrekkelijker was om dan maar te veel haspels te monteren in plaats van het aanvragen van een herziening van de brandweervergunning. Regelgeving omtrent warmte- en branddoorslag en brandoverslag is vaak beperkend. Bij Medisch Centrum De Pionier zijn op een slimme wijze compartimenten ingedeeld. De bijzonderheden van de locatie (een bedrijventerrein) vormden aanleiding voor problemen. Daar is handig op ingespeeld door extra geluidsisolatie voor te schrijven. Bij Sportcomplex Caland was diverse regelgeving aanwezig over sportruimtes. Door deze creatief te benaderen kon DaF toch daglichttoetreding en een relatie met buiten bewerkstelligen voor de grote sporthallen. Het probleem met de vloerafscheidingen van de tribunes is juist ontstaan door een tekortkoming in bestaande regelgeving. De lage brede tribuneranden voldeden aan de regels maar bleken in de praktijk voor onveilige situaties te zorgen, zodat extra maatregelen nodig zijn. DaF-architecten heeft ervaring met beperkende regelgeving maar schrikt er niet voor terug om hier slim mee om te gaan. Creativiteit doet regelgeving vervagen. Medisch Centrum De Pionier

Centrale hal

41


R E F E R E N T I E S

Referentie Dienstencentrum

Standaard bedrijfshal

Gebouwen roepen vaak associaties op met andere gebouwen. Zoals in dit boekwerk diverse bijzondere elementen van de drie referentieprojecten zijn uitgelicht, zijn er ook elementen die terug te zien zijn bij (wereld)beroemde architectuurprojecten. Het vinden van een goede referentie brengt de waardering voor een ontwerp op een hoger peil.

Het Dienstencentrum is eenvoudig opgezet. De draagconstructie en de geveluitvoering zijn gebaseerd op gestandaardiseerde materialen die ook toegepast worden bij de bouw van bedrijfshallen.

Farnsworth House (1951) Plano, Illinois, Verenigde Staten Ludwig Mies van der Rohe

B

e

v

i

n

d

i

n

g

e

n

Uit dit hoofdstuk blijkt dat de middelen die DaF-architecten gebruikt om een gebouw te ontwerpen, niet uniek zijn. Er zijn namelijk diverse overeenkomsten met ontwerpen van beroemde architecten. DaF is in staat om op een creatieve manier om te gaan met ontwerpmethodes. De getoonde referentiegebouwen vertonen overeenkomsten, maar zijn absoluut niet hetzelfde.

De logica van de plattegronden van het gebouw doet denken aan de architect Ludwig Mies van der Rohe (1886-1969), die al zijn gebouwen ook volgens een strakke ordening ontwierp. Een bekend huis dat hij ontworpen heeft, is het Farnsworth House in Illinois. De eenvoudige opzet en de toepassing van een stalen draagconstructie, alsmede de plaatsing in een groene (parkachtige) omgeving vormen de overeenkomsten met het geanalyseerde dienstengebouw. De uitstraling van de gevels van het Farnsworth House is juist tegenovergesteld aan die van het Dienstencentrum, dat meer wegheeft van een gesloten bedrijfshal. Het Farnsworth House is zeer open, met volledig glazen gevels, terwijl het dienstengebouw begroeid is en zeer kleine raamopeningen heeft. Ondanks dat zijn er dus wel degelijk overeenkomsten. Het Dienstencentrum Plaswijckpark mag met recht een Miessiaans bouwwerk genoemd worden!

Farnsworth House, exterieur

Bij Dienstencentrum Plaswijckpark zijn geen bijzondere technieken gebruikt, maar is juist gekozen voor een eenvoudig bouwsysteem, zoals dat ook bij bedrijfshallen wordt toegepast. Gestandaardiseerde middelen bieden niet alleen economische voordelen, maar kunnen een ontwerper ook helpen om op een eenvoudige manier het gewenste beeld te verkrijgen. Beroemde architectuur kan als basis dienen om een eigen ontwerp beter te leren begrijpen. Wanneer ontwerpmethoden toegepast worden die ingezet zijn bij beroemde gebouwen, geeft dat aan dat die methoden ter zake doen en in ieder geval bij andere projecten meehelpen om een bepaald doel te bereiken.

42

DaF-architecten is een relatief klein architectenbureau, maar beschikt wel degelijk over ontwerpkennis die vergelijkbaar is met die van gerenommeerde architecten.

Farnsworth House, plattegrond

Standaard bedrijfshal met gesloten gevels


Referentie Medisch Centrum De Pionier is ontstaan uit een eenvoudig doosvormig volume waar diverse ingrepen op zijn gedaan. Bekende gebouwen die op een dergelijke wijze zijn gecreĂŤerd, zijn de Apolloscholen in Amsterdam, ontworpen door Herman Hertzberger (1932).

Apolloscholen (1983) Amsterdam, Nederland Herman Hertzberger

Willemsparkschool, axonometrie

Sportcomplex Caland is een aaneenschakeling van meerdere volumes. De gangen in het gebouw maken een duidelijke beweging tussen die volumes.

Bauhaus Dessau (1926) Dessau, Duitsland Walter Gropius

Een beroemd bouwwerk dat volgens een zelfde principe is opgebouwd, is het Bauhaus in Dessau, van Walter Gropius (1883-1969). Het bevat diverse onderwijslokalen en ook het architectenbureau van Gropius was er gehuisvest. Het hoogste volume bevat woningen en ateliers. Het complexe programma wordt onder meer aaneengeregen door een opgetild gedeelte. Dit doet denken aan de opgetilde sporthal boven de parkeergarage van Sportcomplex Caland.

Beide scholen, de Willemsparkschool (hier afgebeeld) en de Apolloschool, hebben een structuralistische opzet, die bestaat uit een centrale hal met lokalen op de vier hoeken van het gebouw. De gevels bevatten diverse erkers die doen denken aan de uitkraging van het Medisch Centrum. De dakterassen zijn inkepingen die ook vergelijkbaar zijn met de aanpassingen op het basisvolume van De Pionier. De centrale hal in de scholen speelt een zeer belangrijke en beeldbepalende rol voor de gebruikers van het gebouw. Datzelfde is het geval bij Medisch Centrum De Pionier. Bij de Apolloscholen heeft de hal meerdere functies, omdat er bijvoorbeeld collectieve activiteiten plaats kunnen vinden. Bij De Pionier is de hal ook belangrijk, omdat er onder andere een balie aan gesitueerd is. De ruimtes krijgen bij beide gebouwen licht door een daklicht, wat dus nog een overeenkomst is.

Re f e r e n t i e S p o r t c o m p l ex

De volumes met verschillende proporties vormen ook een overeenkomst. Dit is bij het Calandcomplex ingezet om een te groot volume te voorkomen en om een relatie te leggen met de omgeving. Bij het Bauhaus is dat ook het geval. De voumes vinden aansluiting bij de omliggende bebouwing.

Willemsparkschool, centrale hal

Ondanks de functieverschillen zijn beide gebouwen op dezelfde wijze opgenomen in de omgeving, doordat er weloverwogen proporties en meerdere volumes gekozen zijn.

Bauhaus Dessau, maquette

Inpassing in de locatie door proportionering

43


B E V I N D I N G E N Bij alle deelonderwerpen zijn diverse bevindingen vermeld. Om een conclusie te kunnen formuleren worden deze bevindingen per thema kort samengevat in het licht van de drie projecten en de ontwerpwijze van DaF-architecten in het algemeen.

Functieweergaven

Projectgegevens

Maatsystematiek

De afwijkende schaalgroottes van de projecten illustreren dat DaF ervaring heeft met het ontwerpen van gebouwen met uiteenlopende vloeroppervlaktes.

Uitgangspunten De uitgangspunten voor een ontwerp, die in overleg met de opdrachtgever worden besproken, houden altijd rekening met de kwaliteiten en ambities van de locatie.

Locatiegeschiedenis De geschiedenis van de ontwerplocatie wordt in het achterhoofd gehouden tijdens het ontwerpproces.

Locatieontwikkeling Het toevoegen van een nieuw gebouw heeft invloed op de locatie. DaF-architecten maakt altijd een weloverwogen keuze voor footprints en proporties.

Inpassing Om aansluiting te vinden bij de directe omgeving van een gebouw, wordt gestreefd naar zichtrelaties en natuurlijke verschijningsvormen. Tijdens het hele ontwerpproces worden steeds weer middelen toegevoegd om een goede inpassing te bewerkstelligen.

Volumeopbouw Gebouwen zijn terug te leiden tot eenvoudige basisvormen, zoals de kubus. Ingrepen op zo’n volume geven een gebouw de gewenste uitstraling.

Organisatieprincipes De organisatie binnen de gebouwen is te minimaliseren tot een T-vormig logistiek principe, waarin de entreehal steeds de belangrijkste rol speelt. 44

C Indien gewenst kan een gebouw de geherbergde functies tonen (door de volumeopbouw) of juist in elkaar over laten lopen (door een eenduidige materialisering van de gevel).

Maatsystematiek en stramienen kunnen ingezet worden ten gunste van het bouwsysteem of ten gunste van de compositie.

Duurzaamheid Duurzaam bouwen begint bij een weloverwogen hoofdopzet en gaat verder door te kiezen voor energiezuinige systemen en technieken.

Gevelbeeld & detaillering Een gevel is het visitekaartje van een gebouw. Om een gevel expressie te geven is een breed scala aan mogelijkheden denkbaar. DaF-architecten heeft een methode ontwikkeld om een eenduidige gesloten gevel meer expressie te geven (het toevoegen van een voorzethuid).

Interieur De belangrijkste binnenruimte van een gebouw is veelal de entreehal, omdat daar de oorsprong van de routing ligt. De entreehal verdient dan ook extra aandacht bij het ontwerp.

Bouwkosten Er kan geld bespaard worden door de natuurlijke afwerking of verschijningsvorm van materialen in het zicht te laten.

Regelgeving Als er creatief mee om wordt gegaan hoeft regelgeving geen beperking te zijn tijdens het ontwerpproces.

Referenties Het zoeken van referenties biedt inzicht in de kwaliteiten van het eigen ontwerp.

O

N

C

L

U

S

I

E

Aan het eind van deze uitvoerige analyse kunnen enkele conclusies getrokken worden.

Ontwerpwijze DaF-architecten Uit de bevindingen blijkt dat DaF-architecten misschien wel zonder het zelf te beseffen op een weloverwogen wijze omgaat met de geanalyseerde ontwerpthema’s. Er is bij voorbaat nooit een pasklare oplossing voor een ontwerpopgave. Ontwerpen is steeds weer opnieuw beginnen. Ondanks dat heeft DaF zich weten te trainen in het aanpakken van een opdracht.

Inpassing in de locatie De analyse van de locatie lijkt inhoudelijk de boventoon te voeren. DaF-architecten doet altijd een goed doordachte poging om een gebouw te verankeren in de omgeving. Door dit al vast te leggen bij de uitgangspunten worden er gedurende het ontwerpproces middelen toegevoegd om de inpassing te versterken. Het inpassen in een locatie lijkt een doel op zich te zijn.

Duurzaamheid Een thema waar DaF-architecten slim mee om gaat is duurzaamheid. De hoofdopzet is bij de drie geanalyseerde gebouwen duurzaam te noemen. Het doel om steeds een goede inpassing in de omgeving te bewerkstelligen blijkt tevens een randvoorwaarde voor een weloverwogen en milieuvriendelijke gebouwopzet te zijn.

Eventueel vervolgonderzoek Iets dat in het licht van architectuur in het algemeen interessant is, betreft het onderzoek naar de organisatieprincipes van de geanalyseerde gebouwen. Na het modificeren van de in kaart gebrachte ontsluitingssystemen wordt geconcludeerd dat die terug te brengen zijn tot een T-vorm. Wanneer dat bij drie (publieke) gebouwen met verschillende functies al het geval is, is het een interessant thema voor een eventueel vervolgonderzoek om te kijken of dat dit principe bij meerdere (al dan niet publieke) gebouwen geldt en of hier historische referenties zijn.


L I T E R A T U U R Bouwkunst aller tijden - van de prehistorie tot heden; P. Hamlyn; vertaald uit het Engels door G. Messelaar; Elsevier; Amsterdam/Brussel; 1965 Honderd jaar Nederlandse architectuur, 1901-2000 - Tendensen - Hoogtepunten; S.U. Barbieri, L. van Duin; 1e druk; SUN; Nijmegen; 1999

E

P

I

L

O

O

DCBA-kwartet Duurzaam Bouwen - duurzame ideeën volgens de viervarianten-methode; K. Aalbers, K. Duijvestein, M van der Wagt; 1e druk; Aeneas; Boxtel; 2001

G

Tijdens het zesde semester van de Bacheloropleiding Bouwkunde aan de Technische Universiteit Delft wordt de studenten de mogelijkheid geboden om een korte stage van één onderwijskwartaal te volgen. Deze stage is enerzijds gericht op participatie van de studenten in het bedrijfsleven, maar daarnaast wordt van hen verwacht dat zij kritisch naar het werk van hun stagebiedende organisatie kijken. DaF-architecten bood mij een stageplaats aan van eind januari tot begin april 2009. Het door de Technische Universiteit gewenste stageonderzoek sloot vrijwel naadloos aan op de wens van Paul van der Voort van DaF-architecten om inzicht te krijgen in de methodische werkwijze van zijn bureau. Ik kreeg de opdracht om drie projecten aan een uitvoerige analyse te onderwerpen en kon daar een groot deel van mijn tijd aan besteden. Het analyseren en bezoeken van de gebouwen gaf mij inzicht in het geheel van de totale ontwerppraktijk van een gebouw. Dit was voor mij erg leerzaam.

Het feit dat mijn onderzoek daadwerkelijk in opdracht van het bureau werd uitgevoerd, bood voor mij een tweede dimensie. Mijn werk is niet alleen voor mijzelf, maar ook voor het bureau zinvol. Dat motiveerde mij om zo ver mogelijk door te dringen tot de essentie, de boodschap, van de drie projecten.

Integrale Plananalyse van Gebouwen - Doel, methoden en analysekader; T. van der Voordt, H. Zijlstra, A. van den Dobbelsteen, M. van Dorst; 1e druk; VSSD; Delft; 2007 Vindplaatsen - 1998-2008; D.J.J. Bakker, C.M.N. Visser, P.J.J. van der Voort; DaF-architecten; Rotterdam; 2008

Via deze weg wil ik DaF-architecten hartelijk bedanken voor de fijne en leerzame tijd, de goede sfeer en de gesprekken. Een speciaal dankwoord gaat uit naar Paul, die mij altijd tot steun is geweest bij het maken van deze analyse. Daan, Catherine, Polle, Marieke, Carin, Michelle en Maria-Laura, ook jullie bedank ik voor al jullie hulp, aandacht en gezelligheid! Al met al kijk ik terug op een zeer leerzame stageperiode die mij verlangend uit doet zien naar een succesvolle toekomst als architect. Eelko Kroon

3 april 2009

Eelko Kroon werd op 12 april 1988 geboren in Gorinchem en is sinds zijn geboorte woonachtig in Hardinxveld-Giessendam. Nadat hij in 2006 zijn diploma Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs behaalde is hij gestart met de Bacheloropleiding Bouwkunde aan de Technische Universiteit Delft. Binnen een jaar ontving hij zijn propedeutisch examen. Zijn interesses gaan uit naar onder meer woningbouw en bouwkundig detailleren. Tijdens het derde studiejaar liep Eelko stage bij DaF-architecten, waar hij dit onderzoek heeft uitgevoerd en praktijkervaring opdeed.

45

Het Omgekeerde Ontwerp - Een deductiefe analyse van het werk van DaF  
Het Omgekeerde Ontwerp - Een deductiefe analyse van het werk van DaF  

In dit stage-onderzoek komen drie gebouwen van het Rotterdamse architectenbureau DaF aan bod. Het gaat om het Dienstencentrum Plaswijckpark...

Advertisement