Page 1

JAARRAPPORT 2008 Educatieprogramma voor kansarme meisjes IN Bangladesh

Onderwijs is geen voorrecht, maar een recht.


1.

INLEIDING:

Bangladesh, nauwelijks 5 maal groter dan België, is een van de meest overbevolkte landen ter wereld, met een bevolking van ongeveer 140 miljoen mensen, waarvan ongeveer 19 miljoen kinderen op lagere schoolleeftijd (lagere school loopt van klas 1 tot klas 5, en de gemiddelde leeftijd van de leerlingen in lagere school is 6 tot 10 jaar, of ouder). Meer dan de helft van deze kinderen zijn meisjes. Alhoewel de aanwezigheid van meisjes in de lagere school over het algemeen “goed” mag genoemd worden (al naargelang welke statistieken worden gebruikt), daalt het aantal meisjes in de middelbare school dramatisch. Wanneer we het aantal meisjes die lagere school opgeven, optellen bij het aantal meisjes wat nooit naar de lagere school gaat, komen we tot het onvoorstelbaar totaal van meer dan 1.5 miljoen meisjes op lagere schoolleeftijd in Bangladesh, die niet (of nooit) naar school (zullen) gaan. Het erg twijfelachtige niveau van het lager onderwijs in Bangladesh, wordt duidelijk weerspiegeld in een hoge graad van absenteïsme van leerlingen, het groot percentage van kinderen wat een jaar moet dubbelen, en het aanzienlijk aantal kinderen wat de studies opgeeft gedurende lagere school (waarvan 37% meisjes). Het resultaat is dat slechts 1/4 van de meisjes die lagere school beginnen (klas 1), ook effectief lagere school voltooien. Deze kinderen hebben echter een beperkte basiskennis en de meeste kinderen zijn in klas 5 eigenlijk praktisch nog steeds analfabeet. In de krottenwijken en op het platte land is de toestand nog veel erger; 26% van alle meisjes op lagere schoolleeftijd zou niet naar school gaan. Het middelbaar onderwijs (lager middelbaar: klas 6 tot klas 10, en hoger middelbaar: klas 11 en 12), kampt met ongeveer dezelfde problemen als het lager onderwijs, maar het verschil in aanwezigheid tussen jongens en meisjes wordt alleen maar groter en duidelijker naarmate de kinderen ouder worden. Ongeveer 1/3 van alle meisjes, leeftijd 11 – 15, gaat niet naar de middelbare school, en bijna 50% van alle meisjes verlaat het middelbaar onderwijs vroegtijdig, t.t.z. alvorens ze de laatste klas van het de lager middelbare school (klas 10) bereiken. Enkel 8% van alle meisjes bereikt het laatste jaar hoger middelbaar (klas 12) en de overige 92% is op die leeftijd reeds uitgehuwelijkt (wat vreemd mag genoemd worden, want in Bangladesh is de wettelijke leeftijd om te huwen 18, terwijl de statistieken duidelijk bewijzen dat de meeste meisjes reeds gehuwd zijn op hun 15 of 16, en daardoor vanzelfsprekend verplicht zijn om hun studies op te geven). Een groot aantal factoren zijn verantwoordelijk voor de dramatische afwezigheid van meisjes in lager en middelbaar onderwijs, maar in de eerste plaats is het onderwijssysteem zelf een van de hoofdbeschuldigden; slechte kwaliteit van het onderwijs, acuut gebrek aan goede, gemotiveerde en getrainde leraren, gebrek aan up-to-date pedagogische en didactische middelen en materialen, slecht gedrukte en totaal ouderwetse studieboeken, het hoge aantal leerlingen per klas (60 tot meer dan 100 leerlingen per leraar), ongeveer het laagste aantal school uren in de wereld (ongeveer 440 uur per jaar), hoog absenteïsme onder de leraren, het gebrek aan verantwoordelijkheid en interesse door de overheid, corruptie (leerlingen worden door de leraren verplicht worden om dure bijles te volgen in het privé “coaching centre” van de betrokken leerkracht), gebrek aan drinkwatervoorziening en gescheiden sanitair (voor meisjes en jongens apart), geen elektriciteit en bouwvallige schoolgebouwen, zijn een paar van de voornaamste redenen waarom onderwijs terecht onaantrekkelijk mag genoemd worden voor kinderen en hun ouders, en waardoor kinderen gedemotiveerd raken en niet naar school gaan of hun studies vroegtijdig opgeven. Maar ook factoren buiten het onderwijssysteem kunnen een enorme barrière vormen voor meisjes om naar school te (mogen of kunnen) gaan. Vanaf haar geboorte is een meisje in Bangladesh reeds het slachtoffer van discriminatie. 1.


Vanaf haar geboorte wordt ze aanzien en behandeld als een “tijdelijke gast” door haar eigen familie, een gast die het ouderlijke huis verlaat op de dag van haar huwelijk en bij haar schoonouders zal intrekken. Bovendien zullen de ouders van het meisje de traditionele bruidsschat moeten betalen (dit algemeen aanvaarde gebruik is echter tegen de Bengaalse wet, er staat zelfs gevangenisstraf op het vragen en aanvaarden van een bruidsschat). Ouders vinden het dusdanig niet “noodzakelijk” om in een dochter “te investeren”. Een zoon is veel belangrijker omdat hij en zijn vrouw voor zijn ouders zal zorgen op hun oude dag. De scholing van een meisje wordt enkel aanzien om de waarde op de huwelijksmarkt te verhogen, maar wordt niet aanzien als belangrijk om later een baan te krijgen en geld te verdienen. Een carrière en geld verdienen is niet voor een vrouw, de plaats van de vouw is in de keuken en bij de kinderen en het wordt een meisje reeds vroeg aangeleerd om haar echtgenoot en zijn familie te dienen en te gehoorzamen. Tot de dag van haar huwelijk, zijn de ouders van een dochter meer begaan om de veiligheid en reputatie van het meisje en de familie, en de keuze van de toekomstige echtgenoot, dan met de waarde van goed onderwijs voor het meisje (wat als absolute bijzaak wordt aanzien). Omdat het weinig zeker is dat een meisje broodwinner wordt voor haar gezin (een taak traditiegetrouw weggelegd voor een echtgenoot), wordt er weinig geld gespendeerd aan de educatie van een dochter in vergelijking met de scholing van een zoon. De bewegingsvrijheid van een meisje wordt ontzettend gelimiteerd wanneer het kind haar puberteit bereikt. Vooral wanneer er niet voldoende scholen zijn in de directe leefomgeving, waardoor de afstand van huis naar school te groot is, of wanneer de weg te “publiek” is, loopt het meisjes het risico om geen toelating meer te krijgen om nog naar school te mogen gaan (vooral voor een meisje in de middelbare school, wat wil zeggen, in haar puberteit en daarom op huwbare leeftijd). Verder wordt het ook als “slecht” beschouwd voor een meisje “haar reputatie” om contact te hebben met jongens van buiten haar eigen familiekring (dit verklaart meteen ook het hoge aantal gevallen van ongewilde seksuele intimiteiten, verkrachting of incest van een meisje door een eigen familielid – vader, nonkel, neef – binnen de “veilige” eigen familieomgeving, zoals in de meeste landen, ook een onwaarschijnlijk taboeonderwerp in Bangladesh). Zoals reeds bovenvermeld worden kinderen door de schoolleraren verplicht om duur betaalde bijles te volgen in het “coaching centre” . Een dergelijk corrupt systeem wordt door leraren als essentieel aanbevolen wil een student slagen voor de eindexamens. Ouders met verschillende kinderen op school, zullen niet onmiddellijk de beslissing nemen om ook voor deze extra “privé coaching” van een dochter te betalen. Bovendien wordt dergelijke “coaching” voor of na de officiële schooluren gegeven, met het risico dat het meisje in het donker naar haar privé leraar moet. Zelfs indien de privé leraar aan huis komt (wat nog meer extra geld kost), is er, volgens de bezorgde ouders, steeds het risico dat het meisje door haar leraar kan worden verleid (de meeste leraren die huis-aan-huis “coaching-les” geven, zijn mannelijke leraren, omdat het niet als behoorlijk wordt aanzien voor een vrouw om alleen naar een vreemd huis te gaan, vooral wanneer het donker is).

2.


In de meeste gezinnen zijn de dochters verantwoordelijk voor het grootste deel van het huishoudelijk werk en hulp bij de opvoeding van jongere broertjes en zusjes, wat vanzelfsprekend problemen veroorzaakt voor de studies van deze kinderen. Gedwongen huwelijk (op veel te jonge en daardoor illegale leeftijd) is een van de hoofdredenen voor een meisje om te stoppen met haar studies. Zelfs wanneer haar echtgenoot en haar schoonfamilie haar beloofd dat ze mag voortstuderen, toch komt het grootste deel van het werk in huis op de schouders van de nieuwe bruid terecht. Bovendien zal het meisje ze snel mogelijk haar vruchtbaarheid aan haar schoonfamilie en echtgenoot moeten bewijzen, en haar waarde als “goede echtgenote” door ... een zoon ter wereld te brengen! Opmerkelijk is ook dat geboorteregistratie niet verplicht is in Bangladesh. Daardoor worden we als organisatie in een situatie gedwongen dat we werken met en voor kinderen die “officieel niet eens bestaan”... Het is moeilijk om over rechten van kinderen te bespreken die niet kunnen bewijzen dat ze ooit zijn geboren. Tezamen met UNICEF tracht de overheid deze absurde toestand te wijzigen, maar de motivatie en inspanningen daarvoor laten veel te wensen over. Ouders die analfabeet zijn, kunnen de formulieren niet aanvragen en invullen, ouders die toch doorzetten om een geboorteregistratie in handen te krijgen moet daarvoor vaak eerst smeergeld betalen aan een overheidsambtenaar. Arme mensen worden daardoor afgeschrikt. Hetzelfde geldt ook voor de registratie van huwelijken. Zoals eerder vermeld mogen meisjes niet huwen onder de leeftijd van 18, maar mits betaling van smeergeld wordt de leeftijd van een 14-jarig meisje al vlug ingevuld als meer dan 18 jaar oud. Dit is algemeen geweten. Opmerking: volgens de statistieken van UNICEF i.v.m. lagere school, gaat 10% van de meisjes nooit naar de lagere school, 34% verlaat lagere school vroegtijdig, 28% beëindigd lagere school, maar heeft niet eens een minieme basiskennis, en enkel een kleine 28% beëindigd lagere school met bevredigende resultaten (alhoewel de statistieken voor de jongens in lagere school iets beter zijn dan voor meisjes, is het uiteindelijke resultaat hetzelfde, enkel 28% van de jongens beëindigd lagere school met goede resultaten).

3.


2.

EDUCATION INTERNATIONAL, BELGIUM (vzw):

2.1.

Profiel: Education International, Belgium (vzw) – EIB, is een vereniging zonder winstoogmerk, erkend door de Belgische staat (vermeld in het Belgisch Staatsblad van 22/2/1996), heeft een kantoor in Antwerpen en wordt geleid door een team van vrijwilligers. EIB is een pluralistische organisatie en werkt volledig onafhankelijk van elke politieke, religieuze of ideologische macht. EIB zet zich actief in voor de bescherming van de Rechten van het Kind (zoals vermeld in de UN Convention on the Rights of the Child) en werkt actief aan de implementatie van de Rechten van de Vrouw. Ons onderwijsproject in Bangladesh, werd opgestart begin januari 1996 door Willy Legendre (de huidige Programma Directeur en Afgevaardigd Bestuurder van EIB). Deze geboren Antwerpenaar stond niet enkel aan de wieg van EIB, maar was voordien ook jaren werkzaam als freelance oorlogscorrespondent (fotograaf en reporter) en hulpverlener in verschillende rampgebieden en (burger)oorlogen voor onder andere Artsen zonder Grenzen (AzG) en het Hoog Commissariaat voor Vluchtelingen van de Verenigde Naties (beiden winnaars van de Nobelprijs voor de vrede). Hij werd door AzG professioneel getraind in o.a. hulpverlening en op gebied van veiligheid.

2.2.

Doelstellingen: Van een louter onderwijsprogramma, is EIB volwaardig mensenrechtenprogramma, actief implementatie en bescherming van de Rechten Rechten van de Vrouw.

uitgegroeid tot een betrokken in de van het Kind en de

Het is onze overtuiging dat onderwijs een recht is en geen voorrecht. Onderwijs redt mensenlevens en is de sleutel voor de ontwikkeling van elke natie. Onderwijs beschermt arme meisjes tegen armoede, onrecht, discriminatie, kinderhuwelijk, kinderprostitutie, uitbuiting, overbevolking, onbegrip en bijgeloof. Door middel van onderwijs kan een meisjes vicieuze cirkel van armoede en haar plaats opnemen als productieve en zelfstandige vrouw.

ontsnappen uit die in de maatschappij

Daarom voorziet EIB weesmeisjes of meisjes uit kansarme gezinnen waarvan het gezinshoofd een alleenstaande vrouw is (ofwel een man die niet voor het gezinsinkomen kan zorgen), van kindvriendelijk onderwijs & (technische) trainingsmogelijkheden, voedsel & medische hulp, kleding, bescherming & onderdak en alle andere hulp en assistentie noodzakelijk om het kind voor te bereiden op een veilige toekomst als onafhankelijke vrouw met gelijke rechten en kansen.

4.


2.3.

Sponsoring: EIB verzamelt alle fondsen in België. Ons werk wordt gesponsord door o.a. privé personen, service clubs, scholen, organisaties en bedrijven in binnen –en buitenland. Sinds 1998 is het ook mogelijk om een “peter/meterschap” op te nemen van een meisje of groep van kinderen. Daarvoor wordt door de peter/meter een bepaald bedrag betaald voor de opvoeding, medische zorgen & educatie van een bepaald kind – of een groep van kinderen. Verder zijn alle giften aan EIB vanaf 30 Euro fiscaal aftrekbaar. Donors krijgen daarvoor een fiscaal attest van EIB.

2.4.

Projectgebied: Ons werkterrein omvat verschillende sloppenwijken en afgelegen dorpen in en rond Cox’s Bazar (CxB). CxB, een “kleine gemeente” met meer dan een half miljoen inwoners, ligt op vier uur rijden van de eerste grote stad (Chittagong), is een van de meest achtergebleven en onderontwikkelde gebieden van Bangladesh met, volgens UNICEF, het hoogste percentage analfabeten in het land. CxB staat niet enkel bekend als “the tourist spot” voor de Bengalen, maar het volledige kustgebied is ook berucht omwille van desastreuze cyclonen en omwille van (wapen)smokkel en mensenhandel (Hindustan Times, 9 mei 2007). Wegens veiligheidsredenen en/of het dramatische gebrek aan goed (hoger) onderwijs en professioneel geschoolde leraren in CxB (vooral in het hoger onderwijs en college), krijgen onze meisjes de kans om verder te studeren buiten CxB (zoals in Chittagong of Dhaka).

2.5.

Doelgroep: Al onze (wees)meisjes worden geselecteerd uit (kans)arme families. Ofwel hebben deze kinderen geen vader en/of moeder meer, ofwel is de vader of moeder gehandicapt of te ziek om te werken of er is geen directe familie om voor het kind te zorgen.

2.6.

Selectie van onze meisjes in het project: Nieuwe meisjes kan op de volgende wijze worden geselecteerd: - door ons EIB-team, regelmatig op ‘veldonderzoek’ - onze studenten, die in de sloppenwijken wonen, geven ons team de namen door van kansarme meisjes die bijvoorbeeld niet meer kunnen voortstuderen omdat de vader is overleden - door gesprekken met locale schooldirecteuren, leraren, medische personen, opvoeders, sociale werkers - door gesprekken met onze partners in de regio Opmerking:Omdat het grote merendeel van geboortes & sterfgevallen, huwelijken en woonplaatsen niet worden geregistreerd, en identiteitspapieren niet bestaan in Bangladesh, is het vaak onbegonnen werk om de exacte situatie van een kind te achterhalen.

2.7.

Het EIB team in Bangladesh: Onze activiteiten zijn onderverdeeld in 3 verschillende programma’s (zie hoofdstuk 4). Elk van deze programma’s heeft een andere verantwoordelijke. Het management van het volledige programma is in de handen van Willy Legendre, onze Belgische “Programme Director”.

5.


3.

BEVINDINGEN & PROBLEMEN BETREFFENDE ONZE DOELGROEP:

3.1.

Behuizing en leefomgeving: Bangladesh is een van de meest overbevolkte landen ter wereld met het hoogste aantal landloze mensen. Het overgrote deel van de gezinnen ingeschreven in ons onderwijsprogramma, wonen op een stukje illegaal land waarop ze een bamboehutje of kleihuisje bouwen, of moeten een kamer in een illegaal opgetrokken krot huren (de huurprijs voor een kamer kan oplopen tot 10 Euro per maand, terwijl de mensen vaak niet eens een halve Euro per dag verdienen). De meeste ‘huizen’ zijn donkere en slecht geventileerde krotten (1 of 2 kamers klein), opgetrokken in een combinatie van bamboe en klei of baksteen (en metaalplaten of stro als dak). Dergelijke huurhuisjes moeten echt uit mekaar vallen alvorens de “eigenaar” zijn illegaal opgetrokken “eigendom” hersteld (meestal gaat de huurprijs na een dergelijke herstelling de hoogte in). Agressieve ontbossing en hevige regenval zorgen voor modderverschuivingen in deze heuvelachtige omgeving, waarbij steeds dodelijke slachtoffers vallen. Sommige van onze kinderen komen ook van afgelegen dorpen vlakbij CxB, waar geen wegen zijn, geen elektriciteit is en geen communicatiemiddelen. Het gebruik van afval (papier, plastiek, bladeren van struiken en bomen) om kookvuurtjes te maken of zichzelf warm te houden in de winter, gecombineerd met het feit dat 99% van de huizen geen schoorsteen heeft, resulteert in een onwaarschijnlijk irriterende rookpollutie. De meeste kinderen en volwassenen lijden dan ook aan astma en problemen met de longen en luchtwegen. Er zijn weinig straten in de buitenwijken en krottenwijken, en de wegen die de mensen zelf aanleggen worden in het regenseizoen meestal weggespoeld. Er is geen adequate riolering (de meeste rioleringen zijn open grachten en in erg slechte staat), er is geen vuilnisophaaldienst (mensen smijten het afval waar ze willen), en elektriciteit wordt illegaal afgetapt van de hoofdlijnen. Er is absoluut onvoldoende sanitair. De meeste latrines zijn open putten, of mensen doen hun behoefte achter huizen of struiken, wat vooral in het regenseizoen, wanneer de krottenwijken onderlopen, resulteert in een levensgevaarlijke smerigheid). Er is beslist onvoldoende veilig drinkwater (veel mensen moeten hun drinkwater kopen) - en meeste waterputten (met handpompen) zijn niet voldoende diep gegraven, staan direct naast een open latrine in en poel van stilstaand brak water, ofwel vlakbij of letterlijk op een illegale stortplaats. Door het gebrek aan ruimte en water, moeten veel mensen zich baden in open vijvers of poelen sterk vervuild water. Er zijn geen speelpleinen of sportvelden en kinderen spelen of sporten waar ze plaats vinden; op bouwterreinen (naast bouwputten en levensgevaarlijke bouwmaterialen), op illegale stortplaatsen, op de wegen en straten, naast waterputten en vijvers, kapotte elektriciteitskasten en loshangende elektriciteitskabels. 6.


3.2.

Gezondheid: Verwijzend naar de dramatisch slechte behuizing en leefomgeving van de mensen (zie 3.1.), is het niet verwonderlijk dat de risico’s voor de volksgezondheid er ernstig zijn. De nummer 1 belangrijkste doodsoorzaak van kinderen in Bangladesh zijn ongevallen (vooral door verdrinking). Verder zijn problemen aan longen en ademhalingswegen een andere belangrijke doodsoorzaak. Op de derde plaats komt diarree malaria en ‘dengue’ (knokelkoorts). Verder komen naast acute ondervoeding (resulterend in o.a. groeistoornissen) en acuut gebrek aan vitamines, zoals vitamine A (resulterend in oogproblemen) en calciumgebrek (het aantal gevallen van rachitis ligt abnormaal hoog in de CxB regio), de volgende ziektes veelvuldig voor: bronchitis, longontsteking en astma, cholera, shigella en salmonella, schurft en allerhande huidinfecties, seksueel overdraagbare ziektes (20% van de mannelijke bevolking in de krottenwijken zou aan syfilis of gonorroe lijden), malaria en dengue, hepatitis, mazelen en pokken, tuberculose, hartstoornissen en polio. We hadden zelfs kinderen in ons programma die aan lepra leden (er is inderdaad nog veel lepra in Bangladesh). Er is niet veel informatie voorhanden i.v.m. HIV of AIDS, terwijl de krottenwijken het werkterrein zijn van (kinder)prostituees en drugverslaafden (heroïnegebruikers die besmette naalden delen). Opmerking 1: Het totale gebrek aan seksuele opvoeding en het taboe wat rond het onderwerp hangt, heeft een hoog aantal tienermoeders tot gevolg. Meer pubermeisjes sterven aan de gevolgen van een ongewenste zwangerschap (op veel te jonge leeftijd) dan van gelijk welke andere oorzaak. Terwijl abortus legaal is in Bangladesh worden er toch ongeveer 780.000 illegale abortussen uitgevoerd per jaar, omwille van de sociale consequenties voor een ongehuwde dochter en haar familie indien bekend wordt dat het kind zwanger was. Per jaar sterven rond de 8000 meisjes en vrouwen in Bangladesh, aan de gevolgen van dergelijke levensgevaarlijke praktijken. Opmerking 2: Nauwelijks 1 op 3 van de 136 miljoen kinderen die er elk jaar in Bangladesh worden geboren, komen ter wereld met de hulp van een medisch of professioneel persoon. Elk jaar sterven er ongeveer 530.000 vrouwen en meisjes onder 18 jaar oud aan de gevolgen van een problematische zwangerschap of bevalling, dat is 1 meisje/vrouw per minuut). Alles samen sterven er 10.6 miljoen kinderen per jaar in Bangladesh voor ze de leeftijd van 5 jaar bereiken. (Bron: Daily Star, The Independent, Wereld Gezondheidsorganisatie, UNICEF, Ministry of Health and family Welfare, Bangladesh)

3.3.

Voeding: Traditioneel gezien eten de mensen 3 maal dagelijks, maar voor onze kinderen is dat vaak enkel 1 keer per dag een volwaardige maaltijd. Verschillende kinderen moeten het echter met nog minder stellen. Met de recente economische crisis zijn o.a. de voedselprijzen in Bangladesh bijna verdubbeld. Tien jaar geleden gaven we onze meisjes lunch voor 25 – 30 Taka/maaltijd, nu is dat 45 tot 50 Taka/maaltijd. Door deze agressieve politiek van constante prijsstijgingen (zelfs van basisproducten voor elk Bengaalse maaltijd zoals uien en pepers), eten de mensen nog minder dan voordien en zijn bepaalde groenten, vis of fruit een luxe geworden (zelfs voor de middenklasse). Goedkope kleine vis die in de vijvers of vlakbij de kustlijn worden gevangen, of de traditioneel “gedroogde vis” (“shoetkie mas”), linzensoep en rijst vormt de dagelijkse basisvoeding. De meeste groenten (zoals tomaten of bloemkool), kip, garnalen en vlees zijn nu doodgewoon onbetaalbaar. 7.


Rundvlees of geitenvlees wordt daarom nog enkel gegeten op religieuze Moslimfeestdagen of huwelijken, en de meeste gezinnen kunnen zich enkel een paar keer per jaar kip permitteren. Zoals reeds eerder vermeld is de voedingswaarde van de maaltijden onvoldoende, blijven kinderen acuut ondervoed en verstoken van de noodzakelijke calorieën, mineralen en vitamines, toch zo essentieel om gezond op te groeien. 3.4.

Sociale leefomgeving en maatschappelijk beeld: Werkloosheid, armoede, prostitutie, drug -en alcoholverslaving (en drughandel), maar ook het vasthouden aan eeuwenoude tradities (zoals het dagenlang opsluiten van een meisje die haar eerste menstruatie heeft), bijgeloof (de voorkeur voor een zoon), discriminatie (een meisje hoeft niet naar school), en religieus extremisme (een meisje is ondergeschikt aan een man), vormen de leefomgeving van opgroeiende meisjes, en zorgen voor veel frustratie en trauma’s, en onveiligheid in hun directe leefomgeving. Geboorteregistratie is niet verplicht in Bangladesh (waardoor kinderen niet eens officieel bestaan), en huwelijksregistratie wordt nauwelijks toegepast. De meeste vrouwen zijn analfabeet, kennen hun rechten niet en zijn bang om een – voor hen gekozen huwelijkspartner te weigeren (omdat ze daardoor hun familie tot schande brengen). Corrupte ambtenaren vragen veel geld om een geboorte of huwelijk te registreren, en vaak wordt de leeftijd van jonge kinderen die verplicht uitgehuwelijkt worden, als ouder dan 18 opgegeven. Het is een traditie dat een man met een tienermeisje huwt, omdat een “jonge vrouw de man jong houdt”. Maar over de ware leeftijd van het kind wordt op het huwelijkscontract, als er een cotract is, gelogen. Het totale gebrek aan legale en correct ingevulde betrouwbare documenten (en het feit dat zijn vrouw analfabeet is), maakt het eenvoudig voor een echtgenoot om vrouw en kinderen naar willekeur letterlijk aan de deur te zetten (zelf de geboorte van een dochter – volgens traditie en bijgeloof, de fout van de vrouw, is een goede en begrijpbare reden om van een vrouw te scheiden). Het aantal mannen wat hun gezin in de steek laat, of een tweede of derde vrouw neemt (en daardoor het eerste huwelijk in tragische armoede dompelt), is een enorm probleem, vooral voor traditionele hindoevrouwen, die niet opnieuw kunnen huwen na een echtscheiding (of wanneer hun echtgenoot is gestorven). Het aantal vaderloze kinderen in de krottenwijken waar wij werken ligt opvallend hoog. De Bengaalse maatschappij wordt heel duidelijk gedomineerd door mannen die gesteund door eeuwenoude tradities in combinatie met religieus fanatisme (en dit geldt zowel voor hindoes, moslims, als Christenen in Bangladesh), volledige macht claimen over hun vrouw(en) en familie, geen tegenspraak dulden en zich weinig aantrekken van de officiële wet van het land i.v.m. de rechten van vrouwen en kinderen. Hoe kan het ook anders, het absolute merendeel van politie, autoriteiten, volksvertegenwoordigers en ministers zijn mannen die een dergelijke traditionele, discriminerende ideologie gebruiken om een wet te implementeren die vrouwen en kinderen in bescherming zou moeten nemen, of gelijkwaardigheid van de vrouw zou moeten nastreven.

8.


3.5.

Veiligheid: Het is duidelijk dat in een dergelijke leefomgeving weinig veiligheid is, vooral voor een opgroeiend (vaderloos) (puber)meisje. Het zijn vooral de “mastaans” (locale maffia), die het dagelijks leven van zowat iedereen in de sloppenwijken (en daarbuiten) controleren. “Mastaans” voeren orders uit van bepaalde locale politieke figuren of grootgrondbezitters, waarvoor ze geld en bescherming krijgen. Ze zijn rechtstreeks betrokken in talloze vormen van criminaliteit zoals mensenhandel (vooral kinderhandel), drugssmokkel, prostitutie, het eisen van tolgelden en afpersing, of het stelen van land en vee. Winkels en handelaars moeten tol (of “bescherming”) betalen aan dergelijke mastaans (die daarvan een deel afstaan aan hun “godfather”), meisjes worden lastiggevallen op weg naar school/huis en riskeren te worden ontvoerd of verminkt wanneer ze niet ingaan op de seksuele avances van dergelijke criminelen (wat vaak resulteert in zelfmoord van het meisje om de pesterijen te ontlopen en zo de eer van de familie te redden). Huizen of bruggen kunnen niet gebouwd worden, straten kunnen niet aangelegd of hersteld worden zonder de “betaalde toelating” van deze mastaans. Organisaties kunnen niet in de krottenwijken werken zonder daarvoor eerst een “toelating” of “bescherming” te kopen van de locale maffia. Je moet zelfs aan deze mastaans betalen om het ziekenhuis binnen te “mogen”... Mensen zijn te arm en hebben te veel angst om een klacht in te dienen tegen dergelijke mastaans en/of hun godfathers, en politie en autoriteiten kijken de andere kant op omdat zij meestal actief betrokken zijn in de illegale praktijken, en ook een deel van de cake krijgen indien ze de mastaans en hun godfathers met rust laten. Omdat de meeste mensen geen vertrouwen hebben in politie (en om “vervelende vragen” te voorkomen), wordt vooral in de dorpen, recht gesproken door “een raad van wijzen” (“salish”), maar omdat dergelijke raad gewoonlijk wordt voorgezeten door de locale religieuze leider (zoals de - meestal ongeletterde - Imam van de plaatselijke moskee), valt het verdict meestal in het nadeel van een vrouw of meisje en wordt een man – zelfs al werd hij op heterdaad betrapt – vrijgesproken. Dergelijke “rechtbanken” baseren zich volledig op de Koran, zijn volgens de wet illegaal, en vormen vaak het toneel van middeleeuwse lijfstraffen (publieke steniging, brandstapel, geseling of stokslagen). Veel van deze “rechtspraken” leidt tot zelfmoord van het, meestal vrouwelijke, slachtoffer.

3.6.

Psychologische gevolgen voor de ontwikkeling van onze kinderen: Zoals reeds vermeld, vanaf hun geboorte worden meisjes geconfronteerd met een patriarchale maatschappij waarin mannen hun machtspositie - zonder daarin tegenspraak te dulden - baseren op religie en tradities. Meisjes en vrouwen genieten hoegenaamd niet dezelfde rechten als mannen, verdienen niet eens hetzelfde salaris voor hetzelfde werk, worden gediscrimineerd onder een vorm van erfenisrecht (gebaseerd op religie en niet op de constitutie van het land), waarbij meer eigendom aan een zoon wordt toegewezen dan aan een dochter en kunnen nauwelijks keuzes maken voor zichzelf (zelfs belangrijke keuzes zoals educatie, huwelijk, geboorteregeling, carrière, en financiële zaken). De verantwoordelijkheden voor een meisje of vrouw beperken zich meestal enkel tot huishoudelijke taken, koken en de opvoeding van de kinderen. 9.


Investeren in een dochter of onderwijs voor meisjes wordt niet als belangrijk aanzien omdat het kind toch het huis zal verlaten na haar huwelijk, en zal intrekken bij haar echtgenoot en voor zijn familie zal moeten zorgen. Zij kan alleen haar eigen ouders en familie terugzien wanneer ze daarvoor de toelating krijgt van haar man. Armoede en afwezigheid van een vader of echtgenoot, zijn de hoofdredenen voor meisjes of vrouwen om buitenshuis een baan te moeten zoeken. Wanneer een moeder een job heeft, is het een van de dochters die verantwoordelijk zal worden gesteld voor het huishouden en de opvoeding van de overige jongere kinderen, waardoor er vanzelfsprekend geen tijd overblijft om verder te studeren. Kinderen moeten vaak meehelpen om het familie inkomen leefbaar te maken en meisjes van straatarme gezinnen zonder vader lopen kans om op erg jonge leeftijd te worden weggegeven aan rijke families als “maid servant” (een soort Assepoes zonder rechten, verantwoordelijk voor alle werk in het huis van haar eigenaar waarvoor het kind niet eens betaald wordt), of te worden uitgehuwelijkt aan de eerste de beste kandidaat (zelfs als 2de of 3de vrouw). De moeder redeneert dikwijls dat “wanneer zij er niet meer is, en haar dochter niet gehuwd is, er niemand voor het meisje zal zorgen na haar dood, en het dus beter is om zo snel mogelijk een echtgenoot te vinden voor het kind”. Culturele, sociale en religieuze tradities en beperkingen creëren een enorme barrière voor een meisje om de psychologische, emotionele en fysieke problemen en veranderingen die ze ondervindt als opgroeiende puber, met een oudere vertrouwenspersoon te bespreken. De meeste ongewenste intimiteiten of verkrachting gebeuren binnen de “veilige muren” van de eigen familie (het is voor een pubermeisje niet goed om zich te veel buitenshuis te begeven) en door een familielid of vertrouwenspersoon. Zelfs wanneer een meisjes wordt geconfronteerd met dergelijke problemen, zal ze raar of zelden klagen (of de waarheid vertellen aan haar ouders), omwille van de sociale discriminatie, schaamte en stigma, of omdat zij “toch” de schuld zal krijgen voor het voorval. De meeste meisjes kampen met een enorm schuldgevoel en minderwaardigheidscomplex, zijn introvert en ondergaan “hun lot” gelaten. Dit gedrag lijdt vaak tot stress, trauma’s, depressie of zelfmoord. Op school kan een dergelijk probleem zich manifesteren in een acuut gebrek aan concentratie, of net rebellerend gedrag, slechte schoolresultaten, huilbuien zonder aanwijsbare oorzaak. Kinderen op jonge leeftijd kunnen erg getraumatiseerd raken omdat ze ongewild getuige zijn van zaken die ze moeilijk kunnen begrijpen: fysiek geweld tegen de moeder (meestal door de vader), seksuele intimiteiten en seksueel geweld, ongewenste zwangerschap van een oudere zus of familielid en de tragische (sociale) gevolgen ervan, dronkenschap en druggebruik, publieke geweld (zoals vechtpartijen of lynchpartijen), het brutale gedrag van politie tijdens raids, willekeurige arrestaties, het onder dwang uitwijzen van mensen of het platbranden van een krottenwijk. Maar er is ook het constante risico voor een meisje om de studies te moeten opgeven (omwille van geldgebrek of onder sociale druk), of het gevaar voor een verplicht huwelijk. Meisjes moeten heel snel hun “plaats in de maatschappij” kennen en zich zonder morren aanpassen. Een meisje wat zich daartegen verzet (en bijvoorbeeld aan sport doet of na het donker zich buiten begeeft) loopt het risico om bestempeld te worden als “hoer” of een “schande voor de familie of haar religie”. Als ze dan verkracht wordt is het “haar eigen schuld”... 10.


Omdat vanaf de puberteit meisjes zo veel mogelijk worden binnengehouden, zijn het vooral erg jonge meisjes en de jongens die buiten spelen of aan sport doen, “oudere” meisjes zorgen ondertussen voor het huishouden. De exacte getallen zijn niet onmiddellijk voorhanden, maar talloze studies i.v.m. meisjes en vrouwen in Bangladesh, Bengaalse en Engelstalige kranten, rapporteren een alarmerend hoog aantal zelfmoorden onder adolescente tienermeisjes. 3.7.

Scholing: Ouders die, ondanks alle bovenvernoemde problemen en obstakels toch hun kinderen naar school willen sturen, worden dikwijls ontmoedigd door het lamentabele en corrupte onderwijssysteem. Enkele van de meest voortkomende problemen zijn de volgende:

• • • • • • • • • • •

• • • • •

Het volledige systeem van onderwijs en lesgeven is totaal inadequaat en verouderd Er is een acuut gebrek aan methodiek en didactische materialen Er is een acuut gebrek aan professioneel opgeleide leerkracht Het gebruik van vernederingen en lijfstraffen is wijdverspreid (dit resulteert niet steeds in een blijvend trauma, want er zijn gevallen bekend waarbij kinderen worden doodgeslagen door een leraar) Leraren zijn onbekwaam om het vak te doceren wat ze aan de kinderen onderwijzen Schoolboeken zijn verouderd, slecht gedrukt en staan boordevol fouten (niet enkel schrijffouten) 1 leraar voor 100 studenten is niet ongewoon, waardoor tot 6 studenten worden verplicht om plaats te nemen op schoolbanken voor maximum 2 kinderen Klaslokalen zijn donker, slecht verlicht en slecht geventileerd Door elektriciteitsproblemen werken de plafondventilators meestal niet waardoor het vooral in de zomer, omwille van de hitte, onmogelijk is om les te geven of les te volgen Het absenteïsme bij leraren is opvallend hoog en de meeste leraren hebben een goed betaalde bijbaan (zoals de eigen “coaching centres”) Leraren zijn betrokken bij corruptie: gratis schoolboeken worden verkocht, ouders moeten “donaties” doen aan leraren of schooldirectie, om te slagen voor een ingangsexamen of om een plaats te krijgen voor hun kind op school) De meeste schoolgebouwen, in handen van de overheid, zijn slecht gebouwd en slecht onderhouden (veel scholen zijn bouwvallig en vormen een gevaar voor leraren en leerlingen) De meeste scholen hebben geen sanitair of apart sanitair voor jongens & meisjes (waardoor de meisjes niet naar de wc kunnen) De meeste scholen hebben geen kantine, bibliotheek, sportruimte, computer lab, of apart lokaal voor wetenschappen Er zijn te weinig scholen en de bestaande scholen kunnen soms ver weg liggen, waardoor het voor een meisje, omwille van veiligheid of transportkosten, onmogelijk wordt om alleen zo ver van huis te gaan Directie en overheid zijn niet geïnteresseerd in de toestand (maar zijn wel betrokken in corruptie), en ouders en kinderen kunnen nergens terecht met klachten. Sterker nog, ouders die klagen worden vernederd door leraren en directie, kinderen die klagen krijgen lijfstraffen of worden van school gestuurd.

11.


Kortom, school is geen plek om iets te leren, en schoolgaan wordt meer als nutteloos en tijd –en geldverlies aanzien. Ouders (en vooral arme ouders) die een dochter hebben en al veel obstakels hebben moeten overwinnen om hun dochter toch naar school te sturen, raken vlug gedemotiveerd, en houden hun kinderen dan ook vroegtijdig thuis. Het niveau van onderwijs is zo ineffectief en twijfelachtig, en de aanwezigheid en motivatie van de leraren zo slecht, dat ouders verplicht zijn om tegen extra betaling, privé-leraren onder de arm te nemen. Leraren hebben daarvoor zelfs de zogenaamde “Private Coaching Centres” (PCC) opgericht, waarvoor ze openlijk reclame maken. De betrokken leraren verklaren zonder probleem dat, indien de studenten op een adequate manier willen les krijgen, of indien ze willen slagen voor een examen, ze wel verplicht zijn om naar deze PCC te komen. De prijs die voor een dergelijke “coaching” moet betaald worden is door het totale gebrek aan regularisatie, onaanvaardbaar geworden. Waar vroeger de prijs voor privéles nog rond de 5 tot 6 Euro per maand en per vak lag, kan een leraar scheikunde, in het hoger onderwijs, tegenwoordig maar liefst tot 40 Euro per maand vragen, voor amper 24 uur bijles. Dit geld moet betaald worden bovenop het officiële schoolgeld. Onnodig om te zeggen dat een dergelijk corrupt systeem de laatste druppel kan zijn voor arme ouders en dan vooral voor arme ouders met een schoolgaande dochter (hierbij wensen we te herhalen dat een alleenstaande moeder amper 8 Euro per maand verdient!). Het vanzelfsprekende resultaat is dan ook een alarmerende drop-out van meisjes, vooral in het hoger onderwijs, omdat coaching klassen hier nog veel duurder zijn. Verschillende religieuze feestdagen, culturele festivals, extra activiteiten buiten het schoolcurriculum, officiële feestdagen, politieke problemen (stakingen en rellen), zorgen er voor dat Bangladesh het laagste aantal schooluren kent in de wereld: +/- 440 schooluren per jaar (China heeft in vergelijking +/- 1.235 schooluren per jaar, voor Indonesië zijn dat er 1.100 per jaar). Alle scholen die wij kennen met een acceptabel onderwijsniveau, zijn peperdure privé onderwijsinstellingen (meestal “English medium”). Toch wordt ook hier op een 19de-eeuwse wijze lesgegeven en is het “begrijpen” van de leerstof ondergeschikt aan het blind “van buiten leren” van nutteloze feiten en data. Deze privé-scholen zijn van commerciële aard en erg elitair en vind je enkel in grote steden. Het gaat niet om het geld maar vooral om het hoog houden van de eigen reputatie. Kinderen uit de middenklasse, zelfs briljante kinderen, maken geen schijn van kans om op dergelijke scholen toegelaten te worden. Op deze wijze “beschermt” de rijke klasse zich tegen “slechte invloed” en “besmetting van de arbeidersklasse”. Over het algemeen staat (kritisch) denken, het vormen van een eigen mening, creativiteit en algemene vorming, werken aan zelfvertrouwen, niet op de agenda in de Bengaalse scholen. Leerlingen worden gevraagd om taken blindelings uit te voeren, niet om taken voor te bereiden en te begrijpen. Reageren op wat de leraar zegt is belangrijker dan zelf initiatieven te nemen, wat sterk wordt afgeraden. 12.


Vermoedelijk ligt de oorsprong hiervan in de manier waarop religie wordt onderwezen: kinderen worden bijvoorbeeld verplicht om de Koran in het Arabisch op te zeggen (van buiten te leren), zonder dat ze de inhoud ervan hoeven te begrijpen. Vragen en vooral kritische vragen zijn uit den boze en kunnen leiden tot problemen en lijfstraffen. Totale gehoorzaamheid zonder tegenspraak (onderwerping), wordt als een ideaalbeeld en deugd voor een meisje aanzien. Opmerking: In 1996, in haar studie over de Bengaalse maatschappij “Lost Innocence, Stolen Childhoods”, merkte de bekende antropologe, Therese Blanchet het volgende op: “… Universal schooling for children profoundly changes society and the family. … Where children attend school for an extended period of time, a generational shift in income transfer takes place. Income within the family is no longer transferred from young to old, but from old to young. Children are viewed as a cost rather than a benefit which results in smaller families. Universal education potentially acts as a powerful social equalizer. Moreover, universal education is instrumental to the adoption of shared values and the development of a sense of citizenship which are important to modern nations and states. But are such outcomes desired by the Government of Bangladesh and part of Bangladesh society? Perhaps not.”

3.8. Invloeden van andere scholingsprogramma’s in de regio: Het aantal (internationale) niet gouvernementele organisaties (NGO’s), betrokken bij scholingsprogramma’s in de regio, is sterk toegenomen sinds wij ons project hebben opgestart in 1996. Dit zou ten goede moeten komen van de straatarme bevolking, maar de realiteit toont een ander beeld. Alhoewel de middelen en activiteiten die deze NGO’s aan de arme kinderen aanbieden bijna identiek zijn aan onze middelen (gratis studiebeurs, gratis schoolboeken enz.), blijkt de doestelling echter totaal anders: geen enkele organisatie (!) blijkt geïnteresseerd in de vakbekwaamheid van leraren, de competentie van een schooldirectie, de kwaliteit van het onderwijs, de motivatie en (school)-resultaten van de studenten, en de discriminatie van meisjes en vrouwen. Voor deze organisaties blijken het resultaat en de gevolgen van hun interventies totaal ondergeschikt aan het aantal studenten in hun programma ingeschreven. Voor elke student kan namelijk subsidie aangevraagd worden. Een groter aantal studenten, zo wordt er geredeneerd, komt de geloofwaardigheid van de NGO en het programma ten goede en verhoogt automatisch het financiële inkomen Verder blijken deze organisaties enkel belangstelling te hebben in lager onderwijs voor meisjes, en niet in hoger onderwijs, laat staan studies op universitair niveau. Van het ogenblik een meisje de puberteit bereikt wordt een meisje namelijk aanzien als een probleem, en zijn de verantwoordelijkheden te zwaar. Zulke organisaties gaan de eigenlijke problemen uit de weg en proberen op een eenvoudige wijze veel geld te verdienen zonder aan de toekomst van het kind te denken. Dergelijke NGO’s creëren dus een gigantisch probleem en discrepantie. Een meisje ingeschreven in ons EIB-onderwijsprogramma moet regelmatig naar school, en moet goede resultaten scoren, wil het kind (en haar familie) de gratis EIB-studiebeurs behouden. Problemen met een meisje worden nauw opgevolgd en desnoods worden ouders en leraren ter verantwoording geroepen. 13.


Voor de andere organisaties is dit echter geen voorwaarde. Als resultaat kiezen straatarme ouders en kinderen voor de meest eenvoudige oplossing wat hen de meeste (direct financiële) voordelen kan opleveren, niet voor kwalitatief onderwijs en de voordelen op lang termijn. We kennen zelfs gevallen van arme ouders die een klein extra inkomen vergaren, door hun kind bij verschillende NGO’s in te schrijven om een studiebeurs te verkrijgen (deze NGO’s geven bijvoorbeeld geld aan de ouders om de schoolboeken te kopen). We kunnen met de hand op het hart verzekeren dat EIB de enige organisatie is in de regio, betrokken bij de volledige studies van een meisje (lagere school tot universiteit), opvoeding en veiligheid! Wij bieden kwalitatief onderwijs aan, en bereiden de meisjes voor op een beter leven als onafhankelijke vrouw. Het motiveren van ouders en kinderen om de studies tot het einde vol te houden, en behoorlijke resultaten te scoren, kost heel wat tijd en energie, maar is uiterst belangrijk voor een goed eindresultaat. Opmerking: Vele van deze NGO’s (zoals “World Vision”) zijn betrokken bij corruptie en tonen - op papier - veel meer studenten dan eigenlijk in hun programma zijn ingeschreven (waarvoor ze subsidies krijgen). Daarvoor maken ze deals met de directie van de betrokken officiële scholen. De winst wordt dan verdeeld tussen de NGO’s en de schooldirectie. Arme studenten van scholen die niet meewerken krijgen geen gratis studiebeurs.

14.


4.

PROGRAMMA ACTIVITEITEN:

4.1.

Inleiding: EIB geeft gratis studiebeurzen aan (wees)meisjes; dit is onze hoofdactiviteit. We werken echter ook samen met lokale, betrouwbare partners om onze doelstellingen te bereiken. Ons studiebeurzenprogramma loopt als een rode draad door al onze activiteiten die we - met of zonder lokale partners – organiseren. We kunnen onze activiteiten in Bangladesh als volgt onderverdelen: i. ii. iii. iv. v.

EIB-studiebeurzenprogramma Het “shikha shamiti” Het “Jagat Jyoti Children Welfare Home” (JJCWH) Het “Memorial Christian Hospital” (MCH) & Christian School” (MCS) Extra activiteiten met betrekking tot ons programma

de

“Memorial

studiebeurzen-

Opmerking: we wensen nogmaals te benadrukken dat in de programma’s (ii., iii, en iv.), ons studiebeurzenprogramma voor (wees)meisjes de leidraad is. 4.2.

Het EIB-studiebeurzenprogramma: a. Al in of

Samenwerking met locale officiële onderwijsinstellingen: onze meisjes geselecteerd onder het studiebeurzenprogramma, worden een officiële Bengaalse school (lager en hoger onderwijs), college universiteit ingeschreven. EIB heeft geen eigen school.

b. Administratiekosten officiële onderwijsinstellingen: Wij vergoeden alle administratiekosten van al onze meisjes ingeschreven in een officiële Bengaalse school, college of universiteit. We betalen daarvoor inschrijvingsgeld, maandelijkse vergoedingen, examenkosten, extra studiehulp enz. Meisjes die buiten CxB studeren, verblijven op onze kosten op internaat. c. Schoolbenodigdheden: Al onze meisjes krijgen gratis alle materialen noodzakelijk om naar school te kunnen gaan: schooluniform, schooltas, boeken, regenscherm, balpen, schrijf –en studieboeken enz. d. Studiehulp Al onze meisjes krijgen extra studiehulp onder de begeleiding van een team van professionele leraren. e. Education Grant Scheme (EGS): Het EGS is een systeem waarbij we geselecteerde meisjes (ingeschreven in het middelbaar onderwijs), een maandelijkse financiële bijdrage geven van +/- 2 Euro per maand (het maandelijks inkomen van een alleenstaande moeder is amper 8 Euro per maand). Enkel meisjes in urgente noodsituaties komen in aanmerking voor het EGS. Dit zijn bijvoorbeeld kinderen die moeten werken om wat geld te verdienen om het karige gezinsinkomen te verhogen, waardoor ze niet naar school zouden kunnen (of school moeten verlaten). Het is de bedoeling dat deze kinderen dergelijke bijdrage investeren in hun studies, maar het is ook mogelijk dat het geld wordt gebruikt voor andere doeleinden (medicatie voor een ziek broertje, voedsel enz.). Indien we echter merken dat de ouder(s) het geld gebruiken voor eigen doeleinden (vb. sigaretten of sierraden), schaffen we de donatie af, en proberen we het kind in kwestie op een andere manier te helpen. 15.


4.3.

Het “shikha shamiti”: a. Inleiding: Het “Shikha Shamiti” is onze succesvolle vrouwenclub die we in 2007 hebben opgericht. “Shikha” betekent “onderwijs” in het Bengaals en “shamiti” is “groepering”. Eigenlijk is het de voortzetting van ons originele onderwijsprogramma wat we in 1996 in CxB hebben opgestart. Het principe is simpel: moeders van meisjes in ons programma ingeschreven zijn verantwoordelijk voor de studies van hun eigen dochter. De reden waarom deze moeders hun dochters niet naar school kunnen sturen is enkel het gebrek aan financiële middelen want motivatie is er meer dan voldoende. Daarom doneert EIB een bepaald vooraf afgesproken budget aan de club om de studies van deze kinderen te betalen, en doen de moeders de rest. b. Financieel: Er wordt jaarlijks gezamenlijk een budget opgemaakt, het geld staat veilig op een bankrekening in CxB waar twee moeders, samen, moeten tekenen om een op voorhand bepaalde som af te kunnen halen, en dit pas nadat de volledige club daarover schriftelijk heeft gestemd op een bestuursvergadering. Deze vergaderingen gebeuren minsten 2 keer maandelijks. Soms zijn er geanimeerde discussies, maar het systeem werkt en de boekhouding klopt. Het budget kan enkel worden gebruikt in direct verband met de studies van de meisjes. De uitgaven omvatten enkel de punten opgesomd in hoofdstuk 4.2., t.t.z. betaling schoolgeld, aankoop studieboeken, studiematerialen, en schooluniform enz. c. Werking: Omdat alle moeders nauwelijks of niet kunnen lezen of schrijven, houden onze studenten – die elke vergadering van de club moeten bijwonen - de notulen bij van de vergaderingen en de boekhouding. De meisjes zelf moeten op elke vergadering aan de clubleden (hun eigen moeders) vertellen wat ze nodig hebben voor school; dit kan schoolgeld zijn, een schooluniform of iets anders (volgens het goedgekeurde budget). De ouders beslissen dan wanneer het geld van de bank wordt gehaald en de betalingen kunnen gebeuren. Voor elke uitgave moeten de onkostenbonnetjes worden bijgehouden. Het is een succesformule wat deze arme en gediscrimineerde vrouwen meer zelfvertrouwen en respect geeft. De ouders en studenten beseffen nu ook hoe duur goed onderwijs kan zijn, waardoor er ernstiger over onderwijs en schoolresultaten wordt gesproken. Er is maar 1 man aan deze club verbonden, als secretaris (betaald door EIB), omdat we studenten hebben die buiten CxB studeren (in Chittagong en Dhaka) en omdat deze studenten regelmatig moeten bezocht worden, iets wat vrouwen binnen de Bengaalse maatschappij niet kunnen doen. Verder is de secretaris ook verantwoordelijk voor de logistiek van onze EIB-programma’s en de zieke meisje. 16.


4.4.

Het “Jagat Jyoti Children Welfare Home” (JJCWH): a. Inleiding: Het “Jagat Jyoti Children Welfare Home” (JJCWH) is een tehuis/ weeshuis voor arme (wees)kinderen, jongens en meisjes. “Jagat Jyoti” is Sanskriet voor “Licht in de Wereld”. Het JJCWH bevindt zich in Ramkot, vlakbij Ramu, een streek bekend voor zijn magnifieke eeuwenoude boeddhistische tempels en kloosters, gelegen op de grens met de Chittagong Hill Tracs, een half uurtje rijden ten zuidoosten van CxB. De kinderen opgenomen in dit centrum komen van afgelegen dorpen rond CxB en de Chittagong Hill Tracs. Het centrum werd in 1994 opgericht door “father Lupi”, een Italiaanse pater Xaveriaan. Het tehuis is een modern bakstenen gebouw. Omdat we sinds 1996 in de streek werkzaam zijn, kennen we het werk van Fr.


Lupi en hebben onderhouden.

we

steeds

goede

contacten

met

zijn

centrum

Fr. Lupi contacteerde EIB begin 2008. Hij heeft verschillende centra voor (wees)kinderen in Bangladesh en kan, omwille van de financiële crisis, waardoor o.a. de voedselprijzen stevig zijn gestegen, de financiële verantwoordelijkheid niet meer alleen dragen. Verder staat EIB ook bekend in de streek omwille van de positieve resultaten die onze studenten behalen in hun studies en het feit dat onze meisjes Engels spreken (een rariteit in de streek, waar zelfs geen bekwame leraar Engels te vinden is). We zijn onmiddellijk op de vraag van Fr. Lupi ingegaan en dragen nu alle verantwoordelijkheid voor de studies en het welzijn van alle meisjes (lagere school tot de universiteit) aan het JJCWH verbonden. b. EIB-interventies: We zijn verantwoordelijk voor de volgende activiteiten: i. Administratiekosten scholen/colleges ii. Schoolbenodigdheden (waaronder studieboeken) iii. Kleding (waaronder een schooluniform) iv. Extra studiehulp v. Voedselhulp (3 volwaardige maaltijden per dag) vi. Sportactiviteiten: “Martial Arts” (zelfverdediging: Karate Do) en aan het meisjes volleybalteam vii. Culturele activiteiten viii. Opbouw van een bibliotheek ix. Aankoop meubilair x. Computerklassen c. EIB-Training programma’s: Na een grondige evaluatie van het JJCWH, ter plekke uitgevoerd door Hugo Van Droogenbroeck onze EIB-Pedagogisch Adviseur, werd besloten om het educatieluik, de zwakste schakel in het JJCWH, drastisch te verbeteren. Voor EIB is goed onderwijs primordiaal: het is de sleutel voor een beter leven voor arme (wees)meisjes. Het heeft geen nut om kinderen naar school te sturen of om extra bijles te geven, wanneer de leraren niet bekwaam zijn (of niet voldoende getraind) en het onderwijssysteem niet deugd. 17. Daarom zijn we gestart met de introductie van professionele trainingsprogramma’s voor leraren en opvoeders en studenten verbonden aan het JJCWH, uitgevoerd door een eigen professioneel EIB-team en met de actieve steun van de Hogeschool Antwerpen (lerarenopleiding) en de Hogeschool Gent (orthopedagogie). 4.5.

Memorial Christian Hospital (MCH) & Memorial Christian School (MCS): a. Inleiding: Het “Memorial Christian Hospital” (MCH) werd opgericht door Amerikaanse zendelingen, op een enorm stuk land (bos) in het dorp Malumghat (op een uurtje rijden ten noorden van CxB), nog voor de bloedige onafhankelijkheidsoorlog van 1971, tussen Oost-Pakistan (het huidige Bangladesh) en West-Pakistan (het huidige Pakistan). Het is ronduit het beste, meest betrouwbare en absoluut het meest hygiënische hospitaal in de regio. Het management is nog steeds in handen van Amerikaanse zendelingen. We refereren onze meisjes (of hun moeders) en onze (buitenlandse) EIBmedewerkers met ernstige medische problemen steevast naar dit hospitaal. Onze kinderen en moeders hoeven de medische kosten niet te


betalen. EIB heeft een overeenkomst met het MCH, waarbij EIB een voorschot betaalt aan het hospitaal wat wordt gebruikt voor de medische kosten van onze meisjes, hun moeders en ons EIB-personeel. Het MCH runt een eigen lagere school - de ‘Memorial Christian School’ (MCS) - op het prachtige groene domein waarop het MCH werd gebouwd, en waar de Amerikaanse artsen, hun familie en het (Amerikaans) personeel wonen. Het MCH heeft ook een middelbare school opgericht, de ‘Memorial Christian High School’, gebouwd in het dorp zelf (dus niet op het domein). De Amerikaanse artsen en hun familie, zijn – vreemd genoeg - niet betrokken bij het management van beide (eigen) scholen, en zijn niet betrokken bij, bijvoorbeeld, de manier waarop les wordt gegeven. De eigen Amerikaanse kinderen gaan naar een privé school op het domein, in de handen van de zendelingen, waar wel Amerikaanse leraren op een moderne wijze les geven en moderne leerboeken gebruiken, terwijl de Bengaalse kinderen het moeten stellen met beperkte middelen, zonder moderne methodieken, en met twijfelachtig getrainde leraren die amper Engels kunnen. Ondanks de naam, zijn kinderen van alle geloofsovertuigingen welkom in de MCS. Het onderwijssysteem is er iets beter dan in de naburige scholen (er zitten bijvoorbeeld maar maximum 25 tot 30 studenten in 1 klasje), maar toch is de manier van lesgeven niet echt verschillend van de het overgrote deel van de overige Bengaalse scholen. Ook hier is het typisch “van buiten leren”, beter en belangrijker dan het begrijpen van de leerstof. Ondanks dat de school is gebouwd in een unieke groene omgeving, ondanks de aanwezigheid van het hospitaal vlakbij en de talloze werkhuizen waar herstellingen worden uitgevoerd en meubelen worden gemaakt (voor het hospitaal), blijven leerlingen en leraren heel de dag binnen in de donkere klasjes. Er is niemand die het initiatief neemt om bijvoorbeeld de omgeving te verkennen en gebruik te maken van didactische materialen die zich overal spontaan aanbieden. 18. b. EIB-interventies: Onze interventies in samenwerking met het MCH en de MCS zijn: i. Studiebeurzen lagere school: EIB geeft gratis studiebeurzen aan meisjes uit de lagere school. Dit omvat o.a.: • vergoeding administratiekosten school • aankoop schoolbenodigdheden • aankoop schooluniform • extra studiebegeleiding ii. Studiebeurzen opleiding laborant en ‘paramedic’: EIB geeft gratis studiebeurzen aan meisjes die bij het MCH een opleiding volgen voor laborant of ‘paramedic’. De training bedraagt 3 jaar. Met de technische opleiding kan gestart worden na het lager middelbaar onderwijs (klas 10 in Bangladesh). Door middel van deze opleiding kunnen meisjes, die bijvoorbeeld hun studies hebben moeten stopzetten omwille van familiale omstandigheden, een goede baan vinden in een gebied waar er een acuut te kort is aan goede en betrouwbare opgeleide laboranten en paramedics. iii.EIB-hulpfonds levensnoodzakelijke medische interventies: Dit initiatief is niet nieuw. Reeds in het verleden heeft EIB met het MCH samengewerkt om de urgente, levensnoodzakelijke medische kosten te dragen van meisjes en


vrouwen die zonder medische ingreep of behandeling overleden zouden zijn. Via het EIB-hulpfonds betalen we (chirurgische) ingrepen, medische interventies en behandelingen. EIB krijgt van het MCH gedetailleerde rapporten aangaande de patiënten, de aard van de behandeling of ingreep, en de kosten. Dit EIB-hulpfonds heeft reeds meer dan een dozijn vrouwen en meisjes letterlijk het leven gered. iv. Steun aan het “Hearth House”: Het “Heart House” werd opgericht door de Amerikaanse zendelingen vlak na de bloedige onafhankelijkheidsoorlog tussen Oost -en West Pakistan in 1971. Het West-Pakistaanse leger werd beschuldigd van genocide en had systematisch duizenden OostPakistaanse vrouwen verkracht (officiële bronnen spreken van meer dan 200.000 verkrachte vrouwen en meisjes). Voor het merendeel van deze vrouwen - waarvan de meesten zwanger - was de lijdensweg na de oorlog niet voorbij; na de burgeroorlog (waarbij Bangladesh onafhankelijk werd), werden ze door hun eigen echtgenoot en zijn familie, en de Bengaalse maatschappij namelijk doodgewoon verstoten. Alhoewel deze vrouwen oorlogsslachtoffers waren/zijn, werden ze door de erg conservatieve en religieuze samen-leving uitgespuwd als “hoer” omdat ze “seks” hadden gehad met de “vijand” en bovendien zwanger waren. De Amerikaanse zendelingen zijn toen met een opvangprogramma gestart, waarbij aan verstoten en verkrachte vrouwen een technische training wordt gegeven. Dit programma bestaat nog steeds: vrouwen maken zaken zoals poppetjes, kleding, materialen en souvenirs die aan bezoekers worden verkocht. EIB geeft materiële steun aan dit initiatief (zoals aankoop naaimachientjes). 19.

5.

EXTRA ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT ONS EDUCATIEPROGRAMMA:

5.1.

Interventies opleiding leraren en opvoeders: Het is vanzelfsprekend dat we enkel goede resultaten kunnen scoren indien we goed en opgeleid personeel, opvoeders en leerkrachten hebben die professioneel dagdagelijks met onze meisjes bezig zijn. We geven zelf les, maar het is beter om lokale Bengaalse leraren en opvoeders professioneel op te leiden, die daardoor op hun beurt beter werk kunnen verrichten (en meer kinderen kunnen helpen), en zich bovendien ook comfortabeler voelen in de job die ze doen. Daarom leggen we sinds 2007 ook meer het accent op training –en opleidingsprogramma’s voor leraren en opvoeders. Niet enkel worden deze programma’s uitgevoerd in Bangladesh door onze eigen Belgische EIB-experts, maar krijgen we ook de hulp van de Hogeschool Antwerpen (eindejaarsstudenten lerarenopleiding) en de Hogeschool Gent (eindejaarsstudenten orthopedagogie). Deze trainingsprogramma’s kunnen omvatten: • Engels als 2de taal (Engels is de officiële 2de taal in Bangladesh) • Didactiek (waaronder ontwerpen en gebruik van didactische materialen)


• • • • 5.2.

Hedendaagse, ‘modernere’ onderwijstechnieken (o.a. voorbereiding lessenplan, opstellen doelstellingen, evaluaties, demonstratieklassen) Klasmanagement Schoolmanagement Opzetten van interesseclubs Uitbreiding culturele en sportactiviteiten

Engels als 2de taal: Engels is de officiële 2de taal in Bangladesh, maar je vindt bijna niemand die deze taal (voldoende) kan spreken. Zelfs geen leraren. Enkel de rijke kinderen, ingeschreven in de peperdure “English Medium” privé scholen, krijgen behoorlijk Engelse les. Alhoewel we dezelfde schoolboeken en curriculum gebruiken als in het officiële Bengaalse onderwijs, promoten we Engels als de omgangstaal binnen het programma. Daarmee proberen we de meisjes te motiveren om de officiële 2de taal van het land actief te gebruiken (wat hen meteen ook zelfzekerder maakt). Engels is ook de taal die wereldwijd wordt gebruikt in computer en Information Technology (IT), en het is een absoluut pluspunt om een 2de taal goed te kennen indien het de bedoeling is dat het meisje later een goede en goedbetaalde baan wil vinden. Een totaal gebrek aan kennis van een 2de taal resulteert in oneerlijke concurrentie (van de rijke kinderen) op de arbeidsmarkt. Het probleem is echter dat we geen competente leraren Engels kunnen vinden. Dit is niet enkel ons probleem, maar zowat het probleem in elke onderwijsinstelling in Bangladesh. Het overgrote deel van de leraren die Engelse les geven zijn niet opgeleid, en leraren die wel Engels spreken vinden meteen een goede baan in de privé sector. Opmerking: De kennis van het Engels als officiële 2de taal is dramatisch slecht omdat in de jaren ’80, de toenmalige generaal Ershad (die met een staatsgreep aan de macht was gekomen), de beslissing nam om het Engels uit het officiële curriculum te bannen omdat het “de taal van de koloniale overheerser” was geweest. Dit heeft geresulteerd in een hele generatie die geen Engels meer kan spreken. Verder gaan er tegenwoordig ook stemmen op in Bangladesh, vanuit moslimfundamentalistische hoek, om het Engels als 2de taal te vervangen door Arabisch in de officiële scholen.

20. 5.3.

Ontwikkeling van persoonlijkheid en individueel denkvermogen: Vooral voor meisjes in Bangladesh, die opgroeien in een omgeving waar eeuwenoude tradities en religieuze limitaties het maatschappelijk beeld en privé leven dicteren, is denken niet noodzakelijk (zelfs gevaarlijk). Een meisjes wordt al vroeg aangeleerd om zich totaal te onderwerpen aan de mannen (vader, broer, nonkel, leraar) en de religie. Een echtgenoot moet zonder tegenspraak gediend worden. Tegenspreken en ongehoorzaamheid van een vrouw, kan een echtgenoot en zijn familie, tot schaamte brengen en kan een goede reden zijn voor een echtscheiding. Maar ook scholen leren kinderen niet hoe ze als individueel persoon kunnen denken. Het is eenvoudiger voor een leraar om schoolboeken en vraagstukken aan de kinderen voor te leggen (waar geijkte antwoorden op moeten worden gegeven), dan kinderen ruimte te geven voor discussie of het ventileren van een eigen mening. Vooral in Bangladesh is het onderwijssysteem gebaseerd op een eindeloos herhalen van wat de leraar voorzegt en het zinloos vanbuiten leren van de leerstof. In een dergelijk systeem is denken niet noodzakelijk. Bovendien worden leerlingen die “te veel vragen stellen” door de leraar en de schooldirectie (en vaak door de ouders) omschreven als “arrogant”, “betweters” en “probleemkinderen”.


Het is echter niet moeilijk om een kind te leren denken als individu. We gebruiken daarvoor verschillende technieken op een erg succesvolle manier. Een leraar kan “reactive” lesgeven (een kind reageert op wat de leraar zegt, vb. “kopieer deze tekst van het bord”), maar het is beter om “pro-active” les te geven. Het volgende voorbeeld illustreert dergelijke methodiek: we kunnen met de meisjes naar een restaurant gaan om te eten (= reactive), maar we kunnen ook naar de markt gaan om groenten te kopen die we dan nadien zelf klaarmaken, of wat nog beter is, we kunnen de groenten zelf groeien (= pro-active). Verder gebruiken we educatieve spelletjes zoals “scrabble” of “matster-mind” of puzzels om het denkvermogen van de kinderen te stimuleren. De meisjes worden ook vaak in groepen onderverdeeld waarbij het belangrijk is om in een team te functioneren en door naar mekaar te luisteren, en de mening van anderen te respecteren, tot een oplossing te komen. Voor ons is elk kind een individu met een eigen (vaak erg trieste) achtergrond, een eigen wil en een eigen droom en verlangen. Arme meisjes worden aanzien als “pariahs”, die geen eigen mening hoeven te hebben omdat ze enkel moeten gehoorzamen. Dergelijke kinderen worden zwaar gediscrimineerd en groeien op aan de rand van de maatschappij. Wij trachten deze meisjes te stimuleren om voor hun eigen mening uit te komen, om zelf een beslissing te nemen, en niet beschaamd te zijn om fouten te maken. Dit is erg belangrijk voor een arm en vaderloos kind. Uiteindelijk zal het meisje een volwassen vrouw zijn en zal ze zelf aan haar leven als een onafhankelijke vrouw moeten beginnen. 5.4.

Bibliotheek: Met de hulp van onder andere de “Asia Foundation” proberen we in elke school of instelling waar we activiteiten hebben, een bibliotheek op te zetten (of uit te breiden). Kinderen kunnen deze bibliotheek gebruiken als bron van informatie voor hun schoolwerk of tijdens hun vrije tijd.

21. 5.5.

Computeropleiding: In een land waar nauwelijks een goede telefoon of internetverbinding bestaat, of waar elke dag de elektriciteit voor een paar uur uitvalt (vooral in de afgelegen gebieden waar EIB werkzaam is), is het een enorm probleem om een computeropleiding te geven. Verder zijn er – net zoals met het Engels – geen goede en professioneel opgeleide leerkrachten of techniekers te vinden, die voldoende kennis hebben van computers, computerprogramma’s, soft & hardware en internet. Net zoals met het Engels, “doet iedereen maar wat”, met alle nefaste gevolgen van dien.


Het JJCWH beschikt over een aantal computers, maar de opleiding die de studenten krijgen is onvoldoende. Ondanks al deze tekortkomingen willen we met een adequate computeropleiding starten, omdat, net zoals de kennis van een 2de taal, ook computerkennis een vereiste is om een goede baan te vinden. 5.6.

Workshops: We organiseren regelmatig kleine workshops voor de meisjes en hun ouders/voogd (gezondheid, milieu, lepra, malaria, water en hygiĂŤne).

5.7.

Voedselhulp: Onze (wees)meisjes in het JJCWH krijgen 3 x daags een volwaardige maaltijd. Ook de andere kinderen in ons programma kunnen rekenen op voedselhulp. Regelmatig doneren we rijst aan alle gezinnen ingeschreven in ons programma. Zo trachten we de ouders/voogd te motiveren hun dochters naar school te sturen.

5.8.

Medische bijstand: Wanneer er medische problemen zijn, raadplegen we de dokters van het ziekenhuis van CxB of huisdokters. Ingewikkelde medische gevallen worden doorverwezen naar het MCH) in Malumghat, naar Chittagong (op 4 uur rijden van CxB), of zelfs naar Dhaka (11 uur rijden). Al onze meisjes krijgen regelmatig een oogtest (en een bril indien nodig), worden ingeĂŤnt tegen tetanus en voorzien van multi-vitaminen en extra vitamine A en C. We behandelden ook patiĂŤnten besmet met lepra en tuberculose.

22.

5.9.

Zelfverdediging (Karate-do): Sedert 2001 hebben we lessen zelfverdediging (gebaseerd op de Koreaanse gevechtsport Taekwondo), ingevoerd. Omdat er echter maar 1 profes-sionele leraar Taekwondo in de regio is, en omdat die persoon zich recent heeft terugge-trokken, organiseren we nu lessen Karatedo voor meisjes. Lessen zelfverdediging redenen:

zijn

belangrijk

omwille

van

de

volgende


Om de conditie, en gezondheid van onze studenten te verbeteren (sport voor meisjes wordt niet aanzien als noodzakelijk, en religieuze groeperingen verzetten zich zelfs tegen sport voor meisjes) Omwille van onveiligheid op de straat en in de sloppenwijken waar de kinderen wonen (kinderhandel, ontvoering, verkrachting en verminking van meisjes en vrouwen zijn een dagelijkse realiteit in de regio) Om het zelfvertrouwen van onze meisjes te verbeteren (omwille van agressieve discriminatie en culturele & religieuze beperkingen zijn meisjes dikwijls introvert, en weten meisjes vaak niet tot wat ze eigenlijk in staat zijn) Om de algemene schoolresultaten van onze meisjes te verbeteren (we hebben gemerkt dat de schoolresultaten van kinderen die aan deze gevechtsport doen veel beter zijn dan de resultaten van de andere kinderen. Reden hiervoor kan zijn dat de meisjes die aan een gevechtsport doen, zekerder zijn van zichzelf, beter gemotiveerd zijn, en een gezondere competitiegeest en sterkere discipline hebben)

Omdat we in een vrij moslimfundamentalistische regio werken, en we de ouders/voogd en locale bevolking niet voor het hoofd wilden stoten, hebben we de lessen zelfverdediging ingevoerd met de steun en toestemming van de ouders/voogd van de meisjes en na het geven van publieke demonstratielessen. Het JJCWH waar de karate-do klassen doorgaan is gelegen in een Boeddhistische setting en het overgrote deel van de kinderen zijn Boeddhist, en zijn dus veel toegankelijker voor sport of culturele activiteiten voor meisje. 5.10. Culturele activiteiten: Vooral in het JJCWH worden regel-matig muziek –en zangklassen georganiseerd, toneelstukjes inge-studeerd en opgevoerd (waarbij zelf eigen kostuums en decors worden gemaakt), en worden er traditionele dansen opgevoerd. Dansen, muziek maken en zingen is een enorm populaire bezigheid in het JJCWH.

23. 5.11. Ontspanning: Uiteraard geven we onze meisjes tijd om zich te ontspannen. Ze mogen gebruik maken van de kinderbibliotheek, spelletjes, tv en dvd (indien er elektriciteit is). Regelmatig organiseren we uitstappen naar het strand, picknicks of schoolreizen. 5.12. Hygiëne: We geven de kinderen en hun ouders/voogd advies i.v.m. lichaams-hygiëne. Een leerkracht controleert de meisjes regelmatig (haar, handen, schooluniform). In geval van ernstige verwaarlozing van hygiëne sturen we het kind naar huis, voorzien van zeep, ontsmettingsmiddel of medicatie en bespreken de situatie met de ouders/voogd.


5.13. Extra verzorging en bescherming: Indien een meisje problemen heeft met haar ouders/voogd, of problemen in haar omgeving (bijvoorbeeld m.b.t. veiligheid), verstrekken we (juridisch) advies aan het meisje en/of de ouders/voogd. Indien het probleem te complex is, organiseren we een tijdelijk verblijf voor het meisje bij een ander gezin dat in het project betrokken is (rekening houdend met de religieuze overtuiging van het meisje). Daarvoor hebben we zelfs een vluchthuis in CxB. 5.14. Bijstand aan kinderen van gevangenen: We verlenen ook bijstand aan meisjes van wie het leven in gevaar komt omdat ze achtergelaten worden zonder bestaansmiddelen en bescherming. Dit is bijvoorbeeld het geval als hun alleenstaande ouder (moeder) gearresteerd wordt (voor drugssmokkel, prostitutie) en voor onbepaalde tijd wordt opgesloten. Deze meisjes komen volledig onder onze hoede en kunnen rekenen op EIB-onderdak, onderwijs, voedsel, medische hulp, en kleding. Wanneer de ouder vrijkomt en het meisje terug naar huis wil (en de ouder voor haar kan en wil zorgen) kan dat, maar vaak verkiest het meisje om in het EIB-gastgezin te blijven. 5.15. Logistieke bijstand: Onze meisjes krijgen alle nodige persoonlijke verzorgingsproducten (zeep, tandpasta, enz.). Indien noodzakelijk voorzien we hen van al wat hen thuis ontbreekt: handdoeken, keukenbenodigdheden, muskietennet, winterkleding en dekens. 5.16. Noodhulp: Bij gelijk welk noodgeval (cycloon, overstroming, ongevallen, aanslag, uitdrijving), en enkel na een grondige evaluatie van de situatie, en wanneer we er een speciaal budget voor kunnen vrijmaken, verstrekken we (medische) noodhulp of onderdak aan de slachtoffers. Opmerking: Na een vernietigende cycloon op 19 mei 1997 heeft de Provincie Antwerpen onmiddellijk op onze noodoproep gereageerd. De financiĂŤle hulp van de Provincie Antwerpen maakte het mogelijk om de meeste getroffen families ingeschreven in het EIB-programma, van nieuwe bamboe huisjes te voorzien.

24. 5.17. Medewerking van de ouders/voogd: Belangrijke beslissingen i.v.m. de meisjes worden pas genomen nadat de ouders/voogd geconsulteerd werden en toestemming hebben gegeven. Wanneer er ernstige problemen zijn m.b.t. de studie of de veiligheid van een bepaald kind, organiseren we extra bijeenkomsten met de betrokken ouders/voogd. 5.18. Bouwkundige taken: Heel wat scholen verbonden aan ons programma vertonen zeer veel gebreken. Niet alle scholen hebben watervoorziening en sanitair of ramen en deuren, soms ontbreekt zelfs een degelijke vloer of waterdicht dak.


Indien de schooldirectie ons erom verzoekt en indien we voldoende fondsen kunnen verzamelen, zijn we bereid om kleine bouwwerken of herstellingswerken te financieren, na beoordeling van het voorgestelde werk (gedetailleerd bouwplan met bestek). We dienen wel nauw betrokken te worden bij de voorgestelde bouwwerken (we geven geen geld aan een derde partij om het werk uit te voeren). Voor elk bouwwerk wordt een contract opgemaakt tussen EIB en de school. 5.19. Follow-up: Alle bovenvermelde activiteiten worden nauwkeurig opgevolgd. We houden contact met de betrokken scholen en autoriteiten en regelmatig bezoeken we de verschillende scholen die bij ons onderwijsprogramma betrokken zijn. We houden contact met de familie van het meisje (ook tijdens de vakantieperiode). Zieke kinderen, kinderen met sociale problemen en (wees)kinderen die in een gastgezin, vluchthuis, of een hostel buiten CxB verblijven, krijgen professionele begeleiding tot het probleem opgelost is. Om optimale resultaten te bereiken, organiseren we bijeenkomsten en vergaderingen met onze leerkrachten en ons EIB-personeel, ouders/ voogd en de vertegenwoordigers van de verschillende onderwijsinstellingen die met ons project verbonden zijn. Indien noodzakelijk zullen we het programma aanpassen aan de noden van de kinderen. Wijzigingen in het officiële schoolcurriculum of regeringsbesluiten betreffende onderwijs worden altijd toegepast.

25.

6.

STUDEREN BUITEN COX’S BAZAR: Omwille van volgende belangrijke redenen - en met de goedkeuring van hun ouders/voogd - studeren sommige van onze meisjes buiten CxB (Chittagong of Dhaka) met een EIB-studiebeurs: • • • • • •

Gebrek aan goede middelbare scholen en colleges, met een acceptabel onderwijsniveau in de CxB regio Gebrek aan universiteiten in de CxB regio Onvoldoende goed opgeleide (vak)leraars in de CxB regio Gevorderd studieniveau van een student Carrièreplannen en persoonlijk streefdoel van een bepaald student Veiligheidsredenen


Al deze meisjes verblijven in een veilige en beveiligde omgeving in een goed internaat, en krijgen van ons alle noodzakelijke zorgen (studiematerialen, voeding, medische hulp, kleding, zakgeld) We organiseren voor deze studenten (gratis) extra bijlessen en bezoeken hen regelmatig (indien mogelijk samen met één van hun ouders of voogd). Tijdens lange (religieuze) schoolvakanties brengen we de meisjes terug naar CxB. Daar blijven we hen alle zorgen toedienen en nemen ze - samen met onze andere meisjes die in ons programma in CxB studeren - deel aan al de (bijkomende) schoolactiviteiten die door EIB georganiseerd worden. Met het oog op het toekomstig welzijn en de carrièreplannen van de studenten, onderzoeken we nu de mogelijkheid om studenten buiten Bangladesh te laten studeren met een gratis beurs.

26.

7.

MAATSCHAPPELIJK WERK: Ook personen, niet in ons onderwijsprogramma opgenomen, kunnen in noodsituaties, op onze humanitaire hulp rekenen.

7.1.

Hulp aan slachtoffers van kinder –en mensenhandel: Volgens rapporten van de Verenigde Naties, is Bangladesh (aan de grens met Indien en Myanmar), berucht voor zijn kinder- en mensenhandel naar landen als India, Pakistan, Nepal, de Verenigde Arabische Emiraten of zelf Europa en Afrika. Ze worden er verkocht als kindslaven, komen in de kinderprostitutie terecht, worden uitgehuwelijkt als jonge, nog maagdelijke bruidjes (waar veel vraag


naar is), worden gebruikt als “camel jockeys” (voor kamelenraces in de Arabische landen), of worden vermoord in de orgaanhandel. Sporadisch kan de politie van CxB mensenhandelaars onderscheppen en de slachtoffers redden (meestal ongeletterde, zeer arme, behoeftige vrouwen, tienermeisjes, kleine kinderen en zelfs baby’s). Helaas belanden ook de slachtoffers in de gevangenis en worden ze onder “veilige bewaring” geplaatst. Met de goedkeuring van de autoriteiten voorzien we deze mensen in de gevangenis van voedsel en drinken. 7.2.

Begrafenisdienst voor de armen: Af en toe moeten we voor een arm persoon (meestal een familielid van één van onze studentes), het stervensritueel regelen en de begrafenis betalen. Afhankelijk van de religieuze overtuiging van de overledene, organiseren we nadien ook de nodige religieuze ceremonies of gebedswaken.

7.3.

Reduceren van armoede: Om de locale armoede te bestrijden nemen we kleine ontwikkelingsprojecten op in ons programma. Meestal contacteren de arme mensen ons met de vraag voor steun. Elke aanvraag tot bijstand wordt geëvalueerd; we steunen alleszins enkel tussenkomsten met een langdurige impact op de toekomst van een persoon en zijn familie. Deze kleine tussenkomsten kunnen onder andere zijn: schenking van een “rickshaw” (fietstaxi), van werkmateriaal om een kleine zaak op te starten (b.v. schrijnwerker), of van naaimachines.

7.4.

Bijstand aan slachtoffers van een trauma: EIB verstrekt levensnoodzakelijke (medische) hulp aan slachtoffers van verkrachting, fysieke brutaliteiten en gewelddaden (waaronder huiselijk geweld), en vrouwen of meisjes met medische complicaties (b.v. ten gevolge van een illegale abortus) Opmerking: In 2001 vonden we in het ziekenhuis van CxB toevallig een levensgevaarlijk gewond slachtoffer van verkrachting. Alhoewel de verkrachters tijdens de aanval met een bijl haar rechterhand hadden afgehakt, weigerden de dokters van het ziekenhuis haar te helpen omdat ze geen geld had. Het slachtoffer had 12 uur na de aanval nog steeds geen pijnstillers of eerste hulp gekregen. We hebben de vrouw onmiddellijk overgebracht naar een ander en beter ziekenhuis. EIB betaalde voor de operatie en alle verdere zorgen. Gelukkig heeft de vrouw het overleefd en is ze langzaam hersteld.

27.

8.

SAMENWERKING MET ANDERE ORGANISATIES IN BANGLADESH: Sinds het begin van onze activiteiten in Bangladesh konden we rekenen op de gratis hulp en op donaties van de volgende (internationale) organisaties, werkzaam in Bangladesh: • • • • • •

Artsen zonder grenzen (AZG): medische hulp en noodhulp, communicatie en logistiek Concern Universal: communicatie en medische bijstand (British) Voluntary Service Organisation (VSO): levert leerkrachten Engels (American) Peace Corps: levert leerkrachten Engels Unicef: publicaties, deelname aan workshops en seminaries Toitomboor: (boek)publicaties


• • • •

Asia Foundation: donatie van boeken voor onze kinderbibliotheek Ambassade van de Koreaanse republiek: levert instructeurs Taekwando en ondersteunt onze Taekwondo evenementen United Nations High Commission for Refugees (UNHCR): dringende medische hulp U.S. Aid: hulp bij diverse onderzoeken in de sloppenwijken en uitwisseling van gegevens.

Opmerking: Enkele werkzaam in CxB

van

deze

organisaties/NGO’s

zijn

niet

langer

28. 9.

BELANGRIJKSTE REALISATIES:

9.1.

Inleiding: Zoals we in de vorige hoofdstukken reeds aanhaalden, is en was EIB betrokken bij veel (levensreddende) initiatieven en interventies, die niet noodzakelijk direct met het programma en de begunstigden van het EIB-programma te maken hebben, maar altijd de plaatselijke cultuur en religieuze overtuiging respecteren. Op deze manier zijn onze aanwezigheid en werking door de plaatselijke bevolking volledig aanvaard en is ons programma geïntegreerd in de samenleving. Alhoewel we enorm veel bereikt hebben, zijn sommige zaken een extra vermelding waard. Het is namelijk niet alledaags dat een heel arm meisje (tot haar 5de levensjaar ernstig ondervoed) de “Unicef Media


Award” wint met een reeks verhalen die ze op computer schreef, in het Engels, wat tenslotte niet haar moedertaal is. Het is in Bangladesh evenmin alledaags dat een meisje uit de sloppenwijken, van wie de vader vermoord werd, op een nationale sportwedstrijd in Dhaka, door de “minister van sport en jeugd”, een zilveren medaille overhandigd krijgt. Het is zelfs niet eens “gebruikelijk” dat arme (vaderloze) meisjes de mogelijkheid krijgen om te studeren en bovendien hun studies met glans afsluiten. Alhoewel we het werk en de inzet van het personeel en de vrijwilligers van EIB in Bangladesh en België, die non-stop in de weer zijn, noch de vrijgevigheid en het vertrouwen van onze donoren willen minimaliseren, gaat alle eer van deze belangrijke verwezenlijkingen naar onze meisjes. Het zijn deze kinderen zelf, die elke dag opnieuw de confrontatie aangaan met schrijnende armoede, vooroordelen, religieuze taboes, en discriminatie, om te kunnen en mogen studeren en daardoor een beter leven en een eervolle en veilige toekomst te bekomen, voor zichzelf (en hun toekomstig gezin). 9.2.

Realisaties begunstigden: •

Tussen 1996 en 2009 reikten we gratis studiebeurzen uit aan meer dan 300 arme (wees)meisjes.

Het werk dat we deden en doen geeft 100% voldoening en de resultaten zijn onverdeeld positief. De meerderheid van onze arme (wees)meisjes kent nu de eigen taal (Bengaals) en een groot deel van onze meisjes heeft een uitzonderlijke kennis van de Engelse taal (de officiële 2de taal in Bangladesh). Het zijn gezonde, zelfzekere, wereldse en jonge adolescenten die zonder probleem de confrontatie aankunnen met kinderen uit de rijke en bijgevolg “gerespecteerde” gezinnen.

Wanneer men ons vraagt deel te nemen aan seminaries (zoals seminaries betreffende de Rechten van het Kind), georganiseerd door (internationale) organisaties en NGO’s werkzaam in Bangladesh, sturen we steeds een delegatie van onze meisjes. Alle andere deelnemers aan dergelijke conferenties zijn namelijk volwassenen, die nooit de verschrikkelijke ervaring gehad hebben om te moeten opgroeien als een arm, vaderloos meisje in de sloppenwijken. 29. De deelname van deze meisjes wordt door de organisatoren en de andere deelnemers dan ook als positief ervaren. Daarenboven kunnen onze meisjes niet enkel veel opsteken op dergelijke seminaries, maar het is goed voor hun zelfvertrouwen, en het leert hen hun mening te uiten (tot ieders aangename verbazing, indien nodig, zelfs in het Engels).

9.3.

Onderscheidingen: Ons EIB-project heeft talrijke onderscheidingen wacht gesleept o.a. : •

reeds in de

Juli 2004: ondanks hun moeilijke gezinssituatie winnen drie van onze middelbare scholieren (Shumy Aktar, Sabina Yasmine en


Rumpa Dey), zilveren en bronzen medailles op de “3rd National School Taekwondo Competition”. De prijs wordt overhandigd door de minister van Jeugd en Sport. Rumpa en Sabina verloren op zeer jonge leeftijd hun vader (de vader van Rumpa werd vermoord en de vader van Sabina had een dodelijk ongeval), en de moeder van Sabina kwam in de gevangenis terecht wegens drugssmokkel. Alhoewel Shumy haar beide ouders nog heeft, is haar gezinssituatie verre van ideaal. Haar drugverslaafde vader mishandelt regelmatig zijn vrouw en kinderen. Het gezin heeft dikwijls geen eten en Shumy heeft zelfs niet voldoende geld om een balpen of schrijfboekje te kopen. •

In april 2002 ontving Hazera Khanam, de prestigieuze “Unicef Meena Media Award 2005” met een reeks reisverhalen. Deze verhalen werden gepubliceerd in het Bengaalse jeugd-magazine Toitomboor. Toen we Hazera de eerste keer ontmoetten, was ze een ernstig ondervoed arm meisje, gekleed in lompen. Haar dramatisch verleden leidde tot oogproblemen, groeistoornissen en een pijnlijke vorm van rachitis. Ondanks al deze kwalen slaagde ze erin een dergelijke belangrijke onderscheiding te winnen.

In mei 2005 won Pinky Paul de 3de prijs in een nationale zangwedstrijd ter ere van de sterfdag van de bekende Bengaalse dichter Nazrul. De vader van Pinky verliet zijn gezin toen Pinky 6 jaar oud was, waardoor de verantwoordelijkheid van het gezin volledig op de schouders van de moeder terecht kwam. Met haar loon als poetsvrouw (minder dan 50 cent per dag), trachtte de moeder met haar gezin te overleven tot de vader zeer recent opnieuw opdaagde. 30.

9.4.

In augustus 2006, behaalden Shumy Aktar en Rumpa Dey, als eerste meisjes in de regio, zwarte gordel Taekwondo, na een fysiek zeer zwaar examen. Voor dit examen was een delegatie van Taekwondoexperts uit Chittagong en Dhaka naar CxB gereisd.

In 2007 slaagden 3 van onze meisjes, Sabina Aktar, Rumpa Dey en Sab Mehraj, voor hun ingangsexamen voor een van de meest prestigieuze colleges in Bangladesh: het “Milestone College”. Sabina en Rumpa hebben geen vader meer en Sab Mehraj is wees. Sab Mehraj besloot om haar studies (economie) voort te zetten in het Engels.

Medische realisaties: We verlenen medische hulp aan vrouwen en meisjes (al of niet in ons project ingeschreven) en we zijn verantwoordelijk voor minstens een paar dozijn levensreddende urgente medische interventies. Opmerking: In 2004 hebben we bij Yasmine Aktar, één van onze studenten een succesvolle hartklepoperatie laten uitvoeren. Ten gevolge van reumatische koorts tijdens haar kindertijd was de hartklep zwaar beschadigd. Deze (in Bangladesh) zeer risicovolle ingreep werd tot een goed einde gebracht. Het meisje is perfect hersteld, en EIB organiseert regelmatig medische check-ups en (aangepaste) medicatie.


9.5.

Publicaties, tentoonstellingen en happenings: •

Verhalen door onze studenten geschreven (in het Engels en het Bengaals) worden regelmatig gepubliceerd in Toitomboor. Toitomboor is het meest gekende maandelijks jongerenmagazine in Bangladesh, met abonnees in Canada, de VS, Groot-Brittannië en Australië. De verhalen van onze meisjes verschijnen ook op de website van dit magazine.

In 1997 publiceerden we het boek “Hoy Holur” (“Rumoer”), een compilatie van kinderverhalen, geschreven door één van onze leerkrachten, Dhr. Deprosad, een plaatselijk zeer hoog aangeschreven, gerespecteerd opvoeder en locale kunstenaar in CxB.

In 2004 verscheen een kortverhaal, geschreven door één van onze studenten, Hazera Khanam, in “Education, my right”, een publicatie van Unicef België (vertaald naar het Frans en Nederlands). In deze uitgave beschrijven kinderen uit de hele wereld de positieve invloed van het onderwijs op hun leven. Hazera Khanam vertegenwoordigde Bangladesh.

In 2005 publiceerde EIB ter ere van onze 10de verjaardag het boek “Amra Shobhai Kishury” (“Wij zijn tieners”). Het boek werd geïllustreerd door de bekende Bengaalse kunstenares, Nazlee Laila Mansur. Voor dit boek vroegen we tiener-meisjes uit verschillende socioeconomische lagen van de Bengaalse maatschappij een verhaal te schrijven over “hoe het is om een meisje te zijn in Bangladesh”. We gebruikten verhalen van o.a. straatkinderen, mishandelde kinderen, en gehandicapte kinderen. 31. Deze compilatie (geschreven in het Bengaals) zorgt voor een bewustmaking i.v.m. het denken en de visie, de toestand en de rechten van tienermeisjes in Bangladesh en kan gebruikt worden als ondersteuning door scholen, donors en (internationale) organisaties die zich bezighouden met de kinderrechten.

Unicef organiseerde in het Unicef-gebouw in Dhaka (Bangladesh) een tentoonstelling van waterverfschilderijen gemaakt door onze meisjes; deze tentoonstelling werd geopend door de eerste minister van Bangladesh (2000).

Tekeningen van onze meisjes werden gebruikt als illustraties in het boek “Good practices and priorities to combat sexual abuse and exploitation of children in Bangladesh”, gepubliceerd door Unicef, Bangladesh en het Bengaalse “Ministry of Women and Children Affairs” (2001).

Eveneens in 2001 organiseerde EIB in Antwerpen, België (Zuiderpershuis) een tentoonstelling van foto’s gemaakt door onze meisjes in Bangladesh. We gaven een aantal van onze studenten een wegwerpcamera en vroegen hen foto’s te maken van hun onmiddellijke leefwereld. Deze tentoonstelling “Bangladesh – A View” was een succes en trok heel wat bezoekers.


9.6.

9.7.

9.8.

Op 15 november 2008, organiseerde EIB een Bengaals feest in Antwerpen onder de naam “Vila Cabral”. Het was de bedoeling om onze organisatie dichter bij de mensen te brengen. Naast Bengaals eten, een winkeltje met Ben-gaalse promotie-materialen en een infostand i.v.m. onze organisatie en activiteiten, was er ook een optreden van Bengaalse zangers, dansers en muzikanten.

Realisaties in noodhulp: •

In 1997 trok een verwoestende cycloon met een snelheid van meer dan 250 kilometer/uur door de CxB regio. De gevolgen waren desastreus. Met de extra financiële steun van de Provincie Antwerpen konden we voor de ergst getroffen families uit ons programma, nieuwe bamboe huisjes bouwen

Tijdens de verschrikkelijke overstromingen in 1998, verdeelde EIB 6,5 ton rijst onder de meest getroffen mensen in het noorden van het land.

Ukhia, een dorp op een uur rijden te zuiden van CxB, heeft tijdens de aanhoudende droogte van de zomer van 2006, met de steun van EIB, een “community well” (waterpomp) gekregen. Daardoor hadden de dorpsbewoners niet enkel drinkwater, maar konden ook gewassen gesproeid worden (waardoor een hongersnood is voorkomen).

32. Beroepsopleidingen: •

We hebben 24 behoeftige meisjes opgeleid tot naaisters en schonken elk van hen aan het einde van hun tweejarige opleiding een naaimachine Ondanks de grote interesse van tienermeisjes en het succes van dit initiatief, moesten we dit project door een gebrek aan plaats opgeven.

In 2005 zijn met onze steun niet minder dan 21 paramedici en 6 “lab-technicians” afgestudeerd, die nu een goedbetaalde baan hebben in verschillende hospitalen. Al deze jonge vrouwen hadden financiële problemen om (verder) te studeren en hadden, zonder een volwaardige opleiding, nooit werk kunnen vinden, waardoor ze gedoemd waren om in armoede verder te leven.

Glimlach:


Maar het indrukwekkendste resultaat van de laatste tien jaar is ‌ een glimlach. De meeste van onze meisjes hebben een ongelooflijke metamorfose ondergaan van getraumatiseerde “kleine volwassenenâ€? (met een ernstige gelaatsuitdrukking), tot gezonde kinderen met een eigen karakter en een prachtige glimlach.

Willy Legendre Programma Directeur Education

International, Belgium vzw

33.


Education International, Belgium vzw Lange Doornikstraat 27 bus 2 2000 Antwerpen T: + 00 32 (0)485 11 88 50 E: secretariaat@education-international.be W: www.education-international.be Bankrekening: KBC 410-0655581-78 IBAN: BE 69-4100-655581-78 BIC:KREDBEBB


Jaarrapport 2008 Education International  

Jaarrapport van de activiteiten van Education International Belgium (EIB) in Bangladesh

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you